Decreet betreffende het onderwijs XVI
Kort samengevat
Dit decreet wijzigt verschillende artikelen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Het betreft aanpassingen aan definities, financiering, en de organisatie van het basisonderwijs.
Wat het regelt
- De toepasselijkheid van het decreet basisonderwijs op internaten, semi-internaten, opvangcentra en observatiecentra.
- Definities van termen zoals "teldag", "telperiode", "randgemeenten" en "taalgrensgemeenten" binnen het basisonderwijs.
- De financiering en subsidiëring van gewoon en buitengewoon basisonderwijs.
- De oprichting en werking van Commissies van Advies voor het Buitengewoon Onderwijs (CABO).
Wie het aanbelangt
- Basisscholen, inclusief internaten en scholen voor buitengewoon onderwijs.
- De Vlaamse Regering en de bevoegde diensten van de onderwijsadministratie.
Kernpunten
- Het decreet basisonderwijs is niet van toepassing op internaten, semi-internaten, opvangcentra en observatiecentra verbonden aan basisscholen, behalve voor artikel 27, § 4, dat wel van toepassing is op internaten.
- De Vlaamse Regering richt in elke provincie een Commissie van Advies voor het Buitengewoon Onderwijs (CABO) op en bepaalt de samenstelling en werking ervan.
- Voor leerlingen die onderwijs van type 5 volgen in een preventorium is een protocol alleen vereist als de school erom vraagt.
- Het bedrag voor artikel 82bis, § 1, wordt gewijzigd van 83,353 miljoen euro naar 83,352 miljoen euro, en voor artikel 90, § 2, van 25.875 frank naar 641,42 euro.
Wettekst
VLAAMSE OVERHEID 7 JULI 2006. - Decreet betreffende het onderwijs XVI (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende het onderwijs XVI. HO
leidende bepaling Artikel I.1 Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs Afdeling I. - Decreet basisonderwijs Artikel II.1 Artikel 2 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 2 § 1. Dit decreet is niet van toepassing op de
ternaten, semi-
ternaten, opvangcentra en observatiecentra verbonden aan basisscholen. § 2.
afwijking van § 1 is artikel 27, § 4, van toepassing op
ternaten. ». Artikel II.2
artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 22 december 2000, 13 juli 2001, 28 juni 2002, 14 februari 2003, 10 juli 2003 en 15 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
punt 1° worden de woorden «
het kleuteronderwijs » geschrapt;2°
punt 34° wordt het woord « tellingsdatum » vervangen door de woorden « teldag of tijdens een welbepaalde telperiode »;3°
punt 45° worden de woorden « bepaalde datum » vervangen door de woorden « welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode » en worden de woorden « , een vestigingsplaats » geschrapt;4° een punt 45°ter wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « 45°ter randgemeenten : de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld
artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen
bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;»; 5° een punt 45°quater wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « 45°quater taalgrensgemeenten : de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld
artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling
het onderwijs;»; 6°
punt 46° wordt het woord « datum » vervangen door de woorden « teldag of tijdens een welbepaalde telperiode »;7°
punt 55° wordt het woord « tellingsdatum » vervangen door de woorden « teldag of tijdens een welbepaalde telperiode ». Artikel II.3
artikel 11, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten, worden tussen het woord « gewoon » en het woord « basisonderwijs » en tussen het woord « buitengewoon » en het woord « onderwijs » telkens de woorden « gefinancierd of gesubsidieerd »
gevoegd. Artikel II.4 Aan artikel 15, § 1, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd : « Voor leerlingen die onderwijs van het type 5 volgen
een preventorium, is een protocol alleen vereist als de school er om vraagt. ». Artikel II.5
artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 10 juli 2003, wordt § 3 opgeheven. Artikel II.6
hetzelfde decreet wordt een artikel 25bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 25bis De Vlaamse Regering richt
elke provincie een Commissie van Advies voor het Buitengewoon Onderwijs (CABO) op. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling en de werking ervan en ze bepaalt, onverminderd de bevoegdheden, vastgelegd
artikelen 26 en 35,
welke gevallen de CABO gemotiveerde adviezen kan uitbrengen. ». Artikel II.7
artikel 26 van hetzelfde decreet wordt § 3 opgeheven. Artikel II.8
artikel 27, § 3, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten1, worden de woorden « de participatieraad of » geschrapt. Artikel II.9
artikel 27, § 4, derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten, wordt het woord « onderwijsinspectie » vervangen door de woorden « bevoegde dienst van de onderwijsadministratie ». Artikel II.10 Aan artikel 28, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 10 juli 2003, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 9° de samenstelling van de schoolraad. ». Artikel II.11
artikel 44bis, § 2, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten, worden de woorden « van het voormelde decreet basisonderwijs » geschrapt. Artikel II.12
artikel 82bis, § 1, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997036540 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1998 sluiten en 10 juli 2003, wordt het bedrag « 83,353 miljoen euro » vervangen door het bedrag « 83,352 miljoen euro ». Artikel II.13
artikel 90, § 2, van hetzelfde decreet wordt het bedrag « 25.875 frank » vervangen door het bedrag « 641,42 euro ». Artikel II.14
artikel 91 van hetzelfde decreet worden de woorden « gewoon kleuteronderwijs of lager onderwijs » vervangen door de woorden « gefinancierd of gesubsidieerd gewoon kleuteronderwijs of gefinancierd of gesubsidieerd gewoon lager onderwijs ». Artikel II.15
artikel 108 van hetzelfde decreet worden tussen de woorden « De programmatienormen » en de woorden « zijn hier » de woorden « en rationalisatienormen »
gevoegd. Artikel II.16
artikel 108bis van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten5, wordt het tweede lid opgeheven. Artikel II.17 Aan artikel 125duodecies van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten5 en gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten9, wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4. Scholengemeenschappen, waar scholen van het gemeenschapsonderwijs deel van uitmaken, kunnen de puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking aanwenden om het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur
de scholengroep, waar één of meerdere scholen van de scholengemeenschap deel van uit maken, school- of klasvrij te maken. ». Artikel II.18
artikel 130, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998 en 10 juli 2003, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Beneden een door de Vlaamse Regering vastgelegd leerlingenaantal moet de directie, afhankelijk van de beslissing van het schoolbestuur, een gedeeltelijke lesopdracht of een gedeeltelijke opdracht van zorg of ICT opnemen. De gedeeltelijke opdracht van zorg of ICT kan opgenomen worden op basis van de puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap, de puntenenveloppe ter ondersteuning en coördinatie van het zorgbeleid
het gewoon basisonderwijs, de puntenenveloppe voor ICT-coördinatie of op basis van de
artikel 153sexies, § 4, vermelde vrij aan te wenden samengelegde punten op het niveau van de scholengemeenschap. Het schoolbestuur kan zijn beslissing maar herzien als dat niet leidt tot een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking. ». Artikel II.19
artikel 134 van hetzelfde decreet wordt een § 1bis
gevoegd, die luidt als volgt : « § 1bis.
afwijking van § 1 worden de lestijden volgens de schalen voor bestaande scholen voor type 5 die betrokken zijn bij een herstructurering berekend op basis van het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen van de maand september.
afwijking van § 1 is het aantal lestijden volgens de schalen voor scholen voor type 5 die betrokken zijn bij of die ontstaan zijn door een fusie gelijk aan de som van de lestijdenpakketten van de betrokken scholen. De bepalingen van artikelen 129 en 146 zijn niet van toepassing op de
dit artikel vermelde scholen. ». Artikel II.20
artikel 138 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 28 juni 2002 en 10 juli 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
worden punt 5° en punt 7° vervangen door wat volgt : « 5° lestijden voor lichamelijke opvoeding;»; « 7° lestijden ter ondersteuning van de
tegratie van de anderstalige leerlingen voor de Nederlandstalige scholen
de rand- en taalgrensgemeenten, voor de scholen
de gemeenten die grenzen aan de randgemeenten en/of aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en voor de scholen
de gemeenten die bepaald worden door de Vlaamse Gemeenschap. »; 2°
§ 2
worden de woorden « , zoals bepaald
artikel 171, » geschrapt. Artikel II.21 Artikel 139 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 139 De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden tot het verkrijgen van aanvullende lestijden, vermeld
artikel 138, 1°, 2°, 3°, 4°, 5° en 7°, alsook het aantal en de wijze van berekening ervan. ». Artikel II.22
artikel 139ter van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten2, wordt het laatste lid vervangen door de volgende bepaling : « Wanneer een school op 1 januari van het voorafgaand schooljaar vestigingsplaatsen heeft die niet
eenzelfde of aangrenzende gemeente of
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad gelegen zijn, worden de verschillende vestigingsplaatsen voor de toepassing van de bepalingen van het eerste lid en van artikel 13quater als school beschouwd. ». Artikel II.23 Aan artikel 153sexies, § 4, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten5, wordt de volgende zin toegevoegd : « Scholengemeenschappen, waar scholen van het gemeenschapsonderwijs deel van uitmaken, kunnen deze vrij aan te wenden punten aanwenden om het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur
de scholengroep, waar één of meerdere scholen van de scholengemeenschap deel van uit maken, school- of klasvrij te maken. ». Artikel II.24
artikel 153novies, § 2, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten5, wordt het woord « gesubsidieerd » geschrapt. Artikel II.25 Aan artikel 155 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de bestaande tekst, die § 1 wordt, wordt het woord « extra » vervangen door het woord « bijkomende »;2° er wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2.
het kader van het geïntegreerd onderwijs gericht op de begeleiding van autistische kinderen en
afwijking van de bepalingen van dit hoofdstuk kan de Vlaamse Regering, op vraag van het schoolbestuur,
het buitengewoon onderwijs voor de schooljaren 2006/2007 en 2007/2008 bijkomende lestijden en bijkomende uren toekennen voor het onderwijzend en paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. Het aantal bijkomende lestijden en bijkomende uren bedraagt voor het Gemeenschapsonderwijs, het officieel gesubsidieerd onderwijs en het vrij onderwijs respectievelijk maximaal 97, 158 en 447 bijkomende lestijden en 89, 146 en 413 bijkomende uren.
