Wet houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° het Zevende Protocol ter aanvulling van de Stichtingsakte van de Wereldpostverenigin
Kort samengevat
Deze wet bekrachtigt vier internationale akten die de werking van de Wereldpostvereniging regelen en de internationale postdiensten tussen lidstaten vastleggen. Het doel is om de communicatie tussen volkeren te verbeteren door efficiënte en toegankelijke postdiensten te waarborgen.
Wat het regelt
- De goedkeuring van het Zevende Protocol ter aanvulling van de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging.
- De goedkeuring van het Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging.
- De goedkeuring van de Wereldpostconventie en het Slotprotocol.
- De goedkeuring van de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van De Post.
Wie het aanbelangt
- De Belgische Staat, als lidstaat van de Wereldpostvereniging.
- De regeringen van de lidstaten van de Wereldpostvereniging.
Kernpunten
- De goedgekeurde internationale akten zullen "volkomen gevolg hebben" in België.
- De Wereldpostvereniging streeft naar de duurzame ontwikkeling van universele postdiensten van goede kwaliteit, doeltreffend en toegankelijk.
- Het garandeert het vrije verkeer van postzendingen in een enig postgebied en de vrijheid van doorvoer.
- De Stichtingsakte is de basisakte van de Vereniging en kan niet worden onderworpen aan enig voorbehoud.
Wettekst
Wettekst
8 MEI 2007. - Wet houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° het Zevende Protocol ter aanvulling van de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging, 2° het Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging, 3° de Wereldpostconventie en het Slotprotocol, en 4° de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van De Post, gedaan te Boekarest op 5 oktober 2004
(1)
(2)ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.De volgende Internationale Akten : 1° het Zevende Protocol ter aanvulling van de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging;2° het Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging;3° de Wereldpostconventie en het Slotprotocol, en 4° de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post, gedaan te Boekarest op 5 oktober 2004, zullen volkomen gevolg hebben. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 8 mei 2007. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, K. DE GUCHT De Minister van Economie, M. VERWILGHEN De Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, B. TUYBENS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota
(1)Zitting 2006-2007 : Senaat : Documenten.- Ontwerp van wet ingediend op 15 februari 2007, nr. 3-2078/1 - Verslag, nr. 3-2078/
- Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 8 maart
- - Stemming. Vergadering van 8 maart
- Kamer van volksvertegenwoordigers : Documenten. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 51-2982/1 - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 51-2982/
- Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 22 maart
- - Stemming.Vergadering van 22 maart 2007.
(2)De neerlegging van het ratificatie-instrument van België werd geregistreerd op 6 juni 2007. ZEVENDE AANVULLEND PROTOCOL OP DE STICHTINGSAKTE VAN DE WERELDPOSTVERENIGING Inhoudsopgave Artikel I. (gewijzigd voorwoord) II. (toegevoegd art. 1bis) Definities III. (gewijzigd art. 22) Akten van de Vereniging III. (gewijzigd art. 30) Wijziging van de Stichtingsakte V. (gewijzigd art. 31) Wijziging van het Algemeen Reglement, de Conventie en de Overeenkomsten VI. Toetreding tot het Aanvullend Protocol en tot de overige Akten van de Vereniging VII. Tenuitvoerlegging en geldigheidsduur van het Aanvullend Protocol bij de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging Gelet op artikel 30.2 van de op 10 juli 1964 te Wenen afgesloten Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging, hebben de gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Wereldpostvereniging, in Congres bijeen te Boekarest onder voorbehoud van ratificatie, de volgende wijzigingen in de genoemde Stichtingsakte aangenomen. Artikel I (gewijzigd voorwoord) Om de communicatie tussen de volkeren te ontwikkelen door het doeltreffend functioneren van de postdiensten en om bij te dragen tot het bereiken van de ambitieuze doelstellingen inzake internationale samenwerking op cultureel, sociaal en economisch vlak, hebben de gevolmachtigden van de regeringen van de contracterende landen deze Stichtingsakte aangenomen, onder voorbehoud van ratificatie. De Vereniging heeft als roeping om de duurzame ontwikkeling te stimuleren van universele postdiensten die van goede kwaliteit, doeltreffend en toegankelijk zijn, om de communicatie tussen mensen over de hele wereld te vergemakkelijken, door : - het vrije verkeer van postzendingen te garanderen in een enig postgebied dat samengesteld is uit netwerken die met elkaar zijn verbonden; - het aannemen van gemeenschappelijke billijke normen en het toepassen van technologie aan te moedigen; - de samenwerking en de interactie tussen de betrokken partijen te garanderen; - doeltreffende technische samenwerking te bevorderen; - erover te waken dat aan de evoluerende behoeften van klanten wordt voldaan. Artikel II (Toegevoegd art. 1bis) Definities 1. In deze Akten van de Wereldpostvereniging worden de hiernavolgende termen als volgt gedefinieerd : 1.1 Postdienst : geheel van postdiensten waarvan de draagwijdte bepaald is door de organen van de Vereniging. De voornaamste verplichtingen die met deze diensten verbonden zijn bestaan erin te beantwoorden aan bepaalde sociale en economische doelstellingen van de lidstaten door de ophaling, het sorteren, de verzending en de bedeling van de postzendingen te garanderen. 1.2 Lidstaat : land dat de voorwaarden vervult die in artikel 2 van de Stichtingsakte worden opgesomd. 1.3 Enig postgebied (een en hetzelfde postgebied) : verplichting voor de contracterende partijen van de Akten van de WPV om conform het wederkerigheidsbeginsel de uitwisseling van brievenpost te garanderen, met inachtneming van de vrijheid van doorvoer en om de postzendingen die van andere gebieden afkomstig zijn en over hun land verlopen niet verschillend te behandelen, maar als hun eigen postzendingen. 1.4 Vrijheid van doorvoer : principe volgens hetwelk een postbestuur dat als tussenpersoon optreedt verplicht is de postzendingen te vervoeren die het door een ander postbestuur voor doorvoer bezorgd krijgt, door aan die post dezelfde behandeling te verlenen als wordt toegepast op de zendingen van de binnenlandse dienst. 1.5 Verzending van brievenpost : zendingen die beschreven worden in de Stichtingsakte. 1.6 Postdienst : Internationale postdienst : postale verrichtingen of diensten die gereglementeerd worden door de Akten. Geheel van die verrichtingen of diensten. Artikel III (gewijzigd artikel 22) Akten van de Vereniging 1. De Stichtingsakte is de basisakte van de Vereniging.Zij omvat de organieke regels van de Vereniging en kan niet worden onderworpen aan enig voorbehoud. 2. Het Algemeen Reglement omvat de bepalingen die de toepassing van de Stichtingsakte en de werking van de Vereniging verzekeren.Het is bindend voor alle lidstaten en kan niet worden onderworpen aan enig voorbehoud. 3. De Wereldpostconventie, het Reglement inzake brievenpost en het Reglement betreffende postcolli's omvatten de gemeenschappelijke regels die van toepassing zijn op de internationale postdienst alsook de bepalingen betreffende brievenpost en postcolli's.Die Akten zijn voor alle lidstaten bindend. 4. De Overeenkomsten van de Vereniging en hun Reglementen regelen andere diensten dan de brievenpost en de postcolli's tussen de lidstaten die hierbij zijn aangesloten.Zij zijn enkel voor die landen bindend. 5. De Reglementen die de uitvoeringsmaatregelen bevatten die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de Conventie en van de Overeenkomsten worden door de Raad voor Postexploitatie vastgesteld, rekening houdende met de beslissingen van het Congres.6. De eventuele Slotprotocollen die bij de Akten van de Vereniging worden gevoegd bedoeld onder punt 3 tot 5, omvatten de beperkingen op die Akten. Artikel IV (gewijzigd artikel 30) Wijziging van de Stichtingsakte 1. Om te worden aangenomen, dienen de aan het Congres voorgelegde voorstellen met betrekking tot deze Stichtingsakte te worden goedgekeurd door ten minste twee derde van de stemgerechtigde lidstaten van de Vereniging.2. De wijzigingen die door een Congres worden aangenomen worden opgenomen in een aanvullend protocol en, behoudens een andere beslissing van het Congres, treden in werking op hetzelfde moment als de Akten die in de loop van hetzelfde Congres zijn hernieuwd.Zij worden zo gauw mogelijk door de lidstaten geratificeerd en de oorkonden van deze ratificering worden behandeld conform de regel in artikel 26. Artikel V (gewijzigd artikel 31) Wijziging van het Algemeen Reglement, de Conventie en de Overeenkomsten 1. Het Algemeen Reglement, de Conventie en de Overeenkomsten stellen de voorwaarden vast waaraan de goedkeuring van voorstellen die erop betrekking hebben is onderworpen.2. De Conventie en de Overeenkomsten worden tegelijkertijd uitgevoerd en hebben dezelfde geldigheidsduur.Vanaf de dag die door het Congres is vastgelegd voor de tenuitvoerlegging van die Akten, worden de overeenkomstige Akten van het vorige Congres herroepen. Artikel VI Toetreding tot het Aanvullend Protocol en tot de overige Akten van de Vereniging 1. De lidstaten die dit Protocol niet hebben ondertekend, kunnen te allen tijde ertoe toetreden.2. De lidstaten die aangesloten zijn bij de Akten die door het Congres verlengd zijn maar die ze niet ondertekend hebben, moeten zo snel mogelijk ertoe toetreden.3. De toetredingsoorkonden in verband met de in de onder 1 en 2 bedoelde gevallen, moeten aan de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau worden toegestuurd.Hij meldt deze neerlegging aan de regeringen van de lidstaten. Artikel VII Tenuitvoerlegging en geldigheidsduur van het Aanvullend Protocol bij de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging Dit Aanvullend Protocol zal in werking treden op 1 januari 2001 en voor onbepaalde tijd van kracht blijven. Ter oorkonde hiervan hebben de gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten dit Aanvullend Protocol opgesteld, dat dezelfde rechtskracht en dezelfde waarde heeft als waren de bepalingen ervan in de tekst zelf van de Stichtingsakte opgenomen, en ze hebben het in één exemplaar ondertekend dat neergelegd wordt bij de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau. Een afschrift ervan zal door het Internationaal Bureau van de Wereldpostvereniging aan elke aangeslotene worden overhandigd. Gedaan te Boekarest, 5 oktober 2004. STICHTINGSAKTE VAN DE WERELDPOSTVERENIGING (gewijzigd door de aanvullende Protocollen van Tokio 1969, Lausanne 1974, Hamburg 1984, Washington 1989, Seoel 1994, Beijing 1999 en Boekarest 2004) Inhoudsopgave Inleiding Titel I Organieke bepalingen Hoofdstuk I Algemeen Artikel 1. Draagwijdte en doel van de Vereniging 1bis.Definities 2. Leden van de Vereniging 3.Bevoegdheidsdomein van de Vereniging 4. Buitengewone betrekkingen 5.Zetel van de Vereniging 6. Officiële taal van de Vereniging 7.Munteenheid 8. Beperkte Verenigingen.Bijzondere Overeenkomsten 9. Betrekkingen met de Organisatie van de Verenigde Naties 10.Betrekkingen met internationale organisaties Hoofdstuk II Toetreding of toelating tot de Vereniging. Uittreding uit de Vereniging 11. Toetreding of toelating tot de Vereniging.Procedure 12. Uittreding uit de Vereniging.Procedure Hoofdstuk III Organisatie van de Vereniging 13. Organen van de Vereniging 14.Congres 15. Buitengewone Congressen 16.Administratieve Conferenties (opgeheven) 17. Administratieve Raad 18.Raad voor Postexploitatie 19. Bijzondere Commissies (opgeheven) 20.Internationaal Bureau Hoofdstuk IV Financiën van de Vereniging 21. Uitgaven van de Vereniging.Bijdragen van de lidstaten Titel II Akten van de Vereniging Hoofdstuk I Algemeen 22. Akten van de Vereniging 23.Toepassing van de Akten van de Vereniging op grondgebieden waarmee een lidstaat internationale betrekkingen onderhoudt 24. Nationale wetgeving Hoofdstuk II Aanneming en opzegging van de Akten van de Vereniging 25.Ondertekening, waarmerking, ratificatie en andere methodes om de Akten van de Vereniging goed te keuren. 26. Kennisgeving van de ratificaties en de andere methodes om de Akten van de Vereniging goed te keuren 27.Toetreding tot de Overeenkomsten 28. Opzegging van een Overeenkomst Hoofdstuk III Wijziging van de Akten van de Vereniging 29.Presentatie van de voorstellen 30. Wijziging van de Stichtingsakte 31.Wijziging van het Algemeen Reglement, de Conventie en de Overeenkomsten Hoofdstuk IV Geschillenregeling 32. Arbitrage Titel III Slotbepalingen 33.Tenuitvoerlegging en geldigheidsduur van de Stichtingsakte Voorwoord 1 Om de communicatie tussen de volkeren te ontwikkelen door het doeltreffend functioneren van de postdiensten en om bij te dragen tot het bereiken van de ambitieuze doelstellingen inzake internationale samenwerking op cultureel, sociaal en economisch vlak, hebben de gevolmachtigden van de regeringen van de contracterende landen deze Stichtingsakte aangenomen, onder voorbehoud van ratificatie. De Vereniging heeft als roeping de duurzame ontwikkeling te stimuleren van universele postdiensten die van goede kwaliteit, doeltreffend en toegankelijk zijn, om de communicatie tussen mensen over de hele wereld te vergemakkelijken, door : - het vrije verkeer te garanderen van postzendingen in een enig postgebied dat samengesteld is uit netwerken die met elkaar zijn verbonden; - het aannemen van gemeenschappelijke billijke normen en het toepassen van technologie aan te moedigen; - de samenwerking en de interactie tussen de betrokken partijen te garanderen; - doeltreffende technische samenwerking te bevorderen; erover te waken dat aan de evoluerende behoeften van klanten wordt voldaan. Titel I. - Organieke bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemeen Artikel 1 Draagwijdte en doel van de Vereniging 1. De landen die deze Stichtingsakte aannemen vormen onder de naam Wereldpostvereniging een enkel postgebied voor het wederzijds verzenden van brievenpost.De vrijheid van doorvoer wordt over het hele grondgebied van de Vereniging gegarandeerd. 2. De Vereniging heeft als doel om te zorgen voor de organisatie en de verbetering van de postdiensten en om de ontwikkeling van de internationale samenwerking op dat vlak te bevorderen.3. De Vereniging neemt in de mate van zijn mogelijkheden deel aan de postale technische bijstand die gevraagd wordt door zijn lidstaten. Artikel 1bis 2 Definities 1. In deze Akten van de Wereldpostvereniging worden de hiernavolgende termen als volgt gedefinieerd : 1.1 Postdienst : geheel van postdiensten waarvan de draagwijdte bepaald is door de organen van de Vereniging. De voornaamste verplichtingen die met deze diensten verbonden zijn bestaan erin te beantwoorden aan bepaalde sociale en economische doelstellingen van de lidstaten door de ophaling, het sorteren, de verzending en de bedeling van de postzendingen te garanderen. 1.2 Lidstaat : land dat de voorwaarden vervult die in artikel 2 van de Stichtingsakte worden opgesomd. 1.3 Enig postgebied (een en hetzelfde postgebied) : verplichting voor de contracterende partijen van de Akten van de WPV om conform het wederkerigheidsbeginsel de uitwisseling van brievenpost te garanderen, met inachtneming van de vrijheid van doorvoer en om de postzendingen die van andere gebieden afkomstig zijn en over hun land verlopen niet verschillend te behandelen, maar als hun eigen postzendingen. 1.4 Vrijheid van doorvoer : principe volgens hetwelk een postbestuur dat als tussenpersoon optreedt verplicht is de postzendingen te vervoeren die het van een ander postbestuur voor doorvoer heeft ontvangen, door aan die post dezelfde behandeling te verlenen als wordt toegepast op de zendingen van de binnenlandse dienst. 1.5 Het verzenden van brievenpost : zendingen die beschreven staan in de Conventie. 1.6 Internationale postdienst : postale verrichtingen of diensten die gereglementeerd worden door de Akten. Geheel van die verrichtingen of diensten. Artikel 2 Leden van de Vereniging Zijn leden van de Vereniging :
