Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers

In het kort

Deze wet wijzigt het Gerechtelijk Wetboek en regelt voornamelijk bepalingen betreffende het gerechtspersoneel van niveau A, griffiers en secretarissen, en de rechterlijke organisatie. Het doel is om de leiding en organisatie van rechtbanken en hoven te verduidelijken en de ondersteuning van het openbaar ministerie te verbeteren.

Wat het reguleert

  • De algemene leiding en organisatie van rechtbanken en hoven.
  • De verdeling van zaken binnen rechtbanken en hoven.
  • De oprichting en werking van een gemeenschappelijke steundienst voor het openbaar ministerie.
  • De vaststelling en tenuitvoerlegging van richtlijnen voor het strafrechtelijk beleid.

Wie het betreft

  • Voorzitters van rechtbanken en eerste voorzitters van hoven.
  • Het gerechtspersoneel van niveau A, griffiers en secretarissen.
  • Leden van het openbaar ministerie, inclusief procureurs-generaal en procureurs des Konings.

Kernpunten

  • De voorzitter van een rechtbank is belast met de algemene leiding en organisatie van de rechtbank en kan ondervoorzitters aanwijzen.
  • De eerste voorzitter van een hof is belast met de algemene leiding en organisatie van het hof en kan kamervoorzitters aanwijzen.
  • Er wordt een gemeenschappelijke steundienst opgericht voor het college van procureurs-generaal, de raad van procureurs des Konings en de raad van arbeidsauditeurs.
  • De minister van Justitie stelt de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid vast, die bindend zijn voor alle leden van het openbaar ministerie.
Wettekst
Wettekst

25 APRIL 2007. - Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie

(1)ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het Gerechtelijk Wetboek Art. 2.Artikel 90 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 06/03/1999 numac 1999009060 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit wat de naturalisatieprocedure betreft type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 90.De voorzitter is belast met de algemene leiding en de organisatie van de rechtbank. Hij kan een of meer ondervoorzitters aanwijzen om hem bij te staan. Hij verdeelt de zaken overeenkomstig het bijzonder reglement van de rechtbank. Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen kan hij een deel van de zaken die aan een kamer zijn toegewezen, onder de andere kamers van de rechtbank verdelen. » Art. 3.Artikel 109 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 19 juli 1985 en 22 december 1998, wordt vervangen als volgt : « Art. 109.De eerste voorzitter is belast met de algemene leiding en de organisatie van het hof. Hij kan een of meer kamervoorzitters aanwijzen om hem bij te staan. Hij verdeelt de zaken overeenkomstig het bijzonder reglement van het hof. Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen kan hij een deel van de zaken die aan een kamer zijn toegewezen, onder de andere kamers van het hof verdelen. Ingeval van moeilijkheden in verband met de verdeling van de zaken onder de kamers van eenzelfde hof van beroep is artikel 88, § 2, van toepassing. ». Art. 4.In artikel 143bis, § 8, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 maart 1997 en gewijzigd bij de wet van 21 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/06/2001 pub. 20/07/2001 numac 2001009458 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene bepalingen inzake het federaal parket type wet prom. 21/06/2001 pub. 05/07/2001 numac 2001003328 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling voor de aangifte van kunstwerken ter betaling van successierechten sluiten, vervallen de woorden « Het secretariaat wordt onder zijn gezag geleid door een directeur die deelneemt aan alle vergaderingen van het college. Deze deelt de agenda en de verslagen van de vergaderingen van het college van procureurs-generaal mee aan de minister van Justitie, aan de leden van het college, aan de procureurs des Konings, aan de arbeidsauditeurs, aan de federale procureur, aan de adviseur-generaal voor het strafrechtelijk beleid en aan de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie. » Art. 5.Artikel 143ter, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 maart 1997, wordt vervangen als volgt : « Art. 143ter.Ten behoeve van het college van procureurs-generaal bedoeld in artikel 143bis, de raad van procureurs des Konings, bedoeld in artikel 150bis en de raad van arbeidsauditeurs, bedoeld in artikel 152bis, wordt een gemeenschappelijke steundienst opgericht. Deze steundienst staat onder het gezag van de procureur-generaal die het voorzitterschap bekleedt van het college van procureurs-generaal. Hij is belast met het verlenen van ondersteuning in diverse domeinen waaronder juridische en administratieve bijstand, informaticabeheer, gebouwen en materiële uitrusting. Hij staat in voor de mededeling van de agenda en de verslagen van de vergaderingen van het college en de raden bedoeld in het eerste lid, aan de minister van Justitie, aan de leden, aan de federale procureur en de mededeling van de agenda en de verslagen van de vergaderingen van het college van procureurs-generaal aan de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Justitie en aan de adviseur-generaal voor het strafrechtelijk beleid. Op de personeelsleden van de gemeenschappelijke steundienst is hetzelfde statuut van toepassing als op de personeelsleden bedoeld in hoofdstuk V, van deel II, boek I, titel III. De Koning bepaalt, op advies van de procureur-generaal die het voorzitterschap bekleedt van het college van procureurs-generaal, de nadere modaliteiten inzake de werking en de organisatie van de steundienst en het aantal betrekkingen. » Art. 6.Een artikel 143quater, wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd, luidende : « Art. 143quater.De minister van Justitie legt de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid vast, inclusief die van het opsporings- en vervolgingsbeleid, nadat hij het advies van het college van procureurs-generaal heeft ingewonnen. Deze richtlijnen zijn bindend voor alle leden van het openbaar ministerie. De procureurs-generaal bij de hoven van beroep staan in voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijnen binnen hun rechtsgebied. » Art. 7.In artikel 150bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 06/03/1999 numac 1999009060 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit wat de naturalisatieprocedure betreft type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten, wordt het laatste lid opgeheven. Art. 8.In artikel 152bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/2004 pub. 17/06/2004 numac 2004015082 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Slovenië inzake politiesamenwerking, ondertekend te Brussel op 22 januari 2001
(2)type wet prom. 12/04/2004 pub. 30/04/2004 numac 2004009313 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 2 juni 1998 houdende oprichting van een Informatie- en adviescentrum inzake schadelijke sektarische organisaties en van een Administratieve coördinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties type wet prom. 12/04/2004 pub. 07/05/2004 numac 2004009321 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende verticale integratie van het openbaar ministerie type wet prom. 12/04/2004 pub. 13/05/2004 numac 2004009317 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herinvoering in de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen van de bevoegdheid van officieren van gerechtelijke politie om 's nachts alle plaatsen te betreden en te doorzoeken zonder voorafgaande toelating van de politierechtbank sluiten, wordt het laatste lid opgeheven. Art. 9.In hetzelfde Wetboek worden opgeheven : 1° Het opschrift van titel II ter van boek I, deel II, ingevoegd bij de wet van 24 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/03/1999 pub. 07/04/1999 numac 1999009354 bron ministerie van justitie Wet met betrekking tot de parketjuristen en de referendarissen en tot aanvulling en wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem van magistraten type wet prom. 24/03/1999 pub. 08/05/1999 numac 1999000340 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakverenigingen van het personeel van de politiediensten sluiten;2° artikel 156ter, ingevoegd bij de wet van 24 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/03/1999 pub. 07/04/1999 numac 1999009354 bron ministerie van justitie Wet met betrekking tot de parketjuristen en de referendarissen en tot aanvulling en wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem van magistraten type wet prom. 24/03/1999 pub. 08/05/1999 numac 1999000340 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakverenigingen van het personeel van de politiediensten sluiten. Art. 10.Het opschrift van titel III van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « TITEL III. - GERECHTSPERSONEEL ». Art. 11.In deel II, boek I, titel III van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk I ingevoegd, dat de artikelen 157 tot 161 omvat, luidende : « Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen ». Art. 12.Artikel 157 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, gewijzigd bij de wet van 3 mei 2003, wordt vervangen als volgt : « Art. 157.Aan ieder hof of rechtbank is een griffie verbonden. De griffies zijn open op de dagen en uren bij koninklijk besluit bepaald. Aan ieder parket is een secretariaat verbonden. » Art. 13.Artikel 158 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997 en 3 mei 2003, wordt vervangen als volgt : « Art. 158.§ 1. De Koning kan in een hof, een rechtbank of een parket, op een gemotiveerd verzoek van de korpschef, een steundienst oprichten. Deze steundienst is belast met het verlenen van advies aan en ondersteuning van de korpschefs in diverse domeinen, waaronder juridische bijstand, personeelsbeleid, gebouwen en materiële uitrusting, administratief beheer, alsmede informaticabeheer. De personeelsleden van de steundienst staan onder gezag en toezicht van de korpschef van het hof, de rechtbank of het parket waaraan de steundienst is verbonden. De Koning bepaalt, naar gelang van het geval, op advies van de korpschef van het hof, de rechtbank of het parket waar een steundienst wordt ingericht, de nadere regels inzake de werking en de organisatie van de steundienst en het aantal betrekkingen. § 2. Ingeval, overeenkomstig § 1, geen steundienst is opgericht, kan de korpschef in deze hoven, rechtbanken en parketten, een kabinetssecretariaat oprichten dat onder zijn gezag en toezicht staat. Hij kan een kabinetssecretaris kiezen uit het gerechtspersoneel van, naar gelang van het geval, de griffies of de parketsecretariaten. » Art. 14.Artikel 159 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 11 juli 1994, wordt hersteld in de volgende lezing : « Art. 159.De hiërarchische structuur van de griffie, het parketsecretariaat en in voorkomend geval de steundienst wordt in vier niveaus ingedeeld, namelijk niveau A, dat het hoger niveau is, en de niveaus B, C en D. Het niveau wordt bepaald volgens de kwalificatie van de opleiding en de geschiktheid waarvan blijk moet worden gegeven om een betrekking te bekleden. » Art. 15.Art. 160 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 15 juli 1970 en 17 februari 1997, wordt vervangen als volgt : « Art. 160.