← België

Decreet betreffende het volwassenenonderwijs

Kort samengevat

Dit decreet regelt het volwassenenonderwijs in Vlaanderen, met als doel cursisten kennis, vaardigheden en attitudes bij te brengen voor persoonlijke ontwikkeling, maatschappelijk functioneren, verdere studies of beroepsuitoefening, en hen te helpen erkende studiebewijzen te behalen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
15 JUNI 2007. - Decreet betreffende het volwassenenonderwijs (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet betreffende het volwassenenonderwijs. TITEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. TITEL II. - Definities Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° afstandsonderwijs : onderwijs dat via media wordt verstrekt, waardoor de cursist niet aan een bepaald tijdstip of plaats van onderwijsverstrekking is gebonden;2° basiscompetenties : doelen, afgeleid uit een referentiekader, met betrekking tot de kennis, vaardigheden en attitudes waarover een cursist beschikt om zich persoonlijk te ontwikkelen of maatschappelijk te functioneren of vervolgonderwijs aan te vatten of als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen fungeren;3° beroepsprofiel : een geordende opsomming van taken die door de ervaren beroepsbeoefenaar worden uitgeoefend en van de kwaliteitsnormen en beroepsvereisten die daarvoor gelden;4° centrum : een Centrum voor Volwassenenonderwijs of een Centrum voor Basiseducatie;5° centrumbestuur : de inrichtende macht die ten aanzien van het centrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden;6° centrumreglement : door het centrumbestuur goedgekeurd document dat de betrekkingen regelt tussen het centrumbestuur en de cursisten;7° certificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg een opleiding heeft beëindigd;8° consortium volwassenenonderwijs : het gesubsidieerde samenwerkingsverband tussen Centra voor Volwassenenonderwijs en Centra voor Basiseducatie binnen één welomschreven werkingsgebied;9° contactonderwijs : onderwijs in een rechtstreeks contact tussen de leraar of begeleider van een onderwijsactiviteit en de cursist, gebonden aan een bepaald tijdstip en plaats van onderwijsverstrekking;10° cursist : een deelnemer aan het volwassenenonderwijs die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en ingeschreven is;11° deelcertificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module met goed gevolg heeft beëindigd;12° diploma : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg het secundair of het hoger onderwijs heeft beëindigd;13° eindtermen : minimumdoelen op het gebied van kennis, vaardigheden, inzicht en attitudes die de Vlaamse Gemeenschap noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde cursistenpopulatie;14° evaluatiereglement : het onderdeel van het centrumreglement waarin de evaluatieprocedure en alle evaluatievoorwaarden vastgesteld worden;15° fusie : de samenvoeging tot één centrum van twee of meer centra;16° gecombineerd onderwijs : een combinatie van contactonderwijs en afstandsonderwijs;17° hoofdvestigingsplaats : vestigingsplaats waar de administratieve zetel van een centrum is ondergebracht;18° inburgeraar : een natuurlijk persoon zoals vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 28 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/02/2003 pub. 08/05/2003 numac 2003035383 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid sluiten betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid;19° kwaliteitszorg : het geheel van activiteiten dat het centrum onderneemt om de kwaliteit van zijn onderwijs en de werking van het centrum, te onderzoeken, te borgen en te verbeteren;20° kwaliteitszorgsysteem : geheel van processen en procedures die nodig zijn om aan kwaliteitszorg te doen;21° leergebied : een groep van inhoudelijk verwante opleidingen in de basiseducatie;22° leerplan : plan waarin het centrumbestuur uitdrukkelijk de doelen voor zijn cursisten formuleert vanuit het eigen agogische project;23° leertrajectbegeleiding : de begeleiding van een cursist tijdens het leerproces, waarbij het leertraject kan worden aangepast aan de behoeften van de cursist en waarbij de doorstroming naar vervolgopleidingen of werk wordt ondersteund;24° leraarsuren : het aantal lestijden voor een schooljaar aan een Centrum voor Volwassenenonderwijs toegekend om de financierbare of subsidieerbare personeelsformatie in de ambten van leraar in het secundair volwassenenonderwijs of het hoger beroepsonderwijs te bepalen;25° lesplaats : alle gebouwde of ongebouwde onroerende goederen die gevestigd zijn op eenzelfde kadastraal perceel of aaneensluitende percelen en die volledig of gedeeltelijk door personeelsleden van een centrum gebruikt worden voor onderwijsactiviteiten met uitzondering van stages en buitenschoolse activiteiten;26° lestijd : een periode van zestig minuten als eenheid voor de duur van een onderwijsactiviteit georganiseerd door een Centrum voor Basiseducatie, een periode van vijftig minuten als eenheid voor de duur van een onderwijsactiviteit georganiseerd door een Centrum voor Volwassenenonderwijs;27° lesurencursist : het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal lestijden van een module met het aantal financierbare of subsidieerbare cursisten;28° lokaal comité : het lokale overleg- of onderhandelingsorgaan dat bevoegd is op het vlak van arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden;29° module : het kleinste te certificeren deel van een opleiding, dat overeenstemt met een bepaalde inhoud, omvang en een bepaald niveau;30° openleercentrum : didactische term voor een speciaal uitgeruste ruimte in een centrum waar cursisten al dan niet onder begeleiding zelfstandig leren;31° opleiding : een geheel van onderwijs- en studieactiviteiten, dat vastgesteld is door de Vlaamse Gemeenschap;32° opleidingsprofiel : een geordende opsomming van eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties binnen een opleiding;33° overheveling : de overbrenging van een structuuronderdeel van het ene naar het andere centrum, al dan niet op grond van onderlinge uitwisseling;34° rand- en taalgrensgemeenten : de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende de taalregeling in het onderwijs;35° rationalisatienorm : de norm waaraan een centrum moet voldoen om voor verdere financiering of subsidiëring in aanmerking te komen;36° referteperiode : een tijdspanne voor de registratie van de cursistenkenmerken;37° richtgraad : een niveau-indeling binnen het volwassenenonderwijs voor opleidingen van de studiegebieden talen richtgraad 1 en 2, talen richtgraad 3 en 4, Nederlands tweede taal, bepaalde opleidingen van het studiegebied bijzondere educatieve noden en opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal, Nederlands tweede taal en talen;38° schooljaar : de periode van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar;39° specifieke eindtermen : doelen met betrekking tot de vaardigheden, de specifieke kennis, inzichten en attitudes waarover een cursist beschikt om vervolgonderwijs aan te vatten of om als beginnende beroepsbeoefenaar te kunnen fungeren;40° structuuronderdeel : een module, een opleiding of het geheel van het onderwijsaanbod georganiseerd in een vestigingsplaats van een centrum;41° studiegebied : een groep van inhoudelijk verwante opleidingen in het secundair volwassenenonderwijs of in het hoger beroepsonderwijs;42° stuurgroep : het orgaan belast met de inhoudelijke opvolging van de opdrachten toegekend aan het samenwerkingsverband gericht op kennis- en expertiseontwikkeling tussen het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten;43° studiepunt : een binnen de Vlaamse Gemeenschap aanvaarde internationale eenheid die overeenstemt met ten minste 25 en ten hoogste 30 uren voorgeschreven onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten en waarmee de studieomvang van elke opleiding of elk opleidingsonderdeel wordt uitgedrukt, zoals vermeld in artikel 2, 22°, van het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten4 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen;44° vestigingsplaats : alle lesplaatsen van een centrum gelegen op het grondgebied van dezelfde gemeente of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;45° VTE : het aantal voltijdse equivalenten voor een schooljaar aan een Centrum voor Basiseducatie toegekend om de subsidieerbare personeelsformatie in de functie van leraar te bepalen;46° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende Centra voor Volwassenenonderwijs en de erkende Centra voor Basiseducatie, vermeld in dit decreet;47° werkingsgebied : de geografische omschrijving van aan elkaar grenzende gemeenten waarover het consortium volwassenenonderwijs en het Centrum voor Basiseducatie zich uitstrekt. TITEL III. - De opdracht en organisatie van het volwassenenonderwijs HOOFDSTUK I. - Opdracht van het volwassenenonderwijs Art. 3.§ 1. Het volwassenenonderwijs heeft als doelstelling enerzijds de cursisten de kennis, vaardigheden en attitudes bij te brengen die nodig zijn voor de persoonlijke ontwikkeling, het maatschappelijk functioneren, het verder deelnemen aan onderwijs, het uitoefenen van een beroep of het beheersen van een taal en anderzijds de cursisten in staat te stellen erkende studiebewijzen te behalen. § 2. Hiertoe voeren de centra ten minste de volgende opdrachten uit : 1° onderwijs organiseren in overeenstemming met de bepalingen van dit decreet;2° leertrajectbegeleiding organiseren op het niveau van de individuele cursist;3° de educatieve behoeften detecteren die aanwezig zijn bij de eigen doelgroep;4° het aanbod aan volwassenenonderwijs van de centra op elkaar afstemmen;5° streven naar samenwerking en afstemming tussen de centra en andere publieke verstrekkers van opleidingen voor volwassenen;6° reeds verworven competenties beoordelen of certificeren. HOOFDSTUK II. - De indeling van het volwassenenonderwijs Art. 4.Het volwassenenonderwijs wordt ingedeeld in : 1° basiseducatie;2° secundair volwassenenonderwijs;3° hoger beroepsonderwijs. Art. 5.§ 1. De leergebieden Nederlands, wiskunde, maatschappijoriëntatie en informatie- en communicatietechnologie in de basiseducatie omvatten opleidingen die georganiseerd worden op het niveau van het lager onderwijs en de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs. De leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal in de basiseducatie omvatten opleidingen die georganiseerd worden op het niveau richtgraad 1 van het Europese referentiekader voor vreemde talen. Het niveau van het leergebied talen is enerzijds richtgraad 1, niveau 1 van het Europese referentiekader voor vreemde talen, en anderzijds is het gelijkgesteld met het niveau van het lager onderwijs en de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs. § 2. Het secundair volwassenenonderwijs omvat opleidingen die georganiseerd worden op het niveau van het voltijds secundair onderwijs, uitgezonderd de eerste graad. De studiegebieden talen en Nederlands tweede taal en de door de Vlaamse Regering bepaalde opleidingen van het studiegebied bijzondere educatieve noden van het secundair volwassenenonderwijs worden ingedeeld in vier richtgraden, genummerd van 1 tot 4. § 3. Het hoger beroepsonderwijs omvat beroepsgerichte opleidingen die georganiseerd worden op het niveau van het hoger onderwijs en die niet leiden tot de graad van bachelor of de graad van master. HOOFDSTUK III. - De leergebieden en de studiegebieden Art. 6.De basiseducatie wordt ingedeeld in de volgende leergebieden : 1° alfabetisering Nederlands tweede taal;2° Nederlands;3° Nederlands tweede taal;4° wiskunde;5° maatschappijoriëntatie;6° informatie- en communicatietechnologie;7° talen. Art. 7.Het secundair volwassenenonderwijs wordt ingedeeld in de volgende studiegebieden : 1° algemene vorming;2° auto;3° bijzondere educatieve noden;4° boekbinden;5° bouw;6° chemie;7° decoratieve technieken;8° diamantbewerking;9° grafische technieken;10° handel;11° hout;12° huishoudelijk onderwijs;13° informatie- en communicatietechnologie;14° juwelen;15° kant;16° koeling en warmte;17° land- en tuinbouw;18° leder bewerking;19° lichaamsverzorging;20° maritieme opleidingen;21° mechanica-elektriciteit;22° mode;23° muziekinstrumentenbouw;24° Nederlands tweede taal;25° personenzorg;26° smeden;27° talen richtgraad 1 en 2;28° talen richtgraad 3 en 4;29° textiel;30° toerisme;31° voeding. Art. 8.Het hoger beroepsonderwijs wordt ingedeeld in de volgende studiegebieden : 1° biotechniek;2° gezondheidszorg;3° handelswetenschappen en bedrijfskunde;4° industriële wetenschappen en technologie;5° onderwijs;6° sociaal-agogisch werk. Art. 9.De indeling van de leergebieden en studiegebieden in opleidingen en de concordantie tussen de categorieën technisch hoger onderwijs, economisch hoger onderwijs, agrarisch hoger onderwijs, paramedisch hoger onderwijs, sociaal hoger onderwijs, artistiek hoger onderwijs, pedagogisch hoger onderwijs en maritiem hoger onderwijs en de studiegebieden van het hoger beroepsonderwijs worden vastgelegd in bijlage I, die bij dit decreet gevoegd is. De Vlaamse Regering kan bijlage I aanpassen. Het studiegebied algemene vorming omvat ten minste de opleiding aanvullende algemene vorming. Het studiegebied handel omvat ten minste de opleiding bedrijfsbeheer. Art. 10.De Vlaamse Regering kan hetzij op eigen initiatief hetzij op voordracht van de stuurgroep experimenteel nieuwe leergebieden voor de basiseducatie of nieuwe studiegebieden voor het secundair volwassenenonderwijs erkennen. De experimenteel erkende leergebieden of studiegebieden worden uiterlijk na vijfjaar door het Vlaams Parlement aan de leergebieden en studiegebieden, vermeld in artikelen 6 of 7, toegevoegd of jaar na jaar opgeheven. De toevoeging of opheffing gebeurt op basis van een advies van de Vlaamse Onderwijsraad en een evaluatie uitgevoerd door een door de Vlaamse Regering samengestelde commissie. HOOFDSTUK IV. - De eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties Afdeling I. - De basiseducatie en het secundair volwassenenonderwijs Art. 11.