Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Programmawet

Kort samengevat

Deze wet regelt diverse bepalingen, voornamelijk op het gebied van energie, waaronder de financiering van energiegerelateerde projecten en de bescherming van kwetsbare consumenten van elektriciteit en aardgas.

Wat het regelt

  • De bestemming van een individuele bijdrageplicht voor energie.
  • De toekenning van subsidies voor onderzoeksprojecten inzake petroleum.
  • De automatische toepassing van maximumprijzen voor elektriciteit en aardgas.
  • De definitie van beschermde residentiële afnemers met een laag inkomen of in een onzekere situatie.

Wie het aanbelangt

  • Ondernemingen die een individuele bijdrageplicht hebben.
  • Beschermde residentiële afnemers met een laag inkomen of in een onzekere situatie.

Kernpunten

  • De individuele bijdrageplicht wordt gestort op een wachtrekening bij de Thesaurie, beheerd door de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie.
  • De Koning bepaalt de uiteindelijke bestemming van de eenmalige bijdrage na overleg met de Ministerraad en de deelnemende ondernemingen of hun federaties.
  • De Koning kan een facultatieve subsidie toekennen van maximaal 5 miljoen euro voor het Federale Energie Instituut voor onderzoeksprojecten inzake petroleum.
  • Beschermde residentiële afnemers zijn eindafnemers of leden van hun gezin die recht hebben op bepaalde sociale steun of uitkeringen.
Wettekst
Wettekst
Obsah (5)§ 1§ 2§ 3§ 4§ 5

wet (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.

artikel 78 van de Grondwet. TITEL II. - Energie HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten4 houdende diverse bepalingen (I) Art. 2.Artikel 46 van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten4 houdende diverse bepalingen (I), wordt vervangen als volgt : « Art. 46.- De

dividuele bijdrageplicht wordt gestort ten gunste van een wachtrekening bij de Thesaurie, beheerd door de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgelegd na overleg

de Ministerraad, en na overleg met de deelnemende ondernemingen of,

dien gewenst door deze ondernemingen, met hun federaties, de eigenlijke bestemming van de eenmalige bijdrage. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, een facultatieve subsidie toekennen van maximaal 5 miljoen euro voor de financiering van het Federale Energie

stituut ten behoeve van onderzoeksprojecten

zake petroleum. ». HOOFDSTUK II. - Automatische toepassing van de maximumprijzen voor levering van elektriciteit en aardgas aan beschermde residentiële afnemers met een laag

komen of

een onzekere situatie Art. 3.Voor de toepassing van dit hoofdstuk moet worden verstaan onder : 1° « wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten6 » : de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten6 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;2° « wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten5 » : de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten5 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;3° « wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten1 » : de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten1 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;4° « eindafnemer » : de eindafnemer gedefinieerd

artikel 2, 14°, van de voornoemde wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten1 en

artikel 1, 23° van de voornoemde wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten6;5° « distributienetbeheerder » : elke natuurlijke of rechtspersoon die het beheer van een distributienet verzorgt, zoals gedefinieerd

artikel 2, 12° van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten1, of de gasdistributie verzorgt, zoals gedefinieerd

artikel 1, 12° van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten6;6° « leverancier » : de leverancier gedefinieerd

artikel 2, 15°bis van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten1 en de leveringsonderneming gedefinieerd

artikel 1, 15° van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten6;wordt gelijkgesteld met een leverancier, de distributienetbeheerder die elektriciteit of aardgas verkoopt aan een eindafnemer waarvan het leveringscontract werd ontbonden; 7° « gezin » : de persoon die gewoonlijk alleen leeft of de personen die gewoonlijk dezelfde wooneenheid betrekken en er samen wonen;de samenstelling van het gezin wordt vastgesteld op basis van de gegevens

het Rijksregister van de natuurlijke personen; 8° « EAN-code » : European Article Numbering Code, uniek numeriek veld van 18 posities voor de identificatie van een aansluitingspunt op het elektriciteits- of aardgasdistributienet;9° « identificatienummer van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid » : het identificatienummer bedoeld

artikel 8 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten5;10° « FOD Economie » : de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie. Art. 4.Worden beschouwd als beschermde residentiële afnemers met een laag

komen of

een onzekere situatie

de zin van artikel 20, § 2, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten1 en van artikel 15/10, § 2, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten6, de eindafnemers of een lid van hun gezin : 1° die bedoeld worden

artikel 37, § 19, eerste lid, 1° tot 5°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;2° die recht hebben op een financiële sociale steun verstrekt door een OCMW aan een persoon die is

geschreven

het vreemdelingenregister met een machtiging tot verblijf voor onbeperkte tijd en die omwille van zijn nationaliteit niet kan beschouwd worden als een gerechtigde op maatschappelijke

tegratie;3° die recht hebben op een tegemoetkoming hen toegekend door het OCMW

afwachting van het gewaarborgd

komen voor bejaarden, een

komensgarantie voor ouderen of een tegemoetkoming voor gehandicapten, zoals bedoeld

artikel 37, § 19, eerste lid, 1°, 3° en 4° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad kan de lijst met afnemers bedoeld

het eerste lid door de Koning worden aangevuld. Art. 5.De FOD Economie is gelast te zorgen voor de automatische toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas aan beschermde residentiële afnemers met een laag

komen of

een onzekere situatie. Art. 6.De toekenning en de

trekking van het recht op maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas gebeuren met

achtneming van artikel 11bis van de voornoemde wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten5. De toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas gebeurt automatisch

dien de gegevens die voor deze toepassing nodig zijn beschikbaar zijn

het netwerk, bedoeld

artikel 2, 9°, van de voornoemde wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten5.

dien de gegevens beschikbaar zijn

dat netwerk, vraagt de FOD Economie ze op bij de Kruispuntbank van de sociale Zekerheid. De modaliteiten voor de gegevensstromen die beschikbaar zijn binnen het netwerk bedoeld

artikel 2, 9° van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten5 worden onderworpen aan een machtiging vanwege het sectoraal comité voor de sociale zekerheid. Niettegenstaande de automatische toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas, dienen de leveranciers de attesten te aanvaarden waarmee de eindafnemers bewijzen dat ze tot één van de

artikel 4 bedoelde categorieën behoren. Iedere leverancier houdt een lijst van eindafnemers die een attest hebben geleverd ter beschikking van de FOD Economie. De betrokkene heeft het recht zich kosteloos te verzetten tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens met het oog op de automatische toekenning van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas, middels een gedateerde en ondertekende kennisgeving hiervan aan zijn leverancier. Art. 7.§ 1. De FOD Economie actualiseert regelmatig de gegevens die noodzakelijk, relevant en proportioneel zijn voor de samenstelling van het

formatiesysteem voor de automatische toekenning van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas. De Koning bepaalt hiervan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de periodiciteit en de modaliteiten. De FOD Economie raadpleegt hiervoor het Rijksregister van de natuurlijke personen opgericht bij de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen alsook de gegevens beschikbaar via de Kruispuntbank van de sociale zekerheid

het netwerk van de sociale zekerheid, overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld of vast te stellen door enerzijds het sectoraal comité van het rijksregister en door het sectoraal comité van de sociale zekerheid anderzijds. Voor zover dit noodzakelijk blijkt voor de automatische toepassing van de maximumprijzen voor de levering van aardgas en elektriciteit, heeft de FOD Economie : 1° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken;2° het recht om het identificatienummer van de sociale zekerheid te gebruiken. Bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad kan de Koning de nadere regels voor de raadpleging van andere authentieke

formatieverwerkingssystemen vastleggen. De mededeling en de koppeling van gegevens van deze systemen is

ieder geval slechts toelaatbaar

dien dit verenigbaar is met de oorspronkelijke doelstellingen van de oprichting van deze systemen. §

  1. Voor zover dit noodzakelijk blijkt voor de automatische toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas, vragen de leveranciers aan de eindafnemers hun geboortedatum mee te delen. §
  2. Voorzover dit noodzakelijk blijkt voor de automatische toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas, kan door de leveranciers een unieke identificator worden gebruikt met het oog op de identificatie van de eindafnemers. De FOD Economie staat

voor de omzetting tussen het identificatienummer van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid en het rijksregisternummer enerzijds en de unieke identificator die wordt gebruikt door de leveranciers voor de identificatie van hun eindafnemers anderzijds, en vice-versa. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de nadere regels voor de toepassing hiervan. Art. 8.De FOD Economie verzamelt tenminste eenmaal per jaar en uiterlijk 30 september van elk kalenderjaar, de volgende gegevens die noodzakelijk zijn voor de automatische toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas : 1° bij de leveranciers : de naam, de voornaam en het adres van de hoofdverblijfplaats van de eindafnemers, de datum van

werkingtreding van hun leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteits- en aardgaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;2° bij de distributienetbeheerders : de EAN-codes en de adressen voor de aansluiting voor de levering van elektriciteit en aardgas van alle eindafnemers. Art. 9.§ 1. De FOD Economie coördineert en organiseert de uitwisseling van de nodige gegevens voor de automatische toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas,

overleg met : 1° de Kruispuntbank van de sociale zekerheid;2° de beheerders van andere authentieke

forma-tieverwerkingssystemen, aangewezen overeenkomstig de bepalingen genomen

uitvoering van artikel 7, § 1, vierde lid. De Kruispuntbank van de sociale zekerheid kan het identificatienummer van de sociale zekerheid van de eindafnemers overnemen uit zijn repertorium van de personen, bedoeld

artikel 6 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten

  1. §
  2. De FOD Economie coördineert en organiseert de uitwisseling van de nodige gegevens voor de automatische toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas, met de leveranciers en de distributienetbeheerders. §
  3. De FOD Economie is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens uitgewisseld krachtens §§ 1 en
  4. Art. 10.§
  5. De leveranciers verbinden zich ertoe de

artikel 8 bedoelde gegevens enkel over te maken nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken eindafnemers werd afgesloten en nadat de betrokken eindafnemers geen gebruik hebben gemaakt van het

artikel 6, vijfde lid, bedoelde recht. § 2. De FOD Economie zorgt ervoor dat elke leverancier enkel de gegevens ontvangt die betrekking hebben op de eindafnemers waarvan de leverancier op basis van artikel 8 de naam en de EAN-code heeft bezorgd. Deze gegevens bevatten : 1° de naam en de EAN-code van de eindafnemer;2° het toekennen of niet toekennen van de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas. Art. 11.Iedere beslissing die over de toepassing van de maximumprijzen voor levering van elektriciteit en aardgas aan eindafnemers wordt genomen op basis van een geautomatiseerde verwerking, zoals bedoeld

de artikelen 8 tot 10, wordt aan de betrokken personen schriftelijk gemeld door de leverancier.

