📄 Wettekst
11 JULI 2018. - Wet op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde mark (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : BOEK I. - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de grondwet. Art. 2.Deze wet voorziet inzonderheid in de tenuitvoerlegging van (a) Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG en (b) Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen.
BOEK II. - AANBIEDINGEN VAN BELEGGINGS- INSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK TITEL I. - Definities Art. 3.§ 1. Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, wordt verstaan onder "beleggingsinstrumenten": 1° effecten;2° geldmarktinstrumenten;3° rechten die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op roerende of onroerende goederen, die zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering, waarbij de houders van die rechten niet het privatief genot hebben van die goederen, en waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden;4° rechten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een of meer roerende goederen of op een agrarische exploitatie, die zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering en waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden, tenzij indien die rechten voorzien in een onvoorwaardelijke, onherroepelijke en volledige levering in natura van de goederen.De Koning kan, bij koninklijk besluit genomen na advies van de FSMA, de soorten goederen beoogd in dit punt, uitbreiden of beperken; 5° financiële termijncontracten ("futures"), met inbegrip van deze die worden afgewikkeld in contanten;6° rentetermijncontracten ("forward rate agreements");7° rente- en valuta-swapcontracten en swapcontracten betreffende aan aandelen of aandelenindexen gekoppelde kasstromen ("equity swaps");8° valuta- en renteoptiecontracten en alle andere optiecontracten die ertoe strekken de in dit artikel bedoelde beleggingsinstrumenten, inzonderheid via inschrijving of omruiling, te verwerven of over te dragen, met inbegrip van de optiecontracten die worden afgewikkeld in contanten;9° afgeleide contracten op edele metalen en grondstoffen;10° contracten die rechten vertegenwoordigen op andere beleggingsinstrumenten dan effecten;11° alle andere instrumenten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren, ongeacht de onderliggende activa. § 2. Volgende instrumenten zijn echter geen beleggingsinstrumenten in de zin van paragraaf 1: 1° gelddeposito's geworven of ontvangen door instellingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, 1° tot 5° en 7° ;2° deviezen, edele metalen en grondstoffen;3° overeenkomsten als bedoeld in artikel 2, lid 3, van richtlijn 2009/138/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf, gesloten door verzekeringsondernemingen. Art. 4.Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen wordt verstaan onder: 1° "FSMA": de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, die, overeenkomstig artikel 31 van Verordening 2017/1129, is aangewezen als bevoegde Belgische autoriteit in de zin van artikel 2, o), van die Verordening;2° "aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek": een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie over de voorwaarden van de aanbieding en de aangeboden effecten wordt verstrekt om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze beleggingsinstrumenten te besluiten.Deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van beleggingsinstrumenten via financiële tussenpersonen.
Een kosteloze toewijziging van beleggingsinstrumenten is geen aanbieding aan het publiek; 3° "reclame": een mededeling met beide volgende kenmerken: (i) zij heeft betrekking op een specifieke aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek of op een toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, door de Koning aangeduide MTF; (ii) zij is er specifiek op gericht de mogelijke inschrijving op of verwerving van beleggingsinstrumenten te promoten; 4° "marktexploitant": een marktexploitant in de zin van artikel 3, 3°, van de
wet van 21 november 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/03/2006
pub.
