📄 Wettekst
27 NOVEMBER 2012. - Wet tot wijziging van de
wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/12/2009
pub.
19/01/2010
numac
2009003476
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen
sluiten betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen, en van andere wetgeving die betrekking heeft op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld en van de kredietverenigingen uit het net van het Beroepskrediet (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.Deze wet voorziet in de omzetting van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG. TITEL 2. - Wijzigingen in de
wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/12/2009
pub.
19/01/2010
numac
2009003476
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen
sluiten betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen Art. 3.Het opschrift van de
wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/12/2009
pub.
19/01/2010
numac
2009003476
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen
sluiten betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen, gewijzigd door de
wet van 28 juli 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten0 tot omzetting van diverse richtlijnen betreffende het toezicht op de financiële sector en houdende diverse bepalingen en door het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector, wordt vervangen als volgt : «
Wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/12/2009
pub.
19/01/2010
numac
2009003476
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen
sluiten op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen ». Art. 4.In dezelfde wet wordt het opschrift van Titel 1 vervangen als volgt : « BOEK 1. - Doel. - Toepassingsgebied. - Definities ». Art. 5.In artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « Deze wet » vervangen door de woorden « Boek 2 van deze wet »;2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « Boek 3 van deze wet voorziet in de omzetting van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG.» Art. 6.In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « Deze wet » vervangen door de woorden « Boek 2 van deze wet »;2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « Boek 3 van deze wet regelt de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, het statuut van instelling voor elektronisch geld, alsook het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.» Art. 7.In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het 11° worden de woorden « in de zin van artikel 3, § 1, 7°, van de bankwet » vervangen door de woorden « in de zin van artikel 4, 33° »;b) het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 29° tot 37°, luidende : « 29° Richtlijn 2009/110/EG : Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG;30°
wet van 10 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/12/2009
pub.
15/01/2010
numac
2009011539
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de betalingsdiensten
type
wet
prom.
10/12/2009
pub.
23/12/2009
numac
2009011553
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten wat het statuut van en de controle op de vennootschappen voor het beheer van de rechten betreft
sluiten : de
wet van 10 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/12/2009
pub.
15/01/2010
numac
2009011539
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de betalingsdiensten
type
wet
prom.
10/12/2009
pub.
23/12/2009
numac
2009011553
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten wat het statuut van en de controle op de vennootschappen voor het beheer van de rechten betreft
sluiten betreffende de betalingsdiensten;31° instelling voor elektronisch geld : een uitgever van elektronisch geld als bedoeld in Boek 3, Titel 2;32° uitgevers van elektronisch geld : de instellingen en andere entiteiten bedoeld in artikel 59, waarvan de werkzaamheden bestaan in het uitgeven van elektronisch geld, en de rechtspersonen die vrijgesteld zijn op grond van artikel 105;33° elektronisch geld : een elektronische, met inbegrip van magnetische, opgeslagen monetaire waarde vertegenwoordigd door een vordering op de uitgever, die is uitgegeven in ruil voor ontvangen geld om betalingstransacties te verrichten in de zin van artikel 4, 2°, van deze wet, en die wordt aanvaard door een andere natuurlijke of rechtspersoon dan de uitgever van elektronisch geld;34° houder van elektronisch geld : een natuurlijke of rechtspersoon die geld overhandigt aan een uitgever van elektronisch geld in ruil voor de uitgifte van elektronisch geld door die uitgever;35° gemiddeld uitstaand elektronisch geld : het gemiddelde totale bedrag van de met elektronisch geld verband houdende financiële verplichtingen dat op het einde van elke kalenderdag in omloop is gedurende de zes voorafgaande kalendermaanden, berekend op de eerste kalenderdag van elke kalendermaand en toegepast voor die kalendermaand;36° distributeur : een natuurlijke of rechtspersoon die voor rekening van een instelling voor elektronisch geld elektronisch geld overmaakt en/of terugbetaalt overeenkomstig artikel 76;37° FSMA : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten bedoeld in artikel 44 van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.»; 38° werkdag : een dag zoals omschreven in artikel 2, 17° van de
wet van 10 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/12/2009
pub.
15/01/2010
numac
2009011539
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de betalingsdiensten
type
wet
prom.
10/12/2009
pub.
23/12/2009
numac
2009011553
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten wat het statuut van en de controle op de vennootschappen voor het beheer van de rechten betreft
sluiten.Als uitzondering hierop, betekent het begrip werkdag in het kader van de artikelen 39, eerste alinea en 91, elke dag van maandag tot en met vrijdag ». Art. 8.In dezelfde wet wordt een Boek 2 ingevoegd, dat de artikelen 5 tot 58 bevat, luidende « BOEK 2. - Statuut van de betalingsinstellingen, toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en toegang tot betalingssystemen ». Art. 9.In Boek 2 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 8 van deze wet, wordt een Titel 1 ingevoegd, die artikel 5 bevat, luidende « TITEL 1. - Betalingsdienstaanbieders ». Art. 10.Artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 mart 2011 en bij de
wet van 28 juli 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten0, wordt vervangen als volgt : « Art. 5.Onverminderd de bepalingen betreffende hun statuut, mogen alleen de hiernavolgende instellingen of overheden betalingsdiensten aanbieden in België : 1° kredietinstellingen naar Belgisch recht, kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER, die gemachtigd zijn om in hun land van herkomst betalingsdiensten aan te bieden en die in België werkzaam zijn op grond van de artikelen 65 of 66 van de bankwet, en bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, die in België zijn gevestigd overeenkomstig artikel 79 van de bankwet;2° instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht, instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER en die in België werkzaam zijn op grond van artikel 91 van deze wet, en, voor de betalingsdiensten die voor hun activiteit van uitgifte van elektronisch geld vereist zijn, bijkantoren van instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, die in België zijn gevestigd met toepassing van Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 3;3° de naamloze vennootschap van publiek recht bpost;4° de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank, wanneer zij niet handelen in hun hoedanigheid van monetaire of andere publieke autoriteit;5° de Belgische federale, gewestelijke en lokale overheden en de overheden van de gemeenschappen in België, wanneer zij niet handelen in hun hoedanigheid van publieke autoriteit;6° de betalingsinstellingen bedoeld in Titel 2, met inbegrip van de rechtspersonen die geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld op grond van artikel 48.». Art. 11.In artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Iedere rechtspersoon naar Belgisch recht die in België betalingsdiensten wil aanbieden als betalingsinstelling, moet, vooraleer zij haar werkzaamheden aanvat, een vergunning verkrijgen van de Bank, ongeacht de overige plaatsen waar zij haar werkzaamheden uitoefent.»; 2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « In België mogen alleen betalingsinstellingen die in België zijn gevestigd en betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER en die in België werkzaam zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten op grond van artikel 39, publiekelijk gebruik maken van de termen « betalingsinstelling », inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of in hun reclame.» Art. 12.In artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 4° worden de woorden « voor de betalingsinstellingen die naast betalingsdiensten andere werkzaamheden verrichten in de zin van artikel 21, » geschrapt.2° de bepaling onder 12° wordt opgeheven. Art. 13.In artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3, worden de woorden « , en voor zover zij over de gehele lijn tot een positief oordeel komt » geschrapt. Art. 14.In artikel 11, tweede lid van dezelfde wet wordt het woord « cumulatief » geschrapt. Art. 15.In artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3 wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende : « Zij neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliancefunctie, om de naleving door de instelling, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van de rechtsregels in verband met de integriteit van de werkzaamheden van de betalingsinstellingen.»; 2° in § 4 worden de woorden « en een passende risicobeheerfunctie » vervangen door de woorden « , een passende risicobeheerfunctie en een passende onafhankelijke compliancefunctie »;3° In § 5, eerste lid, worden de woorden « bij de §§ 1, 2 en 3 » vervangen door de woorden « bij de §§ 1, 2 en 3 en artikel 23, eerste lid, f) »;4° In § 5, tweede lid, worden de woorden « bij de §§ 1, 2 en 3 en het eerste lid van deze paragraaf » vervangen door de woorden « bij de §§ 1, 2 en 3 van dit artikel, het eerste lid van deze paragraaf en artikel 23, eerste lid, f) »;5° in § 5, tweede lid en in § 6 woorden de woorden « , in voorkomend geval via het auditcomité, » opgeheven. Art. 16.In artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « Betalingsinstellingen mogen andere werkzaamheden dan betalingsdiensten verrichten, mits hiervoor voorafgaandelijk toestemming is verleend door de Bank. Indien de Bank erin toestemt dat een betalingsinstelling andere werkzaamheden dan betalingsdiensten verricht, kan zij, onverminderd artikel 25, laatste lid en gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid en een passende risicobeheersing door de betalingsinstelling of op de vereiste van een passend prudentieel toezicht op deze instelling, de uitoefening van andere werkzaamheden dan betalingsdiensten of de in § 2 bedoelde werkzaamheden aan aanvullende voorwaarden onderwerpen.
Bovendien kan de Bank eisen dat het betalingsdienstenbedrijf ondergebracht wordt in een afzonderlijke juridische entiteit, afgescheiden van deze die andere werkzaamheden uitoefent. » 2° in de Nederlandse versie van § 2, 2°, worden de woorden « het exploiteren van betalingssystemen » vervangen door de woorden « het beheer van betalingssystemen »;3° in § 4, tweede lid en in § 5 worden de woorden « in de zin van artikel 3, 7°, van de bankwet" telkens opgeheven;4° in de Franse versie van § 6, eerste lid, worden de woorden « sauf autorisation de » vervangen door de woorden « sauf autorisation préalable de »;5° in § 6, tweede lid, worden de woorden « en exploiteren van betalingsystemen" vervangen door de woorden « en het beheer van betalingssystemen". Art. 17.In artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « Wanneer een betalingsinstelling andere werkzaamheden verricht dan betalingsdiensten en de bij artikel 21, § 2, 1°, bedoelde diensten, dienen de geldmiddelen die zij van betalingsdienstgebruikers rechtstreeks of via andere betalingsdienstaanbieders voor de uitvoering van betalingstransacties ontvangt » vervangen door de woorden « De geldmiddelen die een betalingsinstelling rechtstreeks of via andere betalingsdienstaanbieders van betalingsdienstgebruikers ontvangt voor de uitvoering van betalingstransacties, dienen »;2° in § 1, eerste lid, c), worden de woorden « voor een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat afgescheiden zou zijn bij afwezigheid van een verzekering, garantie of waarborg » vervangen door de woorden « voor een bedrag dat besteed geweest zou zijn met toepassing van punt b) ».3° Het artikel wordt aangevuld met een § 4, luidende : « § 4.Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de betalingsinstelling, in voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de §§ 1 en 2.
Het wettelijke bestuursorgaan van de betalingsinstelling dient minstens jaarlijks te controleren of de instelling beantwoordt aan het bepaalde bij de §§ 1 en 2 en het eerste lid van deze paragraaf, en neemt kennis van de genomen passende maatregelen.
De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de Bank en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen.
De informatieverstrekking aan de Bank en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de Bank bepaalt. » Art. 18.In artikel 28, vierde lid van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3, worden de woorden « in de artikelen 144 en 148 van het Wetboek van vennootschappen », vervangen door de woorden « in artikel 33, eerste lid, 2° ». Art. 19.In artikel 33, eerste lid, 1° van dezelfde wet, vervangen bij de
wet van 28 juli 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten0, worden de woorden « overeenkomstig artikel 14, § 3, eerste lid » vervangen door de woorden « overeenkomstig de artikelen 14, § 3, eerste lid en 23, eerste lid, f) ». Art. 20.In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Wanneer de Bank vaststelt dat een betalingsinstelling niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, dat haar beleid of financiële positie de goede afloop van haar verbintenissen in het gedrang dreigt te brengen of niet voldoende waarborgen biedt voor haar solvabiliteit, liquiditeit of rendabiliteit, dat haar beleidsstructuren, haar administratieve of boekhoudkundige organisatie, haar agenten- of bijkantorennet, of haar interne controle ernstige leemten vertoont, of dat de voortzetting van haar bedrijf een bedreiging vormt voor de stabiliteit van het betalingssysteem, stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
Indien de toestand na deze termijn niet is verholpen, kan de Bank : 1° een speciaal commissaris aanstellen. In dit geval is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de instelling, inclusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beleid, zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist; de Bank kan de verrichtingen waarvoor een toestemming is vereist evenwel beperken.
De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, voorleggen aan alle organen van de instelling, inclusief de algemene vergadering. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de instelling.
De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de instelling of voor derden voortvloeit.
Indien de Bank de aanstelling van een speciaal commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming is vereist, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt.
De Bank kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen. 2° voor de termijn die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de betalingsinstelling geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden;deze schorsing kan, in de door de Bank bepaalde mate, de volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de lopende overeenkomsten tot gevolg hebben.
De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de betalingsinstelling of voor derden voortvloeit.
Indien de Bank de schorsing in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig.
De Bank kan een betalingsinstelling tevens gelasten deelnemingen over te dragen die zij in voorkomend geval bezit overeenkomstig artikel 21, § 6; 3° inzake solvabiliteit, strengere vereisten opleggen dan deze bedoeld in artikel 17;4° de vervanging gelasten van bestuurders of zaakvoerders van de betalingsinstelling binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de voltallige bestuurs- en beleidsorganen van de instelling een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen.De Bank maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de betalingsinstelling.
De Bank kan op elk tijdstip de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet meer de nodige waarborgen biedt; 5° de vergunning herroepen.De Bank maakt alle beslissingen tot herroeping van een vergunning bekend op haar website.
Bij uiterste hoogdringendheid kan de Bank de in deze paragraaf bedoelde maatregelen nemen zonder dat vooraf een hersteltermijn wordt vastgesteld. » b) in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden « § 1, eerste en tweede lid, 1° » vervangen door de woorden « § 1, eerste lid en tweede lid, 2° ». Art. 21.Artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2. De leiders van het bijkantoor brengen minstens eenmaal per jaar verslag uit aan de Bank en aan de erkende revisor of de erkende revisorenvennootschap, over de deugdelijkheid van de interne controlemaatregelen die de bijkantoren hebben getroffen om zich te conformeren aan de bepalingen die krachtens § 1 van toepassing zijn. » Art. 22.Artikel 48 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3, wordt vervangen als volgt : « § 1. De Bank kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van de toepassing van de bepalingen van dit Boek en zijn uitvoeringsbesluiten aan rechtspersonen : 1° waarvoor geldt dat het gemiddelde van het totale bedrag aan betalingstransacties die zij of de agenten waarvoor zij volledig aansprakelijk zijn, in de voorafgaande twaalf maanden hebben verricht, niet hoger is dan 3.000.000 euro per maand. Dit criterium wordt beoordeeld op basis van het in het bedrijfsplan begrote totale bedrag aan betalingstransacties, rekening houdend met de eventuele aanpassingen in dit plan die de Bank heeft verlangd; en 2° waarvoor geldt dat geen enkele van de met het beleid of de uitoefening van de werkzaamheden belaste natuurlijke personen veroordeeld is wegens strafbare feiten in verband met het witwassen van geld of terrorismefinanciering, of zoals bedoeld in artikel 19, § 1er, 1° en 2° van de bankwet. De Bank kan deze rechtspersonen niet vrijstellen van de toepassing van artikelen 21 en 22. § 2. De rechtspersonen bedoeld in § 1 die vrijgesteld zijn, worden ingeschreven in het register bedoeld in artikel 9. Artikel 9 is op deze rechtspersonen van overeenkomstige toepassing voor wat betreft de informatie die op de website van de Bank wordt verstrekt en de geregelde actualisering ervan. Onverminderd § 1, laatste lid, vermeldt de website dat deze rechtspersonen geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld met toepassing van dit artikel. § 3. De rechtspersonen die vrijgesteld zijn op grond van § 1 : 1° hebben hun hoofdkantoor in België en oefenen hun betalingsdienstactiviteiten daadwerkelijk op het Belgische grondgebied uit;2° komen niet in aanmerking voor de regeling inzake wederzijdse erkenning vastgesteld in artikel 39;3° stellen de Bank in kennis van elke verandering in hun situatie die relevant is voor de in § 1 gestelde voorwaarden en brengen periodiek verslag uit aan de Bank over het gemiddelde van het totale bedrag aan betalingstransacties die zij of de agenten waarvoor zij volledig aansprakelijk zijn, in de voorafgaande twaalf maanden hebben verricht. De Bank bepaalt de frequentie van deze rapportering; 4° passen de bepalingen toe van de
wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten1 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die gelden voor betalingsinstellingen, en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. § 4. De Koning kan bepalen dat een rechtspersoon die vrijgesteld is op grond van § 1, alleen sommige van de in artikel 21, §§ 1 tot 3 opgesomde werkzaamheden mag uitoefenen. § 5. Wanneer de in de §§ 1 en 3, 1° gestelde voorwaarden niet langer vervuld zijn, vragen de vrijgestelde rechtspersonen binnen dertig kalenderdagen een vergunning aan overeenkomstig artikel 6 en volgende.
Voor de instellingen die binnen deze termijn geen vergunning hebben aangevraagd, is het overeenkomstig artikel 5 verboden om in België betalingsdiensten aan te bieden. ». Art. 23.In artikel 51 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het 2° worden de woorden « eerste en tweede lid, » geschrapt;b) in het 8° worden de woorden « overeenkomstig artikel 35, § 1, tweede lid, 1° » vervangen door de woorden « overeenkomstig artikel 35, § 1, tweede lid, 2° ». Art. 24.In artikel 58 van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten3, worden de woorden « Deze wet » vervangen door de woorden « Dit Boek ». Art. 25.In dezelfde wet wordt een Boek 3 ingevoegd, luidende « BOEK 3 - Toegang tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en statuut van de instellingen voor elektronisch geld ». Art. 26.In Boek 3 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 25, wordt een Titel 1 ingevoegd, luidende « TITEL 1. - Uitgevers van elektronisch geld ». Art. 27.In Boek 3, Titel 1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 26, wordt een artikel 59 ingevoegd, luidende : « Art. 59.Onverminderd de bepalingen betreffende hun statuut, mogen alleen de hiernavolgende instellingen of overheden elektronisch geld uitgeven in België : 1° kredietinstellingen naar Belgisch recht, kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER, die in hun land van herkomst elektronisch geld mogen uitgeven en die in België werkzaam zijn op grond van de artikelen 65 of 66 van de bankwet, en bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, die in België zijn gevestigd overeenkomstig artikel 79 van de bankwet;2° instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht, instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER en die in België werkzaam zijn op grond van artikel 91, bijkantoren van instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, die in België zijn gevestigd met toepassing van Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 3, en rechtspersonen die zijn vrijgesteld op grond van artikel 105;3° de naamloze vennootschap van publiek recht bpost;4° de Bank en de Europese Centrale Bank, wanneer zij niet handelen in hun hoedanigheid van monetaire of andere publieke autoriteit;5° de Belgische federale, gewestelijke en lokale overheden en de overheden van de gemeenschappen in België, wanneer zij handelen in hun hoedanigheid van publieke autoriteit.». Art. 28.In dezelfde Titel 1 wordt een artikel 60 ingevoegd, luidende : « Art. 60.§ 1. Deze wet is niet van toepassing op de monetaire waarde die opgeslagen is op instrumenten die kunnen worden gebruikt om, louter in de door de uitgevende instelling gebruikte bedrijfsgebouwen of uit hoofde van een handelsovereenkomst met de uitgevende instelling, hetzij binnen een beperkt netwerk van dienstverleners hetzij voor een beperkte reeks goederen en diensten, goederen en diensten te verkrijgen. § 2. Deze wet is niet van toepassing op de monetaire waarde die gebruikt wordt om betalingstransacties te verrichten die worden uitgevoerd via een telecommunicatie-, digitaal of IT-instrument, wanneer de gekochte goederen of diensten geleverd worden aan, en gebruikt moeten worden via, een telecommunicatie-, digitaal of IT-instrument, mits de telecommunicatie-, digitale of IT-exploitant niet uitsluitend als tussenpersoon optreedt tussen de houder van elektronisch geld en de leverancier van de goederen en diensten. ». Art. 29.In Boek 3 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 25, wordt een Titel 2 ingevoegd, luidende « TITEL 2. - Instellingen voor elektronisch geld ». Art. 30.In Boek 3, Titel 2 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 29, wordt een Hoofdstuk 1 ingevoegd, luidende : « HOOFDSTUK 1. - Instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht ». Art. 31.In Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 30, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende « Afdeling 1. - Vereiste van bedrijfsvergunning ». Art. 32.In Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 1, Afdeling 1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 61 ingevoegd, luidende : « Art. 61.Iedere rechtspersoon naar Belgisch recht die in België elektronisch geld wil uitgeven als instelling voor elektronisch geld, moet, vooraleer hij zijn werkzaamheden aanvat, een vergunning verkrijgen van de Bank, ongeacht op welke andere plaatsen hij zijn werkzaamheden uitoefent.
In België mogen alleen instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht, instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER en die in België werkzaam zijn op grond van artikel 91 van deze wet, evenals bijkantoren van instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, die in België zijn gevestigd overeenkomstig artikel 99 van deze wet, publiekelijk gebruik maken van de termen « instelling voor elektronisch geld », inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of in hun reclame. ». Art. 33.In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel 62 ingevoegd, luidende : « Art. 62.§ 1. Bij zijn vergunningsaanvraag voegt de aanvrager de volgende gegevens : 1° een programma van werkzaamheden, met opgave van de voorgenomen werkzaamheden en, met name, in voorkomend geval, de in artikel 77, §§ 1 en 2, bedoelde andere werkzaamheden;2° een bedrijfsplan met inbegrip van een financiële planning voor de eerste drie boekjaren, die aantoont dat de aanvrager beschikt over de voor zijn werkzaamheden en voorgenomen werkzaamheden passende systemen, middelen en procedures om een gezond beleid inzake de uitgifte van elektronisch geld te garanderen;3° het bewijs dat de aanvrager beschikt over het in artikel 66 bedoelde aanvangskapitaal;4° een beschrijving van de maatregelen die de instelling overeenkomstig artikel 78, § 1, heeft genomen voor de bescherming van geldmiddelen die zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld dat is uitgegeven;5° een beschrijving van de door de aanvrager genomen maatregelen op het vlak van goed bestuur en internecontrolemechanismen, met inbegrip van de van toepassing zijnde procedures inzake administratieve en boekhoudkundige organisatie en risicobeheer, waaruit de naleving blijkt van artikel 69, §§ 1 tot 3;6° een beschrijving van de internecontrolemechanismen die de aanvrager heeft opgezet om te voldoen, in voorkomend geval, aan de verplichtingen bepaald bij Verordening (EG) nr.1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler en aan het bepaalde bij de
wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
sluiten1 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme; 7° een beschrijving van de organisatiestructuur van de aanvrager, met in voorkomend geval een beschrijving van het voorgenomen gebruik van distributeurs, agenten en bijkantoren en van de regelingen voor uitbesteding, alsmede van zijn deelname aan een nationaal of internationaal betalingssysteem;8° de identiteit van natuurlijke of rechtspersonen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, in het kapitaal van de aanvrager, een gekwalificeerde deelneming bezitten in de zin van artikel 3, § 1, 3° van de bankwet, alsmede de omvang van hun deelneming in kapitaalfracties en stemrechten, en het bewijs van hun geschiktheid, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de instelling voor elektronisch geld. De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de
wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/05/2007
pub.
12/06/2007
numac
2007003215
bron
federale overheidsdienst financien
Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen
sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten; 9° de identiteit van de personen die deelnemen aan het bestuur of het beleid van de instelling voor elektronisch geld, en van de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en, in voorkomend geval, van het betalingsdienstenbedrijf, in een instelling voor elektronisch geld, alsmede het bewijs van hun professionele betrouwbaarheid, deskundigheid en passende ervaring in de zin van artikel 68;10° de identiteit van de commissaris-revisor of commissarissen-revisoren;11° de rechtsvorm en de statuten van de aanvrager;12° het adres van hoofdbestuur van de aanvrager. Voor de toepassing van het eerste lid, 4°, 5° en 7°, geeft de aanvrager een beschrijving van de regelingen inzake interne audit en organisatie die hij heeft getroffen met het oog op het nemen van alle redelijke maatregelen om de belangen van de houders van elektronisch geld, en, in voorkomend geval, van de betalingsdienstgebruikers te beschermen en de continuïteit en betrouwbaarheid bij de uitgifte van elektronisch geld en, in voorkomend geval, bij het verrichten van betalingsdiensten, te garanderen.
De aanvrager verstrekt de Bank op haar verzoek alle verdere inlichtingen zodat de Bank kan nagaan of de aanvrager voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het eerste en tweede lid en zich een passend oordeel kan vormen. § 2. De Bank beslist over de vergunningsaanvraag, na advies van de FSMA voor wat betreft de professionele betrouwbaarheid van de natuurlijke personen die deelnemen aan het bestuur, het beleid of de effectieve leiding van de instelling voor elektronisch geld, indien zij voor het eerst voor een dergelijke functie worden voorgedragen bij een financiële instelling die met toepassing van artikel 36/2 van de
wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
28/03/1998
numac
1998003158
bron
ministerie van financien
Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten onder het toezicht staat van de Bank.
De FSMA deelt haar advies mee aan de Bank binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies. Indien de FSMA geen advies verstrekt binnen de genoemde termijn, kan de Bank een beslissing nemen. ». Art. 34.In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel 63 ingevoegd, luidende : « Art. 63.De Bank verleent de aangevraagde vergunning aan de instellingen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 62 en afdeling 2.
Binnen drie maanden na voorlegging van een volledig dossier spreekt de Bank zich uit over de aanvraag en brengt zij haar beslissing ter kennis van de aanvrager met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs.
De Bank kan, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de instelling, in haar vergunning voorwaarden stellen aan de uitoefening van bepaalde van de voorgenomen werkzaamheden. » Art. 35.In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel 64 ingevoegd, luidende : « Art. 64.De instellingen die krachtens dit hoofdstuk een vergunning hebben verkregen als instelling voor elektronisch geld, worden ingeschreven op een daartoe door de Bank bijgehouden lijst. De Bank maakt de lijst van de instellingen voor elektronisch geld waaraan zij een vergunning heeft verleend, bekend op haar website. De Bank zorgt voor een geregelde actualisering van de op haar website verstrekte informatie.
De in het eerste lid bedoelde lijst vermeldt voor iedere instelling voor elektronisch geld minstens de volgende informatie : - in voorkomend geval, de voorgenomen betalingsdiensten; - het adres van haar buitenlandse bijkantoren en de identiteit van haar agenten bedoeld in, respectievelijk, de artikelen 75 en 76, § 3. » Art. 36.In Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 30, wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende « Afdeling 2. - Bedrijfsvergunningsvoorwaarden ». Art. 37.In Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 1, Afdeling 2 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 36, wordt een artikel 65 ingevoegd, luidende : « Art. 65.Iedere instelling voor elektronisch geld naar Belgisch recht wordt opgericht in de rechtsvorm van een handelsvennootschap, met uitzondering van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die is opgericht door één enkele persoon ». Art. 38.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 66 ingevoegd, luidende : « Art. 66.Elke instelling voor elektronisch geld beschikt op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend, over een kapitaal van minstens 350.000 euro.
Voor de berekening van het in het eerste lid bedoelde aanvangskapitaal komen de volgende bestanddelen in aanmerking : het volstort kapitaal, de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen resultaat, met uitsluiting in voorkomend geval van de preferente aandelen en de herwaarderingsreserves, en na aftrek van overgedragen verliezen en goodwill. ». Art. 39.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 67 ingevoegd, luidende : « Art. 67.De vergunning wordt geweigerd wanneer de Bank, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de instelling voor elektronisch geld, niet overtuigd is van de geschiktheid van de natuurlijke of rechtspersonen bedoeld in artikel 62, paragraaf 1, eerste lid, 8°. ». Art. 40.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 68 ingevoegd, luidende : « Art. 68.§ 1. De effectieve leiding van de instelling voor elektronisch geld wordt toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen.
De personen die deelnemen aan het bestuur of het beleid van de instelling voor elektronisch geld, en de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en in voorkomend geval, van het betalingsdienstenbedrijf binnen een instelling voor elektronisch geld, beschikken voor de uitoefening van hun taken inzake uitgifte van elektronisch geld en betalingsdiensten over de vereiste professionele betrouwbaarheid, deskundigheid en passende ervaring. § 2. Artikel 19 van de bankwet is van toepassing. » Art. 41.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 69 ingevoegd, luidende : « Art. 69.§ 1. De instelling voor elektronisch geld beschikt over een beleidsstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie, controle- en beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de elektronische informatieverwerking, en interne controle, die aangepast zijn aan haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden inzake de uitgifte van elektronisch geld en betalingsdiensten en aan haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden bedoeld in artikel 77, § 2, 2°.
Zij houdt daarbij rekening met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden en de eraan verbonden risico's. § 2. De instelling voor elektronisch geld beschikt over een passende beleidsstructuur, waaronder inzonderheid dient te worden verstaan : een coherente en transparante organisatiestructuur, met inbegrip van een passende functiescheiding; een duidelijk omschreven, transparant en samenhangend geheel van verantwoordelijkheidstoewijzingen; en passende procedures voor de identificatie, de meting, het beheer en de opvolging van en de interne verslaggeving over de belangrijke risico's die de instelling voor elektronisch geld loopt ingevolge haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden. § 3. De instelling voor elektronisch geld organiseert een passende interne controle, waarvan de werking minstens eenmaal per jaar wordt beoordeeld. Wat haar administratieve en boekhoudkundige organisatie betreft, dient zij een systeem van interne controle te organiseren dat een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het financiële verslaggevingsproces, zodat de jaarrekening in overeenstemming is met de geldende boekhoudreglementering.
De instelling voor elektronisch geld neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke interne auditfunctie.
De instelling voor elektronisch geld werkt een passend integriteitsbeleid uit dat geregeld wordt geactualiseerd.
Zij neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliancefunctie, om de naleving door de instelling, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van de rechtsregels in verband met de integriteit van de werkzaamheden van de instellingen voor elektronisch geld.
De instelling voor elektronisch geld beschikt over een passende onafhankelijke risicobeheerfunctie. § 4. De Bank kan, onverminderd het bepaalde bij de §§ 1, 2 en 3, nader bepalen wat moet worden verstaan onder een passende beleidsstructuur, een passende interne controle, een passende onafhankelijke interneauditfunctie, een passend integriteitsbeleid, een passende risicobeheerfunctie en een passende onafhankelijke compliancefunctie. § 5. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijk bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de instelling voor elektronisch geld, in voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijk bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de §§ 1, 2 en 3 en artikel 79, eerste lid, f).
Het wettelijk bestuursorgaan van de instelling voor elektronisch geld controleert minstens eenmaal per jaar of de instelling beantwoordt aan het bepaalde bij de §§ 1, 2 en 3 van dit artikel, het eerste lid van deze paragraaf en artikel 79, eerste lid, f) en neemt kennis van de genomen passende maatregelen.
De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens eenmaal per jaar het wettelijk bestuursorgaan, de Bank en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen.
De informatieverstrekking aan de Bank en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de Bank bepaalt. § 6. De erkende commissaris brengt bij het wettelijk bestuursorgaan tijdig verslag uit over de belangrijke zaken die bij de uitoefening van zijn wettelijke controleopdracht aan het licht zijn gekomen, en meer bepaald over ernstige tekortkomingen in het financiële verslaggevingsproces met betrekking tot de werkzaamheden inzake de uitgifte van elektronisch geld en betalingsdiensten en de werkzaamheden bedoeld in artikel 77, § 2, 2°. § 7. Als de instelling voor elektronisch geld nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, mogen die banden geen belemmering vormen voor het prudentieel toezicht op de instelling voor elektronisch geld.
Als de instelling voor elektronisch geld nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die ressorteert onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, mogen de voor die persoon geldende wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen of hun uitvoering, geen belemmering vormen voor het prudentieel toezicht op de instelling voor elektronisch geld. ». Art. 42.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 70 ingevoegd, luidende : « Art. 70.Het hoofdbestuur van de instelling voor elektronisch geld is in België gevestigd. ». Art. 43.In Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 1 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 30, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende « Afdeling 3. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden ». Art. 44.In Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 1, Afdeling 3 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 43, wordt een artikel 71 ingevoegd, luidende : « Art. 71.De instelling voor elektronisch geld voldoet te allen tijde aan de voorwaarden van de artikelen 65, 68, 69 en 70.
Wanneer de overeenkomstig artikel 62 bij de vergunningsaanvraag verstrekte gegevens gewijzigd zijn, brengt de instelling voor elektronisch geld de Bank hiervan onverwijld op de hoogte. ». Art. 45.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 72 ingevoegd, luidende : « Art. 72.§ 1. Het eigen vermogen van een instelling voor elektronisch geld mag op geen enkel moment dalen onder het bedrag van het met toepassing van artikel 66 vereiste kapitaal. § 2. Overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2009/110/EG bepaalt de Bank bij reglement de verplichtingen inzake solvabiliteit die door alle instellingen voor elektronisch geld of per c …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.