← België

Koninklijk besluit betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers

Kort samengevat

Dit besluit regelt het beheer van de nationale nummeringsruimte in België en de procedures voor het toekennen en intrekken van gebruiksrechten voor nummers, als uitvoering van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie. Het actualiseert het vorige uitvoeringsbesluit uit 1997 om rekening te houden met technologische, regelgevende en marktontwikkelingen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
27 APRIL 2007. - Koninklijk besluit betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers VERSLAG AAN DE KONING Sire, Dit besluit heeft tot doel uitvoering te geven aan verscheidene bepalingen van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie inzake nummering. Het vorige uitvoeringsbesluit inzake nummering dateert van eind 1997. Sedertdien zijn er verschillende technologische, regelgevende en marktontwikkelingen tussengekomen, waaronder de commerciële doorbraak van Voice over IP toepassingen, de komst op de Belgische markt van verschillende doorverkopers van elektronische-communicatiediensten, de sterke ontwikkeling van betalende diensten aangeboden via SMS korte nummers, de inwerkingtreding van nieuwe Europese richtlijnen in 2003, enz. Dit besluit beoogt bovenstaande ontwikkelingen in een correct kader te plaatsen en verder het huidige reglementair kader aan te vullen met bepalingen waarvan de ervaring leert dat ze nuttig zijn voor het concrete beheer van de Belgische nummeringsruimte en nummerplannen. In onderhavig besluit werd het advies van de Raad van State integraal gevolgd. De belangrijkste innovaties die dit besluit aanbrengt ten opzichte van het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014279 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende een verzoeningsprocedure voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten betreffende het beheer van het Belgische nummeringsplan zijn : - een duidelijke regeling voor de suballocatie van nummercapaciteit (art. 5); - de invoering van bijzondere procedures voor de toekenning van bepaalde nummercapaciteit, waaronder : ? een spoedprocedure (art. 21); ? de aanwijzing van nummers met een bijzondere economische waarde (art. 22 en bijlage 1); ? een eenmalige procedure van voorintekening met het oog op de reservatie van SMS en MMS korte nummers (art. 31-32); ? de invoering van een procedure voor het vaststellen van nieuwe nummerplannen of het wijzigen van bestaande nummerplannen (art. 36-39); - een definitieve regeling en omkadering van het nomadisch gebruik van geografisch nationale E.164 nummers (art. 43); - de invoering van dienstidentiteiten voor persoonlijke nummerdiensten (art. 52) en het opzetten en aanbieden van bedrijfsnetwerken (art. 53); - de bestemming van de 17XX- en 18XX-reeksen voor het aanbieden van diensten van groot maatschappelijk belang door overheden en VZW's (art. 63); - de definitie van een publiek nummerplan voor SMS en MMS diensten (art. 69-74). Dit besluit begint met het bepalen van een aantal algemene principes, om vervolgens verschillende procedures uiteen te zetten volgens dewelke gebruiksrechten voor nummers kunnen verkregen en uitgeoefend worden. Verder heeft dit besluit de bedoeling een aantal nummerplannen die sedert 1997 een stabiel karakter gekregen hebben definitief vast te leggen. Tevens worden de principes gedefinieerd voor een aantal nieuwe nummerplannen, waarvoor er veel marktvraag lijkt te zijn of waarvoor er een politieke wil is om ze in het algemeen belang op reglementair niveau vast te leggen. Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal Europese voorschriften inzake de handhaving en controle op het vlak van nummering vast te leggen op reglementair niveau. Een laatste belangrijk deel van dit besluit handelt over de heffingen voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers, die op bepaalde vlakken geüpdatet worden. Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 bevat de definities die noodzakelijk zijn voor een goed begrip van dit besluit. Artikel 1, 1°, definieert het op het vlak van de nummering centrale begrip van het nummerplan. Nummerplannen zijn sterk verbonden met de architectuur van elektronische-communicatienetwerken aangezien ze de identificatiesystemen aanreiken om eindgebruikers met elkaar te verbinden en worden ondersteund door verschillende technologieën en systemen. Een nummer geeft voor de eindgebruiker toegang tot elektronische-communicatiediensten. Daarom is de ontwikkeling van een efficiënt nummerplan een belangrijke bepalende factor voor de kwaliteit en het succes van elektronische-communicatiediensten. het kan informatie bevatten over de karakteristieken van de dienst (vb. mobiele communicatie) en een grootte-orde geven over de kostprijs van een gesprek. In het besluit wordt het begrip nummer breed opgevat, namelijk elk teken of geheel van tekens dat dient om eindgebruikers van elektronische-communicatienetwerken (met inbegrip van het Internet) of netwerkelementen te identificeren om communicaties tot stand te brengen. Sommige nummercategorieën zijn een schaars goed. Dit is zeker het geval als men rekening houdt met de enorme kosten die nummerwijzigingen met zich brengen. Het BIPT moet ervoor zorgen dat deze schaarse hulpbron zo efficiënt mogelijk wordt aangewend. Regelmatig moeten nummerplannen worden aangepast om nieuwe diensten mogelijk te maken en om de nummervoorraad indien nodig verder aan te vullen. De marktactoren moeten zowel op kwalitatief als kwantitatief vlak een transparante en niet-discriminerende toegang krijgen tot nummers in het nummerplan. Voor eindgebruikers is de gebruiksvriendelijkheid van nummerplannen primordiaal. Het inschrijven in de Europese harmonisatie past hierin volledig. Een nummerplan wordt zo technologie neutraal mogelijk gemaakt zodat verschillende technische oplossingen om dezelfde diensten aan te bieden op dezelfde manier worden behandeld. Hierdoor kunnen operatoren nieuwere technologieën implementeren zonder dat er een impact is op de eindgebruiker. Meer en meer wordt men geconfronteerd met convergentie, onder ander op technologisch niveau, wat concreet betekent dat de verschillende gespecialiseerde netwerken worden vervangen door een netwerk dat alle toepassingen ondersteunt, gebaseerd op het Internet Protocol. Hierdoor vervagen de grenzen tussen traditioneel sterk gescheiden diensten zoals bijvoorbeeld vaste- en mobiele communicatie. Daarnaast wordt de transportlaag gescheiden van de dienstenlaag zodat de routeringsfunctie van bijvoorbeeld E.164 nummers verdwijnt en nummers meer en meer worden losgekoppeld van de operatoren waaraan ze origineel werden toegewezen. Het DNS systeem kan worden gebruikt om dit te realiseren. Tot slot wordt opgemerkt dat het niet noodzakelijk is dat het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie alle nummerplannen zelf beheert, zolang de bezorgdheden van een open, eerlijk, transparant, niet-discriminerende beheer met oog op voldoende continuïteit worden gewaarborgd. Belangrijk