← België

Wet houdende instemming met het Statuut van Rome van het Internationaal Strafgerechtshof, gedaan te Rome, op 17 juli 1998. - Addendum

Kort samengevat

Deze wet stemt in met het Statuut van Rome van het Internationaal Strafgerechtshof en voegt een addendum toe met het Reglement voor de proces- en bewijsvoering, dat de toepassing van het Statuut regelt. Het beschrijft de interne werking van het Hof, de taken van de aanklager en de griffie, en de bescherming van slachtoffers en getuigen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING 25 MEI 2000. - Wet houdende instemming met het Statuut van Rome van het Internationaal Strafgerechtshof, gedaan te Rome, op 17 juli 1998. - Addendum In het Belgisch Staatsblad van 1 december 2000, blz. 40367, moet de bijlage die hier volgt bijgevoegd worden. Reglement voor de proces- en bewijsvoering van het Internationaal Strafgerechtshof Toelichtende noot : Het reglement voor de proces- en bewijsvoering is een instrument voor de toepassing van het Statuut van het Internationaal Strafgerechtshof (Statuut van Rome), waaraan het altijd ondergeschikt is. Bij de uitwerking van het reglement is erop toegezien dat de bepalingen van het Statuut niet worden geparafraseerd en indien mogelijk niet worden herhaald. Het reglement verwijst in voorkomend geval expliciet naar het Statuut teneinde het bestaande verband tussen beide teksten te onderstrepen, zulks overeenkomstig artikel 51, inzonderheid het vierde en vijfde punt ervan. Het reglement moet in ieder geval worden gelezen rekening houdend met de bepalingen van het Statuut waaraan het ondergeschikt is. Het reglement voor de proces- en bewijsvoering doet geenszins afbreuk aan de procedureregels die iedere rechtbank of ieder nationaal rechtsstelsel in het kader van de nationale vervolgingen toepast. HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Regel 1. - Gebruik van de termen In dit document : wordt onder « artikel » de artikelen van het Statuut van Rome verstaan; wordt onder « kamer » de kamers van het Hof verstaan; wordt onder « hoofdstuk » de hoofdstukken van het Statuut van Rome verstaan; wordt onder « rechter-voorzitter » de rechter die een kamer voorzit, verstaan; wordt onder « voorzitter » de voorzitter van het Hof verstaan; wordt onder « reglement van het Hof » het reglement van het Hof verstaan; wordt onder « reglement » het reglement voor de proces- en bewijsvoering verstaan. Regel 2 Authentieke teksten Het reglement is goedgekeurd in de officiële talen van het Hof zoals die zijn opgesomd in artikel 50, § 1. Alle teksten zijn gelijkelijk authentiek. Regel 3 Wijzigingen 1. De wijzigingen die overeenkomstig artikel 51, tweede punt, worden voorgesteld om in het reglement te worden aangebracht, worden gericht aan de voorzitter van het Bureau van de Vergadering van Staten die Partij zijn.2. De voorzitter van het Bureau van de Vergadering van Staten die Partij zijn, ziet erop toe dat alle ontwerp-wijzigingen worden vertaald in de officiële talen van het Hof en aan de Staten die Partij zijn, worden bezorgd.3. De procedure bedoeld in voornoemd eerste en tweede punt is eveneens van toepassing op de voorlopige regels waarin artikel 51, derde punt, voorziet. HOOFDSTUK 2. - Samenstelling en dagelijks bestuur van het Hof Afdeling 1. - Algemene bepalingen betreffende de samenstelling en het dagelijks bestuur van het Hof Regel 4 Voltallige zittingen 1. De rechters vergaderen ten laatste twee maanden na hun verkiezing in voltallige zitting.Tijdens die eerste zitting, na de in regel 5 plechtige gelofte te hebben afgelegd, gaan de rechters over tot : a) de verkiezing van de voorzitter en van de ondervoorzitters;b) de toevoeging van de rechters aan de afdelingen.2. Vervolgens vergaderen de rechters ten minste een maal per jaar in voltallige zitting om de functies uit te oefenen waarmee zij krachtens het Statuut, het reglement en het reglement van het Hof zijn belast, en in buitengewone voltallige zitting die de voorzitter indien nodig op eigen initiatief of op verzoek van de helft van de rechters bijeenroept.3. Het Hof kan in voltallige zitting geldig beraadslagen ingeval twee derde van de rechters aanwezig zijn.4. Voor zover in het Statuut en het reglement niet anders is bepaald, spreekt het Hof zich uit in voltallige zitting bij meerderheid van de aanwezige rechters.Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of van de rechter die het Voorzitterschap waarneemt, doorslaggevend. 5. Het reglement van het Hof wordt zo spoedig mogelijk in voltallige zitting goedgekeurd. Regel 5 De in artikel 45 bedoelde plechtige gelofte 1. Overeenkomstig hetgeen in artikel 45 is bepaald en voordat de rechters hun taken krachtens dit Statuut aanvaarden, a) leggen zij de volgende plechtige gelofte af : « Ik verklaar plechtig dat ik mijn taken zal vervullen en mijn functie als rechter bij het Internationaal Strafgerechtshof eervol en met toewijding, onpartijdig en gewetensvol zal uitoefenen en dat ik het vertrouwelijke karakter van de onderzoeken en van de vervolgingen en het geheim van de beraadslagingen zal naleven.»; b) leggen de aanklager, de substituut-aanklagers, de griffier en de substituut-griffier de volgende plechtige gelofte af : « Ik verklaar plechtig dat ik mijn taken zal vervullen en mijn functie als (titel) bij het Internationaal Strafgerechtshof eervol en met toewijding, onpartijdig en gewetensvol zal uitoefenen en dat ik het vertrouwelijke karakter van de onderzoeken en van de vervolgingen zal naleven.» 2. De tekst van de gelofte, die wordt ondertekend door de betrokken persoon in aanwezigheid van de voorzitter of van een ondervoorzitter van het Bureau van de Vergadering van Staten die Partij zijn, wordt bij de griffie ondergebracht en toegevoegd aan het archief van het Hof. Regel 6 Plechtige gelofte van het personeel van de diensten van de aanklager, het griffiepersoneel, de tolken en vertalers 1. Elk personeelslid van het diensten van de aanklager of van de griffie legt vooraleer de functie aan te vangen, de volgende gelofte af : « Ik verklaar plechtig dat ik mijn taken zal vervullen en mijn functie van (titel) bij het Internationaal Strafgerechtshof eervol en met toewijding, onpartijdig en gewetensvol zal uitoefenen en dat ik het vertrouwelijke karakter van de onderzoeken en van de vervolgingen zal naleven.» De tekst van de gelofte, die wordt ondertekend door de betrokken persoon in aanwezigheid van, naargelang het geval, de aanklager, de substituut-aanklager, de griffier of de substituut-griffier wordt bij de griffie ondergebracht en toegevoegd aan het archief van het Hof. 2. Elke tolk en elke vertaler legt vooraleer de functie aan te vangen, de volgende gelofte af : « Ik verklaar plechtig dat ik mijn taken met toewijding, onpartijdig en met volledige inachtneming van het beroepsgeheim zal uitoefenen.» De tekst van de gelofte, die wordt ondertekend door de betrokken persoon in aanwezigheid van de voorzitter of van zijn vertegenwoordiger, wordt bij de griffie ondergebracht en toegevoegd aan het archief van het Hof. Regel 7 Aanwijzing van een enkele rechter op grond van artikel 39, tweede punt, b), iii) 1. Wanneer de Kamer van vooronderzoek op grond van artikel 39, tweede punt, b), iii), een rechter als alleen zetelend rechter aanwijst, neemt zij hierbij de vooropgestelde objectieve criteria in acht.2. De aangewezen rechter neemt de beslissingen die aangepast zijn aan de omstandigheden in de domeinen waarvoor in het Statuut of in het reglement niet expliciet is bepaald dat de Kamer van vooronderzoek zich daarover in voltallige zitting moet uitspreken.3. De Kamer van vooronderzoek kan ambtshalve of op verzoek van een partij beslissen zelf in voltallige zitting de functie van alleen zetelend rechter waar te nemen. Regel 8 Professionele gedragscode 1. De voorzitter werkt op voorstel van de griffier een ontwerp van professionele gedragscode voor de raden uit na het advies van de aanklager te hebben ingewonnen.De griffier houdt bij de voorbereiding van zijn ontwerp raadplegingen, zulks overeenkomstig hetgeen in regel 20, derde punt, is bepaald. 