Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglement

Kort samengevat

Dit besluit regelt de informatieverplichtingen voor bedrijven die financiële instrumenten hebben toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, om zo transparantie te waarborgen en beleggers te beschermen. Het implementeert Europese richtlijnen over transparantie en informatieverstrekking.

Wat het regelt

  • De verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
  • De informatieverstrekking aan het publiek en aan houders van effecten.
  • De gelijke behandeling van houders van effecten in dezelfde omstandigheden.
  • De openbaarmaking van voorkennis en de verplichtingen bij openbare overnamebiedingen.

Wie het aanbelangt

  • Emittenten van financiële instrumenten (zoals aandelen) die verhandeld worden op een gereglementeerde markt.
  • Houders van effecten van deze emittenten.

Kernpunten

  • Emittenten moeten halfjaarlijkse financiële verslagen en tussentijdse verklaringen publiceren.
  • De geconsolideerde jaarrekening moet worden opgesteld volgens de Europees goedgekeurde IAS/IFRS standaarden.
  • Er zijn specifieke regels voor emittenten waarvoor België de lidstaat van herkomst is, en voor emittenten waarvoor dit niet het geval is.
  • Het besluit omvat bepalingen ter uitvoering van Europese richtlijnen betreffende handel met voorwetenschap en marktmisbruik.
Wettekst
Wettekst
Obsah (6)§ 1§ 4§ 3§§ 5§ 6§ 2

14 NOVEMBER 2007. - Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, heeft tot doel uitvoering te geven aan artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (hierna : "de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten"), zoals dat vervangen werd door artikel 42 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen (hierna : " wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten"). Het ontwerpbesluit heeft aldus tot doel de Europese Richtlijnen

zake

formatieverplichtingen van genoteerde emittenten verder om te zetten. Het gaat

zonderheid om bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor

formatie over uitgevende

stellingen waarvan effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (hierna : "Richtlijn 2004/109/EG") en van Richtlijn 2007/14/EG van de Commissie van 8 maart 2007 tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG betreffende de transparantievereisten die gelden voor

formatie over uitgevende

stellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (hierna : "Richtlijn 2007/14/EG"). Het gaat daarbij

het bijzonder om de verplichtingen

zake de

formatieverstrekking aan het publiek en de verplichtingen ten aanzien van de houders van effecten, met name dan de verplichtingen die de gelijke behandeling moeten waarborgen van de houders van effecten die zich

dezelfde omstandigheden bevinden, die

de huidige stand van het Belgische recht zijn vastgelegd

het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt (hierna : "het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten"). Onderhavig besluit zal het voornoemde besluit opheffen. De Regering wenst de aandacht te vestigen op het feit dat,

het kader van de benadering die wordt gevolgd

het zogenaamde Lamfalussyverslag, voor de opstelling van dit besluit een aantal beroepsfederaties en specialisten

de materie van de

formatieverplichtingen van emittenten werden geraadpleegd. Alvorens over te gaan tot een artikelsgewijze bespreking, past het te vermelden dat dit besluit

zeven titels is opgesplitst. Na de algemene bepalingen van titel I, komen

titel II de verplichtingen

zake periodieke en bepaalde doorlopende

formatie van emittenten aan bod. Titel III bevat enkele uitvoeringsbepalingen

zake openbaarmaking van voorkennis en titel IV beoogt de omzetting van artikel 10 van de Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (hierna : "Richtlijn 2004/25/EG"). De

houdelijke verplichtingen worden

drie aparte titels (II, III en IV) opgenomen, omdat het toepassingsgebied ratione personae voor elk van deze titels verschilt. titel V handelt over de openbaarmaking, opslag en overmaking van

formatie en titel VI over de bevoegdheden van de CBFA. Titel VII bevat de slotbepalingen. Hoofdstuk I van titel II handelt over de verplichtingen van emittenten waarvoor België de lidstaat van herkomst is. Het is van toepassing op emittenten als bedoeld

artikel 10, § 3, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, met dien verstande dat - overeenkomstig Richtlijn 2004/109/EG - enkel emittenten van effecten geviseerd worden. Hoofdstuk II bundelt de bepalingen met betrekking tot emittenten waarvan effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten, maar waarvoor België niet de lidstaat van herkomst is. Dit hoofdstuk is van toepassing op emittenten als bedoeld

artikel 10, § 5, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten of, anders gezegd, op emittenten die niet bedoeld worden

artikel 3, eerste lid, en waarvan effecten al dan niet uitsluitend tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten. Ook

dit hoofdstuk worden enkel emittenten van effecten geviseerd. Voor de

houdelijke verplichtingen volgt hoofdstuk I van titel II de structuur van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten. De belangrijkste nieuwe verplichtingen die aan de emittenten worden opgelegd, betreffen halfjaarlijkse financiële verslagen (

plaats van halfjaarlijkse communiqués) en tussentijdse verklaringen. Een ander verschilpunt is dat verschillende bepalingen van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten (

het bijzonder de artikelen 8 en 9) nog geen rekening hielden met de verplichting

hoofde van emittenten om hun geconsolideerde jaarrekening op te stellen overeenkomstig de Europees goedgekeurde IAS/IFRS (zie artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van

ternationale standaarden voor jaarrekeningen (hierna : "Verordening (EG) nr. 1606/2002")).

titel III worden de bepalingen samengebracht die de uitvoering van artikel 10, § 1, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten beogen. Deze bepalingen, die voortvloeien uit Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) (hierna : "Richtlijn 2003/6/EG") en uit Richtlijn 2003/124/EG van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de definitie en openbaarmaking van voorwetenschap en de definitie van marktmanipulatie betreft (hierna : "Richtlijn 2003/124/EG"), worden overgenomen uit het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten. Het is om die reden dat

de aanhef en

artikel 1 van onderhavig ontwerpbesluit verwezen wordt naar voormelde Richtlijnen.

titel V worden de bepalingen opgenomen

zake de openbaarmaking, de opslag en de overmaking van

formatie. Richtlijn 2004/109/EG voert

derdaad het onderscheid

tussen openbaarmaking van

formatie en opslag van

formatie. Openbaarmaking (of verspreiding) gebeurt via de media en heeft tot doel

formatie snel en op niet-discriminerende basis toegankelijk te maken voor een zo groot mogelijk publiek. Dankzij de opslag van

formatie blijft

formatie die verspreid werd ook na de verspreiding nog toegankelijk (of beschikbaar) voor het publiek. Verscheidene artikelen werden aangepast om rekening te houden met de opmerkingen van de Raad van State. De aanpassingen betreffen punctuele wijzigingen die door de Raad van State werden voorgesteld (bv.

artikel 13, § 4,

artikel 17,

artikel 18, § 2,

artikel 26,

artikel 27,

artikel 30,

artikel 34, 1°,

artikel 35, § 1,

artikel 41 en

artikel 46), alsook schrappingen van bepalingen of passages waar de Raad van State bezwaren tegen uitte (bv.

de artikelen 24 en 40). Ook werd naar aanleiding van suggesties van de Raad van State de commentaar bij sommige artikelen

het Verslag aan de Koning bijgewerkt (b.v. met betrekking tot de artikelen 11 en 13).

de gevallen waarin geen gevolg werd gegeven aan de bemerkingen van de Raad van State, wordt de reden hiervoor nader toegelicht

de commentaar bij de desbetreffende artikelen. Artikelsgewijze bespreking TITEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1 Artikel 1 verwijst naar de Richtlijnen waarvan met dit besluit bepalingen worden omgezet. Naar de Richtlijnen met betrekking tot marktmisbruik wordt enkel verwezen omdat

onderhavig ontwerpbesluit bepalingen die vroeger reeds genomen werden ter omzetting van die Richtlijnen, overgenomen worden. Artikel 2

§ 1worden definities opgenomen.

De definities vloeien hoofdzakelijk voort uit Richtlijn 2004/109/EG, met dien verstande dat - waar mogelijk - aansluiting wordt gezocht bij de bestaande Belgische wetgeving of bij de komende Belgische wetgeving.

dat licht wordt er rekening gehouden met de omzetting

het Belgische recht van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële

strumenten. Daarnaast worden afkortingen vastgesteld van begrippen die courant gebruikt worden

de tekst van het besluit.

zijn advies maakt de Raad van State een opmerking over het feit dat sommige definities overeenstemmen met definities gebruikt

(titel II van) de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten, die volgens de Raad van State de juridische grondslag vormt van het ontwerpbesluit. De Raad van State stelt voor om, eerder dan deze definities over te nemen, ernaar te verwijzen. De Regering merkt op dat artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten (zoals gewijzigd door de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten) de juridische grondslag van het ontwerpbesluit vormt en niet titel II van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten, zodat het haar niet aangewezen lijkt om kruisverwijzingen op te nemen naar de definities opgenomen

titel II van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten.

antwoord op een andere opmerking van de Raad van State wordt gepreciseerd dat effecten die door middel van conversie of door uitoefening van de daaraan verbonden rechten recht geven tot het verkrijgen van aandelen niet onder de definitie van schuldinstrumenten vallen, maar wel onder de (ruimere) definitie van effecten. De definitie van gereglementeerde

formatie

§ 1

, 9°, is ruimer dan wat noodzakelijk is voor de omzetting van Richtlijn 2004/109/EG. Naast de jaarlijkse en halfjaarlijkse financiële verslagen, de tussentijdse verklaringen (of de driemaandelijkse financiële verslagen), de zgn. aanvullende

formatie (zie artikel 15 van het ontwerpbesluit) en voorkennis die rechtstreeks op de emittent betrekking heeft, worden ook de

formatie aan aandeelhouders, de

formatie aan houders van schuldinstrumenten en de jaarlijkse communiqués als "gereglementeerde

formatie" beschouwd. Deze benadering sluit aan bij de huidige Belgische regelgeving. Het begrip "gereglementeerde

formatie" verschilt van het begrip "alle

formatie bedoeld

dit besluit" dat o.m. aan bod komt

de artikelen 41, 42 en 43 van het ontwerpbesluit. Dat laatste begrip is ruimer, vermits het ook betrekking heeft op volmachtformulieren (zie artikel 8 van het besluit), op ontwerpen van statutenwijziging (zie artikel 16, eerste lid), op de financiële kalender (zie artikel 41, eerste lid, 2°), op de prospectussen (zoals bedoeld

artikel 41, eerste lid, 3°), en, voor emittenten naar Belgisch recht, op bijzondere verslagen (zie artikel 16, tweede lid) en

lichtingen

het jaarverslag (zie artikel 34). TITEL II. - Verplichtingen

zake periodieke en bepaalde doorlopende

formatie Artikel 3 Dit artikel beschrijft het toepassingsgebied van hoofdstuk I van titel II, m.n. emittenten waarvoor België de lidstaat van herkomst is. Dit toepassingsgebied wordt beschreven door een verwijzing naar artikel 10, § 3, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten. Die bepaling viseert twee categorieën van emittenten. Met betrekking tot de aanwijzing van de lidstaat van herkomst maakt Richtlijn 2004/109/EG

derdaad een onderscheid, naargelang de effecten die door de emittent werden uitgegeven. Voor emittenten van aandelen en voor emittenten van schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro, wordt de lidstaat van herkomst aangewezen

de Richtlijn; emittenten van andere effecten hebben daarentegen een keuzemogelijkheid. De eerste categorie van emittenten die

artikel 10, § 3, geviseerd wordt, zijn de emittenten van aandelen en de emittenten van schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro, die (i) hun statutaire zetel

