Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet tot wijziging van de wet van 21 december 2009 betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienst

Kort samengevat

Deze wet wijzigt de bestaande wetgeving over betalingsinstellingen en betalingsdiensten, met een focus op de regulering van elektronisch geld en de instellingen die dit uitgeven. Het doel is om Europese richtlijnen hierover om te zetten in Belgisch recht.

Wat het regelt

  • Het statuut van instellingen voor elektronisch geld.
  • De toegang tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld.
  • Het prudentieel toezicht op instellingen voor elektronisch geld.
  • De omzetting van Richtlijn 2009/110/EG betreffende elektronisch geld.

Wie het aanbelangt

  • Instellingen die elektronisch geld uitgeven.
  • Natuurlijke of rechtspersonen die elektronisch geld aanvaarden of overhandigen in ruil voor uitgifte.

Kernpunten

  • Elektronisch geld is een elektronische, opgeslagen monetaire waarde, vertegenwoordigd door een vordering op de uitgever, uitgegeven in ruil voor ontvangen geld om betalingstransacties te verrichten.
  • Uitgevers van elektronisch geld zijn instellingen en entiteiten waarvan de werkzaamheden bestaan uit het uitgeven van elektronisch geld.
  • De FSMA is de toezichthoudende autoriteit voor financiële diensten en markten.
  • Een distributeur is een natuurlijke of rechtspersoon die voor rekening van een instelling voor elektronisch geld elektronisch geld overmaakt en/of terugbetaalt.
Wettekst
Wettekst
Obsah (6)§ 3§ 4§ 5§ 6§ 2§ 1

Wet tot wijziging van de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2009 pub. 19/01/2010 numac 2009003476 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende het st

stellingen voor elektronisch geld en van de kredietverenigingen uit het net van het Beroepskrediet

(1)ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld

artikel 78 van de Grondwet. Art. 2.Deze wet voorziet

de omzetting van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van

stellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot

trekking van Richtlijn 2000/46/EG. TITEL 2. - Wijzigingen

de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2009 pub. 19/01/2010 numac 2009003476 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen sluiten betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen Art. 3.Het opschrift van de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2009 pub. 19/01/2010 numac 2009003476 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen sluiten betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen, gewijzigd door de wet van 28 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten0 tot omzetting van diverse richtlijnen betreffende het toezicht op de financiële sector en houdende diverse bepalingen en door het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector, wordt vervangen als volgt : « Wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2009 pub. 19/01/2010 numac 2009003476 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen sluiten op het statuut van de betalingsinstellingen en van de

stellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen ». Art. 4.

dezelfde wet wordt het opschrift van Titel 1 vervangen als volgt : « BOEK 1. - Doel. - Toepassingsgebied. - Definities ». Art. 5.

artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « Deze wet » vervangen door de woorden « Boek 2 van deze wet »;2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « Boek 3 van deze wet voorziet

de omzetting van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van

stellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot

trekking van Richtlijn 2000/46/EG.» Art. 6.

artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « Deze wet » vervangen door de woorden « Boek 2 van deze wet »;2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « Boek 3 van deze wet regelt de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, het statuut van

stelling voor elektronisch geld, alsook het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.» Art. 7.

artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het 11° worden de woorden «

de zin van artikel 3, § 1, 7°, van de bankwet » vervangen door de woorden «

de zin van artikel 4, 33° »;b) het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 29° tot 37°, luidende : « 29° Richtlijn 2009/110/EG : Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van

stellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot

trekking van Richtlijn 2000/46/EG;30° wet van 10 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2009 pub. 15/01/2010 numac 2009011539 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de betalingsdiensten type wet prom. 10/12/2009 pub. 23/12/2009 numac 2009011553 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten wat het statuut van en de controle op de vennootschappen voor het beheer van de rechten betreft sluiten : de wet van 10 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2009 pub. 15/01/2010 numac 2009011539 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de betalingsdiensten type wet prom. 10/12/2009 pub. 23/12/2009 numac 2009011553 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten wat het statuut van en de controle op de vennootschappen voor het beheer van de rechten betreft sluiten betreffende de betalingsdiensten;31°

stelling voor elektronisch geld : een uitgever van elektronisch geld als bedoeld

Boek 3

, Titel 2;32° uitgevers van elektronisch geld : de

stellingen en andere entiteiten bedoeld

artikel 59, waarvan de werkzaamheden bestaan

het uitgeven van elektronisch geld, en de rechtspersonen die vrijgesteld zijn op grond van artikel 105;33° elektronisch geld : een elektronische, met

begrip van magnetische, opgeslagen monetaire waarde vertegenwoordigd door een vordering op de uitgever, die is uitgegeven

ruil voor ontvangen geld om betalingstransacties te verrichten

de zin van artikel 4, 2°, van deze wet, en die wordt aanvaard door een andere natuurlijke of rechtspersoon dan de uitgever van elektronisch geld;34° houder van elektronisch geld : een natuurlijke of rechtspersoon die geld overhandigt aan een uitgever van elektronisch geld

ruil voor de uitgifte van elektronisch geld door die uitgever;35° gemiddeld uitstaand elektronisch geld : het gemiddelde totale bedrag van de met elektronisch geld verband houdende financiële verplichtingen dat op het einde van elke kalenderdag

omloop is gedurende de zes voorafgaande kalendermaanden, berekend op de eerste kalenderdag van elke kalendermaand en toegepast voor die kalendermaand;36° distributeur : een natuurlijke of rechtspersoon die voor rekening van een

stelling voor elektronisch geld elektronisch geld overmaakt en/of terugbetaalt overeenkomstig artikel 76;37° FSMA : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten bedoeld

artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.»; 38° werkdag : een dag zoals omschreven

artikel 2, 17° van de wet van 10 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/12/2009 pub. 15/01/2010 numac 2009011539 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de betalingsdiensten type wet prom. 10/12/2009 pub. 23/12/2009 numac 2009011553 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten wat het statuut van en de controle op de vennootschappen voor het beheer van de rechten betreft sluiten.Als uitzondering hierop, betekent het begrip werkdag

het kader van de artikelen 39, eerste alinea en 91, elke dag van maandag tot en met vrijdag ». Art. 8.

dezelfde wet wordt een Boek 2

gevoegd, dat de artikelen 5 tot 58 bevat, luidende « BOEK 2. - Statuut van de betalingsinstellingen, toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en toegang tot betalingssystemen ». Art. 9.

Boek 2

van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 8 van deze wet, wordt een Titel 1

gevoegd, die artikel 5 bevat, luidende « TITEL 1. - Betalingsdienstaanbieders ». Art. 10.Artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 mart 2011 en bij de wet van 28 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten0, wordt vervangen als volgt : « Art. 5.Onverminderd de bepalingen betreffende hun statuut, mogen alleen de hiernavolgende

stellingen of overheden betalingsdiensten aanbieden

België : 1° kredietinstellingen naar Belgisch recht, kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER, die gemachtigd zijn om

hun land van herkomst betalingsdiensten aan te bieden en die

België werkzaam zijn op grond van de artikelen 65 of 66 van de bankwet, en bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, die

België zijn gevestigd overeenkomstig artikel 79 van de bankwet;2°

stellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht,

stellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER en die

België werkzaam zijn op grond van artikel 91 van deze wet, en, voor de betalingsdiensten die voor hun activiteit van uitgifte van elektronisch geld vereist zijn, bijkantoren van

stellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, die

België zijn gevestigd met toepassing van Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 3;3° de naamloze vennootschap van publiek recht bpost;4° de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank, wanneer zij niet handelen

hun hoedanigheid van monetaire of andere publieke autoriteit;5° de Belgische federale, gewestelijke en lokale overheden en de overheden van de gemeenschappen

België, wanneer zij niet handelen

hun hoedanigheid van publieke autoriteit;6° de betalingsinstellingen bedoeld

Titel 2

, met

begrip van de rechtspersonen die geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld op grond van artikel 48.». Art. 11.

artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Iedere rechtspersoon naar Belgisch recht die

België betalingsdiensten wil aanbieden als betalingsinstelling, moet, vooraleer zij haar werkzaamheden aanvat, een vergunning verkrijgen van de Bank, ongeacht de overige plaatsen waar zij haar werkzaamheden uitoefent.»; 2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : «

België mogen alleen betalingsinstellingen die

België zijn gevestigd en betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER en die

België werkzaam zijn

het kader van het vrij verrichten van diensten op grond van artikel 39, publiekelijk gebruik maken van de termen « betalingsinstelling »,

zonderheid

hun naam,

de opgave van hun doel,

hun effecten, waarden, stukken of

hun reclame.» Art. 12.

artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 4° worden de woorden « voor de betalingsinstellingen die naast betalingsdiensten andere werkzaamheden verrichten

de zin van artikel 21, » geschrapt.2° de bepaling onder 12° wordt opgeheven. Art. 13.

artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3, worden de woorden « , en voor zover zij over de gehele lijn tot een positief oordeel komt » geschrapt. Art. 14.

artikel 11, tweede lid van dezelfde wet wordt het woord « cumulatief » geschrapt. Art. 15.

artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 3

wordt tussen het derde en het vierde lid een lid

gevoegd, luidende : « Zij neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliancefunctie, om de naleving door de

stelling, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van de rechtsregels

verband met de

tegriteit van de werkzaamheden van de betalingsinstellingen.»; 2°

§ 4

worden de woorden « en een passende risicobeheerfunctie » vervangen door de woorden « , een passende risicobeheerfunctie en een passende onafhankelijke compliancefunctie »;3°

§ 5

, eerste lid, worden de woorden « bij de §§ 1, 2 en 3 » vervangen door de woorden « bij de §§ 1, 2 en 3 en artikel 23, eerste lid, f) »;4°

§ 5

, tweede lid, worden de woorden « bij de §§ 1, 2 en 3 en het eerste lid van deze paragraaf » vervangen door de woorden « bij de §§ 1, 2 en 3 van dit artikel, het eerste lid van deze paragraaf en artikel 23, eerste lid, f) »;5°

§ 5

, tweede lid en

§ 6

woorden de woorden « ,

voorkomend geval via het auditcomité, » opgeheven. Art. 16.

artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « Betalingsinstellingen mogen andere werkzaamheden dan betalingsdiensten verrichten, mits hiervoor voorafgaandelijk toestemming is verleend door de Bank.

dien de Bank erin toestemt dat een betalingsinstelling andere werkzaamheden dan betalingsdiensten verricht, kan zij, onverminderd artikel 25, laatste lid en gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid en een passende risicobeheersing door de betalingsinstelling of op de vereiste van een passend prudentieel toezicht op deze

stelling, de uitoefening van andere werkzaamheden dan betalingsdiensten of de

§ 2bedoelde werkzaamheden aan aanvullende voorwaarden onderwerpen.

Bovendien kan de Bank eisen dat het betalingsdienstenbedrijf ondergebracht wordt

een afzonderlijke juridische entiteit, afgescheiden van deze die andere werkzaamheden uitoefent. » 2°

de Nederlandse versie van § 2, 2°, worden de woorden « het exploiteren van betalingssystemen » vervangen door de woorden « het beheer van betalingssystemen »;3°

§ 4

, tweede lid en

§ 5

worden de woorden «

de zin van artikel 3, 7°, van de bankwet" telkens opgeheven;4°

de Franse versie van § 6, eerste lid, worden de woorden « sauf autorisation de » vervangen door de woorden « sauf autorisation préalable de »;5°

§ 6

, tweede lid, worden de woorden « en exploiteren van betalingsystemen" vervangen door de woorden « en het beheer van betalingssystemen". Art. 17.

artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, eerste lid, worden de woorden « Wanneer een betalingsinstelling andere werkzaamheden verricht dan betalingsdiensten en de bij artikel 21, § 2, 1°, bedoelde diensten, dienen de geldmiddelen die zij van betalingsdienstgebruikers rechtstreeks of via andere betalingsdienstaanbieders voor de uitvoering van betalingstransacties ontvangt » vervangen door de woorden « De geldmiddelen die een betalingsinstelling rechtstreeks of via andere betalingsdienstaanbieders van betalingsdienstgebruikers ontvangt voor de uitvoering van betalingstransacties, dienen »;2°

§ 1

, eerste lid, c), worden de woorden « voor een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat afgescheiden zou zijn bij afwezigheid van een verzekering, garantie of waarborg » vervangen door de woorden « voor een bedrag dat besteed geweest zou zijn met toepassing van punt b) ».3° Het artikel wordt aangevuld met een § 4, luidende : « § 4.Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan

zake vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de betalingsinstelling,

voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de §§ 1 en 2. Het wettelijke bestuursorgaan van de betalingsinstelling dient minstens jaarlijks te controleren of de

stelling beantwoordt aan het bepaalde bij de §§ 1 en 2 en het eerste lid van deze paragraaf, en neemt kennis van de genomen passende maatregelen. De personen belast met de effectieve leiding,

voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de Bank en de erkende commissaris

over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen. De

formatieverstrekking aan de Bank en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de Bank bepaalt. » Art. 18.

artikel 28, vierde lid van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3, worden de woorden «

de artikelen 144 en 148 van het Wetboek van vennootschappen », vervangen door de woorden «

artikel 33, eerste lid, 2° ». Art. 19.

artikel 33, eerste lid, 1° van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 28 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten0, worden de woorden « overeenkomstig artikel 14, § 3, eerste lid » vervangen door de woorden « overeenkomstig de artikelen 14, § 3, eerste lid en 23, eerste lid, f) ». Art. 20.

artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Wanneer de Bank vaststelt dat een betalingsinstelling niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, dat haar beleid of financiële positie de goede afloop van haar verbintenissen

het gedrang dreigt te brengen of niet voldoende waarborgen biedt voor haar solvabiliteit, liquiditeit of rendabiliteit, dat haar beleidsstructuren, haar administratieve of boekhoudkundige organisatie, haar agenten- of bijkantorennet, of haar

terne controle ernstige leemten vertoont, of dat de voortzetting van haar bedrijf een bedreiging vormt voor de stabiliteit van het betalingssysteem, stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.

dien de toestand na deze termijn niet is verholpen, kan de Bank : 1° een speciaal commissaris aanstellen.

dit geval is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de

stelling,

clusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die

staan voor het beleid, zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist; de Bank kan de verrichtingen waarvoor een toestemming is vereist evenwel beperken. De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, voorleggen aan alle organen van de

stelling,

clusief de algemene vergadering. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de

stelling. De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die

staan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de

stelling of voor derden voortvloeit.

dien de Bank de aanstelling van een speciaal commissaris

het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming is vereist, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt. De Bank kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen. 2° voor de termijn die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de betalingsinstelling geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden;deze schorsing kan,

de door de Bank bepaalde mate, de volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de lopende overeenkomsten tot gevolg hebben. De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die

staan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de betalingsinstelling of voor derden voortvloeit.

dien de Bank de schorsing

het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig. De Bank kan een betalingsinstelling tevens gelasten deelnemingen over te dragen die zij

voorkomend geval bezit overeenkomstig artikel 21, § 6; 3°

zake solvabiliteit, strengere vereisten opleggen dan deze bedoeld

artikel 17;4° de vervanging gelasten van bestuurders of zaakvoerders van de betalingsinstelling binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt,

de plaats van de voltallige bestuurs- en beleidsorganen van de

stelling een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen.De Bank maakt haar beslissing bekend

het Belgisch Staatsblad. De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(

  1. s)of zaakvoerder(
  2. s)wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de betalingsinstelling. De Bank kan op elk tijdstip de voorlopige bestuurder(
  3. s)of zaakvoerder(
  4. s)vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet meer de nodige waarborgen biedt; 5° de vergunning herroepen.De Bank maakt alle beslissingen tot herroeping van een vergunning bekend op haar website. Bij uiterste hoogdringendheid kan de Bank de

deze paragraaf bedoelde maatregelen nemen zonder dat vooraf een hersteltermijn wordt vastgesteld. » b)

paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden « § 1, eerste en tweede lid, 1° » vervangen door de woorden « § 1, eerste lid en tweede lid, 2° ». Art. 21.Artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2. De leiders van het bijkantoor brengen minstens eenmaal per jaar verslag uit aan de Bank en aan de erkende revisor of de erkende revisorenvennootschap, over de deugdelijkheid van de

terne controlemaatregelen die de bijkantoren hebben getroffen om zich te conformeren aan de bepalingen die krachtens § 1 van toepassing zijn. » Art. 22.Artikel 48 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3, wordt vervangen als volgt : « § 1. De Bank kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van de toepassing van de bepalingen van dit Boek en zijn uitvoeringsbesluiten aan rechtspersonen : 1° waarvoor geldt dat het gemiddelde van het totale bedrag aan betalingstransacties die zij of de agenten waarvoor zij volledig aansprakelijk zijn,

de voorafgaande twaalf maanden hebben verricht, niet hoger is dan 3.000.000 euro per maand. Dit criterium wordt beoordeeld op basis van het

het bedrijfsplan begrote totale bedrag aan betalingstransacties, rekening houdend met de eventuele aanpassingen

dit plan die de Bank heeft verlangd; en 2° waarvoor geldt dat geen enkele van de met het beleid of de uitoefening van de werkzaamheden belaste natuurlijke personen veroordeeld is wegens strafbare feiten

verband met het witwassen van geld of terrorismefinanciering, of zoals bedoeld

artikel 19, § 1er, 1° en 2° van de bankwet. De Bank kan deze rechtspersonen niet vrijstellen van de toepassing van artikelen 21 en 22. § 2. De rechtspersonen bedoeld

§ 1

die vrijgesteld zijn, worden

geschreven

het register bedoeld

artikel 9. Artikel 9 is op deze rechtspersonen van overeenkomstige toepassing voor wat betreft de

formatie die op de website van de Bank wordt verstrekt en de geregelde actualisering ervan. Onverminderd § 1, laatste lid, vermeldt de website dat deze rechtspersonen geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld met toepassing van dit artikel. § 3. De rechtspersonen die vrijgesteld zijn op grond van § 1 : 1° hebben hun hoofdkantoor

België en oefenen hun betalingsdienstactiviteiten daadwerkelijk op het Belgische grondgebied uit;2° komen niet

aanmerking voor de regeling

zake wederzijdse erkenning vastgesteld

artikel 39;3° stellen de Bank

kennis van elke verandering

hun situatie die relevant is voor de

§ 1

gestelde voorwaarden en brengen periodiek verslag uit aan de Bank over het gemiddelde van het totale bedrag aan betalingstransacties die zij of de agenten waarvoor zij volledig aansprakelijk zijn,

de voorafgaande twaalf maanden hebben verricht. De Bank bepaalt de frequentie van deze rapportering; 4° passen de bepalingen toe van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten1 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die gelden voor betalingsinstellingen, en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. § 4. De Koning kan bepalen dat een rechtspersoon die vrijgesteld is op grond van § 1, alleen sommige van de

artikel 21, §§ 1 tot 3 opgesomde werkzaamheden mag uitoefenen. § 5. Wanneer de

de §§ 1 en 3, 1° gestelde voorwaarden niet langer vervuld zijn, vragen de vrijgestelde rechtspersonen binnen dertig kalenderdagen een vergunning aan overeenkomstig artikel 6 en volgende. Voor de

stellingen die binnen deze termijn geen vergunning hebben aangevraagd, is het overeenkomstig artikel 5 verboden om

België betalingsdiensten aan te bieden. ». Art. 23.

artikel 51 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)

het 2° worden de woorden « eerste en tweede lid, » geschrapt;b)

het 8° worden de woorden « overeenkomstig artikel 35, § 1, tweede lid, 1° » vervangen door de woorden « overeenkomstig artikel 35, § 1, tweede lid, 2° ». Art. 24.

artikel 58 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten3, worden de woorden « Deze wet » vervangen door de woorden « Dit Boek ». Art. 25.

dezelfde wet wordt een Boek 3

gevoegd, luidende « BOEK 3 - Toegang tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en statuut van de

stellingen voor elektronisch geld ». Art. 26.

Boek 3

van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 25, wordt een Titel 1

gevoegd, luidende « TITEL 1. - Uitgevers van elektronisch geld ». Art. 27.

Boek 3

, Titel 1 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 26, wordt een artikel 59

gevoegd, luidende : « Art. 59.Onverminderd de bepalingen betreffende hun statuut, mogen alleen de hiernavolgende

stellingen of overheden elektronisch geld uitgeven

België : 1° kredietinstellingen naar Belgisch recht, kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER, die

hun land van herkomst elektronisch geld mogen uitgeven en die

België werkzaam zijn op grond van de artikelen 65 of 66 van de bankwet, en bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, die

België zijn gevestigd overeenkomstig artikel 79 van de bankwet;2°

stellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht,

stellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER en die

België werkzaam zijn op grond van artikel 91, bijkantoren van

stellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, die

België zijn gevestigd met toepassing van Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 3, en rechtspersonen die zijn vrijgesteld op grond van artikel 105;3° de naamloze vennootschap van publiek recht bpost;4° de Bank en de Europese Centrale Bank, wanneer zij niet handelen

hun hoedanigheid van monetaire of andere publieke autoriteit;5° de Belgische federale, gewestelijke en lokale overheden en de overheden van de gemeenschappen

België, wanneer zij handelen

hun hoedanigheid van publieke autoriteit.». Art. 28.

dezelfde Titel 1 wordt een artikel 60

gevoegd, luidende : « Art. 60.§ 1. Deze wet is niet van toepassing op de monetaire waarde die opgeslagen is op

strumenten die kunnen worden gebruikt om, louter

de door de uitgevende

stelling gebruikte bedrijfsgebouwen of uit hoofde van een handelsovereenkomst met de uitgevende

stelling, hetzij binnen een beperkt netwerk van dienstverleners hetzij voor een beperkte reeks goederen en diensten, goederen en diensten te verkrijgen. § 2. Deze wet is niet van toepassing op de monetaire waarde die gebruikt wordt om betalingstransacties te verrichten die worden uitgevoerd via een telecommunicatie-, digitaal of IT-

strument, wanneer de gekochte goederen of diensten geleverd worden aan, en gebruikt moeten worden via, een telecommunicatie-, digitaal of IT-

strument, mits de telecommunicatie-, digitale of IT-exploitant niet uitsluitend als tussenpersoon optreedt tussen de houder van elektronisch geld en de leverancier van de goederen en diensten. ». Art. 29.

Boek 3

van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 25, wordt een Titel 2

gevoegd, luidende « TITEL 2. -

stellingen voor elektronisch geld ». Art. 30.

Boek 3

, Titel 2 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 29, wordt een Hoofdstuk 1

gevoegd, luidende : « HOOFDSTUK 1. -

stellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht ». Art. 31.

Boek 3

, Titel 2, Hoofdstuk 1 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 30, wordt een afdeling 1

gevoegd, luidende « Afdeling 1. - Vereiste van bedrijfsvergunning ». Art. 32.

Boek 3

, Titel 2, Hoofdstuk 1, Afdeling 1 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 61

gevoegd, luidende : « Art. 61.Iedere rechtspersoon naar Belgisch recht die

België elektronisch geld wil uitgeven als

stelling voor elektronisch geld, moet, vooraleer hij zijn werkzaamheden aanvat, een vergunning verkrijgen van de Bank, ongeacht op welke andere plaatsen hij zijn werkzaamheden uitoefent.

België mogen alleen

stellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht,

stellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER en die

België werkzaam zijn op grond van artikel 91 van deze wet, evenals bijkantoren van

stellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, die

België zijn gevestigd overeenkomstig artikel 99 van deze wet, publiekelijk gebruik maken van de termen «

stelling voor elektronisch geld »,

zonderheid

hun naam,

de opgave van hun doel,

hun effecten, waarden, stukken of

hun reclame. ». Art. 33.

dezelfde afdeling 1 wordt een artikel 62

gevoegd, luidende : « Art. 62.§ 1. Bij zijn vergunningsaanvraag voegt de aanvrager de volgende gegevens : 1° een programma van werkzaamheden, met opgave van de voorgenomen werkzaamheden en, met name,

voorkomend geval, de

artikel 77, §§ 1 en 2, bedoelde andere werkzaamheden;2° een bedrijfsplan met

begrip van een financiële planning voor de eerste drie boekjaren, die aantoont dat de aanvrager beschikt over de voor zijn werkzaamheden en voorgenomen werkzaamheden passende systemen, middelen en procedures om een gezond beleid

zake de uitgifte van elektronisch geld te garanderen;3° het bewijs dat de aanvrager beschikt over het

artikel 66 bedoelde aanvangskapitaal;4° een beschrijving van de maatregelen die de

stelling overeenkomstig artikel 78, § 1, heeft genomen voor de bescherming van geldmiddelen die zijn ontvangen

ruil voor elektronisch geld dat is uitgegeven;5° een beschrijving van de door de aanvrager genomen maatregelen op het vlak van goed bestuur en

ternecontrolemechanismen, met

begrip van de van toepassing zijnde procedures

zake administratieve en boekhoudkundige organisatie en risicobeheer, waaruit de naleving blijkt van artikel 69, §§ 1 tot 3;6° een beschrijving van de

ternecontrolemechanismen die de aanvrager heeft opgezet om te voldoen,

voorkomend geval, aan de verplichtingen bepaald bij Verordening (EG) nr.1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen

formatie over de betaler en aan het bepaalde bij de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling,

zake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook

zake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten1 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme; 7° een beschrijving van de organisatiestructuur van de aanvrager, met

voorkomend geval een beschrijving van het voorgenomen gebruik van distributeurs, agenten en bijkantoren en van de regelingen voor uitbesteding, alsmede van zijn deelname aan een nationaal of

ternationaal betalingssysteem;8° de identiteit van natuurlijke of rechtspersonen die, rechtstreeks of onrechtstreeks,

het kapitaal van de aanvrager, een gekwalificeerde deelneming bezitten

de zin van artikel 3, § 1, 3° van de bankwet, alsmede de omvang van hun deelneming

kapitaalfracties en stemrechten, en het bewijs van hun geschiktheid, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de

stelling voor elektronisch geld. De stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen, alsook conform de bepalingen van haar uitvoeringsbesluiten; 9° de identiteit van de personen die deelnemen aan het bestuur of het beleid van de

stelling voor elektronisch geld, en van de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en,

voorkomend geval, van het betalingsdienstenbedrijf,

een

stelling voor elektronisch geld, alsmede het bewijs van hun professionele betrouwbaarheid, deskundigheid en passende ervaring

de zin van artikel 68;10° de identiteit van de commissaris-revisor of commissarissen-revisoren;11° de rechtsvorm en de statuten van de aanvrager;12° het adres van hoofdbestuur van de aanvrager. Voor de toepassing van het eerste lid, 4°, 5° en 7°, geeft de aanvrager een beschrijving van de regelingen

zake

terne audit en organisatie die hij heeft getroffen met het oog op het nemen van alle redelijke maatregelen om de belangen van de houders van elektronisch geld, en,

voorkomend geval, van de betalingsdienstgebruikers te beschermen en de continuïteit en betrouwbaarheid bij de uitgifte van elektronisch geld en,

voorkomend geval, bij het verrichten van betalingsdiensten, te garanderen. De aanvrager verstrekt de Bank op haar verzoek alle verdere

lichtingen zodat de Bank kan nagaan of de aanvrager voldoet aan de voorwaarden bedoeld

het eerste en tweede lid en zich een passend oordeel kan vormen. § 2. De Bank beslist over de vergunningsaanvraag, na advies van de FSMA voor wat betreft de professionele betrouwbaarheid van de natuurlijke personen die deelnemen aan het bestuur, het beleid of de effectieve leiding van de

stelling voor elektronisch geld,

dien zij voor het eerst voor een dergelijke functie worden voorgedragen bij een financiële

stelling die met toepassing van artikel 36/2 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten onder het toezicht staat van de Bank. De FSMA deelt haar advies mee aan de Bank binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies.

dien de FSMA geen advies verstrekt binnen de genoemde termijn, kan de Bank een beslissing nemen. ». Art. 34.

dezelfde afdeling 1 wordt een artikel 63

gevoegd, luidende : « Art. 63.De Bank verleent de aangevraagde vergunning aan de

stellingen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 62 en afdeling 2. Binnen drie maanden na voorlegging van een volledig dossier spreekt de Bank zich uit over de aanvraag en brengt zij haar beslissing ter kennis van de aanvrager met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs. De Bank kan, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de

stelling,

haar vergunning voorwaarden stellen aan de uitoefening van bepaalde van de voorgenomen werkzaamheden. » Art. 35.

dezelfde afdeling 1 wordt een artikel 64

gevoegd, luidende : « Art. 64.De

stellingen die krachtens dit hoofdstuk een vergunning hebben verkregen als

stelling voor elektronisch geld, worden

geschreven op een daartoe door de Bank bijgehouden lijst. De Bank maakt de lijst van de

stellingen voor elektronisch geld waaraan zij een vergunning heeft verleend, bekend op haar website. De Bank zorgt voor een geregelde actualisering van de op haar website verstrekte

formatie. De

het eerste lid bedoelde lijst vermeldt voor iedere

stelling voor elektronisch geld minstens de volgende

formatie : -

voorkomend geval, de voorgenomen betalingsdiensten; - het adres van haar buitenlandse bijkantoren en de identiteit van haar agenten bedoeld

, respectievelijk, de artikelen 75 en 76, § 3. » Art. 36.

Boek 3

, Titel 2, Hoofdstuk 1 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 30, wordt een afdeling 2

gevoegd, luidende « Afdeling 2. - Bedrijfsvergunningsvoorwaarden ». Art. 37.

Boek 3

, Titel 2, Hoofdstuk 1, Afdeling 2 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 36, wordt een artikel 65

gevoegd, luidende : « Art. 65.Iedere

stelling voor elektronisch geld naar Belgisch recht wordt opgericht

de rechtsvorm van een handelsvennootschap, met uitzondering van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die is opgericht door één enkele persoon ». Art. 38.

dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 66

gevoegd, luidende : « Art. 66.Elke

stelling voor elektronisch geld beschikt op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend, over een kapitaal van minstens 350.000 euro. Voor de berekening van het

het eerste lid bedoelde aanvangskapitaal komen de volgende bestanddelen

aanmerking : het volstort kapitaal, de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen resultaat, met uitsluiting

voorkomend geval van de preferente aandelen en de herwaarderingsreserves, en na aftrek van overgedragen verliezen en goodwill. ». Art. 39.

dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 67

gevoegd, luidende : « Art. 67.De vergunning wordt geweigerd wanneer de Bank, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de

stelling voor elektronisch geld, niet overtuigd is van de geschiktheid van de natuurlijke of rechtspersonen bedoeld

artikel 62, paragraaf 1, eerste lid, 8°. ». Art. 40.

dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 68

gevoegd, luidende : « Art. 68.§ 1. De effectieve leiding van de

stelling voor elektronisch geld wordt toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen. De personen die deelnemen aan het bestuur of het beleid van de

stelling voor elektronisch geld, en de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en

voorkomend geval, van het betalingsdienstenbedrijf binnen een

stelling voor elektronisch geld, beschikken voor de uitoefening van hun taken

zake uitgifte van elektronisch geld en betalingsdiensten over de vereiste professionele betrouwbaarheid, deskundigheid en passende ervaring. § 2. Artikel 19 van de bankwet is van toepassing. » Art. 41.

dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 69

gevoegd, luidende : « Art. 69.§ 1. De

stelling voor elektronisch geld beschikt over een beleidsstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie, controle- en beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de elektronische

formatieverwerking, en

terne controle, die aangepast zijn aan haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden

zake de uitgifte van elektronisch geld en betalingsdiensten en aan haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden bedoeld

artikel 77, § 2, 2°. Zij houdt daarbij rekening met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden en de eraan verbonden risico's. § 2. De

stelling voor elektronisch geld beschikt over een passende beleidsstructuur, waaronder

zonderheid dient te worden verstaan : een coherente en transparante organisatiestructuur, met

begrip van een passende functiescheiding; een duidelijk omschreven, transparant en samenhangend geheel van verantwoordelijkheidstoewijzingen; en passende procedures voor de identificatie, de meting, het beheer en de opvolging van en de

terne verslaggeving over de belangrijke risico's die de

stelling voor elektronisch geld loopt

gevolge haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden. § 3. De

stelling voor elektronisch geld organiseert een passende

terne controle, waarvan de werking minstens eenmaal per jaar wordt beoordeeld. Wat haar administratieve en boekhoudkundige organisatie betreft, dient zij een systeem van

terne controle te organiseren dat een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het financiële verslaggevingsproces, zodat de jaarrekening

overeenstemming is met de geldende boekhoudreglementering. De

stelling voor elektronisch geld neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke

terne auditfunctie. De

stelling voor elektronisch geld werkt een passend

tegriteitsbeleid uit dat geregeld wordt geactualiseerd. Zij neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliancefunctie, om de naleving door de

stelling, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van de rechtsregels

verband met de

tegriteit van de werkzaamheden van de

stellingen voor elektronisch geld. De

stelling voor elektronisch geld beschikt over een passende onafhankelijke risicobeheerfunctie. § 4. De Bank kan, onverminderd het bepaalde bij de §§ 1, 2 en 3, nader bepalen wat moet worden verstaan onder een passende beleidsstructuur, een passende

terne controle, een passende onafhankelijke

terneauditfunctie, een passend

tegriteitsbeleid, een passende risicobeheerfunctie en een passende onafhankelijke compliancefunctie. § 5. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijk bestuursorgaan

zake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de

stelling voor elektronisch geld,

voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijk bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de §§ 1, 2 en 3 en artikel 79, eerste lid, f). Het wettelijk bestuursorgaan van de

stelling voor elektronisch geld controleert minstens eenmaal per jaar of de

stelling beantwoordt aan het bepaalde bij de §§ 1, 2 en 3 van dit artikel, het eerste lid van deze paragraaf en artikel 79, eerste lid, f) en neemt kennis van de genomen passende maatregelen. De personen belast met de effectieve leiding,

voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens eenmaal per jaar het wettelijk bestuursorgaan, de Bank en de erkende commissaris

over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen. De

formatieverstrekking aan de Bank en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de Bank bepaalt. § 6. De erkende commissaris brengt bij het wettelijk bestuursorgaan tijdig verslag uit over de belangrijke zaken die bij de uitoefening van zijn wettelijke controleopdracht aan het licht zijn gekomen, en meer bepaald over ernstige tekortkomingen

het financiële verslaggevingsproces met betrekking tot de werkzaamheden

zake de uitgifte van elektronisch geld en betalingsdiensten en de werkzaamheden bedoeld

artikel 77, § 2, 2°. § 7. Als de

stelling voor elektronisch geld nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, mogen die banden geen belemmering vormen voor het prudentieel toezicht op de

stelling voor elektronisch geld. Als de

stelling voor elektronisch geld nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die ressorteert onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, mogen de voor die persoon geldende wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen of hun uitvoering, geen belemmering vormen voor het prudentieel toezicht op de

stelling voor elektronisch geld. ». Art. 42.

dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 70

gevoegd, luidende : « Art. 70.Het hoofdbestuur van de

stelling voor elektronisch geld is

België gevestigd. ». Art. 43.

Boek 3

, Titel 2, Hoofdstuk 1 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 30, wordt een afdeling 3

gevoegd, luidende « Afdeling 3. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden ». Art. 44.

Boek 3

, Titel 2, Hoofdstuk 1, Afdeling 3 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 43, wordt een artikel 71

gevoegd, luidende : « Art. 71.De

stelling voor elektronisch geld voldoet te allen tijde aan de voorwaarden van de artikelen 65, 68, 69 en 70. Wanneer de overeenkomstig artikel 62 bij de vergunningsaanvraag verstrekte gegevens gewijzigd zijn, brengt de

stelling voor elektronisch geld de Bank hiervan onverwijld op de hoogte. ». Art. 45.

dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 72

gevoegd, luidende : « Art. 72.§ 1. Het eigen vermogen van een

stelling voor elektronisch geld mag op geen enkel moment dalen onder het bedrag van het met toepassing van artikel 66 vereiste kapitaal. § 2. Overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2009/110/EG bepaalt de Bank bij reglement de verplichtingen

zake solvabiliteit die door alle

stellingen voor elektronisch geld of per categorie van

stellingen voor elektronisch geld moeten worden nageleefd, zowel voor wat betreft hun activiteit van uitgifte van elektronisch geld als voor wat betreft hun werkzaamheden bedoeld

artikel 77, § 2, 1°, die geen verband houden met de uitgifte van elektronisch geld. Voor die werkzaamheden kan het reglement voorzien

verschillende methodes om de na te leven solvabiliteitsverplichtingen te berekenen en is de Bank gemachtigd om te bepalen welke methode van toepassing is op een of meer

stellingen voor elektronisch geld of categorieën van

stellingen voor elektronisch geld. Wanneer een

stelling voor elektronisch geld samen met andere

stellingen voor elektronisch geld, betalingsinstellingen of gereglementeerde ondernemingen deel uitmaakt van een groep, neemt de Bank maatregelen om het meervoudig gebruik van eigen vermogen binnen de groep te vermijden. De Bank kan nader bepalen volgens welke methodes het meervoudig gebruik van eigen vermogen berekend wordt. Het bepaalde bij dit lid is van overeenkomstige toepassing wanneer een

stelling voor elektronisch geld rechtstreeks of onrechtstreeks andere werkzaamheden dan de uitgifte van elektronisch geld verricht, als bedoeld

artikel 77. Onverminderd de solvabiliteitsverplichtingen bepaald bij § 1 en bij het eerste en tweede lid, kan de Bank aanvullende maatregelen nemen

het geval van een

stelling voor elektronisch geld die rechtstreeks of onrechtstreeks andere werkzaamheden dan het verrichten van betalingsdiensten en de uitgifte van elektronisch geld uitoefent, als bedoeld

artikel 77, wanneer deze andere werkzaamheden afbreuk doen of dreigen te doen aan de financiële soliditeit van de

stelling voor elektronisch geld.

bijzondere gevallen kan de Bank met redenen omklede afwijkingen toestaan van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel genomen reglementen. De

het eerste lid bedoelde reglementen worden genomen overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten. ». Art. 46.

dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 73

gevoegd, luidende : « Art. 73.§ 1. Onverminderd artikel 67 en onverminderd de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen

emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, moet iedere natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om hetzij rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming, als bedoeld

artikel 3, § 1, 3° van de bankwet,

een

stelling voor elektronisch geld naar Belgisch recht te verwerven of te vervreemden, hetzij rechtstreeks of onrechtstreeks een dergelijke gekwalificeerde deelneming te vergroten of te verminderen, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen

het kapitaal de drempel van 20 %, 30 % of 50 % zou bereiken, onderschrijden of overschrijden, of waardoor de

stelling voor elektronisch geld haar dochteronderneming zou worden of niet langer haar dochteronderneming zou zijn, de Bank daarvan vooraf schriftelijk

kennis stellen, met vermelding van de omvang van de beoogde deelneming en de

artikel 24, § 3, derde lid van de bankwet bedoelde relevante

formatie. § 2. De Bank beoordeelt of de

vloed uitgeoefend door de personen bedoeld

§ 1

van die aard is om nadelig te zijn voor een gezond en voorzichtig beleid van de

stelling. Deze beoordeling gebeurt op basis van het geheel van de onderstaande criteria :

  1. a)de reputatie van de kandidaat-verwerver;
  2. b)de reputatie en ervaring van elke

artikel 62, § 1, 9° bedoelde persoon die het bedrijf van de

stelling voor elektronisch geld als gevolg van de voorgenomen operatie feitelijk gaat leiden;c) de financiële soliditeit van de kandidaat-verwerver, met name met betrekking tot de aard van de werkzaamheden die verricht en beoogd worden

de

stelling voor elektronisch geld die het doelwit is van de voorgenomen operatie;d) of de

stelling voor elektronisch geld zal kunnen voldoen en blijven voldoen aan de prudentiële voorschriften op grond van deze wet en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan, met name of de groep waarvan zij deel gaat uitmaken zo gestructureerd is dat effectief toezicht en effectieve uitwisseling van

formatie tussen de bevoegde autoriteiten mogelijk zijn, en dat de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de bevoegde autoriteiten kan worden bepaald;e) of er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat

verband met de voorgenomen operatie geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd dan wel dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren

de zin van artikel 1 van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, of dat de voorgenomen operatie het risico daarop zou kunnen vergroten. Voor het verrichten van de

het eerste lid bedoelde beoordeling werkt de Bank

onderling overleg samen met iedere andere betrokken bevoegde autoriteit of, al naargelang het geval, met de FSMA,

dien de kandidaat-verwerver een van de volgende personen is : a) een kredietinstelling, een verzekerings-onderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming of een beheervennootschap van

stellingen voor collectieve belegging waaraan een vergunning is verleend

een andere lidstaat, of, al naargelang het geval, door de FSMA;b) de moederonderneming van een van de

de bepaling onder

  1. a)bedoelde ondernemingen;
  2. c)een natuurlijke of rechtspersoon die de controle heeft over een van de

de bepaling onder a) bedoelde ondernemingen; § 3.

dien de Bank, op basis van de evaluatie zoals bedoeld

§ 2

, redenen heeft om aan te nemen dat de

vloed uitgeoefend door de personen bedoeld

§ 1

van die aard is om het gezond en voorzichtig beleid van de

stelling

het gedrang te brengen, kan zij zich verzetten tegen de uitvoering van de voorgenomen operatie. De beslissing van de Bank wordt ter kennis gebracht van de

stelling voor elektronisch geld via een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs en dit ten laatste twee maanden na ontvangst van de kennisgeving bedoeld

§ 1

. § 4.

dien de bij § 1 voorgeschreven voorafgaande kennisgeving niet wordt verricht of

dien een deelneming wordt verworven, vergroot of verkocht ondanks het

§ 3

bedoelde verzet van de Bank, kan de Bank : 1° de uitoefening schorsen van de stemrechten die verbonden zijn aan de aandelen die door de betrokken aandeelhouder of vennoot worden gehouden;zij kan, op verzoek van elke belanghebbende, toestaan dat de door haar bevolen maatregelen worden opgeheven; haar beslissing wordt op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de betrokken aandeelhouder of vennoot; haar beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht; de Bank kan haar beslissing openbaar maken; 2° de betrokken aandeelhouder of vennoot aanmanen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de aandeelhoudersrechten

zijn bezit over te dragen. Als zij binnen de vastgestelde termijn niet worden overgedragen, kan de Bank bevelen de aandeelhoudersrechten te sekwestreren bij de

stelling of de persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter kennis van de

stelling voor elektronisch geld, die het register van de aandelen op naam dienovereenkomstig wijzigt en de uitoefening van de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege het sekwester. Het sekwester handelt

het belang van een gezond en voorzichtig beleid van de

stelling voor elektronisch geld en

het belang van de houder van de gesekwestreerde aandeelhoudersrechten. Het oefent alle rechten uit die aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het sekwester als dividend of anderszins

t, worden slechts aan de voornoemde houder overgemaakt

dien hij gevolg heeft gegeven aan de

het eerste lid, 2°, bedoelde aanmaning. Om

te schrijven op kapitaalverhogingen of andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om te kiezen voor dividenduitkering

aandelen van de vennootschap, om

te gaan op openbare overname- of ruilaanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol te storten, is de

stemming van de voornoemde houder vereist. De aandeelhoudersrechten die zijn verworven

het kader van dergelijke verrichtingen worden van rechtswege toegevoegd aan het voornoemde sekwester. De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de Bank en betaald door de voornoemde houder. Het sekwester kan deze vergoeding aftrekken van de bedragen die hem worden gestort

zijn hoedanigheid van sekwester of die hem worden gestort door de voornoemde houder

het vooruitzicht of na uitvoering van de hierboven bedoelde verrichtingen.

dien na afloop van de overeenkomstig het eerste lid, 2°, eerste zin, vastgestelde termijn, stemrechten werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of door een andere persoon, buiten het sekwester, die optreedt voor rekening van deze houder, niettegenstaande een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het eerste lid, 1°, kan de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, op verzoek van de Bank, alle of een deel van de beslissingen van de algemene vergadering nietig verklaren wanneer het aanwezigheids- of meerderheidsquorum dat is vereist voor de genoemde beslissingen, buiten de onwettig uitgeoefende stemrechten niet zou zijn bereikt; 3° de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de

stelling voor elektronisch geld haar zetel heeft, uitspraak doende als

kort geding, verzoeken om alle of een deel van de stemmen uitgebracht door de verwerver of de betrokken aandeelhouder of vennoot nietig te verklaren.De procedure wordt

geleid bij dagvaarding door de Bank. Artikel 516, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen is van toepassing. § 5.

dien de Bank grond heeft om aan te nemen dat de

vloed van een natuurlijke of rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezit

een

stelling voor elektronisch geld, een gezond en voorzichtig beleid van deze

stelling voor elektronisch geld kan belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen, de

§ 4, 1° en 2° bedoelde maatregelen nemen.

». Art. 47.

dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 74

gevoegd, luidende : « Art. 74.De toestemming van de Bank is vereist voor fusies tussen

stellingen voor elektronisch geld of voor fusies tussen

stellingen van elektronisch geld en andere financiële

stellingen. Voor de toepassing van dit artikel worden de overdracht van het bedrijf en de

tegrale of gedeeltelijke overdracht van het net met een fusie gelijkgesteld. De Bank kan haar toestemming enkel weigeren binnen drie maanden nadat zij van het project

kennis is gesteld, met voorlegging van een volledig dossier, om redenen die verband houden met het gezond en voorzichtig beleid van de

stelling voor elektronisch geld. Als zij niet optreedt binnen de voornoemde termijn, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen. ». Art. 48.

dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 75

gevoegd, luidende : « Art. 75.Iedere

stelling voor elektronisch geld die op het grondgebied van een andere lidstaat van de EER een bijkantoor wenst te vestigen om er een activiteit van uitgifte van elektronisch geld uit te oefenen, of die voornemens is op het grondgebied van een andere lidstaat van de EER een activiteit van uitgifte van elektronisch geld uit te oefenen zonder er een bijkantoor te vestigen, stelt de Bank daarvan

kennis. Bij deze kennisgeving wordt een programma van werkzaamheden gevoegd, waarin met name de voorgenomen werkzaamheden en,

voorkomend geval, de andere werkzaamheden bedoeld

artikel 77, § 2, worden vermeld, alsook,

geval van oprichting van een bijkantoor, de organisatiestructuur van het bijkantoor, de domiciliëring van de correspondentie

de betrokken lidstaat en de naam van de leiders van het bijkantoor. De Bank kan zich verzetten tegen de uitvoering van het project bij beslissing die is

gegeven door de nadelige gevolgen van de opening van een bijkantoor op de organisatie, de financiële positie of het toezicht op de

stelling voor elektronisch geld. De beslissing van de Bank wordt uiterlijk vier weken na de ontvangst van het volledige dossier met alle

het tweede lid bedoelde

lichtingen, met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de

stelling voor elektronisch geld. Voor zover zij zich niet verzet, deelt de Bank binnen een maand na de ontvangst van de

het eerste lid bedoelde kennisgeving, de

het tweede lid bedoelde

formatie mee aan de autoriteit die

het betrokken land belast is met het toezicht op de

stellingen voor elektronisch geld. Met uitzondering van het vijfde lid, geldt dit artikel eveneens voor de opening van bijkantoren

een staat die geen lid is van de EER, welke ook de geplande werkzaamheden voor deze bijkantoren zijn.

dit geval kan de Bank

overleg met de autoriteit die toezicht houdt op de

stellingen voor elektronisch geld

die staat, regels vaststellen voor de opening van en het toezicht op het bijkantoor alsook voor de wenselijke

formatie-uitwisseling tussen beide autoriteiten. Iedere

stelling voor elektronisch geld die

het buitenland een bijkantoor heeft geopend, stelt de Bank ten minste één maand op voorhand

kennis van alle wijzigingen

de krachtens het tweede lid verstrekte

lichtingen. ». Art. 49.

dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 76

gevoegd, luidende : « Art. 76.§ 1. Onverminderd artikel 63, derde lid, mogen

stellingen voor elektronisch geld via distributeurs elektronisch geld overmaken en terugbetalen. § 2.

dien een

stelling voor elektronisch geld elektronisch geld wenst over te maken

een andere lidstaat van de EER via een distributeur die

de genoemde staat is gevestigd, is artikel 75 van overeenkomstige toepassing. § 3.

stellingen voor elektronisch geld mogen betalingsdiensten aanbieden als bedoeld

artikel 77, § 2, 1°, via agenten. Artikel 20 is

dit geval van overeenkomstige toepassing.

stellingen voor elektronisch geld mogen geen elektronisch geld uitgeven via agenten. § 4.

stellingen voor elektronisch geld zijn volledig verantwoordelijk voor de handelingen die door hun distributeurs en agenten worden gesteld. ». Art. 50.

dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 77

gevoegd, luidende : « Art. 77.§ 1.

stellingen voor elektronisch geld mogen andere werkzaamheden dan de uitgifte van elektronisch geld verrichten, mits de voorafgaandelijk toestemming van de Bank.

dien de Bank erin toestemt dat een

stelling voor elektronisch geld andere werkzaamheden dan de uitgifte van elektronisch geld verricht, kan zij, onverminderd artikel 81, § 3, en gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid en een passende risicobeheersing door de

stelling voor elektronisch geld of op de vereiste van een passend prudentieel toezicht op deze

stelling, de uitoefening van andere werkzaamheden dan de uitgifte van elektronisch geld of de

§ 2bedoelde werkzaamheden aan aanvullende voorwaarden onderwerpen.

Bovendien kan de Bank eisen dat de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en,

voorkomend geval, het betalingsdienstenbedrijf, ondergebracht worden

een afzonderlijke juridische entiteit, afgescheiden van deze die andere werkzaamheden uitoefent. § 2.

afwijking van § 1, eerste lid, en onverminderd artikel 72, paragraaf 2, derde lid, mogen

stellingen voor elektronisch geld eveneens de volgende werkzaamheden uitoefenen : 1° het verlenen van de betalingsdiensten die opgesomd zijn

bijlage I bij deze wet;2° het verrichten van operationele diensten en nevendiensten die nauw samenhangen met de uitgifte van elektronisch geld of het verlenen van de betalingsdiensten bedoeld

punt 1° ;3° het beheer van betalingssystemen, onverminderd artikel 49; § 3.

stellingen voor elektronisch geld mogen maar een krediet verlenen

verband met de betalingsdiensten bedoeld

de punten 4, 5 en 7 van bijlage I bij deze wet mits voldaan is aan de voorwaarden bedoeld

artikel 21, § 3. De kredieten bedoeld

het eerste lid mogen niet worden verleend uit de geldmiddelen die

ruil voor het elektronisch geld worden ontvangen en conform artikel 78, § 1, worden aangehouden. § 4.

stellingen voor elektronisch geld mogen geen gelddeposito's of andere terugbetaalbare gelden

de zin van artikel 1 van de bankwet ontvangen. § 5. Geldmiddelen die

stellingen voor elektronisch geld van houders van elektronisch geld ontvangen, worden onverwijld gewisseld voor elektronisch geld. Dergelijke geldmiddelen zijn noch deposito's noch andere terugbetaalbare gelden

de zin van artikel 1 van de bankwet, op voorwaarde dat de verplichting bedoeld

het vorige lid vervuld is.

dien de verplichting bedoeld

het eerste lid niet vervuld is, wordt het

ontvangst nemen van die geldmiddelen gelijkgesteld met het ongeoorloofd

ontvangst nemen van gelddeposito's of andere terugbetaalbare gelden, met overtreding van § 4 en van artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 21/06/2006 numac 2006009492 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt sluiten op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. § 6. Artikel 21, §§ 4 en 5 is van toepassing op de geldmiddelen die worden ontvangen

het kader van de werkzaamheden bedoeld

§ 2, 1°, die geen verband houden met de uitgifte van elektronisch geld.

§ 7.

stellingen voor elektronisch geld mogen, behoudens voorafgaande toestemming van de Bank, geen deelnemingen bezitten

handelsvennootschappen of

vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen. Het

het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor deelnemingen

vennootschappen die alle of een deel van de

§ 2

bedoelde werkzaamheden

zake uitgifte van elektronisch geld, betalingsdiensten, nevendiensten

verband met de uitgifte van elektronisch geld of het verlenen van betalingsdiensten, of het beheer van betalingssystemen uitoefenen, of voor deelnemingen

vennootschappen waarvan het doel

hoofdzaak bestaat

het aanhouden van deelnemingen

dergelijke vennootschappen. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid en een passende risicobeheersing kan de Bank het nemen van deelnemingen aan voorwaarden onderwerpen. ». Art. 51.

dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 78

gevoegd, luidende : « Art. 78.§ 1. De geldmiddelen die

ruil voor het elektronisch geld door een

stelling voor elektronisch geld worden ontvangen, moeten : a)

haar boekhouding afzonderlijk kunnen worden geïdentificeerd en nooit worden vermengd met andere geldmiddelen, en b) wanneer deze geldmiddelen op het einde van de werkdag volgend op de dag waarop zij zijn ontvangen nog steeds door de

stelling voor elektronisch geld worden aangehouden : (i) worden gedeponeerd op een afzonderlijke gezamenlijke of geïndividualiseerde rekening bijeen of meer entiteiten die de hoedanigheid hebben van kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een lidstaat van de EER, of kredietinstelling gevestigd

de EER die ressorteert onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, of (ii) worden belegd

veilige, liquide activa met een lage risicograad, zoals bij reglement gedefinieerd door de Bank conform de bepalingen van artikel 7.2. van Richtlijn 2009/110/EG; c) ofwel naar tevredenheid van de Bank gedekt zijn door een verzekering, garantie of waarborg van een verzekeringsonderneming of kredietinstelling, die ressorteert onder het recht van een lidstaat van de EER of met vestiging

de EER en ressorterend onder het recht van een staat die geen lid is van de EER, en die niet tot dezelfde groep behoort als de

stelling voor elektronisch geld, voor een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat besteed geweest zou zijn met toepassing van punt b), en dat betaalbaar is

geval de

stelling voor elektronisch geld niet

staat is haar financiële verplichtingen na te komen. De

het eerste lid, b), (i) bedoelde entiteiten mogen op de gelden die op een afzonderlijke rekening zijn geplaatst, geen recht doen gelden

gevolge eigen vorderingen op de

stelling voor elektronisch geld die deze rekening heeft geopend. Beslag onder derden door de schuldeisers van de

stelling voor elektronisch geld op deze rekeningen en hun saldo is evenmin toegestaan. De Bank kan toestaan dat de

het eerste lid, b), bedoelde geldmiddelen gedeponeerd worden bij een kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een staat die geen lid is van de EER en die geen vestiging heeft

de EER, of dat de

het eerste lid, c) bedoelde verzekeringen, garanties en waarborgen verstrekt worden door een verzekeringsonderneming of kredietinstelling, die ressorteert onder het recht van staat die geen lid is van de EER en die geen vestiging heeft

de EER,

dien deze kredietinstelling of verzekeringsonderneming onderworpen is aan een door een toezichthoudende autoriteit uitgeoefend toezicht dat gelijkwaardig is met het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen zoals bepaald

de Europese regelgeving. Wanneer het elektronisch geld wordt verworven door middel van een betaalinstrument, moeten de geldmiddelen die

ruil voor het elektronisch geld worden ontvangen beschermd worden vanaf het moment dat de betaalrekening van de

stelling voor elektronisch geld ermee gecrediteerd is of vanaf het moment dat ze op een andere manier ter beschikking worden gesteld van de

stelling voor elektronisch geld,

voorkomend geval

overeenstemming met de vereisten op het vlak van uitvoeringstermijnen die zijn vastgelegd

de wet van 10 december 2009. Dergelijke middelen moeten

ieder geval worden veilig gesteld ten laatste na vijf werkdagen na de uitgifte van het elektronisch geld. De

het eerste lid, punt b), ii) bedoelde reglementen worden genomen overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten. § 2. Wanneer een gedeelte van de geldmiddelen die

ruil voor het uitgegeven elektronisch geld worden ontvangen, mogelijkerwijs

het kader van andere werkzaamheden van de

stelling voor elektronisch geld moet worden gebruikt, zijn de vereisten van § 1 niet van toepassing op dit gedeelte van de geldmiddelen. Wanneer dat gedeelte variabel is of niet van tevoren is gekend, kunnen de

stellingen voor elektronisch geld dit bedrag berekenen op basis van een representatief gedeelte dat geacht wordt voor de uitgifte van elektronisch geld te worden gebruikt, mits het redelijkerwijs mogelijk is een dergelijk representatief gedeelte naar tevredenheid van de Bank op basis van historische gegevens te ramen. § 3. Artikel 22 is van toepassing op de

stellingen voor elektronisch geld, voor de werkzaamheden bedoeld

artikel 77, § 2, 1° die geen verband houden met de uitgifte van elektronisch geld. § 4.

dien er een

solventieprocedure wordt geopend tegen de

stelling voor elektronisch geld, worden de gelden die met toepassing van § 1, eerste lid, a) en b), op een afzonderlijke rekening zijn gedeponeerd, bij bijzonder voorrecht aangewend voor de terugbetaling van de geldmiddelen die zijn ontvangen

ruil voor het uitgegeven elektronisch geld. § 5.

stellingen voor elektronisch geld lichten de Bank op voorhand

over elke substantiële wijziging

de maatregelen die worden genomen

uitvoering van §

  1. » §
  2. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan

zake vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de

stelling voor elektronisch geld,

voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de §§ 1 en 2. Het wettelijke bestuursorgaan van de

stelling voor elektronisch geld dient minstens jaarlijks te controleren of de

stelling beantwoordt aan het bepaalde bij de §§ 1 en 2 en het eerste lid van deze paragraaf, en neemt kennis van de genomen passende maatregelen. De personen belast met de effectieve leiding,

voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de Bank en de erkende commissaris

over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen. De

formatieverstrekking aan de Bank en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de Bank bepaalt. ». Art. 52.

dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 79

gevoegd, luidende : « Art. 79.

stellingen voor elektronisch geld kunnen belangrijke operationele taken met betrekking tot de uitgifte van elektronisch geld of het verlenen van betalingsdiensten slechts uitbesteden onder de hiernavolgende voorwaarden : a) zij stellen de Bank hiervan voorafgaandelijk

kennis;b) de uitbesteding leidt er niet toe dat de hoogste leiding van de

stelling voor elektronisch geld haar verantwoordelijkheden delegeert;c) de relatie van de

stelling voor elektronisch geld met de houders van elektronisch geld en de verplichtingen die zij jegens hen heeft uit hoofde van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, worden niet gewijzigd;d) de naleving van de voorwaarden waaraan de

stelling voor elektronisch geld moet voldoen om een vergunning te verkrijgen en te behouden, mag niet worden ondermijnd;e) geen van de andere voorwaarden waaronder de vergunning aan de

stelling voor elektronisch geld is verleend, mag worden opgeheven of gewijzigd;f) de uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan de kwaliteit van de

terne controle van de

stelling voor elektronisch geld en aan het vermogen van de Bank om te controleren of de

stelling voor elektronisch geld voldoet aan haar verplichtingen. Bij de uitbesteding van werkzaamheden blijven de

stellingen voor elektronisch geld volledig verantwoordelijk voor de handelingen die gesteld zijn door de dienstverlener. » Art. 53.

dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 80

gevoegd, luidende : « Art. 80.De

stelling voor elektronisch geld legt periodiek aan de Bank een gedetailleerde financiële staat voor. Die staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld door de Bank, die ook de rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de Bank eisen dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg worden verstrekt, zodat zij kan nagaan of de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd. De effectieve leiding van de

stelling voor elektronisch geld,

voorkomend geval het directiecomité, verklaart aan de Bank dat de voornoemde periodieke staten, die haar

voorkomend geval aan het einde van het eerste halfjaar en

elk geval aan het einde van het boekjaar worden bezorgd door de

stelling,

overeenstemming zijn met de boekhouding en de

ventarissen. Daartoe is vereist dat de periodieke staten volledig zijn, d.w.z. dat zij alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de

ventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en dat zij juist zijn, d.w.z. dat zij de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de

ventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld. De effectieve leiding bevestigt het nodige gedaan te hebben opdat de voornoemde staten volgens de geldende richtlijnen van de Bank worden opgemaakt, en worden opgesteld met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening, of, voor de periodieke rapporteringsstaten die geen betrekking hebben op het einde van het boekjaar, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar. Na advies van de Bank bepaalt de Koning volgens welke regels alle

stellingen voor elektronisch geld of categorieën van

stellingen voor elektronisch geld : 1° hun boekhouding voeren,

ventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opmaken en openbaar maken;2° hun geconsolideerde jaarrekening opmaken, controleren en openbaar maken en het jaar- en controleverslag over deze geconsolideerde jaarrekening opmaken en openbaar maken. Voor bepaalde categorieën van

stellingen voor elektronisch geld of

bijzondere gevallen kan de Bank met redenen omklede afwijkingen toestaan van de

het eerste en derde lid bedoelde besluiten en reglementen, voor alle

stellingen voor elektronisch geld die zich

vergelijkbare omstandigheden bevinden. De

stellingen voor elektronisch geld leggen hun jaarrekening en hun geconsolideerde jaarrekening neer bij de Bank. De

dit artikel bedoelde besluiten en reglementen worden genomen na raadpleging van de

stellingen voor elektronisch geld,

voorkomend geval via hun representatieve beroepsverenigingen. ». Art. 54.

Boek 3

, Titel 2, Hoofdstuk 1 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 30, wordt een afdeling 4

gevoegd, luidende « Afdeling 4 - Toezicht op de

stellingen voor elektronisch geld ». Art. 55.

Boek 3

, Titel 2, Hoofdstuk 1, Afdeling 4 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 54, wordt een artikel 81

gevoegd, luidende : « Art. 81.§ 1. De

stellingen voor elektronisch geld zijn onderworpen aan het toezicht van de Bank. De Bank ziet erop toe dat elke

stelling voor elektronisch geld doorlopend werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. Het toezicht door de Bank staat

verhouding tot en is afgestemd op de aard, de omvang en de complexiteit van de door de

stelling voor elektronisch geld verrichte werkzaamheden, en de eraan verbonden risico's. § 2. De Bank kan zich door de

stellingen voor elektronisch geld alle

lichtingen doen verstrekken over hun organisatie, werking, financiële positie en verrichtingen. Met dat doel kan de Bank zich ook

lichtingen doen verstrekken door agenten of distributeurs van

stellingen voor elektronisch geld, door dienstverleners als bedoeld

artikel 4, 17° en door andere entiteiten waaraan taken zijn uitbesteed. De Bank kan bij

stellingen voor elektronisch geld ter plaatse

specties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven

bezit van de

stelling voor elektronisch geld : 1° om na te gaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen op het statuut van deinstellingen voor elektronisch geld zijn nageleefd en of de boekhouding en de jaarrekening, alsmede de haar door de

stelling voor elektronisch geld voorgelegde staten en andere

lichtingen, juist en waarheidsgetrouw zijn;2° om het passende karakter te toetsen van de beleidsstructuren, de administratieve en boekhoudkundige organisatie en de

terne controle van de

stelling voor elektronisch geld;3° om zich ervan te vergewissen dat het beleid van de

stelling voor elektronisch geld gezond en voorzichtig is, en dat haar positie of haar verrichtingen haar liquiditeit, rendabiliteit of solvabiliteit niet

gevaar kunnen brengen. Met dat doel kan de Bank ook ter plaatse

specties verrichten bij agenten of distributeurs van

stellingen voor elektronisch geld, dienstverleners als bedoeld

artikel 4, 17° en andere entiteiten waaraan taken zijn uitbesteed, en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven

hun bezit. § 3. Het toezicht van de Bank slaat evenwel niet op de door een

stelling voor elektronisch geld verrichte andere werkzaamheden dan de uitgifte van elektronisch geld, de werkzaamheden bedoeld

artikel 77, § 2, 1° en 2°, en het bezit van deelnemingen als bedoeld

artikel 77, § 7, tenzij dit vereist is voor het toezicht op de naleving door de

stelling voor elektronisch geld van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. ». Art. 56.

dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 82

gevoegd, luidende : « Art. 82.Relaties tussen een

stelling voor elektronisch geld, haar agent of haar distributeur en een bepaalde cliënt behoren niet tot de bevoegdheid van de Bank, tenzij het toezicht op de

stelling voor elektronisch geld dit vergt. ». Art. 57.

dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 83

gevoegd, luidende : « Art. 83.De Bank kan bij de bijkantoren van

stellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht, evenals bij agenten, distributeurs, dienstverleners als bedoeld

artikel 4, 17° en andere entiteiten waaraan taken zijn uitbesteed, die

het buitenland zijn gevestigd, na voorafgaande kennisgeving aan de autoriteiten die

de betrokken staat belast zijn met het toezicht op de

stellingen voor elektronisch geld, de

artikel 81, § 1, derde lid, bedoelde

specties verrichten, alsook alle

specties met als doel de gegevens over de leiding en het beleid van het bijkantoor, alsook alle gegevens die het toezicht op de

stelling voor elektronisch geld kunnen vergemakkelijken,

zonderheid op het vlak van haar financiële positie, administratieve en boekhoudkundige organisatie en

terne controle, ter plaatse

te zamelen of te toetsen. Met hetzelfde doel en na kennisgeving aan de

het eerste lid bedoelde autoriteiten, kan de Bank een deskundige die zij aanstelt, gelasten alle nuttige controles en onderzoeken te verrichten. De bezoldiging en de kosten van deze deskundige worden door de

stelling voor elektronisch geld gedragen. De bezoldiging en de kosten van deze deskundige worden door de

stelling voor elektronisch geld gedragen. Evenzo kan de Bank deze autoriteiten verzoeken bepaalde van de

het eerste lid bedoelde controles en onderzoeken te verrichten. ». Art. 58.

dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 84

gevoegd, luidende : « Art. 84.De artikelen 28 tot 32 zijn van toepassing op de

stellingen voor elektronisch geld. ». Art. 59.

dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 85

gevoegd, luidende : « Art. 85.De erkende commissarissen verlenen hun medewerking aan het toezicht van de Bank, op hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig dit artikel, volgens de regels van het vak en de richtlijnen van de Bank. Daartoe : 1° beoordelen zij de

ternecontrolemaatregelen die de

stellingen voor elektronisch geld hebben getroffen overeenkomstig de artikelen 69, § 3, eerste lid en 79, eerste lid, f), en delen zij hun bevindingen ter zake mee aan de Bank;2° brengen zij verslag uit bij de Bank over : a) de resultaten van het beperkt nazicht van de periodieke staten die de

stellingen voor elektronisch geld aan het einde van het eerste halfjaar aan de Bank bezorgen, waarin bevestigd wordt dat zij geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat de periodieke staten per einde halfjaar niet

alle materieel belangrijke opzichten volgens de geldende richtlijnen van de Bank werden opgesteld. Bovendien bevestigen zij dat de periodieke staten per einde halfjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft,

alle materieel belangrijke opzichten

overeenstemming zijn met de boekhouding en de

ventarissen,

die zin dat zij volledig zijn, d.w.z. dat zij alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de

ventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en dat zij juist zijn, d.w.z. dat zij de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de

ventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld; en bevestigen zij geen kennis te hebben van feiten waaruit zou blijken dat de periodieke staten per einde halfjaar niet zijn opgesteld met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar; de Bank kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen; b) de resultaten van de controle van de periodieke staten die de

stellingen voor elektronisch geld aan het einde van het boekjaar aan de Bank bezorgen, waarin bevestigd wordt dat de periodieke staten

alle materieel belangrijke opzichten werden opgesteld volgens de geldende richtlijnen van de Bank.Bovendien bevestigen zij dat de periodieke staten per einde van het boekjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft,

alle materieel belangrijke opzichten

overeenstemming zijn met de boekhouding en de

ventarissen,

die zin dat zij volledig zijn, d.w.z. dat zij alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de

ventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en dat zij juist zijn, d.w.z. dat zij de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de

ventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld; en bevestigen zij dat de periodieke staten per einde van het boekjaar werden opgesteld met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening; de Bank kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen; 3° brengen zij bij de Bank op haar verzoek een bijzonder verslag uit over de organisatie, de werkzaamheden en de financiële structuur van de

stelling voor elektronisch geld;de kosten voor de opstelling van dit verslag worden door de

stelling voor elektronisch geld gedragen; 4° brengen zij,

het kader van hun opdracht bij een

stelling voor elektronisch geld of een revisorale opdracht bij een met een

stelling voor elektronisch geld verbonden onderneming, op eigen

itiatief verslag uit bij de Bank, zodra zij kennis krijgen van : a) beslissingen, feiten of ontwikkelingen die de positie van de

stelling voor elektronisch geld financieel of op het vlak van haar administratieve en boekhoudkundige organisatie of van haar

terne controle, op betekenisvolle wijze beïnvloeden of kunnen beïnvloeden;

  1. b)beslissingen of feiten die kunnen wijzen op een overtreding van het Wetboek van vennootschappen, de statuten, deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;
  2. c)andere beslissingen of feiten die kunnen leiden tot een weigering van de certificering van de jaarrekening of tot het formuleren van voorbehoud;5° brengen zij minstens eenmaal per jaar verslag uit aan de Bank over de deugdelijkheid van de maatregelen die de

stelling voor elektronisch geld heeft getroffen ter vrijwaring van de geldmiddelen die zij van houders van elektronisch geld ontvangt, met toepassing van artikel 78, §§ 1 en 2. Tegen erkende commissarissen die te goeder trouw

formatie hebben verstrekt als bedoeld

het eerste lid, 4°, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden

gesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken. De erkende commissarissen delen aan de leiders van de

stelling voor elektronisch geld de verslagen mee die zij aan de Bank richten overeenkomstig het eerste lid, 3°. Voor deze mededeling geldt de geheimhoudingsplicht zoals geregeld bij artikel 35 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten. Zij bezorgen de Bank een kopie van de mededelingen die zij aan deze leiders richten en die betrekking hebben op zaken die van belang kunnen zijn voor het toezicht dat zij uitoefent. De erkende commissarissen en de erkende revisorenvennootschappen mogen bij de buitenlandse bijkantoren van de

stelling waarop zij toezicht houden, het toezicht uitoefenen en de onderzoeken verrichten die bij hun opdracht horen. Zij kunnen door de Bank, op verzoek van de Europese Centrale Bank, worden gelast te bevestigen dat de gegevens die de

stellingen voor elektronisch geld aan deze autoriteiten moeten verstrekken, volledig, juist en conform de geldende regels zijn opgesteld. ». Art. 60.

Boek 3

, Titel 2, Hoofdstuk 1 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 30, wordt een afdeling 5

gevoegd, luidende « Afdeling 5 - Uitzonderlijke maatregelen en sancties ten aanzien van

stellingen voor elektronisch geld ». Art. 61.

Boek 3

, Titel 2, Hoofdstuk 1, Afdeling 5 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 60, wordt een artikel 86

gevoegd, luidende : « Art. 86.Bij beslissing die met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, trekt de Bank de vergunning

van

stellingen voor elektronisch geld die hun bedrijf niet binnen twaalf maanden na het verlenen van de vergunning hebben aangevat, hun werkzaamheden gedurende meer dan zes maanden hebben gestaakt, afstand doen van hun vergunning, failliet zijn verklaard of hun bedrijf hebben stopgezet. De Bank maakt alle beslissingen tot

trekking van een vergunning bekend op haar website. ». Art. 62.

dezelfde afdeling 5 wordt een artikel 87

gevoegd, luidende : « Art. 87.§ 1. Wanneer de Bank vaststelt dat een

stelling voor elektronisch geld niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, dat haar beleid of financiële positie de goede afloop van haar verbintenissen

het gedrang dreigt te brengen of niet voldoende waarborgen biedt voor haar solvabiliteit, liquiditeit of rendabiliteit, dat haar beleidsstructuren, haar administratieve of boekhoudkundige organisatie, haar netwerk van agenten, distributeurs of bijkantoren, of haar

terne controle ernstige leemten vertonen, of dat de voortzetting van haar bedrijf een bedreiging vormt voor de stabiliteit van het betalingssysteem, stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.

dien de toestand na deze termijn niet is verholpen, kan de Bank : 1° een speciaal commissaris aanstellen.

dit geval is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de

stelling,

clusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die

staan voor het beleid, zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist; de verrichtingen waarvoor een toestemming is vereist, kan de Bank evenwel beperken. De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht aan alle organen van de

stelling voorleggen,

clusief de algemene vergadering. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de

stelling. De leden van de bestuurs- en de beleidsorganen en de personen die

staan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de

stelling of voor derden voortvloeit.

dien de Bank de aanstelling van een speciaal commissaris

het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming is vereist, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt. De Bank kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen; 2° voor de termijn die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de

stelling voor elektronisch geld geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden;deze schorsing kan,

de door de Bank bepaalde mate, de volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de lopende overeenkomsten tot gevolg hebben. De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die

staan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de

stelling voor elektronisch geld of voor derden voortvloeit.

dien de Bank de schorsing

het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig. De Bank kan een

stelling voor elektronisch geld tevens gelasten deelnemingen over te dragen die zij

voorkomend geval bezit overeenkomstig artikel 77, § 7; 3°

zake solvabiliteit, strengere vereisten opleggen dan deze bedoeld

artikel 72;4° de vervanging gelasten van bestuurders of zaakvoerders van de

stelling voor elektronisch geld binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt,

de plaats van de voltallige bestuurs- en beleidsorganen van de

stelling een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen.De Bank maakt haar beslissing bekend

het Belgisch Staatsblad. De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(

  1. s)of zaakvoerder(
  2. s)wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de

stelling voor elektronisch geld. De Bank kan op elk tijdstip de voorlopige bestuurder(

  1. s)of zaakvoerder(
  2. s)vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet meer de nodige waarborgen biedt; 5° de vergunning herroepen.De Bank maakt alle beslissingen tot herroeping van een vergunning bekend op haar website. Bij uiterste hoogdringendheid kan de Bank de

deze paragraaf bedoelde maatregelen nemen zonder dat vooraf een hersteltermijn wordt vastgesteld. § 2. De

§ 1

bedoelde beslissingen van de Bank hebben voor de

stelling voor elektronisch geld uitwerking vanaf de datum van hun kennisgeving met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs en, voor derden, vanaf de datum van hun bekendmaking overeenkomstig paragraaf 1. § 3. Wanneer de Bank kennis heeft van het feit dat een

stelling voor elektronisch geld, haar agenten of haar distributeurs een bijzonder mechanisme hebben

gesteld met als doel of gevolg fiscale fraude door derden te bevorderen, zijn § 1, eerste en tweede lid, 2°, en § 2 van toepassing. Wanneer de Bank vaststelt dat de gegevens bedoeld

artikel 20, § 1, die haar door een

stelling voor elektronisch geld zijn verstrekt krachtens artikel 76, § 3, onjuist of onvolledig zijn, kan zij de

schrijving van de agent op de lijst bedoeld

artikel 64 schorsen of schrappen. § 4. § 1, eerste lid, en § 2 zijn niet van toepassing bij

trekking van de vergunning van een failliet verklaarde

stelling voor elektronisch geld. ». Art. 63.

dezelfde afdeling 5 wordt een artikel 88

gevoegd, luidende : « Art. 88.Wanneer de autoriteiten die toezicht houden op de

stellingen voor elektronisch geld

een andere lidstaat van de EER, waar een

stelling voor elektronisch geld naar Belgisch recht een beroep doet op een agent of voornemens is dit te doen, de Bank ervan

kennis stellen dat zij goede redenen hebben om te vermoeden dat geld wordt of werd witgewassen of terrorisme gefinancierd wordt of werd, of dat gepoogd wordt of gepoogd werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren

de zin van Richtlijn 2005/60/EG, of dat het feit dat op een agent een beroep wordt gedaan, het risico op witwassen van geld of financiering van terrorisme zou kunnen verhogen, neemt de Bank zo spoedig mogelijk de vereiste maatregelen bedoeld

artikel 87, § 1. Artikel 87, § 2, is eveneens van toepassing.

dat geval kan de Bank eisen dat de

stelling voor elektronisch geld niet langer een beroep doet op de betrokken agent en kan zij de

schrijving van de agent, als bedoeld

artikel 20, § 2, hetzij weigeren, hetzij schrappen. ». Art. 64.

dezelfde afdeling 5 wordt een artikel 89

gevoegd, luidende : « Art. 89.De Bank brengt onmiddellijk ter kennis van de autoriteiten die toezicht houden op de

stellingen voor elektronisch geld

andere lidstaten van de EER waar een

stelling voor elektronisch geld naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of werkzaamheden verricht

het kader van het vrij verrichten van diensten, welke beslissingen zij overeenkomstig de artikelen 86, 87 en 88 heeft genomen. Zij houdt deze autoriteiten op de hoogte van de behandeling van het beroep tegen deze beslissingen. ». Art. 65.

dezelfde afdeling 5 wordt een artikel 90

gevoegd, luidende : « Art. 90.De

stellingen voor elektronisch geld waarvan de vergunning is

getrokken of herroepen op grond van deze wet, blijven onderworpen aan deze wet tot hun verbintenissen ten aanzien van de houders van elektronisch geld, en,

voorkomend geval, van de betalingsdienstgebruikers, zijn vereffend, tenzij de Bank hen vrijstelt van bepaalde voorschriften. Dit artikel is niet van toepassing bij

trekking van de vergunning van een failliet verklaarde

stelling voor elektronisch geld. ». Art. 66.

Boek 3

, Titel 2 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 29, wordt een Hoofdstuk 2

gevoegd, luidende : « HOOFDSTUK 2. -. Bijkantoren en dienstverrichtingen

België van

stellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER ». Art. 67.

Boek 3

, Titel 2, Hoofdstuk 2 van dezelfde wet,

gevoegd bij artikel 66, wordt een artikel 91

gevoegd, luidende : « Art. 91.Iedere

stelling voor elektronisch geld die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de EER en op grond van haar nationaal recht elektronisch geld mag uitgeven

haar land van herkomst, mag deze werkzaamheden

België aanvatten, hetzij via de vestiging van een bijkantoor, hetzij

het kader van het vrij verrichten van diensten, zodra de Bank de betrokken

stelling ervan

kennis heeft gesteld dat zij de mededeling van de toezichthoudende autoriteiten van het land van herkomst van deze

stelling heeft ontvangen, met opgave van de werkzaamheden die deze

stelling

België wenst uit te oefenen. Binnen drie werkdagen na ontvangst van de mededeling stelt de Bank de betrokken

stelling voor elektronisch geld hiervan

kennis. Bij gebrek aan kennisgeving binnen deze termijn mag de

stelling voor elektronisch geld de voorgenomen werkzaamheden aanvatten, na de Bank hiervan op de hoogte te hebben gebracht. De Bank maakt op haar website de lijst bekend van de

stellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de EER en

België actief zijn of verwijst naar de website van de bevoegde autoriteit

het land van herkomst van deze

stellingen voor elektronisch geld. Bij de uitoefening van haar bedrijf

België vermeldt een

het eerste lid bedoelde

stelling voor elektronisch geld naast haar naam, haar land van herkomst en,

dien zij werkzaam is

het kader van het vrij verrichten van diensten, haar maatschappelijke zetel. ». Art. 68.

hetzelfde Hoofdstuk 2 wordt een artikel 92

gevoegd, luidende : « Art. 92.§ 1. De bepalingen van dit hoofdstuk doen geen afbreuk aan de naleving, bij de uitgifte van elektronisch geld, of,

voorkomend geval, bij het aanbieden en uitvoeren van betalingsdiensten, van de wettelijke en reglementaire bepalingen die

België van toepassing zijn op de

stellingen voor elektronisch geld en hun verrichtingen, om redenen van algemeen belang. De Bank deelt aan de

artikel 91 bedoelde

stelling voor elektronisch geld mee welke bepalingen naar haar weten van algemeen belang zijn. De bepalingen van dit hoofdstuk doen evenmin afbreuk aan de naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen die

België van toepassing zijn op andere werkzaamheden dan de uitgifte van elektronisch geld en het verrichten van betalingsdiensten. § 2. De leiders van het bijkantoor brengen minstens eenmaal per jaar verslag uit aan de Bank en aan de erkende revisor of de erkende revisorenvennootschap, over de deugdelijkheid van de

ternecontrolemaatregelen die de bijkantoren hebben getroffen om zich te conformeren aan de bepalingen die krachtens § 1 van toepassing zijn. » Art. 69.

hetzelfde Hoofdstuk 2 wordt een artikel 93

gevoegd, luidende : « Art. 93.De

artikel 91 bedoelde

stellingen voor elektronisch geld bezorgen aan de Bank, volgens de frequentie die zij bepaalt, voor statistische doeleinden bestemde periodieke verslagen over de verrichtingen die hun

België gevestigde bijkantoren

België uitvoeren. Artikel 80, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Na advies van Bank bepaalt de Koning volgens welke regels de

artikel 91 bedoelde bijkantoren : 1° hun boekhouding voeren en

ventarisramingen verrichten;2° hun jaarrekening opmaken;3° de jaarlijkse boekhoudkundige gegevens

verband met hun verrichtingen openbaar maken.» Art. 70.

hetzelfde Hoofdstuk 2 wordt een artikel 94

gevoegd, luidende : « Art. 94.§ 1. De

artikel 91 bedoelde bijkantoren zijn onderworpen aan het toezicht van de Bank voor het bepaalde

de artikelen 92 en 93, voor zover de Bank bevoegd is voor de

deze bepalingen voorkomende aspecten. De artikelen 81 en 82 zijn dienovereenkomstig van toepassing. Op verzoek van de toezichthoudende autoriteiten van het land van herkomst van de

stelling voor elektronisch geld mag de Bank, als een vorm van bijstand aan deze autoriteiten, bij deze bijkantoren

specties verrichten, die zowel op de

het eerste lid als op de

artikel 83, eerste lid, bedoelde aspecten kunnen slaan. De kosten van deze

specties en controles worden gedragen door de autoriteit die erom verzoekt. Bij dringende noodzaak en met onmiddellijke kennisgeving aan de toezichthoudende autoriteiten van het land van herkomst van de

stelling voor elektronisch geld, kan de Bank nagaan of het bedrijf van het bijkantoor

België

overeenstemming is met de van toepassing zijnde wetgeving. § 2. De buitenlandse autoriteiten die bevoegd zijn voor het toezicht op de

stellingen voor elektronisch geld die

België een bijkantoor hebben geopend als bedoeld

artikel 91 mogen, na voorafgaande kennisgeving aan de Bank, de

artikel 83, eerste lid, bedoelde gegevens

deze bijkantoren controleren of op hun kosten laten controleren door deskundigen die zij aanstellen. » Art. 71.

hetzelfde Hoofdstuk 2 wordt een artikel 95

gevoegd, luidende : « Art. 95.§ 1. De leiders van de

artikel 91 bedoelde bijkantoren stellen een of meer door de Bank erkende revisoren of erkende revisorenvennootschappen aan voor een hernieuwbare termijn van drie jaar. De artikelen 31 en 32, eerste tot vierde lid, zijn van toepassing op deze revisoren en vennootschappen. Vooraleer een erkende revisor of een erkende revisorenvennootschap van zijn of haar opdracht wordt ontslaan, moet het advies van de Bank worden

gewonnen. § 2. De overeenkomstig § 1 aangestelde erkende revisoren of erkende revisorenvennootschappen verlenen hun medewerking aan het toezicht van de Bank, op hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig deze paragraaf, volgens de regels van het vak en de richtlijnen van de Bank. Daartoe : 1° beoordelen zij de

ternecontrolemaatregelen die de bijkantoren hebben getroffen met het oog op de naleving van de wetten, besluiten en reglementen die krachtens artikel 93 van toepassing zijn op de bijkantoren, en delen zij hun bevindingen mee aan de Bank;2° brengen zij verslag uit bij de Bank over : a) de resultaten van het beperkt nazicht van de periodieke staten die de

artikel 91 bedoelde bijkantoren aan het einde van het eerste halfjaar aan de Bank bezorgen, waarin bevestigd wordt dat zij geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat de periodieke staten per einde halfjaar niet

alle materieel belangrijke opzichten volgens de geldende richtlijnen van de Bank werden opgesteld. Bovendien bevestigen zij dat de periodieke staten per einde halfjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft,

alle materieel belangrijke opzichten

overeenstemming zijn met de boekhouding en de

ventarissen,

die zin dat zij volledig zijn, d.w.z. dat zij alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de

ventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en dat zij juist zijn, d.w.z. dat zij de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de

ventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld; en bevestigen zij geen kennis te hebben van feiten waaruit zou blijken dat de periodieke staten per einde halfjaar niet zijn opgesteld met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar; de Bank kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen; b) de resultaten van de controle van de periodieke staten die de

artikel 91 bedoelde bijkantoren aan het einde van het boekjaar aan de Bank bezorgen, waarin bevestigd wordt dat de periodieke staten

alle materieel belangrijke opzichten werden opgesteld volgens de geldende richtlijnen van de Bank.Bovendien bevestigen zij dat de periodieke staten per einde van het boekjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft,

alle materieel belangrijke opzichten

overeenstemming zijn met de boekhouding en de

ventarissen,

die zin dat zij volledig zijn, d.w.z. dat zij alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de

ventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en dat zij juist zijn, d.w.z. dat zij de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de

ventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld; en bevestigen zij dat de periodieke staten per einde van het boekjaar werden opgesteld met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening; de Bank kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen. Zij kunnen door de Bank, op verzoek van de Europese Centrale Bank, worden gelast ook de gegevens te bevestigen die de bijkantoren aan deze autoriteiten moeten verstrekken met toepassing van artikel 93, eerste lid; 3° brengen zij bij de Bank periodiek verslag uit of, op haar verzoek, bijzonder verslag uit over de organisatie, de werkzaamheden en de financiële structuur van de bijkantoren met betrekking tot de aangelegenheden waarvoor de Bank bevoegd is;4° brengen zij op eigen

itiatief verslag uit bij de Bank, over aspecten waarvoor zij bevoegd is, alsook

het kader van de samenwerking met de autoriteiten die toezicht houden op de centrale zetel, zodra zij kennis krijgen van : a) beslissingen, feiten of ontwikkelingen die de positie van het bijkantoor financieel of op het vlak van zijn administratieve en boekhoudkundige organisatie of van zijn

terne controle, op betekenisvolle wijze beïnvloeden of kunnen beïnvloeden;b) beslissingen of feiten die kunnen wijzen op een overtreding van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of andere wetten en reglementen die op hun bedrijf

België van toepassing zijn, voor zover de

deze bepalingen bedoelde aangelegenheden tot de bevoegdheid van de Bank behoren;5° brengen zij bij de Bank, op haar verzoek, verslag uit, wanneer een andere Belgische overheid haar ter kennis brengt dat een wetgeving van algemeen bel

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.