← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu

Kort samengevat

Dit besluit stelt het Vlaams reglement vast voor erkenningen met betrekking tot het leefmilieu, bekend als VLAREL. Het regelt de erkenning van personen en instanties die specifieke taken uitvoeren op milieugebied.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
19 NOVEMBER 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (VLAREL) De Vlaamse Regering, Gelet op de wet van 28 december 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1964 pub. 18/06/2010 numac 2010000336 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging sluiten betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging, artikel 1 en 4; Gelet op de wet van 18 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten betreffende de bestrijding van de geluidshinder, artikel 7; Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, artikel 3, § 1; Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20 en artikel 87, § 1; Gelet op het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, artikel 3 en artikel 12; Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, artikel 20, artikel 22ter tot en met 22novies en artikel 29; Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikel 3.2.1, §§ 6, 7 en 10, artikel 3.3.2, § 5, artikel 4.3.2 en artikel 10.2.4, §§ 4 en 5, artikel 16.1.2, 1°, f), artikel 16.3.9, § 2, artikel 16.3.16 en artikel 16.4.27; Gelet op het decreet van 24 mei 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2002 pub. 23/07/2002 numac 2002035862 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende water bestemd voor menselijke aanwending sluiten betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, artikel 7, § 4; Gelet op het decreet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003036268 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004, artikel 25; Gelet op het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 04/05/2009 numac 2009035361 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wat betreft de aanvulling met een regeling inzake erkenningen, en houdende wijziging van diverse andere wetten en decreten sluiten houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wat betreft de aanvulling met een regeling inzake erkenningen, en houdende wijziging van diverse andere wetten en decreten, artikel 15; Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, artikel 4.7.13, tweede lid; Gelet op het koninklijk besluit van 2 april 1974 houdende de voorwaarden en modaliteiten voor de erkenning van de laboratoria en lichamen die, in het kader van de bestrijding van de geluidshinder, belast zijn met het beproeven van en de controle op apparaten en inrichtingen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 1984 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria ter uitvoering van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 maart 1989 houdende organisatie van de milieueffectbeoordeling van bepaalde categorieën van hinderlijke inrichtingen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 maart 1989 houdende bepaling voor het Vlaamse Gewest van de categorieën van werken en handelingen, andere dan hinderlijke inrichtingen, waarvoor een milieueffectrapport is vereist voor de volledigheid van de aanvraag van een bouwvergunning; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 1993 tot vaststelling van de modaliteiten voor de subsidiëring van de aankoop van apparatuur voor geluidsmetingen door provincie- en gemeentebesturen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 juni 1994 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria voor wateranalyse; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/12/2002 pub. 28/01/2003 numac 2003035094 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden, artikel 9; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 22 september 2010; Gelet op advies 48.780/3 van de Raad van State, gegeven op 26 oktober 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/90/EG van de Commissie van 31 juli 2009 tot vaststelling van technische specificaties voor de chemische analyse en monitoring van de watertoestand krachtens Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad. Art. 2.De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de erkenningen, vermeld in artikel 6, die bij wet, decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden ingesteld voor het uitoefenen van bepaalde functies, het verstrekken van opleidingen, het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen, beproevingen en analyses door rechtspersonen of natuurlijke personen. Art. 3.De minister kan de bijlagen bij dit besluit wijzigen, met uitzondering van bijlage 11. Art. 4.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° wet Geluidshinder : de wet van 18 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/07/1973 pub. 25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten betreffende de bestrijding van de geluidshinder;2° decreet Milieubeleid : het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;3° titel I van het VLAREM : het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning;4° titel II van het VLAREM : het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;5° besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen : het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater;6° de afdeling : de afdeling, bevoegd voor erkenningen, namelijk de afdeling Milieuvergunningen van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 02/12/2003 numac 2003202017 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 01/12/2003 numac 2003202028 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid sluiten tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;7° de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen : de afdeling Milieuvergunningen van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 02/12/2003 numac 2003202017 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 01/12/2003 numac 2003202028 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid sluiten tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;8° de afdeling, bevoegd voor geluidshinder : de afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu en Gezondheid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 02/12/2003 numac 2003202017 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 01/12/2003 numac 2003202028 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid sluiten tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;9° de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging : de afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheersing, Milieu en Gezondheid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 02/12/2003 numac 2003202017 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 01/12/2003 numac 2003202028 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid sluiten tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;10° de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage : de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 02/12/2003 numac 2003202017 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 01/12/2003 numac 2003202028 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid sluiten tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;11° de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen : de afdeling Land- en Bodembescherming, Ondergrond en Natuurlijke Rijkdommen van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 02/12/2003 numac 2003202017 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 01/12/2003 numac 2003202028 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid sluiten tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;12° de afdeling, bevoegd voor bodembescherming : de afdeling Land- en Bodembescherming, Ondergrond en Natuurlijke Rijkdommen van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 02/12/2003 numac 2003202017 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 01/12/2003 numac 2003202028 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid sluiten tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;13° de afdeling, bevoegd voor toezicht volksgezondheid : de afdeling Toezicht Volksgezondheid van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid;14° de afdeling, bevoegd voor veiligheidsrapportage : de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, zoals thans bepaald met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 02/12/2003 numac 2003202017 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 01/12/2003 numac 2003202028 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid sluiten tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries;15° het één-loket : het ondernemersloket, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2009 tot gedeeltelijke omzetting van artikel 6 en 8 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt;16° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu;17° gebruik van de erkenning : het uitoefenen van bepaalde functies, het verstrekken van opleidingen, het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen, beproevingen en analyses waarvoor de erkenning geldt;18° referentielaboratorium : geaccrediteerde organisatie of internationaal of nationaal erkende organisatie die voldoet aan de eisen van ISO/IEC 17043 en die programma's van geschiktheidsbeproeving organiseert voor de laboratoria, vermeld in artikel 6, 5°, a), b) en c), voor een gedeelte van een pakket of een volledig pakket, als vermeld in bijlage 3, 1°, 2°, respectievelijk 3°, in voorkomend geval op concentratieniveaus die door de minister vastgelegd kunnen worden;19° drinkwater : water, bestemd voor menselijke consumptie, als vermeld in het decreet van 24 mei 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2002 pub. 23/07/2002 numac 2002035862 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende water bestemd voor menselijke aanwending sluiten betreffende water, bestemd voor menselijke aanwending;20° compendium : bundel met methoden voor het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen en analyses, die Europese (EN), internationale (ISO) of andere genormeerde methoden of methoden die door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek werden gevalideerd in opdracht van de Vlaamse overheid, omvatten.Het compendium wordt goedgekeurd bij ministerieel besluit en de inhoudstafel wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad ; 21° code van goede praktijk : door de afdeling aanvaarde en voor het publiek toegankelijke geschreven regels met betrekking tot de activiteiten en maatregelen, vermeld in dit besluit;22° deeldomein afvalwater : water waarbij de te meten parameters concentratieniveaus bestrijken die representatief zijn met betrekking tot de emissiegrenswaarden voor afvalwater, vermeld in titel II van het VLAREM.Die concentratieniveaus kunnen door de minister vastgelegd worden; 23° deeldomein oppervlaktewater : water waarbij de te meten parameters concentratieniveaus bestrijken die representatief zijn met betrekking tot de milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater, vermeld in titel II van het VLAREM.Die concentratieniveaus kunnen door de minister vastgelegd worden; 24° deeldomein grondwater : water waarbij de te meten parameters concentratieniveaus bestrijken die representatief zijn met betrekking tot de milieukwaliteitsnormen voor grondwater, vermeld in titel II van het VLAREM.Die concentratieniveaus kunnen door de minister vastgelegd worden; 25° deeldomein drinkwater : water waarbij de te meten parameters concentratieniveaus bestrijken die representatief zijn met betrekking tot het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/12/2002 pub. 28/01/2003 numac 2003035094 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie.Die concentratieniveaus kunnen door de minister vastgelegd worden. HOOFDSTUK 2. - De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek Art. 5.De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, hierna de VITO te noemen, wordt aangewezen als referentielaboratorium voor het Vlaamse