📄 Wettekst
25 APRIL 2014. - Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
TITEL 2. - Wijziging van artikel 141ter van het Strafwetboek Art. 2.In artikel 141ter van het Strafwetboek, ingevoegd bij de
wet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten8 en vervangen bij de wet van 18 februari 2013, worden de woorden "niet verantwoorde" opgeheven.
TITEL 3. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering HOOFDSTUK 1. - Wijziging van artikel 24 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering Art. 3.In de Franse tekst van artikel 24, vierde lid, van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, vervangen bij de
wet van 16 juli 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten2 en gewijzigd bij de
wet van 14 januari 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/03/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999002040
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken
sluiten4, worden in de tweede zin de woorden "juridiction d'instruction" vervangen door de woorden "juridiction de jugement". HOOFDSTUK 2. - Vernietiging van inbeslaggenomen goederen Art. 4.In het Wetboek van strafvordering wordt een artikel 28novies ingevoegd, luidende : "Art. 28novies.§ 1. Onverminderd de bepalingen in de bijzondere wetten, kan de procureur des Konings in elk stadium van de strafprocedure, bij schriftelijke en met redenen omklede beslissing de vernietiging bevelen van in beslag genomen goederen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring.
Tijdens de duur van het gerechtelijk onderzoek is de voorafgaande instemming van de onderzoeksrechter om de maatregel te kunnen nemen, vereist.
De procureur des Konings licht de rechtmatige eigenaar in middels een verhoor, bij aangetekende zending, per telefax of langs elektronische weg van zijn voornemen om de goederen te vernietigen, voor zover deze persoon en zijn adres gekend zijn. Hij nodigt eveneens de rechtmatige eigenaar uit om hem binnen de door hem bepaalde termijn, mede te delen of hij afstand doet van zijn rechten op de in beslag genomen goederen.
De rechtmatige eigenaar die reeds afstand deed van zijn rechten op de te vernietigen goederen moet niet meer worden ingelicht noch verzocht worden om afstand te doen van de voormelde rechten. § 2. De procureur des Konings kan de vernietiging bevelen van goederen die tot één van de volgende categorieën behoren : 1° de goederen die uit hun aard een ernstig gevaar opleveren voor de openbare veiligheid of de volksgezondheid;2° de goederen die bij de opheffing van het beslag de fysieke integriteit of de goederen van personen in ernstige mate kunnen aantasten;3° de goederen die, indien ze opnieuw in omloop worden gebracht, een inbreuk inhouden op de openbare orde, de goede zeden of een wettelijke bepaling;4° de goederen waarvan de kosten van de bewaring in natura wegens de aard of hoeveelheid van de goederen, kennelijk niet evenredig zijn met de verkoopwaarde ervan. § 3. De procureur des Konings duidt in zijn schriftelijke beslissing aan welke goederen vernietigd moeten worden. Hij bepaalt de wijze en de termijn waarbinnen zijn beslissing tot vernietiging wordt uitgevoerd. In spoedeisende gevallen kan de procureur des Konings de vernietiging mondeling bevelen, mits hij zijn beslissing zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigt. § 4. De procureur des Konings wijst een gespecialiseerde prestatieverlener of openbare dienst aan die overgaat tot de vernietiging van het betrokken goed. De procureur des Konings stelt het te vernietigen goed ter beschikking van de aangewezen prestatieverlener of openbare dienst. De leden van de lokale politie of van de federale politie lenen de sterke arm wanneer zij daartoe worden gevorderd.
Hij wijst, in voorkomend geval, het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring aan om in te staan voor de uitvoering en opvolging van zijn beslissing. § 5. Indien het nodig is om de waarheid aan de dag te brengen, beveelt hij voorafgaand aan de vernietiging van het goed, de monsterneming of een foto- of video-opname van het goed. Hij stelt in voorkomend geval een technisch adviseur aan die de gevorderde politiedienst bijstaat tijdens de monsterneming of de opname.
De gevorderde politiedienst legt het genomen monster of de foto- of video-opname ter griffie neer of stelt het genomen monster of de foto- of video-opname ter beschikking van elke andere door de procureur des Konings aangewezen persoon die instaat voor de bewaring ervan tot de opheffing van beslag of de verbeurdverklaring. § 6. De kosten van de vernietiging, het nemen en de bewaring van het monster of de foto- of video-opname alsook de bijstand van een technisch adviseur, zijn gerechtskosten. § 7. De procureur des Konings brengt de beslissing tot vernietiging, binnen een termijn van acht dagen te rekenen van de dagtekening, per aangetekende zending, per telefax of langs elektronische weg, ter kennis van : 1° de persoon lastens wie het beslag werd gelegd of, in voorkomend geval, zijn advocaat;2° de personen die volgens de door de rechtspleging verschafte aanwijzingen bevoegd lijken om rechten te doen gelden op de te vernietigen goederen of, in voorkomend geval, hun advocaat. De kennisgeving bevat de tekst van dit artikel.
