📄 Wettekst
19 JULI 2017. - Decreet betreffende de invoering van een cursus filosofie en burgerzin in het secundair onderwijs en houdende verschillende aanpassingen in het basisonderwijs
Het parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen, en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Bepalingen betreffende het secundair onderwijs HOOFDSTUK I. - Maatregelen tot bepaling van de wijze van berekening van het aantal lestijden die kunnen worden gebruikt voor de organisatie van de cursussen godsdienst, niet confessionele zedenleer, filosofie en burgerzin Afdeling I. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 29 juli
1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan Artikel 1.In hoofdstuk II van het decreet van 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan, wordt het opschrift "Berekening en gebruik van de lestijden-leraar" vervangen door "Berekening en gebruik van de lestijden-leraar en van de lestijden voor de organisatie van de cursussen godsdienst, niet-confessionele zedenleer of filosofie en burgerzin", en wordt een artikel 7/1 ingevoegd, luidend als volgt : "Artikel 7/1.§ 1. De wijze van berekening van het aantal lestijden voor de organisatie van de cursus godsdienst, niet confessionele zedenleer en filosofie en burgerzin, wanneer de leerlingen worden vrijgesteld van de cursus godsdienst of zedenleer, en van het aantal lestijden voor de organisatie van de cursus filosofie en burgerzin, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, wordt vastgesteld in hoofdstuk III van het besluit van de Executieve van 31 augustus 1992 ter uitvoering van het decreet d.d. 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan voor de volgende leerjaren of groepen van leerjaren : 1. het eerste gemeenschappelijke leerjaar bedoeld in artikel 4 van het
decreet van 30 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/06/2006
pub.
31/08/2006
numac
2006202786
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs
type
decreet
prom.
30/06/2006
pub.
13/12/2006
numac
2006036586
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006
sluiten betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs;2. het tweede gemeenschappelijke leerjaar bedoeld in artikel 4 van het voormelde
decreet van 30 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/06/2006
pub.
31/08/2006
numac
2006202786
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs
type
decreet
prom.
30/06/2006
pub.
13/12/2006
numac
2006036586
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006
sluiten, met inbegrip van het bijkomende leerjaar bedoeld in artikel 13, § 1, van hetzelfde decreet;3. het gedifferentieerde eerste leerjaar bedoeld in artikel 16, § 1, van hetzelfde decreet, met inbegrip van het stelsel voor het onthaal en de scholarisatie van nieuwkomers zoals bepaald in artikel 2, § 1, 2°, van het
decreet van 18 mei 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/2012
pub.
22/06/2012
numac
2012029269
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de organisatie van een stelsel voor het onthaal en de scholarisatie van nieuwkomers in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs
sluiten betreffende de organisatie van een stelsel voor het onthaal en de scholarisatie van nieuwkomers in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs;4. het gedifferentieerde tweede leerjaar bedoeld in artikel 16, § 1, van het voormelde
decreet van 30 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/06/2006
pub.
31/08/2006
numac
2006202786
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs
type
decreet
prom.
30/06/2006
pub.
13/12/2006
numac
2006036586
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006
sluiten;5. het derde specifieke differentiatie- en oriëntatiejaar, bedoeld in artikel 19 van het voormelde
decreet van 30 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/06/2006
pub.
31/08/2006
numac
2006202786
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs
type
decreet
prom.
30/06/2006
pub.
13/12/2006
numac
2006036586
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006
sluiten;6. het derde leerjaar van het algemeen onderwijs, het derde leerjaar van het technisch doorstromingsonderwijs en het derde leerjaar van het artistiek doorstromingsonderwijs;7. het derde leerjaar van het technisch kwalificatieonderwijs en het derde leerjaar van het artistiek kwalificatieonderwijs;8. het derde leerjaar van het beroepsonderwijs;9. het vierde leerjaar van het algemeen onderwijs, het vierde leerjaar van het technisch doorstromingsonderwijs, met inbegrip van het heroriënteringsjaar bedoeld in artikel 4, § 1, 2° van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs;10. het vierde leerjaar van het technisch kwalificatieonderwijs, met inbegrip van het heroriënteringsjaar bedoeld in artikel 4, § 1, 2° van het koninklijk besluit van 29 juni 1984 betreffende de organisatie van het secundair onderwijs, en het vierde leerjaar van het artistiek kwalificatieonderwijs;11. het vierde leerjaar van het beroepsonderwijs;12. het vijfde leerjaar van het algemeen onderwijs, het vijfde leerjaar van het technisch doorstromingsonderwijs en het vijfde leerjaar van het artistiek doorstromingsonderwijs;13. het vijfde leerjaar van het technisch kwalificatieonderwijs en het vijfde leerjaar van het artistiek kwalificatieonderwijs;14. het vijfde leerjaar van het beroepsonderwijs;15. het zesde leerjaar van het algemeen onderwijs, het zesde leerjaar van het technisch doorstromingsonderwijs en het zesde leerjaar van het artistiek doorstromingsonderwijs;16. het zesde leerjaar van het technisch kwalificatieonderwijs, met inbegrip van het aanvullend jaar bedoeld in artikel 3, § 6, van het
decreet van 12 juli 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/07/2012
pub.
20/08/2012
numac
2012029325
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de kwalificatie uitgedrukt in eenheden van leerresultaten in het secundair kwalificatieonderwijs en tot wijziging van verschillende bepalingen betreffende het secundair onderwijs (1)
sluiten tot regeling van de kwalificatie uitgedrukt in eenheden van leerresultaten (KEL) in het secundair kwalificatieonderwijs en tot wijziging van verschillende bepalingen betreffende het secundair onderwijs, en het zesde leerjaar van het artistiek kwalificatieonderwijs;17. het zesde leerjaar van het beroepsonderwijs bedoeld in artikel 3, § 6, van het
decreet van 12 juli 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/07/2012
pub.