Gewest voor de discipline water, deeldomeinen afvalwater, oppervlaktewater, grondwater en drinkwater, de discipline lucht en de discipline bodem, deeldomein bodembescherming, vermeld in artikel 6, 5°. HOOFDSTUK 3. - Categorieën van erkenningen Art. 6.De erkenningen worden ingedeeld in de volgende categorieën : 1° deskundigen : a) milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen, vermeld in artikel 1.3.1.1, § 1, van titel II van het VLAREM, met betrekking tot een of meer van de domeinen, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd; b) milieudeskundige in de discipline bodemcorrosie, vermeld in artikel 1.3.1.1, § 1, van titel II van het VLAREM; c) milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen, vermeld in artikel 1.3.1.1, § 2, van titel II van het VLAREM, met betrekking tot een van de deeldomeinen of voor beide : 1) geluid, voor : a.het uitvoeren van akoestische onderzoeken, het opstellen en begeleiden van saneringsplannen volgens de bijlagen 4.5.2 en 4.5.3 van titel II van het VLAREM en het beproeven of controleren van apparaten en inrichtingen die lawaai kunnen veroorzaken, die bestemd zijn om het lawaai te meten of de hinder ervan te verhelpen; b. optioneel, het beproeven of controleren van apparaten en inrichtingen die bestemd zijn om het lawaai te dempen of op te slorpen;2) trillingen, voor het uitvoeren van trillingsmetingen, het opstellen en begeleiden van saneringsplannen en het beproeven of controleren van apparaten en inrichtingen die trillingen kunnen veroorzaken, die bestemd zijn om trillingen te meten of de hinder ervan te verhelpen;d) MER-deskundige : deskundige voor het opstellen van milieueffectrapporten als vermeld in titel IV van het decreet Milieubeleid, met betrekking tot een of meer van de volgende disciplines en deeldomeinen : 1) mens : toxicologie, psychosomatische aspecten, mobiliteit en ruimtelijke aspecten;2) fauna en flora;3) bodem : pedologie en geologie;4) water : geohydrologie, oppervlakte- en afvalwater, en mariene waters;5) lucht : geur en luchtverontreiniging;6) licht, warmte en elektromagnetische golven;7) geluid en trillingen : geluid en trillingen;8) klimaat;9) landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie : landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie;e) VR-deskundige : deskundige voor het opstellen van omgevings- en ruimtelijke veiligheidsrapporten als vermeld in titel IV van het decreet Milieubeleid;2° technici : a) technicus vloeibare brandstof als vermeld in artikel 2 van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen;b) technicus gasvormige brandstof als vermeld in artikel 2 van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen;c) technicus verwarmingsaudit als vermeld in artikel 2 van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen; d) stookolietechnicus : de erkende technicus als vermeld in artikel 6.5.6.3 van titel II van het VLAREM; 3° milieucoördinatoren en milieuverificateurs, belast met de validatie van de decretale milieuaudit : a) milieucoördinatoren als vermeld in artikel 4.1.9.1.2, § 2, 2°, d), van titel II van het VLAREM; b) milieuverificateurs, belast met de validatie van de decretaal verplichte milieuaudit als vermeld in artikel 4.1.9.2.5, § 3, van titel II van het VLAREM; 4° opleidingscentra : a) voor het verstrekken van de aanvullende vorming voor milieucoördinatoren, vermeld in artikel 4.1.9.1.2, § 3, van titel II van het VLAREM; b) voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake vloeibare brandstof, vermeld in artikel 2 van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen;c) voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake gasvormige brandstof, vermeld in artikel 2 van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen;d) voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake de verwarmingsaudit, vermeld in artikel 2 van het besluit inzake het onderhoud en nazicht van stooktoestellen; e) voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid en bijscholing inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks, vermeld in artikel 6.5.6.4 van titel II van het VLAREM; 5° laboratoria : a) laboratorium in de discipline water voor het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen, beproevingen en analyses op afvalwater, oppervlaktewater en grondwater als vermeld in artikel 1.3.1.1, § 1, van titel II van het VLAREM, en drinkwater als vermeld in artikel 10 en 12 en in bijlage 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/12/2002 pub. 28/01/2003 numac 2003035094 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie sluiten houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, voor een of meer van de pakketten, vermeld in bijlage 3, 1°, die bij dit besluit is gevoegd. Een laboratorium in de discipline water kan erkend worden voor een of meer van de volgende deeldomeinen : 1) afvalwater;2) oppervlaktewater;3) grondwater;4) drinkwater; b) laboratorium in de discipline lucht voor het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen, beproevingen en analyses in het kader van de bestrijding van de luchtverontreiniging als vermeld in artikel 1.3.1.1, § 1, van titel II van het VLAREM, voor een of meer van de pakketten, vermeld in bijlage 3, 2°, die bij dit besluit is gevoegd; c) laboratorium in de discipline bodem, deeldomein bodembescherming, voor het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen en analyses in het kader van de bodembescherming, vermeld in artikel 9, § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden voor het pakket, vermeld in bijlage 3, 3°, die bij dit besluit is gevoegd. HOOFDSTUK 4. - Erkenningsvoorwaarden Afdeling 1. - Algemene bepalingen erkenningsvoorwaarden Art. 7.Met behoud van de toepassing van de bepalingen inzake erkenning van rechtswege wordt de erkenning verleend als de aanvrager het bewijs levert dat hij voldoet aan de algemene en bijzondere erkenningsvoorwaarden die overeenkomstig hoofdstuk 4 van toepassing zijn op de aangevraagde erkenning. Bij het onderzoek en de beslissing over de erkenningsaanvraag wordt rekening gehouden met de gelijkwaardige erkenningsvoorwaarden waaraan de aanvrager al in een ander gewest in België of in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte heeft voldaan. Afdeling 2. - Algemene erkenningsvoorwaarden Art. 8.De hierna vermelde algemene erkenningsvoorwaarde geldt voor alle erkenningen, vermeld in artikel 6 : de aanvrager van de erkenning en, in voorkomend geval, de natuurlijke personen waarvan de identiteit moet worden vermeld in de aanvraag, hebben in de periode van drie jaar die de erkenningsaanvraag voorafgaat, in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen voor overtredingen van de milieuwetgeving die verband houden met het gebruik van de erkenning. Afdeling 3. - Bijzondere erkenningsvoorwaarden Onderafdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden voor deskundigen Art. 9.