Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet houdende diverse bepalingen (1)

In het kort

Deze wet bevat diverse bepalingen die verschillende wetten wijzigen, met name op het gebied van ambtenarenzaken, maatschappelijke integratie en mobiliteit en vervoer. Het introduceert onder andere administratieve geldboetes voor overtredingen in de luchtvaart.

Wat het regelt

  • Wijzigingen betreffende de herverdeling van arbeid in de openbare sector.
  • Aanpassingen aan de wetgeving over openbare centra voor maatschappelijk welzijn en het recht op maatschappelijke integratie.
  • Regels voor het verlenen van huurwaarborg bij het verlaten van opvangstructuren.
  • Strafbepalingen en administratieve geldboetes voor overtredingen in de luchtvaart, specifiek met betrekking tot slots op Brussels-Nationaal.

Wie het aangaat

  • Ambtenaren in de openbare sector.
  • Personen die een beroep doen op openbare centra voor maatschappelijk welzijn of het recht op maatschappelijke integratie.
  • Exploitanten van luchtvaartuigen die opstijgen of landen op de gecoördineerde luchthaven van Brussel-Nationaal.

Kernpunten

  • De Koning bepaalt de nadere regels voor de toepassing van maatregelen betreffende de herverdeling van arbeid in de openbare sector, van toepassing op aanvragen ingediend vanaf 1 januari 2009.
  • Beroepen tegen beslissingen van openbare centra voor maatschappelijk welzijn moeten, op straffe van verval, binnen drie maanden na de vaststelling van het uitblijven van een beslissing worden ingediend.
  • Exploitanten van luchtvaartuigen die zonder slot opstijgen of landen op Brussels-Nationaal, of die tussen 23 uur en 5.59 uur zonder nachtslot opereren, riskeren gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en/of een geldboete van duizend tot twintigduizend euro.
  • Administratieve geldboetes kunnen worden opgelegd voor luchtvaartovertredingen, met bedragen die overeenkomen met de strafrechtelijke geldboetes, en worden geïnd voor het Fonds voor de Financiering van de Verbetering van de Controle-, Inspectie- en Onderzoeksmiddelen en van de Preventieprogramma's van de Luchtvaart.
Wettekst
Wettekst

Wet houdende diverse bepalingen (I) (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1.

artikel 78 van de Grondwet. TITEL

  1. - Ambtenarenzaken ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van artikel 14, eerste lid, van de wet van 10 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten5 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector Art. 2.Artikel 14, eerste lid, van de wet van 10 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten5 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector, gewijzigd bij de wetten van 3 december 1997 en 4 juni 2007, wordt vervangen als volgt : « De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regelen voor het van toepassing verklaren van de maatregelen bepaald in titel II of in de hoofdstukken II en III van titel III. Deze bepaling is van toepassing op alle aanvragen die ingediend zijn vanaf 1 januari
  2. » Art. 3.Artikel 2 treedt in werking op 1 januari
  3. TITEL
  4. - Maatschappelijke integratie HOOFDSTUK
  5. - Wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Art. 4.In artikel 71 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gewijzigd bij de wetten van 12 januari 1993, 22 december 2003 en 20 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid worden de woorden « , op straffe van verval, » ingevoegd tussen de woorden « moet » en « worden »;2° in het derde lid worden de woorden « hetzij de datum van het verstrijken van de in het vorige lid vermelde termijn » opgeheven;3° tussen het derde en het vierde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende : « Bij ontstentenis van een beslissing van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn binnen de in het tweede lid bepaalde termijn, moet het beroep, op straffe van verval, worden ingediend binnen de drie maanden na de vaststelling van deze ontstentenis van een beslissing.» HOOFDSTUK
  6. - Wijziging van de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten4 betreffende het recht op maatschappelijke integratie Art. 5.In artikel 47, § 1, derde lid, tweede streepje, van de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten4 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, worden de woorden « de dag na het verstrijken van de termijn waarin de beslissing uiterlijk had moeten worden betekend in toepassing van artikel 21, §§ 1 en 4 » vervangen door de woorden « de vaststelling van de ontstentenis van een beslissing van het centrum binnen de termijn bepaald in artikel 21, § 1 ». HOOFDSTUK
  7. - Wijziging van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Art. 6.In artikel 2 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wordt een paragraaf 8 ingevoegd, luidende : « §
  8. In afwijking van artikel 1, 1°, is het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waar de woonst zich bevindt waarvoor de betrokkene de huurwaarborg vraagt, bevoegd om deze hulp te verlenen bij het verlaten van een opvangstructuur in de zin van artikel 2, 10°, van de wet van 12 januari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten6 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen. » TITEL
  9. - Mobiliteit en vervoer HOOFDSTUK
  10. - Luchtvaart Afdeling
  11. - Handhaving van slots Art. 7.In hoofdstuk II van de wet van 27 juni 1937Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten0 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, wordt een artikel 14bis ingevoegd luidende : « Art. 14bis.§
  12. Wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van duizend tot twintigduizend euro, of met één van die straffen alleen : 1° elk exploitant van een luchtvaartuig die een opstijging of landing op de gecoördineerde luchthaven van Brussel-Nationaal zal hebben uitgevoerd zonder over een slot te beschikken;2° elk exploitant van een luchtvaartuig die tussen 23 uur en 5 u.59 een opstijging of landing op de gecoördineerde luchthaven van Brussel-Nationaal zal hebben uitgevoerd zonder over een nachtslot te beschikken; 3° elk exploitant van een luchtvaartuig die meer dan tweemaal een opstijging of landing op de gecoördineerde luchthaven van Brussel-Nationaal zal hebben uitgevoerd op tijden die wezenlijk verschillen van de toegewezen slots, waardoor de luchthavenexploitatie of het luchtverkeer wordt geschaad, of een opstijging of landing op de gecoördineerde luchthaven van Brussel-Nationaal zal hebben uitgevoerd op wezenlijk andere wijze dan was aangegeven ten tijde van de toewijzing van de slot, waardoor de luchthavenexploitatie of het luchtverkeer wordt geschaad. §
  13. De Koning kan de tijden van de nachtperiode

§ 1, 2°, aanpassen.

» Art. 8.Artikel 35 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « Evenwel, de strafvordering betreffende inbreuken waarvoor een administratieve geldboete werd opgelegd overeenkomstig hoofdstuk III is vervallen. » Art. 9.Artikel 38, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « De procureur des Konings beschikt over een termijn van negentig dagen, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om de in artikel 46, § 1, bedoelde ambtenaar schriftelijk in te lichten : 1° dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd opgestart, of;2° dat vervolging werd ingesteld, of;3° dat er toepassing is gemaakt van de artikelen 216bis of 216ter van het Wetboek van strafvordering, of;4° dat het dossier geseponeerd werd om redenen die verband houden met de constitutieve bestanddelen van de inbreuk, of;5° dat het dossier geseponeerd werd om redenen die geen verband houden met de constitutieve bestanddelen van de inbreuk.» Art. 10.Artikel 45 van dezelfde wet wordt artikel 52 van die wet. Art. 11.In dezelfde wet wordt een Hoofdstuk III ingevoegd, luidend als volgt : « HOOFDSTUK III. - Administratieve geldboeten Art. 45.De inbreuken

de artikelen 11 tot 26bis, in artikel 27, § 1, 1°, 2°, 3°, 6°, in artikel 27, § 2, in artikel 27bis, in artikel 28 en in artikel 32 zijn strafbaar met een administratieve geldboete, behalve indien de procureur des Konings toepassing heeft gemaakt van artikel 38, § 2, derde lid, punten 1° tot 4°. De administratieve geldboete wordt toegepast onverminderd andere administratieve of disciplinaire sancties. Art. 46.§ 1. Nadat de procureur des Konings de inlichting,

artikel 38, § 2, derde lid, 5°, heeft overgemaakt of, bij afwezigheid van deze inlichting, na de termijn bepaald in § 2, derde lid, van hetzelfde artikel, betekent de ambtenaar van het Directoraat-generaal Luchtvaart, aangeduid door de Koning, aan de betrokkene, ten laatste één jaar, te rekenen van de dag waarop het feit werd gepleegd, bij aangetekende brief, vergezeld van een afschrift van het in artikel 38, § 2, eerste lid, bedoelde proces-verbaal, het volgende : 1° de feiten waarvoor de procedure van administratieve geldboete is opgestart;2° de dagen en uren waarop hij het recht heeft om zijn dossier te consulteren;3° het feit dat hij het recht heeft om zich te laten bijstaan door een raadsman;4° het feit dat hij de gelegenheid heeft om binnen dertig dagen te rekenen van de eerste werkdag na deze betekening, naar de bovenvermelde ambtenaar een aangetekende brief te sturen met zijn verweermiddelen, en met, in voorkomend geval, de aanvraag te worden gehoord. De termijn

het eerste lid, 4°, begint te lopen vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst. § 2. Indien hij een aanvraag ontvangt, in overeenstemming met § 1, 4°, beschikt de ambtenaar,

§ 1

, over 15 dagen, volgend op de ontvangst van deze aanvraag, om, bij aangetekende brief, de datum van de hoorzitting aan de betrokkene te betekenen. Deze datum ligt besloten tussen de vijftiende en de dertigste dag na de verzending, door de ambtenaar, van deze aangetekende brief. Deze termijnen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van het geheel van de procedure van administratieve geldboete. De betrokkene kan, bij aangetekende brief, gericht aan de ambtenaar,

§ 1, een enkele maal de verschuiving van de datum van zijn hoorzitting aanvragen.

Deze ambtenaar bepaalt in dit geval, bij aangetekende brief, een nieuwe datum. De hoorzitting kan in geen enkel geval plaatsvinden meer dan zestig dagen volgend op de ontvangst van de aanvraag,

§ 1, 4°.