te vermelden is dat een nummer, in de zin van artikel 1, 3°, ook een naam zoals 'A' of 'B' kan zijn, vandaar de opname van 'teken' in de definitie naast een geheel van tekens. Inherent aan de definitie is dat een nummer gebruikt wordt om een klant te identificeren (cfr. de passage « die worden gebruikt om gebruikers of operatoren van elektronische-communicatiediensten en -netwerken te identificeren »). Daarnaast kan een nummer ook een routeringsfunctie hebben (cfr. de passage « om op basis hiervan elektronische communicatie tot stand te brengen. »). De prefix, gedefinieerd in artikel 1, 5°, is een concept dat vooral van belang is in het kader van het vaststellen van het kiesplan, gedefinieerd in artikel 1, 6°. De bekendste prefixen zijn de '0' van de Belgische geografische zonenummers en van de nationale niet-geografische nummers (de '0' van 0800, 0900, enz.) en de '00' die in principe gevormd moet worden om een internationale oproep tot stand te brengen. Niets belet echter om prefixen van een andere vorm (bv. met andere cijfers) te definiëren. Nomadiciteit is een concept dat in artikel 1, 14°, voor het eerst in de sector van de elektronische communicatie in België op reglementair niveau wordt gedefinieerd. Nomadiciteit maakt dat het leveren van een elektronische-communicatiedienst niet verbonden is aan een welbepaalde fysieke locatie of aansluiting bij een welbepaalde operator. Zo kunnen elektronische-communicatiediensten worden geleverd door operatoren die verschillend zijn van diegenen die de toegang - zowel vast als mobiel - controleren tot de eindgebruiker. Dit wordt mogelijk gemaakt door de scheiding van de transport- en dienstenlaag (zie hierboven). De definitie van een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk, voorgesteld in artikel 1, 15°, is een definitie die tracht op een meer accurate wijze te vatten wat in de sector bekend staat als een 'infokioskdienst'. De definitie maakt gebruik van elementen uit de definitie van een 'dienst aangeboden via telecommunicatie', opgenomen in de Gedragscode betreffende het aanbod van bepaalde diensten via telecommunicatie die door Belgacom en een aantal operatoren van elektronische-communicatiediensten geleverd op een vaste locatie is opgesteld. Een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk wordt in het Engels vaak aangeduid met een 'premium rate service'. VPN's, waarvan een definitie gegeven wordt in artikel 1, 18°, simuleren in feite een privaat netwerk op openbare infrastructuur. Via geschakelde openbare netwerken zoals PSTN, ISDN, GSM, Internet of niet-geschakelde netwerken kunnen de abonnees toegang krijgen tot deze dienst met een privaat karakter. De definitie van MMS, vastgelegd in artikel 1, 20°, heeft niet de bedoeling zich uit te strekken tot e-mails op het publieke Internet, vermits de nummerplannen hiervoor niet vastgelegd worden in dit besluit. Artikel 2 legt een aantal algemene basisprincipes vast inzake de toekenning van gebruiksrechten voor nummercapaciteit. België zet de tot nu toe gevolgde praktijk van een tweestapsprocedure verder. De procedure om eerst capaciteit te reserveren, daarna toe te wijzen en eventueel als aan de opgelegde voorwaarden niet meer wordt voldaan, in te trekken, stelt aanvragers van nummeringscapaciteit ertoe in staat op flexibele wijze te anticiperen op hun nummerbehoeften bij hun commerciële planning, in een uiterst snel wijzigende omgeving. Deze methode wordt ook op zeer ruime schaal gebruikt in het buitenland. Artikel 2 impliceert eveneens dat om redenen van objectiviteit, transparantie en non-discriminatie, een toekenning van gebruikrechten voor nummercapaciteit niet kan zonder een voorafgaand vastgelegd nummerplan. Ingeval van ISPC's of NSPC's, is een opdeling in dienstidentiteiten « niet relevant », vermits deze nummerplannen geen functie van identificatie van de eindgebruiker vervullen. In artikel 4 wordt omschreven wie recht heeft om nummercapaciteit aan te vragen en gebruiksrechten met betrekking tot die capaciteit uit te oefenen. In theorie zou het logisch zijn dat het Instituut rechtstreeks nummercapaciteit toekent aan iedere individuele eindgebruiker en dat deze eindgebruiker zich richt tot een operator naar keuze die het nummer vervolgens implementeert. Dit is operationeel te duur en onuitvoerbaar voor het BIPT en zou bijkomende kosten veroorzaken voor de operatoren. Daarom is het traditioneel zo dat operatoren grote nummerblokken krijgen en uit deze nummerblokken individuele nummers toekennen aan eindgebruikers. Dit principe wordt vertaald in artikel 4, 1°, en artikel 6. Hoger vermelde praktische problemen spelen echter niet ten aanzien van de diensten, vermeld in artikel 4, 2°, hetzij omdat het aantal aanbieders van die diensten beperkt is in aantal, hetzij omdat de overgang naar een andere operator verloopt via een herroutering op uitdrukkelijke aanvraag van de houder van het nummer en niet via het mechanisme van de nummeroverdraagbaarheid, hetzij omdat er een ander interconnectiemodel wordt gehanteerd. In die gevallen kan nummercapaciteit rechtstreeks aan andere personen dan operatoren worden toegekend. Artikel 5 preciseert in welke gevallen en onder welke voorwaarden nummercapaciteit die door het Instituut toegekend is aan één onderneming op regelmatige wijze overgenomen kan worden door een andere onderneming en/of onder welke voorwaarden andere personen dan de aanvrager bepaalde gebruiksrechten met betrekking tot de betrokken nummercapaciteit kunnen uitoefenen. De eerste paragraaf van artikel 5 maakt onder bepaalde voorwaarden de inbezitstelling van geografische en niet-geografische nummers, met ingebrip van mobiele nummers, mogelijk. Inbezitstelling speelt zich enkel af tussen operatoren (zie de verwijziging naar artikel 4, 1°). Het verrichten van een secundaire toewijzing van nummers of nummerblokken door operatoren aan bijvoorbeeld aanbieders van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken dient dus niet te gebeuren via deze procedure, nu deze laatsten geen operatoren zijn. Het mechanisme van inbezitstelling moet hoofdzakelijk opstartende en kleinere operatoren in de gelegenheid stellen om op een vereenvoudigde en kostenefficiënte manier gepaste nummercapaciteit ter beschikking te krijgen. De inbezitstelling (soms ook « suballocatie » genoemd) is geïnspireerd op de « mise à disposition à un opérateur tiers » in Frankrijk, met dit verschil dat (1) het, om praktische redenen, niet wenselijk wordt geacht dat de inbezitstelling voorafgaand aan de contractssluiting aan het Instituut wordt aangemeld (partijen mogen met andere woorden hun commerciële onderhandelingen afronden zonder een fiat van het Instituut af te wachten; de inbezitstelling kan uiteraard niet uitgevoerd worden, zolang het Instituut de notificatie niet heeft aanvaard) en (2) dat de inbezitgestelde meer rechten krijgt dan in het Franse nummerplan. De inbezitstelling heeft tot gevolg dat de inbezitgestelde bepaalde contractueel vastgelegde rechten krijgt met betrekking tot de nummercapaciteit in kwestie. Qua nummeringspecifieke