← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2020, gesloten in het Paritair Comit

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit verklaart een collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend, die het sociaal sectoraal pensioenstelsel, het pensioenreglement, het solidariteitsreglement en de sectorale technische nota voor bedienden in de metaalfabrikatennijverheid wijzigt. Het doel is de coördinatie en verduidelijking van de pensioenregeling en de aanpassing van administratie- en werkingskosten.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
18 JULI 2021. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeids overeenkomst van 14 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten6, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid, betreffende de wijziging van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, het pensioenreglement, het solidariteitsreglement en van de sectorale technische nota (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid; Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeids overeenkomst van 14 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten6, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid, betreffende de wijziging van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, het pensioenreglement, het solidariteitsreglement en van de sectorale technische nota. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 18 juli 2021. FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad: Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid Collectieve arbeids overeenkomst van 14 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten6 Wijziging van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, het pensioenreglement, het solidariteitsreglement en van de sectorale technische nota (Overeenkomst geregistreerd op 14 januari 2021 onder het nummer 162728/CO/209) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.§ 1. Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers, die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid, en op de werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bedienden die deze werkgevers tewerkstellen. § 2. Onder "werkgever" wordt verstaan: zowel de juridische entiteit (op basis van het ondernemingsnummer) als de vestigingseenheden (op basis van het vestigingseenheidnummer) indien de juridische entiteit over meerdere vestigingseenheden beschikt. HOOFDSTUK II. - Voorwerp Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wijzigt de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 (met registratienummer 157451/CO/209) tot wijziging van het reglement van de groepsverzekering die het sociaal sectoraal pensioenstelsel uitvoert, en van de sectorale technische nota en ter verduidelijking bij een aantal aspecten van het sectorale pensioenstelsel. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft als voorwerp: a) de coördinatie van de basiskenmerken en de regels inzake het beheer en de uitvoering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en de verduidelijking van een aantal aspecten van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, zoals vastgelegd in de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten, opgesomd in artikel 18 van deze collectieve arbeidsovereenkomst;b) de wijziging vanaf 1 januari 2020 van de regeling met betrekking tot de administratie- en werkingskosten in uitvoering van de beslissing van de representatieve organisaties in het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid, zoals beschreven in artikel 23 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 2020 (met registratienummer 159523/CO/209) tot wijziging en coördinatie van de statuten van het "Sociaal Fonds voor de bedienden metaal - Fonds voor bestaanszekerheid";c) de wijziging en vervanging met ingang van 1 januari 2020 van het reglement van de groepsverzekering die het sociaal sectoraal pensioenstelsel uitvoert, opgenomen in bijlage 1 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 met registratienummer 157451/CO/209;d) de wijziging en vervanging met ingang van 1 januari 2020 van de technische nota, opgenomen in bijlage 2 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 met registratienummer 157451/CO/209. Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten met toepassing van artikel 10 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. De wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten zal verder kortweg "de WAP" genoemd worden. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van de beslissing van de representatieve organisaties in het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid en heeft als enig voorwerp de instelling van een sectoraal pensioenstelsel: - vanaf 1 april 2002 voor de bedienden van de werkgevers, die niet vrijgesteld zijn van de deelname aan het sectoraal pensioenstelsel of geen gebruik hebben gemaakt van "opting-out" (zie hoofdstuk X van deze collectieve arbeidsovereenkomst); - vanaf 1 juli 2007 voor de kaderleden van de werkgevers, die niet vrijgesteld zijn van de deelname aan het sectoraal pensioenstelsel of geen gebruik hebben gemaakt van "opting-out" (zie hoofdstuk X van deze collectieve arbeidsovereenkomst). Met ingang van 1 januari 2017 werd het sectoraal pensioenstelsel omgevormd tot een sociaal sectoraal pensioenstelsel via de invoering van een solidariteitstoezegging. Vanaf 1 januari 2017 geldt de solidariteitstoezegging eveneens voor de bedienden en de kaderleden van de werkgevers die destijds gebruik hebben gemaakt van "opting-out" (zie hoofdstuk X van deze collectieve arbeidsovereenkomst). In artikel 18 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt de historiek weergegeven van de verschillende sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten die in de loop van de jaren binnen het Paritair Comité 209 voor de bedienden van metaalfabrikatennijverheid werden gesloten ter invoering, wijziging en verduidelijking van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. HOOFDSTUK III. - Aanduiding van de inrichter Art. 4.Overeenkomstig artikel 3, § 1, 5° van de WAP, wordt het "Sociaal Fonds voor de Bedienden Metaal-BIS - Fonds voor Bestaanszekerheid", afgekort SFBM-BIS, met ondernemingsnummer KBO 0682.891.282, opgericht op 1 januari 2017 via de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2017 van het paritair comité 209 (met registratienummer 142818/CO/209), aangeduid als inrichter van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. Het SFBM-BIS zal hierna "de inrichter" genoemd worden. HOOFDSTUK IV. - De pensioentoezegging Art. 5.