← België

Decreet betreffende de radio-omroep

Kort samengevat

Dit decreet regelt de radio-omroepactiviteiten in de Franse Gemeenschap en zet diverse Europese richtlijnen om die betrekking hebben op elektronische communicatienetwerken en -diensten. Het stelt definities vast voor verschillende aspecten van radio-omroep, van programma-aankoop tot reclametypes.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
27 FEBRUARI 2003. - Decreet betreffende de radio-omroep (1) De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepalingen Dit decreet heeft inzonderheid tot doel de volgende Europese richtlijnen om te zetten : - Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten, « televisie zonder grenzen » genoemd, zoals gewijzigd bij de richtlijn 97/36/EG; - Richtlijn 95/47/EG inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen; - Richtlijn 98/84/EG betreffende de rechtsbescherming van diensten gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang; - Richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (Toegangsrichtlijn); - Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Machtigingsrichtlijn); - Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn); - Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Universele dienstrichtlijn). HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit decreet dient te worden verstaan onder : 1° Aankoop van een programma : elke verwerving, door een dienstenuitgever of voor hem, van een recht op uitzending van een programma dat wordt geproduceerd door ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die er de gedelegeerde productie van heeft verricht, met uitsluiting van een programma voor reclamecommunicatie;2° Gecumuleerde kijk- en luisterdichtheid : het aantal verschillende televisiekijkers en/of radioluisteraars in de doelgroep 4 jaar en meer, opgeteld gedurende een bepaalde duur of bepaalde zenduren;3° Zelfpromotie : elke boodschap die wordt uitgezonden op initiatief van een dienstenuitgever en die tot doel heeft zijn eigen diensten, programma's of bijbehorende producties die rechtstreeks van zijn eigen programma's worden afgeleid, te bevorderen;4° Centrum voor de film en de audiovisuele sector : het Centrum voor de film en de audiovisuele sector, zoals geregeld bij hoofdstuk 1 van het decreet van 22 december 1994 houdende verschillende maatregelen in verband met de audiovisuele sector en het onderwijs;5° College voor vergunning en controle : het College voor vergunning en controle van de Hoge Raad;6° Bestelling van een programma : het bestellen, door een dienstenuitgever, van een programma, met uitsluiting van een programma voor reclamecommunicatie, geproduceerd of gecoproduceerd door ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die er de gedelegeerde productie van verricht;7° Reclamecommunicatie : reclame, sponsoring, telewinkelen en zelfpromotie;8° Raad voor Media-opvoeding : de Raad voor Media-opvoeding, zoals geregeld bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 19 mei 1995 houdende oprichting van een Raad voor Media-opvoeding en erkenning van documentatiecentra voor Media-opvoeding;9° Coproductie van een audiovisueel werk : de productie van een audiovisueel werk door een dienstenuitgever en ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die er de gedelegeerde productie van verricht;10° Hoge Raad : de Hoge Raad, zoals geregeld bij titel VII van dit decreet, hierna genoemd « de Hoge Raad »;11° Illegale uitrusting : elke uitrusting en/of materieel bestanddeel of programmatuur, die ontworpen, geproduceerd, aangepast of verwezenlijkt worden om toegang te verschaffen tot een beschermde dienst en/of die een beschermde dienst toegankelijk maken in een begrijpelijke vorm zonder de toestemming van de dienstenverstrekker;12° Dienstenverdeler : elke rechtspersoon die op ongeacht welke wijze, inzonderheid door middel van terrestrische radiogolven, per satelliet of door middel van een teledistributienetwerk, één of meer radio-omroepdiensten ter beschikking van het publiek stelt.Het dienstenaanbod kan diensten omvatten die door de persoon zelf worden uitgegeven en diensten die worden uitgegeven door derden waarmee hij contractuele verhoudingen aanknoopt. Als dienstenverdeler wordt eveneens beschouwd, iedere rechtspersoon die een dienstenaanbod levert door contractuele verhoudingen met andere verdelers aan te knopen; 13° Dienstenuitgever : de rechtspersoon die de editoriale verantwoordelijkheid van één of meer radio-omroepdiensten op zich neemt om die uit te zenden of te doen uitzenden;14° Scrambelen : de reeks bewerkingen waardoor de audiosignalen en de videosignalen van een radio-omroepdienst onverstaanbaar worden gemaakt voor iedere persoon die niet beschikt over de vereiste toegangsbewijzen;15° Steunfonds voor creatie op radio : Begrotingsfonds bestemd voor de steunverlening aan de projecten inzake programma's voor creatie op radio en aan de ontvangstvoorzieningen voor de creatie op radio die door de Regering worden erkend;16° Heruitzendingsfrequentie : de radiofrequentie die zich binnen de dienstzone van een zendtoestel bevindt en die de dienstzone van dat zendtoestel moet verbeteren;17° Regering : de Regering van de Franse Gemeenschap;18° Antennehoogte : de hoogte van de antenne boven de grond;19° Audiovisueel werk : fictiewerk voor de bioscoop of de televisie - televisiefilm, serie, animatie - of documentair werk;20° Europees werk : a) het werk dat afkomstig is uit lidstaten van de Europese Unie dat voornamelijk met behulp van in één of meer lidstaten gevestigde auteurs en medewerkers zijn vervaardigd en dat voldoet aan één van de volgende drie voorwaarden : - het wordt vervaardigd door één of meer producenten die in één of meer van deze Staten gevestigd zijn, - de productie van dat werk wordt gesuperviseerd en daadwerkelijk gecontroleerd door één of meer producenten die in één of meer van deze Staten gevestigd zijn, - de bijdrage van de coproducenten van die Staten in de totale kosten van de coproductie bedraagt meer dan de helft, en de coproductie wordt niet door één of meer buiten deze Staten gevestigde producenten gecontroleerd;b) het werk dat afkomstig is uit Europese derde Staten die partij zijn bij het Europees Verdrag inzake grensoverschrijdende televisie van de Raad van Europa en dat voldoet aan één van de drie volgende voorwaarden : - het wordt vervaardigd door één of meer producenten die in één of meer van deze Staten gevestigd zijn; - de productie van dat werk wordt gesuperviseerd en daadwerkelijk gecontroleerd door één of meer producenten die in één of meer van deze Staten gevestigd zijn; - de bijdrage van de coproducenten van die Staten in de totale kosten van de coproductie bedraagt meer dan de helft, en de coproductie wordt niet door één of meer buiten deze Staten gevestigde producenten gecontroleerd. Het werk dat afkomstig is uit Europese derde Staten die partij zijn bij het Europees Verdrag inzake grensoverschrijdende televisie van de Raad van Europa is echter alleen een Europees werk als de werken die afkomstig zijn uit de lidstaten van de Unie niet onderworpen zijn aan discriminerende maatregelen in de Europese derde Staten; c) het werk dat afkomstig is uit andere Europese derde Staten dat