2. Het ontwerp van gedragscode wordt overeenkomstig artikel 112, zevende punt, meegedeeld aan de Vergadering van Staten die Partij zijn met het oog op de goedkeuring ervan.3. De procedure tot wijziging van de gedragscode wordt daarin omschreven. Afdeling II. - Diensten van de aanklager Regel 9 Werking van de diensten van de aanklager De aanklager stelt in het kader van de hem toegewezen taken inzake de leiding en het dagelijks bestuur van zijn diensten het reglement op waarin de werking ervan wordt geregeld. Bij de uitwerking of wijziging van het reglement, wint de aanklager het advies van de griffier in omtrent ieder probleem dat de werking van de griffie kan aantasten. Regel 10 Bewaring van de gegevens en van het bewijsmateriaal De aanklager is belast met de bewaring, de bewaking en de veiligheid van de gegevens en van de overtuigingsstukken die zijn verzameld tijdens het onderzoek gevoerd door zijn diensten. Regel 11 Delegatie van de functie van aanklager De aanklager of een substituut-aanklager kan de leden van de diensten van de aanklager met uitzondering van die bedoeld in artikel 44, vierde punt, machtigen hem te vertegenwoordigen in de uitoefening van zijn taken, met uitzondering van die welke hem op grond van het Statuut eigen zijn, te weten onder meer die omschreven in de artikelen 15 en 53 van het Statuut. Afdeling III. - Griffie Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen betreffende de griffie Regel 12 Kwalificaties en verkiezing van de griffier en van de substituut-griffier 1. Zodra het Voorzitterschap is verkozen, stelt het een lijst van kandidaten op die beantwoorden aan de criteria vermeld in artikel 43, derde punt, en deelt het de lijst mee aan de Vergadering van Staten die Partij zijn, waarbij het aan de Vergadering om aanbevelingen verzoekt.2. Zodra de voorzitter de eventuele aanbevelingen van de Vergadering van Staten die Partij zijn, heeft ontvangen, bezorgt hij de lijst en de aanbevelingen onverwijld aan het Hof dat in voltallige zitting vergadert.3. Overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 43, vierde punt, kiest het Hof dat voltallig zetelt, zo spoedig mogelijk de griffier bij absolute meerderheid en houdt het daarbij rekening met de eventuele aanbevelingen van de Vergadering van Staten die Partij zijn.Indien geen enkele kandidaat in de eerste ronde de absolute meerderheid behaalt, wordt overgegaan tot een nieuwe stemmingsronde tot wanneer een kandidaat de absolute meerderheid behaalt. 4. Ingeval een substituut-griffier nodig is, kan de griffier daartoe bij de voorzitter een aanbeveling doen.De voorzitter roept een voltallige zitting samen om daarover te oordelen. Ingeval het aldus zetelend Hof bij absolute meerderheid beslist dat een substituut-griffier moet worden verkozen, legt de griffier het een lijst van kandidaten voor. 5. De substituut-griffier wordt net zoals de griffier door het voltallig zetelend Hof verkozen. Regel 13 Taken van de griffier 1. Onverminderd de bevoegdheden die krachtens het Statuut zijn verleend aan de diensten van de aanklager inzake ontvangst, verkrijging en verspreiding van gegevens en de daartoe gebruikte wijzen van kennisgeving, is de griffier belast met alle mededelingen uitgaande van het Hof of bestemd voor het Hof.2. De griffier is in overleg met de voorzitter en de aanklager, evenals met de Gaststaat belast met de interne veiligheid van het Hof. Regel 14 Werking van de griffie 1. De griffier stelt in het kader van de hem toegewezen taken inzake beheer en dagelijks bestuur van de griffie het reglement op waarin de werking ervan wordt geregeld.Bij de uitwerking of wijziging van dat reglement wint de griffier het advies van de aanklager in omtrent ieder probleem dat de werking van zijn diensten kan aantasten. Het reglement van de griffie wordt door het Voorzitterschap goedgekeurd. 2. Het reglement van de griffie moet erin voorzien dat de raadslui van de verdediging een beroep kunnen doen op administratieve bijstand van de griffie binnen redelijke perken en op de aan de omstandigheden aangepaste wijze. Regel 15 Wijzigingen 1. De griffier houdt een gegevensbank met alle gegevens betreffende iedere zaak die bij het Hof aanhangig is gemaakt, zulks onder voorbehoud van de beschikkingen tot niet-bekendmaking die een rechter of een kamer ten opzichte van een bepaald document of van bepaalde gegevens kan geven en mits bescherming van delicate persoonlijke inlichtingen.Het publiek heeft toegang tot de gegevens die in de gegevensbank zijn opgenomen in de werktalen van het Hof. 2. De griffier houdt eveneens de andere dossiers van het Hof bij. Onderafdeling 2. - Taken van de griffie ten aanzien van de slachtoffers en van de getuigen Regel 16 Taken van de griffier ten aanzien van de slachtoffers en van de getuigen 1. Met betrekking tot de slachtoffers oefent de griffier overeenkomstig het Statuut en het reglement de volgende taken uit : a) berichten en kennisgevingen doen toekomen aan de slachtoffers of aan hun wettelijke vertegenwoordigers;b) hen helpen juridisch advies te bekomen en zich te laten vertegenwoordigen, alsook aan hun wettelijke vertegenwoordigers bijstand, ondersteuning en de adequate gegevens verstrekken, daaronder begrepen de apparatuur die zij nodig kunnen hebben om hun taken rechtstreeks uit te oefenen, teneinde hun rechten overeenkomstig de regels 89 tot 91 in alle stadia van de procedure te beschermen;c) hen overeenkomstig de regels 89 tot 91 helpen bij hun deelname aan de verschillende stadia van de procedure;d) in geval van slachtoffers van seksueel geweld, de specifieke maatregelen nemen om hun deelname aan alle stadia van de procedure te vergemakkelijken.2. In verband met de slachtoffers, de getuigen en anderen die in gevaar zijn vanwege door dergelijke getuigen afgelegde getuigenverklaringen vervult de griffier overeenkomstig het Statuut en het reglement de volgende taken : a) hen in kennis stellen van de rechten die hen op grond van het Statuut en het reglement worden erkend en van het bestaan, de taken en de beschikbaarheid van de Afdeling Hulp aan Slachtoffers en Getuigen;b) ervoor zorgen dat zij te gepasten tijde op de hoogte worden gebracht van de beslissingen van het Hof die hun belangen kunnen aantasten, zulks onverminderd de regels inzake vertrouwelijkheid.3. Met het oog op de vervulling van die taken kan de griffier een bijzonder register houden van de slachtoffers die de wens hebben geuit deel te nemen aan de procedure betreffende een bepaalde zaak.4. De griffier kan in naam van het Hof met de Staten onderhandelen over overeenkomsten inzake de nieuwe vestiging en de ondersteuning op het grondgebied van een Staat van getraumatiseerde of bedreigde personen, ongeacht of het gaat om slachtoffers, getuigen of andere personen die in gevaar zijn vanwege door dergelijke getuigen afgelegde getuigenverklaringen.Die overeenkomsten kunnen vertrouwelijk zijn. Regel 17 Taken van de Afdeling 1. De Afdeling voor Slachtoffers en Getuigen oefent haar taken uit overeenkomstig artikel 43, zesde punt.2. De Afdeling oefent overeenkomstig het Statuut en