Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

10 FEBRUARI 2022 - Besluit van de Regering tot uitvoering van het decreet van 24 januari 2022 betreffende de bestrijding van doping in de sport

Kort samengevat

Deze wet regelt de uitvoering van het decreet van 24 januari 2022 betreffende de bestrijding van doping in de sport in de Duitstalige Gemeenschap. Het doel is om de regelgeving in overeenstemming te brengen met de internationale antidopingstandaarden en de sportethiek te beschermen.

Wat het regelt

  • De uitvoering van het decreet van 24 januari 2022 betreffende de bestrijding van doping in de sport.
  • De vaststelling en bijwerking van de verboden lijst van dopingmiddelen.
  • De ontwikkeling en uitvoering van een informatie- en preventieplan tegen doping.
  • De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dopingbestrijding.

Wie het aanbelangt

  • De Regering van de Duitstalige Gemeenschap en de Minister bevoegd voor Sport.
  • De nationale antidopingorganisatie van de Duitstalige Gemeenschap (NADO-DG) en de Koepelorganisatie voor de Sport.
  • Elitesporters en sportorganisaties in de Duitstalige Gemeenschap.

Kernpunten

  • De Minister beslist over de verboden lijst van dopingmiddelen en informeert de Koepelorganisatie hierover.
  • De NADO-DG ontwikkelt een informatie- en preventieplan dat educatie-, informatie- en preventiecampagnes omvat.
  • Het plan heeft als hoofddoel de sportethiek en de gezondheid van sporters te beschermen.
  • Dopingpreventie omvat sensibiliseringsmaatregelen die kunnen variëren in vorm (bijv. televisiecampagnes, brochures, websites) en inhoud, afhankelijk van de doelgroep.
Wettekst
Wettekst
Obsah (4)§ 6§ 2§ 10§ 3

MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP 10 FEBRUARI 2022 - Besluit van de Regering tot uitvoering van het decreet van 24 januari 2022Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2022 pub.

vierde lid, § 4, derde lid,

§ 6

, tweede lid, artikel 13, artikel 14, vierde lid, artikel 15, § § 3, 5

9, artikel 16, § 1, eerste

vierde lid,

§ 2

, eerste

tweede lid, artikel 17, vierde

vijfde lid, artikel 18, § 1, derde lid, artikel 19, § 1, derde lid, artikel 20, tweede lid, artikel 21, tweede lid, artikel 22, artikel 23, § 1, zesde lid, § 5, § 7, § 8, eerste

vierde lid,

§ 10

, artikel 24, § 2

§ 3

, tweede lid, artikel 25, vijfde lid, artikel 27, tweede lid, artikel 28, § § 1 tot 6

artikel 33, tweede lid; Gelet op het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld

van de reisvergoedingen in instellingen

raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap; Gelet op het besluit van de Regering van 10 juli 2008 houdende uitvoering, in het kader van de dopingbestrijding

van de organisatie van vechtsportmanifestaties, van het decreet van 30 januari 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/01/2006 pub. 12/04/2006 numac 2006033028 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet ter voorkoming van de gezondheidsschaden bij sportbeoefening sluiten ter voorkoming van de gezondheidsschaden bij sportbeoefening; Gelet op het besluit van de Regering van 10 juli 2008 tot vastlegging van de minimale voorschriften m.b.t. de procedurevereisten overeenkomstig artikel 18 van het decreet van 30 januari 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/01/2006 pub. 12/04/2006 numac 2006033028 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet ter voorkoming van de gezondheidsschaden bij sportbeoefening sluiten ter voorkoming van de gezondheidsschaden bij sportbeoefening; Gelet op het besluit van de Regering van 17 maart 2016 tot uitvoering van het decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/02/2016 pub. 01/03/2016 numac 2016201142 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport sluiten betreffende de bestrijding van doping in de sport; Gelet op het advies van de Koepelorganisatie voor de Sport in de Duitstalige Gemeenschap, gegeven op 31 januari 2022; Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 5 januari 2022; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister-President, bevoegd voor Begroting, d.d.10 februari 2022; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid wordt gerechtvaardigd door het feit dat de Duitstalige Gemeenschap, als ondertekenaar van de verklaring van Kopenhagen ter ondersteuning van de Code, verplicht is haar regelgeving uiterlijk op 28 februari 2022 volledig in overeenstemming te brengen met de Code

met de Internationale Standaarden van het Wereldantidopingagentschap (hierna: "WADA"), zoals het Uitvoerend Comité van het WADA op voorstel van het Comité voor evaluatie van de naleving op 28 oktober 2021 heeft bepaald; dat de Duitstalige Gemeenschap de in artikel 24.1.1 vermelde gevolgen zal ondervinden indien deze nieuwe regeling niet tegen 28 februari 2022 definitief overeenkomstig de Code wordt aangenomen; dat dit betekent dat in heel België geen internationale sportevenementen meer kunnen worden georganiseerd, dat dergelijke evenementen moeten worden afgelast, dat prijsuitreikingen

het hijsen van vlaggen verboden zijn of dat het laboratorium dat de stalen voor de Duitstalige Gemeenschap analyseert zijn WADA-accreditatie zou kunnen verliezen; dat deze gevolgen ernstige

onherstelbare schade zouden kunnen toebrengen aan de Duitstalige Gemeenschap, zowel op sportief vlak als wat haar reputatie in het algemeen betreft, zowel in België als in het buitenland, zodat de aanneming van dit decreet niet langer kan worden uitgesteld; Overwegende dat de Gegevensbeschermingsautoriteit op 25 januari 2022 om advies is verzocht via de spoedprocedure bedoeld in artikel 26, § 1, tweede lid, van de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 25/09/2018 numac 2018013819 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit; Overwegende dat het dringende karakter als volgt gemotiveerd wordt: 1° de NADO van de Duitstalige Gemeenschap heeft bij besluit van het uitvoerend comité van het WADA van 28 oktober 2021 een dwingende termijn van vier maanden gekregen, die eindigt op 28 februari 2022, waarna ze ambtshalve niet in overeenstemming met de Code zal worden verklaard, indien de Code 2021

de Internationale Standaarden van het WADA tegen die datum niet in haar intern recht zijn omgezet;2° sommige van de gevolgen die zouden gelden als de NADO van de Duitstalige Gemeenschap haar verplichting niet naleeft, zouden gelden voor derden in heel België;3° in een schrijven van het WADA van 15 september 2021 worden de gevolgen als volgt opgesomd: - de vertegenwoordigers van de NADO van de Duitstalige Gemeenschap komen niet in aanmerking voor een functie in het WADA of een positie als lid van een WADA-bestuur, -comité of -orgaan (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, het lidmaatschap in de stichtingsraad van het WADA, in het uitvoerend comité, in een vast comité of in

ig ander comité); - de NADO van de Duitstalige Gemeenschap is niet gerechtigd een evenement in te richten dat door of met het WADA wordt ingericht of georganiseerd; - de vertegenwoordigers van de NADO van de Duitstalige Gemeenschap zijn niet gerechtigd deel te nemen aan een programma van onafhankelijke waarnemers van het WADA, een sensibiliseringsprogramma van het WADA of andere activiteiten van het WADA; - de NADO van de Duitstalige Gemeenschap ontvangt geen financiering van het WADA (noch direct, noch indirect) voor de ontwikkeling van specifieke activiteiten of deelname aan specifieke programma's; - de vertegenwoordigers van de NADO van de Duitstalige Gemeenschap komen niet in aanmerking om in een raad, comité of ander orgaan van een ondertekenaar (of zijn leden) of een vereniging van ondertekenaars te zetelen, totdat de NADO van de Duitstalige Gemeenschap opnieuw geïnstalleerd wordt of gedurende één jaar (als die periode langer is) (zie ISCCS artikel B.3.1 (d)); - België mag geen regionale, continentale of wereldkampioenschappen of door grote organisatoren georganiseerde evenementen organiseren gedurende de gehele periode dat de regels niet worden nageleefd (zie ISCCS artikel B.3.1(e.1)); - de Belgische vlag mag niet worden getoond tijdens regionale, continentale of wereldkampioenschappen of tijdens evenementen die door grote organisatoren worden georganiseerd (met uitzondering van de Olympische

Paralympische Spelen) tijdens de eerstvolgende editie van dat evenement of totdat de NADO van de Duitstalige Gemeenschap opnieuw geïnstalleerd wordt (als die periode langer is) (zie ISCCS artikel B.3.1(e.2)); 4° de Duitstalige Gemeenschap met ongeveer 78.000 inwoners

ongeveer 20.000 sporters mag de organisatie van internationale sportwedstrijden in België of het houden van prijsuitreikingen niet in gevaar brengen door mogelijke niet-conformiteit; 5° deze gevolgen in geval van niet-conformiteit van de NADO van de Duitstalige Gemeenschap zouden een ernstige

onmiddellijk dreigende schade betekenen voor de Belgische sport; Overwegende dat de Gegevensbeschermingsautoriteit de regering bij een ontvangstbewijs van 27 januari 2022 heeft meegedeeld dat zij haar advies niet vóór 9 maart 2022 zou kunnen uitbrengen; Overwegende dat de ontvangst van een advies op 9 maart 2022 zou betekenen dat de verplichte termijn van 28 februari 2022 niet zou worden nageleefd

dat de NADO van de Duitstalige Gemeenschap bijgevolg ambtshalve niet-conform zou worden verklaard, met de hierboven uiteengezette ernstige gevolgen, die de hele Belgische sport zouden treffen; dat het onderhavige besluit bovendien is opgesteld op basis van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 16 december 2021Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 16/12/2021 pub. 24/12/2021 numac 2021043488 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 14 juli 2021 betreffende de dopingbestrijding

-preventie sluiten tot uitvoering van het besluit van de Franse Gemeenschap van 14 juli 2021, in het bijzonder rekening houdend met het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit nr. 162/2021 van 24 september 2021; Overwegende dat de Regering om bovengenoemde redenen heeft besloten dit besluit onmiddellijk

definitief aan te nemen; Op de voordracht van de minister van Sport; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1 - Naast de definities vermeld in artikel 3 van het decreet gelden voor de uitvoering van dit besluit nog de volgende definities: 1° decreet: het decreet van 24 januari 2022Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2022 pub. 28/02/2022 numac 2022200966 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport sluiten betreffende de bestrijding van doping in de sport;2° Minister: de Minister van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap bevoegd voor Sport;3° NADO-DG: de nationale antidopingorganisatie van de Duitstalige Gemeenschap;4° Koepelorganisatie: de Koepelorganisatie voor de Sport in de Duitstalige Gemeenschap;5° chaperon: de persoon die gemachtigd

opgeleid is om de controlearts te begeleiden bij dopingtests. Art. 2 - De Minister beslist over de verboden lijst

over de bijwerking ervan overeenkomstig artikel 11 van het decreet

brengt de Koepelorganisatie op de hoogte. Art. 3 - In het kader van de bestrijding van doping in de sport ontwikkelt de NADO-DG een informatie-

preventieplan, in het kader waarvan educatie-, informatie-

preventiecampagnes gevoerd worden

een contactpunt wordt opgericht dat de elitesporters helpt om hun verplichtingen inzake verblijfsgegevens na te komen. Het plan bedoeld in het eerste lid is gebaseerd op de volgende hoofdbeginselen: 1° het dopingpreventiebeleid in de Duitstalige Gemeenschap heeft

erzijds tot doel de sportethiek

de fair play in de sport te beschermen

anderzijds de lichamelijke

psychische gezondheid van sporters te beschermen, ongeacht hun prestatieniveau

/of wedstrijdniveau;2° de actiebeginselen die als basis dienen voor het plan zijn in het bijzonder: a) de educatieve, informatieve

preventieve benadering van dopingpreventie laten gelden bij het uitwerken, aanpassen

toepassen van alle operationele strategieën voor de dopingbestrijding;b) de aanmoediging tot de deelneming van de sportwereld, de sportsector

de burgers aan de operationele strategieën inzake dopingpreventie, ook, in voorkomend geval, via gezamenlijk ontwikkelde

gevoerde sensibiliserings-

preventiecampagnes;3° dopingpreventie gaat gepaard met het ontwikkelen van sensibiliseringsmaatregelen die, afhankelijk van de doelgroep, zowel qua organiserende instantie als qua inhoud verschillend kunnen zijn;4° de maatregelen

campagnes inzake sensibilisering

dopingpreventie kunnen in het bijzonder de vorm van televisiecampagnes, perscampagnes, informatiebrochures of websites aannemen of kunnen via sociaalnetwerksites verspreid worden;5° dopingpreventie gaat ook, op aanvraag van de verantwoordelijken van sportorganisaties, gepaard met hulp

steun bij het ondernemen van stappen inzake dopingpreventie. De NADO-DG kan de sportorganisaties belasten met preventietaken. Art. 4 - Artikel 15 van het decreet is van overeenkomstige toepassing op persoonsgegevens die met toepassing van dit besluit worden verzameld

verwerkt. Art. 5 - De NADO-DG kan een toegangsrecht tot ADAMS toekennen voor de dopingtests bedoeld in artikel 16 van het decreet, voor de TTN's bedoeld in artikel 12 van het decreet, voor de overzending van de verblijfsgegevens bedoeld in artikel 23 van het decreet

voor de beslissingen

tuchtrechtelijke sancties bedoeld in artikel 24 van het decreet alsook voor de behoorlijke uitvoering van de taken waarmee bepaalde verantwoordelijken overeenkomstig artikel 7, § § 4 tot 5, artikel 21, § 4, artikel 26, § 4, artikel 33, § 4,

artikel 40, § 7, belast worden. Wanneer de betrokken verantwoordelijken op basis daarvan toegang tot de ADAMS-databank hebben, treden zij op namens

in opdracht van de NADO-DG

/of de TTN-commissie van de Duitstalige Gemeenschap, met inachtneming van de technische

organisatorische instructies

maatregelen die opgenomen worden in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 28 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. HOOFDSTUK

