📄 Wettekst
25 DECEMBER 2016. - Wet tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering Art. 2.In artikel 29 van het Wetboek van strafvordering, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 15 september 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998011215
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "De ambtenaren van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, van de Algemene Administratie van de inning en de invordering, van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie kunnen echter de feiten die, naar luid van de belastingwetten en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, strafrechtelijk strafbaar zijn, niet zonder de machtiging van de adviseur-generaal onder wie zij ressorteren, ter kennis brengen van de procureur des Konings."; 2° in het derde lid, worden de woorden "gewestelijke directeur" vervangen door de woorden "adviseur-generaal". Art. 3.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 75quater ingevoegd, luidende : "Art. 75quater.Indien een klacht wordt neergelegd tegen of door een persoon bedoeld in de artikelen 112quater en 112quinquies of die, in de uitoefening van zijn beroepsactiviteiten, belast is met de opsporing, het vaststellen, het onderzoeken, de vervolging, het vonnissen van misdrijven of de uitvoering van de straf, maken de processen-verbaal of de andere stukken van het dossier geen melding van zijn woon- of verblijfplaats, maar geeft de betrokken persoon aan op welk adres hij woonst kiest en waarop hem nadien de voor het onderzoek en het strafproces vereiste oproepingen en betekeningen kunnen worden gedaan.
De oproepingen en betekeningen worden geldig op dat adres gedaan, tot de betrokken persoon per aangetekende zending de procureur des Konings in kennis stelt van een wijziging van zijn woonstkeuze.
Indien een proces-verbaal of een ander stuk van het dossier melding maakt van de woon- of verblijfplaats van de persoon bedoeld in het eerste lid, beveelt de procureur des Konings of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter de weglating van de betrokken meldingen en vervangt ze door het adres van zijn woonstkeuze, bedoeld in het tweede lid.". Art. 4.In boek I van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk VIIquinquies ingevoegd, luidende "Afscherming van de identiteit van de leden van de politiediensten behorend tot de speciale eenheden of die onderzoek doen naar of interveniëren bij bijzonder zware misdrijven". Art. 5.In hoofdstuk VIIquinquies, ingevoegd bij artikel 4, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende "Afdeling 1. Leden van de politiediensten binnen de directie van speciale eenheden van de federale politie". Art. 6.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 5, wordt een artikel 112quater ingevoegd, luidende : "Art. 112quater.De identiteit van de leden van de politiediensten binnen de directie van de speciale eenheden van de federale politie wordt afgeschermd in het kader van de uitvoering van de opdrachten en interventies die hen bij wet worden toegekend.
Daartoe kent de leidinggevende officier van die directie een code toe aan die leden." Art. 7.In hoofdstuk VIIquinquies, ingevoegd bij artikel 4, wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende "Afdeling 2. Leden van de politiediensten die onderzoek doen naar of interveniëren bij bijzonder zware misdrijven". Art. 8.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 7, wordt een artikel 112quinquies ingevoegd, luidende : "Art. 112quinquies.§ 1. Indien de beschermingsmaatregel bedoeld in artikel 75ter niet lijkt te volstaan en er ernstige aanwijzingen bestaan dat de feiten een misdrijf uitmaken bedoeld in paragraaf 2, wordt de identiteit van de leden van de politiediensten die met het onderzoek zijn belast, afgeschermd en kent hen de officier van gerechtelijke politie die het onderzoek leidt voor de duur van dat onderzoek een code toe. § 2. De misdrijven die de afschermingsmaatregel bedoeld in paragraaf 1 kunnen wettigen, zijn deze bedoeld in : - boek II, titel Iter van het Strafwetboek; - de artikelen 323, eerste lid, en 324ter van hetzelfde Wetboek indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de vereniging of organisatie gebruik maakt van intimidatie, bedreiging of geweld; - in artikel 323, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de vereniging gebruikt maakt van intimidatie, bedreiging of geweld om misdrijven bedoeld in artikel 90ter, § 2, te plegen.". Art. 9.In hoofdstuk VIIquinquies, ingevoegd bij artikel 4, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende "Afdeling 3. Algemene bepalingen". Art. 10.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 9, wordt een artikel 112sexies ingevoegd, luidende : "Art. 112sexies.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder identiteit alle gegevens of handelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot identificatie van een lid van de politiediensten kunnen leiden.". Art. 11.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 112septies ingevoegd, luidende : "Art. 112septies.De identiteit en de code van het lid van de politiediensten bedoeld in de artikelen 112quater of 112quinquies worden door de in deze artikelen bedoelde leidinggevende officier onverwijld opgetekend in een vertrouwelijk register en bewaard wordt binnen die dienst.
