📄 Wettekst
22 MAART 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering over het realisatiegericht instrumentarium.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 22 MAART 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering over het realisatiegericht instrumentarium Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20 en artikel 87, § 1; - het
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, artikel 42, gewijzigd bij de decreten van 19 juli 2002, 16 juni 2006 en 9 mei 2014; - het gecoördineerd
decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/06/2018
pub.
17/08/2018
numac
2018013216
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het onderwijs XXVIII
type
decreet
prom.
15/06/2018
pub.
26/07/2018
numac
2018040433
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking
sluiten betreffende het integraal waterbeleid, artikel 1.3.3.3.1, § 1, tweede lid; - het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten, artikel 3, 2°, artikel 7, § 2, zesde lid, en § 3, artikel 8, § 1, derde lid, § 2, derde lid en § 3, artikel 11, derde en vierde lid, artikel 14, § 4, artikel 17, § 2, artikel 22, tweede lid, artikel 23, § 2, tweede lid en derde lid, § 3, tweede lid, § 4, § 5, artikel 26, § 2, derde lid, § 4, artikel 29, tweede lid, en artikel 115.
Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 20 november 2023. - De Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed heeft advies gegeven op 17 januari 2024. - De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens heeft advies nr. 2023/147 gegeven op 12 december 2023. - De Gegevensbeschermingsautoriteit heeft advies nr. 65/2023 gegeven op 7 december 2023. - De Raad van State heeft advies 75.630/16 gegeven op 11 maart 2024, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Initiatiefnemers Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: TITEL 1. - Inleidende bepalingen Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° agentschap: het agentschap, vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten;2° departement: het Departement Omgeving, vermeld in artikel 29, § 1, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
04/10/2010
pub.
13/10/2010
numac
2010035754
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit houdende de vaststelling van de kosten van het alternatief en de gebruikswaardendaling na de instelling van de maatregel, vermeld in artikel 2, § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 tot uitvoering van het decreet van 27 maart 2009 houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut
sluiten2 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;3° kadastrale gegevens: het kadastrale nummer, de kadastrale oppervlakte, het kadastraal inkomen, het bouwjaar en de kadastrale aard van het perceel;4° landcommissie: de landcommissie, vermeld in artikel 5, 3°, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten, van de provincie waarin het perceel gelegen is waarvoor een vergoeding aangevraagd wordt. Art. 2.Naast de wijzen van beveiligde zending, vermeld in artikel 3, 2°, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten, wordt ook het opladen van vragen, verzoeken, berichten, documenten, adviezen en rapporten op een digitaal uitwisselingsplatform dat automatische notificaties aan de geadresseerde genereert, als beveiligde zending beschouwd.
De gegevensuitwisseling tussen de landcommissie, de initiatiefnemer en de betrokken instantie, vermeld in artikel 17, tweede lid, gebeurt via een digitaal uitwisselingsplatform.
TITEL 2. - Compenserende vergoedingen HOOFDSTUK 1. - Het schaderamingsrapport Art. 3.In dit artikel wordt verstaan onder schaderamingsrapport: het schaderamingsrapport, vermeld in artikel 7, § 2 van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten.
De landcommissie stelt, na raadpleging van de initiatiefnemer, het schaderamingsrapport op binnen honderdtwintig dagen na de dag waarop de landcommissie het verzoek om een schaderamingsrapport op te stellen, heeft ontvangen. De initiatiefnemer of de betrokken instantie, vermeld in artikel 17, tweede lid, dient het voormelde verzoek met een beveiligde zending in.
Bij het verzoek om een schaderamingsrapport op te stellen voor een ruimtelijk uitvoeringsplan verwijst de initiatiefnemer naar het voorontwerp of ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan zoals het is opgeladen op het digitaal platform, vermeld in artikel 3 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten0 betreffende het geïntegreerde planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen, planmilieueffectrapportage, ruimtelijke veiligheidsrapportage en andere effectbeoordelingen.
Een schaderamingsrapport voor een ruimtelijk uitvoeringsplan kan alleen worden gevraagd op basis van een voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in artikel 2.2.9, eerste lid, artikel 2.2.14, eerste lid, of artikel 2.2.20, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, of een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in artikel 2.2.10, § 1, artikel 2.2.15, § 1, of artikel 2.2.21, § 1, van de voormelde codex. Het voormelde schaderamingsrapport kan ten vroegste worden gevraagd nadat het voormelde voorontwerp van het ruimtelijk uitvoeringsplan door de bevoegde overheid conform de voormelde artikelen voor advies is verstuurd, en uiterlijk dertig dagen na de voorlopige vaststelling van het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bij het verzoek om een schaderamingsrapport op te stellen voor andere projecten, plannen of programma's dan een ruimtelijk uitvoeringsplan, voegt de initiatiefnemer al de volgende stukken toe: 1° de kadastrale gegevens van de percelen die deel uitmaken van het project, plan of programma;2° alle nuttige informatie over het project, plan of programma met gedetailleerde inlichtingen over de gebruiksbeperking die zal gelden op de percelen;3° per perceel de huidige bestemming en de bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften. De raming in een schaderamingsrapport hoeft geen rekening te houden met de volgende factoren tot waardebepaling: 1° de verwervingswaarde van de percelen;2° het tijdstip van verwerving van de percelen;3° het bestemmingsgebied dat van kracht is in de ruimtelijke ordening op het moment van de verwerving;4° het bestaan van pacht of van erfdienstbaarheden. Het schaderamingsrapport bevat een globale berekening van de mogelijke compenserende vergoedingen op het niveau van het globale project, plan of programma. Het bevat geen weergave van de waardevermindering van een individueel perceel. Het houdt rekening met de diverse gebruiksbeperkingen of combinatie van gebruiksbeperkingen op de in het project, plan of programma begrepen gronden.
