← België

Koninklijk besluit betreffende de pleziervaart

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit van 28 juni 2019 regelt diverse aspecten van de pleziervaart, voortbouwend op eerdere wetten en besluiten. Het doel is om de pleziervaart in België te organiseren en te controleren.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
28 JUNI 2019. - Koninklijk besluit betreffende de pleziervaart FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Grondwet, artikel 108; Gelet op de wet van 24 november 1975 houdende goedkeuring en uitvoering van het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972, bijgevoegd Reglement en zijn Bijlagen, opgemaakt te Londen op 20 oktober 1972, artikel 2 § 4; Gelet op de wet van 5 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/2018 pub. 17/07/2018 numac 2018031463 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de pleziervaart sluiten betreffende de pleziervaart, de artikelen 3, 7, 8, 10, 11, 12, 13 en 15; Gelet op het koninklijk besluit van 15 oktober 1935: Algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk; Gelet op het koninklijk besluit van 10 oktober 1958 houdende vaststelling van het bedrag van het inschrijvingsrecht voor de examens en praktische proeven die leiden tot het afleveren van de brevetten en diploma's in de koopvaardij, de zeevisserij en de pleziervaart; Gelet op het koninklijk besluit van 21 mei 1958 houdende toekenning van de brevetten, diploma's, certificaten en vergunningen in de koopvaardij, de zeevisserij en de pleziervaart; Gelet op het koninklijk besluit van 15 maart 1966 betreffende de vlaggenbrieven en de uitrusting van de pleziervaartuigen; Gelet op het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust; Gelet op het koninklijk besluit van 2 juni 1993 betreffende het stuurbrevet vereist voor het bevaren van de scheepvaartwegen van het Rijk met betrekking tot zekere categorieën van pleziervaartuigen; Gelet op het koninklijk besluit van 15 oktober 1993 tot instelling van een radarbrevet en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 april 1988 betreffende het brevet van schipper ter baggervaart en van het brevet van stuurman voor de baggervaart; Gelet op het koninklijk besluit van 4 juni 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/06/1999 pub. 14/08/1999 numac 1999014172 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit : 1° betreffende de inschrijving en de registratie van de pleziervaartuigen, 2° tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 april 1996 betreffende de registratie van de zeeschepen, 3° tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement van de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust sluiten : 1° betreffende de inschrijving en de registratie van de pleziervaartuigen; 2° tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 april 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/04/1996 pub. 16/10/1997 numac 1997022729 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong type koninklijk besluit prom. 04/04/1996 pub. 13/10/2016 numac 2016000605 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de registratie van de zeeschepen; 3° tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement van de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust (aangehaald als : besluit inschrijving en registratie van pleziervaartuigen); Gelet op het koninklijk besluit van 23 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/02/2005 pub. 02/03/2005 numac 2005014018 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende vaststelling van essentiële veiligheidseisen en van essentiële eisen in verband met de geluids- en uitlaatemissies voor pleziervaartuigen type koninklijk besluit prom. 23/02/2005 pub. 28/02/2005 numac 2005014048 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen sluiten houdende vaststelling van essentiële veiligheidseisen en van essentiële eisen in verband met de geluids- en uitlaatemissies voor pleziervaartuigen; Gelet op het koninklijk besluit van 24 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/09/2006 pub. 29/11/2006 numac 2006203019 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 1996, gesloten in het Paritair Comité voor de diamantnijverheid en -handel, houdende vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden in de diamantnijverheid type koninklijk besluit prom. 24/09/2006 pub. 05/12/2006 numac 2006203034 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 september 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten, houdende toevoeging van artikel 8, tweede lid, aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2000, houdende oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van de statuten sluiten houdende vaststelling van het algemeen politiereglement voor de scheepvaart op de binnenwateren van het Koninkrijk; Gelet op het koninklijk besluit van 19 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit type wet prom. 03/12/2017 pub. 25/09/2018 numac 2018013819 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende de technische voorschriften voor binnenschepen; Gelet op het koninklijk besluit van 28 juni 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit type wet prom. 03/12/2017 pub. 25/09/2018 numac 2018013819 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 tot oprichting van een federaal overlegplatform voor de pleziervaart; Gelet op het koninklijk besluit van 30 mei 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit type wet prom. 03/12/2017 pub. 25/09/2018 numac 2018013819 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 betreffende het internationaal certificaat voor de bestuurder van een pleziervaartuig en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 juni 1993 betreffende het stuurbrevet vereist voor het bevaren van de scheepvaartwegen van het Rijk met betrekking tot zekere categorieën van pleziervaartuigen; Gelet op het koninklijk besluit van 4 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit type wet prom. 03/12/2017 pub. 25/09/2018 numac 2018013819 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 tot aanwijzing van de ambtenaren die belast zijn met de uitvoering van en de controle op de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de scheepvaart en tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 juni 2003 tot vaststelling van het model van legitimatiekaart waaruit de hoedanigheid van de ambtenaren belast met de scheepvaartcontrole blijkt; Gelet op het koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit type wet prom. 03/12/2017 pub. 25/09/2018 numac 2018013819 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 houdende de veiligheidsvoorwaarden voor de professionele