📄 Wettekst
29 MAART 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de modernisering van het hr-beleid, gezagsfuncties, top- en middenkader en loopbaanbeleid, van het
besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten6 tot vaststelling van de regels voor het algemene personeelsbeleid in de diensten van de Vlaamse overheid, de Vlaamse openbare instellingen en de strategische adviesraad SERV en voor het specifieke personeelsbeleid in de diensten van de Vlaamse overheid en van het
besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen, en tot opheffing van het ministerieel besluit van 14 mei 2008 houdende de vaststelling van de bijkomende of specifieke opdrachten bij de diensten van de Vlaamse overheid
Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 87, § 1, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, en § 3, vervangen bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 6 januari 2014; - het
bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten9 betreffende het gemeenschapsonderwijs, artikel 67, § 2; - het Bestuurs
decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/12/2018
pub.
19/12/2018
numac
2018032457
bron
vlaamse overheid
Bestuursdecreet
type
decreet
prom.
07/12/2018
pub.
20/12/2018
numac
2018015301
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, wat betreft de belasting op de spelen en weddenschappen en op de automatische ontspanningstoestellen
sluiten, artikel III.23.
Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid, heeft zijn akkoord gegeven op 23 maart 2023. - Het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest heeft protocol nr. 423.1339 gesloten op 12 januari 2024. - Het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest heeft protocol nr. 423.1345 gesloten op 12 januari 2024. - De Raad van State heeft advies nr. 75.519/3 gegeven op 18 maart 2024, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. - De Raad van State heeft advies nr. 75.4999/3 gegeven op 18 maart 2024, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.
Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006
Artikel 1.In het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, het laatst gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten8, wordt deel I, dat bestaat uit artikel I 1 tot en met I 23, vervangen door wat volgt: "Deel I. Toepassingsgebied en algemene bepalingen TITEL 1. - Toepassingsgebied
Artikel I 1. Dit besluit is van toepassing op het hierna genoemd personeel van de diensten van de Vlaamse overheid, met uitzondering van het personeel van de met rechtspersoonlijkheid beklede patrimonia.
TITEL 2. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Definities
Art. I 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° de diensten van de Vlaamse overheid: a) de departementen;b) de intern verzelfstandigde agentschappen, hierna te noemen IVA, zonder rechtspersoonlijkheid, met uitzondering van de leden van de onderwijsinspectie;c) de IVA met rechtspersoonlijkheid;d) de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, hierna te noemen EVA, met uitzondering van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn (VVM);e) het secretariaatspersoneel van de strategische adviesraden, met uitzondering van de SERV, de SALV (Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij), de MORA en de Vlaamse Raad WVG, hierna te noemen de raden;f) het personeel van de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs, hierna te noemen het Gemeenschapsonderwijs of instelling;2° een Vlaams ministerie: het departement en de IVA zonder rechtspersoonlijkheid van een beleidsdomein;3° een entiteit: een departement, een IVA of een EVA; 4° een beleidsdomein: een homogeen beleidsdomein als vermeld in artikel III.1 van het Bestuurs
decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/12/2018
pub.
19/12/2018
numac
2018032457
bron
vlaamse overheid
Bestuursdecreet
type
decreet
prom.
07/12/2018
pub.
20/12/2018
numac
2018015301
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, wat betreft de belasting op de spelen en weddenschappen en op de automatische ontspanningstoestellen
sluiten, bestaande uit een verzameling van beleidsvelden die zowel vanuit politiek als maatschappelijk oogpunt een herkenbaar en samenhangend geheel vormen; 5° beleidsraad: de raad van het homogeen beleidsdomein, waarvan de oprichting en de wijze van samenstelling door de Vlaamse Regering bepaald wordt en waarin het politieke en het administratieve niveau overleg plegen en die de regering ondersteunt bij de aansturing van het beleidsdomein;6° interne arbeidsmarkt: de personeelsbewegingen binnen de diensten van de Vlaamse overheid;7° personeelslid: de ambtenaar en de contractueel;8° ambtenaar: elk personeelslid dat toegelaten is tot een proeftijd met het oog op een vaste benoeming of dat in vast dienstverband benoemd is;9° contractueel: elk personeelslid dat in dienst genomen is bij arbeidsovereenkomst;10° lijnmanager: het hoofd van een entiteit, van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad of van het Gemeenschapsonderwijs die het hiërarchisch en functioneel gezag over het personeel van die entiteit, raad of instelling uitoefent. De gouverneur is de lijnmanager voor de personeelsleden van de betrokken provinciale afdeling van de dienst van de gouverneurs; 11° benoemende overheid: het hoofd van de entiteit, raad of instelling voor de ambtenaar;12° indienstnemende overheid: a) de Vlaamse Regering op voorstel van de opdrachtgever voor de management- en projectleidersfuncties van N-niveau en voor de algemeen directeur en op voorstel van de strategische adviesraad voor het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad;b) de raad van bestuur voor de EVA die krachtens hun oprichtingsdecreet zelf het hoofd van het agentschap en in voorkomend geval de algemeen directeur aanstellen en voor het Gemeenschapsonderwijs;c) de lijnmanager voor het contractuele personeelslid;13° opdrachtgever: a) de functioneel bevoegde Vlaamse minister voor de departementen, de IVA en de andere EVA dan hierna vermeld;b) de raad van bestuur voor de EVA die krachtens hun oprichtingsdecreet zelf het hoofd van het agentschap en in voorkomend geval de algemeen directeur aanstellen en voor het Gemeenschapsonderwijs;c) de auditcomités voor Audit Vlaanderen;d) de strategische adviesraad voor het secretariaatspersoneel van de strategische adviesraad;14° de functioneel bevoegde Vlaamse minister: het lid van de Vlaamse Regering bevoegd voor de materies en het personeel van een beleidsdomein, raad of instelling, hierna te noemen functionele minister;15° personeelsplan: het overzicht van de functies nodig om in een bepaalde entiteit via welomschreven processen een vooropgesteld doel te bereiken;16° personeelsfunctie: het Agentschap Overheidspersoneel;17° werkgever a) de Vlaamse Gemeenschap voor de personeelsleden van een departement of een IVA zonder rechtspersoonlijkheid b) de IVA met rechtspersoonlijkheid en c) de EVA voor de van deze entiteiten afhangende personeelsleden, a) de strategische adviesraad b) het Gemeenschapsonderwijs voor de van deze raad of instelling afhangende personeelsleden;18° de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken: de Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling;19° selector: a) het Agentschap Overheidspersoneel dat advies geeft over het selectiegebeuren;b) de lijnmanager in de gevallen zoals bepaald in dit besluit;c) de bevoegde selector binnen de entiteit voor entiteitsspecifieke functies.20° lijnmanagement: een overlegorgaan inzake personeel en organisatieontwikkeling;21° functie: het geheel van taken en werkzaamheden die aan een personeelslid worden toevertrouwd in een entiteit, raad of instelling;22° niet-toewijsbare functie: een functie die niet kan worden toegewezen aan de functiematrix met de organisatie-eigen wegingsmethodiek;23° functiezwaarte: het gewicht dat door toepassing van de organisatie-eigen wegingsmethodiek aan een functie toegekend wordt, uitgedrukt in een functieklasse op basis van het scoren van indelingscriteria.Het functiegewicht wordt uitgedrukt in een functieklasse van de functiematrix; 24° organisatie-eigen wegingsmethodiek: een geautomatiseerd indelingsinstrument dat een functie door het scoren van indelingscriteria indeelt in een functieklasse van de functiematrix. De methodiek is aan een periodieke onderhoudsprocedure onderworpen; 25° functiematrix: een raamwerk met aanduiding van functiefamilies en functieklassen, opgenomen in bijlage 13, die bij dit besluit is gevoegd.Op basis van functieclassificatie wordt een ordening aangebracht binnen en tussen functiefamilies door functies te koppelen aan functieklassen. De functiematrix is aan een periodieke onderhoudsprocedure onderworpen; 26° functieklasse: een groep van functies met een gelijkwaardige functiezwaarte;27° functiefamilie: een groep van functies met gelijksoortige activiteiten en processtappen.Elke functiefamilie wordt onderverdeeld in verschillende functieklassen naargelang van de complexiteit van de functie; 28° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen: a) een aangetekende brief;b) een afgifte tegen ontvangstbewijs 29° ervaringsbewijs: een ervaringsbewijs als vermeld in artikel 4 van het
decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2004
pub.
