Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Programmawet (1)

Kort samengevat

Deze wet regelt de financiering van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten via bijdragen op geneesmiddelen en wijzigt de regels voor de verhoogde verzekeringstegemoetkoming in de ziekteverzekering.

Wat het regelt

  • De bijdragen die verschuldigd zijn voor de financiering van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.
  • De voorwaarden voor het verkrijgen van een verhoogde verzekeringstegemoetkoming voor gezinnen met een bescheiden inkomen.
  • De berekening van de verzekeringstegemoetkoming voor rechthebbenden met een verhoogde tegemoetkoming.
  • De procedures voor de controle en intrekking van het recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming.

Wie het aanbelangt

  • Personen die geneesmiddelen afleveren aan het publiek of verschaffen aan dieren, en personen die geneesmiddelen in de handel brengen of verdelen.
  • Gezinnen met een bescheiden inkomen die in aanmerking komen voor een verhoogde verzekeringstegemoetkoming.

Kernpunten

  • Er zijn verschillende bijdragen verschuldigd voor geneesmiddelen, variërend van 0,00014 euro tot 0,01118 euro per verpakking, afhankelijk van de rol in de distributieketen.
  • Een forfaitaire bijdrage van 58,00 euro is verschuldigd per vergund geneesmiddel voor menselijk gebruik.
  • Gezinnen met een bescheiden inkomen genieten een verhoogde verzekeringstegemoetkoming, waarbij de verzekeringstegemoetkoming 90% bedraagt van de tarieven, uitgezonderd voor raadplegingen van geneesheren-specialisten (85%).
  • Het recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming wordt bepaald op basis van de belastbare bruto-inkomsten van het gezin, met een inkomensplafond dat door de Koning wordt vastgelegd.
Wettekst
Wettekst
Obsah (6)§ 19§ 1§ 2§ 3§ 7§ 4

wet (I) (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel

artikel 78 van de Grondwet. TITEL

  1. - Volksgezondheid HOOFDSTUK
  2. - Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten Art. 2.

artikel 225 van de wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, gewijzigd bij de wetten van 13 december 2006, 27 december 2006, 21 december 2007 en 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Om de opdrachten van de administratie voortvloeiend uit de toepassing van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten te financieren, zijn volgende bijdragen verschuldigd : 1° ten laste van de persoon gemachtigd geneesmiddelen af te leveren aan het publiek en ten laste van de persoon gemachtigd geneesmiddelen te verschaffen aan de verantwoordelijken van de dieren, een bijdrage van 0,00596 euro voor elke verpakking van een vergund geneesmiddel die hij aanschaft zowel onder bezwarende titel als om niet;2° ten laste van de persoon die een vergunning voor het

de handel brengen heeft voor een geneesmiddel, een bijdrage van 0,01118 euro voor elke verpakking ervan die hij

de handel brengt zowel onder bezwarende titel als om niet.Deze bijdrage is echter niet verschuldigd door de persoon die over een vergunning voor het

de handel brengen beschikt, bedoeld

artikel 3 van de Verordening (EG) Nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau; 3° ten laste van de groothandelaar en groothandelaar-verdeler

geneesmiddelen, een bijdrage van 0,00014 euro voor elke verpakking van een geneesmiddel die hij verdeelt zowel onder bezwarende titel als om niet.Personen onderworpen aan de

2° bedoelde bijdragen, zijn vrijgesteld van deze bijdrage; 4° ten laste van de vergunninghouder, een forfaitaire bijdrage van 58,00 euro per geneesmiddel voor menselijk gebruik vergund voor het

de handel brengen door de minister bevoegd voor de Volksgezondheid;5° ten laste van de vergunninghouder, een forfaitaire bijdrage van 58,00 euro per geneesmiddel voor menselijk gebruik vergund voor het

de handel brengen door de Europese Commissie waarvoor een prijs werd vastgesteld door de minister bevoegd voor de Economische Zaken;6° ten laste van de vergunninghouder, een forfaitaire bijdrage van 58,00 euro per geneesmiddel voor menselijk gebruik vergund voor parallelinvoer.»; 2°

het tweede lid worden de woorden « contributies bedoeld

punt 1° en punt 2° » vervangen door de woorden « bijdragen bedoeld onder 1°, 2°, 3°, 4°, 5° en 6° »;3°

het derde lid wordt het woord « contributies » vervangen door het woord « bijdragen »;4°

het vierde lid wordt het woord « contributies » vervangen door het woord « bijdragen », en het woord « contributie » door « bijdrage »;5°

het vijfde lid wordt het woord « contributie » vervangen door het woord « bijdrage ». HOOFDSTUK

  1. - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Afdeling
  2. - Verhoogde verzekeringstegemoetkoming Art. 3.

artikel 32, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten9, en gewijzigd bij de wetten van 13 december 2006, 26 maart 2007 en 19 december 2008, worden de woorden « en

zonderheid van de verhoogde tegemoetkoming van de verzekering » opgeheven. Art. 4.

artikel 37, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 april 1997, bij de wetten van 24 december 1999 en 22 augustus 2002, bij de programmawet (I) van 27 december 2006, bij de wet houdende diverse bepalingen (I) van 27 december 2006 en bij de wetten van 26 maart 2007, 21 december 2007, 22 december 2008 en 23 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin : « Voor de

§ 19

bedoelde rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming wordt de verzekeringstegemoetkoming vastgelegd op 90 pct.van de hen betreffende tarieven, uitgezonderd voor wat betreft de raadpleging van geneesheren-specialisten waarvoor de verzekeringstegemoetkoming 85 pct. bedraagt van de hen betreffende tarieven. »; 2° het tweede en derde lid worden opgeheven;3°

het vijfde lid worden de woorden «

het tweede en derde lid en

paragraaf 19 bedoelde rechthebbenden op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming » vervangen door de woorden «

§ 19bedoelde rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming ».

Art. 5.

artikel 37, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten en gewijzigd door de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten2, worden de woorden «

§ 1

, tweede en derde lid, en § 19, bedoelde rechthebbenden op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming » vervangen door de woorden «

§ 19bedoelde rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming ».

Art. 6.Artikel 37, § 19, van dezelfde wet,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 16 april 1997 en gewijzigd bij de wetten van 3 mei 1999, 24 december 1999 en 27 december 2006, wordt vervangen als volgt : « § 19. Gezinnen met een bescheiden

komen genieten een verhoogde verzekeringstegemoetkoming. Onder gezin verstaat men de eenheid samengesteld uit de aanvrager, zijn echtgenoot of samenwonende persoon en hun personen ten laste

de zin van artikel 32, eerste lid, 17°, 18° en 19°.Als de aanvrager bij zijn ziekenfonds is

geschreven als persoon ten laste is het gezin echter samengesteld uit de aanvrager, de gerechtigde ten laste van wie hij is

geschreven, de echtgenoot of samenwonende persoon van die gerechtigde en hun personen ten laste. Er wordt rekening gehouden met de belastbare bruto-

komsten van het gezin. Onder belastbare bruto-

komsten verstaat men het bedrag van de

komsten zoals ze zijn vastgesteld

zake

komstenbelasting voor elke aftrek, alsook elk ander bestaansmiddel bepaald volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning. Worden eveneens

aanmerking genomen, de

komens die

België van belasting zijn vrijgesteld krachtens

ternationale overeenkomsten tot het vermijden van de dubbele belasting of andere

ternationale verdragen of akkoorden, of ze nu gelden voor de berekening van de belasting van andere

komens of niet, alsook de

komens van de personen bedoeld

artikel 227, 1°, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 die van belasting worden vrijgesteld overeenkomstig de artikelen 230 of 231, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek. De Koning kan tevens nadere regels vaststellen voor de precisering van de voornoemde

komsten of bestaansmiddelen, alsook de voorwaarden vaststellen waaronder de voornoemde

komsten of bestaansmiddelen geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld. De Koning legt het

komensplafond vast waaronder het betroffen gezin wordt beschouwd als over bescheiden

komens te beschikken. Hij legt de voorwaarden en nadere regels vast voor de opening, het behoud en de

trekking van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, rekening houdend met de

deze paragraaf aangebrachte preciseringen. Bij het vastleggen van de openingsvoorwaarden wordt er rekening gehouden met een periode van één kalenderjaar waarin het gezin een bescheiden

komen genoot, hierna genoemd referentieperiode. De Koning bepaalt evenwel de omstandigheden waarin, geheel of gedeeltelijk, van deze referentieperiode kan worden afgeweken. Er wordt geen rekening gehouden met een referentieperiode als de situatie waarin een lid van het betrokken gezin zich bevindt gekenmerkt wordt door een gevoelig en duurzaam verlies van

komsten. Dat is

het bijzonder het geval

geval van pensionering, genot van

validiteitsuitkeringen bedoeld

artikel 93 of voor een mindervalide gerechtigde

de zin van artikel 32, eerste lid, 13°. De voornoemde referentieperiode wordt verminderd als de situatie waarin een lid van het gezin zich bevindt van aard is om een gevoelig verlies van

komsten met zich mee te brengen. Dat is

het bijzonder het geval

geval van weduwnaarschap of weduwschap, echtscheiding of scheiding als de echtgenoot de hoedanigheid van persoon ten laste van zijn echtgenoot behoudt, voor een eenoudergezin of voor een langdurig werkloze. De Koning legt de nadere regels vast volgens dewelke een gezin bewijst dat het aan de voornoemde voorwaarden voldoet. Het ziekenfonds, de gewestelijke dienst van de Hulpkas voor ziekte- en

validiteitsverzekering of de Kas der geneeskundige verzorging van de NMBS Holding, waar de leden van het betrokken gezin bij zijn aangesloten beslist op basis van de vereiste bewijsstukken over de toekenning van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming. Het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming kan, volgens de door de Koning vastgestelde voorwaarden, automatisch worden toegekend als een lid van het betrokken gezin een door de Koning bepaald voordeel geniet, voor zover dat voordeel wordt toegekend na een onderzoek van de

komsten van het gezin van de rechthebbende op dat voordeel. De Koning preciseert wat wordt verstaan onder « het genot van een voordeel » en « een onderzoek van de

komsten ». Hij preciseert tevens de gevallen waarin het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming automatisch kan worden toegekend aan kinderen die zich

een behartenswaardige situatie bevinden. De Koning bepaalt welke verzekeringsinstelling het dossier betreffende het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming beheert wanneer de rechthebbenden van eenzelfde gezin zijn aangesloten of

geschreven bij verschillende verzekeringsinstellingen. Er wordt

samenwerking met de Administratie van de ondernemings- en

komensfiscaliteit een jaarlijkse controle van de voornoemde

komensvoorwaarde uitgevoerd. Deze controle betreft alle rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, uitgezonderd de door de Koning aangewezen categorieën rechthebbenden waarvoor is aangetoond dat deze systematische controle zonder gevolg zou zijn voor de toekenning van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming. Als uit de aldus meegedeelde gegevens betreffende de

komsten van elk lid van het betrokken gezin blijkt dat niet was voldaan aan de

komensvoorwaarde, wordt het recht

getrokken op 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de Administratie van de ondernemings- en

komensfiscaliteit de voornoemde

formatie heeft overgezonden. Als de voornoemde administratie geen

formatie ter beschikking kan stellen op een door de Koning te bepalen datum, of als ze geen

formatie heeft over een lid van het betrokken gezin, wordt het recht

getrokken binnen de door de Koning vastgestelde termijn, tenzij de ontbrekende gegevens kinderen jonger dan 18 jaar betreffen.