hengelvisserij op zee in een beperkt vaargebied; Gelet op het koninklijk besluit van 22 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit type wet prom. 03/12/2017 pub. 25/09/2018 numac 2018013819 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 betreffende de brandingsporten; Gelet op het koninklijk besluit van 12 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit type wet prom. 03/12/2017 pub. 25/09/2018 numac 2018013819 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de vereisten van het markttoezicht op de uitrusting van recreatieve vaartuigen; Gelet op het koninklijk besluit van 7 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/2018 pub. 17/07/2018 numac 2018031463 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de pleziervaart sluiten0 betreffende de samenstelling en werking van de Commissie voor de Pleziervaart; Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 februari 2019; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 25 februari 2019; Gelet op het advies 65.543/4 van de Raad van State gegeven op 8 mei 2019 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het advies 122/2019 van de Gegevensbeschermingsautoriteit gegeven op 19 juni 2019 met toepassing van artikel 23 van de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit type wet prom. 03/12/2017 pub. 25/09/2018 numac 2018013819 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit; Op voordracht van de Minister van Mobiliteit en de Minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve vereenvoudiging, Bestrijding van sociale fraude, Privacy en Noordzee, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° Beneden-Zeeschelde: het gedeelte van de Schelde tussen de Royerssluis en de grens met Nederland inclusief de havens die daarmee in open gemeenschap zijn;2° de administratie: het Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;3° de scheepvaartcontrole: de personeelsleden van de administratie aangeduid door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;4° wet: de wet van 5 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/2018 pub. 17/07/2018 numac 2018031463 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de pleziervaart sluiten betreffende de pleziervaart;5° op de markt aanbieden: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Europese Unie;6° in de handel brengen: het voor het eerst in de Europese Unie op de markt aanbieden van een product;7° in bedrijf stellen: het eerste gebruik in de Europese Unie door de eindgebruiker ervan;8° fabrikant: een natuurlijke of rechtspersoon die een product vervaardigt of een product laat ontwerpen of vervaardigen en het onder zijn naam of merknaam verhandelt;9° gemachtigde: een in de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;10° importeur: een in de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een product uit een derde land in de Europese Unie in de handel brengt;11° particuliere importeur: een in de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van een niet-handelsactiviteit een product uit een derde land in de Europese Unie invoert met het oogmerk dit voor eigen gebruik in bedrijf te stellen;12° distributeur: een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, anders dan de fabrikant of de importeur, die een product op de markt aanbiedt;13° marktdeelnemers: de fabrikant, de gemachtigde, de importeur en de distributeur;14° gemachtigde organisatie: een organisatie bedoeld in artikel 8, § 4 van de wet; 15° pleziervaartorganisatie: een organisatie bedoeld in artikel 4.10; 16° ICC: het internationaal certificaat voor de bestuurder van een pleziervaartuig in uitvoering van Resolutie 40 aangenomen door de Werkgroep vervoer scheepvaartwegen van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties op 16 oktober 1998 voor de bestuurders van pleziervaartuigen die zich begeven in de wateren van de landen die uitvoering geven aan die Resolutie;17° ingrijpende verbouwing van een pleziervaartuig: een verbouwing van het pleziervaartuig waarbij de wijze van voortstuwing van het pleziervaartuig wordt veranderd, de motor ingrijpend wordt gewijzigd of het pleziervaartuig zodanig wordt gewijzigd dat mogelijkerwijs niet meer wordt voldaan aan de toepasselijke essentiële veiligheids- en milieueisen van dit besluit; 18° overlegplatform: het Federaal Overlegplatform voor de Pleziervaart zoals bedoeld in artikel 8.9; 19° brandingsporten: elke sportactiviteit beoefend met tuigen voor brandingsporten die zee kiezen vanaf het strand;20° groepsactiviteiten: wedstrijden of sport- en ontspanningsactiviteiten in groepsverband;21° "Commissie Pleziervaart": de Commissie voor de Pleziervaart zoals bedoeld in artikel 12 van de wet van 5 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/2018 pub. 17/07/2018 numac 2018031463 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de pleziervaart sluiten betreffende de pleziervaart;22° romplengte: de lengte van de romp gemeten volgens de geharmoniseerde norm;23° geharmoniseerde norm: een geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, onder c), van Verordening (EU) nr.1025/2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad; 24° zeeverslag: een rapport over een incident dat van belang is voor een veilige navigatie en de veiligheid van bemanning, lading, pleziervaartuig en het mariene milieu;25° binnenwateren: zones 0, 1, 2 en 3;26° scholing: lessen met als doel te leren varen met een pleziervaartuig, georganiseerd door een Gemeenschap of door een door een Gemeenschap erkende sportfederatie of de bij haar aangesloten sportclubs;27° scholingsbrevet: een bewijs dat de houder een door een Gemeenschap georganiseerde of erkende opleiding met goed gevolg heeft volbracht en hierdoor een kwalificatie in het geven van scholing verwerft. Art. 1.2. Indien de romplengte van het pleziervaartuig niet bekend is, wordt de lengte over alles als norm gebruikt voor de toepassing van dit besluit. Voor de toepassing van dit besluit wordt een beperkte, overdekte bergruimte niet beschouwd als een kajuit. Art. 1.3. Voor de toepassing van dit besluit worden de Belgische wateren, de EEZ en de vreemde wateren onderverdeeld in de volgende zones: 1° zone 0: de niet met de zee verbonden afgesloten wateren die door de Minister nominatief worden aangeduid;2° zone 1: alle met de zee verbonden binnenwateren met uitzondering van de Beneden-Zeeschelde;3° zone 2: de Beneden-Zeeschelde;4° zone 3: de havens van de kust;5° zone 4: de zone vanaf het strand tot 6 zeemijl;6° zone 5: de zone vanaf 6 zeemijl tot 60 zeemijl;7° zone 6: de zone vanaf 60 zeemijl tot 200 zeemijl;8° zone 7: de zone voorbij 200 zeemijl. De afstanden bedoeld in het eerste lid worden berekend vanaf de laagwaterlijn