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen, vermeld in artikel 6, 1°, a) : 1° een natuurlijke persoon zijn;2° a) hetzij minstens de graad van bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding, vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald, en minstens één jaar praktische ervaring in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen hebben verworven binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;b) hetzij minstens de opleiding secundaire of secundaire technische leergangen hebben genoten of een gelijkwaardig getuigschrift of certificaat hebben behaald, en een praktische ervaring van minstens vijf jaar in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen hebben verworven binnen tien jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag. Art. 10.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een milieudeskundige in de discipline bodemcorrosie, vermeld in artikel 6, 1°, b) : 1° een natuurlijke persoon zijn;2° a) hetzij minstens de graad van bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding, vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald, en minstens één jaar praktische ervaring in de discipline bodemcorrosie hebben verworven binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;b) hetzij minstens de opleiding secundaire of secundaire technische leergangen hebben genoten of een gelijkwaardig getuigschrift of certificaat hebben behaald, en minstens vijf jaar praktische ervaring in de discipline bodemcorrosie, hebben verworven binnen tien jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag. Art. 11.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen, vermeld in artikel 6, 1°, c : 1° een natuurlijke persoon zijn;2° a) hetzij minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens drie jaar praktische ervaring hebben met het uitvoeren van opdrachten in het kader van de erkenning, verworven binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;b) hetzij minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens vijf jaar praktische ervaring hebben met het uitvoeren van opdrachten in het kader van de erkenning, verworven binnen zeven jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;3° met gunstig gevolg een opleiding hebben genoten waarin minstens de onderwerpen aan bod zijn gekomen, vermeld in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd. Art. 12.§ 1. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor de MER-deskundigen, vermeld in artikel 6, 1°, d) : 1° een natuurlijke persoon zijn;2° a) hetzij minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens drie jaar praktische ervaring hebben met het meewerken aan het opstellen van milieueffectstudies in de aangevraagde disciplines en deeldomeinen, verworven binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;b) hetzij minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens vijf jaar praktische ervaring hebben met het meewerken aan het opstellen van milieueffectstudies in de aangevraagde disciplines en deeldomeinen, verworven binnen zeven jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;3° met gunstig gevolg een opleiding hebben genoten per deeldomein of als er geen deeldomeinen zijn, per discipline, waarin minstens de onderwerpen aan bod zijn gekomen, vermeld in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd. § 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, 1°, 2° en 3° gelden de hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden voor de MER-deskundigen in de discipline geluid en trillingen, vermeld in artikel 6, 1°, d), 7) : 1° als de erkenning wordt aangevraagd als MER-deskundige in de discipline geluid en trillingen, deeldomein geluid, in het bezit zijn van een erkenning als milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen, deeldomein geluid, vermeld in artikel 6, 1°, c), 1);2° als de erkenning wordt aangevraagd als MER-deskundige in de discipline geluid en trillingen, deeldomein trillingen, in het bezit zijn van een erkenning als milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen, deeldomein trillingen, vermeld in artikel 6, 1°, c), 2). Art. 13.De hierna vermelde bijzondere voorwaarden gelden voor de VR-deskundige, vermeld in artikel 6, 1°, e) : 1° een natuurlijke persoon zijn;2° a) hetzij minstens de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens drie jaar praktische ervaring hebben met het meewerken aan het opstellen van veiligheidsrapporten en het uitvoeren van kwantitatieve risicoanalyses, risico-inventarisaties en risico-evaluaties met betrekking tot risico's, voor mens en milieu, bij industriële ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn, verworven binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;b) hetzij minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad hebben behaald en minstens vijf jaar praktische ervaring hebben met het meewerken aan het opstellen van veiligheidsrapporten en het uitvoeren van kwantitatieve risicoanalyses, risico-inventarisaties en risico-evaluaties met betrekking tot risico's, voor mens en milieu, bij industriële ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn, verworven binnen zeven jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag;3° met gunstig gevolg een opleiding hebben genoten waarin minstens de onderwerpen aan bod zijn gekomen, vermeld in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd. Onderafdeling 2. - Erkenningsvoorwaarden voor technici Art. 14.