28/04/2006
numac
2006003247
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten
sluiten5 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU;5° "werkdag": inzonderheid voor de toepassing van artikel 2, t), van Verordening 2017/1129, een werkdag in de banksector, met uitsluiting van zaterdagen, zondagen en feestdagen.De Koning kan het begrip "werkdag in de banksector" definiëren; 6° "bemiddeling": elke tussenkomst ten aanzien van beleggers verstaan, zelfs al is zij tijdelijk of bijkomstig en in welke hoedanigheid ook, in de plaatsing van beleggingsinstrumenten voor rekening van de aanbieder of de uitgevende instelling, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de aanbieder of de uitgevende instelling;7° "vastgoedcertificaten": de schuldinstrumenten die rechten incorporeren op de inkomsten, op de opbrengsten en op de realisatiewaarde van één of meer bij de uitgifte van de certificaten bepaalde onroerende goederen.De schepen en luchtvaartuigen worden gelijkgesteld met onroerende goederen; 8° "
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten": de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;9° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG. Art. 5.De begrippen gedefinieerd door Verordening 2017/1129 en de ter uitvoering ervan genomen gedelegeerde handelingen hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
TITEL II. - Toepassingsgebied Art. 6.§ 1. Onverminderd paragrafen 2 en 3 is dit boek van toepassing op de wijze die in elke titel wordt verduidelijkt. § 2. Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen van dit boek niet van toepassing verklaren op: 1° toelatingen van door Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op Belgische gereglementeerde markten die Hij bepaalt, indien deze toelatingen worden aangevraagd door de marktexploitant, en;2° aanbiedingen aan het publiek verricht op het Belgische grondgebied door de kredietinstellingen of de beleggingsondernemingen die Hij bepaalt, van door Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, voor zover deze instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op de gereglementeerde markten die Hij bepaalt. § 3. Dit boek treft geen regeling voor de toelatingen van optiecontracten en futures tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt wanneer die toelatingen tot de verhandeling worden gevraagd door de marktexploitant die de betrokken gereglementeerde markt organiseert.
TITEL III. - Het prospectus en de informatienota HOOFDSTUK I. - Verplichting om een prospectus te publiceren Art. 7.§ 1. De aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstrumenten worden vrijgesteld van de prospectusplicht voor zover: 1° die aanbiedingen, indien zij betrekking hebben op effecten, niet het voorwerp uitmaken van een kennisgeving als bedoeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129;en 2° de totale tegenwaarde van die aanbiedingen in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan: (a) een bedrag van 5 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden;of (b) een bedrag van 8 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden, voor zover de aanbieding betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF. § 2. De artikelen 8 en 9 zijn van toepassing: 1° op de aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie meer dan 5 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode van twaalf maanden;2° op de aanbiedingen aan het publiek van andere beleggingsinstrumenten dan effecten die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie meer dan 8 000 000 euro bedraagt, berekend over een periode van twaalf maanden;3° op de toelatingen van andere beleggingsinstrumenten dan effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt. Art. 8.De bepalingen van Verordening 2017/1129 zijn mutatis mutandis van toepassing op aanbiedingen aan het publiek of toelatingen tot de verhandeling als bedoeld in artikel 7, met uitzondering van de volgende artikelen: 1° artikel 1, lid 3, en artikel 3, lid 2;2° de artikelen 24, 25, 26 en 27;en 3° de artikelen 28, 29 en 30. Art. 9.Het prospectus moet worden opgesteld in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen.
De samenvatting van het prospectus wordt opgesteld of vertaald in het Nederlands en het Frans. Die vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstellen van het prospectus belaste persoon. In afwijking van die regel geldt dat, als de in titel V bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in één enkele landstaal worden verspreid, de samenvatting enkel in die taal mag worden opgesteld of vertaald. HOOFDSTUK II. - Verplichting om een informatienota te publiceren Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Art. 10.§ 1. Dit hoofdstuk is van toepassing: 1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 5 000 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden;2° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek die zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF, en waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 8 000 000 euro, berekend over een periode van 12 maanden;3° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een op advies van de FSMA door de Koning aangeduide MTF of een bepaald segment daarvan.De Koning kan, in voorkomend geval, uitzonderingen bepalen op voornoemde verplichting. § 2. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de volgende soorten van beleggingsinstrumenten: 1° de rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging die niet van het closedend type zijn;2° de effecten zonder aandelenkarakter, uitgegeven door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat, door een internationale openbare instelling waarbij één of meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte zijn aangesloten, door de Europese Centrale Bank of door de centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;3° de aandelen in het kapitaal van de centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;4° de beleggingsinstrumenten die onvoorwaardelijk en onherroepelijk zijn gegarandeerd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat;5° de beleggingsinstrumenten uitgegeven door verenigingen met een wettelijk statuut of door instellingen zonder winstoogmerk die zijn erkend door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met het oog op het verwerven van de middelen die nodig zijn om hun niet-lucratieve doeleinden te verwezenlijken; § 3. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op: 1° de soorten van aanbiedingen aan het publiek als bedoeld in artikel 1, lid 4, van Verordening 2017/1129, voor zover deze betrekking hebben op beleggingsinstrumenten, en mits naleving van de door deze bepalingen voorziene voorwaarden;en 2° de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek waarvan de totale tegenwaarde in de Unie minder bedraagt dan of gelijk is aan 500 000 euro, berekend over een periode van twaalf maanden, voor zover (a) elke belegger slechts voor een maximumbedrag van 5 000 euro op de aanbieding aan het publiek kan ingaan;en (b) alle documenten met betrekking tot de aanbieding aan het publiek het totaalbedrag van die aanbieding alsook het maximumbedrag per belegger vermelden. § 4. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de aanbiedingen aan het publiek van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn en die bestaan uit termijncontracten waarvoor geen belegging dient te worden verricht op het ogenblik waarop ze worden afgesloten, maar die worden vereffend via een regeling in contanten of een levering van de onderliggende waarden ten gunste van een van de contracterende partijen; deze aanbiedingen aan het publiek vallen onder hoofdstuk I. § 5. In afwijking van paragraaf 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing: 1° wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder, krachtens Verordening 1286/2014 van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retail-beleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten, in het kader van de betrokken aanbieding aan het publiek een essentiële-informatiedocument moet bezorgen aan de beleggers;2° wanneer de aanbieder, de uitgevende instelling of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling een ander informatiedocument aan de beleggers moet bezorgen dat gelijkwaardig wordt geacht door de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA. § 6. Dit hoofdstuk is niet van toepassing wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder vrijwillig een prospectus opstelt overeenkomstig artikel 4 van Verordening 2017/1129. § 7. De aanbieder, de uitgevende instelling of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling kan afzien van de toepassing van paragrafen 2, 3 en 5, en voor de voorafgaande publicatie van een informatienota opteren conform de bepalingen van deze wet. Afdeling 2. - De informatienota
Onderafdeling 1. - Algemene bepaling Art. 11.Elke verrichting bedoeld in dit hoofdstuk vereist de voorafgaande publicatie van een informatienota door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naargelang het geval.
Onderafdeling 2 - Inhoud van de informatienota Art. 12.§ 1. De informatienota vormt precontractuele informatie. De inhoud ervan moet accuraat, eerlijk, duidelijk en niet misleidend zijn. § 2. De informatienota bevat informatie over de uitgevende instelling, de aanbieder en de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, over het bedrag en de aard van de aangeboden of de tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten, over de redenen voor en de bijzonderheden van de aanbieding of de toelating, alsook over de risico's verbonden aan de uitgevende instelling en de betrokken beleggingsinstrumenten.
Meer in het bijzonder bevat de informatienota een korte omschrijving van de volgende elementen: 1° een beschrijving van de belangrijkste risico's die inherent zijn aan de uitgevende instelling en de aangeboden beleggingsinstrumenten, die specifiek zijn voor de betrokken aanbieding of de betrokken toelating tot de verhandeling;2° informatie over de uitgevende instelling en de aanbieder van de beleggingsinstrumenten, inclusief de jaarrekeningen van de uitgevende instelling over de laatste twee boekjaren;3° informatie over de voorwaarden en de redenen voor de aanbieding of de toelating tot de verhandeling van beleggingsinstrumenten;4° informatie over de kenmerken van de aangeboden of tot de verhandeling toe te laten beleggingsinstrumenten. Bovenaan de informatienota wordt, op een prominente plaats, de volgende vermelding opgenomen: "Dit document is geen prospectus en werd niet gecontroleerd of goedgekeurd door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.". § 3. De informatienota voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° zij wordt in de vorm van één enkel document en in een begrijpelijke taal opgesteld;2° zij wordt in beknopte vorm opgesteld en is maximaal vijftien A4-bladzijden lang;3° zij wordt zodanig voorgesteld en vormgegeven met gebruik van tekens van leesbare grootte dat zij vlot leesbaar is. Art. 13.§ 1. Wanneer de uitgevende instelling een commissaris diende aan te stellen tijdens de boekjaren waarvan de jaarrekeningen in de informatienota moeten worden opgenomen, wordt bij die jaarrekeningen telkens het verslag van de commissaris gevoegd. § 2. Wanneer de uitgevende instelling tijdens de betrokken boekja(a)r(en) geen commissaris diende aan te stellen, 1° deze jaarrekeningen moeten aan een onafhankelijke toetsing door een bedrijfsrevisor worden onderworpen of een vermelding door een bedrijfsrevisor bevatten dat zij, voor de doeleinden van de informatienota een getrouw beeld geven conform de in België geldende auditnormen;of 2° de informatienota moet de volgende vermelding bevatten: "Deze jaarrekeningen zijn niet geauditeerd door een commissaris en evenmin aan een onafhankelijke externe toetsing onderworpen.". Art. 14.De informatienota wordt opgesteld of vertaald in één of meerdere landstalen of in het Engels. Die vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstellen van de informatienota belaste persoon.
