📄 Wettekst
VLAAMSE OVERHEID
8 MEI 2009. - Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid (1)
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid.
TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1.1 Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Artikel 1.1.2 Dit decreet voorziet, voor wat de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest betreft, in de omzetting van : 1° de richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt;2° de richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestaties van gebouwen;3° de richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG;4° de richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van richtlijn 98/30/EG;5° de richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad, zoals tot op heden gewijzigd;6° de richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van richtlijn 92/42/EEG;7° de richtlijn 2006/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende de energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten en houdende intrekking van richtlijn 93/76/EEG van de Raad. Artikel 1.1.3 In dit decreet wordt verstaan onder : 1° aangifteplichtige : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die de EPB-eisen moet naleven;2° aansluitbaarheidsgraad : het aantal ontsloten wooneenheden of gebouwen in verhouding tot het totaal aantal wooneenheden en gebouwen in een bepaald gebied;3° aansluitbare wooneenheid of gebouw : wooneenheid die of gebouw dat nog niet aangesloten is op het aardgasdistributienet, en waarbij aan één van de volgende voorwaarden is voldaan : a) er is een lagedrukleiding aanwezig langs de openbare weg aan dezelfde kant van de weg en ter hoogte van de wooneenheid of het gebouw;b) de wooneenheid of het gebouw is niet gelegen in een gebied dat bestemd is voor bewoning en er is een lagedrukleiding aanwezig langs de openbare weg ter hoogte van de wooneenheid of het gebouw, al of niet aan dezelfde kant van de wooneenheid of het gebouw;c) een middendrukleiding, categorie A of B, is aanwezig langs de openbare weg ter hoogte van de wooneenheid of het gebouw en deze leiding is specifiek aangelegd voor het aansluiten van respectievelijk wooneenheden of gebouwen;4° aansluitingsgraad : het aantal aangesloten wooneenheden en gebouwen in verhouding tot het totaal aantal wooneenheden en gebouwen in een bepaald gebied;5° aardgas : elke gasvormige brandstof van ondergrondse oorsprong die hoofdzakelijk uit methaan bestaat, met inbegrip van vloeibaar aardgas;6° aardgasdistributienet : geheel van onderling verbonden leidingen en de daarmee verbonden hulpmiddelen, die noodzakelijk zijn voor de distributie van aardgas aan afnemers binnen een geografisch afgebakend gebied in het Vlaamse Gewest; 7° aardgasdistributienetbeheerder : beheerder van een aardgasdistributienet, aangewezen overeenkomstig artikel 4.1.1; 8° aardgasinvoerder : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die aardgas invoert in België;9° actieverplichting : een door de Vlaamse Regering aan de netbeheerders in het kader van een openbaredienstverplichting opgelegde REG-actie;10° afnamepunt : punt waar elektriciteit of aardgas van het net wordt afgenomen en verbruikt;11° afnemer : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas afneemt om te voorzien in zijn eigen behoeftes;12° afsluiten : het buiten dienst stellen van de aansluiting of het ontzeggen van de toegang tot het net door de aansluiting af te koppelen van de installaties van de afnemer;13° allocatie : toewijzing op kwartierbasis van energiehoeveelheden aan de verschillende marktpartijen;14° beschermd volume : het beschermde volume van het gebouw zoals dat gedefinieerd is in de Belgische norm of de door de Vlaamse overheid vastgelegde specificaties;15° bevoegde autoriteit : de instantie aangewezen voor enkele specifieke taken zoals vermeld in verordening (EG) nr.2216/2004 van de Commissie van 21 december 2004 inzake een gestandaardiseerd en beveiligd registersysteem overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 916/2007 van de Commissie van 31 juli 2007, zijnde de afdeling van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie, bevoegd voor luchtverontreiniging; 16° bevrachter : rechtspersoon die een contract heeft afgesloten met een vervoeronderneming met betrekking tot het vervoer van aardgas tussen een of meer injectiepunten en afnamepunten op het vervoernet;17° bijzondere reserve : 3 % van de totale hoeveelheid toe te wijzen emissierechten in de periode 2013-2020;18° Bijzondere reserve-emissierechtenbesluit : het besluit van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 3septies, vijfde lid, van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad;19° BKG-inrichting : een inrichting die in de vierde kolom van de indelingslijst in bijlage I, van titel I, van het VLAREM is aangegeven met de letter Y, en die de vaste technische eenheid omvat waarin de activiteiten en processen, vermeld in de tweede kolom, alsmede andere daarmee rechtstreeks samenhangende activiteiten, plaatsvinden die technisch in verband staan met de op die plaats ten uitvoer gebrachte activiteiten, en die gevolgen kunnen hebben voor de emissies en de verontreiniging;20° brandstofleveranciers : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan afnemers aardgas, stookolie, steenkool, methaan, butaan en propaan levert;21° broeikasgassen : koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O), onvolledig gefluoreerde koolwaterstoffen (HFK's), perfluorkoolwaterstoffen (PFK's) en zwavelhexafluoride (SF6);22° bruto binnenlands energieverbruik : het primaire energieverbruik verminderd met de geleverde energie aan de internationale lucht- en scheepvaartbunkers;23° budgetmeter : een budgetmeter voor elektriciteit of een budgetmeter voor aardgas;24° budgetmeter voor aardgas : aardgasmeter met hulpkrediet die wordt opgeladen via een systeem van voorafbetaling;25° budgetmeter voor elektriciteit : elektriciteitsmeter met begrenzer op 10 ampère en hulpkrediet die wordt opgeladen met een systeem van voorafbetaling;26° directe lijn : elke elektrische leiding met een nominale spanning gelijk aan of minder dan 70 kilovolt die geen deel uitmaakt van een elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit;27° directe leiding : elke leiding voor aardgasdistributie die geen deel uitmaakt van een aardgasdistributienet;28° distributie : de werkzaamheid die erin bestaat elektriciteit via plaatselijke elektrische leidingen of aardgas via plaatselijke pijpleidingen te brengen tot bij afnemers;29° distributienet : elektriciteitsdistributienet of aardgasdistributienet;30° distributienetbeheerder : elektriciteitsdistributienetbeheerder of aardgasdistributienetbeheerder;31° eindverbruiksector : ondernemingen en particulieren die energie afnemen of produceren om geheel of overwegend in de eigen energiebehoefte te voorzien;32° elektriciteitsdistributienet : geheel van onderling verbonden elektrische leidingen met een nominale spanning die gelijk aan of minder dan 70 kilovolt is en de bijbehorende installaties, die noodzakelijk zijn voor de distributie van elektriciteit aan afnemers binnen een geografisch afgebakend gebied in het Vlaamse Gewest; 33° elektriciteitsdistributienetbeheerder : beheerder