← België

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstel

Kort samengevat

Dit Koninklijk besluit wijzigt bestaande besluiten over Belgische covered bonds en collectieve beleggingen, om de Europese Richtlijn (EU) 2019/2162 over gedekte obligaties in Belgisch recht om te zetten. Het doel is een uniform Europees kader voor de uitgifte van gedekte obligaties vast te stellen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
27 JANUARI 2022. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten betreffende de portefeuillebeheerder in het kader van de uitgifte van Belgische covered bonds door een kredietinstelling naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 12 november 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/2012 pub. 30/11/2012 numac 2012003336 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom. 12/11/2012 pub. 30/11/2012 numac 2012003335 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit met betrekking tot de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging sluiten met betrekking tot de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en van het koninklijk besluit van 25 februari 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/02/2017 pub. 17/03/2017 numac 2017010981 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen sluiten met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, kadert in de omzetting in Belgisch recht van Richtlijn (EU) 2019/2162 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG en 2014/59/EU (hierna "de Richtlijn Covered Bonds" of "de Richtlijn" genoemd). Zoals de titel ervan aangeeft, beoogt de Richtlijn Covered Bonds op Europees niveau een uniform kader met minimale harmonisatie vast te stellen voor de uitgifte van gedekte obligaties (hierna "covered bonds" genoemd). Naast die Richtlijn werd Verordening (EU) 2019/2160 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft blootstellingen in de vorm van gedekte obligaties (hierna "de Verordening CB" genoemd) aangenomen, die wijzigingen aanbrengt in voornamelijk artikel 129 van de voornoemde Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (hierna "de CRR" genoemd). Die wijzigingen zijn in hoofdzaak bedoeld ter verduidelijking van de criteria voor de beleenbaarheid van de activa ter dekking van de covered bonds waaraan deze laatste moeten voldoen om een gunstige weging te krijgen. In België wordt de uitgifte van covered bonds reeds geregeld door de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2012 pub. 24/08/2012 numac 2012003256 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van een wettelijke regeling voor Belgische covered bonds type wet prom. 03/08/2012 pub. 18/02/2015 numac 2015000044 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot invoering van een wettelijke regeling voor Belgische covered bonds, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 24 augustus 2012. Sommige bepalingen van deze wet werden nader toegelicht en ten uitvoer gelegd bij het koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht en bij het koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten betreffende de portefeuillebeheerder in het kader van de uitgifte van Belgische covered bonds door een kredietinstelling naar Belgisch recht, beide gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 oktober 2012. Aangezien de Europese Unie met de vaststelling van de Richtlijn Covered Bonds beoogde een minimale harmonisatie tot stand te brengen van de in de lidstaten bestaande wettelijke kaders ter zake, waren de in het Belgisch wettelijk kader aan te brengen wijzigingen beperkt. Deze wijzigingen werden opgenomen in de wet van 26 november 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/11/2021 pub. 07/12/2021 numac 2021034095 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen met het oog op de omzetting van Richtlijn 2019/2162 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties, en tot wijziging van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen (1) sluiten tot wijziging van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen. Voor meer uitleg over het wettelijk kader voor de Belgische covered bonds en over de belangrijkste wijzigingen in dit kader als gevolg van de goedkeuring van de Richtlijn Covered Bonds wordt verwezen naar de voorbereidende werkzaamheden van de voornoemde wetten van 3 augustus 2012(1) en 26 november 2021(2). Met het oog op de verduidelijking en tenuitvoerlegging van een aantal bepalingen van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen (hierna "de