het kader van de toekenning en

trekking van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming bepaalt de Koning, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de voorwaarden waaronder de verzekeringsinstellingen, de ziekenfondsen, de gewestelijke diensten van de Hulpkas voor ziekte- en

validiteitsverzekering nuttige

lichtingen

hun bezit met het oog op de toekenning van de rechten

zake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gebruiken, onverminderd artikel 37duodecies, § 4.

afwijking van artikel 337, vierde lid, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 kunnen de verzekeringsinstellingen, de ziekenfondsen, de gewestelijke diensten van de Hulpkas voor ziekte- en

validiteitsverzekering of de Kas der geneeskundige verzorging van de NMBS Holding, onder de door de Koning vastgelegde voorwaarden en nadere regels en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, toegang hebben tot alle nuttige

formatie betreffende de

komsten van hun leden om over het toekennen van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming te kunnen beslissen. De verzekeringsinstellingen, de ziekenfondsen, de gewestelijke diensten van de Hulpkas voor ziekte- en

validiteitsverzekering en de Kas der geneeskundige verzorging van de NMBS Holding zijn gehouden tot geheimhouding van de voornoemde

formatie en kunnen de aldus verkregen

lichtingen niet gebruiken buiten het kader van de toepassing van deze paragraaf. Alle uitvoeringsbesluiten van deze paragraaf worden genomen bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, op voorstel van de

artikel 31bis bedoelde werkgroep Verzekerbaarheid. ». Art. 7.

artikel 37bis, §§ 1, 2 en 3 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 augustus 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten7, worden de woorden « de rechthebbende die de

artikel 37, §§ 1 en 19, bedoelde verhoogde verzekeringstegemoetkoming geniet, » telkens vervangen door de woorden « de rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming bepaald

artikel 37, § 19, ». Art. 8.

artikel 37novies van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 5 juin 2002, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten4 en gewijzigd bij wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten6, worden de woorden « de rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming, bedoeld

artikel 37, §§ 1 en 19, en de gerechtigden bedoeld

artikel 32, eerste lid, 13° en 15°, die de verhoogde tegemoetkoming genieten, tenzij het recht op de verhoogde tegemoetkoming uitsluitend wordt toegekend op basis van de toestand bedoeld

artikel 37, § 19, 5°, », vervangen door de woorden « de rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming bedoeld

artikel 37, § 19, tenzij het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming uitsluitend wordt toegekend op basis van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 pct. van een kind ». Art. 9.

artikel 44, § 3, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, het koninklijk besluit van 16 april 1997, de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten, de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten2 en de wet van 26 maart 2007, worden de woorden « Voor de gepensioneerden, de weduwnaars en weduwen, de wezen en degenen die

het genot zijn van

validiteitsuitkeringen respectievelijk bedoeld

de artikelen 32, eerste lid, 7° tot 11° ter, 16° en 20°, en 93, alsmede voor de personen te hunnen laste en voor de

artikel 37, § 19, bedoelde rechthebbenden, en de rechthebbenden van het statuut OMNIO, bedoeld

artikel 37, § 1, derde lid, » vervangen door de woorden « Voor de

artikel 37, § 19 bedoelde rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming ». Art. 10.

artikel 48, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 april 1997, bij de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten, de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten2 en de wet van 26 maart 2007, worden de woorden « aan de gepensioneerden, de weduwnaars en weduwen, de wezen en degenen die

het genot zijn van

validiteitsuitkeringen, respectievelijk bedoeld

de artikelen 32, eerste lid, 7° tot 11° ter, 16° en 20°, en 93, alsmede aan de personen te hunnen laste en aan de

artikel 37, § 19, bedoelde rechthebbenden en aan de rechthebbenden van het statuut OMNIO, bedoeld

artikel 37, § 1, derde lid. » vervangen door de woorden « aan de

artikel 37, § 19, bedoelde rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming ». Art. 11.

artikel 49, § 5, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 april 1997 en bij de wetten van 24 december 1999 en 19 december 2008, worden de woorden « aan de

artikel 37, §§ 1 en 19, » vervangen door de woorden « aan de

artikel 37, § 19 ». Art. 12.Artikel 168ter van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 13.Artikel 168quinquies, § 1, tweede lid, van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 14.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, en op voorstel van de

artikel 31bis bedoelde werkgroep Verzekerbaarheid de nodige overgangsbepalingen nemen ter uitvoering van de

deze afdeling

gevoerde wijzigingen. Art. 15.De huidige afdeling treedt

werking op 1 januari 2014. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, een datum van

werkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld

het eerste lid. Afdeling 2. - Zuurstoftherapie Art. 16.Artikel 35bis, § 16, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juili 1994,

gevoegd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, wordt vervangen als volgt : « § 16. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de verzekering tegemoetkomt

de prijs van medische zuurstof en medische hulpmiddelen die gebruikt worden

het kader van zuurstoftherapie. Hij stelt, na advies van de Overeenkomstencommissie apothekers - verzekeringsinstellingen, de tegemoetkoming van de verzekering vast voor deze verstrekkingen alsook de regels met betrekking tot het voorschrijven, de aflevering en de tarifering en de vergoeding van de hieraan verbonden huur en dienstverlening. De overeenkomstencommissie formuleert haar advies binnen de maand nadat de minister haar daartoe uitnodigt. Bij ontstentenis aan advies binnen deze termijn wordt het advies geacht positief te zijn. ». Art. 17.Artikel 48, § 1, tweede lid, van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/2004 pub. 15/07/2004 numac 2004021090 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten, wordt opgeheven. Art. 18.De artikelen 225, 2°, 226, 227 en 228 van de programmawet (I) van 27 december 2006 worden opgeheven. Art. 19.De artikelen 16 tot 18 treden

werking op 1 mei

  1. HOOFDSTUK
  2. - Impulsfonds voor de huisartsgeneeskunde Art. 20.

de wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten7 houdende diverse bepalingen (I) wordt een artikel 123/1

gevoegd, luidende : « Art. 123/1.Artikel 123 heeft uitwerking met

gang van 1 januari

  1. ». HOOFDSTUK
  2. - Wijziging van de wet van 10 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten0 houdende diverse bepalingen

zake gezondheid Art. 21.

de wet van 10 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten0 houdende diverse bepalingen

zake gezondheid wordt een artikel 30/1

gevoegd, luidende : « Art. 30/1.Artikel 30 heeft uitwerking met

gang van 1 maart

  1. » HOOFDSTUK
  2. - Wijzigingen van de programmawet (I) van 27 december 2006 Art. 22.

artikel 245, § 2, van de programmawet (I) van 27 december 2006, gewijzigd bij de wetten van 23 december 2009 en 4 juli 2011, worden de woorden « en 2011 » telkens vervangen door de woorden « , 2011 en 2012 ». TITEL

  1. - Landbouw HOOFDSTUK
  2. - Verplichte bijdragen voor het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten - sector varkens Art. 23.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° varken : elk dier behorende tot de familie suidae dat op een bedrijf wordt gehouden of gefokt;2° verantwoordelijke : de eigenaar of houder die gewoonlijk over de varkens een onmiddellijk beheer en toezicht uitoefent;3° bedrijf : elk gebouw of geheel van gebouwen, erin begrepen de erbij horende terreinen, die samen op sanitair gebied een geheel vormen, waar varkens worden gehouden of dat daartoe bestemd is, zelfs al gaat het om verscheidene productie-eenheden waarvoor evenwel de productiemiddelen gemeenschappelijk gebruikt worden;4° fokvarken : vrouwelijk varken dat biggen geworpen heeft of mannelijk varken dat gehouden wordt voor de reproductie;5° mestvarken : varken ongeacht de leeftijd of het geslacht dat voor de slachting wordt gehouden;6° Fonds : het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten;7° het Agentschap : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. Art. 24.Volgende verplichte bijdragen aan het Fonds bedoeld

artikel 5, 1°, van de wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, worden opgelegd aan de verantwoordelijken van bedrijven waar varkens worden gehouden : 1° voor de periode van 1 januari 1999 tot 31 december 1999 : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,62 euro of 0,13 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.

dien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,13 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,20 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden; 2° voor de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2004 : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,50 euro of van 0,25 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet biggen van het bedrijf worden afgevoerd.

dien de afvoer van biggen steeds naar één en hetzelfde bedrijf van bestemming geschiedt, waar ze gehouden worden tot de slachting, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,25 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf; - een verplichte bijdrage van respectievelijk 1,60 euro of 0,37 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.

dien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,37 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,25 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden; 3° voor de periode van 1 januari 2005 tot 31 december 2008 : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,40 euro of van 0,20 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet biggen van het bedrijf worden afgevoerd.

dien de afvoer van biggen steeds naar één en hetzelfde bedrijf van bestemming geschiedt, waar ze gehouden worden tot de slachting, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,20 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf; - een verplichte bijdrage van respectievelijk 1,28 euro of 0,30 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.

dien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,30 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,20 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden; 4° voor de periode van 1 januari 2009 tot 31 december 2009 : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,08 euro of van 0,04 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 1,24 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet biggen van het bedrijf worden afgevoerd.

dien de afvoer van biggen steeds naar één en hetzelfde bedrijf van bestemming geschiedt, waar ze gehouden worden tot de slachting, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,04 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 1,24 euro per bedrijf; - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,256 euro of 0,06 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 1,24 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.

dien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,06 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 1,24 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,04 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden; 5° voor de periode van 1 januari 2010 tot 31 december 2010 : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,24 euro of van 0,12 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 3,72 euro per bedrijf wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet biggen van het bedrijf worden afgevoerd.

dien de afvoer van biggen steeds naar één en hetzelfde bedrijf van bestemming geschiedt, waar ze gehouden worden tot de slachting, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,12 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 3,72 euro per bedrijf; - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,768 euro of 0,18 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 3,72 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.

