Wet houdende diverse bepalingen (1)
Kort samengevat
Deze wet regelt diverse onderwerpen, waaronder aanpassingen aan de Hypotheekwet, het Rijksregister van natuurlijke personen, en de wetgeving betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden. Het doel is administratieve vereenvoudiging en het verbeteren van de veiligheid bij evenementen.
Wat het regelt
- De doorhaling of vermindering van inschrijvingen in de Hypotheekwet.
- De bewijskracht en melding van verschillen in gegevens van het Rijksregister van natuurlijke personen.
- De opheffing van hygiënische eisen voor slijterijen van gegiste dranken.
- De veiligheidsmaatregelen en verantwoordelijkheden bij voetbalwedstrijden.
Wie het aanbelangt
- Partijen betrokken bij hypothecaire inschrijvingen en schulden.
- Burgers en overheidsinstanties die gebruikmaken van het Rijksregister.
- Organisatoren van voetbalwedstrijden en toeschouwers.
Kernpunten
- Inschrijvingen kunnen worden doorgehaald of verminderd met toestemming van belanghebbende partijen, een vonnis, of een authentieke akte waarin de schuldeiser toestemming geeft.
- Gegevens in het Rijksregister gelden als bewijs tot het tegendeel bewezen is, en verschillen moeten onverwijld gemeld worden.
- Hoofdstuk II "Hygiënische eisen voor slijterijen van gegiste dranken" wordt opgeheven.
- Organisatoren van nationale voetbalwedstrijden moeten uiterlijk 1 augustus of acht dagen voor aanvang van het kampioenschap een overeenkomst afsluiten met hulpdiensten en overheden.
Wettekst
Wet houdende diverse bepalingen (IV) (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL
artikel 78 van de Grondwet. TITEL II. - Administratieve vereenvoudiging HOOFDSTUK I. - Wijziging van de Hypotheekwet van 16 december 1851 Art. 2.Artikel 92 van de Hypotheekwet van 16 december 1851, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1913, wordt vervangen als volgt : « Art. 92.- De
schrijvingen worden doorgehaald of verminderd krachtens de toestemming van de belanghebbende partijen, daartoe bevoegd, ofwel krachtens een vonnis
laatste aanleg gewezen of
kracht van gewijsde gegaan, ofwel krachtens een vonnis, uitvoerbaar verklaard niettegenstaande verzet of beroep. De volmacht tot doorhaling of vermindering moet uitdrukkelijk en
authentieke vorm gegeven worden. De
schrijvingen van de bedongen hypotheken kunnen eveneens worden doorgehaald of verminderd krachtens een authentieke akte waarin de
strumenterende ambtenaar eenzijdig bevestigt dat de schuldeiser zijn toestemming heeft verleend met deze doorhaling of vermindering; alle
schrijvingen die
de voorgelegde akte zijn opgenomen worden ambtshalve doorgehaald of verminderd. De overnemer van een hypothecaire schuldvordering kan geen doorhaling of vermindering toestaan, tenzij de overdracht voortvloeit uit akten als vermeld
artikel 2. » Art. 3.
artikel 93, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden « of houdende bevestiging van de toestemming »
gevoegd tussen de woorden « houdende toestemming » en de woorden « , hetzij de uitgifte van het vonnis. ». HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen Art. 4.
artikel 4 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het tweede en het derde lid wordt het volgende lid
gevoegd : « De gegevens die het Rijksregister opneemt en bewaart krachtens artikel 3, eerste en tweede lid, gelden tot bewijs van het tegendeel. Deze gegevens kunnen rechtsgeldig gebruikt worden ter vervanging van de
formatie vervat
de
artikel 2 bedoelde registers. Iedereen die een verschil vaststelt tussen de gegevens van het Rijksregister en de gegevens vervat
de registers vermeld
artikel 2 dient dit onverwijld te melden. »; 2° het derde lid wordt vervangen als volgt : « De Koning bepaalt de nadere modaliteiten
zake de mededeling van de
formatiegegevens aan het Rijksregister en van de wijze waarop de bovenvermelde melding dient te gebeuren.» HOOFDSTUK III. - Opheffing en wijziging van bepalingen betreffende hygiënische eisen voor slijterijen van gegiste dranken Art. 5.Hoofdstuk II « Hygiënische eisen voor slijterijen van gegiste dranken » bestaande uit de artikels 5 tot 7 van de wetsbepalingen
zake slijterijen van gegiste dranken, samengeordend op 3 april 1953, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1967, wordt opgeheven. Art. 6.
artikel 23, § 1, van dezelfde gecoördineerde wetsbepalingen, vervangen bij de wet van 6 juli 1967, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid, 1°, wordt opgeheven;2°
het tweede lid, 2°, worden de woorden « hetzelfde bestuur » vervangen door de woorden « het bevoegde gemeentebestuur.»; 3° het derde lid wordt vervangen als volgt : « Het plan is niet vereist voor reizende slijterijen en gelegenheidsslijterijen.» Art. 7.Artikel 37, § 4, van dezelfde samengeordende wetsbepalingen, vervangen bij de wet van 6 juli 1967, wordt vervangen als volgt : « § 4. Bij overtreding van artikel 29 wordt de sluiting van de slijterij uitgesproken totdat aan de door of krachtens die bepaling voorgeschreven voorwaarden is voldaan. » Art. 8.Artikel 50, § 2, 1°, van dezelfde samengeordende wetsbepalingen, opgeheven bij de wet van 6 juli 1967 en hersteld bij de wet van 14 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten0, wordt opgeheven. Art. 9.Artikel 3, § 1, 1°, van de wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank, vervangen door de wet van 14 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten0, wordt opgeheven. Art. 10.De artikelen 5 tot 9 treden
werking op een door de Koning te bepalen datum. TITEL III. - Binnenlandse Zaken HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden Art. 11.
artikel 2 van de wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, gewijzigd bij de wetten van 10 maart 2003 en 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het punt 5° wordt vervangen als volgt : « 5° steward : een natuurlijke persoon, aangeworven door de organisator krachtens artikel 7, om de toeschouwers te ontvangen en te begeleiden bij een nationale voetbalwedstrijd, een
ternationale voetbalwedstrijd of bij elk voetbalevenement zoals gedefinieerd
10° ten einde het goede verloop van de wedstrijd of van het voetbalevenement met het oog op de veiligheid van de toeschouwers te waarborgen;»; 2° het artikel wordt aangevuld als volgt : « 10° voetbalevenement : elke wedstrijd of training op gras, synthetische ondergrond of
zaal waaraan voetbalspelers deelnemen; « 11° veiligheidscapaciteit : capaciteit zoals overeengekomen tussen de betrokken partijen
de overeenkomst bedoeld
artikel 5 of opgelegd krachtens de veiligheidsnormen. » Art. 12.Artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 5.- De organisatoren van nationale voetbalwedstrijden die behoren tot het nationaal kampioenschap, zijn ertoe gehouden om met betrekking tot hun verplichtingen uiterlijk 1 augustus van elk jaar een overeenkomst af te sluiten met de hulpdiensten en de bestuurlijke en politiële overheden of diensten, of op zijn minst acht dagen vóór het begin van het kampioenschap
dien dit kampioenschap aanvangt vóór 1 augustus. Een origineel exemplaar van deze overeenkomst dient gezonden te worden aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, binnen de termijn gesteld
het eerste lid. De organisatoren van nationale en
ternationale voetbalwedstrijden die niet gehouden zijn om een overeenkomst af te sluiten krachtens het eerste lid, hebben de verplichting om bedoelde overeenkomst af te sluiten binnen een termijn vastgelegd door de burgemeester, met dien verstande dat de overeenkomst afgesloten dient te zijn op zijn minst acht dagen vóór de wedstrijd waarop zij van toepassing is of vóór de eerste wedstrijd van de reeks van wedstrijden waarop zij toepassing vindt. Een origineel exemplaar van deze overeenkomst dient gezonden te worden aan de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, binnen de termijn gesteld
het derde lid. » Art. 13.
dezelfde wet wordt een artikel 8bis
gevoegd, luidende : « Art. 8bis.-
geval van het niet-respecteren van artikel 6, van de elementen en voorwaarden bepaald door de Koning
uitvoering van artikel 8 of van één of meerdere van de bepalingen van de overeenkomst, bedoeld
artikel 5, kan de burgemeester van de plaats waar het stadion zich bevindt, overgaan tot het beperken van de veiligheidscapaciteit, bedoeld
artikel 2, 11°. » Art. 14.Artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « 7° het uitwerken van een
tern noodplan, dat onder meer de evacuatie organiseert. Dit plan wordt
de eerste twee jaar na de
werkingtreding van deze bepaling of
de eerste twee jaar dat een organisator onder het toepassingsgebied van deze wet valt, jaarlijks getest met alle betrokken partners. Nadien wordt dit plan driejaarlijks getest met alle betrokken partners. De Koning bepaalt de minimale bepalingen van het
tern noodplan en de modaliteiten van de test; 8° het helpen toezien op de naleving van de stadionverboden.» Art. 15.
dezelfde wet wordt een artikel 10bis
gevoegd, luidende : « Art. 10bis.-
afwijking van artikel 10, 4°, kunnen de organisatoren van een nationale voetbalwedstrijd of een
ternationale voetbalwedstrijd
de overeenkomst, bedoeld
artikel 5, voorzien dat voor één of meerdere wedstrijden de scheiding van de rivaliserende toeschouwers niet van toepassing is.
voorkomend geval moet de overeenkomst de alternatieve veiligheidsmaatregelen bepalen. » Art. 16.
artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het tweede lid,
gevoegd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de woorden «
artikel 15, vierde lid, 16 en 17, eerste lid » vervangen door de woorden «
artikel 15, vijfde lid, 16 en 17, eerste lid »;2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « Voor de taken bedoeld
de artikelen 14 tot 17 kunnen de stewards eveneens tussenkomen naar aanleiding van elk voetbalevenement zoals gedefinieerd
artikel 2, 10°.
voorkomend geval dienen deze stewards te beantwoorden aan de minimale voorwaarden van rekrutering en opleiding zoals bepaald door en krachtens artikel 8. » Art. 17.
artikel 13 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt vervangen als volgt : « Eenieder die zich tegen deze controle of afgifte verzet of bij wie is vastgesteld dat hij of zij
het bezit is van een wapen of een gevaarlijk voorwerp, of die het reglement van
wendige orde, zoals bedoeld
artikel 10, 1°, niet naleeft, wordt door de stewards de toegang tot het stadion ontzegd.De toegang tot het stadion wordt door de stewards eveneens ontzegd aan eenieder waarvan zij weten dat hij of zij het voorwerp uitmaakt van een stadionverbod. »; 2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « De stewards en de veiligheidsverantwoordelijke kunnen aan de toeschouwers richtlijnen geven ten einde hun veiligheid te verzekeren of ten einde toe te zien op de toepassing van het reglement van
wendige orde.» Art. 18.
artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt vervangen als volgt : « De organisator ziet erop toe dat de stewards verzekeren dat via de toegangs- en evacuatiewegen een vlotte doorgang mogelijk is naar uitgangen en parkings en dat de toegangs- en evacuatiewegen
, naar of van de tribunes en de toegangswegen tot het stadion, permanent vrijgehouden worden behoudens gerechtvaardigde reden om zich daar te bevinden.»; 2° tussen het derde en vierde lid wordt het volgende lid
gevoegd : « De organisator ziet erop toe dat er zich aan elke evacuatiepoort of poort die dienstig kan zijn als evacuatie-uitgang, permanent een steward bevindt, en dit gedurende de periode waarin het stadion toegankelijk is voor de toeschouwers en voor deze delen van het stadion waartoe de toeschouwers toegang hebben.De organisator verzekert dat deze steward,
dien nodig, deze poort onmiddellijk,
de vluchtrichting en zonder sleutel kan openen. » Art. 19.
