← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams regleme

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse Regering wijzigt bestaande Vlaamse reglementen betreffende milieuvergunningen, milieuhygiëne, bodemsanering en -bescherming, en het beheer van afvalstoffen. Het heeft als doel Europese richtlijnen over afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) en batterijen om te zetten in Vlaamse wetgeving.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
23 MEI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten5 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten6 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten7 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, artikel 3, tweede lid, vervangen bij het decreet van 23 december 2010, en artikel 20, vervangen bij het decreet van 22 december 1993, en gewijzigd bij de decreten van 21 oktober 1997, 11 mei 1999, 6 februari 2004, 12 december 2008, 23 december 2010 en 25 mei 2012; Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikel 16.1.2, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten en gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 22 november 2013, artikel 16.4.27, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade sluiten, en artikel 10.3.4, § 6, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/12/2008 pub. 04/02/2009 numac 2009035086 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij type decreet prom. 12/12/2008 pub. 13/03/2009 numac 2009029108 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bevordering van de organisatie van de eerste graad en houdende diverse maatregelen inzake onderwijs type decreet prom. 12/12/2008 pub. 13/01/2009 numac 2008029672 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van discriminatie sluiten; Gelet op het decreet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/2006 pub. 22/01/2007 numac 2006037062 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming sluiten betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, artikel 138, § 1; Gelet op het decreet van 23 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten1 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, artikel 5, 6, § 2, artikel 9, § 1, artikel 13, § 1 en § 2, artikel 13/1, ingevoegd bij het decreet van 28 februari 2014, artikel 20, 21, 22, 26, tweede lid, artikel 32, 39 en 40; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten5 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten6 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten7 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen; Gelet op de notificatieprocedure ingediend overeenkomstig Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 25 november 2013; Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 24 januari 2014; Gelet op het advies van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, gegeven op 20 februari 2014; Gelet op advies 55.940/1 van de Raad van State, gegeven op 12 mei 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit besluit voorziet in de omzetting van de volgende richtlijnen: 1° richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA);2° richtlijn 2013/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 tot wijziging van Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's, wat het op de markt brengen van cadmiumhoudende draagbare batterijen en accu's voor gebruik in draadloos elektrisch gereedschap en van knoopcellen met een laag kwikgehalte betreft, en houdende intrekking van Beschikking 2009/603/EG van de Commissie. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning Art. 2.In bijlage 1, rubriek 2, bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zin "Kringloopcentra, e.d., met name inrichtingen waar tweedehands huishoudelijke goederen en hiermee vergelijkbare bedrijfsgoederen die in aanmerking komen voor producthergebruik (zoals kleding, boeken, meubelen, huisraad, speelgoed, elektrische en elektronische apparatuur) worden opgeslagen, gesorteerd, gereinigd en/of hersteld, zijn geen inrichtingen voor de verwerking van afvalstoffen." wordt vervangen door de zin "Hergebruikcentra voor EEA waar uitsluitend afgedankte EEA die een visuele voorselectie op herbruikbaarheid hebben ondergaan, worden opgeslagen, gesorteerd, getest en, als dat nodig is, worden gereinigd en/of hersteld, zijn geen inrichtingen voor de verwerking van afvalstoffen."; 2° in het laatste tekstblok wordt de zinsnede "artikel 1.2.1, § 2, 94° " vervangen door de zinsnede "artikel 1.2.1, § 3/1, 6° "; 3° in het laatste tekstblok wordt punt 3° vervangen door wat volgt: "3° de inzamelactie werd goedgekeurd door de OVAM of georganiseerd door het beheersorganisme ter uitvoering van een milieubeleidsovereenkomst of van een producent die beschikt over een goedgekeurd individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan als vermeld in artikel 5.2.5.5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten7 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne Art. 3.In artikel 5.2.2.5.