wet" genoemd), zoals gewijzigd bij de wet van 26 november 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/11/2021 pub. 07/12/2021 numac 2021034095 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen met het oog op de omzetting van Richtlijn 2019/2162 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties, en tot wijziging van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen (1) sluiten, en teneinde aldus de omzetting van de Richtlijn Covered Bonds te voltooien, dienen nog wijzigingen te worden aangebracht in het koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht. Deze wijzigingen worden opgenomen in Afdeling I van dit ontwerp van koninklijk besluit en strekken er in hoofdzaak toe te verduidelijken: - wat de criteria zijn voor de beleenbaarheid en de waardering van de dekkingsactiva die in aanmerking kunnen worden genomen voor de samenstelling van het (de) bijzonder(e) vermogen(s); - onder welke voorwaarden de uitgevende kredietinstellingen gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om derivatencontracten op te nemen in hun bijzonder(e) vermogen(s); - met welke elementen rekening moet worden gehouden voor de dekkings- en liquiditeitstests en voor de samenstelling van de liquiditeitsbuffer; - wat de bevoegdheden zijn van de Nationale Bank van België (hierna "de Bank") met betrekking tot de volumelimieten waarbinnen een uitgevende kredietinstelling Belgische covered bonds mag uitgeven; en - welke informatie de kredietinstellingen die Belgische covered bonds uitgeven, moeten verstrekken aan de houders van Belgische covered bonds. Daarnaast worden er in het voornoemde koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten technische en wetgevingstechnische wijzigingen aangebracht. Zo worden alle verwijzingen naar "gelijkgestelde effecten" geschrapt, aangezien deze betrekking hadden op de effecten die in aanmerking kwamen voor de intussen irrelevant geworden overgangsbepaling in artikel 35 van de voornoemde wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2012 pub. 24/08/2012 numac 2012003256 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van een wettelijke regeling voor Belgische covered bonds type wet prom. 03/08/2012 pub. 18/02/2015 numac 2015000044 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. De omzetting van de Richtlijn Covered Bonds vereist bovendien kleine wijzigingen in het koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten betreffende de portefeuillebeheerder in het kader van de uitgifte van Belgische covered bonds door een kredietinstelling naar Belgisch recht, in het koninklijk besluit van 12 november 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/11/2012 pub. 30/11/2012 numac 2012003336 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom. 12/11/2012 pub. 30/11/2012 numac 2012003335 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit met betrekking tot de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging sluiten met betrekking tot de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en in het koninklijk besluit van 25 februari 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/02/2017 pub. 17/03/2017 numac 2017010981 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen sluiten met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen. Ten slotte strekt dit koninklijk besluit ook tot omzetting van bepaalde aspecten van Richtlijn (EU) 2019/1160 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijnen 2009/65/EG en 2011/61/EU met betrekking tot de grensoverschrijdende distributie van instellingen voor collectieve belegging. Afdeling 1 - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht Artikelen 1, 2, 3 en 4 Naast de technische preciseringen en wijzigingen die bij de ontwerpartikelen 1, 2, 3 en 4 worden aangebracht in de artikelen 1, 2, 3, 6, 7, 9, 10 en 11 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht, voegt ontwerpartikel 4 in artikel 3 van het voornoemde koninklijk besluit een nieuwe definitie in van het begrip "nettoliquiditeitsuitstromen", om te zorgen voor de omzetting van artikel 3, punt 16) van de Richtlijn Covered Bonds. Artikel 5 Ontwerpartikel 5 wijzigt artikel 3, § 1 van hetzelfde koninklijk besluit om de beleenbaarheidscriteria vast te stellen die voortaan van toepassing zijn op de dekkingsactiva en om aldus te zorgen voor de volledige omzetting van artikel 6 van de Richtlijn Covered Bonds. Zodoende worden vier categorieën van dekkingsactiva toegelaten en worden de beleenbaarheidscriteria voor de betrokken schuldvorderingen