van een elektriciteitsdistributienet, aangewezen overeenkomstig artikel 4.1.1; 34° emissie : emissie van broeikasgassen in de atmosfeer door in een BKG-inrichting aanwezige bronnen, of de emissie door een vliegtuig van CO2 ten gevolge van een luchtvaartactiviteit die nader door de Vlaamse Regering bepaald zal worden;35° emissierecht : een overdraagbaar recht om gedurende een bepaalde periode één ton CO2-equivalent aan broeikasgassen uit te stoten;36° Emissierechtenbesluit : het besluit van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 3sexies, derde lid, van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad;37° energiebeleidsovereenkomst : iedere overeenkomst tussen het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, en een andere partij, waarbij die andere partij zich engageert om binnen een afgesproken termijn een vooropgestelde verbetering inzake energie-efficiëntie te behalen of te stimuleren, tot de wereldtop inzake energie-efficiëntie in haar sector te behoren of een bepaald percentage van het energieverbruik te dekken met behulp van hernieuwbare energietechnologieën of daarvoor stimulansen te verstrekken;38° energieboekhouding : het regelmatig meten, registreren, analyseren en rapporteren van het energiegebruik;39° energiedeskundige : de natuurlijke persoon die onderworpen is aan het sociaal statuut van de zelfstandige of de bezoldigde medewerker van een rechtspersoon, die energieadvies verstrekt;40° energiedrager : kolen en afgeleide producten, petroleumproducten, gas, elektriciteit, hernieuwbare energiebronnen, warmte en nucleaire warmte;41° energiekengetal : het gemiddelde van het energieverbruik in een sector in verhouding tot een parameter die bepalend is voor het energieverbruik in die sector;42° energieplan : een systematische, gedocumenteerde en objectieve evaluatie van het beheer, de organisatie en de uitrusting van de betrokken onderneming, de niet-commerciële instelling of de publiekrechtelijke rechtspersoon op het gebied van energie-efficiëntie, waarbij de mogelijke maatregelen inzake de verbetering van de energie-efficiëntie in kaart worden gebracht;43° energieprestatiecertificaat : een certificaat waarin het resultaat is vermeld van de berekening van de totale energie-efficiëntie van een gebouw, uitgedrukt in een of meer numerieke indicatoren;44° energieprestatiecertificatendatabank : een geïnformatiseerd gegevensbestand waarin informatie met betrekking tot energieprestatiecertificaten wordt opgenomen;45° energieprestatiedatabank : een geïnformatiseerd gegevensbestand waarin informatie met betrekking tot de energieprestaties van de gebouwen waarvoor EPB-eisen gelden, wordt opgenomen;46° energiestudie : studie die aantoont dat een nieuwe of een gewijzigde installatie aan bepaalde criteria van energie-efficiëntie zal voldoen;47° EPB-aangifte : energieprestatie- en binnenklimaataangifte, dat wil zeggen het document waarin de verslaggever alle uitgevoerde maatregelen tot naleving van de EPB-eisen beschrijft en ze al dan niet conform met die eisen verklaart;48° EPB-eisen : eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat, dat wil zeggen het geheel van voorwaarden waaraan een gebouw inzake energetische prestaties, thermische isolatie, binnenklimaat en ventilatie moet voldoen;49° erkende instelling voor schuldbemiddeling : instelling die erkend is volgens het decreet van 24 juli 1996 houdende de regeling tot erkenning van de instellingen voor schuldbemiddeling in de Vlaamse Gemeenschap;50° evenwichtsverantwoordelijke : rechtspersoon die een contract heeft afgesloten met de beheerder van het transmissienet met betrekking tot de transmissie van elektriciteit tussen een of meer injectiepunten en afnamepunten en die voor een geheel van toegangspunten zorg draagt voor het evenwicht tussen de injectie en de afname van elektriciteit op die toegangspunten;51° exploitant : de houder van de milieuvergunning van een BKG-inrichting;55° fraude : onrechtmatige manipulatie door een afnemer van een aansluiting of meetinstallatie;53° garantie van oorsprong : uniek bewijsstuk dat aantoont dat een bepaalde hoeveelheid elektriciteit werd opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen of kwalitatieve warmtekrachtkoppeling;54° gaswinningsinstallatie : installatie waarmee aardgas wordt gewonnen uit de ondergrond of waarin biogas wordt geproduceerd;55° gebied bestemd voor bewoning : gebied dat volgens het gewestplan of ruimtelijk uitvoeringsplan één van de volgende bestemmingen heeft : a) woongebied;b) woongebied met culturele, historische of esthetische waarde;c) woongebied met landelijk karakter;d) woongebied met landelijk karakter en culturele, historische of esthetische waarde;e) woonuitbreidingsgebied; 56° gebouw : voor wat de toepassing van de titels X, XI en de artikelen 13.4.5 tot 13.4.10 betreft, elk gebouw in zijn geheel of delen ervan die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt of een andere bestemming hebben, en waarvoor energie verbruikt wordt om ten behoeve van mensen een specifieke binnentemperatuur te verkrijgen; 57° gestrande kosten : de kosten die ondernemingen moeten dragen ten gevolge van verplichtingen die ze in het verleden zijn aangegaan, maar die ze niet langer kunnen nakomen door de liberalisering van de betrokken sector;58° groene stroom : elektriciteit die geproduceerd is uit een hernieuwbare energiebron;59° groene warmte : warmte die geproduceerd is uit een hernieuwbare energiebron;60° groenestroomcertificaat : uniek, verhandelbaar en overdraagbaar immaterieel goed dat aantoont dat een bepaalde productie-installatie in een bepaalde periode 1 000 kWh elektriciteit heeft opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen;61° groenewarmtecertificaat : uniek, verhandelbaar en overdraagbaar immaterieel goed dat aantoont dat een bepaalde productie-installatie in een bepaalde periode 1 000 kWh warmte heeft opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen;62° grote onderneming : onderneming die niet ressorteert onder de categorie kleine of middelgrote onderneming;63° haalbaarheidsstudie : studie die de economische, sociale of juridische haalbaarheid van een concreet project onderzoekt;64° heffingsjaar : het kalenderjaar waarvoor de heffing, vermeld in titel XIV, is verschuldigd;65° hernieuwbare energiebronnen : hernieuwbare niet-fossiele en niet-nucleaire energiebronnen, met name wind, zon, geothermische warmte, golfslag, getij, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolwaterzuiveringsinstallaties en biogas;66° hernieuwbare energietechnologieën : technologieën die gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen;67° huishoudelijke afnemer : elke natuurlijke persoon aangesloten op een aardgasdistributienet of een elektriciteitsdistributienet op een spanning gelijk aan 1 000 volt of minder, die elektriciteit of aardgas afneemt om te voorzien in zijn behoeften of die van de personen die samen met hem in de woning in kwestie gedomicilieerd zijn, behoudens in het geval dat het leveringscontract voor de levering van elektriciteit respectievelijk aardgas op het afnamepunt in kwestie werd gesloten door een onderneming, zoals bedoeld in artikel 2, 3°, van de
wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/01/2003
pub.