§ 1. Niveau A bevat vijf klassen, genummerd van A1 tot A5 die de hoogste is. Een klasse groepeert de functies van vergelijkbare complexiteit, technische expertise en verantwoordelijkheden. De functie wijst het geheel van taken en verantwoordelijkheden aan die een personeelslid op zich dient te nemen. De type-functies zijn de functies die de meest representatieve zijn van het geheel van de functies voorkomend in de hoven en rechtbanken. De type-functies worden vastgesteld door de Koning, naar gelang van het geval op advies van het college van procureurs-generaal of op eensluidend advies van de eerste voorzitters van de hoven van beroep en de arbeidshoven. § 2. Het niveau A is onderverdeeld in vakrichtingen die worden vastgesteld door de Koning, naar gelang van het geval, op advies van het college van procureurs-generaal of op eensluidend advies van de eerste voorzitters van de hoven van beroep en de arbeidshoven. Onder vakrichting moet worden verstaan een groep van functies die tot een gelijkaardig expertisedomein behoren. Elke vakrichting kan vijf vakklassen bevatten. De eerste vakklasse kan klasse A1 of klasse A2 zijn. Onder vakklasse moet worden verstaan een klasse binnen een vakrichting. § 3. De type-functies maken het voorwerp uit van een weging, op basis van een wegingsmatrix, uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel. De weging van de functies wordt uitgevoerd door een wegingscomité, opgericht door de minister van Justitie en met de medewerking van een uitgebreid wegingscomité opgericht door en bij dezelfde minister. Elk comité stelt een huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de minister van Justitie. § 4. Het wegingscomité is, paritair per taalrol voor de vertegenwoordigers in het 1°, 2° en 3° bedoeld, samengesteld uit : 1° de voorzitter en de ondervoorzitter van de Commissie voor de Modernisering van de Rechterlijke Orde of hun vertegenwoordiger;2° vier vertegenwoordigers van het gerechtspersoneel van niveau A, aangewezen door de minister van Justitie, waarvan twee op voorstel van het college van procureurs-generaal en twee op eensluidend voorstel van de eerste voorzitters van de hoven van beroep en de arbeidshoven;3° twee vertegenwoordigers van niveau A van de federale overheidsdienst Justitie, aangewezen door de minister van Justitie, een vertegenwoordiger van niveau A van de federale overheidsdienst Personeel en Organisatie, aangewezen door de minister die de ambtenarenzaken onder zijn bevoegdheid heeft en een vertegenwoordiger van niveau A van de federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole, aangewezen door de minister die de begroting onder zijn bevoegdheid heeft;4° een externe deskundige aangewezen door de minister van Justitie. De plaatsvervangende leden worden op dezelfde manier aangewezen als de vaste leden. Om aangewezen te worden moeten de vaste en de plaatsvervangende leden vooraf een opleiding tot de wegingsmethode met vrucht hebben gevolgd. De voorzitter van het wegingscomité wordt onder de leden aangewezen door de minister van Justitie. § 5. Het uitgebreid wegingscomité is paritair per taalrol voor de vertegenwoordigers in het 1° en het 2° bedoeld, samengesteld uit : 1° een magistraat van de zetel, aangewezen op eensluidend voorstel van de eerste voorzitters van de hoven van beroep en de arbeidshoven en een magistraat van het parket, aangewezen op voorstel van het college van procureurs-generaal;2° vertegenwoordigers van het gerechtspersoneel van niveau A, aangewezen :
  1. a)op voorstel van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie : -één van het Hof van Cassatie;
  2. b)op eensluidend voorstel van de eerste voorzitters van de hoven van beroep en de arbeidshoven : - één van een hof van beroep; - één van een arbeidshof; - één van een rechtbank van eerste aanleg; - één van een rechtbank van koophandel; - één van een arbeidsrechtbank; - één van een politierechtbank; - één van een vredegerecht;
  3. c)op voorstel van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie : - één van het parket bij het Hof van Cassatie;
  4. d)op voorstel van het college van procureurs-generaal : - één van het parket-generaal of het federaal parket; - één van het parket bij de rechtbank van eerste aanleg; - één van het arbeidsauditoraat; 3° één vertegenwoordiger per representatieve vakorganisatie in de zin van artikel 7 van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten7 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en één vertegenwoordiger per representatieve vakorganisatie in de zin van artikel 10 van 25 april 2007 van de wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de rechterlijke orde, referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en de parketjuristen bij de hoven en rechtbanken. Het uitgebreid wegingscomité wordt voorgezeten door de magistraat van de zetel of indien die er niet is, door de magistraat van het parket bedoeld in § 5, 1° . De hoedanigheid van lid van het uitgebreid wegingscomité is onverenigbaar met deze van lid van het wegingscomité bedoeld in § 3. Alle leden van het uitgebreid wegingscomité genieten een opleiding om inzicht te krijgen in de wegingsmethode. § 6. Het wegingscomité maakt een voorstel van classificatie van de functies op en onderwerpt dit aan het uitgebreid wegingscomité dat zijn advies uitbrengt binnen een termijn van dertig werkdagen. Wanneer deze termijn wordt overschreden, wordt het advies geacht gunstig te zijn. Het wegingscomité ontvangt het advies van het uitgebreid wegingscomité en deelt aan de minister van Justitie een voorstel mee, aangenomen bij meerderheid over de classificatie van elke functie. Gedurende het gehele wegingsproces wordt de representatieve vakorganisaties inzicht verschaft in het gehanteerde wegingssysteem en transparantie gewaarborgd bij de classificatie van de functies. § 7. De andere functies dan deze bedoeld in § 1 worden door het wegingscomité geclassificeerd op basis van een vakklassematrix. Het wegingscomité deelt aan de minister van Justitie een voorstel mee, aangenomen bij meerderheid over de classificatie van elke functie. Een vakklassematrix is het geheel van competenties, zoals vermeld in artikel 20ter, § 1, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, gemeenschappelijk aan de type-functies van een vakklasse. § 8. Elke functie ingedeeld in niveau A, wordt door de Koning in een vakklasse ingedeeld. Het gerechtspersoneel van niveau A wordt door de Koning in een vakklasse benoemd. » Art. 16.Artikel 161 van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wetten van 17 februari 1997 en 22 mei 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 161.In de niveaus B, C en D wordt het gerechtspersoneel in graden benoemd. Met uitzondering van de griffiers en secretarissen wordt het gerechtspersoneel benoemd door de minister van Justitie. De griffiers en secretarissen worden door de Koning benoemd. De graad is de titel die het personeelslid machtigt tot het bekleden van een van de betrekkingen welke met die graad overeenstemmen. Zij worden op basis van de inhoud van hun functie gerangschikt in een functiefamilie, die door de Koning wordt vastgesteld, naar gelang van het geval, op advies van het college van procureurs-generaal of op eensluidend advies van de eerste voorzitters van de hoven van beroep. Een functiefamilie is een groep functies die gelijkenissen vertoont, zowel op het gebied van de te verrichten taken als op het gebied van de verantwoordelijkheden die opgenomen moeten worden, de te ontwikkelen generieke gedragsgerichte competenties en de gedragsindicatoren die ze ondersteunen. Naar gelang van het geval, op vraag van het college van procureurs-generaal of van de eerste voorzitters van de hoven van beroep of van de arbeidshoven, kan de minister van Justitie aan de wegingscomités, bedoeld in artikel 160, § 3, de opdracht geven een type-functie van het niveau B te wegen. » Art. 17.In deel II, boek I, titel III van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk II ingevoegd, dat artikel 162 omvat, luidende : « Hoofdstuk II. - Referendarissen en parketjuristen bij de hoven van beroep, de arbeidshoven, en de rechtbanken ». Art. 18.Artikel 162, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wet van 15 juni 2001, wordt vervangen als volgt : « Art. 162.