Hij zendt geen kennisgeving aan de personen bedoeld bij het eerste lid, 1° en 2°, indien zij voorafgaand en schriftelijk hebben ingestemd met de vernietiging.
De personen bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, kunnen zich tot de kamer van inbeschuldigingstelling wenden binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen van de kennisgeving van de beslissing tot vernietiging. Deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen indien een van deze personen buiten het Rijk verblijft of gevestigd is, tenzij woonplaats is gekozen in België.
Het beroep schorst de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing tot vernietiging van de goederen bedoeld in § 2, 2° tot 4°.
De beslissing tot vernietiging van de in § 2, 1°, bedoelde goederen is van rechtswege uitvoerbaar. De procureur des Konings kan zijn beslissing intrekken of herzien op basis van tegenaanwijzingen die betrekking hebben op het verminderde gevaar voor de openbare veiligheid of de volksgezondheid, of onder oplegging van een of meer voorwaarden die kunnen bijdragen aan de bescherming van de maatschappij tegen een ernstige aantasting van de openbare veiligheid of de volksgezondheid.
De rechtspleging voor de kamer van inbeschuldigingstelling is geschorst : 1° tot er definitief uitspraak is gedaan over het verzoek tot opheffing van het beslag bedoeld in de artikelen 28sexies en 61quater, of geregeld bij bijzondere wetten, met betrekking tot de goederen bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;2° tot er definitief uitspraak is gedaan over de vordering tot het verrichten van een onderzoekshandeling overeenkomstig artikel 61quinquies met betrekking tot de goederen bedoeld in § 2, 2° tot 4°, en, in voorkomend geval, de onderzoekshandeling bedoeld in artikel 61quinquies met betrekking tot de goederen bedoeld in § 2, 2° tot 4°, is verricht;3° tot de procureur des Konings de opsporingshandelingen heeft laten verrichten die hij nuttig en noodzakelijk acht voor het opsporingsonderzoek en die ambtshalve of op verzoek van elke belanghebbende met betrekking tot de goederen bedoeld in § 2, 2° tot 4°, zijn bevolen. De procedure verloopt overeenkomstig de bepalingen van artikel 28sexies, § 4, tweede tot achtste lid. § 8. Als de procureur des Konings na de vernietiging van het goed seponeert of de strafprocedure definitief wordt beëindigd met een vrijspraak wegens ongegrondheid van de strafvordering, of met een buitenvervolgstelling wegens gebrek aan bezwaren, kan de rechtmatige eigenaar van de vernietigde zaak aanspraak maken op een schadevergoeding, in de mate dat het goed op rechtmatige wijze opnieuw in omloop had kunnen worden gebracht.
Het bedrag van de vergoeding stemt overeen met de waarde van het vernietigde goed op het tijdstip van de vernietiging.
De vordering tot schadeloosstelling wordt gericht tegen de Belgische Staat in de persoon van de minister van Justitie, in de vorm bepaald door het Gerechtelijk Wetboek.". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 47bis van het Wetboek van strafvordering Art. 5.In artikel 47bis van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de
wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten en gewijzigd bij de wet van 13 augustus 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in § 2, eerste lid, 3°, worden de woorden, "met uitzondering van de in artikel 138, 6°, 6° bis en 6° ter, bedoelde wanbedrijven" opgeheven; b) § 2, eerste lid, wordt aangevuld met een 4°, luidende : "4° hij niet van zijn vrijheid is benomen en hij op elk ogenblik kan gaan en staan waar hij wil." c) in § 2, vierde lid, worden de woorden "en 3° " vervangen door de woorden ", 3° en 4° ";d) in § 6 wordt het woord "enkel" opgeheven. HOOFDSTUK 4. - Wijziging van artikel 47quinquies van het Wetboek van strafvordering Art. 6.Artikel 47quinquies van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de
wet van 6 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten5, wordt aangevuld met een § 5, luidende : " § 5. Blijven vrij van straf de politieambtenaren van de directie van de speciale eenheden van de federale politie die, in het kader van hun opleiding en met het oog op het kunnen uitvoeren van de bijzondere opsporingsmethoden van de observatie en van de infiltratie, strikt noodzakelijke strafbare feiten plegen bedoeld in het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Deze strafbare feiten moeten noodzakelijkerwijze evenredig zijn met het nagestreefde doel van de opleiding, met gebruikmaking van de voorzichtigheid die verwacht mag worden van gespecialiseerde politiediensten, met steeds voorrang voor de verkeersveiligheid en waarbij in redelijkheid alle voorzorgen dienen in acht te worden genomen opdat geen lichamelijk letsel of materiële schade aan derden of zichzelf zou worden toegebracht.