België hebben of (ii) waarvan de statutaire zetel gelegen is

een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en die de jaarlijks te verstrekken

formatie moeten

dienen bij de CBFA overeenkomstig titel X van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. De tweede categorie zijn andere emittenten (d.w.z. emittenten waarvan geen aandelen of schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro maar wel andere financiële

strumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten) en die België hebben gekozen als lidstaat van herkomst (wat veronderstelt dat zij ofwel hun statutaire zetel

België hebben ofwel een toelating van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt). Artikel 3 preciseert bovendien dat hoofdstuk I van titel II enkel van toepassing is op emittenten die effecten hebben uitgegeven. Artikel 4 Dit artikel strekt tot uitvoering van artikel 10, § 4, vierde lid, 1° en 2°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten en tot omzetting van artikel 2 van Richtlijn 2007/14/EG. Het beschrijft de procedure die emittenten die een lidstaat van herkomst kunnen kiezen, moeten volgen voor het doen van die keuze voor België. Deze procedure geldt zowel bij

werkingtreding van het besluit als na de

werkingtreding ervan. Het beschrijft eveneens de minimumduur waarvoor deze keuze geldig blijft. Artikel 5 Het eerste lid stemt

houdelijk overeen met artikel 2 van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten, met dien verstande dat deze bepaling, gelet op de openbaarmakingsvereisten uit Richtlijn 2004/109/EG (zie de commentaar bij artikel 35), niet langer beperkt is tot het ter beschikking stellen van

formatie "

België". Het tweede lid strekt tot omzetting van artikel 7, eerste zinsdeel, van Richtlijn 2004/109/EG, en verduidelijkt voor zover als nodig dat de emittenten verantwoordelijk zijn voor (

zonderheid) de door hen overeenkomstig Afdeling IV, onderafdelingen I en II, op te stellen en openbaar te maken

formatie. Het tweede zinsdeel van artikel 7 van Richtlijn 2004/109/EG wordt niet via een afzonderlijke bepaling omgezet vermits emittenten uiteraard aansprakelijk zijn voor de op hen rustende verplichtingen overeenkomstig de regels van het gemeen recht. Artikel 6

dit artikel wordt de verplichting tot gelijke behandeling van effectenhouders die zich

gelijke omstandigheden bevinden,

geschreven. Deze bepaling, die artikel 4 van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten overneemt, strekt tot omzetting van de artikelen 17.1 en 18.1 van Richtlijn 2004/109/EG. Artikel 7 Dit artikel herformuleert artikel 5 van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten voor wat de verplichtingen van emittenten ten aanzien van hun effectenhouders betreft, aangepast aan en rekening houdend met de voorschriften van de artikelen 17 en 18 van Richtlijn 2004/109/EG. Artikel 8 Dit artikel vloeit rechtstreeks voort uit de bepalingen van artikel 17.2 en van artikel 18.2 van Richtlijn 2004/109/EG. Artikel 9 Dit artikel strekt tot omzetting van de bepalingen van artikel 17.3 en 18.4 van Richtlijn 2004/109/EG. Er wordt een mogelijkheid gecreëerd

hoofde van de emittenten om - mits naleving van een aantal voorwaarden - langs elektronische weg

formatie te verzenden, o.m. aan aandeelhouders en aan houders van schuldinstrumenten. Dit betreft slechts een toelating om

formatie langs elektronische weg te verzenden, en verleent geen vrijstelling voor de naleving van de eventueel toepasselijke vennootschapsrechtelijke verplichtingen. Desgevallend zal de

formatie bijgevolg zowel conform met de vennootschapsrechtelijke regels moeten worden verzonden of bekendgemaakt, en daarnaast langs elektronische weg kunnen worden verzonden. Eén van de uit Richtlijn 2004/109/EG overgenomen voorwaarden vereist dat identificatieregelingen worden getroffen zodat de aandeelhouders of de personen die het recht hebben stemrechten uit te oefenen daadwerkelijk kunnen worden

gelicht (zie § 1, 2°). Overweging 22 van de Richtlijn verduidelijkt dat de verplichting om daadwerkelijk te

formeren slechts geldt voorzover de emittent de identiteit van de betrokken personen kan achterhalen. Deze bepaling zal wellicht herzien moeten worden

het kader van de omzetting van de Richtlijn betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders

beursgenoteerde vennootschappen. Artikel 10 Met dit artikel wordt artikel 18.3 van Richtlijn 2004/109/EG omgezet. Artikel 11 Dit artikel vloeit niet voort uit Richtlijn 2004/109/EG. De Regering neemt zich voor om de emittenten niet langer te verplichten om een jaarlijks communiqué openbaar te maken binnen de drie maanden na het einde van het boekjaar. Wanneer zij evenwel

de periode tussen het opmaken van de jaarrekeningen en het openbaar maken van het jaarlijks financieel verslag als bedoeld

artikel 12, op vrijwillige basis een jaarlijks communiqué openbaar maken, dan dient dat communiqué aan bepaalde

houdelijke voorwaarden te voldoen. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op artikel 8 van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten, met dien verstande dat de cijfergegevens zullen moeten voortvloeien uit de jaarrekeningen, die moeten worden opgesteld overeenkomstig de IAS/IFRS (voor de geconsolideerde jaarrekeningen) of overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de emittent gevestigd is (voor de enkelvoudige jaarrekeningen). Deze bepaling beoogt de emittenten te responsabiliseren. Paragraaf 2 beschrijft welke cijfergegevens minstens

het jaarlijks communiqué moeten worden opgenomen. Het gaat daarbij uitsluitend over resultaatgegevens. Emittenten die een geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen, moeten gegevens verstrekken voor alle posten, kopjes en subtotalen die

de winst- en verliesrekening over het desbetreffende boekjaar (d.w.z. het boekjaar waarop het communiqué slaat) zullen worden opgenomen. Emittenten die geen geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen, maar die hun enkelvoudige jaarrekening (verplicht of op vrijwillige basis) overeenkomstig IAS/IFRS opstellen, verstrekken dezelfde gegevens. De winst per aandeel wordt verondersteld een post van de winst- en verliesrekening te zijn. Emittenten die geen geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen en die hun enkelvoudige jaarrekening niet overeenkomstig IAS/IFRS opstellen, moeten gegevens verstrekken die voortvloeien uit de resultatenrekening, zoals opgesteld overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de emittent gevestigd is. Het jaarlijks communiqué moet expliciet vermelden of de jaarrekeningen al dan niet al werden gecontroleerd door de commissaris (voor Belgische emittenten) of door de met de controle van de jaarrekeningen belaste persoon (voor emittenten uit andere lidstaten) (§ 4). Het begrip "gecontroleerd" verwijst naar de wettelijke controle, zoals gedefinieerd

Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende

trekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (hierna : "Richtlijn 2006/43/EG").

§ 4

wordt artikel 8, § 6, tweede lid, van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten hernomen, zij het dat de tekst verder werd verfijnd. De commissarissen van emittenten naar Belgisch recht kunnen zich dan ook nog steeds beroepen op het advies van de Raad van het

stituut voor Bedrijfsrevisoren van 7 januari 2000 over de rol van de commissaris

zake halfjaarlijkse en jaarlijkse communiqués van genoteerde vennootschappen. Artikel 12 Artikel 4 van Richtlijn 2004/109/EG wordt vrijwel letterlijk overgenomen

artikel 12. Qua terminologie werden enkele aanpassingen gedaan, om de tekst van het artikel, voor wat betreft begrippen van het jaarrekeningenrecht, zo nauw mogelijk te laten aansluiten bij o.m. die van het Wetboek van vennootschappen en de terzake geldende Europese Richtlijnen, m.n. de vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (hierna : "Richtlijn 78/660/EEG") en de zevende Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 betreffende de geconsolideerde jaarrekening (hierna : "Richtlijn 83/349/EEG").

zijn advies heeft de Raad van State een opmerking gemaakt over het feit dat de

dit artikel gehanteerde terminologie niet volledig aansluit bij de

Richtlijnen 2004/109/EG en 2007/14/EG gehanteerde terminologie. De Regering wil benadrukken dat zulks bewust gedaan werd om de tekst van het artikel, voor wat betreft begrippen van het jaarrekeningenrecht, zo nauw mogelijk te laten aansluiten bij o.m. die van het Wetboek van vennootschappen en de terzake geldende Europese Richtlijnen. Het is

derdaad zo dat de Engelse tekst van Richtlijnen 2004/109/EG en 2007/14/EG -

tegenstelling tot de Nederlandse en de Franse tekst - qua terminologie volledig overeenstemt met de Engelse tekst van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG, zodat afstemming op de terminologie gebruikt

de Nederlandse en de Franse tekst van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG en bij de omzetting daarvan verantwoord is. De verplichting tot opstelling van jaarlijkse financiële verslagen is geen nieuwe verplichting voor emittenten. Een jaarlijks financieel verslag bestaat uit de gecontroleerde jaarrekeningen, het jaarverslag, een verklaring over het getrouw beeld van de jaarrekeningen en het getrouwe overzicht

het jaarverslag en het ondertekende verslag van de commissaris of van de met de controle van de jaarrekeningen belaste persoon. Het begrip "gecontroleerde" jaarrekeningen verwijst (zoals het begrip "gecontroleerd"

artikel 11, § 4) naar de wettelijke controle door de commissaris (voor Belgische emittenten) of door de met de controle van de jaarrekeningen belaste persoon (voor emittenten uit andere lidstaten). De verklaring over het getrouw beeld van de jaarrekeningen en het getrouwe overzicht

het jaarverslag is een nieuw element.

