📄 Wettekst
27 DECEMBER 2005. - Programmawet (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
TITEL II. - Werk HOOFDSTUK I. - Betaald educatief verlof Art. 2.Artikel 120 van de Herstel
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/05/1999
pub.
01/07/1999
numac
1999015128
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet betreffende de Belgische internationale samenwerking
sluiten2 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij de wet van 5 september 2001, wordt aangevuld met het volgende lid : « De Koning kan, ten vroegste met ingang van het schooljaar 2006-2007, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in de voorwaarden en modaliteiten die hij bepaalt, de terugbetaling tot een forfaitair bedrag beperken dat kan variëren in functie van de leeftijd van de werknemer. » HOOFDSTUK II. - Sociale Maribel Art. 3.Artikel 35, § 5, C, 2°, van de
wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999011093
bron
ministerie van economische zaken
Wet tot aanvulling van artikel 2 van de wet van 14 juli 1998 houdende verplichting om informatie te verstrekken over de debetrente op de bij kredietinstellingen of andere rechtspersonen geopende rekeningen
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
15/06/1999
numac
1999022541
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten9 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, wordt vervangen als volgt : « 2° a) wordt bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten een Fonds Sociale Maribel ingesteld, dat bevoegd is voor alle in punt A van dit artikel bedoelde werkgevers van de overheidssector.
Dit Fonds wordt beheerd door een beheerscomité dat, overeenkomstig de regelen bepaald door de Koning, paritair is samengesteld uit vertegenwoordigers van de werknemers en vertegenwoordigers van de in het vorige lid bedoelde werkgevers.
Dit Fonds wordt gespijsd met de opbrengst van de in dit artikel bedoelde werkgeversbijdrageverminderingen van sociale zekerheid, waarop de betrokken werkgevers van de overheidssector aanspraak kunnen maken. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid stort aan het Fonds de opbrengst van de in dit artikel bedoelde werkgeversbijdrageverminderingen van sociale zekerheid, waarop de werkgevers van de overheidssector die bij deze Rijksdienst zijn aangesloten aanspraak kunnen maken. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten stort aan het Fonds de opbrengst van de in dit artikel bedoelde werkgeversbijdrageverminderingen van sociale zekerheid, waarop de werkgevers van de overheidssector die bij deze Rijksdienst zijn aangesloten aanspraak kunnen maken.
Overeenkomstig de regelen bepaald door de Koning beslist het beheerscomité over de aanwending van het gedeelte van de opbrengst van de forfaitaire vermindering, dat beschikbaar is voor de financiering van bijkomende tewerkstelling.
De boekhouding van het Fonds bevat de volgende rubrieken : 1. rubriek voor de betaling van de werkingskosten;2. rubriek voor de financiering van de administratie- en personeelskosten;3. rubriek voor de financiering van bijkomende tewerkstelling, met de volgende subrubrieken : - de bijdrageverminderingen waarop de bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangesloten ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen aanspraak kunnen maken; - de bijdrageverminderingen waarop de andere dan in het vorig streepje bedoelde werkgevers en die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangesloten zijn, aanspraak kunnen maken; - de bijdrageverminderingen waarop de bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten aangesloten ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen aanspraak kunnen maken; - de bijdrageverminderingen waarop de andere dan in het vorig streepje bedoelde werkgevers en die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten aangesloten zijn, aanspraak kunnen maken; - de bedragen die de Minister bevoegd voor Werkgelegenheid, de minister bevoegd voor Sociale Zaken en de Minister bevoegd voor Volksgezondheid onder de niet-recurrente middelen van het Fonds toewijzen voor de financiering van opleidingsprojecten. b) wordt bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten een terugvorderingsfonds ingesteld. De boekhouding van dit Fonds bevat de volgende rubrieken : 1. rubriek voor de terugvordering ten laste van de overheidswerkgevers die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zijn aangesloten;2. rubriek voor de terugvordering ten laste van de overheidswerkgevers die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten zijn aangesloten.c) De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bijkomende voorwaarden en de nadere regelen voor de toepassing van deze paragraaf.» Art. 4.Artikel 35, § 5, C, 3°, van dezelfde wet, wordt opgeheven. Art. 5.In artikel 35, § 5, D, tweede lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden «, alsook aan de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid en de openbare sector aangesloten bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, » vervallen en de woorden « en aan het Fonds Sociale Maribel bevoegd voor alle werkgevers van de overheidssector » worden ingevoegd tussen de woorden « sectoraal fonds » en het woord « toekomt »;2° de woorden « evenals het Fonds Sociale Maribel bevoegd voor alle werkgevers van de overheidssector » worden ingevoegd tussen de woorden « sectorale fondsen » en de woorden « zijn gemachtigd »;3° de twee laatste zinnen van het tweede lid vervallen. Art. 6.In artikel 35, § 5, D, derde lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « september » wordt vervangen door het woord « juni »;2° de woorden « de beheerscomités bedoeld in punt C » worden vervangen door de woorden « het Fonds Sociale Maribel bevoegd voor alle werkgevers van de overheidssector »;3° de woorden «, door de rekenplichtige » vervallen. Art. 7.In artikel 35, § 5, D, vierde lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « per sectoraal fonds » worden vervangen door de woorden « bij elk sectoraal fonds »;2° de woorden « en per beheerscomité bedoeld in punt C en zijn bevoegdheden bepalen » vervallen;3° het vierde lid wordt aangevuld als volgt : « Hij kan twee regeringscommissarissen aanstellen bij het Fonds Sociale Maribel bevoegd voor alle werkgevers van de overheidssector. ». Art. 8.In artikel 35, § 5, E, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in a), tweede streepje, worden de woorden « aan nog in te vullen betalingsengagementen aangegaan in het lopende jaar » vervangen door de woorden « aangewend voor de betalingen uitgevoerd sedert 1 januari van het lopende jaar en betreffende tegemoetkomingen die aan de werkgevers voor het voorbije jaar verschuldigd zijn »;2° in a) wordt het tweede lid vervangen als volgt : « Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de opbrengst van de forfaitaire vermindering die ter beschikking gesteld wordt bij elk sectoraal fonds voor het tweede jaar dat volgt op het jaar waarop dit bedrag betrekking heeft.». Art. 9.Artikel 35, § 5, van dezelfde wet, wordt aangevuld met een punt H, luidend als volgt : « H. De Koning kan, in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, per sectoraal Fonds een compensatiebedrag vastleggen voor de jaren 2006, 2007 en 2008. De Koning bepaalt de toekenningsvoorwaarden en de berekeningsmodaliteiten van deze compensatie. » Art. 10.Artikel 1, § 6, van de
wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/08/1985
pub.