het reglement en in voorkomend geval in overleg met de Kamer, de aanklager en de verdediging de volgende taken uit : a) ten aanzien van alle getuigen en slachtoffers die voor het Hof verschijnen en van anderen die in gevaar zijn vanwege door dergelijke getuigen afgelegde getuigenverklaringen, alsook rekening houdend met hun eigen noden en met hun bijzondere situatie : i) hen bescherming en veiligheid bieden door adequate maatregelen en beschermingsplannen op korte en lange termijn uitwerken; ii) aan de organen van het Hof aanbevelingen doen met het oog op de goedkeuring van beschermingsmaatregelen en de betrokken Staten daarvan in kennis stellen; iii) hen helpen medische, psychologische en andere zorgen die zij nodig hebben, te verkrijgen; iv) aan het Hof en aan de partijen de mogelijkheid bieden tot vorming inzake trauma's, seksueel geweld, veiligheid en vertrouwelijkheid; v) in overleg met de diensten van de aanklager aanbevelingen doen voor de uitwerking van een gedragscode waarin de nadruk wordt gelegd op het essentieel belang van de veiligheid en van het beroepsgeheim ten behoeve van het onderzoeksteam van het Hof en van de verdediging, en van alle intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties die in voorkomend geval in naam van het Hof optreden; vi) indien nodig met de Staten samenwerken om de in deze regel bedoelde maatregelen te nemen; b) In geval van getuigen : i) hen bijstaan over de wijze waarop juridisch advies kan worden verkregen met het oog op de bescherming van hun rechten, inzonderheid naar aanleiding van hun getuigenverklaring; ii) hen bijstaan wanneer zij worden opgeroepen om voor het Hof te getuigen; iii) in geval van slachtoffers van seksueel geweld, de specifieke maatregelen nemen om hun getuigenverklaring in alle stadia van de procedure te vergemakkelijken. 3. De Afdeling besteedt bij de uitoefening van haar taken voldoende aandacht aan de bijzondere noden van kinderen, bejaarden en gehandicapte personen.Teneinde de deelname van kinderen die getuigen te vergemakkelijken en hen bescherming te waarborgen, wijst de Afdeling in voorkomend geval en met instemming van de ouders of van de wettelijke voogd, een begeleider aan die het kind in alle stadia van de procedure bijstaat. Regel 18 Taken van de Afdeling Opdat de Afdeling voor Hulp aan Slachtoffers en Getuigen haar taken nuttig en doeltreffend kan uitoefenen : a) ziet zij erop toe dat haar personeel in alle omstandigheden het beroepsgeheim in acht neemt;b) neemt zij, rekening houdend met de belangen eigen aan de diensten van de Aanklager, van de verdediging en van de getuigen, de belangen van de getuigen in acht, eventueel door een onderscheid te maken tussen getuigen à charge en getuigen à décharge, treedt zij onpartijdig op in het kader van haar samenwerking met alle partijen, zulks overeenkomstig de beslissingen genomen door de kamers;c) stelt zij gedurende alle stadia van de procedure en binnen redelijke perken administratieve en technische hulp ter beschikking van de getuigen, van de slachtoffers die voor het Hof verschijnen en van anderen die in gevaar zijn vanwege door dergelijke getuigen afgelegde getuigenverklaringen;d) zorgt zij voor opleiding van haar personeel in de materies betreffende de veiligheid, de integriteit en de waardigheid van de slachtoffers en van de getuigen, daaronder begrepen de specifieke maatregelen bij seksuele strafbare feiten en de culturele kenmerken;e) werkt zij in voorkomend geval samen met de intergouvernementele en de niet-gouvernementele organisaties. Regel 19 Specialisten die aan de Afdeling zijn verbonden Naast het personeel omschreven in artikel 43, zesde punt, en onder voorbehoud van artikel 44 kan de Afdeling voor Hulp aan Slachtoffers en Getuigen inzonderheid, indien nodig, over deskundigen beschikken op het vlak van : a) bescherming en veiligheid van getuigen;b) juridische en administratieve problemen, daaronder begrepen de aspecten betreffende het humanitaire recht en het strafrecht;c) logistiek;d) psychologische aspecten van de strafrechtelijke procedure;e) specifieke deskundigheid inzake seksueel geweld en culturele diversiteit;f) kinderen, inzonderheid getraumatiseerde kinderen;g) bejaarde personen, inzonderheid die welke het slachtoffer zijn van een trauma in verband met oorlog en verbanning;h) gehandicapte personen;i) sociale bijstand;j) medische zorgen;k) tolken en vertalen. Onderafdeling 3. - Raad van de verdediging Regel 20 Taken van de griffier in verband met de rechten van de verdediging 1. De griffier organiseert overeenkomstig artikel 43, eerste punt, het werk van de griffie op zodanige wijze dat de rechten van de verdediging overeenkomstig het in het Statuut vastgestelde beginsel inzake een eerlijk proces, worden gewaarborgd.Daartoe vervult hij inzonderheid de volgende taken : a) de bescherming van de vertrouwelijkheid vergemakkelijken zoals omschreven in artikel 67, eerste punt, b) ;b) hulp en bijstand verstrekken, alsook inlichtingen aan alle raadslui van de verdediging die voor het Hof verschijnen en indien nodig steun verlenen wanneer beroepsspeurders nodig zijn voor een effectieve en doeltreffend verloop van de verdediging;c) hulp verstrekken aan de aangehouden personen, aan de personen op wie de bepalingen van artikel 55, tweede punt, van toepassing zijn evenals aan de verdachten om juridisch advies en bijstand van een raadsman te verkrijgen;d) indien nodig advies verstrekken aan de aanklager en de kamers betreffende problemen inzake de verdediging;e) de apparatuur die de verdediging nodig kan hebben om rechtstreeks haar taken uit te oefenen, haar ter beschikking stellen;f) de verspreiding van gegevens en van de rechtspraak van het Hof onder de raadslui van de verdediging vergemakkelijken en in voorkomend geval samenwerken met de nationale ordes van advocaten of met iedere onafhankelijke instantie die advocatenverenigingen of de in het derde punt hierboven bedoelde raadslui vertegenwoordigen teneinde de juristen aan te moedigen zich in het recht van het Statuut en van het reglement te vervolmaken en te specialiseren.2. De griffier oefent de in het eerste punt hierboven omschreven taken uit, daaronder begrepen de taken inzake het financieel bestuur van de griffie teneinde de professionele onafhankelijkheid van de raadslui van de verdediging te waarborgen.3. Met het oog op de organisatie en de rechtsbijstand overeenkomstig regel 21 en de uitwerking van een professionele gedragscode overeenkomstig regel 8 wint de griffier indien nodig het advies in van iedere onafhankelijke instantie die advocatenverenigingen of raadslui vertegenwoordigt, inzonderheid van iedere instantie waarvan de oprichting door de Vergadering van Staten die Partij zijn, kan worden vergemakkelijkt. Regel 21 Ambtshalve toewijzing van een raadsman 1. Onder voorbehoud van artikel 55, tweede punt, c), en van artikel 67, eerste punt, worden de criteria en de procedures voor de ambtshalve aanwijzing van een raadsman aan behoeftige personen vastgelegd in het reglement van het Hof, op voordracht, voorgesteld door de griffie na raadpleging van elke onafhankelijke instantie die advocatenverenigingen of raadslui vertegenwoordigt waarvan gewag wordt gemaakt in regel 20, derde punt.2. De griffier gaat over tot de opstelling en de bijwerking van een lijst met raadslui die beantwoorden aan de criteria omschreven in regel 22 en in het reglement van het Hof.De betrokken persoon kiest zijn raadsman vrij uit die lijst of een andere raadsman die beantwoordt aan de bedoelde criteria en die aanvaardt in die lijst te worden ingeschreven. 