- § 1. Er kunnen personeelsleden worden benoemd in niveau A die de titel dragen van referendaris of parketjurist. De referendarissen staan de magistraten van de hoven van beroep, de arbeidshoven en de rechtbanken bij. De parketjuristen staan de magistraten van het openbaar ministerie bij. § 2. Zij bereiden het werk van de magistraten op juridisch vlak voor, onder hun gezag en volgens hun aanwijzingen, met uitsluiting van de aan de griffiers of aan de secretarissen overeenkomstig dit wetboek opgedragen taken. Zij staan onder gezag en toezicht van de korpschef van het hof, de rechtbank of het parket waaraan zij zijn toegewezen. De korpschef staat in voor de toewijzing van hun opdrachten. § 3. Zij worden door de Koning benoemd per rechtsgebied van een hof van beroep. Zij worden door de minister van Justitie aangewezen om hun ambt, volgens de behoeften van de dienst, uit te oefenen binnen dit rechtsgebied. Die aanwijzing kan ofwel plaatsvinden bij het hof van beroep, het arbeidshof of het parket-generaal, ofwel bij een rechtbank of een parket uit het rechtsgebied van dat hof van beroep. Hun aantal wordt bepaald volgens de behoeften van de dienst. Deze behoeften moeten blijken uit een gemotiveerd verslag opgesteld door de korpschef ter attentie van de minister van Justitie. De minister wint over de behoeften van de dienst ook het gemotiveerd advies in van de eerste voorzitter en van de procureur-generaal. Hun aantal per rechtsgebied kan echter niet meer bedragen dan 35% van het totaal aantal magistraten van de zetel van het hof van beroep, de zetel van de rechtbanken van eerste aanleg en de parketten van de procureur des Konings in dat rechtsgebied van het hof van beroep, zoals vastgesteld in de wet bedoeld in artikel 186, vierde lid, onverminderd artikel 287sexies en dit binnen de budgettaire middelen. » Art. 19.In deel II, boek I, titel III van hetzelfde Wetboek, wordt een Hoofdstuk III ingevoegd, dat de artikelen 163 tot 171 omvat, met als opschrift : « Hoofdstuk III. - Leden van de griffie ». Art. 20.Artikel 163, van hetzelfde Wetboek gewijzigd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 163.Aan de griffie zijn leden verbonden die kunnen worden benoemd in twee niveaus, namelijk de niveaus A of B. De leden van de griffie die benoemd worden in het niveau A dragen de titel van hoofdgriffier of griffier-hoofd van dienst. De leden van de griffie die worden benoemd in het niveau B dragen de graad van griffier. » Art. 21.Artikel 164, van hetzelfde Wetboek vervangen door de wetten van 17 februari 1997 en 22 mei 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 164.Er is een hoofdgriffier in elke griffie. Onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 168, is de hoofdgriffier belast met de leiding van de griffie en staat daarbij onder gezag en toezicht van de korpschef, bedoeld in artikel 58bis, 2°, de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, waarmede hij regelmatig overleg pleegt. Hij verdeelt de taken onder de leden en het personeel van de griffie en wijst de griffiers aan die de magistraten bijstaan. » Art. 22.Artikel 165 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 165.De hoofdgriffier staat in voor de voorwerpen onder zijn bewaring of bewaking en is tegenover partijen verantwoordelijk voor de overgelegde stukken. » Art. 23.Artikel 166 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 september 1985, wordt vervangen als volgt : « Art. 166.De hoofdgriffier wordt bijgestaan door griffiers-hoofden van dienst en griffiers. » Art. 24.Art. 167 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wetten van 15 juli 1970 en 17 februari 1997, wordt vervangen als volgt : « Art. 167.Onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 168 neemt de griffier-hoofd van dienst, onder het gezag en toezicht van de hoofdgriffier, deel aan de leiding van de griffie. » Art. 25.Artikel 168, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 168.De griffier oefent een gerechtelijke functie uit. Hij vervult de griffietaken en staat de magistraat bij als griffier in alle verrichtingen van diens ambt. Op deze regel wordt slechts een uitzondering gemaakt wanneer om dringende redenen zijn aanwezigheid niet kon worden gevorderd. Tot de taken van de griffier behoren : 1° hij stelt de griffie voor het publiek toegankelijk;2° hij voert de boekhouding van de griffie;3° hij verlijdt de akten waarmee hij belast is, bewaart de minuten, registers en alle akten van het gerecht waarbij hij is aangesteld en geeft daarvan uitgiften, uittreksels of afschriften af;4° hij bewaart de rechtsdocumentatie inzake wetgeving, rechtspraak en rechtsleer ten behoeve van de rechters;5° hij maakt de tabellen, statistieken en andere documenten op, waarmee hij bij wet of besluit belast is;hij houdt de registers en repertoria bij; 6° hij zorgt voor de bewaring van de waarden, documenten en voorwerpen die krachtens de wet ter griffie zijn neergelegd;7° hij neemt de passende maatregelen om alle archiefbescheiden die hij onder zijn beheer heeft in goede staat te bewaren, om ze te ordenen en te inventariseren, ongeacht hun vorm, structuur en inhoud. De griffier verleent bijstand aan de magistraat : 1° hij bereidt de taken van de magistraat voor;2° hij is aanwezig op de terechtzitting;3° hij notuleert het verloop van de rechtszaken en de uitspraken;4° hij geeft akte van de verschillende formaliteiten waarvan de vervulling moet worden vastgesteld en verleent er authenticiteit aan;5° hij stelt de dossiers van de rechtspleging op en ziet, in het kader van zijn bevoegdheid, toe op de naleving van de geldende regelgeving. De Koning stelt nadere regels voor de toepassing van dit artikel. Voor de toepassing van het derde lid, 7°, wordt het advies van de Algemeen Rijksarchivaris ingewonnen. » Art. 26.Artikel 169 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 169.De griffier houdt een repertorium van de akten van de magistraat en een repertorium van de griffieakten overeenkomstig de verordeningen die de Koning vaststelt. » Art. 27.Artikel 170 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 170.De hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg of de door hem aangewezen griffier verricht de dienst in de arrondissementsrechtbank. » Art. 28.Artikel 171, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt vervangen als volgt : « Artikel 171.De functie van griffier van het hof van assisen wordt uitgeoefend door een griffier van de rechtbank van eerste aanleg in wier zetel de assisen worden gehouden. Hij wordt aangewezen door de hoofdgriffier. Wanneer de rechtspleging voor het hof van assisen van de provincie Luik in het Duits wordt gevoerd, wordt het ambt van griffier uitgeoefend door de hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen of door een door hem aangewezen griffier. » Art. 29.In deel II, boek I, titel III van hetzelfde Wetboek wordt een Hoofdstuk IV ingevoegd, dat de artikelen 172 tot 176 omvat, met als opschrift : « Hoofdstuk IV. - Leden van het parketsecretariaat ». Art. 30.Artikel 172 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 172.Aan het parketsecretariaat zijn leden verbonden die kunnen worden benoemd in twee niveaus, namelijk de niveaus A of B. De leden van het parketsecretariaat die worden benoemd in niveau A dragen de titel van hoofdsecretaris of secretaris-hoofd van dienst. De leden van het parketsecretariaat die worden benoemd in niveau B dragen de graad van secretaris. De Koning bepaalt het aantal betrekkingen. » Art. 31.Artikel 173, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/05/2003 pub. 12/06/2003 numac 2003009477 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de artikelen 173, 182 en 185 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten, wordt vervangen als volgt : « Artikel 173.Onverminderd de taken en de bijstand bedoeld in artikel 176, is de hoofdsecretaris van het parket belast met de leiding van de administratieve diensten en staat daarbij onder gezag en toezicht van de procureur-generaal, van de federale procureur, van de procureur des Konings of van de arbeidsauditeur. Hij verdeelt de administratieve taken onder de leden en het personeel van het secretariaat. » Art. 32.Artikel 174 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 174.De hoofdsecretaris kan worden bijgestaan door secretarissen-hoofden van dienst en secretarissen. » Art. 33.Artikel 175 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 175.Onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 176, neemt de secretaris-hoofd van dienst, onder het gezag en toezicht van de hoofdsecretaris, deel aan de leiding van het parketsecretariaat. » Art. 34.Artikel 176 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Art. 176.- De secretaris staat de procureur-generaal, de federale procureur, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur bij. Hij ondertekent de documenten die eigen zijn aan zijn functie en die welke hij in opdracht van het hoofd van het parket moet ondertekenen. Hij verleent bijstand aan de magistraten voor documentatie- en opzoekingswerk, voor het samenstellen van de dossiers en voor alle taken, met uitzondering van die welke uitdrukkelijk aan de magistraten zijn voorbehouden. De secretaris bewaart alle archiefbescheiden die door het parket worden ontvangen of opgemaakt. Hij neemt de passende maatregelen om alle archiefbescheiden die hij onder zijn beheer heeft in goede staat te bewaren, om ze te ordenen en te inventariseren, ongeacht hun vorm, structuur en inhoud. De Koning stelt, na advies van de Algemeen Rijksarchivaris, nadere regels voor de toepassing van dit lid. » Art. 35.In deel II, boek I, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van titel IV, vervangen bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, opgeheven. Art. 36.In deel II, boek I, titel III van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk V ingevoegd, dat de artikelen 177 en 178 omvat, luidende : « Hoofdstuk V. - Personeel verbonden aan een griffie, een parketsecretariaat of een steundienst ». Art. 37.Artikel 177 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 177.§ 1. Aan de griffies, de parketsecretariaten en in voorkomend geval de steundiensten, zijn personeelsleden verbonden die door de Koning worden benoemd in een vakklasse van het niveau A. Onverminderd de artikelen 162, 163, tweede lid, en 172, tweede lid, dragen de personeelsleden benoemd in : 1° de klas A1 of A2 de titel van attaché;2° in de klasse A3 de titel van adviseur;3° in de klasse A4 of A5 de titel van adviseur-generaal. Een bijkomende titel kan door de Koning worden toegevoegd bij de titulatuur bedoeld in het tweede lid. De Koning bepaalt het aantal betrekkingen. § 2. Onverminderd de artikelen 163, derde lid en 172, derde lid, zijn aan de griffies, de parketsecretariaten en, in voorkomend geval, aan de steundiensten personeelsleden verbonden die door de minister van Justitie worden benoemd in het niveau B, C en D. Niveau B omvat de graden van deskundige, administratief deskundige en ICT deskundige. Niveau C omvat de graad van assistent. Niveau D omvat de graad van medewerker. De Koning bepaalt de nadere regels van het statuut van deze personeelsleden, hun wedde en het aantal betrekkingen. » Art. 38.Artikel 178 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1978, 17 februari 1997, 20 mei 1997 en vervangen bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 178.Om bijzondere redenen kan de minister van Justitie of de overheid aan wie hij die bevoegdheid overdraagt, personeel aanwerven op grond van een arbeidsovereenkomst, teneinde de continuïteit van de diensten te verzekeren. In aanmerking voor deze aanwervingen komen alleen de geslaagden van een vergelijkend examen of een examen voor desbetreffende functie, of bij ontstentenis, de