Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen

Kort samengevat

Dit decreet regelt de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en stelt de kaders vast voor universiteiten en hogescholen, inclusief hun taken en de structuur van de opleidingen. Het definieert ook wie als universiteit of hogeschool mag optreden en hoe andere instellingen geregistreerd kunnen worden.

Wat het reguleert

  • De structuur van het hoger onderwijs, inclusief definities van graden en opleidingen.
  • De taken en verantwoordelijkheden van universiteiten en hogescholen.
  • De registratie en erkenning van instellingen voor hoger onderwijs.
  • De specifieke benamingen die universiteiten en hogescholen mogen voeren.

Wie het aanbelangt

  • Alle universiteiten en hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap.
  • Andere instellingen die hoger onderwijs aanbieden in de Vlaamse Gemeenschap.

Kernpunten

  • Het hoger onderwijs omvat opleidingen die leiden tot de graad van bachelor, master of doctor, en postgraduaatgetuigschriften.
  • Bachelorsopleidingen kunnen professioneel of academisch gericht zijn; mastersopleidingen zijn academisch gericht en kunnen een professionele gerichtheid hebben.
  • Alleen de in het decreet genoemde instellingen mogen de benaming "universiteit" of "hogeschool" voeren.
  • Geregistreerde instellingen moeten een accreditatie krijgen binnen één jaar na registratie en de opleiding daadwerkelijk aanbieden binnen twee jaar na registratie.
Wettekst
Wettekst

4 APRIL 2003. - Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet betreffen

het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening sluiten betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening en de erkende faculteiten der protestantse godgeleerdheid

artikel 1, III, c), van de wet van 11 september 1933 op de bescherming van de titels van hoger onderwijs. Art. 8.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder geregistreerde instellingen voor hoger onderwijs alle niet ambtshalve geregistreerde instellingen die hoger onderwijs aanbieden in de Vlaamse Gemeenschap en door de Vlaamse regering werden geregistreerd op basis van een dossier omvattende : 1° de statuten van de instelling;2° een voorontwerp van het accreditatiedossier dat de instelling voornemens is in te dienen bij het Accreditatieorgaan met het oog op het verkrijgen van een accreditatie voor een bestaande opleiding of om een nieuwe opleiding de toets nieuwe opleiding te laten ondergaan;3° een financieel plan waaruit blijkt dat de instelling over voldoende financiële middelen beschikt als garantie voor de ingeschreven studenten dat ze hun opleiding kunnen voltooien;4° een samenwerkingsakkoord met een ambtshalve geregistreerde instelling voor hoger onderwijs of met een erkende hogeschool of universiteit in de Franse Gemeenschap of met een Nederlandse instelling voor hoger onderwijs of in het geval er in het Nederlandse taalgebied geen gelijkwaardige opleiding wordt aangeboden, met een door de overheid van het land van vestiging erkende buitenlandse instelling voor hoger onderwijs waaraan de ingeschreven studenten, in geval van stopzetting van de activiteiten, hun opleiding kunnen voltooien. De Vlaamse regering beslist over de registratie binnen twee maanden na ontvangst van het registratiedossier en brengt het Accreditatieorgaan hiervan op de hoogte. De registratie vervalt als de instelling de beoogde accreditatie niet heeft gekregen binnen het jaar na de beslissing over de registratie of als de instelling de voorgenomen opleiding niet binnen twee jaar na de registratie daadwerkelijk aanbiedt. Elke geregistreerde instelling bezorgt jaarlijks de jaarrekening en het jaarverslag van de instelling aan de Vlaamse regering. Afdeling

  1. - Institutionele bepalingen Art. 9.Voor de toepassing van dit decreet worden opgericht : 1° een Accreditatieorgaan, dat bij een internationaal verdrag is aangewezen om de accreditaties te verlenen en overeenkomstig artikel 61 de toets nieuwe opleidingen uit te voeren;2° een Erkenningscommissie, die de Vlaamse regering van advies dient over de in artikel 63 bedoelde aangelegenheden. HOOFDSTUK II. - Zending Art. 10.§
  2. Hogescholen en universiteiten zijn, in het belang van de samenleving, werkzaam op het gebied van het hoger onderwijs. §
  3. Universiteiten zijn werkzaam op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek. Hogescholen nemen, in het kader van associaties deel aan wetenschappelijk onderzoek met inbegrip van het onderzoek in de kunsten. Hogescholen zijn tevens werkzaam op het gebied van het projectmatig wetenschappelijk onderzoek. De ontwikkeling en de beoefening van de kunsten maken deel uit van de opdracht van de hogescholen die opleidingen organiseren in de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst, en muziek en podiumkunsten. §
  4. Hogescholen en universiteiten zijn werkzaam op het gebied van de maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening. §
  5. Ter vervulling van hun zending kunnen de hogescholen en de universiteiten alle rechtshandelingen stellen, inbegrepen het sluiten van overeenkomsten met personen van privaatrecht en publiekrecht. HOOFDSTUK III. - Organisatie van het hoger onderwijs Afdeling
  6. - Structuur van het hoger onderwijs Onderafdeling
  7. - Definities en doelstellingen van opleidingen en graden Art. 11.Het hoger onderwijs omvat opleidingen die leiden tot de graad van bachelor en de graad van master. Het hoger onderwijs omvat ook de opleidingen die kunnen afgesloten worden met een postgraduaatgetuigschrift. Bovendien wordt in het hoger onderwijs ook de graad van doctor verleend. Art. 12.§
  8. Bachelorsopleidingen zijn ofwel professioneel gericht ofwel academisch gericht. Mastersopleidingen zijn academisch gericht maar kunnen daarenboven een professionele gerichtheid hebben. §
  9. Professionele gerichtheid houdt in dat de opleidingen gericht zijn op de algemene vorming en de verwerving van professionele kennis en competenties, gestoeld op de toepassing van wetenschappelijke of artistieke kennis, creativiteit en praktijkkennis. Meer in het bijzonder hebben professioneel gerichte bachelorsopleidingen tot doel de studenten te brengen tot een niveau van algemene en specifieke kennis en competenties nodig voor de zelfstandige uitoefening van een beroep of groep van beroepen. §
  10. Academische gerichtheid houdt in dat de opleidingen gericht zijn op de algemene vorming en op de verwerving van academische of artistieke kennis en competenties eigen aan het functioneren in een domein van de wetenschappen of van de kunsten. Academisch gerichte opleidingen zijn op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd. Meer in het bijzonder hebben de academisch gerichte bachelorsopleidingen tot doel de studenten te brengen tot een niveau van kennis en competenties eigen aan het wetenschappelijk of artistiek functioneren in het algemeen en aan een specifiek domein van de wetenschappen of de kunsten in het bijzonder, dat als hoofddoelstelling heeft : het doorstromen naar een mastersopleiding en als aanvullende doelstelling : het uitstromen naar de arbeidsmarkt. §
  11. De mastersopleidingen hebben tot doel de studenten te brengen tot een gevorderd niveau van kennis en competenties eigen aan het wetenschappelijk of artistiek functioneren in het algemeen en aan een specifiek domein van de wetenschappen of de kunsten in het bijzonder, dat noodzakelijk is voor de autonome beoefening van de wetenschappen of de kunsten of voor de aanwending van wetenschappelijke of artistieke kennis in de zelfstandige uitoefening van een beroep of groep van beroepen. §
  12. Een mastersopleiding wordt afgesloten met een masterproef, waarvan de studieomvang uitgedrukt in studiepunten gelijk is aan ten minste één vijfde van het totaal aantal studiepunten van het opleidingsprogramma, met een minimum van 15 studiepunten en een maximum van 30 studiepunten. §
  13. De voorbereiding van een doctoraatsproefschrift heeft tot doel de vorming van een onderzoeker die op een zelfstandige wijze een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling en de groei van de wetenschappelijke kennis; het proefschrift moet blijken geven van het vermogen tot de creatie van nieuwe wetenschappelijke kennis in een bepaald vakgebied of over vakgebieden heen op grond van zelfstandig wetenschappelijk onderzoek met inbegrip van de kunsten en het proefschrift moet kunnen leiden tot wetenschappelijke publicaties. §
  14. Hierna wordt onder 'hoger professioneel onderwijs' verstaan de professioneel gerichte bachelorsopleidingen en onder 'academisch onderwijs' de academisch gerichte bachelorsopleidingen, de mastersopleidingen en de voorbereiding van het doctoraatsproefschrift. Art. 13.De Vlaamse regering stelt, in functie van de internationale herkenbaarheid, na advies van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, de Vlaamse Hogescholenraad en de studentenkoepelverenigingen in de zin van het decreet van 30 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/03/1999 pub. 15/09/1999 numac 1999036096 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelverenigingen sluiten houdende de subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelverenigingen, de lijst vast van de bachelors- en mastersgraden in het academisch onderwijs waaraan de specificatie 'of science' of 'of arts' mag toegevoegd worden. De adviezen worden geacht gegeven te zijn indien ze niet verstrekt werden binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn. Onderafdeling
  15. - Het opleidingenaanbod Art. 14.§
  16. De hogescholen bieden in het hoger professioneel onderwijs opleidingen aan die leiden tot de graad van bachelor. §
  17. In het kader van een associatie bieden de hogescholen in het academisch onderwijs opleidingen aan die leiden tot de graad van bachelor of de graad van master. Art. 15.De universiteiten bieden in het academisch onderwijs opleidingen aan die leiden tot de graad van bachelor of de graad van master. Art. 16.De universiteiten en hogescholen bieden binnen de perken van de hun bij dit decreet toegewezen onderwijsbevoegdheid de specifieke en gereglementeerde opleidingen aan die kunnen afgesloten worden met een postgraduaat getuigschrift zoals

artikel 17, § 1, of met een diploma van de overeenstemmende beroepstitel. Art. 17.§

