← België

Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglement

Kort samengevat

Dit besluit regelt de informatieverplichtingen voor bedrijven die financiële instrumenten hebben toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, om zo transparantie te waarborgen en beleggers te beschermen. Het implementeert Europese richtlijnen over transparantie en informatieverstrekking.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
14 NOVEMBER 2007. - Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, heeft tot doel uitvoering te geven aan artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (hierna : "de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten"), zoals dat vervangen werd door artikel 42 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen (hierna : " wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten"). Het ontwerpbesluit heeft aldus tot doel de Europese Richtlijnen inzake informatieverplichtingen van genoteerde emittenten verder om te zetten. Het gaat inzonderheid om bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (hierna : "Richtlijn 2004/109/EG") en van Richtlijn 2007/14/EG van de Commissie van 8 maart 2007 tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (hierna : "Richtlijn 2007/14/EG"). Het gaat daarbij in het bijzonder om de verplichtingen inzake de informatieverstrekking aan het publiek en de verplichtingen ten aanzien van de houders van effecten, met name dan de verplichtingen die de gelijke behandeling moeten waarborgen van de houders van effecten die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, die in de huidige stand van het Belgische recht zijn vastgelegd in het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt (hierna : "het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten"). Onderhavig besluit zal het voornoemde besluit opheffen. De Regering wenst de aandacht te vestigen op het feit dat, in het kader van de benadering die wordt gevolgd in het zogenaamde Lamfalussyverslag, voor de opstelling van dit besluit een aantal beroepsfederaties en specialisten in de materie van de informatieverplichtingen van emittenten werden geraadpleegd. Alvorens over te gaan tot een artikelsgewijze bespreking, past het te vermelden dat dit besluit in zeven titels is opgesplitst. Na de algemene bepalingen van titel I, komen in titel II de verplichtingen inzake periodieke en bepaalde doorlopende informatie van emittenten aan bod. Titel III bevat enkele uitvoeringsbepalingen inzake openbaarmaking van voorkennis en titel IV beoogt de omzetting van artikel 10 van de Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (hierna : "Richtlijn 2004/25/EG"). De inhoudelijke verplichtingen worden in drie aparte titels (II, III en IV) opgenomen, omdat het toepassingsgebied ratione personae voor elk van deze titels verschilt. titel V handelt over de openbaarmaking, opslag en overmaking van informatie en titel VI over de bevoegdheden van de CBFA. Titel VII bevat de slotbepalingen. Hoofdstuk I van titel II handelt over de verplichtingen van emittenten waarvoor België de lidstaat van herkomst is. Het is van toepassing op emittenten als bedoeld in artikel 10, § 3, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, met dien verstande dat - overeenkomstig Richtlijn 2004/109/EG - enkel emittenten van effecten geviseerd worden. Hoofdstuk II bundelt de bepalingen met betrekking tot emittenten waarvan effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, maar waarvoor België niet de lidstaat van herkomst is. Dit hoofdstuk is van toepassing op emittenten als bedoeld in artikel 10, § 5, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten of, anders gezegd, op emittenten die niet bedoeld worden in artikel 3, eerste lid, en waarvan effecten al dan niet uitsluitend tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten. Ook in dit hoofdstuk worden enkel emittenten van effecten geviseerd. Voor de inhoudelijke verplichtingen volgt hoofdstuk I van titel II de structuur van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten. De belangrijkste nieuwe verplichtingen die aan de emittenten worden opgelegd, betreffen halfjaarlijkse financiële verslagen (in plaats van halfjaarlijkse communiqués) en tussentijdse verklaringen. Een ander verschilpunt is dat verschillende bepalingen van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten (in het bijzonder de artikelen 8 en 9) nog geen rekening hielden met de verplichting in hoofde van emittenten om hun geconsolideerde jaarrekening op te stellen overeenkomstig de Europees goedgekeurde IAS/IFRS (zie artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (hierna : "Verordening (EG) nr. 1606/2002")). In titel III worden de bepalingen samengebracht die de uitvoering van artikel 10, § 1, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten beogen. Deze bepalingen, die voortvloeien uit Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) (hierna : "Richtlijn 2003/6/EG") en uit Richtlijn 2003/124/EG van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de