Het plegen van deze strafbare feiten vereist het voorafgaand en schriftelijk akkoord van de federale procureur. Dit akkoord omvat de dagen en de plaatsen waar deze strafbare feiten, in voorkomend geval, kunnen worden gepleegd, alsmede het door de politiedienst gebruikte voertuig en de nummerplaat ervan.
Blijft vrij van straf, de magistraat die machtiging verleent aan een politieambtenaar bedoeld in het eerste lid tot het plegen van strafbare feiten in het kader van de in dit artikel bedoelde opleiding.". HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de artikelen 589, 590 en 597 van het Wetboek van strafvordering Art. 7.In artikel 589, tweede lid, 4°, van het Wetboek van strafvordering, worden de woorden "of een regel van afgeleid recht van de Europese Unie waardoor België is gebonden" ingevoegd na de woorden "internationale overeenkomsten". Art. 8.In artikel 590, 16°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "of een regel van afgeleid recht van de Europese Unie waardoor België is gebonden," ingevoegd na de woorden "internationale overeenkomsten". Art. 9.In artikel 597 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "of een regel van afgeleid recht van de Europese Unie waardoor België is gebonden" ingevoegd na de woorden "internationale overeenkomsten".
TITEL 4. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de artikelen 91, 92 en 109bis van het Gerechtelijk Wetboek Art. 10.In artikel 91 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 21 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten6, wordt tussen het negende en het tiende lid een lid ingevoegd, luidende : "Het hoger beroep tegen beslissingen van de politierechtbank over burgerlijke rechtsvorderingen die tezelfdertijd en voor dezelfde rechters worden vervolgd als de strafvordering, voor zover dit hoger beroep niet gelijktijdig met het hoger beroep op strafgebied wordt behandeld, wordt toegewezen aan een kamer met één rechter. Dit hoger beroep wordt toegewezen aan een kamer met drie rechters indien dit werd gevraagd door de beklaagde, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij of de burgerlijke partij bij de verklaring van hoger beroep, of, op straffe van verval, binnen vijftien dagen na de betekening of kennisgeving ervan, door een verklaring op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen of van de rechtbank die de zaak behandelt in hoger beroep. Deze mogelijkheid wordt vermeld in de dagvaarding.". Art. 11.In artikel 92, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 juni 2010, wordt het 3° vervangen als volgt : "3° het hoger beroep tegen vonnissen gewezen door de politierechtbank.
In het geval bedoeld in artikel 91, tiende lid, kan de voorzitter steeds ambtshalve het beroep toewijzen aan een kamer met drie rechters." Art. 12.In artikel 109bis, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1985 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met een 3° luidende : "3° het hoger beroep tegen beslissingen over burgerlijke rechtsvorderingen die tezelfdertijd en voor dezelfde rechters werden vervolgd als de strafvordering, voor zover dit hoger beroep niet gelijktijdig met het hoger beroep op strafgebied wordt behandeld."; 2° in het tweede lid worden de woorden "1°, 1° bis en 2° " ingevoegd tussen de woorden "Het in het eerste lid" en de woorden "genoemde hoger beroep";3° het vierde lid, opgeheven bij de wet van 3 augustus 1992, wordt hersteld als volgt : "Het in het eerste lid, 3°, genoemde hoger beroep wordt toegewezen aan een kamer met drie raadsheren in het hof indien dit werd gevraagd door de beklaagde, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij of de burgerlijke partij bij de verklaring van hoger beroep, of, op straffe van verval, binnen vijftien dagen na de betekening of kennisgeving ervan, door een verklaring op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen of van het hof dat de zaak behandelt in hoger beroep.Deze mogelijkheid wordt vermeld in de dagvaarding. De eerste voorzitter kan steeds ambtshalve dit beroep toewijzen aan een kamer met drie raadsheren.". HOOFDSTUK 2. - Wijziging van artikel 259octies van het Gerechtelijk Wetboek Art. 13.In artikel 259octies, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "het arrondissement" vervangen door de woorden "het rechtsgebied van het hof van beroep"; 2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin : "De procureur-generaal wijst de gerechtelijke stagiair aan binnen dit rechtsgebied."; 3° in het vierde lid worden de woorden "op de verst afgelegen" vervangen door de woorden "op de recentste". Art. 14.De kandidaten die geslaagd zijn voor het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage voor de inwerkingtreding van artikel 13 behouden het recht op voorrang waarbij voorrang wordt verleend aan de geslaagden waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum is afgesloten. HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 309bis van het Gerechtelijk Wetboek Art. 15.In artikel 309bis, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 10 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten6, wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vijf". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wetgeving betreffende de rechterlijke organisatie met het oog op versterking van de strijd tegen de fiscale fraude Art. 16.In artikel 79 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 18 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten0 en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten9, wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende : "Een of meer door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aangewezen onderzoeksrechters behandelen bij voorrang de zaken wegens een overtreding van de wetten en de verordeningen in fiscale aangelegenheden.". Art. 17.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 195bis ingevoegd, luidende : "Art. 195bis.De rechters bedoeld in de tabel "Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg", gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, houden zitting in strafzaken wegens een overtreding van de wetten en de verordeningen in fiscale aangelegenheden.
