← België

Wet betreffende het verzamelen en het bewaren van de identificatiegegevens en van metagegevens in de sector van de elektronische communicatie en de ve

Kort samengevat

Deze wet regelt het verzamelen en bewaren van identificatiegegevens en metagegevens in de elektronische communicatiesector, en hoe deze gegevens aan autoriteiten verstrekt kunnen worden. Het doel is onder meer het bevorderen van digitale veiligheid en het tegengaan van fraude en kwaadwillig gebruik.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
20 JULI 2022. - Wet betreffende het verzamelen en het bewaren van de identificatiegegevens en van metagegevens in de sector van de elektronische communicatie en de verstrekking ervan aan de autoriteiten (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie Art. 2.In artikel 2 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bepalingen onder 5/5° en 5/6° worden ingevoegd, luidende: "5/5° "fraude": een oneerlijke daad gepleegd met de bedoeling om te misleiden, indruisend tegen de wet, de reglementen of een contract, om voor zichzelf of iemand anders een onrechtmatig voordeel te verkrijgen, ten nadele van de operator of eindgebruiker, via het gebruik van een elektronische-communicatiedienst; 5/6° "kwaadwillig gebruik van het netwerk of van de dienst": gebruik van het elektronische-communicatienetwerk of van de elektronische-communicatiedienst om overlast te veroorzaken aan zijn correspondent of om schade te berokkenen;"; 2° in de plaats van de bepaling onder 74°, vernietigd bij arrest nr. 57/2021 van het Grondwettelijk Hof, wordt een bepaling onder 74° ingevoegd, luidende: "74° "oproeppoging zonder resultaat": iedere communicatie waarbij een oproep wel werd doorgezonden, maar onbeantwoord is gebleven of door de netwerkbeheerder is beantwoord;"; 3° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 91°, 92° en 93°, luidende: "91° "elektronische-communicatiegegevens": de inhoud en de metagegevens van elektronische communicatie;92° "inhoud van elektronische communicatie": de inhoud die wordt uitgewisseld door middel van elektronische-communicatiediensten, met name tekst, spraak, video, beelden en geluid; 93° "elektronische-communicatiemetagegevens": de gegevens die worden verwerkt in een elektronische-communicatienetwerk met het oog op de transmissie, de distributie of de uitwisseling van de inhoud van elektronische communicatie, met inbegrip van gegevens waarmee een communicatie kan worden getraceerd en de bron en de bestemming van de communicatie kunnen worden bepaald, alsmede gegevens betreffende de locatie van de apparatuur die in het kader van het aanbieden van elektronische-communicatiediensten zijn gegenereerd, en de datum, het tijdstip, de duur en de aard van de communicatie.". Art. 3.Artikel 107/5 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 21 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten7, wordt vervangen als volgt: "Art. 107/5.§ 1. Ter bevordering van de digitale veiligheid is het gebruik van versleuteling vrij binnen de in de paragrafen 2 tot 4 gestelde grenzen. § 2. Het gebruik van versleuteling mag noodcommunicatie, met inbegrip van de identificatie van de oproepende lijn of het verstrekken van de identificatiegegevens van de oproeper, niet verhinderen. § 3. Het gebruik van versleuteling door een operator, met als doel de veiligheid van de communicatie te waarborgen, mag geen beletsel vormen voor de uitvoering van een gericht verzoek van een bevoegde autoriteit, onder de bij wet bepaalde voorwaarden, met als doel de identificatie van de eindgebruiker, de opsporing en de lokalisatie van niet voor het publiek toegankelijke communicatie. § 4. Het gebruik van versleuteling door een buitenlandse operator, wiens eindgebruiker of abonnee zich op het Belgisch grondgebied bevindt, mag de uitvoering van een verzoek van een bevoegde overheid, zoals bedoeld in de paragrafen 2 en 3, niet verhinderen. Elk contractueel beding dat door de operatoren wordt opgesteld en de uitvoering van het eerste lid belemmert, is verboden en van rechtswege nietig.". Art. 4.In titel IV, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 7, van dezelfde wet wordt een artikel 121/8 ingevoegd, luidende: "Art. 121/8.§ 1. Zonder kennis te nemen van de inhoud van de communicatie, treffen de operatoren de gepaste, evenredige, preventieve en curatieve maatregelen, rekening houdende met de meest recente technische mogelijkheden, om fraude en kwaadwillig gebruik op hun netwerken en diensten op te sporen en om te vermijden dat de eindgebruikers schade lijden of lastiggevallen worden. De Koning kan de door de operatoren krachtens het eerste lid te treffen maatregelen preciseren. Het Instituut is bevoegd om bindende instructies te geven, met inbegrip van instructies betreffende de uitvoeringstermijnen, met het oog op de toepassing van deze paragraaf. § 2. Wanneer dat gerechtvaardigd is ten aanzien van de ernst van de omstandigheden, die per geval onderzocht moeten worden, kunnen de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde gepaste maatregelen met name het volgende omvatten: - maatregelen op netwerkniveau, zoals de blokkering van nummers, diensten, URL's, domeinnamen, IP-adressen of elk ander element ter identificatie van de elektronische communicatie; - maatregelen op het niveau van de