← België

Decreet houdende de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën

In het kort

Deze codex regelt de overheidsfinanciën van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest, en stelt algemene regels vast voor de begrotingen, subsidies en boekhouding.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
29 MAART 2019. - Decreet houdende de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet houdende de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Inleidende bepalingen Artikel 1.Deze codex regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid. Art. 2.In deze codex wordt verstaan onder: 1° agentschap Audit Vlaanderen: het agentschap opgericht krachtens artikel III.115, § 1, vijfde lid, van het Bestuurs decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/07/1998 pub. 03/09/1998 numac 1998035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de Middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 07/07/1999 numac 1999035287 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998035917 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 25/08/1998 numac 1998035966 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap 7 JULI 1998 - Decreet houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst sluiten7; 2° Algemenebepalingenwet: de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof;3° begrotingsartikel: een verdere onderverdeling van de inhoudelijke structuurelementen, met het oog op een grotere transparantie of een opdeling in soorten kredieten;4° beschikbare gelden: alle kasmatig vrij beschikbare middelen die naargelang het geval gedurende korte of lange termijn niet nodig zijn om het maatschappelijk doel van een Vlaamse rechtspersoon te realiseren;5° bevoegde instantie: de instantie van de Vlaamse administratie die bevoegd is voor de financiën of de begrotingen; 6° courante uitgaven: de uitgaven voor een bedrag onder de drempel van 30.000 euro (exclusief btw); 7° dotatie: elke vorm van financiële ondersteuning door een entiteit die tot de Vlaamse deelstaatoverheid behoort, aan het Vlaams Parlement, aan de instellingen die verbonden zijn aan het Vlaams Parlement, aan de autonome diensten met rechtspersoonlijkheid die onder toezicht van het Vlaams Parlement staan, en aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie;8° ESR-verordening: verordening (EU) nr.549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie; 9° financieel instrument: elk korte- en langetermijnbeleggingsproduct in gedematerialiseerde vorm;10° geconsolideerde rekening: de geconsolideerde rekening van de Vlaamse deelstaatoverheid die conform de ESR-verordening is opgesteld;11° gift: elke vorm van overdracht van middelen ten gunste van derden door een entiteit die tot de Vlaamse deelstaatoverheid behoort, en ongeacht de activiteit van algemeen belang die de begunstigde organiseert; 12° hogeronderwijsinstelling: een universiteit als vermeld in artikel II.2 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 of een hogeschool als vermeld in artikel II.3 van voormelde codex; 13° indekkingsproduct: een financieel product of contract dat is gericht op een indekking tegen rente- of wisselkoersrisico's;14° inhoudelijk structuurelement: een inhoudelijk zinvolle clustering van kredieten of deelbevoegdheden binnen een programma;15° inkomensoverdracht: een overdracht in geld of in natura die geen kapitaaloverdracht is;16° kapitaaloverdracht: een overdracht in geld of in natura die in het kader van de ESR-verordening wordt aangemerkt als kapitaaloverdracht die geen vermogensheffing is;17° kastoestand: de som van de saldi op zichtrekeningen;18° korte termijn: een termijn die korter is dan of gelijk is aan één jaar;19° lange termijn: een termijn die langer is dan één jaar;20° nationaal hervormingsprogramma: het nationale hervormingsprogramma, vermeld in artikel 2-bis, 2, d), van de verordening (EG) nr.1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid; 21° optie: een indekkingsproduct waarbij de verkoper aan de koper het recht verleent om een overeengekomen hoeveelheid van een financieel product of contract te kopen of te verkopen tegen een overeengekomen uitoefenprijs tot of op een overeengekomen datum in de toekomst;22° prestatiegeïnformeerd begroten: een vorm van prestatiebegroting waarbij de middelen op een indirecte manier worden gerelateerd aan de verwachte prestaties;23° prijs: een vorm van financiële tegemoetkoming ten gunste van derden door een entiteit die tot de Vlaamse deelstaatoverheid behoort, als waardering of beloning voor geleverde prestaties van die derden;24° programma: een verzameling van kredieten die zowel vanuit politiek als maatschappelijk oogpunt een herkenbaar samenhangend geheel vormen;25° programmadecreet: een normatief decreet tot begeleiding van de begroting of de begrotingsaanpassing;26° programmatotaal: de som van de kredieten voor een bepaald programma;27° provisioneel krediet: een krediet dat voorlopig in de begroting is opgenomen voor te verwachten uitgaven, maar dat nog niet kan worden toegewezen aan de begrotingsartikelen waarop de uitgaven finaal aangerekend zullen worden;28° recurrente verbintenis: een periodiek terugkerende verbintenis die, op basis van een meerjarige of jaarlijks verlengbare verbintenis over een periode van verschillende jaren budgettaire gevolgen heeft;29° regeringscommissaris: een natuurlijk persoon die de Vlaamse Regering bij een Vlaamse rechtspersoon aanwijst, ongeacht de benaming van zijn mandaat, met als opdracht informatie te verstrekken en controle uit te oefenen op de wettelijkheid en het algemeen belang;30° rentelast: de financiële last met inbegrip van het saldo tussen de kosten en baten met betrekking tot de kastoestand en met betrekking tot indekkingsproducten;31° renterisico: de onzekerheid over de toekomstige kostprijs van een schuld of de toekomstige opbrengst van een belegging, die afhankelijk is van de fluctuaties die kunnen optreden in de rentevoeten die van toepassing zijn op bestaande en toekomstige leningen en beleggingen;32° schuld in vreemde munten: een schuld die is uitgegeven in een andere munt dan de euro;33° stabiliteitsprogramma: het stabiliteitsprogramma, vermeld in artikel 3 van de verordening (EG) nr.1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid; 34° subsidie: elke vorm van financiële ondersteuning, ongeacht de benaming en vorm ervan, en met inbegrip van de voorschotten die zonder interest teruggevorderd kunnen worden, die als kapitaal- of inkomensoverdracht wordt verstrekt door een entiteit die tot de Vlaamse deelstaatoverheid behoort, voor een activiteit die het algemeen belang dient, met uitsluiting van de prijzen, giften en dotaties, alsook van de kapitaal- of inkomensoverdrachten die de tegenprestatie uitmaken van een werk of goed dat, of een levering of dienst die een derde aan die overheid heeft verstrekt;35° toelage: een subsidie die wordt verstrekt aan een entiteit die tot de Vlaamse deelstaatoverheid behoort, met uitsluiting van de dotaties;36° VABN: de Vlaamse Adviescommissie Boekhoudkundige Normen;37° vastlegging: de boekhoudkundige registratie van een