§ 1. De eindtermen en de specifieke eindtermen worden vastgelegd door het Vlaams Parlement bij wijze van bekrachtiging van een besluit van de Vlaamse Regering, genomen op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. De Vlaamse Regering legt het besluit uiterlijk één maand na de goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. De eindtermen en de specifieke eindtermen hebben uitwerking vanaf de datum die het decreet aangeeft. § 2. Voor de opleidingen van het studiegebied algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs gelden dezelfde eindtermen of specifieke eindtermen als voor de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs. De concordantie tussen de opleidingen van het studiegebied algemene vorming en de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs wordt vastgelegd in bijlage II, die bij dit decreet gevoegd is. De Vlaamse Regering kan bijlage II aanpassen. § 3. Met uitzondering van het studiegebied algemene vorming, gelden voor de opleidingen van de studiegebieden in het secundair volwassenenonderwijs dezelfde specifieke eindtermen als voor de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs. De Vlaamse Regering legt de concordantie vast tussen deze opleidingen en studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs. § 4. Voor de opleidingen van de leergebieden Nederlands, wiskunde, maatschappijoriëntatie, informatie- en communicatietechnologie en talen in de basiseducatie gelden dezelfde eindtermen als die voor de leergebieden in het lager onderwijs en eindtermen en ontwikkelingsdoelen in de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs. § 5. Voor het volwassenenonderwijs kan de Vlaamse Regering op basis van de eigenheid van het volwassenenonderwijs bepaalde eindtermen of specifieke eindtermen schrappen of aanpassen. Ze legt deze schrappingen of aanpassingen binnen een maand na de goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. De schrappingen of aanpassingen hebben uitwerking vanaf de datum die het decreet aangeeft. Art. 12.§ 1. De eindtermen gelden voor de opleidingen van het studiegebied algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs en voor de opleidingen van de leergebieden in de basiseducatie. De eindtermen voor het secundair volwassenenonderwijs worden vastgelegd per opleiding. De eindtermen voor de basiseducatie worden vastgelegd voor het geheel van de opleidingen van de leergebieden Nederlands, wiskunde, maatschappijoriëntatie, informatie- en communicatietechnologie en talen. § 2. De specifieke eindtermen zijn van toepassing op het specifieke gedeelte van de opleidingen, die geconcordeerd worden met de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs. § 3. De basiscompetenties worden vastgelegd per opleiding en zijn van toepassing op : 1° de opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs, die niet geconcordeerd worden met overeenkomstige opties of studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs;2° de opleidingen in het secundair volwassenenonderwijs, waarvoor geen specifieke eindtermen bepaald zijn;3° de opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal in de basiseducatie. De basiscompetenties worden bepaald door de Vlaamse Regering. Art. 13.§ 1. Elk centrum heeft de maatschappelijke opdracht de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties met betrekking tot kennis, inzicht en vaardigheden met de cursisten te bereiken. § 2. Het bereiken van de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties zal worden afgewogen tegenover de centrumcontext en de kenmerken van de cursistenpopulatie. De eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties voor de attitudes moeten door elk centrum worden nagestreefd. Art. 14.§ 1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikt elk centrumbestuur over de vrijheid om de leerplannen vast te stellen en kiest het vrij zijn agogische methodes. § 2. De leerplannen bevatten de doelen die het centrumbestuur uitdrukkelijk formuleert voor haar cursisten vanuit het eigen agogische project in het algemeen of de eigen visie op de opleiding in het bijzonder. In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze opgenomen. Het leerplan moet voldoende ruimte laten voor de inbreng van centra, leraren, lerarenteams of cursisten. § 3. Met het oog op het waarborgen van het studie-peil keurt de Vlaamse Regering de leerplannen goed volgens de vooraf door haar bepaalde criteria. Art. 15.§ 1. Als een centrumbestuur oordeelt dat de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of de verkaveling ervan over de modules onvoldoende ruimte laten voor zijn eigen onderwijskundige opvattingen of ermee onverzoenbaar zijn, dient het bij de Vlaamse Regering een aanvraag tot afwijking in. Die aanvraag is alleen ontvankelijk, als precies wordt aangegeven waarom die eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of de verkaveling ervan voor zijn eigen onderwijskundige opvattingen onvoldoende ruimte laten of waarom ze ermee onverzoenbaar zijn. Het centrumbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of een eigen verkaveling ervan voor. § 2. De Vlaamse Regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en beslist, in voorkomend geval, of de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of de verkaveling ervan in hun geheel gelijkwaardig zijn met de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties, die conform dit decreet werden vastgelegd, en de mogelijkheid bieden om gelijkwaardige studiebewijzen uit te reiken. De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria : 1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden;2° de vereiste inhoud : het onderwijsaanbod, zoals gevat in de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties voor de basiseducatie en het secundair volwassenenonderwijs, omvat minstens inhouden voor de overeenstemmende opleidingen.Die inhouden moeten enkel in hun geheel evenwaardig zijn met de inhouden waarvoor conform dit decreet eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties werden vastgelegd; 3° de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties zijn geformuleerd in termen van wat van cursisten verwacht kan worden;4° de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties slaan op kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes;5° de vervangende specifieke eindtermen slaan op vaardigheden, specifieke kennis, inzichten en attitudes die de cursisten toelaten vervolgonderwijs aan te vatten of als beginnende beroepsbeoefenaar te kunnen fungeren;6° de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties zijn zo geformuleerd dat nagegaan kan worden in welke mate de cursisten ze verwerven of de centra ze nastreven. De Vlaamse Regering wint voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid het gemotiveerde advies in van de bevoegde administratie. Als de afwijkingsaanvraag betrekking heeft op specifieke eindtermen of basiscompetenties waarvoor de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen beroeps(competentie)profielen heeft gepubliceerd, zal de Vlaamse Regering de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen vragen een gemotiveerd advies uit te brengen. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels van die procedure, met dien verstande dat de aanvrager gehoord wordt. § 3. Het centrumbestuur dient uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties zullen gelden, een afwijkingsaanvraag in. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. De Vlaamse Regering legt een besluit betreffende een afwijkingsaanvraag in verband met eindtermen en specifieke eindtermen binnen een termijn van zes maanden ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Als het Vlaams Parlement dat besluit niet bekrachtigt, houdt het op rechtskracht te hebben. § 4. In afwijking van § 3, kan het centrumbestuur een afwijkingsaanvraag indienen binnen een termijn van één maand na de publicatie van een bekrachtigingsdecreet, als dat bekrachtigingsdecreet gepubliceerd wordt na 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan de inwerkingtreding. In de gevallen, vermeld in het vorige lid, is het centrumbestuur gebonden door de eindtermen en specifieke eindtermen vanaf 1 september na de publicatie van het decreet dat de gelijkwaardige eindtermen en specifieke eindtermen erkent of na de beslissing van de Vlaamse Regering die de afwijkingsaanvraag afwijst. Afdeling II. - Hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding Art. 16.De basiscompetenties zijn van toepassing op de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, uitgezonderd de opleidingen van het studiegebied onderwijs. De basiscompetenties van het hoger beroepsonderwijs worden bepaald door de Vlaamse Regering. Art. 17.§ 1. De Centra voor Volwassenenonderwijs organiseren in het studiegebied onderwijs specifieke lerarenopleidingen die leiden tot het diploma van leraar. In afwijking van artikelen 24 en 25 bepalen de Centra voor Volwassenenonderwijs het opleidingsprogramma van de specifieke lerarenopleidingen op basis van de basiscompetenties van de leraar. Het opleidingsprogramma omvat een theoretisch gedeelte en een praktijkcomponent. De praktijkcomponent van het opleidingsprogramma omvat het geheel van praktijkgerichte onderwijsactiviteiten, preservicetraining of inservicetraining. § 2. De omvang van een specifieke lerarenopleiding bedraagt 60 studiepunten. De praktijkcomponent van een specifieke lerarenopleiding bedraagt 30 studiepunten. De Vlaamse Regering evalueert het effect van deze maatregel op de stagecapaciteit van de scholen uiterlijk voor september 2009. § 3. De Vlaamse Regering kent gedurende de schooljaren 2007-2008, 2008-2009 en 2009-2010 financiële middelen toe aan projecten die in de schoot van een Expertisenetwerk of regionaal platform op experimentele basis de instroom, doorstroom en uitstroom van doelgroepen bevorderen, in het bijzonder door middel van curriculumvernieuwingen, de organisatie van drempelverlagende informatieverstrekking over de specifieke lerarenopleidingen, de organisatie van aangepaste trajectbegeleiding of de uitbouw van netwerken tussen het Expertisenetwerk of regionaal platform, organisaties die de doelgroepen vertegenwoordigen en het afnemend veld. De doelgroepen worden afgebakend op grond van objectieve indicatoren die betrekking hebben op sociale, economische of culturele kenmerken of op lichamelijke functiestoornissen. Een beoordelingscommissie dient de Vlaamse Regering van advies over de selectie van de projectaanvragen en de toekenning van de financiële middelen per project. De beoordelingscommissie omvat vertegenwoordigers van de overheid, van het afnemend veld, van organisaties die doelgroepen vertegenwoordigen en van het middenveld. De Vlaamse Regering stelt nadere inhoudelijke, organisatorische en procedurele regels vast voor de selectie van de projecten en de toekenning van de financiële middelen. Zij treft de nodige maatregelen om een evaluatie van de ondersteunende projecten te realiseren. De evaluatie gaat in het bijzonder na welke tijdelijke maatregelen omgezet kunnen worden in door middel van een Aanmoedigingsfonds te financieren algemene maatregelen. Art. 18.§ 1. Het beroepsprofiel van de leraar is de omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes van de leraar bij zijn beroepsuitoefening. Het beroepsprofiel bevat de taken die een ervaren leraar verricht en zal verrichten in het licht van maatschappelijke en andere ontwikkelingen, zoals de grootstedelijke context, de taalvaardigheid in het Nederlands, de meertaligheid en de diversificatie van het onderwijsgebeuren. De Vlaamse Regering bepaalt het beroepsprofiel van de leraar op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. De Vlaamse Regering legt het besluit binnen de zes maand na definitieve goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Indien het Vlaams Parlement dit besluit niet bekrachtigt binnen de zes maanden na de definitieve goedkeuring, houdt het op rechtskracht te hebben. § 2. De basiscompetenties van de leraar zijn de omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes, waarover iedere afgestudeerde moet beschikken om op een volwaardige manier als beginnend leraar te kunnen fungeren. De basiscompetenties stellen de leraar in staat door te groeien naar het beroepsprofiel en worden rechtstreeks afgeleid van het beroepsprofiel. De Vlaamse Regering bepaalt de basiscompetenties van de leraar op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. Art. 19.§ 1. Onder preservicetraining wordt verstaan : de praktijkcomponent van een lerarenopleiding die men zonder een statutaire relatie met een centrum, instelling of school vervult. Onder inservicetraining wordt verstaan : de praktijkcomponent van de specifieke lerarenopleiding die men vervult als een personeelslid van een centrum, instelling of school. § 2. De Centra voor Volwassenenonderwijs organiseren de preservicetraining in samenwerking met de centra, instellingen of scholen. De preservicetraining wordt begeleid door een personeelslid van het Centrum voor Volwassenenonderwijs, de stagebegeleider genaamd, en een personeelslid van de school, het centrum of de instelling, dat belast is met het mentorschap. De Centra voor Volwassenenonderwijs sluiten een overeenkomst met de centra, instellingen of scholen. Die overeenkomst bevat onder meer : de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het centrum, de instelling of de school, de cursist en het Centrum voor Volwassenenonderwijs, waarbij de rol van het centrum, de instelling of de school in de evaluatie van de cursist wordt vastgelegd, de periode van het schooljaar waarin de preservicetraining plaatsgrijpt en de opdrachten die de stagiair moet opnemen. § 3. De inservicetraining gebeurt in de vorm van een leraar-in-opleidingsbaan, hierna de LIO-baan genoemd, en wordt uitgeoefend in een of meer instellingen van het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs. De leraar-in-opleiding wordt begeleid door een personeelslid van de school, het centrum of de instelling, dat belast is met het mentorschap. Bij wijze van uitzondering kan de cursist van de specifieke lerarenopleiding die houder is van een masterdiploma lichamelijke opvoeding een LIO-baan vervullen in het basisonderwijs. De LIO-baan moet op jaarbasis ten minste 500 uren-leraar (secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs), lesuren (buitengewoon secundair onderwijs), leraarsuren (volwassenenonderwijs), lestijden (in het basisonderwijs voor de master