Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers

Kort samengevat

Dit besluit regelt het beheer van de nationale nummeringsruimte in België en de procedures voor het toekennen en intrekken van gebruiksrechten voor nummers, als uitvoering van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie. Het actualiseert het vorige uitvoeringsbesluit uit 1997 om rekening te houden met technologische, regelgevende en marktontwikkelingen.

Wat het reguleert

  • Het beheer van de nationale nummeringsruimte en nummerplannen.
  • De toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers.
  • Procedures voor de suballocatie van nummercapaciteit en de toekenning van specifieke nummers.
  • De definitieve vastlegging van bestaande en nieuwe nummerplannen, inclusief voor SMS en MMS diensten.

Wie het aanbelangt

  • Operatoren van elektronische-communicatiediensten en -netwerken.
  • Aanbieders van diensten via elektronische-communicatienetwerken, zoals betalende diensten.

Kernpunten

  • Het besluit voorziet in een tweestapsprocedure voor het reserveren, toewijzen en intrekken van nummercapaciteit.
  • Nummercapaciteit kan onder bepaalde voorwaarden door één onderneming aan een andere worden overgedragen (suballocatie).
  • Er zijn bijzondere procedures voor de toekenning van nummers met een bijzondere economische waarde en voor SMS/MMS korte nummers.
  • De 17XX- en 18XX-reeksen zijn bestemd voor diensten van groot maatschappelijk belang door overheden en VZW's.
Wettekst
Wettekst

27 APRIL

  1. - Koninklijk besluit betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers VERSLAG AAN DE KONING Sire, Dit besluit heeft tot doel uitvoering te geven aan verscheidene bepalingen van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie inzake nummering. Het vorige uitvoeringsbesluit inzake nummering dateert van eind
  2. Sedertdien zijn er verschillende technologische, regelgevende en marktontwikkelingen tussengekomen, waaronder de commerciële doorbraak van Voice over IP toepassingen, de komst op de Belgische markt van verschillende doorverkopers van elektronische-communicatiediensten, de sterke ontwikkeling van betalende diensten aangeboden via SMS korte nummers, de inwerkingtreding van nieuwe Europese richtlijnen in 2003, enz. Dit besluit beoogt bovenstaande ontwikkelingen in een correct kader te plaatsen en verder het huidige reglementair kader aan te vullen met bepalingen waarvan de ervaring leert dat ze nuttig zijn voor het concrete beheer van de Belgische nummeringsruimte en nummerplannen. In onderhavig besluit werd het advies van de Raad van State integraal gevolgd. De belangrijkste innovaties die dit besluit aanbrengt ten opzichte van het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014279 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende een verzoeningsprocedure voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten betreffende het beheer van het Belgische nummeringsplan zijn : - een duidelijke regeling voor de suballocatie van nummercapaciteit (art. 5); - de invoering van bijzondere procedures voor de toekenning van bepaalde nummercapaciteit, waaronder : ? een spoedprocedure (art. 21); ? de aanwijzing van nummers met een bijzondere economische waarde (art. 22 en bijlage 1); ? een eenmalige procedure van voorintekening met het oog op de reservatie van SMS en MMS korte nummers (art. 31-32); ? de invoering van een procedure voor het vaststellen van nieuwe nummerplannen of het wijzigen van bestaande nummerplannen (art. 36-39); - een definitieve regeling en omkadering van het nomadisch gebruik van geografisch nationale E.164 nummers (art. 43); - de invoering van dienstidentiteiten voor persoonlijke nummerdiensten (art. 52) en het opzetten en aanbieden van bedrijfsnetwerken (art. 53); - de bestemming van de 17XX- en 18XX-reeksen voor het aanbieden van diensten van groot maatschappelijk belang door overheden en VZW's (art. 63); - de definitie van een publiek nummerplan voor SMS en MMS diensten (art. 69-74). Dit besluit begint met het bepalen van een aantal algemene principes, om vervolgens verschillende procedures uiteen te zetten volgens dewelke gebruiksrechten voor nummers kunnen verkregen en uitgeoefend worden. Verder heeft dit besluit de bedoeling een aantal nummerplannen die sedert 1997 een stabiel karakter gekregen hebben definitief vast te leggen. Tevens worden de principes gedefinieerd voor een aantal nieuwe nummerplannen, waarvoor er veel marktvraag lijkt te zijn of waarvoor er een politieke wil is om ze in het algemeen belang op reglementair niveau vast te leggen. Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal Europese voorschriften inzake de handhaving en controle op het vlak van nummering vast te leggen op reglementair niveau. Een laatste belangrijk deel van dit besluit handelt over de heffingen voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers, die op bepaalde vlakken geüpdatet worden. Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 bevat de definities die noodzakelijk zijn voor een goed begrip van dit besluit. Artikel 1, 1°, definieert het op het vlak van de nummering centrale begrip van het nummerplan. Nummerplannen zijn sterk verbonden met de architectuur van elektronische-communicatienetwerken aangezien ze de identificatiesystemen aanreiken om eindgebruikers met elkaar te verbinden en worden ondersteund door verschillende technologieën en systemen. Een nummer geeft voor de eindgebruiker toegang tot elektronische-communicatiediensten. Daarom is de ontwikkeling van een efficiënt nummerplan een belangrijke bepalende factor voor de kwaliteit en het succes van elektronische-communicatiediensten. het kan informatie bevatten over de karakteristieken van de dienst (vb. mobiele communicatie) en een grootte-orde geven over de kostprijs van een gesprek. In het besluit wordt het begrip nummer breed opgevat, namelijk elk teken of geheel van tekens dat dient om eindgebruikers van elektronische-communicatienetwerken (met inbegrip van het Internet) of netwerkelementen te identificeren om communicaties tot stand te brengen. Sommige nummercategorieën zijn een schaars goed. Dit is zeker het geval als men rekening houdt met de enorme kosten die nummerwijzigingen met zich brengen. Het BIPT moet ervoor zorgen dat deze schaarse hulpbron zo efficiënt mogelijk wordt aangewend. Regelmatig moeten nummerplannen worden aangepast om nieuwe diensten mogelijk te maken en om de nummervoorraad indien nodig verder aan te vullen. De marktactoren moeten zowel op kwalitatief als kwantitatief vlak een transparante en niet-discriminerende toegang krijgen tot nummers in het nummerplan. Voor eindgebruikers is de gebruiksvriendelijkheid van nummerplannen primordiaal. Het inschrijven in de Europese harmonisatie past hierin volledig. Een nummerplan wordt zo technologie neutraal mogelijk gemaakt zodat verschillende technische oplossingen om dezelfde diensten aan te bieden op dezelfde manier worden behandeld. Hierdoor kunnen operatoren nieuwere technologieën implementeren zonder dat er een impact is op de eindgebruiker. Meer en meer wordt men geconfronteerd met convergentie, onder ander op technologisch niveau, wat concreet betekent dat de verschillende gespecialiseerde netwerken worden vervangen door een netwerk dat alle toepassingen ondersteunt, gebaseerd op het Internet Protocol. Hierdoor vervagen de grenzen tussen traditioneel sterk gescheiden diensten zoals bijvoorbeeld vaste- en mobiele communicatie. Daarnaast wordt de transportlaag gescheiden van de dienstenlaag zodat de routeringsfunctie van bijvoorbeeld E.164 nummers verdwijnt en nummers meer en meer worden losgekoppeld van de operatoren waaraan ze origineel werden toegewezen. Het DNS systeem kan worden gebruikt om dit te realiseren. Tot slot wordt opgemerkt dat het niet noodzakelijk is dat het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie alle nummerplannen zelf beheert, zolang de bezorgdheden van een open, eerlijk, transparant, niet-discriminerende beheer met oog op voldoende continuïteit worden gewaarborgd. Belangrijk te vermelden is dat een nummer, in de zin van artikel 1, 3°, ook een naam zoals 'A' of 'B' kan zijn, vandaar de opname van 'teken' in de definitie naast een geheel van tekens. Inherent aan de definitie is dat een nummer gebruikt wordt om een klant te identificeren (cfr. de passage « die worden gebruikt om gebruikers of operatoren van elektronische-communicatiediensten en -netwerken te identificeren »). Daarnaast kan een nummer ook een routeringsfunctie hebben (cfr. de passage « om op basis hiervan elektronische communicatie tot stand te brengen. »). De prefix, gedefinieerd in artikel 1, 5°, is een concept dat vooral van belang is in het kader van het vaststellen van het kiesplan, gedefinieerd in artikel 1, 6°. De bekendste prefixen zijn de '0' van de Belgische geografische zonenummers en van de nationale niet-geografische nummers (de '0' van 0800, 0900, enz.) en de '00' die in principe gevormd moet worden om een internationale oproep tot stand te brengen. Niets belet echter om prefixen van een andere vorm (bv. met andere cijfers) te definiëren. Nomadiciteit is een concept dat in artikel 1, 14°, voor het eerst in de sector van de elektronische communicatie in België op reglementair niveau wordt gedefinieerd. Nomadiciteit maakt dat het leveren van een elektronische-communicatiedienst niet verbonden is aan een welbepaalde fysieke locatie of aansluiting bij een welbepaalde operator. Zo kunnen elektronische-communicatiediensten worden geleverd door operatoren die verschillend zijn van diegenen die de toegang - zowel vast als mobiel - controleren tot de eindgebruiker. Dit wordt mogelijk gemaakt door de scheiding van de transport- en dienstenlaag (zie hierboven). De definitie van een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk, voorgesteld in artikel 1, 15°, is een definitie die tracht op een meer accurate wijze te vatten wat in de sector bekend staat als een 'infokioskdienst'. De definitie maakt gebruik van elementen uit de definitie van een 'dienst aangeboden via telecommunicatie', opgenomen in de Gedragscode betreffende het aanbod van bepaalde diensten via telecommunicatie die door Belgacom en een aantal operatoren van elektronische-communicatiediensten geleverd op een vaste locatie is opgesteld. Een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk wordt in het Engels vaak aangeduid met een 'premium rate service'. VPN's, waarvan een definitie gegeven wordt in artikel 1, 18°, simuleren in feite een privaat netwerk op openbare infrastructuur. Via geschakelde openbare netwerken zoals PSTN, ISDN, GSM, Internet of niet-geschakelde netwerken kunnen de abonnees toegang krijgen tot deze dienst met een privaat karakter. De definitie van MMS, vastgelegd in artikel 1, 20°, heeft niet de bedoeling zich uit te strekken tot e-mails op het publieke Internet, vermits de nummerplannen hiervoor niet vastgelegd worden in dit besluit. Artikel 2 legt een aantal algemene basisprincipes vast inzake de toekenning van gebruiksrechten voor nummercapaciteit. België zet de tot nu toe gevolgde praktijk van een tweestapsprocedure verder. De procedure om eerst capaciteit te reserveren, daarna toe te wijzen en eventueel als aan de opgelegde voorwaarden niet meer wordt voldaan, in te trekken, stelt aanvragers van nummeringscapaciteit ertoe in staat op flexibele wijze te anticiperen op hun nummerbehoeften bij hun commerciële planning, in een uiterst snel wijzigende omgeving. Deze methode wordt ook op zeer ruime schaal gebruikt in het buitenland. Artikel 2 impliceert eveneens dat om redenen van objectiviteit, transparantie en non-discriminatie, een toekenning van gebruikrechten voor nummercapaciteit niet kan zonder een voorafgaand vastgelegd nummerplan. Ingeval van ISPC's of NSPC's, is een opdeling in dienstidentiteiten « niet relevant », vermits deze nummerplannen geen functie van identificatie van de eindgebruiker vervullen. In artikel 4 wordt omschreven wie recht heeft om nummercapaciteit aan te vragen en gebruiksrechten met betrekking tot die capaciteit uit te oefenen. In theorie zou het logisch zijn dat het Instituut rechtstreeks nummercapaciteit toekent aan iedere individuele eindgebruiker en dat deze eindgebruiker zich richt tot een operator naar keuze die het nummer vervolgens implementeert. Dit is operationeel te duur en onuitvoerbaar voor het BIPT en zou bijkomende kosten veroorzaken voor de operatoren. Daarom is het traditioneel zo dat operatoren grote nummerblokken krijgen en uit deze nummerblokken individuele nummers toekennen aan eindgebruikers. Dit principe wordt vertaald in artikel 4, 1°, en artikel
  3. Hoger vermelde praktische problemen spelen echter niet ten aanzien van de diensten, vermeld in artikel 4, 2°, hetzij omdat het aantal aanbieders van die diensten beperkt is in aantal, hetzij omdat de overgang naar een andere operator verloopt via een herroutering op uitdrukkelijke aanvraag van de houder van het nummer en niet via het mechanisme van de nummeroverdraagbaarheid, hetzij omdat er een ander interconnectiemodel wordt gehanteerd. In die gevallen kan nummercapaciteit rechtstreeks aan andere personen dan operatoren worden toegekend. Artikel 5 preciseert in welke gevallen en onder welke voorwaarden nummercapaciteit die door het Instituut toegekend is aan één onderneming op regelmatige wijze overgenomen kan worden door een andere onderneming en/of onder welke voorwaarden andere personen dan de aanvrager bepaalde gebruiksrechten met betrekking tot de betrokken nummercapaciteit kunnen uitoefenen. De eerste paragraaf van artikel 5 maakt onder bepaalde voorwaarden de inbezitstelling van geografische en niet-geografische nummers, met ingebrip van mobiele nummers, mogelijk. Inbezitstelling speelt zich enkel af tussen operatoren (zie de verwijziging naar artikel 4, 1°). Het verrichten van een secundaire toewijzing van nummers of nummerblokken door operatoren aan bijvoorbeeld aanbieders van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken dient dus niet te gebeuren via deze procedure, nu deze laatsten geen operatoren zijn. Het mechanisme van inbezitstelling moet hoofdzakelijk opstartende en kleinere operatoren in de gelegenheid stellen om op een vereenvoudigde en kostenefficiënte manier gepaste nummercapaciteit ter beschikking te krijgen. De inbezitstelling (soms ook « suballocatie » genoemd) is geïnspireerd op de « mise à disposition à un opérateur tiers » in Frankrijk, met dit verschil dat