3. Ingeval de ambtshalve aanwijzing van een raadsman wordt geweigerd, kan de betrokken persoon dit probleem voorleggen aan het Voorzitterschap dat een definitieve beslissing neemt.Ingeval het verzoek wordt verworpen, kan de betrokken persoon een ander verzoek richten tot de griffier ingeval hij bewijst dat er nieuwe omstandigheden zijn. 4. De persoon die ervoor kiest zichzelf te vertegenwoordigen, stelt de griffier hiervan zo spoedig mogelijk in kennis.5. Ingeval blijkt dat een zogenaamd behoeftig persoon dat niet is, kan de kamer die op dat tijdstip de zaak behandelt, een beschikking geven tot deelname in de kosten om de kosten van de ambtshalve aanwijzing te dekken. Regel 22 Benoeming en hoedanigheid van de raadsman van de verdediging 1. De raadsman van de verdediging moet over een erkende kennis inzake internationaal recht of strafrecht en inzake procedures bezitten en de vereiste kennis hebben verworven omtrent de strafrechtelijke procedure door de uitoefening van de functie van rechter, aanklager, advocaat of van een analoge functie.Hij moet een uitstekende kennis bezitten van ten minste een van de werktalen van het Hof en die vlot spreken. Hij kan zich laten bijstaan door andere personen met nuttige gespecialiseerde kennis ter zake, inzonderheid door professoren in de rechten. 2. De raadsman van de verdediging die is gekozen door een persoon welke gebruik maakt van het recht dat hem op grond van het Statuut is toegekend om een beroep te doen op een raadsman van zijn keuze, laat zo spoedig mogelijk zijn volmacht door de griffier optekenen.3. De raadslui van de verdediging zijn bij de vervulling van hun taken onderworpen aan de bepalingen van het Statuut, van het reglement, van het reglement van het Hof, van de professionele gedragscode voor de raadslui die overeenkomstig regel 8 is goedgekeurd en van ieder ander door het Hof goedgekeurd instrument dat verband houdt met hun functie. Afdeling IV. - Situaties die de werking van het Hof kunnen schaden Onderafdeling 1. - Afzetting en tuchtsancties Regel 23 Algemeen beginsel De rechters, de aanklager, de substituut-aanklagers, de griffier en de substituut-griffier worden uit hun functie ontzet of gesanctioneerd met tuchtmaatregelen in de gevallen bedoeld in en onder voorbehoud van de waarborgen omschreven in het Statuut en in dit reglement. Regel 24 Definitie van ernstige fout en ernstig plichtsverzuim 1. Overeenkomstig artikel 46, eerste punt, a), wordt onder « ernstige fout » het volgende verstaan : a) het gedrag dat in het kader van de uitoefening van een officiële functie onverenigbaar is met die functie en de goede rechtsbedeling bij het Hof of de goede interne werking ervan, ernstig schaadt of kan schaden, bijvoorbeeld : i) de bekendmaking van feiten of gegevens waarvan de betrokken persoon bij de uitoefening van zijn functie kennis heeft gekregen en die een hangend probleem betreffen, wanneer die bekendmaking de gerechtelijke procedures of enig persoon ernstig schaadt; ii) de verzwijging van gegevens of omstandigheden die dermate belangrijk zijn dat hij daardoor niet in zijn functie kon worden aangewezen; iii) het misbruik van zijn gerechtelijke functie om op onrechtmatige wijze voordelen te bekomen van officiële of professionele instanties; of b) gedrag buiten het kader van de uitoefening van de officiële functie dat dermate ernstig is dat het aanzien van het Hof daardoor ernstig wordt geschaad of kan worden geschaad.2. Overeenkomstig artikel 46, eerste punt, a), is sprake van « schuldig plichtsverzuim » ingeval de betrokken persoon zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim bij de uitoefening van zijn functie of bewust in strijd met de plichten die zijn functie meebrengt, heeft gehandeld.Dat kunnen onder meer situaties zijn waarin de betrokken persoon : a) niet de verplichting nakomt te vragen dat de zaak hem wordt onttrokken terwijl hij weet dat er redenen bestaan om een dergelijk verzoek te richten;b) herhaaldelijk zorgt voor onverantwoorde vertraging bij de instelling van het onderzoek, bij het voeren van de vervolging of van de procedure of bij de uitoefening van de gerechtelijke taken. Regel 25 Definitie van een fout van minder ernstige aard 1. Overeenkomstig artikel 47 moet onder « fout van minder ernstige aard » worden verstaan : a) het gedrag dat in het kader van de uitoefening van een officiële functie de correcte rechtsbedeling bij het Hof of de correcte interne werking ervan, schaadt of kan schaden, bijvoorbeeld : i) de inmenging in de uitoefening van de functie van een in artikel 47 bedoeld persoon; ii) de niet-uitvoering of het herhaaldelijk negeren van de verzoeken geformuleerd door de rechter-voorzitter of door het Voorzitterschap bij de uitoefening van hun wettelijke bevoegdheden; iii) het niet-toepassen van de tuchtmaatregelen die kunnen worden aangewend ten aanzien van de griffier, de substituut-griffier of de andere ambtenaren van het Hof terwijl een rechter weet of zou moeten weten dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan ernstig plichtsverzuim; b) gedrag buiten het kader van de uitoefening van de officiële functie dat het aanzien van het Hof schaadt of kan schaden.2. Niets in deze regel belet dat het gedrag bedoeld in het eerste punt, a), « een ernstige fout » of « ernstig plichtsverzuim » overeenkomstig artikel 46, eerste punt, a), van het Statuut vormt. Regel 26 Ontvangst van de klachten 1. Overeenkomstig de artikelen 46 en 47, eerste punt, betreffende de gedragingen bedoeld in de regels 24 en 25 moet in iedere klacht de redenen worden aangegeven waarop zij is gegrond, alsook de identiteit van de klager en elk beschikbaar bewijselement worden voorgelegd.De klachten blijven vertrouwelijk. 2. Alle klachten worden bezorgd aan het Voorzitterschap dat ambtshalve kan optreden en overeenkomstig het reglement van het Hof de anonieme of kennelijk ongegronde klachten verwerpt en de andere klachten aan het bevoegde orgaan overzendt.Het Voorzitterschap wordt in die taak bijgestaan door een of meer rechters volgens een automatische toerbeurt, zulks overeenkomstig het reglement van het Hof. Regel 27 Gemeenschappelijke bepalingen inzake de rechten van de verdediging 1. Ingeval wordt overwogen een persoon overeenkomstig artikel 46 uit zijn functie te ontzetten of overeenkomstig artikel 47 ten aanzien van hem tuchtmaatregelen te nemen, wordt de betrokken persoon daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht.2. De betrokken persoon beschikt over alle mogelijke vrijheid om bewijselementen voor te leggen en te ontvangen, zijn argumenten te doen gelden en de vragen te beantwoorden die hem worden gesteld.3. Hij kan tijdens de procedure die overeenkomstig deze regel wordt ingesteld, door een raadsman worden vertegenwoordigd. Regel 28 Schorsing Ingeval de beweringen die worden geuit ten aanzien van een persoon op wie een klacht betrekking heeft, voldoende ernstig zijn, kan de betrokken persoon uit zijn functie worden geschorst in afwachting dat het bevoegde orgaan daarover een uitspraak doet. Regel 29 Procedure in geval van verzoek tot afzetting 1. Over het verzoek tot afzetting van een rechter, griffier of substituut-griffier wordt in voltallige zitting gestemd.2. Het Voorzitterschap stelt de voorzitter van het Bureau van de Vergadering van Staten die Partij zijn schriftelijk in kennis van iedere aanbeveling die wordt goedgekeurd ingeval het een rechter betreft en van iedere beslissing die wordt genomen ingeval het een griffier of een substituut-griffier betreft.3. De aanklager stelt de voorzitter van het Bureau van de Vergadering van Staten