15/11/2000
numac
2000000832
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling
sluiten houdende sociale bepalingen wordt opgeheven. HOOFDSTUK III. - De begeleidingsuitkering Art. 11.Artikel 7, § 1, derde lid, van de
besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1992
pub.
21/10/1999
numac
1999015203
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990
sluiten2 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatst gewijzigd bij de programma
wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten8 en bij de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact, wordt aangevuld met een littera y, luidend als volgt : « y) met behulp van de instellingen opgericht krachtens littera i), onder de voorwaarden en de modaliteiten die door de Koning worden vastgesteld, ten laste van de werkloosheidsverzekering, de uitbetaling verzekeren van een begeleidingsuitkering voor bepaalde categorieën van jongeren die niet gerechtigd zijn op uitkeringen toegekend krachtens littera i), doch ingeschreven zijn als werkzoekende en een opleiding of een begeleiding volgen met het oog op de integratie op de arbeidsmarkt.
Deze uitkering wordt voor de toepassing van dit artikel en zijn uitvoeringsbesluiten beschouwd als een werkloosheidsuitkering. De Koning bepaalt evenwel voor welke bepalingen van de uitvoeringsbesluiten deze uitkering niet beschouwd wordt als een werkloosheidsuitkering, inzonderheid om te voorkomen dat de begeleidingsuitkering in rekening wordt gebracht bij de vaststelling van de toelaatbaarheidsvoorwaarden tot het recht op uitkeringen in toepassing van littera i), en om te voorkomen dat de begeleidingsuitkering in rekening wordt gebracht als werkloosheidsduur. De periode die gedekt is door een begeleidingsuitkering, wordt voor de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en voor de berekening van het rustpensioen niet beschouwd als een periode waarvoor een werkloosheidsuitkering werd betaald. » TITEL III. - Diverse bepalingen HOOFDSTUK I. - Justitie - Kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand Art. 12.In het tweede deel, boek IIIbis, van het Gerechtelijk Wetboek, wordt een hoofdstuk Vbis ingevoegd, luidende : « Hoofdstuk Vbis. - Kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand « Art. 508/19bis.Er wordt in een jaarlijkse subsidie voorzien voor de kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand, ten laste van de begroting van de FOD Justitie. Deze stemt overeen met 8,108 % van de in artikel 508/19, § 2, bedoelde vergoeding.
Deze subsidie is betaalbaar na het vervallen van de termijn.
De Koning bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel, en meer bepaald de manier waarop deze subsidie verdeeld wordt. ». Art. 13.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2005. HOOFDSTUK II. - Buitenlandse Zaken - Oprichting van een Staatsdienst met afzonderlijk beheer van de Belgische paspoorten, visa, identiteitskaarten voor Belgen in het buitenland en legalisaties Art. 14.Voor het beheer van de Belgische paspoorten, visa, identiteitskaarten voor Belgen in het buitenland en legalisaties wordt binnen de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Directie-generaal consulaire zaken, een Staatsdienst met afzonderlijk beheer opgericht, zoals bepaald bij artikel 140 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. De uitvoeringsmodaliteiten worden vastgesteld door de Koning. Art. 15.De uitstaande vastleggingen en ordonnanceringen die bestaan op datum van inwerkingtreding van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer worden overgenomen door deze Staatsdienst met afzonderlijk beheer. Art. 16.Op het ogenblik van de inwerkingtreding van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer neemt deze de volledige voorraad blanco paspoorten en visumstickers over. HOOFDSTUK III. - Economie - Wijziging van het Wetboek van Vennootschappen Art. 17.Artikel 101 van het Wetboek van vennootschappen, vervangen bij de programma
wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten8, wordt aangevuld met de volgende leden : « Behoudens overmacht dragen de rechtspersonen die hun jaarrekening, en in voorkomend geval hun geconsolideerde jaarrekening, openbaar maken door neerlegging bij de Nationale Bank van België meer dan één maand na het verstrijken van de in artikel 98, tweede lid, in artikel 107, § 1, tweede lid, in artikel 120, tweede lid, of in artikel 193, tweede lid, bedoelde termijn van zeven maanden na afsluiting van het boekjaar, bij in de door de federale toezichthoudende overheden gemaakte kosten voor de opsporing en controle van ondernemingen in moeilijkheden.