verbintenis waardoor ten belope van het bedrag van de verbintenis een deel van het vastleggingskrediet in de begroting wordt gereserveerd;38° vastleggingskrediet: een krediet ten belope waarvan bedragen tijdens het begrotingsjaar kunnen worden vastgelegd op grond van verbintenissen die ten laste komen van de Vlaamse deelstaatoverheid;39° vereffening: de boekhoudkundige registratie van een verplichting, waardoor ten belope van het bedrag van de verplichting een deel van het vereffeningskrediet in de begroting wordt gereserveerd;40° vereffeningskrediet: een krediet ten belope waarvan de bedragen tijdens het begrotingsjaar kunnen worden vereffend op grond van rechten die verworven zijn ten laste van de Vlaamse deelstaatoverheid, om vastgelegde verbintenissen aan te zuiveren; 41° Vlaamse deelstaatoverheid: het geheel van Vlaamse entiteiten die ressorteren onder de sectorale code 13.12 van de ESR-verordening; 42° Vlaamse Gemeenschap: de rechtspersonen Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest, vermeld in artikel 2 en 3 van de Grondwet;43° Vlaamse rechtspersonen: alle rechtspersonen die deel uitmaken van de Vlaamse deelstaatoverheid, met uitzondering van de Vlaamse Gemeenschap;44° Vlaams hervormingsprogramma: de bijdrage van de Vlaamse Regering aan het nationaal hervormingsprogramma;45° Vlaams ontwerpbegrotingsplan: de bijdrage van de Vlaamse Regering aan het ontwerpbegrotingsplan, vermeld in artikel 6 van de verordening (EU) nr.473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone; 46° waarborg: de zekerheid die erin bestaat dat het geheel of een gedeelte van het uitstaande kapitaal, de rente, de opbrengsten of de tekorten met een waarborgverklaring of met een contractuele verbintenis wordt gedekt als een verplichting niet kan worden nagekomen;47° wisselkoersrisico: de onzekerheid over de waarde-evolutie, uitgedrukt in euro's, van een schuld of een belegging in vreemde munten, die zelf afhankelijk is van de fluctuaties in de wisselkoersen. Afdeling 2. - Toepassingsgebied Art. 3.§ 1. Deze codex is van toepassing op de Vlaamse Gemeenschap. § 2. Deze codex is van toepassing op de Vlaamse rechtspersonen. De Vlaamse rechtspersonen zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van deze codex als het totale bedrag van hun ESR-ontvangsten, met inbegrip van kredietaflossingen, vereffeningen van deelnemingen, andere financiële producten en overheidsschuld, of het totale bedrag van hun ESR-uitgaven, met inbegrip van kredietverleningen, deelnemingen en andere financiële producten en overheidsschuld, meer bedraagt dan vijf miljoen euro. Als zowel de ESR-ontvangsten als de ESR-uitgaven vijf miljoen euro of minder bedragen, zijn uitsluitend artikel 42, § 1, tweede lid, 1°, 2° en 4°, artikel 43, de artikelen 60 tot en met 65, hoofdstuk 8, artikel 80, derde lid, en artikel 110 van deze codex van toepassing. De drempel, vermeld in het tweede lid, wordt voor het eerst beoordeeld in het jaar van de inwerkingtreding van deze codex of op het ogenblik dat een entiteit deel begint uit te maken van de Vlaamse deelstaatoverheid. Na de eerste beoordeling in het jaar van de inwerkingtreding van deze codex, wordt om de drie jaar opnieuw beoordeeld of een Vlaamse rechtspersoon de drempel, vermeld in het tweede lid, overschrijdt. De Vlaamse Regering kan beslissen om een Vlaamse rechtspersoon waarvan de ESR-ontvangsten of de ESR-uitgaven de drempel, vermeld in het tweede lid, niet overschrijden, toch te onderwerpen aan de bepalingen van deze codex. In afwijking van het tweede lid zijn de volgende Vlaamse rechtspersonen, ongeacht het totale bedrag van hun ESR-ontvangsten en hun ESR-uitgaven, onderworpen aan deze codex: 1° de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel I.3, 2°, c), van het Bestuurs decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/07/1998 pub. 03/09/1998 numac 1998035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de Middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 07/07/1999 numac 1999035287 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998035917 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 25/08/1998 numac 1998035966 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap 7 JULI 1998 - Decreet houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst sluiten7; 2° de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in artikel I.3, 2°, d), van hetzelfde decreet; 3° de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel I.3, 4°, van hetzelfde decreet en de dochterondernemingen ervan die behoren tot de Vlaamse deelstaatoverheid; 4° de strategische adviesraden, vermeld in artikel I.3, 3°, a), van hetzelfde -decreet. Art. 4.§ 1. In afwijking van artikel 3, § 1, zijn op het Vlaams Parlement en zijn diensten, en de instellingen die verbonden zijn aan het Vlaams Parlement, alleen artikel 13, eerste lid, 14, 42, § 1, eerste lid, 44 en 45 van toepassing. Het Vlaams Parlement bepaalt elk jaar de dotatie voor zijn werking en de werking van zijn diensten, en de dotatie voor de werking van de instellingen die aan het Vlaams Parlement verbonden zijn. Het keurt jaarlijks zijn begroting en de begroting van de aan het Vlaams Parlement verbonden instellingen goed. Deze omvatten alle ontvangsten en uitgaven. Het Vlaams Parlement keurt jaarlijks zijn rekening en de rekening van de instellingen die aan het Vlaams Parlement verbonden zijn goed, na controle ervan door het Rekenhof. De aard en de procedure van deze controle worden nader bepaald in onderling overleg tussen het Vlaams Parlement en het Rekenhof. Het Vlaams Parlement en de eraan verbonden instellingen bezorgen aan de bevoegde instantie alle informatie die nodig is voor de opmaak van de begroting van de Vlaamse deelstaatoverheid, de meerjarenraming, begrotingsaanpassingen en de geconsolideerde rekening, en voor alle rapporteringsverplichtingen waaraan de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid onderworpen worden op grond van internationale, Europese of federale regelgeving. § 2. In afwijking van artikel 3, § 2, zijn op de autonome diensten met rechtspersoonlijkheid die onder toezicht van het Vlaams Parlement staan alleen artikel 12 tot en met 14, 34 tot en met 36, 38 tot en met 40, 42, 44, 45, en 60 tot en met 65 van toepassing. Art. 5.In afwijking van artikel 3, § 2, eerste en tweede lid, zijn alleen artikel 11, § 3, 12, 13, 14, 25, 26, 35, 36, 42, 43, 45, 48, 60 tot en met 65, 80, derde lid, en 110 van toepassing op: 1° de hogeronderwijsinstellingen;2° het centrale niveau van het Gemeenschapsonderwijs, vermeld in artikel 5, § 1, 3°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/07/1998 pub. 03/09/1998 numac 1998035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de Middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 07/07/1999 numac 1999035287 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998035917 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 25/08/1998 numac 1998035966 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap 7 JULI 1998 - Decreet houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst sluiten8 betreffende het gemeenschapsonderwijs; 