Als de in titel V bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in een van de in het eerste lid bedoelde talen worden verspreid, wordt de informatienota in die taal opgesteld of vertaald. Art. 15.Elke met de informatie in de informatienota verband houdende belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing of onjuistheid die van invloed kan zijn op de beoordeling van de beleggingsinstrumenten, en zich voordoet of wordt geconstateerd tussen het tijdstip van de beschikbaarstelling van de informatienota conform artikel 17 en 1° de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek;of 2° de aanvang van de toelating tot de verhandeling op de betrokken MTF, (a) als dat moment later valt dan de afsluiting van de aanbieding aan het publiek, of (b) in het in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde geval, wordt in een aanvulling op de informatienota vermeld. De aanvulling wordt ter beschikking gesteld van het publiek conform de bepalingen van artikel 17.
In geval van een aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek hebben de beleggers die hebben aanvaard om al vóór de publicatie van de aanvulling de beleggingsinstrumenten te kopen of erop in te schrijven, het recht om hun aanvaarding gedurende twee werkdagen na de publicatie van die aanvulling in te trekken, op voorwaarde dat de in het eerste lid bedoelde nieuwe ontwikkeling, vergissing of onjuistheid zich heeft voorgedaan vóór de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek en vóór de levering van de beleggingsinstrumenten, naargelang wat het eerst plaatsvindt. Deze termijn kan worden verlengd door de uitgevende instelling of door de aanbieder. De uiterste datum voor het recht tot intrekking wordt vermeld in de aanvulling. Art. 16.De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA: 1° bijkomende of meer gedetailleerde vereisten opleggen met betrekking tot de inhoud van de informatienota;2° schema's opstellen aan de hand waarvan de informatie moet worden voorgesteld in de informatienota; en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid maken tussen de verschillende soorten beleggingsinstrumenten, uitgevende instellingen of aanbieders, en/of in functie van de tegenwaarde van de aanbieding of van de toelating tot de verhandeling.
Onderafdeling 3. - Beschikbaarstelling en neerlegging bij de FSMA Art. 17.De informatienota moet ten laatste op de aanvangsdag van de aanbieding aan het publiek of op de dag van de toelating tot de verhandeling beschikbaar worden gesteld voor het publiek.
Bij een aanbieding aan het publiek wordt de informatienota geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het publiek, waarneer zij in elektronische vorm is gepubliceerd op de website van de uitgevende instelling en/of de aanbieder en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de betrokken beleggingsinstrumenten plaatsen of verkopen, met inbegrip van de instellingen die zorg dragen voor de financiële dienst van de uitgevende instelling.
Bij toelating tot de verhandeling op een in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde MTF wordt de informatienota geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het publiek zodra zij in elektronische vorm op de website van de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of van de uitgevende instelling is gepubliceerd.
De beleggers moet de mogelijkheid worden geboden om kosteloos een kopie van die informatienota in gedrukte vorm dan wel op een duurzame drager te verkrijgen. Art. 18.Ten laatste op het moment van de beschikbaarstelling overeenkomstig artikel 17 moet de uitgevende instelling of de aanbieder, naargelang het geval, de informatienota neerleggen bij de FSMA. Ook elke aanvulling op de informatienota wordt onmiddellijk neergelegd bij de FSMA. De FSMA publiceert de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop op haar website. Die publicatie gebeurt onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling.
De FSMA bepaalt de neerleggings- en publicatiewijze.
Onderafdeling 4. - Geldigheidsduur Art. 19.De informatienota blijft geldig gedurende twaalf maanden na de neerlegging ervan bij de FSMA, voor zover zij vergezeld gaat van alle krachtens artikel 15 vereiste aanvullingen.