§ 1. Het sociaal sectoraal pensioenstelsel bestaat enerzijds uit een pensioentoezegging die is vastgelegd in het pensioenreglement (zie sectie 1 met de bijzondere voorwaarden en de algemene voorwaarden van het groepsverzekeringsreglement, opgenomen in bijlage 2 en bijlage 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst), en anderzijds uit een solidariteitstoezegging, die verbonden is aan de pensioentoezegging en is vastgelegd in het solidariteitsreglement (zie sectie 2 met de bijzondere voorwaarden en de algemene voorwaarden van het groepsverzekeringsreglement, opgenomen in bijlage 2 en in bijlage 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst). § 2. De pensioentoezegging is van het type vaste bijdragen zonder rendementsgarantie van de inrichter, doch zonder afbreuk te doen aan het wettelijk minimum rendement opgelegd door de WAP. De sectorale pensioentoezegging moet sinds de aanvang beschouwd worden als één globale pensioentoezegging. De wettelijke minimum rendementsgarantie wordt berekend op de totaliteit van de verworven reserves, opgebouwd vanaf 1 januari 2004. Bij de kapitalisatie van de aanvullende pensioenpremies en de toepassing van de wettelijke minimum rendementsgarantie wordt de horizontale methode toegepast. De pensioentoezegging voorziet in: - de opbouw van een aanvullend pensioenkapitaal, dat overeenkomstig de regels en de modaliteiten van het pensioenreglement wordt uitbetaald aan de aangesloten werknemer op moment van pensionering (in zoverre de betrokken werknemer bij zijn uittreding uit de sector zijn verworven reserves niet heeft overgedragen naar een andere pensioeninstelling). Dit aanvullend pensioenkapitaal kan op verzoek van de aangesloten werknemer worden omgezet in een levenslange pensioenrente; - een overlijdenskapitaal in geval van overlijden van de aangesloten werknemer voor pensionering, dat gelijk is aan de verworven reserves die de aangesloten werknemer heeft opgebouwd in het sociaal sectoraal pensioenstelsel tot op het moment van zijn overlijden en dat wordt uitbetaald aan de begunstigden van de overleden aangesloten werknemer, overeenkomstig de regels en modaliteiten van het pensioenreglement. § 3. Deze pensioentoezegging is een verbintenis van de inrichter ten aanzien van de aangesloten werknemers. § 4. De regels en modaliteiten betreffende de pensioentoezegging worden verder vastgelegd in sectie 1 met de bijzondere en de algemene voorwaarden van het groepsverzekeringsreglement, opgenomen in de bijlagen 2 en 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK V. - Beheer en aanduiding van de pensioeninstelling Art. 6.§ 1. Het beheer en de uitvoering van de pensioentoezegging wordt door de inrichter toevertrouwd aan de verzekeringsonderneming Integrale nv, met maatschappelijke zetel te 4000 Luik, Place Saint-Jacques 11/101, toegelaten onder het codenummer 1530, met ondernemingsnummer KBO 0221.518.504. Integrale nv is met andere woorden aangeduid als pensioeninstelling. § 2. De beheers- en werkingsregels die worden afgesproken tussen de inrichter en Integrale nv als pensioeninstelling evenals de door Integrale nv aangerekende beheerskosten worden vastgelegd in een beheers- en verzekeringsovereenkomst, en zijn ook beschreven in de technische nota, opgenomen in bijlage 1 bij deze collectieve overeenkomst. HOOFDSTUK VI. - Verwerving van pensioenrechten Art. 7.Overeenkomstig artikel 17 van de WAP en het pensioenreglement in sectie 1 met de bijzondere en de algemene voorwaarden van het groepsverzekeringsreglement (zoals bepaald in de bijlagen 2 en 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst), kunnen alle werknemers, tewerkgesteld bij een werkgever bedoeld in artikel 1, die niet aangesloten zijn bij een evenwaardig ondernemingspensioenstelsel in het kader van een opting-out of een buiten toepassingsgebied (zie hoofdstuk X van deze collectieve arbeidsovereenkomst), hun recht op een sectoraal aanvullend pensioen laten gelden binnen de voorwaarden van het pensioen- en solidariteitsreglement. HOOFDSTUK VII. - Solidariteitstoezegging Art. 8.§ 1. De solidariteitstoezegging voorziet, in uitvoering van artikel 43 van de WAP en het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten1 tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden met de sociale aanvullende pensioenstelsels in de volgende solidariteitsprestaties: - de financiering van de opbouw van het aanvullend pensioen tijdens de periodes van tijdelijke werkloosheid in de zin van hoofdstuk II/1 "Regeling van schorsing van de uitvoering van de overeenkomst en regeling van gedeeltelijke arbeid" van titel III van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten; - de financiering van de opbouw van het aanvullend pensioen tijdens de periodes van arbeidsonges-chiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval van gemeen recht (met uitzondering van een arbeidsongeval of een beroepsziekte); - de financiering van de opbouw van het aanvullend pensioen tijdens periodes voorafgaand aan het faillissement van de onderneming; - de financiering van een extra uitkering in de vorm van een rente aan de begunstigden in geval van overlijden van de aangesloten werknemer tijdens zijn beroepsloopbaan in de sector vóór de datum van pensionering. § 2. De bedragen van deze solidariteitsprestaties worden door het paritair comité 209 bepaald in een aparte collectieve arbeidsovereenkomst. § 3. Deze solidariteitstoezegging is een verbintenis van de inrichter ten aanzien van de aangesloten werknemers. § 4. De regels en de modaliteiten betreffende de solidariteitstoezegging worden verder vastgelegd in sectie 2 met de bijzondere en de algemene voorwaarden van het groepsverzekeringsreglement, opgenomen in de bijlagen 2 en 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VIII. - Beheer en aanduiding van de solidariteitsinstelling Art. 9.