3° de andere hoger onderwijs- en onderwijsinstellingen die ressorteren onder sectorale code 13.12 van de ESR-verordening. Art. 6.Op de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel I.3, 4°, van het Bestuurs decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/07/1998 pub. 03/09/1998 numac 1998035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de Middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 07/07/1999 numac 1999035287 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998035917 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 25/08/1998 numac 1998035966 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap 7 JULI 1998 - Decreet houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst sluiten7 die niet behoren tot de Vlaamse deelstaat-overheid, zijn alleen artikel 42, § 1, tweede lid, 1°, 2° en 4°, artikel 43, artikel 60 tot en met 65, hoofdstuk 8, artikel 80, derde lid, en artikel 110 van toepassing. Art. 7.Op de website van de bevoegde instantie wordt een geactualiseerd overzicht bekendgemaakt van de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid die onder het toepassingsgebied van deze codex vallen en van de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel 6. Art. 8.Als een rechtspersoon vóór 1 juli van een bepaald jaar deel uitmaakt van de Vlaamse deelstaatoverheid terwijl dat in het daaraan voorafgaande jaar niet het geval was of in een bepaald jaar de drempel, vermeld in artikel 3, § 2, tweede lid, overschrijdt terwijl dat bij de vorige beoordeling niet het geval was, is hij vanaf de begrotingsopmaak van het daaropvolgende jaar onderworpen aan de regels, vermeld in deze codex. Als een rechtspersoon deel uitmaakt van de Vlaamse deelstaatoverheid vanaf 1 juli van een bepaald jaar terwijl dat in het daaraan voorafgaande jaar niet het geval was, is hij vanaf de begrotingsaanpassing van het daaropvolgende jaar onderworpen aan de regels, vermeld in deze codex. Art. 9.Met behoud van de toepassing van artikel 6 is een rechtspersoon vanaf het moment dat hij geen deel meer uitmaakt van de Vlaamse deelstaatoverheid, niet langer onderworpen aan de regels, vermeld in deze codex. HOOFDSTUK 2. - Begroting Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen over de begrotingsdoelstellingen, de meerjarenraming en de beleids- en begrotingsinformatie Art. 10.§ 1. De Vlaamse Regering legt in het regeerakkoord de begrotingsdoelstellingen vast die ze nastreeft en bepaalt de maatregelen om de jaarlijkse begroting van de Vlaamse deelstaatoverheid op te stellen binnen die begrotingsdoelstellingen. De Vlaamse Regering vertaalt de begrotingsdoelstellingen van de Vlaamse deelstaatoverheid ook in meerjarig perspectief in haar bijdragen aan het stabiliteitsprogramma en aan het nationaal hervormingsprogramma, en vertaalt ze in jaar-perspectief in het ontwerpbegrotingsplan. De Vlaamse Regering dient elk jaar uiterlijk op de laatste vrijdag van maart het ontwerp van Vlaams hervormingsprogramma in bij het Vlaams Parlement. Indien de laatste vrijdag van maart in een recesperiode valt, geldt de laatste vrijdag voor die recesperiode als uiterste datum van indiening. De Vlaamse Regering dient uiterlijk op 2 oktober voorafgaand aan het begrotingsjaar het Vlaams ontwerpbegrotingsplan in bij het Vlaams Parlement. § 2. De Vlaamse Regering maakt de meerjarenraming op. De entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid leveren daarvoor de nodige gegevens aan conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt. De meerjarenraming heeft betrekking op zes jaar, het lopende jaar inbegrepen. De meerjarenraming vertaalt het constant beleid en de genomen beleidsopties bij de begrotingsopmaak in een indicatief meerjarig budgettair perspectief en geeft een prognose van de evolutie van de begroting voor de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid. De meerjarenraming moet een duidelijk onderscheid maken tussen de prognoses bij constant beleid en de budgettaire gevolgen van het nieuwe beleid. Een afzonderlijk hoofdstuk van de meerjarenraming moet de budgettaire impact weergeven van verbintenissen waarvan de uitvoering de termijn van de meerjarenraming overschrijdt. De meerjarenraming wordt elk jaar naar aanleiding van de begrotingsopmaak geëvalueerd en aangepast aan de gewijzigde omstandigheden. De raming wordt op die manier telkens uitgebreid met een jaar. De meerjarenraming wordt uiterlijk op 28 oktober meegedeeld ter kennisgeving aan het Vlaams Parlement als een aanvullend stuk. Art. 11.§ 1. De Vlaamse Regering koppelt de beleids- en begrotingsinformatie en brengt ze met elkaar in overeenstemming in een beleids- en begrotingstoelichting. Daarvoor worden de kredieten toegewezen aan de beleidsdoelstellingen. De beleids- en begrotingsinformatie wordt onderverdeeld conform de homogene beleidsdomeinen, vermeld in artikel III.1 van het Bestuurs decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/07/1998 pub. 03/09/1998 numac 1998035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de Middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 07/07/1999 numac 1999035287 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998035917 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 25/08/1998 numac 1998035966 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap 7 JULI 1998 - Decreet houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst sluiten7, de betrokken beleidsvelden en de betrokken inhoudelijke structuurelementen. De beleidskredieten worden per programma aan een beleidsveld gekoppeld. De inhoudelijke structuurelementen worden bij het begin van een nieuwe zittingsperiode bij besluit van de Vlaamse Regering bevestigd of eventueel aangepast voor ten minste de duur van die zittingsperiode. § 2. De beleids- en begrotingstoelichting wordt opgemaakt bij de aanvang van de zittingsperiode en naar aanleiding van de jaarlijkse begroting. Bij de aanvang van de zittingsperiode wordt de beleidsinformatie als beleidsnota in dezelfde vorm als de beleids- en begrotingstoelichtingen naar aanleiding van de begrotingsopmaak en -aanpassing opgemaakt met het perspectief van de zittingsperiode. Bij de begrotingsopmaak wordt de beleids- en begrotingstoelichting in jaarlijks perspectief opgemaakt. Daarbij worden de beleidsopties die genomen zijn bij een begrotingsopmaak begrotingsmatig vertaald. Het jaarlijkse perspectief van de beleids- en begrotingstoelichting, vermeld in het derde lid, wordt bij de begrotingsaanpassing geactualiseerd. In de beleids- en begrotingstoelichting bij de begrotingsaanpassing worden per programma en per inhoudelijk structuurelement de aanwending van de kredieten en de eventuele overgedragen kredieten van het vorige begrotingsjaar vermeld. Bij de begrotingsopmaak en begrotingsaanpassing wordt per programma en per inhoudelijk structuurelement informatie verstrekt over de voorziene aanwending van de overgedragen kredieten van het vorige begrotingsjaar en van de voorziene aanwending van de saldi van de begrotingsfondsen, de Diensten met Afzonderlijk Beheer en de reservefondsen. § 3. Het Vlaams Parlement bepaalt in zijn reglement welke informatie