Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Besluit van de Waalse Regering betreffende de herziening van het technisch reglement voor het beheer van het lokale elektriciteitstransmissienet in he

Kort samengevat

Dit besluit van de Waalse Regering regelt de technische aspecten van het beheer van het lokale elektriciteitstransmissienet in het Waalse Gewest en de voorwaarden voor toegang tot dit net. Het keurt een herziening goed van het bestaande technisch reglement.

Wat het regelt

  • De algemene werkingsbeginselen van het lokale elektriciteitstransmissienet.
  • De planificatiegegevens voor het lokale transmissienet.
  • De technische voorschriften en procedures voor aansluiting op het lokale transmissienet.
  • De voorwaarden en procedures voor toegang tot het lokale transmissienet, inclusief metingen en tellingen.

Wie het aanbelangt

  • De Waalse Regering en de Minister bevoegd voor het Energiebeleid.
  • Gebruikers van het lokale elektriciteitstransmissienet, zoals producenten en afnemers van elektriciteit.

Kernpunten

  • Het besluit keurt de herziening van het technisch reglement voor het beheer van het lokale elektriciteitstransmissienet goed.
  • Het eerdere besluit van 24 mei 2007 betreffende hetzelfde onderwerp wordt opgeheven.
  • Het reglement definieert belangrijke termen zoals "belasting", "telling", "toegangscontract", "aansluitingscontract" en "meetinrichting".
  • Het omvat gedetailleerde regels voor de planning, aansluiting, toegang, beheer en meting van elektriciteit op het lokale transmissienet.
Wettekst
Wettekst

26 JANUARI 2012. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de herziening van het technisch reglement voor het beheer van het lokale elektriciteitstransmissienet in het Waalse Gewest en de toegang ertoe De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/04/2001 pub. 01/05/2001 numac 2001027238 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, inzonderheid op artikel 13; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 24 mei 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 24/05/2007 pub. 24/07/2007 numac 2007027097 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de herziening van het technisch reglement voor het beheer van het lokale elektriciteitstransmissienet in het Waalse Gewest en de toegang ertoe sluiten betreffende de herziening van het technisch reglement voor het beheer van het lokale elektriciteitstransmissienet in het Waalse Gewest en de toegang ertoe; Gelet op het voorstel tot herziening van het technisch reglement voor het beheer van het lokale elektriciteitstransmissienet in het Waalse Gewest en de toegang daartoe, CD-11l21-CWaPE-362, van de « CWaPE » van 22 december 2011; Op de voordracht van de Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.De herziening van het door de « CWaPE » vastgelegde technisch reglement die bij dit besluit gaat, wordt goedgekeurd door de Waalse Regering. Art. 2.Het besluit van de Waalse Regering van 24 mei 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 24/05/2007 pub. 24/07/2007 numac 2007027097 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de herziening van het technisch reglement voor het beheer van het lokale elektriciteitstransmissienet in het Waalse Gewest en de toegang ertoe sluiten betreffende de herziening van het technisch reglement voor het beheer van het lokale elektriciteitstransmissienet in het Waalse Gewest en de toegang ertoe wordt opgeheven. Art. 3.De Minister bevoegd voor het Energiebeleid is belast met de uitvoering van dit besluit. Namen, 26 januari 2012. De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET Bijlage Herziening van het technisch reglement voor het beheer van het lokale elektriciteitstransmissienet in het Waalse Gewest en de toegang daartoe INHOUDSTAFEL TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving en toepassingsgebied HOOFDSTUK II. - Algemene werkingsbeginselen Afdeling 1. - Basisbeginselen Afdeling 2. - Inlichtingen Afdeling 3. - Toegang van de personen tot de installaties Afdeling 4. - Noodsituaties en overmacht Afdeling 5. - Formaliteiten TITEL II. - Planificatiegegevens van het lokale transmissienet HOOFDSTUK I. - Gegevens met het oog op de vaststelling van een aanpassingsplan HOOFDSTUK II. - Planificatiegegevens en wijze van overmaking Afdeling 1. - Basisbeginselen Afdeling 2. - Jaarlijkse kennisgevingsverplichting aangaande de planificatiegegevens Afdeling 3. - Verplichting tot mededeling van de planificatiegegevens in geval van ingebruikname of buitengebruikstelling van een productie-eenheid TITEL III. - Aansluiting op het lokale transmissienet HOOFDSTUK I. - Technische aansluitingsvoorschriften Afdeling 1. - Algemeen Afdeling 2. - Voorschriften van toepassing op elke aansluiting Afdeling 3. - Bijkomende technische voorschriften voor de aansluiting van belastingen Afdeling 4. - Bijkomende technische voorschriften voor de aansluiting van productie-eenheden Afdeling 5. - Specificaties voor levering van een ondersteunende dienst HOOFDSTUK II. - Aanvraag voor een oriëntatiestudie voor een aansluiting op het lokale transmissienet Afdeling 1. - Betrouwbaarheidsmaatregelen voor de productie-eenheden Afdeling 2. - Indiening van de oriëntatiestudieaanvraag Afdeling 3. - Onderzoek van de oriëntatiestudieaanvraag Afdeling 4. - Oriëntatiestudie HOOFDSTUK III. - Geringe wijziging HOOFDSTUK IV. - Aansluitingsaanvraag Afdeling 1. - Indiening van de aansluitingsaanvraag met detailstudie Afdeling 2. - Onderzoek van de aansluitingsaanvraag Afdeling 3. - Capaciteitsoverdracht Afdeling 4. - Technische fase van de detailstudie Afdeling 5. - Voorstel van aansluiting. Afdeling 6. - Aansluitingscontract HOOFDSTUK V. - Uitvoering en conformiteit van de aansluiting Afdeling 1. - Uitvoering van de aansluiting Afdeling 2. - Conformiteit van de aansluiting Afdeling 3. - Intern register van conformiteit van de aansluitingen HOOFDSTUK VI. - Tests en controle van de aansluitingen en van de installaties van de gebruikers van het lokale transmissienet Afdeling 1. - Tests uitgevoerd door een gebruiker van het lokale transmissienet Afdeling 2. - Tests uitgevoerd door de beheerder van het lokale transmissienet op aanvraag van een gebruiker van het lokale transmissienet in geval van elektrische storing Afdeling 3. - Conformiteitstests uitgevoerd door de beheerder van het lokale transmissienet HOOFDSTUK VII. - Informatie met betrekking tot bestaande aansluitingen HOOFDSTUK VIII. - Overgangsbepalingen HOOFDSTUK XI. - Verwijdering van een aansluiting TITEL IV. - Toegang tot het lokale transmissienet HOOFDSTUK I. - Toegangscontract Afdeling 1. - Keuze van een leverancier en de evenwichtsverantwoordelijke Afdeling 2. - Modaliteiten voor de vaststelling van de toegangscontracten met de beheerder van het lokale transmissienet. HOOFDSTUK II. - Toegang tot het lokale transmissienet Afdeling 1. - Algemeen Afdeling 2. - Geplande onderbrekingen in de toegang Afdeling 3. - Ongeplande onderbrekingen van de toegang Afdeling 4. - Opschorting van de toegang Afdeling 5. - Toegang tot de andere netten HOOFDSTUK III. - Specifieke voorschriften voor de toegang tot het lokale transmissienet Afdeling 1. - Toegangsprogramma Afdeling 2. - Afname van reactieve energie HOOFDSTUK IV. - Beheer van het net Afdeling 1. - Coördinatie van de ingebruikname van de productie-eenheden Afdeling 2. - Compensatie van de verliezen van het lokale transmissienet Afdeling 3. - Ondersteunende diensten Afdeling 4. - Beheer van de congesties Afdeling 5. - Regelingswaarden bij exploitatie HOOFDSTUK V. - Interventiemaatregelen in noodsituaties TITEL V. - Tellingen en metingen HOOFDSTUK I. - Meetuitrustingen en meetgegevens Afdeling 1. - Algemene beginselen Afdeling 2. - Ligging Afdeling 3. - Meetpunt Afdeling 4. - Eigendom Afdeling 5. - Installatie Afdeling 6. - Verzegeling Afdeling 7. - Registratie van de meetuitrustingen in het telregister HOOFDSTUK II. - Technische criteria en algemene voorwaarden betreffende meetuitrustingen Afdeling 1. - Technische criteria Afdeling 2. - Specifieke procedures HOOFDSTUK III. - Toegang tot de meetinstrumenten en de meetgegevens Afdeling 1. - Toegang tot de meetinstrumenten en de meetgegevens Afdeling 2. - Toegang tot de meetuitrustingen en de meetgegevens door de beheerder van het lokale transmissienet Afdeling 3. - Toegang tot de meetgegevens door de gebruiker van het lokale transmissienet HOOFDSTUK IV. - Controle van de meetuitrustingen door de beheerder van het lokale transmissienet Afdeling 1. - Verificatie van de conformiteit van de meetuitrustingen Afdeling 2. - Controle van de meetuitrustingen HOOFDSTUK V. - IJking van de meetuitrustingen Afdeling 1. - Algemeen Afdeling 2. - IJking door de gebruiker van het lokale transmissienet Afdeling 3. - IJking door de beheerder van het lokale transmissienet HOOFDSTUK VI. - Meetgegevens Afdeling 1. - Periodiciteit van de metingen Afdeling 2. - Inzameling van de meetgegevens Afdeling 3. - Validering van de meetgevens Afdeling 4. - Terbeschikkingstelling van de meetgegevens met betrekking tot een injectie- en/of afnamepunt Afeling 5. - Historische verbruiksgegevens Afdeling 6. - Archief Afdeling 7. - Klachten en rechtzettingen HOOFDSTUK VII. - Verscheidene bepalingen TITEL VI. - Specifieke modaliteiten tussen de beheerder van het lokale transmissienet en de distributie- of transmissienetbeheerders van de regelzone HOOFDSTUK I. - Basisregels TITEL VII. - Registratie van de gegevens HOOFDSTUK I. - Algemeen HOOFDSTUK II. - Vorm van de mededeling van de gegevens of de inlichtingen HOOFDSTUK III. - Beginselen voor de vaststelling van de elektrische schema's TITEL VIII. - Bijzondere voorschriften HOOFDSTUK I. - Ingraving van de elektrische lijnen Bijlage 1 : Technische karakteristieken van een installatie Bijlage 2 : Maximale foutafschakeltijd door beveiligingen Bijlage 3 : Gegevenstabel TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving en toepassingsgebied Artikel 1.§ 1. Dit technisch reglement voor het beheer van en de toegang tot het lokale elektriciteitstransmissienet in het Waalse Gewest, hierna dit reglement genoemd, wordt vastgesteld krachtens artikel 13 van het Waalse decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, zoals gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008027082 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt type decreet prom. 17/07/2008 pub. 07/08/2008 numac 2008027081 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van het decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt sluiten. § 2. De definities in artikel 2 van het decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/04/2001 pub. 01/05/2001 numac 2001027238 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt gelden voor dit reglement. Voor de toepassing van dit reglement dient te worden verstaan onder : 1. belasting : elke installatie die actief en/of reactief elektrisch vermogen verbruikt; 2. heropbouwcode : operationele code voor de heropbouw van het elektrische systeem na een gehele of gedeeltelijke instorting zoals omschreven in het technische transmissiereglement; 3. beschermingscode operationele code voor de vrijwaring van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van het elektrisch systeem onder de uitzonderlijke exploitatievoorwaarden zoals omschreven in het technisch transmissiereglement; 4. telling opname via een meetinrichting en per tijdsperiode van de hoeveelheid actieve of reactieve energie die in het net geïnjecteerd of van het net afgenomen wordt; 5. toegangscontract een contract tussen de beheerder van het lokale transmissienet en een persoon, « toegangsgerechtigde » genaamd, gesloten overeenkomstig Titel 4 van dit reglement, houdende meer bepaald de bijzondere voorwaarden in verband met de toegang tot het lokale transmissienet; 6. contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden een contract dat gesloten wordt tussen de transmissienetbeheerder en een evenwichtsverantwoordelijke voor één of meerdere injectiepunten dat in het bijzonder de voorwaarden bevat in verband met de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden; 7. leveringscontract contract opgesteld tussen een leverancier en een eindafnemer voor de levering van elektriciteit; 8. aansluitingscontract een contract dat gesloten wordt tussen een netgebruiker en de netbeheerder en dat de wederzijdse rechten, verplichtingen regelt in verband met een bepaalde aansluiting, evenals de relevante technische bepalingen; 9. belastingscurve gemeten reeks gegevens betreffende de afname of de injectie van energie op een toegangspunt per elementaire periode; 10. decreet het Waalse decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/04/2001 pub. 01/05/2001 numac 2001027238 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, zoals gewijzigd bij de decreten van 5 maart 2008 en 17 juli 2008; 11. toegangsgerechtigde de partij die een toegangscontract gesloten heeft met de beheerder van het lokale transmissienet; 12. meetgegeven een gegeven dat door meting aan de hand van een meetinrichting verkregen is; 13. EAN-code uniek numeriek veld (European Article Number) voor de éénduidige identificatie van een toegangspunt [EAN-GSRN code (Global Service Related Number)] of een marktdeelnemer (EAN-GLN code [Global Location Number)]; 14. actieve energie de integraal van het actieve vermogen gedurende een bepaalde tijdsperiode; 15. reactieve energie de integraal van het reactieve vermogen gedurende een bepaalde tijdsperiode; 16. meetinrichting elke uitrusting voor het verrichten van de tellingen en/of metingen waarme de netbeheerher zijn opdrachten kan vervullen zoals de tellers, de meetapparaten, de vermogenstransformatoren of de overeenstemmende telecommunicatie-uitrustingen; 17. significante fout een fout op een meetwaarde groter dan de totale nauwkeurigheid van de meetinrichting die deze meetwaarde bepaalt en die het industrieel proces verbonden met deze meetwaarde kan beschadigen of de facturatie verbonden met deze meetwaarde kan aantasten; 18. frequentie het aantal cycli per seconde van de fundamentele component in de spanning, uitgedrukt in Hertz (Hz); 19. distributienetbeheerder de distributienetbeheerder(