eindgebruiker, zoals de volledige of gedeeltelijke deactivering van bepaalde diensten of apparatuur.". Art. 5.In artikel 122 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven; 2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) het eerste lid wordt vervangen als volgt: "In afwijking van paragraaf 1 en met als enig doel de facturering van abonnees of het doen van interconnectiebetalingen, mogen de operatoren de daartoe noodzakelijke verkeersgegevens bewaren en verwerken."; b) in het tweede lid worden de woorden "van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "van de AVG en van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten4";c) in het derde lid wordt het woord "opgesomd" vervangen door het woord "bedoeld";3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in het eerste lid, 2°, worden de woorden "de vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting waarmee de betrokkene of zijn wettelijke vertegenwoordiger aanvaardt dat verkeersgegevens die op hem betrekking hebben worden verwerkt" vervangen door de woorden "de toestemming in de zin van artikel 4, 11), van de AVG";b) in het eerste lid, 3°, worden de woorden "op eenvoudige wijze" vervangen door de woorden "makkelijk en te allen tijde";c) in het tweede lid worden de woorden "van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "van de AVG en van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten4";4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt: " § 4.In afwijking van paragraaf 1, teneinde de gepaste maatregelen bedoeld in artikel 121/8, § 1, te kunnen nemen en om fraude of kwaadwillig gebruik van het netwerk of de dienst te kunnen vaststellen of om de dader en de herkomst ervan te kunnen identificeren, en voor zover hij deze verwerkt of genereert in het kader van de verstrekking van dat netwerk of van die dienst: 1° bewaart de operator, in het kader van de verstrekking van een interpersoonlijke communicatiedienst en gedurende vier maanden vanaf de datum van de communicatie, de daartoe noodzakelijke verkeersgegevens onder de volgende verkeersgegevens: - de identifier van de bron van de communicatie; - de identifier van de bestemming van de communicatie; - de precieze datums en tijdstippen van het begin en het einde van de communicatie; - de locatie van de eindapparatuur van de communicerende partijen bij de aanvang en bij het einde van de communicatie; 2° bewaart de operator gedurende twaalf maanden vanaf de datum van de communicatie de volgende verkeersgegevens betreffende de binnenkomende communicatie in het kader van de verstrekking van interpersoonlijke communicatiediensten, teneinde de persoon die de communicatie doet, te identificeren: - het telefoonnummer aan de bron van de binnenkomende communicatie, of; - het IP-adres dat werd gebruikt om de binnenkomende communicatie te versturen, het tijdstempel en de gebruikte poort, en; - de precieze datums en tijdstippen van begin en einde van de binnenkomende communicatie; 3° bewaart de operator de in 1° bedoelde gegevens die betrekking hebben op een specifieke geïdentificeerde fraude of een specifiek geïdentificeerd kwaadwillig gebruik van het netwerk gedurende de periode die nodig is voor de analyse en het verhelpen ervan, in voorkomend geval langer dan de termijn van vier maanden bedoeld in 1° ;4° bewaart de operator de verkeersgegevens bedoeld in 2° en met betrekking tot een specifiek kwaadwillig gebruik van het netwerk gedurende de periode die nodig is voor de verwerking van dit kwaadwillig gebruik, in voorkomend geval langer dan de termijn van twaalf maanden bedoeld in 2° ;5° verwerkt de operator de noodzakelijke verkeersgegevens voor deze doeleinden, met inbegrip van de gegevens bedoeld in paragraaf 2 indien nodig. In afwijking van paragraaf 1, teneinde de gepaste maatregelen bedoeld in artikel 121/8, § 1, te kunnen nemen, om fraude of kwaadwillig gebruik van het netwerk of de dienst te kunnen vaststellen of om de dader en de herkomst ervan te kunnen identificeren, mag de operator andere gegevens dan deze bedoeld in het eerste lid bewaren en verwerken, die voor deze doeleinden nodig worden geacht. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van het Instituut en van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de verkeersgegevens waarvan de bewaring als noodzakelijk moet worden beschouwd voor het nastreven van de in deze paragraaf bedoelde doeleinden, preciseren en uitbreiden. In geval van vermeende fraude of van vermeend kwaadwillig gebruik, kunnen de operatoren aan de bevoegde autoriteiten alle wettelijk bewaarde gegevens in verband met de vermeende fraude of het vermeende kwaadwillig gebruik doorsturen."; 5° een paragraaf 4/1 wordt ingevoegd, luidende: " § 4/1.In afwijking van paragraaf 1 mogen de operatoren die verkeersgegevens bewaren en verwerken die nodig zijn om de veiligheid en correcte werking van hun elektronische-communicatienetwerken en -diensten te garanderen, en in het bijzonder om een mogelijke of werkelijke aanslag op die veiligheid op te sporen en te analyseren, inclusief om de oorsprong van die aanslag te identificeren. De operatoren mogen deze bewaren voor een duur van twaalf maanden vanaf de datum van de communicatie. De operatoren mogen de in het eerste lid bedoelde gegevens met betrekking tot een specifieke schending van de veiligheid van