Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie

Kort samengevat

Deze wet regelt diverse bepalingen betreffende Justitie, met name de vernietiging van in beslag genomen goederen en wijzigingen aan het Strafwetboek en het Wetboek van strafvordering.

Wat het regelt

  • De vernietiging van in beslag genomen goederen door de procureur des Konings.
  • Wijzigingen aan artikel 141ter van het Strafwetboek.
  • Wijzigingen aan diverse artikelen van het Wetboek van strafvordering, waaronder de Franse tekst van artikel 24 en artikel 47bis.
  • Wijzigingen aan diverse artikelen van het Gerechtelijk Wetboek.

Wie het aanbelangt

  • De procureur des Konings en de onderzoeksrechter.
  • Personen van wie goederen in beslag zijn genomen.
  • Politieambtenaren van de directie van de speciale eenheden van de federale politie.

Kernpunten

  • De procureur des Konings kan de vernietiging bevelen van in beslag genomen goederen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, mits schriftelijke en gemotiveerde beslissing.
  • Voorafgaande instemming van de onderzoeksrechter is vereist tijdens het gerechtelijk onderzoek.
  • De procureur des Konings moet de rechtmatige eigenaar informeren over het voornemen tot vernietiging, tenzij deze al afstand heeft gedaan van zijn rechten.
  • Goederen die vernietigd kunnen worden, omvatten die welke een ernstig gevaar opleveren voor de openbare veiligheid of volksgezondheid, de fysieke integriteit kunnen aantasten, inbreuk maken op de openbare orde/goede zeden, of waarvan de bewaringskosten onevenredig zijn met de verkoopwaarde.
  • De kosten van vernietiging, monsterneming, bewaring en technische bijstand zijn gerechtskosten.
  • De beslissing tot vernietiging moet binnen acht dagen worden meegedeeld aan de betrokken partijen, die binnen vijftien dagen beroep kunnen aantekenen bij de kamer van inbeschuldigingstelling.
  • Politieambtenaren van de speciale eenheden kunnen vrij van straf zijn voor strikt noodzakelijke strafbare feiten tijdens opleidingen, mits voorafgaand schriftelijk akkoord van de federale procureur.
  • Hoger beroep tegen beslissingen van de politierechtbank over burgerlijke rechtsvorderingen wordt toegewezen aan een kamer met één rechter, tenzij een kamer met drie rechters wordt gevraagd.
Wettekst
Wettekst
Obsah (9)§ 2§ 6§ 1§ 4§ 1b§ 7§ 3§ 8§ 5

Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

artikel 77 van de Grondwet. TITEL 2. - Wijziging van artikel 141ter van het Strafwetboek Art. 2.

artikel 141ter van het Strafwetboek,

gevoegd bij de wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten8 en vervangen bij de wet van 18 februari 2013, worden de woorden "niet verantwoorde" opgeheven. TITEL 3. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering HOOFDSTUK 1. - Wijziging van artikel 24 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering Art. 3.

de Franse tekst van artikel 24, vierde lid, van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, vervangen bij de wet van 16 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten4, worden

de tweede zin de woorden "juridiction d'

struction" vervangen door de woorden "juridiction de jugement". HOOFDSTUK 2. - Vernietiging van

beslaggenomen goederen Art. 4.

het Wetboek van strafvordering wordt een artikel 28novies

gevoegd, luidende : "Art. 28novies.§ 1. Onverminderd de bepalingen

de bijzondere wetten, kan de procureur des Konings

elk stadium van de strafprocedure, bij schriftelijke en met redenen omklede beslissing de vernietiging bevelen van

beslag genomen goederen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring. Tijdens de duur van het gerechtelijk onderzoek is de voorafgaande

stemming van de onderzoeksrechter om de maatregel te kunnen nemen, vereist. De procureur des Konings licht de rechtmatige eigenaar

middels een verhoor, bij aangetekende zending, per telefax of langs elektronische weg van zijn voornemen om de goederen te vernietigen, voor zover deze persoon en zijn adres gekend zijn. Hij nodigt eveneens de rechtmatige eigenaar uit om hem binnen de door hem bepaalde termijn, mede te delen of hij afstand doet van zijn rechten op de

beslag genomen goederen. De rechtmatige eigenaar die reeds afstand deed van zijn rechten op de te vernietigen goederen moet niet meer worden

gelicht noch verzocht worden om afstand te doen van de voormelde rechten. § 2. De procureur des Konings kan de vernietiging bevelen van goederen die tot één van de volgende categorieën behoren : 1° de goederen die uit hun aard een ernstig gevaar opleveren voor de openbare veiligheid of de volksgezondheid;2° de goederen die bij de opheffing van het beslag de fysieke

tegriteit of de goederen van personen

ernstige mate kunnen aantasten;3° de goederen die,

dien ze opnieuw

omloop worden gebracht, een

breuk

houden op de openbare orde, de goede zeden of een wettelijke bepaling;4° de goederen waarvan de kosten van de bewaring

natura wegens de aard of hoeveelheid van de goederen, kennelijk niet evenredig zijn met de verkoopwaarde ervan. § 3. De procureur des Konings duidt

zijn schriftelijke beslissing aan welke goederen vernietigd moeten worden. Hij bepaalt de wijze en de termijn waarbinnen zijn beslissing tot vernietiging wordt uitgevoerd.

spoedeisende gevallen kan de procureur des Konings de vernietiging mondeling bevelen, mits hij zijn beslissing zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigt. § 4. De procureur des Konings wijst een gespecialiseerde prestatieverlener of openbare dienst aan die overgaat tot de vernietiging van het betrokken goed. De procureur des Konings stelt het te vernietigen goed ter beschikking van de aangewezen prestatieverlener of openbare dienst. De leden van de lokale politie of van de federale politie lenen de sterke arm wanneer zij daartoe worden gevorderd. Hij wijst,

voorkomend geval, het Centraal Orgaan voor de

beslagneming en de Verbeurdverklaring aan om

te staan voor de uitvoering en opvolging van zijn beslissing. § 5.

dien het nodig is om de waarheid aan de dag te brengen, beveelt hij voorafgaand aan de vernietiging van het goed, de monsterneming of een foto- of video-opname van het goed. Hij stelt

voorkomend geval een technisch adviseur aan die de gevorderde politiedienst bijstaat tijdens de monsterneming of de opname. De gevorderde politiedienst legt het genomen monster of de foto- of video-opname ter griffie neer of stelt het genomen monster of de foto- of video-opname ter beschikking van elke andere door de procureur des Konings aangewezen persoon die

staat voor de bewaring ervan tot de opheffing van beslag of de verbeurdverklaring. §

  1. De kosten van de vernietiging, het nemen en de bewaring van het monster of de foto- of video-opname alsook de bijstand van een technisch adviseur, zijn gerechtskosten. §
  2. De procureur des Konings brengt de beslissing tot vernietiging, binnen een termijn van acht dagen te rekenen van de dagtekening, per aangetekende zending, per telefax of langs elektronische weg, ter kennis van : 1° de persoon lastens wie het beslag werd gelegd of,

voorkomend geval, zijn advocaat;2° de personen die volgens de door de rechtspleging verschafte aanwijzingen bevoegd lijken om rechten te doen gelden op de te vernietigen goederen of,

voorkomend geval, hun advocaat. De kennisgeving bevat de tekst van dit artikel. Hij zendt geen kennisgeving aan de personen bedoeld bij het eerste lid, 1° en 2°,

dien zij voorafgaand en schriftelijk hebben

gestemd met de vernietiging. De personen bedoeld

het eerste lid, 1° en 2°, kunnen zich tot de kamer van

beschuldigingstelling wenden binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen van de kennisgeving van de beslissing tot vernietiging. Deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen

dien een van deze personen buiten het Rijk verblijft of gevestigd is, tenzij woonplaats is gekozen

België. Het beroep schorst de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing tot vernietiging van de goederen bedoeld

§ 2, 2° tot 4°.

De beslissing tot vernietiging van de

§ 2, 1°, bedoelde goederen is van rechtswege uitvoerbaar.

De procureur des Konings kan zijn beslissing

trekken of herzien op basis van tegenaanwijzingen die betrekking hebben op het verminderde gevaar voor de openbare veiligheid of de volksgezondheid, of onder oplegging van een of meer voorwaarden die kunnen bijdragen aan de bescherming van de maatschappij tegen een ernstige aantasting van de openbare veiligheid of de volksgezondheid. De rechtspleging voor de kamer van

beschuldigingstelling is geschorst : 1° tot er definitief uitspraak is gedaan over het verzoek tot opheffing van het beslag bedoeld

de artikelen 28sexies en 61quater, of geregeld bij bijzondere wetten, met betrekking tot de goederen bedoeld

§ 2

, 2° tot 4° ;2° tot er definitief uitspraak is gedaan over de vordering tot het verrichten van een onderzoekshandeling overeenkomstig artikel 61quinquies met betrekking tot de goederen bedoeld

§ 2

, 2° tot 4°, en,

voorkomend geval, de onderzoekshandeling bedoeld

artikel 61quinquies met betrekking tot de goederen bedoeld

§ 2

, 2° tot 4°, is verricht;3° tot de procureur des Konings de opsporingshandelingen heeft laten verrichten die hij nuttig en noodzakelijk acht voor het opsporingsonderzoek en die ambtshalve of op verzoek van elke belanghebbende met betrekking tot de goederen bedoeld

§ 2, 2° tot 4°, zijn bevolen.

De procedure verloopt overeenkomstig de bepalingen van artikel 28sexies, § 4, tweede tot achtste lid. § 8. Als de procureur des Konings na de vernietiging van het goed seponeert of de strafprocedure definitief wordt beëindigd met een vrijspraak wegens ongegrondheid van de strafvordering, of met een buitenvervolgstelling wegens gebrek aan bezwaren, kan de rechtmatige eigenaar van de vernietigde zaak aanspraak maken op een schadevergoeding,

de mate dat het goed op rechtmatige wijze opnieuw

omloop had kunnen worden gebracht. Het bedrag van de vergoeding stemt overeen met de waarde van het vernietigde goed op het tijdstip van de vernietiging. De vordering tot schadeloosstelling wordt gericht tegen de Belgische Staat

de persoon van de minister van Justitie,

de vorm bepaald door het Gerechtelijk Wetboek.". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 47bis van het Wetboek van strafvordering Art. 5.

artikel 47bis van het Wetboek van strafvordering,

gevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten en gewijzigd bij de wet van 13 augustus 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

§ 2

, eerste lid, 3°, worden de woorden, "met uitzondering van de

artikel 138, 6°, 6° bis en 6° ter, bedoelde wanbedrijven" opgeheven; b) § 2, eerste lid, wordt aangevuld met een 4°, luidende : "4° hij niet van zijn vrijheid is benomen en hij op elk ogenblik kan gaan en staan waar hij wil." c)

§ 2

, vierde lid, worden de woorden "en 3° " vervangen door de woorden ", 3° en 4° ";d)

§ 6wordt het woord "enkel" opgeheven.