dien de procedure zoals bepaald door de artikelen 8 tot 10, tot gevolg heeft dat een begunstigde van het recht op de automatische toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas de hoedanigheid van beschermde residentiële afnemer met een laag

komen of

een onzekere situatie verliest, dan kan deze, binnen dertig dagen na ontvangst van de schriftelijke mededeling, aan de leverancier het bewijs leveren dat hij nog steeds een beschermde residentiële afnemer is

de zin van artikel 4. Gedurende deze termijn blijft betrokkene recht hebben op de automatische toepassing van maximumprijzen voor de levering van aardgas en elektriciteit. Art. 12.Dit hoofdstuk treedt

werking op de door de Koning te bepalen datum. TITEL III. - Sociale Zaken en Volksgezondheid HOOFDSTUK I. - Kinderbijslag - Toekenning van een maandeliijkse bijslag aan sommige éénoudersgezinnen Art. 13.Artikel 41 van de op 19 december 1939 samengeordende wetten betreffende de kinderslag voor loonarbeiders, opgeheven bij de wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten2, wordt hersteld

de volgende lezing : « Art. 41.Wanneer de rechthebbende een recht opent op de

artikel 40 bedoelde maandelijkse bijslag, wordt deze bijslag verhoogd met een bijslag van 17,41 euro onder de volgende cumulatieve voorwaarden : -de bijslagtrekkende vormt geen feitelijk gezin

de zin van artikel 56bis, § 2, en is niet gehuwd, behalve

dien een feitelijke scheiding zich na het huwelijk heeft voorgedaan. De feitelijke scheiding moet blijken uit de afzonderlijke hoofdverblijfplaats van de personen

kwestie,

de zin van artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van het Rijksregister van de natuurlijke personen, met uitzondering van gevallen waarbij uit andere daarvoor overgelegde officiële documenten blijkt dat de feitelijke scheiding effectief is, ook al stemt dit niet of niet meer overeen met de

formatie verkregen bij het voormelde register; - de bijslagtrekkende geniet geen beroeps- en/of vervangingsinkomsten waarvan het bedrag het maximaal dagbedrag van de

validiteitsuitkering voor een werknemer met persoon ten laste, zoals vastgesteld

artikel 213, derde lid, eerste zin, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten2 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, vermenigvuldigd met 27, overschrijdt. De

komsten waarmee rekening wordt gehouden zijn die welke door de Koning zijn bepaald voor de omschrijving van de hoedanigheid van rechthebbende met personen ten laste; - de rechthebbende mag daarenboven geen recht op een bijslag bedoeld

artikel 42bis of 50ter openen. ». Art. 14.Artikel 42bis, § 2, 3°, van dezelfde wetten, vervangen bij de programmawet (I) van 27 december 2006, wordt aangevuld met de volgende zin : « Wanneer de toeslag evenwel verschuldigd is aan een bijslagtrekkende bedoeld

artikel 41, eerste en tweede streepje, bedraagt de bijslag 17,41 EUR. ». Art. 15.

artikel 44 van dezelfde wetten, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 december 1996 en gewijzigd bij de wet van 3 mei 1999 en het koninklijk besluit van 11 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, enig lid, worden de woorden « artikel 42bis, 47 of 50ter » vervangen door de woorden « artikel 41, 42bis, 47 of 50ter »;2°

§ 2

, enig lid, worden de woorden « artikel 42bis, 47 of 50ter » vervangen door de woorden « artikel 41, 42bis, 47 of 50ter ». Art. 16.

artikel 44bis, van dezelfde wetten, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 december 1996 en gewijzigd bij de wet van 3 mei 1999 en het koninklijk besluit van 11 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, eerste lid, worden de woorden « artikel 42bis, 47 of 50ter » vervangen door de woorden « artikel 41, 42bis, 47 of 50ter »;2°

§ 2

, tweede lid, worden de woorden « artikel 42bis, 47 of 50ter » vervangen door de woorden « artikel 41, 42bis, 47 of 50ter ». Art. 17.Artikel 47bis van dezelfde wetten,

gevoegd bij het koninklijk besluit nr 122 van 30 december 1982 en gewijzigd bij de wetten van 27 februari 1987 en 22 december 1989, het koninklijk besluit van 10 december 1996 en de wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten1, wordt aangevuld met het volgende lid : « De

artikel 41 bedoelde bijslag is eveneens verschuldigd aan de bijslagtrekkende bedoeld

het eerste en het tweede streepje van deze bepaling, voor kinderen bedoeld

de vorige leden. ». Art. 18.Artikel 48, vijfde lid, van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 11 juli 2005 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten5, wordt vervangen als volgt : «

afwijking van het vierde lid vangt de toekenning van de kinderbijslag aan vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke een

dexering plaatsheeft of een nieuw voordeel bij de wet wordt

gevoerd. Het vierde lid is niet van toepassing wanneer de gebeurtenis leidt tot het verlies van een van de

artikelen 41, 42bis en 50ter bedoelde bijslagen. ». Art. 19.Artikel 50ter, 3°, van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten2 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 december 2001 en de wet van 27 december 2005, wordt aangevuld met de volgende zin : « Wanneer de toeslag evenwel verschuldigd is aan een bijslagtrekkende bedoeld

artikel 41, eerste en tweede streepje, bedraagt de toeslag 17,41 EUR. ». Art. 20.

artikel 50septies van dezelfde wetten,

gevoegd bij de wet van 30 juni 1981 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten2 en het koninklijk besluit van 21 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten7, worden de woorden « artikelen 42bis, eerste lid » vervangen door de woorden « artikelen 41, 42bis ». Art. 21.

artikel 54 van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten2 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten7 en de wet van 12 augustus 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 3

worden de woorden « bijslagen, bedoeld

de artikelen 42bis en 50ter » vervangen door de woorden « bijslagen, bedoeld

de artikelen 41, 42bis en 50ter »;2°

§ 4

worden de woorden « bijslagen bedoeld

de artikelen 42bis en 50ter » vervangen door de woorden « bijslagen bedoeld

de artikelen 41, 42bis en 50ter ». Art. 22.

artikel 70bis, tweede lid, van dezelfde wetten, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten7, worden de woorden « bijslagen bedoeld

de artikelen 42bis en 50ter » vervangen door de woorden « bijslagen bedoeld

de artikelen 41, 42bis en 50ter ». Art. 23.

artikel 75, 1°, van dezelfde wetten, hersteld bij het koninklijk besluit nr. 7 van 18 april 1967 en gewijzigd bij de wetten van 1 augustus 1985, 29 december 1990 en 30 december 1992 en het koninklijk besluit van 21 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten7 worden de woorden «

artikelen 40, 42bis vermelde bedragen » vervangen door de woorden «

artikelen 40, 41, 42bis vermelde bedragen ». Art. 24.

artikel 76bis, § 1, tweede lid, van dezelfde wetten, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 december 1996 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 december 2001, worden de woorden « vermeld

de artikelen 40, 42bis » vervangen door de woorden « vermeld

de artikelen 40, 41, 42bis ». Art. 25.Artikel 1, achtste lid, van de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten4 tot

stelling van gewaarborgde gezinsbijslag, gewijzigd bij de wetten van 22 februari 1998 en 24 december 2002, wordt aangevuld als volgt : « 6° de jaarlijkse bijslagen; 7° de maandelijkse bijslag.». Art. 26.Artikel 8, § 2, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot uitvoering van de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten4 tot

stelling van gewaarborgde gezinsbijslag, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 december 1996 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten5, wordt aangevuld met het volgende lid : « Het kind dat gerechtigd kan zijn op kinderbijslag bij toepassing van de wet tegen het bedrag bepaald

artikel 42bis, § 2, 3°, eerste zin, van de samengeordende wetten, heeft recht,

plaats van dit bedrag, op de maandelijkse bijslag bedoeld

artikel 1 van de wet, tegen het bedrag en volgens de regels bepaald

artikel 41, enig lid,

leidende zin en eerste en tweede gedachtestreep, van de samengeordende wetten. ». Art. 27.De bepalingen van dit hoofdstuk treden

werking vanaf 1 mei 2007. HOOFDSTUK II. - Kinderbijslag Kadaster van de kinderbijslag - Sanctie Art. 28.Artikel 101, derde lid, van de op 19 december 1939 samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vervangen bij de wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten2, gewijzigd bij de wet van 29 april 1996, bij het koninklijk besluit van 27 mei 2004 en bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten4, wordt aangevuld met wat volgt : « 9° aan hen die aanspraak maken op kinderbijslag ten laste van en via de

artikel 3, 1° en 2°, bedoelde publiekrechtelijke rechtspersonen, wanneer die publiekrechtelijke rechtspersonen zich op 1 oktober 2008 niet hebben geconformeerd aan het bepaalde

artikel 33 van de programma wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten5. Een protocol stelt de nadere regels vast voor de overheveling van de dossiers en de gegevens op grond waarvan de Rijksdienst de betalingen kan overnemen. ». Art. 29.

artikel 111, eerste lid, van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 29 april 1996 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 mei 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « met toepassing van artikel 101, derde lid, 2°, 3°, 4°, 7° en 8° » vervangen door de woorden « met toepassing van artikel 101, derde lid, 2°, 3°, 4°, 7°, 8° en 9° »;2° tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid

gevoegd : « De administratiekosten die worden gestort door de

artikel 101, derde lid, 9°, bedoelde publiekrechtelijke rechtspersonen, worden vastgesteld op 1,35 % van het bedrag van de

hun plaats betaalde kinderbijslag, wegens de overdracht, door die rechtspersonen, van het type gegevens dat het, overeenkomstig de bij de Koning vastgestelde nadere regels, mogelijk maakt dat het percentage van de aan de Rijksdienst verschuldigde kosten kan worden verminderd.». HOOFDSTUK III. - RIZIV en IV-NIOOO Art. 30.Het

stituut voor Veteranen - Nationaal

stituut voor Oorlogsinvaliden, Oud-Strijders en Oorlogsslachtoffers wordt jaarlijks gefinancierd door een bedrag van 1 200 000 euro ten laste van de administratiekosten van het Rijksinstituut voor Ziekte- en

validiteitsverzekering. HOOFDSTUK IV. - Alternatieve financiering Art. 31.

