📄 Wettekst
29 MAART 2012. - Programmawet (I) (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
TITEL 2. - Volksgezondheid HOOFDSTUK 1. - Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten Art. 2.In artikel 225 van de
wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/2000
pub.
31/08/2000
numac
2000003530
bron
diensten van de eerste minister en ministerie van financien
Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen
sluiten houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, gewijzigd bij de wetten van 13 december 2006, 27 december 2006, 21 december 2007 en 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Om de opdrachten van de administratie voortvloeiend uit de toepassing van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten te financieren, zijn volgende bijdragen verschuldigd : 1° ten laste van de persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek en ten laste van de persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken van de dieren, een bijdrage van 0,00596 euro voor elke verpakking van een vergund geneesmiddel die hij aanschaft zowel onder bezwarende titel als om niet;2° ten laste van de persoon die een vergunning voor het in de handel brengen heeft voor een geneesmiddel, een bijdrage van 0,01118 euro voor elke verpakking ervan die hij in de handel brengt zowel onder bezwarende titel als om niet.Deze bijdrage is echter niet verschuldigd door de persoon die over een vergunning voor het in de handel brengen beschikt, bedoeld in artikel 3 van de Verordening (EG) Nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau; 3° ten laste van de groothandelaar en groothandelaar-verdeler in geneesmiddelen, een bijdrage van 0,00014 euro voor elke verpakking van een geneesmiddel die hij verdeelt zowel onder bezwarende titel als om niet.Personen onderworpen aan de in 2° bedoelde bijdragen, zijn vrijgesteld van deze bijdrage; 4° ten laste van de vergunninghouder, een forfaitaire bijdrage van 58,00 euro per geneesmiddel voor menselijk gebruik vergund voor het in de handel brengen door de minister bevoegd voor de Volksgezondheid;5° ten laste van de vergunninghouder, een forfaitaire bijdrage van 58,00 euro per geneesmiddel voor menselijk gebruik vergund voor het in de handel brengen door de Europese Commissie waarvoor een prijs werd vastgesteld door de minister bevoegd voor de Economische Zaken;6° ten laste van de vergunninghouder, een forfaitaire bijdrage van 58,00 euro per geneesmiddel voor menselijk gebruik vergund voor parallelinvoer.»; 2° in het tweede lid worden de woorden « contributies bedoeld in punt 1° en punt 2° » vervangen door de woorden « bijdragen bedoeld onder 1°, 2°, 3°, 4°, 5° en 6° »;3° in het derde lid wordt het woord « contributies » vervangen door het woord « bijdragen »;4° in het vierde lid wordt het woord « contributies » vervangen door het woord « bijdragen », en het woord « contributie » door « bijdrage »;5° in het vijfde lid wordt het woord « contributie » vervangen door het woord « bijdrage ». HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Afdeling 1. - Verhoogde verzekeringstegemoetkoming
Art. 3.In artikel 32, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, vervangen bij het
koninklijk besluit van 25 april 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2000
pub.
03/06/2000
numac
2000003354
bron
ministerie van financien
Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid
sluiten9, en gewijzigd bij de wetten van 13 december 2006, 26 maart 2007 en 19 december 2008, worden de woorden « en inzonderheid van de verhoogde tegemoetkoming van de verzekering » opgeheven. Art. 4.In artikel 37, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 april 1997, bij de wetten van 24 december 1999 en 22 augustus 2002, bij de programmawet (I) van 27 december 2006, bij de wet houdende diverse bepalingen (I) van 27 december 2006 en bij de wetten van 26 maart 2007, 21 december 2007, 22 december 2008 en 23 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin : « Voor de in § 19 bedoelde rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming wordt de verzekeringstegemoetkoming vastgelegd op 90 pct.van de hen betreffende tarieven, uitgezonderd voor wat betreft de raadpleging van geneesheren-specialisten waarvoor de verzekeringstegemoetkoming 85 pct. bedraagt van de hen betreffende tarieven. »; 2° het tweede en derde lid worden opgeheven;3° in het vijfde lid worden de woorden « in het tweede en derde lid en in paragraaf 19 bedoelde rechthebbenden op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming » vervangen door de woorden « in § 19 bedoelde rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming ». Art. 5.In artikel 37, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen door de
wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten en gewijzigd door de
wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten2, worden de woorden « in § 1, tweede en derde lid, en § 19, bedoelde rechthebbenden op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming » vervangen door de woorden « in § 19 bedoelde rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming ». Art. 6.Artikel 37, § 19, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 16 april 1997 en gewijzigd bij de wetten van 3 mei 1999, 24 december 1999 en 27 december 2006, wordt vervangen als volgt : « § 19. Gezinnen met een bescheiden inkomen genieten een verhoogde verzekeringstegemoetkoming. Onder gezin verstaat men de eenheid samengesteld uit de aanvrager, zijn echtgenoot of samenwonende persoon en hun personen ten laste in de zin van artikel 32, eerste lid, 17°, 18° en 19°.Als de aanvrager bij zijn ziekenfonds is ingeschreven als persoon ten laste is het gezin echter samengesteld uit de aanvrager, de gerechtigde ten laste van wie hij is ingeschreven, de echtgenoot of samenwonende persoon van die gerechtigde en hun personen ten laste.