HOOFDSTUK 4. - Wijziging van artikel 47quinquies van het Wetboek van strafvordering Art. 6.Artikel 47quinquies van het Wetboek van strafvordering,

gevoegd bij de wet van 6 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten5, wordt aangevuld met een § 5, luidende : " § 5. Blijven vrij van straf de politieambtenaren van de directie van de speciale eenheden van de federale politie die,

het kader van hun opleiding en met het oog op het kunnen uitvoeren van de bijzondere opsporingsmethoden van de observatie en van de

filtratie, strikt noodzakelijke strafbare feiten plegen bedoeld

het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. Deze strafbare feiten moeten noodzakelijkerwijze evenredig zijn met het nagestreefde doel van de opleiding, met gebruikmaking van de voorzichtigheid die verwacht mag worden van gespecialiseerde politiediensten, met steeds voorrang voor de verkeersveiligheid en waarbij

redelijkheid alle voorzorgen dienen

acht te worden genomen opdat geen lichamelijk letsel of materiële schade aan derden of zichzelf zou worden toegebracht. Het plegen van deze strafbare feiten vereist het voorafgaand en schriftelijk akkoord van de federale procureur. Dit akkoord omvat de dagen en de plaatsen waar deze strafbare feiten,

voorkomend geval, kunnen worden gepleegd, alsmede het door de politiedienst gebruikte voertuig en de nummerplaat ervan. Blijft vrij van straf, de magistraat die machtiging verleent aan een politieambtenaar bedoeld

het eerste lid tot het plegen van strafbare feiten

het kader van de

dit artikel bedoelde opleiding.". HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de artikelen 589, 590 en 597 van het Wetboek van strafvordering Art. 7.

artikel 589, tweede lid, 4°, van het Wetboek van strafvordering, worden de woorden "of een regel van afgeleid recht van de Europese Unie waardoor België is gebonden"

gevoegd na de woorden "

ternationale overeenkomsten". Art. 8.

artikel 590, 16°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "of een regel van afgeleid recht van de Europese Unie waardoor België is gebonden,"

gevoegd na de woorden "

ternationale overeenkomsten". Art. 9.

artikel 597 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "of een regel van afgeleid recht van de Europese Unie waardoor België is gebonden"

gevoegd na de woorden "

ternationale overeenkomsten". TITEL

  1. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek HOOFDSTUK
  2. - Wijzigingen van de artikelen 91, 92 en 109bis van het Gerechtelijk Wetboek Art. 10.

artikel 91 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten6, wordt tussen het negende en het tiende lid een lid

gevoegd, luidende : "Het hoger beroep tegen beslissingen van de politierechtbank over burgerlijke rechtsvorderingen die tezelfdertijd en voor dezelfde rechters worden vervolgd als de strafvordering, voor zover dit hoger beroep niet gelijktijdig met het hoger beroep op strafgebied wordt behandeld, wordt toegewezen aan een kamer met één rechter. Dit hoger beroep wordt toegewezen aan een kamer met drie rechters

dien dit werd gevraagd door de beklaagde, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij of de burgerlijke partij bij de verklaring van hoger beroep, of, op straffe van verval, binnen vijftien dagen na de betekening of kennisgeving ervan, door een verklaring op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen of van de rechtbank die de zaak behandelt

hoger beroep. Deze mogelijkheid wordt vermeld

de dagvaarding.". Art. 11.

artikel 92, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 juni 2010, wordt het 3° vervangen als volgt : "3° het hoger beroep tegen vonnissen gewezen door de politierechtbank.

het geval bedoeld

artikel 91, tiende lid, kan de voorzitter steeds ambtshalve het beroep toewijzen aan een kamer met drie rechters." Art. 12.

artikel 109bis, § 2, van hetzelfde Wetboek,

gevoegd bij de wet van 19 juli 1985 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met een 3° luidende : "3° het hoger beroep tegen beslissingen over burgerlijke rechtsvorderingen die tezelfdertijd en voor dezelfde rechters werden vervolgd als de strafvordering, voor zover dit hoger beroep niet gelijktijdig met het hoger beroep op strafgebied wordt behandeld."; 2°

het tweede lid worden de woorden "1°, 1° bis en 2° "

gevoegd tussen de woorden "Het

het eerste lid" en de woorden "genoemde hoger beroep";3° het vierde lid, opgeheven bij de wet van 3 augustus 1992, wordt hersteld als volgt : "Het

het eerste lid, 3°, genoemde hoger beroep wordt toegewezen aan een kamer met drie raadsheren

het hof

dien dit werd gevraagd door de beklaagde, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij of de burgerlijke partij bij de verklaring van hoger beroep, of, op straffe van verval, binnen vijftien dagen na de betekening of kennisgeving ervan, door een verklaring op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen of van het hof dat de zaak behandelt

hoger beroep.Deze mogelijkheid wordt vermeld

de dagvaarding. De eerste voorzitter kan steeds ambtshalve dit beroep toewijzen aan een kamer met drie raadsheren.". HOOFDSTUK 2. - Wijziging van artikel 259octies van het Gerechtelijk Wetboek Art. 13.

artikel 259octies, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek,

gevoegd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het tweede lid worden de woorden "het arrondissement" vervangen door de woorden "het rechtsgebied van het hof van beroep"; 2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin : "De procureur-generaal wijst de gerechtelijke stagiair aan binnen dit rechtsgebied."; 3°

het vierde lid worden de woorden "op de verst afgelegen" vervangen door de woorden "op de recentste". Art. 14.De kandidaten die geslaagd zijn voor het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage voor de

werkingtreding van artikel 13 behouden het recht op voorrang waarbij voorrang wordt verleend aan de geslaagden waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum is afgesloten. HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 309bis van het Gerechtelijk Wetboek Art. 15.

artikel 309bis, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek,

gevoegd bij de wet van 10 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten6, wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vijf". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wetgeving betreffende de rechterlijke organisatie met het oog op versterking van de strijd tegen de fiscale fraude Art. 16.

artikel 79 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten0 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9, wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid

gevoegd, luidende : "Een of meer door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aangewezen onderzoeksrechters behandelen bij voorrang de zaken wegens een overtreding van de wetten en de verordeningen

fiscale aangelegenheden.". Art. 17.

hetzelfde Wetboek wordt een artikel 195bis

gevoegd, luidende : "Art. 195bis.De rechters bedoeld

de tabel "Aantal rechters gespecialiseerd

strafzaken

fiscale aangelegenheden

de rechtbank van eerste aanleg", gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke

richting, houden zitting

strafzaken wegens een overtreding van de wetten en de verordeningen

fiscale aangelegenheden. De bepalingen van artikel 190, § 2bis en § 2ter zijn op hen van toepassing.". Art. 18.

artikel 357, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 24/06/2016 numac 2016000390 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met het 8°, luidende : "8° een weddebijslag van 2.602,89 EUR aan de rechters bedoeld

de tabel "Aantal rechters gespecialiseerd

strafzaken

fiscale aangelegenheden

de rechtbank van eerste aanleg", gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke

richting, die effectief het ambt uitoefenen. De cumulatie van deze weddenbijslag met de wedde en de weddenbijslagen bedoeld

artikel 360bis mag 62.905,54 EUR niet overschrijden."; 2°

het tweede lid worden de woorden "eerste lid, 4°, " vervangen door de woorden "eerste lid, 4° en 8° " en worden de woorden "en rechters"

gevoegd tussen het woord "substituten" en het woord "houder". Art. 19.De volgende tabel wordt gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke

richting, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten1 : Aantal rechters gespecialiseerd

strafzaken

fiscale aangelegenheden

de rechtbank van eerste aanleg. Zetel/Siège Aantal rechters gespecialiseerd

strafzaken

fiscale aangelegenheden

de rechtbank van eerste aanleg (begrepen

het aantal rechters) - Nombre de juges répressifs spécialisés en matière fiscale dans le tribunal de première

stance (

clus dans le nombre des juges) Brussel/Bruxelles Antwerpen/Anvers Gent/Gand Brugge/Bruges Luik/Liège Charleroi 3 1 1 1 1 1 Art. 20.De tabel met als opschrift "Aantal rechters gespecialiseerd

strafzaken

fiscale aangelegenheden

de rechtbank van eerste aanleg", bij artikel 19 gevoegd bij de wet van 3 april 1953, wordt vervangen door wat volgt : Aantal rechters gespecialiseerd

strafzaken

fiscale aangelegenheden

de rechtbank van eerste aanleg (begrepen

het aantal rechters). Brussel - Nederlandstalig/Bruxelles - néerlandophone . . . . . 1 Brussel - Franstalig/Bruxelles-francophone . . . . . 2 Antwerpen/Anvers . . . . . 1 Oost-Vlaanderen/Flandre occidentale . . . . . 1 West-Vlaanderen/Flandre orientale . . . . . 1 Luik/Liège . . . . . 1 Henegouwen/Hainaut . . . . . 1 Art. 21.Artikel 20 treedt

werking op 1 april

  1. HOOFDSTUK
  2. - Wijziging van artikel 721 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 22.

artikel 721, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten1, wordt het 7° vervangen als volgt : "7° het door de griffier eensluidend verklaarde afschrift van de beslissingen die

de zaak zijn gewezen;". HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het artikel 742, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek Art. 23.

artikel 742, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten1, wordt het woord "hiervan" vervangen door de woorden "van deze neerlegging". HOOFDSTUK 7. - Wijziging van artikel 783 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 24.Artikel 783 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten1, wordt vervangen als volgt : "Art. 783.De tekst van het vonnis wordt op het zittingsblad gesteld. Het zittingsblad bevat de minuut van het vonnis en vermeldt bovendien : 1° de dag en het uur waarop de zitting geopend en gesloten is;2° de verrichte proceshandelingen;3° elke behandelde zaak, met opgave van het nummer van

schrijving op de algemene rol en van de namen van de partijen en van hun advocaten. De rechter die de zitting heeft voorgezeten, ziet het zittingsblad na en ondertekent het samen met de griffier.". HOOFDSTUK 8. - Wijziging van artikel 788 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 25.

artikel 788, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten1, wordt de zin "De procureur-generaal doet zich elke maand de processen-verbaal van de zittingen overleggen en gaat na of aan de voorgaande bepalingen voldaan is." vervangen als volgt : "De procureur-generaal kan zich, ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende, de zittingsbladen of de processen-verbaal van de zittingen laten overleggen om na te gaan of aan de voorgaande bepalingen voldaan is.". HOOFDSTUK 9. - Wijziging van artikel 789 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 26.Artikel 789 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten1, wordt vervangen als volgt : "Art. 789.

het Hof van Cassatie wordt op gelijke wijze gehandeld voor de arresten en de zittingsbladen van dat hof.". HOOFDSTUK 1 0. - Wijziging van artikel 1370 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 27.