Art. 47.Niet eerder dan na afloop van de termijn van dertig dagen uit artikel 46, § 1, 4°, en, in voorkomend geval, na de hoorzitting van de betrokkene, neemt de in artikel 46, § 1, vermelde ambtenaar een beslissing met betrekking tot de feiten waarvoor de procedure van administratieve geldboete is opgestart. Hij betekent deze beslissing aan de betrokkene bij aangetekende brief. De beslissing die een administratieve geldboete oplegt, bevat, op straffe van nietigheid, het bedrag ervan, alsmede de bepalingen van artikel 50. In dezelfde beslissing waarin hij een administratieve geldboete oplegt, kan de in artikel 46, § 1, vermelde ambtenaar geheel of gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van de betaling van die geldboete toekennen. De Koning bepaalt de nadere regels van het uitstel van tenuitvoerlegging. De beslissing heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van een termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag van de betekening ervan. De termijn

het vijfde lid begint te lopen vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst. Art. 48.De minimale en maximale bedragen van de administratieve geldboete komen overeen met de respectievelijke minimale en maximale bedragen, verhoogd met de opcentiemen, van de strafrechtelijke geldboete, voorzien bij deze wet, die hetzelfde feit sanctioneert. Bij het bepalen van het bedrag van de administratieve geldboete, houdt de in artikel 46, § 1, vermelde ambtenaar rekening met de ernst van de feiten en de eventuele herhaling. In geval van samenloop van in artikel 45 bedoelde inbreuken, worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat zij het dubbele van het maximumbedrag van de zwaarste geldboete te boven mogen gaan. Indien er in de beslissing rekening werd gehouden met verzachtende omstandigheden, kan het bedrag van de administratieve geldboete worden verminderd beneden haar minimum. Art. 49.Geen enkele administratieve geldboete kan door de in artikel 46, § 1, vermelde ambtenaar worden opgelegd : indien de strafvordering met betrekking tot dezelfde inbreuk vervallen is, of; tegen een persoon die minderjarig was op het moment van de feiten, of; meer dan twee jaren na de dag waarop het feit werd gepleegd. Art. 50.De Koning bepaalt de wijze van inning en invordering van de administratieve geldboeten. De geïnde administratieve geldboeten zijn bestemd voor het Fonds voor de Financiering van de Verbetering van de Controle-, Inspectie-, en Onderzoeksmiddelen en van de Preventieprogramma's van de Luchtvaart. » Art. 12.In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen, worden volgende wijzigingen aangebracht in de rubriek 33 - Mobiliteit en Vervoer : In de kolom « Aard van de toegewezen inkomsten » van de rubriek 33-3 - Fonds voor de Financiering van de Verbetering van de Controle-, Inspectie- en Onderzoeksmiddelen en van de Preventieprogramma's van de Luchtvaart -, wordt de volgende tekst ingevoegd : « Ontvangsten van de administratieve geldboeten, geïnd in toepassing van artikel 45 van de wet van 27 juni 1937Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten0 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart. » Afdeling

  1. - Luchthavenidentificatiebadges Art. 13.In artikel 8 van de wet van 3 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten2 houdende wijziging van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, gewijzigd door de wet van 27 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten1, wordt het getal « 2008 » vervangen door het getal « 2009 ». HOOFDSTUK
  2. - Wijziging van de wet van 22 februari 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten6 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren Art. 14.In artikel 1 van de wet van 22 februari 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten6 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren, worden tussen de woorden « instellen » en « die » de woorden « of parkeergelden bepalen in het kader van concessies of beheersovereenkomsten inzake het parkeren op de openbare weg, » ingevoegd. Art. 15.In dezelfde wet wordt een artikel 2 toegevoegd dat luidt als volgt : « Art. 2.Met het oog op de inning van de in artikel 1 bedoelde retributies, belastingen of parkeergelden, zijn de steden en gemeenten en haar concessiehouders en de autonome gemeentebedrijven gemachtigd om de identiteit van de houder van de nummerplaat op te vragen bij de overheid die belast is met de inschrijving van de voertuigen in overeenstemming met de wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer. » Art. 16.In dezelfde wet wordt een artikel 3 toegevoegd dat luidt als volgt : « Art. 3.De in artikel 1 bedoelde retributies, belastingen of parkeergelden worden ten laste gelegd van de houder van de nummerplaat. » TITEL
  3. - Asiel en immigratie ENIG HOOFDSTUK. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten5 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen Art. 17.In artikel 51/8 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten5 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij de wetten van 6 mei 1993, 15 juli 1996 en 15 september 2006, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : « De minister of diens gemachtigde moet echter de asielaanvraag in aanmerking nemen indien de vreemdeling voorheen het voorwerp heeft uitgemaakt van een weigeringsbeslissing die werd genomen bij toepassing van de artikelen 52, § 2, 3°,4° en 5°, § 3, 3° en § 4, 3°, of 57/
  4. » Art. 18.In artikel 52 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten9 en gewijzigd bij de wetten van 6 mei 1993, 15 juli 1996, 18 februari 2003 en 15 september 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de bepalingen onder 3°, 4°, 5° en 6° opgeheven;2° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 1° opgeheven en worden in 2° de woorden « tot 5° » opgeheven;3° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 1° opgeheven en worden in 2° de woorden « tot 5° » opgeheven;4° in paragraaf 4 wordt de bepaling onder 1° opgeheven en wordt in 2° het woord « , 3° » opgeheven. TITEL
  5. - Zelfstandigen, K.M.O., voedselveiligheid HOOFDSTUK
  6. - Sociaal statuut der zelfstandigen Afdeling
  7. - Wijziging van de samenstelling van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen Art. 19.Artikel 108, § 6, van de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten2 houdende sociale en diverse bepalingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, wordt vervangen door volgende bepaling : « §
  8. De duur van het mandaat van de voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris bedraagt zes jaar en is hernieuwbaar. » Art. 20.Artikel 114 van dezelfde wet wordt aangevuld met een § 3, luidend als volgt : « §
  9. De secretaris van het Algemeen Beheerscomité wordt aangewezen onder de personeelsleden van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen op grond van een voorstel van de voorzitter van het Algemeen Beheerscomité en van de administrateur-generaal van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen. » Afdeling
  10. - Betaling van de onvoorwaardelijke pensioenen door de Rijksdienst voor Pensioenen Art. 21.Artikel 37, § 2, van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, laatstelijk gewijzigd bij de programma wet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten8, wordt aangevuld met de bepaling onder 9°, luidende : « 9° bepaalt de modaliteiten van de betaling van het onvoorwaardelijk pensioen door de Rijksdienst voor Pensioenen, voor rekening van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen. » Art. 22.In artikel 38 van hetzelfde besluit, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt : « 1° het onvoorwaardelijk pensioen

artikel 37 vast te stellen;». Art. 23.De artikelen 181 tot en met 184 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, worden opgeheven. Art. 24.De artikelen 21 tot 23 treden in werking op 1 januari

  1. Afdeling
  2. - Pensioenen zelfstandigen Berekening van het gemiddelde van de indexcijfers der consumptieprijzen Art. 25.In artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007153 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht sluiten2 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, laatstelijk gewijzigd bij de programma wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten5, wordt het derde lid vervangen als volgt : « Wanneer het beschouwde jaar dit van de ingangsdatum van het pensioen voorafgaat, wordt het gemiddelde

het vorige lid vastgesteld door, voor elk van de acht laatste maanden van het betrokken jaar, het indexcijfer te weerhouden van de overeenstemmende maand van het vorige jaar vermenigvuldigd met de coëfficiënt die bekomen wordt door het indexcijfer van de maand april van het jaar waarvoor het gemiddelde moet vastgesteld worden te delen door het indexcijfer van dezelfde maand van het vorige jaar. » Art. 26.Artikel 25 is van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2010 ingaan. Afdeling

  1. - Jaarlijkse bijdrage ingevoerd ten laste van bepaalde instellingen Art. 27.In artikel 5 van de wet van 13 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten7 betreffende de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van bepaalde instellingen, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt : « §
  2. De krachtens de bepalingen van deze wet geïnde bedragen worden, na aftrek van de beheerskosten van het Rijksinstituut betreffende de bijdrage, bij voorrang toegewezen aan het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen

artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, ten belope van het bedrag

de tabel van de algemene toelichting van de initiële begroting van het jaar. De beheerskosten met betrekking tot deze bijdrage worden door het Rijksinstituut jaarlijks berekend in het kader van de afsluiting van de rekeningen. Het saldo van de krachtens de bepalingen van deze wet geïnde bedragen wordt krachtens een verdeling die jaarlijks wordt bepaald bij een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, enerzijds, toegewezen aan het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen

artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en, anderzijds, aan de RSZ Globaal Beheer

artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. » Art. 28.In artikel 7 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 4° ingetrokken. Art. 29.Artikel 27 heeft uitwerking met ingang van 1 januari

  1. HOOFDSTUK
  2. - FAVV - Wijziging van de wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/02/2000 pub. 18/02/2000 numac 2000022108 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen sluiten houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Art. 30.Artikel 4 van de wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/02/2000 pub. 18/02/2000 numac 2000022108 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen sluiten houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende : « §
  3. Het Agentschap kan de prefinanciering of de financiering ten laste nemen van de uitgaven in het kader van de programma's met betrekking tot de bestrijding van de ziekten bij dieren en planten. Het bedrag en de voorwaarden van de prefinanciering of de financiering worden door de Koning vastgelegd, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. » HOOFDSTUK
  4. - K.M.O. - Wijziging van de wet van 20 februari 1939Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, zoals gewijzigd door de wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon Art. 31.In het artikel 2, § 4, van de wet van 20 februari 1939Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten op de bescherming van den titel en het beroep van architect, gewijzigd bij de wetten van 15 februari 2006 en 20 juli 2006, worden de woorden « met uitzondering van de architecten

het artikel 9, § 2 » toegevoegd. Art. 32.Artikel 9 van dezelfde wet waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : « §

  1. In afwijking van § 1, moet de persoon die het beroep van architect uitoefent als ambtenaar bij de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen of de Regie der Gebouwen, niet gedekt zijn door een verzekering op voorwaarde dat zijn aansprakelijkheid, met inbegrip van de tienjarige aansprakelijkheid, wordt gedekt door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen of de Regie der Gebouwen. Bij gebreke aan een verzekering, zijn de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen en de Regie der Gebouwen gehouden tegenover de benadeelden onder dezelfde voorwaarden als de verzekeraar overeenkomstig de grenzen van de waarborg zoals voorzien in de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst; op hen worden de nadere regels en voorwaarden inzake verzekering toegepast die de Koning heeft bepaald in uitvoering van dit artikel. De Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Regie der Gebouwen bezorgen de Orde der Architecten ten laatste op 31 maart van elk jaar een elektronische lijst met de ambtenaren- architecten waarvan zij de aansprakelijkheid dekken in overeenstemming met dit artikel. » TITEL
  2. - Landsverdediging HOOFDSTUK
  3. - Wijziging van de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de Krijgsmacht Art. 33.Artikel 7bis van de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de Krijgsmacht, ingevoegd bij de wet van 20 mei 1994, wordt aangevuld met een lid, luidende : « De anciënniteit in de graad van korporaal of in een gelijkwaardige graad van de aanvullingsvrijwilliger, opgenomen in de categorie van de beroepsvrijwilligers, kan niet aanvangen op een vroegere datum dan deze van de beroepsvrijwilliger van de normale werving. De Koning bepaalt de nadere regels betreffende het aanvangen van deze anciënniteit. » HOOFDSTUK
  4. - Wijziging van de wet van 8 juni 1976 tot oprichting van het Nationaal Geografisch Instituut Art. 34.Artikel 16 van de wet van 8 juni 1976 tot oprichting van het Nationaal Geografisch Instituut, vervangen bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten0, wordt aangevuld als volgt : « De minister kan, zonder mogelijkheid van subdelegatie, deze bevoegdheid overdragen aan de administrateur-generaal voor wat de betrekkingen van niveau B, C en D betreft. » HOOFDSTUK
  5. - Autonome bepaling betreffende de militaire pensioenen Art. 35.Voor de toepassing van artikel 4, zesde lid, van de bij het koninklijk besluit nr. 16020 van 11 augustus 1923 samengeordende wetten op de militaire pensioenen, worden de militairen van het actief kader, in dienst op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling, geacht hun transferpunt voorbij te zijn. HOOFDSTUK
  6. - Bepalingen betreffende de vrijwillige opschorting van de prestaties van bepaalde militairen Art. 36.De militair van het actief kader kan zijn vrijwillige opschorting van de prestaties tot zijn oppensioenstelling verkrijgen op voorwaarde dat hij : 1° daartoe een aanvraag indient;2° op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, minstens 50 jaar oud is;3° op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, nog ten hoogste vijf jaar van de normale datum van oppensioenstelling verwijderd is;4° niet reeds geselecteerd is door een openbare werkgever of door een partnerwerkgever van de privésector voor de betrekking waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld, of reeds ter beschikking gesteld is van een openbare werkgever;5° niet gebezigd is in de zin van de wet van 20 mei 1994 betreffende de beziging van militairen buiten de Krijgsmacht;6° geen functie bekleedt waarvan de bezoldiging niet gedragen wordt door de begroting van het Ministerie van Landsverdediging;7° op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, niet tijdelijk uit zijn ambt ontheven is;8° op de datum waarop zijn vrijwillige opschorting van de prestaties ingaat, niet geaffecteerd is in een internationaal of intergeallieerd organisme;9° de toelage niet ontvangen heeft,