De bepalingen van artikel 190, § 2bis en § 2ter zijn op hen van toepassing.". Art. 18.In artikel 357, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011161
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
24/06/2016
numac
2016000390
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met het 8°, luidende : "8° een weddebijslag van 2.602,89 EUR aan de rechters bedoeld in de tabel "Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg", gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, die effectief het ambt uitoefenen. De cumulatie van deze weddenbijslag met de wedde en de weddenbijslagen bedoeld in artikel 360bis mag 62.905,54 EUR niet overschrijden."; 2° in het tweede lid worden de woorden "eerste lid, 4°, " vervangen door de woorden "eerste lid, 4° en 8° " en worden de woorden "en rechters" ingevoegd tussen het woord "substituten" en het woord "houder". Art. 19.De volgende tabel wordt gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 31 december 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/03/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999002040
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken
sluiten1 : Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg.
Zetel/Siège
Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg (begrepen in het aantal rechters) - Nombre de juges répressifs spécialisés en matière fiscale dans le tribunal de première instance (inclus dans le nombre des juges)
Brussel/Bruxelles Antwerpen/Anvers Gent/Gand Brugge/Bruges Luik/Liège Charleroi
3 1 1 1 1 1
Art. 20.De tabel met als opschrift "Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg", bij artikel 19 gevoegd bij de wet van 3 april 1953, wordt vervangen door wat volgt : Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg (begrepen in het aantal rechters).
Brussel - Nederlandstalig/Bruxelles - néerlandophone . . . . . 1
Brussel - Franstalig/Bruxelles-francophone . . . . . 2
Antwerpen/Anvers . . . . . 1
Oost-Vlaanderen/Flandre occidentale . . . . . 1
West-Vlaanderen/Flandre orientale . . . . . 1
Luik/Liège . . . . . 1
Henegouwen/Hainaut . . . . . 1
Art. 21.Artikel 20 treedt in werking op 1 april 2014. HOOFDSTUK 5. - Wijziging van artikel 721 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 22.In artikel 721, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de
wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten1, wordt het 7° vervangen als volgt : "7° het door de griffier eensluidend verklaarde afschrift van de beslissingen die in de zaak zijn gewezen;". HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het artikel 742, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek Art. 23.In artikel 742, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de
wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten1, wordt het woord "hiervan" vervangen door de woorden "van deze neerlegging". HOOFDSTUK 7. - Wijziging van artikel 783 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 24.Artikel 783 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de
wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten1, wordt vervangen als volgt : "Art. 783.De tekst van het vonnis wordt op het zittingsblad gesteld.
Het zittingsblad bevat de minuut van het vonnis en vermeldt bovendien : 1° de dag en het uur waarop de zitting geopend en gesloten is;2° de verrichte proceshandelingen;3° elke behandelde zaak, met opgave van het nummer van inschrijving op de algemene rol en van de namen van de partijen en van hun advocaten. De rechter die de zitting heeft voorgezeten, ziet het zittingsblad na en ondertekent het samen met de griffier.". HOOFDSTUK 8. - Wijziging van artikel 788 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 25.In artikel 788, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten1, wordt de zin "De procureur-generaal doet zich elke maand de processen-verbaal van de zittingen overleggen en gaat na of aan de voorgaande bepalingen voldaan is." vervangen als volgt : "De procureur-generaal kan zich, ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende, de zittingsbladen of de processen-verbaal van de zittingen laten overleggen om na te gaan of aan de voorgaande bepalingen voldaan is.". HOOFDSTUK 9. - Wijziging van artikel 789 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 26.Artikel 789 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten1, wordt vervangen als volgt : "Art. 789.In het Hof van Cassatie wordt op gelijke wijze gehandeld voor de arresten en de zittingsbladen van dat hof.". HOOFDSTUK 1 0. - Wijziging van artikel 1370 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 27.In artikel 1370 van het Gerechtelijk Wetboek wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : "De voorwaarde die onder 1° is gesteld, is niet van toepassing wanneer het om een wettelijke of conventionele erfdienstbaarheid van uitweg gaat en wanneer de ontzetting van bezit of de stoornis veroorzaakt is door geweld of feitelijkheden.". HOOFDSTUK 1 1. - Wijziging van artikel 1717 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 28.In artikel 1717, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de
wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/03/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999002040
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken
sluiten7, worden de woorden " § 2" vervangen door de woorden " § 3". HOOFDSTUK 1 2. - Wijziging van artikel 1727 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 29.Artikel 1727 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten3 en gewijzigd bij de wet van 15 juni 2005, wordt aangevuld met § 8, luidende : " § 8. Voor de toepassing van dit artikel wordt de kandidaat-notaris gelijkgesteld met een notaris.". HOOFDSTUK 1 3. - Wijziging van diverse artikelen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 30.In de artikelen 639, tweede lid, 674bis, § 6, eerste lid, 729, 734, eerste lid, 735, § 3, tweede lid, 766, eerste lid, 767, § 2, eerste en tweede lid, 769, vierde lid, 770, § 1, derde en vierde lid en 1289ter, tweede en derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten1, worden de woorden "proces-verbaal van de zitting" telkens vervangen door het woord "zittingsblad".