definitie en openbaarmaking van voorwetenschap en de definitie van marktmanipulatie betreft (hierna : "Richtlijn 2003/124/EG"), worden overgenomen uit het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten. Het is om die reden dat in de aanhef en in artikel 1 van onderhavig ontwerpbesluit verwezen wordt naar voormelde Richtlijnen. In titel V worden de bepalingen opgenomen inzake de openbaarmaking, de opslag en de overmaking van informatie. Richtlijn 2004/109/EG voert inderdaad het onderscheid in tussen openbaarmaking van informatie en opslag van informatie. Openbaarmaking (of verspreiding) gebeurt via de media en heeft tot doel informatie snel en op niet-discriminerende basis toegankelijk te maken voor een zo groot mogelijk publiek. Dankzij de opslag van informatie blijft informatie die verspreid werd ook na de verspreiding nog toegankelijk (of beschikbaar) voor het publiek. Verscheidene artikelen werden aangepast om rekening te houden met de opmerkingen van de Raad van State. De aanpassingen betreffen punctuele wijzigingen die door de Raad van State werden voorgesteld (bv. in artikel 13, § 4, in artikel 17, in artikel 18, § 2, in artikel 26, in artikel 27, in artikel 30, in artikel 34, 1°, in artikel 35, § 1, in artikel 41 en in artikel 46), alsook schrappingen van bepalingen of passages waar de Raad van State bezwaren tegen uitte (bv. in de artikelen 24 en 40). Ook werd naar aanleiding van suggesties van de Raad van State de commentaar bij sommige artikelen in het Verslag aan de Koning bijgewerkt (b.v. met betrekking tot de artikelen 11 en 13). In de gevallen waarin geen gevolg werd gegeven aan de bemerkingen van de Raad van State, wordt de reden hiervoor nader toegelicht in de commentaar bij de desbetreffende artikelen. Artikelsgewijze bespreking TITEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1 Artikel 1 verwijst naar de Richtlijnen waarvan met dit besluit bepalingen worden omgezet. Naar de Richtlijnen met betrekking tot marktmisbruik wordt enkel verwezen omdat in onderhavig ontwerpbesluit bepalingen die vroeger reeds genomen werden ter omzetting van die Richtlijnen, overgenomen worden. Artikel 2 In § 1 worden definities opgenomen. De definities vloeien hoofdzakelijk voort uit Richtlijn 2004/109/EG, met dien verstande dat - waar mogelijk - aansluiting wordt gezocht bij de bestaande Belgische wetgeving of bij de komende Belgische wetgeving. In dat licht wordt er rekening gehouden met de omzetting in het Belgische recht van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten. Daarnaast worden afkortingen vastgesteld van begrippen die courant gebruikt worden in de tekst van het besluit. In zijn advies maakt de Raad van State een opmerking over het feit dat sommige definities overeenstemmen met definities gebruikt in (titel II van) de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten, die volgens de Raad van State de juridische grondslag vormt van het ontwerpbesluit. De Raad van State stelt voor om, eerder dan deze definities over te nemen, ernaar te verwijzen. De Regering merkt op dat artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten (zoals gewijzigd door de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten) de juridische grondslag van het ontwerpbesluit vormt en niet titel II van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten, zodat het haar niet aangewezen lijkt om kruisverwijzingen op te nemen naar de definities opgenomen in titel II van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten. In antwoord op een andere opmerking van de Raad van State wordt gepreciseerd dat effecten die door middel van conversie of door uitoefening van de daaraan verbonden rechten recht geven tot het verkrijgen van aandelen niet onder de definitie van schuldinstrumenten vallen, maar wel onder de (ruimere) definitie van effecten. De definitie van gereglementeerde informatie in § 1, 9°, is ruimer dan wat noodzakelijk is voor de omzetting van Richtlijn 2004/109/EG. Naast de jaarlijkse en halfjaarlijkse financiële verslagen, de tussentijdse verklaringen (of de driemaandelijkse financiële verslagen), de zgn. aanvullende informatie (zie artikel 15 van het ontwerpbesluit) en voorkennis die rechtstreeks op de emittent betrekking heeft, worden ook de informatie aan aandeelhouders, de informatie aan houders van schuldinstrumenten en de jaarlijkse communiqués als "gereglementeerde informatie" beschouwd. Deze benadering sluit aan bij de huidige Belgische regelgeving. Het begrip "gereglementeerde informatie" verschilt van het begrip "alle informatie bedoeld in dit besluit" dat o.m. aan bod komt in de artikelen 41, 42 en 43 van het ontwerpbesluit. Dat laatste begrip is ruimer, vermits het ook betrekking heeft op volmachtformulieren (zie artikel 8 van het besluit), op ontwerpen van statutenwijziging (zie artikel 16, eerste lid), op de financiële kalender (zie artikel 41, eerste lid, 2°), op de prospectussen (zoals bedoeld in artikel 41, eerste lid, 3°), en, voor emittenten naar Belgisch recht, op bijzondere