artikel 2 van het koninklijk besluit van 2 juni 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten5 houdende toekenning van een toelage aan militairen belast met informaticataken, voor zover hij nog steeds zulke taken uitoefent op het moment van de indiening van zijn aanvraag;10° niet op zijn verzoek de vorming van preventieadviseur heeft gevolgd op kosten van het Ministerie van Landsverdediging, voor zover hij nog steeds de functie van preventieadviseur uitoefent op het moment van de indiening van zijn aanvraag;11° geen functie uitoefent waarvoor een specifiek en zeldzaam competentieprofiel is vereist :

  1. a)verpleegkundige;
  2. b)medisch laboratorium technoloog of gelijkgesteld;
  3. c)kinesitherapeut;
  4. d)piloot;
  5. e)lid van het medisch technisch korps;12° geen aanvraag heeft ingediend om zijn loopbaan te verlengen in toepassing van, naargelang het geval, artikel 3bis van het besluit van de Regent van 6 februari 1950 betreffende de opruststelling van de officieren van de krijgsmacht of artikel 3ter van het koninklijk besluit 22 april 1969 betreffende de inrustestelling van de militairen beneden de rang van officier. De militair

het eerste lid, 4° en 8° tot en met 11°, kan evenwel aan de directeur-generaal Human Resources de toelating vragen om deel uit te maken van de doelgroep. Elke weigering kan het voorwerp uitmaken van een beroep bij de Minister van Landsverdediging. Voor de toepassing van het eerste lid, is de normale datum van oppensioenstelling, de datum van oppensioenstelling op leeftijdsgrens op basis van de wetgeving en de reglementering die van toepassing zijn op datum waarop de vrijwillige opschorting van de prestaties uitwerking heeft. De Koning kan, in functie van de kaderbehoeften van de krijgsmacht, per personeelscategorie de lijst van de in het eerste lid, 11°, bedoelde functies wijzigen. Art. 37.§ 1. Op voorstel van de chef Defensie legt de Minister van Landsverdediging, per kalenderjaar en per personeelscategorie of personeelsondercategorie, het aantal militairen vast dat een vrijwillige opschorting van de prestaties kan verkrijgen. Het aantal plaatsen wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. § 2. Na de publicatiedatum

§ 1

, kan de militair die in het kalenderjaar

§ 1

beantwoordt aan de bij artikel 36 vastgestelde voorwaarden een aanvraag indienen. De directeur-generaal Human Resources legt de uiterste datum vast waarop de aanvragen voor een vrijwillige opschorting van de prestaties voor het kalenderjaar

§ 1, moeten zijn ingediend.

Het is onmogelijk een ingediende aanvraag te herroepen. De directeur-generaal Human Resources kan evenwel in uitzonderlijke gevallen de intrekking van de aanvraag toelaten. § 3. Voor de beoordeling van de kandidatuur worden de militairen gerangschikt rekening houdend, op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de kandidatuur wordt ingediend : 1° met het aantal volle maanden die ze verwijderd zijn van hun normale datum van oppensioenstelling

artikel 36, derde lid, van het laagste naar het hoogste;2° met hun leeftijd, van de oudste naar de jongste, in geval van een gelijk aantal volle maanden

1°. § 4. De beslissing van de Minister van Landsverdediging wordt ten laatste twee maanden na de datum van afsluiten van de aanvragen,

§ 2

, tweede lid, ter kennis gebracht van de militairen die een vrijwillige opschorting van de prestaties hebben aangevraagd. § 5. De vrijwillige opschorting van de prestaties heeft uitwerking op de datum gevraagd door de betrokken militair en : 1° in het kalenderjaar

§ 1;2° de eerste dag van een maand.

Als het dienstbelang het vereist, kan de directeur-generaal Human Resources de door de betrokken militair gevraagde datum van vrijwillige opschorting van de prestaties met een periode van maximum zes maanden uitstellen. Elke beslissing kan het voorwerp uitmaken van een beroep bij de Minister van Landsverdediging. Art. 38.Tijdens de vrijwillige opschorting van de prestaties is de militair in werkelijke dienst en de periode van afwezigheid wordt gelijkgesteld met verlof. Art. 39.Tijdens de vrijwillige opschorting van de prestaties neemt de militair niet meer deel aan de bevordering. Art. 40.Wanneer zij in vrijwillige opschorting van de prestaties zijn, mogen de militairen hun ambt niet meer uitoefenen binnen de krijgsmacht, behalve : 1° wanneer het leger gemobiliseerd is;2° wanneer de periode van oorlog door de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, wordt bepaald;3° in uitzonderlijke omstandigheden ingevolge een beslissing van de Regering. Art. 41.De tijd van de vrijwillige opschorting van de prestaties is voor de toepassing van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid en de inkomstenbelasting een periode van werkelijke dienst. Art. 42.De periode van vrijwillige opschorting van de prestaties is, voor de berekening van het rust- of overlevingspensioen, een periode van werkelijke dienst en telt als tijd doorgebracht in het kader van het varend personeel van de luchtvaart voor de toepassing van de artikelen 4 en 51 van de bij het koninklijk besluit nr. 16020 van 11 augustus 1923 samengeordende wetten op de militaire pensioenen. De periode telt evenwel niet als activiteitsperiode in de graad voor de toepassing van artikel 58 van dezelfde wetten. Art. 43.§ 1. Aan de militair in vrijwillige opschorting van de prestaties wordt een wedde toegekend die overeenstemt met vijfenzeventig procent van de bezoldiging die hij zou ontvangen indien hij niet in vrijwillige opschorting van de prestaties zou zijn. Onder bezoldiging in de zin van deze wet wordt verstaan : 1° de wedde, met inbegrip van de tussentijdse verhogingen, de verhogingen ten gevolge van de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen en de herzieningen van de weddeschalen;2° in voorkomend geval, de toelage voor geselecteerde

artikel 30 van het koninklijk besluit van 18 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten7 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier, de staffunctietoelage en de commandotoelage

artikel 31 van hetzelfde besluit, de vormingstoelage

artikel 32 van hetzelfde besluit, de meesterschapstoelage

artikel 34 van hetzelfde besluit en het weddencomplement

artikel 2 van het koninklijk besluit van 6 december 2001 betreffende het verlenen van geldelijke voordelen aan sommige militairen die een paramedische functie uitoefenen. §

  1. De wedde bepaald in § 1 wordt verhoogd met vijfenzeventig procent van de volgende toelagen : 1° het vakantiegeld en de herstructureringspremie;2° de eindejaarstoelage. §
  2. De militair in vrijwillige opschorting van de prestaties behoudt het recht op de vergoeding wegens begrafeniskosten zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 december 1969 tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van sommige militairen en sommige van hun familieleden. Voor de toepassing van artikel 2 van het voormeld besluit, wordt de wedde in aanmerking genomen die betrokken militair zou gekregen hebben indien hij niet in vrijwillige opschorting van de prestaties was gesteld. Art. 44.§
  3. De militair mag gedurende de periode van vrijwillige opschorting van de prestaties een beroepsactiviteit uitoefenen, mits voorafgaande toelating van de Minister van Landsverdediging volgens de procedure die de Koning bepaalt. Indien de inkomsten uit deze beroepsactiviteiten de grenzen inzake cumulatie, bepaald bij artikel 4 van de wet van 5 april 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6 houdende regeling van de cumulatie van pensioenen van de openbare sector met inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een beroepsactiviteit of met een vervangingsinkomen voor een persoon die om een andere reden dan lichamelijke ongeschiktheid vóór de leeftijd van vijfenzestig jaar ambtshalve op rust werd gesteld, en artikel 9 van dezelfde wet overschrijden, wordt de wedde die overeenstemt met vijfenzeventig procent van de bezoldiging zoals

artikel 43, § 1, verminderd op dezelfde wijze als

artikel 5 van dezelfde wet. Voor de toepassing van het tweede lid en de bepaling van de tien of twintig procent, wordt rekening gehouden met het rustpensioen dat de militair zou verworven hebben op de normale datum van oppensioenstelling. Voor de toepassing van het tweede lid dient de militair die in vrijwillige opschorting van de prestaties is, elk kalenderjaar aan de chef van de sectie bezoldiging en kinderbijslag van de algemene directie budget en financiën van de Generale Staf van Landsverdediging dezelfde inlichtingen aangaande de inkomsten van zijn beroepsactiviteiten te bezorgen als de gepensioneerden van de openbare sector. Indien deze inlichtingen niet worden bezorgd vóór 15 februari van elk kalenderjaar of vóór het einde van de derde maand die volgt op het begin van de beroepsactiviteiten van de militair die werd toegelaten een beroepsactiviteit uit te oefenen, wordt een vermindering van twintig procent toegepast op de wedde die overeenstemt met vijfenzeventig procent van de bezoldiging zoals

artikel 43, § 1, tot het einde van de maand waarin de inlichtingen worden overgemaakt. § 2. Indien de militair tijdens de vrijwillige opschorting van de prestaties een beroepsactiviteit uitoefent zonder voorafgaande toelating van de Minister van Landsverdediging, 1° wordt de periode te rekenen vanaf het begin van de vrijwillige opschorting van de prestaties niet in aanmerking genomen voor de pensioenberekening;2° wordt de terugbetaling gevorderd van twintig procent van de wedde die overeenstemt met vijfenzeventig procent van de bezoldiging zoals