  1. Postgraduaat getuigschriften kunnen door de hogescholen en de universiteiten uitgereikt worden na de succesvolle voltooiing van opleidingstrajecten met de studieomvang ten minste 20 studiepunten. Het gaat om opleidingstrajecten die in het kader van de verdere professionele vorming, een verbreding c.q. verdieping beogen van de competenties verworven bij de voltooiing van een bachelors- of mastersopleiding. §
  2. De universiteiten en hogescholen organiseren in het kader van permanente vorming kortere opleidingstrajecten met het oog op de bij- en nascholing. Ze bepalen zelf of in gemeenschappelijk overleg het kwalificatie- en certificeringskader voor deze na- en bijscholingen en maken dit openbaar. Art. 18.§
  3. Bachelorsopleidingen sluiten aan bij het secundair onderwijs. §
  4. De studieomvang van een bachelorsopleiding bedraagt ten minste 180 studiepunten. §
  5. In afwijking van §§ 1 en 2 kunnen hogescholen in het hoger professioneel onderwijs bachelorsopleidingen aanbieden waarvan de studieomvang ten minste 60 studiepunten bedraagt en die volgen op een andere bachelorsopleiding. Art. 19.§
  6. Mastersopleidingen sluiten aan op bachelorsopleidingen in het academisch onderwijs of volgen op andere mastersopleidingen. §
  7. De studieomvang van een mastersopleiding bedraagt ten minste 60 studiepunten. Onderafdeling
  8. - Opleidingsprogramma Art. 20.Het instellingsbestuur stelt voor elke opleiding een opleidingsprogramma vast. Dit bestaat uit een samenhangend geheel van opleidingsonderdelen gericht op de verwezenlijking van welomschreven doelstellingen inzake kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes waarover diegene die een opleiding voltooit, dient te beschikken. Bij de vaststelling houdt het instellingsbestuur rekening met de bij of krachtens de wet, decreet of Europese richtlijn vastgelegde voorwaarden die de toegang tot bepaalde ambten of beroepen of andere voorschriften inhouden met betrekking tot de opleiding. Het instellingsbestuur kan een opleiding geheel of gedeeltelijk ook in de vorm van afstandsonderwijs aanbieden. Het ontwikkelt daartoe geschikt studie- en leermateriaal en organiseert daartoe geschikte begeleiding. Art. 21.§
  9. Als norm voor het bepalen van de studieduur in studiejaren geldt dat het programma van één studiejaar overeenstemt met 60 studiepunten. Het programma van elke opleiding wordt opgesplitst in studiejaren derwijze dat het opleidingsprogramma van elk studiejaar een samenhangend geheel vormt en de studieomvang van het opleidingsprogramma van een studiejaar minimaal 54 en maximaal 66 studiepunten bedraagt. Het instellingsbestuur kan het opleidingsprogramma van een studiejaar over twee academiejaren spreiden in de vorm van deeltijdse opleidingen. In dat geval bedraagt de studieomvang van het opleidingsprogramma minimaal 27 en maximaal 33 studiepunten. In afwijking van het vorenstaande kan het instellingsbestuur het opleidingsprogramma van een studiejaar van een bachelorsopleiding die volgt op een andere bachelorsopleiding of van een mastersopleiding die volgt op een andere mastersopleiding spreiden over meerdere academiejaren. §
  10. In geval van overdracht van examencijfers

artikel 81 kan het opleidingsprogramma waarvoor de student een inschrijving neemt, bestaan uit opleidingsonderdelen van twee opeenvolgende studiejaren van dezelfde opleiding c.q. uit opleidingsonderdelen van een bachelorsopleiding aangevuld met opleidingsonderdelen van een andere bachelorsopleiding of van een mastersopleiding c.q. uit opleidingsonderdelen van twee opeenvolgende mastersopleidingen overeenkomstig de voorschriften van artikel 82. § 3. In geval van vrijstelling

artikel 69, § 6, kan het opleidingsprogramma bestaan uit opleidingsonderdelen van meerdere studiejaren van dezelfde opleiding c.q. uit opleidingsonderdelen van een bachelorsopleiding aangevuld met opleidingsonderdelen van een andere bachelorsopleiding of van een mastersopleiding c.q. uit opleidingsonderdelen van twee opeenvolgende mastersopleidingen overeenkomstig de voorschriften van artikel

  1. §
  2. Verder in dit decreet worden de opleidingsprogramma's beschreven in §§ 2 en 3 geïndividualiseerde opleidingsprogramma's genoemd. Art. 22.Het instellingsbestuur drukt de studieomvang van elk opleidingsonderdeel uit in hele studiepunten. De studieomvang van een opleidingsonderdeel bedraagt minimaal 3 studiepunten. Eén studiepunt komt overeen met 25 à 30 uren onderwijs- en andere studieactiviteiten. Het instellingsbestuur gaat geregeld de overeenstemming na tussen de begrote en de werkelijke studietijd. Onderafdeling
  3. - Studiegebieden, graden en titels Art. 23.§
  4. De hogescholen kunnen in het hoger professioneel onderwijs opleidingen organiseren en de overeenstemmende graden van bachelor verlenen in of over de volgende studiegebieden : 1° Architectuur;2° Gezondheidszorg;3° Industriële wetenschappen en technologie;4° Audiovisuele en beeldende kunst;5° Muziek en podiumkunsten;6° Biotechniek;7° Onderwijs;8° Sociaal-agogisch werk;9° Handelswetenschappen en bedrijfskunde. §
  5. In het kader van een associatie, kunnen de hogescholen in het academisch onderwijs opleidingen aanbieden en de overeenstemmende graden van bachelor en master verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Architectuur;2° Gezondheidszorg;3° Industriële wetenschappen en technologie;4° Biotechniek;5° Productontwikkeling;6° Toegepaste taalkunde;7° Handelswetenschappen en bedrijfskunde;8° Audiovisuele en beeldende kunst;9° Muziek en podiumkunsten. Art. 24.§
  6. De universiteiten kunnen in het academisch onderwijs opleidingen aanbieden en de overeenstemmende graden van bachelor en master verlenen in of over de volgende studiegebieden : 1° Wijsbegeerte en moraalwetenschappen;2° Godgeleerdheid, godsdienstwetenschappen en kerkelijk recht;3° Taal- en letterkunde;4° Geschiedenis;5° Archeologie en kunstwetenschappen;6° Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen;7° Psychologie en pedagogische wetenschappen;8° Economische en toegepaste economische wetenschappen;9° Politieke en sociale wetenschappen;10° Sociale gezondheidswetenschappen;11° Lichamelijke opvoeding, revalidatiewetenschappen en kinesitherapie;12° Wetenschappen;13° Toegepaste wetenschappen;14° Toegepaste biologische wetenschappen;15° Geneeskunde;16° Tandheelkunde;17° Diergeneeskunde;18° Farmaceutische wetenschappen;19° Biomedische wetenschappen. §
  7. De universiteiten die krachtens het bepaalde in de artikelen 26 tot 31 in bepaalde studiegebieden enkel bachelorsopleidingen mogen aanbieden, kunnen slechts in of over deze studiegebieden heen in het academisch onderwijs mastersopleidingen aanbieden die alleen openstaan voor diegene die al een mastersopleiding heeft voltooid en kunnen slechts de overeenstemmende graden van master verlenen indien zij hierover een samenwerkingsovereenkomst sluiten met een andere universiteit die krachtens de artikelen 26 tot 31 in het betrokken studiegebied of over de betrokken studiegebieden heen mastersopleidingen kan aanbieden. Voor de toepassing van deze paragraaf worden de transnationale Universiteit Limburg en het Limburgs Universitair Centrum als één universiteit beschouwd. §
  8. De universiteiten kunnen de graad van doctor verlenen in of over de studiegebieden of delen van studiegebieden heen waarin zij krachtens de artikelen 26 tot 31 de bevoegdheid hebben tot het aanbieden van opleidingen die leiden tot de graad van master. De Vlaamse regering stelt na advies van de Vlaamse Interuniversitaire Raad een lijst op van de kwalificaties die aan de graad van doctor kunnen toegevoegd worden. De universiteiten die in bepaalde studiegebieden of delen van studiegebieden enkel bachelorsopleidingen kunnen aanbieden, kunnen de graad van doctor verlenen in of over deze studiegebieden of delen van studiegebieden heen op voorwaarde dat de openbare verdediging van het proefschrift zoals

artikel 84 gebeurt voor een interuniversitaire jury die wordt samengesteld in overleg met een universiteit die krachtens de artikelen 26 tot 31 in het betrokken studiegebied of deel van een studiegebied mastersopleidingen kan aanbieden. Art. 25.§

  1. Alleen diegene aan wie overeenkomstig dit decreet de graad van bachelor, master of doctor is verleend met of zonder nadere specificatie, is gerechtigd tot het voeren van de overeenkomstige titel van bachelor, master of doctor met of zonder nadere specificatie. §
  2. Diegene die gerechtigd is de titel van bachelor te voeren mag naast die titel ook een van hierna genoemde titels voeren indien hij in het genoemde studiegebied de door de Vlaamse regering bepaalde opleiding heeft voltooid : - Gezondheidszorg : vroedvrouw; - Onderwijs : kleuteronderwijzer(es), onderwijzer(es) en geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1; - Sociaal-agogisch werk : maatschappelijk assistent. §
  3. Diegene die ertoe gerechtigd is de titel van master te voeren mag naast die titel ook een van de hierna genoemde titels voeren indien hij in het genoemde studiegebied de door de Vlaamse regering bepaalde opleiding of afstudeerrichting binnen een opleiding heeft voltooid : - Architectuur : architect en interieurarchitect; - Industriële wetenschappen en technologie : industrieel ingenieur; - Biotechniek : industrieel ingenieur; - Handelswetenschappen en bedrijfskunde : handelsingenieur; - Audio-visuele en beeldende kunst : meester; - Muziek en podiumkunsten : meester; - Economische en toegepaste economische wetenschappen : handelsingenieur; - Toegepaste wetenschappen : burgerlijk ingenieur en burgerlijk ingenieur-architect; - Toegepaste biologische wetenschappen : bio-ingenieur; - Geneeskunde : arts; - Tandheelkunde : tandarts; - Diergeneeskunde : dierenarts; - Farmaceutische wetenschappen : apotheker. Indien de opleiding gerangschikt is over twee of meer studiegebieden waarvan ten minste één hiervoor genoemd is, dan mag diegene die ertoe gerechtigd is de titel van master te voeren naast die titel ook een van de hiervoor genoemde titels voeren indien hij binnen deze opleiding een door de Vlaamse regering bepaalde afstudeerrichting heeft voltooid. §
  4. De houders van de graad van master in de opleidingen en studiegebieden waarvoor § 3 niet van toepassing is, kunnen de titel van licentiaat voeren. §
  5. De houders van een graad van bachelor in de opleidingen en studiegebieden

artikel 23, § 1, en waarop § 2 niet toepassing is, kunnen de titel van gegradueerde voeren. § 6. Degene aan wie op grond van een examen aan een niet in de Vlaamse Gemeenschap gevestigde instelling voor hoger onderwijs een graad is verleend van bachelor, master of doctor (doctor of philosophy, met afkorting PhD of