kandidaten die geslaagd zijn voor een specifieke selectie op grond van een functieprofiel, georganiseerd door de minister van Justitie of door een dienst van de Staat. Om bij arbeidsovereenkomst in dienst te worden genomen, moeten de betrokkenen een gedrag hebben dat in overeenstemming is met de eisen van de beoogde betrekking en de burgerlijke en politieke rechten genieten. » Art. 39.In hetzelfde Wetboek worden opgeheven : 1° Het opschrift « Griffiepersoneel » van hoofdstuk I, van titel IV van deel II, boek I;2° Het opschrift « Personeel van de griffies en de parketsecretariaten » van titel IVbis van deel II, boek I, ingevoegd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2;3° Artikel 179 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1978, 17 februari 1997, 20 mei 1997 en vervangen bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2.4° Artikel 180 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1978, 17 februari 1997, 20 mei 1997 en vervangen bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2.5° Het opschrift « Personeel van de parketten » van hoofdstuk II, van titel IV, van deel II, boek I.» Art. 40.In artikel 186, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « Een bijzondere wet stelt de personeelsformatie van hoven en rechtbanken vast. », vervangen door de woorden « Een wet stelt de personeelsformatie van de magistraten en de leden van de griffie vast. » Art. 41.Het opschrift van titel VI van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « TITEL VI. - BENOEMINGSVOORWAARDEN EN LOOPBAAN VAN MAGISTRATEN EN HET GERECHTSPERSONEEL ». Art. 42.Worden opgeheven in hetzelfde Wetboek : 1° hoofdstuk IIbis van titel VI, boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, dat de artikelen 206bis en 206ter omvat, ingevoegd bij de wet van 24 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/03/1999 pub. 07/04/1999 numac 1999009354 bron ministerie van justitie Wet met betrekking tot de parketjuristen en de referendarissen en tot aanvulling en wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem van magistraten type wet prom. 24/03/1999 pub. 08/05/1999 numac 1999000340 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakverenigingen van het personeel van de politiediensten sluiten;2° artikel 206bis, ingevoegd bij de wet van 24 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/03/1999 pub. 07/04/1999 numac 1999009354 bron ministerie van justitie Wet met betrekking tot de parketjuristen en de referendarissen en tot aanvulling en wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem van magistraten type wet prom. 24/03/1999 pub. 08/05/1999 numac 1999000340 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakverenigingen van het personeel van de politiediensten sluiten;3° artikel 206ter, ingevoegd bij de wet van 24 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/03/1999 pub. 07/04/1999 numac 1999009354 bron ministerie van justitie Wet met betrekking tot de parketjuristen en de referendarissen en tot aanvulling en wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem van magistraten type wet prom. 24/03/1999 pub. 08/05/1999 numac 1999000340 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakverenigingen van het personeel van de politiediensten sluiten en gewijzigd bij de wet van 22 december 2003. Art. 43.Aan artikel 259octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 06/03/1999 numac 1999009060 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit wat de naturalisatieprocedure betreft type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten en gewijzigd bij de wet van 24 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/03/1999 pub. 07/04/1999 numac 1999009354 bron ministerie van justitie Wet met betrekking tot de parketjuristen en de referendarissen en tot aanvulling en wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem van magistraten type wet prom. 24/03/1999 pub. 08/05/1999 numac 1999000340 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakverenigingen van het personeel van de politiediensten sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « De parketjuristen die ten minste drie jaar graadanciënniteit hebben, zijn vrijgesteld van het in het voormelde lid bepaalde eerste stadium. De referendarissen die ten minste drie jaar graadanciënniteit hebben, zijn vrijgesteld van het in het voorgaande lid bedoelde derde stadium. » 2° § 3, derde lid, wordt vervangen als volgt : « De parketjuristen die ten minste drie jaar graadanciënniteit hebben, zijn vrijgesteld van het in het voorgaande lid bedoelde eerste stadium.» Art. 44.Het opschrift van hoofdstuk VI, titel VI, van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Hoofdstuk VI. - Gerechtspersoneel ». Art. 45.In hoofdstuk VI, titel VI van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling I, ingevoegd die de artikelen 260 tot 272 omvat, waarvan het opschrift luidt als volgt : « Afdeling I. - Selectie- en benoemingsvoorwaarden ». Art. 46.In afdeling I van hoofdstuk VI, titel VI van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling I ingevoegd, dat artikel 260 omvat, luidende : « Onderafdeling I. - Attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie ». Art. 47.Artikel 260 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 260.Om te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A, met de titel van attaché in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie moet de kandidaat hetzij doctor, licentiaat of master in de rechten zijn, hetzij licentiaat of master in de Romaanse of Germaanse filologie, hetzij licentiaat vertaler. De kandidaten worden met het oog op hun benoeming gerangschikt op grond van een vergelijkend examen. Het Hof van Cassatie stelt de examenmaterie vast, bepaalt de voorwaarden van het vergelijkend examen en stelt de examencommissie aan. De geslaagden behouden gedurende drie jaar te rekenen vanaf de datum van het proces-verbaal van het vergelijkend examen het voordeel van hun uitslag. Iedere examencommissie bestaat uit een lid van het Hof dat door de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie is aangewezen, uit een magistraat van het parket aangewezen door de procureur-generaal bij dit Hof, uit een advocaat bij het Hof van Cassatie aangewezen door de stafhouder, uit een attaché in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten en uit een buiten de instelling staande persoon, deze laatste twee in onderling overleg aangewezen door de eerste voorzitter en de procureur-generaal. De uitkeringen en vergoedingen aan de leden en aan de secretaris van de examencommissie worden door de Koning vastgesteld. » Art. 48.In afdeling I van hoofdstuk VI, titel VI, van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling II ingevoegd, dat artikel 261 omvat, luidende : « Onderafdeling II. - Referendarissen en parketjuristen bij de hoven van beroep, de arbeidshoven en de rechtbanken ». Art. 49.Artikel 261 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de Wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wet van 13 maart 2001, wordt vervangen als volgt : « Art. 261.Om te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A, met als titel referendaris bij het hof van beroep, bij het arbeidshof en bij de rechtbanken, of parketjurist bij de parketten bij die hoven en die rechtbanken, moet de kandidaat : 1° doctor, licentiaat of master in de rechten zijn;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De benoeming wordt eerst vast na het verloop van een periode van voorlopige benoeming die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen. Tijdens deze periode kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan het voorlopig uitgeoefende ambt een einde maken uitsluitend op voorstel van, naar gelang van het geval, de eerste voorzitter van het hof van beroep of het arbeidshof, de procureur-generaal bij het hof van beroep of de federale procureur en na voorafgaand advies van de korpschef van het hof, de rechtbank of het parket waarvoor de kandidaat is aangewezen. De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de voorlopig benoemde personeelsleden van het niveau B en C bedoeld in artikel 177, worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden toegepast op de voorlopig benoemde parketjuristen en de referendarissen. » Art. 50.In afdeling I van hoofdstuk VI, titel VI, van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling III ingevoegd, die de artikelen 263 tot 265 omvat, luidende : « Onderafdeling III. - Leden van de griffie ». Art. 51.Artikel 262 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 262.§ 1. Om door middel van werving te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A, met de titel van hoofdgriffier, moet de kandidaat : 1° houder zijn van een diploma of een getuigschrift in aanmerking komend voor de toelating tot een ambt van het niveau A bij de Rijksbesturen;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De benoeming van een hoofdgriffier wordt eerst vast na het verloop van een periode van voorlopige benoeming die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen. Tijdens deze periode kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens zware fout, aan het voorlopig uitgeoefende ambt een einde maken op voorstel van de korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, de oudst benoemde politierechter of de vrederechter die het hem rechtstreeks overzendt. De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de voorlopig benoemde personeelsleden van het niveau B en C bedoeld in artikel 177 worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden toegepast op de voorlopig benoemde hoofdgriffiers. § 2. Om door middel van bevordering te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A, met de titel van hoofdgriffier, moet de kandidaat : 1° vast benoemd zijn en beschikken over, naar gelang van het geval, een klassenanciënniteit of graadanciënniteit van ten minste 5 jaar in het ambt van referendaris, griffier-hoofd van dienst of griffier als deze beschikt over een diploma of getuigschrift bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, of 10 jaar in het ambt van griffier;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De vergelijkende selectie bestaat uit een onderhoud uitgaande van een praktijkgeval dat verband houdt met de functie. Tot de vergelijkende selecties worden toegelaten de kandidaten die houder zijn van : 1° hetzij een diploma of een getuigschrift in aanmerking komend voor de toelating tot een ambt van het niveau A bij de Rijksbesturen;2° hetzij houder zijn van volgende brevetten :