Enkel de procureur des Konings of de onderzoeksrechter in het kader van een gerechtelijk onderzoek kan kennisnemen van de volledige identiteit van het lid van de politiediensten waaraan een code is toegekend, en nagaan of de voorwaarden bedoeld in de artikelen 112quater en 112quinquies vervuld zijn.". Art. 12.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 112octies ingevoegd, luidende : "Art. 112octies.De processen-verbaal opgesteld door om het even welke politie -of opsporingsdienst vermelden geen enkel element dat de veiligheid en de anonimiteit van de onder code handelende leden van de politiediensten in het gedrang kan brengen.
In voorkomend geval neemt de procureur des Konings of de onderzoeksrechter alle maatregelen om de identiteit van het betrokken lid van de politiediensten verborgen te houden. Hij beveelt dat de vermeldingen strijdig met het eerste lid weggelaten worden uit de processen-verbaal.". Art. 13.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 112novies ingevoegd, luidende : "Art. 112novies.In afwijking van de artikelen 75 en 75ter, en onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3, geven de betrokken leden van de politiediensten die als getuige gehoord worden enkel hun hoedanigheid en code op die hen werd toegekend.
Voorts neemt de procureur des Konings of de onderzoeksrechter alle maatregelen om de identiteit van het desbetreffende lid van de politiediensten verborgen te houden.". Art. 14.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 112decies ingevoegd, luidende : "Art. 112decies.De identiteit van het betrokken lid van de politiediensten wordt enkel onthuld op het ogenblik dat het openbaar ministerie hem als beklaagde dagvaardt of na de verwijzing, internering of opschorting van de uitspraak door een onderzoeksgerecht ten laste van dat lid. In dat laatste geval wordt, nadat de beslissing van verwijzing, internering of opschorting van de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, op vordering van het openbaar ministerie de identiteit vermeld in een afzonderlijke beschikking of arrest.". Art. 15.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 112undecies ingevoegd, luidende : "Art. 112undecies.Het kenbaar maken van de identiteit van het lid van de politiediensten die overeenkomstig dit hoofdstuk wordt afgeschermd, buiten de gevallen waarin artikel 112decies voorziet, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot twee jaar en met geldboete van driehonderd euro tot drieduizend euro of met een van die straffen alleen. Dezelfde straf is van toepassing op het zich onrechtmatig toegang verschaffen tot het register bedoeld in artikel 112septies.". Art. 16.In artikel 441 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1967 en 14 februari 2014, worden de woorden "op vertoon van een uitdrukkelijk bevel, hem door de minister van Justitie gegeven," vervangen door de woorden "op verzoek van een procureur-generaal bij het hof van beroep of van de minister bevoegd voor Justitie,". Art. 17.In artikel 464/2, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 11 februari 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999009706
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/07/1999
numac
1999009724
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten7, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : "De in het eerste lid bedoelde politiediensten genieten de bescherming van hun identiteit onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 112quater en 112quinquies.". Art. 18.In artikel 589 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
sluiten en gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999009706
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/07/1999
numac
1999009724
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het tweede lid, 3°, wordt vervangen als volgt : "3° natuurlijke personen en rechtspersonen ingeval zij een uittreksel uit het Strafregister moeten voorleggen;"; b) in het derde lid worden de woorden "het Ministerie van Justitie" vervangen door de woorden "de Federale Overheidsdienst Justitie"; c) het vierde lid wordt vervangen als volgt : "Deze gegevens kunnen dienen als grondslag voor statistieken uitgewerkt en verspreid op initiatief van de Federale Overheidsdienst Justitie.". Art. 19.In artikel 590, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 3 worden de woorden ", gewone of" ingevoegd tussen de woorden "herroeping van het" en "probatie-uitstel";b) in de bepaling onder 16 worden de woorden "of rechtspersonen die hun maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel in België hebben" ingevoegd tussen de woorden "ten aanzien van Belgen" en de woorden "die krachtens internationale overeenkomsten ter kennis van de Belgische Regering worden gebracht";c) in de bepaling onder 18 worden de woorden ", wanneer het personen betreft die geen woon- of verblijfplaats in België hebben" opgeheven. Art. 20.Artikel 591 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
sluiten, wordt vervangen als volgt : "Art. 591.§ 1. De schriftelijk bij naam aangewezen ambtenaren van niveau A van de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie, de hoofdgriffiers, de griffiers-hoofden van dienst en de griffiers van de hoven en rechtbanken van de rechterlijke orde hebben, uitsluitend in het kader van het beheer van het Strafregister, toegang tot de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 8°, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
De personen bedoeld in artikel 593 hebben in het kader van de raadpleging van het Strafregister toegang tot de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 9° en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. § 2. De personen bedoeld in paragraaf 1 mogen de identificatienummers van het Rijksregister van de natuurlijke personen alleen gebruiken voor de identificatie van de in het Strafregister opgenomen of op te nemen personen.