  1. dr)en die gerechtigd is die graad in het betreffende land als titel te voeren, is eveneens gerechtigd die graad als titel te voeren in de Vlaamse Gemeenschap op dezelfde wijze als in het betreffende land met aanduiding van de instelling van hoger onderwijs die de graad heeft verleend. § 7. Diegene die zonder daartoe gerechtigd te zijn de graden van bachelor of master met of zonder specificatie of doctor (doctor of philosophy met afkorting PhD of
  2. dr)verleent, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een boete van 125 tot 500 euro of slechts met één van die straffen. § 8. Diegene die zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel van bachelor of master met of zonder nadere specificatie of doctor (doctor of philosophy met afkorting PhD of
  3. dr)voert in strijd met dit decreet, wordt gestraft met een boete van 125 tot 500 euro. § 9. De toevoeging van de specificatie 'of science' of 'of arts' geniet dezelfde bescherming als de graad zelf en de met de graad verbonden titel. § 10. De afkorting 'ing' is voorbehouden voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de titel van industrieel ingenieur. § 11. De afkorting 'ir' is voorbehouden voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de titel van burgerlijk ingenieur, burgerlijk ingenieur-architect of bio-ingenieur. Onderafdeling 5. - Onderwijsbevoegdheid Art. 26.De Katholieke Universiteit Brussel kan in het gerechtelijk arrondissement Brussel academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in of over de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden : 1° Wijsbegeerte, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;2° Taal- en letterkunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;3° Geschiedenis, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;4° Rechten, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;5° Economische en toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;6° Politieke en sociale wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 27.§ 1. De Katholieke Universiteit Leuven kan in het administratief arrondissement Leuven academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in of over de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden : 1° Wijsbegeerte en moraalwetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master worden verleend;2° Godgeleerdheid, godsdienstwetenschappen en kerkelijk recht, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Taal- en letterkunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;4° Geschiedenis, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;5° Archeologie en kunstwetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;6° Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;7° Psychologie en pedagogische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;8° Economische en toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;9° Politieke en sociale wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;10° Sociale gezondheidswetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;11° Lichamelijke opvoeding, revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;12° Wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;13° Toegepaste wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;14° Toegepaste biologische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;15° Geneeskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;16° Tandheelkunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;17° Farmaceutische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;18° Biomedische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen verleend worden. § 2. Op het grondgebied van de stad Kortrijk kan de Katholieke Universiteit Leuven academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in of over de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden : 1° Taal- en letterkunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;2° Geschiedenis, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;3° Rechten, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;4° Wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;5° Geneeskunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;6° Toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;7° Biomedische wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;8° Onderwijskunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 28.§ 1. De transnationale Universiteit Limburg kan academische gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in of over de studiegebieden of delen van studiegebieden zoals bepaald in het verdrag tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de transnationale Universiteit Limburg, ondertekend te Maastricht op 18 januari 2001 en goedgekeurd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten. § 2. Het Limburgs Universitair Centrum kan in het administratief arrondissement Hasselt academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in of over de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden : 1° Toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;3° Geneeskunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;4° Verkeerskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend. Art. 29.§ 1. De Universiteit Antwerpen kan in het administratief arrondissement Antwerpen academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in of over de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden :
  4. a)In het Universitair Centrum Antwerpen : 1° Toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;3° Toegepaste biologische wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;4° Geneeskunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;5° Diergeneeskunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;6° Farmaceutische wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;7° Biomedische wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend.
  5. b)In de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen : 1° Wijsbegeerte, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;2° Taal- en letterkunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;3° Geschiedenis, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;4° Rechten, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;5° Toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;6° Politieke en sociale wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend.
  6. c)In de Universitaire Instelling Antwerpen : 1° Taal- en letterkunde, waarvoor de graad van master kan worden verleend;2° Rechten, waarvoor de graad van master kan worden verleend;3° Politieke en sociale wetenschappen, waarvoor de graad van master kan worden verleend;4° Wetenschappen, waarvoor de graad van master kan worden verleend;5° Geneeskunde, waarvoor de graad van master kan worden verleend;6° Farmaceutische wetenschappen, waarvoor de graad van master kan worden verleend;7° Biomedische wetenschappen, waarvoor de graad van master kan worden verleend. § 2. Zodra tussen de instellingen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet de Universiteit Antwerpen uitmaken, een overeenkomst van fusie wordt bereikt over de structuur, vertegenwoordiging, beheersorganen, financiering, samenvoeging van onderwijsbevoegdheden en programmatie, en deze overeenkomst wordt bekrachtigd door de Raad van de Universiteit Antwerpen, krijgt de Universiteit Antwerpen onderwijsbevoegdheid in de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden : 1° Wijsbegeerte, waarvoor de graad van master kan worden verleend;2° Geschiedenis, waarvoor de graad van master kan worden verleend;3° Toegepaste biologische wetenschappen, waarvoor de graad van master kan worden verleend, op voorwaarde dat omtrent de organisatie van het onderwijs in deze opleiding en bijhorend onderzoek een samenwerkingsakkoord is gesloten met een andere universiteit die in dit studiegebied onderwijsbevoegdheid heeft.Het samenwerkingsakkoord vernoemt uitdrukkelijk de kwalificatie die aan de graad wordt toegevoegd; 4° Onderwijskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend. Art. 30.De Universiteit Gent kan in het administratief arrondissement Gent academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in of over de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden : 1° Wijsbegeerte en moraalwetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Taal- en letterkunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Geschiedenis, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;4° Archeologie en kunstwetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;5° Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;6° Psychologie en pedagogische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;7° Economische en toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;8° Politieke en sociale wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;9° Sociale gezondheidswetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;10° Lichamelijke opvoeding, revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;11° Wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;12° Toegepaste wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;13° Toegepaste biologische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;14° Geneeskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;15° Tandheelkunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;16° Diergeneeskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;17° Farmaceutische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;18° Biomedische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend. Art. 31.De Vrije Universiteit Brussel kan in het gerechtelijk arrondissement Brussel academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in of over de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden : 1° Wijsbegeerte en moraalwetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Taal- en letterkunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Geschiedenis, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;4° Archeologie en kunstwetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;5° Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;6° Psychologie en pedagogische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;7° Economische en toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;8° Politieke en sociale wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;9° Sociale gezondheidswetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;10° Lichamelijke opvoeding, revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;11° Wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;12° Toegepaste wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;13° Toegepaste biologische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;14° Geneeskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;15° Tandheelkunde, waarvoor de graden van ba-chelor en master kunnen worden verleend;16° Farmaceutische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;17° Biomedische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend. Art. 32.De Arteveldehogeschool kan in de vestiging Gent opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Gezondheidszorg, waarvoor :
  7. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  8. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;5° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 33.EHSAL, Europese Hogeschool Brussel kan in de vestiging Brussel-Hoofdstad opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Gezondheidszorg, waarvoor :
  9. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  10. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan verleend worden;4° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 34.De Erasmushogeschool Brussel kan in de vestiging Brussel-Hoofdstad opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Architectuur, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;5° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  11. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  12. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;6° Muziek en podiumkunsten, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;7° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;8° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;9° Toegepaste taalkunde, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend. Art. 35.De Groep T-Hogeschool Leuven kan in de vestiging Leuven opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 36.De Hogere Zeevaartschool kan in de vestiging Antwerpen opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  13. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  14. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend. Art. 37.De Hogeschool Antwerpen kan in de vestigingen Antwerpen, Turnhout, Mechelen en Lier opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Architectuur, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Gezondheidszorg, waarvoor :
  15. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  16. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;4° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;5° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  17. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  18. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;6° Muziek en podiumkunsten, waarvoor :
  19. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  20. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;7° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;8° Productontwikkeling, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;9° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;10° Toegepaste taalkunde, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend. Art. 38.De Hogeschool Gent kan in de vestigingen Gent en Aalst opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Architectuur, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Biotechniek, waarvoor :
  21. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  22. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;4° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;5° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor :
  23. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  24. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;6° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  25. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  26. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;7° Muziek en podiumkunsten, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;8° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;9° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;10° Toegepaste taalkunde, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend. Art. 39.De Hogeschool Limburg kan in de vestiging Hasselt opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  27. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  28. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 40.De Hogeschool Sint-Lukas Brussel kan in de vestiging Brussel-Hoofdstad opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Architectuur, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 41.De Hogeschool West-Vlaanderen kan in de vestigingen Brugge, Oostende en Kortrijk opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Architectuur, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  29. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  30. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 42.De Hogeschool voor Wetenschap & Kunst kan in de vestigingen Brussel-Hoofdstad, Sint-Katelijne-Waver, Leuven en Gent opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Architectuur, waarvoor :
  31. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  32. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor :
  33. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  34. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor :
  35. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  36. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  37. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  38. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;5° Muziek en podiumkunsten, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;6° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;7° Toegepaste taalkunde, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend. Art. 43.De Karel de Grote-Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen kan in de vestiging Antwerpen opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  39. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  40. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 44.De Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende kan in de vestigingen Brugge en Oostende opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Gezondheidszorg, waarvoor :
  41. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  42. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  43. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  44. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;4° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 45.De Katholieke Hogeschool Kempen kan in de vestigingen Vorselaar, Turnhout, Geel en Lier opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Biotechniek, waarvoor :
  45. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  46. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  47. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  48. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 46.De Katholieke Hogeschool Leuven kan in de vestigingen Leuven en Diest opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;5° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 47.De Katholieke Hogeschool Limburg kan in de vestiging Diepenbeek-Genk-Hasselt opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  49. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  50. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 48.De Katholieke Hogeschool Mechelen kan in de vestiging Mechelen opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Architectuur, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 49.De Katholieke Hogeschool Sint-Lieven kan in de vestigingen Gent, Sint-Niklaas en Aalst opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Biotechniek, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor :
  51. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  52. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 50.De Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen kan in de vestigingen Kortrijk, Tielt, Roeselare en Torhout opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Biotechniek, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;5° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;6° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 51.De Lessius Hogeschool kan in de vestiging Antwerpen opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Toegepaste taalkunde, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend. Art. 52.De Plantijn-Hogeschool van de provincie Antwerpen kan in de vestigingen Antwerpen en Boom opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Gezondheidszorg, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;2° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;3° Industriële wetenschappen en technologie, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;5° Sociaal-agogisch werk, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 53.De Provinciale Hogeschool Limburg kan in de vestiging Hasselt opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen in de volgende studiegebieden : 1° Architectuur, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;2° Audiovisuele en beeldende kunst, waarvoor binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;3° Biotechniek, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;4° Gezondheidszorg, waarvoor :
  53. a)in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;
  54. b)binnen een associatie in het academisch onderwijs de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;5° Handelswetenschappen en bedrijfskunde, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend;6° Onderwijs, waarvoor in het hoger professioneel onderwijs de graad van bachelor kan worden verleend. Art. 54.Als ambtshalve geregistreerde instelling voor hoger onderwijs kan de Evangelische Theologische Faculteit te Heverlee in het studiegebied godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid de graden van bachelor, master en doctor verlenen. Art. 55.Als ambtshalve geregistreerde instelling voor hoger onderwijs kan de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel in het studiegebied godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid de graden van bachelor, master en doctor verlenen. Afdeling 2. - Accreditatie, programmatie en registratie van opleidingen Art. 56.§ 1. De instellingen voor hoger onderwijs kunnen slechts de graden van bachelor of master verlenen na het met goed gevolg voltooien van de betrokken opleiding die overeenkomstig dit decreet georganiseerd wordt en die : 1° ofwel overeenkomstig artikel 57 geaccrediteerd is;2° ofwel overeenkomstig artikel 61 erkend is als nieuwe opleiding;3° ofwel geniet van een tijdelijke erkenning overeenkomstig artikel 60, §§ 2 en 3. § 2. Een internationaal verdrag wijst het orgaan aan dat overeenkomstig dit decreet de accreditatie verleent en de toets nieuwe opleidingen uitvoert. De Vlaamse regering geeft aan het Vlaams Parlement kennis van het verdragsontwerp vóór de ondertekening ervan. De Vlaamse regering kan het verdrag slechts ratificeren na in acht name van een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van het instemmingsdecreet. De beslissingen van het Accreditatieorgaan worden in de interne rechtsorde beschouwd als administratieve rechtshandelingen. Tegen de beslissingen van het Accreditatieorgaan kan een georganiseerd beroep bij de Vlaamse regering worden ingesteld door iedere belanghebbende. De Vlaamse regering toetst een betwiste beslissing aan de bepalingen van dit decreet. Zij vernietigt de beslissing wanneer deze kennelijk niet in overeenstemming met deze bepalingen te brengen is. De Vlaamse regering bepaalt de nadere procedurele regelen die op dit beroep van toepassing zijn. Het Accreditatieorgaan rapporteert jaarlijks over zijn werkzaamheden aan het Vlaams Parlement. Art. 57.De accreditatie van een opleiding wordt verleend op aanvraag van het instellingsbestuur. Het instellingsbestuur vraagt een accreditatie aan ten vroegste achttien maanden en ten laatste negen maanden voor het verstrijken van de geldigheid van de lopende accreditatie of van de erkenning als nieuwe opleiding zoals

artikel 61 of van de tijdelijke erkenning zoals

artikel 60. De accreditatie van gezamenlijke georganiseerde opleidingen die voltooid worden met een gezamenlijk diploma zoals

artikel 86, wordt verleend op een gezamenlijke aanvraag van de betrokken instellingsbesturen. Tussen de datum van de aanvraag van de accreditatie en de datum van de publicatie van de externe beoordeling mag niet meer dan één jaar verlopen zijn. Het Accreditatieorgaan bepaalt de vorm en de inhoud van het dossier dat bij de aanvraag dient te worden gevoegd. Het dossier omvat in ieder geval een gepubliceerde externe beoordeling van de opleiding uitgevoerd en gepubliceerd door de Vlaamse Interuniversitaire Raad of de Vlaamse Hogescholenraad conform het bepaalde in artikel 93 of door een evaluatieorgaan dat door het Accreditatieorgaan is erkend. Art. 58.§