verslagen (zie artikel 16, tweede lid) en inlichtingen in het jaarverslag (zie artikel 34). TITEL II. - Verplichtingen inzake periodieke en bepaalde doorlopende informatie Artikel 3 Dit artikel beschrijft het toepassingsgebied van hoofdstuk I van titel II, m.n. emittenten waarvoor België de lidstaat van herkomst is. Dit toepassingsgebied wordt beschreven door een verwijzing naar artikel 10, § 3, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten. Die bepaling viseert twee categorieën van emittenten. Met betrekking tot de aanwijzing van de lidstaat van herkomst maakt Richtlijn 2004/109/EG inderdaad een onderscheid, naargelang de effecten die door de emittent werden uitgegeven. Voor emittenten van aandelen en voor emittenten van schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro, wordt de lidstaat van herkomst aangewezen in de Richtlijn; emittenten van andere effecten hebben daarentegen een keuzemogelijkheid. De eerste categorie van emittenten die in artikel 10, § 3, geviseerd wordt, zijn de emittenten van aandelen en de emittenten van schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro, die (i) hun statutaire zetel in België hebben of (ii) waarvan de statutaire zetel gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en die de jaarlijks te verstrekken informatie moeten indienen bij de CBFA overeenkomstig titel X van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. De tweede categorie zijn andere emittenten (d.w.z. emittenten waarvan geen aandelen of schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro maar wel andere financiële instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten) en die België hebben gekozen als lidstaat van herkomst (wat veronderstelt dat zij ofwel hun statutaire zetel in België hebben ofwel een toelating van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt). Artikel 3 preciseert bovendien dat hoofdstuk I van titel II enkel van toepassing is op emittenten die effecten hebben uitgegeven. Artikel 4 Dit artikel strekt tot uitvoering van artikel 10, § 4, vierde lid, 1° en 2°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten en tot omzetting van artikel 2 van Richtlijn 2007/14/EG. Het beschrijft de procedure die emittenten die een lidstaat van herkomst kunnen kiezen, moeten volgen voor het doen van die keuze voor België. Deze procedure geldt zowel bij inwerkingtreding van het besluit als na de inwerkingtreding ervan. Het beschrijft eveneens de minimumduur waarvoor deze keuze geldig blijft. Artikel 5 Het eerste lid stemt inhoudelijk overeen met artikel 2 van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten, met dien verstande dat deze bepaling, gelet op de openbaarmakingsvereisten uit Richtlijn 2004/109/EG (zie de commentaar bij artikel 35), niet langer beperkt is tot het ter beschikking stellen van informatie "in België". Het tweede lid strekt tot omzetting van artikel 7, eerste zinsdeel, van Richtlijn 2004/109/EG, en verduidelijkt voor zover als nodig dat de emittenten verantwoordelijk zijn voor (inzonderheid) de door hen overeenkomstig Afdeling IV, onderafdelingen I en II, op te stellen en openbaar te maken informatie. Het tweede zinsdeel van artikel 7 van Richtlijn 2004/109/EG wordt niet via een afzonderlijke bepaling omgezet vermits emittenten uiteraard aansprakelijk zijn voor de op hen rustende verplichtingen overeenkomstig de regels van het gemeen recht. Artikel 6 In dit artikel wordt de verplichting tot gelijke behandeling van effectenhouders die zich in gelijke omstandigheden bevinden, ingeschreven. Deze bepaling, die artikel 4 van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten overneemt, strekt tot omzetting van de artikelen 17.1 en 18.1 van Richtlijn 2004/109/EG. Artikel 7 Dit artikel herformuleert artikel 5 van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten voor wat de verplichtingen van emittenten ten aanzien van hun effectenhouders betreft, aangepast aan en rekening houdend met de voorschriften van de artikelen 17 en 18 van Richtlijn 2004/109/EG. Artikel 8 Dit artikel vloeit rechtstreeks voort uit de bepalingen van artikel 17.2 en van artikel 18.2 van Richtlijn 2004/109/EG. Artikel 9 Dit artikel strekt tot omzetting van de bepalingen van artikel 17.3 en 18.4 van Richtlijn 2004/109/EG. Er wordt een mogelijkheid gecreëerd in hoofde van de emittenten om - mits naleving van een aantal voorwaarden - langs elektronische weg informatie te verzenden, o.m. aan aandeelhouders en aan houders van schuldinstrumenten. Dit betreft slechts een toelating om informatie langs elektronische weg te verzenden, en verleent geen vrijstelling voor de naleving van de eventueel toepasselijke vennootschapsrechtelijke verplichtingen. Desgevallend zal de informatie bijgevolg zowel conform met de vennootschapsrechtelijke regels moeten worden verzonden of bekendgemaakt, en daarnaast langs elektronische weg kunnen worden verzonden. Eén van de uit Richtlijn 2004/109/EG overgenomen voorwaarden vereist dat identificatieregelingen worden getroffen zodat de aandeelhouders