artikel 1370 van het Gerechtelijk Wetboek wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid

gevoegd, luidende : "De voorwaarde die onder 1° is gesteld, is niet van toepassing wanneer het om een wettelijke of conventionele erfdienstbaarheid van uitweg gaat en wanneer de ontzetting van bezit of de stoornis veroorzaakt is door geweld of feitelijkheden.". HOOFDSTUK 1 1. - Wijziging van artikel 1717 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 28.

artikel 1717, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten7, worden de woorden " § 2" vervangen door de woorden " § 3". HOOFDSTUK 1 2. - Wijziging van artikel 1727 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 29.Artikel 1727 van het Gerechtelijk Wetboek,

gevoegd bij de wet van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten3 en gewijzigd bij de wet van 15 juni 2005, wordt aangevuld met § 8, luidende : " § 8. Voor de toepassing van dit artikel wordt de kandidaat-notaris gelijkgesteld met een notaris.". HOOFDSTUK 1 3. - Wijziging van diverse artikelen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 30.

de artikelen 639, tweede lid, 674bis, § 6, eerste lid, 729, 734, eerste lid, 735, § 3, tweede lid, 766, eerste lid, 767, § 2, eerste en tweede lid, 769, vierde lid, 770, § 1, derde en vierde lid en 1289ter, tweede en derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten1, worden de woorden "proces-verbaal van de zitting" telkens vervangen door het woord "zittingsblad". TITEL 5. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten

het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Strafwetboek Art. 31.

artikel 34bis van het Strafwetboek,

gevoegd bij de wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten0, wordt het woord "effectieve" opgeheven. Art. 32.

artikel 34ter van hetzelfde Wetboek,

gevoegd bij de wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten0, wordt het woord "effectieve" opgeheven. Art. 33.

artikel 34quater van hetzelfde Wetboek,

gevoegd bij de wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten0, wordt het woord "effectieve" opgeheven. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten

het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten Art. 34.

artikel 95/2 van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten

het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten,

gevoegd bij de wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

wordt het woord "effectieve" opgeheven;2°

§ 2

, eerste lid, wordt het woord "effectieve" opgeheven;3°

§ 2

, tweede lid, worden de woorden "effectieve straf" vervangen door het woord "proeftermijn". Art. 35.

artikel 95/3, § 1, van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 26 april 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten8, wordt het woord "effectieve" opgeheven. Art. 36.

artikel 95/4, van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 26 april 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten8, worden tussen het woord "teruggekeerd," en het woord "stelt", de woorden "of uiterlijk vier maanden voorafgaand aan het einde van de termijn van uitstel als bedoeld

artikel 8 van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten2 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie"

gevoegd. Art. 37.

artikel 95/5, § 1, van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 26 april 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten8, wordt het woord "effectieve" opgeheven. Art. 38.

artikel 95/8 van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 26 april 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten8, waarvan de bestaande tekst het eerste lid zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid wordt het woord "effectieve" opgeheven; 2° het artikel wordt aangevuld met de woorden "of,

dien de hoofdstraf met uitstel uitgesproken werd, op het einde van de termijn van uitstel zoals bedoeld

artikel 8 van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten2 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie."; 3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "Het vonnis tot vrijheidsbeneming is uitvoerbaar bij voorraad.". TITEL 6. - Wijzigingen aan de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten1 betreffende de elektronische procesvoering Art. 39.

de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten1 betreffende de elektronische procesvoering wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen als volgt : "Hoofdstuk III. - Elektronische procesvoering

strafzaken". Art. 40.

hoofdstuk III van dezelfde wet wordt voor afdeling 1, die afdeling 1/1 wordt, een nieuwe afdeling 1

gevoegd, luidende "Algemene bepaling". Art. 41.

afdeling 1,

gevoegd bij artikel 40, wordt een artikel 28/1

gevoegd, luidende : "Art. 28/1.§

  1. Behoudens wanneer de verplichting bestaat om een proceshandeling te stellen via elektronische weg, wordt een processtuk dat op regelmatige wijze elektronisch wordt aangemaakt, neergelegd, gereproduceerd, medegedeeld en bewaard, gelijkgesteld met een op papier gesteld processtuk. §
  2. De artikelen van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het

formatiesysteem Phenix. De Koning bepaalt de wijze waarop zij ten uitvoer worden gelegd.". Art. 42.

artikel 30 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden "zal worden opgemaakt" aangevuld met de woorden ", bewaard of gereproduceerd";2°

het derde lid worden de woorden "deze stukken worden opgemaakt" aangevuld met de woorden ", bewaard of gereproduceerd". Art. 43.

artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Het omzetten van op papieren dragers opgemaakte strafdossiers, processtukken en andere stukken naar een elektronisch dossier of naar een elektronische kopie wordt verricht door opname

het elektronische dossier of, naar gelang het geval,

de elektronische kopie via elektronische lezing en bevestiging van de conformiteit met het elektronisch gelezen document door de gekwalificeerde handtekening van de gerechtelijke overheid die tot de omzetting beslist of, naar gelang het geval, van de griffier of de parketsecretaris."; 2°

§ 2

worden tussen de woorden "van het parket

dien het" en het woord "strafdossier", het woord "elektronisch"

gevoegd;3°

§ 4

, eerste lid, worden de woorden "De omzetting van een op elektronische drager opgemaakt dossier" vervangen door de woorden "De omzetting van een elektronisch strafdossier" en worden de woorden "en van het volgnummer van het oorspronkelijk stuk" opgeheven. Art. 44.

artikel 35, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 46, § 3" vervangen door de woorden "artikel 46, §§ 2 en 3". Art. 45.

artikel 39 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het tweede lid worden de woorden "en 26 tot 38" vervangen door de woorden ", 26 tot 28 en 38"; 2° tussen het tweede en het derde lid, wordt een lid

gevoegd luidende : "De artikelen 28/1 tot 37 treden

werking op 1 maart 2014.". TITEL 7. - Wijzigingen van de wet van 31 januari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten4

zake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het

stituut voor gerechtelijke opleiding Art. 46.Artikel 9 van de wet van 31 januari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten4

zake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het

stituut voor gerechtelijke opleiding wordt vervangen als volgt : "De organen van het

stituut zijn : de raad van bestuur, de directie, het wetenschappelijk comité en de commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage.". Art. 47.Artikel 11, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten8, wordt vervangen als volgt : " § 1. De raad van bestuur bestaat uit veertien leden, gelijk verdeeld tussen de Nederlandse en Franse taalstelsels. Zijn van rechtswege lid van de raad van bestuur van het

stituut : 1° de directeur van het

stituut voor gerechtelijke opleiding;2° een afgevaardigde van de minister van Justitie;3° de voorzitters van de benoemings- en aanwijzingscommissies van de Hoge Raad voor de Justitie;4° de leidende ambtenaren van de onderwijsdepartementen van respectievelijk de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, waarbij deze laatste valt onder het Franse taalstelsel;5° de directeur-generaal van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid of

dien deze laatste tot de Franse taalrol behoort, zijn vertegenwoordiger van de andere taalrol. Worden door de Koning benoemd op voordracht van de minister van Justitie : 1° twee zittende magistraten en twee magistraten van het openbaar ministerie, waarvan een zittende magistraat en een magistraat van het openbaar ministerie voorgedragen door de Hoge Raad voor de Justitie, waarvan een magistraat van de zetel voorgedragen door de eerste voorzitters van de hoven van beroep en een magistraat van het openbaar ministerie voorgedragen door het College van procureurs-generaal;2° twee personen onder degenen bedoeld

artikel 2, 4° tot 10°. De duur van de mandaten bedoeld

het derde lid bedraagt 5 jaar. Ze zijn éénmaal hernieuwbaar.". Art. 48.Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 12.De directie is belast met het dagelijks bestuur van het

stituut. Ze is samengesteld uit een directeur van de gerechtelijke opleiding, bijgestaan door een adjunct-directeur. De directeur is een magistraat. De directeur en de adjunct-directeur zijn van een verschillende taalrol. Bij langdurige verhindering van zowel de directeur als de adjunct-directeur kan de raad van bestuur aan de minister van Justitie voorstellen een directielid ad

terim aan te duiden.

dat geval wordt het directielid ad

terim aangewezen bij koninklijk besluit op voordracht van de minister van Justitie.

geval één van de twee directieleden langdurig afwezig is, legt het overblijvende directielid alle belangrijke beslissingen bedoeld

artikel 13, eerste lid, 3° en 4°, voor akkoord voor aan de regeringscommissarissen.". Art. 49.

artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het tweede lid worden de woorden "drie vierde" vervangen door de woorden "de helft", en wordt de zin "Naargelang van de behoeften kan de raad van bestuur, op gemotiveerd voorstel van de directeur, beslissen de verhouding aan te passen, zonder dat die lager mag zijn dan twee derde, wanneer het opleidingen betreft voor de personen opgesomd

artikel 2, 1° tot 6°, en dan de helft wanneer het opleidingen betreft voor de personen opgesomd

artikel 2, 7° tot 10°." opgeheven; 2°

het derde lid worden de woorden "drie vierde" vervangen door de woorden "de helft" en wordt de zin "Naargelang van de behoeften kan de raad van bestuur, op gemotiveerd voorstel van de directeur, beslissen de verhouding aan te passen, zonder dat deze lager mag zijn dan twee derde." opgeheven. Art. 50.

artikel 14 van dezelfde wet, wordt het woord "tweemaandelijks" vervangen door de woorden "per kwartaal". Art. 51.Artikel 18 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 52.Artikel 19 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 53.

artikel 22 van dezelfde wet, worden de woorden "de adjunct-directeurs" vervangen door de woorden "de adjunct-directeur". Art. 54.Artikel 26, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "

het kader van deze opdracht brengt het wetenschappelijk comité verslag en advies uit aan de directie en aan de raad van bestuur.". Art. 55.Artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten8, wordt vervangen als volgt : "Het wetenschappelijk comité bestaat uit twintig leden, gelijk verdeeld tussen de Nederlandse en Franse taalrol. Het voorzitterschap wordt waargenomen door de directeur van de gerechtelijke opleiding die van rechtswege lid is. Met uitzondering van de directeur van de gerechtelijke opleiding die van rechtswege lid is, worden als leden benoemd door de minister van Justitie voor een hernieuwbare termijn van vier jaar : 1° vier zittende magistraten waarvan twee voorgedragen door de Verenigde Benoemings- en Aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie en twee door de eerste voorzitters van de hoven van beroep;2° vier magistraten van het openbaar ministerie waarvan twee voorgedragen door de Verenigde Benoemings- en Aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie en twee door het College van procureurs-generaal;3° vier personen onder diegenen bedoeld

artikel 2, 4° tot 10° ;4° twee advocaten respectievelijk voorgedragen de ene door de Orde van de Vlaamse balies en de andere door de Ordre des barreaux francophones et germanophone;5° vier leden van de academische gemeenschap, waaronder twee voorgedragen door de Vlaamse

teruniversitaire Raad en twee door de Conseil

teruniversitaire de la Communauté française de Belgique;6° een lid van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid, van de andere taalrol dan de directeur. Het wetenschappelijk comité komt minstens vier maal per jaar samen. De Koning bepaalt welk presentiegeld aan de leden van het wetenschappelijk comité, met uitzondering van de directeur, kan worden toegekend alsook de vergoedingen die hen kunnen worden toegekend als terugbetaling van hun reis- en verblijfskosten. Het presentiegeld en de vergoedingen zijn ten laste van het

stituut.". Art. 56.