12/10/2004
numac
2004036500
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen
type
decreet
prom.
30/04/2004
pub.
28/07/2004
numac
2004036219
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap
type
decreet
prom.
30/04/2004
pub.
08/06/2004
numac
2004035866
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel « Strategische adviesraad » en tot wijziging van diverse andere decreten
type
decreet
prom.
30/04/2004
pub.
27/05/2004
numac
2004035776
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt
type
decreet
prom.
30/04/2004
pub.
28/05/2004
numac
2004035824
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Geestelijke Gezondheidszorg
sluiten betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, waarover een protocol wordt gesloten in het Sectorcomité XVIII omdat het relevant is voor de diensten van de Vlaamse overheid;30° bewijs van beroepskwalificatie: een bewijs van beroepskwalificatie als vermeld in artikel 2, 4°, van het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
06/08/2009
numac
2009029376
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot wijziging van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
26/05/2009
numac
2009202340
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende wijziging van artikel 3 van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de uitoefening door de Duitstalige Gemeenschap van sommige bevoegdheden van het Waalse Gewest inzake de ondergeschikte besturen
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
06/08/2009
numac
2009029389
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende oprichting van nieuwe vormingen in de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogescholen en houdende verschillende maatregelen inzake hoger onderwijs
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
27/05/2009
numac
2009202292
bron
waalse overheidsdienst
Decreet tot wijziging van sommige bepalingen van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet en betreffende de controleopdrachten van de revisoren binnen de instellingen van openbaar nut, alsook de versterking van de transparantie bij de toekenning van overheidsopdrachten van revisoren door een Waalse aanbestedende overheid
sluiten betreffende de kwalificatiestructuur, uitgereikt door een instelling die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap.31° leertrajectbegeleider: de trajectbegeleider, vermeld in artikel 3, 16°, van het
decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/07/2008
pub.
03/10/2008
numac
2008203342
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
sluiten betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap;32° integratieprotocol: een document met afspraken over maatregelen die de tewerkstelling van een personeelslid met een handicap of chronische ziekte ondersteunen;33° pleegkind: het kind voor wie het personeelslid of de samenwonende partner in het kader van pleegzorg is aangesteld door een van de volgende instanties: a) de rechtbank;b) een dienst voor pleegzorg die door de bevoegde gemeenschap is erkend;c) de bevoegde gemeenschapsdiensten voor de jeugdbescherming;34° pleegvader en -moeder: de pleegouder die in het kader van pleegzorg is aangesteld door een van de volgende instanties: a) de rechtbank;b) een dienst voor pleegzorg die door de bevoegde gemeenschap is erkend;c) de bevoegde gemeenschapsdiensten voor de jeugdbescherming;35° gezagsfunctie: een functie waarbij de eenzijdig bindende beslissingsbevoegdheid ten aanzien van derden rechtstreeks voortvloeit uit de functie en raakt aan de grondrechten van derden;36° werkdag: elke andere dag dan een wettelijke feestdag of zondag. HOOFDSTUK 2. - Delegatie
Art. I 3. Alle bevoegdheden die bij dit besluit aan een personeelslid worden toegewezen kunnen door dit personeelslid gedelegeerd worden aan de onder zijn gezag staande personeelsleden tenzij anders bepaald in dit besluit.
De bevoegdheden die bij dit besluit aan een lijnmanager worden toegewezen kunnen door de lijnmanager worden gedelegeerd aan het hoofd van het dienstencentrum Personeelsadministratie.
Het afdelingshoofd van het dienstencentrum Personeelsadministratie ondertekent het fietsleaseplan, waarin alle afspraken worden vastgelegd tussen werkgever en werknemers over de toekenning en het gebruik van de fiets in het kader van de fietslease, zoals bepaald in artikel VII 109undecies.
De lijnmanager van een entiteit van een Vlaams ministerie kan de bevoegdheden die hem in dit besluit zijn toegewezen inzake arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar en van het werk en beroepsziekten delegeren aan een andere lijnmanager van een entiteit van een Vlaams ministerie.
De aldus toegewezen of via delegatie overgedragen bevoegdheden worden tevens uitgeoefend door de personeelsleden die met de waarneming van de functie belast zijn of die de titularis vervangen bij tijdelijke afwezigheid of verhindering.
HOOFDSTUK 3. - Personeelsplan
Art. I 4. De lijnmanager bepaalt de kwantitatieve en kwalitatieve personeelsbehoeften van zijn entiteit, raad of instelling, in een personeelsplan.
HOOFDSTUK 4. - Indeling van de graden Art I 5. § 1. De hiërarchische indeling van de graden omvat vier niveaus en zestien rangen. Bijlage 3 stelt de hiërarchische indeling van de graden vast. § 2. De graad is de titel die een personeelslid in een rang situeert.