of vanaf de permanente havenwerken welke buiten de laagwaterlijn uitsteken zoals deze op de op grote schaal uitgevoerde officiële zeekaarten zijn aangegeven. Art. 1.4. Pleziervaartuigen die een bijzondere reis ondernemen, kunnen een toelating tot afvaart krijgen die wordt verstrekt voor de duur en onder de voorwaarden bepaald door de scheepvaartcontrole waarbij kan afgeweken worden van de bepalingen van dit besluit. De toelating tot afvaart wordt alleen verstrekt als de bijzondere reis geen gevaar oplevert voor de veiligheid van de bemanning, de passagiers, de lading of het marien milieu. Art. 1.5. Om een degelijk handhavingsbeleid te kunnen voeren is het noodzakelijk dat alle vaartuigen geregistreerd zijn met het oog op de identificatie van de eigenaar. De registratie is ook noodzakelijk om de eigenaars van de vaartuigen te kennen met het oog op hun fiscale verplichtingen. Om dezelfde redenen is het noodzakelijk dat de vaarbevoegdheidsbewijzen en het radarbrevet geregistreerd zijn zodat de geldigheid en de echtheid van de vaartbevoegdheidsbewijzen en het radarbrevet kunnen worden gecontroleerd. Art. 1.6. Rekening houdend met het doel opgenomen in artikel 1.5., eerste lid, bedraagt de bewaringstermijn, voor de persoonsgegevens vereist voor registratie, 5 jaar vanaf de laatste dag waarvoor de betrokkene over een geldige registratiebrief beschikte. Bij het verlopen van deze termijn worden de persoonsgegevens gewist. Rekening houdend met het doel opgenomen in artikel 1.5., tweede lid, en aangezien de vaarbevoegdheidsbewijzen en het radarbrevet onbeperkt zijn in tijd worden de persoonsgegevens met betrekking tot de vaarbevoegdheidbewijzen en het radarbrevet bewaart tot het overlijden van de betrokken persoon. Bij overlijden en bij melding van het overlijden door de nabestaanden worden alle persoonsgegevens gewist. HOOFDSTUK 2. - REGISTRATIE Afdeling 1. - De aanvraag tot registratie Art. 2.1. § 1. De eigenaar van een pleziervaartuig dat overeenkomstig artikel 5, § 1, 1°, van de wet in België geregistreerd kan worden, kan hiertoe een aanvraag indienen bij de administratie. De eigenaar kan ook een derde machtigen om de aanvraag in te dienen bij de administratie. Deze machtiging wordt uitdrukkelijk vermeld bij de aanvraag. Eén aanvraag volstaat als meerdere eigenaars het pleziervaartuig willen laten registreren. De aanvragende eigenaar dient hiervoor een getekende machtiging van de andere eigenaars te verkrijgen. § 2. Een marktdeelnemer of de eindgebruiker van een pleziervaartuig dat overeenkomstig artikel 5, § 1, 2°, van de wet in België geregistreerd kan worden, kan hiertoe een aanvraag indienen bij de administratie. Art. 2.2. Een aanvraag tot registratie wordt ingediend op elektronische wijze bepaald door de administratie. De volgende gegevens worden meegedeeld: 1° voor wat een natuurlijk persoon betreft: het rijksregisternummer;2° voor wat een rechtspersoon betreft: het ondernemingsnummer;3° eigendomsbewijs;4° de naam en thuishaven van het pleziervaartuig;5° de kenmerken van het pleziervaartuig, zijn voornaamste afmetingen en gegevens, het bouwjaar, de bouwplaats, de bouwwerf en het bouwnummer;6° in voorkomend geval: het aantal, het bouwjaar, de fabrikant, het fabrieksnummer, de aard en het vermogen in kilowatt van de voortstuwingsmachines;7° voor pleziervaartuigen met een romplengte van 2,5 meter tot 24 meter en waterscooters, het bewijs dat het pleziervaartuig overeenkomstig onderafdeling 1 van afdeling 1 van hoofdstuk 3 conform in de handel is gebracht;8° voor pleziervaartuigen met een romplengte van meer dan 24 meter een technisch dossier conform de vereisten van de administratie dat bewijst dat het pleziervaartuig voldoet aan alle voorwaarden;9° de aanduiding of het pleziervaartuig exclusief zal gebruikt worden in de zones 0 of exclusief in de zones 0, 1, 2 en 3;10° een e-mailadres dat gekoppeld is aan de persoon bedoeld in 1° of 2° ;11° de aanduiding of het pleziervaartuig zal gebruikt worden voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik;12° indien het pleziervaartuig andere eigenaars heeft dan de natuurlijke of rechtspersoon die het pleziervaartuig registreert, moeten de gegevens onder 1° en 2° worden meegedeeld.Indien het een natuurlijke of rechtspersoon wonende of met maatschappelijke zetel in het buitenland betreft, kunnen volgende identificatiegegevens gevraagd worden door de administratie: a) voor natuurlijke personen niet ingeschreven in het Belgische rijksregister: i) naam; ii) voornaam; iii) geboorteplaats; iv) geboortedatum; v) adres van de woonplaats;b) voor rechtspersonen: i) het ondernemingsnummer; ii) rechtsvorm; iii) de maatschappelijke benaming; iv) het nationaal recht van de rechtspersoon; v) het adres van de statutaire zetel of, indien deze rechtspersoon volgens zijn nationaal recht geen statutaire zetel heeft, het adres waar zijn hoofdkantoor gevestigd is. De bovenstaande gegevens, met uitzondering van punten 1°, 2° en 10°, moeten gestaafd worden aan de hand van de nodige overtuigingsstukken ten behoeve van de administratie. Alle bovenstaande gegevens moeten gestaafd worden aan de hand van de nodige overtuigingsstukken ten behoeve van de administratie. Art. 2.3. Bij de aanvraag tot registratie is een retributie verschuldigd door de aanvrager van 150 euro volgens de modaliteiten bepaald door de administratie. Het bedrag van de vergoeding in het eerste lid wordt vanaf 1 januari 2020 jaarlijks automatisch aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex op basis van de volgende formule: het bedrag van de retributie zoals vastgesteld in het eerste lid vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer. Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de maand november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het bedrag van de retributie wordt aangepast en het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van de maand november 2018. Het verkregen resultaat wordt afgerond naar boven op de euro als het decimale gedeelte gelijk aan of meer dan vijftig cent is. Het wordt naar onder op de euro afgerond als het decimale gedeelte minder is dan vijftig cent. Afdeling 2. - Onderzoek en registratiebrief Art. 2.4. Voor het bekomen van een registratiebrief met de aanduiding `voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik', dient het pleziervaartuig te beschikken over een geldig certificaat van deugdelijkheid overeenkomstig artikel 8, § 2 van de wet. Art. 2.5. Pleziervaartuigen die voldoen aan de voorwaarden in artikel 5, § 1, 1° of 2° van de wet, waarvoor de aanvraag volledig is overeenkomstig artikel 2.2 en waarvoor de retributie bedoeld in artikel 2.3 betaald is, en die niet zijn ingeschreven in een buitenlands register, worden