  1. De accreditatie van een opleiding is afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende generieke kwaliteitswaarborgen om de in § 2 bedoelde doelstellingen te bereiken. De generieke kwaliteitswaarborgen betreffen : 1° de onderwijsinhoud, dit omvat in ieder geval de aard en het niveau van het onderwijs, voldoende samenhang in het opleidingsprogramma, de studielast en een duidelijke relatie tussen de doelstellingen en de inhoud van het opleidingsprogramma;2° het onderwijsproces, dit omvat in ieder geval een voldoende afstemming tussen de vormgeving van het onderwijs en de inhoud, voldoende studiebegeleiding en inzichtelijke beoordeling en toetsing van het onderwijs;3° de uitkomst van het onderwijs, dit omvat in ieder geval voldoende maatschappelijke relevantie van de bereikte eindkwalificaties van afgestudeerden van de opleiding en voldoende rendement van de opleiding;4° de materiële voorzieningen, de kwaliteit van het personeel, de organisatie en de interne kwaliteitszorg;5° de methoden die bij de zelfbeoordeling worden gehanteerd;deze hebben in ieder geval betrekking op de mogelijkheid de opleiding te vergelijken met andere opleidingen en op een internationaal beoordelingskader. §
  2. De aanwezigheid van voldoende generieke kwaliteitswaarborgen garandeert dat de instellingen een onderwijs aanbieden dat de studenten bij de voltooiing van de opleiding brengt tot : 1° in de opleidingen leidend tot de graad van bachelor in het hoger professioneel onderwijs : - het beheersen van algemene competenties als denk- en redeneervaardigheid, het verwerven en verwerken van informatie, het vermogen tot kritische reflectie en projectmatig werken, creativiteit, het kunnen uitvoeren van eenvoudige leidinggevende taken, het vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken en een ingesteldheid tot levenslang leren; - het beheersen van de algemene beroepsgerichte competenties als teamgericht kunnen werken, oplossingsgericht kunnen werken in de zin van het zelfstandig kunnen definiëren en analyseren van complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk en het kunnen ontwikkelen en toepassen van zinvolle oplossingsstrategieën, en het besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangend met de beroepspraktijk; - het beheersen van beroepsspecifieke competenties op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar; 2° in de opleidingen leidend tot de graad van bachelor in het academisch onderwijs : - het beheersen van algemene competenties als denk- en redeneervaardigheid, het verwerven en verwerken van informatie, het vermogen tot kritische reflectie, creativiteit, het kunnen uitvoeren van eenvoudige managementtaken, het vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen zowel aan specialisten als aan leken en een ingesteldheid tot levenslang leren; - het beheersen van algemene wetenschappelijke competenties als een onderzoekende houding, kennis hebben van onderzoeksmethoden en -technieken en deze adequaat kunnen toepassen, het vermogen om de relevante data te verzamelen die de oordeelsvorming over maatschappelijke, wetenschappelijke en ethische vraagstukken kunnen sturen, een appreciatie van de onzekerheid, de ambiguïteit en de grenzen van de kennis en de vaardigheid tot het probleemgestuurd initiëren van onderzoek; - het begrip van de wetenschappelijk-disciplinaire basiskennis eigen aan een bepaald domein van de wetenschappen of de kunsten, een systematische kennis van de kernelementen van een discipline met inbegrip van het verwerven van coherente en gedetailleerde kennis deels geïnspireerd door de nieuwste ontwikkelingen van de discipline en een begrip van de structuur van het vakgebied en de samenhang met andere vakgebieden; 3° in de opleidingen leidend tot de graad van master : - het beheersen van algemene competenties op een gevorderd niveau als het vermogen om op een wetenschappelijke wijze te denken en handelen, het om kunnen gaan met complexe problemen, het kunnen reflecteren op het eigen denken en werken en het kunnen vertalen van die reflectie naar de ontwikkeling van meer adequate oplossingen, het vermogen tot communiceren van het eigen onderzoek en probleemoplossingen met vakgenoten en leken en het vermogen tot oordeelsvorming in een onzekere context; - het beheersen van algemene wetenschappelijke competenties op een gevorderd niveau als het kunnen gebruiken van methoden en technieken in onderzoek, het kunnen ontwerpen van onderzoek, het kunnen toepassen van paradigma's in het domein van de wetenschappen of kunsten en het kunnen aanduiden van de grenzen van paradigma's, het vermogen tot originaliteit en creativiteit met het oog op het continu uitbreiden van de kennis en inzichten en het samen kunnen werken in een multidisciplinaire omgeving; - een gevorderd begrip van en inzicht in de wetenschappelijk-disciplinaire kennis eigen aan een bepaald domein van de wetenschappen of de kunsten, inzicht hebben in de nieuwste kennis van het vakgebied of delen ervan, in staat zijn om de wijze waarop de theorievorming beweegt te volgen en te interpreteren, in staat zijn om in een of enkele delen van het vakgebied een originele bijdrage aan de kennis te leveren en het bezitten van specifieke bij het vakgebied horende vaardigheden als ontwerpen, onderzoeken, analyseren, diagnosticeren; - hetzij het beheersen van de competenties nodig voor het zelfstandig kunnen verrichten van wetenschappelijk onderzoek of de zelfstandige beoefening van de kunsten op het niveau van een beginnend onderzoeker of kunstenaar, hetzij het beheersen van de algemene en specifieke beroepsgerichte competenties nodig voor de zelfstandige aanwending van wetenschappelijke of artistieke kennis op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar. Art. 59.§
  3. De accreditatie wordt verleend wanneer het Accreditatieorgaan op basis van de gepubliceerde externe beoordeling in redelijkheid meent te kunnen besluiten dat voldoende generieke kwaliteitswaarborgen voorhanden zijn. Het Accreditatieorgaan kan de accreditatie tevens verlenen op grond van een buitenlandse accreditatie die het als equivalent erkent. Het Accreditatieorgaan gaat daarbij na of de accreditaties worden verleend volgens een vergelijkbare methodologische aanpak als de accreditaties die in uitvoering van dit decreet worden verleend. §
  4. Het Accreditatieorgaan legt de bevindingen naar aanleiding van de toetsing

§ 1

, eerste lid, vast in een accreditatierapport, dat als motivering geldt van het accreditatiebesluit. Het Accreditatieorgaan maakt het accreditatierapport en het accreditatiebesluit openbaar. Het Accreditatieorgaan kan in het accreditatierapport overige opmerkingen opnemen over de bijzondere kwaliteitskenmerken van de opleiding. Alvorens het accreditatierapport en het accreditatiebesluit vast te stellen, stelt het Accreditatieorgaan het instellingsbestuur in de gelegenheid binnen één maand zijn zienswijze over het ontwerp van accreditatierapport naar voor te brengen. Art. 60.§ 1. Het Accreditatieorgaan neemt binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag om accreditatie een besluit. Het accreditatiebesluit treedt in werking met ingang van de bekendmaking ervan aan de instelling of in geval van verlenging met ingang van de dag waarop het vorige accreditatiebesluit vervalt. De accreditatie vervalt op het einde van het achtste academiejaar volgend op de dag van inwerkingtreding van het accreditatiebesluit. Indien het Accreditatieorgaan binnen de vier maanden na ontvangst van de aanvraag geen besluit heeft getroffen, wordt de geldigheidsduur van de lopende accreditatie of de geldigheidsduur van de erkenning als nieuwe opleiding

artikel 61 éénmaal met één jaar verlengd. §

  1. Bij ontstentenis van een accreditatiebesluit kan de Vlaamse regering aan een opleiding in het algemeen belang of in het belang van de studenten een in de tijd beperkte erkenning van die opleiding toekennen aan de instelling voor hoger onderwijs. Deze tijdelijke erkenning geldt voor één academiejaar en kan slechts tweemaal worden verlengd voor telkens één academiejaar. De Vlaamse regering wint daarbij het advies in van de Erkenningscommissie. §
  2. Indien het accreditatiebesluit over een geaccrediteerde opleiding negatief is, kan het instellingsbestuur binnen één maand na de bekendmaking van het besluit een aanvraag om een tijdelijke erkenning indienen bij de Vlaamse regering. Bij de aanvraag is een gedetailleerd verbeteringsplan gevoegd waarin het instellingsbestuur op een toetsbare wijze aangeeft hoe het voornemens is de kwaliteit en het niveau te verbeteren. De Vlaamse regering neemt een beslissing binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag. Het besluit treedt in werking met ingang van de bekendmaking ervan aan de instelling of in geval van een verlenging met ingang van de dag waarop het vorige accreditatiebesluit vervalt. Indien het besluit niet binnen de termijn van drie maand aan de instelling is bekend gemaakt, wordt het geacht positief te zijn. De duur van de tijdelijke erkenning varieert van één jaar tot maximum drie jaar. De Vlaamse regering wint daarbij het advies in van de Erkenningscommissie. De Erkenningscommissie vergelijkt de voorgestelde verbeteringen met de vastgestelde tekorten en oordeelt of de voorgestelde verbeteringen realistisch en haalbaar zijn en of ze van die aard zijn dat de opleiding bij realisatie ervan de toets inzake de aanwezigheid van voldoende generieke kwaliteitswaarborgen met goed gevolg zal kunnen doorstaan. §
  3. De Vlaamse regering stelt de nadere voorwaarden en procedure voor de tijdelijke erkenning van een opleiding vast. Art. 61.§
  4. Een opleiding die niet voorkomt in het Hoger Onderwijsregister of die in hoofde van de instelling niet voorkomt in het Hoger Onderwijsregister,

artikel 64 wordt een nieuwe opleiding genoemd. Een hogeschool of universiteit kan eerst met ingang van het academiejaar 2006-2007 een nieuwe bachelors- of mastersopleiding aanbieden wanneer de betreffende opleiding bij besluit van de Vlaamse regering is erkend als nieuwe opleiding. De aanvraag daartoe kan vanaf 1 januari 2005 ingediend worden. Een universiteit of hogeschool kan eerst met ingang van het academiejaar 2009-2010 nieuwe mastersopleidingen die aansluiten bij een academisch gerichte bachelorsopleiding aanbieden wanneer de betreffende mastersopleiding bij besluit van de Vlaamse regering is erkend als nieuwe opleiding. De aanvraag daartoe kan ingediend worden met ingang van 1 januari 2008. De Vlaamse regering kan zodanige besluiten nemen met inachtneming van de volgende voorschriften : 1° het voorgelegde dossier omvat :