ofwel uitsluitend ofwel in coproductie met in één of meer lidstaten gevestigde producenten zijn vervaardigd door producenten die gevestigd zijn in één of meer Europese derde Staten waarmee de Europese Unie akkoorden heeft gesloten die betrekking hebben op de audiovisuele sector, indien dat werk voornamelijk is vervaardigd met behulp van auteurs of medewerkers die woonachtig zijn in één of meer Europese Staten, op voorwaarde dat dit werk niet onderworpen is aan discriminerende maatregelen in de betrokken Staten;d) het werk dat een productie is in het kader van bilaterale coproductie-akkoorden die tussen lidstaten en derde landen werden gesloten, op voorwaarde dat de coproducenten van de Europese Unie voor meer dan de helft bijdragen in de totale productiekosten en dat de productie niet door één of meer buiten deze Staten gevestigde producenten wordt gecontroleerd;e) het werk dat niet Europees is in de zin van de paragrafen a tot d maar dat voornamelijk met behulp van in één of meer lidstaten gevestigde auteurs en medewerkers zijn vervaardigd, wordt als een Europees werk beschouwd naar rata van het aandeel van coproducenten uit de Europese Unie in de totale productiekosten;21° Basisaanbod : de radio-omroepdiensten die en bloc worden aangeboden aan de abonnee tegen een uniek abonnementsprijs;22° Netwerkexploitant : iedere rechtspersoon die de technische bewerkingen van een radio-omroepnetwerk verricht die noodzakelijk zijn voor de transmissie en de uitzending van radio-omroepdiensten bij het publiek;23° Sponsoring : elke bijdrage van een instelling of een (overheids- of privé-)bedrijf, die/dat zich niet bezighoudt met radio-omroepactiviteiten of met de vervaardiging van audiovisuele producties, in de financiering van programma's, met het doel haar/zijn naam, handelsmerk, imago, activiteiten of realisaties meer bekendheid te geven;24° Vooraankoop van een audiovisueel werk : elke verwerving, door een dienstenuitgever, van een recht op uitzending van een audiovisueel werk dat te vervaardigen of te coproduceren is door ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die voor de gedelegeerde productie ervan zorgt;25° Externe prestatie : elke prestatie die, op aanvraag van een dienstenuitgever, wordt verricht bij de vervaardiging van het geheel of een deel van een programma van die uitgever, door een natuurlijke of rechtspersoon gevestigd in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, met uitzondering van de programma's voor reclamecommunicatie;26° Onafhankelijke producenten van de Franse Gemeenschap : de producent, die in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad gevestigd is en : - die een rechtspersoonlijkheid bezit die verschillend is van die van een dienstenuitgever, - die rechtstreeks of onrechtstreeks niet meer dan 15 % van het kapitaal van een dienstenuitgever bezit, - die, gedurende een periode van drie jaar, niet meer dan 90 % van zijn omzetcijfer boekt uit de verkoop van producties aan éénzelfde dienstenuitgever van de Franse Gemeenschap, - waarvan meer dan 15 % van het kapitaal niet rechtstreeks of onrechtstreeks in het bezit is van een dienstenuitgever; - waarvan meer dan 15 % van het kapitaal niet in het bezit is van een maatschappij die rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 15 % van het kapitaal van een dienstenuitgever bezit; 27° Eigen productie : het programma dat wordt ontworpen door het personeel van een dienstenuitgever, door hem en onder zijn controle wordt samengesteld en vervaardigd;28° Programma voor telewinkelen : rechtstreekse aanbiedingen aan het publiek die worden uitgezonden met het oog op de levering tegen betaling van goederen of diensten, met inbegrip van onroerende goederen, of van rechten en verplichtingen.29° Reclame : de door een instelling of een overheidsbedrijf of particuliere onderneming tegen vergoeding of soortgelijke betaling uitgezonden boodschap - in welke vorm ook - in verband met de uitoefening van enige commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit of van een vrij beroep met het oog op de bevordering van de levering van goederen of diensten tegen betaling, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen; 30° Sluikreclame : het vermelden of vertonen van goederen, diensten, naam, handelsmerk of activiteiten van een producent van goederen of een dienstverlener in programma's, indien dit door de dienstenuitgever wordt gedaan met de bedoeling reclame te maken en het publiek kan worden misleid omtrent de aard van deze vermelding c.q. vertoning. Deze bedoeling wordt met name geacht aanwezig te zijn indien tegenover de vermelding c.q. vertoning een geldelijke of andere vergoeding staat; 31° Effectief uitgestraald vermogen : het product van de vermenigvuldiging van het aan het uiteinde van de antenne geleverd vermogen met de winst van de antenne ten opzichte van een halvegolfdipool in een gegeven richting;32° Netwerkradio : private dienst voor klankradio-omroep die beschikt over een radiofrequentienetwerk;33° Onafhankelijke radio : de private dienst voor klankradio-omroep die over een enkele radiofrequentie beschikt;34° Frequentienetwerk : de samenvoeging van radiofrequenties die globaal aan één netwerk worden toegewezen;35° Radio-omroepnetwerk : de transmissiesystemen en, in voorkomend geval, de uitrustingen voor omschakeling en routering en de andere middelen, die het overbrengen mogelijk maken van signalen die drager zijn van radio-omroepdiensten via de kabel, radiogolven, optische middelen of andere elektromagnetische middelen.36° Teledistributienetwerk : radio-omroepnetwerk dat door éénzelfde netwerkexploitant wordt georganiseerd met het oog op het overbrengen aan het publiek, door middel van een coaxiale kabel, van signalen die drager zijn van radio-omroepdiensten;37° RTBF : de « Radio-Télévision belge de la Communauté française de Belgique »;38° Dienst voor telewinkelen : een dienst voor televisie-omroep die uitsluitend uit programma's voor telewinkelen bestaat;39° Beschermde dienst : elke dienst die tegen betaling en op basis van voorwaardelijke toegang wordt verricht;40° Afzonderlijke spot : reclamespot of spot voor telewinkelen die niet wordt voorafgegaan of gevolgd door een andere reclamespot of spot voor telewinkelen;41° Systeem voor voorwaardelijke toegang : het geheel van de hardware- en software-middelen die worden gebruikt door één of verschillende systemen voor beheer van de abonnementen, om de toegang tot het geheel of een deel van één of meer omroepdiensten te beperken tot alleen het publiek dat over de vereiste toegangsbewijzen beschikt;42° Lokale televisiezenders : de lokale uitgevers van openbare dienst voor televisie-omroep bedoeld in titel IV van dit decreet;43° Controleoverdracht : procédé waarmee het mogelijk is van systeem voor voorwaardelijke toegang te veranderen, zonder te raken aan het gescrambelde signaal van een radio-omroepdienst;44° Dienstzone : de zone waarbinnen de gemiddelde waarde van de veldsterkte van een zendtoestel, bepaald overeenkomstig de aanbevelingen van het Internationaal Consultatief Comité voor radioverbindingen, hoger ligt dan de waarde van de bruikbare veldsterkte van dat zendtoestel. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied Art. 2.