- a)de landen die de status van lid hebben bij het in werking treden van deze Stichtingsakte;
- b)landen die conform artikel 11 lid zijn geworden. Artikel 3 Bevoegdheidsdomein van de Vereniging De Vereniging heeft onder zijn bevoegdheid :
- a)de grondgebieden van de lidstaten;
- b)postkantoren die door lidstaten zijn geopend in gebieden die niet onder de Vereniging vallen;
- b)grondgebieden die, zonder lid te zijn van de Vereniging, er toch deel van uitmaken omdat zij wat postdiensten betreft onder lidstaten ressorteren. Artikel 4 Buitengewone betrekkingen Postbesturen die grondgebieden bedienen die niet onder de Vereniging ressorteren zijn gehouden als tussenpersoon op te treden voor andere besturen. De bepalingen in de Conventie en haar Reglementen zijn van toepassingen op die buitengewone relaties. Artikel 5 Zetel van de Vereniging De zetel van de Vereniging en van zijn permanente organen is gevestigd in Bern. Artikel 6 Officiële taal van de Verenging De officiële taal van de Vereniging is het Frans. Artikel 7 3 Munteenheid De munteenheid die in de Akten van de Vereniging wordt gehanteerd is de rekeneenheid van het Internationaal Muntfonds (IMF). Artikel 8 Beperkte Verenigingen. Bijzondere overeenkomsten 1. De lidstaten, of hun postbesturen als de wetgeving van die landen dit toelaat, kunnen Beperkte Verenigingen oprichten of bijzondere regelingen treffen betreffende de internationale postdienst, op voorwaarde althans dat zij geen bepalingen invoert die minder gunstig zijn voor het publiek dan die in de Akten waarbij de betrokken lidstaten zijn aangesloten.2. De Beperkte Verenigingen kunnen waarnemers naar de Congressen, Conferenties en vergaderingen van de Vereniging sturen, alsook naar de administratieve Raad en naar de Raad voor Postexploitatie.4 3. De Vereniging kan waarnemers sturen naar de Congressen, Conferenties en vergaderingen van de Beperkte Verenigingen. Artikel 9 Betrekkingen met de Organisatie van de Verenigde Naties De betrekkingen tussen de Vereniging en de Organisatie van de Verenigde Naties worden geregeld door de akkoorden waarvan de teksten bij deze Stichtingsakte zijn gevoegd. Artikel 10 Betrekkingen met internationale organisaties Om een nauwe samenwerking te verzekeren op internationaal postgebied, kan de Vereniging samenwerken met internationale organisaties die aanverwante belangen en activiteiten hebben. HOOFDSTUK II. - Toetreding of toelating tot de Vereniging Uittreding uit de Vereniging Artikel 11 5 Toetreding of toelating tot de Vereniging. Procedure 1. Elk lid van de Organisatie van de Verenigde Naties kan toetreden tot de Vereniging.2. Elk soeverein land dat geen lid is van de Organisatie van de Verenigde Naties kan een toetreding aanvragen als lidstaat van de Vereniging.3. De toetreding of de aanvraag om tot de Vereniging te worden toegelaten moet vergezeld worden van een formele verklaring van toetreding tot de Stichtingsakte en de andere verplichte Akten van de Vereniging.Zij wordt door de regering van het betrokken land gericht aan de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau, die naar gelang van het geval de lidstaten ter kennis brengt van de toetreding of hen raadpleegt over de aanvraag tot toetreding. 4. Niet-leden van de Organisatie van de Verenigde Naties worden beschouwd te zijn toegelaten als lidstaat als hun aanvraag wordt goedgekeurd door ten minste twee derde van de lidstaten van de Vereniging.Zij die niet hebben geantwoord binnen een termijn van vier maanden, worden verondersteld zich te hebben onthouden. 5. De toetreding of de toelating als lid wordt door de Directeur-generaal ter kennis gebracht van de regeringen van de lidstaten.Deze treedt in werking vanaf de datum van deze kennisgeving. Artikel 12 6 Uittreding uit de Vereniging. Procedure 1. Elke lidstaat heeft de mogelijkheid om zich uit de Vereniging terug te trekken door middel van een opzegging van de Stichtingsakte door de regering van het betrokken land aan de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau en aan de regeringen van de lidstaten.2. De uittreding uit de Vereniging treedt in werking bij het verstrijken van een jaar vanaf de dag waarop de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau de opzegging heeft ontvangen, zoals bepaald in paragraaf 1. HOOFDSTUK III. - Organisatie van de Vereniging Artikel 13 7 Organen van de Vereniging 1. De organen van de Vereniging zijn het Congres, de administratieve Raad, de Raad voor Postexploitatie en het Internationaal Bureau.2. De permanente organen van de Vereniging zijn de administratieve Raad, de Raad voor Postexploitatie en het Internationaal Bureau. Artikel 14 Congres 1. Het Congres is het opperste orgaan van de Vereniging.2. Het Congres is samengesteld uit de vertegenwoordigers van de lidstaten. Artikel 15 Buitengewone Congressen Een buitengewoon Congres kan worden bijeengeroepen op vraag of met de instemming van ten minste twee derde van de lidstaten van de Vereniging. Artikel 16 Administratieve Conferenties (Opgeheven) 8 Artikel 17 9 Administratieve Raad 1. Tussen twee Congressen in verzekert de administratieve Raad (CA) de continuïteit van de werkzaamheden van de Vereniging conform de bepalingen in de Akten van de Vereniging.2. De leden van de administratieve Raad oefenen hun functie uit in naam en in het belang van de Vereniging. Artikel 18 10 Raad voor Postexploitatie De Raad voor Postexploitatie (CEP) is belast met commerciële, technische, economische en exploitatiekwesties die de postdienst aanbelangen. Artikel 19 Bijzondere commissies (Opgeheven) 11 Artikel 20 12 Internationaal Bureau Een centraal kantoor, dat op de zetel van de Vereniging functioneert onder de benaming van Internationaal Bureau van de Wereldpostvereniging, geleid wordt door een Directeur-generaal en onder toezicht staat van de administratieve Raad, treedt op als orgaan voor uitvoering, ondersteuning, verbinding, informatie en advies. HOOFDSTUK IV. - Financiën van de Vereniging Artikel 21 13 Uitgaven van de Vereniging. Bijdragen van de lidstaten 1. Elk Congres bepaalt de maximumbedragen voor :
- a)de jaarlijkse uitgaven van de Vereniging;
- b)de uitgaven die betrekking hebben op de bijeenkomst van het volgende Congres.2. Het maximumbedrag van de uitgaven die onder punt 1 zijn bepaald kan worden overschreden wanneer de omstandigheden dat vergen, onder voorbehoud dat de bepalingen van het Algemeen Reglement die erop betrekking hebben worden nageleefd.3. De uitgaven van de Vereniging, waaronder eventueel ook de uitgaven die bedoeld zijn onder punt 2, worden collectief gedragen door de lidstaten van de Vereniging.Met het oog hierop kiest elke lidstaat de bijdrageklasse waaronder hij wenst te worden ingedeeld. De bijdrageklassen zijn vastgelegd in het Algemeen Reglement. 4. Bij toetreding of toelating tot de Vereniging krachtens artikel 11, kiest het betrokken land vrij de bijdrageklasse waaronder het wenst te worden ingedeeld met het oog op de spreiding van de kosten van de Vereniging. Titel II. - Akten van de Vereniging HOOFDSTUK I. - Algemeen Artikel 22 Akten van de Vereniging 1. De Stichtingsakte is de basisakte van de Vereniging.Zij omvat de organieke regels van de Vereniging en kan niet worden onderworpen aan enig voorbehoud. 14 2. Het Algemeen Reglement omvat de bepalingen die de toepassing van de Stichtingsakte en de werking van de Vereniging verzekeren.Het is bindend voor alle lidstaten en kan niet worden onderworpen aan enig voorbehoud. 14 3. De Wereldpostconventie, het Reglement inzake brievenpost en het Reglement betreffende postcolli's omvatten de gemeenschappelijke regels die van toepassing zijn op de internationale postdienst alsook de bepalingen betreffende brievenpost en postcolli's.Deze Akten zijn bindend voor alle lidstaten. 15 4. De Overeenkomsten van de Vereniging en hun Reglementen regelen andere diensten dan de brievenpost en de postcolli's tussen de lidstaten die hierbij zijn aangesloten.Zij zijn alleen voor die landen bindend. 15 5. De Reglementen die de uitvoeringsmaatregelen bevatten die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de Conventie en van de Overeenkomsten worden door de Raad voor Postexploitatie vastgesteld, rekening houdende met de beslissingen van het Congres.16 6. De eventuele Slotprotocollen die bij de Akten van de Vereniging worden gevoegd bedoeld onder punt 3 tot 5, omvatten de beperkingen op die Akten. Artikel 23 17 Toepassing van de Akten van de Vereniging op grondgebieden waarmee een lidstaat internationale betrekkingen onderhoudt 1. Elk land kan op elk ogenblik verklaren dat zijn aanneming van de Akten van de Vereniging alle grondgebieden omvat waarvan hij de internationale betrekkingen waarneemt, of slechts enkele daarvan.2. De verklaring die onder punt 1 wordt bepaald moet gericht worden aan de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau.3. Elke lidstaat kan op elk ogenblik aan de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau een kennisgeving richten om de toepassing van de Akten van de Vereniging op te zeggen waarover hij reeds de verklaring heeft gedaan zoals bepaald onder punt 1.Deze kennisgeving krijgt zijn uitwerking een jaar na de datum waarop de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau deze heeft ontvangen. 4. De verklaringen en de kennisgevingen die onder punt 1 en 3 zijn bepaald worden aan de lidstaten meegedeeld door de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau.5. De bepalingen onder punt 1 tot 4 zijn niet van toepassing op grondgebieden die de hoedanigheid hebben van lidstaat van de Vereniging en waarvan een lidstaat de internationale betrekkingen waarneemt. Artikel 24 Nationale wetgeving De bepalingen van de Akten van de Vereniging hebben geen invloed op de wetgeving van elke lidstaat in alles wat niet uitdrukkelijk geregeld is in die Akten. HOOFDSTUK II. - Aanneming en opzegging van de Akten van de Vereniging Artikel 25 18 Ondertekening, waarmerking, ratificering en andere methodes om de Akten van de Vereniging goed te keuren 1. De Akten van de Vereniging die voortvloeien uit het Congres worden ondertekend door de gevolmachtigden van de lidstaten.2. De Reglementen worden gewaarmerkt door de voorzitter en de Secretaris-generaal van de Raad voor Postexploitatie.19 3. De Stichtingsakte wordt zo gauw mogelijk geratificeerd door de ondertekenende landen.4. De goedkeuring van andere Akten van de Vereniging dan de Stichtingsakte wordt geregeld door de grondwettelijke voorschriften van elke ondertekenende lidstaat.5. Wanneer een land de Stichtingsakte niet ratificeert of de andere Akten die het heeft ondertekend niet goedkeurt, blijven de Stichtingsakte en de andere Akten niettemin gelden voor alle landen die deze hebben geratificeerd of goedgekeurd. Artikel 26 20 Kennisgeving van de ratificaties en de andere methodes om de Akten van de Vereniging goed te keuren De oorkonden tot ratificatie van de Stichtingsakte, de aanvullende Protocollen hierop en eventueel ook de goedkeuringsoorkonden van andere Akten van de Vereniging worden zo gauw mogelijk ingediend bij de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau, die de regeringen van de lidstaten hiervan in kennis stelt. Artikel 27 Toetreding tot de Overeenkomsten 1. De lidstaten kunnen te allen tijde toetreden tot één of meerdere Overeenkomsten, zoals bepaald in artikel 22.4. 2. De toetreding van lidstaten tot Overeenkomsten wordt meegedeeld conform artikel 11.3. Artikel 28 Opzegging van een Overeenkomst Elke lidstaat heeft de mogelijkheid om zijn deelname aan een of meerdere Overeenkomsten te staken, onder de voorwaarden die bepaald zijn in artikel 12. HOOFDSTUK III. - Wijziging van de Akten van de Vereniging Artikel 29 Presentatie van de voorstellen 1. Het postbestuur van een lidstaat heeft het recht, hetzij op een Congres, hetzij tussen twee Congressen in, om voorstellen te presenteren met betrekking tot de Akten van de Vereniging waarbij zijn land is aangesloten.2. Voorstellen betreffende de Stichtingsakte en het Algemeen Reglement kunnen echter alleen aan het Congres worden voorgelegd.3. Bovendien worden voorstellen over de Reglementen rechtstreeks voorgelegd aan de Raad voor Postexploitatie, maar het Internationaal Bureau moet die vooraf aan alle postbesturen van de lidstaten doorsturen.19 Artikel 30 Wijziging van de Stichtingsakte 1. Om te worden aangenomen, dienen de aan het Congres voorgelegde voorstellen met betrekking tot deze Stichtingsakte te worden goedgekeurd door ten minste twee derde van de stemgerechtigde lidstaten van de Vereniging.21 2. De wijzigingen die door een Congres worden aangenomen worden opgenomen in een aanvullend protocol en, behoudens een andere beslissing van het Congres, treden in werking op hetzelfde moment als de Akten die in de loop van hetzelfde Congres zijn hernieuwd.Zij worden zo gauw mogelijk door de lidstaten geratificeerd en de oorkonden van deze ratificering worden behandeld conform de regel in artikel 26. Artikel 31 22 Wijziging van het Algemeen Reglement, de Conventie en de Overeenkomsten 1. Het Algemeen Reglement, de Conventie en de Overeenkomsten stellen de voorwaarden vast waaraan de goedkeuring van voorstellen die erop betrekking hebben is onderworpen.2. De Conventie en de Overeenkomsten worden tegelijkertijd uitgevoerd en hebben dezelfde geldigheidsduur.Vanaf de dag die door het Congres is vastgelegd voor de tenuitvoerlegging van die Akten, worden de overeenkomstige Akten van het vorige Congres herroepen. 