  1. - Toestemmingen wegens therapeutische noodzaak (TTN's) Afdeling
  2. - Algemeen Art. 6 - De sporters bedoeld in artikel 12, § 3, van het decreet die verboden stoffen of methodes wegens therapeutische noodzaak wensen te gebruiken of moeten gebruiken, dienen een TTN-aanvraag in bij de TTN-commissie volgens de in artikel 12 vastgestelde voorwaarden

vormen. Afdeling 2. - TTN-commissie Art. 7 - § 1 - Overeenkomstig artikel 12, § 2, tweede lid, van het decreet bestaat de TTN-commissie uit drie werkende leden

drie plaatsvervangende leden, waarbij één werkend lid

één plaatsvervangend lid algemene ervaring inzake verzorging

behandeling van sporters met een beperking of beperkingen kunnen laten gelden. Wie aangewezen wil worden als (werkend/plaatsvervangend) lid van de TTN-commissie moet op zijn minst aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° houder zijn van het diploma van arts of master in de geneeskunde;2° sedert ten minste zes jaar vanaf de datum van indiening van een kandidatuur geen tuchtsanctie of schrapping uit de Orde der artsen ondergaan of hebben ondergaan;3° een uittreksel uit het strafregister bijvoegen dat bewijst dat geen veroordeling wegens een misdaad of een misdrijf werd uitgesproken;4° zich ertoe verbinden, met een gedateerde

ondertekende verklaring op erewoord, de vertrouwelijkheid van de procedure voor de aanvraag

uitreiking van de TTN's,

de onafhankelijkheid

de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor de behandeling van een dossier, strikt in acht te nemen, waarbij in voorkomend geval geweigerd wordt het dossier te behandelen wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat het lid geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid

onpartijdigheid biedt; 5° niet onderworpen is aan een voorlopige schorsing of uitsluiting op grond van de Code overeenkomstig artikel 20.5.11 van de Code of, indien de persoon niet onder de Code valt, zich niet rechtstreeks

opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan gedrag dat een overtreding van de antidopingregels zou hebben gevormd in de zes jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, indien op de persoon regels van toepassing waren geweest die in overeenstemming zijn met de Code; 6° behalve als de intrekking op hun aanvraag is geschied, geen beslissing tot intrekking van de aanwijzing hebben ondergaan gedurende de vijf jaar die aan de nieuwe aanvraag om aanwijzing voorafgaan;7° ervaring met de verzorging

de medische behandeling van sporters hebben, alsook goede kennis in de klinische geneeskunde

de sportgeneeskunde hebben. Voor zover aan de voorwaarden van het tweede lid is voldaan, kan een lid van een andere medische vrijstellingscommissie eveneens tot lid van de TTN-commissie worden benoemd, indien de vereenvoudigde procedure vermeld in § 2, vijfde

zesde lid, wordt gevolgd. § 2 - De leden van de TTN-commissie worden benoemd door de Minister voor een periode van vier jaar na een oproep tot kandidaten door de NADO-DG, hetzij op basis van een spontane sollicitatie, hetzij volgens de vereenvoudigde procedure vermeld in het vijfde

het zesde lid voor leden van een andere TTN-commissie. De oproep tot kandidaten bedoeld in het eerste lid wordt in het bijzonder bekendgemaakt in minstens één van de bladen van de Belgische

/of Duitse pers. De spontane sollicitatie vermeld in het eerste lid wordt gericht aan de NADO-DG. Ze bestaat uit een motivatiebrief

is vergezeld van documenten of attesten die het mogelijk maken na te gaan of aan de voorwaarden bedoeld in § 1, tweede lid, 1° tot 4°

7°, is voldaan. Kandidaten die voldoen aan de in § 1, tweede lid, genoemde voorwaarden

die hebben gereageerd op een sollicitatieoproep of een spontane sollicitatie hebben ingediend zoals bepaald in het eerste

tweede of, naargelang van het geval, derde lid, worden benoemd tot lid van de TTN-commissie. Leden van een andere commissie voor de toekenning van een toestemming wegens therapeutische noodzaak kunnen te allen tijde aan de NADO-DG vragen om benoemd te worden als lid van de TTN-commissie. De in het vorige lid bedoelde aanvraag bestaat uit een schriftelijke motivering

gaat vergezeld van documenten of certificaten die hun aanstelling als lid van een andere commissie voor de toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak staven, alsmede van de duur van die aanstelling. De leden van een andere commissie voor de toekenning van een toestemming voor therapeutische noodzaak die voldoen aan de voorwaarden van § 1, tweede lid,

die een aanvraag hebben ingediend zoals bepaald in het vijfde

zesde lid, worden ook benoemd tot lid van de TTN-commissie. § 3 - Het mandaat van de leden van de TTN-commissie kan door de Minister worden verlengd, telkens voor een periode van vier jaar. De verlenging van het mandaat van de leden van de TTN-commissie kan worden bekomen op aanvraag bij de NADO-DG, uiterlijk één maand vóór het einde van het lopende mandaat. Bij de aanvraag om verlenging van het mandaat worden de volgende stukken gevoegd: 1° een actueel attest van de Orde der artsen waaruit blijkt dat er in de voorbije periode van minstens zes jaar geen tuchtsanctie is opgelegd;2° een actueel uittreksel uit het strafregister waaruit blijkt dat er geen veroordeling bestaat voor een misdaad of een misdrijf. § 4 - Om te waarborgen dat de samenstelling van de TTN-commissie aan de criteria vermeld in § 1 voldoet, kan de Minister ook leden aanwijzen die deel uitmaken van een andere Belgische TTN-commissie die aan de voorwaarden van § 1 voldoen. Overeenkomstig artikel 12, § 2, vijfde lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. § 5 - Het secretariaat van de TTN-commissie wordt verzorgd door een verantwoordelijke van de NADO-DG die arts of master in de geneeskunde is. Om de goede werking van het secretariaat te waarborgen, kan de Minister bepaalde taken toevertrouwen aan verantwoordelijken van een andere Belgische TTN-commissie. Overeenkomstig artikel 12, § 2, vijfde lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. Art. 8 - De TTN-commissie vaardigt een huishoudelijk reglement uit

past het toe. Het huishoudelijk reglement van de TTN-commissie bevat de volgende hoofdregels: 1° de zetel

het secretariaat van de TTN-commissie zijn gevestigd in het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap, Gospertstraße 1, 4700 Eupen (postadres);2° de leden van de TTN-commissie oefenen hun opdracht op streng vertrouwelijke, volledig onafhankelijke

volledig onpartijdige wijze uit.Bij het onderzoeken van de dossiers nemen ze de beginselen van objectiviteit

gelijke behandeling in acht. In voorkomend geval weigeren ze elk dossier te behandelen wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat het betrokken lid geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid

onpartijdigheid biedt; 3° de TTN-commissie kan geldig beslissen met drie leden, onder wie een voorzitter, die voor elke aanvraag door het secretariaat worden aangewezen in functie van de noden, de wetenschappelijke

/of medische specificiteit van het te behandelen geval

de beschikbaarheid van de leden;4° het secretariaat van de TTN-commissie wordt belast met de administratieve taken voor de voorbereiding

uitvoering van de TTN-beslissingen, in het bijzonder met de ontvangst van de TTN-aanvragen, het onderzoek ervan, de mededeling ervan aan de leden van de TTN-commissie, het opstellen van een voorstel van beslissing, de eindredactie van de door de TTN-commissie genomen beslissingen, alsook de briefwisseling met de sporters, de Koepelorganisatie

het WADA;5° de TTN-aanvragen worden door het secretariaat van de TTN-commissie overgemaakt aan de drie dienstdoende leden van de TTN-commissie.Bij een belangenconflict of bij

ige andere verhindering wordt het betrokken werkend lid vervangen door één van de drie plaatsvervangende leden; 6° wanneer de TTN-aanvraag wordt ingediend door een sporter met een beperking, moet minstens één van de drie leden van de TTN-commissie die over die aanvraag beslissen algemene ervaring hebben met de verzorging

behandeling van sporters met een beperking of specifieke ervaring hebben met de beperking van de betrokken sporter;7° de TTN-commissie beslist in een schriftelijke procedure, bij meerderheid van de stemmen van haar leden;8° wanneer hen overeenkomstig 3°

5° een TTN-aanvraag wordt voorgelegd, kan elk van de drie leden elk passend geacht medisch of wetenschappelijk advies of elke passend geachte deskundigheid inwinnen;9° de beslissingen van de TTN-commissie worden met redenen omkleed

worden gedateerd;ze worden door de voorzitter

de secretaris van de TTN-commissie ondertekend. Dat huishoudelijk reglement stemt overeen met de bepalingen van bijlage II van de UNESCO-conventie

met de bepalingen van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. Art. 9 - Het secretariaat van de TTN-commissie stelt op verzoek een beknopt activiteitenverslag ter beschikking waarin het, op anonieme wijze

met inachtneming van het medisch beroepsgeheim, alleen het aantal behandelde dossiers, het aantal toegekende TTN's

het aantal geweigerde aanvragen gedurende het voorgaande jaar vermeldt. Art. 10 - De leden van de TTN-commissie worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld

van de reisvergoedingen in instellingen

raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap. Voor de leden die overeenkomstig artikel 7, § 4, worden aangewezen, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Art. 11 - De medische of wetenschappelijke deskundigen aan wie de TTN-commissie met toepassing van artikel 12, § 4, derde lid, van het decreet advies heeft gevraagd, worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld

van de reisvergoedingen in instellingen

raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap. De deskundigen bedoeld in het eerste lid hebben een strikte geheimhoudingsplicht. Ze oefenen hun taken uit volgens de instructies

onder de verantwoordelijkheid van de leden van de TTN-commissie. Afdeling 3. - Procedure voor de aanvraag om toestemming Art. 12 - § 1 - Overeenkomstig artikel 12, § § 3

6, van het decreet verloopt de procedure voor de TTN-aanvraag als volgt: 1° de TTN-aanvraag wordt door de sporter via de post, via e-mail of via ADAMS bij het secretariaat van de TTN-commissie ingediend;2° de aanvraag wordt ingediend via het aanvraagformulier waarvan het model door de NADO-DG wordt vastgelegd overeenkomstig bijlage II van de UNESCO-conventie

het model van het TTN-formulier volgens de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak.Dat model bevat: a) een informatie aan de sporter over de wijze waarop zijn persoonsgegevens

medische gegevens verwerkt worden;b) een rubriek waarin de dosering, de frequentie, de vorm

de duur voor de toediening van de - in principe - verboden stof worden vermeld;3° het aanvraagformulier wordt door de sporter

door de arts die hem bij het invullen van de TTN-aanvraag heeft geholpen, naar behoren ingevuld, gedagtekend

ondertekend. § 2 - Voor elitesporters van nationaal niveau overeenkomstig artikel 12, § 3, 1°, van het decreet wordt de TTN-aanvraag - behalve in één van de gevallen bedoeld in het derde lid - uiterlijk dertig dagen vóór de training, het evenement of de wedstrijd waarvoor de TTN wordt aangevraagd, ingediend. Voor zover zij op het tijdstip van de controle hebben vermeld dat ze geneesmiddelen nemen of dat andere omstandigheden tot een afwijkend analyseresultaat kunnen leiden

behalve in één van de gevallen bedoeld in het derde lid, kan de TTN-aanvraag bij breedtesporters overeenkomstig artikel 12, § 3, 2°, van het decreet, met terugwerkende kracht worden ingediend binnen 15 werkdagen na ontvangst van de post van de NADO-DG waarin die mogelijkheid wordt meegedeeld. Met uitzondering van het eerste lid

overeenkomstig de artikelen 4.1

4.2 van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak kan een TTN in één van de volgende gevallen met terugwerkende kracht worden aangevraagd binnen een maximumtermijn van 15 dagen vanaf de datum van de kennisgeving van een afwijkend analyseresultaat: 1° bij een dringend medisch geval of als een aandoening dringend behandeld moest worden;2° in uitzonderlijke omstandigheden die door de sporter behoorlijk worden bewezen

door de TTN-commissie worden aanvaard, die worden gestaafd door een beslissing die op dat punt specifiek wordt gemotiveerd, wanneer de elitesporter of topsporter van nationaal niveau onvoldoende tijd of mogelijkheden had om vóór de monsterneming een aanvraag in te dienen of wanneer de TTN-commissie onvoldoende tijd of mogelijkheden had om die aanvraag vóór de monsterneming te onderzoeken;3° wanneer de NADO van de sporter, omwille van nationale prioriteiten die in bepaalde sporttakken zijn vastgelegd, niet toegestaan of geëist heeft dat de sporter een prospectieve TTN aanvroeg;4° wanneer de sporter buiten wedstrijdverband, om therapeutische redenen, een verboden stof heeft gebruikt die alleen in wedstrijdverband verboden is. Met uitzondering van het eerste lid

onverminderd het tweede lid

het derde lid kan overeenkomstig artikel 4, derde lid, van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, binnen 15 dagen na de kennisgeving van een afwijkend analyseresultaat, met terugwerkende kracht een TTN-aanvraag worden ingediend, indien het, gelet op het doel van de Code, kennelijk onbillijk zou zijn om geen TTN met terugwerkende kracht toe te kennen. Voor elitesporters van nationaal niveau is voor de uitzondering in het vierde lid de voorafgaande goedkeuring van het WADA vereist. Voor sporters die geen elitesporters van nationaal niveau zijn, is voor de uitzondering in het vierde lid geen voorafgaande goedkeuring van het WADA vereist. Het WADA kan echter te allen tijde een beslissing van de TTN-commissie om op grond van het vierde lid met terugwerkende kracht een TTN toe te kennen, herzien

kan, naar eigen goeddunken, een dergelijke beslissing goedkeuren of ongeldig verklaren. Een beslissing van het WADA

/of de TTN-commissie die met toepassing van het vierde lid wordt genomen, kan niet worden aangevochten. Een beslissing die met toepassing van het vierde lid wordt genomen, wordt door het secretariaat van de TTN-commissie uiterlijk 21 dagen na ontvangst van de beslissing in ADAMS gemeld. § 3 - Onverminderd § § 1

2 wordt in de aanvraag ook het volgende vermeld: 1° dat de sporter vroeger al andere TTN-aanvragen heeft ingediend;2° om welke stoffen het daarbij ging;3° bij welke antidopingorganisatie(s) die aanvraag/aanvragen werd/werden ingediend;4° welke beslissing of beslissingen de betrokken antidopingorganisatie of antidopingorganisaties toen over de TTN-aanvraag hebben genomen. De TTN-commissie verklaart de TTN-aanvraag onontvankelijk wanneer ze gegrond is op redenen die dezelfde zijn als in een vorige aanvraag die betrekking heeft op dezelfde periode

die bij een andere antidopingorganisatie werd ingediend. Afdeling 4. - Procedure voor de toekenning van de toestemming wegens therapeutische noodzaak Art. 13 - Het secretariaat van de TTN-commissie onderzoekt zo snel mogelijk na ontvangst van de TTN-aanvraag of die volledig is. Tijdens dat onderzoek kan het secretariaat van de TTN-commissie de sporter overeenkomstig artikel 12 om alle aanvullende gegevens of documenten verzoeken om zijn TTN-aanvraag te vervolledigen. Als het secretariaat van de TTN-commissie een aanvraag overeenkomstig het tweede lid doet, verstrekt de sporter de aanvullende aangevraagde gegevens

