📄 Wettekst
1 OKTOBER 2021. - Wet houdende instemming met het
Samenwerkingsakkoord van 27 september 2021Relevante gevonden documenten
type
samenwerkingsakkoord
prom.
27/09/2021
pub.
01/10/2021
numac
2021033376
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Uitvoerend samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de verwerking van gegevens met betrekking tot het digitaal EU-COVID-certificaat, het COVID Safe Ticket, het PLF en de verwerking van persoonsgegevens van in het buitenland wonende of verblijvende werknemers en zelfstandigen die activiteiten uitvoeren in België
sluiten strekkende tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de verwerking van gegevens met betrekking tot het digitaal EU-COVID-certificaat, het COVID Safe Ticket, het PLF en de verwerking van persoonsgegevens van in het buitenland wonende of verblijvende werknemers en zelfstandigen die activiteiten uitvoeren in België (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : Artikel 1.Deze bepaling regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.Instemming wordt verleend met het samenwerkingsakkoord strekkende tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de verwerking van gegevens met betrekking tot het digitaal EU-COVID-certificaat, het COVID Safe Ticket, het PLF en de verwerking van persoonsgegevens van in het buitenland wonende of verblijvende werknemers en zelfstandigen die activiteiten uitvoeren in België afgesloten te Brussel op 26 september 2021, gevoegd bij deze wet.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 1 oktober 2021.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, F. VANDENBROUCKE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, V. VAN QUICKENBORNE _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken. - 55K2212 Integraal Verslag : 30 september 2021.
27 SEPTEMBER 2021. - Samenwerkingsakkoord strekkende tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de verwerking van gegevens met betrekking tot het digitaal EU-COVID-certificaat, het COVID Safe Ticket, het PLF en de verwerking van persoonsgegevens van in het buitenland wonende of verblijvende werknemers en zelfstandigen die activiteiten uitvoeren in België ALGEMENE TOELICHTING Op 14 juli 2021 werd een samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de verwerking van gegevens met betrekking tot het digitaal EU-COVID-certificaat, het COVID Safe Ticket, het PLF en de verwerking van persoonsgegevens van in het buitenland wonende of verblijvende werknemers en zelfstandigen die activiteiten uitvoeren in België gesloten.
Rechtzetting van de materiële vergissingen In voornoemd samenwerkingsakkoord, was echter sprake van een aantal materiële vergissingen.
Zo wordt in de Nederlandstalige versie van artikel 16, § 2 van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 verkeerdelijk de term "verwerkingsovereenkomst" gehanteerd, terwijl in § 1 van datzelfde artikel de correcte, door de Gegevensbeschermingsautoriteit gehanteerde term "verwerkersovereenkomst" wordt gebruikt. De verkeerdelijk gebruikte term "verwerkingsovereenkomst" moet derhalve veranderd worden in `verwerkersovereenkomst' in artikel 16, § 2 in fine. In de Franstalige versie van datzelfde artikel 16 is een foutieve vertaling van de term "accord de sous-traitance" opgenomen.
De term "contrat de sous-traitance" moet dan ook worden vervangen door de correcte term, zijnde "accord de sous-traitance, en dit zowel voor artikel 16, § 1 als artikel 16, § 2 van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021. In de Duitstalige versie van datzelfde artikel 16 is een foutieve vertaling van de term "Datenverarbeitungsvertrag" opgenomen.
De term "Verarbeitungsvertrag" moet dan ook vervangen worden door de correcte term, zijnde "Datenverarbeitungsvertrag", en dit zowel in artikel 16, § 1 als artikel 16, § 2 van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021.
In de artikelsgewijze toelichting van artikel 16 van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 wordt foutief melding gemaakt van een protocolakkoord om passende technische en organisatorische maatregelen verder uit te werken. Uiteraard dient de artikelsgewijze toelichting de inhoud van artikel 16 te volgen en moet de term "protocolakkoord" in de Nederlandstalige versie worden vervangen door "verwerkersovereenkomst", moet de term "protocole d'accord" in de Franstalige versie worden vervangen door "accord de sous-traitance" en moet de term "vereinbarungsprotokoll" in de Duitstalige versie worden vervangen door "Datenverarbeitungsvertrag", zoals gestipuleerd in artikel 16.
Daarnaast bevat artikel 33 van voornoemd samenwerkingsakkoord een aantal materiële vergissingen inzake de inwerkingtreding en buitenwerkingtreding van een aantal bepalingen van voornoemd samenwerkingsakkoord.
Allereerst wordt in artikel 33, § 1, 2° bepaald dat artikel 1 in werking treedt op 16 juni 2021. Deze bepaling is correct wat betreft artikel 1, § 1, maar wat betreft de definities opgenomen in artikel 1, § 2 moet hierbij worden vermeld dat deze definities tevens opgenomen zijn in de Verordening digitaal EU-COVID-certificaat en Verordening digitaal EU-COVID-certificaat voor onderdanen derde landen, die beiden in werking treden op 1 juli 2021. Teneinde geen inbreuk te maken op het overschrijfverbod, kan deze paragraaf dus enkel uitwerking hebben tot en met 30 juni 2021. Artikel 1, § 2 zal dan ook worden opgenomen in de opsomming van artikel 33, § 1, 1° van voornoemd samenwerkingsakkoord. Tegelijkertijd zal artikel 33, § 1, 2° verduidelijken dat het in dat geval enkel artikel 1, § 1 betreft.
Tevens wordt in § 2, foutief gesteld dat enkel artikel 33, § 1, 1° een uitzondering vormt op de inwerkingtreding van de bepalingen van Titel I tot en met VII op de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de laatste wetgevende handeling tot instemming met het samenwerkingsakkoord. Echter, artikel 33, § 2, 2° vormt eveneens een uitzondering op dit principe.
Als gevolg van de materiële vergissing zou men in strijd met voorgaande kunnen stellen dat uit artikel 33, § 2, zou kunnen worden afgeleid dat de artikelen genoemd in artikel 33, § 1, 2° pas in werking treden op de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de laatste wetgevende handeling tot instemming met het samenwerkingsakkoord. Dat dit geenszins het geval is, blijkt duidelijk uit de tekst van het samenwerkingsakkoord. Immers, in artikel 33, § 2, 2° wordt uitdrukkelijk gesteld dat de bepalingen van Titel I tot en met Titel VII van het samenwerkingsakkoord uitwerking hebben van 16 juni 2021, voor wat betreft artikel 1, § 1, artikelen 2 tot en met 8, artikel 10, § 4, artikel 11, artikel 14, § 2 tot en met § 5, artikelen 15 tot en met 17.Hieruit kan duidelijk worden afgeleid dat het de bedoeling was van de opstellers van het samenwerkingsakkoord om de artikelen genoemd in artikel 33, § 1, 2° in werking te laten treden vanaf 16 juni 2021. De ratio legis van deze bepaling is dat het de bedoeling is geweest van de opstellers van voornoemd samenwerkingsakkoord om het mogelijk te maken het digitaal EU-COVID-certificaat reeds vanaf 16 juni 2021 ter beschikking te stellen aan Belgische burgers.