05/02/2003
numac
2003011027
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
16/01/2003
pub.
29/06/2009
numac
2009000415
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten tot oprichting van een kruispuntbank voor ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;68° hulpkrediet : een krediet dat ter beschikking wordt gesteld van een huishoudelijke afnemer, zodra het op de budgetmeter voor elektriciteit of op de budgetmeter voor aardgas opgeladen bedrag opgebruikt is;69° injecteren : het inbrengen van elektriciteit of aardgas in een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, vanuit een net of door een producent;70° injectiepunt : punt waar elektriciteit of aardgas in het net wordt geïnjecteerd;71° internationale luchtvaartbunkers : de hoeveelheid energie die geleverd wordt aan vliegtuigen die op buitenlandse luchthavens vliegen;72° internationale scheepvaartbunkers : de hoeveelheid energie die geleverd wordt aan schepen die op buitenlandse havens varen;73° kaderdecreet Bestuurlijk Beleid : het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003;74° karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik : het conventioneel bepaalde jaarlijkse energieverbruik van een gebouw, uitgedrukt in primaire energie-equivalenten;75° kleine onderneming : ondernemingen die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen : a) minder dan 50 werknemers tewerkstellen;b) een jaaromzet hebben van maximaal 10 miljoen euro of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 10 miljoen euro;c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium; 76° kwalitatieve warmtekrachtinstallatie : warmtekrachtinstallatie waarvan het productieproces voldoet aan de kwaliteitsvoorwaarden die opgelegd zijn overeenkomstig artikel 7.1.2, § 2; 77° kwalitatieve warmtekrachtkoppeling : warmtekrachtkoppeling die voldoet aan de kwaliteitsvereisten, opgelegd overeenkomstig artikel 7.1.2, § 2; 78° leverancier : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan afnemers elektriciteit of aardgas verkoopt;79° lokale adviescommissie : commissie als vermeld in artikel 7 van het
decreet van 20 december 1996Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/12/1996
pub.
12/09/1997
numac
1997035791
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1997
sluiten tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water;80° m3(n) : de hoeveelheid gas die, bij een temperatuur van nul graden Celsius en onder absolute druk van 1,01325 bar, een volume van één kubieke meter inneemt;81° marktpartij : producent, aardgasinvoerder, distributienetbeheerder, beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, beheerder van het transmissienet, de beheerder van het vervoernet, werkmaatschappij, leverancier, tussenpersoon, bevrachter of evenwichtsverantwoordelijke;82° marktintroductieproject : project voor het installeren en monitoren van het gebruik van energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën die nog niet ruim verspreid zijn in het Vlaamse Gewest, door een particulier, een niet-commerciële instelling, een publiekrechtelijke persoon of een onderneming, die niet de ontwikkelaar, fabrikant of distributeur ervan is;83° melding : de verplichte melding van de handelingen aan het college van burgemeester en schepenen, vermeld in artikel 94 van het
decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/05/1999
pub.
08/06/1999
numac
1999035652
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;84° met een onderneming geassocieerde ondernemingen : de ondernemingen, met uitsluiting van de gemeenten en de netbeheerders, waarin de onderneming een deelneming bezit en waarin ze een invloed van betekenis uitoefent op de oriëntatie van het beleid;behoudens tegenbewijs wordt een invloed van betekenis vermoed als de stemrechten die aan deze deelneming verbonden zijn één vijfde of meer vertegenwoordigen van het totaal aantal stemrechten van de aandeel-houders of vennoten van deze ondernemingen; 85° met een onderneming verbonden ondernemingen : de ondernemingen, met uitsluiting van de gemeenten en de netbeheerders : a) waarover de onderneming een controlebevoegdheid, vermeld in het Wetboek van vennootschappen, uitoefent;b) die een controlebevoegdheid, vermeld in het Wetboek van vennootschappen, over de onderneming uitoefenen;c) waarmee de onderneming een consortium, vermeld in het Wetboek van vennootschappen, vormt;d) die, bij weten van haar bestuursorgaan, onder de controle staan van de ondernemingen, vermeld in a), b) en c) ;86° middelgrote onderneming : ondernemingen die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen : a) minder dan 250 werknemers tewerkstellen;b) een jaaromzet hebben van maximaal 50 miljoen euro of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro;c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium;87° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid;88° nationaal register : het register zoals gedefinieerd in het
samenwerkingsakkoord van 18 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/01/2003
pub.
05/02/2003
numac
2003011027
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
16/01/2003
pub.