  1. a)het positief advies van de associatie waaronder de hogeschool of universiteit ressorteert;
  2. b)de naam van de opleiding;
  3. c)in voorkomend geval de afstudeerrichtingen;
  4. d)de onderwijstaal gebruikt in de opleiding;
  5. e)de doelstellingen en de eindtermen van de opleidingen;
  6. f)de bevoegde instelling die de opleiding aanbiedt en de associatie waarvan deze lid is;
  7. g)de studieomvang van de opleiding uitgedrukt in studiepunten;
  8. h)de graad waartoe de opleiding leidt, de kwalificatie van de graad en eventueel de specificatie van de graad;
  9. i)eventueel de titel die houders van de graad van deze opleiding kunnen voeren;
  10. j)ingeval het een bachelorsopleiding betreft : de aansluitingsmogelijkheden en de mogelijke vervolgopleidingen zoals

het Hoger Onderwijsregister en conform de toelatingsvoorwaarden voorgeschreven in afdeling 3, van hoofdstuk III;k) ingeval het gaat om een mastersopleiding : de vereiste vooropleidingen en toegangsvoorwaarden zoals

het Hoger Onderwijsregister en conform de toelatingsvoorwaarden voorgeschreven in afdeling 3, van hoofdstuk III;2° de opleiding heeft de 'toets nieuwe opleidingen' door het Accreditatieorgaan, zoals vastgelegd in § 2 van dit artikel, met positief gevolg ondergaan;3° de nieuwe opleiding kan in één of meer studiegebieden of delen van studiegebieden worden gerangschikt waarin de betrokken instelling onderwijsbevoegdheid bezit;de nieuwe opleiding kan eventueel ook worden gerangschikt in een studiegebied waarin de betrokken instelling onderwijsbevoegdheid bezit en één of meerdere andere studiegebieden waarin andere instellingen behorende tot de associatie, waarvan de instelling lid is, onderwijsbevoegdheid bezitten; 4° de betrokken hogeschool of universiteit geeft aan welke bestaande opleiding ze zal afbouwen parallel met de uitbouw van de nieuwe opleiding;dit voorschrift geldt niet voor de organisatie vanaf het academiejaar 2007-2008 van nieuwe opleidingen die niet voorkomen in het Hoger Onderwijsregister zoals het op 1 juni 2006 bekend gemaakt zal zijn; dit voorschrift geldt niet voor de organisatie vanaf het academiejaar 2010-2011 van nieuwe mastersopleidingen die aansluiten bij een academisch gerichte bachelorsopleiding en die niet voorkomen in het Hoger Onderwijsregister zoals het op 1 juni 2009 bekend zal gemaakt zijn; 5° de Vlaamse regering heeft op basis van de volgende criteria de macrodoelmatigheid van de opleiding positief beoordeeld : a) het bestaande aanbod van opleidingen;b) het aantal studenten in dezelfde of aanverwante opleidingen;c) de te verwachten vraag naar afgestudeerden hoger onderwijs in het algemeen en in de betreffende of aanverwante opleidingen in het bijzonder;d) de maatschappelijke relevantie van de opleiding. In afwijking van het voorschrift inzake de vroegste startdatum van nieuwe opleidingen bepaald in het tweede lid kunnen de hogescholen en de universiteiten in Verpleegkunde en Vroedkunde, Maatschappelijk werk en Toerisme mastersopleidingen zoals

artikel 66, § 6, in het geval ze niet vermeld staan op de lijst

artikel 123, § 5, of artikel 125, §§ 4 of 6, aanbieden met ingang van het academiejaar 2004-2005 wanneer de opleiding bij besluit van de Vlaamse regering als nieuwe opleiding is erkend. De verplichting van afbouw van een bestaande opleiding zoals

het tweede lid, 4°, van deze paragraaf is niet van toepassing op de hiervoor bedoelde nieuwe opleidingen. §

  1. De toets nieuwe opleidingen strekt ertoe te beoordelen of de voorgestelde nieuwe opleiding kan beantwoorden aan de toets inzake de aanwezigheid van voldoende generieke kwaliteitswaarborgen. De toets nieuwe opleidingen wordt aangevraagd door het instellingsbestuur. Het Accreditatieorgaan bepaalt de vorm en inhoud van het dossier dat bij de aanvraag dient te worden gevoegd. Een kopie van de aanvraag wordt ook gezonden aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het hoger onderwijs. Het Accreditatieorgaan neemt over de ontvankelijke aanvragen binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit en deelt dit mede aan de instelling en aan de Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs. Alvorens het toetsingsrapport definitief vast te stellen biedt het Accreditatieorgaan het instellingsbestuur de mogelijkheid om binnen één maand op het ontwerp van toetsingsrapport te reageren. Het Accreditatieorgaan neemt een positief besluit indien het in redelijkheid uit de aanvraag meent te kunnen opmaken dat de nieuwe opleiding de toets inzake de aanwezigheid van voldoende generieke kwaliteitswaarborgen met goed gevolg zal kunnen doorstaan. §
  2. De Vlaamse regering treft de beslissing houdende erkenning van een nieuwe opleiding binnen de zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Het besluit treedt in werking met ingang van de bekendmaking ervan aan de instelling. Het besluit is geldig voor vier daaropvolgende academiejaren en vervalt op het einde van het vierde academiejaar. Het besluit vervalt automatisch indien de instelling de opleiding niet start in het tweede academiejaar volgend op de bekendmaking aan de instelling. De Vlaamse regering wint alvorens haar beslissing te nemen, het advies in van de Erkenningscommissie, over de macrodoelmatigheid van de nieuwe opleidingen. §
  3. Vanaf het academiejaar 2006-2007 kunnen de hogescholen die partner zijn in eenzelfde associatie, besluiten tot het uitwisselen van opleidingen waarbij een opleiding aan een bepaalde hogeschool aangeboden in een bepaalde vestiging wordt afgebouwd van jaar tot jaar en waarbij dezelfde opleiding aan een andere hogeschool in een bepaalde vestiging wordt ingevoerd van jaar tot jaar, na erkenning als een nieuwe opleiding door de Vlaamse regering. Voorafgaand aan de invoering van de nieuwe opleiding, moeten de rechtspersonen verantwoordelijk voor de hogescholen en de universiteiten die in de provincie waarin de vestiging van de nieuwe opleiding gelegen is, een vestiging hebben, hun akkoord verlenen. Voor de toepassing van het begrip 'provincie' in het tweede lid worden het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de provincie Vlaams-Brabant als één geheel beschouwd. Voorstellen tot het uitwisselen van opleidingen kunnen voor de eerste keer bij de Vlaamse regering ingediend worden vanaf 1 januari 2005 en ten laatste op 30 september
  4. Besluiten tot het uitwisselen van opleidingen tussen hogescholen binnen een associatie kunnen maar eenmaal om de vijf jaar worden genomen voor de gehele Vlaamse Gemeenschap. De hogescholen voorzien in aangepaste overgangs- en begeleidingsmaatregelen voor de studenten bij de afbouw van de opleidingen zodat de studenten hun opleidingen kunnen voltooien. Art. 62.Bij ontstentenis van een geldige accreditatie, zoals

artikel 57, of van een tijdelijke erkenning, zoals

artikel 60, §§ 2 en 3, of van een erkenning als nieuwe opleiding, zoals

artikel 61, wordt de opleiding geschrapt uit het Hoger Onderwijsregister

artikel 64 vanaf het academiejaar volgend op het academiejaar waarin de geldigheidsduur van de lopende accreditatie, de erkenning als nieuwe opleiding of de tijdelijke erkenning vervalt. Het instellingsbestuur kan eerst na verloop van een periode van drie jaar te rekenen vanaf de datum van de schrapping een aanvraag tot erkenning als nieuwe opleiding indienen van de geschrapte opleiding of van een opleiding waarvan het opleidingsprogramma grotendeels overeenstemt met dat van de geschrapte opleiding. Voor studenten die binnen de normale opleidingsduur de opleiding niet hebben voltooid, sluit de instelling een overeenkomst met een andere binnenlandse of buitenlandse instelling die de betreffende opleiding kan aanbieden, over de wijze waarop deze studenten in die andere instelling hun opleiding kunnen voltooien. Art. 63.Er wordt een Erkenningscommissie opgericht. Het is de opdracht van deze Erkenningscommissie advies te verlenen : 1° op vraag van de Vlaamse regering over de macro-doelmatigheid van de nieuwe opleidingen

artikel 61;2° op vraag van de Vlaamse regering over een tijdelijke erkenning

artikel 60, §§ 2 en 3;3° op vraag van de Vlaamse regering over de omvormingslijst

artikel 123 met in begrip van de omvorming van de basisopleidingen van twee cycli in bachelors- en mastersopleidingen;4° op vraag van de Vlaamse regering over de omvormingslijsten

artikel 125;5° op vraag van de Vlaamse regering over de voorstellen van wijziging van de data vermeld in Titel I, Hoofdstuk VI, zoals bepaald in artikel

  1. De Erkenningscommissie bestaat uit binnen- en buitenlandse deskundigen. De Vlaamse regering draagt er zorg voor dat de leden in onafhankelijkheid over de hen voorgelegde adviesvragen kunnen oordelen. De Vlaamse regering stelt na advies van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, de Vlaamse Hogescholenraad, de Vlaamse Onderwijsraad en de studentenkoepelverenigingen in de zin van het decreet van 30 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/03/1999 pub. 15/09/1999 numac 1999036096 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelverenigingen sluiten houdende de subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelverenigingen, de Erkenningscommissie samen en regelt de werking ervan. Het advies wordt geacht gegeven te zijn indien het niet binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn werd uitgebracht. Art. 64.§
  2. Er wordt een Hoger Onderwijsregister aangelegd van de overeenkomstig artikel 57 geaccrediteerde bachelors- en mastersopleidingen en van de bachelors- en mastersopleidingen die overeenkomstig de voorschriften van artikel 61 als nieuwe opleidingen werden erkend. De opleidingen worden gerangschikt in een studiegebied, een deel van een studiegebied of over twee of meer studiegebieden heen. De lijst van de opleidingen

artikel 123, § 5, vormt de eerste versie van het Hoger Onderwijsregister. Deze eerste versie wordt vervolgens overeenkomstig de voorschriften van dit artikel en van artikel 125 verder opgebouwd. Naast het Hoger onderwijsregister wordt er een lijst aangelegd van de bachelors- en mastersopleidingen die overeenkomstig de voorschriften van artikel 60, §§ 2 en 3, genieten van een tijdelijke erkenning. Dit tweede register bevat dezelfde gegevens en wordt op dezelfde wijze bekend gemaakt. § 2. Het Hoger Onderwijsregister bevat van elke opleiding de volgende gegevens : 1° Algemene gegevens :

