Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit verklaart een collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017 algemeen verbindend, die het sectoraal aanvullend pensioenstelsel voor bedienden in de internationale handel, het vervoer en de logistiek actualiseert en reguleert. Het doel is om werknemers een aanvullend pensioen te garanderen bovenop de wettelijke pensioenverplichtingen.

Wat het reguleert

  • Het actualiseren en vastleggen van de regels voor het sectoraal aanvullend pensioenstelsel.
  • De voorwaarden waaronder werkgevers kunnen worden vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.
  • De criteria waaraan een eigen aanvullend pensioenstelsel van een onderneming moet voldoen om als gelijkwaardig te worden beschouwd.
  • De procedure voor het kenbaar maken van keuzes en het indienen van attesten voor vrijstelling.

Wie het aanbelangt

  • Werkgevers en werknemers die vallen onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek.
  • Ondernemingen die een eigen aanvullend pensioenstelsel hebben of overwegen dit op te zetten.

Kernpunten

  • Het sectoraal pensioenstelsel heeft als doel een kapitaal of levenslange lijfrente te garanderen bij leven op de eindleeftijd, of een kapitaal/overlevingsrente bij overlijden vóór de einddatum.
  • De mogelijkheid voor werkgevers om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren ("opting-out") wordt niet weerhouden door het paritair comité.
  • Ondernemingen met een eigen stelsel van aanvullend pensioen op 31 december 2006 kunnen onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld worden, mits hun stelsel gelijkwaardig of beter is dan het sectorale stelsel.
  • Voor stelsels van het type "vaste bijdragen" moeten de werkgeversbijdragen minimaal 0,46% van het loon bedragen. Voor stelsels van het type "vaste prestaties" moet het aanvullend pensioenkapitaal voor een volledige loopbaan op 65 jaar tenminste 39,19% van het laatste loon bedragen, of 3,02% als jaarlijks pensioen.
Wettekst
Wettekst

15 JULI 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel

(1)FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek; Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 15 juli 2018. FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota
(1)Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek Collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017 Sectoraal aanvullend pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 29 november 2017 onder het nummer 143068/CO/226) HOOFDSTUK I. - Algemeenheden Artikel 1.Toepassingsgebied Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek. Art. 2.Algemeenverbindendheid De partijen vragen de algemeenverbindendverklaring aan. Art. 3.Begrippen en definities Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden verstaan onder : 3.1. WAP : De wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003). 3.2. Loon : Het totale loon van de bedienden onderworpen aan de sociale zekerheidsbijdragen. 3.3. Het paritair comité : Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek. 3.4. De RSZ : De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. 3.5. Het protocolakkoord : De collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juni 2005 betreffende een protocol van akkoord 2005-2006, geregistreerd op 17 juni 2005 onder nummer 75198/CO/226. Art. 4.Doelstelling Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst heeft als enig onderwerp het actualiseren van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel voor de werknemers van het paritair comité en de regels ervan vast te leggen, conform de regels van de WAP ter zake, en in uitvoering van het protocolakkoord, artikel 2, 8. Het doel van dit sectoraal pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke verplichtingen inzake pensioenen en ter verhoging ervan, van : - aan de aangeslotene zelf, een kapitaal of een levenslange lijfrente indien hij in leven is op de eindleeftijd; - aan de begunstigde zoals bepaald in het pensioenreglement, een kapitaal of een levenslange overlevingsrente in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum zoals bepaald in het pensioenreglement. Werknemers die in dienst zijn van een werkgever die conform de artikelen 6, 7, 8 en 9 hierna vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel kunnen geen rechten doen gelden op basis van dit doel, voor zover en voor zolang hun werkgever vrijgesteld is van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel en voor zover en voor zolang zij in dienst zijn bij deze werkgever. Het in bijlage opgenomen reglement van aanvullend pensioen maakt integraal deel uit van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 5.Opting-out niet voorzien De mogelijkheid zoals voorzien in artikel 9 van de WAP waardoor werkgevers de mogelijkheid zouden hebben om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren in een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming ("opting-out"), wordt niet weerhouden door het paritair comité. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied vrijstellingsregeling Afdeling 1. - Vrijstellingsregeling vóór 1 januari 2007 Art. 6.Toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel voor ondernemingen met een structureel overlegorgaan 6.1. Conform het protocolakkoord geldt de volgende keuze in ondernemingen met een eigen structureel overlegorgaan, mits zij op 31 december 2006 een eigen stelsel van aanvullend pensioen hebben : - de bijdrage van 0,50 pct. toevoegen aan het eigen pensioenstelsel (beslissing werkgever); - aansluiten bij het sectorpensioenstelsel (beslissing werkgever); - in overleg met de vakbondsafvaardiging een ander evenwaardig voordeel van 0,50 pct. voorzien, hetzij globaal op het niveau van de onderneming, hetzij individueel. Deze 0,50 pct. is een koopkrachtverhoging inclusief alle toepasselijke fiscale en parafiscale heffingen en kosten, eigen aan het gekozen alternatief voordeel. 6.2. Het eigen stelsel van aanvullend pensioen dient aan volgende criteria te voldoen : 1. Geldig op 31 december 2006; 2. Geldig voor alle bedienden ressorterend onder het paritair comité, met dien verstande dat er, onverminderd toepassing van artikel 6.2., 3. hierna, een onderscheid met betrekking tot het niveau van vaste bijdragen en/of vaste prestaties mag bestaan tussen eventuele subcategorieën van bedienden, of binnen deze subcategorieën zelf;3. Gelijkwaardig aan of beter dan het sectoraal pensioenstelsel : - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste bijdragen" wordt de gelijkwaardigheid gemeten aan de hand van de werkgeversbijdragen zoals die in het pensioenreglement zijn bepaald. Deze dienen voor alle bedienden minimaal 0,46 pct. van het loon te bedragen, waarbij het percentage wordt gedefinieerd zoals in artikel 13 hieronder; - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste prestaties" dient het niveau van aanvullend kapitaal of aanvullend pensioen te worden getoetst aan het theoretisch niveau, zoals dit door het sectoraal pensioenstelsel wordt gerealiseerd. Dit betekent dat, indien de toezegging is uitgedrukt in kapitaal, het aanvullend pensioenkapitaal voor de volledige loopbaan op de eindleeftijd van 65 jaar, zoals die bepaald is in het pensioenreglement, tenminste gelijk zal zijn aan 39,19 pct. van het laatste loon. Indien de toezegging is uitgedrukt als een jaarlijks pensioen, dient het aanvullend rustpensioen op de eindleeftijd van 65 jaar voor een volledige loopbaan tenminste 3,02 pct. van het laatste loon te bedragen. Indien de in het pensioenreglement voorziene eindleeftijd 60 jaar is, dienen deze percentages respectievelijk tenminste 30,74 pct. en 2,05 pct. van het laatste loon te bedragen. De gelijkwaardigheid met het sectoraal pensioenstelsel moet niet op elk eerder moment voorafgaand aan de in het pensioenreglement vastgelegde eindleeftijden worden gerealiseerd. 6.3. Indien de werkgever, voor mogelijkheid 1 van punt 6.1. kiest, wordt de onderneming vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel. De werkgever maakt zijn keuze bekend door vóór 15 juni 2006 een ingevulde en ondertekende intentieverklaring, volgens model a in bijlage, aangetekend op te sturen naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. 6.4. Indien de werkgever conform punt 6.1. hierboven voor mogelijkheid 3 kiest, wordt de onderneming vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel. De werkgever maakt zijn keuze bekend door vóór 15 juni 2006 een ingevulde en ondertekende intentie-verklaring, volgens model b in bijlage, aangetekend op te sturen naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. 6.5. De onderneming waarvoor de voorzitter van het paritair comité vóór 15 juni 2006 geen ingevulde en ondertekende intentieverklaring conform model a of b ontvangt, wordt verondersteld definitief gekozen te hebben voor mogelijkheid 2 conform punt 6.1. hierboven. 6.6. Indien de werkgever kiest voor mogelijkheid 1 van punt 6.1. of mogelijkheid 3 van punt 6.1., stuurt deze vóór 15 september 2006 per aangetekend schrijven een attest volgens model c in bijlage naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. Dit attest moet correct en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend zijn door de aangeduide actuaris van de pensioeninstelling van de onderneming. Bij gebrek aan ontvangst van dit attest volgens de modaliteiten hierboven, wordt de onderneming verondersteld, ondanks het bezorgen van de intentieverklaring waarvan sprake in de punten 6.3. of 6.4., definitief gekozen te hebben voor mogelijkheid 2 conform punt 6.1. hierboven. Art. 7.Toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel voor ondernemingen zonder structureel overlegorgaan 7.1. Conform het protocolakkoord van het paritair comité kunnen ondernemingen zonder eigen structureel overlegorgaan, mits zij op 31 december 2006 een eigen stelsel van aanvullend pensioen hebben, vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel. 7.2. Het eigen stelsel van aanvullend pensioen dient aan volgende criteria te voldoen : 1. Geldig op 31 december 2006; 2. Geldig voor alle bedienden ressorterend onder het paritair comité, met dien verstande dat er, onverminderd toepassing van artikel 7.2., 3. hierna, een onderscheid met betrekking tot het niveau van vaste bijdragen en/of vaste prestaties mag bestaan tussen eventuele subcategorieën van bedienden, of binnen deze subcategorieën zelf;3. Gelijkwaardig aan of beter dan het sectoraal pensioenstelsel : - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste bijdragen" wordt de gelijkwaardigheid gemeten aan de hand van de werkgeversbijdragen zoals die in het pensioenreglement zijn bepaald. Deze dienen voor alle bedienden minimaal 0,46 pct. van het loon te bedragen, waarbij het percentage wordt gedefinieerd zoals in artikel 13 hieronder; - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste prestaties" dient het niveau van aanvullend kapitaal of aanvullend pensioen te worden getoetst aan het theoretisch niveau, zoals dit door het sectoraal pensioenstelsel wordt gerealiseerd. Dit betekent dat, indien de toezegging is uitgedrukt in kapitaal, het aanvullend pensioenkapitaal voor de volledige loopbaan op de eindleeftijd van 65 jaar, zoals die bepaald is in het pensioenreglement, tenminste gelijk zal zijn aan 39,19 pct. van het laatste loon. Indien de toezegging is uitgedrukt als een jaarlijks pensioen, dient het aanvullend rustpensioen op de eindleeftijd van 65 jaar voor een volledige loopbaan tenminste 3,02 pct. van het laatste loon te bedragen. Indien de in het pensioenreglement voorziene eindleeftijd 60 jaar is, dienen deze percentages respectievelijk tenminste 30,74 pct. en 2,05 pct. van het laatste loon te bedragen. De gelijkwaardigheid met het sectoraal pensioenstelsel moet niet op elk eerder moment voorafgaand aan de in het pensioenreglement vastgelegde eindleeftijden te worden gerealiseerd. 7.3. De onderneming die vrijgesteld wenst te worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, stuurt vóór 15 september 2006 per aangetekend schrijven een attest volgens model c in bijlage naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. Dit attest moet correct en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend zijn door de aangeduide actuaris van de pensioeninstelling van de onderneming. Bij gebrek aan ontvangst van dit attest volgens de modaliteiten hierboven, wordt de onderneming verondersteld definitief gekozen te hebben om deel te nemen aan het sectoraal pensioenstelsel. Afdeling 2. - Vrijstellingsregeling vanaf 1 januari 2007 Art. 8.Nieuwe ondernemingen Een onderneming die bij oprichting of op een later tijdstip onder het paritair comité komt te ressorteren, sluit aan bij het sectorpensioenstelsel. Uitzondering wordt gemaakt indien : 1. De betrokken onderneming sociaal-economische banden heeft met een onderneming die, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.In dit geval kan de onderneming tevens vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever van de betrokken onderneming of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen van sociaal-economische banden; een onderneming wordt geacht sociaal-economische banden te hebben indien zij valt onder de definitie van "met een vennootschap verbonden vennootschappen", zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage. De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 2. Een onderneming tot stand komt door splitsing van een andere onderneming die, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.In dat geval kan de onderneming tevens vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever van de betrokken onderneming of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen dat de onderneming tot stand gekomen is door splitsing van een onderneming die conform artikelen 6 of 7 hierboven vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel; splitsing van een onderneming wordt aangetoond met dezelfde middelen als waarmee de tegenstelbaarheid van de splitsing aangetoond wordt conform de bepalingen in het Wetboek van vennootschappen ter zake; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage. De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 3. Een onderneming tot stand komt door fusie van andere ondernemingen (ten gevolge van een fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen) waarvan minstens één die, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.In dat geval kan de nieuwe onderneming tevens vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever van de betrokken onderneming of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen dat de onderneming tot stand gekomen is door fusie van minstens één onderneming die conform artikelen 6 of 7 hierboven vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel; fusie met een onderneming wordt aangetoond met dezelfde middelen als waarmee de tegenstelbaarheid van de fusie aangetoond wordt conform de bepalingen in het Wetboek van vennootschappen ter zake; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage. De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 4. De betrokken onderneming sociaal-economische banden heeft met een andere onderneming die tot een ander paritair comité behoort en deze laatste onderneming een eigen pensioenstelsel heeft dat minstens gelijkwaardig is conform de bepalingen van artikel 6 hierboven.In dat geval kan de onderneming vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de betrokken onderneming of zijn lasthebber de inrichter hiervan op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen van sociaal-economische banden; een onderneming wordt geacht sociaal-economische banden te hebben indien zij valt onder de definitie van "met een vennootschap verbonden vennootschappen", zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage. De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 5. Het pensioenstelsel bedoeld in de punten 8.1. tot en met 8.4. dient aan volgende criteria te voldoen :
