Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet houdende diverse bepalingen (1)

Kort samengevat

Deze wet bevat diverse bepalingen, voornamelijk gericht op wijzigingen in de inkomstenbelastingen voor personen en op de bekrachtiging van bepaalde koninklijke besluiten.

Wat het regelt

  • Wijzigingen in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
  • Aanpassingen betreffende uitvoer en integrale kwaliteitszorg.
  • Bepalingen over inkomsten van personen met een handicap.
  • Gelijkstelling van NIRAS met de Staat voor federale belastingwetten.

Wie het aanbelangt

  • Personen die inkomstenbelastingen betalen.
  • Lokale besturen en verzekeringsondernemingen die pensioenen regelen.
  • Instellingen voor wetenschappelijk onderzoek en universitaire ziekenhuizen.
  • Personen met een handicap.

Kernpunten

  • Het opschrift van titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling III, B, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt gewijzigd naar "Uitvoer - Integrale kwaliteitszorg".
  • Artikel 67, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
  • Inkomsten van personen met een handicap die recht hebben op tegemoetkomingen, zijn vrijgesteld tot het maximumbedrag van die tegemoetkomingen.
  • Artikel 7 heeft uitwerking op interesten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2007; artikel 5 is van toepassing op giften gestort vanaf 1 januari 2008; artikelen 2, 3, 4, 1°, 6, 1°, en 9 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2009.
Wettekst
Wettekst

Wet houdende diverse bepalingen (I) (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I.

§ 1

, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending de verzendingsdatum van het

§ 1, 1°, voorafgaat.

§

  1. De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van dit artikel. ». Art. 15.In artikel 434 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 14/09/2001 numac 2001003420 bron ministerie van financien Wet tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds sluiten6, worden de woorden « , naar gelang het geval, in artikel 433, § 1 of § 2 » vervangen door de woorden « in artikel 433 ». Art. 16.Artikel 435 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 435.§
  2. Wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 434 bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige en geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen. Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de in artikel 433 bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de ontvangers der directe belastingen te storten tot beloop van het bedrag van de belastingen en bijbehoren die hem ter uitvoering van artikel 434 ter kennis werden gebracht en in zoverre deze belastingen en bijbehoren een zekere en vaststaande schuld in de zin van artikel 410 vormen. Daarenboven, indien de aldus door beslag onder derden getroffen sommen en waarden minder bedragen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hierin begrepen de ontvangers van de directe belastingen, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte hierover inlichtingen verstrekken aan : 1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt;2° de bovengenoemde ontvangers bij een ter post aangetekende brief, wanneer de notaris omwille van overmacht of een technische storing de inlichtingen niet kan verstrekken overeenkomstig de bepaling onder 1° of wanneer hij voorafgaandelijk het bericht bedoeld in artikel 433 bij ter post aangetekende brief heeft verstuurd. De datum van de inlichting is, naar gelang het geval, de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid is aangewezen, of de datum van neerlegging ter post van de aangetekende brief. §
  3. Wanneer eenzelfde inlichting achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, derde lid, 1° en 2°, dan zal het

§ 1

, derde lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending vroeger is dan de verzendingsdatum van het

§ 1, derde lid, 1°.

§

  1. Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte, niet tegen de Staat ingeroepen worden indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen van de datum van de inlichting bedoeld in § 1, vierde lid. Zijn zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belastingen en bijbehoren, welke in uitvoering van artikel 434 werden ter kennis gegeven, alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in § 1, derde lid, bepaalde termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend. §
  2. De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en toepassingsmodaliteiten van dit artikel. ». Art. 17.In artikel 436 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « derde lid » vervangen door de woorden « § 3, eerste lid ». Afdeling
  3. - Wijzigingen van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde Art. 18.In artikel 93ter van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989 en 28 december 1992 en bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000, 13 juli 2001 en 31 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.De notaris die verzocht wordt een akte op te maken met betrekking tot het vervreemden of het bezwaren met een hypotheek van een voor hypotheek vatbaar goed, is gehouden aan de eigenaar of vruchtgebruiker van dat goed of van een gedeelte ervan te vragen of deze een belastingplichtige of een lid van een BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, is. Indien het antwoord bevestigend luidt, is de notaris die verzocht wordt die akte op te maken persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien hij niet op de hoogte stelt : 1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;2° de door de Koning aangewezen ambtenaar wanneer het bericht omwille van overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig de bepaling onder 1°.In dat geval moet het bericht in tweevoud worden opgemaakt en bij ter post aangetekende brief worden verzonden. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd. Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig het tweede lid, 1°, wordt onder de datum van verzending van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid is aangewezen. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in het tweede lid, 1° en 2°, dan zal het

het tweede lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending de verzendingsdatum van het

het tweede lid, 1°, voorafgaat. De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van deze paragraaf. »; 2° § 1bis wordt opgeheven. Art. 19.In artikel 93quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten0 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 14/09/2001 numac 2001003420 bron ministerie van financien Wet tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds sluiten6, worden de woorden « van het, naar gelang het geval, in artikel 93ter, § 1 of § 1bis, bedoelde bericht » vervangen door de woorden « van het in artikel 93ter, § 1, bedoelde bericht ». Art. 20.Artikel 93quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten0, wordt vervangen als volgt : « Art. 93quinquies.§

  1. Wanneer de in artikel 93ter bedoelde akte verleden is, geldt de in artikel 93quater bedoelde kennisgeving als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige en geldt als verzet tegen de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek in de gevallen waarin de notaris gehouden is de bedragen en waarden overeenkomstig de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek te verdelen, voor zover de in artikel 85, § 1, voorgeschreven kennisgeving werd verricht. Onverminderd de rechten van derden, is de notaris ertoe gehouden, wanneer de in artikel 93ter bedoelde akte verleden is, behoudens toepassing van de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige, uiterlijk de achtste werkdag die volgt op het verlijden van de akte, aan de krachtens artikel 93ter aangewezen ambtenaar te storten tot beloop van het bedrag van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren die hem ter uitvoering van artikel 93ter ter kennis werden gebracht en in zoverre deze belasting en bijbehoren aanleiding hebben gegeven tot een dwangbevel als bedoeld in artikel 85 waarvan de tenuitvoerlegging niet werd gestuit door een in artikel 89 bedoelde vordering in rechte. Daarenboven, indien de sommen en waarden waarop onder derden beslag werd gelegd minder bedragen dan het totaal van de sommen verschuldigd aan de ingeschreven schuldeisers en aan de verzetdoende schuldeisers, hieronder begrepen de ontvangers van de belasting over de toegevoegde waarde, moet de notaris, op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor het overschot, uiterlijk de eerste werkdag die volgt op het verlijden van de akte hierover inlichtingen verstrekken aan : 1° de dienst die daarvoor aangewezen is door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid, en dit door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt;2° de krachtens artikel 93ter aangewezen ambtenaar bij een ter post aangetekende brief, wanneer de notaris omwille van overmacht of een technische storing de inlichtingen niet kan verstrekken overeenkomstig de bepaling onder 1° of wanneer hij voorafgaandelijk het bericht bedoeld in artikel 93ter bij ter post aangetekende brief heeft verstuurd. De datum van de inlichting is, naar gelang het geval, de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst die daarvoor door de Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid is aangewezen, of de datum van neerlegging ter post van de aangetekende brief. §
  2. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in § 1, derde lid, 1° en 2°, dan zal het

§ 1

, derde lid, 2°, slechts primeren indien de datum van toezending de verzendingsdatum van het

§ 1, derde lid, 1°, voorafgaat.

