📄 Wettekst
7 NOVEMBER 2013. - Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies (1)
Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Gemeenschappelijke bepalingen HOOFDSTUK I. - Opdrachten van het hoger onderwijs Artikel 1.§ 1. Dit decreet betreft het hoger onderwijs met volledig leerplan, in de zin van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs. Het wordt verstrekt binnen instellingen voor hoger onderwijs, die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd. Die instellingen dragen de naam Universiteit, Hogescholen of Hogere Kunstscholen, naargelang van hun specificiteit.
Ongeacht of die instellingen door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd, ze worden in dit decreet « instellingen voor hoger onderwijs » genoemd. § 2. Worden eveneens als instellingen voor hoger onderwijs in de zin van dit decreet beschouwd, de instellingen voor sociale promotie die op het niveau van het hoger onderwijs een afdeling organiseren, bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie.
Daar de instellingen geen instellingen voor onderwijs met volledig leerplan zijn, wordt de organisatie van de studies daar niet geregeld bij de bepalingen van TITEL III.-, HOOFDSTUK III.-, HOOFDSTUK VIII.-, HOOFDSTUK X.-, Afdeling 2. - en Afdeling 3.-, en HOOFDSTUK XI.-.
Art. 2.Het hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap is een openbare dienst van algemeen nut. Alleen de instellingen die bij dit decreet bedoeld zijn, worden ertoe gemachtigd de opdrachten uit te oefenen die hun wettelijk worden toevertrouwd, inzonderheid : de academische bekwaamheidsbewijzen en graden die de hogere studies bekrachtigen, toekennen, en de overeenstemmende diploma's en getuigschriften uitreiken.
Die instellingen, met hun personeel, oefenen, naargelang van hun vakken, middelen en specificiteit, maar altijd met het oog op uitstekende resultaten en kwaliteitsvolle dienstverlening aan de samenleving, de drie aanvullende opdrachten uit : 1° onderwijscursussen en initiële en voortgezette hogere opleidingen, overeenstemmend met de niveaus 5 tot 8 van het Franstalige kwalificatiekader, aanbieden, en de overeenstemmende verworven kennis en competenties bekrachtigen, op het einde van de studiecyclussen of door persoonlijke, beroeps- en opleidingsverworvenheden in aanmerking te nemen;2° deelnemen aan individuele of collectieve activiteiten inzake onderzoek, innovatie of creatie, en zo zorgen voor de ontwikkeling, de bewaring en de overdracht van de kennis en het cultureel, artistiek en wetenschappelijk erfgoed;3° zorgen voor de dienstverlening aan de samenleving, dank zij hun deskundigheid en hun onafhankelijkheidsplicht, hun antwoord op de maatschappelijke behoeften, in medewerking of dialoog met de educatieve, sociale, culturele, economische en politieke wereld. Die verschillende opdrachten worden uitgeoefend in het kader van samenwerkingsverbanden en internationale uitwisselingen met federale, regionale of andere Belgische gemeenschappen of binnen de Franse Gemeenschap. HOOFDSTUK II. - Doelstellingen en finaliteiten Art. 3.§ 1. Voor de uitoefening van hun onderwijsopdracht, streven de instellingen voor hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap, gelijktijdig en zonder hiërarchie, inzonderheid de volgende algemene doelstellingen na : 1° studenten begeleiden in hun rol als verantwoordelijke burgers, die kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van een democratische, pluralistische en solidaire maatschappij;2° de zelfstandigheid en de ontplooiing van studenten bevorderen, inzonderheid door hun wetenschappelijke en artistieke nieuwsgierigheid op te wekken, hun kritische zin, hun verantwoordelijkheidszin en hun individuele en collectieve plichtsbesef te ontwikkelen;3° zowel via de inhoud van het verstrekte onderwijs als door de andere activiteiten die door de instelling worden georganiseerd, de humanistische waarden, de creative en innoverende tradities, alsook het artistieke, wetenschappelijke, filosofische en politieke culturele erfgoed, dat de historische grondslag van dat onderwijs uitmaakt, overdragen, met inachtneming van de specificiteit van iedereen;4° een algemene en gespecialiseerde, zowel fundamentele en conceptuele als praktische opleiding op het hoogste niveau verstrekken, om studenten de mogelijkheid te verschaffen om een actieve rol in het beroeps-, sociale, economische en culturele leven te spelen, en gelijke kansen inzake maatschappelijke emancipatie te bieden;5° duurzame nauwkeurige competenties ontwikkelen, waarbij studenten de mogelijkheid wordt geboden om er de relevantie van te behouden, op autonome wijze of in het kader van een leven lang leren;6° die initiële en aanvullende opleidingen verstrekken ter bevordering van wetenschappelijke, artistieke, beroeps- en culturele opening, waarbij leerkrachten, studenten en afgestudeerden aangezet worden tot mobiliteit en medewerking tussen de Gemeenschappen en op internationaal vlak. Het hoger onderwijs past aan de verschillende vakken aangepaste methoden en middelen toe om de bedoelde algemene doelstellingen te bereiken, om dit onderwijs toegankelijk te maken voor iedereen volgens zijn eigen vaardigheden. § 2. Het hoger onderwijs is bestemd voor een volwassen en vrijwillig publiek. Het past didactische methoden toe die aan die karakteristiek aangepast zijn en die aan zijn doelstellingen beantwoorden. Die pedagogie steunt inzonderheid op collectieve of individuele activiteiten, onder de rechtstreekse of onrechtstreekse leiding van leerkrachten, maar ook op persoonlijke werken van studenten die zij autonoom hebben uitgevoerd. Die methoden rusten logischerwijs op de eindcompetenties en gemeenschappelijke kennis die vereist zijn op het einde van het onderwijs dat er toegang toe geeft.
De instellingen, hun personeel en de studenten moeten elk bijdragen tot het nastreven van die doelstellingen in deze context. § 3. De onderwijsopdrachten betreffen zowel de initiële cursussen als het levenslange leren, ongeacht of het gaat om onderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie. De instellingen voor hoger onderwijs zorgen voor de voortgezette opleiding van afgestudeerden en waarborgen de voorwaarden voor het voortzetten of hervatten van hogere studies gedurende het hele leven. Zij alleen worden ertoe gemachtigd de bekwaamheidsbewijzen, academische graden, diploma's en getuigschriften uit te reiken die met de niveaus 5 tot 8 van het Franstalige kwalificatiekader overeenstemmen. § 4. De Franse Gemeenschap accrediteert als hogere studies alleen zij die door de bij dit decreet bedoelde instellingen voor hoger onderwijs worden georganiseerd en maakt de financiering van de instellingen die deze organiseren afhankelijk van de naleving van die doelstellingen en de wettelijke bepalingen die het hoger onderwijs als doel hebben. Art. 4.§ 1. Het hoger onderwijs heeft als doel gediplomeerden op te leiden die beantwoorden aan zijn algemene doelstellingen. Naargelang van de vakken, worden die doelstellingen bereikt op het einde van initiële, aanvullende of voortgezette opleidingen die behoren tot één van de volgende typen : 1° het hoger onderwijs van het korte type dat, op pedagogisch vlak, theorie en praktijk, stages in de beroepswereld of in laboratoria nauw verweeft, en dat zo aan nauwkeurige beroepsdoelstellingen beantwoordt; het wordt verstrekt in hogescholen, hogere kunstscholen of in het hoger onderwijs voor sociale promotie en kan leiden tot een kwalificatie van niveau 5 of 6; 2° het hoger onderwijs van het lange type, dat uitgaat van fundamentele concepten, experimenteren en illustreren, en zo een algemene en diepgaande opleiding in twee cyclussen biedt;het wordt verstrekt in de universiteiten, hogescholen, hogere kunstscholen of hoger onderwijs voor sociale promotie en kan leiden tot een eindkwalificatie van niveau 7; 3° de doctoraatsopleidingen en doctoraatsvoorbereidende werkzaamheden worden gevoerd binnen onderzoeksteams, in de universiteiten of in nauwe medewerking met deze en onder haar leiding;ze kunnen leiden tot een kwalificatie van niveau 8, die uitsluitend door een universiteit wordt uitgereikt. § 2. De diploma's en de getuigschriften die aanleiding geven tot de toekenning van studiepunten die worden uitgereikt overeenkomstig dit decreet, zijn de enige kwalificaties die erkend zijn in de niveaus 5 tot 8 van het Franstalige kwalificatiekader. De leerresultaten en transversale competenties die met die niveaus overeenstemmen, worden bepaald in bijlage I bij dit decreet. § 3. Het universitair onderwijs rust op een nauwe band tussen het wetenschappelijk onderzoek en de stof die wordt gedoceerd.