§ 1. Het beheer en de uitvoering van de solidariteitstoezegging wordt door de inrichter toevertrouwd aan de verzekeringsonderneming Integrale nv, met maatschappelijke zetel te 4000 Luik, Place Saint-Jacques 11/101, toegelaten onder het codenummer 1530, met ondernemingsnummer KBO 0221.518.504. Integrale nv is met andere woorden aangeduid als solidariteitsinstelling. § 2. De beheers- en werkingsregels die worden afgesproken tussen de inrichter en Integrale nv als solidariteitsinstelling evenals de door Integrale nv aangerekende beheerskosten worden vastgelegd in een beheers- en verzekeringsovereenkomst, en zijn ook beschreven in de technische nota, opgenomen in bijlage 1 bij deze collectieve overeenkomst. HOOFDSTUK IX. - Bijdragen en inningsmodaliteiten Art. 10.Algemene principes § 1. In het voordeel van de werknemers, die rechten kunnen laten gelden met betrekking tot het sociaal sectoraal pensioenstelsel, zal het "Sociaal Fonds voor de Bedienden Metaal Fonds voor Bestaanszekerheid", afgekort "SFBM", met ondernemingsnummer KBO 0541.831.805, opgericht op 1 januari 2014 via de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 november 2013 van het paritair comité 209 (met registratienummer 118373/CO/209), met ingang van 1 januari 2019 zowel de aanvullende pensioenpremies als de solidariteitsbijdragen innen ter financiering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Het SFBM int de aanvullende pensioenpremies en de solidariteitsbijdragen in naam en voor rekening van de inrichter bij alle werkgevers op wie het sociaal sectoraal pensioenstelsel in haar geheel van toepassing is. Het SFBM int ook de solidariteitsbijdragen in naam en voor rekening van de inrichter bij de werkgevers op wie enkel de solidariteitstoezegging van toepassing is (omdat ze voor wat betreft de pensioentoezegging genieten van een "opting-out"). De premies tot financiering van de pensioentoezegging en de bijdragen tot financiering van de solidariteitstoezegging worden geïnd onder de vorm van procentuele kwartaalbijdragen. Dit betekent dat de aanvullende pensioenpremies en de solidariteitsbijdragen door het SFBM driemaandelijks worden geïnd bij de betrokken werkgevers op basis van de DmfA-aangiftes. Daarnaast kan het SFBM bij de werkgever die de aangeslotene tewerkstelt op het moment van zijn uittreding, pensionering of overlijden, in naam en voor rekening van de inrichter, de nodige premies innen die nodig zijn voor de aanzuivering van het ontbrekende deel van de gewaarborgde pensioenreserves in toepassing van de wettelijke rendementsgarantie, zoals bepaald in artikel 24 van de WAP. § 3. De eventuele taksen en sociale bijdragen zijn ten laste van de werkgever en komen bovenop de aanvullende pensioenpremies. Het SFBM int, in naam en voor rekening van de inrichter, bij de werkgevers de sociale bijdragen, met inbegrip van de eventuele Wijninckxbijdrage, zoals bedoeld in artikel 38, § 3duodecies en § 3terdecies van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 29/06/1981 pub. 02/09/2014 numac 2014000386 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 29/06/1981 pub. 17/11/2015 numac 2015000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, die verschuldigd zijn op de aanvullende pensioenpremies en stort deze door aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). § 4. Het percentage van de aanvullende pensioenpremies en de solidariteitsbijdragen, alsook de modaliteiten van de inning worden vastgelegd in de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten tot vaststelling van de statuten van het SFBM, en in de technische nota, opgenomen in bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. § 5. De concrete afspraken omtrent de inning en de doorstorting van deze aanvullende pensioenpremies en solidariteitsbijdragen worden verder uitgewerkt in een beheersovereenkomst tussen het SFBM en de inrichter. Omdat het SFBM bij de inning ondersteuning krijgt van het "Fonds voor Bestaanszekerheid van de Metaalverwerkende Nijverheid", met ondernemingsnummer KBO 0855.690.646 (opgericht bij beslissing van 13 januari 1965 van het nationaal paritair comité 111, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 februari 1965), afgekort "FBZMN", is het FBZMN ook partij bij deze beheersovereenkomst. § 6. De praktische aspecten van de inning en de doorstorting van de aanvullende pensioenpremies en solidariteitsbijdragen naar de pensioen- en solidariteitsinstelling worden vastgelegd in een beheersovereenkomst tussen de inrichter, het SFBM en Integrale. Art. 11.Financiering van de pensioentoezegging § 1. De financiering van de pensioentoezegging zal gebeuren via een patronale pensioenpremie, die gelijk is aan een percentage van het referentieloon van de aangesloten werknemers. Het referentieloon is gelijk aan het bij de RSZ aangegeven bruto jaarloon, exclusief het enkel en het dubbel vakantiegeld. § 2. Met ingang van 1 januari 2020 bedraagt de patronale pensioenpremie 2,29 pct. van het referentieloon. Meer concreet, betreft het 2,29 pct. op basis van de brutoloonmassa, waarbij de brutoloonmassa gelijk is aan de som van 1/1,08 op DmfA bezoldigingscode 1 met de DmfA bezoldigingscodes 2, 3, 4. § 3. De aanvullende pensioenpremies worden per kwartaal geïnd door het SFBM. Binnen de 4 maanden volgend op het einde van het betreffende kwartaal stort het SFBM de aanvullende pensioenpremies, na inhouding van de administratiekosten voor de inning ervan, in naam en voor rekening van de inrichter, door naar de pensioeninstelling (Integrale). Met ingang van 1 januari 2020 houdt het SFBM bij elk verlopen kwartaal een forfaitair percentage in op de geïnde aanvullende pensioenpremies. Dit forfaitair kostenpercentage wordt jaarlijks bepaald door de raad van bestuur van de inrichter. Voor 2020 is dit forfaitair kostenpercentage vastgelegd op 1 pct. van de geïnde aanvullende pensioenpremies. Art. 12.Financiering van de solidariteitstoezegging § 1. De financiering van de solidariteitstoezegging zal gebeuren via een solidariteitsbijdrage, die gelijk is aan een percentage van het referentieloon van de aangesloten werknemers. Het referentieloon is gelijk aan het bij de RSZ aangegeven bruto jaarloon, exclusief het enkel en het dubbel vakantiegeld. § 2. Met ingang van 1 januari 2020 bedraagt de solidariteitsbijdrage 0,10 pct. van het referentieloon. Meer concreet, betreft het 0,10 pct. op basis van de brutoloonmassa, waarbij de brutoloonmassa gelijk is aan de som van 1/1,08 op DmfA bezoldigingscode 1 met de DmfA bezoldigingscodes 2, 3 en 4. § 3. De solidariteitsbijdragen worden per kwartaal geïnd door het SFBM. Binnen de 4 maanden volgend op het einde van het betreffende kwartaal stort het SFBM 95 pct. en vanaf 1 januari 2021 96 pct. van de geïnde solidariteitsbijdragen, in naam en voor rekening van de inrichter door naar de solidariteitsinstelling. De overige 5 pct. en vanaf 1 januari 2021 de overige 4 pct. van de geïnde solidariteitsbijdragen worden tegelijkertijd doorgestort naar de inrichter ter dekking van de administratiekosten voor de inning van de solidariteitsbijdragen en diens algemene werkingskosten. HOOFDSTUK X. - Buiten toepassingsgebied en mogelijkheid tot opting-out Art. 13.Buiten toepassingsgebied § 1. Werkgevers, die voor hun bedienden een aanvullend pensioenstelsel op ondernemingsniveau hebben ingericht vóór 11 