TITEL 5. - Wijzigingen van de
wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Strafwetboek Art. 31.In artikel 34bis van het Strafwetboek, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten0, wordt het woord "effectieve" opgeheven. Art. 32.In artikel 34ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten0, wordt het woord "effectieve" opgeheven. Art. 33.In artikel 34quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten0, wordt het woord "effectieve" opgeheven. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de
wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten Art. 34.In artikel 95/2 van de
wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt het woord "effectieve" opgeheven;2° in § 2, eerste lid, wordt het woord "effectieve" opgeheven;3° in § 2, tweede lid, worden de woorden "effectieve straf" vervangen door het woord "proeftermijn". Art. 35.In artikel 95/3, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten8, wordt het woord "effectieve" opgeheven. Art. 36.In artikel 95/4, van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten8, worden tussen het woord "teruggekeerd," en het woord "stelt", de woorden "of uiterlijk vier maanden voorafgaand aan het einde van de termijn van uitstel als bedoeld in artikel 8 van de
wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten2 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie" ingevoegd. Art. 37.In artikel 95/5, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten8, wordt het woord "effectieve" opgeheven. Art. 38.In artikel 95/8 van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten8, waarvan de bestaande tekst het eerste lid zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord "effectieve" opgeheven; 2° het artikel wordt aangevuld met de woorden "of, indien de hoofdstraf met uitstel uitgesproken werd, op het einde van de termijn van uitstel zoals bedoeld in artikel 8 van de
wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten2 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie."; 3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "Het vonnis tot vrijheidsbeneming is uitvoerbaar bij voorraad.".
TITEL 6. - Wijzigingen aan de
wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten1 betreffende de elektronische procesvoering Art. 39.In de
wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten1 betreffende de elektronische procesvoering wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen als volgt : "Hoofdstuk III. - Elektronische procesvoering in strafzaken". Art. 40.In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt voor afdeling 1, die afdeling 1/1 wordt, een nieuwe afdeling 1 ingevoegd, luidende "Algemene bepaling". Art. 41.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 40, wordt een artikel 28/1 ingevoegd, luidende : "Art. 28/1.§ 1. Behoudens wanneer de verplichting bestaat om een proceshandeling te stellen via elektronische weg, wordt een processtuk dat op regelmatige wijze elektronisch wordt aangemaakt, neergelegd, gereproduceerd, medegedeeld en bewaard, gelijkgesteld met een op papier gesteld processtuk. § 2. De artikelen van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het informatiesysteem Phenix. De Koning bepaalt de wijze waarop zij ten uitvoer worden gelegd.". Art. 42.In artikel 30 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "zal worden opgemaakt" aangevuld met de woorden ", bewaard of gereproduceerd";2° in het derde lid worden de woorden "deze stukken worden opgemaakt" aangevuld met de woorden ", bewaard of gereproduceerd". Art. 43.In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Het omzetten van op papieren dragers opgemaakte strafdossiers, processtukken en andere stukken naar een elektronisch dossier of naar een elektronische kopie wordt verricht door opname in het elektronische dossier of, naar gelang het geval, in de elektronische kopie via elektronische lezing en bevestiging van de conformiteit met het elektronisch gelezen document door de gekwalificeerde handtekening van de gerechtelijke overheid die tot de omzetting beslist of, naar gelang het geval, van de griffier of de parketsecretaris."; 2° in § 2 worden tussen de woorden "van het parket indien het" en het woord "strafdossier", het woord "elektronisch" ingevoegd;3° in § 4, eerste lid, worden de woorden "De omzetting van een op elektronische drager opgemaakt dossier" vervangen door de woorden "De omzetting van een elektronisch strafdossier" en worden de woorden "en van het volgnummer van het oorspronkelijk stuk" opgeheven. Art. 44.In artikel 35, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 46, § 3" vervangen door de woorden "artikel 46, §§ 2 en 3". Art. 45.In artikel 39 van dezelfde wet, vervangen bij de
wet van 31 december 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/03/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999002040
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken
sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "en 26 tot 38" vervangen door de woorden ", 26 tot 28 en 38"; 2° tussen het tweede en het derde lid, wordt een lid ingevoegd luidende : "De artikelen 28/1 tot 37 treden in werking op 1 maart 2014.".
