Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet betreffende de algemene inspectiedienst

Kort samengevat

Dit decreet regelt de oprichting en de werking van een algemene inspectiedienst voor het onderwijs en psychisch-medisch-sociale centra (PMS-centra) in de Franse Gemeenschap. Het beschrijft de taken, structuur en bevoegdheden van deze inspectiedienst.

Wat het regelt

  • De organisatie en samenstelling van de algemene inspectiedienst.
  • De taken van de inspectiediensten, waaronder audits en evaluaties.
  • De coördinatie tussen de inspectiedienst en andere diensten binnen het onderwijssysteem.
  • De procedures voor het vaststellen en rapporteren van ernstige tekortkomingen.

Wie het betreft

  • Kleuteronderwijs, basis- en middelbaar onderwijs, onderwijs voor sociale promotie, kunstonderwijs en afstandsonderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.
  • Psychisch-medisch-sociale centra (PMS-centra) ingericht en gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

Kernpunten

  • Er wordt een algemene inspectiedienst opgericht onder leiding van een coördinerende inspecteur-generaal.
  • De inspectiedienst voert audits uit bij inrichtingen die weigeren een sturingsplan op te stellen, of na evaluatie van doelstellingenovereenkomsten, of bij inrichtingen met aanzienlijk afwijkende prestaties.
  • De inspectiedienst voert evaluatietaken uit betreffende de implementatie van pedagogische of educatieve hulpmiddelen.
  • Ernstige tekortkomingen, zoals het niet naleven van bepaalde artikelen van het takendecreet of het studieniveau, leiden tot specifieke onderzoeks- en toezichthoudende taken.
  • Diagnoses en verslagen van audits en evaluaties moeten binnen 15 werkdagen na voltooiing worden opgesteld.
Wettekst
Wettekst

10 JANUARI 2019. - Decreet betreffende de algemene inspectiedienst Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen

Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: TITEL I. - DE ALGEMENE INSPECTIEDIENST HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.§ 1. Het onderhavige decreet is van toepassing op kleuteronderwijs, basis-

middelbaar onderwijs, onderwijs voor sociale promotie, kunstonderwijs

afstandsonderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. Het is ook van toepassing op psychisch-medisch-sociale centra ingericht

gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. § 2. Voor de toepassing van het onderhavige decreet moet worden verstaan onder: 1° `sturingscommissie': de sturingscommissie opgericht door het decreet van 27 maart 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2002 pub. 17/05/2002 numac 2002029247 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de begeleiding van het onderwijssysteem van de Franse Gemeenschap type decreet prom. 27/03/2002 pub. 04/05/2002 numac 2002029228 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs-

onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel

van het sociaal personeel van de inrichtingen voor kleuter-, lager, bijzonder, middelbaar, technisch

kunstonderwijs van de Franse Gemeenschap, van de internaten die van deze instellingen afhangen

van de personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen sluiten betreffende de sturing van het onderwijssysteem van de Franse Gemeenschap;2° `takendecreet': het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs

van het secundair onderwijs

de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs

van het secundair onderwijs

de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren;3° `onderwijs van het pedagogisch continuüm': de opleiding van het kleuteronderwijs, het basisonderwijs

de eerste graad van het secundair onderwijs, zoals bepaald in artikel 13, §§ 1, 2

3bis van het takendecreet;4° het `Institut de la formation

cours de carrière': het Instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan opgericht door het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029419 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs

de psycho-medisch-sociale centra

tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029418 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het gespecialiseerd onderwijs, het gewoon secundair onderwijs

de psychisch-medisch-sociale centra

tot oprichting van een instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan;5° `secundair overgangs-

kwalificatieonderwijs': de onderwijsopleiding bedoeld in de artikels 24

34 van het takendecreet;6° `scholen' of `onderwijsinrichtingen': de onderwijsinrichtingen. Voor de toepassing van de bepalingen betreffende de inspectie in het afstandsonderwijs, worden de scholen of onderwijsinrichtingen geacht tot het afstandsonderwijs te behoren; 7° `PMS-centra': de psychisch-medisch-sociale centra ingericht

gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;8° `zonedirecteur': het lid van de Algemene Dienst Sturing van scholen

psychisch-medisch-sociale centra bedoeld in artikel 3, § 2, 1°, van het decreet van 13 september 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten0 tot oprichting van de Algemene Dienst Sturing van scholen

psychisch-medisch-sociale centra

tot bepaling van het statuut van de zonedirecteurs

afgevaardigden voor de doelstellingenovereenkomst die, voor een bepaalde zone, met name bevoegd is voor de contractualiseringsprocedure van de sturingsplannen, voor de follow-up van de uitvoeringsgraad ervan

voor de evaluatie van de doelstellingenovereenkomsten bedoeld in artikel 67 van het takendecreet, voor de aanname

follow-up van de aanpassingshulpmiddelen bedoeld in artikel 68 van datzelfde decreet alsook voor de coördinatie van afgevaardigden van de doelstellingenovereenkomst;9° `afgevaardigde van de doelstellingenovereenkomst': het lid van de Algemene Dienst Sturing van scholen

psychisch-medisch-sociale centra bedoeld in artikel 3, § 2, 2°, van het decreet van 13 september 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten0 tot oprichting van de Algemene Dienst Sturing van scholen

psychisch-medisch-sociale centra

tot bepaling van het statuut van de zonedirecteurs

afgevaardigden voor de doelstellingenovereenkomst die, onder de bevoegdheid van de zonedirecteur, met name bevoegd is voor de contractualiseringsprocedure van de sturingsplannen, voor de follow-up van de uitvoeringsgraad ervan

voor de evaluatie van de doelstellingenovereenkomsten, alsook voor de contractualiseringsprocedure van de aanpassingshulpmiddelen, voor de follow-up

de evaluatie van de uitvoeringsgraad ervan

voor de evaluatie van de implementatie van de samenwerkingsprotocollen;10° `cel voor coördinatiebemiddeling': de cel voor coördinatiebemiddeling opgericht door artikel 61 van het takendecreet;11° `doelstellingenovereenkomst': de overeenkomst bedoeld in artikel 67, § 6, van het takendecreet;12° `sturingsplan': het plan bedoeld in artikel 67, § 2 het takendecreet;13° `aanpassingshulpmiddel': het hulpmiddel bedoeld in artikel 68, § 4, van het takendecreet;14° `samenwerkingsprotocol': het protocol bedoeld in artikel 68, § 7, van het takendecreet;15° `werkdagen': kalenderdagen behalve zaterdagen, zondagen

wettelijke feestdagen. Art. 2.Voor de goede leesbaarheid van de tekst is het gebruik in onderhavig decreet van mannelijke namen voor de verschillende titels

functies gemeenslachtig, niettegenstaande de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van beroep. Art. 3.Bij de Regering wordt een algemene inspectiedienst opgericht, die onder leiding van een coördinerende inspecteur-generaal staat. De cel voor coördinatiebemiddeling voert de coördinatie tussen de algemene inspectiedienst

de Algemene Dienst Sturing van scholen

psychisch-medisch-sociale centra, alsook de coördinatie tussen beide hiervoor genoemde algemene diensten

de diensten

directies binnen de algemene directie voor begeleiding van het onderwijssysteem. Die algemene inspectiedienst bestaat uit de volgende diensten: 1° een inspectiedienst voor het onderwijs van het pedagogisch continuüm, onder leiding van een inspecteur-generaal

vijf coördinerende inspecteurs die, onder leiding van de inspecteur-generaal, belast zijn met de coördinatie van de inspectietaken op het niveau van het onderwijs van het pedagogisch continuüm;2° een inspectiedienst voor het secundair overgangs-

kwalificatieonderwijs, onder leiding van een inspecteur-generaal

twee coördinerende inspecteurs die, onder leiding van de inspecteur-generaal, belast zijn met de coördinatie van de inspectietaken op het niveau van het secundair overgangs-

kwalificatieonderwijs;3° een inspectiedienst voor het onderwijs voor sociale promotie

het afstandsonderwijs van de Franse Gemeenschap met e-learning, onder leiding van een coördinerende inspecteur die belast is met de coördinatie van inspectietaken op het niveau van het onderwijs voor sociale promotie

het afstandsonderwijs;4° een inspectiedienst voor het kunstonderwijs, onder leiding van een coördinerende inspecteur die belast is met de coördinatie van de inspectietaken op het niveau van het kunstonderwijs;5° een inspectiedienst voor het kunstonderwijs, onder leiding van een coördinerende inspecteur die belast is met de coördinatie van de inspectietaken op het niveau van het kunstonderwijs; De algemene inspectiedienst krijgt administratieve hulp van de Algemene Dienst Sturing van het onderwijssysteem. HOOFDSTUK II. - De algemene inspectiedienst Art. 4.§ 1. De inspectiediensten bedoeld in artikel 3, lid 3, 1° tot 2°, worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met audits die betrekking hebben op: 1° de inrichtingen waarvoor de cel voor coördinatiebemiddeling de auditaanvraag van een lid van de Algemene Dienst Sturing van scholen

psychisch-medisch-sociale centra of door de betrokken inrichtende macht valideert, ofwel in het geval van weigering of ongeschiktheid van een inrichting om haar sturingsplan op te stellen, ofwel na de tussentijdse of eindevaluatie van de doelstellingenovereenkomst zoals bedoeld in artikel 67, § 9, van het takendecreet;2° de inrichtingen waarvan de prestaties aanzienlijk afwijken in de zin van artikel 68, § 1, van het takendecreet. De Regering bepaalt de algemene methodologie op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. Voor elke audit legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik

de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke audit moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een diagnose worden opgesteld, die is opgenomen in een verslag waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal,

bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling alsook de gecontroleerde inrichting. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een audit, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in paragraaf 3, moet dit worden vermeld in het in lid 4 genoemde verslag. Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 2. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met de evaluatietaken met betrekking tot de implementatie van een pedagogisch of educatief hulpmiddel binnen het school- of educatief systeem in toepassing van een decretale of reglementaire bepaling of in toepassing van een experimenteel hulpmiddel waarvoor de Regering de toestemming heeft gegeven. De Regering bepaalt de nadere regels op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering, eventueel geformuleerd op voordracht van de Algemene Inspectiedienst, via de cel voor coördinatiebemiddeling. Voor elke evaluatietaak legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik

de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke evaluatietaak moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal,

bedoeld voor de Regering via de cel voor coördinatiebemiddeling. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een evaluatietaak, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 3, moet dit worden vermeld in het in lid 5 genoemde verslag Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 3. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met de specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taken met betrekking tot een vermoeden van een of meer ernstige tekortkoming(

), vermeld in het verslag opgesteld in het kader van een in lid 1 of 2 bedoelde taak of op vraag van de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs. De volgende tekortkomingen zijn, in de zin van lid 1, ernstige tekortkomingen: 1° de naleving van de artikels 6, 8, 10, 12, 13, 15, 16, § 3, 24, 34

78 van het takendecreet;2° het studieniveau zoals gepreciseerd in de artikels 20, 31

55 van het takendecreet;3° de naleving van de studieprogramma's die door de Regering werden vastgelegd of goedgekeurd overeenkomstig de artikels 17, 27, 36

50 van het takendecreet;4° de naleving van de artikels 2, 8, 27, 45, 46, 48, 50, 51, 54, 55