Deze bijdrage bedraagt : - 400 euro, wanneer de jaarrekening of, in voorkomend geval, de geconsolideerde jaarrekening neergelegd wordt tijdens de negende maand na de afsluiting van het boekjaar; - 600 euro, wanneer deze stukken neergelegd worden vanaf de tiende maand en tot de twaalfde maand na de afsluiting van het boekjaar; - 1.200 euro, wanneer deze stukken neergelegd worden vanaf de dertiende maand na de afsluiting van het boekjaar.
De in het vorig lid bedoelde bedragen worden echter teruggebracht tot respectievelijk 120, 180 en 360 euro voor de kleine vennootschappen die gebruik maken van de mogelijkheid bedoeld in artikel 99 om hun jaarrekening volgens het verkort schema openbaar te maken.
Deze bijdrage wordt door de Nationale Bank van België samen met de kosten voor de openbaarmaking van de betrokken jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening geïnd voor rekening van de federale overheid, volgens de modaliteiten die de Koning bepaalt. ». Art. 18.In Boek IV, Titel VI, van hetzelfde Wetboek wordt « Hoofdstuk V. -Administratieve geldboetes », dat het artikel 129bis omvat, ingevoegd bij de
programmawet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/05/1999
pub.
01/07/1999
numac
1999015128
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet betreffende de Belgische internationale samenwerking
sluiten4, opgeheven. Art. 19.In Boek IV, Titel IX, van hetzelfde Wetboek wordt « Hoofdstuk V. - Administratieve geldboetes », dat het artikel 196bis omvat, ingevoegd bij de
programmawet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/05/1999
pub.
01/07/1999
numac
1999015128
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet betreffende de Belgische internationale samenwerking
sluiten4, opgeheven. Art. 20.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, evenwel met dien verstande : - dat dit hoofdstuk voor het eerst van toepassing is op de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vanaf 1 oktober 2005 zijn afgesloten; - dat de bepalingen van de artikelen 129bis en 196bis van het Wetboek van vennootschappen, zoals zij luidden voor hun opheffing bij de artikelen 18 en 19, onverkort van toepassing blijven voor de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vóór 1 oktober 2005 zijn afgesloten. HOOFDSTUK IV. - Middenstand Verzoening van het professionele leven en het privé-leven van de zelfstandigen Art. 21.In artikel 18 van het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 november 1967, 18 oktober 1978, 30 maart 1994 en 18 november 1996, wordt een § 5 ingevoegd, luidende : « § 5. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de prestaties die een verzoening van het professionele leven en het privé-leven van de zelfstandigen aanmoedigen. Hij bepaalt, bij hetzelfde besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, eveneens de toekenningsmodaliteiten van deze prestaties. » Art. 22.Artikel 21 treedt in werking op 1 januari 2006. HOOFDSTUK V. - Ontwikkelingssamenwerking Vrijwillige dienst van collectief nut Art. 23.In hoofdstuk II, afdeling 2, van de
wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999011093
bron
ministerie van economische zaken
Wet tot aanvulling van artikel 2 van de wet van 14 juli 1998 houdende verplichting om informatie te verstrekken over de debetrente op de bij kredietinstellingen of andere rechtspersonen geopende rekeningen
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
15/06/1999
numac
1999022541
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten5 betreffende de oprichting van de « Belgische technische Coöperatie » in de vorm van een vennootschap van publiek recht, wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 9bis.Een vrijwillige dienst, hierna genoemd « De vrijwillige dienst bij de Ontwikkelingssamenwerking » kan worden uitgevoerd binnen de Ontwikkelingssamenwerking.
De BTC is belast met de organisatie van de vrijwillige dienst bij de Ontwikkelingssamenwerking, alsook met de aanwijzing van het personeel dat eraan deelneemt. ». Art. 24.In hoofdstuk II, afdeling 2, van dezelfde wet wordt een artikel 9ter ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 9ter.§ 1. De vrijwillige dienst bij de Ontwikkelingssamenwerking wordt uitgevoerd in één of meerdere partnerlanden van de directe bilaterale samenwerking bedoeld in artikel 6, § 1, van de
wet van 25 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/05/1999
pub.
01/07/1999
numac
1999015128
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet betreffende de Belgische internationale samenwerking
sluiten betreffende de Belgische internationale samenwerking. De personen die in dit kader zijn gerekruteerd kunnen worden toegewezen aan de opvolging van, of geïntegreerd in, één of meerdere programma's of projecten rond de sectoriële en thematische concentratiesectoren bedoeld in artikels 7 en 8 van dezelfde wet. § 2. In afwijking van artikel 31 van de
wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999011093
bron
ministerie van economische zaken
Wet tot aanvulling van artikel 2 van de wet van 14 juli 1998 houdende verplichting om informatie te verstrekken over de debetrente op de bij kredietinstellingen of andere rechtspersonen geopende rekeningen
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
15/06/1999
numac
1999022541
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten2 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, kan de BTC de werknemers die ze heeft aangeworven in het kader van de vrijwillige dienst voor een beperkte tijd ter beschikking stellen van de internationale partnerorganisaties van de multilaterale samenwerking en de niet-gouvernementele organisaties respectievelijk bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de voormelde
wet van 25 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/05/1999
pub.
01/07/1999
numac
1999015128
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet betreffende de Belgische internationale samenwerking
sluiten.
Deze werknemers moeten tewerkgesteld zijn in één van de landen bedoeld in § 1.
Wanneer BTC een werknemer voor een beperkte tijd ter beschikking stelt van een gebruiker, zoals bedoeld in het eerste lid, verwittigt BTC minstens 24 uren vooraf de door de Koning aangewezen ambtenaar, overeenkomstig artikel 32, § 1, van de voormelde
wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999011093
bron
ministerie van economische zaken
Wet tot aanvulling van artikel 2 van de wet van 14 juli 1998 houdende verplichting om informatie te verstrekken over de debetrente op de bij kredietinstellingen of andere rechtspersonen geopende rekeningen
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
15/06/1999
numac
1999022541
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten2.