dien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,18 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 3,72 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,12 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden; 6° voor de periode vanaf 1 januari 2011 tot de datum waarop de Koning de bedragen bedoeld

artikel 6, § 1, van de wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, vastgesteld zal hebben : - een verplichte bijdrage van respectievelijk 0,40 euro of van 0,20 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet biggen van het bedrijf worden afgevoerd.

dien de afvoer van biggen steeds naar één en hetzelfde bedrijf van bestemming geschiedt, waar ze gehouden worden tot de slachting, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,20 euro per fokvarken dat kan gehouden worden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf; - een verplichte bijdrage van respectievelijk 1,28 euro of 0,30 euro per mestvarken dat kan gehouden worden met een minimum van 6,20 euro per bedrijf, wordt opgelegd aan de verantwoordelijke van een bedrijf naargelang er al dan niet op het bedrijf biggen worden aangevoerd.

dien de biggen steeds van één en hetzelfde bedrijf van oorsprong, waar ze geboren worden, afkomstig zijn, bedraagt de verplichte bijdrage evenwel 0,30 euro per mestvarken dat kan worden gehouden, met een minimum van 6,20 euro per bedrijf. Deze bedragen worden verhoogd met 0,20 euro voor bedrijven waar meer dan 1 500 mestvarkens kunnen gehouden worden. Art. 25.De verplichte bijdragen worden gestort

het Fonds. Zij zijn jaarlijks verschuldigd. Art. 26.De

artikel 24 bedoelde verplichte bijdragen worden betaald aan het Fonds binnen de dertig dagen die volgen op het verzoek tot betaling. Bij gebreke aan tijdige betaling is van rechtswege en zonder aanmaning of

gebrekestelling een verwijlinterest verschuldigd. Voor de berekening van het bedrag van deze bijdragen wordt rekening gehouden met de gegevens over fokvarkensplaatsen, mestvarkensplaatsen en aan- en/of verkoop van biggen, die werden vermeld op het attest verleend door het Agentschap

uitvoering van het koninklijk besluit van 14 juni 1993 tot bepaling van de uitrustingsvoorwaarden voor het houden van varkens. Voor bedrijven die geen aanvraag om een attest te bekomen hebben

gediend, worden de gegevens vastgesteld door de

specteur-dierenarts of door zijn afgevaardigde. Art. 27.De overtredingen van de bepalingen van dit hoofdstuk worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten. Art. 28.Het koninklijk besluit van 31 oktober 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten2 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 december 1999 betreffende de verplichte bijdragen aan het Begrotingsfonds voor de Gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten vastgesteld volgens de sanitaire risico's verbonden aan bedrijven waar varkens gehouden worden, wordt opgeheven. Art. 29.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met

gang van 1 januari

  1. HOOFDSTUK
  2. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 13 november 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten8 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten Art. 30.Het koninklijk besluit van 13 november 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten8 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten wordt bekrachtigd met

gang van 9 december

  1. TITEL
  2. - Wetenschapsbeleid ENIG HOOFDSTUK Financiering van de Nationale Plantentuin van België Art. 31.Vanaf het begrotingsjaar 2012 worden twee jaarlijkse dotaties ten gunste van de Nationale Plantentuin van België toegekend : - een gewone dotatie om de werking van de

stelling te verzekeren; - een aanvullende dotatie voor de

vesteringsuitgaven verbonden aan de gebouwen en de kassen van deze

stelling. Deze twee dotaties zijn ten laste van de kredieten

geschreven op de begroting van de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid. De Koning bepaalt de nadere regels voor de toekenning van toewijzing van deze dotaties. Art. 32.Artikel 31 heeft uitwerking met

gang van 1 januari

  1. TITEL
  2. - Binnenlandse Zaken HOOFDSTUK
  3. - Nucleaire veiligheid - Wijzigingen van de wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten9 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle Art. 33.

artikel 30bis/1 van de wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten9 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap,

gevoegd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 30 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, worden de kolommen die betrekking hebben op de jaarlijkse heffingen voor de jaren 2013 en vanaf 2014 geschrapt;2° een § 3bis wordt

gevoegd, luidende : « § 3bis.De bedragen van de jaarlijkse heffingen die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van het Studiecentrum voor Kernenergie, onverminderd de bedragen die deze exploitant verschuldigd is overeenkomstig § 1 en de artikelen 30bis/2 en 30bis/3 worden als volgt vastgesteld :

stelling Project Jaar 2013 Jaar 2014 Jaar 2015 - - - - - Etablissement Projet Année 2013 Année 2014 Année 2015 Studiecentrum voor Kernenergie - Myrrha 704 975 719 075 733 456 Centre d'Etude de l'Energie nucléaire Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren

het kader van het

het eerste lid vernoemde project Myrrha voor het Studiecentrum voor Kernenergie. Zodra de Koning overeenkomstig artikel 16, § 2, de vergunning die werd verleend aan het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde voor de

richting die het voorwerp uitmaakt van dit project bevestigt, is de

deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde is het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en wordt ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van de

werkingtreding van de bevestiging. » Art. 34.

dezelfde wet wordt een artikel 30bis/2

gevoegd, luidende : « Art. 30bis/2. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van houders van vergunningen en erkenningen en van geregistreerden, worden als volgt vastgesteld : Omschrijving van de vergunde

richting, de vergunde of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten Jaar 2013 Jaar 2014 Jaar 2015 Bedrag van toepassing vanaf het heffingsjaar 2016 - - - - - Description de l'établissement autorisé, de l'activité autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréés Année 2013 Année 2014 Année 2015 Montant d'application à partir de l'année d'imposition 2016 REACTOREN/REACTEURS Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen - 3 109 3 172 3 235 3 300 Réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance

stallée Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt - 6 072 6 193 6 317 6 443 Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt - 31 094 31 716 32 350 32 997 Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie - 364 304 371 590 379 022 386 602 Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt - 15 547 15 858 16 175 16 499 Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt - 3 036 3 097 3 159 3 222 Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt

RICHTINGEN VAN KLASSE I/ETABLISSEMENTS DE CLASSE I

richtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren - 31 094 31 716 32 350 32 997 Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche Ontmanteling van

richtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren - 15 547 15 858 16 175 16 499 Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche

RICHTINGEN VAN KLASSE II/ETABLISSEMENTS DE CLASSE II

richtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop. - 11 361 11 588 11 820 12 056 Etablissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente Ontmanteling van de

richtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop - 5 680 5 794 5 910 6 028 Démantèlement d'établissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente

richtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers die gebruikt worden voor onderzoek of voor de productie van radionucliden (met uitzondering van elektronische microscopen) alsook de

richtingen waar deze deeltjesversnellers worden vervaardigd en/of getest - 5 680 5 794 5 910 6 028 Etablissements de classe II où se trouvent un ou plusieurs accélérateurs de particules utilisés pour la recherche ou pour la production de radionucléides (à l'exception des microscopes électroniques) ainsi que les établissements où ces accélérateurs de particules sont produits et/ou testés

richtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers voor de rechtstreekse behandeling van patiënten - 1 818 1 855 1 892 1 929 Etablissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules destinés au traitement direct des patients Andere

richtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers - 5 680 5 794 5 910 6 028 Autres établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules Ontmanteling van

richtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers - 2 840 2 897 2 955 3 014 Démantèlement d'établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules

richting van klasse II waar zich bestralingsinstallaties bevinden met een bron waarvan de activiteit gelijk is aan of hoger ligt dan 100 TBq, met uitzondering van bestralingseenheden voor de behandeling van patiënten en met uitzondering van bronnen die

alle omstandigheden

hun afscherming blijven - 5 680 5 794 5 910 6 028 Etablissements de classe II où se trouvent des

stallations d'irradiation avec une source dont l'activité est égale ou supérieure à 100 TBq, à l'exception des unités d'irradiation pour le traitement des patients et à l'exception des sources qui restent dans leur blindage en toutes circonstances

richtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden verpakt voor verkoop

dustriële hoeveelheden - 5 680 5 794 5 910 6 028 Etablissements de classe II où des substances radioactives sont conditionnées pour la vente en quantités

dustrielles Andere

richtingen van klasse II, dan deze reeds vermeld

deze tabel - 1 818 1 855 1 892 1 929 Etablissements de classe II autres que ceux déjà repris dans le présent tableau

RICHTINGEN VAN KLASSE III/ETABLISSEMENTS DE CLASSE III

richtingen van klasse III bestaande uit een of meerdere RX - toestellen - 107 109 111 114 Etablissements de classe III composés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X

richtingen van klasse III, andere dan

richtingen met een of meerdere RX - toestellen - 214 218 223 227 Etablissements de classe III autres que les établissements dotés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X MOBIELE

STALLATIES/

STALLATIONS MOBILES Voertuigen en vaartuigen met kernaandrijving - 36 363 37 090 37 832 38 588 Véhicules et navires à propulsion nucléaire De mobiele

stallaties en de tijdelijke of bij gelegenheid uitgevoerde werkzaamheden, uitgezonderd de mobiele toestellen uitsluitend gebruikt

het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt - 227 232 236 241 Les

stallations mobiles et les activités temporaires ou occasionnelles, à l'exception des appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV Mobiele toestellen uitsluitend gebruikt

het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt. - 227 232 236 241 Les appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV ACTIVITEITEN/ACTIVITES Beroepsactiviteiten waarbij natuurlijke stralingsbronnen aangewend worden en die door het Agentschap vergund zijn - 727 742 757 772 Activités professionnelles mettant en jeu des sources naturelles de rayonnement et autorisées par l'Agence Geregistreerde

voerders die enkel radioactieve stoffen

voeren bestemd voor eigen gebruik - 545 556 567 578 Importateurs enregistrés qui importent uniquement des substances radioactives destinées à leur propre usage Geregistreerde

voerders die radioactieve stoffen

voeren bestemd voor verdere verdeling - 1 091 1 113 1 135 1 158 Importateurs enregistrés qui importent des substances radioactives destinées à être redistribuées Vervoerders van radioactieve stoffen, houders van één of meerdere algemene vervoervergunningen (het specifieke vervoer van ontmantelde bliksemafleiders uitgezonderd) - 2 182 2 225 2 270 2 315 Transporteurs de substances radioactives, détenteurs d'une ou plusieurs autorisations générales de transport (à l'exception du transport spécifique de paratonnerres démantelés) Vervoerders van radioactieve stoffen, voor elke speciale vervoervergunning - 1 455 1 484 1 513 1 544 Transporteurs de substances radioactives, pour toute autorisation spéciale de transport Houders van een vergunning voor het

de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor

vivo gebruik of voor therapie

de geneeskunde of de diergeneeskunde - 3 636 3 709 3 783 3 859 Détenteurs d'une autorisation pour la commercialisation de produits radioactifs destinés à un usage

vivo ou à la thérapie en médecine humaine ou vétérinaire Houders van een vergunning voor het

de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor

vitro gebruik

de geneeskunde of de diergeneeskunde - 1 212 1 236 1 261 1 286 Détenteurs d'une autorisation pour la commercialisation de produits radioactifs destinés à un usage

vitro en médecine humaine ou vétérinaire Art. 35.