juni 2001, dat zonder onderbreking nog steeds van toepassing is en minstens evenwaardig is aan het sectoraal aanvullend pensioenstelsel, moeten niet deelnemen aan het sociaal sectoraal pensioenstelsel en worden bijgevolg uitgesloten uit het toepassingsgebied van het sociaal sectoraal pensioenstelsel in zoverre ze voldoen aan de jaarlijkse attesteringsplicht overeenkomstig § 3 van dit artikel. Werkgevers, die voor hun kaderleden een aanvullend pensioenstelsel op ondernemingsniveau hebben ingericht vóór 31 december 2006, dat zonder onderbreking nog steeds van toepassing is en minstens evenwaardig is aan het sectoraal pensioenstelsel, moeten niet deelnemen aan het sociaal sectoraal pensioenstelsel en worden bijgevolg uitgesloten uit het toepassingsgebied van het sociaal sectoraal pensioenstelsel in zoverre zij voldoen aan de jaarlijkse attesteringsplicht overeenkomstig § 3 van dit artikel. De vrijstelling van deelname aan het sociaal sectoraal pensioenstelsel wegens buiten toepassingsgebied geldt zowel voor de pensioentoezegging als voor de solidariteitstoezegging. § 2. De voorwaarden en modaliteiten omtrent het "buiten toepassingsgebied" worden verder vastgelegd in de technische nota, opgenomen in bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. § 3. Er geldt een jaarlijkse attesteringsplicht voor de werkgevers bedoeld in § 1 van dit artikel, waarvan de modaliteiten wordt vastgelegd in de technische nota, opgenomen in bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 14.Opting-out § 1. Werkgevers, die vóór 1 april 2011 op basis van de toepasselijke sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten binnen het paritair comité 209, gebruik hebben gemaakt van de geboden mogelijkheid tot opting-out (dit is de mogelijkheid om voor een deel of het geheel van de werknemers de uitvoering van sectoraal pensioenstelsel zelf te organiseren in een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming, zoals bepaald in artikel 9 van de WAP), kunnen de opting-out verderzetten, op voorwaarde dat ze blijven voldoen aan de voorwaarden en modaliteiten met inbegrip van de jaarlijkse attesteringsplicht, zoals vastgelegd in de technische nota, opgenomen in bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. § 2. Werkgevers die vóór 1 april 2011 gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid tot opting-out, zijn wel verplicht om zich aan te sluiten bij de solidariteitstoezegging die werd ingevoerd door de Inrichter binnen de sector en dit voor alle werknemers, die aangesloten zijn bij het pensioenstelsel op het niveau van de onderneming. Art. 15.Reorganisaties In het kader van de overgang van een onderneming, vestiging of deel van een onderneming of een vestiging, als gevolg van een conventionele overdracht of een fusie, splitsing of andere transactie in de zin van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement of gerechtelijk akkoord door boedelafstand (zoals nadien gewijzigd), kan de werkgever voor de overgenomen of bij de reorganisatie betrokken werknemers eveneens vrijgesteld worden van deelname aan het sociaal sectoraal pensioenstelsel, mits voldaan is aan de voorwaarden voor opting-out (hoofdstuk B) of van buiten toepassingsgebied (hoofdstuk C), zoals voorzien in de technische nota, opgenomen in bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. Indien een werkgever ten gevolge van een wijziging van paritair comité onder de bevoegdheid valt van het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid, kan de werkgever voor de betrokken werknemers eveneens vrijgesteld worden van deelname aan het sociaal sectoraal pensioenstelsel, mits voldaan is aan de voorwaarden van buiten toepassingsgebied (hoofdstuk C) op het moment dat de werkgever onder de bevoegdheid van het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid valt, zoals voorzien in de technische nota, opgenomen in bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 16.Alle werknemers van een werkgever, bedoeld in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, die niet aangesloten zijn bij een ander evenwaardig ondernemingspensioenstelsel in het kader van een opting-out of een buiten toepassingsgebied, zijn verplicht aangesloten aan het sectoraal sociaal pensioenstelsel. HOOFDSTUK XI. - Vervanging van het pensioenreglement, solidariteitsreglement en de technische nota Art. 17.§ 1. Het reglement van de groepsverzekering die het sociaal sectoraal pensioenstelsel uitvoert, opgenomen in bijlage 1 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 met registratienummer 157451/CO/209, wordt met ingang van 1 januari 2020 vervangen door het groepsverzekeringsreglement, opgenomen in sectie 1 met de bijzondere en de algemene voorwaarden (zoals vervat in bijlage 2 en bijlage 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst), en door het solidariteitsreglement, opgenomen in sectie 2 met de bijzondere en de algemene voorwaarden (zoals vervat in bijlage 2 en bijlage 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst). § 2. De technische nota, opgenomen in bijlage 2 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 met registratienummer 157451/CO/209, wordt met ingang van 1 januari 2020 vervangen door de technische nota opgenomen in bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst. § 3. Het groepsverzekeringsreglement, opgenomen in bijlagen 2 en 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, evenals de technische nota, opgenomen in bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, maken integraal deel uit van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK XII. - Vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst Art. 18.