Er wordt rekening gehouden met de belastbare bruto-inkomsten van het gezin. Onder belastbare bruto-inkomsten verstaat men het bedrag van de inkomsten zoals ze zijn vastgesteld inzake inkomstenbelasting voor elke aftrek, alsook elk ander bestaansmiddel bepaald volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning.
Worden eveneens in aanmerking genomen, de inkomens die in België van belasting zijn vrijgesteld krachtens internationale overeenkomsten tot het vermijden van de dubbele belasting of andere internationale verdragen of akkoorden, of ze nu gelden voor de berekening van de belasting van andere inkomens of niet, alsook de inkomens van de personen bedoeld in artikel 227, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 die van belasting worden vrijgesteld overeenkomstig de artikelen 230 of 231, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek.
De Koning kan tevens nadere regels vaststellen voor de precisering van de voornoemde inkomsten of bestaansmiddelen, alsook de voorwaarden vaststellen waaronder de voornoemde inkomsten of bestaansmiddelen geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld.
De Koning legt het inkomensplafond vast waaronder het betroffen gezin wordt beschouwd als over bescheiden inkomens te beschikken. Hij legt de voorwaarden en nadere regels vast voor de opening, het behoud en de intrekking van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, rekening houdend met de in deze paragraaf aangebrachte preciseringen.
Bij het vastleggen van de openingsvoorwaarden wordt er rekening gehouden met een periode van één kalenderjaar waarin het gezin een bescheiden inkomen genoot, hierna genoemd referentieperiode. De Koning bepaalt evenwel de omstandigheden waarin, geheel of gedeeltelijk, van deze referentieperiode kan worden afgeweken. Er wordt geen rekening gehouden met een referentieperiode als de situatie waarin een lid van het betrokken gezin zich bevindt gekenmerkt wordt door een gevoelig en duurzaam verlies van inkomsten. Dat is in het bijzonder het geval in geval van pensionering, genot van invaliditeitsuitkeringen bedoeld in artikel 93 of voor een mindervalide gerechtigde in de zin van artikel 32, eerste lid, 13°.
De voornoemde referentieperiode wordt verminderd als de situatie waarin een lid van het gezin zich bevindt van aard is om een gevoelig verlies van inkomsten met zich mee te brengen. Dat is in het bijzonder het geval in geval van weduwnaarschap of weduwschap, echtscheiding of scheiding als de echtgenoot de hoedanigheid van persoon ten laste van zijn echtgenoot behoudt, voor een eenoudergezin of voor een langdurig werkloze.
De Koning legt de nadere regels vast volgens dewelke een gezin bewijst dat het aan de voornoemde voorwaarden voldoet. Het ziekenfonds, de gewestelijke dienst van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering of de Kas der geneeskundige verzorging van de NMBS Holding, waar de leden van het betrokken gezin bij zijn aangesloten beslist op basis van de vereiste bewijsstukken over de toekenning van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming.
Het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming kan, volgens de door de Koning vastgestelde voorwaarden, automatisch worden toegekend als een lid van het betrokken gezin een door de Koning bepaald voordeel geniet, voor zover dat voordeel wordt toegekend na een onderzoek van de inkomsten van het gezin van de rechthebbende op dat voordeel. De Koning preciseert wat wordt verstaan onder « het genot van een voordeel » en « een onderzoek van de inkomsten ». Hij preciseert tevens de gevallen waarin het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming automatisch kan worden toegekend aan kinderen die zich in een behartenswaardige situatie bevinden.
De Koning bepaalt welke verzekeringsinstelling het dossier betreffende het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming beheert wanneer de rechthebbenden van eenzelfde gezin zijn aangesloten of ingeschreven bij verschillende verzekeringsinstellingen.
Er wordt in samenwerking met de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit een jaarlijkse controle van de voornoemde inkomensvoorwaarde uitgevoerd. Deze controle betreft alle rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, uitgezonderd de door de Koning aangewezen categorieën rechthebbenden waarvoor is aangetoond dat deze systematische controle zonder gevolg zou zijn voor de toekenning van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming.
Als uit de aldus meegedeelde gegevens betreffende de inkomsten van elk lid van het betrokken gezin blijkt dat niet was voldaan aan de inkomensvoorwaarde, wordt het recht ingetrokken op 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit de voornoemde informatie heeft overgezonden.