  1. s)aangewezen overeenkomstig artikel 10 van het decreet; 20. lokaal transmissienetbeheerder de persoon aangewezen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van het decreet; 21. transmissienetbeheerder de persoon aangewezen overeenkomstig artikel 10 van de wet; 22. eilandbedrijf situatie waarbij een productie-eenheid na plotse uitschakeling van het net het elektriciteitssysteem geheel of gedeeltelijk verder kan voeden.In dat geval moeten minstens de ondersteunende diensten van de betrokken productie-eenheid gevoed worden om beschikbaar te zijn voor de heropbouw van het net; 23. injectie het leveren van vermogen aan het plaatselijk transmissienet; 24. aansluitingsinstallatie elk uitrusting die nodig is om de installatie van een netgebruiker aan het net te verbinden; 25. installatie van een gebruiker van het lokale transmissienet een installatie van een gebruiker van het lokale transmissienet dat via een aansluiting elektrisch aangesloten is op het lokale transmissienet zonder er deel van uit te maken; 26. installatie die functioneel deel uitmaakt van het lokale transmissienet een installatie waarop een gebruiker van het lokale transmissienet het eigendoms- of gebruiksrecht geniet, maar die de functie heeft van een installatie voor het lokale transmissienet, waarbij laatstgenoemd begrip nauwkeurig omschreven wordt in het aansluitingscontract of de daarbij gevoegde overeenkomst; 27. railstel het driefasig geheel van drie metalen rails of geleiders die voor elke fase afzonderlijk een gemeenschappelijk spanningspunt vormen en waarop de verschillende installaties (instrumenten, lijnen, kabels) aangesloten zijn teneinde onderling verbonden te worden; 28. D-dag een kalenderdag; 29. D-1-dag de kalenderdag vóór de D-dag; 30. werkdag elke dag van de week, de zaterdag, de zondag en de wettelijke feestdagen uitgezonderd; 31. wet de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; 32. meting de opname op een bepaald tijdstip van een fysieke grootheid door een meetinrichting; 33. actieve verliezen het verbruik van actief vermogen door het lokale transmissienet zelf, veroorzaakt door het gebruik ervan; 34. afschakelplan plan dat het voorwerp uitmaakt van een federaal ministerieel besluit en waarin de onderbrekingen, de verminderingen en de prioriteiten aangegeven worden die de transmissienetbeheerder dient op te leggen wanneer het net in gevaar is; 35. toegangspunt een afname- en/of injectiepunt; 36. meetpunt de fysieke plaats waar meetuitrustingen aan de aansluitingsinstallatie of aan de installatie van een netgebruiker worden gekoppeld; 37. afnamepunt de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar vermogen vanuit het net wordt afgenomen; 38. aansluitingspunt de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de aansluiting is verbonden met het distributienet en waar aangesloten of afgeschakeld kan worden; 39. injectiepunt de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar vermogen in het net geïnjecteerd kan worden; 40. koppelpunt de fysieke plaats en het spanningsniveau waar elektrisch contact bestaat tussen twee netten; 41. interfacepunt de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de installaties van een netgebruiker verbonden zijn met de aansluiting. Dit punt bevindt zich op de site van de netgebruiker en in ieder geval na het eerste aansluitingsveld vanaf het net aan de zijde van de gebruiker; 42. afname het afnemen van vermogen vanuit het lokale transmissienet; 43. toegangsprogramma de voor de dag D per tijdsperiodes aangegeven grootheden van het voorziene vermogen dat op een gegeven toegangspunt afgenomen of geïnjecteerd wordt; 44. Actief vermogen het gedeelte van het elektrisch vermogen dat kan worden omgezet naar andere vormen van vermogen zoals mechanisch of thermisch. Voor een driefasig systeem is diens waarde gelijk aan V3.U.I.cos phi waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning (tussen fasen) en van de stroom zijn en waarbij phi het faseverschil tussen de fundamentele componenten van die spanning en van die stroom zijn; het actieve vermogen wordt in Watt en veelvouden ervan uitgedrukt. In het geval waarin de eenvoudige spanning (tussen fase en neutraal) gebruikt wordt, wordt de formule 3.U.I.cos phi; 45. schijnbaar vermogen voor een driefasig systeem, de hoeveelheid gelijk aan V3.U.I., waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning en van de stroom zijn. In het geval waarin de eenvoudige spanning gebruikt wordt, wordt de formule 3.U.I.; het schijnbaar vermogen wordt in VA en veelvouden ervan uitgedrukt; 46. aansluitingsvermogen het maximaal vermogen, bepaald in het aansluitingscontract en uitgedrukt in voltampère (VA) of veelvouden ervan, waarover de gebruiker van het lokale transmissienet kan beschikken door zijn aansluiting; 47. kwartiervermogen het gemiddeld afgenomen of geïnjecteerd vermogen over een periode van een kwartier, uitgedrukt in Watts (W) in geval van actief vermogen, in vars (Var) in geval van reactief vermogen, en in voltampère (VA) in geval van schijnbaar vermogen, of in veelvouden ervan; 48. reactief vermogen voor een driefasig systeem, de hoeveelheid gelijk aan V3.U.I.sin phi, waarbij U en I de effectieve waarden zijn van de fundamentale componenten van de samengestelde spanning en van de stroom en waarbij phi het faseverschil tussen de fundamentele componenten van die spanning en die stroom vertegenwoordigen; het reactief vermogen wordt uitgedrukt in Var of in één van de veelvouden ervan. In het geval waarin eenvoudige spanning gebruikt wordt, wordt de formule 3.U.I.sin phi; 49. ondergeschreven vermogen het maximale actieve injectie- of afnamekwartiervermogen, bepaald in een toegangscontract en met betrekking tot een toegangspunt en een gegeven periode; 50. kwaliteit van de elektriciteit het geheel van de karakteristieken van elektriciteit die een invloed kunnen hebben op het lokale transmissienet, de aansluitingen en de installaties van een gebruiker van het lokale transmissienet, en met inbegrip van meer bepaald de continuïteit van de spanning en de elektrische kenmerken van die spanning, namelijk frequentie, amplitude, golfvorm en symmetrie; 51. aansluiting met buigzame toegang aansluiting waarvoor de netbeheerder de injectie contractueel kan terugbrengen of onderbreken, zoals bepaald in artikel 174, § 3 52.toegangsregister het register dat door de beheerder van het lokale transmissienet bijgehouden wordt en waarin meer bepaald per toegangspunt de evenwichtsverantwoordelijke(
  2. n)en de leverancier(
  3. s)aangegeven worden; 53. tellingenregister het register dat door de beheerder van het lokale transmissienet bijgehouden wordt overeenkomstig artikel 195 van dit reglement; 54. register van de toegangsverantwoordelijken het register dat door de beheerder van het transmissienet bijgehouden wordt overeenkomstig het technisch transmissiesreglement; 55. technisch distributiereglement het technisch reglement voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest en de toegang ertoe, bepaald in artikel 13 van het decreet; 56. technisch transmissiereglement het koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe; 57. transmissienet het geheel der installaties die dienen tot de transmissie van de elektriciteit met een spanning hoger dan 70 kV, opgesteld op het Belgisch grondgebied, zoals bepaald in artikel 2, 7°, van de wet; 58. evenwichtsverantwoordelijke een natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het evenwicht, op kwartierbasis, van een geheel van injecties of afnames binnen de Belgische regelzone, en die hiertoe geregistreerd is in het register van de toegangsverantwoordelijken; 59. AREI Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties; 60. ARAB Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming; 61. hulpdiensten betreffende het lokale transmissienet, alle volgende diensten :
  4. a)de primaire regeling van de frequentie;
  5. b)de secundaire regeling van het evenwicht in de Belgische regelzone;
  6. c)de black-startdienst;
  7. d)de compensatie van het kwartieronevenwicht;
  8. e)de tertiaire reserve;
  9. f)het regelen van de spanning en van het reactief vermogen;
  10. g)het congestiebeheer. 62. meervoudige incidentsituatie de incidentsituatie, namelijk de fysieke toestand van het elektrisch systeem die, vertrekkend van een referentietoestand en na het verdwijnen van de overgangsverschijnselen, ontstaat uit het gelijktijdige verlies van minstens twee componenten van het elektrisch systeem, uitgezonderd het gelijktijdige verlies van een eenheid/van een productiegeheel en van een component van het lokale transmissienet; 63. meetsysteem het geheel van de meetinrichtingen bestemd voor de tellingen en metingen op een bepaald meetpunt; 64. elektrisch systeem het geheel van de uitrustingen dat alle gekoppelde netten, alle aansluitingsinstallaties en alle installaties van de netgebruikers aangesloten op deze netten omvat; 65. gedecentraliseerde productie-eenheid productie-eenheid waarvan de inschakeling niet op gecentraliseerde wijze gecoördineerd is; 66. lokale productie-eenheid productie-eenheid waarvan het injectiepunt identiek is aan het afnamepunt van één of meer belastingen; 67. gebruiker van het lokale transmissienet elke natuurlijke of rechtspersoon die op het distributienet aangesloten is en die de mogelijkheid heeft om elektrisch vermogen van dat net af te nemen of op dat net te injecteren. § 3. De in dagen uitgedrukte termijnen, vermeld in dit reglement, lopen van middernacht tot middernacht. Zij vangen aan op de werkdag volgend op de dag van de ontvangst van de formele kennisgeving. Bij gebrek aan een formele kennisgeving vangen de termijnen aan op de werkdag volgend op de dag van de kennisname van de gebeurtenis die daartoe aanleiding geeft. Tenzij anders vermeld, worden de termijnen uitgedrukt in werkdagen. § 4. Een nieuw technisch voorschrift (bijgevoegde norm of specificatie) opgelegd bij dit technisch reglement, alsook elke wijziging ervan (met name de technische voorschriften van Synergrid opgenomen in dit reglement en goedgekeurd door de « CWaPE »), zal van dwingende toepassing zijn voor de uitvoering of de wijziging van een installatie indien het materiaal dat daarvoor nodig is meer dan veertig werkdagen na de datum van de inwerkingtreding ervan besteld wordt. HOOFDSTUK II. - Algemene werkingsbeginselen Afdeling 1. - Basisbeginselen Art. 2.De beheerder van het lokale transmissienet voert de taken en verplichtingen uit die hij dient uit te voeren krachtens het decreet en diens uitvoeringsbepalingen teneinde de lokale elektriciteitstransmissie tussen de verschillende gebruikers van het lokale transmissienet te garanderen en het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen. Daartoe bepaalt de beheerder van het lokale transmissienet vooraf de noodzakelijke en aangepaste middelen voor de zorgvuldige uitvoering van diens opdrachten en zet alle redelijke middelen in om dat doel te bereiken. Die noodzakelijke en aangepaste middelen zijn voor het eerste bepaald op het ogenblik waarop het aanpassingsplan bedoeld in artikel 15 van het decreet voor het eerst wordt vastgesteld. Zij worden dan opnieuw onderzocht en eventueel bijgesteld bij elke opeenvolgende herziening van het aanpassingsplan. Bij de uitvoering van diens taken zet de beheerder van het lokale transmissienet alle adequate middelen in die de netgebruikers van hem mogen verwachten en die, rekening houdend met de bijzondere toestand, redelijk verkregen kunnen worden. Art. 3.§ 1. De beheerder van het lokale transmissienet ondersteunt de beheerder van het transmissienet en zorgt voor de coördinatie met laatstgenoemde om het technische beheer van de elektriciteitsstromen op het lokale transmissienet te organiseren en om een permanent evenwicht tussen de vraag naar en het aanbod van elektriciteit te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen. Hij ondersteunt eveneens de beheerder van het transmissienet voor de handhaving of het herstel van het globale evenwicht van de regelzone, indien dat in gevaar zou zijn gebracht door het eventuele individuele onevenwicht tussen de verschillende evenwichtsverantwoordelijken. § 2. De beheerder van het lokale transmissienet verzorgt de dienst van aansluiting op het lokale transmissienet en toegang ertoe teneinde de transmissie mogelijk te maken tussen onder meer productie-installaties, distributienetten, uitrustingen van direct aangesloten afnemers en het distributienet. § 3. Hij neemt het beheer van het elektrische systeem waar, met name :
  11. a)het beheer van de contracten in verband met de toegang tot het lokale transmissienet en met de ondersteunende diensten, namelijk het beheer van de toegangsaanvragen, de toegangscontracten en de aankoop, evenals het beheer van de aankoop, de installatie van de ondersteunende diensten waarbij hij de door de beheerder van het transmissienet gegeven richtlijnen naleeft;
  12. b)de deelname voor de lokale aspecten aan de programmering van de energie-uitwisselingen, meer bepaald de voorbereiding van het exploitatieprogramma en de voorbereiding van het programma dat ingeschakeld kan worden ten gevolge van een incident;
  13. c)het besturen van het lokale transmissienet en het bewaken van de energie-uitwisselingen, hoofdzakelijk gericht op de exploitatie in reële tijd van het lokale transmissienet, die bestaat uit : - het uitvoeren voor het lokale gedeelte van de exploitatieprogramma's die aanvaard zijn bij de programmering van de energie-uitwisselingen; - het bewaken, handhaven dan wel herstellen van de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het lokale transmissienet; - het coördineren en het uitvoeren of laten uitvoeren van de schakelingen in het lokale transmissienet die noodzakelijk zijn bij werken aan de installaties;
  14. d)het verzamelen en de behandeling van de nodige metingen en tellingen voor zijn eigen taken, wat het beheer van de uitrustingen en procédés inzake meting en telling omvat, alsook het verwerven, valideren en behandelen van de meet- en telgegevens;
  15. e)de controle op de kwaliteit van de bevoorrading en op de stabiliteit van het lokale transmissienet, die bestaat uit : - het verzamelen van gegevens met betrekking tot de kwaliteit van de bevoorrading en de stabiliteit van het lokale transmissienet; - het opvolgen van de kwaliteit van de bevoorrading en de stabiliteit van het lokale transmissienet. § 4. Voor de toepassing van § 3 hanteert hij alle nodige middelen, met inbegrip van de informaticamiddelen. § 5.
  16. a)De infrastructuren van het lokale transmissienet zijn conform de vigerende wetten, reglementen en normen en meer bepaald conform het AREI. De beheerder van het lokale transmissienet houdt de plannen met inbegrip van de inventaris van de deelelementen van het netwerk bij.
  17. b)Deze infrastructuren zijn opgevat om de elektrische energie in alle veiligheid naar de verschillende afnamepunten te vervoeren en de verdeling van de energie die naar de injectiepunten wordt gebracht, te verzorgen.De beheerder van het lokale transmissienet past het lokale transmissienet aan opdat het de normaal te voorziene stromen zou kunnen vervoeren. Wanneer een aanpassing van het netwerk, volgens de beheerder van het lokale transmissienet, bijzonder delicate technisch-economische voorwaarden vertoont, kan de beheerder van het lokale transmissienet een specifiek dossier dat het onredelijke karakter van de investering rechtvaardigt, bij de « CWaPE » indienen. Indien de « CWaPE » vaststelt en behoorlijk motiveert dat deze aanpassing onredelijke voorwaarden vertoont, stelt ze er de beheerder van het lokale transmissienet voorlopig van vrij om tot die aanpassing over te gaan. Onder die voorwaarden en in afwachting van de afwerking van de aanpasssingswerken van het net wordt de voorkeur gegeven aan de groene elektriciteit. Deze aanpassing houdt rekening met de technische eisen van het operationeel beheer van het netwerk, zoals bedoeld in artikel 5, en met de voorwaarden betreffende het congestiebeheer bedoeld in de artikelen 173 en 174.