artikel 66, § 8, eerste lid, van de programmawet

(1)van 2 januari 2001,

gevoegd bij de programmawet

(1)van 27 december 2006, worden de woorden « euro toegekend aan de RSZ » vervangen door de woorden « euro van de

komsten van de personenbelasting en de vennootschapsbelasting toegewezen aan de RSZ ». HOOFDSTUK V. - Federaal Agentschap voor geneesmiddelen Afdeling 1. - Wet

zake experimenten op de menselijke persoon Art. 32.Artikel 30 van de wet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten2

zake experimenten op de menselijke persoon, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2005, 13 december 2006 en 27 december 2006 wordt vervangen als volgt : « Art. 30.§

  1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 31, § 5, zijn het verzoek om een gunstig advies bij het ethische comité evenals het verzoek om toelating bij de minister, slechts ontvankelijk voorzover het bewijs van betaling van de bijdragen, zoals bepaald door de Koning, hierbij is gevoegd. §
  2. Het

dienen van een dossier bij de minister,

de zin van de artikelen 12 of 19, verplicht de opdrachtgever tot het betalen van een bijdrage aan die overheid. Deze bijdrage wordt gestort aan het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten. § 3. 25 % van de bijdragen bedoeld

§ 2

zijn bestemd voor het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten voor de financiering van de opdrachten resulterende uit deze wet. 75 % van deze bijdragen dienen voor de financiering, volgens de regels vastgesteld door de Koning, van de ethische comités voor de opdrachten resulterende uit deze wet. De Koning kan jaarlijks de hierboven bedoelde verdeling herzien. § 4. De minister kan jaarlijks, na advies van het Raadgevend Comité voor bio-ethiek, maximaal 10 % van het

de derde §, tweede lid, bedoelde bedrag en bestemd tot de ethische comités aanwenden voor de betaling van projecten die een administratieve of

formaticaondersteuning bieden voor de uitoefening van de opdrachten van het geheel van ethische comités

het kader van deze wet. Het resterende bedrag wordt, door het Federaal Agentschap voor de geneesmiddelen en gezondheidsproducten via een subsidiëring, als volgt aan de ethische comités toegekend : - 1 punt wordt toegekend voor de analyse van een nieuw protocol van multicentrisch experiment

de hoedanigheid van comité dat bevoegd is voor het uitbrengen van het enkel advies; - 1 punt wordt toegekend voor de analyse van een nieuw testprotocol van fase 1

de hoedanigheid van comité dat bevoegd is voor het uitbrengen van het enkel advies; - 0,25 punt wordt toegekend voor de analyse van een nieuw protocol

de hoedanigheid van comité dat niet bevoegd is voor het uitbrengen van het enkel advies; - 0,25 punt wordt toegekend voor de analyse van een nieuw protocol van monocentrisch experiment, met uitzondering van het geval waarin dit experiment een proef van fase 1 is en van het geval waarin dit wordt uitgevoerd

het kader van de werkzaamheden die vereist zijn voor het verwerven van een diploma van hoger onderwijs; - 0,1 punt wordt toegekend voor de analyse van een nieuw protocol van experiment

het geval waarin dit wordt uitgevoerd

het kader van de werkzaamheden die vereist zijn voor het verwerven van een diploma van hoger onderwijs. De waarde van een punt wordt jaarlijks bepaald door voornoemd resterend bedrag te delen door het totale aantal punten dat wordt toegekend aan het geheel van ethische comités overeenkomstig de bepaling van vorig lid. Bij wijze van overgangsmaatregel zullen alle bedragen bedoeld

dit artikel voorwerp zijn van een globale regeling voor de jaren 2004 en 2005 en zullen ze

2007 overgemaakt worden. § 5. De opdrachtgever van een monocentrisch experiment

de zin van artikel 11, § 2, dient rechtstreeks aan de betrokken ethische comités een retributie te betalen. De opdrachtgever van een multicentrisch experiment

de zin van artikel 11, § 7, dient rechtstreeks aan de betrokken ethische comités een retributie te betalen. Het

dienen van een dossier door een onderzoeker, conform artikel 19, § 2, verplicht de opdrachtgever, afhankelijk van het feit of het om een monocentrisch of multicentrisch experiment gaat, tot het betalen van een retributie rechtstreeks betaalbaar aan het ethisch comité, het ethisch comité bevoegd om het enkel advies uit te brengen, en van een retributie rechtstreeks betaalbaar aan elk ethisch comité niet bevoegd om het enkel advies uit te brengen, maar waarop een beroep gedaan wordt met betrekking tot artikel 11, § 4, 4°, 6° en 7°. § 6. De Koning bepaalt het bedrag en de regels van betaling van de bijdragen en retributies voorzien

dit artikel. § 7. Elk ethisch comité is ertoe gehouden jaarlijks een verslag over te zenden aan de minister. Dit verslag bevat een lijst van de adviesaanvragen die aan het ethisch comité

uitvoering van deze wet werden voorgelegd, evenals een lijst van de gemotiveerde antwoorden die op de adviesaanvragen werden gegeven. De Koning kan de vorm van dit verslag vaststellen. § 8. De Koning kan, ten laste van de opdrachtgever of de aanvragers van een vergunning om een experiment te voeren of de houders van een vergunning om een experiment te voeren, bedoeld

deze wet en ten voordele van de bevoegde overheid, andere bijdragen

stellen dan die voorzien

§ 2

, voor de uitvoering van de

deze wet voorziene opdrachten van het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten, waarvan Hij het bedrag en de regels bepaalt. § 9. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, voor de geneesmiddelen voor onderzoek, een heffing opleggen ten laste van de opdrachtgever van een klinische proef ten gunste van het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Daarbij bepaalt Hij de regels voor de

ning ervan. Het bedrag van deze heffing wordt vastgesteld naar gelang van de risico's verbonden aan de geneesmiddelen voor onderzoek voor de volksgezondheid en de daaraan verbonden activiteiten. De besluiten genomen ter uitvoering van het eerste lid, zijn van rechtswege opgeheven wanneer zij niet door de wetgever worden bekrachtigd binnen 18 maanden na hun

werkingtreding. § 10. De heffingen en retributies bedoeld

het huidige artikel worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van het

dexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk,

functie van het

dexcijfer van de maand september. Het aanvangsindexcijfer is dat van de maand september voorafgaand aan de bekendmaking

het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot vaststelling van het bedrag van de heffing of van de retributie. De geïndexeerde bedragen worden bekendgemaakt

het Belgisch Staatsblad en zijn van toepassing op de heffingen en retributies opeisbaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op dat gedurende hetwelk de aanpassing is uitgevoerd. Afdeling 2 - Financiering van de NAT-testen Art. 33.

Hoofdstuk III

, afdeling 1, van de wet van 5 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten3 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong wordt een artikel 7bis

gevoegd, luidend als volgt : « Art. 7bis . De financiering van de NAT HIV1 en NAT HCV testen, uitgevoerd door of voor de

stellingen

het kader van deze wet geschiedt ten laste vanhet Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Die financiering gebeurt via een subsidiëring. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt bedoelde subsidiëring aan de

stellingen uitbetaald door het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, die hiervoor de nodige middelen van de Staat ontvangt via de kredieten bedoeld

artikel 13, § 1, 1° van de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten5 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten. De Koning bepaalt de bedragen, de voorwaarden en modaliteiten voor de toepassing van dit artikel. ». Afdeling 3. -

werkingtreding Art. 34.De artikelen van dit hoofdstuk treden

werking op 15 januari 2007. HOOFDSTUK VI. - Hoge Gezondheidsraad Art. 35.Er wordt een Hoge Gezondheidsraad opgericht bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Art. 36.De

artikel 35 bedoelde Raad heeft als taken : 1. rekening houdend met de huidige stand van de wetenschap, op verzoek of op eigen

itiatief, onafhankelijke adviezen, aanbevelingen of rapporten te verstrekken

zake volksgezondheid met als doel het beleid terzake te ondersteunen;2.

zonderheid samen te werken met de Commissie van de Europese Gemeenschappen,

uitvoering van Richtlijn 93/5/EEG van de Raad van 25 februari 1993 betreffende de bijstand aan de Commissie en de samenwerking van de lidstaten bij het wetenschappelijk onderzoek van vraagstukken

verband met levensmiddelen. Art. 37.De Koning bepaalt de nadere werking en de samenstelling van de

artikel 35 bedoelde Raad. HOOFDSTUK VII. - Tegemoetkomingen aan personen met een handicap Art. 38.

artikel 12, § 1, van de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989, 24 december 2002 en 9 juli 2004, worden de woorden « voor een derde » vervangen door de woorden « voor 28 procent ». Art. 39.Artikel 38 treedt

werking op 1 juni

  1. HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen met betrekking tot de werkgevers van de sectoren die gelegenheidswerknemers tewerkstellen Afdeling
  2. - Champignons Art. 40.Het globaal beheer van de sociale zekerheid voor werknemers stort

2007 en 2008 een forfaitair bedrag van 400 000 euro aan het Waarborg- en sociaal fonds voor het tuinbouwbedrijf, voorzover een bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst die minstens geldig is voor de periode van 1 april 2007 tot 31 december 2008 de thans door het voornoemde Fonds toegekende tewerkstellingspremies versterkt. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de toekenningsperiode van het forfaitaire bedrag na 2008 verlengen alsook het bedrag ervan wijzigen vanaf 2009. Afdeling 2. - Alternatieve financiering Art. 41.

artikel 66, § 11, van de programma wet van 2 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten,

gevoegd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de woorden « van 22 051 duizend euro » vervangen door de woorden « van 22 451 duizend euro ». Afdeling

