📄 Wettekst
15 JULI 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 juli 2018.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek Collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017 Sectoraal aanvullend pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 29 november 2017 onder het nummer 143068/CO/226) HOOFDSTUK I. - Algemeenheden Artikel 1.Toepassingsgebied Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek. Art. 2.Algemeenverbindendheid De partijen vragen de algemeenverbindendverklaring aan. Art. 3.Begrippen en definities Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden verstaan onder : 3.1. WAP : De
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003). 3.2. Loon : Het totale loon van de bedienden onderworpen aan de sociale zekerheidsbijdragen. 3.3. Het paritair comité : Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek. 3.4. De RSZ : De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. 3.5. Het protocolakkoord : De collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juni 2005 betreffende een protocol van akkoord 2005-2006, geregistreerd op 17 juni 2005 onder nummer 75198/CO/226. Art. 4.Doelstelling Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst heeft als enig onderwerp het actualiseren van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel voor de werknemers van het paritair comité en de regels ervan vast te leggen, conform de regels van de WAP ter zake, en in uitvoering van het protocolakkoord, artikel 2, 8.
Het doel van dit sectoraal pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke verplichtingen inzake pensioenen en ter verhoging ervan, van : - aan de aangeslotene zelf, een kapitaal of een levenslange lijfrente indien hij in leven is op de eindleeftijd; - aan de begunstigde zoals bepaald in het pensioenreglement, een kapitaal of een levenslange overlevingsrente in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum zoals bepaald in het pensioenreglement.
Werknemers die in dienst zijn van een werkgever die conform de artikelen 6, 7, 8 en 9 hierna vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel kunnen geen rechten doen gelden op basis van dit doel, voor zover en voor zolang hun werkgever vrijgesteld is van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel en voor zover en voor zolang zij in dienst zijn bij deze werkgever.
Het in bijlage opgenomen reglement van aanvullend pensioen maakt integraal deel uit van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 5.Opting-out niet voorzien De mogelijkheid zoals voorzien in artikel 9 van de WAP waardoor werkgevers de mogelijkheid zouden hebben om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren in een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming ("opting-out"), wordt niet weerhouden door het paritair comité. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied vrijstellingsregeling Afdeling 1. - Vrijstellingsregeling vóór 1 januari 2007
Art. 6.Toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel voor ondernemingen met een structureel overlegorgaan 6.1. Conform het protocolakkoord geldt de volgende keuze in ondernemingen met een eigen structureel overlegorgaan, mits zij op 31 december 2006 een eigen stelsel van aanvullend pensioen hebben : - de bijdrage van 0,50 pct. toevoegen aan het eigen pensioenstelsel (beslissing werkgever); - aansluiten bij het sectorpensioenstelsel (beslissing werkgever); - in overleg met de vakbondsafvaardiging een ander evenwaardig voordeel van 0,50 pct. voorzien, hetzij globaal op het niveau van de onderneming, hetzij individueel. Deze 0,50 pct. is een koopkrachtverhoging inclusief alle toepasselijke fiscale en parafiscale heffingen en kosten, eigen aan het gekozen alternatief voordeel. 6.2. Het eigen stelsel van aanvullend pensioen dient aan volgende criteria te voldoen : 1. Geldig op 31 december 2006; 2. Geldig voor alle bedienden ressorterend onder het paritair comité, met dien verstande dat er, onverminderd toepassing van artikel 6.2., 3. hierna, een onderscheid met betrekking tot het niveau van vaste bijdragen en/of vaste prestaties mag bestaan tussen eventuele subcategorieën van bedienden, of binnen deze subcategorieën zelf;3. Gelijkwaardig aan of beter dan het sectoraal pensioenstelsel : - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste bijdragen" wordt de gelijkwaardigheid gemeten aan de hand van de werkgeversbijdragen zoals die in het pensioenreglement zijn bepaald. Deze dienen voor alle bedienden minimaal 0,46 pct. van het loon te bedragen, waarbij het percentage wordt gedefinieerd zoals in artikel 13 hieronder; - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste prestaties" dient het niveau van aanvullend kapitaal of aanvullend pensioen te worden getoetst aan het theoretisch niveau, zoals dit door het sectoraal pensioenstelsel wordt gerealiseerd. Dit betekent dat, indien de toezegging is uitgedrukt in kapitaal, het aanvullend pensioenkapitaal voor de volledige loopbaan op de eindleeftijd van 65 jaar, zoals die bepaald is in het pensioenreglement, tenminste gelijk zal zijn aan 39,19 pct. van het laatste loon. Indien de toezegging is uitgedrukt als een jaarlijks pensioen, dient het aanvullend rustpensioen op de eindleeftijd van 65 jaar voor een volledige loopbaan tenminste 3,02 pct. van het laatste loon te bedragen. Indien de in het pensioenreglement voorziene eindleeftijd 60 jaar is, dienen deze percentages respectievelijk tenminste 30,74 pct. en 2,05 pct. van het laatste loon te bedragen.
De gelijkwaardigheid met het sectoraal pensioenstelsel moet niet op elk eerder moment voorafgaand aan de in het pensioenreglement vastgelegde eindleeftijden worden gerealiseerd. 6.3. Indien de werkgever, voor mogelijkheid 1 van punt 6.1. kiest, wordt de onderneming vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel. De werkgever maakt zijn keuze bekend door vóór 15 juni 2006 een ingevulde en ondertekende intentieverklaring, volgens model a in bijlage, aangetekend op te sturen naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. 6.4. Indien de werkgever conform punt 6.1. hierboven voor mogelijkheid 3 kiest, wordt de onderneming vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.