§ 3. Onverminderd de rechten van derden, kan de overschrijving of de inschrijving van de akte niet aan de Staat worden tegengeworpen indien de inschrijving van de wettelijke hypotheek geschiedt binnen acht werkdagen van de datum van de inlichting bedoeld in § 1, vierde lid. Zonder uitwerking ten opzichte van de schuldvorderingen inzake belasting over de toegevoegde waarde en toebehoren, waarvoor de in artikel 93quater bedoelde kennisgeving werd gedaan, zijn alle niet ingeschreven schuldvorderingen waarvoor slechts na het verstrijken van de in § 1, derde lid, voorziene termijn wordt beslag gelegd of verzet aangetekend. § 4. De Minister van Financiën, zijn gedelegeerde of de bevoegde overheid bepaalt de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van dit artikel. ». Art. 21.In artikel 93sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten0, worden de woorden « derde lid » vervangen door de woorden « § 3, eerste lid ». Afdeling 3. - Inwerkingtreding Art. 22.De artikelen 14 tot en met 21 hebben uitwerking met ingang van 1 maart 2007. HOOFDSTUK V. - De slapende rekeningen, safes en verzekeringsovereenkomsten Afdeling 1. - Inleidende bepalingen Art. 23.Voor de toepassing van dit hoofdstuk en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : 1° rekeningen : zichtrekeningen, spaarrekeningen, depositorekeningen met vaste looptijd of opneembaar met opzegging, effectenrekeningen of alle andere door instellingen-depositaris voor hun klanten gehouden rekeningen waarop de tegoeden zijn geïndividualiseerd;2° verzekeringsovereenkomsten : verzekeringsovereenkomsten onderworpen aan het Belgisch recht die, hetzij bedoeld worden in artikel 97 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, hetzij bruidschats- of geboorterisico's dekken, en die gesloten zijn ten gunste van een natuurlijk persoon.De aanvullende verzekeringsdekking die voorziet in de uitkering van een kapitaal bij overlijden volgt de hoofddekking bedoeld in voornoemd artikel 97; 3° slapende rekeningen : rekeningen die niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een tussenkomst door de houders sinds minstens vijf jaar;4° slapende safes : safes waarvoor de huurprijs sedert minstens vijf jaar niet is betaald en die op initiatief van de instelling-verhuurder zijn geopend na opzegging van de huur;5° slapende verzekeringsovereenkomsten : verzekeringsovereenkomsten die niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een tussenkomst door de begunstigde binnen zes maand nadat de verzekeringsonderneming kennis heeft gekregen van het feit dat het risico zich heeft voorgedaan;6° instelling-depositaris :

