Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016

Kort samengevat

Deze wet keurt de algemene uitgavenbegroting van de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole goed voor het begrotingsjaar 2016. Het beschrijft hoe de kredieten voor verschillende uitgavenposten mogen worden gebruikt en herverdeeld.

Wat het reguleert

  • De goedkeuring van de algemene uitgavenbegroting voor 2016.
  • De soorten uitgaven die onder "werkingskosten van de administraties" vallen.
  • De regels voor het herverdelen van kredieten binnen de begroting.
  • De toekenning van provisies aan juridische professionals die voor de Staat werken.

Wie het aangaat

  • De Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole.
  • Administraties en departementen van de federale overheid.
  • Ministers en staatssecretarissen.
  • Advocaten, experten en gerechtsdeurwaarders die voor de Staat optreden.

Kernpunten

  • De begroting van 2016 is goedgekeurd volgens de totalen per sectie.
  • Werkingskosten omvatten onder andere bezoldigingen van personeel, uitgaven voor sociaal dienstbetoon, aankopen van goederen en diensten, informatica-uitgaven en huur van onroerende goederen.
  • Kredieten voor bezoldigingen en bepaalde andere uitgaven mogen binnen dezelfde sectie van de begroting onderling herverdeeld worden, behalve voor uitgaven van beleidsorganen van ministers en staatssecretarissen.
  • De bevoegde voorzitter van het directiecomité mag kredieten herverdelen tot een maximumbedrag van 50.000 EUR per basisallocatie, mits akkoord van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Budget en Beheerscontrole.
Wettekst
Wettekst

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUDGET EN BEHEERSCONTROLE 18 DECEMBER 2015. - Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016

(1)FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Art. 1-01-1 Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 1-01-2 De Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2016 wordt goedgekeurd overeenkomstig de totalen van de programma's zoals vermeld in de bij deze wet gevoegde begrotingen per sectie. Art. 1-01-3 § 1 - De kredieten voor de programma's die betrekking hebben op de werkingskosten van de administraties - bestaansmiddelenprogramma's genoemd - behelzen : 1. De bezoldigingen en allerhande toelagen van het actief en ter beschikking gesteld personeel, de bezoldigingen of lonen van het hulppersoneel, de toelagen voor hogere en bijzondere functies, de tussenkomst in de abonnementen op het gemeenschappelijk vervoer, de vergoedingen voor arbeidsongevallen - inbegrepen de uitkering van deze vergoedingen aan leden van de familie van het slachtoffer in geval van overlijden - alsook de verminderde bezoldigingen of lonen van het tijdelijk of hulppersoneel, in dienst door werkongeval getroffen.2. Allerhande uitgaven voor sociaal dienstbetoon.3. Bestendige uitgaven voor aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten : -Erelonen van advocaten en geneesheren - Gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken - Presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen - Bezoldigingen van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden; - Verbruiksuitgaven met betrekking tot het bezetten van de lokalen - met inbegrip van de uitgaven voor energieverbruik "stookolie, gas, benzine, elektriciteit, kolen" - en uitgaven voor onderhoud - Bureaukosten, vervoer, belastingen, retributies, publicaties van het departement, beroepsscholing, kleding en andere kleine bestuursuitgaven; - Allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor werkelijke lasten en materiële schade, de vervoerskosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het departement die zich naar het buitenland begeven. 4. Allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica.5. Uitgaven voor uitzonderlijke aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten, waaronder werken en leveringen voor de inrichting van nieuwe lokalen en de verhuiskosten.6. Huur van onroerende goederen en daarmee verband houdende belastingen van de verschillende diensten van het departement, betaald zonder de tussenkomst van de Regie der Gebouwen.7. Andere uitgaven met betrekking tot de werking van de diensten waarvan de gedetailleerde omschrijving in de bestaansmiddelenprogramma's wordt weergegeven.8. Uitgaven voor de aankoop van duurzame roerende goederen : machines, meubilair, materieel en vervoermiddelen te land.9. Investeringsuitgaven inzake de informatica. § 2. In afwijking van het artikel 52, eerste lid, 1°, van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, mogen de vastleggingskredieten van de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen "11.00.03 - Vast en stagedoend statutair personeel " en "11.00.04 - Ander dan statutair personeel " alsook de basisallocaties 12.21.48 en 12.11.99, binnen éénzelfde sectie van de begroting onder en uitsluitend onder elkaar herverdeeld worden. Deze afwijking is niet van toepassing op de basisallocaties voor de uitgaven van de beleidsorganen van de ministers en de staatssecretarissen. § 3. In afwijking van het artikel 52, eerste lid, 1°, van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, mogen de vastleggingskredieten van de basisallocaties 11.00.05, 11.40.05 en 4160.05 - Uitgaven voor sociaal dienstbetoon - en van de basisallocaties betreffende de werkings- en investeringsuitgaven met de economische codes 12 en 74, al of niet specifiek en al dan niet behorend tot een bestaansmiddelenprogramma, binnen éénzelfde sectie van de begroting onderen uitsluitend onder elkaar herverdeeld worden. Deze afwijking is niet van toepassing op de basisallocaties voor de uitgaven van de beleidsorganen van de ministers en de staatssecretarissen, noch op de basisallocaties 12.21.48 en 12.11.99. § 4. In afwijking van paragraaf 3 mogen de erin bedoelde basisallocaties binnen éénzelfde sectie van de begroting eveneens naar de basisallocaties 21.40.01 en 21.60.02 worden herverdeeld. § 5. In afwijking van artikel 52 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat en onverminderd de bepalingen van de § § 2 tot 4, mag de bevoegde voorzitter van het directiecomité, mits het akkoord van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Budget en Beheerscontrole, de vastleggingskredieten enerzijds en de vereffeningskredieten anderzijds van de basisallocaties herverdelen. De voorgestelde verhogingen mogen echter een maximumbedrag van 50 000 EUR per basisallocatie niet overschrijden. Wanneer eenzelfde basisallocatie het voorwerp is van opeenvolgende verhogingen worden de bedragen samengeteld voor de toepassing van deze bepaling. Deze afwijking is ook van toepassing op de Ministerie van Landsverdediging, voor dewelke de bevoegdheid toegewezen aan de voorzitter van het directiecomité deze voor de chef defensie is, en aan de Federale Politie, voor dewelke de bevoegdheid toegewezen is aan de commissaris-generaal. Deze afwijking is niet van toepassing op de basisallocaties voor de uitgaven van de beleidsorganen van de ministers en de staatssecretarissen. § 6. 1°. In afwijking van artikel 52, eerste lid, 1° en 2°, van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, en van paragraaf 2 van dit artikel, mogen de vastleggingskredieten van allerhande basisallocaties « 11.00.03 - Vast en stagedoend statutair personeel » en « 11.00.04 - Ander dan statutair personeel » evenals de basisallocaties 12.21.48 en 12.11.99 van de secties 16 en 17 van de begroting herverdeeld worden met de overeenkomstige vastleggingskredieten van sectie 01 op volgende wijze : - Bovenvermelde kredieten van sectie 16 met de overeenkomstige kredieten van activiteit 3 van het programma 30/6 van sectie 01; - Bovenvermelde kredieten van sectie 17 met de overeenkomstige kredieten van de activiteiten 6, 7 en 8 van het programma 30/6 van sectie 01. 2°. In afwijking van artikel 52, eerste lid, 1° en 2°, van dezelfde wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten, en van paragraaf 3 van dit artikel, mogen de vastleggingskredieten van de basisallocaties 1100.05, 1140.05 en 4160.05 - Uitgaven voor sociaal dienstbetoon - en van de basisallocaties betreffende de niet specifieke werkings- en investeringsuitgaven met de economische codes 12 en 74 van de secties 02, 05, 14, 16 en 17 herverdeeld worden met de overeenkomstige vastleggingskredieten van sectie 01, op volgende wijze : - Bovenvermelde kredieten van sectie 02 met de overeenkomstige kredieten van activiteit 1 van het programma 30/6 van sectie 01; - Bovenvermelde kredieten van sectie 05 met de overeenkomstige kredieten van activiteit 9 van het programma 30/6 van sectie 01; - Bovenvermelde kredieten van sectie 14 met de overeenkomstige kredieten van activiteit 2 van het programma 30/6 van sectie 01; - Bovenvermelde kredieten van sectie 16 met de overeenkomstige kredieten van activiteit 3 van het programma 30/6 van sectie 01; - Bovenvermelde kredieten van sectie 17 met de overeenkomstige kredieten van de activiteiten 6, 7 en 8 van het programma 30/6 van sectie 01. Deze afwijking is niet van toepassing op de basisallocaties 12.21.48 en 12.11.99. 3°. In afwijking van artikel 52, eerste lid, 1° en 2°, van dezelfde wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten mogen de vastleggingskredieten van de basisallocaties 19.55 21 61.41.03 en 19.55 22 41.40.02 herverdeeld worden met de overeenkomstige vastleggingskredieten van activiteit 5 van programma 30/6 van sectie 01 en mogen de vastleggingskredieten van de basisallocaties 46.60 11 33.00.01 en 46.61 12.11.23 herverdeeld worden met de overeenkomstige kredieten van activiteit 4 van het programma 30/6 van sectie 01. 4°. De vereffeningskredieten van de basisallocaties van deze paragraaf mogen mutatis mutandis eveneens herverdeeld worden onder dezelfde voorwaarden. § 7. In afwijking van artikel 52 van dezelfde wet van 22 mei en van de paragrafen 2 en 3 van dit artikel, worden herverdelingen enkel toegestaan in sectie 01 van de begroting binnen de grenzen van de vastleggingskredieten enerzijds en de vereffeningskredieten anderzijds van elke activiteit van het programma 30/6. Deze afwijking geldt niet voor de activiteiten 6,7 en 8 van het voormelde programma 30/6, die onderling herverdeeld mogen worden. § 8. 1°. De paragrafen 2 en 3 zijn niet van toepassing op de basisallocaties van de volgende programma's : 12.62.9, 13.54.5, 13.54.9, 25.54.6, 25.54.7, 25.54.8, 32.21.6, 32.46.7, 32.49.4 en 44.55.2. 2°. In afwijking van artikel 52, eerste lid, 2°, van dezelfde wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten, kunnen de vereffeningskredieten van de basisallocaties van de programma's opgenomen onder punt 1° hierboven slechts worden herverdeeld binnen elk van deze programma's. Art. 1-01-4 Machtiging wordt verleend provisies toe te staan aan advocaten, experten en gerechtsdeurwaarders die voor rekening van de Staat optreden. Art. 1-01-5 In afwijking van artikel 48, derde lid, van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, kunnen toelagen worden toegekend in toepassing van artikel 43 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen en ten laste van het fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel. HOOFDSTUK 2. - Bijzondere bepalingen der departementen Sectie 01. - Dotaties en Activiteiten van de Koninklijke Familie Art. 2.01.1 Binnen de perken van de kredieten van de betrokken basisallocatie kan de volgende toelage worden toegekend : PROGRAMMA 30/6 - ACTIVITEITEN VAN DE KONINKLIJKE FAMILIE Toelage aan de VZW "Stichting Prins Laurent". Art. 2.01.2 De Eerste minister wordt gemachtigd ten laste van de kredieten van de activiteit 1 van het programma 30/6 - Activiteiten van de Koninklijk Familie uitgaven vast te leggen en te vereffenen. Art. 2.01.3 De minister bevoegd voor de Buitenlandse Zaken wordt gemachtigd ten laste van de kredieten van de activiteit 2 van het programma 30/6 - Activiteiten van de Koninklijk Familie uitgaven vast te leggen en te vereffenen. Art. 2.01.4 De minister bevoegd voor Landsverdediging wordt gemachtigd ten laste van de kredieten van de activiteit 3 van het programma 30/6 - Activiteiten van de Koninklijke Familie uitgaven vast te leggen en te vereffenen. Art. 2.01.5 De minister bevoegd voor het detachement veiligheid van het Koninklijke Paleis wordt gemachtigd ten laste van de kredieten van de activiteiten 6 tot en met 8 van het programma 30/6 - Activiteiten van de Koninklijke Familie uitgaven vast te leggen en te vereffenen. Art. 2.01.6 De minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen wordt gemachtigd ten laste van de kredieten van de activiteit 5 van het programma 30/6 - Activiteiten van de Koninklijke Familie, uitgaven vast te leggen en te vereffenen. Art. 2.01.7 De minister bevoegd voor wetenschapsbeleid wordt gemachtigd ten laste van de kredieten van de activiteit 4 van het programma 30/6 - Activiteiten van de Koninklijk Familie, uitgaven vast te leggen en te vereffenen. Art. 2.01.8 De minister bevoegd voor de Informatie- en Communicatietechnologie wordt gemachtigd ten laste van de kredieten van de activiteit 9 van het programma 30/6 - Activiteiten van de Koninklijke Familie uitgaven vast te leggen en te vereffenen. Sectie 