De werkgever maakt zijn keuze bekend door vóór 15 juni 2006 een ingevulde en ondertekende intentie-verklaring, volgens model b in bijlage, aangetekend op te sturen naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. 6.5. De onderneming waarvoor de voorzitter van het paritair comité vóór 15 juni 2006 geen ingevulde en ondertekende intentieverklaring conform model a of b ontvangt, wordt verondersteld definitief gekozen te hebben voor mogelijkheid 2 conform punt 6.1. hierboven. 6.6. Indien de werkgever kiest voor mogelijkheid 1 van punt 6.1. of mogelijkheid 3 van punt 6.1., stuurt deze vóór 15 september 2006 per aangetekend schrijven een attest volgens model c in bijlage naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. Dit attest moet correct en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend zijn door de aangeduide actuaris van de pensioeninstelling van de onderneming.
Bij gebrek aan ontvangst van dit attest volgens de modaliteiten hierboven, wordt de onderneming verondersteld, ondanks het bezorgen van de intentieverklaring waarvan sprake in de punten 6.3. of 6.4., definitief gekozen te hebben voor mogelijkheid 2 conform punt 6.1. hierboven. Art. 7.Toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel voor ondernemingen zonder structureel overlegorgaan 7.1. Conform het protocolakkoord van het paritair comité kunnen ondernemingen zonder eigen structureel overlegorgaan, mits zij op 31 december 2006 een eigen stelsel van aanvullend pensioen hebben, vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel. 7.2. Het eigen stelsel van aanvullend pensioen dient aan volgende criteria te voldoen : 1. Geldig op 31 december 2006; 2. Geldig voor alle bedienden ressorterend onder het paritair comité, met dien verstande dat er, onverminderd toepassing van artikel 7.2., 3. hierna, een onderscheid met betrekking tot het niveau van vaste bijdragen en/of vaste prestaties mag bestaan tussen eventuele subcategorieën van bedienden, of binnen deze subcategorieën zelf;3. Gelijkwaardig aan of beter dan het sectoraal pensioenstelsel : - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste bijdragen" wordt de gelijkwaardigheid gemeten aan de hand van de werkgeversbijdragen zoals die in het pensioenreglement zijn bepaald. Deze dienen voor alle bedienden minimaal 0,46 pct. van het loon te bedragen, waarbij het percentage wordt gedefinieerd zoals in artikel 13 hieronder; - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste prestaties" dient het niveau van aanvullend kapitaal of aanvullend pensioen te worden getoetst aan het theoretisch niveau, zoals dit door het sectoraal pensioenstelsel wordt gerealiseerd. Dit betekent dat, indien de toezegging is uitgedrukt in kapitaal, het aanvullend pensioenkapitaal voor de volledige loopbaan op de eindleeftijd van 65 jaar, zoals die bepaald is in het pensioenreglement, tenminste gelijk zal zijn aan 39,19 pct. van het laatste loon. Indien de toezegging is uitgedrukt als een jaarlijks pensioen, dient het aanvullend rustpensioen op de eindleeftijd van 65 jaar voor een volledige loopbaan tenminste 3,02 pct. van het laatste loon te bedragen. Indien de in het pensioenreglement voorziene eindleeftijd 60 jaar is, dienen deze percentages respectievelijk tenminste 30,74 pct. en 2,05 pct. van het laatste loon te bedragen.
De gelijkwaardigheid met het sectoraal pensioenstelsel moet niet op elk eerder moment voorafgaand aan de in het pensioenreglement vastgelegde eindleeftijden te worden gerealiseerd. 7.3. De onderneming die vrijgesteld wenst te worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, stuurt vóór 15 september 2006 per aangetekend schrijven een attest volgens model c in bijlage naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. Dit attest moet correct en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend zijn door de aangeduide actuaris van de pensioeninstelling van de onderneming.
Bij gebrek aan ontvangst van dit attest volgens de modaliteiten hierboven, wordt de onderneming verondersteld definitief gekozen te hebben om deel te nemen aan het sectoraal pensioenstelsel. Afdeling 2. - Vrijstellingsregeling vanaf 1 januari 2007
Art. 8.Nieuwe ondernemingen Een onderneming die bij oprichting of op een later tijdstip onder het paritair comité komt te ressorteren, sluit aan bij het sectorpensioenstelsel.
Uitzondering wordt gemaakt indien : 1. De betrokken onderneming sociaal-economische banden heeft met een onderneming die, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.In dit geval kan de onderneming tevens vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever van de betrokken onderneming of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen van sociaal-economische banden; een onderneming wordt geacht sociaal-economische banden te hebben indien zij valt onder de definitie van "met een vennootschap verbonden vennootschappen", zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage.
De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 2. Een onderneming tot stand komt door splitsing van een andere onderneming die, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.In dat geval kan de onderneming tevens vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever van de betrokken onderneming of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen dat de onderneming tot stand gekomen is door splitsing van een onderneming die conform artikelen 6 of 7 hierboven vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel; splitsing van een onderneming wordt aangetoond met dezelfde middelen als waarmee de tegenstelbaarheid van de splitsing aangetoond wordt conform de bepalingen in het Wetboek van vennootschappen ter zake; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage.
De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 3. Een onderneming tot stand komt door fusie van andere ondernemingen (ten gevolge van een fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen) waarvan minstens één die, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.In dat geval kan de nieuwe onderneming tevens vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever van de betrokken onderneming of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen dat de onderneming tot stand gekomen is door fusie van minstens één onderneming die conform artikelen 6 of 7 hierboven vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel; fusie met een onderneming wordt aangetoond met dezelfde middelen als waarmee de tegenstelbaarheid van de fusie aangetoond wordt conform de bepalingen in het Wetboek van vennootschappen ter zake; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage.
De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 4. De betrokken onderneming sociaal-economische banden heeft met een andere onderneming die tot een ander paritair comité behoort en deze laatste onderneming een eigen pensioenstelsel heeft dat minstens gelijkwaardig is conform de bepalingen van artikel 6 hierboven.In dat geval kan de onderneming vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de betrokken onderneming of zijn lasthebber de inrichter hiervan op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen van sociaal-economische banden; een onderneming wordt geacht sociaal-economische banden te hebben indien zij valt onder de definitie van "met een vennootschap verbonden vennootschappen", zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage.