  1. a)Geldig voor alle bedienden ressorterend onder het paritair comité, met dien verstande dat er, onverminderd toepassing van
  2. b)hierna, een onderscheid met betrekking tot het niveau van vaste bijdragen en/of vaste prestaties mag bestaan tussen eventuele subcategorieën van bedienden, of binnen deze subcategorieën zelf;
  3. b)Gelijkwaardig aan of beter dan het sectoraal pensioenstelsel : - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste bijdragen" wordt de gelijkwaardigheid gemeten aan de hand van de werkgeversbijdragen zoals die in het pensioenreglement zijn bepaald. Deze dienen voor alle bedienden minimaal 0,92 pct. van het loon te bedragen, waarbij het percentage wordt gedefinieerd zoals in artikel 13 hieronder; - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste prestaties" dient het niveau van aanvullend kapitaal of aanvullend pensioen te worden getoetst aan het theoretisch niveau, zoals dit door het sectoraal pensioenstelsel wordt gerealiseerd. Dit betekent dat, indien de toezegging is uitgedrukt in kapitaal, het aanvullend pensioenkapitaal voor de volledige loopbaan op de eindleeftijd van 65 jaar, zoals die bepaald is in het pensioenreglement, tenminste gelijk zal zijn aan 52,51 pct. van het laatste loon. Indien de toezegging is uitgedrukt als een jaarlijks pensioen, dient het aanvullend rustpensioen op de eindleeftijd van 65 jaar voor een volledige loopbaan tenminste 2,92 pct. van het laatste loon te bedragen. Indien de in het pensioenreglement voorziene eindleeftijd 60 jaar is, dienen deze percentages respectievelijk tenminste 43,79 pct. en 2,09 pct. van het laatste loon te bedragen; - voor stelsels van aanvullend pensioen met toezeggingen van het type "cash balance" wordt de gelijkwaardigheid gemeten conform de modaliteiten van het type "vaste bijdragen". De gelijkwaardigheid met het sectoraal pensioenstelsel moet niet op elk eerder moment voorafgaand aan de in het pensioenreglement vastgelegde eindleeftijden worden gerealiseerd. Art. 9.Fusie door overneming Wanneer verschillende ondernemingen fuseren tot één onderneming (ten gevolge van een fusie door overneming zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen) en één van de betrokken ondernemingen werd, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, kan de gefuseerde onderneming ervoor kiezen om als geheel vrijgesteld te worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen van de fusie met een onderneming die conform artikelen 6 of 7 hierboven vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel; fusie met een onderneming wordt aangetoond met dezelfde middelen als waarmee de tegenstelbaarheid van de fusie aangetoond wordt conform de bepalingen in het Wetboek van vennootschappen ter zake; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage. De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening. HOOFDSTUK III. - Inrichter Art. 10.Inrichter De inrichter van het sectorpensioenplan is het "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. Art. 11.Uitvoerder van de pensioentoezegging Bij toepassing van artikel 8 van de WAP wordt als pensioeninstelling gekozen P&V Verzekeringen CBVA (voorheen ING Insurance NV), verzekeringsonderneming toegelaten door de CBFA onder codenummer 0058, met als maatschappelijke zetel Koningstraat 151 te 1210 Brussel. HOOFDSTUK IV. - Pensioenbijdrage Art. 12.Pensioenbijdrage De totale bijdrage werd vastgesteld op 1 januari 2007 op 0,44 pct. van het loon. Per 1 januari 2009 werd de totale bijdrage verhoogd tot 0,65 pct. van het loon. Vanaf 1 januari 2011 bedraagt de totale bijdrage 0,88 pct. van het loon. De opgegeven bedragen zijn afgerond tot 2 cijfers na de komma. Deze bijdrage omvat alle administratieve kosten, inclusief alle kosten aangerekend door de pensioeninstelling en de inrichter (2 pct.). Deze bijdrage bevat niet de RSZ-bijdrage voor aanvullende pensioenen noch de eventuele toepasselijke taksen. Art. 13.Te innen bijdrage De bijdragen worden door de rijksdienst voor Sociale Zekerheid geïnd en ingevorderd ter uitvoering van artikel 7 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid. De bijdragen te innen via de RSZ bedroegen, op 1 januari 2007, 0,46 pct. van het loon, zijnde de totale pensioenbijdrage en de eventuele toepasselijke taksen, inclusief de kosten aangerekend door de pensioeninstelling en de inrichter. Dit percentage bevat niet de RSZ-bijdrage voor aanvullende pensioenen, noch de inningskost van de RSZ. Deze bijdrage werd verhoogd per 1 januari 2009 tot 0,69 pct. van het loon en bedraagt sinds 1 januari 2011 0,92 pct. van het loon. De opgegeven bedragen zijn afgerond tot 2 cijfers na de komma. HOOFDSTUK V. - Verzekeringscombinatie Art. 14.Verzekeringscombinatie De bijdragen voor de pensioentoezegging worden, na afhouding van alle toepasselijke kosten en (para)fiscale lasten, aangewend in een verzekeringscombinatie Uitgesteld Kapitaal met Tegenverzekering van de Reserve (UKMTR). De aanspraken op het aanvullend pensioen worden bepaald overeenkomstig het pensioenreglement, dat als bijlage gehecht wordt aan onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding Art. 15.Werking in de tijd van het pensioenstelsel In uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt het pensioenstelsel in werking vanaf 1 januari 2007. Art. 16.Inwerkingtreding en opzeggingsmodaliteiten van de collectieve arbeidsovereenkomst Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2018 en vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel, geregistreerd op 29 mei 2006 onder het nummer 79875/CO/226 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 januari 2007, zoals gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten van 13 september 2007 en 19 november 2009 (verhoging van de pensioenbijdrage), geregistreerd op 9 oktober 2007 respectievelijk 19 november 2009, onder het nummer 85114/CO/226 respectievelijk 95867/CO/226 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 mei 2008 respectievelijk 13 juni 2010. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een onbepaalde duur. Zij kan door elk der partijen worden beëindigd, mits een opzegging van zes maanden wordt betekend per aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het paritair comité. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2018. De Minister van Werk, K. PEETERS Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel Pensioentoezegging Algemene voorwaarden 1. Definities Artikel 1.Definities Aangeslotene : De actieve aangeslotene is de werknemer die behoort tot de personeelscategorie waarvoor de inrichter een pensioentoezegging heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van de pensioentoezegging voldoet. De passieve aangeslotene is de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet indien hij bij zijn uittreding verkozen heeft zijn verworven reserves zonder wijziging van de pensioentoezegging bij de pensioeninstelling te laten. De rentegenieters worden niet beschouwd als aangeslotene. Gehuwde aangeslotene : De aangeslotene die wettelijk gehuwd is en niet gerechtelijk van tafel en bed gescheiden is of in aanleg tot echtscheiding of gerechtelijke scheiding van tafel en bed. Wettelijk geregistreerde samenwonende aangeslotene : De aangeslotene die wettelijk geregistreerd samenwoont zoals bepaald in artikel 1475 tot en met artikel 1479 van het Burgerlijk Wetboek of, volgens gelijkaardige regelingen van buitenlands recht, wordt gelijkgesteld met een gehuwde aangeslotene. Feitelijk samenwonende aangeslotene : De aangeslotene die niet onder de definitie van gehuwde of wettelijk geregistreerde samenwonende aangeslotene valt en op basis van een door de gemeente afgeleverd bewijs kan aantonen dat hij samenwoont met een partner in gezinsverband (gedomicilieerd op hetzelfde adres). Alleenstaande aangeslotene : De aangeslotene die geen partner heeft in de betekenissen zoals hierboven gedefinieerd. Begunstigde : De perso(o)n(
  4. en)in wiens voordeel de verzekerde prestaties bedongen zijn. Benefit statement : De pensioenfiche zoals voorgeschreven in de WAP. CBFA : De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen. Gemeenschappelijke kas : De pensioeninstelling opgericht op basis van het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023009 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023010 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de verzekeringsondernemingen en -instellingen met het oog op het uitoefenen van de verzekeringsverrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 18/12/2003 numac 2003201595 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de duurzame beroepsintegratie, herintegratie en opleiding van risicogroepen type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023014 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023006 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst en iedere latere wijziging die de bepalingen van dit koninklijk besluit vervangt en/of aanvult. Genivelleerde jaarpremies : De bedragen die op jaarbasis nodig zijn om een pensioenkapitaal of vestigingskapitaal van een pensioenrente te financieren waarbij de financiering zo berekend wordt dat het niveau van de jaarpremies over de volledige financieringsduur gelijk blijft in functie van een constant kapitaal. Individuele pensioentoezegging : Een occasionele, niet-stelselmatige pensioentoezegging aan één werknemer en/of zijn rechthebbenden. In het geval dat de bijzondere voorwaarden bepalen dat de pensioentoezegging een individuele pensioentoezegging is, moeten in de algemene voorwaarden de woorden "groepsverzekering", "pensioenreglement", "pensioenstelsel" en "financieringsfonds" respectievelijk worden gelezen als "individuele pensioentoezeggingsverzekering", "pensioenovereenkomst", "individuele pensioentoezegging" en "technische voorzieningen". Ingangsdatum : Datum waarop het pensioenstelsel voor de eerste keer wordt ingevoerd. Inrichter : - De werkgever die een pensioentoezegging doet; - De rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst door de representatieve organisaties van een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, die een pensioenstelsel invoert. Jaarlijkse aanpassingsdatum : Op deze datum worden de aanspraken van iedere aangeslotene herrekend in functie van de op dat tijdstip in aanmerking te nemen elementen voor de berekening van de aanspraken. Wijzigingen van de elementen voor de berekening van de aanspraken in de loop van een verzekeringsjaar hebben slechts uitwerking vanaf de eerstvolgende jaarlijkse aanpassingsdatum. KB Leven : Het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023009 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023010 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de verzekeringsondernemingen en -instellingen met het oog op het uitoefenen van de verzekeringsverrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 18/12/2003 numac 2003201595 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de duurzame beroepsintegratie, herintegratie en opleiding van risicogroepen type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023014 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023006 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de levensverzekeringen en iedere latere wijziging die de bepalingen van dit koninklijk besluit vervangt en/of aanvult. Kind : Elke afstammeling in de eerste graad van de aangeslotene en elke afstammeling in de eerste graad van de partner van de aangeslotene die : - deel uitmaakt van het gezin en - geniet van kinderbijslag uit hoofde van de aangeslotene of de partner, inzoverre de 25ste verjaardag niet werd overschreden. Mutatiedatum : Op deze datum worden de aanspraken van de actieve aangeslotene administratief aangepast in functie van één van volgende situaties : - Wijziging in de gezinssituatie (voor zover dit aanleiding geeft tot een wijziging in de aanspraken); - Wijziging van de tewerkstellingsgraad (arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties, gedeeltelijk tijdskrediet en andere vormen van deeltijds sociaal verlof); - Schorsing van de arbeidsovereenkomst : - naar aanleiding van opname voltijds tijdskrediet of andere vormen van voltijds sociaal verlof; - naar aanleiding van arbeidsongeschiktheid met verlies van salaris; - Halftijds brugpensioen; - Vormen van schorsing van de arbeidsovereenkomst met verlies van salaris. De mutatiedatum is de eerste van de maand samenvallend met of volgend op één van bovenstaande gebeurtenissen. De pensioeninstelling verleent echter onmiddellijk dekking vanaf het moment van wijziging. De inrichter geeft de aanvraag tot mutatie door aan de pensioeninstelling via het wijzigingsformulier. Partner : Worden als partner beschouwd : - de echtgeno(o)t(