20/08/2012
numac
2012029325
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de kwalificatie uitgedrukt in eenheden van leerresultaten in het secundair kwalificatieonderwijs en tot wijziging van verschillende bepalingen betreffende het secundair onderwijs (1)
sluiten tot regeling van de kwalificatie uitgedrukt in eenheden van leerresultaten (KEL) in het secundair kwalificatieonderwijs en tot wijziging van verschillende bepalingen betreffende het secundair onderwijs;18. het zevende leerjaar van de 3e graad van het technisch kwalificatieonderwijs;19. het zevende leerjaar van de derde graad van het beroepsonderwijs;20. het voorbereidend leerjaar paramedisch hoger onderwijs, bedoeld in artikel 2, § 3, 2°, van de wet van 19 juli 1971 betreffende de algemene structuur en de organisatie van het secundair onderwijs;21. het voorbereidend leerjaar beroepssecundair onderwijs afdeling "verpleegkunde" bedoeld in artikel 2, § 4, van de voormelde wet van 19 juli 1971. De som van de lestijden die worden berekend met toepassing van artikel 14, eerste lid en derde lid, en van artikel 15 van het besluit van de Executive van 31 augustus 1992 ter uitvoering van het decreet d.d. 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan, maakt het RLMOD (Godsdienst Zedenleer) van de in § 2 bedoelde inrichtingen uit. Elke inrichting geniet minstens het aantal RLMOD-lestijden dat ze creëert. § 2. Voor de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, het officieel gesubsidieerd onderwijs en het niet confessioneel vrij onderwijs die de keuze bieden tussen de verschillende cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer, worden lestijden boven het RLMOD automatisch toegekend voor het personeelslid dat aangeworven of aangesteld wordt als leraar voor de cursus filosofie en burgerzin in het kader van de maatregelen die bepaald zijn in afdeling VII van hoofdstuk II van titel III van het
decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/04/2014
pub.
10/10/2014
numac
2014029467
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs
sluiten tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs, en in de overgangsbepalingen van hoofdstuk XI quater van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, en van hoofdstuk X ter van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, Israëlitische, orthodoxe en islamitische godsdienst van de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, met het oog op het behalen van het getuigschrift didactiek voor de cursus filosofie en burgerzin. Die lestijden worden in elk schooljaar tot 30 juni 2021 toegekend, met twee lestijden voor elk personeelslid.
Wanneer het personeelslid tegelijk het ambt van leraar filosofie en burgerzin en het ambt van leraar niet confessionele zedenleer of godsdienst uitoefent, worden die twee lestijden prioritair op zijn bevoegdheden als leraar niet confessionele zedenleer of godsdienst binnen de betrokken inrichtende macht uitgetrokken.
Indien de lestijden niet op die bevoegdheden worden uitgetrokken, moet het personeelslid op 1 september van het lopende schooljaar minstens voor drie lestijden aangeworven of aangesteld zijn als leraar filosofie en burgerzin, in de lagere of hogere graad.
In die beide gevallen, presteert het personeelslid als leraar filosofie en burgerzin binnen de betrokken inrichtende macht minstens 1 lestijd voort, behalve als het afwezig is wegens moederschapsrust, ziekte, door een arbeidsongeval veroorzaakte arbeidsongeschiktheid, en wegens de volgende verloven : verlof wegens de volledige of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan bij de geboorte of de adoptie van een kind, in het kader van het ouderschapsverlof; verlof wegens de volledige of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan om palliatieve zorg te verlenen; verlof wegens de volledige of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan om aanwezig te zijn bij een lid van het gezin of van de familie dat zwaar ziek is, of om hem zorg te verlenen.
Het inrichtingshoofd, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, of de inrichtende macht, voor het officieel gesubsidieerd onderwijs en voor het niet confessioneel vrij onderwijs, dient bij het bestuur een document in dat het gebruik van die bijkomende lestijden verantwoordt voor de vervanging van het betrokken personeelslid.
Die lestijden worden, naar gelang van het geval, toegekend aan de inrichting of de inrichtende macht waarin het betrokken personeelslid de belangrijkste opdracht uitoefent. Als de opdracht van het personeelslid in elk van de betrokken inrichtende machten gelijk is, komt de keuze van de betrekking voor die vervanging aan het personeelslid toe.
In afwijking van het vorige lid, kunnen die lestijden worden toegekend aan een andere inrichting of inrichtende macht, wanneer de toekenning van die lestijden kan leiden tot de vermindering van het aantal vestigingen waarin het personeelslid zijn ambt werkelijk uitoefent. § 3. Wanneer de lestijden die met toepassing van de §§ 1 en 2 worden toegekend, het bovendien niet mogelijk maken om binnen de inrichting, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, of binnen de inrichtende macht, voor het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, aan de vastbenoemde en prioritair tijdelijke of personeelsleden of stagiairs een volume lestijden toe te kennen dat overeenstemt met het volume dat hen op 30 juni 2017 toegekend was, overeenkomstig de prioriteiten die werden vastgesteld bij afdeling VII van hoofdstuk II van Titel III van het
decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/04/2014
pub.
10/10/2014
numac
2014029467
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs
sluiten tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs en bij de overgangsbepalingen vermeld in hoofdstuk XIquater van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, en van hoofdstuk X ter van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, Israëlitische, orthodoxe en islamitische godsdienst van de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, en, bij ontstentenis daarvan, overeenkomstig de regels van het administratief statuut dat toepasselijk is op het personeelslid, dient het inrichtingshoofd, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, of de inrichtende macht, voor het gesubsidieerd officieel onderwijs en voor het niet confessioneel vrij onderwijs, bij het bestuur een document in dat bewijst dat hij daartoe een bepaald aantal bijkomende lestijden moet gebruiken waarvan hij de bestemming voor elke vestiging zal bepalen overeenkomstig de hierna vermelde bepalingen.
