Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming
Kort samengevat
Dit besluit van de Vlaamse Regering stelt het Vlaams reglement vast voor bodemsanering en bodembescherming, voortbouwend op het Bodemdecreet van 27 oktober 2006. Het regelt de normen voor bodemkwaliteit, de procedures voor monsterneming en analyse, en de vereisten voor financiële zekerheden bij bodemsanering.
Wat het reguleert
- De richt- en streefwaarden voor de bodemkwaliteit.
- De methodes voor monsterneming en analyse van de bodem.
- De vormen, bedragen en looptijden van financiële zekerheden voor bodemsaneringsverplichtingen.
- Het beheer en de toegankelijkheid van het Grondeninformatieregister.
Wie het betreft
- De Vlaamse Regering en de Vlaamse minister bevoegd voor Leefmilieu en Waterbeleid.
- De OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij).
- Kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen die financiële zekerheden aanbieden.
- Zekerheidstellers die financiële zekerheden moeten stellen.
- Eigenaars van gronden die in het Grondeninformatieregister worden opgenomen.
- Bodemsaneringsdeskundigen en instrumenterende ambtenaren.
Kernpunten
- Richtwaarden voor bodemkwaliteit zijn vastgesteld in bijlage II, streefwaarden in bijlage III.
- Monsternemingen en analyses moeten gebeuren volgens methodes vastgesteld in het CMA (Compendium voor Monsterneming en Analyse) of een door de OVAM gelijkwaardig verklaarde methode.
- Financiële zekerheden kunnen de vorm aannemen van een onherroepelijke garantie van een kredietinstelling of verzekeringsonderneming, of een verpande rekening.
- Het bedrag van de financiële zekerheid wordt door de OVAM vastgesteld op basis van een raming van de kosten, en de looptijd moet minstens de duur van de uitvoering van de verplichtingen dekken.
- Het Grondeninformatieregister wordt beheerd door de OVAM en is toegankelijk via een bodemattestaanvraag, een verzoek om specifieke informatie of het e-loket van de OVAM.
Wettekst
reglement betreffende de bodemsanering
de bodembescherming De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 20; Gelet op het decreet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/2006 pub. 22/01/2007 numac 2006037062 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bodemsanering
de bodembescherming sluiten betreffende de bodemsanering
de bodembescherming, inzonderheid op de artikelen 2, 9°, 3, § § 2
3, 5, § 4, 6, 7, § § 2
3, 8, § 2, 9, § 1, 10, § 6, 12, § § 2
5, 19, § 3, 23, § § 2
5, 27, 28, § § 2
4, 29, 30, 33, 36, 38, § 2, 39, § 2, 45, § 2, 47, § 2, 48, 49, 51, 57, 62, 63, § 2, 66, 67, § 3, 71, § 2, 84, § § 2
3, 89, 90, 91, § § 1
2, 95, § 2, 97, § 1, 98, 99, 100, 103, 104, § 2, 3°, 106, 107, 109, § 2, 3°, 111, 114, 115, § 4, 2°, 120, § 3, 122, § 3, 125, § 3, 126, 138, 139, § § 2
3, 152, 155, § 2, 162, § 1, 163, § 1, 164, 165, 172, § 1,
178, al dan niet gelezen in samenhang met artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 1996 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 december 1998, 9 februari 1999, 12 oktober 2001, 7 december 2001, 14 juni 2002, 5 december 2003, 9 januari 2004, 23 april 2004, 22 september 2006, 15 december 2006
7 september 2007; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 4 oktober 2007; Gelet op het advies van de Milieu-
Natuurraad van Vlaanderen, gegeven op 30 augustus 2007; Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 31 augustus 2007; Gelet op advies 43.678/3 van de Raad van State, gegeven op 7 november 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Openbare Werken,
ergie, Leefmilieu
Natuur; Na beraadslaging, Besluit : Titel I. - Definities Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° Bodemdecreet : decreet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/2006 pub. 22/01/2007 numac 2006037062 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bodemsanering
de bodembescherming sluiten betreffende de bodemsanering
de bodembescherming;2° minister : Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu
het Waterbeleid;3° juridische dienst : Juridische Dienst van de afdeling die bevoegd is voor de juridische zaken van het Departement Leefmilieu, Natuur
ergie van de Vlaamse overheid;4° Milieuvergunningsdecreet : decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning;5° Vlarem I : besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning;6° Vlarem II : besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene
sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne; 7° CMA : Compendium voor Monsterneming
Analyse, vermeld in artikel 7.3.1. van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 04/05/2004 numac 2004035514 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling, voor de jaren 2004
2005, van de lijst van vrijwilligersactiviteiten die bij voorrang voor subsidiëring in aanmerking komen sluiten tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming
-beheer. Titel II. - Doelstellingen
algemene bepalingen Hoofdstuk I. - Doelstellingen Afdeling I. - Richtwaarden voor de bodemkwaliteit Art. 2.De richtwaarden voor de bodemkwaliteit, vermeld in artikel 3, § 2, van het Bodemdecreet, worden vastgesteld in bijlage II, gevoegd bij dit besluit. Afdeling II. - Streefwaarden voor de bodemkwaliteit Art. 3.De streefwaarden voor de bodemkwaliteit, vermeld in artikel 3, § 3, van het Bodemdecreet, worden vastgesteld in bijlage III, gevoegd bij dit besluit. Hoofdstuk II. - Algemene bepalingen Afdeling I. - Opstallen die geen grond zijn Art. 4.De volgende opstallen worden voor de toepassing van het Bodemdecreet niet beschouwd als grond in de zin van artikel 2, 9°, van het Bodemdecreet : 1° scheidingsmuren
omheiningen;2° reclameborden
-zuilen;3° straatmeubilair
abri's;4° antennes
masten;5° hoogspanningsmasten, tellers, laagspanningskasten;6° installaties voor het opwekken van water-, wind-
zonne-
ergie;7° waterleiding-, elektriciteits-
gasdistributienetwerk;8° datacommunicatie-, computer-
televisiekabelnetwerk;9° rails van trein, tram
metro. Afdeling II. - Monsternemingen
analyses Art. 5.De monsternemingen in het kader van het Bodemdecreet
dit besluit worden uitgevoerd volgens de methodes die in het CMA zijn vastgesteld. Art. 6.De analyses in het kader van het Bodemdecreet
dit besluit worden uitgevoerd volgens de methodes die in het CMA zijn vastgesteld of volgens een methode die door de OVAM gelijkwaardig wordt verklaard. De OVAM spreekt zich uit binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van het verzoek om een methode gelijkwaardig te verklaren. Bij gebrek aan uitspraak binnen die termijn wordt de methode geacht niet gelijkwaardig te zijn. Als de OVAM een methode gelijkwaardig verklaart, geldt die verklaring alleen voor het laboratorium dat het verzoek heeft ingediend
alleen voor de resterende duur van de erkenning van dat laboratorium. Afdeling III. - Standaardprocedures Art. 7.De standaardprocedures, vermeld in het Bodemdecreet, worden vastgesteld door de minister. De besluiten houdende vaststelling van de standaardprocedures worden bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Afdeling IV. - Financiële zekerheden Onderafdeling I. - Vorm van de financiële zekerheid Art. 8.Een financiële zekerheid in het kader van het Bodemdecreet kan de volgende vormen aannemen, afzonderlijk of in combinatie : 1° een onherroepelijke garantie van de volgende kredietinstellingen : a) een kredietinstelling die vergund is krachtens de wet van 22 maart 1993 op het statuut van
het toezicht op de kredietinstellingen;b) een kredietinstelling die ressorteert onder een andere lidstaat van de Europese Unie
die, krachtens voormelde wet van 22 maart 1993, haar werkzaamheden op het Belgische grondgebied mag uitoefenen;2° een onherroepelijke garantie van een verzekeringsonderneming die toegelaten is krachtens de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;3° een verpande rekening van een kredietinstelling, vermeld in punt 1°. De OVAM kan ook een andere financiële zekerheid aanvaarden als is aangetoond dat die financiële zekerheid voldoende garantie geeft dat de verplichtingen bij of krachtens het Bodemdecreet kunnen worden nagekomen. Onderafdeling II. - Bedrag
looptijd van de financiële zekerheid Art. 9.Het bedrag van de financiële zekerheid wordt door de OVAM vastgesteld op basis van een door haar goedgekeurde raming van de kosten van de uitvoering van de verplichtingen waarvoor de financiële zekerheid krachtens het Bodemdecreet moet worden gesteld. De OVAM kan een lager bedrag dan vermeld in het eerste lid aanvaarden op basis van elementen die de zekerheidsteller aanbrengt om te motiveren dat het risico dat de OVAM de financiële zekerheid moet aanspreken beperkt is. De OVAM kan een hoger bedrag dan vermeld in het eerste lid vaststellen op basis van een inschatting van de risico's dat de gekozen techniek om de bodemverontreiniging te behandelen niet of in onvoldoende mate leidt tot het realiseren van de doelstellingen van het Bodemdecreet. Art. 10.De looptijd van de financiële zekerheid moet minstens de duurtijd dekken van de uitvoering van de verplichtingen waarvoor de financiële zekerheid krachtens het Bodemdecreet moet worden gesteld. Onderafdeling III. - Aanpassing van de gestelde financiële zekerheid Art. 11.De zekerheidsteller kan bij de OVAM een schriftelijke aanvraag indienen om het bedrag of de looptijd van de gestelde financiële zekerheid te verminderen. De OVAM neemt hierover een beslissing, rekening houdend met de resultaten van de uitvoering van de verplichtingen waarvoor de financiële zekerheid krachtens het Bodemdecreet werd gesteld
met de nog uit te voeren verplichtingen. Art. 12.Onder meer in de volgende gevallen kan de OVAM de zekerheidsteller de verplichting opleggen om de vorm, het bedrag of de looptijd van de gestelde financiële zekerheid binnen een door haar bepaalde termijn aan te passen : 1° als de termijn voor de uitvoering van de verplichtingen waarvoor de financiële zekerheid krachtens het Bodemdecreet werd gesteld, niet of in onvoldoende mate wordt nageleefd;2° als de OVAM van oordeel is dat het voorstel tot grote wijziging of aanvulling van het conform verklaarde bodemsaneringsproject, het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject of het conform verklaarde risicobeheersplan een aanpassing van de gestelde financiële zekerheid rechtvaardigt;3° als de OVAM van oordeel is dat het nieuwe bodemsaneringsproject of het nieuwe beperkt bodemsaneringsproject, opgelegd krachtens artikel 64, tweede lid, van het Bodemdecreet, een aanpassing van de gestelde financiële zekerheid rechtvaardigt;4° als de OVAM van oordeel is dat het bodemsaneringsproject of het beperkt bodemsaneringsproject opgesteld in het kader van de versnelde overdrachtsprocedure, vermeld in artikel 115 van het Bodemdecreet, een aanpassing van de gestelde financiële zekerheid rechtvaardigt;5° als de OVAM op basis van het eindevaluatieonderzoek van oordeel is dat de resultaten van de bodemsaneringswerken een aanpassing van de gestelde financiële zekerheid rechtvaardigen. Titel III. - Bodemsanering Hoofdstuk I. - Identificatie
inventarisatie van gronden Afdeling I. - Grondeninformatieregister Onderafdeling I. - Beheer van het Grondeninformatieregister Art. 13.De OVAM neemt een grond op in het Grondeninformatieregister wanneer ze over de volgende gegevens beschikt : 1° de ligging van de grond : de kadastrale gegevens van de grond of een duidelijke ruimtelijke afbakening van de grond op basis van het in het Vlaamse Gewest gehanteerde coördinatenstelsel die onweerlegbaar de ligging ten opzichte van de perceelsgrenzen bepaalt;2° de identiteit van de eigenaar van de grond;3° minstens een van de volgende gegevens over de grond :
- a)informatie over de grond afkomstig uit de gemeentelijke inventaris;
- b)relevante gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit van de grond, vastgesteld door bodemsaneringsdeskundigen, bevoegde instanties als vermeld in het decreet van 26 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2004 pub. 01/07/2004 numac 2004036026 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur sluiten betreffende de openbaarheid van bestuur, of politiediensten. Art. 14.De in het Grondeninformatieregister aanwezige gegevens worden vervolledigd of bijgewerkt op basis van relevante gegevens die vastgesteld zijn door de personen, diensten
instanties, vermeld in artikel 13, of door instrumenterende ambtenaren. Art. 15.Op eerste verzoek bezorgen alle diensten van de Vlaamse overheid, de gemeenten
provincies met het oog op het beheer van het Grondeninformatieregister alle nuttige gegevens aan de OVAM
aan de bodemsaneringsdeskundige die handelt in opdracht van de OVAM. Onderafdeling II. Toegankelijkheid van het Grondeninformatieregister Art. 16.De informatie uit het grondeninformatieregister is toegankelijk via de aanvraag van een bodemattest, via een verzoek om specifieke informatie of via het e-loket van de OVAM,
dit overeenkomstig de procedure
de voorwaarden, vermeld in artikel 17 tot
met 20. A. Bodemattest Art. 17.De aanvraag van een bodemattest moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, bij de OVAM worden ingediend met een volledig ingevuld aanvraagformulier voor een bodemattest. Het model van dat aanvraagformulier wordt vastgesteld bij besluit van de minister
voorziet in ieder geval in de opvraging van de volgende gegevens : 1° de coördinaten van de aanvrager;2° de coördinaten van de grond waarop de aanvraag voor bodemattest betrekking heeft;3° als de aanvraag betrekking heeft op een grond zonder kadastraal nummer : een kadastraal plan met aanduiding van de contouren van de grond. Bij de aanvraag van een bodemattest moet overeenkomstig artikel 162, § 9, van het Bodemdecreet, op straffe van niet-ontvankelijkheid van de aanvraag, het bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 162, § 1, van het Bodemdecreet, worden gevoegd. Art. 18.Als de OVAM de aanvraag van een bodemattest onontvankelijk verklaart, stuurt ze die beslissing binnen dertig dagen na ontvangst van de aanvraag naar de aanvrager met vermelding van de reden van niet-ontvankelijkheid. Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van die beslissing zorgt de aanvrager ervoor dat de aanvraag voldoet aan alle ontvankelijkheidsvereisten, vermeld in het eerste lid. Als dat niet het geval is, wordt de aanvraag geacht definitief onontvankelijk te zijn. Het bodemattest op aanvraag wordt door de OVAM uitgereikt binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. Als de aanvraag op een risicogrond betrekking heeft, wordt het bodemattest door de OVAM uitgereikt binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. B. Specifieke informatie Art. 19.De OVAM kan op schriftelijk verzoek specifieke informatie verstrekken uit het Grondeninformatieregister. Binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het verzoek om specifieke informatie stuurt de OVAM naar de aanvrager een ontwerp van overeenkomst die de modaliteiten van de gevraagde dienstverlening omvat. Die modaliteiten hebben minstens betrekking op de termijn waarbinnen de gevraagde informatie wordt geleverd