21 HOOFDSTUK IV. - Geschillenregeling Artikel 32 Arbitrage In geval van betwisting tussen twee of meerdere postbesturen van de lidstaten met betrekking tot de interpretatie van de Akten van de Vereniging of van de verantwoordelijkheid die voor een bepaald postbestuur voortvloeit uit de toepassing van deze Akten, wordt het geschil beslecht door arbitrage. Titel III. - Slotbepalingen Artikel 33 23 Tenuitvoerlegging en geldigheidsduur van de Stichtingsakte Deze Stichtingsakte zal ten uitvoer worden gebracht op 1 januari 1966 en zal voor onbepaalde tijd van kracht blijven. Ter oorkonde waarvan de gevolmachtigden van de regeringen van de contracterende lidstaten deze Stichtingsakte hebben ondertekend in één exemplaar, dat neergelegd wordt op de archieven van de regering van het land waar de zetel van de Vereniging is gevestigd. Een afschrift ervan zal door het Internationaal Bureau van de Wereldpostvereniging aan elke aangeslotene worden overhandigd. Gedaan te Wenen, 10 juli 1964. _______ Nota's 1 Gewijzigd door het Congres van Boekarest 2004. 2 Gewijzigd door het Congres van Boekarest 2004. 3 Gewijzigd door het Congres van Washington 1989. 4 Gewijzigd door het Congres van Tokio 1969 en Seoul 1994. 5 Gewijzigd door het Congres van Tokyo 1969 en Washington 1989. 6 Gewijzigd door het Congres van Washington 1989. 7 Gewijzigd door het Congres van Tokyo 1969, Hamburg 1984 en Seoul 1994. 8 Door het Congres van Hamburg 1984. 9 Gewijzigd door het Congres van Seoul 1994. 10 Gewijzigd door de Congressen van Tokyo 1969 en Seoul 1994. 11 Door het Congres van Hamburg 1984. 12 Gewijzigd door het Congres van Hamburg 1984 en Seoul 1994. 13 Gewijzigd door het Congres van Tokyo 1969, Lausanne 1974 en Washington 1989. 14 Gewijzigd door het Congres van Boekarest 2004. 15 Gewijzigd door het Congres van Beijing 1999. 16 Gewijzigd door de Congressen van Washington 1989, Seoul 1994 en Beijng 1999. 17 Gewijzigd door het Congres van Washington 1989. 18 Gewijzigd door de congressen van Washington 1989 en Seoul 1994. 19 Gewijzigd door het Congres van Beijing 1999. 20 Gewijzigd door het Congres van Tokyo 1969 en Washington 1989. 21 Gewijzigd door het Congres van Boekarest 2004. 22 Gewijzigd door het Congres van Hamburg 1984. 23 Gewijzigd door het Congres van Boekarest 2004. ALGEMEEN REGLEMENT VAN DE WERELDPOSTVERENIGING Inhoudsopgave Hoofdstuk I Werking van de organen van de Vereniging Art. 101. Organisatie en bijeenkomst van de Congressen en de buitengewone Congressen 102.Samenstelling, werking en bijeenkomsten van de administratieve Raad 103. Informatie over de werkzaamheden van de administratieve Raad 104.Samenstelling, werking en bijeenkomsten van de Raad voor Postexploitatie 105. Informatie over de werkzaamheden van de Raad voor Postexploitatie 106.Samenstelling, werking en bijeenkomsten van het Raadgevend Comité 107. Informatie over de werkzaamheden van het Raadgevend Comité 108.Huishoudelijk Reglement van de Congressen 109. Werktalen van het Internationaal Bureau 110.Talen gebruikt voor de documentatie, de beraadslagingen en de dienstbriefwisseling Hoofdstuk II Het Internationaal Bureau 111. Verkiezing van de Directeur-generaal en van de Vice-directeur generaal van het Internationaal Bureau 112.Bevoegdheden van de Directeur-generaal 113. Bevoegdheden van de Vice-directeur-generaal 114.Secretariaat van de organen van de Vereniging 115. Lijst van de lidstaten 116.Inlichtingen. Adviezen. Verzoeken om interpretatie en wijziging van de Akten. Onderzoeken. Tussenkomst in de vereffening van de rekeningen. 117. Technische samenwerking 118.Formulieren geleverd door het Internationaal Bureau 119. Akten van de Beperkte Verenigingen en bijzondere overeenkomsten 120.Tijdschrift van de Vereniging 121. Tweejaarlijks verslag over de werkzaamheden van de Vereniging Hoofdstuk III Procedure voor het indienen en het onderzoeken van voorstellen 122.Procedure voor het indienen van voorstellen aan het Congres 123. Procedure voor het indienen bij de Raad voor Postexploitatie van voorstellen betreffende nieuwe Reglementen rekening houdende met de beslissingen die door het Congres zijn genomen 124.Procedure voor het indienen van voorstellen tussen twee Congressen in 125. Onderzoek van de voorstellen tussen twee Congressen in 126.Kennisgeving van de beslissingen die tussen twee Congressen in zijn genomen 127. Inwerkingtreding van de Reglementen en van de overige beslissingen die tussen twee Congressen in werden genomen Hoofdstuk IV Financiën 128.Vaststelling en regeling van de uitgaven van de Vereniging 129. Automatische sancties 130.Bijdrageklassen 131. Betaling van de benodigdheden van het Internationaal Bureau Hoofdstuk V Arbitrage 132.Arbitrageprocedure Hoofdstuk VI Slotbepalingen 133. Goedkeuringsvoorwaarden inzake de voorstellen betreffende het Algemeen Reglement 134.Voorstellen betreffende de akkoorden met de Organisatie van de Verenigde Naties 135. Tenuitvoerlegging en duur van het Algemeen Reglement De ondergetekenden, gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Vereniging hebben, gelet op artikel 22.2 van de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging die op 10 juli 1964 te Wenen werd afgesloten, in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25.4 van de genoemde Stichtingsakte in dit Algemeen Reglement de volgende bepalingen vastgesteld die de toepassing van de Stichtingsakte en de werking van de Vereniging waarborgen. HOOFDSTUK I. - Werking van de organen van de Vereniging Artikel 101 Organisatie en bijeenkomst van de Congressen en de buitengewone Congressen (Stichtingsakte 14, 15) 1. De vertegenwoordigers van de lidstaten komen in Congres bijeen, uiterlijk vier jaar na het einde van het jaar waarin het vorige Congres heeft plaatsgevonden.2. Elke lidstaat laat zich op het Congres vertegenwoordigen door één of meerdere gevolmachtigden, die hiervoor van hun regering de nodige volmachten hebben gekregen.Een lidstaat mag zich, indien nodig, laten vertegenwoordigen door de afvaardiging van een andere lidstaat. Een afvaardiging mag evenwel slechts één andere lidstaat dan de zijne vertegenwoordigen. 3. Tijdens de beraadslagingen beschikt iedere lidstaat over één stem, onder voorbehoud van de sancties waarvan sprake in artikel 129.4. In principe wijst ieder Congres het land aan waar het volgende Congres zal plaatsvinden.Indien deze aanwijzing niet uitvoerbaar blijkt, is de administratieve Raad gemachtigd om het land aan te wijzen waar de zittingen van het Congres zullen plaatsvinden, na afspraak met dit land. 5. Na overleg met het Internationaal Bureau legt de uitnodigende regering de definitieve datum en de juiste plaats van het Congres vast.In principe stuurt de uitnodigende regering één jaar vóór deze datum een uitnodiging aan de regering van elke lidstaat. Deze uitnodiging kan worden verzonden, hetzij rechtstreeks, hetzij via een andere regering, hetzij via de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau. 6. Wanneer een Congres moet worden bijeengeroepen zonder dat er een uitnodigende regering is, treft het Internationaal Bureau, met instemming van de administratieve Raad en na overleg met de regering van de Zwitserse Bondsstaat, de nodige schikkingen om het Congres bijeen te roepen en het te organiseren in het land waar de Vereniging zetelt.In dit geval oefent het Internationaal Bureau de functie uit van uitnodigende regering. 7. De plaats van bijeenkomst van een buitengewoon Congres wordt na overleg met het Internationaal Bureau bepaald door de lidstaten die het initiatief tot dit Congres hebben genomen.8. De bepalingen onder nummers 2 tot 6 zijn naar analogie toepasselijk op de buitengewone Congressen. Artikel 102 Samenstelling, werking en bijeenkomsten van de administratieve Raad (Stichtingsakte 17) 1. De administratieve Raad is samengesteld uit éénenveertig leden die hun functie uitoefenen gedurende de periode tussen twee opeenvolgende Congressen.2. Het voorzitterschap komt van rechtswege toe aan het gastland van het Congres.Indien dit land zich terugtrekt, wordt het van rechtswege lid en hierdoor beschikt de geografische groep waartoe het behoort over een bijkomende zetel waarop de beperkingen onder nummer 3 niet van toepassing zijn. In dit geval kiest de administratieve Raad voor het voorzitterschap één van de leden die tot de geografische groep van het gastland behoren. 3. De veertig andere leden van de administratieve Raad worden door het Congres verkozen op basis van een billijke geografische spreiding.Ten minste de helft van de leden wordt vervangen ter gelegenheid van ieder Congres; geen enkele lidstaat mag door drie opeenvolgende Congressen gekozen worden. 4. Elk lid van de administratieve Raad wijst zijn vertegenwoordiger aan, die bevoegd moet zijn op postaal gebied.5. De functie van lid van de administratieve Raad is onbezoldigd.De werkingskosten van die Raad zijn ten laste van de Vereniging. 6. De administratieve Raad heeft de volgende bevoegdheden : 6.1 toezicht houden op alle werkzaamheden van de Vereniging tussen twee Congressen in; daarbij houdt hij rekening met de beslissingen van het Congres, onderzoekt hij het beleid van de regeringen betreffende de postdiensten en houdt hij rekening met het internationale reglementaire beleid zoals in verband met de handel in diensten en de concurrentie; 6.2 binnen het kader van zijn bevoegdheden, elke handeling onderzoeken en goedkeuren die nodig geacht wordt om de internationale postdienst te moderniseren en om de kwaliteit ervan te vrijwaren en te verhogen; 6.3 alle vormen van postale technische bijstand stimuleren, coördineren en controleren binnen het kader van de internationale technische samenwerking; 6.4 het budget en de jaarrekening van de Vereniging onderzoeken en goedkeuren; 6.5 indien de omstandigheden het vereisen, overeenkomstig artikel 128.3 tot 5, toestaan dat het plafond voor de uitgaven overschreden wordt; 6.6 het Financieel Reglement van de WPV vastleggen; 6.7 de regels vastleggen die op het Reservefonds van toepassing zijn; 6.8 de regels vastleggen die op het Speciaal Fonds van toepassing zijn; 6.9 de regels vastleggen die op het Fonds voor Bijzondere Werkzaamheden van toepassing zijn; 6.10 de regels vastleggen die op het Vrijwillig Fonds van toepassing zijn; 6.11 controle uitoefenen op de activiteiten van het Internationaal Bureau; 6.12 indien gevraagd, de keuze van een lagere bijdrageklasse toestaan, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in artikel 130.6; 6.13 indien een land dat vraagt, de verandering van geografische groep toestaan, rekening houdende met de adviezen vanwege de landen die lid zijn van de betreffende geografische groepen; 6.14 het statuut van het personeel en de dienstvoorwaarden van de verkozen ambtenaren vastleggen; 6.15 arbeidsplaatsen bij het Internationaal Bureau scheppen of afschaffen, rekening houdende met de beperkingen die verbonden zijn aan het vastgestelde uitgavenplafond; 6.16 het reglement van het Sociaal Fonds vastleggen; 6.17 de tweejaarlijkse verslagen opgesteld door het Internationaal Bureau over de werkzaamheden van de Vereniging en over het financiële beheer goedkeuren en indien nodig hierover commentaar uitbrengen; 6.18 beslissen of er met de Postbesturen contact moet worden opgenomen om zijn functies te vervullen; 6.19 na raadpleging van de Raad voor Postexploitatie beslissen over de contacten die opgenomen moeten worden met de organisaties die niet van rechtswege waarnemer zijn, de verslagen van het Internationaal Bureau over de betrekkingen van de WPV met de andere internationale instellingen onderzoeken en goedkeuren, de beslissingen treffen die hij wenselijk acht voor het onderhouden van deze betrekkingen en het gevolg dat eraan moet worden gegeven; te gelegener tijd en na overleg met de Raad voor Postexploitatie en de Secretaris-generaal de internationale instellingen, de verenigingen en de bevoegde personen aanwijzen die uitgenodigd moeten worden om zich op specifieke zittingen van het Congres en de Commissies ervan te laten vertegenwoordigen wanneer dat in het belang is van de Vereniging of dit ten goede kan komen aan de werkzaamheden van het Congres en de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau belasten met het verzenden van de nodige uitnodigingen; 6.20 wanneer hij het nodig acht, de principes vastleggen waarmee de Raad voor Postexploitatie rekening dient te houden wanneer hij de vragen bestudeert die een belangrijke financiële weerslag hebben (taksen, eindrechten, doorvoerrechten, basistaksen voor het luchtvervoer van de briefwisseling en het in het buitenland afgeven van brievenpostzendingen), van nabij de studie over deze vragen volgen, de voorstellen van de Raad voor Postexploitatie met betrekking tot dezelfde onderwerpen onderzoeken en goedkeuren, om de overeenkomst met voorgaande principes te garanderen; 6.21 op verzoek van het Congres, van de Raad voor Postexploitatie of van de Postbesturen, problemen van administratieve, wetgevende en rechtskundige aard onderzoeken die van belang zijn voor de Vereniging of de internationale postdienst; het behoort tot de bevoegdheid van de administratieve Raad om in de bovenvermelde domeinen te beslissen of het al dan niet opportuun is om de door de Postbesturen aangevraagde studies in de periode tussen twee Congressen in aan te vatten; 6.22 voorstellen formuleren die overeenkomstig artikel 124 ter goedkeuring voorgelegd zullen worden hetzij aan het Congres, hetzij aan de Postbesturen; 6.23 binnen zijn bevoegdheid, de aanbevelingen van de Raad voor Postexploitatie goedkeuren betreffende het eventuele aannemen van een reglementering of een nieuwe werkwijze, in afwachting dat het Congres daarover een beslissing neemt; 6.24 het jaarverslag, opgesteld door de Raad voor Postexploitatie, en de eventuele voorstellen ervan onderzoeken; 6.25 studieonderwerpen voor onderzoek voorleggen aan de Raad voor Postexploitatie, overeenkomstig artikel 104.9.16; 6.26 het land aanwijzen waar het volgende Congres zal zetelen in het geval waarvan sprake in artikel 101.4; 6.27 te gelegener tijd en na raadpleging van de Raad voor Postexploitatie, het aantal Commissies bepalen die nodig zijn om de werkzaamheden van het Congres tot een goed einde te brengen en de bevoegdheden ervan vastleggen; 6.28 na raadpleging van de Raad voor Postexploitatie en onder voorbehoud van de goedkeuring door het Congres, de lidstaten aanwijzen die : - het vice-voorzitterschap van het Congres alsook het voorzitterschap en het vice-voorzitterschap van de Commissies kunnen waarnemen, waarbij er zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met een billijke geografische spreiding over de lidstaten; - deel kunnen uitmaken van de Beperkte Commissies van het Congres; 6.29 het aan het Congres voor te leggen ontwerp van strategisch plan, uitgewerkt door de Raad voor Postexploitatie met de hulp van het Internationaal Bureau, onderzoeken en goedkeuren; de jaarlijkse herzieningen van het door het Congres vastgelegde plan onderzoeken en goedkeuren op basis van de aanbevelingen van de Raad voor Postexploitatie en met de Raad voor Postexploitatie samenwerken aan de uitwerking en de jaarlijkse bijwerking van het plan; 6.30 het kader vastleggen voor de organisatie van het Raadgevend Comité en de organisatie van het Raadgevend Comité goedkeuren, conform de bepalingen in artikel 106; 6.31 de criteria vastleggen voor toetreding tot het Raadgevend Comité en op grond van die criteria toetredingsaanvragen goed- of afkeuren, en er tevens voor zorgen dat die aanvragen volgens een versnelde procedure tussen de bijeenkomsten van de administratieve Raad in worden behandeld; 6.32 de leden aanwijzen die zitting zullen hebben in het Raadgevend Comité. 