geen geval kan het schoolbestuur personeelsleden affecteren, muteren en/of vast benoemen
de bijkomende lestijden of bijkomende uren. ». Artikel II.26
artikel 164 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten9, wordt het woord « lesuren » vervangen door het woord « uren ». Artikel II.27 Artikel 177, § 1, 3°, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « 3° het niet naleven van de bepalingen
zake de keuze en de vrijstelling van keuze tussen godsdienst en niet-confessionele zedenleer zoals bedoeld
artikel 29; ». Artikel II.28 Artikel 187 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten3, wordt opnieuw opgenomen
de volgende lezing : « Artikel 187 Leerlingen die vóór 1 september 2006
het kader van Geïntegreerd Onderwijs begeleid werden
een erkende niet gesubsidieerde school voor gewoon onderwijs, behouden
het schooljaar 2006-2007 deze begeleiding. ». Artikel II.29
artikel 192, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten5, worden de woorden « 153duodecies » vervangen door de woorden « 153novies ». Afdeling II. -
werkingtreding Artikel II.30 De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2006, met uitzondering van : 1° artikel II.27 dat uitwerking heeft met
gang van 1 september 1997; 2° artikelen II.2, 1°, 4° en 5°, II.17, II.18, II.20, 1°, II.21, II.22 en II.23 die uitwerking hebben met
gang van 1 september 2005; 3° Artikelen II.6 en II.7 die
werking treden op de dag van de publicatie van dit decreet
het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs Afdeling I. - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving Artikel III.1
artikel 3, § 5, laatste lid, en § 6, eerste lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving,
gevoegd bij het decreet van 21 december 1994, wordt de datum « 15 november » vervangen door de datum « 1 november ». Artikel III.2
artikel 6quater van dezelfde wet,
gevoegd bij het decreet van 24 juli 1996 en gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997, 1 december 1998, 18 januari 2002, 28 juni 2002 en 14 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « De
richtende machten,
voorkomend geval op voordracht en na beslissing van de klassenraden of de gelijkgestelde organen, zijn bevoegd om aan de leerlingen de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen voor zover het structuuronderdeel
kwestie voldoet aan de voorwaarden, vermeld
artikel 24, § 2, 1°, 2°, 3°, 4°, 6°, 7°, 8°, 9° en 10°, voor wat betreft het onderwijs voor sociale promotie en het deeltijds kunstonderwijs, respectievelijk
artikel 24ter, § 1, voor wat betreft het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs »;2°
het tweede lid worden de woorden « Wat het gewoon secundair onderwijs betreft » vervangen door de woorden « Wat het gewoon secundair onderwijs en de opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs betreft »;3° het derde, vierde en vijfde lid worden opgeheven voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. Artikel III.3
dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk V vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK V. - Erkenning, financiering en subsidiëring ». Artikel III.4
artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1970 en 18 september 1981, bij het koninklijk besluit nummer 411 van 25 april 1986, en de decreten van 5 juli 1989, 31 juli 1990, 14 juli 1998, 28 juni 2002, 14 februari 2003 en 2 april 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het volledige derde lid van § 2, wordt aangeduid als artikel 24quinquies ;2° de overige bepalingen van artikel 24 worden opgeheven voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. Artikel III.5
dezelfde wet wordt een nieuw artikel 24bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 24bis § 1. Een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs wordt gefinancierd of gesubsidieerd als aan alle onderstaande voorwaarden, die betrekking hebben hetzij op het structuuronderdeel
kwestie hetzij op de school die het organiseert, samen is voldaan : 1° georganiseerd zijn onder de verantwoordelijkheid van een
richtende macht, zoals vermeld
artikel 2;2° gevestigd zijn
gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden op het gebied van hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid voldoen;3° de controle van de onderwijsinspectie mogelijk maken;4° beschikken over voldoende didactisch materiaal en over een aangepaste schooluitrusting;5° de bepalingen naleven met betrekking tot de onderwijstaal en de taalkennis van het personeel, zoals bepaald
de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling
het onderwijs en zoals bepaald
de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen
bestuurszaken;6° een structuur aannemen zoals vastgesteld bij decreet.Onder structuur wordt begrepen de grote
delingen binnen een onderwijsniveau en de duur van die
delingen; 7° de reglementering betreffende verlofregeling en aanwending van de schooltijd, zoals vermeld
artikel 7,
acht nemen;8° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen
zake eindtermen, ontwikkelingsdoelen, specifieke eindtermen, leerplannen en handelingsplannen;9° een beleidscontract of een beleidsplan hebben met een centrum voor leerlingenbegeleiding;10° beschikken over personeel waarvan de gezondheidstoestand de gezondheid van de leerlingen niet
gevaar brengt;11° als school
het geheel van haar werking de
ternationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen op het gebied van de rechten van de mens en van het kind
het bijzonder eerbiedigen;12° voor wat het Gemeenschapsonderwijs en het gesubsidieerd officieel onderwijs betreft :
- a)een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerling;
- b)de leerplannen volgen van het Gemeenschapsonderwijs, het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap of het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen, of eigen leerplannen volgen die ermee verenigbaar zijn vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum;
- c)een schoolwerkplan, schoolreglement en schoolboeken gebruiken
overeenstemming met het open karakter vermeld
punt
- a);
- d)begeleid worden door de begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs, het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap of het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum;13° voldoen aan het rationalisatie- en programmatieplan; 14° deelnemen aan en samenwerken binnen een lokaal overlegplatform, opgericht overeenkomstig artikel IV.2, § 2, eerste lid, van het decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten2 betreffende gelijke onderwijskansen-I. Onder samenwerken wordt verstaan de
artikel IV.4, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet vermelde gegevens leveren, en de
het kader van artikel IV.4, eerste lid, van hetzelfde decreet gemaakte afspraken naleven; 15° wat het Gemeenschapsonderwijs betreft : de bevoegdheden van de schoolraad respecteren;16° wat het gesubsidieerd onderwijs betreft : geen afbreuk doen aan de besluitvormingsprocedures, vermeld
artikelen 19 tot en met 22 van het decreet van 2 april 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten6 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad.Deze voorwaarde sluit tevens
dat de directeur met betrekking tot de hem door de
richtende macht gedelegeerde bevoegdheden die voorwerp uitmaken van advies of overleg, voldoende gemandateerd wordt om
de verhouding tot de schoolraad autonoom te kunnen optreden. § 2. De financiering of subsidiëring van een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs vindt plaats vanaf het schooljaar van de oprichting ervan. Als een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs wordt opgericht
het kader van de oprichting van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen, dan kan dit structuuronderdeel tijdens het schooljaar van oprichting aan een
spectie worden onderworpen. De
spectie is specifiek gericht op de vaststelling of aan alle financierings- of subsidiëringsvoorwaarden is voldaan. De resultaten van de
spectie dienen uiterlijk op 15 juni van het schooljaar
kwestie worden bekendgemaakt, zo niet worden ze geacht gunstig te zijn. § 3. De
de financiering of subsidiëring opgenomen structuuronderdelen gewoon of buitengewoon secundair onderwijs worden per schooljaar met een dienstbrief van de bevoegde onderwijsadministratie bevestigd en meegedeeld aan de betrokken
richtende macht. § 4. Financiering of subsidiëring impliceert ook erkenning. Erkenning is de toekenning van de bevoegdheid aan de
richtende macht om aan regelmatige leerlingen de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen. ». Artikel III.6
dezelfde wet wordt een artikel 24ter
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 24ter § 1. Een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat alleen voldoet aan de voorwaarden, vermeld
artikel 24bis, § 1, 1° tot en met 12°, wordt niet gefinancierd of gesubsidieerd maar wel erkend. § 2. De erkenning van een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs vindt plaats vanaf het schooljaar van de oprichting ervan. Als een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs wordt opgericht
het kader van de oprichting van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen, dan kan dit structuuronderdeel tijdens het schooljaar van oprichting aan een
spectie worden onderworpen. De
spectie is specifiek gericht op de vaststelling of aan alle erkenningsvoorwaarden is voldaan. De resultaten van die
spectie moeten uiterlijk op 15 juni van het schooljaar
kwestie worden bekendgemaakt, zo niet worden ze geacht gunstig te zijn. § 3. De
de erkenning opgenomen structuuronderdelen gewoon of buitengewoon secundair onderwijs worden per schooljaar met een dienstbrief van de bevoegde onderwijsadministratie bevestigd en meegedeeld aan de betrokken
richtende macht. ». Artikel III.7
dezelfde wet wordt een artikel 24quater
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 24quater § 1. Met behoud van de erkenning, wordt de financiering of subsidiëring van een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat niet meer voldoet aan de voorwaarden, vermeld
artikel 24bis, § 1, door de Vlaamse Regering geheel of gedeeltelijk
gehouden. Die
houding kan alleen op voorstel van de onderwijsinspectie als het gaat om de voorwaarden, vermeld
2°, 4° en 5°. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvullende bepalingen met betrekking tot die
houding en regelt de beroepsprocedure. § 2. De Vlaamse Regering kan, op voorstel van een college van onderwijsinspecteurs, de erkenning, en ipso facto de financiering of subsidiëring, van een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs geleidelijk opheffen als niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, vermeld
artikel 24ter, § 1. Dat college van onderwijsinspecteurs wordt samengesteld voor de helft uit
spectieleden die afkomstig zijn uit het Gemeenschapsonderwijs of uit het gesubsidieerd officieel onderwijs, enerzijds, en voor de helft uit
spectieleden die afkomstig zijn uit het gesubsidieerd vrij onderwijs, anderzijds. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvullende bepalingen voor de werking en de organisatie van dat college van onderwijsinspecteurs, wijst de leden ervan aan en regelt de beroepsprocedure. De aanvullende bepalingen worden bepaald bij wijze van bekrachtiging van een gezamenlijk voorstel van de Vlaamse Regering, de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van
richtende machten van het officieel gesubsidieerd onderwijs voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van artikel 24bis, § 1, 12°. Als het niet-voldoen aan de erkenningsvoorwaarden
het gewoon secundair onderwijs enkel betrekking heeft op de vakoverschrijdende of attitudinale eindtermen of ontwikkelingsdoelen, dan kan de erkenning niet worden opgeheven en wordt enkel de financiering of subsidiëring geheel of gedeeltelijk
gehouden.