De voorwaarden, de modaliteiten en de duur van de terbeschikkingstelling, alsook de aard van de opdracht moeten zijn vastgesteld in een geschrift, goedgekeurd door de BTC, en ondertekend door BTC, de gebruiker en de werknemer vóór het begin van de terbeschikkingstelling.
De overeenkomst die de werknemer met zijn werkgever verbindt, blijft gelden tijdens de periode van de in het eerste lid bedoelde terbeschikkingstelling. BTC is uitsluitend hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale bijdragen, lonen, vergoedingen en voordelen die daaruit volgen. De verplichtingen bedoeld in artikel 19, eerste en tweede lid, van de voormelde
wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999011093
bron
ministerie van economische zaken
Wet tot aanvulling van artikel 2 van de wet van 14 juli 1998 houdende verplichting om informatie te verstrekken over de debetrente op de bij kredietinstellingen of andere rechtspersonen geopende rekeningen
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
15/06/1999
numac
1999022541
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten2, zijn eveneens van toepassing in geval van de terbeschikkingstelling van een werknemer ten behoeve van een gebruiker. § 3. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden en modaliteiten voor de ondertekening van een contract voor een vrijwillige dienst bij de Ontwikkelingssamenwerking. » Art. 25.Artikel 35, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 december 2001, wordt aangevuld met een 5°, luidend als volgt : « 5° om de vrijwillige dienst bij de Ontwikkelingssamenwerking uit te voeren zoals bedoeld in artikelen 9bis en 9ter. » HOOFDSTUK VI. - Maatschappelijke integratie Wijziging van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Art. 26.Artikel 11, § 1, 2°, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vervangen bij de wet van 9 juli 1971, wordt vervangen als volgt : « 2° de prijs die wordt terugbetaald door de verzekering tegen ziekte en invaliditeit van de andere gezondheidsprestaties.
Wanneer het evenwel gaat om behandelingskosten veroorzaakt door een hospitalisatie of wanneer het gaat om behandelingskosten gemaakt voor personen die beschikken over bestaansmiddelen die lager zijn dan het bedrag van het leefloon, zijn deze kosten terugbetaalbaar tot het beloop van de prijs die als basis dient voor de terugbetaling door de verzekering tegen ziekte en invaliditeit. » HOOFDSTUK VII. - Werknemerspensioenen Sancties bij fraude Art. 27.De werkgever van een pensioengerechtigde die niet de gegevens heeft meegedeeld aan de instelling die belast is met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen vermeld in het
koninklijk besluit van 5 november 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1992
pub.
21/10/1999
numac
1999015203
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990
sluiten1 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, is Rijksdienst voor Pensioenen een forfaitaire vergoeding verschuldigd gelijk aan 6 keer het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen vastgesteld door de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad. Wanneer de daartoe bevoegde ambtenaren vaststellen dat de hierbij betrokken pensioengerechtigde herhaaldelijk of op ernstige wijze in overtreding was met de fiscale en sociale zekerheidsreglementering, wordt het pensioen tevens geschorst voor een termijn van 6 maand.
Wanneer de daartoe bevoegde ambtenaren vaststellen dat de pensioengerechtigde in overtreding is met de
wet van 6 juli 1976Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999011093
bron
ministerie van economische zaken
Wet tot aanvulling van artikel 2 van de wet van 14 juli 1998 houdende verplichting om informatie te verstrekken over de debetrente op de bij kredietinstellingen of andere rechtspersonen geopende rekeningen
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
15/06/1999
numac
1999022541
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten6 tot beteugeling van het sluikwerk met handels- of ambachtskarakter, wordt het pensioen geschorst voor een termijn van 6 maand.
De Koning bepaalt de termijn waarbinnen en de wijze waarop de vergoeding moet worden betaald, alsook de modaliteiten tot instelling van een beroep.
Hij stelt eveneens een lijst op van de ambtenaren bedoeld in het eerste lid.
De Raad voor uitbetalingen van de voordelen bedoeld bij artikel 60bis van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 kan op verzoek van de pensioengerechtigde geheel of gedeeltelijk afzien van de schorsing van het pensioen.
Het in het vorig lid bedoeld verzoek dient, op straffe van verval, binnen de maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de schorsing van het pensioen door de Rijksdienst te worden verstuurd. Dit verzoek schorst de uitvoering van de beslissing op totdat de Raad voor uitbetalingen erover uitspraak heeft gedaan. HOOFDSTUK VIII. - Duurzame ontwikkeling Oprichting van het Fonds ter reductie van de globale energiekost Art. 28.De Federale Investeringsmaatschappij wordt gelast om, in uitvoering van artikel 2, § 3, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Investeringsmaatschappij, binnen de zestig dagen na de inwerkingtreding van deze wet, een gespecialiseerde vennootschap, hierna Fonds ter reductie van de globale energiekost genoemd, op te richten in de zin van de artikelen 2, § 3, en 2ter, eerste en tweede lid, van dezelfde wet en die tot doel zal hebben de in artikel 29 bepaalde opdrachten uit te voeren. Die dochtermaatschappij moet de vorm hebben van een naamloze vennootschap van publiek recht.