het Belgisch recht zijn verschillende aanknopingspunten te vinden voor de

houd van deze verklaring. Het eerste luik komt ook voor

de verklaring die de commissaris moet doen (zie artikel 148, eerste lid, 3° W.Venn.) en het tweede luik van de verklaring maakt precies het voorwerp uit van het verslag van de raad van bestuur (zie artikel 119, tweede lid, 1° W.Venn.). Deze verklaring moet worden gegeven door de bij de emittent verantwoordelijke persoon of personen, wier naam en functie duidelijk moeten worden vermeld. Deze verklaring zal

principe worden gegeven onder verantwoordelijkheid van de emittent (zie ook artikel 5, tweede lid) en kan dan ook worden gegeven namens en voor rekening van de emittent (mits naleving van de vereiste

zake vermelding van naam en functie van de persoon of de personen die de verklaring afleggen). Artikel 13 Dit artikel strekt tot omzetting van artikel 5 van Richtlijn 2004/109/EG en van de artikelen 3 en 4 van Richtlijn 2007/14/EG. Ook

dit artikel werden enkele terminologische aanpassingen gedaan, om dezelfde reden als

artikel 12. De verplichting tot opstelling van halfjaarlijkse financiële verslagen is een nieuwe verplichting voor emittenten. Een halfjaarlijks financieel verslag bestaat uit de verkorte financiële overzichten, een tussentijds jaarverslag en - net als een jaarlijks financieel verslag - een verklaring over het getrouw beeld van de verkorte financiële overzichten en het getrouwe overzicht

het tussentijds jaarverslag.

§ 3

wordt de

houd beschreven van de verkorte financiële overzichten wanneer de emittent zijn jaarrekeningen overeenkomstig de IAS/IFRS opstelt.

dat geval dient de emittent IAS 34 toe te passen.

§ 4

wordt de

houd beschreven van de verkorte financiële overzichten wanneer de emittent zijn jaarrekeningen niet overeenkomstig de IAS/IFRS opstelt.

dat geval bevatten de verkorte financiële overzichten ten minste een verkorte balans, een verkorte winst- en verliesrekening en de toelichting daarbij. Luidens het tweede lid van § 4 dient de verkorte balans en de verkorte winst- en verliesrekening alle posten, kopjes en subtotalen te bevatten die

de meeste recente jaarrekeningen van de emittent zijn opgenomen. Bovendien dienen additionele posten te worden opgenomen

dien de halfjaarlijkse financiële overzichten een misleidend beeld zouden geven. Deze bepaling vormt de omzetting van artikel 3.2, eerste lid, van Richtlijn 2007/14/EG, dat op zijn beurt geïnspireerd is door IAS 34, § 10.

de eerste zin werd bijkomend het woord "posten"

gelast vóór "kopjes en subtotalen", hoewel dat woord niet voorkomt

het voornoemde artikel 3.2 en

IAS 34, § 10, eerste zin, die enkel spreken over "kopjes en subtotalen". Deze toevoeging is

gegeven door de overweging dat het logisch lijkt om dit voorschrift zo te lezen dat

bijna alle situaties ook "posten" bedoeld worden. Luidens het derde lid van § 4 dienen ook gegevens per aandeel te worden verstrekt. Het vierde lid handelt over vergelijkende gegevens en het vijfde lid over de toelichting. De

houd van het tussentijds jaarverslag wordt omschreven

§§ 5en 6.

Het tweede en het derde lid van § 6 strekken meer bepaald tot omzetting van artikel 4 van Richtlijn 2007/14/EG. Het begrip "materiële" wordt gebruikt

de (

de context van jaarrekeningen)

ternationaal algemeen aanvaarde betekenis van dat woord, volgens dewelke

formatie materieel is

dien het weglaten of het onjuist weergeven daarvan een

vloed zou kunnen hebben op de economische beslissingen die gebruikers op basis van de jaarrekening nemen.

zijn advies vraagt de Raad van State om de bovenvermelde definitie

de tekst van het artikel zelf op te nemen. Het kan evenwel niet de bedoeling zijn om

dit besluit alle boekhoudkundige begrippen die erin voorkomen, te definiëren. Uit de precisering,

§ 6

, tweede lid, 1° en 2°, met betrekking tot "belangrijkste transacties met verbonden partijen", kan worden afgeleid dat "belangrijkste" de facto hetzelfde betekent als "materiële". Voor wat § 6, tweede lid, 2°, betreft, stelt het technisch advies van CESR (Committee of European Securities Regulators) waarop artikel 4 van Richtlijn 2007/14/EG is gebaseerd, dat het gaat om een actualisering van

het meest recente jaarverslag beschreven transacties die materiële gevolgen konden hebben voor de financiële positie of resultaten van de emittent

de rapporteringsperiode, zijnde de eerste zes maanden van het lopende boekjaar, voor zover zij al niet begrepen zouden zijn onder 1°. Het derde lid van § 6 is gebaseerd op artikel 43.1, punt 7ter, van Richtlijn 78/660/EEG. Onder "verbonden partij" wordt hetzelfde verstaan als

de

ternationale standaarden voor jaarrekeningen die zijn goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002. Paragraaf 7 strekt tot omzetting van artikel 5.5 van Richtlijn 2004/109/EG en neemt de filosofie van artikel 8, § 6, eerste lid, van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten over. Artikel 14 Artikel 14 schrijft, voor emittenten van aandelen, de openbaarmaking voor van tussentijdse verklaringen. Hiermee wordt artikel 6.1 van Richtlijn 2004/109/EG omgezet. Dit is eveneens een nieuwe verplichting voor de emittenten. Het komt aan de emittenten toe om, rekening houdend met artikel 5, tweede lid, van het ontwerpbesluit, te bepalen wie de tussentijdse verklaring opstelt. Richtlijn 2004/109/EG voorziet

artikel 6.2 dat emittenten die, uit hoofde van de nationale wetgeving, de voorschriften van de gereglementeerde markt of eigener beweging, "driemaandelijkse financiële verslagen" openbaar maken,

overeenstemming met die wetgeving of die voorschriften, niet verplicht zijn om de tussentijdse verklaringen openbaar te maken.

onderhavig ontwerpbesluit wordt als "driemaandelijks financieel verslag" beschouwd : 1°) een verslag dat

houdelijk aansluit bij een halfjaarlijks financieel verslag, m.a.w. een verslag bestaande uit verkorte financiële overzichten overeenkomstig IAS 34 (of,

dien de emittent geen geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, overeenkomstig artikel 13, § 4), een tussentijds jaarverslag en een verklaring van verantwoordelijke personen; 2°) een verslag zoals voorgeschreven door gelijkwaardige marktregels. De Raad van State merkt op dat bovenstaande precisering ook

de tekst van § 2 moeten worden opgenomen. Om hieraan tegemoet te komen werd verduidelijkt dat dergelijke verslagen moeten worden opgesteld na afloop van het eerste en het derde kwartaal van het boekjaar. Voor het overige moet voor driemaandelijkse financiële verslagen die

houdelijk aansluiten bij halfjaarlijkse financiële verslagen de verwijzing naar de voorschriften van artikel 13, §§ 2 tot 7 volstaan. De woorden "mutatis mutandis" worden enkel gebruikt om aan te geven dat daar waar artikel 13 over een periode van zes maanden spreekt, artikel 14, § 2, handelt over periodes van drie maanden. Artikel 15 Dit artikel herformuleert artikel 6, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten, aangepast en rekening houdend met artikel 16 van Richtlijn 2004/109/EG.

zijn advies vraagt de Raad van State om

het tweede lid de formulering gehanteerd

artikel 16.2 van de Richtlijn letterlijk over te nemen. De Regering is van mening dat zulks tot verwarring zou kunnen leiden en wenst te benadrukken dat de andere effecten (dan aandelen) tot de verhandeling moeten zijn toegelaten en dat het derhalve onverschillig is of de aandelen zelf al dan niet tot de verhandeling zijn toegelaten. Artikel 16 Het eerste lid verplicht emittenten de ontwerpteksten tot wijziging van hun oprichtingsakte of hun statuten verkrijgbaar te stellen voor het publiek. Richtlijn 2004/109/EG voorziet dat deze

formatie aan de marktonderneming van de gereglementeerde markt moet worden overgemaakt. Deze verplichting wordt als dusdanig omgezet. Deze

formatie dient ook aan de CBFA te worden overgemaakt op grond van en overeenkomstig artikel 42. Het tweede lid verplicht emittenten naar Belgisch recht om ook hun bijzondere verslagen bedoeld

het Wetboek van vennootschappen verkrijgbaar te stellen voor het publiek. Deze verslagen dienen eveneens aan de CBFA te worden overgemaakt. Artikel 17 Dit artikel bevat een aantal uitzonderingsbepalingen. Het eerste lid heeft tot doel de optie van artikel 1.3 van Richtlijn 2004/109/EG te lichten. Het tweede lid beoogt de omzetting van artikel 16.3 (

fine), van de Richtlijn. Artikel 18 Ook dit artikel bevat uitzonderingsbepalingen.