  18. c)de beheerder van het lokale transmissienet waakt over de naleving van de regels van goed vakmanschap inzake veiligheid, en meer bepaald over de veiligheidsafstanden tussen diens installaties en de personen of de goeden van derden;daartoe licht hij, zodra hij kennis heeft van enig risico, de derden in over de voorschriften voortvloeiende uit de vigerende reglementen en normen en meer bepaald het AREI.
  19. d)De beheerder van het lokale transmissienet heeft het recht om de boomtakken te verwijderen die kortsluitingen kunnen aanrichten of de elektrische lijnen die over een privé-eigendom hangen, kunnen beschadigen.Behalve in geval van dringende noodzakelijkheid, verwittigt hij eerst de eigenaar per aangetekend schrijven. In dit schrijven vermeldt hij dat de eigenaar zelf kan snoeien binnen een termijn van een maand. Indien de eigenaar weigert, zal de beheerder van het lokale transmissienet zelf als goede huisvader de takken snoeien; de eigenaar moet hem toegang tot zijn eigendom verlenen. Als de takken buiten het privé eigendom uitsteken en de elektrische lijn langs een openbare weg loopt en zich boven het publiek domein bevindt, valt het snoeien ten laste van de eigenaar van de bomen.
  20. e)De beheerder van het lokale transmissienet kan ook bovengrondse elektrische lijnen zonder verbinding, noch aanraking laten installeren boven private eigendommen, zonder daarbij het optrekken van gebouwen te verhinderen.
  21. f)De beschermingssystemen van de uitrustingen van het lokale transmissienet zijn opgevat en geregeld om doeltreffend en selectief de defecten uit te schakelen.Er wordt in selectieve beschermingen van een hoger niveau voorzien om de niet-werking van de normale beschermingen te verhelpen. Art. 4.§ 1. De beheerder van het lokale transmissienet waakt, na gezamenlijk overleg met de beheerders van het distributienet en van het transmissienet over de kwaliteit en de betrouwbaarheid van zijn netwerk met een aangepast systeem. Dit systeem maakt het mogelijk om ten minste volgende kwaliteitsaanduidingen te bepalen :
  22. a)de frequentie van de onderbrekingen;
  23. b)de gemiddelde duur van de onderbrekingen;
  24. c)de jaarlijkse duur van de onderbrekingen. De beheerder van het lokale transmissienet bepaalt de bijkomende kwaliteitsaspecten die dienen te worden gecontroleerd. § 2. De beheerder van het lokale transmissienet richt jaarlijks vóór 31 mei het verslag bepaald bij artikel 24 van het besluit van de Waalse Regering van 21 maart 2002 betreffende de netbeheerders aan de « CWaPE », waarin hij de kwaliteit van zijn prestaties gedurende het afgelopen kalenderjaar omschrijft. In dat verslag worden minstens omschreven : 1° de frequentie en de gemiddelde duur van de onderbrekingen in de toegang (verbruik en injectie) tot het lokale transmissienet, evenals de totale jaarlijkse duur van de onderbeking, gedurende het aangegeven kalenderjaar;2° de naleving van de kwaliteitscriteria in verband met de golfvorm van de spanning zoals omschreven in de hoofdstukken 2 en 3 van de NBN EN 50160-norm;3° de kwaliteit van de aan alle betrokken partijen verstrekte diensten en, in voorkomend geval, de tekortkomingen inzake de verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement en de redenen daarvoor;4° de staat van de documentatie bedoeld in artikel 3, § 5;5° Het bijhouden van de lijst van de deelelementen van het lokale transmissienet. Dat verslag bevat als bijlage de lijst van de geprogrammeerde en niet-geprogrammeerde onderbrekingen van bedoeld jaar. § 3. De CWaPE kan een model van verslag opmaken. Art. 5.De operationele regels inzake het beheer van de elektriciteitsstromen waaraan de beheerder van het lokale transmissienet onderworpen is en die hij in werking stelt krachtens dit reglement, vervangen het geheel van toepasselijke regels in voornoemde materie op het moment van de inwerkingtreding van dit reglement, toeziende op het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het lokale transmissienet alsook de afwezigheid van discriminatie tussen de netgebruikers te waarborgen. Art. 6.§ 1. De algemene voorwaarden van de contracten met inbegrip van de samenwerkingsovereenkomsten die krachtens dit reglement gesloten worden, evenals elke wijziging die erin wordt aangebracht, worden onverwijld en in elk geval twee maanden vóór inwerkingtreding aan de « CWaPE » overgemaakt. De procedures en de formulieren die vastgesteld zijn door de beheerder van het lokale transmissienet, evenals hun wijzigingen, volgen dezelfde procedures. § 2. De reglementen en de type-contracten inzake aansluiting en toegang, met inbegrip van de bijzondere modaliteiten voor de voorwaardelijke aansluitingen, alsook de wijzigingen ervan, worden door de « CWaPE » goedgekeurd voordat ze in werking treden. In voorkomend geval is het ook het geval voor de reglementen. De beheerder van het lokale transmissienet maat die documenten pas na goedkeuring van de eindversie ervan door de « CWaPE » o.a. op zijn internetsites bekend. Bij gebrek aan beslissing binnen twee maanden wordt de goedkeuring geacht stilzijgend verworven te zijn. Art. 7.De taken en verplichtingen van de beheerder van het lokale transmissienet kunnen opgeschort worden in geval van noodsituaties, zoals bepaald in afdeling 4 van deze titel. Art. 8.De beheerder van het lokale transmissienet onthoudt zich van elke discriminatie tussen gebruikers van het lokale transmissienet, leveranciers, evenwichtsverantwoordelijken, leveranciers van ondersteunende diensten of tussen elk andere persoon die op een of andere manier met het lokale transmissienet verbonden is in het kader van zijn taken en verplichtingen of uitgevoerde diensten. Art. 9.§ 1. De beheerder van het lokale transmissienet voert de taken uit en vervult zijn verplichtingen met betrekking tot de goederen, uitrustingen of installaties, waarvan hij eigenaar is, of, indien hij er geen eigenaar van is, waarvan hij het genot of een effectieve controle heeft in instemming met de eigenaar, en de goederen, uitrustingen of installaties tot dewelke hij toegang heeft overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en de krachtens dit reglement gesloten contracten. § 2. De beheerder van het lokale transmissienet kan bepaalde taken in aanbesteding geven indien ze de veiligheid en de betrouwbaarheid van het net niet rechtstreeks in gevaar brengen. Hij blijft er volledig en rechtstreeks aansprakelijk voor. Afdeling 2. - Inlichtingen Art. 10.Bij afwezigheid van uitdrukkelijke bepaling daaromtrent, zetten de beheerder van het lokale transmissienet, de gebruikers van het lokale transmissienet, de leveranciers en andere betrokken partijen zich in om zo spoedig mogelijk de noodzakelijke informatie overeenkomstig dit reglement mee te delen. Art. 11.§ 1. De mededeling aan derden van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie, die als dusdanig door degene die ze verstrekt, geïdentificeerd wordt, is niet toegelaten, behoudens andersluidende bepaling in dit reglement of behoudens wanneer minstens één der volgende voorwaarden nageleefd wordt : 1° door de beheerder van het lokale transmissienet en/of door de betrokken gebruikers van het lokale transmissienet en/of door de evenwichtsverantwoordelijken en/of door het respectievelijke personeel en/of door de leveranciers indien de mededeling aan derden vereist is in het kader van een gerechtelijke procedure of door de overheid opgelegd wordt of door de CwaPE in het kader van haar opdrachten aangevraagd wordt;2° in het geval van een voorafgaand schriftelijk akkoord van diegene van wie de vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie uitgaat;3° wat betreft de beheerder van het lokale transmissienet, in overleg met beheerders van andere netten of in het kader van contracten en/of regels met de buitenlandse netbeheerders;4° indien deze informatie gemakkelijk en gewoonlijk toegankelijk of voor het publiek domein beschikbaar is;5° wanneer de mededeling door de netbeheerder onmisbaar is om technische of veiligheidsredenen.De bestemmeling van deze informatie is ertoe gehouden de vertrouwelijkheid van deze informatie te verzekeren. Indien de mededeling aan derden verricht wordt op grond van de situaties bedoeld in 2°, 3° en 5° moet de bestemmeling van de informatie onverminderd de geldende wettelijke of regelgevende bepalingen zich ertoe verbinden die informatie dezelfde vertrouwelijkheidsgraad te verlenen als die, welke door de beheerder van het lokale transmissienet verleend wordt. § 2. Met name de volgende gegevens worden als vertrouwelijk beschouwd : - de gegevens per leveringspunt (toegangsregister en telgegevens); - de geïndividualiseerde gegevens van het aansluitingscontract; - de aanvragen tot aansluiting of tot wijziging van de aansluiting; - de gegevens meegedeeld bij een verzoek om aansluiting (voorafgaand advies, oriënteringsonderzoek en/of onderzoek naar details, contractvoorstel,...); - de veiligheidsvoorschriften en de toegangsprocedures bij een gebruiker; - de planninggegevens bedoeld in de artikelen 32 tot 40; - het schema van de installatie van de netgebruiker; - alles wat de aanvragen tot aansluiting van productie-installaties betreft. Art. 12.Wanneer een partij overeenkomstig dit reglement of de krachtens dit besluit gesloten contracten, informatie dient te geven aan een andere partij, neemt zij de nodige maatregelen om de bestemmeling te waarborgen dat haar inhoud behoorlijk is nagekeken. Afdeling 3. - Toegang van de personen tot de installaties Onderafdeling 1. - Voorschriften in verband met de veiligheid van de personen Art. 13.De Belgische wets- en regelgevende bepalingen inzake veiligheid van personen en goederen, met inbegrip van de normatieve regels zoals onder meer het « ARAB » en het « AREI », evenals de « NBN EN 20110-1 »- en de « NBN EN 50110-2 »-norm, gelden voor elke persoon die op het lokale transmissienet actief is, met inbegrip van de beheerder van het lokale transmissienet, de gebruiker van het lokale transmissienet en hun respectievelijke personeel. Onderafdeling 2. - Toegang van de personen tot de installaties die beheerd worden door de beheerder van het lokale transmissienet Art. 14.§ 1. De toegang tot elk roerend of onroerend goed waarvoor de beheerder van het lokale transmissienet het eigendoms- of genotsrecht heeft, gebeurt te allen tijde overeenkomstig de toegangs- en veiligheidsprocedures van de beheerder van het lokale transmissienet en mits voorafgaandelijke uitdrukkelijke instemming van laatstgenoemde. § 2. De beheerder van het lokale transmissienet heeft het recht om zonder eisen of buitensporige risico's toegang te hebben tot alle installaties waarop hij het eigendoms- of genotsrecht heeft en die zich op de site van de gebruiker van het lokale transmissienet bevinden. De gebruiker van het lokale transmissienet waakt erover dat de beheerder van het lokale transmissienet een permanente toegang heeft of treft alle noodzakelijke maatregelen om hem onmiddellijk en te allen tijde die toegang te verschaffen. § 3. Als de toegang tot een roerend of onroerend goed van de beheerder van het lokale transmissienet ondergeschikt is aan specifieke toegangsprocedures en aan veiligheidsvoorschriften die bij de gebruiker van het lokale transmissienet gelden, dient laatstgenoemde er de beheerder van het lokale transmissienet van vooraf en schriftelijk op de hoogte te stellen. Bij ontstentenis volgt de beheerder van het lokale transmissienet zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Onderafdeling 3. - Toegang van de personen tot de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet of de installaties die functioneel deel uitmaken van het lokale transmissienet Art. 15.§ 1. Indien de beheerder van het lokale transmissienet van mening is dat bepaalde installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet functioneel deel uitmaken van het lokale transmissienet of een niet te verwaarlozen invloed hebben op de werking van het lokale transmissienet, op de aansluiting(
  25. en)of op installatie(
  26. s)van een of meer andere gebruikers van het lokale transmissienet, maakt hij daar melding van en verantwoordt dat tegenover de gebruiker van het lokale transmissienet en tegenover de CWaPE. Hij stelt hem dan een overeenkomst (eventueel een regulariseringsovereenkomst) voor waarin de lijst van betrokken installaties, alsook de verantwoordelijkheden inzake bediening, beheer en onderhoud van die installaties opgenomen zijn. Die overeenkomst garandeert tegenover de gebruiker van het lokale transmissienet dat alle voorgaande verbintenissen worden nageleefd, met inbegrip van het behoud van de bestaande capaciteit van de aansluiting behoudens schriftelijke instemming van de gebruiker van het lokale transmissienet en mits gepaste vergoeding van laatstgenoemde. Daarin worden eveneens de financiële modaliteiten omschreven voor de overname door de beheerder van het lokale transmissienet van alle kosten die ontstaan uit die wijziging van het statuut van de aansluitingsuitrustingen, met inbegrip van de schadeloosstelling van de eigenaar van de installaties. Die overeenkomst vormt een addendum bij het aansluitingscontract. In geval van probleem bij de bespreking van die overeenkomst, kan de bemiddeling van de « CWaPE » gevraagd worden. Voor de nieuwe aansluitingen wordt die overeenkomst bij het aansluitingscontract gevoegd. § 2. De beheerder van het lokale transmissienet heeft het recht om toegang te hebben tot de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet om er inspecties of, in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de gebruiker die niet mag weigeren, tests te ondernemen of te organiseren met het oog op de controle op de naleving van dit technisch reglement. Bovendien dient de beheerder van het lokale transmissienet, als die installaties functioneel deel uitmaken van het lokale transmissienet, er toegang toe hebben om de interventies zoals bepaald bij de overeenkomst bedoeld in § 1 te verrichten. De gebruiker van het lokale transmissienet waakt erover de beheerder van het lokale transmissienet een permanente toegang te verschaffen of treft de maatregelen om die toegang onmiddellijk en te allen tijde te verschaffen. Als hij tests moet ondernemen of organiseren, neemt de beheerder van het lokale transmissienet de nodige maatregelen om de activiteiten van de gebruiker van het lokale transmissienet zo weinig mogelijk te storen, behalve in geval van hoogdringendheid of overmacht. § 3. In de omstandigheden bedoeld in § 2 is de beheerder van het lokale transmissienet ertoe verplicht de voorschriften na te leven in verband met de veiligheid van de personen en de goederen die voor de gebruiker van het lokale transmissienet gelden. Daartoe en vóór uitvoering van bedoelde inspecties of tests is de gebruiker van het lokale transmissienet ertoe verplicht de beheerder van lokale transmissienet in te lichten over de geldende voorschriften en er hem afschrift van te verstrekken. § 4. Bij gebreke van de informatie bedoeld in § 3 past de beheerder van het lokale transmissienet, indien hij een inspectie of tests verricht op de installaties van een gebruiker van het lokale transmissienet, zijn eigen regels toe inzake de veiligheid van personen en goederen. § 5. Wanneer de veiligheid of de technische betrouwbaarheid van het lokale transmissienet het vereisen, heeft de beheerder van het lokale transmissienet het recht om de gebruiker van het lokale transmissienet in gebreke te stellen om binnen de termijn zoals vastgelegd in de schriftelijke kennisgeving van ingebrekestelling, de noodzakelijke aanpassingen te verrichten zoals aangegeven in de ingebrekestelling. Indien die werkzaamheden niet binnen de termijn zoals vastgelegd in de ingebrekestelling niet uitgevoerd worden door de gebruiker van het lokale transmissienet of in geval van uiterste spoedeisendheid, heeft de beheerder van het lokale transmissienet het recht om de strikt noodzakelijke werken uit te voeren voor de veiligheid en de betrouwbaarheid van het lokale transmissienet. De kosten voor de in dit artikel omschreven werken zijn ten laste van de beheerder van het lokale transmissienet, behalve indien hij bewijst dat ze toe te schrijven zijn aan tekortkomingen vanwege de gebruiker. In voorkomend geval gelden de §§ 2 tot en met 4 van dit artikel. Afdeling 4. - Noodsituaties en overmacht Onderafdeling 1. - Definitie van de begrippen noodsituatie en overmacht Art. 16.