/of documenten zo snel mogelijk. Als de sporter de aanvullende aangevraagde gegevens

/of de aanvullende aangevraagde documenten niet binnen een termijn van 15 dagen verstrekt, wordt de TTN-aanvraag als niet-ontvankelijk beschouwd

stelt het secretariaat van de TTN-commissie de sporter daarvan in kennis via de post of via e-mail. Zodra de TTN-aanvraag overeenkomstig artikel 12

na eventuele toepassing van het tweede

het derde lid als volledig wordt beschouwd, zendt het secretariaat haar zo snel mogelijk ter behandeling

ter beslissing toe aan de leden van de TTN-commissie. Art. 14 - § 1 - Het secretariaat van de TTN-commissie deelt de beslissing van de TTN-commissie mee aan de betrokken sporter; die kennisgeving geschiedt per aangetekend schrijven

per e-mail binnen 15 dagen na ontvangst van de volledige TTN-aanvraag overeenkomstig artikel 13, vijfde lid. De TTN-commissie beslist met inachtneming van bijlage II van de UNESCO-conventie

met inachtneming van de bepalingen van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. § 2 - Wanneer de TTN-commissie beslist om de TTN met inachtneming van artikel 3, 68°, van het decreet aan de sporter te verlenen, wordt die TTN bij de aan de betrokken sporter gerichte brieven bedoeld in § 1 gevoegd. De NADO-DG bepaalt het TTN-model overeenkomstig bijlage II van de UNESCO-conventie

de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. De TTN bevat in elk geval: 1° de identiteit

de geboortedatum van de sporter;2° de benaming van de stof

/of de methode die door de TTN-commissie overeenkomstig artikel 3, 68°, van het decreet als therapeutisch verantwoord wordt beschouwd;3° de dosering, de frequentie, de vorm van de toediening van de stof

/of de methode bedoeld in 2°, alsook de duur van de geldigheid van de TTN

elke eventuele voorwaarde waaraan de TTN onderworpen is. Bovendien voert het secretariaat van de TTN-commissie de gegevens bedoeld in het vorige lid uiterlijk 21 dagen na de beslissing bedoeld in het derde lid in de ADAMS-databank in of vraagt het secretariaat om die gegevens in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 5, om het WADA

de andere antidopingorganisaties te informeren. Afdeling 5. - Weigering van de TTN

mogelijkheid om beroep in te stellen Art. 15 - § 1 - Als de TTN-commissie beslist om de TTN-aanvraag van de sporter te weigeren, wordt de beslissing overeenkomstig artikel 14, § 1, aan de sporter toegezonden. Bovendien voert het secretariaat van de TTN-commissie de gegevens bedoeld in het vorige lid uiterlijk 21 dagen na de beslissing in de ADAMS-databank in of vraagt het secretariaat om die gegevens in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 5, om het WADA

de andere antidopingorganisaties te informeren: 1° de identiteit

de sportdiscipline van de sporter;2° de benaming van de stof

/of de methode die door de TTN-commissie overeenkomstig artikel 3, 68°, van het decreet niet als therapeutisch verantwoord wordt beschouwd;3° de motivering van de beslissing tot weigering, met inbegrip van de redenen in feite

in rechte. § 2 - Overeenkomstig artikel 4.4.9 van de Code wordt de overschrijding van de termijn bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, van een beslissing tot weigering die overeenkomstig § 1 door de TTN-commissie is genomen, gelijkgesteld met het begin van het recht om beroep in te stellen. § 3 - De sporter kan beroep instellen tegen de beslissing tot weigering bedoeld in § 1, eerste lid, of in geval van toepassing van § 2. Dat beroep wordt ingesteld per aangetekend schrijven

wordt gericht aan het secretariaat van de Koepelorganisatie binnen een maximumtermijn van 15 dagen, te rekenen ofwel vanaf de datum van ontvangst van het aangetekend schrijven bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, ofwel te rekenen vanaf de dag volgend op het einde van de termijn bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid. Naast de inachtneming van de termijn bedoeld in het eerste lid, hangt de ontvankelijkheid van het beroep af van de volgende andere voorwaarden: 1° de vermelding van de aangevochten beslissing;2° de beschrijving van de inhoud

van de redenen van het beroep, in feite

in rechte toegelicht;3° de vermelding

de beschrijving van een gegeven dat nieuw is in vergelijking met het ogenblik waarop de oorspronkelijke aanvraag als volledig werd beschouwd, met toepassing van artikel 13, vijfde lid;4° het voegen bij het beroep van elk eventueel medisch attest dat niet bij het oorspronkelijke dossier was gevoegd

dat, overeenkomstig artikel 3, 68°, van het decreet, de herziening zou kunnen rechtvaardigen van de beslissing die de TTN-commissie in eerste instantie had genomen. § 4 - Onverminderd § 3 kan het WADA overeenkomstig artikel 4.4.6 van de Code elke TTN-beslissing te allen tijde onderzoeken, ofwel op eigen initiatief, ofwel op uitdrukkelijke aanvraag van de betrokken sporter, van zijn nationale antidopingorganisatie of een andere betrokken persoon. Indien de TTN-beslissing die door het WADA wordt onderzocht, voldoet aan de criteria van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, zal het WADA die beslissing niet betwisten. Indien de TTN-beslissing die door het WADA wordt onderzocht, niet voldoet aan de criteria van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, zal het WADA die beslissing vernietigen. Overeenkomstig artikel 4.4.8 van de Code kan de betrokken sporter, de NADO-DG

/of de betrokken internationale sportfederatie bij het TAS beroep instellen tegen elke beslissing van het WADA om een TTN-beslissing, die met toepassing van het derde lid is genomen, te vernietigen. § 5 - Onverminderd § 4 kan de betrokken sporter

/of de NADO-DG overeenkomstig artikel 4.4.7 van de Code bij het TAS beroep instellen tegen elke TTN-beslissing die is genomen door een internationale federatie of een NADO die zich bereid verklaard heeft om een TTN-aanvraag namens een internationale federatie te onderzoeken

die niet door het WADA onderzocht wordt of die wel door het WADA onderzocht wordt maar niet overeenkomstig § 4, derde lid, werd vernietigd. Afdeling 6. - TTN-beroepscommissie bij de Koepelorganisatie voor de Sport in de Duitstalige Gemeenschap Art. 16 - § 1 - De Koepelorganisatie voor de Sport in de Duitstalige Gemeenschap die overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van het decreet bevoegd is voor de behandeling van beroepen van een sporter tegen een beslissing van de TTN-commissie, stelt de onafhankelijke artsen aan die zitting hebben in de TTN-beroepscommissie die binnen de Koepelorganisatie wordt ingesteld. Onverminderd § 2

onverminderd de voorwaarde inzake onafhankelijkheid bepaald in artikel 25 van het decreet

onder voorbehoud van bijkomende voorwaarden inzake onafhankelijkheid die door de Koepelorganisatie kunnen worden bepaald, voldoen de artsen vermeld in het eerste lid aan de volgende voorwaarden: 1° houder zijn van het diploma van arts of master in de geneeskunde;2° sedert ten minste zes jaar geen tuchtsanctie of schrapping uit de Orde der artsen ondergaan of hebben ondergaan;3° een uittreksel uit het strafregister bijvoegen dat bewijst dat geen veroordeling wegens een misdaad of een misdrijf werd uitgesproken;4° zich ertoe verbinden, met een gedateerde

ondertekende verklaring op erewoord, in de hem toevertrouwde beroepsprocedure, de vertrouwelijkheid

de onafhankelijkheid

de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor de behandeling van een dossier, strikt in acht te nemen, waarbij in voorkomend geval geweigerd wordt het dossier te behandelen wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat het lid geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid

onpartijdigheid biedt;5° niet onderworpen is aan een voorlopige schorsing of uitsluiting op grond van de Code of, indien de persoon niet onder de Code valt, zich niet rechtstreeks

opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan gedrag dat een overtreding van de antidopingregels zou hebben gevormd in de zes jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, indien op de persoon regels van toepassing waren geweest die in overeenstemming zijn met de Code;6° ervaring met de verzorging

de medische behandeling van sporters hebben, alsook gefundeerde kennis in de klinische geneeskunde

de sportgeneeskunde hebben. De Koepelorganisatie vergewist zich ervan dat de voorwaarden vermeld in het tweede lid vervuld zijn voordat ze de artsen vermeld in het eerste lid aanwijst. Overeenkomstig de voorwaarden vermeld in het tweede lid moet minstens één van de artsen die met toepassing van het eerste lid werden aangewezen, bewijzen dat hij algemene ervaring in de begeleiding

behandeling van sporters met een beperking heeft. § 2 - Een lid van een andere TTN-commissie, voor zover het aan de voorwaarden vermeld in § 1, tweede lid,

in het bijzonder aan de voorwaarde inzake onafhankelijkheid voldoet, kan ook worden aangewezen als lid van de TTN-beroepscommissie. § 3 - De leden van de TTN-beroepscommissie worden aangewezen voor een periode van vier jaar. Hun mandaat kan telkens met vier jaar worden verlengd. De verlenging van het mandaat van de leden van de TTN-beroepscommissie kan worden verkregen door daartoe een verzoek in te dienen bij de Koepelorganisatie, uiterlijk één maand vóór het einde van het lopende mandaat. Bij de aanvraag om verlenging van het mandaat worden de volgende stukken gevoegd: 1° een actueel attest van de Orde der artsen waaruit blijkt dat er in de voorbije periode van minstens zes jaar geen tuchtsanctie is opgelegd;2° een actueel uittreksel uit het strafregister waaruit blijkt dat er geen veroordeling bestaat voor een misdaad of een misdrijf. § 4 - Het secretariaat van de TTN-beroepscommissie wordt verzorgd door een verantwoordelijke van de Koepelorganisatie die arts of master in de geneeskunde is. Art. 17 - Onverminderd eventuele bijkomende regels

procedures die door de Koepelorganisatie worden bepaald, luiden de essentiële werkingsregels van de TTN-beroepscommissie als volgt: 1° de zetel

het secretariaat van de TTN-beroepscommissie zijn gevestigd in de lokalen van de Koepelorganisatie, op welk adres alle briefwisseling wordt gezonden;2° de leden van de TTN-beroepscommissie voeren hun opdracht uit in strikte vertrouwelijkheid, in volle onafhankelijkheid

in volle onpartijdigheid.Bij het onderzoeken van de dossiers nemen ze de beginselen van objectiviteit

gelijke behandeling in acht. In voorkomend geval weigeren ze elk dossier te behandelen wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat het betrokken lid geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid

onpartijdigheid biedt; 3° de TTN-beroepscommissie bestaat uit drie leden, onder wie een voorzitter, die voor elke aanvraag door het secretariaat worden bepaald in functie van de noden, de wetenschappelijke

/of medische specificiteit van het te behandelen geval

de beschikbaarheid van de leden;4° het secretariaat van de TTN-beroepscommissie wordt belast met de administratieve taken voor de voorbereiding

uitvoering van de beslissingen inzake TTN-beroepen, in het bijzonder met de ontvangst van de TTN-beroepen, de mededeling ervan aan de leden van de TTN-beroepscommissie, het opstellen van een voorstel van beslissing, alsook de briefwisseling met de sporters

de NADO-DG;5° de TTN-beroepen worden overeenkomstig 3° door het secretariaat van de TTN-beroepscommissie overgemaakt aan de drie leden van de TTN-beroepscommissie.Elk lid dat een verzoek ontvangt maar verhinderd is, of dat meent in een situatie van potentieel belangenconflict te verkeren, meldt dit onverwijld aan het secretariaat van de TTN-beroepscommissie die vervolgens zorgt voor de vervanging van het betrokken lid, op basis van dezelfde criteria als die welke in 3° zijn uiteengezet; 6° wanneer het beroep met betrekking tot een TTN-aanvraag wordt ingesteld door een sporter met een beperking moet de TTN-beroepscommissie, onverminderd de bepaling onder 3°, onder haar drie zittende leden ten minste één lid tellen met algemene ervaring in de verzorging

behandeling van sporters met een beperking;7° de TTN-beroepscommissie beslist in een schriftelijke procedure, bij meerderheid van de stemmen van haar leden;8° wanneer hen overeenkomstig 3°

5° een beroep met betrekking tot een TTN-aanvraag wordt voorgelegd, kan elk van de drie leden elk passend geacht medisch of wetenschappelijk advies of elke passend geachte deskundigheid inwinnen;9° de beslissingen van de TTN-beroepscommissie worden met redenen omkleed

worden gedateerd;ze worden door de voorzitter

de secretaris van de TTN-beroepscommissie ondertekend. De mogelijke bijkomende regels

/of procedures vermeld in het eerste lid die door de Koepelorganisatie kunnen worden bepaald, stemmen overeen met de bepalingen van bijlage II van de UNESCO-conventie

de bepalingen van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. Afdeling 7. - Bijkomende analyses, nasporingen of onderzoeken Art. 18 - In het kader van de behandeling van een TTN-aanvraag of van een beroep tegen een beslissing met betrekking tot een TTN-aanvraag kan de TTN-commissie of de TTN-beroepscommissie, met toepassing van deze afdeling, vragen dat alle aanvullende

nuttig geachte analyses, nasporingen

/of beeldvormingsonderzoeken worden uitgevoerd. Die aanvullende analyses, nasporingen

onderzoeken worden door de sporter betaald. Ze schorsen de termijnen bedoeld in artikel 14, § 1, eerste lid, tijdens de uitvoering ervan. Afdeling 8. - Annulering van een TTN Art. 19 - In overeenstemming met artikel 6.12 van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak kan een TTN worden geannuleerd, al naar gelang het geval, door de TTN-commissie of door de TTN-beroepscommissie, indien de sporter zich niet binnen de vooraf aan hem meegedeelde termijn houdt aan de voorwaarde(n) waaraan de TTN was onderworpen. De beslissingen tot annulering van een TTN worden aan de sporter meegedeeld, al naar gelang het geval, door het secretariaat van de TTN-commissie of door het secretariaat van de TTN-beroepscommissie. De beslissing bedoeld in het tweede lid bevat op zijn minst: 1° de identiteit

de sportdiscipline van de sporter;2° de benaming van de stof

/of de methode waarvoor de TTN-commissie of de TTN-beroepscommissie overeenkomstig artikel 3, 68°, van het decreet een TTN heeft verleend;3° de motivering van de beslissing tot annulering van de TTN, met inbegrip van de redenen in feite

in rechte.Onverminderd het tweede lid deelt het secretariaat van de TTN-beroepscommissie, als de beslissing tot annulering door de TTN-beroepscommissie werd genomen, deze beslissing, op dezelfde dag als de mededeling aan de sporter, ook mee aan het secretariaat van de TTN-commissie. Het secretariaat van de TTN-commissie registreert de annuleringsbeslissingen in de ADAMS-databank of vraagt om ze in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 5, om het WADA

de andere antidopingorganisaties te informeren. De vernietiging van een TTN heeft uitwerking te rekenen vanaf de dag na de beslissing bedoeld in het tweede lid. HOOFDSTUK 3. - DOPINGTESTPROCEDURES