artikel 18 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « van twintigduizend frank tot tien miljoen frank » vervangen door de woorden « van vijfhonderd euro tot tweehonderdvijftigduizend euro » en worden de woorden « door of krachtens de artikelen 3, 4, 5 of 10 » vervangen door de woorden « door of krachtens de artikelen 5 of 10 »;2° tussen het eerste en tweede lid wordt het volgende lid
gevoegd : « Overeenkomstig de procedure bepaald
Titel IV
kan een administratieve geldboete van vijfhonderd euro tot tweehonderdvijftigduizend euro worden opgelegd aan de organisator van een voetbalwedstrijd die de verplichtingen voorgeschreven door of krachtens de artikelen 3 of 4, voorzover deze op hem van toepassing zijn, niet naleeft.»; 3°
het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden « van twintigduizend frank tot vijf miljoen frank » vervangen door de woorden « van vijfhonderd euro tot honderdvijfentwintigduizend euro »;4° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : «
afwijking van het eerste en derde lid bedraagt de minimumsanctie : 1° vijfduizend euro
geval van overtreding van artikel 5, eerste lid;2° tweeduizend vijfhonderd euro
geval van overtreding van artikel 5, tweede lid;3° vijfduizend euro
geval van overtreding van artikel 6;4° tweeduizend vijfhonderd euro
geval van overtreding van artikel 10, 6°;5° tweeduizend vijfhonderd euro
geval van overtreding van artikel 10, 7°;6° tweeduizend vijfhonderd euro
geval van overtreding van artikel 15, vierde lid.» Art. 20.Artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 19.- Deze titel is van toepassing op feiten gepleegd gedurende de ganse periode tijdens welke het stadion waarin een nationale voetbalwedstrijd, een
ternationale voetbalwedstrijd of een voetbalwedstrijd waaraan minstens één ploeg van derde nationale klasse deelneemt, plaatsvindt, toegankelijk is voor de toeschouwers. De artikelen 20bis, 21, tweede lid 2°, en 23bis, eerste lid, zijn van toepassing op feiten, begaan
de perimeter, tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd. Artikel 21, tweede lid, 1° en 2°, is ook van toepassing op voetbalwedstrijden waaraan minstens één ploeg uit bevordering deelneemt. De artikelen 21bis en 21ter zijn ook van toepassing op feiten, begaan
de perimeter, tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd. Artikel 23bis, tweede lid, is van toepassing op feiten, begaan
groep, op het ganse grondgebied van het Koninkrijk, tijdens de periode die aanvangt vierentwintig uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vierentwintig uur na het einde van de voetbalwedstrijd. » Art. 21.Artikel 20 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 20.- Eenieder die
het stadion zonder gerechtvaardigde reden één of meerdere voorwerpen gooit of schiet, kan één of meer sancties oplopen als bepaald
de artikelen 24, 24ter en 24quater. » Art. 22.
artikel 20bis van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de woorden « als bepaald
artikel 24 » vervangen door de woorden « als bepaald
de artikelen 24, 24ter en 24quater. » Art. 23.Artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 21.- Eenieder die het stadion of de perimeter onrechtmatig betreedt of poogt te betreden, kan één of meer sancties oplopen als bepaald
de artikelen 24 tot 24quater. Als onrechtmatig betreden worden beschouwd : 1° het betreden van het stadion
overtreding van een administratief of gerechtelijk stadionverbod of een stadionverbod als beveiligingsmaatregel;2° het betreden van de perimeter
overtreding van een administratief of gerechtelijk perimeterverbod, behoudens gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om zich
de perimeter te bevinden blijkt, en
dit laatste geval met uitzondering van elke plaats
de perimeter waar betrokkene zich niet zou hebben bevonden mocht er geen voetbalwedstrijd georganiseerd geweest zijn;3° het betreden van het stadion wanneer de toegang hem daartoe werd ontzegd met toepassing van artikel 13, derde lid.
dit geval kan een persoon enkel één of meer sancties oplopen als bepaald
de artikelen 24, 24ter en 24quater. ». Art. 24.
dezelfde wet wordt een artikel 21bis
gevoegd, luidende : « Art. 21bis.- Behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, kan eenieder die
het stadion of de perimeter de richtlijnen of bevelen gegeven door de veiligheidsverantwoordelijke, door een steward
de uitvoering van zijn functie vastgelegd door de wet, of door een lid van de politiediensten of van de hulpdiensten, niet opvolgt, één of meer sancties oplopen zoals bepaald
de artikelen 24, 24ter en 24quater. » Art. 25.
dezelfde wet wordt een artikel 21ter
gevoegd, luidende : « Art. 21ter.- Eenieder die
het stadion of de perimeter bewust zijn materiële hulp aanreikt bij een onrechtmatige betreding zoals bepaald
artikel 21, tweede lid, 1°, kan één of meer sancties oplopen zoals bepaald
de artikelen 24, 24ter en 24quater. » Art. 26.
artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « bepaald
artikel 24 » vervangen door de woorden « bepaald
de artikelen 24, 24ter en 24quater »;2°
het tweede lid worden de woorden « of andere middelen » vervangen door de woorden « en alle middelen ». Art. 27.Artikel 23 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 23.- Eenieder die, alleen of
groep,
het stadion aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald
de artikelen 24, 24ter en 24quater. » Art. 28.Artikel 23bis van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 23bis.- Eenieder die zich, alleen of
groep,
de perimeter bevindt omwille van en ter gelegenheid van een voetbalwedstrijd en aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald
de artikelen 24, 24ter en 24quater. Eenieder die zich,
groep, op het grondgebied bevindt van het Koninkrijk en omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd aanzet tot slagen en verwondingen, haat of woede ten opzichte van een of meerdere personen, kan één of meer sancties oplopen als bepaald
de artikelen 24, 24ter en 24quater. » Art. 29.
artikel 23ter van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de woorden « bepaald
artikel 24 » vervangen door de woorden « bepaald
de artikelen 24, 24ter en 24quater ». Art. 30.Artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 24.- § 1. Overeenkomstig de procedure bepaald
Titel IV
kan
geval van overtreding van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis en 23ter een administratieve geldboete van tweehonderdvijftig tot vijfduizend euro en een administratief stadionverbod voor een duur van drie maanden tot vijf jaar worden opgelegd, of één van deze sancties alleen. Een administratief stadionverbod kan gepaard gaan met een administratief perimeterverbod voor een duur gelijk aan de duur van het stadionverbod. Behoudens gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om zich
de perimeter te bevinden blijkt, en
dit laatste geval met uitzondering van elke plaats
de perimeter waar betrokkene zich niet zou hebben bevonden mocht er geen voetbalwedstrijd georganiseerd geweest zijn, is het administratief perimeterverbod van toepassing tijdens de periode die aanvangt vijf uur vóór het begin van de voetbalwedstrijd en die eindigt vijf uur na het einde van de voetbalwedstrijd. § 2.
afwijking van § 1, eerste lid, bedraagt de minimumsanctie : 1° een administratieve geldboete van duizend euro en een administratief stadionverbod van een jaar
geval van overtreding van artikel 21, tweede lid, 1°;2° een administratieve geldboete van duizend euro en een administratief stadionverbod van twee jaar
geval van overtreding van artikel 22, tweede lid, 1°;3° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van een jaar
geval van overtreding van artikel 23 ten aanzien van een of meer stewards, de veiligheidsverantwoordelijke of één of meer leden van de hulpdiensten;4° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van negen maanden
geval van overtreding van artikel 23 ten aanzien van één of meerdere rivaliserende toeschouwers wanneer, overeenkomstig artikel 10bis, door de organisator geen supportersscheiding
plaats werd gesteld;5° een administratieve geldboete van vijfhonderd euro en een administratief stadionverbod van een jaar voor diegene die een Bengaals vuur, zoals bedoeld als pyrotechnisch middel
artikel 23ter, aansteekt. § 3.
het geval, overeenkomstig de procedure bepaald
Titel IV
, een administratief stadionverbod en een administratieve geldboete worden opgelegd aan een overtreder die
België woonplaats noch hoofdverblijfplaats heeft en deze administratieve geldboete niet wordt betaald binnen de voorziene termijn, wordt het administratief stadionverbod van rechtswege verlengd tot het moment waarop de geldboete wordt betaald, en dit voor een periode van maximaal vijf jaar vanaf het moment waarop het
itieel stadionverbod ten einde loopt. Deze verlenging eindigt van rechtswege vanaf ontvangst van betaling van de administratieve geldboete. » Art. 31.
dezelfde wet wordt een artikel 24bis
gevoegd, luidende : « Art. 24bis.- § 1. Eenieder die, overeenkomstig artikel 21, tweede lid, 1° of 2°, een administratief stadionverbod of een administratief perimeterverbod overtreedt, kan voor een maximale duur van drie maanden een administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor worden opgelegd. Betrokkene dient zich
voorkomend geval naar aanleiding van elke nationale of
ternationale voetbalwedstrijd
België, zoals bedoeld
artikel 2, van de club of clubs die door de ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, worden bepaald, aan te melden, ten vroegste 45 minuten na het begin van de wedstrijd en uiterlijk vóór het einde van de wedstrijd, op een door de ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, bepaald politiekantoor, dat zich
de nabijheid van diens woonplaats bevindt. Betrokkene heeft de gelegenheid om binnen dertig dagen te rekenen van de datum van kennisgeving van de aangetekende brief, bedoeld
artikel 30, de ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, te verzoeken zich te mogen aanmelden op een politiekantoor, dat zich
de nabijheid van zijn verblijfplaats bevindt. De Koning bepaalt de criteria waarmee de ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, moet rekening houden bij het bepalen van de club of clubs waarvoor betrokkene zich dient aan te melden en het bepalen van het politiekantoor waar betrokkene zich dient aan te melden. Betrokkene tekent telkenmale, op vertoon van zijn identiteitskaart, een formulier dat ter beschikking ligt op het betrokken politiekantoor. De Koning bepaalt de
houd van dit formulier en de uitvoeringsmodaliteiten van deze voorwaarden. § 2. Telkens betrokkene zich niet aanmeldt
overtreding van § 1, en behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, wordt de opgelegde duur van de administratieve aanmeldingsplicht verlengd met een maand, hetzij vanaf het einde van de lopende administratieve aanmeldingsplicht, hetzij vanaf de kennisgeving, bedoeld
§ 3
, tweede lid,
dien deze kennisgeving plaatsvindt na het einde van de lopende administratieve aanmeldingsplicht, en wordt hem een forfaitaire geldsom van vijfhonderd euro opgelegd. § 3. Het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht wordt bij proces-verbaal vastgesteld door een politieambtenaar. Het origineel van dit proces-verbaal wordt gestuurd aan een ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid. Binnen de twee maanden die volgen op de vaststelling van het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht, deelt een ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, de overtreder, door middel van een ter post aangetekende brief, de toepassing van § 2 mee. Deze brief vermeldt de verlenging met een maand van de administratieve aanmeldingsplicht en bevat een uitnodiging tot betaling van de som van vijfhonderd euro, binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de dag van kennisgeving. Bij de derde overtreding van de administratieve aanmeldingsplicht wordt het dossier van betrokkene door een door de Koning aangewezen ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, overgemaakt aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de overtreder. De procureur des Konings kan de overtreder vervolgen overeenkomstig artikel 41bis, eerste lid. § 4. Dit artikel is niet van toepassing op personen die
België woonplaats noch hoofdverblijfplaats hebben. » Art. 32.