TITEL 7. - Wijzigingen van de
wet van 31 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten4 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding Art. 46.Artikel 9 van de
wet van 31 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten4 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding wordt vervangen als volgt : "De organen van het Instituut zijn : de raad van bestuur, de directie, het wetenschappelijk comité en de commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage.". Art. 47.Artikel 11, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten8, wordt vervangen als volgt : " § 1. De raad van bestuur bestaat uit veertien leden, gelijk verdeeld tussen de Nederlandse en Franse taalstelsels.
Zijn van rechtswege lid van de raad van bestuur van het instituut : 1° de directeur van het instituut voor gerechtelijke opleiding;2° een afgevaardigde van de minister van Justitie;3° de voorzitters van de benoemings- en aanwijzingscommissies van de Hoge Raad voor de Justitie;4° de leidende ambtenaren van de onderwijsdepartementen van respectievelijk de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, waarbij deze laatste valt onder het Franse taalstelsel;5° de directeur-generaal van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid of indien deze laatste tot de Franse taalrol behoort, zijn vertegenwoordiger van de andere taalrol. Worden door de Koning benoemd op voordracht van de minister van Justitie : 1° twee zittende magistraten en twee magistraten van het openbaar ministerie, waarvan een zittende magistraat en een magistraat van het openbaar ministerie voorgedragen door de Hoge Raad voor de Justitie, waarvan een magistraat van de zetel voorgedragen door de eerste voorzitters van de hoven van beroep en een magistraat van het openbaar ministerie voorgedragen door het College van procureurs-generaal;2° twee personen onder degenen bedoeld in artikel 2, 4° tot 10°. De duur van de mandaten bedoeld in het derde lid bedraagt 5 jaar. Ze zijn éénmaal hernieuwbaar.". Art. 48.Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 12.De directie is belast met het dagelijks bestuur van het Instituut.
Ze is samengesteld uit een directeur van de gerechtelijke opleiding, bijgestaan door een adjunct-directeur.
De directeur is een magistraat.
De directeur en de adjunct-directeur zijn van een verschillende taalrol.
Bij langdurige verhindering van zowel de directeur als de adjunct-directeur kan de raad van bestuur aan de minister van Justitie voorstellen een directielid ad interim aan te duiden. In dat geval wordt het directielid ad interim aangewezen bij koninklijk besluit op voordracht van de minister van Justitie.
Ingeval één van de twee directieleden langdurig afwezig is, legt het overblijvende directielid alle belangrijke beslissingen bedoeld in artikel 13, eerste lid, 3° en 4°, voor akkoord voor aan de regeringscommissarissen.". Art. 49.In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "drie vierde" vervangen door de woorden "de helft", en wordt de zin "Naargelang van de behoeften kan de raad van bestuur, op gemotiveerd voorstel van de directeur, beslissen de verhouding aan te passen, zonder dat die lager mag zijn dan twee derde, wanneer het opleidingen betreft voor de personen opgesomd in artikel 2, 1° tot 6°, en dan de helft wanneer het opleidingen betreft voor de personen opgesomd in artikel 2, 7° tot 10°." opgeheven; 2° in het derde lid worden de woorden "drie vierde" vervangen door de woorden "de helft" en wordt de zin "Naargelang van de behoeften kan de raad van bestuur, op gemotiveerd voorstel van de directeur, beslissen de verhouding aan te passen, zonder dat deze lager mag zijn dan twee derde." opgeheven. Art. 50.In artikel 14 van dezelfde wet, wordt het woord "tweemaandelijks" vervangen door de woorden "per kwartaal". Art. 51.Artikel 18 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 52.Artikel 19 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 53.In artikel 22 van dezelfde wet, worden de woorden "de adjunct-directeurs" vervangen door de woorden "de adjunct-directeur". Art. 54.Artikel 26, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "In het kader van deze opdracht brengt het wetenschappelijk comité verslag en advies uit aan de directie en aan de raad van bestuur.". Art. 55.Artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 24 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten8, wordt vervangen als volgt : "Het wetenschappelijk comité bestaat uit twintig leden, gelijk verdeeld tussen de Nederlandse en Franse taalrol.
Het voorzitterschap wordt waargenomen door de directeur van de gerechtelijke opleiding die van rechtswege lid is.
Met uitzondering van de directeur van de gerechtelijke opleiding die van rechtswege lid is, worden als leden benoemd door de minister van Justitie voor een hernieuwbare termijn van vier jaar : 1° vier zittende magistraten waarvan twee voorgedragen door de Verenigde Benoemings- en Aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie en twee door de eerste voorzitters van de hoven van beroep;2° vier magistraten van het openbaar ministerie waarvan twee voorgedragen door de Verenigde Benoemings- en Aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie en twee door het College van procureurs-generaal;3° vier personen onder diegenen bedoeld in artikel 2, 4° tot 10° ;4° twee advocaten respectievelijk voorgedragen de ene door de Orde van de Vlaamse balies en de andere door de Ordre des barreaux francophones et germanophone;5° vier leden van de academische gemeenschap, waaronder twee voorgedragen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad en twee door de Conseil Interuniversitaire de la Communauté française de Belgique;6° een lid van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid, van de andere taalrol dan de directeur. Het wetenschappelijk comité komt minstens vier maal per jaar samen.