De raming in een schaderamingsrapport voor een ruimtelijk uitvoeringsplan gebeurt op basis van de oppervlaktegegevens zoals die blijken uit de cartografische ondergrond waarop het grafisch plan, vermeld in artikel 2.2.5, § 1, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, is ingetekend.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan bepalen welke taken van de initiatiefnemer, vermeld in dit hoofdstuk, door de voormelde minister of het departement worden uitgevoerd als de opmaak van een schaderamingsrapport wordt gevraagd ten gevolge van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of ten gevolge van een beslissing van de Vlaamse Regering om een gebied als watergevoelig openruimtegebied aan te wijzen als vermeld in artikel 5.6.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. HOOFDSTUK 2. - Het administratieve beheer en de procedure bij de compenserende vergoedingen Afdeling 1. - Procedure bij planschadevergoeding als vermeld in
artikel 8, § 1, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten Onderafdeling 1. - Toepassingsgebied Art. 4.De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de planschadevergoeding, vermeld in artikel 2.6.1, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. Art. 5.De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan bepalen welke taken van de initiatiefnemer, vermeld in deze afdeling, door de voormelde minister of het departement worden uitgevoerd als een planschadevergoeding als vermeld in artikel 2.6.1, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wordt gevraagd ten gevolge van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of ten gevolge van een beslissing van de Vlaamse Regering om een gebied als watergevoelig openruimtegebied aan te wijzen als vermeld in artikel 5.6.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.
Onderafdeling 2. - Aanvraag Art. 6.De aanvrager van een planschadevergoeding als vermeld in artikel 2.6.1, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 of van een vergoeding als vermeld in artikel 5.6.8 van de voormelde codex, dient de aanvraag met een beveiligde zending in bij de initiatiefnemer.
Een aanvrager als vermeld in het eerste lid, kan een gezamenlijke aanvraag indienen voor verschillende begunstigden als voldaan is aan al de volgende voorwaarden: 1° de aanvraag heeft betrekking op: a) dezelfde compenserende vergoeding;b) hetzelfde perceel;c) dezelfde verwervingstitel als vermeld in het derde lid, 8° ;2° de aanvrager legt een volmacht voor waarin hij de opdracht krijgt de aanvraag in te dienen in naam van een andere begunstigde. Bij de aanvraag, vermeld in het eerste lid, worden de volgende informatie of de volgende stukken gevoegd: 1° het rijksregisternummer van de aanvrager als de aanvrager een natuurlijke persoon is;2° het ondernemingsnummer van de aanvrager, vermeld in de Kruispuntenbank van Ondernemingen, als de aanvrager een onderneming is;3° het rekeningnummer waarop de compenserende vergoeding uitbetaald kan worden; 4° een verwijzing naar het definitief vastgestelde ruimtelijk uitvoeringsplan of naar de beslissing van de Vlaamse Regering om een gebied als watergevoelig openruimtegebied aan te wijzen, vermeld in artikel 5.6.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, op grond waarvan een eigenaarsvergoeding wordt aangevraagd; 5° de kadastrale gegevens van de percelen waarvoor een eigenaarsvergoeding wordt aangevraagd;6° een bewijs dat de aanvrager op het ogenblik van de inwerkingtreding van de gebruiksbeperking zakelijk gerechtigde is van het perceel of zijn gelijkgestelde is conform artikel 5, 2°, a), van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten, met vermelding van het toepasselijke zakelijke recht en het aandeel van de aanvrager in dat zakelijke recht;7° de persoonlijke of zakelijke rechten op het perceel die niet in de eigendomstitels vermeld staan of een verklaring op erewoord dat er geen zijn;8° de meest recente titel die de verwerving van het perceel door de aanvrager aantoont;9° de verwervingswaarde als die niet vermeld wordt in de verwervingstitel of een motivering waarom die niet bekend is;10° de erfdienstbaarheden die niet in de eigendomstitel vermeld staan of een verklaring op erewoord dat er geen zijn;11° een lijst van niet-zichtbare constructies of een verklaring op erewoord dat er geen zijn;12° als er constructies aanwezig zijn op het perceel waarvoor een vergoeding wordt aangevraagd: a) een afschrift van de geldende vergunningen en, als die beschikbaar zijn, de bijbehorende plannen;b) een beschrijving van de gebouwen, waaronder het bouwjaar en de functie;13° de verwervingssubsidies die zijn toegekend of een verklaring op erewoord dat er geen zijn. Als de aanvrager, vermeld in het eerste lid, de aanvraag, vermeld in het eerste lid, indient, vermeldt de aanvrager in zijn aanvraag of hij gehoord wil worden door de initiatiefnemer als de initiatiefnemer conform artikel 7 beslist dat de aanvraag volledig is. Art. 7.De initiatiefnemer gaat na of de aanvraag conform artikel 6 volledig is.
Als de aanvraag conform artikel 6 volledig is, brengt de initiatiefnemer de aanvrager, vermeld in artikel 6, en de landcommissie daarvan met een beveiligde zending op de hoogte binnen dertig dagen na de dag waarop de initiatiefnemer de aanvraag, vermeld in artikel 6, eerste lid, heeft ontvangen.