De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 5. Het pensioenstelsel bedoeld in de punten 8.1. tot en met 8.4. dient aan volgende criteria te voldoen : a) Geldig voor alle bedienden ressorterend onder het paritair comité, met dien verstande dat er, onverminderd toepassing van b) hierna, een onderscheid met betrekking tot het niveau van vaste bijdragen en/of vaste prestaties mag bestaan tussen eventuele subcategorieën van bedienden, of binnen deze subcategorieën zelf;b) Gelijkwaardig aan of beter dan het sectoraal pensioenstelsel : - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste bijdragen" wordt de gelijkwaardigheid gemeten aan de hand van de werkgeversbijdragen zoals die in het pensioenreglement zijn bepaald. Deze dienen voor alle bedienden minimaal 0,92 pct. van het loon te bedragen, waarbij het percentage wordt gedefinieerd zoals in artikel 13 hieronder; - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste prestaties" dient het niveau van aanvullend kapitaal of aanvullend pensioen te worden getoetst aan het theoretisch niveau, zoals dit door het sectoraal pensioenstelsel wordt gerealiseerd. Dit betekent dat, indien de toezegging is uitgedrukt in kapitaal, het aanvullend pensioenkapitaal voor de volledige loopbaan op de eindleeftijd van 65 jaar, zoals die bepaald is in het pensioenreglement, tenminste gelijk zal zijn aan 52,51 pct. van het laatste loon. Indien de toezegging is uitgedrukt als een jaarlijks pensioen, dient het aanvullend rustpensioen op de eindleeftijd van 65 jaar voor een volledige loopbaan tenminste 2,92 pct. van het laatste loon te bedragen. Indien de in het pensioenreglement voorziene eindleeftijd 60 jaar is, dienen deze percentages respectievelijk tenminste 43,79 pct. en 2,09 pct. van het laatste loon te bedragen; - voor stelsels van aanvullend pensioen met toezeggingen van het type "cash balance" wordt de gelijkwaardigheid gemeten conform de modaliteiten van het type "vaste bijdragen".
De gelijkwaardigheid met het sectoraal pensioenstelsel moet niet op elk eerder moment voorafgaand aan de in het pensioenreglement vastgelegde eindleeftijden worden gerealiseerd. Art. 9.Fusie door overneming Wanneer verschillende ondernemingen fuseren tot één onderneming (ten gevolge van een fusie door overneming zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen) en één van de betrokken ondernemingen werd, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, kan de gefuseerde onderneming ervoor kiezen om als geheel vrijgesteld te worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen van de fusie met een onderneming die conform artikelen 6 of 7 hierboven vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel; fusie met een onderneming wordt aangetoond met dezelfde middelen als waarmee de tegenstelbaarheid van de fusie aangetoond wordt conform de bepalingen in het Wetboek van vennootschappen ter zake; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage.
De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening. HOOFDSTUK III. - Inrichter Art. 10.Inrichter De inrichter van het sectorpensioenplan is het "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. Art. 11.Uitvoerder van de pensioentoezegging Bij toepassing van artikel 8 van de WAP wordt als pensioeninstelling gekozen P&V Verzekeringen CBVA (voorheen ING Insurance NV), verzekeringsonderneming toegelaten door de CBFA onder codenummer 0058, met als maatschappelijke zetel Koningstraat 151 te 1210 Brussel. HOOFDSTUK IV. - Pensioenbijdrage Art. 12.Pensioenbijdrage De totale bijdrage werd vastgesteld op 1 januari 2007 op 0,44 pct. van het loon. Per 1 januari 2009 werd de totale bijdrage verhoogd tot 0,65 pct. van het loon.
Vanaf 1 januari 2011 bedraagt de totale bijdrage 0,88 pct. van het loon.
De opgegeven bedragen zijn afgerond tot 2 cijfers na de komma.
Deze bijdrage omvat alle administratieve kosten, inclusief alle kosten aangerekend door de pensioeninstelling en de inrichter (2 pct.). Deze bijdrage bevat niet de RSZ-bijdrage voor aanvullende pensioenen noch de eventuele toepasselijke taksen. Art. 13.Te innen bijdrage De bijdragen worden door de rijksdienst voor Sociale Zekerheid geïnd en ingevorderd ter uitvoering van artikel 7 van de
wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/01/1958
pub.
31/03/2011
numac
2011000170
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid.
De bijdragen te innen via de RSZ bedroegen, op 1 januari 2007, 0,46 pct. van het loon, zijnde de totale pensioenbijdrage en de eventuele toepasselijke taksen, inclusief de kosten aangerekend door de pensioeninstelling en de inrichter. Dit percentage bevat niet de RSZ-bijdrage voor aanvullende pensioenen, noch de inningskost van de RSZ. Deze bijdrage werd verhoogd per 1 januari 2009 tot 0,69 pct. van het loon en bedraagt sinds 1 januari 2011 0,92 pct. van het loon.
De opgegeven bedragen zijn afgerond tot 2 cijfers na de komma. HOOFDSTUK V. - Verzekeringscombinatie Art. 14.Verzekeringscombinatie De bijdragen voor de pensioentoezegging worden, na afhouding van alle toepasselijke kosten en (para)fiscale lasten, aangewend in een verzekeringscombinatie Uitgesteld Kapitaal met Tegenverzekering van de Reserve (UKMTR).