6.33 de verslagen alsook de aanbevelingen van het Raadgevend Comité in ontvangst nemen en deze bespreken, en de aanbevelingen van het Comité onderzoeken om deze aan het Congres voor te leggen. 7. Bij zijn eerste vergadering, die door de voorzitter van het Congres wordt bijeengeroepen, kiest de administratieve Raad onder zijn leden vier Vice-voorzitters en legt hij zijn Huishoudelijk Reglement vast.8. In principe komt de administratieve Raad, na bijeenroeping door zijn voorzitter, eenmaal per jaar bijeen ten zetel van de Vereniging.9. De voorzitter, de Vice-voorzitters, de voorzitters van de Commissies van de administratieve Raad en de voorzitter van de Groep Strategische Planning vormen het Beheerscomité.Dit Comité bereidt de werkzaamheden voor van elke zitting van de administratieve Raad, en leidt ze. Het keurt namens de administratieve Raad het jaarverslag goed dat het Internationaal Bureau heeft opgesteld over de werkzaamheden van de Vereniging en neemt al de overige taken op zich die de administratieve Raad beslist eraan toe te vertrouwen, of waarvan gedurende de strategische planning de noodzakelijkheid blijkt. 10. De vertegenwoordiger van ieder lid van de administratieve Raad die deelneemt aan de zittingen van dit orgaan, met uitzondering van de vergaderingen die tijdens het Congres hebben plaatsgehad, heeft recht op een terugbetaling hetzij van de prijs van een vliegtuigbiljet heen en terug in economyclass of van een treinkaartje eerste klas, hetzij van de prijs van de reis met een ander vervoermiddel, op voorwaarde dat dit bedrag de prijs van een vliegtuigbiljet heen en terug in economyclass niet overschrijdt.Hetzelfde recht wordt verleend aan de vertegenwoordiger van elk lid van zijn Commissies, van zijn Werkgroepen of van zijn andere organen indien deze buiten het Congres en de zittingen van de Raad bijeenkomen. 11. De voorzitter van de Raad voor Postexploitatie vertegenwoordigt die Raad op de zittingen van de administratieve Raad waarvan de agenda punten bevat die betrekking hebben op het orgaan dat hij leidt.12. De voorzitter van het Raadgevend Comité vertegenwoordigt dit orgaan op de bijeenkomsten van de administratieve Raad wanneer de agenda punten bevat die het Raadgevend Comité aanbelangen.13. Om een doelmatige samenhang tussen de werkzaamheden van de twee organen te garanderen, mag de Raad voor Postexploitatie vertegenwoordigers aanwijzen om de vergaderingen van de administratieve Raad als waarnemer bij te wonen.14. Het Postbestuur van het land waar de administratieve Raad bijeenkomt, wordt uitgenodigd om in de hoedanigheid van waarnemer aan de vergaderingen deel te nemen, indien dit land geen lid is van de administratieve Raad.15. De administratieve Raad mag elke internationale instelling, elke vertegenwoordiger van een vereniging of een onderneming, of elke bevoegde persoon die hij bij zijn werkzaamheden wil betrekken, uitnodigen om zonder stemrecht aan zijn vergaderingen deel te nemen. Hij kan tevens onder dezelfde voorwaarden één of meer Postbesturen van de lidstaten uitnodigen die betrokken zijn bij de punten die op de agenda staan. 16. Op hun verzoek kunnen de hieronder vermelde waarnemers zonder stemrecht deelnemen aan de plenaire zittingen en aan de vergaderingen van de Commissies van de administratieve Raad : 16.1 leden van de Raad voor Postexploitatie; 16.2 leden van het Raadgevend Comité; 16.3 intergouvernementele organisaties die belang stellen in de werkzaamheden van de administratieve Raad; 16.4 andere lidstaten van de Vereniging. 17. Om logistieke redenen kan de administratieve Raad het aantal deelnemers per waarnemer beperken.Hij kan tevens hun spreekrecht tijdens besprekingen beperken. 18. De leden van de administratieve Raad nemen daadwerkelijk deel aan de werkzaamheden ervan.De waarnemers kunnen, op hun verzoek, de toestemming krijgen om mee te werken aan studieprojecten, waarbij zij de voorwaarden in acht moeten nemen die de Raad kan opleggen om het rendement en de doeltreffendheid van zijn werking te verzekeren. Indien hun kennis of hun ondervinding dit rechtvaardigt kunnen ze tevens worden verzocht om Werkgroepen of Projectgroepen voor te zitten. De deelname van waarnemers creëert geen bijkomende kosten voor de Vereniging. 19. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de waarnemers worden uitgesloten van een vergadering of een deel van een vergadering.Ook kan hun recht op het ontvangen van bepaalde documenten worden beperkt wanneer de vertrouwelijkheid van het onderwerp van de vergadering of van het document dat vereist; de beslissing hierover kan per geval worden genomen door elk betrokken orgaan of door de voorzitter ervan; de verschillende gevallen worden gemeld aan de administratieve Raad en aan de Raad voor Postexploitatie wanneer het gaat om aangelegenheden waarbij dit orgaan een bijzonder belang heeft. Vervolgens kan de administratieve Raad, indien hij dit nodig acht, de beperkingen heronderzoeken in overleg met de Raad voor Postexploitatie, wanneer dat wenselijk is. Artikel 103 Informatie over de werkzaamheden van de administratieve Raad 1. Na iedere zitting brengt de administratieve Raad de lidstaten van de Vereniging en de Beperkte Verenigingen en de leden van het Raadgevend Comité op de hoogte van zijn werkzaamheden door hen met name een beknopt verslag alsook zijn resoluties en zijn beslissingen toe te zenden.2. De Raad voor Postexploitatie stelt ten behoeve van het Congres een verslag op over al zijn werkzaamheden en verzendt dit, ten minste twee maanden vóór de opening van het Congres, aan de Postbesturen van de lidstaten van de Vereniging en aan de leden van het Raadgevend Comité. Artikel 104 Samenstelling, werking en bijeenkomsten van de Raad voor Postexploitatie (Stichtingsakte 18) 1. De Raad voor Postexploitatie is samengesteld uit veertig leden die hun functies uitoefenen gedurende de periode tussen twee opeenvolgende Congressen in.2. De leden van de Raad voor Postexploitatie worden verkozen door het Congres, op basis van een precieze geografische spreiding. Vierentwintig zetels worden voorbehouden aan de ontwikkelingslanden en zestien zetels aan de ontwikkelde landen. Op elk Congres wordt ten minste een derde van de leden vervangen. 3. Elk lid van de Raad voor Postexploitatie wijst zijn vertegenwoordiger aan, die de verantwoordelijkheden opneemt die vermeld zijn in de Akten van de Vereniging betreffende het verlenen van diensten.4. De werkingskosten van de Raad voor Postexploitatie zijn ten laste van de Vereniging.Zijn leden ontvangen geen enkele bezoldiging. De reis- en verblijfskosten van de vertegenwoordigers van de Postbesturen die deelnemen aan de Raad voor Postexploitatie zijn ten laste van de Raad. Nochtans heeft de vertegenwoordiger van elk land dat volgens de lijsten van de Organisatie van de Verenigde Naties als minder begunstigd beschouwd wordt, recht op terugbetaling van een vliegtuigbiljet heen en terug in economyclass of van een treinkaartje eerste klas, ofwel van de kosten van een reis met een ander vervoermiddel, op voorwaarde dat dit bedrag de prijs van een vliegtuigbiljet heen en terug in economy class niet overschrijdt. 5. Bij zijn eerste vergadering die door de voorzitter van het Congres wordt bijeengeroepen en geopend, kiest de Raad voor Postexploitatie onder zijn leden een voorzitter, een Vice-voorzitter, de voorzitters van de Commissies en de voorzitter van de Groep Strategische Planning.6. De Raad voor Postexploitatie legt zijn Huishoudelijk Reglement vast.7. In principe komt de Raad voor Postexploitatie jaarlijks bijeen ten zetel van de Vereniging.De datum en de plaats van de vergadering worden met de instemming van de voorzitter van de administratieve Raad en de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau door de voorzitter bepaald. 8. De voorzitter, de Vice-voorzitter, de voorzitters van de Commissies van de Raad voor Postexploitatie en de voorzitter van de Groep Strategische Planning vormen het Beheerscomité.Dit Comité bereidt de werkzaamheden voor van iedere zitting van de Raad voor Postexploitatie, het leidt deze en neemt alle taken op zich die deze laatste beslist hem toe te vertrouwen, of waarvan gedurende het verloop van de strategische planning de noodzakelijkheid blijkt. 9. De Raad voor Postexploitatie heeft de volgende bevoegdheden : 9.1 het onderzoek leiden van de voornaamste exploitatie-, commerciële, technische en economische problemen, alsook kwesties betreffende technische samenwerking die de Postbesturen van alle lidstaten van de Vereniging aanbelangen, in het bijzonder de kwesties die een belangrijke financiële weerslag hebben (taksen, eindrechten, doorvoerrechten, basistaksen voor luchtvervoer van brieven, het aandeel in de postcolli en de afgifte van brievenpostzendingen in het buitenland), het uitwerken van informatie en adviezen in dit verband en de terzake te nemen maatregelen aanbevelen; 9.2 de Reglementen van de Vereniging wijzigen binnen zes maanden na het einde van het Congres, op voorwaarde dat dit er niet anders over beslist; in hoogdringende gevallen kan de Raad voor Postexploitatie tijdens andere zittingen eveneens de voornoemde Reglementen wijzigen; in beide gevallen moet de Raad voor Postexploitatie de richtlijnen van de administratieve Raad volgen, voor wat het beleid en de grondbeginselen betreft; 9.3 de praktische maatregelen voor de ontwikkeling en de verbetering van de internationale postdiensten coördineren; 9.4 onder voorbehoud van de goedkeuring door de administratieve Raad in het kader van zijn bevoegdheden, elke nodig geachte handeling ondernemen om de kwaliteit van de internationale postdienst te vrijwaren, te verhogen en deze dienst te moderniseren; 9.5 voorstellen formuleren die overeenkomstig artikel 125 ter goedkeuring aan het Congres of aan de Postbesturen zullen worden voorgelegd; de goedkeuring van de administratieve Raad is vereist wanneer de voorstellen betrekking hebben op kwesties die onder zijn bevoegdheid vallen; 9.6 op verzoek van het Postbestuur van een lidstaat, elk voorstel onderzoeken dat dit Postbestuur overeenkomstig artikel 124 aan het Internationaal Bureau bezorgt, de commentaar erop voorbereiden en het Bureau opdragen om die aan voornoemd voorstel te hechten alvorens het ter goedkeuring aan de Postbesturen van de lidstaten voor te leggen; 9.7 indien nodig, en eventueel na goedkeuring door de administratieve Raad en na raadpleging van alle Postbesturen, de invoering van een reglementering of van een nieuwe werkwijze aanbevelen, in afwachting dat het Congres terzake een beslissing neemt; 9.8 normen inzake techniek, exploitatie en andere gebieden onder zijn bevoegdheid waarvoor een eenvormige werkwijze noodzakelijk is, uitwerken en in de vorm van aanbevelingen aan de Postbesturen voorleggen; tevens wijzigt hij, indien nodig, de door hem reeds vastgelegde normen; 9.9 in overleg met de administratieve Raad en met de instemming ervan, het ontwerp van strategisch plan van de WPV onderzoeken dat is uitgewerkt door het Internationaal Bureau en dat aan het Congres moet worden voorgelegd; elk jaar het door het Congres goedgekeurde plan herzien, met de hulp van de Groep Strategische Planning en van het Internationaal Bureau en met de instemming van de administratieve Raad; 9.10 het door het Internationaal Bureau jaarlijks opgesteld rapport goedkeuren over de werkzaamheden van de Vereniging die betrekking hebben op de verantwoordelijkheden en de functies van de Raad voor Postexploitatie; 9.11 beslissen of er met de Postbesturen contact moet worden opgenomen om zijn functies te vervullen; 9.12 problemen onderzoeken inzake onderricht en beroepsopleiding die de nieuwe landen en de ontwikkelingslanden aanbelangen; 9.13 de nodige maatregelen treffen met het oog op het onderzoek en de uitwisseling van ervaringen en de geboekte vooruitgang van sommige landen in domeinen van techniek, exploitatie, economie en beroepsopleiding die de postdiensten aanbelangen; 9.14 de huidige situatie en de noden van de postdiensten van de nieuwe en de ontwikkelingslanden bestuderen en aangepaste aanbevelingen uitwerken over de wijze waarop en de middelen waarmee de postdiensten in deze landen kunnen worden verbeterd; 9.15 na afspraak met de administratieve Raad, de geschikte maatregelen treffen op het vlak van de technische samenwerking met alle lidstaten van de Vereniging, voornamelijk met de nieuwe landen en de ontwikkelingslanden; 9.16 alle andere kwesties onderzoeken die door een lid van de Raad voor Postexploitatie, door de administratieve Raad, of door een Postbestuur van een lidstaat worden voorgelegd; 9.17 de verslagen alsook de aanbevelingen van het Raadgevend Comité in ontvangst nemen en deze bespreken, en met betrekking tot kwesties die de Raad voor Postexploitatie aanbelangen opmerkingen formuleren en onderzoeken omtrent de aanbevelingen van het Comité om deze aan het Congres voor te leggen. 9.18 de leden aanwijzen die zitting zullen hebben in het Raadgevend Comité. 