Als de aanvraag conform artikel 6 onvolledig is, brengt de initiatiefnemer de aanvrager, vermeld in artikel 6, daarvan met een beveiligde zending op de hoogte binnen dertig dagen na de dag waarop de initiatiefnemer de aanvraag, vermeld in artikel 6, eerste lid, heeft ontvangen. De initiatiefnemer vermeldt in de voormelde kennisgeving ook de stukken die ontbreken. De voormelde aanvrager bezorgt de ontbrekende stukken aan de initiatiefnemer binnen dertig dagen na de dag waarop de voormelde aanvrager de kennisgeving van de onvolledigheid van de aanvraag heeft ontvangen, waarna de bepalingen van het eerste en tweede lid opnieuw van overeenkomstige toepassing zijn. Als de ontbrekende stukken niet tijdig worden bezorgd aan de initiatiefnemer, verklaart de initiatiefnemer de aanvraag voor de compenserende vergoeding onontvankelijk. De initiatiefnemer brengt de voormelde aanvrager en de landcommissie met een beveiligde zending op de hoogte van de onontvankelijkheid van de aanvraag binnen dertig dagen na de dag waarop de termijn om de ontbrekende stukken in te dienen, is verstreken.
Als de ontbrekende stukken niet of niet tijdig worden bezorgd aan de initiatiefnemer conform het derde lid, kan de initiatiefnemer de aanvraag voor de compenserende vergoeding alsnog ontvankelijk verklaren als de aanvrager overmacht aantoont. Als overmacht wordt aangetoond, brengt de initiatiefnemer de aanvrager, vermeld in artikel 6, en de landcommissie op de hoogte dat de aanvraag alsnog ontvankelijk werd verklaard.
Onderafdeling 3. - Beoordeling van de voorwaarden en berekening van de compenserende vergoeding Art. 8.Als de aanvrager, vermeld in artikel 6, gehoord wil worden, hoort de initiatiefnemer die aanvrager binnen dertig dagen na de dag waarop die aanvrager er conform artikel 7 van op de hoogte is gebracht dat de aanvraag volledig is. De voormelde aanvrager kan tijdens de hoorzitting zijn aanvraagdossier toelichten. De initiatiefnemer maakt een verslag van de hoorzitting op. Art. 9.§ 1. Als de aanvraag conform artikel 6 volledig is, en in voorkomend geval nadat de aanvrager is gehoord conform artikel 8, vraagt de initiatiefnemer met een beveiligde zending aan de landcommissie om een schaderapport als vermeld in artikel 7, § 2, derde lid van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten, op te maken. De vraag om het schaderapport op te maken, wordt gesteld binnen zestig dagen na de dag waarop de aanvrager er conform artikel 7 van op de hoogte is gebracht dat de aanvraag volledig is. Als de aanvrager wordt gehoord conform artikel 8, wordt de voormelde termijn van zestig dagen verlengd met dertig dagen.
De initiatiefnemer bezorgt de volgende documenten samen met de vraag om een schaderapport op te maken, vermeld in het eerste lid, aan de landcommissie: 1° de aanvraag, vermeld in artikel 6;2° het verslag van de hoorzitting, vermeld in artikel 8;3° alle bijbehorende stukken. § 2. De initiatiefnemer adviseert de landcommissie over het feit of al dan niet voldaan is aan de voorwaarden om recht te hebben op een compenserende vergoeding, vermeld in artikel 2.6.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. De initiatiefnemer bezorgt samen met het voormelde advies de vraag tot opmaak van het schaderapport, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, aan de landcommissie. § 3. Na de initiatiefnemer geraadpleegd te hebben over een ontwerp van schaderapport, maakt de landcommissie het schaderapport op en bezorgt dat met een beveiligde zending aan de aanvrager, vermeld in artikel 6, en de initiatiefnemer binnen honderdvijftig dagen na de dag waarop de initiatiefnemer de vraag tot opmaak van het schaderapport, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, stelt. Het schaderapport bevat per perceel een beoordeling of al dan niet voldaan is aan de voorwaarden om recht te hebben op een compenserende vergoeding, vermeld in artikel 2.6.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, en, in het positieve geval, de berekening van de compenserende vergoeding en de wijze waarop de vergoeding berekend is. Het schaderapport houdt daarbij rekening met de berekening van de eigenaarswaarde per perceelsdeel waarop de gebruiksbeperking geldt, overeenkomstig artikel 31 en 32 van dit besluit. § 4. Conform artikel 15 kan de landcommissie met het oog op de opmaak van het schaderapport de aanvrager, vermeld in artikel 6, om een plaatsbezoek verzoeken, of om informatie vragen die niet al in de aanvraag is begrepen die conform artikel 7 volledig is verklaard, maar die essentieel is om het schaderapport op te maken.
Als de informatie die conform het eerste lid wordt gevraagd, niet wordt gegeven of als het plaatsbezoek, vermeld in het eerste lid, niet plaatsvindt binnen de termijn, vermeld in artikel 15, § 1, tweede lid, wordt de aanvrager, vermeld in artikel 6, verondersteld afstand te doen van de aanvraag. In het voormelde geval maakt de landcommissie geen schaderapport op. De landcommissie brengt de initiatiefnemer op de hoogte van het feit dat geen schaderapport wordt opgemaakt. Als het plaatsbezoek niet tijdig kan plaatsvinden door de afwezigheid van de aangestelde van de landcommissie, wordt niet verondersteld dat de aanvrager afstand doet van de aanvraag.
De initiatiefnemer brengt de aanvrager, vermeld in artikel 6 van dit besluit, met een beveiligde zending op de hoogte van de vaststelling dat die aanvrager conform het tweede lid afstand heeft gedaan van de behandeling van de aanvraag voor een compenserende vergoeding waardoor de verdere behandeling van die aanvraag is stopgezet. De stopzetting van de voormelde aanvraag belet niet dat de voormelde aanvrager een nieuwe aanvraag kan indienen binnen de termijn, vermeld in artikel 11, eerste of tweede lid van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten.
