← België

Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten

Kort samengevat

Deze wet regelt het toezicht op de financiële sector en financiële diensten in België, met een focus op de werking en erkenning van gereglementeerde markten voor financiële instrumenten. Het doel is om de stabiliteit en transparantie van deze markten te waarborgen en beleggers te beschermen.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
2 AUGUSTUS 2002. - Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemeen Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° "financieel instrument" : elke waarde of elk recht dat tot één van de volgende categorieën behoort : a) aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waarden;b) obligaties en andere schuldinstrumenten die op de kapitaalmarkt verhandelbaar zijn;c) alle andere gewoonlijk verhandelde waarden waarmee de waarden bedoeld in a) of b) via inschrijving of omruiling kunnen worden verworven of die in contanten worden afgewikkeld, met uitsluiting van betaalmiddelen;d) rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging;e) instrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld;f) financiële futures, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die worden afgewikkeld in contanten;g) rentetermijncontracten ("forward rate agreements");h) rente- en valutaswaps en swaps betreffende aan aandelen of aan aandelenindexen gekoppelde cash-flows ("equity swaps");i) valuta- en renteopties en andere opties ter verwerving of vervreemding van enig financieel instrument bedoeld in a) tot h), met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die worden afgewikkeld in contanten;j) voor de toepassing van de artikelen 25, 32, 39 en 40 en de andere bepalingen die de Koning op advies van de CBF kan vaststellen, de van grondstoffenafgeleide instrumenten;k) andere waarden of rechten aangeduid door de Koning op advies van de CBF, in voorkomend geval voor de toepassing van de bepalingen die Hij aanwijst;2° "aanverwant financieel instrument" : elk financieel instrument dat op één van de volgende manieren aan een bepaald financieel instrument gerelateerd is : a) converteerbaar is in het betrokken financieel instrument of ertegen kan worden omgeruild;b) aan de titularis ervan het recht geeft het betrokken financieel instrument te verwerven of erop in te schrijven;c) door de emittent of een borg van het betrokken financieel instrument is uitgegeven of gewaarborgd, wanneer er een belangrijke correlatie tussen de koersen van beide instrumenten bestaat;d) een certificaat is dat het betrokken financieel instrument vertegenwoordigt of er de tegenwaarde van vormt;e) een rendement geeft dat krachtens de uitgiftevoorwaarden specifiek gekoppeld is aan het koersverloop van het betrokken financieel instrument;3° "gereglementeerde markt" : elke Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt;4° "Belgische georganiseerde markt" : elke secundaire markt voor financiële instrumenten, al dan niet voor het publiek toegankelijk, die is georganiseerd door een marktonderneming waarvan de maatschappelijke zetel in België is gevestigd;5° "Belgische gereglementeerde markt" : elke Belgische georganiseerde markt die met toepassing van artikel 3 erkend is als gereglementeerde markt;6° "buitenlandse gereglementeerde markt" : elke secundaire markt voor financiële instrumenten die is georganiseerd door een marktonderneming waarvan de Staat van herkomst een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is dan België, en die door deze Lidstaat is erkend als gereglementeerde markt met toepassing van artikel 1, 13), van richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten;7° "marktonderneming" : elke vennootschap of entiteit die één of meer secundaire markten voor financiële instrumenten organiseert;8° "beleggingsdienst" : elke dienst bedoeld in artikel 46, 1°, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels sluiten3 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, alsmede elke andere aan derden verstrekte dienst betreffende financiële instrumenten die de Koning op advies van de CBF aanduidt, in voorkomend geval voor de toepassing van de bepalingen die Hij aanwijst;9° "financiële tussenpersoon" : elke persoon van wie het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten;10° "gekwalificeerde tussenpersoon" : elke financiële tussenpersoon die tot één van de volgende categorieën behoort : a) de kredietinstellingen naar Belgisch recht die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 13 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;b) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig artikel 65 of 66 van dezelfde wet;c) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig artikel 79 van dezelfde wet;d) de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die over een vergunning beschikken als beursvennootschap, als vennootschap voor vermogensbeheer, als vennootschap voor makelarij in financiële instrumenten of als vennootschap voor plaatsing van orders in financiële instrumenten krachtens artikel 47 van voornoemde wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels sluiten3;e) de beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken krachtens artikel 110 van dezelfde wet, met inbegrip van natuurlijke personen van wie de Staat van herkomst het verstrekken van beleggingsdiensten in de hoedanigheid van natuurlijke persoon toelaat;f) de beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken krachtens artikel 111 van dezelfde wet;g) de beleggingsadviseurs die over een vergunning beschikken krachtens artikel 123 van dezelfde wet;h) de Europese Centrale Bank, de NBB en de andere centrale banken van de Lidstaten van de Europese Economische Ruimte, onverminderd de toepassing van artikel 108 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;i) de andere financiële tussenpersonen aangeduid door de Koning op advies van de CBF, in voorkomend geval voor de toepassing van de bepalingen die Hij aanwijst;11° "Staat van herkomst" : in het geval van een natuurlijke persoon, de Staat waar het hoofdkantoor van zijn onderneming is gevestigd, en, in het geval van een rechtspersoon, de Staat waar zijn statutaire zetel of, bij gebrek aan een statutaire zetel naar het recht waaronder hij ressorteert, de Staat waar zijn hoofdkantoor is gevestigd;12° "derde Staat" : elke Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte;13° "professionele belegger" : elke persoon die behoort tot één van de categorieën van personen die door de Koning, op advies van de CBF, zijn aangeduid als personen die inzake beleggingen in financiële instrumenten, mogen worden geacht de nodige kennis en ervaring te hebben om hun eigen beleggingsbeslissingen te nemen en de daaraan verbonden risico's in te schatten;14° "voorkennis" : elke niet openbaar gemaakte informatie die nauwkeurig is en rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op één of meer emittenten van financiële instrumenten of op één of meer financiële instrumenten, en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, de koers van deze financiële instrumenten of deze van aanverwante