Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming

Kort samengevat

Dit decreet regelt de Vlaamse sociale bescherming, met uitzondering van enkele specifieke artikelen die gewest- of gemeenschapsaangelegenheden betreffen. Het is van toepassing onder voorbehoud van het Unierecht en internationale verdragen.

Wat het regelt

  • De Vlaamse sociale bescherming en de verschillende onderdelen daarvan.
  • De aansluiting bij een zorgkas, al dan niet met premiebetaling.
  • De definities van diverse termen die binnen de Vlaamse sociale bescherming gebruikt worden, zoals 'persoonsvolgend budget', 'mobiliteitshulpmiddelen' en 'zorgbehoefte'.
  • De toepassing van rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg.

Wie het aanbelangt

  • Natuurlijke personen die een beroep doen of kunnen doen op de Vlaamse sociale bescherming (gebruikers).
  • Zorgkassen, zorgvoorzieningen, zorgverleners en verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen.

Kernpunten

  • Het decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid, met uitzondering van artikel 157, artikel 161 (gewestaangelegenheid) en artikel 176 (gemeenschaps- en gewestaangelegenheid).
  • De Vlaamse sociale bescherming omvat verschillende "pijlers" en kan bestaan uit een zorgbudget, een zorgticket of een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen.
  • Een "gebruikersbijdrage" is een financiële bijdrage in de zorgkosten of een responsabiliseringsbijdrage voor een mobiliteitshulpmiddel.
  • "Mobiliteitshulpmiddelen" zijn toestellen zoals rolstoelen, loophulpmiddelen en orthopedische driewielfietsen, bedoeld om de bewegingsfunctie te ondersteunen.
Wettekst
Wettekst

18 MEI 2018. - Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming

(1)Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet houdende de Vlaamse sociale bescherming Deel
  1. - Gemeenschappelijke basisbepalingen TITEL
  2. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid, met uitzondering van artikel 157 en artikel 161, die een gewestaangelegenheid betreffen, en artikel 176, dat een gemeenschaps- en een gewestaangelegenheid betreft. Dit decreet is van toepassing onder voorbehoud van de bepalingen van het Unierecht en van internationale verdragen en protocollen. TITEL
  3. - Definities Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder: 1° administratief aansluiten: de aansluiting zonder premiebetaling bij een zorgkas, door personen op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is of die zich niet vrijwillig hebben aangesloten bij een zorgkas, maar die wel een beroep doen op zorg deel uitmakend van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, 4° tot en met 9° ;2° agentschap: het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9;3° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);4° basisondersteuningsbudget: een bedrag als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)sluiten2 houdende de persoonsvolgende financiering;5° BelRAI: verzamelterm voor wetenschappelijk onderbouwde beoordelingsinstrumenten, gebaseerd op het internationale interRAI-instrumentarium.Het gaat om gevalideerde beoordelingsinstrumenten om de gezondheids- en welzijnssituatie van gebruikers op een gestandaardiseerde en gestructureerde manier in beeld te brengen met als doel een hoogkwalitatieve zorgplanning en kwaliteitsmonitoring te realiseren; 6° bijdrage voor woon- en leefkosten: de vergoeding voor diensten en goederen, verricht of geleverd door de zorgvoorziening, die niet worden vergoed door het zorgticket noch door de gebruikersbijdrage;7° buitengewone zorg: de zorg in het kader van revalidatie of geestelijke gezondheidszorg, al dan niet verleend buiten het Nederlandse taalgebied of buiten de door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorzieningen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, waarvoor, in het concrete geval, in geen tegemoetkoming is voorzien krachtens de reglementaire bepalingen van de Belgische verzekering voor geneeskundige verzorging, krachtens de bepalingen van dit decreet, met uitzondering van artikel 55 of krachtens de wettelijke bepalingen van een buitenlandse regeling voor verplichte verzekering;8° decreet houdende de persoonsvolgende financiering: het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)sluiten2 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;9° erkende zorgkas: een zorgkas, opgericht door een instantie als vermeld in artikel 18, die erkend is krachtens artikel 19;10° Expertencommissie: de Expertencommissie gespecialiseerde zorg, vermeld in artikel 39;11° gebruiker: iedere natuurlijke persoon die een beroep doet of kan doen op de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4;12° gebruikersbijdrage: een financiële bijdrage in de zorgkosten ten laste van de gebruiker die een beroep doet op zorg of een responsabiliseringsbijdrage voor een mobiliteitshulpmiddel;13° gezondheidsbeleid: het beleid met betrekking tot het geheel van de aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is;14° ICF: International Classification of Functioning, Disability and Health;het betreft een begrippenkader, ontwikkeld door de Wereldgezondheidsorganisatie, waarmee het mogelijk is om het functioneren van mensen en eventuele problemen die mensen tijdens het functioneren ondervinden, te beschrijven; 15° ICT: de informatie- en communicatietechnologie;16° indicatiesteller: een organisatie, zorgvoorziening of zorgverlener, die overeenkomstig de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden en procedures, erkend is om indicatiestellingen toe te passen;17° indicatiestelling: de evaluatie van de zorgbehoefte van de gebruiker om de zorgdoelstellingen of financiering te bepalen of, wat de mobiliteitshulpmiddelen betreft, om de beperking van de mobiliteit van de gebruiker vast te stellen zodat passende mobiliteitshulpmiddelen en financiering bepaald kunnen worden;18° kaderdecreet: het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003;19° mantelzorger: de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven;20° mobiliteitshulpmiddelen: de hulpmiddelen die bedoeld zijn om de bewegingsfunctie te ondersteunen, namelijk rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, stasystemen, zitkussens ter preventie van doorzitwonden, modulair aanpasbare systemen ter ondersteuning van de zithouding en onderstellen en de aanpassingen ervan.Een rolstoel, loophulpmiddel of orthopedische driewielfiets zijn speciaal ontworpen toestellen om personen te helpen zich binnenshuis en buitenshuis te verplaatsen; 21° niet-medische hulp- en dienstverlening: de hulp en bijstand die derden verlenen aan een persoon met een verminderde zelfredzaamheid in residentieel, semiresidentieel of ambulant verband;22° Patiëntenrichtlijn: richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg;23° persoonsvolgend budget: het geheel van tegemoetkomingen, vermeld in artikel 58, dat bestaat uit een zorgbudget dat cash wordt uitbetaald, een zorgticket dat via een trekkingsrecht wordt toegekend of een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen;24° pijler van de Vlaamse sociale bescherming: een van de verschillende onderdelen van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4;25° revalidatie: de behandeling, de diagnostiek of de ondersteuning die verleend wordt in een revalidatieziekenhuis of in een revalidatievoorziening, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is conform artikel 128, § 1, van de Grondwet;26° revalidatievoorziening: zorgvoorziening, andere dan een revalidatieziekenhuis, die revalidatie aanbiedt, vermeld in punt 25° ;27° revalidatieziekenhuis: een zorgvoorziening voor gezondheidszorg waarin passende zorg aangeboden wordt aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen;28° rolstoel: een manuele rolstoel, een elektronische rolstoel, een elektronische scooter, een manuele kinderrolstoel of een elektronische kinderrolstoel;29° stasysteem: een stasysteem is een toestel dat personen met een ernstige of volledige beperking van de stafunctie toelaat rechtop te staan;30° tegemoetkoming: een zorgbudget als vermeld in deel 2, titel 2, een zorgticket als vermeld in deel 2, titel 3, of tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen als vermeld in deel 2, titel 4;31° toezichthoudende autoriteit: de toezichthoudende autoriteit als vermeld in artikel 4, 21), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);32° trekkingsrecht: het recht op een persoonsvolgend budget dat verloopt via een rechtstreekse betaling door de zorgkas aan de erkende zorgvoorziening of verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen die zorg verleent aan de gebruiker;33° VAPH: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten6 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;34° verminderde zelfredzaamheid: een beperking van de mogelijkheden tot zelfzorg;35° verordening (EG) nr.883/2004: de verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels; 36° verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen: een persoon die gemachtigd is om mobiliteitshulpmiddelen te verkopen of te verhuren conform artikel 122, met behoud van de erkenningsplicht op grond van artikel 72 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;37° vertegenwoordiger van de gebruiker: de vertegenwoordiger, vermeld in artikel 23, § 2;38° Vlaamse Zorgkas: de vzw Vlaamse Zorgkas opgericht door het Vlaams Zorgfonds;39° welzijnsbeleid: het beleid inzake de bijstand aan personen met betrekking tot het geheel van aangelegenheden, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, met uitzondering van het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen, vermeld in artikel 5, § 1, II, 3°, van de voormelde bijzondere wet;40° wonen: ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, of ingeschreven zijn in het wachtregister voor personen die jonger zijn dan achttien jaar;41° Woonzorgdecreet: Woonzorg decreet van 13 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten8, gewijzigd bij de decreten van 18 november 2011, 21 juni 2013, 15 juli 2016, 22 december 2016 en 20 januari 2017;42° zelfzorg: de beslissingen en de acties die een natuurlijke persoon in het dagelijkse leven uitvoert om te voldoen aan zijn basisbehoeften, en de bijbehorende activiteiten.Die activiteiten kunnen onder meer betrekking hebben op de uitvoering van huishoudelijke activiteiten, het leggen van sociale contacten en de mogelijkheid om zich te ontplooien en zich te oriënteren in tijd en ruimte; 43° Ziekteverzekeringswet: de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;44° zorg: alle vormen van zorg en ondersteuning gefinancierd in uitvoering van dit decreet, inclusief revalidatie;45° zorgbehoefte: de behoefte van een gebruiker aan zorg, objectief vastgesteld aan de hand van een indicatiestelling;46° zorgbudget: een vrij besteedbare tegemoetkoming, die door de zorgkas cash wordt uitbetaald aan de cliënt, voor kosten die gepaard gaan met zorgbehoevendheid, toegekend met toepassing van deel 2, titel 2, van dit decreet;47° zorgkas: een erkende zorgkas of de Vlaamse Zorgkas;48° Zorgkassencommissie: de Zorgkassencommissie, vermeld in artikel 33;49° zorgticket: de tussenkomst in de kost van zorg, waarvan de omvang wordt bepaald op basis van de zorgbehoefte van de gebruiker, onder meer vastgesteld aan de hand van BelRAI en uitbetaald door de zorgkas onder de vorm van een trekkingsrecht;50° zorgverlener: elke natuurlijke persoon die op een beroepsmatige wijze zorg verleent in het kader van dit decreet;51° Zorgverzekeringsdecreet: het decreet van 30 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten4 houdende de organisatie van de zorgverzekering;52° zorgvoorziening: een verzorgingsinstelling of elke andere organisatie, erkend door de Vlaamse Gemeenschap, die in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid instaat voor de organisatie of uitvoering van zorg;53° zorgvorm: de wijze waarop de niet-medische hulp- en dienstverlening wordt verstrekt;door of een residentiële zorgvoorziening, een niet-residentiële zorgvoorziening, een zorgverlener of een mantelzorger. De Vlaamse Regering kan de definitie van mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in het eerste lid, 20°, uitbreiden met andere hulpmiddelen die als finaliteit hebben de bewegingsfunctie te ondersteunen. TITEL
  1. - Toepassingsgebied Art. 3.§
  2. De Vlaamse sociale bescherming is van toepassing op elke persoon die in het Nederlandse taalgebied woont. De Vlaamse sociale bescherming is van toepassing op elke persoon die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woont. De Vlaamse sociale bescherming is niet van toepassing op een persoon als vermeld in het eerste en tweede lid, voor wie, op grond van de aanwijzingsregels, vermeld in verordening (EG) nr. 883/04, het socialezekerheidsstelsel van een andere lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland van toepassing is, tenzij die persoon zich vrijwillig aansluit bij een zorgkas als vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, van dit decreet. De Vlaamse sociale bescherming is niet van toepassing op een persoon als vermeld in het eerste of tweede lid, die enkel een pensioen ontvangt van een of meer andere lidstaten van de Europese Unie dan België, van een andere staat dan België die partij is bij de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland, tenzij die persoon zich vrijwillig aansluit bij een zorgkas als vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, van dit decreet. De Vlaamse sociale bescherming is niet van toepassing op een persoon, vermeld in het eerste en tweede lid, die op grond van het Europees Unierecht of van een internationale overeenkomst of protocol, niet onderworpen is aan de Belgische sociale zekerheid, tenzij deze persoon zich vrijwillig aansluit bij een zorgkas als vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, van dit decreet. §