Tegelijkertijd, blijkt duidelijk uit de algemene toelichting van voornoemd samenwerkingsakkoord dat er geen andere bedoeling kan zijn geweest dan de inwerkingtreding van de artikelen genoemd in artikel 33, § 1, 2° vanaf 16 juni 2021, vermits het volgende wordt gesteld: "Deze verordeningen treden echter pas op 1 juli in werking. Gelet op de urgentie om het vrij verkeer van personen binnen de lidstaten ten volle te faciliteren, heeft België ervoor gekozen om het digitaal EU-COVID-certificaat vanaf 16 juni 2021 reeds beschikbaar te stellen aan haar burgers." In die zin, werd het volgende eveneens bepaald in de algemene toelichting van voornoemd samenwerkingsakkoord: "De COVIDSafe-applicatie wordt vanaf 16 juni 2021 ter beschikking gesteld aan de burgers en kan vanaf 1 juli 2021 gebruikt worden voor het reizen binnen de Europese Unie." Ook in artikel 2, § 1, 2°, artikel 7, § 1, artikel 8, § 1, en artikel 9, § 4, van voornoemd samenwerkingsakkoord wordt uitdrukkelijk verwezen naar de opmaak en afgifte van het digitaal EU-COVID-certificaat vanaf 16 juni 2021.
Uit het voorgaande volgt duidelijk dat het de bedoeling was van de opstellers van het samenwerkingsakkoord om de bepalingen inzake het digitaal EU-COVID-certificaat, de onderliggende gegevensstromen en de COVIDSafe en COVIDScan applicaties ter beschikking te stellen vanaf 16 juni 2021 en dus de desbetreffende bepalingen, zoals opgesomd in artikel 33, § 1, 1° en 2° van voornoemd samenwerkingsakkoord inwerking te laten treden op 16 juni 2021. Meer in het bijzonder blijkt uit het voorgaande dat het de bedoeling was van de opstellers van voornoemd samenwerkingsakkoord om eveneens voor de artikelen bedoeld in artikel 33, § 1, 2° een uitzondering te voorzien op de inwerkingtreding op de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de laatste wetgevende handeling tot instemming met het samenwerkingsakkoord.
Omwille van deze reden en teneinde enige mogelijke tegenstrijdigheid weg te nemen, dient de materiële vergissing in artikel 33, § 2, van voornoemd samenwerkingsakkoord dan ook middels huidig samenwerkingsakkoord te worden rechtgezet.
Daarnaast is er sprake van een materiële vergissing in artikel 33, § 3, van voornoemd samenwerkingsakkoord. In deze bepaling wordt foutief gesteld dat enkel de artikelen bedoeld in artikel 33, § 1, 1° een uitzondering vormen op de algemene regel dat de bepalingen van Titel I tot en met VII buitenwerking treden op de datum van buitenwerkingtreding van de Verordening digitaal EU-COVID-certificaat en Verordening digitaal EU-COVID-certificaat voor onderdanen derde landen.
Dit lijkt echter tegenstrijdig met artikel 33, § 1, 3°, waarin uitdrukkelijk wordt bepaald dat de artikelen 12 en 13 slechts van toepassing zijn van de inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord tot en met 30 september 2021. Artikel 12 en 13 betreffen de uitwerking van het COVID Safe Ticket. De ratio legis van voornoemd samenwerkingsakkoord is dan ook dat de bepalingen inzake het COVID Safe Ticket slechts van toepassing zijn tot en met 30 september 2021 en hierna er geen COVID Safe Ticket meer gegenereerd mag worden. Aldus vormen de artikelen 12 en 13 eveneens een uitzondering op de algemene regel van artikel 33, § 3.
Dit blijkt eveneens duidelijk uit artikel 14, § 3 van voornoemd samenwerkingsakkoord, dat stelt dat de verwerking, met name de uitlezing, van de persoonsgegevens in functie van het genereren van het COVID Safe Ticket in elk geval maar mag gebeuren tot en met 31 oktober 2021.
Op basis hiervan is het duidelijk dat er sprake is van een materiële vergissing in artikel 33, § 3, en dient dit artikel te worden gewijzigd zodanig dat eveneens voor wat betreft de bepalingen opgesomd in artikel 33, § 1, 3° van voornoemd samenwerkingsakkoord een uitzondering wordt voorzien op de algemene regel dat de bepalingen van Titel I tot en met VII van voornoemd samenwerkingsakkoord buitenwerking treden op de datum van buitenwerkingtreding van de Verordening digitaal EU-COVID-certificaat en Verordening digitaal EU-COVID-certificaat voor onderdanen derde landen.
Uitbreiding materieel toepassingsgebied van de artikelen die het wettelijk kader rond het COVID Safe Ticket uiteenzetten en uitbreiding ervan in de tijd In het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 werd het gebruik van het COVID Safe Ticket ingevoerd voor massa-evenementen en proef- en pilootprojecten en werd tevens bepaald dat deze maatregel maar van toepassing was tot en met 30 september 2021. Gezien enerzijds de epidemiologische situatie in België nog altijd precair blijft en de besmettingen met het coronavirus COVID-19 in sommige delen van het land opnieuw in stijgende lijn zijn en gezien anderzijds het feit dat een heropflakkering van het virus nooit uit te sluiten valt, kan het COVID Safe Ticket op dat ogenblik een nuttig instrument zijn om te vermijden dat een hele reeks activiteiten opnieuw moet worden beperkt of sectoren dienen te worden gesloten. Inderdaad, het COVID Safe Ticket is een belangrijk instrument gebleken en is dat nog altijd voor de economische en sociale heropstart van de maatschappij. Het alternatief dat onze maatschappij weer zou dienen af te glijden in een nieuwe lockdown dient zoveel als mogelijk te worden vermeden. Het gebruik van het COVID Safe Ticket heeft dan ook als doel om uit de crisis te raken en sluitingen zoveel als mogelijk te vermijden. Daarom wordt het noodzakelijk geacht om voor een periode langer dan 30 september 2021 het gebruik van het COVID Safe Ticket toe te staan. In die zin wordt de toepasselijkheid van de artikelen die betrekking hebben op het wettelijk kader rond het COVID Safe Ticket of dit wettelijk kader uiteenzetten verlengd van 30 september 2021 tot en met 31 oktober 2021.
Tijdens de zomer en in september 2021 werd in Brussel een zorgwekkende stijging gezien van het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames.
Hierbij viel tevens op dat een groot aantal personen hiervan niet gevaccineerd zijn. In die zin en met tevens het zicht op het einde van de federale fase, zijn de gefedereerde entiteiten vragende partij om het COVID Safe Ticket ook te gebruiken in of op plaatsen waar de transmissie en/of superverspreiding het meest waarschijnlijk is, zoals aangeduid in de rapporten van de GEMS van 18 en 31 augustus 2021, waarbij een cascade van sectoren werd uiteengezet waarbij deze sectoren werden gedefinieerd van hoog naar laag risico op verspreiding van het coronavirus COVID-19. Dit omvat plaatsen waar de basisregels (optimale ventilatie, afstand, maskers, beperkte contacten) niet volledig kunnen of zullen worden nageleefd door de aard van de omgeving/activiteit: nachtleven, massa-evenementen, proef-en pilootprojecten, horeca, sport- en fitnesscentra), maar ook voorzieningen die behoren tot de culturele, feestelijke en recreatieve sector. Op vraag van de gefedereerde entiteiten wordt het dan ook tevens mogelijk gemaakt om - indien epidemiologische omstandigheden het rechtvaardigen binnen het grondgebied van de respectieve gefedereerde entiteiten - de artikelen die betrekking hebben op het wettelijk kader rond het COVID Safe Ticket of dit wettelijk kader uiteenzetten, toepasselijk te maken vanaf 1 november 2021 voor zover een gefedereerde entiteit deze mogelijkheid inschrijft in een decreet of een ordonnantie voor een bepaalde tijd, waarbij het ten sterkste aanbevolen is deze te beperken tot maximaal 3 maanden.