  5. e)van de gehuwde aangeslotene; - de partner van de wettelijk geregistreerde samenwonende aangeslotene; - de partner van de feitelijk samenwonende aangeslotene. Pensioeninstelling : VIVIUM, een merk van P&V Verzekeringen CVBA, verzekeringsonderneming toegelaten onder code 0058. Pensioenreglement : Het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de werkgever, de aangeslotenen en van hun rechthebbenden, de aansluitingsvoorwaarden en de regels inzake de uitvoering van het pensioenstelsel worden bepaald. De algemene en de bijzondere voorwaarden van de pensioentoezegging, de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur en het benefit statement vormen samen het pensioenreglement. De eventuele bijlagen en aanhangsels aan de bijzondere voorwaarden vormen er een integrerend bestanddeel van. De bepalingen van de bijzondere voorwaarden en de eventuele bijlagen en aanhangsels hebben echter voorrang op de algemene voorwaarden. De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor alle niet uitdrukkelijk door de bijzondere voorwaarden voorziene kwesties te regelen in overeenstemming met de algemene voorwaarden. Pensioenstelsel : De collectieve pensioentoezegging. Pensioentoezegging : De toezegging van een aanvullend rust- en/of overlevingspensioen, respectievelijk kapitaal bij leven en/of kapitaal bij overlijden, door een inrichter aan één of meerdere werknemers en/of hun rechthebbenden. Persoonlijke bijdrage : De verplichte storting door de aangeslotene voor de pensioentoezegging die wordt bijgehouden op een afzonderlijke individuele werknemersrekening voor elke aangeslotene, zijnde de persoonlijke bijdrageovereenkomst. De persoonlijke bijdrage wordt door de inrichter van het salaris van de aangeslotene afgehouden in dezelfde termijnen als deze waarin dit salaris wordt uitbetaald. Persoonlijke bijdrageovereenkomst : De overeenkomst die met persoonlijke bijdragen wordt gefinancierd. Premies : De werkgeversbijdragen en/of de persoonlijke bijdragen. Deze kunnen de risicopremies en de koopsommen omvatten. Risicopremies : De bedragen die verschuldigd zijn voor de tijdelijke overlijdensverzekeringen voor de duur van het verzekeringsjaar. De risicopremies worden op de jaarlijkse aanpassingsdatum of op de mutatiedatum herrekend in functie van de leeftijd van de aangeslotene op die datum. Stortingskoopsommen : Het bedrag dat op tijdstip t nodig is om 1/N van een pensioenkapitaal of vestigingskapitaal van een pensioenrente na aftrek van de reeds opgebouwde premievrije waarde te financieren, waarbij N gelijk is aan de duurtijd tussen tijdstipt en de einddatum van de financiering. Tak 21 "groepsverzekeringen": De verzekeringstak waarbinnen de pensioeninstelling groepsverzekeringen beheert. De premies en de reserves binnen deze verzekeringstak genieten een rendementswaarborg. De modaliteiten van deze rendementswaarborg kunnen verschillend zijn in functie van het gekozen groepsverzekeringsproduct. Verzekeringsjaar : De periode gaande van de jaarlijkse aanpassingsdatum van enig jaar tot en met de dag onmiddellijk voorafgaand aan de eerstvolgende jaarlijkse aanpassingsdatum. Zo het reglement beëindigd wordt tussen twee jaarlijkse aanpassingsdatums, loopt het laatste verzekeringsjaar over de periode tussen de laatste jaarlijkse aanpassingsdatum tot de beëindigingsdatum van het reglement. Vestigingskapitaal : Het onderliggend kapitaal dat nodig is om een renteuitkering te verzekeren. WAP : De wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid en iedere latere wijziging die de bepalingen van deze wet vervangt en/of aanvult. Werkgeversbijdrage : - De storting door de werkgever voor de pensioentoezegging die wordt bijgehouden op een afzonderlijke individuele werkgeversrekening voor elke aangeslotene, zijnde de werkgeversbijdrageovereenkomst; - De storting door de werkgever in het financieringsfonds van de pensioentoezegging. Werkgeversbijdrageovereenkomst : De overeenkomst die met werkgeversbijdragen wordt gefinancierd. Werknemer : De persoon die in uitvoering van een arbeidsovereenkomst is tewerkgesteld. Wijzigingsdatum : De datum waarop het pensioenstelsel gewijzigd wordt. 2. De werkingsprincipes Art.2. Voorwerp van het pensioenstelsel Het pensioenstelsel heeft als voorwerp, mits betaling van de premies door de inrichter, het waarborgen van de betaling aan de aangeslotene of aan de begunstigde van de prestaties, zoals bepaald in de bijzondere voorwaarden. Art. 3.Resultaatsverbintenis van de pensioeninstelling Voor de financiering van de pensioentoezegging heeft de inrichter bij de pensioeninstelling een groepsverzekering afgesloten. De pensioeninstelling gaat een resultaatsverbintenis aan vermits zij zich verbindt om voor de aan haar betaalde premies de volgens het tarief dat op de pensioentoezegging van toepassing is, overeenstemmende prestatie te verlenen. Het tarief wordt bij het onderschrijven van de pensioentoezegging vastgesteld. Nochtans is - voor zover het gaat om een verzekering met flexibele premies - geen enkel tarief gewaarborgd voor toekomstige premies. In dat geval wordt het tarief dat op de dag van de betaling van toepassing is, toegepast. Art. 4.Grondslagen van de werkgevers- en de persoonlijke bijdrageovereenkomst Het pensioenstelsel is onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die voor de levensverzekering gelden. De werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst worden opgesteld op basis van de inlichtingen die door de inrichter en de aangeslotene in alle oprechtheid en zonder verzwijging zijn verstrekt om de pensioeninstelling in te lichten over de risico's die ze ten laste neemt. De pensioeninstelling kan alle inlichtingen eisen die zij nodig acht met inachtneming van de vigerende wetgeving. Evenwel, vanaf de aansluiting ziet de pensioeninstelling af van het aanvoeren van de nietigheid van de pensioentoezegging van een aangeslotene uit hoofde van de te goeder trouw geschiede verzwijgingen of onjuiste verklaringen. Fraude, opzettelijke verzwijging(
  6. en)en/of opzettelijke onjuiste verklaring(
  7. en)hebben de nietigheid van de werkgeversbijdrageovereenkomst(
  8. en)en/of de persoonlijke bijdrageovereenkomst(
  9. en)tot gevolg. Bij onnauwkeurigheid in verband met de geboortedatum en het geslacht van de aangeslotene en/of de begunstigde indien de pensioentoezegging in een overdraagbare aanvullende pensioenrente voorziet, worden de prestaties aangepast rekening houdend met de juiste gegevens. De aangeslotene is verplicht onmiddellijk mededeling aan de inrichter te doen van iedere wijziging in de gezinssituatie of van de burgerlijke staat die aanleiding kan geven tot een aanpassing van de verzekerde prestaties of de begunstiging bij overlijden. De pensioeninstelling heeft het recht te eisen dat dergelijke wijzigingen gestaafd worden door officiële stukken. De aangeslotene draagt de volle verantwoordelijkheid voor de volledigheid en juistheid van de door hem verstrekte inlichtingen. Art. 5.Begin en einde van de aansluiting De aansluiting geschiedt ten vroegste op de ingangsdatum bij opstart van het pensioenstelsel of op de wijzigingsdatum bij latere wijzigingen van het pensioenstelsel. Voor de aangeslotenen die op de ingangsdatum van het pensioenstelsel worden aangesloten, gaat de verzekering in na de eerste premiebetaling. Voor latere aansluitingen of aanpassingen gaat de persoonlijke en/of de werkgeversbijdrageovereenkomst in op de datum van aansluiting, respectievelijk de wijzigingsdatum vermeld in de bijzondere voorwaarden. De administratieve aansluiting gebeurt op de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de datum waarop de werknemer aan de gestelde voorwaarden voldoet. De overlijdensdekking gaat in vanaf de datum waarop de aansluitingsvoorwaarden vervuld zijn. Een werknemer van 25 jaar of ouder wordt onmiddellijk in de pensioentoezegging opgenomen indien hij tot de betrokken personeelscategorie behoort. Aansluiting is verplicht voor de werknemers aangeworven door de inrichter na de ingangsdatum of wijzigingsdatum, voor zover zij behoren tot de personeelscategorie en aan de aansluitingsvoorwaarden voldoen. Indien de arbeidsovereenkomst van een werknemer geschorst is op het ogenblik dat hij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden, wordt zijn aansluiting uitgesteld tot de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de datum van gedeeltelijke of gehele werkhervatting. De aansluiting wordt beëindigd op : - de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene niet langer aan de definitie van aangeslotene en/of aan de aansluitingsvoorwaarden voldoet en zijn verworven reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene de dienst van de inrichter vóór de einddatum verlaat en zijn verworven reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - de einddatum, zijnde de eerste van de maand volgend op de verjaardag van de aangeslotene zoals bepaald in de bijzondere voorwaarden; - de datum van het overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum. Art. 6.Verdaging van de einddatum Verdaging betekent dat de einddatum telkens met één jaar (verdagingsjaar) uitgesteld wordt indien de aangeslotene die de einddatum bereikt heeft in dienst van de inrichter blijft. Dit jaarlijkse uitstel van de einddatum geldt maximaal tot 5 jaar na de oorspronkelijke einddatum en uiterlijk tot de 65ste verjaardag. De aangeslotene kan de einddatum of de reeds uitgestelde einddatum niet met één jaar uitstellen indien hij op de dag van het ingaan van het verdagingsjaar : - volledig arbeidsongeschikt is, of - indien zijn arbeidsovereenkomst op dat ogenblik geschorst is, of - indien de aangeslotene wegens een sociale maatregel een tewerkstellingsgraad van 0 pct. geniet. Indien de aangeslotene gedeeltelijk arbeidsongeschikt is op het ogenblik dat hij de einddatum of de reeds uitgestelde einddatum bereikt heeft, speelt de verdaging enkel op zijn aanspraken die betrekking hebben op zijn gedeeltelijke tewerkstelling. Art. 7.Verschuldigdheid en betaling van de premies en de taksen De premies zijn verschuldigd op de datum bepaald in de bijzondere voorwaarden. Ingang van de verschuldigdheid van de premies per aangeslotene : - de premies zijn verschuldigd vanaf de administratieve aansluiting voor de respectievelijke aanspraken; - indien de aansluiting in de loop van een verzekeringsjaar geschiedt, is er voor dat jaar een pro rato van de premies verschuldigd. Wijziging en beëindiging van de verschuldigdheid van de premies : - bij wijziging van de aanspraken, respectievelijk de berekeningselementen gaat de verschuldigdheid van de nieuwe premies in op de jaarlijkse aanpassingsdatum, respectievelijk de mutatiedatum; - bij uittreding stopt de verschuldigdheid van de premies op de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de uittreding; - wanneer de aangeslotene de einddatum bereikt, wordt de verschuldigdheid van de premies beëindigd op de einddatum; - bij overlijden van de aangeslotene stopt de verschuldigdheid van de premies op het ogenblik bepaald in de bijzondere voorwaarden. De taksen op de premies zijn door de inrichter aan de pensioeninstelling verschuldigd samen met de premies waarop ze betrekking hebben. De inrichter betaalt de premies en de taksen aan de pensioeninstelling via de verschillende bank- of postrekeningen van de pensioeninstelling of in handen van de personen gelast met het innen van het bedrag, doch enkel tegen kwijtschriften uitgaande van de pensioeninstelling. Art. 8.Betaling van de prestaties bij leven Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een pensioenkapitaal voorzien : Het pensioenkapitaal is betaalbaar bij leven van de aangeslotene op de einddatum en wordt indien nodig door de inrichter aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving. De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de aangeslotene binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. De pensioeninstelling heeft het recht bij de uitkering een bewijs van leven te vragen van de aangeslotene en ze heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden. Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een pensioenrente voorzien : De pensioenrente is bij leven van de aangeslotene op de einddatum betaalbaar vanaf die datum en wordt door de inrichter verhoogd indien de verworven reserves van de aangeslotene moeten aangevuld worden op basis van de van toepassing zijnde wetgeving. De pensioeninstelling betaalt de pensioenrente rechtstreeks aan de aangeslotene. Vanaf uitkering van de eerste rente wordt de aangeslotene een rentegenieter. De prestaties worden uitgekeerd in de vorm van een rente nadat de aangeslotene de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken aan de pensioeninstelling heeft laten geworden. De eerste uitkering gebeurt binnen de 30 dagen na ontvangst van de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. De pensioeninstelling mag op elk ogenblik nieuwe bewijsstukken vragen in welk geval de voorgaande procedure opnieuw van toepassing wordt. Indien voorzien wordt in overdraagbaarheid van de rente bij overlijden van de rentegenieter aan zijn partner, dan gebeurt dit volgens de modaliteiten beschreven in de bijzondere voorwaarden. De partner kan deze rente niet omzetten in een éénmalig kapitaal. De persoon die op of na de einddatum of de vroegere datum van uittreding partner wordt, kan geen aanspraak maken op deze rente. De pensioeninstelling maakt een rentebrevet op en heeft het recht een bewijs van leven te vragen van de aangeslotene en een bewijs van hoedanigheid van partner indien in overdraagbaarheid van de rente is voorzien. De aangeslotene kan op de einddatum de éénmalige uitkering van het vestigingskapitaal van de pensioenrente vragen indien deze mogelijkheid in de bijzondere voorwaarden wordt voorzien. De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de aangeslotene binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting opgemaakt en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. Door opname van het kapitaal vervalt voor de aangeslotene het recht op de pensioenrente en voor de eventuele partner het recht op de overdraagbaarheid van deze pensioenrente indien in overdraagbaarheid van de rente is voorzien. De pensioeninstelling heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden. Zowel voor de uitkering in de vorm van kapitaal als rente geldt dat voor de vertraging in de uitkering van de door de pensioeninstelling verschuldigde bedragen - doordat deze bedragen niet zijn opgevorderd, de stukken niet volledig of niet in orde zijn, of in het algemeen ten gevolge van een omstandigheid onafhankelijk van de wil van de pensioeninstelling - er geen intrest door haar wordt vergoed. Art. 9.Betaling van de prestaties bij overlijden Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een kapitaal overlijden voorzien : Het kapitaal overlijden is betaalbaar op de datum van overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum en wordt rechtstreeks aan de begunstigde uitgekeerd. De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de begunstigde binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. De pensioeninstelling heeft het recht bij de uitkering een bewijs van leven te vragen van de begunstigde en ze heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden. De begunstiging bij overlijden wordt bepaald met de volgende voorrangsorde : - de partner; - bij ontstentenis, de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene of - bij plaatsvervulling - hun afstammelingen; - bij ontstentenis, de ascendenten in de eerste graad van de aangeslotene; - bij ontstentenis, de wettelijke erfgenamen van de aangeslotene, met uitsluiting van de Staat; - bij ontstentenis, het "financieringsfonds" van deze pensioentoezegging. Indien door bovenstaande rangorde meer dan één begunstigde aangeduid wordt, wordt het kapitaal overlijden evenredig verdeeld over de verschillende begunstigden. De aangeslotene kan mits melding aan de pensioeninstelling van bovenstaande rangorde afwijken of hij kan een begunstigde bij naam aanduiden waarvan akte wordt genomen in het "benefit statement". Indien de afwijking een aanduiding betreft anders dan de persoon met wie de aangeslotene gehuwd is of de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene, dan moet de melding schriftelijk bevestigd worden met een handtekening van de persoon met wie de aangeslotene gehuwd is. Indien er meerdere begunstigden worden aangeduid, ontvangen zij ieder de opeisbare prestaties volgens de begunstigingsclausule waarvan akte wordt genomen in het "benefit statement". Evenwel, wanneer de partner en de descendenten in de eerste graad al of niet bij naam gezamenlijk als begunstigden worden aangeduid, komen de opeisbare prestaties voor de helft toe aan de partner en voor de andere helft - in gelijke delen - aan de descendenten in de eerste graad. Wanneer de descendenten in de eerste graad niet bij naam als begunstigden worden aangeduid, komen de prestaties toe aan de personen die bij hun opeisbaarheid deze hoedanigheid hebben. Afstammelingen in de rechte lijn van een vooroverleden descendent in de eerste graad komen bij plaatsvervulling op. De aangeslotene heeft, overeenkomstig de hierboven vermelde bepalingen, het recht één of meer begunstigden aan te wijzen. Het bewijs van het recht van de begunstigde wordt geleverd overeenkomstig artikel 10 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. De pensioeninstelling is van iedere verbintenis bevrijd door de uitkering die zij te goeder trouw aan de begunstigde heeft gedaan voordat zij enig geschrift heeft ontvangen waarbij de aanwijzing wordt gewijzigd. Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een overlevingsrente voorzien : Het vestigingskapitaal van de overlevingsrente wordt bij overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum omgezet in een overlevingsrente op basis van volgende berekeningselementen : - de parameters in functie van de tariefgrondslagen; - de periodiciteit van de rente-uitkering; - het geslacht van de partner en zijn leeftijd op de datum van uitkering. De overlevingsrente is betaalbaar aan de partner vanaf de datum van overlijden van de aangeslotene. De pensioeninstelling keert deze rente rechtstreeks uit aan de partner volgens de termijnen bepaald in de bijzondere voorwaarden. De eerste uitkering gebeurt binnen de 30 dagen na ontvangst van de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. De pensioeninstelling mag op elk ogenblik nieuwe bewijsstukken vragen in welk geval de voorgaande procedure opnieuw van toepassing wordt. Vanaf uitkering van de rente wordt de partner een rentegenieter. De pensioeninstelling maakt een rentebrevet op en heeft het recht een bewijs van leven te vragen van de overlevende partner en een bewijs van hoedanigheid van partner. De partner kan op het moment van betaalbaarheid van de eerste overlevingsrente om de éénmalige uitkering van het vestigingskapitaal van de overlevingsrente vragen. De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de partner binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. Door opname van het kapitaal vervalt voor de partner het recht op de overlevingsrente. De pensioeninstelling heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden. Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een wezenrente voorzien : Het vestigingskapitaal van de wezenrente wordt bij overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum omgezet in een wezenrente op basis van de volgende berekeningselementen : - de parameters in functie van de tariefgrondslagen; - de eindleeftijd tot wanneer de wezenrente uitgekeerd wordt; - de periodiciteit van de rente-uitkering; - het geslacht van het kind en zijn leeftijd op de datum van uitkering. De wezenrente is betaalbaar aan elk kind vanaf de datum van overlijden van de aangeslotene. De pensioeninstelling keert deze rente rechtstreeks uit aan elk kind in maandelijkse termijnen op het einde van elke termijn tot en met de termijn bepaald in de bijzondere voorwaarden. De eerste uitkering gebeurt binnen de 30 dagen na ontvangst van de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. De pensioeninstelling mag op elk ogenblik nieuwe bewijsstukken vragen in welk geval de voorgaande procedure opnieuw van toepassing wordt. Vanaf uitkering van de rente wordt het kind een rentegenieter. Deze rente kan niet omgezet worden in een éénmalig wezenkapitaal. De pensioeninstelling maakt een rentebrevet op en heeft het recht bij de uitkeringen een bewijs van leven te vragen van het kind en een bewijs van hoedanigheid van kind. De pensioeninstelling heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden. Zowel voor de uitkering in de vorm van kapitaal als rente geldt dat voor de vertraging in de uitkering van de door de pensioeninstelling verschuldigde bedragen - doordat deze bedragen niet zijn opgevorderd, de stukken niet volledig of niet in orde zijn, of in het algemeen ten gevolge van een omstandigheid onafhankelijk van de wil van de pensioeninstelling - er geen intrest door haar wordt vergoed. Art. 10.Aanvaarding van de begunstiging Elke begunstigde mag de begunstiging aanvaarden mits akkoord van de inrichter. Aanvaarding geschiedt door een geschrift met de handtekening van de begunstigde, de inrichter, de aangeslotene en de pensioeninstelling. De aanvaarding van de begunstiging heeft, tenzij in die gevallen waarin de wet herroeping toestaat, als gevolg dat de latere wijziging van de begunstiging, de afkoop of de reserveoverdracht, de inpandgeving en de opname van een voorschot slechts mogelijk zijn mits de schriftelijke toestemming van de aanvaardende begunstigde. Deze toestemming is eveneens vereist voor elke wijziging die een vermindering impliceert van de prestaties die ten gunste van de aanvaardende begunstigde verzekerd zijn door reeds betaalde premies. De aanvaarding van de begunstiging heeft tot gevolg dat de bepalingen betreffende de begunstiging die afbreuk doen aan de rechten van de aanvaardende begunstigde zonder gevolg blijven. Art. 11.Winstdeelname De pensioentoezeggingen nemen kosteloos deel in de winst, in de categorie van de verzekeringscontracten, gemaakt volgens door de pensioeninstelling bepaalde regels die meegedeeld worden aan de CBFA. Het winstdeelnameplan wordt ter beschikking van het publiek gesteld op de zetel van de vestiging van de pensioeninstelling waar de pensioenovereenkomst werd afgesloten. De werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst delen in de winsten "leven" gemaakt door de pensioeninstelling in de tak 21 "groepsverzekeringen". De pensioeninstelling kent op de tijdelijke overlijdensverzekeringen een winstdeelname "overlijden" toe, gemaakt door de pensioeninstelling in de tak 21 "groepsverzekeringen". De pensioeninstelling kent op de reserves in het financieringsfonds een winstdeelname "financieringsfonds" toe, gemaakt door de pensioeninstelling in de tak 21 "groepsverzekeringen". De toegekende winstdeelname wordt verdeeld over de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst en het financieringsfonds pro rata de verhouding van de respectievelijke reserves. Indien de pensioentoezegging opgezegd is in het kader van een overdracht van de reserves naar een andere pensioeninstelling, wordt gedurende de periode van de opzegging geen winstdeelname toegekend. Art. 12.Verworven prestaties en verworven reserves De verworven prestaties zijn de prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op de einddatum voor zover zijn reserves in deze pensioentoezegging blijven en niet overgedragen zijn naar een onthaalstructuur, een andere pensioeninstelling, een gemeenschappelijke kas of niet afgekocht zijn. Indien het een pensioentoezegging betreft van het type vaste bijdragen : De verworven prestaties worden bekomen door de reserves op de werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst in functie van de verzekeringscombinatie en de leeftijd van de aangeslotene op de jaarlijkse aanpassingsdatum, respectievelijk mutatiedatum te kapitaliseren in functie van de tariefgrondslagen. De verworven reserves zijn de reserves op een bepaald ogenblik waarop de aangeslotene recht heeft overeenkomstig de pensioentoezegging. De verworven reserves zijn gelijk aan het bedrag dat zich op dat ogenblik op de werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst van de aangeslotene bevindt. Indien het een pensioentoezegging betreft van het type vaste prestaties : De verworven prestaties zijn gelijk aan het tijdsevenredig pensioenkapitaal of vestigingskapitaal van de pensioenrente, gerekend op basis van de elementen voor de berekening van toepassing op de laatste jaarlijkse aanpassingsdatum of de latere mutatiedatum. In geen geval kunnen de verworven prestaties lager zijn dan de gekapitaliseerde waarde op de einddatum van de op de werkgeversbijdrageovereenkomst en op de persoonlijke bijdrageovereenkomst verworven wiskundige reserves, waarbij de kapitalisatie gebeurt in functie van de tariefgrondslagen. De verworven reserves zijn de actuele waarde van de verworven prestaties en worden conform de wettelijke bepalingen hieromtrent berekend, waarbij de actualisatieregels gelijk zijn aan deze opgelegd voor de berekening van de minimumreserve. Indien in de bijzondere voorwaarden een afwijkende regel wordt vastgelegd voor de berekening van de verworven prestaties of de verworven reserves en deze regel een hoger resultaat geeft dan de hiervoor vermelde bepalingen, heeft de afwijkende regel voorrang op de hiervoor vermelde wettelijke bepaling. Bepalingen ongeacht het type pensioentoezegging : De reserves (inclusief de winstdeelnamereserves) opgebouwd door middel van werkgeversbijdragen zijn pas na één jaar aansluiting bij de pensioentoezegging verworven door de aangeslotene. In het geval de aangeslotene uittreedt vóór het einde van het eerste jaar van zijn aansluiting, worden de reserves op de werkgeversbijdrageovereenkomst in het financieringsfonds van de pensioentoezegging gestort. Voor het bepalen van de termijn van aansluiting wordt rekening gehouden met de effectieve datum van aansluiting en de effectieve datum van uittreding en niet met de administratieve verwerking ervan volgens het principe van de 1ste van de maand volgend op de gebeurtenis. Wanneer de pensioentoezegging een vorige pensioentoezegging vervangt, wordt er met de oorspronkelijke aansluitingsdatum rekening gehouden. De reserves (inclusief de winstdeelnamereserves) opgebouwd door middel van persoonlijke bijdragen zijn onmiddellijk verworven door de aangeslotene. Indien de aangeslotene opteert om verworven reserves opgebouwd tijdens de tewerkstelling bij een vorige werkgever over te dragen naar de pensioentoezegging bij de huidige pensioeninstelling, dan kunnen deze overgedragen reserves nooit op de werkgeversbijdrageovereenkomst en/of de persoonlijke bijdrageovereenkomst worden geplaatst, maar worden zij steeds in de onthaalstructuur - verbonden met de pensioentoezegging - ondergebracht. Art. 13.Uittreding Uittreding is, hetzij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen de aangeslotene en de inrichter anders dan door overlijden of pensionering, hetzij de overgang van een werknemer in het kader van een overgang van een onderneming, van een vestiging of van een deel van een onderneming of een vestiging, naar een andere onderneming of naar een andere vestiging, als gevolg van een conventionele overdracht of een fusie, waarbij het pensioenstelsel van de werknemer niet wordt overgedragen. Bij uittreding van een aangeslotene is de inrichter ertoe gehouden uiterlijk binnen de 30 dagen de pensioeninstelling hiervan schriftelijk in kennis te