Decreet betreffende radio-omroep en televisie
In het kort
Dit decreet regelt de radio-omroep en televisie in Vlaanderen en zet Europese richtlijnen om. Het definieert belangrijke termen en concepten die van toepassing zijn op omroepactiviteiten.
Wat het reguleert
- De algemene bepalingen en definities voor radio-omroep en televisie.
- De omzetting van Europese richtlijnen betreffende televisieomroepactiviteiten.
- Verschillende soorten omroepdiensten, zoals lineaire en niet-lineaire radio- en televisiediensten.
- Vormen van commerciële communicatie, waaronder reclame, sponsoring en productplaatsing.
Wie het betreft
- Omroeporganisaties die radio- en televisiediensten aanbieden.
- Dienstenverdelers en netwerkoperatoren die elektronische communicatienetwerken beheren.
Kernpunten
- Het decreet definieert "Europese producties" op basis van herkomst en productiecriteria.
- "Boodschappen van algemeen nut" omvatten berichten van overheden, openbare instellingen, sociale en humanitaire verenigingen, en erkende culturele verenigingen.
- "Commerciële communicatie" omvat beelden of geluiden die goederen, diensten of het imago van een economische actor promoten.
- Een "redactiestatuut" is een schriftelijk referentiekader dat de onafhankelijke werking van de redactie ten opzichte van de omroeporganisatie garandeert.
Wettekst
27 MAART 2009. - Decreet betreffende radio-omroep en televisie Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet betreffende radio-omroep en televisie. DEEL
punt b);3) coproducties die zijn vervaardigd in het kader van tussen de Europese Gemeenschap en derde landen gesloten overeenkomsten met betrekking tot de audiovisuele sector en die voldoen aan de voorwaarden van de betrokken overeenkomsten.Voorwaarde voor de toepassing van punten 2) en 3) is dat producties die afkomstig zijn uit lidstaten, in de betrokken derde landen niet worden getroffen door discriminerende maatregelen; b) de producties,
punt a), 1), en a), 2), zijn producties die voornamelijk tot stand zijn gebracht met hulp van auteurs en medewerkers die in een of meer van de staten,
punt a), 1), en a), 2), woonachtig zijn en die aan een van de volgende drie voorwaarden voldoen : 1) de producties zijn tot stand gebracht door een of meer in een of meer van deze staten gevestigde producenten;2) de vervaardiging ervan geschiedt onder het toezicht en de feitelijke controle van een of meer in een of meer van deze staten gevestigde producenten;3) de bijdrage van de coproducenten van deze staten in de totale kosten van de coproductie is doorslaggevend en de coproductie staat niet onder controle van een of meer buiten deze staten gevestigde producenten;c) producties die geen Europese producties zijn als
a), maar die vervaardigd worden in het kader van tussen de lidstaten en derde landen gesloten bilaterale coproductieverdragen, worden als Europese producties beschouwd mits de coproducenten uit de Europese Gemeenschap een meerderheidsaandeel hebben in de totale productiekosten en de productie niet onder controle staat van een of meer buiten de lidstaten gevestigde producenten;12° evenement : een voor het publiek toegankelijke gebeurtenis.De gebeurtenis vormt een afgerond geheel met een natuurlijk begin en einde. Als een evenement zich uitstrekt over verschillende dagen, wordt elke dag als een afzonderlijk evenement beschouwd; 13° exclusiviteitshouder : elke omroeporganisatie die ressorteert onder de Vlaamse Gemeenschap, een andere gemeenschap of een andere lidstaat van de Europese Unie die voor evenementen exclusieve uitzendrechten heeft verworven voor de Vlaamse Gemeenschap;14° geavanceerde digitale eindapparatuur : settop-boxen en geïntegreerde digitale televisietoestellen voor de ontvangst van digitale interactieve omroepprogramma's;15° jongere : een persoon vanaf twaalf jaar tot onder de leeftijd van zestien jaar;16° kabelomroepnetwerk : elektronisch communicatienetwerk waardoor signalen van radio-omroep en televisie al dan niet in gecodeerde vorm via elk soort van draad aan derden worden doorgegeven;17° kader decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 22/08/2003 numac 2003035939 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Kaderdecreet bestuurlijk beleid type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom. 18/07/2003 pub. 03/09/2003 numac 2003035937 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wat de invoering betreft van het recht op informatie via radio en televisie en houdende instelling van een recht van antwoord en een recht van mededeling ten aanzien van radio en televisie sluiten : het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003;18° kind : een persoon onder de leeftijd van twaalf jaar;19° kinderprogramma : een programma dat zich voornamelijk richt tot kinderen, wat onder meer kan blijken uit de inhoud, het tijdstip van uitzenden, de vormgeving, de presentatie en de wijze van aankondiging;20° lineaire radiodienst : een lineaire auditieve omroepdienst, dat is een door een omroeporganisatie aangeboden omroepdienst voor het gelijktijdig beluisteren van auditieve programma's op basis van een programmaschema;21° lineaire televisiedienst : een lineaire audiovisuele omroepdienst, dat is een door een omroeporganisatie aangeboden omroepdienst voor het gelijktijdig bekijken van audiovisuele programma's op basis van een programmaschema;22° netwerkoperator : de aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk.Onder aanbieden wordt begrepen het bouwen, exploiteren, leiden en beschikbaar stellen van een elektronisch communicatienetwerk; 23° niet-lineaire radiodienst : een niet-lineaire auditieve omroepdienst of auditieve omroepdienst op aanvraag, dat is een door een omroeporganisatie aangeboden omroepdienst die de gebruiker de mogelijkheid biedt om auditieve programma's te beluisteren op zijn individuele verzoek en op het door hem gekozen moment op basis van een door de omroeporganisatie geselecteerde programmacatalogus;24° niet-lineaire televisiedienst : een niet-lineaire audiovisuele omroepdienst of audiovisuele omroepdienst op aanvraag, dat is een door een omroeporganisatie aangeboden omroepdienst die de gebruiker de mogelijkheid biedt om audiovisuele programma's te bekijken op zijn individuele verzoek en op het door hem gekozen moment op basis van een door de omroeporganisatie geselecteerde programmacatalogus;25° omroepactiviteit : elke activiteit die bestaat in het ter beschikking stellen van bewegende beelden, al dan niet met geluid, of van een reeks van klanken of geluiden bestemd voor het algemene publiek of een deel ervan via elektronische communicatienetwerken. Omroepactiviteit wordt ook wel radio-omroep en televisie genoemd; 26° omroepdienst : a) een dienst als
artikelen 49 en 50 van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, die valt onder de redactionele verantwoordelijkheid van de aanbieder van de dienst, met als hoofddoel de levering aan het algemene publiek van audiovisuele of auditieve programma's ter informatie, vermaak, educatie of met culturele inslag, via elektronische communicatienetwerken;en/of
- b)de commerciële communicatie;27° omroeporganisatie : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de redactionele verantwoordelijkheid draagt voor de keuze van de inhoud van de omroepdienst en die bepaalt hoe die wordt georganiseerd;28° omroepprogramma : het geheel van programma's en alle additioneel meegestuurde informatie dat door een omroeporganisatie op basis van een programmaschema wordt aangeboden onder een merk of titel;29° organisator :
- a)de persoon of vereniging die een evenement organiseert;
- b)de houder van de exploitatierechten op het evenement;30° productplaatsing : elke vorm van audiovisuele commerciële communicatie die bestaat in het opnemen van of het verwijzen naar een product of dienst of een desbetreffend handelsmerk binnen het kader van een televisieprogramma;31° programma : een reeks bewegende beelden, al dan niet met geluid, of een reeks van klanken of geluiden, die een afzonderlijk element van een door een omroeporganisatie opgesteld schema of een catalogus vormt;voorbeelden van programma's zijn bioscoopfilms, sportevenementen, komische series, documentaires, kinderprogramma's en origineel drama; 32° programma-aanbod : het geheel van aangeboden programma's;33° radiodienst : een auditieve omroepdienst;34° radio-omroeporganisatie : een aanbieder van radiodiensten;35° reclame : de audiovisuele of auditieve boodschap van een publieke of particuliere onderneming of natuurlijke persoon - in welke vorm dan ook - over de uitoefening van een commerciële, industriële, ambachtelijke activiteit of van een beroep, ter bevordering van de levering tegen betaling van goederen of diensten, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen, die tegen betaling of soortgelijke vergoeding dan wel voor zelfpromotie in een lineaire omroepdienst wordt uitgezonden;36° redactiestatuut : een schriftelijk referentiekader waarin de onderlinge verhoudingen worden vastgelegd tussen redactie, hoofdredactie en directie.Het garandeert de onafhankelijke werking van de redactie ten opzichte van de omroeporganisatie; 37° redactionele verantwoordelijkheid : de uitoefening van effectieve controle op de keuze van programma's en de organisatie ervan in hetzij een chronologisch schema, in geval van lineaire televisie- en radiodiensten, hetzij een catalogus, in geval van niet-lineaire televisie- en radiodiensten;38° richtlijn audiovisuele mediadiensten : richtlijn 89/552/EEG van 3 oktober 1989 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten, en de latere wijzigingen ervan;39° satellietomroepnetwerk : elektronisch communicatienetwerk waardoor radio-omroep- en televisiesignalen in digitale vorm, al dan niet gecodeerd, via satelliet aan derden worden doorgegeven;40° secundaire lineaire omroeporganisatie : de omroep van de Vlaamse Gemeenschap of elke lineaire omroeporganisatie die geen exclusieve uitzendrechten voor de Vlaamse Gemeenschap heeft verworven, als er exclusieve uitzendrechten op het evenement zijn verleend;41° sponsoring : elke bijdrage van een publieke of particuliere onderneming, een overheid of een natuurlijke persoon die zich niet bezighoudt met het aanbieden van omroepdiensten of met de vervaardiging van audiovisuele of auditieve producties, aan de financiering van omroepdiensten of programma's met het doel zijn of haar naam, handelsmerk, imago, activiteiten of producten meer bekendheid te geven;42° systeem voor voorwaardelijke toegang : elke technische maatregel of regeling waarbij toegang tot een beschermd radio- of televisieomroepprogramma in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een andere vorm van voorafgaande individuele machtiging;43° televisiedienst : een audiovisuele omroepdienst;44° televisieomroeporganisatie : een aanbieder van televisiediensten;45° telewinkelen : rechtstreekse aanbiedingen aan het publiek die worden uitgezonden met het oog op de levering tegen betaling van goederen of diensten, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen;46° zelfpromotie : de aanprijzing door een omroepdienst van eigen producten, diensten, programma's of netten;47° zendapparatuur : ieder apparaat dat geheel of gedeeltelijk bestemd is om naar het publiek signalen van radio-omroep en televisie draadloos uit te zenden;48° zendvergunning : vergunning voor de exploitatie van ieder apparaat dat is bestemd om draadloos signalen van radio-omroep of televisie uit te zenden;49° onafhankelijke producent : de producent :
- a)waarvan de rechtspersoonlijkheid onderscheiden is van die van een omroeporganisatie;
- b)die rechtstreeks noch onrechtstreeks over meer dan 15 percent van het kapitaal van een Vlaamse omroeporganisatie beschikt;
- c)waarvan het kapitaal voor niet meer dan 15 percent in handen is van een vennootschap die rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 15 percent van het kapitaal van een Vlaamse omroeporganisatie bezit;50° teletekst : analoge op tekst gebaseerde dienst die in beeld wordt gebracht en met het lineaire omroepsignaal wordt meegestuurd onder de redactionele verantwoordelijkheid van een aanbieder van omroepdiensten, en de digitale versie van deze dienst;51° auditieve ondertiteling : een auditieve weergave van de ondertiteling bij niet-Nederlandstalige films en dialogen;52° audiobeschrijving : een techniek om audiovisuele producties zoals film en televisieprogramma's toegankelijk te maken voor blinden en slechtzienden.Een voice-over beschrijft de visuele elementen; 53° ondertiteling : een tekstuele versie van de dialoog die op het scherm wordt afgebeeld of oproepbaar is;54° gebarentaal : een visueel-manuele taal, waarin begrippen en concepten door middel van gebaren in een driedimensionele gebarenruimte worden weergegeven. DEEL II. - De openbare omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap TITEL I. - STATUUT VAN DE VRT Art. 3.De Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie, afgekort VRT, is een omroeporganisatie in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht. Voor alles wat niet uitdrukkelijk anders is geregeld in dit decreet, is hij onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen die van toepassing zijn op de naamloze vennootschap. Art. 4.De duur van de VRT is onbepaald. Art. 5.De Vlaamse Gemeenschap kan haar aandelen in de VRT niet overdragen. Artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing op de VRT. Aan alle aandelen zijn dezelfde rechten en verplichtingen verbonden. Alle aandelen zijn en blijven op naam. TITEL II. - MAATSCHAPPELIJK DOEL, BEVOEGDHEID EN DE OPENBARE-OMROEPOPDRACHT Art. 6.§ 1. De VRT heeft als maatschappelijk doel om radioprogramma's, televisieprogramma's en andere soorten programma's te verzorgen binnen de opdracht van de openbare omroeporganisatie die hierna wordt omschreven, en activiteiten uit te voeren die daartoe rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen, waaronder het produceren, laten produceren of verwerven van programma's, het samenstellen van het programma-aanbod, het omroepen, het laten omroepen en het bekendmaken ervan, in de ruimste omvang van de betekenis die aan elk van die begrippen is gegeven in artikel 2. § 2. Als openbare omroeporganisatie heeft de VRT de opdracht een zo groot mogelijk aantal mediagebruikers te bereiken met een diversiteit aan hoogkwalitatieve programma's die de belangstelling van de mediagebruikers wekken en eraan voldoen. De VRT zorgt voor een kwalitatief hoogstaand aanbod in de sectoren informatie, cultuur, educatie en ontspanning. Prioritair moet de VRT op de kijker en luisteraar gerichte informatie- en cultuurprogramma's brengen. Daarnaast worden ook sport, eigentijdse educatie, eigen drama en ontspanning verzorgd. Het hele aanbod van de VRT wordt gekenmerkt door een hoge kwaliteit van de programma's, zowel naar inhoud, naar vorm als naar taalgebruik. In al zijn programma's streeft de VRT naar een zo groot mogelijke kwaliteit, professionaliteit, creativiteit en originaliteit, waarbij ook nieuwe talenten en vernieuwende expressievormen aangeboord moeten worden. Het programma-aanbod wordt op een aangepaste manier gericht op bepaalde bevolkings- en leeftijdsgroepen, meer in het bijzonder op de kinderen en de jeugd. De programma's dragen bij tot de verdere ontwikkeling van de identiteit en de diversiteit van de Vlaamse cultuur en van een democratische en verdraagzame samenleving. De VRT draagt via de programma's bij tot een onafhankelijke, objectieve en pluralistische opinievorming in Vlaanderen. Daarom streeft hij naar een leidinggevende rol op het gebied van informatie en cultuur. Om de betrokkenheid van een zo groot mogelijk aantal Vlamingen bij de omroeporganisatie te realiseren en om de geloofwaardigheid van de openbare omroeporganisatie veilig te stellen, is een voldoende aantal programma's erop gericht een breed en algemeen publiek te boeien. Naast die algemene programma's komen andere programma's aan specifieke belangstellingssferen van kijkers en luisteraars tegemoet. De beoogde doelgroepen zijn voldoende ruim en ze worden door de programma's in kwestie ook bereikt. De VRT volgt de technologische ontwikkelingen op de voet zodat hij zijn programma's, als dat nodig en wenselijk is, ook via nieuwe mediatoepassingen aan zijn kijkers en luisteraars kan aanbieden. Tot de openbare opdracht van de VRT behoren ook alle activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de uitvoering ervan. § 3. Met de machtiging van de Vlaamse Regering kan de VRT ter uitvoering van zijn taken van openbare dienst betreffende de openbare-omroepopdracht,
§ 2, onroerende goederen onteigenen tot algemeen nut.