vastgesteld, teneinde te voldoen aan de criteria van artikel 129, lid 1, van de CRR zoals gewijzigd bij de Verordening CB. De eerste twee categorieën van activa omvatten de hypothecaire schuldvorderingen waarbij het voorwerp van de hypotheek is gelegen in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte. De betrokken bepalingen leggen vast binnen welke limieten deze hypothecaire schuldvorderingen in aanmerking kunnen worden genomen als beleenbare activa. Het doel van deze limieten is te bepalen tot welk bedrag deze schuldvorderingen kunnen bijdragen tot de dekking van de Belgische covered bonds. De LTV-limieten, waarnaar wordt verwezen, bepalen het percentage van het krediet dat bijdraagt aan de dekkingsvereisten en vormen geenszins een criterium om de onderliggende kredieten waarvan de LTV niet binnen deze limieten zou vallen, uit te sluiten van de lijst van in aanmerking komende schuldvorderingen. Wat betreft de inaanmerkingneming van vastgoed in aanbouw zij verduidelijkt dat de Europese Bankautoriteit (hierna "de EBA") zich hierover heeft uitgedrukt in een vraag- en antwoordrubriek (EBA Q&A 2015_2304(3)). Zij heeft gepreciseerd dat, tijdens de aanbouw van niet-zakelijk vastgoed, de leningen ook kunnen worden beschouwd als zijnde volledig gedekt in de zin van artikel 125 van de CRR (de lening voor niet-zakelijk vastgoed wordt volledig gedekt door dit vastgoed). Daarentegen heeft de EBA uitdrukkelijk vermeld dat deze behandeling uitsluitend van toepassing is op niet-zakelijk vastgoed, en niet op zakelijk vastgoed. De derde categorie omvat in hoofdzaak de schuldvorderingen op of gewaarborgd door centrale overheden of centrale banken van lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ("OESO"), regionale of lokale overheden of publiekrechtelijke entiteiten van lidstaten van de OESO, of multilaterale ontwikkelingsbanken of internationale organisaties die een risicogewicht van 0 % hebben met toepassing van de artikelen 117 en 118 van de CRR. Voor de gevallen waar de debiteurs van de betrokken schuldvorderingen geen lid zijn van de Europese Unie of, in het geval van de centrale banken, geen lid zijn van het Europees Stelsel van Centrale Banken ("ESCB"), worden meer specifieke criteria vastgesteld. De vierde categorie omvat de schuldvorderingen die behoren tot de kredietkwaliteitscategorieën 1 of 2 zoals vastgesteld met toepassing van artikel 136 van de CRR(4) op kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een lidstaat van de OESO, wanneer deze blootstellingen de vorm hebben van: - kortlopende schuldvorderingen met een looptijd van drie maanden of minder, of kortetermijndeposito's met een oorspronkelijke looptijd van maximaal 100 dagen, indien deze worden gebruikt om te voldoen aan het liquiditeitsvereiste voor het bijzonder vermogen als bepaald in artikel 7, § 1 van de wet; of van - derivatencontracten die voldoen aan de vereisten van artikel 4 van de wet. Ontwerpartikel 5 vervangt paragraaf 4 van artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit om te verduidelijken dat de dekkingsactiva die deel uitmaken van het (de) bijzonder(e) vermogen(s) van de uitgevende kredietinstelling moeten worden ingeschreven in het register van de dekkingsactiva overeenkomstig de categorie waartoe zij behoren, en dat de uitgevende kredietinstelling te allen tijde moet beschikken over documentatie waarmee wordt aangetoond dat haar beleid voor het verstrekken van kredieten die als dekkingsactiva worden gebruikt, waarborgt dat deze in overeenstemming zijn met de in dit artikel bepaalde beleenbaarheidscriteria. Paragraaf 5 van artikel 3 wordt aangevuld met twee leden, enerzijds om te bepalen hoe het vastgoed dat het voorwerp is van de hypotheken die in aanmerking worden genomen als zekerheden ter waarborging van een dekkingsactief wordt gewaardeerd, en anderzijds om te verduidelijken dat de uitgevende kredietinstelling moet beschikken over procedures om te controleren of het betrokken vastgoed adequaat is verzekerd tegen een schaderisico dat dit voorwerp zou kunnen treffen. Voor zover nuttig wordt hier gespecificeerd dat de schuldvorderingen uit hoofde van de verzekering met betrekking tot dit vastgoed van rechtswege deel uitmaken van het bijzonder vermogen met toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, 3° van Bijlage III van de wet. Paragraaf 6 van artikel 3 wordt vervangen om te verduidelijken dat, wanneer een dekkingsactief wordt ingeschreven in het register van de dekkingsactiva, er voor dit actief geen sprake mag zijn van wanbetaling in