De aanspraken op het aanvullend pensioen worden bepaald overeenkomstig het pensioenreglement, dat als bijlage gehecht wordt aan onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding Art. 15.Werking in de tijd van het pensioenstelsel In uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt het pensioenstelsel in werking vanaf 1 januari 2007. Art. 16.Inwerkingtreding en opzeggingsmodaliteiten van de collectieve arbeidsovereenkomst Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2018 en vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel, geregistreerd op 29 mei 2006 onder het nummer 79875/CO/226 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 januari 2007, zoals gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten van 13 september 2007 en 19 november 2009 (verhoging van de pensioenbijdrage), geregistreerd op 9 oktober 2007 respectievelijk 19 november 2009, onder het nummer 85114/CO/226 respectievelijk 95867/CO/226 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 mei 2008 respectievelijk 13 juni 2010.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een onbepaalde duur. Zij kan door elk der partijen worden beëindigd, mits een opzegging van zes maanden wordt betekend per aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het paritair comité.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2018.
De Minister van Werk, K. PEETERS
Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel Pensioentoezegging Algemene voorwaarden 1. Definities Artikel 1.Definities Aangeslotene : De actieve aangeslotene is de werknemer die behoort tot de personeelscategorie waarvoor de inrichter een pensioentoezegging heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van de pensioentoezegging voldoet.
De passieve aangeslotene is de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet indien hij bij zijn uittreding verkozen heeft zijn verworven reserves zonder wijziging van de pensioentoezegging bij de pensioeninstelling te laten.
De rentegenieters worden niet beschouwd als aangeslotene.
Gehuwde aangeslotene : De aangeslotene die wettelijk gehuwd is en niet gerechtelijk van tafel en bed gescheiden is of in aanleg tot echtscheiding of gerechtelijke scheiding van tafel en bed.
Wettelijk geregistreerde samenwonende aangeslotene : De aangeslotene die wettelijk geregistreerd samenwoont zoals bepaald in artikel 1475 tot en met artikel 1479 van het Burgerlijk Wetboek of, volgens gelijkaardige regelingen van buitenlands recht, wordt gelijkgesteld met een gehuwde aangeslotene.
Feitelijk samenwonende aangeslotene : De aangeslotene die niet onder de definitie van gehuwde of wettelijk geregistreerde samenwonende aangeslotene valt en op basis van een door de gemeente afgeleverd bewijs kan aantonen dat hij samenwoont met een partner in gezinsverband (gedomicilieerd op hetzelfde adres).
Alleenstaande aangeslotene : De aangeslotene die geen partner heeft in de betekenissen zoals hierboven gedefinieerd.
Begunstigde : De perso(o)n(en) in wiens voordeel de verzekerde prestaties bedongen zijn.
Benefit statement : De pensioenfiche zoals voorgeschreven in de WAP. CBFA : De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.
Gemeenschappelijke kas : De pensioeninstelling opgericht op basis van het
koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003023009
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003023010
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de verzekeringsondernemingen en -instellingen met het oog op het uitoefenen van de verzekeringsverrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2003
pub.
18/12/2003
numac
2003201595
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de duurzame beroepsintegratie, herintegratie en opleiding van risicogroepen
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003023014
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003023006
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst en iedere latere wijziging die de bepalingen van dit koninklijk besluit vervangt en/of aanvult. Genivelleerde jaarpremies : De bedragen die op jaarbasis nodig zijn om een pensioenkapitaal of vestigingskapitaal van een pensioenrente te financieren waarbij de financiering zo berekend wordt dat het niveau van de jaarpremies over de volledige financieringsduur gelijk blijft in functie van een constant kapitaal.
Individuele pensioentoezegging : Een occasionele, niet-stelselmatige pensioentoezegging aan één werknemer en/of zijn rechthebbenden. In het geval dat de bijzondere voorwaarden bepalen dat de pensioentoezegging een individuele pensioentoezegging is, moeten in de algemene voorwaarden de woorden "groepsverzekering", "pensioenreglement", "pensioenstelsel" en "financieringsfonds" respectievelijk worden gelezen als "individuele pensioentoezeggingsverzekering", "pensioenovereenkomst", "individuele pensioentoezegging" en "technische voorzieningen".
Ingangsdatum : Datum waarop het pensioenstelsel voor de eerste keer wordt ingevoerd.
Inrichter : - De werkgever die een pensioentoezegging doet; - De rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst door de representatieve organisaties van een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, die een pensioenstelsel invoert.
Jaarlijkse aanpassingsdatum : Op deze datum worden de aanspraken van iedere aangeslotene herrekend in functie van de op dat tijdstip in aanmerking te nemen elementen voor de berekening van de aanspraken. Wijzigingen van de elementen voor de berekening van de aanspraken in de loop van een verzekeringsjaar hebben slechts uitwerking vanaf de eerstvolgende jaarlijkse aanpassingsdatum.
KB Leven : Het
koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003023009
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003023010
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de verzekeringsondernemingen en -instellingen met het oog op het uitoefenen van de verzekeringsverrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2003
pub.
18/12/2003
numac
2003201595
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de duurzame beroepsintegratie, herintegratie en opleiding van risicogroepen
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003023014
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2003
pub.
14/11/2003
numac
2003023006
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de levensverzekeringen en iedere latere wijziging die de bepalingen van dit koninklijk besluit vervangt en/of aanvult.
Kind : Elke afstammeling in de eerste graad van de aangeslotene en elke afstammeling in de eerste graad van de partner van de aangeslotene die : - deel uitmaakt van het gezin en - geniet van kinderbijslag uit hoofde van de aangeslotene of de partner, inzoverre de 25ste verjaardag niet werd overschreden.
Mutatiedatum : Op deze datum worden de aanspraken van de actieve aangeslotene administratief aangepast in functie van één van volgende situaties : - Wijziging in de gezinssituatie (voor zover dit aanleiding geeft tot een wijziging in de aanspraken); - Wijziging van de tewerkstellingsgraad (arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties, gedeeltelijk tijdskrediet en andere vormen van deeltijds sociaal verlof); - Schorsing van de arbeidsovereenkomst : - naar aanleiding van opname voltijds tijdskrediet of andere vormen van voltijds sociaal verlof; - naar aanleiding van arbeidsongeschiktheid met verlies van salaris; - Halftijds brugpensioen; - Vormen van schorsing van de arbeidsovereenkomst met verlies van salaris.