  3. De Vlaamse sociale bescherming is van toepassing op elke persoon die niet in België woont, en voor wie, wegens tewerkstelling in het Nederlandse taalgebied, op grond van de aanwijzingsregels, vermeld in verordening (EG) nr. 883/04, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is. De Vlaamse sociale bescherming is van toepassing op elke persoon die in het Franse of het Duitse taalgebied van België woont, en die gebruikgemaakt heeft van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door het Unierecht, en voor wie, wegens tewerkstelling in het Nederlandse taalgebied, op grond van de aanwijzingsregels, vermeld in verordening (EG) nr. 883/04, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is. De bepalingen van dit decreet over de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de personen bedoeld in het eerste en het tweede lid van deze paragraaf. De Vlaamse sociale bescherming is van toepassing op elke persoon die niet in België woont, en voor wie, wegens tewerkstelling in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op grond van de aanwijzingsregels, vermeld in verordening (EG) nr. 883/04, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is. De Vlaamse sociale bescherming is van toepassing op elke persoon die in het Franse of het Duitse taalgebied van België woont, en die gebruikgemaakt heeft van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door het Unierecht, en voor wie, wegens tewerkstelling in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op grond van de aanwijzingsregels, vermeld in verordening (EG) nr. 883/04, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is. De bepalingen van dit decreet over de personen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de personen, vermeld in het vierde en het vijfde lid van deze paragraaf. §
  4. In afwijking van paragraaf 1 is de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing op de volgende personen: 1° de tijdelijk tot verblijf gemachtigde buitenlandse studenten, vermeld in artikel 58 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;2° de familieleden van tijdelijk tot verblijf gemachtigde buitenlandse studenten, vermeld in artikel 10bis van voormelde wet, aan wie ook een tijdelijke machtiging tot verblijf is toegekend;3° de tijdelijk tot verblijf gemachtigde onderzoekers, vermeld in artikel 61/10 van voormelde wet;4° de familieleden van tijdelijk tot verblijf gemachtigde onderzoekers, vermeld in artikel 61/13 van voormelde wet, aan wie ook een tijdelijke machtiging tot verblijf is toegekend. TITEL
  5. - Voorwerp en algemene principes Art. 4.De Vlaamse sociale bescherming heeft onder meer betrekking op de volgende pijlers: 1° het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden;2° het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood;3° het basisondersteuningsbudget;4° de residentiële ouderenzorg;5° de geestelijke gezondheidszorg, met inbegrip van revalidatie die voornamelijk gericht is op de psychosociale aspecten;6° de revalidatie die voornamelijk gericht is op het herstel van fysieke functies;7° de thuiszorg;8° de transmurale zorg;9° de mobiliteitshulpmiddelen. De Vlaamse Regering legt de nadere invulling vast van de pijlers, vermeld in het eerste lid. Art. 5.De Vlaamse sociale bescherming is een volksverzekering, waarbij de rechten gekoppeld zijn aan de betaling van een jaarlijkse premie als vermeld in artikel
  6. Art. 6.§
  7. De Vlaamse sociale bescherming draagt bij tot een integrale zorg en ondersteuning en het verhogen van de zelfredzaamheid en neemt de behoeften, vragen en doelstellingen van de persoon met zorgbehoefte en zijn naaste omgeving en het nastreven van kwaliteit van leven als uitgangspunt. De Vlaamse sociale bescherming heeft de volgende doelstellingen: 1° een versterking van de persoon met een zorgbehoefte door hem zoveel mogelijk zijn autonomie en de regie te laten behouden of herwinnen over de eigen zorg en de integratie of de re-integratie in de samenleving te bevorderen;2° de ondersteuning van de mantelzorg en het verdere netwerk van de persoon met een zorgbehoefte;3° vraaggestuurde zorg op maat realiseren door maximaal in te zetten op persoonsvolgende financiering;4° het realiseren van financiële toegang tot kwaliteitsvolle zorg;5° het realiseren van efficiëntiewinsten en transparantie voor de burger door de vereenvoudiging, digitalisering en integratie van verschillende tegemoetkomingen met het oog op een meer gestroomlijnde toegang tot rechten op tegemoetkomingen en zorg;6° een objectieve, uniforme en laagdrempelige beoordeling van de zorgbehoefte;7° het realiseren van een uniek inschalingsinstrument voor personen met een zorgbehoefte;8° een toegang tot één loket voor alle vragen over dossiers en rechten bij de zorgkas voor wat de tegemoetkomingen in het kader van de Vlaamse sociale bescherming betreft;9° het realiseren van zorgcontinuïteit en waar nodig aanklampende zorg, onder andere door middel van een organisatiegebonden financiering die complementair is aan de persoonsvolgende financiering van de zorg. Voor de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder aanklampende zorg: ongevraagde zorg vanuit betrokkenheid, gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven en het functioneren of op het vermijden van overlast, bij personen die zelf of, in het geval van kinderen en jongeren, bij wie de omgeving zorg op een zorgwekkende manier mijden. §
  8. Bij de start van elke legislatuur stelt de Vlaamse Regering, op basis van een analyse van de evolutie van de zorgnoden en rekening houdend met de budgettaire marges, een indicatieve meerjarenraming op met betrekking tot de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming waarvoor het beschikbaar aanbod geprogrammeerd is. De Vlaamse Regering legt deze indicatieve meerjarenraming ter bespreking voor aan het Vlaams Parlement. De Vlaamse Regering legt jaarlijks een voortgangsrapport ter bespreking voor aan het Vlaams Parlement. Dit voortgangsrapport licht de wijze toe waarop de Vlaamse Regering binnen de beschikbare budgetten en op basis van een analyse van de geobjectiveerde behoeften uitvoering geeft aan de indicatieve meerjarenraming. De indicatieve meerjarenraming wordt voor advies besproken in de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 3 van het decreet van 29 juni 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)sluiten7 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Art. 7.De financiering in het kader van de Vlaamse sociale bescherming omvat twee categorieën: 1° de zorggebonden financiering, die persoonsvolgend is;2° de organisatiegebonden financiering. Art. 8.De tegemoetkomingen van de Vlaamse sociale bescherming worden automatisch toegekend, tenzij dat onmogelijk is. In dat laatste geval kan de Vlaamse Regering bepalen dat de tegemoetkoming op aanvraag wordt toegekend. TITEL
  1. - Organisatie van de Vlaamse sociale bescherming HOOFDSTUK
  2. - Het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming Afdeling
  3. - Oprichting van het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming Art. 9.Er wordt een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming opgericht, dat de rechtsopvolger is van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 6, eerste lid, van het decreet van 24 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)sluiten3 houdende de Vlaamse sociale bescherming, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van artikel 176 van dit decreet, met overname van alle rechten en plichten. De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het agentschap behoort en kan een afwijking toestaan van het principe van de operationele autonomie, vermeld in artikel 10, § 1, van het kaderdecreet. De bepalingen van het kaderdecreet zijn van toepassing op het agentschap, met uitzondering van artikel 4, § 2, eerste lid, 1°, artikel 6, § 3, en met uitzondering van artikel 24 en 25 wat betreft het reservefonds als vermeld in artikel 16 van dit decreet. Afdeling
  1. - Missie en taken Art. 10.Het agentschap heeft als missie een actief beleid te voeren dat gericht is op het bevorderen van de zelfredzaamheid, rekening houdend met de noden en de eigen regie van de gebruiker en van zijn kansen om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Het agentschap beoogt de financiële toegankelijkheid van zorg te waarborgen en streeft naar de beheersing van de overheidsuitgaven op lange termijn. Het agentschap neemt bij de uitvoering van zijn missie het recht op een menswaardig leven, vermeld in artikel 23 van de Grondwet, als uitgangspunt. Art. 11.De kerntaak van het agentschap omvat: 1° zorgen voor de huidige en toekomstige financiering van de tegemoetkomingen die toegekend zijn op basis van de Vlaamse sociale bescherming;2° financieel responsabiliseren van en toezicht houden op de zorgkassen, met behoud van de toepassing van de controle door de Nationale Bank van België, de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) en de Controledienst der ziekenfondsen (CDZ) en de landsbonden van ziekenfondsen;3° de diagnose van de zorgbehoefte en de vaststelling van de verminderde zelfredzaamheid organiseren op een uniforme, objectieve en kwaliteitsvolle manier en de controle erop organiseren;4° subsidies verstrekken aan de zorgkassen op een objectieve en transparante wijze en met aandacht voor een efficiënt en zorgvuldig beheer van de publieke middelen;5° het uitbouwen van een digitaal platform in samenwerking met de zorgkassen en het beheren van de data;6° financiële reserves aanleggen en beheren om toekomstige uitgavenverplichtingen te dekken. Art. 12.Binnen het kader van de missie en de taken van het agentschap, kan de Vlaamse Regering specifieke taken aan het agentschap toewijzen. Art. 13.Het agentschap voert de taken, vermeld in artikel 11 en 12, uit, in samenhang met het door de Vlaamse Gemeenschap gevoerde welzijns- en gezondheidsbeleid. Afdeling
  2. - Bestuur en werking Art. 14.De Vlaamse Regering regelt de werking en het beheer van het agentschap. In afwijking van artikel 6, § 3, van het kaderdecreet kan ze het hoofd van een intern verzelfstandigd agentschap van het beleidsdomein met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap belasten. In voorkomend geval zal het ondernemingsplan, vermeld in artikel 5/1 van het kaderdecreet, deel uitmaken van het ondernemingsplan van het intern verzelfstandigd agentschap dat het agentschap beheert. Afdeling
  3. - Financiering en reservefonds Art. 15.§
  4. De middelen waarover het agentschap beschikt zijn: 1° dotaties;2° solidaire premies van de personen aangesloten bij de zorgkassen;3° inkomsten uit beleggingen van het reservefonds, vermeld in artikel 16;4° schenkingen en legaten;5° alle andere middelen die nuttig zijn in het kader van de doelstelling van het agentschap en die ingevolge wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen aan het agentschap toekomen. Het agentschap kan schenkingen of legaten aanvaarden. §
  5. De dotaties, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden elk jaar uitbetaald vóór een datum die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de uitbetaling van de dotaties. De dotaties, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden voor elk begrotingsjaar berekend op basis van een aantal parameters, waaronder: 1° het aantal en de som van de uitgaven die tijdens het voorgaande jaar zijn toegekend, en de verwachte evolutie van de uitgaven;2° de omvang van de premies, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2° ;3° de middelen en de inkomsten uit beleggingen van het reservefonds, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° ;4° de beschikbare budgettaire marges voor het begrotingsjaar. §
  6. De omvang van de uitgaven, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 1°, wordt berekend op basis van een aantal parameters waaronder: 1° het aantal gebruikers;2° het zorgprofiel van de gebruikers;3° het gezinsinkomen van de gebruikers, als het gaat om het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood als vermeld in deel 2, titel 2, hoofdstuk 3;4° de gezinssamenstelling van de gebruiker, als het gaat om het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood als vermeld in deel 2, titel 2, hoofdstuk 3;5° de werkingskosten;6° de organisatiegebonden kosten van de zorgvoorzieningen. De omvang van de premies, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt berekend op basis van een aantal parameters waaronder: 1° het aantal leden;2° het aantal leden met recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering, vermeld in artikel 37, § 19, van de Ziekteverzekeringswet. §