financiële instrumenten gevoelig zou kunnen beïnvloeden, met dien verstande dat, met betrekking tot van grondstoffen afgeleide instrumenten, onder "voorkennis" moet worden verstaan elke niet openbaar gemaakte informatie die nauwkeurig is en rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op één of meer van deze afgeleide instrumenten, en die gebruikers op markten waarop die instrumenten worden verhandeld, verwachten te ontvangen overeenkomstig de normale praktijken op deze markten;15° "nauwe banden" : elke band bedoeld in de artikelen 11 tot 14 van het Wetboek van vennootschappen, die bestaat tussen rechtspersonen of tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon;16° "verrekeningsinstelling" : instelling die de omzetting in een netto schuldvordering verzekert door schuldvernieuwing of door verrekening van wederzijdse vorderingen die het gevolg zijn van verrichtingen op financiële instrumenten of termijnverrichtingen op deviezen;17° "vereffeningsinstelling" : instelling die de vereffening verzekert van orders van overdracht van financiële instrumenten, van rechten met betrekking tot deze financiële instrumenten of van termijnverrichtingen op deviezen, met of zonder afwikkeling in contanten;18° "open raadpleging" : de procedure volgens welke de inhoud van een besluit of een reglement dat de Koning, de minister, de CBF of de CDV overweegt te nemen, vooraf door de betrokken overheid wordt toegelicht in een consultatieve nota die wordt gepubliceerd op de Internetsite van het Ministerie van Financiën, de CBF of de CDV, naargelang van het geval, met uitnodiging aan de belanghebbende partijen om hun eventuele commentaar mede te delen binnen de termijn aangegeven in de nota;19° "minister" : behoudens bijzondere bepalingen, de Minister van Financiën en, wat de hoofdstukken IV en VII betreft, de Minister bevoegd voor Economie;20° "NBB" : de Nationale Bank van België;21° "CBF" : de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, in het Duits "Kommission für das Bank und Finanzwesen";22° "CDV" : de Controledienst voor de Verzekeringen. HOOFDSTUK II. - Secundaire markten voor financiële instrumenten Afdeling 1. - Gereglementeerde markten Art. 3.§ 1. De minister kan, op advies van de CBF, elke Belgische georganiseerde markt die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 4, als gereglementeerde markt erkennen. De lijst van gereglementeerde markten die zijn erkend met toepassing van het eerste lid en elke wijziging van deze lijst worden door toedoen van de minister in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. § 2. Tenzij de minister er bij de beslissing tot erkenning van de markt als gereglementeerde markt of in een later besluit anders over beslist, geldt de opneming van financiële instrumenten in een Belgische gereglementeerde markt als toelating tot de officiële notering voor de toepassing van de wettelijke of reglementaire bepalingen die daarnaar verwijzen. In voorkomend geval wordt de andersluidende beslissing van de minister vermeld in de lijst bekendgemaakt overeenkomstig § 1, tweede lid. § 3. De minister kan, op advies van de CBF, de hoedanigheid van gereglementeerde markt aan een Belgische georganiseerde markt ontnemen, hetzij op verzoek van de marktonderneming die haar organiseert, hetzij op eigen initiatief indien de markt niet langer voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 4. In de gevallen bedoeld in het eerste lid, neemt de marktonderneming die de betrokken markt organiseert, alle gepaste maatregelen teneinde een geordende overgang te waarborgen met eerbiediging van de belangen van de beleggers. Te dien einde werkt zij een overgangsplan uit dat zij vooraf aan de CBF ter goedkeuring voorlegt. Indien de marktonderneming in gebreke blijft een dergelijk overgangsplan uit te werken, kan de CBF haar er ambtshalve één opleggen. Art. 4.Opdat een markt voor financiële instrumenten als Belgische gereglementeerde markt kan worden erkend en deze erkenning kan behouden, moet de marktonderneming die haar organiseert : 1° een regelmatige werking van de markthandel waarborgen;2° marktregels vaststellen overeenkomstig artikel 5, erop toezien dat deze regels de leden van de markt contractueel binden, toezicht houden op de naleving van deze regels en optreden tegen overtredingen ervan;3° beschikken over adequate informaticasystemen teneinde de efficiënte werking van de markt te verzekeren, de naleving van de transparantieverplichtingen bedoeld in artikel 9 mogelijk te maken en het opsporen van marktmisbruiken te vergemakkelijken;4° de transparantie verzekeren van de transacties in financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op de markt, overeenkomstig artikel 9;5° met het oog op de verrekening en vereffening van transacties in financiële instrumenten, gebruik maken van verrekenings- en vereffeningssystemen die voldoende waarborgen bieden voor de bescherming van de belangen van de deelnemers en van de beleggers en voor de goede werking van de markt;6° in gepaste structurele maatregelen en urgentieplannen voorzien in geval van stoornissen in de werking van de markt. Art. 5.§ 1. De marktregels van een Belgische gereglementeerde markt moeten het volgende bepalen : 1° de voorwaarden en procedures voor de toelating, schorsing en uitsluiting van de leden van de markt, met inachtneming van artikel 6 en de bepalingen vastgesteld met toepassing van dat artikel;2° de verplichtingen en verbodsbepalingen die gelden voor de leden van de markt;3° de voorwaarden en procedures voor de toelating van financiële instrumenten tot de verhandeling op de markt, alsook de voorwaarden en procedures voor de schorsing en schrapping van deze instrumenten, met inachtneming van artikel 7 en de bepalingen vastgesteld met toepassing van dat artikel;4° de verplichtingen die voor de emittenten voortvloeien uit de toelating van hun financiële instrumenten tot de verhandeling op de markt;5° de organisatie van de markthandel, met inachtneming van artikel 8, in voorkomend geval met inbegrip van de nadere regels voor de toepassing van de bepalingen vastgesteld met toepassing van artikel 26, 12°, b) ;6° de regels en procedures voor de rapportering en bekendmaking van transacties, met inachtneming van de bepalingen vastgesteld met toepassing van artikel 9;7° de regels en procedures van toezicht op de naleving van de marktregels, alsmede de sancties en procedures die gelden bij overtreding ervan. § 2. De marktregels mogen geen bepalingen bevatten die als doel of tot gevolg hebben dat de mededinging tussen de leden van de markt of tussen de markt en andere georganiseerde markten voor financiële instrumenten wordt beperkt. § 3. De initiële marktregels en alle wijzigingen ervan dienen door de minister op advies van de CBF te worden goedgekeurd. De marktonderneming zorgt voor de bekendmaking en de bijwerking van de marktregels op haar website en in gedrukte vorm. De goedkeuring door de minister van de initiële regels en de latere wijzigingen wordt bij wijze van bericht bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . Indien de marktonderneming in gebreke blijft de marktregels aan te passen aan de wijzigingen van de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen, kan de minister, op advies van de CBF, de nodige wijzigingen in de marktregels aanbrengen en deze bekendmaken. § 4. De CBF gaat na of de onderrichtingen en circulaires die ter uitvoering van de marktregels worden genomen, stroken met deze marktregels en met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen. De minister kan zijn goedkeuring van de marktregels of de wijzigingen ervan met toepassing van § 3, eerste lid, afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de onderrichtingen of circulaires ter uitvoering van de bepalingen van de marktregels die hij aanduidt, en alle wijzigingen van deze onderrichtingen of circulaires vooraf aan een dergelijke verificatie door de CBF worden onderworpen. Art. 6.