10. Op basis van het strategische plan van de WPV dat door het Congres is aangenomen en in het bijzonder op grond van het deel over de strategieën van de vaste instellingen van de Vereniging, stelt de Raad voor Postexploitatie bij zijn zitting die op het Congres volgt een basiswerkprogramma op dat een aantal tactieken bevat die erop gericht zijn de strategieën uit te voeren.Dit basisprogramma, dat een beperkt aantal werkzaamheden bevat over actuele onderwerpen en onderwerpen van algemeen belang, wordt elk jaar herzien naar gelang van de werkelijke toestand en van de nieuwe prioriteiten, alsook van de wijzigingen die in het strategische plan zijn aangebracht. 11. Om een doeltreffende samenhang tussen de werkzaamheden van de twee organen te garanderen, kan de administratieve Raad vertegenwoordigers aanduiden om als waarnemer de vergaderingen van de Raad voor Postexploitatie bij te wonen. 12. Op hun verzoek kunnen de hieronder vermelde waarnemers zonder stemrecht deelnemen aan de plenaire zittingen en aan de vergaderingen van de Commissies van de Raad voor Postexploitatie : 12.1 leden van de administratieve Raad; 12.2 leden van het Raadgevend Comité; 12.3 intergouvernementele organisaties die belang stellen in de werkzaamheden van de Raad voor Postexploitatie; 12.4 andere lidstaten van de Vereniging. 13. Om logistieke redenen kan de Raad voor Postexploitatie het aantal deelnemers per waarnemer beperken.Hij kan tevens hun spreekrecht tijdens besprekingen beperken. 14. De leden van de Raad voor Postexploitatie nemen daadwerkelijk aan zijn werkzaamheden deel.De waarnemers kunnen, op hun verzoek, de toestemming krijgen om mee te werken aan studieprojecten, waarbij zij de voorwaarden in acht moeten nemen die de Raad kan opleggen om het rendement en de doeltreffendheid van zijn werking te verzekeren. Indien hun kennis of hun ondervinding dit rechtvaardigt kunnen ze tevens worden verzocht om Werkgroepen of Projectgroepen voor te zitten. De deelname van waarnemers creëert geen bijkomende kosten voor de Vereniging. 15. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de waarnemers worden uitgesloten van een vergadering of een deel van een vergadering.Ook kan hun recht op het ontvangen van bepaalde documenten worden beperkt wanneer de vertrouwelijkheid van het onderwerp van de vergadering of van het document dat vereist; de beslissing hierover kan per geval worden genomen door elk betrokken orgaan of door de voorzitter ervan; de verschillende gevallen worden gemeld aan de administratieve Raad en aan de Raad voor Postexploitatie wanneer het gaat om aangelegenheden waarbij dit orgaan een bijzonder belang heeft. Vervolgens kan de administratieve Raad, indien hij dit nodig acht, de beperkingen heronderzoeken in overleg met de Raad voor Postexploitatie, wanneer dat wenselijk is. 16. De voorzitter van het Raadgevend Comité vertegenwoordigt dit orgaan op de bijeenkomsten van de administratieve Raad wanneer de agenda punten bevat die het Raadgevend Comité aanbelangen. 17. De Raad voor Postexploitatie kan zonder stemrecht op zijn vergaderingen uitnodigen : 17.1 elke internationale instelling of iedere geschikte persoon die hij bij de werkzaamheden wenst te betrekken; 17.2 Postbesturen van lidstaten die niet tot de Raad voor Postexploitatie behoren; 17.3 elke vereniging of onderneming die hij wenst te raadplegen over kwesties betreffende zijn werkzaamheden. Artikel 105 Informatie over de werkzaamheden van de Raad voor Postexploitatie 1. Na iedere zitting brengt de Raad voor Postexploitatie de lidstaten van de Vereniging en de Beperkte Verenigingen en de leden van het Raadgevend Comité op de hoogte van zijn werkzaamheden door hen met name een beknopt verslag, alsook zijn resoluties en zijn beslissingen toe te zenden.2. De Raad voor Postexploitatie stelt ten behoeve van de administratieve Raad een jaarverslag over zijn werkzaamheden op.3. De Raad voor Postexploitatie stelt ten behoeve van het Congres een verslag op over al zijn werkzaamheden en verzendt dit, ten minste twee maanden vóór de opening van het Congres, aan de Postbesturen van de lidstaten van de Vereniging en aan de leden van het Raadgevend Comité. Artikel 106 Samenstelling, werking en bijeenkomsten van het Raadgevend Comité 1. Het Raadgevend Comité heeft als doel de belangen van de postsector in de ruime zin te vertegenwoordigen en een kader te vormen voor een doeltreffende dialoog tussen de belanghebbende partijen.Het omvat de niet-gouvernementele organisaties die optreden als vertegenwoordigers van klanten, leveranciers van distributiediensten, werknemersorganisaties, leveranciers van goederen en diensten die werken voor de sector van de postdiensten, en soortgelijke organen die particulieren verenigen, alsook ondernemingen die belang stellen in de internationale postdiensten. Als deze organisaties zich hebben geregistreerd, dan moeten zij dat hebben gedaan in een lidstaat van de Vereniging. De administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie wijzen de respectieve leden aan die zitting hebben in het Raadgevend Comité. Behalve voor de leden die zijn aangewezen door de administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie, wordt over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité beslist na een procedure van aanvraag en goedkeuring, die werd opgesteld door de administratieve Raad en conform artikel 102.6.31 wordt uitgevoerd. 2. Elk lid van het Raadgevend Comité wijst zijn eigen vertegenwoordiger aan.3. De werkingskosten van het Raadgevend Comité worden verdeeld tussen de Vereniging en de leden van het Comité, overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen die werden vastgelegd door de administratieve Raad.4. De leden van het Raadgevend Comité ontvangen geen enkele bezoldiging of vergoeding.5. Het Raadgevend Comité wordt na elk Congres gereorganiseerd, volgens het kader dat door de administratieve Raad is opgesteld.De voorzitter van de administratieve Raad zit de organisatievergadering van het Raadgevend Comité voor, waarop men de voorzitter van het genoemde Comité verkiest. 6. Het Raadgevend Comité bepaalt de interne organisatie en stelt zijn eigen huishoudelijk reglement op, rekening houdende met de algemene principes van de Vereniging en onder voorbehoud van een goedkeuring door de administratieve Raad, na raadpleging van de Raad voor Postexploitatie.7. Het Raadgevend Comité komt twee maal per jaar samen.In principe hebben de vergaderingen plaats op de zetel van de Vereniging tijdens de zittingen van de administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie. De datum en de plaats van elke vergadering wordt door de voorzitter van het Raadgevend Comité vastgelegd, met instemming van de voorzitters van de administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie en de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau. 8. Het Raadgevend Comité stelt zijn eigen programma op in het kader van de hieronder opgesomde bevoegdheden : 8.1 de relevante documenten en rapporten van de administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie onderzoeken; in uitzonderlijke omstandigheden kan het recht om bepaalde teksten en documenten te ontvangen worden beperkt indien de vertrouwelijkheid van het onderwerp van de vergadering of het document dat vereist; de beslissing over een dergelijke beperking kan door elk betrokken orgaan of zijn voorzitter per geval worden genomen; de verschillende gevallen worden aan de administratieve Raad en aan de Raad voor Postexploitatie gemeld wanneer het kwesties betreft die van bijzonder belang zijn voor dit orgaan; daarna kan de administratieve Raad, wanneer hij dit nodig acht, in overleg met de Raad voor Postexploitatie de beperkingen heronderzoeken wanneer dat wenselijk is. 8.2 onderzoek verrichten en discussies voeren over belangrijke kwesties voor de leden van het Raadgevend Comité; 8.3 kwesties onderzoeken met betrekking tot de sector van de postdiensten en verslag uitbrengen over die kwesties; 8.4 bijdragen tot de werkzaamheden van de administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie, met name door het presenteren van verslagen en aanbevelingen, en door het formuleren van adviezen op vraag van de twee Raden; 8.5 aanbevelingen formuleren aan het Congres, onder voorbehoud van de goedkeuring door de administratieve Raad en, voor de kwesties die de Raad voor Postexploitatie aanbelangen, door middel van onderzoek en evaluatie door die Raad. 9. De voorzitter van de administratieve Raad en de voorzitter van het Raadgevend Comité vertegenwoordigen deze organen op de vergaderingen van het Raadgevend Comité wanneer de agenda punten bevat die de genoemde organen aanbelangen.10. Om een doeltreffende samenhang met de organen van de Vereniging te garanderen, kan het Raadgevend Comité vertegenwoordigers aanwijzen om als waarnemers zonder stemrecht de vergaderingen van het Congres, van de Raad voor Postexploitatie alsook van hun respectieve Commissies bij te wonen. 11. Op hun verzoek kunnen de leden van het Raadgevend Comité deelnemen aan de plenaire zittingen en aan de vergaderingen van de Commissies van de administratieve Raad en van de Raad voor Postexploitatie, conform de artikelen 102.16 en 104.12. Zij kunnen ook deelnemen aan de werkzaamheden van de Projectgroepen en de Werkgroepen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 102.18 en 104.14. De leden van het Raadgevend Comité kunnen als waarnemers zonder stemrecht deelnemen aan het Congres. 12. Op hun verzoek kunnen de hieronder vermelde waarnemers zonder stemrecht deelnemen aan de zittingen van het Raadgevend Comité : 12.1 leden van de administratieve Raad en van de Raad voor Postexploitatie; 12.2 intergouvernementele organisaties die belang stellen in de werkzaamheden van het Raadgevend Comité; 12.3 Beperkte Verenigingen; 12.4 andere lidstaten van de Vereniging. 13. Om logistieke redenen kan het Raadgevend Comité het aantal deelnemers per waarnemer beperken.Het kan tevens hun spreekrecht tijdens besprekingen beperken. 14. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen de waarnemers worden uitgesloten van een vergadering of een deel van een vergadering.Ook kan hun recht op het ontvangen van bepaalde documenten worden beperkt wanneer de vertrouwelijkheid van het onderwerp van de vergadering of van het document dat vereist; de beslissing hierover kan per geval worden genomen door elk betrokken orgaan of door de voorzitter ervan; de verschillende gevallen worden gemeld aan de administratieve Raad en aan de Raad voor Postexploitatie wanneer het aangelegenheden betreft waarbij dit orgaan een bijzonder belang heeft. Vervolgens kan de administratieve Raad, indien hij dit nodig acht, in overleg met de Raad voor Postexploitatie de beperkingen heronderzoeken, wanneer dat wenselijk is. 15. Het Internationaal Bureau neemt het secretariaat van het Raadgevend Comité waar onder de verantwoordelijkheid van de Directeur-generaal. Artikel 107 Informatie over de werkzaamheden van het Raadgevend Comité 1. Na iedere zitting brengt het Raadgevend Comité de administratieve Raad en de Raad voor Postexploitatie op de hoogte door met name aan de voorzitters van deze organen een analytisch beknopt verslag van zijn vergaderingen, alsook zijn aanbevelingen en adviezen toe te zenden.2. Het Raadgevend Comité stelt ten behoeve van de administratieve Raad een jaarlijks activiteitenverslag op en zendt hiervan een exemplaar naar de Raad voor Postexploitatie.Dit verslag wordt opgenomen in de documentatie van de administratieve Raad die verstrekt wordt aan de lidstaten van de Vereniging en aan de Beperkte Verenigingen, conform artikel 103. 3. Het Raadgevend Comité stelt ten behoeve van het Congres een verslag op over al zijn werkzaamheden en verzendt dit, ten minste twee maanden vóór de opening van het Congres, aan de Postbesturen van de lidstaten van de Vereniging. Artikel 108 Huishoudelijk Reglement van de Congressen (Stichtingsakte 14) 1. Voor het organiseren van zijn werkzaamheden en het leiden van de beraadslagingen past het Congres het Huishoudelijk Reglement van de Congressen toe.2. Ieder Congres kan dit Reglement wijzigen, overeenkomstig de voorwaarden die in het Huishoudelijk Reglement zelf zijn vastgelegd. Artikel 109 Werktalen van het Internationaal Bureau De werktalen van het Internationaal Bureau zijn het Frans en het Engels. Artikel 110 Talen gebruikt voor de documentatie, de beraadslagingen en de dienstbriefwisseling 1. Voor de documentatie van de Vereniging worden het Frans, het Engels, het Arabisch en het Spaans gebruikt.Ook het Duits, het Chinees, het Portugees en het Russisch worden gebruikt, op voorwaarde dat dit gebruik beperkt blijft tot de belangrijkste basisdocumentatie. Andere talen worden eveneens gebruikt, op voorwaarde dat de lidstaten die hierom verzoeken zelf alle kosten dragen. 2. De lidstaat of lidstaten die een andere taal dan de officiële hebben gevraagd, vormen een taalgroep.3. De documentatie wordt door het Internationaal Bureau gepubliceerd in de officiële taal en in de talen van de gevormde taalgroepen, hetzij rechtstreeks, hetzij via de gewestelijke kantoren van deze groepen, overeenkomstig de met het Internationaal Bureau overeengekomen regels.De publicatie in de verschillende talen geschiedt op dezelfde manier. 4. De rechtstreeks door het Internationaal Bureau gepubliceerde documentatie wordt in de mate van het mogelijke, gelijktijdig in de verschillende talen verspreid.5. De briefwisseling tussen de Postbesturen en het Internationaal Bureau, en tussen dit laatste en derden, kan geschieden in elke taal waarvoor het Internationaal Bureau over een vertaaldienst beschikt.6. De kosten voor de vertaling naar ongeacht welke taal, met inbegrip van die welke voortvloeien uit de toepassing van de bepalingen onder paragraaf 5, worden gedragen door de taalgroep die om deze taal heeft verzocht.De lidstaten die de officiële taal gebruiken betalen voor de vertaling van de niet-officiële documenten een vaste bijdrage waarvan het bedrag per bijdrage-eenheid gelijk is aan het bedrag dat wordt gedragen door de lidstaten die gebruik maken van de andere werktaal van het Internationaal Bureau. Alle andere kosten voor de levering van documenten worden door de Vereniging gedragen. Het plafond van de door de Vereniging te dragen kosten voor het opstellen van de documenten in het Duits, Chinees, Portugees en Russisch wordt bepaald door een resolutie van het Congres. 7. De door een taalgroep te dragen kosten worden onder de leden van die groep verdeeld in verhouding tot hun bijdrage aan de uitgaven van de Vereniging.Die kosten kunnen volgens een andere verdeelsleutel onder de leden van de taalgroep worden verdeeld, op voorwaarde dat de betrokkenen hierover overeenstemming bereiken en hun beslissing via hun woordvoerder aan het Internationaal Bureau kenbaar maken. 