De Koning bepaalt welk presentiegeld aan de leden van het wetenschappelijk comité, met uitzondering van de directeur, kan worden toegekend alsook de vergoedingen die hen kunnen worden toegekend als terugbetaling van hun reis- en verblijfskosten.
Het presentiegeld en de vergoedingen zijn ten laste van het Instituut.". Art. 56.In artikel 39 van dezelfde wet wordt het tweede lid opgeheven.
TITEL 8. - Omzetting van het kaderbesluit 2008/675/JBZ van de Raad van 24 juli 2008 betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen in andere lidstaten van de Europese Unie HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Strafwetboek Art. 57.In artikel 34ter van het Strafwetboek, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het 1° worden de woorden "toepassing maken van het artikel 54" vervangen door de woorden "toepassing maken van de artikelen 54 en 57bis";2° in het 2° worden de woorden "toepassing makend van het artikel 57" vervangen door de woorden "toepassing makend van de artikelen 57 en 57bis". Art. 58.In artikel 34quater, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten0, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis," ingevoegd tussen de woorden "vijf jaar gevangenis" en de woorden "te zijn veroordeeld". Art. 59.Artikel 34quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten0, wordt aangevuld met een lid, luidende : "Indien de misdrijven die als grondslag voor de herhaling gelden vastgesteld zijn in een veroordeling uitgesproken in een andere lidstaat van de Europese Unie, wordt in alle gevallen een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing bij het dossier der vervolging gevoegd.". Art. 60.In het eerste boek, hoofdstuk V, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 57bis ingevoegd, luidende : "Art. 57bis.De bepalingen betreffende de herhaling, bepaald in de artikelen 54 tot 56, worden toegepast in geval van een vroegere veroordeling die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis.". Art. 61.In het eerste boek van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk XI ingevoegd, luidende "Wijze waarop rekening wordt gehouden met de in andere staten door strafgerechten uitgesproken veroordelingen". Art. 62.In hoofdstuk XI, ingevoegd bij artikel 61, wordt een artikel 99bis ingevoegd, luidende : "Art. 99bis.De veroordelingen uitgesproken door de strafgerechten van een andere lidstaat van de Europese Unie worden in aanmerking genomen onder dezelfde voorwaarden als de veroordelingen uitgesproken door de Belgische strafgerechten en hebben dezelfde rechtsgevolgen als deze veroordelingen.
De in het eerste lid vermelde regel is niet van toepassing op het geval bedoeld in artikel 65, tweede lid.". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering Art. 63.In artikel 626 van het Wetboek van strafvordering, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57" vervangen door de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57bis";2° in het tweede lid worden de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57" vervangen door de woorden "overeenkomstig de artikelen 54 tot 57bis"; HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de
wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten2 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie Art. 64.In artikel 3, eerste lid, van de
wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten2 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 22 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/03/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999002040
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken
sluiten, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek" ingevoegd tussen de woorden "hoofdgevangenisstraf van meer dan zes maanden" en de woorden ", indien het feit". Art. 65.In artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 17 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten1, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek" ingevoegd tussen de woorden "hoofdgevangenisstraf van meer dan twaalf maanden" en de woorden ", kunnen de vonnisgerechten". Art. 66.In artikel 13, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de
wet van 22 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/03/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999002040
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken
sluiten, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek" ingevoegd tussen de woorden "ten minste een maand" en de woorden "tot gevolg heeft gehad". Art. 67.In artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 22 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/03/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999002040
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Wet houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek," ingevoegd tussen de woorden "meer dan zes maanden" en de woorden "zonder uitstel ten gevolge heeft gehad";2° in § 1bis, eerste lid, worden de woorden "of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek," ingevoegd tussen de woorden "ten hoogste zes maanden" en de woorden "ten gevolge heeft gehad". Art. 68.In artikel 18bis van dezelfde wet, eerste streepje, ingevoegd bij de
wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten en gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, worden de woorden "vierduizend euro in plaats van twee maanden" vervangen door de woorden "twaalfduizend euro in plaats van zes maanden". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de
wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten Art. 69.In artikel 64 van de
wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten9 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, wordt het 1° vervangen als volgt : "1° wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de proeftermijn een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, heeft gepleegd.". Art. 70.In artikel 76, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/03/1998
pub.