De rang situeert een graad binnen zijn niveau. § 3. Elke rang wordt aangeduid met een letter en een cijfer. De letter geeft het niveau aan, het cijfer situeert de rang in zijn niveau.
De vier niveaus omvatten het volgende aantal rangen: 1° niveau A: zeven rangen, genummerd A1, A2, A2M, A2E, A2A, A2L en A3;2° niveau B: drie rangen, genummerd B1, B2 en B3;3° niveau C: drie rangen, genummerd C1, C2 en C3;4° niveau D: drie rangen, genummerd D1, D2 en D3. Binnen elk niveau worden de rangen genummerd volgens hun plaats in de hiërarchie, waarbij de hoogste rang het hoogste cijfer toegewezen krijgt.
Binnen niveau A is: 1° rang A2L hoger dan rang A2A;2° rang A2A hoger dan rang A2E;3° rang A2E hoger dan rang A2M;4° rang A2M hoger dan rang A2. HOOFDSTUK 5. - Kansengroepenbeleid
Art. I 6. De Vlaamse Regering bepaalt op voorstel van de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken voor de door haar vastgelegde doelgroepen globale streefcijfers die door de functionele minister omgezet worden in streefcijfers per beleidsdomein.
Zolang de door de Vlaamse Regering bepaalde doelgroepgebonden streefcijfers niet gehaald worden, wordt bij gelijkwaardigheid voorrang gegeven aan de kandidaat uit de ondervertegenwoordigde groep.
Art. I 7. § 1. Van elk beleidsdomein wordt maximaal 1% van de betrekkingen, uitgedrukt in voltijds equivalenten (VTE), voorbehouden voor personen met een arbeidshandicap die recht hebben op een langdurige loonkostsubsidie in de reguliere of sociale economie. Dit zijn personen in één van volgende situaties: 1° personen met een bijstandsveld W2 of W3, toegekend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;2° personen van wie de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding beslist dat zij voor onbepaalde duur recht hebben op Bijzondere Tewerkstellingsondersteunende Maatregelen (BTOM).3° personen van wie de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding beslist dat zij een advies collectief maatwerk krijgen of dat zij behoefte hebben aan werkondersteunende maatregelen in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling voor een periode van vijf jaar. § 2. Bij aanwerving in een voorbehouden betrekking maakt de dienst Diversiteitsbeleid van het Agentschap Overheidspersoneel een integratieprotocol op.
HOOFDSTUK 6. - Dienstanciënniteit
Art. I 8. § 1. De dienstanciënniteit bestaat uit de werkelijke diensten die de ambtenaar bij de overheid in om het even welke hoedanigheid heeft gepresteerd. § 2. In dit artikel wordt verstaan onder "overheid": 1° de diensten van de Vlaamse overheid;2° de diensten en instellingen van de Belgische staat;3° de diensten en instellingen van de gemeenschappen en gewesten;4° de diensten en instellingen van de Europese Unie en/of de Europese Economische Ruimte;5° de diensten en instellingen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;6° de provincies, gemeenten en OCMW's van België. Art. I 9. Als "werkelijke diensten" worden beschouwd: 1° de perioden waarin krachtens dit besluit het salaris wordt doorbetaald, of bij het ontbreken van salaris, de aanspraak op of bevordering tot een hoger salaris behouden blijft;2° voor de toepassing van artikel I 8, § 1: de perioden bij de diensten van de Vlaamse overheid en de andere overheden, vermeld in artikel I 8, § 2. Art. I 10. De dienstanciënniteit wordt uitgedrukt in jaren en volle kalendermaanden. Ze begint op de eerste dag van een maand.
De gedeelten van maanden worden opgeteld en bij het aantal volledige maanden gevoegd op het moment van de berekening van de nuttige anciënniteit.
HOOFDSTUK 7. - Tijdelijke vervanging en terugkeerrecht
Art. I 11. § 1. De lijnmanager wijst bij tijdelijke afwezigheid of verhindering het personeelslid aan dat hem vervangt. § 2. Een ambtenaar die ten gevolge van de opname van een verlof voltijds afwezig is heeft een terugkeerrecht naar de entiteit, raad of instelling van herkomst.
In afwijking van het eerste lid is er een terugkeerrecht naar de oorspronkelijke betrekking: 1° voor de titularissen van de middenkaderfuncties die met verlof zijn voor uitoefening van een ambt op een kabinet of voor een project goedgekeurd door de Vlaamse Regering;2° voor het personeelslid dat binnen de entiteit, raad of instelling tijdelijk bijkomende of zwaardere taken uitoefent waardoor de functiezwaarte tijdelijk verhoogt;3° voor de ambtenaar die niet meer dan zes maanden voltijds afwezig is of die afwezig is als gevolg van een verlof vermeld in deel X, titel 2, 3, 4, 6 of 6bis;4° bij het beëindigen van een vrijwillige tijdelijke functieverlichting. HOOFDSTUK 8. - Standplaatsbepaling
Art. I 12. § 1. De administratieve standplaats is de gemeente waar het personeelslid hoofdzakelijk zijn ambt uitoefent of een zo centraal mogelijk bepaalde gemeente in zijn ambtsgebied. § 2. Voor het personeelslid met een rang tot en met A2A of met een salarisschaal die overeenstemt met een rang tot en met A2A kan de lijnmanager de standplaats: 1° vaststellen, als die om dienstredenen niet samenvalt met de gemeente waar de centrale administratie of de buitendienst gevestigd is;2° wijzigen. § 3. Voor de functies van N-niveau en algemeen directeur wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de indienstnemende overheid. § 4. De standplaats wordt vastgesteld en gewijzigd in overeenstemming met het betrokken contractuele personeelslid.
HOOFDSTUK 9. - Arbeidsreglement
Art. I 13. § 1. De lijnmanager stelt voor zijn entiteit, raad of instelling het arbeidsreglement vast met behoud van de mogelijkheid om een aanvullend arbeidsreglement voor een subentiteit te laten vaststellen door het hoofd van die subentiteit. § 2. Voor elke entiteit, raad of instelling geldt als algemene regel de achtendertigurige werkweek voor voltijdse betrekkingen.
De werktijdregeling wordt vastgelegd in het arbeidsreglement.