§ 1. In dit reglement worden als noodsituaties beschouwd : 1. de situaties die uit overmacht voortvloeien en waarin uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen getroffen dienen te worden om het hoofd te bieden aan de gevolgen van de overmacht om de veilige en betrouwbare werking van het lokale transmissienet te handhaven of te herstellen, gedurende de tijd die strikt noodzakelijk is om het lokale transmissienet opnieuw in overeenstemming te brengen met de ongeschonden gebleven installatie;2. de situaties die voortvloeien uit een gebeurtenis die, hoewel hij niet als overmacht verstaan kan worden volgens de huidige stand van rechtspraak en rechtsleer, volgens de evaluatie door de beheerder van het lokale transmissienet of de gebruiker van het lokale transmissienet een dringende en aangepaste interventie van de beheerder van het lokale transmissienet vereist om de veilige en betrouwbare werking van het lokale transmissienet te handhaven of te herstellen of om andere schade te voorkomen.De beheerder van het lokale transmissienet verantwoordt die interventie achteraf bij de betrokken gebruikers en de « CWaPE ». § 2. Volgende situaties worden, voor zover ze onvermijdelijk en onvoorspelbaar zijn, worden als gevallen van overmacht beschouwd voor de beheerder van het lokale transmissienet ten einde van dit reglement : 1° de natuurramp veroorzaakt door aardbevingen, overstromingen, stormen, windhozen of andere uitzonderlijke klimaatomstandigheden die als buitengewoon erkend worden door een daartoe behoorlijk gemachtigde openbare instelling;2° een kern- of chemische ontploffing en de gevolgen ervan;3° de plotse onbeschikbaarheid van de installaties om andere redenen dan de ouderdom, het gebrekkige onderhoud of de kwalificatie van de operatoren;met inbegrip van een instorting van het informaticasysteem, al dan niet veroorzaakt door een virus, terwijl alle preventiemaatregelen waren getroffen, rekening houdend met de techniek; 4° de technische, tijdelijke of permanente onmogelijkheid voor het lokale transmissienet om elektriciteit te vervoeren wegens storingen binnen de regelzone veroorzaakt door elektriciteitsstromen die voortvloeien uit energie-uitwisselingen in een andere regelzone of tussen twee of meerdere regelzones en waarvan de identiteit van de marktdeelnemers die betrokken zijn bij die energie-uitwisselingen niet gekend is door de beheerder van het lokale transmissienet en die redelijkerwijs niet gekend kan zijn;5° de onmogelijkheid om op het lokale transmissienet of op de installaties die er functioneel deel van uitmaken, actief te zijn wegens een collectief conflict en die aanleiding geeft tot een eenzijdige maatregel van de werknemers (of van een groep werknemers) of elk ander sociaal conflict;6° de brand, de ontploffing, de sabotage, de terreurdaad, de akte van vandalisme, de schade veroorzaakt door misdaden, de dwang van criminele aard en de bedreigingen van dezelfde aard;7° de al dan niet verklaarde oorlog, de oorlogsdreiging, de invasie, het gewapend conflict, het embargo, de omwenteling, de opstand;8° de maatregel van hogerhand waaronder meer bepaald de situaties waarin de bevoegde overheid de spoedeisendheid inroept en uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen oplegt aan de beheerders van het lokale transmissienet of aan de gebruikers van het lokale transmissienet om de veilige en betrouwbare werking van het geheel van de netwerken te handhaven of te herstellen. Onderafdeling 2. - Interventie van de beheerder van het lokale transmissienet Art. 17.§ 1. De beheerder van het lokale transmissienet is gemachtigd om alle acties te verrichten die hij noodzakelijk acht om de gevolgen van een noodsituatie waaraan hij of zijn net het hoofd moet bieden en of die ingeroepen wordt door een gebruiker van het lokale transmissienet, een leverancier, een toegangsgerechtigde, een evenwichtsverantwoordelijke, een andere netbeheerder of elke andere persoon op de veiligheid, de betrouwbaarheid of de doeltreffendheid van het lokale transmissienet te verhelpen. De wijze waarop hij die acties doorvoert worden aangegeven in de algemene voorwaarden van de contracten die hij krachtens dit reglement of in overeenstemming ermee sluit. De beheerder van het lokale transmissienet neemt alle preventieve acties die noodzakelijk zijn om de schadelijke gevolgen van de aangekondigde of onvoorspelbare uitzonderlijke gebeurtenissen te beperken. § 2. De acties die de beheerder van het lokale transmissienet neemt in het kader van § 1 verbinden alle betrokken personen. § 3. De §§ 1 en 2 gelden eveneens indien de noodsituatie zich nog niet heeft voorgedaan en de beheerdervan het lokale transmissienet van mening is dat hij zich redelijkerwijs zou kunnen voordoen. § 4. Indien de noodsituatie en de meervoudige incidentsituaties bedoeld in artikel 181 eveneens betrekking hebben op het transmissienet, hebben de bepalingen van het technisch transmissiereglement voorrang op die van dit reglement. Onderafdeling 3. - Opschorting van de verplichtingen Art. 18.§ 1. De uitvoering van de verplichtingen waarvoor de noodsituatie wordt ingeroepen en de verplichtingen die aanleiding geven tot een interventie van de beheerder van het lokaal transmissienet krachtens artikel 17, wordt tijdelijk opgeschort voor de duur van het beheer van de gebeurtenis die aanleiding geeft tot die noodsituatie. § 2. De verplichtingen met financieel karakter die zijn aangegaan vóór de noodsituatie dienen te worden nageleefd. Art. 19.§ 1. De beheerder van het lokale transmissienet, de gebruiker van dat net, de toegangsgerechtigde, de leverancier, de evenwichtsverantwoordelijke, een andere netbeheerder of elke andere belanghebbende persoon die de noodsituatie ingeroepen heeft die aanleiding geeft tot een interventie van de beheerder van het lokale transmissienet (waarbij die persoon in het kader van dit artikel « in gebreke blijvende partij » genoemd wordt) stelt niettemin alles in het werk om : 1° om de gevolgen van de niet-uitvoering van zijn verplichtingen zo miniem mogelijk te houden;2° om zijn verplichtingen onverwijld uit te voeren. § 2. De in gebreke blijvende partij deelt zo spoedig mogelijk en via elk beschikbaar middel aan zijn mede-ondertekenende partij en, in voorkomend geval, aan iedere betrokken persoon, de redenen mee waarom hij zijn verplichtingen niet of slechts gedeeltelijk kan nakomen, evenals de redelijkerwijs voorspelbare duur van de niet-uitvoering ervan. Afdeling 5. - Formaliteiten Onderafdeling 1. - Kennisgevingen, mededelingen en termijnen Art. 20.§ 1. Elke kennisgeving of mededeling ter uitvoering van dit reglement dient schriftelijk te geschieden overeenkomstig de vormen en voorwaarden bepaald bij artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek. § 2. De kennisgeving of mededeling is vervuld onmiddellijk na ontvangst ervan in de vormen bedoeld in de eerste paragraaf. § 3. In geval van spoedeisendheid kunnen inlichtingen enkel mondeling uitgewisseld worden. In alle gevallen dienen dergelijke inlichtingen zo spoedig mogelijk bevestigd te worden overeenkomstig § 1 van dit artikel. Art. 21.§ 1. In afwijking van artikel 20 worden de commerciële en technische gegevens die tussen de verschillende betrokken partijen elektronisch verstrekt (waardoor de validering van een zending door uitgave van een ontvangbewijs mogelijk wordt) volgens een communicatieprotocol aangegeven in een « Message Implementation Guide » (MIG). Deze MIG wordt na onderlinge overeenstemming overeengekomen tussen de netbeheerders, de leveranciers en de « CWaPE ». Hij wordt vervolgens uitdrukkelijk goedgekeurd door de « CWaPE ». Bij gebrek aan overeenstemming kan de « CWaPE » een MIG opleggen. § 2. Het in § 1 bedoelde protocol is niet verplicht van toepassing voor de informatie-uitwisselingen tussen : - de beheerder van het lokale transmissienet en de beheerder van het transmissienet; - de beheerder van het lokale transmissienet en een gebruiker van het lokale transmissienet, als laatstgenoemde een ander protocol verkiest en daarover een overeenkomst is bereikt met de beheerder van het lokale transmissienet in diens toegangscontract, of in een addendum daarbij; - de beheerder van het lokale transmissienet en een distributienetbeheerder als er uitdrukkelijk onderlinge overeenstemming is bereikt over een ander protocol, in een samenwerkingsovereenkomst of een addendum daarbij, met mededeling aan de CWaPE; - de beheerder van het lokale transmissienet, de leverancier, de evenwichtsverantwoordelijke en de toegangsgerechtigde, als de beheerder van het lokale transmissienet een ander protocol voor de verzending van gegevens per e-mail gebruikt, met mededeling aan de CWaPE, die de validering van een verzending mogelijk maakt door de gelijktijdige productie van een ontvangstbewijs. § 3. De neerleggingen, mededelingen of kennisgevingen bedoeld in de artikelen 20 en 21 worden geldig verricht op het laatst daartoe door de geadresseerde opgegeven adres. Art. 22.Als een MIG na onderlinge overeenstemming overeengekomen is, dient elke partner deze MIG correct uit te voeren op de afgesproken datum. Hij staat in voor de gevolgen van elk ontbrekende of foutieve « message » en zorgt desgevallend ervoor om zo snel mogelijk correctieve maatregelen te nemen zonder enige partij te benadelen. Onderafdeling 2. - Houden van de registers en bekendmaking Art. 23.De beheerder van het lokale transmissienet bepaalt de informatiedrager die hij gebruikt voor het houden van de registers bepaald bij dit reglement en licht de « CWaPE » daarover in. Art. 24.Als de registers op een elektronische informatiedrager bijgehouden worden, treft de beheerder van het lokale transmissienet alle nodige maatregelen om minstens één niet gewijzigde copie op een identieke informatiedrager veilig te bewaren. Art. 25.De beheerder van het lokale transmissienet verzorgt de bekendmaking van de registers bepaald bij dit reglement volgens de gebruikelijke modaliteiten en de ter zake geldende wetgeving. Art. 26.§ 1. De beheerder van het lokale transmissienet is ertoe verplicht aan elke belanghebbende persoon die er schriftelijk om verzoekt, een afschrift over te maken van het model van de algemene voorwaarden, typecontracten en formulieren bepaald krachtens dit reglement. § 2. Onverminderd de niet-bekendmaking van de vertrouwelijke of commercieel gevoelige gegevens en inlichtingen waar hij krachtens dit reglement kennis van heeft, waakt de beheerder van het lokale transmissienet erover de voor de marktdeelnemers redelijkerwijs noodzakelijke inlichtingen, waaronder de algemene voorwaarden, tarieven, formulieren en procedures, op een via internet toegankelijke server bekend te maken. TITEL II. - Planificatiegegevens van het lokale transmissienet HOOFDSTUK I. - Gegevens met het oog op de vaststelling van een aanpassingsplan Art. 27.In het kader van de operationele regels voor het technisch beheer van de elektriciteitsstromen komt de beheerder van het lokale transmissienet de praktische overlegmodaliteiten met de « CWaPE » overeen met het oog op de vaststelling van een plan voor de aanpassing van zijn net op grond van de inlichtingen zoals omschreven in deze Titel. Het aanpassingsplan van het lokale transmissienet is coherent met het ontwikkelingsplan bedoeld in artikel 13 van de wet; het dekt een periode van zeven jaar, wordt aangepast (nieuwe of gewijzigde projecten) en jaarlijks bijgewerkt (actualisering van de gegevens) Art. 28.§ 1. De vaststelling van een plan voor de aanpassing van het lokale transmissienet met het oog op de verbetering van het beheer van de elektriciteitsstromen die het net doorlopen en op het verhelpen van de problemen die de veiligheid en de continuïteit van het vervoer van elektrische energie, zowel voor verbruik als voor injectie, bedreigen, bestaat uit de volgende fasen : een gedetailleerde raming van de behoeften van het lokale transmissienet, enerzijds inzake de capaciteit van energietransmissie (verbruik en injectie) en, anderzijds inzake de veiligheid, de betrouwbaarheid en de continuïteit van de dienst; Voor de uitvoering van die gedetailleerde raming die slaat op de door het aanpassingsplan gedekte periode : - werkt de beheerder van het lokale transmissienet de waarden gedetailleerd in het ramingsplan van het stroomverbruik over 7 jaar bij om er met name de volgende elementen op te nemen : * De vooruitzichten verstrekt door de gebruikers van het lokale transmissienet overeenkomstig artikel 31; * De vooruitzichten bekrachtigd door de beheerders van distributienetten in termen van afname in de posten waarop ze zijn aangesloten, met inbegrip van de wijzigingen gebonden aan de eventuele lastenverschuivingen; * De ontwikkeling van het vermogen dat in een moeilijke situatie ter beschikking wordt gesteld in de posten die niet alleen met de geprogrammeerde werken maar ook met de technische beperkingen in sommige posten rekening houden; * De geprogrammeerde herstructuringen van de netwerken; * De vermoedelijke wijzigingen inzake spanningsniveaus; * De sluiting van de bestaande posten en de oprichting van nieuwe posten. - zoals bepaald in § 3 hierna, houdt de beheerder van het lokale transmissienet alle gegevens betreffende de injectiecapaciteiten in de posten en met name het saldo van injectiecapacteit dat beschikbaar blijft; - werkt de beheerder van het lokale transmissienet, om de hierboven bedoelde beschikbare injectiecapaciteiten vast te stellen, samen met de beheerders distributienetten aangesloten op zijn netwerk om op basis van door laatstgenoemden verstrekte informatie en van de andere gekende projecten van de beheerder van het lokale transmissienet, een werkelijke toestand van de verschillende studies verricht op verzoek van de kandidaat-producenten te bepalen.