§
- De VRT kan in het kader van zijn maatschappelijk doel deelnemen aan vennootschappen, verenigingen en samenwerkingsverbanden, voor zover die deelname bijdraagt tot de verwezenlijking van de omroepactiviteiten. De VRT kan een naamloze vennootschap alleen oprichten, kan inschrijven op alle aandelen van die vennootschap, en kan, in afwijking van artikel 646 van het Wetboek van Vennootschappen, alle aandelen bezitten in een naamloze vennootschap, zonder beperking van duur en zonder geacht te worden hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van die vennootschap. §
- De VRT mag leningen aangaan of schuldeffecten uitgeven binnen het kader van het financieel plan dat werd vastgelegd in de beheersovereenkomst. De Vlaamse Regering kan er de Vlaamse Gemeenschapswaarborg aan verlenen. De Vlaamse Regering kan voor de VRT openbare leningen op de Belgische kapitaalmarkt uitgeven, voor zover die leningen bijdragen tot de verwezenlijking van de omroepactiviteiten. §
- De VRT mag schenkingen en legaten ontvangen. Art. 7.De VRT stelt autonoom zijn programma-aanbod en uitzendschema vast. Art. 8.Buiten zijn openbare-omroepopdracht kan de VRT, als ze samenhangen of verband houden met de openbare-omroepopdracht, en als ze opgenomen zijn in een kader dat vooraf werd goedgekeurd door de raad van bestuur, merchandising- en nevenactiviteiten verrichten, rekening houdend met de volgende voorwaarden : 1° de activiteiten hebben als doel de programma's uit het aanbod van de VRT en diensten binnen de publieke opdracht te ondersteunen, de verspreiding ervan te faciliteren of de kosten van het aanbieden ervan te verlichten;2° de activiteiten zijn zelfbedruipend en de transparantie van de ermee gepaard gaande uitgaven en inkomsten is via een gescheiden boekhouding verzekerd;3° de activiteiten worden tegen marktconforme voorwaarden uitgevoerd en brengen geen ernstige concurrentieverstoring met zich mee. Met merchandisingactiviteiten als
het eerste lid, worden alle activiteiten bedoeld die gericht zijn op het behalen van voordeel uit de bekendheid van programma's uit het aanbod van de VRT. Met nevenactiviteiten als
het eerste lid, worden alle andere activiteiten bedoeld. TITEL III. - ORGANISATIE HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Art. 9.De organen van de VRT zijn : 1° de algemene vergadering van de aandeelhouders;2° de raad van bestuur;3° de gedelegeerd bestuurder. Voor zover die niet geregeld zijn in dit decreet, worden de bevoegdheid en de werking van die organen overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen bepaald in de statuten. Art. 10.De raad van bestuur en de gedelegeerd bestuurder leggen in onderling overleg, en in overeenstemming met de bepalingen van dit decreet en de statuten, in een VRT-charter Deugdelijk Bestuur de wijze vast waarop ze hun bevoegdheden als
artikelen 13 en 14, uitoefenen. Het VRT-charter Deugdelijk Bestuur wordt ter kennisgeving bezorgd aan de Vlaamse Regering. HOOFDSTUK II. - Algemene vergadering Art. 11.De algemene vergadering verleent aan de bestuurders, de commissaris(sen) en de gedelegeerd bestuurder kwijting overeenkomstig de bepalingen van artikel 554 van het Wetboek van Vennootschappen. Met behoud van de toepassing van het eerste lid heeft de algemene vergadering geen andere bevoegdheden dan die welke haar in het Wetboek van Vennootschappen zijn voorbehouden. HOOFDSTUK III. - Raad van bestuur Art. 12.§
- De raad van bestuur bestaat uit minimaal twaalf en maximaal vijftien leden. Twaalf leden van de raad van bestuur worden aangewezen door de Vlaamse Regering, met inachtneming van de evenredige vertegenwoordiging van de politieke fracties in het Vlaams Parlement. De door de Vlaamse Regering aangewezen leden van de raad van bestuur kunnen maximaal drie bestuurders coöpteren, op basis van aantoonbare expertise op het vlak van het mediabeleid of het bedrijfsbeleid. De raad van bestuur kiest onder zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter. §
- Het mandaat van bestuurder is onverenigbaar met : 1° het lidmaatschap van een wetgevende of decreetgevende of ordonnantiegevende vergadering en van het Europees Parlement;2° het ambt van minister en staatssecretaris;3° het ambt van provinciegouverneur;4° het lidmaatschap van de bestendige deputatie;5° het ambt van provinciegriffier;6° het ambt van ambtenaar-generaal van een ministerie;7° het ambt van lid van een ministerieel kabinet;8° het ambt van burgemeester, schepen of voorzitter van het OCMW. Het mandaat van bestuurder is ook onverenigbaar met : 1° een functie of mandaat van vast of contractueel personeel van de VRT;2° een functie of mandaat, uitgeoefend in : a) een persbedrijf, de elektronische media inbegrepen;b) in een advertentie- of reclamebedrijf;3° een leidende functie of mandaat in een productiefirma die toelevert aan de elektronische media, en in een andere onderneming die aan de VRT diensten levert, leveringen doet of er werkzaamheden voor uitvoert. Een uitzondering op de onverenigbaarheid,
§ 2
, tweede lid, betreft een functie of mandaat in de vennootschappen, verenigingen of samenwerkingsverbanden,
artikel 6, §
- §
- De werking van de raad van bestuur wordt geregeld in de statuten. De raad kan alleen geldig beraadslagen als de meerderheid van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. De raad kan in overeenstemming met de bepalingen van deze titel en met de statuten in een reglement de wijze bepalen waarop hij zijn bevoegdheden,
artikel 13, uitoefent. §
- De duur van het mandaat van de leden van de raad van bestuur bedraagt vijf jaar. Art. 13.§
- De raad van bestuur heeft de volgende bevoegdheden : 1° het vastleggen van de algemene strategie van de VRT;2° het nemen van beslissingen over aangelegenheden met strategisch karakter.Een aangelegenheid heeft een strategisch karakter als ze een belangrijke impact heeft op het handelen van de VRT in de Vlaamse samenleving of op het medialandschap. De raad van bestuur beslist over het strategische karakter van een aangelegenheid; 3° het goedkeuren, namens de VRT, van de beheersovereenkomst en van elke wijziging ervan;4° het goedkeuren van het jaarlijkse ondernemingsplan en van strategische meerjarenplannen die de doelstellingen en de strategie op de halflange termijn vastleggen.Het jaarlijkse ondernemingsplan bevat onder meer het algemene programmabeleid, de strategie inzake communicatie en public relations, de raming van de inkomsten en uitgaven en van het personeelscontingent; 5° het opmaken van de inventaris en de jaarrekening met de balans, de resultatenrekening en de toelichting, en het opstellen van het jaarverslag;6° het goedkeuren van de regels voor de aanwerving en de rechtspositie van het personeel;7° het aanstellen en ontslaan van de leden van het directiecollege, op voordracht van de gedelegeerd bestuurder;8° het uitoefenen van toezicht op de gedelegeerd bestuurder bij de uitvoering van de beheersovereenkomst, het ondernemingsplan en de beslissingen van de raad van bestuur;9° het bemiddelen bij personele conflicten binnen het directiecollege;10° het beslissen over deelneming van de VRT aan vennootschappen, verenigingen en samenwerkingsverbanden;11° het beslissen over de oprichting van vennootschappen door de VRT;12° het toezicht op de werking en de resultaten van de vennootschappen, verenigingen en samenwerkingsverbanden,
punten 10° en 11°;13° de aanwijzing van de vertegenwoordigers van de VRT in de bestuursorganen van de vennootschappen, verenigingen en samenwerkingsverbanden,
punten 10° en 11°;14° het bijeenroepen van de algemene vergadering en het vaststellen van de agenda;15° het opstellen van het kader waarbinnen de VRT merchandising- en nevenactiviteiten uitoefent. § 2. De bevoegdheden,
§ 1
, kunnen niet worden gedelegeerd aan de gedelegeerd bestuurder of aan andere personeelsleden van de VRT. De beslissingen van de raad van bestuur worden genomen op initiatief en op voorstel van de gedelegeerd bestuurder, de voorzitter van de raad van bestuur of ten minste een derde van de leden van de raad van bestuur. De gedelegeerd bestuurder verstrekt aan de raad van bestuur alle nuttige inlichtingen en brengt alle aangelegenheden die voor een behoorlijke uitoefening van de bevoegdheden van de raad van bestuur nuttig of nodig zijn, op de agenda van de raad van bestuur. § 3. Ter uitvoering van de bevoegdheden,
§ 1
, kunnen de leden van de raad van bestuur, via de voorzitter, op elk moment alle documenten en geschriften van de VRT inzien. De voorzitter kan via de gedelegeerd bestuurder van de leden van het directiecollege en van alle andere personeelsleden alle verduidelijkingen en alle verificaties vorderen die de raad of een lid nodig achten voor de uitvoering van de bevoegdheden van de raad van bestuur. HOOFDSTUK IV. - De gedelegeerd bestuurder Art. 14.§
- De gedelegeerd bestuurder wordt benoemd en ontslagen door de algemene vergadering. §
- De gedelegeerd bestuurder is belast met en exclusief bevoegd voor de volgende taken van het operationele bestuur van de VRT : 1° op het vlak van het management van de dienstverlening : de voorbereiding en de uitvoering van de jaarlijkse ondernemingsplannen en strategische meerjarenplannen, die voortvloeien uit de beheersovereenkomst en goedgekeurd worden door de raad van bestuur;2° inzake de productontwikkeling : het ontwikkelen van nieuwe en het verbeteren van bestaande diensten, producten en processen die passen in het beleid van de VRT;3° inzake het personeelsbeleid : het voeren van een coherent personeelsbeleid, dat afgestemd is op de strategische ontwikkeling van de VRT en de omgevingsfactoren waarbinnen de dienstverlening plaatsvindt, overeenkomstig de rechtspositieregeling van het personeel en de richtlijnen van de raad van bestuur binnen het jaarlijkse ondernemingsplan daarover;4° inzake het financiële beleid : de uitvoering van alle budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen binnen het jaarlijkse ondernemingsplan, met inbegrip van het registreren van de verbintenissen, de goedkeuring en de boeking van de verplichtingen, de boeking van de vorderingen en het doen van alle ontvangsten en uitgaven binnen de machtigende begroting;5° inzake het beheer van de infrastructuur : het voeren van een coherent beleid voor gebouwen, verbruiks- en patrimoniumgoederen, een efficiënt voorraadbeheer en het optimale beheer van de infrastructuur van de VRT binnen de limieten van het door de raad van bestuur goedgekeurde investeringsprogramma;6° inzake communicatie en public relations : het voeren van een eigentijds intern en extern communicatiebeleid, in overeenstemming met de door de raad van bestuur vastgelegde richtlijnen daarover;7° het vaststellen van het programma-aanbod en het uitzendschema;8° het nemen van andere operationele beslissingen die nuttig of nodig zijn voor de goede werking van de VRT en die niet tot de bevoegdheden behoren van de raad van bestuur. De gedelegeerd bestuurder neemt met raadgevende stem deel aan de vergaderingen van de raad van bestuur. De gedelegeerd bestuurder is belast met de voorbereiding van de beslissingen van de raad van bestuur. Hij verstrekt aan de raad van bestuur alle nodige inlichtingen en brengt alle voorstellen die voor de werking van de VRT nuttig of nodig zijn, op de agenda van de raad van bestuur. De gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigt de VRT in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen, met inbegrip van het optreden voor administratieve rechtscolleges, en treedt rechtsgeldig op in naam en voor rekening van de VRT, zonder dat hij dat aan de hand van een beslissing van de raad van bestuur moet staven. Met behoud van de toepassing van de rechtspositieregeling van het personeel mag de gedelegeerd bestuurder onder zijn verantwoordelijkheid een of meer specifieke bevoegdheden, met inbegrip van die welke vermeld worden in dit artikel, delegeren aan een of meer personeelsleden van de VRT. De gedelegeerd bestuurder voert de beslissingen van de raad van bestuur uit. §
- De gedelegeerd bestuurder wordt bijgestaan door het directiecollege, bestaande uit minimaal twee leden plus de gedelegeerd bestuurder. De gedelegeerd bestuurder zit het directiecollege voor. De gedelegeerd bestuurder kan onder zijn uitsluitende verantwoordelijkheid een deel van zijn bevoegdheden delegeren aan een of meer leden van het directiecollege en aan de personeelsleden van de VRT. De gedelegeerd bestuurder bepaalt in een reglement de grenzen waarbinnen en de vormen waarin die delegaties en verdere subdelegaties worden uitgeoefend. §
- De gedelegeerd bestuurder en de andere leden van het directiecollege worden tewerkgesteld met een overeenkomst die gesloten wordt met de VRT. HOOFDSTUK V. - De commissarissen Art. 15.De commissaris(sen) wordt (worden) benoemd door de algemene vergadering op voordracht van de gedelegeerd bestuurder, en oefenen de bevoegdheden uit die in het Wetboek van Vennootschappen zijn toegekend. TITEL IV. - BEHEERSOVEREENKOMST Art. 16.De bijzondere regels en voorwaarden voor de toekenning van de financiële middelen ter uitvoering van de openbare-omroepopdracht,
artikel 6, worden vastgelegd in een beheersovereenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en de VRT. De beheersovereenkomst treedt in werking op de datum die door de Vlaamse Regering bepaald is. Art. 17.§ 1. De beheersovereenkomst regelt in het bijzonder de volgende aangelegenheden : 1° de meetbare doelstellingen met betrekking tot het omroepaanbod, uitgaande van de openbare-omroepopdracht van de VRT en de vooropgestelde strategie, die invulling geeft aan de openbare-omroepopdracht,
artikel 6, § 2.De meetbare doelstellingen hebben onder meer betrekking op de kwaliteitscontrole en op hetzij bereikcijfers, hetzij waarderingscijfers; 2° de doelstellingen betreffende de onderzoeks- en innovatieopdracht van de VRT, uitgaande van de openbare-omroepopdracht van de VRT en de vooropgestelde strategie die invulling geeft aan de openbare-omroepopdracht,
artikel 6, § 2, vijfde lid, en in artikel 8;3° de doelstellingen betreffende het personeelsbeleid, het financiële beleid, technologie en transmissie;4° de berekening van de enveloppe aan financiële middelen die noodzakelijk is voor het verzorgen van het openbare radio- en televisieaanbod,