HOOFDSTUK 1 0. - Agentschapsspecifieke besluiten
Art. I 14. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit besluit, kan de Vlaamse Regering, op voorstel van de functionele minister en na akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, voor elk van de IVA's met rechtspersoonlijkheid en EVA's, vermeld in artikel I 2, voor de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en voor de strategische adviesraad Vlaamse Onderwijsraad de volgende bepalingen vaststellen: 1° specifieke graden, de verdeling van die graden over de niveaus en rangen, of ze kunnen worden vervuld via aanwerving en/of bevordering of via mandaat met eventuele vermelding van de aanvullende en bijzondere voorwaarden inzake beroepskwalificatie, alsook voor elke bevorderingsgraad de lijst van graden die er toegang toe geven;2° specifieke loopbanen;3° specifieke salarisschalen, specifieke vergoedingen, toelagen, en sociale voordelen;4° specifieke regelingen voor specifieke personeelscategorieën;5° specifieke overgangsbepalingen. TITEL 3. - Algemene organisatorische bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Statutaire organen en beroepscommissie
Art. I 15. Binnen elk beleidsdomein richt de beleidsraad de organen op die de bevoegdheden uitoefenen inzake de rechtspositie van het personeel, zoals bepaald in dit besluit.
Elke strategische adviesraad evenals het Gemeenschapsonderwijs richt de organen op die de bevoegdheden uitoefenen inzake de rechtspositie van respectievelijk het secretariaatspersoneel en het personeel van zijn diensten, zoals bepaald in dit besluit.
Art. I 16. § 1. Voor de diensten van de Vlaamse overheid wordt een adviserende beroepscommissie opgericht, hierna te noemen raad van beroep.
In afwijking van het eerste lid heeft de raad van beroep in de volgende gevallen een beslissende bevoegdheid: 1° als de raad van beroep met eenparigheid van stemmen besluit tot de gegrondheid of ongegrondheid van de bestreden beslissing;2° als de raad van beroep met eenparigheid van stemmen, aansluitend op een eenparige beslissing over de ongegrondheid, een eventuele andere passende maatregel oplegt;3° als de raad van beroep bij meerderheid besluit tot de onontvankelijkheid van het beroep. Als de raad van beroep conform het tweede lid, 3°, beslist tot de onontvankelijkheid, dan is de aangevochten beslissing hierdoor definitief geworden vanaf de dag na het verstrijken van de termijn voor instelling van het beroep. § 2. De ambtenaar kan in beroep gaan tegen de volgende beslissingen: 1° de evaluatie loopbaanvertraging;2° de evaluatie onvoldoende;3° de uitspraak van een tuchtstraf of van de schorsing in het belang van de dienst. Art. I 17. § 1. De raad van beroep wordt per zaak paritair samengesteld uit leden van de overheid en uit leden van de representatieve vakorganisaties vertegenwoordigd in het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest.
De leden zijn stemgerechtigd. § 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, stelt de voorzitters aan die de beroepen behandelen.
Inzake tuchtzaken, schorsing in het belang van de dienst en bij een tweede evaluatie onvoldoende die leidt tot definitieve beroepsongeschiktheid is de voorzitter een magistraat. Voor de beroepen in andere aangelegenheden kan de voorzitter een externe deskundige zijn.
De voorzitter is stemgerechtigd. § 3. De lijnmanager van het Agentschap Overheidspersoneel, waar de zetel van de raad van beroep gevestigd is: 1° organiseert de werkverdeling, zo nodig in kamers;2° wijst de leden van de overheid aan;3° stelt de secretarissen aan onder de personeelsleden van het Agentschap Overheidspersoneel;4° waakt erover dat bij de effectieve samenstelling per zaak ten hoogste twee derde van de leden van hetzelfde geslacht is. Art. I 18. Het huishoudelijk reglement van de raad van beroep wordt vastgesteld door een paritaire vergadering van afgevaardigden van de overheid en de vakorganisaties, samengeroepen door een voorzitter.
Het reglement is rechtsgeldig vastgesteld als de meerderheid van de opgeroepen leden aanwezig is.
Art. I 19. Het huishoudelijk reglement bepaalt ten minste: 1° de geldigheid van de beraadslaging;2° de procedureregels;3° het wrakingsrecht van de verzoeker;4° de wijze van kennisgeving van de adviezen. Art. I 20. § 1. De raad van beroep hoort de ambtenaar alvorens een gemotiveerd advies te formuleren.
Behalve bij gewettigde verhindering verschijnt de verzoeker persoonlijk. Hij mag zich voor zijn verdediging laten bijstaan door een persoon van zijn keuze of bij gewettigde verhindering zich door die persoon van zijn keuze laten vertegenwoordigen. § 2. Als de ambtenaar, behoudens overmacht, zonder geldige reden niet verschijnt of zich niet laat vertegenwoordigen bij gewettigde afwezigheid, hoewel hij volgens de voorschriften opgeroepen is, wordt de ambtenaar geacht af te zien van zijn beroep. De uitspraak of beslissing vóór het beroep wordt in dat geval de definitieve uitspraak of beslissing. § 3. Het beroep is opschortend, tenzij het anders bepaald is in dit besluit.
Art. I 21. § 1. Aan de voorzitters van de raad van beroep wordt een presentiegeld van 150 euro per zitting van een halve dag toegekend.
Dat presentiegeld volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de
wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen. § 2. De voorzitters en de leden van de overheid en de vakorganisaties ontvangen een reis- en maaltijdvergoeding overeenkomstig de regeling die van toepassing is voor de ambtenaren van de diensten van de Vlaamse overheid.
In afwijking van het eerste lid ontvangen de voorzitters een treinbiljet eerste klasse heen en terug of de tegenwaarde ervan.
HOOFDSTUK 2. - Het Selectiekwaliteitscomité
Art. I 22. § 1. Het Selectiekwaliteitscomité adviseert de diensten van de Vlaamse overheid over de integriteit, deontologie en kwaliteit van het selectie- en herplaatsingsbeleid.
Het Selectiekwaliteitscomité bestaat uit vijf leden, die worden aangewezen door de Vlaamse Regering. § 2. Het Selectiekwaliteitscomité stelt een huishoudelijk reglement op waarin de regels voor de werking van het Selectiekwaliteitscomité worden opgenomen. § 3. De externe leden van het Selectiekwaliteitscomité ontvangen per zitting een presentiegeld van 71,42 euro.
In afwijking van het eerste lid wordt aan de voorzitter een presentiegeld toegekend van 150% van het bedrag, vermeld in het eerste lid.
De presentiegelden, vermeld in dit artikel, volgen de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de
wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen. § 4. De leden van het Selectiekwaliteitscomité hebben recht op een reiskostenvergoeding overeenkomstig artikel VII 80 tot en met VII 82.
TITEL 4 - Overgangs- en opheffingsbepalingen
Art. I 23. De gevallen van beroep die ingesteld zijn bij een raad van beroep voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, worden voortgezet volgens de reglementering die op die datum van kracht is.
De definitieve uitspraak na beroep gebeurt overeenkomstig dit besluit.".