verplichtingen blijft de oorspronkelijke houder van de nummercapaciteit verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen van dit besluit die niet specifiek te maken hebben met de relatie tussen de eindgebruiker en de operator (daaronder valt bijvoorbeeld de betaling van de in dit besluit bepaalde jaarlijkse rechten). Verplichtingen waarop de inbezitgestelde kan aangesproken worden betreffen de controle op de toewijzing van de nummers aan de eindgebruikers, het naleven van de verplichtingen inzake nummeroverdraagbaarheid ten aanzien van de abonnee, het garanderen van de authenticiteit van de identificatie van de oproepende lijn en de toewijzing van de nummers aan de eindgebruiker conform de principes van het nummerplan. Voorwaarde 1° van artikel 5, § 1 impliceert niet alleen dat de betrokken nummercapaciteit die gesuballoceerd wordt niet ingetrokken mag zijn maar ook dat de suballocatie van nummers uit gereserveerde, nog niet in gebruik genomen nummerblokken niet mogelijk is. Voorwaarde 5° van artikel 5, § 1, stellende dat de inbezitgestelde voor binnenkomende oproepen het netwerk moet gebruiken dat ter beschikking wordt gesteld door de oorspronkelijke houder heeft tot doel de routering van oproepen naar de gesuballoceerde nummers beheerbaar te houden. Indien de inbezitgestelde de oproepen naar gesuballoceerde nummers zou kunnen laten toekomen op een ander netwerk dan dat van de oorspronkelijke houder, dan zou dit voor geïnterconnecteerde operatoren inhouden dat deze verschillende routeringen per toegewezen nummerblok moeten uitwerken, wat op technisch vlak moeilijk beheersbaar en kostelijk zou zijn. Deze vereiste belet niet dat de inbezitgestelde voor uitgaand verkeer beroep kan doen op een andere operator dan de operator die de oorspronkelijke houder is van het nummerblok waarbinnen de inbezitstelling heeft plaatsgevonden. De administratieve regelingen die in de andere onderdelen van dit artikel opgenomen zijn beogen ertoe bij te dragen dat er tussen de betrokken partijen, met inbegrip van het Instituut, geen misverstanden bestaan omtrent het feit en de draagwijdte van de inbezitstelling. Paragraaf 3 regelt de situatie van de overdracht van het geheel van de nummercapaciteit die een operator of leverancier van diensten bedoeld in artikel 4, 2° van het Instituut heeft verkregen, op verzoek van die operator of dienstenleverancier. De voorwaarden die gekoppeld worden aan de overdracht van nummercapaciteit in zijn geheel beogen voornamelijk de handel in nummerrechten (in het bijzonder voor speculatieve doeleinden en al dan niet door schermvennootschappen) aan banden te leggen. Artikel 6 geeft de bevoegdheid aan operatoren om uit de nummercapaciteit die hen in blok is toegewezen individuele nummers toe te wijzen. Diegenen die een dergelijke verdere toewijziging kunnen verkrijgen zijn in de eerste plaats eindgebruikers voor hun eigen communicatiebehoeften, maar het kan ook gaan om aanbieders van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken of aanbieders van internettoegang, zijnde gebruikers in de zin van artikel 2, 12° van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. Artikel 7 beoogt de keuze van de oproeper en een eerlijke mededinging te vrijwaren. Wanneer het nummer dat de oproeper wenste te bereiken niet door zijn operator wordt aangeboden mogen er geen mechanismen in werking gesteld worden waarbij de oproeper gedevieerd wordt naar een concurrerende dienst waarmee de betrokken operator wel commerciële banden heeft. Evenmin mag de oproeper in die situatie gedevieerd worden naar een welbepaalde inlichtingendienst. Deze vereisten zijn niet van toepassing wanneer de klant een verkeerd of niet bestaand nummer oproept. In dat geval mag een onderscheppingsbericht afgespeeld worden dat alle beschikbare inlichtingendiensten dient te vermelden. Artikel 9 trekt een aantal gevolgtrekkingen uit de intrinsieke aard van de toekenning van nummercapaciteit. Volgens het advies van de Raad van State, afdeling wetgeving van 29 september 1997, voorafgaand aan het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014279 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende een verzoeningsprocedure voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten betreffende het beheer van het nummeringsplan is de toekenning van een nummeringscapaciteit een administratieve machtiging om gebruik te maken van een aantal nummers voor de exploitatie van een welbepaalde elektronische-communicatiedienst. Het ligt dus voor de hand dat op die toegewezen capaciteit niet enig eigendomsrecht toepasselijk kan zijn. De omstandigheid dat de begunstigde op zijn beurt een bepaald gedeelte van zijn nummeringscapaciteit aan zijn cliënten mag toewijzen, eventueel tegen betaling, wijzigt de aard van zijn recht niet, aangezien het recht om een nummeringscapaciteit te gebruiken per definitie bestaat in het toewijzen van die nummers aan gebruikers. Die « verdere toewijzing » brengt geen « afstand » of « overdracht » van het door het Instituut aan de aanvrager toegekende recht met zich, omdat die aanvrager houder blijft van zijn administratieve machtiging om aan gebruikers het nummer dat deel uitmaakt van zijn nummeringscapaciteit, respectievelijk de nummers die daarvan deel uitmaken, toe te wijzen of te ontnemen. Afdeling 1 van Hoofdstuk III, gevormd door de artikelen 10 tot en met 20, regelt de standaardprocedures die van toepassing zijn op alle nummeraanvragen. Afdeling 2 regelt enkele bijzondere procedures, die op bepaalde punten afwijken van de algemene procedures. Het is de bedoeling dat de materies die niet geregeld zijn onder de bijzondere procedures van afdeling 2 beheerst worden door de relevante passages van de algemene procedures beschreven onder afdeling 1. Artikel 10 beschrijft de manier waarop een aanvraag tot reservatie van nummercapaciteit moet ingediend worden, met welke evaluatiecriteria het Instituut zal rekening houden bij zijn technisch onderzoek en wat de gevolgen zijn van een toegekende reservatie. De in artikel 10, § 1, lid 2, gevraagde informatie wordt door het Instituut als strikt confidentieel behandeld en is beperkt tot de relevante elementen vereist voor het onderzoek van de aanvraag. Artikel 13 regelt de situatie waarin er voor dezelfde nummercapaciteit meerdere aanvragen worden verricht. De verkrijger van primaire rechten heeft de prioriteit voor de toewijzing van de gevraagde nummeringscapaciteit. Pas indien hij vrijwillig of op last van het Instituut, wegens het niet respecteren van de regels, hiervan afstand doet, kan de nummeringcapaciteit gaan naar de houder van de secundaire rechten. Hetzelfde principe is van toepassing op de tertiaire en volgende rechten. Deze bepaling heeft tot doel om de aanvrager de mogelijkheid te bieden een verlenging van zijn reservering te verkrijgen en daarbij de volgorde van voorrang te behouden die hem was toegestaan bij de aanvaarding van zijn oorspronkelijke aanvraag. Artikel 13, vierde lid voorziet een uitzondering op voorgaande principes teneinde rekening te houden met de