§ 1

wordt artikel 8.1 van Richtlijn 2004/109/EG omgezet;

§ 2worden de opties van artikel 8.2.

en artikel 8.3. gelicht. Artikel 19 Het eerste lid beoogt de gedeeltelijke omzetting van artikel 23.1 van Richtlijn 2004/109/EG. De CBFA kan, als bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, emittenten uit derde landen ontheffing verlenen van bepaalde verplichtingen opgelegd door Richtlijn 2004/109/EG en derhalve door het besluit, mits de wetgeving van het betrokken derde land "gelijkwaardige" verplichtingen oplegt of de emittent zich houdt aan de wetgeving van een derde land die gelijkwaardige verplichtingen oplegt. Het tweede lid beoogt de omzetting van artikel 23.1, tweede lid van Richtlijn 2004/109/EG, dat bepaalt dat de

formatie waarvoor de

het derde land opgelegde (

houdelijke) verplichtingen gelden, wel moeten worden overgemaakt aan de toezichthouder en openbaar gemaakt overeenkomstig de regels van dit besluit. De Raad van State merkt op dat het verkieslijk zou zijn om artikel 23.1, tweede lid, letterlijk om te zetten en derhalve artikel 19, tweede lid, van het ontwerpbesluit te herschrijven. De Regering benadrukt dat artikel 19, tweede lid, weliswaar hetzelfde beoogt als artikel 23.1, tweede lid, van Richtlijn 2004/109/EG, maar dat zij de huidige formulering verkiest, omdat artikel 16, tweede lid, van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten, dat hetzelfde regelt voor het andere luik van Richtlijn 2004/109/EG, m.n. de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, op dezelfde wijze geformuleerd is. Vermits de taalregels voortvloeien uit artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten (en niet uit dit besluit), blijven zij conform artikel 23.1, tweede lid, van Richtlijn 2004/109/EG onverkort van toepassing. Artikelen 20-26 Richtlijn 2007/14/EG vult de algemene bepaling van artikel 19 verder

, voor een aantal elementen van

formatie. Zij doet dit door de voorwaarden te beschrijven waaronder de wetgeving van een derde land (voor de betrokken punten) geacht wordt verplichtingen op te leggen die gelijkwaardig zijn aan de verplichtingen voortvloeiend uit Richtlijn 2004/109/EG. De desbetreffende bepalingen van Richtlijn 2007/14/EG worden omgezet

de artikelen 20 tot 26. Artikel 20 Dit artikel zet artikel 22 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen

zake

formatie over algemene vergaderingen. Artikel 21 Dit artikel zet artikel 13 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen

zake het jaarverslag. De beschrijving is gebaseerd op de artikelen 46.1,

  1. a)en b), en 46.2,
  2. a)en b), van Richtlijn 78/660/EEG en op de artikelen 36.1, eerste en tweede lid, en 36.2,
  3. a)en b), van Richtlijn 83/349/EEG.

zijn advies heeft de Raad van State - net als

verband met artikel 12 - een opmerking gemaakt over het feit dat de

dit artikel gehanteerde terminologie niet volledig aansluit bij de

Richtlijn 2007/14/EG gehanteerde terminologie. Voor de door de Regering gevolgde redenering kan verwezen worden naar de bespreking van artikel 12. Artikel 22 Dit artikel zet artikel 14 van Richtlijn 2007/14/EG om. Het beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen

zake het tussentijdse jaarverslag. Eén van de elementen die het tussentijdse jaarverslag krachtens artikel 22 ten minste moet bevatten is

formatie over de verwachte ontwikkeling van de emittent (wat een concept is uit Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG, dat

Belgisch recht werd omgezet resp.

artikel 96, eerste lid, 3°, W.Venn. en

artikel 119, tweede lid, 3°, W.Venn.). Dit verschilt van wat voor emittenten uit lidstaten van de Europese Economische Ruimte voorgeschreven wordt

artikel 13, § 5, dat verplicht tot opname van een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden voor de resterende maanden van het boekjaar. Artikel 14 van Richtlijn 2007/14/EG is gestoeld op een technisch advies van CESR, luidens hetwelk

formatie over de verwachte ontwikkeling als minder specifiek en dus flexibeler wordt beschouwd dan een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden voor de resterende maanden van het boekjaar. Artikel 23 Dit artikel zet artikel 15 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen

zake de zgn. verklaring van verantwoordelijke personen. Artikel 24 Dit artikel zet artikel 16 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen

zake tussentijdse verklaringen en driemaandelijkse financiëleverslagen. De verwijzing naar driemaandelijkse financiële verslagen dient begrepen te worden als driemaandelijkse financiële verslagen, zoals gedefinieerd

de wetgeving van het derde land. Artikel 25 Dit artikel zet artikel 17 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen

zake de openbaarmaking van een enkelvoudige jaarrekening door emittenten die een geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen (en openbaar maken). Het eerste lid bepaalt dat emittenten uit derde landen die krachtens hun nationale wetgeving geen enkelvoudige jaarrekening moeten verstrekken, kunnen volstaan met de vermelding van enkele specifieke elementen

hun geconsolideerde jaarrekening.

zijn advies merkt de Raad van State op dat de woorden "minimumkapitaal en" dienen geschrapt te worden, omdat zij verder zouden gaan dan wat

artikel 17, eerste lid, b), van Richtlijn 2007/14/EG is voorzien. De Regering is echter van mening dat deze woorden niet kunnen geschrapt worden, omdat zulks zou leiden tot een onvolledige omzetting van het voornoemde artikel. Het is

derdaad zo dat er een verschil bestaat tussen de Nederlandse en de Franse tekst van artikel 17, eerste lid, b) :

de Franse tekst is er geen verwijzing naar "minimumkapitaal", maar

de Nederlandse tekst (alsook

de Engelse tekst) wel. Krachtens het tweede lid dienen emittenten uit derde landen desgevallend

staat te zijn de CBFA aanvullende gecontroleerde

formatie over hun enkelvoudige jaarrekening te verstrekken die van belang is voor de

het eerste lid bedoelde

formatie. Dit voorschrift mag niet worden geïnterpreteerd als een verplichting om een (volledige) enkelvoudige jaarrekening openbaar te maken. Artikel 26 Dit artikel zet artikel 18 van Richtlijn 2007/14/EG om en beschrijft wanneer een derde land geacht wordt gelijkwaardige verplichtingen op te leggen

zake de opstelling van een enkelvoudige jaarrekening door emittenten die geen geconsolideerde jaarrekening moeten opstellen. Het tweede lid sluit aan bij bijlage I, 20.1, § 1,

fine, van Verordening (EG) nr. 809/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de

het prospectus te verstrekken

formatie, de vormgeving van het prospectus, de opneming van

formatie door middel van verwijzing, de publicatie van het prospectus en de verspreiding van advertenties betreft. Het begrip "controle" verwijst naar de wettelijke controle (zie ook de commentaar bij de artikelen 11 en 12). Artikel 27

tegenstelling tot artikel 19, waar een beslissing tot ontheffing van de CBFA is vereist (overeenkomstig artikel 23.1 van Richtlijn 2004/109/EG), verleent artikel 27 een automatische ontheffing

het geval de Europese regels bepaalde standaarden voor jaarrekeningen van derde landen als gelijkwaardig bestempelen, of het gebruik daarvan tijdens een overgangsperiode toestaan. Dit wordt momenteel geregeld door Beschikking 2006/891/EG van de Commissie van 4 december 2006 betreffende het gebruik door effectenuitgevende

stellingen uit derde landen van overeenkomstig

ternationaal aanvaarde standaarden voor jaarrekeningen opgestelde

formatie, die

een overgangsperiode voorziet en andere maatregelen

het vooruitzicht stelt. Aangezien het jaarlijks communiqué niet voortvloeit uit Richtlijn 2004/109/EG maar uit de nationale wetgeving, strekken de Europese regels omtrent de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen van derde landen zich als dusdanig niet uit tot het jaarlijks communiqué. Omdat de cijfergegevens

het jaarlijks communiqué moeten voortvloeien uit de jaarrekeningen (artikel 11, § 2), vloeit dit niettemin voort uit het voorgestelde Belgische reglementair kader. De ontheffing die wordt verleend uit hoofde van dit artikel werkt dus,

gevolge artikel 11, § 2, van rechtswege door voor het gebruik van die standaarden bij de

het jaarlijks communiqué op te nemen cijfergegevens. Artikel 28 Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied van hoofdstuk II, m.n. emittenten waarvoor België niet de lidstaat van herkomst is, maar waarvan wel effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt. Artikel 29 Dit artikel beoogt de omzetting van artikel 26 van Richtlijn 2004/109/EG, waarin de (zeer beperkte) bevoegdheden van de lidstaat van ontvangst worden beschreven.

zijn advies maakt de Raad van State de opmerking dat dit artikel grotendeels artikel 21 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten overneemt en stelt hij voor om dit artikel te schrappen. De Regering wenst te herhalen dat Richtlijn 2004/109/EG twee domeinen van openbaarmaking van

formatie behelst. Het eerste is de openbaarmaking van

formatie over belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De omzetting van dit domein gebeurt middels titel II van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten en zijn eventuele uitvoeringsbesluiten. Het tweede is de openbaarmaking van periodieke en doorlopende

formatie over emittenten waarvan de effecten reeds tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De omzetting van dit domein gebeurt middels artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, zoals vervangen door artikel 42 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten en dit ontwerpbesluit.

artikel 21 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten worden derhalve de bewarende maatregelen opgenomen voor het eerste domein,

artikel 29 van het ontwerpbesluit de bewarende maatregelen voor het tweede domein. Artikel 29 kan dus niet geschrapt worden. Artikel 30 Dit artikel hangt samen met artikel 21.3 van Richtlijn 2004/109/EG. Die bepaling schrijft voor dat wanneer effecten slechts

één lidstaat van ontvangst en niet

de lidstaat van herkomst tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, de lidstaat van ontvangst er zorg voor draagt dat de gereglementeerde

formatie wordt openbaar gemaakt. Die bepaling kan zo worden geïnterpreteerd dat wanneer effecten van een emittent uitsluitend tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zouden zijn toegelaten

één andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst, de regels van openbaarmaking (

tegenstelling tot de

houdelijke verplichtingen) zouden voortvloeien uit het recht van de lidstaat van ontvangst (die daarbij weliswaar artikel 3 van Richtlijn 2004/109/EG moet naleven). Gelet op deze mogelijke

terpretatie, is het aangewezen om, voor de gevallen waarin België als lidstaat van ontvangst

deze situatie zou verkeren, aan de betrokken emittenten de verplichting op te leggen om bij de openbaarmaking de Belgische modaliteiten van openbaarmaking te respecteren. Naar aanleiding van een opmerking van de Raad van State werd de verwijzing naar de bepalingen waarin de Belgische modaliteiten van openbaarmaking worden opgenomen, gepreciseerd. Bovendien kan de door artikel 21.3 van de Richtlijn opgelegde verplichting door de lidstaat van ontvangst en de toezichthouder van die lidstaat slechts zinvol worden

gevuld als de betrokken emittent deze

formatie, ook

dient bij de toezichthouder van de lidstaat van ontvangst. Het is dan ook aangewezen om, voor de gevallen waarin België als lidstaat van ontvangst

deze situatie zou verkeren, aan de betrokken emittenten de verplichting op te leggen om de voornoemde

formatie over te maken aan de CBFA. TITEL III. - Uitvoeringsbepalingen

zake de openbaarmaking van voorkennis Artikelen 31-33

deze artikelen, die samen titel III vormen, worden de bepalingen samengebracht die de uitvoering van artikel 10, § 1, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten beogen. Deze bepalingen, die voortvloeien uit Richtlijn 2003/6/EG en uit Richtlijn 2003/124/EG, worden overgenomen uit het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten. TITEL IV. -

lichtingen

het jaarverslag Artikel 34 Dit artikel, dat titel IV van het besluit vormt, strekt tot omzetting van artikel 10 van Richtlijn 2004/25/EG, dat luidens overweging 18 van dezelfde Richtlijn transparantie beoogt over door de emittenten opgezette beschermingsconstructies.