57 van het decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2004 pub. 03/06/2004 numac 2004029137 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs sluiten houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs;5° de samenhang van de praktijken, met inbegrip van de evaluatiepraktijken;6° de geschiktheid van het didactisch materiaal

de schooluitrusting voor de pedagogische noodwendigheden;7° de segregatiemechanismen;8° de naleving van de regels inzake kosteloosheid;9° de naleving van de neutraliteit, waar die neutraliteit verplicht is;10° de naleving van de decreetvoorschriften inzake opleiding tijdens de loopbaan. In het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs wordt de taak bedoeld in lid 1 uitgeoefend in het kader van het toezicht op de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies, zoals bepaald in artikel 24, § 2, lid 2, 2°,

§ 2b

is, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. De Regering bepaalt de nadere regels

de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van verplicht onderwijs of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. Voor elke in lid 1 bedoelde taak, bepaalt de cel voor coördinatiebemiddeling, in voorkomend geval uitgebreid met de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van verplicht onderwijs de omvang

de grenzen van het aan de Algemene Inspectiedienst toegekende mandaat voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen

raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak

wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal

aan de betrokken inrichtende macht. De inrichtende macht die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 7, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 4. De in lid 1 bedoelde inspectiediensten worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met taken met betrekking tot het beoordelen van de pedagogische vaardigheden van een personeelslid van het opvoedingsteam in het licht van de naleving van de maatstaven

de programma's. De Regering bepaalt de nadere regels

de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd na een met redenen omkleed verzoek van de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs, gericht aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. De ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem stemt, na analyse van het in lid 3 bedoelde verzoek, al dan niet in met de uitvoering van de taak

maakt zijn beslissing over aan de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of aan de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs. Voor elke specifieke taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen

raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak

wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal, die het op zijn beurt overmaakt aan de betrokken inrichtende macht. Deze laatste legt het voor visum voor aan het personeelslid dat er, in voorkomend geval, zijn eigen opmerkingen aan toevoegt. Het verslag, samen met de eventuele opmerkingen van het personeelslid, wordt vervolgens overgemaakt aan de bevoegde coördinerende inspecteur-generaal, via de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal. De inrichtende macht die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 5, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 5. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met de taken van pedagogische bekwaamheid voor ondersteuning in het kader van: 1° het opvatten van externe evaluaties die niet met een getuigschrift worden bekrachtigd, alsook het analyseren

gebruiken van de resultaten op het niveau van de schoolinrichtingen, met name door het opvatten van didactische pistes;2° het opvatten van externe evaluaties die met een getuigschrift worden bekrachtigd

het corrigeren door de scholen;3° het opvatten van de evaluatiehulpmiddelen bedoeld in de artikels 19, 29, 38

52 van het takendecreet. § 6. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met: 1° het analyseren van de studieprogramma's bedoeld in de artikels 17, 27, 36

50 van het takendecreet

het opstellen van een advies over de conformiteit ervan met de maatstaven aan de sturingscommissie;2° het geven van adviezen

formuleren van voorstellen, op eigen initiatief of op aanvraag van de Regering, over alles wat tot hun bevoegdheid behoort;3° het deelnemen aan werkgroepen, commissies

raden, krachtens de wetten, decreten

verordeningen;4° het samenwerken met de inrichtingen voor hoger onderwijs belast met de initiële opleiding van lesgevers in het kader

volgens de door de Regering te bepalen voorwaarden;5° het uitvoeren van alle andere taken die aan hen worden toevertrouwd door of krachtens de wetten, decreten

verordeningen. § 7. Afhankelijk van de noodwendigheden worden de taken bedoeld in onderhavig artikel uitgevoerd door een of meer leden van de algemene inspectiedienst. Deze taken worden uitgevoerd op aanvullende wijze, op voorwaarde dat een audit nooit in een inrichting mag worden uitgevoerd tegelijkertijd met een evaluatietaak, een specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taak of een taak die betrekking heeft op de beoordeling van de pedagogische vaardigheden van een personeelslid van het opvoedingsteam. Met inachtneming van de eigen methodologie

doelstellingen van de algemene inspectiedienst

met inachtneming van het mandaat op basis waarvan de taken worden uitgevoerd, hebben de inspecteurs belast met de taken bedoeld in lid 1, 2, 3

4, onder de verantwoordelijkheid van de coördinerende inspecteur-generaal, toegang tot de kwantitatieve gegevens in verband met het aantal leerlingen die falen, blijven zitten of overstappen naar een andere inrichting

tot de archieven. Ze kunnen hun beoordelingen baseren op feiten die inzonderheid werden vastgesteld naar aanleiding van de begeleiding van cursussen

activiteiten, van het onderzoek van voorbereidingen, werken

documenten van leerlingen, van de resultaten die werden behaald bij de externe evaluaties die niet met getuigschriften worden bekrachtigd

door het analyseren van de hiervoor genoemde kwantitatieve gegevens. Art. 5.§ 1. In het kader van zijn bevoegdheden met betrekking tot onderwijs voor sociale promotie, wordt de inspectiedienst bedoeld in artikel 3, lid 3, 3°, belast met audits die betrekking hebben op de inrichtingen waarvoor de cel voor coördinatiebemiddeling de auditaanvraag van de diensten van de Regering of van de betrokken inrichtende macht valideert op basis van algemene doelstellingen bepaald door de Regering krachtens wetten, decreten

verordeningen van het onderwijs voor sociale promotie. De Regering bepaalt de algemene methodologie op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. Voor elke audit legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik

de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke audit moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een diagnose worden opgesteld, die is opgenomen in een verslag waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal,

bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling alsook de gecontroleerde inrichting. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een audit, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 4, moet dit worden vermeld in het in lid 3 genoemde verslag. Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 2. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met de evaluatietaken met betrekking tot de implementatie van specifieke pedagogische of educatieve hulpmiddelen van het onderwijs voor sociale promotie in toepassing van een decretale of reglementaire bepaling of in toepassing van een experimenteel hulpmiddel waarvoor de Regering de toestemming heeft gegeven. In het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs wordt de taak bedoeld in lid 1 uitgeoefend in het kader van het toezicht op de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies, zoals bepaald in artikel 24, § 2, lid 2, 2°,

§ 2b

is, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. De Regering bepaalt de nadere regels op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering, eventueel geformuleerd op voordracht van de algemene inspectiedienst, via de cel voor coördinatiebemiddeling. Voor elke evaluatietaak legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik

de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke evaluatietaak moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal,

bedoeld voor de Regering via de cel voor coördinatiebemiddeling. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Na afloop van het meerjarenplan wordt een verslag over de toestand, de analyse

de conformiteit van de geëvalueerde pedagogische

educatieve hulpmiddelen van het onderwijs voor sociale promotie langs hiërarchische weg overgemaakt aan de cel voor coördinatiebemiddeling

de Regering. Indien, in het kader van het mandaat van een evaluatietaak, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 4, moet dit worden vermeld in het in lid 6 genoemde verslag Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 3. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met evaluatietaken met betrekking tot de implementatie van specifieke pedagogische hulpmiddelen van afstandsonderwijs van de Franse Gemeenschap met e-learning. De Regering bepaalt de nadere regels op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering, eventueel geformuleerd op voordracht van de algemene inspectiedienst, via de cel voor coördinatiebemiddeling. Voor elke evaluatietaak legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik

de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke evaluatietaak moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal,

bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een evaluatietaak, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 4, moet dit worden vermeld in het in lid 5 genoemde verslag Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 4. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taken van het onderwijs voor sociale promotie met betrekking tot: 1° het studieniveau met verwijzing naar de pedagogische dossiers die voorlopig of definitief door de Regering worden goedgekeurd, wanneer een leemte of een bijzondere uitdaging werd ontdekt, die een objectieve externe diagnose vereist;2° het vermoeden van een of meer ernstige tekortkomingen in het verslag opgesteld in het kader van een taak bedoeld in lid 1 of 2 of gemeld door de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs

wetenschappelijk onderzoek. De volgende vastgestelde of opgegeven tekortkomingen zijn, in de zin van lid 1, 2°, ernstige tekortkomingen: 1° de naleving van de artikels 7, 8, 10, 11, 13, 14, 26, 31, 34, 36, 37, 40, 42, 53, 57, 58, 60, 64, 67, 68, 70

120 van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs;2° de naleving van de pedagogische dossiers of van de programma's die voorlopig of definitief door de Regering worden goedgekeurd overeenkomstig de geldende regelgeving;3° de samenhang tussen de praktijken

het pedagogisch dossier, met inbegrip van de evaluatie-

valorisatiepraktijken van de verworven kennis;4° de geschiktheid van het didactische

digitale materiaal

de schooluitrusting voor de pedagogische noodwendigheden;5° de segregatiemechanismen;6° de naleving van de neutraliteit, waar die neutraliteit verplicht is;7° de naleving van de decreetvoorschriften inzake opleiding tijdens de loopbaan. In het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs wordt de taak bedoeld in lid 1 uitgeoefend in het kader van het toezicht op de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies, zoals bepaald in artikel 24, § 2, lid 2, 2°,

§ 2b

is, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. De Regering bepaalt de nadere regels

de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs

wetenschappelijk onderzoek of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. De in lid, 1° bedoelde taken worden uitgevoerd na een met redenen omkleed verzoek van de betrokken inrichtende macht via de betrokken coördinerende inspecteur. Voor elke in lid 1 bedoelde taak, bepaalt de cel voor coördinatiebemiddeling, in voorkomend geval uitgebreid met de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs

wetenschappelijk onderzoek, de omvang

de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen

raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak

wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal

aan de betrokken inrichtende macht. De inrichtende macht die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 8, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 5. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taken van het afstandsonderwijs van de Franse Gemeenschap met e-learning met betrekking tot: 1° het studieniveau zoals bepaald in de artikels 20, 31

55 van het takendecreet, met verwijzing naar het referentiesysteem voor de basisvaardigheden, de vereiste kennis

de eindvaardigheden, de opleidingsprofielen

, wanneer die niet bestaan, met verwijzing naar de door de Regering vastgelegde of goedgekeurde programma's, wanneer een leemte of een bijzondere uitdaging werd ontdekt, die een objectieve externe diagnose vereist;2° een of meer ernstige tekortkomingen in het verslag opgesteld in het kader van een taak bedoeld in lid 3 of op verzoek van de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs

wetenschappelijk onderzoek. De Regering bepaalt de nadere regels

de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs

wetenschappelijk onderzoek of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. Voor elke specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen

raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak

wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal, die het op zijn beurt overmaakt aan de directeur van het afstandsonderwijs met e-learning

aan de Regering. De directeur van het afstandsonderwijs met e-learning die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 4, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 6. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met taken met betrekking tot het beoordelen van de pedagogische vaardigheden van een personeelslid van het opvoedingsteam in het onderwijs voor sociale promotie, in het licht van de naleving van de programma's. De Regering bepaalt de nadere regels

de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd na een met redenen omkleed verzoek van de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs, gericht aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. De ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem stemt, na analyse van het in lid 3 bedoelde verzoek, al dan niet in met de uitvoering van de taak

maakt zijn beslissing over aan de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of aan de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs. Voor elke specifieke taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen

raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak

wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal, die het op zijn beurt overmaakt aan de betrokken inrichtende macht. Deze laatste legt het voor visum voor aan het personeelslid dat er, in voorkomend geval, zijn eigen opmerkingen aan toevoegt. Het verslag, samen met de eventuele opmerkingen van het personeelslid, wordt vervolgens overgemaakt aan de bevoegde coördinerende inspecteur-generaal, via de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal. De inrichtende macht die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 5, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 7. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met taken met betrekking tot het beoordelen van de pedagogische vaardigheden van een personeelslid van het opvoedingsteam in het afstandsonderwijs van de Franse Gemeenschap met e-learning, in het licht van de naleving van de programma's. De Regering bepaalt de nadere regels