alleszins in de beleidsnota's en in de beleids- en begrotingstoelichtingen wordt opgenomen. § 4. De entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid bezorgen de beleids- en begrotingsinformatie, vermeld in paragraaf 1, conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt. De begrotingsinformatie omvat ook een duidelijke toelichting bij de samenstelling van de beleidskredieten, opgedeeld naar de aard van de ingezette middelen en instrumenten. § 5. De begrotingsontwerpen en de bijbehorende beleids- en begrotingstoelichtingen worden vanaf de begrotingsaanpassing 2020 opgesteld volgens de principes van het prestatiegeïnformeerd begroten. Onderafdeling 2. - Bepalingen over de jaarlijkse begroting Art. 12.De entiteiten die tot de Vlaamse deelstaatoverheid behoren, maken jaarlijks een begroting op conform de door de Vlaamse Regering vastgestelde begrotingsdoelstellingen, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, en de regels die de Vlaamse Regering bepaalt. De begroting omvat ten minste de volgende componenten die noodzakelijk zijn voor de rapportering: 1° een economische classificatie;2° een classificatie van de overheidsfuncties;3° de programma's;4° de inhoudelijke structuurelementen;5° de identificatie van de verantwoordelijke entiteit binnen de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. De begroting wordt ten minste één keer per jaar geëvalueerd en aangepast aan de gewijzigde omstandigheden via een begrotingsaanpassing. Art. 13.Met de jaarlijkse begroting en de aanpassingen daaraan worden de ontvangsten en de uitgaven voor het desbetreffende jaar geraamd. De jaarlijkse begroting omvat ten minste: 1° voor de ontvangsten: een raming van de vorderingen ten opzichte van schuldenaren die tijdens het begrotingsjaar zullen ontstaan;2° voor de uitgaven: a) de vastleggingskredieten;b) de vereffeningskredieten. In afwijking van het tweede lid, 2°, omvat de jaarlijkse begroting van de hogeronderwijsinstellingen en het centrale niveau van het Gemeenschapsonderwijs, vermeld in artikel 5, geen vastleggingskredieten. Die entiteiten kunnen echter altijd vrijwillig vastleggingskredieten rapporteren in hun jaarlijkse begroting. Art. 14.Een begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december daaropvolgend. Afdeling 2. - Specifieke bepalingen voor de begroting van de Vlaamse Gemeenschap Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 15.§ 1. De gezamenlijke ontvangsten zijn bestemd voor de gezamenlijke uitgaven. § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan bij decreet een begrotingsfonds worden opgericht. Het decreet omschrijft uitdrukkelijk welke specifieke ontvangsten kunnen worden aangewend voor welke specifieke uitgaven. De ontvangstenzijde bestaat uit toegewezen ontvangsten en de uitgavenzijde uit de overeenkomstige variabele kredieten. De omvang van de toegewezen ontvangsten en van het variabele krediet wordt in de begroting geraamd. De effectieve uitgaven kunnen echter nooit hoger liggen dan de effectief geïnde ontvangsten. Het gedeelte van de effectief geïnde ontvangsten dat op het einde van het begrotingsjaar niet is aangewend, wordt overgedragen naar het volgende begrotingsjaar en wordt aan het variabele krediet van dat begrotingsjaar toegevoegd. § 3. Een begrotingsfonds kan niet worden gespijsd met een toelage uit de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. Art. 16.Op het einde van het begrotingsjaar wordt het niet-aangewende gedeelte van de uitgavenkredieten geannuleerd, met uitzondering van de variabele kredieten en van de kredieten waarvan de overdracht jaarlijks wordt gemachtigd via het uitgavendecreet. Onderafdeling 2. - Indiening en goedkeuring van de jaarlijkse begroting Art. 17.§ 1. De Vlaamse Regering stelt het ontwerp van begroting of begrotingsaanpassing op, alsook de bijbehorende algemene toelichting, beleids- en begrotingstoelichting en, in voorkomend geval, het ontwerp van programmadecreet. § 2. De Vlaamse Regering dient de initiële begroting en de algemene toelichting in bij het Vlaams Parlement uiterlijk op 21 oktober van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat, en de eerste begrotingsaanpassing en de algemene toelichting uiterlijk op 27 april van het lopende jaar. De algemene toelichting, vermeld in het eerste lid, bevat ten minste de volgende elementen: 1° een synthese en analyse van het begrotingsbeleid;2° een schets van de economische omgeving;3° de evolutie van de ontvangsten en de uitgaven op geconsolideerde basis;4° de toelichting bij de normnaleving;5° de informatie over het financieel beheer en de schuldpositie;6° de stand van de uitstaande verplichtingen. De algemene toelichting plaatst de jaarlijkse begroting in een meerjarig perspectief door ze te situeren ten opzichte van de meerjarenraming, vermeld in artikel 10, § 2. In voorkomend geval dient de Vlaamse Regering uiterlijk op 28 oktober, respectievelijk op 30 april, het ontwerp van programmadecreet in dat bij de begrotingen, vermeld in het eerste lid, hoort. De beleids- en begrotingstoelichting die hoort bij de begrotingen, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op 28 oktober, respectievelijk op 30 april, meegedeeld ter kennisgeving aan het Vlaams Parlement als een aanvullend stuk. In afwijking van het eerste, vierde en vijfde lid kan de Vlaamse Regering in het jaar van de verkiezing van het Vlaams Parlement beslissen om het ontwerp van begrotingsaanpassing en de bijbehorende algemene toelichting in te dienen na 27 april, de bijbehorende beleids- en begrotingstoelichting en, in voorkomend geval, het bijbehorende ontwerp van programmadecreet na 30 april. Art. 18.§ 1. Het Vlaams Parlement keurt de jaarlijkse begroting en de aanpassingen eraan goed bij decreet op het niveau van programmatotalen. § 2. Het Vlaams Parlement keurt de initiële begroting goed uiterlijk op 31 december van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat. Het Vlaams Parlement keurt de eerste aangepaste begroting goed uiterlijk op 30 juni van het lopende jaar. Het Vlaams Parlement keurt de eventuele daaropvolgende aangepaste begrotingen goed uiterlijk op 31 december van het lopende jaar. In afwijking van het tweede lid keurt het Vlaams Parlement in het jaar van zijn verkiezing de eerste aangepaste begroting goed uiterlijk op 31 december van het lopende jaar. § 3. Via de goedkeuring van de begroting verleent het Vlaams Parlement de machtiging om de ontvangsten en uitgaven te realiseren conform de toepasselijke regelgeving. Onderafdeling 3. - Bijzondere bepalingen Art. 19.Als het Vlaams Parlement een begroting niet vóór de aanvang van het begrotingsjaar kan goedkeuren, keurt het bij decreet voorlopige kredieten goed om de werking van de diensten te waarborgen. Die kredieten mogen niet worden aangewend voor nieuwe uitgaven waarvoor het Vlaams Parlement bij decreet voorheen geen machtiging heeft verleend. De voorlopige kredieten per programma bedragen per maand een twaalfde van de vastleggings- en vereffeningskredieten van de laatst goedgekeurde uitgavenbegroting. Ze worden verhoogd met de variabele kredieten van dat begrotingsjaar, vermeld in artikel 15, § 2, eerste lid. De Vlaamse Regering dient daartoe een ontwerp van decreet in bij het Vlaams Parlement. Het ontwerp bepaalt de termijn waarop de voorlopige kredieten betrekking hebben. Die termijn mag niet meer dan vier maanden bedragen, behalve als wettelijke of contractuele verplichtingen een andere termijn opleggen. Het decreet tot toekenning van voorlopige kredieten vervalt door de inwerkingtreding van het initiële begrotingsdecreet. Art. 20.