29/06/2009
numac
2009000415
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten2 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van het gestandaardiseerd en genormaliseerd registersysteem van België overeenkomstig richtlijn 2003/87 van het Europees Parlement en de Raad en beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad;89° net : distributienet, plaatselijk vervoernet van elektriciteit, transmissienet of vervoernet;90° netbeheerder : een elektriciteitsdistributienetbeheerder, een aardgasdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit;91° neteigenaar : eigenaar van een net;92° niet-commerciële instellingen : scholen, universiteiten, verzorgingsinstellingen en andere gemeenschapsdiensten, verenigingen zonder winstoogmerk en feitelijke verenigingen die een filantropisch, wetenschappelijk, technisch of pedagogisch doel nastreven op het gebied van energie, milieubescherming of bestrijding van sociale uitsluiting;93° ondernemingen : elke natuurlijke persoon die koopman is of een zelfstandig beroep uitoefent, de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, de Europese economische samenwerkingsverbanden en de economische samenwerkingsverbanden die beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest of die zich ertoe verbinden in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te vestigen;94° ondersteunende diensten : alle diensten die door een netbeheerder worden uitgevoerd om het transport van elektriciteit of aardgas over zijn net op een veilige, efficiënte en betrouwbare wijze te waarborgen;95° onrendabele top : het productieafhankelijk gedeelte van de inkomsten dat nodig is om de netto contante waarde van een investering op nul te doen uitkomen en die berekend wordt aan de hand van een cashflowberekening;96° ontsloten wooneenheid of gebouw : wooneenheid die of gebouw dat aangesloten is op een aardgasdistributienet of aansluitbare wooneenheid of gebouw;97° openbaredienstverplichting : verplichting die betrekking heeft op de sociaaleconomische, ecologische of technische aspecten van de energievoorziening;98° peil van globale warmte-isolatie (of K-peil) : peil van de globale warmte-isolatie zoals dat gedefinieerd is volgens de Belgische norm of de door de Vlaamse overheid vastgelegde specificaties;99° peil van primair energieverbruik (of E-peil) : peil dat de globale energetische prestatie weergeeft en uitgedrukt wordt door de verhouding van het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik tot een referentiewaarde; 100° plaatselijk vervoernet van elektriciteit : het geheel van elektrische leidingen met een nominale spanning tot en met 70 kilovolt en de bijbehorende installaties, die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest, dat voornamelijk gebruikt wordt om het vervoer van elektriciteit naar distributienetten mogelijk te maken en dat wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 4.1.2; 101° primair energieverbruik : de totale hoeveelheid energie die Vlaanderen nodig heeft om aan de energiebehoefte te voldoen;102° producent : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit opwekt, biogas produceert en/of aardgas wint;103° promotor-bouwheer : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die als geregelde werkzaamheid heeft om woningen of appartementen op te richten, te laten oprichten of te verbouwen om ze onder bezwarende titel te vervreemden;104° protocol van Kyoto : protocol van Kyoto bij het raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, opgemaakt in Kyoto op 11 december 1997 en goedgekeurd bij het
decreet van 22 februari 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/02/2002
pub.
23/03/2002
numac
2002035306
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende instemming met het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, en met de Bijlagen A en B, opgemaakt te Kyoto op 11 december 1997
sluiten;105° rationeel energiebeheer : het geheel van handelingen die ondernomen worden om het energiegebruik te meten, te analyseren, te verminderen en te volgen met het oog op het verkrijgen van een rationeel energiegebruik, met inbegrip van het volgen van vormingsactiviteiten rond rationeel energiegebruik en het ondernemen van haalbaarheidsstudies voor de installatie van een energiezuinig product, systeem of een energiezuinige techniek;106° rationeel energiegebruik : het zo efficiënt mogelijke gebruik van energie;107° reconciliatie : onderlinge verrekening tussen marktpartijen op basis van het verschil tussen gealloceerde en werkelijk gemeten energiehoeveelheden;108° referentiejaar : met betrekking tot een vliegtuigexploitant die na 1 januari 2006 zijn exploitatie in de Gemeenschap is begonnen, het eerste kalenderjaar van die exploitatie;in alle andere gevallen, het kalenderjaar dat is ingegaan op 1 januari 2006; 109° referentieproject : project voor het installeren en monitoren bij een eerste gebruiker, die niet de ontwikkelaar, fabrikant of distributeur is, van voor het Vlaamse Gewest nieuwe energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën of van voor het Vlaamse Gewest nieuwe toepassingen van energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën door de ontwikkelaar, fabrikant of distributeur ervan;110° REG-actieplan : actieplan voor de bevordering van het rationeel energiegebruik, waarbij de acties minstens bestaan uit het geven van een financiële stimulans aan de afnemers voor het uitvoeren van maatregelen en uit het verlenen van informatie, waardoor de aandacht op de actie wordt gevestigd en de doelgroep de nodige informatie krijgt over de besparingsmogelijkheden ervan;111° rendabele investeringen : investeringen met een interne rentevoet na belastingen die hoger is dan een minimum, dat vastgelegd is door de Vlaamse Regering;112° richtlijn 2002/91/EG : richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestaties van gebouwen;113° richtlijn 2003/87/EG : richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad;114° startverklaring : een schriftelijke verklaring met de startdatum van de werkzaamheden en het overzicht van de prestaties inzake EPB-eisen die voor het gebouw worden nagestreefd;115° subsidieovereenkomst : een overeenkomst waarin de rechten en de verplichtingen van de Vlaamse Regering en van de begunstigde van de subsidie worden geregeld;116° technische reglementen : het technisch reglement distributie elektriciteit, het technisch reglement distributie gas en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit; 117° technisch reglement distributie elektriciteit : de technische en operationele regels die verbonden zijn aan het beheer van het elektriciteitsdistributienet, inclusief de regels inzake aansluiting, meting en toegang, vermeld in artikel 4.2.1; 118° technisch reglement distributie gas : de technische en operationele regels die verbonden zijn aan het beheer van het aardgasdistributienet, inclusief de regels inzake aansluiting, meting en toegang, vermeld in artikel 4.2.1; 119° technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit : de technische en operationele regels die verbonden zijn aan het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, inclusief de regels inzake aansluiting, meting en toegang, vermeld in artikel 4.2.1; 120° titularis van een toegangspunt : natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het toegangsregister bekend staat als afnemer of producent op het toegangspunt in kwestie;121° toegangshouder : natuurlijke persoon of rechtspersoon die een contract heeft gesloten met een netbeheerder, beheerder van het transmissienet of beheerder van het vervoernet met betrekking tot de toegang tot diens net op een bepaald toegangspunt;122° toegangspunt : afnamepunt of injectiepunt;123° toegangsregister : register met alle toegangspunten van een bepaald net, dat opgesteld en beheerd wordt door de betrokken netbeheerder, beheerder van het transmissienet of beheerder van het vervoernet, en waarin onder meer voor ieder toegangspunt de titularis van het toegangspunt en de toegangshouder worden vermeld;124° ton CO2-equivalent : een metrische ton koolstofdioxide (CO2) of een hoeveelheid van een ander broeikasgas met een gelijkwaardig aardopwarmingspotentieel;125° transmissienet : het transmissienet, vermeld in artikel 2, 7°, van de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
24/06/2016
numac
2016000390
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011160
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/02/2014
numac
2014000038
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
08/03/2018
numac
2018011073
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;126° tussenpersoon : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas koopt met het oog op de doorverkoop aan een andere tussenpersoon of leverancier;127° verslaggever : de natuurlijke persoon, houder van het diploma van architect, burgerlijk ingenieur-architect, burgerlijk ingenieur, industrieel ingenieur, technisch ingenieur of bio-ingenieur of een daarmee gelijkgesteld buitenlands diploma, die in opdracht van de aangifteplichtige de startverklaring overmaakt aan het Vlaams Energieagentschap en de EPB-aangifte opstelt of de rechtspersoon, binnen wiens organisatie in opdracht van de aangifteplichtige de startverklaring overgemaakt wordt aan het Vlaams Energieagentschap en de EPB-aangifte opgesteld wordt door een zaakvoerder, bestuurder of werknemer, houder van het diploma van architect, burgerlijk ingenieur architect, burgerlijk ingenieur, industrieel ingenieur, technisch ingenieur of bio-ingenieur of een daarmee gelijkgesteld buitenlands diploma;128° vervoernet : het vervoernet, vermeld in artikel 1, 10°, van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/04/1965
pub.