die Partij zijn schriftelijk in kennis van de aanbeveling die hij ten aanzien van een substituut-aanklager doet.4. Ingeval blijkt dat de bedoelde gedragingen geen ernstige fout noch een ernstig plichtsverzuim inhouden, kan overeenkomstig artikel 47 worden besloten dat de betrokken persoon een fout van minder ernstige aard heeft begaan en kan dan een tuchtsanctie worden uitgesproken. Regel 30 Procedure in geval van tuchtmaatregelen 1. Ingeval het een rechter, griffier of substituut-griffier betreft, wordt de beslissing tot het opleggen van een tuchtmaatregel door het Voorzitterschap genomen.2. Ingeval het de aanklager betreft, wordt de beslissing tot het opleggen van een tuchtmaatregel met absolute meerderheid genomen door het Bureau van de Vergadering van Staten die Partij zijn.3. Ingeval het een substituut-procureur betreft : a) wordt de beslissing tot het uitspreken van een blaam door de aanklager genomen;b) de beslissing tot het opleggen van een geldboete wordt op aanbeveling van de aanklager met absolute meerderheid genomen door het Bureau van de Vergadering van Staten die Partij zijn.4. De blaam wordt schriftelijk opgetekend en bezorgd aan de voorzitter van het Bureau van de Vergadering van Staten die Partij zijn. Regel 31 Afzetting De afzetting heeft onmiddellijk gevolgen zodra die beslissing is uitgesproken. De betrokken persoon maakt niet langer deel uit van het Hof, ook niet voor de lopende zaken waaraan hij meewerkt. Regel 32 Tuchtmaatregelen De volgende tuchtmaatregelen kunnen worden opgelegd : a) de blaam;of b) de geldboete voor een maximumbedrag dat overeenstemt met zes maanden bezoldiging die door het Hof aan de betrokken persoon wordt gestort. Onderafdeling 2. - Ontheffing, wraking, overlijden en ontslag Regel 33 Ontheffing van de rechters, van de aanklager of van de substituut-aanklagers 1. Ingeval een rechter, de aanklager of een substituut-aanklager uit zijn functie wenst te worden ontheven, richt hij daartoe schriftelijk een verzoek tot het Voorzitterschap waarin hij de redenen aangeeft waarvoor hij uit zijn functie moet worden ontheven.2. Het Voorzitterschap beschouwt het verzoek als vertrouwelijk en maakt de redenen van zijn beslissing niet openbaar zonder de instemming van de betrokken persoon. Regel 34 Wraking van de rechters, van de aanklager of van de substituut-aanklagers 1. Naast de redenen bedoeld in artikel 41, tweede punt, en artikel 42, zevende punt, zijn de redenen tot wraking van een rechter, van de aanklager of van een substituut-aanklager inzonderheid de volgende : a) het bestaan van een persoonlijk belang in de betreffende zaak, inzonderheid het gegeven dat het gaat om de partner, de vader of de moeder van een van de partijen of dat met een van hen nauwe familiale, professionele banden of een ondergeschikte relatie worden onderhouden;b) de privé-deelname aan enige rechtsvordering ingesteld vooraleer de persoon bij de zaak wordt betrokken of die deze laatste instelt terwijl hij reeds betrokken is bij de zaak waarin de persoon op wie een onderzoek of vervolging betrekking heeft, een tegenpartij was of is;c) het gegeven dat de persoon, vooraleer de functie bij het Hof op te nemen, taken heeft gehad waaruit kan worden afgeleid dat die persoon zich over de zaak, de partijen of hun wettelijke vertegenwoordigers een oordeel heeft gevormd waardoor de onpartijdigheid waartoe hij is gehouden, objectief kan worden geschaad;d) de uiting via informatieorganen, geschriften of openbare handelingen van meningen die objectief in tegenspraak kunnen zijn met de onpartijdigheid waartoe hij is gehouden.2. Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 41, tweede punt, en artikel 42, achtste punt, worden verzoeken tot wraking voorgelegd zodra de redenen waarop zij zijn gegrond, zijn gekend;die verzoekschriften bevatten de aangevoerde redenen en gaan vergezeld van alle relevante bewijselementen. Zij worden meegedeeld aan de betrokken persoon die zijn opmerkingen schriftelijk kan voorleggen. 3. Over iedere vraag betreffende de wraking van de aanklager of van een substituut-aanklager wordt bij absolute meerderheid door de rechters van de Kamer van beroep beslist. Regel 35 Verplichting van de rechters, van de aanklager of van de substituut-aanklagers om hun ontheffing te vragen. Ingeval een rechter, de aanklager of een substituut-aanklager redenen heeft te geloven dat in zijn geval een reden tot wraking bestaat, vraagt hij te worden ontheven uit zijn functie zonder te wachten dat daartoe op grond van artikel 41, tweede punt, van artikel 42, zevende punt, en van regel 34 een verzoek wordt gedaan. Hij dient zijn verzoek tot ontheffing in dat door het Voorzitterschap wordt onderzocht, zulks overeenkomstig regel 33. Regel 36 Overlijden van een rechter, van de aanklager, van een substituut-aanklager, van de griffier of van een substituut-griffier. Ingeval een rechter, de aanklager, een substituut-aanklager, de griffier of een substituut-griffier overlijdt, stelt het Voorzitterschap de voorzitter van het Bureau van de Vergadering van Staten die Partij zijn, daarvan schriftelijk in kennis. Regel 37 Ontslag van een rechter, van de aanklager, van een substituut-aanklager, van de griffier of van een substituut-griffier 1. Ingeval een rechter, de aanklager, een substituut-aanklager, de griffier of een substituut-griffier beslist ontslag te nemen, stelt hij het Voorzitterschap daarvan schriftelijk in kennis.Het Voorzitterschap stelt de voorzitter van het Bureau van de Vergadering van Staten die Partij zijn, daarvan schriftelijk in kennis. 2. De ontslagnemend rechter, aanklager, substituut-aanklager, griffier of substituut-griffier probeert een vooropzeg van ten minste zes maanden na te leven.Vooraleer het ontslag van een rechter gevolgen heeft, levert de betrokken persoon alle inspanningen om de taken waarvan hij zich nog moet kwijten, tot een goed einde te brengen. Onderafdeling 3. - Vervangingen en plaatsvervangend rechter Regel 38 Vervangingen 1. Een rechter kan om objectieve en gerechtvaardigde redenen worden vervangen, te weten : a) ontslag;b) ontheffing;c) wraking;d) afzetting;e) overlijden.2. De vervangingsprocedure wordt geregeld bij het Statuut, het reglement en het reglement van het Hof. Regel 39 Plaatsvervangend rechter De vervangend rechter die overeenkomstig artikel 74, eerste punt, door het Voorzitterschap aangewezen is om zitting te hebben in een Kamer van eerste aanleg moet in elk stadium van de procedure en tijdens de beraadslagingen aanwezig zijn, maar mag niet eraan deelnemen en oefent geen enkele van de functies uit van de leden van de Kamer waarbij de zaak aanhangig is, zolang hij niet is opgeroepen om een van deze leden dat verhinderd is om te zetelen, te vervangen. De plaatsvervangend rechter wordt aangewezen overeenkomstig een vooraf door het Hof vastgestelde procedure. Afdeling V. - Bekendmakingen, talen, vertalingen Regel 40 Bekendmaking van de beslissingen in de officiële talen van het Hof 1. Voor de toepassing van artikel 50, eerste punt, worden de hierna volgende beslissingen als beslissingen ten gronde beschouwd : a) alle beslissingen van de Afdeling beroep;b) alle krachtens de artikelen 17, 18, 19 en 20 genomen beslissingen van het Hof betreffende de rechtsmacht of de ontvankelijkheid van een zaak;c) alle krachtens de artikelen 74, 75 of 76 genomen beslissingen van een Kamer van eerste aanleg inzake de schuld of onschuld, de straf en het herstel dat moet worden toegekend aan de slachtoffers;d) alle beslissingen die een Kamer van vooronderzoek krachtens artikel 57, derde punt, d), heef genomen.2. Alle