  27. b)de analyse van de middelen noodzakelijk om op die behoeften in te spelen;
  28. c)de vergelijking van de noodzakelijke middelen met de bestaande middelen, waarbij de hypothesen worden bepaald;
  29. d)de opsomming van de werken en het programma van de investeringen die noodzakelijk zijn om het lokale transmissienet aan te passen teneinde de opgespoorde problemen te verhelpen, met inbegrip van een raming van de aan te wenden begrotingsmiddelen;
  30. e)de vaststelling van een verwezenlijkingsplanning van de voorziene investeringen;
  31. f)de opvolging van het laatste aanpassingsplan;
  32. g)het jaarlijks bijhouden van de lijst van de deelelementen van het lokale transmissienet. § 2. Daartoe worden de volgende handelingen verricht : 1° de beheerder van het lokale transmissienet maakt tegen 15 oktober de inlichtingen bedoeld in § 1 aan de « CWaPE » over (of verantwoordt dat het laatst door de « CWaPE » goedgekeurde plan geen enkele aanpassing behoeft).Daarbij voegt hij de in § 1 van artikel 28 bedoelde laatste elementen toe, namelijk : - de voornaamste plannen en eendradige schema's van zijn net waarvan de laatste bijwerking niet van meer dan 12 maanden dateert en waarop de projecten vermeld worden, waarvan de uitvoering op korte termijn (2 jaar) wordt gepland; - het laatste ramingsplan van het elektriciteitsverbruik dat de betrokken periode dekt, het laatste jaar van de periode die het voorwerp kan uitmaken van een lineaire raming gegrond op de vooruitzichten van de laatste jaren gedekt door de gekende ramingen; - de laatste gekende toestand in termen van injectiecapaciteit zoals bepaald in § 3 hierna; ze mag niet ouder zijn dan drie maanden; - de laatste gekende toestand in termen van studies zoals bepaald in § 2 hierna; ze mag niet ouder zijn dan drie maanden; - de statistische ramingen van de overschrijdingen van afnamen voor de posten waarvan het vermogen dat in een moeilijke situatie ter beschikking wordt gesteld, bij gebrek aan aanpassing overschreden zal worden; - de gedetailleerde notulen van de overlegvergaderingen die tijdens het gelopen jaar gehouden zijn met de beheerders van distributienetten aangesloten op het transmissienet en op het lokale transmissienet; die documenten gaan vergezeld van alle bijlagen en andere bijkomende bewijsstukken die de betrokken discussies rechtstreeks betreffen. 2° de beheerder van het lokale transmissienet komt met de « CWaPE » een datum overeen voor de overlegging van zijn plan tijdens de maand november;3° de « CWaPE » behandelt vervolgens het plan en kan de beheerder van het lokale transmissienet erom verzoeken hem de inlichtingen en verantwoordingen te verstrekken die hij nodig acht.De « CWaPE » licht hem over zijn advies in, uiterlijk eind december; 4° de beheerder van het lokale transmissienet past zijn plan eventueel aan en maakt tegen eind januari de uiteindelijke versie aan de « CWaPE » over in twee exemplaren;5° de « CWaPE » maakt onverwijld één van de exemplaren, samen met diens eventuele commentaar, aan de minister over;6° na goedkeuring door de « CWaPE » wordt het plan in werking gesteld. § 3. De in § 1 bedoelde toestand in termen van injectiecapaciteiten in de posten maakt het voorwerp uit van een regelmatig verslag aan de « CWaPE »; de « CWaPE » bepaalt er na overleg met de beheerder van het lokale transmissienet de grenzen ervan, de periodiciteit alsmede de praktische modaliteiten. HOOFDSTUK II. - Planificatiegegevens en wijze van overmaking Afdeling 1. - Basisbeginselen Art. 29.§ 1. De gebruiker van het lokale transmissienet maakt aan de beheerder van dat net de planificatiegegevens over overeenkomstig dit Hoofdstuk. § 2. De mededeling van de planificatiegegevens aan de beheerder van het lokale transmissienet wordt onder de vorm bepaald bij Titel VII van dit reglement verricht. Afdeling 2. - Jaarlijkse kennisgevingsverplichting aangaande de planificatiegegevens Art. 30.§ 1. De gebruiker van het lokale transmissienet maakt aan de beheerder van dat net de beschikbare planificatiegegevens over met betrekking tot de zeven jaar volgend op het lopende jaar. Art. 31.De kalender voor de kennisgeving van de gegevens bedoeld bij dit Hoofdstuk is dezelfde als de kalender voor de ontwikkeling van het transmissienet. Art. 32.De mede te delen planificatiegegevens houden de gegevens bedoeld in Titel VII van dit reglement in. Art. 33.De gebruiker van het lokale transmissienet kan, in voorkomend geval, de beheerder ervan alle andere nuttige informatie mededelen die niet vermeld is in de planificatiegegevens bedoeld in Titel VII van dit reglement. Art. 34.§ 1. De beheerder van het lokale transmissienet kan van de gebruiker van het lokale transmissienet of van elke andere betrokken partij aanvullende gegevens eisen die niet vermeld zijn in Titel VII van dit reglement en diens bijlage 3 en die hij nodig acht voor het nakomen van zijn verplichtingen. Dit verzoek wordt gemotiveerd. § 2. Na raadpleging van de gebruiker van het lokale transmissienet deelt de beheerder van het lokale transmissienet de redelijke termijn mee waarin die bijkomende gegevens hem door de gebruiker van het lokale transmissienet medegedeeld zullen worden. Art. 35.§ 1. Indien de mededeling van de planificatiegegevens onvolledig, onnauwkeurig, foutief of duidelijk onredelijk is, maakt de gebruiker van het betrokken net op verzoek van de beheerder van het lokale transmissienet elke correctie of elk aanvullend verzocht gegeven over. § 2. Na raadpleging van de gebruiker van het lokale transmissienet deelt de beheerder van het lokale transmissienet de redelijke termijn mee waarin die gegevens door de gebruiker van het lokale transmissienet hem medegedeeld zullen worden. Art. 36.De gebruiker van het lokale transmissienet die niet in staat is om de verzochte gegevens mede te delen overeenkomstig de artikelen 31 en 34 licht de beheerder van het lokale tranmissienet daarover in en motiveert de redenen voor die onvolledige mededeling. Art. 37.In de jaarlijkse mededeling van de planificatiegegevens wordt van hun respectievelijke inwerkingtredingsdatum melding gemaakt. Afdeling 3. - Verplichting tot mededeling van de planificatiegegevens in geval van ingebruikname of buitengebruikstelling van een productie-eenheid Art. 38.De gebruiker van het lokale transmissienet die een productie-eenheid die is aangesloten op het lokale transmissienet in gebruik wil nemen of buiten gebruik wil stellen, deelt de beheerder van het lokale transmissienet uiterlijk twaalf maanden vóór daadwerkelijke verwezenlijking van die ingebruikname of buitengebruikstelling de planificatiegegevens mee zoals gespecifieerd in artikel 243. Art. 39.De mededeling van de gegevens bedoeld in artikel 38 loopt niet vooruit noch op de instemming, noch op de weigering van de beheerder van het lokale transmissienet, noch op de beslissing van de gebruiker van het lokale transmissienet wat zijn bedoeling waarvan sprake in artikel 38 betreft. Art. 40.De mededeling van de planificatiegegevens in geval van ingebruikname, buitengebruikstelling of wijziging geeft de respectievelijke inwerkingsdatum aan. TITEL III. - Aansluiting op het lokale transmissienet HOOFDSTUK I. - Technische aansluitingsvoorschriften Afdeling 1. - Algemeen Art. 41.Titel III geldt : 1° voor alle aansluitingsinstallaties en voor de meetsystemen voor het gedeelte dat niet in titel V gedekt zou worden;2° voor alle installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet die de veiligheid, de betrouwbaarheid of de doeltreffendheid van het lokale transmissienet of van de installaties van een andere gebruiker van het lokale transmissienet of de kwaliteit van de spanning zou kunnen beïnvloeden;3° voor de installaties die door een rechstreekse lijn aangesloten zijn en voor de installaties die deel uitmaken van een rechtstreekse lijn;4° voor alle koppelingen met de andere netten. Art. 42.De aansluiting wordt via de aansluitingspunten op het lokale transmissienet gekoppeld. De aansluiting wordt door de de beheerder van het lokale transmissienet verricht. Art. 43.§ 1. De aansluitingen worden beheerd door de beheerder van het lokale transmissienet overeenkomstig artikel 9 van dit reglement. § 2. Onverminderd voor de beheerder van het lokale transmissienet om elke aansluitingsinstallatie of aansluiting te mogen verrichten krachtens zijn aanwijzing als beheerder van het lokale transmissienet overeenkomstig het decreet, wordt elke aanvraag voor een nieuwe aansluiting of voor een nieuwe aansluitingsinstallatie bij de beheerder van het lokale transmissienet ingediend door elke kandidaat-gebruiker van het lokale transmissienet die een document als bewijsstuk kan voorleggen waaruit blijkt dat hij in eigendom of in genot over alle rechten beschikt of zal beschikken met betrekking tot het beheer, het gebruik, de versterking of de afstand van die installaties. § 3. Indien aansluitingsinstallaties eigendom zijn van de gebruiker van het lokale transmissienet, is laatstgenoemde ertoe verplicht alle bepalingen van dit reglement en van de krachtens dit regelement gesloten contracten met betrekking tot diens aansluitingsinstallatie na te leven en te doen naleven. § 4. In afwijking van de §§ 1 tot en met 3 en enkel als de overeenkomst bedoeld in artikel 15, § 1, daar uitdrukkelijk in voorziet, is de beheerder van het lokale transmissienet, of een door hem gemachtigd persoon als enige bevoegd om een interventie of een schakeling op een installatie te verrichten die functioneel deel uitmaakt van het lokale transmissienet. De kosten voor bedoelde interventies en schakelingen worden overgenomen door de gebruiker van het lokale transmissienet indien zij op diens verzoek worden verricht en indien zij hun oorsprong vinden in zijn eigen installaties. Art. 44.De procedures voor de exploitatie en het onderhoud van de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet die functioneel deel uitmaken van het lokale transmissienet of van invloed zijn op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van het lokale transmissienet of op installaties van de andere gebruikers van het lokale transmissienet worden bepaald naar gelang van de overeenkomst bedoeld in artikel 15, § 1. Afdeling 2. - Voorschriften van toepassing op elke aansluiting Onderafdeling 1. - Normen Art. 45.§ 1. De aansluitingsinstallaties en de installaties van de gebruikers van het lokale transmissienet zijn conform de normen en reglementen geldend voor elektrische installaties. § 2. De beheerder van het lokale transmissienet en de gebruiker van betrokken net komen in het aansluitingscontract op transparente en niet-discriminerende wijze overeen over de normen, de technische verslagen en de andere geldende referentieregels. Art. 46.§ 1. Het toegelaten niveau van de storingen die op het lokale transmissienet ontstaan door toedoen van de aansluitingsinstallaties en van de installaties van de gebruikers van het lokale transmissienet wordt bepaald door de algemeen geldende normen in de sectoren die op Europees niveau vergelijkbaar zijn en meer bepaald de technische verslagen CEI 61000-3-6 en CEI 61000-3-7. § 2. De gebruiker van het lokale transmissienet zorgt ervoor dat de installaties die hij beheert op het lokale transmissienet geen storingsverschijnselen veroorzaken die de grenzen bedoeld in § 1 en, in voorkomend geval, in het aansluitingscontract overschrijden. Daartoe verstrekt de beheerder van het lokale transmissienet de nodige contractuele waarden, zoals het vermogen van driefasig kortsluiting 50 Hz op het aansluitingspunt. Art. 47.De beheerder van het lokale transmissienet verstrekt de gebruiker een spanning op het aansluitingspunt die minstens voldoet aan de norm EN 50160. De norm EN 50160 geldt als referentie voor alle andere spanningsniveaus bedoeld in dit reglement. Art. 48.De wijzigingen in een norm bedoeld bij deze Afdeling gelden voor de aansluitingsinstallaties en voor de bestaande installaties van de gebruikers van het lokale transmissienet voor zover de norm of een wettelijke verplichting daarin voorziet en geen aanpassing vereisen in de krachtens dit reglement gesloten contracten. Onderafdeling 2. - Algemene technische voorschriften voor de aansluiting van de installaties van de gebruiker Art. 49.De verplichte algemene technische minimumkenmerken van een aansluitingsinstallatie en van een installatie van een gebruiker van het lokale transmissienet zijn vermeld in bijlage 1 van dit reglement. Art. 50.§ 1. De aansluitingsvelden van de aansluitingsinstallaties zijn uitgerust met beveiligingen, teneinde selectief een fout uit te schakelen binnen een maximum toegelaten tijdsinterval (waarin begrepen de tijd voor de werking van de vermogenschakelaar en het doven van de boog) zoals vermeld in bijlage 2 van dit reglement. § 2. De beveiligingen bedoeld in § 1 worden door de beheerder van het lokale transmissienet gepreciseerd in het aansluitingscontract. In dat contract wordt aangegeven of de beveiligingen als beveiligingen van het tweede niveau kunnen dienen voor de gebruiker van het lokale transmissienet. Art. 51.§ 1. De beheerder van het lokale transmissienet en de gebruiker van het betrokken net bepalen in het aansluitingscontract voor wat betreft de aspecten die niet geregeld worden in dit reglement, de technische minimumeisen en regelparameters die tot uitvoering moeten gebracht worden met betrekking tot de aansluiting op het net, waarvan onder meer : 1° het eendraadsschema met inbegrip van het eerste aansluitingsveld vanaf het lokale transmissienet, de structuur van de post waarvan dit veld deel uitmaakt en de railstellen van deze post;2° de technisch-functionele minimumkenmerken van de aansluitingsinstallaties.Die vereisten houden onder meer rekening met de plaatselijke bijzondere kenmerken van het net. § 2. De beheerder van het lokale transmissienet en de gebruiker van het betrokken net bepalen, op niet discriminerende en transparante wijze in het aansluitingscontract en op het eendraadsschema, onder meer : 1° het aansluitingspunt;2° het punt van interface tussen de aansluiting en de installaties van de gebruiker van het net;3° het injectie- en/of afnamepunt;4° het meetpunt. § 3. De technische minimumeisen, de regelparameters en andere bepalingen bedoeld in §§ 1 en 2 worden opgenomen in het aansluitingscontract bedoeld in de artikelen 109 tot 112. § 4. De installaties van een gebruiker worden typisch door een verbinding aangesloten. Als de aansluiting(
  33. en)van een gebruiker evenwel verschillende elektrische verbindingen omvat(-ten), wordt elke parallel tussen deze verbindingen dwars door elektrische installaties van de gebruiker onderworpen aan de voorafgaande machtiging van de beheerder van het lokale transmissienet die er de modaliteiten van in een bij het aansluitingscontract gevoegde expliciete overeenkomst bepaalt. Art. 52.§ 1. De netbeheerder bepaalt de technisch-functionele minimumvereisten die aangewend dienen te worden voor de installaties van de netgebruiker, ten einde de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te waarborgen. Deze functionele minimumvereisten hebben betrekking op : 1° de effecten teweeggebracht door de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet ter hoogte van het punt van interface in termen van :