artikel 39 van dezelfde wet wordt het tweede lid opgeheven. TITEL 8. - Omzetting van het kaderbesluit 2008/675/JBZ van de Raad van 24 juli 2008 betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen

andere lidstaten van de Europese Unie HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Strafwetboek Art. 57.

artikel 34ter van het Strafwetboek,

gevoegd bij de wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het 1° worden de woorden "toepassing maken van het artikel 54" vervangen door de woorden "toepassing maken van de artikelen 54 en 57bis";2°

het 2° worden de woorden "toepassing makend van het artikel 57" vervangen door de woorden "toepassing makend van de artikelen 57 en 57bis". Art. 58.

artikel 34quater, 1°, van hetzelfde Wetboek,

gevoegd bij de wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten0, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die

aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis,"

gevoegd tussen de woorden "vijf jaar gevangenis" en de woorden "te zijn veroordeeld". Art. 59.Artikel 34quinquies van hetzelfde Wetboek,

gevoegd bij de wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten0, wordt aangevuld met een lid, luidende : "

dien de misdrijven die als grondslag voor de herhaling gelden vastgesteld zijn

een veroordeling uitgesproken

een andere lidstaat van de Europese Unie, wordt

alle gevallen een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing bij het dossier der vervolging gevoegd.". Art. 60.

het eerste boek, hoofdstuk V, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 57bis

gevoegd, luidende : "Art. 57bis.De bepalingen betreffende de herhaling, bepaald

de artikelen 54 tot 56, worden toegepast

geval van een vroegere veroordeling die

aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis.". Art. 61.

het eerste boek van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk XI

gevoegd, luidende "Wijze waarop rekening wordt gehouden met de

andere staten door strafgerechten uitgesproken veroordelingen". Art. 62.

hoofdstuk XI,

gevoegd bij artikel 61, wordt een artikel 99bis

gevoegd, luidende : "Art. 99bis.De veroordelingen uitgesproken door de strafgerechten van een andere lidstaat van de Europese Unie worden

aanmerking genomen onder dezelfde voorwaarden als de veroordelingen uitgesproken door de Belgische strafgerechten en hebben dezelfde rechtsgevolgen als deze veroordelingen. De

het eerste lid vermelde regel is niet van toepassing op het geval bedoeld

artikel 65, tweede lid.". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering Art. 63.

artikel 626 van het Wetboek van strafvordering, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57" vervangen door de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57bis";2°

het tweede lid worden de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57" vervangen door de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57bis"; HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten2 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie Art. 64.

artikel 3, eerste lid, van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten2 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die

aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek"

gevoegd tussen de woorden "hoofdgevangenisstraf van meer dan zes maanden" en de woorden ",

dien het feit". Art. 65.

artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten1, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die

aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek"

gevoegd tussen de woorden "hoofdgevangenisstraf van meer dan twaalf maanden" en de woorden ", kunnen de vonnisgerechten". Art. 66.

artikel 13, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 22 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die

aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek"

gevoegd tussen de woorden "ten minste een maand" en de woorden "tot gevolg heeft gehad". Art. 67.

artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die

aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek,"

gevoegd tussen de woorden "meer dan zes maanden" en de woorden "zonder uitstel ten gevolge heeft gehad";2°

§ 1b

is, eerste lid, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die

aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek,"

gevoegd tussen de woorden "ten hoogste zes maanden" en de woorden "ten gevolge heeft gehad". Art. 68.

artikel 18bis van dezelfde wet, eerste streepje,

gevoegd bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, worden de woorden "vierduizend euro

plaats van twee maanden" vervangen door de woorden "twaalfduizend euro

plaats van zes maanden". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten

het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten Art. 69.

artikel 64 van de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten

het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, wordt het 1° vervangen als volgt : "1° wanneer bij een

kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de proeftermijn een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat

aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, heeft gepleegd.". Art. 70.

artikel 76, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3, wordt het 1° vervangen als volgt : "1° wanneer bij een

kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de

artikel 80 bedoelde termijn, een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat

aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, heeft gepleegd;". Art. 71.

artikel 95/27, § 1, van dezelfde wet,

gevoegd bij de wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten0, wordt het 1° vervangen als volgt : "1° wanneer bij een

kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de ter beschikking gestelde veroordeelde tijdens de

artikel 95/28 bedoelde termijn, een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat

aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, heeft gepleegd;". HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepaling Art. 72.Artikelen 69 en 71 zijn niet van toepassing op voorwaardelijke

vrijheidstellingen en op

vrijheidstellingen onder toezicht toegekend vóór de

werkingtreding van dit hoofdstuk. TITEL 9. - Omzetting van het besluit 2009/426/JBZ van de Raad van 16 december 2008

zake het versterken van Eurojust en tot wijziging van Besluit 2002/187/JBZ betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 21 juni 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten0 tot omzetting van het besluit van de raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken Art. 73.

artikel 7 van de wet van 21 juni 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten0 tot omzetting van het besluit van de raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

§ 1

wordt het woord "2002/187/JBZ"

gevoegd tussen het woord "Raad" en de woorden "van 28 februari 2002";b)

§ 1

worden de woorden "zoals gewijzigd bij het besluit van de Raad 2009/426/JBZ van 16 december 2008,"

gevoegd tussen de woorden "van 28 februari 2002," en de woorden "vastgestelde doelstellingen";c)

§ 1

, 4°, van de Franse tekst wordt het woord "pertinents" vervangen door het woord "applicables";d)

het artikel worden de §§ 1/1 en 1/2

gevoegd, luidende : " § 1/1.Eurojust enkel handelend door toedoen van het Belgische lid bij Eurojust, kan

het kader van de

de artikelen 3 en 4 van het besluit van de Raad 2002/187/JBZ van 28 februari 2002, zoals gewijzigd bij het besluit van de Raad 2009/426/JBZ van 16 december 2008, vastgestelde doelstellingen en bevoegdheden, aan de federale procureur een verzoek richten dat ertoe strekt : 1° bijzondere opsporingsmethoden toe te passen;2° alle andere voor de opsporing of de vervolging gerechtvaardigde maatregelen te treffen. § 1/2. Eurojust kan

het kader van de

de artikelen 3 en 4 van het besluit van de Raad 2002/187/JBZ van 28 februari 2002, zoals gewijzigd bij het besluit van de Raad 2009/426/JBZ van 16 december 2008, vastgestelde doelstellingen en bevoegdheden, handelend als college, aan de federale procureur een niet-bindend advies richten wanneer : 1° het Belgische lid bij Eurojust en ten minste een ander nationaal lid het niet eens kunnen worden over de oplossing van een jurisdictiegeschil met betrekking tot het

stellen van een onderzoek of vervolging; 2° de federale procureur het advies van Eurojust vraagt wegens herhaalde moeilijkheden of weigeringen van een andere lidstaat om verzoeken en beslissingen

zake justitiële samenwerking uit te voeren, voor zover deze moeilijkheden niet kunnen worden opgelost door onderlinge afspraak tussen de bevoegde nationale autoriteiten of door het optreden van de betrokken nationale leden."; e)

§ 2

wordt het eerste lid vervangen als volgt : "

geval de federale procureur een

§§ 1

tot 1/2 bedoeld verzoek of advies van Eurojust ontvangt, doet hij dit verzoek of advies ofwel toekomen aan de procureur des Konings

dien de zaak bij hem reeds aanhangig is gemaakt of,

de gevallen bedoeld

de artikelen 479 en volgende van het Wetboek van strafvordering, aan de reeds geadieerde procureur-generaal, ofwel behandelt hij het verzoek of het advies zelf

dien het reeds bij hem aanhangig is gemaakt."; f)

§ 2

, tweede lid, worden de woorden "of het advies"

gevoegd tussen de woorden "het verzoek" en het woord "behandelt". Art. 74.

artikel 8 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de §§ 1 tot 3 worden vervangen als volgt : " § 1.

geval Eurojust een

artikel 7 bedoeld verzoek of advies formuleert, stelt het Belgische lid bij Eurojust, de procureur-generaal die bevoegd is voor de

ternationale betrekkingen daarvan zo snel mogelijk

kennis. § 2. De beslissing om geen gevolg te geven aan het

artikel 7 bedoelde verzoek of advies van Eurojust wordt met redenen omkleed en zo snel mogelijk aan het Belgische lid bij Eurojust ter kennis gebracht door de procureur des Konings, de procureur-generaal of de federale procureur die het verzoek of het advies behandelt. § 3. De federale procureur stelt de minister van Justitie

kennis van elke weigering om gevolg te geven aan een verzoek of advies van Eurojust als bedoeld

artikel 7, §§ 1 en 1/2. § 3/1.

geval het verzoek uitgaat van Eurojust handelend als college, kan de tenuitvoerlegging ervan enkel worden geweigerd als zij wezenlijke nationale belangen kan schaden of het goede verloop van lopende onderzoeken of de veiligheid van een persoon kan aantasten."; 2°

§ 4

worden de woorden ", § 1 en § 1/1,"

gevoegd tussen de woorden "artikel 7" en de woorden "bedoeld verzoek". Art. 75.Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 10.§ 1. Het Belgische lid bij Eurojust zendt de federale procureur alle

formatie over die belangrijk is voor opsporingen of vervolgingen die het openbaar ministerie

België

stelt. § 2. Bovendien zendt het Belgische lid bij Eurojust alle noodzakelijke

formatie aan de federale procureur op diens verzoek.". Art. 76.

dezelfde wet wordt een artikel 10/1

gevoegd, luidende : "Art. 10/1.§ 1. De federale procureur stelt het Belgische lid bij Eurojust

kennis van alle

formatie noodzakelijk voor de uitvoering van diens taken. § 2. Onverminderd andere bestaande

formatieverplichtingen en overeenkomstig de tussen hen gemaakte afspraken, stelt de federale procureur het Belgische lid bij Eurojust

kennis van de volgende gegevens : 1° het

stellen en de resultaten van een gemeenschappelijk onderzoeksteam, overeenkomstig hoofdstuk III van de wet van 9 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 betreffende de wederzijdse

ternationale rechtshulp

strafzaken en tot wijziging van artikel 90 van het Wetboek van strafvordering;2° elke zaak waarbij ten minste drie lidstaten betrokken zijn en waarin een verzoek of een besluit

zake justitiële samenwerking aan ten minste twee lidstaten is toegezonden, wanneer : a) het feit strafbaar wordt gesteld met een vrijheidsbenemende straf of maatregel met een maximum van ten minste vijf jaar en betrekking heeft op een van de strafbare feiten bedoeld

de volgende artikelen : - de artikelen 433quinquies tot 433octies van het Strafwetboek; - de artikelen 379, 380, 381 en 383bis van hetzelfde Wetboek; - artikel 2bis van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten9 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen; - de artikelen 10 tot 12 van de wet van 5 augustus 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten4 betreffende de