de zin van artikel 178 van de CRR. In paragraaf 7 van artikel 3 wordt de verwijzing naar "gelijkgestelde effecten" geschrapt, aangezien deze betrekking had op de schuldinstrumenten bedoeld in artikel 35 van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2012 pub. 24/08/2012 numac 2012003256 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van een wettelijke regeling voor Belgische covered bonds type wet prom. 03/08/2012 pub. 18/02/2015 numac 2015000044 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot invoering van een wettelijke regeling voor Belgische covered bonds en aangezien de desbetreffende verwijzingen intussen irrelevant zijn geworden omdat er geen instellingen meer zijn die nu nog gebruik maken van de door deze overgangsbepaling geboden mogelijkheid. Artikel 6 Artikel 4 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen om te zorgen voor de omzetting van artikel 11 van de Richtlijn. In deze bepaling worden de vereisten vastgesteld waaraan moet worden voldaan door de uitgevende kredietinstellingen die overeenkomstig artikel 1/3 van Bijlage III van de wet besluiten om derivatencontracten op te nemen in hun bijzonder(e) vermogen(s). Deze derivatencontracten, die enkel in het (de) bijzonder(e) vermogen(s) mogen worden opgenomen om de risico's verbonden aan de dekkingsactiva of aan de Belgische covered bonds te dekken: - mogen niet vervroegd worden beëindigd omdat ten aanzien van de uitgevende kredietinstelling een liquidatieprocedure is geopend of omdat deze instelling is afgewikkeld, ongeacht of deze beëindiging automatisch plaatsheeft of op initiatief van de wederpartij geschiedt; en - mogen niet worden opgenomen in een overeenkomst tot schuldvernieuwing of schuldvergelijking ("netting"-overeenkomst) waarbij de uitgevende kredietinstelling partij is. Deze beperkingen moeten waarborgen dat de derivatencontracten in een bijzonder vermogen uitsluitend worden toegewezen ter dekking van de inherente risico's van de dekkingsactiva en de Belgische covered bonds. De paragrafen 2 en 3 van het gewijzigde artikel 4 strekken ertoe te bepalen welke voorwaarden gelden voor de wederpartijen van de genoemde derivatencontracten en over welke documentatie de uitgevende kredietinstelling die besluit om zulke contracten op te nemen in haar bijzonder(e) vermogen(s) moet beschikken. Artikel 7 Ontwerpartikel 7 vervangt artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit om te zorgen voor de omzetting van de artikelen 10 en 15 van de Richtlijn. In het aldus vervangen artikel 5 worden de drie tests voor de minimale dekking van de Belgische covered bonds omschreven. Bij de eerste test, zoals vastgesteld in artikel 5, § 1, moet ten minste 85% van het nominaal bedrag van de uitstaande Belgische covered bonds met betrekking tot een bijzonder vermogen worden gedekt door primaire activa, dat wil zeggen in aanmerking komende dekkingsactiva die uitsluitend behoren tot categorie 1, categorie 2 of categorie 3 zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit. Bij de tweede test, zoals vastgesteld in artikel 5, § 2, ook de "nominale test" genoemd, moet, voor elk bijzonder vermogen, de waarde van de dekkingsactiva te allen tijde minstens gelijk zijn aan 105 % van het nominaal bedrag van de uitgegeven Belgische covered bonds, met dien verstande dat de hoofdsommen van de dekkingsactiva niet elders in aanmerking zijn genomen om te voldoen aan het vereiste van paragraaf 3 van artikel 5 (zie hieronder) met betrekking tot andere betalingsverplichtingen dan die welke verband houden met de hoofdsom van de Belgische covered bonds. De aldus aangebrachte verduidelijking beoogt te vermijden dat het bedrag van de hoofdsom van de dekkingsactiva tweemaal in aanmerking wordt genomen voor tests die een verschillend doel hebben en om te voldoen aan verschillende betalingsverplichtingen. Indien het bedrag van de hoofdsom van de dekkingsactiva in aanmerking wordt genomen voor de berekening om te controleren of de in het bijzonder vermogen opgenomen activa volstaan om alle betalingsverplichtingen verbonden aan de Belgische covered bonds te dekken, mag het deel van dit bedrag dat bestemd is ter dekking van de andere verplichtingen dan die welke verband houden met de terugbetaling van het uitstaande bedrag van de hoofdsom van de Belgische covered bonds, geen tweede keer in aanmerking worden genomen om te controleren of wordt voldaan aan de vereiste van de nominale test, inclusief het overschot. Het minimumniveau van het overschot wordt bij dit koninklijk besluit vastgelegd op 