artikel 43, § 1, gedurende de in 1° bepaalde periode. De periode

het eerste lid zal naar boven toe afgerond worden in gehele maanden. Art. 45.De militair in vrijwillige opschorting van de prestaties kan niet genieten van het adoptie- en opvangverlof voorzien in artikel 53ter van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de Krijgsmacht. Art. 46.De militair in vrijwillige opschorting van de prestaties kan geen gebruik maken van de mogelijkheid,

de artikelen 3bis, eerste lid, van het besluit van de Regent van 6 februari 1950 betreffende de opruststelling van de officieren van de krijgsmacht en 3ter, eerste lid, van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de inrustestelling van de militairen beneden de rang van officier, om zijn loopbaan te verlengen. Art. 47.De vrijwillige opschorting van de prestaties mag worden toegestaan voor het kalenderjaar waarin deze wet in werking treedt en voor de vier daaropvolgende kalenderjaren. Art. 48.Behalve indien ze onverenigbaar zijn met de bepalingen van deze wet, zijn de nadere regels voor de uitvoering van de wet van 25 mei 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007153 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht sluiten betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de Krijgsmacht van toepassing voor de uitvoering van deze wet. Art. 49.In artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 25 mei 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/05/2000 pub. 29/06/2000 numac 2000007153 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht sluiten betreffende de personeelsenveloppe van militairen, worden de woorden « of in disponibiliteit » vervangen door de woorden « , in disponibiliteit of in vrijwillige opschorting van de prestaties ». Art. 50.In de tabel in bijlage aan de bij het koninklijk besluit nr. 16020 van 11 augustus 1923 samengeordende wetten op de militaire pensioenen, gewijzigd bij de wetten van 29 juli 1926, 14 juli 1930, bij het koninklijk besluit nr. 16 van 15 oktober 1934, bij de wetten van 30 juni 1947, 14 juli 1951, 2 augustus 1955, bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten8, wordt de cel in de kolom « Gedeelte der activiteitswedde als annuïteit dienende voor de pensioenberekening », die begint met « 1/60 » vervangen als volgt : « 1/

  1. Voor de militairen van het actief kader in dienst vanaf de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling wordt deze breuk evenwel op 1/50 gebracht voor alle perioden van werkelijke dienst en daarmee gelijkgestelde perioden alsook voor afwezigheden om gezondheidsredenen, met uitzondering van de perioden van : 1° voltijds dagonderwijs in de Koninklijke cadettenschool;2° militaire dienstplicht, wederoproeping of bijkomend prestaties verricht in het reservekader, met uitzondering van de vrijwillige encadreringsprestaties;3° afwezigheid wegens tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking, vrijwillige opschorting van de prestaties en niet door een wedde bezoldigde afwezigheid om andere dan gezondheidsredenen, vanaf de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling. De tijd die door voornoemde militairen werd doorgebracht in een burgerlijke dienst wordt voor de berekening van hun militair anciënniteitspensioen in aanmerking genomen aan het tantième eigen aan die burgerlijke dienst, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 3 van de wet van 14 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector. » HOOFDSTUK
  2. - Inwerkingtreding Art. 51.Artikel 33 heeft uitwerking met ingang van 15 augustus
  3. Art. 52.De hoofdstukken 2 tot 4 treden in werking op 1 januari 2009, met uitzondering van artikel 50 dat op hetzelfde ogenblik in werking treedt als artikel 206 van de wet van 28 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten8 tot vaststelling van het statuut van de militairen van het actief kader van de Krijgsmacht. TITEL
  4. - Pensioenen HOOFDSTUK
  5. - Vergoedingspensioenen Art. 53.Artikel 26 van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, vervangen bij de wet van 7 juni 1989 en gewijzigd bij de wet van 17 juli 1991, wordt vervangen als volgt : « Art. 26.De kinderen, met inbegrip van de geadopteerden, van de personen waarvan is erkend dat het overlijden het rechtstreeks gevolg is van een schadelijk feit dat zich heeft voorgedaan tijdens en door het feit van de militaire dienst, kunnen op de bij artikel 27 bepaalde voordelen aanspraak maken. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt gelijkgesteld met kind de minderjarige die een pensioen heeft verkregen ten laste van de overleden militair, in toepassing van artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek. » Art. 54.In artikel 27, § 2, van dezelfde samengeordende wetten, vervangen bij de wet van 7 juni 1989 en gewijzigd bij de wet van 18 mei 1998, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « Wordt gelijkgesteld met volle wees : 1° het kind van wie de afstamming alleen ten aanzien van de overleden ouder vaststaat;2° de halve wees van wie de langstlevende ouder geen recht heeft op een pensioen van langstlevende echtgenoot of het genot van zijn pensioen verliest in toepassing van artikel 25, § 2.» Art. 55.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007 en is enkel van toepassing op het overlijden dat zich heeft voorgedaan vanaf deze datum. HOOFDSTUK
  6. - Rust- en overlevingspensioenen Afdeling
  7. - Actieve diensten Art. 56.De bijlage bij de algemene wet van 21 juli 1844Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, vervangen door de wet van 3 februari 2003 en aangevuld door de wetten van 9 juli 2004, 25 april 2007 en 8 juni 2008, wordt gewijzigd als volgt : 1° in de linkerkolom, punt VIII, worden de woorden « MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING. Dienst militaire veiligheid.
  8. Hoofdcommissaris;
  9. Eerstaanwezend commissaris 1e klasse;
  10. Eerstaanwezend commissaris;
  11. Commissaris;
  12. Eerstaanwezend inspecteur 1e klasse;
  13. Eerstaanwezend inspecteur;
  14. Inspecteur. In de mate dat de titularissen van deze graden burgerlijke personeelsleden zijn. » vervangen door de woorden : « MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING. Dienst militaire veiligheid.
  15. Hoofdcommissaris;
  16. Adjunct-hoofdcommissaris;
  17. Afdelingscommissaris-analist/afdelingscommissaris;
  18. Commissaris-analist/commissaris;
  19. Afdelingsinspecteur;
  20. Inspecteur. In de mate dat de titularissen van deze graden burgerlijke personeelsleden zijn. »; 2° De rechterkolom wordt vervolledigd als volgt : « °MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING. Dienst militaire veiligheid. Vóór 1 september 2003 :
  21. Hoofdcommissaris;
  22. Eerstaanwezend commissaris 1e klasse;
  23. Eerstaanwezend commissaris;
  24. Commissaris;
  25. Eerstaanwezend inspecteur 1e klasse;
  26. Eerstaanwezend inspecteur;
  27. Inspecteur. In de mate dat de titularissen van deze graden burgerlijke personeelsleden zijn. » Art. 57.Artikel 56 heeft uitwerking met ingang van 1 september
  28. Afdeling
  29. - Pensioenen van de plaatselijke overheidsdiensten Art. 58.Artikel 161bis van de nieuwe gemeentewet, ingevoegd bij de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 12 januari 2006 en 25 april 2007, wordt vervangen als volgt : « Art. 161bis.§
  30. Wanneer, ten gevolge van de herstructurering of de afschaffing van een plaatselijke overheidsdienst die inzake pensioenen aangesloten is bij het gemeenschappelijk pensioenstelsel van de plaatselijke overheden, personeel van deze overheidsdienst overgeheveld wordt naar één of meerdere private of openbare werkgevers die noch deelnemen aan het gemeenschappelijk pensioenstelsel van de plaatselijke overheden noch aan het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen, zijn deze werkgevers, vanaf de datum van de herstructurering of de afschaffing, ertoe gehouden bij te dragen in de last van de rustpensioenen van de personeelsleden van de geherstructureerde of afgeschafte plaatselijke overheidsdienst die in deze hoedanigheid gepensioneerd werden vóór de herstructurering of de afschaffing ervan. Dit geldt eveneens voor de last van de overlevingspensioenen van de rechthebbenden van voormelde personeelsleden of van de personeelsleden van deze plaatselijke overheidsdienst overleden zijn vóór de datum van de herstructurering of de afschaffing ervan. De bijdrage van die werkgever of werkgevers wordt jaarlijks door de Pensioendienst voor de overheidssector vastgesteld. Deze bijdrage is gelijk aan het bedrag dat verkregen wordt door de last van de in het eerste lid bedoelde en in de loop van het voorgaande jaar betaalde rust- en overlevingspensioenen te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die gelijk is aan de verhouding die de weddenmassa van het overgehevelde personeel vertegenwoordigt ten opzichte van de totale weddenmassa van de plaatselijke overheidsdienst op het ogenblik van zijn herstructurering of zijn afschaffing. Voor de toepassing van dit lid worden uitsluitend de wedden van het vast benoemde personeel in aanmerking genomen. De voormelde coëfficiënt wordt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten vastgesteld, rekening houdend met de respectieve weddenmassa's op de datum van de personeelsoverdracht. §
  31. In het in § 1 bedoelde geval is, vanaf de ingangsdatum van het pensioen, het pensioen of pensioenaandeel van het overgehevelde personeelslid ten laste van de werkgever waarnaar dit personeelslid overgeheveld werd. In geval van een pensioenaandeel wordt dit berekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 14 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3 tot vaststelling van een bepaald verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector. §
  32. Om de toepassing van de in § 1 vervatte bepalingen mogelijk te maken, zijn de in de rechten en verplichtingen van de geherstructureerde of afgeschafte plaatselijke overheidsdienst getreden private of openbare werkgevers ertoe gehouden aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten een nominatieve lijst van de overgedragen personeelsleden mede te delen. Deze mededeling moet ten laatste plaatshebben binnen de twee maanden die volgen op de datum van de personeelsoverdracht. » Art. 59.Artikel 161quater van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « De bepalingen van de paragrafen 1 tot 3 van artikel 161bis, zoals gewijzigd bij artikel 58 van de wet van 22 december 2008 houdende diverse bepalingen (I), zijn uitsluitend van toepassing op de plaatselijke besturen waarin vanaf 1 januari 2009 een herstructurering of een afschaffing heeft plaatsgevonden. De bepalingen van artikel 161bis, zoals ze luidden vóór ze bij hetzelfde artikel 58 werden gewijzigd, blijven van toepassing op de herstructureringen en de afschaffingen die tussen 1 januari 1993 en 1 januari 2009 hebben plaatsgevonden. » Art. 60.Artikel 14 van de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten betreffende de pensioenen van het benoemd personeel van de plaatselijke besturen, gewijzigd bij de wetten van 12 januari 2006 en 25 april 2007, wordt vervangen als volgt : « Art. 14.§
  33. Wanneer, hetzij ten gevolge van een overdracht van alle activiteiten of van bepaalde activiteiten van een plaatselijk bestuur dat inzake pensioenen aangesloten is bij het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen, hetzij ten gevolge van de herstructurering of de afschaffing van een dergelijk plaatselijk bestuur, personeel van dit bestuur overgeheveld wordt naar één of meerdere private of openbare werkgevers die noch deelnemen aan het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen noch aan het gemeenschappelijk pensioenstelsel van de lokale overheden, zijn deze laatste ertoe gehouden bij te dragen in de last van de rustpensioenen van de personeelsleden van het plaatselijk bestuur die in deze hoedanigheid gepensioneerd werden vóór de overdracht van activiteiten, de herstructurering of de afschaffing.Dit geldt eveneens voor de last van de overlevingspensioenen van de rechthebbenden van voormelde personeelsleden of van de personeelsleden van het plaatselijk bestuur die overleden zijn vóór de overdracht van activiteiten, de herstructurering of de afschaffing. De bijdrage van die werkgever of werkgevers is verschuldigd vanaf de datum van de overdracht van activiteiten, van de herstructurering of van de afschaffing. Deze bijdrage wordt jaarlijks door de Pensioendienst voor de overheidssector vastgesteld. Zij is gelijk aan het bedrag dat verkregen wordt door de last van de in het eerste lid bedoelde en in de loop van het voorgaande jaar betaalde rust- en overlevingspensioenen te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die gelijk is aan de verhouding die de loonmassa van het overgehevelde personeel dat niet langer aangesloten is bij het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen, vertegenwoordigt ten opzichte van de totale loonmassa van het plaatselijk bestuur op het ogenblik van de overdracht van activiteiten, de herstructurering of de afschaffing. Voor de toepassing van dit lid worden uitsluitend de wedden van het personeel dat bekleed is met een vaste benoeming, in aanmerking genomen. Voormelde coëfficiënt wordt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten vastgesteld rekening houdend met de respectieve loonmassa's op de datum van de overdracht. §
  34. In het in § 1 bedoelde geval is, vanaf de ingangsdatum van het pensioen, het pensioen of pensioenaandeel van het overgehevelde personeelslid dat niet langer aangesloten is bij het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen, ten laste van de werkgever waarnaar dit personeelslid overgeheveld werd. In geval van een pensioenaandeel wordt dit berekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 14 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten3 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector. §
  35. De met toepassing van de §§ 1 en 2 verschuldigde sommen blijven ten laste van de in die bepalingen bedoelde privé- of openbare werkgever, wanneer het overgehevelde personeel later opnieuw overgeheveld wordt naar een andere privé- of openbare werkgever die niet kan deelnemen aan het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen. §
  36. Om de toepassing van de in § 1 vervatte bepalingen mogelijk te maken, zijn het plaatselijk bestuur alsook de werkgevers die geheel of gedeeltelijk in de rechten en verplichtingen van het plaatselijk bestuur getreden zijn, ertoe gehouden aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten een nominatieve lijst van de overgedragen personeelsleden, die niet langer aangesloten zijn bij het stelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen, mede te delen. Deze mededeling moet uiterlijk plaatshebben binnen twee maanden die volgen op de datum van de overdracht. » Art. 61.In dezelfde wet wordt een artikel 14bis ingevoegd, luidende : « Art. 14bis.De bepalingen van artikel 14, §§ 1 tot 4, zoals gewijzigd bij artikel 60 van de wet van 22 december 2008 houdende diverse bepalingen