02. - FOD Kanselarij van de Eerste Minister Art. 2.02.1 In afwijking van art. 66 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, mogen voorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 euro verleend worden aan de rekenplichtige van de FOD Kanselarij van de Eerste Minister. Door middel van deze voorschotten mag de rekenplichtige schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 1 000 EUR. Art. 2.02.2 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 21/01 : BEHEERSORGANEN Toelage aan de VZW "gemeenschappelijke Sociale dienst bij de horizontale Federale Overheidsdiensten en de Regie der Gebouwen" op de basisallocaties 02 21 01 41 60 05 en 02 33 01 41 60 05 . PROGRAMMA 31/1 - EXTERNE COMMUNICATIE 1. Toelage aan het Internationaal Perscentrum "Résidence Palace";2. Allerhande toelagen in het kader van de informatie- en communicatieopdrachten goedgekeurd door de Ministerraad. PROGRAMMA 31/2 - FEDERALE CULTURELE INSTELLINGEN 1. Toelage aan de Koninklijke Muntschouwburg;2. Toelage aan het Nationaal Orkest van België;3. Toelage aan het Paleis voor Schone Kunsten. PROGRAMMA 32/3 - SOCIALE TUSSENKOMSTEN Vakbondspremies. PROGRAMMA 33/1 - FEDERAAL INSTITUUT VOOR DUURZAME ONTWIKKELING - Toelagen aan Transitienetwerk Middenveld en Associations 21 als erkende koepel- of netwerkorganisatie overeenkomstig artikel 19/4 § 2 van het hoofdstuk V/2 van de wet van 05 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling. - Toelagen aan organisaties (verenigingen en/of organisaties met een vennootschapsstatuut) in het kader van concrete projecten en initiatieven met betrekking tot het bevorderen, in praktijk brengen of ondersteunen van een duurzame ontwikkeling. De projecten en initiatieven kunnen enkel via een daartoe bestemde aanvraagformulier aan het Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling worden bezorgd, die een het project of initiatief evalueert in overeenstemming met de vooropgestelde voorwaarden, die voorafgaandelijk op de website van het Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling worden gepubliceerd. - Toelagen aan organisaties (verenigingen en/of organisaties met een vennootschapsstatuut) die kaderen in een specifieke projectoproep. De modaliteiten van de projectoproep en de voorwaarden waaraan de organisatie en de projecten dienen te beantwoorden worden voorafgaandelijke op de website van het Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling gepubliceerd. - Toelagen aan internationale instellingen en organisaties om het internationale proces inzake duurzame ontwikkeling te bevorderen. - Toelagen aan Gemeenten en andere lokale overheden om goede praktijken inzake duurzame ontwikkeling te bevorderen. - Toelagen aan de lidstaten van de Europese Unie met betrekking tot duurzame ontwikkeling. PROGRAMMA 34/1 - BELGISCHE CENTRUM VOOR CYBERVEILIGHEID Dotatie aan Belnet ter financiering van de werking van de CERT. Art. 2.02.3 De eerste minister is gemachtigd om, in het belang van de Schatkist en mits naleving van de wetgeving op de overheidsopdrachten, ruilovereenkomsten af te sluiten teneinde de vernieuwing van de uitrustingen van de ICT Shared Services te bevorderen. Art. 2.02.4 Binnen de perken van de kredieten ingeschreven in het programma 21/1 "ICT -Netwerk" mogen - naast de recurrente werkingskosten en de investeringen - ook allerhande uitgaven vereffend worden die verband houden met gepresteerde diensten en met de installatie en het onderhoud van software en hardware bij de diverse diensten-gebruikers die aangesloten zijn op het netwerk van de ICT. Art. 2.02.5 De Algemene Directie Externe Communicatie wordt gemachtigd uitgaven te verrichten voor de informatie- en communicatieopdrachten uitgevoerd ten behoeve van de federale en programmotorische overheidsdiensten. Daartoe int de Algemene Directie Externe Communicatie voorschotten, via het IPC, van de betrokken FOD's en POD's, voorafgaand aan de betaling van deze uitgaven. Art. 2.02.6 In afwijking van artikel 1-01-3, § § 2 en 3 van deze wet mogen de vastleggingskredieten van de basisallocatie 31.11.1211.27 - "Allerhande uitgaven in verband met de externe communicatie" bij wijze van herverdeling van basisallocaties onderling herschikt worden binnen het programma 31/1 - "Externe communicatie". Art. 2.02.7 In afwijking van art.18, § 1, 2° op van de wet van 19 april 1963 tot oprichting van een openbare instelling genaamd Koninklijke Muntschouwburg, inzonderheid gewijzigd bij het Koninklijke besluit nr. 545 van 31 maart 1987 betreffende de Koninklijke Muntschouwburg, wordt de toelage 2016 aan de Koninklijke Muntschouwburg (BA 31.20.4140.21) voor 75 % gestort in de loop van het eerste trimester. Het saldo wordt telkens in 3 gelijke schijven overgemaakt voor de maanden oktober, november en december. Indien in de loop van 2016 een bijkomende toelage toegekend wordt, mag deze onmiddellijk gestort worden in een enkele schijf van 100 %. Art. 2.02.8 Bij toepassing van art.18 van de wet van 22 april 1958 houdende statuut van het Nationaal Orkest van België, wordt de dotatie 2016 aan het Nationaal Orkest van België (BA31.20.41.40.22) voor 75 % gestort in de loop van het eerste trimester. Het saldo wordt telkens in 3 gelijke schijven overgemaakt voor de maanden oktober, november en december. Indien in de loop van 2016 een bijkomende toelage toegekend wordt, mag deze onmiddellijk gestort worden in een enkele schijf van 100 %. Art. 2.02.9 In uitvoering van art.13,3° van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisieomroepactiviteiten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en in afwijking van art.29 van het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden "Paleis voor Schone kunsten " voor de periode 2009-2013, goedgekeurd bij het KB van 22/12/2009(B.S. 21/12/2002), wordt de toelage 2016 aan de NV van publiek recht met sociale doeleinden Paleis voor Schone kunsten (B.A. 31.20.4140.25) voor 75 % gestort in de loop van het eerste trimester. Het saldo wordt telkens in 3 gelijke schijven overgemaakt voor de maanden oktober, november en december. Indien in de loop van 2016 een bijkomende toelage toegekend wordt, mag deze onmiddellijk gestort worden in een enkele schijf van 100 %. Art. 2.02.10 De Staatsdienst met afzonderlijk beheer "Residence Palace - Internationaal Perscentrum - Brussel" (IPC) wordt gemachtigd om de financiering over te nemen van de opdrachten ten laste van het afgeschaft organiek begrotingsfonds 02-1, met name de gedeeltelijke of volledige financiering van informatie- en communicatiecampagnes ontwikkeld door de Algemene directie Externe Communicatie. Te dien einde ontvangt de Algemene Directie via het IPC de voorschotten, diverse opbrengsten, met uitzondering van ontvangsten uit sponsoring, terugbetalingen in het kader van de in het vorig lid bedoelde opdrachten. Sectie 03. - FOD Budget en Beheerscontrole Art. 2.03.1 In afwijking van artikel 66 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, mogen voorschotten tot een maximumbedrag van 200 000 EUR verleend worden aan de rekenplichtigen van de FOD Budget en Beheerscontrole. Door middel van deze voorschotten mag de rekenplichtige schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 5 500 EUR. Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten. Aan de rekenplichtige belast met de betaling van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven om de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren belast met een opdracht in het buitenland. Art. 2.03.2 Het provisioneel krediet ingeschreven op de basisallocatie 41.10.0100.01 mag, na het akkoord van de minister van Begroting, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen door middel van een koninklijk besluit. In afwijking van artikel 5, tweede lid, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, mag de verdeling bij koninklijk besluit van dit provisioneel krediet eveneens de financiële staatstussenkomst ten gunste van de instellingen van openbaar nut verhogen. Art. 2.03.3 Het provisioneel krediet ingeschreven op de basisallocatie 41.10.0100.02 mag, na een beslissing van de Ministerraad, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen door middel van een koninklijke besluit. Art. 2.03.4 Het provisioneel krediet ingeschreven op de basisallocatie 41.10.0100.03 mag worden verdeeld, bij koninklijk besluit waarover in een Ministerraad werd overlegd, tussen de geëigende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen. In afwijking van artikel 5, tweede lid, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, mag de verdeling bij koninklijk besluit van het provisioneel krediet, eveneens de financiële staatstussenkomst ten gunste van de instellingen van openbaar nut verhogen. De verhoogde staatstussenkomst ingevolge deze verdeling kan een overeenkomstige verhoging van de uitgaven tot gevolg hebben. Art. 2.03.4/1 Het provisioneel krediet ingeschreven op de basisallocatie 41.10.0100.04 mag, na een beslissing van de Ministerraad, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen door middel van een koninklijke besluit. Art. 2.03.5 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 21/0 - LEIDING EN BEHEER Toelage aan de VZW "gemeenschappelijke Sociale dienst bij de horizontale Federale Overheidsdiensten en de Regie der Gebouwen" op de basisallocatie 03.21.01.4160.05. PROGRAMMA 51/0 - FINANCIERING VAN HET INTERFEDERAAL KORPS Toelage aan de vzw "gemeenschappelijke Sociale dienst bij de horizontale Federale Overheidsdiensten en de Regie der Gebouwen" op de basisallocatie 03.51.01.4160.05. Sectie 04. - FOD Personeel en Organisatie Art. 2.04.1 In afwijking van artikel 66 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, mogen voorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 euro verleend worden aan de rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven. Door middel van deze voorschotten mogen de rekenplichtigen alle dienstkosten tot 5.500 euro betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden. Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten. Aan de rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren. Art. 2.04.2 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 21/0 - LEIDING EN BEHEER Toelage aan de VZW "gemeenschappelijke Sociale dienst bij de horizontale Federale Overheidsdiensten en de Regie der Gebouwen", op de basisallocatie 04.21.01.41.60.05. PROGRAMMA 31/1 - PERSONEEL EN ORGANISATIE Subsidies ter bevordering van of voor het bestuderen van het openbaar ambt in het algemeen, ter verbetering van de personeelscultuur en voor het gelijke kansen- en diversiteitsbeleid bij de federale Staat kunnen toegekend worden op de basisallocatie 04.31.10.3300.01. PROGRAMMA 31/2 - OPLEIDING VAN AMBTENAREN 1° Bijdrage aan het Internationaal Instituut voor Bestuurswetenschappen op basisallocatie 04.31.20.33.00.24; 2° Bijdrage aan het Europees Instituut voor Bestuurskunde te Maastricht op basisallocatie 04.31.20.33.00.24; 3° Tegemoetkoming voor vormingsactiviteiten georganiseerd door de representatieve vakorganisaties op basisallocatie 04.31.20.33.00.23, volgens de modaliteiten bepaald door het koninklijk besluit van 24 maart 2013 betreffende de toekenning van een toelage aan de representatieve vakorganisaties bedoeld in artikel 7 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en haar personeel. Art. 2.04.3 Het provisioneel krediet ingeschreven op de basisallocatie 04.31.10.01.00.02 mag, na het akkoord van de minister van Begroting, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen door middel van een koninklijk besluit. In afwijking van artikel 5, tweede lid, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, mag de verdeling bij koninklijk besluit van dit provisionele krediet eveneens de financiële staatstussenkomst ten gunste van deze instellingen van openbaar nut verhogen. Art. 2.04.4 De thesaurierekening waarop de bezoldigingen en allerhande toelagen voor het vast en stagedoend statutair personeel en voor het contractueel personeel van het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), Staatsdienst met afzonderlijk beheer, worden aangerekend, mag een debetsaldo vertonen tot een maximum van 450.000 euro. Indien dit niet toereikend is, kan de Minister van Begroting, in samenspraak met de Minister van Financiën, een afwijking toestaan op grond van een gemotiveerd dossier. Sectie 05. - FOD Informatie- en Communicatie-technologie Art. 2.05.1 In afwijking van artikel 66 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, mogen voorschotten tot een maximumbedrag van 250 000 EUR verleend worden aan de rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven. Door middel van deze voorschotten mogen de rekenplichtigen schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, tot 5 500 EUR betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden. Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten. Aan de rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren. Art. 2.05.2 Binnen de perken van de betrokken basisallocatie kan de volgende toelage worden toegekend : PROGRAMMA 21/0 - LEIDING EN BEHEER Toelage aan de VZW "gemeenschappelijke Sociale dienst bij de horizontale Federale Overheidsdiensten en de Regie der Gebouwen", op de basisallocatie 05.21.01.41.60.05. Sectie 12. - FOD Justitie Art. 2.12.1 In afwijking van artikel 66 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat mogen aan de volgende rekenplichtigen voorschotten worden toegestaan tot een maximumbedrag van 2 500 000 EUR. Door middel van deze voorschotten mogen alle schuldvorderingen aangaande werkingskosten en vergoedingen van alle aard, worden betaald binnen het hierna aangegeven kader : 1. schuldvordering met een waarde kleiner als bepaald door de Koning voor wat de opdrachten gesloten met een aanvaarde factuur betreft : ? de rekenplichtige van de Stafdienst Begroting en Beheerscontrole. Aan de rekenplichtige van de Stafdienst Begroting en Beheerscontrole wordt bovendien machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland, de nodige voorschotten te verlenen. 2. ongeacht het bedrag van de schuldvordering : ? de rekenplichtige van de Sociale Dienst met het oog op de uitbetaling van hulpgelden en toelagen met sociaal karakter, alsmede van toelagen ten gunste van de cultuur- en sportkringen opgericht onder het personeel van de FOD Justitie; ? de rekenplichtige van de Veiligheid van de Staat voor de betaling van confidentiële uitgaven. Art. 2.12.2 Voor de betaling van de staten van honoraria van gerechtelijke deskundigen en gerechtsdeurwaarders en alle andere gerechtskosten, met inbegrip van de schuldvorderingen met betrekking tot de internationale gerechtelijke samenwerking, en dit ongeacht hun bedrag, zal door de Minister van Justitie een provisie ter beschikking worden gesteld aan de griffiers bij de Hoven en de Rechtbanken. Art. 2.12.3 De terugvordering van de voorschotten onder de vorm van lening toegekend aan de personeelsleden, kan, in voorkomend geval, worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 23, 4°, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers. Art. 2.12.4 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/2 - DIENST VOOGDIJ MINDERJARIGE VREEMDELINGEN Toelagen aan openbare instellingen en verenigingen belast met de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. PROGRAMMA 40/3 - STUDIES EN DOCUMENTATIE 1) Toelagen aan publicaties en aan wetenschappelijke instellingen;2) Toelage aan de vzw "Geschillencommissie reizen";3) Toelage aan de Kinderrechten Coalitie Vlaanderen en aan de Coordination des ONG pour les droits de l'enfant;4) Toelage aan de VZW "Verzoeningscommissie - bouw". PROGRAMMA 40/4 - INTERNATIONALE SAMENWERKING Aandeel van België in de werkingskosten van de Internationale Organisatie voor de Criminele Politie te Lyon (I.O.C.P.) en het Schengen Information System te Straatsburg (S.I.S.). Deelneming van België in de werkingskosten van internationale instellingen. PROGRAMMA 51/3 - MEDISCHE EN PARAMEDISCHE ZORGEN AAN GEDETINEERDEN Toelagen aan organismen belast met de therapeutische begeleiding van de daders van seksuele misdrijven. PROGRAMMA 56/0 - BESTAANSMIDDELEN Toelage voor het gebruik door de gerechtelijke diensten van de bibliotheken van de balies in sommige gerechtsgebouwen. PROGRAMMA 59/2 - ISLAMITISCHE EREDIENST Toelage voor de erkenning van de islamitische eredienst. PROGRAMMA 59/3 - BOEDDHISME Toelage aan de vzw Boeddhistische Unie van België voor de erkenning van het Boeddhisme. Art. 2.12.5 De voor orde verrichte ontvangsten in het kader van het samenwerkingsakkoord inzake de oprichting van een Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind zullen geboekt worden op de rekeningen 85.01.04.89 C en 87.09.74.07 B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde". Deze ontvangsten mogen aangewend worden om respectievelijk de werkings- en personeelskosten van deze Commissie te dekken. Art. 2.12.6 In afwijking van artikel 61, alinea 2 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende de organisatie van de begroting en de comptabiliteit van de Federale Staat, wordt de minister van Justitie er toe gemachtigd met de instellingen van de Europese Unie, overeenkomsten af te sluiten voor realisering van Europese projecten, gefinancierd door de Europese Unie. Deze projecten beogen op Europees vlak de betere werking en integratie van justitie. Art. 2.12.7 In afwijking van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat,en in afwijking van artikel 185 van de programmawet van 23 december 2009, worden de ontvangsten ten voordele van het Fonds van de Kansspelcommissie (programma 12-62-5) gedesaffecteerd ten belope van 290 000 EUR en bij de algemene middelen van de Schatkist gevoegd. Sectie 13. - FOD Binnenlandse Zaken Art. 2.13.1 § 1. In afwijking van artikel 135 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, wordt het maximumbedrag van de geldvoorschotten die aan de voorschotrekenplichtigen van de diensten en instellingen van wie de uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven, bepaald op maximum 5 000 EUR. Door middel van deze voorschotten mogen de voorschotrekenplichtigen alle dringende uitgaven doen tot en met 500 EUR per uitgave (incl. BTW). § 2. In afwijking van § 1 mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 15 000 EUR verleend worden voor alle uitgaven van het programma 55 voor de kosten van repatriëring en verwijdering van ongewenst geachte personen. De beperking van 500 EUR per uitgave geldt niet voor deze kosten. § 3. In afwijking van § 1 mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 15 000 EUR verleend worden voor alle uitgaven verricht door de voorschotrekenplichtigen van het open terugkeercentrum van de Dienst Vreemdelingenzaken. § 4.Indien de voorschotrekenplichtigen voormelde maximumbedragen aan geldvoorschotten overschrijdt, moet hij/zij de reeds ontvangen voorschotten verantwoorden, alvorens een nieuw voorschot kan verkregen worden. Art. 2.13.2 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/4 - FINANCIERING VAN DE GEMEENTEN, GEWESTEN EN ANDERE INSTELLINGEN 1° Toelagen voor de financiering van de taalpremies, ten gunste van :
  1. a)het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de Brusselse agglomeratie, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, evenals de instellingen van openbaar nut die van deze instellingen afhangen;
  2. b)de plaatselijke diensten in de zin van artikel 9 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken die gelegen zijn in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad;
  3. c)de ziekenhuizen die afhangen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.2° Opvang asielzoekers : Toelagen aan organisaties en gemeenten die een bijdrage leveren tot ondersteuning en spreiding van vluchtelingen. Toelagen aan organisaties voor de individuele evaluatie van de specifieke noden van kwetsbare personen en aanpassing van hun huisvesting. Toelagen aan organisaties die steun verlenen aan initiatieven voor psychologische bijstand (individuele ten laste name, preventiehulpmiddelen, informatie en vorming). Toelagen aan organisaties die als doel hebben het verblijf in de opvangcentra tot een nuttige periode te maken waarin eenieder zich vaardigheden kan eigen maken die overbrengbaar zijn (bij voorbeeld, basisstudies, alfabetisering, het leren van een nationale taal, scholingsprogramma's, ... enz.) onafhankelijk van de afloop van de asielprocedure. Toelagen aan organisaties voor de individuele inlichtingen betreffende de rechten en plichten van de asielzoekers, waaronder het recht tot sociale hulp en de condities voor opvang, de juridische procedure en bijstand, het institutioneel stelsel, de levensomstandigheden in België en de hulp bij terugkeer. Toelagen aan organisaties die de opdrachten van een sociaal vertaalbureau vervullen. Toelagen aan organisaties voor de ontwikkeling van het lokale beleid inzake communicatie en de bevordering van algemene communicatiemiddelen met betrekking tot de opvang van asielzoekers. Toelagen aan organisaties die programma's of projecten in het kader van vrijwillige terugkeer uitvoeren. PROGRAMMA 51/1 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA 1° Toelagen aan hen die daden van moed hebben verricht en daarbij het slachtoffer van hun offervaardigheid zijn geworden of aan rechthebbenden van helden die door hun moedige daad het leven verloren hebben of aan de klaarblijkelijke gevolgen ervan bezweken zijn, ook voor vergoedingen voor begrafeniskosten.2° Toelage aan de Vereniging tot Bevordering van Brussel als tussenkomst in de kosten voor inrichting van feestelijkheden in de Warande ter gelegenheid van het jaarlijks Nationaal Feest. PROGRAMMA 51/9 - BEVOLKING EN VERKIEZINGEN Toelagen in het kader van de ontwikkeling van toepassingen voor de elektronische identiteitskaart. PROGRAMMA 54/0 - BESTAANS- MIDDELENPROGRAMMA 1° Toelage aan een opleidingsraad voor de brandweerdiensten.2° Bijdrage in de kosten van voorlichting, documentatie en public relations inzake civiele veiligheid. PROGRAMMA 54/2 - OPERATIES VAN DE CIVIELE VEILIGHEID; UITRUSTING EN OPLEIDING VOOR DE CIVIELE BESCHERMING EN DE BRANDWEER-DIENSTEN 1° Bijdragen ten voordele van de brandweerdiensten in de kosten van informatiecampagnes voor brandvoorkoming, steun aan lokale initiatieven.2° Toelagen aan de Hoge Raad voor de opleiding voor de openbare brandweerdiensten, de Programmeringscommissie, de Commissie voor gelijkstelling en vrijstelling, het Redactiecomité, de Nederlandstalige Supraprovinciale Opleidingsraad en de Frans- en Duitstalige Supraprovinciale Opleidingsraad. PROGRAMMA 54/8 - FINANCIERING HULPVERLENINGSZONES EN BRANDWEERDIENSTEN 1° Toelage aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, aan intercommunales, aan de gemeenten, aan de hulpverleningszones en aan de zones voor het aankopen van bijzonder materieel voor de brandweerdiensten.2° Toelagen aan de Brandweervereniging Vlaanderen, subsidies aan de "Federation royale des corps de sapeurs-pompiers de Belgique, ailes francophone et germanophone" en aan de Nationale Kas voor onderlinge hulp der brandweermannen.3° Bijdragen in de financiering van de cursussen georganiseerd door de provinciale opleidingscentra voor de leden van de brandweerdiensten.4° Bijdragen in de financiering van de opgelopen uitgaven voor het organiseren van opleidingen door de provinciale opleidingscentra voor de leden van de brandweerdiensten.5° Toelagen aan hulverleningszones en prezones.6° Toelagen aan de hulpverleningszones met het oog op het financieren van de hervorming, de aanschaf van bijzonder materieel en uitrustingsvoorwerpen en het verzekeren van de aanwerving van brandweermannen.7° Toelagen aan de brandweerdienst van Brussel hoofdstad voor de aanschaf van bijzonder materieel en uitrustingsvoorwerpen.8° Toelage aan de hulpverleningszone Hainaut-centre in het kader van Fire Fighting/ SHAPE PROGRAMMA 55/2 - PROJECTEN IN HET KADER VAN HET VREEMDELINGENBELEID 1° Subsidies aan derden voor het uitvoeren van projecten in het kader van het vreemdelingenbeleid op basis van de variabele kredieten van de Dienst Vreemdelingenzaken ( activiteit 1 van programma 2 van organisatie afdeling 55) en van haar eigen middelen (activiteit 2 van programma 2 van organisatieafdeling 55).2° Subsidies aan derden voor het uitvoeren van acties en initiatieven voor de preventie van illegale immigratie in bepaalde landen (activiteit 3 van programma 2 van organisatieafdeling 55).3° Subsidies aan derden voor het uitvoeren van acties en initiatieven ter organisatie van de opvang van personen die asiel aanvragen in België en in afwachting zijn van hun inschrijving bij de Dienst Vreemdelingenzaken. PROGRAMMA 56/0 - BESTAANS- MIDDELENPROGRAMMA Toelagen voor het stimuleren van projecten uitgaande van de voetbalwereld rond veiligheid bij voetbalwedstrijden. PROGRAMMA 56/1 - ALGEMENE ADMINISTRATIEVE POLITIE - OPLEIDING,PREVENTIE EN UITRUSTING 1° Betoelaging van Belgische universiteiten of andere instellingen, betrokken bij de studie of beheersing van de criminaliteit, van publieke of private initiatieven inzake criminaliteitspreventie, inzonderheid voetbalvandalisme, geïntegreerde initiatieven van lokale criminaliteit en onderzoek naar het voorkomen van bepaalde criminele fenomenen.2° Bijdrage in de kosten van laboratoria belast met onderzoekingen betreffende brandvoorkoming.3° Betoelaging van de provinciale gouvernementen om hun informatie- en coördinatieopdracht tussen de diensten en besturen die bevoegdheid zijn op het gebied van veiligheid uit te voeren. PROGRAMMA 56/7 - EUROPESE TOPONTMOETINGEN TE BRUSSEL Toelagen aan de politiezones en de gemeenten in verband met de veiligheid voor de organisatie van Europese Topontmoetingen. PROGRAMMA 56/8 - LOKALE INTEGRALE VEILIGHEID 1° Subsidies voor de lokale overheden in het kader van de gesubsidieerde Actieplannen en maatregelen gemeenschapswachten.2° Subsidies voor het lokaal veiligheids -en preventiebeleid.3° Subsidies voor investeringen inzake de beveiliging en fysieke bescherming van gebouwen ten voordele van de Stichting van het Jodendom van België. PROGRAMMA 63/1 - NIET-GEMIGREERDE HULPCENTRA 100 Terugbetaling van de personeelskosten van het hulpcentrum 100/112 van de Brusselse Agglomeratie. PROGRAMMA 63/2 - N.V. ASTRID 1° Toelage aan de NV ASTRID ter dekking van de werkingskosten van de gemeenschappelijke infrastructuur.2° Toelage aan de NV ASTRID ter dekking van de