stellen. De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen de 30 dagen na de hiervoor vermelde kennisgeving de volgende gegevens mee aan de inrichter door middel van de uittredingsbrief : - het bedrag van de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving; - het bedrag van de verworven prestaties; - de verschillende keuzemogelijkheden bij uittreding met vermelding of de overlijdensdekking al dan niet behouden blijft. De inrichter stelt de aangeslotene onmiddellijk in kennis van de door de pensioeninstelling meegedeelde gegevens. Bij uittreding worden de verworven reserves en prestaties berekend op basis van de wettelijke bepalingen en de elementen voor de berekening van de aanspraken die van toepassing zijn op de laatste jaarlijkse aanpassings- of mutatiedatum vóór de uittreding. Op het ogenblik van de uittreding wordt geen enkele vergoeding of verlies van winstdeelname ten laste gelegd van de aangeslotene of van de verworven reserves afgetrokken. De inrichter is ertoe gehouden bij de uittreding de eventuele tekorten van de verworven reserves aan te zuiveren. Deze eventuele aanvulling zal om fiscale redenen steeds beschouwd worden als een werkgeversbijdrage. Bij de uittreding van de aangeslotene zullen de in de vorige paragraaf gedefinieerde verworven reserves zo nodig door de inrichter aangevuld worden tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving. Deze eventuele aanvulling zal door de inrichter in het financieringsfonds van deze pensioentoezegging gestort worden indien niet voldoende fondsen aanwezig zijn of indien de aanwezige fondsen andere verbintenissen van de inrichter dekken. Pas van zodra de passieve aangeslotene de beslissing bekend maakt dat hij zijn verworven reserves naar een onthaalstructuur buiten deze pensioentoezegging of naar een andere pensioeninstelling wenst te transfereren, zal het op dat ogenblik geldende eventuele tekort ten opzichte van de gegarandeerde bedragen aangezuiverd worden op de werkgeversbijdrageovereenkomst. Bij uittreding heeft de aangeslotene de volgende keuzemogelijkheden met betrekking tot de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving : - bij deze pensioeninstelling laten zonder wijziging van de pensioentoezegging; - in de onthaalstructuur gekoppeld aan dit pensioenreglement onderbrengen; - overdragen naar de pensioeninstelling van de nieuwe werkgever met wie hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, indien hij wordt aangesloten bij de pensioentoezegging van die werkgever; - overdragen naar een pensioeninstelling die de totale winst onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves verdeelt en de kosten beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning. De aangeslotene moet zijn keuze binnen de 30 dagen na de kennisgeving door de inrichter schriftelijk meedelen aan de pensioeninstelling. Na ontvangst van de keuze van de aangeslotene voert de pensioeninstelling de keuze van de aangeslotene uit binnen de 30 dagen. Wanneer de aangeslotene deze termijn heeft laten verstrijken, wordt hij verondersteld te hebben gekozen voor de mogelijkheid om zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling te laten zonder wijziging van de pensioentoezegging. De overdrachten worden beperkt tot het gedeelte van de verworven reserves waarop geen voorschot of inpandgeving werd gedaan of dat niet werd toegewezen in het kader van de wedersamenstelling van een hypothecair krediet. Indien er eventuele aanvaardende begunstigde(
  10. n)en/of perso(o)n(
  11. en)zijn aan wie de rechten op de pensioentoezegging werden overgedragen, is er bij overdracht van de verworven reserves schriftelijke toestemming vereist van deze begunstigde(
  12. n)en/of perso(o)n(en). In geval van beslag wordt geen overdracht toegestaan. De in de pensioentoezegging met risicopremies gefinancierde tijdelijke overlijdensverzekeringen worden verdergezet tot de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag dat de aangeslotene zijn keuze bij uittreding heeft bekend gemaakt en uiterlijk tot de 90ste dag na uittreding. De aangeslotene heeft bij uittreding de mogelijkheid om door middel van vrijwillige persoonlijke stortingen de premiebetaling geheel of gedeeltelijk persoonlijk verder te zetten onder de vorm van een "persoonlijke overeenkomst". Dit is een individuele overeenkomst afgesloten door de aangeslotene en op basis van facultatieve premies conform de bepalingen in de algemene voorwaarden. Deze persoonlijke overeenkomst is niet in de pensioentoezegging van de inrichter inbegrepen. Indien de persoonlijke verderzetting of het behoud van de verworven reserves in de vorm van een premievrije verzekering volgens één van de hierboven bepaalde mogelijkheden leidt tot een verhoging van de overlijdensverzekeringen, kan de pensioeninstelling medische formaliteiten vragen indien dit toegelaten wordt door de van toepassing zijnde wetgeving. Art. 14.Vervroegde vereffening De aangeslotene heeft het recht op de uitbetaling van zijn verworven reserves op de einddatum. Vervroegde vereffening is het opnemen van de pensioenreserves door de aangeslotene vóór de einddatum. Vervroegd vereffenen is ten vroegste mogelijk vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt en in zoverre het dienstverband met de werkgever op dat ogenblik werd beëindigd. De vervroegd uit te betalen prestaties worden bepaald door de theoretische afkoopwaarde van de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst. De theoretische afkoopwaarde wordt voor 100 pct. aangewend in geval van vereffening in rente of kapitaal, voor zover de aangeslotene zijn voornemen tot vervroegde vereffening ten minste 6 maanden op voorhand aan de pensioeninstelling heeft meegedeeld. Art. 15.Recht op omvorming van een kapitaal in rente voor werknemers Indien de pensioentoezegging voorziet in de betaling van een kapitaal op de einddatum, heeft de aangeslotene (of de begunstigde bij overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum) het recht om aan de inrichter de omvorming in een rente te vragen indien de rente bij aanvang van de uitkering groter is dan 500,00 EUR per jaar. Het bedrag van 500,00 EUR wordt geïndexeerd volgens de bepalingen die voorzien zijn in de WAP. Indien de rente op verzoek van de aangeslotene gevestigd wordt door rechtstreekse omvorming van de in de toezegging voorziene kapitaalsuitkering, dan zal het bedrag van de rente bepaald worden op basis van het verzekerde kapitaal en de berekeningswijze vastgelegd door de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen. De pensioeninstelling heeft hierbij het recht een tijdelijke rente uit te keren, volgens de duurtijd en modaliteiten bepaald in het technisch dossier. Indien het in de pensioentoezegging voorziene kapitaal lager is dan het vestigingskapitaal om de rente, zoals bepaald in de vorige alinea, te financieren, dan is de verplichting van de pensioeninstelling beperkt tot het in de pensioentoezegging voorziene kapitaal terwijl de inrichter verantwoordelijk is voor het verschil. Het in de vorige alinea bedoelde vestigingskapitaal wordt berekend volgens het gangbare commerciële tarief van de pensioeninstelling aan de hand van de tariefgrondslagen, methodes voor de berekening en de productkenmerken van de rente, die zijn opgenomen in haar technisch dossier zoals bedoeld wordt in het KB Leven. Ter financiering van het eventuele verschil zal de pensioeninstelling aan de inrichter een éénmalige koopsom aanrekenen. Die éénmalige koopsom wordt berekend aan de hand van de door de pensioeninstelling gehanteerde tariefgrondslagen, methodes voor de berekening en productkenmerken. De pensioeninstelling heeft steeds de mogelijkheid een gemeenschappelijke kas aan te duiden die belast wordt met de uitkering van de rente. Art. 16.Bepaling van aanspraken en/of persoonlijke bijdragen van actieve aangeslotenen die niet voltijds tewerkgesteld zijn Aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties :
  13. a)Aanspraken en/of persoonlijke bijdragen bepaald volgens het principe "vaste bijdragen" : - voor salarisgebonden aanspraken en/of persoonlijke bijdragen gebeurt de berekening op basis van het salaris dat overeenstemt met voltijdse prestaties.De berekende aanspraken en/of persoonlijke bijdragen worden vervolgens proportioneel herleid in functie van de tewerkstellingsgraad; - forfaitaire aanspraken en/of forfaitaire persoonlijke bijdragen worden proportioneel herleid in functie van de tewerkstellingsgraad;
  14. b)Aanspraken bepaald volgens het principe "vaste prestaties" : - voor salarisgebonden aanspraken gebeurt de berekening op basis van het salaris dat overeenstemt met voltijdse prestaties.Indien de aanspraken afhankelijk zijn van het aantal pensioenjaren, dan worden voor het bepalen van het aantal pensioenjaren perioden van deeltijdse tewerkstelling herleid in functie van de tewerkstellingsgraad die tijdens deze perioden van toepassing was. De som van voltijdse en herleidde deeltijdse dienstjaren en -maanden wordt beperkt tot het maximaal in aanmerking te nemen pensioenjaren. Indien de aanspraken niet afhankelijk zijn van het aantal pensioenjaren, dan worden ze proportioneel herleid in functie van de tewerkstellingsgraad; - voor forfaitaire aanspraken die afhankelijk zijn van het aantal pensioenjaren, worden voor het bepalen van het aantal pensioenjaren perioden van deeltijdse tewerkstelling herleid in functie van de tewerkstellingsgraad die tijdens deze perioden van toepassing was. De som van voltijdse en herleidde deeltijdse dienstjaren en -maanden wordt beperkt tot het maximaal in aanmerking te nemen pensioenjaren. Forfaitaire aanspraken onafhankelijk van pensioenjaren worden proportioneel herleid in functie van de tewerkstellingsgraad. Opname van tijdskrediet en andere vormen van sociaal verlof : Voor alle vormen van : - tijdskrediet; - ouderschapsverlof; - verlof voor verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid; - verlof voor palliatieve zorgen, of - elke andere wettelijk geregelde vorm van sociaal verlof waarbij voorzien wordt dat deze perioden wat betreft de Belgische sociale zekerheid gelijkgesteld worden met perioden van voltijdse arbeidsprestaties, worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen als volgt bepaald : - gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de mutatiedatum, worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn; - vanaf de vierde maand, gerekend vanaf de mutatiedatum, gelden volgende bepalingen : - in geval van voltijds tijdskrediet of voltijds sociaal verlof : de verschuldigdheid van de premies wordt stopgezet, tijdelijke overlijdensverzekeringen worden beëindigd en de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst worden gereduceerd. Bij werkhervatting zijn vanaf de 1ste van de maand samenvallend met of volgend op de datum van werkhervatting de premies opnieuw verschuldigd en worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen berekend in functie van de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene, waarbij perioden van voltijdse werkonderbreking gelijkgesteld worden met een tewerkstellingsgraad gelijk aan 0; - In geval van deeltijds tijdskrediet of deeltijds sociaal verlof : de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen worden bepaald in overeenstemming met de procedure hiervoor omschreven onder "aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties". Halftijds brugpensioen of deeltijds tijdskrediet voor de aangeslotene ouder dan 50 jaar : In tegenstelling tot de hiervoor omschreven bepalingen worden voor de aangeslotene die op halftijds brugpensioen gaat en voor de aangeslotene ouder dan 50 jaar die deeltijds tijdskrediet opneemt, voor de ganse periode van halftijds brugpensioen, respectievelijk van deeltijds tijdskrediet, de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen niet gereduceerd in functie van de tewerkstellingsgraad, maar blijven de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn en dit op basis van zijn salaris in de maand voorafgaand aan de opname van tijdskrediet of brugpensioen. Arbeidsongeschiktheid van de aangeslotene als gevolg van ziekte of ongeval :
  15. a)Voor pensioentoezeggingen die niet gekoppeld zijn aan een reglement van collectieve verzekering "premievrijstelling voor de pensioentoezegging", gelden volgende bepalingen : - in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid : Voor een werknemer die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is op de dag dat hij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden en voor een aangeslotene die gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt, worden vanaf de aansluitingsdatum, respectievelijk de mutatiedatum de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen bepaald in overeenstemming met de procedure hiervoor omschreven onder "aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties"; - in geval van volledige arbeidsongeschiktheid : Voor een werknemer die volledig arbeidsongeschikt is op de dag dat hij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden wordt de aansluiting uitgesteld tot na werkhervatting. Voor een aangeslotene die volledig arbeidsongeschikt wordt, wordt vanaf de mutatiedatum de verschuldigdheid van premies stopgezet, tijdelijke overlijdensverzekeringen worden beëindigd en de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst worden gereduceerd. Bij werkhervatting zijn vanaf de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de datum van werkhervatting de premies opnieuw verschuldigd en worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen berekend in functie van de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene, in overeenstemming met de procedure hiervoor omschreven onder "aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties". Perioden van voltijdse werkonderbreking worden gelijkgesteld met een tewerkstellingsgraad gelijk aan 0. Indien de periode van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval korter is dan 30 dagen, wordt de hiervoor omschreven procedure niet toegepast maar blijven de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn.