antwoord op een bemerking van de Raad van State werd 1° aangevuld. De Raad van State merkt bovendien op dat artikel 10.1, onder c), van Richtlijn 2004/25/EG (openbaarmaking van de aandeelhouderstructuur) niet wordt omgezet door deze bepaling. De reden hiervoor is dat emittenten verplicht worden hun aandeelhoudersstructuur openbaar te maken op grond van artikel 14, vierde lid, van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten. TITEL V. - Openbaarmaking, opslag en overmaking van

formatie Titel V handelt o.m. over openbaarmaking en opslag van

formatie.

dit verband dient opgemerkt te worden dat elke verwijzing

dit ontwerp naar "openbaarmaking" (zoals bvb.

artikel 4, eerste lid) noodzakelijkerwijze ook een overmaking van de openbaar gemaakte

formatie met het oog op de opslag ervan, behelst. Artikel 35 Dit artikel handelt over de openbaarmaking van gereglementeerde

formatie. Richtlijn 2004/109/EG verplicht emittenten om gereglementeerde

formatie op zodanige wijze openbaar te maken dat zij snel en op niet-discriminerende basis toegankelijk is. Zij dienen daarbij gebruik te maken van media waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij voor een doeltreffende verspreiding van de

formatie

de hele Europese Economische Ruimte kunnen zorgen. Deze verplichting wordt als dusdanig overgenomen, daarbij rekening houdend met de bijkomende voorschriften van artikel 12 van Richtlijn 2007/14/EG. Aldus staat het de emittenten vrij al dan niet beroep te doen op een service provider voor de verspreiding van hun gereglementeerde

formatie. De verwijzing naar "de toepassing van de vennootschapsrechtelijke regels"

§ 1verwijst niet noodzakelijk naar de Belgische vennootschapsrechtelijke regels.

Om tegemoet te komen aan een opmerking van de Raad van State werd er, voor alle duidelijkheid, nog het woord "eventuele" aan toegevoegd. Dit besluit heeft immers geen enkele

vloed op de al dan niet toepasselijkheid van vennootschapsrechtelijke regels, maar preciseert dat het de eventuele toepassing daarvan onverlet laat. Artikel 35, § 2, beoogt de openbaarmakingsregels van Richtlijn 2003/6/EG te verzoenen met de openbaarmakingsregels van Richtlijn 2004/109/EG en herneemt artikel 14, § 1, tweede lid, en artikel 14, § 5, van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten. Artikel 36 Dit artikel bevat nieuwe voorschriften met betrekking tot de verspreiding van

formatie en strekt tot omzetting van artikel 12 van Richtlijn 2007/14/EG.

het eerste lid van § 1 wordt als regel gesteld dat gereglementeerde

formatie

haar geheel en ongewijzigd (vertaling van het Engelse unedited) aan de media wordt meegedeeld.

het tweede lid van die paragraaf wordt verduidelijkt dat jaarlijkse en halfjaarlijkse financiële verslagen en tussentijdse verklaringen (of driemaandelijkse financiële verslagen) - gelet op hun omvang - niet

hun geheel en ongewijzigd aan de media moeten worden meegedeeld, maar dat het kan volstaan een bericht aan de media mee te delen, waarin wordt vermeld waar de desbetreffende

formatie beschikbaar is. Het derde lid herneemt het voorschrift van artikel 10, derde lid, van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten. De verantwoordelijkheid van de emittenten en de grenzen aan deze verantwoordelijkheid komen aan bod

§ 2

. De vereiste dat de emittenten de geregelementeerde

formatie op zodanige wijze aan de media meedelen dat "zekerheid over de bron van de gereglementeerde

formatie bestaat" houdt

dat de media er zeker van moeten kunnen van zijn dat de bron van de

formatie wel degelijk de emittent is. Paragraaf 3 bevat nog enkele precieze voorschriften met betrekking tot de mededeling van gereglementeerde

formatie aan de media. Artikel 37 Dit artikel verplicht de emittenten het nodige te doen om, desgevraagd, aan de CBFA bepaalde

lichtingen te kunnen verstrekken over de mededeling van gereglementeerde

formatie aan de media. Artikel 38 Dit artikel strekt tot omzetting van artikel 23.3 van Richtlijn 2004/109/EG.

formatie die qua omvang vergelijkbaar is met jaarlijkse en halfjaarlijkse financiële verslagen en tussentijdse verklaringen (of driemaandelijkse financiële verslagen) dient niet

haar geheel en ongewijzigd aan de media te worden meegedeeld; daarvoor is artikel 36, § 1, tweede lid van overeenkomstige toepassing. Artikel 39 Wanneer effecten zonder toestemming van de emittent tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, legt Richtlijn 2004/109/EG de verplichtingen

zake openbaarmaking van gereglementeerde

formatie op aan de persoon die, zonder toestemming van de emittent, om die toelating tot de verhandeling heeft verzocht. Onderhavig artikel beoogt de omzetting van dit voorschrift. Artikel 40 Dit artikel viseert de omgekeerde situatie van artikel 30 : een emittent als bedoeld

artikel 3, waarvoor België de lidstaat van herkomst is, maar waarvan effecten uitsluitend

één lidstaat (andere dan België) zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Gelet op artikel 21.3 van Richtlijn 2004/109/EG zal de lidstaat van ontvangst

dat geval

beginsel openbaarmakingsregels opleggen (zoals België dat doet

artikel 30). Het artikel bepaalt daarom dat

dat geval de Belgische regels

zake openbaarmaking niet meer (bijkomend) moeten worden nageleefd. Artikel 41 Richtlijn 2004/109/EG legt de lidstaten de verplichting op om ten minste één officieel aangewezen mechanisme te creëren voor de centrale opslag van gereglementeerde

formatie. Die mechanismen moeten o.m. voldoen aan minimumkwaliteitsnormen op het gebied van beveiliging, zekerheid met betrekking tot de

formatiebron, tijdregistratie en gemakkelijke toegang voor eindgebruikers. De Richtlijn bepaalt ook dat de Europese Commissie met name de minimumnormen voor de mechanismen voor centrale opslag specificeert. Zolang dit niet gebeurd is, dringt een

terimoplossing zich op. Gezien de meeste emittenten die onder het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten vallen, over een website beschikken die voldoet aan de

dat besluit gestelde voorwaarden, stelt de Regering voor om tijdens die

terimperiode voort te bouwen op deze websites. Deze worden verplicht voor alle emittenten zoals bedoeld

artikel 3 van het ontwerpbesluit. De Raad van State merkt op dat de

terimoplossing niet adequaat is, aangezien er geen gecentraliseerd opslagmechanisme ontstaat. De Regering wenst op te merken dat minstens één andere lidstaat voor dezelfde

terimoplossing heeft geopteerd. Om tegemoet te komen aan de opmerking van de Raad van State werd uitdrukkelijk bepaald dat de CBFA op haar eigen website een hyperlink zal opnemen naar de hiervoor vermelde websites van de emittenten, zodat er voor

vesteerders een centraal toegangspunt tot de

formatie ontstaat. Van zodra er een beslissing zal kunnen worden genomen over de aanstelling van één of meerdere officieel aangewezen mechanismen zal het besluit dienen aangepast te worden. Voor de toelichting bij het begrip "alle

formatie bedoeld

dit besluit" wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 2 (commentaar bij de definitie van "gereglementeerde

formatie"). Vermits de websites van de emittenten tijdens de overgangsperiode als opslagmechanisme dienst zullen doen, dienen zij te voldoen aan de voorwaarden die Richtlijn 2004/109/EG voorschrijft voor het centrale opslagmechanisme. Voor emittenten die reeds over een website beschikken die voldoet aan de voorwaarden van artikel 14, § 3, van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten resulteert dit

een grote mate van continuïteit met de huidige toestand. De reeds bestaande voorwaarde

zake het afzonderlijk geactualiseerd deel van de website wordt aangevuld met de vereiste dat dit deel voor iedereen ook "gemakkelijk" toegankelijk moet zijn. De voorwaarde

zake de termijn gedurende dewelke

formatie beschikbaar moet blijven, wordt - overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2004/109/EG - van drie op vijf jaar gebracht. De voorwaarde met betrekking tot de waarschuwingen van de CBFA wordt geschrapt. Een nieuwe voorwaarde - die eveneens uit Richtlijn 2004/109/EG voortvloeit - stelt dat de website moet voldoen aan minimumkwaliteitsnormen op het gebied van beveiliging en tijdregistratie. De voorwaarde uit Richtlijn 2004/109/EG omtrent zekerheid met betrekking tot de

formatiebron wordt niet afzonderlijk omgezet gelet op de keuze om, als

terimoplossing, de eigen website van de emittent aan te duiden als opslagmechanisme. Tot slot wordt een nieuwe voorwaarde opgelegd die niet (rechtstreeks) uit Richtlijn 2004/109/EG voortvloeit, m.n. de opname op de website van (goedgekeurde) prospectussen die betrekking hebben op de toelating van effecten van de emittent tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Deze nieuwe voorwaarde ligt

het verlengde van artikel 21 van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, dat de website van de emittent als één van mogelijke publicatiewijzen van een prospectus beschouwt, en ligt tevens

de lijn van artikel 22 van Richtlijn 2004/109/EG, dat ook de uit hoofde van Richtlijn 2003/71/EG bekend te maken

formatie beter toegankelijk wil maken voor het publiek. Artikel 42 Zoals ook al onder het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten het geval is, dienen emittenten alle

formatie bedoeld

het besluit onverwijld en uiterlijk op het ogenblik waarop die

formatie openbaar wordt gemaakt of verkrijgbaar wordt gesteld voor het publiek of voor de houders van effecten aan de CBFA te bezorgen. Voor gereglementeerde