Als de voornoemde administratie geen informatie ter beschikking kan stellen op een door de Koning te bepalen datum, of als ze geen informatie heeft over een lid van het betrokken gezin, wordt het recht ingetrokken binnen de door de Koning vastgestelde termijn, tenzij de ontbrekende gegevens kinderen jonger dan 18 jaar betreffen.
In het kader van de toekenning en intrekking van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming bepaalt de Koning, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de voorwaarden waaronder de verzekeringsinstellingen, de ziekenfondsen, de gewestelijke diensten van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering nuttige inlichtingen in hun bezit met het oog op de toekenning van de rechten inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gebruiken, onverminderd artikel 37duodecies, § 4.
In afwijking van artikel 337, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 kunnen de verzekeringsinstellingen, de ziekenfondsen, de gewestelijke diensten van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering of de Kas der geneeskundige verzorging van de NMBS Holding, onder de door de Koning vastgelegde voorwaarden en nadere regels en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, toegang hebben tot alle nuttige informatie betreffende de inkomsten van hun leden om over het toekennen van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming te kunnen beslissen.
De verzekeringsinstellingen, de ziekenfondsen, de gewestelijke diensten van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en de Kas der geneeskundige verzorging van de NMBS Holding zijn gehouden tot geheimhouding van de voornoemde informatie en kunnen de aldus verkregen inlichtingen niet gebruiken buiten het kader van de toepassing van deze paragraaf.
Alle uitvoeringsbesluiten van deze paragraaf worden genomen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de in artikel 31bis bedoelde werkgroep Verzekerbaarheid. ». Art. 7.In artikel 37bis, §§ 1, 2 en 3 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 26 augustus 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/2000
pub.
31/08/2000
numac
2000003530
bron
diensten van de eerste minister en ministerie van financien
Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen
sluiten7, worden de woorden « de rechthebbende die de in artikel 37, §§ 1 en 19, bedoelde verhoogde verzekeringstegemoetkoming geniet, » telkens vervangen door de woorden « de rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming bepaald in artikel 37, § 19, ». Art. 8.In artikel 37novies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 juin 2002, vervangen bij het
koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/2000
pub.
31/08/2000
numac
2000003530
bron
diensten van de eerste minister en ministerie van financien
Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen
sluiten4 en gewijzigd bij
wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten6, worden de woorden « de rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, §§ 1 en 19, en de gerechtigden bedoeld in artikel 32, eerste lid, 13° en 15°, die de verhoogde tegemoetkoming genieten, tenzij het recht op de verhoogde tegemoetkoming uitsluitend wordt toegekend op basis van de toestand bedoeld in artikel 37, § 19, 5°, », vervangen door de woorden « de rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 19, tenzij het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming uitsluitend wordt toegekend op basis van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 pct. van een kind ». Art. 9.In artikel 44, § 3, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, het koninklijk besluit van 16 april 1997, de
wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten, de
wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten2 en de wet van 26 maart 2007, worden de woorden « Voor de gepensioneerden, de weduwnaars en weduwen, de wezen en degenen die in het genot zijn van invaliditeitsuitkeringen respectievelijk bedoeld in de artikelen 32, eerste lid, 7° tot 11° ter, 16° en 20°, en 93, alsmede voor de personen te hunnen laste en voor de in artikel 37, § 19, bedoelde rechthebbenden, en de rechthebbenden van het statuut OMNIO, bedoeld in artikel 37, § 1, derde lid, » vervangen door de woorden « Voor de in artikel 37, § 19 bedoelde rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming ». Art. 10.In artikel 48, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 april 1997, bij de
wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten, de
wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten2 en de wet van 26 maart 2007, worden de woorden « aan de gepensioneerden, de weduwnaars en weduwen, de wezen en degenen die in het genot zijn van invaliditeitsuitkeringen, respectievelijk bedoeld in de artikelen 32, eerste lid, 7° tot 11° ter, 16° en 20°, en 93, alsmede aan de personen te hunnen laste en aan de in artikel 37, § 19, bedoelde rechthebbenden en aan de rechthebbenden van het statuut OMNIO, bedoeld in artikel 37, § 1, derde lid. » vervangen door de woorden « aan de in artikel 37, § 19, bedoelde rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming ». Art. 11.In artikel 49, § 5, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 april 1997 en bij de wetten van 24 december 1999 en 19 december 2008, worden de woorden « aan de in artikel 37, §§ 1 en 19, » vervangen door de woorden « aan de in artikel 37, § 19 ». Art. 12.Artikel 168ter van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 13.Artikel 168quinquies, § 1, tweede lid, van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 14.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en op voorstel van de in artikel 31bis bedoelde werkgroep Verzekerbaarheid de nodige overgangsbepalingen nemen ter uitvoering van de in deze afdeling ingevoerde wijzigingen. Art. 15.De huidige afdeling treedt in werking op 1 januari 2014.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid. Afdeling 2. - Zuurstoftherapie
Art. 16.Artikel 35bis, § 16, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juili 1994, ingevoegd bij de
wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, wordt vervangen als volgt : « § 16. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de verzekering tegemoetkomt in de prijs van medische zuurstof en medische hulpmiddelen die gebruikt worden in het kader van zuurstoftherapie.