5 % van het nominaal bedrag van de uitgegeven Belgische covered bonds. Er wordt gespecificeerd dat ook rekening wordt gehouden met de rechten of verliezen die voortvloeien uit de in het bijzonder vermogen opgenomen derivatencontracten. Ten slotte voorziet artikel 5, § 3 in een derde test, de "amortisatiestest" genoemd, waarbij, voor elk bijzonder vermogen, de som van de hoofdsom, de interesten en alle andere inkomsten gegenereerd door de dekkingsactiva, waaronder de inkomsten uit de derivatencontracten en de beschikbare liquide middelen als bedoeld in respectievelijk artikel 4 en artikel 7 van hetzelfde koninklijk besluit, te allen tijde moet volstaan om de som te dekken van de hoofdsom en de interesten van de Belgische covered bonds alsook de lasten verbonden aan het onderhoud en het beheer van het uitgifteprogramma van Belgische covered bonds, met inbegrip van de kosten voor de afbouw van dit programma. In paragraaf 3 van artikel 5, die betrekking heeft op deze derde test, wordt nog bepaald op welke manier de lasten verbonden aan het onderhoud en het beheer van het uitgifteprogramma van Belgische covered bonds kunnen worden berekend, alsook op welke manier de contractuele stromen van de derivatencontracten en de interesten die worden gegenereerd door de dekkingsactiva en de interesten die verschuldigd zijn aan de houders van de Belgische covered bonds worden berekend (voor deze laatste berekeningen wordt verwezen naar de "asset liability"-modellen die binnen de betrokken kredietinstellingen worden gebruikt). Terwijl de eerste test bedoeld is om een zeker kwaliteitsniveau van de dekking van de betrokken Belgische covered bonds te waarborgen en de samenstelling van het bijzonder vermogen te bepalen, strekken de tweede en derde test ertoe te waarborgen dat de uitgevende kredietinstelling te allen tijde kan voldoen aan haar kwantitatieve dekkingsverplichtingen zoals bepaald in, respectievelijk, de paragrafen 1 en 2 van artikel 2/1 van Bijlage III van de wet. Artikel 8 Ontwerpartikel 8 wijzigt artikel 6 van hetzelfde koninklijk besluit met betrekking tot de modaliteiten voor de waardering van de dekkingsactiva. Afgezien van de technische wijzigingen strekken de aangebrachte wijzigingen ertoe de waarderingscriteria aan te passen om rekening te houden met de wijzigingen in artikel 129, lid 1 quater en quinquies en lid 3 van de CRR zoals gewijzigd bij de Verordening CB. Er wordt gespecificeerd dat de waardering van de derivatencontracten in voorkomend geval kan leiden tot een negatief bedrag. Tot slot wordt artikel 6 aangevuld met een paragraaf 10, waarin wordt bepaald tot beloop van welk bedrag de dekkingsactiva waarvoor er sprake is van wanbetaling of een betalingsachterstand kunnen bijdragen tot de dekkingstests, en op welke wijze het aantal achterstallige dagen wordt berekend. In dit opzicht wordt verwezen naar de bepalingen van artikel 178 van de CRR. Artikel 9 Ontwerpartikel 9 brengt in artikel 7 van hetzelfde koninklijke besluit de nodige wijzigingen aan om te zorgen voor de omzetting van artikel 16 van de Richtlijn. De aldus gewijzigde bepalingen bepalen de in artikel 13 van de wet bedoelde vereisten en periodieke controles inzake de liquiditeitsbuffer en de liquiditeiten die gegenereerd worden door de dekkingsactiva waarover de uitgevende kredietinstelling moet beschikken om te waarborgen dat zij haar betalingsverplichtingen die verbonden zijn aan de uitgegeven Belgische covered bonds kan nakomen, met name de criteria die vervuld moeten worden door de dekkingsactiva die nodig zijn om aan de voornoemde liquiditeitsvereisten te voldoen; Paragraaf 1 van artikel 7 bepaalt derhalve dat de dekkingsactiva voldoende liquiditeiten moeten genereren en liquide en beschikbare activa moeten omvatten om een liquiditeitsbuffer te vormen die de uitgevende kredietinstelling in staat stelt haar betalingen te allen tijde uit te voeren. Dit liquiditeitsvereiste, dat regelmatig moet worden gecontroleerd, stemt overeen met een liquiditeitsbuffer die de uitgevende kredietinstelling in staat stelt het maximumbedrag van de som van de nettoliquiditeitsuitstromen zoals berekend over een periode van zes maanden te dekken. Wat betreft de kosten die in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van dit liquiditeitsvereiste wordt verduidelijkt dat, in tegenstelling tot het bepaalde voor de dekkingstest van artikel 5, § 3, de kosten voor de afbouw van het uitgifteprogramma niet in aanmerking worden genomen tenzij de afbouw van dit programma effectief gepland is voor de referentieperiode. In paragraaf 2 wordt vastgesteld op welke wijze, d.w.z. met welk type activa, de liquiditeitsbuffer moet worden opgebouwd. Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014, waarnaar wordt verwezen in paragraaf 2, 1°, is de gedelegeerde verordening die werd vastgesteld krachtens artikel 460 van de CRR. Artikel 10 Vanuit hetzelfde oogpunt als artikel 7 van hetzelfde koninklijk besluit wordt artikel 8 vervangen om te verduidelijken dat de uitgevende kredietinstelling zowel een risicobeheerbeleid moet vastleggen als ten minste om de drie maanden stresstests moet uitvoeren om te garanderen dat de liquiditeitsstromen die door de dekkingsactiva gegenereerd worden, voldoende groot blijven om te voldoen aan de vereisten van de artikelen 5 en 7 van hetzelfde koninklijk besluit, en/of over andere activa moet beschikken die in voorkomend geval snel kunnen worden aangewend als dekkingsactiva. De uitgevende kredietinstellingen moeten deze stresstests zodanig ontwerpen dat ze ten minste rekening houden met: - plotse en onverwachte rentevoet- of wisselkoersbewegingen; - scenario's met verschillende niveaus van percentages van vervroegde terugbetaling van de dekkingsactiva; en - scenario's met een aanzienlijke verslechtering van de kredietkwaliteit van de dekkingsactiva. Ontwerpartikel 10 zorgt zodoende voor de omzetting van de artikelen 6 en 16 van de Richtlijn. Artikel 11 Afgezien van enkele technische wijzigingen wordt artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit gewijzigd om de minimumvoorschriften voor het bijhouden van het register van de dekkingsactiva te verduidelijken. In paragraaf 5 wordt met name bepaald dat dit register voortaan op elektronische wijze dient te worden bijgehouden en dat alleen personen die toestemming hebben gekregen van het wettelijk bestuursorgaan en die daarnaast uitsluitend functies uitoefenen in bedrijfseenheden die niet betrokken zijn bij de verlening van de onderliggende kredieten, inschrijvingen mogen doen in het register en er wijzigingen in mogen aanbrengen. De aanwijzing van toegestane personen kan worden beperkt tot de vaststelling van categorieën van personen of functies die toestemming hebben om de nodige wijzigingen in het register aan te brengen. Artikel 12 De wet machtigt de Koning om de criteria te bepalen waarop de Bank zich kan baseren om aan elke uitgevende kredietinstelling een maximumpercentage aan Belgische covered bonds op te leggen dat zij mag uitgeven ten opzichte van haar balanstotaal. Artikel 10 van hetzelfde koninklijk besluit wordt gewijzigd om de door de Koning vastgestelde limiet van 8% op te heffen en te verduidelijken dat echter wel een beperking kan worden opgelegd door de Bank om de andere schuldeisers van de kredietinstelling dan de houders van Belgische covered bonds te beschermen. De beperking die de Bank aldus kan opleggen, mag niet verhinderen dat een kredietinstelling die reeds covered bonds heeft uitgegeven, aan het bijzonder vermogen de dekkingsactiva toewijst die nodig zijn om te voldoen aan haar wettelijke en, in voorkomend geval, contractuele verplichtingen, of om een grotere geloofwaardigheid op de markten te waarborgen. Wanneer de Bank een limiet oplegt, moeten de gevolgen hiervan dus beperkt blijven tot een restrictie van de mogelijkheid om tot nieuwe uitgiften over te gaan. Krachtens ontwerpartikel 25, tweede lid treedt deze wijziging van artikel 10 van hetzelfde koninklijk besluit in werking op 1 januari 2024, zijnde de datum waarop alle kredietinstellingen krachtens artikel 418, § 1 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie sluiten (dat zorgt voor de omzetting van artikel 45 quaterdecies, lid 1 van Richtlijn (EU) 2019/879 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU met betrekking tot de verliesabsorptie- en herkapitalisatiecapaciteit van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en Richtlijn 98/26/EG - de zogenoemde "BRRD II") in principe zullen moeten voldoen aan de in dat artikel bedoelde minimumvereisten voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva. In afwachting daarvan bepaalt ontwerpartikel 26 dat de beperking waarin artikel 10 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht voorziet, van toepassing blijft tenzij de Bank de in het voornoemde artikel 10, § 1, eerste lid bedoelde toestemming verleent: - hetzij op tijdelijke basis, wanneer dit gerechtvaardigd wordt door uitzonderlijke omstandigheden die gevolgen hebben voor de betrokken kredietinstelling en die een ruimer gebruik van deze financieringsbron