het netwerk bewaren gedurende de periode die nodig is om deze te behandelen, in voorkomend geval langer dan de termijn van twaalf maanden bedoeld in het tweede lid. In geval van schending van de veiligheid van hun elektronische-communicatienetwerken en -diensten, kunnen de operatoren aan de bevoegde autoriteiten alle wettelijk bewaarde gegevens in verband met de schending van de veiligheid van hun elektronische-communicatienetwerken en -diensten doorsturen."; 6° een paragraaf 4/2 wordt ingevoegd, luidende: " § 4/2.In afwijking van paragraaf 1 bewaren en verwerken de operatoren de verkeersgegevens die nodig zijn om te voldoen aan een verplichting opgelegd krachtens een formele wettelijke norm, voor de daartoe benodigde duur."; 7° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt: " § 5.De gegevens vermeld in dit artikel mogen alleen worden verwerkt door personen die in opdracht van de operator belast zijn met de facturering of het beheer van het verkeer, de behandeling van verzoeken om inlichtingen van abonnees, de bestrijding van fraude of het kwaadwillig gebruik van het netwerk, de veiligheid van het netwerk, de naleving van zijn wettelijke verplichtingen, de marketing van de eigen elektronische-communicatiediensten of de levering van diensten die gebruik maken van verkeersgegevens of locatiegegevens en door de leden van zijn Coördinatiecel bedoeld in artikel 127/3."; 8° in paragraaf 6 worden de woorden "Het Instituut" vervangen door de woorden "Het Instituut, de Ombudsdienst voor telecommunicatie,". Art. 6.In artikel 123 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: " § 1.Onverminderd de toepassing van de AVG en van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten4 mogen de operatoren van mobiele netwerken andere locatiegegevens dan verkeersgegevens die betrekking hebben op een abonnee of een eindgebruiker slechts bewaren en verwerken in de volgende gevallen: 1° wanneer dat noodzakelijk is voor de goede werking en de veiligheid van het netwerk of van de dienst, waarbij de gegevens worden bewaard gedurende maximaal twaalf maanden vanaf de datum van de communicatie, tenzij in geval van een specifieke schending van de veiligheid van het netwerk waarvoor de gegevens in kwestie langer dienen te worden bewaard dan deze periode;2° wanneer dat noodzakelijk is om fraude of kwaadwillig gebruik van het netwerk op te sporen of te analyseren, waarbij de gegevens worden bewaard gedurende maximaal vier maanden vanaf de datum van de communicatie, tenzij in geval van specifieke fraude of specifiek kwaadwillig gebruik waarvoor de gegevens in kwestie langer dienen te worden bewaard dan deze periode;3° wanneer de gegevens anoniem gemaakt zijn;4° wanneer de verwerking past in het kader van de levering van een dienst die gebruik maakt van verkeersgegevens of locatiegegevens; 5° wanneer de verwerking noodzakelijk is om te voldoen aan een verplichting opgelegd krachtens een formele wettelijke norm."; 2° in paragraaf 2 worden in de bepaling onder 2°, de woorden "de vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting waarmee de betrokkene of zijn wettelijke, vertegenwoordiger aanvaardt dat locatiegegevens die op hem betrekking hebben worden verwerkt" vervangen door de woorden "de toestemming in de zin van artikel 4, 11), van de AVG"; 3° in paragraaf 4 wordt het eerste lid vervangen als volgt: "De gegevens vermeld in dit artikel mogen alleen worden verwerkt door personen die werkzaam zijn in opdracht van de operator of de derde die de dienst die gebruik maakt van verkeersgegevens of locatiegegevens levert, of door de Coördinatiecel van de operator bedoeld in artikel 127/3.". Art. 7.Artikel 125, § 2, van dezelfde wet, opgeheven bij artikel 3 van de wet van 29 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten7, zelf vernietigd bij arrest nr. 57/2021 van het Grondwettelijk Hof, wordt opgeheven. Art. 8.Artikel 126 van dezelfde wet, vervangen bij artikel 5 van de wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten4, zelf vernietigd bij arrest nr. 84/2015 van het Grondwettelijk Hof, en bij artikel 4 van de wet van 29 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten7, zelf vernietigd bij arrest nr. 57/2021 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen als volgt: "Art. 126.§ 1. Onverminderd de AVG en de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten4, bewaren de operatoren die aan de eindgebruikers elektronische-communicatiediensten aanbieden, alsook de operatoren die de onderliggende elektronische-communicatienetwerken aanbieden waarmee deze diensten verstrekt kunnen worden, de volgende gegevens, voor zover ze die verwerken of genereren in het kader van de verstrekking van die netwerken of diensten: 1° het Rijksregisternummer of een equivalent nummer, de naam en voornaam van de eindgebruiker die een natuurlijke persoon is of de naam van de abonnee die een rechtspersoon is;2° de eventuele alias gekozen door de eindgebruiker bij de inschrijving op of de activering van de dienst;3° de contactgegevens van de abonnee die verstrekt zijn bij de inschrijving op de dienst, met name zijn telefoonnummer, zijn e-mailadres en zijn postadres;4° de datum en het tijdstip van inschrijving op de dienst en van de activering van de dienst en de elementen aan de hand waarvan de plaats kan bepaald worden waarvandaan