  1. a)iedere kredietinstelling bedoeld in artikel 1, tweede lid, 1°, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;
  2. b)iedere beleggingsonderneming bedoeld in de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten8 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, die werkzaam is in België en volgens het Belgisch recht van het publiek gelddeposito's, andere terugbetaalbare gelden of effecten in ontvangst mag nemen;
  3. c)DE POST;7° instelling-verhuurder : iedere kredietinstelling bedoeld in artikel 1, tweede lid, 1°, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, die safes verhuurt;8° verzekeringsonderneming : elke verzekeringsonderneming in de zin van artikel 91bis, 1° en 2°, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 14/09/2001 numac 2001003420 bron ministerie van financien Wet tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds sluiten1 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;9° verzekeringsbemiddelaar : iedere persoon die doet aan verzekeringsbemiddeling zoals bedoeld in artikel 1, 1°, van de wet van 27 maart 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen;10° houder : iedere natuurlijke persoon, met inbegrip van de rechthebbenden en de wettelijke vertegenwoordiger, die bevoegd is om te beschikken over de tegoeden op de slapende rekening;11° huurder : iedere natuurlijke persoon die toegangsrecht tot de safe heeft;12° begunstigde : elke natuurlijke persoon die verzekerde prestaties mag opvragen in toepassing van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;13° tussenkomst door de houder : elke verrichting door de houder op één van zijn rekeningen bij de instelling-depositaris of elk contact van de houder met de instelling-depositaris;14° tussenkomst door de huurder : betaling van de achterstallige huur door de huurder en elk contact van de huurder met de instelling- verhuurder;15° tussenkomst door de begunstigde : elk contact van de begunstigde met de verzekeringsonderneming met betrekking tot de vereffening van de verzekerde prestaties;16° FEBELFIN : Belgische Federatie van de Financiële sector;17° Kas : Deposito- en Consignatiekas als bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr.150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934. Art. 24.Dit hoofdstuk is niet van toepassing op : 1° de levensverzekeringsovereenkomsten die gesloten worden in het kader van :
  4. a)de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
  5. b)Titel II, Hoofdstuk I, Afdeling 4, van de programmawet (I) van 24 december 2002;2° de levensverzekeringsovereenkomsten die gesloten worden in uitvoering van een toezegging van een aanvullend pensioen, in het kader van de beroepsactiviteit, andere dan deze bedoeld in de bepaling onder 1°;3° de levensverzekeringsovereenkomsten die uitsluitend voorzien in een prestatie bij leven die uitgekeerd wordt onder de vorm van een rente en waarvoor deze uitkering reeds is aangevangen. Art. 25.Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de slapende rekeningen, safes en verzekeringsovereenkomsten die wegens wettelijke, gerechtelijke of conventionele bepalingen onbeschikbaar zijn zolang deze onbeschikbaarheid duurt. Afdeling 2. - Slapende rekeningen Art. 26.§ 1. De instellingen-depositaris sporen de houders van de slapende rekeningen op. Zij richten hiertoe een brief aan de houders. Zij mogen het Rijksregister van de natuurlijke personen alsook, desgevallend, de Kruispuntbank van de sociale zekerheid, volgens de procedure bepaald in § 2 raadplegen. Indien er binnen de maand na verzending van de brief geen tussenkomst door de houder volgt of indien de brief terugkomt, versturen zij een aangetekende brief met ontvangstbewijs. Vooraf raadplegen zij het Rijksregister van de natuurlijke personen alsook, desgevallend, de Kruispuntbank van de sociale zekerheid volgens de procedure bepaald in § 2, tenzij de in het tweede lid bepaalde raadpleging heeft plaatsgehad. De in het tweede en derde lid bedoelde brieven brengen de houder op de hoogte van het bestaan van de betrokken rekeningen, evenals van de procedure die zal volgen indien er door hem geen enkele tussenkomst wordt gedaan. De instelling-depositaris dient de tussenkomst door de houder met alle rechtsmiddelen te bewijzen. Het ondertekenen van het ontvangstbewijs wordt gelijkgesteld met een tussenkomst door de houder. § 2. Aan FEBELFIN wordt toelating verleend om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen te gebruiken en mee te delen aan de betrokken instelling-depositaris en wordt toegang verleend tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen, bedoeld in artikel 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, met als enig doel aan de instellingen-depositaris de informatie mee te delen die zij nodig hebben voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde verplichtingen. Aan FEBELFIN wordt toelating verleend om het identificatienummer van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid te gebruiken en mee te delen aan de betrokken instelling-depositaris en wordt toegang verleend tot de gegevens bedoeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten3 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid met als enig doel aan de instellingen-depositaris de informatie mee te delen die zij nodig hebben voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde verplichtingen. De Koning stelt de lijst van de in het eerste en het tweede lid bedoelde gegevens op. FEBELFIN heeft slechts toegang tot de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens op voorwaarde dat zij een gemotiveerd verzoek in die zin heeft ontvangen van een instelling-depositaris. FEBELFIN zal de gegevens die de instelling-depositaris noodzakelijkerwijze moet kennen voor de uitvoering van haar verplichtingen bepaald in dit hoofdstuk, meedelen aan de instelling-depositaris. § 3. De instellingen-depositaris krijgen de toelating om het identificatienummer van het Rijksregister bedoeld in artikel 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, alsook het identificatienummer van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid bedoeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten3 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, te registeren en te verwerken, met als enig doel aan de Kas de informatie mee te delen die zij nodig heeft. § 4. Een slapende rekening waarvan de tegoeden minder dan 20 euro bedragen, moet niet het voorwerp uitmaken van de opsporingsprocedure bedoeld in de §§ 1, 2 en 3. Art. 27.De instellingen-depositaris mogen kosten voor de in artikel 26 bedoelde opsporingen aanrekenen. Ze mogen niet meer bedragen dan 10 % van de totaliteit van de tegoeden op de slapende rekeningen of hun tegenwaarde op het ogenblik dat de opsporingen starten. De Koning mag een maximaal bedrag bepalen. De instellingen-depositaris moeten de opsporingen doen voor zover deze kosten de in het eerste lid bedoelde limiet niet overschrijden. Art. 28.Indien, ondanks de opsporingsprocedure bedoeld in artikel 26, de slapende rekening niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een tussenkomst door de houder, worden de tegoeden van de betrokken slapende rekening tegelijk met de door de Koning bepaalde gegevens, door de instelling-depositaris overgedragen aan de Kas vóór het einde van het zesde jaar volgend op de laatste tussenkomst. De Koning bepaalt de nadere regels voor de overdracht van de tegoeden en de uitwisseling van gegevens tussen de instelling-depositaris en de Kas. In afwijking van het eerste lid worden de tegoeden van slapende rekeningen waarvan de waarde minder dan 20 euro bedraagt, zonder informatie aan de Kas overgedragen. Ze mogen op een globale manier aan de Kas worden overgedragen. De rechten van de houder op de in het tweede lid bedoelde tegoeden doven uit door de overdracht aan de Kas. De speciën uitgedrukt in deviezen waarvan de tegenwaarde minder dan 50 euro bedraagt, worden door de instelling-depositaris omgezet in euro vooraleer ze aan de Kas worden overgedragen. Art. 29.Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 43 en behalve in geval van vergissing of fout van de instelling-depositaris, bevrijdt de overdracht van de tegoeden van een slapende rekening aan de Kas de instelling-depositaris van elke verplichting ten opzichte van de houder, de overheden en elke derde. De Kas treedt niet in de rechten en verplichtingen van de instelling-depositaris met uitzondering van de verplichting tot teruggave. Art. 30.De Kas houdt een register van de slapende rekeningen bij en verzekert de toegang ervan voor de personen die een wettig belang aantonen. De Koning bepaalt de voorwaarden voor de toegang tot dit register. Afdeling 3. - Slapende safes Art. 31.Artikel 26, §§ 1 tot 3, is van toepassing, met dien verstande dat in plaats van de woorden « instellingen-depositaris », « houders » en « rekeningen » respectievelijk de woorden « instellingen-verhuurder », « huurders » en « safes » dienen gelezen te worden. De instellingen-verhuurder mogen opsporingskosten aanrekenen die niet meer dan 100 euro mogen bedragen. De Koning kan dit bedrag verhogen. De instellingen-verhuurder moeten de opsporingen doen voor zover deze kosten de in het tweede lid bedoelde limiet niet overschrijden. Art. 32.Indien, ondanks de opsporingsprocedure bedoeld in artikel 26, een slapende safe niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een tussenkomst door de huurder, verpakt de instelling-verhuurder de inhoud van de betrokken safe met uitzondering van de speciën en effecten, in een verzegelde omslag volgens de procedure die van kracht is bij hem, en schrijft hij de speciën en de effecten respectievelijk in op rekeningen en effectenrekeningen. Tegelijk bezorgt de instelling-verhuurder aan de Kas de door de Koning bepaalde gegevens. Gedurende tien jaar kan de huurder zijn verzegelde omslag bij de instelling-verhuurder opvragen volgens de bepalingen van het huurcontract. De instelling-verhuurder brengt de Kas daarvan onverwijld op de hoogte. De Kas bewaart de gegevens over een slapende safe gedurende tien jaar te rekenen vanaf de ontvangst van de laatste gegevens. De Kas houdt een register van de slapende safes bij. De Kas verzekert de toegang ervan voor de personen die een wettig belang aantonen. De Koning bepaalt de voorwaarden voor de toegang tot dit register. Afdeling 4. - Slapende verzekeringsovereenkomsten Art. 33.De verzekeringsondernemingen zien, binnen zes maand na het einde van een verzekeringsovereenkomst die prestaties in geval van overlijden bevat, na of de verzekerde niet is overleden tijdens de dekkingsperiode. Zij dienen dit nazicht niet te doen voor de volgende overeenkomsten : 1° de verzekeringsovereenkomsten die enkel prestaties in geval van overlijden bevatten, die vóór de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk zijn geëindigd en waarvan de verzekeringsonderneming niet weet of het risico zich heeft voorgedaan;2° de schuldsaldoverzekeringsovereenkomsten die aan een lening zijn gehecht;3° de levensverzekeringsovereenkomsten die aan een lening zijn toegevoegd. De Koning kan de in het tweede lid bedoelde lijst aanvullen. Art. 34.Vooraleer de verzekerde van een verzekeringsovereenkomst die voorziet in een kapitaal bij overlijden, de leeftijd van negentig jaar bereikt, zien de verzekeringsondernemingen na of de verzekerde nog leeft en zij herhalen dit nazicht minstens elke vijf jaar. De Koning kan zowel deze leeftijd als deze periodiciteit wijzigen. De Koning kan nazicht opleggen voor de verzekeringsovereenkomsten die langer dan twintig jaar duren. Ten einde na te zien of de verzekerde nog in leven is zoals bepaald in artikel 33 en in dit artikel, wordt de opsporingsprocedure bedoeld in artikel 36 gebruikt, tenzij het nazicht bedoeld in het vierde lid heeft plaatsgehad. Het nazicht wordt geacht gedaan te zijn in geval van een persoonlijk contact van de verzekerde met een aangestelde van de verzekeringsonderneming of een verzekeringsbemiddelaar. De verzekeringsonderneming dient dit nazicht met alle rechtsmiddelen te bewijzen. De Koning mag andere manieren van nazicht bepalen. Art. 35.Binnen achttien maand nadat zij er kennis van heeft gekregen dat het risico zich heeft voorgedaan en in afwezigheid van een tussenkomst door de begunstigde, gaat de verzekeringsonderneming na of alle voorwaarden zijn vervuld om dit risico als gedekt te aanzien. De verzekeringsonderneming dient dit nazicht met alle rechtsmiddelen te bewijzen. Art. 36.§ 1. De verzekeringsondernemingen sporen de begunstigden van de slapende verzekeringsovereenkomsten op. Zij richten hiertoe een brief aan de begunstigden. Zij mogen het Rijksregister van de natuurlijke personen alsook, desgevallend, de Kruispuntbank van de sociale zekerheid volgens de procedure bepaald in § 2 raadplegen. Indien er binnen de maand na verzending van de brief geen tussenkomst door de begunstigde volgt of indien de brief terugkomt, versturen zij een aangetekende brief met ontvangstbewijs. Vooraf raadplegen zij het Rijksregister van de natuurlijke personen alsook, desgevallend, de Kruispuntbank van de sociale zekerheid volgens de procedure bepaald in § 2, tenzij de raadpleging bepaald in het tweede lid heeft plaatsgehad. De in het tweede en derde lid bedoelde brieven brengen de begunstigde op de hoogte van het bestaan van de betrokken verzekeringsovereenkomsten, evenals van de procedure die zal volgen indien er door hem geen enkele tussenkomst wordt gedaan. De verzekeringsonderneming dient de tussenkomst door de begunstigde met alle rechtsmiddelen te bewijzen. Het ondertekenen van het ontvangstbewijs wordt gelijkgesteld met een tussenkomst door de begunstigde. § 2. Aan ASSURALIA wordt toelating verleend om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen te gebruiken en mee te delen aan de betrokken verzekeringsonderneming en wordt toegang verleend tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen, bedoeld in artikel 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, met als enig doel aan de verzekeringsondernemingen de informatie mee te delen die zij nodig hebben voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde verplichtingen. Aan ASSURALIA wordt toelating verleend om het identificatienummer van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid te gebruiken en mee te delen aan de betrokken verzekeringsonderneming en wordt toegang verleend tot de gegevens bedoeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten3 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid met als enig doel aan de verzekeringsondernemingen de informatie mee te delen die zij nodig hebben voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde verplichtingen. De Koning stelt de lijst van de in het eerste en het tweede lid bedoelde gegevens op. ASSURALIA heeft slechts toegang tot de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens op voorwaarde dat zij een gemotiveerd verzoek in die zin heeft ontvangen van een verzekeringsonderneming. ASSURALIA zal de gegevens die de verzekeringsonderneming noodzakelijkerwijze moet kennen voor de uitvoering van haar verplichtingen bedoeld in dit hoofdstuk, meedelen aan de verzekeringsonderneming. § 3. De verzekeringsondernemingen krijgen de toelating om het identificatienummer van het Rijksregister bedoeld in artikel 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, alsook het identificatienummer van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid bedoeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten3 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, te registeren en te verwerken, met als enig doel aan de Kas de informatie mee te delen die zij nodig heeft. § 4. Een slapende verzekeringsovereenkomst waarvan de verzekerde prestaties minder dan 20 euro bedragen, moet niet het voorwerp uitmaken van de nazichten en opsporingen bedoeld in de artikelen 33 tot 36. Art. 37.De verzekeringsondernemingen mogen kosten voor de nazichten en opsporingen bedoeld in de artikelen 33 tot 36 aanrekenen. Ze mogen 5 % van de verzekerde prestaties niet overschrijden. De Koning kan een maximaal bedrag bepalen. De verzekeringsondernemingen moeten de nazichten en opsporingen doen voor zover deze kosten de in het eerste lid bedoelde limiet niet overschrijden. Art. 38.Indien, ondanks de opsporingsprocedure bedoeld in artikel 36, de slapende verzekeringsovereenkomst niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een tussenkomst door de begunstigde, worden door de verzekeringsonderneming aan de Kas vóór het einde van de achttiende maand volgend op de kennisname van het feit dat het risico zich heeft voorgedaan, overgedragen : 1° de verzekerde prestaties tegelijk met de door de Koning bepaalde gegevens, in geval uit het nazicht bedoeld in artikel 35 blijkt dat het risico gedekt is;2° enkel de door de Koning bepaalde gegevens, in geval uit het nazicht bedoeld in artikel 35 niet blijkt dat het risico gedekt is. De overdracht van de verzekerde bedragen wordt niet beschouwd als een betaling of een toekenning voor de uitvoering van de fiscale verplichtingen of voor de inhoudingen van elke aard die krachtens de wet door de verzekeringsonderneming op de aan de Kas overgedragen verzekerde prestaties dienen te worden uitgevoerd. De echtgenoot, de erfgenamen en de schuldeisers van de verzekeringnemer kunnen hun rechten laten gelden zoals bepaald in de afdelingen V en VI van hoofdstuk II van titel III van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, wanneer de verzekerde prestaties bij de Kas zijn gedeponeerd. De verzekeringsonderneming deelt aan de Kas de identiteit van de personen mee die geen aanspraak meer kunnen maken op de verzekerde prestaties. De Koning bepaalt de nadere regels voor de overdracht van de verzekerde prestaties en de uitwisseling van gegevens tussen de verzekeringsondernemingen en de Kas. In afwijking van de vorige leden worden de verzekerde prestaties van slapende verzekeringsovereenkomsten waarvan de waarde minder dan 20 euro bedraagt, zonder informatie aan de Kas overgedragen. Ze mogen op een globale manier aan de Kas worden overgedragen. De rechten van de begunstigde op de in het zesde lid bedoelde verzekerde prestaties doven uit door de overdracht aan de Kas. Art. 39.Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 43 en behalve in geval van vergissing of fout van de verzekeringsonderneming, bevrijdt de overdracht van de verzekerde prestaties aan de Kas de verzekeringsonderneming van elke verplichting ten opzichte van de begunstigde, de overheden en elke derde. De Kas treedt niet in de rechten en verplichtingen van de verzekeringsonderneming, met uitzondering van de verplichting tot betaling van de verzekerde prestaties die ze in uitvoering van artikel 38, eerste lid, 1°, heeft ontvangen. Art. 40.De Kas houdt een register bij van : 1° de verzekerde prestaties die de verzekeringsondernemingen aan haar hebben overgedragen en die zij voor rekening van de begunstigde behoudt;2° de gegevens bedoeld in artikel 38, eerste lid. De Kas verzekert de toegang tot het in het eerste lid bedoelde register voor de personen die een wettig belang aantonen. De Koning bepaalt de voorwaarden voor de toegang tot dit register. Afdeling 5. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 41.De tegoeden gedeponeerd bij de Kas blijven daar behouden voor rekening van de houder, de huurder of de begunstigde. De gedeponeerde gelden brengen rente op. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 11 van de wet van 14 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, kunnen de tegoeden en de rente worden opgevraagd door de houders, huurders of begunstigden. Sectie VI. - Verjaring en verval van het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934, is van toepassing op de gedeponeerde tegoeden en de rente die ze opbrengen. De Kas beheert de gedeponeerde tegoeden die bestaan uit effecten of deviezen en mag hiervoor aan de houder, de huurder of de begunstigde de kosten van derden, aanrekenen. De Koning bepaalt de regels voor de aanrekening van deze kosten. Art. 42.De Koning mag, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het gedeelte van de bij de Kas in uitvoering van artikel 28, tweede lid, en artikel 38, zesde lid, gedeponeerde tegoeden dat Hij bepaalt, toewijzen aan het Zilverfonds opgericht bij de wet van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 14/09/2001 numac 2001003420 bron ministerie van financien Wet tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds sluiten tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds. Art. 43.Indien er twijfels rijzen over de juistheid van de gegevens die de Kas in uitvoering van artikel 28, eerste lid, artikel 32, eerste en tweede lid, en artikel 38, eerste, vierde en vijfde lid, heeft ontvangen, kijken de instellingen-depositaris, de instellingen-verhuurder en de verzekeringsondernemingen deze op haar verzoek na en delen haar, desgevallend, de verbeterde gegevens mee. Art. 44.In haar jaarverslag geeft de Kas een algemeen overzicht van de slapende rekeningen, safes en verzekeringsovereenkomsten. Art. 45.De Koning kan het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934 volledig of gedeeltelijk wijzigen en/of opheffen teneinde de overeenstemming ervan met dit hoofdstuk te bewerkstelligen. De Koning kan bepalen dat de artikelen 13 en 14 van het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934, niet van toepassing zijn. Art. 46.FEBELFIN en ASSURALIA dienen gezamenlijk of elk afzonderlijk een instelling op te richten die in hun plaats : 1° toelating krijgt om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen en dat van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid te gebruiken;2° toegang krijgt tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen, bedoeld in artikel 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en de gegevens van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid bedoeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten3 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid met het in de artikelen 26, 31 en 36 bepaalde doel;3° de activiteiten bedoeld in de artikelen 26, 31 en 36 uitvoert. De in het eerste lid bedoelde instellingen genieten rechtspersoonlijkheid. Hun zetel en hoofdbestuur zijn in België gevestigd. Zij beperken hun doel tot de activiteiten bedoeld in de artikelen 26, 31 en 36 en activiteiten van dezelfde aard in het raam van andere wettelijke verplichtingen. De leden van deze instellingen zijn steeds FEBELFIN en/of ASSURALIA zelf en/of de leden van FEBELFIN en/of ASSURALIA. Afdeling 6. - Strafbepaling Art. 47.Met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van 26 tot 250.000 euro of met één van deze straffen alleen wordt gestraft hij die, wetens en willens, als bestuurder of zaakvoerder van een instelling-depositaris, instelling-verhuurder of een verzekeringsonderneming de bepalingen van dit hoofdstuk overtreedt. Afdeling 7. - Opheffingsbepaling Art. 48.Hoofdstuk II van Titel X van de wet van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten6 houdende diverse bepalingen (IV), bestaande uit de artikelen 208 tot 214, wordt opgeheven. Afdeling 8. - Overgangsbepalingen Art. 49.Voor de rekeningen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk sedert meer dan vijf jaar niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een tussenkomst door de houder, wordt de opsporingsprocedure bedoeld in artikel 26 gestart binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Indien, ondanks de opsporingsprocedure bedoeld in artikel 26, deze rekeningen niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een tussenkomst door de houder, worden de tegoeden van deze rekeningen als volgt aan de Kas overgedragen : de eerste schijf van 25 % van deze rekeningen uiterlijk op het einde van die twee jaar, de tweede schijf van 25 % op het einde van drie jaar, de derde schijf van 25 % op het einde van vier jaar en het saldo op het einde van vijf jaar volgend op de inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Art. 50.De instelling-verhuurder dient de hem door artikel 32, eerste lid, opgelegde verplichtingen na te komen binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, voor wat betreft de safes die op het moment van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk slapende safes zijn en die ondanks de opsporingsprocedure bedoeld in artikel 26 niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een tussenkomst door de huurder binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Art. 51.De verzekeringsonderneming dient de haar door artikel 38, eerste en vierde tot zesde lid, opgelegde verplichtingen na te komen binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, voor wat betreft de verzekeringsovereenkomsten die op het moment van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk slapende verzekeringsovereenkomsten zijn of het zullen worden binnen een termijn van één jaar na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en die ondanks de opsporingsprocedure bedoeld in artikel 36 niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een tussenkomst door de begunstigde binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Afdeling 9. - Inwerkingtreding Art. 52.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. In afwijking van het eerste lid, treedt artikel 47 in werking op een datum bepaald door de wet, en na een globale evaluatie van dit hoofdstuk. De evaluatie van dit hoofdstuk gebeurt uiterlijk achttien maand na de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk. HOOFDSTUK VI. - Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen Art. 53.Artikel 64 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, gewijzigd bij de wetten van 12 augustus 2000, 25 februari 2003 en 19 november 2004, wordt vervangen als volgt : « Art. 64.De op 1 januari 1932 bestaande gemeentespaarkassen, als voorheen bedoeld in artikel 124 van de nieuwe gemeentewet, zijn onderworpen aan de volgende regels : 1° hun vergunning als kredietinstelling laat hun evenwel enkel toe activiteiten uit te oefenen die erin bestaan :
  6. a)terugbetaalbare gelden in euro die geen zichtdeposito's zijn, in te zamelen en de opbrengst ervan in euro te beleggen bij andere kredietinstellingen die in België gevestigd zijn of ressorteren onder het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, dan wel in financiële instrumenten in euro waaruit de ontvangst van terugbetaalbare gelden blijkt en die zijn uitgegeven of worden gewaarborgd door de gemeenschappen, de gewesten, de internationale organisaties waarvan België lid is, de lidstaten van de Europese Economische Ruimte of de kredietinstellingen die in België gevestigd zijn of ressorteren onder het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