de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd na een met redenen omkleed verzoek van de directeur in het afstandsonderwijs met e-learning, gericht aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. De ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem stemt, na analyse van het in lid 3 bedoelde verzoek, al dan niet in met de uitvoering van de taak

maakt zijn beslissing over aan de betrokken directeur. Voor elke specifieke taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen

raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak

wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal, die het op zijn beurt overmaakt aan de betrokken directeur. Deze laatste legt het voor visum voor aan het personeelslid dat er, in voorkomend geval, zijn eigen opmerkingen aan toevoegt. Het verslag, samen met de eventuele opmerkingen van het personeelslid, wordt vervolgens overgemaakt aan de bevoegde coördinerende inspecteur-generaal, via de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal. De directeur van het afstandsonderwijs met e-learning die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld, moet deze beslissing binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 5, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 8. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met taken van pedagogische vaardigheden voor ondersteuning in het kader van het uitbrengen van advies over: 1° redelijke aanpassingen van pedagogische aard op verzoek van de inrichtende macht van een inrichting;2° pedagogische hulpmiddelen verbonden met de digitalisering van het onderwijs voor sociale promotie, via e-learning, informatie-

communicatietechnologieën voor het onderwijs

van het afstandsponderwijs van de Franse Gemeenschap met e-learning;3° de valorisatie van nuttige ervaring in het hoger onderwijs voor sociale promotie;4° de modules voor afstandsonderwijs met e-learning

naleving van het programma. § 9. De inspectiedienst bedoeld in paragraaf 1 wordt belast met: 1° het analyseren van pedagogische dossiers van secties

eenheden van het onderwijs voor sociale promotie

het opstellen van adviezen voor de dossiers die een voorlopige goedkeuring zouden moeten krijgen;2° het geven van adviezen

formuleren van voorstellen, op eigen initiatief of op aanvraag van de Regering, over alles wat tot hun bevoegdheid behoort;3° het deelnemen aan werkgroepen, commissies

raden, krachtens de wetten, decreten

verordeningen;4° het samenwerken met de inrichtingen voor hoger onderwijs belast met de initiële opleiding van lesgevers in het kader

volgens de door de Regering te bepalen voorwaarden;5° het uitvoeren van alle andere taken die aan hen worden toevertrouwd door of krachtens de wetten, decreten

verordeningen. § 10. Afhankelijk van de noodwendigheden worden de taken bedoeld in onderhavig artikel uitgevoerd door een of meer leden van de algemene inspectiedienst. Deze taken worden uitgevoerd op aanvullende wijze, op voorwaarde dat een audit bedoeld in lid 1 nooit in een inrichting mag worden uitgevoerd tegelijkertijd met een evaluatietaak, een specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taak of een taak die betrekking heeft op de beoordeling van de pedagogische vaardigheden van een personeelslid van het opvoedingsteam. Met inachtneming van de eigen methodologie

doelstellingen

met inachtneming van het mandaat op basis waarvan de taken worden uitgevoerd, kunnen de inspecteurs, via de coördinerende inspecteur, voor de taken bedoeld in lid 1, 2, 4

8, een beroep doen op de cel voor sturing om nuttige kwantitatieve gegevens voor het onderzoek te verzamelen. Ze kunnen hun beoordelingen baseren op feiten die inzonderheid werden vastgesteld naar aanleiding van de begeleiding van cursussen

activiteiten, van het onderzoek van voorbereidingen, werken

documenten van leerlingen/studenten, van de resultaten die werden behaald bij de externe evaluaties die niet met getuigschriften worden bekrachtigd

door het analyseren van de hiervoor genoemde kwantitatieve gegevens. Met inachtneming van de eigen methodologie

doelstellingen

met inachtneming van het mandaat op basis waarvan de taken worden uitgevoerd, hebben de leden van de algemene inspectiedienst, voor de taken bedoeld in lid 3, 5

8, toegang tot de kwantitatieve gegevens met een verzoek aan de raad voor overleg

sturing van e-learning. Ze kunnen hun beoordelingen baseren op feiten die inzonderheid werden vastgesteld door het onderzoeken van voorbereidingen, werken

documenten van leerlingen/studenten

de resultaten die werden behaald bij de evaluaties

door het analyseren van de hiervoor genoemde kwantitatieve gegevens

/of het resultaat van de gevoerde kwalitatieve onderzoeken. Art. 6.§ 1. In het kader van zijn bevoegdheden betreffende kunstonderwijs wordt de inspectiedienst bedoeld in artikel 3, lid 3, 4°, belast met de evaluatietaken met betrekking tot de implementatie van een pedagogisch of educatief hulpmiddel binnen het school- of educatief systeem in toepassing van een decretale of reglementaire bepaling of in toepassing van een experimenteel hulpmiddel waarvoor de Regering de toestemming heeft gegeven. De Regering bepaalt de nadere regels op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering, eventueel geformuleerd op voordracht van de algemene inspectiedienst, via de cel voor coördinatiebemiddeling. Voor elke evaluatietaak legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik

de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke evaluatietaak moet, binnen de 30 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal,

bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een evaluatietaak, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 2, moet dit worden vermeld in het in lid 5 genoemde verslag Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 2. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met de specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taken met betrekking tot: 1° de organisatie

het studieniveau zoals bepaald in de artikels 3 tot 28 van het decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap wanneer een leemte of een bijzondere uitdaging werd ontdekt, die een objectieve externe diagnose vereist;2° een of meer ernstige tekortkomingen in het verslag opgesteld in het kader van een taak bedoeld in lid 1 of op verzoek van de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs

wetenschappelijk onderzoek. De volgende vastgestelde of opgegeven tekortkomingen zijn, in de zin van lid 1, 2°, ernstige tekortkomingen: 1° de naleving van de artikels 6, 8, 10, 12, 13, 15, 16, § 3, 24, 34

78 van het takendecreet, de artikels 3

4 van het decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten hiervoor;2° de naleving van de studieprogramma's die door de Regering werden vastgelegd of goedgekeurd overeenkomstig de artikels 27, 68

70 van het takendecreet, de artikels 4, 20, 21

22 van het hiervoor genoemde decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten;3° de samenhang van de praktijken, met inbegrip van de evaluatiepraktijken;4° de geschiktheid van het didactisch materiaal

de schooluitrusting voor de pedagogische noodwendigheden;5° de segregatiemechanismen;6° de naleving van de neutraliteit, waar die neutraliteit verplicht is;7° de naleving van de decreetvoorschriften inzake opleiding tijdens de loopbaan. In het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs wordt de taak bedoeld in lid 1 uitgeoefend in het kader van het toezicht op de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies, zoals bepaald in artikel 24, § 2, lid 2, 2°,

§ 2b

is, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. De Regering bepaalt de nadere regels

de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs

wetenschappelijk onderzoek of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. Voor elke specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taak, bepaalt de cel voor coördinatiebemiddeling, in voorkomend geval uitgebreid met de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van niet-verplicht onderwijs

wetenschappelijk onderzoek, de omvang

de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taak moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen

raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak

wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal, die het, naargelang van het geval, op zijn beurt overmaakt aan de directeur van de inrichting

aan de Regering of aan de betrokken inrichtende macht. § 3. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt, elk voor wat hen aanbelangt of in onderlinge samenwerking, belast met de taken met betrekking tot het beoordelen van de pedagogische vaardigheden van een lesgever. De Regering bepaalt de nadere regels

de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd na een met redenen omkleed verzoek van de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs, gericht aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. De ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem stemt, na analyse van het in lid 3 bedoelde verzoek, al dan niet in met de uitvoering van de taak

maakt zijn beslissing over aan de directeur in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs of aan de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerde onderwijs. Voor elke specifieke taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen

raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak

wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal die het op zijn beurt overmaakt aan de directeur van de door de Franse Gemeenschap ingerichte inrichting of aan de betrokken inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs. Deze laatste legt het voor visum voor aan het personeelslid dat er, in voorkomend geval, zijn eigen opmerkingen aan toevoegt. Het verslag, samen met de eventuele opmerkingen van het personeelslid, wordt vervolgens overgemaakt aan de bevoegde coördinerende inspecteur-generaal, via de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal. De inrichtende macht of zijn afgevaardigde die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 5, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 4. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met taken van pedagogische vaardigheden voor ondersteuning in het kader van: 1° het opvatten van evaluaties die leiden tot het uitreiken van getuigschriften

diploma's in het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan;2° het uitbreiden van netwerkoverschrijdende lesprogramma's;3° het opleiden tijdens de loopbaan overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/03/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan van de leden van het bestuurs-

onderwijzend personeel

van het onderwijzend hulppersoneel van het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan van de leden van het bestuurs-

onderwijzend personeel

van het onderwijzend hulppersoneel van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. § 5. De inspectiedienst bedoeld in paragraaf 1 wordt belast met: 1° het analyseren van studieprogramma's die door de Regering werden vastgelegd of goedgekeurd overeenkomstig de artikels 27, 68

70 van het takendecreet, de artikels 4, 20, 21

22 van het decreet van 2 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/06/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat erop gericht is alle leerlingen toegang te geven tot het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan, de bepalingen van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 mei 2009 tot vaststelling van de regels ter goedkeuring van de programma's van de cursussen in het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, alsook het opstellen van conformiteitsadviezen;2° het geven van adviezen

formuleren van voorstellen, op eigen initiatief of op aanvraag van de Regering, over alles wat tot hun bevoegdheid behoort;3° het deelnemen aan werkgroepen, commissies

raden, krachtens de wetten, decreten

verordeningen;4° het samenwerken met de inrichtingen voor hoger onderwijs belast met de initiële opleiding van lesgevers in het kader

volgens de door de Regering te bepalen voorwaarden;5° het uitvoeren van alle andere taken die aan hen worden toevertrouwd door of krachtens de wetten, decreten

verordeningen. § 6. Afhankelijk van de noodwendigheden worden de taken bedoeld in onderhavig artikel uitgevoerd door een of meer leden van de algemene inspectiedienst. Deze taken worden uitgevoerd op aanvullende wijze. Met inachtneming van de eigen methodologie

doelstellingen

met inachtneming van het mandaat op basis waarvan de taken worden uitgevoerd, hebben de leden van de algemene inspectiedienst, voor de taken bedoeld in lid 1