dezelfde wet wordt een artikel 30bis/3

gevoegd, luidende : « Art. 30bis/

  1. §
  2. Een aanvullende heffing wordt voor het begrotingsjaar 2012 ten bate van het Agentschap geheven ten laste van de houders van vergunningen en erkenningen. De bedragen van deze aanvullende heffing, worden als volgt vastgesteld : Omschrijving van de vergunde

richting, de vergunde of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten - Jaar/Année 2012 Description de l'établissement autorisé, de l'activité autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréés REACTOREN/REACTEURS Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen - 331 Réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance

stallée Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt - 647 Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt - 3 312 Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie - 38 798 Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt - 1 656 Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt - 323 Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt

RICHTINGEN VAN KLASSE I/ETABLISSEMENTS DE CLASSE I

richtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren - 3 312 Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche Ontmanteling van

richtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren - 1 656 Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche § 2. De aanvullende heffingen bedoeld

§ 1

zijn verschuldigd door elke

richting die op 1 april van het begrotingsjaar 2012 vergund is, voor elke handeling die op 1 april 2012 het voorwerp uitmaakt van een vergunning waarvan de geldigheidstermijn minstens nog tot 31 december 2012 loopt en voor elke persoon of

richting die op 1 april 2012 is erkend of geregistreerd voor een periode die minstens nog tot 31 december 2012 loopt. § 3. Er wordt voor het begrotingsjaar 2012 een bijkomende heffing ten bate van het Agentschap geheven ten laste van het Studiecentrum voor Kernenergie. Het bedrag van deze bijkomende heffing die wordt geheven onverminderd de bedragen die deze exploitant verschuldigd is overeenkomstig artikel 30bis /1, 30bis/2 of 30bis/3, § 1, wordt als volgt vastgesteld :

stelling Project Jaar 2012 - - - Etablissement Projet Année 2012 Studiecentrum voor Kernenergie - Myrrha 691 152 Centre d'Etude de l'Energie nucléaire Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren gedurende het begrotingsjaar 2012

het kader van het

het eerste lid vernoemde project Myrrha voor het Studiecentrum voor Kernenergie. Zodra de Koning overeenkomstig artikel 16, § 2, de vergunning bevestigt die werd verleend aan het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde voor de

richting die het voorwerp uitmaakt van dit project, is de

deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde is het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en wordt ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van de

werkingtreding van de bevestiging. § 4.

de loop van het tweede begrotingskwartaal van het begrotingsjaar 2012 verstuurt het Agentschap een betalingsverzoek aan de heffingsplichtigen bedoeld

§§ 1en 3.

Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het

het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer van het Agentschap. Voor de heffingen die niet zijn betaald voor het einde van de maand volgend op de maand waarin het betalingsverzoek werd verstuurd zendt het Agentschap een aanmaning per aangetekende brief.

dien aan deze aanmaning geen gevolg wordt gegeven binnen een periode van 14 kalenderdagen na ontvangst, wordt de heffing ambtshalve met 25 % verhoogd. ». Art. 36.

artikel 30quinquies van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten6, worden de woorden « De heffingen en de retributies » vervangen door de woorden « De heffingen, de bijkomende heffingen, de aanvullende heffingen en de retributies ». Art. 37.

artikel 31 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, 1°, wordt vervangen door wat volgt : « 1° de heffingen, bijkomende heffingen en aanvullende heffingen bedoeld

de artikelen 30bis, 30bis/1, 30bis/2, 30bis/3 en 30ter;»; 2°

§ 2

, worden de woorden « de artikelen 30bis, 30bis /1, 30ter, 30quater en 31, §§ 3 en 4 » vervangen door de woorden « de artikelen 30bis, 30bis/1, 30bis/2, 30bis/3, 30ter, 30quater en 31, §§ 3 en 4 ». Art. 38.Dit hoofdstuk treedt

werking op 1 april

  1. HOOFDSTUK
  2. - Veiligheid en Preventie Wijziging van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten6 Art. 39.Artikel 135 van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten6 wordt aangevuld met een § 3, luidende : « §
  3. De Koning bepaalt de modaliteiten op grond waarvan de huurgelden, die niet vereffend zijn door een gemeente of politiezone,

gehouden kunnen worden op een som die door het fonds moet uitbetaald worden aan diezelfde gemeente of politiezone. ». HOOFDSTUK 3. - Civiele veiligheid - Wijzigingen van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 40.

de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de tekst van de rubriek 13-4 onder de vermelding « Aard van de gemachtigde uitgaven » aangevuld met de woorden : « Aanschaffing van materieel en uitrusting voor de

frastructuur van de Civiele Bescherming ». Art. 41.

de rubriek 13-10 van de tabel gevoegd bij dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het opschrift worden de woorden « voor de » vervangen door de woorden « voor specifieke uitgaven van de »;2° de tekst onder de vermelding « Aard van de gemachtigde uitgaven » wordt vervangen door wat volgt : « Uitgaven voor de studieopdrachten die nodig zijn voor de werking van de geïntegreerde centra van dringende oproepen (112-centra) ». TITEL 6. - Sociale zaken HOOFDSTUK 1. - Evenwichtsdotatie 2012-2013-2014 Art. 42.

de programma wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten1, wordt een artikel 73bis

gevoegd, luidende : « Art. 73bis.Voor de jaren 2012, 2013 en 2014 wordt een evenwichtsdotatie van de sociale zekerheid gestort aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld

artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en aan het globaal financieel beheer

het sociaal statuut der zelfstandigen, bedoeld

artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot

voering van een globaal financieel beheer

het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. Deze evenwichtsdotatie van de sociale zekerheid wordt

geschreven

de begroting van de FOD Sociale Zekerheid. Teneinde het financieel evenwicht van de sociale zekerheid te bewaren en de continuïteit van de betalingen van de sociale prestaties te garanderen, bepaalt de Koning elk jaar, bij besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de evenwichtsdotatie aan de sociale zekerheid op zodanige wijze dat de sociale zekerheid noch een overschot noch een tekort zou hebben op haar « rekeningen opgemaakt

het kader van het Europees systeem van nationale rekeningen (ESR) ». Dit bedrag wordt verdeeld volgens een verdeelsleutel van 90 pct. voor het voormelde globaal beheer der werknemers en 10 pct. voor het voormelde globaal financieel beheer der zelfstandigen. De helft van dit bedrag wordt

het lopende jaar gestort

twaalf maandelijkse gelijke schijven; de resterende helft op 15 november van het lopende jaar. ». Art. 43.Artikel 75 van dezelfde programmawet, wordt aangevuld met de woorden « met uitzondering van artikel 73bis, dat uitwerking heeft met

gang van 1 januari 2012 en buiten werking treedt op 31 december 2014 ». HOOFDSTUK

  1. - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Afdeling
  2. - Terugvordering van de ten onrechte betaalde prestaties Art. 44.

de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt een artikel 164quater

gevoegd, luidende als volgt : « Art. 164quater.De verzekeringsinstellingen zijn ertoe gehouden om aan het

stituut, per ziekenfonds of gewestelijke dienst, per gerechtigde en per aard van het risico, het bedrag mee te delen van de onverschuldigd betaalde uitkeringen en van de oorzaak van de onverschuldigde betalingen en mee te delen of deze het gevolg is van een vergissing, een fout of een nalatigheid vanwege de verzekeringsinstelling. De verzekeringsinstelling deelt eveneens, volgens de nadere regels bedoeld

het eerste lid, de teruggevorderde uitkeringsbedragen mee, de niet teruggevorderde bedragen evenals de redenen waarom deze bedragen niet werden teruggevorderd. De gegevens bedoeld

het eerste en tweede lid worden meegedeeld door middel van een elektronisch procédé goedgekeurd door het

stituut, uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op ieder kalenderkwartaal waarop zij betrekking hebben. ». Art. 45.Deze afdeling treedt

werking op 1 januari 2014. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de voornoemde datum van

werkingtreding vervroegen. Afdeling 2. - Gemeenschappelijke bepaling voor de uitkeringsverzekering en de moederschapsverzekering Art. 46.

de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt een titel Vbis

gevoegd, die het artikel 117bis omvat, luidende : « TITEL Vbis. - Gemeenschappelijke bepaling voor de uitkeringsverzekering en de moederschapsverzekering Art. 117bis.Voor de vaststelling van het recht op de

titels IV en V bedoelde prestaties evenals van het bedrag ervan, zijn de verzekeringsinstellingen gehouden om de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen te raadplegen, evenals de sociale gegevens die beschikbaar zijn

het netwerk van de sociale zekerheid. ». HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 3 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten3 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor de geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 - Beroepsherscholing Art. 47.

artikel 215sexies van het koninklijk besluit van 3 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten3 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 maart 2009, bekrachtigd door de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « één euro » vervangen door de woorden « vijf euro »;2°

het tweede lid wordt het getal « 250 » vervangen door het getal « 500 ». Art. 48.Artikel 47 heeft uitwerking met

gang van 1 september

  1. HOOFDSTUK
  2. - Verhoging van het loonplafond

de beroepsrisicosector Art. 49.Artikel 39, eerste lid, van de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten, gewijzigd bij de wetten van 9 juli 2004, 27 december 2006 en 27 maart 2009, wordt aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende : « 5° met

gang van 1 januari 2012 : 37 808,74 euro. ». Art. 50.Artikel 49/1 van de gecoördineerde wetten van 3 juni 1970 betreffende de preventie van de beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit,

gevoegd bij de wet van 12 april 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten1, wordt vervangen als volgt : « Art. 49/1.

afwijking van artikel 49, eerste lid, bedragen de lonen die tot basis dienen voor de berekening van de vergoedingen 37 808,74 euro met

gang van 1 januari 2011 tot 31 december 2011. ». Art. 51.De artikelen 49 en 50 hebben uitwerking met

gang van 1 januari

  1. HOOFDSTUK
  2. - Financiering AFA en FAO Art. 52.Artikel 116 van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten2, gewijzigd bij de wetten van 21 december 2007, 22 december 2008 en 23 december 2009, wordt aangevuld met een lid, luidende : «

afwijking van het eerste lid, 1° en 2°, worden, voor het jaar 2012, de

komsten van het Asbestfonds gewijzigd als volgt : 1° het jaarlijks bedrag bedoeld

1° bedraagt 5 miljoen euro;2° de opbrengst bedoeld

2° is een specifieke bijdrage ten laste van de werkgevers waarvan het rendement ten minste gelijk is aan het bedrag bedoeld