Het hoger onderwijs dat in hogescholen en in de instellingen voor sociale promotie wordt georganiseerd, streeft een beroepsfinaliteit van hoge kwalificatie na. De instellingen die het organiseren, oefenen hun opdracht inzake toegepast onderzoek in verband met dat onderwijs uit in nauw verband met de beroepswereld en de universitaire instellingen.
Het onderwijs in hogere kunstscholen rust in wezen op een nauwe band tussen de kunstpraktijk en het kunstonderwijs. Kunstonderzoek wordt daar uitgevoerd in nauw verband met de kunstpraktijk van leerkrachten, de kunstwereld en de professionele wereld. Art. 5.§ 1. Het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek heeft betrekking op de onderzoekswerken en -werkzaamheden, voortvloeiend uit waarnemingen, experimenten of theorieën, die worden ondernomen om originele kennis te verwerven of om verschijnselen te begrijpen. Die werken en werkzaamheden dragen bij tot de studie van eigenschappen, structuren, verschijnselen of redeneringen, om die dan voor te stellen door middel van uitleggende schema's of interpretatieve theorieën, waarbij geen toepassing of praktische aanwending rechtstreeks of a priori moet worden bepaald. Het wordt in de universiteiten georganiseerd.
Het toegepast wetenschappelijk onderzoek heeft betrekking op de onderzoekswerken en -werkzaamheden om de potentiële toepassingen van de resultaten van het fundamenteel onderzoek te bepalen of om nieuwe oplossingen te vinden of processen te verbeteren, met het oog op het bereiken van een a priori bepaald en vastgelegd doel. Het wordt in de universiteiten en de hogescholen georganiseerd.
Het kunstonderzoek heeft betrekking op alle reflexieve, analytische of prospectieve werken en werkzaamheden in verband met kunstexpressie, -opleiding, -praktijk of creatie in alle vormen. Het wordt ontwikkeld op grond van de ervaring en de persoonlijke kunstpraktijk van de onderzoeker en wordt vooral in de hogere kunstscholen georganiseerd of in samenwerking met de universiteiten en de hogescholen. § 2. Voor de uitoefening van die onderzoeksopdrachten, ontvangen of erkennen de instellingen de leden van andere instellingen, alsook de onderzoekers van andere onderzoeksinstellingen, inzonderheid, voor de universiteiten, die van het FRS-FNRS en zijn geassocieerde fondsen. In die instellingen behoren die onderzoekers met onbepaalde duur tot het academisch personeel en krijgen toegang tot de hulpmiddelen. Art. 6.De opdrachten voor dienstverlening aan alle instellingen worden uitgeoefend in rechtstreeks verband met de onderwijs- of onderzoeksactiviteiten die daar worden gevoerd. Art. 7.De samenwerkingsverbanden, het beheer van infrastructuren en uitrustingen, alsook de ondersteuning van de onderwijs- en onderzoeksactiviteiten en andere opdrachten die prioritair onder de instellingen ressorteren, kunnen, in voorkomend geval, door ze aan een academische pool of aan de ARES worden toevertrouwd. Art. 8.Elke instelling voor hoger onderwijs kan haar activiteiten inzake onderwijs, onderzoek en dienstverlening aan de samenleving vrij voeren en organiseren, om haar verschillende opdrachten best uit te voeren.
Voor de uitoefening van zijn opdrachten, geniet elk personeelslid van een instelling voor hoger onderwijs de academische vrijheid binnen die instelling. Art. 9.De instellingen moeten zorgen voor de kwaliteit van al hun activiteiten en alle maatregelen nemen met het oog op een werkelijke interne zelfevaluatie en het opvolgen ervan. HOOFDSTUK III. - Instellingen Art. 10.De universiteiten zijn de volgende instellingen : 1° Université de Liège;2° Université catholique de Louvain;3° Université libre de Bruxelles;4° Université de Mons;5° Université de Namur;6° Université Saint-Louis - Bruxelles. Art. 11.De hogescholen zijn de volgende instellingen : 1° Haute Ecole de la Province de Liège;2° Haute Ecole Louvain en Hainaut;3° Haute Ecole provinciale de Hainaut - Condorcet;4° Haute Ecole Léonard de Vinci;5° Haute Ecole libre mosane;6° Haute Ecole de Namur-Liège-Luxembourg;7° Haute Ecole Galilée;8° Haute Ecole Ephec;9° Haute Ecole de la Communauté française en Hainaut;10° Haute Ecole Charlemagne;11° Haute Ecole « Groupe ICHEC - ISC Saint-Louis - ISFSC »;12° Haute Ecole Francisco Ferrer;13° Haute Ecole de Bruxelles;14° Haute Ecole Albert Jacquard;15° Haute Ecole libre de Bruxelles - Ilya Prigogine;16° Haute Ecole Paul-Henri Spaak;17° Haute Ecole Robert Schuman;18° Haute Ecole de la Ville de Liège;19° Haute Ecole Lucia de Brouckère;20° Haute Ecole de la Province de Namur. Art. 12.De hogere kunstscholen zijn de volgende instellingen : 1° Conservatoire royal de Brussel;2° Arts2;3° Conservatoire royal de Liège;4° Ecole supérieure des Arts Saint-Luc de Liège;5° Ecole nationale supérieure des Arts visuels de La Cambre;6° Institut des Arts de Diffusion;7° Ecole supérieure des Arts Saint-Luc de Bruxelles;8° Ecole supérieure des Arts Institut Saint-Luc de Tournai;9° Ecole supérieure des Arts - Ecole de Recherche graphique;10° Académie royale des Beaux-Arts de la Ville de Bruxelles - Ecole supérieure des Arts;11° Académie des Beaux-Arts de la Ville de Tournai;12° Ecole supérieure des Arts de la Ville de Liège;13° Institut national supérieur des Arts du Spectacle et des Techniques de Diffusion;14° Institut supérieur de Musique et de Pédagogie;15° Ecole supérieure communale des Arts de l'Image « Le 75 »;16° Ecole supérieure des Arts du Cirque. Art. 13.De instellingen voor sociale promotie die, voor hun afdelingen hoger onderwijs, worden beschouwd als instellingen voor hoger onderwijs, zijn de volgende : 1° Ecole industrielle et commerciale de la ville d'Andenne te 5300 Andenne;2° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) d'Ans te 4432 Ans;3° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) d'Arlon-Musson te 6700 Aarlen;4° Ecole industrielle et commerciale te 6700 Aarlen;5° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) d'Ath-Flobecq te 7800 Aat;6° Institut supérieur Plus Oultre te 7130 Binche;7° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Blegny te 4670 Blegny;8° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Braine-l'Alleud te 1420 