§ 1. Onverminderd de bijzondere bepalingen die op de RTBF toepasselijk zijn, is dit decreet toepasselijk op elke radio-omroepactiviteit. § 2. Elke dienstenuitgever, elke dienstenverdeler en elke netwerkexploitant die onder de Franse Gemeenschap ressorteert, valt onder de toepassing van dit decreet. § 3. Onder de Franse Gemeenschap ressorteert, iedere dienstenuitgever : 1° die gevestigd is in het Frans taalgebied;2° die gevestigd is in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en waarvan de activiteiten uitsluitend tot de Franse Gemeenschap moeten behoren. § 4. Geacht wordt als gevestigd in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, de dienstenuitgever : a) die zijn werkelijke maatschappelijke zetel in het Frans taalgebied heeft of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, waar de beslissingen inzake programmatie worden genomen;b) waarvan een belangrijk deel van de personeelsleden die belast zijn met de radio-omroepactiviteiten in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad werkt : - wanneer zijn werkelijke maatschappelijke zetel gelegen is in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en wanneer de plaats waar de beslissingen van de directie betreffende de programmatie gelegen is in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; - of wanneer de plaats waar de beslissingen van de directie betreffende de programmatie gelegen is in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en wanneer zijn werkelijke maatschappelijke zetel gelegen is in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; c) waarvan zijn werkelijke maatschappelijke zetel in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad gelegen is, wanneer de plaats waar de beslissingen van de directie betreffende de programmatie worden genomen, gelegen is in een lidstaat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en wanneer een belangrijk deel van de personeelsleden die belast zijn met de radio-omroepactiviteiten, enerzijds, in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad werkt, en, anderzijds, in een lidstaat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;d) die begonnen is met het wettelijk uitzenden in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, wanneer punt b) niet van toepassing is als een belangrijk deel van zijn personeel niet werkt in het Frans taalgebied, in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad of in een Staat bedoeld in b) en op voorwaarde dat hij een stabiel en werkelijk economisch verband onderhoudt met de Franse Gemeenschap;e) waarvan een belangrijk deel van de personeelsleden die belast zijn met de radio-omroepactiviteiten werkt in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad : - wanneer zijn werkelijke maatschappelijke zetel gelegen is in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en wanneer de plaats waar de beslissingen van de directie betreffende de programmatie worden genomen, gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Unie of geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; - wanneer de plaats waar de beslissingen van de directie betreffende de programmatie worden genomen, gelegen is in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en wanneer zijn werkelijke maatschappelijke zetel gelegen is in een Staat die geen lid is van de Europese Unie of die geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. § 5. Onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap valt, de dienstenuitgever die niet gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie of die geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en die één of meer radio-omroepdiensten verdeelt of laat verdelen door middel van een radiofrequentie, een satellietcapaciteit, een verbinding naar een satelliet toe of een capaciteit van een radio-omroepnetwerk dat onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap valt. § 6. Onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap valt, de uitgever die niet bedoeld is bij de §§ 4 en 5 en die geacht wordt gevestigd te zijn in het Frans taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad in de zin van de artikelen 52 en volgende van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. § 7. Onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap valt, de dienstenuitgever die gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte ten aanzien waarvan door het College voor vergunning en controle, na raadpleging van de Commissie van de Europese Unie, werd vastgesteld dat zijn activiteiten volledig of voornamelijk gericht zijn naar het publiek van de Franse Gemeenschap toe en dat hij zich in één van die Staten ging vestigen om zich te onttrekken aan de regels die op hem toepasselijk zouden zijn indien hij onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap zou vallen. § 8. Onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap valt, iedere dienstenverdeler die één of verschillende radio-omroepdiensten ter beschikking van het publiek stelt door middel van : 1° ofwel een radio-omroepnetwerk met terrestrische middelen dat één of verschillende radiofrequenties van de Franse Gemeenschap gebruikt;2° ofwel een teledistributienetwerk dat gelegen is in het Frans taalgebied;3° ofwel een teledistributienetwerk dat gelegen is in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en waarvan de activiteit uitsluitend op de Franse Gemeenschap betrekking heeft;4° ofwel één of verschillende radiofrequenties van de satelliet naar de Aarde toe van de Franse Gemeenschap;5° ofwel één of verschillende radiofrequenties van de satelliet naar de Aarde toe met het doel die dienst(en) ter beschikking van het publiek van het Frans taalgebied te stellen, en die overigens over een exploitatiezetel in België beschikt;6° ofwel één of verschillende radiofrequenties van de satelliet naar de Aarde toe met het doel die dienst(en) ter beschikking van het publiek van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad te stellen, en die overigens beschikt over een exploitatiezetel in België en waarvan de activiteit uitsluitend op de Franse Gemeenschap betrekking heeft;7° ofwel elk ander transmissiesysteem met het doel die dienst(en) ter beschikking van het Frans taalgebied te stellen, en die overigens over een exploitatiezetel in België beschikt;8° ofwel elk ander transmissiesysteem met het doel die dienst(en) ter beschikking van het publiek van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad te stellen, en die overigens over een exploitatiezetel in België beschikt en waarvan de activiteit uitsluitend op de Franse Gemeenschap betrekking heeft. § 9. Onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap valt, elke netwerkexploitant die belast is met de technische bewerkingen : 1° van een radio-omroepnetwerk met terrestrische middelen dat één of verschillende radiofrequenties van de Franse Gemeenschap gebruikt;2° van een teledistributienetwerk dat gelegen is in het Frans taalgebied;3° één of meer satellietradiofrequenties van de Franse Gemeenschap. HOOFDSTUK III. - Recht van het publiek op informatie Afdeling I. - De waarborgen voor de toegang van het publiek tot informatie over publieke evenementen Art. 3.