krachtens artikel 61, zevende punt, genomen beslissingen inzake de bevestiging van de ten laste gelegde feiten, of de krachtens artikel 70, derde punt, genomen beslissingen inzake misdrijven tegen de rechtsbedeling worden bekendgemaakt in alle officiële talen van het Hof indien zij volgens het advies van het Voorzitterschap beslissingen ten gronde zijn.3. Het Voorzitterschap kan ertoe beslissen andere beslissingen in alle officiële talen bekend te maken, indien zij betrekking hebben op belangrijke vragen inzake de interpretatie of de toepassing van het Statuut of op belangrijke vragen van algemeen belang. Regel 41 Werktalen van het Hof 1. Het Voorzitterschap verleent voor de toepassing van artikel 50, tweede punt, toestemming voor het gebruik van een officiële taal als werktaal : a) indien deze taal wordt begrepen en gesproken door de meerderheid van de betrokken personen in een zaak die bij het Hof aanhangig is en indien een van de partijen in het geding erom verzoekt;of b) indien de aanklager en de verdediging erom verzoeken.2. Het Voorzitterschap kan de toestemming verlenen voor het gebruik van een officiële taal van het Hof als werktaal indien zulks volgens het Voorzitterschap de doeltreffendheid van het geding ten goede komt. Regel 42 Vertaal- en tolkdiensten Het Hof verzekert zich van de nodige vertaal- en tolkdiensten om de tenuitvoerlegging van zijn krachtens het Statuut en het reglement opgelegde verplichtingen te waarborgen. Regel 43 Te volgen procedure voor de bekendmaking van documenten van het Hof Het Hof waakt erover dat in alle documenten die krachtens het Statuut en het reglement moeten worden bekendgemaakt, de vertrouwelijkheid van de procedure, alsook de veiligheid van de slachtoffers en van de getuigen worden beschermd. HOOFDSTUK 3. - Rechtsmacht en ontvankelijkheid Afdeling 1. - Verklaringen en verwijzingen betreffende de artikelen 11, 12, 13 en 14 Regel 44 Verklaring bedoeld in artikel 12, derde punt 1. De griffier kan, op verzoek van de aanklager, vertrouwelijk inlichtingen inwinnen bij een Staat die geen Partij is bij het Statuut of die Partij is geworden bij het Statuut na de inwerkingtreding ervan, indien deze Staat voornemens is de in artikel 12, derde punt, bedoelde verklaring neer te leggen.2. Indien een Staat bij een griffier de verklaring neerlegt of hem laat weten dat hij voornemens is de verklaring bedoeld in artikel 12, derde punt, neer te leggen of indien de griffier handelt volgens bovenstaand eerste punt, brengt de griffier de betrokken Staat ervan op de hoogte dat diens verklaring de rechtsmacht van het Hof ten aanzien van de misdaden bedoeld in artikel 5 waarnaar de betrokken situatie verwijst, aanvaardt, en dat de bepalingen van hoofdstuk IX van het Statuut, alsook alle regels die eruit voortvloeien met betrekking tot de Staten die Partij zijn, op die Staat van toepassing zijn. Regel 45 Verwijzing van een situatie naar de aanklager De verwijzing van een situatie naar de aanklager gebeurt schriftelijk. Afdeling II. - Instelling van de onderzoeken volgens artikel 15 Regel 46 Informatie verstrekt aan de aanklager uit hoofde van artikel 15, eerste en tweede punt Indien de informatie wordt verstrekt krachtens artikel 15, eerste punt, of indien de schriftelijke of mondelinge getuigenverklaringen in ontvangst worden genomen op de zetel van het Hof, zoals bepaald in het tweede punt van voornoemd artikel, beschermt de aanklager de vertrouwelijkheid van deze inlichtingen en getuigenverklaringen of neemt hij enige andere noodzakelijke maatregel tot uitvoering van zijn verplichtingen krachtens het Statuut. Regel 47 Getuigenverklaringen volgens artikel 15, tweede punt 1. De regels 111 en 112 zijn mutatis mutandis van toepassing op de getuigenverklaringen die de aanklager volgens artikel 15, tweede punt, in ontvangst heeft genomen.2. Indien de aanklager van oordeel is dat het waarschijnlijk onmogelijk zal zijn om later een getuigenverklaring in ontvangst te nemen, kan hij de Kamer van vooronderzoek erom verzoeken alle nuttige maatregelen te nemen om de doeltreffendheid en de integriteit van de procedures te waarborgen en inzonderheid een raadsman of een rechter van de Kamer van vooronderzoek aan te wijzen die aanwezig zal zijn tijdens de getuigenverklaring om te waken over de rechten van de verdediging.Ingeval de getuigenverklaring vervolgens tijdens de procedure wordt overgelegd, wordt de ontvankelijkheid ervan geregeld bij artikel 69, vierde punt, en de waarde is die welke wordt toegekend door de bevoegde kamer. Regel 48 Bepaling van het bestaan van een redelijke grond voor het instellen van een onderzoek volgens artikel 15, derde punt Om te bepalen of een redelijke grond bestaat om een onderzoek in te stellen overeenkomstig artikel 15, derde punt, baseert de aanklager zich op de overwegingen bedoeld in artikel 53, eerste punt, a) tot c). Regel 49 Beslissing en kennisgeving volgens artikel 15, zesde punt 1. Indien een beslissing wordt genomen overeenkomstig artikel 15, zesde punt, maakt de aanklager die onmiddellijk kenbaar, alsook de redenen ter motivering, op een wijze die geen afbreuk doet aan de veiligheid, het welzijn of de persoonlijke levenssfeer van degenen die hem de informatie hebben verstrekt overeenkomstig artikel 15, eerste en tweede punt, noch aan de integriteit van de onderzoeken of de procedures.2. De kennisgeving moet vermelden dat het mogelijk is met betrekking tot dezelfde situatie in het licht van nieuwe feiten of bewijsmateriaal nieuwe informatie voor te leggen. Regel 50 Procedure waarmee de Kamer van vooronderzoek de toestemming verleent voor het instellen van een onderzoek krachtens artikel 15 1. Indien de aanklager voornemens is overeenkomstig artikel 15, derde punt, de Kamer van vooronderzoek te verzoeken een onderzoek te mogen instellen, brengt hij de slachtoffers die hij kent of die gekend zijn bij Afdeling Hulp aan Slachtoffers en Getuigen of hun wettelijke vertegenwoordigers, daarvan op de hoogte, tenzij hij vaststelt dat hij daardoor de integriteit van het onderzoek of het leven of het welzijn van de slachtoffers of de getuigen in gevaar zou brengen.De aanklager kan ook zijn voornemen bekendmaken via de algemene distributiekanalen teneinde slachtoffergroepen te bereiken indien hij meent dat in dit geval noch de integriteit en de doeltreffendheid van het onderzoek, noch de veiligheid en het welzijn van de slachtoffers of van de getuigen worden geschaad. Daartoe kan de aanklager indien nodig de bijstand van de Afdeling Hulp aan Slachtoffers en Getuigen inroepen. 2. De aanklager legt schriftelijk het verzoek om machtiging voor.3. De slachtoffers die overeenkomstig bovenstaand eerste punt op de hoogte zijn gebracht, kunnen schriftelijk hun bedenkingen kenbaar maken bij de Kamer van vooronderzoek binnen de termijn vastgesteld in het reglement van het Hof.4. De Kamer van vooronderzoek die beslist over de te volgen procedure, kan om meer inlichtingen verzoeken bij de aanklager en bij de slachtoffers die hun bedenkingen kenbaar hebben gemaakt, en kan ook een zitting houden indien zij dat nodig acht.5. De Kamer van vooronderzoek maakt haar met redenen omklede beslissing bekend om al dan niet de machtiging te geven om een onderzoek in te stellen volgens artikel 15, vierde punt, inzake het geheel of een gedeelte van het verzoek van de aanklager.Zij deelt deze beslissing mee aan de slachtoffers die hun mening kenbaar hebben gemaakt. 