punt 1°, en de uitbetalingsvoorwaarden ervan.De bepalingen van de Europese richtlijn 2006/111/EG van 16 november 2006 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen zijn van toepassing; 5° de berekening van de financiering voor de toegevoegde opdracht voor onderzoek en innovatie;6° het uitbrengen van een jaarlijks rapport voor 1 juni van het volgende jaar betreffende de uitvoering van de beheersovereenkomst gedurende het afgelopen kalenderjaar, en het uitbrengen van andere documenten die jaarlijks, al dan niet ter goedkeuring door de Vlaamse Regering, moeten worden voorgelegd;7° de maatregelen bij niet-naleving door een partij van haar verbintenissen die voortvloeien uit de beheersovereenkomst. Onder bereikcijfer als
het eerste lid, 1°, wordt begrepen het percentage van de bevolking dat binnen een bepaalde periode, namelijk een maand, week of dag, gedurende een bepaalde tijd afstemt op een bepaalde omroeporganisatie of op televisie of radio in het algemeen. Onder waarderingscijfer als
het eerste lid, 1°, wordt begrepen het gemiddelde van de door de kijker of luisteraar gegeven score. §
- De Vlaamse Regering kan in de beheersovereenkomst verdere regels bepalen voor de commerciële communicatie die de VRT krachtens artikel 48 kan brengen. Art. 18.§
- De VRT kan nieuwe diensten of activiteiten die niet door de beheersovereenkomst zijn gedekt, pas uitoefenen na uitdrukkelijke toestemming van de Vlaamse Regering. §
- De Vlaamse Regering vraagt daarover het advies van de sectorraad Media van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, opgericht bij het decreet van 30 november 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/11/2007 pub. 15/01/2008 numac 2008037385 bron vlaamse overheid Decreet houdende de oprichting van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media sluiten. In zijn advies houdt de sectorraad Media rekening met de observaties van derden. Het advies van de sectorraad Media wordt gepubliceerd op zijn website. Het advies van de sectorraad Media houdt rekening met de belangrijke evoluties in de mediamarkt en in de technologie, met het evoluerende medialandschap en met de rol van de VRT daarin. §
- De sectorraad Media van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media evalueert de mediamarkt op basis van de wijzigingen in de bedrijfseconomische situatie in het Vlaamse medialandschap, het algemeen media-aanbod in de Vlaamse markt, de technologische evoluties, de internationale tendensen, de bescherming en promotie van de Vlaamse cultuur en identiteit en de verwachtingen en behoeften van de mediagebruiker. Art. 19.§
- De beheersovereenkomst wordt gesloten voor een periode van vijf jaar. §
- De VRT legt uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de beheersovereenkomst aan de Vlaamse Regering een ontwerp van nieuwe beheersovereenkomst voor. Als bij het verstrijken van de beheersovereenkomst geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden, wordt de beheersovereenkomst van rechtswege verlengd tot het ogenblik dat een nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden. §
- Elke beheersovereenkomst en elke wijziging en verlenging van de beheersovereenkomst worden onmiddellijk meegedeeld aan het Vlaams Parlement. Art. 20.§
- Ter voorbereiding van elke nieuwe beheersovereenkomst met de VRT organiseert de sectorraad Media van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media een publieke bevraging over de omvang van de openbare-omroepopdracht en de invulling ervan tijdens de nieuwe beheersovereenkomst, rekening houdend met belangrijke evoluties in de mediamarkt en in de technologie, met het evoluerende medialandschap en met de rol van de VRT daarin. De sectorraad Media evalueert de mediamarkt op basis van de wijzigingen in de bedrijfseconomische situatie in het Vlaamse medialandschap, het algemeen media-aanbod in de Vlaamse markt, de technologische evoluties, de internationale tendensen, de bescherming en promotie van de Vlaamse cultuur en identiteit en de verwachtingen en behoeften van de mediagebruiker. §
- Voor de begeleiding van die publieke bevraging doet de sectorraad Media van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media een beroep op wetenschappelijke experts. §
- Op basis van de resultaten van deze publieke bevraging formuleert de sectorraad Media van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media een advies voor de Vlaamse Regering over de nieuwe beheersovereenkomst met de VRT. Dat advies wordt gepubliceerd op de website van de sectorraad Media. Art. 21.Het jaarlijkse rapport,
artikel 17, § 1, 6°, wordt door de Vlaamse Regering voorgelegd aan het Vlaams Parlement voor 30 september. TITEL V. - INKOMSTEN EN BOEKHOUDING Art. 22.De VRT heeft als inkomsten de enveloppe aan financiële middelen die overeengekomen is in de beheersovereenkomst, en de inkomsten uit de activiteiten die de VRT zijn toegestaan overeenkomstig dit decreet, met inbegrip van de inkomsten uit om het even welke distributievorm van het programma-aanbod of delen ervan aan het publiek. Art. 23.De boekhouding van de VRT wordt gevoerd volgens de wetgeving op de boekhouding en jaarrekeningen van de ondernemingen. Art. 24.Het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 30/06/2004 numac 2004035939 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende regeling van de begrotingen, de boekhouding, de controle inzake subsidies, en de controle door het Rekenhof sluiten houdende regeling van de begrotingen, de boekhouding, de controle inzake subsidies, en de controle door het Rekenhof is van toepassing op de VRT. Art. 25.De VRT wordt gemachtigd om een reservefonds aan te leggen. In de begroting bevindt het reservefonds zich op het niveau van de totaliteit van de VRT. De VRT mag de middelen in het reservefonds aanwenden voor de uitoefening van de openbare-omroepopdracht, met inbegrip van het verwerven en beheren van patrimonium. Art. 26.§ 1. De mogelijkheid voor de VRT om bij het afsluiten van elk boekjaar over te gaan tot reservering van een eventueel gecumuleerd nettosurplus uit de exploitatie van de openbare-omroepopdracht in het boekjaar in kwestie, is beperkt tot 10 percent van de in het boekjaar in kwestie ontvangen overheidsmiddelen. Met de term netto-surplus als
het eerste lid wordt het verschil tussen de overheidsdotatie en de nettokosten van de publieke opdracht bedoeld. Bij overschrijding van de grens van 10 percent,
het eerste lid, wordt het excedent terugbetaald aan de Vlaamse Gemeenschap. § 2. Een eventueel nettosurplus als
paragraaf 1, over de gehele duur van een beheersovereenkomst wordt, naar aanleiding van de afsluiting van de rekeningen over die periode, verrekend op de overheidsfinanciering voor de onmiddellijk daaropvolgende beheersovereenkomst. §
- De controle op die mechanismen van terugbetaling en compensatie gebeurt a priori door de Inspectie van Financiën op basis van de goedgekeurde jaarrekening van de VRT. §
- Paragrafen 1 tot 3 zijn niet van toepassing op het reservefonds van 55 miljoen euro,
artikel 39, § 2, van de beheersovereenkomst 2007-2011, dat zoals in dat artikel bepaald is, zal worden aangewend tijdens de duur van de beheersovereenkomst voor de financiering van de in de beheersovereenkomst voorziene deficits in de financiering van de openbare-omroepopdracht van de VRT. § 5. Paragrafen 1 tot 3 zijn evenmin van toepassing op de opbrengsten die voortvloeien uit de verzelfstandiging van het zenderpark waarvan de opbrengsten bestemd zijn voor initiatieven als
artikel 35, § 3, tweede lid, van de beheersovereenkomst 2007-
- TITEL VI. - PERSONEEL Art. 27.§
- Met behoud van de toepassing van artikel 14, § 4, met betrekking tot de gedelegeerd bestuurder en de andere leden van het directiecollege worden de personeelsleden van het middenkader overeenkomstig de hiernavolgende bepalingen met een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld. §
- De gedelegeerd bestuurder stelt de organisatiestructuur vast. Hij heft het ambt op van de personeelsleden die op 12 februari 1996 een ambt bekleedden van rang 13, behalve als die rang verkregen is door bevordering in de vlakke loopbaan, tot en met 15, en van de personeelsleden die een functie uitoefenden die overeenstemt met rang 13 tot en met
- §
- In afwijking van artikel 13, § 1, 6°, stelt de gedelegeerd bestuurder, om redenen van reorganisatie van de dienst, de verordenende maatregelen vast betreffende de administratieve en financiële situatie van de personeelsleden van wie het ambt overeenkomstig § 2 werd opgeheven. Hij verklaart de nieuwe, door hem vast te stellen betrekkingen van het middenkader vacant, selecteert en werft de kandidaten voor die betrekkingen. De aangeworven kandidaten worden met een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld. De statutaire personeelsleden die ter uitvoering van het tweede lid contractueel worden tewerkgesteld, behouden voor de volledige duur van hun contractuele tewerkstelling de statutaire en financiële toestand die zij hadden bij de aanvang van hun contractuele tewerkstelling, tenzij zij daar bij de ondertekening van de overeenkomst van afzien. Art. 28.De personeelsleden van de VRT, behalve de personeelsleden
artikel 27, worden met een arbeidsovereenkomst in dienst genomen. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de statutaire rechtspositie van de personeelsleden die al in dienst zijn. TITEL VII. - BIJZONDERE BEPALINGEN OVER DE PROGRAMMA'S Art. 29.§
- De programma's van de nieuwsdienst beantwoorden aan de normen inzake journalistieke deontologie, zoals vastgelegd in een deontologische code, en waarborgen de gangbare redactionele onafhankelijkheid, zoals vastgelegd in een redactiestatuut. De deontologische code en het redactiestatuut worden vastgesteld door de gedelegeerd bestuurder in overleg met de representatieve vakverenigingen. §
- In het kader van zijn informatieopdracht,
artikel 6, verzorgt de VRT, de maanden juli en augustus uitgezonderd, tweewekelijks een televisieprogramma van dertig minuten of wekelijks een televisieprogramma van vijftien minuten ter duiding van sociaaleconomische onderwerpen. Die programma's worden gemaakt door de nieuwsdienst van de VRT in samenwerking met de organisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. TITEL VIII. - TOEZICHT Art. 30.§
- De Vlaamse Regering wijst een gemeenschapsafgevaardigde aan die erop toeziet dat de VRT zijn activiteiten uitoefent conform de wetten, decreten, besluiten en de beheersovereenkomst. De Vlaamse Gemeenschap draagt de kosten die verbonden zijn aan de uitoefening van zijn ambt. De gemeenschapsafgevaardigde woont met raadgevende stem de vergaderingen bij van de algemene vergadering en van de raad van bestuur. Hij ontvangt de volledige dagorde van de vergaderingen van de algemene vergadering, de raad van bestuur en het directiecollege, en alle documenten ter zake, ten minste vijf werkdagen voor de datum van de vergaderingen. Hij ontvangt de notulen van die vergaderingen. De gemeenschapsafgevaardigde kan op elk moment ter plaatse inzage nemen van alle documenten en geschriften van de VRT. Hij kan van de bestuurders, de gedelegeerd bestuurder en de leden van het directiecollege van de VRT alle inlichtingen en ophelderingen vorderen en hij kan alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn mandaat. §
- Binnen een termijn van vier werkdagen, te rekenen vanaf de kennisname of de ontvangst van de beslissing in kwestie, kan de gemeenschapsafgevaardigde bij de Vlaamse Regering een gemotiveerd beroep instellen tegen elke beslissing van de raad van bestuur, de gedelegeerd bestuurder, het directiecollege en van de organen of de personen van de VRT aan wie zij hun bevoegdheid hebben gedelegeerd, die betrekking heeft op de openbare-omroepopdracht,
artikel 6, en waarvan hij meent dat ze niet strookt met de wetten, decreten, besluiten of de beheersovereenkomst. Het Vlaams Parlement wordt onmiddellijk door de Vlaamse Regering in kennis gesteld van het beroep. Het beroep schort de beslissing op. Als de Vlaamse Regering binnen een termijn van twintig werkdagen, die ingaat op dezelfde dag als de termijn waarover de gemeenschapsafgevaardigde beschikt, de nietigverklaring niet heeft uitgesproken, wordt de beslissing definitief. In voorkomend geval wordt de nietigverklaring binnen de gestelde termijn aan het Vlaams Parlement en aan de gedelegeerd bestuurder meegedeeld. § 3. Beslissingen van de raad van bestuur, de gedelegeerd bestuurder, het directiecollege en van de organen of de personen van de VRT aan wie zij hun bevoegdheid gedelegeerd hebben, die betrekking hebben op de uitvoering van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 11/06/1999 numac 1999035668 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van de rechtspositie van het statutair en het contractueel personeel van het VRT-Filharmonisch orkest en het VRT-koor sluiten tot regeling van de rechtspositie van het statutair en contractueel personeel van het VRT-filharmonisch orkest en het VRT-koor of die een wijziging van de loonkosten,
artikel 4, § 1, van het voormelde decreet, tot gevolg hebben, moeten onmiddellijk aan de gemeenschapsafgevaardigde meegedeeld worden. Binnen een termijn van vier werkdagen, te rekenen vanaf de kennisneming of de ontvangst van de beslissing in kwestie, kan de gemeenschapsafgevaardigde bij de Vlaamse Regering tegen die beslissing een gemotiveerd beroep instellen als hij meent dat de beslissing in kwestie redelijkerwijs onverantwoord is en de belangen van de Vlaamse Gemeenschap schaadt. Dat beroep schort de beslissing op. Als de Vlaamse Regering binnen een termijn van twintig werkdagen, te rekenen vanaf dezelfde dag als de termijn waarover de gemeenschapsafgevaardigde beschikt om beroep in te stellen, de beslissing in kwestie niet nietig heeft verklaard, wordt de beslissing definitief. Als de Vlaamse Regering de beslissing in kwestie vernietigt, wordt de nietigverklaring binnen de termijn,