§ 1. In de bij dit artikel vastgestelde voorwaarden, kan het recht van het publiek op informatie niet worden belemmerd door de uitoefening van een exclusiviteitsrecht, verkregen door de RTBF of elke dienstenuitgever die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap valt, op publieke evenementen. Onder publiek evenement dient te worden verstaan, een - al dan niet georganiseerd - evenement waartoe de toegang werd verleend aan een dienstenuitgever door de organisator van dat evenement of door iedere persoon die een controle uitoefent op de toegang tot dat evenement. § 2. Met het doel het recht van het publiek op de informatie betreffende de publieke evenementen te waarborgen, hebben de RTBF en iedere dienstenuitgever die krachtens dit decreet de vergunning hebben verkregen het recht, mits een billijke, evenredige en niet-discriminerende compensatie, opnamen te verrichten van de programma's van de dienstenuitgevers die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap vallen, met het uitsluitend doel er korte uittreksels van in een nieuwsjournaal of in elk ander regelmatig geprogrammeerd actualiteitenprogramma in te voegen. Dat recht kan worden uitgebreid tot de dienstenuitgevers die tot de bevoegdheid van de andere Gemeenschappen en de andere Staten van de Europese Unie behoren, volgens het reciprociteitsbeginsel. § 3. Niemand kan aanspraak maken op het recht op opname en gebruik van de in § 2 bedoelde uittreksels, terwijl hij toegang tot de publieke evenementen had teneinde de opname te verrichten of te doen verrichten van de bestanddelen van de programma's die noodzakelijk zijn om over die evenementen te berichten. § 4. Onverminderd akkoorden die tussen de dienstenuitgevers gesloten zijn, stelt de Regering de nadere regels vast voor de toepassing van dit artikel. Zij bepaalt inzonderheid de maximumduur van de toegelaten opname, de termijn binnen welke het uittreksel kan worden gebruikt en de voorwaarden voor het opnieuw gebruiken van de programma's die een uittreksel bevatten dat werd verkregen uit de opname van een programma van een derdedienstenuitgever. Afdeling II. - Recht van het publiek op toegang, in de televisie-omroep, tot evenementen van het hoogste belang Art. 4.§ 1. Na het advies van de Hoge Raad te hebben ingewonnen, kan de Regering de lijst vaststellen van de evenementen die zij van het hoogste belang acht voor het publiek van de Franse Gemeenschap. Voor die evenementen kan geen exclusiviteitsrecht worden verleend aan een uitgever van televisie-omroepdiensten of aan de RTBF, zodat een belangrijk deel van het publiek van die Gemeenschap geen toegang tot die evenementen zou hebben via een televisie-omroepdienst met vrije toegang. De Regering bepaalt of die evenementen rechtstreeks of onrechtstreeks, volledig of gedeeltelijk, dienen te worden uitgezonden. § 2. Een evenement wordt geacht als van het hoogste belang voor het publiek van de Franse Gemeenschap als het beantwoordt aan ten minste twee criteria die hierna vermeld zijn : 1° het evenement wekt een grote belangstelling bij het publiek van de Franse Gemeenschap in het algemeen en niet alleen bij het publiek dat een dergelijk evenement gewoonlijk volgt;2° het evenement is van cultureel belang, zoals dit globaal wordt erkend door het publiek van de Franse Gemeenschap, en werkt als een katalysator van zijn culturele identiteit;3° een belangrijke persoon of een nationale ploeg neemt deel aan het betrokken evenement in het kader van een zeer belangrijke internationale competitie of manifestatie;4° het evenement wordt traditioneel uitgezonden in een programma van een televisie-omroepdienst met vrije toegang in de Franse Gemeenschap en wekt de belangstelling van een breed publiek. Na het advies van de Hoge Raad te hebben ingewonnen, stelt de Regering de nadere regels vast volgens welke de hierboven vermelde evenementen toegankelijk moeten worden gemaakt. § 3. Een televisie-omroepdienst wordt beschouwd als een dienst met vrije toegang, als hij in het Frans wordt uitgezonden en kan worden ontvangen door 90 % van de gezinnen die over een apparatuur beschikken voor ontvangst van televisie-omroepdiensten gelegen in het Frans taalgebied en in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Naast de technische kosten, kan de ontvangst van deze dienst niet afhankelijk worden gemaakt van een andere betaling dan de eventuele abonnementsprijs voor het basisaanbod van een kabeldistributiedienst. § 4. De uitgevers van televisie-omroepdiensten en de RTBF mogen geen exclusiviteitsrechten, die ze na 30 juli 1997 zouden hebben verworven, uitoefenen, waardoor ze de toegang, via een televisie-omroepdienst met vrije toegang, zouden beletten tot evenementen van het hoogste belang, waarvan de lijst werd bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, aan een belangrijk deel van het publiek van een lidstaat van de Europese Unie. Ze schikken zich naar de bijzondere voorwaarden die werden vastgesteld naar aanleiding van de bekendmaking van de voormelde lijsten en die betrekking hebben op de rechtstreekse, onrechtstreekse, volledige of gedeeltelijke toegang. Afdeling III. - Toegang van het publiek tot de dringende boodschappen van algemeen nut Art. 5.De dienstenuitgevers en de RTBF moeten, op aanvraag van de Regering van de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of van de Federale Regering, elke dringende boodschap van algemeen nut in geval van vliegramp, kernongeval, aardbeving, ernstige vervuiling of ermee gelijkgestelde grote gebeurtenis. HOOFDSTUK IV. - Transparantie en vrijwaring van pluralisme Art. 6.§ 1. De RTBF en de dienstenuitgevers die krachtens dit decreet de vergunning hebben verkregen, maken de basisinlichtingen over hen bekend, om het publiek in de mogelijkheid te stellen om een mening te hebben over de waarde van de informatie en de ideeën die worden uitgezonden in de programma's van de radio-omroepdiensten bedoeld bij dit decreet. De Regering bepaalt de lijst van de basisinlichtingen en de uitzendingswijzen waardoor de billijke toegang tot die wordt gewaarborgd. § 2. Met het oog op transparantie van hun eigendoms- en controlestructuren alsook op hun onafhankelijkheid, delen de dienstenuitgevers, de dienstenverdelers en de netwerkexploitanten aan het College voor vergunning en controle de volgende inlichtingen mee bij hun aanvraag om vergunning of bij elke gelijkaardige handeling : 1° de identificatie van de natuurlijke personen of rechtspersonen die deelnemen in het kapitaal van de maatschappij en het bedrag van hun respectieve bijdrage of de lijst van de leden voor de rechtspersonen die in de vorm van een vzw opgericht zijn;2° de aard en het bedrag van de interesten die voornoemde personen bezitten in andere maatschappijen van de radio-omroepsector of andere media-sectoren;3° de identificatie van de natuurlijke personen of rechtspersonen die werkzaam zijn in activiteiten inzake levering van middelen die in belangrijke mate worden aangewend bij de vervaardiging van programma's betreffende radio-omroepdiensten, alsook de aard en het bedrag van hun deelneming. § 3. Elke wijziging die aan de in § 2 bedoelde inlichtingen gedurende de periode van de vergunning of van de gelijkaardige handeling wordt aangebracht, moet binnen één maand aan het College voor vergunning en controle worden meegedeeld. § 4. Het College voor vergunning en controle houdt het geheel van de inlichtingen bedoeld in de §§ 2 en 3 bij en kijkt na of de inlichtingen bedoeld in § 1 werkelijk worden meegedeeld. Art. 7.