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt vanaf 1 januari 2020 de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 tot wijziging van het reglement van de groepsverzekering die het sociale sectorale pensioenstelsel uitvoert en van de sectorale technische nota en ter verduidelijking van een aantal aspecten van het sectorale pensioenstelsel (met registratienummer 157451/CO/209). § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst coördineert de basiskenmerken en de regels inzake het beheer en uitvoering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en verduidelijkt een aantal aspecten van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, zoals vastgelegd in de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten, die binnen het paritair comité 209 werden gesloten met betrekking tot het sociaal sectoraal pensioenstelsel, zoals onder meer: - de collectieve arbeids overeenkomst van 11 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten3 (met registratienummer 57918/CO/209) betreffende het nationaal akkoord 2001-2002, gesloten in het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid; - de collectieve arbeids overeenkomst van 17 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten4 (met registratienummer 60649/CO/209) betreffende de uitvoering van artikel 4, §§ 2, 3 en 4 van de collectieve arbeids overeenkomst van 11 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten3 betreffende het nationaal akkoord 2001-2002; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2002 (met registratienummer 62481/CO/209) betreffende de uitvoering van hoofdstuk II, artikel 4, §§ 1 en 5 van de collectieve arbeids overeenkomst van 11 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten3 betreffende het nationaal akkoord 2001-2002; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 maart 2004 (met registratienummer 70726/CO/209) tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2002 betreffende de uitvoering van hoofdstuk II, artikel 4, §§ 1 en 5 van de collectieve arbeids overeenkomst van 11 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten3 betreffende het nationaal akkoord 2001-2002; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 januari 2007 (met registratienummer 82045/CO/209) gesloten in uitvoering van het nationaal akkoord 2007-2008, tot wijziging en vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2002 tot uitvoering van hoofdstuk II, artikel 4, §§ 1 en 5 van de collectieve arbeids overeenkomst van 11 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten3 betreffende het nationaal akkoord 2001-2002 (sectoraal aanvullend pensioen); - de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 2007 (met registratienummer 85840/CO/209) betreffende het nationaal akkoord 2007-2008, gesloten in het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juli 2009 (met registratienummer 95215/CO/209) betreffende het nationaal akkoord 2009-2010, gesloten in het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid; - de collectieve arbeids overeenkomst van 20 december 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten5 (met registratienummer 102881/CO/209) tot wijziging van artikel 3, § 2b van het nationaal akkoord 2009-2010; - de collectieve arbeids overeenkomst van 20 december 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten5 (met registratienummer 102882/CO/209) tot uitvoering van artikel 3, § 4, 4de alinea van het nationaal akkoord 2009-2010; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2011 (met registratienummer 105349/CO/209) betreffende het nationaal akkoord 2011-2012, gesloten in het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 maart 2012 (met registratienummer 109294/CO/209) tot wijziging van het reglement van de groepsverzekering die het sectorale pensioenstelsel uitvoert en van de sectorale technische nota; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juli 2013 (met registratienummer 116303/CO/209) tot wijziging van het reglement van de groepsverzekering die het sectorale pensioenstelsel uitvoert en van de sectorale technische nota; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 november 2013 (met registratienummer 118405/CO/209) tot verhoging van het bedrag van de pensioenbijdragen; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2016 (met registratienummer 134523/CO/209) tot wijziging van het reglement van de groepsverzekering die het sectorale pensioenstelsel uitvoert en van de sectorale technische nota, en opheffing van het nivelleringsfonds; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2017 (met registratienummer 144393/CO/209), tot wijziging van het reglement van de groepsverzekering die het sectorale pensioenstelsel uitvoert en van de sectorale technische nota; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 december 2017 (met registratienummer 144375/CO/209) betreffende de solidariteitsuitkeringen; - de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 (met registratienummer 157451/CO/209) tot wijziging van het reglement van de groepsverzekering die het sociale sectorale pensioenstelsel uitvoert en van de sectorale technische nota en tot verduidelijking van een aantal aspecten van het sectorale pensioenstelsel. § 3. Alle rechten, opgebouwd in het kader van de bovenvermelde collectieve arbeidsovereenkomsten, blijven behouden en verder beheerd door de pensioen instelling. HOOFDSTUK XIII. - Duur en opzeggings- en opheffingsprocedure Art. 19.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2020 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan worden opgezegd mits aangetekend schrijven aan de voorzitter van het paritair comité 209 en met naleving van een opzeggingstermijn van 6 maanden. § 2. Voorafgaandelijk aan de opzegging van deze collectieve arbeidsovereenkomst, moet het paritair comité 209 de beslissing nemen om het sociaal sectoraal pensioenstelsel op te heffen. Deze beslissing tot opheffing van het sociaal sectoraal pensioenstelsel is, conform artikel 10, § 1, 3° van de WAP, enkel geldig wanneer zij 80 pct. van de stemmen van de in het paritair comité 209 benoemde effectieve of plaatsvervangende leden die de werkgevers vertegenwoordigen, en 80 pct. van stemmen van de in het paritair comité 209 benoemde effectieve of plaatsvervangende leden die de werknemers vertegenwoordigen, heeft behaald. Bijlage A aan de collectieve arbeids overeenkomst van 14 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten6, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid, betreffende de wijziging van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, het pensioenreglement, het solidariteitsreglement en van de sectorale technische nota Bijzondere regelingen Deel 1 Artikel 1.De regeling van deel 1 van deze bijlage A is van toepassing op werknemers waarvoor DmfA aangiften werden ingediend in de hoedanigheid van arbeider op basis van de door de werkgever eerder gegeven kwalificatie en voor wie, door een gerechtelijke beslissing naar aanleiding waarvan de RSZ een notificatie van wijziging heeft opgesteld, beslist werd dat zij behoren tot paritair comité 209 voor wat de periode van de herkwalificatie, hierna "aangeduide periode", genoemd. Art. 2.Wanneer deze werknemers voor hun aangeduide periode vielen onder de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende het sociaal sectoraal pensioenstelsel van paritair comité 111, is, in afwijking van de hoofdstukken III tot en met X van deze collectieve arbeidsovereenkomst, het sociaal sectoraal