dezelfde wet wordt een artikel 24ter
gevoegd, luidende : « Art. 24ter.- § 1.
het geval er, overeenkomstig de procedure bepaald
Titel IV
, een administratief stadionverbod van twee jaar of meer wordt opgelegd, kan aan de overtreder een administratief verbod om het grondgebied te verlaten worden opgelegd voor een land waar een voetbalwedstrijd wordt gespeeld waaraan een club van de eerste, tweede of derde nationale klasse uit België deelneemt, een wedstrijd waaraan de Belgische nationale ploeg deelneemt, of voor een Wereldkampioenschap of Europees kampioenschap voetbal, voor een duur die gelijk is aan deze van het administratief stadionverbod. Het administratief verbod het grondgebied te verlaten is van toepassing behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter om naar dat land te reizen, blijkt. De ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, bepaalt voor welke club of clubs of voor welk kampioenschap het administratief verbod om het grondgebied te verlaten van toepassing is. De Koning bepaalt de criteria waarmee de ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, moet rekening houden bij het bepalen van de club of clubs, of het kampioenschap, waarvoor betrokkene een administratief verbod om het grondgebied te verlaten, wordt opgelegd. Dit administratief verbod het grondgebied te verlaten begint ten vroegste 48 uur vóór het begin van de wedstrijd of het tornooi te lopen tot maximum het einde van de wedstrijd of het tornooi. § 2. Ten einde de naleving van dit verbod te controleren, kan betrokkene een administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor opgelegd worden. Betrokkene dient zich
voorkomend geval tijdens elke betrokken wedstrijd aan te melden op een door de ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, bepaald politiekantoor, dat zich
de nabijheid van diens woonplaats bevindt. Wanneer het gaat om een Wereldkampioenschap of Europees kampioenschap voetbal, dient de betrokkene zich aan te melden tijdens elke wedstrijd van elk land dat door de door de Koning aangewezen ambtenaar wordt bepaald. Betrokkene heeft de gelegenheid om binnen dertig dagen te rekenen van de datum van kennisgeving van de aangetekende brief, bedoeld
artikel 30, de ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, te verzoeken zich te mogen aanmelden op een politiekantoor, dat zich
de nabijheid van zijn verblijfplaats bevindt. De Koning bepaalt de criteria waarmee de ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, moet rekening houden bij het bepalen van het politiekantoor waar betrokkene zich dient aan te melden. Betrokkene tekent telkenmale, op vertoon van zijn identiteitskaart, een formulier dat ter beschikking ligt op het betrokken politiekantoor. De Koning bepaalt de
houd van dit formulier en de uitvoeringsmodaliteiten van deze voorwaarden. § 3. Telkens betrokkene zich niet aanmeldt
overtreding van § 2, en behoudens wettelijk voorschrift, overheidsbevel of een andere uitdrukkelijke en voorafgaande toelating of gerechtvaardigde reden waaruit het geoorloofd karakter blijkt, wordt hem een forfaitaire geldsom van duizend euro opgelegd. § 4. Het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht wordt bij proces-verbaal vastgesteld door een politieambtenaar. Het origineel van dit proces-verbaal wordt gestuurd aan een ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid. Binnen de twee maanden die volgen op de vaststelling van het niet-naleven van de administratieve aanmeldingsplicht, deelt een ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, de overtreder, door middel van een aangetekende brief, de toepassing van § 3 mee. Deze brief bevat een uitnodiging tot betaling van de som van duizend euro, binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de dag van kennisgeving. Bij de derde overtreding van de administratieve aanmeldingsplicht, wordt het dossier van betrokkene door een door de Koning aangewezen ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, overgemaakt aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de overtreder. De procureur des Konings kan de overtreder vervolgen overeenkomstig artikel 41bis, eerste lid. § 5. Dit artikel is niet van toepassing voor personen die
België woonplaats noch hoofdverblijfplaats hebben. » Art. 33.
dezelfde wet wordt een artikel 24quater
gevoegd, luidende : « Art. 24quater.-
geval van overtreding van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis, en 23ter kan een administratief stadionverbod voor een duur van drie maanden tot vijf jaar worden opgelegd aan de minderjarige boven de veertien jaar op het ogenblik van de feiten. » Art. 34.
artikel 25 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden «
de artikelen 18 en 24 » vervangen door de woorden «
de artikelen 18 en 24 tot 24quater »;2°
het tweede lid worden de woorden « gestuurd aan de ambtenaar » vervangen door de woorden « gestuurd aan een ambtenaar »;3°
het derde lid worden de woorden «
de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter » vervangen door de woorden «
de artikelen 20 tot 23ter ». Art. 35.
artikel 26 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 maart 2003 en 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
worden de woorden « opgelegd door de door de Koning aangewezen ambtenaar » vervangen door de woorden « opgelegd door een door de Koning aangewezen ambtenaar », worden de woorden « Wanneer de ambtenaar beslist » vervangen door de woorden « Wanneer een door de Koning aangewezen ambtenaar beslist », worden de woorden « het recht heeft om bij die gelegenheid de
het eerste lid bedoelde ambtenaar om een mondelinge verdediging van zijn zaak te verzoeken » vervangen door de woorden « het recht heeft om bij die gelegenheid de
het eerste lid bedoelde ambtenaar expliciet om een mondelinge verdediging van zijn zaak te verzoeken » en worden de woorden « De
het eerste lid bedoelde ambtenaar bepaalt » vervangen door de woorden « Een door de Koning aangewezen ambtenaar bepaalt »;2°
§ 2
worden de woorden « artikel 24, tweede lid » vervangen door de woorden « artikel 24quater » en worden de woorden « Wanneer de feiten bij de
§ 1
, eerste lid, bedoelde ambtenaar aanhangig worden gemaakt » vervangen door de woorden « Wanneer de feiten bij een
§ 1, eerste lid, bedoelde ambtenaar aanhangig worden gemaakt ».
Art. 36.
artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de woorden « op basis van de artikelen 18 of 24 » vervangen door de woorden « op basis van de artikelen 18 of 24 tot 24quater ». Art. 37.
artikel 29 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « het bedrag van de administratieve geldboete en de duur van het administratief stadionverbod, of een van die sancties alleen, en de bepalingen van artikel 31 » vervangen door de woorden « het bedrag van de administratieve geldboete, de duur van het administratief stadionverbod, de duur van het administratief perimeterverbod, de duur van de administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor en de modaliteiten van deze verplichting, en de duur van het administratief verbod het grondgebied te verlaten en de modaliteiten van dit verbod, of één van die sancties alleen, en de bepalingen van artikel 30, vierde lid, en van artikel 31 »;2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « Voor de persoon die
België woonplaats noch hoofdverblijfplaats heeft, worden de bepalingen van artikel 24, § 3, eveneens vermeld.»; 3°
het derde lid worden de woorden « op de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter » vervangen door de woorden « op de artikelen 20 tot 23ter » en worden de woorden « van een enkele administratieve geldboete en een enkel administratief stadionverbod » vervangen door de woorden « van een enkele administratieve geldboete, een enkel administratief stadionverbod, een enkel administratief perimeterverbod, een enkele administratieve aanmeldingsplicht op een politiekantoor en een enkel administratief verbod het grondgebied te verlaten ». Art. 38.
artikel 30 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « van de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter » vervangen door de woorden « van de artikelen 20 tot 23ter »;2°
het tweede lid worden de woorden « artikel 24, tweede lid » vervangen door de woorden « artikel 24quater »;3° het artikel wordt aangevuld met de volgende leden : « De beslissing wordt betekend uiterlijk binnen de tien werkdagen die volgen op het aflopen van de termijn bepaald
artikel 32. Naast de beslissing bevat de betekening
voorkomend geval een uitnodiging tot betaling van de administratieve geldboete opgelegd aan de overtreder binnen de termijn bepaald
artikel 28. Na het verstrijken van deze termijn is een nalatigheidsintrest, gelijk aan de wettelijke
trestvoet, verschuldigd. ». Art. 39.Artikel 31 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3. Wanneer
beroep een administratief stadionverbod wordt opgelegd, wordt het vonnis, op vraag van een door de Koning aangewezen ambtenaar bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, aan betrokkene betekend door een gerechtsdeurwaarder. Het stadionverbod gaat
op de dag volgend op de betekening.
dien de betrokken persoon op dat moment reeds het voorwerp uitmaakt van een stadionverbod, vangt het nieuwe stadionverbod aan de dag volgend op deze waarop het lopend stadionverbod een einde neemt. Wanneer
beroep enkel een administratieve geldboete wordt opgelegd, wordt het vonnis, op vraag van een door de Koning aangewezen ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, aan betrokkene betekend door een gerechtsdeurwaarder, behoudens
dien de geldboete werd betaald binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak. ». Art. 40.
artikel 34 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « van de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis en 23ter » vervangen door de woorden « van de artikelen 20 tot 23ter », worden de woorden « tienduizend frank » vervangen door de woorden « tweehonderdvijftig euro » en worden de woorden « door de ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid » vervangen door de woorden « door een ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid, of door een officier van gerechtelijke of van bestuurlijke politie, overeenkomstig de door de Koning bepaalde modaliteiten »;2°
het tweede lid worden de woorden « door de betrokken ambtenaar » vervangen door de woorden « door een ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid ». Art. 41.
artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « of een vervolging
het kader van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten9 betreffende de jeugdbescherming »
gevoegd tussen de woorden « of een strafrechtelijke vervolging » en de woorden « werd
gesteld » en worden de woorden « op basis van artikel 24 » vervangen door de woorden « op basis van de artikelen 24 tot 24quater »;2°
het tweede lid worden de woorden « op basis van artikel 24 » vervangen door de woorden « op basis van de artikelen 24 tot 24quater ». Art. 42.
artikel 36 van dezelfde wet worden de woorden « of een vervolging
het kader van de wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten9 betreffende de jeugdbescherming »
gevoegd tussen de woorden « van de strafvordering » en de woorden « door de procureur des Konings » en de woorden « van artikel 24 » worden vervangen door de woorden « van de artikelen 24 tot 24quater ». Art. 43.
artikel 37 van dezelfde wet worden de woorden « tienduizend frank » worden vervangen door de woorden « tweehonderd vijftig euro » en worden de woorden « vijfduizend frank » vervangen door de woorden « honderd vijfentwintig euro ». Art. 44.
dezelfde wet wordt een artikel 37bis
gevoegd, luidende : « Art. 37bis.-
dien er verzachtende omstandigheden zijn, kunnen de administratieve stadionverboden, bepaald
artikel 24, § 2, worden verminderd tot beneden hun minimum, zonder dat zij ooit lager kunnen zijn dan drie maanden. ». Art. 45.
artikel 41 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « een misdrijf, begaan
een stadion of
de perimeter » vervangen door de woorden « een misdrijf, begaan omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd »;2°
het tweede lid worden de woorden « , een perimeterverbod of een verbod het grondgebied te verlaten »
gevoegd tussen de woorden « een aanmeldingsplicht » en het woord « impliceren ». Art. 46.
dezelfde wet wordt een artikel 41bis
gevoegd, luidende : « Art. 41bis.- Wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maand tot drie jaar en een geldboete van vijfentwintig euro tot duizend euro, of met één van deze straffen alleen, elke persoon die, overeenkomstig artikel 24bis of 24ter, het voorwerp uitmaakt van een administratieve verplichting zich aan te melden op een politiekantoor en die zich minstens drie keer tijdens dezelfde administratieve aanmeldingsplicht niet heeft aangemeld. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maand tot drie jaar en een geldboete van vijfentwintig euro tot duizend euro, of met één van deze straffen alleen, elke persoon die, overeenkomstig artikel 41, het voorwerp uitmaakt van een aanmeldingsplicht en die zich minstens drie keer tijdens dezelfde aanmeldingsplicht niet heeft aangemeld. ». Art. 47.