(1)het, om praktische redenen, niet wenselijk wordt geacht dat de inbezitstelling voorafgaand aan de contractssluiting aan het Instituut wordt aangemeld (partijen mogen met andere woorden hun commerciële onderhandelingen afronden zonder een fiat van het Instituut af te wachten; de inbezitstelling kan uiteraard niet uitgevoerd worden, zolang het Instituut de notificatie niet heeft aanvaard) en
(2)dat de inbezitgestelde meer rechten krijgt dan in het Franse nummerplan. De inbezitstelling heeft tot gevolg dat de inbezitgestelde bepaalde contractueel vastgelegde rechten krijgt met betrekking tot de nummercapaciteit in kwestie. Qua nummeringspecifieke verplichtingen blijft de oorspronkelijke houder van de nummercapaciteit verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen van dit besluit die niet specifiek te maken hebben met de relatie tussen de eindgebruiker en de operator (daaronder valt bijvoorbeeld de betaling van de in dit besluit bepaalde jaarlijkse rechten). Verplichtingen waarop de inbezitgestelde kan aangesproken worden betreffen de controle op de toewijzing van de nummers aan de eindgebruikers, het naleven van de verplichtingen inzake nummeroverdraagbaarheid ten aanzien van de abonnee, het garanderen van de authenticiteit van de identificatie van de oproepende lijn en de toewijzing van de nummers aan de eindgebruiker conform de principes van het nummerplan. Voorwaarde 1° van artikel 5, § 1 impliceert niet alleen dat de betrokken nummercapaciteit die gesuballoceerd wordt niet ingetrokken mag zijn maar ook dat de suballocatie van nummers uit gereserveerde, nog niet in gebruik genomen nummerblokken niet mogelijk is. Voorwaarde 5° van artikel 5, § 1, stellende dat de inbezitgestelde voor binnenkomende oproepen het netwerk moet gebruiken dat ter beschikking wordt gesteld door de oorspronkelijke houder heeft tot doel de routering van oproepen naar de gesuballoceerde nummers beheerbaar te houden. Indien de inbezitgestelde de oproepen naar gesuballoceerde nummers zou kunnen laten toekomen op een ander netwerk dan dat van de oorspronkelijke houder, dan zou dit voor geïnterconnecteerde operatoren inhouden dat deze verschillende routeringen per toegewezen nummerblok moeten uitwerken, wat op technisch vlak moeilijk beheersbaar en kostelijk zou zijn. Deze vereiste belet niet dat de inbezitgestelde voor uitgaand verkeer beroep kan doen op een andere operator dan de operator die de oorspronkelijke houder is van het nummerblok waarbinnen de inbezitstelling heeft plaatsgevonden. De administratieve regelingen die in de andere onderdelen van dit artikel opgenomen zijn beogen ertoe bij te dragen dat er tussen de betrokken partijen, met inbegrip van het Instituut, geen misverstanden bestaan omtrent het feit en de draagwijdte van de inbezitstelling. Paragraaf 3 regelt de situatie van de overdracht van het geheel van de nummercapaciteit die een operator of leverancier van diensten bedoeld in artikel 4, 2° van het Instituut heeft verkregen, op verzoek van die operator of dienstenleverancier. De voorwaarden die gekoppeld worden aan de overdracht van nummercapaciteit in zijn geheel beogen voornamelijk de handel in nummerrechten (in het bijzonder voor speculatieve doeleinden en al dan niet door schermvennootschappen) aan banden te leggen. Artikel 6 geeft de bevoegdheid aan operatoren om uit de nummercapaciteit die hen in blok is toegewezen individuele nummers toe te wijzen. Diegenen die een dergelijke verdere toewijziging kunnen verkrijgen zijn in de eerste plaats eindgebruikers voor hun eigen communicatiebehoeften, maar het kan ook gaan om aanbieders van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken of aanbieders van internettoegang, zijnde gebruikers in de zin van artikel 2, 12° van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. Artikel 7 beoogt de keuze van de oproeper en een eerlijke mededinging te vrijwaren. Wanneer het nummer dat de oproeper wenste te bereiken niet door zijn operator wordt aangeboden mogen er geen mechanismen in werking gesteld worden waarbij de oproeper gedevieerd wordt naar een concurrerende dienst waarmee de betrokken operator wel commerciële banden heeft. Evenmin mag de oproeper in die situatie gedevieerd worden naar een welbepaalde inlichtingendienst. Deze vereisten zijn niet van toepassing wanneer de klant een verkeerd of niet bestaand nummer oproept. In dat geval mag een onderscheppingsbericht afgespeeld worden dat alle beschikbare inlichtingendiensten dient te vermelden. Artikel 9 trekt een aantal gevolgtrekkingen uit de intrinsieke aard van de toekenning van nummercapaciteit. Volgens het advies van de Raad van State, afdeling wetgeving van 29 september 1997, voorafgaand aan het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014279 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende een verzoeningsprocedure voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten betreffende het beheer van het nummeringsplan is de toekenning van een nummeringscapaciteit een administratieve machtiging om gebruik te maken van een aantal nummers voor de exploitatie van een welbepaalde elektronische-communicatiedienst. Het ligt dus voor de hand dat op die toegewezen capaciteit niet enig eigendomsrecht toepasselijk kan zijn. De omstandigheid dat de begunstigde op zijn beurt een bepaald gedeelte van zijn nummeringscapaciteit aan zijn cliënten mag toewijzen, eventueel tegen betaling, wijzigt de aard van zijn recht niet, aangezien het recht om een nummeringscapaciteit te gebruiken per definitie bestaat in het toewijzen van die nummers aan gebruikers. Die « verdere toewijzing » brengt geen « afstand » of « overdracht » van het door het Instituut aan de aanvrager toegekende recht met zich, omdat die aanvrager houder blijft van zijn administratieve machtiging om aan gebruikers het nummer dat deel uitmaakt van zijn nummeringscapaciteit, respectievelijk de nummers die daarvan deel uitmaken, toe te wijzen of te ontnemen. Afdeling 1 van Hoofdstuk III, gevormd door de artikelen 10 tot en met 20, regelt de standaardprocedures die van toepassing zijn op alle nummeraanvragen. Afdeling 2 regelt enkele bijzondere procedures, die op bepaalde punten afwijken van de algemene procedures. Het is de bedoeling dat de materies die niet geregeld zijn onder de bijzondere procedures van afdeling 2 beheerst worden door de relevante passages van de algemene procedures beschreven onder afdeling 1. Artikel 10 beschrijft de manier waarop een aanvraag tot reservatie van nummercapaciteit moet ingediend worden, met welke evaluatiecriteria het Instituut zal rekening houden bij zijn technisch onderzoek en wat de gevolgen zijn van een toegekende reservatie. De in artikel 10, § 1, lid 2, gevraagde informatie wordt door het Instituut als strikt confidentieel behandeld en is beperkt tot de relevante elementen vereist voor het onderzoek van de aanvraag. Artikel 13 regelt de situatie waarin er voor dezelfde nummercapaciteit meerdere aanvragen worden verricht. De verkrijger van primaire rechten heeft de prioriteit voor de toewijzing van de gevraagde nummeringscapaciteit. Pas indien hij vrijwillig of op last van het Instituut, wegens het niet respecteren van de regels, hiervan afstand doet, kan de nummeringcapaciteit gaan naar de houder van de secundaire rechten. Hetzelfde principe is van toepassing op de tertiaire en volgende rechten. Deze bepaling heeft tot doel om de aanvrager de mogelijkheid te bieden een verlenging van zijn reservering te verkrijgen en daarbij de volgorde van voorrang te behouden die hem was toegestaan bij de aanvaarding van zijn oorspronkelijke aanvraag. Artikel 13, vierde lid voorziet een uitzondering op voorgaande principes teneinde rekening te houden met de specifieke situatie van de SMS en MMS korte nummers. SMS en MMS korte nummers zijn intrinsiek codes die eigen zijn aan ieder individueel elektronische-communicatienetwerk. Er bestaan op dit ogenblik geen contractuele regelingen waarmee een mobiele operator eindgebruikers van andere mobiele operatoren toegang geeft tot zijn SMS en MMS korte nummers. Wanneer er met dergelijke codes echter een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk wordt aangeboden is het de bedoeling dat deze codes aangekozen kunnen worden door alle eindgebruikers van mobiele elektronische-communicatiediensten. Indien het principe van « first come, first served » in dat geval zou toegepast worden, zouden de betrokken korte nummers maar vanaf één mobiel netwerk bereikbaar zijn voor de eindgebruikers aangesloten op dat mobiel netwerk. Om die situatie te vermijden wordt toegestaan dat verschillende mobiele operatoren hetzelfde korte nummer kunnen aanvragen en verkrijgen, op voorwaarde dat zij zich engageren om het betrokken korte nummer gelijktijdig open te stellen voor verkeer. Artikel 14 regelt de verlenging van een reeds verkregen reservatie. Omdat nummercapaciteit een schaarse hulpbron is en het, op grond van concurrentiële overwegingen in sommige gevallen niet billijk is dat nummercapaciteit geblokkeerd wordt voor andere potentiële aanbieders in de markt, wordt de verlenging van een reservatie in de tijd beperkt tot maximaal tweemaal één jaar. Iedere aanvraag voor een verlenging van een reservatie is een nieuw dossier, waarop dezelfde principes, criteria en voorwaarden van toepassing zijn als op een aanvraag tot reservatie, met inbegrip van het betalen van nieuwe dossierkosten voor de reservatie. De dossierkosten zijn verschuldigd voor het onderzoek van het dossier door het Instituut, ongeacht het resultaat van dat onderzoek. Daarom bepaalt artikel 16 dat, ingeval van weigering van een reservatie, de dossierkosten niet worden terugbetaald. Artikel 17 viseert niet alleen naamswijzigingen en wijzigingen van andere administratieve gegevens van de oorspronkelijke aanvrager maar ook wijzigingen van bijvoorbeeld de diensten en toepassingen die van de betrokken nummeringscapaciteit gebruik maken. Artikel 19 regelt op welke manier de nummercapaciteit de status « toegewezen » krijgt. Deze toewijzing blijft slechts geldig indien cumulatief aan alle voorwaarden bepaald in het tweede lid wordt voldaan. De meeste voorwaarden voor de toewijzing zijn mutatis mutandis overgenomen uit het vorige koninklijk besluit inzake nummering. Een uitzondering daarop is voorwaarde 5° die wil dat de houder van toegewezen nummercapaciteit er in principe voor moet zorgen dat de identificatie van de oproeplijn (of CLI) hetzelfde is als het oproepnummer dat toegewezen is aan de eindgebruiker (of althans zijn lijn). Deze vereiste wenst een garantie van authenticiteit van de CLI in te voeren als voorwaarde voor het geldig uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers. Vroeger was het eenvoudigweg technisch niet mogelijk dat de CLI die meegegeven werd met de oproep niet correspondeerde met het oproepnummer maar door evolutie van de technologie is dat nu wel het geval, met alle nadelige gevolgen vandien (waaronder problemen voor de gerechtelijke opsporing of fraude). Vermits er met 0800-nummers, betaalnummers en nationale korte nummers geen oproepen verricht worden, kunnen (en mogen) zij niet worden weergegeven als nummer van de oproepende lijn. De regel van het tweede lid van artikel 20 houdt verband met het feit dat voor bepaalde nummersoorten de standaardgrootte van de nummercapaciteit verlaagd wordt, omdat er anders nummerschaarste of andere problemen rijzen. In die gevallen is het ook niet logisch om houders van historisch toegewezen nummercapaciteit te verplichten om nummerblokken die binnen die toegewezen nummercapaciteit niet in gebruik genomen zijn te behouden en daarvoor jaarlijkse rechten te betalen, indien zij dat niet wensen. Teneinde evenwel de operationele impact van deze mogelijkheid te beperken wordt voorzien dat zij enkel benut kan worden wanneer er sprake is van schaarste. Artikel 21 stelt een spoedprocedure voor de reservatie van nummercapaciteit in, in die zin dat de termijn voor het verkrijgen van gebruiksrechten voor nummercapaciteit volgens die procedure maximaal 7 werkdagen bedraagt, terwijl die in de standaardprocedure 3 weken bedraagt (zie artikel 11, § 4 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten). Tegenover deze extra dienst staat een verhoogd dossierrecht dat dient om de extra dienst te organiseren. Artikel 22 maakt duidelijk dat, wanneer één of meer in de bijlage 1 opgenomen nummers met een bijzondere economische waarde aangevraagd worden, het Instituut niet kan overgaan tot reservatie volgens de algemene procedure maar moet handelen overeenkomstig artikel 11, § 5 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. De artikelen 23 tot 30 regelen de problematiek van de nummerblokoverdraagbaarheid of de hertoewijzing van een volledig nummerblok. Deze bijzondere procedure, die in feite bestaat in een gecoördineerde terugtrekking van de gebruiksrechten op een nummerblok aan één operator om deze vervolgens toe te wijzen aan een andere operator kan zich