of de personen die het recht hebben stemrechten uit te oefenen daadwerkelijk kunnen worden ingelicht (zie § 1, 2°). Overweging 22 van de Richtlijn verduidelijkt dat de verplichting om daadwerkelijk te informeren slechts geldt voorzover de emittent de identiteit van de betrokken personen kan achterhalen. Deze bepaling zal wellicht herzien moeten worden in het kader van de omzetting van de Richtlijn betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen. Artikel 10 Met dit artikel wordt artikel 18.3 van Richtlijn 2004/109/EG omgezet. Artikel 11 Dit artikel vloeit niet voort uit Richtlijn 2004/109/EG. De Regering neemt zich voor om de emittenten niet langer te verplichten om een jaarlijks communiqué openbaar te maken binnen de drie maanden na het einde van het boekjaar. Wanneer zij evenwel in de periode tussen het opmaken van de jaarrekeningen en het openbaar maken van het jaarlijks financieel verslag als bedoeld in artikel 12, op vrijwillige basis een jaarlijks communiqué openbaar maken, dan dient dat communiqué aan bepaalde inhoudelijke voorwaarden te voldoen. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op artikel 8 van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten, met dien verstande dat de cijfergegevens zullen moeten voortvloeien uit de jaarrekeningen, die moeten worden opgesteld overeenkomstig de IAS/IFRS (voor de geconsolideerde jaarrekeningen) of overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de emittent gevestigd is (voor de enkelvoudige jaarrekeningen). Deze bepaling beoogt de emittenten te responsabiliseren. Paragraaf 2 beschrijft welke cijfergegevens minstens in het jaarlijks communiqué moeten worden opgenomen. Het gaat daarbij uitsluitend over resultaatgegevens. Emittenten die een geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen, moeten gegevens verstrekken voor alle posten, kopjes en subtotalen die in de winst- en verliesrekening over het desbetreffende boekjaar (d.w.z. het boekjaar waarop het communiqué slaat) zullen worden opgenomen. Emittenten die geen geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen, maar die hun enkelvoudige jaarrekening (verplicht of op vrijwillige basis) overeenkomstig IAS/IFRS opstellen, verstrekken dezelfde gegevens. De winst per aandeel wordt verondersteld een post van de winst- en verliesrekening te zijn. Emittenten die geen geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen en die hun enkelvoudige jaarrekening niet overeenkomstig IAS/IFRS opstellen, moeten gegevens verstrekken die voortvloeien uit de resultatenrekening, zoals opgesteld overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de emittent gevestigd is. Het jaarlijks communiqué moet expliciet vermelden of de jaarrekeningen al dan niet al werden gecontroleerd door de commissaris (voor Belgische emittenten) of door de met de controle van de jaarrekeningen belaste persoon (voor emittenten uit andere lidstaten) (§ 4). Het begrip "gecontroleerd" verwijst naar de wettelijke controle, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (hierna : "Richtlijn 2006/43/EG"). In § 4 wordt artikel 8, § 6, tweede lid, van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten hernomen, zij het dat de tekst verder werd verfijnd. De commissarissen van emittenten naar Belgisch recht kunnen zich dan ook nog steeds beroepen op het advies van de Raad van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren van 7 januari 2000 over de rol van de commissaris inzake halfjaarlijkse en jaarlijkse communiqués van genoteerde vennootschappen. Artikel 12 Artikel 4 van Richtlijn 2004/109/EG wordt vrijwel letterlijk overgenomen in artikel 12. Qua terminologie werden enkele aanpassingen gedaan, om de tekst van het artikel, voor wat betreft begrippen van het jaarrekeningenrecht, zo nauw mogelijk te laten aansluiten bij o.m. die van het Wetboek van vennootschappen en de terzake geldende Europese Richtlijnen, m.n. de vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (hierna : "Richtlijn 78/660/EEG") en de zevende Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 betreffende de geconsolideerde jaarrekening (hierna : "Richtlijn 83/349/EEG"). In zijn advies heeft de Raad van State een opmerking gemaakt over het feit dat de in dit artikel gehanteerde terminologie niet volledig aansluit bij de in Richtlijnen 2004/109/EG en 2007/14/EG gehanteerde terminologie. De Regering wil benadrukken dat zulks bewust gedaan werd om de tekst van het artikel, voor wat betreft begrippen van het jaarrekeningenrecht, zo nauw mogelijk te laten aansluiten bij o.m. die van het Wetboek van vennootschappen en de terzake geldende Europese Richtlijnen. Het is inderdaad zo dat de Engelse tekst van Richtlijnen 2004/109/EG en 2007/14/EG - in tegenstelling tot de Nederlandse en de Franse tekst - qua terminologie volledig overeenstemt met de Engelse tekst van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG, zodat afstemming op de terminologie gebruikt in de Nederlandse en de Franse tekst van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG en bij de omzetting daarvan verantwoord is. De verplichting tot opstelling van jaarlijkse financiële verslagen is geen nieuwe verplichting voor emittenten. Een jaarlijks financieel verslag bestaat uit de gecontroleerde jaarrekeningen, het jaarverslag, een verklaring over het getrouw beeld van de jaarrekeningen en het getrouwe overzicht in het jaarverslag en het ondertekende verslag van de commissaris of van de met de controle van de jaarrekeningen belaste persoon. Het begrip "gecontroleerde" jaarrekeningen verwijst (zoals het begrip "gecontroleerd" in artikel 11, § 4) naar de wettelijke controle door de commissaris (voor Belgische emittenten) of door de met de controle van de jaarrekeningen belaste persoon (voor emittenten uit andere lidstaten). De verklaring over het getrouw beeld van de jaarrekeningen en het getrouwe overzicht in het jaarverslag is een nieuw element. In het Belgisch recht zijn verschillende aanknopingspunten te vinden voor de inhoud van deze verklaring. Het eerste luik komt ook voor in de verklaring die de commissaris moet doen (zie artikel 148, eerste lid, 3° W.Venn.) en het tweede luik van de verklaring maakt precies het voorwerp uit van het verslag van de raad van bestuur (zie artikel 119, tweede lid, 1° W.Venn.). Deze verklaring moet worden gegeven door de bij de emittent verantwoordelijke persoon of personen, wier naam en functie duidelijk moeten worden vermeld. Deze verklaring zal in principe worden gegeven onder verantwoordelijkheid van de emittent (zie ook artikel 5, tweede lid) en kan dan ook worden gegeven namens en voor rekening van de emittent (mits naleving van de vereiste inzake vermelding van naam en functie van de persoon of de personen die de verklaring afleggen). Artikel 13 Dit artikel strekt tot omzetting van artikel 5 van Richtlijn 2004/109/EG en van de artikelen 3 en 4 van Richtlijn 2007/14/EG. Ook in dit artikel werden enkele terminologische aanpassingen gedaan, om dezelfde reden als in artikel 12. De verplichting tot opstelling van halfjaarlijkse financiële verslagen is een nieuwe verplichting voor emittenten. Een halfjaarlijks financieel verslag bestaat uit de verkorte financiële overzichten, een tussentijds jaarverslag en - net als een jaarlijks financieel verslag - een verklaring over het getrouw beeld van de verkorte financiële overzichten en het getrouwe overzicht in het tussentijds jaarverslag. In § 3 wordt de inhoud beschreven van de verkorte financiële overzichten wanneer de emittent zijn jaarrekeningen overeenkomstig de IAS/IFRS opstelt. In dat geval dient de emittent IAS 34 toe te passen. In § 4 wordt de inhoud beschreven van de verkorte financiële overzichten wanneer de emittent zijn jaarrekeningen niet overeenkomstig de IAS/IFRS opstelt. In dat geval bevatten de verkorte financiële overzichten ten minste een verkorte balans, een verkorte winst- en verliesrekening en de toelichting daarbij. Luidens het tweede lid van § 4 dient de verkorte balans en de verkorte winst- en verliesrekening alle posten, kopjes en subtotalen te bevatten die in de meeste recente jaarrekeningen van de emittent zijn opgenomen. Bovendien dienen additionele posten te worden opgenomen indien de halfjaarlijkse financiële overzichten een misleidend beeld zouden geven. Deze bepaling vormt de omzetting van artikel 3.2, eerste lid, van Richtlijn 2007/14/EG, dat op zijn beurt geïnspireerd is door IAS 34, § 10. In de eerste zin werd bijkomend het woord "posten" ingelast vóór "kopjes en subtotalen", hoewel dat woord niet voorkomt in het voornoemde artikel 3.2 en in IAS 34, § 10, eerste zin, die enkel spreken over "kopjes en subtotalen". Deze toevoeging is ingegeven door de overweging dat het logisch lijkt om dit voorschrift zo te lezen dat in bijna alle situaties ook "posten" bedoeld worden. Luidens het derde lid van § 4 dienen ook gegevens per aandeel te worden verstrekt. Het vierde lid handelt over vergelijkende gegevens en het vijfde lid over de toelichting. De inhoud van het tussentijds jaarverslag wordt omschreven in §§ 5 en 6. Het tweede en het derde lid van § 6 strekken meer bepaald tot omzetting van artikel 4 van Richtlijn 2007/14/EG. Het begrip "materiële" wordt gebruikt in de (in de context van jaarrekeningen) internationaal algemeen aanvaarde betekenis van dat woord, volgens dewelke informatie materieel is indien het weglaten of het onjuist weergeven daarvan een invloed zou kunnen hebben op de economische beslissingen die gebruikers op basis van de jaarrekening nemen. In zijn advies vraagt de Raad van State om de bovenvermelde definitie in de tekst van het artikel zelf op te nemen. Het kan evenwel niet de bedoeling zijn om in dit besluit alle boekhoudkundige begrippen die erin voorkomen, te definiëren. Uit de precisering, in § 6, tweede lid, 1° en 2°, met betrekking tot "belangrijkste transacties met verbonden partijen", kan worden afgeleid dat "belangrijkste" de facto hetzelfde betekent als "materiële". Voor wat § 6, tweede lid, 2°, betreft, stelt het technisch advies van CESR (Committee