Zij mogen het inschrijvingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen bedoeld in artikel III.49 van het Wetboek van economisch recht alleen gebruiken voor de identificatie van de in het Strafregister opgenomen of op te nemen rechtspersonen. § 3. De personen bedoeld in paragraaf 1 kunnen de bevoegdheden bedoeld in paragraaf 2 overdragen aan één of meer schriftelijk bij naam aangewezen personen binnen hun dienst. Dergelijke delegaties moeten met redenen zijn omkleed en verantwoord door de behoeften van de dienst.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder die delegaties worden verleend.". Art. 21.In artikel 592 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
sluiten, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd luidende : "Indien de beslissing is uitgesproken door van een rechtscollege, dat noch een politierechtbank noch een rechtbank van eerste aanleg zetelend in hoger beroep tegen een vonnis van een politierechtbank is, en die beslissing heeft betrekking op een rechtspersoon die zijn statuten in België heeft neergelegd, zenden de griffiers bovendien een uittreksel van deze beslissing aan de griffie van het rechtscollege waar de statuten van deze rechtspersoon zijn neergelegd.". Art. 22.In artikel 593 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
sluiten en gewijzigd bij de wetten van 21 juni 2004, 31 juli 2009 en 21 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "de vrederechters," ingevoegd tussen de woorden "de onderzoeksrechters," en de woorden "de rechters en de assessoren van de strafuitvoeringsrechtbanken";2° in het tweede lid worden de woorden "vrederechters," ingevoegd tussen de woorden "onderzoeksrechters," en de woorden "rechters en assessoren van de strafuitvoeringsrechtbanken". Art. 23.In artikel 595 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
sluiten en gewijzigd bij de wetten van 15 mei 2006, 31 juli 2009 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "Een ieder" vervangen door de woorden "Elke natuurlijke persoon of elke persoon bekwaam om een rechtspersoon te vertegenwoordigen,", en worden de woorden "of, naar gelang het geval, op de rechtspersoon" ingevoegd tussen de woorden "op hem" en de woorden "betrekking hebben";2° het derde lid wordt vervangen als volgt : "De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels voor het uitreiken van dit uittreksel.Voor een natuurlijke persoon die een woon- of verblijfplaats heeft in België, wordt het uittreksel uitgereikt door het gemeentebestuur van de woon- of verblijfplaats.
Indien de betrokkene in België geen woon- of verblijfplaats heeft, wordt het uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie. Wanneer het een rechtspersoon betreft, wordt dit uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie."; 3° het vierde lid wordt vervangen als volgt : "Elke natuurlijke persoon, voor zover hij zijn identiteit bewijst, geniet het recht op mededeling van de rechtstreeks op hem betrekking hebbende gegevens uit het Strafregister, overeenkomstig artikel 10 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.Ieder persoon bevoegd om een rechtspersoon te vertegenwoordigen, voor zover hij zijn identiteit bewijst, geniet het recht op mededeling van gegevens uit het Strafregister die betrekking hebben op de rechtspersoon die hij vertegenwoordigt.". Art. 24.Artikel 596, derde lid, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
sluiten, wordt vervangen als volgt : "De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels voor het uitreiken van dit uittreksel. Voor een natuurlijke persoon die een woon- of verblijfplaats heeft in België, wordt het uittreksel uitgereikt door het gemeentebestuur van de woon- of verblijfplaats.