investeringskosten van de gemeenschappelijke infrastructuur. Art. 2.13.3 In afwijking van artikel 52, eerste lid, 1° van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, kunnen er voor het departement herverdelingen van basisallocaties gebeuren tussen de vastleggingskredieten van de basisallocaties 56.10.34.41.01 en 40.70.34.41.01 (schadevergoedingen). Art. 2.13.4 De rekenplichtige van de sociale dienst, bevoegd voor de rekening van de culturele activiteiten wordt gemachtigd om ontvangsten te innen van bijdragen aan culturele activiteiten van de deelnemers en is eveneens gemachtigd om met deze ontvangsten de uitgaven aan de organisatoren van deze culturele activiteiten te betalen voor het gedeelte van de ontvangen gelden. Art. 2.13.5 De rekenplichtige van de sociale dienst, bevoegd voor de rekening van het kinderdagverblijf wordt gemachtigd om ontvangsten te innen van bijdragen van de ouders voor de inschrijving van de kinderen in het kinderdagverblijf en is eveneens gemachtigd om met deze ontvangsten de uitgaven van de kosten van het kinderdagverblijf te betalen voor het gedeelte van de ontvangen gelden. Art. 2.13.6 De rekenplichtige van de logistieke dienst, bevoegd voor de rekening van de cafetaria wordt gemachtigd om ontvangsten te innen in ruil voor de verkoop van dranken en warme snacks alsook voor het organiseren van conferenties. Hij is gemachtigd om met deze ontvangsten de uitgaven voor dranken en snacks alsook de organisatie van de conferenties te betalen. Art. 2.13.7 Het organiek begrotingsfonds "Fonds in het kader van het migratiebeleid" beschikt over een vastleggingsmachtiging van 6 368 000 EUR. Elke vastlegging aan te gaan krachtens dit artikel wordt onderworpen aan het visum van de controleur van de vastleggingen en aan het Rekenhof. Vóór de tiende van elke maand, legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingsstukken voor, die enerzijds het bedrag vermeldt van de vastleggingen die tijdens de afgelopen maand geviseerd worden, en anderzijds het bedrag aangeeft van de vastleggingen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar. Art. 2.13.8 De minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken wordt gemachtigd fondsen op te nemen op het specifieke begrotingsartikel, voorzien in artikel 1, § 2quater, tweede lid van de wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/08/1985 pub. 15/11/2000 numac 2000000832 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling sluiten houdende sociale bepalingen, zoals gewijzigd door de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, die bestemd zijn voor de coördinatie en voor de supralokale acties in de domeinen bedoeld in artikel 69 van bovenvermelde wet van 30 maart 1994. Deze fondsen worden gestort aan de voorschotrekenplichtige van de Algemene Directie Veiligheid en preventiebeleid, die verantwoording over de aanwending ervan verstrekt bij het Rekenhof. Art. 2.13.9 § 1. De vastleggingsmachtiging met betrekking tot het fonds 13-15 "Federaal Europees fonds voor Asiel en Migratie en Interne Veiligheid - Programmatie 2014-2020" van het programma 13-71-1, bedraagt 21 010 000 EUR. Elke vastlegging aan te gaan in toepassing van dit artikel wordt onderworpen aan het visum van de controleur van de vastleggingen. § 2. In afwijking van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, wordt het fonds 13-15 "Federaal Europees fonds voor Asiel en Migratie en Interne Veiligheid - Programmatie 2014-2020" van het programma 13-71-1, gemachtigd een debettoestand in vereffening te vertonen welke het bedrag van 14 599 000 EUR niet mag overschrijden. Art. 2.13.10 In afwijking van artikel 52, eerste alinea, 2° van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat en in afwijking van artikel 1-01-3 § 2 van deze wet, zijn de vastleggings -en vereffeningskredieten van de basisallocaties 72.11.110003, 72.11.121199, 72.12.110003, 72.13.121199 en 72.13.122148 enkel onderling herverdeelbaar en niet met de andere basisallocaties betreffende het personeel van de sectie 13 - Binnenlandse Zaken. Art. 2.13.11 Het provisioneel krediet ingeschreven op basisallocatie 13.71.10.0100.01 van het Federaal Europees fonds voor Asiel en Migratie (AMIF) en Interne Veiligheid (ISF) mag, na akkoord van de minister van Begroting, volgens de behoeften in het kader van de toewijzing van de verschillende projecten verdeeld worden over de passende programma-activiteiten van het fonds door middel van een herverdelingsbulletin. Art. 2.13.12 In afwijking van artikel 52, eerste lid, 1° van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, kunnen er voor het departement herverdelingen gebeuren tussen de vastleggingskredieten van de basisallocaties met betrekking tot de brandbrestijding op de site van de SHAPE, namelijk 13.54.80.3540.19 en 13.54.80.4354.04. Art. 2.13.13 Bij wijze van overgang, voorafgaand aan de overdracht van de noodzakelijke middelen voor de tenuitvoerlegging van de uitzonderingsbepaling van de bijzondere wet betreffende de zesde Staatshervorming met betrekking tot de PVP-Activa (preventie- en veiligheidspersoneel), en in afwachting van de tenlasteneming door de FOD Binnenlandse Zaken van de financiering van de gemeenten in het kader van het in activiteit blijven van dat personeel, wordt overgegaan tot een terugbetaling van de uitgaven die verricht zijn door de RVA met het oog op het verzekeren van de continuïteit van de stortingen die verbonden zijn met de maatregelen tot activering van de werkloosheidsuitkering, op basis van de basisallocatie 56 81 424001 die is ingeschreven op de sectie 13 FOD Binnenlandse Zaken van de algemene uitgavenbegroting. Art. 2.13.14 Goedgekeurd wordt de bij deze wet gevoegde begroting voor het jaar 2016 van het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers. Deze begroting beloopt 307 967 994 EUR voor de ontvangsten en 307 967 994 EUR voor de uitgaven. Sectie 14. - FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Art. 2.14.1 De uitvoeringsmodaliteiten van de voor orde verrichte ontvangsten en uitgaven, in het kader van de akkoorden met betrekking tot de gedelegeerde samenwerking, zullen ingeschreven worden in de akkoorden met de verschillende partners. De verrichtingen worden onderworpen aan het voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën, conform de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole. Art. 2.14.2 In afwijking van artikel 1-01-03, § 2 van de huidige wet, mogen de basisallocaties 42.01.11.00.13, 42.01.11.00.14, 42.01.11.00.15, 42.02.12.21.48 en de basisallocaties 21.01.11.00.03, 21.01.11.00.04 en 21.01.11.00.13 van de sectie 14 onderling herverdeeld worden. Art. 2.14.3 § 1. In het kader van het Europees project Galileo, is het Departement gemachtigd om de bedragen ontvangen van de Europese Commissie voor de installatie en uitrusting van een antenne in Tokyo te affecteren aan het organiek Fonds 14-42-1. § 2.De ontvangsten waarvan sprake in § 1 worden ingeschreven op Titel I, Sectie II, Hoofdstuk 14 § 1, artikel 3910.01 van de Rijksmiddelenbegroting en geaffecteerd aan de basisallocaties 14.42.12.1211.10 en 14.42.12.7200.01 van de Algemene Uitgavenbegroting. § 3. De uitgaven van het project Galileo ten laste genomen van het Fonds 14-42-1 worden geprefinancieerd door de Europese Commissie. Art. 2.14.4 De kredieten opgenomen in het programma 42/0 (B.A. 42.03.03.10.01) zijn bestemd voor de samenstelling van bestendige werkingsfondsen die de betaling verzekeren van uitgaven in verband met de werkings- en investeringskosten van de Belgische diplomatieke en consulaire posten en van de vaste vertegenwoordigingen bij de internationale organismen. De uitgaven vereffend op die voorschotten worden geregulariseerd op de daartoe bestemde begrotingskredieten. De Schatkist wordt eveneens gemachtigd die buitenlandse werkingsfondsen voor hetzelfde doel en mits naleving van dezelfde budgettaire regulari-satieprocedure weer samen te stellen. Art. 2.14.5 De overheidsopdrachten voor studies die voorafgaand aan bepaalde werken (basisallocatie 42.11.12.11.12) en de werken (basisallocaties 42.04.72.00.01 en 42.11.72.00.01) in het buitenland gegund worden en die onder de Europese drempels blijven, kunnen gegund worden via een onderhandelingsprocedure voor zover de nodige bekendmaking gedaan wordt om een afdoende concurrentie te verzekeren en waarbij de gelijkheid der inschrijvers, de essentiële bepalingen van het algemeen lastenboek en de basisprincipes van de wetgeving gerespecteerd worden. Art. 2.14.6 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen en bijdragen worden toegekend : PROGRAMMA 40/3 - CONFERENTIES, SEMINARIES EN ANDERE MANIFESTATIES Deelnemingen in de werkingskosten van conferenties en andere manifestaties georganiseerd door internationale organismen. PROGRAMMA 40/5 - VERTEGENWOORDIGING IN HET BUITENLAND Toelagen bestemd ter bevordering van het imago van België op het gebied van de internationale en commerciële betrekkingen. PROGRAMMA 40/7- INTERNATIONALE SAMENWERKING 1) Toelagen aan organismen of verenigingen die activiteiten hebben met een internationaal karakter;2) Toelage aan het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen;3) Toelage aan de Stichting Europalia;4) Toelage aan het Europacollege (Brugge);5) Toelage aan het Europees Universitair Instituut (Firenze). PROGRAMMA 51/1- BILATERALE BETREKKINGEN 1) Toelagen m.b.t. verrichtingen in het raam van de politiek van bilaterale actieprogramma's; 2) Toelage aan de Stichting Anna Lindh voor de bevordering van de dialoog tussen culturen;3) Toelage aan Eurodistrict;4) Toelage aan de Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS) West-Vlaanderen/Vlaanderen - Duinkerke (Opaalkust). PROGRAMMA 51/2 - ECONOMISCHE EXPANSIE 1) Toelagen ter steun aan het economisch netwerk in het buitenland;2) Steun aan de export. PROGRAMMA 53/1- MULTILATERALE BETREKKINGEN Bijdragen van België aan internationale organismen. PROGRAMMA 53/3 - SAMENWERKING Uitgaven met betrekking tot de opleiding in Belgïe en in het buitenland van onderhorigen buiten de Europese Unie. PROGRAMMA 53/4- HUMANITAIRE HULP Optreden en initiatieven inzake conflictpreventie, vredesopbouw en mensenrechten. PROGRAMMA 54/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA 1) Toelagen aan in internationale initiatieven in verband met de evaluatie van ontwikkelingssamenwerking;2) Toelagen aan initiatieven van derden voor voorbereiding en opvolging van ontwikkelingssamenwerking en voor organisatie van vergaderingen. PROGRAMMA 54/1 - LANDENPROGRAMMA'S 1) Junior programma van de Belgische ontwikkelingssamenwerking;2) Verlichting van de schulden van de lage-inkomenslanden;3) Toelagen aan de Mekong River Commission, aan de East African Community, aan de West-afrikaanse Ontwikkelingsbank (BOAD), aan de Communauté Economique des Pays des Grands Lac (CEPGL), aan ECOWAS en aan andere regionale organisaties of initiatieven, met in begrip van regionale programma's van internationale (partner)-organisaties, van de OESO en de EU evenals regionale programma's van andere lidstaten van de EU;4) Toelagen aan partnerschapsprojecten met de gouvernementele samenwerking;5) Toelagen in het raam van de samenwerking met lokale organisaties van de civiele maatschappij;6) Toelagen voor maatschappijopbouw en goed bestuur;7) Toelagen voor de activiteiten van het Belgisch Fonds voor de Voedselzekerheid, opgericht bij wet en aan de aanvullende programma's bij het Belgisch Fonds voor de Voedselzekerheid;8) Toelagen voor samenwerking via andere donoren en voor gedelegeerde samenwerking. PROGRAMMA 54/2 - INITIATIEVEN VAN DE CIVIELE MAATSCHAPPIJ 1) Toelagen aan de niet-gouvernementele organisaties voor de financiering van de uitvoering, het beheer en de evaluatie van de NGO-programma's en projecten, met uitzondering van activiteiten inzake preventie, noodhulp en hulp voor rehabilitatie, voedselhulp en de conflictpreventie die ten laste van de aangepaste basisallocaties betoelaagd zullen worden, en van acties uitgevoerd in het raam van het Belgisch Fonds voor de Voedselzekerheid;2) Toelagen aan de "Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand" (VVOB) en aan de "Association pour la Promotion de l'Education et de la Formation à l'Etranger" (APEFE);3) Toelagen ter ondersteuning van pedagogische activiteiten in Centraal Afrika;4) Toelagen aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen;5) Toelagen aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika;6) Toelagen aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde;7) Toelage aan het European Centre for Development Policy Management;8) Toelagen aan de Vlaamse Interuniversitaire Raad, de Académie de recherche et d'enseignement supérieur en de universitaire instellingen voor de financiering van beurzen, opleidingskosten, institutionele samenwerking, eigen-initiatiefprojecten, noord-acties en gemeenschappelijke acties;9) Betoelaging van de mutualiteiten;10) Betoelaging van samenwerkingsacties van gedecentraliseerde besturen;11) Betoelaging van syndicale initiatieven van het Instituut voor Internationale Arbeidersvorming (IIAV), het Internationaal Syndicaal Vormingsinstituut (ISVI) en de Beweging voor Internationale Solidariteit (BIS);12) Betoelaging van sociale en