ingeschreven in het register van Belgische pleziervaartuigen. Als de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 5, § 1, 1° of 2° van de wet, wordt de aanvraag geweigerd. Aanvragen die niet volledig zijn overeenkomstig artikel 2.2, worden afgesloten 90 dagen nadat de administratie de aanvrager heeft meegedeeld welke stukken ontbreken. Aanvragen waarvoor geen betaling van de retributie bedoeld in artikel 2.3 werd uitgevoerd binnen de 90 dagen na verzending van de betalingsuitnodiging worden afgesloten. Art. 2.6. Pleziervaartuigen die overeenkomstig artikel 2.5, eerste lid in het register van Belgische pleziervaartuigen worden opgenomen, krijgen een registratiebrief, afgeleverd door de administratie. In afwijking van het eerste lid, geldt voor pleziervaartuigen die enkel in de zones 0, 1, 2 en 3 varen en die over een Uniebinnenvaartcertificaat beschikken overeenkomstig artikel 3.51, dit Uniebinnenvaartcertificaat als registratiebrief. Art. 2.7. De registratiebrief bevat de volgende gegevens: 1° de naam en thuishaven van het pleziervaartuig;2° het registratienummer;3° de naam van de eigenaars;4° kenmerken van het pleziervaartuig;5° in voorkomend geval, motorgegevens;6° datum van afgifte, geldigheidsduur;7° indien van toepassing, aanduiding van bedrijfs- of beroepsmatig gebruik.8° de aanduiding of het pleziervaartuig exclusief zal gebruikt worden in de zones 0 of exclusief in de zones 0, 1, 2 en 3. De administratie bepaalt de vorm van de registratiebrief en maakt deze bekend via een bericht in het Belgisch Staatsblad. Art. 2.8. Zes maanden voor de vervaldag van de registratiebrief wordt de persoon op wiens naam het pleziervaartuig is geregistreerd door de administratie verwittigd van deze vervaldag volgens de modaliteiten bepaald door de administratie. Een aanvraag tot vernieuwing van de registratiebrief wordt ingediend op elektronische wijze bepaald door de administratie. De administratie geeft kosteloos een nieuwe registratiebrief af aan de persoon op wiens naam het pleziervaartuig is geregistreerd indien aan de bepalingen van artikel 6, § 3, van de wet voldaan is. Bij het vernieuwen van de registratiebrief voor pleziervaartuigen voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik, dient het pleziervaartuig te beschikken over een geldig certificaat van deugdelijkheid. Indien niet voldaan is aan de bepalingen van artikel 6, § 3 van de wet, of indien een wijziging plaatsvindt betreffende al dan niet bedrijfs- of beroepsmatig gebruik of de aanduiding of het pleziervaartuig exclusief zal gebruikt worden in de zones 0 of exclusief in de zones 0, 1, 2 en 3, moet de geregistreerde eigenaar alle wijzigingen meedelen op elektronische wijze volgens de modaliteiten bepaald door de administratie. De retributie bepaald in artikel 2.3 is van toepassing in deze gevallen. Na ontvangst van de betaling van de retributie onderzoekt de administratie de gewijzigde gegevens overeenkomstig artikel 2.5 en reikt een nieuwe registratiebrief uit overeenkomstig artikel 2.6. Het pleziervaartuig bedoeld in het vijfde lid kan geschrapt worden uit het register van de Belgische pleziervaartuigen door de administratie. Art. 2.9. De registratiebrief dient zich te allen tijde aan boord van het pleziervaartuig te bevinden, tenzij niet praktisch mogelijk zoals bepaald door de administratie. Afdeling 3. - Schrapping van de registratie Art. 2.10. De registratie van een pleziervaartuig heeft automatisch de schrapping van de voorgaande registratie tot gevolg. Art. 2.11. De administratie kan ambtshalve overgaan tot de schrapping van de registratie van een pleziervaartuig indien: 1° het pleziervaartuig ongeoorloofd werd gebruikt waarbij aan de goede betrekkingen tussen België en een ander land afbreuk gedaan kan worden of waarbij de eer van de vlag in gedrang kan worden gebracht;2° blijkt dat één of meerdere gegevens op grond waarvan de registratie werd toegestaan, zodanig onvolledig of onjuist zijn dat de registratie zou zijn geweigerd als dit feit bij de aanvraag tot registratie bekend was. Afdeling 4. - Ondernemingen Art. 2.12. Ondernemingen kunnen bij de administratie een toelating aanvragen om niet-geregistreerde pleziervaartuigen tijdelijk te gebruiken zonder dat het pleziervaartuig moet geregistreerd zijn overeenkomstig afdeling 1 van dit hoofdstuk en zonder dat hiervoor enige vergoeding door de onderneming aan derden mag aangerekend worden. Het gebruik is beperkt tot demonstratievaart, proefvaart, promotievaart, uitzonderlijke vaart naar de werf of het afgemeerd liggen bij de onderneming. Het gebruik dient beperkt te zijn in vaargebied en tijd. Uitgezonderd bij het afgemeerd liggen, dient zich aan boord een vertegenwoordiger of gemachtigde van de onderneming te bevinden. Deze toelating geldt enkel voor pleziervaartuigen waarmee de onderneming een juridische band heeft. Art. 2.13. De aanvraag wordt ingediend volgens de instructies van de administratie die bekendgemaakt worden op de website van de administratie. Art. 2.14. De toelating is geldig voor één jaar. Art. 2.15. Bij de aanvraag tot toelating is een retributie verschuldigd door de aanvrager voor het onderzoek en de afgifte of weigering van de toelating. Een retributie van 1.250 euro is verschuldigd waarbij de onderneming 3 identificatienummers verkrijgt. Voor elk bijkomend identificatienummer is een retributie van 100 euro verschuldigd. Bij vernieuwing uiterlijk binnen één maand na de einddatum van de vorige toelating, bedraagt de retributie 1.000 euro, waarbij de onderneming 3 identificatienummers verkrijgt. Voor elk bijkomend identificatienummer is een retributie van 100 euro verschuldigd. De retributie wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de formule bedoeld in artikel 2.3, tweede, derde en vierde lid. Art. 2.16. Bij afgifte van de toelating levert de administratie 3 identificatienummers af die door de onderneming moeten worden bevestigd aan het pleziervaartuig, duidelijk zichtbaar vanaf de wal volgens de instructies van de administratie, op het ogenblik dat het wordt gebruikt overeenkomstig artikel 2.12. Art. 2.17. Bij oneigenlijk gebruik kan de administratie de toelating schorsen of definitief intrekken. De schorsing heeft geen invloed op de einddatum van de toelating vermeld in artikel 2.14. Een toelating die werd ingetrokken, kan niet vernieuwd worden. Bij stopzetting van de handelsactiviteiten of als betrokkene niet langer voldoet aan de voorwaarden om te worden aanzien als onderneming, wordt de toelating ambtshalve geschrapt. Art. 2.18. De onderneming deelt elk gebruik bedoeld in artikel 2.12 mee volgens de instructies van de administratie die bekendgemaakt worden op de website van de administratie. Afdeling 5. - De Belgische vlag