-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel

wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie; - de artikelen 246 tot 250 van het Strafwetboek; - de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen af te leggen

verband met subsidies, vergoedingen en toelagen; - artikel 162 van het Strafwetboek; - artikel 505 van hetzelfde Wetboek; - de artikelen 210bis, 504quater, 550bis en 550ter van hetzelfde Wetboek; of

  1. b)er concrete aanwijzingen bestaan over de betrokkenheid van een criminele organisatie zoals bepaald bij de artikelen 324bis en 324ter van hetzelfde Wetboek;of
  2. c)er aanwijzingen bestaan van een ernstige grensoverschrijdende dimensie of van ernstige gevolgen op het niveau van de Europese Unie of dat andere dan de rechtstreeks betrokken lidstaten kunnen geraakt worden.3° bevoegdheidsgeschillen die zijn ontstaan of kunnen ontstaan op de bevoegdheidsdomeinen van Eurojust bedoeld

artikel 4 van het besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken;4° gecontroleerde af- en doorleveringen als bedoeld

de artikelen 5, 6 en 8 van het koninklijk besluit van 9 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten1 betreffende de politionele onderzoekstechnieken waarbij ten minste drie staten betrokken zijn, waaronder ten minste twee lidstaten;5° herhaalde moeilijkheden of weigeringen om verzoeken en beslissingen

zake justitiële samenwerking van een andere lidstaat uit te voeren;6° relevante

formatie aangaande de procedures en veroordelingen met betrekking tot strafbare feiten van terroristische aard overeenkomstig artikel 2 van het besluit 2005/671/JBZ van de Raad van 20 september 2005 betreffenden formatie-uitwisseling en samenwerking

verband met strafbare feiten van terroristische aard. § 3. Als uitzondering op de §§ 1 en 2, is de federale procureur niet verplicht

een specifieke zaak

formatie te verstrekken als : 1° wezenlijke nationale veiligheidsbelangen daardoor worden geschaad, of 2° de veiligheid van een persoon daardoor

gevaar wordt gebracht. § 4.

dien de

formatie wezenlijke nationale veiligheidsbelangen kan schaden of het welslagen van lopende onderzoeken of de veiligheid van een persoon

gevaar kan brengen, kan de federale procureur beslissen deze aan het Belgische lid bij Eurojust over te zenden met het verbod deze zonder zijn toestemming te verspreiden. § 5. De nadere regels van deze

formatieuitwisseling worden bepaald

een gemeenschappelijke omzendbrief van de minister van Justitie en van het College van procureurs-generaal.". HOOFDSTUK 2. - Slotbepaling Art. 77.Artikel 76 treedt

werking op een door de Koning te bepalen datum. TITEL 10. - Wijzigingen van de wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten8 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en omzetting van het kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 tot wijziging van kaderbesluit 2002/584/JBZ, kaderbesluit 2005/214/JBZ, kaderbesluit 2006/783/JBZ, kaderbesluit 2008/909/JBZ en kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces Art. 78.

artikel 2, § 6, van de wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten8 betreffende het Europees aanhoudingsbevel worden de woorden "het Frans of het Duits" vervangen door de woorden "het Frans, het Duits of het Engels". Art. 79.

artikel 6, 4°, van dezelfde wet worden de woorden "of

gezetene"

gevoegd tussen de woorden "de betrokken persoon Belg" en de woorden "is of

België verblijft". Art. 80.Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 7.§ 1. De tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel voor de uitvoering van een vrijheidsbenemende straf of veiligheidsmaatregel kan eveneens worden geweigerd

geval de betrokkene niet

persoon is verschenen op het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid, tenzij

het Europees aanhoudingsbevel is vermeld dat, overeenkomstig andere

het nationale recht van de uitvaardigende lidstaat bepaalde procedurevoorschriften : 1° de betrokkene tijdig hetzij persoonlijk is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid, hetzij met andere middelen daadwerkelijk en officieel

kennis is gesteld van het tijdstip en de plaats van dat proces, zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces en hij eveneens

kennis is gesteld dat een beslissing kon worden genomen wanneer hij niet op het proces zou zijn verschenen;of dat 2° de betrokkene

kennis was gesteld van het geplande proces en een zelf gekozen of een door de Staat aangewezen raadsman heeft gemachtigd zijn verdediging op het proces te voeren, en op het proces ook werkelijk door die raadsman is verdedigd;of dat 3° de betrokkene nadat de beslissing hem werd betekend en hij uitdrukkelijk op de hoogte was gebracht van zijn recht op een nieuwe vonnis- of beroepsprocedure, waaraan de betrokkene het recht heeft om deel te nemen en die het mogelijk maakt om de zaak opnieuw ten gronde te beoordelen, rekening houdend met het nieuwe bewijsmateriaal, en die tot een vernietiging van de oorspronkelijke beslissing kan leiden :

  1. a)uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij de beslissing niet betwist;of
  2. b)niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep heeft aangetekend;of dat 4° de beslissing niet persoonlijk aan de betrokkene is betekend, maar :
  3. a)hem na overlevering onverwijld persoonlijk zal worden betekend en hij uitdrukkelijk op de hoogte zal worden gebracht van zijn recht op een nieuwe vonnis- of beroepsprocedure, waaraan de betrokkene het recht heeft om deel te nemen en die het mogelijk maakt om de zaak opnieuw ten gronde te beoordelen, rekening houdend met het nieuwe bewijsmateriaal, en die tot een vernietiging van de oorspronkelijke beslissing kan leiden;en
  4. b)dat de betrokkene op de hoogte zal worden gebracht over de termijn waarover hij beschikt om een nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep aan te tekenen, als vermeld

het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel. § 2.

geval het Europees aanhoudingsbevel wordt uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of veiligheidsmaatregel overeenkomstig de bepalingen van § 1, 4°, en de betrokkene nog niet officieel van de tegen hem bestaande strafprocedure

kennis is gesteld, kan hij wanneer hij van de

houd van het Europees aanhoudingsbevel

kennis wordt gesteld, verzoeken een afschrift van het vonnis te ontvangen alvorens te worden overgeleverd. De uitvaardigende autoriteit overhandigt het afschrift onmiddellijk na van het verzoek

kennis te zijn gesteld via de uitvoerende autoriteit aan de betrokkene. Het verzoek van de betrokkene vertraagt noch de overleveringsprocedure, noch de beslissing tot tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel. De overhandiging van het vonnis aan de betrokkene geschiedt louter ter kennisgeving en is niet te beschouwen als officiële betekening van het vonnis en doet geen termijnen voor het aantekenen van een nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep

gaan. § 3.

geval de betrokkene wordt overgeleverd overeenkomstig de bepalingen van § 1, 4°, en een nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep heeft aangetekend, wordt diens vrijheidsbeneming

afwachting van de nieuwe vonnisprocedure of hoger beroep en zolang deze niet is voltooid, beoordeeld overeenkomstig het recht van de uitvaardigende staat, hetzij op regelmatige basis, hetzij op verzoek van de betrokkene. Bij die beoordeling wordt

het bijzonder de mogelijkheid tot schorsing of onderbreking van de vrijheidsbeneming overwogen. De nieuwe vonnisprocedure of het hoger beroep wordt na de overlevering tijdig

geleid.". Art. 81.

dezelfde wet wordt een artikel 10/1

gevoegd, luidende : "Art. 10/1.Binnen vierentwintig uur na de effectieve vrijheidsbeneming en voor het verhoor door de onderzoeksrechter, wordt aan de betrokkene een schriftelijke verklaring van rechten overhandigd teneinde hem

kennis te stellen : 1° van zijn recht om

kennis te worden gesteld van het bestaan en de

houd van het Europees aanhoudingsbevel of de signalering;2° van zijn recht op bijstand van een advocaat en een tolk.De bijstand door de advocaat geschiedt volgens de ter zake geldende regels van het Belgische recht. Zulks geldt ook betreffende de eventuele bijstand door een tolk; 3° dat hij voor een onderzoeksrechter zal worden gebracht binnen vierentwintig uur na zijn effectieve vrijheidsbeneming; 4° van de mogelijkheid

te stemmen met zijn overlevering aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit.". Art. 82.

artikel 11, § 1, van dezelfde wet wordt het 3° opgeheven. Art. 83.

artikel 11, § 4, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Deze voorwaarden moeten waarborgen dat de betrokkene zich niet aan het gerecht onttrekt.". Art. 84.Artikel 12 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 85.Artikel 13, § 1, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : " § 1.

dien de betrokkene

stemt met zijn overlevering wordt deze

stemming gegeven ten overstaan van de procureur des Koning, desgevallend

het bijzijn van zijn advocaat en nadat de persoon

kennis is gesteld van de gevolgen van zijn

stemming. De procureur des Konings biedt de betrokkene de mogelijkheid om

te stemmen om afstand te doen van de toepassing van het specialiteitbeginsel.". Art. 86.Artikel 13, § 4, van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 87.

de artikelen 17 en 18 van dezelfde wet wordt de eerste paragraaf aangevuld met de woorden "of aan zijn woonplaats of gekozen woonplaats wordt betekend". Art. 88.Artikel 19 van dezelfde wet wordt aangevuld met een § 4, luidende : " § 4. Elke vraag van de aangehouden betrokken persoon of het onderzoeksgerecht die het openbaar ministerie noodzaakt om aanvullende

lichtingen te bekomen of om stukken op te vragen betreffende de waarborgen bedoeld

de artikelen 7 en 8, waardoor de behandeling van de zaak uitgesteld dient te worden, wordt van rechtswege beschouwd als een vraag tot uitstel overeenkomstig § 3." Art. 89.

artikel 22, § 1, van dezelfde wet wordt het woord "definitieve"

gevoegd tussen de woorden "ten laatste tien dagen na de" en de woorden "beslissing tot tenuitvoerlegging". Art. 90.

artikel 22 van dezelfde wet wordt § 3 vervangen als volgt : " § 3. De overlevering vindt plaats binnen tien dagen, overeenkomstig de overeengekomen nieuwe datum.". Art. 91.

artikel 23 van dezelfde wet wordt § 3 vervangen als volgt : "

dit geval vindt de overlevering plaats binnen tien dagen, overeenkomstig de overeengekomen nieuwe datum.". Art. 92.