Indien de betrokkene in België geen woon- of verblijfplaats heeft, wordt het uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie. Wanneer het een rechtspersoon betreft, wordt dit uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie.". Art. 25.Artikel 598 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
sluiten, wordt vervangen als volgt : "Art. 598.De gegevens van het Strafregister die betrekking hebben op overleden natuurlijke personen of rechtspersonen na afsluiting van de vereffening, gerechtelijke ontbinding of ontbinding zonder vereffening, worden eenmaal per jaar aan het Algemeen Rijksarchief toegezonden.". Art. 26.In artikel 624 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1964 en gewijzigd bij de
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
24/08/2001
numac
2001009578
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende het Centraal Strafregister
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
04/06/1998
numac
1998015038
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990
sluiten, wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Herstel in eer en rechten is afhankelijk van een proeftijd gedurende dewelke de verzoeker die een natuurlijke persoon is in België of in het buitenland een vaste verblijfplaats moet hebben gehad en blijk moet hebben gegeven van verbetering en van goed gedrag.
Wanneer het een rechtspersoon betreft, is het herstel in eer en rechten afhankelijk van een proeftijd gedurende dewelke de rechtspersoon zijn bedrijfszetel of een exploitatiezetel in België moet hebben gehad en worden de elementen die in aanmerking komen om de aanvraag tot herstel in eer en rechten te beoordelen door de procureur des Konings bepaald.". Art. 27.In artikel 628 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1964 en gewijzigd bij de wetten van 9 januari 1991 en 8 augustus 1997, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt : "De verzoeker richt zijn aanvraag tot herstel in eer en rechten aan de procureur des Konings van het arrondissement waarin hij verblijft of indien het een rechtspersoon betreft, waarin zijn maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel gevestigd is, onder opgave van de veroordelingen waarop de aanvraag betrekking heeft en van de plaatsen waar hij gedurende de proeftijd verbleven heeft of zijn maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel heeft gehad.
Wanneer de verzoeker in het buitenland verblijft of indien het een rechtspersoon betreft die zijn maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel in het buitenland heeft, wordt de aanvraag gericht aan de procureur des Konings van het arrondissement Brussel.". Art. 28.Artikel 629 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1964 en gewijzigd bij de wetten van 8 augustus 1997 en 1 februari 2016, wordt vervangen als volgt : "Art. 629.§ 1. Wanneer de verzoeker een natuurlijke persoon is, laat de procureur des Konings zich afgeven : 1° een uittreksel uit het strafregister van de verzoeker;2° een voor eensluidend verklaard uittreksel uit alle arresten en vonnissen in strafzaken die de verzoeker betreffen;3° een uittreksel uit het moraliteitsregister van de verzoeker gehouden tijdens de uitvoering van de vrijheidsstraffen of de maatregelen van vrijheidsbeneming die hij heeft ondergaan;4° de verklaringen van de burgemeesters van de gemeenten waar hij gedurende de proeftijd heeft verbleven, betreffende het tijdstip en de duur van zijn verblijf in elke gemeente, zijn beroepsarbeid, zijn middelen van bestaan en zijn gedrag gedurende die tijd. De in het eerste lid, 2°, bedoelde uittreksels vermelden, benevens de juiste aard van de feiten en de uitgesproken straffen of maatregelen, iedere veroordeling tot teruggave, tot schadevergoeding jegens een burgerlijke partij en in de proceskosten. § 2. Wanneer de verzoeker een rechtspersoon is, laat de procureur des Konings zich afgeven : 1° een uittreksel uit het strafregister van de verzoeker;2° een voor eensluidend verklaard uittreksel uit alle arresten en vonnissen in strafzaken de verzoeker betreffende. Die uittreksels vermelden, benevens de juiste aard van de feiten en de uitgesproken straffen of maatregelen, iedere veroordeling tot teruggave, tot schadevergoeding jegens een burgerlijke partij en in de proceskosten. 3° de verklaringen van de burgemeesters van de gemeenten waar de rechtspersoon zijn maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel gevestigd was tijdens de proeftijd, betreffende de elementen die door de procureur des Konings worden bepaald om de aanvraag tot herstel in eer en rechten te beoordelen. Wanneer de verzoeker een rechtspersoon is met maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel in het buitenland, bepaalt de procureur des Konings welke verklaringen moeten worden overgelegd ter vervanging van de hierboven bedoelde, of verschaft zich de nodige bescheiden. § 3. De procureur des Konings wint ambtshalve of op verzoek van de procureur-generaal alle nodig geachte inlichtingen in. Hij zendt het dossier met de stukken en zijn advies aan de procureur-generaal.