Art. 2.19. § 1. Enkel de pleziervaartuigen die een geldige registratiebrief hebben, mogen de nationale vlag voeren. Pleziervaartuigen met een romplengte van meer dan 6,5 meter en gemotoriseerde pleziervaartuigen, met uitzondering van waterscooters zijn gehouden de nationale vlag te voeren: 1° bij het in- en uitvaren van Belgische havens;2° gedurende hun verblijf in vreemde wateren van zonsopgang tot zonsondergang;3° in alle andere omstandigheden, op verzoek van de Belgische of vreemde overheden. § 2. De nationale vlag bedoeld in paragraaf 1 bestaat uit drie even brede verticale banen in de kleuren zwart, geel en rood; de zwarte baan bevindt zich aan de vlaggenlijn. De vlag meet driemaal in de lengte wat ze tweemaal in de breedte draagt. Ze moet voldoende groot zijn, volgens de modaliteiten bepaald door de administratie. De nationale vlag gevoerd door de pleziervaartuigen waarvan de eigenaar lid is van een erkende jachtclub, mag in het bovenste derde van de zwarte baan, een gele koninklijke kroon vertonen. Afdeling 6. - Vermeldingen op het pleziervaartuig Art. 2.20. § 1. Het registratienummer moet duidelijk zichtbaar worden aangebracht op elk pleziervaartuig. Dit nummer bestaat uit de volgende combinatie: 1° "IN" indien het pleziervaartuig enkel in de zones 0, 1, 2 en 3 zal gebruikt worden;2° "C" indien het pleziervaartuig beroeps- of bedrijfsmatig zal gebruikt worden;3° "S" indien het een pleziervaartuig is zonder motor, zonder kajuit, met zeil, met een romplengte van 6,5 meter of minder;4° de letter "B";5° een reeks van 6 cijfers. De gegevens onder 1°, 2° en 3° kunnen gecombineerd worden. § 2. De naam en thuishaven dienen duidelijk vermeld te worden op elk pleziervaartuig. Voor de volgende pleziervaartuigen geldt de verplichting van het eerste lid niet: 1° pleziervaartuigen zonder motor, zonder kajuit, met zeil, met een romplengte van 6,5 meter of minder;2° waterscooters. § 3. Voor pleziervaartuigen zonder motor, zonder kajuit, met zeil, met een romplengte van 6,5 meter of minder, moet het registratienummer op volgende wijze aangebracht worden: 10 centimeter (hoogte), aan beide zijden van het pleziervaartuig of op de achterzijde van het pleziervaartuig. § 4. Voor pleziervaartuigen die niet onder § 3 vallen, dienen de kentekens op volgende wijze aangebracht te worden: 1° geregistreerd voor de binnenwateren: a) pleziervaartuig met een lengte van minder dan 20 meter : i) naam van het pleziervaartuig: 10 centimeter (hoogte), aan beide zijden; ii) registratienummer: 10 centimeter (hoogte), in het midden van de romp of aan de voorsteven, aan weerszijden van het schip; 20 centimeter (hoogte), als de maximale snelheid meer dan 20 kilometer per uur is; iii) thuishaven: 10 centimeter (hoogte), aan beide zijden of achteraan. b) pleziervaartuig met een lengte van 20 meter of meer : i) naam van het pleziervaartuig: 20 centimeter (hoogte), aan beide zijden en achteraan; ii) thuishaven: 15 centimeter (hoogte), aan beide zijden of achteraan; iii) land(code): 15 centimeter (hoogte), aan beide zijden of achteraan; iv) uniek Europees scheepsidentificatienummer (ENI): 20 centimeter (hoogte), aan beide zijden en achteraan; v) metingsmerk: 10 centimeter (aanbevolen hoogte), op de achtersteven.2° geregistreerd voor de zee: a) pleziervaartuig met een romplengte van minder dan 20 meter : i) naam van het pleziervaartuig: 10 centimeter (aanbevolen hoogte), op het achterschip, of als dit niet mogelijk is, op beide flanken; ii) thuishaven: 10 centimeter (aanbevolen hoogte), op het achterschip, of als dit niet mogelijk is, op beide flanken; iii) registratienummer: 10 centimeter, in het midden van de romp of aan de voorsteven, aan weerszijden van het schip. b) pleziervaartuig met een romplengte groter of gelijk aan 20 meter : i) naam van het pleziervaartuig: 20 centimeter (aanbevolen hoogte), op het achterschip, of als dit niet mogelijk is, op beide flanken; ii) thuishaven: 20 centimeter (aanbevolen hoogte), op het achterschip, of als dit niet mogelijk is, op beide flanken; iii) registratienummer: 20 centimeter, in het midden van de romp of aan de voorsteven, aan weerszijden van het schip. § 5. De kentekens moeten duidelijk leesbaar en onuitwisbaar zijn. Zij moeten licht van kleur zijn op een donkere grond, of donker van kleur op een lichte grond. De breedte en de lijndikte van de tekens moeten in verhouding staan tot de opgelegde of aanbevolen hoogte. HOOFDSTUK 3. - VEILIGHEID Afdeling 1. - Certificaten Onderafdeling 1. - EU-conformiteitsverklaring Art. 3.1. Deze onderafdeling voorziet in de omzetting van Richtlijn 2013/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 betreffende pleziervaartuigen en waterscooters en tot intrekking van Richtlijn 94/25/EG. Art. 3.2. Deze onderafdeling is van toepassing op de volgende producten: 1° pleziervaartuigen en gedeeltelijk afgebouwde pleziervaartuigen met een romplengte van 2,5 meter tot 24 meter;2° waterscooters en gedeeltelijk afgebouwde waterscooters;3° de in hoofdstuk II van de bijlage vermelde onderdelen wanneer die afzonderlijk in de Europese Unie in de handel worden gebracht, hierna "onderdelen" genoemd;4° voortstuwingsmotoren die gemonteerd zijn of specifiek bestemd zijn voor montage op of in pleziervaartuigen;5° op of in pleziervaartuigen gemonteerde voortstuwingsmotoren die een ingrijpende wijziging ondergaan;6° pleziervaartuigen die een ingrijpende verbouwing ondergaan. Deze onderafdeling is niet van toepassing op de volgende producten: 1° wat de ontwerp- en bouwvoorschriften in hoofdstuk I van de bijlage, deel A betreft: a) uitsluitend voor wedstrijden bedoelde pleziervaartuigen, met inbegrip van wedstrijdroeiboten en trainingsroeiboten, die als zodanig door de fabrikant worden aangeduid;b) kano's en kajaks die ontworpen zijn om uitsluitend met menselijke kracht te worden voortgestuwd, gondels en waterfietsen;c) surfplanken die uitsluitend zijn ontworpen om door de wind te worden voortgestuwd en die worden bediend door een of meer staande personen;d) surfplanken;e) originele historische vaartuigen en individuele replica's daarvan die vóór 1950 zijn ontworpen en hoofdzakelijk met de oorspronkelijke materialen zijn gebouwd, en als zodanig door de fabrikant worden aangeduid;f) experimentele vaartuigen, mits zij niet in de Europese Unie in de handel worden gebracht;g) voor eigen gebruik gebouwde pleziervaartuigen, op voorwaarde dat zij daarna gedurende een periode van vijf jaar, gerekend vanaf het in bedrijf stellen van het pleziervaartuig, niet in de Europese Unie in de handel worden gebracht;h) vaartuigen die specifiek bestemd zijn om te worden bemand en passagiers te vervoeren voor commerciële doeleinden, onverminderd het derde lid, ongeacht het aantal