artikel 24, § 1, van dezelfde wet wordt het derde lid vervangen als volgt : "

dit geval vindt de overlevering plaats binnen tien dagen, overeenkomstig de overeengekomen nieuwe datum.". Art. 93.

dezelfde wet wordt punt

  1. d)van de bijlage vervangen als volgt : "
  2. d)Gelieve te vermelden of de betrokkene

persoon is verschenen op het proces dat heeft geleid tot de beslissing : 1. Ja, de betrokkene is

persoon verschenen op het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid.2. Neen, de betrokkene is niet

persoon verschenen op het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid. 3.

dien u het vakje "neen" (keuzemogelijkheid 2) heeft aangekruist, gelieve een van de volgende gevallen te bevestigen : 3.1a) de betrokkene is persoonlijk gedagvaard op ... (dag/maand/jaar) en is daarbij op de hoogte gebracht van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid. De betrokkene is ervan

kennis gesteld dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet op het proces verschijnt; of 3.1b) de betrokkene is niet persoonlijk gedagvaard, maar is anderszins daadwerkelijk officieel

kennis gesteld van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot het verstekvonnis heeft geleid zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces, en is ervan

kennis gesteld dat een beslissing kan worden gegeven wanneer hij niet bij het proces verschijnt; of 3.2. de betrokkene was op de hoogte van het voorgenomen proces, heeft een zelf gekozen of een door de Staat aangewezen raadsman gemachtigd zijn verdediging bij het proces te voeren, en is bij het proces ook werkelijk door die raadsman verdedigd; of 3.3 nadat de beslissing aan hem was betekend op ... (dag/maand/jaar) en hij uitdrukkelijk was geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure

hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing, "heeft de betrokkene uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij de beslissing niet betwist; of "heeft de betrokkene niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep aangetekend; of 3.4 de beslissing is niet persoonlijk aan de betrokkene betekend, maar - de beslissing zal hem na overlevering onverwijld persoonlijk worden betekend, en - de betrokkene zal na de betekening van de beslissing uitdrukkelijk worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure

hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing, en - de betrokkene zal geïnformeerd worden over de termijn waarover hij beschikt om verzet of hoger beroep aan te tekenen, namelijk ... dagen. 4. Gelieve voor het

punt 3.1b), 3.2 of 3.3 aangekruiste vakje te vermelden op welke wijze aan de desbetreffende voorwaarde is voldaan : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ". TITEL 11. - Wijziging van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke Art. 94.

artikel 33 van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006, wordt het woord "geneesheren-

specteurs- psychiaters" vervangen door het woord "geneesheren-

specteurs". TITEL

  1. - Diverse bepalingen HOOFDSTUK
  2. - Legalisatie Afdeling
  3. - Wijziging van artikel 28 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt Art. 95.

artikel 28 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt wordt het tweede lid vervangen als volgt : "De legalisatie wordt verricht door de minister van Buitenlandse Zaken.". Afdeling 2. - Wijziging van artikel 600 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 96.

artikel 600 van het Gerechtelijk Wetboek worden de woorden "en legaliseert de handtekening van de notarissen en de ambtenaren van de burgerlijke stand van de gemeenten van zijn kanton" opgeheven. Afdeling

  1. - Opheffing van de wet van 11 mei 1866Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten6 houdende toelating aan de vrederechters de handtekening van notarissen en ambtenaren van de burgerlijke stand van hun kantons te legaliseren Art. 97.De wet van 11 mei 1866Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten6 houdende toelating aan de vrederechters de handtekening van notarissen en ambtenaren van de burgerlijke stand van hun kantons te legaliseren, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/10/1967 pub. 10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten, wordt opgeheven. HOOFDSTUK
  2. - Modernisering van de burgerlijke stand Art. 98.Artikel 34 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 31 maart 1987, wordt vervangen als volgt : "Art. 34.De akten van de burgerlijke stand vermelden het jaar en de dag dat zij zijn opgemaakt alsook de voornamen, de naam en de geboortedatum van alle betrokken personen. De Koning kan modellen van akten vaststellen en, voor zover nodig, vermeldingen aan de akten toevoegen.". Art. 99.

artikel 38 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten4, wordt het tweede lid opgeheven. Art. 100.

artikel 71 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 1908, worden de woorden ", van het mannelijke of vrouwelijke geslacht, bloedverwanten of geen bloedverwanten," opgeheven. Art. 101.Artikel 76, 9°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1999 en 6 april 2010, wordt vervangen als volgt : "9°

voorkomend geval, de voornamen, de naam en de geboortedatum van de getuigen;". Art. 102.

artikel 78 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 23 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten0, worden de woorden "verwant van de overledene of door een derde" opgeheven. Art. 103.Artikel 79 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 23 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten0, wordt vervangen als volgt : "Art. 79.De akte van overlijden vermeldt : 1° de voornamen, de naam, de woonplaats, de plaats en geboortedatum van de overledene;2° de voornamen en de naam van de echtgenoot,

dien de overledene gehuwd dan wel weduwnaar of weduwe was; 3° de voornamen, de naam, de woonplaats en de geboortedatum van de aangever.". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten3 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de

ternationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen Art. 104.

artikel 17 van de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten3 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de

ternationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 7

worden de woorden "tot 137, 139 en 140" vervangen door de woorden "tot 140";2° het artikel wordt aangevuld met een § 9, luidende : " § 9.

voorkomend geval, kunnen de commissarissen de algemene vergadering bijeenroepen. Zij moeten die bijeenroepen wanneer een vijfde van de leden van de vereniging het vragen. De commissarissen wonen de algemene vergadering bij wanneer deze te beraadslagen heeft op grond van een door hen opgemaakt verslag.". Art. 105.

artikel 37 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 7

worden de woorden "tot 137, 139 en 140" vervangen door de woorden "tot 140";2° het artikel wordt aangevuld met een § 9, luidende : " § 9.

voorkomend geval, kunnen de commissarissen de raad van bestuur bijeenroepen. Zij moeten die bijeenroepen wanneer de stichter of een vijfde van de leden van de raad van bestuur het vragen. De commissarissen wonen de raad van bestuur bij wanneer deze te beraadslagen heeft op grond van een door hen opgemaakt verslag.". Art. 106.

artikel 53 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 6

worden de woorden "tot 137, 139 en 140" vervangen door de woorden "tot 140";2° het artikel wordt aangevuld met een § 9, luidende : " § 9.

voorkomend geval, kunnen de commissarissen het algemeen leidinggevend orgaan bijeenroepen. Zij moeten die bijeenroepen wanneer een vijfde van de leden van het algemeen leidinggevend orgaan het vragen. De commissarissen wonen de vergaderingen van het algemeen leidinggevend orgaan bij wanneer deze te beraadslagen heeft op grond van een door hen opgemaakt verslag.". HOOFDSTUK

  1. - Wijziging van artikel 39 van de Faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten Art. 107.Artikel 39 van de Faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten, gewijzigd bij de wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten6, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : " §
  2. De

dit artikel vermelde gegevens kunnen eveneens elektronisch worden opgesteld, geregistreerd, geraadpleegd, gewijzigd, opgenomen en bewaard. De Koning regelt de wijze waarop deze paragraaf wordt toegepast. De registratie, de raadpleging, de wijziging, de hernieuwing of de verwijdering van de gegevens van het elektronisch dossier kunnen aanleiding geven tot de betaling van een retributie waarvan het bedrag, de voorwaarden en de modaliteiten van

ning door de Koning worden bepaald.". HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het Wetboek van vennootschappen Art. 108.

artikel 184, § 5, van het Wetboek van vennootschappen, vervangen bij de wet van 19 maart 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het 2° wordt vervangen als volgt : "2° alle schulden ten aanzien van derden zijn terugbetaald of de nodige gelden om die te voldoen werden geconsigneerd."; b) tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid

gevoegd, luidende : "

dien een verslag moet worden opgemaakt door een commissaris, een bedrijfsrevisor of een externe accountant overeenkomstig artikel 181, § 1, derde lid, maakt dit verslag melding van deze terugbetaling of consignatie

zijn conclusies.". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 26 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten4 houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de

beslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen

zake het waardevast beheer van

beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties en van het Wetboek van strafvordering Art. 109.

artikel 3, § 3, van 26 maart 2003 houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de

beslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen

zake het waardevast beheer van

beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties, vervangen bij wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3, wordt het 3° vervangen als volgt : "3° overeenkomstig hoofdstuk III, afdeling 2, doen overgaan tot de vervreemding van

beslag genomen vermogensbestanddelen, na toelating van het openbaar ministerie of van de onderzoeksrechter en overgaan tot de terbeschikkingstelling van vervreemdbare vermogensbestanddelen aan de federale politie;". Art. 110.

artikel 4 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten3 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 2

wordt het woord "tien" vervangen door het woord "twintig"; 2°

§ 3

wordt het tweede lid vervangen als volgt : "De directeur houdt een register bij van de personen en categorieën van personen die deze gegevens kunnen raadplegen en houdt dit register ter beschikking van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.". Art. 111.

dezelfde wet wordt een artikel 9bis

gevoegd, luidende : "Art. 9bis.§ 1. De directeur van het Centraal Orgaan kan, voor de duur die hij bepaalt, het vermogensbestanddeel dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een uitvoerbare beslissing tot vervreemding bij toepassing van het artikel 28octies of het artikel 61sexies van het Wetboek van strafvordering, met voorafgaand akkoord van de magistraat die de vervreemdingsbeslissing genomen heeft, ter beschikking stellen van de federale politie, onder de volgende voorwaarden : 1° het vermogensbestanddeel is hetzij eigendom van de verdachte of de

verdenkinggestelde, of de eigenaar ervan kan niet binnen een redelijk tijdsbestek worden geïdentificeerd of bereikt, hetzij ter beschikking gesteld van een criminele organisatie bedoeld

artikel 324bis van het Strafwetboek, of van de vermoedelijke plegers van de misdrijven bedoeld

artikel 90ter, §§ 2, 3 en 4 van het Wetboek van strafvordering;2° het vermogensbestanddeel is

beslag genomen tijdens een gerechtelijk onderzoek of een opsporingsonderzoek naar strafbare feiten die gepleegd zijn

het kader van een criminele organisatie, bedoeld

artikel 324bis van het Strafwetboek, of naar de wanbedrijven of misdaden bedoeld

artikel 90ter, §§ 2, 3 en 4, van het Wetboek van strafvordering;3° de federale politie gebruikt het vermogensbestanddeel als een goed huisvader

het raam van haar werking die ertoe strekt misdrijven bedoeld

1° te bestrijden of te voorkomen;4° de federale politie beschikt nog niet, of slechts

onvoldoende mate over soortgelijke vermogensbestanddelen en het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel is nuttig voor de werking bedoeld