die inschrijving en die activering zijn uitgevoerd, met name: - het fysieke adres van het verkooppunt waar de inschrijving of activering heeft plaatsgevonden, of; - het fysieke adres van het netwerkaansluitpunt dat gediend heeft voor de inschrijving of de activering, of; - het IP-adres dat gediend heeft voor de inschrijving of de activering, alsook de bronpoort van de verbinding en het tijdstempel, of; - in het kader van een mobiel telefoonnetwerk, de geografische locatie van de eindapparatuur die de inschrijving of de activering aan de hand van een telefoonnummer mogelijk heeft gemaakt; 5° het fysieke leveringsadres van de dienst;6° het facturatieadres van de dienst en de gegevens betreffende de betalingswijze en het betaalmiddel, het tijdstip van de betalingen en de referentie van de betalingstransactie in geval van onlinebetaling;7° de hoofddienst en de aanvullende diensten die de abonnee kan gebruiken;8° de datum vanaf wanneer die diensten gebruikt kunnen worden, de datum van het eerste gebruik van die diensten en de datum van beëindiging van die diensten;9° in geval van overdracht van de identifier van de abonnee, zoals zijn telefoonnummer, de identiteit van de operator die de identifier overdraagt en de identiteit van de operator naar wie de identifier wordt overgedragen en de datum waarop de overdracht wordt uitgevoerd;10° het toegewezen telefoonnummer;11° het voornaamste e-mailadres en de e-mailadressen die als alias gebruikt worden;12° de internationale identiteit van de mobiele abonnee, "International Mobile Subscriber Identity", afgekort "IMSI";13° de permanente identifier van het abonnement, "Subscription Permanent Identifier", afgekort "SUPI";14° de verdoken identifier van het abonnement, "Subscription Concealed Identifier", afgekort "SUCI";15° het IP-adres aan de bron van de verbinding, het tijdstempel van de toewijzing alsook, in geval van gedeeld gebruik van een IP-adres van de eindgebruiker, de poorten die daaraan zijn toegewezen;16° de identifier van de eindapparatuur van de eindgebruiker, of indien de operator dit niet verwerkt of genereert, de identifier van de apparatuur die zich het dichtste bij die eindapparatuur bevindt, met name: - de internationale identiteit van de mobiele apparatuur, "International Mobile Equipment Identity", afgekort "IMEI"; - de permanente identifier van de apparatuur, "Permanent Equipment Identifier", afgekort "PEI"; - het adres van de controller van de toegang tot het netwerk, "Media Access Control address", afgekort "MAC"; 17° de andere identifiers met betrekking tot de eindgebruiker, tot de eindapparatuur of tot de apparatuur het dichtst bij die eindapparatuur, die uit de technologische evolutie resulteren en die door de Koning bepaald worden, op voorwaarde dat dit besluit bij wet wordt bekrachtigd binnen zes maanden na de bekendmaking van dit besluit. De operatoren hoeven de MAC-adressen bedoeld in het eerste lid, 16°, derde streepje, niet te bewaren voor de elektronische-communicatiediensten die ze enkel aan ondernemingen of rechtspersonen aanbieden. Het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid, 17°, slaat niet op de inhoud van de elektronische communicatie, noch op de elektronische-communicatiemetagegevens die informatie geven over de geadresseerde van de communicatie, zoals het IP-adres van de geadresseerde van de communicatie, of over de locatie van de eindapparatuur. De Koning: 1° kan de gegevens bedoeld in het eerste lid preciseren;2° bepaalt de vereisten inzake nauwkeurigheid en betrouwbaarheid waaraan deze gegevens moeten beantwoorden. § 2. De operatoren bewaren de in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot 14°, bedoelde gegevens tot zolang de elektronische-communicatiedienst gebruikt wordt en tot twaalf maanden na het einde van de dienst. De operatoren bewaren de in paragraaf 1, eerste lid, 15° en 16°, bedoelde gegevens gedurende een periode van twaalf maanden na het einde van de sessie. In afwijking van het tweede lid wordt de bewaringstermijn van de in paragraaf 1, eerste lid, 16°, derde streepje, bedoelde gegevens, teruggebracht tot zes maanden na het einde van de sessie indien de operator een ander gegeven zoals bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 16°, bewaart. De operatoren bewaren de gegevens bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 17°, gedurende de door de Koning bepaalde periode. Die periode mag niet langer zijn dan de in het eerste lid bedoelde bewaringstermijn. Het koninklijk besluit bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 17°, en vierde lid, en in paragraaf 2, vierde lid, wordt voorgesteld door de minister van Justitie, de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Defensie en de minister, maakt het voorwerp uit van een advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit en van het Instituut en daarover wordt beraadslaagd in de Ministerraad.". Art. 9.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 126/1, ingevoegd bij artikel 5 van de wet van 29 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten7, zelf vernietigd bij arrest nr. 57/2021 van het Grondwettelijk Hof, het als volgt luidende artikel 126/1 ingevoegd: "Art. 126/1.