  16. b)Voor pensioentoezeggingen die wel gekoppeld zijn aan een reglement van collectieve verzekering "premievrijstelling voor de pensioentoezegging", gelden volgende bepalingen : - in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid : Een werknemer die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is op de dag dat hij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden en die nog niet aangesloten was aan de waarborg premievrijstelling, kan de waarborg premievrijstelling niet inroepen voor het gedeelte van de aanspraken die betrekking hebben op zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.Vanaf de aansluitingsdatum worden zijn aanspraken en/of persoonlijke bijdragen bepaald in overeenstemming met de procedure hiervoor omschreven onder "aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties". Voor een aangeslotene die gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt en die voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid aangesloten was aan de waarborg premievrijstelling, worden vanaf het verstrijken van de eigenrisicotermijn zoals voorzien in het reglement premievrijstelling de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen bepaald in overeenstemming met de procedure hiervoor omschreven onder "aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties". De verschuldigdheid van de premies die verband houden met de deeltijdse arbeidsongeschiktheid wordt beëindigd vanaf het verstrijken van de eigenrisicotermijn zoals bepaald in het reglement premievrijstelling. Het gedeelte van de aanspraken dat betrekking heeft op de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wordt vanaf dan door de pensioeninstelling in stand gehouden op basis van de bepalingen van het reglement premievrijstelling. Tot het verstrijken van de eigenrisicotermijn zoals bepaald in het reglement premievrijstelling blijven de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen echter berekend aan het tewerkstellingspercentage van toepassing bij ingang van de arbeidsongeschiktheid; - in geval van volledige arbeidsongeschiktheid : Voor een werknemer die volledig arbeidsongeschikt is op de dag dat hij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden en die nog niet aangesloten was aan de waarborg premievrijstelling, wordt de aansluiting uitgesteld tot na de werkhervatting. Deze werknemer kan de waarborg premievrijstelling niet inroepen. Voor een aangeslotene die volledig arbeidsongeschikt wordt en die voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid aangesloten was aan de waarborg premievrijstelling, wordt vanaf het verstrijken van de eigenrisicotermijn zoals bepaald in het reglement premievrijstelling de verschuldigdheid van premies stopgezet. Vanaf dat moment worden de aanspraken door de pensioeninstelling in stand gehouden op basis van de bepalingen van het reglement premievrijstelling. Bij werkhervatting zijn de premies onmiddellijk opnieuw verschuldigd. De berekening van de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen gebeurt conform de bijzondere voorwaarden en op basis van het salaris en het tewerkstellingspercentage op dat moment. Indien de aanspraken afhankelijk zijn van het aantal pensioenjaren, dan wordt de periode van arbeidsongeschiktheid voor het bepalen van de pensioenjaren mee in aanmerking genomen proportioneel het tewerkstellingspercentage bij de aanvang van de arbeidsongeschiktheid. Dit geldt echter niet voor de perioden waarvoor geen premievrijstelling kan worden ingeroepen. Indien de periode van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval korter is dan 30 dagen, wordt de hiervoor omschreven procedure niet toegepast maar blijven de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn. Schorsing van de arbeidsovereenkomst van de aangeslotene met verlies van salaris : Wanneer de arbeidsovereenkomst van een aangeslotene geschorst wordt voor een andere reden dan : - opname van tijdskrediet of andere vormen van sociaal verlof; of - arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte of ongeval, wordt vanaf de mutatiedatum de verschuldigdheid van premies stopgezet, tijdelijke overlijdensverzekeringen worden beëindigd en de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst worden gereduceerd. Na de schorsing zijn vanaf de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de datum van opheffing van de schorsing de premies opnieuw verschuldigd. De berekening van de aanspraken gebeurt conform de bijzondere voorwaarden en op basis van het salaris en het tewerkstellingspercentage op dat moment. Wanneer de aanspraken afhankelijk zijn van het aantal pensioenjaren, dan wordt de periode van schorsing voor het bepalen van de pensioenjaren in aanmerking genomen in verhouding tot het tewerkstellingspercentage van toepassing tijdens deze periode waarbij voor volledige schorsing een percentage wordt toegepast van 0 pct. Indien de schorsing van de arbeidsovereenkomst korter is dan 30 dagen, wordt de hiervoor omschreven procedure niet toegepast maar blijven de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn. Indien de pensioentoezegging gekoppeld is aan een reglement van collectieve premievrijstelling en de schorsing van de arbeidsovereenkomst is het gevolg van een zwangerschap of bevalling zoals wettelijk bepaald binnen de sociale zekerheid, gelden de hiervoor omschreven procedures niet. In dat geval zijn de bepalingen betreffende "arbeidsongeschiktheid van de aangeslotene als gevolg van ziekte of ongeval" (punt
  17. b)van toepassing. Art. 17.Vrijwillige persoonlijke stortingen Iedere aangeslotene kan vrijwillige persoonlijke stortingen doen om de aanspraken van de op zijn leven gesloten verzekering(
  18. en)te verhogen. Deze vrijwillige persoonlijke stortingen worden aangewend in een door de pensioeninstelling aangeboden individuele verzekeringscombinatie op basis van constante jaar- of maandpremies in het tarief van de tak 21 "individuele levensverzekeringen" die op dat moment van toepassing zijn op nieuw af te sluiten overeenkomsten. Indien deze vrijwillige persoonlijke stortingen een verhoging van de verzekerde aanspraken bij overlijden inhouden, kan de pensioeninstelling de aanvaarding van deze verhoging afhankelijk stellen van de gunstige uitslag van een (bijkomend) geneeskundig onderzoek op haar kosten door de aangeslotene te ondergaan op het ogenblik dat de verhoging wordt aangevraagd en in zoverre de van toepassing zijnde wetgeving dit toelaat. De individuele rekening waarop de vrijwillige persoonlijke stortingen worden gealloceerd, wordt "persoonlijke overeenkomst" genoemd. De vrijwillige persoonlijke stortingen worden door de aangeslotene aan de pensioeninstelling overgemaakt. In geval van uittreding kan de aangeslotene de persoonlijke overeenkomst geheel of gedeeltelijk verderzetten of de premiebetaling stopzetten en verzekerd blijven voor de premievrije waarde voor die verzekeringsbewerkingen waarbij dit mogelijk is. In dit geval moet iedere aanvraag tot wijziging van deze persoonlijke overeenkomst rechtstreeks bij de pensioeninstelling worden ingediend. Door de pensioeninstelling wordt hiervoor een document afgeleverd met opgave van de verzekerde prestaties gefinancierd door de vrijwillige persoonlijke stortingen. Deze verzekerde prestaties worden niet op het benefit statement weergegeven. De persoonlijke overeenkomst deelt in de "winstdeelname leven" toegekend door de pensioeninstelling in de tak 21 "individuele levensverzekeringen" indien aan de voorwaarden voldaan wordt. Art. 18.Voorschotten en inpandgevingen Voorschotten op prestaties en inpandgevingen van pensioenrechten voor het waarborgen van een lening worden enkel toegestaan om de aangeslotene in staat te stellen op het grondgebied van de Europese Economische Ruimte (EER) onroerende goederen die belastbare inkomsten opbrengen te verwerven, te bouwen, te verbeteren, te herstellen of te verbouwen. Het als bijzonder stelsel van aanslag bepaalde omzettingsstelsel is van toepassing in zoverre die voorschotten en inpandgevingen verleend zijn voor het bouwen, het verwerven, het verbouwen, het verbeteren of het herstellen van de in de Europese Economische Ruimte (EER) gelegen enige woning die uitsluitend bestemd is voor het persoonlijk gebruik van de voorschotnemer en zijn gezinsleden. Voorschotten worden door de pensioeninstelling toegekend op voorwaarde dat : - de aangeslotene een akte van voorschot ondertekent; - de aangeslotene akkoord gaat met de vooruit te betalen intrest die door de pensioeninstelling op basis van de door haar gehanteerde intrestvoet wordt berekend op het ogenblik van toekenning; - de schriftelijke toestemming van de eventuele aannemende begunstigde(
  19. n)van de pensioentoezegging wordt bekomen. Voorschotten moeten worden terugbetaald zodra die goederen uit het vermogen van de aangeslotene verdwijnen of van zodra de dekking bij overlijden wegvalt. De mogelijkheid tot opneming van voorschotten en inpandgevingen bestaat enkel ten belope van de netto theoretische afkoopwaarde (na bedrijfsvoorheffing, RIZIV, solidariteitsbijdrage en eventuele penalisatie) vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan 1 en waarvan de noemer gelijk is aan 1 plus de door de door de pensioeninstelling gehanteerde intrestvoet berekend op het ogenblik van toekenning van het voorschot. Hierbij kan het op te nemen voorschot echter nooit meer bedragen dan het verzekerde netto (vestigings)kapitaal bij overlijden. Indien het berekende voorschot kleiner is dan 2 500,00 EUR, dan wordt het niet toegekend. Indien een voorschot is toegekend, vervalt het recht op winstdeelname voor het bedrag van de wiskundige reserves overeenstemmend met het bedrag van voorschot en dit overeenkomstig het winstdeelnameplan. Art. 19.Communicatie De pensioeninstelling bezorgt éénmaal per jaar aan de aangeslotenen die hun verworven reserves in de pensioentoezegging hebben ondergebracht, met uitsluiting van de rentegenieters, een benefit statement waarop de volgende gegevens vermeld staan : - het bedrag van de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving; - het bedrag van de verworven prestaties en de datum waarop ze opeisbaar zijn; - de variabele elementen waarmee bij de berekening van de verworven reserves en van de verworven prestaties rekening wordt gehouden; - het bedrag van de verworven reserves van het vorige verzekeringsjaar; - de mededeling dat de tekst van dit reglement op eenvoudig verzoek kan verkregen worden bij de inrichter. De pensioeninstelling deelt minstens om de vijf jaar het bedrag van de te verwachten rente bij pensionering, zonder aftrek van de belastingen, mee aan alle aangeslotenen vanaf de leeftijd van 45 jaar. Daarbij wordt uitgegaan van de volgende hypotheses : - Voor de actieve werknemers : - de stortingen blijven doorlopen; - voor de toezeggingen van het type vaste prestaties wordt rekening gehouden met de beloofde prestaties; - voor de toezeggingen van het type vaste bijdragen worden de verworven reserves en de nog te storten bijdragen gekapitaliseerd aan de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur die vastgesteld is in de uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, verminderd met 0,5 pct.; - Voor de gewezen werknemers : - voor de toezeggingen van het type vaste prestaties, indien de aangeslotene gekozen heeft om de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de rendementsgarantie zoals bepaald door artikel 24 van de WAP, in de pensioentoezegging te laten, wordt er rekening gehouden met de gereduceerde prestaties; - voor de toezeggingen van het type vaste bijdragen worden de verworven reserves gekapitaliseerd aan de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur die vastgesteld is in de uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, verminderd met 0,5 pct.. Twee maanden vóór de pensionering of binnen de twee weken nadat de inrichter van de vervroegde pensionering op de hoogte gebracht is, brengt de inrichter de aangeslotene op de hoogte van het recht van omvorming van een kapitaal in een rente. In geval van overlijden van de aangeslotene brengt de inrichter de begunstigde van dit recht op de hoogte binnen de twee weken nadat de inrichter van het overlijden op de hoogte gebracht is. De pensioeninstelling stelt elk jaar een verslag op over het beheer van de pensioentoezegging zoals vereist door de van toepassing zijnde wetgeving en stelt dit verslag ter beschikking van de inrichter die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen. Art. 20.Wijziging of beëindiging van de pensioentoezegging De pensioeninstelling kan éénzijdig geen enkele beperkende wijziging aanbrengen in het pensioenreglement. Indien de pensioeninstelling de algemene voorwaarden wenst te wijzigen, dan stelt zij bij aangetekend schrijven aan de inrichter voor om de gewijzigde algemene voorwaarden toe te passen vanaf een door haar bepaalde datum. Indien de inrichter binnen 90 dagen na dit voorstel aan de pensioeninstelling schriftelijk meldt dat hij of zij deze wijziging weigert, blijven de vroegere algemene voorwaarden van toepassing. De inrichter overhandigt in voorkomend geval een exemplaar van de gewijzigde algemene voorwaarden aan elke aangeslotene. De inrichter heeft het recht om de overeenkomst ten aanzien van de pensioeninstelling op te zeggen binnen 30 dagen vanaf de inwerkingtreding ervan. In dit geval stort de pensioeninstelling de betaalde premies terug, verminderd met de bedragen die werden verbruikt om het risico te dekken. De inrichter kan de pensioentoezegging wijzigen of