Wanneer de veroordeelde een natuurlijke persoon is en een straf heeft ondergaan voor feiten bedoeld in de artikelen 371/1 tot 378 van het Strafwetboek of voor feiten bedoeld in de artikelen 379 tot 386ter van hetzelfde Wetboek indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, bevat het dossier het advies van een dienst die gespecialiseerd is in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten.". Art. 29.In artikel 630 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1964, wordt het negende lid vervangen als volgt : "De verzoeker moet verschijnen op elke terechtzitting, behalve op die waarop het arrest wordt uitgesproken. De verzoeker die natuurlijke persoon is, verschijnt in persoon. De verzoeker die rechtspersoon is, verschijnt in de persoon van degene die bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen.". Art. 30.In artikel 632 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 april 1964, wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Van het herstel in eer en rechten wordt melding gemaakt op de kant van de eindarresten of -vonnissen waarvoor het wordt verleend; een uittreksel uit het arrest wordt gezonden aan de minister van Justitie, aan de procureur des Konings die verslag heeft gedaan, aan de burgemeester van de gemeente waar de verzoeker zijn woonplaats of indien het een rechtspersoon betreft, zijn maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel heeft. Indien de in eer en rechten herstelde een privaatrechtelijke rechtspersoon is die zijn statuten in België heeft neergelegd, dan wordt een uittreksel van het arrest toegezonden aan de griffie van het rechtscollege waar de statuten van deze zijn neergelegd.". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Strafwetboek Art. 31.In artikel 30, eerste lid, van het Strafwetboek worden de woorden "dat tot die veroordeling aanleiding geeft, wordt toegerekend op de duur van de vrijheidsstraffen." vervangen door de woorden ", met uitzondering van de veroordeling tot een eenvoudige schuldigverklaring, wordt toegerekend op de duur van de nog lopende vrijheidsstraffen.". HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering Art. 32.In artikel 24 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, vervangen bij de
wet van 16 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/07/2002
pub.
06/08/2002
numac
2002009751
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van artikel 86bis van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting
type
wet
prom.
16/07/2002
pub.
05/09/2002
numac
2002009814
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van verschillende bepalingen teneinde inzonderheid de verjaringstermijnen voor de niet-correctionaliseerbare misdaden te verlengen
sluiten en gewijzigd bij de wetten van 14 januari 2013, 25 april 2014 en van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt vervangen als volgt : "De verjaring van de strafvordering is geschorst telkens als de raadkamer in het kader van de regeling van de rechtspleging, ingevolge de toepassing van artikel 127, § 3, van het Wetboek van strafvordering door een inverdenkinggestelde ingediend verzoek, de rechtspleging niet kan regelen.De schorsing gaat in op de dag van de eerste zitting voor de raadkamer die vastgesteld werd met het oog op de regeling van de rechtspleging, zowel wanneer het verzoek geweigerd dan wel ingewilligd werd, en eindigt de dag voor de eerste zitting waarop de regeling van de rechtspleging door het onderzoeksgerecht wordt hervat, zonder dat elke schorsing evenwel langer dan een jaar mag duren.". 2° het vierde lid wordt opgeheven. HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de
wet van 25 juli 1893Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998011215
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
sluiten2 betreffende de aantekening van beroep van gevangenzittende of geïnterneerde personen Art. 33.In het opschrift van de
wet van 25 juli 1893Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998011215
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
sluiten2 betreffende de aantekening van beroep van gevangenzittende of geïnterneerde personen, vervangen bij de
wet van 14 februari 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999009706
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/07/1999
numac
1999009724
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten6, wordt het woord "hoger" ingevoegd tussen de woorden "aantekening van" en het woord "beroep" ingevoegd en wordt het woord "gevangenzittende" vervangen door het woord "gedetineerde". Art. 34.Artikel 1 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999009706
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/07/1999
numac
1999009724
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten9, wordt vervangen als volgt : "Artikel 1.In de gevangenissen, inrichtingen of afdelingen tot bescherming van de maatschappij en de gemeenschapscentra voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, kunnen door de personen die erin opgesloten of geïnterneerd zijn, de verklaringen van hoger beroep in strafzaken en de verzoekschriften waarin nauwkeurig de grieven worden bepaald die tegen het vonnis worden ingebracht, aan de directeur van die instelling of zijn gemachtigde worden gedaan.