2, toegang tot de kwantitatieve gegevens van de inrichting, met name die in verband met het aantal leerlingen die falen, blijven zitten of overstappen naar een andere inrichting

tot de archieven. Ze kunnen hun beoordelingen baseren op feiten die inzonderheid werden vastgesteld naar aanleiding van de begeleiding van cursussen

activiteiten, van het onderzoek van voorbereidingen, werken

documenten van leerlingen/studenten, van de resultaten die werden behaald bij de externe evaluaties die niet met getuigschriften worden bekrachtigd

door het analyseren van de hiervoor genoemde kwantitatieve gegevens. Art. 7.§ 1. In het kader van zijn bevoegdheden met betrekking tot psychisch-medisch-sociale centra, wordt de inspectiedienst bedoeld in artikel 3, lid 3, 5°, belast met audits die betrekking hebben op de psychisch-medisch-sociale centra waarvoor de cel voor coördinatiebemiddeling de auditaanvraag van de diensten van de Regering of van de betrokken inrichtende macht valideert op basis van de implementatie van de door de Regering bepaalde algemene

prioritaire taken krachtens wetten, decreten

verordeningen betreffende psychisch-medisch-sociale centra. De Regering bepaalt de algemene methodologie op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. Voor elke audit legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik

de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke audit moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een diagnose worden opgesteld, die is opgenomen in een verslag waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal,

bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling alsook de gecontroleerde inrichting. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een audit, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 3, moet dit worden vermeld in het in lid 3 genoemde verslag. Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 2. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met de evaluatietaken die betrekking hebben op de uitvoering van de taken toegekend aan de psychisch-medisch-sociale centra

de naleving van de wettelijke

deontologische verplichtingen. De Regering bepaalt de nadere regels op basis waarvan de in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering, eventueel geformuleerd op voordracht van de algemene inspectiedienst, via de cel voor coördinatiebemiddeling. Voor elke evaluatietaak legt de cel voor coördinatiebemiddeling het bereik

de grenzen van het aan de algemene inspectiedienst toegekende mandaat vast voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling, de inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke evaluatietaak moet, binnen de 30 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal,

bedoeld voor de cel voor coördinatiebemiddeling. In dit kader handelt de algemene inspectiedienst via aanbevelingen. Indien, in het kader van het mandaat van een evaluatietaak, een ernstige tekortkoming wordt vastgesteld, die aanleiding zou geven tot een taak bedoeld in lid 3, moet dit worden vermeld in het in lid 5 genoemde verslag. Hierover kan een apart verslag worden opgemaakt, dat onmiddellijk, langs hiërarchische weg, wordt overgemaakt aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 3. De inspectiediensten bedoeld in lid 1 worden belast met de specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taken met betrekking tot een of meer ernstige tekortkomingen, vermeld in het verslag opgesteld in het kader van een in lid 1 of 2 bedoelde taak of op vraag van de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van verplicht onderwijs. De volgende vastgestelde of opgegeven tekortkomingen zijn, in de zin van lid 1 ernstige tekortkomingen: 1° de naleving van de wettelijke verplichtingen

de deontologische regels;2° de geschiktheid van het materiaal aan de behoeften van de taken van de centra;3° de samenhang van de praktijken, met inbegrip van de evaluatiepraktijken;4° de segregatiemechanismen, met inbegrip van het niet-detecteren van deze mechanismen;5° de naleving van de neutraliteit, waar die neutraliteit verplicht is;6° de naleving van de decreetvoorschriften inzake opleiding tijdens de loopbaan. In het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs wordt de taak bedoeld in lid 1 uitgeoefend in het kader van het toezicht op de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies, zoals bepaald in artikel 24, § 2, lid 2, 2°,

§ 2b

is, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving. De Regering bepaalt de nadere regels

de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd op vraag van de Regering of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van verplicht onderwijs of de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. Voor elke in lid 1 bedoelde taak, bepaalt de cel voor coördinatiebemiddeling, in voorkomend geval uitgebreid met de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie van verplicht onderwijs de omvang

de grenzen van het aan de Algemene Inspectiedienst toegekende mandaat voor de behoeften van de taak. De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, in overleg met de cel voor coördinatiebemiddeling inrichting

de specifieke methodologie op basis waarvan de taak wordt uitgevoerd. Voor elke specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen

raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak

wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal

aan de betrokken inrichtende macht. De inrichtende macht die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 7, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 4. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met de taken met betrekking tot het beoordelen van de pedagogische vaardigheden van een technisch personeelslid. De Regering bepaalt de nadere regels

de algemene methodologie op basis waarvan de taken bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd, met dien verstande dat het recht om het standpunt van betrokkenen te laten gelden, wordt gewaarborgd. De in lid 1 bedoelde taken worden uitgevoerd na een met redenen omkleed verzoek van de directeur van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde psychisch-medisch-sociaal centrum of de betrokken inrichtende macht van het gesubsidieerde psychisch-medisch-sociaal centrum, gericht aan de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. De ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem stemt, na analyse van het in lid 3 bedoelde verzoek, al dan niet in met de uitvoering van de taak

maakt zijn beslissing over aan de directeur van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde psychisch-medisch-sociaal centrum of aan de betrokken inrichtende macht van het gesubsidieerde psychisch-medisch-sociaal centrum. Voor elke specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taak bedoeld in lid 1 moet, binnen de 15 werkdagen na voltooiing, een uitgebreid verslag worden opgesteld, waarvan het model wordt bepaald door de Regering, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Dit verslag bevat met name inlichtingen

raadgevingen in verband met de vaststellingen gedaan in het kader van deze taak

wordt langs hiërarchische weg overgemaakt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal die het op zijn beurt overmaakt aan de directeur van de door de Franse Gemeenschap ingerichte psychisch-medisch-sociaal centrum of aan de inrichtende macht van het betrokken psychisch-medisch-sociaal centrum. Deze laatste legt het voor visum voor aan het personeelslid dat er, in voorkomend geval, zijn eigen opmerkingen aan toevoegt. Het verslag, samen met de eventuele opmerkingen van het personeelslid, wordt vervolgens overgemaakt aan de bevoegde coördinerende inspecteur-generaal, via de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal. De inrichtende macht van het psychisch-medisch-sociaal centrum of zijn afgevaardigde die geen gevolg wil geven aan een ongunstig verslag dat door een personeelslid van de algemene inspectiedienst wordt opgesteld in uitvoering van een taak bedoeld in lid 1, moet deze beslissing motiveren bij de ambtenaar-generaal bedoeld in lid 5, binnen de maand die volgt op de datum van ontvangst van dat verslag, via de ambtenaar-generaal belast met de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem. § 5. De inspectiedienst bedoeld in lid 1 wordt belast met expertisetaken voor ondersteuning in het kader van: 1° het ontwerpen

ter beschikking stellen aan psychisch-medisch-sociale centra van hulpmiddelen voor observatie

diagnose;2° het ontwerpen

ter beschikking stellen van hulpmiddelen voor oriëntatie;3° het opnemen

valoriseren van relevante praktijken van psychisch-medisch-sociale centra tegenover hun taken, met inachtneming van artikel

  1. §
  2. De inspectiedienst bedoeld in paragraaf 1 wordt belast met: 1° het geven van adviezen

formuleren van voorstellen, op eigen initiatief of op aanvraag van de Regering, over alles wat tot hun bevoegdheid behoort;2° het deelnemen aan werkgroepen, commissies

raden, krachtens de wetten, decreten

verordeningen;3° het samenwerken met de inrichtingen voor hoger onderwijs belast met de initiële opleiding van lesgevers

medewerkers van psychisch-medisch-sociale centra in het kader

volgens de door de Regering bepaalde voorwaarden;4° het uitvoeren van alle andere taken die aan hen worden toevertrouwd door of krachtens de wetten, decreten

verordeningen;5° het uitbrengen van een advies over de organismen die die gemachtigd worden tot het uitreiken van het attest voor de toelating in het gespecialiseerd onderwijs. § 7. Afhankelijk van de noodwendigheden worden de taken bedoeld in onderhavig artikel uitgevoerd door een of meer leden van de algemene inspectiedienst. Deze taken worden uitgevoerd op aanvullende wijze, op voorwaarde dat een audit nooit in een psychisch-medisch-sociaal centrum mag worden uitgevoerd tegelijkertijd met een evaluatietaak, een specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taak of een taak die betrekking heeft op de beoordeling van de pedagogische vaardigheden van een technisch personeelslid. Met inachtneming van de eigen methodologie

doelstellingen

met inachtneming van het mandaat op basis waarvan de taken worden uitgevoerd, hebben de leden van de algemene inspectiedienst, voor de taken bedoeld in lid 1, 2, 3

4, toegang tot de kwantitatieve

kwalitatieve gegevens van het centrum, met name die in verband met het bijdragen aan redelijke aanpassingen, met de overstap naar gespecialiseerd onderwijs

met de integratie. Ze kunnen hun beoordelingen baseren op feiten die inzonderheid werden vastgesteld naar aanleiding van de begeleiding van activiteiten, door het onderzoeken van dossiers

door het analyseren van de hiervoor genoemde gegevens. Art. 8.In het kader van zijn taken handelt de algemene inspectiedienst met inachtneming van de vrijheid van onderwijs: hij geeft, met name, geen richtlijnen betreffende pedagogische methodes

eerbiedigt de vrijheid van de inrichtende macht om haar dienstregelingen te bepalen in het kader van de wettelijke

reglementaire bepalingen. In de psychisch-medisch-sociale centra mag hij geen richtlijnen geven betreffende de methoden die worden ontwikkeld om de doelstellingen te bereiken die in het centrumproject worden vastgelegd op basis van hun taken

eerbiedigt hij de vrijheid van de inrichtende macht om haar dienstregelingen te bepalen in het kader van de wettelijke

reglementaire bepalingen. Art. 9.De algemene inspectiedienst bestaat uit stagiaires die in vast verband benoemd zijn, in tijdelijk verband aangesteld zijn of door de Regering gemachtigd worden volgens de in titel III bepaalde voorwaarden. Naast de coördinerende inspecteur-generaal, de algemene inspecteurs

de coördinerende inspecteurs bedoeld in artikel 3, bestaat de algemene inspectiedienst uit inspecteurs waarvan het aantal door de Regering vastgesteld wordt. Art. 10.De coördinerende inspecteur-generaal bepaalt, na raadpleging van de inspecteurs-generaal

de coördinerende inspecteurs: 1° de eventuele specialisatie van elk lid van de algemene inspectiedienst met betrekking tot de taken die de Dienst waaronder hij ressorteert, waarbij een inspecteur met name gespecialiseerd kan zijn in audits, evaluatietaken, specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taken, in taken van het beoordelen van de pedagogische of professionele vaardigheden van personeelsleden of in taken die specifiek gericht zijn op gespecialiseerd onderwijs;2° in voorkomend geval, de toekenning van inspecteurs binnen een zone zoals bepaald in artikel 1 van besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 15 maart 1993 tot vaststelling van de verplichtingen tot overleg tussen gelijkaardige inrichtingen in het secundair onderwijs met volledig leerplan. In alle gevallen bedoeld in lid 1, voor de hele periode die wordt gedekt door een sturingsplan/doelstellingenovereenkomst mogen de personeelsleden aan wie een of meer audit- of evaluatietaken zouden worden toegekend die betrekking hebben op een onderwijsinrichting, daar niet worden belast met de uitvoering van een specifieke onderzoeks-

toezichthoudende taak. De coördinerende inspecteur generaal kan, afhankelijk van de behoeften

nadere regels die hij vastlegt met, naargelang van het geval, de bevoegde inspecteur-generaal of de betrokken coördinerende inspecteur, de inspecteurs van een van de inspectiediensten bedoeld in artikel 3, lid 3, de toestemming geven om inspectietaken uit te voeren binnen een van de andere diensten. Art. 11.§ 1. De coördinerende inspecteur-generaal roept de inspecteurs-generaal

de coördinerende inspecteurs bijeen om: 1° na te kijken of alle taken bedoeld in de artikels 4 tot 7 werkelijk worden uitgeoefend

of de kwaliteit van die uitoefening voorhanden is;2° te zorgen voor de algemene doeltreffendheid van de inspectiediensten

de coördinatie ervan;3° inzonderheid te zorgen voor de samenhang van de acties van de inspectiediensten bedoeld in artikel 3, lid 3;4° te controleren of de verschillende inspecteurs de hun toegewezen taken