het vierde lid, aan de gedelegeerd bestuurder meegedeeld. Art. 31.Een interne-auditentiteit binnen de VRT evalueert de doeltreffendheid van het risico- en controlebeheer en de beleidsprocessen, gaat na of ze adequaat zijn en formuleert aanbevelingen tot verbetering ervan. Ze voert daartoe audits uit voor een door de raad van bestuur ingesteld auditcomité, dat wordt voorgezeten door een door de raad van bestuur aangewezen lid van de raad van bestuur, uitgezonderd de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder. Ze voert ook audits uit voor een auditcel bij het VRT-directiecollege met het oog op een zo optimaal mogelijk operationeel beheer. De interne-auditentiteit opereert onafhankelijk van de gedelegeerd bestuurder en ressorteert rechtstreeks onder de voorzitter van het auditcomité. Art. 32.Het Rekenhof is belast met de controle van de rekeningen van de VRT die voor 31 mei aan het Rekenhof worden voorgelegd. Het brengt daarover jaarlijks verslag uit aan het Vlaams Parlement. Het Rekenhof kan ter plaatse inzage krijgen van alle documenten en geschriften die het nodig heeft voor de uitvoering van zijn opdracht. Het kan daartoe ook alle ophelderingen en inlichtingen vragen en alle verificaties verrichten. Art. 33.§ 1. De entiteit Interne Audit van de Vlaamse Gemeenschap,
artikel 34 van het kader decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 22/08/2003 numac 2003035939 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Kaderdecreet bestuurlijk beleid type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid type decreet prom. 18/07/2003 pub. 03/09/2003 numac 2003035937 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wat de invoering betreft van het recht op informatie via radio en televisie en houdende instelling van een recht van antwoord en een recht van mededeling ten aanzien van radio en televisie sluiten, evalueert de interne controlesystemen van de VRT, gaat na of ze adequaat zijn en formuleert aanbevelingen tot verbetering ervan. Ze voert daartoe financiële audits, overeenstemmingsaudits en operationele audits uit en is gemachtigd alle bedrijfsprocessen en activiteiten te onderzoeken. De entiteit Interne Audit is ook bevoegd voor de uitvoering van administratieve onderzoeken bij de VRT. De vertrouwelijkheid van commerciële en industriële informatie, gewaarborgd volgens artikel 14, 3°, van het decreet van 26 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2004 pub. 01/07/2004 numac 2004036026 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur sluiten inzake openbaarheid van bestuur, geldt onverkort. §
- Om haar bevoegdheid te kunnen uitoefenen, heeft de entiteit Interne Audit toegang tot alle informatie en documenten van de VRT. Ze kan aan ieder personeelslid van de VRT de inlichtingen vragen die ze voor de uitvoering van haar opdrachten nodig acht. Ieder personeelslid van de VRT is ertoe gehouden op een volledige wijze te antwoorden en alle relevante informatie en documenten te verstrekken. TITEL IX. - MEDEDELINGEN VAN DE VLAAMSE OVERHEID Art. 34.§
- De VRT is verplicht maximaal vijftien minuten per maand kosteloos mededelingen uit te zenden van de Vlaamse Regering, het Vlaams Parlement, de ministers en de staatssecretarissen van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, volgens de regels en de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt. §
- De mededelingen worden uitgezonden in aansluiting op een hoofdjournaal. Dezelfde mededeling wordt slechts eenmaal per net uitgezonden. De mededelingen strekken tot voorlichting van de Vlaamse bevolking over aangelegenheden van algemeen belang. De VRT draagt geen verantwoordelijkheid voor die mededelingen. §
- De mededelingen voldoen aan de voorwaarden en de regels die de Vlaamse Regering vaststelt. Ze moeten duidelijk herkenbaar zijn en mogen geen aanleiding geven tot verwarring met de eigen programma's van de VRT. Voor en na de mededelingen wordt gesteld dat ze vanwege de Vlaamse overheid of de overheid van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn verstrekt. §
- De aanmaakkosten van de mededelingen worden gedragen door de aanvragende overheid. §
- Behoudens voor dringende gevallen, erkend door de gedelegeerd bestuurder, worden de mededelingen opgeschort tijdens de twee maanden die aan de gemeenteraads-, provincieraads-, federale, Vlaamse en Europese verkiezingen voorafgaan. In zulke gevallen mogen de mededelingen noch de naam, noch de beeltenis van een minister, een staatssecretaris of een parlementslid bevatten en moeten ze louter zakelijk zijn. TITEL X. - TELEVISIEPROGRAMMA'S DOOR LEVENSBESCHOUWELIJKE VERENIGINGEN EN RADIOPROGRAMMA'S DOOR LEVENSBESCHOUWELIJKE EN SOCIAALECONOMISCHE VERENIGINGEN Art. 35.§
- Aan levensbeschouwelijke verenigingen die daartoe erkend worden door de Vlaamse Regering, wordt de mogelijkheid gegeven om televisieprogramma's te verzorgen. Die levensbeschouwelijke verenigingen zijn niet-commerciële verenigingen die tot doel hebben programma's te verzorgen die rechtstreeks zijn afgestemd op het verschaffen van opiniëring vanuit representatieve levensbeschouwelijke stromingen. §
- De Vlaamse Regering erkent de levensbeschouwelijke verenigingen die overeenstemmen met de meest representatieve levensbeschouwelijke stromingen in Vlaanderen. §
- De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden, de duur en de procedure van erkenning. De erkenning van een levensbeschouwelijke vereniging die veroordeeld is voor de inhoud van een door haar verzorgd programma op grond van de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden, vervalt van rechtswege. §
- De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks de zendtijd van elke erkende levensbeschouwelijke vereniging. De gezamenlijke zendtijd van de erkende levensbeschouwelijke verenigingen bedraagt maximaal vijftig uur per jaar. De Vlaamse Regering kan deze zendtijd proportioneel laten stijgen bij de erkenning van nieuwe verenigingen. §
- De erkende levensbeschouwelijke verenigingen hebben recht op een subsidie waarvan het bedrag rechtstreeks ten laste komt van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. Die subsidie dekt de kosten van de vereniging, met inbegrip van de technische kosten. Ze wordt rechtstreeks aan de vereniging in kwestie betaald, op de wijze die bepaald wordt door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks het bedrag dat aan elke erkende levensbeschouwelijke vereniging wordt toegekend. §
- De VRT stelt, volgens de bepalingen die met de erkende levensbeschouwelijke verenigingen overeengekomen zijn, het technisch personeel en de technische uitrusting ter beschikking tegen een vergoeding onder marktvoorwaarden. §
- De gedelegeerd bestuurder bepaalt, op basis van de vereisten van het uitzendschema van de televisieprogramma's van de VRT, het uitzendschema van de programma's van de erkende levensbeschouwelijke verenigingen, rekening houdend met §
- Art. 36.§
- De Vlaamse Regering wijst, nadat de gedelegeerd bestuurder daarover een gemotiveerde uitspraak heeft gedaan, de levensbeschouwelijke en sociaal-economische verenigingen aan die erkend worden om radioprogramma's te verzorgen. De levensbeschouwelijke verenigingen bedoeld in lid 1 zijn niet-commerciële verenigingen die tot doel hebben programma's te verzorgen die rechtstreeks zijn afgestemd op het verschaffen van opiniëring vanuit representatieve levensbeschouwelijke stromingen. §
- De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden, de duur en de procedure van erkenning. De erkenning van een levensbeschouwelijke of een sociaal-economische vereniging die veroordeeld is voor de inhoud van een door haar verzorgd radioprogramma op grond van de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden, vervalt van rechtswege. §
- De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks de zendtijd van de verenigingen,
paragraaf
- De gezamenlijke zendtijd bedraagt maximaal 72,30 uur per jaar. De Vlaamse Regering kan deze zendtijd proportioneel laten stijgen bij de erkenning van nieuwe verenigingen. §
- De gedelegeerd bestuurder bepaalt, volgens de vereisten van het uitzendschema van de radioprogramma's van de VRT, het uitzendschema van de programma's van de erkende verenigingen. De erkende verenigingen hebben recht op een subsidie waarvan het bedrag rechtstreeks ten laste komt van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. Ze wordt rechtstreeks aan de vereniging in kwestie betaald, op de wijze die bepaald is door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag dat aan elke erkende vereniging wordt toegekend. De VRT stelt volgens bepalingen die met de verenigingen, erkend om radioprogramma's te verzorgen, overeengekomen zijn, het technisch personeel en de technische uitrusting ter beschikking tegen vergoeding onder marktvoorwaarden. §
- In de periode van twee maanden die voorafgaat aan de gemeenteraads-, provincieraads-, wetgevende en Europese verkiezingen, worden de programma's van de erkende verenigingen, buiten de levensbeschouwelijke, opgeschort. DEEL III. - Radio-omroep en televisie TITEL I. - BEPALINGEN OVER OMROEPACTIVITEITEN Art. 37.De vrijheid van meningsuiting is gewaarborgd voor omroepactiviteiten. De omroepactiviteiten zijn vrij en kunnen, onder voorbehoud van wat hierna is bepaald voor omroepdiensten, aan geen enkele vormvereiste of voorafgaande controle worden onderworpen. Art. 38.Omroepactiviteiten mogen niet aansporen tot haat en geweld. TITEL II. - BEPALINGEN OVER OMROEPDIENSTEN HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Art. 39.In de programma's wordt elke vorm van discriminatie geweerd. Het programma-aanbod verloopt zo dat het geen aanleiding geeft tot discriminatie tussen de verschillende ideologische of filosofische strekkingen. De informatieprogramma's, de mededelingen en de programma's met een algemeen informatieve inslag, en alle informatieve programmaonderdelen worden in een geest van politieke en ideologische onpartijdigheid verzorgd. Dit artikel is eveneens van toepassing op teletekst. Art. 40.Aanbieders van omroepdiensten stellen de volgende informatie gemakkelijk, rechtstreeks en permanent ter beschikking van de kijkers en luisteraars : 1° de naam van de aanbieder van de omroepdienst;2° het geografische adres waar de aanbieder van de omroepdienst gevestigd is;3° nadere gegevens van de aanbieder van de omroepdienst, waaronder zijn e-mail- of webadres, zodat hij snel, rechtstreeks en doeltreffend kan worden bereikt;4° voor zover dat van toepassing is, de bevoegde regulerende of toezichthoudende organen. HOOFDSTUK II. - Specifieke bepalingen over de bescherming van minderjarigen bij het bekijken van lineaire en niet-lineaire televisiediensten Art. 41.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn eveneens van toepassing op teletekst. Art. 42.Lineaire televisieomroeporganisaties mogen geen programma's uitzenden die de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen ernstig zouden kunnen aantasten, met name programma's waarin pornografische scènes of beelden van nodeloos geweld voorkomen. Deze bepaling geldt ook voor andere programma's die schade kunnen toebrengen aan de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen, tenzij door de keuze van het tijdstip van uitzending of door technische maatregelen wordt gewaarborgd dat minderjarigen in het verzorgingsgebied of zendgebied de uitzendingen normaliter niet zullen zien of beluisteren. Als dergelijke programma's ongecodeerd worden uitgezonden, moeten ze voorafgegaan worden door een akoestische waarschuwing of moeten ze gedurende de hele uitzending herkenbaar zijn aan een visueel symbool. De bepalingen van het eerste en het tweede lid gelden ook voor aankondigingen van programma's die uitgezonden worden door lineaire televisieomroeporganisaties. Art. 43.De Vlaamse Regering kan de lineaire televisieomroeporganisaties en niet-lineaire televisiediensten regels opleggen voor het vermelden van bepaalde beelden en signalen bij de vertoning van programma's die een invloed kunnen hebben op kinderen en jongeren, waarbij aangegeven wordt voor welke leeftijdsgroep ze geschikt zijn. Art. 44.De Vlaamse Regulator voor de Media kan de dienstenverdeler of de netwerkoperator verplichten het doorgeven van een programma van een lineaire televisieomroeporganisatie voorlopig te schorsen als dat een duidelijke, belangrijke en ernstige inbreuk vormt op de bepalingen van artikel 38 en artikel 42, eerste en tweede lid, en als de lineaire televisieomroeporganisatie in kwestie in de voorgaande twaalf maanden al ten minste tweemaal een inbreuk gepleegd heeft op dezelfde bepalingen, waarover de Vlaamse Regulator voor de Media zich heeft uitgesproken. De Vlaamse Regulator voor de Media brengt daartoe vooraf de lineaire televisieomroeporganisatie in kwestie schriftelijk op de hoogte van de ten laste gelegde inbreuken en van het voornemen om beperkingen aan de doorgifte op te leggen als nogmaals een dergelijke inbreuk gepleegd wordt. Als het gaat om een lineaire televisieomroeporganisatie uit een andere lidstaat van de Europese Unie, brengt de Vlaamse Regulator voor de Media de Europese Commissie schriftelijk op de hoogte van de ten laste gelegde inbreuken en van het voornemen om beperkingen aan de doorgifte op te leggen als nogmaals een dergelijke inbreuk gepleegd wordt. Als binnen een termijn van vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf die kennisgeving, overleg met de Europese Commissie en de lidstaat van de Europese Unie van waaruit uitgezonden wordt, niet tot een minnelijke schikking heeft geleid en de ten laste gelegde inbreuk blijft doorgaan, wordt de voorlopige schorsing effectief. Art. 45.Niet-lineaire televisieomroeporganisaties stellen de door hen verstrekte diensten op aanvraag die de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen ernstig zouden kunnen schaden zodanig beschikbaar dat minderjarigen dergelijke televisiediensten op aanvraag normaliter niet te horen of te zien krijgen. HOOFDSTUK III. - Boodschappen van algemeen nut Art. 46.Omroeporganisaties zijn gemachtigd boodschappen van algemeen nut uit te zenden, met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit decreet. De boodschappen van algemeen nut zijn duidelijk herkenbaar en onderscheiden van de programma's. In een televisieomroepprogramma worden ze voorafgegaan en gevolgd door een passende aankondiging dat het om een boodschap van algemeen nut gaat. In een radio-omroepprogramma worden ze door middel van een auditief signaal onderscheiden van de gewone programmering. Boodschappen van algemeen nut die afkomstig zijn van sociale en humanitaire verenigingen of van verenigingen die behoren tot het domein van het algemeen welzijn, mogen rechtstreeks noch onrechtstreeks gericht zijn op de commerciële promotie van individuele producten of diensten, noch op de commerciële promotie van het lidmaatschap van dergelijke verenigingen. HOOFDSTUK IV. - Commerciële communicatie Afdeling I. - Gebruik van commerciële communicatie Art. 47.De bepalingen van deze afdeling zijn eveneens van toepassing op teletekst. Art. 48.Met toepassing van artikel 37 zijn omroeporganisaties vrij in het op enige wijze uitzenden, opnemen, exploiteren en voeren van commerciële communicatie, met uitzondering van de beperkingen en verplichtingen,