afwijking hiervan wordt er gedurende een periode van vijf schooljaren, gerekend vanaf de
voering van de voornoemde eindtermen en ontwikkelingsdoelen of de specifieke eindtermen, slechts overgegaan tot de voornoemde
houding van de financiering of subsidiëring omwille van voornoemde reden, voor zover de school kennelijk geen aanzet heeft gegeven tot het nastreven van voornoemde eindtermen, ontwikkelingsdoelen of specifieke eindtermen. ». Artikel III.8
dezelfde wet worden artikelen 6, 6bis en 53, 3°, opgeheven voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en verder ook artikelen 23, 48 en 49. Afdeling II. - Decreet betreffende het onderwijs II Artikel III.9
het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II wordt een artikel 3quinquies
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 3quinquies § 1. De vereniging zonder winstoogmerk Koninklijk Werk IBIS
Bredene, heeft : 1° als opdracht basisonderwijs en voltijds secundair zeevisserijonderwijs te organiseren voor jongeren die wezen zijn van vissers, zeelieden en binnenschippers of die kansarm zijn, en voor hen een
ternaat op te richten;2° als bijzondere opdracht en
zoverre de ouders of de personen die
rechte of
feite de ouderlijke macht uitoefenen hierom verzoeken te zorgen voor de opvoeding en de verzorging, voeding en kleding
begrepen, van die jongeren. § 2. Onverminderd de gewone subsidiëring en binnen de perken van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap wordt aan het Koninklijk Werk IBIS per leerling een buitengewone subsidie van 12.460 euro per begrotingsjaar toegekend. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd door het bedrag van het voorgaande jaar te vermenigvuldigen met de aanpassingscoëfficiënt A = 0,4 (C1/C0) + 0,6 (Lkl/Lk0), waarbij : 1° Cl/C0 gelijk is aan de verhouding tussen het geraamde
dexcijfer van de consumptieprijzen op het einde van het volgende begrotingsjaar en het geraamde
dexcijfer van de consumptieprijzen op het einde van het lopende begrotingsjaar;2° Lkl/Lk0 gelijk is aan de verhouding tussen het geraamde
dexcijfer van de eenheidsloonkosten op het einde van het volgende begrotingsjaar en het geraamde
dexcijfer van de eenheidsloonkosten op het einde van het lopende begrotingsjaar. Voor de berekening van die subsidie komen de regelmatige leerlingen die op 1 februari van het vorige begrotingsjaar
het
ternaat verblijven
aanmerking. Er komen niet meer dan 100 leerlingen voor subsidiëring
aanmerking. § 3. Het Koninklijk Werk IBIS kan geen aanspraak maken op andere subsidies of financiële tegemoetkomingen van de Vlaamse Gemeenschap voor de opdracht, vermeld
§ 1. § 4.
De subsidie wordt als volgt uitbetaald : 1° een voorschot van 2/3 van de totale subsidie voor het einde van het tweede kwartaal;2° een saldo van 1/3 van de totale subsidie bij het begin van het vierde kwartaal. § 5. Voor 1 juli legt het Koninklijk Werk IBIS de begroting voor haar
ternaatswerking van het volgende jaar ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. Die begroting moet
evenwicht zijn. Voor 31 maart wordt de rekening van het voorgaande jaar ter goedkeuring voorgelegd. ». Artikel III.10
artikel 48, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994, 19 april 1995 en 14 februari 2003, wordt punt 2° vervangen door wat volgt : « 2° regelmatige leerling : de leerling die a) hetzij aan alle onderstaande voorwaarden voldoet : 1) beantwoorden aan de toelatingsvoorwaarden tot het leerjaar waarin de leerling is
geschreven;2) het geheel van de vorming van dit leerjaar werkelijk en regelmatig volgen, behoudens
geval van gewettigde afwezigheid;b) hetzij aan alle onderstaande voorwaarden voldoet : 1) voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot een eerste leerjaar van de eerste graad van het secundair onderwijs, zoals bepaald
hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten2 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs;2) het leerprogramma dat voor hem of haar
dividueel is bepaald door de klassenraad werkelijk en regelmatig volgen, behoudens
geval van gewettigde afwezigheid;3) onder het toepassingsgebied vallen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de
tegratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap
het gewoon lager en secundair onderwijs. Leerlingen die niet beantwoorden aan het onder
- a)of
- b)gestelde, worden beschouwd als vrije leerlingen. ». Artikel III.11 Aan artikel 50 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994, 19 april 1995 en 14 februari 2003, wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 6. De Vlaamse Regering kan aan door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde
stellingen voor voltijds secundair onderwijs toelating verlenen om op het vlak van organisatie van de studie een experiment op te zetten naar analogie met het experiment dat is vastgelegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten3 betreffende het experimenteel Brussels curriculum
het voltijds secundair onderwijs.
voorkomend geval zijn de bepalingen van voormeld besluit onverkort van toepassing
zover ze betrekking hebben op : 1° de structuuronderdelen binnen het experiment;2° de doelstellingen van het experiment;3° de toetreding tot en uittreding uit het experiment;4° de afwijkingen op de vigerende wet-, decreet- en regelgeving;5° de verplichte medewerking aan de evaluatie. Bovendien is de Vlaamse Regering ertoe gehouden : 1° de gebiedsomschrijving vast te leggen waarin het experiment kan worden opgezet;2° de tijdsduur van het experiment te bepalen;3° de evaluatie van het experiment te regelen;4° het Vlaams Parlement te
formeren over de voortgang van het experiment en over de resultaten van de evaluatie. Dit experiment valt niet onder toepassing van het decreet van 9 december 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten0 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten
het onderwijs. ». Artikel III.12
artikel 59bis van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 28 april 1993, wordt
2° de datum « 15 september » vervangen door de datum « 1 november ». Artikel III.13
hetzelfde decreet wordt een artikel 59quater
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 59quater Voor onderwijsinstellingen die niet tot een scholengemeenschap zijn toegetreden, wordt het
artikel 57, § 1, bedoeld aantal wekelijkse uren-leraar, na toepassing van het
artikel 59, 4°, gestelde, verhoogd met 1 %. Deze bijkomende uren-leraar worden door de betrokken onderwijsinstellingen aangewend op de wijzen zoals bepaald
artikel 80 van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. ». Artikel III.14
hetzelfde decreet worden de artikelen 72bis en 72ter
gevoegd, die luiden als volgt : « Artikel 72bis Voor zover de omkadering wordt toegekend onder de vorm van uren-leraar, kan
het Gemeenschapsonderwijs en
het gesubsidieerd onderwijs een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs tijdens een bepaald schooljaar niet-
gerichte uren-leraar overdragen naar het daaropvolgend schooljaar mits te voldoen aan alle volgende voorwaarden : 1° de overdracht wordt beperkt tot twee procent van het aantal aanwendbare uren-leraar van dat bepaald schooljaar;2° de niet-
gerichte uren-leraar van een bepaald schooljaar dienen vastgelegd uiterlijk op 1 november van dat schooljaar met het oog op de overdracht naar het daaropvolgend schooljaar;3° de overgedragen uren-leraar van een bepaald schooljaar kunnen enkel
het daaropvolgend schooljaar worden aangewend. Artikel 72ter § 1. De overdracht van uren-leraar tijdens een bepaald schooljaar, zoals bedoeld
artikel 72bis, is slechts mogelijk
dien de betrokken
richtende macht van het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs op eer verklaart dat zij tijdens dat schooljaar
de onderwijsinstelling waarvan het betrokken centrum deel uitmaakt, overeenkomstig de geldende reglementering, geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking
de categorie van het onderwijzend personeel dient uit te spreken. § 2. De niet-naleving van de bepalingen van § 1 heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. § 3.
de overgedragen uren-leraar zoals bedoeld
artikel 72bis kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden. § 4. Met het oog op de controle van § 3 door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming, dienen de
richtende machten van de betrokken onderwijsinstellingen een verklaring op eer af te leggen die er toe strekt dat
de bedoelde uren-leraar geen personeelsleden vastbenoemd worden. § 5. De niet-naleving van de bepalingen van §§ 3 en 4 heeft tot gevolg dat de vaste benoemingen geen uitwerking kunnen hebben ten aanzien van de overheid. ». Artikel III.15 Aan de afdeling 4bis, bestaande uit artikelen 74bis tot en met 74quinquies van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten9, wordt een artikel 74quinquies 1 toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 74quinquies 1 Een personeelslid dat wordt aangesteld
een betrekking die wordt georganiseerd
het kader van het tijdelijk of permanent onderwijs aan huis wordt steeds aangesteld als tijdelijk personeelslid. De bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs zijn van toepassing op deze personeelsleden, met uitzondering van de volgende bepalingen : 1° de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering
zake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.De
richtende macht van de
stelling die de betrekking organiseert, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Die aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Voor deze reaffectatie of wedertewerkstelling is steeds de toestemming vereist van het terbeschikking gestelde personeelslid; 2° de betrekking kan niet vacant worden verklaard.De
richtende macht kan
geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren
die betrekking. ». Artikel III.16
hetzelfde decreet wordt een afdeling IVquater « Het schoolreglement »
gevoegd, bestaande uit artikelen 74octies tot en met 74undecies, die luiden als volgt : « Afdeling IVquater. - Het schoolreglement Artikel 74octies § 1. Elke
richtende macht maakt voor elk van haar scholen een schoolreglement op waarin de rechten en plichten van elke leerling worden vastgelegd. Voor de toepassing van deze bepaling worden onder scholen niet de ziekenhuisscholen verstaan. Elke
richtende macht maakt voor elk van haar centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor deeltijds secundair zeevisserijonderwijs een centrumreglement op waarin de rechten en plichten van elke leerling worden vastgelegd. Elke
richtende macht maakt voor elk van haar centra voor deeltijdse vorming een centrumreglement op waarin de rechten en plichten van elke jongere worden vastgelegd. §
- Het school- of centrumreglement bestaat ten minste uit het studie-, het orde- en het tuchtreglement. Artikel 74novies §
- Het studiereglement bevat de grote krachtlijnen van de organisatie van de studies, waaronder alleszins het studieaanbod van de school of het centrum, de lesspreiding tezamen met de vakantie- en verlofregeling, het evaluatiestelsel met
begrip van de remediëringsmaatregelen,
voorkomend geval de stageregeling en
voorkomend geval de verhaalmogelijkheden tegen beslissingen van delibererende klassenraden. § 2. Ordemaatregelen worden genomen als bepaalde handelingen van de leerling het normale onderwijs- of vormingsgebeuren hinderen. De ordemaatregelen kunnen worden genomen door alle personeelsleden die daartoe door de
richtende macht zijn gemandateerd. § 3. Tuchtmaatregelen worden genomen als de omstreden handelingen een gevaar vormen voor het onderwijs- of vormingsgebeuren. Tuchtmaatregelen zijn onder meer : de tijdelijke uitsluiting en de definitieve uitsluiting. Onder uitsluiting moet worden verstaan : het ontnemen van het recht om het geheel van de vorming werkelijk en regelmatig te volgen