§ 1. Onverminderd de AVG en de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten4, bewaren de operatoren die aan de eindgebruikers elektronische- communicatiediensten aanbieden, alsook de operatoren die onderliggende en elektronische-communicatienetwerken aanbieden, de in artikel 126/2, § 2, bedoelde gegevens voor de geografische zones bedoeld in artikel 126/3, gedurende twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van de communicatie, tenzij een andere termijn bepaald is in artikel 126/3. Elke operator bewaart de gegevens die door hem gegenereerd of verwerkt zijn in het kader van de verstrekking van de betrokken van de verstrekking van de betrokken elektronische-communicatiediensten en -netwerken. Deze gegevens worden bewaard ten behoeve van de vrijwaring van de nationale veiligheid, de strijd tegen zware criminaliteit, de preventie van ernstige dreigingen van de openbare veiligheid, en de bescherming van de vitale belangen van een natuurlijke persoon. § 2. De elektronische-communicatiemetagegevens, met inbegrip van de metagegevens voor de oproeppogingen zonder resultaat, waarop de in paragraaf 1 bedoelde bewaarplicht van toepassing is, worden opgesomd in artikel 126/2, § 2. § 3. De operatoren bewaren de verkeersgegevens voor iedere communicatie of alle oproeppogingen zonder resultaat die vanuit of naar een geografisch gebied als bedoeld in artikel 126/3 worden gevoerd. Indien de operator, als gevolg van de door hem gebruikte technologie, niet in staat is de eindapparatuur die betrokken is bij de communicatie, met inbegrip van de oproeppoging zonder resultaat, nauwkeuriger te lokaliseren dan de lokalisatie ervan op het nationale grondgebied, bewaart de operator de in artikel 126/2, § 2, bedoelde gegevens gedurende de kortste overeenkomstig dit artikel en artikel 126/3 bepaalde termijn, op voorwaarde dat overeenkomstig dit artikel en artikel 126/3 het gehele nationale grondgebied gedekt is door een bewaarplicht. Indien niet aan deze voorwaarde is voldaan, bewaart de operator op wie dit lid van toepassing is deze gegevens niet. Wanneer de eindgebruiker zich tijdens een elektronische communicatie verplaatst, bewaart de operator de verkeersgegevens voor zover de eindgebruiker zich op een bepaald moment van de communicatie bevindt in een zone bedoeld in artikel 126/3. De operatoren bewaren de gegevens met betrekking tot de verbinding van de eindapparatuur met het netwerk en met de dienst en met betrekking tot de plaats van die apparatuur, inclusief het netwerkaansluitpunt, die opgesomd zijn in artikel 126/2, § 2, wanneer die apparatuur zich bevindt in een in artikel 126/3 bedoelde zone. Om te bepalen of eindapparatuur zich in een geografische zone als bedoeld in artikel 126/3 bevindt, maken de operatoren gebruik van de meest betrouwbare en nauwkeurige gegevens als mogelijk is. Zij maken hiervoor, indien beschikbaar, gebruik van de satellietlocatie van eindapparatuur. Indien de door de operator gebruikte technologie niet toelaat de bewaring van gegevens te beperken tot een in artikel 126/3 bedoelde zone, bewaart hij de gegevens die nodig zijn om de hele betrokken zone te bestrijken en beperkt hij de bewaring van gegevens buiten die zone tot wat strikt noodzakelijk is in het licht van de technische mogelijkheden. Wanneer een aggregatiepunt van de operator, zoals een antenne, verschillende in artikel 126/3 bedoelde geografische zones dekt die onderworpen zijn aan een verschillende bewaringstermijn, bewaart de operator de gegevens voor dat aggregatiepunt gedurende de kortste bewaringstermijn. Wanneer op grond van dit artikel en van artikel 126/3 verschillende bewaringstermijnen van toepassing zijn op dezelfde gegevens, bewaren de operatoren de gegevens gedurende de kortste termijn. § 4. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister van Justitie, de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Defensie, en van de minister, na raadpleging van de autoriteiten bevoegd voor de bescherming van de gegevens en van het Instituut, het volgende bepalen: - de technische parameters en gegevens die de operatoren gebruiken om de gegevensopslag te beperken tot de in artikel 126/3 bedoelde zones; - de lijst van de verschillende autoriteiten die bevoegd zijn voor de in artikel 126/3, §§ 2 tot 5, bedoelde aangelegenheden; - de nadere regels voor de mededeling van informatie door de bevoegde autoriteiten aan de door de Koning aangewezen dienst, de nadere regels voor de mededeling van informatie door deze dienst aan de betrokken operatoren en de termijn waarbinnen de operatoren jaarlijks de in paragraaf 1 bedoelde bewaring ten uitvoer leggen; - in voorkomend geval, de bijkomende geografische zones bedoeld in artikel 126/3, § 3, m), § 4, g), en § 5, f). Het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid, vierde streepje, wordt elke drie jaar hernieuwd. Bij ontstentenis van een hernieuwing vervalt de verplichting tot bewaring bedoeld in paragraaf 1 wat deze bijkomende geografische zones betreft, en dit tot een nieuw koninklijk besluit van kracht wordt. § 5. De minister van Justitie, de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Defensie en de minister brengen, na voorafgaand advies van het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid, van het Instituut en de autoriteiten bevoegd voor de bescherming van de gegevens, jaarlijks een evaluatieverslag uit aan de Kamer van volksvertegenwoordigers over de toepassing van dit