  5. a)een brevet waaruit blijkt dat zij geslaagd zijn voor het gedeelte over de algemene vorming met het oog op de deelname aan een vergelijkende selectie voor overgang naar niveau A.De kandidaat die in het bezit is van dit brevet mag deelnemen aan de gedeelten over bepaalde vakken;
  6. b)vier brevetten waaruit blijkt dat zij geslaagd zijn voor de gedeelten over de vakken vastgesteld door de afgevaardigd bestuurder van Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De gedeelten voor het behalen van de brevetten met het oog op deelneming aan de in § 2, tweede lid bedoelde vergelijkende selectie voor overgang naar niveau A worden om de twee jaar georganiseerd. Om te slagen moeten de kandidaten ten minste 60% der punten behalen. Het voordeel van het behalen van een brevet is definitief verkregen. » Art. 52.Artikel 263 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 263.§ 1. Om door middel van werving te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A, met de titel van griffier-hoofd van dienst, moet de kandidaat : 1° houder zijn van een diploma of een getuigschrift in aanmerking komend voor de toelating tot een ambt van het niveau A bij de Rijksbesturen;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De benoeming van een griffier hoofd van dienst wordt eerst vast na het verloop van een periode van voorlopige benoeming die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen. Tijdens deze periode kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens zware fout, aan het voorlopig uitgeoefende ambt een einde maken op voorstel van de korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, dat aan de minister van Justitie rechtstreeks wordt overgezonden door de hoofdgriffier die er het zijne aan toevoegt. De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de voorlopig benoemde personeelsleden van het niveau B en C, bedoeld in artikel 177, worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden toegepast op de voorlopig benoemde griffiers-hoofden van dienst. § 2. Om door middel van bevordering te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A, met de titel van griffier hoofd-van dienst, moet de kandidaat : 1° vast benoemd zijn en beschikken over, naar gelang van het geval, een klassenanciënniteit of een graadanciënniteit van tenminste 5 jaar in het ambt van referendaris of van griffier als deze beschikt over een diploma of getuigschrift bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, of van ten minste 10 jaar in het ambt van griffier;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De vergelijkende selectie bestaat uit een onderhoud uitgaande van een praktijkgeval dat verband houdt met de functie. Tot de vergelijkende selecties worden toegelaten de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 262, § 2, derde lid. » Art. 53.Artikel 264 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 264.§ 1. Om door middel van werving tot de graad van griffier te worden benoemd in het niveau B moet de kandidaat : 1° houder zijn van een diploma of een getuigschrift in aanmerking komend voor de toelating tot een ambt van het niveau B bij de Rijksbesturen;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De benoeming van een griffier wordt eerst vast na het verloop van een periode van voorlopige benoeming die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen. Tijdens deze periode kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens zware fout, aan het voorlopig uitgeoefende ambt een einde maken op voorstel, naar gelang van het geval, van de eerste voorzitter, van de voorzitter, van de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, dat aan de minister van Justitie rechtstreeks wordt overgezonden door de hoofdgriffier die er het zijne aan toevoegt. De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de voorlopig benoemde personeelsleden van het niveau B en C, bedoeld in artikel 177, worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden toegepast op de voorlopig benoemde griffiers. § 2. Om door middel van bevordering te worden benoemd in het niveau B tot de graad van griffier moet de kandidaat : 1° vast benoemd zijn in het ambt van assistent of deskundige bij een griffie of een parketsecretariaat;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. § 3. De selectie voor werving en bevordering bestaat uit : 1° een algemeen deel welke de generieke competenties eigen aan de functiefamilie waartoe de functie behoort evalueert;2° desgevallend een bijzonder deel welke de functiespecifieke competenties evalueert.» Art. 54.In afdeling I van hoofdstuk VI, titel VI van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling IV ingevoegd, die de artikelen 265 tot 267 omvat, luidende : « Onderafdeling IV. - Leden van het parketsecretariaat ». Art. 55.Artikel 265 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wet 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 265.§ 1. Om door middel van werving te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A, met de titel van hoofdsecretaris, moet de kandidaat : 1° houder zijn van een diploma of een getuigschrift in aanmerking komend voor de toelating tot een ambt van het niveau A bij de Rijksbesturen;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De benoeming van een hoofdsecretaris wordt eerst vast na het verloop van een periode van voorlopige benoeming die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen. Tijdens deze periode kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens zware fout, aan het voorlopig uitgeoefende ambt een einde maken op voorstel, naar gelang van het geval, van de procureur-generaal, van de federale procureur, van de procureur des Konings of van de arbeidsauditeur, dat aan de minister van Justitie rechtstreeks wordt overgezonden. De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de voorlopig benoemde personeelsleden van het niveau B en C, bedoeld in artikel 177, worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden toegepast op de voorlopig benoemde hoofdsecretarissen. § 2. Om door middel van bevordering te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A, met de titel van hoofdsecretaris, moet de kandidaat : 1° vast benoemd zijn en beschikken over, naar gelang van het geval, een klassenanciënniteit of graadanciënniteit van ten minste 5 jaar in het ambt van parketjurist, secretaris-hoofd van dienst of secretaris als deze beschikt over een diploma of getuigschrift bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, of ten minste 10 jaar in het ambt van secretaris;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De vergelijkende selectie bestaat uit een onderhoud uitgaande van een praktijkgeval dat verband houdt met de functie. Tot de vergelijkende selecties worden toegelaten de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 262 § 2, derde lid. » Art. 56.Artikel 266 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 266.§ 1. Om door middel van werving te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A, met de titel van secretaris-hoofd van dienst, moet de kandidaat : 1° houder zijn van een diploma of een getuigschrift in aanmerking komend voor de toelating tot een ambt van het niveau A bij de Rijksbesturen;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De benoeming van een secretaris-hoofd van dienst wordt eerst vast na het verloop van een periode van voorlopige benoeming die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen. Tijdens deze periode kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens zware fout, aan het voorlopig uitgeoefende ambt een einde maken op voorstel, naar gelang van het geval, van de procureur-generaal, van de federale procureur, van de procureur des Konings of van de arbeidsauditeur, dat aan de minister van Justitie rechtstreeks wordt overgezonden door de hoofdsecretaris, die er het zijne aan toevoegt. De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de voorlopig benoemde personeelsleden van het niveau B en C, bedoeld in artikel 177, worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden toegepast op de voorlopig benoemde secretarissen-hoofden van dienst. § 2. Om door middel van bevordering te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A, met de titel van secretaris-hoofd van dienst, moet de kandidaat : 1° vast benoemd zijn en beschikken over, naar gelang van het geval, een klassenanciënniteit of een graadanciënniteit van tenminste 5 jaar in het ambt van parketjurist of van secretaris als deze beschikt over een diploma of getuigschrift bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, of van ten minste 10 jaar in het ambt van secretaris;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De vergelijkende selectie bestaat uit een onderhoud uitgaande van een praktijkgeval dat verband houdt met de functie. Tot de vergelijkende selecties worden toegelaten de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 262 § 2, derde lid. » Art. 57.Artikel 267 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 267.§ 1. Om door middel van werving te worden benoemd in het niveau B tot de graad van secretaris bij een parket moet de kandidaat : 1° houder zijn van een diploma of een getuigschrift in aanmerking komend voor de toelating tot een ambt van het niveau B bij de Rijksbesturen;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De benoeming van een secretaris wordt eerst vast na het verloop van een periode van voorlopige benoeming die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen. Tijdens deze periode kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens zware fout, aan het voorlopig uitgeoefende ambt een einde maken op voorstel, naar gelang van het geval, van de procureur-generaal, van de federale procureur, van de procureur des Konings of van de arbeidsauditeur, dat aan de minister van Justitie rechtstreeks wordt overgezonden door de hoofdsecretaris, die er het zijne aan toevoegt. De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de voorlopig benoemde personeelsleden van het niveau B en C, bedoeld in artikel 177, worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden toegepast op de voorlopig benoemde secretarissen. § 2. Om door middel van bevordering te worden benoemd in het niveau B met de graad van secretaris moet de kandidaat : 1° vast benoemd zijn in het ambt van assistent of deskundige bij een griffie of een parketsecretariaat;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. § 3. De selectie voor werving en bevordering bestaat uit : 1° een algemeen deel welke de generieke competenties eigen aan de functiefamilie waartoe de functie behoort evalueert;2° desgevallend een bijzonder deel welke de functiespecifieke competenties evalueert.» Art. 58.In afdeling I van hoofdstuk VI, titel VI van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling V ingevoegd die de artikelen 268 tot 272 omvat, luidende : « Onderafdeling V. - Personeelsleden verbonden aan de griffies, de parketsecretariaten en de steundiensten ». Art. 59.Artikel 268 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 268.