  7. b)bemiddelingsdiensten te verlenen op het vlak van kredieten en verzekeringen, op voorwaarde dat de specifieke ter zake geldende wetten worden nageleefd, alsook beleggingsdiensten te verlenen die het plaatsen van financiële instrumenten zonder vaste verbintenis inhouden. De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen kan de betrokken gemeentespaarkassen, op de voorwaarden die zij bepaalt, toelaten om hun activiteiten uit te breiden met bepaalde andere verrichtingen; 2° zij moeten zijn opgericht in een vorm die borg staat voor een scheiding tussen hun vermogen en beleid, en die van de gemeenten waarvan zij afhangen;3° zij zijn onderworpen aan de bepalingen bedoeld in de artikelen 13, 18 tot 31, 32, §§ 1 en 2, 33, 43 tot 46 en 47;4° voor het revisoraal toezicht stellen zij een erkend revisor of een erkende revisorenvennootschap aan overeenkomstig artikel 52;de artikelen 50 tot 55 zijn van toepassing; 5° de artikelen 56, 57, 60, 91 tot 94 en 102 tot 110bis2 zijn van toepassing.» Art. 54.In artikel 110 van dezelfde wet wordt het zesde lid opgeheven. Art. 55.Artikel 54 van deze wet treedt slechts in werking als de bevoegde regionale autoriteiten de omvorming van gemeentespaarkassen tot een publiekrechtelijke naamloze vennootschap toelaten en regelen, en nadat de bevoegde regionale decreten waarin een dergelijke beslissing is opgenomen, zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . TITEL III. - Energie ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/04/2003 pub. 15/07/2003 numac 2003011326 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales type wet prom. 11/04/2003 pub. 26/05/2003 numac 2003003274 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales Art. 56.In artikel 4, § 1, van de wet van 11 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/04/2003 pub. 15/07/2003 numac 2003011326 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales type wet prom. 11/04/2003 pub. 26/05/2003 numac 2003003274 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales, vervangen bij de wet van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten6, wordt het eerste lid, vierde streepje, vervangen als volgt : « - de voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Begroting en Beheerscontrole of zijn plaatsvervanger ». TITEL IV. - Economie HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 26 juni 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten7 tot instelling van een Orde van architecten Art. 57.In artikel 35 van de wet van 26 juni 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten7 tot instelling van een Orde van architecten, gewijzigd bij de wet van 15 februari 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « een Franstalige en een Nederlandstalige » vervangen door de woorden « respectievelijk de Franstalige en Duitstalige raad van de Orde van Architecten en de Vlaamse raad van de Orde van Architecten »;2° het tweede lid wordt als volgt aangevuld : « De voorzitters van de raden van de Orde bedoeld in huidig lid wonen de afzonderlijke beraadslagingen bij.»; 3° het derde lid, wordt als volgt aangevuld : « De voorzitters van de raden van de Orde bedoeld in huidig lid wonen de afzonderlijke beraadslagingen bij.». HOOFDSTUK II. - Intellectuele Eigendom - Wijziging van de wet van 21 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten3 houdende diverse bepalingen betreffende de procedure inzake indiening van Europese octrooiaanvragen en de gevolgen van deze aanvragen en van de Europese octrooien in België Art. 58.In artikel 2, § 3, van de wet van 21 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten3 houdende diverse bepalingen betreffende de procedure inzake indiening van Europese octrooiaanvragen en de gevolgen van deze aanvragen en van de Europese octrooien in België, vervalt in de Nederlandse tekst het woord « officiële ». HOOFDSTUK III. - Bedrijfsrevisoren Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 22 juli 1953Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten1 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor Art. 59.In artikel 8, § 2, van de wet van 22 juli 1953Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten1 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, wordt het woord « zevenenzestigste » vervangen door het woord « zeventigste ». Afdeling 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2002 pub. 27/07/2002 numac 2002015104 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet inzake consulaire bevolkingsregisters en identiteitskaarten type wet prom. 26/06/2002 pub. 20/07/2002 numac 2002003351 bron ministerie van financien Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro sluiten6 tot omzetting van bepalingen van de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83//349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad Art. 60.In artikel 102 van het koninklijk besluit van 21 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2002 pub. 27/07/2002 numac 2002015104 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet inzake consulaire bevolkingsregisters en identiteitskaarten type wet prom. 26/06/2002 pub. 20/07/2002 numac 2002003351 bron ministerie van financien Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro sluiten6 tot omzetting van bepalingen van de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad, wordt § 1 opgeheven. TITEL V. - Federaal Wetenschapsbeleid HOOFDSTUK I. - Oprichting van een staatsdienst met afzonderlijk beheer « Poolsecretariaat » Art. 61.Binnen de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid wordt een staatsdienst met afzonderlijk beheer opgericht, zoals bepaald door artikel 140 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, genoemd « Poolsecretariaat » met het oog op het financieel en materieel beheer van de wetenschappelijke basis « Prinses Elizabeth » opgericht op het zuidpoolvasteland, overeenkomstig het Zuidpoolverdrag, ondertekend op 1 december 1959 en goedgekeurd bij de wet van 12 juli 1960, en de wet van 7 april 2005 houdende uitvoering van het Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica, het Aanhangsel en de Bijlagen I, II, III en IV, ondertekend te Madrid, op 4 oktober 1991, en Bijlage V, aangenomen te Bonn op 7 tot 18 oktober 1991. Art. 62.Het Poolsecretariaat staat in voor het financieel en materieel beheer van de wetenschappelijke basis « Prinses Elisabeth » in het kader van de schenking aan de Staat door de Internationale Poolstichting. Het zorgt ervoor dat potentiële partners van de activiteiten van het station kunnen worden betrokken bij de doelstellingen ervan zoals de realisatie, de promotie van de wetenschappelijke activiteiten van het poolstation en de verspreiding van de wetenschappelijke kennis met betrekking tot het Antarcticaonderzoek en de klimaatsveranderingen. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regelen voor het beheer van het Poolsecretariaat. Art. 63.De Koning stelt de datum vast waarop dit hoofdstuk in werking treedt. HOOFDSTUK II. - Overname van het patrimonium en van het personeel van de VZW « Studiecentrum voor de XVe eeuw Schilderkunst in de Zuidelijke Nederlanden en het Prinsbisdom van Luik » door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium Art. 64.Voor de toepassing van dit hoofdstuk dient te worden verstaan onder : - « Centrum », de VZW « Studiecentrum voor de XVe eeuw Schilderkunst in de Zuidelijke Nederlanden en het Prinsbisdom van Luik ». Art. 65.§ 1. Na ontbinding van het Centrum, draagt de Koning aan de Staat, binnen een federale wetenschappelijke instelling die onder het gezag staat van de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort, de goederen, rechten en plichten alsmede, mits hun toestemming, de personeelsleden van de ontbonden vereniging over. De overgedragen personeelsleden worden overgenomen als contractuele personeelsleden van de betrokken wetenschappelijke instelling. Zij kunnen slechts worden vervangen door personeelsleden aangeworven volgens de permanente voorschriften van de statuten die bij de betrokken wetenschappelijke instelling van toepassing zijn. § 2. De personeelsleden overgedragen krachtens § 1 behouden minstens in hun nieuwe arbeidsovereenkomst bij de betrokken wetenschappelijke instelling, de weddeschaal en de andere voordelen, inzonderheid hun bij het Centrum verworven dienstanciënniteit, die zij hadden of zouden hebben gehad indien zij hun ambt in het kader van het Centrum hadden voortgezet. Art. 66.Dit hoofdstuk treedt in werking op de door de Koning bepaalde datum en uiterlijk op 1 januari 2009. TITEL VI. - Sociaal statuut der zelfstandigen HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels Art. 67.In artikel 4, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, gewijzigd bij de wet van 24 januari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/01/2002 pub. 16/02/2002 numac 2002016041 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van middenstand en landbouw Wet tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels type wet prom. 24/01/2002 pub. 02/08/2002 numac 2002015026 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Wereldgezondheidsorganisatie inzake de vestiging in België van een verbindingsbureau van deze organisatie, ondertekend te Brussel op 6 januari 1999