lichamelijke opvoeding) bedragen. Op het einde van de LIO-baan wordt de cursist gedurende een assessment, voor de inservicetraining beoordeeld door het centrum, de instelling of de school enerzijds en het Centrum voor Volwassenenonderwijs anderzijds. Indien de leraar-in-opleiding er niet in slaagt deze 500 uren te presteren, kan hij dit tekort aanvullen met preservicetraining. Het centrum, de instelling of de school en het Centrum voor Volwassenenonderwijs sluiten een LIO-baanovereenkomst af. Een LIO-baanovereenkomst is een overeenkomst waarbij de voorwaarden worden vastgelegd die moeten toelaten dat cursisten in het kader van hun lerarenopleiding kennis of vaardigheden verwerven in een centrum, instelling of school via een tijdelijke aanstelling door het uitvoeren van arbeidsprestaties. De LIO-baanovereenkomst bevat onder meer : - de engagementen van het centrum, de instelling of de school ten aanzien van ondersteuning van leraren-in-opleiding; - de engagementen van het Centrum voor Volwassenenonderwijs ten aanzien van de begeleiding van de cursist/leraar-in-opleiding; - het aandeel van het centrum, de instelling of de school enerzijds en het Centrum voor Volwassenenonderwijs anderzijds in het assessment van de cursist. De leraar-in-opleiding wordt aangesteld als tijdelijk personeelslid en is onderworpen aan de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding of het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs. § 4. De Vlaamse Regering evalueert het systeem van de LIO-baan : - op het einde van het schooljaar 2007-2008; - op het einde van het schooljaar 2008-2009. Vanaf het schooljaar 2009-2010 wordt het systeem van de LIO-baan vijfjaarlijks geëvalueerd. Art. 20.In afwijking van artikel 34, § 2, moeten de cursisten van de specifieke lerarenopleiding, die geen diploma secundair onderwijs behaald hebben, een door de Vlaamse Regering vast te leggen brugprogramma volgen. Dit brugprogramma vervangt de in artikel 34, § 2, 3°, vermelde toelatingsproef. Art. 21.§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de omzetting van lestijden naar studiepunten voor de specifieke lerarenopleidingen conform de bepalingen in deze afdeling. § 2. Deze specifieke lerarenopleidingen worden niet onderworpen aan de bepalingen van artikel 5bis van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs. § 3. De financiering van deze specifieke lerarenopleidingen blijft gebaseerd op het conform artikel 24 vastgelegde minimaal aantal lestijden. Art. 22.De Centra voor Volwassenenonderwijs bouwen de specifieke lerarenopleidingen overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling op vanaf het schooljaar 2007-2008. HOOFDSTUK V. - De organisatie van het onderwijs door de Centra voor Basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs Art. 23.Het volwassenenonderwijs wordt aangeboden volgens een modulaire organisatie. In de modulaire organisatie wordt de leerstof aangeboden in modules. Een of meer modules vormen een opleiding. Modules kunnen zich sequentieel of onafhankelijk tot elkaar verhouden. Als de modules in een sequentieel verband staan, moeten zij in een bepaalde volgorde worden gevolgd. Art. 24.§ 1. Op voordracht van de stuurgroep en na advies van de Vlaamse Onderwijsraad bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen. Een opleidingsprofiel omvat ten minste : 1° het minimale aantal lestijden van een opleiding;2° het aantal modules;3° het aantal lestijden per module dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de financiering;4° de verdeling van de eindtermen, de specifieke eindtermen of basiscompetenties over de modules binnen een opleiding. § 2. De Vlaamse Regering kan voor bijzondere doelgroepen afwijken van het in § 1, 1°, bedoelde minimale aantal lestijden van een opleiding. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de criteria om tot opleidingsprofielen te komen. Art. 25.Voor de organisatie van het opleidingsaanbod hanteren de centra uitsluitend de door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen. Art. 26.§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de verlofregeling en de aanwending van de onderwijstijd voor het volwassenenonderwijs in de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde centra. § 2. Een centrum is gehouden gedurende veertig weken per jaar administratief geopend te zijn. § 3. Een module kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over een aantal dagen of weken, zoals het centrum dat nodig acht met inachtneming van de verlofregeling, vermeld in § 1. § 4. Een centrumbestuur organiseert het opleidingsaanbod op die manier dat het aantal geplande lestijden overeenstemt met het aantal te organiseren lestijden, zoals bepaald in de opleidingsprofielen. Voor de toepassing van het eerste lid worden de lestijden die samenvallen met een wettelijke, decretale of reglementaire feestdag geacht gepland te zijn. Om een correcte uitvoering van de in § 1 bedoelde verlofregeling mogelijk te maken, kan het aantal geplande lestijden maximaal 8 percent afwijken van het aantal lestijden, zoals bepaald in de opleidingsprofielen. § 5. Onverminderd de regeling inzake cumulatie organiseert een centrumbestuur zijn onderwijsaanbod op die manier dat het volume van de opdracht die een leraar op weekbasis effectief uitoefent, niet meer bedraagt dan 125 percent van de betrekking waarvoor hij op weekbasis wordt aangesteld. Van dit percentage kan alleen worden afgeweken mits uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de betrokken leraar. Art. 27.De activerings- en keuzebegeleidingsactiviteiten, vermeld in artikelen 62, § 2, 2°, en 63, § 1, 3°, zijn onderwijsprogramma's die gericht zijn op : 1° de verkenning van de onderwijsbehoeften van de cursist;2° een exemplarische kennismaking met de inhouden en de werkwijzen van de opleidingen in het volwassenenonderwijs;3° het stimuleren van de deelnemers om na het doorlopen van het programma zich verder te vervolmaken en door te stromen naar ander educatief aanbod. Art. 28.Het volwassenenonderwijs kan georganiseerd worden als contactonderwijs of als gecombineerd onderwijs. Gecombineerd onderwijs voldoet ten minste aan volgende criteria : 1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet;2° het omvat minimaal 25 percent aan contactonderwijs;3° het heeft betrekking op één of meer modules van een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel;4° het cursusmateriaal en de didactische middelen voor het gedeelte afstandsonderwijs zijn geschikt voor multimediaal gebruik;5° de wijze van evalueren van het gedeelte afstandsonderwijs is duidelijk omschreven;6° de deelname van cursisten aan het gedeelte afstandsonderwijs wordt systematisch opgevolgd. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag van gecombineerd onderwijs. Art. 29.§ 1. De centra kunnen de volgende vormen van onderwijs organiseren : 1° onderwijs dat overeenkomstig dit decreet is erkend, waarvoor de centra onderwijsbevoegdheid hebben en waarvan de VTE of de leraarsuren volledig volgens dit decreet zijn gefinancierd of gesubsidieerd;2° onderwijs dat overeenkomstig dit decreet is erkend, waarvoor de centra onderwijsbevoegdheid hebben en waarvan de VTE of de leraarsuren geheel of gedeeltelijk door derden zijn gefinancierd of gesubsidieerd. § 2. Middelen van de Vlaamse Gemeenschap kunnen niet aangewend worden voor de organisatie van onderwijs dat noch erkend noch gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap. Art. 30.