artikel 43 van dezelfde wet wordt tussen het eerste en tweede lid het volgende lid
gevoegd : «
afwijking van het eerste lid, kunnen gepersonaliseerde gegevens door de politiediensten aan een veiligheidsverantwoordelijke worden meegedeeld met het oog op het toepassen van de regeling van burgerrechtelijke uitsluiting zoals bepaald
artikel 10, 2°. ». Art. 48.
dezelfde wet wordt een artikel 43bis
gevoegd, luidende : « Art. 43bis.- Teneinde het de organisatoren, overeenkomstig artikel 10, 8°, mogelijk te maken te helpen toezien op de naleving van de stadionverboden, kunnen hun, via de veiligheidsverantwoordelijke, door de politiediensten foto's van de personen die het voorwerp uitmaken van een stadionverbod, worden meegedeeld. De identiteit van deze personen wordt duidelijk zichtbaar op deze foto's aangebracht. Deze foto's kunnen slechts worden bijgehouden gedurende de periode waarin het stadionverbod lopende is. De organisator, de veiligheidsverantwoordelijke of de steward die deze
lichtingen en documentatie meedeelt aan derden, wordt gestraft met de straffen bepaald
artikel 458 van het Strafwetboek. ». Art. 49.
artikel 44 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « Bij vaststelling
een stadion of
de perimeter van een feit dat een administratieve sanctie oplevert
de zin van de artikelen 20, 20bis, 21, 22, 23, 23bis of 23ter » vervangen door de woorden « Bij vaststelling van een feit dat een administratieve sanctie oplevert
de zin van de artikelen 20, 20bis, 21, 21bis, 21ter, 22, 23, 23bis of 23ter »;2° tussen het eerste en tweede lid wordt het volgende lid
gevoegd : « Wanneer dit stadionverbod als beveiligingsmaatregel een minderjarige betreft, wordt de bevestiging van deze beslissing binnen de veertien dagen door de ambtenaar, bedoeld
artikel 26, § 1, eerste lid eveneens verzonden aan zijn vader en moeder, zijn voogden of de personen die het gezag over hem uitoefenen.»; 3°
het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden « van een misdrijf
een stadion of
de perimeter » vervangen door de woorden « van een misdrijf of een als misdrijf gekwalificeerd feit »;4°
het zesde lid, 3°, dat het zevende lid, 3° wordt, worden de woorden «
het tweede lid » vervangen door de woorden «
het derde lid ». Art. 50.Artikel 45 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2003 pub. 31/03/2003 numac 2003000238 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden sluiten, wordt aangevuld met de volgende leden : « Teneinde de controle op de naleving van het opgelegde stadionverbod te controleren, wordt, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, een centraal bestand van foto's aangelegd van personen die het voorwerp uitmaken van een stadionverbod. De persoon die het voorwerp uitmaakt van dergelijk stadionverbod wordt door een politieambtenaar uitgenodigd zich te melden op een politiekantoor om zich te laten fotograferen. De politiediensten zenden deze foto, of enige andere foto van betrokkene waarover de politie beschikt, aan de veiligheidsverantwoordelijken, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. ». Art. 51.Artikel 46 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 52.Dit hoofdstuk is van toepassing op feiten gepleegd vanaf de dag van
werkingtreding van dit hoofdstuk. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet op het politieambt met betrekking tot het toekennen van bepaalde rechten aan personen die van hun vrijheid worden beroofd en de verzekering van fundamentele waarborgen tegen slechte behandeling Art. 53.Artikel 31, vierde lid, van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en
ternationale samenwerking Wet houdende
stemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot
stelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, wordt opgeheven. Art. 54.Artikel 33, derde en vierde lid, van dezelfde wet worden opgeheven. Art. 55.
dezelfde wet wordt een artikel 33bis
gevoegd, luidende : « Art. 33bis.- Elke vrijheidsberoving wordt
geschreven
het register van de vrijheidsberovingen. Dit register is de weergave van het chronologisch verloop van de vrijheidsberoving vanaf het begin tot het einde ervan of tot het ogenblik van de overdracht van de betrokken persoon aan de bevoegde overheden of diensten. De
houd en de vorm van het register van de vrijheidsberovingen en de voorwaarden waaronder de gegevens worden bewaard, worden door de Koning bepaald. ». Art. 56.
dezelfde wet wordt een artikel 33ter
gevoegd, luidende : « Art. 33ter.- Elke bestuurlijke aangehouden persoon moet
kennis worden gesteld van : -de vrijheidsberoving; - de redenen van de vrijheidsberoving; - de maximale duur van deze vrijheidsberoving; - de materiële procedure van de opsluiting; - de mogelijkheid tot het nemen van dwangmaatregelen. De
deze wet bedoelde rechten die uit de vrijheidsberoving voortvloeien worden hetzij mondeling hetzij schriftelijk en
een taal die hij begrijpt medegedeeld aan elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding, en dit op het ogenblik dat de officier van bestuurlijke politie de vrijheidsberoving verricht of handhaaft. Deze kennisgeving wordt schriftelijk bevestigd
het register van de vrijheidsberovingen. De mededeling van de rechten van de aangehoudenen kan collectief georganiseerd worden mits deze procedure als dusdanig wordt opgenomen
het register. ». Art. 57.
dezelfde wet wordt een artikel 33quater
gevoegd, luidende : « Art. 33quater.- Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding, mag vragen dat een vertrouwenspersoon wordt verwittigd. Wanneer de officier van bestuurlijke politie ernstige redenen heeft om aan te nemen dat het verwittigen van een derde persoon een gevaar
houdt voor de openbare orde en veiligheid, kan hij beslissen aan dit verzoek geen gevolg te geven en maakt hij hiervan melding
het register van de vrijheidsberovingen met opgave van de redenen die tot zijn beslissing heeft geleid.
dien de van de vrijheid beroofde persoon minderjarig is, wordt de persoon die belast is met het toezicht erop hiervan ambtshalve verwittigd. ». Art. 58.
dezelfde wet wordt een artikel 33quinquies
gevoegd, luidende : « Art. 33quinquies.- Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding heeft recht op medische bijstand. Onverminderd het recht voorzien
het eerste lid, heeft elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding subsidiair het recht een onderzoek door een arts naar keuze te vragen. De kosten voor dit onderzoek vallen ten laste van de betrokken persoon. ». Art. 59.
dezelfde wet wordt een artikel 33sexies
gevoegd, luidende : « Art. 33sexies.- Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een vrijheidsberoving heeft tijdens de ganse duur van zijn vrijheidsberoving recht op voldoende drinkwater, het gebruik van aangepast sanitair en, rekening houdende met het tijdstip, recht op een maaltijd. ». Art. 60.Artikel 34, § 4, vijfde lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «
dien de vrijheidsberoving geschiedt met het oog op het verifiëren van de identiteit, maakt de politieambtenaar die deze verrichting doet, daarvan melding
het register van de vrijheidsberovingen. ». Art. 61.
dezelfde wet wordt een artikel 37bis
gevoegd, luidende : « Art. 37bis.- Onverminderd de bepalingen van artikel 37, mogen de politieambtenaren of de agenten van politie enkel
de volgende gevallen een persoon boeien : 1° bij de overbrenging, de uithaling en de bewaking van gedetineerden.2° bij de bewaking van een persoon die het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke of bestuurlijke aanhouding, als het noodzakelijk wordt beschouwd, gelet op de omstandigheden onder meer op grond van : - het gedrag van de aangehouden persoon bij de aanhouding of tijdens de hechtenis; - diens gedrag bij vroegere vrijheidsberovingen; - de aard van het gepleegd misdrijf; - de aard van de veroorzaakte storing van de openbare orde; - het verzet of geweld tegen de aanhouding; - het ontvluchtingsgevaar; - het gevaar dat betrokkene voor zichzelf, voor de politieambtenaar, agent van politie of derden vormt; - het gevaar dat betrokkene zal trachten bewijzen te vernietigen of schade te veroorzaken. ». Art. 62.
dezelfde wet wordt een artikel 33septies
gevoegd luidende : « Art. 33septies.- De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de toerekening van de kosten en de praktische organisatie
gevolge de toepassing van de artikelen 33quinquies, eerste alinea, en 33sexies. ». HOOFDSTUK III. - Mandaten bij de federale politie en bij de Algemene
spectie van de federale politie en van de lokale politie Art. 63.Worden overeenkomstig artikel 247 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, aangesteld : 1° met
gang van 1 januari 2001
de functie van commissaris-generaal van de federale politie, de Heer Herman Fransen;2° met
gang van 1 januari 2001
de functie van
specteur-generaal van de federale politie en van de lokale politie, de Heer Luc Closset;3° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Hasselt, de Heer Marcel Jacobs;4° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Tongeren, de Heer Gilbert Drabbe;5° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Gent, de Heer Peter De Wolf;6° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Dendermonde, de Heer Rudi Vervaet;7° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Kortrijk, de Heer Luc Dhoest;8° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Veurne, de Heer Eddy Naessens;9° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Brugge, de Heer Luc Gheysen;10° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Nijvel, de Heer Daniel Deridder;11° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Luik, de Heer Jean-Marie Claes;12° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Eupen, de Heer André Desenfants;13° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Hoei, de Heer Christian Marchal;14° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Aarlen, de Heer Jean-Yves Schul;15° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Marche-en-Famenne, de Heer David Devos;16° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Neufchâteau, de Heer André Schmit;17° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Bergen, de Heer Michel Rompen;18° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Verviers, de Heer Yves Berrendorf;19° met
gang van 1 februari 2001
de functie van bestuurlijke directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Charleroi, de Heer André Danloy;20° met
gang van 1 februari 2001 tot 1 mei 2002
de functie van directeur-coördinator van de federale politie voor het gerechtelijke arrondissement Oudenaarde, de Heer Eddy De Baets. TITEL IV. - Werk HOOFDSTUK I. - Leerlingstelsel voor werknemersberoepen Art. 64.Artikel 4, § 2, van de wet van 19 juli 1983Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten4 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers
loondienst, vervangen bij de wet van 6 mei 1998, wordt vervangen als volgt : « § 2.
afwijking van § 1, kan het
artikel 47 bedoeld leerreglement de
§ 1
, tweede lid, bepaalde leeftijdsgrens verhogen en de eventuele voorwaarden bepalen waaronder de verhoogde leeftijdsgrens toegepast mag worden. ». HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten0 betreffende de Fondsen voor Bestaanszekerheid Art. 65.Artikel 4, 1°, van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten0 betreffende de Fondsen voor Bestaanszekerheid, wordt vervangen als volgt : « 1° de benaming en het adres van de zetel van het Fonds; ». Art. 66.De paritaire comités en paritaire subcomités beschikken,
dien nodig, over een termijn van 6 maanden, te rekenen vanaf de
werkingtreding van deze wet om de collectieve arbeidsovereenkomst die de statuten van de Fondsen voor Bestaanszekerheid aanpast aan het vorige artikel bij de griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg neer te leggen. HOOFDSTUK III. - Arbeidsongevallen Afdeling 1. - Specifiek boekhoudplan van het Fonds voor arbeidsongevallen Art. 67.