1°. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad, de categorieën van werkgevers die deze bijdrage verschuldigd zijn, de berekenings- en vaststellingswijze van deze bijdrage en tevens de

ningswijze van deze bijdrage. ». Art. 53.Artikel 38, § 3, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten8 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatst gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, wordt aangevuld met een lid, luidende : « Voor het jaar 2012 bepaalt de Koning eveneens een specifieke jaarlijkse bijdrage van 0,005 pct. op het loon van de werknemer, de berekenings- en vaststellingswijze van deze bijdrage en de

ningsmodaliteiten van deze bijdrage. De opbrengst van deze bijdrage wordt gestort aan het Globaal Beheer bedoeld

artikel 21, § 2. ». Art. 54.De artikelen 52 en 53 hebben uitwerking met

gang van 1 januari 2012 en treden buiten werking op 31 december

  1. HOOFDSTUK
  2. - Arbeidsongevallen - Welzijn - Betaling door FAO Art. 55.Artikel 27ter van de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten,

gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 13 juli 2006, wordt aangevuld met de volgende zinnen : « Voor alle getroffenen en hun rechthebbenden zijn de herwaarderingsbijslagen die voor de eerste keer

2012 betaald zullen worden ten laste van het Fonds voor arbeidsongevallen. De Koning kan herwaarderingsbijslagen die voor de eerste keer betaald zullen worden na het jaar 2012 eveneens ten laste leggen van voormeld fonds. ». Art. 56.Artikel 58, § 1, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten5, wordt aangevuld met de bepaling onder 20°, luidende : « 20° de herwaarderingsbijslagen te verlenen die op grond van het artikel 27ter ten laste van het Fonds zijn gelegd. ». HOOFDSTUK 7. - Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers - Kinderbijslag Art. 57.

artikel 94 van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  1. a)§ 7, vervangen bij de wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten, wordt aangevuld met de volgende bepaling : « 6° tot stijving van het reservefonds, naar believen van het fonds, door een onomkeerbare overdracht »;
  2. b)§ 9,

gevoegd bij de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten, wordt aangevuld met de volgende alinea : « Voor dienstjaar 2012 wordt het bedrag van de toelagen verschuldigd aan de vrije kinderbijslagfondsen bedoeld

artikel 2, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 betreffende het Fonds voor administratiekosten en de administratieve reserve van de kinderbijslagfondsen, verminderd met 2,8 miljoen euro.De vermindering wordt proportioneel over die fondsen gespreid

verhouding tot het aandeel waarop ze recht hebben. ». Art. 58.Dit hoofdstuk treedt

werking de dag waarop deze wet

het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. TITEL

  1. - Fraudebestrijding ENIG HOOFDSTUK. - Sociale fraude en correcte toepassing van de wet Afdeling
  2. - Attesten en bekendmakingen van schuldvorderingen Art. 59.Artikel 12 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt vervangen als volgt : « Art. 12.§
  3. Aan al wie het bij brief vraagt en een wettig belang doet gelden, deelt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid binnen de maand het bedrag mede van zijn schuldvordering ten laste van een met name aangeduide werkgever. De Koning bepaalt wat wordt begrepen onder sociale schulden

functie van de wettelijke basis die wordt

geroepen om dergelijke mededeling te bekomen of

functie van het rechtmatig belang. § 2. Voor de gevallen waarin een opdrachtgever of een aannemer

aanmerking komt om hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld op basis van een bepaling van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, stelt de voornoemde Rijksdienst gegevensbanken ter beschikking van de opdrachtgever of de aannemer, die hem toelaat om na te gaan of hij

houdingen moet verrichten op de door zijn medecontractant voorgelegde facturen. Voor elk type van hoofdelijke aansprakelijkheid kan de Koning een bedrag bepalen vanaf hetwelk de factuur die hem wordt overgelegd, moet vergezeld zijn van een attest dat het bedrag vaststelt van zijn schuld zoals door de Koning bepaald teneinde de toepasselijke

houding te beperken tot dit bedrag. Het attest houdt rekening met de schuld op de dag waarop het is aangemaakt. De Koning bepaalt de geldigheidsduur van het attest. § 3. Voor de toepassing van paragraaf 2 verstaat men onder sociale schulden, het geheel van de sommen die verschuldigd zijn door een werkgever aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. De Koning stelt hiervan de lijst op. Deze lijst kan verschillen naargelang de specifieke kenmerken die op elk type hoofdelijke aansprakelijkheid van toepassing zijn of

functie van het type van de mededeling. Naast de gevallen bepaald door de Koning, rekening houdend met de specifieke wettelijke basissen of het specifieke rechtmatig belang, worden de schulden waarvoor de schuldenaar bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of bij een Fonds voor bestaanszekerheid

de zin van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten7 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid een afbetalingsplan heeft verkregen zonder gerechtelijke procedure of bij gerechtelijke beslissing die

kracht van gewijsde is getreden, en het bewijs levert dat de opgelegde termijnen strikt worden nageleefd, niet

aanmerking genomen om te bepalen of er al dan niet schulden bestaan. De gegevensbanken hebben bewijskracht voor de toepassing van die wetten waarvan de Koning een lijst opstelt.

specifieke gevallen kunnen ze doorverwijzen naar de voornoemde Rijksdienst die een papieren attest aflevert. ». Art. 60.Deze afdeling treedt

werking op de eerste dag van het trimester na die waarin ze is bekendgemaakt

het Belgisch Staatsblad. Afdeling 2. - Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de sociale bijdragen Art. 61.

artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders,

gevoegd bij de wet van 4 augustus 1978, vervangen door de wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten4 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2007, 6 juni 2010, 14 april 2011 en 7 november 2011, wordt een paragraaf 3/1

gevoegd, luidend als volgt : « § 3/1. Wanneer de betaling van de sommen die van een onderaannemer worden gevorderd bij toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid bedoeld

§ 3

eerste en tweede lid, niet of niet volledig werd verricht, zullen de aannemer bedoeld

§ 7

, eerste lid, alsook iedere tussenkomende onderaannemer hiervoor hoofdelijk aansprakelijk zijn. De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt

de eerste plaats toegepast

hoofde van de aannemer die een beroep heeft gedaan op de onderaannemer die de sommen die van hem

toepassing van § 3, eerste en tweede lid, worden gevorderd, niet of niet volledig heeft betaald. Vervolgens wordt een getrapte aansprakelijkheid toegepast ten opzichte van de

een voorafgaand stadium tussenkomende aannemers, wanneer de

het vorige lid vermelde aannemer nagelaten heeft de bij hem gevorderde sommen binnen dertig dagen na de betekening van een dwangbevel te vereffenen. ». Art. 62.

dezelfde wet wordt artikel 30ter, opgeheven bij koninklijk besluit van 26 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten0, hersteld als volgt : « Art. 30ter.§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder : 1° activiteiten : de werken of diensten bepaald door de Koning na eenparig advies van de bevoegde paritaire comités of subcomités.Dit advies kan echter gegeven worden door de Nationale Arbeidsraad wanneer de activiteiten behoren tot de bevoegdheid van verschillende paritaire comités. Bij ontstentenis van bevoegd of werkend paritair comité of subcomité wordt dit advies gegeven door de Nationale Arbeidsraad. Het geraadpleegde orgaan deelt zijn advies mee binnen twee maanden nadat hem het verzoek is gedaan door de bevoegde minister. Bij ontstentenis van een eenparig advies bepaalt de Koning de werken of diensten bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad. 2° opdrachtgever : eenieder die opdracht geeft om tegen een prijs activiteiten uit te voeren of te doen uitvoeren;3° aannemer : - eenieder die er zich toe verbindt om tegen een prijs voor een opdrachtgever activiteiten uit te voeren of te doen uitvoeren; - iedere onderaannemer ten overstaan van de na hem komende onderaannemers; 4° onderaannemer : eenieder die er zich toe verbindt, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks,

welk stadium ook, tegen een prijs de aan de aannemer toevertrouwde activiteit of een onderdeel ervan uit te voeren of te laten uitvoeren of daartoe werknemers ter beschikking te stellen. § 2. De opdrachtgever die voor de

§ 1

, 1°, vermelde activiteiten een beroep doet op een aannemer die sociale schulden heeft op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale schulden van zijn medecontractant. De aannemer die voor de

§ 1

, 1°, vermelde activiteiten een beroep doet op een onderaannemer die sociale schulden heeft op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale schulden van zijn medecontractant. De artikelen 1200 tot en met 1216 van het Burgerlijk Wetboek zijn toepasselijk op de

de vorige leden bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid. De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt beperkt tot de totale prijs van de activiteiten toevertrouwd aan de aannemer of onderaannemer, exclusief belasting over de toegevoegde waarde. De aannemer zonder personeel, die hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld bij toepassing van §§ 2 en 3, wordt gelijkgesteld met een werkgever schuldenaar en is als dusdanig aangegeven

de databanken bedoeld

artikel 12 van deze wet,

dien hij de geëiste bedragen niet vereffent binnen de dertig dagen na verzending van een aangetekende

gebrekestelling. De aannemer die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid als werkgever zonder eigen sociale schulden is geïdentificeerd en die hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld bij toepassing van §§ 2 en 3, is aangegeven als schuldenaar

de databanken bedoeld

artikel 12 van deze wet,

dien hij de geëiste bedragen niet vereffent binnen de dertig dagen na verzending van een aangetekende

gebrekestelling. Men verstaat onder eigen sociale schulden, het geheel van de sommen die verschuldigd kunnen zijn aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid of aan een Fonds voor bestaanszekerheid

de zin van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten7 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid

zijn hoedanigheid van werkgever. De Koning stelt hiervan een lijst op. Als sociale schulden worden ook beschouwd de sommen die opgeëist worden

het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid

de situaties bedoeld

het vijfde en het zesde lid. De

deze paragraaf vermelde hoofdelijke aansprakelijkheid geldt ook voor de sociale schulden van de vennoten van een tijdelijke handelsvennootschap, een stille handelsvennootschap of een maatschap die optreedt als aannemer of onderaannemer. De

deze paragraaf vermelde hoofdelijke aansprakelijkheid is eveneens van toepassing op de sociale schulden van de aannemer of de onderaannemer die ontstaan

de loop van de uitvoering van de overeenkomst. De hier bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid

hoofde van de opdrachtgever of de aannemer wordt beperkt tot 65 pct. wanneer de

artikel 402, § 4, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992 bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid is toegepast

hoofde van dezelfde opdrachtgever of aannemer. § 3. Wanneer de betaling van de sommen die van een onderaannemer worden gevorderd bij toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid bedoeld

§ 2

, eerste en tweede lid, niet of niet volledig werd verricht, zullen de aannemer bedoeld