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 januari 1999, 5 december 2003, 14 juli 2004 en 13 februari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 8 wordt punt 2° vervangen door wat volgt: "2° a) uit gescheiden ingezamelde AEEA moeten ten minstens de volgende stoffen, mengsels en onderdelen worden afgezonderd: 1) condensatoren: aa) PCB/PCT-houdende condensatoren en andere PCB-bevattende componenten; ab) elektrolytische condensatoren die tot bezorgdheid aanleiding gevende stoffen bevatten (hoogte > 25 mm, diameter > 25 mm, of met een naar verhouding vergelijkbaar volume); 2) onderdelen die kwik bevatten;3) alle batterijen en accumulatoren;4) printplaten: aa) printplaten van mobiele telefoons; ab) printplaten van andere apparaten als de oppervlakte van de printplaat meer dan 10 cm² bedraagt; 5) alle tonercassettes en inkthoudende recipiënten (al of niet leeg, droge, pasteuze of vloeibare inkt) en inktlinten;6) kunststoffen die gebromeerde brandvertragers bevatten;7) asbesthoudende onderdelen;8) beeldschermen: aa) beeldbuizen: kathodestraalbuizen; ab) lcd-schermen (in voorkomend geval met toebehoren) met een oppervlak van meer dan 100 cm² en schermen met een achtergrondverlichting met behulp van gasontladingslampen; 9) chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's en HCFK's) of fluorkoolwaterstoffen (HFK's), koolwaterstoffen (HC's);10) gasontladingslampen;11) uitwendige elektrische kabels;12) onderdelen die vuurvaste keramische vezels bevatten;13) alle onderdelen die radioactieve stoffen bevatten;14) alle vloeistoffen;b) de volgende onderdelen worden als volgt behandeld: 1) beeldbuizen: de fluorescerende laag wordt verwijderd;2) gasontladingslampen: het kwik wordt verwijderd;3) fotovoltaïsche zonnepanelen: selectief ingezamelde, afgedankte fotovoltaïsche zonnepanelen worden ontmanteld op een milieuverantwoorde wijze die ervoor zorgt dat minstens de volgende onderdelen en materialen selectief worden gedemonteerd: aa) het (aluminium)-kader, voor zover dat van toepassing is; ab) het glas; ac) de kunststof; ad) de non-ferro metalen, inclusief het verdeelkastje."; 2° paragraaf 9 wordt vervangen door wat volgt: " § 9.De gassen uit apparatuur die de ozonlaag aantasten of een aardopwarmingspotentieel hebben van meer dan 15 GWP, zoals in isolatieschuim en koelcircuits, worden adequaat verwijderd en behandeld. Gassen die de ozonlaag aantasten, worden behandeld overeenkomstig verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen. Het isolatiemateriaal dat ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevat, wordt met een gesloten ontgassingssysteem ontdaan van die stoffen in een daarvoor vergunde inrichting."; 3° er wordt een paragraaf 9bis ingevoegd, die luidt als volgt: " § 9bis.De selectieve behandeling, vermeld in paragraaf 8 en 9, van materialen en onderdelen van afgedankte EEA wordt, rekening houdend met milieuoverwegingen en de wenselijkheid van voorbereiding voor hergebruik en recyclage, zo toegepast dat het op milieuverantwoorde wijze voorbereiden voor hergebruik en recycleren van onderdelen van complete apparaten niet bemoeilijkt wordt.". Art. 4.In artikel 5.2.4.1.8, § 5, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten4, wordt punt 2° opgeheven. Art. 5.In artikel 5.2.4.1.9, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten4, wordt punt 2° opgeheven. Art. 6.In artikel 5.2.4.1.10, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten4, wordt punt 2° vervangen door wat volgt: "2° In afwijking van punt 1° kunnen in de milieuvergunning specifieke grenswaarden voor de uitloging van monolitisch afval worden vastgesteld. Die grenswaarden worden bepaald met behulp van de diffusietest.". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten5 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming Art. 7.Artikel 162 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten5 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming wordt vervangen door wat volgt: "Art. 162.Met behoud van de toepassing van de voorwaarden van artikel 161 kan uitgegraven bodem alleen als bodem worden gebruikt onder de drie volgende voorwaarden: 1° het gehalte aan stenen die niet van nature aanwezig zijn, bedraagt maximaal vijf massaprocent;2° de afmeting van de stenen die niet van nature aanwezig zijn, is niet groter dan vijftig millimeter.Voor de opvulling van een groeve, graverij, uitgraving of andere put, vergund volgens rubriek 60 van bijlage 1 van Vlarem I, kunnen, behalve voor de bovenste laag van 150 cm, de stenen die niet van nature aanwezig zijn, een afmeting van maximaal tweehonderd millimeter hebben, op voorwaarde dat het gehalte aan die grotere stenen maximaal één massaprocent bedraagt; 3° het gehalte aan andere bodemvreemde materialen bedraagt maximaal één massa- en volumeprocent.". Art. 8.Artikel 168 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009, 17 februari 2012 en 4 mei 2012, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 168.