De Staat verschaft aan de Federale Investeringsmaatschappij de financiële middelen die nodig zijn voor de vervulling van deze opdrachten en voor de dekking van de lasten die er uit voortvloeien. Art. 29.Het Fonds ter reductie van de globale energiekost heeft tot doel tussenbeide te komen in de financiering van structurele maatregelen, in overleg met de gewesten, om reducties van de globale energiekost in particuliere woningen te bevorderen voor de doelgroep van de meest behoeftigen, gedefinieerd door een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en in het verstrekken van goedkope leningen voor structurele maatregelen om reducties van de globale energiekost in particuliere woningen te bevorderen. Art. 30.De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na overleg met de gewesten, de statuten van het Fonds ter reductie van de globale energiekost. Art. 31.§ 1. Het op te richten Fonds ter reductie van de globale energiekost krijgt een maatschappelijk kapitaal van 2.500.000 EUR toegekend. § 2. Het Fonds ter reductie van de globale energiekost mag bovendien, conform artikel 3, § 1, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Investeringsmaatschappij, beroep doen op leningen of obligaties op naam met een looptijd van minimum 5 jaar uitgeven. De permanente omvang van zijn schuldpositie wordt beperkt tot maximum 100.000.000 EUR. De staatswaarborg kan worden verleend aan leners of aan obligatiehouders onder de voorwaarden van artikel 3, § 2, van dezelfde wet ten belope van de bedragen voor hun hoofdsom, interesten en andere kosten. § 3. Ten minste 70 procent van de middelen van het Fonds ter reductie van de globale energiekost moeten worden geïnvesteerd in het financieren van structurele maatregelen om een financiële besparing op de globale energiekost in particuliere woningen te bevorderen voor de doelgroep van de meest behoeftigen en voor het verstrekken van goedkope leningen. Het Fonds ter reductie van de globale energiekost belegt als een goede huisvader en op een correcte en niet-speculatieve wijze het deel van de middelen, dat niet wordt aangewend voor het financieren van structurele maatregelen om de globale energiekost in particuliere woningen te verminderen voor de doelgroep van de meest behoeftigen en voor het verstrekken van goedkope leningen. Art. 32.De leden van de raad van bestuur van het Fonds ter reductie van de globale energiekost worden benoemd door de Koning, via een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Art. 33.Een Raad van Wijzen adviseert de raad van bestuur. Deze Raad van Wijzen wordt samengesteld uit maximum 20 leden, aangeduid door de raad van bestuur. Art. 34.Een tussen de Staat en het Fonds ter reductie van de globale energiekost gesloten beheerscontract bepaalt de nadere voorwaarden waaronder de vennootschap haar opdracht uitvoert. De bewoordingen van dit contract alsook van iedere wijziging worden goedgekeurd door de Koning via een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Art. 35.De obligaties op naam uitgegeven door het Fonds ter reductie van de globale energiekost krijgen een gewaarborgde vergoeding die niet lager is dan de rentevoet van de lineaire obligaties (OLO) met een termijn van vijf jaar, bekendgemaakt zeven dagen voor de uitgiftedatum. Art. 36.Het uitgeven van obligaties op naam door het Fonds ter reductie van de globale energiekost gaat gepaard met een clausule die het Fonds ter reductie van de globale energiekost toelaat de ingeschreven obligaties af te kopen als de houder ervan sterft vóór de vervaldag van de termijn van de terugbetaling. In dit geval gebeurt de afkoop via de betaling van het volledig bedrag van de obligaties, met inbegrip van het evenredig deel van de verlopen maar nog niet uitgekeerde interesten. Art. 37.§ 1. Het Fonds ter reductie van de globale energiekost staat onder het toezicht van de Minister bevoegd voor het Leefmilieu, de Minister bevoegd voor Duurzame Ontwikkeling, de Minister bevoegd voor Energie en de Minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie, onverminderd de bevoegdheden van de Minister van Financiën en de Minister bevoegd voor de Federale Investeringsmaatschappij in de materies die hen betreffen. Dit toezicht wordt uitgevoerd door een regeringscommissaris die op de naleving van de wet, de statuten en het beheerscontract toeziet. § 2. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, benoemt de Koning een regeringscommissaris bij de vennootschap. De regeringscommissaris brengt aan de in § 1 bedoelde Ministers verslag uit. § 3. De regeringscommissaris wordt op alle vergaderingen van de bestuursorganen van het Fonds ter reductie van de globale energiekost uitgenodigd, waarin hij met raadgevende stem zetelt. Op elk moment kan hij, zonder verplaatsing, kennis nemen van alle boeken en documenten van de vennootschap. Hij kan alle inlichtingen aan haar beheerders, agenten en beambten vragen en kan ook alle verificaties uitvoeren die hij noodzakelijk acht. Elk trimester geeft de raad van bestuur hem een stand van het vermogen opgemaakt volgens het schema van de balans en de resultatenrekeningen. § 4. De regeringscommissaris kan elke beslissing van de bestuursorganen van het Fonds die volgens hem in strijd is met de wet, de statuten of het beheerscontract schorsen en voorleggen aan de Minister bevoegd voor het Leefmilieu en de Minister bevoegd voor Duurzame Ontwikkeling. Hiervoor beschikt hij over een termijn van vier volle dagen vanaf de datum van de vergadering waarop de beslissing werd genomen voor zover hij er regelmatig voor opgeroepen is geweest en, indien dit niet het geval is, vanaf de dag waarop hij er kennis van heeft genomen. De beslissing kan slechts worden uitgevoerd indien de betrokken Minister er zich binnen acht volle dagen, te rekenen vanaf het einde van de schorsingstermijn, niet tegen verzet heeft. § 5. De regeringscommissaris zal vóór 31 maart van elk jaar een rapport opmaken ten behoeve van de federale regering waarin hij verslag uitbrengt over de aanwending en de verdeling van de middelen van het Fonds ter reductie van de globale energiekost in het afgelopen kalenderjaar, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de vraag van het publiek naar structurele maatregelen met het oog op het bevorderen van reducties van de globale energiekost en naar de verstrekking van goedkope leningen alsook aan de kwaliteit van de projecten die aan het Fonds ter reductie van de globale energiekost zijn voorgelegd. Art. 38.De controle van de financiële toestand van het Fonds ter reductie van de globale energiekost, van haar jaarrekeningen en van de regelmatigheid ten opzichte van de wet en de statuten wordt toevertrouwd aan één of meerdere commissarissen-revisoren aangesteld door de algemene vergadering. Art. 39.De Minister bevoegd voor Leefmilieu, de Minister bevoegd voor Duurzame Ontwikkeling, de Minister bevoegd voor Energie en de Minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie kunnen het bevoegde bestuursorgaan van het Fonds ter reductie van de globale energiekost vragen te beraadslagen over alle materies die hij vaststelt en dit binnen de termijn die hij bepaalt.