voordoen wanneer een voldoende aantal individuele nummers uit een toegewezen nummerblok zijn overgedragen naar één bepaalde operator. Het doel van het doorvoeren van nummerblokoverdraagbaarheid is het bereiken van een globale kostenminimalisatie en routeringsefficiëntie door het verminderen van de extra verkeerskosten die ontstaan door iedere individuele nummeroverdracht. Deze artikelen bevatten de procedure voor de aanvraag van een hertoewijzing, de opsomming van de criteria waarmee het Instituut rekening zal moeten houden en de informatie die de betrokken partijen moeten leveren teneinde het Instituut in staat te stellen zijn onderzoek te voeren. Het Instituut zal op basis van de gegeven informatie, rekening houdend met de specifiek toe te passen criteria voor elke soort nummercapaciteit, de aanvragen evalueren. Niettegenstaande zijn naam, heeft nummerblokoverdraagbaarheid dus meer uitstaans met het toekennen en intrekken van gebruiksrechten voor nummers via een procedure gevoerd voor het Instituut dan met nummeroverdraagbaarheid, dat een proces is dat opgestart wordt door de eindgebruiker en waarin het Instituut geen operationele rol vervult. Het verplaatsen van de inhoud van artikel 9 van het koninklijk besluit van 16 maart 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2000 pub. 13/04/2000 numac 2000014085 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van de telecommunicatiediensten sluiten betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van de telecommunicatiediensten naar dit besluit moet in die context gezien worden. Gelet op de doelstelling van een hertoewijzing van een nummerblok, namelijk de globale minimalisatie van de totale kosten en het bereiken van globale routeringsefficiëntie, is het logisch dat in artikel 29 bepaald wordt dat nummerblokoverdraagbaarheid voorrang krijgt op secundaire en volgende reserveringsrechten. Het spreekt voor zich dat deze artikelen de toepassing van artikel 135 van de Wet onverlet laten. De artikelen 31 en 32 voeren de eenmalige, bijzondere procedure van voorintekening met het oog op de reservatie van SMS en MMS korte nummers in. De problematiek die aan de basis van deze uitzonderlijke procedure ligt kan als volgt geschetst worden. De verdeling en toekenning van SMS en MMS- korte nummers gebeurde in het verleden door de drie mobiele operatoren die hun acties betreffende het private SMS, en MMS nummerplan coördineerden binnen het kader van het GOF (« GSM Operator's Forum »). In grote lijnen resulteerde dit in een situatie waarbij hele hoofdreeksen van korte nummers (met name de 19XX-, 2XXX- en 5XXX -reeksen) voorbehouden werden aan de eigen diensten van deze operatoren en enkele andere hoofdreeksen (de 3XXX-, 4XXX- en 7XXX-reeksen, deze laatste reeks uitsluitend voor zogenaamde 'adult content') dienden om een grote groep van derde partijen (zogenaamde 'service of content providers') toe te laten betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan te bieden. Thans zal het publieke SMS en MMS nummerplan, dat de wetgever gewild heeft, moeten voldoen aan de eisen van de Europese richtlijnen inzake gelijke behandeling (artikel 10.2 van de Kaderrichtlijn), objectiviteit, non discriminatie, proportionaliteit en transparantie (artikel 6.1 van de Machtigingsrichtlijn). In toepassing hiervan moet het publieke SMS en MMS nummerplan onder meer op niet-discriminerende wijze voldoende beschikbare capaciteit voorzien voor alle betrokken operatoren en voor eventuele nieuwe marktactoren (bv. MVNO's). Tegelijkertijd zal het publieke nummerplan verschillende maatschappelijke noden moeten invullen, die thans slechts gedeeltelijk ingevuld zijn, zoals (
  1. i)het onderbrengen van ontspanning en spelletjes, erotische inhoud en andere inhoud in drie onderscheiden nummerreeksen, zodat een zinvolle oproepbeperking of « Call Barring » mogelijk is, (
  2. ii)het bieden van meer effectieve bescherming tegen zogenaamde « reversed charged » sms'- en mms'en (de praktijk waarbij men betaalt voor het ontvangen van een sms of mms), (iii) het introduceren van tarieftransparantie via de reeksen in het nummerplan (bijvoorbeeld het bestemmen van de reeks 8XXX voor gratis sms'en en mms'en), enz. Omwille van de doorwerking van deze Europese vereisten en maatschappelijke noden en wensen, zal de huidige (private, gecoördineerde) verdeling en toekenning van SMS en MMS korte nummers niet kunnen voortgezet worden en zullen vele marktactoren verplicht zijn hun huidige nummers en handelswijze aan te passen. Om die marktactoren voldoende tijd te geven om zich aan te passen voorziet dit besluit dat de principes van het publieke SMS en MMS-nummerplan pas in werking zullen treden binnen +/- één jaar volgend op de publicatie van dit besluit. Indien men zich zou beperken tot deze maatregel, zou het Instituut op de datum van de inwerkingtreding van afdeling 4 van Hoofdstuk VI echter geconfronteerd kunnen worden met verschillende gevallen waarin hetzelfde korte nummer door verschillende aanvragers aangevraagd wordt en zulks voor nummercapaciteit waarmee in een groot aantal gevallen reeds (dagdagelijkse) diensten geleverd worden. In een dergelijke situatie schiet de algemene procedure van de verdeling van primaire, secundaire, tertiaire en volgende rechten tekort omdat het hier niet gaat om nummercapaciteit die nog niet in gebruik genomen is maar wel om nummercapaciteit die (onder een privaat regime) reeds in gebruik genomen werd en waarvoor het ondenkbaar is om de dienstverlening op te schorten totdat een verzoeningsprocedure of lottrekking een uitkomst geboden heeft voor de conflicterende aanvragen. Om voldoende tijd te creëren om een verzoening of andere meer dwingende verdelingsmaatregelen te organiseren, wordt er voor bovenstaande problematiek eenmalig afgeweken van de regel voorzien in artikel 10, § 1 dat een aanvraag tot reservatie slechts geldig kan ingediend worden wanneer er voor de betrokken nummercapaciteit een nummerplan bestaat en in werking getreden is. De mogelijkheid tot het indienen van reserveringsaanvragen niettegenstaande het niet van kracht zijn van het SMS en MMS publieke nummerplan houdt op te bestaan na 8 maanden volgend op de inwerkingtreding van dit besluit, zodat de 4 volgende maanden eventueel kunnen gebruikt worden voor het doorlopen van de procedures beschreven in artikel 32. Artikel 32 beschrijft in detail welke procedures er eventueel doorlopen moeten worden wanneer er verscheidene geldige aanvragen voor hetzelfde SMS of MMS kort nummer worden verricht. Als eerste regel wordt voorzien dat houders van rechten onder het private SMS en MMS nummerplan die conform zijn aan het nieuwe publieke nummerplan prioriteit krijgen, zodat nummerwijzigingen niet doorgevoerd moeten worden daar waar ze niet absoluut noodzakelijk zijn. Artikel 33 bepaalt in welke gevallen het Instituut kan overgaan tot de intrekking van nummercapaciteit. Intrekking is niet alleen het gevolg van het niet naleven van bepaalde bepalingen van dit besluit (waaronder het niet betalen van de jaarlijkse rechten als voorwaarde voor het uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers) of van het verlies van de hoedanigheid die vereist is om gebruiksrechten voor nummers te verkrijgen of uit te oefenen, maar kan ook bevolen worden, wanneer het Instituut vaststelt dat de betrokken nummercapaciteit niet of niet efficiënt gebruikt wordt. Qua modaliteiten van intrekking omwille van niet-efficiënt gebruik wordt als reactie op het advies van de Raad van State ingeschreven dat het Instituut richtlijnen publiceert inzake het efficiënt gebruik van nummers en elk concreet dossier aftoetst aan die richtlijnen. Dit is een voortzetting van de huidige praktijk die toegepast wordt in het kader van de explicatieve nota's inzake niet-geografische nummers voor het gebruik van freephonenummers (0800-nummers) en kadert perfect in de bevoegdheden van het Instituut om als beheerder van de nummeringsruimte (artikel 11, § 1, 1°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten) het efficiënt gebruik van de nummervoorraad te bevorderen en te zorgen voor een efficiënt beheer van de nummervoorraad (artikel 6, 4° van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten). Een voorbeeld van niet efficiënt gebruik is bijvoorbeeld het gebruik van slechts één nummer in een toegewezen blok van 10.000 nummers. Een laatste geval van intrekking kan tussenkomen wanneer vast komt te staan dat een operator geen medewerking verleent aan het uitvoeren van een beslissing van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken, bedoeld in artikel 134 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. Qua modaliteit wordt voorzien dat een dergelijke intrekking pas kan tussenkomen wanneer de beroepstermijn van 60 dagen tegen een beslissing van de Ethische Commissie verstreken is of wanneer het Hof van Beroep te Brussel, uitspraak doende op basis van artikel 2 van de wet van 6 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/2005 pub. 11/08/2005 numac 2005011329 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende sommige juridische bepalingen inzake elektronische communicatie sluiten betreffende sommige juridische bepalingen inzake elektronische communicatie, het hoger beroep tegen een beslissing van de Ethische Commissie heeft verworpen. Ingeval van intrekking wordt naast een update van de nummerdatabank een mededeling op de website van het Instituut gepubliceerd teneinde de operatoren in de gelegenheid te stellen hun routeringsinformatie aan te passen. Tevens zal het Instituut ingeval van intrekking een bevriezingsperiode aankondigen tijdens dewelke de ingetrokken nummercapaciteit niet in aanmerking komt voor reservatie, dit om foutieve oproepen tot een minimum te beperken. De artikelen 36 tot 39 omkaderen het vaststellen van nieuwe nummerplannen of het wijzigen van bestaande nummerplannen waarmee het Instituut, overeenkomstig artikel 11, § 1, 1°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten belast is. Artikel 36 biedt aan een ruime categorie van belanghebbenden de gelegenheid om op gemotiveerde wijze een aanvraag tot het vaststellen van een nieuw nummerplan of het wijzigen van een bestaand nummerplan bij het Instituut in te dienen. Daarnaast kan het Instituut ook op eigen initiatief een voorstel van nieuw of aangepast nummerplan lanceren. Conform artikel 14.1 van de Machtingingsrichtlijn voorziet artikel 36 eveneens dat ontwerpen van nieuwe nummerplanen of ontwerpbesluiten die wijzigingen aanbrengen aan de rechten, voorwaarden of procedures verbonden aan een bestaand nummerplan ten minste gedurende vier weken ter consultatie voorgelegd worden. Teneinde de nodige stabiliteit in de sector te verzekeren is het slechts mogelijk om drie maal per jaar nieuwe nummerplannen in te voeren of wijzigingen aan te brengen aan de bestaande nummerplannen. Deze regel, die er gekomen is op vraag van de operatoren, werd overgenomen uit de procedure voor wijzigingen en toevoegingen aan de explicatieve nota's omtrent nummering. Artikel 37 strekt ertoe om reservaties die verricht werden lopende de procedure voor het wijzigen van een bestaand nummerplan te bevriezen totdat er een definitief uitsluitsel is over het al dan niet doorvoeren van de voorgenomen wijziging. Artikel 38 geeft aan het Instituut de mogelijkheid om, ingeval van fundamentele wijzigingen aan een nummerplan, een nummerconversieplan te definiëren en ten uitvoer te leggen. Hoofdstuk VI, bestaande uit de artikelen 40 tot en met 79, legt de basisstructuren vast van de nationale nummerplannen voor respectievelijk de telefoondiensten, de korte nummers, de pakketgeschakelde datadiensten, de SMS en MMS diensten, de identificatie van apparatuur en gebruikers in roamingtoestand en diverse andere identificatiemechanismen. Met uitzondering van het nummerplan voor SMS en MMS diensten steunen ze in essentie op de basisregels opgelegd door de ITU. Zowel het kiesplan geassocieerd aan sommige van deze nummerplannen als de interwerkingsregels (artikel 80) worden vastgelegd door de Minister. Wat betreft het kiesplan voor de E.164 nummers wordt elke nationale oproep op het ogenblik van het aannemen van dit besluit voorafgegaan door de prefix '0'. Wegens het invoeren van 'full dialling' in België in 2000 (d.i. de vereiste om ook het zonenummer te vormen wanneer men een gesprek binnen dezelfde zone wenst op te zetten) heeft deze prefix in de Belgische nationale context geen betekenis meer en, gecombineerd met nieuwe technologische ontwikkelingen in de telefooncentrales, kan ze dus perfect weggelaten worden. Artikel 41 maakt deze hervorming mogelijk. Wanneer dit gerechtvaardigd is door legitieme behoeften in de markt van de elektronische communicatie kan de Minister in de toekomst ook andere wijzigingen aanbrengen aan het kiesplan. De specifieke principes van toepassing op de geografische nationale E.164 nummers worden geregeld in de artikelen 42 en 43. De geografische nationale E.164 nummers zijn de nummers die in het gewone taalgebruik bekend staan als 'de vaste nummers' (momenteel bijvoorbeeld de nummers beginnend met '02', '03', '081', die respectievelijk de regio rond Brussel, Antwerpen en Namen karakteriseren). Traditioneel (en met name in een fase van de technologie waarbij spraaktelefonie uitsluitend werd geleverd aan de hand van circuitgeschakelde netwerken) was een geografisch nummer verbonden met een specifieke locatie, met name het fysieke punt (of de radio-interface) waarop een eindgebruiker de toegang tot een openbaar elektronische- communicatienetwerk wordt geboden (in artikel 43 het « netwerkaansluitpunt » genoemd). Het nummer kon dan ook op geen enkele ander netwerkaansluitpunt gebruikt worden. Dit gegeven is door de evolutie van de technologie en meer bepaald de ontwikkeling van « Voice over IP » diensten thans gedeeltelijk achterhaald. Onder een "VoIP"-dienst wordt verstaan : de aan het publiek aangeboden elektronische-communicatiedienst voor het transport van spraak die geheel of gedeeltelijk wordt verstuurd over een netwerk dat functioneert aan de hand van het Internet Protocol (hierna ook « het IP netwerk » genoemd) en waarbij ten minste één van de netwerkaansluitpunten op een IP-netwerk is aangesloten. De term « spraak » is hier beperkt tot een dienst waarbij geïndividualiseerde en door een vorm van vertrouwelijkheid gekenmerkte informatie wordt geleverd. Met de technologie die spraak over het Internet mogelijk maakt worden diensten aangeboden die vanuit het oogpunt van een eindgebruiker in sterke mate gelijken op de telefoniediensten van de verschillende publieke spraaktelefoonoperatoren die actief zijn op de Belgische markt. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van een (breedband)toegang tot het publieke Internet, geleverd door ofwel dezelfde partij als diegene die de VoIP-dienst levert ofwel een andere partij. Een intrinsieke eigenschap van VoIP-diensten is dat eindgebruikers wereldwijd oproepen kunnen ontvangen en maken, niet gehinderd door enige geografische grenzen. Deze laatste karakteristiek omschrijft men meestal als het 'nomadische' gebruik. Ondernemingen kunnen dergelijke diensten wereldwijd aanbieden met behulp van een 'server' die zich eveneens op om het even welke plaats kan bevinden. De reglementering dient zich in te schrijven in deze evolutie en VoIP-diensten op een niet-discriminerende en technologie-neutrale wijze te accommoderen. Wat betreft het gebruik van nummers dient er rekening gehouden te worden met het feit dat door het nomadische karakter van de VoIP-dienst het verband tussen het oproepnummer en de opstelplaats van het eindapparaat verdwijnt. Geen enkele nummerreeks zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014279 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende een verzoeningsprocedure voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten was zonder verandering van de reservatiecriteria en/of gebruiksvoorwaarden geschikt voor VoIP-diensten met onder andere een nomadische component. Gelet op het voorgaande en de hoogdringendheid van de aanvragen van operatoren van « VoIP-diensten », koos de Belgische overheid voor een voorlopige regeling, waarbij onder een aantal voorwaarden geografische nummers konden gebruikt worden voor VoIP-diensten met een nomadische component. De keuze viel op het gebruik van geografische nationale E.164 nummers (in de plaats van bijvoorbeeld het definiëren van een nieuwe nummerreeks of het gebruik van mobiele nummers) omdat :
  3. a)nieuwe aanbieders eenvoudiger kunnen concurreren met aanbieders die gebruik maken van circuitgeschakelde technologieën;
  4. b)de technologieneutraliteit wordt gewaarborgd;
  5. c)de voorkeur van de aanvragers duidelijk ging en gaat naar geografische nummers;
  6. d)eindgebruikers het best vertrouwd zijn met geografische nummers;
  7. e)de diensten die geografische nummers gebruiken de goedkoopste eindgebruikerstarieven hanteren, wat voordelig is voor de klant;
  8. f)interoperabiliteit het best wordt gewaarborgd door geografische nummers (vele speciale nummerreeksen zijn bijvoorbeeld niet bereikbaar vanuit het buitenland);
  9. g)voor de gevallen waarbij gebruik wordt gemaakt van een radionetwerk er geen communicaties door de eindgebruiker mogelijk zijn gedurende verplaatsingen over lange afstand;
  10. h)talrijke landen eveneens deze oplossing (al dan niet in combinatie met een niet-geografische nummerreeks) mogelijk maken. Artikel 43 legt deze beleidsoptie en de bijhorende voorwaarden definitief vast. Er wordt dus niet geopteerd voor het vervangen van geografische nummers voor nomadische diensten door een ander type van nummers voor dergelijke diensten binnen het jaar na het van kracht worden van dit besluit (mogelijkheid die in de voorlopige regeling voorzien was). Voorwaarde 1° is geïnspireerd op de regeling die naar voren werd geschoven door de Nederlandse regulator OPTA. Deze voorwaarde impliceert dat een operator die een nummer uitgeeft aan een eindgebruiker verifieerbare gegevens, zoals een recente loonstrook, een recent bankafschrift, een uittreksel uit het ondernemingsregister of een kopie van een identiteitskaart, moet hebben en up-to-date houden, die aantonen dat een abonnee wel degelijk in de nummerzone woont die overeenkomt met het adres dat vermeld staat in de bestelbon of andere contractuele documenten. Voorwaarde 2° wil ervoor zorgen dat het probleem van de bereikbaarheid van de nooddiensten bij nomadisch gebruik van geografische nummers voldoende onder de aandacht van de abonnee wordt gebracht. Indien door technologische ontwikkelingen het probleem van de lokalisatie wordt opgelost dan is het logisch dat voorwaarde 2° zal worden opgeheven. Door het nomadische karakter van de VoIP-dienst verdwijnt in bepaalde gevallen het onlosmakelijke verband tussen het oproepnummer en de opstelplaats van het eindapparaat. Hierdoor zijn de nooddiensten niet altijd in staat om noodoproepen met 100 % zekerheid fysisch te lokaliseren. Een besluit genomen in uitvoering van artikel 107, § 3 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten en voorbereid in een werkgroep bestaande uit het BIPT, vertegenwoordigers van de nooddiensten en vertegenwoordigers van de sector van de elektronische communicatie dient een antwoord te geven op deze problematiek. Artikel 43, in fine, koppelt, in het belang van de openbare veiligheid, de toegang tot de nooddiensten aan het van kracht worden van dit laatste besluit. Onder identificatie van de oproeper in de zin van artikel 43, in fine, wordt verstaan elk gegeven, rechtstreeks of onrechtstreeks beschikbaar, in de netwerken en diensten van een operator, dat het oproepnummer van het eindapparaat, de naam van de abonnee en de plaats waar het eindtoestel zich bevindt op het ogenblik van de oproep bepaalt. Wanneer gebruik wordt gemaakt van technische oplossingen waarbij vandaag reeds de voormelde identificatie mogelijk is dan mag de houder van het nummer, dit is in casu de operator, noodoproepen mogelijk maken. Het spreekt voor zich dat de houder van het nummer de verantwoordelijkheid heeft om te verifiëren of de gebruikte technische oplossing de identificatie in alle omstandigheden mogelijk maakt. Voorwaarde 3° geeft een oplossing aan de problematiek van de nummeroverdraagbaarheid van nomadisch gebruikte nationale E.164 nummers. Doordat operatoren die nomadiciteit aanbieden op dit ogenblik geen toegang mogen geven tot de nooddiensten komen zij niet in aanmerking voor een kwalificatie als operator van openbare telefoondiensten (zie artikel 2, 22°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie). Hierdoor rust op deze operatoren geen verplichting om aan hun abonnees de faciliteit numeroverdraagbaarheid aan te bieden (zie artikel 11, § 7 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten). Ze zijn echter wel gerechtigd om nummers van andere operatoren van openbare telefoondiensten in te porteren. Als gevolg hiervan kan een abonnee die zijn nummer overgedragen heeft naar een operator die het nomadisch gebruik van nationale geografische E.164 nummers aanbiedt zijn nummer niet meer opnieuw meenemen naar een andere operator. Dit is in strijd met de vrije keuze van de consument en veroorzaakt een scheeftrekking van de concurrentie. Zoals toegestaan door punt C.3 van de bijlage bij de Europese Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, is het toestaan van 'uitgaande nummeroverdraagbaarheid' voorwaarde voor het gebruik van een nationaal geografisch E.164 nummer op nomadische wijze. De specifieke principes en gebruiksvoorwaarden van toepassing op niet-geogafische nationale E. 164 nummers worden geregeld in de artikelen 44 tot en met 53. De dienstidentiteit 800, waarvan de principes geregeld worden in artikel 45, beoogt de beller duidelijk te maken dat de oproep naar het nummer dat hij wil bereiken hem niet kost. Derhalve mogen ook de oproepen naar de dienstidentiteit 800 vanaf een mobiel netwerk of vanuit openbare telefoons de oproeper niets kosten. Artikel 46 bepaalt dat de '079 7'-nummers nog tot 31 december 2011 in dienst kunnen blijven voor het aanbieden en factureren van dial-up internetdiensten door ISP's of operatoren los van de toegangs- of CSC/CPS operator. Dit model is door de ontwikkeling van het breedbandinternet steeds meer achterhaald, zodat de nummers die gekoppeld zijn aan dit model, mits voldoende tijd om de migratie te organiseren, ingetrokken kunnen worden. De '078' nummers, bedoeld in artikel 47, werden vóór de liberalisering van de telecomsector ingevoerd om de kosten te delen van lange afstandsgesprekken in België. Vandaag hebben deze nummers de functie van een nationaal nummer zonder geografische link. De '070'-nummerreeks, bedoeld in artikel 48, is eveneens een reeks die vóór de liberalisering werd ingevoerd ten behoeve van hoofdzakelijk bedrijven die niet wensten dat klanten een verschillend tarief dienden te betalen al naargelang ze toevallig wel of niet vanuit dezelfde telefoonzone als het betrokken bedrijf belden. Tegenwoordig doen deze nummers, waaraan nog een tariefstandaard verbonden is die vergelijkbaar is met de tariefstandaard van vóór de liberalisering, dienst als 'low cost premium rate' (of betaal)nummers. Deze de facto herpositionering van de '070'-nummerreeks wordt thans officieel vastgelegd. Om de functie van de dienstidentiteit '9' als indicator voor betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken zoveel mogelijk te vrijwaren, wordt het aantal mogelijke types van diensten die onder deze nummerreeks worden aangeboden beperkt en wordt een mechanisme ingevoerd dat ervoor moet zorgen dat het tariefniveau van deze reeks lager ligt dan het laagste tariefniveau in de '0900-reeks'. De '077'-reeks, besproken in artikel 49, dateert eveneens van vóór het aannemen van het koninklijk besluit betreffende het beheer van het nationale nummeringsplan van 10 december 1997 en voldoet niet aan het principe dat reeds in dat besluit weerhouden is dat de communicatiecode 9 de informatiediensten aanduidt waarbij de eindgebruiker naast de prijs voor de oproep ook dient te betalen voor de inhoud (zie artikel 10, § 3, 2° van het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014279 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende een verzoeningsprocedure voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten). Gezien de nood van het creëren van tarieftransparantie het hoogst is bij de dure betaalnummers (het '077' nummer wordt getarifeerd aan hetzelfde tarief als de 0900-nummers) en het feit dat de uitfasering van de '077'-reeks al meerdere malen in consultaties van het BIPT werd aangekondigd, is het verantwoord om deze reeks versneld uit dienst te nemen. Artikel 50 regelt de principes en de inhouds- en tariefindicaties die verbonden worden aan de reeksen achter de dienstidentiteit 9. Het eerste cijfer dat volgt op de dienstidentiteit 9 kan niet '2' of '3' zijn, omdat dit een conflict veroorzaakt met de nationale geografische E.164 nummers die gebruikt worden in de zone Gent. Qua indicatie van het toepasselijke tarief kiest dit besluit twee sporen. Enerzijds wordt er getracht via de cijfers achter de dienstidentiteit 9 een zekere bewustwording van de verschillende tarieven geassocieerd met de verschillende nummerreeksen te creëren (met name door de regel dat binnen eenzelfde inhoudsklasse (zie verder) het hogere eindgetal wijst op een hoger tarief). Omdat de ervaring en studies leren dat de consument de aanduiding van de hoogte van het tarief via de prefixen niet of nauwelijks oppikt, bestaat een tweede maatregel, uitgewerkt in § 2, erin om vanaf een bepaald bedrag aan het gebruik van een betaalnummer een verplichting tot het verstrekken van een tariefboodschap te verbinden. Een tariefboodschap dient de vorm aan te nemen van een tariefwaarschuwingsbericht vertoond op het computerscherm van de gebruiker, wanneer de betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk geen gebruik maakt van spraak. De vereiste dat het toepasselijke tarief en gevormde nummer op een ondubbelzinnige wijze moeten meegedeeld worden is bedoeld om erop te wijzen
(1)dat het verboden is prefixen op enige wijze te splitsen wanneer ze, mondeling of schriftelijk, vermeld worden en