§ 1. De uitoefening van een belangrijke positie in de audiovisuele sector door een dienstenuitgever die houder is van een vergunning of een dienstenverdeler die als zodanig wordt verklaard krachtens dit decreet, of door verschillende van deze die rechtstreeks of onrechtstreeks door een gemeenschappelijke aandeelhouder worden gecontroleerd, kan de vrijheid van het publiek niet belemmeren om toegang te hebben tot een pluralistisch aanbod in de radio-omroepdiensten. Onder pluralistisch aanbod dient te worden verstaan, een media-aanbod van een pluralistische verscheidenheid van onafhankelijke en autonome mediabedrijven die de grootst mogelijke diversiteit van opinies en ideeën vertegenwoordigen. § 2. Wanneer het College voor vergunning en controle de uitoefening van een belangrijke positie vaststelt, zet het een procedure in voor de evaluatie van het pluralisme van het aanbod in de radio-omroepdiensten die uitgegeven of verdeeld worden door de in § 1 bedoelde rechtspersonen. Het College voor vergunning en controle stelt vast dat er een belangrijke positie wordt uitgeoefend, inzonderheid : 1° wanneer een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die meer dan 24 % van het kapitaal van een uitgever van televisie-omroepdiensten bezit, rechtstreeks of onrechtstreeks, meer dan 24 % van het kapitaal van een andere uitgever van televisie-omroepdiensten van de Franse Gemeenschap bezit;2° wanneer een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die meer dan 24 % van het kapitaal van een uitgever van klankradio-omroepdiensten bezit, rechtstreeks of onrechtstreeks, meer dan 24 % van het kapitaal van een andere uitgever van klankradio-omroepdiensten van de Franse Gemeenschap bezit;3° wanneer de gecumuleerde kijkdichtheid van verschillende uitgevers van televisie-omroepdiensten 20 % van de totale kijkdichtheid van de uitgevers van televisie-omroepdiensten van de Franse Gemeenschap bereikt en wanneer die uitgevers van televisie-omroepdiensten rechtstreeks of onrechtstreeks, met een meerderheid of een minderheid, in het bezit zijn van één zelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon;4° wanneer de gecumuleerde luisterdichtheid van verschillende uitgevers van klankradio-omroepdiensten 20 % van de totale luisterdichtheid van de uitgevers van klankradio-omroepdiensten van de Franse Gemeenschap bereikt en wanneer die uitgevers van klankradio-omroepdiensten rechtstreeks of onrechtstreeks, met een meerderheid of een minderheid, in het bezit zijn van één zelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon; § 3. Indien het College voor vergunning en controle op het einde van zijn evaluatie vaststelt dat de vrijheid van het publiek om toegang te hebben tot een pluralistisch aanbod wordt belemmerd, geeft het kennis van zijn grieven aan de betrokken rechtspersoon(onen) en zet met die een overleg in met het oog op het treffen van maatregelen om een pluralistisch aanbod te kunnen waarborgen. § 4. Indien het overleg niet leidt tot het sluiten van een protocolakkoord binnen een termijn van zes maanden of indien dat protocol niet in acht wordt genomen, kan het College voor vergunning en controle de in artikel 156 bedoelde sancties treffen. § 5. In het kader van de procedure bedoeld in dit artikel, kan het College voor vergunning en controle de Dienst of de Raad voor Concurrentie raadplegen. TITEL II. - Programma's HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Art. 8.Onder de bepalingen van deze titel vallen, elke radio-omroepdienst die door de RTBF wordt uitgegeven en elke dienst van een dienstenuitgever die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert. HOOFDSTUK II. - Eerbiediging van de menselijke waardigheid en bescherming van de minderjarigen Art. 9.De RTBF en de dienstenuitgevers die onder dit decreet vallen, mogen geen programma's uitgeven die : 1° tegenstrijdig zijn met de wetten of het algemeen belang, die de menselijke waardigheid aantasten, of die aansporen tot discriminatie, haat of geweld, in het bijzonder op grond van ras, geslacht, nationaliteit, godsdienst of filosofische overtuiging, of die ertoe aanzetten de genocide gepleegd door het Duitse nationaal-socialistische regime gedurende de tweede wereldoorlog of elke andere vorm van genocide te ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goed te keuren.2° de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen ernstig zouden kunnen aantasten, inzonderheid programma's met pornografische scenes of met nodeloos geweld.Dit verbod geldt ook voor de andere programma's of programmafragmenten, inzonderheid trailers, die schade kunnen toebrengen aan de fysieke, mentale of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen, tenzij door inzonderheid de keuze van het tijdstip van uitzending van het programma gewaarborgd wordt dat minderjarigen in het zendgebied de uitzendingen normaliter niet kunnen zien of beluisteren of voor zover dat programma voorafgegaan wordt door een akoestische waarschuwing of het gedurende de gehele uitzending herkenbaar is aan een visueel symbool. De Regering bepaalt de nadere regels voor de toepassing van dit lid; 3° een gedachten-, geloofs- of opiniestrekking aanmoedigen die een bedreiging uitmaakt voor de fundamentele vrijheden die door de Grondwet of het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden worden gewaarborgd of die tot doel hebben misbruik te maken van de geloofwaardigheid van het publiek. HOOFDSTUK III. - Reclamecommunicatie Afdeling I. - Algemene regels Art. 10.Reclamecommunicatie mag niet strijdig zijn met de wetten, decreten, besluiten of verordeningen van het College voor advies van de Hoge Raad, bedoeld in artikel 132, § 1, 5°, en goedgekeurd door de Regering, die de reclame in het algemeen of de reclame voor sommige producten of diensten regelen. Art. 11.Reclamecommunicatie mag niet : 1° de menselijke waardigheid aantasten;2° discriminatie inhouden naar ras, geslacht of nationaliteit;3° godsdienstige, filosofische of politieke overtuigingen kwetsen;4° aansporen tot gedrag dat schadelijk is voor gezondheid of veiligheid, inzonderheid door gewelddadige gedragingen aan te prijzen;5° aansporen tot gedrag dat schadelijk is voor het milieu;6° strijdig zijn met de regels in verband met de litteraire, artistieke en industriële eigendom en met de rechten van de persoon of zijn eigen imago;7° verwijzen naar een bepaalde persoon of instelling, verklaringen of bevestigingen inhouden die van deze personen komen, zonder hun toestemming of die van hun rechthebbenden. Art. 12.