§ 7

, eerste lid, alsook iedere tussenkomende onderaannemer hiervoor hoofdelijk aansprakelijk zijn. De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt

de eerste plaats toegepast

hoofde van de aannemer die een beroep heeft gedaan op de onderaannemer die de sommen die van hem

toepassing van § 2, eerste en tweede lid worden gevorderd, niet of niet volledig heeft betaald. Vervolgens wordt een getrapte aansprakelijkheid toegepast ten opzichte van de

een voorafgaand stadium tussenkomende aannemers, wanneer de

het vorige lid vermelde aannemer nagelaten heeft de bij hem gevorderde sommen binnen dertig dagen na de betekening van een dwangbevel te vereffenen. § 4. De opdrachtgever die voor de

§ 1

, 1°, vermelde activiteiten een deel of het geheel van de prijs betaalt aan een aannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, is verplicht bij die betaling 35 pct. van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde,

te houden en te storten aan voormelde Rijksdienst, volgens de modaliteiten bepaald door de Koning. De aannemer die, voor de

§ 1

, 1°, vermelde activiteiten een deel of het geheel van de prijs betaalt aan een onderaannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, is verplicht bij die betaling 35 pct. van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde,

te houden en te storten aan voormelde Rijksdienst, volgens de modaliteiten bepaald door de Koning. De

deze paragraaf bedoelde

houdingen en stortingen worden

voorkomend geval beperkt tot het bedrag van de schulden van de aannemer of onderaannemer op het ogenblik van de betaling. Wanneer de

deze paragraaf bedoelde

houding en storting correct zijn uitgevoerd bij elke betaling van een deel of het geheel van de prijs van de activiteiten aan een aannemer of onderaannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, wordt de

§ 2bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid niet toegepast.

Wanneer de

deze paragraaf bedoelde

houding en storting niet correct zijn uitgevoerd bij elke betaling van een deel of het geheel van de prijs aan een aannemer of onderaannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, worden bij de toepassing van de

§ 2

bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid de eventueel gestorte bedragen

mindering gebracht van het bedrag waarvoor de opdrachtgever of de aannemer aansprakelijk wordt gesteld. Wanneer de opdrachtgever of de aannemer vaststelt, met behulp van de

artikel 12 van deze wet bedoelde databanken, dat hij

houdingen moet verrichten op de door zijn medecontractant voorgelegde facturen, en wanneer het bedrag van de factuur die hem is voorgelegd hoger is dan of gelijk aan 7 143,00 euro, nodigt hij zijn medecontractant uit om hem een attest over te leggen dat het bedrag van de schuld weergeeft als bijdrage, verhoging van bijdrage, burgerlijke sancties, nalatigheidsinteresten en gerechtelijke kosten. Het bedoelde attest houdt rekening met de schuld op de dag waarop het is opgesteld. De Koning bepaalt de geldigheidstermijn van dit attest.

dien zijn medecontractant bevestigt dat de schulden hoger zijn dan de te verrichten

houdingen of wanneer hij het bedoelde attest niet binnen de maand na de aanvraag overlegt, houdt de opdrachtgever of de aannemer 35 pct. van het factuurbedrag

en stort het aan de voormelde Rijksdienst. De Koning kan het bedrag van 7.143 euro, bedoeld

het voorgaande lid, aanpassen. Wanneer de aannemer een niet

België gevestigde werkgever is, die geen sociale schulden

België heeft en waarvan alle werknemers

het bezit zijn van een geldig detacheringsbewijs, zijn de

houdingen, bedoeld

deze paragraaf, niet van toepassing op de aan hem verschuldigde betaling. De Koning bepaalt de

houd en de voorwaarden en nadere regels

zake toezending van de

lichtingen die de personen, bedoeld

deze paragraaf, moeten verstrekken aan voormelde Rijksdienst. De Koning bepaalt de nadere regels volgens welke de voormelde Rijksdienst de

toepassing van het eerste en tweede lid gestorte bedragen verdeelt, ter betaling aan de Rijksdienst of aan een Fonds voor bestaanszekerheid

de zin van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten7 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid, van zowel de bijdragen als de gerechtskosten, de bijdrageopslagen, de vaste vergoedingen en de verwijlintresten. De Koning bepaalt binnen welke termijn dit bedrag kan worden aangerekend, alsook de modaliteiten van terugbetaling of aanwending van het eventueel saldo. De Koning bepaalt binnen welke termijn de medecontractant het gestorte bedrag recupereert

de mate dat de stortingen het bedrag van de schulden overschrijden. § 5. De opdrachtgever die de storting bedoeld

§ 4

, eerste lid, niet verricht heeft, is bovenop de betaling van het te storten bedrag, aan de voornoemde Rijksdienst een bijslag verschuldigd gelijk aan het te betalen bedrag. De aannemer die de storting bedoeld

§ 4

, tweede lid, niet verricht heeft, is bovenop de betaling van het te storten bedrag, aan de voornoemde Rijksdienst een bijslag verschuldigd gelijk aan het te betalen bedrag.

geval van toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid bedoeld

paragraaf 2, mogen de gevorderde bedragen

het kader van deze hoofdelijke aansprakelijkheid en de bijslagen niet hoger zijn dan het bedrag van de schuld van de medecontractant voor dewelke de hoofdelijke aansprakelijkheid werd

geroepen. De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden de bijslag kan worden verminderd. § 6. De vennoten van een tijdelijke handelsvennootschap, een stille handelsvennootschap of een maatschap zijn onderling hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sommen die

uitvoering van dit artikel door de tijdelijke handelsvennootschap, de stille handelsvennootschap of de maatschap verschuldigd zijn. § 7.

de sectoren en voor de activiteiten bepaald door de Koning moet de aannemer, op wie de opdrachtgever beroep heeft gedaan, alvorens de activiteiten aan te vatten, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten aan voormelde Rijksdienst alle juiste

lichtingen verstrekken die nodig zijn om de aard en de belangrijkheid van de activiteiten te ramen en er de opdrachtgever en,

voorkomend geval,

welk stadium ook, de onderaannemers van te identificeren.

dien tijdens de uitvoering van de activiteiten andere onderaannemers tussenkomen, moet deze aannemer voorafgaandelijk de voormelde Rijksdienst hiervan verwittigen. Daartoe moet iedere onderaannemer die op zijn beurt een beroep doet op een andere onderaannemer, voorafgaandelijk de aannemer daarvan schriftelijk

kennis stellen en hem alle juiste

lichtingen verstrekken, zoals bepaald door de Koning, die nodig zijn om de voormelde Rijksdienst

te lichten. De voormelde Rijksdienst stelt een elektronische kopie van de ontvangen meldingen ter beschikking van de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën. Deze meldingen worden ter beschikking gesteld van de

spectiediensten bedoeld

artikel 16, 1°, van het Sociaal Strafwetboek, die erom vragen. §

  1. De aannemer of diegene die met hem wordt gelijkgesteld, die zich niet schikt naar de verplichtingen van § 7, eerste lid, is aan voormelde Rijksdienst een som verschuldigd gelijk aan 5 pct. van het totaal bedrag van de activiteiten, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die niet aan de Rijksdienst werden gemeld. De som die bij de aannemer gevorderd wordt, wordt verminderd met het bedrag dat daadwerkelijk werd betaald aan de Rijksdienst door de onderaannemer met toepassing van de bepaling van het tweede lid. De onderaannemer die zich niet schikt naar de bepalingen van § 7, tweede lid, is aan de Rijksdienst een som verschuldigd gelijk aan 5 pct. van het totaal bedrag van de activiteiten, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die hij heeft toevertrouwd aan zijn onderaannemer of aan zijn onderaannemers. §
  2. De Koning kan de toepassing van de §§ 7 en 8 beperken tot de activiteiten waarvan het totaal bedrag hoger is dan een door Hem te bepalen bedrag en waarvoor geen beroep is gedaan op een onderaannemer. De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden de som die verschuldigd is

gevolge § 8 kan worden verminderd of vrijgesteld. § 10. Dit artikel is niet van toepassing op de opdrachtgever-natuurlijke persoon die de

§ 1vermelde activiteiten uitsluitend voor privédoeleinden laat uitvoeren.

§ 11. Dit artikel blijft van toepassing

geval van faillissement of elke andere samenloop van schuldeisers alsook bij cessie, beslag onder derden,

pandgeving,

betalinggeving of

artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde rechtstreekse vordering of een procedure van gerechtelijke reorganisatie. ». Afdeling 3. - Hoofdelijke aansprakelijkheid fiscale schulden Art. 63.Artikel 400, 1°, van het Wetboek van de

komstenbelastingen 1992, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/08/2000 pub. 31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten0 en gewijzigd bij de programma wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten4 en bij de wet van 7 november 2011, wordt vervangen als volgt : « 1° Werken : a) de werkzaamheden die zijn vermeld

artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr.1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde; b) de door de Koning bepaalde activiteiten of werkzaamheden;». Art. 64.

artikel 402 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 7

worden de woorden « of

artikel 30bis/1, § 2, »

gevoegd tussen de woorden « wanneer de

artikel 30bis, § 3, » en de woorden « van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten6 »;2° het artikel wordt aangevuld met een § 8 die luidt als volgt : « § 8.Wanneer de betaling van de sommen die van een onderaannemer worden gevorderd bij toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid bedoeld

de §§ 1 en 2, niet of niet volledig werd verricht, zullen de aannemer bedoeld

artikel 400, 3°, eerste streepje, alsook iedere tussenkomende onderaannemer hiervoor hoofdelijk aansprakelijk zijn. De

het vorige lid vermelde aansprakelijkheid wordt

de eerste plaats toegepast

hoofde van de aannemer die een beroep heeft gedaan op de onderaannemer die de sommen die van hem

toepassing van de §§ 1 en 2 worden gevorderd, niet of niet volledig heeft betaald. Ze wordt

chronologische volgorde toegepast ten opzichte van de

een voorafgaand stadium tussenkomende aannemers, wanneer de

het vorige lid vermelde aannemer nagelaten heeft de bij hem gevorderde sommen binnen dertig dagen na de betekening van een dwangbevel te vereffenen. ». Art. 65.

artikel 403, § 4, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten4, worden de woorden « de

artikel 402 bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid » telkens vervangen door de woorden « de

artikel 402, §§ 1 en 2, bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid ». Afdeling 4. - Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de loonschulden Art. 66.

de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten3 betreffende de bescherming van het loon der werknemers wordt een hoofdstuk VI/1

gevoegd, luidende : « HOOFDSTUK VI/ 1. - Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van het loon ». Art. 67.