artikel 58ter van de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten6,
gevoegd bij de wet van 29 april 1996 en vervangen bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 25/07/2002 numac 2002015003 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en
ternationale samenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting
geval van winstcorrectie tussen verbonden ondernemingen, en van het proces-verbaal van ondertekening, gedaan te Brussel op 21 december 1995 type wet prom. 10/08/2001 pub. 05/11/2003 numac 2003015092 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting
geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen, en van het Proces-verbaal van ondertekening, gedaan te Brussel op 21 december 1995 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « financieel reglement overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige
stellingen van openbaar nut » vervangen door de woorden « specifiek boekhoudplan van het Fonds overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, § 3, van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare
stellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels »;2°
het tweede lid worden de woorden « de voormelde wet van 16 maart 1954 » vervangen door de woorden « de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige
stellingen van openbaar nut ». Art. 68.
artikel 59sexies, tweede lid, van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 6 juli 1989, worden de woorden « financieel reglement van het Fonds overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige
stellingen van openbaar nut » vervangen door de woorden « specifiek boekhoudplan van het Fonds overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, § 3 van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare
stellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels ». Afdeling 2. - Behandeling van klachten en bemiddelingsverzoeken door het Fonds voor arbeidsongevallen Art. 69.
dezelfde wet wordt een artikel 87ter
gevoegd, luidende : « Art. 87ter.-
afwijking van de artikelen 10, eerste lid, 6°bis, 13 en 20, tweede lid, van de wet van 27 maart 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten5 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, is het Fonds voor Arbeidsongevallen exclusief bevoegd voor het aannemen en behandelen van klachten en bemiddelingsverzoeken met betrekking tot de toepassing van de
artikel 58, § 1, 9° bedoelde wetten en uitvoeringsbesluiten. ». Art. 70.
dezelfde wet wordt een artikel 87quater
gevoegd, luidende : « Art. 87quater.- Onverminderd de bepalingen van artikel 87ter, sluiten het Fonds voor Arbeidsongevallen en de overheid of de
stantie die belast is met de behandeling van de klachten en bedoeld
artikel 10, eerste lid, 6°bis, van de wet van 27 maart 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten5, een protocol betreffende onder meer de wederzijdse communicatie van alle relevante gegevens met betrekking tot de bepalingen van artikel 87ter. ». TITEL V. - Middenstand HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 13 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten7 betreffende de commissies en de beroepscommissies die bevoegd zijn
zake het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend
tellectueel beroep Art. 71.Artikel 9, tweede lid, van de wet van 13 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten7 betreffende de commissies en de beroepscommissies die bevoegd zijn
zake het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend
tellectueel beroep wordt vervangen als volgt : « Als deze plaats zich binnen het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bevindt of binnen het Duitse taalgebied, dan wordt deze bevoegdheid bepaald door de taal die
de aanvraag wordt gebruikt. Als het verzoek
het Duits is opgesteld, dan zal de Franstalige Kamer bevoegd zijn tenzij de aanvrager
zijn aanvraag uitdrukkelijk zijn wil vermeldt om zijn beroep bij de andere kamer
te dienen. ». HOOFDSTUK II. - Niet-vatbaarheid voor beslag van de woning van de zelfstandige Art. 72.Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder zelfstandige : iedere natuurlijke persoon die
België een beroepsbezigheid
hoofdberoep uitoefent uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is. Art. 73.
afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 en van artikel 1560 van het Gerechtelijk wetboek kan een zelfstandige zijn zakelijke rechten, andere dan het gebruiksrecht en het recht van bewoning, op het onroerend goed waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft, niet vatbaar voor beslag verklaren. Art. 74.Deze verklaring wordt op straffe van nietigheid voor een notaris verleden en bevat de gedetailleerde beschrijving van het onroerend goed en de aanduiding van de eigen, gemeenschappelijke of onverdeelde aard van de zakelijke rechten die de zelfstandige bezit op het onroerend goed. De notaris kan de verklaring enkel verlijden nadat hij de
stemming van de echtgenoot van de zelfstandige heeft gekregen. Art. 75.Wanneer het onroerend goed tegelijk gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden en als woning, wordt
de beschrijving een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het gedeelte dat gebruikt wordt als hoofdverblijfplaats en het gedeelte dat gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden. De beschrijving vermeldt de oppervlakte van elk gedeelte.
dien de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden minder dan 30 % beslaat van de totale oppervlakte van het onroerend goed, kunnen de rechten op het hele onroerend goed niet vatbaar voor beslag worden verklaard.
dien de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden 30 % of meer beslaat van de totale oppervlakte van het onroerend goed, kunnen alleen de rechten op het gedeelte dat als hoofdverblijfplaats gebruikt wordt niet vatbaar voor beslag worden verklaard mits men vooraf statuten van mede-eigendom opstelt.
geval van geschil betreffende de toepassing van dit artikel, rust de bewijslast op degene die de verklaring heeft gedaan. Art. 76.Deze verklaring wordt
geschreven
een hiertoe bestemd register, op het kantoor van de hypotheekbewaarder van het arrondissement waar het goed gelegen is. Vóór deze
schrijving, kan de verklaring niet aan derden worden tegengeworpen. De Koning kan
bijkomende vormen van openbaarmaking van de verklaring voorzien en de desbetreffende procedure en kosten vastleggen. Art. 77.Deze verklaring heeft slechts uitwerking ten aanzien van schuldeisers van wie de schuldvorderingen na de
artikel 76 bedoelde
schrijving ontstaan, naar aanleiding van de zelfstandige beroepsbezigheid van degene die de verklaring heeft gedaan. Ze heeft geen uitwerking ten aanzien van de schuldvorderingen die volgen uit een misdrijf, zelfs
dien ze betrekking hebben op de beroepsbezigheid, noch ten aanzien van de schulden van gemengde aard, die verband houden zowel met het privéleven als met de beroepsbezigheid. Ze heeft ook geen uitwerking wanneer de zelfstandige, die zijn rechten op het onroerend goed waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft niet vatbaar voor beslag heeft verklaard, krachtens de artikelen 265, § 2, 409, § 2, en 530, § 2, van het Wetboek van vennootschappen aansprakelijk wordt gesteld. Ze blijft uitwerking hebben zelfs na het verlies van de hoedanigheid van zelfstandige ten gevolge van een faillissement. Art. 78.Van de verklaring kan op ieder ogenblik, onder de voorwaarden die bepaald zijn bij de artikelen 74 en 76, worden afgezien. Het afzien van deze verklaring heeft uitwerking ten aanzien van alle schuldeisers; de verklaring wordt geacht nooit te hebben bestaan. De curator van het faillissement kan het
het eerste lid bedoelde recht om van de verklaring af te zien niet uitoefenen. Art. 79.De verklaring blijft uitwerking hebben na de ontbinding van het huwelijksstelsel wanneer het goed wordt toebedeeld aan degene die de verklaring heeft gedaan, behalve ten aanzien van de schulden die ontstaan zijn naar aanleiding van diens zelfstandige beroepsbezigheid en waarvan de
vordering uitgevoerd kan worden op het vermogen van de gewezen echtgenoot. Art. 80.Het overlijden van degene die de verklaring heeft gedaan heeft de herroeping van de verklaring tot gevolg. Art. 81.
geval van overdracht van de zakelijke rechten die
de verklaring zijn aangeduid, blijft de verkregen prijs niet vatbaar voor beslag ten aanzien van de schuldeisers van wie de rechten ontstaan zijn na het
schrijven van deze verklaring en naar aanleiding van de beroepsbezigheid van degene die de verklaring heeft gedaan, op voorwaarde dat de verkregen geldsommen binnen een termijn van één jaar door degene die de verklaring heeft gedaan, wederbelegd worden om een onroerend goed aan te kopen waar zijn hoofdverblijfplaats is gevestigd. Gedurende de
het eerste lid bedoelde termijn worden de geldsommen bewaard
handen van de notaris die de akte van overdracht van de zakelijke rechten heeft verleden. De rechten op de nieuw aangekochte hoofdverblijfplaats blijven niet vatbaar voor beslag ten aanzien van de
het eerste lid bedoelde schuldeisers wanneer de akte van verkrijging een verklaring van wederbelegging van de fondsen bevat, behalve als de schuldeisers bewijzen dat de zelfstandige zijn solvabiliteit opzettelijk heeft verminderd. De verklaring van wederbelegging der fondsen is onderworpen aan de bij de artikelen 74, 75 en 76 bepaalde voorwaarden
zake geldigheid en tegenstelbaarheid. Art. 82.Naar aanleiding van de
schrijving en de doorhaling van de verklaring worden aan de notaris vaste erelonen betaald waarvan het bedrag overeenkomstig de wet van 31 augustus 1891 houdende tarifering en
vordering van de honoraria der notarissen wordt vastgesteld. Zolang het bedrag van de
het eerste lid bedoelde erelonen niet overeenkomstig dat lid is vastgesteld, wordt het bedrag vastgesteld op 500 euro voor het opstellen van de verklaring en op 500 euro voor de
schrijving of de doorhaling ervan. Art. 83.Dit hoofdstuk treedt één maand na zijn bekendmaking
het Belgisch Staatsblad
werking. TITEL VI. - Justitie HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet van 25 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/02/2003 pub. 06/05/2003 numac 2003009406 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende de
richting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de uitvoering van taken die betrekking hebben op de politie van hoven en rechtbanken en de overbrenging van gevangenen type wet prom. 25/02/2003 pub. 27/11/2009 numac 2009000781 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de
richting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de uitvoering van taken die betrekking hebben op de politie van hoven en rechtbanken en de overbrenging van gevangenen. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten, houdende de
richting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de uitvoering van de taken die betrekking hebben op de politie van hoven en rechtbanken en de overbrenging van gevangenen Art. 84.
artikel 6, eerste lid, 1°, van de wet van 25 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/02/2003 pub. 06/05/2003 numac 2003009406 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende de
richting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de uitvoering van taken die betrekking hebben op de politie van hoven en rechtbanken en de overbrenging van gevangenen type wet prom. 25/02/2003 pub. 27/11/2009 numac 2009000781 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de
richting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de uitvoering van taken die betrekking hebben op de politie van hoven en rechtbanken en de overbrenging van gevangenen. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten, houdende de
richting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de uitvoering van de taken die betrekking hebben op de politie van hoven en rechtbanken en de overbrenging van gevangenen, worden de woorden « en 37bis »
gevoegd tussen de woorden « bij artikel 37 » en de woorden « van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en
ternationale samenwerking Wet houdende
stemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot
stelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten ». HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 14 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten0 houdende afschaffing van de effecten aan toonder en wijziging van het Wetboek van vennootschappen Art. 85.
artikel 2 van de wet van 14 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten0 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid, 1°, derde streepje, wordt vervangen als volgt : « - alle andere effecten uitgegeven door een emittent die onder Belgisch recht ressorteert, en die een financiële schuldvordering op die emittent of op een derde belichamen,
clusief de effecten ter vertegenwoordiging van onverdeelde rechten
een
stelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht
contractuele vorm »;2° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt : « 2° « emittent » : de persoon of de
stelling voor collectieve belegging zonder rechtspersoonlijkheid die de effecten heeft uitgegeven ». Art. 86.
artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt : « 2° de effecten als bedoeld
artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, die worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt »;2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « 3°
dien niet ernaar wordt verwezen
1° en 2° hierboven, de effecten aan toonder van een
stelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht ». Art. 87.Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 6.- De vennootschappen naar Belgisch recht waarvan de effecten vermeld
artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten, alsmede de
stellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht wijzigen hun statuten of,
voorkomend geval, hun beheersreglement, vóór 31 december 2007 teneinde die statuten of dat reglement
overeenstemming te brengen met deze wet. De aldus gewijzigde statuten dienen
het bijzonder te bepalen dat de effecten
de zin van artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, die tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten, die aan toonder zijn, reeds zijn uitgegeven en op een effectenrekening zijn
geschreven,
gedematerialiseerde vorm bestaan. Wanneer de emittent een
stelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht is, dienen de aldus gewijzigde statuten of het aldus gewijzigde beheersreglement te bepalen dat alle reeds uitgegeven effecten die aan toonder zijn en op een effectenrekening zijn
geschreven,
gedematerialiseerde vorm bestaan. Bovendien dienen de betrokken vennootschappen en
stellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht vóór 31 december 2007 samen met een vereffeningsinstelling of,
voorkomend geval, een erkende rekeninghouder
geval van toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, de nodige regelingen te treffen teneinde het bepaalde
artikel 468, vierde lid, respectievelijk artikel 475ter, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen na te leven. De betrokken vennootschap of
stelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht publiceert zo snel als mogelijk een kennisgeving met vermelding van de vereffeningsinstelling(en) of,
voorkomend geval, de erkende rekeninghouder(s)
geval van toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, die ze voor elke categorie van effecten heeft aangewezen, tenzij, wat de keuze van de vereffeningsinstellingen betreft, voor een bepaalde categorie van effecten slechts één vereffeningsinstelling door de Koning is aangewezen. Die kennisgeving moet
het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd,
twee persorganen met nationale verspreiding, waarvan één
het Nederlands en één
het Frans, en,
voorkomend geval, op de webstek van de vennootschap of
stelling voor collectieve belegging. De kennisgeving moet worden gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap de
stelling voor collectieve belegging haar maatschappelijke zetel heeft. ». Art. 88.Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 7.- § 1. Met uitzondering van de effecten bedoeld
artikel 2, eerste lid, 1°, tweede streepje, die aan toonder zijn en die op vervaldag komen vóór 1 januari 2014, moeten de effecten aan toonder die niet overeenkomstig artikel 5 zijn omgezet, uiterlijk op 31 december 2013 worden omgezet, naar keuze van de rechthebbende,
effecten op naam of
gedematerialiseerde effecten, binnen de beperkingen van de statutaire bepalingen en binnen de wettelijke- en reglementaire bepalingen betreffende de uitgifte. § 2. De omzetting
effecten op naam wordt aangevraagd bij de emittent. De aanvraag is slechts ontvankelijk wanneer de effecten waarvan de omzetting wordt gevraagd, aan de emittent worden overhandigd. De omzetting geschiedt door
schrijving van de effecten
de registers voorgeschreven bij of krachtens de wet. De
schrijving
de registers geschiedt binnen vijf werkdagen vanaf de aanvraag. § 3. Onverminderd artikel 6 passen de vennootschappen naar Belgisch recht die gedematerialiseerde effecten wensen uit te geven, hun statuten aan. De aldus gewijzigde statuten dienen
het bijzonder een omzettingsdatum te vermelden vanaf wanneer de reeds uitgegeven effecten
de zin van artikel 2, eerste lid, 1°, eerste streepje, die aan toonder zijn en op een effectenrekening zijn
geschreven,
gedematerialiseerde vorm bestaan. Onverminderd artikel 5 geschiedt de omzetting
gedematerialiseerde effecten automatisch door
schrijving van de effecten op een effectenrekening ten gevolge van hun neerlegging door hun rechthebbende bij een erkende rekeninghouder of de aangeduide vereffeningsinstelling, vanaf de
de statuten vermelde omzettingsdatum. Bovendien dienen de betrokken vennootschappen, vóór de
de statuten vermelde omzettingsdatum, samen met een vereffeningsinstelling of een erkende rekeninghouder de nodige regelingen te treffen teneinde het bepaalde
artikel 468, vierde lid, respectievelijk artikel 475ter, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen na te leven. De betrokken vennootschap publiceert zo snel als mogelijk een kennisgeving met vermelding van de omzettingsdatum en van de vereffeningsinstelling(en) of de erkende rekeninghouder(s)
geval van toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, die ze voor elke categorie van effecten heeft aangewezen, tenzij, wat de keuze van de vereffeningsinstellingen betreft, voor een bepaalde categorie van effecten slechts één vereffeningsinstelling door de Koning is aangewezen. Die kennisgeving moet
het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd,
twee persorganen met nationale verspreiding, waarvan één
het Nederlands en één
het Frans, en,
voorkomend geval, op de webstek van de vennootschap. De kennisgeving moet worden gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar maatschappelijke zetel heeft. Als de omzettingsdatum niet
die kennisgeving of
de statuten staat vermeld, zal die datum gelijk zijn aan die waarop de kennisgeving
het Belgisch Staatsblad is gepubliceerd. De erkende rekeninghouder dient de effecten aan toonder die hij ontvangt, zo snel als mogelijk na de ontvangst te deponeren bij de bevoegde vereffeningsinstelling, tenzij voor de gevallen als bedoeld
artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen en artikel 17 van het gecoördineerd koninklijk besluit nr. 62. De erkende rekeninghouder moet de effecten aan toonder die hij ontvangt met toepassing van artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen, zo snel als mogelijk na de ontvangst overhandigen aan de emittent teneinde de
schrijving overeenkomstig artikel 475ter, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen te volbrengen. De vereffeningsinstelling dient de effecten aan toonder die zij ontvangt, zo snel als mogelijk na de ontvangst te overhandigen aan de emittent teneinde de
schrijving overeenkomstig artikel 468, vierde lid, van het Wetboek van vennootschappen te volbrengen. ». Art. 89.Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 8.- De Koning kan een
stelling aanwijzen die, volgens de nadere regels die hij vaststelt, zal belast worden met het bijhouden van een gegevensbank die de relevante
formatie over de emittenten herneemt
het kader van de toepassing van deze wet,
het bijzonder van haar artikelen 6 en 7. ». Art. 90.
artikel 9 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Na het verstrijken van de
artikel 7 vermelde termijn worden de effecten aan toonder die niet overeenkomstig artikel 5 of artikel 7, § 2 of 3, zijn omgezet, van rechtswege omgezet
gedematerialiseerde effecten en door de emittent op zijn naam
geschreven op een effectenrekening.Als de statuten van de emittent echter niet voorzien
de uitgifte van gedematerialiseerde effecten of als de emittent samen met een vereffeningsinstelling of een erkende rekeninghouder, wanneer artikel 475ter van het Wetboek van vennootschappen wordt toegepast, niet de nodige regelingen heeft getroffen, worden de effecten aan toonder waarvoor geen omzetting
gedematerialiseerde effecten heeft plaatsgehad, van rechtswege omgezet
effecten op naam. »; 2° het tweede lid wordt opheven. Art. 91.
artikel 468 van het Wetboek van vennootschappen worden de volgende wijzingingen aangebracht : 1° het vierde lid wordt aangevuld als volgt : « of,
voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast.»; 2°
het vijfde lid worden de woorden « of,
voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, »
gevoegd tussen de woorden « op naam van de vereffeningsinstelling » en de woorden « zijn
geschreven »;3°
het zesde lid worden de woorden « de erkende rekeninghouders » vervangen door de woorden « de
België erkende rekeninghouders ». Art. 92.
artikel 469, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzingingen aangebracht : 1° de woorden « of,
voorkomend geval, bij de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, » worden
gevoegd tussen de woorden « bij de vereffeningsinstelling » en de woorden « of bij de enige
stelling »;2° de woorden « of,
voorkomend geval, van de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, » worden
gevoegd tussen de woorden « de
stelling » en het woord « optreedt ». Art. 93.Artikel 472, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, wordt aangevuld als volgt : « of,
voorkomend geval, bij de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast. » Art. 94.
artikel 473 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « of,
voorkomend geval, aan de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, »
gevoegd tussen de woorden « aan de vereffeningsinstelling » en de woorden « is bevrijdend »;2°
het tweede lid worden de woorden « of,
voorkomend geval, de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast, »
gevoegd tussen de woorden « De vereffeningsinstelling » en de woorden « stort deze dividenden »;3° het tweede lid wordt aangevuld als volgt : « of,
voorkomend geval, voor de erkende rekeninghouder wanneer artikel 475ter van dit Wetboek wordt toegepast.». Art. 95.Artikel 475ter, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Behalve voor effecten die worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, gelden de bepalingen van deze Afdeling tevens voor effecten
geschreven op een rekening bij een erkende rekeninghouder die door die rekeninghouder niet worden bijgehouden bij een vereffeningsinstelling of bij een onderneming die ten opzichte van die
stelling als tussenpersoon optreedt. ». Art. 96.§ 1.
afwijking van artikel 558 van het Wetboek van vennootschappen, en niettegenstaande iedere tegengestelde bepaling van de statuten, kunnen de vennootschappen tussen de
werkingtreding van onderhavige bepaling en 31 décember 2013
het kader van de wet van 14 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999000028 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden type wet prom. 21/12/1998 pub. 11/02/1999 numac 1998022861 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid sluiten0 houdende afschaffing van de effecten aan toonder bij beslissing van hun bestuursorgaan genomen onder de vorm van een authentieke akte : 1°
hun statuten voorzien dat de effecten die worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en op een effectenrekening zijn
geschreven
gedematerialiseerde vorm bestaan;2° overgaan tot de
voeging
hun statuten van de mogelijkheid gedematerialiseerde effecten uit te geven en de effecten aan toonder van de vennootschap om te zetten
gedematerialiseerde effecten;3°
hun statuten de nodige regels voorzien om de rechthebbenden van gedematerialiseerde effecten toe te laten deel te nemen aan de algemene vergadering, zonder dat deze regels striktere voorwaarden mogen voorzien dan deze opgelegd aan degenen die hun effecten onder andere vormen aanhouden. De artikelen 74 en 75 van het Wetboek van vennootschappen zijn van toepassing op deze akte. § 2. De wijzigingen aangebracht aan de statuten overeenkomstig de eerste paragraaf van onderhavig artikel worden van rechtswege, ter
formatie,
geschreven op de agenda van de eerste algemene vergadering volgend op de registratie van de akte. Ze worden tevens vermeld
het eerste jaarverslag volgend op de registratie. HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de huurcontracten Art. 97.
artikel 1714 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 20 februari 1991, worden de woorden « Behalve tegenstrijdige wettelijke bepalingen » toegevoegd aan het begin van de tekst. Art. 98.