(2)dat in reclame of vermeldingen die niet enkel hoorbaar zijn het verplicht is de prefix te scheiden door een spatie, een streepje of gelijk welk ander leesteken. Qua inhoud worden drie verschillende categorieën van nummerreeksen gecreëerd : 1) de algemene betaalnummerreeksen, zijnde de 900-, 901-, 902-, 903-, 904- en 909-nummerreeksen;2) de reeks waaronder spelletjes, competities (televoting, enz) en andere vormen van ontspanning (downloaden van logo's en beltonen) moeten 'worden aangeboden, zijnde de 905- reeks;De bevoegdheid van het Instituut om binnen de 905-reeks subreeksen vast te stellen voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken waaraan in uitvoering van andere wettelijke of reglementaire bepalingen bijzondere vereisten gekoppeld zijn dient om de operatoren of andere betrokken partijen in staat te stellen om tegemoet te komen aan verplichtingen, zoals deze die voortvloeien uit het koninklijk besluit van 10 oktober 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/10/2006 pub. 19/10/2006 numac 2006009778 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit houdende de voorwaarden waaraan spelen die aangeboden worden in het kader van televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgische nummerplan, waarvoor het toegelaten is om van de oproeper, naast de prijs van de communicatie, ook de betaling van de inhoud te vragen, doch beperkt tot deze reeksen waarop het eindgebruikertarief geen functie is van de tijdsduur van de oproep en die een totaalprogramma inhouden dienen te voldoen sluiten houdende de voorwaarden waaraan spelen die aangeboden worden in het kader van televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgische nummerplan, waarvoor het toegelaten is om van de oproeper, naast de prijs van de communicatie, ook de betaling van de inhoud te vragen, doch beperkt tot deze reeksen waarop het eindgebruikerstarief geen functie is van de tijdsduur van de oproep en die een totaalprogramma inhouden dienen te voldoen. Er wordt hierbij bijvoorbeeld gedacht aan de verplichting van de operator om de mogelijkheid te voorzien om elkeen die hierom persoonlijk verzoekt, of op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger voor minderjarigen, via de prefix « spelinhoud » te blokkeren (art. 9.2 van het koninklijk besluit van 10 oktober 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/10/2006 pub. 19/10/2006 numac 2006009778 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit houdende de voorwaarden waaraan spelen die aangeboden worden in het kader van televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgische nummerplan, waarvoor het toegelaten is om van de oproeper, naast de prijs van de communicatie, ook de betaling van de inhoud te vragen, doch beperkt tot deze reeksen waarop het eindgebruikertarief geen functie is van de tijdsduur van de oproep en die een totaalprogramma inhouden dienen te voldoen sluiten). 3) de reeksen bedoeld voor erotisch of sexueel getinte inhoud, zijnde de 906- en 907-nummers. De reden voor deze driedeling heeft te maken met de noodzaak om een efficiënte « Call Barring » of oproepblokkering te kunnen organiseren. Ouders moeten de keuze kunnen maken om hun kinderen af te schermen van voor hen schadelijke en niet bestemde inhoud (volwasseneninhoud) en diezelfde kinderen toch toegang te bieden tot spelletjes of andere ontspanningsmogelijkheden (bv. het deelnemen aan een televoting of het downloaden van ringtones of chatten) geleverd via betaalnummers. Tegelijkertijd moeten bedrijven oproepen naar zowel de sexueel en erotisch getinte nummerreeksen als de spelletjes- en ontspanningsreeksen kunnen blokkeren. Deze twee doelstellingen tegelijkertijd realiseren is niet mogelijk met een tweedeling volwasseneninhoud versus niet-volwasseneninhoud, zoals die momenteel bestaat. Wat betreft de grensgevallen in de categorisering (bv. tot welke reeks behoort een erotisch spelletje?) heeft § 4 van artikel 50 de bedoeling de stelregel in te voeren dat, indien er twijfel kan bestaan over het erotisch of seksueel karakter van een ontspanningsdienst, de dienst ondergebracht moet worden onder de 906 en 907 nummerreeksen voor volwasseneninhoud. Enkel door een dergelijke regel te hanteren wordt de grootst mogelijke bescherming (onder meer in termen van Call Barring) bereikt. In artikel 50, § 5 wordt naast de 'residuele' betaalnummers (zijnde de 900, 901, 902, 903 en 904-nummerreeksen) ook een bijzondere nummerreeks behandeld, met name de 909-nummerreeks. Deze reeks is de reeks met flexibele tarifering. Dit wil zeggen dat de kostprijs (vast tarief, variabel tarief per tijdseenheid of combinatie van beide) van een gesprek naar een dergelijk nummer vrij te kiezen is. Bijzonder aan deze reeks is naast de geboden flexibiliteit ook dat zodra de oproeper toegang heeft verkregen tot een nummer uit de 909-reeks deze op een verplichte basis voor elke oproep een kosteloze aankondiging (m.a.w dit gedeelte van de oproep is volledig gratis) te horen of te zien (on-line) moet krijgen, ongeacht het tarief dat op de oproep van toepassing is. Deze boodschap heeft als doel de tarifering van de oproep uit te leggen. Indien de oproeper na de informatie over de gesprekskosten niet wenst door te gaan met de oproep dient zij/hij na deze aankondiging dit onmiddellijk aan te geven. Dit kan door middel van bijvoorbeeld het inhaken, het versturen van een DTMF-boodschap, enz. Deze mogelijkheid tot beëindiging van de oproep zonder kosten moet duidelijk worden vermeld in de boodschap. Pas nadat de klant uitdrukkelijk de dienst heeft aanvaard kan worden aangerekend. Om grote financiële drama's die soms veroorzaakt worden door een overmatig gebruik van betaalnummers zoveel mogelijk te vermijden wordt de flexibiliteit geassocieerd aan de 909-reeks beperkt door een absoluut plafond van 31 EUR per oproep. Omdat er een variabele tarifering geassocieerd is met de 909-reeks komt dit niet noodzakelijk neer op een maximum van 31 EUR per oproep. Indien er geopteerd werd voor een tarifering per minuut, is het maximum toegelaten tarief in de meeste gevallen de facto 3,10 EUR per minuut (aangezien de duur van oproepen die op tijdsbasis gefactureerd worden in toepassing van artikel 50, § 6, maximaal 10 minuten mag bedragen). Elke andere combinatie van een tarifering per minuut met een vaste component (bv. vaste kost van 6 euro aangerekend aan het begin van de verbinding met het 0909-nummer en vervolgens 2,5 euro per minuut) is ook mogelijk voorzover de absolute drempel van 31 euro niet overschreden wordt. Artikel 51 associeert de dienstidentiteit 4 aan alle diensten die mobiliteit, zoals gedefinieerd in artikel 1, 17°, bieden. De regel dat het eerste cijfer dat volgt op de dienstidentiteit 4 niet '2' of '3' kan zijn beoogt een conflict te voorkomen met de nationale geografische E.164 nummers die gebruikt worden in de zone Luik. Artikel 52 introduceert de dienstidentiteit 76, voor het aanbieden van persoonlijke nummerdiensten, gedefinieerd in artikel 1, 16°. De zogenaamde 'persoonlijke nummers' die hiermee ingevoerd worden zijn ontworpen om consumenten toe te laten te worden opgebeld via een uniek nummer onafhankelijk van de locatie waarop zij zich bevinden en/of het netwerk (eveneens het mobiele) waaraan zij verbonden zijn. Op deze wijze verwerven klanten de controle over hun inkomende oproepen en kunnen ze steeds worden bereikt. Een inherent kenmerk van deze nummerreeks is dat ze op (quasi-)permanente basis op nomadische wijze kan gebruikt worden door personen wiens hoofdverblijfplaats in België gelegen is. Eveneens kunnen deze nummers gezien ze netwerkonafhankelijk zijn gebruikt worden voor de zogenaamde vaste- en mobiele convergentiediensten. Artikel 52, lid 3, brengt tot uitdrukking dat, in tegenstelling tot de andere niet-geografische nationale E.164 nummers, nummervertaling (naar bijvoorbeeld een geografisch nummer) geen noodzakelijke vereiste is om oproepen op hun bestemming te krijgen. Of nummervertaling vereist is, is afhankelijk van het gebruik van het IP Protocol. Indien dit protocol gebruikt wordt, is nummervertaling in principe geen vereiste. Wanneer het niet gebruikt wordt, dan is het mogelijk wel nog noodzakelijk om een nummervertaling te verrichten. Het netwerkonafhankelijk karakter van de persoonlijke nummers, bedoeld in artikel 52, lid 4, viseert het fenomeen waarbij door gebruik te maken van het IP protocol de transport- en dienstenlaag gescheiden worden, waardoor zich diensten kunnen ontwikkelen onafhankelijk van de onderliggende transportlaag. Klassieke E.164 nummers functioneren zowel als namen en adressen. Door de scheiding van de lagen verdwijnt echter de adresseringstaak van het E.164 nummer en blijft slechts de identificatietaak over. Een dergelijk nummer is dan netwerkonafhankelijk. De adresseringstaak wordt waargenomen door voor de eindgebruiker niet zichtbare translatiemechanismen. Het spreekt voor zich dat operatoren die zelf terminatie van oproepen kunnen verzorgen, omdat ze over een eigen netwerk beschikken met direct aangesloten klanten, deze dienst ook kunnen aanbieden. De bedrijfsnummers, die geïntroduceerd worden door artikel 53, hebben dezelfde functionaliteit als de persoonlijke nummers met dit verschil dat ze worden ingezet voor het opzetten en aanbieden van bedrijfsnetwerken. Oproepen naar deze nummers zullen hoofdzakelijk op het eigen bedrijfsnetwerk termineren. Dat eigen bedrijfsnetwerk kan zowel elektronische-communicatiediensten geleverd op een vaste locatie als mobiele elektronische-communicatiediensten ondersteunen. Bedrijfsnummers zijn aankiesbaar vanuit alle netwerken en kunnen voor het bedrijf in kwestie ook dienst doen als uniek informatieloket voor klanten en geïnteresseerden in het bedrijf, zijn producten en diensten, zonder evenwel als een betaalnummer uitgebaat te mogen worden. Artikel 54 handelt over de bevoegdheid van de Minister om het aantal cijfers waaruit een E.164 nummer bestaat vast te leggen. Artikel 55 geeft het Instituut de mogelijkheid om nummercapaciteit in kleinere hoeveelheden dan de standaardgrootte af te leveren. Deze mogelijkheid wordt in principe uitgeoefend ingeval van nummerschaarste in een bepaalde nummercapaciteit of na een gerechtvaardigd verzoek van een aanvrager. De artikelen 57 tot 67 zetten de principes uiteen die van toepassing zijn op de nationale korte (drie- of viercijferige) nummers. Deze nationale korte nummers moeten zowel op vaste als op mobiele openbare elektronische-communicatienetwerken aangeboden kunnen worden. Artikel 58 stelt het principe in dat driecijferige nummers worden voorbehouden voor overheidsdiensten en diensten van openbaar nut zonder enig commercieel doel. Met een dienst van openbaar nut wordt in eerste instantie gerefereerd naar de diensten die geen overheidsdienst in de strikte zin van het woord zijn maar die wel uiterste nuttige maatschappelijke tussenkomsten leveren ingeval van noodsituaties. De nummers 116 en 118, eventueel gevolgd door een suffix van één tot drie cijfers, worden buiten het toepassingsgebied van artikel 58 gelaten, gelet op hun toekomstig potentieel geharmoniseerd Europees gebruik, dat desgevallend niet beperkt zal zijn tot overheidsdiensten en diensten van openbaar nut zonder commercieel doel. Voor het potentieel geharmoniseerd Europees gebruik van het nummer 116 wordt verwezen naar de uitleg bij artikel 60 hieronder. De vermelding van het nummer 118 is pro memorie, aangezien er op het ogenblik van het aannemen van dit besluit geen bindende teksten bestaan of in de maak zijn die een geharmoniseerd gebruik van het nummer 118 voorschrijven. Artikel 59 neemt de korte driecijferige nummers over die vermeld worden in artikel 2 van het koninklijk besluit van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/02/2007 pub. 13/02/2007 numac 2007011053 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de nooddiensten tot uitvoering van het artikel 107, § 1 en § 3, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, en houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie voor de nooddiensten sluiten betreffende de nooddiensten tot uitvoering van artikel 107, § 1 en § 3, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, en houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie voor de noodiensten en geeft ze aldus ook een plaats in de nationale nummeringsruimte. Het nationale korte nummer 105, toegekend aan het Belgische Rode Kruis, wordt apart vernoemd omdat het Belgische Rode Kruis om neutraliteitsredenen niet in aanmerking wil genomen worden als nooddienst. Artikel 60 duidt, zoals aanbevolen in ECC Aanbeveling
(04)07, de nummerreeks beginnend met 116 aan voor het aanbieden van toekomstige geharmoniseerde Europese diensten. Bedoeling is dat burgers een welbepaalde dienst die voldoet aan een aantal op Europees niveau vastgelegde criteria op zoveel mogelijk plaatsen in Europa kunnen bereiken aan de hand van hetzelfde korte nummer. De precieze procedures, voorwaarden en criteria die op Europees niveau toegepast worden om aan te duiden welke dienst in aanmerking komt voor het ontvangen van nummers beginnend met 116 in ieder van de deelnemende landen is vastgelegd in de Beschikking van de Commissie van 15 februari 2007 inzake het reserveren van de nationale nummerreeks die begint met '116' voor geharmoniseerde diensten met een maatschappelijke waarde. De verdere modaliteiten op Belgisch niveau zullen door het Instituut uitgewerkt worden op basis van artikel 11, § 3, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. Artikel 61 bestendigt het gebruik van de reeksen 12XX, 13XX en 14XX voor het aanbieden van voice mail en inlichtingendiensten, zoals vastgelegd in de explicatieve nota omtrent toegangscommunicatiecodes zoals voorzien in art. 10 § 5 lid 1 van het koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan. In het kader van hun dienstverlening mogen inlichtingendiensten bijkomende faciliteiten aanbieden. Zo kan gedacht worden aan een voice portaal, het verstrekken van inlichtingen omtrent de dienstregeling van de treinen, enz. Deze bijkomende faciliteiten mogen geen aanleiding geven tot het aanrekenen van een hogere prijs voor de oproep. Het derde lid van artikel 61 bevestigt het verbod om
(1)verkapte betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan te bieden via de nummerreeksen bestemd voor de inlichtingendiensten en
(2)het verbod om naar dergelijke nummers door te schakelen. Het eerstgenoemde verbod is gegrond op de volgende overwegingen :
  1. a)indien men verstrekkers van 'inlichtingendiensten' zou toelaten om hun korte nummers te gebruiken om eveneens betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan te bieden, benadeelt en discrimineert dit de leveranciers van de betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken, vermits deze laatste verder moeten blijven werken op basis van langere en minder aantrekkelijke nummers (van het type 090X ABCDE).