§ 1. Uitgegraven bodem die concentraties van stoffen bevat die lager zijn dan of gelijk zijn aan de waarden, vermeld in bijlage V, kan vrij worden gebruikt voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product. § 2. Uitgegraven bodem die concentraties van stoffen bevat die hoger zijn dan de waarden, vermeld in bijlage V, kan worden gebruikt voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product, op voorwaarde dat de concentraties van stoffen in de uitgegraven bodem lager zijn dan of gelijk zijn aan de waarden, vermeld in bijlage VI. Als de uitgegraven bodem concentraties van stoffen bevat die hoger zijn dan de waarden, vermeld in bijlage VI, wordt de uitgegraven bodem gereinigd door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten meebrengen. Als de uitgegraven bodem niet reinigbaar is door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten meebrengen, wordt de uitgegraven bodem verwerkt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 23 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten1 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. Als de uitgegraven bodem concentraties van een zwaar metaal of een metalloïde bevat die hoger zijn dan de waarde, vermeld in bijlage V, kan de uitgegraven bodem alleen worden gebruikt voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product onder de aanvullende voorwaarde dat de uitloogbaarheidswaarde van dat zware metaal of dat metalloïde in de uitgegraven bodem lager is dan of gelijk is aan de uitloogbaarheidswaarde, vermeld in bijlage VII. § 3. Uitgegraven bodem waarvan men weet of redelijkerwijs kan aannemen dat die verontreinigende stoffen bevat die niet vermeld zijn in bijlage V, kan worden gebruikt voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product onder de volgende twee voorwaarden: 1° het gebruik van de uitgegraven bodem kan geen bijkomende verontreiniging van het grondwater veroorzaken;2° de mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen levert geen bijkomend risico op. Als de uitgegraven bodem voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt de uitgegraven bodem gereinigd door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten meebrengen. Als de uitgegraven bodem niet reinigbaar is door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten meebrengen, wordt de uitgegraven bodem verwerkt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 23 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten1 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. § 4. Aan de hand van een conform verklaard technisch verslag wordt nagegaan of aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 tot en met paragraaf 3, is voldaan.". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten7 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen Art. 9.In artikel 1.1.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten7 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen wordt punt 7° vervangen door wat volgt: "7° richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, (AEEA);". Art. 10.In artikel 1.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 wordt een punt 6° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "6° /1 bedrijfsrestafval: de fractie van bedrijfsafvalstoffen die niet selectief wordt aangeboden of ingezameld;"; 2° in paragraaf 2 wordt punt 23° vervangen door wat volgt: "23° elektrische en elektronische apparatuur, afgekort EEA: apparaten die om naar behoren te werken, afhankelijk zijn van elektrische stromen of elektromagnetische velden en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden, die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1000 volt bij wisselstroom en 1500 volt bij gelijkstroom en die onderworpen zijn aan de aanvaardingsplicht, vermeld in artikel 3.4.4.1;"; 3° in paragraaf 2 wordt punt 25° vervangen door wat volgt: "25° financieringsovereenkomst: een lenings-, lease-, huur- of afbetalingsovereenkomst of een regeling met betrekking tot enig product, ongeacht of volgens die overeenkomst of regeling, dan wel volgens een aanvullende overeenkomst of regeling, eigendomsoverdracht van het product zal of kan plaatsvinden;"; 4° in paragraaf 2 wordt punt 68° vervangen door wat volgt: "68° producent: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van verkoop op afstand overeenkomstig de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming: a) is gevestigd op het grondgebied en een product vervaardigt onder zijn eigen naam of merk, of laat een product ontwerpen