  7. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het beheer van de inkomsten uit beleggingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. De middelen kunnen worden aangewend in een systeem van kapitalisatie, in een systeem van repartitie of in een gemengd systeem van kapitalisatie en repartitie. Daarbij kan ook een onderscheid gemaakt worden per pijler van de Vlaamse sociale bescherming. Art. 16.De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om voor het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, een reservefonds aan te leggen op het niveau van het agentschap. De middelen in een reservefonds mogen worden aangewend om de dekking van de zorgbudgetten voor zwaar zorgbehoevenden te vrijwaren. De aanvulling van het reservefonds is afhankelijk van een machtiging bij decreet in de jaarlijkse begroting. Die machtiging tot aanvulling kan alleen betrekking hebben op het deel van de uitgavenkredieten dat in de begroting aan het agentschap wordt toegekend voor de Vlaamse sociale bescherming en dat in het begrotingsjaar zelf niet wordt aangewend. Afdeling
  8. - Raadgevend comité Art. 17.Bij het agentschap wordt een raadgevend comité opgericht dat advies verstrekt op verzoek van het hoofd van het agentschap. Het raadgevend comité verstrekt ook op eigen initiatief advies over alle aangelegenheden die van belang zijn voor de taken van het agentschap. Het raadgevend comité is samengesteld uit een vertegenwoordiging van de volgende maatschappelijke geledingen van het beleidsveld: 1° acht vertegenwoordigers van de cliënten, de patiënten en de mantelzorgers;2° zes vertegenwoordigers van de zorgkassen;3° zes vertegenwoordigers van de Vlaamse sociale partners;4° zes vertegenwoordigers van de zorgvoorzieningen en de zorgverleners;5° zes onafhankelijke deskundigen met een bijzondere bekwaamheid op het vlak van sociale bescherming. De voorzitter wordt benoemd uit een van de onafhankelijke deskundigen met een bijzondere bekwaamheid op het vlak van sociale bescherming. De voorzitter, de vertegenwoordigers en de onafhankelijke deskundigen worden benoemd door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de samenstelling van het raadgevend comité vast, en kan voor de leden ervan een vergoeding bepalen. De Vlaamse Regering benoemt de leden voor een periode van vijf jaar. Het raadgevend comité stelt een huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. Dat huishoudelijk reglement stelt de praktische werking vast, de deontologie, de informatie- en rapporteringsopdracht van het comité, en de aard van de dossiers en rapporten die aan het raadgevend comité worden voorgelegd. HOOFDSTUK
  9. - De zorgkassen Afdeling
  10. - Erkende zorgkassen Art. 18.Om erkend te worden moet een zorgkas door de volgende instanties zijn opgericht: 1° landsbonden van ziekenfondsen of alle ziekenfondsen met administratieve zetel in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of minstens vier ziekenfondsen met administratieve zetel in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, via een maatschappij van onderlinge bijstand, onderworpen aan de wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1990 pub. 17/03/2009 numac 2009000060 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 06/08/1990 pub. 21/12/2007 numac 2007001031 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het eerste semester 2007 sluiten betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, die actief zijn in het gehele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;2° de Kas der Geneeskundige Verzorging, vermeld in artikel 6 van de Ziekteverzekeringswet;3° verzekeringsondernemingen die vallen onder de toepassing van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten2 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, en die actief zijn in het hele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. De Vlaamse Regering bepaalt wat wordt verstaan onder "actief zijn in het hele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad". Art. 19.Om erkend te kunnen worden, moet een zorgkas aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° opgericht worden als een privaatrechtelijke rechtspersoon die zijn opdrachten zonder winstoogmerk uitvoert en die ten aanzien van de instanties, vermeld in artikel 18, en ten aanzien van het agentschap volledig gescheiden wordt beheerd op het gebied van boekhouding en financiële middelen.De zorgkas verantwoordt de wijze waarop de middelen, waaronder ook personeelsmiddelen, worden ingezet en biedt volledige transparantie over het personeelsbestand en de personeelsinzet. De Vlaamse Regering kan hiertoe nadere regels bepalen; 2° wegens haar organisatie beschouwd worden als uitsluitend behorend tot de Vlaamse Gemeenschap;3° elk verzoek tot aansluiting als vermeld in artikel 42, aanvaarden, tenzij een wettelijke of decretale bepaling dat verhindert;4° elke aanvraag die geldig ingediend wordt, behandelen op de wijze die vastgesteld is in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, en een totaalverbod op risicoselectie in acht nemen;5° geen andere activiteiten ontplooien dan de activiteiten, vermeld in artikel 22, tenzij die nauw samenhangen met de activiteiten in het kader van de Vlaamse sociale bescherming;6° noch rechtstreeks, noch zijdelings andere verzekeringen, tegemoetkomingen of voordelen aanbieden of toekennen die gekoppeld zijn aan de aansluiting, vermeld in artikel 42, of aan de tegemoetkomingen in het kader van de Vlaamse sociale bescherming;7° instaan voor de uitvoering van de tegemoetkomingen in alle pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4;8° een ombudsfunctie installeren conform de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden en procedures, onder meer voor de behandeling van klachten van de personen die aangesloten zijn bij de zorgkas. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de toekenning, weigering, eventuele verlenging, schorsing en intrekking van de erkenning. De Vlaamse Regering regelt de duur van de erkenning. Art. 20.De Vlaamse Regering erkent de zorgkas. De zorgkassen die erkend zijn ter uitvoering van het decreet van 24 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)sluiten3 houdende de Vlaamse sociale bescherming, worden van rechtswege omgevormd tot en erkend als zorgkassen in het kader van dit decreet. Afdeling
  1. - De Vlaamse Zorgkas Art. 21.§
  2. De vzw Vlaamse Zorgkas wordt van rechtswege ingesteld als zorgkas in de zin van dit decreet. Ze fungeert als hulpkas voor wie zich verplicht moet aansluiten en dit niet binnen de termijn, vermeld in artikel 42, heeft gedaan. §
  3. De algemene vergadering van de Vlaamse Zorgkas telt ten minste vijf effectieve leden. De statuten van de Vlaamse Zorgkas regelen de aanwijzing van de effectieve leden. De effectieve leden zijn vertegenwoordiger van de Vlaamse administratie, van een Vlaamse minister of van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. De statuten van de Vlaamse Zorgkas regelen de werking van de algemene vergadering. §
  4. De Vlaamse Zorgkas wordt bestuurd door haar raad van bestuur. Behoudens de bevoegdheden die de wet of de statuten uitdrukkelijk voorbehouden aan de algemene vergadering, beschikt de raad van bestuur over de meest uitgebreide bevoegdheden. De raad van bestuur kan alle daden van bestuur en beschikking stellen die noodzakelijk zijn om het maatschappelijk doel te bereiken. De raad van bestuur oefent zijn bevoegdheden uit als college. De raad van bestuur kan een of meer daden van bestuur of beschikking delegeren aan de voorzitter of een ander lid van de raad van bestuur. De werking en de samenstelling van de raad van bestuur worden geregeld door de statuten van de Vlaamse Zorgkas. §
  5. De statuten van de Vlaamse Zorgkas regelen het dagelijks bestuur. §
  6. Een bedrijfsrevisor wordt benoemd als commissaris. Die oefent het toezicht uit op de Vlaamse Zorgkas. De statuten van de Vlaamse Zorgkas regelen de benoeming, het ontslag en de taken van de bedrijfsrevisor. §
  7. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om personeel ter beschikking te stellen voor de Vlaamse Zorgkas. Afdeling
  8. - Opdrachten Art. 22.Een zorgkas heeft de volgende opdrachten: 1° de zorgkas treedt op als uniek loket voor alle vragen over dossiers en rechten met betrekking tot de Vlaamse sociale bescherming;2° ze onderzoekt de aanvragen en beslist over de tegemoetkomingen conform de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;3° ze staat in voor de uitvoering van de tegemoetkomingen conform dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;4° ze registreert de gegevens over de aansluitingen, de aanvragen en de tegemoetkomingen en rapporteert aan het agentschap;5° ze int de premies van de aangeslotenen conform artikel 45;6° ze beheert in voorkomend geval, haar financiële reserves als vermeld in artikel
  9. De zorgkassen beschikken over de gegevens van aangesloten gebruikers die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun taken. De Vlaamse Regering bepaalt eenvormige regels voor de controle op en de werking, de organisatie, de financiële responsabilisering en het beheer van de zorgkassen. Art. 23.§
  10. De zorgkas kan uit eigen beweging alle ontbrekende inlichtingen verzamelen om de rechten van de gebruiker te kunnen beoordelen. De zorgkas kan daarbij bijkomende onderzoeken verrichten of laten verrichten, en bepaalde ontbrekende inlichtingen opvragen bij de gebruiker zelf of zijn vertegenwoordiger. De zorgkas kan de gebruiker of zijn vertegenwoordiger alleen inschakelen als ze de ontbrekende inlichtingen niet op een andere manier kan verkrijgen, met respect voor de regelgeving ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. De Vlaamse Regering bepaalt binnen welke termijnen de gebruiker of zijn vertegenwoordiger op straffe van verval van het recht, een antwoord moet verstrekken of zijn medewerking moet verlenen. §
  11. De vertegenwoordiger van de gebruiker is een natuurlijke persoon die in de plaats van de gebruiker optreedt bij alle handelingen die de gebruiker moet stellen om tegemoetkomingen in het kader van de Vlaamse sociale bescherming te verkrijgen. De Vlaamse Regering bepaalt welke personen zonder volmacht als vertegenwoordiger van een gebruiker kunnen optreden. Art. 24.De beslissingen van de zorgkas over het dossier van de gebruiker worden ter kennis gebracht van de gebruiker of zijn vertegenwoordiger met vermelding van de beroepsmogelijkheden en de voorwaarden van het beroep. De termijn voor de indiening van het beroep start pas als de beroepsmogelijkheden en de voorwaarden van het beroep zijn vermeld. De beslissingen van de zorgkas over het dossier van de gebruiker worden, wat de zorgtickets en de tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen betreft, eveneens ter kennis gebracht van de betrokken zorgvoorziening of van de betrokken verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen. Art. 25.In het kader van hun opdrachten, vermeld in artikel 22, eerste lid, 1°, kunnen de zorgkassen in rechte optreden ter verdediging van de individuele rechten van de gebruikers die bij de zorgkas zijn aangesloten na het uitdrukkelijke akkoord van de betrokken gebruiker of zijn vertegenwoordiger of ter verdediging van de collectieve belangen van de gebruikers die bij de zorgkas zijn aangesloten. Het optreden van de zorgkassen doet geen afbreuk aan de rechten van de gebruikers of hun vertegenwoordigers om zelf de zaak aanhangig te maken of in het geding tussen te komen. Afdeling
  12. - Subsidie Art. 26.Een zorgkas ontvangt jaarlijks en per pijler van de Vlaamse sociale bescherming een subsidie die door het agentschap wordt vastgesteld op basis van: 1° de som van de effectieve tegemoetkomingen in het kader van dit decreet;2° een forfaitair bedrag ter dekking van de administratieve kosten, de kosten voor gerechtelijke procedures en de ICT-kosten, aan de hand van criteria die door de Vlaamse Regering worden bepaald. Een zorgkas is verantwoordelijk voor het financiële evenwicht tussen haar inkomsten en uitgaven. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de vaststelling en uitbetaling van de subsidies en van het financiële evenwicht. Deze hebben betrekking op transparantie, financiële responsabilisering en kwaliteitsvolle dienstverlening. De Vlaamse Regering kan voorwaarden bepalen voor de terugvordering van de subsidies die afwijken van of aanvullend zijn op hetgeen bepaald wordt ter uitvoering van artikel 57 van het decreet van 8 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten9 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof. Art. 27.De Vlaamse Regering kan de zorgkassen belasten met het financiële beheer van reserves volgens regels die door haar worden bepaald. Afdeling
  13. - Digitaal platform Art. 28.Het agentschap is verantwoordelijk voor de uitbouw van een digitaal platform Vlaamse sociale bescherming evenals de verschillende applicaties Vlaamse sociale bescherming die gemeenschappelijk worden gebruikt. De zorgkassen worden door het agentschap betrokken bij de ontwikkeling van de gemeenschappelijke centrale applicatie. Daartoe wordt bij het agentschap een Strategische Begeleidingscommissie VSB - ICT opgericht, waarin experten van de zorgkassen en van het agentschap vertegenwoordigd zijn. De aansturing van de Strategische Begeleidingscommissie gebeurt door het agentschap. De Strategische Begeleidingscommissie, vermeld in het tweede lid, heeft de volgende opdrachten: 1° het adviseren van de bevoegde minister over de architectuur van het digitaal platform VSB, de architectuur van de gemeenschappelijke VSB - ICT-applicaties en over de daartoe te realiseren gemeenschappelijke ICT-projecten;2° het valideren van de businessvereisten;3° het valideren van de functionele en technische analyses van de gemeenschappelijke VSB - ICT-applicaties;4° het toezicht houden op de consistentie tussen de verschillende VSB - ICT-projecten;5° het opvolgen van de gemeenschappelijke VSB - ICT-projecten. De Vlaamse Regering kan bijkomende opdrachten aan de Strategische Begeleidingscommissie toevertrouwen. HOOFDSTUK