de prijs voor die dienstverlening. C. Digitale informatie via het e-loket van de OVAM Art. 20.In het kader van de uitvoering van de taken, vermeld in artikelen 28
29, kan een bodemsaneringsdeskundige via het e-loket van de OVAM de volgende informatie uit het Grondeninformatieregister opvragen : de verslagen van bodemonderzoeken
de rapporten over bodemsaneringen
over andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI van titel III van het Bodemdecreet, in digitale vorm. Afdeling II. - Lijst van risico-inrichtingen Art. 21.De lijst van risico-inrichtingen is vastgesteld in bijlage I, gevoegd bij dit besluit. Tijdelijke inrichtingen
verplaatsbare inrichtingen als vermeld in het Milieuvergunningsdecreet worden voor de toepassing van het Bodemdecreet
dit besluit niet beschouwd als risico-inrichtingen. Afdeling III. - Gemeentelijke inventaris van risicogronden Onderafdeling I. - Beheer van de gemeentelijke inventaris Art. 22.Een gemeente neemt een grond op in de gemeentelijke inventaris van risicogronden op basis van relevante gegevens over risico-inrichtingen die in de gemeente geëxploiteerd werden of in exploitatie zijn. Het gaat om gegevens die in haar bezit zijn of die haar worden bezorgd door bodemsaneringsdeskundigen, instrumenterende ambtenaren, bevoegde instanties, als vermeld in het decreet van 26 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2004 pub. 01/07/2004 numac 2004036026 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur sluiten betreffende de openbaarheid van bestuur, of politiediensten. De in de gemeentelijke inventaris aanwezige gegevens worden vervolledigd of bijgewerkt op basis van relevante gegevens die afkomstig zijn van de personen, instanties
diensten, vermeld in het eerste lid. Art. 23.Voor elke risicogrond wordt in de gemeentelijke inventaris minstens de volgende informatie opgenomen
beheerd : 1° de ligging van de grond : de kadastrale gegevens van de grond of een duidelijke ruimtelijke afbakening van de grond op basis van het in het Vlaamse Gewest gehanteerde coördinatenstelsel die onweerlegbaar de ligging ten opzichte van de perceelsgrenzen bepaalt;2° de risico-inrichtingen die op de grond gevestigd zijn of waren : a) nummer, beschrijving
categorie van de risico-inrichting, zoals ingedeeld in de lijst van risico-inrichtingen;b) start-
einddatum van de exploitatie van de risico-inrichting, voor zover die informatie beschikbaar is;3° de identiteit van de eigenaar. Art. 24.De gemeente staat niet in voor de juistheid van de gegevens die haar overeenkomstig dit besluit rechtstreeks of onrechtstreeks worden verstrekt. Art. 25.De minister bepaalt de inhoud
de vorm van het uittreksel, vermeld in artikel 7, § 2, van het Bodemdecreet, evenals de modaliteiten volgens welke het uittreksel aan de OVAM wordt bezorgd. Onderafdeling II. - Toegankelijkheid van de gemeentelijke inventaris Art. 26.Overeenkomstig artikel 7 van het decreet van 26 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2004 pub. 01/07/2004 numac 2004036026 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur sluiten betreffende de openbaarheid van bestuur bezorgt de gemeente op eenvoudig schriftelijk verzoek informatie uit de gemeentelijke inventaris aan iedereen die erom vraagt. Hoofdstuk II. - Erkenning als bodemsaneringsdeskundige Afdeling I. - Taken van de bodemsaneringsdeskundige Art. 27.Twee types van bodemsaneringsdeskundigen worden onderscheiden : een bodemsaneringsdeskundige van type 1
van type
- Een bodemsaneringsdeskundige van type 1 kan zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon zijn. Een bodemsaneringsdeskundige van type 2 kan alleen een rechtspersoon zijn. De OVAM is van rechtswege erkend als bodemsaneringsdeskundige van type
- Art. 28.Een bodemsaneringsdeskundige van type 1 is in het kader van het Bodemdecreet
dit besluit erkend voor de uitvoering van de volgende taken : 1° het leiden van de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek;2° het voorstellen
het leiden van de uitvoering van voorzorgsmaatregelen
veiligheidsmaatregelen, voor zover die maatregelen geen grondwateronttrekkingen omvatten;3° het leiden van het opstellen van een technisch verslag;4° het leiden van het opstellen van een studie van de ontvangende grond;5° het opstellen van een evaluatierapport als vermeld in artikel 78 van het Bodemdecreet. Art. 29.Een bodemsaneringsdeskundige van type 2 is in het kader van het Bodemdecreet
dit besluit erkend voor de uitvoering van de volgende taken : 1° het leiden van de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek;2° het leiden van de uitvoering van een oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek;3° het leiden van de uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek;4° het leiden van de opstelling van een bodemsaneringsproject of beperkt bodemsaneringsproject, evenals het opstellen van voorstellen van kleine of grote wijziging of aanvulling als vermeld in artikel 63, § 1, van het Bodemdecreet;5° het leiden van de uitvoering van bodemsaneringswerken;6° het leiden van de uitvoering van de nazorg;7° het leiden van de uitvoering van een eindevaluatieonderzoek;8° het leiden van de uitvoering van een siteonderzoek;9° het voorstellen
het leiden van de uitvoering van voorzorgsmaatregelen
veiligheidsmaatregelen;10° het leiden van het voorstel van gebruiks-
bestemmingsbeperkingen;11° het leiden van de opstelling van een risicobeheersplan;12° het leiden van de uitvoering van risicobeheersmaatregelen
het opstellen van opvolgingsrapporten als vermeld in artikel 88 van het Bodemdecreet;13° het opstellen van een evaluatierapport als vermeld in artikel 78 van het Bodemdecreet;14° het leiden van de uitvoering van een waterbodemonderzoek
van de taken, vermeld in 4° tot
met 13°, met betrekking tot verontreinigde waterbodems;15° het leiden van het opstellen van een technisch verslag;16° het leiden van het opstellen van een studie van de ontvangende grond;17° het opmaken van een individueel bodempreventie-
bodembeheersplan. Afdeling II. - Voorwaarden tot erkenning als bodemsaneringsdeskundige Onderafdeling I. - Bodemsaneringsdeskundige van type 1 Art. 30.§ 1. Om als natuurlijk persoon te worden erkend als bodemsaneringsdeskundige van type 1 gelden de volgende voorwaarden : 1° een grondige kennis hebben van de volgende disciplines : bodemkunde, geologie
scheikunde;2° minstens drie jaar beroepservaring hebben in een milieusector die relevant is voor het onderzoek inzake bodemverontreiniging gedurende de zes jaar die voorafgaan aan de datum van de erkenningsaanvraag;3° een grondige kennis hebben van het Bodemdecreet, zijn uitvoeringsbesluiten, de standaardprocedures
de codes van goede praktijk, opgesteld krachtens het Bodemdecreet
dit besluit;4° zelf beschikken over een model voor risicoanalyse van bodemverontreiniging dat aanvaard wordt door de OVAM;5° zelf de nodige ervaring hebben om het model, vermeld in 4°, te hanteren
de resultaten ervan te interpreteren;6° een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid hebben die de activiteiten als bodemsaneringsdeskundige dekt;7° beschikken over de burgerlijke
politieke rechten
de laatste vijf jaar geen strafrechtelijke veroordeling hebben opgelopen voor overtredingen van de milieuwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie;8° wanneer de bodemsaneringsdeskundige : a) een handelaar is : 1) niet in staat van faillissement verkeren of een gerechtelijk akkoord verkregen hebben, dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg van een soortgelijke procedure die geldt in het land waar hij gevestigd is;2) niet het voorwerp zijn van een procedure van faillietverklaring of van gerechtelijk akkoord of van een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de wetten
regelingen van het land waar hij gevestigd is;b) geen handelaar is : 1) niet in staat van kennelijk onvermogen verkeren, dan wel in een soortgelijke toestand als gevolg van
ige procedure die geldt in het land waar hij gevestigd is;2) niet het voorwerp zijn van een procedure van collectieve schuldenregeling of van een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de wetten
regelingen van het land waar hij gevestigd is;9° binnen het jaar na de datum van de erkenning beschikken over een kwaliteitshandboek. § 2. Om als rechtspersoon te worden erkend als bodemsaneringsdeskundige van type 1 gelden de volgende voorwaarden : 1° opgericht zijn in overeenstemming met de wetgeving van het land waar hij gevestigd is;2° als het gaat om een handelaar : ingeschreven zijn in het handels- of beroepsregister volgens de eisen van het land waar hij gevestigd is;3° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben die samen een grondige kennis hebben van de volgende disciplines : bodemkunde, geologie
scheikunde;4° minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die minstens drie jaar beroepservaring heeft in een milieusector die relevant is voor het onderzoek inzake bodemverontreiniging gedurende de zes jaar die voorafgaan aan de datum van de erkenningsaanvraag;5° minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die een grondige kennis heeft van het Bodemdecreet
zijn uitvoeringsbesluiten, de standaardprocedures
de codes van goede praktijk, opgesteld krachtens het Bodemdecreet
dit besluit;6° zelf beschikken over een model voor risicoanalyse van bodemverontreiniging dat aanvaard wordt door de OVAM;7° een gekwalificeerd persoon in dienst hebben met de nodige ervaring om het model, vermeld in 6°, te hanteren
de resultaten ervan te interpreteren;8° een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid hebben die de activiteiten als bodemsaneringsdeskundige dekt;9° voor de bestuurders
de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden : beschikken over hun burgerlijke
politieke rechten
de laatste vijf jaar geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen hebben voor overtredingen van de milieuwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie;10° de voorwaarde, vermeld in § 1, 8°, is van overeenkomstige toepassing;11° binnen het jaar na de datum van de erkenning beschikken over een kwaliteitshandboek. Onderafdeling II. - Bodemsaneringsdeskundige van type 2 Art. 31.Om te worden erkend als bodemsaneringsdeskundige van type 2 gelden de volgende voorwaarden : 1° opgericht zijn in overeenstemming met de wetgeving van het land waar hij gevestigd is;2° als het gaat om een handelaar : ingeschreven zijn in het handels- of beroepsregister volgens de eisen van het land waar hij gevestigd is;3° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben die samen een grondige kennis hebben van de volgende disciplines : biologie, bodemkunde, geologie, microbiologie
scheikunde;4° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben of contractueel ter beschikking hebben met een grondige kennis van de disciplines bouwkunde
grondmechanica;5° minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die minstens drie jaar beroepservaring heeft in een milieusector die relevant is zowel voor het uitvoeren van bodemonderzoeken als voor het onderzoek inzake risico's van bodemverontreiniging gedurende de zes jaar die voorafgaan aan de datum van de erkenningsaanvraag;6° minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die minstens vijf jaar beroepservaring heeft in een milieusector die relevant is voor het leiden van de bodemsanering gedurende de tien jaar die voorafgaan aan de datum van de erkenningsaanvraag;7° minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die kennis heeft van
minstens vijf jaar beroepservaring heeft met werfopvolging gedurende de tien jaar die voorafgaan aan de datum van de erkenningsaanvraag;8° minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben die minstens twee jaar ervaring heeft met het opstellen van bestekken voor de aanneming van werken gedurende de vijf jaar die voorafgaan aan de datum van de erkenningsaanvraag;9° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben die samen een grondige kennis hebben van het Bodemdecreet, zijn uitvoeringsbesluiten
de standaardprocedures
de codes van goede praktijk, opgesteld krachtens het Bodemdecreet
dit besluit, alsook van de Vlaamse reglementeringen inzake de milieuvergunning, het grondwaterbeheer
de stedenbouw;10° zelf beschikken over een model voor risicoanalyse van bodemverontreiniging dat aanvaard wordt door de OVAM,
minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben met de nodige ervaring om het model te hanteren
de resultaten ervan te interpreteren;11° zelf beschikken of de contractuele beschikking hebben over een mathematisch grondwatermodel dat aanvaard wordt door de OVAM,
minstens één natuurlijke persoon in dienst hebben of contractueel ter beschikking hebben met de nodige ervaring om het model te hanteren
de resultaten ervan te interpreteren;12° zelf beschikken of de contractuele beschikking hebben over de nodige middelen om infrastructuurwerken te ontwerpen
te begeleiden;13° een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid hebben die de activiteiten als bodemsaneringsdeskundige dekt;14° voor de bestuurders
de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden : beschikken over hun burgerlijke
politieke rechten
de laatste vijf jaar geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen hebben voor overtredingen van de milieuwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie;16° de voorwaarde, vermeld in artikel 30, § 1, 8°, is van overeenkomstige toepassing;17° binnen het jaar na de datum van de erkenning beschikken over een kwaliteitshandboek. Onderafdeling III. - Algemene bepalingen Art. 32.De grondige kennis, vermeld in artikel 30, § 1, 1°,
§ 2
, 3°,
artikel 31, 3°
4°, moet worden aangetoond met academische diploma's of diploma's van het hoger onderwijs van het lange type of ermee gelijkgestelde diploma's. De grondige kennis, vermeld in artikel 30, § 1, 3°,
§ 2
, 5°,
artikel 31, 9°, kan worden aangetoond met academische diploma's of diploma's van het hoger onderwijs van het lange type of ermee gelijkgestelde diploma's, of moet blijken uit een curriculum vitae, referentielijst of getuigschrift. De beroepservaring, vermeld in artikel 30, § 1, 2°,
§ 2
, 4°,
artikel 31, 5°, tot
met 8°,
11°, moet blijken uit een curriculum vitae, getuigschrift, referentielijst of beschrijving van de opgedane relevante ervaring. De OVAM beoordeelt of de door de bodemsaneringsdeskundige voorgestelde personen beschikken over die vereiste grondige kennis of beroepservaring. Het ter beschikking hebben, vermeld in artikel 31, 4°, 11°,
12°, moet van die aard zijn dat de uit het Bodemdecreet voortvloeiende termijnen kunnen worden nageleefd. Het in dienst hebben, vermeld in artikel 30, § 2,3°,tot
met 5°,