De in het vorige lid bedoelde lestijden worden uitsluitend gebruikt voor : 1) het organiseren van activiteiten, in het kader van de cursus filosofie en burgerzin, binnen één zelfde inrichting, waarvan de invoering een breder publiek dan de klasgroep betreft.Die lestijden worden toegekend in verhouding tot hoogstens 1 lestijd per volume van 6 lestijden filosofie en burgerzin die binnen dezelfde inrichting worden georganiseerd; 2) het organiseren van activiteiten voor de pedagogische coördinatie of het overleg tussen personeelsleden belast met de cursus filosofie en burgerzin in hetzelfde studiejaar of verschillende studiejaren, in het kader van de cursus filosofie en burgerzin;3) het splitsen in tweeën van een klasgroep met meer dan 10 leerlingen die een cursus godsdienst, niet confessionele zedenleer of filosofie en burgerzin volgen, voor de leerlingen die vrijgesteld zijn van de cursus godsdienst of niet confessionele zedenleer;4) het aanwijzen van twee leerkrachten voor een klasgroep van minstens 10 leerlingen die een cursus godsdienst, niet confessionele zedenleer of filosofie en burgerzin volgen, voor de leerlingen die vrijgesteld zijn van de cursus godsdienst of niet confessionele zedenleer, of die de cursus filosofie en burgerzin volgen. Er worden eveneens bijkomende lestijden toegekend aan het vastbenoemde, tijdelijk prioritaire personeelslid of stagiair, dat, ondanks de voorafgaandelijke toepassing van de hierboven opgesomde bepalingen, een uuropdracht die overeenstemt met de hem op 31 juni 2017 toegekende lestijden, niet heeft teruggevonden, of dat prestaties zou moeten verrichten in meer dan 6 vestigingen, alle inrichtende machten inbegrepen. Die lestijden worden toegekend aan de inrichting of aan de inrichtende macht, naar gelang van het geval, waar het volume van de uuropdracht van het betrokken personeelslid op 30 juni 2017 het belangrijkst is. Het inrichtingshoofd, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, of de inrichtende macht, voor het officieel gesubsidieerd onderwijs en het niet confessioneel vrij onderwijs, moet bij het bestuur een document indienen dat bewijst dat hij daartoe een bepaald aantal bijkomende lestijden moet gebruiken waarvan hij de bestemming voor elke vestiging zal bepalen overeenkomstig de hierna vermelde bepalingen.
Het betrokken personeelslid voert de volgende taken uit : 1° organisatie en toezicht betreffende activiteiten binnen de mediatheek van de school of betreffende een remediëringsactiviteit;2° toezicht op vormings- en bekrachtigingsevaluaties;3° begeleiding van leerlingengroepen bij activiteiten buiten de inrichting. Het gebruik van die bijkomende lestijden wordt toegelaten vanaf 1 september van dit jaar tot 30 juni van het volgende jaar. Dat gebruik behoort tot de bevoegdheid van de inrichtende macht, in het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, en tot het inrichtingshoofd, in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs. Het wordt onderworpen aan het voorafgaande advies, in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, van het basisoverlegcomité, in het door de Franse Gemeenschap officieel gesubsidieerd onderwijs, van de plaatselijke paritaire commissie, en in het door de Franse Gemeenschap vrij gesubsidieerd onderwijs, van de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, van de vakbondsafvaardiging, waarbij het bemiddelingsbureau het recht heeft de zaak aan zich te trekken bij onenigheid.
De diensten die in het kader van de in deze paragraaf bedoelde bijkomende lestijden worden gepresteerd, worden volledig gelijkgesteld met de diensten die worden gepresteerd in het kader van de personeelsformatie. De aldus gecreëerde betrekkingen kunnen aanleiding geven tot benoemingen of wervingen in vast verband. § 4. Het totaal aantal lestijden godsdienst en niet confessionele zedenleer die op 1 oktober 2014, voor elke in de §§ 2 en 3 bedoelde inrichting, worden toegekend, vermenigvuldigd met een demografische factor, maakt het RLMOA van die inrichting uit, bepaald met de wiskundige afronding. Die demografische factor is gelijk aan het aantal leerlingen van het secundair onderwijs die op 1 oktober 2016 regelmatig ingeschreven zijn, gedeeld door het aantal leerlingen van het secundair onderwijs die op 1 oktober 2014 regelmatig ingeschreven waren.
Het verschil tussen het RLMOA van de inrichting en haar RLMOD bepaalt het aantal lestijden.
Dat - positieve of negatieve - aantal wordt geglobaliseerd bij de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap. De inrichtingen die op 1 oktober 2014 geen secundair onderwijs organiseerden, creëren geen lestijd die te globaliseren is.
Op dat in het vorige lid aantal geglobaliseerde lestijden worden automatisch de in de §§ 2 en 3 bedoelde lestijden uitgetrokken. Het aantal overblijvende lestijden maken het overschot uit. § 5. Voor zover het saldo positief is, wordt het in § 4, vierde lid gekregen saldo aan de in § 2 bedoelde inrichtingen toegekend, om de invoering van de cursus filosofie en burgerzin te vergemakkelijken en te coördineren.
Alleen de inrichtingen die positief bijdragen tot het geglobaliseerde aantal lestijden krijgen lestijden met toepassing van het eerste lid.
Dat aantal lestijden is gelijk aan het in het vorige lid bedoelde overschot, gewogen met een coëfficiënt die gelijk is aan de verhouding tussen hun positieve bijdrage tot het geglobaliseerde aantal lestijden en het geglobaliseerde aantal lestijden. Het resultaat wordt tot de lagere eenheid afgerond.