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een technicus vloeibare brandstof als vermeld in artikel 6, 2°, a) : 1° een natuurlijke persoon zijn;2° in het bezit zijn van een certificaat van bekwaamheid inzake vloeibare brandstof dat, nadat de persoon de opleiding heeft gevolgd en geslaagd is voor de bijkomende proef, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 1, die bij dit besluit is gevoegd, uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, b) ;3° een geldig bewijs van betaling van het dossierrecht, vermeld in artikel 40 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater, hebben voorgelegd. Art. 15.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een technicus gasvormige brandstof als vermeld in artikel 6, 2°, b) : 1° een natuurlijke persoon zijn;2° in het bezit zijn van een certificaat van bekwaamheid inzake gasvormige brandstof dat, nadat de persoon de opleiding heeft gevolgd en geslaagd is voor de bijkomende proef, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, die bij dit besluit is gevoegd, uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, c) ;3° een geldig bewijs van betaling van het dossierrecht, vermeld in artikel 40 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater, hebben voorgelegd. Art. 16.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een technicus verwarmingsaudit als vermeld in artikel 6, 2°, c) : 1° een natuurlijke persoon zijn;2° erkend zijn als technicus vloeibare brandstof of als technicus gasvormige brandstof als vermeld in artikel 6, 2°, a) respectievelijk b) ;3° in het bezit zijn van een certificaat van bekwaamheid inzake de verwarmingsaudit dat, nadat de persoon de opleiding heeft gevolgd en geslaagd is voor de bijkomende proef, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 4, die bij dit besluit is gevoegd, uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, d). Art. 17.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een stookolietechnicus als vermeld in artikel 6, 2°, d) : 1° een natuurlijke persoon zijn;2° in het bezit zijn van een certificaat van bekwaamheid inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks dat, nadat de persoon de opleiding heeft gevolgd en geslaagd is voor de bijkomende proef, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 5, die bij dit besluit is gevoegd, uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, e). Onderafdeling 3. - Erkenningsvoorwaarden voor milieucoördinatoren en verificateurs Art. 18.§ 1. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor de milieucoördinator, vermeld in artikel 6, 3°, a), voor het uitoefenen van de functie bij inrichtingen, aangeduid met de kenletter A in de vijfde kolom van de lijst van de als hinderlijk beschouwde inrichtingen, vastgesteld in bijlage 1 van titel I van het VLAREM : 1° een natuurlijke persoon zijn;2° de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad bezitten;3° in het bezit zijn van een getuigschrift van aanvullende vorming voor milieucoördinatoren van het eerste niveau of van het overgangsniveau dat, nadat de persoon het vastgelegde onderricht heeft gevolgd en geslaagd is voor het examen, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, a) ;4° minstens één jaar praktische ervaring in het beheersen en voorkomen van milieuhinder en risico's op bedrijfsniveau verworven hebben binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag. § 2. De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor de milieucoördinator, vermeld in artikel 6, 3°, a), voor het uitoefenen van de functie bij inrichtingen, aangeduid met de kenletter B in de vijfde kolom van de lijst van de als hinderlijk beschouwde inrichtingen, vastgesteld in bijlage 1 van titel I van het VLAREM : 1° een natuurlijke persoon zijn;2° minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad bezitten;3° in het bezit zijn van een getuigschrift van aanvullende vorming voor milieucoördinatoren van het tweede niveau dat, nadat de persoon het vastgelegde onderricht heeft gevolgd en geslaagd is voor het examen, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, a) ;4° minstens één jaar praktische ervaring in het beheersen en voorkomen van milieuhinder en risico's op bedrijfsniveau verworven hebben binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag. Art. 19.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarde geldt voor de milieuverificateur die belast is met de validatie van de decretale milieuaudit, vermeld in artikel 6, 3°, b) : houder zijn van de titel van milieuverificateur, vermeld in verordening nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van verordening (EG) nr. 761/2001 en van beschikking 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie. Onderafdeling 4. - Erkenningsvoorwaarden voor opleidingscentra Art. 20.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het verstrekken van de aanvullende vorming voor milieucoördinatoren, vermeld in artikel 6, 4°, a) : 1° naargelang de gewenste erkenning de cursussen van het eerste, het tweede of het overgangsniveau, met inbegrip van de examens, organiseren, waarvan de programma's minstens beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd;2° over in de materie onderlegde docenten beschikken die de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad bezitten, of die meer dan drie jaar ervaring hebben in het lesdomein in kwestie;3° over een opvolgingscommissie beschikken die de organisatie en de programma-inhoud van de cursussen bewaakt.Het afdelingshoofd van de afdeling of zijn afgevaardigde maken van rechtswege deel uit van de opvolgingscommissie. Art. 21.