In de gevangenissen en inrichtingen of afdelingen tot bescherming van de maatschappij worden deze verklaringen gedaan en deze verzoekschriften ingediend binnen de door de Koning te bepalen openingsuren van de griffie van deze instellingen.
Deze verklaringen en verzoekschriften hebben dezelfde uitwerking als die ter griffie of door de griffier ontvangen.
Uiterlijk de eerste werkdag volgend op de verklaring van hoger beroep wordt daarvan een akte van hoger beroep opgesteld, die bewaard wordt in een daartoe bestemd register.
De akte van hoger beroep vermeldt minstens : 1° de identiteit van de persoon die de verklaring heeft afgelegd;2° de datum waarop die verklaring heeft plaatsgevonden;3° de bestreden rechterlijke beslissing;4° de identiteit en de hoedanigheid van de persoon die de akte heeft opgesteld;5° de ondertekening door de persoon die de verklaring heeft afgelegd en de persoon die de akte heeft opgesteld. De directeur of zijn gemachtigde bezorgt dezelfde dag een kopie van deze akte van hoger beroep via het snelste schriftelijke communicatiemiddel aan de griffier van de rechtbank waarvan de beslissing uitgaat waartegen beroep wordt ingesteld.
De directeur of zijn gemachtigde bezorgt aan de griffier van de rechtbank waarvan de beslissing uitgaat waartegen beroep wordt ingesteld, het verzoekschrift waarin nauwkeurig de grieven worden bepaald die tegen het vonnis worden ingebracht, uiterlijk de eerste werkdag volgend op de ontvangst ervan, met vermelding van de datum van ontvangst.". Art. 35.In artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 14 februari 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999009706
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/07/1999
numac
1999009724
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten6, worden de woorden "het bericht en het proces-verbaal" vervangen door de woorden "de akte van hoger beroep". Art. 36.Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 3.De directeur of zijn gemachtigde mag van de krachtens artikel 1 opgestelde akten van hoger beroep geen andere kopie afleveren dan die waarvan in dat artikel melding is gemaakt.". Art. 37.In artikel 4, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 14 februari 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999009706
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/07/1999
numac
1999009724
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten6, worden de woorden "afschriften der aangiften van beroep" vervangen door de woorden "kopieën van aktes van hoger beroep". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de
wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998011215
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
sluiten4 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen met het oog op de tenuitvoerlegging van verordening nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van de Europese politieke partijen en de Europese politieke stichtingen Art. 38.Het opschrift van de
wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998011215
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
sluiten4 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, vervangen bij de wet van 2 mei 2002, wordt vervangen als volgt : "
Wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998011215
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
sluiten4 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen". Art. 39.In dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999009706
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/07/1999
numac
1999009724
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten3, wordt een titel IIIter ingevoegd, luidende "TITEL IIIter. - De Europese politieke partij". Art. 40.In titel IIIter, ingevoegd bij artikel 39, wordt een artikel 58/1 ingevoegd, luidende : "Art. 58/1.Elke Europese politieke partij met zetel in België, afgekort EUPP, is aanvullend aan de bepalingen van verordening nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van de Europese politieke partijen en de Europese politieke stichtingen, onderworpen naargelang van het gekozen van statuut, hetzij aan de bepalingen van Titel I, hoofdstuk 1, en titel IIIter, hetzij aan Titel III en IIIter. In het laatste geval is artikel 46, eerste lid, niet van toepassing.
Een afschrift van de bekendmaking bedoeld in artikel 15, § 1, van voormelde verordening wordt door de notaris neergelegd, naargelang van het gekozen statuut, in het dossier bepaald in artikel 26novies of 51.