§ 1. Kunnen als leden van een Belgische gereglementeerde markt worden toegelaten : 1° de gekwalificeerde tussenpersonen;2° de personen die tot één van de volgende categorieën behoren, onder de voorwaarden bepaald in één of meer reglementen van de CBF : a) de financiële tussenpersonen die geen gekwalificeerde tussenpersonen zijn, doch in hun Staat van herkomst zijn onderworpen aan een toezichtregeling die door de CBF toereikend wordt bevonden;b) de Belgische en buitenlandse ondernemingen die uitsluitend voor eigen rekening handelen;c) de ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten uitsluitend bestaan in verrichtingen voor hun eigen rekening op een markt voor financiële futures of voor opties, of die voor andere leden van dezelfde markt handelen, of aan deze laatsten een prijs geven, en wiens verrichtingen door een clearing member van deze markt worden gegarandeerd;d) de tussenpersonen in beleggingsinstrumenten die betrekking hebben op grondstoffen;e) de leden van andere secundaire markten voor financiële instrumenten met welke een overeenkomst van wederzijdse toegang van leden bestaat. § 2. De marktregels van een Belgische gereglementeerde markt moeten bepalen dat, om als lid van de markt te worden toegelaten, de aanvrager aan de volgende voorwaarden moet voldoen : 1° de nodige kwaliteiten bezitten teneinde de bescherming van de belangen van de beleggers en de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markt te verzekeren;2° over geschikt personeel en adequate technische middelen en informaticasystemen beschikken om het goede verloop van zijn marktactiviteiten te verzekeren;3° voldoende ervaring hebben inzake de verhandeling van de types van financiële instrumenten die op de markt worden verhandeld. § 3. Een marktonderneming mag de toelating van een persoon bedoeld in § 1 als lid van een door haar georganiseerde Belgische gereglementeerde markt slechts weigeren op grond van objectieve en niet-discriminatoire criteria en mits akkoord van de CBF. § 4. De marktregels van een Belgische gereglementeerde markt moeten de uitsluiting regelen van de leden die ernstige inbreuken op deze regels begaan, volgens een procedure op tegenspraak en mits kennisgeving aan de CBF vóór elke effectieve uitsluiting. Art. 7.§ 1. Op advies van de CBF en na raadpleging van de marktondernemingen bedoeld in artikel 16, kan de Koning de minimumvoorwaarden bepalen voor de toelating van de verschillende categorieën van financiële instrumenten tot de verhandeling op de Belgische gereglementeerde markten. Hij kan de marktondernemingen toelaten om af te wijken van de toelatingsvoorwaarden die Hij aangeeft, voor zover dergelijke afwijkingen algemeen gelden voor alle emittenten die zich in gelijkaardige omstandigheden bevinden. § 2. Onverminderd de bevoegdheid van de CBF om het toelatingsprospectus goed te keuren krachtens titel II van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten wordt over de toelating van financiële instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt beslist door de marktonderneming die deze markt organiseert. In de gevallen waarin richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van roerende waarden tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd van toepassing is, is de marktonderneming de bevoegde autoriteit bedoeld in artikel 11, § 1, van dezelfde richtlijn. De CBF kan zich verzetten tegen de toelating van een financieel instrument om redenen van bescherming van de belangen van de beleggers. Een financieel instrument kan enkel tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt worden toegelaten op vraag van de emittent of nadat zijn advies omtrent de toelating is gevraagd. De marktonderneming kan voor de toelating van een financieel instrument elke bijzondere voorwaarde stellen die zij aangewezen acht voor de bescherming van de belangen van de beleggers, en waarvan zij de emittent van dit instrument of de persoon die de toelating ervan aanvraagt, naargelang van het geval, vooraf in kennis heeft gesteld. § 3. De marktonderneming kan, op eigen initiatief of op verzoek van de emittent, de verhandeling schorsen van een financieel instrument dat is toegelaten tot de verhandeling op een door haar georganiseerde Belgische gereglementeerde markt, zo het risico bestaat dat de goede werking van de markt voor dit instrument tijdelijk niet is verzekerd, of om de bekendmaking van informatie betreffende dit instrument onder behoorlijke omstandigheden toe te laten. Zij moet dit doen indien de CBF, na overleg met haar, haar erom verzoekt in het belang van de bescherming van de beleggers. § 4. De marktonderneming schrapt een financieel instrument dat is toegelaten tot de verhandeling op een door haar georganiseerde Belgische gereglementeerde markt, indien zij vaststelt dat omwille van bijzondere omstandigheden een normale en regelmatige markt voor dit instrument niet langer kan worden gehandhaafd. Zij deelt dit vooraf mee aan de CBF die zich, na overleg met haar, daartegen kan verzetten in het belang van de bescherming van de beleggers. § 5. De marktonderneming treft de nodige maatregelen om te vermijden dat haar commerciële doelstellingen de onafhankelijkheid van beoordeling bij de uitvoering van de in §§ 2 tot 4 bedoelde taken in het gedrang brengen. § 6. De personeelsleden van de marktonderneming die meewerken aan de uitvoering van de in §§ 2 tot 4 bedoelde taken, zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen de vertrouwelijke informatie waarvan zij kennis hebben gekregen tijdens de uitvoering van deze taken, niet onthullen. Dit verbod doet evenwel geen afbreuk aan de mededeling van dergelijke informatie : 1° aan de CBF, aan de personen die bij andere gereglementeerde markten gelijkaardige functies uitoefenen als die bedoeld in de §§ 2 tot 4, en, in het algemeen, aan Belgische of buitenlandse overheden of instellingen die zijn belast met het toezicht op de markten voor financiële instrumenten met betrekking tot aangelegenheden waarvoor zij bevoegd zijn, op voorwaarde dat de informatie die aldus wordt uitgewisseld, is gedekt door een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht in hoofde van de overheden of instellingen die deze informatie ontvangen;2° tijdens een getuigenis in rechte in strafzaken;3° om aan de gerechtelijke overheden aangifte te doen