pensioenstelsel ingericht door deze collectieve arbeidsovereenkomst niet van toepassing met betrekking tot die aangeduide periode. Hun rechten op een aanvullend pensioen en op solidariteitsprestaties voor de aangeduide periode worden beheerst door de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomsten inzake het sociaal sectoraal pensioenstelsel van paritair comité 111 (zoals van toepassing tijdens de aangeduide periode). Art. 3.In afwijking van artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst en overeenkomstig artikel 3, § 1, 5° en artikel 8/1 van de WAP treedt het "Fonds voor Bestaanszekerheid van de Metaalverwerkende Nijverheid-BIS", opgericht door de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 april 2013 in de schoot van Paritair Comité 111 (met registratienummer 116824/CO/111), op als inrichter van het sociaal sectoraal pensioenstelsel voor de werknemers bedoeld in deel l van deze bijlage A en zulks voor de aangeduide periode en overeenkomstig de voorwaarden van de collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende het sociaal sectoraal pensioenstelsel van toepassing in paritair comité 111. Deel 2 Art. 4.Voor bedienden aangesloten aan het sociaal sectoraal pensioenstelsel ingericht door deze collectieve arbeidsovereenkomst, waarvoor ingevolge een gerechtelijke beslissing naar aanleiding waarvan de RSZ een notificatie van wijziging heeft opgesteld, beslist werd dat zij behoorden tot het paritair comité 111, wordt in afwijking van artikel 1.1. en 7.2. van sectie 1 met de bijzondere voorwaarden van het reglement van de groepsverzekering (opgenomen in bijlage 2 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst) overeengekomen dat hun herkwalificatie niet beschouwd wordt als een uittreding voor zover (i) hun werkgever voor de aangeduide periode deelnam aan het sociaal sectoraal pensioenstelsel van toepassing in paritair comité 209, (ii) de bijdragestortingen en de aanvullende pensioenrechten, die in opbouw (en nog niet opengevallen) zijn en niet overgedragen werden uit dit sociaal sectoraal pensioenstelsel, niet betwist worden en (iii) er ten gevolge hiervan ten gunste van de geherkwalificeerde werknemer voor de aangeduide periode slechts binnen één enkel sectoraal pensioenstelsel rechten erkend worden. Het groepsverzekeringsreglement, dat is opgenomen in bijlagen 2 en 3 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, moet voor de situaties bedoeld in deze bijlage A, gelezen en toegepast worden conform de bepalingen van deze bijlage A. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 juli 2021. De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE Bijlage 1 aan de collectieve arbeids overeenkomst van 14 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten6, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid, betreffende de wijziging van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, het pensioenreglement, het solidariteitsreglement en van de sectorale technische nota Technische nota Inleiding A. Modaliteiten van toepassing op het sociaal sectoraal pensioenstel beheerd door Integrale A.1. Aanwending van de aanvullende pensioenpremies en de solidariteitsbijdragen, zoals bepaald in de pensioen- en solidariteitstoezegging A.2. Tarieven van Integrale A.3. Periodes van aansluiting bij het sectoraal pensioenstelsel voorafgaand aan 1 januari 2019 A.4. Periodes van aansluiting bij het sectoraal pensioenstelsel vanaf 1 januari 2019 B. Modaliteiten van toepassing op het aanvullend pensioen in het geval van opting-out C. Modaliteiten van toepassing op het aanvullend pensioen in het geval van "buiten toepassingsgebied" Inleiding Deze technische nota vervangt met ingang van 1 januari 2020 de technische nota, die was opgenomen in bijlage 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 met registratienummer 157451/CO/209. Deze technische nota beschrijft de voorwaarden en de modaliteiten die van toepassing zijn op: het sociaal sectoraal pensioenstelsel beheerd door de pensioen- en solidariteitsinstelling Integrale (werkgevers die deelnemen aan het sociaal sectoraal pensioenstelsel); B. de werkgevers, die op basis van de toepasselijke sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten binnen het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid voor een deel of het geheel van hun werknemers gebruik hebben gemaakt van de geboden mogelijkheid tot opting-out, dit is de mogelijkheid om voor een deel of het geheel van de werknemers de uitvoering van sectoraal pensioenstelsel zelf te organiseren in een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming, zoals bepaald in artikel 9 van de WAP(1) (werkgevers die gekozen hebben voor opting-out); C. de werkgevers, die op basis van de toepasselijke sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten binnen het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid, voor een deel of het geheel van hun werknemers worden uitgesloten uit het toepassingsgebied van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en er bijgevolg niet aan moeten deelnemen, omdat zij vóór de invoering van het sectoraal pensioenstelsel reeds een aanvullend pensioenstelsel op ondernemingsniveau hadden ingericht voor het geheel of een deel van hun werknemers, dat zonder onderbreking nog steeds van toepassing is en minstens evenwaardig is aan het sectoraal pensioenstelsel (werkgevers buiten toepassingsgebied). De werkgever kan zich bevinden in één van de situaties A, B of C voor de totaliteit of een gedeelte van zijn werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bedienden. Onder "werkgevers" wordt verstaan: de werkgevers, die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité 209 voor de bedienden van de metaalfabrikatennijverheid. Het begrip werkgever kan slaan op zowel de juridische entiteit (op basis van het ondernemingsnummer) als de vestigingseenheid (op basis van het vestigingseenheidnummer) indien de juridische entiteit over meerdere vestigingseenheden beschikt. Onder "werknemers" wordt verstaan: alle werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bedienden (inclusief kaderleden). De begrippen gebruikt in deze technische nota moeten op dezelfde wijze worden begrepen en geïnterpreteerd als in de collectieve arbeids overeenkomst van 14 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten6 tot wijziging van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, het pensioenreglement en het solidariteitsreglement en van de sectorale technische nota. A. Modaliteiten van toepassing op het sociaal sectoraal pensioenstelsel beheerd door Integrale