§ 1. In dringende gevallen die veroorzaakt zijn door uitzonderlijke of onvoorzienbare omstandigheden, kan de Vlaamse Regering, bij omstandige beraadslaging, machtiging verlenen om de kredieten van de laatst goedgekeurde begroting te overschrijden. De Vlaamse Regering stelt daarover een afzonderlijk rapport op en deelt dat onmiddellijk ter kennisgeving mee aan het Vlaams Parlement en aan het Rekenhof. Het Rekenhof kan binnen drie werkdagen zijn opmerkingen bezorgen aan het Vlaams Parlement. § 2. De Vlaamse Regering neemt de machtigingen, vermeld in paragraaf 1, op in een ontwerp van decreet tot aanpassing van de begroting waarbij de nodige kredieten worden geopend, als de beslissing betrekking heeft op een van de volgende bedragen: 1° ten minste 5 miljoen euro; 2° ten minste 500.000 euro, waarbij dat bedrag ten minste 15 procent vertegenwoordigt van het krediet ten laste waarvan de overschrijding wordt aangerekend. Als achtereenvolgende beslissingen betrekking hebben op hetzelfde krediet, worden de bedragen waarvoor ze machtiging verlenen, samengeteld voor de toepassing van dit artikel. § 3. De Vlaamse Regering dient het ontwerp van decreet tot aanpassing van de begroting in bij het Vlaams Parlement, samen met een memorie van toelichting, binnen vijftien kalenderdagen na haar beslissing. § 4. Paragraaf 2 is niet van toepassing op de beslissingen die machtiging verlenen voor uitgaven waarvoor kredieten zijn uitgetrokken in een ontwerp van decreet dat al is ingediend. § 5. Iedere uitvoering van een machtiging als vermeld in paragraaf 1 wordt opgeschort tot het ontwerp van decreet is ingediend, als dat vereist is conform paragraaf 3, behalve als andere kredieten worden geblokkeerd voor hetzelfde bedrag. De geblokkeerde kredieten worden expliciet in de beslissing vermeld. Onderafdeling 4. - Herverdelingen Art. 21.Vastleggingskredieten kunnen worden herverdeeld op een van de volgende manieren: 1° binnen een programma, behalve als het jaarlijks goed te keuren uitgavendecreet de herverdeling beperkt;2° over een programma heen als een van de volgende voorwaarden is voldaan: a) in het jaarlijks goed te keuren uitgavendecreet wordt hiertoe een machtiging verleend;b) het vastleggingskrediet vertrekt vanuit een provisioneel krediet. De herverdelingen, vermeld in het eerste lid, 2°, b), kunnen alleen worden aangewend voor de doelstellingen die worden vermeld in de libellé van het provisioneel krediet en duidelijk worden omschreven in de beleids- en begrotingstoelichting. Art. 22.Vereffeningskredieten kunnen worden herverdeeld binnen en over de programma's van de Vlaamse Gemeenschap heen. Art. 23.Een variabel krediet als vermeld in artikel 15, § 2, kan niet worden herverdeeld naar en van vastleggings- of vereffeningskredieten die niet behoren tot het begrotingsfonds, maar wel naar en van variabele kredieten die behoren tot hetzelfde begrotingsfonds. Art. 24.De Vlaamse Regering bepaalt de procedurele vereisten voor de herverdelingen. De herverdelingsbesluiten hebben slechts uitwerking nadat ze op de website van de bevoegde instantie zijn bekendgemaakt. Die bekendmaking wordt ter kennisgeving meegedeeld aan het Rekenhof en het Vlaams Parlement. Afdeling 3. - Specifieke bepalingen voor de begroting van de Vlaamse rechts-personen Art. 25.De jaarlijkse begroting van de Vlaamse rechtspersonen maakt een onderscheid tussen de inkomsten uit de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en de eigen ontvangsten, en tussen de uitgaven geheel of gedeeltelijk gefinancierd met inkomsten uit de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en de uitgaven uitsluitend gefinancierd met de eigen ontvangsten. Art. 26.§ 1. De Vlaamse Regering stelt de begrotingen op van de Vlaamse rechtspersonen die rechtstreeks onderworpen zijn aan haar gezag. Het Vlaams Parlement keurt die begrotingen goed voor iedere Vlaamse rechtspersoon op het niveau van de totale begroting. De begrotingen worden gelijktijdig met de begroting van de Vlaamse Gemeenschap goedgekeurd uiterlijk op de data, vermeld in artikel 18, § 2. Onverminderd de bevoegdheid van de Vlaamse Regering als toezichthoudende overheid worden de begrotingen van de Vlaamse rechtspersonen die niet onder de toepassing van het eerste lid vallen, opgesteld door het beheersorgaan en nadien ter kennisgeving bezorgd aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement. De Vlaamse Regering bezorgt de begrotingen van de Vlaamse rechtspersonen aan het Vlaams Parlement op het ogenblik dat ze de begroting van de Vlaamse Gemeenschap indient bij het Vlaams Parlement uiterlijk op de data, vermeld in artikel 17, § 2. § 2. De begrotingen van de Vlaamse rechtspersonen worden opgemaakt volgens de instructies en binnen de timing die de Vlaamse Regering heeft opgelegd. Art. 27.§ 1. De Vlaamse rechtspersonen kunnen hun vastleggings- en vereffeningskredieten herverdelen binnen hun begroting, tenzij het anders bepaald is in het jaarlijks goed te keuren uitgavendecreet. Als de toelage wordt aangepast naar aanleiding van een herverdeling binnen de begroting van de Vlaamse Gemeenschap of binnen de begroting van een andere Vlaamse rechtspersoon, past de betrokken entiteit haar eigen begroting aan de gewijzigde toelage aan. § 2. De Vlaamse rechtspersonen stellen tijdens het begrotingsjaar hun ontvangsten en hun vastleggings- en vereffeningskrediet bij als de oorspronkelijke of aangepaste raming van hun eigen ontvangsten niet meer accuraat is. § 3. De herverdelingen en aanpassingen van de begroting van de Vlaamse rechtspersonen die rechtstreeks aan het gezag van de Vlaamse Regering zijn onderworpen, worden voor goedkeuring aan de Vlaamse Regering voorgelegd. Onverminderd de bevoegdheid van de Vlaamse Regering als toezichthoudende overheid worden de herverdelingen en aanpassingen van de begroting van de Vlaamse rechtspersonen die niet onder de toepassing van het eerste lid vallen, ter kennisgeving bezorgd aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering bepaalt de procedurele vereisten voor de herverdelingen en de aanpassingen aan de begrotingen. De herverdelingsbesluiten en de besluiten tot aanpassing van de begroting van de Vlaamse rechtspersonen die rechtstreeks aan het gezag van de Vlaamse Regering zijn onderworpen, hebben slechts uitwerking nadat ze op de website van de bevoegde instantie zijn bekendgemaakt. De bekendmaking wordt ter kennis-geving meegedeeld aan het Rekenhof en het Vlaams Parlement. HOOFDSTUK 3. - Boekhouding Art. 28.De entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid voeren een bedrijfseconomische boekhouding met een analytische component conform de regels van het dubbel boekhouden. De Vlaamse Regering