Eigenbrakel;9° Centre de formation pour les secteurs infirmier et de santé te 1200 Brussel;10° Centre d'études supérieures d'optométrie appliquée te 1080 Brussel;11° Cours industriels te 1000 Brussel;12° Ecole de promotion sociale Saint-Luc te 1060 Brussel;13° Ecole pratique des hautes études commerciales (EPHEC) te 1200 Brussel;14° Enseignement de Promotion et de Formation Continue 1 (EPFC) te 1050 Brussel;15° Enseignement de Promotion et de Formation Continue 2 (EPFC) te 1050 Brussel;16° Enseignement de Promotion et de Formation Continue 3 (EPFC) te 1050 Brussel;17° Enseignement de Promotion et de Formation Continue 5 (EPFC) te 1050 Brussel;18° Enseignement de Promotion et de Formation Continue 7 (EPFC) te 1050 Brussel;19° Enseignement de Promotion et de Formation Continue 8 (EPFC) te 1050 Brussel;20° Enseignement de Promotion et de Formation Continue 9 (EPFC) te 1050 Brussel;21° Institut Fernand Cocq - cours de promotion sociale d'Ixelles te 1050 Brussel;22° Institut des carrières commerciales, te 1000 Brussel;23° Institut Diderot te 1000 Brussel;24° Institut d'optique Raymond Tibaut te 1050 Brussel;25° Institut d'urbanisme et de rénovation urbaine te 1060 Brussel;26° Institut Jean-Pierre Lallemand te 1050 Brussel;27° Institut Machtens - enseignement communal de promotion sociale te 1080 Brussel;28° Institut Roger Guilbert te 1070 Brussel;29° Institut Roger Lambion te 1070 Brussel;30° Institut supérieur de formation continue te 1040 Brussel;31° Institut technique supérieur Cardinal Mercier te 1030 Brussel;32° Centre de formation professionnelle des Femmes prévoyantes socialistes te 6000 Charleroi;33° Collège technique des Aumôniers du travail te 6000 Charleroi;34° Ecole industrielle communale te 6030 Charleroi;35° Institut provincial supérieur des sciences sociales et pédagogiques te 6000 Charleroi;36° Institut d'enseignement technique commercial te 6000 Charleroi;37° Institut provincial supérieur industriel du Hainaut te 6000 Charleroi;38° Etablissement communal enseignement technique industriel et commercial te 6200 Châtelet;39° Cours industriels et commerciaux de Couillet te 6010 Couillet;40° Ecole industrielle et commerciale de Courcelles te 6180 Courcelles;41° Ecole communale de promotion sociale te 5660 Couvin;42° Institut d'enseignement de promotion sociale - Mons-formations te 7033 Cuesmes;43° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Verviers-Plombières-Limbourg-Pepinster te 4820 Dison;44° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Dour te 7370 Dour;45° Cours industriels et commerciaux te 7190 Ecaussinnes;46° Enseignement de promotion sociale d'Enghien (EPSE) te 7850 Edingen;47° Ecole d'arts et métiers te 6560 Erquelinnes;48° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) d'Evere-Laeken te 1140 Evere;49° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Soumagne te 4623 Fléron;50° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Frameries te 7080 Frameries;51° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Grâce-Hollogne te 4460 Grâce-Hollogne;52° Institut provincial d'enseignement de promotion sociale te 4040 Herstal;53° Centre provincial d'enseignement de promotion sociale du Borinage te 7301 Hornu;54° Institut provincial d'enseignement de promotion sociale te 4500 Hoei;55° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Mons (Jemappes) te 7012 Jemappes;56° Format 21 - Centre de formation continue Gustave Piton te 7100 La Louvière;57° Institut provincial des arts et métiers du Centre te 7100 La Louvière;58° Cours te chniques, commerciaux et professionnels secondaires te 7860 Lessen;59° Institut provincial d'enseignement de promotion sociale du Hainaut occidental te 7900 Leuze-en-Hainaut;60° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Libramont-Bertrix te 6800 Libramont;61° Cours de promotion sociale Saint-Luc te 4000 Luik;62° Cours pour éducateurs en fonction te 4030 Luik;63° Ecole de commerce et d'informatique - enseignement de promotion sociale te 4000 Luik;64° Institut provincial d'enseignement de promotion sociale de Liège te 4020 Luik;65° Institut de formation continuée - enseignement de promotion sociale te 4000 Luik;66° Institut de technologie - enseignement de promotion sociale te 4020 Luik;67° Institut des langues modernes - enseignement de promotion sociale te 4000 Luik;68° Institut des travaux publics - enseignement de promotion sociale te 4000 Luik;69° Institut Saint-Laurent - enseignement de promotion sociale te 4000 Luik;70° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Marche-en-Famenne te 6900 Marche-enFamenne;71° Ecole industrielle supérieure te 7000 Bergen;72° Institut Reine Astrid (IRAM) te 7000 Bergen;73° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Morlanwelz-Mariemont te 7140 Morlanwelz;74° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Mouscron-Comines te 7700 Moeskroen;75° Collège technique Saint-Henri te 7700 Moeskroen;76° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Namur (cadets) te 5000 Namen;77° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Namur (CEFOR) te 5000 Namen;78° Ecole industrielle et commerciale de la ville de Namur te 5000 Namen;79° Ecole supérieure des affaires te 5000 Namen;80° Institut libre de formation permanente te 5000 Namen;81° Institut provincial de formation sociale te 5000 Namen;82° Institut technique - promotion sociale te 5000 Namen;83° Institut provincial de promotion sociale et de formation continuée te 1400 Nijvel;84° Centre d'enseignement supérieur de promotion sociale et de formation continuée du Brabant wallon te 1348 Ottignies-Louvain-la-Neuve;85° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Peruwelz te 7600 Peruwelz;86° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Philippeville-Florennes te 5600 Philippeville;87° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Sivry-Rance te 6470 Rance;88° Centre d'enseignement supérieur pour adultes te 6044 Roux;89° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Saint-Georges-sur-Meuse-Ouffet te 4470 Saint-Georges-sur-Meuse;90° Ecole industrielle et commerciale de Saint-Ghislain te 7330 Saint-Ghislain;91° Institut