§ 1. Om door middel van werving te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A moet de kandidaat : 1° houder zijn van een diploma of een getuigschrift in aanmerking komend voor de toelating tot een ambt van het niveau A bij de Rijksbesturen;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De benoeming van een personeelslid in het niveau A wordt eerst vast na het verloop van een periode van voorlopige benoeming die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen. Tijdens deze periode kan de Koning aan het voorlopig uitgeoefende ambt een einde maken op voorstel van de korpschef, bedoeld in artikel 58bis, 2°, de oudst benoemde politierechter of de vrederechter. Ingeval het een voorlopige benoeming betreft in een griffie of een parketsecretariaat wordt het voorstel, overgezonden aan de minister van Justitie door de hoofdgriffier of de hoofdsecretaris, die er het zijne aan toevoegt. De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de voorlopig benoemde personeelsleden van het niveau B en C bedoeld in artikel 177, § 2, worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden toegepast op de voorlopig benoemde personeelsleden van het niveau A. § 2. Om door middel van bevordering te worden benoemd in een vakklasse van het niveau A, moet de kandidaat geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De vergelijkende selectie bestaat uit een onderhoud uitgaande van een praktijkgeval dat verband houdt met de functie. Tot de vergelijkende selecties worden toegelaten de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 262, § 2, derde lid. » Art. 60.Artikel 269, van hetzelfde Wetboek vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten en gewijzigd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Artikel 269.De nadere regels voor de vergelijkende selectie bedoeld in de artikelen 262 tot 268 worden bepaald door de Koning. » Art. 61.Artikel 269bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 december 1973 en vervangen bij de wetten van 17 februari 1997 en 10 juni 2006, wordt opgeheven. Art. 62.Artikel 269ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt opgeheven. Art. 63.Het opschrift van hoofdstuk VII, titel VI, boek I van deel II van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt opgeheven. Art. 64.Artikel 270, vervangen bij de wetten van 17 februari 1997 en 10 juin 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 270.§ 1. Om door middel van werving tot deskundige, administratief deskundige of ICT-deskundige bij een griffie, een parketsecretariaat of in voorkomend geval een steundienst te worden benoemd, moet de kandidaat : 1° houder zijn van een diploma of een getuigschrift in aanmerking komend voor de toelating tot een ambt van het niveau B bij de Rijksbesturen;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De benoeming van een deskundige, administratief deskundige of ICT-deskundige wordt eerst vast na het verloop van een periode van voorlopige benoeming die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen. Tijdens deze periode kan de Koning aan het voorlopig uitgeoefende ambt een einde maken op voorstel van de korpschef, bedoeld in artikel 58bis, 2°, de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, dat aan de minister van Justitie rechtstreeks wordt overgezonden. Ingeval het een voorlopige benoeming betreft in een griffie of een parketsecretariaat wordt het voorstel overgezonden aan de minister van Justitie door de hoofdgriffier of de hoofdsecretaris, vergezeld van zijn advies. § 2. Om door middel van bevordering tot deskundige, administratief deskundige of ICT-deskundige bij een griffie, een parketsecretariaat of in voorkomend geval een steundienst te worden benoemd, moet de kandidaat : 1° vast benoemd zijn in het ambt van assistent bij een griffie of een parketsecretariaat;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. § 3. De Koning stelt de termijn, welke niet langer kan zijn dan één jaar, en het statuut vast die van toepassing zijn op de voorlopige benoeming. » Art. 65.Artikel 271, vervangen bij de wetten van 17 februari 1997 en 10 juin 2006, wordt vervangen als volgt : « § 1. Om door middel van werving tot assistent bij een griffie, een parketsecretariaat of in voorkomend geval een steundienst te worden benoemd, moet de kandidaat : 2° houder zijn van een diploma of een getuigschrift in aanmerking komend voor de toelating tot een ambt van het niveau C bij de Rijksbesturen;3° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door het Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. Tijdens deze periode kan de Koning aan het voorlopig uitgeoefende ambt een einde maken op voorstel van de korpschef, bedoeld in artikel 58bis, 2°, de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, dat aan de minister van Justitie rechtstreeks wordt overgezonden. Ingeval het een voorlopige benoeming betreft in een griffie of een parketsecretariaat wordt het voorstel overgezonden aan de minister van Justitie door de hoofdgriffier of de hoofdsecretaris, vergezeld van zijn advies. § 2. Om door middel van bevordering tot assistent bij een griffie, een parketsecretariaat of in voorkomend geval een steundienst te worden benoemd, moet de kandidaat : 1° vast benoemd zijn in het ambt van medewerker bij een griffie of een parketsecretariaat;2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. § 3. De Koning stelt de termijn, welke niet langer kan zijn dan één jaar, en het statuut vast die van toepassing zijn op de voorlopige benoeming. » Art. 66.Artikel 272, hersteld bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 272.Om tot medewerker bij een griffie, een parketsecretariaat of in voorkomend geval een steundienst te worden benoemd, moet de kandidaat geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt, georganiseerd door Selor - het Selectiebureau voor de federale overheid. De benoeming van een medewerker wordt eerst vast na het verloop van een periode van voorlopige benoeming die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen. Tijdens deze periode kan de Koning aan het voorlopig uitgeoefende ambt een einde maken op voorstel van de korpschef, bedoeld in artikel 58bis, 2°, de oudst benoemde politierechter of de vrederechter, dat aan de minister van Justitie rechtstreeks wordt overgezonden. Ingeval het een voorlopige benoeming betreft in een griffie of een parketsecretariaat wordt het advies overgezonden aan de minister van Justitie door de hoofdgriffier of de hoofdsecretaris, vergezeld van zijn voorstel. De Koning stelt de termijn, welke niet langer kan zijn dan één jaar, en het statuut vast die van toepassing zijn op de voorlopige benoeming. » Art. 67.In hoofdstuk VI, titel VI van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling II, ingevoegd die de artikelen 273 tot 275 omvat, luidende : « Afdeling II. - Werving ». Art. 68.Artikel 273 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 273.Bij de beëindiging van een betrekking van een personeelslid wordt deze ambtshalve vacant verklaard, tenzij deze door mutatie kan worden ingevuld. » Art. 69.Artikel 274 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 274.§ 1. In het niveau A en voor een betrekking van griffier of secretaris, kiest de minister van Justitie of de vacant geworden betrekking moet worden verleend door middel van werving en/of bevordering. § 2. Voor de benoeming tot hoofdgriffier, griffierhoofd van dienst, hoofdsecretaris, secretaris-hoofd van dienst of tot functies in de vakklasse A3 of A4 in niveau A, wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden en dat er aanspraak kan op maken door bevordering of door verandering van vakklasse. Wanneer de betrekking niet kan worden toegekend onder deze personeelsleden wordt, bij mobiliteit, een beroep gedaan op de ambtenaren van het federaal administratief openbaar ambt, in de zin van artikel 1 van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, die voldoen aan de reglementaire voorwaarden en die er aanspraak kunnen op maken door bevordering tot de hogere klasse of door verandering van vakklasse. Wanneer de betrekking niet kan worden toegekend bij mobiliteit, wordt ze toegekend overeenkomstig de regels bepaald inzake aanwerving. Evenwel, wordt van de kandidaten een nuttige ervaring voor de functie van zes jaar voor de klasse A3 en van negen jaar voor de klasse A4 geëist. § 3. Op aanvraag van de minister of zijn gemachtigde organiseert Selor een vergelijkende selectie die leidt tot een rangschikking van de geslaagden. § 4. Wanneer de aard van de te begeven functie dit vereist kan de minister of zijn gemachtigde, onder toezicht van Selor een bijkomende vergelijkende proef organiseren die voor deze functie leidt tot een aparte rangschikking van de geslaagden. De selectiecommissie is samengesteld als volgt : 1° Als voorzitter, naar gelang van het geval, de korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter van het hof, de rechtbank of het parket waarin de betrekking is vacant verklaard of zijn aangestelde;2° twee leden die door de minister van Justitie zijn aangewezen uit personen die wegens hun bevoegdheid of hun specialisatie, bijzonder geschikt zijn.Deze bijzondere geschiktheid kan worden aangetoond hetzij door een diploma, hetzij door een relevante beroepsbekwaamheid. Ingeval van samenloop van kandidaten die in aanmerking komen voor bevordering en kandidaten die in aanmerking komen voor werving, wordt steeds een bijkomende proef georganiseerd. De deelname aan de bijkomende vergelijkende proef is niet verplicht. De geslaagden voor deze vergelijkende proef, evenals de kandidaten die niet zijn geslaagd, behouden de rangschikking bedoeld in § 3. § 5. De Koning benoemt uit de kandidaten voor de vacante betrekking ofwel de geslaagde die het hoogst is gerangschikt voor de desbetreffende vergelijkende selectie ofwel de geslaagde die het hoogst is gerangschikt voor de bijkomende vergelijkende proef. » Art. 70.Artikel 275 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 275.Onder geslaagden van twee of meer vergelijkende selecties, wordt voorrang verleend aan de geslaagden van de selectie waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum is afgesloten. » Art. 71.In hoofdstuk VI, titel VI van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling III ingevoegd, die de artikelen 276 tot 287bis, omvat, luidende : « Afdeling III. Ontwikkeling binnen de loopbaan ». Art. 72.In afdeling III van hoofdstuk VI, titel VI van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling I ingevoegd die de artikelen 276 tot 278 omvat, luidende : « Onderafdeling I. - Algemene bepalingen ». Art. 73.Artikel 276 van hetzelfde Wetboek, gewjzigd bij de wetten van 17 februari 1997, 21 juni 2001 en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 276.§ 1. Er zijn twee soorten bevorderingen : 1° wat de administratieve loopbaan betreft, is de bevordering de benoeming van het personeelslid :