3° ;5° de wijze waarop de federale politie het vermogensbestanddeel mag aanwenden mag de bruikbaarheid ervan voor de bewijsvoering à charge of à décharge niet onmogelijk maken. De directeur brengt zijn beslissing per faxpost of via elektronische weg ter kennis van de magistraat die de toelating heeft verleend voor de vervreemding van het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel. § 2. De directeur-generaal van de gerechtelijke politie, of zijn afgevaardigde, mag het

beslag genomen vermogensbestanddeel dat ter beschikking gesteld is van de federale politie onder bovenvermelde voorwaarden ter beschikking stellen van de lokale politie. De directeur-generaal geeft hiervan kennis aan de directeur van het Centraal Orgaan. § 3. Het vermogensbestanddeel mag niet worden ter beschikking gesteld van de centrale of gedeconcentreerde gerechtelijke dienst, of van de politiezone van de lokale politie, die het betrokken vermogensbestanddeel

beslag heeft genomen. § 4. De directeur van het Centraal Orgaan laat, voor het vermogensbestanddeel

gebruik wordt genomen door de politiedienst, een beschrijving van de staat van het goed opmaken en bepaalt de waarde ervan. De directeur laat de beschrijving en waardebepaling voegen bij het strafdossier. § 5. De tenuitvoerlegging van de beslissing tot vervreemding van het

beslag genomen vermogensbestanddeel zoals hierboven bedoeld, wordt geschorst tot de beëindiging van de terbeschikkingstelling. § 6. Het rechtsmiddel als bedoeld

de artikelen 28sexies en 61quater van het Wetboek van strafvordering kan slechts worden

gesteld binnen een maand vanaf de

beslagneming als bedoeld

§ 1

. De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van een jaar is verstreken te rekenen vanaf, hetzij de dag van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp, hetzij de dag van het verstrijken van de hoger bedoelde termijn van een maand. § 7.

geval van teruggave van het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel aan de rechtmatige eigenaar, geeft elke minwaarde

gevolge gebruik van het vermogensbestanddeel, na compensatie met de eventuele meerwaarde, aanleiding tot vergoeding ten laste van de Staat, de gemeente of de meergemeentezone. § 8.

geval van verbeurdverklaring bij equivalent kan deze veroordeling ten uitvoer worden gelegd op het nog steeds ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel of op de geldsom die

de plaats is gesteld van het vervreemde vermogensbestanddeel. De opbrengst van het te gelde gemaakte vermogensbestanddeel dat ter beschikking is gesteld van de politie wordt verhoogd met het bedrag van de door de strafrechter bepaalde minwaarde en dit bedrag heeft betrekking op de duurtijd van de terbeschikkingstelling.

geval het ter beschikking gestelde vermogensbestanddeel tijdens de strafprocedure werd vervreemd, wordt de geldsom die ervoor

de plaats is gesteld, verhoogd met het bedrag van de door de strafrechter bepaalde minwaarde en dit bedrag heeft betrekking op de periode die aanvangt op de datum van de terbeschikkingstelling en die eindigt op de datum waarop de toelating tot vervreemding effectief werd uitgevoerd. De betaling van de minwaarde aan de ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën die bevoegd is voor de

vordering van de verbeurdverklaring bij equivalent kan,

voorkomend geval, ten laste vallen van de Staat, de gemeente of de meergemeentezone.". Art. 112.

artikel 35 van het Wetboek van strafvordering wordt § 2,

gevoegd bij wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten0, opgeheven. Art. 113.

artikel 89 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 20 mei 1997, 28 november 2000, 19 december 2002 en 24 december 2002, worden het tweede en het derde lid opgeheven. HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het Wetboek van

ternationaal privaatrecht Art. 114.

artikel 119, § 2, van het Wetboek van

ternationaal privaatrecht, wordt het 1° aangevuld met de woorden ", onverminderd de

dividuele uitoefening van de rechten bedoeld

artikel 5, 2, van Verordening nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende

solventieprocedures.". HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten6 betreffende de opmaak en financiering van actieplannen

zake verkeersveiligheid Art. 115.

artikel 5, § 2, van de wet van 6 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten6 betreffende de opmaak en financiering van actieplannen

zake verkeersveiligheid, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid

gevoegd, luidende : "Het aan de federale overheidsdienst Justitie toegekende bedrag kan ook gebruikt worden ter financiering van het bij justitie beheerde deel van het afhandelingsproces enkel met het oog op een optimale

ning van de verkeersboetes.". Art. 116.Artikel 6, derde lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met de woorden "en voor de financiering van het bij de federale overheidsdienst Justitie beheerde deel van het afhandelingsproces, enkel met het oog op een optimale

ning van de verkeersboetes". HOOFDSTUK 9. - Bijdrage

de kosten van de Kansspelcommissie Art. 117.Het koninklijk besluit van 26 november 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten2 betreffende de bijdrage

de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2013 wordt bekrachtigd met uitwerking op de dag van zijn

werkingtreding. HOOFDSTUK 1 0. - Wijzigingen van het Wetboek van de Belgische nationaliteit Art. 118.

artikel 11 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, vervangen bij de wet van 4 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten0, worden

de Franse tekst de volgende wijzigingen aangebracht : a)

§ 1

, eerste lid, 1°, wordt het woord "parents" vervangen door het woord "auteurs";b)

§ 1

, tweede lid, worden de woorden "du parent" vervangen door de woorden "d'un auteur";c)

§ 2

, eerste lid, worden de woorden "par les parents" vervangen door de woorden "par les auteurs" en worden de woorden "pour autant que les parents" vervangen door de woorden "pour autant que les auteurs";d)

§ 2

, tweede lid, worden

de eerste zin de woorden "de ses deux parents," vervangen door de woorden "de ses deux auteurs,";e)

§ 2

, tweede lid, wordt

de derde zin het woord "parent" vervangen door het woord "auteur";f)

§ 2

, derde lid, wordt

de

leidende zin het woord "parent" vervangen door het woord "auteur";g)

§ 2

, derde lid, a), wordt het woord "parents" vervangen door het woord "auteurs";h)

§ 2

, derde lid, b), worden de woorden "du parent" vervangen door de woorden "de l'auteur". Art. 119.

artikel 12bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

3°, d), worden de woorden "de ouder is van een Belgisch minderjarig of niet-ontvoogd minderjarig kind" vervangen door de woorden "de ouder of adoptant is van een Belgisch kind dat de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt of niet ontvoogd is vóór die leeftijd".b)

de Franse tekst van 3°, e), eerste streepje, wordt het woord "fondé" vervangen door het woord "organisé". Art. 120.

artikel 15, § 2, derde, vierde, vijfde en zesde lid van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten0, wordt het woord "aanvraag" telkens vervangen door het woord "verklaring". Art. 121.

artikel 19, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten0, worden de woorden "die de leeftijd van achttien jaar heeft" vervangen door de woorden "die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt". Art. 122.

artikel 23 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

worden de woorden "een ouder die Belg was" vervangen door de woorden "een ouder of een adoptant die Belg was";2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende : "Het Hof spreekt de vervallenverklaring niet uit

dien dit tot gevolg zou hebben dat de betrokkene staatloos zou worden, tenzij de nationaliteit verkregen werd ten gevolge van een bedrieglijke handelwijze, door valse

formatie of door verzwijging van enig relevant feit.

dat geval, zelfs

dien de betrokkene er niet

geslaagd is zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen, zal de vervallenverklaring van de nationaliteit slechts uitgesproken worden na het verstrijken van een redelijke termijn die door het Hof aan de belanghebbende werd toegekend om te pogen zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen.". 3°

§ 8

wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Daarenboven wordt van het arrest melding gemaakt op de kant van de akte van overschrijving van de

willigingen van de nationaliteitskeuze of van de verklaring waarbij belanghebbende de Belgische nationaliteit heeft verkregen of van de naturalisatie van de verweerder of van de

België opgemaakte of overgeschreven akte van geboorte

dien op deze akte een kantmelding van verwerving van de Belgische nationaliteit is aangebracht."; Art. 123.

artikel 23/1 van hetzelfde Wetboek,

gevoegd bij de wet van 4 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen

zake ambtenarenzaken sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

worden de woorden "een ouder die Belg was" vervangen door de woorden "een ouder of een adoptant die Belg was";2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : "De rechter spreekt de vervallenverklaring niet uit

dien dit tot gevolg zou hebben dat de betrokkene staatloos zou worden, tenzij de nationaliteit verkregen werd ten gevolge van een bedrieglijke handelwijze, door valse

formatie of door verzwijging van enig relevant feit.

dat geval, zelfs

dien de betrokkene er niet

geslaagd is zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen, zal de vervallenverklaring van de nationaliteit slechts uitgesproken worden na het verstrijken van een redelijke termijn die door de rechter aan de belanghebbende werd toegekend om te pogen zijn oorspronkelijke nationaliteit te herkrijgen."; 3°

§ 3

wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid

gevoegd, luidende : "Daarenboven wordt van het vonnis of het arrest melding gemaakt op de kant van de akte van overschrijving van de

willigingen van de nationaliteitskeuze of van de verklaring waarbij belanghebbende de Belgische nationaliteit heeft verkregen of van de naturalisatie van de verweerder of van de

België opgemaakte of overgeschreven akte van geboorte

dien op deze akte een kantmelding van verwerving van de Belgische nationaliteit is aangebracht.". HOOFDSTUK 1 1. - Het recht van opstal Art. 124.Artikel 1 van de wet van 10 januari 1824Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging

het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten9 over het recht van opstal wordt vervangen als volgt : "Art. 1.Het recht van opstal is een zakelijk recht om gebouwen, werken of beplantingen te hebben voor het geheel of een deel, op, boven of onder andermans grond. Het opstalrecht kan gevestigd worden door elke titularis van een onroerend zakelijk recht, binnen de grenzen van zijn recht.". Art. 125.

artikel 5 van dezelfde wet wordt het woord "grondeigenaar" vervangen door de woorden "opstalgever of diens rechtsopvolger". Art. 126.

artikel 6 van dezelfde wet wordt het woord "grondeigenaar" vervangen door de woorden "opstalgever of diens rechtsopvolger". Art. 127.Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 7.

dien het recht van opstal gevestigd is op, boven of onder een grond, waarop of waaronder zich reeds gebouwen, werken en beplantingen, bevonden, welker waarde door de opstalhouder niet voldaan is, zal de opstalgever of diens rechtsopvolger, bij het eindigen van het recht van opstal, al die voorwerpen terug nemen, zonder daarvoor tot enige schadeloosstelling gehouden te zijn.". HOOFDSTUK 1 2. - Commandverklaring Art. 128.

artikel 1590, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek worden de woorden "de eerste werkdag na die waarop de wettelijke termijn voor het doen van een hoger bod verstrijkt" vervangen door de woorden "binnen de termijn waarbinnen de aanwijzing van lastgever met vrijstelling van het evenredig registratierecht kan gebeuren". HOOFDSTUK 1