De mutatiedatum is de eerste van de maand samenvallend met of volgend op één van bovenstaande gebeurtenissen. De pensioeninstelling verleent echter onmiddellijk dekking vanaf het moment van wijziging. De inrichter geeft de aanvraag tot mutatie door aan de pensioeninstelling via het wijzigingsformulier.
Partner : Worden als partner beschouwd : - de echtgeno(o)t(e) van de gehuwde aangeslotene; - de partner van de wettelijk geregistreerde samenwonende aangeslotene; - de partner van de feitelijk samenwonende aangeslotene.
Pensioeninstelling : VIVIUM, een merk van P&V Verzekeringen CVBA, verzekeringsonderneming toegelaten onder code 0058.
Pensioenreglement : Het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de werkgever, de aangeslotenen en van hun rechthebbenden, de aansluitingsvoorwaarden en de regels inzake de uitvoering van het pensioenstelsel worden bepaald.
De algemene en de bijzondere voorwaarden van de pensioentoezegging, de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur en het benefit statement vormen samen het pensioenreglement. De eventuele bijlagen en aanhangsels aan de bijzondere voorwaarden vormen er een integrerend bestanddeel van. De bepalingen van de bijzondere voorwaarden en de eventuele bijlagen en aanhangsels hebben echter voorrang op de algemene voorwaarden. De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor alle niet uitdrukkelijk door de bijzondere voorwaarden voorziene kwesties te regelen in overeenstemming met de algemene voorwaarden.
Pensioenstelsel : De collectieve pensioentoezegging.
Pensioentoezegging : De toezegging van een aanvullend rust- en/of overlevingspensioen, respectievelijk kapitaal bij leven en/of kapitaal bij overlijden, door een inrichter aan één of meerdere werknemers en/of hun rechthebbenden.
Persoonlijke bijdrage : De verplichte storting door de aangeslotene voor de pensioentoezegging die wordt bijgehouden op een afzonderlijke individuele werknemersrekening voor elke aangeslotene, zijnde de persoonlijke bijdrageovereenkomst. De persoonlijke bijdrage wordt door de inrichter van het salaris van de aangeslotene afgehouden in dezelfde termijnen als deze waarin dit salaris wordt uitbetaald.
Persoonlijke bijdrageovereenkomst : De overeenkomst die met persoonlijke bijdragen wordt gefinancierd.
Premies : De werkgeversbijdragen en/of de persoonlijke bijdragen. Deze kunnen de risicopremies en de koopsommen omvatten.
Risicopremies : De bedragen die verschuldigd zijn voor de tijdelijke overlijdensverzekeringen voor de duur van het verzekeringsjaar. De risicopremies worden op de jaarlijkse aanpassingsdatum of op de mutatiedatum herrekend in functie van de leeftijd van de aangeslotene op die datum.
Stortingskoopsommen : Het bedrag dat op tijdstip t nodig is om 1/N van een pensioenkapitaal of vestigingskapitaal van een pensioenrente na aftrek van de reeds opgebouwde premievrije waarde te financieren, waarbij N gelijk is aan de duurtijd tussen tijdstipt en de einddatum van de financiering.
Tak 21 "groepsverzekeringen": De verzekeringstak waarbinnen de pensioeninstelling groepsverzekeringen beheert. De premies en de reserves binnen deze verzekeringstak genieten een rendementswaarborg. De modaliteiten van deze rendementswaarborg kunnen verschillend zijn in functie van het gekozen groepsverzekeringsproduct.
Verzekeringsjaar : De periode gaande van de jaarlijkse aanpassingsdatum van enig jaar tot en met de dag onmiddellijk voorafgaand aan de eerstvolgende jaarlijkse aanpassingsdatum. Zo het reglement beëindigd wordt tussen twee jaarlijkse aanpassingsdatums, loopt het laatste verzekeringsjaar over de periode tussen de laatste jaarlijkse aanpassingsdatum tot de beëindigingsdatum van het reglement.
Vestigingskapitaal : Het onderliggend kapitaal dat nodig is om een renteuitkering te verzekeren.
WAP : De
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid en iedere latere wijziging die de bepalingen van deze wet vervangt en/of aanvult.
Werkgeversbijdrage : - De storting door de werkgever voor de pensioentoezegging die wordt bijgehouden op een afzonderlijke individuele werkgeversrekening voor elke aangeslotene, zijnde de werkgeversbijdrageovereenkomst; - De storting door de werkgever in het financieringsfonds van de pensioentoezegging.
Werkgeversbijdrageovereenkomst : De overeenkomst die met werkgeversbijdragen wordt gefinancierd.
Werknemer : De persoon die in uitvoering van een arbeidsovereenkomst is tewerkgesteld.
Wijzigingsdatum : De datum waarop het pensioenstelsel gewijzigd wordt. 2. De werkingsprincipes Art.2. Voorwerp van het pensioenstelsel Het pensioenstelsel heeft als voorwerp, mits betaling van de premies door de inrichter, het waarborgen van de betaling aan de aangeslotene of aan de begunstigde van de prestaties, zoals bepaald in de bijzondere voorwaarden. Art. 3.Resultaatsverbintenis van de pensioeninstelling Voor de financiering van de pensioentoezegging heeft de inrichter bij de pensioeninstelling een groepsverzekering afgesloten. De pensioeninstelling gaat een resultaatsverbintenis aan vermits zij zich verbindt om voor de aan haar betaalde premies de volgens het tarief dat op de pensioentoezegging van toepassing is, overeenstemmende prestatie te verlenen.