  2. b)Deze benadeling en discriminatie kan in de praktijk niet opgeheven worden door de leveranciers van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken ook toe te laten de 12XX-, 13XX- en 14XX - nummers te laten gebruiken, gelet op het hoge aantal van dergelijke leveranciers en de schaarste op vlak van 12XX-, 13XX- en 14XX-nummers in een dergelijk scenario;
  3. c)Daarnaast riskeren de jaarlijkse rechten te betalen voor het gebruik van de 12XX, 13XX en 14XX korte nummers te hoog te zijn voor leveranciers van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken, terwijl de incrementele kost voor de leveranciers van inlichtingendiensten om naast hun inlichtingendiensten eveneens betalende diensten te leveren nihil is. Deze laatste vaststelling zou oneerlijke concurrentie op deze markten kunnen creëren, hetgeen moet vermeden worden. Het verbod op doorschakeling naar 090X-nummers is ingegeven door de volgende overwegingen :
  4. a)Het vermijden dat leveranciers van betalende diensten via elektronische-communicatiediensten zich een aantrekkelijk inlichtingendienstennummer aanschaffen niet met het oogmerk om een daadwerkelijke inlichtingendienst te verstrekken maar met het oogmerk om achter een (oppervlakkige) inlichtingendienst in werkelijkheid betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan te bieden in oneerlijke concurrentie met andere leveranciers van dergelijke diensten die wel nummers van het type 90X ABCDE gebruiken;
  5. b)Het vermijden van ontwijkingsscenario's van de (zelf)regulering van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken (toepasselijk op betaalnummers maar niet op nummers voor de inlichtingendiensten), die opgezet zouden kunnen worden al dan niet in samenwerking met aanbieders van inlichtingendiensten;
  6. c)het vermijden van een omzeiling van de instellingen van de oproepblokkering of Call Barring;
  7. d)het vrijwaren van de zichtbaarheid van de nummers met de dienstidentiteit '9' (en de daaraan gekoppelde tariefwaarschuwingsfunctie). Zoals het geval was bij sommige niet-geografische nationale E.164 nummers, worden bepaalde nummers uit de 12XX-, 13XX- of 14XX-reeks om historische redenen nog aangewend voor een gebruik dat niet conform is met de bestemming van deze reeksen. Artikel 61, vierde lid, beoogt een einde te maken aan deze ongezonde situatie door ten laatste op 1 januari 2012 de uit dienstneming van dergelijke dienst te voorzien (waarbij uit dienst nemen ook betekent dat de betrokken nummercapaciteit terug beschikbaar wordt voor reservatie overeenkomstig de bepalingen van dit besluit). Artikel 62 voorziet dat de reeksen 15XX en 16XX dienen voor het toekennen van Carrier Selection Codes. Artikel 63 voorziet onder meer in het aanduiden van nummercapaciteit die gebruikt kan worden voor de ondersteuning van al dan niet commerciële diensten van groot maatschappelijk belang, geleverd door de overheid in de brede zin van het woord of VZW's en stichtingen. Commerciële bedrijven komen niet in aanmerking voor het bekomen van korte nummers uit deze reeksen, omdat anders de (beperkte) capaciteit in deze reeksen zeer snel zou uitgeput raken. Daarnaast worden om historische redenen bepaalde specifieke nummers in deze reeks bestemd voor andere doeleinden. De bestemming en de gebruiksmogelijkheden van de 19XX-reeks, die worden vastgelegd in artikel 64, worden uitgebreid ten opzichte van hetgeen toegestaan was onder de gelding van het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014279 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende een verzoeningsprocedure voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten betreffende het beheer van het nummeringsplan. Deze nummers mogen thans niet alleen gebruikt worden voor gratis, interne al dan niet publieke toepassingen, zoals het rapporteren van fouten, het geven van al dan niet commerciële informatie over het eigen dienstenaanbod, voice mail, het opvragen van de stand van de telecomrekening, enzovoort. Het gebruik van deze nummers kan ook uitgebreid worden tot partijen waarmee de operator van het 'gastheernetwerk' een vrijwillige commerciële overeenkomst heeft aangegaan. Ook qua tarifering wordt meer flexibiliteit geboden. Omdat het gaat om nummers voor interne toepassingen dienen zij niet geïmplementeerd te worden in de netwerken van andere geïnterconnecteerde operatoren (andere dan de partijen waarmee de operator van het gastheernetwerk een vrijwillige commerciële overeenkomst heeft aangegaan). Om die reden wordt het verkrijgen van gebruiksrechten voor de nummers uit de 19XX-reeks niet onderworpen aan de reservatieprocedure, bedoeld in de artikelen 10 tot 18. De periode waarin de nummers gereserveerd zijn dient immers om verkregen nummercapaciteit geïmplementeerd te krijgen in de netwerken van andere geïnterconnecteerde operatoren, met het oog op de bereikbaarheid van de betrokken nummers vanuit andere netwerken. De ingebruikname van deze nummercapaciteit dient wel vooraf aan het Instituut meegedeeld te worden, teneinde dit laatste toe te staan om te controleren of het aangemelde gebruik conform is aan de bepalingen van dit besluit en in het bijzonder aan artikel 64. Artikel 65 geeft aan de houder van een kort viercijferig nummer het recht om ook het met zijn kort nummer overeenstemmende nummer uit het SMS of MMS nummerplan te gebruiken. Deze regel is geïnspireerd op een gelijkaardige regel in het Noorse nummerplan. Artikel 68 specifieert de rol van het BIPT in relatie tot het verlenen van nummercapaciteit uit het nummerplan voor pakketgeschakelde datadiensten. Het beheer van dit nummerplan gebeurt conform de internationaal aanvaarde toepasselijke ITU Aanbeveling. Conform de wil van de wetgever (zie Memorie van toelichting bij artikel 11 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten), neemt het BIPT de verantwoordelijkheid voor het nummerplan voor SMS en MMS diensten van de mobiele operatoren over. De artikelen 69 tot 74 regelen de grote principes waaronder dit nummerplan zal beheerd worden. Artikel 69 voert de innovatie in dat sommige SMS en MMS korte nummers een lengte van slechts drie cijfers kunnen hebben. Een dergelijke innovatie maakt de ontwikkeling mogelijk van toepassingen voor doven (bv. 112 per sms) of -in het algemeen- een uitbreiding van het dienstenaanbod van de bestaande nooddiensten of andere overheidsdiensten of diensten van openbaar nut, indien zij dit wensen (bv. 110 per sms). Artikel 70, § 1, vormt de tegenhanger van artikel 65 en brengt naar voren overeenkomstig welke principes een houder van een nationaal kort (drie- of viercijferig) nummer het met zijn dienst corresponderende SMS of MMS kort nummer kan aanvragen en gebruiken. Een eerste principe is dat de (kandidaat)houder van een nationaal kort nummer de reservering van het overeenstemmende SMS en MMS kort nummer ten vroegste tegelijkertijd met zijn reserveringsaanvraag voor het betrokken nationale korte nummer kan indienen. Een tweede principe wil dat de wijze van tarifering van toepassing op beide soorten van korte nummers zoveel mogelijk gelijk loopt. Indien de houder van bijvoorbeeld een nationaal kort nummer uit de 17XX-reeks dit nummer in de markt zet als een gratis nummer dan dient het corresponderende SMS nummer ook gratis te zijn. Indien de houder van een soortgelijk nummer ervoor kiest om het nummer in de markt te zetten als een nummer dat getarifeerd wordt aan de standaard oproepprijs die de abonnee aangerekend krijgt van zijn operator voor een standaardgesprek naar een Belgisch geografisch E.164 nummer, dan dient de SMS oproep aangerekend te worden aan de oproepprijs die de abonnee aangerekend krijgt van zijn operator voor het verzenden van een standaard SMS. Artikel 71, § 1, eerste lid, koppelt, naar analogie met de regeling zoals voorzien in artikel 45, het meest significante cijfer '8' aan de SMS'en MMS'en waarvan het versturen gratis is voor de verzender. Alle andere dienstidentiteiten vermeld in de §§ 2 tot en met 5 staan open voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken. Net zoals voor de regeling van de betaalnummers in artikel 50 wordt er qua inhoud geassocieerd met de SMS en MMS korte nummers uitgegaan van een driedeling, te weten : 1) de 2XXX-, 3XXX- en 4XXX-reeksen als 'residuele' reeksen;2) de 5XXX- en 6XXX -reeksen voor het aanbieden van spelletjes en andere vormen van ontspanning.3) de 7XXX-reeks voor het aanbieden van erotisch en seksueel getinte inhoud. De 4XXX-nummerreeks wordt gekoppeld aan een hoger tarief gelijkaardig aan dat van de 909-reeks, dit om de meeste vormen van 'm payment'-toepassingen te accomoderen. De bevoegdheid van het Instituut om binnen de 6XXX-reeks subreeksen (bv. de subreeks 61XX) vast te stellen voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken waaraan in uitvoering van andere wettelijke of reglementaire bepalingen bijzondere vereisten gekoppeld zijn dient eveneens om de operatoren of andere betrokken partijen in staat te stellen om tegemoet te komen aan verplichtingen, zoals deze die voortvloeien uit het koninklijk besluit van 10 oktober 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/10/2006 pub. 19/10/2006 numac 2006009778 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit houdende de voorwaarden waaraan spelen die aangeboden worden in het kader van televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgische nummerplan, waarvoor het toegelaten is om van de oproeper, naast de prijs van de communicatie, ook de betaling van de inhoud te vragen, doch beperkt tot deze reeksen waarop het eindgebruikertarief geen functie is van de tijdsduur van de oproep en die een totaalprogramma inhouden dienen te voldoen sluiten houdende de voorwaarden waaraan spelen die aangeboden worden in het kader van televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgische nummerplan, waarvoor het toegelaten is om van de oproeper, naast de prijs van de communicatie, ook de betaling van de inhoud te vragen, doch beperkt tot deze reeksen waarop het eindgebruikerstarief geen fuctie is van de tijdsduur van de oproep en die een totaalprogramma inhouden dienen te voldoen. Specifiek voor het SMS en MMS nummerplan is dat er een afzonderlijke reeks (met name de 9XXX-reeks) gecreëerd wordt, waaruit geput moet worden om reversed charged SMS'en en MMS'en aan te bieden. Het gaat hier bijvoorbeeld om diensten die twee maal per week aan hun ingeschreven gebruikers een nieuwe ringtone aanbieden en waarbij het ontvangen van de SMS of MMS waarmee die ringtone wordt aangeboden door de mobiele operator wordt gefactureerd. De diensten die onder de 9XXX-reeks vallen moeten echter niet noodzakelijk volgens een regelmatig patroon aangeboden worden; een 'alertservice' die de ingeschreven gebruiker waarschuwt wanneer een bepaald niet voorspelbaar voorval zich voordoet (bv. een overstroming of een doelpunt in een voetbalwedstrijd) dient eveneens aangeboden te worden onder de 9XXX-reeks. Het is de bedoeling dat specifiek voor volwassenen bestemde betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken niet aangeboden kunnen worden volgens het principe van 'reversed charging'. Het onderbrengen van reversed charged verkeer onder één nummerreeks heeft tot doel, indien dit nodig is, gebruikersbescherming mogelijk te maken via een nog te definiëren mechanisme van 'ontvangstblokkering' (i.p.v. 'oproepblokkering'). Artikel 72 legt het principe vast dat de SMS en MMS korte nummers een vaste lengte van 4 cijfers hebben. Er wordt evenwel een uitbreidingsmogelijkheid tot 5 cijfers voorzien om eventueel tegemoet te komen aan een toekomstige vraag naar meer capaciteit en om participatie aan buitenlandse betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken die werken met vijf-cijferige SMS en MMS korte nummers, niet in het gedrang te brengen. Artikel 75 realiseert de overname in de Belgische rechtsorde van de voornaamste bepalingen van de E.212 Aanbeveling van de ITU tot vaststelling van « the international identification plan for mobile terminals and mobile users. » De E.212 Aanbeveling is een identificatieplan. Een identificatieplan dient om gebruikers van elektronische-communicatiediensten op unieke wijze te identificeren bijvoorbeeld als ze roamen, maar, in tegenstelling tot een nummerplan, worden de codes uit dit plan niet gebruikt om de elektronische communicatie te routeren. De mobiele netwerkcodes die krachtens dit artikel kunnen toegewezen worden, kunnen toegewezen worden aan alle operatoren ongeacht of deze operatoren hun dienst aanbieden op een vaste locatie dan wel via een mobiel elektronische-communicatienetwerk. Rekening houdend met het schaars karakter van deze nummers zal het Instituut elke aanvraag m.b.t deze mobiele netwerkcodes grondig analyseren en in het bijzonder nagaan of de operator de desbetreffende codes nodig heeft. Artikel 76 legt de principes vast in verband met het verkrijgen van een internationale signaleringspuntcode. Een internationale signaleringspuntcode is het identificatienummer van internationale signaleringsknooppunten, zoals telefooncentrales en andere netwerkonderdelen van een openbaar elektronische-communicatienetwerk die een directe verbinding hebben met een buitenlands netwerkonderdeel. De nationale signaleringspuntcode, bedoeld in artikel 77, heeft dezelfde functionaliteiten als een ISPC, maar dan enkel op nationaal vlak. Artikel 80 handelt over de interwerking van verschillende nummerplannen. In het verleden ging interwerking bijvoorbeeld over het realiseren van de interoperabiliteit tussen X.25 en PSTN-netwerken. Zo kan een eindgebruiker met behulp van een escape code bellen naar of van een eindapparaat verbonden op het X.25 netwerk naar het PSTN-netwerk. In de toekomst zou het definiëren van interwerkingsmodaliteiten van belang kunnen zijn bij de invoering van ENUM. De artikelen 81 tot en met 83, in het hoofdstuk over handhaving en controle, zijn een omzetting van artikel 10 van de « Machtigingsrichtlijn ». De maatregelen die deze artikelen voorzien moeten het het Instituut mogelijk maken om het beheer van de nummeringsruimte in goede banen te leiden. De procedure van artikel 82 staat los van de procedure van ingebrekestelling voorzien in artikel 21 van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgisch post- en telecommunicatiesector. Artikel 82 belet dus niet dat het BIPT ingeval van overtreding op de reglementering of van de besluiten inzake nummering, een administratieve geldboete, in toepassing van artikel 21 van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten oplegt. Bij de concrete uitvoering van de procedure van artikel 83 zou kunnen gedacht worden aan de toepassing van artikel 20 van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten. Artikel 84 geeft uitvoering aan de artikelen 29 en 30 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. In het algemeen wordt getracht te zorgen voor een evenwichtigere verdeling van de rechten tussen de verschillende soorten nummers waarbij rekening wordt gehouden met de door het BIPT opgedane ervaring op vlak van de tijdsbesteding voor de verwerking van de reservatiedossiers gecombineerd met de vaststelling dat voor een aantal soorten nummers die meer en meer worden gebruikt in het verleden helemaal geen rechten werden geïnd. Artikel 84, § 1, legt de concrete hoogte vast van de administratieve bijdragen voor het verkrijgen van gebruiksrechten voor nummers, hier « dossierkosten voor de reservatie » van een welbepaalde nummercapaciteit genoemd. Op basis van de opgedane ervaring gedurende de laatste 8 jaar op vlak van de hoeveelheid werk om dergelijke dossiers te behandelen wordt voor een tweetal soorten nummers (ISPC's en IMSI'