  14. - Toezicht Art. 29.Het toezicht op de tegemoetkomingen in het kader van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en op de uitvoering ervan door de zorgkassen wordt georganiseerd door de Vlaamse Regering. Art. 30.De zorgkassen leggen jaarlijks een boekhoudkundig verslag van alle verrichtingen voor aan het agentschap volgens de vormvereisten die de Vlaamse Regering bepaalt. Art. 31.De Vlaamse Regering legt jaarlijks de begroting van het agentschap voor het volgende jaar aan het Vlaams Parlement voor. Art. 32.De Vlaamse Regering brengt jaarlijks vóór 30 september aan het Vlaams Parlement omstandig verslag uit over de inkomsten en uitgaven en de werking van het agentschap tijdens het afgelopen begrotingsjaar. HOOFDSTUK
  15. - De Zorgkassencommissie Art. 33.Bij het agentschap wordt een interdisciplinaire Zorgkassencommissie opgericht. Art. 34.De Zorgkassencommissie wordt belast met de volgende taken: 1° de controle op de indicatiestellingen, vermeld in artikel 66 en artikel 109, met uitzondering van de gevallen waarin een beroep wordt gedaan op een externe dienstverlener;2° de controle op de beoordeling van het vereiste hulpmiddel door de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen en de aflevering ervan;3° de a posteriori controle van de revalidatievoorzieningen en de revalidatieziekenhuizen volgens de parameters bepaald door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering kan de Zorgkassencommissie belasten met bijkomende taken. Art. 35.§
  16. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de Zorgkassencommissie. Leden van de Zorgkassencommissie zijn: 1° beoefenaars van gezondheidszorgberoepen als vermeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;2° houders van een diploma van bachelor of master in het sociaal werk of gelijkwaardig door ervaring. Voor de samenstelling van de Zorgkassencommissie kan een beroep worden gedaan op adviserend artsen en andere experten werkzaam bij de ziekenfondsen, voor zover zij deskundig zijn in de gezondheids- en welzijnssector. Er kan ook een beroep gedaan worden op andere personen werkzaam binnen de gezondheids- en welzijnssector. §
  17. De samenstelling van de Zorgkassencommissie kan variëren conform de voorwaarden en de procedures vastgelegd door de Vlaamse Regering. De samenstelling kan onder meer afhankelijk zijn van de betreffende taak van de Zorgkassencommissie en van de complexiteit van het dossier. De Zorgkassencommissie is regionaal georganiseerd in verschillende teams. De dossiers worden at random toegewezen. Jaarlijks wordt bij het agentschap een lijst opgesteld met de namen van de leden van de Zorgkassencommissie. Personen die gedurende het lopende jaar lid worden van de Zorgkassencommissie, worden onmiddellijk toegevoegd aan de lijst. Personen die gedurende het lopende jaar niet langer lid zijn van de Zorgkassencommissie worden onmiddellijk geschrapt van de lijst. Art. 36.De Vlaamse Regering bepaalt de organisatie en de werkingsregels van de Zorgkassencommissie. Het agentschap is belast met de administratieve ondersteuning en aansturing van de Zorgkassencommissie. De Vlaamse Regering bepaalt het statuut en de vergoeding van de leden van de Zorgkassencommissie en legt de onverenigbaarheden vast, waaronder het verbod voor de leden van de Zorgkassencommissie, om in dienst te zijn van een zorgvoorziening, om op te treden in de hoedanigheid van verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, of om mandaten te vervullen binnen een zorgvoorziening of binnen een rechtspersoon die mobiliteitshulpmiddelen vervaardigt of levert. De Vlaamse Regering kan nadere kwaliteitsvoorwaarden bepalen ten aanzien van de leden van de Zorgkassencommissie, onder andere inzake opleiding of bijscholing. Art. 37.§
  18. De Zorgkassencommissie beschikt over de gegevens van de gebruikers die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken. Die gegevens hebben onder meer betrekking op de indicatiestellingen en de eraan gekoppelde tegemoetkomingen die haar ter controle worden voorgelegd, conform artikel 34, eerste lid, 1°. §
  19. De leden van de Zorgkassencommissie zijn gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht kennis krijgen en die daarmee verband houden. Elke overtreding van deze paragraaf wordt gestraft met een geldboete van honderd euro tot duizend euro. HOOFDSTUK
  20. - Sectorale adviescommissies Art. 38.De Vlaamse Regering kan bij het agentschap sectorale adviescommissies oprichten. Die hebben als taak advies te geven aan de bevoegde minister over het beleid en de regelgeving over de sectoren waarop de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming betrekking hebben. Minstens voor de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4°, 5°, 6° en 7°, wordt een commissie als vermeld in het eerste lid opgericht. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling, de organisatie en de werkingsregelen van de sectorale adviescommissies. De Vlaamse Regering bepaalt het statuut en de vergoeding van de leden van de sectorale adviescommissies en legt de onverenigbaarheden vast. HOOFDSTUK
  21. - De Expertencommissie gespecialiseerde zorg Art. 39.§
  22. Bij het agentschap wordt een interdisciplinaire Expertencommissie gespecialiseerde zorg opgericht. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling, de organisatie en de werkingsregels van de Expertencommissie. De samenstelling van de Expertencommissie kan variëren conform de voorwaarden en de procedures vastgelegd door de Vlaamse Regering. De samenstelling kan onder meer afhankelijk zijn van de betreffende taak van de Expertencommissie. De Vlaamse Regering bepaalt het statuut en de vergoeding van de leden van de Expertencommissie en legt de onverenigbaarheden vast, waaronder het verbod voor de leden van de Expertencommissie om in dienst te zijn van een zorgvoorziening, of om mandaten te vervullen binnen een zorgvoorziening. Het agentschap is belast met de administratieve ondersteuning en aansturing van de Expertencommissie. §
  23. De Expertencommissie beschikt over de gegevens van de gebruikers die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken. §
  24. De leden van de Expertencommissie zijn gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht kennis krijgen en die daarmee verband houden. Elke overtreding van deze paragraaf wordt gestraft met een geldboete van honderd euro tot duizend euro. Art. 40.De Expertencommissie wordt onder meer belast met de volgende taken: 1° een eensluidend advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen aan gebruikers conform de verordening (EG) nr.883/2004; 2° een eensluidend advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen voor geplande zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in IJsland, in Liechtenstein, in Noorwegen en in Zwitserland overeenkomstig de richtlijn 2011/24/EU;3° een eensluidend advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te nemen beslissingen over vragen om tegemoetkomingen voor buitengewone zorg, vermeld in artikel 55 van dit decreet;4° advies verlenen over behandelprogramma's aan de bevoegde minister in dialoog met de betrokken sectorale adviescommissie, vermeld in artikel 38 van dit decreet. De Vlaamse Regering kan de Expertencommissie belasten met bijkomende taken. TITEL
  25. - Verplichtingen voor de gebruiker HOOFDSTUK
  26. - Algemene bepalingen Art. 41.§
  27. Om aanspraak te kunnen maken op een tegemoetkoming in het kader van dit decreet, moet de gebruiker: 1° aangesloten zijn bij een zorgkas conform de bepalingen van artikel 42 van dit decreet;2° op het ogenblik van de uitvoering van de tegemoetkoming legaal verblijven in een lidstaat van de Europese Unie of in de krachtens verordening (EG) nr.883/2004 gelijkgestelde staten IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland; 3° beantwoorden aan de toepassingsvoorwaarden van de betreffende pijler van de Vlaamse sociale bescherming;4° wat het recht op een zorgbudget betreft, gedurende ten minste vijf jaar, die voorafgaan aan de opening van het recht op tegemoetkoming conform dit decreet, ononderbroken in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wonen of ononderbroken sociaal verzekerd zijn in de lidstaten van de Europese Unie, in de andere staten die partij zijn bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland.Voor kinderen tot de leeftijd van achttien jaar geldt die voorwaarde niet, voor de hele duur van de uitvoering van de tegemoetkomingen en voor de duur van de eventuele verlenging ervan. De gebruiker, vermeld in artikel 3, § 1, tweede en vijfde lid, en artikel 3, § 2, vijfde lid, die, vanaf het ogenblik dat hij zich kon aansluiten, zich niet vrijwillig heeft aangesloten bij een zorgkas binnen een door de Vlaamse Regering te bepalen termijn, moet gedurende ten minste vijf jaar, voorafgaand aan de opening van het recht op een tegemoetkoming conform dit decreet, ononderbroken aangesloten zijn bij een zorgkas of sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in een andere staat dan België die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland. De gebruiker, vermeld in artikel 3, § 1, derde en vierde lid, en artikel 3, § 2, vierde lid, die, vanaf het ogenblik dat hij zich kon aansluiten, zich niet vrijwillig heeft aangesloten bij een zorgkas binnen een door de Vlaamse Regering te bepalen termijn moet, gedurende ten minste vijf jaar, voorafgaand aan de opening van het recht op een zorgbudget conform dit decreet, ononderbroken aangesloten zijn bij een zorgkas of sociaal verzekerd zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in een andere staat dan België die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland. De termijn van ononderbroken aansluiting, vermeld in het tweede en derde lid, wordt, ook na een verhuizing of onderbreking van de aansluiting, toegepast, als de gebruiker op de datum van de opening van het recht op de tegemoetkoming aan een van de volgende voorwaarden voldoet: 1° vrijwillig onder het toepassingsgebied van de Vlaamse sociale bescherming vallen;2° verplicht onder het toepassingsgebied van de Vlaamse sociale bescherming vallen en verblijven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorziening gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Met het oog op de opening van het recht van de gebruiker als vermeld in artikel 3, § 1, tweede en vijfde lid, en artikel 3, § 2, vijfde lid, op de toekenning van een zorgticket of van een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen, kan de termijn van ononderbroken aansluiting, vermeld in het tweede lid, onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden, worden vervangen door de betaling door de gebruiker van een bedrag dat de Vlaamse Regering bepaalt, op basis van de periode waarin de gebruiker zich niet heeft aangesloten terwijl hij daartoe wel in de mogelijkheid was. Dat bedrag wordt verhoogd met een bedrag dat overeenstemt met het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 47, §
  28. Artikel 47 is van overeenkomstige toepassing op dit lid. §
  29. De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende regels voor de voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de rechten in het kader van dit decreet. HOOFDSTUK
  30. - Aansluiting bij een zorgkas Art. 42.§
  31. Elke persoon als vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, die in het Nederlandse taalgebied woont, moet zich vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen leeftijd aansluiten bij een zorgkas. Wie binnen de door de Vlaamse Regering te bepalen termijn niet aangesloten is bij een zorgkas, wordt automatisch aangesloten bij de Vlaamse Zorgkas. De betrokkene wordt daarvan onmiddellijk en schriftelijk op de hoogte gebracht. Die aansluiting eindigt als de betrokkene zich aansluit bij een zorgkas van zijn keuze. Elke persoon als vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woont, kan zich vanaf de leeftijd, vermeld in het eerste lid, vrijwillig aansluiten bij een zorgkas. Elke persoon als vermeld in artikel 3, § 1, derde, vierde en vijfde lid, kan zich vanaf de leeftijd, vermeld in het eerste lid, vrijwillig aansluiten bij een zorgkas. §