Hij stelt, na advies van de Overeenkomstencommissie apothekers - verzekeringsinstellingen, de tegemoetkoming van de verzekering vast voor deze verstrekkingen alsook de regels met betrekking tot het voorschrijven, de aflevering en de tarifering en de vergoeding van de hieraan verbonden huur en dienstverlening. De overeenkomstencommissie formuleert haar advies binnen de maand nadat de minister haar daartoe uitnodigt. Bij ontstentenis aan advies binnen deze termijn wordt het advies geacht positief te zijn. ». Art. 17.Artikel 48, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/2004
pub.
15/07/2004
numac
2004021090
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten, wordt opgeheven. Art. 18.De artikelen 225, 2°, 226, 227 en 228 van de programmawet (I) van 27 december 2006 worden opgeheven. Art. 19.De artikelen 16 tot 18 treden in werking op 1 mei 2012. HOOFDSTUK 3. - Impulsfonds voor de huisartsgeneeskunde Art. 20.In de
wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten7 houdende diverse bepalingen (I) wordt een artikel 123/1 ingevoegd, luidende : « Art. 123/1.Artikel 123 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008. ». HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de
wet van 10 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten0 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid Art. 21.In de
wet van 10 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten0 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid wordt een artikel 30/1 ingevoegd, luidende : « Art. 30/1.Artikel 30 heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2009. » HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de programmawet (I) van 27 december 2006 Art. 22.In artikel 245, § 2, van de programmawet (I) van 27 december 2006, gewijzigd bij de wetten van 23 december 2009 en 4 juli 2011, worden de woorden « en 2011 » telkens vervangen door de woorden « , 2011 en 2012 ».
TITEL 3. - Landbouw HOOFDSTUK 1. - Verplichte bijdragen voor het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten - sector varkens Art. 23.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° varken : elk dier behorende tot de familie suidae dat op een bedrijf wordt gehouden of gefokt;2° verantwoordelijke : de eigenaar of houder die gewoonlijk over de varkens een onmiddellijk beheer en toezicht uitoefent;3° bedrijf : elk gebouw of geheel van gebouwen, erin begrepen de erbij horende terreinen, die samen op sanitair gebied een geheel vormen, waar varkens worden gehouden of dat daartoe bestemd is, zelfs al gaat het om verscheidene productie-eenheden waarvoor evenwel de productiemiddelen gemeenschappelijk gebruikt worden;4° fokvarken : vrouwelijk varken dat biggen geworpen heeft of mannelijk varken dat gehouden wordt voor de reproductie;5° mestvarken : varken ongeacht de leeftijd of het geslacht dat voor de slachting wordt gehouden;6° Fonds : het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten;7° het Agentschap : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. Art. 24.Volgende verplichte bijdragen aan het Fonds bedoeld in artikel 5, 1°, van de
wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, worden opgelegd aan de verantwoordelijken van bedrijven waar varkens worden gehouden : 1° voor de periode van 1 januari 1999 tot 31 december 1999 : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,62 euro of 0,13 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd. Indien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,13 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,20 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden; 2° voor de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2004 : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,50 euro of van 0,25 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet biggen van het bedrijf worden afgevoerd. Indien de afvoer van biggen steeds naar één en hetzelfde bedrijf van bestemming geschiedt, waar ze gehouden worden tot de slachting, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,25 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf; - een verplichte bijdrage van respectievelijk 1,60 euro of 0,37 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.
Indien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,37 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,25 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden; 3° voor de periode van 1 januari 2005 tot 31 december 2008 : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,40 euro of van 0,20 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet biggen van het bedrijf worden afgevoerd. Indien de afvoer van biggen steeds naar één en hetzelfde bedrijf van bestemming geschiedt, waar ze gehouden worden tot de slachting, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,20 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf; - een verplichte bijdrage van respectievelijk 1,28 euro of 0,30 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.
Indien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,30 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,20 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden; 4° voor de periode van 1 januari 2009 tot 31 december 2009 : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,08 euro of van 0,04 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 1,24 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet biggen van het bedrijf worden afgevoerd. Indien de afvoer van biggen steeds naar één en hetzelfde bedrijf van bestemming geschiedt, waar ze gehouden worden tot de slachting, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,04 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 1,24 euro per bedrijf; - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,256 euro of 0,06 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 1,24 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.