van strafrechtelijke overtredingen;4° in het kader van administratieve of gerechtelijke beroepsprocedures tegen de beslissingen bedoeld in §§ 2 tot 4. § 7. De financiële instrumenten uitgegeven door een marktonderneming of door een rechtspersoon waarmee een dergelijke onderneming nauwe banden heeft, kunnen slechts tot de verhandeling op een door deze onderneming georganiseerde Belgische gereglementeerde markt worden toegelaten met de voorafgaande toestemming van de CBF en onder de voorwaarden die zij kan bepalen teneinde belangenconflicten te vermijden. De schorsing en schrapping van dergelijke financiële instrumenten wordt door de CBF uitgesproken overeenkomstig de toepasselijke marktregels. Art. 8.Teneinde de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markt te verzekeren, moeten de marktregels van een Belgische gereglementeerde markt : 1° de verhandelingen op zodanige wijze organiseren dat een efficiënte en transparante koersvorming in de hand wordt gewerkt in het belang van alle beleggers;2° geschikte uitvoeringsmaatregelen opstellen voor de vaststelling van toonaangevende referentiekoersen, met inbegrip van de dagelijkse slotkoersen, en voor het ontwerpen van afgeleide instrumenten en indexen, teneinde deze koersen, instrumenten en indexen minder gevoelig te maken voor koersmanipulaties en andere marktmisbruiken;3° geschikte procedures vaststellen voor het filteren van orders, met inbegrip van adequate controleprocedures in geval van elektronische ordertransmissie;4° geschikte maatregelen treffen voor het bevriezen van orders of het stilleggen van de handel in geval van overdreven volatiliteit van de koersen. Art. 9.Op advies van de CBF bepaalt de Koning : 1° de verplichtingen van de financiële tussenpersonen inzake het bewaren van gegevens betreffende al dan niet op de markt uitgevoerde transacties in financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, met het oog op een eventuele terbeschikkingstelling van deze gegevens aan de CBF of aan overheden of instellingen belast met het toezicht op de financiële markten;2° de gevallen waarin de financiële tussenpersonen de door Hem bepaalde instellingen kennis geven van de al dan niet op de markt uitgevoerde transacties in financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, alsmede de termijnen en nadere regels voor deze kennisgevingen;3° de minimumvereisten : a) inzake de bekendmaking van marktinformatie van zowel vóór als na de handel betreffende transacties in financiële instrumenten uitgevoerd op Belgische gereglementeerde markten;b) inzake de bekendmaking van informatie betreffende transacties in financiële instrumenten uitgevoerd buiten de markt. Art. 10.§ 1. Op advies van de CBF bepaalt de Koning : 1° de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die, op hun verzoek, zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, op het gebied van informatieverstrekking aan het publiek : a) periodiek over hun activiteiten en resultaten;b) onmiddellijk, ingeval er zich in hun activiteitssfeer belangrijke nieuwe feiten voordoen die niet publiek bekend zijn, en die, omwille van de invloed ervan op hun vermogens of financiële toestand of de algemene gang van hun zaken, de koers van de betrokken financiële instrumenten gevoelig zouden kunnen beïnvloeden;c) in geval van een aanmerkelijke wijziging in de structuur van de belangrijke deelnemingen in hun kapitaal;2° de vereisten inzake boekhoudkundige normen die door de in 1° bedoelde emittenten worden toegepast voor de financiële informatieverstrekking aan het publiek;3° de nadere regels en termijnen voor de bekendmaking van de in 1° bedoelde informatie, alsmede de voorwaarden tegen welke de emittenten bedoeld in hetzelfde punt deze bekendmaking kunnen doen door aankondiging op hun website of deze van de marktonderneming die de betrokken markt organiseert;4° de voorwaarden tegen welke de CBF, wanneer een in 1° bedoelde emittent in gebreke blijft, zelf op kosten van de emittent bepaalde informatie kan bekendmaken die zij noodzakelijk acht in het belang van de bescherming van de beleggers;5° de andere verplichtingen van de in 1° bedoelde emittenten ten aanzien van de houders van financiële instrumenten specifiek omwille van de toelating van deze instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, inzonderheid met het oog op een gelijke behandeling van de houders die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, en om hen toe te laten de rechten verbonden aan de betrokken financiële instrumenten uit te oefenen;6° de verplichtingen tot informatieverstrekking aan het publiek voor personen die de toelating van financiële instrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt hebben aangevraagd zonder de emittenten ervan te zijn. § 2. De bepalingen vastgesteld ter uitvoering van § 1, 2°, doen geen afbreuk aan de verordenende bevoegdheden toegekend aan de Ministers bevoegd voor de Economie, de Justitie en de Middenstand, noch aan de adviesbevoegdheid van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen. § 3. De CBF kan : 1° een emittent toestaan om de bekendmaking van bepaalde informatie bedoeld in § 1, 1°, uit te stellen, indien zij oordeelt dat de verspreiding ervan : a) strijdig zou zijn met de openbare orde;of b) schade zou toebrengen aan de rechtmatige belangen van de emittent of, in voorkomend geval, van de emittent van het onderliggend financieel instrument, voorzover de niet-bekendmaking niet het risico meebrengt dat het publiek wordt misleid, en voor zover de emittent in staat is de confidentialiteit van de betrokken informatie te vrijwaren;2° in bijzondere gevallen die behoorlijk zijn gemotiveerd, andere afwijkingen toestaan van de bepalingen vastgesteld met toepassing van § 1, 1° tot 3°, 5° en 6°, indien zij van oordeel is dat de betrokken bepalingen niet afgestemd zijn op de activiteiten of de toestand van de emittent en op voorwaarde dat de emittent of, in voorkomend geval, een persoon bedoeld in § 1, 6°, alternatieve informatie verstrekt of andere maatregelen treft die een gelijkwaardige bescherming van de belangen van de beleggers en de transparantie van de markt bieden. § 4. Op advies van de CBF kan de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, sommige bepalingen vastgesteld met toepassing van § 1 toepasselijk maken op ondernemingen en organismen naar Belgisch recht waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op een buitenlandse markt voor financiële instrumenten zonder te zijn toegelaten op een Belgische gereglementeerde markt. Art. 11.