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het organiseren van de opleiding en het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid inzake vloeibare brandstof, vermeld in artikel 6, 4°, b) : 1° de opleiding of bijscholing voor vloeibare brandstof met de bijhorende proeven organiseren, zoals beschreven in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 1, die bij dit besluit is gevoegd;2° beschikken over bevoegd technisch personeel dat belast wordt met het theoretische en praktische onderricht.Elk lid van het technisch personeel is zelf houder van een geldig en toepasselijk certificaat van bekwaamheid inzake vloeibare brandstof, behaald in een ander opleidingscentrum dan waar het lid onderricht geeft of jureert; 3° een examenjury samenstellen, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : a) de jury bestaat uit minstens drie specialisten in de onderwezen vakken en staat onder het voorzitterschap van een master of een bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding als vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een persoon met minstens tien jaar ervaring in de materie die erkend is als technicus vloeibare brandstof en die actief is in het vak;b) minstens twee juryleden zijn zelf houder van een geldig en toepasselijk certificaat van bekwaamheid inzake vloeibare brandstof, behaald in een ander opleidingscentrum dan waar hij zetelt of onderricht geeft;c) minstens een van de leden van de examenjury is een erkende technicus vloeibare brandstof die extern is aan het opleidingscentrum en die actief is in de verwarmingswereld;d) de afdeling kan zetelen in de examenjury. Art. 22.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het organiseren van de opleiding en het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid inzake gasvormige brandstof, vermeld in artikel 6, 4°, c) : 1° de opleiding of bijscholing gasvormige brandstof module G1 of de modules G1 en G2 of de modules G1, G2 en G3 met de bijhorende proeven organiseren, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, die bij dit besluit is gevoegd;2° beschikken over bevoegd technisch personeel dat belast wordt met het theoretische en praktische onderricht.Elk lid van het technisch personeel is zelf houder van een certificaat van bekwaamheid inzake gasvormige brandstof behaald in een ander opleidingscentrum dan waar het lid onderricht geeft of jureert; 3° een examenjury samenstellen, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : a) de jury bestaat uit minstens drie specialisten in de onderwezen vakken en staat onder het voorzitterschap van een master of een bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding als vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een persoon met minstens tien jaar ervaring in de materie die erkend is als technicus gasvormige brandstof en die actief is in het vak;b) minstens twee juryleden zijn zelf houder van een toepasselijk certificaat van bekwaamheid inzake gasvormige, behaald in een ander opleidingscentrum dan waar hij zetelt of onderricht geeft;c) minstens een van de leden van de examenjury is een erkende technicus gasvormige brandstof die extern is aan het opleidingscentrum en die actief is in de verwarmingswereld;d) de afdeling kan zetelen in de examenjury. Art. 23.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het organiseren van de opleiding en het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid inzake de verwarmingsaudit, vermeld in artikel 6, 4°, d) : 1° erkend zijn als opleidingscentrum vloeibare brandstof of gasvormige brandstof als vermeld in artikel 6, 4°, b) en c) ;2° de opleiding of bijscholing verwarmingsaudit en de bijhorende proef organiseren, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 4, die bij dit besluit is gevoegd;3° beschikken over bevoegd technisch personeel dat belast wordt met het theoretische en praktische onderricht.Elk lid van het technisch personeel is zelf houder van een geldig en toepasselijk certificaat van bekwaamheid inzake de verwarmingsaudit, behaald in een ander opleidingscentrum dan waar het lid onderricht geeft of jureert; 4° een examenjury samenstellen, waarbij ten minste aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : a) de jury bestaat uit minstens één specialist in de onderwezen vakken en staat onder het voorzitterschap van een master of een bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding als vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een persoon met minstens tien jaar ervaring in de materie die erkend is als technicus verwarmingsaudit en die actief is in het vak;b) minstens één jurylid is houder van een certificaat van bekwaamheid inzake de verwarmingsaudit, behaald in een ander opleidingscentrum dan waar hij zetelt of onderricht geeft;c) minstens één van de leden van de examenjury is een erkende technicus verwarmingsaudit die extern is aan het opleidingscentrum en die actief is in de verwarmingswereld;d) de afdeling kan zetelen in de examenjury. Art. 24.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een opleidingscentrum voor het organiseren van de opleiding en het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks, vermeld in artikel 6, 4°, e) : 1° de opleiding of bijscholing inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks met de bijhorende proeven organiseren, vermeld in bijlage 1, hoofdstuk 3, afdeling 4, die bij dit besluit is gevoegd;2° beschikken over bevoegd technisch personeel dat belast wordt met het theoretische en praktische onderricht.Elk lid van het technisch personeel is zelf houder van een geldig en toepasselijk certificaat van bekwaamheid of bijscholing inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks, behaald in een ander opleidingscentrum dan waar het lid onderricht geeft of jureert; 3° een examenjury samenstellen, waarbij ten minste aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : a) de jury bestaat uit minstens drie specialisten in de onderwezen vakken en staat onder het voorzitterschap van een master of een bachelor uit een afstudeerrichting of opleiding als vermeld in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, of een persoon met minstens tien jaar ervaring in de materie die erkend is als stookolietechnicus