Indien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,06 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 1,24 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,04 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden; 5° voor de periode van 1 januari 2010 tot 31 december 2010 : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,24 euro of van 0,12 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 3,72 euro per bedrijf wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet biggen van het bedrijf worden afgevoerd. Indien de afvoer van biggen steeds naar één en hetzelfde bedrijf van bestemming geschiedt, waar ze gehouden worden tot de slachting, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,12 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 3,72 euro per bedrijf; - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,768 euro of 0,18 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 3,72 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.
Indien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,18 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 3,72 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,12 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden; 6° voor de periode vanaf 1 januari 2011 tot de datum waarop de Koning de bedragen bedoeld in artikel 6, § 1, van de
wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, vastgesteld zal hebben : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,40 euro of van 0,20 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet biggen van het bedrijf worden afgevoerd. Indien de afvoer van biggen steeds naar één en hetzelfde bedrijf van bestemming geschiedt, waar ze gehouden worden tot de slachting, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,20 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf; - een verplichte bijdrage van respectievelijk 1,28 euro of 0,30 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.
Indien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,30 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,20 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden. Art. 25.De verplichte bijdragen worden gestort in het Fonds. Zij zijn jaarlijks verschuldigd. Art. 26.De in artikel 24 bedoelde verplichte bijdragen worden betaald aan het Fonds binnen de dertig dagen die volgen op het verzoek tot betaling. Bij gebreke aan tijdige betaling is van rechtswege en zonder aanmaning of ingebrekestelling een verwijlinterest verschuldigd.
Voor de berekening van het bedrag van deze bijdragen wordt rekening gehouden met de gegevens over fokvarkensplaatsen, mestvarkensplaatsen en aan- en/of verkoop van biggen, die werden vermeld op het attest verleend door het Agentschap in uitvoering van het koninklijk besluit van 14 juni 1993 tot bepaling van de uitrustingsvoorwaarden voor het houden van varkens.
Voor bedrijven die geen aanvraag om een attest te bekomen hebben ingediend, worden de gegevens vastgesteld door de inspecteur-dierenarts of door zijn afgevaardigde. Art. 27.De overtredingen van de bepalingen van dit hoofdstuk worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de bepalingen van de
wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten. Art. 28.Het
koninklijk besluit van 31 oktober 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/2000
pub.
31/08/2000
numac
2000003530
bron
diensten van de eerste minister en ministerie van financien
Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen
sluiten2 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 december 1999 betreffende de verplichte bijdragen aan het Begrotingsfonds voor de Gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten vastgesteld volgens de sanitaire risico's verbonden aan bedrijven waar varkens gehouden worden, wordt opgeheven. Art. 29.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999. HOOFDSTUK 2. - Bekrachtiging van het
koninklijk besluit van 13 november 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/2000
pub.
31/08/2000
numac
2000003530
bron
diensten van de eerste minister en ministerie van financien
Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen
sluiten8 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten Art. 30.Het
koninklijk besluit van 13 november 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/2000
pub.
31/08/2000
numac
2000003530
bron
diensten van de eerste minister en ministerie van financien
Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen
sluiten8 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten wordt bekrachtigd met ingang van 9 december 2011.
TITEL 4. - Wetenschapsbeleid ENIG HOOFDSTUK Financiering van de Nationale Plantentuin van België Art. 31.Vanaf het begrotingsjaar 2012 worden twee jaarlijkse dotaties ten gunste van de Nationale Plantentuin van België toegekend : - een gewone dotatie om de werking van de instelling te verzekeren; - een aanvullende dotatie voor de investeringsuitgaven verbonden aan de gebouwen en de kassen van deze instelling.
Deze twee dotaties zijn ten laste van de kredieten ingeschreven op de begroting van de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid.
De Koning bepaalt de nadere regels voor de toekenning van toewijzing van deze dotaties. Art. 32.Artikel 31 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012.
TITEL 5. - Binnenlandse Zaken HOOFDSTUK 1. - Nucleaire veiligheid - Wijzigingen van de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten9 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle Art. 33.In artikel 30bis/1 van de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten9 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap, ingevoegd bij de
wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 30 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, worden de kolommen die betrekking hebben op de jaarlijkse heffingen voor de jaren 2013 en vanaf 2014 geschrapt;2° een § 3bis wordt ingevoegd, luidende : « § 3bis.De bedragen van de jaarlijkse heffingen die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van het Studiecentrum voor Kernenergie, onverminderd de bedragen die deze exploitant verschuldigd is overeenkomstig § 1 en de artikelen 30bis/2 en 30bis/3 worden als volgt vastgesteld :
Instelling
Project
Jaar 2013
Jaar 2014
Jaar 2015
-
-
-
-
-
Etablissement
Projet
Année 2013
Année 2014
Année 2015
Studiecentrum voor Kernenergie
-
Myrrha
704 975
719 075
733 456
Centre d'Etude de l'Energie nucléaire
Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren in het kader van het in het eerste lid vernoemde project Myrrha voor het Studiecentrum voor Kernenergie.