provincial d'enseignement supérieur de promotion sociale de Seraing te 4100 Seraing;92° Institut technique et agricole de la Province de Hainaut te 7060 Zinnik;93° Ecole industrielle commerciale et de sauvetage te 5060 Tamines;94° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Thuin te 6530 Thuin;95° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Tournai-Antoing-Templeuve te 7500 Doornik;96° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) d'Uccle-Anderlecht-Brussel te 1180 Ukkel;97° Cours de promotion sociale d'Uccle te 1180 Ukkel;98° Institut d'enseignement de promotion sociale - orientation commerciale te 4800 Verviers;99° Institut d'enseignement de promotion sociale - orientation technologique te 4800 Verviers;100° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Waremme te 4300 Borgworm;101° Institut d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française (IEPSCF) de Colfontaine te 7340 Wasmes;102° Institut de formation supérieure de Wavre te 1300 Waver. De Regering kan de bepalingen van dit artikel aanpassen ingevolge de wijzigingen die werden aangebracht aan het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie. Art. 14.Geen instelling of vereniging mag die Franstalige benamingen « Université », « Haute Ecole » of « Ecole supérieure des Arts », « Etablissements d'enseignement supérieur des Arts », « Etablissement d'enseignement supérieur », « Faculté », dragen als zij daar activiteiten uitoefent die gelijkaardig zijn met de opdrachten van de instellingen voor hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap, behalve als zij als zodanig erkend wordt krachtens een andere Belgische of buitenlandse wetgeving. In dit geval moet zij die wetgeving uitdrukkelijk in al die mededelingen vermelden en zeggen dat zij bekwaamheidsbewijzen uitreikt die niet in de « Federatie Wallonië-Brussel » erkend zijn. HOOFDSTUK IV. - Definities Art. 15.§ 1. Voor de toepassing van dit decreet en de besluiten tot uitvoering ervan, wordt verstaan onder : 1° leerresultaten : vermelding van wat een leerling moet kennen, begrijpen, en kunnen doen na voltooiing van een leerproces, een cursus of een gevalideerde onderwijseenheid;de leerresultaten worden beschreven in termen van kennis, vaardigheden en competenties; 2° remediëringsactiviteiten : activiteiten voor hulpverlening tot bevordering van de slaagkansen, die geen deel uitmaken van een studieprogramma, om eventuele leemten van studenten te verhelpen of die helpen een studieprogramma met betere slaagkansen te volgen of te hervatten;3° activiteiten voor inschakeling in het arbeidsproces : activiteiten voor het leren van sommige studieprogramma's, bestaande uit activiteiten in verband met de toepassing van de cursussen, in een disciplinair of interdisciplinair kader, die onder meer de vorm kunnen aannemen van stages, klinisch onderwijs, eindstudiewerken, seminaries, kunstcreaties of gevallenstudies;4° toelating : administratief en academisch proces dat tot doel heeft na te kijken of een student voldoet aan de criteria op grond waarvan hij ertoe wordt toegelaten een bepaalde studiecyclus te ondernemen en er de eventuele aanvullende voorwaarden van te bepalen;5° GHSO : geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, academische specialisatiegraad van niveau 7 uitgereikt overeenkomstig het
decreet van 8 februari 2001Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
08/02/2001
pub.
22/02/2001
numac
2001029120
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot vaststelling van de initiële opleiding van de geaggregeerden voor het hoger secundair onderwijs
sluiten tot vaststelling van de initiële opleiding van de geaggregeerden voor het hoger secundair onderwijs of van het
decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/05/1999
pub.
15/06/1999
numac
1999029327
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de inrichtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap
type
decreet
prom.
17/05/1999
pub.
29/10/1999
numac
1999029643
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs
sluiten betreffende het hoger kunstonderwijs;6° academiejaar : cyclus in de organisatie van de onderwijsopdrachten die op 14 september begint en op 13 september van het volgende jaar eindigt;de activiteiten, beslissingen en handelingen in verband met die opdrachten hebben betrekking op één academiejaar, maar kunnen zich uitstrekken buiten die periode; 7° jaarprogramma van de student : door de examencommissie goedgekeurd samenhangend geheel van onderwijseenheden van een studieprogramma waarvoor een student zich regelmatig laat inschrijven voor een academiejaar tijdens hetwelk hij aan de activiteiten deelneemt, er de examens van aflegt en door de examencommissie zal worden gedelibereerd;8° attest : document dat geen academische graad of studiepunten toekent maar dat de deelneming aan een vorming en, in voorkomend geval, de ermee gepaard gaande evaluatie en het niveau ervan, bevestigt;9° academische autoriteiten : de instanties die, in elke instelling, ertoe worden gemachtigd de bevoegdheden in verband met de organisatie van het onderwijs uit te oefenen;10° bachelor (BA) : academische graad van niveau 6 tot bekrachtiging van de studies van de eerste cyclus die minstens 180 studiepunten tellen;11° bachelor specialisatie : studies die leiden tot een academische graad van bijzondere bachelor (van niveau 6) tot bekrachtiging van de specifieke studies van de eerste cyclus van ten minste 60 studiepunten, die een voorafgaande opleiding van bachelor aanvullen;12° brevet van het hoger onderwijs : bekwaamheidsbewijs van niveau 5 tot bekrachtiging van de studies van minstens 120 studiepunten, beroepsgericht, toegang gevend tot een duidelijk geïdentificeerd beroep;13° kwalificatiekader : instrument voor de rangschikking van de kwalificaties op grond van een geheel van criteria die overeenstemmen met bepaalde leerniveaus;14° CAPAES : « Certificat d'Aptitude Pédagogique Approprié à l'Enseignement Supérieur », getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs, bedoeld in het
decreet van 17 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
17/07/2002
pub.