6. De bovenstaande procedure is eveneens van toepassing op ieder nieuw verzoek dat aan de Kamer van vooronderzoek overeenkomstig artikel 15, vijfde punt, wordt voorgelegd. Afdeling III. - Uitzonderingen en prejudiciële beslissingen bedoeld in de artikelen 17, 18 en 19 Regel 51 Informatie verstrekt uit hoofde van artikel 17 Ingeval het Hof de vragen bedoeld in artikel 17, tweede punt, onderzoekt, kan het, gelet op de omstandigheden ter zake, onder meer rekening houden met de informatie waarop de in artikel 17, eerste punt, bedoelde Staat de aandacht van het Hof zou hebben kunnen gevestigd om te bewijzen dat zijn rechtbanken voldoen aan de internationale normen inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de vervolgingen in geval van gelijkaardige gedragingen, of met de bevestiging die de Staat schriftelijk aan de aanklager heeft gericht, dat over de betreffende zaak een onderzoek is ingesteld of dat vervolgingen zijn ingesteld. Regel 52 Kennisgeving bedoeld in artikel 18, eerste punt 1. Onder voorbehoud van de beperkingen bepaald in artikel 18, eerste punt, bevat de kennisgeving de informatie betreffende de handelingen die misdaden kunnen opleveren welke zijn omschreven in artikel 5 en die relevant zijn met het oog op de toepassing van artikel 18, tweede punt.2. Een Staat kan aan de aanklager nadere informatie vragen om hem te helpen bij de toepassing van artikel 18, tweede punt.Op dit verzoek is de termijn van een maand, zoals bepaald in artikel 18, tweede punt, niet van toepassing. De aanklager antwoordt hierop zo snel mogelijk. Regel 53 Terugtreding krachtens artikel 18, tweede punt De Staat die krachtens artikel 18, tweede punt, om een terugtreding verzoekt, doet zulks schriftelijk en verstrekt informatie over het onderzoek dat hij voert, zulks rekening houdend met dit punt. De aanklager kan de Staat om nadere informatie verzoeken. Regel 54 Verzoek voorgelegd door de aanklager krachtens artikel 18, tweede punt 1. Het verzoek dat de aanklager krachtens artikel 18, tweede punt, aan de Kamer van vooronderzoek voorlegt, wordt schriftelijk gedaan en is met redenen omkleed.De aanklager deelt overeenkomstig regel 53 aan de Kamer van vooronderzoek de door de Staat verstrekte informatie mee. 2. De aanklager brengt de Staat schriftelijk met een beknopte motivering ervan op de hoogte dat hij krachtens artikel 18, tweede punt, een verzoek heeft gedaan aan de Kamer van vooronderzoek. Regel 55 Procedure betreffende artikel 18, tweede punt 1. De Kamer van vooronderzoek bepaalt de te volgen procedure en kan de maatregelen nemen die nodig zijn voor een goed verloop van het geding. Zij kan een zitting houden. 2. De Kamer van vooronderzoek onderzoekt het verzoek van de aanklager, alsook de eventuele opmerkingen van de Staat die overeenkomstig artikel 18, tweede punt, gevraagd heeft dat de aanklager terugtreedt ten behoeve van het onderzoek van de Staat.Zij houdt rekening met de omstandigheden omschreven in artikel 17 om te beslissen al dan niet machtiging te verlenen voor het onderzoek. 3. De beslissing van de Kamer van vooronderzoek en de overwegingen worden zo snel mogelijk meegedeeld aan de aanklager en aan de Staat die gevraagd heeft dat de aanklager terugtreedt ten behoeve van het onderzoek van de Staat. Regel 56 Verzoek neergelegd door de aanklager na de herziening bedoeld in artikel 18, derde punt 1. Na de herziening bepaald in artikel 18, derde punt, kan de aanklager aan de Kamer van vooronderzoek om de in het tweede punt van dat artikel bedoelde machtiging verzoeken.Zijn verzoek wordt schriftelijk voorgelegd en is met redenen omkleed. 2. De aanklager bezorgt overeenkomstig artikel 18, vijfde punt, aan de Kamer van vooronderzoek alle door de Staat verstrekte aanvullende informatie.3. Het geding wordt geleid krachtens regel 54, tweede punt, en regel 55. Regel 57 Bewarende maatregelen bedoeld in artikel 18, zesde punt De Kamer van vooronderzoek onderzoekt ex parte en met gesloten deuren de verzoeken die de aanklager haar voorlegt in de gevallen bedoeld in artikel 18, zesde punt. Zij neemt haar beslissing volgens een versnelde procedure. Regel 58 Procedure uit hoofde van artikel 19 1. De verzoeken of aanvragen bedoeld in artikel 19 worden schriftelijk voorgelegd en zijn met redenen omkleed.2. Indien een kamer van het Hof een verzoek of een aanvraag behandelt met een betwisting of een vraag betreffende de rechtsmacht of de ontvankelijkheid van een zaak uit hoofde van artikel 19, tweede of derde punt, of indien zij ambtshalve handelt zoals omschreven in het eerste punt van voornoemd artikel, bepaalt zij de te volgen procedure en kan zij de maatregelen nemen die nuttig zijn voor een vlot verloop van het geding.Zij kan een zitting houden. Zij kan de betwisting of de vraag onderzoeken tijdens een zitting voor de bevestiging van de tenlastelegging of tijdens een procedure, op voorwaarde dat hieruit geen buitensporige vertraging voortvloeit. In dit geval verhoort zij en doet zij eerst uitspraak over de betwisting of de vraag. 3. Het Hof zendt verzoeken of aanvragen die krachtens het tweede punt zijn voorgelegd, aan de aanklager over alsook aan de persoon bedoeld in artikel 19, tweede punt, indien deze persoon overgebracht is naar het Hof of vrijwillig of op dagvaarding voor het Hof is verschenen, en machtigt hen binnen de termijn die de kamer vaststelt, schriftelijke opmerkingen betreffende het verzoek of de aanvraag voor te leggen.4. Het Hof doet eerst uitspraak over iedere betwisting of vraag betreffende zijn rechtsmacht en vervolgens over iedere betwisting of vraag betreffende de ontvankelijkheid. Regel 59 Deelname aan de procedures volgens artikel 19, derde punt 1. Voor de toepassing van artikel 19, derde punt, brengt de griffier over iedere vraag of betwisting omschreven in artikel 19, eerste, tweede en derde punt, betreffende de rechtsmacht of de ontvankelijkheid de volgende personen op de hoogte : a) de personen die overeenkomstig artikel 13 een situatie hebben verwezen;b) de slachtoffers die met het Hof reeds hebben gecommuniceerd naar aanleiding van de betreffende zaak of hun wettelijke vertegenwoordigers.2. De griffier bezorgt aan alle personen bedoeld in voornoemd eerste punt, een samenvatting van de motieven waarom de rechtsmacht van het Hof of de ontvankelijkheid van de zaak wordt betwist, zulks volgens de voorwaarden verenigbaar met de verplichting van het Hof om de gegevens vertrouwelijk te houden, de personen te beschermen en de bewijzen veilig te stellen.3. Alle personen die overeenkomstig voornoemd eerste punt op de hoogte zijn gebracht, kunnen schriftelijk hun mening kenbaar maken bij de bevoegde kamer binnen de door haar vastgestelde termijn. Regel 60 Bevoegd orgaan inzake betwistingen De betwistingen van onbevoegdheid of niet-ontvankelijkheid die worden opgeworpen na de bevestiging van de tenlasteleggingen maar vóór de samenstelling of de aanwijzing van de Kamer van eerste aanleg, worden aan het Voorzitterschap gericht, die ze verwijst naar de Kamer van eerste aanleg zodra deze overeenkomstig regel 130 is samengesteld of aangewezen. Regel 61 Bewarende maatregelen uit hoofde van artikel 19, achtste punt Regel 57 is van toepassing op de aanvragen die de aanklager overeenkomstig artikel 19, achtste punt, tot de bevoegde kamer richt. Regel 62 Procedure uit hoofde van artikel 19, tiende punt 1. Ingeval de aanklager de aanvraag bedoeld in artikel 19, tiende punt, indient, richt hij deze aan de kamer die de meest recente beslissing inzake de ontvankelijkheid heeft genomen.De regels 58, 59 en 61 zijn van toepassing. 