dit decreet. Art. 49.Het is toegestaan om tegen betaling aan politieke mandatarissen of kandidaat-mandatarissen en aan politieke partijen commerciële communicatie ter beschikking te stellen tijdens de sperperiode voor de verkiezingen mits naleving van de wetgeving betreffende de verkiezingsuitgaven. Art. 50.Het is de omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap verboden reclame te brengen, met uitzondering van radioreclame en van reclame die gericht is op zelfpromotie. Het is de televisieomroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap verboden om telewinkelen te brengen. Het is de televisieomroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap verboden om zijn kinderprogramma's te laten sponsoren en om in kinderprogramma's productplaatsing te gebruiken. Het is de omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap verboden commerciële communicatie te brengen via teletekst. Afdeling II. - Basisregels bij het gebruik van commerciële communicatie Art. 51.De bepalingen van deze afdeling zijn eveneens van toepassing op teletekst. Art. 52.De aanbieders van omroepdiensten mogen geen commerciële communicatie uitzenden die in strijd is met wettelijke bepalingen. Ze mogen bovendien geen commerciële communicatie uitzenden die niet in overeenstemming is met de beginselen van de bescherming van het privéleven, de eerlijke behandeling van de consument en de eerlijke mededinging. Art. 53.Commerciële communicatie moet gemakkelijk als zodanig herkenbaar zijn. Art. 54.Sluikreclame is verboden. Onder sluikreclame als
het eerste lid, wordt verstaan commerciële communicatie bestaande uit het vermelden of vertonen van goederen, diensten, naam, handelsmerk of activiteiten van een producent van goederen of een aanbieder van diensten in programma's, als de omroeporganisatie daarmee beoogt reclame te maken en het publiek kan worden misleid omtrent de aard van de vermelding of de vertoning. Deze bedoeling wordt met name geacht aanwezig te zijn indien de vermelding of de vertoning tegen betaling of soortgelijke vergoeding geschiedt. Art. 55.Commerciële communicatie mag niet zo opgezet zijn, dat ze : 1° de menselijke waardigheid aantast;2° enige vorm van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, nationaliteit, godsdienst of levensbeschouwing, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid bevat of bevordert;3° aanzet tot gewelddadige, racistische of xenofobe gedragingen. Art. 56.Commerciële communicatie mag geen elementen bevatten met kwetsende of misprijzende uitlatingen over religieuze, filosofische of politieke overtuigingen. Art. 57.Commerciële communicatie mag degenen die een bepaald product of een bepaalde dienst niet verbruiken of gebruiken, niet in diskrediet brengen. Art. 58.Commerciële communicatie mag personen niet uitbeelden in hun persoonlijke of maatschappelijke hoedanigheid of naar hen verwijzen zonder hun voorafgaande toestemming. Commerciële communicatie mag niet zonder vooraf gegeven toestemming persoonlijke eigendommen afbeelden of ernaar verwijzen op een wijze die laat veronderstellen dat de betrokkene daarin heeft toegestemd. Bij beelden van of verwijzingen naar persoonlijke eigendommen is geen toestemming vereist voor wat integrerend tot het straatbeeld behoort. Voor gerichte en uitdrukkelijke verwijzingen is de toestemming wel vereist. Art. 59.Commerciële communicatie mag geen elementen bevatten die inspelen op gevoelens van angst. Art. 60.§
- Commerciële communicatie mag geen elementen bevatten die erop gericht zijn de consument te misleiden op het gebied van : 1° de kenmerken van de goederen of diensten, zoals beschikbaarheid, aard, uitvoering, samenstelling, procédé en datum van fabricage of levering, geschiktheid voor het gebruik, de gebruiksmogelijkheden, hoeveelheid, specificatie, geografische of commerciële oorsprong of van het gebruik te verwachten resultaten, of de uitslagen en essentiële uitkomsten van onderzoek van de goederen of diensten;2° de prijs of de wijze van prijsberekening, alsmede de voorwaarden waaronder de goederen worden geleverd of de diensten worden verricht;3° de hoedanigheid, kwalificaties en rechten van de adverteerder, zoals zijn identiteit en zijn vermogen, zijn bekwaamheden en zijn industriële, commerciële of intellectuele eigendomsrechten of zijn bekroningen en onderscheidingen. §
- Onder misleidende commerciële communicatie wordt elke vorm van reclame verstaan die op enigerlei wijze, waaronder begrepen haar opmaak, de personen tot wie ze zich richt of die ze bereikt, misleidt of kan misleiden en die door haar misleidende karakter hun economische gedrag kan beïnvloeden, of die om die redenen een concurrent schade toebrengt of kan toebrengen. Art. 61.Commerciële communicatie mag niet op een verkeerde of misleidende manier gebruikmaken van wetenschappelijke en technische publicaties. Wetenschappelijke en technische termen mogen niet worden misbruikt om bepaalde beweringen een pseudo-wetenschappelijke basis te verstrekken. Art. 62.Commerciële communicatie mag niet aansporen tot gedrag dat schadelijk is voor de gezondheid of de veiligheid of dat in hoge mate schadelijk is voor het milieu. Commerciële communicatie mag geen elementen bevatten die ertoe kunnen leiden de kijker of luisteraar te misleiden over de milieueffecten. Commerciële communicatie mag geen aanduidingen of suggesties bevatten waardoor het risico voor de gezondheid en de veiligheid voor de consumenten en voor derden wordt geminimaliseerd. Art. 63.De getuigenissen, attesten en aanbevelingen waarop in commerciële communicatie een beroep wordt gedaan, moeten authentiek zijn, mogen niet uit hun context gerukt zijn en mogen niet achterhaald zijn. Het gebruiken van getuigenissen, attesten en aanbevelingen is alleen toegestaan als de auteur zijn toestemming geeft. Afdeling III. - Commerciële communicatie over specifieke producten Art. 64.De bepalingen van deze afdeling zijn eveneens van toepassing op teletekst. Art. 65.Commerciële communicatie over sigaretten en andere tabaksproducten is verboden. Art. 66.Commerciële communicatie over geneesmiddelen voor menselijk gebruik en medische behandelingen voor menselijk gebruik die alleen op doktersvoorschrift verkrijgbaar zijn, is verboden. Art. 67.Commerciële communicatie over wapens is verboden. Art. 68.Commerciële communicatie over alcoholhoudende dranken moet aan de volgende criteria voldoen : 1° ze richt zich niet specifiek tot minderjarigen en toont in het bijzonder geen minderjarigen die dit soort dranken gebruiken;2° ze legt geen verband tussen alcoholgebruik en een verbetering van fysieke prestaties of gemotoriseerd rijden;3° ze wekt niet de indruk dat alcoholgebruik bijdraagt tot sociale of seksuele successen;4° er wordt niet in gesuggereerd dat alcoholhoudende dranken therapeutische kwaliteiten bezitten of een stimulerend, kalmerend of spanningsreducerend effect hebben;5° ze moedigt geen onmatig alcoholgebruik aan, of stelt onthouding of matig alcoholgebruik niet in een negatief daglicht;6° ze legt geen nadruk op het hoge alcoholgehalte van dranken als positieve eigenschap. Art. 69.Commerciële communicatie over suikerhoudend snoepgoed moet op een duidelijke en contrasterende wijze een gestileerde afbeelding van een tandenborstel tonen gedurende de hele uitzending van de commerciële communicatie, naar rato van een tiende van de hoogte van het filmbeeld, verhoudingsgewijs weergegeven zoals hierna afgebeeld. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Afdeling IV. - Commerciële communicatie die gericht is op minderjarigen, jongeren en kinderen Art. 70.De bepalingen van deze afdeling zijn eveneens van toepassing op teletekst. Art. 71.Commerciële communicatie die gericht is op kinderen en jongeren, moet voor hen duidelijk als zodanig herkenbaar zijn. Art. 72.Commerciële communicatie mag minderjarigen geen zedelijke of lichamelijke schade toebrengen. Derhalve mag ze de volgende zaken niet doen : 1° minderjarigen er rechtstreeks toe aanzetten een product of dienst te kopen of te huren door te profiteren van hun onervarenheid of goedgelovigheid;2° minderjarigen er rechtstreeks toe aanzetten hun ouders of anderen te overreden de aangeprezen goederen of diensten aan te kopen;3° minderjarigen zonder gegronde redenen in gevaarlijke situaties tonen;4° profiteren van het bijzondere vertrouwen dat minderjarigen in ouders, leerkrachten of andere personen stellen. Art. 73.§
- Commerciële communicatie voor kinderen en jongeren moet worden opgemaakt met de nodige sociale verantwoordelijkheidszin, zodat ze positieve sociale gedragingen, levensstijlen en houdingen niet ondermijnt. §
- Commerciële communicatie voor kinderen mag geen geweld weergeven, banaliseren, tolereren, idealiseren of aanmoedigen, noch onwettig, antisociaal of laakbaar gedrag tonen of aanmoedigen. Commerciële communicatie voor jongeren mag geen geweld banaliseren, tolereren, idealiseren of aanmoedigen, noch onwettig, antisociaal of laakbaar gedrag aanmoedigen. §
- Commerciële communicatie voor kinderen en jongeren mag niet het gezag, de verantwoordelijkheid of het oordeel van ouders en opvoeders ondermijnen, rekening houdend met de heersende sociale en culturele waarden. §
- Commerciële communicatie over speelgoed dat op vuurwapens lijkt, is verboden. Art. 74.§
- Commerciële communicatie voor kinderen en jongeren moet respect opbrengen voor de waardigheid van kinderen en jongeren en mag kinderen en jongeren niet zo in beeld brengen dat hun fysieke of morele integriteit wordt aangetast of in gevaar wordt gebracht. §
- Commerciële communicatie mag bij kinderen en jongeren geen gevoelens van angst of ongemak oproepen. §
- Commerciële communicatie voor kinderen en jongeren mag geen teksten of visuele voorstellingen bevatten die kinderen en jongeren geestelijk, moreel of fysiek schade kunnen berokkenen, of die hen ertoe aanzetten gevaarlijk te handelen of zich in onveilige toestanden te begeven, die hun gezondheid of hun veiligheid ernstig in gevaar kunnen brengen, of dat soort gedrag goedpraten. §
- Commerciële communicatie mag kinderen en jongeren niet ontraden om de gevestigde veiligheidsregels te volgen. Bijzondere aandacht moet in dat verband gaan naar onder meer : 1° verkeersveiligheid met kinderen en jongeren als voetganger, fietser of passagier;2° huishoudelijke situaties;3° medicijnen en chemische producten;4° gevaarlijke gereedschappen, vuur, lucifers;5° spel in of bij het water. Art. 75.§
- Commerciële communicatie voor kinderen moet de mogelijkheden en eigenschappen van het product dat in de commerciële communicatie wordt weergegeven, correct weergeven, zodat kinderen zeker niet worden misleid over een van die kenmerken. §
- Commerciële communicatie mag kinderen niet misleiden over : 1° de eigenschappen, de afmetingen, de waarde, de aard, de levensduur of de prestaties van het product;2° de met het product haalbare resultaten;3° de effecten op de gezondheid;4° de graad van handigheid of de leeftijd die vereist is voor het gebruik van het product. Het gebruik van fantasie, inclusief animatie, is geoorloofd in commerciële communicatie voor kinderen, maar er moet over gewaakt worden dat de fantasie en de animatie hen niet misleiden over de reële eigenschappen van het product in kwestie. Art. 76.Commerciële communicatie voor kinderen mag niet beweren dat het hebben of gebruiken van een bepaald product hen voordeel biedt ten opzichte van andere kinderen, noch dat het niet-hebben van een bepaald product tot het tegenovergestelde effect leidt. De commerciële communicatie mag niet beweren dat kinderen die het product niet bezitten, minderwaardig of onpopulair zijn. Commerciële communicatie voor kinderen mag de prijs van het aangeboden product niet minimaliseren, noch suggereren dat het aangeboden product tot de mogelijkheden van elk gezinsbudget behoort. Art. 77.Commerciële communicatie voor kinderen en jongeren mag geen buitensporig verbruik aanmoedigen of vergoelijken van voedingsmiddelen en dranken die stoffen bevatten waarvan een overmatig gebruik niet aanbevolen is, zoals vetten, transvetzuren, zout of natrium en suikers. Afdeling V. - Specifieke vormen van commerciële communicatie Onderafdeling I. - Televisiereclame en telewinkelen Art. 78.De bepalingen van deze onderafdeling zijn van toepassing op de lineaire televisiediensten. Art. 79.§
- Televisiereclame, zelfpromotie uitgezonderd, en telewinkelen moeten duidelijk herkenbaar zijn en moeten kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud. Zonder afbreuk te doen aan het gebruik van nieuwe reclametechnieken, moeten reclame en telewinkelen met visuele en/of akoestische en/of ruimtelijke middelen van andere onderdelen van het programma worden gescheiden. De bepalingen van deze paragraaf zijn eveneens van toepassing op teletekst. §
- Afzonderlijke reclame- en telewinkelspots blijven een uitzondering. Een afzonderlijke reclame- of telewinkelspot is toegestaan per televisieomroepprogramma per dag. Daarnaast zijn afzonderlijke reclame- en telewinkelspots toegestaan : 1° in uitzendingen van sportevenementen;2° als er een langdurige spot wordt uitgezonden van minimaal twee minuten;3° als een omroeporganisatie er niet in geslaagd is voor een specifiek reclameblok meer dan een reclame- of telewinkelspot te verkopen, bij gebrek aan interesse van de klanten. §