ONDERZOEKEN Afdeling 1. - Officiers van gerechtelijke politie Art. 20 - Overeenkomstig artikel 16, § 5, van het decreet wijst de Minister de beëdigde verantwoordelijken

medewerkers van de NADO-DG aan die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie hebben. Afdeling 2. - Controleartsen Art. 21 - § 1 - De Minister wijst de controleartsen aan overeenkomstig artikel 16, § 1, van het decreet, ofwel na bekendmaking van een oproep tot kandidaten die door de NADO-DG volgens de voorwaarden

de procedure bedoeld in § 3 wordt georganiseerd, ofwel op basis van spontane sollicitaties. Om als controlearts te kunnen worden aangewezen, moet de kandidaat ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° antwoorden op de in het eerste lid bedoelde oproep tot kandidaten, bekendgemaakt

georganiseerd door de NADO-DG, binnen de termijn

, in voorkomend geval, in de vereiste vorm, of een spontane sollicitatie aan de NADO-DG richten;2° houder zijn van een diploma van arts of master in de geneeskunde

bij indiening van de kandidatuur het bewijs daarvan leveren door een afschrift van het diploma of de master voor te leggen;3° sedert ten minste zes jaar te rekenen vanaf de indiening van een kandidatuur geen tuchtsanctie of schrapping uit de Orde der artsen of uit een andere soortgelijke buitenlandse beroepsorganisatie ondergaan of hebben ondergaan, waarvan het bewijs moet worden geleverd, bij de indiening van de kandidatuur, door het voorleggen van een attest dat gedateerd

ondertekend is door de Orde der artsen of door een andere soortgelijke buitenlandse beroepsorganisatie;4° een uittreksel uit het strafregister bijvoegen dat bewijst dat geen veroordeling wegens een misdaad of een misdrijf werd uitgesproken;5° in de akte van kandidatuur elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen

/of wedstrijden, alsook exploitanten van sportinrichtingen vermelden;6° zich, met een bij de kandidatuur gevoegde, gedateerde

ondertekende verklaring op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid

de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, geweigerd wordt controle uit te oefenen op een sporter wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de controlearts geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid

onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt;7° zich ertoe verbinden een gedragscode voor controleartsen na te leven

te ondertekenen; 8° niet onderworpen zijn aan een voorlopige schorsing of uitsluiting op grond van de Code overeenkomstig artikel 20.5.11 van de Code of, indien de persoon niet onder de Code valt, zich niet rechtstreeks

opzettelijk schuldig hebben gemaakt aan gedrag dat een overtreding van de antidopingregels zou hebben gevormd in de zes jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, indien op de persoon regels van toepassing waren geweest die in overeenstemming zijn met de Code; 9° behalve als de intrekking op hun aanvraag is geschied, geen beslissing tot intrekking van de hoedanigheid van controlearts hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van de indiening van de kandidatuur. De NADO-DG ontvangt de kandidaturen

onderzoekt of de voorwaarden gesteld in het tweede lid, 1° tot 9°, vervuld zijn. In het kader van de in het derde lid bedoelde verificatie kan de NADO-DG de kandidaat vragen om, via de post of via e-mail, zo snel mogelijk alle document mee te delen waarmee de akte van kandidatuur geldig kan worden aangevuld. Als de kandidaat het (de) gevraagde aanvullende document(

) niet binnen een termijn van tien dagen voorlegt, wordt de kandidatuur als niet-ontvankelijk beschouwd. § 2 - Wanneer de in § 1, tweede lid, 1° tot 9°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, brengt de NADO-DG de kandidaat daarvan op de hoogte via de post of via e-mail. In de kennisgevingen bedoeld in het eerste lid wordt ook vermeld dat de kandidaat een initiële opleiding moet volgen die georganiseerd wordt door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO

die een theoretisch examen

een praktisch examen omvat. Het theoretisch examen bedoeld in het tweede lid betreft de in de Duitstalige Gemeenschap van kracht zijnde rechtsvoorschriften inzake dopingbestrijding

de toepasselijke controleprocedures. Het praktisch examen bedoeld in het tweede lid bestaat erin,

erzijds, als waarnemer de uitvoering van minstens twee dopingtests door een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap bij te wonen

, anderzijds, zelf een dopingtest uit te voeren onder de supervisie van een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap. Het theoretisch examen

het praktisch examen moeten de kandidaat in staat stellen de eisen betreffende de fase van monstername voldoende te kennen

te beheersen. § 3 - De oproep tot kandidaten bedoeld in § 1 wordt in het bijzonder bekendgemaakt in één van de bladen van de Belgische

/of Duitse geschreven pers

/of op de website van de NADO-DG. Spontane sollicitaties als bedoeld in § 1, eerste lid, kunnen via de post of via e-mail aan de NADO-DG worden gericht

bestaan uit een motivatiebrief. De bijgewerkte documenten

attesten bedoeld in § 1, tweede lid, worden op verzoek van de NADO-DG op een later tijdstip toegezonden. De kandidaten die de in § 1, tweede lid, 1° tot 9°, bedoelde voorwaarden vervullen

die slagen voor het praktisch examen

het theoretisch examen van de initiële opleiding bedoeld in § 2, tweede lid, worden door de Minister voor een periode van twee jaar aangewezen als controleartsen. De aangewezen controleartsen ontvangen een legitimatiebewijs waarop de geldigheidsduur van hun aanwijzing wordt vermeld. De identificatie in de zin van het vorige lid geschiedt minstens door vermelding van de familienaam

voornaam van de controlearts in kwestie op het legitimatiebewijs

een actuele foto van de controlearts in kwestie op het legitimatiebewijs. § 4 - De Minister kan één of meer controleartsen van de NADO van een andere Belgische NADO overeenkomstig § 1, tweede lid, als controlearts aanwijzen. Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de aanwijzing

, in voorkomend geval, de overige maatregelen voor de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. § 5 - Een controlearts kan zijn aanwijzing telkens voor een periode van twee jaar laten verlengen, als hij aan de volgende voorwaarden voldoet: 1° via de post of via e-mail de verlenging van zijn aanwijzing bij de NADO-DG aanvragen, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van zijn lopende aanstelling;2° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een recent attest voegen, gedateerd

ondertekend door de Orde der artsen of door een andere soortgelijke buitenlandse beroepsorganisatie, dat bevestigt dat hij sedert ten minste zes jaar geen tuchtsanctie of eventuele schrapping uit de Orde der artsen heeft ondergaan;3° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een uittreksel uit het strafregister voegen dat bevestigt dat hij niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;4° in zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen

/of wedstrijden

/of exploitanten van sportinrichtingen vermelden;5° zich, met een nieuw gedateerde

ondertekende verklaring op erewoord die bij de aanvraag om verlenging van zijn aanstelling is gevoegd, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid

de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, geweigerd wordt controle uit te oefenen op een sporter wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de controlearts geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid

onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt;6° zich ertoe verbinden de gedragscode voor controleartsen na te leven

opnieuw te ondertekenen;7° behalve in het geval vermeld in het tweede lid

onverminderd het derde lid deelnemen aan een theoretische evaluatie, georganiseerd door de NADO-DG, inzake de vereisten met betrekking tot de controles. Indien de aangestelde of erkende controlearts voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 1° tot 6°, maar gedurende één jaar na de datum van zijn aanvraag tot verlenging van de aanstelling of erkenning geen

kele controle heeft uitgevoerd, wordt hij niet onderworpen aan de theoretische evaluatie vermeld in het eerste lid, 7°, maar moet hij een volledige basisopleiding volgen

met goed gevolg afleggen, zoals beschreven in § 2, tweede tot vierde lid. Indien de aangestelde of erkende controlearts voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 1° tot 6°, maar er hebben zich belangrijke wijzigingen voorgedaan in de antidopingregels die in de Duitstalige Gemeenschap van kracht zijn, dan heeft de theoretische evaluatie bedoeld in het eerste lid, 7°, gedeeltelijk ook betrekking op deze wijzigingen. De theoretische evaluatie bedoeld in het eerste lid, 7°, kan, in voorkomend geval, plaatsvinden ter gelegenheid van de jaarlijkse opleiding van de controleartsen, georganiseerd door de NADO-DG. De overschrijding van de termijn bedoeld in het eerste lid, 1°, belet niet dat een voordien aangestelde controlearts, overeenkomstig de in § 1 bedoelde procedure op een nieuwe oproep tot kandidaten antwoordt of op een later tijdstip een spontane sollicitatie aan de NADO-DG richt. In geval van toepassing van één of meer van de vorige leden bevraagt de NADO-DG de voordien aangestelde controlearts om zich ervan te vergewissen dat zijn theoretische

praktische kennis voor het afnemen van dopingtests nog actueel is. Indien een voordien aangestelde of erkende controlearts gedurende een jaar vanaf de datum van een nieuwe aanvraag of de indiening van een vereenvoudigd dossier geen controleopdracht heeft uitgevoerd, wordt hij niet onderworpen aan de in het zesde lid bedoelde bevraging, maar moet hij een volledige basisopleiding volgen

met goed gevolg afleggen zoals beschreven in § 2, tweede tot vierde lid. Als de antidopingregels die in de Duitstalige Gemeenschap van kracht zijn, aanzienlijk gewijzigd zijn, heeft de in het zesde lid bedoelde bevraging gedeeltelijk ook betrekking op die wijzigingen. Voor de toepassing van het derde

achtste lid zal de NADO-DG, indien zich belangrijke wijzigingen hebben voorgedaan in de antidopingregels die van kracht zijn in de Duitstalige Gemeenschap, de betrokken controleartsen hiervan op de hoogte brengen. De in het negende lid bedoelde informatie wordt bij voorrang meegedeeld tijdens de collectieve voorlichtingsbijeenkomsten die door de NADO-DG worden georganiseerd voor de aangestelde of erkende controleartsen. § 6 - Op het einde van de in § 7 bedoelde procedure kan de Minister beslissen de hoedanigheid van controlearts in te trekken om één of meer van de volgende redenen: 1° de controlearts vervult één van de voorwaarden bedoeld in § 1, tweede lid, 3° tot 6°, niet meer;2° de controlearts is gedurende een periode van zes maanden niet beschikbaar geweest om meer dan de helft van de aangevraagde

hem door de NADO-DG behoorlijk meegedeelde dopingtests uit te voeren;3° de controlearts heeft, behalve bij overmacht die hij moet aantonen, niet kunnen deelnemen aan de jaarlijkse sessie die door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO werd georganiseerd;4° de controlearts heeft de bepalingen van het decreet of van dit besluit ernstig of herhaaldelijk overtreden;5° de controlearts heeft één of meer negatieve jaarevaluaties gekregen

heeft de tekortkomingen niet weggewerkt nadat hij door de NADO-DG daarover ingelicht werd;6° de controlearts verzoekt de NADO-DG daar zelf om, via de post of via e-mail. De jaarlijkse evaluatie vermeld in het eerste lid, 5°: 1° begint met een zelfevaluatie op basis van een vragenlijst, waarvan het model door de NADO-DG werd vastgelegd;2° heeft betrekking op verscheidene aspecten van de dopingprocedure

de manier waarop die in de praktijk wordt uitgevoerd;3° kan ook aangevuld worden met feedback van sporters, begeleiders of andere personen in de zin van artikel 3, 53°, van het decreet die tijdens de controle aanwezig zijn;4° geeft aanleiding tot een discussie met de NADO-DG, als de NADO-DG het niet eens is met alle of een deel van de elementen van de zelfevaluatie vermeld in 1°;5° kan eventueel aangeven welke aspecten in het kader van de controleprocedures kunnen of moeten worden verbeterd;6° biedt de controlearts de mogelijkheid om, als bepaalde tekortkomingen werden vastgesteld, schriftelijk te reageren

/of door de NADO-DG te worden gehoord;7° resulteert in een positieve evaluatie, een evaluatie onder voorbehoud of een negatieve evaluatie door de NADO-DG.8° stelt de controlearts in geval van een beoordeling onder voorbehoud of een negatieve beoordeling in staat de vastgestelde tekortkoming(

) te verhelpen binnen een redelijke

passende termijn, afhankelijk van de aard van de vastgestelde tekortkoming;9° wordt opgemaakt in twee exemplaren, waarvan het

e door de NADO-DG in het dossier van de betrokken controlearts wordt bewaard

het andere aan de controlearts wordt bezorgd. § 7 - De NADO-DG brengt de betrokken controlearts, per aangetekend schrijven

per e-mail, op de hoogte van haar voornemen hem de hoedanigheid van controlearts te ontnemen

van de redenen van dit voornemen. Binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het in het eerste lid bedoelde aangetekend schrijven, kan de controlearts eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord. De NADO-DG neemt een met redenen omklede beslissing

geeft de betrokkene per aangetekend schrijven kennis daarvan, ofwel nadat de termijn vermeld in het tweede lid is overschreden, ofwel nadat de controlearts één van zijn in hetzelfde lid bedoelde rechten heeft uitgeoefend. § 8 - Overeenkomstig artikel 4.4.5 van bijlage G van de Internationale Standaard voor Dopingtests