Het gebruik van de in het vorige lid bedoelde lestijden wordt toegelaten zodra het aantal ervan door de diensten van de Regering wordt meegedeeld en tot 30 september eerstkomende. Dat gebruik behoort tot de bevoegdheid van de inrichtende macht, in het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, en van het inrichtingshoofd, in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, na het advies van de plaatselijke overlegorganen te hebben ingewonnen. Alleen wervingsambten van de categorie van het onderwijzend personeel kunnen in aanmerking worden genomen in het kader van die lestijden. Art. 2.In artikel 22 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 4, worden de woorden "de cursussen godsdiensten, niet confessionele zedenleer" vervangen door de woorden " de cursussen godsdienst, niet confessionele zedenleer en filosofie en burgerzin, wanneer de leerlingen, in voorkomend geval, worden vrijgesteld van de cursus godsdienst, en van de cursus filosofie en burgerzin bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving";2° in § 5, worden de woorden "onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 14 van het koninklijk besluit nr.49 van 2 juli 1982 betreffende de oprichtings-, behouds- en splitsingsnormen en de berekening van het urenkrediet van het secundair onderwijs van het type I en betreffende de fusie van instellingen en bepaalde personeelsbetrekkingen van de instellingen voor secundair onderwijs met volledig leerplan van type I en type II" geschrapt. Art. 3.§ 1. In hetzelfde decreet, in artikel 23bis, § 1, eerste lid, worden de woorden "en met inachtneming van de bijzondere voorwaarden vastgesteld bij artikel 13 van het koninklijk besluit nr. 49 van 2 juli 1982 betreffende de oprichtings-, behouds- en splitsingsnormen en de berekening van het urenkrediet van het secundair onderwijs van het type I en betreffende de fusie van instellingen en bepaalde personeelsbetrekkingen van de instellingen voor secundair onderwijs met volledig leerplan van type I en type II" geschrapt. § 2. Artikel 23bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt : "j) in de voorbereidende jaren bedoeld in artikel 2, § 3, 2°, en § 4, tweede lid, van de wet van 19 juli 1971 betreffende de algemene structuur en de organisatie van het secundair onderwijs, kunnen de klassen gemiddeld niet meer dan 25 leerlingen tellen.". § 3. Artikel 23bis, § 6, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : " § 6. De cursus godsdienst, niet confessionele zedenleer en filosofie en burgerzin, wanneer de leerlingen van de cursus godsdienst of zedenleer worden vrijgesteld, wordt georganiseerd met inachtneming van de volgende normen : 1° voor de jaren of groepen van jaren bedoeld in artikel 7/1, eerste lid, 1 en 2, van dit decreet, kan geen klas meer dan 25 leerlingen tellen;2° voor de jaren of groepen van jaren bedoeld in artikel 7/1, eerste lid, 3, van het decreet van 29 juli 1992, kan geen klas meer dan 15 leerlingen tellen;3° voor de jaren of groepen van jaren bedoeld in artikel 7/1, eerste lid, 4, van het decreet van 29 juli 1992, kan geen klas meer dan 17 leerlingen tellen; 4° voor de jaren of groepen van jaren bedoeld in artikel 7/1, eerste lid, 5 tot 21, van het decreet van 29 juli 1992, kan geen klas meer dan, gemiddeld, 27 leerlingen tellen.". Afdeling II. - Bepalingen tot wijziging van het besluit van de
Executieve van 31 augustus 1992 ter uitvoering van het decreet d.d. 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan Art. 4.In het besluit van de Executieve van 31 augustus 1992 ter uitvoering van het decreet d.d. 29 juli 1992 houdende organisatie van het secundair onderwijs met volledig leerplan, worden de woorden "Hoofdstuk III. - Telling van de leerlingen" vervangen door "Hoofdstuk III. Berekening van het aantal lestijden voor de organisatie van de cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer en de cursus filosofie en burgerzin" en worden de artikelen 14, 14bis, 15, 16 en 16bis, vervangen door de volgende artikelen : "Artikel 14.Voor de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde officieel gewoon onderwijs en de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde niet confessioneel vrij onderwijs die de keuze bieden tussen de verschillende cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer, wordt het aantal lestijden die worden toegekend voor de omkadering van de cursussen zedenleer, godsdienst of filosofie en burgerzin, wanneer de leerlingen worden vrijgesteld van de cursussen godsdienst en zedenleer, berekend, voor elke betrokken cursus, als volgt : 1) voor de jaren of groepen van jaren bedoeld in artikel 7/1, 1ste en 2de lid, van het voormelde decreet van 29 juli 1992 : 1 lestijd per aangesneden schijf van 25 leerlingen;2) voor de jaren of groepen van jaren bedoeld in artikel 7/1, 1ste lid, 3, van het voormelde decreet van 29 juli 1992 : 1 lestijd per aangesneden schijf van 15 leerlingen;3) voor de jaren of groepen van jaren bedoeld in artikel 7/1, 1ste lid, 4, van het voormelde decreet van 29 juli 1992 : 1 lestijd per aangesneden schijf van 17 leerlingen;4) voor de jaren of groepen van jaren bedoeld in artikel 7/1, 1ste lid, 5 tot 21, van het voormelde decreet van 29 juli 1992 : 1 lestijd per aangesneden schijf van 27 leerlingen. Voor de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap niet confessioneel vrij onderwijs die uitsluitend de cursus zedenleer en de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd confessioneel vrij onderwijs, wordt het aantal lestijden die worden toegekend voor de omkadering van de betrokken cursus godsdienst of zedenleer berekend, voor dezelfde in het vorige lid bedoelde jaren of groepen van jaren, met 2 lestijden per schijf.
Het aantal lestijden-leraar dat uit die berekening voortvloeit, kan echter alleen in verhouding tot 98 procent worden gebruikt. Artikel 15.Voor de in artikel 14, eerste lid bedoelde inrichtingen, wordt het aantal lestijden voor de cursus wiskunde en burgerzin die aan alle leerlingen wordt gegeven overeenkomstig artikel 8, vierde lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, berekend, voor elk jaar of elke groep van jaren bedoeld in artikel 7/1 van het voormelde decreet van 29 juli 1992, op basis van 1 lestijd per aangesneden schijf van een aantal leerlingen dat overeenstemt met de maximumaantallen, voor de eerste graad, en met de gemiddelde aantallen, voor de cursussen voor de opleiding die de andere graden gemeen is, bedoeld in artikel 23bis van hetzelfde decreet. Artikel 16.Voor de in artikel 14, eerste lid, bedoelde inrichtingen, is het RLMOD gelijk aan de som van de lestijden die worden berekend volgens artikel 14, eerste lid en derde lid, van de lestijden die worden berekend volgens artikel 15.". Afdeling III. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 30 juni
2006 betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs Art. 5.In artikel 7bis, § 5, van het
decreet van 30 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/06/2006
pub.