passagiers;i) duikboten;j) luchtkussenvoertuigen;k) draagvleugelboten;l) met stoomkracht aangedreven vaartuigen met externe verbranding die als brandstof gebruikmaken van kolen, cokes, hout, olie of gas;m) amfibische pleziervaartuigen, te weten motorvoertuigen, op wielen of rupsbanden, die zowel op water als aan land kunnen worden gebruikt.2° wat de uitlaatemissievoorschriften in hoofdstuk I, deel B van de bijlage betreft : a) voortstuwingsmotoren die gemonteerd zijn of specifiek bestemd zijn voor montage op de volgende producten: i) uitsluitend voor wedstrijden bedoelde pleziervaartuigen die als zodanig door de fabrikant worden aangeduid; ii) experimentele vaartuigen, op voorwaarde dat zij niet in de Europese Unie in de handel worden gebracht; iii) vaartuigen die specifiek bestemd zijn om te worden bemand en passagiers te vervoeren voor commerciële doeleinden, onverminderd het derde lid, ongeacht het aantal passagiers; iv) duikboten; v) luchtkussenvoertuigen; vi) draagvleugelboten; vii) amfibische vaartuigen, te weten motorvoertuigen, op wielen of rupsbanden, die zowel op water als aan land kunnen worden gebruikt. b) originelen en individuele replica's van historische voortstuwingsmotoren die op een ontwerp van vóór 1950 gebaseerd zijn, niet in serie geproduceerd zijn en gemonteerd worden op de onder 1°, punten e) of g), bedoelde vaartuigen;c) voor eigen gebruik gebouwde voortstuwingsmotoren, op voorwaarde dat zij nadien gedurende een periode van vijf jaar, gerekend vanaf het moment waarop het pleziervaartuig in bedrijf is gesteld, niet in de Europese Unie in de handel worden gebracht.3° wat de geluidsemissievoorschriften in hoofdstuk I van de bijlage, deel C, betreft: a) alle onder 2° bedoelde vaartuigen;b) voor eigen gebruik gebouwde pleziervaartuigen, op voorwaarde dat zij daarna gedurende een periode van vijf jaar, gerekend vanaf het in bedrijf stellen van het pleziervaartuig, niet in de Europese Unie in de handel worden gebracht. Het feit dat hetzelfde vaartuig ook kan worden gebruikt voor de verhuur of voor sport- en vrijetijdscursussen staat er niet aan in de weg dat het onder het toepassingsgebied van dit koninklijk besluit valt wanneer het voor recreatiedoeleinden in de Europese Unie in de handel wordt gebracht. Art. 3.3. Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder: 1° voor eigen gebruik gebouwd pleziervaartuig: een pleziervaartuig dat grotendeels door de toekomstige gebruiker voor eigen gebruik is gebouwd;2° voorstuwingsmotor: direct of indirect voor voortstuwing gebruikte inwendige verbrandingsmotor met vonk- of compressieontsteking;3° ingrijpende wijziging van een motor: een wijziging van een voortstuwingsmotor waardoor deze de hoofdstuk I van de bijlage, deel B vermelde emissiegrenswaarden zou kunnen overschrijden of waardoor het nominale vermogen van de motor met meer dan 15% toeneemt;4° wijze van voortstuwing: de methode waarmee het pleziervaartuig wordt voortgestuwd;5° motorfamilie: door de fabrikant bepaalde groep van motoren die door hun ontwerp soortgelijke uitlaat- of geluidsemissiekenmerken hebben;6° nationale accreditatie-instantie: het accreditatiesysteem BELAC, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 31 januari 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 31/01/2006 pub. 03/02/2006 numac 2006011052 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot oprichting van het BELAC accreditatiesysteem van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling sluiten tot oprichting van het BELAC accreditatiesysteem van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling;7° accreditatie: een formele verklaring van de nationale accreditatie-instantie dat een conformiteitsbeoordeling voldoet aan de eisen van deze onderafdeling;8° conformiteitsbeoordeling: het proces waarin wordt aangetoond of voor een product aan de eisen van deze onderafdeling is voldaan;9° conformiteitsbeoordelingsinstantie: een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals onder meer ijken, testen, certificeren en inspecteren;10° terugroepen: maatregel waarmee wordt beoogd een product te doen terugkeren dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld;11° uit de handel nemen: maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat een product dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden;12° markttoezicht: activiteiten en maatregelen van overheidsinstanties om ervoor te zorgen dat producten voldoen aan de toepasselijke eisen die zijn opgenomen in de harmonisatiewetgeving van de Europese Unie en geen gevaar opleveren voor de gezondheid en veiligheid of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang;13° CE-markering: een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het product in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving van de Europese Unie die in het aanbrengen ervan voorziet;14° harmonisatiewetgeving van de Europese Unie: alle wetgeving van de Europese Unie die de voorwaarden voor het verhandelen van producten harmoniseert;15° de Richtlijn: Richtlijn 2013/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 betreffende pleziervaartuigen en waterscooters en tot intrekking van Richtlijn 94/25/EG;16° Besluit nr.768/2008/EG: Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad; 17° Verordening (EG) nr.765/2008: Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93; 18° Bevoegde nationale autoriteit: een autoriteit aangeduid door een lidstaat voor de uitvoering van de Richtlijn;19° Richtlijn 97/68/EG: Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1997 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines;20° Verordening (EG) nr.595/2009: Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG. Art. 3.4. De in artikel 3.2, eerste lid, bedoelde producten mogen alleen aangeboden of in bedrijf gesteld worden als zij geen gevaar opleveren voor de gezondheid en de veiligheid van personen, eigendommen of het milieu, wanneer zij correct worden onderhouden en voor het beoogde doel worden gebruikt, en alleen op voorwaarde dat zij aan de toepasselijke essentiële eisen van hoofdstuk I van de bijlage voldoen. De scheepvaartcontrole neemt de nodige maatregelen om te waarborgen dat de bedoelde producten die op de markt worden aangeboden of in bedrijf worden gesteld voldoen aan de voorschriften zoals bedoeld in het eerste lid. Art. 3.5. De scheepvaartcontrole verbiedt niet het op de markt aanbieden of het in bedrijfstellen van pleziervaartuigen die aan deze onderafdeling voldoen. De scheepvaartcontrole verbiedt niet het op de markt aanbieden van gedeeltelijk afgebouwde pleziervaartuigen wanneer de fabrikant of importeur overeenkomstig hoofdstuk III van de bijlage verklaart dat zij bestemd zijn om door anderen te