24/08/2002
numac
2002029414
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bepaling van het Getuigschrift van Pedagogische Bekwaamheid voor het Hoger Onderwijs (CAPAES) in de hogescholen en van de voorwaarden voor het verkrijgen ervan (1)
sluiten tot bepaling van het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs (CAPAES - "Certificat d'aptitude pédagogique approprié à l'enseignement supérieur") in de hogescholen en in het hoger onderwijs voor sociale promotie en van de voorwaarden voor het verkrijgen ervan;15° categorie : eenheid van een hogeschool die één of meer afdelingen of onderafdelingen die een bijzondere cursus organiseren, omvat;16° getuigschrift : document dat geen academische graad toekent maar dat bevestigt dat een student geslaagd is voor een gestructureerde opleiding van minstens 10 studiepunten, door een instelling voor hoger onderwijs georganiseerd, dat die instelling ermee gepaard gaande studiepunten toekent, en dat het niveau van die studiepunten bevestigt;17° kwalificatie : formeel resultaat van een evaluatie- en validatieproces, dat bevestigt dat een individu op het einde van een leerproces de competenties heeft verworven die met een gegeven niveau overeenstemmen, en dat leidt tot de uitreiking van een diploma of een getuigschrift;18° gezamenlijke diplomering : bijzondere vorm van co-organisatie van gezamenlijke studies waarvoor alle partners in de Franse Gemeenschap die aan gezamenlijke diplomering doen voor die studies daartoe gemachtigd of samen gemachtigd zijn, waarvan de leeractiviteiten gezamenlijk worden georganiseerd, beheerd en verstrekt, en waarvoor een collegiale bekrachtiging voor het slagen ervoor wordt verleend, leidend tot het uitreiken van een uniek diploma of van diploma's die worden uitgereikt volgens de wetgeving die elke partner eigen is; 19° academische gemeenschap : geheel van de actoren van een instelling voor hoger onderwijs, samengesteld uit leden van haar personeel en onderzoekers erkend in de zin van artikel 5.- § 2, alsook uit de studenten die regelmatig ingeschreven zijn voor een studieprogramma dat door die instelling wordt georganiseerd; 20° competentie : capaciteit, evalueerbaar voor een individu, individuele of collectieve middelen in te zetten, te combineren, over te brengen en toe te passen in een bijzondere context op een bepaald ogenblik;door middelen wordt onder meer verstaan : kennis, know-how, ervaringen, vaardigheden, ingesteldheid en attitudes; 21° kennis : samenhangend geheel van kennis en ervaringen, voortvloeiend uit het opnemen, door middel van een leerproces, van informatie, feiten, theorieën, praktijken, technieken betreffende één of meer studiegebieden, werkgebieden, artistieke of socioprofessionele gebieden;22° co-organisatie : partnerschap tussen twee of meer instellingen die zich, door middel van een overeenkomst, bereid verklaren om werkelijk deel te nemen aan de administratieve en academische organisatie van de leeractiviteiten van een opleiding of van een gezamenlijk studieprogramma waartoe ten minste één onder die gemachtigd is;een dergelijke overeenkomst kan betrekking hebben op het aanbod en de organisatie van cursussen, de uitwisseling van personeelsleden of van infrastructuren; 23° het medevereiste van een onderwijseenheid : geheel van andere onderwijseenheden van een studieprogramma die vóór of uiterlijk gedurende hetzelfde academiejaar moeten gevolgd zijn;24° studiepunt : eenheid die overeenstemt met de tijd die door de student, binnen een studieprogramma, besteed wordt aan een leeractiviteit;25° cursus : samenhangend geheel van één of meer studiecyclussen dat een bepaalde initiële opleiding uitmaakt;binnen een cursus kunnen de tussengraden overgangsgraden zijn, die dus de voorbereiding tot de volgende cyclus als hoofddoel hebben, en is de eindgraad « beroepsgericht »; 26° cyclus : studies die leiden tot het behalen van een academische graad;het hoger onderwijs wordt in drie cyclussen georganiseerd; 27° diploma : document dat bevestigt dat een student geslaagd is voor studies die in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit decreet en dat het bekwaamheidsbewijs of de academische graad die op het einde van die studiecyclus wordt toegekend, bevestigt;28° studiegebied : tak van de kennis die met één of meer cursussen overeenstemt; 29° doctor (DOC) : academische graad van niveau 8 die de studies van de derde cyclus bekrachtigt, uitgereikt door een universiteit en behaald na verdediging van een proefschrift overeenkomstig artikel 71.- § 2; 30° doctoraatsschool : coördinatiestructuur die als opdracht heeft de oprichting van thematische doctoraatsscholen op haar gebied toe te laten, te bevorderen en te stimuleren;31° thematische doctoraatsschool : onderzoeks- en onderwijsstructuur, belast met het verstrekken van de doctoraatsopleiding op de studiegebieden van de doctoraatsscholen waaronder ze ressorteert;32° gelijkstelling : proces tot gelijkstelling van de competenties en kennis van een student, bekrachtigd door één of meer bekwaamheidsbewijzen, studiegetuigschriften of buitenlandse diploma's, met deze die vereist zijn op het einde van studies in de instellingen voor hoger onderwijs die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd;33° referentie-instelling : in het kader van de co-organisatie van een gezamenlijk studieprogramma, inzonderheid gezamenlijke diplomering, instelling die belast wordt met de centralisatie van het administratieve en academische beheer van het programma en de studenten, die wordt gekozen uit deze die in de Franse Gemeenschap voor de bedoelde studies gemachtigd zijn;34° studies voor voortgezette opleiding : gestructureerd geheel van leeractiviteiten die door een instelling voor hoger onderwijs worden georganiseerd, maar die niet leiden tot een bekwaamheidsbewijs of een academische graad, met uitzondering van sommige studies voor sociale promotie, dat tot doel heeft de verworven competenties en kennis van de gediplomeerden van het hoger onderwijs of van personen die gelijkaardige professionele of persoonlijke verworven competenties en kennis kunnen laten gelden, aan te vullen, uit te breiden, te verbeteren, bij te werken of te vervolmaken.35° eerstegeneratiestudent : voor statistische doeleinden, regelmatig ingeschreven student die nooit gedurende een vroeger academiejaar ingeschreven werd voor hogere studies, in de Franse Gemeenschap of buiten de Franse Gemeenschap, of voor elke cursus ter voorbereiding van examens of vergelijkende examens die toelaten die studies te ondernemen of voort te zetten;36° voor financiering in aanmerking komende student : regelmatig ingeschreven student die, op grond van eigen karakteristieken, het type inschrijving of het studieprogramma waarvoor hij ingeschreven is, in aanmerking komt voor de financiering van de instelling voor hoger onderwijs die de studies organiseert;37° finaliteit : samenhangend geheel van onderwijseenheden dat 30 studiepunten vertegenwoordigt van een studieprogramma voor master dat minstens 120 studiepunten telt, leidend tot aanvullende gespecialiseerde competenties die door een afzonderlijke academische graad worden bekrachtigd;38° initiële opleiding : cursus die leidt tot het uitreiken van een academische graad van bachelor of van master, met uitsluiting van de graden bachelor of master specialisatie;39° onderwijsvorm : specificiteit in de organisatie van studies in verband met het type onthaalinstelling : universiteit, hogeschool, hogere kunstschool of instelling voor sociale promotie;40° FRS-FNRS : « Fonds de la Recherche scientifique » bedoeld bij het
decreet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/12/2000
pub.