of European Securities Regulators) waarop artikel 4 van Richtlijn 2007/14/EG is gebaseerd, dat het gaat om een actualisering van in het meest recente jaarverslag beschreven transacties die materiële gevolgen konden hebben voor de financiële positie of resultaten van de emittent in de rapporteringsperiode, zijnde de eerste zes maanden van het lopende boekjaar, voor zover zij al niet begrepen zouden zijn onder 1°. Het derde lid van § 6 is gebaseerd op artikel 43.1, punt 7ter, van Richtlijn 78/660/EEG. Onder "verbonden partij" wordt hetzelfde verstaan als in de internationale standaarden voor jaarrekeningen die zijn goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002. Paragraaf 7 strekt tot omzetting van artikel 5.5 van Richtlijn 2004/109/EG en neemt de filosofie van artikel 8, § 6, eerste lid, van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten over. Artikel 14 Artikel 14 schrijft, voor emittenten van aandelen, de openbaarmaking voor van tussentijdse verklaringen. Hiermee wordt artikel 6.1 van Richtlijn 2004/109/EG omgezet. Dit is eveneens een nieuwe verplichting voor de emittenten. Het komt aan de emittenten toe om, rekening houdend met artikel 5, tweede lid, van het ontwerpbesluit, te bepalen wie de tussentijdse verklaring opstelt. Richtlijn 2004/109/EG voorziet in artikel 6.2 dat emittenten die, uit hoofde van de nationale wetgeving, de voorschriften van de gereglementeerde markt of eigener beweging, "driemaandelijkse financiële verslagen" openbaar maken, in overeenstemming met die wetgeving of die voorschriften, niet verplicht zijn om de tussentijdse verklaringen openbaar te maken. In onderhavig ontwerpbesluit wordt als "driemaandelijks financieel verslag" beschouwd : 1°) een verslag dat inhoudelijk aansluit bij een halfjaarlijks financieel verslag, m.a.w. een verslag bestaande uit verkorte financiële overzichten overeenkomstig IAS 34 (of, indien de emittent geen geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, overeenkomstig artikel 13, § 4), een tussentijds jaarverslag en een verklaring van verantwoordelijke personen; 2°) een verslag zoals voorgeschreven door gelijkwaardige marktregels. De Raad van State merkt op dat bovenstaande precisering ook in de tekst van § 2 moeten worden opgenomen. Om hieraan tegemoet te komen werd verduidelijkt dat dergelijke verslagen moeten worden opgesteld na afloop van het eerste en het derde kwartaal van het boekjaar. Voor het overige moet voor driemaandelijkse financiële verslagen die inhoudelijk aansluiten bij halfjaarlijkse financiële verslagen de verwijzing naar de voorschriften van artikel 13, §§ 2 tot 7 volstaan. De woorden "mutatis mutandis" worden enkel gebruikt om aan te geven dat daar waar artikel 13 over een periode van zes maanden spreekt, artikel 14, § 2, handelt over periodes van drie maanden. Artikel 15 Dit artikel herformuleert artikel 6, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten, aangepast en rekening houdend met artikel 16 van Richtlijn 2004/109/EG. In zijn advies vraagt de Raad van State om in het tweede lid de formulering gehanteerd in artikel 16.2 van de Richtlijn letterlijk over te nemen. De Regering is van mening dat zulks tot verwarring zou kunnen leiden en wenst te benadrukken dat de andere effecten (dan aandelen) tot de verhandeling moeten zijn toegelaten en dat het derhalve onverschillig is of de aandelen zelf al dan niet tot de verhandeling zijn toegelaten. Artikel 16 Het eerste lid verplicht emittenten de ontwerpteksten tot wijziging van hun oprichtingsakte of hun statuten verkrijgbaar te stellen voor het publiek. Richtlijn 2004/109/EG voorziet dat deze informatie aan de marktonderneming van de gereglementeerde markt moet worden overgemaakt. Deze verplichting wordt als dusdanig omgezet. Deze informatie dient ook aan de CBFA te worden overgemaakt op grond van en overeenkomstig artikel 42. Het tweede lid verplicht emittenten naar Belgisch recht om ook hun bijzondere verslagen bedoeld in het Wetboek van vennootschappen verkrijgbaar te stellen voor het publiek. Deze verslagen dienen eveneens aan de CBFA te worden overgemaakt. Artikel 17 Dit artikel bevat een aantal uitzonderingsbepalingen. Het eerste lid heeft tot doel de optie van artikel 1.3 van Richtlijn 2004/109/EG te lichten. Het tweede lid beoogt de omzetting van artikel 16.3 (in fine), van de Richtlijn. Artikel 18 Ook dit artikel bevat uitzonderingsbepalingen. In § 1 wordt artikel 8.1 van Richtlijn 2004/109/EG omgezet; in § 2 worden de opties van artikel 8.2. en artikel 8.3. gelicht. Artikel 19 Het eerste lid beoogt de gedeeltelijke omzetting van artikel 23.1 van Richtlijn 2004/109/EG. De CBFA kan, als bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, emittenten uit derde landen ontheffing verlenen van bepaalde verplichtingen opgelegd door Richtlijn 2004/109/EG en derhalve door het besluit, mits de wetgeving van het betrokken derde land "gelijkwaardige" verplichtingen oplegt of de emittent zich houdt aan de wetgeving van een derde land die gelijkwaardige verplichtingen oplegt. Het