  1. a)de naam van de opleiding;
  2. b)in voorkomend geval de afstudeerrichtingen;
  3. c)de onderwijstaal gebruikt in de opleiding;
  4. d)de graad waartoe de opleiding leidt en de kwalificatie van de graad, desgevallend aangevuld met de specificatie van de graad;
  5. e)de titel die door de houder van het diploma kan worden gevoerd;
  6. f)de bevoegde instelling die de opleiding verzorgt en de associatie waarvan deze lid is;
  7. g)de studieomvang van de opleiding uitgedrukt in studiepunten;
  8. h)de doelstellingen en de eindtermen van de opleidingen;
  9. i)de datum van het besluit tot accreditatie, tijdelijke erkenning of erkenning als nieuwe opleiding;
  10. j)de datum waarop de accreditatie, de overgangsaccreditatie

artikel 124, de tijdelijke erkenning of de erkenning als nieuwe opleiding vervalt;2° Gegevens in verband met de aansluiting en de mogelijke vervolgopleidingen :

  1. a)voor elke bachelorsopleiding in het hoger professioneel onderwijs : 1) de bachelorsopleiding(
  2. en)die er rechtstreeks op volgen met de bijkomende voorwaarden;2) de mastersopleidingen die erop volgen met de bijkomende voorwaarden zoals

artikel 66, § 6;3) de vermelding : geen vervolgopleiding;

  1. b)voor elke bachelorsopleiding in het academisch onderwijs c.q. afstudeerrichting binnen een bachelorsopleiding in het academische onderwijs : 1) de mastersopleiding(
  2. en)die erop rechtstreeks op aansluiten zoals

artikel 66, § 2, eerste volzin; 2) c.q. de mastersopleiding(en) die erop aansluiten zoals

artikel 66, § 2, tweede volzin; 3) eventueel de andere mastersopleiding(en); 4) c.q. de vermelding geen rechtstreekse vervolgopleiding;

  1. c)voor elke mastersopleiding : 1) de bachelorsopleiding c.q. afstudeerrichting waarop de mastersopleiding rechtstreeks aansluit; 2) in voorkomend geval : de bachelorsopleiding(
  2. en)c.q. afstudeerrichting(
  3. en)waarop de mastersopleiding aansluit zoals

artikel 66, § 2, tweede volzin; 3) in voorkomend geval : de bachelorsopleiding(en)

artikel 66, § 6;4) eventueel de andere bachelors-opleiding(en);5) in voorkomend geval de mastersopleidingen die er op volgen zoals

artikel 66, § 5;6) in voorkomend geval de mastersopleidingen die er op volgen met bijkomende voorwaarden zoals

artikel 66, § 5;

  1. d)voor elke mastersopleiding die volgt op een andere mastersopleiding : 1) de mastersopleiding(
  2. en)waarop de mastersopleiding volgt;2) eventueel de andere mastersopleidingen met de bijkomende voorwaarden;
  3. e)voor elke bachelorsopleiding die volgt op een bachelorsopleiding : 1) de bachelorsopleiding(
  4. en)waarop de bachelorsopleiding volgt;2) eventueel de andere bachelorsopleidingen met de bijkomende voorwaarden. Het instellingsbestuur kan bij wijze van individuele maatregel studenten toelaten in te schrijven die in het bezit zijn van een diploma dat niet vermeld staat in het hoger onderwijsregister conform de bepalingen van afdeling 3. § 3. Het Hoger Onderwijsregister omvat ook de overeenkomstig artikel 56, § 1, geaccrediteerde bachelors- en mastersopleidingen en de bachelors- en mastersopleidingen die overeenkomstig de voorschriften van artikel 61 als nieuwe opleidingen werden erkend, en die aangeboden worden door andere instellingen van hoger onderwijs dan de universiteiten en de hogescholen. Daarnaast wordt er ook een lijst aangelegd van de bachelors- en mastersopleidingen die genieten van een tijdelijke erkenning overeenkomstig de voorschriften van artikel 60, §§ 2 en 3, en aangeboden worden door andere instellingen voor hoger onderwijs dan de universiteiten en hogescholen. Van deze opleidingen vermeldt het hoger onderwijsregister de algemene gegevens mutatis mutandis vernoemd in § 2, 1°, en de voor de studenten nuttige gegevens met betrekking tot de vooropleidingseisen en met betrekking tot de mogelijke vervolgopleidingen binnen de instellingen zelf. § 4. Voor 1 mei delen de universiteiten en de hogescholen en de andere instellingen voor hoger onderwijs voor elke geaccrediteerde opleiding, nieuwe opleiding of tijdelijk erkende opleiding die zij in het daaropvolgende academiejaar zullen organiseren, deze gegevens mee aan het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse regering stelt de vorm vast waarin de instellingen deze gegevens jaarlijks meedelen. § 5. Het Hoger Onderwijsregister wordt jaarlijks voor 1 juni openbaar bekend gemaakt. Afdeling 3. - Toelatingsvoorwaarden Art. 65.§ 1. Voor de inschrijving voor een bachelorsopleiding geldt als algemene toelatingsvoorwaarde het bezit van een diploma van secundair onderwijs, een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan, een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie of van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend. § 2. Het instellingsbestuur bepaalt in een voorstel van reglement de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden op grond waarvan personen die niet aan de in § 1 bedoelde voorwaarden voldoen, kunnen worden ingeschreven voor een bachelorsopleiding. De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen rekening houden met volgende elementen : 1° humanitaire redenen;2° medische, psychische of sociale redenen;3° het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat. Het voorstel van reglement wordt bij wijze van loutere bekrachtiging aangenomen door de Vlaamse regering. Zij kan deze bekrachtiging niet weigeren, indien het voorstel in overeenstemming is met het recht en niet kennelijk onredelijk is. De redelijkheid wordt beoordeeld in het licht van het noodzakelijke evenwicht tussen de reglementen van de verschillende instellingen. § 3. Het instellingsbestuur kan bepalen dat de inschrijving voor sommige bachelorsopleidingen alleen openstaat voor personen die reeds in het bezit zijn van een graad van bachelor met een door het instellingsbestuur nader bepaalde kwalificatie(s). Voor elke in deze paragraaf bedoelde bachelorsopleiding wijst het instellingsbestuur ten minste één bachelorsopleiding in het professioneel hoger onderwijs aan waarop die bachelorsopleiding volgt. Het instellingsbestuur kan de inschrijving wel afhankelijk maken van een onderzoek naar de geschiktheid en bekwaamheid van de student om de opleiding te volgen. Het instellingsbestuur kan bepalen dat de inschrijving ook openstaat voor de afgestudeerden van andere bachelorsopleidingen, desgevallend na het met succes voltooien van een specifiek daartoe ontworpen voorbereidingsprogramma. § 4. Het instellingsbestuur kan ieder die in het bezit is van een graad van bachelor inschrijven voor een andere bachelorsopleiding en daartoe studieduurverkorting of vermindering van de voorgeschreven studieomvang verlenen in die mate dat de student nog opleidingsonderdelen voor een studieomvang van ten minste 60 studiepunten moet volgen. Art. 66.§ 1. Voor de inschrijving voor een mastersopleiding, geldt als algemene toelatingsvoorwaarde het bezit van een diploma van een bachelorsopleiding. § 2. Behoudens voor de mastersopleidingen die volgen op een andere mastersopleiding wijst het instellingsbestuur voor elke mastersopleiding ten minste één bachelorsopleiding in het academisch onderwijs met een bepaalde kwalificatie en een bepaalde studieomvang of in voorkomend geval ten minste één afstudeerrichting binnen die bachelorsopleiding in het academisch onderwijs aan die rechtstreeks toegang geeft tot die mastersopleiding. De inschrijving staat ook open voor de houders van de graad van bachelor met dezelfde kwalificatie maar met andere afstudeerrichting of voor de houders van de graad van bachelor met een vergelijkbare kwalificatie en dezelfde studieomvang uitgereikt door een andere instelling. In deze gevallen kan het instellingsbestuur een geïndividualiseerd opleidingsprogramma vaststellen om de deficiënties in de vooropleiding op te vangen. De extra studieomvang boven op de reguliere studieomvang van de mastersopleiding mag niet meer dan 15 studiepunten bedragen. § 3. Het instellingsbestuur kan ieder die in het bezit is van een graad van master inschrijven voor een andere mastersopleiding die normaal aansluit of volgt op een bachelorsopleiding en daartoe studieduurverkorting of vermindering van de voorgeschreven studieomvang verlenen in die mate dat de student nog opleidingsonderdelen voor een studieomvang van ten minste 45 studiepunten moet volgen. § 4. Het instellingsbestuur kan bepalen - hetzij bij wijze van algemene maatregel hetzij bij wijze van individuele beslissing - dat de inschrijving voor een mastersopleiding ook openstaat voor de personen die een andere bachelorsopleiding dan deze

§ 2met goed gevolg hebben voltooid.

Het kan die toelating afhankelijk maken van de succesvolle voltooiing van een daartoe specifiek ontworpen voorbereidingsprogramma. In geval het gaat om een graad van bachelor in het hoger professioneel onderwijs is de toelating in elk geval afhankelijk van de succesvolle voltooiing van een daartoe specifiek ontworpen schakelprogramma met een studieomvang van ten minste 45 studiepunten en ten hoogste van 90 studiepunten met het doel om de voorkennis inzake de beheersing van algemene wetenschappelijke competenties en het begrip van de wetenschappelijk-disciplinaire kennis op het instapniveau van de mastersopleiding te brengen. Het instellingsbestuur kan de studieomvang van het schakelprogramma differentiëren op basis van elders verworven competenties en eerder verworven kwalificaties en verminderen tot 30 studiepunten. Een verdere vermindering van de minimum studieomvang kan enkel als op grond van eerder verworven kwalificaties blijkt dat de nodige wetenschappelijke voorkennis als hiervoor bedoeld, is verworven. §