TITEL IV. - Volksgezondheid HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Afdeling 1. - Wijzigingen aan de maximumfactuur
Onderafdeling 1. - Bepalingen met betrekking tot de integratie van de fiscale maximumfactuur in de maximumfactuur bescheiden inkomens, uitgevoerd door de verzekeringsinstellingen Art. 40.In artikel 37septies, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2 en gewijzigd bij de
wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten0 en het koninklijk besluit van 3 maart 2004, worden de woorden « in de artikelen 37octies, 37undecies of 37quindecies » vervangen door de woorden « in de artikelen 37octies of 37undecies ». Art. 41.In het opschrift van Afdeling III van Hoofdstuk IIIbis van Titel III van dezelfde wet, zoals ingevoegd bij de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2, worden de woorden « en uitgevoerd door de verzekeringsinstellingen » geschrapt. Art. 42.In artikel 37undecies, eerste lid, van dezelfde wet, zoals ingevoegd bij de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2, worden de inkomens en de referentiebedragen vervangen als volgt : « - van 0 tot 13 400,00 euro 450,00 euro - van 13.400,01 euro tot 20.600,00 euro 650,00 euro - van 20.600,01 euro tot 27.800,00 euro 1 000,00 euro - van 27.800,01 euro tot 34.700,00 euro 1 400,00 euro - vanaf 34.700,01 euro 1.800,00 euro ». Art. 43.De Afdeling IV van Hoofdstuk IIIbis van Titel III van dezelfde wet, omvattende de artikelen 37quindecies tot 37vicies, zoals ingevoegd bij de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2, wordt opgeheven. Die afdeling blijft echter toepasbaar op de maximumfactuur, uitgevoerd door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit met betrekking tot de jaren vóór het jaar 2005. Art. 44.In artikel 37semel et vicies, eerste lid, van dezelfde wet, zoals ingevoegd bij de
wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten7, worden de woorden « in de afdelingen II, III en IV » vervangen door de woorden « in de afdelingen II en III ». Art. 45.Wat de toepassing van de maximumfactuur op grond van het gezinsinkomen betreft aangaande de jaren 2005 en 2006, voor de gezinnen waarvan de inkomens hoger zijn dan de tweede inkomensschijf bedoeld in artikel 37undecies van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt de tegemoetkoming aan 100 pct., bedoeld in datzelfde artikel, terugbetaald in 2006 voor de verstrekkingen verricht in het jaar 2005 en in 2007 voor de verstrekkingen verricht in het jaar 2006. Art. 46.De artikelen 40 tot 45 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2005.
Onderafdeling 2. - Tenlasteneming van de persoonlijke aandelen met betrekking tot de magistrale bereidingen en de implantaten Art. 47.In artikel 25quinquies, § 4, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de
wet van 27 april 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999011093
bron
ministerie van economische zaken
Wet tot aanvulling van artikel 2 van de wet van 14 juli 1998 houdende verplichting om informatie te verstrekken over de debetrente op de bij kredietinstellingen of andere rechtspersonen geopende rekeningen
type
wet
prom.
23/03/1999
pub.
15/06/1999
numac
1999022541
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten1, worden de woorden « de afleveringsmarge bedoeld in de nationale overeenkomst tussen de verstrekkers van implantaten en de verzekeringsinstellingen, en » geschrapt. Art. 48.In artikel 37sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 22 augustus 2002 en 24 december 2002 en het koninklijk besluit van 2 februari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het vierde en het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt het volgende lid ingevoegd : « Wordt eveneens beschouwd als een persoonlijk aandeel, de afleveringsmarge bedoeld in de nationale overeenkomst tussen de verstrekkers van implantaten en de verzekeringsinstellingen »;2° het zesde lid, 1°, wordt aangevuld met de volgende bepaling : « d) de persoonlijke aandelen met betrekking tot de magistrale bereidingen, bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 7 mei 1991;». Art. 49.In artikel 37septies, eerste lid, eerste streepje, van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2 en gewijzigd bij de
wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten0, worden de woorden « de magistrale bereidingen, » ingevoegd tussen de woorden « uitgezonderd » en de woorden « de farmaceutische specialiteiten ». Art. 50.Artikel 37octies van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2, wordt aangevuld met de volgende zin : « De verplichte verzekering neemt eveneens ten laste de afleveringsmarge bedoeld in de nationale overeenkomst tussen de verstrekkers van implantaten en de verzekeringsinstellingen. » Art. 51.In artikel 37undecies van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 februari 2004, wordt het volgende lid tussen het eerste en tweede lid ingevoegd : « De verplichte verzekering neemt eveneens de afleveringsmarge ten laste bedoeld in de nationale overeenkomst tussen de verstrekkers van implantaten en de verzekeringsinstellingen ». Art. 52.De artikelen 47 tot 51 zijn van toepassing voor de maximumfactuur verleend vanaf het jaar 2006.