Zoals hierboven aangehaald kan een opflakkering van het virus nooit worden uitgesloten, derhalve is het wenselijk om de artikelen die betrekking hebben op het wettelijk kader rond het COVID Safe Ticket of dit wettelijk kader uiteenzetten toepasselijk te maken van zodra een epidemische noodsituatie overeenkomstig de
wet van 14 augustus 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/08/2021
pub.
20/08/2021
numac
2021021663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie
sluiten betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie wordt afgekondigd. In die zin wordt dan ook bevestigd dat de artikelen die betrekking hebben op het wettelijk kader rond het COVID Safe Ticket of dit wettelijk kader uiteenzetten inwerking blijven tot en met 30 juni 2022 en dit in lijn met de artikelen die de opmaak en afgifte van het digitaal EU-COVID-certificaat regelen. De artikelen die betrekking hebben op het COVID Safe Ticket werden in die zin dan ook aangepast om die verlenging toepassing te laten vinden.
Heden dient alles in werking gesteld te worden om de zware socio-economische gevolgen van de coronavirus COVID-19-pandemie te verhelpen en dit voor alle sectoren, zodat een verdere sluiting van bepaalde sectoren die gekenmerkt worden door een groot risico op verspreiding van het coronavirus COVID-19, zoveel als mogelijk kan vermeden worden. Het COVID Safe Ticket werd immers gecreëerd enerzijds met het oog op het verminderen van de verspreiding van het coronavirus COVID-19 en het zoveel als mogelijk vermijden van een verdere verzadiging van het ziekenhuiswezen, en anderzijds met het oog op de heropleving van de economie maar ook om de bevolking in staat te stellen hun vroegere sociale leven terug aan te vatten. Voor bepaalde sectoren die een groot risico vormen op de verspreiding van het coronavirus COVID-19, is het kunnen gebruiken van het COVID Safe Ticket dan ook essentieel.
Zo is het duidelijk dat er verschillende mogelijkheden zijn om toegang te krijgen tot COVID Safe Ticket. Daarnaast, is de toegang tot zowel vaccinaties als erkende NAAT- of snelle antigeentesten voldoende algemeen en laagdrempelig, zowel vanuit financieel als vanuit organisatorisch oogpunt. Bovendien wordt de toepassing van het COVID Safe Ticket steeds beperkt enerzijds in de tijd en anderzijds tot omgevingen waar er een verhoogd risico op transmissie bestaat, zodat de diensten en activiteiten die van belang zijn voor de bevolking niet geraakt worden.
Onder die omstandigheden blijft de interferentie met het privéleven van alle betrokkenen beperkt tot wat noodzakelijk is om de viruscirculatie in een risico-omgeving te beperken. In die zin zullen evenementen die plaatsvinden in een (intieme) privésfeer en/of die niet publiek toegankelijk zijn, niet als een massa-evenement kunnen worden gekwalificeerd.
In die zin vraagt het ook aanbeveling om de notie van massa-evenementen nader te specifiëren als zijnde een evenement van een zekere omvang met een bepaald aantal bezoekers dat wordt georganiseerd overeenkomstig de bijzondere modaliteiten betreffende hun organisatie en de te nemen veiligheidsmaatregelen zoals desgevallend bepaald in (i) het
ministerieel besluit van 28 oktober 2020Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
28/10/2020
pub.
28/10/2020
numac
2020010455
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
sluiten houdende de maatregelen van bestuurlijke politie om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken; (ii) desgevallend een daaropvolgend ministerieel besluit, (iii) een besluit overeenkomstig artikel 4, § 1 van de
wet van 14 augustus 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/08/2021
pub.
20/08/2021
numac
2021021663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie
sluiten betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie of (iv) een uitvoerend samenwerkingsakkoord zoals bedoeld bij artikel 92bis, § 1, derde lid, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen of overeenkomstig artikel 13bis, § 2, en waarbij de toegang zal worden geregeld op grond van een COVID Safe Ticket of, desgevallend, op grond van bijkomende maatregelen. Hierbij geldt dat een massa-evenement een evenement is dat publiek toegankelijk is en niet in een (intieme) privésfeer.
Daarenboven verdient het ook aanbeveling dat een evenement waar minder dan 50 bezoekers gelijktijdig aanwezig zijn of worden verwacht, niet als een massa-evenement kan worden gekwalificeerd.
Materieel toepassingsgebied Naast de verlenging van de toepasselijkheid en het gebruik van het COVID Safe Ticket voor proef- en pilootprojecten en massa-evenementen, is er uit de recente adviezen van de GEMS van 18 augustus en 31 augustus 2021 (hetgeen op vraag van het COVID-commissariaat werd gevraagd), gebleken dat er voldoende epidemiologische redenen voorhanden zijn om het toepassingsgebied van het gebruik van het COVID Safe Ticket uit te breiden tot andere sectoren dan enkel de massa-evenementen en proef- en pilootprojecten. In deze GEMS-rapporten werd immers een cascade van sectoren opgesteld, waarin deze sectoren werden gedefinieerd van hoog naar laag risico op verspreiding van het coronavirus COVID-19. De sectoren die in dit samenwerkingsakkoord worden opgenomen waarbij men het gebruik van het COVID Safe Ticket al dan niet verplicht kan opleggen, zijn dan ook de sectoren waar de huidige gezondheids- en veiligheidsmaatregelen moeilijk kunnen worden gehandhaafd, maar er tegelijk een groot risico op verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 aanwezig is, en waar vaak het alternatief een algehele sluiting van deze sectoren zou zijn daar waar de epidemiologische omstandigheden van die aard zijn dat bijkomende maatregelen kunnen worden gerechtvaardigd. De economische rechten van de ondernemers in deze sectoren, worden dan ook gevrijwaard door het gebruik van het COVID Safe Ticket. Deze sectoren werden in de adviezen van de GEMS als aangewezen voor het gebruik van het COVID Safe Ticket aangeduid. Hier tegenover staan de sectoren waarbij de geldende veiligheids- en gezondheidsmaatregeen relatief eenvoudig kunnen worden afgedwongen, waardoor het gebruik van een COVID Safe Ticket in deze sectoren niet geoorloofd of verantwoord lijkt. Uitsluitend op verzoek van de gefedereerde entiteiten die de epidemiologische omstandigheden moeten rechtvaardigen, en met inachtneming en rechtvaardiging van het proportionaliteitsbeginsel, werd een dergelijke uitbreiding van het toepassingsgebied overeenkomstig de sectoren (die in de adviezen van de GEMS als aangewezen worden aangeduid voor het gebruik van het COVID Safe Ticket) dan ook ingeschreven in het samenwerkingsakkoord, om de mogelijkheid te bieden om over te gaan tot een dergelijke uitbreiding binnen de bevoegdheden van de gefedereerde entiteiten die zulks wensen.