culturele hulp aan studenten en stagiairs uit lage-inkomenslanden ;13) Betoelaging van ontwikkelingsprogramma's van migrantenverenigingen;14) Terugbetaling van de kosten voor geneeskundige zorgen verleend in Europa aan de Belgische en Luxemburgse missionarissen van Afrika ;15) Betoelaging van Africalia;16) Betoelaging van sensibilisering door derden en van Kleur Bekennen. PROGRAMMA 54/3 - MULTILATERALE SAMENWERKING 1) Toelagen aan de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling voor activiteiten in het kader van ontwikkelingssamenwerking;2) Toelagen aan de internationale partnerorganisaties van de multilaterale samenwerking, met inbegrip van de onderzoeksprogramma's inzake landbouw en van de ontwikkelingsbanken.In afwachting van de onderhandeling van nieuwe vierjarige overeenkomsten met de partnerorganisaties zal in het overgangsjaar 2016 een éénjarige bijdrage toegekend worden; 3) Verplichte bijdragen aan en deelnemingen in ontwikkelingsbanken met inbegrip van schuldverlichtingsoperaties ten gunste van de lage inkomenslanden;4) Verplichte bijdragen aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), aan de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor Opvoeding, Wetenschap en Cultuur (UNESCO), aan de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en aan de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM);5) Bijdragen aan de Global Environment Facility, aan het Multilateraal Fonds tot uitvoering van het Protocol van Montreal, aan het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, aan het Protocol van Kyoto, aan het Verdrag inzake de biologische diversiteit, aan het Secretariaat van het Verdrag ter Bestrijding van de Desertificatie, aan het « Least Developed Countries Fund », aan specifieke mechanismen die de inspanningen van de ontwikkelingslanden in hun strijd tegen ontbossing ondersteunen en aan andere initiatieven in het raam van de financiering van de strijd tegen de klimaatverandering;6) Verplichte bijdragen aan de missie van de Verenigde Naties in Congo en aan het Internationaal Tribunaal voor Rwanda en aan het Residueel Mechanisme;7) Toelagen voor de aanwerving van multilateraal samenwerkingspersoneel;8) Betoelaging van de werkingskosten in Brussel van de Internationale Organisatie voor Migratie en van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen. PROGRAMMA 54/4 - PRIVATE SECTOR PROGRAMMA'S Diverse toelagen bestemd voor de bevordering van de handel en van de private sector in de lage-inkomenslanden. PROGRAMMA 54/5 - HUMANITAIRE PROGRAMMA'S 1) Toelagen aan humanitaire programma's;2) Bijdragen tot de algemene middelen van de humanitaire internationale organisaties en aan humanitaire en voedselfondsen;3) Toelagen aan humanitaire projecten. Voor wat betreft de toelagen en bijdragen toegekend, - enerzijds, binnen het programma 53/4 - Humanitaire Hulp -, in het kader van conflictpreventie, vredesopbouw en mensenrechten, - en anderzijds, binnen het programma 54/5 - Humanitaire programma's -, in het kader van humanitaire programma's en projecten, is de afstand van goederen of diensten ten kosteloze titel toegestaan. De wetgeving en reglementering inzake overheidsopdrachten zijn van toepassing op de opdrachten die aangegaan worden met het oog op de aanschaf van de goederen of diensten die het voorwerp uitmaken van deze afstand. PROGRAMMA 55/1-EUROPESE BETREKKINGEN Toelagen ten gunste van de Europese integratie. Art. 2.14.7 (ex-2.14.20) De volgende uitgaven gedaan buiten het kader van het koninklijk besluit van 28 februari 2003 tot oprichting van een coördinatieraad voor de noodbijstand in het buitenland bij catastrofe of calamiteit en van een ondersteunende permanente dient B-FAST (Belgian First Aid and Support Team) mogen op de basisallocatie 40.41.12.11.10 aangerekend worden : - de kosten die voortvloeien uit de jaarlijkse UNDAC (United Nations Disaster Assessment and Coordination) opleiding ten behoeve van één kandidaat uit een partnerland van de gouvernementele ontwikkelingssamenwerking; - de kosten die voortvloeien uit ondersteuning aan UNDAC opleidingen in Afrika, voornamelijk in West-Afrika. Art. 2.14.8 Het provisioneel krediet ingeschreven op het programma 53/5 (B.A. 51.01.00.01) - Provisioneel krediet bestemd voor de looncompensatie van militairen, van leden van de federale politie, van vertegenwoordigers van de magistratuur en van personeelsleden van Justitie, van Buitenlandse Zaken, van Financiën en andere overheidsdiensten belast met zendingen in het buitenland en de terugbetalingen aan de oorspronkelijke departementen van vergoedingen en werkings- en ontplooiingskosten aan militairen, aan leden van de Federale Politie, aan vertegenwoordigers van de magistratuur en aan personeelsleden van Justitie, van Buitenlandse Zaken, van Financiën en andere overheidsdiensten belast met zendingen in het buitenland - mag, op voorstel van de Minister van Buitenlandse Zaken en van de Minister van Begroting, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen door middel van een koninklijk besluit. Art. 2.14.9 Voor het jaar 2016 beschikt het Belgisch Fonds voor de Voedselzekerheid (basisallocatie 54.17.35.60.50) over een vastleggingsmachtiging van 16.500.000 EUR. Elke verbintenis aan te gaan krachtens dit artikel wordt onderworpen aan het visum van de controleur van de vastleggingen. Vóór de tiende van iedere maand legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingsstukken voor, die enerzijds het bedrag vermeldt van de vastleggingen die tijdens de afgelopen maand geviseerd werden, en anderzijds het bedrag aangeeft van de vastleggingen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar. Art. 2.14.10 Toelagen die, in het kader van een meerjarig programma, toegekend worden aan een indirecte actor, dienen gerechtvaardigd te worden op de datum voorzien in de desbetreffende besluiten of overeenkomsten. Het niet-gebruikte saldo van een dergelijke jaarlijkse toelage, toegekend ten laste van een vorig begrotingsjaar, kan in mindering gebracht worden van de toelage die wordt toegestaan aan dezelfde indirecte actor, ten laste van het huidig begrotingsjaar. Het goedgekeurde actieplan of jaarprogramma van het nieuwe begrotingsjaar zal dan ook gefinancierd worden met nieuwe, vast te leggen middelen en met middelen waarover de indirecte actor nog beschikt ingevolge niet uitgevoerde bestedingen in het kader van vorige actieplannen of jaarprogramma's. Dit artikel is van toepassing op volgende basisallocaties :54.15.35.60.73, 54.17.35.60.50, 54.17.35.60.51, 54.20.35.60.70, 54.20.35.60.71, 54.20.35.60.72, 54.21.35.60.68, 54.21.35.60.69, 54.22.41.30.37, 54.22.41.30.38, 54.22.45.25.39, 54.23.45.24.01, 54.23.45.25.01, 54.24.45.25.52, 54.24.45.25.53, 54.24.45.25.54, 54.25.45.24.52, 54.25.45.24.53, 54.25.45.24.54, 54.26.35.60.64, 54.26.35.60.65, 54.26.35.60.66, 54.26.35.60.67 en 54 27.35.60.24. De tweede paragraaf van dit artikel is eveneens van toepassing op de basisallocaties 54.28.12.11.20, 54.28.33.00.30 en 54.44.35.60.45. Art. 2.14.11 Toelagen aan projecten en programma's van internationale organisaties dienen in de regel gerechtvaardigd te worden volgens de modaliteiten voorzien in de desbetreffende besluiten en overeenkomsten. De tijdens vorige begrotingsjaren toegekende toelagen en niet-gebruikte saldi kunnen evenwel geheroriënteerd worden, mits het verstrekken van de nodige verantwoordingen en mits het akkoord van de Minister van Ontwikkelingssamenwerking of, voor wat betreft de basisallocatie 53.41.35.40.02 - Conflictpreventie, vredesopbouw en mensenrechten, de Minister van Buitenlandse Zaken. De goedgekeurde wijzigingen worden op regelmatige tijdstippen aan het Rekenhof en aan de Minister van Begroting meegedeeld. Art. 2.14.12 In 2016 kan de Staat nieuwe meerjarige verbintenissen met de partnerlanden aangaan voor een totaal bedrag van 250 000 000 EUR. Bovendien kan het openstaande bedrag van de, door BTC uit te voeren, bilaterale verbintenissen maximaal 750 000 000 EUR bedragen. Het betreft projecten en programma's die door BTC uitgevoerd zullen worden in regie, in medebeheer of in nationale uitvoering op basisallocatie 54.10.54.52.02. Elke verbintenis aangegaan krachtens dit artikel wordt voorgelegd aan de controleur van de vastleggingen die de toepassing van de procedures inzake administratieve en begrotingscontrole en het niet overschrijden van het plafond toetst. Wanneer het project of het programma gedeeltelijk of volledig gerealiseerd wordt in nationale uitvoering zal de registratie die voorgelegd wordt aan de controleur van de vastleggingen het bedrag van de nationale uitvoering afzonderlijk vermelden. Vóór de tiende van iedere maand legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof, ter informatie, een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingsstukken voor, die enerzijds het bedrag vermeldt van de aangegane verbintenissen die tijdens de afgelopen maand ingeschreven werden, en anderzijds het bedrag aangeeft van de verbintenissen die ingeschreven werden sinds het begin van het jaar. Art. 2.14.13 Het departement Buitenlandse Zaken is in het kader van de consulaire bijstand aan residerende of reizende Belgen in het buitenland geautoriseerd om ten uitzonderlijke titel geldvoorschotten ten bedrage van een individueel maximum van 1 500 EUR af te houden van de rekening van de consulaire ontvangsten van de diplomatieke posten van de eurozone onder volgende voorwaarden : - de betrokkene diplomatieke post beschikt niet over een werkingsfonds; - de fondsen nodig voor de bijstand kunnen niet ter beschikking gesteld worden door het hoofdbestuur binnen een redelijke termijn; - elke interventie moet voorafgaandelijk gemachtigd worden door de bevoegde diensten van de Directie-Generaal Consulaire Zaken die eveneens zal overgaan tot de invordering en de transmissie aan de post van de gegevens betreffende de imputatie van de uitgaven binnen de limieten van zijn begrotingsmiddelen; - het totaal van de consulaire ontvangsten zal in de oorspronkelijk staat worden teruggebracht en gestort worden aan de Schatkist binnen een termijn van maximum drie maanden. Art. 2.14.14 § 1. Voor het jaar 2016 wordt machtiging verleend om een programma voor leningen aan vreemde Staten te onderhandelen ten belope van 50 000 000 EUR. Rekening houdend met de budgettaire mogelijkheden wordt het leningsprogramma goedgekeurd door de Ministerraad. Het vermeldt de prioritair te realiseren leningen evenals de prioritaire vervangingsleningen, in de vorm van een meerjarenprogramma. De vervangingsleningen kunnen te allen tijde in de plaats treden van initieel te realiseren leningen die geschrapt worden. De controleur van de vastleggingen boekt de realisaties en de vervanging van leningen van een programma. § 2. De leningen aan vreemde Staten worden door de controleur van de vastleggingen vastgelegd vóór de notificatie van het leningsakkoord, op het ogenblik dat de Minister van Financiën door de ondertekening van een volmacht of van het leningsakkoord zelf, zijn goedkeuring geeft over de toe te kennen lening. Art. 2.14.15 Indien het totaal van de verantwoording van de uitgaven per prestatie, die door de rekeningencommissarissen van de Belgische Technische Coöperatie (BTC) wordt gewaarmerkt als zijnde "overeenstemmend met en getrouw aan de wet, het beheerscontract en de jaarrekeningen", de ontvangen voorschotten overschrijdt, zal BTC voor het saldo, uiterlijk op 1 september van het jaar dat volgt op het te financieren jaar, een schuldvordering indienen. Na goedkeuring van deze schuldvordering door de Minister van Ontwikkelingssamenwerking zal de Staat dit saldo betalen ten laste van de kredieten lopend jaar ingeschreven op basisallocatie 54.10.54.52.02 - Dekking van de operationele kosten van BTC en bevoorrading van de medebeheerde of door de partner beheerde rekeningen. Art. 2.14.16 (ex-2.14.21) § 1. In afwijking van artikel 1-01-03, § 3, van de huidige wet, mag de overschrijding van het vastleggingskrediet op de basisallocatie 14.21.0.1.12.11.10, als gevolg van de aanrekening van ongunstige wisselkoersverschillen geregulariseerd worden via een herverdeling tussen het genoemd krediet en deze van de basisallocaties met economische code 3540 of 3560 (ESR95) die de oorzaak zijn van de overschrijding. Deze regularisatie wordt op jaarbasis uitgevoerd ten laatste 28 februari van het jaar dat volgt op deze waarin de overschrijding zich voordeed. § 2. De gunstige wisselkoersverschillen zijn het voorwerp van negatieve aanrekeningen op de vastleggings- en vereffeningskredieten op de basisallocatie 14.21.0.1.12.11.10. Art. 2.14.17 De uitvoeringsmodaliteiten van de voor orde verrichte ontvangsten en uitgaven in het kader van de akkoorden met betrekking tot de gemeenschappelijke evaluaties van de ontwikkelingssamenwerking, uitgevoerd onder de leiding van België, zullen ingeschreven worden in de akkoorden met de verschillende partners. De verrichtingen worden onderworpen aan het voorafgaandelijk advies van de Inspecteur van Financiën, conform de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole. Art. 2.14.18 De schatkist is gemachtigd voorschotten toe te staan indien de verrichtingen in verband met de rekening geopend op naam van B.I.T.D. (Bureau