- In afwijking van paragraaf 2 is voor televisieomroeporganisaties die in lus uitzenden, een afzonderlijke reclame- en telewinkelspot toegestaan per lus in plaats van per dag. Art. 80.Televisieprogramma's mogen worden onderbroken voor reclame of telewinkelen, met dien verstande dat daarbij de integriteit en de waarde van de programma's niet mogen worden geschaad, rekening houdend met de natuurlijke pauzes in en de duur en de aard van het programma, en dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de rechten van de rechtenhouders. Uitzendingen van kinderprogramma's, religieuze erediensten, godsdienstige en levensbeschouwelijke programma's en journaals mogen niet worden onderbroken voor reclame en telewinkelen. Teletekstpagina's die gericht zijn op kinderen, of die betrekking hebben op godsdienstige en levensbeschouwelijke thema's of op nieuws mogen geen reclame of telewinkelen bevatten. Art. 81.§
- Uitzendingen van televisiefilms, cinematografische producties en nieuwsprogramma's mogen een keer per geprogrammeerd tijdvak van ten minste dertig minuten worden onderbroken voor reclame en/of telewinkelen. §
- Het aandeel van televisiereclame- en telewinkelspots mag per klokuur niet meer dan 20 percent bedragen. §
- Voor de berekening van het percentage,
paragraaf 2, bestaat een klokuur uit een periode van zestig opeenvolgende minuten en begint het klokuur in principe bij minuut 0 en eindigt het bij minuut 59. Als een lineaire televisieomroeporganisatie het begin van het klokuur op een ander tijdstip dan minuut 0 wil laten aanvangen, deelt hij voor het begin van het programma aan de Vlaamse Regulator voor de Media mee op welk tijdstip de klokuren zullen starten voor de berekening van de grenzen,
het eerste lid. De bepalingen van paragraaf 2 zijn niet van toepassing op boodschappen van de lineaire televisieomroeporganisaties over hun eigen programma's en rechtstreeks daarvan afgeleide ondersteunende producten, op sponsorboodschappen en op productplaatsing. §
- De openbare omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap en de aanbieders van lineaire omroepdiensten delen de Vlaamse Regulator voor de Media mee welke boodschappen van algemeen nut ze gratis uitzenden. §
- De regionale en private lineaire televisieomroeporganisaties mogen publi-reportages uitzenden die niet worden in aanmerking genomen bij de berekening van de percentages
§ 2
van dit artikel, mits deze publi-reportages in overeenstemming zijn met alle bepalingen van dit hoofdstuk. Onder publi-reportages wordt begrepen commerciële communicatie die meer tijd in beslag neemt dan reclamespots omdat het accent ligt op redactionele en informatieve inhoud. Art. 82.§
- De lineaire televisieomroeporganisaties kunnen telewinkelprogramma's uitzenden onder de volgende voorwaarden : 1° telewinkelprogramma's worden met visuele en akoestische middelen duidelijk als zodanig gekenmerkt;2° telewinkelprogramma's kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud;3° telewinkelprogramma's nemen zonder onderbreking minimaal vijftien minuten in beslag;4° in de onmiddellijke omgeving van kinderprogramma's worden geen telewinkelprogramma's uitgezonden.Met onmiddellijke omgeving wordt bedoeld binnen een tijdsbestek van vijftien minuten voor en na het kinderprogramma. §
- Artikelen 81, 154 en 155 zijn niet van toepassing op lineaire televisieomroeporganisaties die uitsluitend gewijd zijn aan reclame en telewinkelen en op lineaire televisieomroeporganisaties die uitsluitend aan zelfpromotie gewijd zijn. Art. 83.Reclame voor alcoholhoudende dranken mag niet worden uitgezonden in het reclameblok net voor of net na kinderprogramma's. Art. 84.Telewinkelen met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor een vergunning nodig is om ze in de handel te brengen, en telewinkelen met betrekking tot medische behandelingen voor menselijk gebruik zijn verboden. Dit artikel is eveneens van toepassing op teletekst. Onderafdeling II. - Radioreclame Art. 85.De bepalingen van deze onderafdeling zijn van toepassing op de lineaire radiodiensten. Art. 86.§
- Radioreclame, zelfpromotie uitgezonderd, moet duidelijk herkenbaar zijn en moet kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud. Radioreclame moet met akoestische middelen van andere onderdelen van het programma worden gescheiden. §
- Afzonderlijke radioreclamespots blijven een uitzondering. Een afzonderlijke radioreclamespot is toegestaan per omroepprogramma per dag. Daarnaast zijn afzonderlijke radioreclamespots toegestaan : 1° in uitzendingen van sportevenementen;2° als er een langdurige spot wordt uitgezonden van minimaal twee minuten;3° als een omroeporganisatie er niet in geslaagd is voor een specifiek reclameblok meer dan een reclamespot te verkopen, bij gebrek aan interesse van de klanten. Art. 87.Radioprogramma's mogen worden onderbroken voor reclame. Daarbij moet rekening worden gehouden met de natuurlijke pauzes in en de duur en de aard van het programma, en mag er geen afbreuk worden gedaan aan de rechten van de rechtenhouders. Art. 88.Radio-uitzendingen van religieuze erediensten, godsdienstige en levensbeschouwelijke programma's en journaals mogen niet worden onderbroken voor reclame. Art. 89.Radioreclame voor alcoholhoudende dranken mag niet worden uitgezonden in het reclameblok net voor of net na kinderprogramma's. Onderafdeling III. - Sponsoring Art. 90.De bepalingen van deze onderafdeling zijn van toepassing op televisiediensten en teletekst, met uitzondering van artikel 96, dat eveneens van toepassing is op radiodiensten. Art. 91.Gesponsorde omroepdiensten en programma's moeten aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de inhoud en, in geval van lineaire uitzendingen, de programmering, worden nooit dusdanig beïnvloed door de sponsor dat daardoor de verantwoordelijkheid en de redactionele onafhankelijkheid van de omroeporganisatie worden aangetast;2° ze sporen niet rechtstreeks aan tot aankoop of huur van goederen of diensten, in het bijzonder door die goederen of diensten specifiek aan te prijzen;3° de kijkers en de luisteraars worden duidelijk gewezen op het bestaan van een sponsoringovereenkomst.Gesponsorde programma's of teletekstpagina's worden duidelijk als zodanig gekenmerkt door in het begin, tijdens, en/of op het einde van het programma of het programmaonderdeel of teletekstpagina's op passende wijze de naam en/of het logo en/of een ander symbool van de sponsor, zoals een verwijzing naar zijn product(en) of dienst(en) of een onderscheidingsteken daarvan, te vermelden. Als in de aankondigingsspots de sponsors vermeld worden, zal dat gebeuren overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, 2° en 3°. Art. 92.De sponsorvermeldingen op de VRT mogen uitsluitend de naam van de sponsor, de handelsnaam, het logo, het product, de naam van het product, de dienst of de naam van de dienst bevatten. Klank- en beeldherkenningstekens van de sponsor of die verbonden zijn aan de sponsor zijn toegestaan, evenals imago-ondersteunende slogans van de sponsor of zijn producten of diensten. De sponsorvermeldingen mogen uitsluitend ingevoegd worden in het begin en op het einde van het programma of van het programmaonderdeel. De vermelding mag geanimeerd zijn en mag niet langer dan vijf seconden per sponsor en tien seconden in totaal bedragen. Binnen een tijdsbestek van vijf minuten voor en na kinderprogramma's op de televisieomroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap mag geen sponsorvermelding plaatsvinden. Tijdens sportwedstrijden zijn sponsorvermeldingen op de VRT toegestaan bij het tonen van tijdsaanduidingen en de weergave van de stand. Art. 93.Omroepdiensten en programma's mogen niet worden gesponsord door ondernemingen waarvan de voornaamste activiteit bestaat in de vervaardiging of verkoop van sigaretten en andere tabaksproducten. Art. 94.Kinderprogramma's mogen niet worden gesponsord door ondernemingen waarvan de voornaamste activiteit bestaat in de vervaardiging of verkoop van alcoholhoudende dranken. Art. 95.Bij sponsoring van omroepdiensten of programma's door ondernemingen waarvan de activiteiten de vervaardiging of verkoop van geneesmiddelen en medische behandelingen omvatten, mag de naam of het imago van de onderneming worden aangeprezen, maar mogen geen specifieke geneesmiddelen of medische behandelingen worden aangeprezen die in België alleen op doktersvoorschrift verkrijgbaar zijn. Art. 96.Journaals en politieke informatieprogramma's mogen niet worden gesponsord. Hetzelfde geldt voor teletekstpagina's met nieuws en politieke informatie. Verkeersmeldingen, weerberichten of -voorspellingen en beursberichten worden niet beschouwd als vormen van programma's als
het eerste lid, mits ze duidelijk gescheiden zijn van het nieuwsprogramma. Art. 97.Het vermelden of vertonen van het logo van een sponsor is verboden tijdens kinderprogramma's of op teletekstpagina's die gericht zijn op kinderen. Onderafdeling IV. - Productplaatsing Art. 98.De bepalingen van deze onderafdeling zijn alleen van toepassing op televisiediensten. Art. 99.Productplaatsing is toegestaan ten aanzien van : 1° het opnemen of het verwijzen naar een product of dienst of een desbetreffend handelsmerk tegen betaling.In voorkomend geval is product plaatsing enkel toegestaan in (televisie)films, series, sportprogramma's en lichte amusementsprogramma's, met uitzondering van kinderprogramma's; 2° goederen of diensten die gratis worden geleverd, zoals productiehulp en prijzen, met het oog op de opneming ervan in een programma.In voorkomend geval is productplaatsing toegestaan in alle soorten programma's, behoudens in alle kinderprogramma's van de openbare omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering kan dit verbod uitbreiden tot de kinderprogramma's van de andere omroeporganisaties. Art. 100.§
- De programma's die productplaatsing bevatten, voldoen aan al de volgende voorwaarden : 1° de inhoud en, in geval van lineaire uitzendingen, de programmering ervan, worden nooit dusdanig beïnvloed dat de verantwoordelijkheid en de redactionele onafhankelijkheid van de omroeporganisatie worden aangetast;2° ze sporen niet rechtstreeks aan tot aankoop of huur van goederen of diensten, in het bijzonder door die producten of diensten specifiek aan te prijzen;3° het product of de dienst in kwestie krijgt geen overmatige aandacht;4° als het programma in kwestie is geproduceerd of besteld door de omroeporganisatie zelf of door een aan hem verbonden onderneming, worden de kijkers duidelijk gewezen op de aanwezigheid van productplaatsing.Het programma in kwestie wordt in het begin en op het einde ervan, en als het na een reclamepauze wordt hervat, op passende wijze als zodanig aangeduid om verwarring bij de kijkers te voorkomen. De Vlaamse Regering kan daarover nadere regels bepalen. §
- De voorwaarden van paragraaf 1 zijn van toepassing op programma's die na de inwerkingtreding van dit decreet zijn geproduceerd. Art. 101.Programma's mogen in geen geval productplaatsing bevatten voor : 1° tabaksproducten of sigaretten of ondernemingen waarvan de voornaamste activiteit in de productie of verkoop van sigaretten en andere tabaksproducten bestaat;2° specifieke geneesmiddelen of medische behandelingen die in België alleen op voorschrift beschikbaar zijn. HOOFDSTUK V. - Recht van antwoord en recht van mededeling Art. 102.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op lineaire en niet-lineaire omroepdiensten en op teletekst. Afdeling I. - Recht van antwoord Art. 103.Eenieder heeft recht op informatie via radio en televisie. Art. 104.§
- Eenieder heeft ten aanzien van radio- en televisiediensten een recht van antwoord dat wordt uitgeoefend als
dit decreet. § 2. Met behoud van de toepassing van de andere rechtsmiddelen heeft elke natuurlijke persoon of rechtspersoon van wie de rechtmatige belangen, namelijk aanzien en reputatie, zijn aangetast door een onjuiste bewering tijdens de uitzending van een programma van een lineaire of niet-lineaire omroepdienst, het recht om een verzoek tot kosteloze opname van een antwoord in te dienen. De verzoeker,
het eerste lid, kan het recht van antwoord met betrekking tot verschillende afleveringen van een programma die deel uitmaken van een reeks, in een keer uitoefenen. Er behoeft evenwel geen antwoord te worden opgenomen als een van de personen,
artikel 106, § 1, vrijwillig een bevredigende rechtzetting heeft aangebracht dan wel als tijdens de uitzending aan de verzoeker al een recht van weerwoord werd verleend. Als de verzoeker,
het eerste lid, die rechtzetting niet bevredigend acht en aan de voorwaarden, gesteld aan het recht van antwoord, voldoet, kan hij gebruikmaken van zijn recht van antwoord. § 3. Als de persoon,
§ 2
, eerste lid, overleden is, komt het recht om een verzoek tot kosteloze opname van een antwoord in te dienen, toe aan alle bloedverwanten in de rechte lijn en aan de echtgenoot of de feitelijk of wettelijk samenwonende partner, of, bij ontstentenis, aan de naaste bloedverwanten. Dat recht wordt steeds eenmaal en door de meest gerede onder hen uitgeoefend. Als de termijn,
artikel 105, al aan het lopen is op de dag van het overlijden van de persoon,
§ 2
, eerste lid, beschikken de rechthebbenden slechts over het resterende gedeelte van die termijn. Art. 105.Het verzoek,
artikel 104, wordt schriftelijk ingediend en binnen een termijn van een maand verzonden. Indien het recht van antwoord betrekking heeft op een programma van een lineaire omroepdienst, begint deze termijn te lopen op de dag van de eerste uitzending. Indien het recht van antwoord betrekking heeft op een programma van een niet-lineaire omroepdienst, begint deze termijn te lopen op de eerste dag dat het programma door de gebruiker kan opgevraagd worden. In afwijking van het derde lid, en voor programma's van niet-lineaire omroepdiensten die reeds eerder lineair werden verdeeld, begint de termijn te lopen op het ogenblik van de eerste lineaire uitzending. Art. 106.§ 1. Het verzoek,