Tot het ogenblik bepaald in artikel 58/4 zijn de artikelen 26novies en 51 niet van toepassing.". Art. 41.In dezelfde titel IIIter wordt een artikel 58/2 ingevoegd, luidende : "Art. 58/2.De statuten van de EUPP worden opgesteld bij authentieke akte. Ingeval van een bestaande vereniging zonder winstoogmerk of internationale vereniging zonder winstoogmerk geschiedt de omzetting tot EUPP eveneens bij authentieke akte. Overeenkomstig artikel 15, § 2, van voormelde verordening levert de notaris een attest af dat bevestigt dat de zetel van de EUPP in België is gevestigd en dat zijn statuten in overeenstemming zijn met het in artikel 58/1 bepaalde toepasselijk recht.". Art. 42.In dezelfde titel IIIter wordt een artikel 58/3 ingevoegd, luidende : "Art. 58/3.De bevoegde instantie die overeenkomstig artikel 16, §§ 2, 3 en 4, van voormelde verordening, een verzoek tot schrapping kan overmaken, is het openbaar ministerie.". Art. 43.In dezelfde titel IIIter wordt een artikel 58/4 ingevoegd, luidende : "Art. 58/4.§ 1. In geval van verlies van de Europese rechtspersoonlijkheid in toepassing van artikel 16 van voormelde verordening wordt de EUPP van rechtswege omgezet naar een vereniging zonder winstoogmerk. § 2. Iedere EUPP die overeenkomstig § 1 in een vereniging zonder winstoogmerk wordt omgezet, kan, met goedkeuring van de Koning, bij authentieke akte worden omgezet in een internationale vereniging zonder winstoogmerk.
Aan de akte worden toegevoegd : 1° een toelichtend verslag opgesteld door de raad van bestuur;2° een staat van de activa en de passiva van de vereniging die niet meer dan drie maanden voordien is vastgesteld;3° een verslag over die staat waarin inzonderheid wordt vermeld of daarin de toestand van de vereniging op volledige, getrouwe en juiste wijze is weergegeven, en dat is opgesteld door een bedrijfsrevisor of door een accountant ingeschreven op het tableau van de externe accountants van het Instituut der accountants en aangewezen door de raad van bestuur. § 3. De akte wordt gevoegd bij het dossier bedoeld in de artikelen 26novies of 51 en bekendgemaakt respectievelijk overeenkomstig § 2 en § 3 van voormelde bepalingen. § 4. Het in artikel 16, § 7, van voormelde verordening bepaalde wordt in voorkomend geval overlegd met het openbaar ministerie.". Art. 44.In dezelfde titel IIIter wordt een artikel 58/5 ingevoegd, luidende : "Art. 58/5.§ 1. Uiterlijk binnen twee maanden na de bekendmaking van de buitenlandse zetelverplaatsing, kunnen de schuldeisers van de EUPP die tot zetelverplaatsing overgaat en van wie de vordering is ontstaan vóór die bekendmaking en nog niet is vervallen of voor wier schuldvordering in rechte of via arbitrage een bezwaar werd ingesteld voor die bekendmaking, niettegenstaande enig andersluidend beding, zekerheid eisen.
De EUPP kan deze eis afweren door de schuldvordering te voldoen tegen haar waarde, na aftrek van het disconto.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt of indien de schuldeiser geen voldoening heeft gekregen, wordt het geschil door de meest gerede partij voorgelegd aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waarbinnen de schuldplichtige EUPP haar zetel heeft. De rechtspleging wordt ingeleid en behandeld zoals in kort geding; hetzelfde geldt voor de tenuitvoerlegging van de gewezen beslissing. Onverminderd de rechten in de zaak zelf bepaalt de voorzitter de zekerheid die de EUPP moet stellen en de termijn waarbinnen zulks moet geschieden, tenzij hij beslist dat geen zekerheid moet worden gesteld gelet op de waarborgen en de voorrechten waarover de schuldeiser beschikt of gelet op de solvabiliteit van de betrokken EUPP. Indien de zekerheid niet binnen de bepaalde termijn is gesteld, wordt de schuldvordering onmiddellijk opeisbaar en is de EUPP hoofdelijk gehouden tot nakoming van deze verbintenis. § 2. De doorhaling in België van de oude inschrijving in het rechtspersonenregister ten gevolge van de verplaatsing van de statutaire zetel naar het buitenland wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.". Art. 45.In dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
29/06/1999
numac
1999009706
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/07/1999
numac
1999009724
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten3, wordt een titel IIIquater ingevoegd luidende "Titel IIIquater. De Europese politieke stichting". Art. 46.In titel IIIquater, ingevoegd bij artikel 45, wordt een artikel 58/6 ingevoegd, luidende : "Art. 58/6.Elke Europese politieke stichting met zetel in België, afgekort EUPS, is aanvullend aan de bepalingen van verordening nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van de Europese politieke partijen en de Europese politieke stichtingen onderworpen naargelang van het gekozen statuut, hetzij aan de bepalingen van titel I, hoofdstuk 1, en titel IIIquater, hetzij aan Titel III en IIIquater. In het laatste geval is artikel 46, eerste lid, niet van toepassing.