  34. a)de maximale eenfasige en driefasige kortsluitvermogens die de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet kunnen injecteren in het lokale transmissienet;
  35. b)de maximale foutafschakeltijd door de hoofd- en reservebeveiligingen;
  36. c)de nulpuntschakeling van de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet (aarding, aardingsimpedanties, wikkelingschakelschema van de transformatoren);
  37. d)de maximaal toegelaten niveaus van storingsemissies geïnjecteerd in het lokale transmissienet door de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet;2° de technische karakteristieken van de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet aangesloten op het spanningsniveau van het punt van interface of, bij ontbreken van dergelijke installaties bijvoorbeeld in geval de installaties van de de gebruiker van het lokale transmissienet beginnen met een spanningstransformatie, de technische karakteristieken van de installaties van de netgebruiker aangesloten op het eerste spanningsniveau rechtstreeks verbonden met het spanningsniveau van het punt van interface via een enkele transformatie, in termen van :
  38. a)isolatieniveau;
  39. b)nominale kortsluitstroom;
  40. c)onderbrekingsvermogen van de vermogenschakelaars;3° in het algemeen elke uitrusting die een niet verwaarloosbare invloed kan hebben op de kwaliteit van de spanning of storingen in het lokale transmissienet kan veroorzaken;4° de telecommunicatiemiddelen te installeren bij de gebruiker van het lokale transmissienet;5° na overleg met de gebruiker van het lokale transmissienet :
  41. a)de vergrendelingen en de automatismen te installeren bij de gebruiker van het lokale transmissienet;
  42. b)de technische oplossingen en de regelparameters aan te wenden in het kader van de reddingscode en de heropbouwcode. § 2. De technische eisen, regelparameters en andere bepalingen bedoeld in § 1 worden in het aansluitingscontract bedoeld in artikel 112 opgenomen. Art. 53.§ 1. De gebruiker van het lokale transmissienet en de beheerder van het lokale transmissienet bepalen de aspecten die niet geregeld worden in dit reglement en die rechtstreeks verbonden zijn met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het lokale transmissienet : 1° het eendraadsschema van de structuur van het lokale transmissienet, bestaande uit :
  43. a)de spanningsniveaus van de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet die het (
  44. de)punt(
  45. en)van interface bevat(ten);
  46. b)alle mogelijke verbindingen tussen de verschillende aansluitingen met inbegrip van de transformatoren evenals de eventuele verbindingen met de productie-installaties;
  47. c)de eventuele apparatuur voor het compenseren van reactieve energie;
  48. d)voor de transformatoren die verschillende aansluitingen kunnen verbinden, de bepaling van hun wikkelingschakelschema, de nominale spanningen en de eventuele regelstanden;
  49. e)alle uitrustingen aangesloten op deze spanningsniveaus die storingen kunnen teweeg brengen;2° de eventuele automatische wederinschakeling van luchtlijnen;3° de exploitatiewijzen (hoofdaansluiting en noodaansluiting). § 2. Indien de toestand van het lokale transmissienet een wijziging ondergaat, kan de beheerder van het lokale transmissienet van de gebruiker van het lokale transmissienet eisen dat laatstgenoemde de nodige aanpassingen verricht aan de beveiligingen in diens installaties om hun selectiviteit te blijven behouden. De kostprijs voor deze aanpassingen wordt door de beheerder van het lokale transmissienet overgenomen. Art. 54.De gebruiker van het lokale transmissienet deelt uit eigen beweging aan de beheerder van het lokale transmissienet alle informatie mee met betrekking tot zijn installaties die een impact hebben op de kwaliteit, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het elektrisch systeem, waaronder onder meer : 1° de kenmerken van de compensatietoestellen gesitueerd in de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet;2° de aanvoer van kortsluitvermogen vanuit de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet of, bij het ontbreken daarvan, het totale vermogen van de motoren geïnstalleerd in de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet, of, bij het ontbreken daarvan, het percentage van de belasting van de gebruiker van het lokale transmissienet dat aangewend wordt voor de voeding van motoren op wisselstroom. Art. 55.De technische eisen en de regelparameters zoals beschreven in de artikelen 49 tot 54 hebben onder meer volgende doelstellingen : 1° er op niet-discriminerende wijze toe bijdragen dat de toepasselijke of geplande exploitatievoorwaarden voor het lokale transmissienet op het aansluitingspunt volstaan om de aansluitingsinstallaties, de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet en, in voorkomend geval, een uitbreiding van het lokale transmissienet te aanvaarden zonder afbreuk te doen aan de goede werking van de installaties van andere gebruikers of van het lokale transmissienet en zonder schadelijke retroactieve werking (onder meer stabiliteit, harmonische, interharmonische, onevenwicht, flicker, snelle spanningswijzigingen, kortsluitstroom) aan de installaties van andere netgebruikers, of aan het lokale transmissienet gebracht;2° er op niet-discriminerende wijze toe bijdragen de harmonieuze ontwikkeling van het lokale transmissienet te bevorderen. Onderafdeling 3. - Specifieke bepalingen met betrekking tot de aansluitingsinstallaties Art. 56.§ 1. In het geval dat de aansluitingsinstallaties op een terrein staan, dat niet de eigendom is van de beheerder van het lokale transmissienet en waarvan de gebruiker van het lokale transmissienet minstens het genot heeft, dient de gebruiker van het lokale transmissienet : 1° een ruimte ter beschikking van de beheerder van het lokale transmissienet te stellen dat aan diens behoeften voldoet en waarvan de modaliteiten in onderling overleg worden bepaald.Deze terbeschikkingstelling is gratis als de installaties enkel de gebruiker bevoorraden. 2° erop toe te zien dat deze aansluitingsinstallaties op elk moment voor de beheerder van het lokale transmissienet toegankelijk zijn zonder dwang of overdreven risico's.3° alle maatregelen te nemen, die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden om elke beschadiging aan het lokale transmissienet, aan de aansluitingsinstallaties, en/of aan de installaties van een andere gebruiker van het lokale transmissienet te voorkomen;4° indien dit technisch mogelijk en economisch verantwoord is in een globale aanpak, erop toe te zien dat de beheerder van het lokale transmissienet het recht en de mogelijkheid heeft aanvullende of bijkomende aansluitingsuitrustingen te plaatsen voor deze gebruiker of een andere gebruiker overeenkomstig artikel 102, tijdens een in onderlinge overeenstemming geplande periode zonder een redelijke termijn te overschrijden;5° erop toe te zien dat de beheerder van het lokale transmissienet het recht en de mogelijkheid heeft om op elk moment het geheel of een gedeelte van de aansluitingsuitrustingen, waarvan hij eigenaar is, te vervangen tijdens een in onderlinge overeenstemming geplande periode zonder een redelijke termijn te overschrijden;6° erop toe te zien dat, op geen elk moment, de rechten van de beheerder van het lokale transmissienet, met inbegrip van de eigendom of het genot, de toegang en de effectieve controle op het geheel of een gedeelte van de aansluitingsinstallaties worden aangetast. § 2. De uitvoeringsmodaliteiten voor het uitoefenen van de verplichtingen vermeld in § 1 worden bepaald in het aansluitingscontract. Onderafdeling 4. - Identificatie van de uitrustingen. Art. 57.§ 1. Elke uitrusting die van een aansluitingsinstallatie deel uitmaakt wordt geïdentificeerd overeenkomstig een code opgesteld door de beheerder van het lokale transmissienet. § 2. De beheerder van het lokale transmissienet en de gebruiker van betrokken net komen onder de uitrustingen die deel uitmaken van de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet, de uitrustingen overeen die geïdentificeerd worden overeenkomstig een code opgesteld door de beheerder van het lokale transmissienet. Die bepaling beoogt hoofdzakelijk de uitrustingen vermeld in artikel 53. Art. 58.De uitrustingen bedoeld in de artikelen 57 en 58 worden van een identificatieplaat voorzien die de code van de uitrusting duidelijk vermeldt. Afdeling 3. - Bijkomende technische voorschriften voor de aansluiting van belastingen Art. 59.§ 1. Na kennisgeving aan de gebruiker van het lokale transmissienet en behoudens rechtzetting door hem binnen een redelijke termijn heeft de beheerder van het lokale transmissienet het recht de technische middelen aan te wenden die nodig zijn voor de compensatie van reactieve energie, of, meer in het algemeen, voor de compensatie van ieder verstorend fenomeen, wanneer de installatie van een gebruiker van het lokale transmissienet die op het lokale transmissienet aangesloten is : 1° aanleiding geeft tot een bijkomende afname van reactieve energie, zoals bepaald in artikel 164, of 2° de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het lokale transmissienet verstoort. § 2. De beheerder van het lokale transmissienet motiveert zijn beslissing en deelt deze mede aan de betrokken gebruiker van het lokale transmissienet. Afdeling 4. - Bijkomende technische voorschriften voor de aansluiting van productie-eenheden Onderafdeling 1. - Algemeen Art. 60.Wanneer meerdere productie-eenheden zijn aangesloten op eenzelfde aansluitingspunt, gelden de voorschriften van dit besluit voor elk van deze productie-eenheden afzonderlijk. Onderafdeling 2. - Bijzondere technische voorschriften voor de aansluiting van de productie-eenheden voor groene elektriciteit, eenheden die elektriciteit produceren uit afvalstoffen en recuperaties en gedecentraliseerde productie-eenheden Art. 61.De aansluitingen van de productie-eenheden die van hernieuwbare energiebronnen gebruik maken, van de kwaliteitsvolle warmte-krachtkoppelingseenheden, van de eenheden die elektriciteit produceren vanaf afvalstoffen en recuperaties uit industriële processen, evenals van de gedecentraliseerde productie-eenheden, beantwoorden voor de technische aspecten aan voorschriften die zijn uitgewerkt door de beheerder van het lokale transmissienet op grond van de technische voorschriften Synergrid C 10/11 genoemd « Specifieke technische voorschriften voor de aansluiting van gedecentraliseerde productie-installaties die parallel aan het distributienet werken » of van elk ander minstens gelijkwaardig technisch voorschrift. De technische voorschriften die zijn uitgewerkt door de beheerder van het lokale transmissienet worden aan de CWaPE overgemaakt volgens de modaliteiten van artikel 6. Onderafdeling 3. - Werkingsvoorwaarden Art. 62.§ 1. Een nieuwe productie-eenheid moet synchroon met het net kunnen werken volgens de criteria bedoeld in de code « Requirements for Grid Connection Applicable to all Generators » bepaald door ENTSO-E. Zodra die code officieel bekendgemaakt wordt, worden de artikelen 62, § 2 tot en met 64, § 1, opgeheven. § 2. Een nieuwe productie-eenheid moet synchroon met het net kunnen werken : 1° zonder beperking in tijd indien de netfrequentie begrepen is tussen 47.5 Hz en 51.5 Hz; en 2° tijdens een in gemeenschappelijk akkoord tussen de gebruiker van het lokale transmissienet en de beheerder van het lokale transmissienet bepaalde tijd indien de frequentie van het net tussen 51 Hz en 52.5 Hz ligt. § 3. Het frequentierelais dat de overgang van een productie-eenheid naar een eilandbedrijf bewaakt, mag niet geactiveerd worden zolang de frequentie van het net groter of gelijk is aan 47.5 Hz, behoudens andersluidende bepaling in het aansluitingscontract. Art. 63.Een productie-eenheid moet zonder beperking in tijd synchroon kunnen werken met het net, binnen het gearceerde gebied in onderstaande grafiek delta U-frequentie, waarin delta U verwijst naar de spanningsafwijking aan de klemmen van de generator uitgedrukt in % van de nominale spanning ervan. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 64.§ 1. Een productie-eenheid moet, behoudens andersluidende bepaling in het aansluitingscontract : 1° over haar gehele werkingsdomein synchroon met het net kunnen werken als de spanning op het aansluitingspunt, uitgedrukt in procent van de nominale spanning op het aansluitingspunt, gedurende een spanningsval met beperkte amplitude, binnen het gearceerde gebied van de onderstaande grafiek blijft; Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° over haar gehele werkingsdomein synchroon met het net kunnen werken als de spanning op het aansluitingspunt, uitgedrukt in procent van de nominale spanning op het aansluitingspunt, gedurende een spanningsval met belangrijke amplitude, binnen het gearceerde gebied van de onderstaande grafiek blijft. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2. De spanning, waarmee rekening dient gehouden te worden in lokale productie-eenheden, is de spanning aan de uitgang van de lokale productie-eenheid. § 3. Specifieke voorschriften worden op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze bepaald door de beheerder van het lokale transmissienet voor de asynchrone generatoren, voor de installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling en voor de eenheden die elektriciteit produceren vanaf afvalstoffen en recuperaties uit industriële processen. Die worden aan de CWaPE overgemaakt volgens de modaliteiten van artikel 6. Art. 65.Tijdens een plotse wijziging of een belangrijke afwijking van de frequentie mag geen enkel toestel van een productie-eenheid ingaan tegen de werking van de primaire frequentieregeling zoals die in dit reglement voorzien is. Onderafdeling 4. - Beveiligingen Art. 66.De beheerder van het lokale transmissienet plaatst aan de hoogspanningszijde van de aansluiting een vermogenschakelaar waarvan het onderbrekingsvermogen groter dan of gelijk is aan de standaardwaarde (uitgedrukt in kA) opgesteld per spanningsplan in bijlage 1. Art. 67.De eenfasige kortsluitstroom mag niet groter zijn dan de driefasige kortsluitstroom. Onderafdeling 5. - Specificaties voor productie van reactieve energie Art. 68.Elke productie-eenheid waarvan het actief vermogen P1 zoals bepaald in artikel 73 groter dan of gelijk is aan 25 MW is een regelende productie-eenheid onafhankelijk van het niveau van de spanning van het aansluitingspunt. Art. 69.Onafhankelijk van de andere specificaties omschreven in dit reglement, moet elke regelende productie-eenheid in staat zijn haar levering van reactief vermogen automatisch en op het eerste verzoek van de beheerder van het lokale transmissienet, zonder verwijl, aan te passen tijdens langzame (in orde van minuten) en plotse (in orde van een fractie van seconde) wijzigingen in de spanning. Art. 70.Elke niet-regelende productie-eenheid moet in staat zijn haar levering van reactief vermogen aan te passen in functie van de noden van het lokale transmissienet, ten minste door een omschakeling van de productie van het reactieve vermogen te kunnen omschakelen tussen twee niveaus overeengekomen tussen de beheerder van het lokale transmissienet en de betrokken gebruiker ervan. Art. 71.