Onderzoeken houdt de NADO-DG over elke aangewezen of erkende controlearts een dossier bij over zijn opleiding, competentie

ervaring. Art. 22 - De controleartsen worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld

van de reisvergoedingen in instellingen

raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap. Voor de controleartsen aangewezen overeenkomstig artikel 21, § 4, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Afdeling 3. - Chaperons Art 23 - § 1 - De NADO-DG stelt chaperons aan voor de begeleiding van de controleartsen

het toezicht op de sporters bij dopingtestprocedures, ofwel nadat een oproep tot kandidaten werd gepubliceerd, ofwel op basis van spontane sollicitaties overeenkomstig de procedure bepaald in § 3. Het in het eerste lid bedoelde toezicht begint vanaf de kennisgeving van de controle van de sporter

eindigt na de werkelijke monsterneming. Om als chaperon te kunnen worden aangewezen, moet de kandidaat ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° meerderjarig

rechtsbekwaam zijn;2° deelnemen aan een oproep tot kandidaten, bekendgemaakt

georganiseerd door de NADO-DG, binnen de termijn

, in voorkomend geval, in de vereiste vorm, of een spontane sollicitatie aan de NADO-DG richten;3° een uittreksel uit het strafregister bij de kandidatuur voegen dat bevestigt dat de kandidaat niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;4° in de akte van kandidatuur elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen of wedstrijden vermelden;5° zich, met een bij de kandidatuur gevoegde, gedateerde

ondertekende verklaring op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid

de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, het assisteren van een controlearts bij het testen van een sporter geweigerd wordt wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de chaperon geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid

onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt;6° zich ertoe verbinden een gedragscode voor chaperons na te leven

te ondertekenen; 7° niet onderworpen zijn aan een voorlopige schorsing of uitsluiting op grond van de Code overeenkomstig artikel 20.5.11 van de Code of, indien de persoon niet onder de Code valt, zich niet rechtstreeks

opzettelijk schuldig hebben gemaakt aan gedrag dat een overtreding van de antidopingregels zou hebben gevormd in de zes jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, indien op de persoon regels van toepassing waren geweest die in overeenstemming zijn met de Code; 8° behalve als de intrekking op hun aanvraag is geschied, geen beslissing tot intrekking van de hoedanigheid van chaperon hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van de indiening van de kandidatuur;9° in zijn akte van kandidatuur verklaren dat hij in de uitoefening van zijn ambt bereid is zeer beschikbaar te zijn, eventueel ook [00b4]s avonds, op zaterdagen, zondagen

feestdagen,

zich ertoe verplichten die beschikbaarheid te garanderen. De NADO-DG ontvangt de kandidaturen

onderzoekt of de voorwaarden gesteld in het derde lid, 1° tot 9°, vervuld zijn. In het kader van de in het vierde lid bedoelde verificatie kan de NADO-DG de kandidaat vragen om, via de post of via e-mail, zo snel mogelijk alle document mee te delen waarmee de akte van kandidatuur geldig kan worden aangevuld. Als de kandidaat het (de) gevraagde aanvullende document(

) niet binnen een termijn van tien dagen voorlegt, wordt de kandidatuur als niet-ontvankelijk beschouwd. § 2 - Wanneer de in § 1, derde lid, 1° tot 9°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, brengt de NADO-DG de kandidaat daarvan op de hoogte via de post of via e-mail. In de kennisgevingen bedoeld in het eerste lid wordt ook vermeld dat de kandidaat een initiële opleiding moet volgen die georganiseerd wordt door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO

die een theoretisch examen

een praktisch examen omvat. Het theoretisch examen bedoeld in het tweede lid heeft betrekking op de algemene kennis van de regelgeving inzake dopingbestrijding in de Duitstalige Gemeenschap, alsook op de algemene kennis van de Belgische regelgeving inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het praktisch examen bedoeld in het tweede lid bestaat erin, onder supervisie van een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap, de handelingen van een chaperon bij een dopingtestprocedure in chronologische volgorde te simuleren. Overeenkomstig afdeling 5 van dit hoofdstuk

overeenkomstig de Internationale Standaard voor Dopingtests

Onderzoeken

de bijlagen ervan moeten het theoretisch examen

het praktisch examen de kandidaat in staat stellen de eisen betreffende de fase van monsterneming voldoende te kennen

te beheersen. § 3 - De oproep tot kandidaten bedoeld in § 1 wordt in het bijzonder bekendgemaakt in één van de bladen van de Belgische

/of Duitse geschreven pers

/of op de website van de NADO-DG. Spontane sollicitaties als bedoeld in § 1, eerste lid, kunnen via de post of via e-mail aan de NADO-DG worden gericht

bestaan uit een motivatiebrief. De bijgewerkte documenten

attesten bedoeld in § 1, tweede lid, worden op verzoek van de NADO-DG op een later tijdstip toegezonden. De kandidaten die de in § 1, derde lid, 1° tot 9°, bedoelde voorwaarden vervullen

die slagen voor het praktisch examen

het theoretisch examen van de initiële opleiding bedoeld in § 2, tweede lid, worden door de NADO-DG voor een periode van twee jaar aangewezen als chaperons. De aangewezen chaperons ontvangen een legitimatiebewijs waarop de geldigheidsduur van hun aanwijzing wordt vermeld. Om te waarborgen dat antidopingactiviteiten niet onderbroken worden, ook niet tijdens het weekend of op feestdagen, kan de Minister, los van het vorige lid, één of meer medewerkers van de NADO-DG als chaperon aanwijzen. Die medewerkers zijn vrijgesteld van het theoretisch

praktisch examen bedoeld in § 2, tweede lid. § 4 - De Minister kan één of meer chaperons van een andere Belgische NADO die aan de voorwaarden van § 1, 1°

3° tot 7°, voldoen, als chaperon aanwijzen om de controlearts te assisteren. Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de aanwijzing

, in voorkomend geval, de overige maatregelen voor de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. § 5 - Een chaperon kan zijn aanwijzing telkens voor een periode van twee jaar laten verlengen, als hij aan de volgende voorwaarden voldoet: 1° via de post of via e-mail de verlenging van zijn aanwijzing bij de NADO-DG aanvragen, uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van zijn lopende aanstelling;2° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een uittreksel uit het strafregister voegen dat bevestigt dat hij niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;3° in zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen

/of wedstrijden vermelden;4° zich, met een nieuwe bij de aanvraag om verlenging gevoegde, gedateerde

ondertekende verklaring op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid

de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, het assisteren van een controlearts bij het testen van een sporter geweigerd wordt wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de chaperon geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid

onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt;5° zich ertoe verbinden de gedragscode voor chaperons na te leven

opnieuw te ondertekenen;6° behalve in het geval vermeld in het tweede lid

onverminderd het derde lid deelnemen aan een theoretische evaluatie, georganiseerd door de NADO-DG, inzake de vereisten met betrekking tot de controles. Indien de aangestelde of erkende chaperon voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 1° tot 5°, maar gedurende één jaar na de datum van zijn aanvraag tot verlenging van de aanstelling of erkenning geen

kele controle heeft uitgevoerd, wordt hij niet onderworpen aan de theoretische evaluatie vermeld in het eerste lid, 6°, maar moet hij een volledige basisopleiding volgen

met goed gevolg afleggen, zoals beschreven in § 2, tweede tot vierde lid. Indien de aangestelde of erkende chaperon voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 1° tot 5°, maar er hebben zich belangrijke wijzigingen voorgedaan in de antidopingregels die in de Duitstalige Gemeenschap van kracht zijn, dan heeft de theoretische evaluatie bedoeld in het eerste lid, 6°, gedeeltelijk ook betrekking op deze wijzigingen. De theoretische evaluatie bedoeld in het eerste lid, 6°, kan, in voorkomend geval, plaatsvinden ter gelegenheid van de jaarlijkse opleiding van de chaperons, georganiseerd door de NADO-DG. De overschrijding van de termijn bedoeld in het eerste lid, 1°, belet niet dat een voordien aangestelde chaperon, overeenkomstig de in § 1 bedoelde procedure op een nieuwe oproep tot kandidaten antwoordt of op een later tijdstip een spontane sollicitatie aan de NADO-DG richt. In geval van toepassing van één of meer van de vorige leden bevraagt de NADO-DG de voordien aangestelde chaperon om zich ervan te vergewissen dat zijn theoretische

praktische kennis voor het uitoefenen van het toezicht nog actueel is. Indien een voordien aangestelde of erkende chaperon gedurende een jaar vanaf de datum van een nieuwe sollicitatie geen controleopdracht heeft uitgevoerd, wordt hij niet onderworpen aan de in het zesde lid bedoelde bevraging, maar moet hij een volledige basisopleiding volgen

met goed gevolg afleggen zoals beschreven in § 2, tweede tot vierde lid. Als de antidopingregels die in de Duitstalige Gemeenschap van kracht zijn, aanzienlijk gewijzigd zijn, heeft de in het zesde lid bedoelde bevraging gedeeltelijk ook betrekking op die wijzigingen. Voor de toepassing van het derde

achtste lid zal de NADO-DG, indien zich belangrijke wijzigingen hebben voorgedaan in de antidopingregels die van kracht zijn in de Duitstalige Gemeenschap, de betrokken chaperons hiervan op de hoogte brengen. De in het negende lid bedoelde informatie wordt bij voorrang meegedeeld tijdens de collectieve voorlichtingsbijeenkomsten die door de NADO-DG worden georganiseerd voor de aangestelde of erkende chaperons. § 6 - Op het einde van de in § 7 bedoelde procedure kan de NADO-DG beslissen de hoedanigheid van chaperon in te trekken om één of meer van de volgende redenen: 1° de chaperon voldoet niet meer aan één van de in § 1, derde lid, 3° tot 5° of 9°, bedoelde voorwaarden;2° de chaperon is gedurende een periode van zes maanden niet beschikbaar geweest om meer dan de helft van de aangevraagde

hem door de NADO-DG behoorlijk meegedeelde taken uit te voeren;3° de chaperon heeft, behalve bij overmacht die hij moet aantonen, niet kunnen deelnemen aan de jaarlijkse sessie die door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO werd georganiseerd;4° de chaperon heeft de bepalingen van het decreet of van dit besluit ernstig of herhaaldelijk overtreden;5° de chaperon heeft één of meer negatieve jaarevaluaties gekregen

heeft de tekortkomingen niet weggewerkt nadat hij door de NADO-DG over die tekortkomingen ingelicht werd;6° de chaperon verzoekt de NADO-DG daar zelf om, via de post of via e-mail. De jaarlijkse evaluatie vermeld in het eerste lid, 5°: 1° begint met een zelfevaluatie op basis van een vragenlijst, waarvan het model door de NADO-DG werd vastgelegd;2° heeft betrekking op verscheidene aspecten van de dopingprocedure

de manier waarop die in de praktijk wordt uitgevoerd;3° kan ook aangevuld worden met feedback van sporters, begeleiders of andere personen in de zin van artikel 3, 53°, van het decreet die tijdens de controle aanwezig zijn;4° geeft aanleiding tot een discussie met de NADO-DG, als de NADO-DG het niet eens is met alle of een deel van de elementen van de zelfevaluatie vermeld in 1°;5° kan eventueel aangeven welke aspecten in het kader van de controleprocedures kunnen of moeten worden verbeterd;6° biedt de chaperon de mogelijkheid om, als bepaalde tekortkomingen werden vastgesteld, schriftelijk te reageren

/of door de NADO-DG te worden gehoord;7° resulteert in een positieve evaluatie, een evaluatie onder voorbehoud of een negatieve evaluatie door de NADO-DG.8° stelt de chaperon in geval van een beoordeling onder voorbehoud of een negatieve beoordeling in staat de vastgestelde tekortkoming(

) te verhelpen binnen een redelijke

passende termijn, afhankelijk van de aard van de vastgestelde tekortkoming;9° wordt opgemaakt in twee exemplaren, waarvan het

e door de NADO-DG in het dossier van de betrokken chaperon wordt bewaard

het andere aan de chaperon wordt bezorgd. § 7 - De NADO-DG brengt de betrokken chaperon, per aangetekend schrijven

per e-mail, op de hoogte van haar voornemen hem de hoedanigheid van chaperon te ontnemen

van de redenen van dit voornemen. De chaperon kan binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van het in het eerste lid bedoelde aangetekend schrijven, eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord. De NADO-DG neemt een met redenen omklede beslissing

geeft de betrokkene per aangetekend schrijven kennis daarvan, ofwel nadat de termijn vermeld in het tweede lid is overschreden, ofwel nadat de chaperon één van zijn in hetzelfde lid bedoelde rechten heeft uitgeoefend. § 8 - Overeenkomstig artikel 4.4.5 van bijlage G van de Internationale Standaard voor Dopingtests

Onderzoeken houdt de NADO-DG over elke aangewezen chaperon een dossier bij over zijn opleiding, competentie

ervaring. Art. 24 - De chaperons worden, voor zover van toepassing, vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld

van de reisvergoedingen in instellingen

raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap. Voor de chaperons aangewezen overeenkomstig artikel 23, § 4, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Afdeling 4. - Erkende laboratoria Art. 25 - § 1 - Een laboratorium dat erkend wil worden als laboratorium bedoeld in artikel 18, § 1, derde lid, van het decreet, moet aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° het moet door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze door het WADA goedgekeurd zijn;2° het mag niet direct of indirect betrokken zijn bij de handel in geneesmiddelen

het mag geen medewerkers in dienst hebben die de onafhankelijkheid van het laboratorium in het gedrang kunnen brengen;3° behalve als de intrekking op aanvraag van het laboratorium is geschied, mag het laboratorium geen beslissing tot intrekking van de erkenning hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar waarin de erkenning werd aangevraagd. Bij het onderzoeken van de monsters moet het laboratorium zich aan de volgende regels houden: 1° het moet de onderzoeken binnen de gestelde termijnen uitvoeren;2° het moet aan de NADO-DG het bewijs meedelen van alle stoffen of methoden die de resultaten of prestaties van een sporter kunstmatig zouden kunnen verbeteren, ook wanneer ze niet op de verboden lijst staan;3° het mag het resultaat van de onderzoeken niet meedelen aan derden, maar wel aan de betrokken internationale sportorganisatie, de NADO-DG

het WADA;4° het moet alle mogelijke belangenconflicten vermijden;5° het moet toestaan dat de NADO-DG regelmatig controleert of het laboratorium de erkenningsvoorwaarden naleeft;6° het moet alle verslagen

schriftelijke documenten die verband houden met het onderzoek in het Duits opstellen

de contacten met de NADO-DG, met de sporter

met alle andere, bij de uitvoering van dit besluit betrokken personen in het Duits laten verlopen. § 2 - Op voorstel van de NADO-DG

onder voorbehoud van de naleving van de voorwaarden vermeld in § 1, eerste lid, kent de Minister de erkenning toe voor vijf jaar. De erkenning kan met perioden van vijf jaar worden verlengd. § 3 - Op voorstel van de NADO-DG kan de Minister, na de procedure bedoeld in het tweede tot het vierde lid, besluiten om de erkenning van het laboratorium om één of meer van de volgende redenen in te trekken: 1° het laboratorium voldoet niet meer aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid;2° het laboratorium overtreedt ernstig of herhaaldelijk de bepalingen van het decreet of van dit besluit;3° het laboratorium verzoekt de NADO-DG daar zelf om, via de post of via e-mail. Op voorstel van de NADO-DG brengt de Minister het laboratorium, per aangetekend schrijven

per e-mail, op de hoogte van haar voornemen om de erkenning van het laboratorium in te trekken

van de redenen van dit voornemen. Het laboratorium kan binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van het in het tweede lid bedoelde aangetekend schrijven, eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord. De Minister neemt een met redenen omklede beslissing

geeft het laboratorium per aangetekend schrijven kennis daarvan, ofwel nadat de termijn vermeld in het derde lid is overschreden, ofwel nadat het laboratorium één van zijn in hetzelfde lid bedoelde rechten heeft uitgeoefend. § 4 - Indien bijzondere onderzoeken moeten worden uitgevoerd

geen

kel door de Duitstalige Gemeenschap erkend laboratorium die onderzoeken kan uitvoeren, verleent de Minister, op voorstel van de NADO-DG

voor de duur van het bijzondere onderzoek in kwestie, een voorlopige erkenning aan een ander laboratorium dat door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze erkend is

dat aan de voorwaarden van § 1 voldoet. Bij toepassing van het eerste lid zijn de § § 2