  7. a)tot een graad van een hoger niveau;
  8. b)tot een klasse van niveau A wanneer hij deel uitmaakt van een lager niveau;
  9. c)tot de hogere klasse;2° wat de geldelijke loopbaan betreft, is de bevordering de toekenning aan het personeelslid in zijn graad of in zijn klasse van de weddenschaal die hoger is dan die welke hij genoot;ze wordt « bevordering door verhoging in weddenschaal » genoemd; de overgang van de weddenschaal A12 naar de weddenschaal A21 wordt beschouwd als een bevordering door verhoging in weddenschaal. § 2. De bevordering door verhoging in weddenschaal of door verhoging naar een hogere klasse kan afhankelijk worden gesteld van het slagen voor een vergelijkende selectie of een gecertificeerde opleiding, bedoeld in artikel 279. » Art. 74.Artikel 277 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997 en 10 juni 2006, wordt vervangen volgt : « Art. 277.§ 1. Om tot de klasse A2 te worden bevorderd moet het personeelslid ten minste twee jaar anciënniteit in de klasse A1 hebben. Om tot de klasse A3 te worden bevorderd moet het personeelslid ten minste vier jaar anciënniteit in de klasse A2 hebben. Om tot de klasse A4 te worden bevorderd moet het personeelslid met de klasse A3 bekleed zijn. Om tot de klasse A5 te worden bevorderd moet het personeelslid ten minste twee jaar anciënniteit in de klasse A4 hebben. § 2. In afwijking van § 1, moeten personeelsleden bedoeld in de artikelen 262, § 2, 263, § 2, 265, § 2, 266, § 2, niet beschikken over een klassenanciënniteit om te worden bevorderd tot een vakklasse A2 of A3, met de titel van hoofdgriffier, hoofdsecretaris, griffier-hoofd van dienst of secretaris- hoofd van dienst. § 3. Het personeelslid bezoldigd in de weddenschaal A12, dat slaagt in een gecertificeerde opleiding wordt bevorderd tot de klasse A2 bij het einde van de periode van zes jaar. § 4. De bevordering gebeurt in de eerste weddenschaal van de hogere klasse. § 5. De bevordering door overgang naar het hogere niveau wordt verleend bij wege van een vergelijkende selectie. » Art. 75.Artikel 278 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wetten van 17 februari 1997 en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 278.§ 1. De verandering van graad is de benoeming van het personeelslid tot een graad die gelijkwaardig is met de zijne. De verandering van vakklasse is de benoeming van het personeelslid in eenzelfde klasse van een andere vakrichting. § 2. Bevordering, verandering van graad en verandering van vakklasse zijn alleen mogelijk wanneer een vaste betrekking vacant is. Benoeming bij verandering van vakklasse in niveau A wordt door de Koning gedaan. » Art. 76.Het opschrift van hoofdstuk VIII van deel II, boek I, titel VI van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt opgeheven. Art. 77.In afdeling III van hoofdstuk VI, titel VI van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling II ingevoegd, die de artikelen 279 tot 287bis omvat, luidende : « Onderafdeling II. - Gecertificeerde opleidingen ». Art. 78.Artikel 279 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wetten van 17 februari 1997 en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 279.De gecertificeerde opleiding is een opleiding die erop gericht is de bekwaamheden en de competenties van de personeelsleden te actualiseren en te ontwikkelen. Ze wordt afgesloten met de validering van de verworven kennis van die opleiding. » Art. 79.Artikel 280 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, gewijzigd bij de wet van 21 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/06/2001 pub. 20/07/2001 numac 2001009458 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene bepalingen inzake het federaal parket type wet prom. 21/06/2001 pub. 05/07/2001 numac 2001003328 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling voor de aangifte van kunstwerken ter betaling van successierechten sluiten en vervangen bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 280.Het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid organiseert de gecertificeerde opleidingen. De gecertificeerde opleiding wordt afgesloten door een gunstige of ongunstige beslissing. De houder van de managementfunctie N-1 bij het Instituut of zijn afgevaardigde geeft de getuigschriften van de validering van de verworven kennis af op basis van de documenten afgegeven door de opleiders bij het einde van de gecertificeerde opleiding. » Art. 80.Artikel 280bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, wordt opgeheven. Art. 81.Artikel 281 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wetten van 17 februari 1997 en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 281.De lijst van de gecertificeerde opleidingen wordt door de Koning vastgesteld per vakrichting op gezamenlijk voorstel van de minister van Justitie en de minister die de ambtenarenzaken onder zijn bevoegdheid heeft, op voorstel van de door deze laatste minister opgerichte commissies. » Art. 82.Artikel 282 van hetzelfde Wetboek, opgeheven door de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt hersteld in de volgende lezing : « Art. 282.Het personeelslid van het niveau A dat een gecertificeerde opleiding wil volgen en deelnemen aan de validering van de verworven kennis die erop volgt, kiest een opleiding in de lijst die overeenstemt met zijn vakrichting. Hij stelt deze keuze voor aan zijn hiërarchische meerdere. Naar aanleiding van een onderhoud sluit de hiërarchische meerdere zich ofwel aan bij de keuze van het personeelslid, ofwel stelt hij hem een andere keuze voor. Wanneer overeenstemming kan worden bereikt, wordt de keuze meegedeeld aan de personeelsdienst van het directoraat-generaal rechterlijke organisatie. Wanneer er onenigheid blijft bestaan, neemt de hiërarchische meerdere de beslissing. In dit geval kan het personeelslid beroep instellen naar gelang van het geval bij de procureur-generaal of de eerste voorzitter van het rechtsgebied waarin hij is benoemd. Deze of zijn afgevaardigde neemt de definitieve beslissing nadat hij de partijen heeft gehoord. » Art. 83.Artikel 283 van hetzelfde Wetboek, opgeheven door de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt hersteld in de volgende lezing : « Art. 283.Het personeelslid van het niveau A mag geen tweede maal dezelfde gecertificeerde opleiding volgen, indien hij hiervoor reeds geslaagd is. Hij mag evenmin, wanneer hij zijn studies beëindigd heeft in de drie voorafgaande jaren, zich opnieuw inschrijven voor een vorming die hij genoten heeft in het kader van zijn basisopleiding aan de universiteit. Het personeelslid van het niveau A dat in de drie voorafgaande jaren een bijkomend diploma heeft behaald van een niveau van de tweede of de derde cyclus en waarvan de inhoud nauw verbonden is met de vakrichting waarin hij benoemd is, kan op gezamenlijk voorstel van zijn hiërarchische meerdere en van de directeur-generaal van het directoraat-generaal rechterlijke organisatie van de federale overheidsdienst Justitie en mits machtiging van de minister die ambtenarenzaken onder zijn bevoegdheid heeft, beschouwd worden als geslaagd in de valideringsproef. In dit geval wordt hij beschouwd ingeschreven te zijn geweest op de datum van de verzending van het gezamenlijk voorstel aan de commissie. Het tweede lid is niet van toepassing op de aanvullende diploma's behaald vóór of tijdens de drie jaren die volgen op het behalen van de universitaire graad op basis waarvan het personeelslid werd aangeworven of aangenomen bij arbeidsovereenkomst. » Art. 84.Artikel 284 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 20 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/05/1997 pub. 03/07/1997 numac 1997009518 bron ministerie van justitie Wet betreffende de internationale samenwerking inzake de tenuitvoerlegging van inbeslagnemingen en verbeurdverklaringen type wet prom. 20/05/1997 pub. 08/07/1997 numac 1997002051 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregeleninzake ambtenarenzaken type wet prom. 20/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997000948 bron ministerie van justitie Wet tot schrapping van de algemene graad van bode en van de bevorderingsgraden van eerstaanwezend bode, hoofdbode en eerstaanwezend hoofdbode in de griffies en de parketten bij de hoven en rechtbanken en tot wijziging van de voorwaarden om als vertaler bij het parket te worden benoemd sluiten, wordt hersteld in de volgende lezing : « Art. 284.De gecertificeerde opleidingen hebben een geldigheidsduur van : 1° zes jaar voor de klassen A1 tot A3;2° vijf jaar voor de graden van griffiers en secretarissen.» Art. 85.Het opschrift van hoofdstuk IX, van titel VI, van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt opgeheven. Art. 86.Artikel 285 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 13 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2003 pub. 19/02/2003 numac 2003009113 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de artikelen 285 en 285bis van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van een artikel 43septies in de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken type wet prom. 13/02/2003 pub. 25/03/2003 numac 2003009169 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de bescherming van de goederen van de minderjarigen type wet prom. 13/02/2003 pub. 28/02/2003 numac 2003009163 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht en tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek type wet prom. 13/02/2003 pub. 13/09/2010 numac 2010000506 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de bescherming van de goederen van de minderjarigen. - Duitse vertaling van uittreksels sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 285.