7°,
31, 4°, tot
met 9°,
11°, moet worden begrepen als de arbeid ter beschikking hebben van een werknemer in ondergeschikt verband via arbeidsovereenkomst, of de diensten op continue basis ter beschikking hebben van een zelfstandige op voorwaarde dat die persoon de kennis of ervaring, vermeld in artikel 30 of 31, via die dienstverlening ter beschikking stelt van maximaal drie bodemsaneringsdeskundigen. Afdeling III. - Procedure tot erkenning als bodemsaneringsdeskundige Onderafdeling I. - Ontvankelijkheid van de aanvraag tot erkenning Art. 33.De aanvraag om als bodemsaneringsdeskundige erkend te worden, wordt bij aangetekende brief gericht aan de minister, per adres van de OVAM. Art. 34.§ 1. Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag voor de erkenning als bodemsaneringsdeskundige de volgende gegevens bevatten : 1° als het een rechtspersoon betreft : a) de statuten van de rechtspersoon;b) de namen van de natuurlijke personen die door de rechtspersoon gemachtigd zijn om de rechtspersoon ten aanzien van derden te verbinden;2° een kopie van de diploma's waarmee de grondige kennis, vermeld in artikel 30, § 1, 1°,
§ 2
,3°,
artikel 31, 3°,
4°,
in voorkomend geval de grondige kennis, vermeld in artikel 30, § 1, 3°,
§ 2
, 5°,
artikel 31, 9°, wordt aangetoond;3° een curriculum vitae, getuigschrift, referentielijst of beschrijving van de opgedane relevante ervaring van de personen die beschikken over de grondige kennis, vermeld in artikel 30, § 1, 3°,
§ 2
, 5°,
artikel 31, 9°,
de beroepservaring, vermeld in artikel 30, § 1, 2°,
§ 2
, 4°,
artikel 31, 5°, tot
met 8°,
11°, waaruit die kennis
ervaring blijkt;4° een bewijs dat de aanvrager de beschikking heeft over de modellen, vermeld in artikel 30 of 31;5° een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager zich tot het volgende verbindt : a) binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de erkenningsbeslissing een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid als vermeld in artikel 30 of 31 te sluiten
de OVAM in kennis te stellen van de afgesloten polis;
- b)binnen een termijn van honderdtachtig dagen na de datum van de erkenningsbeslissing de noodzakelijke personen, vermeld in artikel 30 of 31, in dienst te nemen of contractueel ter beschikking te hebben, voor zover hij die personen nog niet in dienst heeft of contractueel ter beschikking heeft;
- c)alle analyses van monsters
al het veldwerk uit te voeren of te laten uitvoeren als vermeld in artikel 36, 2°;6° een recent getuigschrift van goed zedelijk gedrag van de persoon, vermeld in artikel 30, § 1, of van de bestuurders
de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden;7° als de aanvrager handelaar is, een recent bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager :
- a)niet in staat van faillissement of van vereffening verkeert of een gerechtelijk akkoord verkregen heeft, dan wel in een soortgelijke toestand verkeert als gevolg van een soortgelijke procedure die geldt in het land waar hij gevestigd is;
- b)niet het voorwerp is van een procedure van faillietverklaring of van gerechtelijk akkoord of van een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de wetten
regelingen van het land waar hij gevestigd is;8° een recent attest waaruit blijkt dat de aanvrager aan zijn sociale
fiscale verplichtingen voldaan heeft. § 2. Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag voor de erkenning als bodemsaneringsdeskundige van type 2 naast de gegevens, vermeld in § 1, ook een bewijs bevatten dat de aanvrager zelf beschikt of de contractuele beschikking heeft over de middelen om infrastructuurwerken te ontwerpen
te begeleiden. § 3. De OVAM kan een model van aanvraagformulier tot erkenning als bodemsaneringsdeskundige ter beschikking stellen. Onderafdeling II. - Beoordeling, advies
beslissing over de aanvraag tot erkenning Art. 35.De procedure voor de behandeling van de aanvragen tot erkenning als bodemsaneringsdeskundige is als volgt : 1° de OVAM stuurt binnen een termijn van dertig dagen na de datum van ontvangst van de aanvraag een ontvangstbewijs aan de aanvrager, waarbij de OVAM zich tevens uitspreekt over de ontvankelijkheid van de aanvraag;2° de OVAM verklaart de aanvraag ontvankelijk of verzoekt om de nodige aanvullingen.Als de OVAM niet binnen de termijn, vermeld in 1°, om aanvullingen heeft verzocht, wordt de aanvraag geacht ontvankelijk te zijn. Als de OVAM binnen de termijn, vermeld in 1°, om aanvullingen verzoekt, wordt de aangevulde aanvraag opnieuw bij aangetekende brief aan de OVAM toegestuurd. De OVAM stuurt binnen een termijn van dertig dagen na de datum van ontvangst van de aangevulde aanvraag het ontvangstbewijs aan de aanvrager, waarbij de OVAM zich tevens uitspreekt over de ontvankelijkheid van de aangevulde aanvraag; 3° de OVAM onderzoekt de ontvankelijke aanvraag
stuurt die samen met haar advies binnen een termijn van negentig dagen na de datum van het ontvangstbewijs van de ontvankelijke aanvraag naar de minister;4° de minister neemt binnen een termijn van honderdtwintig dagen na de datum van het ontvangstbewijs van de ontvankelijke aanvraag een beslissing over de erkenning;5° binnen honderdvijftig dagen na de datum van het ontvangstbewijs van de ontvankelijke aanvraag wordt de beslissing over de erkenning door de OVAM bij aangetekende brief aan de aanvrager betekend.De erkenningsbeslissing wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Afdeling IV. - Voorwaarden voor het gebruik van de erkenning als bodemsaneringsdeskundige Art. 36.In het kader van het gebruik van de erkenning is de bodemsaneringsdeskundige ertoe gehouden : 1° alle monsters die genomen worden in het kader van het Bodemdecreet te laten analyseren overeenkomstig het CMA of volgens een methode die door de OVAM gelijkwaardig wordt verklaard bij een laboratorium dat erkend is voor de uit te voeren metingen krachtens het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;2° het veldwerk uit te voeren, of erop toe te zien dat het veldwerk wordt uitgevoerd overeenkomstig het CMA of volgens een methode die door de OVAM gelijkwaardig wordt verklaard;3° op eenvoudig verzoek onmiddellijk aan de OVAM mee te delen waar veldwerk in het kader van het Bodemdecreet
dit besluit wordt gepland in de periode die is aangegeven in het verzoek van de OVAM;4° de taken, vermeld in artikel 28 of 29, uit te voeren in overeenstemming met de standaardprocedures of de codes van goede praktijk, vermeld in het Bodemdecreet
dit besluit;5° in elk rapport, verslag of project, opgesteld krachtens het Bodemdecreet of dit besluit, te verklaren dat hij niet verkeert in een van de gevallen van onverenigbaarheid als vermeld in artikel 46;6° de verslagen, rapporten
projecten, opgesteld krachtens het Bodemdecreet
dit besluit, als auteurs mee te laten ondertekenen door de personen die beschikken over de kennis of ervaring, vermeld in artikel 30 of 31, als bepaald in de standaardprocedures, vermeld in het Bodemdecreet. De OVAM beoordeelt of de door de bodemsaneringsdeskundige voorgestelde personen beschikken over de vereiste kennis
ervaring,
ze kent die personen de bevoegdheid toe om welbepaalde verslagen, rapporten
projecten, vermeld in het Bodemdecreet
dit besluit, als auteur mee te ondertekenen of ze weigert die bevoegdheid; 7° onverwijld de volgende wijzigingen aan de OVAM te melden :
- a)wijziging van de personen met handtekeningbevoegdheid, vermeld in punt 6°;
- b)wijziging van de modellen, vermeld in artikel 30
31, of wijziging van de personen met de vereiste ervaring om die modellen te hanteren
de resultaten ervan te interpreteren;8° een klachtenregister bij te houden dat ter inzage ligt voor de toezichthoudende overheid;9° jaarlijks een jaarverslag op te stellen.Het jaarverslag bevat minstens de volgende elementen : a) een overzicht van de personen, vermeld in artikel 30 of 31, die beschikken over de vereist kennis
beroepservaring;b) een evaluatie van de genomen acties omtrent de kwaliteitsborging, de opleiding van het personeel
de inhoud van het klachtenregister. De bodemsaneringsdeskundige bezorgt de jaarverslagen op eenvoudig verzoek aan de OVAM; 10° een kwaliteitshandboek op te maken
actueel te houden. Afdeling V Schorsing
opheffing van de handtekeningsbevoegdheid
van de erkenning als bodemsaneringsdeskundige Onderafdeling I. - Schorsing
opheffing van de handtekeningsbevoegdheid Art. 37.Naar aanleiding van een ernstige fout of van herhaaldelijke fouten in de verslagen, rapporten of projecten van de bodemsaneringsdeskundige of naar aanleiding van eigen onderzoeksdaden kan de OVAM overgaan tot een herevaluatie om te onderzoeken of de personen met handtekeningsbevoegdheid wel degelijk beschikken over de vereiste kennis
ervaring, vermeld in artikel 30 of 31. De OVAM kan op basis van de herevaluatie de handtekeningbevoegdheid van de personen, vermeld in artikel 36, 6°, schorsen, voor een termijn van dertig dagen tot honderdtachtig dagen, of opheffen. Art. 38.De OVAM brengt de bodemsaneringsdeskundige
de houder van de handtekeningsbevoegdheid, per adres van de bodemsaneringsdeskundige, bij aangetekende brief op de hoogte van de voorgenomen beslissing tot schorsing of opheffing van de handtekeningsbevoegdheid. Binnen een termijn van dertig dagen na datum van ontvangst van die brief kan de houder van de handtekeningsbevoegdheid alle nodige formaliteiten vervullen om de schorsing of opheffing van de handtekeningsbevoegdheid te voorkomen of zijn verweermiddelen aan de OVAM kenbaar te maken. De OVAM neemt een beslissing over de schorsing of de opheffing, rekening houdend met de eventueel vervulde formaliteiten of de eventueel meegedeelde verweermiddelen. In geval van schorsing of opheffing van de handtekeningsbevoegdheid betekent de OVAM die beslissing bij aangetekende brief aan de bodemsaneringsdeskundige
aan de houder van de handtekeningsbevoegdheid, per adres van de bodemsaneringsdeskundige. Onderafdeling II. - Schorsing van de erkenning als bodemsaneringsdeskundige Art. 39.De minister kan te allen tijde de erkenning als bodemsaneringsdeskundige schorsen voor een termijn van maximaal honderdtachtig dagen in de volgende gevallen : 1° de bodemsaneringsdeskundige voert de taken, vermeld in artikel 28 of 29, niet reglementair of niet objectief uit;2° de bodemsaneringsdeskundige houdt onvoldoende toezicht op het veldwerk of het gebruik van de correcte analysemethode;3° de bodemsaneringsdeskundige voldoet niet meer aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 30 of 31;4° de bodemsaneringsdeskundige leeft de voorwaarden voor het gebruik van de erkenning, vermeld in artikel 36, niet na;5° de bodemsaneringsdeskundige begaat onregelmatigheden bij de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 28 of 29;6° de bodemsaneringsdeskundige is bij een vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld voor een misdrijf dat door zijn aard de beroepsethiek van de bodemsaneringsdeskundige in kwestie aantast. Art. 40.De minister brengt de bodemsaneringsdeskundige bij aangetekende brief op de hoogte van zijn voornemen tot schorsing van de erkenning met vermelding van de redenen. Binnen een termijn van dertig dagen na datum van ontvangst van die brief kan de bodemsaneringsdeskundige alle nodige formaliteiten vervullen om de schorsing te voorkomen of zijn verweermiddelen aan de minister kenbaar maken. De minister neemt een beslissing over de schorsing van de erkenning, rekening houdend met de eventueel vervulde formaliteiten of de eventueel meegedeelde verweermiddelen. In geval van schorsing van de erkenning wordt die beslissing door de minister bij aangetekende brief aan de bodemsaneringsdeskundige betekend
bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Onderafdeling III. - Opheffing van de erkenning als bodemsaneringsdeskundige Art. 41.De minister kan te allen tijde de erkenning als bodemsaneringsdeskundige opheffen in de volgende gevallen : 1° de bodemsaneringsdeskundige voert de taken, vermeld in artikel 28 of 29, herhaaldelijk niet reglementair of niet objectief uit;2° de bodemsaneringsdeskundige houdt herhaaldelijk onvoldoende toezicht op veldwerk of het gebruik van de correcte analysemethode;3° de bodemsaneringsdeskundige voldoet bij het verstrijken van de schorsingsperiode nog steeds niet aan de erkenningsvoorwaarden waarvoor hij op grond van artikel 39, 3°, geschorst werd;4° de bodemsaneringsdeskundige leeft de voorwaarden voor het gebruik van de erkenning, vermeld in artikel 36, bij herhaling niet na;5° de bodemsaneringsdeskundige begaat ernstige onregelmatigheden of bij herhaling onregelmatigheden bij de uitvoering van de taken, vermeld in artikel 28 of 29;6° de bodemsaneringsdeskundige is bij een vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld voor een misdrijf dat door zijn aard de beroepsethiek van de bodemsaneringsdeskundige in ernstige mate aantast. Art. 42.De bepalingen van artikel 40 zijn van overeenkomstige toepassing. Onderafdeling IV. - Opheffing van rechtswege van de erkenning als bodemsaneringsdeskundige Art. 43.§ 1. De erkenning als bodemsaneringsdeskundige van type 1 wordt van rechtswege opgeheven als de bodemsaneringsdeskundige gedurende twee opeenvolgende volledige kalenderjaren minder dan tien technische verslagen
minder dan tien verslagen van oriënterend bodemonderzoek heeft opgemaakt,
bij een erkende bodembeheerorganisatie, respectievelijk bij de OVAM heeft ingediend. De erkenning als bodemsaneringsdeskundige van type 2 wordt van rechtswege opgeheven als de bodemsaneringsdeskundige gedurende twee opeenvolgende volledige kalenderjaren minder dan tien verslagen van oriënterend bodemonderzoek, minder dan vijf verslagen van oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek of beschrijvend bodemonderzoek,
minder dan drie bodemsaneringsprojecten of beperkte bodemsaneringsprojecten heeft opgemaakt
bij de OVAM heeft ingediend. De beslissingen houdende vaststelling van de opheffing van de erkenning worden door de minister bij aangetekende brief aan de bodemsaneringsdeskundige betekend
bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. §
- De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op de bodemsaneringsdeskundigen die van rechtswege erkend zijn. Art. 44.§
- De erkenning als bodemsaneringsdeskundige wordt van rechtswege opgeheven in de volgende gevallen : 1° de bodemsaneringsdeskundige heeft na het verstrijken van de termijn van dertig dagen na de datum van de erkenningsbeslissing niet het bewijs geleverd dat hij de voorgeschreven verzekering voor beroepsaansprakelijkheid heeft afgesloten;2° de bodemsaneringsdeskundige heeft na het verstrijken van de termijn van honderdtachtig dagen na de datum van de erkenningsbeslissing niet het bewijs geleverd de personen, vermeld in artikel 30 of 31, in dienst of contractueel ter beschikking te hebben;3° de bodemsaneringsdeskundige beschikt na het verstrijken van de termijn van een jaar na de datum van de erkenningsbeslissing nog niet over een kwaliteitshandboek als vermeld in artikel 30 of 31;4° de bodemsaneringsdeskundige heeft zijn activiteiten als bodemsaneringsdeskundige stopgezet. De beslissingen houdende vaststelling van de opheffing van de erkenning worden door de minister bij aangetekende brief aan de bodemsaneringsdeskundige betekend
bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. § 2.De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op de bodemsaneringsdeskundigen die van rechtswege erkend zijn. Afdeling VI. - Duur
overdraagbaarheid van de erkenning als bodemsaneringsdeskundige Art. 45.De erkenning als bodemsaneringsdeskundige geldt voor onbepaalde duur, voor zover ze niet wordt geschorst of opgeheven. De erkenning kan niet aan derden worden overgedragen. Afdeling VII. - Onverenigbaarheden Art. 46.Van de erkenning als bodemsaneringsdeskundige kan geen gebruik worden gemaakt in de volgende gevallen : 1° de bodemsaneringsdeskundige of een persoon die voor rekening van de bodemsaneringsdeskundige een directie- of bestuursbevoegdheid uitoefent, is bloed- of aanverwant in de rechte lijn tot
met de derde graad
in de zijlijn tot
met de vierde graad, met de opdrachtgever, of - als het de leiding van bodemsaneringswerken of risicobeheersmaatregelen betreft - met de opdrachtgever of met de uitvoerder van de werken of de maatregelen, of met ieder ander persoon die voor rekening van voormelde opdrachtgever respectievelijk uitvoerder, een directie- of bestuursbevoegdheid uitoefent;2° de bodemsaneringsdeskundige of een persoon die voor rekening van de bodemsaneringsdeskundige een directie- of bestuursbevoegdheid uitoefent, is zelf of bij tussenpersoon eigenaar, mede-eigenaar of werkend vennoot van de opdrachtgever, of - als het de leiding van bodemsaneringswerken of risicobeheersmaatregelen betreft - van de opdrachtgever of van de uitvoerder van de werken of de maatregelen;3° de bodemsaneringsdeskundige of een persoon die voor rekening van de bodemsaneringsdeskundige een directie- of bestuursbevoegdheid uitoefent, oefent in rechte of in feite, zelf of bij tussenpersoon, een directie- of beheersbevoegdheid uit bij voormelde opdrachtgever, of - als het de leiding van bodemsaneringswerken of risicobeheersmaatregelen betreft - van de opdrachtgever of van de uitvoerder;4° de activiteiten van de bodemsaneringsdeskundige worden in die hoedanigheid, als natuurlijke of rechtspersoon, rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk gefinancierd, gecontroleerd of beheerd, in welke vorm dan ook, door de opdrachtgever of de uitvoerder van de bodemsaneringswerken of de risicobeheersmaatregelen;5° zowel de bodemsaneringsdeskundige als de opdrachtgever, of - als het de leiding van bodemsaneringswerken of risicobeheersmaatregelen betreft - zowel de bodemsaneringsdeskundige als de uitvoerder van de bodemsaneringswerken of de risicobeheersmaatregelen, worden rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk gefinancierd, gecontroleerd of beheerd door één persoon. In afwijking van het eerste lid kan de minister op gemotiveerd schriftelijk verzoek van de opdrachtgever of de bodemsaneringsdeskundige beslissen dat in de gevallen van onverenigbaarheid, vermeld in het eerste lid, toch gebruik kan worden gemaakt van de erkenning als bodemsaneringsdeskundige, als hij van oordeel is dat de kwaliteit van de uitvoering van de werkzaamheden kan worden gewaarborgd
als de verzoeker er zich toe verbindt de bijkomende controlekosten van de OVAM te vergoeden. De minister neemt een beslissing binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van het gemotiveerde schriftelijke verzoek. Hoofdstuk III.- Verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek
de bodemsanering uit te voeren
te (pre)financieren Afdeling I. Saneringscriterium bij nieuwe bodemverontreiniging Art. 47.De bodemsaneringsnormen, vermeld in artikel 9, § 1, van het Bodemdecreet, worden vastgesteld in bijlage IV, gevoegd bij dit besluit. Afdeling II. - Saneringsdoel Art. 48.Bij de evaluatie van de beste beschikbare technieken die geen overmatige kosten met zich meebrengen, moet rekening worden gehouden met de volgende elementen : 1° de verschillende milieuhygiënische criteria van de beschouwde technieken, zoals :
- a)de mate van het behalen van de decretale doelstellingen;
- b)de eventuele beperkingen op het gebruik van de grond na de bodemsanering;
- c)de verschillende milieubaten;
- d)de tijd die het zal vergen om de bodem te saneren;2° de verschillende technische criteria van de beschouwde technieken, zoals :
- a)de mogelijke hinder voor de omgeving;
- b)de mate waarin toekomstige schade zal voorkomen;
- c)de mate waarin bij de uitvoering onbedoelde schade kan worden vermeden
- d)de noodzakelijke maatregelen om zowel de milieuveiligheid als de arbeidsveiligheid te verzekeren bij de uitvoering van de bodemsaneringswerken;3° de kosten van de uitvoering van de bodemsanering
de eventuele bijkomende kosten die gekoppeld zijn aan de restverontreiniging. Art. 49.De nadere regels voor de afweging van de verschillende technieken worden bepaald in de standaardprocedure, vermeld in artikel 47, § 2, van het Bodemdecreet. Afdeling III. - Vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek
de bodemsanering uit te voeren Onderafdeling I. - Kennisvoorwaarde Art. 50.Bij de beoordeling van het feit of de eigenaar al dan niet op de hoogte was of op de hoogte behoorde te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik van de verwerving, vermeld in artikel 12, § 2, 3°,
artikel 23, § 2, 3°, van het Bodemdecreet, wordt in het bijzonder rekening gehouden met de volgende elementen : 1° het tijdstip van de verwerving;2° vermeldingen of aanwijzingen in de aankoopakte;3° de hoedanigheid van de eigenaar;4° de ervaring of beroepskennis van de eigenaar;5° de aard, de zintuiglijke waarneembaarheid of de algemene bekendheid van de bodemverontreiniging;6° de aard van de inrichting die aanleiding heeft gegeven tot de bodemverontreiniging;7° de toestand van
de voorkennis over de verontreinigde grond;8° beschikbare documenten met betrekking tot de verontreinigde grond. Onderafdeling II. Procedure tot aanvraag van de vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek
de bodemsanering uit te voeren A. Nieuwe bodemverontreiniging Art. 51.De persoon, vermeld in artikel 11 van het Bodemdecreet, betekent zijn gemotiveerd standpunt tot vrijstelling van de plicht als vermeld in artikel 12 van het Bodemdecreet bij aangetekende brief aan de OVAM. Hij doet dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de brief van de OVAM waarin hem wordt gewezen op zijn zelfstandige verplichting om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren of om tot bodemsanering over te gaan. De OVAM onderzoekt het gemotiveerde standpunt
oordeelt of de persoon, vermeld in artikel 11 van het Bodemdecreet, voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1 of § 2, van het Bodemdecreet, of dat de afwijking, vermeld in artikel 12, § 3, van het Bodemdecreet, van toepassing is. De OVAM stelt die persoon in kennis van haar beslissing binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het gemotiveerd standpunt. B. Historische bodemverontreiniging Art. 52.Voor de aanmaning, vermeld in artikel 22 van het Bodemdecreet, kunnen de personen, vermeld in artikel 22 van het Bodemdecreet, op elk tijdstip bij aangetekende brief hun gemotiveerde standpunt tot vrijstelling van de plicht als vermeld in artikel 23 van het Bodemdecreet aan de OVAM betekenen. De OVAM neemt het gemotiveerde standpunt op in het dossier van de grond. Na de aanmaning betekent de persoon die krachtens artikel 22 van het Bodemdecreet werd aangemaand bij aangetekende brief zijn gemotiveerde standpunt aan de OVAM. Hij doet dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de aanmaning. De OVAM onderzoekt het gemotiveerde standpunt
oordeelt of de aangemaande persoon voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden, vermeld in artikel 23, § 1 of § 2, van het Bodemdecreet, of dat de afwijking, vermeld in artikel 23, § 3, van het Bodemdecreet, van toepassing is. De OVAM stelt die persoon in kennis van haar beslissing binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het gemotiveerde standpunt. Onderafdeling III. - Overdracht van de vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek
de bodemsanering uit te voeren Art 53. Als de persoon die de grond overdraagt voor een bepaalde bodemverontreiniging krachtens artikel 12 of 23 van het Bodemdecreet vrijstelling van de verplichting tot het uitvoeren van het beschrijvend bodemonderzoek
de bodemsanering heeft verkregen, gaat die vrijstelling op het moment van de verwerving van de grond van rechtswege over op de verwerver als voldaan is aan de drie volgende voorwaarden : 1° de verwerver of zijn rechtsvoorganger heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;2° de verontreiniging is niet tot stand gekomen tijdens een periode dat de verwerver of zijn rechtsvoorganger eigendoms- of gebruiksrechten op de grond had;3° de verwerver heeft op het moment dat de grond wordt overgedragen geen eigendomsrechten op de grond. Art. 54.De vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek
de bodemsanering uit te voeren die krachtens artikel 53 op de verwerver is overgegaan, vervalt van rechtswege wanneer de aanwezige bodemverontreiniging die in de conformverklaring van het oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek of van het beschrijvend bodemonderzoek, of in de eindverklaring werd gekwalificeerd als geen ernstige bodemverontreiniging, opnieuw een risico oplevert of kan opleveren tot nadelige beïnvloeding van mens of milieu door een wijziging van de kenmerken, functies of eigenschappen van de bodem. Hoofdstuk IV. - Oriënterend bodemonderzoek
beschrijvend bodemonderzoek Afdeling I. - Oriënterend bodemonderzoek Onderafdeling I. - Aanvullende onderzoeksverrichtingen
conformverklaring van het oriënterend bodemonderzoek Art. 55.Een oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de bepalingen van artikel 28 van het Bodemdecreet. Als de OVAM van oordeel is dat het oriënterend bodemonderzoek niet conform die bepalingen werd uitgevoerd, kan ze overeenkomstig artikel 28, § 3, van het Bodemdecreet op elk ogenblik administratieve of technische aanvullende onderzoeksverrichtingen opleggen. Als de OVAM aanvullende onderzoeksverrichtingen oplegt, kan ze een termijn bepalen waarbinnen de aanvullende onderzoeksverrichtingen moeten worden uitgevoerd
het verslag ervan bij de OVAM moet worden ingediend. Art. 56.Als de OVAM van oordeel is dat de aanvullende onderzoeksverrichtingen samen met het uitgevoerde bodemonderzoek, vermeld in artikel 28, § 3, van het Bodemdecreet, aan de vereisten van artikel 28 van het Bodemdecreet beantwoorden, levert ze een bodemattest af aan de opdrachtgever van het oriënterend bodemonderzoek waarin dit wordt vermeld. Dat bodemattest geldt als conformiteitsattest voor het oriënterend bodemonderzoek. Art. 57.Als de OVAM zich niet binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het verslag van de aanvullende onderzoeksverrichtingen heeft uitgesproken, worden de aanvullende onderzoeksverrichtingen samen met het uitgevoerde bodemonderzoek, vermeld in artikel 28, § 3, van het Bodemdecreet, geacht conform de bepalingen van artikel 28 van het Bodemdecreet te zijn. Onderafdeling II. - Verplichting om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren A. Overdracht van risicogrond bij gedwongen mede-eigendom Art. 58.Een oriënterend bodemonderzoek wordt in de volgende gevallen op initiatief
op kosten van de overdrager of de gemandateerde uitgevoerd voor de overdracht van een privatief deel van een onroerend geheel dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek : 1° in dat privatieve deel is of was een risico-inrichting gevestigd;2° in de gemeenschappelijke delen is of was een risico-inrichting gevestigd die uitsluitend bestemd is of was voor dat privatieve deel. Art. 59.Een eenmalig oriënterend bodemonderzoek wordt in de volgende gevallen op initiatief
op kosten van de vereniging van mede-eigenaars uitgevoerd : 1° voor de vestiging van de gedwongen mede-eigendom was een risico-inrichting gevestigd op de grond waarop de gedwongen mede-eigendom gevestigd is;2° in de gemeenschappelijke delen was een risico-inrichting gevestigd die bestemd was ten behoeve van de mede-eigendom. Het eenmalige oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd voor 31 december 2014, tenzij er eerder een overdracht van een privatief of gemeenschappelijk deel plaatsvindt. In dat geval wordt het eenmalige oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd voor de eerste overdracht. Als de vereniging van mede-eigenaars nalaat het oriënterend bodemonderzoek uit te voeren, ook binnen dertig dagen nadat de overdrager haar daartoe bij aangetekende brief in gebreke heeft gesteld, kan de overdrager zelf opdracht geven tot het uitvoeren van het oriënterend bodemonderzoek
de eraan verbonden kosten verhalen op de vereniging van mede-eigenaars. Hij kan ook van de vereniging van mede-eigenaars een voorschot vorderen voor de betaling van de kosten van het oriënterend bodemonderzoek. Art. 60.Er hoeft geen oriënterend bodemonderzoek te worden uitgevoerd voor de overdracht van een privatief of gemeenschappelijk deel als in de gemeenschappelijke delen een risico-inrichting gevestigd is die uitsluitend bestemd is ten behoeve van de mede-eigendom, voor zover geen
kel van de gevallen, vermeld in artikel 58
59, van toepassing is. B. Periodieke verplichting om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren Art. 61.De exploitanten van de risico-inrichtingen die in de lijst in bijlage I bij dit besluit onder de kolom 'categorie' met de letter B zijn aangeduid, moeten op eigen kosten een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren volgens het volgende tijdschema : 1° een eerste maal : a) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie voor 29 oktober 1995 is aangevat : voor 31 december 2011;b) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie tussen 29 oktober 1995
de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat : voor 31 december 2015;c) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat
waar geen oriënterend bodemonderzoek op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van tien jaar voor de aanvang van de exploitatie : binnen zes jaar na de aanvang van de exploitatie;d) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat
waar een oriënterend bodemonderzoek op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van tien jaar voor de aanvang van de exploitatie : binnen tien jaar na de aanvang van de exploitatie;2° vervolgens periodiek om de tien jaar. Art. 62.De exploitanten van de risico-inrichtingen die in de lijst in bijlage I bij dit besluit onder de kolom 'categorie' met de letter A zijn aangeduid, moeten op eigen kosten een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren volgens het volgende tijdschema : 1° een eerste maal : a) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie voor 29 oktober 1995 is aangevat : voor 31 december 2013;b) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie tussen 29 oktober 1995