en die actief is in het vak;b) minstens twee juryleden zijn zelf houder van een certificaat van bekwaamheid of bijscholing inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks, behaald in een ander opleidingscentrum dan waar hij zetelt of onderricht geeft;c) minstens één van de leden van de examenjury is een erkende stookolietechnicus die extern is aan het opleidingscentrum en die actief is in de verwarmingswereld;d) de afdeling kan zetelen in de examenjury. Onderafdeling 5. - Erkenningsvoorwaarden voor laboratoria Art. 25.De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5° : 1° een rechtspersoon zijn;2° voor de aangevraagde pakketten over een gunstige beoordeling van een referentielaboratorium beschikken, gegeven op basis van de evaluatie van beproevingen en monsternemingen, metingen en analyses op typemonsters van referentiestalen of reële stalen die door een referentielaboratorium ter beschikking gesteld zijn en die door de aanvrager uitgevoerd werden.De uitgevoerde beproevingen, monsternemingen, metingen en analyses zijn uitgevoerd volgens de methoden, vermeld in artikel 45, § 1 en § 2. Een gedeelte van een pakket of een volledig pakket wordt beoordeeld : a) hetzij in geval van een ringtest door een referentielaboratorium aan de hand van de scoringssystemen, vermeld in ISO/IEC 17043 of in de norm ISO 13528, en, in voorkomend geval, op basis van de prestatiekenmerken, vermeld in de toepasselijke bepalingen in de wetten, decreten en besluiten in het Vlaamse Gewest.De minister kan de voorwaarden bepalen waaraan de ringtest moet voldoen; b) hetzij in het andere geval door een referentielaboratorium op basis van de evaluatie van de criteria, vermeld in : 1) bijlage 10, 1°, voor een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, a) ;2) bijlage 10, 2°, voor een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, b) ;3) bijlage 10, 3°, voor een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, c). De gunstige beoordeling mag niet ouder zijn dan één jaar voorafgaand aan de datum van de indiening van de erkenningsaanvraag. 3° voor ten minste één onderdeel van een aangevraagd pakket over een ISO/IEC 17025-accreditatie beschikken;4° voor het overige deel van een aangevraagd pakket en, in voorkomend geval, voor de andere aangevraagde pakketten beschikken over : a) hetzij een ISO/IEC 17025-accreditatie;b) hetzij een gunstige beoordeling van de VITO over de toepassing van ISO/IEC 17025. De ISO/IEC 17025-accreditatie, vermeld in 3° en 4° verwijst naar de methode die van toepassing is, overeenkomstig artikel 45, § 1 en § 2, en is van toepassing op : 1° hetzij de matrix afvalwater, oppervlaktewater, grondwater of drinkwater voor een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, a), 1), 2), 3) respectievelijk 4);2° hetzij de matrix lucht voor een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, b) ;3° hetzij de matrix bodem voor een laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, c). HOOFDSTUK 5. - Aanvraag, behandeling, beslissing en bekendmaking Afdeling 1. - Algemene bepalingen aanvraag, behandeling, beslissing en bekendmaking Art. 26.Dit hoofdstuk is niet van toepassing op erkenningen van rechtswege. Afdeling 2. - De aanvraag Art. 27.§ 1. De aanvraag tot erkenning wordt aangetekend, tegen afgifte van ontvangstbewijs of elektronisch via het één-loket ingediend bij de afdeling. § 2. De aanvraag bevat minstens : 1° het aanvraagformulier, waarvan het model wordt vastgesteld door de afdeling, dat minstens de volgende gegevens omvat : a) de identificatiegegevens : van een natuurlijke persoon : 1) de voor- en achternaam;2) het privéadres;3) in voorkomend geval, de naam van het statuut en het adres van de werkgever;4) de contactgegevens van de aanvrager;5) als de erkenningsaanvraag uitgaat van een natuurlijke persoon die een zelfstandig beroep uitoefent, het ondernemingsnummer; van een rechtspersoon : 1) de naam;2) het statuut van de rechtspersoon die de aanvraag indient of namens wie ze wordt ingediend;3) het adres van de maatschappelijke zetel;4) het ondernemingsnummer;5) de identificatiegegevens van de personeelsleden en de erkenningen of beroepskwalificaties die ze bezitten;b) een omschrijving van het voorwerp van de erkenning die wordt aangevraagd.Als een erkenning als vermeld in artikel 6, 1°, a), wordt aangevraagd, wordt het voorwerp van de aanvraag gespecificeerd op basis van de deeldomeinen, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. Als een erkenning als vermeld in artikel 6, 1°, c) en d), wordt aangevraagd, wordt het voorwerp van de aanvraag gespecificeerd op basis van de deeldomeinen, vermeld in de respectieve artikels. Als een erkenning als vermeld in artikel 6, 5°, wordt aangevraagd, wordt het voorwerp van de aanvraag gespecificeerd op basis van de pakketten, vermeld in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd, en, in voorkomend geval, op basis van een of meer van de deeldomeinen, vermeld in artikel 6, 5°, a) ; c) de gegevens en verklaringen die bewijzen dat voldaan is aan de van toepassing zijnde erkenningsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk 4;2° een ondertekende verklaring van de aanvrager dat alle gegevens naar waarheid zijn ingevuld;3° een kopie van de diploma's en getuigschriften, alsook de andere bewijsstukken, vermeld in de erkenningsvoorwaarden. Afdeling 3. - Behandeling van de aanvraag Art. 28.