Art. 2.In hetzelfde besluit, het laatste gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten8, wordt deel III, dat bestaat uit artikel III 1 tot en met III 33, vervangen door wat volgt: "Deel III. De loopbaan
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - De invulling van vacatures
Art. III 1. Een vacature is een niet-ingevulde functie op het personeelsplan van de entiteit, raad of instelling, en impliceert een personeelsbehoefte die zich situeert in een welbepaalde graad of een salarisschaal die bepaald is in dit besluit of door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, of, voor de agentschapsspecifieke graden, in een graad of salarisschaal die bepaald is door de Vlaamse Regering, op voorstel van de functioneel bevoegde minister.
Art. III 2. § 1. Een vacature wordt ingevuld met een contractuele tewerkstelling.
De indienstnemende overheid bepaalt de soort en de duur van de arbeidsovereenkomst, tenzij die al is bepaald in dit besluit of in een andere reglementering. § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt een gezagsfunctie, als vermeld in de lijst die is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, ingevuld via een statutaire tewerkstelling.
Op de statutaire tewerkstelling van een gezagsfunctie zoals bepaald in het eerste lid, gelden volgende uitzonderingen: 1° de lijnmanager kan een gezagsfunctie via een contractuele tewerkstelling invullen in geval van: a) de afwezigheid van de titularis van een gezagsfunctie;b) een tijdelijke en uitzonderlijke vermeerdering van het werk.De contractuele tewerkstelling duurt maximaal één jaar en is uitzonderlijk verlengbaar met maximaal één jaar. 2° de indienstnemende overheid vult volgende gezagsfuncties in via een contractuele tewerkstelling: a) de management- en projectleidersfuncties op N-niveau en de algemeen directeur, overeenkomstig de bepalingen van Deel V van dit besluit;b) de functie van Vlaamse Bouwmeester. § 3. De hernieuwing of verlenging van een bestaande arbeidsovereenkomst en de vervanging van een bestaande arbeidsovereenkomst door een andere, zonder wijziging van betrekking en zonder selectie, gebeuren bij beslissing van de indienstnemende overheid, en zijn alleen mogelijk voor het contractuele personeelslid dat geslaagd is voor een objectief wervingssysteem als vermeld in hoofdstuk 1, afdeling 3, en voor topsporters en hun omkadering. Die vernieuwing of verlenging mag geen impact hebben op de graad, het niveau of de salarisschaal van het contractuele personeelslid.
In afwijking van paragraaf 3, eerste lid, kan de arbeidsovereenkomst van een contractueel personeelslid dat in het kader van paragraaf 2, tweede lid, 1° is geworven, niet worden verlengd onverminderd de toepassing van paragraaf 2, tweede lid, 1°, b). De verlenging is ook niet mogelijk als dat contractuele personeelslid geslaagd is voor een objectief wervingssysteem met een algemene bekendmaking.
Art. III 3. § 1. In afwijking van artikel III 2, § 1, behoudt een ambtenaar die vóór 1 juni 2024 effectief vast benoemd was of effectief toegelaten was tot de statutaire proeftijd bij de diensten van de Vlaamse overheid, zijn statutaire tewerkstelling als hij binnen de diensten van de Vlaamse overheid in- of doorstroomt. § 2. Een ambtenaar die vóór 1 juni 2024 effectief vast benoemd was of effectief toegelaten was tot de statutaire proeftijd bij de diensten van de Vlaamse overheid kan vanaf 1 juni 2024 vrijwillig overstappen naar een contractuele tewerkstelling voor onbepaalde duur.
Die overstap staat gelijk aan een vrijwillig ontslag uit de statutaire betrekking. In afwijking van artikel XI 6 hoeft de ambtenaar geen opzegtermijn te presteren of geen verbrekinsvergoeding te betalen. § 3. Voor de toepassing van dit deel wordt de ambtenaar die vanaf 1 juni 2024 wordt toegelaten tot de statutaire proeftijd in een betrekking die vóór 1 juni 2024 werd vacant verklaard, gelijkgesteld met een ambtenaar die vóór 1 juni 2024 is toegelaten tot de statutaire proeftijd.
Art. III 4. § 1. De lijnmanager kiest de wijze van invulling van een vacature hetzij: 1° via de interne arbeidsmarkt, waarbij gekozen wordt voor horizontale mobiliteit en/of bevordering;2° via aanwerving vanuit de externe arbeidsmarkt in combinatie met horizontale mobiliteit, bevordering en externe mobiliteit. Interne kandidaten die in aanmerking komen om te kandideren via de procedure van horizontale mobiliteit, zijn uitgesloten van deelname aan de selectie via de externe werving. § 2. Als de lijnmanager zich beroept op verschillende procedures om een vacature in te vullen, worden de kandidaten die in aanmerking komen, onderworpen aan dezelfde selectie.
De selector stelt het programma en de nadere regels van de selectie vast.
Art. III 5. De lijnmanager die beslist om een vacature van zijn entiteit, raad of instelling in te vullen, kan zijn oproep richten tot de kandidaten uit zijn eigen entiteit, raad of instelling, het betrokken beleidsdomein of alle beleidsdomeinen als hij een beroep doet op de interne arbeidsmarkt via: 1° een bevorderingsprocedure binnen het niveau;2° de horizontale mobiliteit;3° de aanwijzing in het mandaat van preventieadviseur-coördinator;4° de tijdelijke aanstelling van huisbewaarder. In afwijking van het eerste lid kan de oproep gericht worden tot de personeelsleden van het agentschap Opgroeien en het agentschap Opgroeien Regie samen.
Bij de keuze voor vacature-invulling via bevordering door overgang naar een hoger niveau richt de lijnmanager een oproep tot de kandidaten uit alle beleidsdomeinen.
Voor de toepassing van de interne arbeidsmarkt worden het Gemeenschapsonderwijs en de Vlaamse Onderwijsraad geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en worden de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen geacht deel uit te maken van het beleidsdomein Omgeving. Afdeling 2. - De selector
Art. III 6. Het Agentschap Overheidspersoneel is de selector voor de contractuele en statutaire selecties bij de diensten van de Vlaamse overheid.
De exclusieve bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor selecties voor de volgende functies: 1° functies waarvoor de lijnmanager overeenkomstig artikel III 18, § 1, zelf kan optreden als selector, voor zover het geen gezagsfuncties betreffen;2° functies die voorkomen op de lijst van entiteitsspecifieke functies die de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, vaststelt. Afdeling 3. - De selectie via een objectief wervingssysteem
Art. III 7. § 1. De in dit besluit vermelde voorschriften voor de selector en de door de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken opgelegde kwaliteitscriteria voor selectoren en selecties worden in geval van een privaatrechtelijke selector opgenomen in een samenwerkingsovereenkomst tussen de selector en de Vlaamse Regering.