de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat : voor 31 december 2017;c) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat
waar geen oriënterend bodemonderzoek op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van tien jaar voor de aanvang van de exploitatie : binnen twaalf jaar na de aanvang van de exploitatie;d) de risico-inrichtingen waarvan de exploitatie na de inwerkingtreding van dit besluit is aangevat
waar een oriënterend bodemonderzoek op de grond werd uitgevoerd binnen de periode van tien jaar voor de aanvang van de exploitatie : binnen twintig jaar na de aanvang van de exploitatie;2° vervolgens periodiek om de twintig jaar. Art. 63.De periodieke verplichting om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren geldt niet voor tijdelijke inrichtingen
verplaatsbare inrichtingen als vermeld in het Milieuvergunningsdecreet. Onderafdeling III. - Uitzondering op de verplichting om een volledig nieuw oriënterend bodemonderzoek uit te voeren A. Geen nieuw oriënterend bodemonderzoek Art. 64.Er hoeft geen nieuw oriënterend bodemonderzoek te worden uitgevoerd als voldaan is aan de twee volgende voorwaarden : 1° sedert de datum van ondertekening van het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek is of was op de te onderzoeken grond geen risico-inrichting gevestigd;2° de bestemming van de te onderzoeken grond conform de vigerende plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen is sedert de datum van ondertekening van het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek niet in die zin gewijzigd dat een bestemmingstype met een lagere bodemsaneringsnorm van toepassing is. Art. 65.Als sedert de datum van ondertekening van het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek op de te onderzoeken grond een risico-inrichting gevestigd is of was, hoeft geen nieuw oriënterend bodemonderzoek te worden uitgevoerd als voldaan is aan de twee volgende voorwaarden : 1° de ondertekening van het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek dateert van minder dan een jaar voor de rechtshandeling die of het rechtsfeit dat krachtens het Bodemdecreet de verplichting tot het uitvoeren van een oriënterend bodemonderzoek met zich meebrengt;2° sedert de datum van ondertekening van het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek heeft er zich geen schadegeval op de grond voorgedaan. B. Beperkte aanvulling van het oriënterend bodemonderzoek Art. 66.In de gevallen, vermeld in artikel 64
65, moet een beperkte aanvulling van het meest recente oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd als de ruimtelijke omschrijving van de onderzochte grond niet meer overeenstemt met de ruimtelijke omschrijving van de grond waarop de onderzoeksplicht rust. De beperkte aanvulling wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vermeld in artikel 28, § 2, van het Bodemdecreet. C. Bundeling
aanvulling van de beschikbare onderzoeksgegevens Art. 67.Als sedert de datum van ondertekening van het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek op de grond een risico-inrichting gevestigd is of was, kan het oriënterend bodemonderzoek worden beperkt tot een bundeling
aanvulling van de beschikbare onderzoeksgegevens, als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden : 1° een beschrijvend bodemonderzoek waarbij onder meer de mogelijke bodemverontreiniging van alle op de grond gevestigde risico-inrichtingen werd onderzocht, werd uitgevoerd minder dan een jaar voor de rechtshandeling die of het rechtsfeit dat krachtens het Bodemdecreet de verplichting tot het uitvoeren van een oriënterend bodemonderzoek met zich meebrengt;2° een bodemsanering die de bodemverontreiniging van alle op de grond gevestigde risico-inrichtingen tot voorwerp heeft, is in uitvoering;3° de OVAM heeft minder dan een jaar voor de rechtshandeling die of het rechtsfeit dat krachtens het Bodemdecreet de verplichting tot het uitvoeren van een oriënterend bodemonderzoek met zich meebrengt, een eindverklaring uitgereikt voor een bodemsanering die de bodemverontreiniging van alle op de grond gevestigde risico-inrichtingen tot voorwerp had. Afdeling II. - Beschrijvend bodemonderzoek Art. 68.Overeenkomstig artikel 39, § 1, van het Bodemdecreet spreekt de OVAM zich binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het verslag van het beschrijvend bodemonderzoek uit over de conformiteit van het beschrijvend bodemonderzoek met de bepalingen van artikel 38 van het Bodemdecreet. Art. 69.Als de OVAM van oordeel is dat het beschrijvend bodemonderzoek conform de vereisten van artikel 38 van het Bodemdecreet werd uitgevoerd, reikt ze een conformiteitsattest uit voor het beschrijvend bodemonderzoek. Als in het verslag van het beschrijvend bodemonderzoek gegevens, vermeld in artikel 38, § 1, tweede lid, van het Bodemdecreet, opgenomen zijn, kan de OVAM een uitspraak over die gegevens in het conformiteitsattest van het beschrijvend bodemonderzoek opnemen. Art. 70.Als de OVAM van oordeel is dat het beschrijvend bodemonderzoek niet conform de vereisten van artikel 38 van het Bodemdecreet werd uitgevoerd, legt ze aanvullende onderzoeksverrichtingen op. De OVAM kan een termijn bepalen waarbinnen de aanvullende onderzoeksverrichtingen moeten worden uitgevoerd
het verslag ervan aan de OVAM moet worden bezorgd. Art. 71.De OVAM stelt de opdrachtgever van het beschrijvend bodemonderzoek in kennis van de beslissingen, vermeld in artikel 69
70. Afdeling III. - Oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek Art. 72.Overeenkomstig artikel 45, § 1, van het Bodemdecreet spreekt de OVAM zich binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het verslag van oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek uit over de conformiteit van het oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek met de bepalingen van artikel 44 van het Bodemdecreet. Art. 73.Als de OVAM van oordeel is dat het oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek conform de vereisten van artikel 44 van het Bodemdecreet werd uitgevoerd, reikt ze een conformiteitsattest uit voor het oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek. De bepaling van artikel 69, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Art. 74.Als de OVAM van oordeel is dat het oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek niet werd uitgevoerd conform de vereisten van artikel 44 van het Bodemdecreet, maar wel voldoet aan de vereisten van artikel 28 van het Bodemdecreet, beschouwt ze het verslag van oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek als een verslag van oriënterend bodemonderzoek. Om het ingediende bodemonderzoek alsnog aan de vereisten van artikel 44 van het Bodemdecreet te laten voldoen, kunnen aanvullende onderzoeksverrichtingen worden uitgevoerd
kan het verslag ervan aan de OVAM worden bezorgd. Art. 75.Als de OVAM van oordeel is dat het oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek niet conform de vereisten van artikel 44 van het Bodemdecreet werd uitgevoerd
evenmin voldoet aan de vereisten van artikel 28 van het Bodemdecreet, legt de OVAM aanvullende onderzoeksverrichtingen op om het ingediende bodemonderzoek te laten voldoen aan de vereisten van artikel 28 van het Bodemdecreet. De OVAM kan een termijn bepalen waarbinnen die aanvullende onderzoeksverrichtingen moeten worden uitgevoerd
het verslag ervan aan de OVAM moet worden bezorgd. Om het ingediende bodemonderzoek alsnog aan de vereisten van artikel 44 van het Bodemdecreet te laten voldoen, kunnen naast de aanvullende onderzoeksverrichtingen, vermeld in het eerste lid, nog bijkomende aanvullende onderzoeksverrichtingen worden uitgevoerd
kan het verslag ervan aan de OVAM worden bezorgd. Art. 76.De OVAM stelt de opdrachtgever van het oriënterend
beschrijvend bodemonderzoek in kennis van de beslissingen, vermeld in artikelen 73 tot
met 75. Hoofdstuk V.- Bodemsanering Afdeling I. - Bodemsaneringsproject Onderafdeling I. - Kennisgeving van het bodemsaneringsproject aan de OVAM Art. 77.Het bodemsaneringsproject wordt aan de OVAM betekend bij ter post aangetekende zending tegen ontvangstbewijs of wordt afgegeven op de zetel van de OVAM tegen ontvangstbewijs. Het bodemsaneringsproject wordt bij de OVAM ingediend in het aantal exemplaren
ondertekend zoals bepaald in de standaardprocedure, vermeld in artikel 47, § 2, van het Bodemdecreet. Onderafdeling II. - Inhoud van het bodemsaneringsproject Art. 78.Een bodemsaneringsproject bevat minstens de volgende gegevens : 1° een niet-technische samenvatting van het bodemsaneringsproject;2° de volgende identificatiegegevens :
- a)de identificatie van de te saneren gronden waarop het bodemsaneringsproject betrekking heeft;
- b)de identificatie van de gronden waarop werken noodzakelijk zijn om de bodemsanering uit te voeren, inclusief de coördinaten van hun eigenaar
gebruiker
, indien van toepassing, de coördinaten van de vereniging van mede-eigenaars;3° de volgende specifieke informatie in geval van :
- a)een gefaseerd bodemsaneringsproject : de motivatie waarom een gefaseerd bodemsaneringsproject wordt opgesteld;
- b)aanvullingen op of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject : de aanvullingen op of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject;
- c)een nieuw bodemsaneringsproject : de motivatie waarom een nieuw bodemsaneringsproject wordt opgesteld;4° een overzicht van de verontreinigingstoestand
de eventueel uitgevoerde maatregelen
pilootproeven : a) de resultaten van de relevante conform verklaarde oriënterende
beschrijvende bodemonderzoeken, beschrijvende bodemonderzoeken of waterbodemonderzoeken die in voorkomend geval geactualiseerd werden;
- b)de resultaten van de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI van Titel III van het Bodemdecreet, die in voorkomend geval genomen werden, voor zover die een impact hebben op het bodemsaneringsproject;
- c)de resultaten van de pilootproeven die in voorkomend geval werden uitgevoerd;5° de volgende informatie over de behandeling van de bodemverontreiniging
de eventuele nazorg : a) wat de technische mogelijkheden betreft om de bodemverontreiniging te behandelen : 1) de verschillende technische mogelijkheden om de bodemverontreiniging te behandelen
de resultaten van de eventueel uitgevoerde onderzoeken naar de haalbaarheid van die technische mogelijkheden;2) een raming van de kostprijs van die technische mogelijkheden;3) een aanduiding van de impact van die technische mogelijkheden op het leefmilieu
van de resultaten waartoe ze zullen leiden, rekening houdend met de bepalingen van artikel 10 of 21 van het Bodemdecreet
met de eventuele beperkingen die ze zullen meebrengen bij het toekomstige gebruik van de verontreinigde gronden;4) een afweging van de in overweging genomen relevante technische mogelijkheden om de beste beschikbare techniek voor te stellen overeenkomstig artikel 48;b) de maatregelen die de opsteller van het bodemsaneringsproject voorstelt te nemen overeenkomstig artikel 10 of 21 van het Bodemdecreet,
de termijnen waarbinnen die maatregelen zullen worden genomen;
- c)de verenigbaarheid van het potentiële gebruik van de verontreinigde gronden na bodemsanering met de vigerende of voorlopig vastgelegde bestemming;
- d)de beperkingen die tijdens of na de uitvoering van de bodemsanering zullen gelden krachtens artikel 72 van het Bodemdecreet;
- e)de wijze waarop de tijdelijk of definitief weggenomen verontreinigende stoffen of delen van de bodem of opstallen zullen worden behandeld of verwerkt;
- f)de beschrijving van de maatregelen die zullen worden genomen om zowel de milieuveiligheid als de arbeidsveiligheid te verzekeren bij de uitvoering van de bodemsaneringswerken;
- g)de weerslag van de uitvoering van de bodemsaneringswerken op de naburige gronden;
- h)de activiteiten op de naburige gronden voor zover die een impact kunnen hebben op de bodemsanering;
- i)de eventuele nazorg
de termijn waarvoor die van kracht is;6° de volgende gegevens over eventuele vergunningsplichtige activiteiten in het kader van de bodemsaneringswerken :
- a)als de uitvoering van de bodemsaneringswerken activiteiten omvat die krachtens het Milieuvergunningsdecreet meldings- of vergunningsplichtig of krachtens het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende organisatie van de ruimtelijke ordening vergunningsplichtig zijn : de relevante gegevens over die vergunningsplichtige activiteiten;
- b)als de uitvoering van de bodemsaneringswerken het exploiteren of het veranderen van een inrichting impliceert waarvoor een milieueffectrapport of een omgevingsveiligheidsrapport vereist is krachtens de geldende wetgeving : de relevante gegevens daarover. Onderafdeling III. - Ontvankelijkheid
volledigheid van het bodemsaneringsproject Art. 79.Het bodemsaneringsproject is onontvankelijk als de kennisgeving van het bodemsaneringsproject niet conform de bepalingen van artikel 77 is. Het bodemsaneringsproject is onvolledig als het bodemsaneringsproject niet minstens de gegevens, vermeld in artikel 78, bevat. Art. 80.De OVAM onderzoekt de ontvankelijkheid
de volledigheid van het bodemsaneringsproject. Als de OVAM van oordeel is dat het bodemsaneringsproject onontvankelijk of onvolledig is, stelt ze de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject in kennis van die beslissing binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het bodemsaneringsproject. Onderafdeling IV. - Kennisgeving door de OVAM van de indiening van een ontvankelijk
volledig bodemsaneringsproject Art. 81.De OVAM brengt de eigenaars
gebruikers van de gronden waarop werken noodzakelijk zijn om de verdere bodemsanering uit te voeren binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het bodemsaneringsproject op de hoogte dat een ontvankelijk
volledig bodemsaneringsproject bij de OVAM werd ingediend. In de kennisgeving vermeldt de OVAM dat ze de mogelijkheid hebben om : 1° kennis te nemen van het bodemsaneringsproject op de zetel van de OVAM,
bij de diensten van de gemeente als de bodemsaneringswerken inrichtingen omvatten die vergunningsplichtig zijn krachtens het Milieuvergunningsdecreet;2° bezwaren of opmerkingen op het bodemsaneringsproject bij aangetekende brief aan de OVAM mee te delen binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van die kennisgeving. Als de grond waarop werken noodzakelijk zijn om de verdere bodemsanering uit te voeren een mede-eigendom als vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek betreft, doet de OVAM de kennisgeving, in afwijking van het eerste lid, alleen aan de vereniging van mede-eigenaars. De vereniging van mede-eigenaars brengt de eigenaars