Als de informatie die conform het eerste lid wordt gevraagd, niet of niet tijdig wordt gegeven of als het plaatsbezoek, vermeld in het eerste lid, niet plaatsvindt binnen de termijn, vermeld in artikel 15, § 1, tweede lid, kan de initiatiefnemer alsnog vaststellen dat er geen afstand van de aanvraag werd gedaan als de aanvrager overmacht aantoont. Als overmacht wordt aangetoond, brengt de initiatiefnemer de aanvrager, vermeld in artikel 6, en de landcommissie op de hoogte dat er ten gevolge van overmacht geen afstand werd gedaan van de aanvraag.
De initiatiefnemer vraagt aan de landcommissie om een schaderapport op te maken conform paragraaf 3. Art. 10.Op basis van het schaderapport, vermeld in artikel 9, § 3, neemt de initiatiefnemer een ontwerpbeslissing over het feit of al dan niet is voldaan aan de voorwaarden om recht te hebben op een compenserende vergoeding, vermeld in artikel 2.6.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, en in het positieve geval, over de berekening van de compenserende vergoeding.
De initiatiefnemer brengt de aanvrager, vermeld in artikel 6, en de landcommissie met een beveiligde zending op de hoogte van de ontwerpbeslissing, vermeld in het eerste lid, binnen zestig dagen na de dag waarop die aanvrager op de hoogte is gebracht van het schaderapport, vermeld in artikel 9, § 3.
Als de initiatiefnemer van oordeel is dat voldaan is aan de voorwaarden om recht te hebben op een compenserende vergoeding, vermeld in artikel 2.6.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, terwijl het schaderapport, vermeld in artikel 9, § 3, stelt dat niet voldaan is aan de voormelde voorwaarden om recht te hebben op een compenserende vergoeding, vraagt de initiatiefnemer, voor een ontwerpbeslissing wordt genomen, aan de landcommissie om een aanvullend schaderapport op te maken dat alleen de berekening van de compenserende vergoeding bevat. Artikel 9, § 3 en § 4, en artikel 10 tot en met 16 zijn van overeenkomstige toepassing als een aanvullend schaderapport wordt opgemaakt. De landcommissie brengt de aanvrager, vermeld in artikel 6, op de hoogte van de opmaak van het aanvullende schaderapport en de gevolgen daarvan voor het verdere verloop van de procedure. Art. 11.De aanvrager, vermeld in artikel 6, kan bezwaar indienen bij de initiatiefnemer. Op straffe van onontvankelijkheid van het voormelde bezwaar wordt dat bezwaar met een beveiligde zending ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de voormelde aanvrager op de hoogte is gebracht van de ontwerpbeslissing, vermeld in artikel 10.
De initiatiefnemer brengt de landcommissie onmiddellijk op de hoogte van de indiening van het bezwaar, vermeld in het eerste lid. Als het voormelde bezwaar betrekking heeft op de berekening van de compenserende vergoeding, kan de initiatiefnemer daarover het advies van de landcommissie vragen. De landcommissie heeft zestig dagen om het advies te verlenen.
Conform artikel 16 kan de initiatiefnemer met het oog op de behandeling van het bezwaar, vermeld in het eerste lid, de aanvrager om een plaatsbezoek verzoeken of vragen om informatie te bezorgen die essentieel is om het bezwaar te beoordelen. Art. 12.§ 1. Als de aanvrager conform artikel 11 een bezwaar indient tegen de ontwerpbeslissing, vermeld in artikel 10, neemt de initiatiefnemer, na onderzoek van het bezwaar, een definitieve beslissing over het feit of al dan niet is voldaan aan de voorwaarden om recht te hebben op een compenserende vergoeding, vermeld in artikel 2.6.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, en in het positieve geval, over de berekening van de compenserende vergoeding.
De initiatiefnemer neemt een definitieve beslissing op basis van de beschikbare informatie. Ook als de gevraagde informatie niet wordt gegeven of als het plaatsbezoek niet plaatsvindt binnen de termijn, vermeld in artikel 16, tweede lid, neemt de initiatiefnemer de definitieve beslissing op basis van de beschikbare informatie.
De initiatiefnemer brengt de aanvrager, vermeld in artikel 6, en de landcommissie met een beveiligde zending op de hoogte van de definitieve beslissing, vermeld in het eerste lid, binnen negentig dagen na de dag waarop de initiatiefnemer het bezwaar, vermeld in artikel 11, heeft ontvangen.