specifieke situatie van de SMS en MMS korte nummers. SMS en MMS korte nummers zijn intrinsiek codes die eigen zijn aan ieder individueel elektronische-communicatienetwerk. Er bestaan op dit ogenblik geen contractuele regelingen waarmee een mobiele operator eindgebruikers van andere mobiele operatoren toegang geeft tot zijn SMS en MMS korte nummers. Wanneer er met dergelijke codes echter een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk wordt aangeboden is het de bedoeling dat deze codes aangekozen kunnen worden door alle eindgebruikers van mobiele elektronische-communicatiediensten. Indien het principe van « first come, first served » in dat geval zou toegepast worden, zouden de betrokken korte nummers maar vanaf één mobiel netwerk bereikbaar zijn voor de eindgebruikers aangesloten op dat mobiel netwerk. Om die situatie te vermijden wordt toegestaan dat verschillende mobiele operatoren hetzelfde korte nummer kunnen aanvragen en verkrijgen, op voorwaarde dat zij zich engageren om het betrokken korte nummer gelijktijdig open te stellen voor verkeer. Artikel 14 regelt de verlenging van een reeds verkregen reservatie. Omdat nummercapaciteit een schaarse hulpbron is en het, op grond van concurrentiële overwegingen in sommige gevallen niet billijk is dat nummercapaciteit geblokkeerd wordt voor andere potentiële aanbieders in de markt, wordt de verlenging van een reservatie in de tijd beperkt tot maximaal tweemaal één jaar. Iedere aanvraag voor een verlenging van een reservatie is een nieuw dossier, waarop dezelfde principes, criteria en voorwaarden van toepassing zijn als op een aanvraag tot reservatie, met inbegrip van het betalen van nieuwe dossierkosten voor de reservatie. De dossierkosten zijn verschuldigd voor het onderzoek van het dossier door het Instituut, ongeacht het resultaat van dat onderzoek. Daarom bepaalt artikel 16 dat, ingeval van weigering van een reservatie, de dossierkosten niet worden terugbetaald. Artikel 17 viseert niet alleen naamswijzigingen en wijzigingen van andere administratieve gegevens van de oorspronkelijke aanvrager maar ook wijzigingen van bijvoorbeeld de diensten en toepassingen die van de betrokken nummeringscapaciteit gebruik maken. Artikel 19 regelt op welke manier de nummercapaciteit de status « toegewezen » krijgt. Deze toewijzing blijft slechts geldig indien cumulatief aan alle voorwaarden bepaald in het tweede lid wordt voldaan. De meeste voorwaarden voor de toewijzing zijn mutatis mutandis overgenomen uit het vorige koninklijk besluit inzake nummering. Een uitzondering daarop is voorwaarde 5° die wil dat de houder van toegewezen nummercapaciteit er in principe voor moet zorgen dat de identificatie van de oproeplijn (of CLI) hetzelfde is als het oproepnummer dat toegewezen is aan de eindgebruiker (of althans zijn lijn). Deze vereiste wenst een garantie van authenticiteit van de CLI in te voeren als voorwaarde voor het geldig uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers. Vroeger was het eenvoudigweg technisch niet mogelijk dat de CLI die meegegeven werd met de oproep niet correspondeerde met het oproepnummer maar door evolutie van de technologie is dat nu wel het geval, met alle nadelige gevolgen vandien (waaronder problemen voor de gerechtelijke opsporing of fraude). Vermits er met 0800-nummers, betaalnummers en nationale korte nummers geen oproepen verricht worden, kunnen (en mogen) zij niet worden weergegeven als nummer van de oproepende lijn. De regel van het tweede lid van artikel 20 houdt verband met het feit dat voor bepaalde nummersoorten de standaardgrootte van de nummercapaciteit verlaagd wordt, omdat er anders nummerschaarste of andere problemen rijzen. In die gevallen is het ook niet logisch om houders van historisch toegewezen nummercapaciteit te verplichten om nummerblokken die binnen die toegewezen nummercapaciteit niet in gebruik genomen zijn te behouden en daarvoor jaarlijkse rechten te betalen, indien zij dat niet wensen. Teneinde evenwel de operationele impact van deze mogelijkheid te beperken wordt voorzien dat zij enkel benut kan worden wanneer er sprake is van schaarste. Artikel 21 stelt een spoedprocedure voor de reservatie van nummercapaciteit in, in die zin dat de termijn voor het verkrijgen van gebruiksrechten voor nummercapaciteit volgens die procedure maximaal 7 werkdagen bedraagt, terwijl die in de standaardprocedure 3 weken bedraagt (zie artikel 11, § 4 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten). Tegenover deze extra dienst staat een verhoogd dossierrecht dat dient om de extra dienst te organiseren. Artikel 22 maakt duidelijk dat, wanneer één of meer in de bijlage 1 opgenomen nummers met een bijzondere economische waarde aangevraagd worden, het Instituut niet kan overgaan tot reservatie volgens de algemene procedure maar moet handelen overeenkomstig artikel 11, § 5 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. De artikelen 23 tot 30 regelen de problematiek van de nummerblokoverdraagbaarheid of de hertoewijzing van een volledig nummerblok. Deze bijzondere procedure, die in feite bestaat in een gecoördineerde terugtrekking van de gebruiksrechten op een nummerblok aan één operator om deze vervolgens toe te wijzen aan een andere operator kan zich voordoen wanneer een voldoende aantal individuele nummers uit een toegewezen nummerblok zijn overgedragen naar één bepaalde operator. Het doel van het doorvoeren van nummerblokoverdraagbaarheid is het bereiken van een globale kostenminimalisatie en routeringsefficiëntie door het verminderen van de extra verkeerskosten die ontstaan door iedere individuele nummeroverdracht. Deze artikelen bevatten de procedure voor de aanvraag van een hertoewijzing, de opsomming van de criteria waarmee het Instituut rekening zal moeten houden en de informatie die de betrokken partijen moeten leveren teneinde het Instituut in staat te stellen zijn onderzoek te voeren. Het Instituut zal op basis van de gegeven informatie, rekening houdend met de specifiek toe te passen criteria voor elke soort nummercapaciteit, de aanvragen evalueren. Niettegenstaande zijn naam, heeft nummerblokoverdraagbaarheid dus meer uitstaans met het toekennen en intrekken van gebruiksrechten voor nummers via een procedure gevoerd voor het Instituut dan met nummeroverdraagbaarheid, dat een proces is dat opgestart wordt door de eindgebruiker en waarin het Instituut geen operationele rol vervult. Het verplaatsen van de inhoud van artikel 9 van het koninklijk besluit van 16 maart 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2000 pub. 13/04/2000 numac 2000014085 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van de telecommunicatiediensten sluiten betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van de telecommunicatiediensten naar dit besluit moet in die context gezien worden. Gelet op de doelstelling van een hertoewijzing van een nummerblok, namelijk de globale minimalisatie van de totale kosten en het bereiken van globale routeringsefficiëntie, is het logisch dat in artikel 29 bepaald wordt dat nummerblokoverdraagbaarheid