, in voorkomend geval, het mandaat op basis waarvan ze worden uitgevoerd, vervullen. § 2. Voor 5 juli van elk jaar stuurt elke inspecteur, met inbegrip van de coördinerende inspecteur, een balans van zijn activiteiten naar zijn rechtstreekse hiërarchische overste. Het model van deze activiteitenbalans wordt, na advies van de inspecteurs-generaal, vastgelegd door de coördinerende inspecteur-generaal

wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de door de Regering aangestelde ambtenaar-generaal. Voor 15 september van elk jaar stuurt elke inspecteur-generaal voor de diensten bedoeld in artikel 3, lid 3, 1°

2°,

elke coördinerende inspecteur voor de diensten bedoeld in artikel 3, lid 3, 3° tot 5°, een balans van de activiteiten van zijn dienst naar de coördinerende inspecteur-generaal. Deze balans omvat inzonderheid een verslag over de algemene vaststellingen die zijn verzameld in het kader van de audits, de evaluatietaken

over de resultaten van de opvoedingsactie in de inrichtingen. Voor 15 oktober: 1° maakt de coördinerende inspecteur-generaal ten minste om de twee jaar een samenvattende balans op van de activiteiten van de algemene inspectiedienst, die inzonderheid gebaseerd is op de balansen bedoeld in lid 1

2, alsook een voorstel met een activiteitenprogramma voor het (de) volgende schooljaar(-jaren), dat hij via de cel voor coördinatiebemiddeling bezorgt aan de Regering samen met de balansen die krachtens lid 2 worden opgemaakt;2° bezorgt de coördinerende inspecteur-generaal de Regering via de cel voor coördinatiebemiddeling elk jaar een verslag over de algemene stand van het onderwijssysteem in verband met de algemene vaststellingen die zijn verzameld in het kader van de audits, evaluatietaken

met betrekking tot de resultaten van de opvoedingsactie in de inrichtingen. Het activiteitenprogramma bedoeld in lid 3, 1°, bevat voorstellen voor evaluatietaken in de zin van de artikels 4 tot 7. TITEL II. - TOELATINGSPROEF

INITI"LE OPLEIDING DIE TOEGANG GEEFT TOT DE AMBTEN VAN INSPECTEUR HOOFDSTUK I. - Toegang tot de toelatingsproef voor initiële opleiding Art. 12.Op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal, gebaseerd op de noodwendigheden van de dienst, beoordeeld rekening houdend met het kader vastgelegd krachtens artikel 9, lid 2, organiseert de Regering een toelatingsproef voor een initiële opleiding

voor het getuigschrift dat toegang geeft tot een of meer ambten van inspecteur bedoeld in artikel 32, lid 2, 1° et 2°. Zodra het aantal te vervullen posities per ambt van inspecteur bedoeld in artikel 32, lid 2, 1°

2° is bereikt, roept de Regering kandidaten op voor de toelatingsproef bedoeld in lid 1, om de hiervoor genoemde posten te kunnen vergeven. Wanneer de kandidaat zijn kandidatuur voor de toelatingsproef bedoeld in lid 1 indient, geeft hij op voor welk ambt van inspecteur bedoeld in bijlage I van onderhavig decreet hij wil solliciteren. Eenzelfde kandidaat kan solliciteren voor verschillende ambten op voorwaarde dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikel

  1. Art. 13.§
  2. Niemand wordt toegelaten voor de toelatingsproef voor de initiële opleiding wanneer hij, op de datum waarop hij zich kandidaat stelt, niet voldoet aan de volgende voorwaarden: 1° Belg zijn of onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, behoudens door de Regering toe te kennen vrijstelling;2° van onberispelijk gedrag zijn;3° burgerlijke

politieke rechten genieten;4° voldaan hebben aan de dienstplichtwetten;5° in regel zijn met de wets-

verordeningsbepalingen betreffende de taalregeling;6° in vast verband benoemd of aangeworven zijn in een ambt met voor ten minste een halve opdracht of in verschillende ambten met onvolledige dienstprestaties die prestaties voor minstens een halve opdracht dekken in het onderwijs of, in voorkomend geval, in een psychisch-medisch-sociaal centrum ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, behalve voor onderwijs voor sociale promotie waarvoor men in vast verband benoemd of aangeworven moet zijn in een ambt voor ten minste een halve opdracht in dit onderwijs;7° in vast verband houder zijn van ten minste een halve opdracht voor een van de ambten in de tabel in bijlage I van onderhavig decreet, naast het toe te kennen ambt van inspecteur,

houder zijn van de graad die vereist is voor dat ambt of van een pedagogische graad zoals een getuigschrift van pedagogische bekwaamheid, het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor hoger onderwijs, de graad van geaggregeerde voor het hoger middelbaar onderwijs, de graad van geaggregeerde voor het lager middelbaar onderwijs, de graad van onderwijzer voor het basisonderwijs, de graad van onderwijzer voor het kleuteronderwijs;8° een dienstanciënniteit van ten minste tien jaar

een ambtsanciënniteit van ten minste zes jaar tellen;9° geen tuchtsanctie of -straf hebben ondergaan gedurende de vijf vorige jaren;10° niet van zijn ambt ontheven zijn bij toepassing van artikel 62 of 93;11° gesolliciteerd hebben voor een van de ambten van inspecteur bedoeld in artikel 32, lid 2, 2° : - in het bezit zijn van het visum van het hoofd van de betrokken leider van de godsdienst of de bij wet erkende organisatie waaronder hij ressorteert

die morele steun biedt volgens een niet-confessioneel filosofisch concept.In geval van afwezigheid of vakantie van de leider van een godsdienst of de niet-confessionele morele organisatie, is deze stempel niet vereist op voorwaarde dat dit kan worden aangetoond; - een neutraliteitsopleiding hebben gevolgd in het kader van de initiële opleiding in verband met de eigen ambten van lesgever, of geslaagd zijn voor de onderwijseenheid `neutraliteitsopleiding' georganiseerd in het onderwijs voor sociale promotie. De Regering bepaalt het model

de nadere regels voor het afleveren van het visum vermeld in lid 1, 11°, eerste streepje, overwegende dat dit visum uitdrukkelijk betrekking moet hebben op de eventuele toegang van de kandidaat tot een van de ambten van inspecteur bedoeld in artikel 32, lid 2, 2°,

niet samen mag worden afgeleverd met het visum dat vereist is voor de toegang van het personeelslid tot zijn ambten in het onderwijs. Volgens de door de Regering vastgelegde voorwaarden kan de kandidaat die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarde bedoeld in lid 1, 11°, tweede streepje, als hij kan aantonen dat hij zich buiten zijn wil om in zijn situatie bevindt, de toestemming krijgen om na de initiële opleiding georganiseerd krachtens onderhavig decreet aan te tonen dat hij de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of erkende neutraliteitsopleiding heeft voltooid. § 2. Ook het personeelslid dat in vast verband benoemd of aangeworven is in een ambt van rang 1 of rang 2 in een hogeschool

dat, in het kader van zijn loopbaan in het onderwijs in vast verband is benoemd of aangeworven in een van de ambten opgegeven in het kader van het toe te kennen ambt van inspecteur, kan zich kandidaat stellen voor de toelatingsproef voor de initiële opleiding. In dat geval worden de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 6° tot 8°, beoordeeld in het kader van het laatste ambt. § 3. Vanaf 2023 kan elke persoon die niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in lid 1, 6° of 7°, zich ook kandidaat stellen voor de toelatingsproef voor de initiële opleiding die toegang geeft tot een of meer ambten van inspecteur, op voorwaarde: - dat hij houder is van de graad die vereist is voor het uitoefenen van een van de opgegeven ambten met betrekking tot het toe te kennen ambt van inspecteur zoals opgenomen in de tabel in bijlage I van onderhavig decreet of van een pedagogische graad zoals een getuigschrift van pedagogische bekwaamheid, het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor hoger onderwijs, de graad van geaggregeerde voor het hoger middelbaar onderwijs, de graad van geaggregeerde voor het lager middelbaar onderwijs, de graad van onderwijzer voor het basisonderwijs, de graad van onderwijzer voor het kleuteronderwijs; - dat hij, op de dag dat hij zijn kandidatuur indient, voldoet aan de voorwaarden van lid 1, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 8°, 9°, 10°

11°. § 4. Niemand krijgt de toestemming om deel te nemen aan de toelatingsproef of om de initiële opleiding te volgen zolang hij niet voldoet aan alle voorwaarden uit lid 1 of 2

  1. §
  2. De Regering bepaalt de nadere regels voor vorm

termijn volgens dewelke kandidaturen voor de toelatingsproef voor de initiële opleiding moet worden ingediend. Art. 14.Voor de berekening van de dienstanciënniteit bedoeld in artikel 13, § 1, 8°, worden

kel de diensten in aanmerking genomen die de kandidaat, ongeacht in welke hoedanigheid, werkelijk heeft gepresteerd in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs, als lid van het bestuurs-

onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het paramedisch personeel. Voor de berekening van de ambtsanciënniteit bedoeld in artikel 13, § 1, 8°, worden

kel de diensten in aanmerking genomen die de kandidaat, ongeacht in welke hoedanigheid, werkelijk heeft gepresteerd in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs, in het (de) ambt(

) bedoeld in artikel 13, § 1, 7°, dat (die) toegang verleent (verlenen) tot het betrokken ambt van inspecteur. Art. 15.Voor de berekening van de duur van de diensten die in aanmerking komen voor de ambtsanciënniteit

voor de ambtsanciënniteit bedoeld in artikel 13, § 1, 8° : 1° worden de diensten die als tijdelijk personeelslid werkelijk werden gepresteerd in een ambt met volledige dienstprestaties meegerekend als anciënniteit die gelijk is aan het aantal dagen die worden geteld vanaf het begin tot het einde van de ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van, als ze in die periode worden meegerekend, de ontspanningsverloven, de winter-

lentevakantie, alsook de moederschapsrust

het verlof voor opvang met het oog op adoptie

pleegvoogdij, toegekend vanaf 1 januari 1999, waarbij dat aantal dagen met 1,2 wordt vermenigvuldigd;2° worden de werkelijke diensten die in een andere hoedanigheid dan tijdelijk personeelslid in een ambt met volledige dienstprestaties werden gepresteerd, geteld per kalendermaand, waarbij deze die niet de hele maand dekken, niet worden meegerekend;3° worden de in aanmerking komende diensten die werden gepresteerd gedurende de maand tijdens welke het personeelslid voor de eerste keer in een andere hoedanigheid dan die van tijdelijk personeelslid aangesteld of aangeworven is, geacht als tijdelijk personeelslid te zijn gepresteerd;4° worden de werkelijke diensten die werden gepresteerd in een ambt met onvolledige prestaties dat ten minste de helft van het aantal uren vereist voor het ambt met volledige dienstprestaties telt, in aanmerking genomen op dezelfde wijze als de diensten gepresteerd in een ambt met volledige prestaties;5° wordt het aantal dagen verworven in een ambt met onvolledige dienstprestaties dat niet de helft van het aantal uren telt dat vereist is voor het ambt met volledige prestaties, met de helft verminderd;6° mag de duur van de diensten die in twee of meer ambten werden gepresteerd, met volledige of onvolledige dienstprestaties, die gelijktijdig werden uitgeoefend, nooit de duur overschrijden van de diensten die werden gepresteerd in een ambt met volledige dienstprestaties gedurende dezelfde periode;7° maken dertig dagen één maand uit;8° mag de duur van de in aanmerking komende diensten die de kandidaat telt, nooit twaalf maanden overschrijden voor een kalenderjaar. Art. 16.Voor de toepassing van de artikels 14