opheffen, mits eerbiediging van de voorschriften neergelegd in de WAP, indien zij van toepassing zijn ten aanzien van de aangeslotenen. In geen geval mag echter inbreuk gemaakt worden op de verzekerde prestaties opgebouwd door de inrichter aan de pensioeninstelling tot op het tijdstip van wijziging reeds betaalde of tot op dat ogenblik nog te betalen premies. Hoewel de premiebetaling in de relatie inrichter-pensioeninstelling niet verplicht is, is de afbouw of de opheffing van de pensioentoezegging op basis van dit pensioenreglement en onder voorbehoud van eventuele andere sociale wetgeving, door de inrichter ten aanzien van de aangeslotenen op dat ogenblik bovendien slechts mogelijk wanneer zich één of meer hierna omschreven omstandigheden voordoen : - bij invoering van nieuwe of wijziging, respectievelijk verdere uitwerking van de bestaande wetgeving, rechtspraak, richtlijnen van de controleoverheid en/of andere maatregelen of feitelijke omstandigheden die rechtstreeks of onrechtstreeks een verhoging van de kostprijs van de pensioentoezegging zouden teweegbrengen; - wanneer de wetgeving betreffende de sociale zekerheid, waarop deze pensioentoezegging een aanvulling vormt, grondige wijzigingen zou ondergaan; - wanneer bedrijfsinterne of -externe economische ontwikkelingen de handhaving van de pensioentoezegging (in zijn ongewijzigde vorm) niet langer in overeenstemming zouden brengen met een gezonde bedrijfsvoering. Indien de inrichter de beslissing tot wijziging of opheffing bekendmaakt aan de pensioeninstelling bevestigt de inrichter dat hij aan de bovenstaande voorwaarden voldoet. De verhoging van de aanspraken is onderworpen aan de voorwaarden die van kracht zijn op het ogenblik van de aanpassing, onder andere op het gebied van de aanvaarding. Indien de gevraagde aanpassing aanleiding geeft tot een vermindering van de prestaties die op het ogenblik van de wijziging door de reeds betaalde premies verzekerd zijn, moet de inrichter de schriftelijke toestemming van de eventuele aannemende begunstigde voorleggen. De inrichter overhandigt de tekst van de in het pensioenreglement aangebrachte wijzigingen aan elke actieve aangeslotene. Mits het akkoord van de pensioeninstelling en mits eerbiediging van de voorschriften neergelegd in de van toepassing zijnde wetgeving, kan de inrichter de pensioentoezegging wijzigen. In geen geval mag deze wijziging tot gevolg hebben dat de reeds door de aangeslotenen verworven voordelen op het ogenblik van de wijziging verminderd worden. Voordat de pensioeninstelling overgaat tot wijziging van de pensioentoezegging moet de inrichter schriftelijk aan de pensioeninstelling bevestigen dat alle wettelijk voorgeschreven procedures bij wijziging van een pensioenstelsel van toepassing op deze pensioentoezegging werden nageleefd. De inrichter kan de pensioentoezegging beëindigen mits eerbiediging van de voorschriften neergelegd in de van toepassing zijnde wetgeving. In geen geval mag deze beëindiging tot gevolg hebben dat de reeds door de aangeslotenen verworven prestaties en verworven reserves, met uitzondering van de voordelen die gedekt zijn door risicoverzekeringen, op het ogenblik van de beëindiging verminderd worden. In dit geval worden de tijdelijke verzekeringen op basis van jaarlijks hernieuwbare risicopremies beëindigd. Voordat de pensioeninstelling overgaat tot beëindiging van de pensioentoezegging moet de inrichter schriftelijk aan de pensioeninstelling bevestigen dat alle wettelijk voorgeschreven procedures bij beëindiging van een pensioenstelsel van toepassing op deze pensioentoezegging werden nageleefd. Wordt aan de pensioentoezegging een einde gesteld door ontbinding of vereffening van de inrichter, zonder dat zijn verplichtingen door een andere inrichter worden overgenomen, dan zullen de individuele rekeningen in volle eigendom aan de aangeslotenen worden overgedragen. In geval van wijziging of beëindiging van de pensioentoezegging hebben de aangeslotenen het recht de bijdragebetalingen nodig voor de instandhouding van hun verzekeringen zelf voort te zetten conform de bepalingen in de algemene voorwaarden. De aanvraag tot wijziging of beëindiging van de pensioentoezegging geschiedt met een gedagtekend en ondertekend schrijven. De reductiewaarde wordt berekend op de datum van de vervaldag van de eerste niet betaalde bijdrage. Indien alle bijdragen betaald werden op het ogenblik dat de inrichter schriftelijk zijn inzicht kenbaar maakt zijn toekomstige bijdragen niet meer te betalen of over te gaan tot afkoop, heeft de reductie uitwerking op de eerstvolgende bijdragevervaldag tenzij een latere datum wordt opgegeven en mits verderzetting van de bijdragebetaling. Art. 21.Financieringsfonds Samen met de pensioentoezegging wordt een financieringsfonds opgericht dat door de pensioeninstelling wordt beheerd. Het bevat de reserves die geen betrekking hebben op de werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst en vormt een theoretische afkoopwaarde. De activa van het financieringsfonds kunnen niet terug worden opgenomen in het vermogen van de inrichter. De inrichter kan in dit fonds ten definitieve titel stortingen doen in het vooruitzicht van de financiering van de toekomstige lasten die voortspruiten uit de verzekeringsverrichtingen zoals voorzien in het pensioenreglement. Naast de hiervoor genoemde stortingen ontvangt het fonds de bedragen die eraan worden toegekend in toepassing van het pensioenreglement. Wanneer de totale gestorte werkgeversbijdrage lager is dan deze die krachtens het pensioenreglement moet worden toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst, wordt het verschil uit het financieringsfonds geput. Dit is geen afdwingbaar recht tegenover de pensioeninstelling. De pensioeninstelling blijft in dit geval op elk ogenblik het recht behouden om de procedure wegens niet-betaling van de premies in te zetten. Indien de verworven reserves in uitvoering van een beslissing van de aangeslotene naar aanleiding van zijn uittreding naar de onthaalstructuur of naar een andere pensioeninstelling worden overgedragen, zullen eventuele tekorten die op dat ogenblik door de van kracht zijnde wetgeving moeten afgefinancierd worden, geput worden uit het financieringsfonds. Indien de reserves in het financieringsfonds door zulk een operatie negatief worden, zal de inrichter het negatieve saldo onmiddellijk aanzuiveren. In geval van definitieve opheffing van het pensioenstelsel of in geval van het verdwijnen van de inrichter, om welke reden dan ook en zonder dat de verplichtingen worden overgenomen door een derde, worden de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging aan de aangeslotenen toegekend in verhouding tot hun verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de WAP wordt gewaarborgd en voor wat de renteniers betreft, in verhouding tot het vestigingskapitaal van de lopende rente. In afwijking van bovenvermelde paragraaf mag aan het geheel of een deel van die activa bij collectieve arbeidsovereenkomst een andere sociale bestemming worden verleend. Indien het een pensioenstelsel betreft dat door een werkgever werd ingevoerd op het niveau van de onderneming en er binnen de onderneming geen ondernemingsraad, geen comité voor preventie en bescherming op werk en geen vakbondsafvaardiging bestaat, kan aan de activa een andere sociale bestemming worden verleend via de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement. In geval van ontslagen zoals bedoeld in de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen en in het koninklijk besluit van 29 augustus 1985 tot bepaling van de ondernemingen in moeilijkheden of die uitzonderlijk ongunstige economische omstandigheden kennen, bedoeld in artikel 39bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, mag aan de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging bij collectieve arbeidsovereenkomst of in het hierboven vermelde geval van een pensioenstelsel dat ingevoerd werd door een werkgever op het niveau van de onderneming en waarbij er binnen de onderneming geen ondernemingsraad, geen comité voor preventie en bescherming op werk en geen vakbondsafvaardiging bestaat, via de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement, een andere sociale bestemming worden verleend. De activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging zijn de activa waarvan het bedrag de som van de volgende bedragen overschrijdt : 1. voor de aangeslotenen anders dan de rentegenieters, de verworven reserves in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de wet wordt gewaarborgd;2. voor de rentegenieters, de vestigingkapitalen van de lopende rentes;3. in voorkomend geval, de bedragen die worden opgelegd door de toepasselijke regelgeving inzake prudentieel toezicht, andere dan deze bedoeld in 1.en 2.. In het geval van ontslagen zoals bedoeld in de hierboven vermelde wet van 28 juni 1966 en het hierboven vermeld koninklijk besluit van 29 augustus 1985, zijn de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging beperkt in verhouding tot de verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de WAP wordt gewaarborgd, van de werknemers die bij het ontslag betrokken zijn. Art. 22.Onderfinanciering van het pensioenstelsel In geval de financiering van de reserves ontoereikend is of bij een ontoereikendheid van de aflossingen voor de aanzuivering van de onderfinanciering die ingevolge de van toepassing zijnde wetgeving niet onmiddellijk moest gefinancierd worden, verwittigt de pensioeninstelling de inrichter zodra de ontoereikendheid wordt vastgesteld. Indien een voldoende financiering binnen een termijn van 6 maanden vanaf de bovengenoemde verwittiging uitblijft, of in alle gevallen waar het pensioenstelsel is opgeheven, wordt de pensioentoezegging gereduceerd. In die gevallen worden de niet-geïndividualiseerde reserves overgedragen naar de individuele overeenkomsten voor zover dit nog niet het geval was. De verdeling van de niet-geïndividualiseerde reserves gebeurt voor iedere aangeslotene in de verhouding van het verschil tussen zijn volledige verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag gewaarborgd in toepassing van het minimumrendement bepaald door de WAP, en de reserves van zijn individuele persoonlijke bijdrage- en werkgeversbijdrageovereenkomsten, tot de som, voor alle aangeslotenen, van die verschillen. Art. 23.Onthaalstructuur De inrichter onderschrijft bij de pensioeninstelling samen met de groepsverzekeringsovereenkomst een onthaalstructuur waarvan de tarieven door de pensioeninstelling onder de productnaam "onthaalstructuur" bij de CBFA ingediend werden en die bestemd is om reserves te ontvangen van aanvullende pensioenen. De aangeslotene kan, zolang hij niet is uitgetreden uit de pensioentoezegging, reserves overdragen vanuit een andere pensioentoezegging. De overgedragen reserves worden verplicht ondergebracht in de onthaalstructuur en kunnen nooit ondergebracht worden in de pensioentoezegging die verbonden is aan deze onthaalstructuur. De reserves die de aangeslotene van deze pensioentoezegging verworven heeft op het ogenblik van de uittreding kunnen naar keuze van de aangeslotene ondergebracht worden in deze onthaalstructuur. De keuze tot overdracht naar de onthaalstructuur heeft tot gevolg dat de aangeslotene zijn reserves niet meer kan overdragen naar de oorspronkelijke pensioentoezegging. De onthaalstructuur geeft de overdragende aangeslotene de keuze uit : - een verzekering bij leven en overlijden onder de vorm van een uitgesteld kapitaal met terugbetaling van de reserves (UKMR). Het verzekerde bedrag wordt bekomen door het kapitaliseren van het overgedragen bedrag conform de tariefgrondslagen UKMR neergelegd bij de CBFA onder de productnaam "onthaalstructuur"; of - een verzekeringscombinatie gemengde levensverzekering waarbij een verhouding 10/25 bestaat tussen het kapitaal overlijden en het kapitaal leven conform de tariefgrondslagen gemengde levensverzekering neergelegd bij de CBFA onder de productnaam "onthaalstructuur". De pensioeninstelling kan de toetreding tot deze verzekeringscombinatie afhankelijk maken van medische acceptatie zoals omschreven in de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur. Indien de overdragende aangeslotene geen keuze bekendmaakt op het ogenblik van zijn overdracht (of in afwachting van zijn keuze), worden zijn overgedragen reserves ondergebracht in de combinatie UKMR. De overdragende aangeslotene behoudt éénmaal per jaar de mogelijkheid om geheel kostenloos de omvorming te vragen van zijn overgedragen reserves naar een andere verzekeringscombinatie waarvan de tariefgrondslagen neergelegd zijn bij de CBFA onder de productnaam "onthaalstructuur" en dit ten belope van de theoretische afkoopwaarde. In voorkomend geval wordt de afkoopwaarde slechts overgedragen ten belope van het kapitaal overlijden. Het saldo van de theoretische afkoopwaarde zal aangewend worden voor het verzekeren, op inventarisgrondslag, van prestaties bij leven betaalbaar onder dezelfde voorwaarden als de prestaties bij leven van de oorspronkelijk gekozen verzekeringscombinatie. Indien de overdragende aangeslotene tijdens eenzelfde kalenderjaar bijkomende aanvragen tot omvorming van zijn overgedragen reserves doet, zal de pensioeninstelling de kosten vermeld in het tarief aanrekenen. Wanneer de aangeslotene zijn reserves overdraagt naar de onthaalstructuur, dan : - zijn de verplichtingen van de pensioeninstelling beperkt tot de verplichtingen die voortvloeien uit de onthaalstructuur; - eindigen de verplichtingen van de inrichter die voortvloeien uit het pensioenstelsel waarbinnen de reserves werden opgebouwd. Indien de aangeslotene van de pensioentoezegging op het moment van zijn uittreding kiest voor de overdracht van zijn verworven reserves naar de onthaalstructuur, worden de verworven reserves desgevallend door de inrichter aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving. Hierdoor vervalt voor de inrichter en de pensioeninstelling iedere verplichting die voortvloeit uit het pensioenreglement. De reserves die zijn overgedragen naar de onthaalstructuur zijn onmiddellijk verworven door de overdragende aangeslotene in overeenstemming met de regels die binnen de gekozen productcombinatie gelden. De algemene voorwaarden van de onthaalstructuur maken integraal deel uit van het pensioenreglement. Op de onthaalstructuur zijn enkel de bepalingen die omschreven worden in de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur van toepassing en hebben de bepalingen zoals omschreven in de algemene en bijzondere voorwaarden van de pensioentoezegging geen toepassing tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. 