worden afgebouwd. De scheepvaartcontrole verbiedt niet dat onderdelen die overeenkomstig de in artikel 3.14 bedoelde verklaring van de fabrikant of van de importeur aan deze onderafdeling voldoen en bestemd zijn om in pleziervaartuigen te worden gemonteerd, op de markt aangeboden of in bedrijf gesteld worden. De scheepvaartcontrole verbiedt niet dat volgende voortstuwingsmotoren op de markt aangeboden of in bedrijf gesteld worden: 1° al dan niet in pleziervaartuigen gemonteerde motoren die aan deze onderafdeling voldoen; 2° in pleziervaartuigen ingebouwde motoren waarvoor typegoedkeuring is verleend overeenkomstig Richtlijn 97/68/EG en die voldoen aan de emissiegrenswaarden van fase III A, fase III B of fase IV voor compressieontstekingsmotoren die worden gebruikt voor andere toepassingen dan het aandrijven van binnenschepen, locomotieven en treinstellen, zoals vermeld in punt 4.1.2 van hoofdstuk 1 van bijlage I bij die Richtlijn, die voldoen aan deze onderafdeling, met uitzondering van de eisen inzake uitlaatemissies in hoofdstuk I van de bijlage, deel B; 3° in pleziervaartuigen ingebouwde motoren waarvoor typegoedkeuring is verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr.595/2009, die aan deze onderafdeling voldoen, met uitzondering van de eisen inzake uitlaatemissies in hoofdstuk I van de bijlage, deel B. De punten 2° en 3° van het vierde lid zijn van toepassing op voorwaarde dat wanneer een motor wordt aangepast voor montage in een pleziervaartuig, de persoon die de aanpassing uitvoert, ervoor zorgt dat bij de aanpassing ten volle rekening wordt gehouden met de gegevens en andere informatie van de motorfabrikant, zodat wanneer de motor wordt gemonteerd overeenkomstig de montage-instructies van de persoon die de motor aanpast, deze zal blijven voldoen aan de eisen inzake uitlaatemissies van hetzij Richtlijn 97/68/EG, hetzij Verordening (EG) nr. 595/2009, zoals verklaard door de motorfabrikant. De persoon die de motor aanpast, verklaart overeenkomstig artikel 3.14 dat de motor blijft voldoen aan de eisen inzake uitlaatemissies van hetzij Richtlijn 97/68/EG, hetzij Verordening (EG) nr. 595/2009, zoals verklaard door de motorfabrikant, wanneer deze motor wordt gemonteerd volgens de montage-instructies die worden bijgeleverd door de persoon die de motor aanpast. De in artikel 3.2, eerste lid, bedoelde producten die niet aan deze onderafdeling voldoen, mogen op handelsbeurzen, tentoonstellingen, demonstraties en soortgelijke evenementen worden getoond, mits een zichtbaar teken duidelijk is aangegeven dat die producten niet aan deze onderafdeling voldoen en niet in de Europese Unie worden aangeboden of in bedrijf gesteld voordat zij met deze onderafdeling in overeenstemming zijn gebracht. Art. 3.6. § 1. Wanneer fabrikanten hun producten in de handel brengen, waarborgen zij dat deze zijn ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de eisen van artikel 3.4, eerste lid, en hoofdstuk I van de bijlage. § 2. Fabrikanten stellen overeenkomstig artikel 3.24 technische documentatie op en voeren overeenkomstig de artikelen 3.18 tot en met 3.21 en artikel 3.23 de toepasselijke conformiteits-beoordelingsprocedure uit of laten deze uitvoeren. Wanneer met die procedure is aangetoond dat het product aan de toepasselijke eisen voldoet, stellen de fabrikanten een verklaring als bedoeld in artikel 3.14 op en maken zij de CE-markering en brengen zij deze aan overeenkomstig de artikelen 3.16 en 3.17. § 3. Fabrikanten bewaren de technische documentatie en een kopie van de in artikel 3.14 bedoelde verklaring tot tien jaar nadat het product in de handel is gebracht. § 4. Fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures om de conformiteit van hun serieproductie voortdurend te waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van het product en met veranderingen in de geharmoniseerde normen waarnaar is verwezen voor de conformiteitsverklaring van het product. Indien dit gezien de risico's van een product passend wordt geacht, voeren fabrikanten met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten steekproeven uit op de producten die op de markt worden aangeboden, onderzoeken zij klachten, non-conforme producten en teruggeroepen producten, houden zij daarvan zo nodig een register bij en houden zij de distributeurs op de hoogte van dit toezicht. § 5. Fabrikanten zorgen ervoor dat op hun producten, een type-, partij- of serienummer, dan wel een ander identificatiemiddel is aangebracht, of, wanneer dit door de omvang of aard van het onderdeel niet mogelijk is, dat de vereiste informatie op de verpakking of in een bij het product gevoegd document is vermeld. § 6. Fabrikanten vermelden hun naam, geregistreerde handelsnaam of hun geregistreerde merknaam en het contactadres op het product, of, wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het product gevoegd document. Het adres geeft één punt aan waar contact met de fabrikant opgenomen kan worden. § 7. Fabrikanten zorgen ervoor dat het product vergezeld gaat van instructies en veiligheidsinformatie in de handleiding in één of meer talen die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. § 8. Fabrikanten die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht product niet conform met deze onderafdeling is, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het product conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen fabrikanten, indien het product een risico oplevert, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het product op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven. § 9. Fabrikanten verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het product aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan eventuele maatregelen waarmee de risico's van de door hen in de handel gebrachte producten worden weggenomen. Art. 3.7. Fabrikanten kunnen een gemachtigde aanstellen door hem een schriftelijk mandaat te geven. De verplichtingen uit hoofde van artikel 3.6, § 1, en de opstelling van technische documentatie maken geen deel uit van het mandaat van de gemachtigde. Een gemachtigde voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij van de fabrikant heeft ontvangen. Het mandaat stelt de gemachtigde in staat ten minste de volgende taken te verrichten: 1° tot tien jaar nadat het product in de handel is gebracht een kopie van de verklaring als bedoeld in artikel 3.14 en de technische documentatie ter beschikking van de nationale toezichthoudende autoriteiten te houden; 2° de bevoegde nationale autoriteit, wanneer deze een met redenen omkleed verzoek daartoe indient, alle benodigde informatie en documentatie verstrekken om de conformiteit van het product aan te tonen;3° op verzoek van de bevoegde nationale autoriteiten medewerking verlenen aan eventuele maatregelen waarmee de risico's van onder hun mandaat vallende producten worden weggenomen. Art. 3.8. § 1. Importeurs brengen alleen producten in de Europese Unie in de handel die aan de gestelde eisen voldoen. § 2. Alvorens een product in de handel te brengen, zorgen importeurs ervoor dat de fabrikant de juiste conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd. Zij zorgen er ook voor dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld, dat het product van de in artikel 3.16 bedoelde CE-markering is voorzien en vergezeld gaat van de documenten die vereist zijn overeenkomstig artikel 3.14, hoofdstuk I van de bijlage, deel A, punt 2.5, hoofdstuk I van de bijlage, deel B, punt 4, en hoofdstuk I van de bijlage, deel C, punt 2, en dat de fabrikant aan de eisen van artikel 3.6, § 5 en 6, heeft voldaan. Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een product niet voldoet aan de eisen van artikel 3.4, eerste lid, en hoofdstuk I van de bijlage, mag hij het product niet in de handel brengen voordat het conform is gemaakt. Bovendien brengen importeurs, indien het product een risico oplevert, de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan op de hoogte. § 3. Importeurs vermelden hun naam, geregistreerde handelsnaam of hun geregistreerde merknaam en het contactadres op het product, of, wanneer dit in het geval van onderdelen niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het product gevoegd document. § 4. Importeurs zorgen ervoor dat het product vergezeld gaat van instructies en veiligheidsinformatie in een handleiding in een of meer talen die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. § 5. Importeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor het product verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van het product met betrekking tot de eisen van artikel 3.4, eerste lid, en hoofdstuk I van de bijlage niet in het gedrang komt. § 6. Indien dit gezien de risico's van een product passend wordt geacht, voeren importeurs met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten steekproeven uit op de producten die op de markt worden aangeboden, onderzoeken zij klachten, non-conforme producten en teruggeroepen producten, houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dit toezicht. § 7. Importeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht product niet conform deze onderafdeling is, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het product conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen importeurs, indien het product een risico oplevert, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het product op de markt hebben aangeboden, hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven. § 8. Importeurs houden gedurende tien jaar nadat het product in de handel is gebracht een kopie van de in artikel 3.14 bedoelde verklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt. § 9. Importeurs verstrekken de met scheepvaartcontrole bevoegde ambtenaar die daartoe is aangesteld en de bevoegde nationale autoriteit van andere lidstaten, wanneer deze een met redenen omkleed verzoek daartoe indient, alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het product aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan eventuele maatregelen waarmee de risico's van de door hen in de handel gebrachte producten worden weggenomen. Art. 3.9. § 1. Distributeurs die een product op de markt aanbieden, betrachten de nodige zorgvuldigheid met betrekking tot de eisen van deze onderafdeling. § 2. Alvorens een product op de markt aan te bieden, controleren distributeurs of het product van de in artikel 3.16 bedoelde CE-markering voorzien is, vergezeld gaat van de documenten die vereist zijn overeenkomstig artikel 3.6, § 7, artikel 3.14, hoofdstuk I van de bijlage, deel A, punt 2.5, hoofdstuk I van de bijlage, deel B, punt 4, en hoofdstuk I van de bijlage, deel C, punt 2, en van instructies en veiligheidsinformatie in een of meer talen die de consumenten en andere eindgebruikers in de lidstaat waar het product op de markt wordt aangeboden, gemakkelijk kunnen begrijpen, en of de fabrikant en de importeur aan de eisen van artikel 3.6, § 5 en 6, en artikel 3.8, § 3, hebben voldaan. Wanneer een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een product niet voldoet aan de eisen van artikel 3.4, eerste lid, en hoofdstuk I van de bijlage, mag hij het product niet op de markt aanbieden voordat het conform is gemaakt. Wanneer het product een risico oplevert, brengt de distributeur bovendien de fabrikant of de importeur, en de markttoezichtautoriteiten, hiervan op de hoogte. § 3. Distributeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor het product verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van het product met betrekking tot de eisen van artikel 3.4, eerste lid, en hoofdstuk I van de bijlage niet in het gedrang komt. § 4. Distributeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen op de markt aangeboden product niet conform deze wetgeving is, nemen de nodige corrigerende maatregelen om het product conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen distributeurs, indien het product een risico oplevert, de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe aangesteld is en de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het product op de markt hebben aangeboden onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven. § 5. Distributeurs verstrekken de met scheepvaartcontrole bevoegde ambtenaar die daartoe is aangesteld en de bevoegde nationale autoriteit van andere lidstaten, wanneer deze een met redenen omkleed verzoek daartoe indient, alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het product aan te tonen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan maatregelen ter voorkoming van de risico's van de door hen op de markt aangeboden producten. Art. 3.10. Een importeur of distributeur wordt voor de toepassing van deze onderafdeling als een fabrikant beschouwd en moet aan de in artikel 3.6 vermelde verplichtingen van de fabrikant voldoen wanneer hij een product onder zijn eigen naam of merknaam in de handel brengt of een reeds in de handel gebracht product zodanig wijzigt dat de conformiteit met betrekking tot deze onderafdeling in het gedrang kan komen. Art. 3.11. Wanneer de fabrikant niet de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het product met betrekking tot deze onderafdeling op zich neemt, verzekert een particuliere importeur zich ervan, voordat het product in bedrijf wordt gesteld, dat het is ontworpen en vervaardigd overeenkomstig …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.