8. Het Internationaal Bureau geeft na een maximumtermijn van twee jaar gevolg aan elke wijziging van de taalkeuze die door een lidstaat wordt gevraagd.9. Voor de beraadslagingen van de bijeenkomsten van de organen van de Vereniging, worden het Frans, Engels, Spaans en Russisch aanvaard, mits er een tolksysteem is - met of zonder elektronische uitrusting -, waarvan de keuze na overleg met de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau en de betrokken lidstaten wordt overgelaten aan de organisatoren van de bijeenkomst.10. Voor de in paragraaf 9 aangeduide beraadslagingen en vergaderingen zijn ook andere talen toegelaten.11. De afvaardigingen die andere talen gebruiken, zorgen voor de simultaanvertaling in één van de talen vermeld onder nummer 9, hetzij door middel van het in dezelfde paragraaf vermelde systeem - indien de nodige technische wijzigingen kunnen worden aangebracht -, hetzij door privé-tolken.12. De kosten van de tolkdiensten worden verdeeld onder de lidstaten die dezelfde taal gebruiken, in verhouding tot hun bijdrage aan de uitgaven van de Vereniging.De kosten voor de installatie en het onderhoud van de technische uitrusting worden daarentegen door de Vereniging gedragen. 13. De Postbesturen kunnen overeenkomen welke taal voor de briefwisseling in hun wederzijdse betrekkingen moet worden gebruikt. Bij gebrek aan een dergelijke overeenkomst dient de Franse taal te worden gebruikt. HOOFDSTUK II. - Het Internationaal Bureau Artikel 111 Verkiezing van de Directeur-generaal en van de Vice-directeur-generaal van het Internationaal Bureau 1. De Directeur-generaal en de Vice-directeurgeneraal van het Internationaal Bureau worden door het Congres verkozen voor de periode tussen twee opeenvolgende Congressen in.De minimumduur van hun mandaat bedraagt vier jaar. Hun mandaat kan slechts eenmaal worden verlengd. Behoudens een andere beslissing van het Congres, is de datum van hun ambtsaanvaarding vastgesteld op 1 januari van het jaar dat op het Congres volgt. 2. Ten minste zeven maanden vóór de opening van het Congres zendt de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau een nota aan de regeringen van de lidstaten waarin hij hen uitnodigt om de eventuele kandidaturen voor de betrekking van Directeur-generaal en van Vice-directeurgeneraal voor te dragen en tezelfdertijd te laten weten of de Directeur-generaal of de Vice-directeurgeneraal hun eerste mandaat eventueel wensen te verlengen.De kandidaturen, vergezeld van een curriculum vitae, moeten ten minste twee maanden vóór de opening van het Congres bij het Internationaal Bureau aankomen. De kandidaten moeten onderdaan zijn van de lidstaten die hen voordragen. Het Internationaal Bureau stelt de documentatie op die nodig is voor het Congres. De verkiezing van de Directeur-generaal en die van de Vice-directeurgeneraal hebben plaats bij geheime stemming, waarbij de eerste betrekking heeft op het ambt van Directeur-generaal. 3. Wanneer het ambt van Directeur-generaal vacant is, neemt de Vice-directeurgeneraal de functie van Directeur-generaal waar tot het mandaat van deze laatste ten einde is;hij is verkiesbaar voor dit ambt en wordt ambtshalve als kandidaat aanvaard, onder voorbehoud dat zijn eerste mandaat als Vice-directeurgeneraal niet reeds eenmaal verlengd werd door het vorige Congres en hij zijn belangstelling uitspreekt om als kandidaat voor het ambt van Directeur-generaal te worden beschouwd. 4. Indien de ambten van Directeur-generaal en Vice-directeurgeneraal gelijktijdig vacant zijn, kiest de administratieve Raad, op basis van de na een oproep ontvangen kandidaturen, een Vice-directeurgeneraal voor de periode tot het volgende Congres.Voor de voordracht van de kandidaturen zijn naar analogie de bepalingen onder nummer 2 van toepassing. 5. Indien het ambt van Vice-directeurgeneraal vacant is, gelast de administratieve Raad, op voorstel van de Directeur-generaal, één van Directeurs met graad D 2 bij het Internationaal Bureau om tot aan het volgende Congres de functie van Vice-directeurgeneraal waar te nemen. Artikel 112 Functie van de Directeur-generaal 1. De Directeur-generaal organiseert, beheert en leidt het Internationaal Bureau waarvan hij de wettelijke vertegenwoordiger is. Hij is bevoegd om de ambten met de graden G 1 tot D 2 in te delen en ambtenaren tot deze graden te benoemen of te bevorderen. Voor de benoemingen tot de graden P 1 tot D 2 dient hij de beroepsbekwaamheid in aanmerking te nemen van de kandidaten die aanbevolen zijn door de Postbesturen van de lidstaten waarvan ze de nationaliteit hebben, of waar zij hun beroep uitoefenen, rekening houdende met een billijke geografische spreiding over de continenten en de talen. De betrekkingen met de graad D 2 moeten in de mate van het mogelijke worden voorbehouden aan de kandidaten die afkomstig zijn uit verschillende regio's en andere regio's dan die van de Directeur-generaal en de Vice-directeur-generaal, waarbij vooral aan de efficiëntie van het Internationaal Bureau wordt gedacht. Wanneer voor een ambt bijzondere kwalificaties vereist zijn, mag de Directeur-generaal een beroep doen op externe deskundigen. Bij de benoeming van een nieuwe ambtenaar houdt hij er tevens rekening mee dat de personen die de ambten van de graden D 2, D 1 en P 5 bekleden, in principe onderdaan dienen te zijn van de verschillende lidstaten van de Vereniging. Bij de bevordering van een ambtenaar van het Internationaal Bureau tot de graden D 2, D 1 en P 5, is hij niet gehouden aan de toepassing van hetzelfde principe. Bovendien komen tijdens de aanwervingprocedure de eisen inzake een billijke geografische en taalgebonden spreiding na de verdienste. De Directeur-generaal licht de administratieve Raad eenmaal per jaar in over de benoemingen en de bevorderingen tot de graden P 4 tot D 2. 2. De Directeur-generaal heeft de volgende bevoegdheden : 2.1 de functies waarnemen van bewaarder van de Akten van de Vereniging en van tussenpersoon in de toetredings- en toelatingsprocedure van de Vereniging, alsook in haar uittredingsprocedure; 2.2 alle regeringen van de lidstaten op de hoogte brengen van de beslissingen die het Congres genomen heeft; 2.3 aan alle postbesturen de door de Raad voor Postexploitatie aangenomen of herziene Reglementen meedelen; 2.4 op het laagst mogelijke niveau dat met de behoeften van de Vereniging verenigbaar is, het ontwerp van het jaarlijkse budget van de Vereniging voorbereiden en dit te gelegener tijd voor onderzoek aan de administratieve Raad voorleggen; na goedkeuring door de administratieve Raad het budget meedelen aan de lidstaten van de Vereniging en het vervolgens uitvoeren; 2.5 de specifieke werkzaamheden uitvoeren die door de organen van de Vereniging worden gevraagd en de taken die de Akten eraan toewijzen; 2.6 de initiatieven nemen om de door de organen van de Vereniging vooropgestelde doelstellingen te bereiken, in het kader van het vastgelegde beleid en de beschikbare fondsen; 2.7 suggesties en voorstellen aan de administratieve Raad of aan de Raad voor Postexploitatie voorleggen; 2.8 na afloop van het Congres, aan de Raad voor Postexploitatie voorstellen doen betreffende de wijzigingen die moeten worden aangebracht aan de Reglementen vanwege beslissingen van het Congres, conform het Huishoudelijk Reglement van de Raad voor Postexploitatie; 2.9 ten behoeve van de Raad voor Postexploitatie en volgens diens richtlijnen, het ontwerp van strategisch plan voorbereiden dat aan het Congres dient te worden voorgelegd alsook het ontwerp van de jaarlijkse herziening; 2.10 de Vereniging vertegenwoordigen; 2.11 als tussenpersoon optreden in de betrekkingen tussen : - de WPV en de Beperkte Verenigingen; - de WPV en de Organisatie van de Verenigde Naties; - de WPV en de internationale organisaties waarvan de activiteiten van belang zijn voor de Vereniging; - de WPV en de internationale instellingen, verenigingen of ondernemingen die de organen van de Vereniging wensen te raadplegen of bij hun werkzaamheden te betrekken; 2.12 de functie waarnemen van Secretaris-generaal van de organen van de Vereniging en uit hoofde hiervan, rekening houdende met de bijzondere bepalingen van onderhavig Reglement, waken over : - de voorbereiding en de organisatie van de werkzaamheden van de organen van de Vereniging; - de uitwerking, het maken en de verdeling van de documenten, verslagen en processen-verbaal; - de werking van het secretariaat gedurende de vergaderingen van de organen van de Vereniging; 2.13 de zittingen van de organen van de Vereniging bijwonen en zonder stemrecht deelnemen aan de beraadslagingen, met de mogelijkheid zich te laten vertegenwoordigen. Artikel 113 Functie van de Vice-directeurgeneraal 1. De Vice-directeurgeneraal staat de Directeur-generaal bij en is hem verantwoording verschuldigd.2. Bij afwezigheid of verhindering van de Directeur-generaal, oefent de Vice-directeur-generaal diens functie uit.Hetzelfde geldt wanneer de functie van Directeur-generaal vacant is, zoals beschreven in artikel 111.3. Artikel 114 Secretariaat van de organen van de Vereniging (Stichtingsakte 14, 15, 17, 18) Het secretariaat van de organen van de Vereniging wordt waargenomen door het Internationaal Bureau onder de verantwoordelijkheid van de Directeur-generaal. Het zendt alle documenten die ter gelegenheid van elke zitting worden gepubliceerd aan de Postbesturen van de leden van het orgaan, aan de Postbesturen van de landen die, zonder lid te zijn van het orgaan, meewerken aan de aangevatte studies, aan de Beperkte Verenigingen en aan de andere Postbesturen van de lidstaten die erom verzoeken. Artikel 115 Lijst van de lidstaten (Stichtingsakte 2) Het Internationaal Bureau stelt de lijst op van lidstaten van de Vereniging en houdt deze bij. Deze lijst vermeldt hun bijdrageklasse, hun geografische groep en de stand van hun ratificatie van de Akten van de Vereniging. Artikel 116 Inlichtingen. Adviezen. Verzoeken om interpretatie en wijziging van de Akten. Onderzoeken. Tussenkomst in de vereffening van de rekeningen (Stichtingsakte 20, Algemeen Reglement 124, 125, 126) 1. Het Internationaal Bureau houdt zich steeds ter beschikking van de administratieve Raad, van de Raad voor Postexploitatie en van de Postbesturen om hen alle nuttige inlichtingen te verstrekken over de kwesties in verband met de dienst.2. Het Bureau wordt vooral belast met het verzamelen, coördineren, publiceren en verspreiden van inlichtingen van alle aard die de internationale postdienst aanbelangen;met het geven van advies over geschillen op verzoek van de betrokken partijen; met het gevolg geven aan de verzoeken om interpretatie en wijziging van de Akten van de Vereniging en, in het algemeen, met het verrichten van onderzoek en het uitvoeren van activiteiten inzake redactie of documentatie die de genoemde Akten eraan toewijzen of waarmee het zou worden gelast in het belang van de Vereniging. 3. Het neemt eveneens deel aan de onderzoeken die door de Postbesturen gevraagd worden om de mening van de andere Postbesturen over een bepaalde kwestie te kennen.Het resultaat van een onderzoek heeft niet het karakter van een stemming en is niet formeel bindend. 4. Het mag optreden als verrekenkantoor voor de vereffening van rekeningen van alle aard met betrekking tot de postdienst. Artikel 117 Technische samenwerking (Stichtingsakte 1) Het Internationaal Bureau is in het kader van de internationale technische samenwerking belast met de ontwikkeling van de postale technische bijstand in al zijn vormen. Artikel 118 Formulieren geleverd door het Internationaal Bureau (Stichtingsakte 20) Het Internationaal Bureau heeft tot taak de internationale antwoordcoupons te vervaardigen en de Postbesturen die erom verzoeken hiermee tegen kostprijs te bevoorraden. Artikel 119 Akten van de Beperkte Verenigingen en bijzondere overeenkomsten (Stichtingsakte 8) 1. Twee exemplaren van de Akten van de Beperkte Verenigingen en van de bijzondere overeenkomsten die overeenkomstig artikel 8 van de Stichtingsakte werden afgesloten, moeten aan het Internationaal Bureau worden toegestuurd door de bureaus van deze Verenigingen of, bij gebrek daaraan, door een van de contracterende partijen.2. Het Internationaal Bureau waakt erover dat de Akten van de Beperkte Verenigingen en de bijzondere overeenkomsten niet in voorwaarden voorzien die voor het publiek minder gunstig zijn dan die welke zijn vastgelegd in de Akten van de Vereniging, en stelt de Postbesturen in kennis van het bestaan van de Verenigingen en de bovenvermelde overeenkomsten.Krachtens deze bepaling brengt het de administratieve Raad op de hoogte van elke vastgestelde onregelmatigheid. Artikel 120 Tijdschrift van de Vereniging Het Internationaal Bureau stelt met behulp van de documenten die tot zijn beschikking worden gesteld een tijdschrift op in het Duits, Engels, Arabisch, Chinees, Spaans, Frans en Russisch. Artikel 121 Tweejaarlijks verslag over de werkzaamheden van de Vereniging (Stichtingsakte 20, Algemeen Reglement 102.6.17) Het Internationaal Bureau maakt over de activiteiten van de Vereniging een tweejaarlijks verslag op dat na goedkeuring door de administratieve Raad wordt bezorgd aan de Postbesturen, aan de Beperkte Verenigingen en aan de Organisatie van de Verenigde Naties. HOOFDSTUK III. - Procedure voor het indienen en het onderzoeken van de voorstellen Artikel 122 Procedure voor het indienen van voorstellen aan het Congres (Stichtingsakte 29) 1. Onder voorbehoud van de uitzonderingen vermeld onder nummers 2 en 5, regelt de hieronder vermelde procedure het indienen van de voorstellen van alle aard die door de Postbesturen van de lidstaten aan het Congres moeten worden voorgelegd :
- a)voorstellen die ten minste zes maanden vóór de datum die voor het Congres is vastgelegd bij het Internationaal Bureau aankomen, worden aangenomen;
- b)er wordt geen enkel voorstel van redactionele aard aangenomen gedurende de periode van zes maanden die de vastgestelde datum voor het Congres voorafgaat;
- c)inhoudelijke voorstellen die bij het Internationaal Bureau aankomen tijdens de periode tussen zes en vier maanden vóór de voor het Congres vastgestelde datum, worden slechts aangenomen indien ze door ten minste twee Postbesturen worden gesteund;
- d)inhoudelijke voorstellen die bij het Internationaal Bureau aankomen tijdens de periode tussen vier en twee maanden vóór de voor het Congres vastgestelde datum, worden slechts aangenomen wanneer ze worden gesteund door ten minste acht Postbesturen;de voorstellen die later aankomen worden niet meer aangenomen.