hoofdstuk VI/1,

gevoegd bij artikel 66, wordt een artikel 35/1

gevoegd, luidende : « Art. 35/1.§ 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° activiteiten : de werken of diensten bepaald door de Koning na eenparig advies van de bevoegde paritaire comités of subcomités.Bij ontstentenis van bevoegd of werkend paritair comité of subcomité wordt dit eenparig advies gegeven door de Nationale Arbeidsraad. Het geraadpleegde orgaan deelt zijn advies mee binnen twee maanden nadat hem het verzoek is gedaan door de bevoegde minister. Bij ontstentenis van een eenparig advies bepaalt de Koning de werken of diensten bij een besluit vastgesteld na overleg

de Ministerraad; 2° opdrachtgever : eenieder die opdracht geeft om tegen een prijs activiteiten uit te voeren of te doen uitvoeren;3° aannemer : - eenieder die er zich toe verbindt om tegen een prijs voor een opdrachtgever activiteiten uit te voeren of te doen uitvoeren; - iedere onderaannemer ten overstaan van de onmiddellijk na hem komende onderaannemer; 4° onderaannemer : eenieder die er zich toe verbindt, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks,

welk stadium ook, tegen een prijs de aan de aannemer toevertrouwde activiteit of een onderdeel ervan uit te voeren of te laten uitvoeren;5°

spectie : de ambtenaren die zijn aangewezen om toezicht uit te oefenen op de naleving van deze wet;6° betrokken werkgever : de aannemer of onderaannemer waarop de schriftelijke kennisgeving

de zin van artikel 49/1 van het Sociaal Strafwetboek betrekking heeft;7° betrokken werknemers : de werknemers die worden tewerkgesteld door de

6° bedoelde betrokken werkgever;8° verschuldigde loon : het loon dat eisbaar is geworden sinds de aanvang van de periode van hoofdelijke aansprakelijkheid zoals bepaald

artikel 35/3, § 4, met uitzondering van de vergoedingen waarop de werknemer recht heeft

gevolge de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.». Art. 68.

hetzelfde hoofdstuk VI/1 wordt een artikel 35/2

gevoegd, luidende : « Art. 35/2.§ 1. De opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers die voor de

artikel 35/1, § 1, 1°, bepaalde activiteiten een beroep doen op één of meerdere aannemers of onderaannemers, en die overeenkomstig artikel 49/1 van het Sociaal Strafwetboek door de

spectie, schriftelijk

kennis worden gesteld van de omstandigheid dat hun aannemers of de na hun aannemers komende onderaannemers, op zwaarwichtige wijze tekortschieten

hun verplichting om aan hun werknemers tijdig het loon te betalen waarop deze recht hebben, zijn,

de mate en gedurende de periode zoals bepaald

artikel 35/3, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon aan de betrokken werknemers. § 2. Zonder afbreuk te kunnen doen aan de bepalingen

dit hoofdstuk, kan de Koning voor de betrokken sectors bepalen waaraan de contractuele afspraken tussen de opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers die

hun onderlinge rechtsverhoudingen de gevolgen regelen van de

het paragraaf 1 bedoelde kennisgeving, moeten voldoen. Het voormeld koninklijk besluit wordt genomen op eenparig advies van het bevoegde paritair comité of subcomité, of bij ontstentenis van bevoegd of werkend comité, van de Nationale Arbeidsraad. Bij ontstentenis van eenparig advies kan het voormeld besluit slechts worden genomen dan na overleg

de Minsterraad. ». Art. 69.

hetzelfde hoofdstuk VI/1 wordt een artikel 35/3

gevoegd, luidende : « Art. 35/3.§ 1. De

artikel 35/2 bedoelde hoofdelijk aansprakelijkheid houdt

dat de hoofdelijk aansprakelijke gehouden is om onverwijld over te gaan tot betaling aan de betrokken werknemers, van het

§ 2

bepaalde loon, wanneer hij hiertoe door middel van een aangetekend schrijven wordt aangemaand, hetzij door één der betrokken werknemers, hetzij door de

spectie. § 2. Wanneer de hoofdelijk aansprakelijke rechtstreeks door één der betrokken werknemers wordt aangesproken, heeft de hoofdelijke aansprakelijkheid steeds betrekking op het nog niet betaalde gedeelte van het verschuldigd loon.

dien de hoofdelijk aansprakelijke bewijst dat de arbeidstijd die de betrokken werknemer heeft besteed

het raam van de activiteiten die hij hetzij rechtstreeks, hetzij via

termediaire aannemers of onderaannemers laat uitvoeren, beperkt is tot een welbepaald aantal uren, dan heeft de hoofdelijke aansprakelijkheid slechts betrekking op het met deze prestaties overeenstemmend niet-betaalde gedeelte van het verschuldigd loon.

dien de hoofdelijke aansprakelijke bewijst dat de betrokken werknemer geen prestaties heeft geleverd

het raam van de activiteiten die hij, hetzij rechtstreeks, hetzij via

termediaire aannemers of onderaannemers, laat uitvoeren, is hij niet hoofdelijk gehouden tot betaling van het loon van de betrokken werknemer. § 3. Wanneer de hoofdelijk aansprakelijke wordt aangesproken tot betaling van het loon, door de

spectie, dan heeft de hoofdelijke aansprakelijkheid enkel betrekking op het niet betaalde gedeelte van het verschuldigd loon dat overeenstemt met de prestaties geleverd

het raam van de activiteiten die hij, hetzij rechtstreeks, hetzij via

termediaire aannemers of onderaannemers, laat uitvoeren. Wanneer echter niet kan vastgesteld worden welke prestaties de betrokken werknemers hebben geleverd

het raam van de werken die de hoofdelijk aansprakelijke, hetzij rechtstreeks, hetzij via

termediaire aannemers of onderaannemers laat uitvoeren, dan heeft de hoofdelijke aansprakelijkheid betrekking op de betaling aan elke betrokken werknemer die is vermeld op een lijst die samen met de

§ 1

bedoelde aanmaning wordt overgemaakt door de

spectie, van een percentage van een door de Koning bepaald minimumloon. Dit percentage is gelijk aan het aandeel, die de activiteiten die door de betrokken werkgever worden uitgevoerd

het raam van de opdracht die de hoofdelijk aansprakelijke, hetzij rechtstreeks, hetzij via

termediaire aannemers of onderaannemers, laat uitvoeren, vertegenwoordigen

de omzet van de betrokken werkgever gedurende een door de Koning bepaalde referteperiode. § 4. De periode gedurende dewelke de hoofdelijke aansprakelijkheid geldt, wordt door de

spectie bepaald

de

artikel 35/2 van deze wet bedoelde kennisgeving. Deze periode vangt aan na het verstrijken van 14 werkdagen na de kennisgeving en kan niet langer zijn dan één jaar. § 5. De artikelen 1200 tot 1216 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de

de vorige paragrafen bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid. ». Art. 70.

hetzelfde hoofdstuk VI/1 wordt een artikel 35/4

gevoegd, luidende : « Art. 35/4.De betrokken werkgever stelt alle betrokken werknemers

kennis van de door de

spectie conform artikel 49/1 van het Sociaal Strafwetboek verrichte kennisgeving, door op iedere plaats waar hij werknemers tewerkstelt een afschrift van deze kennisgeving aan te plakken. De personen aan wie de

het eerste lid bedoelde kennisgeving wordt gericht, dienen een afschrift van de ontvangen kennisgeving aan te plakken op de plaats van de uitvoering van de activiteiten die zij, hetzij rechtstreeks, hetzij via

termediaire aannemers of onderaannemers, laten uitvoeren. ». Art. 71.

hetzelfde hoofdstuk VI/1 wordt een artikel 35/5

gevoegd, luidende : « Art. 35/5.Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de opdrachtgever-natuurlijke persoon die de

artikel 35/1 vermelde activiteiten uitsluitend voor privédoeleinden laat uitvoeren. ». Art. 72.

hetzelfde hoofdstuk VI/1 wordt een artikel 35/6

gevoegd, luidende : « Art. 35/6.Voor de toepassing van de artikelen 3 tot 6, 13 tot 16, 18 en 23 van deze wet wordt de hoofdelijk aansprakelijke voor zover en

de mate waarin deze overeenkomstig het

artikel 35/3, § 1, werd aangemaand tot betaling van het loon, gelijkgesteld met de werkgever. Vanaf de vijfde werkdag na verzending van de aanmaning zijn de

artikel 10 van deze wet bedoelde

tresten verschuldigd. ». Art. 73.

artikel 21 van het Sociaal Strafwetboek wordt een 4° /1

gevoegd, luidende : « 4° /1 aan de opdrachtgever, de aannemers of de onderaannemers zoals bedoeld

artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten3 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, een schriftelijke kennisgeving over te zenden zoals bepaald

artikel 49/1. ». Art. 74.

boek 1, titel 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 3/1

gevoegd, luidende : « Afdeling 3/1. - Bijzondere bevoegdheid van de sociaal

specteurs op het vlak van de betaling van het loon door de werkgever. » Art. 75.

afdeling 3/1,

gevoegd bij artikel 74, wordt een artikel 49/1

gevoegd, luidende : « Art. 49/1.Schriftelijke kennisgeving van een zwaarwichtige

breuk door de werkgever op zijn verplichting om tijdig het loon te betalen. De sociaal

specteurs kunnen de

artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten3 betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers, schriftelijk

kennis stellen van de omstandigheid dat hun aannemers of de na deze aannemers komende onderaannemers, op zwaarwichtige wijze tekortschieten

hun verplichting het aan hun werknemers verschuldigde loon tijdig te betalen. Deze kennisgeving vermeldt : 1° het aantal en de identiteit van de werknemers waarvan de

spectie heeft vastgesteld dat zij prestaties hebben geleverd

het raam van werken die de bestemmeling van de kennisgeving hetzij rechtstreeks, hetzij via

termediaire aannemers of onderaannemers laat uitvoeren;2° het loon waarop de betrokken werknemers recht hebben ten laste van de werkgever;3° het gedeelte van het loon waarop de werknemers recht hebben, dat niet werd betaald door de werkgever gedurende de voorafgaande betaalperiode;4° het gemiddeld aantal werknemers die op het ogenblik van de kennisgeving worden tewerkgesteld door de aannemer of de onderaannemer waarop de kennisgeving betrekking heeft;5° het door de Koning bepaalde minimumloon zoals bepaald

artikel 35/3, § 3, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten3 betreffende de bescherming van het loon der werknemers;6° het

artikel 35/3, § 3, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten3 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, bedoelde percentage;7° de periode gedurende dewelke de hoofdelijke aansprakelijkheid geldt. Een afschrift van de

het tweede lid bedoelde kennisgeving wordt overgezonden aan de aannemer of de onderaannemer waarop deze kennisgeving betrekking heeft. ». Art. 76.

boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 171/1

gevoegd, luidende : « Art. 171/1.Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de hoofdelijk aansprakelijke

de zin van hoofdstuk VI/1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten3 betreffende de bescherming van het loon der werknemers die overeenkomstig het bepaalde

artikel 35/3, § 1, van diezelfde wet werd aangemaand tot betaling van het loon, doch niet tot betaling overgaat binnen een termijn van vijf werkdagen na verzending van de aanmaning. ». Art. 77.

boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 171/2

gevoegd, luidende : « Art. 171/2.Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, diegene die de op hem rustende verplichting tot aanplakking zoals bedoeld

artikel 35/4 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten3 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, niet nakomt. ». Art. 78.De hoofdelijk aansprakelijke die, overeenkomstig hoofdstuk VI/1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten3 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, het loon betaalt van een werknemer van één van zijn aannemers of na de aannemers komende onderaannemers, betaalt hierop de socialezekerheidsbijdragen zoals bepaald

de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders of zijn uitvoeringsbesluiten. De Koning bepaalt de nadere regels volgens dewelke de

het eerste lid bedoelde bijdragen moeten worden berekend, aangegeven en betaald. Afdeling 5. - Strijd tegen het niet-naleven van de verplichtingen

zake deeltijds werken Art. 79.Artikel 22ter van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders,

gevoegd bij de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 22ter.Bij ontstentenis van

schrijving

de documenten bedoeld bij de artikelen 160, 162, 163 en 165 van de programmawet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten8 of bij gebrek aan gebruik van de apparaten bedoeld bij artikel 164 van dezelfde wet, worden de deeltijdse werknemers vermoed, behoudens bewijs van het tegendeel, hun prestaties te hebben geleverd

uitvoering van een arbeidsovereenkomst,

de hoedanigheid van voltijdse werknemer. Bij ontstentenis van openbaarmaking van de deeltijdse werkroosters bedoeld bij de artikelen 157 tot 159 van dezelfde wet, worden de deeltijdse werknemers vermoed, behoudens bewijs van het tegendeel, hun prestaties te hebben geleverd

uitvoering van een arbeidsovereenkomst,

de hoedanigheid van voltijdse werknemer ». Art. 80.Artikel 171 van de programmawet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2000 pub. 03/06/2000 numac 2000003354 bron ministerie van financien Wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid sluiten8, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 1991 en 26 juli 1996, wordt vervangen als volgt : « Art. 171.Bij ontstentenis van

schrijving

de documenten bedoeld bij de artikelen 160, 162, 163 en 165 of bij gebrek aan gebruik van de apparaten bedoeld bij artikel 164, worden de deeltijdse werknemers vermoed, behoudens bewijs van het tegendeel, hun prestaties te hebben geleverd

uitvoering van een arbeidsovereenkomst,

de hoedanigheid van voltijdse werknemer. Bij ontstentenis van openbaarmaking van de deeltijdse werkroosters bedoeld bij de artikelen 157 tot 159, worden de deeltijdse werknemers vermoed, behoudens bewijs van het tegendeel, hun prestaties te hebben geleverd

uitvoering van een arbeidsovereenkomst,

de hoedanigheid van voltijdse werknemer. ». Afdeling 6. -

vordering van de schulden van de dienstenchequebedrijven Art. 81.Artikel 40 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vervangen bij de wet van 4 augustus 1978, wordt met een derde en vierde lid aangevuld, luidende als volgt : «

dien de voormelde Rijksdienst vaststelt dat een « dienstencheque » bedrijf, erkend overeenkomstig artikel 2, § 2, van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen, een vervallen schuld heeft, zij het

bijdragen, bijdrageopslagen, forfaitaire vergoedingen,

tresten en gerechtskosten, wordt een dwangbevel uitgevaardigd

toepassing van het eerste lid, behalve

dien het erkend « dienstencheque » bedrijf hiervoor minnelijke afbetalingstermijnen heeft gekregen

toepassing van artikel 40bis van deze wet en deze nauwgezet zijn nageleefd. Op basis van het betreffende dwangbevel gaat de Rijksdienst over tot een uitvoerend beslag onder derden

handen van het uitgiftebedrijf bedoeld

artikel 2, § 1, 2°, van de voormelde wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten, op de toegekende tegemoetkoming van de Staat

de kostprijs van de dienstencheque en op de aanschafprijs van de dienstencheques. » Art. 82.Deze afdeling treedt

werking de dag van de maand volgend op die waarin deze wet

het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Afdeling 7. - Verjaring van de sociale schulden Art. 83.

artikel 42 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten6 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gewijzigd bij de wetten van 25 januari 1999, 24 december 2002 en 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « artikel 30bis » vervangen door de woorden « artikelen 30bis en 30ter »;2° het zesde lid wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende : « 4° door de

stelling of de uitoefening van de strafvordering, alsook door daden van onderzoek of daden van vervolging.». Art. 84.Deze afdeling treedt

werking de dag waarop deze wet

het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Afdeling 8. - Regeling van bepaalde aspecten van de elektronische

formatie-uitwisseling tussen de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude Art. 85.Artikel 16 van het Sociaal Strafwetboek wordt aangevuld met een 14° tot 19°, luidende : « 14° « de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude » : de sociale

spectiediensten van de Federale Staat, de politie, de Sociale

lichtingen- en Opsporingsdienst, de bevoegde administratie, het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken, de onderzoeksrechters, het College van de procureurs-generaal en de openbare

stellingen van sociale zekerheid; 15° « de elektronische identiteitskaart » : de elektronische identiteitskaart bedoeld

de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;16° « het Beheerscomité » : het Beheerscomité van de databank e-PV, bedoeld

artikel 100/8;17° « het e-PV » : het proces-verbaal tot vaststelling van

breuken dat wordt aangemaakt, opgeslagen en verzonden overeenkomstig het

artikel 100/2 bedoelde model via de daartoe ontworpen

formaticatoepassing;18° « de databank e-PV » : de databank die opgericht wordt door artikel 100/6 en waarin de gegevens van de e-PV's die opgenomen zijn

het

artikel 100/2 bedoelde model evenals de gegevens opgenomen

de bijlagen bij deze e-PV's, worden opgeslagen en bijgehouden;19° « de Ginaa-databank » : de databank van de bevoegde administratie, die de gegevens bevat met betrekking tot de opdrachten die haar

of krachtens het eerste boek worden toegewezen.». Art. 86.

het eerste boek, titel 5, van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk 5

gevoegd, luidende : « HOOFDSTUK 5. - Regeling van bepaalde aspecten van de elektronische

formatie-uitwisseling tussen de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude ». Art. 87.

hoofdstuk 5,

gevoegd bij artikel 86, wordt een artikel 100/1

gevoegd, luidende : « Art. 100/1.Toepassingsgebied en finaliteit Dit hoofdstuk regelt bepaalde aspecten van de elektronische

formatie-uitwisseling tussen de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude, met name het e-PV, de databank e-PV en de Ginaa-databank. Deze elektronische

formatie-uitwisseling geschiedt overeenkomstig de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten4 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Bij de verwerking van persoonsgegevens

toepassing van dit hoofdstuk wordt gebruik gemaakt van de

artikel 8, § 1, van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten4 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid bedoelde identificatienummers. ». Art. 88.

hetzelfde hoofdstuk 5 wordt een artikel 100/2

gevoegd, luidende : « Art. 100/2.Uniform model van proces-verbaal tot vaststelling van

breuken Met het oog op de

artikel 100/1 bedoelde elektronische

formatie-uitwisseling maken de sociaal

specteurs van de door de Koning aangewezen sociale

spectiediensten hun processen-verbaal tot vaststelling van

breuken elektronisch aan via de daartoe ontworpen

formaticatoepassing overeenkomstig het uniform model dat door het Beheerscomité wordt vastgesteld. Het Beheerscomité kan tevens een regeling uitwerken voor het geval dat het proces-verbaal niet overeenkomstig het eerste lid kan aangemaakt worden

gevolge overmacht,

zonderheid wegens het disfunctioneren van de

formaticatoepassing of

geval van verlies, diefstal of beschadiging van de elektronische identiteitskaart van de verbaliserende ambtenaar. ». Art. 89.

hetzelfde hoofdstuk 5 wordt een artikel 100/3

gevoegd, luidende : « Art. 100/3.Elektronische ondertekening van het e-PV § 1.

afwijking van artikel 7 van de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten1 betreffende de elektronische procesvoering wordt het e-PV door de opsteller of opstellers elektronisch ondertekend door middel van de elektronische handtekening die wordt gecreëerd door de elektronische identiteitskaart. De Koning kan, na advies van de afdeling sociale zekerheid van het sectoraal comité van de sociale zekerheid en van de gezondheid, bepalen dat het e-PV door de opsteller of opstellers elektronisch ondertekend kan worden door middel van een ander systeem dat toelaat om de identiteit van de ondertekenaar en de

tegriteit van het ondertekende e-PV met afdoende waarborgen vast te stellen. § 2. Voor de toepassing van deze titel wordt, onverminderd de artikelen 1322 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, het e-PV dat door de opsteller of opstellers elektronisch werd ondertekend overeenkomstig § 1, gelijkgesteld met een proces-verbaal op papieren drager ondertekend door middel van een handgeschreven handtekening. § 3.

afwijking van § 1 kan de Koning bepalen dat het e-PV, dat wordt aangemaakt overeenkomstig artikel 100/2, eerste lid, onder de voorwaarden, volgens de nadere regels en,

voorkomend geval, voor de duur die Hij bepaalt, op papieren drager wordt opgesteld en wordt ondertekend met een handgeschreven handtekening. ». Art. 90.

hetzelfde hoofdstuk 5 wordt een artikel 100/4

gevoegd, luidende : « Art. 100/4.Mededeling van het e-PV Onverminderd de toepassing van artikel 15 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten4 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en

afwijking van artikel 33 van de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/1998 pub. 30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten1 betreffende de elektronische procesvoering, stelt de Koning op eensluidend advies van het College van procureurs-generaal de nadere regels vast voor de

artikel 65, eerste lid, bedoelde mededeling. Hij stelt eveneens de nadere regels vast voor de

artikel 65, tweede en derde lid, bedoelde mededelingen. ». Art. 91.

hetzelfde hoofdstuk 5 wordt een artikel 100/5

gevoegd, luidende : « Art. 100/5.Archivering van het e-PV De Koning kan nadere regels vaststellen voor de archivering van het e-PV voor zover de regeling opgenomen

de archief wet van 24 juni 1955Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen sluiten5 ontoereikend is. ». Art. 92.

hetzelfde hoofdstuk 5 wordt een artikel 100/6

gevoegd, luidende : « Art. 100/6.Oprichting van de databank e-PV Er wordt een databank e-PV opgericht. De Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor werk, de minister bevoegd voor sociale zaken

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.