formatie betreft dit een omzetting van artikel 19.1 van Richtlijn 2004/109/EG. TITEL VI. - Bevoegdheden van de CBFA Artikel 43 Artikel 24.4 van Richtlijn 2004/109/EG (over de bevoegdheden van de toezichthouders) wordt omgezet via artikel 34 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, zoals het vervangen werd door artikel 46 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten en door dit artikel, dat gebaseerd is op artikel 16 van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten. Dit artikel verleent meer bepaald uitvoering aan artikel 10, § 2, eerste lid, 6°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, zoals vervangen door artikel 42 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten en strekt meer bepaald tot (verdere) omzetting van artikel 24.4.b (

fine), f en g van Richtlijn 2004/109/EG. Het eerste lid, 5°, van § 1, strekt tot omzetting van artikel 24.4.f van Richtlijn 2004/109/EG. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de verplichting uit artikel 35 om gereglementeerde

formatie op zodanige wijze openbaar te maken dat zij

België en de andere lidstaten (ongeacht of de effecten daar ook verhandeld worden) zoveel mogelijk gelijktijdig beschikbaar komt en om gebruik te maken van media waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij voor een doeltreffende verspreiding

de hele Europese Economische Ruimte kunnen zorgen. Het tweede lid van § 1 strekt tot omzetting van artikel 24.4.g van Richtlijn 2004/109/EG, en verleent de CBFA de bevoegdheid om een waarschuwing openbaar te maken. Zo kan

zonderheid worden openbaar gemaakt dat een emittent niet aan zijn verplichtingen voldoet. De tweede paragraaf strekt tot omzetting van artikel 24.4.b (

fine) van Richtlijn 2004/109/EG. Wanneer de CBFA op basis van artikel 34, § 1, 3°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, zoals gewijzigd bij de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten, de emittent beveelt om

formatie openbaar te maken, verzoekt de CBFA de emittent haar zijn eventuele opmerkingen,

zonderheid de redenen om de

formatie niet openbaar te maken, mee te delen binnen de door haar vastgestelde termijn. Na het verstrijken van die termijn kan de CBFA zelf tot openbaarmaking overgaan. Deze formulering verzoent de mogelijkheid van de emittent om zijn standpunt over het bevel tot openbaarmaking bekend te maken met de bekommernis om de mogelijkheid van de CBFA om eventueel zelf tot openbaarmaking over te gaan niet onnodig te vertragen. Deze benadering is dezelfde als die van artikel 23, § 4, van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten. De vierde paragraaf herneemt de

houd van artikel 16, § 3, van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten. Krachtens deze bepaling kan de CBFA

uitzonderlijke gevallen eisen dat de

formatie haar vóór openbaarmaking wordt overgemaakt, om een voorafgaande controle uit te oefenen. TITEL VII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen,

werkingtreding en uitvoeringsbepaling Artikel 44 Dit artikel strekt tot uitvoering van artikel 10, § 6, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, zoals gewijzigd door de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten. Het vervangt artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 december 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006003601 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de markt voor financiële

strumenten Alternext en tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 2006 betreffende marktmisbruik sluiten betreffende de markt voor financiële

strumenten Alternext en tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 maart 2006 betreffende marktmisbruik. Dat artikel verklaarde - met beperkte uitzonderingen, waarvan de belangrijkste betrekking heeft op IFRS- de verplichtingen van emittenten waarvan financiële

strumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op de gereglementeerde markt,

zonderheid

zake

formatieverstrekking aan het publiek, van toepassing op de emittenten waarvan financiële

strumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op Alternext. Dit gebeurde door artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten en de meeste bepalingen van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten van toepassing te verklaren op de emittenten waarvan financiële

strumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op Alternext. Gezien onderhavig koninklijk besluit

de plaats komt van het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten, dienden de verwijzingen aangepast te worden. Artikel 45 Dit artikel heft het koninklijk besluit van 31 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/03/2003 pub. 29/04/2003 numac 2003003223 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt sluiten op, maar houdt rekening met de overgangsregeling van artikel 46 die

houdt dat emittenten een aantal regels van dat koninklijk besluit gedurende een overgangsperiode nog kunnen of moeten (naargelang het geval) naleven. Artikel 46 Wat de datum betreft vanaf wanneer de nieuwe verplichtingen voor de periodieke

formatieverstrekking moeten nageleefd worden, wordt een onderscheid gemaakt tussen de

houdelijke verplichtingen van Richtlijn 2004/109/EG en de verplichtingen

zake termijnen en modaliteiten. Voor verslagen, communiqués of verklaringen die betrekking hebben op boekhoudkundige periodes die eindigen vóór of op 31 december 2007 dienen de nieuwe verplichtingen nog niet nageleefd te worden (ook al zou die

formatie nog worden openbaar gemaakt na de

werkingtreding van dit besluit). Dit beginsel wordt verwoord

§ 1

. Voor verslagen, communiqués of verklaringen die betrekking hebben op periodes die aanvangen op of na 1 januari 2008 dienen de nieuwe verplichtingen

tegraal nageleefd te worden. Dit beginsel wordt verwoord

§ 3

. Voor verslagen, communiqués of verklaringen die betrekking hebben op periodes die aanvangen vóór en eindigen na 31 december 2007 tenslotte dienen wel de wijzen van verspreiding en de termijnen van onderhavig besluit te worden nageleefd, maar nog niet de verplichtingen op het vlak van de

houd. Dit laatste beginsel wordt uitgewerkt

§ 2

. Uiteraard staat het emittenten die

houdelijk nog de oude regels mogen naleven, vrij om al onmiddellijk de nieuwe

houdelijke regels toe te passen.

antwoord op een bemerking van de Raad van State

verband met de omzettingstermijnen van Richtlijn 2004/109/EG en Richtlijn 2007/14/EG (resp. 20 januari 2007 en 8 maart 2008), merkt de Regering op dat het

zake periodieke verslaggeving (die een belangrijk onderdeel vormt van het ontwerpbesluit) van groot belang is om bij de omzetting rekening te houden met boekhoudkundige periodes. Om dat te doen, maken ook andere lidstaten een onderscheid tussen verslagen die betrekking hebben op boekhoudkundige periodes die eindigen vóór 20 januari 2007, verslagen die betrekking hebben op boekhoudkundige periodes die beginnen vóór en eindigen na 20 januari 2007 en verslagen die betrekking hebben op boekhoudkundige periodes die beginnen na 20 januari 2007. Zij stellen dan dat voor de eerste categorie van verslagen de nieuwe verplichtingen nog niet nageleefd dienen te worden, dat voor de tweede categorie van verslagen enkel de nieuwe regels

zake verspreiding en de nieuwe termijnen dienen te worden nageleefd (maar nog niet de nieuwe

houdelijke verplichtingen) en dat voor de derde categorie van verslagen de nieuwe verplichtingen

tegraal dienen te worden nageleefd. De overgangsregeling die

artikel 46 wordt beschreven is op bovenvermelde principes gebaseerd, maar houdt uiteraard rekening met de vermoedelijke publicatiedatum van het besluit. Omwille daarvan werd de datum van 20 januari 2007 vervangen door de datum van 31 december 2007. Deze aanpassing heeft echter minder verstrekkende gevolgen dan men op het eerste zicht zou kunnen denken. Zo maakt het voor het jaarlijks financieel verslag, voor emittenten wier boekjaren samenvallen met het kalenderjaar, geen verschil of 20 januari 2007 dan wel 31 december 2007 als aanknopingspunt gekozen wordt :

beide gevallen zullen zij de nieuwe

houdelijke verplichtingen pas moeten naleven vanaf het jaarlijks financieel verslag over 2008. De Regering vestigt er de aandacht op er geen specifieke overgangsbepaling geldt voor artikel 34 van het besluit, dat derhalve - overeenkomstig artikel 49 - op 1 januari 2008

werking treedt. Artikel 47 Het eerste lid, 2°, licht de optie voorzien

artikel 30.1 van Richtlijn 2004/109EG.

gevolge deze bepaling zijn emittenten als bedoeld

artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vóór het boekjaar dat begint op of na 1 januari 2007 niet gehouden hun tussentijdse financiële overzichten als bedoeld

artikel 13, § 3, eerste lid, op te stellen overeenkomstig de

ternationale standaarden voor jaarrekeningen die volgens de procedure van artikel 6.2 van voormelde Verordening zijn goedgekeurd. Deze bepaling vormt voor de tussentijdse financiële overzichten het verlengstuk van artikel 9 van de voornoemde Verordening, dat de lidstaten toelaat om de

dat artikel bedoelde emittenten pas te verplichten hun geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig artikel 4 van de verordening op te stellen voor de boekjaren beginnend op of na 1 januari 2007 (voor emittenten naar Belgisch recht werd deze optie omgezet

artikel 114, § 3, W.Venn.).

houdelijk aansluitend bij het voorgaande, voorziet het eerste lid, 1°,

een voorbehoud voor de gevallen waarin het nationale recht van de lidstaat waar de emittent gevestigd is de optie van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 heeft gelicht. Wanneer die lidstaat (die boekhoudrechtelijk bevoegd is, en die mogelijks België maar mogelijks ook een andere lidstaat is) de emittent toelaat om zijn geconsolideerde jaarrekening (tijdelijk) nog niet op te stellen overeenkomstig artikel 4 van de verordening, werkt die vrijstelling ook door voor het jaarlijks financieel verslag dat door België (bevoegd als lidstaat van herkomst onder Richtlijn 2004/109/EG) wordt vereist. Het tweede lid verzorgt de omzetting van artikel 23.2 van Richtlijn 2004/109/EG.

gevolge deze bepaling zijn emittenten uit derde landen vóór het boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2007 niet gehouden hun financiële overzichten op te stellen overeenkomstig artikel 12 of 13, mits zij hun financiële overzichten opstellen overeenkomstig

ternationaal aanvaarde standaarden als bedoeld

artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1606/2002. Zowel het eerste als het tweede lid gelden onverminderd de toepassing van artikel 46, dat deze emittenten

bepaalde omstandigheden en onder bepaalde voorwaarden toelaat om de artikelen 12 en 13 niet na te leven. Leven zij deze artikelen toch na, dan laten het eerste en het tweede lid hen niettemin toe om daarbij afwijkende standaarden voor jaarrekeningen te hanteren. Artikel 48 Dit artikel last een specifieke overgangsregeling