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1714bis
gevoegd, luidende : « Art. 1714bis.- Artikel 1bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, is van toepassing op de kamer bedoeld voor de huisvesting van één of meerdere studenten. ». Art. 99.Artikel 1716 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 20 februari 1991, wordt hersteld
de volgende lezing : « Art. 1716.- Elke verhuring van een goed dat bestemd is voor bewoning
de ruime betekenis houdt
dat
elke officiële of publieke mededeling onder meer het bedrag van de gevraagde huurprijs en van de gemeenschappelijke lasten wordt vermeld. Elk niet naleven van deze verplichting door de verhuurder of diens gevolmachtigde zal de betaling kunnen rechtvaardigen van een administratieve boete die vastgelegd is tussen 50 euro en 200 euro. De gemeenten,
de hoedanigheid van gedecentraliseerde overheden, kunnen de
breuken op de verplichtingen van dit artikel vaststellen, vervolgen en bestraffen. De bevoegde gemeente is die waar het goed zich bevindt. Deze
breuken worden vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de vormvereisten, termijnen en procedures bepaald
artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet, met uitzondering van § 5. ». Art. 100.Artikel 1730, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 20 december 1983, wordt vervangen als volgt : « De partijen zijn verplicht een omstandige plaatsbeschrijving op te stellen, op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening. Deze plaatsbeschijving wordt opgesteld ofwel tijdens de periode dat de ruimtes onbewoond zijn, ofwel tijdens de eerste maand van bewoning. Hij wordt gevoegd bij de geschreven huurovereenkomst
de zin van artikel 1bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2 en zal eveneens onderworpen zijn aan de registratie. ». Art. 101.
artikel 2 van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 20 februari 1991 en gewijzigd bij de wet van 13 april 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « Onverminderd de normen betreffende de woningen, opgesteld door de Gewesten bij het uitoefenen van hun bevoegdheden, moet het verhuurde goed beantwoorden aan de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid. Deze voorwaarde wordt beoordeeld door te verwijzen naar de staat van het verhuurde goed op het moment dat de huurder ervan
het genot . »; 2° het volgende lid wordt
gevoegd tussen het derde en vierde lid van artikel 2, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen : « De
het vorige lid beoogde minimumvoorwaarden zijn van dwingend recht en moeten bij de huurovereenkomst worden gevoegd.»; 3° er wordt een § 2
gevoegd, luidende : « § 2.Met toepassing van de artikelen 1720, 1754 en 1755 van het Burgerlijk Wetboek op de huurovereenkomsten geregeld door deze afdeling, is de verhuurder verplicht tot alle herstellingen, andere dan de huurherstellingen. Deze herstellingen andere dan de huurherstellingen kunnen door de Koning worden gedefinieerd, bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad. Deze bepalingen hebben een dwingend karakter en zullen uitwerking hebben voor de huurovereenkomsten die ondertekend worden na de
werkingtreding van dit artikel. ». Art. 102.
dezelfde afdeling van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 11bis
gevoegd, luidende : « Art. 11bis.- § 1. De Koning zal drie bijlagen opstellen, een per gewest, voor elke huurovereenkomst, bevattende een uitleg over de wettelijke bepalingen met betrekking tot de volgende elementen : de bepalingen die door het betrokken gewest goedgekeurd werden
zake de normen van gezondheid, veiligheid en bewoonbaarheid; een uitleg over de aard van een dwingende regel; de bepalingen met betrekking tot de schriftelijke huurovereenkomst, de registratie ervan en de kosteloosheid van de registratie; de duur van de huurovereenkomst; de mogelijkheden om de huurprijs te herzien, de
dexering, de lasten; de regels opgesteld
zake de huurherstellingen; de mogelijkheden om de huurovereenkomst te beëindigen en de erbij horende bepalingen; de bepalingen
verband met de verandering van eigenaar; de mogelijkheden voor de partijen om bijgestaan te kunnen worden bij een geschil. § 2. Deze bijlage zal verplichtend bij de na de
werkingtreding van dit artikel gesloten huurovereenkomst worden gevoegd. ». Art. 103.
dezelfde afdeling van hetzelfde Wetboek wordt artikel 10 vervangen als volgt : « Art. 10.- § 1.
dien, behoudens de zekerheden voorzien
artikel 1752 van het Burgerlijk Wetboek, de huurder om de naleving van zijn verplichtingen te waarborgen, een van de
het volgende lid bepaalde vormen van waarborgen verstrekt, mag die niet meer bedragen dan het bedrag dat gelijk is aan 2 of 3 maanden huur, afhankelijk van de vorm van de huurwaarborg. De
het vorige lid vermelde waarborgen kunnen naar keuze van de huurder drie vormen aannemen : ofwel een geïndividualiseerde rekening op naam van de huurder bij een financiële
stelling, ofwel een bankwaarborg die het de huurder mogelijk maakt de waarborg progressief samen te stellen, ofwel een bankwaarborg ten gevolge van een standaardcontract tussen een OCMW en een financiële
stelling. Wanneer de huurder kiest voor een geïndividualiseerde rekening, mag de huurwaarborg niet meer bedragen dan een bedrag gelijk aan 2 maanden huur. De opgebrachte rente wordt gekapitaliseerd ten bate van de huurder en de verhuurder verwerft voorrecht op de activa van de rekening voor elke schuldvordering ten gevolge van het volledig of gedeeltelijk niet-nakomen van de verplichtingen van de huurder. Wanneer de huurder kiest voor een bankwaarborg, waarbij hij zich verbindt die volledig samen te stellen middels constante maandelijkse afbetalingen gedurende de duur van de huurovereenkomst, met een maximumduur van drie jaar, is deze gelijk aan een bedrag van maximaal drie maanden huur. De financiële
stelling moet die zijn waar de huurder
voorkomend geval zijn rekening heeft en waar zijn beroeps- of vervangingsinkomsten worden gestort.
dien de huurder stopt met het storten van zijn beroeps- of vervangingsinkomens bij de desbetreffende
stelling, is die gerechtigd om de
tegrale en onmiddellijke samenstelling van de waarborg te eisen, onverminderd de mogelijkheid om die over te brengen naar een andere financiële
stelling. Niettegenstaande de wet op het statuut van en het besluit op de kredietinstellingen van 22 maart 1993, kan een financiële
stelling deze waarborg niet weigeren om redenen
verband met de kredietwaardigheid van de huurder. De wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet is niet van toepassing. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de nadere regels bepalen
zake de verplichting voor de financiële
stelling om een huurwaarborg samen te stellen
het geval dat een kandidaat-huurder, op het moment van zijn aanvraag, gebonden is door meer dan één andere samenstellingsverplichting voor huurwaarborgen die voorheen toegekend werden. Na een evaluatie die zal plaatsvinden één jaar na het van kracht worden van dit systeem, zal de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad een openbare waarborg kunnen organiseren om de waarborgen te dekken die door de financiële
stellingen toegekend werden aan bepaalde categorieën huurders die Hij vaststelt, volgens de financieringsmodaliteiten die Hij vaststelt. De huurder zal geen enkele debetrente verschuldigd zijn aan de financiële
stelling, die hem rente zal uitkeren vanaf de dag dat de waarborg volledig is samengesteld. De financiële
stelling beschikt over de voorrechten van het gemeen recht ten overstaande van de huurder
geval hij zijn verplichting om de waarborg progressief samen te stellen, niet naleeft. Wanneer de huurder kiest voor een bankwaarborg die gelijk is aan een bedrag van maximaal drie maanden huur ten gevolge van een standaardcontract tussen een OCMW en een financiële
stelling, is het dat OCMW dat daar om verzoekt bij de financiële
stelling, die de waarborg toestaat ten gunste van de verhuurder. De Koning legt het formulier vast waarmee de financiële
stellingen ten aanzien van de verhuurders zullen bevestigen dat de huurwaarborg toegekend is, ongeacht de manier waarop deze waarborg wordt gevormd. § 2. Wanneer de verhuurder
het bezit is van de waarborg en nalaat die te plaatsen op de manier bepaald
§ 1
, derde lid, is hij ertoe gehouden om aan de huurder rente te betalen aan de gemiddelde rentevoet van de financiële markt op het bedrag van de waarborg, vanaf het moment dat die overhandigd wordt. Deze rente wordt gekapitaliseerd. Vanaf de dag dat de huurder de verhuurder
gebreke stelt om te voldoen aan de verplichting hem opgelegd door § 1, derde lid, is de verschuldigde rente echter de wettelijke
teresten op het bedrag van de waarborg. § 3. Er mag niet beschikt worden over de bankrekening, noch
hoofdsom, noch
rente, noch van de bankwaarborg, noch van de rekening waarop de waarborg opnieuw werd samengesteld, dan ten voordele van een van beide partijen, mits voorleggen van ofwel een schriftelijk akkoord, dat ten vroegste opgesteld wordt bij het beëindigen van de huurovereenkomst, ofwel van een kopie van een rechterlijke beslissing. Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of voorziening en zonder borgstelling of kantonnement. ». TITEL VII. - Financiën HOOFDSTUK I. - BTW-eenheid - Hoofdelijke aansprakelijkheid Art. 104.
het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een artikel 51ter
gevoegd, luidende : « Art. 51ter.- De personen die bij toepassing van artikel 4, § 2, als één belastingplichtige worden aangemerkt, zijn ten opzichte van de Staat hoofdelijk gehouden tot de voldoening van de belasting, de
tresten, de geldboeten en de kosten die opeisbaar zijn
gevolge de handelingen die betrekking hebben op de periode waarin deze personen als één belastingplichtige worden aangemerkt voor de toepassing van dit Wetboek. ». Art. 105.Artikel 104 heeft uitwerking met
gang van 1 april 2007. HOOFDSTUK II. - Vennootschapsbelasting - Vrijgestelde reserves Art. 106.
titel X van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 wordt een nieuw artikel 519ter
gevoegd, luidende : « Art. 519ter.- § 1.
afwijking van de artikelen 215 en 246, eerste lid, wordt, voor de aanslagjaren 2008 tot 2010, het tarief van de vennootschapsbelasting of, voor de
artikel 227, 2°, vermelde belastingplichtigen, van de belasting van niet-
woners verlaagd : 1° met betrekking tot de overeenkomstig artikel 511, § 1, bedoelde belastbare opnemingen op de
vesteringsreserve, die is aangelegd gedurende het aanslagjaar 1982;2° met betrekking tot de overeenkomstig artikel 190, vierde lid, bedoelde belastbare opnemingen, die zijn verricht op de verwezenlijkte meerwaarden, andere dan deze bedoeld
de artikelen 44bis en 47 van dit wetboek en
artikel 115, § 2, van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten8, die zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 190, eerste tot derde lid, en die niet hoger zijn dan het totale bedrag van die meerwaarden die bestonden op het einde van het aan het aanslagjaar 2004 verbonden belastbaar tijdperk. Het
het eerste lid vermelde tarief wordt bepaald : - op 16,5 pct. voor het aanslagjaar 2008; - op 20,75 pct. voor het aanslagjaar 2009; en - op 25 pct. voor het aanslagjaar 2010. De
het eerste lid vermelde tarieven worden bovendien voor de aanslagjaren 2008 tot 2010 verlaagd tot respectievelijk 10 pct., 12 pct. en 14 pct. voor het gedeelte van de opnemingen dat overeenstemt met
vesteringen die tijdens het aan het desbetreffende aanslagjaar verbonden belastbaar tijdperk zijn verricht,
materiële vaste activa, andere dan deze welke vermeld zijn
artikel 75, 5°, of immateriële vaste activa, die afschrijfbaar zijn, die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater en die voorheen nog niet
aanmerking werden genomen voor de toepassing van deze bepaling. § 2. Geen van de bij de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken noch compensatie met het verlies van het belastbaar tijdperk mag worden verricht op de grondslag van de
§ 1
vermelde belasting.
afwijking van artikel 276 mag geen voorheffing, noch forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting, noch belastingkrediet worden verrekend op de
§ 1vermelde belasting.