§ 1. Voor elke waarde van het actief vermogen dat op het lokale transmissienet geïnjecteerd kan worden tussen het technisch minimum en het maximaal aansluitingsvermogen bij normale exploitatiespanning, moet de regelende productie-eenheid, in het aansluitingspunt een reactief vermogen respectievelijk kunnen absorberen of leveren tussen minimum -0.1 P1 en 0.45 P1. § 2. Voor elke spanning op het aansluitingspunt tussen 0.9 en 1.05 maal de normale exploitatiespanning, moet de regelende productie-eenheid dezelfde mogelijkheden hebben, met uitzondering van een beperking veroorzaakt door spanningsbeperkingen van de generator of veroorzaakt door de statorstroom van de generator. Een eventuele statorstroombeperking mag niet tussenkomen bij de snelle regeling van de spanning. De beperkingen op de spanning aan de klemmen van de generator dienen de bepalingen van de artikelen 63 en 64 te respecteren. § 3. In afwijking van wat voorzien is in §§ 1 en 2, zijn de spanning, het actief en het reactief vermogen waarmee dient rekening gehouden te worden voor lokale productie-eenheden de spanning, het actief en het reactief vermogen aan de uitgang van de lokale productie-eenheid. Art. 72.§ 1. De spanningsregelaar van een regelende productie-eenheid is voorzien van een over- en onderbekrachtigingsbegrenzer. Deze werken automatisch en enkel indien het reactief vermogen zich buiten het interval bevindt zoals bepaald bij toepassing van het artikel 71. § 2. De uitgang van de werking als over- en onderbekrachtigingsbegrenzing is automatisch en laat de primaire regeling van de spanning opnieuw werken zodra de spanning op het aansluitingspunt opnieuw binnen het bereik omschreven in artikel 71 is gekomen. Art. 73.Binnen het werkingsgebied dient elke regelende productie-eenheid bij trage wijzigingen van de spanning Unet op het aansluitingspunt, op automatische wijze haar reactieve productie Qnet aan te kunnen passen zodat de relatieve gevoeligheidscoëfficiënt aeq begrepen is tussen 18 en 25, Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij : Q/net het reactief vermogen gemeten aan de hoogspanningszijde van de opvoertransformator; P1 het actieve vermogen van de productie-eenheid bepaald in het aansluitingscontract en die de continue maximale levering van actief vermogen zoals in het net toegelaten. Unet de spanning, gemeten aan de hoogspanningszijde van de opvoertransformator; U/norm,exp de normale exploitatiespanning (de gemiddelde spanning waarrond het net geëxploiteerd wordt) is. Art. 74.Indien een niet-regelende productie-eenheid uitgerust is met een regelaar bestemd om het geproduceerd reactief vermogen te volgen, dient deze traag te zijn ten opzichte van de primaire spanningsregeling van de regelende eenheden (waarvan de werking ingrijpt op een schaal van seconden) en snel ten opzichte van de dynamica van de transformatoren met automatische regelschakelaars (inwerkende op een schaal van tientallen seconden tot minuten) om zodoende spanningsschommelingen in het elektrisch systeem te vermijden. De tijdsconstante van gesloten keten van deze regelaar moet minstens tussen 10 en 30 seconden ingesteld kunnen worden. Onderafdeling 6. - Andere bepalingen Art. 75.§ 1. De gebruiker van het lokale transmissienet en de beheerder van het lokale transmissienet bepalen, voor wat betreft de aspecten die niet geregeld worden in dit reglement en die rechtstreeks verbonden zijn met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het lokale transmissienet, de aan te wenden technische eisen en regelparameters met betrekking tot de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet, waaronder : 1° het werkingsgebied van de generator in het actief-reactief diagram in functie van de exploitatiespanning;2° de aanpassing van de turbineregelaar aan het eilandbedrijf van de productie-eenheid (mogelijkheid en moment van eilandbedrijf);3° het regelbereik van de versterking van de snelheidsregelaar;4° het reactief statisme;5° de statische en dynamische stabiliteit;6° de weerstand aan een spanningsdip van de generator en van de ondersteunende diensten;7° het bekrachtigingsplafond;8° de synchronisatie met het net bij normale en buitengewone exploitatie;9° de mogelijkheid van de productie-eenheid tot het leveren van ondersteunende diensten;10° de mogelijkheid van gemeenschappelijke storingen (inbegrepen de controle en bediening) van productiegroepen die meerdere productie-eenheden met gemeenschappelijke ondersteunende diensten en productie-eenheden met gecombineerde cyclus omvatten;11° de Power System Stabiliser (PSS);12° de opvoertransformator (vermogen, wikkelverhouding, kortsluitingspanning, aarding van het nulpunt, beperking van de eenfasige kortsluitstroom). § 2. De technische minimumeisen, de regelparameters en andere bepalingen bedoeld in § 1 worden opgenomen in het aansluitingscontract. Afdeling 5. - Specificaties voor levering van een ondersteunende dienst Art. 76.De beheerder van het lokale transmissienet bepaalt, in het aansluitingscontract bijkomende technische specificaties, ten opzichte van de technische specificaties verwoord in Afdeling 4 van dit Hoofdstuk, opdat een productie-eenheid het recht heeft om een ondersteunende dienst aan het lokale transmissienet te leveren. Art. 77.§ 1. Om de ondersteunende dienst van primaire regeling van de frequentie te kunnen leveren, moet een productie-eenheid met een automatische snelheidsregelaar uitgerust zijn. § 2. Om de ondersteunende dienst van regeling van het reactief vermogen en van de spanning te kunnen leveren, dient een productie-eenheid regelend of niet-regelend te zijn. HOOFDSTUK II. - Aanvraag voor een oriëntatiestudie voor een aansluiting op het lokale transmissienet. Afdeling 1. - Betrouwbaarheidsmaatregelen voor de productie-eenheden Art. 78.De beheerder van het lokale transmissienet mag voor de contacten met de producenten die op zijn net zijn aangesloten of erop aangesloten willen worden, enkel een beroep doen op eigen personeel of één van de producenten onafhankelijk deskundige, evenwichtsverantwoordelijken, houders van een licentie voor de levering of tussenpersonen. Hetzelfde geldt voor de verwezenlijking van studies en de voorbereiding van contracten. Afdeling 2. - Indiening van de oriëntatiestudieaanvraag Art. 79.Elke geïnteresseerde persoon, inbegrepen elke gebruiker van het lokale transmissienet, kan een oriëntatiestudieaanvraag bij de netbeheerder indienen, respectievelijk met betrekking tot : 1° een nieuwe aansluiting voor zover hij de vermogenscriteria bepaald bij artikel 46 van het technisch distributiereglement vervult;2° een aanpassing van een bestaande aansluiting, van de installaties die ermee verbonden zijn of van hun exploitatiewijzen. Voordat een producent een oriënterende studieaanvraag indient, staat het hem vrij de beheerder van het lokale transmissienet te contacteren voor een kosteloze adviesverlening over de mogelijkheden om een gedecentraliseerde productie op het net te aanvaarden in functie van de vestiging van de productie en het gewenste vermogen. Art. 80.Een oriëntatiestudie wordt aangevraagd d.m.v. een formulier dat de volgende gegevens bevat : 1° de identiteit en de personalia van de aanvrager en, indien het een vennootschap betreft, het maatschappelijk doel en de benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel, alsook de documenten die de bevoegdheden van de ondertekenaars van de aanvraag aantonen;2° de geografische ligging en het vermogen van de voorgenomen aansluiting;3° de algemene technische gegevens en de technologische parameters;4° zijn verbintenis om het tarief voor een oriëntatiestudie te betalen. De aanvrager licht de beheerder van het lokale transmissienet spontaan in als hij van plan is om het vermogen van zijn installaties later te verhogen. Art. 81.De beheerder van het lokale transmissienet stelt op schriftelijke aanvraag aan elke geïnteresseerde persoon het oriëntatiestudieformulier, zoals bedoeld in artikel 80, ter beschikking. Art. 82.§ 1. De studieaanvrager geeft in zijn informatieaanvraag de commercieel gevoelige gegevens aan die hij, in voorkomend geval, als vertrouwelijk beschouwt. § 2. De studieaanvrager doet hetzelfde voor de bijkomende gegevens gevraagd door de beheerder van het lokale transmissienet. Art. 83.§ 1. Binnen een termijn van tien werkdagen volgend op het indienen van de oriëntatiestudieaanvraag, ziet de beheerder van het lokale transmissienet na of de aanvraag volledig is. In geval van onvolledigheid, meldt de beheerder van het lokale transmissienet aan de studieaanvrager welke informatie of documenten ontbreken en staat hem een termijn toe om zijn aanvraag te vervolledigen. In geval van volledigheid wordt een bericht van ontvangst verstuurd. § 2. Indien de beheerder van het lokale transmissienet oordeelt dat de aanvraag voor een oriëntatiestudie duidelijk onredelijk is voor wat betreft de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het lokale transmissienet, meldt hij dit aan de aanvrager met vermelding van de motieven binnen dezelfde termijn. Afdeling 3. - Onderzoek van de oriëntatiestudieaanvraag Art. 84.§ 1. De beheerder van het lokale transmissienet onderzoekt de oriëntatiestudieaanvraag en beoordeelt deze op niet discriminerende wijze onder meer in het licht van : 1° het behoud van de integriteit, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het lokale transmissienet;2° de goede werking ten opzichte van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de installaties van andere gebruikers van het lokale transmissienet;3° de harmonieuze ontwikkeling van het lokale transmissienet;4° de reeds bestaande aansluitingen en bestaande capaciteitsreserveringen;5° de naleving van de bepalingen van het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten en van de artikelen 46 en 47 van het technisch distributiereglement;6° naleving van het milieurecht en het recht van ruimtelijke ordening;7° het behoud van een vereiste transportcapaciteit voor de bevoorrading van toekomstige behoeften, betreffende openbare dienstverplichtingen, overeenkomstig de wettelijke bepalingen;8° de voorrang aan de productie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en aan de kwaliteitsvolle en/of hoogrenderende warmtekrachtkoppelingseenheden en aan de eenheden die elektriciteit produceren vanaf afvalstoffen en recuperaties uit industriële processen.De oriëntatiestudies die betrekking hebben op die installaties worden bij voorrang behandeld ten opzichte van de andere aanvragen die bij de beheerder van het lokale transmissienet hangende zijn. § 2. De evaluatie kan betrekking hebben op andere punten die bepaald zijn in een gemeenschappelijk akkoord van de beheerder van het lokale transmissienet en de oriëntatiestudieaanvrager. Art. 85.De beheerder van het lokale transmissienet kan, op elk ogenblik, aan de oriëntatiestudieaanvrager vragen om hem binnen een termijn van tien werkdagen, bijkomende noodzakelijke gegevens over te maken om te dien einde de oriëntatiestudieaanvraag te onderzoeken. Art. 86.De indiening van een oriëntatiestudieaanvraag verplicht de beheerder van het lokale transmissienet er niet toe om een capaciteitsreservering te bepalen of toe te kennen. Afdeling 4. - Oriëntatiestudie Art. 87.§ 1. Zo spoedig mogelijk, maar ten laatste binnen de 30 werkdagen volgend op de indiening van de oriëntatiestudieaanvraag en van de desbetreffende betaling onder voorbehoud van de verlenging van deze termijn als gevolg van de eventuele toepassing van artikel 83, bezorgt de beheerder van het lokale transmissienet aan de oriëntatiestudieaanvrager het resultaat van zijn studie ter kennis betreffende de technische gegevens hierna beschreven in artikel 88 of andere overeen te komen. § 2. Indien een aanvraag niet behandeld kan worden in de termijn bepaald bij § 1 wegens toepassing van artikel 84, § 1, 8°, wordt die termijn op 60 werkdagen gebracht. § 3.De termijnen bedoeld in dit artikel kunnen in onderling overleg met de betrokken partijen verlengd worden. § 4. De oriëntatiestudie houdt geen oordeel in over de definitieve opties die in het eventueel aansluitingscontract zullen genomen worden. Art. 88.De technische gegevens bevatten ten minste de volgende bestanddelen : 1° een schema van de voorgenomen aansluiting of aanpassing;2° in voorkomend geval, de specifieke beperkingen (technische, wettelijke of andere) verbonden aan de ligging van de voorgenomen aansluiting of aanpassing;3° in voorkomend geval, de noodzakelijke elementen voor het in conformiteit brengen van de aansluitingsinstallaties en de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet of de voorgenomen aanpassingen krachtens het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten;4° in voorkomend geval, de aanwijzing van de noodzaak om over te gaan tot een studie van filters en/of compensatietoestellen en/of een studie betreffende de invloed op de stabiliteit van het lokale transmissienet;5° in voorkomend geval, een indicatieve evaluatie van eventuele versterkingen die aan het lokale transmissienet moeten worden aangebracht voor de voorgenomen aansluitingen of aanpassingen en een indicatieve evaluatie van de hiervoor normaal vereiste duur;6° een indicatieve evaluatie van termijnen voor de verwezenlijking van de aansluitingswerken of voorgenomen aanpassingswerken;7° een indicatieve raming van de uitvoeringskosten van aansluitingswerken of voorgenomen aanpassingswerken. Art. 89.De beheerder van het lokale transmissienet kan geheel of gedeeltelijk de aanvraag weigeren om geheel of gedeeltelijke technische informatie bedoeld in artikel 88 te bezorgen wanneer de oriëntatiestudieaanvrager niet binnen een redelijke termijn, de bijkomende gegevens heeft verstrekt die door de beheerder van het lokale transmissienet worden gevraagd om de studie tot een goed einde te brengen. Art. 90.In het geval zoals in artikel 89 bedoeld, geeft de beheerder van het lokale transmissienet aan de oriëntatiestudieaanvrager kennis van zijn gemotiveerde weigering. HOOFDSTUK III. - Geringe wijziging Art. 91.Ter gelegenheid van een project 3. van wijziging die hij als gering beschouwt, in de aansluitingsinstallaties of hun exploitatiewijze;4. van wijziging in de installaties van de gebruiker of van hun exploitatiewijze die als gering beschouwd wordt maar die een invloed zou kunnen hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het lokale transmissienet, geeft de gebruiker van het lokale transmissienet de beheerder van het lokale transmissienet kennis van de voorgenomen wijzigingen en van de redenen waarom hij acht dat ze gering zijn. Art. 92.De beheerder van het lokale transmissienet onderzoekt de kennisgeving bedoeld in het artikel 91, beoordeelt en, in voorkomend geval, motiveert de geringe aard van de wijziging. Art. 93.