De door de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken opgelegde kwaliteitscriteria voor selectoren en selecties worden in geval van een externe selector opgenomen in de overheidsopdracht tussen de selector en de vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid. § 2. De selector organiseert op basis van de personeelsbehoeften van de lijnmanagers de noodzakelijke vergelijkende selecties volgens een systeem dat, naar vorm en inhoud, de nodige waarborgen biedt inzake gelijke behandeling, verbod van willekeur, onafhankelijkheid en onpartijdigheid.
Art. III 8. Elke vacature wordt minstens op de website van de VDAB of de website Werken voor Vlaanderen gepubliceerd met inachtneming van een redelijke termijn tussen de publicatie ervan en de uiterste datum van kandidaatstelling, zoals bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken.
In afwijking van het eerste lid worden: 1° vacatures voor functies in het buitenland die gericht zijn tot kandidaten die in het buitenland wonen, algemeen bekendgemaakt in het land in kwestie;2° vacatures voor voorbehouden betrekkingen algemeen bekendgemaakt binnen de kansengroep van personen met een arbeidshandicap die recht hebben op een langdurige loonkostsubsidie in de reguliere of sociale economie. Art. III 9. De selector organiseert de selectie voor een functie in overleg met de lijnmanager.
De selector sluit, in overleg met de lijnmanager, de kandidaten die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden of de voorwaarden van het selectiereglement, uit van deelname aan de selectie.
De selector beoordeelt, in overleg met de lijnmanager, de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, rekening houdend met de specifieke behoeftes van de (sub)entiteit.
Elke selectie kan uit verschillende testen bestaan. De motivering van een eventuele uitsluiting op basis van een test of selectie wordt meegedeeld aan de kandidaten.
Art. III 10. De selector stelt per selectie, in overleg met de lijnmanager, een selectiereglement vast.
Het selectiereglement regelt minstens welke diploma's, studiegetuigschriften, bewijzen van beroepskwalificatie, ervaringsbewijzen of toegangsbewijzen toegang geven tot de selectieprocedure, de datum waarop aan de voorwaarden voldaan moet zijn, het aantal en de aard van de testen, en de criteria op basis waarvan de geschiktheid of het geslaagd zijn beoordeeld worden.
Het selectiereglement regelt in voorkomend geval ook: 1° een mogelijke voorselectie, naargelang het aantal kandidaten;2° een mogelijk beperkte procedure;3° de samenstelling van de jury, waarvan de lijnmanager bij interne selectietesten minstens deel uitmaakt;4° de regels voor de rangschikking;5° de geldigheidsduur van de reserve;6° het verlies en het behoud van een plaats in de reserve;7° de mogelijkheid om een bijkomende test te organiseren voor de invulling van een bijkomende vacature voor dezelfde of een vergelijkbare functie. Met toepassing van artikel III 16, § 2, vermeldt het selectiereglement dat ook kandidaten zonder de diploma's, studiegetuigschriften, bewijzen van beroepskwalificatie, ervaringsbewijzen of toegangsbewijzen, vermeld in het selectiereglement, kunnen kandideren en, in voorkomend geval, welk ander bewijsstuk kandidaten moeten voorleggen om toegang te krijgen tot de selectieprocedure.
Bij het agentschap Opgroeien en het agentschap Opgroeien Regie kan de lijnmanager vermeld in het derde lid, 3°, in de jury zitten voor beide agentschappen.
Art. III 11. De lijnmanager kiest uit de geschikte kandidaten de kandidaat die volgens hem het meest geschikt is voor de functie, of hij kiest uitzonderlijk niet, als hij meent dat geen van de geschikte kandidaten voldoet aan de profielvereisten. De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met: 1° de kandidaatstelling;2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;3° de mogelijke redelijke aanpassingen;4° de beoordeling van de eventuele selectietest(en). De betrokken lijnmanagers kunnen in onderling akkoord de duur verlengen van een reserve die voor een of meer entiteiten, raden of instelling is aangelegd. De lijnmanager van het Agentschap Overheidspersoneel kan de duur verlengen van een reserve die voor alle diensten van de Vlaamse overheid is aangelegd. Afdeling 4. - Niet nodeloos hertesten
Art. III 12. § 1. De selector kan, na toestemming van de kandidaat, in overleg met de indienstnemende of benoemende overheid of de lijnmanager, en rekening houdend met de vergelijkbaarheid van de testen en testresultaten, beslissen om bepaalde competenties en/of andere vereisten die overeenkomstig het selectiereglement nodig zijn voor de functie, niet opnieuw te testen bij een kandidaat als uit een eerdere selectieprocedure die niet ouder is dan zeven jaar, resultaten beschikbaar zijn waardoor de kandidaat op die competenties of vereisten beoordeeld kan worden, ongeacht voor welke graad of functie en voor welke soort procedure de vorige test is afgenomen.
De selector bepaalt aan welke selectieonderdelen de kandidaat nog moet deelnemen om het geheel van de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie, te kunnen beoordelen. § 2. Een kandidaat kan aan de selector vragen om, ongeacht eerdere testresultaten, opnieuw getest te worden voor bepaalde competenties en/of andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de functie. De selector houdt dan alleen rekening met de nieuwe testresultaten. § 3. Alleen testresultaten van selecties die gebaseerd zijn op het competentiemodel van de Vlaamse overheid en die beantwoorden aan de kwaliteitscriteria voor selectoren en selecties zoals vastgelegd door de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken, komen in aanmerking om hergebruikt te worden.
HOOFDSTUK 2. - Instroom Afdeling 1. - Externe werving
Art. III 13. Externe werving is de aanwerving van een kandidaat vanuit de externe arbeidsmarkt door middel van een arbeidsovereenkomst of via de toelating tot de statutaire proeftijd.