voorrang krijgt op secundaire en volgende reserveringsrechten. Het spreekt voor zich dat deze artikelen de toepassing van artikel 135 van de Wet onverlet laten. De artikelen 31 en 32 voeren de eenmalige, bijzondere procedure van voorintekening met het oog op de reservatie van SMS en MMS korte nummers in. De problematiek die aan de basis van deze uitzonderlijke procedure ligt kan als volgt geschetst worden. De verdeling en toekenning van SMS en MMS- korte nummers gebeurde in het verleden door de drie mobiele operatoren die hun acties betreffende het private SMS, en MMS nummerplan coördineerden binnen het kader van het GOF (« GSM Operator's Forum »). In grote lijnen resulteerde dit in een situatie waarbij hele hoofdreeksen van korte nummers (met name de 19XX-, 2XXX- en 5XXX -reeksen) voorbehouden werden aan de eigen diensten van deze operatoren en enkele andere hoofdreeksen (de 3XXX-, 4XXX- en 7XXX-reeksen, deze laatste reeks uitsluitend voor zogenaamde 'adult content') dienden om een grote groep van derde partijen (zogenaamde 'service of content providers') toe te laten betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan te bieden. Thans zal het publieke SMS en MMS nummerplan, dat de wetgever gewild heeft, moeten voldoen aan de eisen van de Europese richtlijnen inzake gelijke behandeling (artikel 10.2 van de Kaderrichtlijn), objectiviteit, non discriminatie, proportionaliteit en transparantie (artikel 6.1 van de Machtigingsrichtlijn). In toepassing hiervan moet het publieke SMS en MMS nummerplan onder meer op niet-discriminerende wijze voldoende beschikbare capaciteit voorzien voor alle betrokken operatoren en voor eventuele nieuwe marktactoren (bv. MVNO's). Tegelijkertijd zal het publieke nummerplan verschillende maatschappelijke noden moeten invullen, die thans slechts gedeeltelijk ingevuld zijn, zoals (i) het onderbrengen van ontspanning en spelletjes, erotische inhoud en andere inhoud in drie onderscheiden nummerreeksen, zodat een zinvolle oproepbeperking of « Call Barring » mogelijk is, (ii) het bieden van meer effectieve bescherming tegen zogenaamde « reversed charged » sms'- en mms'en (de praktijk waarbij men betaalt voor het ontvangen van een sms of mms), (iii) het introduceren van tarieftransparantie via de reeksen in het nummerplan (bijvoorbeeld het bestemmen van de reeks 8XXX voor gratis sms'en en mms'en), enz. Omwille van de doorwerking van deze Europese vereisten en maatschappelijke noden en wensen, zal de huidige (private, gecoördineerde) verdeling en toekenning van SMS en MMS korte nummers niet kunnen voortgezet worden en zullen vele marktactoren verplicht zijn hun huidige nummers en handelswijze aan te passen. Om die marktactoren voldoende tijd te geven om zich aan te passen voorziet dit besluit dat de principes van het publieke SMS en MMS-nummerplan pas in werking zullen treden binnen +/- één jaar volgend op de publicatie van dit besluit. Indien men zich zou beperken tot deze maatregel, zou het Instituut op de datum van de inwerkingtreding van afdeling 4 van Hoofdstuk VI echter geconfronteerd kunnen worden met verschillende gevallen waarin hetzelfde korte nummer door verschillende aanvragers aangevraagd wordt en zulks voor nummercapaciteit waarmee in een groot aantal gevallen reeds (dagdagelijkse) diensten geleverd worden. In een dergelijke situatie schiet de algemene procedure van de verdeling van primaire, secundaire, tertiaire en volgende rechten tekort omdat het hier niet gaat om nummercapaciteit die nog niet in gebruik genomen is maar wel om nummercapaciteit die (onder een privaat regime) reeds in gebruik genomen werd en waarvoor het ondenkbaar is om de dienstverlening op te schorten totdat een verzoeningsprocedure of lottrekking een uitkomst geboden heeft voor de conflicterende aanvragen. Om voldoende tijd te creëren om een verzoening of andere meer dwingende verdelingsmaatregelen te organiseren, wordt er voor bovenstaande problematiek eenmalig afgeweken van de regel voorzien in artikel 10, § 1 dat een aanvraag tot reservatie slechts geldig kan ingediend worden wanneer er voor de betrokken nummercapaciteit een nummerplan bestaat en in werking getreden is. De mogelijkheid tot het indienen van reserveringsaanvragen niettegenstaande het niet van kracht zijn van het SMS en MMS publieke nummerplan houdt op te bestaan na 8 maanden volgend op de inwerkingtreding van dit besluit, zodat de 4 volgende maanden eventueel kunnen gebruikt worden voor het doorlopen van de procedures beschreven in artikel 32. Artikel 32 beschrijft in detail welke procedures er eventueel doorlopen moeten worden wanneer er verscheidene geldige aanvragen voor hetzelfde SMS of MMS kort nummer worden verricht. Als eerste regel wordt voorzien dat houders van rechten onder het private SMS en MMS nummerplan die conform zijn aan het nieuwe publieke nummerplan prioriteit krijgen, zodat nummerwijzigingen niet doorgevoerd moeten worden daar waar ze niet absoluut noodzakelijk zijn. Artikel 33 bepaalt in welke gevallen het Instituut kan overgaan tot de intrekking van nummercapaciteit. Intrekking is niet alleen het gevolg van het niet naleven van bepaalde bepalingen van dit besluit (waaronder het niet betalen van de jaarlijkse rechten als voorwaarde voor het uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers) of van het verlies van de hoedanigheid die vereist is om gebruiksrechten voor nummers te verkrijgen of uit te oefenen, maar kan ook bevolen worden, wanneer het Instituut vaststelt dat de betrokken nummercapaciteit niet of niet efficiënt gebruikt wordt. Qua modaliteiten van intrekking omwille van niet-efficiënt gebruik wordt als reactie op het advies van de Raad van State ingeschreven dat het Instituut richtlijnen publiceert inzake het efficiënt gebruik van nummers en elk concreet dossier aftoetst aan die richtlijnen. Dit is een voortzetting van de huidige praktijk die toegepast wordt in het kader van de explicatieve nota's inzake niet-geografische nummers voor het gebruik van freephonenummers (0800-nummers) en kadert perfect in de bevoegdheden van het Instituut om als beheerder van de nummeringsruimte (artikel 11, § 1, 1°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten) het efficiënt gebruik van de nummervoorraad te bevorderen en te zorgen voor een efficiënt beheer van de nummervoorraad (artikel 6, 4° van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten). Een voorbeeld van niet efficiënt gebruik is bijvoorbeeld het gebruik van slechts één nummer in een toegewezen blok van 10.000 nummers. Een laatste geval van intrekking kan tussenkomen wanneer vast komt te staan dat een operator geen medewerking verleent aan het uitvoeren van een beslissing van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken, bedoeld in artikel 134 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. Qua modaliteit wordt voorzien dat een dergelijke intrekking pas kan tussenkomen wanneer de beroepstermijn van 60 dagen tegen een beslissing van de Ethische Commissie verstreken is of wanneer het Hof van Beroep te Brussel, uitspraak doende op basis