  32. Elke persoon, vermeld in artikel 3, § 2, eerste lid, van dit decreet, die niet in België woont, en voor wie, wegens tewerkstelling in het Nederlandse taalgebied, op grond van de aanwijzingsregels, vermeld in verordening (EG) nr. 883/2004, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is, moet zich vanaf de leeftijd, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, aansluiten bij een zorgkas. Elke persoon als vermeld in artikel 3, § 2, tweede lid, van dit decreet, die in het Franse of het Duitse taalgebied van België woont, en die gebruikgemaakt heeft van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door het Unierecht, en voor wie, wegens tewerkstelling in het Nederlandse taalgebied, op grond van de aanwijzingsregels, vermeld in verordening (EG) nr. 883/2004, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is, moet zich, vanaf de leeftijd, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, aansluiten bij een zorgkas. Elke persoon als vermeld in artikel 3, § 2, vierde lid, van dit decreet, die niet in België woont, en voor wie, wegens tewerkstelling in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op grond van de aanwijzingsregels, vermeld in verordening (EG) nr. 883/2004, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is, kan zich vanaf de leeftijd, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, vrijwillig aansluiten bij een zorgkas. Elke persoon als vermeld in artikel 3, § 2, vijfde lid, van dit decreet, die in het Franse of het Duitse taalgebied van België woont, en die gebruikgemaakt heeft van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door het Unierecht, en voor wie, wegens tewerkstelling in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op grond van de aanwijzingsregels, vermeld in verordening (EG) nr. 883/2004, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is, kan zich, vanaf de leeftijd, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, vrijwillig aansluiten bij een zorgkas. §
  33. Elke persoon als vermeld in paragraaf 1 en 2, op wie na verhuizing van en naar een ander taalgebied of van en naar een ander land, de Vlaamse sociale bescherming opnieuw van toepassing is conform artikel 3, blijft met behoud van rechten aangesloten bij de zorgkas van zijn keuze, zolang hij aan alle voorwaarden blijft voldoen. §
  34. De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende regels voor de aansluiting. Voor personen die beneden de leeftijdsgrens vallen voor de aansluiting, vermeld in of ter uitvoering van dit artikel, kan de Vlaamse Regering specifieke regels en voorwaarden bepalen. Art. 43.Elke persoon die in het Nederlandse taalgebied woont en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, en die een beroep doet op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. Elke persoon die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woont en die niet vrijwillig is aangesloten bij een zorgkas als vermeld in artikel 42, § 1, tweede lid, of op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, en die een beroep doet op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorziening gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. Elke persoon die buiten het Nederlandse taalgebied woont, die naar het Nederlandse taalgebied reist met het oogmerk om gedurende zijn verblijf zorg te ontvangen in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, en die niet aangesloten is bij een zorgkas conform artikel 42, § 1, § 2 of § 3, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. Elke persoon die buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woont, die naar het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad reist met het oogmerk om gedurende zijn verblijf zorg te ontvangen in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorziening, en die niet aangesloten is bij een zorgkas conform artikel 42, § 1, § 2 of § 3, moet zich in voorkomend geval, ongeacht zijn leeftijd, administratief aansluiten bij een zorgkas. Art. 44.§
  35. In afwijking van artikel 41, kunnen personen die zijn geschrapt uit het bevolkingsregister conform artikel 8 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, een beroep doen op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, van dit decreet, als ze feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijven en als ze aangesloten zijn of aangesloten zijn geweest bij een zorgkas conform artikel 42 van dit decreet. De persoon, vermeld in het eerste lid, moet zich in voorkomend geval administratief aansluiten bij een zorgkas. De persoon, vermeld in het eerste lid, moet aantonen dat hij feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijft, aan de hand van de daardoor door de Vlaamse Regering bepaalde bewijsstukken. De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de persoon, vermeld in het eerste lid, moet voldoen. §
  36. In afwijking van artikel 41, kunnen staatlozen die onder de toepassing vallen van het verdrag betreffende de status van staatlozen, ondertekend te New York op 28 september 1954, en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, een beroep doen op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, van dit decreet, als ze feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijven. De persoon, vermeld in het eerste lid, moet zich, in voorkomend geval, administratief aansluiten bij een zorgkas. De persoon, vermeld in het eerste lid, moet aantonen dat hij feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijft, aan de hand van de daardoor door de Vlaamse Regering bepaalde bewijsstukken. De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de persoon, vermeld in het eerste lid, moet voldoen. §
  37. In afwijking van artikel 41, kunnen personen die jonger zijn dan achttien jaar en op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is, een beroep doen op zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, van dit decreet, als ze feitelijk in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad verblijven. De personen, vermeld in het eerste lid, moeten zich, in voorkomend geval, administratief aansluiten bij een zorgkas. De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de persoon, vermeld in het eerste lid, moet voldoen. HOOFDSTUK
  38. - Premies voor de Vlaamse sociale bescherming Art. 45.§
  39. De personen die aangesloten zijn bij een zorgkas moeten vanaf de leeftijd die de Vlaamse Regering bepaalt, jaarlijks een premie betalen voor de Vlaamse sociale bescherming. De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende regels voor de leeftijd en de termijn van betaling, de wijze van vaststelling en de hoogte van de premies. De Vlaamse Regering bepaalt de indexering van de premies. De Vlaamse Regering kan categorieën van personen, op wie alleen bepaalde pijlers van dit decreet van toepassing zijn, geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de verplichte premiebetaling. De Vlaamse Regering kan sociale correcties toepassen voor de leden met recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering als vermeld in artikel 37, § 19, van de Ziekteverzekeringswet. De Vlaamse Regering kan, bij substantiële verhoging van de premies, deze ook moduleren, rekening houdend met de financiële draagkracht van de gebruiker. §
  40. De zorgkassen innen de premies, bestemd voor het agentschap. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de inning van de premies. Ze bepaalt hoe de geïnde bedragen worden doorgestort aan het agentschap of worden verrekend met de subsidie, vermeld in artikel
  41. De verjaringstermijn voor de betaling van de premie bedraagt dertig jaar. Het opvragen van de premies wordt beperkt tot een periode die de Vlaamse Regering bepaalt, voor personen aan wie de premie niet tijdig kon worden opgevraagd, zonder dat de persoon daar zelf schuld aan heeft. De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden bepalen voor de toepassing van die beperking. §
  42. In de volgende gevallen is de jaarlijkse premie of het nog niet geïnde deel ervan niet verschuldigd: 1° na het overlijden van de aangeslotene;2° als de aangeslotene het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling;3° als de aangeslotene in staat van faillissement verklaard is;4° als de aangeslotene door een gerechtsdeurwaarder insolvabel verklaard is. Art. 46.§
  43. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de aftrek van niet tijdig betaalde premies voor de Vlaamse sociale bescherming van het uit te keren zorgbudget. In de gevallen waarin de gebruiker geen recht heeft op een zorgbudget en behoefte heeft aan zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, van dit decreet, bepaalt de Vlaamse Regering de procedure voor de inning door de zorgkas van niet tijdig betaalde premies. §
  44. De zorgkas kan personen vrijstellen van de betaling van niet tijdig betaalde premies of de premies verminderen wanneer de gebruiker zich bevindt in een behartigenswaardige situatie, en behoefte heeft aan zorg in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 4, eerste lid, 4° tot en met 9°, van dit decreet. De volgende categorieën van gebruikers worden van rechtswege geacht zich in een behartigenswaardige situatie als vermeld in het eerste lid, te bevinden: 1° gebruikers die, op het ogenblik dat zij zorg nodig hebben, in budgetbegeleiding of -beheer zijn bij een OCMW of bij een door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling;2° personen die gedurende een bepaalde periode vermist of afwezig verklaard zijn geweest of van ambtswege afgevoerd zijn geweest;3° personen die opgesloten of opgenomen geweest zijn in een gevangenis, in een inrichting of afdeling tot bescherming van de maatschappij, georganiseerd door de federale overheid, in een forensisch psychiatrisch centrum, georganiseerd door de federale overheid, of in een andere instelling met een vergelijkbaar doel. De behartigenswaardige situatie, vermeld in het eerste lid, kan naast de gevallen, vermeld in het tweede lid, ook worden geattesteerd door het OCMW. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de vaststelling van die situaties van behartigenswaardigheid. HOOFDSTUK
  45. - Sanctiebepalingen Art. 47.§
  46. Een administratieve geldboete van 250 euro wordt opgelegd aan de persoon die aangesloten is bij een zorgkas en die de premie, vermeld in artikel 45, twee keer niet of slechts gedeeltelijk heeft betaald. Voor personen die op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de administratieve boete wordt opgelegd, recht hebben op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, § 19, van de Ziekteverzekeringswet, bedraagt de administratieve geldboete 100 euro. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder bepaalde jaren waarvoor de premie niet of slechts gedeeltelijk is betaald, niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid. Als een gebruiker twee administratieve geldboetes, vermeld in het eerste of het tweede lid, heeft opgelopen en als aan de betreffende gebruiker opnieuw een administratieve geldboete wordt opgelegd, kan de Vlaamse Regering het bedrag van de administratieve geldboete verhogen. Specifiek getroffen gebruikers, waarvoor nader onderzoek zou aantonen dat de verhoogde boete armoedeverhogend blijkt te zijn, worden hiervan uitgesloten. De administratieve geldboete wordt opgelegd door het agentschap. Met behoud van de toepassing van het eerste lid blijven de achterstallige premies verschuldigd. §
  47. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de oplegging, de administratieve beroepsprocedure en de betaling van de administratieve geldboete. Ze wijst de ambtenaren aan die de administratieve geldboete kunnen opleggen. §
  48. In de volgende gevallen is de administratieve geldboete niet verschuldigd: 1° na het overlijden van de aangeslotene;2° als de aangeslotene het voorwerp is van schuldbemiddeling of budgetbeheer;3° als de aangeslotene in staat van faillissement verklaard is;4° als de aangeslotene door een gerechtsdeurwaarder insolvabel verklaard is. §
  49. De administratieve geldboete, alsook de achterstallige premies, verhoogd met de invorderingskosten, kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling. De bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op het dwangbevel. §
  50. De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit conform artikel 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek. TITEL
  51. - Bewijswaarde Art. 48.Met behoud van de toepassing van andersluidende regelgeving hebben de gegevens die met toepassing van dit decreet op elektronische wijze gedeeld worden, alsook de weergave ervan op een leesbare drager, dezelfde bewijswaarde als ze zouden hebben als ze op een papieren drager zouden voorkomen. TITEL
  52. - Registratie, verwerking en uitwisseling van gegevens Art. 49.§
  53. In dit artikel wordt verstaan onder: 1° algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de richtlijn 95/45/EG;2° toegangspoort: de toegangspoort, vermeld in artikel 17 van het decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)sluiten0 betreffende de integrale jeugdhulp. §
  1. De persoonsgegevens worden in het kader van de Vlaamse sociale bescherming verwerkt conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, eerste lid, 1), c), van de voormelde verordening en, wat gegevens over gezondheid betreft, op artikel 9, tweede lid, 2), h), van de voormelde verordening. De Vlaamse Regering specificeert, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, de gegevens waarop artikel 22, tweede lid, artikel 23, § 1, eerste lid, artikel 37, § 1, artikel 39, § 2, artikel 50, artikel 65, tweede lid, en artikel 133, § 5, betrekking hebben. De verwerking van die gegevens vindt plaats met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing zijn bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder zijn of worden gespecificeerd. De gegevens over gezondheid, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt conform artikel 9, derde lid, van de voormelde verordening, door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden. §