2. De Staat of de Staten waarvan de betwisting van de ontvankelijkheid van een zaak overeenkomstig artikel 19, tweede punt, geleid heeft tot de beslissing van niet-ontvankelijkheid bedoeld in artikel 19, tiende punt, worden op de hoogte gebracht van de aanvraag van de aanklager en er wordt hen een termijn toegekend om hun opmerkingen voor te leggen. HOOFDSTUK 4. - Bepalingen van toepassing op diverse stadia van de procedure Afdeling 1. - Bewijs Regel 63 Algemene bepalingen inzake de bewijsvoering 1. De regels voor de bewijsvoering, die in dit hoofdstuk worden opgesomd, alsook in artikel 69, zijn van toepassing op de procedures voor alle kamers.2. De kamers zijn op grond van de discretionaire bevoegdheid bedoeld in artikel 64, negende punt, gemachtigd om vrij over alle overgelegde bewijselementen te oordelen teneinde de relevantie of de ontvankelijkheid ervan te bepalen, zoals bepaald in artikel 69.3. De kamers doen overeenkomstig artikel 64, negende punt, a), uitspraak inzake de ontvankelijkheid op verzoek van een partij of ambtshalve, indien het verzoek gegrond is op de motieven bepaald in artikel 69, zevende punt.4. Onverminderd artikel 66, derde punt, leggen de kamers niet de juridische verplichting op om het bewijs van de misdaden die tot de bevoegdheid van het Hof behoren, inzonderheid misdaden met seksueel geweld, te staven.5. De kamers passen de regels van het nationaal recht die de bewijsvoering regelen enkel in de zin van artikel 21 toe. Regel 64 Procedure inzake de relevantie of de ontvankelijkheid van de bewijzen 1. Iedere vraag betreffende de relevantie of de ontvankelijkheid van de bewijzen moet worden aangevoerd bij de overlegging van de bewijzen aan een kamer.Uitzonderlijk kan een vraag die bij die overlegging niet was gekend, worden gesteld zodra zij is gekend. De betrokken kamer kan daartoe een schriftelijk verzoek eisen. Het Hof zendt het schriftelijk verzoek over aan iedereen die deelneemt aan de procedure, behalve indien het hierover anders beslist. 2. De beslissingen van de kamers inzake de bewijsvoering worden met redenen omkleed.De motieven worden in het proces-verbaal opgenomen, indien zulks niet was gebeurd gedurende de procedure, overeenkomstig artikel 64, tiende punt, en regel 137, eerste punt. 3. De bewijselementen die niet relevant of niet-ontvankelijk zijn verklaard, worden door de kamers niet in aanmerking genomen. Regel 65 Verplichting om een getuigenverklaring af te leggen 1. Een getuige die voor het Hof verschijnt, kan door het Hof worden verplicht om, behoudens andersluidend beding van het Statuut of het reglement, inzonderheid de regels 73, 74 en 75, een getuigenverklaring af te leggen.2. Regel 171 is van toepassing op de getuigen die voor het Hof verschijnen en door het Hof verplicht kunnen worden om overeenkomstig het bovenstaande eerste punt een getuigenverklaring af te leggen. Regel 66 Plechtige gelofte 1. Onder voorbehoud van het bovenstaande tweede punt, leggen de getuigen, alvorens zij een getuigenverklaring afleggen, overeenkomstig artikel 69, eerste punt, de volgende plechtige gelofte af : « Ik verklaar plechtig dat ik de waarheid, de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal spreken.» 2. Iedere persoon die jonger is dan 18 jaar of wiens onderscheidingsvermogen is aangetast en die volgens de kamer de betekenis van een plechtige gelofte niet begrijpt, kan worden gemachtigd om te getuigen zonder plechtige gelofte, indien de kamer hem bekwaam acht om de feiten te omschrijven waarvan hij kennis heeft en om de zin te begrijpen van de verplichting de waarheid te spreken.3. Alvorens de getuige een getuigenverklaring aflegt, wordt zijn aandacht gevestigd op het strafbare feit omschreven in artikel 70, eerste punt, a). Regel 67 Getuigenissen rechtstreeks afgelegd via audio- of videoverbinding 1. Overeenkomstig artikel 69, tweede punt, kunnen de kamers van het Hof toestaan dat een getuige een mondelinge verklaring aflegt via audio- of videoverbinding, voor zover de aangewende techniek de aanklager, de verdediging, alsook de kamer zelf de mogelijkheid biedt de getuige te ondervragen tijdens zijn getuigenverklaring.2. De in deze regel beoogde ondervraging van de getuigen vindt plaats volgens de relevante bepalingen van dit hoofdstuk.3. De kamer vergewist zich met de medewerking van de griffie ervan dat de gekozen plaats voor het afleggen van een getuigenis via audio- of videoverbinding zich leent tot een open en eerlijke getuigenverklaring, alsook tot de naleving van de veiligheid, van het fysieke en psychologisch welzijn, van de waardigheid en van de persoonlijke levenssfeer van de getuige. Regel 68 Vooraf opgenomen getuigenissen Indien de Kamer van vooronderzoek niet de in artikel 56 bedoelde maatregelen heeft genomen, kan de Kamer van eerste aanleg in overeenstemming met artikel 69, tweede punt, reeds op audio- of videodrager opgenomen getuigenissen, alsook transcripties of andere schriftelijke bewijzen van deze getuigenissen toestaan voorzover : a) de aanklager en de verdediging de mogelijkheid hebben gehad om de getuige wiens getuigenis is opgenomen en die niet persoonlijk voor de Kamer van eerste aanleg verschijnt, hebben kunnen ondervragen tijdens de opname;of b) indien de getuige wiens getuigenis is opgenomen, persoonlijk voor de Kamer van eerste aanleg verschijnt, zich niet verzet tegen de overlegging van zijn opgenomen getuigenis en indien de aanklager, de verdediging en de kamer zelf de mogelijkheid hebben gehad de getuige te ondervragen tijdens de procedure. Regel 69 Overeenkomsten inzake bewijzen De aanklager en de verdediging kunnen overeenkomen dat de in de tenlastelegging opgeworpen feiten, de exacte inhoud van een document, de verwachte getuigenis van een getuige of andere bewijselementen niet worden betwist. De kamers kunnen dan de aangevoerde feiten als bewezen beschouwen, tenzij zij van oordeel zijn dat de feiten uitvoeriger moeten worden uiteengezet in het belang van het recht, en inzonderheid in het belang van de slachtoffers. Regel 70 Beginselen van toepassing op de bewijsvoering inzake seksueel geweld Bij misdaden met seksueel geweld volgt het Hof de volgende beginselen en past ze in voorkomend geval toe : a) de instemming mag in geen geval worden afgeleid uit de woorden of uit gedragingen van een slachtoffer ingeval diens vermogen om vrij een echte instemming te geven, aangetast is door het gebruik van geweld, bedreiging of dwang, of door toedoen van een dwingende omgeving;b) de instemming mag in geen geval worden afgeleid uit de woorden of gedragingen van een slachtoffer ingeval het onbekwaam is om een echte instemming te geven;c) de instemming mag in geen geval worden afgeleid uit de stilte of het gebrek aan weerstand van het slachtoffer van het vermoedelijke seksueel geweld;d) de geloofwaardigheid, achtbaarheid of de seksuele beschikbaarheid van een slachtoffer of van een getuige mag in geen geval worden afgeleid uit hun vroeger of later seksueel gedrag. Regel 71 Bewijzen van het seksueel gedrag van een slachtoffer of van een getuige Gelet op de definitie en de aard van de misdaden die onder de bevoegdheid van het Hof vallen en onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 69, vierde punt, aanvaarden de kamers geen enkel bewijs betreffende het vroegere of latere seksueel gedrag van een slachtoffer of van een getuige. Regel 72 Onderzoek met gesloten deuren inzake de relevantie en de ontvankelijkheid van bewijselementen 1. Indien bewijselementen moeten worden overgelegd of verkregen, ook via ondervraging van het slachtoffer of de getuige om de werkelijke instemming van het slachtoffer van het vermoedelijke seksueel geweld te achterhalen of om de woorden, het gedrag, de s …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.