31/08/2006
numac
2006202786
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs
type
decreet
prom.
30/06/2006
pub.
13/12/2006
numac
2006036586
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006
sluiten betreffende de pedagogische organisatie van de eerste graad van het secundair onderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "of filosofie en burgerzin" worden ingevoegd tussen de woorden "niet confessionele zedenleer" en de woorden ", bedoeld bij artikel 8";2° de woorden "en naast de lestijden alternatieve pedagogische begeleiding of opvang bedoeld bij artikel 8bis, § 1, tweede lid en derde lid, van de voornoemde wet van 29 mei 1959" worden geschrapt. Art. 6.In artikel 8 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "of filosofie en burgerzin" worden ingevoegd tussen de woorden "niet confessionele zedenleer" en de woorden ", bedoeld bij artikel 8";2° de woorden "en naast de lestijden alternatieve pedagogische begeleiding of opvang bedoeld bij artikel 8bis, § 1, tweede lid en derde lid, van de voornoemde wet van 29 mei 1959" worden geschrapt. Art. 7.In artikel 14, § 3, tweede lid van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "of filosofie en burgerzin" worden ingevoegd tussen de woorden "niet confessionele zedenleer" en de woorden ", bedoeld bij artikel 8";2° de woorden "en naast de lestijden alternatieve pedagogische begeleiding of opvang bedoeld bij artikel 8bis, § 1, tweede lid en derde lid, van de voornoemde wet van 29 mei 1959" worden geschrapt. Art. 8.In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "of filosofie en burgerzin van de voornoemde wet van 29 mei 1959" worden ingevoegd tussen de woorden "niet confessionele zedenleer" en de woorden ",alternatieve pedagogische begeleiding";2° de woorden "alternatieve pedagogische begeleiding of toezicht bedoeld in de artikelen 8 en 8bis van de voornoemde wet van 29 mei 1959" worden geschrapt. Art. 9.In artikel 21, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "of filosofie en burgerzin" worden ingevoegd tussen de woorden "niet confessionele zedenleer" en de woorden ", bedoeld bij artikel 8" worden geschrapt;2° de woorden "en naast de lestijden alternatieve pedagogische begeleiding of toezicht bedoeld bij artikel 8bis, § 1, tweede lid en derde lid, van de voornoemde wet van 29 mei 1959" worden geschrapt. Afdeling IV. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 29 mei 1959 tot
wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving Art. 10.In artikel 8 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord "uren" wordt vervangen door het woord "lestijden" en het woord "uur" wordt vervangen door het woord "lestijd";2° het eerste lid wordt vervangen door het volgende lid : "In de officiële inrichtingen en in de pluralistische inrichtingen voor lager en secundair onderwijs met volledig leerplan alsook in de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde niet confessioneel vrij lager en secundair onderwijs die de keuze bieden tussen de verschillende cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer, omvat de wekelijkse lestijdenregeling een lestijd godsdienst of een lestijd niet confessionele zedenleer en een lestijd cursus filosofie en burgerzin.Als de leerling wordt vrijgesteld van de cursus godsdienst of niet confessionele zedenleer, omvat de wekelijkse lestijdenregeling een tweede lestijd filosofie en burgerzin overeenkomstig het vierde lid"; 3° in het derde lid en het vierde lid worden de woorden "1 oktober 2017" vervangen door de woorden "1 september 2017";4° in het zesde lid, worden de woorden "bij de eerste inschrijving" vervangen door de woorden "elk jaar"; 5° in het achtste lid, worden de woorden " In dat geval, geniet de leerling van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs, gedurende een aantal lestijden dat overeenstemt met het aantal dat voor die cursussen wordt toegekend, een alternatieve begeleiding volgens de regels die nader bepaald zijn in artikel 8bis en geniet de leerling van het lager, gewoon en gespecialiseerd onderwijs een tweede lestijd voor de cursus filosofie en burgerzin bedoeld in het vijfde lid" vervangen door de woorden "In dat geval geniet de leerling van het gewoon en gespecialiseerd lager en secundair onderwijs, gedurende een aantal lestijden dat overeenstemt met het aantal dat voor die cursussen wordt toegekend, een in het vierde lid bedoelde tweede lestijd voor de cursus filosofie en burgerzin."; 6° in het negende lid worden de punten c) en d) vervangen als volgt : "c) dat het keuzeformulier elk jaar behoorlijk wordt ingevuld bij de inschrijving, waarbij het voor het betrokken schooljaar niet kan worden gewijzigd;d) dat het keuzeformulier, voor de leerlingen die geacht worden verder te studeren in de inrichting waarin ze reeds ingeschreven zijn, wordt meegedeeld aan de ouders of aan de persoon die met het ouderlijk gezag, indien de leerling minderjarig is, of aan de leerling, indien de leerling meerderjarig is, gedurende de eerste helft van de maand mei.Het behoorlijk ingevulde formulier wordt aan het inrichtingshoofd uiterlijk op 1 juni teruggezonden, waarbij de keuze niet kan worden gewijzigd voor het betrokken schooljaar, behalve in geval van verandering van inrichting gedurende het schooljaar.". Afdeling V. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 31 maart 1994
houdende bepaling van de neutraliteit van het Gemeenschapsonderwijs Art. 11.In artikel 5, tweede lid, van het decreet van 31 maart 1994 houdende bepaling van de neutraliteit van het Gemeenschapsonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° De woorden "De vrijgestelde leerlingen moeten deelnemen aan de in artikel 8bis, § 1, tweede lid, van de wet van 29 mei 1959 bedoelde alternatieve pedagogische begeleiding, gedurende een aantal lestijden dat gelijk is aan het aantal dat wordt toegekend aan de cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer" worden geschrapt;2° de woorden "en secundair onderwijs" worden ingevoegd tussen de woorden "lager " en "onderwijs";3° de woorden "van de voormelde wet van 29 mei 1959" worden vervangen door de woorden "de wet van 29 mei 1956" tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving". Afdeling VI. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 24 juli
1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren Art. 12.In artikel 60bis, § 1, eerste lid, van het
decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
24/07/1997
pub.