Een afschrift van de bekendmaking bedoeld in artikel 15, § 1, van voormelde verordening wordt door de notaris neergelegd, naargelang van het gekozen statuut, in het dossier bepaald in artikel 26novies of 51.
Tot het ogenblik bepaald in artikel 58/9 zijn de artikelen 26novies en 51 niet van toepassing.". Art. 47.In dezelfde titel IIIquater wordt een artikel 58/7 ingevoegd, luidende : "Art. 58/7.De statuten van de EUPS worden opgesteld bij authentieke akte. Ingeval van een bestaande vereniging zonder winstoogmerk of internationale vereniging zonder winstoogmerk geschiedt de omzetting tot EUPS eveneens bij authentieke akte. Overeenkomstig artikel 15, § 2, van voormelde verordening levert de notaris een attest af dat bevestigt dat de zetel van de EUPS is gevestigd in België en dat de statuten ervan in overeenstemming zijn met het in artikel 58/6 bepaalde toepasselijk recht .". Art. 48.In dezelfde titel IIIquater wordt een artikel 58/8 ingevoegd, luidende : "Art. 58/8.De bevoegde instantie die overeenkomstig artikel 16, §§ 2, 3 en 4, van voormelde verordening, een verzoek tot schrapping kan overmaken, is het openbaar ministerie.". Art. 49.In dezelfde titel IIIquater wordt een artikel 58/9 ingevoegd, luidende : "Art. 58/9.§ 1. In geval van verlies van de Europese rechtspersoonlijkheid in toepassing van artikel 16 van voormelde verordening wordt de EUPS van rechtswege omgezet naar een vereniging zonder winstoogmerk. Zij heeft vervolgens de keuze zich om te zetten in een internationale vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig artikel 58/4, § 2. § 2. De akte wordt naargelang van het gekozen van statuut gevoegd bij het dossier bedoeld in de artikelen 26novies of 51 en bekendgemaakt respectievelijk overeenkomstig paragraaf 2 en paragraaf 3 van voormelde bepalingen. § 3. Het in artikel 16, § 7, van voormelde verordening bepaalde wordt in voorkomend geval overlegd met het openbaar ministerie.". Art. 50.In dezelfde titel IIIquater wordt een artikel 58/10 ingevoegd, luidende : "Art. 58/10.§ 1. Uiterlijk twee maanden na de bekendmaking van de buitenlandse zetelverplaatsing, kunnen de schuldeisers van de EUPS die tot zetelverplaatsing overgaat en van wie de vordering is ontstaan vóór die bekendmaking en nog niet is vervallen of voor wier schuldvordering in rechte of via arbitrage een bezwaar werd ingesteld voor die bekendmaking, niettegenstaande enig andersluidend beding, zekerheid eisen.
De EUPS kan deze eis afweren door de schuldvordering te voldoen tegen haar waarde, na aftrek van het disconto.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt of indien de schuldeiser geen voldoening heeft gekregen, wordt het geschil door de meest gerede partij voorgelegd aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waarbinnen de schuldplichtige EUPS haar zetel heeft. De rechtspleging wordt ingeleid en behandeld zoals in kort geding; hetzelfde geldt voor de tenuitvoerlegging van de gewezen beslissing. Onverminderd de rechten in de zaak zelf bepaalt de voorzitter de zekerheid die de EUPS moet stellen en de termijn waarbinnen zulks moet geschieden, tenzij hij beslist dat geen zekerheid moet worden gesteld gelet op de waarborgen en de voorrechten waarover de schuldeiser beschikt of gelet op de solvabiliteit van de betrokken EUPS. Indien de zekerheid niet binnen de bepaalde termijn is gesteld, wordt de schuldvordering onmiddellijk opeisbaar en is de EUPS hoofdelijk gehouden tot nakoming van deze verbintenis. § 2. De doorhaling in België van de oude inschrijving ten gevolge van de verplaatsing van de statutaire zetel naa …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.