gebruikers van die mede-eigendom op de hoogte van de kennisgeving van de OVAM binnen een termijn van tien dagen na ontvangst ervan. Art. 82.De kennisgevingsverplichting, vermeld in artikel 81, geldt niet ten aanzien van de eigenaars
gebruikers waarvan het gedagtekende
ondertekende akkoord of de gedagtekende
ondertekende bezwaren of opmerkingen opgenomen zijn in het bodemsaneringsproject. Onderafdeling V. - Openbaar onderzoek
advies Art. 83.Als het bodemsaneringsproject inrichtingen omvat die krachtens het Milieuvergunningsdecreet vergunningsplichtig zijn, legt de OVAM het ontvankelijke
volledige bodemsaneringsproject binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst ervan voor advies voor aan de volgende instanties : 1° het college van burgemeester
schepenen van de gemeente waar de gronden gelegen zijn waarop de vergunningsplichtige inrichtingen worden gevestigd;2° de andere overheidsorganen die krachtens artikel 12, § 1, van het Milieuvergunningsdecreet aangewezen zijn om advies uit te brengen over een milieuvergunningsaanvraag voor die inrichtingen, met uitzondering van de OVAM. Art. 84.Als het bodemsaneringsproject werken omvat die krachtens het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende organisatie van de ruimtelijke ordening vergunningsplichtig zijn, legt de OVAM het ontvankelijke
volledige bodemsaneringsproject binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst ervan voor advies voor aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, bevoegd krachtens voormeld decreet. Art. 85.Als het bodemsaneringsproject werken omvat waarvoor een milieueffectrapport of een veiligheidsrapport vereist is, legt de OVAM het ontvankelijke
volledige bodemsaneringsproject binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst ervan voor advies voor aan de bevoegde administratie. Art. 86.In de gevallen, vermeld in artikel 83 tot
met 85, bezorgt de OVAM binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst ervan het bodemsaneringsproject aan het college van burgemeester
schepenen van de gemeente waar de gronden gelegen zijn waarop de vergunningsplichtige inrichtingen of werken gevestigd zijn of uitgevoerd worden,
waarop werken worden uitgevoerd waarvoor een milieueffectrapport of een veiligheidsrapport vereist is. Binnen een termijn van tien dagen na ontvangst ervan maakt de burgemeester het bodemsaneringsproject gedurende dertig dagen bekend door aanplakking van een bericht op de plaats waar de bodemsaneringswerken gepland zijn
op de plaatsen die gereserveerd zijn voor de officiële berichten van bekendmaking. Gedurende diezelfde periode van dertig dagen legt hij het bodemsaneringsproject ter inzage bij de diensten van het gemeentebestuur. Tijdens die periode van bekendmaking kan iedereen schriftelijk bezwaren
opmerkingen richten aan het college van burgemeester
schepenen. Na afloop van de periode van bekendmaking maakt de burgemeester een proces-verbaal op over de ingediende bezwaren
opmerkingen. Uiterlijk vijftig dagen na ontvangst van het bodemsaneringsproject wordt het proces-verbaal aan de OVAM bezorgd. De adviesverlenende instanties, vermeld in artikel 83 tot
met 85, verlenen hun advies over het bodemsaneringsproject aan de OVAM uiterlijk vijftig dagen na ontvangst van het bodemsaneringsproject. Bij gebrek aan advies binnen die termijn wordt aangenomen dat een gunstig advies werd uitgebracht
kan de procedure worden voortgezet. Onderafdeling VI. - Conformverklaring van het bodemsaneringsproject Art. 87.Overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit van het bodemsaneringsproject met de vereisten van artikel 47
48 van het Bodemdecreet,
met de procedure, vastgesteld krachtens artikel 49 van het Bodemdecreet. Art. 88.§ 1. Als de OVAM van oordeel is dat het bodemsaneringsproject conform de vereisten van artikel 47
48 van het Bodemdecreet werd opgesteld
de procedure, vermeld in artikel 49 van het Bodemdecreet, werd nageleefd, levert ze een conformiteitsattest af voor het bodemsaneringsproject. Met behoud van de mogelijkheid van de OVAM om wijzigingen of aanvullingen op te leggen, kan de OVAM eenzijdig aanvullingen of bijzondere voorwaarden in het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject opnemen. §
- De kennisgeving van de beslissing over de conformverklaring van het bodemsaneringsproject wordt gedaan overeenkomstig artikel 50, § 2, van het Bodemdecreet. Art. 89.§
- Als de OVAM van oordeel is dat het bodemsaneringsproject niet conform de vereisten van artikel 47
48 van het Bodemdecreet werd opgesteld,
de procedure, vermeld in artikel 49 van het Bodemdecreet, niet werd nageleefd, legt ze aanvullingen op of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject op. Als de OVAM aanvullingen of wijzigingen oplegt, kan ze een termijn bepalen waarbinnen het aangepaste bodemsaneringsproject aan de OVAM moet worden bezorgd. Het aangepast bodemsaneringsproject wordt aan de OVAM bezorgd op dezelfde wijze als vermeld in artikel 77 van dit besluit. § 2. De OVAM stelt de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject in kennis van de beslissing over het opleggen van aanvullingen op of wijzigingen aan het bodemsaneringsproject. Afdeling II. - Beperkt bodemsaneringsproject Onderafdeling I. - Kennisgeving van het beperkte bodemsaneringsproject aan de OVAM Art. 90.Het beperkt bodemsaneringsproject wordt aan de OVAM betekend bij ter post aangetekende zending tegen ontvangstbewijs of afgegeven op de zetel van de OVAM tegen ontvangstbewijs. Het beperkt bodemsaneringsproject wordt bij de OVAM ingediend in het aantal exemplaren
ondertekend zoals bepaald in de standaardprocedure, vermeld in artikel 57 juncto artikel 47, § 2, van het Bodemdecreet. Onderafdeling II. - Inhoud van het beperkt bodemsaneringsproject Art. 91.Het beperkt bodemsaneringsproject bevat minstens de volgende gegevens : 1° een niet-technische samenvatting van het beperkt bodemsaneringsproject;2° de volgende identificatiegegevens : a) de identificatie van de te saneren gronden waarop het beperkt bodemsaneringsproject betrekking heeft;b) de identificatie van de gronden waarop werken noodzakelijk zijn om de bodemsanering uit te voeren, inclusief de coördinaten van hun eigenaar
gebruiker
, indien van toepassing, de coördinaten van de vereniging van mede-eigenaars;3° de volgende specifieke informatie in geval van :
- a)een gefaseerd beperkt bodemsaneringsproject : de motivatie waarom een gefaseerd beperkt bodemsaneringsproject wordt opgesteld;
- b)aanvullingen op of wijzigingen aan het beperkt bodemsaneringsproject : de aanvullingen op of wijzigingen aan het beperkt bodemsaneringsproject;
- c)een nieuw beperkt bodemsaneringsproject : de motivatie waarom een nieuw beperkt bodemsaneringsproject wordt opgesteld;4° het advies van de bevoegde administratie als de uitvoering van de bodemsaneringswerken het exploiteren of veranderen impliceert van een inrichting waarvoor een milieueffectrapport of een omgevingsveiligheidsrapport vereist is krachtens de geldende wetgeving;5° een overzicht van de verontreinigingstoestand
andere randvoorwaarden : a) de resultaten van de relevante conformverklaarde oriënterende
beschrijvende bodemonderzoeken, beschrijvende bodemonderzoeken of waterbodemonderzoeken die in voorkomend geval geactualiseerd werden;
- b)de resultaten van de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI van Titel III van het Bodemdecreet, die in voorkomend geval genomen werden, voor zover die een impact hebben op het beperkt bodemsaneringsproject;
- c)de resultaten van de pilootproeven die in voorkomend geval werden uitgevoerd;6° de volgende informatie over de behandeling van de bodemverontreiniging
de eventuele nazorg : a) wat de technische mogelijkheden betreft om de bodemverontreiniging te behandelen : 1) de verschillende relevante technische mogelijkheden om de bodemverontreiniging te behandelen
de resultaten van de eventueel uitgevoerde onderzoeken naar de haalbaarheid van die technische mogelijkheden;2) een raming van de kostprijs van die technische mogelijkheden;3) een aanduiding van de impact van die technische mogelijkheden op het leefmilieu
van de resultaten waartoe ze zullen leiden, rekening houdend met de bepalingen van artikel 10 of 21 van het Bodemdecreet
met de eventuele beperkingen die ze zullen meebrengen bij het toekomstig gebruik van de verontreinigde gronden;4) een afweging van de in overweging genomen relevante technische mogelijkheden om de beste beschikbare techniek voor te stellen overeenkomstig artikel 48;b) de maatregelen die de opsteller van het bodemsaneringsproject voorstelt te nemen overeenkomstig artikel 10 of 21 van het Bodemdecreet
de termijnen waarbinnen die maatregelen zullen worden genomen;
- c)de verenigbaarheid van het potentiële gebruik van de verontreinigde gronden na bodemsanering met de vigerende of voorlopig vastgelegde bestemming;
- d)de beperkingen die tijdens of na de uitvoering van de bodemsanering zullen gelden krachtens artikel 72 van het Bodemdecreet;
- e)de wijze waarop de tijdelijk of definitief weggenomen verontreinigende stoffen of delen van de bodem of opstallen zullen worden behandeld of verwerkt;
- f)de beschrijving van de maatregelen die zullen worden genomen om zowel de milieuveiligheid als de arbeidsveiligheid te verzekeren bij de uitvoering van de bodemsaneringswerken;
- g)de weerslag van de uitvoering van de bodemsaneringswerken op de naburige gronden;
- h)de activiteiten op de naburige gronden voor zover die een impact kunnen hebben op de bodemsanering;
- i)de eventuele nazorg
de termijn waarvoor die van kracht is. Onderafdeling III. - Ontvankelijkheid
volledigheid van het beperkt bodemsaneringsproject Art. 92.Het beperkt bodemsaneringsproject is onontvankelijk in de volgende gevallen : 1° de kennisgeving van het beperkt bodemsaneringsproject wordt niet gedaan overeenkomstig artikel 90;2° de OVAM is van oordeel dat de voorgestelde bodemsaneringswerken niet binnen een termijn van honderdtachtig dagen kunnen worden uitgevoerd. Het beperkt bodemsaneringsproject is onvolledig als het niet minstens de gegevens, vermeld in artikel 91, bevat. Art. 93.De OVAM onderzoekt de ontvankelijkheid
de volledigheid van het beperkt bodemsaneringsproject. Als de OVAM van oordeel is dat het beperkt bodemsaneringsproject onontvankelijk of onvolledig is, deelt ze die beslissing aan de opdrachtgever van het beperkt bodemsaneringsproject mee binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het beperkt bodemsaneringsproject
het schriftelijk akkoord van de eigenaars
gebruikers van de gronden waarop bodemsaneringswerken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om het beperkt bodemsaneringsproject uit te voeren. Onderafdeling IV. - Conformverklaring van het beperkt bodemsaneringsproject Art. 94.Overeenkomstig artikel 58, § 1, van het Bodemdecreet spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit van het beperkt bodemsaneringsproject met de vereisten, vermeld in artikelen 56
57 van het Bodemdecreet uiterlijk dertig dagen na ontvangst van het beperkt bodemsaneringsproject
het schriftelijk akkoord van de eigenaars
gebruikers van de gronden waarop bodemsaneringswerken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om het beperkt bodemsaneringsproject uit te voeren. Art. 95.§ 1. Als de OVAM van oordeel is dat het beperkt bodemsaneringsproject conform de vereisten, vermeld in artikelen 56
57 van het Bodemdecreet werd opgesteld, reikt ze een conformiteitsattest uit voor het beperkt bodemsaneringsproject. Met behoud van de mogelijkheid van de OVAM om wijzigingen of aanvullingen op te leggen, kan de OVAM eenzijdig aanvullingen of bijzondere voorwaarden in het conformiteitsattest van het beperkt bodemsaneringsproject opnemen. § 2. De OVAM brengt het conformiteitsattest van het beperkt bodemsaneringsproject ter kennis van : 1° de opdrachtgever van het beperkt bodemsaneringsproject;2° het college van burgemeester
schepenen van de gemeente waar de gronden gelegen zijn waarop de bodemsaneringswerken zullen worden uitgevoerd. Op bevel van de burgemeester wordt het conformiteitsattest van het beperkt bodemsaneringsproject binnen een termijn van tien dagen na ontvangst ervan bekendgemaakt door aanplakking van een bericht op de plaats waar de bodemsaneringswerken gepland zijn,
op de plaatsen die gereserveerd zijn voor de officiële berichten van bekendmaking. Het conformiteitsattest van het beperkt bodemsaneringsproject wordt gedurende dertig dagen ter inzage gelegd bij de diensten van het gemeentebestuur. Art. 96.§ 1. Als de OVAM van oordeel is dat het beperkt bodemsaneringsproject niet conform de vereisten vermeld in artikelen 56
57 van het Bodemdecreet werd opgesteld, legt ze aanvullingen op of wijzigingen aan het beperkt bodemsaneringsproject op. §
- De OVAM stelt de opdrachtgever van het beperkt bodemsaneringsproject in kennis van de beslissing over het opleggen van aanvullingen op of wijzigingen aan het beperkt bodemsaneringsproject Als de OVAM wijzigingen aan of aanvullingen op het beperkt bodemsaneringsproject oplegt, bepaalt ze de termijn waarbinnen het aangepaste beperkt bodemsaneringsproject aan haar moet worden bezorgd. Het aangepast beperkt bodemsaneringsproject wordt aan de OVAM bezorgd op dezelfde wijze als vermeld in artikel
- Afdeling III. - Bodemsaneringswerken Onderafdeling I. - Wijziging of aanvulling van het conformverklaarde bodemsaneringsproject tijdens de bodemsaneringswerken A. Kleine wijziging of aanvulling Art. 97.De opdrachtgever van het bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken kan tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken een kleine wijziging of aanvulling van het conform verklaarde bodemsaneringsproject doen, als voldaan is aan de drie volgende voorwaarden : 1° door de aanpassing worden de voorwaarden van het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject niet gewijzigd;2° door de aanpassing worden geen bijkomende gronden in de bodemsanering betrokken;3° de aanpassing valt niet onder een van de gevallen, vermeld in artikel
- Art. 98.Een kleine wijziging of aanvulling van het bodemsaneringsproject wordt opgesteld onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige
wordt gemeld aan de OVAM overeenkomstig de standaardprocedure, vermeld in artikel 62 van het Bodemdecreet. B. Grote wijziging of aanvulling Art. 99.De opdrachtgever van het bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken kan tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken een voorstel tot grote wijziging of aanvulling van het conform verklaarde bodemsaneringsproject bij de OVAM indienen, als de voorgestelde aanpassing niet valt onder een van de gevallen, vermeld in artikel 102. Art. 100.Een voorstel tot grote wijziging of aanvulling van het conform verklaarde bodemsaneringsproject wordt opgesteld onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige
aan de OVAM bezorgd overeenkomstig de standaardprocedure, vermeld in artikel 62 van het Bodemdecreet. Uiterlijk negentig dagen na ontvangst van het voorstel tot grote wijziging of aanvulling keurt OVAM het voorstel goed of af. Bij de goedkeuring van het voorstel tot grote wijziging of aanvulling van het bodemsaneringsproject kan de OVAM de voorwaarden van het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject wijzigen of aanvullen. De OVAM stelt de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken in kennis van haar beslissing over het voorstel van grote wijziging of aanvulling, in voorkomend geval met de aangepaste voorwaarden van het conformiteitsattest. Onderafdeling II. - Aanvulling of wijziging van het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject tijdens de bodemsaneringswerken Art. 101.De bepalingen van artikelen 97 tot
met 100 zijn van overeenkomstige toepassing. Onderafdeling III. - Nieuw bodemsaneringsproject of nieuw beperkt bodemsaneringsproject tijdens de bodemsaneringswerken Art. 102.In de volgende gevallen kan de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject, het beperkt bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken geen voorstel tot kleine of grote wijziging of aanvulling bij de OVAM indienen, maar moet hij de voorgestelde aanpassing aanvragen door een nieuw bodemsaneringsproject of een nieuw beperkt bodemsaneringsproject op te stellen : 1° door de voorgestelde aanpassing worden de maatregelen ter behandeling van de bodemverontreiniging, opgenomen in het conform verklaarde bodemsaneringsproject of het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject, in die mate gewijzigd dat een bijkomende vergunning noodzakelijk is;2° door de voorgestelde aanpassing wordt de meldings- of milieuvergunningsplichtige inrichting, opgenomen in het conform verklaarde bodemsaneringsproject of het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject, krachtens de bepalingen van het Milieuvergunningsdecreet ingedeeld in een hogere klasse;3° door de voorgestelde aanpassing is voor de meldings- of milieuvergunningsplichtige inrichting, opgenomen in het conform verklaarde bodemsaneringsproject of het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject, krachtens de geldende regelgeving een milieu-effectenrapport of een veiligheidsrapport vereist;4° de voorgestelde aanpassing heeft betrekking op de lozingswijze of houdt een aanpassing van de emissiegrenswaarden in;5° door de voorgestelde aanpassing wordt een duidelijk onderscheidbare bodemverontreinigingskern die niet is opgenomen in het conform verklaarde bodemsaneringsproject of het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject in de bodemsanering betrokken;6° door de voorgestelde aanpassing wordt een bodemverontreiniging met verontreinigende stoffen met duidelijk andere stofeigenschappen dan de verontreinigende stoffen die in het conform verklaarde bodemsaneringsproject of het conform verklaarde beperkt bodemsaneringsproject zijn opgenomen, in de bodemsanering betrokken;7° door de voorgestelde aanpassing worden bijkomende gronden in de bodemsanering betrokken zonder dat het akkoord van de eigenaars
gebruikers van die gronden werd verkregen. Onderafdeling IV. - Kennisgeving van de bodemsaneringswerken
plaatsbeschrijving Art. 103.De opdrachtgever van de bodemsaneringswerken stelt tijdig de volgende personen in kennis van de aanvang van de uitvoering van de bodemsaneringswerken : 1° de eigenaars
gebruikers van de gronden waar werken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om de bodemsanering uit te voeren;2° de eigenaars
gebruikers van de gronden waarop de uitvoering van de bodemsaneringswerken mogelijk een negatieve weerslag kan hebben. De kennisgeving vermeldt in het kort de doelstelling van de bodemsaneringswerken
bevat een uitnodiging voor de plaatsbeschrijving. Art. 104.Ten minste acht dagen voor de aanvang van de uitvoering van de bodemsaneringswerken maakt een beëdigd landmeter, op verzoek van de opdrachtgever van de bodemsaneringswerken, een plaatsbeschrijving op van de gronden waar werken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om de bodemsanering uit te voeren alsook van de gronden waarop mogelijk een negatieve weerslag kan worden verwacht ten gevolge van de uitvoering van de bodemsaneringswerken. De eigenaars
gebruikers van die gronden kunnen opmerkingen in het proces-verbaal van de plaatsbeschrijving laten opnemen. Hoofdstuk VI. - Andere maatregelen Afdeling I. - Risicobeheer Onderafdeling I. - Verzoek tot toepassing van risicobeheer Art. 105.Overeenkomstig artikel 84, § 2, eerste lid, van het Bodemdecreet dient de persoon die wenst over te gaan tot risicobeheer, bij de OVAM, bij aangetekende brief een verzoek in tot toepassing van risicobeheer. Art. 106.Het verzoek tot toepassing van risicobeheer wordt opgesteld onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige. Het verzoek bevat minstens de volgende gegevens : 1° de identificatie van de gronden die het voorwerp uitmaken van het verzoek tot toepassing van risicobeheer;2° de beschrijving van de bodemverontreiniging die het voorwerp uitmaakt van het verzoek tot toepassing van risicobeheer
van de risico's die uitgaan van die bodemverontreiniging;3° de doelstellingen van het risicobeheersplan;4° de motivatie waaruit blijkt dat het concrete geval van bodemverontreiniging valt onder het toepassingsgebied van het risicobeheer zoals dat vastgesteld is bij
krachtens het Bodemdecreet;5° een onderbouwde timing voor het indienen van het risicobeheersplan
de aanvang van de risicobeheersmaatregelen,
een onderbouwde inschatting van de verwachte duur van het risicobeheer. Art. 107.De OVAM spreekt zich uit over het verzoek tot toepassing van risicobeheer binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst ervan. Als de OVAM het verzoek tot toepassing van risicobeheer goedkeurt, kan ze een termijn bepalen waarbinnen het risicobeheersplan moet worden opgesteld
bij de OVAM moet worden ingediend. Als binnen die termijn geen risicobeheersplan bij de OVAM werd ingediend, vervalt van rechtswege de goedkeuring tot toepassing van risicobeheer. Onderafdeling II. - Risicobeheersplan A. Kennisgeving van het risicobeheersplan Art. 108.Het risicobeheersplan wordt aan de OVAM betekend bij ter post aangetekende zending tegen ontvangstbewijs of afgegeven op de zetel van de OVAM tegen ontvangstbewijs. Het risicobeheersplan wordt bij de OVAM ingediend in het aantal exemplaren
ondertekend zoals bepaald in de standaardprocedure, vermeld in artikel 84, § 2, tweede lid, van het Bodemdecreet. B. Inhoud van het risicobeheersplan Art. 109.Een risicobeheersplan bevat minstens de volgende gegevens : 1° een niet-technische samenvatting van het risicobeheersplan;2° de volgende identificatiegegevens : a) de identificatie van de gronden waarop het risicobeheer van toepassing is;b) de identificatie van de gronden waarop werken noodzakelijk zijn om het risicobeheer te realiseren
de coördinaten van hun eigenaar
gebruiker
, in voorkomend geval, de coördinaten van de vereniging van mede-eigenaars;3° de volgende specifieke informatie in geval van :
- a)aanvullingen op of wijzigingen aan het risicobeheersplan : de aanvullingen op of wijzigingen aan het risicobeheersplan;
- b)een nieuw risicobeheersplan : de motivatie waarom een nieuw risicobeheersplan wordt opgesteld;4° een overzicht van de verontreinigingstoestand
andere randvoorwaarden : a) de resultaten van de relevante conform verklaarde oriënterende
beschrijvende bodemonderzoeken, beschrijvende bodemonderzoeken of waterbodemonderzoeken die in voorkomend geval geactualiseerd werden;
- b)de resultaten van de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI van titel III van het Bodemdecreet, die in voorkomend geval genomen werden, voor zover die andere maatregelen een impact hebben op het risicobeheersplan;
- c)de resultaten van de pilootproeven die in voorkomend geval werden uitgevoerd;5° de volgende informatie over het beheersen van de risico's verbonden aan de bodemverontreiniging
de opvolging ervan : a) wat de risicobeheersmaatregelen betreft : 1) een evaluatie van de verschillende relevante technische mogelijkheden om de risico's die verbonden zijn aan de bodemverontreiniging te beheersen
de resultaten van de eventuele onderzoeken naar de haalbaarheid van die technische mogelijkheden;2) de risicobeheersmaatregelen die de opsteller voorstelt te nemen om de risico's die verbonden zijn aan de bodemverontreiniging te beheersen;3) een raming van de kostprijs van de risicobeheersmaatregelen;4) de termijnen waarbinnen de risicobeheersmaatregelen zullen worden genomen;5) in voorkomend geval een voorstel van maximale looptijd van de risicobeheersmaatregelen;6) de weerslag van de uitvoering van de risicobeheersmaatregelen op de naburige gronden
het leefmilieu;
- b)de doelstellingen van het risicobeheersplan;
- c)de beperkingen die tijdens het risicobeheer zullen gelden krachtens artikel 72 van het Bodemdecreet;
- d)de wijze waarop de tijdelijk of definitief weggenomen verontreinigde stoffen of delen van de bodem of opstallen zullen worden behandeld of verwerkt;
- e)de beschrijving van de maatregelen die zullen worden genomen om zowel de milieuveiligheid als de arbeidsveiligheid te verzekeren bij de uitvoering van de risicobeheersmaatregelen;
- f)de activiteiten op de naburige gronden voor zover die een impact kunnen hebben op het risicobeheer;
- g)wat de opvolging van het risicobeheer betreft : 1) een beschrijving van de maatregelen die de opsteller voorstelt te nemen om de effectiviteit van de risicobeheersmaatregelen op te volgen,
een voorstel van periodiciteit van de opvolgingsrapporten betreffende de uitvoering van die maatregelen;2) een beslissingsschema waarin wordt aangegeven op welke wijze de risico's van de bodemverontreiniging worden bewaakt
welke maatregelen zullen worden getroffen op basis van de resultaten van die bewaking;3) eventuele hiaten met betrekking tot de bodemverontreiniging
een planning om die hiaten in te vullen;6° de volgende gegevens over eventuele vergunningsplichtige activiteiten in het kader van het risicobeheer :
- a)als de uitvoering van de risicobeheersmaatregelen activiteiten omvat die krachtens het Milieuvergunningsdecreet meldings- of vergunningsplichtig of krachtens het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999035652 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening sluiten houdende organisatie van de ruimtelijke ordening vergunningsplichtig zijn : de relevante gegevens over die vergunningsplichtige activiteiten;
- b)als de uitvoering van de risicobeheersmaatregelen het exploiteren of het veranderen van een inrichting impliceert waarvoor een milieueffectrapport of een omgevingsveiligheidsrapport vereist is krachtens de geldende wetgeving : de relevante gegevens daarover. C. Ontvankelijkheid
volledigheid van het risicobeheersplan Art. 110.Het risicobeheersplan is onontvankelijk in de volgende gevallen : 1° de kennisgeving van het risicobeheersplan wordt niet gedaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 108;2° het risicobeheersplan wordt ingediend zonder dat de OVAM een verzoek tot toepassing van risicobeheer heeft ontvangen of goedgekeurd. Het risicobeheersplan is onvolledig als het niet minstens de gegevens, vermeld in artikel 109, bevat. Art. 111.De OVAM onderzoekt de ontvankelijkheid
de volledigheid van het risicobeheersplan. Als de OVAM van oordeel is dat het risicobeheersplan onontvankelijk of onvolledig is, stelt ze de opdrachtgever van het risicobeheersplan in kennis van die beslissing binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het risicobeheersplan. D. Kennisgeving door de OVAM van de indiening van een ontvankelijk
volledig risicobeheersplan Art. 112.De bepalingen van artikelen 81
82 zijn van overeenkomstige toepassing. E. Openbaar onderzoek
adviesverlening Art. 113.De bepalingen van artikelen 83 tot
met 86 zijn van overeenkomstige toepassing. F. Conformverklaring van het risicobeheersplan Art. 114.De bepalingen van artikel 87 tot
met 89 zijn van overeenkomstige toepassing. Art. 115.Een voorstel van financiële zekerheid als vermeld in artikel 90 van het Bodemdecreet wordt samen met het risicobeheersplan bij de OVAM ingediend. De OVAM spreekt zich uiterlijk op het moment van de conformverklaring van het risicobeheersplan uit over het voorstel van financiële zekerheid. De OVAM kan een termijn vaststellen waarbinnen de financiële zekerheid moet worden gesteld. Als de financiële zekerheid niet binnen die termijn gesteld
door de OVAM aanvaard wordt, vervalt de conformverklaring van het risicobeheersplan van rechtswege. Onderafdeling III. - Opvolgingsrapporten Art. 116.De opvolgingsrapporten worden opgesteld onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vermeld in artikel 84, § 2, tweede lid, van het Bodemdecreet. De opvolgingsrapporten worden opgesteld
bij de OVAM ingediend overeenkomstig de periodiciteit zoals die vastgelegd is in het conformiteitsattest van het risicobeheersplan. Art. 117.De bepalingen van artikel 97 tot
met artikel 100,
van artikelen 102 tot
met 104 zijn van overeenkomstige toepassing. Onderafdeling IV. - Verhouding tussen risicobeheer
saneringsplicht Art. 118.In geval van toepassing van risicobeheer voor een welbepaalde bodemverontreiniging wordt de verplichting om bodemsanering uit te voeren met betrekking tot die bodemverontreiniging geschorst vanaf de datum van de beslissing van de OVAM houdende conformverklaring van het risicobeheersplan. Art. 119.De schorsing van de verplichting tot bodemsanering wordt opgeheven in de volgende gevallen : 1° de OVAM is op basis van de opvolgingsrapporten van oordeel dat de uitvoering van de risicobeheersmaatregelen niet of in onvoldoende mate leidt tot het beheersen van de risico's die verbonden zijn aan de bodemverontreiniging;2° de OVAM stelt vast dat de risicobeheersmaatregelen niet of in onvoldoende mate worden uitgevoerd;3° de OVAM is op basis van de opvolgingsrapporten van oordeel dat de doelstellingen van het beleid inzake bodemsanering, vermeld in artikel 3, § 1,
§ 2
, van het Bodemdecreet, niet meer worden gehaald;4° de OVAM stelt vast dat het risicobeheersplan niet of in onvoldoende mate wordt geactualiseerd binnen de termijn, vermeld in artikel 86 van het Bodemdecreet;5° de OVAM stelt vast dat de financiële zekerheid niet meer voldoet aan de voorwaarden van artikel 90 van het Bodemdecreet;6° de OVAM stelt vast dat de opvolgingsrapporten niet of in onvoldoende mate volgens de vastgestelde periodiciteit worden opgemaakt
bij de OVAM worden ingediend;7° de grond waarop het risicobeheer wordt uitgevoerd wordt overgedragen, tenzij de verwerver voor de overdracht jegens de OVAM de verbintenis heeft aangegaan het risicobeheer verder uit te voeren overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 84 tot