§ 1. Volgend op het onderzoek, bedoeld in artikel 92 kan de beheerder van het lokale transmissienet : 1° de voorgenomen wijzigingen zonder andere formaliteiten goedkeuren;2° het afsluiten van een addendum bij het aansluitingscontract voorstellen;3° voorstellen dat hij de wijziging niet als gering beschouwt en de wijziging met inachtneming van de procedure voorzien in Hoofdstuk IV van deze Titel dient te gebeuren. § 2. Het sluiten van een addendum zoals bedoeld in § 1, 2° stelt de aansluitingsaanvrager niet vrij van het verkrijgen van een kennisgeving van conformiteit met de aansluiting overeenkomstig Hoofdstuk V van deze Titel. HOOFDSTUK IV. - Aansluitingsaanvraag Afdeling 1. - Indiening van de aansluitingsaanvraag met detailstudie Art. 94.Elke geïnteresseerde persoon, inbegrepen elke gebruiker van het lokale transmissienet, kan een aansluitingsaanvraag bij de beheerder van het lokale transmissienet indienen. Deze aanvraag voorziet een detailstudie voor : 1° een nieuwe voorgenomen aansluiting voor zover zij de vermogenscriteria bepaald bij artikel 46 van het technisch distributiereglement vervult of voor zover de beheerder van het distributienet het dossier heeft overgemaakt aan de beheerder van het lokale transmissienet overeenkomtigs artikel 47, § 2, van hetzelfde technisch reglement;2° een voorgenomen wijziging van een bestaande aansluiting;3° een voorgenomen wijziging van de installaties van de gebruiker van het lokale transmissienet en/of hun exploitatiewijze die een invloed zou kunnen hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het lokale transmissienet. Artikel 47, § 3, van het technisch distributiereglement is van toepassing. Art. 95.De aansluitingsaanvraag met detailstudie bevat de volgende in het aansluitingsaanvraagformulier opgenomen gegevens, behoorlijk ingevuld : 1° de identiteit en de gegevens van de aansluitingsaanvrager en, indien het een vennootschap betreft, het maatschappelijk doel en de benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel evenals de documenten die de bevoegdheden van de ondertekenaars van de aanvraag aantonen;2° de geografische ligging, het vermogen en de gedetailleerde technische kenmerken van de voorgenomen aansluiting en/of van de aan het lokale transmissienet aan te sluiten installaties;3° zijn verbintenis om het geldend tarief verbonden met het detailonderzoek betreffende nieuwe aansluitingssystemen of de aanpassing van reeds bestaande aansluitingsystemen, te betalen, behalve indien de aanvraag reeds een eerste maal is ingediend, niet aanleiding gegeven heeft tot het sluiten van een contract in functie van artikel 100 en voor zover er geen wijzigingen zijn opgetreden in het net met een weerslag op de aansluitingsvoorwaarden. De aanvrager licht de beheerder van het lokale transmissienet spontaan in als hij van plan is om het vermogen van zijn installaties later te verhogen. Art. 96.De aansluitingsaanvrager identificeert in zijn aansluitingsaanvraag de commercieel gevoelige gegevens die hij als vertrouwelijk beschouwt. De aansluitingsaanvrager doet hetzelfde voor de bijkomende gegevens die in voorkomend geval worden gevraagd door de beheerder van het lokale transmissienet. Art. 97.Binnen een termijn van tien werkdagen volgend op het indienen van de aansluitingsaanvraag, ziet de beheerder van het lokale transmissienet na of de aanvraag volledig is. In geval van onvolledigheid, meldt de beheerder van het lokale transmissienet aan de aansluitingsaanvrager dat informatie of documenten ontbreken en staat hem een termijn toe om zijn aanvraag te vervolledigen. In geval van volledigheid wordt een bericht van ontvangst verstuurd. Art. 98.Als de aansluitingsaanvraag met detailstudie volledig is en als de voorziene kosten betaald zijn, kent de beheerder van het lokale transmissienet aan de aansluitingsaanvrager, onverminderd artikel 99, een capaciteitsreservering toe, hierbij rekening houdend met de gevraagde capaciteit en de ligging van de aansluiting. Deze capaciteitsreservering mag niet aan derden overgedragen worden. Art. 99.In afwijking van artikel 98 geschiedt de toekenning van een capaciteitsreservering in het kader van een aansluitingsaanvraag, gedaan voor een productie-eenheid en tot aan de kennisgeving van het aansluitingsvoorstel bedoeld in artikel 107, door de levering, in voorkomend geval, door de aansluitingsaanvrager van het bewijs van een voorafgaandelijke verklaring of van de indiening van het dossier voor een vergunningsaanvraag van elektriciteitsproductie overeenkomstig de vigerende wet- of regelgeving. Afdeling 2. - Onderzoek van de aansluitingsaanvraag Art. 100.§ 1. De beheerder van het lokale transmissienet onderzoekt de aansluitingsaanvraag en beoordeelt deze op niet discriminerende wijze, onder meer in het licht van : 1° het behoud van de integriteit, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het lokale transmissienet;2° de goede werking van het lokale transmissienet ten aanzien van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de installaties van de andere gebruikers van het lokale transmissienet;3° de noodzaak tot het bevorderen van een harmonieuze ontwikkeling van het lokale transmissienet op niet discriminerende wijze;4° de reeds bestaande aansluitingen en bestaande capaciteitsreserveringen voor injectie of afname;5° de naleving van de bepalingen van het decreet en diens uitvoeringsbesluiten, evenals van de artikelen 46 en 47 van het technisch distributiereglement;6° naleving van het milieurecht en het recht van ruimtelijke ordening;7° het behoud van noodzakelijke transportcapaciteit voor de bevoorrading van toekomstige behoeften in verband met openbare dienstverplichtingen; [8° de voorrang aan de productie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en aan de kwaliteitsvolle en/of hoogrenderende warmtekrachtkoppelingseenheden en aan de eenheden die elektriciteit produceren vanaf afvalstoffen en recuperaties uit industriële processen. De aansluitingsaanvragen die betrekking hebben op die installaties worden bij voorrang behandeld ten opzichte van de andere aansluitingsaanvragen die bij de beheerder van het lokale transmissienet hangende zijn. Die voorrang geldt eveneens voor de capaciteitsreserveringen. § 2. Bij de behandeling van de aansluitingsaanvraag en bij het aansluitingsvoorstel handelt de beheerder van het lokale transmissienet steeds met aandacht voor het technische en bedrijfsbelang van de aanvrager, overminderd het globaal belang van de andere gebruikers van het lokale transmissienet en zonder dat dit de aanvrager het recht geeft om een gunstiger aansluitingswijze dan de wijze bepaald bij artikel 46 van het technisch distributereglement aan te vragen. § 3. De beheerder van het lokale transmissienet deelt het resultaat van de evaluatie van zijn aansluitingsaanvraag aan de gebruiker mee volgens de modaliteiten bepaald in afdeling 4. Art. 101.De beheerder van het lokale transmissienet kan, op elk ogenblik, aan de aansluitingsaanvrager vragen om binnen een redelijke termijn bijkomende gegevens die nodig zijn om de aansluitingsaanvraag te onderzoeken, mee te delen. Afdeling 3. - Capaciteitsoverdracht Art. 102.Een aansluitingsaanvrager kan van de bestaande aansluitingsinstallaties gebruik maken waarvan de capaciteit niet volledig gebruikt wordt, voor zover de reeds op het lokale transmissienet aangesloten gebruiker ervan door zijn aansluitingsinstallaties aanvaardt dat het geheel of het gedeelte van de capaciteit waarop hij rechten bezit, aan de aansluitingsaanvrager of aan de beheerder van het lokale transmissienet wordt overgedragen. Art. 103.§ 1. Teneinde de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het lokale transmissienet te waarborgen, dient de reeds op het lokale transmissienet aangesloten gebruiker ervan bij het ontvangen van een aanvraag van een aansluitingsaanvrager of van de beheerder van het lokale transmissienet bedoeld in artikel 102, bij voorrang de beschikbare en niet-gebruikte capaciteit van de aansluiting aan de beheerder van het lokale transmissienet aan te bieden overeenkomstig dezelfde bepalingen en commerciële voorwaarden als diegene die aan de aansluitingsaanvrager aangeboden worden. § 2. Voor overnames, fusies en herstructureringen van vennootschappen behorende tot eenzelfde groep zoals bepaald overeenkomstig artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen, geldt § 1 niet. Art. 104.De netbeheerder beschikt over twintig werkdagen om het in artikel 103 aangegeven aanbod van capaciteit te aanvaarden of te weigeren. Hij deelt zijn beslissing aan de gebruiker van het lokale transmissienet ten laatste bij het verstrijken van voornoemde termijn mede. Afdeling 4. - Technische fase van de detailstudie Art. 105.§ 1. Zo spoedig mogelijk, maar ten laatste binnen twintig werkdagen volgend op de ontvangst van de naar behoren ingevulde aanvraag en van de desbetreffende betaling, onderzoeken de beheerder van het lokale transmissienet en de aanvrager gezamenlijk de technische informatie die door de aanvrager in zijn aansluitingsaanvraag verstrekt wordt. § 2. Binnen de kortste tijd maar ten laatste binnen de vijftig werkdagen volgend op de ontvangst van de naar behoren ingevulde aanvraag, sluiten de beheerder van het lokale transmissienet en de aansluitingsaanvrager een akkoord over de technische oplossingen voor de aansluiting. Die termijnen mogen op 65 dagen gebracht worden als er geen oriëntatiestudie plaatsgevonden heeft. § 3. Indien een aanvraag niet binnen de termijnen bedoeld in de §§ 1 en 2 behandeld kunnen worden wegens toepassing van artikel 100, 1 -8°, kunnen die termijnen op veertig werkdagen gebracht worden voor § 1 en op honderd werkdagen voor § 2. § 4. De termijnen bepaald bij deze afdeling kunnen met gezamenlijk akkoord tussen de beheerder van het lokale transmissienet en de aansluitingsaanvrager, die er de CWaPE over inlichten, verlengd worden wanneer de complexiteit van de aansluitingsaanvraag of de voorwaarden, met name de verlofperiodes of een aanzienlijk aantal aanvragen, het vereisen. De capaciteitsreservering bedoeld in artikel 98 wordt in stand gehouden zolang geen andere concurrerende aansluitingsaanvraag is ingediend. Art. 106.Bij ontstentenis van technische oplossingen die conform zijn aan de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het lokale transmissienet binnen de termijn voorzien in artikel 105, § 2, neemt de aansluitingsprocedure een einde zonder het afsluiten van een aansluitingscontract en brengt de annulatie van de capaciteitsreservering zoals bedoeld in artikel 98 met zich mee. Afdeling 5. - Voorstel van aansluiting. Art. 107.Uiterlijk binnen de 10 werkdagen volgend op het afsluiten van het akkoord in verband met technische oplossingen aangaande de aansluiting brengt de beheerder van het lokale transmissienet aan de aansluitingsaanvrager een voorstel van aansluitingscontract ter kennis. Art. 108.De termijn voorzien in artikel 107 mag in samenspraak tussen de beheerder van het lokale transmissienet en de aansluitingsaanvrager, die de CWaPE erover inlichten, worden verlengd indien de complexiteit van de aansluitingsaanvraag en/of het aantal te bestuderen varianten dit vergen. De capaciteitsreservering kan in stand gehouden worden zolang geen andere concurrerende aanvraag is ingediend. Afdeling 6. - Aansluitingscontract Art. 109.§ 1. Ten laatste binnen de 20 werkdagen volgend op de kennisgeving van het aansluitingsproject bedoeld in artikel 107 sluiten de beheerder van het lokale transmissienet en de aansluitingsaanvrager een aansluitingscontract volgens de modaliteiten bedoeld in deze Afdeling. § 2. Het aansluitingscontract kan een opschortende voorwaarde inhouden die verband houdt met het bekomen van de vergunningen of machtigingen betreffende de installaties waarvoor de administratieve procedure aan de gang is; dan wordt de CWaPE daarover ingelicht. Als de beheerder van het lokale transmissienet een dergelijke opschortende voorwaarde weigert, deelt hij de motieven van diens beslissing aan de aanvrager en aan de CWaPE mede. Art. 110.§ 1. Bij ontstentenis van een aansluitingscontract, binnen de termijn bedoeld in artikel 109, neemt de aansluitingsprocedure een einde. De beheerder van het lokale transmissienet verwittigt de aanvrager tien werkdagen vóór verstrijken van die termijn en licht de CWaPE erover in dat de aansluitingsaanvraag vervalt. § 2. Op gemotiveerde verzoeken kan de aanvrager verlengingen van de termijn bedoeld in artikel 109, § 1, met maximum 20 dagen elk krijgen, met behoud van de capaciteitsreservering en zolang geen enkele andere concurrenrende aanvraag is ingediend. § 3. Na ontvangst van het ondertekende aansluitingscontract en van de desbetreffende betaling is de gereserveerde opvangcapaciteit definitief verworven door de producent, behoudens geschreven terugtrekking zijnentwege of als de aansluitingswerken niet binnen een termijn van één jaar zijn besteld. In het laatste geval mag de producent een bijkomende termijn van maximum één jaar aanvragen om de aansluiting uit te voeren voor zover hij d.m.v. een attest van een bevoegde gemeentelijke of gewestelijke of federale overheid het bewijs levert dat de vergunningsaanvraag ingediend is en onderzocht wordt. In dat geval kan de beheerder van het lokale transmissienet, indien de termijn met meer dan een jaar verlengd wordt, het aanbod aanpassen naar rata van de tarieven goedgekeurd door de « CREG ». Deze gereserveerde opvangcapaciteit mag niet overgedragen worden voor de officiële datum van oplevering van de opgerichte installatie In geval van terugtrekking van de producent of van annulering van het contract wegens overschrijding van de termijnen wordt de in deze § bedoele betaling terugbetaald na aftrek van een door de CREG goedgekeurde forfaitair bedrag. Het bedrag van de detailstudie wordt nooit terugbetaald. § 4. In afwijking van § 3, kunnen de termijnen, in uitzonderlijke gevallen te wijten aan bijzondere administratieve procedures, voor onbepaalde duur verlengd worden, na goedkeuring van de « CWaPE ». Art. 111.Het niet aangaan van een aansluitingscontract binnen de termijn bedoeld in artikel 109, geeft aanleiding tot de annulatie van de capaciteitsreservering, bedoeld in artikel 98 en geeft geen recht op terugbetaling van het tarief, zoals voorzien in artikel 95, 3°. Art. 112.§ 1. Het aansluitingscontra

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.