  1. Het instellingsbestuur kan bepalen dat de inschrijving voor sommige mastersopleidingen alleen openstaat voor personen die reeds in het bezit zijn van een graad van master met (een) door het instellingsbestuur nader bepaalde kwalificatie(s). Voor elke mastersopleiding die volgt op een andere mastersopleiding wijst het instellingsbestuur ten minste één mastersopleiding aan waarop die mastersopleiding volgt. Het instellingsbestuur kan de inschrijving wel afhankelijk maken van een onderzoek naar de geschiktheid en bekwaamheid van de student om de opleiding te volgen. Het instellingsbestuur kan bepalen dat de inschrijving ook openstaat voor de afgestudeerden van andere mastersopleidingen, desgevallend na het met succes voltooien van een specifiek daartoe ontworpen voorbereidingsprogramma. §
  2. In afwijking van het bepaalde in § 2 kunnen een universiteit en een of meer hogescho(o)l(en) gezamenlijk mastersopleidingen aanbieden waarvoor de inschrijving hoofdzakelijk openstaat voor de houders van een graad van bachelor met een door de instellingsbesturen nader bepaalde kwalificatie in het hoger professioneel onderwijs die met succes een schakelprogramma met een studieomvang van ten minste 45 studiepunten en ten hoogste 90 studiepunten hebben voltooid met het doel om de voorkennis inzake de beheersing van algemene wetenschappelijke competenties en het begrip van de wetenschappelijk-disciplinaire kennis op het instapniveau van de mastersopleiding te brengen. Het instellingsbestuur kan de studieomvang van het schakelprogramma differentiëren op basis van elders verworven competenties en eerder verworven kwalificaties en verminderen tot 30 studiepunten. Een verdere vermindering van de minimum studieomvang kan enkel als op grond van eerder verworven kwalificaties blijkt dat de nodige wetenschappelijke voorkennis als hiervoor bedoeld, is verworven. Het schakelprogramma kan tot 30 studiepunten worden verminderd als de student ten minste drie jaar nuttige beroepservaring heeft en als er een intakegesprek heeft plaatsgehad, onverminderd de mogelijkheid van verdere vermindering van de minimum studieomvang op grond van eerder verworven kwalificaties. Het intakegesprek peilt naar de motivatie en wetenschappelijke voorkennis van de student en naar de aard van de beroepservaring. Bij wijze van algemene maatregel of individuele beslissing kan het instellingsbestuur studenten toelaten in te schrijven die in het bezit van een andere graad van bachelor dan de graad van bachelor

het eerste lid. De betrokken universiteit en hogescho(o)l(en) reiken bij de voltooiing van de mastersopleidingen een gezamenlijk diploma uit en verlenen de gezamenlijke graad van master. Art. 67.De inschrijving voor de voorbereiding van een doctoraatsproefschrift staat open voor de houders van een graad van master desgevallend na een onderzoek waarin gepeild wordt naar de geschiktheid van de student om in de betreffende discipline wetenschappelijk onderzoek te doen en de resultaten ervan in een proefschrift neer te leggen. Het universiteitsbestuur kan de student vrijstellen van de hiervoor bedoelde toelatingsvoorwaarde. Het universiteitsbestuur kan deze vrijstelling afhankelijk maken van een onderzoek waarin gepeild wordt naar de geschiktheid voor het opstellen van een doctoraatsproefschrift of van het met goed gevolg hebben afgelegd van een examen over door het universiteitsbestuur te bepalen onderdelen van het academisch onderwijs. Art. 68.§

  1. Onverminderd de algemene toelatingsvoorwaarden wordt niemand toegelaten tot de bachelorsopleidingen van studiegebieden, audiovisuele en beeldende kunst, en muziek en podiumkunsten, zonder geslaagd te zijn voor een artistieke toelatingsproef eigen aan deze opleidingen. De hogeschool waar de student zich wenst in te schrijven, neemt deze toelatingsproef af. Deze artistieke toelatingsproef wordt afgenomen door een commissie die is samengesteld uit personeelsleden van de hogescholen en externe experten. §
  2. Voor de inschrijving in een bachelorsopleiding in het studiegebied Geneeskunde of het studiegebied Tandheelkunde, geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor een toelatingsexamen, ingericht door één examencommissie, verder genoemd 'toelatingsexamen arts en tandarts'. Het beoogt het toetsen van de bekwaamheid van de studenten om een geneeskundige of tandheelkundige opleiding met succes af te ronden. Het bestaat uit twee gedeelten : 1° kennis en inzicht in de wetenschappen en met name de vakken biologie, fysica, scheikunde en wiskunde;het niveau is afgestemd op het gemiddelde van de programma's van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs; 2° informatie verwerven en verwerken : de themata hiervan sluiten aan bij de beroepspraktijk van artsen of tandartsen. De Vlaamse regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van deze examengedeelten. §
  3. Het toelatingsexamen arts en tandarts wordt georganiseerd volgens de hierna opgesomde nadere regels : 1° het wordt tweemaal per jaar voor het begin van het academiejaar ingericht;de organisatie ervan wordt tijdig bekendgemaakt; 2° de Vlaamse regering kan een examengeld van ten hoogste 25 euro vastleggen als bijdrage in het dekken van de organisatiekosten.Vanaf 1998 wordt het bedrag aangepast aan de jaarlijkse stijging van de index van de consumptieprijzen met als referentiedatum 1 januari 1997; 3° de Vlaamse regering organiseert het toelatingsexamen arts en tandarts volgens de nadere regels die zij daartoe bepaalt;4° na advies van de examencommissie,

§ 2

, regelt de Vlaamse regering de werking van de examencommissie en stelt ze haar huishoudelijk reglement en het examenreglement vast;5° de examencommissie,

§ 2

, stelt de examenvragen op en evalueert de examenresultaten.Het maximumaantal punten van elk examengedeelte is twintig. Geslaagd zijn de studenten die op elk examengedeelte ten minste tien op twintig behalen en ten minste tweeëntwintig op veertig voor beide examengedeelten samen. De voorzitter van de examencommissie maakt de resultaten bekend; 6° het slagen voor het toelatingsexamen arts en tandarts in een bepaald burgerlijk jaar wordt slechts aanvaard voor het voldoen aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde indien de student uiterlijk op 31 december van dat burgerlijk jaar in het bezit is van het diploma secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig of gelijkgesteld studiebewijs. § 4. De Vlaamse regering benoemt de voorzitter, de secretaris en de leden van de examencommissie,

§ 2

. Zij telt, voorzitter en secretaris uitgezonderd, minimaal tien en maximaal vijftien leden. De leden van de examencommissie worden zo aangeduid uit de leden van het zelfstandig academisch personeel van de universiteiten dat de nodige expertise aanwezig is op het vlak van de medische praktijk, de inhoud van de vakken van het eerste examengedeelte, de pedagogiek en de psychologie. § 5. De bijkomende toelatingsvoorwaarde geslaagd zijn voor het 'toelatingsexamen arts-tandarts',

§ 2

, geldt eveneens voor de inschrijving in om het even welk studiejaar van een bachelors- of mastersopleiding in het studiegebied Geneeskunde of in het studiegebied Tandheelkunde in het geval de student vrijstelling heeft verkregen van sommige opleidingsonderdelen of verkorting van studieduur, op grond van een diploma behaald na een opleiding waarvoor de bijkomende toelatingsvoorwaarde,

§ 2, niet gegolden heeft.

Zij geldt niet voor de studenten die voor de aanvang van het academiejaar 1997-1998 in het bezit waren van een getuigschrift waaruit blijkt dat zij ten minste één studiejaar van een opleiding van arts of van een opleiding van tandarts met succes hebben voltooid en op basis daarvan in het academiejaar 1997-1998 theoretisch konden toegelaten worden tot het tweede studiejaar of een hoger studiejaar. Zij geldt evenmin voor de studenten die in het academiejaar 1996-1997 niet slaagden voor het examen van het eerste studiejaar van de opleiding van kandidaat-arts of van kandidaat-tandarts en zich in het academiejaar 1997-1998 opnieuw lieten inschrijven voor het eerste studiejaar van de betreffende opleiding. De vrijstelling van de bijkomende toelatingsvoorwaarde slagen voor het toelatingsexamen arts en tandarts blijft voor deze studenten geldig zolang zij ononderbroken officieel ingeschreven blijven in de opleiding van arts of van tandarts aan een Vlaamse universiteit. Art. 69.§

  1. Voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 65 en 66 worden de diploma's van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan en de diploma's van het hogeschoolonderwijs van één cyclus gelijkgesteld met een graad van bachelor. §
  2. Voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 66 en 67 worden de diploma's van de tweede cyclus van het hoger onderwijs van het lange type, het hogeschoolonderwijs van twee cycli, de diploma's van de tweede cyclus van het academisch onderwijs en de daarmee krachtens of bij het universiteitendecreet gelijkgestelde diploma's, de diploma's van het voortgezet academisch onderwijs en de diploma's van burgerlijk ingenieur polytechnicus en van licentiaat behaald aan de Koninklijke Militaire School te Brussel gelijkgesteld met een graad van master. §
  3. Het instellingsbestuur kan personen die in het bezit zijn van een buiten de Vlaamse Gemeenschap afgeleverd diploma van het hoger onderwijs vrijstellen van de in de artikelen 65, 66 en 67 voorgeschreven of de krachtens deze artikelen bepaalde vooropleidingseisen voor de inschrijving in bachelorsopleidingen c.q. mastersopleidingen voor zover dat diploma naar het oordeel van het instellingsbestuur gelijkwaardig is met in die artikelen bedoelde graden. Indien dat niet het geval is kan het instellingsbestuur de toelating tot inschrijving afhankelijk maken van de succesvolle voltooiing van een specifiek daartoe ontworpen voorbereidingsprogramma. §
  4. Met het oog op de instroom in het academisch onderwijs wordt het diploma van kandidaat-burgerlijk ingenieur polytechnicus behaald aan de Koninklijke Militaire School te Brussel gelijkgesteld met de eerste twee studiejaren in het studiegebied Toegepaste Wetenschappen. De inschrijving in het derde studiejaar van de door het universiteitsbestuur aangewezen bachelorsopleiding(en) staat open voor de studenten die houder zijn van het diploma van kandidaat behaald aan de Koninklijke Militaire School te Brussel. §
  5. De inschrijving in het derde studiejaar van een bachelorsopleiding of in een mastersopleiding in het studiegebied Godgeleerdheid, Godsdienstwetenschappen en Kerkelijk Recht staat open voor de studenten die geslaagd zijn voor de gehele cyclus aan een instelling die leidt tot het ambt van bedienaar van een erkende eredienst. Het universiteitsbestuur kan de inschrijving afhankelijk maken van een onderzoek waarin gepeild wordt naar de geschiktheid van deze studenten voor de betreffende opleiding en desgevallend van het met succes voltooien van een voorbereidingsprogramma. §
  6. Onverminderd het bepaalde in artikel 65, § 4, en in artikel 66, §§ 4 en 6, kan het instellingsbestuur op grond van elders verworven competenties, van eerder verworven kwalificaties en van eerder met goed gevolg afgelegde examens aan een binnenlandse of buitenlandse instelling vrijstelling verlenen van het afleggen van examens over bepaalde opleidingsonderdelen of vermindering van de voorgeschreven studieomvang. De omvang van de verleende vrijstellingen is in die mate beperkt dat de student nog opleidingsonderdelen voor een studieomvang van ten minste 45 studiepunten moet volgen en moet voltooien om een graad te verwerven. Het instellingsbestuur bepaalt een geobjectiveerde procedure op basis waarvan de evaluatie van de elders verworven competenties en van eerder verworven kwalificaties zal gedaan worden. Het instellingsbestuur legt in de onderwijsregeling

artikel 77 hieromtrent nadere regels vast. Afdeling

  1. - Inschrijving van de student Art. 70.Een student schrijft zich in aan de instelling van zijn keuze voor zover hij voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, zoals bepaald in afdeling
  2. De inschrijving geschiedt voor een studiejaar van een opleiding en voor een academiejaar. Met toepassing van de voorschriften van artikel 82 geschiedt de inschrijving voor één of meer studiejaren van dezelfde opleiding of voor twee verschillende opleidingen. De inschrijving kan ook geschieden voor een schakelprogramma of een voorbereidingsprogramma zoals