bepaalt een boekhoudplan met een basisstructuur voor de analytische component voor de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid. De Vlaamse rechtspersonen die zijn onderworpen aan specifieke wettelijke voorschriften over de te voeren boekhouding, gebruiken het boekhoudplan dat op hen van toepassing is als basis. Een entiteit kan de rapportering die van haar gevraagd wordt, verzekeren via gedocumenteerde reconciliatie. Art. 29.De boekhouding en de rekening, vermeld in artikel 42, geven een getrouw beeld van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid. De Vlaamse Regering kan regels vaststellen met het oog op de versnelling van de financiële rapportering. Art. 30.De entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid stellen in dezelfde vorm als het rekeningenstelsel dat op hen van toepassing is, een jaarlijkse inventaris op van alle activa en passiva. De rekeningen worden in overeenstemming gebracht met de inventaris. Art. 31.Alle verrichtingen worden gestaafd met een verantwoordingsstuk waarnaar ze verwijzen. De Vlaamse Regering kan bijkomende eisen opleggen voor de verantwoordingsstukken en de wijze van facturatie. Art. 32.Alle boekhoudstukken worden methodisch bewaard gedurende de termijnen, vermeld in artikel III.86, vierde lid, van het Wetboek van Economisch Recht. Art. 33.Een boekjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december daaropvolgend. HOOFDSTUK 4. - Aanrekening Art. 34.§ 1. Elke verbintenis wordt, binnen de grenzen van de goedgekeurde begroting, vastgelegd ten opzichte van het vastleggingskrediet, op voorwaarde dat uit een verantwoordingsstuk blijkt dat tegelijk aan al de volgende voorwaarden voldaan is: 1° de identiteit van de schuldeiser is bepaald of minstens bepaalbaar;2° het bedrag van de verbintenis is bepaald of minstens bepaalbaar. Een verbintenis wordt vastgelegd zodra aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan. De verbintenis wordt vastgelegd voor het totale bedrag van de verplichtingen die eruit voortvloeien, ongeacht de uitvoeringstermijn. In afwijking van het tweede lid kunnen bepaalde subsidies waarbij de ontvanger jaarlijks automatisch de subsidie volgens bepaalde parameters ontvangt, jaarlijks worden vastgelegd. Die jaarlijkse vastlegging is alleen mogelijk als dat wordt toegelaten in het uitgavendecreet. In afwijking van het tweede lid worden werkingsuitgaven met voorwaardelijke meerjarige gevolgen alleen vastgelegd ten belope van de uitgaven die opeisbaar worden tijdens het begrotingsjaar. In afwijking van het tweede lid kunnen courante uitgaven en uitgaven die opgelegd zijn door een rechterlijke beslissing of een wet tegelijk worden aangerekend op het vastleggingskrediet en het vereffeningskrediet. § 2. Recurrente verbintenissen met meerjarige gevolgen worden alleen vastgelegd ten belope van de uitgaven die opeisbaar worden tijdens het begrotingsjaar. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om indicatief te omschrijven wat onder recurrente verbintenissen kan worden verstaan. Art. 35.Een vordering of schuld wordt aangerekend als voldaan is aan al de volgende voorwaarden: 1° er bestaat een verantwoordingsstuk;2° de identiteit van de schuldenaar, respectievelijk de schuldeiser, is bepaald of bepaalbaar;3° er bestaat een verplichting tot betaling, of een verplichting die in geld waardeerbaar is;4° het bedrag is op nauwkeurige wijze vastgesteld en is gekoppeld aan de onderliggende activiteit of prestatie. Een vordering wordt aangerekend op een begrotingsartikel in de middelenbegroting. Een schuld wordt aangerekend op het overeenstemmende vereffeningskrediet. Art. 36.Elke verrichting wordt zonder uitstel, getrouw, volledig en chronologisch geboekt en gehecht aan het boekjaar waarin ze zich voordoet. Art. 37.De Vlaamse Regering kan nadere regels uitvaardigen voor de aanrekening van ontvangsten en uitgaven. Art. 38.Vastleggingen zijn overdraagbaar voor de periode waarin de onderliggende verbintenis loopt. Als de vastlegging evenwel betrekking heeft op een verbintenis waarvan de identiteit van de schuldeiser of het bedrag van de verbintenis niet bepaald is maar alleen bepaalbaar, kan ze maar één jaar worden overgedragen. Een vastlegging wordt geannuleerd als er geen verplichting meer uit kan ontstaan en uiterlijk na acht jaar, tenzij de onderliggende verbintenis nog in uitvoering is. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten om de vastleggingen te annuleren. Art. 39.Een dubieuze vordering wordt geboekt als er een aanwijzing is dat het bedrag van de vordering geheel of gedeeltelijk niet inbaar is ten opzichte van de schuldenaar of onrendabel is. Er wordt gelijktijdig een waardevermindering geboekt. Art. 40.Een vordering wordt uitgeboekt als er verantwoordingsstukken zijn waaruit blijkt dat een van de volgende situaties zich voordoet: 1° een correctie ten opzichte van de eerder geboekte vordering is gerechtvaardigd;2° de verbintenis is tenietgegaan. Art. 41.Artikel 15 en 16 van de Algemenebepalingenwet zijn van toepassing op de Vlaamse rechtspersonen. HOOFDSTUK 5. - Rapportering Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse rechtspersonen Art. 42.§ 1. De entiteiten die behoren tot de Vlaamse deelstaatoverheid stellen jaarlijks een rekening op conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt. De rekening omvat de volgende elementen: 1° een balans op 31 december;2° een resultatenrekening, opgesteld op basis van de kosten en de opbrengsten van het afgelopen boekjaar;3° een rapportering en toelichting over de definitieve begroting en over beleids- en begrotingsuitvoering;4° een toelichting bij de balans en de resultatenrekening;5° een rapportering die toelaat te voldoen aan de rapporteringsverplichtingen die de Europese Unie heeft opgelegd;6° een rapportering die de aansluiting bevat tussen de balans en resultatenrekening, vermeld in punt 1° en 2°, de rapportering over de uitvoering van de begroting, vermeld in punt 3°, en de rapportering, vermeld in punt 5°. § 2. De rekeningen worden bekendgemaakt op de website van de bevoegde instantie. § 3. De rapportering over de definitieve begroting en over de begrotingsuitvoering, bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°, wordt verstrekt in dezelfde vorm als de begroting. De toelichting over de beleids- en begrotingsuitvoering, bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°, wordt verstrekt in dezelfde vorm als de beleids- en begrotingstoelichting, vermeld in artikel 11. De entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid bezorgen de beleids- en begrotingsinformatie conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt. Het Vlaams Parlement bepaalt in zijn reglement welke informatie alleszins in de toelichting over de beleids- en begrotingsuitvoering wordt opgenomen. Art. 43.De entiteiten bezorgen hun rekening aan de bevoegde instantie. Die instantie bezorgt vervolgens de rekeningen van alle entiteiten die behoren tot de Vlaamse deelstaatoverheid aan het Rekenhof. Het Rekenhof bezorgt zijn opmerkingen over de rekeningen aan de Vlaamse Regering, en in voorkomend geval, aan de raad van bestuur van de