Als de initiatiefnemer, na onderzoek van het bezwaar, vermeld in artikel 11, beslist dat is voldaan aan de voorwaarden om recht te hebben op een compenserende vergoeding, vermeld in artikel 2.6.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, terwijl het schaderapport, vermeld in artikel 9, § 3, stelt dat niet voldaan is aan de voormelde voorwaarden om recht te hebben op een compenserende vergoeding, vraagt de initiatiefnemer, voor een definitieve beslissing wordt genomen, aan de landcommissie om een aanvullend schaderapport op te maken dat alleen de berekening van de compenserende vergoeding bevat. Artikel 9, § 3 en § 4, en artikel 10 tot en met 16 zijn van overeenkomstige toepassing als het voormelde aanvullende schaderapport wordt opgemaakt. De landcommissie brengt de aanvrager, vermeld in artikel 6, op de hoogte van de opmaak van het voormelde aanvullende schaderapport en de gevolgen daarvan voor het verdere verloop van de procedure. § 2. Als de aanvrager geen bezwaar als vermeld in artikel 11 van dit besluit, indient of als het voormelde bezwaar niet tijdig is ingediend, is conform artikel 8, § 1, derde lid van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten, de ontwerpbeslissing de definitieve beslissing. Art. 13.Als een gerechtelijke vordering over de compenserende vergoeding tegen de initiatiefnemer wordt ingesteld, brengt de initiatiefnemer de landcommissie op de hoogte van die vordering. De initiatiefnemer bezorgt aan de landcommissie en aan het agentschap een kopie van de gerechtelijke uitspraak. Art. 14.Als een compenserende vergoeding wordt toegekend, bezorgt de initiatiefnemer de definitieve beslissing of de ontwerpbeslissing die aanleiding geeft tot betaling van de compenserende vergoeding, onmiddellijk aan het agentschap met een beveiligde zending en vraagt aan het agentschap om de compenserende vergoeding te betalen. Het agentschap betaalt de compenserende vergoeding binnen zestig dagen na de dag waarop het agentschap op de hoogte is gebracht van de definitieve beslissing of de ontwerpbeslissing die aanleiding geeft tot betaling van de compenserende vergoeding.
Onderafdeling 4. - Vraag tot informatie en plaatsbezoek Art. 15.§ 1. De landcommissie kan met het oog op de opmaak van het schaderapport, vermeld in artikel 9, § 3, met een beveiligde zending de aanvrager, vermeld in artikel 6, om een plaatsbezoek verzoeken of vragen om informatie te bezorgen die essentieel is om het voormelde schaderapport op te maken.
De aanvrager, vermeld in artikel 6, bezorgt met een beveiligde zending de informatie die conform het eerste lid is gevraagd aan de landcommissie binnen negentig dagen na de dag waarop de landcommissie de vraag tot informatie, vermeld in het eerste lid, heeft gesteld. Het plaatsbezoek, vermeld in het eerste lid, vindt plaats binnen negentig dagen na de dag waarop de landcommissie de vraag tot een plaatsbezoek heeft gesteld.
De landcommissie brengt de initiatiefnemer op de hoogte van de vraag tot informatie of de vraag tot een plaatsbezoek, en de landcommissie bezorgt de ontvangen informatie aan de initiatiefnemer. § 2. De termijn, vermeld in artikel 9, § 3, wordt geschorst voor de periode die ingaat op de dag nadat de landcommissie de vraag tot informatie of een plaatsbezoek, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft gesteld en die eindigt op een van de volgende momenten: 1° de dag nadat de aanvrager, vermeld in artikel 6, de gevraagde informatie aan de landcommissie bezorgt;2° de dag nadat het plaatsbezoek heeft plaatsgevonden;3° de dag nadat de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, is verstreken als de gevraagde informatie niet wordt gegeven of als het plaatsbezoek niet plaatsvindt binnen de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid. Art. 16.De initiatiefnemer kan met het oog op de behandeling van het bezwaar, vermeld in artikel 11, met een beveiligde zending de aanvrager, vermeld in artikel 6, om een plaatsbezoek verzoeken of vragen om informatie te bezorgen die essentieel is om het bezwaar te beoordelen.
De aanvrager, vermeld in artikel 6, bezorgt met een beveiligde zending de informatie die conform het eerste lid is gevraagd aan de initiatiefnemer binnen negentig dagen na de dag waarop de initiatiefnemer de vraag tot informatie, vermeld in het eerste lid, heeft gesteld. Het plaatsbezoek, vermeld in het eerste lid, vindt plaats binnen negentig dagen na de dag waarop de initiatiefnemer de vraag tot een plaatsbezoek heeft gesteld.
De termijn, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, wordt geschorst voor de periode die ingaat op de dag nadat de initiatiefnemer de vraag tot informatie of een plaatsbezoek, vermeld in het eerste lid, heeft gesteld en die eindigt op een van de volgende momenten: 1° de dag nadat de aanvrager, vermeld in artikel 6, de gevraagde informatie aan de initiatiefnemer heeft bezorgd;2° de dag nadat het plaatsbezoek heeft plaatsgevonden;3° de dag nadat de termijn, vermeld in het tweede lid, is verstreken als de gevraagde informatie niet wordt gegeven of als het plaatsbezoek niet plaatsvindt, binnen de termijn, vermeld in het tweede lid. Afdeling 2. - Procedure bij andere compenserende vergoedingen dan de
planschadevergoeding als vermeld in artikel 8, § 2, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten Onderafdeling 1. - Toepassingsgebied Art. 17.De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de compenserende vergoedingen, vermeld in artikel 6, 2° tot en met 8°, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten.
In deze afdeling wordt verstaan onder de betrokken instantie: 1° bij de bestemmingswijzigingscompensatie, de compensatie ingevolge beschermingsvoorschriften en de gebruikerscompensatie, vermeld in respectievelijk artikel 6, 2°, 3° en 4°, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten: a) als de initiatiefnemer de gemeentelijke overheid is: het college van burgemeester en schepenen;b) als de initiatiefnemer de provinciale overheid is: de deputatie;c) als de initiatiefnemer de gewestelijke overheid is: het departement;2° bij de vergoeding ingevolge actieve inschakeling in de waterbeheersing, vermeld in artikel 6, 6°, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten: de initiatiefnemer, vermeld in artikel 9, § 1, 3°, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
04/10/2010
pub.