  1. - Maatregelen ten gunste van de sectoren die gelegenheidswerknemers onderworpen aan het geheel der regelingen van de sociale zekerheid tewerkstellen Art. 42.Artikel 345 van de programmawet (I) van 24 december 2002, waarvan de huidige tekst § 1 wordt, wordt aangevuld met een tweede paragraaf, luidende : « §
  2. Bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, kan de Koning, voor de werkgevers van de sectoren die gelegenheidswerknemers tewerkstellen

de zin van de uitvoeringsbesluiten van de wet tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen als bedoeld

artikel 21, § 1, van de wet van 29 juni 1981 en voor de categorieën van werknemers tewerkgesteld door deze werkgevers die Hij bepaalt, bepalen dat de bijdragen voor de administratiekosten die de werkgever verschuldigd is aan een erkend sociaal secretariaat van werkgevers voor de bedoelde werknemers ten laste worden genomen door de Rijksdienst voor sociale zekerheid volgens de modaliteiten en ten belope van de bedragen die Hij bepaalt. Hij bepaalt eveneens de periode tijdens welke dit voordeel wordt toegekend. ». Art. 43.Artikel 17 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gewijzigd bij de wetten van 24 december 1972, 28 maart 1973, 16 juli en 23 december 1974, 28 maart 1975, 5 januari 1976 en 8 augustus 1980 en de koninklijke besluiten van 24 december 1980 en 30 december 1982, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende : « § 5. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de werkgevers van de sectoren die gelegenheidswerknemers tewerkstellen

de zin van de uitvoeringsbesluiten van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen als bedoeld

artikel 21, § 1, van de wet van 29 juni 1981 en voor de categorieën werknemers die Hij bepaalt, volledig of gedeeltelijk vrijstellen van één of meerdere bijdragen bedoeld bij § 2, 1°, van dit artikel. ». Art. 44.Artikel 188 van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten4 houdende diverse bepalingen (I), wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de werkgevers van de sectoren die gelegenheidswerknemers tewerkstellen

de zin van de uitvoeringsbesluiten van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen als bedoeld

artikel 21, § 1, van de wet van 29 juni 1981 en voor de categorieën werknemers die Hij bepaalt, onttrekken aan de toepassing van de bepalingen van deze afdeling. ». Art. 45.

artikel 192, § 1, van dezelfde wet, wordt een tweede lid

gevoegd, luidende : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de werkgevers van de sectoren die gelegenheidswerknemers tewerkstellen

de zin van de uitvoeringsbesluiten van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen als bedoeld

artikel 21, § 1, van de wet van 29 juni 1981 en voor de categorieën werknemers die Hij bepaalt, onttrekken aan de toepassing van de bepalingen van deze afdeling. ». Art. 46.Artikel 122, eerste lid van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten0 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 mei 1995 en bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten4, wordt aangevuld als volgt : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de werkgevers van de sectoren die gelegenheidswerknemers tewerkstellen

de zin van de uitvoeringsbesluiten van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen als bedoeld

artikel 21, § 1, van de wet van 29 juni 1981 en voor de categorieën werknemers die Hij bepaalt, vrijstellen van deze bijdrage. ». Art. 47.Artikel 332 van de programmawet (I) van 24 december 2002, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten, wordt aangevuld met een derde lid, luidende : « De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, met betrekking tot de werkgevers van de sectoren die gelegenheidswerknemers kunnen tewerkstellen

de zin van de uitvoeringsbesluiten van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen als bedoeld

artikel 21, § 1, van de wet van 29 juni 1981, voorzien dat een minimumdrempel met betrekking tot de globale prestaties van de verschillende tewerkstellingen van dezelfde werknemer bij dezelfde werkgever niet moet worden bereikt. ». Afdeling 4. -

werkingtreding Art. 48.De bepalingen van dit hoofdstuk hebben uitwerking met

gang vanaf 1 april 2007. HOOFDSTUK IX. - Wijziging van artikel 148 van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten4 houdende diverse bepalingen (I) Art. 49.Artikel 148 van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten4 houdende diverse bepalingen (I) wordt vervangen door de volgende bepaling : « Bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad en na advies van de Nationale Arbeidsraad bepaalt de Koning de dag waarop dit hoofdstuk

werking treedt.

afwijking op de bepalingen van het eerste lid hebben de artikelen 114 en 115 uitwerking met

gang van 1 januari 2007. Vanaf 1 april 2007 en tot de datum van

werkingtreding van dit hoofdstuk, geven de debiteurs van de

houding bedoeld

artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 33 van 30 maart 1982 betreffende een

houding op

validiteitsuitkeringen en brugpensioenen en van de bijzondere werkgeversbijdrage bedoeld

artikel 268 van de programma wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten2, de

houdingen en bijdragen per kwartaal aan en storten ze die aan de Rijksdienst voor pensioenen tijdens de maand volgend op dit kwartaal. ». TITEL IV. - Pensioenen HOOFDSTUK I. - Coördinatie van de artikelen 26, 26bis en 26ter van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen

zake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingsstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen

zake sociale zekerheid Art. 50.Artikel 26 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen

zake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingsstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen

zake sociale zekerheid, wordt vervangen als volgt : « Art. 26.§ 1. De pensioeninstelling of de

richter zelf,

dien deze laatste daar om vraagt, deelt ten minste éénmaal per jaar aan de aangeslotenen, behalve aan de rentegenieters, een pensioenfiche mee waarop ten minste volgende gegevens worden vermeld : 1° het bedrag van de verworven reserves,

voorkomend geval met vermelding van het bedrag dat overeenstemt met de waarborgen bedoeld

artikel 24;2° behalve voor de pensioentoezeggingen van het type vaste bijdragen zonder tariefgarantie, het bedrag van de verworven prestaties en de datum waarop deze opeisbaar zijn;3° de variabele elementen waarmee bij de berekening van de bedragen onder 1° en 2° wordt rekening gehouden;4° het bedrag van de verworven reserves van het vorige jaar;5° het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en van de waarborg bedoeld

artikel 24. Bij deze gelegenheid deelt de pensioeninstelling of desgevallend de

richter de aangeslotene mee dat de tekst van het reglement op eenvoudig verzoek kan worden verkregen bij de persoon die daartoe overeenkomstig het reglement is aangeduid. § 2. De pensioeninstelling of de

richter zelf,

dien deze laatste daar om vraagt, deelt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene een historisch overzicht van de gegevens bedoeld

§ 1, 1° en 2°, mee.

Dit overzicht kan worden beperkt tot de periode van aansluiting bij de pensioeninstelling en tot de periode na 1 januari 1996. § 3. De pensioeninstelling of de

richter zelf,

dien deze laatste daar om vraagt, deelt ten minste om de vijf jaar het bedrag mee van de verwachte rente op de leeftijd van 65 jaar, zonder aftrek van de belastingen, aan alle aangeslotenen vanaf de leeftijd van 45 jaar. Deze mededeling geldt niet als kennisgeving van een recht op een aanvullend pensioen. § 4. Bij de pensionering of wanneer er andere uitkeringen verschuldigd worden, licht de pensioeninstelling of de

richter zelf,

dien deze laatste daar om vraagt, de begunstigde of zijn rechthebbenden

over de uitkeringen die verschuldigd zijn en over de mogelijke wijzen van uitbetaling. § 5. De pensioeninstelling waarnaar de aangeslotene bij zijn uittreding zijn reserves overdraagt bij toepassing van artikel 32, § 1, 2°, en de pensioeninstelling die door de werknemer wordt aangeduid overeenkomstig artikel 33, delen ten minste eenmaal per jaar aan de betrokkene een pensioenfiche mee waarop ten minste volgende gegevens worden vermeld : 1° het bedrag van de reserves;2° het bedrag van de prestaties en de datum waarop deze opeisbaar zijn;3° de variabele elementen waarbij bij de berekening van de bedragen onder 1° en 2° wordt rekening gehouden;4° het bedrag van de reserves van het vorige jaar. De pensioeninstellingen delen op eenvoudig verzoek aan de betrokkene een historisch overzicht van de gegevens bedoeld

1° en 2° van het eerste lid mee. De pensioeninstelling deelt ten minste om de vijf jaar het bedrag mee van de verwachte rente op de leeftijd van 65 jaar, zonder aftrek van de belastingen, aan alle betrokkenen vanaf de leeftijd van 45 jaar. Deze mededeling geldt niet als kennisgeving van een recht op een aanvullend pensioen. Bij de pensionering of wanneer er andere uitkeringen verschuldigd worden, licht de pensioeninstelling de begunstigde of zijn rechthebbenden

over de uitkeringen die verschuldigd zijn en over de mogelijke wijzen van uitbetaling. § 6. De Koning bepaalt na advies van de Commissie voor Aanvullende Pensioenen bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad op basis van welke elementen en hypothesen en op welke wijze de te verwachten rente bedoeld

§ 3

en § 5, derde lid, moet worden berekend.

afwachting dat de koning het besluit bedoeld

het eerste lid heeft genomen, wordt voor de berekening van de

§ 3

en § 5, derde lid, bedoelde verwachte rente uitgegaan van de volgende hypotheses : 1° voor de actieve aangeslotenen :

  1. a)de stortingen blijven doorlopen;
  2. b)voor de toezeggingen van het type vaste prestaties wordt rekening gehouden met de beloofde prestaties;
  3. c)voor de toezeggingen van het type vaste bijdragen worden de verworven reserves en de nog te storten bijdragen gekapitaliseerd aan de rentevoet bedoeld

artikel 24, § 2, eerste lid;2° voor de uitgetreden aangeslotenen : a) voor de toezeggingen van het type vaste prestaties,

dien de aangeslotene gekozen heeft voor de mogelijkheid bedoeld

artikel 32, § 1, 3°, a), wordt er rekening gehouden met de gereduceerde prestaties;b) voor de toezeggingen van het type vaste bijdragen en de toezeggingen

een onthaalstructuur worden de verworven reserves gekapitaliseerd aan de rentevoet bedoeld

artikel 24, § 2, eerste lid.3° Voor de pensioenregelingen bedoeld

§ 5

worden de reserves gekapitaliseerd aan de rentevoet bedoeld

artikel 24, § 2, eerste lid. § 7. De mededelingen bedoeld

de paragrafen 1 tot en met 5 vermelden eveneens volgende gegevens : 1° de identificatie van de aangeslotene of betrokkene;2°

voorkomend geval de identificatie van de

richter;3° de identificatie van de pensioeninstelling;4° de identificatie van de pensioenregeling;5°

het geval het een mededeling betreft bedoeld

§ 3

of § 5, derde lid : de mededeling dat de raming niet geldt als kennisgeving van een recht op aanvullend pensioen. De Koning kan de lijst met gegevens vermeld

het eerste lid aanvullen.