19/01/2001
numac
2001029005
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot vastlegging van de initiële opleiding van onderwijzers en regenten
sluiten1 betreffende de financiering van het Onderzoek door het « Fonds national de la Recherche scientifique »;41° academische graad : bekwaamheidsbewijs dat het slagen bekrachtigt voor een studiecyclus die overeenstemt met een kwalificatieniveau, erkend bij dit decreet en bekrachtigd door een diploma;42° machtiging : bevoegdheid die bij decreet aan een instelling voor hoger onderwijs toegekend wordt op een bepaald grondgebied een studieprogramma te organiseren, een academische graad toe te kennen en de ermee gepaard gaande getuigschriften en diploma's uit te reiken;43° vestiging of Campus : infrastructuur of geheel van gegroepeerde infrastructuren waarin een instelling onderwijs- of onderzoeksactiviteiten organiseert;44° regelmatige inschrijving : inschrijving voor een academiejaar dat betrekking heeft op een samenhangend en door de examencommissie bekrachtigd geheel van onderwijseenheden van een studieprogramma waarvoor de student aan de toegangsvoorwaarden voldoet en zijn administratieve en financiële verplichtingen nakomt;45° examencommissie : academische instantie die hoofdzakelijk belast wordt met de toelating tot de studies, de begeleiding van studenten, de evaluatie van de leerresultaten, hun kwalificatie en de organisatie van overeenstemmende examens;46° master (MA) : academische graad van niveau 7 ter bekrachtiging van de studies van de tweede cyclus die minstens 60 studiepunten tellen en, als zij een bijzondere finaliteit nastreven, minstens 120 studiepunten tellen;47° master specialisatie : studies die leiden tot een academische graad van bijzonder master (van niveau 7), uitgereikt door een universiteit of in het kader van een gezamenlijke diplomering met een andere universiteit, ter bekrachtiging van specifieke studies van de tweede cyclus van minstens 60 studiepunten, tot aanvulling van een voorafgaande masteropleiding;48° graad van verdienste : beoordeling door een examencommissie van de kwaliteit van het werk van een student, wanneer zij hem een academische graad toekent;49° optie : samenhangend geheel van onderwijseenheden van het programma van een studiecyclus die 15 tot 30 studiepunten telt;50° studierichting : geheel van onderwijseenheden van een programma van een studiecyclus dat overeenstemt met een specifiek competentiereferentiesysteem en een specifiek onderwijsprofiel, dat door een afzonderlijke academische graad wordt bekrachtigd;51° overgang : academisch proces waarbij een student toelating krijgt om zijn studies in een andere cursus voort te zetten;52° academisch personeel : contractueel of statutair personeel van een instelling voor hoger onderwijs dat ofwel tot het bestuurs- en onderwijzend personeel behoort, ofwel tot het wetenschappelijk personeel van ten minste rang B in de zin van het koninklijk besluit van 31 oktober 1953 tot vaststelling van het statuut van de geaggregeerden, de repetitors en het wetenschappelijk personeel bij de Rijksuniversiteiten, of erkend als ten minste van niveau B in de zin van het decreet van 19 juli 1991 betreffende de loopbaan van de wetenschappelijke navorsers, voor onbepaalde tijd aangeworven, alsook de onderzoekers die voor een bepaalde tijd aangeworven werden, bedoeld in artikel 5, § 2;53° administratief, technisch en werkliedenpersoneel : contractueel of statutair personeel van een instelling voor hoger onderwijs, in de zin van het koninklijk besluit van 30 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van het bestuurs- en toegevoegd personeel, hulppersoneel voor onderzoek, beheerspersoneel, de kinderverzorgsters, werkopzichters en tekenaars, het paramedisch en gespecialiseerd personeel van de universiteiten en de universitaire faculteit van de Franse Gemeenschap, van het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur of van het decreet van 12 mei 2004 tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap;54° wetenschappelijk personeel : contractueel of statutair personeel van een instelling voor hoger onderwijs dat behoort tot het wetenschappelijk personeel van rang A in de zin van het koninklijk besluit van 31 oktober 1953 tot vaststelling van het statuut van de geaggregeerden, de repetitors en het wetenschappelijk personeel bij de Rijksuniversiteiten, of erkend als van niveau B in de zin van het decreet van 19 juli 1991 betreffende de loopbaan van de wetenschappelijke navorsers, alsook de onderzoekers bedoeld in artikel 5, § 2, die in het academisch personeel niet opgenomen zijn;55° academische pool : vereniging van instellingen voor hoger onderwijs, gestoeld op de geografische nabijheid van hun vestigingen voor onderwijs en onderzoek, hoofdzakelijk belast met het aanmoedigen en samenvoegen van hun gemeenschappelijke of transversale medewerking en activiteiten;56° voorvereiste van een onderwijseenheid : geheel van andere onderwijseenheden van een studieprogramma waarvan de leerresultaten moeten worden bekrachtigd en de overeenstemmende studiepunten worden toegekend door de examencommissie vóór de inschrijving voor die onderwijseenheid, behalve een door de examencommissie toe te kennen afwijking;57° onderwijsprofiel : gestructureerd geheel van de in de leerresultaten beschreven onderwijseenheden, die in overeenstemming zijn met het referentiesysteem voor de competenties van de studiecyclus(sen) waarvan ze deel uitmaken, eigen aan een instelling voor hoger onderwijs die het geheel of een deel van een studieprogramma organiseert en die de ermee gepaard gaande diploma's en getuigschriften uitreikt;58° studieprogramma : geheel van de leeractiviteiten, gegroepeerd in onderwijseenheden, waarvan sommige verplicht zijn, andere naar keuze van elke ingeschreven leerling, dat in overeenstemming is met het referentiesysteem voor de competenties van een studiecyclus;het programma bepaalt de ermee gepaard gaande studiepunten en de organisatie van het tijdschema en van het voorvereiste of medevereiste van de verschillende onderwijseenheden; 59° quadrimester : organisatorische opdeling van de leeractiviteiten van een academiejaar die zich over ongeveer vier maanden uitstrekt; het academiejaar is in drie quadrimesters gedeeld; 60° referentiesysteem voor de competenties : gestructureerd geheel van competenties eigen aan een academische graad, een bekwaamheidsbewijs of een kwalificatie;61° sector : geheel van verschillende studiegebieden;62° specialiteit : in het hoger kunstonderwijs, bijzondere kwalificatie van een cursus of een studierichting;63° stages : bijzondere activiteiten voor inschakeling in het arbeidsproces, gevoerd in samenwerking met de socioprofessionele wereld in verband met het studiegebied, erkend en geëvalueerd door de betrokken examencommissie;64° type : karakteristiek van hogere studies in verband met haar professionele finaliteit, haar pedagogische methoden en het aantal cyclussen initiële opleiding;het hoger onderwijs van het korte type bevat één enkele cyclus; het hoger onderwijs van het lange type omvat twee basiscyclussen; 65° onderwijseenheid : leeractiviteit of geheel van leeractiviteiten die worden gegroepeerd, omdat ze gemeenschappelijke doelstellingen nastreven en een pedagogisch geheel vormen op het vlak van de verwachte leerresultaten;66° valorisatie van de verworven kennis en competentie : proces van de evaluatie en erkenning van de kennis verworven in het kader van een leerproces, voortvloeiend uit de ervaring of de opleiding, en van de competenties van een kandidaat in de context van een toelating tot de studies. De Regering stelt de overeenstemming vast tussen die termen en deze die werden gebruikt in andere bepalingen die vóór dit decreet bestonden.
De Regering stelt ook de overeenstemming vast tussen die termen of andere in dit decreet bepaalde begrippen en de termen die worden gebruikt binnen de Europese Unie, alsook hun officiële vertalingen. § 2. In dit decreet is het gebruik, in het Frans, van mannelijke namen voor de verschillende termen, titels, graden en ambten gemeenslachtig, opdat de tekst verstaanbaar zou zijn, niettegenstaande de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van beroep, ambt, graad of titel. Art. 16.Het adjectief « academisch » wordt voorbehouden om eenheden, structuren of organen aan te duiden die in rechtstreeks verband staan met de organisatie van het hoger onderwijs. Het adjectief « universitair » wordt voorbehouden om de eenheden, structuren of organen van de universiteiten of die door deze worden gecoördineerd, aan te duiden.
TITEL II. - Structuur en landschap van het hoger onderwijs Art. 17.Met toepassing van artikel 24, § 2 van de Grondwet, worden de bepalingen van deze titel bij een bijzonder decreet geregeld. HOOFDSTUK I. - Algemene structuur Art. 18.Het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs bestaat uit instellingen voor hoger onderwijs die werkzaam zijn binnen academische polen en die worden gecoördineerd door een « Académie de Recherche et d'Enseignement supérieur », (Academie Onderzoek en Hoger Onderwijs), hierna « ARES » genoemd. Art. 19.De instellingen voor hoger onderwijs zijn autonoom ten opzichte van de andere instellingen, academische polen en de ARES. De door de Franse Gemeenschap toegekende subsidies en financieringen worden hun voor de uitoefening van hun opdrachten rechtsreeks toegekend.