- De geldigheidsduur van een gecertificeerde opleiding vangt aan op de eerste dag van de maand volgend op de datum van de inschrijving van het personeelslid voor deze opleiding en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding. » Art. 87.Het opschrift van hoofdstuk X, van titel VI, van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt opgeheven. Art. 88.Artikel 285bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, en gewijzigd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt opgeheven. Art. 89.Artikel 286 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem type wet prom. 22/12/1998 pub. 10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 22/12/1998 pub. 06/03/1999 numac 1999009060 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit wat de naturalisatieprocedure betreft type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 sluiten et gewijzigd bij de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. 286.De duur die in aanmerking wordt genomen voor de bevordering door verhoging in weddenschaal, overeenkomstig artikel 368, vierde lid, is identiek aan de duur die in aanmerking wordt genomen voor de geldigheidsduur van de gecertificeerde opleidingen. Voor de loopbanen van personeelsleden met de graad van griffier of secretaris zijn er vijf gecertificeerde opleidingen genummerd van 1 tot 5. » Art. 90.Artikel 286bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, gewijzigd bij de wetten van 20 mei 1997 en 10 juni 2006, wordt opgeheven. Art. 91.Artikel 287, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten9, en gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997, 22 december 1998, 12 april 1999, 3 mei 2003, 22 december 2003, 20 december 2005 en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 287.Het personeelslid dat een competentietoelage ontvangt en dat dezelfde vakklasse of graad behoudt, kan zich ten vroegste 12 maanden vóór het einde van de geldigheidsduur van de vorige gecertificeerde opleiding inschrijven om deel te nemen aan een nieuwe gecertificeerde opleiding. Indien hij niet slaagt, kan hij zich pas opnieuw inschrijven, wanneer de geldigheidsduur van de vorige gecertificeerde opleiding verstreken is. Het personeelslid dat een competentietoelage ontvangt of dat met de laatste weddenschaal van zijn klasse of zijn graad bekleed wordt, en dat bevorderd wordt in een andere klasse of in niveau A, kan zich onmiddellijk inschrijven om deel te nemen aan de gecertificeerde opleiding die overeenstemt met zijn nieuwe klasse. In geval van verandering van vakklasse of graad behoudt het personeelslid het voordeel van zijn competentietoelage. Het personeelslid dat in een gecertificeerde opleiding niet slaagt kan zich opnieuw inschrijven 365 dagen na zijn vorige inschrijving. » Art. 92.Artikel 287bis, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, gewijzigd bij de wetten van 20 mei 1997, 12 april 1999, 17 juli 2000, 13 maart 2001, 21 juni 2001, 3 mei 2003, 22 december 2003, en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 287bis.Zijn van toepassing op de personeelsleden met de graad van griffier en secretaris, de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van niveau B, C en D, bedoeld in artikel 177, § 2, inzake : 1° de wijze van rangschikking in functiefamilies;2° het recht op de deelname aan een gecertificeerde opleiding en de inschrijvingsmodaliteiten;3° de keuze van de gecertificeerde opleiding;4° de anciënniteitvoorwaarden om deel te nemen aan een gecertificeerde opleiding.» Art. 93.In hoofdstuk VI, titel VI, van boek I, deel II van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling IV ingevoegd die de artikelen 287ter en 287quater omvat, luidende : « Afdeling IV. - Evaluatie ». Art. 94.Artikel 287ter, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/09/1997 numac 1997009532 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden type wet prom. 17/02/1997 pub. 11/08/1998 numac 1998015084 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Akkoord, gesloten door wisseling van brieven, gedagtekend te Brussel op 9 februari en 13 februari 1995, tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, betreffende het statuut van de Belgische verbindingsambtenaren bij de te Den Haag gevestigde Europol Drugs Eenheid sluiten, vervangen bij de wet van 20 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/05/1997 pub. 03/07/1997 numac 1997009518 bron ministerie van justitie Wet betreffende de internationale samenwerking inzake de tenuitvoerlegging van inbeslagnemingen en verbeurdverklaringen type wet prom. 20/05/1997 pub. 08/07/1997 numac 1997002051 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregeleninzake ambtenarenzaken type wet prom. 20/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997000948 bron ministerie van justitie Wet tot schrapping van de algemene graad van bode en van de bevorderingsgraden van eerstaanwezend bode, hoofdbode en eerstaanwezend hoofdbode in de griffies en de parketten bij de hoven en rechtbanken en tot wijziging van de voorwaarden om als vertaler bij het parket te worden benoemd sluiten, gewijzigd bij de wetten van 12 april 1999, 17 juli 2000, 13 maart 2001, 21 juni 2001, 8 juli 2004 en 10 juni 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 287ter.§ 1. Er wordt een beoordelingsstaat opgemaakt van alle personeelsleden van niveaus A, B, C en D. Het eerste lid is van toepassing op het bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeel. 1° Wat de personeelsleden van het niveau A bij de hoven en rechtbanken en hoofdgriffiers betreft : Naargelang het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter van het gerecht geeft in de beoordelingsstaat zijn mening te kennen omtrent de waarde en de houding van deze personeelsleden, met behulp van beschrijvende formules overeenkomstig de aangebrachte aanduidingen.2° Wat de personeelsleden bij de parketten van het niveau A en de hoofdsecretarissen betreft : Naargelang van het geval de procureur-generaal, de federale procureur, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, geeft in de beoordelingsstaat zijn mening te kennen omtrent de waarde en de houding van deze personeelsleden, met behulp van beschrijvende formules overeenkomstig de aangebrachte aanduidingen.3° Wat de in artikel 136 bedoelde attachés betreft : de magistraat-korpschef van het gerecht geeft in de beoordelingsstaat zijn mening te kennen omtrent de waarde en de houding van de attaché, met behulp van beschrijvende formules overeenkomstig de aangebrachte aanduidingen.4° Wat de personeelsleden van de griffies en van de parketsecretariaten betreft : naargelang van het geval geven de hoofdgriffier of de hoofdsecretaris in de beoordelingsstaat hun mening te kennen omtrent de waarde en de houding van deze personeelsleden met behulp van beschrijvende formules overeenkomstig de aangebrachte aanduidingen.5° Wat de personeelsleden van de steundiensten betreft : De magistraat-korpschef van het gerecht of het parket geeft in de beoordelingsstaat zijn mening te kennen omtrent de waarde en de houding van deze personeelsleden, met behulp van beschrijvende formules overeenkomstig de aangebrachte aanduidingen. § 2. De beoordeling wordt weergegeven met een van de volgende vermeldingen : « zeer goed », « goed » of « onvoldoende ». De Koning stelt nadere regels voor de toepassing van deze bepalingen. Het diensthoofd mag zijn bevoegdheden overdragen, overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels. § 3. Wat de hoofdgriffiers betreft, en de in artikel 136 bedoelde attachés betreft, maakt de al naargelang van het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter van het gerecht een voorlopige beoordeling op en legt deze voor aan de procureur-generaal, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, naargelang van het geval. Deze magistraat voegt er zijn advies aan toe. Naargelang van het geval de korpschef, de oudstbenoemde politierechter of de vrederechter maakt vervolgens een definitieve beoordeling op. In verband met de leden van de griffies maakt de hoofdgriffier een voorlopige beoordeling op en legt deze voor aan, naargelang van het geval, de procureur-generaal, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur. Deze magistraat voegt er zijn advies aan toe. Hij verzoekt naargelang het geval de korpschef, de oudstbenoemde rechter in de politierechtbank of de vrederechter van het gerecht waar het lid van de griffie zijn ambt vervult, hetzelfde te doen en zendt daarna de beoordelingsstaat en, in voorkomend geval, de adviezen terug aan de hoofdgriffier die de definitieve beoordeling opmaakt. Wat de leden van de parketsecretariaten betreft, maakt de hoofdsecretaris een voorlopige beoordeling op en legt deze voor aan de procureur-generaal, aan de federale procureur, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, naargelang van het geval. Deze magistraat voegt er zijn advies aan toe. De hoofdsecretaris maakt vervolgens een definitieve beoordeling op. § 4. De definitieve beoordelingsstaat wordt door de steller ervan ter kennis gebracht van het betrokken personeelslid. De betrokkene beschikt over een termijn van tien dagen om een bezwaarschrift in te dienen bij de bevoegde raad van beroep en te vragen gehoord te worden. Hij stuurt met dezelfde post een afschrift van zijn bezwaarschrift naar de persoon die zijn beoordelingstaat opgemaakt heeft. Deze zendt de beoordelingsstaat, eventueel met een bijkomende schriftelijke verantwoording aan de raad van beroep over binnen achtenveertig uur na ontvangst van dat afschrift. De raad van beroep deelt binnen veertig dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het bezwaarschrift, zijn beslissing mee aan de persoon die de beoordeling heeft gegeven en stelt bij aangetekende brief het betrokken personeelslid ervan in kennis. Die beslissing is definitief en wordt gevoegd bij de beoordelingsstaat. Tegen de beslissing van de raad van beroep kan het betrokken personeelslid een beroep tot vernietiging instellen zoals bedoel

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.