§ 1. De Koning kan, op advies van de CBF, voorschrijven dat de financiële tussenpersonen die in België zijn gevestigd of er beleggingsdiensten verstrekken, de transacties die hen zijn opgedragen door beleggers die in België zijn gevestigd of er hun gewone verblijfplaats hebben, moeten uitvoeren op een gereglementeerde markt, voor zover : 1° deze transacties betrekking hebben op financiële instrumenten die tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten;2° deze transacties niet vallen onder één van de uitzonderingen op de verplichte professionele bemiddeling bepaald in artikel 24, tweede lid;3° de betrokken belegger niet van tevoren uitdrukkelijk heeft verzaakt aan de uitvoering van deze transacties op een gereglementeerde markt. § 2. De Koning kan, op advies van de CBF, voorschrijven dat wanneer een transactie niet is uitgevoerd op een reglementeerde markt, alhoewel dit had moeten gebeuren, de belegger, niettegenstaande elke andersluidende overeenkomst, de uitgevoerde transactie kan weigeren en van de tussenpersoon, zonder vergoeding, de teruggave kan bekomen van elk bedrag of elk financieel instrument dat hij hem voor die transactie zou hebben verschaft. De weigering moet met een ter post aangetekende brief ter kennis worden gebracht van de tussenpersoon binnen een maand na de datum waarop de kennisgeving aan de belegger is gezonden, of, bij gebreke van een dergelijke kennisgeving, binnen dertig dagen na de datum waarop de belegger kennis kreeg van de transactie. Art. 12.§ 1. Elke overeenkomst die in een wederzijdse toegang van leden voorziet tussen een Belgische gereglementeerde markt en één of meer andere secundaire markten voor financiële instrumenten, moet vooraf ter kennis van de CBF worden gebracht. De CBF gaat na of artikel 6 en de bepalingen vastgesteld ter uitvoering ervan zijn nageleefd. Het akkoord kan slechts worden uitgevoerd zo de CBF aan de betrokken marktondernemingen geen schriftelijk bezwaar heeft gemeld binnen dertig dagen na de kennisgeving van het akkoord. § 2. De koppeling van een Belgische gereglementeerde markt aan enig platform of gecentraliseerd geautomatiseerd verhandelingssysteem dat met één of meer andere secundaire markten voor financiële instrumenten is opgezet, behoeft de toelating van de minister op advies van de CBF. De minister kan zijn toelating laten afhangen van elke passende voorwaarde ter vermijding van regulatoire arbitrage of andere specifieke risico's die de beleggers of de goede werking, de integriteit of de transparantie van de markt kunnen schaden. Art. 13.§ 1. Wanneer een uitzonderlijke gebeurtenis de regelmatige werking van een Belgische gereglementeerde markt verstoort, kan de CBF, na overleg met de betrokken marktonderneming, de markthandel volledig of gedeeltelijk schorsen voor een periode van ten hoogste twee opeenvolgende handelsdagen. § 2. In geval van een plotselinge crisis op de financiële markten, kan de Koning, op advies van de NBB en de CBF, alle nodige vrijwaringsmaatregelen treffen ten aanzien van de Belgische gereglementeerde markten, met inbegrip van tijdelijke afwijkingen van de bepalingen van dit hoofdstuk. De besluiten genomen krachtens het eerste lid verliezen hun uitwerking indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding. Afdeling 2. - Markten in financiële instrumenten die zijn uitgegeven of gewaarborgd door de Staat of Belgische openbare instanties Art. 14.§ 1. Met betrekking tot de financiële instrumenten die zijn uitgegeven of gewaarborgd door de Staat of Belgische openbare instanties die Hij aanduidt, kan de Koning, op advies van de NBB en de CBF : 1° voor de instrumenten die worden verhandeld op een Belgische gereglementeerde markt, bijzondere regels vaststellen inzake de toelating van deze instrumenten tot de verhandeling, de schorsing of schrapping ervan en de wijze van vereffening van de transacties in deze instrumenten;2° de Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de Franse Gemeenschapscommissie en het Rentenfonds toelaten om rechtstreeks transacties in deze instrumenten op een Belgische gereglementeerde markt uit te voeren zonder dat zij er lid van zijn;3° de organisatie, de werking, het toezicht en de regelhandhaving regelen van Belgische georganiseerde markten die gespecialiseerd zijn in deze instrumenten;4° een specifieke toezichtsregeling uitwerken voor de Belgische georganiseerde markten voor deze instrumenten, in voorkomend geval in afwijking van de bepalingen van afdeling 8;5° het Rentenfonds reorganiseren, bepaalde van zijn bevoegdheden overdragen aan de NBB of aan de CBF en, te dien einde, de bepalingen van de besluitwet van 18 mei 1945 tot oprichting van een Rentenfonds wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen. § 2. De besluiten genomen krachtens het eerste lid, 5°, verliezen hun uitwerking indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding. Afdeling 3. - Andere markten Art. 15.Op advies van de CBF kan de Koning regels vaststellen met betrekking tot de organisatie en de werking van en het toezicht op secundaire markten voor financiële instrumenten die geen gereglementeerde markten zijn, en alternatieve verhandelingsystemen voor financiële instrumenten die methodes van orderconfrontatie en -executie aanwenden die vergelijkbaar zijn met deze toegepast door dergelijke secundaire markten, voor zover deze markten of systemen in België worden georganiseerd. De in het eerste lid bedoelde regels kunnen inzonderheid betrekking hebben op : 1° de toegang op de betrokken markt of in het betrokken systeem volgens transparante criteria;2° het bestaan van transparante en niet-discretionaire verhandelingsregels die het voor de gebruikers mogelijk maken de beste prijs te bekomen die op een gegeven tijdstip en voor het type en de omvang van het relevante order in de betrokken markt of het betrokken systeem beschikbaar is;3° de toepassing van adequate mechanismen en procedures ter voorkoming en opsporing van marktmanipulaties; 4° de bekendmaking van informatie betreffende vraag en aanbod en betreffende uitgevoerde transacties.Voornoemde regels houden rekening met de verschillende risicoprofielen die de betrokken markten en systemen vertonen omwille van hun structuur, de deskundigheid van hun gebruikers en de types van financiële instrumenten die erop worden verhandeld. Dezelfde regels kunnen bepalen dat de in het eerste lid bedoelde markten of systemen enkel kunnen worden georganiseerd door marktondernemingen die over een vergunning beschikken krachtens artikel 16 of door kredietinstellingen of beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 2, 10°, a), b), d) of e), waarvan de vergunning specifiek de organisatie van dergelijke markten of systemen omvat. Ten aanzien van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen naar Belgisch recht kunnen dezelfde regels voorwaarden opleggen die analoog zijn aan deze bedoeld in artikel 17, § 1, 5° en 6°, en, voor zover zij andere beleggingsdiensten verrichten of financiële instrumenten voor eigen rekening verhandelen, bijzondere voorschriften ter vermijding van belangenconflicten ingevolge deze andere activiteiten. Afdeling 4. - Marktondernemingen Art. 16.Elke marktonderneming die in België is gevestigd en één of meer gereglementeerde markten wenst te organiseren, dient hiervoor vooraf van de minister een vergunning te verkrijgen. De minister verleent de vergunning, op advies van de CBF, aan de ondernemingen die erom verzoeken en die voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 17, § 1. De minister kan de vergunning afhankelijk stellen van de bijkomende voorwaarden die hij nodig acht om de belangen van de beleggers te beschermen en de goede werking, de integriteit en de transparantie van de door de marktonderneming georganiseerde markten te vrijwaren. Art. 17.