← België

Decreet betreffende het onderwijs XXII

In het kort

Dit decreet regelt diverse aspecten van het onderwijs in Vlaanderen, met een focus op het basisonderwijs, waaronder inschrijvingsvoorwaarden, erkend onderwijs en personeelszaken.

Wat het regelt

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
21 DECEMBER 2012. - Decreet betreffende het onderwijs XXII Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende het onderwijs XXII. HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Artikel I.1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs Afdeling I. - Decreet basisonderwijs Art. II.1. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten5, wordt het punt 13° vervangen door wat volgt : « 13° erkend onderwijs : onderwijs dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 62 en erkend is door de Vlaamse Regering zoals bepaald in artikel 63; ». Art. II.2. In artikel 13, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 maart 2009 en 9 juli 2010, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode ten minste 220 halve dagen aanwezig geweest zijn; halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van dit decreet worden beschouwd als aanwezigheid in de erkende school waar de leerling ingeschreven is; ». Art. II.3. Aan artikel 18, § 1, 1°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten9, wordt een zinsnede toegevoegd, die luidt als volgt : « halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van dit decreet worden beschouwd als aanwezigheid in de erkende school waar de leerling ingeschreven is; ». Art. II.4. In artikel 37, § 3, 9°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 2 april 2004, 20 maart 2009, 8 mei 2009, 1 juli 2011 en 25 november 2011, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Scholen gelegen in een gemeente waar een lokaal overlegplatform, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling I, van het decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/06/2002 pub. 14/09/2002 numac 2002036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I sluiten betreffende de gelijke onderwijskansen-I, is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover in het lokaal overlegplatform een akkoord is bereikt. Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen met dezelfde onderwijstaal gelegen in die gemeente. ». Art. II.5. Artikel 37ter, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten2 en vervangen door het decreet van 8 juni 2012, wordt vervangen door wat volgt : « § 1. Elke inschrijvingsperiode begint met de verschillende voorrangsperiodes, waarbij voorrang wordt verleend aan de leerlingen, vermeld in artikel 37quater, 37quinquies, 37sexies en 37septies. Op voorwaarde dat geen enkele leerling, gevat door de betrokken voorrangsperiodes, geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4, kunnen twee of meerdere voorrangsperiodes voor de inschrijvingen voor een bepaald schooljaar samen genomen worden. Op voorwaarde dat geen enkele leerling, gevat door de betrokken voorrangsperiodes, geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4, kunnen twee of meerdere voorrangsperiodes voor de inschrijvingen voor een bepaald schooljaar samen of apart starten vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar. Indien de betrokken scholen gelegen zijn in het werkingsgebied van een LOP, moet de voorrangsperiode voor de leerlingen vermeld in artikel 37septies starten in overeenstemming met artikel 37bis, § 3. Indien de betrokken scholen gelegen zijn buiten het werkingsgebied van een LOP, kunnen de inschrijvingen van de leerlingen die niet gevat worden door een voorrangsperiode, al dan niet samen met de inschrijvingen van de leerlingen gevat door een voorrangsperiode, ook starten vanaf de eerste schooldag van september van het voorgaande schooljaar op voorwaarde dat geen enkele leerling geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4. Met uitzondering van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37quinquies, duurt elke voorrangsperiode minimaal twee weken. Binnen elke voorrangsperiode gebeuren de inschrijvingen chronologisch. In afwijking van het eerste lid zijn scholen voor type 5 niet verplicht om de voorrangsperiodes te hanteren. ». Art. II.6. Aan artikel 44, § 2, 2°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De eindtermen worden ontwikkeld gebruikmakend van descriptorelementen vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten6 betreffende de kwalificatiestructuur. ». Art. II.7. In hetzelfde decreet wordt in artikel 51, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 1 juli 2011, na de paragraaf 2, bij de volgende paragraaf de vermelding « § 3 » vervangen door de vermelding « § 2bis ». Art. II.8. Artikel 62, § 1, 9°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten wordt vervangen door wat volgt : « 9° de reglementering betreffende eindtermen, ontwikkelingsdoelen of met ingang van een datum te bepalen door de Vlaamse Regering de erkende onderwijskwalificaties, leerplannen en handelingsplannen naleven, ». Art. II.9. Artikel 71 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. II.10. In artikel 73, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 10 juli 2003, worden de woorden « het departement » vervangen door het woord « Agodi ». Art. II.11. In hetzelfde decreet wordt artikel 75, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2001 pub. 27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten, opgeheven. Art. II.12. In artikel 107 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997 en 10 juli 2003, worden de woorden « het departement onderwijs » vervangen door de woorden « het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming ». Art. II.13. In artikel 125terdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/06/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998035829 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de hervorming van het hoger onderwijs in de kinesitherapie en de revalidatiewetenschappen in de Vlaamse Gemeenschap sluiten0, worden de woorden « het departement » vervangen door het woord « Agodi ». Art. II.14. In artikel 125quaterdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/06/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998035829 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de hervorming van het hoger onderwijs in de kinesitherapie en de revalidatiewetenschappen in de Vlaamse Gemeenschap sluiten0, worden de woorden « het departement » vervangen door het woord « Agodi ». Art. II.15. In artikel 143 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/06/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998035829 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de hervorming van het hoger onderwijs in de kinesitherapie en de revalidatiewetenschappen in de Vlaamse Gemeenschap sluiten0 en 6 juli 2012, worden de woorden « het departement » vervangen door het woord « Agodi ». Art. II.16. In artikel 144 van hetzelfde decreet worden de woorden « het departement » vervangen door de woorden « het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming ». Art. II.17. In artikel 153sexies, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/06/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998035829 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de hervorming van het hoger onderwijs in de kinesitherapie en de revalidatiewetenschappen in de Vlaamse Gemeenschap sluiten0, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005, 22 juni 2007, 4 juli 2008 en 8 mei 2009, worden de woorden « het departement » vervangen door het woord « Agodi ». Art. II.18. In artikel 154 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998 en 8 mei 2009, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76, of van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten betaalt het salaris of de salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het schoolbestuur terug. ». Art. II.19. In het hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk XI, de titel van de afdeling 1, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/06/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998035829 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de hervorming van het hoger onderwijs in de kinesitherapie en de revalidatiewetenschappen in de Vlaamse Gemeenschap sluiten0, vervangen door wat volgt : « Afdeling 1. - Rijdende kleuterschool Vlaanderen » Art. II.20. In hetzelfde decreet wordt artikel 168, opgeheven door het decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/06/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998035829 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de hervorming van het hoger onderwijs in de kinesitherapie en de revalidatiewetenschappen in de Vlaamse Gemeenschap sluiten5, opnieuw opgenomen, in volgende lezing : « Art. 168.Een vereniging zonder winstoogmerk ontvangt de in artikel 169 bedoelde subsidie als ze voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° zij stelt zich tot doel en organiseert een rijdende kleuterschool ter bevordering van de participatie van de kleuters van de kermisuitbaters;2° zij leeft de erkenningsvoorwaarden na die zijn opgenomen in artikel 62, § 1, 2°, 5°, 6°, 7° en 11° ;3° zij voorziet onderwijsaanbod dat ten minste de leergebieden omvat zoals vermeld in artikel 39.De geformuleerde ontwikkelingsdoelen voor deze leergebieden, zoals vermeld in artikel 44, § 1, worden nagestreefd; 4° zij houdt zich aan de bepalingen zoals vermeld in de artikelen 27 en 27bis;5° zij aanvaardt enkel kleuters die zijn ingeschreven in een erkende school;6° zij bezorgt jaarlijks een financieel verslag ten laatste op 15 juli met betrekking tot het afgelopen schooljaar.». Art. II.21. In hetzelfde decreet wordt artikel 169, opgeheven door het decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/06/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998035829 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de hervorming van het hoger onderwijs in de kinesitherapie en de revalidatiewetenschappen in de Vlaamse Gemeenschap sluiten5, opnieuw opgenomen, in volgende lezing : « Art. 169.§ 1. Vanaf het begrotingsjaar 2013 wordt jaarlijks aan deze vzw een subsidie toegekend van 28.000 euro met betrekking tot het project de rijdende kleuterschool Vlaanderen. De subsidie toegekend in begrotingsjaar X, dient voor de uitgaven voor het schooljaar (X, X+1). § 2. De subsidie, vermeld in § 1, wordt als volgt uitbetaald : 1° een eerste schijf van 80 % uiterlijk 1 maand na ondertekening van het subsidiebesluit;2° een saldo van 20 % nadat het financieel verslag, vermeld in artikel 168 goedgekeurd is. § 3. Vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt de subsidie die aan deze vzw toegekend wordt jaarlijks geïndexeerd aan 75 % van de gezondheidsindex. § 4. Er kan jaarlijks slechts één vzw de subsidie ontvangen. De regering bepaalt de verdere regels over de aanvraag en de toekenning van de subsidie, vermeld in § 1. ». Afdeling II. - Opheffingen Art. II.22. Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten7 betreffende het tijdelijke project onderwijsvoorrang in het basisonderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 en bekrachtigd bij het decreet betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs van 9 december 2005, wordt opgeheven. Art. II.23. Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten8 betreffende de toekenning van extra lestijden voor scholen van het basisonderwijs in de rand- en taalgrensgemeenten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2001 en bekrachtigd bij het decreet betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onder- wijs van 9 december 2005, wordt opgeheven. Afdeling III. - Inwerkingtreding Art. II.24. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2013. Artikel II.11 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2002. Artikel II.23 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2005. Artikel II.22 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2009. Artikel II.5 en II.18 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2012. Artikel II.6 treedt in werking op 1 januari 2013. HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs Afdeling I. - Codex Secundair Onderwijs Art. III.1. In artikel 2 van de Codex Secundair Onderwijs, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten1 en 25 november 2011, wordt in paragraaf 2 het getal « 251 » vervangen door het getal « 251/1 ». Art. III.2. In artikel 3 van dezelfde codex gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten1 en 25 november 2011, wordt punt 47° vervangen door wat volgt : « 47° voltijds secundair onderwijs : - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van het gewoon secundair onderwijs en van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 28 wekelijkse lesuren gedurende hetzij 40 weken per jaar hetzij 20 weken per jaar in die structuuronderdelen waarvoor de duurtijd in semesters wordt uitgedrukt en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt; - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van opleidingsvormen 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 32 wekelijkse lesuren gedurende 40 weken per jaar en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt; - het onderwijs dat aan regelmatige cursisten van de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt verstrekt gedurende ten minste 36 wekelijkse lesuren en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt, ». Art. III.3. In artikel 14 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 worden de woorden « voorafgaand aan de oprichting » vervangen door de woorden « uiterlijk op 1 mei voorafgaand aan de oprichting »;2° een paragraaf 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.De in de erkenning opgenomen structuuronderdelen kunnen slechts worden ingericht in vestigingsplaatsen die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 15, § 1, 2°. De dienstbrief vermeld in § 3 bevat de vestigingsplaatsen waar de erkende structuuronderdelen kunnen worden ingericht. Voorafgaand aan de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats per 1 september, dient het schoolbestuur uiterlijk op 1 mei een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten tot goedkeuring van die vestigingsplaats door de Vlaamse Regering. De vestigingsplaats wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. ». Art. III.4. In artikel 15 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden « hetzij op de school » vervangen door de woorden « hetzij op de vestigingsplaats van de school »;2° in paragraaf 2 worden de woorden « voorafgaand aan de oprichting » vervangen door de woorden « uiterlijk op 30 november voorafgaand aan de oprichting »;3° een paragraaf 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.De in de financiering of subsidiëring opgenomen structuuronderdelen kunnen slechts worden ingericht in vestigingsplaatsen die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in § 1, 2°. De dienstbrief vermeld in § 3 bevat de vestigingsplaatsen waar de gefinancierde of gesubsidieerde structuuronderdelen kunnen worden ingericht. Voorafgaand aan de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats per 1 september, dient het schoolbestuur uiterlijk op 1 mei een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten tot goedkeuring van die vestigingsplaats door de Vlaamse Regering. De vestigingsplaats wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. ». Art. III.5. In deel III, titel 1, hoofdstuk 3, afdeling 2, van dezelfde codex wordt de onderafdeling 5, Bedrijfsstages, die bestaat uit de artikelen 33 en 34, opgeheven. Art. III.6. In artikel 101 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « Met behoud van de erkenning wordt de financiering of subsidiëring van een school die niet meer voldoet aan alle financierings- of subsidiëringsvoorwaarden of een structuuronderdeel ervan dat niet meer voldoet aan al die voorwaarden, door de Vlaamse Regering geheel of gedeeltelijk ingehouden.»; 2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Met inachtneming van artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten7 betreffende de kwaliteit van onderwijs, kan de Vlaamse Regering de erkenning van een school of een vestigingsplaats of structuuronderdeel ervan opheffen. In het deeltijds beroepssecundair onderwijs kan de Vlaamse Regering de opheffing van de erkenning ook beperken tot opheffing van de bevoegdheid om bepaalde eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken. ». Art. III.7. In artikel 110/2, § 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten2 en gewijzigd bij het decreet van 8 juni 2012, wordt aan het derde lid een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Indien de betrokken scholen gelegen zijn buiten het werkingsgebied van een LOP, kunnen de inschrijvingen van de leerlingen die niet gevat worden door een voorrangsperiode, al dan niet samen met de inschrijvingen van de leerlingen gevat door een voorrangsperiode, ook starten vanaf de eerste schooldag na de kerstvakantie van het voorafgaande schooljaar op voorwaarde dat geen enkele leerling wordt geweigerd omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 110/9, § 4. ». Art. III.8. In artikel 115 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de huidige bepalingen worden ondergebracht in een paragraaf 1;2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2.Een welbepaalde bekrachtiging van de studie impliceert dat de betrokken leerling geacht wordt het overeenkomstig studietraject volledig en met vrucht te hebben doorlopen, ongeacht het tijdstip van aansluiting bij dat traject en ongeacht het feit of dat traject uit leerjaren of een ander ordeningscriterium bestaat. ». Art. III.9. In artikel 124 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten1, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Uiterlijk op 1 september 2014 zet het betrokken schoolbestuur het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs aangeduid als naamloos leerjaar om, naar keuze, naar twee opties van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, aangeduid als specialisatiejaar, binnen het geheel van opties zoals door de Vlaamse Regering bepaald en zonder dat deze omzetting er mag toe leiden dat in de school een niet-bestaand studiegebied wordt opgericht. De omzetting is voor het betrokken schoolbestuur geen verplichting indien de basisvorming uit ten minste achtentwintig wekelijkse lesuren algemene vakken bestaat, als vermeld in artikel 157, § 4. ». Art. III.10. Artikel 136/3 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten1, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 136/3.§ 1. Het schoolbestuur kan op grond van specifieke onderwijskundige argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, beslissen om voor een leerling of leerlingengroep af te wijken van de voorwaarde, vermeld in artikel 252, § 1, a), 2), onder de volgende modaliteiten : 1° het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde onderdelen van de vorming van een bepaald structuuronderdeel gedurende een deel of het geheel van het schooljaar voor een leerling met topcultuurstatuut teneinde, tijdens die vrijgestelde periodes, zijn artistieke talenten verder te ontwikkelen, mits de toelatings- of begeleidende klassenraad, naargelang van het geval, een gunstige beslissing neemt én mits akkoord van de betrokken personen;2° in voorkomend geval : a) bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft en in afwijking op de vigerende regelgeving, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;b) moet voorafgaandelijk een selectiecommissie aan de leerling het topcultuurstatuut A, indien de leerling opteert voor een structuuronderdeel van het kunstsecundair onderwijs, of het topcultuurstatuut B, indien de leerling opteert voor een structuuronderdeel van het algemeen, het technisch of het beroepssecundair onderwijs, hebben toegekend;c) worden individuele vrijstellingen schriftelijk en gemotiveerd vastgelegd;d) doen individuele vrijstellingen geen afbreuk aan de studiebekrachtiging;e) vindt de talentontwikkeling plaats : - bij topcultuurstatuut A : via individueel onderricht binnen de school of in een artistieke leercontext buiten de school, verstrekt door een aan de school externe deskundige lesgever die eventueel fungeert in het stelsel van voordrachtgever of onderwijs; - bij topcultuurstatuut B : via individueel onderricht in een artistieke leercontext buiten de school, verstrekt door een aan de school externe deskundige lesgever die eventueel personeelslid is van een instelling voor hoger kunstonderwijs of deeltijds kunstonderwijs. § 2. Met het oog op de samenstelling van de selectiecommissie leggen de ministers, bevoegd voor onderwijs en cultuur, een pool aan van specialisten uit het hoger kunstonderwijs en het professionele kunstenlandschap. De selectiecommissie stelt een intern werkreglement op en bepaalt de selectiecriteria die ze hanteert, waaronder alleszins het talentenprofiel van de leerling en het kwalitatief niveau van de externe lesgever of van de context. De selectiecommissie komt eenmaal per jaar samen om te beslissen over alle ingediende schriftelijke en gemotiveerde aanvragen van de betrokken personen tot toekenning van het topcultuurstatuut. Daartoe moeten de aanvragen uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar worden ingediend. Onverminderd het in het eerste lid gestelde, gebeurt de effectieve samenstelling van de selectiecommissie in functie van de aard van de te beoordelen artistieke talenten van de leerling in kwestie. § 3. De selectiecommissie kan bijkomend het recht verlenen aan de leerling om maximaal 90 