15, worden de diensten die in het onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap gepresteerd zijn, gelijkgesteld met diensten die in het onderwijs van de Franse Gemeenschap gepresteerd zijn. HOOFDSTUK II. - Toelatingsproef voor de initiële opleiding Art. 17.De Regering organiseert de toelatingsproef voor de initiële opleiding bedoeld in artikel 22. Deze proef bestaat uit een schriftelijk

een mondeling deel; elk deel wordt geëvalueerd op 50 punten. Alleen de kandidaten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 13 mogen deelnemen aan de proef. De Regering stelt het competentieprofiel op dat de specifieke

technische competenties bepaalt, alsook de generieke

gedragscompetenties die worden verwacht voor aanvang van de initiële opleiding

het getuigschrift dat toegang geeft tot de stage als inspecteur. Ze stelt ook de nadere regels op van alle delen van de toelatingsproef

de evaluatiecriteria op basis van het competentieprofiel bedoeld in lid 3. Het schriftelijke deel van de proef bestaat uit een meerkeuzevragenlijst met theoretische vragen

situationele beoordelingsvragen. Aan de hand van dit deel van de proef wordt nagegaan of de kandidaat theoretische vragen alsook situationele beoordelingsvragen kan beantwoorden, die betrekking hebben op de specifieke kennis

competenties van het competentieprofiel bedoeld in lid

  1. Alleen de kandidaten die ten minste 60 % van de punten hebben behaald op het schriftelijke deel, mogen deelnemen aan het mondelinge deel van de proef. Het mondelinge deel van de proef bestaat uit een interview voor een van de examencommissies bedoeld in artikel
  2. Aan de hand van dit deel van de proef worden de technische competenties inzake mondelinge communicatie, alsook de generieke

gedragscompetenties van het competentieprofiel bedoeld in lid 3 beoordeeld. Art. 18.Voor elk ambt van inspecteur stellen de examencommissies bedoeld in artikel 19 per ambt bedoeld in artikel 12, lid 1 een algemene rangschikking op onder de kandidaten naargelang van de resultaten van de toelatingsproef. Het aantal kandidaten dat wordt weerhouden in deze rangschikking is gelijk aan het aantal te vervullen posities per betrokken ambt van inspecteur zoals beslist door de Regering in toepassing van artikel 12, lid 2, vermenigvuldigd met drie. Om in overweging te worden genomen in een rangschikking moet elke kandidaat voor beide delen van de toelatingsproef ten minste 60 punten behalen op het totaal van 100 punten. Art. 19.Er worden een of meer examencommissies voor de toelatingsproef voor de initiële opleiding opgericht, die als volgt zijn samengesteld: 1° een voorzitter aangesteld door de Regering onder de ambtenaren-generaal van minstens rang 15;2° drie leden aangesteld door de Regering onder de personeelsleden die in vast verband zijn benoemd van het algemeen bestuur onderwijs, waarvan minstens één als vertegenwoordiger van de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem;3° drie leden aangesteld door de Regering onder de personeelsleden die in vast verband zijn benoemd of een mandaat uitoefenen binnen de algemene inspectiedienst;4° drie externe deskundigen aangesteld door de Regering, met specifieke competenties die verband houden met de verschillende luiken van de initiële opleiding. Voor elk effectief lid van de examencommissie van de toelatingsproef, stelt de Regering één plaatsvervangend lid aan volgens dezelfde nadere regels. Overeenkomstig artikel 14 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid

de vakbonden van haar personeel, mogen de vertegenwoordigers van de vakorganisaties deze vergaderingen van de examencommissie(

  1. s)bijwonen als waarnemers. De Regering bepaalt de werkingsmodaliteiten van de examencommissie van de toelatingsproef. De diensten van een externe dienstenverrichter voor de organisatie van de hele of een deel van de toelatingsproef mogen worden bij de examencommissie gevoegd. Art. 20.De examencommissie(
  2. s)van de toelatingsproef geven, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering, een advies over de toepassing van onderhavige titel. HOOFDSTUK III. - Initiële opleiding Art. 21.Alleen de kandidaten die zijn weerhouden in één van de rangschikkingen bedoeld in artikel 18 mogen deelnemen aan de initiële opleiding

aan de kwalificatieproef die toegang geeft tot de stage bedoeld in artikel

  1. Art. 22.§
  2. De initiële opleiding van inspecteur bestaat uit ten minste 140 uur

drie luiken, die gemeenschappelijk zijn voor alle ambten bedoeld in artikel 32, lid 2, 1°

2°. Het eerste luik van de initiële opleiding, dat ten minste 36 uur duurt, is bedoeld om bij de kandidaten het volgende te ontwikkelen: 1° de relationele vaardigheden in het beheer van persoonlijke, interpersoonlijke

groepsrelaties, in het bijzonder in situaties van mondelinge

schriftelijke communicatie, spreken in het openbaar, animatie van vergaderingen, teamwerk, het nemen van beslissingen, conflictmanagement, bemiddeling, controle, onderhandeling

evaluatie; 2° het beheer van een geschikte persoonlijke werking ten opzichte van het beoogde ambt, de eraan verbonden methodes voor taakbeheer, inzonderheid timemanagement, projectmanagement, werkmethodes

z.; 3° het aanleren van een methode om de eigen werking te evalueren die aanzet tot nadenken

een professionele ontwikkeling in het kader van de toekomstige functie

taken;4° bewust worden van de veranderingen van houding

professionele identiteit van een inspecteur ten aanzien van zijn relationele vaardigheden

competenties, met inbegrip van de deontologische regels. Het tweede luik van de initiële opleiding, dat ten minste 70 uur duurt, is bedoeld om bij de kandidaten het volgende te ontwikkelen: 1° begrip van de waarden, de betekenis

de draagwijdte van het begrip sturing van het schoolsysteem

de schoolorganisaties, door:

  1. a)het onderwijssysteem vanuit een systemisch oogpunt te bekijken;
  2. b)zich de uitdagingen, waarden, doelstellingen

wetenschappelijke grondslagen van het bestuur

de sturing van het onderwijsstelsel, de methoden

processen voor de evaluatie van het schoolbeleid

de pedagogische hervormingen, in het bijzonder de begrippen verbeteringsdoelen, buitengewone doelstellingen, specifieke doelstellingen, stand van zaken, indicatoren... eigen te maken; c) zich het organigram

de taken van het algemeen bestuur onderwijs, de rol

de verschillende taken van de actoren van het nieuwe sturingsmodel eigen te maken;d) de huidige uitdagingen

doelstellingen van het onderwijssysteem

die welke het voorwerp uitmaken van de maatregelen in het verlengde van het `pacte pour un

seignement d'excellence' (pact voor uitmuntend onderwijs) in perspectief te plaatsen, in de eerste plaats in verband met de verbeteringsdoelen;

deze goed te begrijpen; e) de ontwikkeling te bevorderen van kennis

competenties verbonden aan de verschillende discriminatiecriteria zoals gedekt door het decreet van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/12/2008 pub. 13/01/2009 numac 2008029672 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van discriminatie sluiten betreffende de bestrijding van sommige vormen van discriminatie;de culturele diversiteit; de concepten van opvoedbaarheid

gelijkheid in opvoeding; de ongelijkheid verbonden met het geslacht, alsook die op sociaal-economisch niveau; f) de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot opvoedkunde te leren;2° begrip

beheersing van de processen

methodes verbonden aan de uitvoering van een audit in een schoolomgeving, met name: a) gegevensanalyse: methode voor de verzameling

beschrijvende analyse van kwantitatieve

kwalitatieve analyses, in het bijzonder met betrekking tot productie

interpretatie;het lezen

begrijpen van de kwantitatieve

kwalitatieve indicatoren; het uitbrengen van verklarende hypothesen; b) de analyse van de relevantie

de geldigheid van de strategieën ten aanzien van de wettelijke

gemeenschappelijke grond (wetenschappelijk onderzoek, nationale

internationale studies)

de uitdagingen van het onderwijssysteem;c) de uitwerking

opstelling van een diagnose. Het derde luik van de initiële opleiding, dat ten minste 24 uur duurt, is bedoeld om bij de kandidaten het volgende te ontwikkelen: 1° de vaardigheden om met open boek de wetgevings-

verordeningsmateries verbonden aan het ambt van inspecteur;2° begrip

kennis van de werking van een schoolinrichting;3° vaardigheden inzake administratief beheer verbonden aan het ambt van inspecteur;4° correct gebruik van digitale hulpmiddelen. § 2. Op basis van een voorstel van het Instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan, gedaan in overleg met de coördinerende inspecteur-generaal, stelt de Regering een opleidingsplan op dat: 1° in voorkomend geval de inhoud

methodologieën van de opleiding vastlegt, alsook de te verwerven kennis

vaardigheden zoals bepaald in paragraaf 1;2° het aantal opleidingsuren vastlegt voor elk luik van de initiële opleiding bedoeld in paragraaf 1. Op basis van het opleidingsplan bedoeld in lid 1, wordt de initiële opleiding georganiseerd door het Instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan. De lesgevers van deze initiële opleiding zijn hoofdzakelijk afkomstig van universiteiten, hogescholen, onderwijsinrichtingen voor sociale promotie, het Instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan, de school voor overheidsbestuur of het algemeen bestuur onderwijs. Art. 23.De initiële opleiding is gratis

begint binnen de drie maanden die volgen op het opstellen van de rangschikking bedoeld in artikel 18. Behalve als dit vereist is, wordt ze buiten de normale werkuren van de scholen georganiseerd. De personeelsleden die de initiële opleiding volgen, worden geacht personeelsleden in actieve dienst te zijn. Alle kandidaten die de initiële opleiding hebben gevolgd, ontvangen een attest van bijwoning. Alleen kandidaten die een attest voorleggen dat bewijst dat zij effectief minstens 75 % van de tijd van elk luik van de initiële opleiding hebben gevolgd of het bewijs dat ze volledig zijn vrijgesteld krachtens artikel 24, worden toegelaten voor de kwalificatieproef. Art. 24.Om rekening te houden met de competentieportefeuille van de kandidaten, kan de coördinerende inspecteur-generaal, op voordracht van het Instituut voor opleiding tijdens de loopbaan, de kandidaten vrijstellen van een of meer luiken van de initiële opleiding of van een deel van de uren van de initiële opleiding, op voorwaarde dat ze een of meerdere gelijkwaardige opleidingen met succes heeft gevolgd. HOOFDSTUK IV. - Getuigschrift dat toegang geeft tot de stage voor het bevorderingsambt van inspecteur Art. 25.De kwalificatieproef bedoeld in artikel 21 wordt uiterlijk binnen de zes maanden na het beëindigen van de initiële opleidingssessie georganiseerd. Ze bestaat uit een zelf geschreven werk dat wordt verdedigd voor de examencommissie. Art. 26.Dit zelf geschreven werk bedoeld in artikel 25 bestaat uit een geschreven dossier bestaande uit: 1° twee persoonlijke casestudy's waarvan er minstens één betrekking heeft op de leerstof die werd behandeld in het tweede luik van de initiële opleiding;2° een overzicht van de competenties van de kandidaat met zijn voornaamste sterktes

zwaktes, ondersteund door zijn loopbaan

in verband gebracht met de kennis

vaardigheden die aan bod komen in de luiken van de initiële opleiding. De verdediging van het dossier voor de examencommissie bestaat uit de mondelinge presentatie

verdediging van een van beide cases van het dossier. De examencommissie baseert haar beoordeling van de kwalificatieproef op de volgende evaluatiecriteria: 1° de samenhang tussen het overzicht van de competenties

de weerspiegeling van deze competenties in de door de kandidaat verdedigde casestudy's;2° de relevantie van de door de kandidaat in de casestudy's voorgestelde acties;3° de graad van beheersing van de veronderstelde kennis