Onderafdeling 3. - Afhankelijkheidssituaties Art. 53.Artikel 37decies, § 2, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de wet van 5 juni 2005, wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2. De persoon die in een gemeenschap leeft, wordt echter geacht gewoonlijk alleen te leven en op zichzelf een gezin te vormen. Als die persoon dezelfde hoofdverblijfplaats heeft als zijn (haar) echtgenote (echtgenoot), de persoon met wie hij (zij) een feitelijk gezin vormt of hun personen ten laste, vormt hij (zij) evenwel een gezin met deze personen.
Kan volgens de door de Koning vastgestelde modaliteiten kiezen geen deel uit te maken van het overeenkomstig § 1 samengesteld gezin, de persoon die zich wegens zijn gezondheidstoestand in een afhankelijkheidssituatie bevindt. Als die persoon dezelfde hoofdverblijfplaats heeft als zijn (haar) echtgenote (echtgenoot), de persoon met wie hij (zij) een feitelijk gezin vormt of hun personen ten laste, vormt hij (zij) evenwel een gezin met deze personen. De gereglementeerde vormen van gezinsplaatsing worden gelijkgesteld met een dergelijke afhankelijkheidssituatie ». Art. 54.Artikel 53 is van toepassing voor de maximumfactuur verleend vanaf het jaar 2006.
Onderafdeling 4. - In aanmerking genomen inkomensjaar Art. 55.In artikel 37duodecies, § 1, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals ingevoegd bij de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2, worden de woorden « het recentste jaar waarvoor een belasting is ingekohierd » vervangen door de woorden « het derde jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor het recht op de maximumfactuur is onderzocht ». Art. 56.Artikel 55 is van toepassing voor de maximumfactuur verleend vanaf het jaar 2006.
Onderafdeling 5. - Beperking van de sociale MAF Art. 57.In artikel 37octies van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « van de verhoogde tegemoetkoming » worden ingevoegd tussen de woorden « meer rechthebbenden » en de woorden « bedoeld in artikel 37novies »;2° de woorden « de rechthebbenden die dit gezin vormen » worden vervangen door de woorden « die rechthebbenden en hun echtgenoot of de persoon met wie ze een feitelijk gezin vormen alsook de personen te hunner laste »;3° een tweede lid, luidend als volgt, wordt toegevoegd : « In dat geval vormen deze rechthebbenden en hun echtgenoot of de persoon met wie ze een feitelijk gezin vormen, alsook de personen te hunner laste, één gezin »;4° een derde lid, luidend als volgt, wordt toegevoegd : « Het « feitelijk gezin » is dat gezin zoals bepaald door de Koning in toepassing van artikel 37decies, § 4.». Art. 58.In artikel 37decies, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2, worden de woorden « Het in artikel 37octies bedoelde gezin » vervangen door de woorden « Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 37octies, tweede lid, het in artikel 37octies bedoelde gezin ». Art. 59.De artikelen 57 en 58 zijn van toepassing voor de maximumfactuur verleend vanaf het jaar 2006.
Onderafdeling 6 - Informering over de toekenning van de maximumfactuur Art. 60.Artikel 3 van de
wet van 5 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten2 betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging, wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : « Volgens de regels en modaliteiten vastgesteld door de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kunnen zorgverleners, inzoverre zij daartoe een rechtmatig belang hebben, ingelicht worden over het feit dat de rechthebbende geniet van de toekenning van de maximumfactuur. » Afdeling 2. - Geneesmiddelen
Onderafdeling 1. - Vruchtbaarheidsbehandeling Art. 61.Artikel 34, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt aangevuld met een punt 26°, luidend als volgt : « 26° de verleende verzorging aan vrouwen in het kader van het zorgprogramma « reproductieve geneeskunde », in toepassing van artikel 9ter van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 en tot aanduiding van de artikelen van de wet op de ziekenhuizen die op hen van toepassing zijn. De gynaecologen die bevoegd zijn om deze zorgen te verstrekken zijn ofwel verbonden aan het ziekenhuis ofwel aangesloten bij het ziekenhuis voor de uitvoering van deze zorgen, volgens de regels vastgelegd door de Koning. » Art. 62.Artikel 37 van dezelfde wet wordt aangevuld met een § 21, luidend als volgt : « § 21. De Koning definieert de omvang van de verstrekking, bedoeld in artikel 34, eerste lid, 26°, en bepaalt de voorwaarden en regels van die tegemoetkoming, die aan de betrokken centra wordt toegekend in de vorm van een forfaitair bedrag, rekening houdende met de naleving van een registratieplicht. De Koning bepaalt de regels waaronder gegevens kunnen worden geregistreerd. » Onderafdeling 2. - Retributie Art. 63.In artikel 165, laatste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij wet van 30 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° na de woorden « de in artikel 34, 5°, bedoelde verstrekkingen » worden de volgende woorden ingevoegd « en de farmaceutische specialiteiten die zijn opgenomen in het eerste deel van de lijst gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 maart 2004 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten in het kader van een experimentele financiering van contraceptiva voor jongeren met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 1°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de jaren 2004, 2005 en 2006 »;2° de woorden « basis waarop de verzekeringstegemoetkoming door de erkende tariferingsdiensten wordt berekend » worden vervangen door het woord « verzekeringstegemoetkoming ». Art. 64.Artikel 63 heeft uitwerking met ingang vanaf 1 april 2004.