dien de

richter of de pensioeninstelling bijkomende

formatie wensen mee te delen aan de betrokkene, dient dit te gebeuren

een duidelijk onderscheiden gedeelte. § 8. Vanaf een datum bepaald door de Koning maar die zich

geen geval mag bevinden na 31 december 2010, moet de

formatie bedoeld

de paragrafen 1, 2, 3 en 5 door de pensioeninstelling of de

richter zelf,

dien deze laatste daar om vraagt, worden meegedeeld aan de aangeslotene die daar om vraagt. De Koning bepaalt de verdere modaliteiten voor het

dienen van de aanvraag, de ontvankelijkheid van de aanvraag en de wijze waarop en de termijn waarbinnen de

formatie ter beschikking wordt gesteld. Hij kan daarbij een onderscheid maken naargelang de wijze waarop de aanvraag is

gediend. Onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, is de pensioeninstelling of desgevallend de

richter ontslagen van de verplichting bedoeld

de paragrafen 1 tot en met 5 wanneer er gevolg is gegeven aan de aanvraag bedoeld

het eerste lid. § 9. De CBFA kan een gestandaardiseerde presentatiewijze bepalen die voor mededelingen bedoeld

dit artikel dient gebruikt te worden. § 10. De

richter of de pensioeninstelling kan voor een deel of het geheel van de pensioenregelingen die zij beheert, worden ontheven van de uitvoering van de verplichtingen opgelegd

dit artikel voor zover de vzw SIGeDIS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, zich er op grond van een overeenkomst met de

richter of de pensioeninstelling toe verbindt om de uitvoering van die verplichtingen over te nemen. ». Art. 51.De artikelen 26bis en 26ter van dezelfde wet worden opgeheven. HOOFDSTUK II. - Overdracht tussen pensioenstelsels Art. 52.

artikel 1, laatste lid, van de wet van 5 augustus 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten9 tot vaststelling van een zeker verband tussen de pensioenstelsels van de openbare sector en die van de privé-sector,

gevoegd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de woorden « van de werknemer » vervangen door de woorden « van de belanghebbende ». TITEL V. - Middenstand Enig HOOFDSTUK. - Wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende

voering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen,

geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen Art. 53.Artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende

voering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen,

geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, bekrachtigd door de wet van 13 juni 1997 en laatst gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten3, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 7.De

artikel 2, eerste lid, bedoelde personen die de voorwaarden van artikel 4, § 2, vervullen, kunnen gedurende ten hoogste twaalf maanden een uitkering verkrijgen. Naargelang de betrokkenen al dan niet minstens één persoon ten laste hebben

de zin van artikel 225, § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten2 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, bedraagt het maandelijks bedrag van de uitkering het maandelijks bedrag van het minimumpensioen van een zelfstandige die de voorwaarden, naargelang het geval, van ofwel artikel 9, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen vervult, ofwel van artikel 9, § 1, 2°, van hetzelfde besluit vervult. De

het eerste lid bedoelde periode van twaalf maanden vangt aan op de eerste dag van de maand die volgt op die van het vonnis van faillietverklaring. Wanneer de betrokkenen

de loop van deze periode een persoon ten laste krijgen of ophouden een persoon ten laste te hebben,

de zin van artikel 225, § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, van voormeld koninklijk besluit van 3 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten2 wordt de wijziging

het maandelijks bedrag uitgevoerd vanaf de maand die op die gebeurtenis volgt. ». Art. 54.Artikel 53 treedt

werking op 1 juli 2007 en is van toepassing voor de faillissementen die ten vroegste op 1 juli 2007 werden uitgesproken. TITEL VI. - Werk HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders Art. 55.Artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vervangen bij koninklijk besluit van 26 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002003136 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 50, 51, 51bis, 53quater, 53quinquies, 53sexies, 55 en 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003138 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

gevolge de nieuwe lokalisatiecriteria voor de gewestelijke belastingen zoals bepaald bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten type wet prom. 07/03/2002 pub. 19/03/2002 numac 2002003137 bron ministerie van financien Wet tot wijziging, wat de leden van de provincieraden betreft, van artikel 27, tweede lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 en, wat de leden van de bestendige deputaties betreft, van artikel 53, 17°, van hetzelfde Wetboek sluiten8, wordt vervangen als volgt : « Art. 30bis.§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder : 1° werken : de door de Koning bepaalde werkzaamheden;2° opdrachtgever : eenieder die de opdracht geeft om tegen een prijs werken uit te voeren of te laten uitvoeren;3° aannemer : - eenieder die er zich toe verbindt om tegen een prijs voor een opdrachtgever werken uit te voeren of te laten uitvoeren; - iedere onderaannemer ten overstaan van de na hem komende onderaannemers; 4° onderaannemer : eenieder die er zich toe verbindt, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks,

welk stadium ook, tegen een prijs het aan de aannemer toevertrouwde werk of een onderdeel ervan uit te voeren of te laten uitvoeren of daartoe werknemers ter beschikking te stellen;5° iemand die niet als aannemer is geregistreerd : de aannemer of onderaannemer die geen registratie als aannemer heeft gevraagd, noch verkregen of van wie de registratie als aannemer is geschrapt. § 2. De registratie als aannemer en de schrapping ervan worden verricht onder de voorwaarden,

de gevallen en volgens de modaliteiten die de Koning bepaalt. Daartoe richt de Koning commissies op waarvan Hij de opdracht, de samenstelling en de werking bepaalt. Bij gebrek aan een beslissing omtrent een aanvraag tot registratie binnen de door de Koning bepaalde termijn, is de aannemer die een aanvraag tot registratie bij de ad hoc Commissie heeft

gediend, automatisch geregistreerd. Bovendien richt de Koning een stuurgroep op waarvan Hij de samenstelling en de werking bepaalt. De stuurgroep heeft als opdracht de eenvormigheid van de door de commissies getroffen beslissingen te waarborgen, de goede werking van de secretariaten van de commissies te regelen en de commissies bij te staan

geval van verhaal tegen een beslissing. De commissies behouden niettemin het recht de adviezen van de stuurgroep die betrekking hebben op algemene beginselen, te toetsen aan de feitelijke omstandigheden van elk

dividueel dossier. Alvorens

functie te treden leggen de leden van de commissie of van de stuurgroep

de handen van de voorzitter de eed af hun opdracht

volle onpartijdigheid te vervullen en de beraadslagingen waaraan zij deelnemen geheim te houden. De beslissingen van de commissies zijn vanaf de kennisgeving aan de betrokkene bij een ter post aangetekend schrijven, uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beslissingen kan binnen twintig dagen na de

het vierde lid bedoelde kennisgeving een verhaal worden

gesteld. Dit verhaal wordt

gesteld voor de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig de algemene bevoegdheid welke aan deze rechtbank wordt toegekend door artikel 568 van het Gerechtelijk Wetboek. Alvorens dit verhaal wordt

gesteld, kan de betrokkene, binnen twintig dagen na de

het vierde lid bedoelde kennisgeving, bij een ter post aangetekend schrijven, aan de commissie vragen om te worden gehoord; hij kan zich op de zitting door een raadsman laten bijstaan of vertegenwoordigen. Wanneer de betrokkene of zijn raadsman niet verschijnt na bij een ter post aangetekend schrijven te zijn uitgenodigd om tijdens de zitting van de commissie zijn recht om te worden gehoord, uit te oefenen, wordt hij geacht aan dat recht te verzaken. De commissie bevestigt of herziet haar beslissing en de

het vijfde lid vermelde verhaaltermijn van twintig dagen gaat slechts

op de dag waarop de betrokkene kennis is gegeven van die bevestiging of herziening. De beslissingen van de commissies worden definitief

dien binnen de

het vijfde of zesde lid beoogde termijn, geen verhaal is

gesteld door de betrokkene of door of vanwege de door de Koning aangeduide ministers. De bepalingen van artikel 53bis van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op de berekening van die termijn. De beslissingen tot registratie en de beslissingen tot schrapping van de registratie, met uitzondering van de motivering van deze laatste, worden bekendgemaakt door de

voeging of de schrapping van de hoedanigheid van geregistreerd aannemer op de website van de Kruispuntbank van Ondernemingen. Het beschikkend gedeelte van de

kracht van gewijsde gegane uitspraken over het

het vijfde lid bedoelde verhaal wordt bovendien

het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Onverminderd het vierde lid hebben de beslissingen tot schrapping van de registratie als aannemer tegenover derden slechts uitwerking met

gang van de dag volgend op hun bekendmaking op de website van de Kruispuntbank van Ondernemingen. § 3. De opdrachtgever die voor de

§ 1

vermelde werken een beroep doet op een aannemer die sociale schulden heeft op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale schulden van zijn medecontractant. De aannemer die voor de