TITEL IV. - Bemiddeling HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Art. 20.§ 1. Deze titel is van toepassing op elke plaatsing van beleggingsinstrumenten op het Belgisch grondgebied. § 2. In afwijking van paragraaf 1 is deze titel niet van toepassing op: 1° de plaatsing van beleggingsinstrumenten uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging;2° een in artikel 1, lid 4, a) en b), van Verordening 2017/1129, bedoelde aanbieding die betrekking heeft op beleggingsinstrumenten;3° de activiteiten die onder de toepassing vallen van de
wet van 11 februari 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/02/2013
pub.
22/08/2013
numac
2013011368
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar
type
wet
prom.
11/02/2013
pub.
16/12/2013
numac
2013000796
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar. - Duitse vertaling
sluiten houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar. HOOFDSTUK II. - Bemiddelingsmonopolie Art. 21.§ 1. Enkel de volgende personen of instellingen mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten: a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België en de andere centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;b) de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 14 van de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten4 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;c) de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd zijn overeenkomstig artikel 312 van de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten4;d) de niet in België gevestigde kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig artikel 313 van de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten4;e) de beursvennootschappen bedoeld in boek XII, titel II van de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten4;f) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bedoeld in titel III van de
wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten7 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;g) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van de
wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten7;h) de in België gevestigde bijkantoren van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III, van de
wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten7;i) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn via dienstverrichtingen, voorzover hun bemiddelingswerkzaamheden in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV, van de
wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten7. § 2. De bepalingen van paragraaf 1 doen geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de aanbieder of de uitgevende instelling: a) om zelf de instrumenten te plaatsen die hij of zij uitgeeft;b) om tussenpersonen in bank- of beleggingsdiensten die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van de
wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/03/2006
pub.
28/04/2006
numac
2006003247
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten
sluiten betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, hiermee te gelasten, ingeval de uitgevende instelling of de aanbieder een gereglementeerde onderneming in de zin van die wet is;c) om een met de uitgevende instelling of de aanbieder verbonden onderneming hiermee te gelasten, ingeval de aanbieding tot de personeelsleden van die verbonden onderneming gericht is;d) om een beroep te doen op de door een verlener van alternatieve-financieringsdiensten aangeboden diensten om zijn/haar beleggingsinstrumenten te commercialiseren conform titel II van de
wet van 18 december 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten8 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën. TITEL V. - Reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting Art. 22.§ 1. De bepalingen van deze titel en van artikel 22, lid 1, eerste zin, en lid 2 tot 11, van Verordening 2017/1129 zijn van toepassing op de reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben: 1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied;2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF, en die worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen. § 2. In afwijking van paragraaf 1 zijn de bepalingen van deze titel niet van toepassing: 1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische grondgebied van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, zoals toepasselijk verklaard door artikel 8 van deze wet, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wanneer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 10, § 7;4° op de toelatingen op een gereglementeerde markt of op een MTF van beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van tenminste 100 000 euro. Art. 23.Op advies van de FSMA kan de Koning, onder de voorwaarden en rekening houdend met de aanpassingen die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen van deze titel, met uitsluiting van zijn artikel 24, van titel VI van dit boek, van boek IV en van de artikelen 33 en 34, van toepassing verklaren op aanbiedingen van beleggingsinstrumenten die plaatsvinden op het Belgische grondgebied en die in artikel 6, §§ 2 en 3, of in artikel 22, § 2, worden bedoeld. Art. 24.§ 1. De reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op een aanbieding aan het publiek of een toelating tot de verhandeling als bedoeld in deze titel en die worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen, mogen pas openbaar worden gemaakt nadat zij door de FSMA zijn goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten als bepaald bij en krachtens artikel 22, lid 2 tot 4, 9 en 10, van Verordening 2017/1129 en het tweede lid van deze paragraaf.
De FSMA kan de nadere regels en procedures bepalen volgens welke de goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde documenten kan gebeuren.
Hierbij houdt de FSMA rekening met de aard en de inhoud van deze documenten, waarbij ze onder meer het gestandaardiseerd, en recurrent, karakter van de documenten en het gebruikte medium als criteria in aanmerking neemt. § 2. De FSMA spreekt zich uit binnen vijf werkdagen na ontvangst van de in paragraaf 1 bedoelde reclame, andere documenten en berichten.