Onderafdeling 3. - Heffingen Art. 65.In artikel 191, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het punt 15°, vervangen bij de
wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten en gewijzigd bij de wetten van 2 januari 2001, 10 augustus 2001, 22 augustus 2002, 24 december 2002, 22 december 2003, 27 december 2004 en 11 juli 2005 : - in het vierde lid, worden de woorden « Van de aangegeven totale omzet, berekend op basis van de prijs buiten-bedrijf of buiten-invoerder, moet een aangifte worden gedaan » vervangen door de woorden « Van de aangegeven totale jaarlijkse omzet van het voorafgaand jaar, berekend op basis van de prijs buiten-bedrijf of buiten-invoerder, moet elk jaar een aangifte worden gedaan »; - het vijfde lid wordt aangevuld met de volgende zin : « Voor het jaar 2006 dienen ze te worden ingediend voor 1 mei 2006. »; - in het negende lid, worden de woorden « de in het zesde lid vastgestelde termijnen » vervangen door de woorden « de in het zevende lid bepaalde termijn »; - een nieuw lid wordt ingevoegd tussen het dertiende en het laatste lid, luidende : « Iedere aanvraag ingeleid volgens de regels bepaald in het artikel 35bis, § 6, eerste lid, door een schuldenaar die niet in orde is met de betalingen, moet worden beschouwd als onontvankelijk vanaf de vervaldag van de betaling bedoeld in het zevende lid en tot op het ogenblik van de betaling van al de verschuldigde sommen op basis van dit artikel. De aanvragen ingeleid door de schuldenaar voor deze datum en die nog niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een definitief voorstel van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen kunnen eveneens worden afgesloten. Deze sanctie wordt nochtans niet toegepast in de twee volgende gevallen : ofwel wanneer een vrijstelling aan de Algemene Raad wordt gevraagd op basis van het tiende lid, en dit tot op het ogenblik dat er uitspraak wordt gedaan over de aanvraag tot vrijstelling; ofwel wanneer een dergelijke vrijstelling door de Algemene Raad wordt verleend. »; 2° in het punt 15°quater, § 1, gewijzigd bij de wetten van 2 augustus 2002, 22 december 2003, 9 juli 2004, 27 december 2004 en 27 april 2005 worden de volgende wijzigingen aangebracht : - in het eerste lid, worden de woorden « Vanaf 2002 wordt jaarlijks » vervangen door de woorden « Voor het jaar 2002, 2003, 2004 en 2005, wordt »; - er wordt een laatste lid ingevoegd, luidende : « Voor het jaar 2005 bedraagt de aanvullende heffing ingesteld ten laste van de aanvragers op de omzet die is verwezenlijkt gedurende het jaar 2004 8,01 pct. Dit percentage is het aandeel van de overschrijding van het globaal budget 2004, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, en rekening houdend met de bepalingen van § 3, beperkt tot 65 pct., zijnde 218 375 duizend EUR, van de omzet die de aanvragers hebben verwezenlijkt gedurende het jaar 2004, zijnde 2 726 059 duizend EUR. Hogervermelde overschrijding is het verschil tussen de geboekte uitgaven van het jaar 2004, zijnde 2 903 522 duizend EUR en hoger vermeld globaal budget 2004, zijnde 2 524 434 duizend EUR en bedraagt 379 088 duizend EUR, verminderd met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad, zijnde 43 126 duizend EUR. Aan de betrokken aanvragers waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 7,44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is, groter is dan het bedrag van 8,01 pct. op de omzet die in 2004 verwezenlijkt is, wordt het saldo teruggestort vóór 1 april 2006. De betrokken aanvragers waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 7,44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is, kleiner is dan het bedrag van 8,01 pct. op de omzet die in 2004 verwezenlijkt is, storten het verschil vóór 1 april 2006 op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding « bijbetaling aanvullende heffing 2005 ». De betrokken aanvragers die het voorschot van 7,44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is niet hebben gestort, storten vóór 1 april 2006 8,01 pct. van de omzet die in 2004 is verwezenlijkt, verhoogd met de wettelijke interestvoet te rekenen vanaf 1 juli 2004 op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding « laattijdige betaling aanvullende heffing 2005 ». De betrokken aanvragers die het voorschot van 7,44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is niet hebben gestort omdat ze in 2003 geen omzet hebben verwezenlijkt, storten vóór 1 april 2006 8,01 pct. van de omzet die in 2004 is verwezenlijkt op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding « betaling aanvullende heffing 2005 ». De ontvangsten die voortvloeien uit de hogervermelde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2006. De terugstortingen van de hogervermelde saldi en de ontvangsten die voortvloeien uit het laattijdig betalen zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2006. » 3° in het punt 15°sexies, ingevoegd bij de
wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1999
pub.
14/04/1999
numac
1999003170
bron
ministerie van financien
Wet tot toekenning van de fiscale aftrekbaarheid voor giften aan het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen - België - Stichting naar Belgisch recht en tot vrijstelling van de belasting voor aanplakking
sluiten8 en gewijzigd bij de wetten van 27 april 2005 en 11 juli 2005 worden het vijfde en het zesde lid opgeheven;4° het punt 15°septies, ingevoegd bij het
koninklijk besluit van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1992
pub.
21/10/1999
numac
1999015203
bron
ministerie van buitenlandse zaken, b …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.