§ 1. De afdeling of het één-loket, als de aanvraag elektronisch wordt ingediend, stuurt een ontvangstbevestiging naar de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de datum van de indiening van de aanvraag. De ontvangstbevestiging bevat : 1° de datum waarop de aanvraag is ontvangen;2° in voorkomend geval, de gegevens en documenten die de aanvrager aan het dossier moet toevoegen opdat de aanvraag volledig zou zijn;3° de termijn waarbinnen de beslissing genomen moet worden;4° in voorkomend geval, de vermelding dat de termijn, vermeld in 3°, pas begint te lopen op het moment dat alle ontbrekende documenten zijn ingediend;5° de vermelding van de beschikbare rechtsmiddelen, de bevoegde instanties die er kennis van nemen, alsook de te respecteren formaliteiten en termijnen. § 2. De afdeling onderzoekt de aanvraag tot erkenning. De afdeling vraagt advies aan de hierna vermelde overheidsorganen : 1° voor de aanvragen tot erkenning als milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen als vermeld in artikel 6, 1°, c) : aan de afdeling, bevoegd voor geluidshinder, en aan de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage;2° voor de aanvragen tot erkenning als MER-deskundige als vermeld in artikel 6, 1°, d) : aan de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage. Voor de volgende disciplines wordt een aanvullend advies gevraagd : a) mens, deeldomeinen : 1) toxicologie : de afdeling, bevoegd voor toezicht volksgezondheid;2) psychosomatische aspecten : de afdeling, bevoegd voor toezicht volksgezondheid;3) mobiliteit : de afdeling Beleid, Mobiliteit en Verkeersveiligheid van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken;4) ruimtelijke ordening : de afdeling Beleid, Mobiliteit en Verkeersveilgheid van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken;b) fauna en flora : het Agentschap voor Natuur en Bos;c) bodem : deeldomeinen : 1) pedologie : de afdeling, bevoegd voor bodembescherming, en de afdeling Bodembeheer van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;2) geologie : de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, en de afdeling Bodembeheer van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;d) water, deeldomein : 1) geohydrologie : de afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij, de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, en de afdeling Bodembeheer van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;2) oppervlakte- en afvalwater : de afdeling Operationeel Waterbeheer en de afdeling Ecologisch Toezicht van de Vlaamse Milieumaatschappij;3) mariene waters : de afdeling Ecologisch Toezicht van de Vlaamse Milieumaatschappij en het Vlaams Instituut voor de Zee;e) lucht, deeldomeinen : 1) geur : de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging;2) luchtverontreiniging : de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging, en de afdeling Lucht, Milieu en Communicatie van de Vlaamse Milieumaatschappij;f) licht, warmte en elektromagnetische golven : de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging;g) geluid en trillingen : de afdeling, bevoegd voor geluidshinder;h) klimaat : de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging;i) landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie : het agentschap Ruimte en Erfgoed, Onroerend Erfgoed van het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed;3° voor de aanvragen tot erkenning als VR-deskundige als vermeld in artikel 6, 1°, e) : de afdeling, bevoegd voor veiligheidsrapportage;4° voor de aanvragen tot erkenning als laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, c) : de afdeling, bevoegd voor bodembescherming. § 3. Als het advies, vermeld in paragraaf 2, niet wordt verleend binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de datum van het verzenden van het verzoek om advies, wordt het advies geacht gunstig te zijn. § 4. De afdeling kan aanvullende adviezen of inlichtingen van andere overheden en organisaties inwinnen als ze dat nodig acht. § 5. Als de aanvrager vraagt om gehoord te worden of de afdeling het nuttig acht, organiseert de afdeling een hoorzitting waarop de aanvrager wordt uitgenodigd. § 6. Het gemotiveerde eindadvies en een voorstel van beslissing worden door de afdeling, binnen een termijn van zestig dagen, te rekenen vanaf de dag na de datum van indienen van het volledige dossier door de aanvrager, aan de minister voorgelegd. Afdeling 4. - De beslissing Art. 29.§ 1. De minister neemt op voorstel van de afdeling een beslissing tot het volledig of gedeeltelijk weigeren of verlenen van de erkenning binnen een termijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na de datum van de indiening van het volledige dossier door de aanvrager. § 2. De minister kan indien noodzakelijk de termijn, vermeld in paragraaf 1, met maximaal dertig dagen verlengen. De afdeling, als de aanvraag elektronisch werd ingediend het één-loket, brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing tot termijnverlenging voor de normale beslissingstermijn is verstreken. § 3. De beslissingstermijnen, vermeld in de paragraaf 1 en 2, worden voor de toepassing van dit besluit geacht termijnen van orde te zijn. § 4. De erkenning wordt verleend voor onbepaalde termijn. Afdeling 5. - Bekendmaking van de beslissing Art. 30.De beslissing wordt binnen een termijn van veertien dagen, te rekenen vanaf de dag na de datum van de ondertekening van de beslissing, betekend door de afdeling met een aangetekende brief of, als de aanvraag elektronisch werd ingediend, met een elektronisch bericht van het één-loket. HOOFDSTUK 6. - Gelijkwaardigheid van titels ten aanzien van erkenningen Art. 31.§ 1. De aanvraag van gelijkwaardigheid van een niet door de Vlaamse overheid of een door haar erkende organisatie verleende titel met een erkenning als vermeld in artikel 6, wordt ingediend bij de afdeling. De aanvraag bevat alle bewijsstukken die aantonen dat de titel gelijkwaardig is aan de erkenning, vermeld in artikel 6. § 2. De afdeling kan in het kader van het onderzoek dat ze voert naar aanleiding van de aanvraag, aanvullende adviezen of inlichtingen van andere overheden en organisaties inwinnen. § 3. De minister beslist op voorstel van de afdeling over de volledige of gedeeltelijke gelijkwaardigheid van de titel. § 4. De beslissing over de gelijkwaardigheid wordt binnen een termijn van zestig dagen, te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de aanvraag, door de afdeling meegedeeld aan de aanvrager. § 5. De gelijkwaardigheid van een bepaalde titel ten aanzien van een erkenning geldt voor alle andere identieke titels. § 6. De titel die gelijkwaardig wordt bevonden aan …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.