Dit gebeurt echter met eerbiediging voor het recht op bescherming van het privéleven. Het is niet de bedoeling om het gebruik van het COVID Safe Ticket een te substantiële inmenging in het privéleven van personen te laten uitmaken. Zo kan het COVID Safe Ticket nog altijd niet worden toegepast in de privésfeer en worden (onder andere) essentiële diensten zoals o.m. openbaar vervoer, overheidsdiensten, onderwijsactiviteiten (zoals kleuter, lagere - en - middelbare scholen, universiteiten en hogescholen, kunstacademies, balletscholen,...) en winkels en winkelcentra niet opgenomen in de lijst van sectoren waar een dergelijke uitbreiding wordt voorzien.
Het is ook niet de bedoeling om het COVID Safe Ticket verplicht te maken op de werkplaats. Zodoende is het gebruik van het COVID Safe Ticket bewust niet van toepassing verklaard op werknemers, medewerkers, organisatoren, uitbaters of personeel van aangelegenheden en voorzieningen waarvoor het gebruik van het COVID Safe Ticket kan worden ingezet, doch slechts op haar bezoekers. Dit verschil in behandeling is te verantwoorden aangezien de werknemers, medewerkers, personeelsleden, organisatoren of uitbaters van de desbetreffende voorziening eenvoudig kunnen worden gecontroleerd op de naleving van de geldende sanitaire regels terwijl dit op heden niet het geval is voor de bezoekers. Bovendien zijn de omstandigheden van werknemers, medewerkers, personeelsleden, organisatoren of uitbaters van desbetreffende voorzieningen en activiteiten en die van de bezoekers van deze voorzieningen en activiteiten, dermate anders, dat een andere behandeling rechtmatig is en in overeenstemming met de interpretatie die aan de artikelen 10 en 11 van de Grondwet wordt gegeven. De werknemers, medewerkers, personeelsleden, organisatoren of uitbaters van de aangelegenheden en voorzieningen komen er arbeid verrichten of diensten leveren en dienen zich in die context op regelmatige en frequente basis aan te bieden op de voorziening of activiteit, terwijl de bezoekers zich aanbieden op een meer vrijwillige basis aan de voorziening of activiteit.Wat meer is, indien men het gebruik van het COVID Safe Ticket zou toelaten of verplichten ten aanzien van werknemers, medewerkers, personeelsleden, organisatoren of uitbaters van aangelegenheden en voorzieningen waarvoor het gebruik van het COVID Safe Ticket kan worden ingezet, zou dit een impliciete vaccinatieplicht van deze personen inhouden. Dit zou eveneens een veelvuldige verwerking van persoonsgegevens inhouden die niet langer lijkt te voldoen aan het principe van de dataminimalisatie.
Voorts wordt deze uitbreiding van het materieel toepassingsgebied naar bijkomende, limitatief opgesomde sectoren (zie hieronder), waar de kans op een verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 het grootst is niet de facto ingevoerd. Het concrete gebruik van het COVID Safe Ticket kan in deze sectoren pas mogelijk of verplicht worden gemaakt wanneer een gefedereerde entiteit hiertoe een decreet of ordonnantie uitvaardigt, voor zover er epidemiologische omstandigheden zijn die dergelijk gebruik rechtvaardigen mits de voorafgaande consultatie van de RAG, die een niet-bindend advies dient te bezorgen binnen de 5 werkdagen en voor zover dit gebruik beperkt is in de tijd (waarbij het ten sterkste aanbevolen is deze te beperken tot maximaal 3 maanden). In geval van hoogdringendheid, dat door de gefedereerde entiteit zal dienen te worden gemotiveerd, kan de RAG haar advies reeds voorlopig (bijv. telefonisch) doorgeven, op voorwaarde dat dit advies binnen de hogervermelde termijn van 5 werkdagen schriftelijk wordt bevestigd.
Gezien de soortgelijke activiteit en de risico's van een grotere verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19, worden de dancings en discotheken vanaf 1 oktober aan dezelfde maatregelen onderworpen als de massa-evenementen en proef- en pilootprojecten, behalve in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober 2021 voor wat betreft het aantal bezoekers en de verplichte of facultatieve mogelijkheid het CST voor dergelijke evenementen te gebruiken. Inderdaad, de toegang tot de dancings en discotheken wordt vanaf 1 oktober tot en met 31 oktober vooreerst georganiseerd met verplicht gebruik van het COVID Safe Ticket. In de sector van het nachtleven, zijnde de discotheken en dancings, waren er immers de voorbije maanden verschillende voorbeelden uit andere Europese landen waaruit bleek dat deze sector de oorzaak kan zijn van wijdverspreide besmettingen met het coronavirus COVID-19. Derhalve werd het nodig geacht om in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober 2021 het gebruik van het COVID Safe Ticket in de discotheken en dancings te verplichten, dit ongeacht het aantal (al dan niet verwachte) bezoekers en aard van het evenement. Vanaf 1 november 2021 komt het aan de gefedereerde entiteiten toe de modaliteiten van het gebruik van het COVID Safe Ticket om de toegang tot discotheken en dancings te regelen en te bepalen.
De bijkomende sectoren zijn de sectoren, die zijn geïnventariseerd door een of meer gefedereerde entiteit(en): de horeca, de sport- en fitnessclubs, de handelsbeurzen en congressen, de voorzieningen die behoren tot de culturele, feestelijke en recreatieve sector en de voorzieningen voor residentiële opvang van kwetsbare personen.
Op basis van de analyse van de gefedereerde entiteiten (of de GEMS) werden deze sectoren geïdentificeerd omdat deze sectoren te maken krijgen enerzijds een verhoogde kans hebben op de verspreiding van het COVID-19 coronavirus en een hoger risico op superverspreiding, en anderzijds met personen die het meest kwetsbaar zijn voor het coronavirus COVID-19. Voor gefedereerde entiteiten die het COVID Safe Ticket wensen uit te breiden, nopen deze risicofactoren dan ook tot een bijkomende zekerheid in de vorm van het inzetten en gebruik van het COVID Safe Ticket wanneer uitsluitend de gefedereerde entiteiten dit nodig achten in het licht van de epidemiologische omstandigheden op hun grondgebied, en dit met respect voor en justificatie van het principe van de proportionaliteit. Het COVID Safe Ticket kan dan ook worden gebruikt om bezoekers in veel veiligere omstandigheden en met veel minder risico toegang te verlenen tot de voorzieningen en aangelegenheden binnen deze sectoren alwaar het volgen van de normale COVID-maatregelen niet altijd mogelijk blijkt en/of controleerbaar en afdwingbaar.
In de horecasector, meer bepaald de café's en restaurants, zijn enkele duidelijke risicofactoren aanwezig die het gebruik van het COVID Safe Ticket verantwoorden volgens de rapporten van de GEMS van 18 en 31 augustus 2021, zoals de langere aanwezigheid van personen in dezelfde ruimte, waarbij vaak geen voldoende ventalitie voorhanden is.