de artikelen 65, 66 en 69 of voor een geïndividualiseerd opleidingsprogramma als

artikel 21, § 4, en artikel 66, §

  1. In een academiejaar kan de inschrijving geschieden voor een studiejaar van twee of meer opleidingen.Een inschrijving voor een schakelprogramma of voorbereidingsprogramma kan ook gecombineerd worden met een inschrijving voor het opleidingsprogramma van de vooropleiding zonder er evenwel deel van uit te maken. Een inschrijving voor een schakelprogramma of voor een voorbereidingsprogramma kan gecombineerd worden met een inschrijving voor het opleidingsprogramma of een deel ervan van de opleiding die erop volgt. Indien het gaat om twee verschillende instellingen dan moet het gecombineerd opleidingsprogramma vastgelegd worden in een overeenkomst tussen de twee instellingen. In dit decreet wordt zo'n gecombineerd opleidingsprogramma als een geïndividualiseerd opleidingsprogramma beschouwd. Het instellingsbestuur kan de inschrijving weigeren van de voltijdse student of deeltijdse student die gedurende de laatste twee academiejaren niet, al naar het geval, slaagde voor hetzij een studiejaar, hetzij het gedeelte van een studiejaar waarvoor hij was ingeschreven. Het instellingsbestuur kan de toelating tot de eerste inschrijving in een opleiding afhankelijk stellen van het bewijs dat de student hetzij geslaagd is voor een daartoe door een universiteit of hogeschool of een andere organisatie georganiseerd examen over de voldoende kennis van het Nederlands hetzij ten minste één studiejaar in het secundair of in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal met succes heeft voltooid. Het instellingsbestuur kan de toelating tot de eerste inschrijving in een opleiding die volledig in een andere taal dan het Nederlands wordt aangeboden afhankelijk stellen van een toets van voldoende kennis van de gebruikte onderwijstaal. Art. 71.§
  2. Een student schrijft zich per academiejaar voltijds of halftijds in of schrijft zich in voor een schakelprogramma, een voorbereidingsprogramma of een geïndividualiseerd opleidingsprogramma. Een voltijdse inschrijving slaat op het volledige opleidingsprogramma van een studiejaar of op een geïndividualiseerd opleidingsprogramma

artikel 21, § 4, of artikel 70 met een studieomvang van ten minste 54 studiepunten. Een halftijdse inschrijving slaat op een deel van een opleidingsprogramma van een studiejaar of van een geïndividualiseerd opleidingsprogramma met een studieomvang van ten minste 27 en ten hoogste 33 studiepunten. De inschrijving voor een schakelprogramma of voorbereidingsprogramma kan voltijds of deeltijds zijn naar gelang de studieomvang ten minste 54 studiepunten bedraagt of minder. In geval het instellingsbestuur beslist heeft het opleidingsprogramma van een studiejaar van een bachelorsopleiding die volgt op een andere bachelorsopleiding of van een mastersopleiding die volgt op een andere mastersopleiding over meerdere academiejaren te spreiden geschiedt de inschrijving voor een deel van het studieprogramma. §

  1. Een student kan zich inschrijven voor één of meer door de instelling georganiseerde opleidingsonderdelen zoals bepaald in artikel 20 en daarvoor examens afleggen. In voorkomend geval verkrijgt hij een document waaruit blijkt dat hij geslaagd is voor het opleidingsonderdeel. Art. 72.Onder door het instellingsbestuur te bepalen voorwaarden kan een student zich ook enkel inschrijven voor het afleggen van de examens. In dat geval slaat de inschrijving op het volledig opleidingsprogramma van een studiejaar of op de helft ervan of op een opleidingsprogramma van een studiejaar waarvan de studieomvang door overdracht van examencijfers of door vrijstelling werd verminderd. Art. 73.Het instellingsbestuur stelt de procedure van inschrijving vast. Art. 74.§
  2. Het instellingsbestuur stelt jaarlijks voor 1 mei de bedragen van het examengeld vast voor de inschrijvingen enkel met het oog op het afleggen van de examens. Het examengeld bedraagt vanaf het academiejaar 2004-2005 250 euro voor een volledig opleidingsprogramma en 150 euro voor een half opleidingsprogramma. §
  3. Jaarlijks kan het instellingsbestuur deze bedragen aanpassen aan de evolutie van de index van de consumptieprijzen. De referentiedatum voor de jaarlijkse aanpassing is de index van de consumptieprijzen op 1 september
  4. Art. 75.De hogescholen en universiteiten nemen - gezamenlijk of individueel - maatregelen om de gelijkheid van kansen te waarborgen en de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in materiële en immateriële zin voor de studenten met een handicap of chronische ziekte en voor studenten uit minder vertegenwoordigde groepen te garanderen. Afdeling
  5. - Het onderwijs- en examenreglement Art. 76.Het instellingsbestuur maakt voor het begin van het academiejaar het onderwijsaanbod en het onderwijs- en examenreglement openbaar. Het overhandigt de student bij zijn inschrijving het onderwijs- en examenreglement. Art. 77.Het instellingsbestuur stelt een onderwijsregeling op. Deze omvat tenminste : 1° voor elke opleiding : a) de graad waartoe de opleiding leidt, de kwalificatie van de graad en desgevallend de specificatie van de graad;b) de inhoud en de doelstellingen van elke opleiding, het opleidingsprogramma en de indeling in studiejaren en opleidingsonderdelen;c) in voorkomend geval de afstudeerrichtingen;d) de onderwijstaal gebruikt in de opleiding of opleidingsonderdelen;e) de studieomvang van elk studiejaar en opleidingsonderdeel uitgedrukt in studiepunten;f) de volgorde waarin de examens over de onderscheiden opleidingsonderdelen moeten worden afgelegd;g) de voorwaarden waaronder het instellingsbestuur vrijstelling van examens kan verlenen voor opleidingsonderdelen op grond van elders verworven kwalificaties en competenties;h) de procedure op grond waarvan vermindering van de studieomvang van een opleiding kan toegestaan worden;i) de organisatie van de opleiding in de vorm van voltijds of deeltijds onderwijs;j) de begin- en eindcompetenties;k) de nadere regels van de inschrijving van de student;l) de voorwaarden waaronder de studenten opleidingsonderdelen kunnen volgen en daarover examen kunnen afleggen aan andere binnen- en buitenlandse instellingen voor hoger onderwijs;m) de organisatie van informatiesessies voor de studenten die zich voor de eerste maal inschrijven aan de instelling voor hoger onderwijs;n) de voorwaarden en de procedure van inschrijving van studenten die niet voldoen aan de vooropleidingseisen die gelden als directe inschrijvingsvoorwaarde;o) eventueel de bijzondere vooropleidingseisen en de bijkomende inschrijvingsvoorwaarden;p) de criteria en de nadere regels voor het aanvullen van het opleidingsprogramma van een studiejaar met opleidingsonderdelen van een volgend studiejaar of van een volgende opleiding zoals

artikel 82;2° Voor elke bachelorsopleiding in het hoger professioneel onderwijs :

  1. a)de bachelorsopleiding die erop volgt;
  2. b)de bachelorsopleidingen die erop volgen met bijkomende voorwaarden;
  3. c)de mastersopleidingen die erop volgen met de bijkomende voorwaarden zoals

artikel 66, § 6;

  1. d)de vermelding : geen vervolgopleiding; 3° Voor elke bachelorsopleiding in het academisch onderwijs c.q. afstudeerrichting binnen een bachelorsopleiding in het academische onderwijs :
  2. a)de mastersopleiding(
  3. en)die er rechtstreeks op aansluiten zoals

artikel 66, § 2, eerste volzin;

  1. b)c.q. de mastersopleiding(
  2. en)die er op aansluiten zoals

artikel 66, § 2, tweede volzin;

  1. c)eventueel de andere mastersopleiding(en);
  2. d)eventueel de vermelding geen rechtstreekse vervolgopleiding; 4° Voor elke mastersopleiding :
  3. a)de bachelorsopleiding c.q. afstudeerrichting waarop de mastersopleiding rechtstreeks aansluit zoals

artikel 66, § 2, eerste volzin;

  1. b)c.q. de bachelorsopleiding(
  2. en)c.q. afstudeerrichting(
  3. en)waarop de mastersopleiding aansluit zoals

artikel 66, § 2, tweede volzin; c) c.q. de bachelorsopleiding(en)

artikel 66, § 6;

  1. d)eventueel de andere bachelorsopleiding(en);
  2. e)in voorkomend geval de mastersopleidingen die er op volgen zoals

artikel 66, § 5;f) in voorkomend geval de mastersopleidingen die er op volgen met bijkomende voorwaarden zoals

artikel 66, § 5;5° Voor elke mastersopleiding die volgt op een andere mastersopleiding :

  1. a)de mastersopleiding(
  2. en)waarop de mastersopleiding volgt;
  3. b)eventueel de andere mastersopleidingen met de bijkomende voorwaarden;6° Voor elke bachelorsopleiding die volgt op een bachelorsopleiding :
  4. a)de bachelorsopleiding(
  5. en)waarop de bachelorsopleiding volgt;
  6. b)eventueel de andere bachelorsopleidingen met de bijkomende voorwaarden;7° de organisatie van het academiejaar met inbegrip van de vakantieregeling voor de studenten;8° de wijze van bepalen van het aantal studiepunten van elk opleidingsonderdeel en de daarbij gehanteerde criteria en normen;9° de gedragscode inzake de taalregeling;10° het tuchtreglement van de studenten;11° de rechten en plichten van de studenten;12° de inspraakregeling van de studenten;13° de procedure ter behandeling van klachten van de studenten met betrekking tot de onderwijsverzorging. Art. 78.Het instellingsbestuur stelt een examenregeling op. Deze omvat tenminste : 1° de wijze waarop de vorm van de examens wordt bepaald en bekendgemaakt;2° de periodes waarbinnen de examens worden afgelegd;3° de wijze waarop de openbaarheid van zowel de mondelinge als schriftelijke examens wordt gewaarborgd;4° de wijze van samenstelling van de examencommissies;5° de aanstelling en de taakomschrijving van de ombudsman;6° de wijze van bekendmaking van de resultaten van de examens en van de proclamatie van de afgestudeerden van een opleiding;7° de procedure en voorwaarden om te slagen en om vermeldingen toe te kennen aan geslaagde studenten;8° de procedure waarbij geschillen tussen de studenten en de examinatoren voor of na het bekend maken van de examenresultaten worden behandeld.Deze procedure vermeldt eveneens de interne en externe beroepsmogelijkheden voor de betrokken studenten. Art. 79.Het instellingsbestuur stelt voor elk studiejaar een examencommissie in. Afdeling 6. - Studievoortgang Art. 80.Onverminderd de voorschriften ter zake van geïndividualiseerde opleidingsprogramma's, schakelprogramma's en voorbereidingsprogramma's kan niemand door de examencommissie van een bepaald studiejaar geslaagd worden verklaard voor dat studiejaar tenzij hij alle examens die horen bij het opleidingsprogramma van dat studiejaar, heeft afgelegd. Art. 81.§ 1. De geëxamineerde kan zich in de loop van een zelfde academiejaar maximaal tweemaal voor dezelfde examens of examengedeelten aanmelden. § 2. Aan de geëxamineerde wordt voor elk opleidingsonderdeel een examencijfer met een maximale waarde van 20 toegekend. De

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.