, voor emittenten die nog niet beschikken over een website die aan de voorwaarden van artikel 41 voldoet. Artikel 49 Dit artikel stelt de datum van

werkingtreding van onderhavig koninklijk besluit vast. Deze datum werd vastgesteld op 1 januari 2008, om de emittenten

de gelegenheid te stellen de nodige maatregelen te nemen om de bepalingen van het besluit,

zonderheid die

zake openbaarmaking en opslag van

formatie, te kunnen naleven. Artikel 50 Dit artikel stelt de datum van

werkingtreding van de artikelen 1, 2, 42 en 61 van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten vast. Artikel 51 Artikel 51 bepaalt dat de Minister van Financiën belast is met de uitvoering van het besluit. Dat, Sire, is de strekking van het ontwerpbesluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd. Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars. De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS ADVIES VAN 4 JUIN 2007 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 7 mei 2007. door de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën verzocht hem,binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële

strumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt", heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht van de Regering op het feit dat de ontstentenis van de controle die het Parlement krachtens de Grondwet moet kunnen uitoefenen, tot gevolg heeft dat de Regering niet over de volheid van haar bevoegdheid beschikt. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp

die beperkte bevoegdheid kan worden

gepast, aangezien de afdeling wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de Regering

aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is. Aangezien de adviesaanvraag

gediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de

richting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek sluiten, beperkt de afdeling wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Reikwijdte van het ontwerp 1. Het ontworpen besluit draagt bij tot de omzetting van voornamelijk : - Richtlijn 2004/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004.betreffende de transparantievereisten die gelden voor

formatie over uitgevende

stellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (hierna te noemen Richtlijn 2004/109); - Richtlijn 2007/14/EG van de Commissie van 8 maart 2007 tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG betreffende de transparantievereisten die gelden voor

formatie over uitgevende

stellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (hierna te noemen Richtlijn 2007/14). 2. Er dient nogmaals te worden opgemerkt

(1)dat Richtlijn 2004/109 steunt op een onderscheid tussen "lidstaat van herkomst" en "lidstaat van ontvangst". Als "lidstaat van herkomst" - die de verplichtingen dient na te komen die hem als zodanig worden opgelegd - wordt aangemerkt : - wanneer de statutaire zetel van een

stelling die effecten uitgeeft,

een lidstaat gevestigd is, die lidstaat; - wanneer de uitgevende

stelling

een derde land gevestigd is, de lidstaat waar de effecten voor de eerste maal aan het publiek worden aangeboden of waar het eerst toelating tot de handel op een gereglementeerde markt wordt aangevraagd (artikel 2, lid 1, i), van Richtlijn 2004/109).

de gevallen die niet passen binnen de hiervoor aangegeven mogelijkheden, is de lidstaat van herkomst die welke door de uitgevende

stelling wordt gekozen. Als "lidstaat van ontvangst" wordt aangemerkt elke andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst waar de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (artikel 2, lid 1, j), van Richtlijn 2004/109). De lidstaat van herkomst is ertoe gehouden verplichtingen

zake financiële

formatieverstrekking op te leggen aan drie categorieën actoren : - de uitgevende

stellingen waarvan effecten op een gereglementeerde markt zijn toegelaten; - de aandeelhouders; - de natuurlijke of rechtspersonen die stemrecht bezitten of over financiële

strumenten beschikken die een weerslag hebben op de stemrechten. 3. Uit artikel 3 van Richtlijn 2004/109 volgt dat de lidstaat van herkomst aan die actoren strengere verplichtingen mag opleggen dan die welke

de voormelde Richtlijn voorkomen.Die mogelijkheid wordt evenwel niet geboden aan de andere lidstaten, die "lidstaten van ontvangst" worden genoemd. Het is hun dus niet langer toegestaan de toelating van de effecten tot de handel op hun gereglementeerde markten te beperken door aan de uitgevende

stellingen extra

formatieverplichtingen op te leggen. Door die regel, die de "lidstaat van herkomstregel" wordt genoemd, zou het mogelijk moeten zijn de hinderpalen voor de toelating van de effecten tot de handel op de gereglementeerde markten van een andere lidstaat weg te nemen. De

stellingen die effecten uitgeven, zijn er

de eerste plaats toe gehouden periodieke

formatie te verschaffen over de financiële toestand van de uitgevende

stelling en over die van door haar gecontroleerde ondernemingen. Die

formatie omvat ook een staat met prognoses. Zo dient de uitgevende

stelling een jaarlijks financieel verslag te publiceren (artikel 4 van Richtlijn 2004/109), alsook halfjaarlijkse financiële verslagen (artikel 5 van Richtlijn 2004/109) en tussentijdse verklaringen van het bestuursorgaan,

zonderheid aangaande belangrijke gebeurtenissen en transacties (artikel 6 van Richtlijn 2004/109). Voorts wordt bij Richtlijn 2004/109 een verplichting tot het verstrekken van "actuele

formatie" opgelegd. Kortom, wanneer zich door de verwerving of de overdracht van effecten een wijziging voordoet

de structuur van belangrijke deelnemingen die een weerslag heeft op de verdeling van de stemrechten, is de houder van die effecten ertoe verplicht de uitgevende

stelling op de hoogte te brengen van het percentage van stemrechten dat die operatie tot gevolg heeft. Die

stelling is ertoe gehouden die

formatie te publiceren (artikelen 9, 10, 12 en 13 van Richtlijn 2004/109). 4. De lidstaat van herkomst moet toezien op de naleving van de voormelde regels en van de striktere regels die hij zou hebben

gevoerd.Daartoe wijst elke lidstaat een bevoegde autoriteit aan om op de toepassing van de Richtlijn toe te zien. Die autoriteit is

principe de centrale autoriteit opgericht overeenkomstig de prospectusrichtlijn.

de Richtlijn tot uitvoering van Richtlijn 2004/109 worden de voorschriften voor de tenuitvoerlegging van die Richtlijn bepaald. Die voorschriften moeten zorgen voor een hoog niveau van beleggersbescherming, de marktefficiëntie ten goede komen en op eenvormige wijze toegepast kunnen worden (overweging 2 van Richtlijn 2007/14)

(2). Richtlijn 2007/14 bevat

zonderheid verduidelijkingen wat betreft : - de

formatie die door de uitgevende

stellingen op zijn minst moet worden verspreid

de halfjaarlijkse verslagen en

de tussentijdse jaarverslagen (artikelen 3 en 4 van Richtlijn 2007/14); - de mechanismen voor de controle op de marktmakers (artikel 6 van Richtlijn 2007/14)

(3); - de aanwijzing van de aandeelhouders en de natuurlijke personen of juridische entiteiten die kennis moeten geven van belangrijke deelnemingen (artikel 8 van Richtlijn 2007/14); - de definitie van de soorten financiële

strumenten die de houder ervan het recht verlenen om aandelen te verwerven waaraan stemrechten zijn verbonden (artikel 11. van Richtlijn 2007/14); - de minimumnormen betreffende de verspreiding van gereglementeerde

formatie onder het publiek (artikel 12 van Richtlijn 2007/14); - en de minimumverplichtingen die vervuld moeten zijn om de gelijkwaardigheid te kunnen aanvaarden van de regelingen van derde landen wat bepaalde aspecten van de Richtlijn betreft (artikelen 14 tot 23 van Richtlijn 2007/14). België heeft een aanvang gemaakt met de omzetting van Richtlijn 2004/109. door het aannemen van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen

(4). Bij het ontworpen besluit wordt die omzetting aangevuld. Algemene opmerking van terminologische aard

het ontwerp worden bepalingen van Richtlijn 2004/109 en van Richtlijn 2007/14 overgenomen. Bijgevolg is het wenselijk de bewoordingen ervan getrouw over te nemen, tenzij er doorslaggevende redenen zijn om een andere terminologie te hanteren. Door het hanteren van dezelfde terminologie worden onnodige betwistingen over de kwaliteit van de omzetting vermeden en wordt de

terpretatie van de nationale bepalingen vergemakkelijkt. Zo bijvoorbeeld : - zouden, zoals

artikel 4, lid 2, c), van Richtlijn 2004/109,

artikel 12, § 2, 3°, a) de woorden "juist en getrouw beeld" moeten worden gebezigd

plaats van de woorden "getrouw beeld"; - zouden

beide versies van artikel 21, eerste lid, 1°, van het ontwerp, de woorden "complète" en "volledige" vervangen moeten worden door respectievelijk de woorden "exhaustive" en "grondige" overeenkomstig artikel 13, lid 1, a), van Richtlijn 2007/14; - zouden

beide versies van artikel 21, eerste lid, 3°, van het ontwerp, de woorden "prévisible" en "verwachte" vervangen kunnen worden door respectievelijk de woorden "probable" en "waarschijnlijke toekomstige", die gebruikt worden

artikel 13, lid 1, c), van dezelfde Richtlijn. Bijzondere opmerkingen Aanhef Er bestaat geen grond om

het eerste lid melding te maken van de Richtlijnen als rechtsgrond van het ontwerp. Volgens de adviespraktijk van de afdeling wetgeving vinden verordeningsteksten waarbij een Richtlijn wordt omgezet immers alleen een rechtsgrond

regelingen van

tern recht. De aanhef dient daarentegen te worden aangevuld met een lid waarin verwezen wordt naar artikel 62 van de voormelde wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten, welke bepaling de rechtsgrond is van artikel 50 van het ontwerp. Dispositief Artikel 2 1.

artikel 2 van het ontwerp worden de definities overgenomen die voorkomen

de voornoemde wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten.Zo stemt de definitie van de "emittent" die voorkomt

artikel 2, § 1, 8°, van het ontwerp, overeen met artikel 3, § 1, 1°, van die wet. Zo ook wordt

artikel 2, § 1, 10°, van het ontwerp artikel 3, § 1, 11°, van de voormelde wet weergegeven. Met het oog op de rechtszekerheid dient te worden verwezen naar de definities van de voornoemde wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten, die de rechtsgrond van het ontworpen besluit vormt. Als de bewoordingen ervan overgenomen worden, ontstaat het gevaar dat de Koning

de toekomst misleid wordt omtrent de ware aard van de bepalingen die

het besluit overgenomen zijn. Bovendien zou een wijziging van de wet tot gevolg hebben dat de band tussen de wet en de maatregelen tot uitvoering van die wet verloren gaat als die maatregelen zelf niet aangepast worden. 2.