Bijkomend zijn sommige restaurants en café's eerder dicht gelieerd aan het nachtleven, waardoor daar eveneens aanzienlijke risico's voor verspreiding van het coronavirus COVID-19 aanwezig zijn. Bij aangelegenheden in de culturele, recreatieve en feestelijke sfeer, bevinden zich eveneens dergelijke risicofactoren. Bij sport- en fitnessclubs zijn er sinds de uitbraak van de COVID-19 pandemie vaak clusters van besmettingen vastgesteld veroorzaakt door het dichte contact van personen met elkaar en het vele verplaatsen in eenzelfde ruimte. Hotels en slaapgelegenheden worden hier niet onder begrepen daar voornoemd risico veel minder aanwezig is en mits inachtname van andere maatregelen van bestuurlijke politie, kan worden verminderd.
Voor wat betreft horeca-activiteiten in hotel-en slaapgelegenheden: deze vallen onder het toepassingsgebied van de uitbreiding naar deze sector.
Ook in de sector van de beurzen en congressen, zijn er bijkomende risico's. Zo hebben zij meestal een grote concentratie van bezoekers die zich vaak voortbewegen doorheen de ruimtes en is er geen sprake van zogenaamde contactbubbels, die de kans op superverspreiding zouden beperken.
Het invoeren van het COVID Safe Ticket voor de bezoekers van voorzieningen die residentieel kwetsbare personen opvangen, is dan weer ingegeven vanuit de vaststelling dat, zelfs wanneer zij volledig gevaccineerd zijn, deze personen nog altijd een grotere kans hebben om door een coronavirus COVID-19-besmetting zwaar ziek te worden of te overlijden. Hierdoor zijn extra voorzorgsmaatregelen ten aanzien van deze groepen noodzakelijk. Het COVID Safe Ticket zorgt ervoor dat de personen die deze sectoren bezoeken, minder kans lopen om besmet te worden alsook het risico op besmetting voor patiënten of residenten met het coronavirus COVID-19 aanzienlijk verlagen. Door het gebruik van het COVID Safe Ticket wordt tevens de circulatie van het coronavirus COVID-19 verder beperkt alsook het enorme risico op doorbraakinfecties. Hierdoor wordt de verzadiging van de zorginstellingen tegengegaan, en bijkomend wordt ervoor gezorgd dat een nieuwe sluiting van de voorzieningen en activiteiten in deze risicovolle sectoren, zoveel als mogelijk wordt vermeden. Het gebruik van het COVID Safe Ticket in deze voorzieningen breidt zich echter niet uit naar personen die (i) zich aanbieden om zorg te krijgen of bij wijze van algemene consultatie (bijv. patiënten of zorgbehoevenden) of (ii) deel nemen aan of in de zorgverlening (bv. huisarts, kinesist, vrijwilliger, mantelzorger, ...) en vanuit die optiek bekend zijn bij de directie of organisatie van deze voorzieningen. Verder kan het COVID Safe Ticket ook niet worden opgelegd aan personen die omwille van een noodzakelijkheid vanuit dienstverlening of zorg toegang tot de voorziening moeten verkrijgen en voor zover deze personen bij de voorziening gekend zijn (men kan hier denken aan de situatie waarbij een dochter naar het woonzorgcentrum wordt geroepen om haar stervende ouder bij te staan).
Aan deze categorieën van personen waarop het gebruik van het COVID Safe Ticket niet van toepassing is in deze voorzieningen, kunnen wel bijkomende sanitaire maatregelen worden opgelegd.
Met bezoekers in de verschillende sectoren, wordt tevens bedoeld: de personen die een voorziening of activiteit vermeld in artikel 1, § 1, 21° van dit samenwerkingsakkoord, massa-evenement of proef- en pilootproject of dancings en discotheken willen betreden, alsook de personen die hen eventueel begeleiden (met uitzondering van de categorieën van personen die in de vorige paragraaf werden opgelijst). Zoals hierboven aangehaald is het immers niet de bedoeling dat medewerkers, personeelsleden en organisatoren als bezoekers beschouwd worden en een COVID Safe Ticket moeten laten inlezen, aangezien dit, zoals hierboven reeds werd gepreciseerd, precies tot een verdoken vaccinatieplicht zou leiden die een ongelijkheid in behandeling zou teweeg brengen en discriminatie tot gevolg zou hebben.
Tevens, zal het gebruik van het COVID Safe Ticket voor wat betreft de uitbreiding van het toepassingsgebied, met name door het gebruik ervan mogelijk te maken in voorzieningen van horeca-activiteiten, sport- en fitnesscentra, handelsbeurzen en congressen en voorzieningen die behoren tot de culturele, feestelijke en recreatieve sector, niet mogen worden toegepast voor jongeren onder de 16 jaar. Het toepassen van het COVID Safe Ticket voor jongeren onder de 16, wordt binnen deze sectoren niet noodzakelijk en proportioneel geacht. Tot op heden is de vaccinatiestrategie, met de prioritaire groepen, nog steeds lopende.
Dit zorgt ervoor dat vandaag, zijnde einde van de zomer - vroege najaar van 2021 jongeren tussen de 12 en de 18 jaar volop worden gevaccineerd. Ondertussen, op basis van de cijfers voorhanden, is het een feit dat jongeren zich alsmaar meer laten vaccineren en dat de vaccinatiegraad voor deze doelgroep alsmaar hoger komt te liggen.
Daarnaast kan niet worden ontkend, dat deze jongeren zich tijdens de huidige pandemie door de gevolgen van de crisis niet optimaal hebben kunnen ontplooien, meer bepaald hebben zij op beperkte wijze, vaak via afstandsonderwijs, onderwijs kunnen volgen en hebben zij amper of geen buitenschoolse en sociale activiteiten mogen bijwonen, laat staan eraan deelnemen. Voor de verdere ontplooiing van deze jongeren is het van fundamenteel belang dat deze alle mogelijkheden krijgen om (terug) te kunnen deelnemen aan recreatieve, sportieve, culturele en andere activiteiten die niet enkel zeer waardevol maar fundamenteel zijn voor hun verdere ontplooiing.
Bovendien, kunnen jongeren onder de 16 jaar niet zelf de eindkeuze maken om al dan niet gevaccineerd te worden. Bijgevolg zou het vereisen van een test- of herstelcertificaat van de niet-gevaccineerde jongeren kunnen leiden tot uitsluiting buiten hun eigen keuze.
Omwille van deze reden kan het vereisen van een COVID Safe Ticket voor jongeren onder de 16 jaar in deze context dan ook niet worden gerechtvaardigd.
Verder wordt wel voorzien in een uitzondering wat betreft de toegang tot residentiële voorzieningen voor de opvang van kwetsbare personen, waar de leeftijdsgrens op 12 jaar wordt gelegd.
Deze uitzondering is echter verantwoord vanuit de noodzaak om de gezondheid van kwetsbare personen te beschermen, hetgeen in deze gevallen dient te primeren op het recht op zelfontplooing voor jongeren. Immers, het risico op doorbraakinfecties is in dergelijke voorzieningen, zoals ziekenhuizen, woonzorgcentra en residentiële voorzieningen voor kwetsbare personen, fundamenteel hoger dan in of voor andere aangelegenheden of voorzieningen waar het COVID Safe Ticket kan worden ingezet, nu dergelijke zorginstellingen per definitie meer zieke, kwetsbare en/of fragiele personen opvangen dan in de andere sectoren waar het COVID Safe Ticket kan worden ingezet.