23/09/1997
numac
1997029337
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren
sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, worden de woorden "1 oktober 2017" vervangen door de woorden "1 september 2017". Art. 13.Artikel 79, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende leden : "De keuze van één van de cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer of van de vrijstelling van één van die cursussen geschiedt op het ogenblik van de inschrijving in de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde officieel onderwijs en van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde niet confessioneel vrij onderwijs die de keuze bieden tussen de verschillende cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer, of, voor de leerlingen die worden geacht verder te studeren in de inrichting waarin ze reeds ingeschreven zijn, uiterlijk op 1 juni. De keuze kan niet later voor het betrokken schooljaar worden gewijzigd.
In afwijking van het derde lid, kan de keuze worden gewijzigd in geval van verandering van inrichting gedurende het schooljaar.". Afdeling VII. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 17 december
2003 houdende organisatie van de neutraliteit eigen aan het gesubsidieerd officieel onderwijs en houdende diverse maatregelen inzake onderwijs Art. 14.In artikel 6, tweede lid, van het
decreet van 17 december 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/12/2003
pub.
14/01/2004
numac
2004029001
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de werkgelegenheid in de sociaal-culturele sectoren houdende diverse bepalingen
type
decreet
prom.
17/12/2003
pub.
24/02/2004
numac
2004029037
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2004
type
decreet
prom.
17/12/2003
pub.
04/05/2004
numac
2004029048
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2003
sluiten houdende organisatie van de neutraliteit eigen aan het gesubsidieerd officieel onderwijs en houdende diverse maatregelen inzake onderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "De vrijgestelde leerlingen moeten deelnemen aan de alternatieve pedagogische begeleiding bedoeld in artikel 8bis, § 1, tweede lid van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, gedurende een aantal lestijden dat gelijk is aan het aantal dat wordt toegekend aan de cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer" worden geschrapt;2° de woorden "en secundair" worden ingevoegd tussen de woorden ""lager " en "onderwijs";3° de woorden "van de voormelde wet van 29 mei 1959" vervangen door de woorden "van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving". Afdeling VIII. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 3 maart
2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs Art. 15.Het tweede lid van artikel 47, § 1, van het
decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/03/2004
pub.
03/06/2004
numac
2004029137
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs
type
decreet
prom.
03/03/2004
pub.
19/04/2004
numac
2004029120
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende verschillende dringende maatregelen inzake niet verplicht onderwijs
sluiten houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs wordt vervangen als volgt : "In het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs en in het officieel gesubsidieerd onderwijs en in het niet confessioneel vrij onderwijs die de keuze bieden tussen de verschillende cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer, blijft het gespecialiseerd secundair onderwijs bedoeld in artikel 45, 1°, 2° en 3°, georganiseerd in verhouding tot 32 lestijden tot 36 lestijden, wanneer de leerling vrijgesteld wordt van de cursus godsdienst of van de cursus niet confessionele zedenleer. De in artikel 45, 1°, 2° en 3° bedoelde leerlingen van het gespecialiseerd secundair onderwijs die vrijgesteld worden van de cursus godsdienst of niet confessionele zedenleer, moeten deelnemen aan een tweede lestijd cursus filosofie en burgerzin bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. Art. 16.In hetzelfde decreet wordt een artikel 94bis ingevoegd, luidend als volgt : "Artikel 94bis.§ 1. In de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde gespecialiseerd secundair onderwijs en in de inrichtingen voor gespecialiseerd secundair onderwijs van het officieel gesubsidieerd onderwijs en van het niet confessioneel vrij gesubsidieerd onderwijs die de keuzen bieden tussen de verschillende cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer, worden een cursus niet confessionele zedenleer, godsdienst of filosofie en burgerzin, wanneer de leerlingen worden vrijgesteld van de cursus godsdienst of zedenleer, georganiseerd zodra een leerling ingeschreven is in één van de die cursussen, overeenkomstig artikel 8 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. In voorkomend geval, wordt de cursus opgericht of afgeschaft in de loop van het schooljaar.
Die cursus bevindt zich in de doorlopende uurregeling van de verplichte wekelijkse leslijden.
Het aantal groepen, dat van 1 oktober tot 30 september eerstkomende van toepassing is, wordt, voor de meest gevolgde cursus, vastgesteld op grond van het totaal aantal leerlingen van de meest gevolgde cursus, gedeeld door het in artikel 91 van dit decreet bedoelde bepaalde kencijfer van het onderwijstype. § 2. Het aantal groepen van de meest gevolgde cursus wordt met twee vermenigvuldigd om het aantal lestijden te bepalen dat deel uitmaakt van het bruikbare lestijdenpakket.
Dat aantal wordt vermenigvuldig met het aantal cursussen die worden georganiseerd om het maximumaantal lestijden te kennen die kunnen worden gebruikt voor de organisatie van de verschillende cursussen godsdienst, niet confessionele zedenleer en filosofie en burgerzin. § 3. De cursus niet confessionele zedenleer, godsdienst of filosofie en burgerzin, wanneer de leerlingen worden vrijgesteld van de cursus godsdienst of zedenleer, wordt per groep georganiseerd.
Een groep omvat één lestijd. § 4. Voor de in § 1 bedoelde inrichtingen, stemt het aantal lestijden voor de cursus filosofie en burgerzin die aan alle leerlingen wordt verstrekt overeenkomstig artikel 8, vierde lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, overeen met het aantal klassen. § 5. Boven de lestijden die noodzakelijk zijn voor de organisatie van de verschillende cursussen godsdienst, niet confessionele zedenleer en filosofie en burgerzin, kunnen alleen op het maximumaantal lestijden alleen de lestijden worden uitgetrokken die noodzakelijk zijn voor het behoud van het opdrachtvolume dat overeenstemt met de lestijden die op 30 juni 2017 toegekend zijn, van de vastbenoemde of tijdelijke leermeesters godsdienst en niet confessionele zedenleer, overeenkomstig de prioriteitsvolgorde bepaald in titel II van dit decreet, en zo niet, overeenkomstig de regels van het administratief statuut waaronder het personeelslid ressorteert.