de school of het centrum. Tuchtmaatregelen kunnen worden genomen door de
richtende macht of haar afgevaardigde of door de directeur. Bij een definitieve uitsluiting moet voorafgaandelijk het advies van de begeleidende klassenraad of de begeleidende lesgevers worden
gewonnen. Artikel 74decies § 1. Bij tuchtmaatregelen moeten de volgende regels worden gerespecteerd : 1° de betrokken personen evenals de leerling, eventueel bijgestaan door een raadsman, worden voorafgaandelijk gehoord;2° elke genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd;3° elke beslissing wordt schriftelijk ter kennis gebracht aan de betrokken personen voordat de tuchtmaatregel van kracht wordt;4° er is geen mogelijkheid om tot collectieve uitsluitingen over te gaan;5° de tuchtstraf moet
overeenstemming zijn met de ernst van de feiten;6° de betrokken personen hebben
zage
het dossier van de leerling;7° het tuchtdossier en de tuchtmaatregel zijn niet overdraagbaar naar een andere school of een ander centrum. § 2. Alleen tegen definitieve uitsluiting als tuchtmaatregel kan
beroep worden gegaan. Het tuchtreglement bepaalt bij welk orgaan van de school of het centrum en volgens welke regels het beroep
gesteld moet worden. Artikel 74undecies Een definitieve uitsluiting gaat
tijdens het schooljaar en uiterlijk op 31 augustus van dat schooljaar. Als de uitsluiting echter
gaat voor 30 juni van het schooljaar, dan blijft de leerling
geschreven tot op het ogenblik van
schrijving
een andere school of een ander centrum. De leerling moet door de school of het centrum en door het begeleidende centrum voor leerlingenbegeleiding actief worden bijgestaan bij het zoeken naar een andere school of een ander centrum. Bij elke uitsluiting die
gaat voor 30 juni van het schooljaar kunnen de betrokken personen een gemotiveerde vraag stellen tot opvang door de school of het centrum. Als op die vraag wordt
gegaan, dan maakt de school of het centrum afspraken met de betrokken personen en de leerling over de opvangvoorwaarden. Weigering van opvang moet door de school of het centrum schriftelijk worden gemotiveerd aan de betrokken personen. ». Artikel III.17 Aan artikel 84quater, 1°, b), van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 12 juni 1991, worden de volgende twee leden toegevoegd : « Aan de leerlingen, vermeld
artikel 48, 2°, b), worden uitsluitend maar jaarlijks attesten van verworven bekwaamheden uitgereikt. Aan de vrije leerlingen, vermeld
artikel 48, 2°, worden uitsluitend attesten van lesbijwoning als vrije leerling uitgereikt. ». Artikel III.18
het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten2 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs worden artikelen 61 tot en met 67 opgeheven. Afdeling III. - Decreet betreffende het onderwijs III Artikel III.19
artikel 15 van het decreet betreffende het onderwijs III van 9 april 1992, wordt tussen het eerste en tweede lid een nieuw lid
gevoegd, dat luidt als volgt : « Met
gang van 1 september 2006 behouden de personeelsleden bedoeld
het eerste lid het recht op een aanstelling
een ambt van het ondersteunend personeel als zij
toepassing van artikel 100quinquies van het decreet personeelsleden gemeenschapsonderwijs geconcordeerd worden naar een ambt van het ondersteunend personeel. ». Afdeling IV. - Decreet houdende diverse bepalingen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet basisonderwijs Artikel III.20
artikel 2 van decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 14 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
7°, b), worden de woorden « die buiten het toepassingsgebied van dit decreet vallen » geschrapt;2° een punt 34° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « 34° het koninklijk besluit nummer 66 : het koninklijk besluit nummer 66 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel worden bepaald
de
richtingen voor buitengewoon onderwijs met uitzondering van de
ternaten of semi-
ternaten, gewijzigd bij het koninklijk besluit nummer 463 van 25 september 1986, de wet van 1 augustus 1988, de decreten van 5 juli 1989, 31 juli 1990, 28 april 1993, 25 februari 1997 en 14 juli 1998 en de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 1989, 7 december 1994 en 14 juni 2002.». Artikel III.21
hetzelfde decreet wordt een artikel 2bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 2bis Dit decreet is niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde
ternaten en semi-
ternaten. ». Artikel III.22
artikel 6, § 3, van hetzelfde decreet worden de woorden « Grafische technieken » vervangen door de woorden « Grafische communicatie en media ». Artikel III.23
artikel 7, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : « De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van maatschappelijke, onderwijskundige of technologische ontwikkelingen of afhankelijk van arbeidsmarktbehoeften, nieuwe structuuronderdelen vastleggen.Ze kan hiertoe zelf het
itiatief nemen of onderbouwde voorstellen
overweging nemen die door onderwijsverstrekkers of derden worden
gediend. Voor die voorstellen bepaalt de Vlaamse Regering de
dienings- en adviseringsprocedure. Als een nieuw structuuronderdeel wordt vastgelegd, dan bepaalt de Vlaamse Regering : 1° of dit structuuronderdeel al dan niet als specifiek moet worden beschouwd;2°
welk van de studiegebieden, vermeld
artikel 6, § 3, dit structuuronderdeel, voor zover het de tweede of de derde graad betreft, wordt gerangschikt.»; 2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt : « Voor uitzonderlijke gevallen kan de Vlaamse Regering bepalen dat tijdens het eerste schooljaar waarin een geprogrammeerd structuuronderdeel wordt georganiseerd, de tellingdatum, bedoeld
artikel 3, § 8, 1°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, toegevoegd bij het decreet van 31 juli 1990 en gewijzigd bij de decreten van 9 april 1992 en 25 juni 1992, vastgesteld wordt op 1 oktober van het betrokken schooljaar voor de vaststelling van de omkaderingsnormen voor de diverse personeelscategorieën enerzijds en de bepaling van de werkingsmiddelen anderzijds. Onder uitzonderlijke gevallen worden programmaties van structuuronderdelen verstaan die : a) rechtstreeks en onmiddellijk tegemoetkomen aan dringende of onvoorziene lokale of regionale ontwikkelingen op socio-economisch, maatschappelijk of onderwijskundig vlak, waarbij de betrokken
richtende machten tot een
greep
het studieaanbod genoodzaakt zijn, en b)
de aanvangsperiode van effectieve organisatie de
zet van een groter aantal personele en materiële middelen vereisen dan
het gewone financierings- en subsidiëringssysteem is voorzien.». Artikel III.24 Artikel 28 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 28 § 1. De programmatie van een op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren
de school
kwestie : 1° niet-georganiseerde specifieke optie
het eerste leerjaar van de tweede of derde graad;2° niet-georganiseerd specifiek derde leerjaar van de derde graad, georganiseerd als een specialisatie jaar;3° niet-georganiseerd studiegebied; kan slechts mits een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. § 2. De Vlaamse Regering neemt die beslissing na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds de voor het secundair onderwijs bevoegde administratie en
spectie van de Vlaamse Gemeenschap. § 3. Zowel bij het advies als bij de beslissing moeten ten minste de volgende context- en schoolgebonden criteria
acht worden genomen : 1° het al dan niet voorkomen van het op te richten structuuronderdeel
de gemeente, scholengemeenschap of onderwijszone
kwestie;2° de lokale socio-economische context;3° het
de school respectievelijk de scholengemeenschap bestaande studieaanbod;4° de evolutie van de leerlingenpopulatie en de verwachte leerlingeninstroom;5° de eventuele samenwerking met het bedrijfsleven;6° de overeenstemming met een eventueel onderwijsconvenant.». Artikel III.25 Artikel 38 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten0, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 38 § 1. De programmatie van een op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren
de school
kwestie : 1° niet-georganiseerde specifieke optie
het eerste leerjaar van de tweede of derde graad;2° niet-georganiseerd specifiek derde leerjaar van de derde graad, georganiseerd als een specialisatie jaar;3° niet-georganiseerd studiegebied; kan slechts mits een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. § 2. De Vlaamse Regering neemt die beslissing na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds de voor het secundair onderwijs bevoegde administratie en
spectie van de Vlaamse Gemeenschap. § 3. Zowel bij het advies als bij de beslissing moeten ten minste de volgende context- en schoolgebonden criteria
acht worden genomen : 1° het al dan niet voorkomen van het op te richten structuuronderdeel
de gemeente of onderwijszone
kwestie;2° de lokale socio-economische context;3° het
de school bestaande studieaanbod;4° de evolutie van de leerlingenpopulatie en de verwachte leerlingeninstroom;5° de eventuele samenwerking met het bedrijfsleven;6° de overeenstemming met een eventueel onderwijsconvenant.». Artikel III.26
hetzelfde decreet worden de bepalingen van artikelen 29, § 3, 33, § 1, 2°, en 34, § 1, 2°, opgeheven. Artikel III.27
artikel 74 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten3, wordt de datum « 15 november » telkens vervangen door de datum « 1 november ». Artikel III.28
artikel 75 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI sluiten, wordt de datum « 15 november » telkens vervangen door de datum « 1 november ». Artikel III.29 Artikel 79 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten3, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 79 Zoals bepaald
artikel 85bis van dit decreet en
artikel 27 van het koninklijk besluit nummer 65 van 20 juli 1982, kunnen de door de scholen van een scholengemeenschap niet-aangewende wekelijkse uren-leraar,
gericht als praktische vakken, en de niet-aangewende wekelijkse lesuren,
gericht als uren beroepsgerichte vorming,
het kader van de oprichting of
standhouding van betrekkingen
de ambten van technisch adviseur-coördinator en technisch adviseur, worden samengevoegd voor de oprichting of
standhouding van betrekkingen
de ambten van technisch adviseur-coördinator en technisch adviseur
een of meer scholen van de scholengemeenschap. ». Artikel III.30
hetzelfde decreet wordt een artikel 85bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 85bis § 1. Elke school voor voltijds technisch of beroeps-secundair onderwijs mag één betrekking van technisch adviseur-coördinator oprichten als het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar
gericht als praktische vakken, zevenmaal de minimumprestaties bereikt, die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken. De betrekking wordt
stand gehouden als het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar
gericht als praktische vakken, niet lager ligt dan zesmaal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken. Als dat minimum gedurende twee opeenvolgende schooljaren niet wordt bereikt, wordt de betrekking opgeheven.
afwijking van de bepalingen van het eerste lid, blijft een personeelslid dat op 31 augustus 1991 benoemd was
het ambt van technisch adviseur en dat niet voldoet aan de aanstellingsvereisten voor het ambt van technisch adviseur-coördinator met
gang van 1 september 1991 die betrekking verder uitoefenen voor zover de desbetreffende norm wordt bereikt.