3 niet van toepassing. Afdeling 5. - Spreiding van de dopingtests Art. 26 - § 1 - Overeenkomstig artikel 5.4 van de Code

de artikelen 4.1 tot 4.9 van de Internationale Standaard voor Dopingtests

Onderzoeken werkt de NADO-DG jaarlijks een plan uit voor de spreiding van de dopingtests die in de Duitstalige Gemeenschap moeten worden uitgevoerd. Dat spreidingsplan heeft tot doel gerichte

steekproefsgewijs uit te voeren dopingtests te plannen. Het moet doeltreffend

evenwichtig zijn

het moet de mogelijkheid bieden om uiteindelijk een coherente volgorde van voorrang te bepalen tussen de sportdisciplines, categorieën van sporters, dopingtesttypes, monsternemingtypes

monsteranalysetypes. Dat spreidingsplan moet, zonder exhaustief te zijn, waarborgen dat dopingtests worden uitgevoerd: 1° bij sporters van alle niveaus, ook bij minderjarigen, waarbij moet worden gepreciseerd dat de meeste controles gericht zijn

voorbehouden zijn voor elitesporters van nationaal niveau, rekening houdend met de evaluatie van de dopingrisico's bedoeld in § 2

in overeenstemming met artikel 4.5.2 van de Internationale Standaard voor Dopingtests

Onderzoeken; 2° in een groot aantal onderscheiden sportdisciplines, rekening houdend met de in § 2 bedoelde evaluatie van de dopingrisico's;3° binnen

buiten wedstrijdverband, rekening houdend met de in § 2 bedoelde evaluatie van de dopingrisico's;4° bij ploegsporten

individuele sporten, rekening houdend met de in § 2 bedoelde evaluatie van de dopingrisico's;5° door middel van bloedtests, urinetests

, in voorkomend geval, het biologisch paspoort van de sporter, zoals bedoeld in artikel 16, § 1, derde lid, van het decreet;6° in het hele Duitse taalgebied

in het buitenland. Het in het eerste lid bedoelde spreidingsplan zorgt ook voor de bewaring van de monsters om bijkomende monsteranalyses op een latere datum mogelijk te maken, overeenkomstig de artikelen 6.2, 6.5

6.6 van de Code

artikel 4.7.3 van de Internationale Standaard voor Dopingtests

Onderzoeken, alsook de eisen van de Internationale Standaard voor Laboratoria

de eisen van de Internationale Standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer

voor de bescherming van persoonsgegevens. Die strategie houdt ook rekening met de volgende gegevens: 1° de aanbevelingen van het door de Duitstalige Gemeenschap erkende laboratorium

de eenheid die belast is met het beheer van de biologisch paspoorten van de sporters;2° de potentiële behoefte aan retroactieve analyses in verband met het programma van het biologisch paspoort van de sporter;3° nieuwe opsporingsmethodes die in de nabije toekomst kunnen worden ingevoerd

op de sporter, de sport

/of de discipline kunnen worden toegepast;4° het feit dat de monsters afkomstig zijn van sporters die voldoen aan alle of een deel van de criteria bedoeld in het zesde lid;

/of 5° elke andere aan de NADO-DG verstrekte informatie die een langdurige bewaartermijn of een aanvullende monsteranalyse naar goeddunken van de NADO-DG rechtvaardigt. Onverminderd de toepassing van het derde lid, 1°,

overeenkomstig artikel 4.5.3 van de Internationale Standaard voor Dopingtests

Onderzoeken kan de NADO-DG ook de volgende factoren in aanmerking nemen voor de bepaling van de volgorde van voorrang tussen de te controleren sporters

, in voorkomend geval, voor de planning

de uitvoering van gerichte dopingtests op welbepaalde sporters: 1° één of meer vroegere overtredingen van antidopingregels;2° de voorgeschiedenis van de controle, met inbegrip van eventuele atypische biologische parameters;3° de chronologie van de sportprestaties, met name een plotselinge

aanzienlijke verbetering van de sportprestaties of gebruikelijke prestaties

/of prestaties op hoog niveau die niet begeleid worden door een dienovereenkomstige testgeschiedenis;4° herhaalde tekortkomingen aan de verplichtingen inzake verblijfsgegevens bedoeld in artikel 23 van het decreet;5° laattijdige mededelingen van verblijfsgegevens;6° een verhuizing of training op een plaats die ver afgelegen is of moeilijk toegankelijk is voor een dopingtest;7° de terugtrekking uit of afwezigheid bij een of meer geplande wedstrijden;8° de verbinding met een derde partij, zoals een teamgenoot, trainer of arts, die bij dopingovertredingen betrokken was;9° een kwetsuur;10° de leeftijd

/of het stadium in de loopbaan, in het bijzonder de overgang van de

e naar de andere leeftijdscategorie of de mogelijkheid een contract aan te gaan, het nakende eind van een contract of een naderende pensionering;11° financiële stimulansen om de prestaties te verbeteren, zoals premies of kansen op partnerschappen

sponsoring;11° betrouwbare inlichtingen van derden, die door de NADO-DG geverifieerd

vergeleken zijn in het kader van haar onderzoeksbevoegdheid bedoeld in artikel 10 van het decreet. § 2 - Aan het in § 1, eerste lid, bedoelde spreidingsplan gaat een omstandige evaluatie van de dopingrisico's vooraf, rekening houdend met de richtlijnen die vervat zijn in het technisch document bedoeld in artikel 5.4.1 van de Code

met inachtneming van de criteria vervat in artikel 4.2.1 van de Internationale Standaard voor Dopingtests

Onderzoeken. De in het eerste lid bedoelde evaluatie van de dopingrisico's is in het bijzonder gebaseerd op een evaluatie van de stoffen

methoden die het best kunnen worden gebruikt in de betrokken sport

/of betrokken sportdiscipline, waarbij rekening wordt gehouden met: 1° de lichamelijke eisen

de andere eisen, in het bijzonder de fysiologische eisen, van de betrokken sporten

/of sportdisciplines;2° de verboden stoffen

/of verboden methoden die een sporter het meest geschikt acht om de prestaties in de betrokken sporttak(ken)

/of discipline(s) te verbeteren;3° de beschikbare beloningen

de andere mogelijke aansporingen tot doping op de verschillende niveaus van die sporten

/of sportdisciplines;4° de historiek van doping in die sporten

/of sportdisciplines;5° beschikbare statistieken

onderzoek over de tendensen inzake doping, in het bijzonder aan de hand van door het WADA gepubliceerde verslagen van de statistieken van de controles

de overtredingen van antidopingregels

door peer-reviewartikelen;6° de inlichtingen die in het bijzonder in het kader van de onderzoeksbevoegdheid van de NADO-DG bedoeld in artikel 10 van het decreet ingewonnen worden;7° de resultaten van de uitvoering van de vorige spreidingsplannen;8° de perioden in de sportloopbaan waarin een sporter het meest geneigd is doping te gebruiken;9° de perioden in het sportjaar waarin een sporter het meest geneigd is doping te gebruiken, rekening houdend met de structuur van het seizoen voor de betrokken sport

/of sportdiscipline, ook betreffende de planning van de wedstrijden

de trainingsperioden. § 3 - Nadat het in paragraaf 1 bedoelde spreidingsplan opgemaakt is, wordt het overeenkomstig de artikelen 28

volgende uitgevoerd

kan het te allen tijde in de loop van het jaar worden gewijzigd, rekening houdend met elke relevante analytische of niet-analytische inlichting die door de NADO-DG wordt geverifieerd, in het bijzonder op grond van de dopingtestprocedures die door andere antidopingorganisaties worden uitgevoerd

met inachtneming van de inlichtingen die worden behandeld in het kader van de onderzoeksbevoegdheid bedoeld in artikel 10 van het decreet. § 4 - Voor de uitvoering van dit artikel kan de Minister ook verantwoordelijken van een andere Belgische NADO met bepaalde taken belasten. Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. § 5 - Om een doeltreffende planning mogelijk te maken

een onnodige herhaling van de dopingtests te vermijden, worden deze overeenkomstig artikel 5.4.2 van de Code driemaandelijks gecoördineerd met de andere antidopingorganisaties die een band met de sporter ofwel op sportniveau ofwel op nationaal niveau hebben, door middel van een registratie in ADAMS, uitgevoerd door de NADO-DG of overeenkomstig artikel 5. In het kader van de in het eerste lid bedoelde coördinatie hebben de gegevens die in ADAMS worden geregistreerd alleen betrekking op de identiteit van de sporters die gedurende een bepaald trimester moeten worden gecontroleerd, zonder vermelding van de nauwkeurige datums, uren

plaatsen van de dopingtests zodat die vertrouwelijk, onvoorspelbaar

onaangekondigd blijven. Met het oog op de toepassing van artikel 14, derde lid, van het decreet richt de NADO-DG haar aanvraag aan de antidopingorganisatie die bevoegd is voor het georganiseerde evenement, in principe 35 dagen vóór het begin van het evenement in kwestie. Bij dringende noodzakelijkheid, speciaal gemotiveerd door minstens één van de factoren bedoeld in § 1, vijfde lid, kan de termijn bedoeld in het derde lid worden teruggebracht tot vijf dagen. Art. 27 - De mededeling van de aan de NADO-DG door de organisatoren toegezonden inlichtingen voor de toepassing van artikel 22 van het decreet, geschiedt via de post of via e-mail

/of via de website van de betrokken organisator

omvat de volgende gegevens: 1° de naam van het georganiseerde sportevenement of van de georganiseerde sportwedstrijd;2° de plaats, de datum

de uren van begin

einde van dat sportevenement of van die sportwedstrijd;3° de sporttak(ken) die bij dat sportevenement of die sportwedstrijd wordt ( worden) beoefend;4° het internationale, nationale of lokale niveau van het sportevenement of de sportwedstrijd, alsook de leeftijdscategorieën van de deelnemers

hun werkelijke of vermoede aantal;5° de naam, voornaam, het postadres

/of elektronisch adres

telefoonnummer van de afgevaardigde van de organisator van het evenement of de wedstrijd

, in voorkomend geval, van de afgevaardigde van de deelnemende sportorganisaties;6° het aantal elitesporters op nationaal niveau

internationaal niveau dat, naar weten van de organisator, aan het betrokken sportevenement of de betrokken sportwedstrijd deelneemt. De inlichtingen bedoeld in het eerste lid worden: 1° meegedeeld voor de aanvang van het seizoen, zo snel mogelijk na de vaststelling van de sportkalender;2° bijgewerkt op basis van eventuele wijzigingen in de sportkalender

het al dan niet deelnemen van elitesporters aan één of meer evenementen of wedstrijden die door de betrokken organisator zijn gepland. Art. 28 - § 1 - Alle dopingtestprocedures

de uitvoering van het plan voor de spreiding van de dopingtests bedoeld in artikel 26, § 3, geschieden met inachtneming van de volgende beginselen: 1° op grond van het spreidingsplan bedoeld in artikel 26, § 1, op grond van de inlichtingen die de organisatoren overeenkomstig artikel 27 meedelen of op grond van alle analytische of niet-analytische inlichtingen die relevant zijn

die door de NADO-DG geverifieerd worden, identificeert de NADO-DG gedurende het hele jaar de sporters die ze wenst te controleren, alsook de trainingen, evenementen

wedstrijden gedurende welke ze dopingtestprocedures wenst te laten uitvoeren; 2° overeenkomstig de artikelen 5.2

5.2.5 van de Code

artikel 4.5.5 van de Internationale Standaard voor Dopingtests

Onderzoeken, kan elke sporter, ook een minderjarige sporter, die onder de NADO-DG ressorteert, ertoe worden verplicht te allen tijde

op alle plaatsen, een monster af te geven. § 2 - De NADO-DG stelt, door middel van een opdrachtenblad, waarvan ze het model vaststelt, de controlearts aan die wordt belast met de uitvoering van de geplande dopingtests. Het opdrachtenblad bedoeld in het eerste lid bevat op zijn minst de volgende gegevens: 1° de plaats, de datum

uur van het begin, alsook de geschatte duur van het evenement, de wedstrijd, de sportactiviteit of de training in het kader waarvan de controle(s) wordt (zijn) gepland of, als de controle buiten wedstrijdverband geschiedt, een verwijzing naar de verblijfplaatsgegevens van de sporter zoals die voor een bepaalde periode in ADAMS zijn ingevoerd;2° de sportdiscipline, alsook, in voorkomend geval, de benaming van het evenement, de wedstrijd of de training gedurende hetwelk/welke één of meer dopingtests werden gepland;3° of de dopingtest binnen of buiten wedstrijdverband plaatsvindt overeenkomstig de definities bedoeld in artikel 3, 27°, 39°

93°, van het decreet;4° de naam

het adres van de sportorganisatie waarbij de te controleren sporter aangesloten is of van de organisator die verantwoordelijk is voor het evenement, de wedstrijd of de training, alsook de naam, voornaam

telefoonnummer van de afgevaardigde;5° of de dopingtest door middel van een bloedtest of een urinetest wordt uitgevoerd, met vermelding van het gewenste aantal dopingtests

het tijdstip waarop ze worden uitgevoerd;6° de wijze waarop de sporters worden aangewezen of, in het kader van een gerichte dopingtest, de identiteit van de sporter/sporters die de dopingtest moeten ondergaan;7° de naam

voornaam van de controlearts die belast wordt met de uitvoering van de geplande dopingtest(s);8° de contactgegevens

de naam van het erkende laboratorium dat met de analysen wordt belast. Het opdrachtenblad wordt door het hoofd van de NADO-DG ondertekend

wordt opgemaakt in twee exemplaren: één voor de controlearts

één voor de NADO-DG. § 3 - Het opdrachtenblad wordt aan de controlearts meegedeeld, ten vroegste, naargelang van het geval:

  1. a)72 uur vóór de geplande dopingtest(s), voor dopingtests binnen wedstrijdverband;
  2. b)drie maanden vóór de geplande dopingtest(s), voor dopingtests buiten wedstrijdverband. De NADO-DG informeert, in voorkomend geval, de chaperon die de controlearts assisteert ten vroegste 72 uur vóór de geplande dopingtest(s). § 4 - De NADO-DG of, in voorkomend geval, de controlearts kan, indien diens lichamelijke veiligheid in gevaar is, vragen dat een officier van gerechtelijke politie aanwezig is bij de uit te voeren dopingtestsprocedure(s). § 5 - Onverminderd dit artikel

overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kunnen de controlearts die met de uitvoering van de geplande dopingtest(s) belast is

, in voorkomend geval, de chaperon of chaperons die hem assisteren, aangewezen worden op basis van een bilaterale overeenkomst die hiertoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Art. 29 - § 1 - De controlearts die door de NADO-DG door middel van het opdrachtenblad bedoeld in artikel 28, § 2, werd aangewezen, organiseert, verricht

leidt de geplande dopingtestprocedures. Voor zover dit mogelijk is, voert de controlearts de dopingtest uit zonder dat het normale verloop van het evenement, de wedstrijd of de training daarbij in het gedrang komt. § 2 - Indien de dopingtest tijdens een evenement, een wedstrijd of een training plaatsvindt, wijst de afgevaardigde van de sportorganisatie of de organisator van het evenement, de wedstrijd of de training een persoon aan om de controlearts te assisteren

om hem in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar het evenement, de wedstrijd of de training plaatsvindt, een geschikte ruimte ter beschikking te stellen die voldoende waarborgen inzake hygiëne, vertrouwelijkheid, bescherming van de persoonlijke levenssfeer

veiligheid biedt. § 3 - Met de eventuele hulp van de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, identificeert de controlearts in voorkomend geval, door middel van een officieel document, de sporter/sporters die de dopingtestprocedure moet/moeten ondergaan

bepaalt de controlearts overeenkomstig het opdrachtenblad welke sporter/sporters zich voor de dopingtestprocedure moet/moeten aanmelden. Vóór de identificatie bedoeld in het eerste lid legitimeren de controlearts

, in voorkomend geval, de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, zichzelf met hun legitimatiebewijs bedoeld in artikel 21, § 3, vierde lid,

artikel 23, § 3, vierde lid. Na de identificaties bedoeld in het eerste

het tweede lid

overeenkomstig de eisen van de Internationale Standaard voor Dopingtests

Onderzoeken verwittigt

informeert de controlearts, met de eventuele hulp van de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, persoonlijk elke te controleren sporter van het type test dat moet worden uitgevoerd

van het verloop ervan, op grond van een formulier voor de dopingtestprocedure waarvan het model door de NADO-DG wordt vastgesteld. Het formulier bedoeld in het derde lid bevat op zijn minst de volgende gegevens: 1° de naam

de voornaam van de te controleren sporter;2° als de sporter minderjarig is: de naam van de wettelijke vertegenwoordiger die hem begeleidt of de naam van een andere persoon die daartoe gemachtigd werd door de wettelijke vertegenwoordiger;3° de geboortedatum

de nationaliteit van de sporter;4° de vermelding of de test binnen of buiten wedstrijdverband uitgevoerd werd;5° de aard van de noodzakelijke tests;6° de datum van de test;7° de plaats van de test;8° de naam van de controlearts;9° in voorkomend geval: de naam van de eventueel aanwezige chaperon(s);10° de toepasselijke maatregelen inzake vertrouwelijkheid

veiligheid van de gegevens. Het dopingcontroleformulier kan op papier of in elektronische vorm worden opgemaakt, ingevuld

ondertekend. Bij de in het derde lid bedoelde verwittiging brengt de controlearts, in voorkomend geval met de bijstand van de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, de gecontroleerde sporter ook mondeling op de hoogte van de volgende gegevens: 1° het feit dat hij zich moet onderwerpen aan een monsterneming;2° de autoriteit onder welke de monsterneming ressorteert;3° de aard van het af te nemen monster

de eventuele voorwaarden die moeten worden nageleefd voordat het monster wordt genomen;4° de gevolgen die de sporter zou kunnen ondergaan, als hij zich niet binnen de gestelde termijn bij de controle aanmeldt of als hij weigert het dopingcontroleformulier te ondertekenen, namelijk, naargelang het geval, de vaststelling van de overtreding van één van de antidopingregels bedoeld in artikel 8, 3° of 5°, van het decreet of van een gemiste controle, zoals bepaald in artikel 46, eerste lid, 2°;5° de mogelijkheid, voor de sporter, om te vragen dat de dopingtestprocedure wordt uitgevoerd in aanwezigheid van een persoon van zijn keuze, alsook, indien nodig

mogelijk, in aanwezigheid van een tolk;6° de noodzakelijkheid, voor de minderjarige sporter, te worden begeleid door één van zijn wettelijke vertegenwoordigers of door een persoon die door één van deze daartoe werd gemachtigd;7° de mogelijkheid, voor de sporter met een beperking, om te worden begeleid

bijgestaan door een persoon naar keuze, overeenkomstig bijlage A van de Internationale Standaard voor Dopingtests

Onderzoeken;8° de mogelijkheid voor de sporter om bij de NADO-DG elke bijkomende inlichting te bekomen betreffende de dopingcontrole

de later toe te passen procedure:

  1. a)voor dopingtests binnen wedstrijdverband:
  2. i)een protocollaire ceremonie voor het uitdelen van medailles bijwonen;
  3. ii)verplichtingen ten aanzien van de pers nakomen; iii) aan andere wedstrijden deelnemen;
  4. iv)recupereren;
  5. v)een noodzakelijke medische behandeling ondergaan;
  6. vi)een vertegenwoordiger

/of tolk zoeken; vii) een pasfoto bezorgen of, viii) elke andere redelijke omstandigheid die door de controlearts, met de instemming van de NADO-DG, wordt aanvaard;

  1. b)voor dopingtests buiten wedstrijdverband:
  2. i)een vertegenwoordiger vinden;
  3. ii)een trainingssessie beëindigen; iii) een noodzakelijke medische behandeling ondergaan;
  4. iv)een pasfoto bezorgen of,
  5. v)elke andere redelijke omstandigheid die door de controlearts, met de instemming van de NADO-DG, wordt aanvaard. Het dopingcontroleformulier vermeld in het derde lid is opgemaakt in het Duits, met een vertaling in het Frans, het Nederlands

het

gels. In geval van tegenstrijdigheden is de Duitse originele versie doorslaggevend. Het dopingcontroleformulier wordt opgemaakt in vier exemplaren, waarvan één exemplaar voor de sporter, één exemplaar voor het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze erkende laboratorium

twee exemplaren voor de NADO-DG. De vier exemplaren van het dopingcontroleformulier worden ondertekend door de controlearts, de eventueel aanwezige chaperon

de gecontroleerde sporter. Indien de gecontroleerde sporter minderjarig of rechtsonbekwaam is, worden de vier exemplaren van het dopingcontroleformulier ondertekend door één van zijn wettelijke vertegenwoordigers of door een door hen daartoe behoorlijk gemachtigde persoon. Indien de sporter weigert het dopingcontroleformulier te ondertekenen, niet op de controleplaats verschijnt of zich te laat aanmeldt op de controleplaats overeenkomstig het derde tot

met zesde lid, wordt dit feit door de controlearts opgenomen in het dopingcontroleformulier

kan dit leiden tot de toepassing van de gevolgen bedoeld in het zesde lid, 4°. § 4 - De sporter die overeenkomstig § 3, derde tot zesde lid, verwittigd werd, blijft onder het rechtstreekse toezicht van de controlearts of, in voorkomend geval, van de daartoe aangewezen chaperons, vanaf de kennisgeving bedoeld in § 3, derde tot zesde lid, tot de sporter het proces-verbaal van de dopingtestprocedure overeenkomstig artikel 30, § 4, eerste lid, heeft ondertekend. Elk incident dat het goede verloop van de dopingtest in het gedrang kan brengen

dat door de controlearts wordt vastgesteld, wordt door hem in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure opgenomen. Bij toepassing van het tweede lid vermeldt de controlearts in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure of hij van mening is dat de dopingtest kan worden behouden

, in voorkomend geval, voert hij die uit. Bij toepassing van het derde lid, indien de dopingtest niet kan worden behouden

indien het in het tweede lid bedoelde incident aan de sporter te wijten is, kunnen de in § 3, zesde lid, 4°, bedoelde gevolgen op hem worden toegepast. § 5 - Elke sporter die overeenkomstig § 3, derde tot zesde lid, werd verwittigd, meldt zich onmiddellijk aan voor de monsterneming. De controlearts, in voorkomend geval met ondersteuning van de chaperon, verifieert de identiteit van de sporter

, in voorkomend geval, van de persoon die hem begeleidt, door middel van een officieel document. Onverminderd de toepassing van § 4, tweede tot vierde lid, indien de sporter zich niet onmiddellijk bij de controle aanmeldt of indien hij de testprocedure onderbreekt, wordt hij niettemin, voor zover mogelijk, zo snel mogelijk aan de testprocedure onderworpen. Bij toepassing van het derde lid blijft de sporter niettemin onder toezicht van de chaperon. § 6 - De sporter die overeenkomstig § 3, derde tot zesde lid, is verwittigd, kan aan de controlearts vragen dat de dopingtestprocedure in aanwezigheid van een persoon van zijn keuze wordt uitgevoerd, behalve terwijl de sporter een urinetest afgeeft,

voor zover het normale verloop van de monsterneming daardoor niet in het gedrang komt. Als de controlearts bij toepassing van het eerste lid van oordeel is dat de aanwezigheid van de door de sporter gekozen persoon het normale verloop van de monsterneming zou kunnen storen, deelt hij dit mee aan de sporter

noteert hij dit in het dopingcontroleformulier. Elke sporter met een beperking die overeenkomstig § 3, derde tot zesde lid, werd verwittigd, kan eisen dat de testprocedure wordt uitgevoerd in aanwezigheid

met de mogelijke ondersteuning van een door hem gekozen persoon. Bij toepassing van het derde lid willigt de controlearts de aanvraag automatisch in. De sporter die overeenkomstig § 3, derde tot zesde lid, is verwittigd

die minderjarig of rechtsonbekwaam is, wordt bij de dopingtestprocedure begeleid door één van zijn wettelijke vertegenwoordigers of door een door één van hen daartoe behoorlijk gemachtigde persoon. Onverminderd de vorige leden laat de controlearts de dopingtestruimte of het vertrek waarin de dopingtest wordt uitgevoerd alleen betreden door de volgende personen: 1° de gecontroleerde sporter;2° de persoon die overeenkomstig het eerste of het derde lid door de gecontroleerde sporter is gekozen;3° in voorkomend geval, indien nodig

mogelijk, een tolk;4° een wettelijke vertegenwoordiger of een door hem daartoe behoorlijk gemachtigde persoon, indien de gecontroleerde sporter minderjarig of rechtsonbekwaam is;5° de eventueel aangestelde chaperon(s), voor zover deze van hetzelfde geslacht is (zijn) als de gecontroleerde sporter;6° een afgevaardigde arts van de nationale of internationale sportorganisatie waarvan de gecontroleerde sporter lid is;7° in voorkomend geval, een waarnemer aangesteld door het WADA in het kader van het programma van onafhankelijke waarnemers of, naargelang van het geval, een WADA-auditor;8° een gemachtigde persoon die betrokken is bij de opleiding van controleartsen

chaperons of die bij een eventuele audit van de NADO-DG betrokken is. § 7 - Onverminderd de naleving van § 4, eerste lid, kan de controlearts, uitsluitend om een van de in § 3, zesde lid, 9°, bedoelde redenen, de sporter toelaten het dopingcontrolestation te verlaten voor de controles binnen wedstrijdverband

buiten wedstrijdverband. Bij toepassing van het eerste lid vermeldt de controlearts, in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, het uur waarop de sporter het dopingcontrolestation verlaat

het uur waarop hij daar terug is, alsook de uitzonderlijke reden waarom hij hem toestemming gegeven heeft het dopingcontrolestation te verlaten. Bij toepassing van het eerste lid mag de sporter niet plassen voordat hij terug in het dopingcontrolestation is. § 8 - Indien een dopingtest die overeenkomstig artikel 28, § 2, gepland was

in het opdrachtenblad vastgelegd was, om één of andere reden niet kon plaatsvinden, vermeldt de controlearts dit in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, met vermelding van de reden(

) daarvoor. Bij toepassing van het eerste lid zendt de controlearts het proces-verbaal van de dopingtestprocedure aan de NADO-DG

dit uiterlijk op de eerste werkdag na de dag waarop de dopingtest gepland was. Onverminderd

behalve in het geval van een eventuele toepassing van artikel 46 voor de elitesporter van de categorie A of B