artikel en, in voorkomend geval, van het in paragraaf 4 bedoelde koninklijk besluit, teneinde na te gaan of het nodig is bepalingen aan te passen. In dit evaluatieverslag wordt in het bijzonder nagegaan of de categorieën van geografische zones opgenomen in de wet en het in paragraaf 4 bedoelde koninklijk besluit nog steeds voldoen aan de criteria bedoeld in artikel 126/3, §§ 3 tot 5, en of het nog nodig is deze te handhaven dan wel of andere categorieën opgenomen moeten worden. Categorieën van geografische zones kunnen enkel opgenomen worden ter vrijwaring van de nationale veiligheid, of indien er in deze zones op basis van objectieve en niet-discriminerende elementen kan worden vastgesteld dat er een situatie bestaat die wordt gekenmerkt door een hoog risico op het voorbereiden of plegen van daden van zware criminaliteit. Het evaluatieverslag bevat ook het percentage van het nationale grondgebied waarvoor de verplichting tot gegevensbewaring op basis van dit artikel en artikel 126/3 van toepassing is. Dit evaluatieverslag wordt gestuurd naar het Controleorgaan op de politionele informatie en naar het Vast Comité I.". Art. 10.In dezelfde wet wordt een artikel 126/2 ingevoegd, luidende: "Art. 126/2.§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder "communicatie", informatie die wordt uitgewisseld of overgebracht tussen een eindig aantal partijen door middel van een publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst, met uitsluiting van de informatie die via een openbare omroepdienst over een elektronische-communicatienetwerk wordt overgebracht, behalve in de mate waarin de informatie kan worden gelinkt aan de identificeerbare abonnee of gebruiker die deze informatie ontvangt. § 2. De gegevens bedoeld in artikel 126/1, § 2, die in uitvoering van de artikelen 126/1 en 126/3 bewaard moeten worden door de operatoren die aan de eindgebruikers elektronische-communicatiediensten aanbieden, alsook door de operatoren die de onderliggende elektronische-communicatienetwerken aanbieden die het aanbieden van die diensten mogelijk maken, zijn de volgende: 1° de beschrijving en de technische karakteristieken van de elektronische-communicatiedienst die werd aangewend tijdens de communicatie;2° de identificatiegegevens bedoeld in artikel 126, § 1, 2°, 10° tot 14°, en 16°, van de geadresseerde van de communicatie;3° voor de elektronische-communicatiediensten met uitzondering van de internettoegangsdiensten, het IP-adres dat gebruikt is door de geadresseerde van de communicatie, het tijdstempel alsook, in geval van gedeeld gebruik van een IP-adres van de geadresseerde, de poorten die aan hem zijn toegewezen;4° in geval van een groepsgesprek, oproepdoorschakeling of -doorverbinding, de identificatie van alle lijnen waaronder ook diegene waarnaar de oproep is doorgeleid;5° de datum en het exacte tijdstip van de aanvang en het einde van de sessie van de betrokken elektronische-communicatiedienst, waaronder de datum en het exacte tijdstip van de aanvang en het einde van de oproep;6° de gegevens die de identificatie en de lokalisatie van de cellen of andere netwerkaansluitpunten van het mobiele netwerk mogelijk maken, die werden gebruikt voor de communicatie, van de start tot het einde van de communicatie, alsook de exacte data en tijdstippen van deze verschillende locaties;7° het tijdens de duur van de sessie geüploade en gedownloade volume van gegevens;8° voor wat betreft de mobiele elektronische-communicatiediensten, de datum en het tijdstip van de verbinding van de eindapparatuur met het netwerk wegens het opstarten van die apparatuur, en het moment waarop de verbinding van deze eindapparatuur met het netwerk wordt verbroken wegens het uitschakelen van die apparatuur;9° voor wat betreft de mobiele elektronische-communicatiediensten, de locatie van de eindapparatuur en de datum en het tijdstip van deze locatie telkens wanneer de operator wil weten welke eindapparatuur is verbonden met zijn netwerk;10° de andere identifiers met betrekking tot de geadresseerde van de elektronische communicatie, tot zijn eindapparatuur of tot de apparatuur het dichtst bij die eindapparatuur, die uit de technologische evolutie resulteren en die door de Koning bepaald worden, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit en het Instituut, op voorwaarde dat dit besluit bij wet wordt bekrachtigd binnen zes maanden na de bekendmaking van dit besluit. In afwijking van de artikelen 126/1 en 126/3 bedraagt de bewaartermijn van het gegeven bedoeld in het eerste lid, 8°, zes maanden nadat het is gegenereerd of verwerkt. Het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid, 10°, slaat niet op de inhoud van de elektronische communicatie. De Koning kan, na advies van de Gegevens-beschermingsautoriteit en het Instituut, de gegevens bedoeld in eerste lid, preciseren. § 3. De combinatie van de gegevens bewaard in uitvoering van artikel 126 en van dit artikel moet het mogelijk maken om de relatie te leggen tussen de bron en de bestemming van de communicatie. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister van Justitie, de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Defensie en de minister, en na advies van de autoriteiten bevoegd voor de bescherming van de gegevens en van het Instituut, de vereisten inzake nauwkeurigheid en betrouwbaarheid bepalen waaraan de gegevens bedoeld in dit artikel moeten beantwoorden.". Art. 11.In dezelfde wet wordt een artikel 126/3 ingevoegd, luidende: "Art. 126/3.