Hun eenheidskarakter wordt gewaarborgd ondanks hun aanwezigheid binnen verschillende academische polen. HOOFDSTUK II. - « Académie de Recherche et d'Enseignement supérieur » (Academie Onderzoek en Hoger Onderwijs) Afdeling I. - Opdrachten en structuren
Art. 20.Er wordt een instelling van openbaar nut van categorie B opgericht in de zin van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, « Académie de Recherche et d'Enseignement supérieur » genoemd, ook « ARES » genoemd.
De ARES is een federatie van de instellingen voor hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap, ermee belast de uitoefening te waarborgen van de verschillende opdrachten inzake hoger onderwijs, onderzoek en dienstverlening aan de samenleving, overeenkomstig de algemene doelstellingen, en samenwerkingsverbanden tussen de instellingen aan te moedigen. De ARES oefent haar verschillende opdrachten uit zonder de autonomie van de instellingen voor hoger onderwijs in het gedrang te brengen. Art. 21.De ARES heeft als opdracht : 1° voor de Regering, op eigen initiatief of op aanvraag van deze, een advies van een instelling voor hoger onderwijs of van een academische pool uit te brengen over elk vraagstuk betreffende één van de opdrachten van de instellingen voor hoger onderwijs;2° door een met redenen omkleed advies een antwoord te brengen op elk voorstel van een pooloverschrijdende academische zone betreffende het aanbod van hoger onderwijs van het korte type, en de Regering machtigingen voor te stellen, waarbij de concurrentie tussen de instellingen, de onderwijsvormen en de academische polen dient te worden beperkt;3° voor het overige, de Regering voor te stellen het onderwijsaanbod te laten evolueren, na het advies van de betrokken thematische kamers te hebben ingewonnen, op aanvraag van één of meer instellingen of om het advies van de oriëntatieraad gevolg te geven;4° in haar adviezen te zorgen voor de samenhang van het aanbod en de inhoud van de studies en de opleidingen, waarbij elke onverantwoorde herhaling, optie of specialisatie wordt vermeden;5° te zorgen voor de materiële organisatie van de gemeenschappelijke toelatingstests, -proeven of -examens;6° het overleg te organiseren over elk vraagstuk betreffende haar opdrachten en de samenwerkingsverbanden te bevorderen tussen de instellingen voor hoger onderwijs of academische polen, en met andere instellingen of verenigingen van instellingen voor hoger onderwijs of onderzoeksinstellingen buiten de Franse Gemeenschap, inzonderheid met federale instellingen en andere Belgische deelstaten;7° de verbinding te zijn tussen die polen en instellingen en de gemeenschaps-, gewest of federale instellingen of organen, inzonderheid het « Agence pour l'Evaluation de la Qualité de l'Enseignement Supérieur » (AEQES)(Agentschap voor de Evaluatie van het Hoger Onderwijs), de « Conseil supérieur de la Mobilité étudiante (CSM) » (Hoge Raad voor Studentenmobiliteit), de « Conseils de la politique scientifique (CPS)(Raden voor het wetenschapsbeleid), het « Fonds de la Recherche scientifique (FRS-FNRS);8° in samenwerking met de diensten van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, de vertegenwoordiging van de instellingen voor hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap te coördineren in het kader van opdrachten en betrekkingen tussen de Gemeenschappen en op internationaal vlak;9° de internationale zichtbaarheid van het hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap te bevorderen en de internationale betrekkingen van de polen en instellingen te coördineren, inzonderheid inzake onderwijsaanbod en gezamenlijke diplomering;10° de deelneming van polen en instellingen aan de academische ontwikkelingssamenwerking en alle gelijkaardige en humanitaire projecten te verdelen;11° de gezamenlijke onderzoeksactiviteiten te bevorderen en adviezen en aanbevelingen uit te brengen over de oriëntering van het wetenschapsbeleid, de aan te wenden middelen ter bevordering van de ontwikkeling en de verbetering van het wetenschappelijk of artistiek onderzoek, en over de deelneming van de Franse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren aan nationale of internationale onderzoeksprogramma's of -projecten;12° in overleg met de doctoraatsscholen bij het FRS-FNRS, de thematische doctoraatsscholen en de doctoraatsopleidingen te organiseren en het reglement op te stellen van de examencommissies belast met het uitreiken, binnen de universiteiten, van de graad van doctor;13° de studies inzake voortgezette opleiding die leiden tot de toekenning van studiepunten;14° de bedragen vast te leggen van de inschrijvingsrechten voor de studies en opleidingen die niet bij de wetgeving worden geregeld;15° de collectieve structuren voor de activiteiten inzake een leven lang leren van het hoger onderwijs te ontwikkelen en te coördineren;16° op voorstel van daartoe door de ARES opgerichte commissies en van de betrokken instellingen, de referentiesystemen voor de competenties die met de uitgereikte academische graden overeenstemmen, te bepalen, en te bevestigen dat de door de instellingen voorgestelde studieprogramma's worden nageleefd en dat ze in overeenstemming zijn met de andere bepalingen inzake toegang tot het arbeidsproces voor de afgestudeerden;17° een volledige en objectieve informatie te verstrekken en te verspreiden over de hogere studies in de Franse Gemeenschap, over de uitgereikte bekwaamheidsbewijzen en over de beroepen waartoe ze leiden, en over de competentie- en kwalificatieprofielen op het einde van die studies;18° een systeem voor de inzameling van statistische gegevens betreffende alle opdrachten van het hoger onderwijs en de toekomst van zijn afgestudeerden te beheren, de syntheseanalysen en een gedetailleerde boordtabel ervan bekend te maken, betreffende zowel de studenten als de personeelsleden, en te zorgen voor de interoperabiliteit van de systemen die een permanent vertrouwelijk opvolgen van het persoonlijke traject van de studenten binnen de instelling voor hoger onderwijs mogelijk maken;19° de inlichtingen in te zamelen betreffende de sociale toestand en het welzijn van de studenten, de diensten en steun die hun worden verleend, de studietoelagen en -leningen en de activiteiten voor steunverlening ter verbetering van de slaagkansen, remediëring, pedagogisch opvolgen, en raadgeving en begeleiding van de persoonlijke studietrajecten;20° de doeltreffendste maatregelen en de goede praktijken inzake steunverlening ter verbetering van de slaagkansen van studenten en pedagogische ondersteuning van leerkrachten, te bepalen, en de toepassing ervan te bevorderen binnen de academische polen en de instellingen;21° als informatiebron te dienen voor het « Agence pour l'Evaluation de la Qualité de l'Enseignement Supérieur » (AEQES)(Agentschap voor de Evaluatie van het Hoger Onderwijs), de « Conseil supérieur de la Mobilité étudiante (CSM) » (Hoge Raad voor Studentenmobiliteit), de instellingen voor hoger onderwijs, alsook voor de commissarissen en afgevaardigden van de Regering bij die instellingen;22° voor de materie hoger onderwijs in de Franse Gemeenschap en in samenwerking met de administratie ervan, de bepalingen vervat in de Verordening (EG) nr.452/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de productie en ontwikkeling van statistieken over onderwijs en een leven lang leren toe te passen; 23° studies en wetenschappelijk onderzoek uit te voeren of te laten uitvoeren betreffende het hoger onderwijs, meer bepaald de studentenbevolking, de studietrajecten, de voorwaarden voor het slagen en de uitgereikte diploma's, op eigen initiatief of op aanvraag van de Minister bevoegd voor het hoger onderwijs;24° meer in het algemeen, bij te dragen tot de ontwikkeling van instrumenten voor de analyse en de evaluatie van het hoger onderwijs, een inventaris op te zetten en bij te houden van de studies en het wetenschappelijk onderzoek op dat gebied en te waken over de goede werking van die instrumenten die in de Franse Gemeenschap, op Europees of internationaal niveau worden ontwikkeld;25° een administratieve en logistieke steun te verlenen voor elke opdracht van de instellingen voor hoger onderwijs of de academische polen, op hun aanvraag en met de instemming van haar raad van bestuur, of die haar bij de wetgeving wordt toevertrouwd. Elke aanvraag om advies of voorstel die krachtens die bepalingen wordt ingediend, moet worden onderzocht en moet het advies worden gezet op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de raad van bestuur van de ARES die met ten minste veertien dagen volgt op de datum van de ontvangst van de aanvraag. Om gemotiveerde dringende redenen, kan de Regering een advies van de ARES binnen een kortere termijn aanvragen; het uitvoerend bureau moet dan dringend eraan gevolg geven.