§ 1. In afwijking van artikel 29 kunnen de Centra voor Basiseducatie onderwijs organiseren met door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde VTE, dat overeenkomstig dit decreet niet erkend is en voldoet aan volgende criteria : 1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet;2° het wordt georganiseerd op verzoek van derden die hiervoor een samenwerkingsovereenkomst afsluiten met het organiserende Centrum voor Basiseducatie;3° het is gericht op ten minste zes cursisten;4° het bevat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties uit leergebieden overeenkomstig dit decreet erkend, waarvan de clustering relevant en consistent is;5° de duur staat in verhouding tot de vooropgestelde doelstellingen;6° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag van deze vorm van onderwijs. § 2. Het onderwijs, zoals bepaald in § 1, kan niet leiden tot van rechtswege erkende studiebewijzen. HOOFDSTUK VI. - Toelatingsvoorwaarden Art. 31.Om als cursist toegelaten te worden tot een opleiding van de basiseducatie, moet de cursist voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht. In afwijking van het eerste lid moet een cursist voor de opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal, Nederlands tweede taal en talen voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht. Art. 32.Om als cursist toegelaten te worden tot een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs, moet de cursist voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht. In afwijking van het eerste lid moet de cursist voor de opleidingen van het studiegebied algemene vorming voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht. In afwijking van het eerste lid moet de cursist voor de opleidingen Hebreeuws schrift, Hebreeuws richtgraad 1, Hebreeuws educatief richtgraad 1, Hebreeuws richtgraad 2 en Hebreeuws educatief richtgraad 2 van het studiegebied talen richtgraad 1 en 2 en voor de opleidingen Hebreeuws richtgraad 3, Hebreeuws educatief richtgraad 3, Hebreeuws richtgraad 4 en Hebreeuws educatief richtgraad 4 van het studiegebied talen richtgraad 3 en 4 niet voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht. Art. 33.In afwijking van artikel 31, tweede lid, en artikel 32, eerste lid, kunnen leerlingen uit het secundair onderwijs op basis van door de Vlaamse Regering vastgelegde voorwaarden toegelaten worden tot de opleidingen van het leergebied Nederlands tweede taal en het studiegebied Nederlands tweede taal. Art. 34.§ 1. Om als cursist toegelaten te worden tot een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, moet de cursist voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht. Daarenboven moet de cursist beschikken over een van de volgende studiebewijzen : 1° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;2° een diploma van het secundair onderwijs;3° een certificaat van een opleiding van het secundair onderwijs voor sociale promotie van minimum 900 lestijden;4° een certificaat van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs van minimum 900 lestijden;5° een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie;6° een diploma van het hoger beroepsonderwijs;7° een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;8° een diploma van bachelor of master;9° een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst wordt erkend als gelijkwaardig met een van de voorgaande diploma's.Bij ontstentenis van een dergelijke erkenning kan het centrumbestuur personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of een getuigschrift hebben behaald dat toelating geeft tot het hoger professioneel onderwijs dan wel het academisch onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een opleiding hoger beroepsonderwijs. § 2. In afwijking van § 1, tweede lid, kan het centrumbestuur in zijn centrumreglement afwijkende toelatingsvoorwaarden opnemen. De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen enkel rekening houden met de volgende elementen : 1° humanitaire redenen;2° medische, psychische of sociale redenen;3° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een door het centrumbestuur georganiseerde toelatingsproef. De toelatingsproef, vermeld in 3°, wordt uiterlijk de vijfde dag voor het einde van de inschrijvingsperiode georganiseerd en gaat na of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de module in kwestie aan te vangen. De directeur kan de organisatie van een toelatingsproef op verzoek van de cursist niet weigeren. De directeur van het centrum maakt op basis van de resultaten van de toelatingsproef een beoordeling op in de vorm van een schriftelijk verslag, dat opgenomen wordt in het dossier van de cursist. De voorwaarden om een toelatingsproef te organiseren worden opgenomen in het centrumreglement. Art. 35.§ 1. Behoudens de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikelen 31, 32, 33 en 34, worden geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding in de sequentieel geordende organisatie of een niet-sequentieel geordende module. § 2. Behoudens de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikelen 31, 32, 33 en 34, moet aan één van volgende voorwaarden voldaan zijn om als cursist toegelaten te worden tot een sequentieel geordende module : 1° de cursist beschikt over het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaande module in een leertraject;2° de cursist beschikt over een welbepaald attest of certificaat van een andere opleidings- of vormingsinstelling.De Vlaamse Regering bepaalt welk attest of certificaat toegang geeft tot welke sequentieel geordende modules; 3° de cursist beschikt over een titel van beroepsbekwaamheid, zoals vermeld in het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten4 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid en in het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van 23 september 2005 van het decreet betreffende de titel van beroepsbekwaamheid.De Vlaamse Regering bepaalt welke titel van beroepsbekwaamheid toegang geeft tot welke sequentieel geordende modules; 4° de directeur van het centrum oordeelt dat de cursist beschikt over een diploma, certificaat of getuigschrift uit het onderwijs of een attest of certificaat uit een andere opleidings- of vormingsinstelling waaruit blijkt dat hij over voldoende kennis, vaardigheden en attitudes beschikt om de module aan te vangen;5° de directeur van het centrum oordeelt op basis van een toelatingsproef dat de cursist de nodige ervaring heeft verworven die hem toelaat de module te volgen. Art. 36.In afwijking van de artikelen 31, 32 en 35 en overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2 betreffende de Huizen van het Nederlands, berust de uitsluitende bevoegdheid voor de organisatie en coördinatie van de intake, testing en doorverwijzing van cursisten die niet beschikken over een studiebewijs Nederlands tweede taal bij de Huizen van het Nederlands. Als de centra deze uitsluitende bevoegdheid van de Huizen van het Nederlands niet aanvaarden en de afspraken hierover niet naleven, worden de cursisten van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal en het studiegebied Nederlands tweede taal, die vóór de inschrijving niet beschikten over een studiebewijs Nederlands tweede taal, niet als financierbare of subsidieerbare cursist beschouwd. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de bevoegde administratie hiertoe de nodige vaststellingen kan doen en waarop ze cursisten kan schrappen als financierbare of subsidieerbare cursist. Art. 37.Voor de toepassing van artikel 56, 10°, worden de cursisten ingeschreven in de volgorde dat ze zich bij het centrum in orde stellen met de inschrijvingsvoorwaarden. Indien nodig kunnen wachtlijsten worden aangelegd. De inschrijvingsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid, omvatten volgende elementen : 1° aan de toelatingsvoorwaarden voldoen;2° het inschrijvingsgeld betaald hebben of hiervan rechtmatig vrijgesteld zijn;3° zich akkoord verklaard hebben met het centrumreglement;4° zich akkoord verklaard hebben met het eigen agogisch project van het centrum. De inburgeraars, die behoren tot de doelgroep, vermeld in artikel 3, § 4, van de decreet van 28 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/02/2003 pub. 08/05/2003 numac 2003035383 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid sluiten betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid, worden bij voorrang ingeschreven voor een opleiding die behoort tot het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal of het studiegebied Nederlands tweede taal. HOOFDSTUK VII. - Evaluatie, evaluatiereglement en studiebekrachtiging Art. 38.§ 1. Een evaluatie is een deskundige beoordeling van de mate waarin de cursist de doelstellingen uit het goedgekeurde leerplan heeft bereikt. Een evaluatie kan georganiseerd worden in de vorm van een permanente evaluatie of in de vorm van een afsluitende evaluatie. Het centrum organiseert voor elke module een evaluatie. § 2. In het hoger beroepsonderwijs kan een tweede evaluatieperiode georganiseerd worden. Art. 39.Elk centrumbestuur bepaalt zijn evaluatiereglement. Dat evaluatiereglement omvat ten minste : 1° de evaluatievoorwaarden;2° de vorm van iedere evaluatie;3° de tijdvakken waarbinnen de evaluaties worden afgelegd;4° de samenstelling van de evaluatiecommissies;5° de wijze van beraadslaging door de evaluatiecommissies en bekendmaking van de evaluatieresultaten;6° de voorwaarden waaronder in het hoger beroepsonderwijs een tweede evaluatieperiode georganiseerd wordt; de procedure waarbij conflicten die plaatsvinden tussen de cursisten en de leden van de evaluatiecommissie voor de beraadslaging, worden behandeld of waarbij vermoede materiële vergissingen die na het afsluiten van de beraadslaging zijn vastgesteld, kunnen worden rechtgezet; de procedure voor vrijstelling van evaluaties en voor de regeling van betwistingen hierover. Art. 40.In het volwassenenonderwijs bestaan de volgende studiebewijzen : 1° een deelcertificaat;2° een certificaat; 3° een getuigschrift; 4° een diploma. De Vlaamse Regering bepaalt de modellen van de studiebewijzen en de nadere modaliteiten met betrekking tot het uitreiken van de studiebewijzen. Art. 41.§ 1. Een deelcertificaat bekrachtigt een module in een opleiding. § 2. Een certificaat bekrachtigt : 1° een opleiding, met uitzondering van de opleidingen vermeld in § 3, § 4, § 5 en § 6;2° een opleiding in afstandsonderwijs als dat onderwijs dezelfde structuur en dezelfde basiscompetenties of eindtermen respecteert als door de Vlaamse Gemeenschap erkend onderwijs, als dat onderwijs een evaluatieprocedure gebruikt die door de Vlaamse Regering is goedgekeurd en een controle door de Vlaamse Regering aanvaard wordt. § 3. Een getuigschrift bekrachtigt de opleiding bedrijfsbeheer in het studiegebied handel. § 4. Een diploma bekrachtigt : 1° de opleidingen economie-moderne talen, economie-wiskunde, humane wetenschappen ASO3, moderne talen-wetenschappen, moderne talen-wiskunde en wetenschappen-wiskunde van het studiegebied algemene vorming;2° de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat van een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs;3° een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied dan algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van het secundair onderwijs. § 5. Een diploma van leraar bekrachtigt een opleiding van het studiegebied onderwijs zoals vermeld in artikel 17, § 1. § 6. Een diploma van gegradueerde bekrachtigt een opleiding van het hoger beroepsonderwijs van minimum 900 lestijden. Art. 42.Ter uitvoering van artikel 41, § 4, 2° en 3°, bepaalt de Vlaamse Regering, na advies van de inspectie de opleidingen, die in combinatie met het certificaat van de opleiding aanvullende algemene vorming leiden, tot een diploma secundair onderwijs. Hiertoe moeten die opleidingen voldoen aan volgende voorwaarden : 1° de minimale duur van de opleiding omvat 480 lestijden;2° de opleiding beoogt een brede maatschappelijke participatie;3° de opleiding, in combinatie met de opleiding aanvullende algemene vorming, verleent toegang tot het hoger onderwijs;4° de opleiding, in combinatie met de opleiding aanvullende algemene vorming, verleent in voldoende mate toegang tot de arbeidsmarkt. HOOFDSTUK VIII. - Ondersteuning van het Volwassenenonderwijs Afdeling I. - Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs Art. 43.De Vlaamse Regering subsidieert één Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs. Art. 44.Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs heeft als doelstelling enerzijds de Centra voor Basiseducatie en anderzijds de Centra voor Volwassenenonderwijs, die niet in rekening worden gebracht voor het vaststellen van de personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten, zoals vermeld in artikel 89 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten, te ondersteunen bij de uitvoering van de opdrachten die krachtens dit decreet worden toegekend. Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs realiseert deze doelstelling met respect voor het eigen agogisch project van de betrokken centra. Art. 45.Aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs worden volgende opdrachten toegekend : 1° agogische en organisatorische ondersteuning bieden;2° de deskundigheid van de personeelsleden bevorderen;3° onderwijsvernieuwing en kwaliteitszorg coördineren, stimuleren en faciliteren;4° centra ondersteunen bij het realiseren van de eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties bij de cursisten;5° samen met de pedagogische begeleidingsdiensten de opdrachten geformuleerd in artikel 49 uitvoeren. Art. 46.Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs kan enkel in aanmerking komen voor subsidiëring als : 1° het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs opgericht wordt in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1921 pub. 19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen;2° in de algemene vergadering een afgevaardigde van elk deelnemend centrumbestuur opgenomen wordt.De leden van de algemene vergadering kunnen de algemene vergadering via coöptatie aanvullen met externe deskundigen; 3° vijfjaarlijks een beleidsplan en jaarlijks een ondersteuningsplan worden opgesteld, waarin de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 45, verduidelijkt worden;4° jaarlijks een activiteitenverslag en een financieel rapport worden opgesteld. Art. 47.§ 1. De Vlaamse Regering stelt jaarlijks aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs een subsidie ter beschikking van ten minste 788.000 euro. Die subsidie omvat middelen voor personeelskosten, werkingskosten en investeringen. § 2. De Vlaamse Regering sluit met het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs vijfjaarlijks een samenwerkingsovereenkomst af over de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 45, en de aanwending van de toegekende middelen, vermeld in § 1. De subsidiëring van het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs wordt afhankelijk gesteld van de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst door de Vlaamse Regering. § 3. De subsidie aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs wordt uitbetaald in twee schijven en een saldo : 1° een eerste schijf van 45 percent wordt uitbetaald uiterlijk op 31 maart;2° een tweede schijf van 45 percent wordt uitbetaald uiterlijk op 30 september;3° het saldo van 10 percent wordt uitbetaald nadat het activiteitenverslag en financieel rapport, zoals vermeld in artikel 46, 4°, is overgemaakt aan de bevoegde administratie. § 4. De middelen, zoals bepaald in § 1, kunnen geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden, indien blijkt dat deze middelen niet worden aangewend voor de realisatie van de opdrachten, vermeld in artikelen 45 en 49. Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs heeft zes maanden de tijd om zich opnieuw in orde te stellen met de voorwaarden, vermeld in artikel 46, indien niet meer voldaan wordt aan deze voorwaarden. In het andere geval is het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs niet langer subsidieerbaar. § 5. De subsidie wordt jaarlijks met ingang van 1 januari 2008 aangepast aan de evolutie van het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt door de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen. De basisindex is die van het lopende begrotingsjaar. De nieuwe index is die van het volgende begrotingsjaar. Het eindbedrag wordt afgerond in euro op het lagere honderdste. Art. 48.Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs kan alle daden stellen die noodzakelijk zijn om de toegekende opdrachten te realiseren en om de toegekende middelen zorgvuldig te beheren. Afdeling II. - Kennis- en expertiseontwikkeling in het volwassenenonderwijs Art. 49.Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten moeten 20 percent van de subsidie toegekend op basis van respectievelijk artikel 47, § 1, van dit decreet en artikel 92bis van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten aanwenden voor de gezamenlijke uitvoering van volgende opdrachten : 1° een visie en nieuwe concepten ontwikkelen op het vlak van onderwijs, vorming en opleiding aan volwassenen;2° de eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties voor het volwassenenonderwijs evalueren in functie van aanpassingen aan bestaande opleidingsprofielen of ter voorbereiding op de ontwikkeling van nieuwe opleidingsprofielen;3° de ontwikkeling van nieuwe opleidingsprofielen of de actualisering van bestaande opleidingsprofielen voor het volwassenenonderwijs coördineren, rekening houdende met de bepalingen, vermeld in artikelen 24, 179, § 1, en 184;4° voorstellen formuleren met betrekking tot het oprichten van experimenteel nieuwe leer- en studiegebieden, vermeld in artikel 10;5° de netoverschrijdende ontwikkeling van leerplannen coördineren;6° de ontwikkeling van instrumenten en procedures in zake de erkenning van al verworven competenties coördineren en ondersteunen;7° expertise en expertise-uitwisseling ontwikkelen in zake afstandsleren, e-leren en gecombineerd onderwijs;8° expertise en expertise-uitwisseling ontwikkelen in zake aanpak van geletterdheid;9° alle mogelijke samenwerkingsverbanden op vlak van kennis- en expertiseontwikkeling stimuleren en coördineren tussen het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten. Deze opdrachten worden gerealiseerd met respect voor het eigen agogisch project van de centra. Art. 50.§ 1. De middelen, vermeld in artikel 49, kunnen enkel aangewend worden, als : 1° het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs enerzijds en de pedagogische begeleidingsdiensten anderzijds een protocol tot samenwerking afsluiten;2° het protocol tot samenwerking, vermeld in 1°, de oprichting omvat van een stuurgroep;3° de stuurgroep, vermeld in 2°, samengesteld is uit twee vertegenwoordigers van het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vier vertegenwoordigers van de pedagogische begeleidingsdiensten, drie vertegenwoordigers van de directies en de leraren van de Centra voor Basiseducatie en drie vertegenwoordigers van de directies en de leraren van de Centra voor Volwassenenonderwijs.De vertegenwoordigers van de directies en de leraren van de centra worden aangeduid door de representatieve vakorganisaties; 4° vijfjaarlijks een beleidsplan en jaarlijks een actieplan worden opgesteld, waarin de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 49 verduidelijkt wordt;5° jaarlijks een activiteitenverslag en een financieel rapport worden opgesteld. § 2. De Vlaamse Regering sluit met het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs enerzijds en de pedagogische begeleidingsdiensten anderzijds vijfjaarlijks een samenwerkingsovereenkomst af over de aanwending van de middelen en de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 49. Afdeling III. - Kwaliteitscontrole en evaluatie Art. 51.In 2012 wordt het systeem van ondersteuning in het volwassenenonderwijs, zoals bepaald in dit hoofdstuk, geëvalueerd. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de evaluatie. In afwijking van het eerste lid organiseert de Vlaamse Regering in 2009 een financiële en kwalitatieve audit, hoofdzakelijk met betrekking tot artikelen 49 en 50. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de nadere modaliteiten. HOOFDSTUK IX. - Kwaliteitszorg Afdeling I. - Algemene aspecten kwaliteitszorg Art. 52.Elk centrumbestuur ontwikkelt een kwaliteitszorgsysteem met betrekking tot : 1° de organisatie van het onderwijsaanbod;2° de leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist;3° de uitvoering van andere onderwijsopdrachten en -bevoegdheden die door dit decreet of door de Vlaamse Regering worden toegekend aan de centra;4° de organisatie en het beheer van de instelling zodat de doelstellingen van de organisatie behaald kunnen worden;5° de behandeling van de cursist en van de personeelsleden met respect voor hun rechten en plichten;6° de uitvoering van de administratieve en organisatorische opdrachten en bevoeg …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.