International des tarifs douaniers), een debettoestand van deze rekening veroorzaken. Art. 2.14.19 In 2016 kan de Minister van Buitenlandse Zaken beloften van financiële interventies ondertekenen in het kader van de steun aan het export waarvan sprake is op basisallocatie 51.21.31.12.01 voor een totaal bedrag van 70 000 000 EUR. Het encours van deze beloften mag bovendien de 210 000 000 EUR niet overschrijden. Elke belofte tot interventie aangegaan op grond van het huidig artikel wordt voorgelegd aan de controleur van de vastleggingen die de toepassing van de procedures met betrekking tot de administratieve en budgettaire controle en de naleving van het plafond zal verifiëren. Voor de tiende van elke maand maakt de controleur van de vastleggingen een overzicht in 3 exemplaren, vergezeld van verantwoordingsdocumenten waarin tegelijkertijd het bedrag van de beloften ingeschreven in de loop van de afgelopen maand als het bedrag van de beloften ingeschreven sinds het begin van het jaar, over aan het Rekenhof. Sectie 16. - Ministerie van Landsverdediging Art. 2.16.1. In afwijking van artikel 66 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende de organisatie van de begroting en de comptabiliteit van de Federale Staat, mogen voorschotten worden toegekend, teneinde aangegane opdrachten door het Belgian Military Supply Office (BMSO) gelegen te Washington uit te voeren. Voorschotten mogen eveneens uitgegeven worden aan de rekenplichtige der voorschotten van het Ministerie van Landsverdediging als aan personeelsleden van het Ministerie van Landsverdediging. Deze voorschotten worden overgeschreven door de Minister van Financiën of door zijn aangestelde op rekening van de begunstigden. In geval van dringendheid of indien de omstandigheden het vereisen worden deze voorschotten betaald door de rekenplichtige der voorschotten van het Ministerie van Landsverdediging die de nodige fondsen van de Minister van Financiën of zijn aangestelde krijgt. Het totaal aan voormelde voorschotten in voorgaande leden mag het bedrag van 27 miljoen euro niet overschrijden. Art. 2.16.2. In afwijking van artikel 117 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende de organisatie van de begroting en de comptabiliteit van de Federale Staat en in afwijking van artikel 151 van de programmawet van 2 augustus 2002, wordt de Minister van Defensie gemachtigd om, zowel in het kader van de technische samenwerking en de dringende hulpverlening aan derde landen, als van de onderlinge hulpverlening bepaald door artikel 3 van het Noord-Atlantisch Verdrag, kosteloos over te gaan tot dienstverleningen en/of afstand van materieel en/of goederen uit de voorraden van de Krijgsmacht aan de landen waaraan een bijstand wordt verleend. Art. 2.16.3. De Minister van Defensie is ertoe gemachtigd provisionele voorschotten uit te betalen op :
  4. a)de schadeloosstelling ten laste van de Staat ingevolge schade geleden door leden van het personeel of door derden;
  5. b)de uitgaven in verband met de kosten voor verpleging in burgerinstellingen, met behandeling van lange duur en met de leveringen van farmaceutische producten door de burgerofficina's;
  6. c)de kosten voor het gebruik van vreemde installaties. Art. 2.16.4. De verplichtingen voortvloeiende uit aankooporders, gegeven aan het Belgian Military Supply Office (BMSO) te Washington voor het begin van het budgettaire jaar en die niet konden afgesloten worden voor deze datum mogen gedurende het budgettaire jaar afgesloten worden en dit binnen de beperkingen van het saldo van de sommen die reeds vastgelegd werden uit hoofde van deze aankooporders. De sommen die vastgelegd worden in uitvoering van aankooporders gegeven aan het Belgian Military Supply Office (BMSO) te Washington, worden aangerekend ten laste van vastleggingskredieten geopend voor het jaar van het aankooporder, wat ook het jaar mag zijn waarin de verplichtingen voortvloeiend uit de aankooporders aangegaan worden. De fondsen verkregen door middel van ordonnantiën via kredietopening gedaan in het verleden mogen gebruikt worden om uitgaven te betalen, die voortvloeien uit contracten gerealiseerd door BMSO. Het overschot aan fondsen wordt aan de Schatkist teruggestort zodra de betrokken rekenplichtige de beheersrekening, houdende eindafrekening van de contracten waarvoor deze fondsen werden toegekend, aan het Rekenhof heeft voorgelegd. De Minister van Defensie is gemachtigd de uitstaande tegoeden met betrekking tot de lopende opdrachten en uitwisselingsovereenkomsten gesloten met de instellingen van het NATO Support Agency aan te wenden voor de vernietiging of demilitarisatie bij voormelde instellingen van grote hoeveelheden overtollig en onverkoopbaar materieel en munitie. Art. 2.16.5. Enkel de Minister van Defensie is bevoegd om beslissingen te nemen ter beslechting van de geschillen gerezen bij de keuring van de leveringen als gevolg van de overeenkomsten gesloten door het Ministerie van Landsverdediging :
  7. a)in de Verenigde Staten van Amerika, in Canada, met het NATO Support Agency en zijn ondergeschikte afdelingen;
  8. b)met de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland ingevolge het akkoord betreffende de bevoorrading in onderdelen voor het wapensysteem LEOPARD en de ervan afgeleide versies. Art. 2.16.6. Wat de overeenkomsten betreft die het voorwerp zijn van vereffeningen voor rekening van de NAVO-infrastructuur, dienen de inschrijvingen of offertes, al naargelang van het type van de overeenkomst, vergeleken te worden zonder rekening te houden met de belasting op de toegevoegde waarde en de douanerechten toegepast in de landen van de Europese Unie. Art. 2.16.7. Binnen de perken van de kredieten ingeschreven op de basisallocatie 16 50 72 415001, mag een subsidie toegekend worden aan de Koninklijke Militaire School voor de financiering van sommige exploitatie uitgaven met betrekking tot de uitvoering van het programma wetenschappelijk en technologisch onderzoek van Defensie. Binnen de perken van de kredieten, ingeschreven op de betrokken basisallocaties onder het activiteitenprogramma 50/9, zal een bijdrage uitgekeerd worden aan volgende organismen : CARTOGRAFISCHE STEUN Nationaal Geografisch Instituut NATIONALE ERKENNING V.Z.W. "Luchtkadetten van België Koninklijke Nationale Unie der Reserveofficieren van België Koninklijke Nationale Vereniging van de Reserveonderofficieren van België V.Z.W. "Tank Museum" V.Z.W. "Brussels Air Museum Fund" V.Z.W. "De Vrienden van de Sectie Marine van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis V.Z.W. "De Vrienden van de Koninklijke Muziekkapel van de Gidsen" V.Z.W. "Belgian Air Force Royal Symphonic Band Association" V.Z.W. "Koninklijk Marine Kadettenkorps-België" Het Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk SOCIALE HULP, HUISVESTING en CULTUUR Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie (CDSCA) van het Ministerie van Landsverdediging) DOTATIE AAN HET KONINKLIJK LEGERMUSEUM Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis Art. 2.16.8. De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te staan in verband met de betalings- en terugbetalingsverrichtingen van bezoldigingen voor rekening van andere departementen of diensten, van buitenlandse of internationale instellingen, of van andere derden. Deze voorschotten worden ingeschreven op de in dit kader in het boekhoudplan van het Ministerie van Landsverdediging opgenomen rekeningen. De debetstand van deze rekeningen mag een debetstand van 55 miljoen euro niet overschrijden. Art. 2.16.9. De voor orde verrichte ontvangsten en uitgaven in het kader van verdragen of internationale of nationale akkoorden zullen geboekt worden op de daarvoor geopende rekeningen in het kader van het boekhoudplan van het Ministerie van Landsverdediging. Het gecumuleerde saldo van deze rekeningen mag niet langer dan zes maand een debetstand vertonen. In het geval het gecumuleerde saldo een debetstand vertoont, mag dit saldo het bedrag van 10 miljoen euro niet overschrijden. De wetgeving inzake overheidsopdrachten alsook de daarbij horende delegaties zijn van toepassing op de uitgavenverrichtingen. Tevens worden deze verrichtingen onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën conform de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole. Art. 2.16.10. De Minister van Defensie is gemachtigd ten belope van 100 000 EUR de ontvangsten aan te wenden die voortvloeien uit de interesttegoeden opgebracht door uitstaande voorschotten bij de "Federal Reserve Bank of New York" in het kader van de overheidsopdrachten nopens de levering van de vliegtuigen, logistieke steun, grondinstallaties en bijkomende kosten voor het geheel van de F-16 vloot. De Minister van Defensie is gemachtigd om het saldo van de bedragen overgemaakt aan het Steunagentschap van de NAVO of aan de haar ondergeschikte instellingen in uitvoering van beëindigde opdrachten of akkoorden betreffende prestaties van logistieke aard aan te wenden bij het NATO Support Agency of bovenvermelde instellingen in het kader van lopende opdrachten of akkoorden. Art. 2.16.11. De Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie (CDSCA) van het Ministerie van Landsverdediging) wordt gemachtigd de opdrachten die voorzien zijn in artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 januari 1978, gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 december 1998, tot vaststelling van de taak en tot regeling van de organisatie en de werkwijze van dit organisme te verzekeren ten gunste van de personeelsleden van de Federale Politie. De personeelsleden van Landsverdediging, die in toepassing van artikel 11, § 2 van de Wet van 10 april 1973, houdende oprichting van de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie van het Ministerie van Landsverdediging (CDSCA), ter beschikking zijn gesteld van CDSCA, blijven ten laste van de begroting van Landsverdediging. Art. 2.16.12. In afwijking van artikel 61, alinea 2 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende de organisatie van de begroting en de comptabiliteit van de Federale Staat, wordt de Minister van Defensie gemachtigd om de aan de Federale Politie geleverde prestaties, met uitzondering van deze die betrekking hebben op het personeel dat permanent ter beschikking wordt gesteld van deze laatste, te valoriseren en de van de Federale Politie ontvangen prestaties te vergoeden, op basis van de veroorzaakte supplementaire kosten. Met uitzondering van de occasionele prestaties maakt de financiële dekking van de prestaties waarvan het volume a priori gekend is, het voorwerp uit van een ter beschikking stellen van kredieten waarvan het bedrag wordt bepaald door een raming van de te realiseren prestaties en de afrekening van de vroeger werkelijk geleverde prestaties. Art. 2.16.13. De Minister van Defensie is gemachtigd om, met vreemde landen overeenkomsten te sluiten tot wederzijdse dienstverlening, in het kader van een internationale integratie van de Krijgsmacht of ter voorziening in dringende behoeften. De financiële regeling van deze wederzijdse operaties kan bij wijze van verrekening geschieden hetzij op het ogenblik dat de overeenkomst wordt beëindigd, hetzij na verloop van een overeengekomen termijn, hetzij in onderling overleg tussen de betrokken partijen. Het eventuele saldo zal worden aangerekend ofwel op de begroting van Landsverdediging, ofwel op de Middelenbegroting ten bate van het begrotingsfonds voor prestaties tegen betaling. De Minister van Defensie is ten slotte gemachtigd, om, inzake materieel, waren, wapens en munitie, met andere departementen, Belgische of buitenlandse bedrijven en derde landen overeenkomsten van wederzijdse overdracht, ruil en lening te sluiten mits op die wijze de vernieuwing van de voor de Krijgsmacht bruikbare voorraden te bevorderen. Art. 2.16.14. De Minister van Defensie of de door hem gedelegeerde ordonnateur wordt gemachtigd om de onroerende goederen of andere vermogensbestanddelen bestemd om terug te geven ten gevolge van de herstructurering, die rechtens eigendom zijn van de Bondsrepubliek Duitsland of van een Land en die aan een krijgsmacht of aan een civiele dienst voor gebruik ter beschikking zijn gesteld, geheel of gedeeltelijk terug te geven, en om de financiële weerslag van deze teruggave te bepalen na onderhandelingen met de Staat van verblijf. De netto financiële tegenwaarde van deze overdrachten bepaald volgens artikel 52 van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten en het Protocol van ondertekening bij deze Aanvullende Overeenkomst, ondertekend op 3 augustus 1959 te Bonn, en goedgekeurd bij de wet van 6 mei 1963, zal het voorwerp zijn van een globale afrekening op het einde van de afstand van alle betrokken onroerende goederen of andere vermogensbestanddelen. Tussentijdse betalingen vanwege de Duitse Bondsrepubliek mogen geschieden. Het gebeurlijk saldo en/of de tussentijdse betalingen zal/zullen, na afrekening met de hiervoor vermelde organismen, worden aangerekend ofwel op de begroting van de betrokken departementen of instellingen van openbaar nut, ofwel op het nieuw op te richten begrotingsfonds 16.4 voor wedergebruik van de ontvangsten voortvloeiend uit prestaties tegen betaling, de