- e)steunverklaringen moeten bij het Internationaal Bureau aankomen binnen dezelfde termijn als de voorstellen waarop ze betrekking hebben.2. Voorstellen betreffende de Stichtingsakte of het Algemeen Reglement moeten ten minste zes maanden vóór de opening van het Congres bij het Internationaal Bureau aankomen;diegene die na deze datum aankomen, doch vóór de opening van het Congres, kunnen slechts in overweging worden genomen indien het Congres aldus beslist bij tweederde meerderheid van de op het Congres vertegenwoordigde landen en indien de voorwaarden onder nummer 1 worden nageleefd. 3. Ieder voorstel mag in principe slechts één doel hebben en slechts de wijzigingen bevatten die voor dit doel gerechtvaardigd zijn.4. De voorstellen van redactionele aard worden door de Postbesturen die ze indienen bovenaan voorzien van de melding « Proposition d'ordre rédactionnel » (Voorstel van redactionele aard) en ze worden door het Internationaal Bureau gepubliceerd onder een nummer gevolgd door de letter R.De voorstellen waarop deze melding niet voorkomt, maar die volgens het Internationaal Bureau slechts op de redactie betrekking hebben, worden gepubliceerd met een passende aantekening; het Internationaal Bureau maakt ten behoeve van het Congres een lijst op van deze voorstellen. 5. De onder nummers 1 en 4 voorgeschreven procedure is niet van toepassing op de voorstellen betreffende het Huishoudelijk Reglement van de Congressen, noch op de amendementen op reeds gedane voorstellen. Artikel 123 Procedure voor het indienen bij de Raad voor Postexploitatie van voorstellen betreffende nieuwe Reglementen rekening houdende met de beslissingen die door het Congres zijn genomen 1. De Reglementen van de Wereldpostconventie en van de Overeenkomst betreffende de betaaldiensten van de post worden door de Raad voor Postexploitatie vastgesteld, rekening houdende met de beslissingen van het Congres.2. De voorstellen waarmee gevolg wordt gegeven aan de voorgestelde amendementen op de Conventie en op de Overeenkomst omtrent de betaaldiensten moeten worden voorgelegd aan het Internationaal Bureau, op hetzelfde ogenblik als de voorstellen aan het Congres waarop ze betrekking hebben.Ze kunnen worden voorgelegd door het Postbestuur van één enkele lidstaat van de WPV, zonder de steun van postbesturen van andere lidstaten. Die voorstellen moeten ten laatste een maand voor het Congres aan alle lidstaten worden verzonden. 3. De andere voorstellen betreffende de Reglementen, die geacht worden te zijn onderzocht door de Raad voor Postexploitatie met het oog op het uitwerken van nieuwe Reglementen binnen zes maanden na het Congres, moeten ten minste twee maand voor het Congres worden voorgelegd aan het Internationaal Bureau.4. De voorstellen met betrekking tot aan te brengen wijzigingen aan Reglementen als gevolg van beslissingen van het Congres, die voorgelegd zijn door de postbesturen van de lidstaten, moeten het Internationaal Bureau hebben bereikt ten laatste twee maand voor de opening van de Raad voor Postexploitatie.Die voorstellen moeten ten laatste een maand voor de opening van de Raad voor Postexploitatie aan alle lidstaten worden verzonden. Artikel 124 Procedure voor het indienen van voorstellen aan het Congres (Stichtingsakte 29, Algemeen Reglement 116) 1. Om in aanmerking te komen, moet elk voorstel betreffende de Conventie of de Overeenkomsten, ingediend door een Postbestuur tussen twee Congressen in, door ten minste twee andere Postbesturen worden gesteund.Aan deze voorstellen wordt geen gevolg gegeven wanneer het Internationaal Bureau niet tegelijkertijd de nodige steunverklaringen ontvangt. 2. Deze voorstellen worden via het Internationaal Bureau aan de andere Postbesturen gericht.3. De voorstellen met betrekking tot de Reglementen moeten niet worden gesteund, maar worden door de Raad voor Postexploitatie slechts in aanmerking genomen indien deze instemt met de dringende noodzakelijkheid van de voorstellen. Artikel 125 Procedure voor het indienen van voorstellen tussen twee Congressen (Stichtingsakte 29, Algemeen Reglement 116, 124) 1. Elk voorstel betreffende de Conventie, de Overeenkomsten en hun Slotprotocollen wordt aan de volgende procedure onderworpen : wanneer het Postbestuur van een lidstaat een voorstel heeft verstuurd naar het Internationaal Bureau, dan zendt deze dit voorstel voor onderzoek over aan alle Postbesturen van de lidstaten.Zij beschikken over een termijn van twee maand om het voorstel te onderzoeken en in voorkomend geval hun opmerkingen te versturen naar het Internationaal Bureau. Amendementen zijn niet toegestaan. Na afloop van die termijn van twee maand, zendt het Internationaal Bureau aan de postbesturen van de lidstaten alle opmerkingen over die het heeft ontvangen en nodigt het alle Postbesturen van de lidstaten met stemrecht uit om voor of tegen dit voorstel te stemmen. De Postbesturen van de lidstaten die hun stem binnen een termijn van twee maand niet hebben verstuurd worden verondersteld zich te hebben onthouden. De voornoemde termijnen gaan in vanaf de datum van de rondzendbrieven van het Internationaal Bureau. 2. De voorstellen tot wijziging van de Reglementen worden behandeld door de Raad voor Postexploitatie.3. Indien het voorstel betrekking heeft op een Overeenkomst of op het Slotprotocol ervan, mogen slechts de Postbesturen van de lidstaten die tot die Overeenkomst zijn toegetreden, aan de onder 1 vermelde verrichtingen deelnemen. Artikel 126 Procedure voor het indienen van voorstellen tussen twee Congressen in (Stichtingsakte 29, Algemeen Reglement 124, 125) 1. De wijzigingen in de Conventie, de Overeenkomsten en de Slotprotocollen van deze Akten, worden bekrachtigd door middel van kennisgeving vanwege de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau aan de regeringen van de lidstaten.2. De wijzigingen die door de Raad voor Postexploitatie werden aangebracht in de Reglementen en de Slotprotocollen ervan, worden door het Internationaal Bureau ter kennis van de Postbesturen gebracht. Hetzelfde geldt voor de interpretaties bedoeld in artikel 36.3.2 van de Conventie en in de bepalingen van de Overeenkomsten die er betrekking op hebben. Artikel 127 Inwerkingtreding van de Reglementen en van de overige beslissingen die tussen twee Congressen in werden aangenomen 1. De Reglementen worden van kracht op dezelfde datum en hebben dezelfde duur als de uit het Congres voortvloeiende Akten.2. Onder voorbehoud van de bepalingen onder nummer 1, zijn de tussen twee Congressen in aangenomen beslissingen tot wijziging van de Akten van de Vereniging ten vroegste drie maanden nadat ze ter kennis werden gebracht uitvoerbaar. HOOFDSTUK IV. - Financiën Artikel 128 Vaststelling en regeling van de uitgaven van de Vereniging (Stichtingsakte 22) 1. Onder voorbehoud van de bepalingen onder nummers 2 tot 6, mogen de jaarlijkse uitgaven met betrekking tot de werkzaamheden van de organen van de Vereniging, voor de jaren 2005 en volgende de hierna vermelde sommen niet overschrijden : 37 000 000 Zwitserse frank voor 2005 tot 2008.De basisgrens voor het jaar 2008 is eveneens toepasselijk op de latere jaren, indien het voor 2008 geplande Congres zou worden verdaagd. 2. De uitgaven met betrekking tot de vergadering van het volgende Congres (verplaatsing van het secretariaat, vervoerskosten, kosten voor de technische inrichting voor simultaanvertaling, kosten voor het kopiëren van de documenten tijdens het Congres enz.) mogen de grens van 2 900 000 Zwitserse frank niet overschrijden. 3. De administratieve Raad is gemachtigd om de onder nummers 1 en 2 vastgelegde grenzen te overschrijden om rekening te houden met de verhoging van de weddeschalen, van de pensioenbijdragen of vergoedingen, hierin begrepen de vergoedingen eigen aan de functie, die door de Verenigde Naties aanvaard worden om te worden toegepast op zijn personeel dat in Genève werkt.4. De administratieve Raad is tevens gemachtigd om elk jaar het bedrag van de uitgaven, andere dan die welke betrekking hebben op het personeel, aan te passen op basis van het Zwitserse indexcijfer van de consumptieprijzen.5. In afwijking van de bepalingen in paragraaf 1 mag de administratieve Raad, of in hoogdringende gevallen de Directeur-generaal, toestaan dat de vastgestelde grenzen worden overschreden om het hoofd te bieden aan belangrijke en onvoorziene herstellingen aan het gebouw van het Internationaal Bureau, evenwel zonder dat de jaarlijkse overschrijding hoger is dan 125 000 Zwitserse frank.6. Indien de onder nummers 1 en 2 bepaalde kredieten onvoldoende zouden blijken voor de goede werking van de Vereniging, mogen deze grenzen slechts overschreden worden met de goedkeuring van de meerderheid der lidstaten van de Vereniging.Iedere raadpleging moet een volledige uiteenzetting bevatten van de feiten die een dergelijk verzoek rechtvaardigen. 7. De landen die tot de Vereniging toetreden of die als lid van de Vereniging toegelaten worden, alsook die welke uit de Vereniging treden, dienen voor het volledige jaar waarin hun toelating of uittreding effectief wordt, hun bijdrage te betalen.8. De lidstaten betalen hun bijdragen aan de jaarlijkse uitgaven van de Vereniging vooraf, op basis van het budget dat door de administratieve Raad werd vastgelegd.Deze bijdragen moeten uiterlijk op de eerste dag van het boekjaar, waarop het budget betrekking heeft, worden betaald. Na deze termijn brengen de verschuldigde bedragen ten voordele van de Vereniging interesten op, tegen 3 % per jaar gedurende de eerste zes maanden en 6 % per jaar vanaf de zevende maand. 9. Wanneer de achterstallige verplichte bijdragen, interesten niet meegerekend, die een lidstaat aan de Vereniging verschuldigd is, gelijk zijn aan of hoger dan de som van de bijdragen van die lidstaat voor de twee voorgaande boekjaren, kan die lidstaat onherroepelijk zijn schuldvorderingen op andere lidstaten geheel of gedeeltelijk aan de Vereniging overdragen, volgens voorwaarden die door de administratieve Raad worden vastgesteld.De voorwaarden inzake overdracht van schuldvorderingen moeten worden vastgesteld in een overeenkomst tussen de lidstaat, zijn schuldenaars/schuldeisers en de Vereniging. 10. Lidstaten waarvoor een dergelijke overdracht om juridische of andere redenen mogelijk is, verbinden zich ertoe een plan te aanvaarden voor de aflossingen van hun achterstallige schulden.11. Behalve in uitzonderlijke omstandigheden, mag de inning van achterstallige verplichte bijdragen die aan de Vereniging verschuldigd zijn niet langer duren dan tien jaar.12. In uitzonderlijke gevallen kan de administratieve Raad een lidstaat geheel of gedeeltelijk van de verschuldigde interesten vrijstellen indien die lidstaat in hoofdsom de gehele achterstallige schuld heeft aangezuiverd.13. In het kader van een aflossingsplan voor zijn achterstallige schuld dat werd goedgekeurd door de administratieve Raad, kan een lidstaat eveneens geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van zijn opgestapelde of nog komende interesten;de vrijstelling is evenwel onderworpen aan de volledige en stipte uitvoering van het aflossingsplan binnen een overeengekomen termijn van ten hoogste tien jaar. 14. Om het geldtekort van de Vereniging te ondervangen, wordt een Reservefonds opgericht waarvan het bedrag bepaald wordt door de administratieve Raad.Dit fonds wordt in de eerste plaats gespijsd door de budgettaire overschotten. Het kan eveneens dienen om het budget in evenwicht te brengen of om de bijdragen van de lidstaten te verminderen. 15. Wat de geldtekorten van voorbijgaande aard betreft, geeft de regering van de Zwitserse Bondsstaat op korte termijn de nodige voorschotten volgens voorwaarden die in gemeenschappelijk overleg moeten worden bepaald.Deze regering waakt, binnen de kredietgrenzen die door het Congres werden vastgelegd, kosteloos over het bijhouden van de financiële rekeningen en over de boekhouding van het Internationaal Bureau. Artikel 129 Automatische sancties 1. Elke lidstaat die in de onmogelijkheid verkeert om de overdracht waarvan sprake in artikel 128.9 te verrichten en die niet aanvaardt om te worden onderworpen aan een aflossingsplan dat door het Internationaal Bureau wordt voorgesteld overeenkomstig artikel 128.10, of die dat plan niet naleeft, verliest automatisch zijn stemrecht in het Congres en in de vergaderingen van de administratieve Raad en van de Raad voor Postexploitatie en is niet langer verkiesbaar voor die twee Raden. 2. De automatische sancties worden ambtshalve en met onmiddellijk gevolg opgeheven zodra de betrokken lidstaat zijn achterstallige verplichte bijdragen die aan de Vereniging verschuldigd zijn, volledig heeft betaald, in hoofdsom en interesten, of zodra hij aanvaardt zich te onderwerpen aan een plan voor de aflossing van zijn achterstallige schulden. Artikel 130 Bijdrageklassen (Stichtingsakte 21, Algemeen Reglement 115, 128) 1. De lidstaten dragen, volgens de bijdrageklasse waartoe ze behoren, bij tot het dekken van de uitgaven van de Vereniging.Deze klassen zijn : klasse van 50 eenheden; klasse van 45 eenheden; klasse van 40 eenheden; klasse van 35 eenheden; klasse van 30 eenheden; klasse van 25 eenheden; klasse van 20 eenheden; klasse van 15 eenheden; klasse van 10 eenheden; klasse van 5 eenheden; klasse van 3 eenheden; klasse van 1 eenheid; klasse van 0,5 eenheid, voorbehouden aan de minst gevorderde landen die door de Organisatie van de Verenigde Naties worden opgesomd en aan andere landen die door de administratieve Raad werden aangewezen. 2. Naast de onder nummer 1 opgesomde bijdrageklassen heeft elke lidstaat de keuze om een aantal bijdrage-eenheden te betalen dat hoger is dan 50 eenheden. 3. De lidstaten worden op het ogenblik van hun aanvaarding of toetreding tot de Vereniging, gerangschikt in één van voornoemde bijdrageklassen volgens de procedure vermeld in artikel 21.4 van de Stichtingsakte. 4. De lidstaten kunnen achteraf van bijdrageklasse veranderen op voorwaarde dat die verandering ten minste twee maanden vóór de opening van het Congres aan het Internationaal Bureau wordt meegedeeld.Deze kennisgeving, die aan het Congres wordt voorgelegd, treedt in werking op de datum dat de financiële bepalingen die door het Congres werden uitgevaardigd, van kracht worden. Lidstaten die hun wens om van bijdrageklasse te veranderen niet binnen de voorgeschreven termijn hebben meegedeeld, blijven gerangschikt in de bijdrageklasse waartoe zij tot dan toe behoorden. 5. De lidstaten mogen niet eisen om in een keer meer dan één klasse lager gerangschikt te worden.6. In uitzonderlijke gevallen zoals natuurrampen, die internationale hulpprogramma's vereisen, kan de administratieve Raad één enkele keer tussen twee Congressen in, op verzoek van een lidstaat een tijdelijke rangschikking in een lagere bijdrageklasse toestaan, indien deze lidstaat kan bewijzen dat het niet langer de oorspronkelijk gekozen bijdrage kan betalen.In dezelfde omstandigheden kan de administratieve Raad ook de tijdelijke rangschikking in een lagere bijdrageklasse toestaan voor de lidstaten die niet behoren tot de categorie van de minst gevorderde landen en die reeds gerangschikt zijn in de klasse van 1 eenheid door ze te laten overgaan naar de klasse van 0,5 eenheid. 7. Overeenkomstig de bepalingen onder nummer 6 kan de tijdelijke rangschikking in een lagere bijdrageklasse door de administratieve Raad worden toegestaan voor een maximumperiode van twee jaar of tot aan het volgende Congres, indien dit plaatsvindt voor het einde van die periode.Na het verstrijken van de vastgestelde periode, keert het betrokken land automatisch terug naar de aanvankelijke klasse. 8. In afwijking van de bepalingen onder nummers 4 en 5 zijn verhogingen van klasse aan geen enkele beperking onderworpen. Artikel 131 Betaling van de benodigdheden van het Internationaal Bureau (Algemeen Reglement 118) De benodigdheden die het Internationaal Bureau tegen betaling aan de Postbesturen levert, moeten zo spoedig mogelijk betaald worden, en op zijn laatst binnen zes maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die waarin de rekening door het Bureau werd verzonden. Na deze termijn brengen de verschuldigde bedragen, ten voordele van de Vereniging, interesten op tegen 5 % per jaar, te rekenen vanaf de dag waarop deze termijn verstrijkt. HOOFDSTUK V. - Arbitrage Artikel 132 Arbitrageprocedure (Stichtingsakte 32) 1. In geval van betwisting, te regelen door een arbitrage, kiest elk van de betrokken Postbesturen een Postbestuur van een lidstaat dat niet rechtstreeks bij het geschil betrokken is.Wanneer verscheidene Postbesturen met elkaar een zaak gemeen hebben, worden zij voor de toepassing van deze bepaling als slechts één Bestuur beschouwd. 2. Ingeval één van de betrokken Postbesturen binnen een termijn van zes maanden geen gevolg geeft aan een voorstel tot arbitrage, zet het Internationaal Bureau, indien het erom verzocht wordt, op zijn beurt het in gebreke blijvend Postbestuur ertoe aan een scheidsrechter aan te duiden of duidt er ambtshalve zelf één aan.3. De betrokken partijen mogen overeenkomen om één enkele scheidsrechter aan te wijzen, die het Internationaal Bureau mag zijn.4. De beslissing van de scheidsrechters wordt genomen bij meerderheid van stemmen.5. Bij staking van stemmen kiezen de scheidsrechters om het geschil te beslechten een ander Postbestuur dat evenmin bij het geschil betrokken is.Bij gebrek aan overeenstemming over de keuze, wordt dit Postbestuur door het Internationaal Bureau aangewezen binnen de Postbesturen die niet door de scheidsrechters werden voorgesteld. 6. Indien het een geschil betreft dat verband houdt met één van de Overeenkomsten, mogen de scheidsrechters niet worden aangewezen buiten de Postbesturen die deelnemen aan deze Overeenkomst. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen Artikel 133 Goedkeuringsvoorwaarden inzake de voorstellen betreffende het Algemeen Reglement Om uitvoerbaar te zijn, dienen de aan het Congres voorgelegde voorstellen met betrekking tot dit Algemeen Reglement te worden goedgekeurd door de meerderheid van de op het Congres vertegenwoordigde en stemgerechtigde lidstaten. Ten minste twee derde van de lidstaten van de Vereniging moeten aanwezig zijn op het ogenblik van de stemming. Artikel 134 Voorstellen betreffende de akkoorden met de Organisatie van de Verenigde Naties (Stichtingsakte 9) De in artikel 133 bedoelde goedkeuringsvoorwaarden zijn eveneens van toepassing op de voorstellen tot wijziging van de akkoorden afgesloten tussen de Wereldpostvereniging en de Organisatie van de Verenigde Naties, voorzover deze akkoorden geen voorwaarden bevatten tot wijziging van de erin vervatte bepalingen. Artikel 135 Tenuitvoerlegging en duur van het Algemeen Reglement Dit Reglement zal in werking treden op 1 januari 2006 en voor onbepaalde tijd van kracht blijven. Ter oorkonde waarvan de gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten dit Algemeen Reglement hebben ondertekend in één exemplaar, dat neergelegd wordt bij de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau. Een afschrift ervan zal door het Internationaal Bureau van de Wereldpostvereniging aan elke aangeslotene worden overhandigd. Gedaan te Boekarest, 5 oktober 2004. WERELDPOSTCONVENTIE Inhoudsopgave Deel een Gemeenschappelijke regels betreffende de internationale postdienst Enig hoofdstuk Algemene bepalingen Art. 1. Definities 2.Aanwijzing van de entiteit(