  2. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, verwerkt door: 1° het VAPH;2° de toegangspoort;3° het agentschap;4° de zorgkassen;5° de indicatiestellers;6° de zorgvoorzieningen en de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen;7° de Zorgkassencommissie;8° de externe dienstverleners, vermeld in artikel 34, eerste lid, 1°, van dit decreet;9° de Expertencommissie, vermeld in artikel 39;10° de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133 van dit decreet;11° de actoren die belast zijn met de behandeling van administratieve beroepen, conform artikel 71, artikel 76, § 5, artikel 80, § 5, artikel 88, § 3, en artikel 92, § 5, van dit decreet;12° de adviserend artsen van de verzekeringsinstellingen, de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel
  3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens worden uitgewisseld. §
  4. De verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming zijn: 1° het agentschap, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de controles op indicatiestellingen en de aansturing van die controles, in het kader van de behandeling van de administratieve beroepen tegen beslissingen van de zorgkas, met het oog op de uitvoering van de opdrachten van de Expertencommissie, met het oog op de uitvoering van de opdrachten van de Bijzondere Technische Commissie en voor het beheer van de databank, vermeld in artikel 70;2° de zorgkassen, voor de verwerking van indicatiestellingen en voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van hun opdrachten, vermeld in artikel 22;3° het agentschap en de zorgkassen, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het digitaal platform Vlaamse Sociale Bescherming en de gemeenschappelijke applicaties Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 28;4° de zorgvoorzieningen en de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van hun zorgrelatie met de gebruiker. §
  5. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, gedurende welke termijn de verwerkte persoonsgegevens maximaal zullen worden bewaard. §
  6. De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats met respect voor de rechten van de betrokken gebruikers. De zorgkassen zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie in hun individuele communicatie en interactie met gebruikers en hun vertegenwoordigers, met inbegrip van de contactgegevens van de functionaris van de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming. §
  7. De instanties, vermeld in paragraaf 4, bezorgen aan het agentschap alle gegevens waarover ze beschikken in het kader van de uitvoering van dit decreet, met het oog op analyse van die gegevens, evidencebased beleidsvoering voor het Vlaamse welzijns- en gezondheidsbeleid en de informatieverstrekking daarover. Die gegevens zijn geanonimiseerd. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, welke gegevens bezorgd worden, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens bezorgd worden. §
  8. De zorgkassen bezorgen aan het Intermutualistisch Agentschap alle gegevens waarover ze beschikken in het kader van de uitvoering van dit decreet, met het oog op de analyse van die gegevens door het Intermutualistisch Agentschap. De doorgifte en analyse vindt plaats met het doel om verdere beleidsvorming te informeren. Die gegevens zijn geanonimiseerd. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, welke gegevens bezorgd worden, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens bezorgd worden. In het eerste lid wordt verstaan onder het Intermutualistisch Agentschap: het Intermutualistisch Agentschap opgericht overeenkomstig artikel 278 van de programmawet I van 24 december
  9. Art. 50.De zorgkassen enerzijds en de ziekenfondsen en verzekeringsinstellingen, vermeld in artikel 2, g) en i), van de Ziekteverzekeringswet anderzijds, wisselen onder elkaar gegevens uit die noodzakelijk zijn in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit decreet, conform een overeenkomst die daarover wordt gesloten. De gegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op: 1° de verzekeringsstatus van gebruikers in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;2° de informatie die noodzakelijk is om de Europese en internationale regelgeving uit te voeren;3° de informatie die noodzakelijk is om dubbele financiering van zorgkosten te vermijden. De adviserend artsen, vermeld in artikel 154 van de Ziekteverzekeringswet, hebben toegang tot de gegevens van gebruikers die verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, vermeld in artikel 153 van de Ziekteverzekeringswet en in het kader van dit decreet. De diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen, vermeld in artikel 14 van het Woonzorgdecreet, hebben toegang tot de gegevens van gebruikers die verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, vermeld in artikel 15 van het Woonzorgdecreet. De openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 1 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten0 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, hebben toegang tot de gegevens van gebruikers die verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, vermeld in hoofdstuk IV van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten0 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Het VAPH, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten6 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, heeft toegang tot gegevens van gebruikers die verwerkt worden in het kader van dit decreet en die dienstig zijn voor de uitoefening van zijn opdracht, vermeld in artikel 6, 2°, van het voormelde decreet. Art. 51.Met het oog op de opname van een gebruiker in een zorgvoorziening of met het oog op de verstrekking van een mobiliteitshulpmiddel aan een gebruiker, hebben de betrokken zorgvoorziening of de betrokken verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen toegang tot de volgende gegevens: 1° de zorgkas waarbij de betrokken gebruiker is aangesloten;2° de verzekeringsstatus van de betrokken gebruiker, met inbegrip van de eventuele achterstallen die de gebruiker heeft in het kader van de premiebetaling. Art. 52.§
  10. De zorgkassen zijn gehouden zich tot het Rijksregister van de natuurlijke personen te richten om de informatiegegevens, vermeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, te verkrijgen of om de juistheid van deze informatiegegevens na te gaan. In afwijking van het eerste lid, kunnen de zorgkassen een beroep doen op een andere bron in de mate dat de informatiegegevens niet bij het Rijksregister kunnen worden verkregen. §
  11. De informatiegegevens, vermeld in paragraaf 1, die bij het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn verkregen, in een elektronisch bestand opgeslagen zijn en aan het dossier toegevoegd zijn, hebben bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures volgens welke de informatiegegevens, vermeld in het eerste lid, moeten worden bewaard om hun bewijswaarde naar herkomst en datum te garanderen. Als het bewijs van het tegendeel, vermeld in het eerste lid, door de betrokken instelling wordt aanvaard, deelt die de inhoud van het aldus aanvaarde informatiegegeven, als inlichting, mee aan het Rijksregister van de natuurlijke personen en voegt bij die mededelingen de bewijsstukken daarvan. Art. 53.§
  12. Het agentschap is gehouden zich tot het Rijksregister van de natuurlijke personen te richten om de informatiegegevens, vermeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, te verkrijgen of om de juistheid van deze informatiegegevens na te gaan. In afwijking van het eerste lid, kan het agentschap een beroep doen op een andere bron in de mate dat de informatiegegevens niet bij het Rijksregister kunnen worden verkregen. §
  13. De informatiegegevens, vermeld in paragraaf 1, die bij het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn verkregen, in een elektronisch bestand opgeslagen zijn en aan het dossier toegevoegd zijn, hebben bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures volgens welke de informatiegegevens, vermeld in het eerste lid, moeten worden bewaard om hun bewijswaarde naar herkomst en datum te garanderen. Als het bewijs van het tegendeel, vermeld in het eerste lid, door de betrokken instelling wordt aanvaard, deelt die de inhoud van het aldus aanvaarde informatiegegeven, als inlichting, mee aan het Rijksregister van de natuurlijke personen en voegt bij die mededelingen de bewijsstukken daarvan. Art. 54.In alle gevallen waarin dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan voorzien in het toezenden van stukken of het doen van betalingen op de hoofdverblijfplaats, moet worden gebruikgemaakt van het informatiegegeven betreffende de hoofdverblijfplaats, vermeld in artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. Van de verplichting, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeweken in de door de Vlaamse Regering bepaalde gevallen. TITEL
  14. - Tegemoetkomingen voor buitengewone zorg Art. 55.Binnen de perken van een door de Vlaamse Regering te bepalen aandeel van de voor de financiering van de Vlaamse sociale bescherming vastgelegde begrotingskredieten kunnen aan gebruikers tegemoetkomingen worden toegekend voor buitengewone zorg in het kader van de revalidatie en de geestelijke gezondheidszorg. Gebruikers hebben recht op de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, als ze hun rechten hebben doen gelden krachtens Belgische, buitenlandse of supranationale wetgeving of krachtens een individueel of collectief gesloten overeenkomst, als de gevraagde bedragen effectief verschuldigd zijn en als voldaan is aan de bijkomende voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering. De zorgkas beslist over de toekenning van de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, na eensluidend advies van de Expertencommissie, vermeld in artikel
  15. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere criteria waaraan moet zijn voldaan opdat zorg wordt beschouwd als buitengewone zorg en de voorwaarden en de procedures met betrekking tot de aanvraag en de uitbetaling van de tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid. In de gevallen waarin buitengewone zorg wordt verleend buiten het Nederlandse taalgebied en buiten de door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorzieningen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, kan aan de gebruiker of aan de persoon die de gebruiker vergezelt een tegemoetkoming worden verleend in de reis- en verblijfkosten, conform de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden en procedures. Art. 56.Tegen de beslissingen van de zorgkas, vermeld in artikel 55, kan door de gebruiker beroep worden aangetekend bij de arbeidsrechtbank binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de bestreden beslissing. Met het beroep tegen de beslissing van de zorgkas wordt tegelijkertijd beroep aangetekend tegen het eensluidend advies van de Expertencommissie. In de gevallen, vermeld in het eerste lid, worden zowel de zorgkas als het agentschap opgeroepen om als verweerder te verschijnen in de procedure voor de arbeidsrechtbank. Als de gebruiker nalaat om beide partijen te laten oproepen conform het door hem neergelegde verzoekschrift, betrekt het Openbaar Ministerie bij de arbeidsgerechten de ontbrekende partij alsnog in de procedure conform artikel 138bis van het Gerechtelijk Wetboek. Het agentschap kan een beroep doen op de Expertencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. TITEL
  16. - Zorg verleend aan niet-aangesloten personen Art. 57.De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor het vergoeden van zorg aan personen op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is of die niet vrijwillig aangesloten zijn bij een zorgkas, verleend in zorgvoorzieningen gelegen in het Nederlandse taalgebied of in door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorzieningen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. De personen, vermeld in het eerste lid, kunnen onder een van de volgende categorieën vallen: 1° personen die in het Duitse taalgebied of in het Franse taalgebied wonen, op wie de Vlaamse sociale bescherming niet van toepassing is en die naar het Nederlandse taalgebied of naar het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad reizen met het oogmerk om gedurende hun verblijf zorg te ontvangen in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming in door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorzieningen;2° personen die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wonen, die niet vrijwillig aangesloten zijn bij een zorgkas en die naar het Nederlandse taalgebied reizen met het oogmerk om gedurende hun verblijf zorg te ontvangen in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming of die zorg ontvangen in het kader van de pijlers van de Vlaamse sociale bescherming in door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgvoorzieningen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;3° personen, vermeld in artikel 43 en artikel 44 van dit decreet. De Vlaamse Regering kan bijkomende categorieën bepalen waaronder de personen, vermeld in het eerste lid, kunnen vallen. Deel
  17. - De zorggebonden financiering TITEL
  18. - Gemeenschappelijke bepalingen HOOFDSTUK