artikel 104, wordt toegezonden aan de hoofdredacteur of de eindredacteur van het programma of aan elke persoon die het antwoord kan laten opnemen. Op verzoek van de verzoeker verstrekt de omroeporganisatie onmiddellijk de nodige gegevens om de personen,
het eerste lid, te identificeren. § 2. Het verzoek bevat op straffe van onontvankelijkheid : 1° alle nauwkeurige inlichtingen op grond waarvan de identiteit van de omroeporganisatie, het programma in kwestie en de informatie waarop het antwoord betrekking heeft, kan worden vastgesteld;2° het bewijs dat aan alle voorwaarden als
artikel 104, is voldaan;3° voor natuurlijke personen, de identiteit, de woonplaats of verblijfplaats van de verzoeker;voor rechtspersonen, de naam en de zetel van de verzoeker, en de hoedanigheid van de persoon die het verzoek ondertekent; voor feitelijke verenigingen, de naam en de vestiging van de verzoeker, en de hoedanigheid van de persoon die het verzoek ondertekent; 4° de handtekening van de verzoeker;of voor rechtspersonen of feitelijke verenigingen, de handtekening van de persoon die in hun naam handelt; 5° het antwoord. Art. 107.De tekst van het antwoord wordt in dezelfde taal gesteld als de informatie die de aanleiding is geweest tot het verzoek. Het antwoord moet rechtstreeks verband houden met de informatie die de aanleiding is geweest tot het verzoek. Het antwoord mag niet beledigend of strijdig met de wetten of de goede zeden zijn en mag, tenzij dat strikt noodzakelijk is, geen derde in de zaak betrekken. Art. 108.De duur van het antwoord wordt beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om te reageren op de informatie die de aanleiding is geweest tot het verzoek. Het antwoord moet in ten hoogste drie minuten kunnen worden gelezen of mag uit ten hoogste 4500 typografische tekens bestaan. Art. 109.§ 1. Indien het recht van antwoord betrekking heeft op een programma van een lineaire omroepdienst, wordt het antwoord uiterlijk opgenomen in de eerstvolgende uitzending van hetzelfde programma na afloop van een termijn van twee werkdagen, zondagen en feestdagen niet inbegrepen, die ingaat op de dag waarop een van de personen,
artikel 106, § 1, het antwoord ontvangt. Als er binnen veertien kalenderdagen na de ontvangst van het verzoek geen uitzending van het programma gepland is, moet het antwoord binnen die termijn worden uitgezonden op een voor het publiek toegankelijk uitzenduur. Indien het recht van antwoord betrekking heeft op een programma van een niet-lineaire omroepdienst, wordt het antwoord aan het betrokken programma vastgehecht, en dit na afloop van een termijn van twee werkdagen, zondagen en feestdagen niet inbegrepen, die ingaat op de dag waarop een van de personen,
artikel 106, § 1, het antwoord ontvangt. De verzoeker heeft in geen geval toegang tot de technische installaties die door de omroeporganisatie worden aangewend. §
- Het antwoord moet in zijn geheel worden opgenomen, zonder tussenvoeging, op dezelfde wijze en in omstandigheden die zo veel mogelijk overeenstemmen met die waarin de informatie die de aanleiding is geweest tot het verzoek, is verspreid. §
- Als een repliek of een commentaar op het opgenomen antwoord wordt gegeven, kan de persoon die om een recht van antwoord heeft verzocht, overeenkomstig de voorwaarden van dit decreet een nieuw recht van antwoord vorderen. Art. 110.§
- De afwijzing van een verzoek tot kosteloze opname van een antwoord wordt met een aangetekende brief aan de verzoeker meegedeeld binnen vier werkdagen, te rekenen vanaf de dag waarop een van de personen,
artikel 106, § 1, het antwoord ontvangt, en uiterlijk op de dag waarop de opname overeenkomstig artikel 109 zou moeten plaatsvinden. De aangetekende brief,
het eerste lid, vermeldt de nauwkeurige redenen voor de weigering en de bepalingen van dit decreet waaraan niet is voldaan. § 2. Een van de personen,
artikel 106, § 1, kan binnen de termijn,
§ 1, op dezelfde wijze een tegenvoorstel formuleren.
Als de verzoeker niet binnen vijftien kalenderdagen op het tegenvoorstel reageert, wordt dat laatste geacht aanvaard te zijn. Een tegenvoorstel dat wordt opgestuurd met een aangetekende brief schorst de verplichting tot opname van een antwoord totdat de verzoeker het tegenvoorstel afwijst of aanneemt. § 3. Het te laat opnemen van een antwoord zonder dat daarbij overeenkomstig § 1 en § 2 een afwijzing of een tegenvoorstel is geweest, geeft recht op vergoeding van de door de rechter vast te stellen geleden schade. Art. 111.Met behoud van de mogelijkheid waarover de partijen beschikken om het geschil aan een bevoegd orgaan van de sector voor te leggen, behoren alle betwistingen die voortvloeien uit deze titel, tot de uitsluitende bevoegdheid van de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg, die zitting houdt zoals in kort geding. De verzoeker moet de zaak bij de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg aanhangig maken binnen één maand, te rekenen vanaf de datum waarop het antwoord moest worden opgenomen, vanaf de datum waarop de afwijzing van de opname ter kennis is gebracht van de persoon die het verzoekschrift heeft ondertekend, vanaf de datum waarop het tegenvoorstel is afgewezen, of vanaf de datum waarop een opname heeft plaatsgevonden die niet overeenstemt met de bepalingen van dit decreet. Als de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg beveelt dat een antwoord moet worden opgenomen, beslist hij ten gronde en in laatste aanleg. Als het antwoord op de datum van de uitspraak niet is opgenomen, beveelt de rechter de opname ervan binnen de termijn en op de wijze die hij bepaalt, in voorkomend geval, onder verbeurte van een dwangsom. De voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg kan de voorstellen van de partijen inwilligen die tot doel hebben de inhoud van het antwoord aan te passen. Art. 112.De personen,
artikel 106, § 1, bewaren de dragers die de verspreide informatie bevatten, zolang een verzoek tot opname van een recht van antwoord wettelijk kan worden ingediend en, in voorkomend geval, totdat het geschil definitief is beslecht. De personen,
artikel 106, § 1, bewaren de drager die het recht van antwoord bevat gedurende dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum waarop het antwoord opgenomen werd en, in voorkomend geval, totdat het geschil definitief is beslecht. Afdeling II. - Recht van mededeling Art. 113.§ 1. Eenieder heeft ten aanzien van radio- en televisiediensten een recht van mededeling dat wordt uitgeoefend als
dit decreet. § 2. Met behoud van de toepassing van de andere rechtsmiddelen heeft elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een programma van omroeporganisatie als verdachte, beklaagde of beschuldigde bij naam is genoemd, herkenbaar in beeld is gebracht of impliciet is aangewezen, het recht om de kosteloze opname van een recht van mededeling te vragen. In afwijking van het eerste lid hoeft er geen mededeling te worden opgenomen als een van de personen,
artikel 116, § 1, vrijwillig een bevredigende mededeling heeft gedaan. Als de verzoeker die mededeling niet bevredigend acht, kan hij gebruikmaken van zijn recht van mededeling. § 3. Als de persoon,
§ 2
, overleden is, komt het recht om een verzoek tot kosteloze opname van een mededeling in te dienen toe aan alle bloedverwanten in de rechte lijn en aan de echtgenoot of de feitelijk of wettelijk samenwonende partner of, bij ontstentenis, aan de naaste bloedverwanten. Dat recht wordt slechts eenmaal en door de meest gerede onder hen uitgeoefend. Als de termijn,
artikel 115, loopt op de dag van het overlijden van de persoon,
paragraaf 2, beschikken de rechthebbenden slechts over het resterende gedeelte van die termijn. Art. 114.De tekst van de mededeling wordt in dezelfde taal gesteld als de informatie die de aanleiding is geweest tot het verzoek en bevat uitsluitend de volgende vermeldingen : 1° de identiteit van de persoon,
artikel 113, § 2;2° de verwijzing naar de mededeling,
artikel 113, § 2, op grond waarvan het recht van mededeling opvorderbaar is;3° de beslissing tot buitenvervolgingstelling of tot vrijspraak van de verzoeker, de datum van de beslissing en de rechtbank die de beslissing heeft gewezen;4° het gegeven dat tegen de voormelde beslissing geen verzet, hoger beroep of voorziening in cassatie mogelijk is. Als de buitenvervolgingstelling verkregen is ten gevolge van het verval van de strafvordering, is er geen recht van mededeling. Art. 115.Het verzoek,
artikel 113, wordt schriftelijk gedaan en binnen een termijn van drie maanden verzonden, te rekenen vanaf de dag waarop de beslissing tot buitenvervolgingstelling of tot vrijspraak niet meer vatbaar is voor verzet, hoger beroep of voorziening in cassatie. Art. 116.§ 1. Het verzoek,
artikel 113, wordt toegezonden aan de hoofdredacteur of de eindredacteur van het programma of aan elke persoon die het antwoord kan laten opnemen. Op verzoek van de verzoeker verstrekt de omroeporganisatie onmiddellijk de juiste coördinaten van de persoon,
het eerste lid. § 2. Het verzoek bevat op straffe van onontvankelijkheid : 1° alle nauwkeurige inlichtingen op grond waarvan de identiteit van de lineaire omroeporganisatie, het programma in kwestie en de informatie waarop het verzoek tot de opname van het recht van mededeling betrekking heeft, kan worden vastgesteld;2° voor natuurlijke personen, de identiteit, de woonplaats of de verblijfplaats van de verzoeker;voor rechtspersonen, de naam en de zetel van de verzoeker en de hoedanigheid van de persoon die het verzoek ondertekent; 3° de handtekening van de verzoeker;of voor rechtspersonen, van de persoon die in hun naam handelt; 4° de informatie,
artikel
- Het bewijs van de beslissing tot buitenvervolgingstelling of tot vrijspraak, en een verklaring van de rechterlijke overheid waaruit blijkt dat tegen de beslissing geen beroep is ingesteld en dat ze niet meer vatbaar is voor verzet, hoger beroep of voorziening in cassatie, moeten worden bijgevoegd. §
- Indien het recht van mededeling betrekking heeft op een programma van een lineaire omroepdienst, wordt de mededeling uiterlijk opgenomen in de eerstvolgende uitzending van het programma na afloop van een termijn van twee vrije werkdagen, zondagen en feestdagen niet inbegrepen, die ingaat op de dag waarop een van de personen,
paragraaf 1, het antwoord ontvangt. Als er binnen veertien kalenderdagen na de ontvangst van het verzoek geen uitzending van het programma gepland is, moet de mededeling binnen die termijn worden uitgezonden op een voor het publiek toegankelijk uitzenduur. Indien het recht van mededeling betrekking heeft op een programma van een niet-lineaire omroepdienst, wordt het antwoord aan het betrokken programma vastgehecht, en dit na afloop van een termijn van twee vrije werkdagen, zondagen en feestdagen niet inbegrepen, die ingaat op de dag waarop een van de personen,
§ 1, het antwoord ontvangt.
Art. 117.De termijnen,
dit decreet, met uitzondering van die welke vermeld worden in artikelen 109 en 115, worden berekend overeenkomstig artikel 52, eerste lid, en artikelen 53 en 54 van het Gerechtelijk Wetboek. HOOFDSTUK VI. - Recht op vrije informatiegaring en korte nieuwsverslagen Art. 118.Elke lineaire omroeporganisatie van of die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap of aangemeld is bij de Vlaamse Regulator voor de Media, heeft het recht op vrije informatiegaring. Dat recht houdt in : 1° de vrije toegang tot evenementen waarop exclusieve uitzendrechten zijn verleend, voor zover het evenement plaatsvindt in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voor zover de instelling die het evenement organiseert in Brussel-Hoofdstad wegens haar activiteiten beschouwd kan worden als uitsluitend behorend tot de Vlaamse Gemeenschap;2° het recht om opnamen te maken, voor zover de evenementen waarop exclusieve uitzendrechten zijn verleend, plaatsvinden in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voor zover de instelling die het evenement organiseert in Brussel-Hoofdstad wegens haar activiteiten beschouwd kan worden als uitsluitend behorend tot de Vlaamse Gemeenschap;3° het recht op korte nieuwsverslagen. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit decreet is het recht op vrije informatiegaring van toepassing op de aanbieders van lineaire omroepdiensten die ressorteren onder de bevoegdheid van de andere gemeenschappen en van de andere lidstaten van de Europese Unie. Art. 119.Het recht van vrije toegang en opname kan door de organisator alleen in een uitzonderlijk geval, en uitsluitend om redenen van veiligheid beperkt worden. In dat geval moet de organisator voorrang geven aan de aanbieders van lineaire omroepdiensten die exclusieve uitzendrechten hebben verworven. Als er geen aanbieders van lineaire omroepdiensten zijn die exclusieve uitzendrechten hebben verworven, moet voorrang worden verleend aan de omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap of aan de aanbieders van lineaire omroepdiensten,
artikel 158, 2°. Art. 120.De korte nieuwsverslagen zijn uitsluitend toegestaan in journaals en regelmatig geprogrammeerde actualiteitenprogramma's. De secundaire lineaire omroeporganisatie bepaalt autonoom de inhoud van de korte nieuwsverslagen. Art. 121.De duur van de korte nieuwsverslagen is beperkt tot de tijd die nodig is om de noodzakelijke informatie over het evenement uit te zenden en mag in totaal niet meer dan drie minuten klank- en/of beeldmateriaal van het evenement bevatten. Specifiek voor competities mag het korte nieuwsverslag van een competitiespeeldag per sporttak binnen een journaal nooit langer zijn dan zes minuten. Voor een actualiteitenprogramma mag de duur niet langer zijn dan vijftien minuten. Specifieke voorwaarden kunnen door de Vlaamse Regering uitgewerkt worden. Art. 122.§ 1. De secundaire lineaire omroeporganisatie heeft in beginsel het recht om eigen opnamen te maken met respect voor de materiële voorrang van de omroeporganisaties die exclusieve uitzendrechten hebben verworven. Voor sportevenementen is dat recht beperkt tot het maken van beelden in de marge van het evenement. Die beperking is echter niet van toepassing als de exclusiviteitshouders een inbreuk plegen op het recht,
§ 2, eerste lid.