§ 1. Om een vergunning als marktonderneming te bekomen, moet een onderneming aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de onderneming moet zijn opgericht onder de vorm van een handelsvennootschap;2° het maatschappelijk doel van de onderneming moet beperkt zijn tot het organiseren van één of meer secundaire markten voor financiële instrumenten en, in voorkomend geval, tot activiteiten die niet van aard zijn om de belangen van de beleggers of de goede werking, de integriteit of de transparantie van de door de onderneming georganiseerde markten te schaden;3° de natuurlijke of rechtspersonen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 10 procent van haar kapitaal of van de stemrechten bezitten, hebben de nodige kwaliteiten om een gezond en voorzichtig beleid van de onderneming te waarborgen;4° de personen die instaan voor de effectieve leiding van de onderneming en van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt, hebben de vereiste professionele betrouwbaarheid en passende ervaring om deze functies uit te oefenen;5° de onderneming moet over voldoende financiële middelen beschikken voor de organisatie van deze markten, en de financiële toestand van de groep waarvan zij in voorkomend geval deel uitmaakt, moet voldoende stevig zijn om geen risico's op te leveren die de belangen van de beleggers of de goede werking van deze markten zouden kunnen schaden;6° de onderneming moet beschikken over een passende beheersstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle om de goede werking, de integriteit en de transparantie van de door haar georganiseerde markten te waarborgen;7° de onderneming moet in adequate mechanismen en procedures voorzien ter voorkoming en opsporing van marktmanipulaties;8° de rekeningen van de onderneming moeten worden gecontroleerd door één of meer bedrijfsrevisoren die zijn ingeschreven op de lijst van de door de CBF erkende revisoren;9° de structuur van de groep waarvan de onderneming in voorkomend geval deel uitmaakt, mag de uitoefening van het toezicht door de CBF niet belemmeren. § 2. De marktondernemingen die een vergunning hebben bekomen krachtens artikel 16, moeten bij de uitoefening van hun activiteiten continu blijven voldoen aan de in § 1 gestelde vergunningsvoorwaarden en, in voorkomend geval, aan deze opgelegd met toepassing van artikel 16, tweede lid. De CBF ziet toe op de naleving van deze voorwaarden. § 3. De minister kan op advies van de CBF de vergunning als marktonderneming intrekken, hetzij op verzoek van de betrokken onderneming, hetzij op eigen initiatief indien de onderneming niet langer voldoet aan de in § 1 gestelde vergunningsvoorwaarden of, in voorkomend geval, aan deze opgelegd met toepassing van artikel 16, tweede lid, of in geval van ernstige tekortkoming door de onderneming aan haar verplichtingen krachtens deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan. Art. 18.Op advies van de CBF bepaalt de Koning : 1° de procedure voor de toekenning van de vergunning bedoeld in artikel 16, inzonderheid de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier door de CBF, de termijnen waarbinnen de minister zijn beslissing moet nemen en aan de aanvrager meedelen en de retributie die aan de CBF moet worden betaald voor het onderzoek van het dossier;2° de procedure voor de intrekking van de vergunning alsmede de gevolgen van dergelijke intrekking voor de door de betrokken marktonderneming georganiseerde gereglementeerde markten;3° wat er met de vergunning gebeurt in geval van controlewijziging, fusie, splitsing of andere herstructurering van de marktonderneming. Art. 19.§ 1. Elke natuurlijke of rechtspersoon die voornemens is effecten of deelbewijzen te verwerven van een in artikel 16 bedoelde marktonderneming zodat hij, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 10 procent van haar kapitaal of stemrechten zou bezitten, moet de CBF hiervan vooraf in kennis stellen. Dit geldt eveneens wanneer een natuurlijke of rechtspersoon voornemens is zijn participatie in een dergelijke onderneming te verhogen zodat het gedeelte van het kapitaal of van de stemrechten dat hij zou bezitten, 10 procent of elk veelvoud van 5 procent zou bereiken of overschrijden. De artikelen 1, §§ 3 en 4, tweede lid, en 2 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn van toepassing. § 2. Binnen een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving bedoeld in § 1, eerste lid, kan de CBF zich verzetten tegen de verwezenlijking van de verwerving indien zij redenen heeft om aan te nemen dat de betrokken persoon of, in voorkomend geval, personen bedoeld in artikel 2 van voornoemde wet van 2 maart 1989 niet de nodige kwaliteiten bezitten voor een gezond en voorzichtig beleid van de betrokken marktonderneming. Bij gebrek aan verzet dient de verwerving plaats te vinden binnen zes maanden vanaf de kennisgeving bedoeld in § 1, eerste lid; zoniet dient zij opnieuw te worden aangemeld bij de CBF overeenkomstig § 1 en kan deze er zich tegen verzetten krachtens deze paragraaf. § 3. Indien een verwerving bedoeld in § 1 heeft plaatsgevonden zonder kennisgeving aan de CBF overeenkomstig dezelfde paragraaf of vooraleer de CBF zich heeft uitgesproken krachtens § 2 of, in voorkomend geval, vóór het verstrijken van de termijn van dertig dagen bedoeld in dezelfde paragraaf, kan de CBF de uitoefening van de stemrechten verbonden aan de aandelen of deelbewijzen van de betrokken marktonderneming die aldus, rechtstreeks of onrechtstreeks, onregelmatig zijn verworven, schorsen tot de toestand is geregulariseerd. Indien een verwerving bedoeld in § 1 heeft plaatsgevonden niettegenstaande het verzet van de CBF krachtens § 2 of, in het algemeen, indien de CBF redenen heeft om aan te nemen dat de invloed die wordt uitgeoefend door een natuurlijke of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 10 procent van het kapitaal of van de stemrechten van een in artikel 16 bedoelde marktonderneming bezit of, in voorkomend geval, door personen bedoeld in artikel 2 van voornoemde wet van 2 maart 1989, van die aard is dat zij het gezond en voorzichtig beleid van deze onderneming in gevaar brengt, kan de CBF, onverminderd de andere in dit hoofdstuk bepaalde maatregelen : 1° de uitoefening schorsen van de stemrechten verbonden aan de aandelen of deelbewijzen van deze markt-onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks door de betrokken personen worden gehouden;2° deze personen aanmanen alle of een deel van de betrokken aandelen of deelbewijzen binnen de door haar bepaalde termijn over te dragen aan andere personen met wie zij geen nauwe banden hebben. Bij gebrek aan overdracht binnen de termijn bedoeld in het tweede lid, 2°, kan de CBF bevelen de betrokken aandelen of deelbewijzen te sekwestreren. In dit geval is artikel 67, § 7, tweede en derde lid, van voornoemde wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels sluiten3 van toepassing. Art. 20.Teneinde de naleving van de in artikel 17, § 1, 5°, gestelde voorwaarde te verzekeren, kan de CBF bij reglement : 1° de financiële ratio's bepalen die de in artikel 16 bedoelde marktondernemingen op geconsolideerde en niet-geconsolideerde basis moeten naleven;2° de financiële informatie bepalen die de marktondernemingen haar op periodieke basis moeten meedelen. Afdeling 5. - Effectenmakelaars Art. 21.Een erkenningsraad voor effectenmakelaars wordt opgericht. De erkenningsraad verleent de titel van effectenmakelaar of van honorair effectenmakelaar aan de personen die erom verzoeken en voldoen en blijven voldoen aan de voorwaarden vastgesteld door de Koning. De Koning regelt de samenstelling, de werking en de financiering van voornoemde raad alsmede het toezicht op deze raad. De CBF deelt uit eigen beweging de vertrouwelijke inlichtingen waarvan zij kennis zou hebben aangaande natuurlijke personen bedoeld in het eerste lid, mee aan de erkenningsraad voor effectenmakelaars. Afdeling 6. - Verrekenings- en vereffeningsinstellingen Art. 22.