§ 1. Reclamecommunicatie mag noch de politieke partijen noch de representatieve werkgevers- of werknemersorganisaties als doel hebben. Ze mag geen betrekking hebben op de belijdenis van enig godsdienstig of wijsgerig denkbeeld. § 2. Reclamecommunicatie mag geen betrekking hebben op goederen of diensten die de Regering bij besluit aanduidt, behalve onder door haar vast te stellen voorwaarden, en mag evenmin strijdig zijn met de wetten, besluiten en Europese richtlijnen betreffende de reclame voor bepaalde goederen of diensten. Art. 13.Reclamecommunicatie mag minderjarigen geen morele of fysieke schade berokkenen en moet daarom voldoen aan de volgende criteria voor hun bescherming : 1° zij mag minderjarigen niet rechtstreeks tot de aankoop van een bepaald product of een bepaalde dienst aanzetten door te profiteren van hun onervarenheid of hun geloofwaardigheid;2° zij mag minderjarigen er niet rechtstreeks toe aanzetten hun ouders of anderen te overreden tot de aankoop van producten of diensten waarvoor reclame wordt gemaakt;3° zij mag geen misbruik maken van het bijzondere vertrouwen dat minderjarigen in hun ouders, leerkrachten of anderen hebben;4° zij mag minderjarigen niet zonder reden in gevaarlijke situaties tonen. Art. 14.§ 1. Reclamecommunicatie moet als zodanig herkenbaar zijn en door duidelijk herkenbare optische of akoestische middelen duidelijk gescheiden zijn van de andere programma's of programmafragmenten. § 2. Bij reclamecommunicatie mag geen gebruik worden gemaakt van subliminale technieken. § 3. Het geluidsvolume van de reclamecommunicatiespots, alsook van de fragmenten waardoor ze voorafgegaan of gevolgd worden, mag geen opzettelijke variatie, door welk middel dan ook, ondergaan ten opzichte van de rest van de programma's. § 4. Bij reclame is elke rechtstreekse of onrechtstreekse verwijzing naar een programma of een deel van een programma, die verwarring over de « reclame »-aard van de communicatie inzake reclame kan veroorzaken, verboden. § 5. § 1 is niet van toepassing op sponsoring. § 4 is niet van toepassing op sponsoring en zelfpromotie. Art. 15.Behalve voor sponsoring, mogen de dienstenuitgevers noch reclamecommunicatie beperken tot goederen of diensten van één enkele commerciële of financiële groep, noch reclame-exclusiviteit voor een bepaald product of een bepaalde dienst verlenen. Art. 16.De dienstenuitgevers die reclame uitzenden voor geneesmiddelen en medische behandelingen of voor alcoholhoudende dranken, moeten gratis, volgens met de betrokken dienstenuitgevers nader te bepalen regels, zendtijd voor reclame ter beschikking van de Regering stellen, die moet worden besteed aan de uitzending van campagnes voor gezondheidsopvoeding en die gelijk moet zijn aan deze die bestemd is voor de reclame voor die producten of diensten. Art. 17.Voor de programma's en programmafragmenten over spel en wedstrijden met lotenuitreiking in de vorm van producten of diensten aan de deelnemers of aan de televisiekijkers, mogen deze producten of diensten op het scherm verschijnen of aangehaald worden tijdens de betrokken uitzending, op voorwaarde dat de voorstelling ervan strikt neutraal is, zonder begeleidende argumentatie of exploitatie ervan die de consumptie of de directe aankoop van deze producten of diensten zou kunnen aanmoedigen. Afdeling II. - Regels betreffende reclame, telewinkelen en zelfpromotie in de televisie-omroepdiensten Art. 18.§ 1. Reclame, telewinkelenspots en zelfpromotie moeten tussen de programma's worden ingevoegd. Onder voorbehoud van de voorwaarden vastgesteld in de §§ 2 tot 5, kunnen ze eveneens tijdens de uitzendingen worden ingevoegd, op zodanige wijze dat de integriteit en de waarde van de uitzendingen niet worden geschaad, rekening houdend met de natuurlijke pauzes in alsmede met de duur en de aard van het programma, en er geen afbreuk wordt gedaan aan de rechten van de rechthebbenden. § 2. Bij uit fragmenten samengestelde uitzendingen of bij sportuitzendingen en op soortgelijke wijze gestructureerde evenementen en opvoeringen met pauzes, mag er alleen tussen de zelfstandige fragmenten of tijdens de pauzes reclame, telewinkelenspots en zelfpromotie worden ingevoegd. § 3. De uitzending van audiovisuele werken zoals bioscoopfilms en televisiefilms, met uitzondering van series, feuilletons, amusementsprogramma's en documentaires, mag één keer per volledig tijdvak van 45 minuten worden onderbroken, mits de geprogrammeerde duur ervan langer dan 45 minuten bedraagt. Indien de geprogrammeerde duur ervan ten minste 20 minuten langer bedraagt dan twee keer of meer volledige tijdvakken van 45 minuten, mag er nog één keer worden onderbroken. In de door de RTBF en de lokale televisiezenders uitgegeven diensten, mogen de reclame en de zelfpromotie noch een bioscoopfilm noch een werk, waarvan de auteur de integriteit wil behouden, noch een fragment van een programma onderbreken. § 4. Wanneer andere dan onder de §§ 2 en 3 van dit artikel bedoelde uitzendingen door reclame, telewinkelen en zelfpromotie worden onderbroken, moet een tijdvak van ten minste 20 minuten verlopen tussen iedere opeenvolgende onderbreking binnen de uitzendingen. § 5. Reclame, telewinkelenspots en zelfpromotie mogen niet worden ingevoegd in televisiejournaals, uitzendingen voor kinderen, in de uitzending van godsdienstige erediensten en niet godsdienstige ceremonies. Actualiteitenmagazines, documentaires, godsdienstige uitzendingen, programma's voor niet confessionele moraal, waarvan de geprogrammeerde duur minder dan 30 minuten bedraagt, mogen niet door reclame, telewinkelenspots en zelfpromotie worden onderbroken. Wanneer de geprogrammeerde duur ten minste 30 minuten bedraagt, zijn de bepalingen van de vorige paragrafen van toepassing. Art. 19.Afzonderlijke zelfpromotiespots zijn toegelaten. Afzonderlijke reclamespots moeten een uitzondering blijven. Afzonderlijke telewinkelenspots zijn verboden. Art. 20.§ 1. De zendtijd voor reclame en telewinkelen wordt door de Regering vastgesteld. Voor reclame mag die zendtijd niet meer dan 15 % van de dagelijkse zendtijd uitmaken. Die zendtijd mag evenwel tot 20 % worden opgetrokken, indien hij telewinkelen omvat, op voorwaarde dat de reclamespots niet meer dan 15 % uitmaken. § 2. De maximale zendtijd voor reclame binnen een bepaalde periode van één klokuur wordt door de Regering vastgesteld. Hij mag niet meer dan 20 % van die periode bedragen. Art. 21.Sluikreclame is verboden. Afdeling III. - Regels betreffende reclame, telewinkelen en zelfpromotie in de klankradio-omroepdiensten Art. 22.De zendtijd voor reclame, telewinkelenspots en zelfpromotie wordt door de Regering vastgesteld. De zendtijd voor reclame mag niet meer dan ten hoogste 20 % per klokuur uitmaken. Art. 23.Reclame, telewinkelen en zelfpromotie mogen geen uitzendingen voor toneelkunst of lyrische kunst onderbreken, behalve tijdens de natuurlijke pauzes. Afdeling IV. - Regels betreffende sponsoring Art. 24.Natuurlijke of rechtspersonen en ondernemingen kunnen programma's en fragmenten uit éénzelfde programma sponsoren, wanneer de volgende voorwaarden tegelijk worden vervuld : 1° inhoud en programmering van een gesponsorde uitzending mogen geenszins door de sponsor zodanig worden beïnvloed dat daardoor de verantwoordelijkheid en de redactionele onafhankelijkheid van de dienstenuitgever ten aanzien van de uitzendingen worden aangetast;2° gesponsorde programma's moeten gemakkelijk als zodanig worden herkend door de naam of het logo van de sponsor aan het begin en aan het einde van de programma's;3° de vermelding van de sponsoring mag alleen de naam, de benaming of de handelsnaam van de sponsor inhouden of ten hoogste twee van de merken van producten of diensten die de sponsor commercialiseert;4° de klank- of beeldherkenningstekens die verbonden zijn aan de vermeldingen van de sponsor zijn het letterwoord, het logotype, de herkenningsfactoren met uitsluiting van het product zelf of de verpakking ervan;5° gesponsorde programma's mogen niet aansporen tot aankoop of huur van producten of diensten van de sponsor of van derden, inzonderheid door specifieke aanprijzingen van die producten of diensten;6° sponsoring wordt aangekondigd in de generieken die voor en na het gesponsorde programma worden uitgezonden, of aan het begin of aan het einde van een duidelijk afgescheiden fragment van één zelfde programma en in de trailers die voor de promotie van dat programma zorgen. Na advies van de Hoge Raad, kan de Regering van dat principe afwijken en het type programma bepalen waarin de sponsor mag worden genoemd; 7° de aankondiging mag niet langer dan tien seconden verschijnen, met ten hoogste zes aankondigingen per klokuur;8° programma's mogen niet worden gesponsord door natuurlijke of rechtspersonen of ondernemingen die als hoofdactiviteit hebben producten te vervaardigen of te verkopen of diensten te leveren waarvoor reclame verboden is krachtens de artikelen 10 en 12 van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten;9° radio- en televisiejournaals en uitzendingen voor politieke en algemene berichtgeving mogen niet worden gesponsord;10° op de RTBF en de lokale televisiezenders, mogen de uitzendingen voor kinderen niet worden gesponsord;11° niet voor alle programma's van één zelfde dag éénzelfde sponsor hebben. Art. 25.Op televisie, ter gelegenheid van de rechtstreekse of onrechtstreekse uitzending van sportevenementen, mogen occasionele meldingen van sponsoring voorkomen, zelfs tijdens een reportage en inzonderheid tijdens slow-motion sequenties en natuurlijke onderbreking, op voorwaarde dat het de zichtbaarheid van het verloop van de sportactiviteit niet hindert. De duur van iedere vermelding mag tien seconden niet overschrijden, met een maximum van zes verschijningen per klokuur. Art. 26.Op televisie, mag de naam, de benaming of de firmanaam of de klank- of beeldherkenningstekens in verband met de meldingen van de dienstverlener die voor een uitzending informaticagegevens of tijdsmetingsgegevens levert, op het scherm of tijdens de betrokken uitzending vermeld worden, en dit iedere keer dat deze gegevens op het scherm verschijnen. Art. 27.De Regering kan aanvullende regels vaststellen, inzonderheid voor de duur van de sponsoringscontracten en voor het sponsoren van spelenprogramma's. Afdeling V. - Regels voor de telewinkelenprogramma's Art. 28.§ 1. De dienstenuitgevers die krachtens dit decreet de vergunning hebben verkregen, met uitzondering van de lokale televisiezenders en de RTBF, mogen telewinkelenprogramma's uitzenden. Elke dienstenuitgever die telewinkelenprogramma's wenst uit te zenden moet dit vooraf verklaren bij de Regering en het College voor vergunning en controle. De verklaring omvat de volgende gegevens : 1° de duur van de dagelijkse uitzending van de telewinkelenprogramma's, waarbij wordt aangegeven welk deel bestemd wordt voor de heruitzendingen;2° het type aangeboden producten en diensten;3° de datum bepaald voor het begin van de uitzending van de telewinkelenprogramma's. Elke wijziging van die gegevens moet vooraf aan de Regering en het College voor vergunning en controle worden meegedeeld. § 2. De dienstenuitgevers nemen de volle verantwoordelijkheid op zich voor het uitzenden van telewinkelenprogramma's en voor de naleving van de bij dit decreet en zijn toepassingsbesluiten vastgestelde voorwaarden. § 3. Telewinkelenprogramma's moeten duidelijk als zodanig worden aangekondigd. Ze moeten verplicht geprogrammeerd worden in programmatiedelen die voor ze bestemd zijn, en mogen niet worden onderbroken, inzonderheid door reclame- of sponsoringsboodschappen. In de televisie-omroepdiensten wordt het maximum aantal programmatiedelen bestemd voor telewinkelenprogramma's op acht per dag vastgesteld. De minimumduur van elk programmatiedeel wordt op 15 minuten vastgesteld. § 4. De Regering mag de uitzending van telewinkelenprogramma's tijdens bepaalde uren en bepaalde dagen verbieden. § 5. Elk jaar sturen de dienstenuitgevers die telewinkelenprogramma's uitzenden naar het College voor vergunning en controle een jaarverslag over de telewinkelenactiviteit, dat de in artikel 52, § 4, bedoelde inlichtingen bevat. § 6. De duur van uitzending van telewinkelenprogramma's wordt door de Regering vastgesteld, met een maximum van drie uur per dag, met inbegrip van de heruitzendingen. Art. 29.§ 1. Telewinkelenprogramma's moeten zo worden vertoond dat er geen verwarring met andere programma's mogelijk is. § 2. Telewinkelen mag geen betrekking hebben op goederen of diensten voor de publiciteit of de verkoop waarvan er een verbod wordt opgelegd. Elk aanbod moet duidelijk de kosten, taksen inbegrepen, vermelden van de technieken inzake afstandscommunicatie die worden gebruikt om alle aanvullende inlichtingen over dat aanbod in te winnen met het oog op de bestelling. Die vermelding is facultatief, wanneer de kosten overeenstemmen met de basiskosten die toepasselijk zijn op de gebruikte afstandscommunicatietechniek. § 3. Telewinkelen mag minderjarigen er niet toe aanzetten contracten voor de verkoop of de verhuring van goederen en diensten te sluiten. § 4. Telewinkelenprogramma's mogen geen herkende of herkenbare verkooppunten rechtstreeks of onrechtstreeks vermelden. Afdeling VI. - Regels voor reclame Art. 30.Een deel van de omzet van de RTBF en van de uitgevers van televisie-omroepdiensten waarvan het omzetcijfer hoger ligt dan 15 miljoen euro wordt bestemd voor de geschreven pers als compensatie voor het inkomstenverlies als gevolg van de uitzending van reclame op televisie. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder omzet, het bedrag van de bruto ontvangsten die, commissies en bijcommissies inbegrepen, worden gefactureerd door de regie van de dienstenuitgever of, bij ontstentenis daarvan, door de dienstenuitgever zelf, voor het opnemen van nationale en regionale reclameboodschappen in de televisie-omroepdiensten van de uitgever. Voor die steun aan de geschreven pers komen niet in aanmerking : - de persorganen die de democratische beginselen niet naleven die inzonderheid verwoord zijn in het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd of van elke andere vorm van genocide; - de persorganen die de geldende sociale wetgeving niet naleven om personen met redactionele functies te bezoldigen. De Regering stelt de nadere regels voor de toepassing van dit artikel vast. Art. 31.Punt 24 van de tabel gevoegd bij het decreet van 27 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten, zoals gewijzigd, houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap, wordt gewijzigd bij de volgende tabel : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld TITEL III. - Het uitgeven van radio-omroepdiensten HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Art. 32.Met uitzondering van de artikelen 36, 43, 44 en 46, is deze titel niet van toepassing op de RTBF en op de lokale televisiezenders. HOOFDSTUK II. - Regels die gemeenschappelijk zijn voor het uitgeven van diensten Art. 33.De dienstenuitgever moet een vergunning krijgen die door het College voor vergunning en controle voor elk van de uitgegeven diensten wordt verleend. Art. 34.De vergunning is niet vatbaar voor overdracht en wordt verleend voor een vernieuwbare periode van 9 jaar. Art. 35.