vervreemding van overtollig geworden materieel, waren of munitie en uit de vervreemding van onroerende goederen die deel uitmaken van het aan het beheer van de Minister van Defensie toevertrouwde patrimonium. Art. 2.16.15. De tijdens de operaties in het buitenland te verwezenlijken uitgaven met een hoogdringend karakter mogen geschieden in het kader van opdrachten die via de onderhandelingsprocedure mogen worden gegund. De beginselen van de wetgeving op de overheidsopdrachten zullen toegepast worden voor het afsluiten van voornoemde opdrachten, tenzij de plaatselijke omstandigheden dit niet toelaten. Art. 2.16.16. De Minister van Defensie wordt gemachtigd om, mits akkoord van de Minister van Begroting, en door middel van een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, binnen de perken van de kredieten van de Sectie 16 - Landsverdediging, herverdelingen te verrichten ten voordele van het programma 16-50-5, "Inzet", ten einde het hoofd te bieden aan de specifieke noden verbonden aan de humanitaire en vredesondersteunende operaties. Deze kredietherverdelingen zullen zonder verwijl meegedeeld worden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan het Rekenhof. Art. 2.16.17. In afwijking van artikel 61, alinea 2 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende de organisatie van de begroting en de comptabiliteit van de Federale Staat, wordt de Minister van Defensie er toe gemachtigd met andere publieke instanties overeenkomsten af te sluiten voor het leveren van wederzijdse prestaties. De financiële regeling ervan zal bij wijze van verrekening geschieden, hetzij op het ogenblik dat de overeenkomst wordt beëindigd, hetzij na verloop van een overeengekomen termijn, hetzij in onderling overleg tussen de betrokken partijen. Het gebeurlijk saldo zal ofwel in natura gecompenseerd worden ofwel worden aangerekend op de begroting van Landsverdediging (Algemene Uitgavenbegroting), of op de Middelenbegroting ten bate van het nieuw op te richten begrotingsfonds 16.4 voor wedergebruik van de ontvangsten voortvloeiend uit prestaties tegen betaling, de vervreemding van overtollig geworden materieel, waren of munitie en uit de vervreemding van onroerende goederen die deel uitmaken van het aan het beheer van de Minister van Defensie toevertrouwde patrimonium. Art. 2.16.18. In afwijking van artikel 61,alinea 2 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende de organisatie van de begroting en de comptabiliteit van de Federale Staat, wordt de Minister van Defensie er toe gemachtigd door middel van een gezamenlijke financiering door het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden een mijnenbestrijdingssimulator aan te schaffen. In uitvoering van de bepalingen van artikel 38 van de wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten sluiten betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor werken, leveringen en diensten, wordt de Minister van Defensie er toe gemachtigd één enkele opdracht, die conform de bepalingen van de wet van 24 december 1993 wordt gegund, af te sluiten, met als doel de gezamenlijke aankoop van een mijnenbestrijdingssimulator met Nederland die hem hiertoe mandateert. De uitgavenverrichtingen in het kader van deze opdrachten worden onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de inspecteur van Financiën conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole. Art. 2.16.19. In afwijking van artikel 61, alinea 2 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende de organisatie van de begroting en de comptabiliteit van de Federale Staat, wordt de Minister van Defensie ertoe gemachtigd de vanaf 2002 gerealiseerde ontvangsten te gebruiken voorvloeiend uit de verkoop van houtkappingen op de domeinen die deel uitmaken van het aan zijn beheer toevertrouwd onroerend patrimonium, geïnd en aangerekend op het nieuw op te richten begrotingsfonds 16.4 voor wedergebruik van de ontvangsten voortvloeiend uit prestaties tegen betaling, de vervreemding van overtollig geworden materieel, waren of munitie en uit de vervreemding van onroerende goederen die deel uitmaken van het aan het beheer van de Minister van Defensie toevertrouwde patrimonium. Art. 2.16.20. In afwijking van artikel 117 van de wet van 22 mei houdende de organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat en voor zover deze verrichtingen in relatie staan met de uitvoering van een verkoopcontract van F-16 vliegtuigen, afgesloten uitgaande van een onderhandelingsprocedure in toepassing van artikel 41 van de programmawet van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten1, wordt de Minister van Defensie gemachtigd : - niet overbodig materieel te verkopen dat deel uitmaakt van het aan zijn beheer toevertrouwde patrimonium; - uitgaven te verrichten voor rekening van de koper van deze vliegtuigen, voor zover deze uitgaven betrekking hebben op de logistieke steun van deze of op de verstrekking van bepaalde diensten die er op betrekking hebben; - om een prefinanciering toe te staan aan de koper van deze vliegtuigen. De verkopen bedoeld in alinea 1, eerste streep en de verbintenissen aan de oorsprong van de uitgaven in alinea 1, tweede streep, worden afgesloten nadat ze voor advies aan de Inspectie van Financiën werden voorgelegd en mits het voorafgaand akkoord van de Minister van Begroting, in overeenstemming met de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole. De uitgaven vermeld in alinea 1, tweede streep alsook de ontvangsten die voortvloeien uit de terugbetaling van deze, zijn gelijk gesteld met de verrichtingen voor orde in de zin van artikel 2.16.9 van de huidige wet. Art. 2.16.22. De voor 1 januari 2015 vastgelegde uitgaven ten laste van het begrotingsfonds 16.2 voor het wedergebruik van de ontvangsten die voortvloeien uit de vervreemding van overtollig geworden materieel, waren en munitie die deel uitmaken van het aan het beheer van de Minister van Defensie toevertrouwde patrimonium, mogen, ongeacht de economische code van de verrichtingen, ten laste van dit fonds vereffend worden. Art. 2.16.23. Voor het nieuw op te richten begrotingsfonds 16.4 voor wedergebruik van de ontvangsten voortvloeiend uit prestaties tegen betaling, de vervreemding van overtollig geworden materieel, waren of munitie en uit de vervreemding van onroerende goederen die deel uitmaken van het aan het beheer van de Minister van Defensie toevertrouwde patrimonium, dat een begrotingsfonds vormt in de zin van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, wordt een debetpositie in vastlegging van 10 000 duizend EUR en een debetpositie in vereffening van 5 000 duizend EUR toegelaten. Op het einde van het budgettair jaar 2016 zal een evenwicht tussen ontvangsten en uitgaven bereikt worden, behoudens de uitgaven die verband houden met SHAPE. Van de reserve van het begrotingsfonds 16.3 wordt 4 000 duizend EUR gedesaffecteerd, die gereaffecteerd wordt aan het op te richten begrotingsfonds 16.4. Art. 2.16.24. De basisallocaties van het nieuw op te richten begrotingsfonds 16.4 voor wedergebruik van de ontvangsten voortvloeiend uit prestaties tegen betaling, de vervreemding van overtollig geworden materieel, waren of munitie en uit de vervreemding van onroerende goederen die deel uitmaken van het aan het beheer van de Minister van Defensie toevertrouwde patrimonium, dat een begrotingsfonds vormt in de zin van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, zullen zich onderscheiden van de basisallocaties met volgnummer 08 van de organieke begrotingsfondsen 16.1, 16.2 en 16.3 door de toekenning van een nieuw volgnummer 09. De in de begroting voorziene variabele kredieten op basisallocaties eindigend op 08 mogen overgeheveld worden naar de overeenstemmende basisallocaties met volgnummer 09, die in 2016 zullen aangemaakt worden. Art. 2.16.25. In afwijking van artikel 62, § 2, tweede lid, van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende de organisatie van de begroting en de comptabiliteit van de Federale Staat, kan de betaling van prestaties die door het Ministerie van Landsverdediging ten voordele van andere federale overheidsinstanties worden geleverd, gebeuren op de kredieten van de algemene uitgavenbegroting, ten bate van het begrotingsfonds 16.4 voor wedergebruik van de ontvangsten voortvloeiend uit prestaties tegen betaling, de vervreemding van overtollig geworden materieel, waren of munitie en uit de vervreemding van onroerende goederen die deel uitmaken van het aan het beheer van de Minister van Defensie toevertrouwde patrimonium. Sectie 17. - Federale politie en geïntegreerde werking Art. 2.17.1 De minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken is ertoe gemachtigd om de schadeloosstelling ten laste van de Staat ingevolge schade geleden door leden van het personeel of door derden, provisionele voorschotten te vereffenen en te laten betalen. Art. 2.17.2 De kosten voor verpleging in het buitenland alsook voor de uitvoering van tijdelijke opdrachten of van een vaste dienst, zoals bedoeld in artikel XI.IV.13, 4°, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/08/1974 pub. 28/10/1998 numac 1998000076 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum - Duitse vertaling sluiten3 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten mogen worden betaald. Desgevallend mag dit onder de vorm van provisionele voorschotten. De voorschotten voor de uitvoering van tijdelijke opdrachten worden echter beperkt tot 75 % van het geschatte bedrag van de vergoedingen die wegens de uitvoering van de dienstverplaatsing uitgekeerd zullen moeten worden. Art. 2.17.3 Binnen de perken van de betrokken basisallocatie, kan de volgende toelage toegekend worden : PROGRAMMA 90/1 - DOTATIES EN SUBSIDIES - aan de VZW "Sociale Dienst van de geïntegreerde politie" - 0479.741.709 : aandeel ten laste genomen van de begroting als bijdrage in de uitgaven die voor het beheer van de HORECA-diensten binnen de federale politie vereist zijn. - aan de lokale politiezones ter financiering van het eindeloopbaanstelsel lokale politie. De voorwaarden en de modaliteiten voor de toekenning van deze subsidie worden door een koninklijk besluit vastgesteld. PROGRAMMA 90/2 - GEINTEGREERDE WERKING - Belgische Politiesportbond VZW - 0419.215.687. - aan de Steuneenheid voor het beheer van het museum evenals van bepaalde bijzondere activiteiten van de geïntegreerde politie (HIPOL) VZW - 0563.330.171 Art. 2.17.4 De verrichtingen in verband met de budgettaire rekeningen met nummeringen 1787075074B8 11118, 11128, 11208, 11318, 11328, 11408 en 12118, elke keer gevolgd door code 0030000 of 0040000 (voormalige rekening 87.07.50.74.B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde"), mogen een debetstand van deze rekeningen veroorzaken. Deze debetstand mag echter niet groter zijn dan een totaal van 3 000 000 EUR. Art. 2.17.5 In afwijking van de bepalingen van de artikelen 60 en 61 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting, mogen de ter beschikking van een verbindingsofficier gestelde voorwerpen die buiten dienst worden gesteld, door hem via de onderhandelingsprocedure en volgens de in elk land geldende regels worden verkocht. Op dezelfde wijze mag ook worden gehandeld met het materieel en de goederen die in voorraad zijn op het ogenblik dat een vertegenwoordiging van de federale politie in het buitenland definitief wordt opgeheven, tenzij de betrokken voorraden, kosteloos of mits gelijkwaardige compensatie door de ontvangende partij, kunnen worden afgestaan aan de diensten van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking. In de gevallen waarin tot verkoop ter plaatse wordt overgegaan, zal de opbrengst ervan gestort worden op de Middelenbegroting. Indien evenwel het materieel kan worden overgelaten aan de leverancier van nieuwe gelijkaardige goederen, mag er compensatie worden doorgevoerd tussen de waarde van de afgestane goederen en het voor de nieuwe goederen gefactureerde bedrag. Art. 2.17.6 De verrichtingen in verband met de budgettaire rekening met nummering 1787075175B8 gevolgd door de code POL 88 0750000 (voormalige rekening 87.07.51.75.B van de sectie "Thesaurieverrichtingen voor orde"), mogen een debetstand van deze rekeningen veroorzaken. Deze debetstand mag echter niet groter zijn dan 1 200 000 EUR. Art. 2.17.7 In afwijking van artikel 1-01-3 § 2 van deze wet mogen de vastleggingskredieten van de in voornoemde paragraaf bedoelde basisallocaties met betrekking tot de personeelskosten, eveneens herverdeeld worden naar de basisallocatie 11.00.13 - vergoeding van de openbare vervoermaatschappijen voor ontoereikend bezoldigde prestaties - van de sectie 17 - federale politie en geïntegreerde werking alsook naar dezelfde basisallocatie die ingeschreven is in sectie 01 - programma-activiteit 68. Art. 2.17.8 Voor het begrotingsjaar 2016 beschikt het organieke budgettaire fonds 17-4 bedoeld in artikel 11 van de wet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007021150 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)type wet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007021149 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen
(1)sluiten houdende diverse bepalingen (I) over een vastleggingsmachtiging van 1 343 000 EUR. Elke verbintenis aan te gaan met toepassing van dit artikel wordt onderworpen aan het visum van de controleur van de vastleggingen. Vóór de tiende van iedere maand legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingstukken voor, die enerzijds het bedrag vermeldt van de vastleggingen die tijdens de afgelopen maand geviseerd werden, en anderzijds het bedrag aangeeft van de vastleggingen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar. In afwijking van artikel 62, § 2, alinea 4, van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, tijdens het begrotingsjaar 2016 wordt een debettoestand in vereffening op hetzelfde organieke begrotingsfonds gemachtigd dat 608 000 EUR niet mag overtreffen. Art. 2.17.9 Het provisioneel krediet ingeschreven op het programma 90/1 (allocation de base 11.01.00.01) - Provisioneel krediet bestemd om het aanwervingsbeleid in politiezones met ernstige personeelstekorten te stimuleren mag, op voorstel van de Minister van Binnenlandse Zaken, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's, activiteiten en begrotingsartikelen van de begrotingen van de federale politie of van de FOD Binnenlandse Zaken. Bij de verdeling mag het geheel of een deel van dit bedrag onder de vorm van een toelage ingeschreven worden. Art. 2.17.10 Met het oog op een administratieve vereenvoudiging bij de opvolging van de uitvoering van de begroting van de federale politie, eveneens bij het beheer en de uitbetaling van bepaalde bezoldigingen aan leden van het operationeel korps betrokken bij de fondsenescortes of de escortes ter zee, de acties in het raam van de verkeersactieplannen of de tewerkstelling binnen de zones van het gedetacheerde personeel of van het interventie korps of nog in het raam van de door de Europese Unie gefinancierde projecten die tot het begrotingsfonds 17/4 "buitengrenzen- en terugkeerfonds" behoren, krijgt de federale politie de toelating om inschrijvingswijzigingen in de budgettaire boekhouding uit te voeren of laten uitvoeren tussen de gesplitste kredieten waar de hierbovenvermelde uitgaven initieel aangerekend zijn en de variabele kredieten die aan de begrotingsfondsen verbonden zijn waarnaar de ontvangsten die uit die escortes, acties of tewerkstelling voortvloeien gestort worden. Art. 2.17.11 In afwijking van artikel 66 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende de organisatie van de begroting en de comptabiliteit van de federale Staat, mogen opeenvolgende voorschotten worden toegekend aan de daarvoor aangewezen rekenplichtige van de voorschotten van de federale politie. Deze voorschotten mogen een jaarlijks totaal van maximum 2 735 000 EUR niet overschrijden. Door middel van deze voorschotten mag de rekenplichtige van de voorschotten voorschotten toekennen aan : - verbindingsofficieren in het buitenland om hen toe te laten het hoofd te kunnen bieden aan de schuldvorderingen in verband met hun werkings- en investeringskosten. Geen van de toegekende voorschotten mag hoger zijn dan 9/12 van het bedrag van de jaarlijkse werkings- en investeringsbegroting van de verbindingsofficier aan wie deze toegekend wordt; - de onderrekenplichtige van de Directie van de speciale eenheden om deze toe te laten dringende en onverwachte uitgaven te verrichten. Elke van deze voorschotten wordt echter beperkt tot 10.000 EUR. De rekenplichtige mag betaalmiddelen ter beschikking stellen, alsook middelen via overschrijving toekennen aan de directies, diensten of leden van de federale politie bedoeld in alinea
  1. De functies aan wie betaalmiddelen ter beschikking gesteld werden, moeten hun uitgaven trimestrieel verantwoorden met bewijsstukken die in de beheersrekening van de rekenplichtige opgenomen moeten worden. De trimesters die in dit lid bedoeld worden stemmen overeen met de trimesters van een kalenderjaar. Geen enkel nieuw voorschot mag door de rekenplichtige van de voorschotten toegekend worden zolang de trimestriële verantwoording met betrekking tot het voorgaande trimester waarin de aanvraag werd ingediend, niet door hem ontvangen en goedgekeurd werd. De rekenplichtige rekent de door middel van de voorschotten uitgevoerde uitgaven aan op het gepaste vastleggings- en vereffeningskrediet. Het eventuele saldo van deze voorschotten op 31 december 2016 mag worden gebruikt voor de behoeften van
  2. Dit zal hoe dan ook afgetrokken worden van het totale jaarlijkse maximum bedrag dat in 2017 toegekend zou worden. Art. 2.17.12 In afwijking van het artikel 52, eerste lid 1°, van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, mogen de vastleggingskredieten betreffende de inkomstenoverdrachten, schadevergoedingen en gerechtskosten "32.00.01 - verschuldigd aan bedrijven", "33.00.08 - verschuldigd aan vzw's", "34.41.01 - verschuldigd aan gezinnen", "41.40.01 - verschuldigd aan OAI" en "42.90.01 - verschuldigd aan de sociale zekerheid" binnen de sectie 17 van de begroting onder en uitsluitend onder elkaar worden herverdeeld. Art. 2.17.13 Met het oog op een administratieve vereenvoudiging bij de opvolging van de uitvoering van de begroting van de federale politie, eveneens bij het beheer en de uitbetaling van bepaalde bezoldigingen in het raam van de door de Europese Unie gefinancierde projecten die tot het begrotingsfonds van de sectie 13 OA 71 "Federaal Europees fonds voor asiel en migratie (AMF) en interne veiligheid (ISF) - programmatie 2014-2020" behoren, krijgt de federale politie de toelating om inschrijvingswijzigingen in de budgettaire boekhouding uit te voeren of laten uitvoeren tussen de gesplitste kredieten van de sectie 17 waar de hierbovenvermelde uitgaven initieel aangerekend zijn en de variabele kredieten die aan het hierbovenvermelde begrotingsfonds van de sectie 13 verbonden zijn. De minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken brengt zonder verwijl het Rekenhof op de hoogte van de inschrijvingswijzigingen. Sectie
  3. - Financiën Art. 2.18.1 §
  4. In afwijking van artikel 66 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, mogen aan de rekenplichtigen van de Stafdienst Budget en Beheerscontrole geldvoorschotten worden toegestaan tot een maximumbedrag van 500.000 EUR. Deze rekenplichtigen mogen hiermee alle dienstkosten betalen tot en met 5.500 EUR (zonder BTW). §
  5. De rekenplichtige van de Stafdienst Budget en Beheerscontrole, belast met de rekening "diverse ontvangsten", wordt gemachtigd om uitgaven te verrichten, uitsluitend in het kader en ten belope van de bedragen van de op deze rekening door de Europese Unie of andere internationale instellingen geprefinancierde programma's. De facturen en schuldvorderingen aangaande deze programma's dienen, voorafgaand aan de betaling, goedgekeurd te worden door de gedelegeerd ordonnateur van de Stafdienst Budget en Beheerscontrole. Art. 2.18.2 De minister van Financiën kan leningen en hulp verstrekken aan personeelsleden in actieve dienst, aan gewezen personeelsleden, gepensioneerd of niet, aan de rechthebbenden van de personeelsleden van Financiën en aan hun familieleden. Hij kan toelagen verlenen aan de verenigingen van personeelsleden en aan de bestaande en nog op te richten ontmoetingscentra van het personeel van Financiën. Facultatieve toelagen en vrijwillige bijdragen kunnen ook aan nationale en internationale instellingen toegekend worden. Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen en bijdragen worden toegekend : PROGRAMMA 40/0 - BEHEERSORGANEN BESTAANSMIDDELEN
  6. Subsidies aan de vzw Inter Nos;
  7. Subsidies aan de vzw Koninklijke Harmonie van Financiën;
  8. Tussenkomsten ten gunste van de Vriendenbond der culturele en sport-kringen van het personeel van Financiën;
  9. Toelagen aan personeelsverenigingen van Financiën;
  10. Tussenkomsten ten voordele van het ontmoetingscentrum van het personeel van Financiën te Kapellen (O.P.F.);
  11. Bijdragen van België in de financiering van programma's van de OESO inzake fiscaliteit en openbare financiën;
  12. Jaarlijkse bijdrage van België aan IOTA (Intra-European Organisation of Tax Administrations);
  13. Toelagen en bijdragen aan nationale en internationale instellingen voor gezamenlijke initiatieven op fiscaal gebied;
  14. Aandeel van België in de werkingskosten van internationale organismen. PROGRAMMA 52/0 - DOUANE EN ACCIJNZEN BESTAANSMIDDDELEN
  15. Bijdrage van België aan de Wereld Douane Organisatie. Art. 2.18.3 §
  16. In afwijking van artikel 1-01-4, § 2 van deze wet, mogen de kredieten van de basisallocatie "52.01.11.00.03 - Vast en stagedoend statutair personeel", herverdeeld worden naar de basisallocatie "52.01.11.00.09 - Personeel van de Administratie der douane en accijnzen gebezigd door andere Administraties van de FOD Financiën en andere FOD's en openbare diensten "; §
  17. In afwijking van artikel 1-01-3 van deze wet, mogen de in deze paragraaf bedoelde vastleggingskredieten van de basisallocaties met betrekking tot de personeelsuitgaven en de werkingskosten van de sectie 18 - FOD Financiën, eveneens herverdeeld worden naar volgende basisallocaties : - "40.02.12.11.10 - Vergoeding aan de post voor het gebruik van de rekeningen 679; - "40.02.12.11.11 - Gerechts- en vervolgingskosten; - "40.03.34.41.40 - Schadevergoedingen aan derden"; - "40.06.21.10.01 - verrichtingen in het kader van het KB 1997; - "53.03.53.20.02 - Voorschotten alimentatievorderingen". § 3 In afwijking van artikel 1-01-3, § 2 van deze wet, mogen de kredieten van de basisallocatie "70.01.11.00.03 - Vast en stagedoend statutair personeel", herverdeeld worden naar de basisallocatie "70.01.11.00.11 - Vast en stagedoend statutair personeel van de hypotheekbewaarders. Art. 2.18.4 De Regie der Gebouwen vereffent uitgaven die noodzakelijk zijn voor het beheer van bepaalde gebouwen waarin verschillende overheids-diensten gehuisvest zijn. Dit is het geval voor het gebouw "Finance Tower" waar de FOD Financiën één van de bezetters is. Met het oog op de betaling van deze uitgaven, stort de FOD Financiën provisionele voorschotten aan de Regie der Gebouwen. Het eventueel saldo van deze voorschotten van een vorig jaar mag worden gebruikt om de uitgaven van het lopend begrotingsjaar te dekken. Art. 2.18.5 De Koning kan, bij besluit en binnen de limieten van de basisallocatie 61.18.54.42.03, een storting toestaan als aandeel van de FOD Financiën voor de deelneming van België tot de 13de wedersamenstelling van de werkmiddelen van het Afrikaans Ontwikkelingsfonds (AOF). Het betreft de uitvoering van de beslissing van de Ministerraad van 13 december
  18. Art. 2.18.6 De FOD Financiën wordt gemachtigd om het door de Federale Participatie-en Investeringsmaatschappij uitgekeerde dividend te storten op haar rekening courant bij deze instelling voor de vervulling van de opdrachten en de dekking van de lasten bedoeld in art. 2 § 3 derde lid van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie-en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke Investeringsmaatschappijen. Sectie
  19. - Regie der Gebouwen Art. 2.19.1 De bij deze wet gevoegde begroting van de Regie der Gebouwen voor het begrotingsjaar 2016 wordt goedgekeurd. Deze begroting bedraagt voor de ontvangsten in totaal 847 222 101 EUR en voor de uitgaven in totaal 847 222 101 EUR. De ontvangsten bestaan voor 751 046 000 EUR uit dotaties vanwege de federale Staat, waarvan in totaal 4 111 000 EUR ingeschreven wordt in sectie 01 en 746 935 000 EUR in sectie 19 van de Algemene Uitgavenbegroting. Deze begroting bevat, bij de uitgaven, vastleggingskredieten (gesplitste kredieten) voor een bedrag van 346 845 503 EUR. De ontvangsten en uitgaven voor orde worden geschat op 22 510 000 EUR. Art. 2.19.2 De minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen wordt ertoe gemachtigd buiten het bedrag van de limitatieve vastleggingskredieten van de investeringsprogramma's, ingeschreven op de artikels 533.01, 533.03, 533.04, 533.11, 533.12, 533.13, 533.14, 533.16, 533.17, 536.02, 536.11, 536.13, 536.14 en 536.15 van de bij deze wet gevoegde begroting van de Regie der Gebouwen, verbintenissen tot huurkoop en analoge verrichtingen aan te gaan (met inbegrip van investeringen verricht door derden in het kader van privé-financieringsinitiatieven of huurcontracten op lange termijn met de bedoeling onroerende goederen ter beschikking te stellen van de overheid). De boekhoudkundige vastlegging van deze verrichtingen wordt in 2016 beperkt tot 4 079 692 EUR, bestemd voor de renovatiewerken in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika te Tervuren (maximale financiering van 66 500 000 EUR). Art. 2.19.3 De Regie der Gebouwen wordt gemachtigd uitgaven te betalen voor de eerste inrichtingswerken in gebouwen die door haar gehuurd worden ten behoeve van de diensten in wier huisvesting zij moet voorzien krachtens de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen. Indien deze inrichtingswerken beschouwd kunnen worden als standaardafwerking of standaarduitrusting, zijn zij ten laste van de begroting van de Regie der Gebouwen. Indien de werken daarentegen voortvloeien uit specifieke noden van de huidige of toekomstige bezetter en niet beschouwd kunnen worden als standaardaf

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.