§ 1. Als verrekeningsinstellingen, mogen diensten van verrekening verstrekken met betrekking tot transacties op een Belgische gereglementeerde markt of, op Belgisch grondgebied, zodanige diensten verstrekken met betrekking tot transacties op een buitenlandse gereglementeerde markt : 1° de instellingen met maatschappelijke zetel in België die een vergunning als kredietinstelling bezitten;2° de in België gevestigde bijkantoren van buitenlandse kredietinstellingen;3° de niet in België gevestigde instellingen die in hun land van herkomst zijn onderworpen aan een statuut en toezicht die door de CBF en de NBB gelijkwaardig zijn bevonden. § 2. De verrekeningsinstellingen wier maatschappelijke zetel zich in België bevindt en die niet een vergunning als kredietinstelling bezitten, dewelke wensen diensten van verrekening te verstrekken met betrekking tot transacties op een Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt, zijn gehouden voorafgaandelijk vergund te worden door de minister.De in België gevestigde bijkantoren van een buitenlandse verrekeningsinstelling die niet een vergunning als kredietinstelling bezitten, dewelke wensen diensten van verrekening te verstrekken met betrekking tot transacties op een Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt, zijn eveneens gehouden voorafgaandelijk vergund te worden door de minister. § 3. De oorspronkelijke regels van verrekening die van toepassing zijn in het kader van §§ 1 en 2, alsmede de wijzigingen aan deze regels, zijn onderworpen aan de voorafgaandelijke goedkeuring door de minister, op advies van de CBF en de NBB.De goedkeuring door de minister, de oorspronkelijke regels en de wijzigingen aan deze regels worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . § 4. De CBF is belast met het prudentieel toezicht op de verrekeningsinstellingen. § 5. Op advies van de NBB en de CBF bepaalt de Koning : 1° de voorwaarden en de procedures voor de toekenning van de vergunning en de goedkeuring bedoeld in §§ 2 en 3, de gevallen waarin deze vergunning kan worden herzien of ingetrokken en de toepasselijke procedures, alsook wat er met de vergunning gebeurt in geval van controlewijziging, fusie, splitsing of andere herstructurering van de verrekeningsinstelling;2° onverminderd de artikelen 33 en volgende, de regels inzake het toezicht van de CBF op de verrekeningsinstellingen, die geen kredietinstellingen bedoeld in § 1, 1°, zijn;3° de minimumvereisten inzake organisatie, werking, financiële positie, interne controle en risicobeheer die van toepassing zijn op de verrekeningsinstellingen die geen kredietinstellingen bedoeld in § 1, 1°, zijn, alsook, de regels inzake de onverenigbaarheden met andere activiteiten; § 6. De bepalingen van dit artikel en van de in uitvoering ervan genomen besluiten laten de bevoegdheden van de NBB zoals bepaald in artikel 8 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België onverlet. § 7. Met het akkoord van de minister kan de CBF met de NBB, in het kader van de opdrachten van de laatstgenoemde bepaald in artikel 8 van de voornoemde wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, en met bevoegde buitenlandse toezichthouders, op basis van wederkerigheid, overeenkomsten sluiten aangaande nadere regels voor samenwerking inzake toezicht en onderlinge informatieuitwisseling. § 8. Dit artikel is niet van toepassing op de NBB, op de andere centrale banken die lid zijn van het Europees stelsel van centrale banken en op de Europese Centrale Bank. § 9. De Koning kan de toepassing van dit artikel uitbreiden tot de verrekening van transacties op andere georganiseerde markten. Art. 23.§ 1. Als vereffeningsinstellingen, mogen diensten van vereffening verstrekken met betrekking tot transacties op een Belgische gereglementeerde markt of, op Belgisch grondgebied, zodanige diensten verstrekken met betrekking tot transacties op een buitenlandse gereglementeerde markt : 1° de instellingen met maatschappelijke zetel in België die een vergunning als kredietinstelling bezitten;2° de in België gevestigde bijkantoren van buitenlandse kredietinstellingen;3° de instellingen die als centrale depositaris erkend zijn krachtens het koninklijk besluit nr.62 van 10 november 1967 ter bevordering van de omloop van de effecten; 4° de instellingen aangeduid door de Koning om de dienst van vereffening met betrekking tot verrichtingen in gedematerialiseerde effecten te verstrekken krachtens artikel 468 van het Wetboek van vennootschappen;5° de niet in België gevestigde instellingen die in hun land van herkomst zijn onderworpen aan een statuut en toezicht die door de CBF en de NBB gelijkwaardig zijn bevonden. § 2. De CBF is belast met het prudentieel toezicht op de vereffeningsinstellingen die als centrale depositaris erkend zijn krachtens voornoemd koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 alsook op de instellingen aangeduid door de Koning om de dienst van vereffening met betrekking tot verrichtingen in gedematerialiseerde effecten te verstrekken krachtens artikel 468 van het Wetboek van vennootschappen Op advies van de CBF en de NBB bepaalt de Koning : 1° onverminderd de artikelen 33 en volgende, de regels inzake het prudentieel toezicht, inclusief de herstelsmaatregelen, van de CBF op de instellingen bedoeld in § 1 die geen in België gevestigde kredietinstellingen zijn;2° de minimumvereisten inzake organisatie, werking, financiële positie, interne controle en risicobeheer die van toepassing zijn op de instellingen bedoeld in § 1 die geen in België gevestigde kredietinstellingen zijn. § 3. Overeenkomstig artikel 8 van voornoemde wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, houdt de NBB toezicht op de vereffeningssystemen beheerd door de in § 1 bedoelde vereffeningsinstellingen. Op advies van de CBF en de NBB, kan de Koning bepalen : 1° de standaarden voor het toezicht op vereffeningssystemen;2° de mededelingsplicht in hoofde van de vereffeningsinstelling ten aanzien van door de NBB opgevraagde informatie;3° dwangmaatregelen indien de vereffeningsinstelling niet langer voldoet aan de opgelegde standaarden of indien de mededelingsplicht niet wordt nageleefd. § 4. Met het akkoord van de minister kan de CBF met de