Omwille van deze reden kan bij uitbreiding van het toepassingsgebied naar voorzieningen voor residentiële opvang van kwetsbare personen, het COVID Safe Ticket wel worden gevraagd aan kinderen vanaf 12 jaar.
Bij massa-evenementen, proef- en pilootprojecten en dancings en discotheken kan conform de geldende bepalingen het COVID Safe Ticket eveneens worden toegepast voor kinderen vanaf 12 jaar.
Met dit nieuwe mechanisme van het toepasbaar maken van het COVID Safe Ticket op initiatief van één of meer gefedereerde entiteit(en), beoogt men op deze manier een evenwicht te vinden tussen het faciliteren van het verder beheersen van het epidemiologisch verloop van de coronavirus COVID-19 crisis en de bescherming van de grondrechten van personen.
Voor wat betreft het personeel dat in deze sectoren kan worden ingezet bij de toegang van de in de limitatieve lijst opgenomen aangelegenheden en voorzieningen, dient duidelijk te worden voorzien dat dit enkel maar kan ten aanzien van een beperkt aantal personeelsleden of medewerkers (zoals bijv. een zaalverantwoordelijke) en dat de uitbater, directie of organisator steeds verplicht zal zijn een lijst van alle personen die het COVID Safe Ticket kunnen controleren bij te houden.
Het personeel dat in het kader van de controle op het COVID Safe Ticket ingezet wordt, dient zich te beperken tot de loutere controle en verificatie van het digitaal EU-COVID-certificaat of het door de houder gegenereerde COVID Safe Ticket alsook het identiteitsbewijs.
Het betreft hier dus geen toegangscontrole in de zin van de Wet Private Veiligheid. Daar waar de COVID Safe Ticket-controle gecombineerd wordt met bijkomend toezicht en controle op de aanwezigen kunnen enkel personen ingezet worden dewelke bepaald zijn in de
Wet van 2 oktober 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/10/2017
pub.
31/10/2017
numac
2017031388
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid
type
wet
prom.
02/10/2017
pub.
18/12/2017
numac
2017031910
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. - Duitse vertaling
sluiten tot regeling van de private en bijzondere veiligheid.
De persoonsgegevens die worden verwerkt door het inlezen van het COVID Safe Ticket, kunnen niet opgeslagen of uitgewisseld worden. De streepjescode op het digitaal EU-COVID-certificaat, wordt ingelezen door de COVIDScan-applicatie en op basis hiervan worden de daarin vervatte gegevens door het COVID Safe Ticket gevisualiseerd. De ingelezen persoonsgegevens worden niet bewaard in een bestand en de gegevens in het cachegeheugen worden gewist van zodra er een nieuwe streepjescode wordt gescand of wanneer de COVIDScan-applicatie wordt gedesactiveerd. De persoonsgegevens worden evenmin uitgewisseld met een externe toepassing. Bijgevolg is het niet mogelijk om op basis van de COVIDScan-applicatie aan tracing te doen of op een onrechtmatige manier een registratie van de bezoekers te bewerkstelligen, wat uiteraard in elk geval verboden is. In die zin is het dan ook niet toegestaan om bij de inlezing van het COVID Safe Ticket enige directe of indirecte bewaring van persoonsgegevens te bewerkstellingen, andere dan uitdrukkelijk in dit samenwerkingsakkoord voorzien.
Het mag duidelijk zijn dat deze aanpassing betreffende het gebruik van het COVID Safe Ticket kadert in een bredere aanpak op het vlak van preventieve geneeskunde en gezondheidspreventie: men vermindert door middel van het COVID Safe Ticket het risico op virusoverdracht tussen personen wanneer zij zich in omstandigheden bevinden die een verhoogd risico inhouden voor de mogelijke overdracht van COVID-19, zoals een hoog niveau van viruscirculatie of een ontoereikend niveau van vaccinatie in deze regio of gemeenschap, het plaatsvinden van samenkomsten van gevaccineerde met niet-gevaccineerde personen of de aanwezigheid van andere risicofactoren die het risico op virusverspreiding zoals door aerosolen, verhogen. Aangezien de gefedereerde entiteiten bevoegd zijn voor deze preventieve gezondheidszorg, zijn zij de bevoegde overheid die over de opportuniteit van deze maatregelen kunnen beslissen. Het gebruik van het COVID Safe Ticket voor bezoekers van de voorzieningen en aangelegenheden bepaald in dit samenwerkingsakkoord, kadert in de bevoegdheid van de preventieve gezondheidszorg, aangezien dit enkel een regelgeving betreft omtrent de bezoekers van deze voorzieningen en aangelegenheden en derhalve niet de inrichting en organisatie van deze voorzieningen en aangelegenheden zelf wenst te regelen, gelet op de adviezen van 18 en 31 augustus van de GEMS, waarin aangegeven staat dat het gebruik van het COVID Safe Ticket in deze voorzieningen en aangelegenheden aanbevolen wordt om de coronavirus COVID-19 pandemie onder controle te krijgen.
De noodzaak en proportionaliteit van diversifiëring van het gebruik van het COVID Safe Ticket Ook kan worden vastgesteld dat er sinds de vaccinatiecampagne lopende is, sprake is van verschillende lokale epidemiologische omstandigheden tussen de verschillende gefedereerde entiteiten. Bijvoorbeeld een lagere vaccinatiegraad of relatief hoger aantal ziekenhuisopnames binnen een bepaalde deelstaat. Deze epidemiologische verschillen kunnen vereisen of toelaten dat er zich voor een bepaalde gemeenschap of regio een uitbreiding van het inzetten en het gebruik van het COVID Safe Ticket opdringt, daar waar voor andere gemeenschappen en regio's een dergelijke noodzaak niet bestaat of niet kan worden gerechtvaardigd aan de hand van epidemiologische omstandigheden.
In het eerste geval dient het voor een gefedereerde entiteit, in het kader van haar autonomie dan ook mogelijk te zijn om voor wat betreft diens grondgebied een uitbreiding van de maatregelen te kunnen activeren en vervolgens toepassen, voor zover epidemiologische omstandigheden dit rechtvaardigen en na evaluatie van de RAG van deze omstandigheden.
Deze gediversifieerde toepassing van het COVID Safe Ticket zorgt eveneens voor een proportionele toepassing van dit instrument. Enkel wanneer de epidemiologische toestand het rechtvaardigt en na evaluatie van de RAG van deze omstandigheden, kan een regio of gemeenschap dan immers deze maatregelen in werking stellen. Na 31 oktober 2021 geldt als het uitgangspunt zelfs dat het COVID Safe Ticket niet meer toepasbaar/toepasselijk is en dus niet meer zal kunnen worden gebruikt, tenzij er een dergelijk verontrustende epidemiologische toestand aanwezig is in een bepaalde regio of gemeenschap en de RAG dit mee onderschrijft. Zo blijft het gebruik beperkt tot waar en wanneer het absoluut noodzakelijk is.
Zo wordt een diversifiëring op basis van objectieve wetenschappelijke parameters mogelijk, door bijvoorbeeld de vaccinatiegraad, het aantal ziekenhuisopnames en/of het reproductiegetal te analyseren per regio of gemeenschap. Een regio of gemeenschap zal dan zelf op basis van de epidemiologische toestand, met respect voor en justificatie van het principe van de proportionaliteit, kunnen beslissen of het gebruik van het COVID Safe Ticket verplicht is of niet en wat het toepassingsgebied van het COVID Safe Ticket zal zijn binnen het kader dat in het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 wordt bepaald.