§ 1

vermelde werken een beroep doet op een onderaannemer die sociale schulden heeft op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale schulden van zijn medecontractant. De artikelen 1200 tot en met 1216 van het Burgerlijk Wetboek zijn toepasselijk op de

de vorige leden bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid. De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt beperkt tot de totale prijs van de werken toevertrouwd aan de aannemer of onderaannemer exclusief belasting over de toegevoegde waarde. De aannemer zonder personeel, die hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld bij toepassing van §§ 3 en 4, wordt gelijkgesteld met een werkgever schuldenaar en is als dusdanig aangegeven

de databank die voor het publiek toegankelijk is, bedoeld

§ 4

, zesde lid,

dien hij de geëiste bedragen niet vereffent binnen de dertig dagen na verzending van een aangetekende

gebrekestelling. De aannemer die bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid als werkgever zonder eigen sociale schulden is geïdentificeerd en die hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld bij toepassing van §§ 3 en 4, is aangegeven als schuldenaar

de databank die voor het publiek toegankelijk is, bedoeld

§ 4

, zesde lid,

dien hij de geëiste bedragen niet vereffent binnen de dertig dagen na verzending van een aangetekende

gebrekestelling. Men verstaat onder eigen sociale schulden, het geheel van de sommen die verschuldigd kunnen zijn aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid

zijn hoedanigheid van werkgever. De Koning stelt hiervan een lijst op. Als sociale schulden worden ook beschouwd de sommen die opgeëist worden

het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid

de situaties bedoeld

het vijfde en het zesde lid. De schulden waarvoor de schuldenaar bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of bij een Fonds voor bestaanszekerheid een afbetalingsplan heeft verkregen zonder gerechtelijke procedure of bij gerechtelijke beslissing die

kracht van gewijsde is getreden, en het bewijs levert dat hij de opgelegde termijnen strikt naleeft, worden niet

aanmerking genomen om te bepalen of er al dan niet schulden bestaan. De

deze paragraaf vermelde hoofdelijke aansprakelijkheid geldt ook voor de sociale schulden van de vennoten van een tijdelijke handelsvennootschap, een stille handelsvennootschap of een maatschap die optreedt als aannemer of onderaannemer. De

deze paragraaf vermelde hoofdelijke aansprakelijkheid is eveneens van toepassing op de sociale schulden van de aannemer of de onderaannemer die ontstaan

de loop van de uitvoering van de overeenkomst. De hier bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid

hoofde van de opdrachtgever of de aannemer wordt beperkt tot 65 pct. wanneer de

artikel 402, § 4, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid is toegepast

hoofde van dezelfde opdrachtgever of aannemer. § 4. De opdrachtgever die voor de

§ 1

vermelde werken een deel of het geheel van de prijs betaalt aan een aannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, is verplicht bij die betaling 35 pct. van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde,

te houden en te storten aan voormelde Rijksdienst, volgens de modaliteiten bepaald door de Koning. De aannemer die, voor de

§ 1

vermelde werken een deel of het geheel van de prijs betaalt aan een onderaannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, is verplicht bij die betaling 35 pct. van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde,

te houden en te storten aan voormelde Rijksdienst, volgens de modaliteiten bepaald door de Koning. De

deze paragraaf bedoelde

houdingen en stortingen worden

voorkomend geval beperkt tot het bedrag van de schulden van de aannemer of onderaannemer op het ogenblik van de betaling. Wanneer de

deze paragraaf bedoelde

houding en storting correct zijn uitgevoerd bij elke betaling van een deel of het geheel van de prijs aan een aannemer of onderaannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, wordt de

§ 3bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid niet toegepast.

Wanneer de

deze paragraaf bedoelde

houding en storting niet correct zijn uitgevoerd bij elke betaling van een deel of het geheel van de prijs aan een aannemer of onderaannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, worden bij de toepassing van de

§ 3

bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid de eventueel gestorte bedragen

mindering gebracht van het bedrag waarvoor de opdrachtgever of de aannemer aansprakelijk wordt gesteld. Wanneer de opdrachtgever of de aannemer vaststelt, met behulp van de voor het publiek toegankelijke gegevensbank die is opgericht door de Rijksdienst voor sociale zekerheid en die bewijskracht heeft voor de uitvoering van de §§ 3 en 4, dat hij

houdingen moet verrichten op de door zijn medecontractant voorgelegde facturen, en wanneer het bedrag van de factuur die hem is voorgelegd hoger is dan of gelijk aan 7 143,00 euro, nodigt hij zijn medecontractant uit om hem een attest over te leggen dat het bedrag van de schuld weergeeft als bijdrage, verhoging van bijdrage, burgerlijke sanctie, nalatigheidsinteresten en gerechtelijke kosten. Het bedoelde attest houdt rekening met de schuld op de dag waarop het is opgesteld. De Koning bepaalt de geldigheidstermijn van dit attest.

dien zijn medecontractant bevestigt dat de schulden hoger zijn dan de te verrichten

houdingen of wanneer hij het bedoelde attest niet binnen de maand na de aanvraag overlegt, houdt de opdrachtgever of de aannemer 35 pct. van het factuurbedrag

en stort het aan de voormelde Rijksdienst. De Koning kan het bedrag van 7 143 euro, bedoeld

het voorgaande lid, aanpassen. Wanneer de aannemer een niet

België gevestigde werkgever is, die geen sociale schulden

België heeft en waarvan alle werknemers

het bezit zijn van een geldig detacheringsbewijs, zijn de

houdingen, bedoeld

deze paragraaf, niet van toepassing op de aan hem verschuldigde betaling. De Koning bepaalt de

houd en de voorwaarden en modaliteiten

zake toezending van de

lichtingen die de personen, bedoeld

deze paragraaf, moeten verstrekken aan voormelde Rijksdienst. De Koning bepaalt de nadere regelen volgens welke de voormelde Rijksdienst de

toepassing van het eerste en tweede lid gestorte bedragen verdeelt, ter betaling aan de Rijksdienst of aan een Fonds voor bestaanszekerheid

de zin van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten7 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid, van de bijdragen, de bijdrageopslagen, de burgerlijke sanctie, de verwijlintresten en de gerechtskosten die

welk stadium ook door de medecontractant verschuldigd zijn. De Koning bepaalt binnen welke termijn dit bedrag kan worden aangerekend, alsook de modaliteiten van terugbetaling of aanwending van het eventueel saldo. De Koning bepaalt binnen welke termijn de medecontractant het gestorte bedrag recupereert

de mate dat de stortingen het bedrag van de schulden overschrijden. § 5. Onverminderd de toepassing van de sancties voorzien

artikel 35, eerste lid, 3, is de opdrachtgever die de

§ 4

, eerste lid, bedoelde storting niet verricht heeft, benevens de betaling van het te storten bedrag, aan de voormelde Rijksdienst bovendien een bijslag verschuldigd gelijk aan het te betalen bedrag. Onverminderd de toepassing van de sancties voorzien

artikel 35, eerste lid, 3, is de aannemer die de

§ 4

, tweede lid, bedoelde storting niet verricht heeft, benevens de betaling van het te storten bedrag, aan de voormelde Rijksdienst bovendien een bijslag verschuldigd gelijk aan het te betalen bedrag. De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden de bijslag kan worden verminderd. § 6. De vennoten van een tijdelijke handelsvennootschap, een stille handelsvennootschap of een maatschap zijn onderling hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sommen die

uitvoering van dit artikel door de tijdelijke handelsvennootschap, de stille handelsvennootschap of de maatschap verschuldigd zijn. § 7. Alvorens de werken aan te vatten, moet de aannemer, op wie de opdrachtgever beroep heeft gedaan, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten, aan voormelde Rijksdienst alle juiste

lichtingen verstrekken die nodig zijn om de aard en de belangrijkheid van de werken te ramen en er de opdrachtgever en,

voorkomend geval,

welk stadium ook, de onderaannemers van te identificeren.

dien tijdens de uitvoering van de werken andere onderaannemers tussenkomen, moet deze aannemer voorafgaandelijk de voormelde Rijksdienst hiervan verwittigen. Daartoe moet iedere onderaannemer die op zijn beurt een beroep doet op een andere onderaannemer, voorafgaandelijk de aannemer daarvan schriftelijk

kennis stellen en hem alle juiste

lichtingen verstrekken, zoals bepaald door de Koning, die nodig zijn om de voormelde Rijksdienst

te lichten. De aannemer licht de voormelde Rijksdienst

over de begin- en einddatum van de werken en over de begin- en einddatum van de werken die uitgevoerd worden door de onderaannemers. De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder einddatum van de werken en begin en einddatum van de werken uitgevoerd door de onderaannemer. Op dezelfde wijze, wanneer de aan de voormelde Rijksdienst gemelde tussenkomst van een onderaannemer wordt afgezegd, licht de aannemer de voormelde Rijksdienst hiervan

binnen de vijftien dagen na de aanvankelijk voorziene begindatum. Voor de toepassing van deze paragraaf, wordt met de aannemer gelijkgesteld, eenieder die de

§ 1

, 1°, bedoelde werken zelf uitvoert of laat uitvoeren voor eigen rekening om daarna het onroerend goed geheel of gedeeltelijk te vervreemden. De voormelde Rijksdienst stelt een elektronische kopie van de ontvangen meldingen ter beschikking van de bevoegde diensten van de Federale overheidsdienst Financiën. Deze meldingen worden ter beschikking gesteld van de

spectiediensten, bedoeld

artikel 1 van de wet van 16 november 1972Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten7 betreffende de arbeidsinspectie, die er om vragen. § 8. De aannemer of diegene die met hem wordt gelijkgesteld, die zich niet schikt naar de verplichtingen van § 7, eerste lid, is aan voormelde Rijksdienst een som verschuldigd gelijk aan 5 pct. van het totaal bedrag van de werken, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die niet aan de Rijksdienst werden gemeld. De som die bij de aannemer gevorderd wordt, wordt verminderd met het bedrag dat daadwerkelijk werd betaald aan de Rijksdienst door de onderaannemer met toepassing van de bepaling van het hierna volgende lid. De onderaannemer die zich niet schikt naar de bepalingen van § 7, tweede lid, is aan de Rijksdienst een som verschuldigd gelijk aan 5 pct. van het totaal bedrag van de werken, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die hij heeft toevertrouwd aan zijn onderaannemer of aan zijn onderaannemers. De aannemer die zich niet schikt naar de bepalingen van § 7, derde en vierde lid, is aan de Rijksdienst een forfaitaire vergoeding verschuldigd van 150,00 euro per onjuist aangegeven

lichting. § 9. De Koning kan de toepassing van de §§ 7 en 8 beperken tot de werken waarvan het totaal bedrag hoger is dan een door Hem te bepalen bedrag en waarvoor geen beroep is gedaan op een onderaannemer. De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden de som die verschuldigd is

gevolge § 8 kan worden verminderd of vrijgesteld. § 10. Dit artikel is niet van toepassing op de opdrachtgever-natuurlijke persoon die de

§ 1vermelde werken uitsluitend voor privé-doeleinden laat uitvoeren.