vaardigheden die werden ontwikkeld in het kader van elk luik van de initiële opleiding;4° het vermogen om schriftelijk te communiceren;5° het vermogen om mondeling te communiceren. De Regering legt de weging tussen de evaluatiecriteria vast zonder dat ook maar één ervan de 40 % overschrijdt, alsook de nadere regels voor de organisatie

evaluatie van de proef. Art. 27.Na afloop van de verdediging van het dossier bedoeld in artikel 26, lid 2, doet de examencommissie van de kwalificatieproef, in afwezigheid van de kandidaat, uitspraak over de afgifte van een getuigschrift van voltooiing of niet-voltooiing. De proef wordt beschouwd als geslaagd als de kandidaat ten minste 60 % van het totaal aantal punten voor de proef heeft behaald. De examencommissie wordt ook belast met het opstellen van een rangschikking, per ambt, van de kandidaten aan wie een getuigschrift van voltooiing werd afgeleverd. De aldus opgestelde rangschikking vormt een wervingsreserve voor elk ambt

is vier jaar geldig vanaf de datum waarop de rangschikkingen voor het betrokken ambt werden opgesteld. Art. 28.De examencommissie van de kwalificatieproef bedoeld in artikel 25 bestaat uit: 1° een voorzitter aangesteld door de Regering onder de ambtenaren-generaal van minstens rang 15;2° drie leden aangesteld door de Regering onder de personeelsleden die in vast verband zijn benoemd van het algemeen bestuur onderwijs, waarvan minstens één als vertegenwoordiger van de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem;3° drie leden aangesteld door de Regering onder de personeelsleden die in vast verband zijn benoemd of een mandaat uitoefenen binnen de algemene inspectiedienst;4° drie externe deskundigen aangesteld door de Regering, met specifieke competenties die verband houden met de verschillende luiken van de initiële opleiding. Voor elk effectief lid van de examencommissie van de kwalificatieproef, stelt de Regering één plaatsvervangend lid aan volgens dezelfde nadere regels. Overeenkomstig artikel 14 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid

de vakbonden van haar personeel, mogen de vertegenwoordigers van de vakorganisaties deze vergaderingen van deze examencommissie bijwonen als waarnemers. De Regering bepaalt de werkingsmodaliteiten van de examencommissie van de kwalificatieproef. Art. 29.De examencommissie van de kwalificatieproef geeft, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering, een advies over de toepassing van onderhavige titel. TITEL III. - Statuut van personeelsleden van de algemene inspectiedienst HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Art. 30.Deze titel is van toepassing op de personeelsleden van de algemene inspectiedienst, hierna `de personeelsleden' genoemd. Art. 31.Voor de toepassing van deze titel, worden de termijnen berekend als volgt: 1° de dag die de datum vaststelt van de akte die er het uitgangspunt van uitmaakt, is niet inbegrepen;2° de dag waarop hij ophoudt uitwerking te hebben, wordt in de termijn inbegrepen.Als die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, met inbegrip van de feestdagen van of in de Franse Gemeenschap, wordt hij naar de eerstvolgende werkdag uitgesteld. Art. 32.De bevorderingsambten die de personeelsleden van de algemene inspectiedienst kunnen uitoefenen alsook de ambten waarvan de kandidaten voor het ambt houder moeten zijn, zijn opgenomen in bijlage I van onderhavig decreet. De Regering stelt de lijst met bevorderingsambten van personeelsleden van de algemene inspectiedienst op door ze te klasseren in de volgende categorieën: 1° Inspecteur;2° Inspecteur voor een cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer;3° Coördinerende inspecteur;4° Inspecteur-generaal;5° Coördinerende inspecteur-generaal. Art. 33.De Regering stelt het gemeenschappelijke competentieprofiel op voor het uitoefenen van het ambt van inspecteur bedoeld in artikel 32, lid 2, 1°

2°, dat de specifieke competenties, de technische competenties alsook de generieke

gedragscompetenties bepaalt. Bij zijn indiensttreding legt het personeelslid dat in vast verband benoemd is, stage loopt of voorlopig aangesteld is in een bevorderingsambt van inspecteur de eed af in handen van de ambtenaar-generaal die door de Regering of haar afgevaardigde aangesteld wordt. De eed wordt geformuleerd zoals bepaald in artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/1831 pub. 07/02/2013 numac 2013000079 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet op de drukpers type decreet prom. 20/07/1831 pub. 26/07/2012 numac 2012000423 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet « betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie ». - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Akte wordt daarvan aan het personeelslid gegeven. Art. 34.De Regering bepaalt de kosten die aan de personeelsleden kunnen worden terugbetaald. Dit zijn de volgende: 1° reiskosten;2° verblijfskosten;3° andere kosten, waarvan inzonderheid kosten met betrekking tot schriftelijke

telefonische communicaties, het internet

de aankoop van documentatie. De Regering legt de grenzen

nadere regels vast voor de terugbetaling bedoeld in lid 1; HOOFDSTUK II. - Plichten

onverenigbaarheden AFDELING I. - Plichten Art. 35.De personeelsleden moeten onder alle omstandigheden voortdurend de belangen behartigen van de Franse Gemeenschap, van de leerlingen die naar school gaan in de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen

van de personeelsleden van die inrichtingen. Ze moeten ook voortdurend de belangen behartigen van de leerlingen die de leerplicht vervullen door middel van het verstrekken van huisonderwijs. Ze vervullen hun opdracht met dezelfde zorg voor alle schoolinrichtingen

in alle onafhankelijkheid ten opzichte van de inrichtende machten. Art. 36.Ze moeten de neutraliteitsbeginselen in acht nemen bij de uitoefening van hun ambt. Ze mogen de leerlingen niet gebruiken voor doeleinden van politieke, godsdienstige, filosofische propaganda of van commerciële reclame. De inspecteurs bedoeld in artikel 32, lid 2, 2°, zijn niet verplicht om de neutraliteitsbeginselen in acht te nemen bij het uitoefenen van taken die nauw verbonden zijn met het aanleren van godsdienst of niet-confessionele zedenleer, met pedagogische acties, met de naleving van maatstaven

programma's van de lessen godsdienst of niet-confessionele zedenleer. Ze laten zich niet kleinerend uit over standpunten geuit in parallelle lessen of door de inspecteurs van deze lessen. Art. 37.De personeelsleden voeren de plichten die aan hen zijn opgelegd door wetten decreten, besluiten

verordeningen persoonlijk

bewust uit. Ze moeten, binnen de door de regelgeving vastgelegde grenzen, de vereiste prestaties leveren om de dienst vlot te laten verlopen. Ze voeren de welbepaalde taken die hen worden toevertrouwd uit

vervullen hun taak met vlijt

nauwgezetheid. Zij mogen zonder voorafgaande toelating van hun hiërarchische overste de uitoefening van hun ambt niet onderbreken. Art. 38.Zij moeten zich met de meest volstrekte correctheid gedragen, zowel in hun dienstbetrekkingen als in hun omgang met het publiek, elkaar bijstaan in de mate waarin het belang van de dienst dit vereist. Ze mogen, zowel in hun dienst als in hun persoonlijke levenssfeer, geen gedrag stellen dat het vertrouwen van het publiek of de eer of waardigheid van hun ambt zou kunnen aantasten. Ze mogen geen moreel ongewenst gedrag hebben. Art. 39.Zij mogen zich niet inlaten met activiteiten die in strijd zijn met de Grondwet

de wetten van het Belgische volk, die de vernietiging van de onafhankelijkheid van het land op het oog hebben of die de landsverdediging of de uitvoering van de verbintenissen van België strekkend tot het verzekeren van zijn veiligheid in gevaar brengen. Zij mogen niet toetreden tot, noch hun medehulp verschaffen aan een beweging, groepering, organisatie of vereniging met soortgelijke activiteiten. Art. 40.Het is hun verboden feiten bekend te maken, die zij zouden kennen ter oorzake van hun ambt

die van nature geheim zijn. Art. 41.Ze mogen rechtstreeks noch door een tussenpersoon, zelfs buiten hun ambt, maar omwille ervan, giften, beloningen of

ig voordeel vragen, eisen of aannemen. Art. 42.De Regering kan de in deze afdeling beschreven plichten preciseren. Art. 43.Onverminderd de toepassing van de strafwetten

, in voorkomend geval, van artikel 43 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, zullen de inbreuken op de bepalingen van deze afdeling, naar gelang van het geval, met een van de bij artikel 105 bepaalde tuchtsancties worden gestraft

met naleving van artikel

  1. AFDELING II. - Onverenigbaarheden Art. 44.Met de hoedanigheid van personeelslid van de algemene inspectiedienst is onverenigbaar, de uitoefening van het politieke mandaat van: 1° burgemeester, schepen, gemeenteraadslid, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente die zich, geheel of gedeeltelijk, bevindt op het grondgebied waarop het personeelslid het ambt van inspecteur, coördinerende inspecteur, inspecteur-generaal of coördinerende inspecteur-generaal uitoefent;2° provinciaal gedeputeerde of provincieraadslid in een provincie die zich, geheel of gedeeltelijk, bevindt op het grondgebied waarop het personeelslid het ambt van inspecteur, coördinerende inspecteur, inspecteur-generaal of coördinerende inspecteur-generaal uitoefent. Art. 45.Met de hoedanigheid van personeelslid van de algemene inspectiedienst is onverenigbaar, de uitoefening van elk mandaat, met inbegrip van een syndicaal mandaat, bij een inrichtende macht of een federatie van inrichtende machten waarvan één of meer onderwijsinrichtingen zich bevinden op het grondgebied waarop het personeelslid het ambt van inspecteur, inspecteur-generaal of coördinerende inspecteur-generaal uitoefent. Art. 46.Met de hoedanigheid van personeelslid van de algemene inspectiedienst is onverenigbaar, elke activiteit die het vervullen van de ambtsplichten zou kunnen belemmeren of die in strijd is met de waardigheid van dat ambt. Art. 47.De Regering stelt de onverenigbaarheden vast bedoeld in de artikelen 44 tot
  2. Ze brengt daar het betrokken personeelslid op de hoogte van binnen een termijn van twintig dagen vanaf de dag waarop ze de onverenigbaarheid vaststelt, per aangetekend schrijven, dat uitwerking heeft met ingang van de derde werkdag volgend op de datum van de verzending ervan. Art. 48.Als de vaststelling van een onverenigbaarheid vermeld in artikel 46 betwist wordt, kan het betrokken personeelslid, langs hiërarchische weg, binnen een termijn van twintig werkdagen vanaf de datum waarop de onverenigbaarheid werd vastgesteld, een bezwaar indienen voor de in artikel 116 bedoelde Raad van beroep. Deze brengt zijn advies uit aan de Regering binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift. De Regering neemt haar beslissing binnen een termijn van één maand na ontvangst van het advies van de Raad van beroep. HOOFDSTUK III. - Toegang tot de bevorderingsambten van inspecteur

coördinerende inspecteur AFDELING I. - Toegang geeft tot de stage voor het bevorderingsambt van inspecteur Art. 49.Om te worden toegelaten tot de stage voor het bevorderingsambt van inspecteur, moet het personeelslid: 1° voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 13;2° niet uit zijn ambt ontheven zijn bij toepassing van artikel 62 of 93;3° houder zijn van het getuigschrift van voltooiing na de kwalificatieproef in verband met het toe te kennen ambt van inspecteur bedoeld in artikel 27. Art. 50.In geval van een vacante betrekking binnen het toe te kennen bevorderingsambt van inspecteur

onverminderd de toepassing van artikel 43, past de Regering de rangschikking toe van de wervingsreserve bedoeld in artikel 27. Ze nodigt het best geplaatste personeelslid uit om aan te vangen met de stage. Reageert het personeelslid niet gunstig op deze uitnodiging binnen een termijn van tien werkdagen vanaf de kennisgeving van de uitnodiging, wordt aangenomen dat hij weigert met de voorgestelde stage aan te vangen

nodigt de Regering het volgende personeelslid van de rangschikking uit om met de stage te starten,

zovoort. Het personeelslid dat de uitnodiging om met de stage aan te vangen afwijst, verlies niet zijn plaats in de rangschikking in geval van een andere vacante betrekking binnen het toe te kennen bevorderingsambt van inspecteur. Het personeelslid dat twee keer een vacante betrekking weigert, wordt geschrapt uit de wervingsreserve. Art. 51.De Regering stelt de administratieve standplaats van de inspecteurs vast, op voordracht van de coördinerende inspecteur-generaal. Art. 52.§