(1), zijn uitsluitend van toepassing op de plaatselijke besturen waarin vanaf 1 januari 2009 een overdracht van activiteiten, een herstructurering of een afschaffing heeft plaatsgevonden. De bepalingen van artikel 14, zoals zij luidden vóór ze bij hetzelfde artikel 60 werden gewijzigd, blijven van toepassing op de overdrachten van activiteiten, de herstructureringen en de afschaffingen die tussen 1 januari 1993 en 1 januari 2009 hebben plaatsgevonden. » HOOFDSTUK
  1. - Overzeese sociale zekerheid Art. 62.In artikel 20 van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, vervangen door de wet van 20 juli 2006 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten0, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vierde lid, wordt vervangen als volgt : « Onverminderd de bepalingen van § 2 is de rente ten vroegste verschuldigd vanaf de leeftijd van 65 jaar en in geen geval voor de datum van de aanvraag.»; 2° het artikel wordt aangevuld met § 2, luidende : « § 2.Indien de verzekerde op 31 december 2006 ten minste twintig jaar aan de verzekering deelgenomen heeft, kan de rente ingaan op de leeftijd van 55 jaar. Indien de deelneming aan de verzekering op 31 december 2006 geen twintig jaar bereikt, wordt de leeftijd waarop de rente kan ingaan, als volgt vastgesteld : 18 jaar en minder dan 20 jaar : 56 jaar. 16 jaar en minder dan 18 jaar : 57 jaar. 14 jaar en minder dan 16 jaar : 58 jaar. 12 jaar en minder dan 14 jaar : 59 jaar. » Art. 63.Artikel 62 heeft uitwerking met ingang van 1 januari
  2. HOOFDSTUK
  3. - Wijziging van de wet van 22 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten2tot instelling van een inkomensgarantievoor ouderen - Stabilisering vanhet bedrag van het gewaarborgd inkomen Art. 64.Artikel 18 van de wet van 22 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten2 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen wordt vervangen als volgt : « Art. 18.§
  4. Onverminderd de bepalingen van artikel 10 van de wet van 1 april 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/1969 pub. 11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden, blijven de personen die conform de bepalingen van de hogervermelde wet op 1 april 2009 gerechtigd zijn op het gewaarborgd inkomen, dit inkomen genieten op basis van het bedrag van maart 2009 totdat er voor hen, op aanvraag of ambtshalve, een beslissing bij toepassing van deze wet wordt genomen ter gelegenheid van een herziening van hun recht ingevolge de toekenning van een pensioen of voordeel zoals

artikel 10 van de hogervermelde wet of als gevolg van een verhoging van de bestaanmiddelen. §

  1. Het in het paragraaf 1 bedoeld bedrag varieert conform de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. » Art. 65.Artikel 64 treedt in werking op 1 april
  2. HOOFDSTUK
  3. - Wijziging van de programma wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten2 Art. 66.In hoofdstuk IX van de programma wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten2 wordt een artikel 49bis ingevoegd, luidende : « Art. 49bis.De bepalingen van artikel 49 hebben uitwerking met ingang van 1 april 2007, met uitzondering van het tweede lid dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari
  4. » Art. 67.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari
  5. TITEL
  6. - Overheidsbedrijven ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven Afdeling
  7. - Bepalingen met het oog op een verhoogde organisatorische en beslissingsonafhankelijkheid van de infrastructuurbeheerder vereist door de Europese richtlijnen Art. 68.Artikel 162sexies, § 1, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten3 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 18 oktober 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten8, bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, wordt aangevuld met een lid, luidende : « Het mandaat van lid van de raad van bestuur of van het directiecomité is onverenigbaar met elk mandaat of elke functie bij Infrabel. » Art. 69.Artikel 199bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de programma wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten0, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : « §
  8. De personeelsleden van de in § 1 bedoelde dienst mogen, noch persoonlijk, noch via tussenkomst van een rechtspersoon, een andere, al dan niet bezoldigde, functie of activiteit vervullen bij een spoorwegonderneming. » Art. 70.In artikel 197 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004, bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : « 2° « spoorwegonderneming » : iedere privaatrechtelijke of publiekrechtelijke onderneming die houder is van een vergunning overeenkomstig de van kracht zijnde Europese wetgeving, waarvan de activiteit bestaat in het verlenen van spoorwegvervoerdiensten voor goederen of voor reizigers, waarbij deze onderneming voor de tractie moet zorgen; hiertoe behoren ook de ondernemingen die uitsluitend tractie leveren; ». Art. 71.In dezelfde wet wordt een artikel 199ter ingevoegd, luidende : « Art. 199ter.§
  9. De personeelsleden die behoren tot de in artikel 199bis, § 1, beschreven gespecialiseerde dienst en er een directiefunctie of een andere hogere functie uitoefenen, mogen noch persoonlijk, noch via tussenkomst van een rechtspersoon, een andere, al dan niet bezoldigde, functie, mandaat of activiteit uitoefenen bij een spoorwegbedrijf, bij de NMBS-Holding of bij een dienst van een onderneming, die in de zin van artikel 11 van het Wetboek van de vennootschappen verbonden is met één van deze ondernemingen. De Koning bepaalt de directiefuncties en de hogere functies waarop dit verbod betrekking heeft. §
  10. Het verbod bepaald in § 1 blijft van kracht gedurende twee jaren nadat de personen

§ 1hun functies binnen de gespecialiseerde dienst neergelegd hebben.