A.1. Aanwending van de aanvullende pensioenpremies en de solidariteitsbijdragen, zoals bepaald in de pensioen- en solidariteitstoezegging § 1. Met ingang van 1 januari 2020 bedraagt de aanvullende pensioenpremie 2,29 pct. van het op diezelfde datum gewijzigde referentieloon. Historisch overzicht van de aanvullende pensioenpremies in de sectorale pensioentoezegging: - 0,5 pct. vanaf 1 april 2002; - 1,0 pct. vanaf 1 juli 2007 (inclusief voor de kaderleden); - 1,1 pct. vanaf 1 januari 2008 (inclusief voor de kaderleden); - 1,77 pct. vanaf 1 januari 2011 (inclusief voor de kaderleden); - 1,87 pct. vanaf 1 april 2012 (inclusief voor de kaderleden); - 1,80 pct. vanaf 1 januari 2013 en 0,17 pct. voor het nivelleringsfonds tot dekking van ontbrekende reserves op het moment van uittreding, pensionering of overlijden (inclusief voor de kaderleden). Het overschot van het nivelleringsfonds wordt jaarlijks in gelijke delen verdeeld onder de actieve aangeslotenen; - 1,97 pct. vanaf 1 januari 2016 (inclusief voor de kaderleden); - 2,29 pct. vanaf 1 januari 2020 (inclusief voor de kaderleden). Deze percentages worden berekend op het referentiejaarloon zoals gedefinieerd in het sectoraal pensioenreglement en/of de sectorale collectieve arbeidsovreeenkomst met betrekking tot het sectoraal pensioenstelsel, van toepassing in de betreffende periode. Met ingang van 1 januari 2020 is het referentiejaarloon gelijk aan het bij de RSZ aangegeven bruto jaarloon van de aangesloten werknemer, exclusief het enkel en het dubbel vakantiegeld. Vóór 1 januari 2020 was het referentiejaarloon gelijk aan het bij de RSZ aangegeven bruto jaarloon van de aangesloten werknemer, inclusief het dubbel vakantiegeld. Opheffing van het nivelleringsfonds Het nivelleringsfonds werd opgeheven op de datum van ondertekening van de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2016 (met registratienummer 134523/CO/209). Het overschot werd, na aftrek van de ontbrekende reserves vastgesteld op het moment van uittreding, pensionering of overlijden van de betrokken aangeslotenen in 2015, in gelijke delen verdeeld onder de actieve aangeslotenen. Onder "actieve aangeslotenen" wordt verstaan: de aangeslotenen die op 31 december 2015 aangesloten waren bij het sectoraal pensioenstelsel en voor wie er een aanvullende pensioenpremie betaald werd in het sectoraal aanvullend pensioenstelsel in 2015 (of die hadden aangesloten moeten zijn en voor wie er later vooralsnog een retroactieve aansluiting per 31 december 2015 werd doorgevoerd en een aanvullende pensioenpremie voor 2015 werd betaald ingevolge de regularisatie). Het overschot, dat nog aanwezig is in het nivelleringsfonds ten gevolge van de premies die nog gestort werden door de werkgevers, die een regularisatie hebben doorgevoerd na 4 juli 2016 en vóór 31 december 2020, zal uiterlijk tegen 31 december 2020 in gelijke delen worden verdeeld onder de actieve aangeslotenen van de voormelde werkgevers die ook op het moment van de verdeling van het overschot nog actieve aangeslotenen zijn bij het sectoraal pensioenstelsel. § 2. Met ingang van 1 januari 2020 bedraagt de solidariteitsbijdrage 0,10 pct. van het op diezelfde datum gewijzigde referentieloon. § 3. Het referentiejaarloon en de administratie-, werkings- en beheerskosten, die worden ingehouden op de aanvullende pensioenpremies en op de solidariteitsbijdragen worden bepaald in de sectorale collectieve arbeids overeenkomst van 14 december 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten6 tot wijziging van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, het pensioenreglement en het solidariteitsreglement en van de sectorale technische nota (hierna "deze sectorale CAO"). § 4. De pensioentoezegging van het sociaal sectoraal pensioenstelsel is een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen zonder rendementsgarantie van de inrichter, doch zonder afbreuk te doen aan de wettelijke minimum rendementsgarantie, zoals opgelegd door de WAP. De sectorale pensioentoezegging moet sinds de aanvang beschouwd worden als één globale pensioentoezegging. De wettelijke minimum rendementsgarantie wordt berekend op de totaliteit van de verworven reserves. § 5. Bij de kapitalisatie van de aanvullende pensioenpremies en de toepassing van de wettelijke minimum rendementsgarantie wordt de horizontale methode toegepast. § 6. De regels en modaliteiten betreffende de pensioentoezegging en de solidariteitstoezegging worden verder vastgelegd in het pensioen- en solidariteitsreglement, opgenomen in secties 1 en 2 met de bijzondere en de algemene voorwaarden van het groepsverzekeringsreglement, zoals vervat in bijlage 2 en bijlage 3 bij deze sectorale collectieve arbeidsovereenkomst. A.2. Tarieven van Integrale § 1. De pensioentoezegging van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel wordt door Integrale beheerd via een klassieke tak 21 groepsverzekering. De aanvullende pensioenpremies worden aangewend als recurrente premies. De tariefregels, die van toepassing zijn bij Integrale op het moment van de storting van de aanvullende pensioenpremies blijven van toepassing op de toekomstige premies ter hoogte van de laatste gestorte premie vóór de verandering van het tarief. § 2. Vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 bedraagt het door Integrale gegarandeerd rendement 0,75 pct.. Deze rentevoet kan wijzigen in de toekomst, conform de bepalingen van het pensioenreglement (sectie 1 van het groepsverzekeringsreglement, zoals vervat in bijlage 2 bij deze sectorale CAO). § 3. De kosten van Integrale voor het beheer van de pensioen- en solidariteitstoezegging zijn opgenomen in het financieel reglement (sectie 3 van de bijzondere voorwaarden van het groepsverzekeringsreglement, zoals vervat in bijlage 2 bij deze sectorale collectieve arbeidsovereenkomst) en in § 6 van dit artikel A.2. van deze technische nota. § 4. De rentevoeten van het verleden op de premies en reserves op de individuele contracten, zoals hieronder beschreven, blijven gewaarborgd. Historisch overzicht van het rendement van Integrale en van het totaal rendement vanaf 1 april 2002 Op het gespaard bedrag in / Sur l'épargne en Contractueel / Contractuel Winstverdeling / Répartition bénéficiaire Totaal rendement / Rendement total 2002 3,75 pct./p.c. 0,96 pct./p.c. 4,71 pct./p.c. 2003 3,75 pct./p.c. 1,32 pct./p.c. 5,07 pct./p.c. 2004 3,75 pct./p.c. 1,10 pct./p.c. 4,85 pct./p.c. 2005 3,75 pct./p.c. 1,30 pct./p.c. 5,05 pct./p.c. 2006 3,75 pct./p.c. 1,50 pct./p.c. 5,25 pct./p.c. 2007 3,75 pct./p.c. 1,55 pct./p.c. 5,30 pct./p.c. 2008 3,75 pct./p.c. 0,00 