- en)die belast is (zijn) met het vervullen van de verplichtingen die voortvloeien uit de toetreding tot de Conventie 3. Universele postdienst 4.Vrijheid van doorvoer 5. Eigendomsrecht van de postzendingen.Terugvordering. Adreswijziging of -verbetering. Nazending. Terugzending aan de afzender van onbestelbare zendingen 6. Tarieven 7.Vrijstelling van posttarieven 8. Postzegels 9.Veiligheid van de post 10. Milieu 11.Overtredingen Deel twee Regels van toepassing op brievenpost en postpakketten Hoofdstuk 1 Dienstenaanbod 12. Basisdiensten 13.Aanvullende diensten 14. Elektronische post, EMS, geïntegreerde logistiek en nieuwe diensten 15.Niet-toegestane zendingen. Verbodsbepalingen 16. Toegelaten radioactieve en biologische stoffen 17.Bezwaren 18. Douanecontrole.Douane- en andere rechten 19. Uitwisseling van gesloten brievenmalen met militaire eenheden 20.Normen en doelstellingen inzake kwaliteit van de dienstverlening Hoofdstuk 2 Aansprakelijkheid 21. Aansprakelijkheid van de postbesturen.Schadeloosstellingen 22. Niet-aansprakelijkheid van de postbesturen 23.Aansprakelijkheid van de afzender 24. Betaling van de schadeloosstelling 25.Eventuele terugvordering van de schadeloosstelling van de afzender of van de geadresseerde 26. Reciprociteit in verband met voorbehoud betreffende de aansprakelijkheid Hoofdstuk 3 Bepalingen eigen aan de brievenpost 27.Afgifte van brievenpostzendingen in het buitenland Deel drie Vergoeding Hoofdstuk 1 Bepalingen eigen aan de brievenpost 28. Eindrechten.Algemene bepalingen 29. Eindrechten.Bepalingen van toepassing op de uitwisselingen tussen landen van het doelsysteem 30. Eindrechten.Bepalingen van toepassing op de poststromen naar, vanuit en tussen landen van het overgangssysteem 31. Fonds voor het verbeteren van de dienstverlening 32.Doorvoervergoedingen Hoofdstuk 2 Andere bepalingen 33. Basistarief en bepalingen betreffende de kosten voor het luchtvervoer 34.Aandeel van eindrechten voor zeepost- en landpostpakketten 35. Bevoegdheid van de Raad voor Postexploitatie om het bedrag van de kosten en de aandelen vast te stellen Deel vier Slotbepalingen 36.Vereisten voor goedkeuring van voorstellen betreffende de Conventie en de Reglementen 37. Voorbehoud gemaakt tijdens het Congres 38.Tenuitvoerlegging en geldigheidsduur van de Conventie Slotprotocol van de Wereldpostconventie Art. I. Eigendomsrecht van de postzendingen. Terugvordering. Adreswijziging of -verbetering. II. Tarieven III. Uitzondering op de vrijstelling van posttarieven ten gunste van blindenschrift IV. Basisdiensten V. Pakjes VI. Bericht van ontvangst VII. Dienst handelsbriefwisseling - internationaal antwoord (HBIA) VIII. Verbodsbepalingen (brievenpost) IX. Verbodsbepalingen (postpakketten) X. Aan douanerechten onderworpen voorwerpen XI. Bezwaren XII. Heffing voor voorlegging aan de douane XIII. Afgifte van brievenpostzendingen in het buitenland XIV. Uitzonderlijk aandeel van eindrechten voor binnenkomende landpost XV. Speciale tarieven Gelet op artikel 22.3 van de op 10 juli 1964 te Wenen gesloten Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging, hebben de ondergetekenden, gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Vereniging, in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25.4 van de genoemde Stichtingsakte, in deze Conventie de regels vastgelegd die van toepassing zijn op de internationale postdienst. Deel één Gemeenschappelijke regels betreffende de internationale postdienst ENIG HOOFDSTUK. - Algemene bepalingen Artikel 1 Definities 1. Met het oog op de Wereldpostconventie worden de onderstaande termen als volgt omschreven : 1.1 universele postdienst : permanente verstrekking aan de klanten van postdiensten met een basiskwaliteit tegen betaalbare prijzen op elk punt van het grondgebied van een land; 1.2 gesloten brievenmaal : zak of geheel van zakken of andere geëtiketteerde, gelode of bestempelde containers die postzendingen bevat(ten); 1.3 open doorvoer : doorvoer via een intermediair land van zendingen waarvan het aantal of het gewicht de samenstelling van een gesloten brievenmaal voor het land van bestemming niet rechtvaardigt; 1.4 postzending : generieke term die slaat op elke verzending via de post (brievenpostzending, postpakket, postwissel, enz.); 1.5 eindrechten : vergoeding die door het postbestuur van verzending verschuldigd is aan het postbestuur van bestemming ter compensatie van de kosten in verband met de behandeling van de brievenpostzendingen die in het land van bestemming ontvangen zijn; 1.6 doorvoervergoedingen : vergoeding voor de verstrekkingen van een transportonderneming in het doorkruiste land (postbestuur, andere dienst of combinatie van beide) met betrekking tot de doorvoer van brievenmalen over land, over zee en/of door de lucht; 1.7 aandeel van eindrechten voor binnenkomende landpost : vergoeding die door het postbestuur van verzending verschuldigd is aan het postbestuur van bestemming ter compensatie van de kosten voor de behandeling van een postpakket in het land van bestemming; 1.8 aandeel van eindrechten voor landpost in doorvoer : vergoeding voor de verstrekkingen van een transportonderneming in het doorkruiste land (postbestuur, andere dienst of combinatie van beide) met betrekking tot de doorvoer over land en/of door de lucht voor de verzending van een postpakket over zijn grondgebied; 1.9 aandeel van de rechten voor zeepost : vergoeding voor de verstrekkingen van een transportonderneming (postbestuur, andere dienst of combinatie van beide) die meewerkt aan de verzending van een postpakket over zee. Artikel 2 Aanwijzing van de entiteit(
- en)die belast is (zijn) met het vervullen van de verplichtingen die voortvloeien uit de toetreding tot de Conventie 1. De lidstaten delen het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de beëindiging van het Congres de naam en het adres mee van het overheidsorgaan dat belast is met het toezicht op de postale aangelegenheden.Bovendien delen de lidstaten het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de beëindiging van het Congres de naam en het adres mee van de operator of operatoren die officieel aangewezen is of zijn om op zijn of hun grondgebied de postdiensten te exploiteren en de verplichtingen te vervullen die voortvloeien uit de Akten van de Vereniging. Tussen twee Congressen wordt elke wijziging met betrekking tot de overheidsorganen en de officieel aangewezen operatoren zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het Internationaal Bureau. Artikel 3 Universele postdienst 1. Om de idee van de enigheid van het postgebied van de Vereniging te versterken, waken de lidstaten ervoor dat alle gebruikers/klanten het recht genieten op een universele postdienst die overeenstemt met een aanbod van postdiensten met een basiskwaliteit, die tegen betaalbare prijzen permanent worden verstrekt op elk punt van hun grondgebied.2. Daartoe stellen de lidstaten in het kader van hun nationale postwetgeving of via andere gebruikelijke middelen, de reikwijdte van de betrokken postdiensten vast alsook de voorwaarden inzake kwaliteit en betaalbaarheid, rekening houdende met zowel de behoeften van de bevolking als hun nationale omstandigheden.3. De lidstaten zorgen ervoor dat het aanbod van postdiensten en de kwaliteitsnormen worden nageleefd door de operatoren die belast zijn met het verlenen van de universele postdienst.4. De lidstaten zorgen ervoor dat de universele postdienst op uitvoerbare wijze wordt verstrekt zodat het voortbestaan ervan wordt gegarandeerd. Artikel 4 Vrijheid van doorvoer 1. Het principe van de vrijheid van doorvoer wordt uiteengezet in artikel 1 van de Stichtingsakte. Het brengt voor elk postbestuur de verplichting mee om de gesloten brievenmalen en de open verzonden brievenpostzendingen die een ander postbestuur eraan bezorgt, steeds te verzenden langs de snelste wegen en via de veiligste middelen die het voor zijn eigen verzendingen gebruikt. Dit principe geldt ook voor zendingen of brievenmalen die verkeerd verstuurd zijn. 2. De lidstaten die niet deelnemen aan de uitwisseling van brieven die bederfelijke, biologische of radioactieve stoffen bevatten, mogen de doorvoer van zulke open verzonden zendingen over hun grondgebied weigeren.Dit is ook het geval voor brievenpostzendingen, behalve brieven, briefkaarten en blindenschrift. Dit geldt ook voor drukwerken, periodieken, tijdschriften, pakjes en M-zakken waarvan de inhoud niet voldoet aan de wettelijke bepalingen die de voorwaarden regelen inzake publicatie of verspreiding ervan in het doorkruiste land. 3. Voor de over land en zee te verzenden postpakketten is de vrijheid van doorvoer beperkt tot het grondgebied van de landen die aan deze dienst meewerken.4. De vrijheid van doorvoer van luchtpostpakketten is gewaarborgd binnen het gehele grondgebied van de Vereniging.Nochtans kunnen de lidstaten die niet deelnemen aan de dienst van de postpakketten niet verplicht worden luchtpostpakketten over land/zee te verzenden. 5. Indien een lidstaat de bepalingen inzake de vrijheid van doorvoer niet naleeft, hebben de andere lidstaten het recht om de postdienst met dit land af te schaffen. Artikel 5 Eigendomsrecht van de postzendingen. Terugvordering. Adreswijziging of -verbetering. Nazending. Terugzending aan de afzender van onbestelbare zendingen 1. Zolang een postzending niet aan de rechthebbende werd afgeleverd, blijft die het eigendom van de afzender, behalve indien deze zending in beslag werd genomen krachtens de wetgeving van het land van oorsprong of van bestemming en, in geval van toepassing van artikel 15.2.1.1 of 15.3, volgens de wetgeving van het doorvoorland. 2. De afzender van een postzending kan die uit de dienst laten halen of het adres ervan laten wijzigen of corrigeren.De tarieven en andere voorwaarden worden bepaald in de Reglementen. 3. De lidstaten zenden de postzendingen na in geval van adresverandering van de geadresseerde en zenden onbestelbare zendingen terug naar de afzender.De tarieven en andere voorwaarden worden vermeld in de Reglementen. Artikel 6 Tarieven 1. De tarieven voor de verschillende internationale en bijzondere postdiensten worden door de postbesturen vastgelegd overeenkomstig de principes die vermeld zijn in de Conventie en de Reglementen.Ze moeten in principe gekoppeld zijn aan de kosten voor de levering van die diensten. 2. Het bestuur van oorsprong bepaalt de port voor het vervoer van de brievenpostzendingen en van de postpakketten.De port omvat de afgifte van de zendingen ten huize van de geadresseerde voorzover de besteldienst voor de betrokken zending wordt georganiseerd in het land van bestemming. 3. De toegepaste tarieven, met inbegrip van die welke ter informatie in de Akten zijn vermeld, dienen op zijn minst gelijk te zijn aan die welke worden toegepast voor de zendingen in binnenlandse dienst die dezelfde karakteristieken vertonen (categorie, volume, verwerkingstermijn, enz.). 4. De postbesturen mogen alle indicatieve tarieven die in de Akten vermeld staan, overschrijden.5. Boven de minimumgrens van de in punt 3 vastgelegde tarieven, mogen de postbesturen verlaagde tarieven toestaan op basis van hun binnenlandse wetgeving voor de in hun land afgegeven brievenpostzendingen en postpakketten.Zij kunnen met name voorkeurtarieven verlenen aan hun klanten met een aanzienlijk postverkeer. 6. Het is verboden om van de cliënteel om het even welke andere posttarieven te vorderen dan die bepaald in de Akten.7. Behalve de gevallen waarin de Akten voorzien, behoudt elk postbestuur de tarieven die het heeft geïnd. Artikel 7 Vrijstelling van posttarieven 1. Principe 1.1 De gevallen van portvrijdom, als vrijstelling van de betaling van het port, worden uitdrukkelijk in de Conventie vermeld. Niettemin kunnen de Reglementen bepalingen vaststellen die voorzien in zowel de vrijstelling van de betaling van het port als de vrijstelling van de betaling van de doorvoervergoedingen, de eindrechten en de aandelen van de eindrechten voor binnenkomende brievenpostzendingen en postpakketten met betrekking tot de postdienst die worden verzonden door de postbesturen en de Beperkte Verenigingen. Bovendien worden de brievenpostzendingen en de postpakketten die door het Internationaal Bureau van de Wereldpostvereniging worden verzonden naar de Beperkte Verenigingen en de postbesturen, beschouwd als zendingen met betrekking tot de postdienst en worden ze vrijgesteld van alle posttarieven. Toch mag het bestuur van oorsprong voor die laatste zendingen luchtposttoeslagen heffen. 2. Krijgsgevangenen en burgerlijk geïnterneerden 2.1 De brievenpostzendingen, de postpakketten en de zendingen van de financiële postdiensten gericht aan of verzonden door krijgsgevangenen, hetzij rechtstreeks hetzij via de kantoren vermeld in de Reglementen van de Conventie en van de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post, zijn vrijgesteld van alle posttarieven, met uitzondering van de luchtposttoeslagen. De in een neutraal land opgenomen en geïnterneerde oorlogvoerenden worden met gewone krijgsgevangenen gelijkgesteld voor de toepassing van de voornoemde bepalingen. 2.2 De bepalingen van 2.1 gelden eveneens voor de brievenpostzendingen, de postpakketten en de zendingen van de financiële postdiensten die afkomstig zijn uit andere landen en geadresseerd aan of verzonden door de geïnterneerde burgers, bedoeld in de op 12 augustus 1949 te Genève gesloten Conventie betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, hetzij rechtstreeks, hetzij via de kantoren vermeld in de Reglementen van de Conventie en van de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post. 2.3 De kantoren vermeld in de Reglementen van de Conventie en van de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van de post genieten eveneens portvrijdom voor de brievenpostzendingen, de postpakketten en de zendingen van de financiële postdiensten betreffende de in 2.1 en 2.2 bedoelde personen, voor zowel het verzenden als het ontvangen, hetzij rechtstreeks, hetzij door bemiddeling. 2.4 Pakketten worden portvrij aangenomen tot een gewicht van 5 kilogram. Het maximumgewicht wordt op 10 kilogram gebracht voor zendingen waarvan de inhoud ondeelbaar is en voor die welke, met het oog op de verdeling onder de gevangenen, aan een kamp of zijn vertrouwenspersonen worden gericht. 2.5 In het kader van de afrekening tussen de postbesturen zijn dienstpakketten en pakketten van kri