13/10/2010
numac
2010035754
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit houdende de vaststelling van de kosten van het alternatief en de gebruikswaardendaling na de instelling van de maatregel, vermeld in artikel 2, § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 tot uitvoering van het decreet van 27 maart 2009 houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut
sluiten5 tot uitvoering van de onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht, de vergoedingsplicht en de afbakening van overstromingsgebieden van titel I van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003;3° bij de vergoeding, vermeld in artikel 8 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de waterkeringen: de gewestelijke waterbeheerder, vermeld in artikel 2, 6°, van het voormelde decreet, die verantwoordelijk is voor het plan waarin de gebruiksbeperkingen worden opgelegd waardoor het recht op een compenserende vergoeding ontstaat;4° bij de vergoeding voor de uitvoering van een natuurinrichtingsproject, vermeld in artikel 47, § 2, tweede lid, van het
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, vermeld in artikel 6, 5°, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten: het natuurinrichtingsprojectcomité, vermeld in artikel 20 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu; 5° bij de vergoeding voor waardeverlies van gronden, vermeld in artikel 2.1.4 van het
decreet van 28 maart 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
22/08/2014
numac
2014035709
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de landinrichting
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
13/06/2014
numac
2014202524
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 5 van het decreet van 30 maart 1999 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Letteren
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
01/04/2014
numac
2014035363
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het decreet van 13 juli 2007 houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid en het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid
sluiten betreffende de landinrichting, als een landinrichtingsproject als vermeld in artikel 3.1.1 van het voormelde decreet, aanleiding geeft tot de vergoeding: het agentschap; 6° bij de vergoeding voor waardeverlies van gronden, vermeld in artikel 2.1.4 van het
decreet van 28 maart 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
22/08/2014
numac
2014035709
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de landinrichting
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
13/06/2014
numac
2014202524
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 5 van het decreet van 30 maart 1999 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Letteren
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
01/04/2014
numac
2014035363
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het decreet van 13 juli 2007 houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid en het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid
sluiten betreffende de landinrichting, als een project, plan of programma als vermeld in artikel 4.1.1 van het voormelde decreet, aanleiding geeft tot de vergoeding: a) als de initiatiefnemer de gemeentelijke overheid is: het college van burgemeester en schepenen;b) als de initiatiefnemer de provinciale overheid is: de deputatie;c) als de initiatiefnemer een gewestelijke overheid is: een departement of een agentschap als vermeld in hoofdstuk III van het
besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
04/10/2010
pub.
13/10/2010
numac
2010035754
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit houdende de vaststelling van de kosten van het alternatief en de gebruikswaardendaling na de instelling van de maatregel, vermeld in artikel 2, § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 tot uitvoering van het decreet van 27 maart 2009 houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut
sluiten2 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, dat verantwoordelijk is om het project, plan of programma te realiseren. Art. 18.De volgende momenten worden beschouwd als het moment waarop de gebruiksbeperking effectief ingaat op het perceel in kwestie: 1° bij de gebruikerscompensatie, vermeld in artikel 6, 4°, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten: a) het moment dat de gebruiksbeperkingen in werking treden die zijn veroorzaakt door een bestemmingswijziging of overdruk die is vastgelegd in een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg als vermeld in artikel 4, § 1 van het
decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
06/05/2009
numac
2009035371
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
15/05/2009
numac
2009035411
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het grond- en pandenbeleid
sluiten houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut;b) het moment dat de betrokken instantie de gebruiker van het onroerend goed op de hoogte brengt van de inrichting van een overstromingsgebied als vermeld in artikel 4, § 2, van het
decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
06/05/2009
numac
2009035371
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
15/05/2009
numac
2009035411
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het grond- en pandenbeleid
sluiten houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut, en van het feit dat daardoor het recht op een gebruikersvergoeding ontstaat;c) het moment dat de beslissing van de Vlaamse Regering houdende het opleggen van een erfdienstbaarheid tot openbaar nut, vermeld in artikel 5 van het
decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
06/05/2009
numac
2009035371
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
15/05/2009
numac
2009035411
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het grond- en pandenbeleid
sluiten houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut, in werking treedt;2° bij de vergoeding ingevolge actieve inschakeling in de waterbeheersing, vermeld in artikel 6, 6°, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten: het moment dat de gebruiker van het perceel in kwestie op de hoogte is gebracht van de actieve inschakeling in de waterbeheersing conform artikel 9, § 2, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
04/10/2010
pub.
13/10/2010
numac
2010035754
bron
vlaamse overheid
Ministerieel besluit houdende de vaststelling van de kosten van het alternatief en de gebruikswaardendaling na de instelling van de maatregel, vermeld in artikel 2, § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 tot uitvoering van het decreet van 27 maart 2009 houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut
sluiten5 tot uitvoering van de onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht, de vergoedingsplicht en de afbakening van overstromingsgebieden van titel I van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003;3° bij de vergoeding, vermeld in artikel 8 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de waterkeringen: het moment dat de eigenaar van het onroerend goed waarop de werken worden uitgevoerd, op de hoogte is gebracht van de werken conform artikel 5 van het voormelde decreet; 4° als er inrichtingswerken uit kracht van wet worden uitgevoerd als vermeld in artikel 2.1.1, tweede lid, van het
decreet van 28 maart 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
22/08/2014
numac
2014035709
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de landinrichting
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
13/06/2014
numac
2014202524
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 5 van het decreet van 30 maart 1999 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Letteren
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
01/04/2014
numac
2014035363
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het decreet van 13 juli 2007 houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid en het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid
sluiten betreffende de landinrichting: het moment dat de voormelde inrichtingswerken aanvangen; 5° als er erfdienstbaarheden tot openbaar nut worden ingezet als vermeld in artikel 2.1.3 van het
decreet van 28 maart 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
22/08/2014
numac
2014035709
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de landinrichting
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
13/06/2014
numac
2014202524
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van artikel 5 van het decreet van 30 maart 1999 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Letteren
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
01/04/2014
numac
2014035363
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het decreet van 13 juli 2007 houdende bevordering van een meer evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in advies- en bestuursorganen van de Vlaamse overheid en het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid
sluiten betreffende de landinrichting: het moment dat het besluit waarmee de erfdienstbaarheid tot openbaar nut wordt gevestigd, in werking treedt.