  1. - Gedematerialiseerde biedingen Art. 129.Artikel 1193, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand type wet prom. 23/11/1998 pub. 20/02/1999 numac 1999009088 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten3, wordt aangevuld met de volgende zin : "De biedingen kunnen zowel fysieke als gedematerialiseerde biedingen zijn. De verkoopsvoorwaarden bepalen de wijze, de voorwaarden en de termijn voor het doen van de biedingen.". HOOFDSTUK 1
  2. - Wijzigingen van de wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt wat de verzekeringsverplichting van de notarissen, de uitoefening van het ambt

een notarisvennootschap en de beperking van de aansprakelijkheid betreft Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 130.

de wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt wordt het opschrift van afdeling 1 van titel II vervangen als volgt : "Getal en spreiding van de kantoren, boekhouding en verzekering van de notarissen". Art. 131.Artikel 34ter van dezelfde wet,

gevoegd bij het koninklijk besluit nr. 1935 en opgeheven bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten, wordt hersteld

de volgende lezing : "Art. 34ter.Iedere notaris die zijn ambt uitoefent buiten een notarisvennootschap is gehouden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid aan te gaan via een door de Nationale kamer van notarissen goedgekeurde verzekeringsovereenkomst die ten minste het bedrag van vijf miljoen euro moet waarborgen.". Art. 132.Het opschrift van afdeling 3 van titel II van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : "Uitoefening van het notarisambt

vennootschap". Art. 133.Artikel 50 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten, wordt vervangen als volgt : "Art. 50.§ 1. Een notaris kan, alleen of

associatie, zijn ambt uitoefenen

een vennootschap. Deze vennootschap moet de vorm aannemen van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. De notaris blijft nochtans persoonlijk titularis van het notarisambt. De notarissen mogen hun ambt, noch geheel noch gedeeltelijk, buiten de notarisvennootschap uitoefenen behalve

het geval dat zij optreden als plaatsvervanger. § 2. Associaties kunnen worden gevormd door : 1° notarissen waarvan de standplaats gelegen is

hetzelfde gerechtelijk arrondissement;2° kandidaat-notarissen die zijn opgenomen op het tableau bijgehouden door een kamer van notarissen, op voorwaarde dat de associatie minstens één notaris-titularis bevat;3° vennootschappen waarvan de aandelen toebehoren aan de onder 1° en 2° genoemde personen en waarvan het kader wordt bepaald door de Nationale kamer van notarissen, met dien verstande dat eenzelfde persoon niet tegelijk kan deelnemen aan de associatie via deze vennootschap en als natuurlijke persoon. § 3. De notarisvennootschap heeft tot enig doel het uitoefenen, al dan niet

associatie, van het ambt van notaris. Zij mag geen andere goederen bezitten dan die omschreven

artikel 55, § 1, a), eerste lid. § 4. De aansprakelijkheid van de vennoten is beperkt tot hun

breng. De aansprakelijkheid van de notarisvennootschap is beperkt tot een bedrag van vijf miljoen euro. De notaris blijft hoofdelijk aansprakelijk met de vennootschap voor de overtredingen die hij heeft begaan met bedrieglijk oogmerk of met het doel om schade te berokkenen, zonder afbreuk te doen aan het verhaalrecht van de vennootschap ten aanzien van de notaris. De notarisvennootschap is gehouden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid aan te gaan via een door de Nationale kamer van notarissen goedgekeurde verzekeringsovereenkomst die het

het tweede lid bepaalde maximum moet waarborgen. § 5. De oprichtingsakte van de notarisvennootschap en de statutenwijzigingen worden aangenomen onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door de kamer van notarissen van de zetel van die vennootschap. De kamer van notarissen onderzoekt de akten op hun wettelijkheid en verenigbaarheid met de regels van de deontologie. De betrokkenen kunnen tegen een negatieve beslissing van de kamer van notarissen beroep

stellen bij de Nationale kamer van notarissen. Overeenkomsten die ten definitieve titel worden gesloten of zelfs stilzwijgend worden uitgevoerd, zonder goedkeuring van de kamer van notarissen, kunnen worden nietig verklaard en kunnen aanleiding geven tot een hogere tuchtstraf.". Art. 134.

artikel 51 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 2

, eerste lid, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden "of "notarisvennootschap"" en wordt de tweede zin opgeheven;2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : " § 3.a) De zaakvoerders of bestuurders van de notarisvennootschap mogen enkel één of meer notarissen zijn, die hun ambt uitoefenen

die notarisvennootschap en/of een of meer vennootschappen bedoeld

artikel 50, § 2, 3°.

het laatste geval wordt een notaris die zijn beroep uitoefent

de notarisvennootschap aangeduid als vaste vertegenwoordiger voor de uitoefening van dit mandaat. b) Tenzij de vennootschap wordt ontbonden of haar doel wordt gewijzigd, is overdracht van aandelen onder levenden of overgang ervan wegens overlijden, slechts toegelaten aan een vennoot, de door de Koning als opvolger van een vennoot benoemde notaris of een nieuwe vennoot.De

stemming van de overige vennoten is evenwel vereist voor de overdracht van aandelen of de overgang ervan aan een vennoot of aan een nieuwe vennoot. Bij gebreke van

stemming zijn de vennoten ertoe gehouden zelf de aandelen van hun vroegere vennoot over te nemen middels de betaling van de vergoeding bepaald

artikel 55, § 3, b)."; 3°

§ 4

wordt het woord "vennoot" vervangen door de woorden "notaris van de notarisvennootschap";4°

§ 5

, eerste lid, word het woord "geassocieerd" opgeheven;5° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt : " § 6.

het geval van een associatie, worden de akten

geschreven

een enkel repertorium dat op naam van de notarisvennootschap staat. Dit repertorium wordt bewaard samen met de daarin

geschreven akten door de notaris-titularis die is aangewezen

het contract tot oprichting van de vennootschap. Bij gebrek aan overeenstemming, komen de minuten en repertoria toe aan de notaris van de notarisvennootschap die het laatst benoemd werd als notaris-titularis en de archieven komen toe aan de

strumenterende notaris. Wanneer de

het eerste lid bedoelde notaris-titularis geen vennoot meer is, of

geval van ontbinding van de vennootschap, worden die akten en repertoria zo spoedig mogelijk overgedragen aan een andere notaris-titularis, van de vennootschap overeenkomstig de vorige leden of, bij gebreke, aan de nieuw benoemde notaris-titularis. De procureur des Konings wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht van deze overdracht.

geval van ontbinding van de vennootschap wordt haar boekhouding toevertrouwd aan de notaris-titularis die is aangewezen

het contract tot oprichting van de vennootschap.". Art. 135.

artikel 52, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten, worden de woorden "50, § 4" vervangen door de woorden "50, § 5". Art. 136.

artikel 54, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten, worden de woorden "51, § 1" vervangen door de woorden "51, § 6". Art. 137.

artikel 55 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, b), eerste lid, worden de woorden "een vennootschap bedoeld

artikel 50, § 1, b)" vervangen door de woorden "een meerhoofdige vennootschap bedoeld

artikel 50, § 2";2°

§ 2worden de woorden "51, § 3" vervangen door de woorden "51, § 3, b)".

Afdeling 2. - Overgangsbepaling Art. 138.De notarissen die

functie zijn op het ogenblik van de

werkingtreding van de artikelen 130 tot 137 en die reeds hun ambt uitoefenen

een notarisvennootschap, alleen of

associatie, beschikken over een termijn van drie jaar vanaf de

werkingtreding van dit hoofdstuk om hun vennootschap aan te passen aan de bepalingen van deze wet

dien zij hieraan niet zou beantwoorden. Zolang deze aanpassing niet is gebeurd, genieten zij niet van de beperking van de aansprakelijkheid zoals bepaald

artikel 50, § 4, van de wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt. De notarissen en notarisvennootschappen zijn er evenwel toe gehouden binnen een termijn van zes maanden vanaf de

werkingtreding van dit hoofdstuk een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid aan te gaan overeenkomstig artikel 34ter en artikel 50, § 4, van dezelfde wet. HOOFDSTUK 1 5. - Doorhaling van de ambtshalve hypothecaire

schrijving en van de overschrijving van een uitvoerend beslag op onroerend goed - Wijzigingen van de hypotheekwet van 16 december 1851 en van het Gerechtelijk Wetboek Art. 139.Artikel 92, tweede lid, van de hypotheekwet van 16 december 1851 wordt aangevuld met de volgende zin : "Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1653 van het Gerechtelijk Wetboek, geldt hetzelfde voor de ambtshalve

schrijvingen uitgevoerd

overeenstemming met artikel 35.". Art. 140.Artikel 1570 van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld met een lid luidende : "Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1653, wordt de doorhaling van overschrijvingen betreffende uitvoerend beslag op onroerend goed of hun vernieuwing verkregen hetzij

overeenstemming met de artikelen 92 tot 94 van de hypotheekwet van 16 december 1851, hetzij op voorlegging van een exploot van betekening waarvan de akte van handlichting ondertekend door de schuldeiser gehecht is, onverminderd artikel 1584 van het Gerechtelijk Wetboek.". HOOFDSTUK 1 6. - Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving en verwerping van nalatenschap ten overstaan van een notaris Art. 141.Artikel 784 van het Burgerlijk Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. 784.De verwerping van een nalatenschap wordt niet vermoed : zij kan alleen gedaan worden op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen,

een bijzonder daartoe gehouden register, of ten overstaan van een notaris. Wanneer de verwerping ten overstaan van een notaris wordt gedaan, stuurt deze de verklaring van verwerping, binnen de volgende vijftien dagen, bij aangetekende zending aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen, met het oog op de

schrijving ervan

het register bedoeld

het eerste lid.". Art. 142.

artikel 793 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/10/1967 pub. 10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten en gewijzigd bij de wetten van 3 januari 1983 en 29 april 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De verklaring waarbij een erfgenaam te kennen geeft dat hij deze hoedanigheid slechts onder voorrecht van boedelbeschrijving aanneemt, moet worden afgelegd op de griffie van de rechtbank van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen of ten overstaan van een notaris;zij moet worden

geschreven

het register waarin de akten van verwerping worden opgenomen bedoeld

artikel 784."; 2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid

gevoegd, luidende : "Wanneer de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving ten overstaan van een notaris wordt gedaan, stuurt deze de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving, binnen de volgende vijftien dagen, bij aangetekende brief aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen, met het oog op de

schrijving ervan

het register en de bekendmaking

het Belgisch Staatsblad bedoeld

het eerste en tweede lid.". Art. 143.

artikel 1185 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden ", of ten overstaan van een notaris"; 2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "Wanneer de verwerping ten overstaan van een notaris wordt gedaan, handelt deze overeenkomstig artikel 784, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.". HOOFDSTUK 1 7. - Wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen Art. 144.

de tabel die gevoegd is bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012Relevant

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.