met 89 van het Bodemdecreet,
de verwerver heeft voldaan aan de verplichtingen, vermeld in artikel 109, § 2, of artikel 115, § 4, van het Bodemdecreet;8° de opdrachtgever van het risicobeheer verzoekt tot stopzetting van het risicobeheer. Art. 120.De OVAM stelt de saneringsplichtige
de opdrachtgever van het risicobeheer in kennis van haar beslissing houdende opheffing van de schorsing van de verplichting tot bodemsanering. Afdeling II. - Bodempreventie-
bodembeheersplicht Onderafdeling I. - Individueel bodempreventie-
bodembeheersplan Art. 121.Voor de volgende activiteiten moet de persoon die de activiteit verricht een individueel bodempreventie-
bodembeheersplan opstellen
voorleggen aan de OVAM : 1° het chemisch reinigen van textiel, alsook alle industriële of commerciële activiteiten waarbij VOS worden gebruikt in een installatie voor het schoonmaken van kleren, meubelstoffen
soortgelijke consumptiegoederen, met uitzondering van het handmatig verwijderen van vlekken in de textiel-
de kledingindustrie; Overeenkomstig artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet kan de persoon die een activiteit, vermeld in het eerst lid, verricht, voor die verplichting een beroep doen op een erkende bodemsaneringsorganisatie. Art. 122.Het individuele bodempreventie-
bodembeheersplan, vermeld in artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet, wordt opgemaakt onder leiding van een erkende bodemsaneringsdeskundige van type 2,
moet jaarlijks geactualiseerd worden. Het individuele bodempreventie-
bodembeheersplan moet de volgende maatregelen
documenten bevatten voor zover die relevant zijn in het geval in kwestie : 1° een rapport over de volgende aspecten inzake preventie van bodemverontreiniging :
- a)de milieuvergunningstoestand;
- b)de infrastructuurvoorziening met het oog op bodembescherming;
- c)de reeds genomen maatregelen ter voorkoming van nieuwe bodemverontreiniging;
- d)de nog te nemen maatregelen ter voorkoming van nieuwe bodemverontreiniging;2° een rapport over de volgende aspecten inzake het beheersen van de bestaande bodemverontreiniging die het gevolg is van de activiteiten waarvoor het bodempreventie-
bodembeheersplan moet worden opgemaakt :
- a)de resultaten van risicogerichte metingen die in voorkomend geval als voorzorgsmaatregel uitgevoerd werden;
- b)de reeds genomen maatregelen om de bodemverontreiniging te beheersen
de verspreiding ervan te voorkomen;c) de nog te nemen maatregelen om de bodemverontreiniging te beheersen
de verspreiding ervan te voorkomen;
- d)de te nemen maatregelen voor een optimale aanpak van de bodemverontreiniging;
- e)de mogelijke gevolgen van de bodemverontreiniging voor de exploitant, eigenaar, gebruiker
het personeel van de inrichting, alsook voor de omgeving;3° maatregelen voor de voorlichting
sensibilisering van het personeel
de omgeving over de maatregelen die opgenomen zijn in het rapport, vermeld in punt 1°
2°;4° een financieel plan dat het bewijs bevat van de opbouw van een financiële reserve die overeenstemt met de geschatte kosten van het oriënterend bodemonderzoek, het beschrijvend bodemonderzoek
de bodemsanering die het gevolg is van de bodemverontreiniging die veroorzaakt is door de activiteit waarvoor het bodempreventie-
bodembeheersplan moet worden opgemaakt.De financiële reserve moet jaarlijks opgebouwd worden met minstens 10 % van de geschatte kosten; 5° een planning van alle periodieke bodemonderzoeken die uitgevoerd moeten worden. Art. 123.Het individuele bodempreventie-
bodembeheersplan wordt jaarlijks aan de OVAM betekend bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs, uiterlijk op 31 december. Het eerste individuele bodempreventie-
bodembeheersplan wordt aan de OVAM voorgelegd uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op de bekendmaking van het besluit van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet, in het Belgisch Staatsblad. Binnen een termijn van honderdtwintig dagen na ontvangst ervan verklaart de OVAM dat het individuele bodempreventie-
bodembeheersplan conform de bepalingen van het Bodemdecreet
zijn uitvoeringsbesluiten is, of legt ze aanvullingen op of wijzigingen aan het plan op. Als de OVAM aanvullingen of wijzigingen oplegt, wordt het aangepaste individuele bodempreventie-
bodembeheersplan bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs aan de OVAM betekend binnen een door de OVAM bepaalde termijn. Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het aangepaste plan spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit ervan zoals bepaald in het tweede lid. Onderafdeling II. - Sectoraal bodempreventie-
bodembeheersplan Art. 124.Het sectorale bodempreventie-
bodembeheersplan, vermeld in artikel 91, § 3, van het Bodemdecreet, wordt opgesteld door een erkende bodemsaneringsorganisatie. Het sectorale bodempreventie-
bodembeheersplan moet een algemeen
een individueel deel bevatten,
wordt jaarlijks geactualiseerd. Het algemene deel van het sectorale bodempreventie-
bodembeheersplan moet de volgende documenten bevatten : 1° een inventaris van de bekende specifieke bodemverontreiniging, veroorzaakt door de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie werd opgericht;2° een beschrijving van de specifieke aard van de verontreiniging, vermeld in punt 1°;3° een opsomming van de maatregelen die algemeen geformuleerd kunnen worden ter voorkoming van nieuwe
ter beheersing van bestaande bodemverontreiniging, veroorzaakt door de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie werd opgericht;4° een financieel plan met de geschatte gecumuleerde kosten van de beschrijvende bodemonderzoeken
de bodemsaneringen die het gevolg zijn van de bodemverontreiniging, veroorzaakt door de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie werd opgericht, voor alle personen die voor de uitvoering van hun verplichtingen, vermeld in artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet, een beroep doen op de bodemsaneringsorganisatie. Het individuele deel van het sectorale bodempreventie-
bodembeheersplan moet voor elke persoon die voor de uitvoering van zijn verplichtingen, vermeld in artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet, een beroep doet op de bodemsaneringsorganisatie, de volgende documenten bevatten : 1° een opsomming van eventueel afwijkende of aanvullende maatregelen in de zin van het tweede lid;2° een weergave van de resultaten van de risicogerichte metingen die eventueel als voorzorgsmaatregel uitgevoerd werden. Art. 125.Het sectorale bodempreventie-
bodembeheersplan wordt jaarlijks aan de OVAM betekend bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs, uiterlijk op 31 december. Het eerste sectorale bodempreventie-
bodembeheersplan wordt aan de OVAM voorgelegd, uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op de datum van de beslissing over de erkenning van de bodemsaneringsorganisatie. Binnen een termijn van honderdtwintig dagen na ontvangst ervan verklaart de OVAM dat het sectoraal bodempreventie-
bodembeheersplan conform de bepalingen van het Bodemdecreet
zijn uitvoeringsbesluiten is, of legt ze aanvullingen op of wijzigingen aan het plan op. Als de OVAM aanvullingen of wijzigingen oplegt, wordt het aangepaste sectorale bodempreventie-
bodembeheersplan aan de OVAM betekend bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs binnen een door de OVAM bepaalde termijn. Binnen een termijn van honderdtwintig dagen na de ontvangst van het aangepaste plan spreekt de OVAM zich uit over de conformiteit ervan zoals bepaald in het tweede lid. Hoofdstuk VII. - Vrijwillige uitvoering van beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of andere maatregelen Afdeling I. - Bodemsaneringsorganisaties Onderafdeling I. - Erkenning van een bodemsaneringsorganisatie Art. 126.Een bodemsaneringsorganisatie kan erkend worden door de Vlaamse Regering als ze voldoet aan de voorwaarden van het Bodemdecreet,
aan de volgende aanvullende erkenningsvoorwaarden : 1° een bodemsaneringsorganisatie is opgericht als vereniging zonder winstgevend doel overeenkomstig de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1921 pub. 19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk
de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk
de stichtingen;2° een bodemsaneringsorganisatie heeft als statutair doel de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikelen 96
97 van het Bodemdecreet;3° de bestuurders van de bodemsaneringsorganisatie
de personen die de bodemsaneringsorganisatie kunnen verbinden, hebben hun burgerlijke
politieke rechten. Art. 127.§ 1. De aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs bij de minister. Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag minstens de volgende gegevens bevatten : 1° een kopie van de statuten zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad ;2° een financieel plan waarin onder meer de volgende gegevens zijn opgenomen :
- a)de wijze waarop de financieringsmiddelen geïnd worden;
- b)de wijze waarop de opbrengsten worden toegewezen ten voordele van de werking van de bodemsaneringsorganisatie;
- c)een schatting van de uitgaven, inclusief de werkingskosten;
- d)de financieringswijze van eventuele tekorten;3° een model van overeenkomst voor de nakoming door de bodemsaneringsorganisatie van de individuele verplichting tot opmaak van het bodempreventie-
bodembeheersplan als vermeld in artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet
volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 132, § 1;4° een model van overeenkomst als vermeld in artikel 97, § 1, van het Bodemdecreet, met de gegevens, vermeld in artikel 132, § 2;5° een ondernemingsplan;6° de vermelding van de activiteit waarvoor de bodemsaneringsorganisatie werd opgericht;7° het bewijs van de representativiteit van de organisaties, vermeld in artikel 95, § 2, van het Bodemdecreet;8° een bewijs van goed zedelijk gedrag van de bestuurders
oprichters van de bodemsaneringsorganisatie
van de personen die de bodemsaneringsorganisatie kunnen verbinden. §
- Op advies van de OVAM stuurt de minister binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de erkenningsaanvraag een ontvangstbewijs naar de aanvrager waarbij de minister zich ook uitspreekt over de ontvankelijkheid van de aanvraag. De minister verklaart de aanvraag ontvankelijk of verzoekt om de nodige wijzigingen of aanvullingen. Als de minister om wijzigingen of aanvullingen verzoekt, wordt de aangepaste aanvraag opnieuw bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs naar de minister gestuurd. De minister verzendt binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de aangepaste aanvraag het ontvangstbewijs naar de aanvrager, waarbij de minister zich op advies van de OVAM ook uitspreekt over de ontvankelijkheid van de aangepaste aanvraag. §
- De minister heeft het recht aanvullende stukken op te vragen bij de bodemsaneringsorganisatie die een erkenningsaanvraag heeft ingediend. Art. 128.Op advies van de OVAM bezorgt de minister een voorstel van beslissing over de erkenning aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de erkenning binnen een termijn van negentig dagen na de verzending van het ontvangstbewijs van de aanvraag waarbij die ook ontvankelijk werd verklaard. Binnen een termijn van tien dagen na het nemen van de beslissing, wordt de beslissing van de Vlaamse Regering over de erkenning bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs aan de aanvrager betekend. De beslissing wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De beslissing over de erkenning als bodemsaneringsorganisatie blijft van rechtswege geschorst tot aan de voorlegging van de verzekeringsovereenkomst, vermeld in artikel 129, 3°. Een bodemsaneringsorganisatie wordt erkend voor een periode van maximaal dertig jaar. Onderafdeling II. - Voorwaarden voor het gebruik van de erkenning Art. 129.Een erkende bodemsaneringsorganisatie is gehouden tot : 1° het blijven voldoen aan de voorwaarden van de erkenning, vermeld in artikel 126;2° het verstrekken van alle relevante informatie op afdoende
tijdige wijze;3° het sluiten van een verzekeringscontract tot dekking van de schade die voortvloeit uit de uitoefening van de taken, vermeld in artikel 96
97 van het Bodemdecreet, binnen een termijn van dertig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de beslissing over de erkenning als bodemsaneringsorganisatie;4° jaarlijks voor 31 december het opmaken
ter goedkeuring voorleggen aan de OVAM van het sectorale bodempreventie-
bodembeheersplan;5° jaarlijks voor 31 december
voor het eerst het jaar na de erkenning het opmaken
ter goedkeuring voorleggen aan de OVAM van een saneringsprogramma als vermeld in artikel 97, § 2, van het Bodemdecreet.Het jaarlijks saneringsprogramma moet minstens de volgende documenten bevatten :
- a)een lijst van alle taken waartoe de bodemsaneringsorganisatie zich verbonden heeft overeenkomstig artikel 97, § 1, van het Bodemdecreet;
- b)een evaluatie van de prioriteit van de tijdens het werkingsjaar uit te voeren taken, gesteund op het risico van de vastgestelde verontreiniging voor mens
milieu, socio-economische overwegingen,
de financiële draagkracht van de bodemsaneringsorganisatie;
- c)een raming van de globale kostprijs van de tijdens het werkingsjaar uit te voeren taken;
- d)een omstandig verslag betreffende de tenuitvoerlegging van het vorige saneringsprogramma, met inbegrip van een toelichting van de eventuele afwijkingen van dat programma;
- e)een gedetailleerd overzicht van de uitgevoerde werken die voor subsidiëring in aanmerking kwamen;6° jaarlijks voor 15 maart
voor het eerst in het jaar dat volgt na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de beslissing over de erkenning als bodemsaneringsorganisatie, het indienen bij de OVAM van de volgende documenten :
- a)een financieel jaarverslag, geattesteerd door een bedrijfsrevisor;
- b)een verklaring door een bedrijfsrevisor dat de boekhouding volgens de juiste principes is gehouden;
- c)een verslag van een bedrijfsrevisor over de balansen
resultatenrekeningen van het voorbije jaar;d) de begroting voor het volgende jaar;7° het jaarlijks indienen bij de OVAM van alle nuttige gegevens
prognoses over de uitvoering
de financiering van de bodemsaneringen in het voorbije
het lopende werkingsjaar.De informatie moet gebundeld worden als bijlage bij het jaarlijkse saneringsprogramma. Eventuele afwijkingen tussen de uitgevoerde taken
wat vooropgesteld was in het saneringsprogramma van het voorgaande jaar, moeten verantwoord worden. Onder nuttige gegevens worden onder andere begrepen : a) het aantal uitgevoerde bodemonderzoeken, opgestelde bodemsaneringsprojecten, gestarte bodemsaneringswerken
afgesloten bodemsaneringen, voorzorgsmaatregelen
nazorg;
- b)een statistisch verslag over de resultaten van de bodemonderzoeken;
- c)een statistisch verslag over de kost