pct./p.c. 3,75 pct./p.c. 2009 3,75 pct./p.c. 0,25 pct./p.c. 4,00 pct./p.c. 2010 3,75 pct./p.c. 0,00 pct./p.c. 3,75 pct./p.c. 2011 3,75 pct./p.c. 0,00 pct./p.c. 3,75 pct./p.c. 2012 3,75 pct./p.c. 0,00 pct./p.c. 3,75 pct./p.c. 2013 2,25 pct./p.c. 1,00 pct./p.c. 3,25 pct./p.c. 2014 2,25 pct./p.c. 1,00 pct./p.c. 3,25 pct./p.c. 2015* 2,25 pct./p.c. 1,00 pct./p.c. 3,25 pct./p.c. 2015** 1,60 pct./p.c. 1,65 pct./p.c. 3,25 pct./p.c. 2016 1,60 pct./p.c. 0,90 pct./p.c. 2,50 pct./p.c. 2017 0,75 pct./p.c. 1,25 pct./p.c. 2,00 pct./p.c. 2018 0,75 pct./p.c. 1,25 pct./p.c. 2,00 pct./p.c. 2019 0,75 pct./p.c. 0,00 pct./p.c. 0,75 pct./p.c. 2020 0,75 pct./p.c. ***0,00 pct./p.c. ***0,00 pct./p.c. (*) tot 31 maart 2015 (**) vanaf 1 april 2015 (***) zie algemene vergadering in 2021 § 5. De opgebouwde reserves op de individuele contracten op 31 december 2012 zullen blijven genieten van een door Integrale gegarandeerd rendement van 3,75 pct. De opgebouwde reserves op de individuele contracten tussen 1 januari 2013 en 31 maart 2015 zullen blijven genieten van een door Integrale gegarandeerd rendement van 2,25 pct. De opgebouwde reserves op de individuele contracten tussen 1 april 2015 en 31 december 2016 zullen blijven genieten van een door Integrale gegarandeerd rendement van 1,60 pct. De opgebouwde reserves op de individuele contracten tussen 1 januari 2017 en 31 december 2020 zullen blijven genieten van een door Integrale gegarandeerd rendement van 0,75 pct. § 6. De aanvullende pensioenpremies op de individuele contracten vanaf 1 januari 2013 genieten van een door Integrale gegarandeerd rendement gelijk aan: - 3,75 pct. (na aftrek van 3 pct. beheerskosten) op het bereikte niveau van de gestorte premies in 2012; - 2,25 pct. (na aftrek van 1 pct. beheerskosten) op het gedeelte van de premies boven het niveau van 2012; - 1,60 pct. (na aftrek van 1 pct. beheerskosten) op het gedeelte van de premies boven het niveau van maart 2015; - 0,75 pct. (na aftrek van 1 pct. beheerskosten) op het gedeelte van de premies boven het niveau van december 2016. A.3. Periodes van aansluiting aan het sectoraal pensioenstelsel voorafgaand aan 1 januari 2019 Met ingang van 1 januari 2019 int het "Sociaal Fonds voor de Bedienden Metaal - Fonds voor Bestaanszekerheid", afgekort "SFBM", zowel de aanvullende pensioenpremies als de solidariteitsbijdragen ter financiering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel in naam en voor rekening van de inrichter. In toepassing van het sectoraal pensioenreglement blijft Integrale gemandateerd voor de inning van de aanvullende pensioenpremies met betrekking tot de periode gelegen tussen het invoeren van het sectoraal pensioenstelsel en 31 december 2018. Verschillende situaties kunnen zich voordoen. A.3.1. Werkgevers die op 31 december 2018 deelnemen aan de sectorale pensioentoezegging beheerd door Integrale § 1. Indien de aanvullende pensioenpremies onbetaald blijven op datum van 31 december 2018, ofwel omdat een werkgever de premieborderellen die Integrale heeft opgestuurd, niet betaalde, ofwel omdat een werkgever de brutolonen voor de periode die eindigt op 31 december 2018 niet heeft meegedeeld, doet Integrale het nodige om de betaling van de aanvullende pensioenpremies die nog verschuldigd zijn of de ontbrekende informatie te bekomen. § 2. Indien Integrale de betaling van het verschuldigde aanvullende pensioenpremies of alle nodige informatie voor de berekening van de definitieve aanvullende pensioenpremies niet ontving, of enkel een deel van het verschuldigde bedrag van de aanvullende pensioenpremies ontving, ondanks de aanmaningen per gewone brief en vervolgens per aangetekende brief, zal Integrale de inrichter informeren dat de betrokken werkgever voor de periode voorafgaand aan 1 januari 2019 de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten met betrekking tot het sectoraal pensioenstelsel niet naleeft. Integrale zal al deze informatie aan de inrichter doorgeven tegen uiterlijk 31 maart 2021. Tegen uiterlijk 31 maart 2021 zal Integrale de aangeslotenen van de betrokken werkgevers op de hoogte brengen van de niet-naleving van de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten met betrekking tot het sectoraal pensioenstelsel voor de betrokken periode. § 3. De werkgever blijft als enige verantwoordelijk ten opzichte van zijn aangesloten werknemers voor de volledige betaling van de achterstallige pensioenpremies voor de periode in kwestie. § 4. Na uitputting van de procedure vermeld in de paragrafen 1 en 2 van dit artikel A.3.1, die een einde neemt op 31 maart 2021, zal het SFBM in naam en voor rekening van de inrichter de nodige acties ondernemen (aanmaningen, ingebrekestellingen en eventuele procedure voor de rechtbank) om de nog niet betaalde aanvullende premies voor de periode voorafgaand aan 1 januari 2019 te recupereren bij de betrokken werkgevers. A.3.2. Werkgevers die op 31 december 2018 niet deelnemen aan de sectorale pensioentoezegging beheerd door Integrale Voorwoord De inrichter of zijn mandataris controleert de werkgevers die op 31 december 2018 (i) niet deelnamen aan de sectorale pensioentoezegging beheerd door Integrale en (ii) de attesten van evenwaardigheid van de rechten, zoals voorzien in de artikels B.3 en C.2 van de technische nota die was aangehecht aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 2019 met registratienummer 157451/CO/209, niet hebben aangeleverd binnen de voorziene termijn. Het betreft hier twee types van werkgevers: (a) de werkgevers die geen pensioentoezegging op ondernemingsniveau hebben ingericht voor hun werknemers (zie artikel A.3.2.1), en (b) de werkgevers die wel een pensioentoezegging op ondernemingsniveau hebben ingericht voor hun werknemers, maar waarvan de evenwaardigheid met de sectorale pensioentoezegging niet bewezen werd (zie artikel A.3.2.2). A.3.2.1. Werkgevers zonder pensioentoezegging voor de betrokken werknemers op ondernemingsniveau. § 1. De inrichter of zijn mandataris verzoekt de werkgever zo vlug mogelijk contact op te nemen met Integrale om zijn werknemers aan te sluiten bij de sectorale pensioentoezegging en zo te voldoen aan de vereisten van de sector en de desbetreffende sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten. § 2. Wanneer de werkgever vervolgens contact opneemt met Integrale (= aansluitingsaanvraag) is de volgende procedure van toepassing: Binnen de 15 dagen na de aansluitingsaanvraag vraagt Integrale aan de werkgever om binnen de maand de volgende gegevens te bezorgen: - alle persoonsgegevens die …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.