betrokken entiteiten. Art. 44.De Vlaamse Regering consolideert de rekeningen van de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid tot een geconsolideerde rekening. De Vlaamse Regering kan een correctielijn op het resultaat invoegen voor het jaar waarin een Vlaamse rechtspersoon voor het eerst onder het toepassingsgebied van deze codex valt. De geconsolideerde rekening wordt uiterlijk op 21 mei van het jaar dat volgt op het boekjaar waarop ze betrekking heeft voor certificering aan het Rekenhof voorgelegd. Art. 45.De Vlaamse Regering bepaalt de regels en voorwaarden voor de totstandkoming van de rapporten voor de gevallen waarin Europese of federale regelgeving een tussentijdse of bijkomende jaarlijkse rapportering oplegt aan de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid. De Vlaamse Regering coördineert de rapportering. De Vlaamse Regering kan tussentijdse rapporteringen opleggen aan de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid. Afdeling 2. - Specifieke bepalingen voor de Vlaamse Gemeenschap Art. 46.De Vlaamse Regering stelt de rekening op van de Vlaamse Gemeenschap en dient de rekening ter goedkeuring in bij het Vlaams Parlement uiterlijk op 21 mei van het jaar dat volgt op het boekjaar waarop ze betrekking heeft. De Vlaamse Regering voegt de geconsolideerde rekening van de Vlaamse deelstaatoverheid, vermeld in artikel 44, als bijlage, en louter ter kennisgeving aan het Vlaams Parlement, bij de rekening. Art. 47.Het Vlaams Parlement keurt de rekening goed bij decreet uiterlijk op 21 juli van het jaar dat volgt op het boekjaar. Afdeling 3. - Specifieke bepaling voor de Vlaamse rechtspersonen Art. 48.De Vlaamse Regering stelt de rekeningen op van de Vlaamse rechtspersonen die rechtstreeks onderworpen zijn aan haar gezag. Het Vlaams Parlement keurt de rekeningen goed. De rekeningen van de Vlaamse rechtspersonen die niet onder de toepassing van het eerste lid vallen, worden opgesteld door het beheersorgaan en ter kennisgeving bezorgd aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement. Art. 49.De Vlaamse Regering bezorgt de rekeningen van de Vlaamse rechtspersonen aan het Vlaams Parlement op het ogenblik dat zij de rekening van de Vlaamse Gemeenschap indient bij het Vlaams Parlement. HOOFDSTUK 6. - Controle Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 50.In dit hoofdstuk wordt verstaan onder controleactoren: 1° de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen;2° de Inspectie van Financiën;3° de regeringscommissaris;4° het Rekenhof;5° de bedrijfsrevisor;6° de bevoegde instantie;7° het agentschap Audit Vlaanderen. Afdeling 2. - De Vlaamse Regering Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 51.De Vlaamse Regering organiseert een begrotings- en beheerscontrole op de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid. Onderafdeling 2. - De Inspectie van Financiën Art. 52.§ 1. Voor de controle op de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid die onder haar rechtstreekse gezag staan, doet de Vlaamse Regering een beroep op de Inspectie van Financiën die haar ter beschikking wordt gesteld en die onder haar gezag staat. De Inspectie van Financiën vervult de functie van raadgever van de Vlaamse Regering bij de beleidsvoorbereiding en de begrotingsopmaak en -aanpassing, bij de beleids- en begrotingsuitvoering en bij de beleids- en begrotingsevaluatie. Ze kan daarbij overheidsbrede analyses en evaluaties uitvoeren. De Inspectie van Financiën kan bijzondere analyses en evaluaties uitvoeren bij elke entiteit die door de Vlaamse deelstaatoverheid gesubsidieerd wordt. § 2. De Inspectie van Financiën wordt aangestuurd door een beleidscoördinator, die gekozen is onder de leden van de Inspectie van Financiën, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, voor een periode van drie jaar. De beleidscoördinator staat onder het gezag van de Vlaamse Regering. De beleidscoördinator is verantwoordelijk voor de opmaak van een jaarplanning en een daaropvolgend jaarverslag dat duiding geeft over de uitvoering van de planning. De beleidscoördinator staat ook in voor de generieke kwaliteitsborging van de stukken die worden opgemaakt door de leden van de Inspectie van Financiën, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en het bewaken van de naleving van het koninklijk besluit van 20 december 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/12/2007 pub. 06/02/2008 numac 2008003026 bron interfederaal korps van de inspectie van financien Koninklijk besluit houdende vaststelling van de deontologische code van het Interfederaal Korps van de Inspectie van financiën sluiten houdende vaststelling van de deontologische code van het Interfederaal Korps van de Inspectie van Financiën. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten voor de aanstelling, de vergoeding en de uitvoering van de opdracht van de beleidscoördinator. Art. 53.De Inspectie van Financiën voert haar opdracht uit op basis van stukken of ter plaatse. Voor de uitvoering van haar opdracht kan ze zich altijd alle documenten en inlichtingen, van welke aard ook, laten verstrekken van de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid. Onderafdeling 3. - De regeringscommissaris Art. 54.§ 1. Voor de controle op de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid die niet onder haar rechtstreekse gezag staan, kan de Vlaamse Regering een regeringscommissaris aanstellen. Behoudens expliciete afwijkingen, oefent de regeringscommissaris zijn functie uit conform de regels, bepaald in artikel III.13 van het Bestuurs decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/07/1998 pub. 03/09/1998 numac 1998035921 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de Middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 07/07/1999 numac 1999035287 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998035917 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998 type decreet prom. 07/07/1998 pub. 25/08/1998 numac 1998035966 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap 7 JULI 1998 - Decreet houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst sluiten7. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de toezichtfunctie van die regeringscommissarissen op het vlak van rapporteringsverplichting, deontologie, onverenigbaarheden en vergoeding. De Vlaamse rechtspersoon waarbij de regeringscommissaris is aangesteld, bezorgt hem alle inlichtingen die hij nuttig acht om zijn opdracht uit te voeren. Voor de uitvoering van zijn opdracht heeft de regeringscommissaris toegang tot alle dossiers en alle archieven van de Vlaamse rechtspersoon waarbij hij is aangesteld. § 2. Als er geen regeringscommissaris is aangesteld op voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, worden de begrotings- en beheerscontrole en de rapportering uitgevoerd door de regeringscommissaris die aangesteld is door de inhoudelijk bevoegde minister. Onderafdeling 4. - De bedrijfsrevisor Art. 55.Als de jaarrekeningen van de Vlaamse rechtspersonen op basis van de toepasselijke wetgeving worden gecontroleerd en gecertificeerd door een commissaris die een bedrijfsrevisor is, controleert die bedrijfsrevisor de naleving van deze codex. Art. 56.De Vlaamse rechtspersonen die door het Rekenhof als significant worden beschouwd en die niet onder de toepassing van artikel 55 vallen, stellen vanaf het jaar nadat ze door het Rekenhof als significant zijn beschouwd, ook een bedrijfsrevisor aan die de jaarrekening controleert en certificeert. De controleopdracht, vermeld in het eerste lid, loopt zolang de Vlaamse rechtspersonen als significant worden beschouwd en minstens drie jaar. De lijst van significante Vlaamse rechtspersonen wordt jaarlijks bekendgemaakt op de website van de bevoegde instantie. Art. 57.De Vlaamse Regering kan de Vlaamse rechtspersonen, die niet onder de toepassing van artikel 55 of 56 vallen, verplichten om een bedrijfsrevisor aan te stellen die de jaarrekening controleert en certificeert. Art. 58.De bedrijfsrevisor, vermeld in artikel 55 tot en met 57, bezorgt zijn verslag, samen met de gecertificeerde rekening, aan de controleactoren die bij die entiteit betrokken zijn. Met behoud van de toepassing van de uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 86 van de wet van 7 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/2016 pub. 13/12/2016 numac 2016011493 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren sluiten tot organisatie van het beroep en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, geldt geen geheimhoudingsplicht voor: 1° de informatie-uitwisseling over de auditstrategie en -planning, de monitoring en risicoanalyse, de controle en rapportering en de controlemethodieken tussen de bedrijfsrevisor en de overige controleactoren voor de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid die ze gemeenschappelijk hebben als controledomein;2° de overdracht aan de overige controleactoren van informatie uit werkdocumenten van de bedrijfsrevisor voor de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid die ze gemeenschappelijk hebben als controledomein. Art. 59.De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaronder de bedrijfsrevisorale controle wordt uitgevoerd. De bedrijfsrevisor gedraagt zich naar de regels die van toepassing zijn op de bedrijfsrevisor die toezicht houdt op vennootschappen als vermeld in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Afdeling 3. - Het Rekenhof Art. 60.De Vlaamse Regering bezorgt de stukken die ze krachtens deze codex aan het Vlaams Parlement bezorgt gelijktijdig aan het Rekenhof. Art. 61.Het Rekenhof adviseert het Vlaams Parlement over de meerjarenraming, over de ontwerpen van begroting en begrotingsaanpassing en de bijbehorende beleids- en begrotingstoelichting alsook over de toekenning van voorlopige uitgavenkredieten, vermeld in artikel 19. Art. 62.Het Rekenhof oefent over elke entiteit van de Vlaamse deelstaatoverheid op budgettair en boekhoudkundig vlak een informatieopdracht uit voor het Vlaams Parlement. Het heeft daarbij toegang tot de budgettaire aanrekeningen en de boekhoudkundige verrichtingen. Art. 63.Het Rekenhof is voor elke entiteit van de Vlaamse deelstaatoverheid belast met een controle op de boekhouding en de rekening als vermeld in artikel 10 van de Algemenebepalingenwet. Het Rekenhof onderzoekt de wettigheid en de regelmatigheid van de uitgaven en de ontvangsten. Het Rekenhof kan de aanwending van subsidies ter plaatse controleren bij de gesubsidieerde of bij de persoon aan wie de gesubsidieerde de subsidie heeft doorgegeven om het doel te verwezenlijken waarvoor de subsidie is toegekend. Art. 64.Het Vlaams Parlement kan het Rekenhof gelasten financiële audits en onderzoeken van beheer uit te voeren bij entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid. Art. 65.Het Rekenhof brengt de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement zonder uitstel op de hoogte van zijn vaststellingen. De gecontroleerde entiteit is verplicht binnen een termijn van ten hoogste één maand te antwoorden op de opmerkingen van het Rekenhof. Die termijn kan verlengd worden door het Rekenhof. Voor de adviezen ten aanzien van de ontwerpbegroting en ontwerprekening bewaakt het Rekenhof de juistheid van zijn vaststellingen door overlegmomenten te organiseren waarin die vaststellingen worden besproken, al dan niet aangevuld met de mogelijkheid voor de bevoegde instantie om op korte termijn te antwoorden. Afdeling 4. - De samenwerking in het kader van single audit Art. 66.De Vlaamse Regering regelt de samenwerking tussen de controleactoren, en de uitwisseling van controleresultaten die uitgaat van het principe van single audit, waarbij de controleactoren onderling afspraken maken om het controle- en auditproces zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, met een minimum aan controlelast voor de gecontroleerde entiteit. Art. 67.De bevoegde instantie, het Rekenhof en het Instituut van de Bedrijfs-revisoren bepalen in onderling overleg de kalender voor de controle van de rekening van de Vlaamse Gemeenschap, de rekeningen van de Vlaamse rechtspersonen en de geconsolideerde rekening om tijdig te kunnen rapporteren aan het Vlaams Parlement. De commissarissen en het Rekenhof stellen naar aanleiding van de rekening een omstandig schriftelijk verslag op. Met het oog daarop overhandigt het bestuursorgaan van de entiteit hen de nodige stukken, en dit ten minste één maand voor die rekening door de entiteit definitief wordt vastgesteld. Indien het bestuursorgaan in gebreke blijft om deze stukken binnen die termijn te overhandigen, stellen de commissarissen of het Rekenhof een verslag van niet-bevinding op. Afdeling 5. - Financiële organisatiebeheersing Art. 68.De financiële afhandeling van een dossier is onderworpen aan een organisatiebeheersingssysteem. Dat systeem beantwoordt aan het principe van functiescheiding waar mogelijk, en is verenigbaar met de continuïteit van de werking van de entiteit. HOOFDSTUK 7. - De VABN Art. 69.De VABN verleent op verzoek van de Vlaamse Regering of op eigen ini-tiatief advies aan de Vlaamse Regering: 1° om de boekhoudkundige regels en rapporteringsregels van deze codex en de uitvoeringsbesluiten ervan uit te leggen en aan te passen, en de technische toepassingsmodaliteiten van de boekhoudregels te formuleren met het oog op een eenvormig en regelmatig gebruik ervan en de overeenstemming ervan met de Vlaamse, federale en internationale normen die van toepassing zijn;2° bij de wijziging van regelgeving die een impact heeft op de te voeren boekhouding of de rapportering door de entiteiten binnen de Vlaamse deelstaatoverheid. Art. 70.§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de VABN en kan daarvoor zowel interne als externe expertise inroepen. De VABN bevat minstens één vertegenwoordiger die aangewezen is door elk van de volgende organisaties: 1° de bevoegde instantie;2° het Instituut voor de Nationale Rekeningen;3° de Commissie voor Boekhoudkundige Normen;4° het Strategisch Overleg Financiën;5° het Rekenhof;6° het Instituut voor Bedrijfsrevisoren;7° de Inspectie van Financiën;8° het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten. De leden, vermeld in het e …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.