  8. s)voorgesteld om de tarieven te verhogen, voor de andere reeksen wordt voorgesteld om de nominale tarieven te verlagen. Bij de oefening van het bepalen van de concrete dossierkosten werd getracht om hogervernoemde prijsdalingen en -stijgingen uit te middelen, zodat dit een neutrale budgettaire impact heeft (het effect van de verkleining van de standaardgrootte draagt bij tot deze uitmiddeling, omdat er bij een kleinere standaardgrootte voor de nummerreeksen waarvoor de prijzen dalen potentieel meer dossiers en dus meer individueel te betalen dossierkosten zullen zijn. Het gegeven dat er tegenover de nieuwe in dit besluit gecreëerde nummerreeksen ook nieuwe dossierrechten zullen staan draagt ook bij tot de uitmiddeling). Belangrijk te vermelden is dat het streven naar herbalancering van de rechten en het behoud van de status quo inzake het algemene niveau van de inkomsten uit dossierkosten ervoor zorgt dat de financiering van het BIPT via administratieve bijdragen anno 2006 op het niveau van de Dienst Nummering meer dan conform blijft met de vereisten van kostendekking voorzien in artikel 12 van de Machtigingsrichtlijn en artikel 29 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. Tot slot past het te vermelden dat zelfs indien het Instituut de reservatie van kleinere fracties dan de standaardgrootte toestaat de dossierkosten gelijk blijven, omdat het werk gerelateerd aan de reservatie gelijk blijft, ongeacht de grootte van het nummerblok. In artikel 84, § 2, wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 30 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten biedt om de gebruiksrechten voor nummers te onderwerpen aan een heffing, teneinde het optimaal gebruik van deze middelen te waarborgen. De krachtlijnen voor het heffen van jaarlijkse rechten voor de toewijzing van nummercapaciteit zijn : ? Voor alle nummersoorten, behalve de nummersoorten bedoeld in Afdeling 7 van Hoofdstuk VI (de aanvragen voor dergelijke nummercapaciteit zijn werkelijk verwaarloosbaar) worden nu rechten aangerekend wat vroeger niet het geval was; ? De tarieven voor niet-geografische nationale E.164 nummers stijgen; deze voor geografische nationale E.164 nummers dalen; ? De tarieven voor korte nummers dalen. Ten aanzien van welbepaalde soorten nummers wordt bepaald dat de jaarlijkse rechten verschuldigd zijn per standaardgrootte van de nummercapaciteit, zoals vastgelegd in dit besluit « ongeacht de standaardgrootte van de nummercapaciteit op het ogenblik van de toewijzing ». Deze zinsnede heeft tot doel duidelijk te maken dat wanneer een operator onder de gelding van het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014279 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende een verzoeningsprocedure voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten een welbepaalde nummercapaciteit heeft verkregen aan een grotere standaardgrootte van de nummercapaciteit dan vandaag het geval is, hij het nominale bedrag bepaald in dit besluit verschuldigd is per fractie van die historische standaardgrootte die overeenkomt met de huidige standaardgrootte. Bijvoorbeeld : onder het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014279 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende een verzoeningsprocedure voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten werd mobiele nummercapaciteit toegekend in blokken van 1 miljoen nummers en onderworpen aan een jaarlijks recht van om en bij de 12.500 euro, niet geïndexeerd (het geïndexeerd bedrag op het ogenblik van het opstellen van dit besluit bedroeg 14.436 euro). Ingevolge dit besluit wordt mobiele nummercapaciteit standaard toegekend in blokken van 100.000 nummers en onderworpen aan een jaarlijks recht van 1.500 euro, niet geïndexeerd. De passage « ongeacht de standaardgrootte van de nummercapaciteit op het ogenblik van de toewijzing » zorgt ervoor dat de mobiele operator in dit voorbeeld, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 20, lid 2, 10 x 1.500 euro verschuldigd is voor de jaarlijkse rechten, op gelijke voet met een mobiele operator die onder de gelding van het huidige besluit 10 nieuwe nummerblokken van 100.000 mobiele nummers verkregen en in gebruik genomen heeft. De noodzaak om het optimale gebruik van nummers als schaarse hulpbron te waarborgen is uiteraard het grootst wanneer het aantal reserveerbare nummers klein is en/of er een grote marktvraag voor deze nummers voorzienbaar is. In België is dit gegeven voornamelijk van toepassing voor alle viercijferige korte nummers, zowel van het type 'nationale korte nummers' als van het 'SMS en MMS type'. Deze noodzaak stelt zich binnen deze nummersoorten nog scherper ten aanzien van 'aantrekkelijke' nummers, oftewel 'nummers met een bijzondere economische waarde'. Binnen de categorie van de nationale korte nummers zal de optimalisering van het gebruik van aantrekkelijke nummers kunnen gebeuren via de procedure van artikel 11, § 5 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie. Voor de SMS en MMS korte nummers is het systematisch gebruik van een vergelijkende of op mededinging gebaseerde selectieprocedure, onder meer om de redenen uitgelegd onder artikel 31, niet mogelijk. Daarom voorziet artikel 84, § 3, in drie niveaus van mogelijke jaarlijkse rechten die corresponderen met wat men respectievelijk 'diamanten', 'gouden' en 'gewone' SMS of MMS nummers zou kunnen noemen. De onderverdeling die in artikel 84, § 3, verwoord is kan schematisch als volgt voorgesteld en geïllustreerd worden : 1. 'Diamanten nummers' zijn de nummers die de volgende vorm aannemen : ? A=B=C=D (bv.7777); ? B=C=D=0 (bv. 2000); ? B=A+1, C= B+ 1, D=C+1 (bv. 3456); ? A=B +1, B=C+1, C=D+1 (bv. 4321) Voor deze nummers is een jaarlijks recht verschuldigd van 83 euro. 2. 'Gouden nummers' zijn de nummers die de volgende vorm aannemen : ? A= B én C=D (bv.5599); ? A=C én B=D (bv. 4040; 5656); ? B=C=D=9 (bv. 3999) ? A = verschillend van B én C=D=0 (bv. 6200) Voor deze nummers is een jaarlijks recht verschuldigd van 33 euro. 3. Gewone nummers' zijn alle overige nummers. Voor deze nummers is een jaarlijks recht verschuldigd van 8 euro. Artikel 85 staat de Minister toe om in welbepaalde gevallen voor een beperkte overgangsperiode uitzonderingen toe te staan op de principes van toepassing op de in dit besluit beschreven nummerplannen. De ervaring leert dat een dergelijke bepaling nuttig is omdat een koninklijk besluit niet steeds tijdig aangepast geraakt aan de snelle technologische ontwikkelingen in de sector van de elektronische communicatie. De inwerkingtreding van dit besluit wordt in het algemeen met iets meer dan drie maanden na de publicatie van dit besluit uitgesteld, om alle actoren de gelegenheid te bieden zich aan te passen aan de bepalingen van dit besluit. De inwerkingtreding van de artikelen betreffende de inbezitstelling (art. 5, § 1 en 2), de nieuwe indeling van de betaalnummers en de nieuwe verplichting van het verrichten van een tariefboodschap (art. 50, § 2 en volgende) en de afdeling betreffende het SMS en MMS nummerplan wordt nog langer uitgesteld omdat de (noodzakelijke) aanpassingen op dat vlak complexer en dus tijdrovender zijn. Bijlage 1 bij dit besluit heeft tot doel rechtszekerheid te bieden omtrent de vraag welke nummers nummers met een bijzondere economische waarde zijn die overeenkomstig artikel 11, § 5 van de Wet slechts via een vergelijkende of op mededinging gebaseerde selectieprocedure kunnen toegekend worden. Momenteel zijn de volgende nummers 'met een bijzondere economische waarde' in de 12XX-, 13XX-, 14XX-, en 18XX-reeksen in gebruik : 1200, 1300, 1400 (door Belgacom), en 1866 (door Verizon Business, rechtsopvolger van WorldCom / MCI). Om het aantal foutieve oproepen of verbindingen te vermijden, wordt er ten aanzien van deze nummers die uit dienst moeten genomen worden omdat er een andere bestemming aan gekoppeld is, een afkoelingsperiode van één jaar ingebouwd, gedurende dewelke de betrokken nummers niet toegekend kunnen worden overeenkomstig artikel 11, § 5 van de Wet. Bijlage 2 voorziet een aantal uitzonderingen van onbeperkte duur op een aantal principes van dit besluit ten aanzien van bepaalde diensten van operatoren die reeds vóór het koninlijk besluit van 10 december 1997 gebruik maakten van welbepaalde korte nummercapaciteit. De uitzondering die verleend wordt aan Belgacom NV voor het nummer 1966 is ingegeven door de noodzaak om ook aan (klanten van) Belgacom een zekere mate van flexibiliteit te geven aangaande de parameters kwaliteitsniveau en prijzen voor, in principe, internationale oproepen. De nummercapaciteit die naast de 19XX-reeks het meest in aanmerking komt om deze dienst te accomoderen is de 15XX- en 16XX-nummerreeks (zie artikel 62). Het gebruik van een 15XX- of 16XX-nummer is echter atypisch, omdat er voor de dienst aangeboden onder 1966 geen keuze gemaakt wordt voor een andere carrier dan Belgacom. In die omstandigheden is het, mede gelet op de operationele en technische problemen die een migratie met zich meebrengt, niet verantwoord en disproportioneel om ofwel een nieuwe uitzonderingsreeks voor één welbepaalde dienst te definiëren ofwel de dienst onder te brengen onder een reeks waaronder diensten met bepaalde andere kenmerken ondergebracht worden. De uitzonderingen die verleend worden aan Belgacom Mobile NV voor de nummers 6000, 6030 en 6060 hebben te maken met het feit dat deze korte nummers recent door Belgacom Mobile geïntroduceerd werden om het korte nummer 1212, dat voordien geassocieerd was met de klantendienst van deze operator maar dat ook gereserveerd werd door een aanbieder van een inlichtingendienst, vrij te maken. Het is dan ook niet redelijk om nogmaals een migratie van het nummer van de klantendienst van Belgacom Mobile, dat één van de meest opgeroepen nummers in het netwerk van Belgacom Mobile is, te veroorzaken. Een dergelijke migratie houdt immers in dat Belgacom Mobile opnieuw documenten (brochures, contracten, enz) moet herzien, SIM-kaarten opnieuw moet herprogrammeren, zijn eindgebruikers opnieuw moet inlichten, enz. Een dergelijke situatie kan schadelijk zijn voor het imago van Belgacom Mobile en is niet in het belang van de eindgebruikers. De uitzonderingen voor de nummers 2440 en 2455 worden eveneens gerechtvaardigd door het grote gebruik dat van deze nummers gemaakt wordt en door de moeilijkheid en onaangepastheid van het veranderen van de gewoontes van de klanten van Belgacom Mobile. De nummers 5000, 5100, 5432 en 5995 van Mobistar zijn eveneens één van de meest opgeroepen nummers in het mobiele elektronische-communicatienetwerk van Mobistar, aangezien het gaat om nummers waarmee toegang gegeven wordt tot de klantendienst van Mobistar. Een migratie van deze nummers naar een andere reeks houdt eveneens in dat Mobistar opnieuw documenten (brochures, contracten, enz.) moet herzien, SIM-kaarten opnieuw moet herprogrammeren, zijn eindgebruikers uitgebreid opnieuw moet inlichten, enz Een dergelijke situatie is niet in het belang van de eindgebruikers. De uitzonderingen voor de nummers 5123, 5500, 5555 en 5580 worden gerechtvaardigd door het grote gebruik dat van deze nummers gemaakt wordt en door de moeilijkheid en onaangepastheid van het veranderen van de gewoontes van de klanten van Mobistar. Het verschil in lengte tussen de lijst van nummers waarvoor Belgacom Mobile enerzijds en Mobistar anderzijds een uitzondering krijgen houdt verband met het feit dat het huidige gebruik van de korte nummers 1230, 1231 en 1232 in het netwerk van Belgacom Mobile conform geacht kan worden met het gebruik waarvoor de 12XX-reeks bestemd werd in artikel 62. De overige artikelen behoeven geen commentaar. Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedwaardige en zeer getrouwe dienaars, De Vice-Eerste Minister, Minister van Begroting en Consumentenzaken, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN Advies 42.548/4 van 16 april 2007 van de afdeling wetgeving van de Raad van State De Raad van State, afdeling wetgeving, vierde kamer, op 20 maart 2007 door de Minister van Economie verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers", heeft het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State sluiten, beperkt de afdeling wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Voorafgaande opmerking Het ontworpen besluit strekt tot de tenuitvoerlegging van artikel 11, § 1, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, rekening houdend met de wijzigingen die daarin worden aangebracht bij artikel 167 van het ontwerp van wet "houdende diverse bepalingen". Dat wetsontwerp, dat aangenomen is in de Kamer en onderzocht is door de Senaatscommissie, moet nog door de voltallige vergadering van de Senaat worden onderzocht
(1). In de hiernavolgende opmerkingen is rekening gehouden met de versie van artikel 167 die op 28 maart 2007 aangenomen is in de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden
(2). Ze worden gemaakt onder voorbehoud enerzijds dat dat artikel niet gewijzigd wordt, en anderzijds dat de wet aangenomen, bekrachtigd en vervolgens afgekondigd wordt. Voorafgaande vormvereisten
  1. De akkoordbevinding van de Minister van Begroting was niet gevoegd bij het dossier dat aan de Raad van State is overgezonden.Indien dit vormvoorschrift niet vervuld is, moet dat verholpen worden.