voorkomend geval vervalt dus de verplichting dat de eerste betrekking die
de school wordt
gericht, een betrekking is
het ambt van technisch adviseur-coördinator. § 2. Elke school voor voltijds technisch of beroeps-secundair onderwijs mag zoveel betrekkingen van technisch adviseur oprichten als het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar,
gericht als praktische vakken, het volgende aantal voltijdse betrekkingen van leraar, belast met het geven van praktische vakken, bereikt : 1° voor één betrekking : 15;2° voor twee betrekkingen : 19;3° voor drie betrekkingen : 22;4° voor vier betrekkingen : 29;5° voor vijf betrekkingen : 31;6° voor zes betrekkingen : 33;7° voor zeven betrekkingen : 36; enzovoort per volledige schijf van 7. Die betrekkingen worden
stand gehouden als het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar,
gericht als praktische vakken, niet lager ligt dan het volgende aantal voltijdse betrekkingen van leraar, belast met het geven van praktische vakken : 1° voor één betrekking : 14;2° voor twee betrekkingen : 18;3° voor drie betrekkingen : 21;4° voor vier betrekkingen : 28;5° voor vijf betrekkingen : 30;6° voor zes betrekkingen : 32;7° voor zeven betrekkingen : 35; enzovoort per volledige schijf van 6. Als die minima gedurende twee opeenvolgende schooljaren niet worden bereikt, worden de betrekkingen opgeheven. § 3. Voor de toepassing van de bepalingen
§§ 1
en 2 : 1° worden alle praktische vakken
aanmerking genomen, zoals bepaald bij de uitvoeringsbesluiten
zake de vaststelling van de vakken. De hierna volgende praktische vakken worden echter niet
aanmerking genomen : stage algemene verpleegkunde, stage medische wetenschappen, stage psychiatrische verpleegkunde, stage sociale wetenschappen, stage verzorging, stage ziekenhuisverpleegkunde; 2° mogen de uren praktische vakken van een school die uitsluitend de eerste graad of de eerste en de tweede graad organiseert gevoegd worden bij één school die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die geen eerste graad organiseert;3° komen de
gerichte uren praktische vakken van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs
aanmerking voor de berekening van de betrekking van technisch adviseur-coördinator en van het aantal betrekkingen van technisch adviseur
een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar ze worden
gericht.». Artikel III.31
artikel 93 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 15 juli 2005, wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Deze titel is van toepassing op het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. ». Artikel III.32 Aan artikel 94, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen door het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten3, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse Regering bepaalt de classificatie van deze ambten
het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs en kan de
deling van deze ambten wijzigen. ». Artikel III.33
artikel 96 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 15 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
worden
punten 1° en 2° de woorden «
stellingen » telkens vervangen door de woorden «
stellingen voor gewoon secundair onderwijs »;2° een § 2bis wordt
gevoegd, die luidt als volgt : « § 2bis.Als een scholengemeenschap naast
stellingen voor gewoon secundair onderwijs eveneens een of meerdere
stellingen voor buitengewoon secundair onderwijs bevat, ontvangt zij elk schooljaar naast de punten bedoeld
§ 2
ook een aantal punten voor deze
stellingen. Dit aantal punten is samengesteld uit de som van het aantal regelmatige leerlingen op 1 februari van het voorgaande schooljaar van de
stellingen voor buitengewoon secundair onderwijs vermenigvuldigd met een variabele coëfficiënt. Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt wiskundig afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal. Deze coëfficiënt wordt bepaald door de Vlaamse Regering. Voor het schooljaar 2006-2007 tot en met het schooljaar 2010-2011 zal dit aantal punten steeds minstens overeenkomen met het aantal punten dat, rekening houdend met artikelen 71, 9° en 97, nodig is voor de
standhouding van de betrekkingen
de ambten van het ondersteunend personeel die de
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs op 30 juni van het voorafgaande schooljaar heeft georganiseerd mocht ze de normen van het koninklijk besluit nummer 66 nog steeds toepassen.
afwachting van de vastlegging van deze coëfficiënt ontvangt de scholengemeenschap per
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs jaarlijks een puntenenveloppe. Deze puntenenveloppe wordt toegekend op basis van het aantal leerlingen dat de
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs telt op 1 februari van het voorgaande schooljaar en dit volgens volgende schalen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld ». 3°
§ 3
wordt
de eerste zin het woord «
stelling » vervangen door het woord «
stelling voor gewoon secundair onderwijs »;4° een § 3bis wordt
gevoegd, die luidt als volgt : « § 3bis.Aan de
stelling van het buitengewoon secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoort wordt elk schooljaar een aantal punten toegekend dat bestaat uit de som van het aantal regelmatige leerlingen op 1 februari van het voorgaande schooljaar van de
stelling vermenigvuldigd met een variabele coëfficiënt. Het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt wiskundig afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal. Deze coëfficiënt wordt bepaald door de Vlaamse Regering.
afwachting van de vastlegging van deze coëfficiënt ontvangt de
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs jaarlijks een puntenenveloppe op basis van het aantal leerlingen dat de
stelling telt op 1 februari van het voorgaande schooljaar en dit volgens volgende schalen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld ». 5° een § 3ter wordt
gevoegd, die luidt als volgt : « § 3ter.
afwijking op § 3bis heeft een school voor buitengewoon secundair onderwijs van type 5 die beschouwd wordt als een ziekenhuisschool, jaarlijks recht op 82 punten. ». Artikel III.34
artikel 97, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een punt 14°bis wordt
gevoegd, dat luidt als volgt : « 14°bis administratief medewerker met weddeschaal 125 : 82;»; 2° een punt 29° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « 29° opvoeder met weddeschaal 125 : 82.». Artikel III.35
artikel 98 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 15 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.
afwijking van § 1 kent de scholengemeenschap tijdens het schooljaar 2006-2007, rekening houdend met artikel 97, aan elke
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs die behoort tot de scholengemeenschap, voldoende punten toe voor de
standhouding van de betrekkingen
de ambten van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel die een
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs op 30 juni 2006 heeft georganiseerd op basis van de op dat ogenblik geldende normen van het koninklijk besluit nr. 66. Hierbij houdt de scholengemeenschap rekening met het feit dat de betrekkingen
ambten van het administratief personeel of het opvoedend hulppersoneel die een
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs op 30 juni 2006 heeft georganiseerd, op 1 september 2006 worden omgevormd tot betrekkingen van het ondersteunend personeel, rekening houdend met artikel 97. »; 2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.
afwijking van § 1 kent de scholengemeenschap tijdens de schooljaren 2007-2008 tot en met 2010-2011, rekening houdend met artikelen 71, 9°, en 97, aan elke
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs die behoort tot de scholengemeenschap, het aantal punten toe dat nodig is voor de
standhouding van de betrekkingen
de ambten van het ondersteunend personeel die de
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs op 30 juni van het voorafgaande schooljaar heeft georganiseerd, mocht ze de normen van het koninklijk besluit nr. 66 nog steeds toepassen, zoals bedoeld
artikel 96, § 2bis. ». Artikel III.36
artikel 98bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 15 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.
afwijking van § 1 ontvangt de
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs die niet behoort tot een scholengemeenschap, tijdens het schooljaar 2006-2007 voldoende punten voor de
standhouding van de betrekkingen
de ambten van het administratief personeel of het opvoedend hulppersoneel die de
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs op 30 juni 2006 heeft georganiseerd op basis van de op dat ogenblik geldende normen van het koninklijk besluit nr. 66. Hierbij moet rekening gehouden worden met het feit dat de betrekkingen
ambten van het administratief personeel of het opvoedend hulppersoneel die de school voor buitengewoon secundair onderwijs op 30 juni 2006 heeft georganiseerd, op 1 september 2006 worden omgevormd tot betrekkingen van het ondersteunend personeel, rekening houdend met artikel 97. »; 2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.
afwijking van § 1 ontvangt de
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs vanaf het schooljaar 2007-2008, rekening houdend met artikel 97, het aantal punten dat nodig is voor de
standhouding van de betrekkingen
de ambten van het ondersteunend personeel die de
stelling voor buitengewoon secundair onderwijs op 30 juni van het voorafgaande schooljaar heeft georganiseerd, mocht ze de normen van het koninklijk besluit nr. 66 nog steeds toepassen. ». Artikel III.37 Aan artikel 99bis, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten3 en gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten9, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 3
, tweede lid, worden de woorden « artikel 125 duodecies » vervangen door de woorden « artikelen 125duodecies en 153sexies »;2° aan § 8 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse Regering kan tevens de ambten en de daaraan verbonden puntenwaarden, vermeld
§ 6, wijzigen.».
Artikel III.38 De Vlaamse Regering is gemachtigd het koninklijk besluit nr. 66 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel worden bepaald
de
richtingen voor buitengewoon onderwijs met uitzondering van de
ternaten of semi-
ternaten te wijzigen of op te heffen. Artikel III.39 Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 1991 tot vaststelling van de voorwaarden voor het oprichten van betrekkingen
de ambten van technisch adviseur en technisch adviseur-coördinator
het voltijds secundair onderwijs wordt opgeheven. Afdeling V. - Decreet betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek Artikel III.40
het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten1 betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek, wordt
hoofdstuk XII, zoals vervangen bij het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten7, een afdeling IIIbis RTC Vlaanderen,
gevoegd, bestaande uit het artikel XII.9bis, dat luidt als volgt : « Afdeling IIIbis. - RTC Vlaanderen Artikel XII.9bis Mits onderling akkoord kunnen alle RTC gezamenlijk overgaan tot de oprichting van één RTC Vlaanderen. Het RTC Vlaanderen is een Vlaams centrum georganiseerd door rechtspersonen, verzelfstandigde onderdelen van rechtspersonen of samenwerkingsverbanden tussen rechtspersonen. Het RTC Vlaanderen coördineert de samenwerking tussen de RTC en organiseert zelf activiteiten die
overeenstemming zijn met de werking en de
itiatieven van de RTC, zoals bedoeld
artikelen XII.1, tweede lid, en XII.2, doch die omwille van efficiëntie en effectiviteit een RTC-overschrijdende benadering vereisen. De bepalingen van de artikelen XII.3 tot en met XII.9 en XII.15 zijn onverkort van toepassing op het RTC Vlaanderen. ». Artikel III.41 Artikelen XII.10 tot en met XII.14 van hetzelfde decreet, zoals vervangen bij het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten7, worden opgeheven. Afdeling VI. - Buitengewoon onderwijs Onderafdeling I. - De wet betreffende het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs Artikel III.42 Artikel 3 van de wet van 6 juli 1970Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 3 Het buitengewoon secundair onderwijs wordt onderscheiden
verschillende types en opleidingsvormen. Elk van die types en opleidingsvormen omvat het onderwijs dat aangepast is aan de algemene en aan de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften van personen met een handicap die tot eenzelfde groep behoren. Die behoeften worden bepaald overeenkomstig de aard en de ernst van de voornaamste handicap, die de groep gemeenschappelijk heeft. Voor hen die meervoudige handicaps hebben, worden het type en de opleidingsvorm van buitengewoon secundair onderwijs bepaald met
achtneming van de opvoedingsbehoeften waaraan bij voorrang voldaan moet worden
verband met hun leeftijd en vermogens. De Vlaamse Regering bepaalt de types en opleidingsvormen die
het buitengewoon secundair onderwijs gefinancierd of gesubsidieerd kunnen worden.