08/03/2007
numac
2007000126
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers
sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;129° vervoeronderneming : vervoeronderneming, vermeld in artikel 1, 9°, van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/04/1965
pub.
08/03/2007
numac
2007000126
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers
sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;130° Vlaams Energieagentschap : het agentschap dat opgericht werd door het
besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/01/2003
pub.
05/02/2003
numac
2003011027
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
16/01/2003
pub.
29/06/2009
numac
2009000415
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten1 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap, het Vlaamse Energieagentschap;131° vliegtuigexploitant : persoon die een luchtvaartuig exploiteert op het moment dat die een door de Vlaamse Regering nader te bepalen luchtvaartactiviteit uitoefent, of, wanneer die persoon niet bekend is of niet is geïdentificeerd door de eigenaar van het vliegtuig, de eigenaar van het vliegtuig; 132° VREG : het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, dat overeenkomstig artikel 3.1.1 wordt opgericht; 133° wanbetaling : de niet-betaling of onvolledige betaling van minstens één elektriciteits- of aardgasfactuur;134° warmtedoorgangscoëfficiënt (of U-waarde) : de warmtedoorgang door een constructieonderdeel per eenheid van oppervlakte, eenheid van tijd en eenheid van temperatuurverschil tussen de omgevingen aan beide zijden van het deel, zoals die gedefinieerd is volgens de Belgische norm of de door de Vlaamse overheid vastgelegde specificaties;135° warmtekrachtcertificaat : uniek, verhandelbaar en overdraagbaar immaterieel goed dat aantoont dat een bepaalde productie-installatie in een bepaalde periode 1 000 kWh primaire energiebesparing heeft gerealiseerd door gebruik te maken van kwalitatieve warmtekrachtkoppeling ten opzichte van een moderne referentiecentrale en een moderne referentieketel en/of 1 000 kWh elektriciteit heeft opgewekt uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling;136° warmtekrachtinstallatie : installatie die in één proces thermische warmte en elektrische of mechanische energie opwekt;137° warmtekrachtkoppeling : gelijktijdige opwekking in één proces van thermische warmte en elektrische of mechanische energie;138° werkmaatschappij : de privaatrechtelijke vennootschap waarin de distributienetbeheerder participeert of de publiekrechtelijke rechtspersoon die participeert in de distributienetbeheerder, die in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder belast is met de exploitatie van zijn net en de toepassing van openbaredienstverplichtingen;139° wooneenheid : elke eenheid in een woongebouw die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren. TITEL II. - DOELSTELLINGEN Artikel 2.1.1 In het kader van de totstandbrenging en de werking van een goed werkende elektriciteits- en gasmarkt en rekening houdend met de noodzaak om het milieu in stand te houden en te verbeteren, is het Vlaamse energiebeleid erop gericht : 1° de werking van de Vlaamse elektriciteits- en gasmarkt te waarborgen;2° de continuïteit van de energievoorziening in het Vlaamse Gewest te waarborgen;3° energie-efficiëntie, energiebesparing en de ontwikkeling van nieuwe en duurzame energie te stimuleren;4° de interconnectie van energienetwerken te bevorderen. TITEL III. - INSTELLINGEN HOOFDSTUK 1. - De Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt Afdeling I. - Oprichting Artikel 3.1.1 § 1. Er wordt een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap opgericht als vermeld in artikel 13 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid. Dit agentschap draagt als naam Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt, afgekort VREG. Alle officiële akten, officiële aankondigingen of andere officiële stukken die van het agentschap uitgaan, moeten de benaming van het agentschap vermelden, met onmiddellijk daarvoor of daarna, leesbaar en voluit geschreven, de woorden « publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap ». § 2. De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het agentschap behoort. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de vestigingsplaats van de zetel van het agentschap. § 4. De bepalingen van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid zijn van toepassing op de VREG, met uitzondering van artikel 23, § 2, tweede lid, dat niet van toepassing is op de vertrouwelijke gegevens, vermeld in artikel 3.1.12 van dit decreet.
Afdeling II. - Missie, Taken en Bevoegdheden Artikel 3.1.2 De VREG heeft als missie de regulering van, de controle op en de bevordering van de transparantie van de elektriciteits- en gasmarkt in het Vlaamse Gewest.