02/04/1998
numac
1998009267
bron
ministerie van justitie
Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek
sluiten3, wordt het 1° vervangen als volgt : "1° wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de in artikel 80 bedoelde termijn, een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, heeft gepleegd;". Art. 71.In artikel 95/27, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 26 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
22/12/1998
numac
1998009936
bron
ministerie van justitie
Wet betreffende de juridische bijstand
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
20/02/1999
numac
1999009088
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek
sluiten0, wordt het 1° vervangen als volgt : "1° wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de ter beschikking gestelde veroordeelde tijdens de in artikel 95/28 bedoelde termijn, een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis van het Strafwetboek, heeft gepleegd;". HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepaling Art. 72.Artikelen 69 en 71 zijn niet van toepassing op voorwaardelijke invrijheidstellingen en op invrijheidstellingen onder toezicht toegekend vóór de inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
TITEL 9. - Omzetting van het besluit 2009/426/JBZ van de Raad van 16 december 2008 inzake het versterken van Eurojust en tot wijziging van Besluit 2002/187/JBZ betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de
wet van 21 juni 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten0 tot omzetting van het besluit van de raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken Art. 73.In artikel 7 van de
wet van 21 juni 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten0 tot omzetting van het besluit van de raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in § 1 wordt het woord "2002/187/JBZ" ingevoegd tussen het woord "Raad" en de woorden "van 28 februari 2002";b) in § 1 worden de woorden "zoals gewijzigd bij het besluit van de Raad 2009/426/JBZ van 16 december 2008," ingevoegd tussen de woorden "van 28 februari 2002," en de woorden "vastgestelde doelstellingen";c) in § 1, 4°, van de Franse tekst wordt het woord "pertinents" vervangen door het woord "applicables";d) in het artikel worden de §§ 1/1 en 1/2 ingevoegd, luidende : " § 1/1.Eurojust enkel handelend door toedoen van het Belgische lid bij Eurojust, kan in het kader van de in de artikelen 3 en 4 van het besluit van de Raad 2002/187/JBZ van 28 februari 2002, zoals gewijzigd bij het besluit van de Raad 2009/426/JBZ van 16 december 2008, vastgestelde doelstellingen en bevoegdheden, aan de federale procureur een verzoek richten dat ertoe strekt : 1° bijzondere opsporingsmethoden toe te passen;2° alle andere voor de opsporing of de vervolging gerechtvaardigde maatregelen te treffen. § 1/2. Eurojust kan in het kader van de in de artikelen 3 en 4 van het besluit van de Raad 2002/187/JBZ van 28 februari 2002, zoals gewijzigd bij het besluit van de Raad 2009/426/JBZ van 16 december 2008, vastgestelde doelstellingen en bevoegdheden, handelend als college, aan de federale procureur een niet-bindend advies richten wanneer : 1° het Belgische lid bij Eurojust en ten minste een ander nationaal lid het niet eens kunnen worden over de oplossing van een jurisdictiegeschil met betrekking tot het instellen van een onderzoek of vervolging; 2° de federale procureur het advies van Eurojust vraagt wegens herhaalde moeilijkheden of weigeringen van een andere lidstaat om verzoeken en beslissingen inzake justitiële samenwerking uit te voeren, voor zover deze moeilijkheden niet kunnen worden opgelost door onderlinge afspraak tussen de bevoegde nationale autoriteiten of door het optreden van de betrokken nationale leden."; e) in § 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Ingeval de federale procureur een in §§ 1 tot 1/2 bedoeld verzoek of advies van Eurojust ontvangt, doet hij dit verzoek of advies ofwel toekomen aan de procureur des Konings indien de zaak bij hem reeds aanhangig is gemaakt of, in de gevallen bedoeld in de artikelen 479 en volgende van het Wetboek van strafvordering, aan de reeds geadieerde procureur-generaal, ofwel behandelt hij het verzoek of het advies zelf indien het reeds bij hem aanhangig is gemaakt."; f) in § 2, tweede lid, worden de woorden "of het advies" ingevoegd tussen de woorden "het verzoek" en het woord "behandelt". Art. 74.In artikel 8 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de §§ 1 tot 3 worden vervangen als volgt : " § 1.Ingeval Eurojust een in artikel 7 bedoeld verzoek of advies formuleert, stelt het Belgische lid bij Eurojust, de procureur-generaal die bevoegd is voor de internationale betrekkingen daarvan zo snel mogelijk in kennis. § 2. De beslissing om geen gevolg te geven aan het in artikel 7 bedoelde verzoek of advies van Eurojust wordt met redenen omkleed en zo snel mogelijk aan het Belgische lid bij Eurojust ter kennis gebracht door de procureur des Konings, de procureur-generaal of de federale procureur die het verzoek of het advies behandelt. § 3. De federale procureur stelt de minister van Justitie in kennis van elke weigering om gevolg te geven aan een verzoek of advies van Eurojust als bedoeld in artikel 7, §§ 1 en 1/2. § 3/1. Ingeval het verzoek uitgaat van Eurojust handelend als college, kan de tenuitvoerlegging ervan enkel worden geweigerd als zij wezenlijke nationale belangen kan schaden of het goede verloop van lopende onderzoeken of de veiligheid van een persoon kan aan …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.