De externe arbeidsmarkt is niet toegankelijk voor het personeelslid dat kan kandideren via de horizontale mobiliteit en voor kandidaten die een beroep kunnen doen op de externe mobiliteit. Afdeling 2. - Toelatingsvoorwaarden
Art. III 14. § 1. Voor de toegang tot een functie bij de diensten van de Vlaamse overheid gelden de volgende algemene toelatingsvoorwaarden: 1° een gedrag hebben dat in overeenstemming is met de eisen van de beoogde betrekking;2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;3° voldoen aan de nationaliteitsvereiste;4° voldoen aan de vereisten gesteld door de wetten inzake het taalgebruik in bestuurszaken;5° medisch geschikt zijn voor de uit te oefenen functie, in overeenstemming met de wetgeving betreffende het welzijn van de werknemers op het werk. § 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, bepaalt de bevoegde instanties en de controleprocedure voor de vereiste medische geschiktheid. § 3. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 controleert de preventieadviseur-arbeidsarts van de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk de vereiste lichamelijke geschiktheid voor welbepaalde categorieën personeelsleden overeenkomstig de federale bepalingen. Afdeling 3. - Aanwervingsvoorwaarden
Art. III 15. Als algemene aanwervingsvoorwaarden om als personeelslid van de diensten van de Vlaamse overheid te worden aangeworven, gelden: 1° het diploma, studiegetuigschrift of bewijs van beroepskwalificatie bezitten dat overeenstemt met het administratieve niveau van de functie waarin wordt aangeworven, conform bijlage 2, of het ervaringsbewijs of toegangsbewijs, vermeld in artikel III 16, § 2, voor dezelfde functie;2° slagen voor een vergelijkende selectie via een objectief wervingssysteem. Art. III 16. § 1. De lijnmanager kan voorafgaand aan de rekrutering afwijken van de voorwaarde, vermeld in artikel III 15, 1°, als de in te vullen functie voorkomt op de lijst van knelpuntfuncties binnen de diensten van de Vlaamse overheid die door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, wordt vastgesteld na advies van de selectoren. § 2. Daarnaast kan de lijnmanager, voorafgaand aan de selectie, bij een met redenen omklede beslissing waaruit een redelijk vermoeden van meerwaarde van die procedure blijkt, opnemen in het selectiereglement dat in afwijking van artikel III 15, 1°, ook personen die niet beschikken over het diploma, studiegetuigschrift, ervaringsbewijs, toegangsbewijs of bewijs van beroepskwalificatie, zich kandidaat kunnen stellen voor de functie. Ze krijgen alleen toegang tot de selectieprocedure na het behalen van een toegangsbewijs, uitgereikt door de VDAB, na beoordeling van hun competenties zoals hierna bepaald. Het toegangsbewijs van de VDAB is zeven jaar geldig voor dezelfde functie bij de diensten van de Vlaamse overheid.
Van een kandidaat die niet beschikt over een diploma, studiegetuigschrift, ervaringsbewijs, toegangsbewijs of bewijs van beroepskwalificatie als vermeld in het selectiereglement, wordt een portfolio beoordeeld. De kandidaat lijst relevante kennis, vaardigheden en attitudes voor de functie op in het portfolio en staaft dat met zo veel mogelijk bewijsstukken.
De VDAB duidt per vacature beoordelaars aan met de nodige expertise om portfolio's te beoordelen. De lijnmanager bepaalt samen met de VDAB en de selector de te bewijzen competenties waarop de beoordeling van het portfolio voor de vacature gebeurt.
De VDAB reikt na een positieve beoordeling van een portfolio het bovenvermelde toegangsbewijs uit. Het toegangsbewijs vermeldt de functie waarvoor het geldt, welke competenties op welk niveau werden beoordeeld, en de ingangsdatum en geldigheidsduur van het toegangsbewijs.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, kan nadere voorwaarden bepalen. § 3. Een intern personeelslid dat een functie vervult die tot hetzelfde niveau behoort als de vacante functie, hoeft niet te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel III 15, 1°, tenzij specifieke diplomavoorwaarden bepaald zijn.
Art. III 17. De administratieve niveaus en de overeenstemmende diploma's of getuigschriften zijn: 1° niveau A: masterdiploma;2° niveau B: bachelor diploma;3° niveau C: secundair onderwijs of daarmee gelijkgesteld onderwijs;4° niveau D: geen diplomaverplichting. Art. III 18. § 1. In afwijking van artikel III 4, § 1, artikel III 6, eerste lid, en artikel III 15, 2°, kan bij de invulling van een contractuele vacature in de onderstaande gevallen de lijnmanager optreden als selector, is een combinatie van procedures niet vereist en geldt er voor de kandidaat geen verplichting om te slagen voor een vergelijkende selectie via een objectief wervingssysteem: 1° de vervanging van een afwezig personeelslid waarbij de afwezigheid niet meer dan één jaar duurt;2° de invulling van een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde duur van maximaal één jaar, die zonder selectie uitzonderlijk verlengbaar is met één jaar;3° personeel met buitenlandfuncties;4° topsporters en hun omkadering;5° doctoraatsbeurzen. § 2. De regeling, vermeld in paragraaf 1, is van overeenkomstige toepassing bij de contractuele invulling van een gezagsfunctie overeenkomstig artikel III 2, § 2, tweede lid.
Art. III 19. In afwijking van artikel III 4, § 1, is er geen verplichting tot combinatie van procedures in geval van een hernieuwing, verlenging of vervanging van een bestaande arbeidsovereenkomst zonder wijziging van betrekking of zonder selectie.
Art. III 20. § 1. Bijzondere aanwervingsvoorwaarden voor een functie kunnen worden vastgesteld door de lijnmanager, in overeenstemming met de functiebeschrijving en het competentieprofiel en na overleg met de selector. § 2. Voor de volgende graden gelden bijzondere voorwaarden bij aanwerving:
Rang
Graad
Bijzondere aanwervingsvoorwaarde
A2
directeur-arts
diploma van master in de geneeskunde (beroepstitel arts) bij overgangsmaatregel: diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of diploma van arts
A2
directeur-dierenarts
master in de diergeneeskunde bij overgangsmaatregel: diploma van dierenarts of doctor in de diergeneeskunde
A2
directeur-ingenieur
alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ir. (master in de (bio-)ingenieurswetenschappen of gelijkgesteld).
Indien ingevuld als knelpuntfunctie bovendien: 1° alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ing.(master in de industriële wetenschappen of gelijkgesteld); 2° doctoraat in de (bio-) ingenieurswetenschappen. A2
wetenschappelijk directeur
houder zijn van een diploma van doctor op proefschrift of van een diploma of certificaat dat met toepassing van de richtlijnen van de Europese Unie of een bilateraal akkoord als gelijkwaardig daaraan wordt erkend
A2
adviseur-arts
diploma van master in de geneeskunde (beroepstitel arts) bij overgangsmaatregel ofwel: 1° diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde;2° diploma van arts. A2
adviseur-dierenarts
master in de diergeneeskunde bij overgangsmaatregel ofwel: 1° diploma van dierenarts;2° doctor in de diergeneeskunde.
A2
adviseur-ingenieur
alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ir. (master in de (bio-)ingenieurswetenschappen of gelijkgesteld).