Artikel 3.1.3 Om haar missie waar te maken, vervult de VREG de volgende taken : 1° toezichthoudende en controlerende taken : a) het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van titels IV, V, VI en hoofdstuk I tot en met IV van titel VII van dit decreet, evenals de bijbehorende uitvoeringsbepalingen;b) het toezicht en de controle op de naleving van de technische reglementen;2° regulerende taken : de regulering van toegang tot en de werking van de elektriciteits- en gasmarkt, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;3° taken in verband met de bemiddeling en de beslechting van geschillen : a) het bemiddelen in geschillen met betrekking tot de toegang tot het distributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de toepassing van de technische reglementen;b) het beslechten van geschillen die betrekking hebben op de toegang tot het distributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de toepassing van de technische reglementen, met uitzondering van de geschillen die betrekking hebben op de burgerlijke rechten in de zin van artikel 144 van de Grondwet;4° informerende taken : a) het informeren van de marktactoren en de afnemers van elektriciteit en aardgas over de werking van de elektriciteits- en aardgasmarkt;b) het informeren van de afnemers van elektriciteit en aardgas over de prijzen en voorwaarden die de leveranciers hanteren, met inbegrip van het aanbieden of laten aanbieden van een objectieve vergelijking van die prijzen en voorwaarden;c) het opstellen en publiceren van statistieken en gegevens met betrekking tot de elektriciteits- en gasmarkt;5° adviserende taken : a) het op verzoek of op eigen initiatief verlenen van adviezen met betrekking tot de elektriciteits- en gasmarkt aan de minister of de Vlaamse Regering;b) het uitvoeren van studies of onderzoeken betreffende de elektriciteits- en gasmarkt, op eigen initiatief of op verzoek van de minister of de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering kan nadere regels uitvaardigen voor de in het eerste lid vermelde aangelegenheden. In deze regels kunnen de taken van de VREG verder worden gepreciseerd en geconcretiseerd.
De VREG kan door de Vlaamse Regering worden belast met bijzondere opdrachten die met haar missie en taken verband houden en die conform de voorwaarden van de beheersovereenkomst zullen worden uitgevoerd.
Artikel 3.1.4 § 1. Met het oog op de vervulling van haar taken is de VREG gerechtigd om alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en taken. § 2. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen in het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid, beschikt de VREG ook over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden, die ze uitoefent in overeenstemming met de bepalingen in dit decreet, de bijbehorende uitvoeringsbepalingen, en de beheersovereenkomst die haar verbindt : 1° het aangaan van overeenkomsten met derden;2° het opleggen van administratieve sancties wegens overtreding van de bepalingen van titels IV, V, VI en hoofdstuk I tot en met IV van titel VII van dit decreet, evenals de bijbehorende uitvoeringsbepalingen;3° de aanwijzing, de wijziging en beëindiging van de aanwijzing van de netbeheerders;4° het toekennen aan een distributienetbeheerder van de toestemming om een beroep te doen op een werkmaatschappij;5° de toekenning van leveringsvergunningen, de wijziging en de opheffing ervan;6° het opstellen van de technische reglementen;7° de toekenning van groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten, groenewarmtecertificaten en garanties van oorsprong, en het beheer van die certificaten en garanties van oorsprong in een centrale databank;8° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten en het tot stand brengen van duurzame samenwerkingsverbanden, de zogenaamde partnerschapovereenkomsten met de regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt. Afdeling III. - Bestuur en werking Onderafdeling I. - Raad van bestuur Artikel 3.1.5 § 1. De VREG wordt bestuurd door een raad van bestuur die is samengesteld uit minstens drie leden. § 2. De Vlaamse Regering wijst onder de leden van de raad van bestuur de voorzitter aan.
Artikel 3.1.6 Alle leden van de raad van bestuur zijn stem-gerechtigd.
Artikel 3.1.7 Zonder afbreuk te doen aan de onverenigbaarheden, vermeld in artikel 21, § 1, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid, is het mandaat van bestuurder van de VREG onverenigbaar met : 1° iedere functie of activiteit, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een neteigenaar of marktpartij.Het verbod blijft van kracht gedurende één jaar na afloop van het mandaat bij de VREG; 2° het bezit van aandelen, of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren, uitgegeven door een neteigenaar of marktpartij, of het bezit van financiële instrumenten die het mogelijk maken om dergelijke aandelen of waardepapieren te verwerven of over te dragen, of die aanleiding geven tot een betaling in contanten die hoofdzakelijk afhankelijk is van de evolutie van de waarde van dergelijke aandelen of waardepapieren;3° het lid zijn van de wetgevende kamers, het Europees Parlement en de gemeenschaps- en gewestraden;4° de functie of het ambt van minister, staatssecretaris, lid van gewest- of gemeenschapsregering, lid van het kabinet van een lid van de federale regering of van een gemeenschaps- of gewestregering, lid van de bestendige deputatie van de provincieraden en lid van het college van burgemeester en schepenen van een gemeente. Als een bestuurder de bepalingen in het eerste lid overtreedt, geldt de regeling in artikel 21, § 2, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid.
Artikel 3.1.8 De raad van bestuur beschikt over de volheid van bestuursbevoegdheid en beslist in alle aangelegen-heden waarvoor de VREG krachtens dit decreet bevoegd is.
Tot de bevoegdheden van de raad van bestuur, waarvoor geen delegatie mogelijk is, behoren, naast de bevoegdheden in andere decreten, in elk geval : 1° het sluiten, op voorstel van de gedelegeerd bestuurder, van de beheersovereenkomst;2° het opstellen van het ontwerp van begroting en van de rekeningen;3° het vaststellen, op voorstel van de gedelegeerd bestuurder, van het jaarlijks ondernemingsplan, evenals een operationeel plan op middellange en lange termijn als vermeld in artikel 15, § 1, 4°, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid;4° het beslissen over de deelname van de VREG aan de oprichting van of de deelname in andere publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen, het bestuur of de leiding en de financiering van die rechtspersonen;5° de goedkeuring van de rapportering over de uitvoering van de beheersovereenkomst;6° het rapporteren over de uitvoering van de begroting;7° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten en het tot stand brengen van duurzame samenwerkingsverbanden met andere regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt. Onderafdeling II. - Gedelegeerd bestuurder Artikel 3.1.9 § 1. De Vlaamse Regering stelt de gedelegeerd be-stuurder van de VREG aan. Die maakt deel uit van de raad van bestuur. § 2. Als de gedelegeerd bestuurder niet langer lid van de raad van bestuur is, neemt ook zijn opdracht als gedelegeerd bestuurder van rechtswege een einde. In die situatie geldt de regeling in artikel 18 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid.
In het geval, vermeld in het eerste lid, doet de Vlaamse Regering onverwijld het nodige om een nieuwe gedelegeerd bestuurder aan te stellen.