In diezelfde zin, op verzoek van de gefedereerde entiteit(en), dient aan de bevoegde gouverneurs en burgemeester de mogelijkheid te worden geboden om voor de massa-evenementen, de proef-en pilootprojecten en de dancings en discotheken strengere maatregelen te nemen met name voor wat betreft (i) het aantal bezoekers of (ii) het verplicht maken voor een welbepaald massa-evenement, proef-en pilootproject of dancing en discotheek binnen de aan hen toegekende bevoegdheid indien er epidemiologische omstandigheden op het grondgebied van de provincie of de gemeente zijn die dergelijke maatregelen rechtvaardigen en na evaluatie van deze omstandigheden door de RAG. In geen geval kan een burgemeester of gouverneur het gebruik van het COVID Safe Ticket mogelijk maken of verplichten of enige verstrengde maatregelen nemen met betrekking tot het gebruik van het COVID Safe Ticket in de bijkomende, hierboven opgelijste sectoren. Bovendien dienen deze maatregelen te worden beperkt in de tijd, waarbij het ten sterkste wordt aanbevolen deze niet langer dan 30 dagen te laten duren.
Daarenboven: - indien de burgemeesters en gouverneurs de hierboven beschreven mogelijkheid willen uitoefenen om bepaalde verstrengende maatregelen te nemen voor het gebruik van het COVID Safe Ticket in het kader van massa-evenement of proef-of pilootproject voor het grondgebied waarvoor zij bevoegd zijn, zullen zij dit tot en met 31 oktober 2021 enkel kunnen voor zover: o er epidemiologische omstandigheden zijn die dergelijke maatregelen rechtvaardigen en na evaluatie door de RAG van deze omstandigheden; o zij dergelijke maatregelen hebben afgestemd met de bevoegde ministers op het federale niveau en hiervoor instemming hebben verkregen. - Indien de burgemeesters en gouverneurs vanaf 1 november 2021 dergelijke maatregelen willen nemen, zullen zij dit enkel kunnen voor zover: o er epidemiologische omstandigheden op hun grondgebied zijn die dergelijke maatregelen rechtvaardigen en na evaluatie door de RAG van deze omstandigheden; o de gefedereerde entiteit binnen het grondgebied waarvoor de desbetreffende burgemeester of gouverneur bevoegd is, het gebruik van het COVID Safe Ticket van toepassing heeft gemaakt en heeft ingeschreven in een decreet of ordonnantie; o zij dergelijke maatregelen hebben afgestemd met de bevoegde ministers van de gefedereerde entiteit waaronder zij vallen; en o zij hiervoor instemming hebben verkregen van de bevoegde ministers van die gefedereerde entiteit.
Deze uitbreiding van het toepassingsgebied van het COVID Safe Ticket geeft aan de gefedereerde entiteiten en de burgemeesters of gouverneurs de mogelijkheid het COVID Safe Ticket in te zetten in bepaalde omstandigheden en voor een bepaalde duur, in overeenstemming met hun respectievelijke bevoegdheden. Doch hierbij mag men niet uit het oog verliezen dat op basis van hun respectievelijke bevoegdheden deze uitbreiding van het toepassingsgebied echter beperkt is. ? De gefedereerde entiteiten kunnen het al dan niet verplichte karakter voor het gebruik van het COVID Safe Ticket voor evenementen die onder de definitie van massa-evenement vallen vaststellen en dit voor de regio of gemeenschap waarvoor zij bevoegd zijn. Concreet kunnen zij bijvoorbeeld de aantallen bezoekers verlagen voor massa-evenementen. Desalniettemin zullen deze aantallen steeds moeten bestaan uit een zekere omvang met een bepaald aantal bezoekers, waarbij het aanbeveling verdient dat een evenement waar minder dan 50 bezoekers gelijktijdig aanwezig zijn of worden verwacht, niet als een massa-evenement kan worden gekwalificeerd. ? In het kader van het uitgebreide toepassingsgebied van het gebruik van het COVID Safe Ticket, hebben zij de mogelijkheid, voor zover de epidemiologische omstandigheden dit toelaten, om te beslissen dat het COVID Safe Ticket eveneens gebruikt kan worden voor één of meerdere van de sectoren die limitatief aangemerkt werden in dit samenwerkingsakkoord en ? kunnen zij het gebruik van het COVID Safe Ticket voor één of meerdere van de voornoemde sectoren verplicht maken, indien dit op grond van de epidemiologische omstandigheden kan worden verantwoord. ? Verder voorziet het samenwerkingsakkoord in de mogelijkheid om de uitvoeringsmodaliteiten in het geldende
ministerieel besluit van 28 oktober 2020Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
28/10/2020
pub.
28/10/2020
numac
2020010455
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
sluiten door de burgemeesters en gouverneurs te laten verstrengen voor wat betreft de uitvoeringsmodaliteiten van massa-evenementen of proef- en pilootprojecten respectievelijk met betrekking tot o i) het minimum aantal bezoekers waarvoor het massa-evenement of proef of pilootproject kan worden georganiseerd en o ii) het al dan niet verplichte karakter van het gebruik van het COVID Safe Ticket voor een bepaald of specifiek type van evenement die onder de definitie van massa-evenement of proef- of pilootproject valt.
De uitbreiding - op vraag van de gefedereerde entiteiten - van de bevoegdheid om maatregelen te nemen voor de gefedereerde entiteiten en burgemeesters of gouverneurs, wordt voorzien in dit samenwerkingsakkoord. De voorwaarden om een geldig COVID Safe Ticket te genereren dat de toegang verschaft tot massa-evenementen, proef- en pilootprojecten of dancings en discotheken, wordt echter nog steeds bepaald in een uitvoerend samenwerkingsakkoord. Wanneer een gefedereerde entiteit, een burgemeester of een gouverneur beslist, conform diens bevoegdheden, om een specifiekere toepassing van het COVID Safe Ticket in te voeren, gebeurt dit op exclusief initatief van de gefedereerde entiteit, en via de eigen regelgeving van deze gefedereerde entiteit, burgemeester of gouverneur, doch in lijn met de principes van de Verordening digitaal EU-COVID-certificaat, de Verordening digitaal EU-COVID-certificaat voor onderdanen derde landen en dit Samenwerkingsakkoord.
De uitbreiding in de tijd A. Periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 oktober 2021 De mogelijkheid tot uitbreiding van het toepassingsgebied van het gebruik van het COVID Safe Ticket en tot mogelijke verstrenging van de modaliteiten van het COVID Safe Ticket, zoals het verlagen van de aantallen bezoekers voor massa-evenementen en proef- en pilootprojecten of het gebruik van het COVID Safe Ticket verplicht maken voor bepaalde evenementen en sectoren, is mogelijk vanaf 1 oktober tot en met 31 oktober 2021 voor zover de epidemiologische omstandigheden dit rechtvaardigen, met respect voor en justificatie van het principe van de proportionaliteit en na evaluatie van deze omstandigheden door de RAG. Het gebruik van het COVID Safe Ticket voor dit uitgebreid toepassingsgebied bestaat niet de facto maar zal steeds dienen te worden voorzien in een decreet of ordonnantie van deze gefedereerde entiteit op basis van diens bevoegdheid inzake gezondheidspreventie.