(2)type wet prom. 24/01/2002 pub. 19/03/2003 numac 2003015018 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Wereldgezondheidsorganisatie inzake de vestiging in België van een verbindingsbureau van deze organisatie, ondertekend te Brussel op 6 januari 1999
(2)sluiten, worden de woorden « in artikel 12, § 1, van het voormeld koninklijk nr. 38 » vervangen door de woorden « in de artikelen 12, § 1, 12, § 1bis, en 13bis, § 2, 1°, van het koninklijk besluit nr. 38 ». Art. 68.Artikel 5, vierde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 24 januari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/01/2002 pub. 16/02/2002 numac 2002016041 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van middenstand en landbouw Wet tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels type wet prom. 24/01/2002 pub. 02/08/2002 numac 2002015026 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Wereldgezondheidsorganisatie inzake de vestiging in België van een verbindingsbureau van deze organisatie, ondertekend te Brussel op 6 januari 1999
(2)type wet prom. 24/01/2002 pub. 19/03/2003 numac 2003015018 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Wereldgezondheidsorganisatie inzake de vestiging in België van een verbindingsbureau van deze organisatie, ondertekend te Brussel op 6 januari 1999
(2)sluiten, wordt vervangen als volgt : « Elke wijziging in de in artikel 4, § 2, bedoelde voorwaarden heeft uitwerking, voor de in artikel 3, 2°, bedoelde uitkering, met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op diegene van de wijziging. Bovendien wordt deze uitkering opgeschort gedurende de hele maand waarin een beroepsactiviteit wordt uitgeoefend of de hele maand waarin er aanspraak kan worden gemaakt op een vervangingsinkomen. ». Art. 69.Artikel 67 heeft uitwerking : - met ingang van 1 januari 2002 voor wat betreft artikel 12, § 1bis, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen; - met ingang van 1 januari 2008 voor wat betreft artikel 13bis, § 2, 1°, van hetzelfde besluit. HOOFDSTUK II. - Aanvullende pensioenen voor Zelfstandigen Art. 70.In artikel 42 van de programmawet (I) van 24 december 2002, laatst gewijzigd bij de programmawet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 14/09/2001 numac 2001003420 bron ministerie van financien Wet tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt : « 3° zelfstandige : - de verzekeringsplichtige zelfstandige bedoeld in artikel 12, § 1, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen; - de verzekeringsplichtige zelfstandige bedoeld in artikel 12, § 2, van hetzelfde besluit, die sociale bijdragen verschuldigd is, die minstens gelijk zijn aan de bijdragen, bedoeld in artikel 12, § 1, van hetzelfde besluit; - de verzekeringsplichtige zelfstandige bedoeld in artikel 13bis, § 2, 1°, van hetzelfde besluit; »; 2° in de bepaling onder 4° worden de woorden « in artikel 12, § 1 » vervangen door de woorden « in de artikelen 12, § 1 en 13bis, § 2, 2° »;3° in de bepaling onder 5° worden de woorden « artikel 12, §§ 1 en 1bis » vervangen door de woorden « artikelen 12, § 1, en 13bis, § 2, 1° ». Art. 71.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008. HOOFDSTUK III. - Langdurig of ernstig arbeidsongeschikte zelfstandigen Art. 72.In het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, wordt een artikel 13quater ingevoegd, luidende als volgt : « Art. 13quater.De Koning staat, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een vermindering van bijdragen toe die voor de zelfstandigen, bedoeld in het volgende lid, die ernstig of lang arbeidsongeschikt zijn, toelaat de gratis verzekering voor kleine risico's te behouden. Deze vermindering varieert in functie van de verhogingen van de bijdragepercentages, toegepast sinds 1 januari 2008 en komt overeen met een vermindering van maximum 2,35 pct. van deze percentages. Onder « zelfstandigen die ernstig of langdurig arbeidsongeschikt zijn » volgens het vorige lid worden zelfstandigen verstaan die : 1° ofwel hun hoofdverblijfplaats in België hebben, de leeftijd van 15 jaar hebben bereikt en vóór de leeftijd van vijfenzestig jaar door een geneesheer-inspecteur van de Dienst voor geneeskundige controle van het Instituut ongeschikt zijn erkend tot het verrichten van arbeid ter verkrijging van inkomen voor een vermoedelijke duur van ten minste één jaar wegens letsels of functionele stoornissen die leiden tot een vermindering van het verdienvermogen met twee derden of meer van wat een persoon van dezelfde stand en met dezelfde opleiding kan verdienen door zijn werkzaamheid. Wordt niet beschouwd als arbeid ter verkrijging van inkomen, de activiteit die de zelfstandige uitoefent in de voorwaarden en voor de duur bepaald bij artikel 23bis van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid ten voordele van de zelfstandigen. De geneesheer-inspecteur stelt de duur van de arbeidsongeschiktheid vast en geeft aan de belanghebbende kennis van zijn beslissing binnen een maand na het onderzoek. De geneesheer-inspecteur doet een nieuw onderzoek binnen dertig dagen voor het einde van de eerder erkende periode van arbeidsongeschiktheid. De personen wier arbeidsongeschiktheid is erkend tot de leeftijd van vijfenzestig jaar, worden verder als arbeidsongeschikt beschouwd. De arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op schriftelijk verzoek, dat de betrokkene of de persoon die bij wet gemachtigd is om in diens plaats te handelen, moet richten aan de leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige controle; 2° ofwel met toepassing van artikel 2, § 1, van de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, de vereiste erkenning van arbeidsongeschiktheid bezitten om recht te hebben op de inkomensvervangende tegemoetkoming bedoeld in die bepaling of voor wie met toepassing van artikel 2, § 2 of § 3, van de voornoemde wet de vereiste vermindering van de zelfredzaamheid voor het recht op de integratietegemoetkoming of op de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, erkend is;3° ofwel kinderen zijn die op grond van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 %, de medische voorwaarden vervullen om het recht te openen op verhoogde kinderbijslag krachtens artikel 20 van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen;4° ofwel zich in een invaliditeitsperiode bevinden in de zin van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid ten voordele van de zelfstandigen. De personen die zich op de pensioenleeftijd, zoals bepaald in de artikelen 3, § 1, en 16 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2002 pub. 27/07/2002 numac 2002015104 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet inzake consulaire bevolkingsregisters en identiteitskaarten type wet prom. 26/06/2002 pub. 20/07/2002 numac 2002003351 bron ministerie van financien Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro sluiten7 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, in een hiervoren bedoelde invaliditeitsperiode bevinden, worden verder als arbeidsongeschikt beschouwd; 5° ofwel weduwnaar of weduwe zijn van een van de rechthebbenden die zijn bedoeld onder de punten 1° tot 4°;6° ofwel kind zijn van één van de rechthebbenden, bedoeld onder de punten 1° tot 5°, die volle wezen zijn en genietend van kinderbijslag of genietend van een inkomensvervangende uitkering in de zin van de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende de uitkeringen aan de gehandicapten. De Koning bepaalt de nadere regelen van praktische aard voor de toekenning van de vermindering van bijdragen bedoeld in het eerste lid ». TITEL VII. - Landbouw ENIG HOOFDSTUK. - Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 9 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Art. 73.Artikel 3, § 1, van de wet van 9 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen wordt aangevuld met de bepaling onder 12°, luidende : « 12° de vergoedingen voor prestaties geleverd aan derden ». Art. 74.In artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « bedoeld in artikel 3, § 1, 3°, » vervangen door de woorden « bedoeld in artikel 3, § 1, 3° en 12° »;2° in de Nederlandse tekst van § 2 wordt het woord « heffingen » vervangen door het woord « retributies ». Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten2 houdende diverse bepalingen (I) Art. 75.Artikel 34, tweede lid, van de wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten2 houdende diverse bepalingen (I), wordt opgeheven. TITEL VIII. - Werk HOOFDSTUK I. - Arbeidsongevallen Afdeling 1. - Niet verzekerde werkgevers Art. 76.In artikel 59, 14°, van de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 14/09/2001 numac 2001003420 bron ministerie van financien Wet tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds sluiten0, ingevoegd bij de wet van 25 januari 1999 en gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2001, worden de woorden « artikel 60, derde lid » vervangen door de woorden « artikel 60, vierde lid ». Art. 77.In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 1 augustus 1985, 22 februari 1998, 25 januari 1999, 10 augustus 2001, 22 december 2003 en 20 juli 2006, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd : « Indien het ongeval geregeld wordt bij een bekrachtigde overeenkomst afgesloten tussen het Fonds en de getroffene of zijn rechthebbenden zijn de in gebreke zijnde werkgever of verzekeringsonderneming bedoeld in het eerste lid gehouden tot terugbetaling aan het Fonds op grond van de elementen opgenomen in die bekrachtigde overeenkomst. Dit geldt niet in de mate waarin de bekrachtigde overeenkomst wegens verschoonbare dwaling of bedrog, dan wel wegens strijdigheid met die bepalingen van deze wet die van openbare orde zijn door de rechter nietig wordt verklaard. Ingeval het Fonds een niet-verschoonbare dwaling heeft begaan bij het afsluiten van de overeenkomst kan de rechter het verhaalrecht van het Fonds proportioneel tot deze dwaling beperken. ». Art. 78.Artikel 77 is van toepassing op de overeenkomsten die bekrachtigd worden vanaf de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Afdeling 2. - Basisloon Scheepsjongen Art. 79.Artikel 80 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 80.Wanneer het ongeval een blijvende arbeidsongeschiktheid of het overlijden van de getroffene heeft veroorzaakt, wordt voor de minderjarigen en voor de leerlingen de vergoeding berekend op het basisloon dat overeenstemt met de beroepscategorie waartoe de getroffene zou behoord hebben bij meerderjarigheid of bij het beëindigen van de leerovereenkomst, aan boord van een schip van dezelfde categorie als dat waarop het slachtoffer aangemonsterd was. Wanneer tijdens de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid de minderjarige meerderjarig wordt of de leerovereenkomst een einde neemt, wordt vanaf die datum het basisloon voor de berekening van de dagelijkse vergoeding bepaald overeenkomstig het voorgaande lid. ». HOOFDSTUK II. - Diverse bepalingen Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 houdende diverse bepalingen (I) Art. 80.In de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 houdende diverse bepalingen (I) wordt artikel 190, § 2, tweede lid, opgeheven. Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 12 april 1960 tot oprichting van een intern compensatiefonds voor de diamantsector Art. 81.In artikel 3bis, eerste lid, van de wet van 12 april 1960 tot oprichting van een intern compensatiefonds voor de diamantsector, ingevoegd bij de wet van 26 maart 1999 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, wordt tussen de derde en de vierde zin de volgende zin toegevoegd : « Het jaarlijks totaalbedrag aan bijdragen kan evenwel het bedrag van 5.000.000 euro niet overschrijden. ». Art. 82.In dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1962, 10 oktober 1967 en 13 april 1971, bij het koninklijk besluit nr. 15 van 23 oktober 1978 en bij de wetten van 22 december 1989, 23 maart 1994, 13 februari 1998, 26 maart 1999 en 27 december 2006, wordt een artikel 3ter ingevoegd, luidende als volgt : « Art. 3ter.De bijdrageverplichting, in voorkomend geval door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad opgeschort overeenkomstig artikel 2bis, laatste lid, en de voortzetting van de in de artikelen 2, 2°, en 3bis, bepaalde opdracht, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. ». Art. 83.Artikel 26 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 13 april 1971 en 26 maart 1999, wordt aangevuld als volgt : « 3° vanaf de datum waarop de bijdrage onverschuldigd werd betaald, de vordering van een bijdrageplichtige persoon tegen het Fonds wegens het niet terugbetalen van deze bijdrage door het Fonds. ». Afdeling 3. - Administratieve geldboeten toepasselijk op de diamantsector Art. 84.Artikel 1, 13°, van de wet van 30 juni 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten9 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, wordt vervangen als volgt : « 13°