Als er inrichtingswerken uit kracht van wet worden uitgevoerd als vermeld in het eerste lid, 4°, brengt, afhankelijk van het soort project, de betrokken instantie, vermeld in artikel 17, tweede lid, 4° tot en met 6°, de begunstigden van de eigenaars- en de gebruikersvergoeding schriftelijk op de hoogte van de aanvang van de inrichtingswerken, vermeld in het eerste lid, 4°, en van het feit dat daardoor het recht op een compenserende vergoeding ontstaat.
Onderafdeling 2. - Aanvraag Art. 19.De aanvrager van een compenserende vergoedingen als vermeld in artikel 6, 2° tot en met 8°, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten, dient de aanvraag met een beveiligde zending in bij de landcommissie.
Een aanvrager als vermeld in het eerste lid, kan een gezamenlijke aanvraag indienen voor verschillende begunstigden als voldaan is aan al de volgende voorwaarden: 1° de aanvraag heeft betrekking op: a) dezelfde compenserende vergoeding;b) hetzelfde perceel;c) dezelfde verwervingstitel als vermeld in het derde lid, 8° ;2° de aanvrager legt een volmacht voor waarin hij de opdracht krijgt de aanvraag in te dienen in naam van een andere begunstigde. Bij de aanvraag, vermeld in het eerste lid, worden de volgende informatie of de volgende stukken gevoegd: 1° het rekeningnummer waarop de compenserende vergoeding uitbetaald kan worden;2° het rijksregisternummer van de aanvrager als de aanvrager een natuurlijke persoon is;3° het ondernemingsnummer van de aanvrager, vermeld in de Kruispuntenbank van Ondernemingen, als de aanvrager een onderneming is;4° een verwijzing naar de beleidsbeslissing op grond waarvan een compenserende vergoeding wordt aangevraagd, en de vermelding welke van de compenserende vergoedingen, vermeld in artikel 6, 2° tot en met 8°, van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten, wordt aangevraagd;5° de kadastrale gegevens van de percelen waarvoor een compenserende vergoeding wordt aangevraagd;6° in voorkomend geval, de kennisgeving, vermeld in artikel 18, eerste lid 1°, b), 2° en 3°, en tweede lid, van dit besluit;7° als een eigenaarsvergoeding wordt gevraagd: a) een bewijs dat de aanvrager op het ogenblik van de inwerkingtreding van de gebruiksbeperking zakelijk gerechtigde is van het perceel of zijn gelijkgestelde is conform artikel 5, 2°, a), van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten, met de vermelding van het toepasselijke zakelijke recht en het aandeel van de aanvrager in dat zakelijke recht;b) de persoonlijke of zakelijke rechten op het perceel die niet in de eigendomstitels vermeld staan of een verklaring op erewoord dat er geen zijn;c) de meest recente titel die de verwerving van het perceel door de aanvrager aantoont;d) de verwervingswaarde, als die niet vermeld wordt in de verwervingstitel of een motivering waarom die niet bekend is;e) de erfdienstbaarheden die niet in de eigendomstitel vermeld staan of een verklaring op erewoord dat er geen zijn;f) een lijst van niet-zichtbare constructies of een verklaring op erewoord dat er geen zijn;g) als er constructies aanwezig zijn op het perceel waarvoor een vergoeding wordt aangevraagd: 1) een afschrift van de geldende vergunningen en, als die beschikbaar zijn, de bijbehorende plannen;2) een beschrijving van de gebouwen waaronder het bouwjaar en de functie;h) de verwervingssubsidies die zijn toegekend of een verklaring op erewoord dat er geen zijn;8° als een gebruikersvergoeding wordt gevraagd voor landbouwpercelen en niet-landbouwpercelen als vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 2 en 3: a) een bewijs dat de aanvrager op het ogenblik van de inwerkingtreding van de gebruiksbeperking gebruiker is van het perceel of zijn gelijkgestelde is conform artikel 5, 2°, b), van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten;b) de bewijsstukken die de kosten door niet-terugverdienbare investeringen, vermeld in artikel 38, derde lid, van dit besluit, staven;c) de bewijsstukken die de kosten van het alternatief, vermeld in artikel 38, tweede lid, van dit besluit, staven als de Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, de kosten van het alternatief niet heeft vastgesteld conform artikel 41, negende lid, van dit besluit;9° als een gebruikersvergoeding wordt gevraagd voor niet-landbouwpercelen als vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 3, van dit besluit: de bewijsstukken die het verlies aan beroepsinkomsten, genotsderving en kapitaalsderving op het perceel staven. Als de aanvrager de bewijsstukken, vermeld in het derde lid, 8°, b) en c), en 9°, niet voegt bij de aanvraag, wordt het volgende aangenomen: 1° er zijn geen kosten door niet-terugverdienbare investeringen als vermeld in artikel 38, derde lid;2° er zijn geen kosten van het alternatief als vermeld in artikel 38, tweede lid;3° er is geen verlies aan beroepsinkomsten en er is geen genotsderving en kapitaalsderving. Als de aanvrager, vermeld in het eerste lid, de aanvraag, vermeld in het eerste lid, indient, vermeldt de aanvrager in zijn aanvraag of hij gehoord wil worden door de landcommissie als de landcommissie conform artikel 20 beslist dat de aanvraag volledig is. Art. 20.De landcommissie gaat na of de aanvraag conform artikel 19 volledig is.