Als de in paragraaf 1 bedoelde reclame en andere documenten en berichten informatie bevatten waarvan de FSMA enkel kan nagaan of die overeenstemt met de informatie die vervat is in het prospectus als zij over de goedgekeurde versie van het prospectus beschikt, begint de in het eerste lid vastgestelde termijn van vijf werkdagen te lopen, naargelang het geval, op het ogenblik dat: 1° de FSMA het prospectus goedkeurt conform artikel 20 van Verordening 2017/1129;of 2° op het ogenblik dat de kennisgeving is verricht als bedoeld in artikel 25 van Verordening 2017/1129. § 3. In voorkomend geval, moet, samen met de originele versie, een vertaling in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en die door de FSMA wordt aanvaard, van de in paragraaf 1 bedoelde reclame en andere documenten en berichten aan de FSMA worden overgelegd voor onderzoeksdoeleinden. § 4. Enkel de aanbieder, de uitgevende instelling, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, en/of de door hen aangestelde tussenpersonen mogen, conform artikel 121 van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten, beroep instellen tegen een weigering van de FSMA om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren.
Tegen de beslissing om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren, kan geen beroep worden ingesteld. § 5. In de reclame en in de andere documenten en berichten bedoeld in § 1 mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de FSMA of van enige andere bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van de vermelding dat het prospectus is goedgekeurd.
TITEL VI. - Aansprakelijkheid Art. 25.§ 1. Deze titel is van toepassing: 1° op de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten aan het publiek op het Belgische grondgebied;2° op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;3° op de in artikel 10, § 1, 3°, bedoelde toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een MTF. § 2. In afwijking van paragraaf 1 zijn de bepalingen van deze titel niet van toepassing: 1° op de aanbiedingen van effecten aan het publiek die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor geen publicatie van een prospectus wordt vereist krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;2° op de aanbiedingen aan het publiek op het Belgische grondgebied van beleggings-instrumenten die geen effecten zijn, en op de toelatingen van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, wanneer geen prospectus vereist is krachtens artikel 1, lid 2, 4 en 5, van Verordening 2017/1129, zoals toepasselijk verklaard door artikel 8 van deze wet, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 4 van Verordening 2017/1129;3° op de in artikel 10 bedoelde aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de verhandeling, wanneer geen informatienota vereist is krachtens artikel 10, §§ 2 of 3, behalve als gebruik wordt gemaakt van artikel 10, § 7. Art. 26.§ 1. Wanneer het prospectus ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de FSMA, wordt er duidelijk in vermeld wie verantwoordelijk is voor het integrale prospectus en de eventuele aanvullingen hierop. De verantwoordelijke personen worden geïdentificeerd aan de hand van hun naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, aan de hand van hun naam en statutaire zetel.
De verantwoordelijkheid voor het integrale prospectus en de eventuele aanvullingen hierop kan uitsluitend worden gedragen door de uitgevende instelling en haar leidinggevende, toezichthoudende of bestuursorganen, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de garant.
In het prospectus wordt een verklaring opgenomen van de verantwoordelijke personen waaruit blijkt dat, voorzover hen bekend, de gegevens in het prospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het prospectus zou wijzigen. Onverminderd het eerste lid kunnen in het prospectus de personen worden vermeld die verantwoordelijk zijn voor een deel van het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop. § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid aangewezen personen tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende of onjuiste aard van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop of door het ontbreken in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop van de informatie voorgeschreven door of krachtens Verordening 2017/1129 en deze wet.
Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed. § 3. Een persoon kan niet alleen op basis van de in artikel 7 van Verordening 2017/1129 bedoelde samenvatting van het prospectus, of van een specifieke samenvatting die wordt opgesteld in het kader van een EU-groeiprospectus als bedoeld in artikel 15, lid 1, alinea 2, van Verordening 2017/1129, of van de vertaling hiervan aansprakelijk worden gesteld, tenzij die misleidende, onjuiste of inconsistente informatie bevatten ten aanzien van de andere delen van het prospectus, of tenzij die, in combinatie met de andere delen van het prospectus, niet de kerngegevens verstrekken om de beleggers te helpen wanneer zij overwegen in de betrokken beleggingsinstrumenten te beleggen. § 4. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling en haar leidinggevende, toezicht-houdende of bestuursorganen, de aanbieder of de garant, naargelang het geval, tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de onjuiste of misleidende aard van de informatie in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, of door het ontbreken, in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, van de door of krachtens deze wet voorgeschreven informatie.