Het tarief wordt bij het onderschrijven van de pensioentoezegging vastgesteld. Nochtans is - voor zover het gaat om een verzekering met flexibele premies - geen enkel tarief gewaarborgd voor toekomstige premies. In dat geval wordt het tarief dat op de dag van de betaling van toepassing is, toegepast. Art. 4.Grondslagen van de werkgevers- en de persoonlijke bijdrageovereenkomst Het pensioenstelsel is onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die voor de levensverzekering gelden. De werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst worden opgesteld op basis van de inlichtingen die door de inrichter en de aangeslotene in alle oprechtheid en zonder verzwijging zijn verstrekt om de pensioeninstelling in te lichten over de risico's die ze ten laste neemt. De pensioeninstelling kan alle inlichtingen eisen die zij nodig acht met inachtneming van de vigerende wetgeving.
Evenwel, vanaf de aansluiting ziet de pensioeninstelling af van het aanvoeren van de nietigheid van de pensioentoezegging van een aangeslotene uit hoofde van de te goeder trouw geschiede verzwijgingen of onjuiste verklaringen.
Fraude, opzettelijke verzwijging(en) en/of opzettelijke onjuiste verklaring(en) hebben de nietigheid van de werkgeversbijdrageovereenkomst(en) en/of de persoonlijke bijdrageovereenkomst(en) tot gevolg.
Bij onnauwkeurigheid in verband met de geboortedatum en het geslacht van de aangeslotene en/of de begunstigde indien de pensioentoezegging in een overdraagbare aanvullende pensioenrente voorziet, worden de prestaties aangepast rekening houdend met de juiste gegevens.
De aangeslotene is verplicht onmiddellijk mededeling aan de inrichter te doen van iedere wijziging in de gezinssituatie of van de burgerlijke staat die aanleiding kan geven tot een aanpassing van de verzekerde prestaties of de begunstiging bij overlijden. De pensioeninstelling heeft het recht te eisen dat dergelijke wijzigingen gestaafd worden door officiële stukken. De aangeslotene draagt de volle verantwoordelijkheid voor de volledigheid en juistheid van de door hem verstrekte inlichtingen. Art. 5.Begin en einde van de aansluiting De aansluiting geschiedt ten vroegste op de ingangsdatum bij opstart van het pensioenstelsel of op de wijzigingsdatum bij latere wijzigingen van het pensioenstelsel.
Voor de aangeslotenen die op de ingangsdatum van het pensioenstelsel worden aangesloten, gaat de verzekering in na de eerste premiebetaling.
Voor latere aansluitingen of aanpassingen gaat de persoonlijke en/of de werkgeversbijdrageovereenkomst in op de datum van aansluiting, respectievelijk de wijzigingsdatum vermeld in de bijzondere voorwaarden.
De administratieve aansluiting gebeurt op de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de datum waarop de werknemer aan de gestelde voorwaarden voldoet. De overlijdensdekking gaat in vanaf de datum waarop de aansluitingsvoorwaarden vervuld zijn.
Een werknemer van 25 jaar of ouder wordt onmiddellijk in de pensioentoezegging opgenomen indien hij tot de betrokken personeelscategorie behoort.
Aansluiting is verplicht voor de werknemers aangeworven door de inrichter na de ingangsdatum of wijzigingsdatum, voor zover zij behoren tot de personeelscategorie en aan de aansluitingsvoorwaarden voldoen.
Indien de arbeidsovereenkomst van een werknemer geschorst is op het ogenblik dat hij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden, wordt zijn aansluiting uitgesteld tot de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de datum van gedeeltelijke of gehele werkhervatting.
De aansluiting wordt beëindigd op : - de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene niet langer aan de definitie van aangeslotene en/of aan de aansluitingsvoorwaarden voldoet en zijn verworven reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene de dienst van de inrichter vóór de einddatum verlaat en zijn verworven reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - de einddatum, zijnde de eerste van de maand volgend op de verjaardag van de aangeslotene zoals bepaald in de bijzondere voorwaarden; - de datum van het overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum. Art. 6.Verdaging van de einddatum Verdaging betekent dat de einddatum telkens met één jaar (verdagingsjaar) uitgesteld wordt indien de aangeslotene die de einddatum bereikt heeft in dienst van de inrichter blijft. Dit jaarlijkse uitstel van de einddatum geldt maximaal tot 5 jaar na de oorspronkelijke einddatum en uiterlijk tot de 65ste verjaardag.
De aangeslotene kan de einddatum of de reeds uitgestelde einddatum niet met één jaar uitstellen indien hij op de dag van het ingaan van het verdagingsjaar : - volledig arbeidsongeschikt is, of - indien zijn arbeidsovereenkomst op dat ogenblik geschorst is, of - indien de aangeslotene wegens een sociale maatregel een tewerkstellingsgraad van 0 pct. geniet.
Indien de aangeslotene gedeeltelijk arbeidsongeschikt is op het ogenblik dat hij de einddatum of de reeds uitgestelde einddatum bereikt heeft, speelt de verdaging enkel op zijn aanspraken die betrekking hebben op zijn gedeeltelijke tewerkstelling. Art. 7.Verschuldigdheid en betaling van de premies en de taksen De premies zijn verschuldigd op de datum bepaald in de bijzondere voorwaarden.
Ingang van de verschuldigdheid van de premies per aangeslotene : - de premies zijn verschuldigd vanaf de administratieve aansluiting voor de respectievelijke aanspraken; - indien de aansluiting in de loop van een verzekeringsjaar geschiedt, is er voor dat jaar een pro rato van de premies verschuldigd.
Wijziging en beëindiging van de verschuldigdheid van de premies : - bij wijziging van de aanspraken, respectievelijk de berekeningselementen gaat de verschuldigdheid van de nieuwe premies in op de jaarlijkse aanpassingsdatum, respectievelijk de mutatiedatum; - bij uittreding stopt de verschuldigdheid van de premies op de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de uittreding; - wanneer de aangeslotene de einddatum bereikt, wordt de verschuldigdheid van de premies beëindigd op de einddatum; - bij overlijden van de aangeslotene stopt de verschuldigdheid van de premies op het ogenblik bepaald in de bijzondere voorwaarden.