tweede lid beoogt de omzetting van artikel 23.1, tweede lid van Richtlijn 2004/109/EG, dat bepaalt dat de informatie waarvoor de in het derde land opgelegde (inhoudelijke) verplichtingen gelden, wel moeten worden overgemaakt aan de toezichthouder en openbaar gemaakt overeenkomstig de regels van dit besluit. De Raad van State merkt op dat het verkieslijk zou zijn om artikel 23.1, tweede lid, letterlijk om te zetten en derhalve artikel 19, tweede lid, van het ontwerpbesluit te herschrijven. De Regering benadrukt dat artikel 19, tweede lid, weliswaar hetzelfde beoogt als artikel 23.1, tweede lid, van Richtlijn 2004/109/EG, maar dat zij de huidige formulering verkiest, omdat artikel 16, tweede lid, van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten, dat hetzelfde regelt voor het andere luik van Richtlijn 2004/109/EG, m.n. de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, op dezelfde wijze geformuleerd is. Vermits de taalregels voortvloeien uit artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten (en niet uit dit besluit), blijven zij conform artikel 23.1, tweede lid, van Richtlijn 2004/109/EG onverkort van toepassing. Artikelen 20-26 Richtlijn 2007/14/EG vult de algemene bepaling van artikel 19 verder in, voor een aantal elementen van informatie. Zij doet dit door de voorwaarden te beschrijven waaronder de wetgeving van een derde land (voor de betrokken punten) geacht wordt verplichtingen op te leggen die gelijkwaardig zijn aan de verplichtingen voortvloeiend uit Richtlijn 2004/109/EG. De desbetreffende bepalingen van Richtlijn 2007/14/EG worden omgezet in de artikelen 20 tot 26. Artikel 20 Dit artikel zet artikel 22 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen inzake informatie over algemene vergaderingen. Artikel 21 Dit artikel zet artikel 13 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen inzake het jaarverslag. De beschrijving is gebaseerd op de artikelen 46.1, a) en b), en 46.2, a) en b), van Richtlijn 78/660/EEG en op de artikelen 36.1, eerste en tweede lid, en 36.2, a) en b), van Richtlijn 83/349/EEG. In zijn advies heeft de Raad van State - net als in verband met artikel 12 - een opmerking gemaakt over het feit dat de in dit artikel gehanteerde terminologie niet volledig aansluit bij de in Richtlijn 2007/14/EG gehanteerde terminologie. Voor de door de Regering gevolgde redenering kan verwezen worden naar de bespreking van artikel 12. Artikel 22 Dit artikel zet artikel 14 van Richtlijn 2007/14/EG om. Het beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen inzake het tussentijdse jaarverslag. Eén van de elementen die het tussentijdse jaarverslag krachtens artikel 22 ten minste moet bevatten is informatie over de verwachte ontwikkeling van de emittent (wat een concept is uit Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG, dat in Belgisch recht werd omgezet resp. in artikel 96, eerste lid, 3°, W.Venn. en in artikel 119, tweede lid, 3°, W.Venn.). Dit verschilt van wat voor emittenten uit lidstaten van de Europese Economische Ruimte voorgeschreven wordt in artikel 13, § 5, dat verplicht tot opname van een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden voor de resterende maanden van het boekjaar. Artikel 14 van Richtlijn 2007/14/EG is gestoeld op een technisch advies van CESR, luidens hetwelk informatie over de verwachte ontwikkeling als minder specifiek en dus flexibeler wordt beschouwd dan een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden voor de resterende maanden van het boekjaar. Artikel 23 Dit artikel zet artikel 15 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen inzake de zgn. verklaring van verantwoordelijke personen. Artikel 24 Dit artikel zet artikel 16 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen inzake tussentijdse verklaringen en driemaandelijkse financiëleverslagen. De verwijzing naar driemaandelijkse financiële verslagen dient begrepen te worden als driemaandelijkse financiële verslagen, zoals gedefinieerd in de wetgeving van het derde land. Artikel 25 Dit artikel zet artikel 17 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen inzake de openbaarmaking van een enkelvoudige jaarrekening door emittenten die een geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen (en openbaar maken). Het eerste lid bepaalt dat emittenten uit derde landen die krachtens hun nationale wetgeving geen enkelvoudige jaarrekening moeten verstrekken, kunnen volstaan met de vermelding van enkele specifieke elementen in hun geconsolideerde jaarrekening. In zijn advies merkt de Raad van State op dat de woorden "minimumkapitaal en" dienen geschrapt te worden, omdat zij verder zouden gaan dan wat in artikel 17, eerste lid, b), van Richtlijn 2007/14/EG is voorzien. De Regering is echter van mening dat deze woorden niet kunnen geschrapt worden, omdat zulks zou leiden tot een onvolledige omzetting van het voornoemde artikel. Het is inderdaad zo dat er een verschil bestaat tussen de Nederlandse en de Franse tekst van artikel 17, eerste lid, b) : in de