§

  1. Elke overtreding van de in § 1 en § 2 bedoelde verbodsbepalingen wordt bestraft met een gevangenisstraf van drie tot zes maanden en met een geldboete van 1.000 tot 10.000 euro of met één van deze straffen alleen. » Art. 72.In artikel 212 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004, bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Het mandaat van lid van de raad van bestuur of van het directiecomité, is onverenigbaar met elke al dan niet bezoldigde functie, mandaat of activiteit, die hetzij persoonlijk, hetzij via tussenkomst van een rechtspersoon uitgeoefend wordt bij een spoorwegonderneming, bij de NMBS-Holding of bij een dienst van een onderneming, die in de zin van artikel 11 van het Wetboek van de vennootschappen verbonden is met één van deze ondernemingen. Een lid van het directiecomité of van de raad van bestuur mag geen maatschappelijke rechten of aandelen van één van de in eerste lid bedoelde ondernemingen bezitten. Een lid van het directiecomité of van de raad van bestuur is verplicht de voorzitter van de raad van bestuur in te lichten over elke vorm van vermogensrechtelijk belang in een dergelijke onderneming. Bovendien moeten alle leden van de raad van bestuur onafhankelijk zijn van elke spoorwegonderneming volgens de criteria bepaald in artikel 524, § 4, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen. »; 2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4 en een paragraaf 5, luidende : « § 4.Het verbod beschreven in de eerste lid, van § 2 blijft twee jaren na de beëindiging van het mandaat gelden. §
  2. Elke overtreding van de in § 2, eerste lid, en § 4, bedoelde verbodsbepalingen wordt bestraft met een gevangenisstraf van drie tot zes maanden en met een geldboete van 1.000 tot 10.000 euro of met één van deze straffen. » Art. 73.Artikel 229, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten8, bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, wordt aangevuld met een lid, luidende : « Het mandaat van lid van de raad van bestuur of van het directiecomité is onverenigbaar met elk mandaat of elke functie bij Infrabel. » Afdeling
  3. - Boekhouding en jaarrekening Art. 74.In artikel 27 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten4 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven worden een § 4 en een § 5 ingevoegd, luidende : « §
  4. In afwijking van § 3, eerste lid, voor wat de NMBS-Holding, de NMBS en Infrabel betreft, bezorgt de raad van bestuur de jaarrekening samen met het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen aan de Minister die bevoegd is voor het overheidsbedrijf en aan de Minister van Begroting, veertien dagen vóór de algemene vergadering. §
  5. In afwijking van § 3, derde lid, voor wat betreft Infrabel, de NMBS en de NMBS-Holding, is de datum van mededeling van de onder de eerste alinea van § 3 bedoelde documenten aan het Rekenhof 30 juni van het jaar volgend op het betrokken boekjaar. » Art. 75.Artikel 161 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten3 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 18 oktober 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten8 houdende sommige maatregelen voor de reorganisatie van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, wordt opgeheven. TITEL
  6. - Economie HOOFDSTUK
  7. - Billijke vergoeding Art. 76.In artikel 42 van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten4 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 augustus 1998, wordt het vierde lid vervangen als volgt : « Deze commissie zetelt voltallig of in afdelingen die gespecialiseerd zijn in een of meerdere activiteitssectoren. Elke afdeling wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de minister die bevoegd is voor het auteursrecht. In deze commissie beschikken de vennootschappen voor het beheer van de rechten, enerzijds, en de organisaties van hen die de vergoeding verschuldigd zijn, anderzijds, over een gelijk aantal stemmen. Deze gelijke verdeling van het aantal stemmen tussen, enerzijds, de vennootschappen voor het beheer van de rechten en, anderzijds, de organisaties van hen die de vergoeding verschuldigd zijn, is eveneens van toepassing wanneer de commissie in gespecialiseerde afdelingen zetelt. » Art. 77.Artikel 76 heeft uitwerking met ingang van 14 november
  8. HOOFDSTUK
  9. - Wijzigingen van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien Art. 78.In artikel 21 van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, gewijzigd bij de wet van 6 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende : « De octrooiaanvraag houdt op uitwerking te hebben indien de onderzoekstaks niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn werd gekweten.»; 2° in paragraaf 7 worden de woorden « , onverminderd de toepassing van artikel 22, § 2, derde lid » opgeheven. Art. 79.In artikel 22, § 2, van dezelfde wet wordt het derde lid opgeheven. Art. 80.In artikel 23 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « Het dossier omvat in het bijzonder het ministerieel besluit van octrooiverlening, de beschrijving der uitvinding, de conclusies, de tekeningen waarnaar de beschrijving verwijst, het verslag van nieuwheidsonderzoek aangaande de uitvinding, de schriftelijke opinie, alsook in voorkomend geval, de informele commentaren, de nieuwe tekst der conclusies, de gewijzigde beschrijving en de stukken welke betrekking hebben op het in het Verdrag van Parijs bedoelde recht van voorrang. » Art. 81.In artikel 39 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt opgeheven;2° paragraaf 3, die paragraaf 2 wordt, wordt vervangen als volgt : « § 2.In het geval voorzien in artikel 21, § 7, houdt de octrooiaanvraag op uitwerking te hebben, onder voorbehoud van de betaling van de jaartaksen na afloop van de voor de betaling der opzoekingstaks voorgeschreven termijn, indien deze taks niet werd gekweten. » Art. 82.De bepalingen van de artikelen 78 tot 81 zijn van toepassing op de aanvragen van octrooien die vanaf de inwerkingtreding van deze wet zijn ingediend. HOOFDSTUK
  10. - Het gebruik van partituren in het onderwijs Art. 83.In artikel 22, § 1, van de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten4 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, wordt de bepaling onder 4°bis, ingevoegd bij de wet van 31 augustus 1998, vervangen als volgt : « 4°bis. de gedeeltelijke of integrale reproductie van artikelen, van bladmuziek, van werken van beeldende kunst, of van korte fragmenten uit werken die op een grafische of soortgelijke drager zijn vastgelegd, wanneer die reproductie wordt verricht ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, voorzover zulks verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk; ». Art. 84.Artikel 83 treedt in werking op de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOFDSTUK
  11. - Wijziging van de wet van 24 mei 1888 houdende regeling van de toestand der proefbank voor vuurwapens gevestigd te Luik Art. 85.In artikel 1 van de wet van 24 mei 1888 houdende regeling van de toestand der proefbank voor vuurwapens gevestigd te Luik, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « Ze heeft als opdracht : 1° het beproeven en het stempelen van de vuurwapens;2° de identificatie van alle in België gefabriceerde of ingevoerde vuurwapens;3° het neutraliseren, het ombouwen en het vernietigen van de vuurwapens overeenkomstig de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten9 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens;4° de politie en de bewaking van de vuurwapens;5° het attesteren van de technische kenmerken van vuurwapens.» Art. 86.Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 6.De loontarieven voor het vervullen van de opdrachten van de bank, bepaald door de bestuurscommissie, worden goedgekeurd door de Koning op voorstel van de Minister bevoegd voor Economie. Die tarieven worden opgemaakt teneinde geen enkele last mee te brengen voor de Schatkist. » HOOFDSTUK
  12. - Wijziging van de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat Art. 87.In de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 1999, wordt een artikel 11 ingevoegd, luidende : « Art. 11.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, worden inbreuken op de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, opgespoord en vastgesteld door de volgende personen : 1° de personeelsleden van de Scheepvaartpolitie van de Federale Politie die de hoedanigheid van officier of agent van gerechtelijke politie hebben;2° de ambtenaren van de Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee, aangeduid door de Minister bevoegd voor Wetenschapsbeleid;3° de ambtenaren van het Directoraat-Generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, aangeduid door de Minister bevoegd voor Marien Milieu; 4° de ambtenaren van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, aangeduid door de Minister bevoegd voor Economie; 5° de daartoe door hun hiërarchie gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine.» Art. 88.In dezelfde wet wordt een artikel 12 ingevoegd, luidende : « Art. 12.De in artikel 11 vermelde ambtenaren hebben het recht te allen tijde de werkruimten op schepen en kunstmatige eilanden, en de aanligplaatsen te betreden teneinde er de vaststellingen te doen welke tot hun opdracht behoren, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is. Zij kunnen zich doen bijstaan door deskundigen. Zo nodig kunnen zij een beroep doen op de openbare macht om zich tot die plaatsen toegang te verschaffen. » Art. 89.In dezelfde wet wordt een artikel 13 ingevoegd, luidende : « Art. 13.Alle personen die overeenkomstig deze bepalingen bevoegd worden gemaakt voor het toezicht op de toepassing van deze wet, zullen bij het uitoefenen van dit toezicht, ongeacht of ze optreden in uniform of niet, de identificatiebewijzen voorleggen, waarvan de Koning het model vastlegt. » Art. 90.In dezelfde wet wordt een artikel 14 ingevoegd, luidende : « Art. 14.Alle bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing. » HOOFDSTUK
  13. - Inlassing van administratieve sancties in de wet van 4 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de openbare statistiek en in de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten1 houdende sociale en diverse bepalingen Art. 91.In hoofdstuk VII van de wet van 4 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de openbare statistiek wordt een paragraaf 4bis ingelast, luidende : « § 4bis. Administratieve geldboeten Art. 21bis.Onder de voorwaarden vastgesteld door onderhavige wet wordt gestraft met een administratieve geldboete van 100 euro tot 10.000 euro : 1° de rechtspersoon die, krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan gehouden zijnde inlichtingen te verstrekken, de gestelde verplichtingen niet nakomt;2° de rechtspersoon die zich verzet tegen de opsporingen en vaststellingen

artikel 19 of tegen de uitvoering van ambtswege voorgeschreven bij artikel 20, of die het optreden belemmert van de personen belast met de opsporingen en vaststellingen of met de uitvoering van ambtswege. Art. 21ter.De bevoegde ambtenaar bedoeld bij artikel 21sexies of het gerecht die een uitspraak doen tegen een hoger beroep dat werd ingesteld tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaar, kunnen, wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, een administratieve geldboete onder de in artikel 21bis vermelde minimumbedragen opleggen zonder dat de geldboete lager mag zijn dan 50 % van de bij voormeld artikel bepaalde bedragen. Art. 21quater.In dezelfde beslissing waarin hij een administratieve geldboete oplegt, kan de bevoegde ambtenaar geheel of gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van de betaling van die geldboete toekennen voor zover hij in het jaar voorafgaand aan de datum waarop de inbreuk gepleegd wordt geen andere administratieve geldboete heeft opgelegd aan de overtreder. Het uitstel geldt voor een proefperiode van een jaar. De proefperiode gaat in vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete. Het uitstel wordt van rechtswege herroepen wanneer een nieuwe inbreuk leidt tot een beslissing tot de oplegging van een nieuwe administratieve geldboete. Van de herroeping van het uitstel wordt kennis gegeven door dezelfde beslissing als die welke de administratieve geldboete voor deze nieuwe inbreuk oplegt. De administratieve geldboete waarvan de betaling uitvoerbaar wordt door de herroeping van het uitstel, wordt gecumuleerd met die welke wordt opgelegd voor deze nieuwe inbreuk, zonder dat het gecumuleerd bedrag van beide geldboetes hoger mag zijn dan 20.000 euro. In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaar heeft het gerecht die een uitspraak doet tegen een hoger beroep dat werd ingesteld tegen de beslissing, dezelfde bevoegdheden als deze ambtenaar wat betreft het uitstel. Art. 21quinquies.De inbreuken als

artikel 21bis, 1° en 2°, worden vervolgd bij wege van administratieve geldboete, tenzij het openbaar ministerie oordeelt dat, de ernst van de inbreuk in acht genomen, strafvervolging moet worden ingesteld, inzonderheid op basis van artikel 22, 1° of 2°. Art. 21sexies.De administratieve geldboete wordt opgelegd door de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek of door zijn afgevaardigde. Art. 21septies.Een exemplaar van het proces-verbaal waarbij een overtreding als