Indien ingevuld als knelpuntfunctie bovendien: 1° alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ing.(master in de industriële wetenschappen of gelijkgesteld); 2° doctoraat in de (bio-) ingenieurswetenschappen. A2
navorser (wetenschapsbeleid)
houder zijn van een diploma van doctor dat behaald is na verdediging in het openbaar van een afstudeerscriptie of van een diploma van ingenieur van academische graad, en minstens zes jaar nuttige ervaring hebben
A1
Ingenieur
alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ir. (master in de (bio-)ingenieurswetenschappen of gelijkgesteld). Indien ingevuld als knelpuntfunctie bovendien: 1° alle diploma's die toegang geven tot het dragen van de titel van ing.(master in de industriële wetenschappen of gelijkgesteld); 2° doctoraat in de (bio-) ingenieurswetenschappen. A1
Arts
master in de geneeskunde (beroepstitel arts) bij overgangsmaatregel ofwel: 1° diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde;2° diploma van arts. A1
Dierenarts
master in de diergeneeskunde bij overgangsmaatregel ofwel: 1° diploma van dierenarts; 2° dokter in de diergeneeskunde. B1
Programmeur
diploma van ofwel: 1° bachelor in de toegepaste informatica;2° bachelor in het bedrijfsmanagement;3° bachelor in de elektronica-ICT; 4° HBO 5-diploma met hoofdcomponent informatica. Bij overgangsmaatregel/diploma van gegradueerde in de afdeling Informatica, in de afdeling Boekhouding-informatica, in de afdeling Programmering en in de afdeling Elektronica
C1
Technicus
diploma's die toegang geven tot niveau C zoals gevraagd in de functiebeschrijving voor de technicus met de functie van bos- of natuurwachter: attest van natuur- en bosbeheer dat uitgereikt is door de Vlaamse overheid, als dat gevraagd wordt in de functiebeschrijving
Afdeling 4. - Toelating tot de proeftijd
Art. III 21. De benoemende overheid laat na controle van de toelatings- en aanwervingsvoorwaarden, de persoon die geslaagd is voor een vergelijkende selectie, vermeld in artikel III 15, 2°, en die door de lijnmanager gekozen is, toe tot een proeftijd in zijn graad of functie, en geeft die persoon een dienstaanwijzing bij de betrokken entiteit, raad of instelling.
Art. III 22. § 1. De ambtenaar legt de eed af in handen van de lijnmanager als hij tot de proeftijd toegelaten wordt. § 2. Als de ambtenaar weigert de eed af te leggen, is zijn toelating tot de proeftijd van rechtswege nietig.
Art. III 23. Tijdens de proeftijd kan de ambtenaar onder bepaalde voorwaarden maar eenmaal een andere dienstaanwijzing krijgen binnen het beleidsdomein, de strategische adviesraad of het Gemeenschapsonderwijs, of eenmaal overgeplaatst worden via de horizontale mobiliteit, door of in akkoord met de betrokken lijnmanager(s).
Na die wijziging van dienstaanwijzing of na die overplaatsing via de horizontale mobiliteit begint eenmalig een nieuwe proeftijd.
In afwijking van het eerste lid, kan een statutair personeelslid in een gezagsfunctie tijdens zijn proeftijd geen andere dienstaanwijzing krijgen naar een andere gezagsfunctie.
Art. III 24. De ambtenaar op proef is onderworpen aan de rechten, plichten, onverenigbaarheden en cumulatie van activiteiten, tuchtregeling, administratieve toestanden, geldelijk statuut, verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en definitieve ambtsneerlegging, inzonderheid vrijwillig ontslag en pensionering, van de vaste ambtenaar.
Art. III 25. De duur en de evaluatie van de proeftijd verlopen volgens de bepalingen, vermeld in deel IV. Afdeling 5. - Benoeming tot ambtenaar
Art. III 26. Alleen de personen die aan de volgende voorwaarden voldoen, kunnen tot ambtenaar bij de diensten van de Vlaamse overheid benoemd worden: 1° de toelatingsvoorwaarden vervullen en voldoen aan de aanwervingsvoorwaarden die voor de functie zijn vastgesteld;2° met goed gevolg de proeftijd doorlopen hebben. Afdeling 6. - Externe mobiliteit
Art. III 27. Externe mobiliteit is de aanwerving van een personeelslid van een externe overheid of uit de onderwijssector met een arbeidsovereenkomst.
In afwijking van het eerste lid gebeurt de invulling van een gezagsfunctie via de externe mobiliteit altijd in statutair verband.
Alleen graden van rang A2E, rang A2 of lager kunnen ingenomen worden via de externe mobiliteit. Functies van N-niveau, van algemeen directeur, van hoofd van het secretariaatspersoneel, van N-1-niveau en van preventieadviseur-coördinator kunnen niet ingevuld worden via de externe mobiliteit.
Een personeelslid op proef bij de externe overheid of in de onderwijssector komt niet in aanmerking voor externe mobiliteit.
Art. III 28. § 1. In deze afdeling wordt onder externe overheid verstaan: 1° een federale overheidsdienst, een programmatorische federale overheidsdienst, alsook de diensten die ervan afhangen, het Ministerie van Landsverdediging of een van de rechtspersonen, vermeld in artikel 1, 3°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken;2° de diensten van de andere gemeenschappen en gewesten, van de colleges van de gemeenschapscommissies en van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen;3° de entiteiten en raden die niet behoren tot de diensten van de Vlaamse overheid, De Watergroep, de Vlaamse Radio- en Televisieomroep, het Algemeen Secretariaat van het Vlaams Parlement en de instellingen die verbonden zijn aan het Vlaams Parlement;4° de gemeenten, de provincies, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van het ziekenhuis in eigen beheer, de autonome gemeentebedrijven, de autonome provinciebedrijven en de OCMW-verenigingen, met uitzondering van de ziekenhuisverenigingen. § 2. Onder onderwijssector wordt verstaan: 1° de instellingen van het gemeenschapsonderwijs, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;2° de instellingen van het gesubsidieerd onderwijs, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;3° de hogescholen, vermeld in artikel II 3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;4° de universiteiten, vermeld in artikel II 2 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;5° de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 45 van het
decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
28/08/2009
numac
2009035790
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs
sluiten betreffende de kwaliteit van onderwijs;6° de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, vermeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. Art. III 29. Om externe mobiliteit te verkrijgen moet het personeelslid van de externe overheid of de onderwijssector: 1° de voorwaarden vervullen, vermeld in artikel III 14;2° een graad, rang, functie of vakklasse bekleden in hetzelfde niveau als de graad of rang waartoe de vacante betrekking behoort;3° beantwoorden aan de specifieke voorwaarden die overeenkomstig dit besluit voorgeschreven zijn om de vacante betrekking uit te oefenen;4° beantwoorden aan het functieprofiel van de betrekking;5° slagen voor een selectie via een objectief wervingssysteem;6° de eed afleggen als …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.