Franse tekst is er geen verwijzing naar "minimumkapitaal", maar in de Nederlandse tekst (alsook in de Engelse tekst) wel. Krachtens het tweede lid dienen emittenten uit derde landen desgevallend in staat te zijn de CBFA aanvullende gecontroleerde informatie over hun enkelvoudige jaarrekening te verstrekken die van belang is voor de in het eerste lid bedoelde informatie. Dit voorschrift mag niet worden geïnterpreteerd als een verplichting om een (volledige) enkelvoudige jaarrekening openbaar te maken. Artikel 26 Dit artikel zet artikel 18 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen inzake de opstelling van een enkelvoudige jaarrekening door emittenten die geen geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen. Het tweede lid sluit aan bij bijlage I, 20.1, § 1, in fine, van Verordening (EG) nr. 809/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de in het prospectus te verstrekken informatie, de vormgeving van het prospectus, de opneming van informatie door middel van verwijzing, de publicatie van het prospectus en de verspreiding van advertenties betreft. Het begrip "controle" verwijst naar de wettelijke controle (zie ook de commentaar bij de artikelen 11 en 12). Artikel 27 In tegenstelling tot artikel 19, waar een beslissing tot ontheffing van de CBFA is vereist (overeenkomstig artikel 23.1 van Richtlijn 2004/109/EG), verleent artikel 27 een automatische ontheffing in het geval de Europese regels bepaalde standaarden voor jaarrekeningen van derde landen als gelijkwaardig bestempelen, of het gebruik daarvan tijdens een overgangsperiode toestaan. Dit wordt momenteel geregeld door Beschikking 2006/891/EG van de Commissie van 4 december 2006 betreffende het gebruik door effectenuitgevende instellingen uit derde landen van overeenkomstig internationaal aanvaarde standaarden voor jaarrekeningen opgestelde informatie, die in een overgangsperiode voorziet en andere maatregelen in het vooruitzicht stelt. Aangezien het jaarlijks communiqué niet voortvloeit uit Richtlijn 2004/109/EG maar uit de nationale wetgeving, strekken de Europese regels omtrent de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen van derde landen zich als dusdanig niet uit tot het jaarlijks communiqué. Omdat de cijfergegevens in het jaarlijks communiqué moeten voortvloeien uit de jaarrekeningen (artikel 11, § 2), vloeit dit niettemin voort uit het voorgestelde Belgische reglementair kader. De ontheffing die wordt verleend uit hoofde van dit artikel werkt dus, ingevolge artikel 11, § 2, van rechtswege door voor het gebruik van die standaarden bij de in het jaarlijks communiqué op te nemen cijfergegevens. Artikel 28 Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied van hoofdstuk II, m.n. emittenten waarvoor België niet de lidstaat van herkomst is, maar waarvan wel effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt. Artikel 29 Dit artikel beoogt de omzetting van artikel 26 van Richtlijn 2004/109/EG, waarin de (zeer beperkte) bevoegdheden van de lidstaat van ontvangst worden beschreven. In zijn advies maakt de Raad van State de opmerking dat dit artikel grotendeels artikel 21 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten overneemt en stelt hij voor om dit artikel te schrappen. De Regering wenst te herhalen dat Richtlijn 2004/109/EG twee domeinen van openbaarmaking van informatie behelst. Het eerste is de openbaarmaking van informatie over belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De omzetting van dit domein gebeurt middels titel II van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten en zijn eventuele uitvoeringsbesluiten. Het tweede is de openbaarmaking van periodieke en doorlopende informatie over emittenten waarvan de effecten reeds tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De omzetting van dit domein gebeurt middels artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, zoals vervangen door artikel 42 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten en dit ontwerpbesluit. In artikel 21 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten worden derhalve de bewarende maatregelen opgenomen voor het eerste domein, in artikel 29 van het ontwerpbesluit de bewarende maatregelen voor het tweede domein. Artikel 29 kan dus niet geschrapt worden. Artikel 30 Dit artikel hangt samen met artikel 21.3 van Richtlijn 2004/109/EG. Die bepaling schrijft voor dat wanneer effecten slechts in één lidstaat van ontvangst en niet in de lidstaat van herkomst tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, de lidstaat van ontvangst er zorg voor draagt dat de gereglementeerde informatie wordt openbaar gemaakt. Die bepaling kan zo worden geïnterpreteerd dat wanneer effecten van een emittent uitsluitend tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zouden zijn toegelaten in één andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst, de regels van openbaarmaking (in tegenstelling tot de inhoudelijke verplichtingen) zouden voort …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.