B. Periode na 31 oktober 2021 Mogelijkheid 1: gebruik van het COVID Safe Ticket door gefedereerde entiteit In de periode na 31 oktober 2021, zal het COVID Safe Ticket niet langer geldig kunnen worden gebruikt en is het dus niet langer van toepassing, niettegenstaande het feit dat de artikelen die betrekking hebben op het wettelijk kader rond het COVID Safe Ticket of dit wettelijk kader uiteenzetten in dit samenwerkingsakkoord nog altijd in werking zullen blijven tot 30 juni 2022. Dit teneinde in te gaan op de vraag van de gefedereerde entiteiten en deze entiteiten de mogelijkheid te bieden om het COVID Safe Ticket na 31 oktober 2021 te gebruiken (of zelfs te verplichten) voor massa-evenementen, proef-en pilootprojecten, de toegang tot dancings en discotheken en voor de bijkomende limitatieve lijst van sectoren (zoals hierboven opgelijst) wanneer zij geconfronteerd worden met ongunstige epidemiologische omstandigheden binnen hun regio of gemeenschap, mits de voorafgaande consultatie van de RAG, die een niet-bindend advies zal verlenen binnen de 5 werkdagen. Waar nodig krachtens of in het licht van de sector waar het COVID Safe Ticket zal worden gebruikt, moet de gefedereerde entiteit de bevoegdheidsverdeling nagaan en hiervoor de nodige wetgevende intitiatieven nemen. Het is geenszins de bedoeling om de bevoegdheidsverdeling tussen de gefedereerde entiteiten zoals bepaald in de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, te bepalen in dit samenwerkingsakkoord. Deze uitbreiding kan zowel materieel als territoriaal zijn en bestaan uit het gebruik en het al dan niet verplicht maken van het COVID Safe Ticket binnen een welbepaald toepassingsgebied, zijnde enerzijds de massa-evenementen, de proef- en pilootprojecten en toegang tot de dancings en discotheken, en anderzijds de sectoren die limitatief opgesomd worden in dit samenwerkingsakkoord.
De gefedereerde entiteit kan het gebruik van het COVID Safe Ticket op haar grondgebied optioneel of verplicht maken voor hoger beschreven sectoren, en dit naarmate het onmogelijk wordt om te controleren of de geldende COVID maatregelen gerespecteerd kunnen worden. Dit zal dienen te zijn beperkt tot omgevingen waar een verhoogd risico op transmissie bestaat. Het doel ligt hem erin dat de desbetreffende diensten en activiteiten niet economisch geraakt worden. Wel zal dit verder gebruik van het COVID Safe Ticket vanaf 1 november 2021 dienen te worden beperkt in de tijd, waarbij het ten sterkste wordt aanbevolen deze maatregelen niet langer dan 3 maanden in te voeren en te behouden.
Mogelijkheid 2: Beëindiging federale fase, zonder dat de epidemische noodsituatie op grond van de
wet van 14 augustus 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/08/2021
pub.
20/08/2021
numac
2021021663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie
sluiten wordt afgekondigd.
In het geval dat de federale fase van het nationaal plan overeenkomstig het
ministerieel besluit van 13 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
13/03/2020
pub.
13/03/2020
numac
2020030302
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19
type
ministerieel besluit
prom.
13/03/2020
pub.
19/03/2020
numac
2020040667
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19. - Duitse vertaling
sluiten houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19 volledig wordt beëindigd en de voorwaarden van de
wet van 14 augustus 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/08/2021
pub.
20/08/2021
numac
2021021663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie
sluiten betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie niet zijn vervuld en er dus geen toepassing wordt gemaakt van deze
wet van 14 augustus 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/08/2021
pub.
20/08/2021
numac
2021021663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie
sluiten, dient een gefedereerde entiteit voor zover deze middels een decreet of ordonnantie het gebruik van het COVID Safe Ticket heeft voorzien, na te gaan (en desgevallend te voorzien) of op grond van voornoemd decreet of ordonnantie de bevoegde gouverneur of bevoegde burgemeester de nodige uitvoeringsmodaliteiten inzake handhaving kan nemen teneinde het gebruik van het COVID Safe Ticket te kunnen handhaven. Deze maatregelen van bestuurlijke politie gelden enkel met betrekking tot het COVID Safe Ticket en kunnen van kracht zijn tot de duurtijd die voorzien is door de bevoegde gefedereerde entiteit in het respectievelijke decreet of ordonnantie met betrekking tot de het voorzien van het gebruik van het COVID Safe Ticket door deze gefedereerde entiteit en voor zover de voorwaarden van de
wet van 14 augustus 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/08/2021
pub.
20/08/2021
numac
2021021663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie
sluiten betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie niet zijn vervuld en dus geen toepassing wordt gemaakt van deze wet.
De aantallen bezoekers voor massa-evenementen en dancings en discotheken zal in dergelijke situatie worden bepaald in een uitvoerend samenwerkingsakkoord.
Mogelijkheid 3: De epidemische noodsituatie op grond van de
wet van 14 augustus 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/08/2021
pub.
20/08/2021
numac
2021021663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie
sluiten wordt conform deze wet afgekondigd Indien de
wet van 14 augustus 2021Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
14/08/2021
pub.
20/08/2021
numac
2021021663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie
sluiten betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie wordt toegepast, zullen de artikelen die betrekking hebben op het gebruik van het COVID Safe Ticket middels een gedifferentieerde aanpak en voor de bijkomende sectoren (met name artikelen 2bis, §§ 1 en 2, 13bis en 13ter van dit Samenwerkingakkoord), niet langer van toepassing zijn en worden opgeschort. Teneinde een aanpak te kunnen voorzien die aangepast is aan de epidemiologische situatie van dat moment, zal worden geëvalueerd of het gebruik van het COVID Safe Ticket opnieuw van toepassing moet worden voor het (al dan niet) gehele grondgebied.
Voor zover nodig dient hierbij wel te worden gepreciseerd dat dit maar kan voor een periode die loopt tot 30 juni 2022. In die zin zal het samenwerkingsakkoord in de volgende bepalingen voorzien: wanneer de epidemische noodsituatie wordt afgekondigd en aldus besloten wordt dat een gecoördineerde aanpak van de gezondheidscrisis op federaal niveau vereist is en derhalve een gediferentieerd gebruik van het COVID Safe Ticket niet langer aangewezen is, zullen de maatregelen genomen door de gefedereerde entiteiten afzonderlijk met betrekking tot het gebruik van het COVID Safe Ticket buiten werking treden of worden opgeschort. De gefedereerde entiteiten zullen bijgevolg niet langer middels een decreet of ordonnantie tot een ander gebruik van het COVID Safe Ticket kunnen beslissen, aangezien deze decreten en ordonnanties van zodra de epidemische noodsituatie wordt aangekondigd niet langer kunnen worden toegepast en/of zullen worden opgeschort. Het verder gebruik van het COVID Safe Ticket tijdens de epidemische noodsituatie dient dan voor de partijen van het samenwerkingsakkoord te worden voorzien: - Middels een aanvullend wetgevend samenwerkingsakkoord indien de partijen bij het samenwerkingsakkoord het gebruik van het COVI …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.