  2. Luidens artikel 11, § 1, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten is het advies van het Belgische Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie vereist. Het Instituut heeft op 6 maart 2007 een advies gegeven. Bij het lezen van het ontwerpbesluit blijkt dat dit na dat advies gewijzigd is
(3), en dat de wijzigingen die zijn aangebracht niet bedoeld zijn om rekening te houden met het gegeven advies. Wat dat betreft wordt erop gewezen dat een overheid die het advies inwint van een orgaan waarvan de raadpleging een wettelijk voorgeschreven substantieel vormvereiste is, alleen op belangrijke punten van de tekst die aan het geraadpleegde orgaan is voorgelegd mag afwijken, hetzij om rekening te houden met de suggesties of bezwaren van dat orgaan, hetzij na de geplande wijziging aan dat orgaan te hebben voorgelegd. In casu behoort het ontwerpbesluit, zoals het gewijzigd is, bijgevolg opnieuw voor advies aan het Instituut te worden voorgelegd. Rechtsgrond Algemene opmerkingen 1. In artikel 4, eerste lid, 1°, wordt verwezen naar "ondernemingen en de natuurlijke personen
(4)die voldaan hebben aan de wettelijke vereisten om elektronische-communicatiediensten of -netwerken aan te bieden of door te verkopen".Uit het verslag aan de Koning blijkt dat de steller van het ontwerp daarmee de operatoren van elektronische-communicatiediensten of -netwerken bedoelt, dat wil zeggen, volgens de definitie van artikel 2, 11°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten, de personen die overeenkomstig artikel 9 van die wet een kennisgeving hebben ingediend. In die omstandigheden is het de afdeling wetgeving niet duidelijk waarom de steller van het ontwerp niet gewoon verwijst naar "operatoren van communicatiediensten of -netwerken" in plaats van gebruik te maken van de termen "ondernemingen en rechtspersonen", die de indruk kunnen wekken dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen ondernemingen - een begrip dat overigens niet gedefinieerd wordt - en rechtspersonen. Dat het de bedoeling is een onderscheid te maken tussen "ondernemingen" en "rechtspersonen" zou ook afgeleid kunnen worden uit de redactie van een aantal bepalingen waarin alleen sprake is van ondernemingen. Dat is onder meer het geval met artikel 5, § 1, eerste lid, dat "ondernemingen" die gebruiksrechten voor nationale nummers verkregen hebben de mogelijkheid biedt deze nummers ter beschikking te stellen van andere "ondernemingen". Zoals de bepaling is gesteld, voorziet ze immers alleen voor ondernemingen in een mogelijkheid om nummers ter beschikking te stellen. In het verslag aan de Koning worden de begrippen onderneming en operator evenwel door elkaar gebruikt, zodat het niet vaststaat dat het de bedoeling was van de steller van het ontwerp de werkingssfeer van deze bepaling te beperken. Het ontworpen besluit moet in het licht van deze opmerking worden herzien.
  1. De artikelen 33 en 82 van het ontworpen besluit hebben betrekking op de voorwaarden voor de intrekking van de rechten om nummers te gebruiken. Naast het feit dat die bepalingen, ter wille van de leesbaarheid, in eenzelfde hoofdstuk ondergebracht hadden kunnen worden, moet opgemerkt worden dat de voorwaarden die ze vaststellen zo geredigeerd zijn dat op basis daarvan moeilijk te voorzien valt in welke gevallen het Instituut zou kunnen beslissen bepaalde gebruiksrechten in te trekken. Zo bijvoorbeeld bepaalt artikel 33, eerste lid, dat beslist kan worden tot de intrekking van een gereserveerde of toegewezen nummercapaciteit indien niet langer voldaan wordt "aan de bepalingen van de Hoofdstukken II en III of aan de voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers vastgesteld in dit besluit". Aangezien de hoofdstukken II en III van het besluit betrekking hebben op de voorwaarden voor het verkrijgen en het uitoefenen van de gebruiksrechten, is het de afdeling wetgeving niet duidelijk waarom niet gewoon in het eerste lid verwezen wordt naar de bepalingen van die hoofdstukken. Indien die verwijzing naar de voorwaarden voor het verkrijgen en het uitoefenen van de gebruiksrechten tot doel heeft te verwijzen naar andere voorwaarden dan die gesteld in de hoofdstukken II en III, moeten die andere voorwaarden nauwkeuriger worden aangeduid. Artikel 33, tweede lid, bepaalt bovendien dat ook beslist kan worden tot het intrekken van een toegewezen nummercapaciteit indien die capaciteit niet of niet efficiënt gebruikt wordt. Luidens artikel 82, § 1, kan een bepaalde nummercapaciteit ingetrokken worden "wanneer uit een controle blijkt dat de bepalingen van dit besluit (...) niet worden nageleefd". In zulk een bepaling zitten de gevallen vervat genoemd in artikel 33, eerste lid - waarvan het nut bijgevolg niet meer duidelijk is - maar ze heeft een ruimere strekking, aangezien ze slaat op alle gevallen waarin een bepaling van het besluit niet in acht genomen wordt. Ze heeft evenwel geen betrekking op het geval genoemd in artikel 33, tweede lid, waarin de beoogde intrekking niet het gevolg is van de niet-naleving van een voorwaarde gesteld in het besluit. Gelet op het bovenstaande, moeten die bepalingen grondig worden herzien, zodat de personen die een reservatie of een toewijzing van een nummercapaciteit verkregen hebben, op basis van de voorwaarden die in die bepalingen worden vastgesteld, nauwkeurig kunnen uitmaken in welke gevallen die gebruiksrechten kunnen worden ingetrokken.
  2. Verscheidene bepalingen van het ontworpen besluit stellen de tarieven vast die van toepassing zijn voor oproepen naar bepaalde categorieën van nummers.In sommige gevallen bepaalt het ontworpen besluit het maximumtarief dat aan de eindgebruiker kan worden aangerekend
(5), in andere gevallen stelt het een welbepaald tarief vast
(6). Het vaststellen van tarieven vormt een beperking van de vrijheid van handel en nijverheid. Zulk een beperking is slechts geoorloofd wanneer ze behoorlijk gemotiveerd is met doelstellingen van algemeen belang en het evenredigheidsbeginsel nageleefd wordt. Wat dat betreft heeft de gemachtigde van de minister de volgende uitleg gegeven : « Het opleggen van tariefmaxima schrijft zich in in het werken met dienstidentiteiten. Het is inderdaad de bedoeling dat nummers voor de gebruikers een bepaalde signaalfunctie hebben en iets zeggen over de aard van de dienst die ze wensen te bereiken. Eén van de belangrijkste karakteristieken van een dienst is zijn kostprijs. Via het type nummer (lees : dienstidentiteit) tracht men dan ook onder meer aan de oproeper een indicatie te geven van het tarief -of althans grootteorde van tarief- dat verbonden is aan de oproep die hij wil plegen (bv. dienstidentiteit 8
(00)voor gratis oproepen; dienstidentiteit 4 voor mobiele oproepen die duurder zijn dan oproepen naar vaste nummers
(7), enz). In het kader van de betaalnummers (artikelen 48, 50 en 71) stelt dit aspect van het leveren van tarieftransparantie via nummers zich in bijzondere mate, nu oproepen naar deze nummers een veelvoud kosten van oproepen naar « gewone » vaste nummers (zone 02, enz) of het versturen van SMS'en naar « gewone » mobiele nummers (04xx-nummers) en dus bijzonder vatbaar zijn voor het onverwacht en substantieel verhogen van de factuur van de consument. Daarom wordt het in het kader van consumentenbescherming noodzakelijk en opportuun geacht om via de rechtsbasis hierboven beschreven [artikel 11, § 1, tweede alinea, 1°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie]
(1)maxima te stellen aan de tarieven die operatoren kunnen aanrekenen en
(2)het leveren van een voorafgaande gratis tariefboodschap te koppelen als een vereiste aan het leveren van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken met nummers die getarifeerd worden aan een bedrag boven de drempel van 1 euro per oproep of per minuut (art. 50, § 1) of boven de drempel van maximaal gemiddeld 30 of 60 eurocent per minuut (artikel 48). » Gezien het doel dat wordt nagestreefd, kan worden aanvaard dat voor oproepen naar bepaalde categorieën van nummers maximumtarieven worden vastgesteld. Het is daarentegen niet duidelijk welke reden kan wettigen dat vaste tarieven worden opgelegd. Zulk een maatregel, die een onevenredige inbreuk vormt op de vrijheid van handel en nijverheid, kan dus niet worden toegestaan. Het ontworpen besluit moet dan ook worden herzien, zodat het opleggen van vaste tarieven wordt geschrapt, en, in voorkomend geval, de voorgeschreven vaste tarieven vervangen worden door maximumtarieven. 4. Bij een aantal bepalingen worden aan het Instituut bevoegdheden gedelegeerd.Wanneer het gaat om het nemen van individuele maatregelen lijken die delegaties in overeenstemming te zijn met artikel 11, § 1, van de voornoemde wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten, gezien de opdrachten die bij deze bepaling aan het Instituut worden toegewezen. Dat is niet het geval wanneer het Instituut gemachtigd wordt maatregelen van reglementaire aard te nemen. Dat geschiedt onder meer in : 1° artikel 49, vijfde lid, waarbij het Instituut ermee belast wordt de nadere begeleidingsmaatregelen te bepalen voor de migratie van sommige nummerreeksen naar andere reeksen;2° artikel 52, vijfde lid, en artikel 53, vijfde lid, luidens welke het Instituut de tariefprincipes vaststelt voor oproepen naar de nummers genoemd in die artikelen;3° artikel 57, tweede lid, waarbij het Instituut ermee belast wordt het kiesplan vast te stellen voor de nummers genoemd in dat artikel. Die bepalingen moeten worden herzien, zodat die machtigingen ofwel worden geschrapt, ofwel, in het geval van de bepalingen genoemd in 1° en 3°, worden toegewezen aan de Minister
(8). Bijzondere opmerkingen Aanhef Om de redenen genoemd in artikel 85 van het ontwerp kan artikel 31 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten geen rechtsgrond vormen voor het ontworpen besluit; de vermelding ervan in het eerste lid van de aanhef moet bijgevolg vervallen. Dispositief Artikel 3 Artikel 3 bepaalt dat de nummerplannen vastgesteld worden "na machtiging van de Minister overeenkomstig artikel 11, § 3 van de Wet". Artikel 11, § 3, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten legt in dat geval niet zulk een vormvoorschrift op. Het schrijft immers alleen de machtiging van de Minister voor in het geval dat het Instituut voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor nummers vaststelt. Wat de nummerplannen betreft, wordt het Instituut bij artikel 11, § 1, van de voornoemde wet ertoe gemachtigd deze vast te stellen, volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning, zonder dat een machtiging daartoe vanwege de Minister vereist is. De Koning is derhalve niet gerechtigd om te bepalen dat die plannen alleen vastgesteld mogen worden na machtiging van de Minister. De woorden "na machtiging van de Minister overeenkomstig artikel 11, § 3 van de Wet" moeten bijgevolg vervallen. Dezelfde opmerking geldt voor de artikelen 36, vijfde lid, en 38, eerste lid. Artikel 4 In het tweede lid wordt de Minister gemachtigd de lijst van diensten aan te vullen waarvoor een reservatieaanvraag kan worden ingediend door andere personen dan die genoemd in het eerste lid, 1°. Door die machtiging kan de Minister één van de voorwaarden wijzigen die vervuld moeten worden om een aanvraag te kunnen indienen met het oog op de toekenning van rechten voor het gebruik van nummers. Het gaat om een essentieel aspect; de machtiging van de Minister om dat aspect te regelen is niet geoorloofd. Het tweede lid moet derhalve vervallen. Artikel 5 Artikel 5, § 1, tweede lid, bepaalt het volgende : « De oorspronkelijke houder van de nummercapaciteit blijft samen met de inbezitgestelde verantwoordelijk voor de naleving van alle wettelijke en reglementaire verplichtingen inzake nummering, met uitzondering van de verplichtingen bedoeld in artikel 19, 2°, 3°, 5° en 6°. » Bij deze bepaling wordt de oorspronkelijke houder en de inbezitgestelde hoofdelijk een verplichting opgelegd, tenzij wat betreft het nakomen van de verplichtingen genoemd in artikel 19, tweede lid, 2°, 3°, 5° en 6°. Er staat evenwel niet in wie aa

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.