afwachting blijft het op het ogenblik van de
werkingtreding van deze bepaling geldende besluit van toepassing. ». Artikel III.43
dezelfde wet wordt een hoofdstuk Ibis, bestaande uit artikel 3bis,
gevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK Ibis. - Organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs Artikel 3bis § 1. De Vlaamse Regering bepaalt de doelstellingen van de verschillende opleidingsvormen, de doelgroep van de verschillende types en welke types er
de verschillende opleidingsvormen kunnen worden georganiseerd. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt eveneens de minimumduur van de opleidingsvormen, de
houden die
de verschillende opleidingsvormen worden aangeboden, welke fases de opleidingsvormen kunnen omvatten, de minimumduur en
houd van die fases en de samenstelling en bevoegdheden van de klassenraad of de kwalificatiecommissie. Deze paragraaf is niet van toepassing op opleidingsvorm 4. § 3.
afwachting blijven de op het ogenblik van de
werkingtreding van deze bepaling geldende besluiten van toepassing. ». Artikel III.44
artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt tussen de voorlaatste zin en de laatste zin de volgende zin
gevoegd : « Voor leerlingen die onderwijs van het type 5 volgen
een preventorium, is een protocol alleen vereist als de school er om vraagt.»; 2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.Kinderen en adolescenten kunnen als regelmatige leerling
een school voor buitengewoon secundair onderwijs worden toegelaten op basis van een
schrijvingsverslag dat opgesteld is zoals bepaald
§§ 1
en 2 : 1° na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van dertien jaar bereiken;2° op gemotiveerd advies, gevoegd bij het
schrijvingsverslag, na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van twaalf jaar bereiken;3° als ze meer dan eenentwintig jaar zijn en recht hebben op een afwijking zoals bepaald
artikel 4.». Artikel III.45 Artikel 5bis van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 11 maart 1986 en bij het decreet van 31 juli 1990, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 5bis § 1. Geïntegreerd secundair onderwijs is een samenwerking tussen het gefinancierd en gesubsidieerd gewoon secundair en het gefinancierd en gesubsidieerd buitengewoon onderwijs. Het is bedoeld om leerlingen met een handicap of leer- en opvoedingsmoeilijkheden tijdelijk of permanent, gedeeltelijk of volledig de lessen of activiteiten te laten volgen
een school voor gewoon secundair onderwijs met hulp vanuit een school voor buitengewoon onderwijs die daartoe aanvullende lestijden of lesuren of aanvullende uren en via de werkingsmiddelen een
tegratietoelage of -krediet krijgt. § 2. De
tegratie is permanent als de leerling ten minste vanaf de laatste schooldag van september van het lopende schooljaar tot het einde van dat schooljaar de lessen en activiteiten
het gewoon secundair onderwijs volgt. Als die periode korter is, is de
tegratie tijdelijk. § 3. Als de geïntegreerde leerling alle lessen of activiteiten
het gewoon secundair onderwijs volgt, is de
tegratie volledig. Bij gedeeltelijke
tegratie volgt de leerling minstens twee halve dagen per week gewoon secundair onderwijs. § 4.
afwijking van § 1 kunnen leerlingen die vóór 1 september 2006
het kader van geïntegreerd onderwijs begeleid werden
een erkende niet gesubsidieerde school voor gewoon onderwijs, deze begeleiding behouden
het schooljaar 2006-2007. ». Artikel III.46
dezelfde wet worden artikelen 5bis 1 tot en met 5bis 6
gevoegd, die luiden als volgt : « Artikel 5bis 1 Om toegelaten te worden tot het geïntegreerd secundair onderwijs is het volgende vereist : 1° de leerling moet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden die gelden voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs;2° voor de betrokken leerling moet een
tegratieplan opgesteld worden. De Vlaamse Regering bepaalt de
houd van het
tegratieplan en legt de samenstelling van het
tegratieteam, dat het
tegratieplan zal opstellen, vast; 3° als het attest, vermeld
artikel 5, naar type 1 of 3 oriënteert, moet de leerling
het betreffende type ten minste negen maanden voltijds buitengewoon onderwijs gevolgd hebben onmiddellijk voorafgaand aan de
tegratie
het gewoon onderwijs. Artikel 5bis 2 Een nieuw
tegratieplan wordt opgesteld bij wijziging van de aard van de
tegratie, de aard en de ernst van de handicap of het onderwijsniveau, met
begrip van het beroepenveld, de studierichting, de afdeling of de opties. Artikel 5bis 3 Bij wijziging van het
tegratieteam kan het bestaande
tegratieplan bevestigd worden. Artikel 5bis 4 § 1. Leerlingen die geïntegreerd secundair onderwijs volgen, zijn, afhankelijk van de aard van de
tegratie zoals bepaald
artikel 5bis, §§ 2 en 3, regelmatige leerling
de school voor buitengewoon secundair onderwijs of
de school voor gewoon secundair onderwijs. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop een regelmatige leerling
het geïntegreerd secundair onderwijs hetzij
de school voor gewoon secundair onderwijs, hetzij
de school voor buitengewoon secundair onderwijs, hetzij
beide
aanmerking komt als regelmatige leerling. Artikel 5bis 5 § 1. Leerlingen met een handicap die
het kader van het geïntegreerd onderwijs, gewoon secundair onderwijs volgen, maar door hun handicap bepaalde vakken niet kunnen volgen, kunnen daarvoor een vrijstelling krijgen als ze vervangende activiteiten volgen. § 2. De klassenraad beslist over de vrijstelling en legt de vervangende activiteiten vast. Artikel 5bis 6 De school voor buitengewoon onderwijs die een leerling geïntegreerd onderwijs begeleidt, krijgt daartoe aanvullende lestijden of lesuren of uren en een
tegratietoelage of -krediet. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor het verkrijgen van de aanvullende lestijden of lesuren of uren, alsook het aantal en de wijze van de berekening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor het verkrijgen van de
tegratietoelage of -krediet, alsook de vaststelling ervan. ». Artikel III.47 Artikel 5ter van dezelfde wet,
gevoegd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten1, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 5ter
opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair beroepsonderwijs kan een facultatieve
tegratiefase van één schooljaar worden georganiseerd
de vorm van een alternerende beroepsopleiding voor de verdere vorming van : 1° leerlingen die
opleidingsvorm 3 het (kwalificatie)getuigschrift hebben behaald;2° leerlingen van opleidingsvorm 3 die daartoe door de klassenraad bekwaam worden geacht.». Artikel III.48
artikel 5quater van dezelfde wet,
gevoegd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten1, wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Op jaarbasis omvat de
tegratiefase minimaal 1200 lesuren, waarvan minimaal 450 lesuren algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming en minimaal 700 uren werkervaring
het werkervaringsbedrijf. ». Artikel III.49 Aan artikel 5septies van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten1, wordt de volgende zin toegevoegd : « Er kan evenmin een tweede opleiding worden georganiseerd. ». Artikel III.50 Artikelen 15 en 16 van dezelfde wet worden opgeheven. Onderafdeling II. - Andere bepalingen betreffende het buitengewoon onderwijs Artikel III.51 Aan artikel 25 van het koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald
de
richtingen voor buitengewoon onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 1994, wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 5. Voor de toepassing van § 2 komen
scholen die minimaal 10 leerlingen
het geïntegreerd onderwijs begeleiden, ook de leerlingen
aanmerking die op de eerste schooldag van oktober van het voorafgaande schooljaar
het kader van geïntegreerd onderwijs door de school begeleid werden. ». Artikel III.52 Artikelen 20 tot en met 32 van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997035981 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen sluiten betreffende het onderwijs VIII, gewijzigd bij het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten7, worden opgeheven. Afdeling VII. -
werkingtreding Artikel III.53 De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2006, met uitzondering van : 1° artikel III.48 dat uitwerking heeft met
gang van 1 september 2002; 2° artikel III.9 dat uitwerking heeft met
gang van 1 januari 2006; 3° artikel III.15 dat uitwerking heeft met
gang van 1 september 2005; 4° artikelen III.20, 2°, en III.31 tot en met III.37 die uitwerking hebben met
gang van 1 juni 2006; 5° artikelen III.40 en III.41 die uitwerking hebben met
gang van 1 juli 2006. HOOFDSTUK IV. - Permanente vorming Afdeling I. - Volwassenenonderwijs Artikel IV.1 Aan artikel 5, § 1, van het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 sluiten tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs wordt een punt 34° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 34° mode.». Artikel IV.2
artikel 28, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten1, worden de woorden « en van het studiegebied Nederlands tweede taal » geschrapt. Artikel IV.3
artikel 41 van hetzelfde decreet, gewijzigd door de decreten van 14 februari 2003 en 15 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « Een certificaat bekrachtigt een modulaire opleiding
het secundair onderwijs voor sociale promotie en een opleiding die minder dan 900 lestijden telt
het hoger onderwijs voor sociale promotie, met uitzondering van de opleidingen algemene vorming ASO van de derde graad van het studiegebied algemene vorming en de opleidingen
het pedagogisch hoger onderwijs.»; 2°
§ 4
, 4°, worden na de woorden « het pedagogisch hoger onderwijs » de woorden « en de opleidingen die minder dan 900 lestijden tellen » toegevoegd;3°
§ 4
, 4°, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Cursisten die voor 1 september 2006
het hoger onderwijs voor sociale promotie een opleiding van minder dan 900 lestijden aangevat hebben, kunnen voor zover deze opleiding nog wordt georganiseerd tot uiterlijk 31 augustus 2010 aanspraak maken op een diploma.Deze bepaling is niet van toepassing voor de opleidingen van het pedagogisch hoger onderwijs. ». Artikel IV.4 Artikel 55 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 24 december 2004, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 55 De ambten die de personeelsleden van een centrum kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en
gedeeld : 1°
de categorie onderwijzend personeel,
een wervingsambt :
- a)leraar hoger onderwijs voor sociale promotie;
- b)leraar secundair onderwijs voor sociale promotie;2°
de categorie bestuurspersoneel : a)
een selectieambt : 1) adjunct-directeur voor hoger onderwijs voor sociale promotie;2) adjunct-directeur voor secundair onderwijs voor sociale promotie;3) technisch adviseur;b)
een bevorderingsambt : 1) directeur;2) technisch-adviseur coördinator;3°
de categorie ondersteunend personeel,
een wervingsambt, het ambt van administratief medewerker. De ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel worden ten minste per tiende van een eenheid gefinancierd of gesubsidieerd. ». Artikel IV.5 Het koninklijk besluit van 14 november 1962 houdende algemene regeling van de studiën
het Hoger Technisch Onderwijs wordt opgeheven. Artikel IV.6 Artikel 5, § 2, van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs wordt opgeheven. Artikel IV.7
artikel 5bis, § 1, van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 18 februari 1977 en gewijzigd bij wet van 15 juli 1985 en bij decreet van 5 juli 1989, worden de punten a) en d) opgeheven. Afdeling II. - Basiseducatie Artikel IV.8
artikel 5, § 3, 1°, van het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen, zoals gewijzigd bij het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten7, worden de woorden « Nederlands moedertaal » vervangen door het woord « Nederlands ». Afdeling III. - Deeltijds kunstonderwijs Artikel IV.9 Aan artikel 91 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II worden een punt 7° en een punt 8° toegevoegd, die luiden als volgt : « 7° fusie van
stellingen : de samenvoeging tot één nieuwe
stelling van twee of meer
stellingen die gelijktijdig worden afgeschaft of de samenvoeging tot één
stelling van twee of meer
stellingen waarbij één van de
stellingen
kwestie blijft bestaan en de andere opslorpt; 8° overheveling : de overbrenging van een filiaal van de ene naar de andere
stelling.». Artikel IV.10 Aan artikel 93 van hetzelfde decreet wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3. De Vlaamse Regering kan modaliteiten bepalen voor fusies van
stellingen en overhevelingen
het deeltijds kunstonderwijs zoals bedoeld
artikel 91, 7° en 8°. ». Afdeling IV. -
werkingtreding Artikel IV.11 De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2006, met uitzondering van : 1° artikel IV.4 dat uitwerking heeft met
gang van 1 september 1999; 2° artikel IV.8 dat uitwerking heeft met
gang van 1 februari 2006. HOOFDSTUK V. - Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding Artikel V.1
artikel 14 van het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. De centra zijn gesloten tijdens de kerstvakantie en de paasvakantie, uitgezonderd de eerste maandag en de tweede vrijdag van de kerstvakantie.