van artikel 2 van de wet van 6 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/2005 pub. 11/08/2005 numac 2005011329 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende sommige juridische bepalingen inzake elektronische communicatie sluiten betreffende sommige juridische bepalingen inzake elektronische communicatie, het hoger beroep tegen een beslissing van de Ethische Commissie heeft verworpen. Ingeval van intrekking wordt naast een update van de nummerdatabank een mededeling op de website van het Instituut gepubliceerd teneinde de operatoren in de gelegenheid te stellen hun routeringsinformatie aan te passen. Tevens zal het Instituut ingeval van intrekking een bevriezingsperiode aankondigen tijdens dewelke de ingetrokken nummercapaciteit niet in aanmerking komt voor reservatie, dit om foutieve oproepen tot een minimum te beperken. De artikelen 36 tot 39 omkaderen het vaststellen van nieuwe nummerplannen of het wijzigen van bestaande nummerplannen waarmee het Instituut, overeenkomstig artikel 11, § 1, 1°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten belast is. Artikel 36 biedt aan een ruime categorie van belanghebbenden de gelegenheid om op gemotiveerde wijze een aanvraag tot het vaststellen van een nieuw nummerplan of het wijzigen van een bestaand nummerplan bij het Instituut in te dienen. Daarnaast kan het Instituut ook op eigen initiatief een voorstel van nieuw of aangepast nummerplan lanceren. Conform artikel 14.1 van de Machtingingsrichtlijn voorziet artikel 36 eveneens dat ontwerpen van nieuwe nummerplanen of ontwerpbesluiten die wijzigingen aanbrengen aan de rechten, voorwaarden of procedures verbonden aan een bestaand nummerplan ten minste gedurende vier weken ter consultatie voorgelegd worden. Teneinde de nodige stabiliteit in de sector te verzekeren is het slechts mogelijk om drie maal per jaar nieuwe nummerplannen in te voeren of wijzigingen aan te brengen aan de bestaande nummerplannen. Deze regel, die er gekomen is op vraag van de operatoren, werd overgenomen uit de procedure voor wijzigingen en toevoegingen aan de explicatieve nota's omtrent nummering. Artikel 37 strekt ertoe om reservaties die verricht werden lopende de procedure voor het wijzigen van een bestaand nummerplan te bevriezen totdat er een definitief uitsluitsel is over het al dan niet doorvoeren van de voorgenomen wijziging. Artikel 38 geeft aan het Instituut de mogelijkheid om, ingeval van fundamentele wijzigingen aan een nummerplan, een nummerconversieplan te definiëren en ten uitvoer te leggen. Hoofdstuk VI, bestaande uit de artikelen 40 tot en met 79, legt de basisstructuren vast van de nationale nummerplannen voor respectievelijk de telefoondiensten, de korte nummers, de pakketgeschakelde datadiensten, de SMS en MMS diensten, de identificatie van apparatuur en gebruikers in roamingtoestand en diverse andere identificatiemechanismen. Met uitzondering van het nummerplan voor SMS en MMS diensten steunen ze in essentie op de basisregels opgelegd door de ITU. Zowel het kiesplan geassocieerd aan sommige van deze nummerplannen als de interwerkingsregels (artikel 80) worden vastgelegd door de Minister. Wat betreft het kiesplan voor de E.164 nummers wordt elke nationale oproep op het ogenblik van het aannemen van dit besluit voorafgegaan door de prefix '0'. Wegens het invoeren van 'full dialling' in België in 2000 (d.i. de vereiste om ook het zonenummer te vormen wanneer men een gesprek binnen dezelfde zone wenst op te zetten) heeft deze prefix in de Belgische nationale context geen betekenis meer en, gecombineerd met nieuwe technologische ontwikkelingen in de telefooncentrales, kan ze dus perfect weggelaten worden. Artikel 41 maakt deze hervorming mogelijk. Wanneer dit gerechtvaardigd is door legitieme behoeften in de markt van de elektronische communicatie kan de Minister in de toekomst ook andere wijzigingen aanbrengen aan het kiesplan. De specifieke principes van toepassing op de geografische nationale E.164 nummers worden geregeld in de artikelen 42 en 43. De geografische nationale E.164 nummers zijn de nummers die in het gewone taalgebruik bekend staan als 'de vaste nummers' (momenteel bijvoorbeeld de nummers beginnend met '02', '03', '081', die respectievelijk de regio rond Brussel, Antwerpen en Namen karakteriseren). Traditioneel (en met name in een fase van de technologie waarbij spraaktelefonie uitsluitend werd geleverd aan de hand van circuitgeschakelde netwerken) was een geografisch nummer verbonden met een specifieke locatie, met name het fysieke punt (of de radio-interface) waarop een eindgebruiker de toegang tot een openbaar elektronische- communicatienetwerk wordt geboden (in artikel 43 het « netwerkaansluitpunt » genoemd). Het nummer kon dan ook op geen enkele ander netwerkaansluitpunt gebruikt worden. Dit gegeven is door de evolutie van de technologie en meer bepaald de ontwikkeling van « Voice over IP » diensten thans gedeeltelijk achterhaald. Onder een "VoIP"-dienst wordt verstaan : de aan het publiek aangeboden elektronische-communicatiedienst voor het transport van spraak die geheel of gedeeltelijk wordt verstuurd over een netwerk dat functioneert aan de hand van het Internet Protocol (hierna ook « het IP netwerk » genoemd) en waarbij ten minste één van de netwerkaansluitpunten op een IP-netwerk is aangesloten. De term « spraak » is hier beperkt tot een dienst waarbij geïndividualiseerde en door een vorm van vertrouwelijkheid gekenmerkte informatie wordt geleverd. Met de technologie die spraak over het Internet mogelijk maakt worden diensten aangeboden die vanuit het oogpunt van een eindgebruiker in sterke mate gelijken op de telefoniediensten van de verschillende publieke spraaktelefoonoperatoren die actief zijn op de Belgische markt. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van een (breedband)toegang tot het publieke Internet, geleverd door ofwel dezelfde partij als diegene die de VoIP-dienst levert ofwel een andere partij. Een intrinsieke eigenschap van VoIP-diensten is dat eindgebruikers wereldwijd oproepen kunnen ontvangen en maken, niet gehinderd door enige geografische grenzen. Deze laatste karakteristiek omschrijft men meestal als het 'nomadische' gebruik. Ondernemingen kunnen dergelijke diensten wereldwijd aanbieden met behulp van een 'server' die zich eveneens op om het even welke plaats kan bevinden. De reglementering dient zich in te schrijven in deze evolutie en VoIP-diensten op een niet-discriminerende en technologie-neutrale wijze te accommoderen. Wat betreft het gebruik van nummers dient er rekening gehouden te worden met het feit dat door het nomadische karakter van de VoIP-dienst het verband tussen het oproepnummer en de opstelplaats van het eindapparaat verdwijnt. Geen enkele nummerreeks zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014279 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende een verzoeningsprocedure voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten was zonder verandering van de reservatiecriteria en/of gebruiksvoorwaarden geschikt voor VoIP-diensten