  1. De stage van inspecteur duurt twee jaar, berekend overeenkomstig paragraaf
  2. §
  3. Tijdens de duur van de stage blijft het personeelslid titularis van de betrekking waarin het vast benoemd of aangeworven is, in voorkomend geval bij zijn oorspronkelijke inrichtende macht. Tenzij anders uitdrukkelijk wordt bepaald, wordt het personeelslid dat wordt toegelaten tot de stage van inspecteur gelijkgesteld met een personeelslid dat vast benoemd of aangeworven is in het ambt van inspecteur. Het personeelslid kan tijdens de duur van de stage de toestemming krijgen om deel te nemen aan een opleiding wanneer deze specifiek gericht is op de ontwikkeling van de vereiste professionele competenties voor het uitoefenen van het ambt van inspecteur

wordt georganiseerd krachtens: 1° het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029419 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs

de psycho-medisch-sociale centra

tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029418 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs;2° het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029419 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs

de psycho-medisch-sociale centra

tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029418 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het gespecialiseerd onderwijs, het gewoon secundair onderwijs

de psychisch-medisch-sociale centra

tot oprichting van een Instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan;3° het decreet van 30 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/1998 pub. 01/09/1998 numac 1998029350 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet met betrekking tot de bijscholing van de leden van het bestuurs-

onderwijzend personeel

het opvoedend hulppersoneel in het onderwijs voor sociale promotie sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan van de leden van het bestuurs-

onderwijzend personeel

van het opvoedend hulppersoneel in het onderwijs voor sociale promotie;4° het decreet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/03/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan van de leden van het bestuurs-

onderwijzend personeel

van het onderwijzend hulppersoneel van het kunstsecundair onderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan van de leden van het bestuurs-

onderwijzend personeel

van het onderwijzend hulppersoneel van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. § 3. Voor de berekening van de duur van de voltooide stage komen alleen de werkelijk gepresteerde diensten tijdens de duur van de stage in aanmerking. Gelijkgesteld met werkelijk gepresteerde diensten zijn de jaarlijkse verloven, de verloven bedoeld in de artikels 5, 5bis

7 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 in toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs-

onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst-

normaal onderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen

van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, alsmede het verlof met het oog op adoptie, pleegvoogdij, plaatsing in een pleeggezin

de moederschapsrust respectievelijk zoals beschreven in hoofdstuk IIbis

hoofdstuk XIII van hetzelfde koninklijk besluit van 15 januari

  1. Art. 53.§
  2. Het stagedoend personeelslid wordt ten vroegste zes maanden na zijn indiensttreding

uiterlijk aan het einde van het eerste stagejaar geëvalueerd door ten minste twee personen onder wie, in elk geval, de coördinerende inspecteur-generaal of zijn afgevaardigde

de inspecteur of een van de coördinerende inspecteurs belast met de coördinatie van de dienst waaronder het stagedoend personeelslid ressorteert. De evaluatie is gebaseerd op de bepalingen van onderhavig decreet

op de toepassing van de kennis, competenties

vaardigheden die zouden moeten zijn verworven in het kader van de opleiding voor arbeidsintegratie bedoeld in artikel 54. Ze houdt rekening met het ambtsprofiel bedoeld in artikel 5, § 2, alsmede met de globale context waarin de stagiair moet evolueren

de middelen die hem ter beschikking zijn gesteld. Met het oog op de toekenning van de evaluatie wordt een onderhoud met het personeelslid georganiseerd

wordt een evaluatieverslag opgesteld waarvan de Regering het model vastlegt. De evaluatie leidt tot de toekenning van de vermelding `gunstig' of `ongunstig'. De verkregen vermelding wordt ter kennis gebracht van de stagiair per aangetekend schrijven of door de persoonlijke overhandiging van een schrijven met ontvangstbewijs. Er wordt van rechtswege een einde gemaakt aan de stage van het personeelslid dat de vermelding `ongunstig' krijgt aan het einde van de evaluatie. In dat geval neemt het personeelslid zijn ambt

benoeming weer op waarin hij vast benoemd of aangeworven is. §

  1. Het personeelslid kan op elk moment in de loop van het tweede stagejaar opnieuw worden geëvalueerd volgens dezelfde regels als in paragraaf
  2. §
  3. De stagiair die een vermelding `ongunstig' krijgt, kan binnen de tien dagen na kennisgeving langs hiërarchische weg per aangetekend schrijven een schriftelijke klacht indienen tegen deze vermelding bij de Raad van beroep bedoeld in artikel
  4. Dit beroep is opschortend. De Raad van beroep brengt zijn advies uit aan de Regering binnen een termijn van maximaal één maand vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift. De Regering neemt haar beslissing

kent de evaluatievermelding toe aan het stagedoend personeelslid binnen een termijn van maximaal één maand vanaf de datum van ontvangst van het advies. Art. 54.§ 1. Het stagedoend personeelslid krijgt tijdens de duur van de stage een opleiding voor arbeidsintegratie van 160 uur. Deze opleiding voor arbeidsintegratie beoogt inzonderheid: 1° de voortzetting, verdieping

integratie van de ontwikkeling van de kennis

vaardigheden van de initiële opleiding bedoeld in artikel 22, inzonderheid op basis van observatie

experimenten;2° de ontwikkeling van de professionele identiteit van de stagiair opdat hij zich zijn rol

positie in het onderwijssysteem eigen kan maken, vertrouwd kan raken met de deontologische regels, zijn sterktes

zwaktes kan analyseren

zijn opleidingsbehoeften kan afleiden;3° de ontwikkeling van het vermogen om zaken in vraag te stellen, afstand te nemen

nadenkend te analyseren;4° de ontwikkeling van de systemische analysevaardigheden van een schoolinrichting, het beheer ervan

de interpretatievaardigheden van de verschillende waargenomen fenomenen, inzonderheid door een kritische analyse van incidenten van interpersoonlijke

sociaal-organisatorische fenomenen die spelen;5° de beoordeling van de door de Regering besliste auditmethode;6° de ontwikkeling van de communicatie, in interindividuele

collectieve omstandigheden, van vaststellingen, advies

beslissingen bij de verschillende soorten actoren van het onderwijssysteem; 7° de ontwikkeling van een vermogen om zijn praktijken aan te passen aan de diversiteit

de specifieke kenmerken van institutionele

omgevingsgebonden contexten (openbaar, op maat van de scholen of PMS-centra, ISE ...). § 2. De Regering werkt op grond van een voorstel van het Instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan een opleidingsplan voor arbeidsintegratie uit waarin de volgende elementen worden bepaald: 1° de methodes, met een voorkeur voor die gericht zijn op de professionele ontwikkeling, inzonderheid de analyse van casussen, rollenspellen, intervisie

het opstellen van een portfolio;2° de nadere regels volgens dewelke de opleiding is georganiseerd. Het opleidingsplan bestaat in elk geval uit twee delen die tegelijkertijd worden uitgevoerd. Het eerste deel is een opleiding van minstens 90 uur,

gemeenschappelijk voor alle ambten van inspecteur. Het tweede deel is een opleiding van minstens 30 uur,

specifiek voor een ambt of een groep van ambten. Indien de stagedoend inspecteur reeds een gelijkwaardige opleiding zou hebben gevolgd, kan hij vragen om te worden vrijgesteld voor het hele of een deel van het programma van het opleidingsplan, volgens de door de Regering vastgelegde opleiding voor arbeidsintegratie. §

  1. Op basis van het opleidingsplan bedoeld in lid 2, wordt de opleiding voor arbeidsintegratie georganiseerd door het Instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan. De lesgevers van deze opleiding voor arbeidsintegratie zijn hoofdzakelijk afkomstig van universiteiten, hogescholen, onderwijsinrichtingen voor sociale promotie, het Instituut voor de opleiding tijdens de loopbaan, de school voor overheidsbestuur of het algemeen bestuur onderwijs. §
  2. Na afloop van de opleiding moet de stagiair zijn portfolio presenteren

verdedigen voor de examencommissie bestaande uit: 1° een voorzitter aangesteld door de Regering onder de ambtenaren-generaal van minstens rang 15;2° twee leden aangesteld door de Regering onder de personeelsleden die in vast verband zijn benoemd van het algemeen bestuur onderwijs, waarvan minstens één als vertegenwoordiger van de Algemene Directie Sturing van het onderwijssysteem;3° drie leden aangesteld door de Regering onder de personeelsleden die in vast verband zijn benoemd of een mandaat uitoefenen binnen de algemene inspectiedienst;4° één externe deskundige aangesteld door de Regering, met specifieke competenties die verband houden met de verschillende taken van de algemene inspectiedienst. Voor elk effectief lid van de examencommissie, stelt de Regering één plaatsvervangend lid aan volgens dezelfde nadere regels. Overeenkomstig artikel 14 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid

de vakbonden van haar personeel, mogen de vertegenwoordigers van de vakorganisaties deze vergaderingen van deze examencommissie bijwonen als waarnemers. De Regering bepaalt de werkingsmodaliteiten van de examencommissie. De examencommissie baseert haar beoordeling van de kwalificatieproef op de volgende evaluatiecriteria: 1° de graad van beheersing van de veronderstelde kennis

vaardigheden die werden ontwikkeld in het kader van elk luik van de initiële opleiding;2° het vermogen om schriftelijk te communiceren;3° het vermogen om mondeling te communiceren. De Regering legt de weging tussen de evaluatiecriteria vast zonder dat ook maar één ervan de 40 % overschrijdt, alsook de nadere regels voor de organisatie

evaluatie van de proef. De proef wordt beschouwd als geslaagd als de kandidaat ten minste 60 % van de punten behaalt. § 5. Er wordt van rechtswege een einde gemaakt aan de stage als het personeelslid niet slaagt in de opleiding voor arbeidsintegratie bedoeld in dit artikel. In dat geval neemt het personeelslid opnieuw zijn oorspronkelijke ambt

aanstelling in vast verband op. Om de stabiliteit van de pedagogische teams niet te verstoren, kan de Regering de wederopneming van het personeelslid in zijn oorspronkelijke ambt maximaal zes maanden uitstellen vanaf het niet-slagen in deze opleiding voor arbeidsintegratie. Het personeelslid bedoeld in lid 1 kan binnen de tien dagen na kennisgeving langs hiërarchische weg per aangetekend schrijven een schriftelijke klacht indienen tegen deze beslissing bij de Raad van beroep bedoeld in artikel 116. Dit beroep is opschortend. De Raad van beroep brengt zijn advies uit aan de Regering binnen een termijn van maximaal één maand vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.