  19. - Toekenning van tegemoetkomingen Art. 58.De zorggebonden financiering bestaat uit de toekenning door de zorgkas van tegemoetkomingen aan gebruikers in de vorm van een persoonsvolgend budget. Dat persoonsvolgend budget kan bestaan in de toekenning van een zorgbudget, in de toekenning van een zorgticket of in de toekenning van een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen. Het zorgbudget, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op de volgende pijlers van de Vlaamse sociale bescherming: 1° het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden;2° het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood;3° het basisondersteuningsbudget. Het zorgticket, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op de volgende pijlers van de Vlaamse sociale bescherming: 1° de residentiële ouderenzorg;2° de geestelijke gezondheidszorg, met inbegrip van revalidatie die voornamelijk gericht is op de psychosociale aspecten;3° de revalidatie die voornamelijk gericht is op het herstel van fysieke functies;4° de thuiszorg;5° de transmurale zorg. Art. 59.De zorgkas beslist over de toekenning van het persoonsvolgend budget. Zij kan geen andere voorwaarden dan die krachtens dit decreet verbinden aan de tegemoetkomingen. Art. 60.De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de wijze waarop het persoonsvolgend budget aan de gebruiker wordt toegekend. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en de wijze waarop de tegemoetkomingen, ook retroactief, kunnen worden uitgevoerd. Art. 61.De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin de tegemoetkomingen geheel of gedeeltelijk geschorst worden voor de gerechtigden die in gevangenissen opgesloten zijn of die opgenomen zijn in inrichtingen of afdelingen tot bescherming van de maatschappij, georganiseerd door de federale overheid, of in forensische psychiatrische centra, georganiseerd door de federale overheid. De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de duur van de schorsing. Art. 62.De betaling van de tegemoetkomingen verjaart na twee jaar, vanaf de datum waarop het recht op de tegemoetkoming is ontstaan. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de verjaring van de betaling van de tegemoetkomingen wordt geschorst of gestuit. HOOFDSTUK
  20. - Indicatiestelling Art. 63.§
  21. Met behoud van de toepassing van artikel 108, wordt de zorggebonden financiering bepaald op basis van de zorgbehoefte van de gebruiker. Voor de revalidatie kan de zorggebonden financiering, vermeld in het eerste lid, ook pathologiegebonden zijn en wordt ze vastgelegd aan de hand van de zorgbehoefte, inclusief de revalidatiebehoefte van de gebruiker. In het tweede lid wordt verstaan onder `revalidatiebehoefte': de behoefte van een gebruiker aan revalidatie, ambulant of residentieel, multidisciplinair en rekening houdend met de pathologie, het daarmee gepaard gaande functie- en activiteitsverlies en verlies aan participatie, en rekening houdend met revalidatiedoelen. Voor de toepassing van dit decreet worden de ernst en de duur van de verminderde zelfredzaamheid, vermeld in artikel 82, de vermindering van zelfredzaamheid, vermeld in artikel 84 en de behoefte aan zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 91, gelijkgesteld met de zorgbehoefte. §
  22. De zorgbehoefte van de gebruiker wordt geëvalueerd aan de hand van BelRAI, ingevolge de toepassing van een indicatiestelling door een indicatiesteller, zonder dat de indicatiestelling het verlenen van dringende zorg in de weg mag staan. In het eerste lid wordt verstaan onder dringende zorg: de zorg in een situatie die niet vooraf kan worden ingeschat en waarbij onmiddellijke of dringende zorg en ondersteuning vereist is. De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaronder zorg als dringend wordt beschouwd. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures voor de erkenning van indicatiestellers en legt de procedures voor de toepassing van indicatiestellingen vast. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder de indicatiesteller wordt vergoed voor de toepassing van indicatiestellingen en legt het bedrag van die vergoedingen vast. Voor de toepassing van dit decreet worden de gemachtigde organisaties, zorgvoorzieningen of de zorgverleners, vermeld in artikel 82, gelijkgesteld met indicatiestellers. §
  23. In afwijking van paragraaf 2, kan de zorgbehoefte van de gebruiker tijdelijk worden geëvalueerd aan de hand van een ander beoordelingsinstrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarin het door haar aangeduide, andere beoordelingsinstrument wordt gebruikt. In afwijking van paragraaf 2, kan de Vlaamse Regering voor de door haar aangeduide, specifieke zorgvragen andere beoordelingscriteria vastleggen met het oog op de evaluatie van de zorgbehoefte van de gebruiker. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2, kan de Vlaamse Regering bijkomende beoordelingscriteria bepalen voor de evaluatie van de zorgbehoefte van de gebruiker. Art. 64.In het kader van de revalidatie en de geestelijke gezondheidszorg kan de Vlaamse Gemeenschap via de zorggebonden financiering, naast de tegemoetkoming voor de revalidatie of de geestelijke gezondheidszorg van een gebruiker conform artikel 63, § 1, ook tegemoetkomen in de kosten voor interdisciplinaire diagnostiek, als die niet reeds wordt gefinancierd met andere financieringsbronnen. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de tegemoetkoming in die kosten. In dit artikel wordt verstaan onder diagnostiek: het stellen van een interdisciplinaire diagnose, al dan niet gevolgd door de toepassing van een indicatiestelling als vermeld in artikel 63, §
  24. Art. 65.De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de controle op de indicatiestellingen, vermeld in artikel 63, en kan daarvoor een beroep doen op de Zorgkassencommissie of op externe dienstverleners, die in voorkomend geval een door de Vlaamse Regering vastgelegde vergoeding ontvangen. De controles, vermeld in het eerst lid, worden aangestuurd door het agentschap, dat onder meer een selectie kan maken van de gevallen die voor een controle in aanmerking komen. Het agentschap beschikt in voorkomend geval over de gegevens die voor de aansturing noodzakelijk zijn. In het kader van de controles die worden verricht met het oog op de toepassing van het eerste lid, hebben de gegevens over de zorgbehoefte, die de Zorgkassencommissie en de externe dienstverleners hebben verzameld, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de bewaking van de kwaliteit, de correctheid, de objectiviteit, de gelijke behandeling en de uniformiteit betreffende de indicatiestellingen. Art. 66.Als de Zorgkassencommissie vaststelt dat een indicatiesteller de indicatiestellingen, vermeld in artikel 63, verkeerd toepast, kan het agentschap de volgende maatregelen opleggen: 1° het volgen van een remediëringstraject;2° de herziening van de indicatiestellingen en de financiële weerslag die daaruit volgt. De Vlaamse Regering bepaalt wat moet worden verstaan onder een verkeerde toepassing van indicatiestellingen als vermeld in het eerste lid, en legt de nadere invulling vast van de maatregelen, vermeld in het eerste lid. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger en de betrokken zorgvoorziening kunnen tegen de beslissing van het agentschap, vermeld in het eerste lid, 2°, beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. Het agentschap kan een beroep doen op het betrokken team van de Zorgkassencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. Art. 67.De erkenning van een organisatie, zorgvoorziening of zorgverlener als indicatiesteller kan worden geschorst of ingetrokken indien die organisatie, zorgvoorziening of zorgverlener de indicatiestellingen, vermeld in artikel 63, systematisch verkeerd toepast. De Vlaamse Regering bepaalt wat moet worden verstaan onder een systematisch verkeerd toepassen van indicatiestellingen als vermeld in het eerste lid, en door wie de schorsing of de intrekking van de erkenning wordt opgelegd. De Vlaamse Regering legt de periode vast van de schorsing van de erkenning. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en procedures voor de oplegging van de schorsing of de intrekking van de erkenning, inclusief de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen bij de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten7 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers. Na uitputting van de bezwaarprocedure, vermeld in het derde lid, kan tegen de beslissing beroep worden aangetekend bij de Raad van State. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. Art. 68.§
  25. Het agentschap kan een administratieve geldboete opleggen aan een indicatiesteller die de indicatiestellingen, vermeld in artikel 63, systematisch verkeerd toepast, of die de resultaten van de indicatiestellingen als vermeld in artikel 63, systematisch foutief meedeelt aan het agentschap. De Vlaamse Regering bepaalt wat moet worden verstaan onder een systematisch verkeerde toepassing van indicatiestellingen en `een systematisch foutieve mededeling van de resultaten van de indicatiestellingen', vermeld in het eerste lid. Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, bedraagt minstens 500 euro en maximaal 5000 euro. §
  26. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de oplegging en de betaling van de administratieve geldboete. Ze wijst de ambtenaren aan die de administratieve geldboete kunnen opleggen. §
  27. De administratieve geldboete, verhoogd met de invorderingskosten, kan bij dwangbevel worden ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling. De bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op het dwangbevel. §
  28. De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit conform artikel 2244 tot en met artikel 2250 van het Burgerlijk Wetboek. §
  29. De indicatiesteller kan tegen de beslissing van het agentschap tot oplegging van een administratieve geldboete overeenkomstig het eerste lid, beroep aantekenen bij de Raad van State. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. Art. 69.Als zich een wijziging in de zorgbehoefte van de gebruiker voordoet, kan de zorgkas de beslissing over de toekenning van de zorggebonden financiering herzien overeenkomstig de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden en procedures. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de evaluatie van de zorgbehoefte van de gebruiker wordt herzien. Art. 70.In het kader van de indicatiestellingen, vermeld in artikel 63, wordt gebruikgemaakt van een databank, waarin gegevens worden verzameld over de toegepaste indicatiestellingen. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop en de vorm waarin gegevens over de indicatiestellingen zo veel mogelijk digitaal worden bezorgd of toegevoegd aan de databank, vermeld in het eerste lid. Die gegevens kunnen worden bezorgd door de individuele zorgverlener die optreedt als indicatiesteller dan wel, en onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden, op het niveau van de organisatie of de zorgvoorziening waar de persoon die optreedt als indicatiesteller in dienst is. De voorwaarden, vermeld in het tweede lid, omvatten ten minste de verplichting voor de betrokken organisaties en voorzieningen, om voor elke indicatiestelling te kunnen nagaan door wie en op welk tijdstip de indicatiestelling werd toegepast. Aan de actoren die belast zijn met taken en bevoegdheden, geregeld bij of krachtens dit decreet, en aan de gebruiker of de mantelzorger die daarvoor gemachtigd wordt door de gebruiker, kan toegang worden verleend tot de databank, vermeld in het eerste lid, met respect voor de regelgeving ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De toegang tot de databank is voor elke actor beperkt tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uit te voeren opdrachten en tot de periode waarin die opdrachten worden uitgevoerd. De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden en procedures bepalen met betrekking tot de toegang van de actoren, vermeld in het vierde lid, tot de databank, vermeld in het eerste lid. HOOFDSTUK
  30. - Beroepsprocedures Art. 71.De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kunnen, in de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering, administratief beroep aantekenen tegen beslissingen van de zorgkas over de toekenning van het persoonsvolgend budget of tegen herzieningen door de zorgkas van die beslissingen conform artikel
  31. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure en kan bepalen wie het administratief beroep behandelt. De administratieve beroepsprocedure, vermeld in het eerste lid, kan bestaan uit de toepassing van een nieuwe indicatiestelling, op basis waarvan het administratief beroep al dan niet gegrond wordt verklaard. In de gevallen waarin het administratief beroep ongegrond wordt verklaard, kan een deel of het geheel van de kosten van de nieuwe indicatiestelling teruggevorderd worden bij de gebruiker, overeenkomstig de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden en procedures. Art. 72.Na uitputting van de administratieve beroepsprocedure, vermeld in artikel 71, kan door de gebruiker of zijn vertegenwoordiger bij de arbeidsrechtbank beroep aangetekend worden tegen beslissingen over de toekenning van de zorggebonden financiering of tegen herzieningen van die beslissingen. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. HOOFDSTUK