3. Afkoop - niet-betaling van de premies - wederinwerkinstelling Art.24. Definities Afkoop van de pensioentoezegging : Opzegging van de pensioentoezegging. Reductie van de pensioentoezegging : De vermindering van de actuele waarde van de verzekerde prestaties ten gevolge van het stopzetten van de betaling van de bijdragen. Beëindiging van het pensioenstelsel door de inrichter : Opzegging van het pensioenstelsel door de inrichter. Theoretische afkoopwaarde : Het verschil tussen de actuele inventariswaarde van de verbintenissen van de pensioeninstelling en de actuele waarde van de reductiepremies die betrekking hebben op de toekomstige vervaldagen. Dat verschil wordt verhoogd met het niet verbruikte gedeelte van de toeslagen. De technische grondslagen die voor de berekening van de theoretische afkoopwaarde gebruikt worden, zijn die die gebruikt worden voor de berekening van de premie. Reductiewaarde : De prestatie die op het ogenblik van de stopzetting van de betaling van de bijdragen verzekerd blijft. Wanneer de reductie gepaard gaat met het wegvallen van de verzekerde prestaties bij overlijden, kan de actuele inventariswaarde berekend worden met de sterftetafels voor de verrichtingen bij leven. Actuele inventariswaarde : De actuele waarde op een bepaald ogenblik berekend in functie van de inventarisgrondslag, zijnde het geheel van de inventaristoeslagen, de technische rentevoet en de voorvalswetten die het tarief of het samenstellen van de reserves bepalen. Art. 25.Afkoop door de inrichter De inrichter kan, mits eerbiediging van de van toepassing zijnde wetgeving, beslissen om de theoretische afkoopwaarden over te dragen naar een andere toegelaten pensioeninstelling. Voordat de pensioeninstelling overgaat tot zulk een overdracht moet de inrichter bewijzen dat alle van toepassing zijnde wettelijk voorgeschreven procedures werden nageleefd. In geval van overdracht zal de pensioeninstelling een vereffeningsvergoeding vragen in toepassing van de wettelijke bepalingen. Bij de berekening van de vereffeningsvergoeding wordt rekening gehouden met de volgende elementen : - de samenstelling van de portefeuille van de representatieve activa van de reserves opgebouwd door het geheel van de werkgeversbijdrage- en persoonlijke bijdrageovereenkomsten en de financieringsfondsen beheerd door de pensioeninstelling; - de beleggingsduur per categorie van representatieve activa; - de evolutie van de door de pensioentoezegging opgebouwde reserves en van het financieringsfonds van deze pensioentoezegging; - alle andere gerechtvaardigde overdrachtskosten; - de regels eventueel vastgelegd door het reglement of een andere overeenkomst. Deze vereffeningsvergoeding wordt als volgt berekend : - Indien de over te dragen theoretische afkoopwaarden groter zijn dan 1 250 000,00 EUR1 wordt een vereffeningsvergoeding aangerekend die de som is van de volgende elementen : ? Forfaitaire vergoeding : De forfaitaire vergoeding bedraagt 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde; ? Administratieve vergoeding : De administratieve vergoeding bedraagt 45,00 EUR1 per aangeslotene met een maximum van 1 970,00 EUR1; ? Financiële vergoeding = theoretische afkoopwaarde x FV De bepaling van de latente minderwaarden op de beleggingsportefeuille gebeurt op basis van het rendement van de OLO met een looptijd van 10 jaar. De financiële vergoeding kan nooit negatief zijn en wordt uitgedrukt als een percentage van de pensioenreserves. FV = (5 - 2u)(i1 - i2) waarbij : ? FV = 0 als i1 of = 2,5; met : ? u = duur in jaren en maanden tussen het moment van de afkoopmelding en de effectieve uitbetaling (of wens tot uitbetaling) van de afkoopwaarde; ? i1 = het OLO-rendement (OLO 10 jaar) op het ogenblik van afkoopmelding. De pensioeninstelling behoudt zich het recht om, indien er geen OLO-markt meer bestaat, het rendement te nemen van een gelijkwaardige eurobelegging; ? i2 = het gemiddelde OLO-rendement (OLO 10 jaar) over de laatste 5 jaar, op het moment van de afkoopmelding. In geval van overdracht van de reserves van het financieringsfonds, rekent de pensioeninstelling eveneens een vereffeningsvergoeding aan die op dezelfde wijze en volgens dezelfde modaliteiten wordt berekend, zij het dat er geen administratieve vergoeding wordt toegepast; - Indien de over te dragen theoretische afkoopwaarden kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 1 250 000,00 EUR1 wordt een vereffeningsvergoeding per aangeslotene aangerekend die gelijk is aan het maximum van : ? 75,00 EUR1; ? het minimum van 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde en 1 pct. van de theoretische afkoopwaarde vermenigvuldigd met de tot de einddatum van de pensioentoezegging nog te verstrijken looptijd van de overeenkomst uitgedrukt in jaren. In geval van overdracht van de theoretische afkoopwaarden mag geen enkele vergoeding of verlies van winstdeelname ten laste gelegd worden van de aangeslotenen of van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves worden afgetrokken. De overdracht van de theoretische afkoopwaarden wordt uitgesteld totdat de vereffeningsvergoeding integraal betaald werd aan de pensioeninstelling. Art. 26.Afkoop door de aangeslotene Er bestaat geen recht op afkoop voor de pensioentoezeggingen waarin uitsluitend verzekerde prestaties bij leven zijn bedongen. Zolang de aangeslotene niet is uitgetreden, kan het recht op afkoop niet worden uitgeoefend, behoudens in de door het reglement gespecifieerde gevallen en enkel ten voordele van de aangeslotene. Enige afkoop anders dan deze die wettelijk toegelaten is naar aanleiding van uittreding of naar aanleiding van het opnemen van voorschotten, inpandgeving en het wedersamenstellen van een hypothecair krediet, zijn niet toegelaten. De afkoopwaarde wordt vereffend ten belope van de verzekerde prestaties bij overlijden. Het eventuele saldo van de theoretische afkoopwaarde wordt aangewend voor de vorming, op basis van de inventarisgrondslag, van prestaties bij leven, betaalbaar op dezelfde vervaldagen en in dezelfde voorwaarden als de prestaties bij leven van de oorspronkelijke verrichting. Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen kunnen de reserves van de werkgevers- en de persoonlijke bijdrageovereenkomst door de aangeslotene worden afgekocht vanaf het ogenblik waarop hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt. Bij afkoop vóór het bereiken van de leeftijd van 60 jaar is een afkoopvergoeding verschuldigd die gelijk is aan 1 pct. van de theoretische afkoopwaarde vermenigvuldigd met de tot de leeftijd van 60 jaar nog te verstrijken looptijd van de overeenkomst uitgedrukt in volledige jaren. De aldus berekende afkoopvergoeding mag niet meer bedragen dan 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde, maar zal altijd minstens gelijk zijn aan 75,00 EUR2. Voor die pensioentoezeggingen waarop artikel 61, § 1 van de WAP van toepassing is, geldt tot 31 december 2009 dat het recht op afkoop ontstaat zodra de theoretische afkoopwaarde positief is. De afkoopwaarde is echter beperkt tot de verzekerde prestaties bij overlijden en bedraagt : - 95 pct. van de theoretische afkoopwaarde; - vanaf het 9de tot en met het 6de aan de einddatum voorafgaand verzekeringsjaar, bedraagt zij opeenvolgend 96, 97, 98 en 99 pct. van de theoretische afkoopwaarde; en - gedurende de laatste 5 verzekeringsjaren voorafgaand aan de einddatum is de afkoopwaarde gelijk aan 100 pct. van de theoretische afkoopwaarde. De aanvraag tot afkoop geschiedt met een gedagtekend en ondertekend schrijven door de aangeslotene. Voor de berekening van de afkoopwaarde wordt de datum van de aanvraag in aanmerking genomen. De afkoop heeft uitwerking op de datum waarop het voor akkoord ondertekend kwijtschrift van afkoop bij de pensioeninstelling toekomt. Om de afkoopwaarde te verkrijgen moet de begunstigde een levensbewijs en een kopie van zijn identiteitskaart aan de pensioeninstelling overmaken. Art. 27.Niet-betaling van de premies De betaling van de premies of een gedeelte ervan is ten aanzien van de pensioeninstelling niet verplicht. De niet-betaling van de premies heeft de reductie van de persoonlijke en de werkgeversbijdrageovereenkomst tot gevolg, of de verbreking ervan indien de theoretische afkoopwaarde negatief is op de vervaldatum van de eerste niet betaalde premie. Tevens heeft dit de stopzetting van de tijdelijke overlijdensverzekeringen tot gevolg. De aangetekende ingebrekestelling mag ten vroegste 30 dagen na de vervaldag van de onbetaalde premies worden verzonden. Indien de premies niet meer gestort worden en behoudens schriftelijke verklaring van de inrichter dat hij de premiebetaling staakt, zullen de premies na een eerste herinnering uit het financieringsfonds geput worden. Indien er een betalingsachterstand wordt vastgesteld van één maand en de inrichter geen schriftelijke kennisgeving van stopzetting van (de premiebetaling voor) het pensioenstelsel aan de pensioeninstelling heeft gericht, verstuurt deze laatste een aangetekende ingebrekestelling aan de inrichter. Hierin wordt vermeld dat de risicowaarborgen stopgezet worden en dat indien er een betalingsachterstand wordt vastgesteld van 3 maanden en de inrichter geen schriftelijke kennisgeving van stopzetting van (de premiebetaling voor) het pensioenstelsel aan de pensioeninstelling heeft gericht, de pensioeninstelling alle actieve aangeslotenen hiervan onmiddellijk in kennis moet stellen. Na uitputting van het financieringsfonds en tenzij de inrichter inmiddels hiervoor genoemde verklaring heeft overgemaakt, zal gehandeld worden in overeenstemming met de regels bij "niet-betaling van de premie". Tenzij de inrichter de hiervoor genoemde verklaring heeft overgemaakt, in welk geval hij alle actieve aangeslotenen hiervan onmiddellijk in kennis stelt, licht de pensioeninstelling uiterlijk 3 maanden na de eerste onbetaalde premievervaldag (in voorkomend geval na uitputting van het financieringsfonds) elke aangeslotene in over de niet-betaling van de premie bij gewone brief per post. Vanaf dat ogenblik worden de respectievelijke persoonlijke bijdrageovereenkomst en werkgeversbijdrageovereenkomst premievrij gemaakt voor alle aanspraken. Zij blijven onderworpen aan het pensioenreglement en delen verder in de winst van de tak 21 "groepsverzekeringen". In geval van reductie van de pensioentoezegging wordt bij een vermindering van de nog te vervallen premies een reductievergoeding aangerekend. Deze mag niet groter zijn dan : - op het moment van de reductie, een forfait van 75,00 EUR3; - nadien, op elke vervaldag van de oorspronkelijke voorziene premie, een vergoeding die overeenstemt met de vermindering van het gedeelte van de toeslagen dat het algemeen beheer van de overeenkomsten dekt en die tot 5 promille van de vermindering van de reductiepremie beperkt is. Deze vergoeding wordt als een inventaristoeslag beschouwd. Wanneer de reductie gepaard gaat met het wegvallen van de waarborgen in geval van overlijden, wordt de inventariswaarde berekend met de sterftetafels voor verrichtingen bij leven. Voor een tijdelijke overlijdensverzekering waarbij het risico gedekt wordt voor stilzwijgend hernieuwbare perioden van één jaar is er geen reductiewaarde. Art. 28.Wederinwerkingstelling Een bij toepassing van het artikel betreffende de niet-betaling van de premies opgezegde, gereduceerde of afgekochte pensioentoezegging mag opnieuw in werking worden gesteld en dit gedurende een termijn van 3 maanden voor de opgezegde of afgekochte pensioentoezegging en gedurende een termijn van 3 jaar voor de gereduceerde pensioentoezegging. De wederinwerkingstelling mag afhankelijk worden gemaakt van medische acceptatie volgens de op dat ogenblik geldende voorwaarden. Onverminderd eventuele andere verplichtingen die uit het pensioenreglement of uit de wettelijke bepalingen voortvloeien, geschiedt het opnieuw in werking stellen onder de oorspronkelijke voorwaarden, indien de aanvraag gedaan wordt binnen de 3 maanden na de opzeg of de afkoop en binnen de 3 jaar na de reductie en mits de achterstallige premies voorafgaandelijk betaald worden. Indien de pensioentoezegging werd afgekocht, moet eveneens de volledige afkoopwaarde worden teruggestort. Onverminderd eventuele andere verplichtingen die uit het pensioenreglement of uit de wettelijke bepalingen voortvloeien, wordt de gereduceerde pensioentoezegging na de

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.