artikel 21bis is vastgesteld, wordt aan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek en aan het openbaar ministerie toegezonden. Een exemplaar van het proces-verbaal wordt binnen dezelfde termijn ook aan de overtreder toegezonden, via een ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding, per fax of elektronisch, als dat een ontvangstbewijs van de geadresseerde oplevert. Art. 21octies.Het openbaar ministerie beschikt over een termijn van 30 dagen, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing over het al dan niet instellen van strafvervolging kennis te geven aan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek. Ingeval het openbaar ministerie van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek, nadat de overtreder de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voren te brengen, of een administratieve geldboete moet worden opgelegd. De beslissing van de bevoegde ambtenaar bepaalt het bedrag van de administratieve geldboete en is met redenen omkleed. Zij wordt bij een ter post aangetekend schrijven, per fax of elektronisch, als dat een ontvangstbewijs van de geadresseerde oplevert, aan de overtreder bekendgemaakt, samen met een verzoek tot betaling van de boete binnen de gestelde termijn. De beslissing vermeldt dat hoger beroep kan worden ingesteld binnen een termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing, bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing niet. De kennisgeving van de beslissing waarbij het bedrag van de administratieve geldboete wordt vastgesteld, doet de strafvordering vervallen. De betaling van de administratieve geldboete maakt een einde aan de vordering van de administratie. De Koning bepaalt de termijn en de nadere regelen voor de betaling van de administratieve geldboete. Art. 21novies.De overtreder die de beslissing van de bevoegde ambtenaar betwist, stelt, op straffe van verval, binnen een termijn van 60 dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing, bij wege van een verzoekschrift hoger beroep in bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing niet. De rechtbank van eerste aanleg doet een uitspraak in volle rechtsmacht in eerste en laatste aanleg. Art. 21decies.Indien de overtreder, in gebreke blijft de geldboete te betalen, wordt de beslissing van de bevoegde ambtenaar doorgezonden aan de administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, met het oog op de invordering van het bedrag van de administratieve geldboete. De door voornoemde administratie in te stellen vervolgingen gebeuren overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949. Art. 21undecies.De verjaringstermijn voor de administratieve geldboete bedraagt vijf jaar. De verjaringstermijn loopt vanaf de dag dat de inbreuk werd gepleegd. De verjaringstermijn voor de geldboetes wordt echter gestuit door elke handeling van de administratie of van het openbaar ministerie die aanstuurt op de vervolging van de inbreuk, met inbegrip van de kennisgeving van het openbaar ministerie in verband met zijn beslissing over het al dan niet instellen van strafvervolging en de uitnodiging aan de overtreder om zijn verweermiddelen naar voren te brengen. De stuiting van de verjaringstermijn treedt in werking de dag waarop aan de overtreder kennis wordt gegeven van de handeling. De verjaringstermijn loopt opnieuw vanaf elke stuiting. Art. 21duodecies.Bij herhaling binnen twee jaar die volgen op een beslissing die een administratieve boete oplegt, worden de bedragen,

artikel 21bis, verdubbeld. Art. 21terdecies.Bij samenloop van verscheidene bij artikel 21bis bedoelde overtredingen worden de bedragen van de administratieve geldboeten gecumuleerd, zonder dat het gecumuleerd bedrag van de geldboetes hoger mag zijn dan 20000 euro. Art. 21quaterdecies.De opbrengst van de administratieve geldboeten verschuldigd op grond van artikel 21bis wordt toegewezen aan het NIS - Fonds Nationaal Instituut voor de Statistiek

rubriek 32-11 van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen. » Art. 92.In artikel 122 van de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten1 houdende sociale en diverse bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de derde zin van het enige lid, worden de woorden « , 21bis », ingevoegd tussen de woorden « artikelen 18 » en de woorden « en 22 van de bovengenoemde wet van 4 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8.»; 2° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende : « De leden van de Raad van Bestuur van het INR bepalen de nadere regelen van toezending van de processen-verbaal voor de overtredingen vastgesteld door de geassocieerde instellingen op basis van artikel 21bis van bovengenoemde wet van 4 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8, aan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek, aan het openbaar ministerie en aan de overtreder. De Raad van Bestuur van het INR kan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek richtlijnen meedelen betreffende het algemeen beleid inzake de administratieve sanctionering van de inbreuken aan onderhavige wet, onverminderd de bijzondere beslissingsbevoegdheid toevertrouwd aan deze laatste door artikel 21octies van voormelde wet van 4 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8, rekening houdend met alle elementen uit het dossier waarover hij beschikt. » Art. 93.Artikel 569, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd door de wet van 13 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten3, wordt aangevuld met de bepaling onder 35°, luidende : « 35° van de beroepen tegen de beslissing van het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 21octies, derde lid, van de wet van 4 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de openbare statistiek ». Art. 94.In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt de rubriek 32-11 - Fonds Nationaal Instituut voor de Statistiek, Aard van de toegewezen ontvangsten, als volgt vervolledigd : « Ontvangsten afkomstig van administratieve geldboeten

artikel 21bis van de wet van 4 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten8 betreffende de openbare statistiek » TITEL

  1. - Volksgezondheid HOOFDSTUK
  2. - Overeenkomst tandartsen Art. 95.In artikel 50, § 3 (c ), eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° na de eerste zin wordt de volgende zin ingevoegd : « Voor de tandheelkundigen wordt dit percentage globaal geteld op het niveau van het Koninkrijk.»; 2° in de tweede zin worden de woorden « 50 % van de tandheelkundigen en niet meer dan » ingevoegd tussen de woorden « niet meer dan » en de woorden « 50 % van de algemeen geneeskundigen ». Art. 96.Artikel 95 treedt in werking op 1 januari
  3. HOOFDSTUK
  4. - Wijziging van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg Art. 97.In artikel 35, § 1, van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1 betreffende vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg, gewijzigd bij wet van 21 december 2007, worden de woorden « , en uiterlijk op 1 januari 2009 » geschrapt. Art. 98.Artikel 97 treedt in werking op 31 december
  5. HOOFDSTUK
  6. - Wijziging van de wet van 15 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten0 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking Art. 99.In artikel 4 van de wet van 15 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten0 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking, gewijzigd bij de wetten van 11 juli 1994, 17 maart 1997 en 9 juli 2004, wordt een paragraaf 1ter ingevoegd, luidende : « § 1ter. In afwijking van artikel 3, § 3, is het voorschrijven en het toedienen aan landbouwdieren van toegelaten diergeneesmiddelen die stoffen met anti-hormonale werking bevatten, toegestaan met het oog op de immunocastratie. » HOOFDSTUK
  7. - Geneesmiddelen Art. 100.In artikel 35ter van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de wet van 2 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten, vernummerd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0 en vervangen bij de wet van 27 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden « vergoedbaar is » vervangen door de woorden « ingeschreven is op de lijst

artikel 35bis en niet onbeschikbaar is in de zin van artikel 72bis, § 1bis »;2° de tweede zin van paragraaf 1, eerste lid, wordt opgeheven;3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden « op specialiteiten » ingevoegd tussen het woord « of » en de woorden « waarvan de toedieningsvorm erkend is »;4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord « vergoedbaar » opgeheven;5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden « ingeschreven wordt op de lijst

artikel 35bis en niet onbeschikbaar is in de zin van artikel 72bis, § 1bis, en » ingevoegd tussen de woorden « dezelfde toedieningsvorm, » en de woorden « een vergoedingsbasis »;6° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden « of ingetrokken » ingevoerd tussen het woord « erkende » en het woord « uitzonderingen »;7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidend als volgt : « § 5.Indien de specialiteit

artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2, die aanleiding zou moeten geven tot de toepassing van paragraaf 1, onbeschikbaar is in de zin van artikel 72bis, § 1bis, op het moment van haar inschrijving op de lijst, of indien ze het nadien wordt en dat dit meegedeeld wordt minstens 20 dagen vóór de inwerkingtreding van de nieuwe vergoedingsbasis vastgelegd in toepassing van paragraaf 1, wordt de vaststelling van de nieuwe vergoedingsbasis uitgesteld ofwel tot de eerste aanpassing van de lijst die volgt op het aflopen van de onbeschikbaarheid van de betrokken specialiteit, ofwel tot op het moment dat een andere specialiteit aanleiding geeft tot de toepassing van paragraaf 1. Indien de specialiteit

artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2, die aanleiding zou moeten geven tot de toepassing van paragraaf 1, onbeschikbaar wordt in de zin van artikel 72bis, § 1bis, na haar inschrijving op de lijst, en dat dit meegedeeld wordt minder dan 20 dagen vóór de inwerkingtreding van de nieuwe vergoedingsbasis vastgelegd in toepassing van paragraaf 1, zijn de bepalingen van paragraaf 4 van toepassing, ofwel tot de eerste aanpassing van de lijst die volgt op het aflopen van de onbeschikbaarheid van de betrokken specialiteit, ofwel tot op het moment dat een andere specialiteit aanleiding geeft tot de toepassing van paragraaf 1. Indien het recht tot commercialiseren van de specialiteit

artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2, die aanleiding zou moeten geven tot de toepassing van paragraaf 1, betwist wordt naar aanleiding van het aanvoeren van een inbreuk op het octrooi op het voornaamste werkzaam bestanddeel, en indien het bewijs van deze betwisting voorgelegd wordt aan het Instituut minstens 20 dagen vóór de inwerkingtreding van de nieuwe vergoedingsbasis vastgelegd in toepassing van paragraaf 1, door middel van een afschrift van de gedinginleidende akte die de vorm aanneemt ofwel van een kortgeding, ofwel van een stakingsvordering, dan wordt de vaststelling van de nieuwe vergoedingsbasis uitgesteld ofwel totdat een uitvoerbare rechterlijke beslissing wordt genomen over de bovenvermelde betwisting die het commercialiseren van de betrokken specialiteit toestaat, ofwel tot op het moment dat een andere specialiteit aanleiding geeft tot de toepassing van paragraaf 1. » Art.101. In artikel 72bis van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden «

artikel 35bis » ingevoegd tussen de woorden « de aanvrager » en het woord « ertoe »;2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden « de inwerkingtreding van de vergoedbaarheid van de farmaceutische specialiteiten of verpakking(en) waarvoor hij een aanvraag heeft ingediend » vervangen door de woorden « de indiening van een terugbetalingsaanvraag »;3° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt : « 1° garanderen dat de betrokken farmaceutische specialiteit daadwerkelijk beschikbaar zal zijn uiterlijk op de dag waarop de terugbetaling in werking treedt;»; 4° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : « 2° de continuïteit van de beschikbaarheid garanderen van de farmaceutische specialiteit die vergoedbaar is;»; 5° in paragraaf 1, eerste lid, 4°, worden de woorden « aan één van de elementen van de aanvraag tot vergoedbaarheid » vervangen door de woorden « van één van de gegevens voorkomend op de terugbetalingsaanvraag »;6° in paragraaf 1, eerste lid, 5°, wordt het woord « vergoedbaarheid » vervangen door het woord « terugbetaling »;7° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende : « 7° elke tekortkoming aan de bepalingen onder 1° of 2° spontaan en conform de bepalingen van § 1bis meedelen aan de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut; 7°/1 in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven; 8° er wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, luidende : « § 1bis.De aanvrager die niet in staat is om de verplichting