§ 11. Dit artikel blijft van toepassing

geval van faillissement of elke andere samenloop van schuldeisers alsook bij cessie, beslag onder derden,

pandgeving,

betalinggeving of

artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde rechtstreekse vordering. ». Art. 56.Dit hoofdstuk treedt

werking op 1 januari 2008. De Koning bepaalt de vereiste overgangsmaatregelen wanneer de betrokken overheidsdiensten tegen die datum nog niet kunnen beschikken over de passende

formaticatoepassingen die nodig zijn voor de correcte uitvoering van dit hoofdstuk. HOOFDSTUK II. - Afwezigheid van het werk met het oog op het verstrekken van pleegzorgen Art. 57.

de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten1 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt een artikel 30quater

gevoegd, luidende : « Art. 30quater.§ 1. De werknemer die is aangesteld als pleegouder door de rechtbank, door een door de gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, door de diensten van l'Aide à la Jeunesse of door het Comité Bijzondere Jeugdbijstand heeft het recht om van het werk afwezig te zijn voor de vervulling van verplichtingen en opdrachten of om het hoofd te bieden aan situaties die voortvloeien uit de plaatsing

zijn gezin van één of meerdere personen die

het kader van die pleegzorg aan hem zijn toevertrouwd. De duur van de afwezigheid mag 5 dagen per jaar niet overschrijden.

dien het pleeggezin bestaat uit twee werknemers, die beiden zijn aangesteld als pleegouder, dienen deze dagen onder hen te worden verdeeld. § 2. Onverminderd gunstiger regelingen kan de Koning, na advies van de Nationale Arbeidsraad, op algemene wijze, het aantal dagen, bedoeld

§ 1, verhogen.

Vanaf 1 januari 2008 verhoogt de Koning, na advies van de Nationale Arbeidsraad, het aantal dagen, bedoeld

§ 1, tot maximum 10 per kalenderjaar en per gezin.

De Koning bepaalt tevens, na advies van de Nationale Arbeidsraad, wat moet worden begrepen onder pleegouder en pleeggezin en stelt de nadere regelen vast voor de uitoefening van het recht op afwezigheid van het werk,

zonderheid de soort plaatsing, de soort verplichtingen, opdrachten en situaties die voortvloeien uit de plaatsing

zijn gezin en de wijze en het tijdstip waarop de werkgever moet verwittigd worden. De Koning kan eveneens het

§ 1

bedoelde aantal dagen aanpassen ten aanzien van sommige categorieën van werknemers. ». Art. 58.

artikel 7, § 1, derde lid, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt een punt

  1. zb)toegevoegd, luidende : «
  2. zb)de uitbetaling verzekeren van de uitkeringen toegekend met het oog op het verstrekken van pleegzorgen bedoeld bij Titel VI, Hoofdstuk II, van de programmawet van 27 april 2007 ». Art. 59.Een uitkering wordt toegekend aan de werknemer die gebruik maakt van het recht erkend door dit hoofdstuk. De Koning bepaalt het bedrag van de uitkering alsmede de nadere voorwaarden en regelen tot toekenning van deze uitkering. Art. 60.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren toezicht op de naleving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan. Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten7 betreffende de arbeidsinspectie. De artikelen 27 tot 32 van titel II van hoofdstuk III van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, zijn eveneens van toepassing op dit hoofdstuk en haar uitvoeringsbesluiten. Art. 61.Na advies van de Nationale Arbeidsraad, neemt de Koning de nodige maatregelen met het oog op de aanpassing van de sociale zekerheidswetgeving ten behoeve van de werknemers die gebruik maken van het recht erkend door dit hoofdstuk. Art. 62.Dit hoofdstuk treedt

werking de dag waarop deze wet

het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOFDSTUK III. - Start- en stagebonus Art. 63.

2007 wordt een bedrag, bepaald bij de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad,

gehouden op de beschikbare middelen bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid - Globaal beheer en toegekend als bijzondere vergoeding aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening voor de financiering van de start- en stagebonussen, met toepassing van artikel 7, § 1, derde lid, w, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten5 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. HOOFDSTUK IV. - Financiering RVA

het kader van de moederschapshulp ten gunste van zelfstandige vrouwen onder de vorm van dienstencheques Art. 64.

artikel 66, § 3sexies, van de wet van 2 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen,

gevoegd bij de wet van 23 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « Het bedrag van 1 500 duizend euro wordt vervangen door 2 100 duizend euro vanaf 1 januari 2007 en door 2 530 duizend euro vanaf 1 januari 2008.»; 2° de paragraaf wordt aangevuld met het volgende lid : « De Koning kan, bij een

Ministerraad overlegd besluit, het bedrag bedoeld

het vorige lid verhogen, ten einde een volledige financiering van de kostprijs ten laste van de RVA van de dienstencheques toegekend aan zelfstandige vrouwen

het kader van de hulp bij moederschap, te verzekeren.». HOOFDSTUK V. - Wijziging van de wet van 5 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002012455 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot

voering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die

België werknemers ter beschikking stellen sluiten tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot

voering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die

België werknemers ter beschikking stellen Art. 65.Artikel 8 van de wet van 5 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002012455 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot

voering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die

België werknemers ter beschikking stellen sluiten tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot

voering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die

België werknemers ter beschikking stellen, vervangen bij de programmawet (I) van 27 december 2006, wordt aangevuld met het volgende lid : «

afwijking op het eerste en tweede lid, kan de Koning bepalen dat specifieke modaliteiten

zake de publiciteit met betrekking tot het werkrooster zullen van toepassing zijn

dien de gegevens met betrekking tot het werkrooster, zoals aangegeven

de melding geviseerd bij artikel 139 van de programmawet (I) van 27 december 2006, niet meer overstemmen met het echte werkrooster van de gedetacheerde werknemers. ». TITEL VII. - Financiën HOOFDSTUK I. - Maatregelen

zake fraudebestrijding en betere

ning van de belastingen Afdeling 1. - Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 Art. 66.Artikel 393 van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : « Het kohier is uitvoerbaar tegen de personen die er niet zijn

opgenomen

de mate zij gehouden zijn tot de betaling van de belastingschuld op grond van het gemeen recht of op grond van de bepalingen van dit Wetboek. ». Art. 67.Artikel 413bis, § 4, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « § 4. Onverminderd artikel 410, derde lid, kan de directeur der belastingen geen onbeperkt uitstel van de

vordering verlenen voor betwiste belastingen of voor belastingen waarvoor nog een bezwaar of een vordering

rechte kan worden

gediend, noch voor belastingen of aanvullende belastingen gevestigd ten gevolge van de vaststelling van een fiscale fraude, noch

geval van samenloop van schuldeisers. » Art. 68.

artikel 423, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « en roerende voorheffing »

gevoegd tussen de woorden « bedrijfsvoorheffing » en de woorden « dezelfde rang ». Art. 69.

artikel 435 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

wordt het eerste lid vervangen als volgt : « § 1.Wanneer de

artikel 433 bedoelde akte verleden is, geldt de

artikel 434 bedoelde kennisgeving als beslag onder derden

handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige en geldt als verzet tegen de prijs

de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek

de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen. »; 2°

§ 1

wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid

gevoegd : « Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de

artikel 433 bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de ontvangers der directe belastingen te storten tot beloop van het bedrag van de belastingen en bijbehoren die hem ter uitvoering van artikel 434 ter kennis werden gebracht en

zoverre deze belastingen en bijbehoren een zekere en vaststaande schuld

de zin van artikel 410 vormen.»; 3°

§ 2

worden de woorden « tweede lid », vervangen door de woorden « derde lid »;4°

§ 3

, eerste lid, worden de woorden « derde lid », vervangen door de woorden « vierde lid »;5°

§ 3

, tweede lid, worden de woorden « tweede lid », vervangen door de woorden « derde lid ». Afdeling 2. - Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 70.

het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een artikel 84quinquies

gevoegd, luidende : « Art. 84quinquies.§ 1. Op verzoek van elke belastingschuldige, natuurlijke persoon, die niet meer de hoedanigheid van belastingplichtige van de belasting over de toegevoegde waarde heeft, of van zijn echtgenoot op wiens goederen de belasting over de toegevoegde waarde wordt

gevorderd kan de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde onbeperkt uitstel van de

vordering verlenen van de door de belastingschuldige verschuldigde belastingschuld, bestaande uit de belasting, de

tresten, de belastingboeten. De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde stelt de voorwaarden waaronder hij, geheel of gedeeltelijk, onbeperkt uitstel van de

vordering verleent van een of meerdere belastingschulden. Hij verbindt zijn beslissing aan de voorwaarde dat de verzoeker onmiddellijk of gespreid een betaling doet van een som die bestemd is om te worden aangewend op de verschuldigde belastingen en waarvan het bedrag door hem wordt bepaald. Het onbeperkt uitstel van de

vordering van de belastingschuld zal slechts uitwerking hebben na de betaling van de

het tweede lid vermelde som. § 2. Het verzoek tot onbeperkt uitstel van de

vordering van de belastingschuld is enkel ontvankelijk voor zover : 1° de verzoeker, die niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, zich

een toestand bevindt waarin hij niet

staat is om, op duurzame wijze, zijn opeisbare schulden te betalen;2° de belastingplichtige geen beslissing tot onbeperkt uitstel van de

vordering van de belastingschuld heeft verkregen binnen de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. § 3. Het onbeperkt uitstel van de

vordering van de belastingschuld kan eveneens ambtshalve worden verleend aan de belastingschuldige, onder de voorwaarden bedoeld

de §§ 1 en 2, op voorstel van de ambtenaar belast met de

vordering. § 4. De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde kan geen onbeperkt uitstel verlenen van de

vordering van de belastingschuld die het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk geschil, noch van de belastingen of de belastingboeten gevestigd ten gevolge van de vaststelling van een fiscale fraude of

geval van samenloop van schuldeisers. ». Art. 71.

hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84sexies

gevoegd, luidende : « Art. 84sexies.§

  1. Het verzoek tot uitstel moet worden gemotiveerd en moet bewijskrachtige elementen bevatten met betrekking tot de toestand van de verzoeker. §
  2. Het wordt bij ter post aangetekende brief

gediend bij de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde

wiens ambtsgebied de belastingschuldige zijn woonplaats heeft. § 3. Er wordt hiervan een ontvangstbewijs uitgereikt aan de verzoeker met vermelding van de datum van ontvangst van het verzoek. ». Art. 72.

hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84septies

gevoegd, luidende : « Art. 84septies.De behandeling van het verzoek tot onbeperkt uitstel van de

vordering wordt toevertrouwd aan de ambtenaar belast met de

vordering. Teneinde de behandeling van het verzoek te verzekeren, beschikt deze ambtenaar over de onderzoeksbevoegdheden zoals bedoeld

artikel 63bis.

het kader van deze behandeling, kan hij met name van de kredietinstellingen, die onderworpen zijn aan de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, alle hen gekende

lichtingen eisen die nuttig kunnen zijn teneinde de vermogenssituatie van de verzoeker te bepalen. ». Art. 73.

hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84octies

gevoegd, luidende : « Art. 84octies.§

  1. De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing binnen de zes maanden na ontvangst van het verzoek. Zijn beslissing wordt ter kennis gebracht van de verzoeker bij ter post aangetekende brief. §
  2. Ze kan, binnen de maand van de kennisgeving, het voorwerp uitmaken van een beroep bij een commissie samengesteld uit ten minste twee en ten hoogste vier gewestelijke directeurs van de belasting over de toegevoegde waarde aangewezen door de minister die de Financiën onder zijn bevoegdheden heeft, onder het voorzitterschap van de ambtenaar die de leiding heeft over de diensten belast met de

vordering van de belasting over de toegevoegde waarde, of zijn afgevaardigde. Er wordt een ontvangstbewijs van uitgereikt aan de eiser met vermelding van de datum van ontvangst van het beroep. De commissie doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing binnen de drie maanden na ontvangst van het beroep. De beslissing van de commissie is niet vatbaar voor beroep. Ze wordt ter kennis gebracht van de eiser per aangetekende brief. ». Art. 74.

hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84nonies

gevoegd, luidende : « Art. 84nonies.- De

diening van het verzoek of van het voorstel tot onbeperkt uitstel van de

vordering van de belastingschuld schorst alle middelen van tenuitvoerlegging tot op de dag dat de beslissing van de directeur definitief is geworden of,

het geval van beroep, tot op de dag van de kennisgeving van de beslissing van de commissie bedoeld

artikel 84octies. De reeds gelegde beslagen behouden echter hun bewarende werking. Het

dienen van het verzoek of van het voorstel tot onbeperkt uitstel van de

vordering van de belastingschuld doet echter geen afbreuk aan andere maatregelen welke ertoe strekken de

vordering te waarborgen, noch aan de betekening of de kennisgeving van het dwangbevel bedoeld

artikel 85 teneinde de verjaring te stuiten. ». Art. 75.

hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84decies

gevoegd, luidende : « Art. 84decies.De belastingschuldige verliest het voordeel van het onbeperkt uitstel van de

vordering van de belastingschuld wanneer hetzij : 1° hij onjuiste

formatie heeft verstrekt teneinde het voordeel van het onbeperkt uitstel van de

vordering te verkrijgen;2° hij de door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde

zijn beslissing vastgestelde voorwaarden niet eerbiedigt;3° hij onrechtmatig zijn passief heeft verhoogd of zijn actief heeft verminderd;4° hij zijn onvermogen heeft bewerkt.». Art. 76.

hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84undecies

gevoegd, luidende : « Art. 84undecies . De Koning bepaalt de toepassingsvoorwaarden voor de artikelen 84quinquies tot 84decies. Hij kan met name de objectieve voorwaarden bepalen voor het vaststellen van de som die moet worden betaald door de verzoeker, zoals bedoeld

artikel 84quinquies, § 1. ». Art. 77.

artikel 93quinquies van hetzelfde Wetboek, vervangen door artikel 7 van het koninklijk besluit van 25 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, eerste lid, wordt vervangen door het volgende lid : « § 1.Wanneer de

artikel 93ter bedoelde akte verleden is, geldt de

artikel 93quater bedoelde kennisgeving als beslag onder derden

handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige en geldt als verzet tegen de prijs

de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek

de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen, voorzover de

artikel 85, § 1, voorgeschreven kennisgeving werd verricht. »; 2°

§ 1

wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid

gevoegd : « Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de

artikel 93ter bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de krachtens artikel 93ter aangewezen ambtenaar te storten tot beloop van het bedrag van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren die hem ter uitvoering van artikel 93ter ter kennis werden gebracht en

zoverre deze belasting en bijbehoren aanleiding hebben gegeven tot een dwangbevel als bedoeld

artikel 85 waarvan de tenuitvoerlegging niet werd gestuit door een bij artikel 89 bedoelde vordering

rechte.»; 3°

§ 2

worden de woorden « tweede lid », vervangen door de woorden « derde lid »;4°

§ 3

, eerste lid, worden de woorden « derde lid », vervangen door de woorden « vierde lid »;5°

§ 3

, tweede lid, worden de woorden « tweede lid », vervangen door de woorden « derde lid ». HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 Afdeling

  1. - Personenbelasting Onderafdeling
  2. - Belastingvermindering voor de uitgaven voor energiebesparende maatregelen Art. 78.Artikel 14524, vierde lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992,

gevoegd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 01/09/2001 numac 2001022579 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen

zake gezondheidszorg sluiten en gewijzigd bij de programmawet van 5 augustus 2003, bij de wet van 31 juli 2004, bij de programmawetten van 27 december 2005 en 27 december 2006, wordt aangevuld als volgt : « Dit bedrag wordt echter verhoogd met 600 EUR voorzover deze verhoging uitsluitend betrekking heeft op de uitgaven als bedoeld

het eerste lid, 2° of 3°. ». Art. 79.Artikel 14528 van hetzelfde Wetboek,

gevoegd bij de wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten1 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten4, wordt opgeheven. Art. 80.Artikel 78 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2008. Artikel 79 is van toepassing

geval van verwerving van een personenauto, een auto voor dubbel gebruik of een minibus vanaf 1 juli 2007. Onderafdeling 2. - Belastbare

komsten Art. 81.

artikel 26, eerste lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, vervangen door de wet van 28 juli 1992, worden de woorden « onder voorbehoud » vervangen door de woorden « onverminderd de toepassing van artikel 49 en onder voorbehoud ». Art. 82.Artikel 81 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2008. Afdeling 2. - Vennootschapsbelasting Onderafdeling 1. - Bedrijfswagen Art. 83.

titel III, hoofdstuk II, afdeling II, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, wordt een artikel 185ter

gevoegd, luidende : « Art. 185ter.

afwijking van artikel 24, derde lid, worden meerwaarden op

artikel 65 vermelde voertuigen, andere dan die vermeld

artikel 66, § 2, slechts tot het overeenkomstig artikel 198bis, 2°, bepaalde tarief

aanmerking genomen. Gedurende de periode vanaf 1 april 2007 tot en met 31 maart 2008 is het eerste lid slechts van toepassing op de vaste activa aangeschaft of vervaardigd gedurende deze periode. ». Art. 84.

titel III, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 198bis

gevoegd, luidende : « Art. 198bis.- Het

artikel 66, § 1, vermelde percentage, wordt : 1° wat het tarief van aftrekbaarheid betreft, naargelang het geval, gebracht op of verminderd tot : a) voor de voertuigen met een dieselmotor : - 90 pct.

dien ze een uitstoot hebben van minder dan 105 gram CO2 per kilometer; - 80 pct.

dien ze een uitstoot hebben van 105 gram CO2 per kilometer tot maximaal 115 gram CO2 per kilometer; - 75 pct.

dien ze een uitstoot hebben van meer dan 115 gram CO2 per kilometer tot maximaal 145 gram CO2 per kilometer; - 70 pct.

dien ze een uitstoot hebben van meer dan 145 gram CO2 per kilometer tot maximaal 175 gram CO2 per kilometer; - 60 pct.

dien ze een uitstoot hebben van meer dan 175 gram CO2 per kilometer; b) voor de voertuigen met een benzinemotor : - 90 pct.

dien ze een uitstoot hebben van minder dan 120 gram CO2 per kilometer; - 80 pct.

dien ze een uitstoot hebben van 120 gram CO2 per kilometer tot maximaal 130 gram CO2 per kilometer; - 75 pct.

dien ze een uitstoot hebben van meer dan 130 gram CO2 per kilometer tot maximaal 160 gram CO2 per kilometer; - 70 pct.

dien ze een uitstoot hebben van meer dan 160 gram CO2 per kilometer tot maximaal 190 gram CO2 per kilometer; - 60 pct.

dien ze een uitstoot hebben van meer dan 190 gram CO2 per kilometer; 2° wat het

aanmerking te nemen tarief voor de minderwaarden betreft, bepaald op het percentage dat gelijk is aan het percentage dat de som van de vóór de verkoop fiscaal aangenomen afschrijvingen vertegenwoordigt

de som van de geboekte afschrijvingen voor de overeenstemmende belastbare tijdperken. Gedurende de periode vanaf 1 april 2007 tot en met 31 maart 2008 is het eerste lid slechts van toepassing op de vaste activa aangeschaft of vervaardigd gedurende deze periode. ». Art. 85.De artikelen 83 en 84 hebben uitwerking met

gang van 1 april

  1. Onderafdeling
  2. - Belastingaftrek voor octrooi-

komsten Art. 86.

titel III, hoofdstuk II, afdeling IV, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, waarvan de onderafdeling IIIbis de onderafdeling IIIter wordt, wordt na artikel 205 een onderafdeling IIIbis

gevoegd waarvan het opschrift luidt als volgt : « Onderafdeling IIIbis. - Aftrek voor octrooi-

komsten. ». Art. 87.

titel III, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling IIIbis, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 2051

gevoegd, luidende : « Art. 2051.- De winst van het belastbare tijdperk wordt verminderd met 80 pct. van de overeenkomstig de artikelen 2052 tot 2054 bepaalde octrooi-

komsten. Deze vermindering wordt « aftrek voor octrooi-

komsten » genoemd. ». Art. 88.

titel III, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling IIIbis, van hetzelfde Wetboek, wordt een arti

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.