Het in paragraaf 2, tweede lid bedoelde lestijden kan alleen worden gebruikt voor de omkadering van de cursus godsdienst, niet confessionele zedenleer en filosofie en burgerzin.
De overblijvende lestijden kunnen geenszins worden overgedragen naar het onderwijzend personeel of naar andere personeelscategorieën.
Voor de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, het officieel gesubsidieerd onderwijs en het niet confessioneel vrij onderwijs die de keuze bieden tussen de verschillende cursussen godsdienst of niet confessionele zedenleer, worden bijkomende lestijden automatisch toegekend voor elk personeelslid dat wordt aangeworven of aangesteld als leraar van de cursus filosofie en burgerzin in het kader van de maatregelen bepaald in afdeling VII van titel III van het
decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/04/2014
pub.
10/10/2014
numac
2014029467
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs
sluiten tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs en in de overgangsmaatregelen vermeld in hoofdstuk XIquater van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, en in hoofdstuk X ter van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, Israëlitische, orthodoxe en islamitische godsdienst van de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, met het oog op het behalen van het getuigschrift didactiek voor de cursus filosofie en burgerzin. Die lestijden worden in elk jaar schooljaar tot 30 juni 2021 toegekend, met twee lestijden voor elk personeelslid.
Wanneer het personeelslid tegelijk het ambt van leraar filosofie en burgerzin en het ambt van leraar niet confessionele zedenleer of godsdienst uitoefent, worden die twee lestijden prioritair op zijn bevoegdheden als leraar niet confessionele zedenleer of godsdienst binnen de betrokken inrichtende macht uitgetrokken.
Indien de lestijden niet op die bevoegdheden worden uitgetrokken, moet het personeelslid op 1 september van het lopende schooljaar minstens voor drie lestijden aangeworven of aangesteld zijn als leraar filosofie en burgerzin.
In die beide gevallen, presteert het personeelslid als leraar filosofie en burgerzin binnen de betrokken inrichtende macht minstens 1 lestijd werkelijk voort, behalve als het afwezig is wegens moederschapsrust, ziekte, door een arbeidsongeval veroorzaakte arbeidsongeschiktheid, en wegens de volgende verloven : verlof wegens de volledige of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan bij de geboorte of de adoptie van een kind, in het kader van het ouderschapsverlof; verlof wegens de volledige of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan om palliatieve zorg te verlenen; verlof wegens de volledige of gedeeltelijke onderbreking van de beroepsloopbaan om aanwezig te zijn bij een lid van het gezin of van de familie dat zwaar ziek is, of om hem zorg te verlenen.
Het inrichtingshoofd, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, of de inrichtende macht, voor het officieel gesubsidieerd onderwijs en voor het niet confessioneel vrij onderwijs, dient bij het bestuur een document in dat het gebruik van die bijkomende lestijden verantwoordt voor de vervanging van het betrokken personeelslid. Die lestijden worden, naar gelang van het geval, toegekend aan de inrichting of de inrichtende macht waarin het betrokken personeelslid de belangrijkste opdracht uitoefent. Als de opdracht van het personeelslid in elk van de betrokken inrichtende machten gelijk is, komt de keuze van de betrekking voor die vervanging aan het personeelslid toe.
In afwijking van het vorige lid, kunnen die lestijden worden toegekend aan een andere inrichting of inrichtende macht, wanneer de toekenning van die lestijden kan leiden tot de vermindering van het aantal vestigingen waarin het personeelslid zijn ambt werkelijk uitoefent.
Wanneer de lestijden die met toepassing van de voormelde bepalingen worden toegekend, het bovendien niet mogelijk maken om binnen de inrichting, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, of binnen de inrichtende macht, voor het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, aan de vastbenoemde en prioritair tijdelijke of personeelsleden of stagiairs een volume lestijden toe te kennen dat overeenstemt met het volume dat hen op 30 juni 2017 toegekend was, overeenkomstig de prioriteiten die werden vastgesteld bij afdeling VII van hoofdstuk II van Titel III van het
decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/04/2014
pub.
10/10/2014
numac
2014029467
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs
sluiten tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs en bij de overgangsbepalingen vermeld in hoofdstuk XIquater van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, en van hoofdstuk X ter van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, Israëlitische, orthodoxe en islamitische godsdienst van de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, en, bij ontstentenis daarvan, overeenkomstig de regels van het administratief statuut dat toepasselijk is op het personeelslid, dient het inrichtingshoofd, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, of de inrichtende macht, voor het gesubsidieerd officieel onderwijs en voor het niet confessioneel vrij onderwijs, bij het bestuur een document in dat bewijst dat hij daartoe een bepaald aantal bijkomende lestijden moet gebruiken waarvan hij de bestemming voor elke vestiging zal bepalen overeenkomstig de hierna vermelde bepalingen.
De in het vorige lid bedoelde lestijden worden uitsluitend gebruikt voor : 1) het organiseren van activiteiten, in het kader van de cursus filosofie en burgerzin, binnen één zelfde inrichting;2) het organiseren van activiteiten voor de pedagogische coördinatie of het overleg; Er worden eveneens bijkomende lestijden toegekend aan het vastbenoemde, tijdelijk prioritaire personeelslid of stagiair, dat, ondanks de voorafgaandelijke toepassing van de hierboven opgesomde bepalingen, een uuropdracht die overeenstemt met de hem op 30 juni 2017 toegekende lestijden, niet heeft teruggevonden, of dat prestaties zou moeten verrichten in meer dan 6 vestigingen, alle inrichtende machten inbegrepen. Die lestijden worden toegekend aan de inrichting of aan de inrichtende macht, naar gelang van het geval, waar het volume van de uuropdracht van het betrokken personeelslid op 30 juni 2017 het belangrijkst is. Het inrichtingshoofd, voor het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, of de inrichtende macht, voor het officieel gesubsidieerd onderwijs en het niet confessioneel vrij onderwijs, moet bij het bestuur een document indienen dat bewijst dat hij daartoe een bepaald aantal bijkomende lestijden moet gebruiken waarvan hij de bestemming voor elke vestiging zal bepalen overeenkomstig de hierna vermelde bepalingen.