artikel 2, § 1, 3°, van het ontwerp wordt een definitie gegeven van "schuldinstrumenten" door artikel 2, lid 1, b), van Richtlijn 2004/109 bijna woordelijk over te nemen als niet-converteerbare obligaties en andere verhandelbare schuldinstrumenten.Artikel 2, lid 1, 1°, b) en c), van die Richtlijn impliceert evenwel dat onder "schuldinstrumenten" ook converteerbare effecten vallen. De vraag rijst dan ook hoe die onderscheiden bepalingen op elkaar kunnen worden afgestemd. Artikel 4 Volgens artikel 4, eerste lid, van het ontwerp "[moet] de emittent die België kiest als lidstaat van herkomst

het kader van artikel 10, § 3, 2°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten [betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten] zijn keuze met een per post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs aan de [Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen [hierna te noemen de CBFA]] ter kennis brengen binnen een termijn van drie maanden na de

werkingtreding van dit besluit". Doordat deze bepaling als een overgangsbepaling is gesteld, wordt daarbij aan de emittent die

de toekomst België kiest als lidstaat van herkomst niet de verplichting opgelegd om die keuze ter kennis van de CBFA te brengen. De gemachtigde van de Minister is het ermee eens dat deze leemte moet worden opgevuld. Een overgangsbepaling voor de emittenten die België reeds hebben gekozen alslidstaat van herkomstzou evenwelin titel VII van het ontwerp kunnen worden opgenomen. Artikel 11

het verslag aan de Koning wordt

verband met paragraaf 4 gesteld dat de commissarissen van emittenten naar Belgisch recht zich altijd kunnen beroepen op het advies van de Raad van het

stituut voor Bedrijfsrevisoren van 7 januari

  1. De strekking van dat advies zou moeten worden aangegeven. Artikel 13
  2. Uit het verslag aan de Koning blijkt dat het bijvoeglijk naamwoord "materiële" moet worden begrepen

zijn

ternationaal aanvaarde betekenis van het woord en

de context van jaarrekeningen. Duidelijkheidshalve zou deze definitie moeten worden opgenomen

de tekst van het ontwerp. 2. Artikel 13, § 4, vijfde lid, van het ontwerp is een bepaling die

de slotbepalingen thuishoort. Artikel 14 Artikel 14, § 2, van het ontwerp ontheft emittenten van aandelen van de verplichting om overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2004/109 tussentijdse verklaringen openbaar te maken. Deze bepaling veroorzaakt echter rechtsonzekerheid omdat ze onduidelijk is. Ze ontheft van de bovenvermelde verklaringen emittenten die driemaandelijkse financiële verslagen openbaar maken die "mutatis mutandis" overeenstemmen met de halfjaarlijkse verslagen of die

overeenstemming zijn met "gelijkwaardige voorschriften van de gereglementeerde markt". De voorwaarden waaronder ontheffing van de verklaring kan worden verleend moeten worden gepreciseerd

de zin die

het verslag aan de Koning wordt aangegeven. Artikel 15 Artikel 15, tweede lid, van het ontwerp zou beter overeenstemmen met artikel 16, lid 2, van Richtlijn 2004/1009,

dien het geredigeerd was als volgt : "de emittenten van andere effecten dan aandelen, die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten [...]". Artikel 17 Artikel 17, eerste lid, van het ontwerp ontheft van de naleving van sommige bepalingen de effecten "die door een lidstaat of de regionale of plaatselijke overheden van een lidstaat zijn uitgegeven". Dit artikel is zo geredigeerd dat het voor elke lidstaat lijkt te gelden.

dien dit wel degelijk de bedoeling van de steller van het ontwerp is, is deze bepaling niet verenigbaar met de territoriale bevoegdheid van de Koning; dit geldt des te meer daar de ontheffing waarin artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2004/109 voorziet facultatief

(5)is en is uitgevaardigd om rekening te houden met de soevereiniteit van de voormelde emittenten
(6). Men schrijve derhalve "[...] door de Staat, de gemeenschappen en de gewesten of de plaatselijke overheden zijn uitgegeven". Artikel 18 Artikel 18, § 2, 2°, van het ontwerp ontheft van de verplichting tot

diening van halfjaarlijkse verslagen "emittenten die [...] uitsluitend [...] schuldinstrumenten uitgeven die onvoorwaardelijk en onherroepelijk gegarandeerd zijn door een lidstaat of door een van de regionale of plaatselijke overheden van een lidstaat". Het reikt verder dan de machtiging verleend aan de lidstaten bij artikel 8, lid 3, van Richtlijn 2004/109. Deze bepaling maakt het immers alleen aan de lidstaat van herkomst, dit wil zeggen

casu België, mogelijk om emittenten die schuldinstrumenten uitgeven die gegarandeerd zijn door België zelf of door een van zijn ondergeschikte overheden te ontheffen van het halfjaarlijks verslag. Zoals

artikel 17, moeten de woorden "door een lidstaat of door een van de regionale of plaatselijke overheden van een lidstaat" derhalve worden vervangen door de woorden "door de Staat, de gemeenschappen en de gewesten of de plaatselijke overheden van een lidstaat". Artikel 19 1.

artikel 19, eerste lid, van het ontwerp is

hoofdzaak het principe vervat dat de CBFA emittenten waarvan de statutaire zetel gelegen is

een derde land ontheffing kan verlenen van verscheidene verplichtingen mits de wetgeving van deze Staat "gelijkwaardige verplichtingen oplegt" als die van Richtlijn 2004/109.Met toepassing van artikel 23, lid 4, van deze Richtlijn heeft de Commissie criteria

zake gelijkwaardigheid vastgesteld

de artikelen 13 tot 22 van Richtlijn 2007/14. De artikelen 20 tot 26 van het ontwerp strekken ertoe al deze bepalingen om te zetten.

de bespreking van deze artikelen wijst de steller van het ontwerp op het volgende : " Hoewel de CBFA

deze gevallen niet zelf hoeft te bepalen onder welkevoorwaarden er sprake is van gelijkwaardigheid, vloeit uit artikel 19 voort dat zijde mogelijkheid behoudt om de ontheffing al dan niet te verlenen. " De aandacht van de steller van het ontwerp moet op de volgende gegevens worden gevestigd. Artikel 23, lid 1, van Richtlijn 2004/109 bepaalt dat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst een uitgevende

stelling die

een derde land gevestigd is ontheffing "kan" verlenen van verscheidene verplichtingen mits de wetgeving van dit land aan de uitgevende

stellingen gelijkwaardige verplichtingen oplegt. Het voormelde artikel 23, lid 1, is evenwel een afwijkende bepaling en moet om die reden restrictief worden geïnterpreteerd. Bovendien moet het worden gelezen

het licht van artikel 23, lid 4, van dezelfde Richtlijn. Uit deze laatste bepaling vloeit echter voort dat de criteria die worden opgesomd

de artikelen 13 tot 22 van Richtlijn 2007/14 tot doel hebben "om een uniforme toepassing van lid 1" van artikel 23 van Richtlijn 2004/109 te garanderen. Het streven naar deze uniformiteit wordt

het gedrang gebracht

dien de CBFA emittenten die

een derde land gevestigd zijn kan ontheffen van de verplichtingen op basis van andere criteria of deze ontheffing ondanks deze criteria kan weigeren. De CBFA beschikt alleen over een beoordelingsbevoegdheid voor zover dit nodig is voor de toepassing, geval per geval, van de criteria vastgesteld bij de artikelen 13 tot 22 van Richtlijn 2007/14. Artikel 19, eerste lid, van het ontwerp moet

het licht van wat voorafgaat opnieuw worden onderzocht. 2. Artikel 19, tweede lid, parafraseert artikel 23, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2004/109 dat echter explicieter gesteld is.Deze laatste formulering is verkieslijk. Artikel 24 De bepaling dat uiterlijk twee maanden na afloop van de verslagperiode "driemaandelijkse financiële verslagen" openbaar moeten worden gemaakt dient te vervallen. Ze komt immers niet voor

artikel 16 van Richtlijn 2007/14 en zou de eenvormigheid voorgeschreven bij artikel 23, lid 4, van Richtlijn 2004/109 kunnen verbreken. Bovendien is ze onverenigbaar met de verwijzing naar de wetgeving van het derde land. Artikel 25

het eerste lid, 2°, van de tekst wordt voorgeschreven dat emittenten van effecten een minimum aan

formatie

zake kapitaal en eigen vermogen moeten verstrekken, alsook over de liquiditeit. Door vereisten

zake kapitaal voor te schrijven, gaat de tekst verder dan het bepaalde

artikel 17, lid 1, b), van Richtlijn 2007/14. Het woord "minimumkapitaal" moet vervallen en men schrijve : "minimumvereisten

zake eigen vermogen". Artikel 26 Overeenkomstig artikel 18, lid 3, van Richtlijn 2007/14 moet

artikel 26, derde lid, van het ontwerp worden gepreciseerd dat de jaarrekening van de emittent op een onafhankelijke wijze moet worden gecontroleerd. Artikel 27 De lidstaten zijn de adressaten van beschikking 2006/891/EG van de Commissie van 4 december 2006 betreffende het gebruik door effectenuitgevende

stellingen uit derde landen van overeenkomstig

ternationaal aanvaarde standaarden voor jaarrekeningen opgestelde

formatie

(7). Aangezien een dergelijke beschikking evenwel rechten kan doen ontstaan voor de particulieren die er zich op kunnen beroepen tegenover de nationale rechtbanken
(8), moet er uitdrukkelijk naar worden verwezen

artikel 27 van het ontwerp opdat de tekst een duidelijke betekenis blijft hebben. Artikel 29 Artikel 29 van het ontwerp strekt ertoe uitvoering te verlenen aan artikel

  1. van Richtlijn 2004/
  2. Dit artikel betreft de bewarende maatregelen die de lidstaat van ontvangst kan nemen.

artikel 29 van het ontwerp wordt artikel 21 van de voornoemde wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten uitvoerig geparafraseerd. De afdeling wetgeving heeft er reeds verschillende malen op gewezen dat bepalingen die alleen maar een hogere norm

herinnering brengen door die over te nemen of te parafraseren, niet thuishoren

een regeling. Zulke bepalingen zijn niet alleen overbodig, ze verhullen bovendien de ware aard van de hogere norm. Door een hogere regel over te nemen, handelt de steller van het ontwerp alsof hij bevoegd is

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.