met onder andere een nomadische component. Gelet op het voorgaande en de hoogdringendheid van de aanvragen van operatoren van « VoIP-diensten », koos de Belgische overheid voor een voorlopige regeling, waarbij onder een aantal voorwaarden geografische nummers konden gebruikt worden voor VoIP-diensten met een nomadische component. De keuze viel op het gebruik van geografische nationale E.164 nummers (in de plaats van bijvoorbeeld het definiëren van een nieuwe nummerreeks of het gebruik van mobiele nummers) omdat : a) nieuwe aanbieders eenvoudiger kunnen concurreren met aanbieders die gebruik maken van circuitgeschakelde technologieën;b) de technologieneutraliteit wordt gewaarborgd;c) de voorkeur van de aanvragers duidelijk ging en gaat naar geografische nummers;d) eindgebruikers het best vertrouwd zijn met geografische nummers;e) de diensten die geografische nummers gebruiken de goedkoopste eindgebruikerstarieven hanteren, wat voordelig is voor de klant;f) interoperabiliteit het best wordt gewaarborgd door geografische nummers (vele speciale nummerreeksen zijn bijvoorbeeld niet bereikbaar vanuit het buitenland);g) voor de gevallen waarbij gebruik wordt gemaakt van een radionetwerk er geen communicaties door de eindgebruiker mogelijk zijn gedurende verplaatsingen over lange afstand;h) talrijke landen eveneens deze oplossing (al dan niet in combinatie met een niet-geografische nummerreeks) mogelijk maken. Artikel 43 legt deze beleidsoptie en de bijhorende voorwaarden definitief vast. Er wordt dus niet geopteerd voor het vervangen van geografische nummers voor nomadische diensten door een ander type van nummers voor dergelijke diensten binnen het jaar na het van kracht worden van dit besluit (mogelijkheid die in de voorlopige regeling voorzien was). Voorwaarde 1° is geïnspireerd op de regeling die naar voren werd geschoven door de Nederlandse regulator OPTA. Deze voorwaarde impliceert dat een operator die een nummer uitgeeft aan een eindgebruiker verifieerbare gegevens, zoals een recente loonstrook, een recent bankafschrift, een uittreksel uit het ondernemingsregister of een kopie van een identiteitskaart, moet hebben en up-to-date houden, die aantonen dat een abonnee wel degelijk in de nummerzone woont die overeenkomt met het adres dat vermeld staat in de bestelbon of andere contractuele documenten. Voorwaarde 2° wil ervoor zorgen dat het probleem van de bereikbaarheid van de nooddiensten bij nomadisch gebruik van geografische nummers voldoende onder de aandacht van de abonnee wordt gebracht. Indien door technologische ontwikkelingen het probleem van de lokalisatie wordt opgelost dan is het logisch dat voorwaarde 2° zal worden opgeheven. Door het nomadische karakter van de VoIP-dienst verdwijnt in bepaalde gevallen het onlosmakelijke verband tussen het oproepnummer en de opstelplaats van het eindapparaat. Hierdoor zijn de nooddiensten niet altijd in staat om noodoproepen met 100 % zekerheid fysisch te lokaliseren. Een besluit genomen in uitvoering van artikel 107, § 3 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten en voorbereid in een werkgroep bestaande uit het BIPT, vertegenwoordigers van de nooddiensten en vertegenwoordigers van de sector van de elektronische communicatie dient een antwoord te geven op deze problematiek. Artikel 43, in fine, koppelt, in het belang van de openbare veiligheid, de toegang tot de nooddiensten aan het van kracht worden van dit laatste besluit. Onder identificatie van de oproeper in de zin van artikel 43, in fine, wordt verstaan elk gegeven, rechtstreeks of onrechtstreeks beschikbaar, in de netwerken en diensten van een operator, dat het oproepnummer van het eindapparaat, de naam van de abonnee en de plaats waar het eindtoestel zich bevindt op het ogenblik van de oproep bepaalt. Wanneer gebruik wordt gemaakt van technische oplossingen waarbij vandaag reeds de voormelde identificatie mogelijk is dan mag de houder van het nummer, dit is in casu de operator, noodoproepen mogelijk maken. Het spreekt voor zich dat de houder van het nummer de verantwoordelijkheid heeft om te verifiëren of de gebruikte technische oplossing de identificatie in alle omstandigheden mogelijk maakt. Voorwaarde 3° geeft een oplossing aan de problematiek van de nummeroverdraagbaarheid van nomadisch gebruikte nationale E.164 nummers. Doordat operatoren die nomadiciteit aanbieden op dit ogenblik geen toegang mogen geven tot de nooddiensten komen zij niet in aanmerking voor een kwalificatie als operator van openbare telefoondiensten (zie artikel 2, 22°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie). Hierdoor rust op deze operatoren geen verplichting om aan hun abonnees de faciliteit numeroverdraagbaarheid aan te bieden (zie artikel 11, § 7 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten). Ze zijn echter wel gerechtigd om nummers van andere operatoren van openbare telefoondiensten in te porteren. Als gevolg hiervan kan een abonnee die zijn nummer overgedragen heeft naar een operator die het nomadisch gebruik van nationale geografische E.164 nummers aanbiedt zijn nummer niet meer opnieuw meenemen naar een andere operator. Dit is in strijd met de vrije keuze van de consument en veroorzaakt een scheeftrekking van de concurrentie. Zoals toegestaan door punt C.3 van de bijlage bij de Europese Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, is het toestaan van 'uitgaande nummeroverdraagbaarheid' voorwaarde voor het gebruik van een nationaal geografisch E.164 nummer op nomadische wijze. De specifieke principes en gebruiksvoorwaarden van toepassing op niet-geogafische nationale E. 164 nummers worden geregeld in de artikelen 44 tot en met 53. De dienstidentiteit 800, waarvan de principes geregeld worden in artikel 45, beoogt de beller duidelijk te maken dat de oproep naar het nummer dat hij wil bereiken hem niet kost. Derhalve mogen ook de oproepen naar de dienstidentiteit 800 vanaf een mobiel netwerk of vanuit openbare telefoons de oproeper niets kosten. Artikel 46 bepaalt dat de '079 7'-nummers nog tot 31 december 2011 in dienst kunnen blijven voor het aanbieden en factureren van dial-up internetdiensten door ISP's of operatoren los van de toegangs- of CSC/CPS operator. Dit model is door de ontwikkeling van het breedbandinternet steeds meer achterhaald, zodat de nummers die gekoppeld zijn aan dit model, mits voldoende tijd om de migratie te organiseren, ingetrokken kunnen worden. De '078' nummers, bedoeld in artikel 47, werden vóór de liberalisering van de telecomsector ingevoerd om de kosten te delen van lange afstandsgesprekken in België. Vandaag hebben deze nummers de functie van een nationaal nummer zonder geografische link. De '070'-nummerreeks, bedoeld in artikel 48, is eveneens een reeks die vóór de liberalisering werd ingevoerd ten behoeve van hoofdzakelijk bedrijven die niet wensten dat klanten een verschillend tarief dienden te betalen al naargelang ze toevallig wel of niet vanuit dezelfde telefoonzone als het betrokken bedrijf belden. Tegenwoordig doen deze nummers, waaraan nog een tariefstandaard