Artikel 3.1.10 § 1. De gedelegeerd bestuurder is, binnen de perken van dit decreet, de bijbehorende uitvoeringsbepa-lingen en het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 3.1.11, belast met het dagelijks bestuur van de VREG. Het huishoudelijk reglement legt de taken van het dagelijks bestuur vast. Die taken omvatten in elk geval het nemen van de beslissingen ter uitvoering van de bevoegdheden van de VREG, vermeld in artikel 3.1.4, § 2, 1° tot en met 7°. § 2. De gedelegeerd bestuurder is belast met de voorbereiding van de beslissingen van de raad van bestuur. Hij verstrekt aan de raad van bestuur alle inlichtingen en brengt alle voorstellen die voor de werking van de VREG nuttig of nodig zijn op de agenda van de raad van bestuur. § 3. De gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigt de VREG in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen, met inbegrip van het optreden voor administratieve rechtscolleges, en treedt rechtsgeldig in naam en voor rekening van de VREG op, zonder dat hij dat aan de hand van een beslissing van de raad van bestuur moet staven. § 4. Zonder afbreuk te doen aan de rechtspositieregeling van het personeel, kan de gedelegeerd bestuurder onder zijn verantwoordelijkheid een of meerdere specifieke bevoegdheden delegeren aan een of meer personeelsleden van de VREG. Die delegatie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 5. De gedelegeerd bestuurder voert de beslissingen van de raad van bestuur uit. § 6. De gedelegeerd bestuurder is belast met de leiding van het personeel.
Afdeling IV. - Huishoudelijk reglement Artikel 3.1.11 § 1. De raad van bestuur stelt een huishoudelijk reglement op, dat inzonderheid de volgende inhoud heeft : 1° de regels inzake de bijeenroeping van de raad van bestuur, op verzoek van de Vlaamse Regering of haar afgevaardigde, de voorzitter van de raad van bestuur of de gedelegeerd bestuurder;2° de regels inzake het voorzitterschap van de raad van bestuur, en de regels bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter;3° de nadere precisering van het dagelijks bestuur;4° de regels die de raad van bestuur in acht moet nemen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;5° de voorwaarden die de raad van bestuur moet respecteren bij de behartiging van bijzondere vraagstukken;6° de regels op grond waarvan de leden van de raad van bestuur zich op kosten van de VREG kunnen laten bijstaan door technische raadgevers. § 2. De raad van bestuur legt het huishoudelijk reglement en iedere wijziging of aanvulling ervan ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. § 3. De Vlaams Regering neemt haar beslissing ter goedkeuring van het huishoudelijke reglement of een wijziging of aanvulling ervan binnen zestig kalenderdagen na de in § 2 vermelde mededeling. Bij ontstentenis van een beslissing binnen die termijn wordt het huishoudelijk reglement verondersteld te zijn goedgekeurd.
In voorkomend geval wordt de beslissing tot niet-goedkeuring onverwijld meegedeeld aan de raad van bestuur, die, rekening houdend met de opmerkingen van de regering, de nodige aanpassingen verricht.
Daarna wordt het huishoudelijk reglement opnieuw ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering, waarna opnieuw de procedure vermeld in § 2 en § 3 moet worden toegepast totdat de goedkeuring wordt verkregen. § 4. Het huishoudelijk reglement wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Afdeling V. - Beroepsgeheim Artikel 3.1.12 De bestuurders en de personeelsleden van de VREG zijn gebonden door het beroepsgeheim. Zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis komen op grond van hun functie bij de VREG aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opge-roepen om in rechte te getuigen of in het kader van de uitwisseling van gegevens met de regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt, voor zover die gegevensuitwisseling nadrukkelijk bepaald of toegestaan is in verordeningen of richtlij-nen die de instellingen van de Europese Unie hebben vastgesteld, of als met die instanties een overeenkomst is gesloten, als vermeld in artikel 3.1.4, § 2, 8°.
Afdeling VI. - Financiële middelen Artikel 3.1.13 § 1. De VREG kan beschikken over de volgende ontvangsten : 1° de dotatie;2° retributies voor zover die bij decreet aan de VREG toegewezen zijn;3° ontvangsten die voortvloeien uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot eigen domeingoederen;4° de subsidies waarvoor de VREG als begunstigde in aanmerking komt;5° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven;6° vergoedingen voor prestaties aan derden, volgens de voorwaarden in de beheersovereenkomst. § 2. Tenzij het in een decreet anders is bepaald, worden de ontvangsten, vermeld in § 1, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven.
HOOFDSTUK II. - Het Energiefonds Artikel 3.2.1 § 1. Er wordt een Energiefonds opgericht. Dit fonds is een begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. § 2. Aan het Energiefonds worden de volgende inkomsten toegewezen : 1° opbrengsten uit heffingen en administratieve geldboetes die decretaal aan het Energiefonds worden toegewezen;2° andere middelen aan het Energiefonds toegewezen krachtens wettelijke, decretale of conventionele bepalingen. § 3. De Vlaamse Regering beschikt over de kredieten van het Energiefonds voor de financiering van de openbaredienstverplichtingen en de taken die in dit decreet vermeld zijn, haar sociale energiebeleid, haar beleid inzake het rationeel energiegebruik, haar beleid inzake de hernieuwbare energiebronnen en haar beleid inzake de flexibele mechanismen van het protocol van Kyoto.
TITEL IV. - DE ORGANISATIE VAN DE ELEKTRICITEITS- EN AARDGASMARKT IN HET VLAAMSE GEWEST HOOFDSTUK I. - Het beheer van de distributienetten en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest Afdeling I. - Aanwijzing van de netbeheerders Artikel 4.1.1 De VREG wijst, voor een geografisch afgebakend gebied, een rechtspersoon aan die belast is met het beheer van het elektriciteits- of aardgasdistributienet in dat gebied.
Als het distributienet in kwestie geheel of gedeeltelijk eigendom is van een gemeente of groep van gemeenten, doet de VREG de aanwijzing op voorstel van die gemeente of groep van gemeenten. De VREG kan alleen afwijken van dit voorstel, als de voorgestelde netbeheerder niet voldoet aan de voorwaarden, vastgesteld ter uitvoering van artikel 4.1.4, § 1, 1°.
Artikel 4.1.2 De VREG stelt een lijst op met de elektrische leidingen met een nominale spanning van minder dan of gelijk aan 70 kilovolt, en de bijbehorende installaties, die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest en die voornamelijk gebruikt worden voor het vervoer van elektriciteit naar distributienetten. Dat geheel van elektrische leidingen en installaties vormt het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
De VREG wijst een rechtspersoon aan die belast wordt met het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest, zoals vermeld in het eerste lid.
Alleen de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan elektrische leidingen aanleggen en beheren met een nominale spanning van minder dan of gelijk aan 70 kilovolt, die gebruikt worden voor het vervoer van elektriciteit naar distributie-netten.