  1. a)de invoerder van ruwe diamant en de werkgever die zich schuldig maken aan overtreding van de wet van 12 april 1960 tot oprichting van een intern compensatiefonds voor de diamantsector en van de uitvoeringsbesluiten ervan;
  2. b)de natuurlijke of rechtspersonen, die als hoofdzakelijke of bijkomstige bedrijvigheid de diamanthandel of de diamantnijverheid hebben, die zich schuldig maken aan overtreding van de in
  3. a)bedoelde wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan.». Afdeling 4. - Niet-recurrente resultaatgebonden voordelen toegekend aan uitzendkrachten Art. 85.In de wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten2 betreffende de uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2007-2008, wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende : « Art. 6/1.De beschikkingen van de afdelingen III en IV van hoofdstuk II worden ook toegepast op de niet-recurrente resultaatgebonden voordelen die onder dezelfde voorwaarden als aan de vaste werknemers worden toegekend aan de uitzendkrachten tewerkgesteld bij de gebruiker. De gebruiker is verplicht aan het uitzendbureau de nodige inlichtingen mee te delen die nodig zijn voor het naleven van de bepalingen van dit hoofdstuk en van de in artikel 4 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad. ». Art. 86.Artikel 11 van dezelfde wet, wordt aangevuld met het volgend lid : « Voor de toepassing van artikel 10 van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten7 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, worden de niet-recurrente resultaatgebonden voordelen beschouwd als zijnde loon. ». Art. 87.De artikelen 85 en 86 zijn van toepassing op de voordelen die vanaf 1 januari 2008 worden betaald of toegekend op basis van hoofdstuk II van de wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten2 betreffende de uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2007-2008 en op de voorwaarden vastgesteld door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad bedoeld in artikel 4 van deze wet. HOOFDSTUK III. - Mobiliteitstoeslag en kinderopvangtoeslag Art. 88.In artikel 7, § 1, derde lid, p), eerste lid, van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2002 pub. 27/07/2002 numac 2002015104 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet inzake consulaire bevolkingsregisters en identiteitskaarten type wet prom. 26/06/2002 pub. 20/07/2002 numac 2002003351 bron ministerie van financien Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro sluiten8 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij de programmawet van 22 december 2003, en laatst gewijzigd bij de programma wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten7, worden de woorden « bepaalde categorieën van oudere werklozen » vervangen door de woorden « bepaalde categorieën van werklozen » en de woorden « hierbij inbegrepen de oudere werklozen » vervangen door de woorden « hierbij inbegrepen de werklozen ». HOOFDSTUK IV. - Bepalingen tot aanvulling van de wet van 9 mei 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten8 houdende begeleidende maatregelen met betrekking tot de instelling van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan en procedures betreffende de rol van de werknemers in de Europese coöperatieve vennootschap Art. 89.De wet van 9 mei 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten8 houdende begeleidende maatregelen met betrekking tot de instelling van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan en procedures betreffende de rol van de werknemers in de Europese coöperatieve vennootschap wordt als volgt aangevuld : « HOOFDSTUK V. - Ontslagbescherming Art. 9.De leden van de bijzondere onderhandelingsgroep, de leden van het vertegenwoordigingsorgaan, de werknemersvertegenwoordigers die hun taak vervullen in het kader van een procedure ter informatie en raadpleging en de werknemersvertegenwoordigers die zetelen in een toezichts- of bestuursorgaan van een SCE of die deelnemen aan de algemene vergadering of aan de vergadering van een sectie of afdeling, die werknemers zijn van de SCE, haar dochterondernemingen of vestigingen of van een deelnemende vennootschap en hun vervangers genieten van de bijzondere ontslagregeling bepaald door de wet van 19 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten2 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen, alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden. Deze bijzondere regeling is op hen van toepassing voor elk ontslag dat plaatsvindt in een periode die aanvangt de dertigste dag voorafgaand aan hun aanwijzing en die eindigt de dag waarop hun mandaat een einde neemt. HOOFDSTUK VI. - Toezicht en sancties Art. 10.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren toezicht op de naleving van de bepalingen betreffende de rol van de werknemers in de SCE. Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten9 betreffende de arbeidsinspectie. Art. 11.Artikel 56 van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten0 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, gewijzigd door wetten van 23 april 1998 en van 10 augustus 2005, wordt aangevuld met het volgende lid : « Ten aanzien van overtredingen van bepalingen van de bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de rol van de werknemers in de Europese coöperatieve vennootschap, worden de leidinggevende of bestuursorganen, bedoeld in de voormelde collectieve arbeidsovereenkomsten, gelijkgesteld met de werkgever. ». Art. 12.Artikel 1, 14 °, van de wet van 30 juni 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten9 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, gewijzigd door wetten van 23 april 1998 en van 10 augustus 2005, wordt aangevuld als volgt : « ten aanzien van overtredingen van bepalingen van de bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de rol van de werknemers in de Europese coöperatieve vennootschap, worden de leidinggevende of bestuursorganen, bedoeld in de voormelde collectieve arbeidsovereenkomsten, gelijkgesteld met de werkgever; ». Art. 13.Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op elk lid van de bijzondere onderhandelingsgroep, op elk lid van het vertegenwoordigingsorgaan, op de werknemersvertegenwoordigers die hun taak vervullen in het kader van een procedure ter informatie en raadpleging, alsmede op de aangewezen deskundigen, die vertrouwelijke inlichtingen verspreid hebben die van die aard zijn dat zij ernstige schade aan de onderneming kunnen berokkenen of de werking van de onderneming ernstig kunnen belemmeren. HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding Art. 14.De artikelen 1 tot 9 van deze wet hebben uitwerking met ingang van 18 augustus 2006. ». Art. 90.Dit hoofdstuk treedt in werking op dezelfde dag als de wet van 9 mei 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten8 houdende begeleidende maatregelen met betrekking tot de instelling van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan en procedures betreffende de rol van de werknemers in de Europese coöperatieve vennootschap. TITEL IX. - Sociale Zaken HOOFDSTUK I. - Kinderbijslag Art. 91.Artikel 15 van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 oktober 1960 en bij de wetten van 29 april 1996, 10 juni 1998 en 12 augustus 2000, wordt aangevuld met het volgende lid : « De derde bedoeld in artikel 36 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten4 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2002 pub. 27/07/2002 numac 2002015104 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet inzake consulaire bevolkingsregisters en identiteitskaarten type wet prom. 26/06/2002 pub. 20/07/2002 numac 2002003351 bron ministerie van financien Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro sluiten8 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, is in de plaats van de werkgever onderworpen aan de bepalingen van dit artikel als hij de integrale bezoldiging van de werknemer uitkeert en in de plaats gesteld wordt van de werkgever voor het vervullen van alle verplichtingen betreffende deze bezoldiging bepaald door het eerder vermelde besluit. ». Art. 92.Artikel 68, tweede lid, van dezelfde wetten, voor het laatst gewijzigd bij de programmawet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 14/09/2001 numac 2001003420 bron ministerie van financien Wet tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds sluiten3 en vervangen bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, wordt vervangen door de volgende leden : « Wanneer het de persoon bedoeld in artikel 69 materieel onmogelijk is om de verschuldigde gezinsbijslag te ontvangen omdat hij zijn identiteit niet kan aantonen, dan wordt die in afwijking van de bepalingen van het eerste lid voor zijn rekening betaald aan de rechthebbende. De betaling verricht door de kinderbijslaginstelling is liberatoir voor zover de bijslagtrekkende, die in staat is gesteld om zijn identiteit aan te tonen, haar niet zijn wil om voortaan deze bijslag rechtstreeks te ontvangen schriftelijk betekende. De gezinsbijslag wordt betaald per overschrijving op een rekening bij een kredietinstelling zoals gedefinieerd in artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen. De gezinsbijslag wordt betaald per circulaire cheque als hij om technische of sociale redenen niet per overschrijving kan betaald worden. ». HOOFDSTUK II. - Sociale Maribel Art. 93.§ 1. In titel X van de wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wordt hoofdstuk X, dat de artikelen 184, vervangen bij de wet van 22 december 2003, en 185 bevat, opgeheven. § 2. De op 31 december 2007 beschikbare middelen van het begrotingsfonds sociale Maribel bedoeld in artikel 184, worden bij de Schatkist gevoegd. § 3. In de tabel gevoegd bij de wet van 24 december 1993 tot oprichting van begrotingsfondsen en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt de rubri

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.