Zodra de Koning overeenkomstig artikel 16, § 2, de vergunning die werd verleend aan het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde voor de inrichting die het voorwerp uitmaakt van dit project bevestigt, is de in deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde is het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en wordt ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van de inwerkingtreding van de bevestiging. » Art. 34.In dezelfde wet wordt een artikel 30bis/2 ingevoegd, luidende : « Art. 30bis/2. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van houders van vergunningen en erkenningen en van geregistreerden, worden als volgt vastgesteld :
Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten
Jaar 2013
Jaar 2014
Jaar 2015
Bedrag van toepassing vanaf het heffingsjaar 2016
-
-
-
-
-
Description de l'établissement autorisé, de l'activité autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréés
Année 2013
Année 2014
Année 2015
Montant d'application à partir de l'année d'imposition 2016
REACTOREN/REACTEURS
Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen
-
3 109
3 172
3 235
3 300
Réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance installée
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt
-
6 072
6 193
6 317
6 443
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt
-
31 094
31 716
32 350
32 997
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt
Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie
-
364 304
371 590
379 022
386 602
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt
-
15 547
15 858
16 175
16 499
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt
-
3 036
3 097
3 159
3 222
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt
INRICHTINGEN VAN KLASSE I/ETABLISSEMENTS DE CLASSE I
Inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren
-
31 094
31 716
32 350
32 997
Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche
Ontmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren
-
15 547
15 858
16 175
16 499
Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche
INRICHTINGEN VAN KLASSE II/ETABLISSEMENTS DE CLASSE II
Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop.
-
11 361
11 588
11 820
12 056
Etablissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente
Ontmanteling van de inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop
-
5 680
5 794
5 910
6 028
Démantèlement d'établissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente
Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers die gebruikt worden voor onderzoek of voor de productie van radionucliden (met uitzondering van elektronische microscopen) alsook de inrichtingen waar deze deeltjesversnellers worden vervaardigd en/of getest
-
5 680
5 794
5 910
6 028
Etablissements de classe II où se trouvent un ou plusieurs accélérateurs de particules utilisés pour la recherche ou pour la production de radionucléides (à l'exception des microscopes électroniques) ainsi que les établissements où ces accélérateurs de particules sont produits et/ou testés
Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers voor de rechtstreekse behandeling van patiënten
-
1 818
1 855
1 892
1 929
Etablissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules destinés au traitement direct des patients
Andere inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers
-
5 680
5 794
5 910
6 028
Autres établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules
Ontmanteling van inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers
-
2 840
2 897
2 955
3 014
Démantèlement d'établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules
Inrichting van klasse II waar zich bestralingsinstallaties bevinden met een bron waarvan de activiteit gelijk is aan of hoger ligt dan 100 TBq, met uitzondering van bestralingseenheden voor de behandeling van patiënten en met uitzondering van bronnen die in alle omstandigheden in hun afscherming blijven
-
5 680
5 794
5 910
6 028
Etablissements de classe II où se trouvent des installations d'irradiation avec une source dont l'activité est égale ou supérieure à 100 TBq, à l'exception des unités d'irradiation pour le traitement des patients et à l'exception des sources qui restent dans leur blindage en toutes circonstances
Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden verpakt voor verkoop in industriële hoeveelheden
-
5 680
5 794
5 910
6 028
Etablissements de classe II où des substances radioactives sont conditionnées pour la vente en quantités industrielles
Andere inrichtingen van klasse II, dan deze reeds vermeld in deze tabel
-
1 818
1 855
1 892
1 929
Etablissements de classe II autres que ceux déjà repris dans le présent tableau
INRICHTINGEN VAN KLASSE III/ETABLISSEMENTS DE CLASSE III
Inrichtingen van klasse III bestaande uit een of meerdere RX - toestellen
-
107
109
111
114
Etablissements de classe III composés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X
Inrichtingen van klasse III, andere dan inrichtingen met een of meerdere RX - toestellen
-
214
218
223
227
Etablissements de classe III autres que les établissements dotés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X
MOBIELE INSTALLATIES/INSTALLATIONS MOBILES
Voertuigen en vaartuigen met kernaandrijving
-
36 363
37 090
37 832
38 588
Véhicules et navires à propulsion nucléaire
De mobiele installaties en de tijdelijke of bij gelegenheid uitgevoerde werkzaamheden, uitgezonderd de mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt
-
227
232
236
241
Les installations mobiles et les activités temporaires ou occasionnelles, à l'exception des appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV
Mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt.