§ 1. Om de vergunning te krijgen en om zijn vergunning te behouden, moet de dienstenuitgever : 1° een handelsvennootschap zijn waarvan het kapitaal uitsluitend uit aandelen op naam bestaat;2° waarborgen bieden, op het vlak van het bedrag van het kapitaal, betreffende de referentie-aandeelhouders en de toegang tot het krediet dat noodzakelijk kan zijn voor het opstarten ervan, om de virtuele economische leefbaarheid van het project te kunnen nakijken.3° per dienst, een betrekkingenplan voorstellen betreffende het administratief, artistiek, technisch en commercieel personeel, dat aangepast is aan de diensten die hij zich voorneemt uit te geven;4° in voorkomend geval, per dienst, het beheer van de informatieprogramma's doen verrichten door beroepsjournalisten die bij een arbeidsovereenkomst aangeworven zijn en die erkend zijn overeenkomstig de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist, of die zich in de voorwaarden bevinden om er toegang toe te hebben, in voldoende aantal ten opzichte van de uitgegeven dienst;5° een huishoudelijk reglement opstellen betreffende de objectiviteit bij de verwerking van informatie en zich ertoe verbinden het na te leven;6° een interne journalistenmaatschappij erkennen als referentiepersoon en die raadplegen over vraagstukken die de redactionele lijn grondig kunnen wijzigen, over de organisatie van de redacties betreffende de informatieprogramma's en over de aanstelling van de hoofdredacteur. Die interne maatschappij is samengesteld uit journalisten die de redactie(s) van de dienstenuitgever vertegenwoordigen; 7° onafhankelijk zijn van elke regering, elke politieke partij of representatieve werkgevers- of werknemersorganisatie;8° de procedures hebben ingezet die bestemd zijn voor het doen naleven van de wetgeving betreffende het auteursrecht en de naburige rechten;9° zich ertoe verbinden de reglementen van het College voor advies van de Hoge Raad na te leven die bedoeld zijn in artikel 132, § 1, 5°, en die door de Regering worden goedgekeurd. § 2. Bij wijze van afwijkingsmaatregel, worden de in artikel 53 bedoelde onafhankelijke radio's niet onderworpen aan § 1, 1° en 4°. Art. 36.De RTBF en de dienstenuitgevers moeten een integrale kopie van hun programma's gedurende een periode van drie maanden vanaf de datum van hun uitzending bewaren en die kopie ter beschikking stellen van elke overheid die dit zou aanvragen krachtens een wets- of verordeningsbepaling. Ze behouden gedurende dezelfde periode de dagelijkse leiding van elke uitgegeven dienst, die betrekking heeft op het geheel van de programma's, programmafragmenten en het precieze uur waarop die worden opgenomen. In afwijking van het eerste lid, bedraagt de termijn voor de bewaring van de programma's voor de in artikel 53 bedoelde radio's twee maanden. HOOFDSTUK III. - Bijzondere regels voor de televisie-omroepdiensten Afdeling I. - Aanvraag en procedure voor de vergunning Art. 37.§ 1. Voor het verkrijgen van de in artikel 33 bedoelde vergunning moet vooraf een aanvraag worden ingediend bij een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs bij de voorzitter van de Hoge Raad. § 2. De aanvraag bevat de volgende gegevens : 1° de naam van de dienstenuitgever en van elk van de diensten;2° de statuten van de maatschappij;3° het adres van de maatschappelijke zetel en van de exploitatiezetel;4° het bedrag van het kapitaal dat hij bezit of van plan is te bezitten, en de verdeling ervan;5° een financieel plan, gespreid over drie jaar;6° de stukken die bewijzen dat artikel 35, § 1, 8°, in acht wordt genomen;7° de aard en de beschrijving van de dienst, met inbegrip van de wijze waarop de aanvrager de verplichtingen van dit decreet zal naleven;8° de voorwaarden betreffende de technische transmissie van de dienst;9° de beschrijving van het publiek dat het doel is van de dienst;10° een betrekkingenplan betreffende het administratief, artistiek, technisch, commercieel en journalistenpersoneel;11° de termijn waarbinnen de dienst zal worden uitgezonden. Voor de betaaltelevisie-omroepdiensten, omvat de aanvraag bovendien de abonnementstarieven en -modaliteiten. Art. 38.Binnen de maand volgend op de ontvangst van de aanvraag, deelt de Hoge Raad aan de aanvrager mee dat zijn aanvraag zal worden onderzocht en brengt de Minister tot wiens bevoegdheid de Audiovisuele Sector behoort alsook het algemeen secretariaat van het ministerie van de Franse Gemeenschap ervan op de hoogte. Binnen de acht werkdagen die volgen op zijn beslissing, zendt het College voor vergunning en controle een afschrift ervan over aan de Minister tot wiens bevoegdheid de Audiovisuele Sector behoort alsook aan het algemeen secretariaat van het ministerie van de Franse Gemeenschap. Art. 39.De aanvraag om vernieuwing van de vergunning moet door de houder zes maanden vóór de vervaldag van de vergunning worden ingediend, samen met de in artikel 37 vermelde stukken. De in artikel 38 bedoelde procedure is van toepassing op die aanvraag. Afdeling II. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 40.Binnen de maand volgend op de toekenning van zijn vergunning, moet de uitgever van televisie-omroepdiensten het bewijs leveren van de intekening op het kapitaal dat hij van plan is te bezitten en van de verdeling ervan op het ogenblik van zijn aanvraag. De naleving van die bepaling is een voorwaarde voor het behoud van de vergunning. Art. 41.§ 1. De uitgever van televisie-omroepdiensten moet bijdragen tot de productie van audiovisuele werken. Die bijdrage wordt geleverd ofwel in de vorm van een coproductie of van vooraankoop van audiovisuele werken, ofwel in de vorm van een storting in het Centrum voor de film en de audiovisuele sector. De nadere regels voor de storting van de bijdrage aan het Centrum voor de film en de audiovisuele sector worden door de Regering vastgesteld. De nadere regels voor de bijdrage in de vorm van een coproductie of vooraankoop worden bepaald in een overeenkomst die te sluiten is tussen de dienstenuitgever, de Regering en de vakorganisaties die de onafhankelijke producenten van de Franse Gemeenschap vertegenwoordigen. § 2. Het bedrag van de bijdrage van de uitgever van televisie-omroepdiensten bedoeld in paragraaf 1 moet ten minste bestaan uit : - 1,4 % van zijn omzet, indien deze tussen 0 en 5 miljoen euro ligt; - 1,6 % van zijn omzet, indien deze tussen 5 en 10 miljoen euro ligt; - 1,8 % van zijn omzet, indien deze tussen 10 en 15 miljoen euro ligt; - 2 % van zijn omzet, indien deze tussen 15 en 20 miljoen euro ligt; - 2,2 % van zijn omzet, indien deze boven 20 miljoen euro ligt. De in vorig lid bedoelde bedragen kunnen jaarlijks worden aangepast op grond van de evolutie van de gewone index van de consumptieprijzen zoals bepaald bij de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/1971 pub. 20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprij …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.