dien deze openingsdagen respectievelijk gelijk vallen met 25 of 26 december of met 1 of 2 januari, dan worden ze verplaatst naar de datum binnen de kerstvakantie die hierbij het dichtste aansluit. ». Artikel V.2
artikel 28 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt de zin « Het centrum zet
dit geval de begeleiding slechts voort als de leerling vanaf 14 jaar of de ouders van de leerling jonger dan 14 jaar hiermee
stemmen.» vervangen door wat volgt : « Het centrum zet
dit geval de begeleiding alleen voort als de betrokken leerling hiermee
stemt, op voorwaarde dat hij
staat is tot een redelijke beoordeling van zijn belangen, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit. De minderjarige van twaalf jaar en ouder wordt vermoed
staat te zijn tot een redelijke beoordeling van zijn belangen.
het andere geval wordt de begeleiding alleen voortgezet mits de ouders van de betrokken leerling ermee
stemmen. »; 2°
§ 2
wordt de zin « Een
stemming van de betrokken leerling of zijn ouders is niet vereist » vervangen door de zin «
afwijking van artikel 4 en 8 van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten7 betreffende de rechtspositie van de minderjarige
de
tegrale jeugdhulp is de
stemming van de betrokken leerling of zijn ouders niet vereist.». Artikel V.3
artikel 30, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden « vanaf 14 jaar » vervangen door de woorden « vanaf 12 jaar ». Artikel V.4 Aan artikel 53 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/07/1970 pub. 19/08/2014 numac 2014000530 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs. - Officieuze coördinatie
het Duits van de versie toepasselijk op de
woners van het Duitse taalgebied sluiten8, wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3. De Vlaamse Regering stelt, onder de door haar te bepalen voorwaarden, jaarlijks 238.476 euro ter beschikking van netoverschrijdende
formatiseringsprojecten ten behoeve van de centra. Die middelen worden jaarlijks geïndexeerd. ». Artikel V.5
artikel 70, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 10 juli 2003 worden de woorden « OG = 2.779 » vervangen door de woorden « OG = 2.772 ». Artikel V.6
artikel 70 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 10 juli 2003 wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Het totale aantal lineair te verdelen omkaderingsgewichten, S o, wordt berekend als volgt : S o = OG - S art71 - KL - PO waarbij : 1° OG = 2.898,85 zijnde het totale aantal omkaderingsgewichten te verdelen
overeenstemming met de bepalingen van dit decreet; 2° S art71 = de 315 extra-omkaderingsgewichten, vermeld
artikel 71;3° KL = de omkaderingsgewichten die aan de centra van het gemeenschapsonderwijs uitdovend worden toegewezen voor het aanwenden van de boventallige klerken, vermeld
artikel 187;4° PO = de omkaderingsgewichten die worden aangewend voor de permanente en netgebonden ondersteuning van de centra, vermeld
artikel 89.». Artikel V.7
artikel 90, § 1, van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « Elk centrum kan, na onderhandeling
het lokaal comité, driejaarlijks maximaal één omkaderingsgewicht van het omkaderingsgewicht, vermeld
artikel 70, overdragen aan het permanent ondersteuningscentrum. De totale overdracht aan elk permanent ondersteuningscentrum kan echter niet meer bedragen dan het dubbele van het omkaderingsgewicht, vermeld
artikel 89, tweede lid. ». Artikel V.8
artikel 73 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
worden een punt 9° en 10°
gevoegd, die luiden als volgt : « 9° ervaringsdeskundige;10°
tercultureel bemiddelaar.»; 2° een § 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.Als een centrum het ambt van
tercultureel bemiddelaar, bedoeld
artikel 73, § 1, 10°,
richt, heeft een personeelslid dat aan volgende voorwaarden voldoet, voorrang bij tijdelijke aanstelling en vaste benoeming : - het personeelslid werd hetzij als
terculturele medewerker hetzij als
tercultureel bemiddelaar overeenkomstig artikel 182 geconcordeerd naar het ambt van medewerker; - en het personeelslid is sinds 1 september 2000 tijdelijk aangesteld of vastbenoemd
het ambt van medewerker. Als een centrum een personeelslid dat aan voormelde voorwaarden voldoet, aanstelt
het ambt van
tercultureel bemiddelaar worden de diensten die het personeelslid sinds 1 september 2000 presteerde als medewerker, beschouwd als diensten gepresteerd
het ambt van
tercultureel bemiddelaar. ». Artikel V.9
artikel 73, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden « 6° en 7° » vervangen door de woorden « 6°, 7° en 9° en 10° ». Artikel V.10
artikel 77 van hetzelfde decreet worden een 10° en 11° toegevoegd, die luiden als volgt : « 10°
tercultureel bemiddelaar : 0,7; 11° ervaringsdeskundige : 0,5.». Artikel V.11 Artikel 81 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 81 Onverminderd artikel 80, heeft het personeel recht op 21 werkdagen vakantie. Bij onvolledige prestaties en/ of bij aanstellingen kleiner dan een volledig schooljaar wordt dit aantal dagen vakantie
evenredige mate verminderd. Deze vakantiedagen moeten worden opgenomen tijdens de schoolvakanties, met uitzondering van 7 werkdagen die buiten de schoolvakanties, behalve
de maand juni, kunnen worden opgenomen. ». Artikel V.12 De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2006, met uitzondering van de artikelen V.4 en V.5 die uitwerking hebben met
gang van 1 januari 2006. HOOFDSTUK VI. - Decreten
zake
spectie en begeleiding Artikel VI.1 Artikel 7 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende de
spectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, gewijzigd bij de decreten van 1 december 1998 en 13 april 1999, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 7 § 1. Om tot de onderwijsinspectie, de
spectie van de centra of tot de Dienst voor Onderwijsontwikkeling te worden toegelaten, komen
aanmerking : 1° de personeelsleden bedoeld
artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;2° de personeelsleden bedoeld
artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;3° de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten bedoeld
artikel 87 van dit decreet;4° de personeelsleden van de onderwijsinspectie, de
spectie van de centra of de Dienst voor Onderwijsontwikkeling bedoeld
artikel 20 van dit decreet;5° het zelfstandig en het assisterend academisch personeel van de universiteiten;6° het onderwijzend personeel van de hogescholen;7° de educatieve personeelsleden tewerkgesteld
de centra voor basiseducatie en
het Vlaams Ondersteuningscentrum voor de Centra voor Basiseducatie. § 2. De kandidaten bedoeld
§ 1
moeten daarenboven ten minste 10 jaar dienstanciënniteit hebben en/of ervaring
de basiseducatie. Deze voorwaarde geldt niet voor de personeelsleden die worden toegelaten tot het ambt van navorser bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling. § 3. De berekening van de dienstanciënniteit bedoeld
§ 2
gebeurt als volgt : 1° voor de dienstanciënniteit verworven
het Gemeenschapsonderwijs : overeenkomstig artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;2° voor de dienstanciënniteit verworven
het gesubsidieerd onderwijs : overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;3° voor de dienstanciënniteit verworven
de hogescholen of de universiteiten : overeenkomstig de regels zoals zij gelden voor de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding
het Gemeenschaponderwijs. Voor de hogescholen en universiteiten worden als diensten beschouwd : a)
het universitair onderwijs : de diensten, en daarmee gelijkgestelde, die een personeelslid heeft gepresteerd
de categorie van het academisch personeel zoals bedoeld
het decreet van 31 mei 1991 betreffende de universiteiten
de Vlaamse Gemeenschap;b)
de hogescholen : de diensten en daarmee gelijkgestelde diensten, die een personeelslid heeft gepresteerd
de categorie van het onderwijzend personeel zoals bedoeld
het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen
de Vlaamse Gemeenschap.
voorkomend geval wordt de dienstanciënniteit verworven
het Gemeenschapsonderwijs,
het gesubsidieerd onderwijs,
de hogescholen of
de universiteiten samengeteld. § 4.