verbonden is die vergelijkbaar is met de tariefstandaard van vóór de liberalisering, dienst als 'low cost premium rate' (of betaal)nummers. Deze de facto herpositionering van de '070'-nummerreeks wordt thans officieel vastgelegd. Om de functie van de dienstidentiteit '9' als indicator voor betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken zoveel mogelijk te vrijwaren, wordt het aantal mogelijke types van diensten die onder deze nummerreeks worden aangeboden beperkt en wordt een mechanisme ingevoerd dat ervoor moet zorgen dat het tariefniveau van deze reeks lager ligt dan het laagste tariefniveau in de '0900-reeks'. De '077'-reeks, besproken in artikel 49, dateert eveneens van vóór het aannemen van het koninklijk besluit betreffende het beheer van het nationale nummeringsplan van 10 december 1997 en voldoet niet aan het principe dat reeds in dat besluit weerhouden is dat de communicatiecode 9 de informatiediensten aanduidt waarbij de eindgebruiker naast de prijs voor de oproep ook dient te betalen voor de inhoud (zie artikel 10, § 3, 2° van het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014279 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende een verzoeningsprocedure voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten). Gezien de nood van het creëren van tarieftransparantie het hoogst is bij de dure betaalnummers (het '077' nummer wordt getarifeerd aan hetzelfde tarief als de 0900-nummers) en het feit dat de uitfasering van de '077'-reeks al meerdere malen in consultaties van het BIPT werd aangekondigd, is het verantwoord om deze reeks versneld uit dienst te nemen. Artikel 50 regelt de principes en de inhouds- en tariefindicaties die verbonden worden aan de reeksen achter de dienstidentiteit 9. Het eerste cijfer dat volgt op de dienstidentiteit 9 kan niet '2' of '3' zijn, omdat dit een conflict veroorzaakt met de nationale geografische E.164 nummers die gebruikt worden in de zone Gent. Qua indicatie van het toepasselijke tarief kiest dit besluit twee sporen. Enerzijds wordt er getracht via de cijfers achter de dienstidentiteit 9 een zekere bewustwording van de verschillende tarieven geassocieerd met de verschillende nummerreeksen te creëren (met name door de regel dat binnen eenzelfde inhoudsklasse (zie verder) het hogere eindgetal wijst op een hoger tarief). Omdat de ervaring en studies leren dat de consument de aanduiding van de hoogte van het tarief via de prefixen niet of nauwelijks oppikt, bestaat een tweede maatregel, uitgewerkt in § 2, erin om vanaf een bepaald bedrag aan het gebruik van een betaalnummer een verplichting tot het verstrekken van een tariefboodschap te verbinden. Een tariefboodschap dient de vorm aan te nemen van een tariefwaarschuwingsbericht vertoond op het computerscherm van de gebruiker, wanneer de betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk geen gebruik maakt van spraak. De vereiste dat het toepasselijke tarief en gevormde nummer op een ondubbelzinnige wijze moeten meegedeeld worden is bedoeld om erop te wijzen (1) dat het verboden is prefixen op enige wijze te splitsen wanneer ze, mondeling of schriftelijk, vermeld worden en (2) dat in reclame of vermeldingen die niet enkel hoorbaar zijn het verplicht is de prefix te scheiden door een spatie, een streepje of gelijk welk ander leesteken. Qua inhoud worden drie verschillende categorieën van nummerreeksen gecreëerd : 1) de algemene betaalnummerreeksen, zijnde de 900-, 901-, 902-, 903-, 904- en 909-nummerreeksen;2) de reeks waaronder spelletjes, competities (televoting, enz) en andere vormen van ontspanning (downloaden van logo's en beltonen) moeten 'worden aangeboden, zijnde de 905- reeks;De bevoegdheid van het Instituut om binnen de 905-reeks subreeksen vast te stellen voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken waaraan in uitvoering van andere wettelijke of reglementaire bepalingen bijzondere vereisten gekoppeld zijn dient om de operatoren of andere betrokken partijen in staat te stellen om tegemoet te komen aan verplichtingen, zoals deze die voortvloeien uit het koninklijk besluit van 10 oktober 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/10/2006 pub. 19/10/2006 numac 2006009778 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit houdende de voorwaarden waaraan spelen die aangeboden worden in het kader van televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgische nummerplan, waarvoor het toegelaten is om van de oproeper, naast de prijs van de communicatie, ook de betaling van de inhoud te vragen, doch beperkt tot deze reeksen waarop het eindgebruikertarief geen functie is van de tijdsduur van de oproep en die een totaalprogramma inhouden dienen te voldoen sluiten houdende de voorwaarden waaraan spelen die aangeboden worden in het kader van televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgische nummerplan, waarvoor het toegelaten is om van de oproeper, naast de prijs van de communicatie, ook de betaling van de inhoud te vragen, doch beperkt tot deze reeksen waarop het eindgebruikerstarief geen functie is van de tijdsduur van de oproep en die een totaalprogramma inhouden dienen te voldoen. Er wordt hierbij bijvoorbeeld gedacht aan de verplichting van de operator om de mogelijkheid te voorzien om elkeen die hierom persoonlijk verzoekt, of op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger voor minderjarigen, via de prefix « spelinhoud » te blokkeren (art. 9.2 van het koninklijk besluit van 10 oktober 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/10/2006 pub. 19/10/2006 numac 2006009778 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit houdende de voorwaarden waaraan spelen die aangeboden worden in het kader van televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgische nummerplan, waarvoor het toegelaten is om van de oproeper, naast de prijs van de communicatie, ook de betaling van de inhoud te vragen, doch beperkt tot deze reeksen waarop het eindgebruikertarief geen functie is van de tijdsduur van de oproep en die een totaalprogramma inhouden dienen te voldoen sluiten). 3) de reeksen bedoeld voor erotisch of sexueel getinte inhoud, zijnde de 906- en 907-nummers. De reden voor deze driedeling heeft te maken met de noodzaak om een efficiënte « Call Barring » of oproepblokkering te kunnen organiseren. Ouders moeten de keuze kunnen maken om hun kinderen af te schermen van voor hen schadelijke en niet bestemde inhoud (volwasseneninhoud) en diezelfde kinderen toch toegang te bieden tot spelletjes of andere ontspanningsmogelijkheden (bv. het deelnemen aan een televoting of het downloaden van ringtones of chatten) geleverd via betaalnummers. Tegelijkertijd moeten bedrijven oproepen naar zowel de sexueel en erotisch getinte nummerreeksen als de spelletjes- en ontspanningsreeksen kunnen blokkeren. Deze twee doelstellingen tegelijkertijd realiseren is niet mogelijk met een tweedeling volwasseneninhoud versus niet-volwasseneninhoud, zoals die momenteel bestaat. Wat betreft de grensgevallen in …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.