De taksen op de premies zijn door de inrichter aan de pensioeninstelling verschuldigd samen met de premies waarop ze betrekking hebben.
De inrichter betaalt de premies en de taksen aan de pensioeninstelling via de verschillende bank- of postrekeningen van de pensioeninstelling of in handen van de personen gelast met het innen van het bedrag, doch enkel tegen kwijtschriften uitgaande van de pensioeninstelling. Art. 8.Betaling van de prestaties bij leven Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een pensioenkapitaal voorzien : Het pensioenkapitaal is betaalbaar bij leven van de aangeslotene op de einddatum en wordt indien nodig door de inrichter aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving.
De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de aangeslotene binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken.
De pensioeninstelling heeft het recht bij de uitkering een bewijs van leven te vragen van de aangeslotene en ze heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden.
Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een pensioenrente voorzien : De pensioenrente is bij leven van de aangeslotene op de einddatum betaalbaar vanaf die datum en wordt door de inrichter verhoogd indien de verworven reserves van de aangeslotene moeten aangevuld worden op basis van de van toepassing zijnde wetgeving.
De pensioeninstelling betaalt de pensioenrente rechtstreeks aan de aangeslotene. Vanaf uitkering van de eerste rente wordt de aangeslotene een rentegenieter.
De prestaties worden uitgekeerd in de vorm van een rente nadat de aangeslotene de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken aan de pensioeninstelling heeft laten geworden. De eerste uitkering gebeurt binnen de 30 dagen na ontvangst van de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken.
De pensioeninstelling mag op elk ogenblik nieuwe bewijsstukken vragen in welk geval de voorgaande procedure opnieuw van toepassing wordt.
Indien voorzien wordt in overdraagbaarheid van de rente bij overlijden van de rentegenieter aan zijn partner, dan gebeurt dit volgens de modaliteiten beschreven in de bijzondere voorwaarden. De partner kan deze rente niet omzetten in een éénmalig kapitaal. De persoon die op of na de einddatum of de vroegere datum van uittreding partner wordt, kan geen aanspraak maken op deze rente.
De pensioeninstelling maakt een rentebrevet op en heeft het recht een bewijs van leven te vragen van de aangeslotene en een bewijs van hoedanigheid van partner indien in overdraagbaarheid van de rente is voorzien.
De aangeslotene kan op de einddatum de éénmalige uitkering van het vestigingskapitaal van de pensioenrente vragen indien deze mogelijkheid in de bijzondere voorwaarden wordt voorzien. De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de aangeslotene binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting opgemaakt en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. Door opname van het kapitaal vervalt voor de aangeslotene het recht op de pensioenrente en voor de eventuele partner het recht op de overdraagbaarheid van deze pensioenrente indien in overdraagbaarheid van de rente is voorzien.
De pensioeninstelling heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden.
Zowel voor de uitkering in de vorm van kapitaal als rente geldt dat voor de vertraging in de uitkering van de door de pensioeninstelling verschuldigde bedragen - doordat deze bedragen niet zijn opgevorderd, de stukken niet volledig of niet in orde zijn, of in het algemeen ten gevolge van een omstandigheid onafhankelijk van de wil van de pensioeninstelling - er geen intrest door haar wordt vergoed. Art. 9.Betaling van de prestaties bij overlijden Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een kapitaal overlijden voorzien : Het kapitaal overlijden is betaalbaar op de datum van overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum en wordt rechtstreeks aan de begunstigde uitgekeerd.
De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de begunstigde binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken.
De pensioeninstelling heeft het recht bij de uitkering een bewijs van leven te vragen van de begunstigde en ze heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden.
De begunstiging bij overlijden wordt bepaald met de volgende voorrangsorde : - de partner; - bij ontstentenis, de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene of - bij plaatsvervulling - hun afstammelingen; - bij ontstentenis, de ascendenten in de eerste graad van de aangeslotene; - bij ontstentenis, de wettelijke erfgenamen van de aangeslotene, met uitsluiting van de Staat; - bij ontstentenis, het "financieringsfonds" van deze pensioentoezegging.
Indien door bovenstaande rangorde meer dan één begunstigde aangeduid wordt, wordt het kapitaal overlijden evenredig verdeeld over de verschillende begunstigden.
De aangeslotene kan mits melding aan de pensioeninstelling van bovenstaande rangorde afwijken of hij kan een begunstigde bij naam aanduiden waarvan akte wordt genomen in het "benefit statement".
Indien de afwijking een aanduiding betreft anders dan de persoon met wie de aangeslotene gehuwd is of de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene, dan moet de melding schriftelijk bevestigd worden met een handtekening van de persoon met wie de aangeslotene gehuwd is.
Indien er meerdere begunstigden worden aangeduid, ontvangen zij ieder de opeisbare prestaties volgens de begunstigingsclausule waarvan akte wordt genomen in het "benefit statement". Evenwel, wanneer de partner en de descendenten in de eerste graad al of niet bij naam gezamenlijk als begunstigden worden aangeduid, komen de opeisbare prestaties voor de helft toe aan de partner en voor de andere helft - in gelijke delen - aan de descendenten in de eerste graad. Wanneer de descendenten in de eerste graad niet bij naam als begunstigden worden aangeduid, komen de prestaties toe aan de personen die bij hun opeisbaarheid deze hoedanigheid hebben. Afstammelingen in de rechte lijn van een vooroverleden descendent in de eerste graad komen bij plaatsvervulling op.
De aangeslotene heeft, overeenkomstig de hierboven vermelde bepalingen, het recht één of meer begunstigden aan te wijzen. Het bewijs van het recht van de begunstigde wordt geleverd overeenkomstig artikel 10 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. De pensioeninstelling is van iedere verbintenis bevrijd door de uitkering die zij te goeder trouw aan de begunstigde heeft gedaan voordat zij enig geschrift heeft ontvangen waarbij de aanwijzing wordt gewijzigd.
Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een overlevingsrente voorzien : Het vestigingskapitaal van de overlevingsrente wordt bij overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum omgezet in een overlevingsrente op basis van volgende berekeningselementen : - de parameters in functie van de tariefgrondslagen; - de periodiciteit van de rente-uitkering; - het geslacht van de partner en zijn leeftijd op de datum van uitkering.
De overlevingsrente is betaalbaar aan de partner vanaf de datum van overlijden van de aangeslotene. De pensioeninstelling keert deze rente rechtstreeks uit aan de partner volgens de termijnen bepaald in de bijzondere voorwaarden. De eerste uitkering gebeurt binnen de 30 dagen na ontvangst van de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. De pensioeninstelling mag op elk ogenblik nieuwe bewijsstukken vragen in welk geval de voorgaande procedure opnieuw van toepassing wordt.
Vanaf uitkering van de rente wordt de partner een rentegenieter. De pensioeninstelling maakt een rentebrevet op en heeft het recht een bewijs van leven te vragen van de overlevende partner en een bewijs van hoedanigheid van partner.
De partner kan op het moment van betaalbaarheid van de eerste overlevingsrente om de éénmalige uitkering van het vestigingskapitaal van de overlevingsrente vragen. De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de partner binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. Door opname van het kapitaal vervalt voor de partner het recht op de overlevingsrente.
De pensioeninstelling heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden.
Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een wezenrente voorzien : Het vestigingskapitaal van de wezenrente wordt bij overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum omgezet in een wezenrente op basis van de volgende berekeningselementen : - de parameters in functie van de tariefgrondslagen; - de eindleeftijd tot wanneer de wezenrente uitgekeerd wordt; - de periodiciteit van de rente-uitkering; - het geslacht van het kind en zijn leeftijd op de datum van uitkering.
De wezenrente is betaalbaar aan elk kind vanaf de datum van overlijden van de aangeslotene. De pensioeninstelling keert deze rente rechtstreeks uit aan elk kind in maandelijkse termijnen op het einde van elke termijn tot en met de termijn bepaald in de bijzondere voorwaarden. De eerste uitkering gebeurt binnen de 30 dagen na ontvangst van de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. De pensioeninstelling mag op elk ogenblik nieuwe bewijsstukken vragen in welk geval de voorgaande procedure opnieuw van toepassing wordt.
Vanaf uitkering van de rente wordt het kind een rentegenieter. Deze rente kan niet omgezet worden in een éénmalig wezenkapitaal. De pensioeninstelling maakt een rentebrevet op en heeft het recht bij de uitkeringen een bewijs van leven te vragen van het kind en een bewijs van hoedanigheid van kind.
De pensioeninstelling heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden.
Zowel voor de uitkering in de vorm van kapitaal als rente geldt dat voor de vertraging in de uitkering van de door de pensioeninstelling verschuldigde bedragen - doordat deze bedragen niet zijn opgevorderd, de stukken niet volledig of niet in orde zijn, of in het algemeen ten gevolge van een omstandigheid onafhankelijk van de wil van de pensioeninstelling - er geen intrest door haar wordt vergoed. Art. 10.Aanvaarding van de begunstiging Elke begunstigde mag de begunstiging aanvaarden mits akkoord van de inrichter. Aanvaarding geschiedt door een geschrift met de handtekening van de begunstigde, de inrichter, de aangeslotene en de pensioeninstelling.
De aanvaarding van de begunstiging heeft, tenzij in die gevallen waarin de wet herroeping toestaat, als gevolg dat de latere wijziging van de begunstiging, de afkoop of de reserveoverdracht, de inpandgeving en de opname van een voorschot slechts mogelijk zijn mits de schriftelijke toestemming van de aanvaardende begunstigde. Deze toestemming is eveneens vereist voor elke wijziging die een vermindering impliceert van de prestaties die ten gunste van de aanvaardende begunstigde verzekerd zijn door reeds betaalde premies.
De aanvaarding van de begunstiging heeft tot gevolg dat de bepalingen betreffende de begunstiging die afbreuk doen aan de rechten van de aanvaardende begunstigde zonder gevolg blijven. Art. 11.Winstdeelname De pensioentoezeggingen nemen kosteloos deel in de winst, in de categorie van de verzekeringscontracten, gemaakt volgens door de pensioeninstelling bepaalde regels die meegedeeld worden aan de CBFA. Het winstdeelnameplan wordt ter beschikking van het publiek gesteld op de zetel van de vestiging van de pensioeninstelling waar de pensioenovereenkomst werd afgesloten.
De werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst delen in de winsten "leven" gemaakt door de pensioeninstelling in de tak 21 "groepsverzekeringen".
De pensioeninstelling kent op de tijdelijke overlijdensverzekeringen een winstdeelname "overlijden" toe, gemaakt door de pensioeninstelling in de tak 21 "groepsverzekeringen".
De pensioeninstelling kent op de reserves in het financieringsfonds een winstdeelname "financieringsfonds" toe, gemaakt door de pensioeninstelling in de tak 21 "groepsverzekeringen".
De toegekende winstdeelname wordt verdeeld over de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst en het financieringsfonds pro rata de verhouding van de respectievelijke reserves.
Indien de pensioentoezegging opgezegd is in het kader van een overdracht van de reserves naar een andere pensioeninstelling, wordt gedurende de periode van de opzegging geen winstdeelname toegekend. Art. 12.Verworven prestaties en verworven reserves De verworven prestaties zijn de prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op de einddatum voor zover zijn reserves in deze pensioentoezegging blijven en niet overgedragen zijn naar een onthaalstructuur, een andere pensioeninstelling, een gemeenschappelijke kas of niet afgekocht zijn.
Indien het een pensi …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.