§ 1. De gegevens bedoeld in artikel 126/2, § 2, worden bewaard in de geografische zones bestaande uit: - de gerechtelijke arrondissementen waar minstens drie strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, van het Wetboek van strafvordering per 1 000 inwoners per jaar zijn vastgesteld, over een gemiddelde van de drie voorbije kalenderjaren; - de politiezones waar minstens drie strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, van het Wetboek van strafvordering per 1 000 inwoners per jaar, zijn vastgesteld, over een gemiddelde van de drie voorbije kalenderjaren, en die deel uitmaken van een gerechtelijk arrondissement waar, in het kalenderjaar voorafgaand aan het lopende kalenderjaar minder dan drie strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, van het Wetboek van strafvordering per 1 000 inwoners per jaar, zijn vastgesteld, over een gemiddelde van de drie voorbije kalenderjaren. In het geval bedoeld in het eerste lid, eerste streepje, bedraagt de bewaringstermijn van de gegevens bedoeld in artikel 126/2, § 2: a) zes maanden, indien er drie of vier strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, van het Wetboek van strafvordering per jaar per 1 000 inwoners vastgesteld zijn over een gemiddelde van de drie voorbije kalenderjaren;b) negen maanden, indien er vijf of zes strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, van het Wetboek van strafvordering per jaar per 1 000 inwoners vastgesteld zijn over een gemiddelde van de drie voorbije kalenderjaren;c) twaalf maanden, indien er zeven of meer dan zeven strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, van het Wetboek van strafvordering per jaar per 1 000 inwoners vastgesteld zijn over een gemiddelde van de drie voorbije kalenderjaren. In het geval bedoeld in het eerste lid, tweede streepje, bedraagt de bewaringstermijn van de gegevens bedoeld in artikel 126/2, § 2: a) zes maanden, indien er drie of vier strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, van het Wetboek van strafvordering per jaar per 1 000 inwoners vastgesteld zijn over een gemiddelde van de drie voorbije kalenderjaren;b) negen maanden, indien er vijf of zes strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, van het Wetboek van strafvordering per jaar per 1 000 inwoners vastgesteld zijn over een gemiddelde van de drie voorbije kalenderjaren;c) twaalf maanden, indien er zeven of meer dan zeven strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, van het Wetboek van strafvordering per jaar per 1 000 inwoners vastgesteld zijn over een gemiddelde van de drie voorbije kalenderjaren. Het aldus vastgestelde aantal strafbare feiten wordt naar boven of naar beneden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal, al naargelang het eerste cijfer achter de komma al dan niet vijf bereikt. De statistieken betreffende het aantal strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, van het Wetboek van strafvordering per jaar per 1 000 inwoners vastgesteld over een gemiddelde van de drie voorbije kalenderjaren zijn afkomstig uit de Algemene Nationale Gegevensbank zoals bedoeld in artikel 44/7 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt. De grenzen van de gerechtelijke arrondissementen bedoeld in het eerste lid, eerste streepje, zijn vastgesteld in artikel 4 van de bijlage bij het Gerechtelijk Wetboek. De grenzen van de politiezones bedoeld in het eerste lid, tweede streepje, zijn die welke zijn vermeld in de bijlage bij het koninklijk besluit van 24 oktober 2001 houdende de benaming van de politiezones. De directie, bedoeld in artikel 44/11 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, stuurt de statistieken met betrekking tot het aantal strafbare feiten en de bewaringstermijn voor elk gerechtelijk arrondissement en elke politiezone naar het Controleorgaan op de politionele informatie, dat binnen een maand na ontvangst van alle daartoe vereiste gegevens, deze valideert. Het Controleorgaan kan, met het oog op deze validatie, al de bevoegdheden uitoefenen die hem zijn toegekend bij titel 7 van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten4. De statistieken en de bewaringstermijnen worden door de directie bedoeld in artikel 44/11 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt aan de door de Koning aangewezen dienst toegezonden, enkel nadat deze op de hoogte is gebracht van hun validatie door het Controleorgaan. Op voorstel van de door de Koning aangewezen dienst stellen de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken jaarlijks de lijst vast van de gerechtelijke arrondissementen en de politiezones die aan de gegevensbewaringsplicht zijn onderworpen, samen met hun bewaartermijn. Na deze vaststelling, zendt de door de Koning aangewezen dienst de lijst van de gerechtelijke arrondissementen en politiezones die aan de gegevensbewaringsplicht zijn onderworpen, samen met hun bewaartermijn, naar de operatoren. § 2. De gegevens bedoeld in artikel 126/2, § 2, worden bewaard in de geografische zones die bepaald worden door het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse, waar het dreigingsniveau, vastgesteld op basis van de evaluatie bedoeld in artikel 8, 1° en 2°, van de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/07/2006 pub. 20/07/2006 numac 2006009570 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de analyse van de dreiging type wet prom. 10/07/2006 pub. 07/09/2006 numac 2006009653 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de elektronische procesvoering sluiten betreffende de analyse van de dreiging, ten minste niveau 3 bedraagt, overeenkomstig artikel 11 van het koninklijk besluit van 28 november 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 07/02/2003 numac 2003003063 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten0 tot uitvoering van de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/07/2006 pub. 20/07/2006 numac 2006009570 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de analyse van de dreiging type wet prom. 10/07/2006 pub. 07/09/2006 numac 2006009653 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de elektronische procesvoering sluiten betreffende de analyse van de dreiging, en zolang het dreigingsniveau van tenminste niveau 3 blijft bestaan voor deze zones. Wanneer het dreigingsniveau ten minste niveau 3 bedraagt en deze het hele grondgebied bestrijkt, deelt het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse dit onmiddellijk mee aan de dienst aangewezen door de Koning, zodat deze dienst de nodige maatregelen kan nemen om de operatoren in te lichten en tot een algemene en ongedifferentieerde bewaring van de gegevens bedoeld in artikel 126/2, § 2, over te gaan voor het gehele grondgebied. De bewaarplicht bedoeld in het tweede lid wordt bevestigd bij koninklijk besluit, op gezamenlijk voorstel van de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie. Bij ontstentenis van bevestiging bij koninklijk besluit, bekendgemaakt binnen de maand na de in het tweede lid bedoelde beslissing, wordt de gegevensbewaring opgeheven en worden de operatoren daarvan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld door de dienst aangewezen door de Koning. Na deze kennisgeving vernietigen de operatoren de tot dan toe en voor dit doel bewaarde gegevens. § 3. De gegevens bedoeld in artikel 126/2, § 2, worden bewaard in de gebieden die in het bijzonder blootgesteld zijn aan bedreigingen tegen de nationale veiligheid of voor het plegen van zware criminaliteit, met name: a) de havenfaciliteiten, de havens en de havenbeveiligingszones bedoeld in artikel 2.5.2.2, 3° tot 5°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek; b) de spoorwegstations in de zin van artikel 2, 5°, van de wet van 27 april 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten3 op de politie van de spoorwegen;c) de metro- en de pre-metrostations;d) de luchthavens in de zin van artikel 2, punt 1), van Richtlijn 2009/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake luchthavengelden, met inbegrip van de luchthavens die tot het kernnetwerk behoren, opgesomd in bijlage II, afdeling 2, van Verordening (EU) nr.1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU, alsook de entiteiten die de bijbehorende installaties bedienen welke zich op de luchthavens bevinden; e) de gebouwen bestemd voor de administratie van douane en accijnzen;f) de gevangenissen in de zin van artikel 2, 15°, van de basis wet van 12 januari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/2005 pub. 01/02/2005 numac 2005009033 bron federale overheidsdienst justitie Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden type wet prom. 12/01/2005 pub. 04/08/2008 numac 2008000547 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, de gemeenschapscentra voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, bedoeld in artikel 606 van het Wetboek van strafvordering, en de forensisch psychiatrische centra, bedoeld in artikel 3, 4°, c), van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering;g) de wapenhandelaars en schietstanden zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 19°, van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009438 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens. - Adviesraad voor wapens : oproep tot kandidaatstelling sluiten houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens; h) de inrichtingen bedoeld in artikel 3.1.a), van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen; i) de inrichtingen bedoeld in artikel 2, 1°, van het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken;j) de gemeenten waar zich een of meerdere kritieke netwerkelementen of een of meerdere kritieke infrastructuren bevinden als bedoeld in de wet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten2 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren en de uitvoeringsbesluiten ervan;indien het gehele netwerk als kritieke infrastructuur is aangemerkt, worden voor de toepassing van dit artikel alleen de kritieke netwerkelementen in aanmerking genomen; k) de zetel van de NV Astrid en de gebouwen waarin haar centrale en provinciale datacentra zijn ondergebracht, alsmede de gebouwen waarin zich de centrale datacentra en de communicatieknooppunten van het beveiligde en gecodeerde communicatie- en informatiesysteem bevinden bedoeld in artikel 11, § 7, van het koninklijk besluit van 28 november 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17 …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.