Op eigen initiatief of op verzoek van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan de VREG de lijst wijzigen van het geheel van elektrische leidingen en installaties die het plaatselijk vervoernet van elektriciteit uitmaken, als vermeld in het eerste lid.
Artikel 4.1.3 De aanwijzing, vermeld in artikel 4.1.1 en artikel 4.1.2, tweede lid, is geldig voor een hernieuwbare termijn van twaalf jaar.
Artikel 4.1.4 § 1. De Vlaamse Regering bepaalt, op advies van de VREG : 1° de voorwaarden waaraan een kandidaat-netbeheerder moet voldoen om te kunnen worden aangewezen als netbeheerder en waaraan een netbeheerder moet blijven voldoen om aangewezen te blijven als netbeheerder;2° de voorwaarden en gevallen waarin kan of moet worden overgegaan tot wijziging van de aanwijzing of beëindiging van de aanwijzing van de netbeheerder;3° de procedure die nageleefd moet worden bij de aanwijzing van een netbeheerder, evenals bij de wijziging en de beëindiging van een aanwijzing van een netbeheerder. § 2. De voorwaarden, vermeld in § 1, 1°, hebben in ieder geval betrekking op : 1° de technische, organisatorische en financiële capaciteit van de (kandidaat-)netbeheerder;2° de professionele betrouwbaarheid van de (kandidaat-)netbeheerder;3° het exploitatie- of gebruiksrecht van de (kandidaat-)netbeheerder over het distributienet in kwestie;4° de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de (kandidaat-)elektriciteitsdistributienetbeheerder ten aanzien van de leveranciers, tussenpersonen en producenten die actief zijn in het Vlaamse Gewest, en de met deze ondernemingen verbonden en geassocieerde ondernemingen en de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de (kandidaat-)aardgasdistributienetbeheerder ten aanzien van de leveranciers, tussenpersonen en aardgasinvoerders die actief zijn in het Vlaamse Gewest. § 3. De voorwaarden, vermeld in § 2, 4°, hebben onder meer betrekking op de activiteiten van de netbeheerder, de deelneming van andere ondernemingen in de netbeheerder, de deelneming van de netbeheerder in andere ondernemingen, de verhouding van de netbeheerder tot derden, het bestuursorgaan van de netbeheerder, het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de netbeheerder en de personeelsleden van de netbeheerder. § 4. De voorwaarden en gevallen waarin kan of moet worden overgegaan tot wijziging van de aanwijzing of beëindiging van de aanwijzing van de netbeheerder, vermeld in § 1, 2°, bepalen onder meer dat de aanwijzing van de netbeheerder eindigt bij faillissement, ontbinding of fusie en dat de VREG de aanwijzing van een netbeheerder kan herroepen, op voorwaarde dat die werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, bij : 1° een significante wijziging in het aandeelhouderschap van de netbeheerder of de werkmaatschappij waarop de netbeheerder een beroep doet, die de onafhankelijkheid van het beheer van het net in kwestie in gevaar zou kunnen brengen;2° een grove tekortkoming van de netbeheerder of de werkmaatschappij waarop hij een beroep doet, met betrekking tot de verplichtingen krachtens dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan. Afdeling II. - Werkmaatschappij Artikel 4.1.5 Als een distributienetbeheerder voor de exploitatie van het distributienet en de uitvoering van openbaredienstverplichtingen een beroep wil doen op een werkmaatschappij, moet voorafgaandelijk toestemming verkregen worden van de VREG. De distributienetbeheerder kan op elk moment slechts beroep doen op één werkmaatschappij gedurende de door de distributienetbeheerder bepaalde en door de VREG aanvaarde periode. Die periode is niet langer dan de duur van de aanwijzing van de distributienetbeheerder, maar is hernieuwbaar na afloop van die termijn.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de nadere voorwaarden waaraan de distributienetbeheerder en de werkmaatschappij waarop ze een beroep wil doen, moeten voldoen. Die voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.4, § 2, en de (mede)zeggenschap van de distributienetbeheerder over de werkmaatschappij.
De VREG geeft haar toestemming, zoals vermeld in het eerste lid, als zij van mening is dat de werkmaatschappij voldoet aan de voorwaarden die opgelegd zijn ter uitvoering van het vorige lid en aan de voorwaarden, vermeld in de artikelen 4.1.7 en 4.1.8.
De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de toestemming van de VREG moet worden gevraagd en de procedure voor het onderzoek en het verlenen van de toestemming.
Afdeling III. - Activiteiten van de netbeheerders Onderafdeling I. - Beheer van het Net Artikel 4.1.6 Het beheer van een distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit omvat, onder meer, de volgende taken : 1° het beheer van de elektriciteits- of aardgasstromen op zijn net, met daarbij het waarborgen van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van zijn net, en in dat verband, het instaan voor de nodige ondersteunende diensten;2° het aanhouden van voldoende capaciteit om de elektriciteits- en aardgasbehoefte te dekken van de afnemers die aangesloten zijn op zijn net en het vervoer van elektriciteit en aardgas naar distributienetten mogelijk te maken;3° de uitbreiding van zijn net in het geografisch afgebakende gebied waarvoor hij werd aangewezen of, als er nog geen net aanwezig is, de aanleg van het net in dit geografisch afgebakende gebied;4° de herstelling, het preventieve onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn net en de bijbehorende installaties;5° het herstellen van onderbrekingen en storingen bij de elektriciteits- of aardgastoevoer via zijn net;6° het opstellen, het bewaren en ter beschikking stellen van de plannen van zijn net;7° het aansluiten, verzegelen, afsluiten en heraansluiten van installaties op zijn net en het verzwaren van de aansluitingen op zijn net;8° het verlenen van toegang tot zijn net;9° het beheren van het toegangsregister van zijn net;10° het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud en het herstellen van meters en tellers op de toegangspunten op zijn net;11° het aflezen van de meters en tellers op de toegangspunten op zijn net, de bepaling van de injectie en de afname van de producenten en afnemers die aangesloten zijn op zijn net en de verwerking en de bewaring van die gegevens;12° het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming, de producenten, de evenwichtsverantwoordelijken, de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers, de afnemers en de VREG;13° het verstrekken van de nodige inlichtingen aan de beheerders van de netten waarmee zijn net in kwestie verbonden is, om een veili …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.