paragraaf 1, eerste lid, 1°, na te komen, informeert overeenkomstig paragraaf 1, 7°, uiterlijk op de dag vóór de inwerkingtreding van de terugbetaling, de dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut dat hij die plicht niet zal kunnen naleven, met opgave van de vermoedelijke datum waarop de specialiteit beschikbaar zal zijn en de reden voor de onbeschikbaarheid. Deze onbeschikbaarheid wordt door de dienst op de website van het Instituut gemeld. De melding van de onbeschikbaarheid op de website heeft geen invloed op de terugbetaling van de betrokken specialiteit, die dus ingeschreven wordt op de lijst conform de bepalingen van artikel 35bis. Indien de onbeschikbaarheid blijft duren, wordt de betrokken specialiteit niettemin van rechtswege geschrapt van de lijst op de eerste dag van de twaalfde maand die de inwerkingtreding van de terugbetaling volgt. De aanvrager die niet in staat is om de verplichting

paragraaf 1, eerste lid, 2°, na te komen, en die verwacht dat deze onbeschikbaarheid meer dan 14 dagen zal duren, informeert overeenkomstig paragraef 1, 7°, uiterlijk binnen de zeven dagen na het begin van de onbeschikbaarheid, de dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut dat hij die plicht niet zal kunnen naleven, met opgave van de begindatum, de vermoedelijke einddatum en de reden voor de onbeschikbaarheid. Deze onbeschikbaarheid wordt door de dienst op de website van het Instituut gemeld. De melding van de onbeschikbaarheid op de website heeft geen invloed op de terugbetaling van de betrokken specialiteit, die dus op de lijst ingeschreven blijft. Indien de onbeschikbaarheid blijft duren, wordt de betrokken specialiteit niettemin van rechtswege geschrapt van de lijst op de eerste dag van de twaalfde maand die het begin van de onbeschikbaarheid volgt. Indien de dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut geïnformeerd wordt over de onbeschikbaarheid van een farmaceutische specialiteit anders dan door de aanvrager, vraagt de dienst bevestiging aan de aanvrager dat de farmaceutische specialiteit daadwerkelijk onbeschikbaar is. De aanvrager beschikt over een termijn van 14 dagen vanaf de ontvangst van deze vraag om de onbeschikbaarheid te bevestigen of te ontkrachten per aangetekend schrijven met bevestiging van ontvangst. Indien de aanvrager de onbeschikbaarheid ontkracht, voegt hij bewijsstukken bij zijn zending die aantonen dat de farmaceutische specialiteit beschikbaar is. Indien de aanvrager de onbeschikbaarheid bevestigt, geeft hij de begindatum, de vermoedelijke einddatum en de reden voor de onbeschikbaarheid op. Deze onbeschikbaarheid wordt door de dienst op de website van het Instituut gemeld. De melding van de onbeschikbaarheid op de website heeft geen invloed op de terugbetaling van de betrokken specialiteit, die dus op de lijst ingeschreven blijft. Indien de onbeschikbaarheid blijft duren, wordt de betrokken specialiteit niettemin van rechtswege geschrapt van de lijst op de eerste dag van de twaalfde maand die het begin van de onbeschikbaarheid volgt. Indien de aanvrager niet binnen de toegestane termijn antwoordt, of indien de geleverde elementen niet toelaten om de beschikbaarheid met zekerheid vast te stellen, wordt de specialiteit echter zo snel mogelijk geschrapt uit de lijst, van rechtswege en zonder rekening te houden met de procedures bepaald bij artikel 35bis. De aanvrager informeert zo snel mogelijk het Instituut wanneer een specialiteit opnieuw beschikbaar is. De melding van de onbeschikbaarheid wordt dan door de dienst geschrapt van de website van het Instituut. Voor de toepassing van de huidige wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt een specialiteit als onbeschikbaar beschouwd wanneer het voor de aanvrager onmogelijk is gedurende een onafgebroken periode van 4 dagen gevolg te geven aan elke aanvraag tot levering afkomstig van openbare officina's, ziekenhuisapotheken of groothandelaars-verdelers gevestigd in België. In dit kader wordt de persoon of de onderneming aan wie de aanvrager het beheer van zijn voorraad bestemd voor levering in België aan openbare officina's, ziekenhuisapotheken of groothandelaars-verdelers heeft toevertrouwd, gelijkgesteld met de aanvrager. Indien de onbeschikbaarheid van een specialiteit het gevolg is van de schorsing van de registratie, van een bewezen geval van overmacht, of van het bestaan van een betwisting van het recht tot commercialiseren wegens het aanvoeren van een inbreuk op een octrooi, of indien de specialiteit vergoed werd op basis van de procedure

paragraaf 2bis, wordt de specialiteit op het einde van de onbeschikbaarheid, zonder rekening te houden met de procedures bepaald bij artikel 35bis, van rechtswege opnieuw ingeschreven in de lijst, rekening houdend met de aanpassingen van de prijs, de vergoedingsbasis en de vergoedingsvoorwaarden die van toepassing zouden zijn geweest indien de specialiteit op de lijst ingeschreven gebleven was. Indien de onbeschikbaarheid te wijten is aan een bewezen geval van overmacht, is het artikel 168bis niet van toepassing. De Koning kan bijzondere regels bepalen met betrekking tot weesgeneesmiddelen met het oog op het waarborgen van de continuïteit van de beschikbaarheid en de vergoedbaarheid van deze specialiteiten. »; 9° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Wanneer een aanvrager

artikel 35bis de terugbetaling van een farmaceutische specialiteit definitief wenst te beëindigen, maar de farmaceutische specialiteit verder blijft commercialiseren, moet hij een aanvraag tot schrapping indienen. De schrapping uit de lijst treedt dan in werking één jaar na de ontvangst van de aanvraag. De minister kan, na advies van de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen, rekening houdend met economische, sociale en therapeutische criteria, een eerdere datum van inwerkingtreding bepalen, op basis van een gemotiveerde aanvraag tot schrapping op kortere termijn, die door de aanvrager tezelfdertijd wordt gestuurd naar de minister en de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen. De minister kan om redenen van volksgezondheid of van sociale bescherming, en zonder afbreuk te doen aan de maximale termijn van één jaar tussen de aanvraag tot schrapping en de effectieve schrapping uit de lijst, de aanvraag tot schrapping op kortere termijn weigeren of een latere datum van inwerkingtreding van de schrapping ten opzichte van de datum gepreciseerd in de aanvraag tot schrapping op kortere termijn, vaststellen. De aanvrager blijft ertoe gehouden de beschikbaarheid van de farmaceutische specialiteit te garanderen tot de datum van inwerkingtreding van de schrapping van de farmaceutische specialiteit uit de lijst. Wanneer de aanvrager

artikel 35bis een farmaceutische specialiteit definitief uit de handel neemt, waarbij op zijn vraag tevens de registratie wordt ingetrokken, moet hij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut hiervan zes maanden vóór het uit de handel nemen in kennis stellen. De terugbetaling wordt behouden tot het einde van een periode van zes maanden die ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van inwerking treden van de schrapping van de registratie, waarna de farmaceutische specialiteit van rechtswege, zonder rekening te houden met de procedures bepaald bij artikel 35bis, wordt geschrapt uit de lijst. Wanneer de aanvrager

artikel 35bis een farmaceutische specialiteit definitief uit de handel neemt, zonder dat de registratie wordt ingetrokken, moet hij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut hiervan zes maanden vóór het uit de handel nemen in kennis stellen. De terugbetaling wordt behouden tot het einde van een periode van zes maand die ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van het uit de handel nemen, waarna de farmaceutische specialiteit van rechtswege, zonder rekening te houden met de procedures bepaald bij artikel 35bis, wordt geschrapt uit de lijst. »; 10° in paragraaf 3, worden de woorden « of één of meerdere verpakkingen ervan » opgeheven. Art. 102.In artikel 168bis, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten0 en vervangen bij de wet van 22 augustus 2002, wordt de eerste zin vervangen als volgt : « De Koning bepaalt het bedrag van de geldboetes waarvan het minimum niet lager mag zijn dan 5.000 euro en waarvan het maximum niet hoger mag zijn dan 10 % van de omzet die verwezenlijkt is op de Belgische markt voor de betrokken specialiteit gedurende het jaar voorafgaand aan dat waarin de overtreding werd begaan, met dien verstande dat dit maximum niet lager mag zijn dan 50.000 euro. » Art. 103.Artikel 3, § 1, van de wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 op de geneesmiddelen, gewijzigd bij de wetten van 20 oktober 1998, 2 januari 2001 en van 1 mei 2006, wordt aangevuld met het volgende lid : « Met het oog op het opsporen van geneesmiddelengebonden problemen, kan de Koning bovendien, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regels stellen aangaande de verzameling en de verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van patiënten. Deze regels voorzien garanties met betrekking tot de toestemming van de patiënt, de informatie aan de patiënt, de beperkte doorgifte en de maximale bewaringstermijn van deze gegevens overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. » Art. 104.Artikel 4, § 2bis, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, ingevoegd bij de wet van 1 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1, wordt aangevuld met het volgende lid, luidend als volgt : « Met het oog op het opsporen van geneesmiddelengebonden problemen, kan de Koning bovendien, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regels stellen aangaande de verzameling en de verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van patiënten. Deze regels voorzien garanties met betrekking tot de toestemming van de patiënt, de informatie aan de patiënt, de beperkte doorgifte en de maximale bewaringstermijn van deze gegevens overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. » Art. 105.Artikel 1 van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten8 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, vervangen bij de wet van 3 mei 2003, wordt aangevuld met het volgende lid : « Met het oog op het opsporen van geneesmiddelengebonden problemen, kan de Koning bovendien, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regels stellen aangaande de verzameling en de verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van patiënten. Deze regels voorzien garanties met betrekking tot de toestemming van de patiënt, de informatie aan de patiënt, de beperkte doorgifte en de maximale bewaringstermijn van deze gegevens overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. » TITEL

  1. - Energie HOOFDSTUK
  2. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten9 tot wijziging van de aanslagvoet van de federale bijdrage die strekt tot compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt Art. 106.Het koninklijk besluit van 20 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/01/2001 pub. 03/01/2001 numac 2000003794 bron ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten9 tot wijziging van de aanslagvoet van de federale bijdrage die strekt tot compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt wordt bekrachtigd met uitwerking op 1 juli
  3. HOOFDSTUK
  4. - Wijziging van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten7 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Art. 107.In artikel 7 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten7 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt wordt § 1, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 20 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/02/1939 pub. 15/10/1998 numac 1998000328 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling sluiten6, vervangen als volgt : « §
  5. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning : 1° maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning van certificaten van oorsprongsgarantie en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de federale en gewestelijke overheden aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van een minimumvolume elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen;2° een mechanisme inrichten ter financiering van alle of een deel van de nettolasten die voortvloeien uit de in 1° bedoelde maatregelen.» HOOFDSTUK
  6. - Wijziging van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten2 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen Art. 108.In artikel 15/5 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten2 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, ingevoegd bij de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewak

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.