afwijking van § 1 kunnen eveneens worden toegelaten de kandidaten die voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° blijk geven van een zeer grondig onderwijskundig
zicht;2° ten minste 10 jaar relevante ervaring hebben
het onderwijs, vermeld
artikel 5, of
de centra vermeld
artikel 6, ofwel ten minste 10 jaar relevante ervaring hebben deels
het onderwijs of de centra, vermeld
artikelen 5 of 6, en deels met het onderwijs of met de centra, vermeld
artikelen 5 of
- §
- De algemene toelatingsvoorwaarden tot een ambt bij de onderwijsinspectie, de
spectie van de centra of de Dienst voor Onderwijsontwikkeling zijn : 1° onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Gemeenschap, behoudens door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling;2° van goed gedrag zijn, zoals dat blijkt door een attest van goed zedelijk gedrag dat niet langer dan drie maanden tevoren werd uitgereikt;3° de burgerlijke en politieke rechten genieten.». Artikel VI.2 Aan artikel 8, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 05/05/1999 numac 1999035529 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de decreten betreffende de
spectie en begeleidingsdiensten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035609 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft sluiten, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De Vlaamse Regering kan aan deze personeelsformatie ook personeelsleden uit het onderwijs of de centra toevoegen aan wie een verlof wegens opdracht wordt toegekend. ». Artikel VI.3 Artikel 22 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 05/05/1999 numac 1999035529 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de decreten betreffende de
spectie en begeleidingsdiensten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035609 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 22 Voor de toegang tot een ambt van
specteur wordt een proef georganiseerd. Onverminderd de toepassing van artikel 7 moet de kandidaat om tot de proef te worden toegelaten een dossier overleggen houdende zijn curriculum vitae, met opgave van alle elementen waardoor hij zijn onderwijskundige
zichten, agogische vaardigheden en vakdidactische deskundigheid heeft uitgebreid en verdiept. De Vlaamse Regering kan desgevallend bijkomende diplomavereisten of specifieke relevante ervaring bepalen. ». Artikel VI.4 Artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 05/05/1999 numac 1999035529 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de decreten betreffende de
spectie en begeleidingsdiensten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035609 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 23 Voor de toegang tot het ambt van adviseur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling wordt een proef georganiseerd. Om tot de proef te worden toegelaten moet de kandidaat een dossier overleggen houdende zijn curriculum vitae, met opgave van alle elementen waardoor hij zijn onderwijskundige
zichten heeft uitgebreid en verdiept. De Vlaamse Regering kan eventueel extra diploma-vereisten en extra relevante ervaring vereisen. ». Artikel VI.5 Artikel 23bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 05/05/1999 numac 1999035529 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de decreten betreffende de
spectie en begeleidingsdiensten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035609 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 23bis Voor de toegang tot het ambt van navorser bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling wordt een proef georganiseerd. Om tot de proef te worden toegelaten moet de kandidaat : 1°
het bezit zijn van een diploma van doctor op proefschrift en ten minste drie jaar ervaring hebben
zake onderwijskundige wetenschappelijke studieactiviteiten of
het bezit zijn van een academisch diploma of een diploma van academisch niveau en ten minste zes jaar ervaring hebben
zake onderwijskundige wetenschappelijke studieactiviteiten;2° een dossier overleggen met zijn curriculum vitae, met opgave van alle elementen waardoor hij zijn onderwijskundige
zichten heeft uitgebreid en verdiept. De Vlaamse Regering kan eventueel extra diplomavereisten en extra relevante ervaring bepalen. ». Artikel VI.6 De artikelen 24 en 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 05/05/1999 numac 1999035529 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de decreten betreffende de
spectie en begeleidingsdiensten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035609 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft sluiten, worden opgeheven. Artikel VI.7
artikel 27, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden « artikelen 22 en 23 » vervangen door de woorden « artikelen 22, 23 en 23bis ». Artikel VI.8 Artikel 28, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt vervangen door de volgende bepaling : « De beoordeling van de toelatingsvoorwaarden, van de proef en van het
de artikelen 22, 23 en 23bis bedoelde dossier geschiedt door een commissie, waarvan de Vlaamse Regering de samenstelling en de werking bepaalt. ». Artikel VI.9
artikel 82, § 1, tweede lid, en § 2, eerste lid, 3°, en derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 05/05/1999 numac 1999035529 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de decreten betreffende de
spectie en begeleidingsdiensten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035609 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft sluiten, worden de woorden « nuttige ervaring » telkens vervangen door de woorden « relevante ervaring ». Artikel VI.10
artikel 82, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 05/05/1999 numac 1999035529 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van de decreten betreffende de
spectie en begeleidingsdiensten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035609 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft sluiten, wordt punt 5° opgeheven. Artikel VI.11 Aan artikel 94 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 juli 1998, 1 december 1998 en 13 april 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, 1°, worden de volgende woorden toegevoegd : « of het contractueel personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten van het gesubsidieerd onderwijs of de gesubsidieerde centra »;2°
§ 1
, 2°, worden tussen de woorden « universiteit » en « en » de woorden « of als contractueel personeelslid van de pedagogische begeleidingsdiensten van het gesubsidieerd onderwijs of de gesubsidieerde centra »
gevoegd en worden de woorden « artikel 25 » vervangen door de woorden « artikel 7 »;3° een § 1bis wordt
gevoegd, die luidt als volgt : « § 1bis.
afwijking van de bepalingen van § 1 kunnen de ambten van pedagogisch adviseur en adviseur-coördinator ook worden toegewezen aan een kandidaat die voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° blijk geven van een zeer grondig onderwijskundig
zicht;2° ten minste 10 jaar relevante ervaring hebben
het onderwijs of de centra, vermeld
artikel 89, ofwel ten minste 10 jaar relevante ervaring hebben deels
het onderwijs of de centra, vermeld
artikel 89, en deels met het onderwijs of de centra, vermeld
artikel 89.». Artikel VI.12 Aan artikel 95 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
worden tussen de woorden « het academisch personeel van de universiteiten » en « kunnen eveneens
een ambt » de woorden « of de contractuele personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten van het Gemeenschapsonderwijs »
gevoegd;2°
§ 1
worden tussen de woorden « universiteit » en « worden » de woorden « of als contractueel personeelslid van de pedagogische begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs »
gevoegd en worden de woorden « artikel 25 » vervangen door de woorden « artikel 7 »;3° een § 1bis wordt
gevoegd, die luidt als volgt : « § 1bis.
afwijking van de bepalingen van § 1 kunnen de ambten van pedagogisch adviseur en adviseur-coördinator ook worden toegewezen aan een kandidaat die voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° blijk geven van een zeer grondig onderwijskundig
zicht;2° ten minste 10 jaar relevante ervaring hebben
het onderwijs of de centra, vermeld
artikel 89, ofwel ten minste 10 jaar relevante ervaring hebben deels
het onderwijs of de centra, vermeld
artikel 89, en deels met het onderwijs of de centra, vermeld
artikel 89.». Artikel VI.13
artikel 13 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de
spectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 1996 en 13 april 1999, wordt punt 7° opgeheven. Artikel VI.14 De bepalingen van dit hoofdstuk treden
werking op 1 september 2006, met uitzondering van artikelen VI.10 en VI.13 die uitwerking hebben met
gang van 1 januari 2004. HOOFDSTUK VII. - Rechtspositie van het onderwijspersoneel Afdeling I. - Decreet betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs Artikel VII.1 Aan artikel 3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 1 december 1998, 18 mei 1999, 14 februari 2003, 10 juli 2003 en 15 juli 2005, worden een punt 31° en 32° toegevoegd, die luiden als volgt : « 31° bevoegde
stantie van de godsdienst of betrokken eredienst : de
stantie of personen die de bevoegdheid op basis van de eigen
terne regelgeving hebben, of de
stantie of personen die van het representatieve orgaan van de eredienst of van het hoofd van de eredienst de bevoegdheid krijgen; 32° bevoegde
stantie van de niet-confessionele zedenleer : de erkende vereniging van de niet-confessionele gemeenschap, vermeld
het decreet van 1 december 1993 betreffende de
spectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.». Artikel VII.2
artikel 4, § 1, van hetzelfde decreet, wordt punt
- a)vervangen door wat volgt : «
- a)bestaat het aantal dagen, gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid
een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen gerekend van het begin tot het einde van de ononderbroken activiteitsperiode, met
begrip van alle vakantieperioden met uitzondering van de zomervakantie, als ze
die activiteitsperiode vallen. Dat aantal wordt vermenigvuldigd met 1,2.
afwijking hiervan bestaat voor het administratief personeel, de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, de administratief medewerker van het ondersteunend personeel en voor de personeelsleden van de CLB's, de semi-
ternaten en de opvangcentra, het aantal dagen gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid
een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen van het begin tot het einde van een ononderbroken activiteitsperiode, met
begrip van alle vakantieperioden. Dit aantal wordt niet vermenigvuldigd met 1,2. De dagen, gepresteerd
een andere hoedanigheid dan die van tijdelijk personeelslid
een betrekking met volledige dienstprestaties, worden gerekend vanaf het begin tot het einde van een ononderbroken periode van dienstactiviteit, met
begrip van alle vakantieperioden; ». Artikel VII.3
artikel 17 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 13 juli 2001 en 14 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
worden de woorden « hem voor de vervulling van de betrekking ongeschikt maken » vervangen door de woorden « een gevaar vormen voor de gezondheidstoestand van de leerlingen »;2°
§ 3
worden de woorden « of
strijd met de bepalingen van hoofdstuk IV van het decreet van 8 juni 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/06/2000 pub. 25/08/2000 numac 2000035865 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt sluiten houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt » geschrapt. Artikel VII.4
artikel 22, § 3, van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement type decreet prom. 18/05/1999 pub. 20/07/1999 numac 1999035897 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs X type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036093 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XI sluiten, wordt het woord « levensbeschouwing » vervangen door de woorden « van de niet-confessionele zedenleer ». Artikel VII.5
artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 14 februari 2003, wordt punt d) opgeheven. Artikel VII.6
artikel 28bis van hetzelfde decreet,
gevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003 en 15 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.
afwijking van § 2 deelt de raad van bestuur tijdens het schooljaar 2006-2007 de lijst mee van vacant verklaarde betrekkingen
de categorie van het ondersteunend personeel
het buitengewoon secundair onderwijs, na 15 september 2006 en vóór 15 oktober 2006. De vacante betrekkingen worden vastgesteld
functie van de toestand op 15 september 2006. De vacante betrekkingen
de categorie van het opvoedend hulppersoneel en administratief personeel
het buitengewoon secundair onderwijs, met uitzondering van de
ternaten, die werden meegedeeld vóór 15 mei 2006 op basis van de toestand op 15 april 2006 hebben geen uitwerking. »; 2° een § 7 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 7.Met het oog op de vaste benoemingen op 1 januari 2007
de centra voor volwassenenonderwijs worden,
afwijking op § 2 en rekening houdend met artikel 57 van het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 sluiten tot regeling van een aantal gelegenheden van het volwassenenonderwijs, de vacante betrekkingen
het vak of de specialiteit grafische technieken
de vierde graad BSO beschouwd als vacante betrekkingen
het vak of de specialiteit grafische technieken
de derde graad TSO. ». Artikel VII.7
artikel 36 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten