← België

Decreet betreffende de algemene inspectiedienst

Kort samengevat

Dit decreet regelt de oprichting en de werking van een algemene inspectiedienst voor het onderwijs en psychisch-medisch-sociale centra (PMS-centra) in de Franse Gemeenschap. Het beschrijft de taken, structuur en bevoegdheden van deze inspectiedienst.

Wat het regelt

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
10 JANUARI 2019. - Decreet betreffende de algemene inspectiedienst Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: TITEL I. - DE ALGEMENE INSPECTIEDIENST HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.§ 1. Het onderhavige decreet is van toepassing op kleuteronderwijs, basis- en middelbaar onderwijs, onderwijs voor sociale promotie, kunstonderwijs en afstandsonderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. Het is ook van toepassing op psychisch-medisch-sociale centra ingericht en gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. § 2. Voor de toepassing van het onderhavige decreet moet worden verstaan onder: 1° `sturingscommissie': de sturingscommissie opgericht door het decreet van 27 maart 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2002 pub. 17/05/2002 numac 2002029247 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de begeleiding van het onderwijssysteem van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 27/03/2002 pub. 04/05/2002 numac 2002029228 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor kleuter-, lager, bijzonder, middelbaar, technisch en kunstonderwijs van de Franse Gemeenschap, van de internaten die van deze instellingen afhangen en van de personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen sluiten betreffende de sturing van het onderwijssysteem van de Franse Gemeenschap;2° `takendecreet': het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren;3° `onderwijs van het pedagogisch continuüm': de opleiding van het kleuteronderwijs, het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs, zoals bepaald in artikel 13, §§ 1, 2 en 3bis van het takendecreet;4° het `Institut de la formation en cours de carrière': het Instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan opgericht door het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029419 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029418 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het gespecialiseerd onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psychisch-medisch-sociale centra en tot oprichting van een instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan;5° `secundair overgangs- en kwalificatieonderwijs': de onderwijsopleiding bedoeld in de artikels 24 en 34 van het takendecreet;6° `scholen' of `onderwijsinrichtingen': de onderwijsinrichtingen. Voor de toepassing van de bepalingen betreffende de inspectie in het afstandsonderwijs, worden de scholen of onderwijsinrichtingen geacht tot het afstandsonderwijs te behoren; 7° `PMS-centra': de psychisch-medisch-sociale centra ingericht en gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;8° `zonedirecteur': het lid van de Algemene Dienst Sturing van scholen en psychisch-medisch-sociale centra bedoeld in artikel 3, § 2, 1°, van het decreet van 13 september 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten0 tot oprichting van de Algemene Dienst Sturing van scholen en psychisch-medisch-sociale centra en tot bepaling van het statuut van de zonedirecteurs en afgevaardigden voor de doelstellingenovereenkomst die, voor een bepaalde zone, met name bevoegd is voor de contractualiseringsprocedure van de sturingsplannen, voor de follow-up van de uitvoeringsgraad ervan en voor de evaluatie van de doelstellingenovereenkomsten bedoeld in artikel 67 van het takendecreet, voor de aanname en follow-up van de aanpassingshulpmiddelen bedoeld in artikel 68 van datzelfde decreet alsook voor de coördinatie van afgevaardigden van de doelstellingenovereenkomst;9° `afgevaardigde van de doelstellingenovereenkomst': het lid van de Algemene Dienst Sturing van scholen en psychisch-medisch-sociale centra bedoeld in artikel 3, § 2, 2°, van het decreet van 13 september 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten0 tot oprichting van de Algemene Dienst Sturing van scholen en psychisch-medisch-sociale centra en tot bepaling van het statuut van de zonedirecteurs en afgevaardigden voor de doelstellingenovereenkomst die, onder de bevoegdheid van de zonedirecteur, met name bevoegd is voor de contractualiseringsprocedure van de sturingsplannen, voor de follow-up van de uitvoeringsgraad ervan en voor de evaluatie van de doelstellingenovereenkomsten, alsook voor de contractualiseringsprocedure van de aanpassingshulpmiddelen, voor de follow-up en de evaluatie van de uitvoeringsgraad ervan en voor de evaluatie van de implementatie van de samenwerkingsprotocollen;10° `cel voor coördinatiebemiddeling': de cel voor coördinatiebemiddeling opgericht door artikel 61 van het takendecreet;11° `doelstellingenovereenkomst': de overeenkomst bedoeld in artikel 67, § 6, van het takendecreet;12° `sturingsplan': het plan bedoeld in artikel 67, § 2 het takendecreet;13° `aanpassingshulpmiddel': het hulpmiddel bedoeld in artikel 68, § 4, van het takendecreet;14° `samenwerkingsprotocol': het protocol bedoeld in artikel 68, § 7, van het takendecreet;15° `werkdagen': kalenderdagen behalve zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen. Art. 2.Voor de goede leesbaarheid van de tekst is het gebruik in onderhavig decreet van mannelijke namen voor de verschillende titels en functies gemeenslachtig, niettegenstaande de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van beroep. Art. 3.Bij de Regering wordt een algemene inspectiedienst opgericht, die onder leiding van een coördinerende inspecteur-generaal staat. De cel voor coördinatiebemiddeling voert de coördinatie tussen de algemene inspectiedienst en de Algemene Dienst Sturing van scholen en psychisch-medisch-sociale centra, alsook de coördinatie tussen beide hiervoor genoemde algemene diensten en de diensten en directies binnen de algemene directie voor begeleiding van het onderwijssysteem. Die algemene inspectiedienst bestaat uit de volgende diensten: 1° een inspectiedienst voor het onderwijs van het pedagogisch continuüm, onder leiding van een inspecteur-generaal en vijf coördinerende inspecteurs die, onder leiding van de inspecteur-generaal, belast zijn met de coördinatie van de inspectietaken op het niveau van het onderwijs van het pedagogisch continuüm;2° een inspectiedienst voor het secundair overgangs- en kwalificatieonderwijs, onder leiding van een inspecteur-generaal en twee coördinerende inspecteurs die, onder leiding van de inspecteur-generaal, belast zijn met de coördinatie van de inspectietaken op het niveau van het secundair overgangs- en kwalificatieonderwijs;3° een inspectiedienst voor het onderwijs voor sociale promotie en het afstandsonderwijs van de Franse Gemeenschap met e-learning, onder leiding van een coördinerende inspecteur die belast is met de coördinatie van inspectietaken op het niveau van het onderwijs voor sociale promotie en het afstandsonderwijs;4° een inspectiedienst voor het kunstonderwijs, onder leiding van een coördinerende inspecteur die belast is met de coördinatie van de inspectietaken op het niveau van het kunstonderwijs;5° een inspectiedienst voor het kunstonderwijs, onder leiding van een coördinerende inspecteur die belast is met de coördinatie van de inspectietaken op het niveau van het kunstonderwijs; De algemene inspectiedienst krijgt administratieve hulp van de Algemene Dienst Sturing van het onderwijssysteem. HOOFDSTUK II. - De algemene inspectiedienst Art. 4.§ 1. De inspectiediensten bedoeld in artikel 3, lid 3, 1° tot 2°, worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met audits die betrekking hebben op: 1° de inrichtingen waarvoor de cel voor coördinatiebemiddeling de auditaanvraag van een lid van de Algemene Dienst Sturing van scholen en psychisch-medisch-sociale centra of door de betrokken inrichtende macht valideert, ofwel in het geval van weigering of ongeschiktheid van een inrichting om haar sturingsplan op te stellen, ofwel na de tussentijdse of eindevaluatie van de doelstellingenovereenkomst zoals bedoeld in artikel 67, § 9, van het takendecreet;2° de inrichtingen waarvan de prestaties aanzienlijk afwijken in de zin van artikel 68, § 1, van het takendecreet. De Regering bepaalt de algemene methodologie op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. Voor elke audit legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik en de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting en de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke audit moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een diagnose worden opgesteld, die is opgenomen in een verslag waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal, en bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling alsook de gecontroleerde inrichting. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een audit, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in paragraaf 3, moet dit worden vermeld in het in lid 4 genoemde verslag. Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 2. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met de evaluatietaken met betrekking tot de implementatie van een pedagogisch of educatief hulpmiddel binnen het school- of educatief systeem in toepassing van een decretale of reglementaire bepaling of in toepassing van een experimenteel hulpmiddel waarvoor de Regering de toestemming heeft gegeven. De Regering bepaalt de nadere regels op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering, eventueel geformuleerd op voordracht van de Algemene Inspectiedienst, via de cel voor coördinatiebemiddeling. Voor elke evaluatietaak legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik en de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting en de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke evaluatietaak moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal, en bedoeld voor de Regering via de cel voor coördinatiebemiddeling. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een evaluatietaak, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 3, moet dit worden vermeld in het in lid 5 genoemde verslag Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 3. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met de specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taken met betrekking tot een vermoeden van een of meer ernstige tekortkoming(en), vermeld in het verslag opgesteld in het kader van een in lid 1 of 2 bedoelde taak of op vraag van de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs. De volgende tekortkomingen zijn, in de zin van lid 1, ernstige tekortkomingen: 1° de naleving van de artikels 6, 8, 10, 12, 13, 15, 16, § 3, 24, 34 en 78 van het takendecreet;2° het studieniveau zoals gepreciseerd in de artikels 20, 31 en 55 van het takendecreet;3° de naleving van de studieprogramma's die door de Regering werden vastgelegd of goedgekeurd overeenkomstig de artikels 17, 27, 36 en 50 van het takendecreet;4° de naleving van de artikels 2, 8, 27, 45, 46, 48, 50, 51, 54, 55 en 57 van het decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2004 pub. 03/06/2004 numac 2004029137 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs sluiten houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs;5° de samenhang van de praktijken, met inbegrip van de evaluatiepraktijken;6° de geschiktheid van het didactisch materiaal en de schooluitrusting voor de pedagogische noodwendigheden;7° de segregatiemechanismen;8° de naleving van de regels inzake kosteloosheid;9° de naleving van de neutraliteit, waar die neutraliteit verplicht is;10° de naleving van de decreetvoorschriften inzake opleiding tijdens de loopbaan. In het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs wordt de taak bedoeld in lid 1 uitgeoefend in het kader van het toezicht op de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies, zoals bepaald in artikel 24, § 2, lid 2, 2°, en § 2bis, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. De Regering bepaalt de nadere regels en de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van verplicht onderwijs of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. Voor elke in lid 1 bedoelde taak, bepaalt de cel voor coördinatiebemiddeling, in voorkomend geval uitgebreid met de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van verplicht onderwijs de omvang en de grenzen van het aan de Algemene Inspectiedienst toegekende mandaat voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting en de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen en raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak en wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal en aan de betrokken inrichtende macht. De inrichtende macht die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 7, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 4. De in lid 1 bedoelde inspectiediensten worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met taken met betrekking tot het beoordelen van de pedagogische vaardigheden van een personeelslid van het opvoedingsteam in het licht van de naleving van de maatstaven en de programma's. De Regering bepaalt de nadere regels en de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd na een met redenen omkleed verzoek van de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs, gericht aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. De ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem stemt, na analyse van het in lid 3 bedoelde verzoek, al dan niet in met de uitvoering van de taak en maakt zijn beslissing over aan de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of aan de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs. Voor elke specifieke taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen en raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak en wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal, die het op zijn beurt overmaakt aan de betrokken inrichtende macht. Deze laatste legt het voor visum voor aan het personeelslid dat er, in voorkomend geval, zijn eigen opmerkingen aan toevoegt. Het verslag, samen met de eventuele opmerkingen van het personeelslid, wordt vervolgens overgemaakt aan de bevoegde coördinerende inspecteur-generaal, via de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal. De inrichtende macht die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 5, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 5. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met de taken van pedagogische bekwaamheid voor ondersteuning in het kader van: 1° het opvatten van externe evaluaties die niet met een getuigschrift worden bekrachtigd, alsook het analyseren en gebruiken van de resultaten op het niveau van de schoolinrichtingen, met name door het opvatten van didactische pistes;2° het opvatten van externe evaluaties die met een getuigschrift worden bekrachtigd en het corrigeren door de scholen;3° het opvatten van de evaluatiehulpmiddelen bedoeld in de artikels 19, 29, 38 en 52 van het takendecreet. § 6. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met: 1° het analyseren van de studieprogramma's bedoeld in de artikels 17, 27, 36 en 50 van het takendecreet en het opstellen van een advies over de conformiteit ervan met de maatstaven aan de sturingscommissie;2° het geven van adviezen en formuleren van voorstellen, op eigen initiatief of op aanvraag van de Regering, over alles wat tot hun bevoegdheid behoort;3° het deelnemen aan werkgroepen, commissies en raden, krachtens de wetten, decreten en verordeningen;4° het samenwerken met de inrichtingen voor hoger onderwijs belast met de initiële opleiding van lesgevers in het kader en volgens de door de Regering te bepalen voorwaarden;5° het uitvoeren van alle andere taken die aan hen worden toevertrouwd door of krachtens de wetten, decreten en verordeningen. § 7. Afhankelijk van de noodwendigheden worden de taken bedoeld in onderhavig artikel uitgevoerd door een of meer leden van de algemene inspectiedienst. Deze taken worden uitgevoerd op aanvullende wijze, op voorwaarde dat een audit nooit in een inrichting mag worden uitgevoerd tegelijkertijd met een evaluatietaak, een specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taak of een taak die betrekking heeft op de beoordeling van de pedagogische vaardigheden van een personeelslid van het opvoedingsteam. Met inachtneming van de eigen methodologie en doelstellingen van de algemene inspectiedienst en met inachtneming van het mandaat op basis waarvan de taken worden uitgevoerd, hebben de inspecteurs belast met de taken bedoeld in lid 1, 2, 3 en 4, onder de verantwoordelijkheid van de coördinerende inspecteur-generaal, toegang tot de kwantitatieve gegevens in verband met het aantal leerlingen die falen, blijven zitten of overstappen naar een andere inrichting en tot de archieven. Ze kunnen hun beoordelingen baseren op feiten die inzonderheid werden vastgesteld naar aanleiding van de begeleiding van cursussen en activiteiten, van het onderzoek van voorbereidingen, werken en documenten van leerlingen, van de resultaten die werden behaald bij de externe evaluaties die niet met getuigschriften worden bekrachtigd en door het analyseren van de hiervoor genoemde kwantitatieve gegevens. Art. 5.§ 1. In het kader van zijn bevoegdheden met betrekking tot onderwijs voor sociale promotie, wordt de inspectiedienst bedoeld in artikel 3, lid 3, 3°, belast met audits die betrekking hebben op de inrichtingen waarvoor de cel voor coördinatiebemiddeling de auditaanvraag van de diensten van de Regering of van de betrokken inrichtende macht valideert op basis van algemene doelstellingen bepaald door de Regering krachtens wetten, decreten en verordeningen van het onderwijs voor sociale promotie. De Regering bepaalt de algemene methodologie op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. Voor elke audit legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik en de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting en de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke audit moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een diagnose worden opgesteld, die is opgenomen in een verslag waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal, en bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling alsook de gecontroleerde inrichting. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een audit, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 4, moet dit worden vermeld in het in lid 3 genoemde verslag. Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 2. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met de evaluatietaken met betrekking tot de implementatie van specifieke pedagogische of educatieve hulpmiddelen van het onderwijs voor sociale promotie in toepassing van een decretale of reglementaire bepaling of in toepassing van een experimenteel hulpmiddel waarvoor de Regering de toestemming heeft gegeven. In het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs wordt de taak bedoeld in lid 1 uitgeoefend in het kader van het toezicht op de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies, zoals bepaald in artikel 24, § 2, lid 2, 2°, en § 2bis, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. De Regering bepaalt de nadere regels op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering, eventueel geformuleerd op voordracht van de algemene inspectiedienst, via de cel voor coördinatiebemiddeling. Voor elke evaluatietaak legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik en de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting en de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke evaluatietaak moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal, en bedoeld voor de Regering via de cel voor coördinatiebemiddeling. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Na afloop van het meerjarenplan wordt een verslag over de toestand, de analyse en de conformiteit van de geëvalueerde pedagogische en educatieve hulpmiddelen van het onderwijs voor sociale promotie langs hiërarchische weg overgemaakt aan de cel voor coördinatiebemiddeling en de Regering. Indien, in het kader van het mandaat van een evaluatietaak, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 4, moet dit worden vermeld in het in lid 6 genoemde verslag Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 3. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met evaluatietaken met betrekking tot de implementatie van specifieke pedagogische hulpmiddelen van afstandsonderwijs van de Franse Gemeenschap met e-learning. De Regering bepaalt de nadere regels op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering, eventueel geformuleerd op voordracht van de algemene inspectiedienst, via de cel voor coördinatiebemiddeling. Voor elke evaluatietaak legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik en de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting en de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke evaluatietaak moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal, en bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een evaluatietaak, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 4, moet dit worden vermeld in het in lid 5 genoemde verslag Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 4. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taken van het onderwijs voor sociale promotie met betrekking tot: 1° het studieniveau met verwijzing naar de pedagogische dossiers die voorlopig of definitief door de Regering worden goedgekeurd, wanneer een leemte of een bijzondere uitdaging werd ontdekt, die een objectieve externe diagnose vereist;2° het vermoeden van een of meer ernstige tekortkomingen in het verslag opgesteld in het kader van een taak bedoeld in lid 1 of 2 of gemeld door de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. De volgende vastgestelde of opgegeven tekortkomingen zijn, in de zin van lid 1, 2°, ernstige tekortkomingen: 1° de naleving van de artikels 7, 8, 10, 11, 13, 14, 26, 31, 34, 36, 37, 40, 42, 53, 57, 58, 60, 64, 67, 68, 70 en 120 van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs;2° de naleving van de pedagogische dossiers of van de programma's die voorlopig of definitief door de Regering worden goedgekeurd overeenkomstig de geldende regelgeving;3° de samenhang tussen de praktijken en het pedagogisch dossier, met inbegrip van de evaluatie- en valorisatiepraktijken van de verworven kennis;4° de geschiktheid van het didactische en digitale materiaal en de schooluitrusting voor de pedagogische noodwendigheden;5° de segregatiemechanismen;6° de naleving van de neutraliteit, waar die neutraliteit verplicht is;7° de naleving van de decreetvoorschriften inzake opleiding tijdens de loopbaan. In het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs wordt de taak bedoeld in lid 1 uitgeoefend in het kader van het toezicht op de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies, zoals bepaald in artikel 24, § 2, lid 2, 2°, en § 2bis, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. De Regering bepaalt de nadere regels en de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. De in lid, 1° bedoelde taken worden uitgevoerd na een met redenen omkleed verzoek van de betrokken inrichtende macht via de betrokken coördinerende inspecteur. Voor elke in lid 1 bedoelde taak, bepaalt de cel voor coördinatiebemiddeling, in voorkomend geval uitgebreid met de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de omvang en de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting en de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen en raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak en wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal en aan de betrokken inrichtende macht. De inrichtende macht die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 8, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 5. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taken van het afstandsonderwijs van de Franse Gemeenschap met e-learning met betrekking tot: 1° het studieniveau zoals bepaald in de artikels 20, 31 en 55 van het takendecreet, met verwijzing naar het referentiesysteem voor de basisvaardigheden, de vereiste kennis en de eindvaardigheden, de opleidingsprofielen en, wanneer die niet bestaan, met verwijzing naar de door de Regering vastgelegde of goedgekeurde programma's, wanneer een leemte of een bijzondere uitdaging werd ontdekt, die een objectieve externe diagnose vereist;2° een of meer ernstige tekortkomingen in het verslag opgesteld in het kader van een taak bedoeld in lid 3 of op verzoek van de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. De Regering bepaalt de nadere regels en de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. Voor elke specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen en raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak en wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal, die het op zijn beurt overmaakt aan de directeur van het afstandsonderwijs met e-learning en aan de Regering. De directeur van het afstandsonderwijs met e-learning die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 4, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 6. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met taken met betrekking tot het beoordelen van de pedagogische vaardigheden van een personeelslid van het opvoedingsteam in het onderwijs voor sociale promotie, in het licht van de naleving van de programma's. De Regering bepaalt de nadere regels en de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd na een met redenen omkleed verzoek van de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs, gericht aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. De ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem stemt, na analyse van het in lid 3 bedoelde verzoek, al dan niet in met de uitvoering van de taak en maakt zijn beslissing over aan de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of aan de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs. Voor elke specifieke taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen en raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak en wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal, die het op zijn beurt overmaakt aan de betrokken inrichtende macht. Deze laatste legt het voor visum voor aan het personeelslid dat er, in voorkomend geval, zijn eigen opmerkingen aan toevoegt. Het verslag, samen met de eventuele opmerkingen van het personeelslid, wordt vervolgens overgemaakt aan de bevoegde coördinerende inspecteur-generaal, via de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal. De inrichtende macht die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 5, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 7. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met taken met betrekking tot het beoordelen van de pedagogische vaardigheden van een personeelslid van het opvoedingsteam in het afstandsonderwijs van de Franse Gemeenschap met e-learning, in het licht van de naleving van de programma's. De Regering bepaalt de nadere regels en de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd na een met redenen omkleed verzoek van de directeur in het afstandsonderwijs met e-learning, gericht aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. De ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem stemt, na analyse van het in lid 3 bedoelde verzoek, al dan niet in met de uitvoering van de taak en maakt zijn beslissing over aan de betrokken directeur. Voor elke specifieke taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen en raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak en wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal, die het op zijn beurt overmaakt aan de betrokken directeur. Deze laatste legt het voor visum voor aan het personeelslid dat er, in voorkomend geval, zijn eigen opmerkingen aan toevoegt. Het verslag, samen met de eventuele opmerkingen van het personeelslid, wordt vervolgens overgemaakt aan de bevoegde coördinerende inspecteur-generaal, via de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal. De directeur van het afstandsonderwijs met e-learning die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld, moet deze beslissing binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 5, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 8. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met taken van pedagogische vaardigheden voor ondersteuning in het kader van het uitbrengen van advies over: 1° redelijke aanpassingen van pedagogische aard op verzoek van de inrichtende macht van een inrichting;2° pedagogische hulpmiddelen verbonden met de digitalisering van het onderwijs voor sociale promotie, via e-learning, informatie- en communicatietechnologieën voor het onderwijs en van het afstandsponderwijs van de Franse Gemeenschap met e-learning;3° de valorisatie van nuttige ervaring in het hoger onderwijs voor sociale promotie;4° de modules voor afstandsonderwijs met e-learning en naleving van het programma. § 9. De inspectiedienst bedoeld in paragraaf 1 wordt belast met: 1° het analyseren van pedagogische dossiers van secties en eenheden van het onderwijs voor sociale promotie en het opstellen van adviezen voor de dossiers die een voorlopige goedkeuring zouden moeten krijgen;2° het geven van adviezen en formuleren van voorstellen, op eigen initiatief of op aanvraag van de Regering, over alles wat tot hun bevoegdheid behoort;3° het deelnemen aan werkgroepen, commissies en raden, krachtens de wetten, decreten en verordeningen;4° het samenwerken met de inrichtingen voor hoger onderwijs belast met de initiële opleiding van lesgevers in het kader en volgens de door de Regering te bepalen voorwaarden;5° het uitvoeren van alle andere taken die aan hen worden toevertrouwd door of krachtens de wetten, decreten en verordeningen. § 10. Afhankelijk van de noodwendigheden worden de taken bedoeld in onderhavig artikel uitgevoerd door een of meer leden van de algemene inspectiedienst. Deze taken worden uitgevoerd op aanvullende wijze, op voorwaarde dat een audit bedoeld in lid 1 nooit in een inrichting mag worden uitgevoerd tegelijkertijd met een evaluatietaak, een specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taak of een taak die betrekking heeft op de beoordeling van de pedagogische vaardigheden van een personeelslid van het opvoedingsteam. Met inachtneming van de eigen methodologie en doelstellingen en met inachtneming van het mandaat op basis waarvan de taken worden uitgevoerd, kunnen de inspecteurs, via de coördinerende inspecteur, voor de taken bedoeld in lid 1, 2, 4 en 8, een beroep doen op de cel voor sturing om nuttige kwantitatieve gegevens voor het onderzoek te verzamelen. Ze kunnen hun beoordelingen baseren op feiten die inzonderheid werden vastgesteld naar aanleiding van de begeleiding van cursussen en activiteiten, van het onderzoek van voorbereidingen, werken en documenten van leerlingen/studenten, van de resultaten die werden behaald bij de externe evaluaties die niet met getuigschriften worden bekrachtigd en door het analyseren van de hiervoor genoemde kwantitatieve gegevens. Met inachtneming van de eigen methodologie en doelstellingen en met inachtneming van het mandaat op basis waarvan de taken worden uitgevoerd, hebben de leden van de algemene inspectiedienst, voor de taken bedoeld in lid 3, 5 en 8, toegang tot de kwantitatieve gegevens met een verzoek aan de raad voor overleg en sturing van e-learning. Ze kunnen hun beoordelingen baseren op feiten die inzonderheid werden vastgesteld door het onderzoeken van voorbereidingen, werken en documenten van leerlingen/studenten en de resultaten die werden behaald bij de evaluaties en door het analyseren van de hiervoor genoemde kwantitatieve gegevens en/of het resultaat van de gevoerde kwalitatieve onderzoeken. Art. 6.§ 1. In het kader van zijn bevoegdheden betreffende kunstonderwijs wordt de inspectiedienst bedoeld in artikel 3, lid 3, 4°, belast met de evaluatietaken met betrekking tot de implementatie van een pedagogisch of educatief hulpmiddel binnen het school- of educatief systeem in toepassing van een decretale of reglementaire bepaling of in toepassing van een experimenteel hulpmiddel waarvoor de Regering de toestemming heeft gegeven. De Regering bepaalt de nadere regels op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering, eventueel geformuleerd op voordracht van de algemene inspectiedienst, via de cel voor coördinatiebemiddeling. Voor elke evaluatietaak legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik en de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting en de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke evaluatietaak moet, binnen de 30 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal, en bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een evaluatietaak, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 2, moet dit worden vermeld in het in lid 5 genoemde verslag Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 2. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met de specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taken met betrekking tot: 1° de organisatie en het studieniveau zoals bepaald in de artikels 3 tot 28 van het decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap wanneer een leemte of een bijzondere uitdaging werd ontdekt, die een objectieve externe diagnose vereist;2° een of meer ernstige tekortkomingen in het verslag opgesteld in het kader van een taak bedoeld in lid 1 of op verzoek van de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. De volgende vastgestelde of opgegeven tekortkomingen zijn, in de zin van lid 1, 2°, ernstige tekortkomingen: 1° de naleving van de artikels 6, 8, 10, 12, 13, 15, 16, § 3, 24, 34 en 78 van het takendecreet, de artikels 3 en 4 van het decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten hiervoor;2° de naleving van de studieprogramma's die door de Regering werden vastgelegd of goedgekeurd overeenkomstig de artikels 27, 68 en 70 van het takendecreet, de artikels 4, 20, 21 en 22 van het hiervoor genoemde decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten;3° de samenhang van de praktijken, met inbegrip van de evaluatiepraktijken;4° de geschiktheid van het didactisch materiaal en de schooluitrusting voor de pedagogische noodwendigheden;5° de segregatiemechanismen;6° de naleving van de neutraliteit, waar die neutraliteit verplicht is;7° de naleving van de decreetvoorschriften inzake opleiding tijdens de loopbaan. In het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs wordt de taak bedoeld in lid 1 uitgeoefend in het kader van het toezicht op de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies, zoals bepaald in artikel 24, § 2, lid 2, 2°, en § 2bis, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. De Regering bepaalt de nadere regels en de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. Voor elke specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taak, bepaalt de cel voor coördinatiebemiddeling, in voorkomend geval uitgebreid met de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de omvang en de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling inrichting en de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taak moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen en raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak en wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal, die het, naargelang van het geval, op zijn beurt overmaakt aan de directeur van de inrichting en aan de Regering of aan de betrokken inrichtende macht. § 3. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met de taken met betrekking tot het beoordelen van de pedagogische vaardigheden van een lesgever. De Regering bepaalt de nadere regels en de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd na een met redenen omkleed verzoek van de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs, gericht aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. De ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem stemt, na analyse van het in lid 3 bedoelde verzoek, al dan niet in met de uitvoering van de taak en maakt zijn beslissing over aan de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of aan de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs. Voor elke specifieke taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen en raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak en wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal die het op zijn beurt overmaakt aan de directeur van de door de Franse Gemeenschap ingerichte inrichting of aan de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs. Deze laatste legt het voor visum voor aan het personeelslid dat er, in voorkomend geval, zijn eigen opmerkingen aan toevoegt. Het verslag, samen met de eventuele opmerkingen van het personeelslid, wordt vervolgens overgemaakt aan de bevoegde coördinerende inspecteur-generaal, via de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal. De inrichtende macht of zijn afgevaardigde die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 5, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 4. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met taken van pedagogische vaardigheden voor ondersteuning in het kader van: 1° het opvatten van evaluaties die leiden tot het uitreiken van getuigschriften en diploma's in het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan;2° het uitbreiden van netwerkoverschrijdende lesprogramma's;3° het opleiden tijdens de loopbaan overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/03/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. § 5. De inspectiedienst bedoeld in paragraaf 1 wordt belast met: 1° het analyseren van studieprogramma's die door de Regering werden vastgelegd of goedgekeurd overeenkomstig de artikels 27, 68 en 70 van het takendecreet, de artikels 4, 20, 21 en 22 van het decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat erop gericht is alle leerlingen toegang te geven tot het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan, de bepalingen van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 mei 2009 tot vaststelling van de regels ter goedkeuring van de programma's van de cursussen in het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, alsook het opstellen van conformiteitsadviezen;2° het geven van adviezen en formuleren van voorstellen, op eigen initiatief of op aanvraag van de Regering, over alles wat tot hun bevoegdheid behoort;3° het deelnemen aan werkgroepen, commissies en raden, krachtens de wetten, decreten en verordeningen;4° het samenwerken met de inrichtingen voor hoger onderwijs belast met de initiële opleiding van lesgevers in het kader en volgens de door de Regering te bepalen voorwaarden;5° het uitvoeren van alle andere taken die aan hen worden toevertrouwd door of krachtens de wetten, decreten en verordeningen. § 6. Afhankelijk van de noodwendigheden worden de taken bedoeld in onderhavig artikel uitgevoerd door een of meer leden van de algemene inspectiedienst. Deze taken worden uitgevoerd op aanvullende wijze. Met inachtneming van de eigen methodologie en doelstellingen en met inachtneming van het mandaat op basis waarvan de taken worden uitgevoerd, hebben de leden van de algemene inspectiedienst, voor de taken bedoeld in lid 1 en 2, toegang tot de kwantitatieve gegevens van de inrichting, met name die in verband met het aantal leerlingen die falen, blijven zitten of overstappen naar een andere inrichting en tot de archieven. Ze kunnen hun beoordelingen baseren op feiten die inzonderheid werden vastgesteld naar aanleiding van de begeleiding van cursussen en activiteiten, van het onderzoek van voorbereidingen, werken en documenten van leerlingen/studenten, van de resultaten die werden behaald bij de externe evaluaties die niet met getuigschriften worden bekrachtigd en door het analyseren van de hiervoor genoemde kwantitatieve gegevens. Art. 7.§ 1. In het kader van zijn bevoegdheden met betrekking tot psychisch-medisch-sociale centra, wordt de inspectiedienst bedoeld in artikel 3, lid 3, 5°, belast met audits die betrekking hebben op de psychisch-medisch-sociale centra waarvoor de cel voor coördinatiebemiddeling de auditaanvraag van de diensten van de Regering of van de betrokken inrichtende macht valideert op basis van de implementatie van de door de Regering bepaalde algemene en prioritaire taken krachtens wetten, decreten en verordeningen betreffende psychisch-medisch-sociale centra. De Regering bepaalt de algemene methodologie op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. Voor elke audit legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik en de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting en de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke audit moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een diagnose worden opgesteld, die is opgenomen in een verslag waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal, en bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling alsook de gecontroleerde inrichting. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een audit, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 3, moet dit worden vermeld in het in lid 3 genoemde verslag. Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 2. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met de evaluatietaken die betrekking hebben op de uitvoering van de taken toegekend aan de psychisch-medisch-sociale centra en de naleving van de wettelijke en deontologische verplichtingen. De Regering bepaalt de nadere regels op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering, eventueel geformuleerd op voordracht van de algemene inspectiedienst, via de cel voor coördinatiebemiddeling. Voor elke evaluatietaak legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik en de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting en de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke evaluatietaak moet, binnen de 30 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal, en bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een evaluatietaak, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 3, moet dit worden vermeld in het in lid 5 genoemde verslag. Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 3. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden belast met de specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taken met betrekking tot een of meer ernstige tekortkomingen, vermeld in het verslag opgesteld in het kader van een in lid 1 of 2 bedoelde taak of op vraag van de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van verplicht onderwijs. De volgende vastgestelde of opgegeven tekortkomingen zijn, in de zin van lid 1 ernstige tekortkomingen: 1° de naleving van de wettelijke verplichtingen en de deontologische regels;2° de geschiktheid van het materiaal aan de behoeften van de taken van de centra;3° de samenhang van de praktijken, met inbegrip van de evaluatiepraktijken;4° de segregatiemechanismen, met inbegrip van het niet-detecteren van deze mechanismen;5° de naleving van de neutraliteit, waar die neutraliteit verplicht is;6° de naleving van de decreetvoorschriften inzake opleiding tijdens de loopbaan. In het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs wordt de taak bedoeld in lid 1 uitgeoefend in het kader van het toezicht op de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies, zo …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.