NBB, in het kader van de opdrachten van de laatstgenoemde bepaald in artikel 8 van voornoemde wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, en, op basis van wederkerigheid, met de bevoegde buitenlandse toezichthoudende overheden overeenkomsten sluiten aangaande nadere regels voor samenwerking inzake toezicht en onderlinge informatieuitwisseling. § 5. Dit artikel is niet van toepassing op de NBB, op de andere centrale banken leden van het Europees stelsel van centrale banken en op de Europese Centrale Bank. § 6. De Koning kan de toepassing van dit artikel uitbreiden tot de vereffening van transacties op andere georganiseerde markten. Afdeling 7. Transacties in financiële instrumenten en desbetreffende gedragsregels Art. 24.De in België gevestigde beleggers moeten voor hun transacties in financiële instrumenten die zijn uitgegeven door ondernemingen en organismen naar Belgisch recht en zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, een beroep doen op een gekwalificeerde tussenpersoon. Het eerste lid is niet van toepassing : 1° op occasionele verrichtingen tussen particulieren;2° op overdrachten van financiële instrumenten waaraan ten minste 10 procent van de stemrechten van de betrokken onderneming of het betrokken organisme zijn verbonden;3° op overdrachten van stemrechtverlenende financiële instrumenten tussen ondernemingen waartussen nauwe banden bestaan;4° op verrichtingen tussen compartimenten van eenzelfde instelling voor collectieve belegging bedoeld in boek III van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten. Op advies van de CBF kan de Koning de professionele beleggers uit het toepassingsgebied van het eerste lid sluiten, in voorkomend geval onder de voorwaarden en binnen de grenzen die Hij bepaalt. Art. 25.§ 1. Het is aan eenieder verboden : 1° die over voorkennis beschikt, om : a) gebruik te maken van deze voorkennis door, voor eigen of voor andermans rekening, rechtstreeks of onrechtstreeks de financiële instrumenten waarop deze voorkennis betrekking heeft of aanverwante financiële instrumenten te verkrijgen of te vervreemden of te pogen deze te verkrijgen of te vervreemden;b) deze voorkennis aan iemand anders mede te delen, tenzij dit gebeurt binnen het kader van de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie;c) op grond van deze voorkennis iemand anders aan te bevelen om de financiële instrumenten waarop deze voorkennis betrekking heeft, of aanverwante financiële instrumenten te verkrijgen of te vervreemden of door anderen te doen verkrijgen of vervreemden;2° transacties uit te voeren of orders te plaatsen : a) die valse of misleidende signalen geven of kunnen geven over het aanbod van, de vraag naar of de koers van één of meer financiële instrumenten;of b) waarbij één of meer personen op basis van onderlinge afspraken de koers van één of meer financiële instrumenten op een abnormaal of kunstmatig peil houden, tenzij de persoon die de transacties heeft uitgevoerd of de orders heeft geplaatst, aannemelijk maakt dat zijn beweegredenen legitiem zijn en dat de betrokken transacties of orders beantwoorden aan de normale praktijken op de relevante markt, als zodanig erkend door de CBF;3° transacties uit te voeren of orders te plaatsen waarbij gebruik wordt gemaakt van fictieve constructies of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding;4° informatie of geruchten te verspreiden, via de media, het Internet of om het even welk ander kanaal, die valse of misleidende signalen geven of kunnen geven over financiële instrumenten, waarbij de betrokken persoon wist of had moeten weten dat de informatie vals of misleidend was;5° andere handelingen te stellen, bepaald door de Koning op advies van de CBF, die de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markt belemmeren of verstoren of dit kunnen doen;6° deel te nemen aan elke afspraak die ertoe zou strekken handelingen te stellen als bedoeld in 1° tot 5°;7° één of meer andere personen ertoe aan te zetten daden te stellen die, indien hij deze zelf zou stellen, verboden zouden zijn krachtens 1° tot 5°. § 2. In het geval van een vennootschap of andere rechtspersoon gelden de in § 1 vastgestelde verbodsbepalingen eveneens voor de natuurlijke personen die betrokken zijn in de beslissing om een transactie uit te voeren of een order te plaatsen voor rekening van de betrokken rechtspersoon. De in § 1, 1°, a) , vastgestelde verbodsbepaling geldt niet voor transacties die worden verricht ter uitvoering van een verbintenis tot verwerving of vervreemding van financiële instrumenten indien deze verbintenis opeisbaar is geworden en voortvloeit uit een overeenkomst die werd gesloten vooraleer de betrokken persoon over de relevante voorkennis beschikte. De in § 1 vastgestelde verbodsbepalingen gelden niet voor verrichtingen die in het kader van het monetair beleid, het wisselkoersbeleid of het beheer van de overheidsschuld worden gedaan door een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, door het Europees stelsel van centrale banken, door de NBB of enige andere nationale centrale bank van de andere Lidstaten van de Europese Economische Ruimte, door het Rentenfonds, door de Amortisatiekas voor de Staatsschuld, door de gemeenschappen, gewesten, Franse Gemeenschapscommissie, provincies, gemeenten en agglomeraties en federaties van gemeenten of door ieder persoon die handelt voor rekening van één van voornoemde personen. § 3. De in § 1 vastgestelde verbodsbepalingen zijn van toepassing op de in dezelfde paragraaf bedoelde handelingen : 1° die betrekking hebben op financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem bedoeld in artikel 15 en door de Koning aangeduid op advies van de CBF, of waarvan de toelating tot de verhandeling op een dergelijke markt of systeem wordt aangevraagd, ongeacht of de betrokken handelingen in België of in het buitenland zijn gesteld;2° die betrekking hebben op financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een buitenlandse gereglementeerde markt of op enige andere markt of alternatief verhandelingssysteem ingericht in het buitenland en door de Koning aangeduid op advies van de CBF, of waarvan de toelating tot de verhandeling op een dergelijke markt of systeem wordt aangevraagd, voor zover de betrokken handelingen in België zijn gesteld, ongeacht of de betrokken transacties worden uitgevoerd op de betrokken markt of daarbuiten. Art. 26.Bij het verstrekken van beleggingsdiensten of het uitvoeren van verrichtingen in financiële instrumenten leven de financiële tussenpersonen volgende gedragsregels na : 1° loyaal en billijk handelen en met de nodige competentie, zorg en inzet, volgens het beste belang van hun cliënten en de integriteit van de markt;2° zich vergewissen van de ervaring van hun cliënten met verrichtingen in de betrokken financiële instrumenten, hun doelstellingen, hun financiële toestand en de beperkingen waaraan zij onderworpen kunnen zijn met betrekking tot hun verrichtingen in financiële instrumenten;3° aan hun cliënten de nodige informatie verstrekken, op een heldere en toegankel …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.