noodzakelijk maken; - hetzij omdat de achtergestelde verplichtingen van de betrokken instelling voldoende bescherming bieden om de drempel te bereiken van 8% van de totale passiva, met inbegrip van het eigen vermogen, als bedoeld in artikel 255, § 6, 3° van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie sluiten of in artikel 27, lid 7, onder a) van Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds. In dat geval is de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde limiet niet van toepassing. Artikel 13 Artikel 11 van hetzelfde koninklijk besluit wordt gewijzigd om de verwijzingen naar de wet te actualiseren en om, wat betreft de rapporteringsverplichtingen van de portefeuillesurveillant, rekening te houden met de wijzigingen in het wettelijk kader betreffende, met name, de vereisten inzake dekkingsactiva, liquiditeit, informatieverstrekking aan de beleggers en verlengbare-looptijdstructuren. Voor de vereisten met betrekking tot de dekkingsactiva moet het verslag van de portefeuillesurveillant ook de informatie bevatten over de naleving van de vereisten in artikel 4 van Bijlage III van de wet die van toepassing zijn bij de verwerving van activa met het oog op een uitgifte van Belgische covered bonds. Artikel 14 Artikel 12 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen door bepalingen waarin wordt vastgesteld welke informatie de kredietinstelling die Belgische covered bonds uitgeeft ten minste moet publiceren ten behoeve van de beleggers om te waarborgen dat deze laatste beschikken over correcte informatie zoals vereist in artikel 14 van de Richtlijn. Wat betreft de informatie over de hoedanigheid van de kredietnemer met betrekking tot de schuldvorderingen van categorie 3 wordt van de uitgevende kredietinstelling verwacht dat zij verduidelijkt of de kredietnemer bijvoorbeeld een lokale of regionale overheid, een centrale overheid of een centrale bank of een andere entiteit als beschreven in artikel 3, 3° (categorie 3) is. Het spreekt voor zich dat de criteria van artikel 12 enkel in aanmerking moeten worden genomen bij de publicatie als ze relevant zijn voor het type van dekkingsactiva dat is opgenomen in het bijzonder vermogen voor de betrokken Belgische covered bonds. Voor zover nodig en in antwoord op de opmerking van de Raad van State over deze bepaling wordt overigens verduidelijkt dat dit artikel, waarvan het toepassingsgebied beperkter is dan dat van artikel 15/1 van de wet, moet worden gelezen in samenhang met het laatstgenoemde artikel om een volledig beeld te hebben van de informatie die moet worden verstrekt aan de beleggers. Artikel 15 De artikelen 13 en 14 van hetzelfde koninklijk besluit worden opgeheven omdat ze respectievelijk achterhaald zijn en overbodig zijn geworden. Afdeling 2 - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten betreffende de portefeuillebeheerder in het kader van de uitgifte van Belgische covered bonds door een kredietinstelling naar Belgisch recht Artikelen 16 tot 21 De wijzigingen in de artikelen 1 tot en met 6 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2012 pub. 18/10/2012 numac 2012003307 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht sluiten betreffende de portefeuillebeheerder in het kader van de uitgifte van Belgische covered bonds door een kredietinstelling naar Belgisch recht zijn technische wijzigingen die ertoe strekken, naargelang van het geval, wettelijke verwijzingen te actualiseren, inmiddels overbodig geworden bepalingen te schrappen en rekening te houden, zoals in het geval van de wijziging met betrekking tot de verlengbare-looptijdstructuren in artikel 4, § 1, 1° van dat koninklijk besluit, met de wijzigingen die bij de wet van 26 november 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/11/2021 pub. 07/12/2021 numac 2021034095 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen met het oog op de omzetting van Richtlijn 2019/2162 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties, en tot wijziging van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen (1) sluiten zijn aangebracht in de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen om te zorgen voor de omzetting van de Richtlijn. Afdeling 3 - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 12 november 2012 met betrekking tot de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG Artikel 22 Ontwerpartikel 22 zorgt voor de omzetting van artikel 28 van de Richtlijn. Hiertoe wijzigt het artikel 62, § 4, van het kon …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.