/of de toepassing van artikel 36, eerste lid, 11°, voor elke sporter zendt de NADO-DG, na ontvangst van het dopingcontroleformulier, zo snel mogelijk een kopie daarvan aan de betrokken sporter. De sporter heeft vijftien dagen de tijd om zijn argumenten aan te voeren

eventueel te vragen om door de NADO-DG te worden gehoord. Als hij geen uitleg geeft of als de argumenten van de sporter als onvoldoende of niet overtuigend worden beschouwd, moet hij met de in § 3, zesde lid, 4°, bedoelde maatregelen rekenen. Art. 30 - § 1 - Na de verwittiging bedoeld in artikel 29, § 3, derde tot zesde lid, maar vóór elke afname van een urine- of bloedmonster, voert de controlearts een gesprek met de gecontroleerde sporter, in het bijzonder over de acute of chronische aandoeningen

over alle momenteel gebruikte geneesmiddelen, medische hulpmiddelen of bijzondere voeding, die al dan niet aan een medisch voorschrift onderworpen zijn. De controlearts neemt in het dopingcontroleformulier de opgave op van de geneesmiddelen, medische behandeling

bijzondere voeding, die door de gecontroleerde sporter werden gebruikt in de zeven dagen voorafgaand aan de controle, alsook, indien een bloedmonster moet worden afgenomen, van de eventuele bloedtransfusies die de sporter in de laatste drie maanden heeft ondergaan. Na het in het eerste lid bedoelde gesprek, maar vóór elke afname van een urine- of bloedmonster, stelt de controlearts de sporter voor zich te hydrateren, uitsluitend met mineraalwater, waarbij die hydratatie niet overdreven mag zijn. Het mineraalwater bedoeld in het derde lid wordt ter beschikking gesteld door de organisator van het evenement, de wedstrijd of de training in de vorm van een beveiligde verpakking. De dopingtestprocedure wordt zo uitgevoerd dat de persoonlijke levenssfeer, de waardigheid

het respect voor de privacy van de gecontroleerde sporter worden gewaarborgd

het intacte karakter, de veiligheid

de identiteit van de monsternemingen gewaarborgd worden. Het controlematerieel wordt één

kele keer gebruikt

voor de monsternames worden alleen de door de NADO-DG geleverde verpakkingen gebruikt. § 2 - De controleprocedure

het verloop ervan worden door de controlearts in het dopingcontroleformulier vastgelegd. Naast de inlichtingen vermeld in artikel 29, § 3, vierde lid,

onverminderd het eerste lid, vermeldt het dopingcontroleformulier eveneens: 1° in voorkomend geval, de naam

voornaam van de trainer

van de sportarts;2° het adres van de sporter;3° de eventuele vermelding van de geneesmiddelen of voedingssupplementen die de sporter in de loop van de laatste zeven dagen heeft genomen;4° indien een bloedmonster moet worden afgenomen, de eventuele vermelding van de bloedtransfusies die de sporter in de loop van de laatste drie maanden heeft ondergaan;5° het codenummer van het overeenstemmende afgenomen monster;6° het uur van aankomst van de sporter bij het controlestation;7° alle vaststellingen die de controlearts gedurende de dopingtestprocedure heeft gedaan, alsook elk eventueel incident, overeenkomstig artikel 29, § 4, tweede lid. Indien de controlearts niet voldoende ruimte heeft om alle noodzakelijke of gewenste aantekeningen op het dopingcontroleformulier aan te brengen, dient hij dit in het daartoe bestemde deel van het formulier aan te geven

vervolgens een aanvullend verslagformulier te gebruiken, waarvan het model door de NADO-DG is vastgesteld. § 3 - De controlearts, eventueel begeleid door een chaperon

in voorkomend geval door een of meer officiers van gerechtelijke politie, neemt alle passende maatregelen om elke vervalsing of poging tot vervalsing van

ig element van de dopingcontrole, in de zin van artikel 8, 5°, van het decreet, te vermijden. Deze maatregelen worden in voorkomend geval vermeld op het dopingcontroleformulier

/of, indien van toepassing, op het aanvullende verslagformulier, overeenkomstig § 2, tweede

derde lid,

artikel 29, § 4, tweede lid. Het is de gecontroleerde sporter, alsook iedereen die door de controlearts overeenkomstig artikel 29, § 6, toestemming heeft gekregen om aanwezig te zijn in het controlelokaal of in het vertrek waarin de controle wordt uitgevoerd, verboden het verloop van de controleprocedure op ongeacht welke drager te filmen, te fotograferen of op te nemen. Niet-naleving van het derde lid wordt door de controlearts vermeld in het dopingcontroleformulier

/of, indien van toepassing, in het aanvullende verslagformulier, overeenkomstig § 2, tweede

derde lid,

artikel 29, § 4, tweede lid. De toepassing van het vierde lid kan aanleiding geven tot de vaststelling van de vervalsing of van de poging tot vervalsing van elk gegeven betreffende de dopingcontrole, in de zin van artikel 8, 5°, van het decreet. § 4 - Nadat de dopingtest is uitgevoerd, worden de vier exemplaren van het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, onverminderd de eventuele opmerkingen bedoeld in artikel 31, § 1, eerste lid, 14°, of artikel 32, eerste lid, 13°, ondertekend door de betrokken sporter, door de controlearts

in voorkomend geval door de aanwezige chaperon(s), alsook door elke persoon die bij de dopingtest aanwezig was, met inachtneming van artikel 29, § 6. Indien de gecontroleerde sporter minderjarig of rechtsonbekwaam is, worden de vier exemplaren van het dopingcontroleformulier ondertekend door één van zijn wettelijke vertegenwoordigers of door een door hen daartoe naar behoren gemachtigde persoon, onverminderd eventuele opmerkingen bedoeld in artikel 31, § 1, eerste lid, 14°, of artikel 32, eerste lid, 13°. Het exemplaar dat voor het laboratorium bestemd is, bevat geen gegeven waarmee de gecontroleerde sporter zou kunnen worden geïdentificeerd. Indien de sporter of, indien hij minderjarig of rechtsonbekwaam is, zijn wettelijke vertegenwoordiger of een andere door deze behoorlijk gemachtigde persoon, weigert het dopingcontroleformulier te ondertekenen, wordt tegen de betrokken sporter een procedure ingesteld voor de vaststelling van de overtreding bedoeld in artikel 8, 5° van het decreet. Het model van het dopingcontroleformulier dat door de NADO-DG wordt vastgelegd, detailleert, met het oog op de informatie van de sporter, de wijze waarop zijn persoonlijke gegevens zullen worden behandeld, alsook de in overeenstemming met artikel 15 van het decreet, toepasselijke maatregelen voor vertrouwelijkheid

veiligheid. Afdeling 6. - Monsterneming Art. 31 - § 1 - Behalve bij toepassing van de § § 2

3 verloopt de dopingtestprocedure door middel van de afname van urinemonsters op de volgende wijze

in de volgende volgorde: 1° de sporter kiest een opvangbeker uit een partij, opent die, vergewist zich ervan dat hij leeg

proper is,

vult hem met een hoeveelheid die voor de analyse vereist is, onder het visuele toezicht van de controlearts of van een chaperon, voor zover deze laatste van hetzelfde geslacht als de sporter is.De controlearts of chaperon dient rechtstreeks getuige te zijn van het urineren; 2° indien de hoeveelheid urine van de sporter voldoende is, kiest de sporter uit een partij verzegelde kits een verzamelkit die twee flesjes bevat met hetzelfde codenummer, gevolgd door de letter "A" voor het eerste flesje, dat het voornaamste monster inhoudt,

de letter "B" voor het tweede flesje, dat het reservemonster inhoudt voor de eventuele contra-expertise;3° ingeval de stappen bedoeld in 1°

2° werden toegepast, ontzegelt de sporter de gekozen kit, opent hij die

kijkt hij na of de flesjes leeg

proper zijn

giet hij de minimumhoeveelheid urine die voor de analyse vereist is in het flesje B, dit is minstens 30 ml, dan de rest van de urine in het flesje A, met een minimumhoeveelheid van 60 ml;4° de controlearts vraagt de sporter een kleine hoeveelheid urine in de opvangbeker te laten

hij legt uit dat dit is om hem in staat te stellen de resturine te controleren;5° de sporter verzegelt dan beide flesjes A

B volgens de richtlijnen van de controlearts, die, vóór de ogen van de sporter, nakijkt of de monsters correct verzegeld zijn;6° de controlearts controleert met behulp van een refractometer de urine die in de opvangbeker overblijft om na te gaan of het monster een voor de analyse geschikte dichtheid heeft;7° indien de refractometer aangeeft dat het monster niet de voor analyse geschikte dichtheid heeft, kan de controlearts, met inachtneming van de in 1° tot 5° bedoelde procedure, om een of meer nieuwe urinemonsters verzoeken, totdat aan de vereiste dichtheid is voldaan;8° in het in 7° bedoelde geval worden beide monsters naar het laboratorium gezonden;9° na toepassing van de in 1° tot

met 6° of, in voorkomend geval, 1° tot

met 8° vermelde stappen, gaan de controlearts

de sporter na of het codenummer op de A-

B-flesjes

het codenummer op de verzendingstas identiek zijn;10° de controlearts vermeldt hetzelfde codenummer, zoals bedoeld in 9°, op het dopingcontroleformulier;11° de sporter controleert of het codenummer op het dopingcontroleformulier overeenstemt met het codenummer op de flesjes A

B

met het codenummer op de verzendingstas;12° de sporter doet, onder toezicht van de controlearts, de beide flesjes A

B in de verzendingstas;13° de controlearts werpt, voor de ogen van de sporter, de overblijvende urine weg die niet voor de analyse in het laboratorium bestemd is;14° de sporter of, indien hij minderjarig of rechtsonbekwaam is, zijn wettelijke vertegenwoordiger of een door deze daartoe behoorlijk gemachtigde persoon, verklaart door het ondertekenen van het dopingcontroleformulier dat de procedure in overeenstemming met deze paragraaf is uitgevoerd, onder voorbehoud van, indien van toepassing, elke onregelmatigheid of opmerking die de sporter of andere persoon die de controle heeft bijgewoond, in overeenstemming met artikel 29, § 6, zou willen formuleren,

die in dit geval zal worden geregistreerd in het dopingcontroleformulier

/of in een aanvullend verslagformulier. § 2 - Indien geen urine werd geproduceerd of de in § 1, 1°, voorgeschreven hoeveelheid urine niet bereikt werd, blijft de sporter onder het visuele toezicht van de controlearts of, in voorkomend geval, van de chaperon, totdat de voorgeschreven hoeveelheid bereikt is, volgens de procedure bedoeld in § 3. In het in het eerste lid bedoelde geval wordt mineraalwater onder beveiligde verpakking ter beschikking gesteld van de sporter door de organisator van het evenement, de wedstrijd of de training of, in voorkomend geval, door de sporter zelf, wanneer de controle buiten de wedstrijd om plaatsvindt, op zijn gewone verblijfplaats. § 3 - Indien de sporter een onvoldoende hoeveelheid urine produceert, wordt de procedure voor de gedeeltelijke monsterneming gebruikt, in de volgende volgorde: 1° de sporter kiest uit een partij verzegelde kits een analysekit, opent die

kijkt na of de daarin vervatte flesjes A

B leeg

proper zijn;2° de sporter giet in het A-flesje de urine die zich in de opvangbeker bevindt, onder het visuele toezicht van de controlearts,

, in voorkomend geval, in aanwezigheid van een chaperon, voor zover deze laatste van hetzelfde geslacht is als de sporter;3° de sporter kiest een verzamelkit voor gedeeltelijke monsterneming uit een partij verzegelde kits, hij opent die

sluit het A-flesje met behulp van een afsluitdop die zich in de gekozen kit voor gedeeltelijke monsterneming bevindt;4° de sporter kijkt na of er geen lekken zijn;5° de sporter plaatst het A-flesje weer in de analysekit, sluit deze

plaatst de aldus gesloten kit in de daartoe bepaalde tas voor gedeeltelijke monsterneming;6° de sporter maakt de zelfklevende beschermingsstrip van het zakje los

verzegelt het zakje;7° de controlearts kijkt na of het codenummer op de verwijderbare strip

op het zakje identiek is;8° de controlearts vermeldt hetzelfde codenummer als het nummer dat in 7° bedoeld is,

het ontoereikend volume van het monster op het dopingcontroleformulier;9° de controlearts bewaart de tas voor de gedeeltelijke monsterneming totdat de sporter een nieuw monster kan produceren;10° wanneer de sporter in staat is een ander monster te produceren, wordt de in § 1 beschreven procedure voor de monsterneming herhaald totdat de hoeveelheid urine bereikt is, door het oorspronkelijke monster

de bijkomende monsters te mengen;11° zodra de controlearts van mening is dat de eisen inzake urinehoeveelheid die voor de analyse vereist is, vervuld zijn, kijkt de sporter, onder toezicht van de arts, na of de tas intact is

of het nummer van zijn verwijdbare strip overeenstemt met het nummer op het zakje

met het nummer in het dopingcontroleformulier;12° de sporter opent het verzegelde zakje

het A-flesje dat voorzien is van een voorlopige afsluitdop;13° de sporter giet, onder toezicht van de controlearts, de urine uit het A-flesje

de urine uit het tweede monster in één opvangbeker om beide opgevangen monsters te mengen;14° indien de aldus bekomen hoeveelheid gemengde urine nog lager is dan 90 ml, wordt de procedure die beschreven is in de punten 1° tot 13° herhaald totdat de vereiste hoeveelheid van 90 ml urine bereikt is;15° indien het vereiste volume van 90 ml urine is bereikt, dan wordt de in § 1, 2° tot 14°, beschreven procedure toegepast. Art. 32 - De dopingtestprocedure door middel van de afname van bloedmonsters verloopt op de volgende wijze

in de volgende volgorde: 1° de sporter kiest een bloedafnameset uit een partij, verifieert de verzegeling van het materiaal, opent de set,

vergewist zich ervan dat hij leeg

proper is;2° de controlearts

de sporter verifiëren of het codenummer op de flesjes

op de etiketten identiek is

de controlearts noteert dit nummer op het dopingcontroleformulier;3° de controlearts zorgt ervoor dat de sporter in comfortabele omstandigheden zit

vraagt hem in een normale positie te blijven zitten, met beide voeten op de grond, gedurende minstens 10 minuten vóór de afname;4° de controlearts bepaalt de meest geschikte plaats voor de aderpunctie om de sporter

zijn prestaties niet te schaden.Dit moet de niet-dominante arm zijn, tenzij de controlearts van mening is dat de andere arm geschikter is; 5° de controlearts ontsmet de huid van de sporter met een steriel ontsmettend kompres of watten

legt zo nodig een knelband aan;6° de controlearts vangt het bloedmonster in het afnamebuisje op vanuit een oppervlakkige ader.Als een knelband werd aangelegd, wordt die onmiddellijk na de aderpunctie verwijderd; 7° de afgenomen hoeveelheid bloed moet voldoende zijn om te beantwoorden aan de eisen inzake analyse van het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium;8° indien de opgevangen hoeveelheid bloed van de sporter niet voldoende is, zoals bepaald in 7°, voert de controlearts de procedure opnieuw uit, waarbij hij niet meer dan drie keer mag proberen;9° indien de controlearts er niet in slaagt een voldoende hoeveelheid bloed te verkrijgen, zoals bepaald in 7°, na maximaal drie pogingen, zoals bepaald in 8°, onderbreekt hij de bloedafname

vermeldt hij dit in het dopingcontroleformulier;10° na de stappen bedoeld in 1° tot 7°, of, in voorkomend geval, van 1° tot 8° of 9°, legt de controlearts een verband aan op de punctieplaats(

);11° de controlearts werpt op een geschikte wijze de

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.