§ 3. De
§ 1
vermelde belasting wordt eventueel vermeerderd zoals bepaald bij de artikelen 157 tot 159, 161 tot 164 en 166 tot 168,
geval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan. §
- Artikel 463bis is niet van toepassing op de belasting die berekend is overeenkomstig de §§ 1 tot
- ». Art. 107.Elke wijziging die vanaf 17 oktober 2006 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, heeft geen enkel gevolg voor de toepassing van artikel
- HOOFDSTUK III. - Vrijstelling van de meerwaarden gerealiseerd op binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart Art. 108.
het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 wordt een artikel 44ter
gevoegd, luidende : « Art. 44ter.§ 1. De meerwaarden die
de
het tweede lid bedoelde omstandigheden op voor de commerciële vaart bestemde binnenschepen zijn verwezenlijkt, worden volledig vrijgesteld wanneer een bedrag dat gelijk is aan de verkregen schadevergoeding of de verkoopwaarde wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijn als hierna gesteld. De meerwaarden moeten zijn verwezenlijkt : 1° naar aanleiding van een schadegeval, een opeising
eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, of 2° bij een niet
het 1 ° vermelde vervreemding van binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart, voorzover deze sedert meer dan vijf jaar vóór de vervreemding ervan de aard van vaste activa hadden. Onder binnenschepen die bestemd zijn voor de commerciële vaart moet worden verstaan : 1° vaartuigen die worden aangewend voor goederen- of personenvervoer, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden;2° vaartuigen die worden aangewend voor het duwen van binnenvaartuigen, zowel voor eigen rekening als voor rekening van derden. § 2. De herbelegging moet gebeuren
binnenschepen die : 1° beantwoorden aan de ecologische normen die door de Koning zijn bepaald, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad;2° bestemd zijn voor de commerciële vaart;3°
België voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt;4° gelijktijdig beantwoorden aan minstens twee van de volgende voorwaarden :
- a)van een recenter bouwjaar zijn - minstens 5 jaar - dan het vaartuig waarop de meerwaarde betrekking heeft;
- b)minstens 25 % meer laadvermogen of,
het geval van een duwboot, 25 % meer motorvermogen hebben dan het vaartuig waarop de meerwaarde betrekking heeft;c) maximum twintig jaar
gebruik zijn. § 3. De herbelegging moet uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid gebeuren en binnen een termijn : 1° die verstrijkt vijf jaar na het einde van het belastbare tijdperk waarin de schadeloosstelling is ontvangen, voor
§ 1
, tweede lid, 1°, bedoelde meerwaarden;2° van vijf jaar te rekenen van de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarin de meerwaarde is verwezenlijkt of van de eerste dag van het voorlaatste belastbaar tijdperk dat het belastbaar tijdperk voorafgaat tijdens hetwelk de meerwaarde is verwezenlijkt, voor
§ 1, tweede lid, 2°, bedoelde meerwaarden.
§ 4. Om de
§ 1
, eerste lid, vermelde vrijstelling te kunnen genieten, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte
de
komstenbelastingen vanaf het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk tijdens hetwelk de meerwaarde is verwezenlijkt en tot het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk waarin de herbeleggingtermijn is verstreken, een opgave voegen waarvan het model door de minister van Financiën of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld. § 5.
dien niet wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijnen die bij §§ 2 en 3, zijn bepaald, wordt de verwezenlijkte meerwaarde aangemerkt als een
komen van het belastbare tijdperk waarin de herbeleggingstermijn verstreken is.
dat geval is artikel 47 niet van toepassing. ». Art. 109.
artikel 46 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 21 december 1994, 30 januari 1996, 16 april 1997, 22 december 1998 en 14 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
, tweede lid, worden de woorden «
de artikelen 44, 44bis, 45, 47, 48 en 361 tot 363 » vervangen door de woorden »
de artikelen 44, 44bis, 44ter, 45, 47, 48 en 361 tot 363 »;2°
§ 2
, derde lid, worden de woorden « vermeld
de artikelen 44bis en 47 » vervangen door de woorden « vermeld
de artikelen 44bis, 44ter en 47 ». Art. 110.
artikel 47 § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wetten van 22 december 1998 en 14 januari 2003, worden de woorden «
gevolge de artikelen 44, § 1, 2°, en § 2 en 44bis » vervangen door de woorden «
gevolge de artikelen 44, § 1, 2° en § 2, 44bis en 44ter ». Art. 111.
artikel 190 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1998 en 14 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 °
het eerste lid worden de woorden «
de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis, 45, 46, § 1, eerste lid, 2°, en 47 » vervangen door de woorden «
de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis, 44ter, 45, 46, § 1, eerste lid, 2°, en 47 »; 2°
het tweede lid worden de woorden «
de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis en 47 » vervangen door de woorden «
de artikelen 44, §§ 1 en 3, 44bis, 44ter en 47 ». Art. 112.
artikel 231 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 21 december 1994, 30 januari 1996, 16 april 1997, 22 december 1998 en 14 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
, vijfde lid, worden de woorden « vermeld
de artikelen 44bis en 47 » vervangen door de woorden « vermeld
de artikelen 44bis, 44ter en 47 »;2°
§ 3
, vierde lid, worden de woorden »
de artikelen 44, 44bis, 45, 47, 48 en 361 tot 363" vervangen door de woorden «
de artikelen 44, 44bis, 44ter, 45, 47, 48 en 361 tot 363 »;3°
§ 3
, vijfde lid, worden de woorden « vermeld
de artikelen 44bis en 47 » respectievelijk vervangen door de woorden « vermeld
de artikelen 44bis, 44ter en 47 ». Art. 113.
artikel 416, eerste lid van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 2 augustus 2002 en 14 januari 2003, worden de woorden « met de krachtens artikelen 44bis, § 5 of 47, § 6, belastbaar geworden meerwaarden » vervangen door de woorden « met de krachtens artikel 44bis, § 5, 44ter, § 5 of 47, § 6, belastbaar geworden meerwaarden ». Art. 114.De artikelen 108 tot 113 treden
werking op de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, te bepalen datum. HOOFDSTUK IV. - Specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen de financiering van het terrorisme Art. 115.Het koninklijk besluit van 28 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en
ternationale samenwerking Wet houdende
stemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot
stelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten1
zake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen de financiering van het terrorisme wordt bekrachtigd met uitwerking op de dag van de
werkingtreding ervan. HOOFDSTUK V. - Bemiddeling op fiscaal gebied Afdeling
- - De fiscale bemiddelingsdienst Art. 116.§
- De fiscale bemiddelingsdienst onderzoekt de hem
het raam van dit hoofdstuk voorgelegde anvragen tot bemiddeling,
alle objectiviteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid en met
achtneming van de wet; hij streeft ernaar de standpunten van de partijen te verzoenen en zendt hen een bemiddelingsverslag. De fiscale bemiddelingsdienst weigert een aanvraag tot bemiddeling te behandelen : 1°
dien de aanvraag duidelijk ongegrond is;2°
dien de aanvrager duidelijk geen stappen bij de betrokken bevoegde administratieve overheid heeft ondernomen teneinde de standpunten met elkaar te verzoenen. De
diening en het onderzoek van een aanvraag tot bemiddeling hebben geen enkele schorsende of stuitende werking. Tegen de bemiddelingsverslagen en de beslissingen betreffende de ontvankelijkheid kan geen administratief of een gerechtelijk beroep worden
gesteld. § 2. De fiscale bemiddelingsdienst kan ook aanbevelingen richten aan de voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën,
het bijzonder met betrekking tot bestuurshandelingen of de bestuurlijke werking die
strijd zijn met de principes van behoorlijk bestuur en de wetten en verordeningen. § 3.
de uitvoering van zijn opdrachten kan de fiscale bemiddelingsdienst : 1° alle
lichtingen
winnen die hij nodig acht;2° alle betrokken personen horen;3° en ter plaatse alle vaststellingen doen. § 4. De fiscale bemiddelingsdienst oefent zijn
dit hoofdstuk omschreven opdracht uit zonder afbreuk te doen aan de bij de wet van 22 maart 1995 tot
stelling van federale ombudsmannen bedoelde bevoegdheden van de federale ombudsmannen. § 5. De Koning, bij een
een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad : - richt de dienst met als naam « fiscale bemiddelingsdienst » op bij de Federale Overheidsdienst Financiën en bepaalt de werkingswijze ervan; - benoemt, na advies van het directiecomité, de bestuurders van de bovenvermelde dienst; - bepaalt de nadere regels voor de toepassing van dit hoofdstuk. Afdeling 2. - Wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde Art. 117.
het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een artikel 84quater
gevoegd, luidende : « Art. 84quater.§ 1.
geval een blijvend meningsverschil over de taxatie gebracht wordt voor de minister van Financiën of de door hem gemachtigde ambtenaar, kan de schuldenaar van de belasting een aanvraag tot bemiddeling
dienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV). § 2. De aanvraag tot bemiddeling is onontvankelijk
dien de schuldenaar van de belasting vooraf verzet heeft aangetekend tegen het dwangbevel, wanneer de deskundige schatting gevorderd werd met toepassing van artikel 59, § 2, of wanneer reeds uitspraak werd gedaan over de betwisting. Wanneer de schuldenaar van de belasting verzet aantekent tegen het dwangbevel, wanneer de deskundige schatting gevorderd is met toepassing van artikel 59, § 2, of wanneer over de betwisting uitspraak werd gedaan, vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid. § 3.
gevolge het bemiddelingsverslag kan de administratieve beslissing het bedrag van de fiscale schuld aanpassen, voor zover dit geen vrijstelling of vermindering van belasting
houdt. Het is evenwel niet toegelaten een aanvullende belasting te vestigen. ». Art. 118.
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 85ter
gevoegd, luidende : « Art. 85ter.
geval van betwisting met de ontvanger die belast is met de
vordering van zijn fiscale schuld, kan de belastingschuldige een aanvraag tot bemiddeling
dienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV). ». Afdeling 3. - Wijziging van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 Art. 119.
het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 wordt een artikel 376quinquies
gevoegd, luidende : « Art. 376quinquies.§ 1.
geval een bezwaarschrift werd
gediend bij de directeur der belastingen, kan de belastingschuldige, evenals zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt
gevorderd, een aanvraag tot bemiddeling
dienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV). § 2. De aanvraag tot bemiddeling is onontvankelijk wanneer de belastingschuldige vooraf een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft
gesteld of wanneer reeds uitspraak werd gedaan over het bezwaar. Wanneer de belastingschuldige een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft
gesteld of wanneer reeds uitspraak werd gedaan over het bezwaar, vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid. ». Art. 120.
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 399bis
gevoegd, luidende : « Art. 399bis.
geval van betwisting met de ontvanger belast met de
vordering van zijn fiscale schuld, kan de belastingschuldige, evenals zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt
gevorderd, een aanvraag tot bemiddeling
dienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV). ». Art. 121.
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 501bis
gevoegd luidende : « Art. 501bis.- § 1.
dien
de loop van de behandeling van het bezwaar en na onderhandelingen de onenigheid blijft bestaan, kan de bezwaarindiener, via de tussenkomst van de onderzoekende ambtenaar, een aanvraag om bemiddeling
dienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV). Wanneer het proces-verbaal van niet-akkoord, dat opgesteld is met het oog op het vorderen van de scheidsrechterlijke beslissing bedoeld
§ 2
aan de belastingplichtige werd betekend vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid. § 2.
dien de onderzoekende ambtenaar en de bezwaarindiener, ondanks de eventuele bemiddeling, geen akkoord bereiken over het kadastraal
komen dat aan het onroerend goed moet worden toegekend, wordt een proces-verbaal van niet-akkoord opgesteld en hebben de onderzoekende ambtenaar en de bezwaarindiener de mogelijkheid een scheidsrechterlijke beslissing te vorderen teneinde het bedoelde kadastraal
komen vast te stellen. ». Art. 122.
hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid van artikel 502 opgeheven. Afdeling 4. - Wijziging van het Wetboek van de met de
komstenbelastingen gelijkgestelde belastingen Art. 123.
artikel 2, eerste lid, van het Wetboek van de met de
komstenbelastingen gelijkgestelde belastingen worden de woorden « 399bis, »
gevoegd tussen de woorden « 398 » en de woorden « 409 ». Afdeling
- - Wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, aan het Wetboek der successierechten en aan het Wetboek diverse rechten en taksen Onderafdeling
- - Wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten Art. 124.
artikel 219 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, vervangen door artikel 66 van de wet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden : a) na het woord « heffing » de woorden « of de
vordering »
gevoegd;b) de woorden « of de door hem gemachtigde ambtenaar »
gevoegd tussen de woorden « de minister van Financiën » en het woord « opgelost »;2° tussen het eerste en het tweede lid worden de volgende l