  32. - Cumulatie en subrogatie Art. 73.De Vlaamse Regering kan nadere regels en voorwaarden bepalen voor de eventuele cumulatie van tegemoetkomingen voor verschillende pijlers van de Vlaamse sociale bescherming of zorgvormen. Ze kan inzonderheid nadere regels en voorwaarden bepalen die specifiek gelden voor gebruikers die wonen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Art. 74.De tegemoetkomingen in het kader van dit decreet worden, conform de regels en onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering kan vaststellen, geweigerd of verminderd als de gebruiker of, in geval van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, de persoon met wie hij een gezin vormt, krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen of krachtens vreemde wetten, voor dezelfde behoefte aan zorg al een tegemoetkoming heeft gekregen. De gebruiker of, in geval van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, de persoon met wie hij een gezin vormt, moet zijn aanspraak op de tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, doen gelden en brengt de zorgkas daar in voorkomend geval van op de hoogte. Art. 75.§
  33. De tegemoetkomingen in het kader van dit decreet worden, conform de regels en onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering kan vaststellen, geweigerd of verminderd als de gebruiker, krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen, krachtens vreemde wetten, krachtens gemeen recht of krachtens een overeenkomst, werkelijk een schadeloosstelling ontvangt, voor dezelfde schade en op grond van dezelfde behoefte aan zorg. De gebruiker moet zijn aanspraak op de schadeloosstelling, vermeld in het eerste lid, doen gelden en brengt de zorgkas daar in voorkomend geval van op de hoogte. Als de schadeloosstelling, vermeld in het eerste lid, minder bedraagt dan de tegemoetkomingen verleend in het kader van de Vlaamse sociale bescherming, heeft de gebruiker recht op het verschil ten laste van de Vlaamse sociale bescherming. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waarin de tegemoetkomingen verleend in het kader van de Vlaamse sociale bescherming worden toegekend in afwachting van de effectieve ontvangst door de gebruiker van de schadeloosstelling, vermeld in het eerste lid. §
  34. De zorgkas treedt in de plaats van de gebruiker om een aanspraak op de schadeloosstelling te laten gelden en informeert de gebruiker daarover. Die indeplaatsstelling geldt ten belope van het bedrag van de verleende tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid van paragraaf 1, voor het geheel van de sommen die krachtens andere wetten, decreten, ordonnanties of reglementaire bepalingen, krachtens vreemde wetten, krachtens gemeen recht of krachtens een overeenkomst verschuldigd zijn. Indien degene die schadeloosstelling verschuldigd is de verzekeringsinstelling, vermeld in artikel 136, § 2, van de Ziekteverzekeringswet, verwittigt van zijn voornemen om de rechthebbende schadeloos te stellen, dan brengt de verzekeringsinstelling de zorgkas van de rechthebbende op de hoogte van die verwittiging, in zoverre de schadeloosstelling een van de pijlers betreft van de Vlaamse sociale bescherming. Degene die de schadeloosstelling verschuldigd is, kan de zorgkas ook rechtstreeks verwittigen van zijn voornemen om de gebruiker schadeloos te stellen. De overeenkomst die tot stand gekomen is tussen de gebruiker en degene die de schadeloosstelling verschuldigd is, kan niet tegen de zorgkas worden aangevoerd zonder haar instemming. Als de zorgkas geen partij is, bezorgt de gebruiker een kopie van de tot stand gekomen akkoorden of gerechtelijke beslissingen. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de uitoefening van de rechten, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan bepalen dat daarbij een beroep wordt gedaan op een door haar aangeduide, externe dienstverlener. HOOFDSTUK
  35. - Terugvordering van ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen Art. 76.§
  36. De zorgkassen vorderen ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen terug. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan de beslissing tot terugvordering en de kennisgeving van die beslissing moeten voldoen, alsook in welke gevallen, in welke mate en onder welke voorwaarden de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen kan worden beperkt, of in welke gevallen aan de terugvordering kan worden verzaakt. §
  37. De ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen kunnen in voorkomend geval in mindering gebracht worden van toekomstige tegemoetkomingen die aan de betrokkene uitbetaald moeten worden. §
  38. De terugvordering van ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen verjaart na twee jaar, vanaf de datum waarop de tegemoetkoming is uitbetaald. In afwijking van het eerste lid wordt de termijn van twee jaar voor de terugvordering van de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen aangepast naar vijf jaar als de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen verkregen zijn door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen van de gebruiker of zijn vertegenwoordiger. Een aangetekende brief stuit de verjaring. §
  39. De Vlaamse Regering bepaalt welke instantie, in de situaties vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, financieel verantwoordelijk is voor de niet teruggevorderde tegemoetkomingen. §
  40. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissingen van de zorgkas over de terugvordering. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratief beroep behandelt. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van deze beroepscommissie en kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. Na uitputting van de administratieve beroepsprocedure, vermeld in het eerste lid, kan door de gebruiker of zijn vertegenwoordiger bij de arbeidsrechtbank beroep aangetekend worden. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. TITEL
  41. - Het zorgbudget HOOFDSTUK
  42. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 77.De Vlaamse Regering evalueert drie jaar na de inwerkingtreding van onderhavige bepaling, het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood en het basisondersteuningsbudget met het oog op een toekomstige integratie van die drie tegemoetkomingen. HOOFDSTUK
  43. - Het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden Afdeling
  44. - Toepassingsvoorwaarden Art. 78.De zorgkas verleent een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden voor de kosten van niet-medische hulp- en dienstverlening aan de gebruikers die getroffen zijn door een langdurig ernstig verminderde zelfredzaamheid. De Vlaamse Regering bepaalt wat verstaan wordt onder getroffen zijn door een langdurig ernstig verminderde zelfredzaamheid als vermeld in het eerste lid. Art. 79.De zorgkas verleent een maandelijkse forfaitaire tegemoetkoming aan een gebruiker als vermeld in artikel 78 die voldoet aan een of meer van de volgende voorwaarden: 1° de gebruiker verblijft in het thuismilieu;2° de gebruiker verblijft in een door de Vlaamse Regering krachtens dit decreet erkende of in een daarmee gelijkgestelde zorgvoorziening. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de toekenning, weigering, intrekking en schorsing van de erkenning, en van de gelijkstelling met een erkenning, van zorgvoorzieningen. Afdeling
  45. - Procedure Art. 80.§
  46. De zorgkas beslist over de tegemoetkoming binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van de bestandsmatige gegevens die aanleiding geven tot een automatische toekenning als vermeld in artikel 8, of na indiening van de aanvraag, vermeld in artikel
  47. De Vlaamse Regering bepaalt de omstandigheden waarin van de termijn van zestig dagen, vermeld in het eerste lid, afgeweken kan worden. De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt ingediend bij de zorgkas waarbij de gebruiker is aangesloten conform artikel
  48. De Vlaamse Regering bepaalt de regels waaraan de aanvraag moet voldoen. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de behandeling van de aanvraag of de ambtshalve toekenning. §
  49. De tegemoetkoming bedraagt 130 euro per maand. Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt met ingang van het door de Vlaamse Regering te bepalen kalenderjaar, ieder jaar op 1 januari aangepast aan de ontwikkeling van het afgevlakte gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen van de maand april van het voorgaande jaar ten opzichte van het afgevlakte gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen van de maand april in het door de Vlaamse Regering te bepalen jaar. §
  50. De zorgkas stelt de duur van de tegemoetkoming vast binnen de grenzen die de Vlaamse Regering bepaalt. Als de beslissing niet voor onbepaalde duur geldt, regelt de Vlaamse Regering de verlengingsprocedure van de beslissing. §
  51. De zorgkas kan de beslissing over de tegemoetkoming herzien als zich een wijziging voordoet in de toestand van de gebruiker. De Vlaamse Regering regelt de herzieningsprocedure. §
  52. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissing van de zorgkas. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratief beroep behandelt. De Vlaamse Regering kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. Art. 81.Na uitputting van de administratieve beroepsprocedure, vermeld in artikel 80, § 5, kan door de gebruiker of zijn vertegenwoordiger bij de arbeidsrechtbank beroep aangetekend worden. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. Art. 82.De ernst en de duur van de verminderde zelfredzaamheid worden vastgesteld door de daarvoor door de Vlaamse Regering, onder de door haar vastgestelde voorwaarden, gemachtigde organisaties, zorgvoorzieningen of zorgverleners. De ernst en de duur van de verminderde zelfredzaamheid worden vastgesteld aan de hand van een meetinstrument dat de Vlaamse Regering vaststelt. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de vaststelling van de ernst en de duur van de verminderde zelfredzaamheid wordt uitgevoerd, herzien en gecontroleerd. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de kwaliteit, de correctheid, de objectiviteit, de gelijke behandeling en de uniformiteit van de vaststelling van de ernst en de duur van de verminderde zelfredzaamheid worden bewaakt. Art. 83.Het recht op een tegemoetkoming wordt geopend op het volgende tijdstip: 1° de datum waarop de ernst en de duur van de verminderde zelfredzaamheid ingaat, volgens de vaststelling conform artikel 82;2° de datum van de opname in een zorgvoorziening als vermeld in artikel 79, eerste lid, 2° ;3° de datum van de aanvraag, als de datum, vermeld in punt 1°, na de datum van de aanvraag valt. Er is een carenztijd die inhoudt dat de uitvoering van de tegemoetkoming op zijn vroegste ingaat vanaf de eerste dag van de vierde maand die volgt op de datum waarop het recht op een tegemoetkoming geopend wordt. De Vlaamse Regering kan, in de door haar bepaalde gevallen, afwijken van de carenztijd. HOOFDSTUK
  53. - Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood Afdeling
  54. - Toepassingsvoorwaarden Art. 84.§
  55. De zorgkas kent het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood toe aan de persoon met een verminderde zelfredzaamheid die ten minste 65 jaar oud is. De Vlaamse Regering bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze de vermindering van de zelfredzaamheid wordt vastgesteld, en hoe die vaststelling wordt vergoed. §
  56. De tegemoetkoming kan niet worden gecumuleerd met een van de volgende tegemoetkomingen: 1° een integratietegemoetkoming of een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;2° een gewone tegemoetkoming of een bijzondere tegemoetkoming krachtens de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de mindervaliden;3° een tegemoetkoming voor hulp van derden, conform artikel 2 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de mindervaliden;4° een aanvullende tegemoetkoming of een tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden. §
  57. Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood wordt door de zorgkas toegekend in de vorm van een jaarbedrag, waarvan maandelijks één twaalfde wordt uitbetaald. Art. 85.§
  58. Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood wordt toegekend na aanrekening van de inkomsten van het gezin. De tegemoetkoming kan alleen toegekend worden als het bedrag van het inkomen van de persoon met een verminderde zelfredzaamheid en eventueel de persoon met wie hij een gezin vormt, het bedrag van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 86, niet overschrijdt. §
  59. De Vlaamse Regering bepaalt wat moet worden verstaan onder inkomen als vermeld in paragraaf 1, en door wie, volgens welke criteria en op welke wijze het bedrag ervan moet worden bepaald. De Vlaamse Regering kan bepalen dat sommige inkomsten of delen van het inkomen, onder de voorwaarden die ze bepaalt, niet of maar gedeeltelijk in aanmerking worden genomen. Ze kan daarbij een onderscheid maken op basis van: 1° de gezinssamenstelling van de gebruiker;2° de leden van het gezin voor wie het inkomen wordt bepaald;3° de bron van het inkomen. De Vlaamse Regering bepaalt wat moet worden verstaan onder gezin als vermeld in het tweede lid. §
  60. De gebruiker en de personen met wie hij een gezin vormt, moeten hun rechten laten gelden op sociale uitkeringen inzake ziekte en invaliditeit, werkloosheid, arbeidsongevallen, beroepsziekten, rust- en overlevingspensioenen, de inkomensgarantie voor ouderen en het gewaarborgd inkomen voor bejaarden. Art. 86.Het bedrag van het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood varieert op de volgende wijze volgens de graad van zelfredzaamheid en volgens de categorie waartoe de gebruiker behoort: 1° de gebruiker van wie de graad van zel

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.