Als de aanvraag conform artikel 19 volledig is, brengt de landcommissie de aanvrager, vermeld in artikel 19, en de betrokken instantie daarvan met een beveiligde zending op de hoogte binnen dertig dagen na de dag waarop de landcommissie de aanvraag, vermeld in artikel 19, eerste lid, heeft ontvangen.
Als de aanvraag conform artikel 19 onvolledig is, brengt de landcommissie de aanvrager, vermeld in artikel 19, daarvan met een beveiligde zending op de hoogte binnen dertig dagen na de dag waarop de landcommissie de aanvraag, vermeld in artikel 19, eerste lid, heeft ontvangen. De landcommissie vermeldt in de voormelde kennisgeving ook de stukken die ontbreken. De voormelde aanvrager bezorgt de ontbrekende stukken aan de landcommissie binnen dertig dagen na de dag waarop de voormelde aanvrager de kennisgeving van de onvolledigheid van de aanvraag heeft ontvangen, waarna de bepalingen van het eerste en tweede lid opnieuw van overeenkomstige toepassing zijn. Als de ontbrekende stukken niet tijdig worden bezorgd aan de landcommissie, verklaart de landcommissie de aanvraag voor de compenserende vergoeding onontvankelijk. De landcommissie brengt de voormelde aanvrager en de betrokken instantie met een beveiligde zending op de hoogte van de onontvankelijkheid van de aanvraag binnen dertig dagen na de dag waarop de termijn om de ontbrekende stukken in te dienen, is verstreken.
Als de ontbrekende stukken niet of niet tijdig worden bezorgd aan de landcommissie conform het derde lid, kan de landcommissie de aanvraag voor de compenserende vergoeding alsnog ontvankelijk verklaren als de aanvrager overmacht aantoont. Als overmacht wordt aangetoond, brengt de landcommissie de aanvrager, vermeld in artikel 19, en de betrokken instantie op de hoogte dat de aanvraag alsnog ontvankelijk werd verklaard.
Onderafdeling 3. - Beoordeling van de voorwaarden en berekening van de compenserende vergoeding Art. 21.Als de aanvrager, vermeld in artikel 19, gehoord wil worden, hoort de landcommissie of haar gemachtigde de aanvrager binnen dertig dagen na de dag waarop de aanvrager er conform artikel 20 van op de hoogte is gebracht dat de aanvraag volledig is. De voormelde aanvrager kan tijdens de hoorzitting zijn aanvraagdossier toelichten. De landcommissie maakt een verslag van de hoorzitting op. Art. 22.§ 1. De landcommissie maakt, na de betrokken instantie geraadpleegd te hebben over een ontwerp van schaderapport, een schaderapport als vermeld in artikel 7, § 2, derde lid van het Instrumenten
decreet van 26 mei 2023Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
03/07/2023
numac
2023043236
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
type
decreet
prom.
26/05/2023
pub.
27/06/2023
numac
2023042874
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft
sluiten, op en bezorgt dat met een beveiligde zending aan de aanvrager, vermeld in artikel 19, en de betrokken instantie binnen honderdvijftig dagen na de dag waarop de aanvrager er conform artikel 20 van op de hoogte is gebracht dat de aanvraag volledig is. Het voormelde schaderapport bevat per perceel een beoordeling of al dan niet voldaan is aan de voorwaarden om recht te hebben op de compenserende vergoeding en, in het positieve geval, de berekening van de compenserende vergoeding en de wijze waarop de vergoeding berekend is. Het schaderapport houdt daarbij rekening met de berekening van de eigenaarswaarde per perceelsdeel waarop de gebruiksbeperking geldt, overeenkomstig artikel 31 en 32, § 1 van dit besluit, of met de berekening van de gebruikersvergoeding, vermeld in artikel 37 tot en met 42 van dit besluit. § 2. Conform artikel 28 kan de landcommissie met het oog op de opmaak van het schaderapport, vermeld in paragraaf 1, de aanvrager, vermeld in artikel 19, om een plaatsbezoek verzoeken, of om informatie vragen die niet al in de aanvraag is begrepen die conform artikel 20 volledig is verklaard, maar die essentieel is om het voormelde schaderapport op te maken.
Als de informatie die conform het eerste lid wordt gevraagd, niet wordt gegeven of als het plaatsbezoek, vermeld in het eerste lid, niet plaatsvindt, binnen de termijn, vermeld in artikel 28, tweede lid, wordt de aanvrager verondersteld afstand te doen van zijn aanvraag. In het voormelde geval maakt de landcommissie geen schaderapport als vermeld in paragraaf 1, op. Als het plaatsbezoek niet tijdig kan plaatsvinden door de afwezigheid van de aangestelde van de landcommissie, wordt niet verondersteld dat de aanvrager afstand doet van de aanvraag.
De landcommissie brengt de aanvrager, vermeld in artikel 19 van dit besluit, en de betrokken instantie met een beveiligde zending op de hoogte van de vaststelling dat de aanvrager conform het tweede lid afstand heeft gedaan van de behandeling van de aanvraag voor een compenserende vergoeding waardoor de verdere behandeling van die aanvraag is stopgezet. De stopzetting van de voormelde aanvraag belet niet dat de voormelde aanvrager een nieuwe aanvraag kan indienen bi …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.