Als de exclusiviteitshouders hun exclusieve uitzendrecht op een evenement niet uitoefenen, kunnen de secundaire lineaire omroeporganisaties gratis beelden van het evenement maken. §
- De secundaire lineaire omroeporganisatie heeft het recht om tegen een billijke vergoeding te beschikken over de opnamen en/of signalen van de exclusiviteitshouders met het oog op korte nieuwsverslagen. Voor korte nieuwsverslagen in journaals wordt de vergoeding bepaald op basis van de gemaakte technische kosten. Voor korte nieuwsverslagen in actualiteitenprogramma's kan ook rekening worden gehouden met de uitzendrechten. §
- Bij overname van het signaal en/of de opnamen kiest de secundaire lineaire omroeporganisatie vrij de klanken of de beeldfragmenten waarmee hij zijn korte nieuwsverslagen stoffeert. Voor de klank bij de beeldfragmenten wordt alleen omgevingsgeluid doorgegeven. Art. 123.Bij overname van het signaal en/of de opnamen moet de secundaire lineaire omroeporganisatie het logo van de exclusiviteitshouders als bronvermelding zichtbaar presenteren tijdens de korte nieuwsverslagen. Art. 124.§
- In geval van overname van het signaal en/of van de opnamen van de exclusiviteitshouders mag de secundaire lineaire omroeporganisatie de korte nieuwsverslagen brengen zodra de exclusiviteitshouders het evenement geheel of gedeeltelijk, en al dan niet rechtstreeks, een eerste keer hebben uitgezonden. Als de secundaire lineaire omroeporganisatie zelf de opnamen heeft gemaakt, mag het tijdstip van uitzending vrij gekozen worden. §
- De korte nieuwsverslagen mogen niet heruitgezonden worden los van de actuele gebeurtenis, tenzij er een directe band bestaat tussen de inhoud ervan en een andere actuele gebeurtenis. De korte nieuwsverslagen mogen heruitgezonden worden in overzichtsprogramma's. §
- De korte nieuwsverslagen mogen in het archief bewaard worden, maar mogen alleen heruitgezonden worden onder de voorwaarden,
paragraaf
- §
- Het is toegestaan dat dezelfde programma's waarin korte nieuwsverslagen volgens de voorwaarden,
dit hoofdstuk, zijn verwerkt, en die de omroeporganisatie lineair heeft uitgezonden, eveneens door dezelfde omroeporganisatie op aanvraag worden aangeboden. Art. 125.De betrokken partijen kunnen in onderling overleg afwijken van de bepalingen,
artikelen 121 tot
- Art. 126.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de exclusiviteitscontracten die gesloten zijn voor 1 januari
- TITEL III. - RADIODIENSTEN HOOFDSTUK I. - Particuliere lineaire radio-omroeporganisaties Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 127.Lineaire radio-omroeporganisaties behoren tot een van de volgende categorieën : 1° landelijke radio-omroeporganisaties;2° regionale radio-omroeporganisaties;3° lokale radio-omroeporganisaties;4° andere radio-omroeporganisaties. Art. 128.Onder de voorwaarden van dit hoofdstuk kunnen lineaire radio-omroeporganisaties erkend worden door de Vlaamse Regering of moeten ze aangemeld worden bij de Vlaamse Regulator voor de Media. De volgende radio-omroeporganisaties komen in aanmerking voor de erkenning,
het eerste lid : 1° landelijke radio-omroeporganisaties;2° regionale radio-omroeporganisaties;3° lokale radio-omroeporganisaties. Art. 129.De lineaire radio-omroeporganisaties moeten in het Nederlands uitzenden. Uitzonderingen daarop kunnen worden toegestaan door de Vlaamse Regering. De programma's van de lineaire radio-omroeporganisaties worden gerealiseerd op hun eigen verantwoordelijkheid. Art. 130.De lineaire radio-omroeporganisaties moeten onafhankelijk zijn van een politieke partij. Art. 131.Journaals van lineaire radiodiensten worden onder leiding en verantwoordelijkheid van een hoofdredacteur verzorgd. De redactionele onafhankelijkheid wordt gewaarborgd en in een redactiestatuut vastgelegd. Afdeling II. - Uitzendingen via frequentiemodulatie en amplitudemodulatie Onderafdeling I. - Algemene bepalingen Art. 132.De landelijke, regionale en lokale radio-omroeporganisaties worden erkend door de Vlaamse Regering. De landelijke, regionale en lokale radio-omroeporganisaties beschikken over een of meer FM- of AM- frequenties. Art. 133.Landelijke, regionale en lokale radio-omroeporganisaties zenden binnen het aan hen toegewezen zendgebied in FM of in AM uit. Hun omroepprogramma's kunnen worden doorgegeven via de kabelomroepnetwerken, digitaal via etheromroepnetwerken, via satellietomroepnetwerken of via het internet. De Vlaamse Regering stelt het FM- en AM-frequentieplan op, keurt het goed en bepaalt hoeveel landelijke, regionale en lokale radio-omroeporganisaties kunnen worden erkend. Op basis van die frequentieplannen verleent de Vlaamse Regering de erkenningen. De Vlaamse Regulator voor de Media verleent de zendvergunningen aan de erkende landelijke, regionale of lokale radio-omroeporganisaties. De Vlaamse Regulator voor de Media kan de erkende landelijke, regionale en lokale radio-omroeporganisaties, met het oog op een optimalisering van het verzorgingsgebied, verplichten om hun zendinstallatie te verplaatsen of om een gemeenschappelijke zendinstallatie te gebruiken. Art. 134.De erkenningen voor landelijke, regionale en lokale radio-omroeporganisaties worden verleend voor negen jaar, met ingang van de datum van de ondertekening van het besluit dat de erkenning inhoudt. Als de landelijke, regionale of lokale radio-omroeporganisatie negen maanden na de beslissing tot erkenning nog niet uitzendt, kan de erkenning door de Vlaamse Regulator voor de Media ambtshalve worden ingetrokken. Ten minste een jaar voor het vervallen van de erkenning moet een nieuwe erkenningsaanvraag worden ingediend. Als de Vlaamse Regering geen beslissing heeft genomen zes maanden voor de erkenning vervalt, wordt de erkenning stilzwijgend verlengd voor een periode van een jaar, met behoud van de toepassing van de andere bepalingen van dit hoofdstuk. Met behoud van de toepassing van de andere bepalingen van dit decreet worden erkenningen als landelijke, regionale of lokale radio-omroep die verkregen zijn voor een frequentie die tijdens een lopende erkenningsperiode vrijgekomen is, alleen toegekend voor de resterende duur van de lopende erkenningsperiode. Art. 135.De zendinstallaties van de landelijke, regionale en lokale radio-omroeporganisaties liggen in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en in het verzorgingsgebied van de landelijke, regionale en lokale radio-omroeporganisatie. De verplaatsing van de zendinstallaties is toegestaan, voor zover die inpasbaar is in het frequentieplan en nadat de aanpassing van de zendvergunning is goedgekeurd door de Vlaamse Regulator voor de Media. De landelijke, regionale en lokale radio-omroeporganisaties gebruiken een technische uitrusting die conform de wettelijke en decretale voorschriften is, en ze houden zich aan de bepalingen van de zendvergunning. Ze aanvaarden het onderzoek naar de werking ter plaatse door de aangestelde ambtenaren. Art. 136.De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het indienen van de erkenningsaanvragen, en de termijnen voor het onderzoeken en afhandelen van het dossier. De Vlaamse Regering kan een door de kandidaten te betalen inschrijvingsgeld, en een vergoeding voor het behoud van de erkenning en de zendvergunning, met inbegrip van de te verstrekken financiële waarborg, bepalen. Bij de procedure voor het indienen van een erkenningsaanvraag voor een landelijke, regionale of lokale radio-omroeporganisatie wordt gebruikgemaakt van een standaardformulier, opgemaakt door de Vlaamse Regering. Een vergunde lokale radio-omroeporganisatie betaalt geen inschrijvingsgeld bij een oproep tot kandidaatstelling voor lokale radio-omroeporganisaties. Onderafdeling II. - Landelijke radio-omroeporganisaties Art. 137.De landelijke radio-omroeporganisaties hebben tot taak een verscheidenheid van programma's te brengen, inzonderheid inzake informatie en ontspanning, en zenden uit voor de hele Vlaamse Gemeenschap. Samenwerking met de radio-omroep van de Vlaamse Gemeenschap, met andere regionale en lokale radio-omroeporganisaties, of met andere landelijke radio-omroeporganisaties mag niet leiden tot gestructureerde eenvormigheid in het programmabeleid. Het gelijk en gelijktijdig uitzenden van radioprogramma's, ongeacht de duur, door landelijke radio-omroeporganisaties of door die omroepen samen met de radio-omroep van de Vlaamse Gemeenschap of met andere regionale en lokale radio-omroeporganisaties is verboden. Samenwerking met het oog op het opzetten van eenmalige grote acties, zoals caritatieve acties, of bij uitzonderlijke gebeurtenissen, zoals verslaggeving over grote evenementen of belangrijke gebeurtenissen, houdt geen gestructureerde eenvormigheid in en is dus wel toegestaan. Art. 138.§ 1. Om erkend te worden en te blijven, moeten de landelijke radio-omroeporganisaties voldoen aan het volgende : 1° de voorwaarden,
artikelen 129, 130, 131 en 135;2° de volgende voorwaarden :
- a)de landelijke radio-omroeporganisaties worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon.Het maatschappelijke doel van de rechtspersoon is het verzorgen van radioprogramma's. De landelijke radio-omroeporganisaties kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van hun maatschappelijke doel, voor zover die activiteiten samenvallen of verband houden met de omroepactiviteiten. De leden van de raad van bestuur bekleden geen politiek mandaat en zijn geen beheerder of bestuurder van de openbare omroeporganisatie of van een andere rechtspersoon die een landelijke radio-omroeporganisatie beheert;
- b)de rechtspersoon,
punt a), exploiteert niet meer dan twee landelijke radio-omroeporganisaties.Rechtstreekse of onrechtstreekse bindingen tussen landelijke radio-omroeporganisaties leiden er niet toe dat een onderneming of rechtspersoon zeggenschap uitoefent over meer dan twee landelijke radio-omroeporganisaties;
- c)de landelijke radio-omroeporganisaties zenden minstens vier journaals per dag uit die een verscheidenheid aan onderwerpen bevatten.Journaals en informatieve programma's worden verzorgd door een eigen redactie die hoofdzakelijk bestaat uit erkende beroepsjournalisten. Voor de journaals is een hoofdredacteur verantwoordelijk;
- d)in de programmaopbouw moet een Nederlands-talig muziekaanbod gegarandeerd worden.De Vlaamse Regering kan daartoe aanvullende bepalingen vastleggen in een besluit. § 2. De Vlaamse Regering legt aanvullende kwalificatiecriteria op en kent aan elk van die criteria een weging toe. De aanvullende kwalificatiecriteria,
het eerste lid, hebben betrekking op : 1° de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder de verscheidenheid in de programmering;2° de media-ervaring;3° het financiële plan;4° het businessplan;5° de technische (zend)infrastructuur. Art. 139.§ 1. De landelijke radio-omroeporganisaties houden zich, nadat ze een erkenning hebben gekregen en voor de volledige duur van de erkenning, aan de door hen ingediende offerte, aan de basisvoorwaarden en aan de aanvullende kwalificatiecriteria,
artikel 138, in overeenstemming waarmee de Vlaamse Regering de erkenning heeft uitgereikt. § 2. De landelijke radio-omroeporganisaties die, nadat ze de erkenning hebben verkregen, wijzigingen willen aanbrengen in de gegevens,
de door hen ingediende offerte, waardoor wordt afgeweken van de basisvoorwaarden en van de aanvullende kwalificatiecriteria,
artikel 138, in het bijzonder wat de algemene programmering betreft, brengen de Vlaamse Regulator voor de Media daarvan op de hoogte. Die kennisgeving wordt conform artikel 219 gedaan. Wijzigingen die betrekking hebben op de informatieve programma's, de statuten of de aandeelhoudersstructuur, worden aan de Vlaamse Regering ter goedkeuring voorgelegd. Bij de beoordeling van de wijzigingen houdt de Vlaamse Regering inzonderheid rekening met het in stand houden van het pluralisme en van de diversiteit in het radiolandschap. Onderafdeling III. - Regionale radio-omroeporganisaties Art. 140.De regionale radio-omroeporganisaties hebben tot taak een verscheidenheid van programma's te brengen, inzonderheid inzake informatie uit de regio, culturele, sportieve en andere evenementen uit de regio en ontspanning, met de bedoeling binnen hun verzorgingsgebied de communicatie onder de bevolking te bevorderen en bij te dragen tot de algemene sociale en culturele ontwikkeling van de regio. Ze zenden uit voor maximaal één provincie. De regionale radio-omroeporganisaties kunnen met de regionale lineaire televisieomroeporganisaties alleen samenwerken op het vlak v