-
227
232
236
241
Les appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV
ACTIVITEITEN/ACTIVITES
Beroepsactiviteiten waarbij natuurlijke stralingsbronnen aangewend worden en die door het Agentschap vergund zijn
-
727
742
757
772
Activités professionnelles mettant en jeu des sources naturelles de rayonnement et autorisées par l'Agence
Geregistreerde invoerders die enkel radioactieve stoffen invoeren bestemd voor eigen gebruik
-
545
556
567
578
Importateurs enregistrés qui importent uniquement des substances radioactives destinées à leur propre usage
Geregistreerde invoerders die radioactieve stoffen invoeren bestemd voor verdere verdeling
-
1 091
1 113
1 135
1 158
Importateurs enregistrés qui importent des substances radioactives destinées à être redistribuées
Vervoerders van radioactieve stoffen, houders van één of meerdere algemene vervoervergunningen (het specifieke vervoer van ontmantelde bliksemafleiders uitgezonderd)
-
2 182
2 225
2 270
2 315
Transporteurs de substances radioactives, détenteurs d'une ou plusieurs autorisations générales de transport (à l'exception du transport spécifique de paratonnerres démantelés)
Vervoerders van radioactieve stoffen, voor elke speciale vervoervergunning
-
1 455
1 484
1 513
1 544
Transporteurs de substances radioactives, pour toute autorisation spéciale de transport
Houders van een vergunning voor het in de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor in vivo gebruik of voor therapie in de geneeskunde of de diergeneeskunde
-
3 636
3 709
3 783
3 859
Détenteurs d'une autorisation pour la commercialisation de produits radioactifs destinés à un usage in vivo ou à la thérapie en médecine humaine ou vétérinaire
Houders van een vergunning voor het in de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor in vitro gebruik in de geneeskunde of de diergeneeskunde
-
1 212
1 236
1 261
1 286
Détenteurs d'une autorisation pour la commercialisation de produits radioactifs destinés à un usage in vitro en médecine humaine ou vétérinaire
Art. 35.In dezelfde wet wordt een artikel 30bis/3 ingevoegd, luidende : « Art. 30bis/3. § 1. Een aanvullende heffing wordt voor het begrotingsjaar 2012 ten bate van het Agentschap geheven ten laste van de houders van vergunningen en erkenningen. De bedragen van deze aanvullende heffing, worden als volgt vastgesteld :
Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten
-
Jaar/Année 2012
Description de l'établissement autorisé, de l'activité autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréés
REACTOREN/REACTEURS
Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen
-
331
Réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance installée
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt
-
647
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt
-
3 312
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt
Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie
-
38 798
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt
-
1 656
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt
-
323
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt
INRICHTINGEN VAN KLASSE I/ETABLISSEMENTS DE CLASSE I
Inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren
-
3 312
Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche
Ontmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren
-
1 656
Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche
§ 2. De aanvullende heffingen bedoeld in § 1 zijn verschuldigd door elke inrichting die op 1 april van het begrotingsjaar 2012 vergund is, voor elke handeling die op 1 april 2012 het voorwerp uitmaakt van een vergunning waarvan de geldigheidstermijn minstens nog tot 31 december 2012 loopt en voor elke persoon of inrichting die op 1 april 2012 is erkend of geregistreerd voor een periode die minstens nog tot 31 december 2012 loopt. § 3. Er wordt voor het begrotingsjaar 2012 een bijkomende heffing ten bate van het Agentschap geheven ten laste van het Studiecentrum voor Kernenergie. Het bedrag van deze bijkomende heffing die wordt geheven onverminderd de bedragen die deze exploitant verschuldigd is overeenkomstig artikel 30bis /1, 30bis/2 of 30bis/3, § 1, wordt als volgt vastgesteld :
Instelling
Project
Jaar 2012
-
-
-
Etablissement
Projet
Année 2012
Studiecentrum voor Kernenergie
-
Myrrha
691 152
Centre d'Etude de l'Energie nucléaire
Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren gedurende het begrotingsjaar 2012 in het kader van het in het eerste lid vernoemde project Myrrha voor het Studiecentrum voor Kernenergie.
Zodra de Koning overeenkomstig artikel 16, § 2, de vergunning bevestigt die werd verleend aan het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde voor de inrichting die het voorwerp uitmaakt van dit project, is de in deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde is het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en wordt ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van de inwerkingtreding van de bevestiging. § 4. In de loop van het tweede begrotingskwartaal van het begrotingsjaar 2012 verstuurt het Agentschap een betalingsverzoek aan de heffingsplichtigen bedoeld in §§ 1 en 3. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer van het Agentschap.