Uitsluitend wanneer de zware fout of het bedrog vaststaat, wordt het nadeel dat de belegger wordt berokkend, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in de informatienota en de eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed. § 5. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de door hen aangestelde tussenpersonen, verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende, onjuiste of inconsistente informatie ten aanzien van het prospectus of, naargelang het geval, de informatienota, vervat in de reclame, documenten of berichten met betrekking tot de verrichting die op hun initiatief zijn gepubliceerd, dan wel door de strijdigheid van deze reclame, documenten of berichten met de bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129 of genomen krachtens dit artikel.
Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter, ten aanzien van het prospectus of, naargelang het geval, de informatienota, van de informatie in de reclame of in andere documenten of berichten met betrekking tot de verrichting, dan wel van de strijdigheid van die informatie met de bepalingen van artikel 22 van Verordening 2017/1129 of genomen krachtens dit artikel, indien het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter dan wel de strijdigheid van deze informatie van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.
TITEL VII. - Openbare mededelingen buiten het kader van een aanbieding aan het publiek Art. 27.Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwalificeerde beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven beleggingsinstrumenten die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbieding tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door de persoon die in staat is om de betrokken beleggings-instrumenten uit te geven of over te dragen, of door een persoon die voor rekening van laatstgenoemde persoon handelt, tenzij: 1° de aanbieding van beleggingsinstrumenten, of de betrokken beleggingsinstrumenten tot een van de in artikel 1, paragrafen 2, 4 of 5, van Verordening 2017/1129, bedoelde categorieën behoren, of;2° bij de autoriteit die bevoegd is om het prospectus bij een aanbieding aan het publiek goed te keuren, een voorafgaand verzoek is ingediend tot goedkeuring van het prospectus of tot vrijstelling van de prospectusplicht en deze autoriteit zich hier nog niet over heeft uitgesproken en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggings-instrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, hetzij (i) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 30 van de
wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
19/10/2012
numac
2012003296
bron
federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
18/02/2015
numac
2015000044
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten is ingediend, dan wel aan de FSMA een kennisgeving als bedoeld in artikel 93, lid 3, van richtlijn 2009/65/EG is overgelegd, hetzij (ii) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 197 of artikel 259 van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten5 is ingediend, of;3° het prospectus voor een aanbieding aan het publiek op geldige wijze is goedgekeurd door de FSMA of door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en aan de voorwaarden van de artikelen 24 tot 26 van Verordening 2017/1129 is voldaan en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven hetzij (i) op de lijst bedoeld in artikel 33 of, naargelang het geval, artikel 149 van de
wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
19/10/2012
numac
2012003296
bron
federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
18/02/2015
numac
2015000044
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, hetzij (ii) op de lijst bedoeld in artikel 200 van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten5 of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet, of;4° indien de aanbieding onder de toepassing van hoofdstuk II van titel III van boek II valt, een informatienota is gepubliceerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet en, wanneer de aanbieding aan het publiek betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 200 van de
wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
sluiten5 of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet. Met de persoon die geacht wordt te handelen voor rekening van de persoon die in staat is om de beleggingsinstrumenten uit te geven of over te dragen, wordt elke persoon bedoeld die voor deze verrichting rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of een voordeel ontvangt van deze persoon.
BOEK III. - BEROEP OP HET PUBLIEK VOOR TERUGBETAALBARE GELDEN Art. 28.Alleen de volgende personen en instellingen mogen in België een beroep doen op het publiek teneinde gelddeposito's of andere terugbetaalbare gelden op zicht, op termijn of met opzegging in te zamelen of in België dergelijke gelddeposito's of terugbetaalbare gelden van het publiek in ontvangst nemen: 1° de kredietinstellingen die opgenomen zijn in de lijst als bedoeld in artikel 14, artikel 312 of artikel 313 van de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.