halve lesdagen per schooljaar gewettigd afwezig te zijn op school, teneinde deel te nemen aan wedstrijden, stages, masterclasses of andere school-extramurale activiteiten die rechtstreeks aanleunen bij de artistieke discipline van de leerling. § 4. Het topcultuurstatuut geldt voor één schooljaar en is, na aanvraag, hernieuwbaar. ». Art. III.11. Artikel 137 van dezelfde codex wordt opgeheven. Art. III.12. In het tweede lid van artikel 149 van dezelfde codex wordt de hierna vermelde zinsnede geschrapt « , die worden georganiseerd in de eerste en tweede graad en in het eerste leerjaar van de derde graad ». Art. III.13. Artikel 150 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt : « Art. 150.Een school kan in elk structuuronderdeel inhaallessen organiseren. ». Art. III.14. In artikel 156, paragraaf 3, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vierde streepje wordt vervangen door wat volgt : « - maatschappelijke vorming of natuurwetenschappen en geschiedenis en/of aardrijkskunde;»; 2° het zevende streepje wordt opgeheven. Art. III.15. In artikel 157 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 3 wordt het derde streepje vervangen door wat volgt : « - maatschappelijke vorming of natuurwetenschappen en geschiedenis en/of aardrijkskunde;»; 2° in paragraaf 3 wordt het zesde streepje opgeheven;3° in paragraaf 4 wordt de zinsnede « worden ten minste twaalf wekelijkse lesuren besteed aan de basisvorming, die bestaat » vervangen door de zinsnede « bestaat de basisvorming »;4° in paragraaf 4 wordt tussen het laatste en voorlaatste lid een nieuw lid ingevoegd dat luidt als volgt : « Indien dit leerjaar wordt ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar worden ten minste twaalf wekelijkse lesuren besteed aan de basisvorming.Indien dit leerjaar wordt ingericht onder de vorm van een naamloos leerjaar worden ten minste achtentwintig wekelijkse lesuren besteed aan de basisvorming. ». Art. III.16. In artikel 160 van dezelfde codex wordt in het tweede lid het woord « kwalificaties » vervangen door de woorden « erkende beroepskwalificaties ». Art. III.17. In artikel 174 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 worden na het woord « structuuronderdeel » de woorden « , met uitzondering van het structuuronderdeel onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers » ingevoegd;2° een paragraaf 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.In uitzonderlijke gevallen kan de Vlaamse Regering aan een scholengemeenschap toelating geven tot programmatie van het structuuronderdeel onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers : 1° na schriftelijke aanvraag van het bestuur van de scholengemeenschap, ingediend bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk 1 mei van het voorafgaand schooljaar en vergezeld van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd onderhandelingscomité van de scholengemeenschap;en 2° na advies binnen 10 werkdagen van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de onderwijsinspectie.». Art. III.18. In artikel 198 van dezelfde codex worden de woorden « van het voorafgaand schooljaar, dient » vervangen door de woorden « van de twee voorafgaande schooljaren, dient op 1 september ». Art. III.19. Artikel 199 van dezelfde codex wordt opgeheven. Art. III.20. In artikel 200 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een punt 5° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° wordt door het schoolbestuur of de schoolbesturen in kwestie uiterlijk op 1 mei van het voorafgaand schooljaar gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten.»; 2° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « Ook een afbouw van een school, al dan niet als gevolg van het niet bereiken van de toepasbare rationalisatienorm, wordt door het schoolbestuur in kwestie uiterlijk op 1 mei van het voorafgaand schooljaar gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten.». Art. III.21. In artikel 222 van dezelfde codex wordt de aanduiding « § 1 » en vervolgens de eerste zin, opgeheven. Art. III.22. In artikel 226 van dezelfde codex wordt in punt 2° tussen de woorden « scholen en » en de woorden « ten minste » de woorden « , voor alle graden samen, » ingevoegd. Art. III.23. In artikel 234 van dezelfde codex wordt in punt 2° tussen de woorden « scholen en » en de woorden « ten minste » de woorden « , voor alle graden samen, » ingevoegd. Art. III.24. Aan deel IV, titel 1, hoofdstuk 6, afdeling 2, van dezelfde codex wordt een onderafdeling 6, met een artikel 251/1 toegevoegd, die luidt als volgt : « Onderafdeling 6. Personeel ten laste van het werkingsbudget Art. 251/1.Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 249 of van de Vlaamse Ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten betaalt het salaris of salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het schoolbestuur terug. ». Art. III.25. In artikel 274, § 1, van dezelfde codex wordt een punt 4 toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4. De fusie wordt door het schoolbestuur of de schoolbesturen in kwestie uiterlijk op 1 mei van het voorafgaand schooljaar gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. ». Art. III.26. Artikel 316 van dezelfde codex wordt opgeheven. Art. III.27. In artikel 318 van dezelfde codex worden de paragrafen 2 en 3 opgeheven. Art. III.28. In artikel 319 van dezelfde codex wordt paragraaf 3 opgeheven. Art. III.29. Aan deel V, titel 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van dezelfde codex wordt een onderafdeling 7, met een artikel 332/1 toegevoegd, die luidt als volgt : « Onderafdeling 7. Personeel ten laste van het werkingsbudget Artikel 332/1.Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 329 of van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten betaalt het salaris of salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het schoolbestuur terug. ». Art. III.30. In artikel 343 van dezelfde codex wordt in het tweede lid het woord « kwalificaties » vervangen door de woorden « erkende beroepskwalificaties ». Afdeling II. - Decreet betreffende het stelsel van leren en werken Art. III.31. In artikel 10 van het decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten5 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden « Om erkend te worden, moet een centrum aan alle onderstaande voorwaarden samen voldoen » vervangen door de woorden « Een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt erkend als aan alle onderstaande voorwaarden, die betrekking hebben hetzij op de opleiding in kwestie hetzij op de vestigingsplaats van het centrum dat het organiseert, samen is voldaan »;2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Uitsluitend voor een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs die wordt opgericht in een nieuw centrum dat niet ontstaat door een herstructurering van bestaande centra, dient het centrumbestuur, uiterlijk op 1 mei voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten, tot erkenning door de Vlaamse Regering. De opleiding wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. De eventuele erkenning kan plaatsvinden vanaf het schooljaar van oprichting van de betrokken opleiding. »; 3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De in de erkenning opgenomen opleidingen worden per schooljaar met een dienstbrief van het Agentschap voor Onderwijsdiensten bevestigd en meegedeeld aan het betrokken centrumbestuur. Enkel in het geval het centrum niet meer erkend is om bepaalde eindstudiebewijzen uit te reiken identiek aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, wordt dit in de dienstbrief vermeld. »; 4° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.De in de erkenning opgenomen opleidingen kunnen slechts worden ingericht in vestigingsplaatsen die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in § 1, 2°. De dienstbrief vermeld in § 3 bevat de vestigingsplaatsen waar de erkende opleidingen kunnen worden ingericht. Voorafgaand aan de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats per 1 september, dient het centrumbestuur uiterlijk op 1 mei een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten tot goedkeuring van die vestigingsplaats door de Vlaamse Regering. De vestigingsplaats wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. »; 5° een paragraaf 5 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5.Met inachtneming van artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten7 betreffende de kwaliteit van onderwijs, kan de Vlaamse Regering de erkenning van een centrum of een vestigingsplaats of opleiding ervan opheffen. Zij kan echter de opheffing van de erkenning ook beperken tot de opheffing van de bevoegdheid om bepaalde eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken. ». Art. III.32. In artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden « Om voor financiering of subsidiëring in aanmerking te komen, moet een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs aan alle onderstaande voorwaarden samen voldoen » vervangen door de woorden « Een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt gefinancierd of gesubsidieerd als aan alle onderstaande voorwaarden, die betrekking hebben hetzij op de opleiding in kwestie hetzij op de vestigingsplaats van het centrum dat het organiseert, samen is voldaan »;2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Uitsluitend voor een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs die wordt opgericht in een nieuw centrum dat niet ontstaat door een herstructurering van bestaande centra, dient het centrumbestuur, uiterlijk op 30 november voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten, tot financiering of subsidiëring door de Vlaamse Regering. De opleiding wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. De eventuele financiering of subsidiëring kan plaatsvinden vanaf het schooljaar van oprichting van de betrokken opleiding. »; 3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De in de financiering of subsidiëring opgenomen opleidingen worden per schooljaar met een dienstbrief van het Agentschap voor Onderwijsdiensten bevestigd en meegedeeld aan het betrokken centrumbestuur. »; 4° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.De in de financiering of subsidiëring opgenomen opleidingen kunnen slechts worden ingericht in vestigingsplaatsen die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 10, § 1, 2°. De dienstbrief vermeld in § 3 bevat de vestigingsplaatsen waar de gefinancierde of gesubsidieerde opleidingen kunnen worden ingericht. Voorafgaand aan de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats per 1 september, dient het centrumbestuur uiterlijk op 1 mei een aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten tot goedkeuring van die vestigingsplaats door de Vlaamse Regering. De vestigingsplaats wordt aan een onderwijsinspectie onderworpen. »; 5° een paragraaf 5 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5.Met behoud van de erkenning wordt de financiering of subsidiëring van een centrum dat niet meer voldoet aan alle financierings- of subsidiëringsvoorwaarden of een opleiding ervan die niet meer voldoet aan al die voorwaarden, door de Vlaamse Regering geheel of gedeeltelijk ingehouden. Die inhouding kan alleen op voorstel van de onderwijsinspectie als het gaat om de voorwaarden, vermeld in artikel 10, § 1, 2°, 4° en 5°. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvullende bepalingen voor die inhouding en regelt de beroepsprocedure. ». Art. III.33. In hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling I, van hetzelfde decreet wordt een artikel 13bis toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 13bis.Een fusie van centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt door het centrumbestuur of de centrumbesturen in kwestie uiterlijk op 1 mei van het voorafgaand schooljaar gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Een afbouw van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt door het centrumbestuur in kwestie uiterlijk op 1 mei van het voorafgaand schooljaar gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. ». Art. III.34. In artikel 15 van hetzelfde decreet worden het eerste en tweede lid vervangen door wat volgt : « Voor de erkenning, binnen de leertijd, van een opleiding van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen moeten alle voorwaarden als vermeld in artikel 37 van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/06/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998035829 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de hervorming van het hoger onderwijs in de kinesitherapie en de revalidatiewetenschappen in de Vlaamse Gemeenschap sluiten2 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, zijn vervuld. Als aan die voorwaarden niet meer wordt voldaan, kan de Vlaamse Regering, op voorstel van een college dat voor de helft is samengesteld uit leden van de onderwijsinspectie en voor de helft uit personeelsleden van Syntra Vlaanderen, de erkenning binnen de leertijd van een centrum of een opleiding ervan al dan niet geleidelijk opheffen. Zij kan evenwel de opheffing van de erkenning ook beperken tot de al dan niet geleidelijke opheffing van de bevoegdheid om eindstudiebewijzen, die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, uit te reiken. ». Art. III.35. In artikel 16 van hetzelfde decreet worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt : « Voor de subsidiëring, binnen de leertijd, van een opleiding van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen moeten alle voorwaarden als vermeld in artikel 38 van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/06/1998 pub. 08/08/1998 numac 1998035829 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de hervorming van het hoger onderwijs in de kinesitherapie en de revalidatiewetenschappen in de Vlaamse Gemeenschap sluiten2 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, zijn vervuld. Met behoud van de erkenning wordt de subsidiëring, binnen de leertijd, van een centrum dat niet meer voldoet aan alle subsidiëringsvoorwaarden of een opleiding ervan die niet meer voldoet aan al die voorwaarden, door Syntra Vlaanderen geheel of gedeeltelijk ingehouden. ». Art. III.36. In paragraaf 1 van artikel 19 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden in het punt 6° de woorden « georganiseerd worden » vervangen door de woorden « persoonlijke ontwikkelingstrajecten organiseren ». Art. III.37. In artikel 20, § 2, van het hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten8 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten9, worden tussen het woord « nieuw » en het woord « aanbod » de woorden « financierbaar of subsidieerbaar » ingevoegd. Art. III.38. In artikel 27 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten7 en het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten1, wordt in paragraaf 1, in het tweede lid, het punt 3° opgeheven. Art. III.39. In artikel 35 van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse Regering kan bijkomende bepalingen vastleggen met betrekking tot de organisatie van persoonlijke ontwikkelingstrajecten. ». Art. III.40. In artikel 40 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten7, vervangen door wat volgt : « Een jongere kan niet tot een opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs of in de leertijd worden toegelaten als hij al in het bezit is van een eindstudiebewijs van dezelfde opleiding, behaald in het secundair onderwijs, in het volwassenenonderwijs, in de leertijd of in de ondernemersopleiding. ». Art. III.41. Er wordt in hetzelfde decreet een artikel 69/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 69/1.De centra zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houders van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van uitreiking van het studiebewijs. Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de centra waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam. Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaalde studiebewijs worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen. ». Art. III.42. In artikel 89 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2010 en 8 juli 2011, wordt paragraaf 2 opgeheven. Art. III.43. In artikel 95 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten0 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2011, wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt : « § 1/1. Een herziening van het aantal deelnemersuren als vermeld in § 1, voor een bepaald centrum voor deeltijdse vorming kan slechts na indiening van een schriftelijke aanvraag door het betrokken centrumbestuur bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk 31 januari van het voorafgaand schooljaar. De toekenning van het aantal deelnemersuren als vermeld in § 1, voor een bepaald centrum voor deeltijdse vorming dat met de organisatie van persoonlijke ontwikkelingstrajecten later opstart dan het schooljaar vanaf wanneer het is erkend of heropstart na tijdelijke stopzetting, kan slechts na indiening van een schriftelijke aanvraag door het betrokken centrumbestuur bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk 31 januari van het voorafgaand schooljaar. De tijdelijke of definitieve stopzetting door een centrum voor deeltijdse vorming van de organisatie van persoonlijke ontwikkelingstrajecten waardoor het aantal deelnemersuren als vermeld in § 1, niet meer wordt toegekend, wordt door het betrokken centrumbestuur aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten meegedeeld uiterlijk 31 januari van het voorafgaand schooljaar. ». Art. III.44. Artikel 97 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Afdeling III. - Wijziging van besluiten van de Vlaamse Regering Art. III.45. In artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1991 tot bepaling van de werkvoorwaarden en de geldelijke regeling van de lesgevers in de leertijd en in de gecertificeerde opleidingen, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten5, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° voor de cursussen algemene vorming : a) een diploma hoger onderwijs;b) een diploma secundair onderwijs, of een gelijkwaardig diploma, en een bewijs van drie jaar relevante beroepservaring in een door de Vlaamse Gemeenschap erkend centrum voor de vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, in een centrum voor deeltijdse vorming of in een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs. Bovendien moeten de lesgevers uiterlijk twee jaar na hun eerste aanstelling een bewijs van pedagogische bekwaamheid of een bewijs van bijscholing van ten minste 120 uur voorleggen. Als een centrum geen lesgever vindt die voldoet aan de vereiste diploma's en bekwaamheidsbewijzen, kan het een lesgever aanstellen die beschikt over een diploma secundair onderwijs en een relevante beroepservaring. Deze lesgever dient uiterlijk binnen twee jaar na zijn eerste aanstelling te voldoen aan de vereiste diploma's en bekwaamheidsbewijzen. ». Art. III. 46. In artikel 1, paragraaf 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2000 tot vaststelling van de vakgebonden eindtermen van de tweede en de derde graad van het gewoon secundair onderwijs, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2012 en bekrachtigd bij het decreet van 11 mei 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het punt 2° worden de woorden « ofwel natuurwetenschappen ofwel fysica en/of chemie en/of biologie, maatschappelijke vorming of geschiedenis en/of aardrijkskunde » vervangen door de woorden « maatschappelijke vorming of natuurwetenschappen en geschiedenis en/of aardrijkskunde »;2° in het punt 6° worden de woorden « ofwel natuurwetenschappen ofwel fysica en/of chemie en/of biologie, maatschappelijke vorming of geschiedenis en/of aardrijkskunde » vervangen door de woorden « maatschappelijke vorming of natuurwetenschappen en geschiedenis en/of aardrijkskunde ». Afdeling IV. - Inwerkingtreding Art. III.47. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2013. Artikel III.22 en III.23 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2011. Artikel III.5, III.7, III.24, III.29, III.38, III.41 en III.42 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2012. Artikel III.14, III.15 en III.46 treden in werking op 1 september 2012, met uitzondering van artikel III.14, 1°, en artikel III.15, 1°, die in werking treden op : 1° 1 september 2013 voor wat betreft het tweede leerjaar van de tweede graad;2° 1 september 2014 voor wat betreft het eerste leerjaar van de derde graad;3° 1 september 2015 voor wat betreft het tweede leerjaar van de derde graad. Artikel III.3, III.4, III.6, III.17, III.18, III.19, III.20, III.21, III.25, III.31, III.32, III.33, III.34, III.35 en III.37 treden in werking op 1 januari 2013. HOOFDSTUK IV. - Levenslang leren Afdeling I. - Deeltijds kunstonderwijs Art. IV.1. In artikel 93quater van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt de zinsnede « in het schooljaar 2011-2012 en 2012-2013 » vervangen door de zinsnede « vanaf het schooljaar 2011-2012 »;2° in het tweede lid worden in 1° de woorden « vóór 1 maart » vervangen door de woorden « uiterlijk op 30 november ». Art. IV.2. In titel V van hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk V/1, met een artikel 100/1, toegevoegd, dat luidt als volgt : « Hoofdstuk V/1. Personeel ten laste van de werkingsmiddelen of van de eigen middelen Artikel 100/1.De inrichtende macht kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 3quater, in artikel 20 van het decreet van 4 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten4 betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.