Voor de heffingen die niet zijn betaald voor het einde van de maand volgend op de maand waarin het betalingsverzoek werd verstuurd zendt het Agentschap een aanmaning per aangetekende brief. Indien aan deze aanmaning geen gevolg wordt gegeven binnen een periode van 14 kalenderdagen na ontvangst, wordt de heffing ambtshalve met 25 % verhoogd. ». Art. 36.In artikel 30quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten6, worden de woorden « De heffingen en de retributies » vervangen door de woorden « De heffingen, de bijkomende heffingen, de aanvullende heffingen en de retributies ». Art. 37.In artikel 31 van dezelfde wet, vervangen bij de
wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, 1°, wordt vervangen door wat volgt : « 1° de heffingen, bijkomende heffingen en aanvullende heffingen bedoeld in de artikelen 30bis, 30bis/1, 30bis/2, 30bis/3 en 30ter;»; 2° in § 2, worden de woorden « de artikelen 30bis, 30bis /1, 30ter, 30quater en 31, §§ 3 en 4 » vervangen door de woorden « de artikelen 30bis, 30bis/1, 30bis/2, 30bis/3, 30ter, 30quater en 31, §§ 3 en 4 ». Art. 38.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 april 2012. HOOFDSTUK 2. - Veiligheid en Preventie Wijziging van de
programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2000
pub.
03/06/2000
numac
2000003354
bron
ministerie van financien
Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid
sluiten6 Art. 39.Artikel 135 van de
programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2000
pub.
03/06/2000
numac
2000003354
bron
ministerie van financien
Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid
sluiten6 wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3. De Koning bepaalt de modaliteiten op grond waarvan de huurgelden, die niet vereffend zijn door een gemeente of politiezone, ingehouden kunnen worden op een som die door het fonds moet uitbetaald worden aan diezelfde gemeente of politiezone. ». HOOFDSTUK 3. - Civiele veiligheid - Wijzigingen van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 40.In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de tekst van de rubriek 13-4 onder de vermelding « Aard van de gemachtigde uitgaven » aangevuld met de woorden : « Aanschaffing van materieel en uitrusting voor de infrastructuur van de Civiele Bescherming ». Art. 41.In de rubriek 13-10 van de tabel gevoegd bij dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het opschrift worden de woorden « voor de » vervangen door de woorden « voor specifieke uitgaven van de »;2° de tekst onder de vermelding « Aard van de gemachtigde uitgaven » wordt vervangen door wat volgt : « Uitgaven voor de studieopdrachten die nodig zijn voor de werking van de geïntegreerde centra van dringende oproepen (112-centra) ». TITEL 6. - Sociale zaken HOOFDSTUK 1. - Evenwichtsdotatie 2012-2013-2014 Art. 42.In de programma
wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten1, wordt een artikel 73bis ingevoegd, luidende : « Art. 73bis.Voor de jaren 2012, 2013 en 2014 wordt een evenwichtsdotatie van de sociale zekerheid gestort aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en aan het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
Deze evenwichtsdotatie van de sociale zekerheid wordt ingeschreven in de begroting van de FOD Sociale Zekerheid.
Teneinde het financieel evenwicht van de sociale zekerheid te bewaren en de continuïteit van de betalingen van de sociale prestaties te garanderen, bepaalt de Koning elk jaar, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de evenwichtsdotatie aan de sociale zekerheid op zodanige wijze dat de sociale zekerheid noch een overschot noch een tekort zou hebben op haar « rekeningen opgemaakt in het kader van het Europees systeem van nationale rekeningen (ESR) ».
Dit bedrag wordt verdeeld volgens een verdeelsleutel van 90 pct. voor het voormelde globaal beheer der werknemers en 10 pct. voor het voormelde globaal financieel beheer der zelfstandigen.
De helft van dit bedrag wordt in het lopende jaar gestort in twaalf maandelijkse gelijke schijven; de resterende helft op 15 november van het lopende jaar. ». Art. 43.Artikel 75 van dezelfde programmawet, wordt aangevuld met de woorden « met uitzondering van artikel 73bis, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2012 en buiten werking treedt op 31 december 2014 ». HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Afdeling 1. - Terugvordering van de ten onrechte betaalde prestaties
Art. 44.In de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt een artikel 164quater ingevoegd, luidende als volgt : « Art. 164quater.De verzekeringsinstellingen zijn ertoe gehouden om aan het Instituut, per ziekenfonds of gewestelijke dienst, per gerechtigde en per aard van het risico, het bedrag mee te delen van de onverschuldigd betaalde uitkeringen en van de oorzaak van de onverschuldigde betalingen en mee te delen of deze het gevolg is van een vergissing, een fout of een nalatigheid vanwege de verzekeringsinstelling.
De verzekeringsinstelling deelt eveneens, volgens de nadere regels bedoeld in het eerste lid, de teruggevorderde uitkeringsbedragen mee, de niet teruggevorderde bedragen evenals de redenen waarom deze bedragen niet werden teruggevorderd.
De gegevens bedoeld in het eerste en tweede lid worden meegedeeld door middel van een elektronisch procédé goedgekeurd door het Instituut, uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op ieder kalenderkwartaal waarop zij betrekking hebben. ». …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.