De Regering geeft een bijzondere motivatie van haar beslissing, wanneer ze van het advies van de ARES afwijkt. Art. 22.De ARES wordt bestuurd door een raad van bestuur en heeft een oriëntatieraad. Ze omvat drie bij dit decreet geregelde thematische kamers en vaste commissies, die met specifieke onderwerpen en opdrachten worden belast. Art. 23.Op de voordracht van de raad van bestuur van de ARES, wijst de Regering een Administrateur van de ARES aan. Zijn mandaat duurt 5 jaar en kan worden hernieuwd.
Het administratieve beheer van de ARES en van zijn personeel wordt uitgeoefend onder de verantwoordelijkheid van de Administrateur, onder de controle van haar raad van bestuur en haar uitvoerend bureau.
Het statuut van de Administrateur en zijn bezoldiging zijn in overeenstemming met de bepalingen van artikel 51 bis van de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat. Art. 24.De Regering stelt de personeelsformatie, de statuten, de bezoldigingen en de vergoedingen van het personeel van de ARES vast.
Het personeel wordt aangeworven, benoemd, bevorderd of aangesteld overeenkomstig de bepalingen die door de Regering worden vastgesteld; het staat onder het gezag van de Administrateur. Art. 25.Het financiële beheer van de ARES wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut en de besluiten tot uitvoering ervan.
Voor haar financiële beheer wordt de ARES ertoe gemachtigd elk saldo van haar rekeningen naar het volgende begrotingsjaar over te dragen. Afdeling II. - Middelen
Art. 26.Voor de uitvoering van haar opdrachten en naargelang van de beschikbare middelen, kan de Regering personeel en materiële en financiële middelen ter beschikking van de ARES stellen. De instellingen voor hoger onderwijs kunnen eveneens haar personele, materiële en financiële middelen ter beschikking stellen. Het betrokken personeel behoudt zijn statuut, rechten en voordelen integraal.
De instellingen voor hoger onderwijs kunnen, indien ze dit wensen, met de ARES alle financiële overdrachten uitvoeren die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de verplichtingen van de ARES in het kader van haar opdrachten. Art. 27.Onverminderd het vorige artikel, kent de Franse Gemeenschap de ARES een jaarlijkse werkingstoelage van 2.500.000 euro toe.
Elk jaar wordt dat bedrag aangepast aan de schommelingen van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen, door dat bedrag te vermenigvuldigen met de coëfficiënt : Gezondheidsindex van december van het betrokken begrotingsjaar, gedeeld door de gezondheidsindex van december 2013. Afdeling III. - Beheersorganen
Art. 28.§ 1. De raad van bestuur van de ARES bestaat uit 29 leden, die alle stemgerechtigd zijn. Ze worden door de Regering benoemd, met uitzondering van deze die bedoeld zijn bij 2° hieronder, verdeeld als volgt : 1° een voorzitter;2° de zes rectoren van de universiteiten;3° zes vertegenwoordigers van de hogescholen, waarvan ten minste vier directeurs-voorzitters die de hogescholen vertegenwoordigen, voorgedragen door de meerderheid van de directeurs-voorzitters van de hogescholen, opdat elk pool, en elk net (georganiseerd door de Franse Gemeenschap, officieel gesubsidieerd en vrij gesubsidieerd) zou worden vertegenwoordigd;4° twee directeurs die de hogere kunstscholen vertegenwoordigen, voorgedragen door de meerderheid van de directeurs van de hogere kunstscholen;5° twee vertegenwoordigers van het hoger onderwijs voor sociale promotie, voorgedragen door de Hoge Raad voor het Onderwijs voor Sociale promotie, bedoeld in artikel 78 van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie;6° zes vertegenwoordigers van het personeel, voorgedragen door de vakorganisaties, aangesloten bij de vakorganisaties die vertegenwoordigd zijn in de Nationale Arbeidsraad, en die in het hoger onderwijs aansluiting bieden;7° zes studenten, waarvan een vertegenwoordiger voor elke academische pool, voorgedragen door de representatieve studentenorganisaties die op gemeenschapsvlak erkend zijn. Voor elke categorie bedoeld bij 3° tot 5°, kunnen de voorgedragen vertegenwoordigers niet afkomstig zijn uit dezelfde instellingen als die waaruit de aftredende leden afkomstig waren; dit geldt ook voor de vertegenwoordigers van de studenten bedoeld in 7° na vier opeenvolgende jaarlijkse hernieuwingen. Onder alle leden bedoeld in 7° moet overigens ten minste één lid afkomstig zijn uit een universiteit, één uit een hogeschool, één uit een hogere kunstschool en één uit een instelling voor sociale promotie.
Met uitzondering van het lid bedoeld in 1°, heeft elk lid een plaatsvervanger, voorgedragen volgens dezelfde nadere regels; de plaatsvervanger van een rector is er de eerste vicerector van zijn universiteit of, indien die functie niet binnen de betrokken universiteit bestaat, een andere vicerector die door haar voor die functie wordt aangewezen. Het plaatsvervangende lid heeft alleen bij afwezigheid van het werkend lid zitting.
Met uitzondering van de leden bedoeld in 1°, 2° en 7°, worden de leden van de raad van bestuur van de ARES voor een periode van vijf jaar benoemd. De vertegenwoordigers van de studenten bedoeld in 7° worden benoemd voor een hernieuwbaar mandaat van één jaar, zonder vijf opeenvolgende mandaten te kunnen overschrijden.
De voorzitter van de ARES wordt door de Regering voor een periode van drie jaar benoemd, op eensluidend advies van de andere leden van de raad …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.