Het betrokken personeelslid voert de volgende taken uit : 1° organisatie en toezicht betreffende activiteiten binnen de mediatheek;2° begeleiding van de cursussen godsdienst, niet confessionele zedenleer en filosofie en burgerzin;3° organisatie van activiteiten voor pedagogische coördinatie of overleg;4° begeleiding van activiteiten van leerlingengroepen buiten de inrichting. Het gebruik van die bijkomende lestijden wordt toegelaten vanaf 1 september van dit jaar tot 30 juni van het volgende jaar. Dat gebruik behoort tot de bevoegdheid van de inrichtende macht, in het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, en van het inrichtingshoofd, in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs. Het wordt onderworpen aan het voorafgaande advies, in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, van het basisoverlegcomité, in het door de Franse Gemeenschap officieel gesubsidieerd onderwijs, van de plaatselijke paritaire commissie, en in het door de Franse Gemeenschap vrij gesubsidieerd onderwijs, van de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, van de vakbondsafvaardiging, waarbij het bemiddelingsbureau het recht heeft de zaak aan zich te trekken bij onenigheid.
De diensten die in het kader van de in deze paragraaf bedoelde bijkomende lestijden worden gepresteerd, worden volledig gelijkgesteld met de diensten die worden gepresteerd in het kader van de personeelsformatie. De aldus gecreëerde betrekkingen kunnen aanleiding geven tot benoemingen of wervingen in vast verband. § 6. De vestigingen organiseren de cursussen godsdienst, niet confessionele zedenleer, filosofie en burgerzin en de tweede lestijd in verband met de vrijstelling vanaf 1 september 2017."'. Afdeling IX. - Bepaling tot wijziging van het
decreet van 14 juli 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998029358
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving
sluiten0
waarbij een vrijstellingsstelsel voor de cursussen godsdienst en niet-confessionele zedenleer in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs en in het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde officieel onderwijs wordt ingesteld Art. 17.In artikel 21 van het
decreet van 14 juli 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/07/1998
pub.
28/08/1998
numac
1998029358
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving
sluiten0 waarbij een vrijstellingsstelsel voor de cursussen godsdienst en niet-confessionele zedenleer in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs en in het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde officieel onderwijs wordt ingesteld, worden de woorden "treedt buiten werking" vervangen door de woorden "de artikelen 3, 4, 7, 9, 10 en 16 tot 20 treden buiten werking". Afdeling X. - Opheffingsbepaling
Art. 18.De artikelen 12 tot 15 van het koninklijk besluit nr. 49 van 2 juli 1982 de oprichtings-, behouds- en splitsingsnormen en de berekening van het urenkrediet van het secundair onderwijs van het type I en betreffende de fusie van instellingen en bepaalde personeelsbetrekkingen van de instellingen voor secundair onderwijs met volledig leerplan van type I en type II worden opgeheven. HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen betreffende de toekenning van betrekkingen voor de cursus filosofie en burgerzin in het secundair onderwijs - Bepalingen tot wijziging van het
decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/04/2014
pub.
10/10/2014
numac
2014029467
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs
sluiten tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs Afdeling I. - Bepalingen betreffende de personeelsleden van het door
de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs Art. 19.In het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen wordt een hoofdstuk XIquater ingevoegd, luidend als volgt : HOOFDSTUK XIquater. - Overgangs- en afwijkingsbepalingen betreffende de oprichting van ambten van leraar filosofie en burgerzin in de lagere graad en in de hogere graad van het secundair onderwijs met volledig leerplan Artikel 169octies.Bij de oprichting van een cursus filosofie en burgerzin op 1 september 2017, worden alle personeelsleden die vóór 30 juni 2017 een benoeming in vast verband genoten in een ambt van leraar niet confessionele zedenleer of godsdienst in de lagere graad en in de hogere graad, geacht de helft van de opdracht te verliezen waarvoor hun bezoldiging wordt gewaarborgd. De personeelsleden die als tijdelijken, prioritair tijdelijken of stagiairs worden aangesteld betreffende de leraren godsdienst, worden eveneens geacht alleen voor de helft van het aantal lestijden dat ze op 30 juni 2017 genoten, opnieuw te kunnen worden aangesteld.
Die personeelsleden genieten de afwijkingen van de statutaire regels voor de toekenning van de betrekkingen bedoeld in dit hoofdstuk en worden opgenomen in één enkele rangschikking voor het ambt van leraar voor de cursus filosofie en burgerzin in de lagere graad en in de hogere graad, voor het schooljaar 2017-2018, volgens de toekenningsvolgorde van artikel 169nonies. Artikel 169nonies.§ 1. In afwijking van de gewone statutaire regels, gedurende het schooljaar 2017-2018, worden de ambten van leraar filosofie en burgerzin, in de lagere graad of in de hogere graad, in de volgende volgorde prioritair toegekend : 1° aan de personeelsleden die vóór 1 september 2017 een benoeming in vast verband genoten in een ambt van leraar niet confessionele zedenleer, respectief in de lagere graad of in de hogere graad, op voorwaarde dat zij : 1) in de lagere graad houder zijn van minstens het diploma van bachelor, graduaat, GLSO of een overeenstemmend bekwaamheidsbewijs uit de bekwaamheidsbewijzen die worden uitgereikt met toepassing van het
decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/11/2013
pub.
18/12/2013
numac
2013029625
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies
sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies, en, in de hogere graad, van een diploma van master, licentiaat, GHSO of een overeenstemmend bekwaamheidsbewijs uit de bekwaamheidsbewijzen die worden uitgereikt met toepassing van het
decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/11/2013
pub.
18/12/2013
numac
2013029625
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies
sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies;2) vóór 1 september 2017 een opleiding tot neutraliteit via hun oorspronkelijke opleiding hebben gekregen, of geslaagd zijn voor de onderwijseenheid "opleiding tot neutraliteit', die door het onderwijs voor …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.