of vervaardigen dat hij onder zijn naam of merk op het grondgebied verhandelt of bestemt voor eigen gebruik;b) is gevestigd op het grondgebied en een product op het grondgebied wederverkoopt of bestemt voor eigen gebruik dat door andere leveranciers is geproduceerd onder zijn eigen naam of merk .Daarbij wordt de wederverkoper niet als producent van het product aangemerkt als het merkteken van de producent, vermeld in punt a), op het product zichtbaar is; c) is gevestigd op het grondgebied en brengt beroepsmatig voor het eerst op het grondgebied een product op de markt, al dan niet voor eigen gebruik;d) is gevestigd buiten het grondgebied en een product via verkoop op afstand rechtstreeks aan particuliere huishoudens op het grondgebied verkoopt. Diegene die uitsluitend voorziet in financiering op grond van of in het kader van een financieringsovereenkomst, en die de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet draagt, wordt niet als producent van het product aangemerkt, tenzij hij ook optreedt als producent als vermeld in punt a) tot en met d);" 5° in paragraaf 2 wordt een punt 77° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "77° /1 sorteerinrichting voor bouw- en sloopafval: een vergunde inrichting voor het uitsorteren van bouw- en sloopafval via een aparte installatie.De sortering is een aparte activiteit en vindt plaats voor het eventuele breekproces;"; 6° in paragraaf 2 wordt punt 79° vervangen door wat volgt: "79° sorteerzeefzand: het zand dat ontstaat bij het zeven van puin bij een vergunde sorteerinrichting voor bouw- en sloopafval;"; 7° in paragraaf 2 wordt een punt 79° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "79° /1 thuisverzorging: de geneeskundige of diergeneeskundige behandelingen in het huis van de belanghebbende, verstrekt door de beoefenaar van een geneeskundig beroep, al dan niet in georganiseerd verband;"; 8° aan paragraaf 2 wordt een punt 95° toegevoegd, dat luidt als volgt: "95° bouw- en sloopmateriaal: materiaal afkomstig van bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- of renovatiewerken."; 9° er wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, die luidt als volgt: " § 3/1.Voor de toepassing van onderafdeling 3.4.4 van hoofdstuk 3 en onderafdeling 5.2.5 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder: 1° actief implanteerbaar medisch hulpmiddel: een actief implanteerbaar medisch hulpmiddel als vermeld in het koninklijk besluit van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/07/1997 pub. 01/08/1997 numac 1997022562 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de actieve implanteerbare medische hulpmiddelen sluiten betreffende de actieve implanteerbare medische hulpmiddelen, dat EEA is;2° afzondering: de manuele, mechanische, chemische of metallurgische behandeling die ervoor zorgt dat gevaarlijke stoffen, mengsels en onderdelen tijdens het verwerkingsproces in een identificeerbare stroom of als identificeerbaar deel van een stroom zijn afgescheiden. Stoffen, mengsels of onderdelen zijn identificeerbaar als zij kunnen worden gemonitord om te verifiëren dat zij worden verwerkt op een wijze die veilig is voor het milieu; 3° distributeur van EEA: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die deel uitmaakt van de toeleveringsketen en EEA op de markt brengt.Een distributeur van EEA kan tezelfdertijd een producent van EEA als vermeld in 16° zijn; 4° gebruikte EEA: EEA dat al is gebruikt, maar dat niet noodzakelijk een afvalstof is;5° grote, niet-verplaatsbare industriële werktuigen: een groot geheel van machines, apparatuur en/of onderdelen die samenwerken voor een bepaalde toepassing, op een vaste plaats door vakmensen worden geïnstalleerd of afgebroken, en door vakmensen worden gebruikt en onderhouden in een industriële productieomgeving of een centrum voor onderzoek en ontwikkeling;6° grote, vaste installatie: een grootschalig samenstel van diverse typen apparaten en eventueel andere hulpmiddelen die cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden: a) ze wordt door vakmensen gemonteerd, geïnstalleerd en afgebroken;b) ze is bestemd voor permanent gebruik als onderdeel van een gebouw of een structuur op een vooraf bepaalde en speciaal daarvoor bestemde plaats;c) ze kan uitsluitend door dezelfde speciaal ontworpen apparatuur vervangen worden;7° heel kleine afgedankte EEA: afgedankte EEA met buitenafmetingen van ten hoogste 25 cm;8° hergebruikcentrum voor EEA: een rechtspersoon of natuurlijke persoon die beroepsmatig afgedankte EEA opslaat, sorteert en scheidt in potentieel herbruikbare afgedankte EEA en niet-herbruikbare afgedankte EEA, en die potentieel herbruikbare afgedankte EEA voorbereidt voor hergebruik;9° huishoudelijke afgedankte EEA: afgedankte EEA die afkomstig is van particuliere huishoudens en afgedankte EEA die afkomstig is van commerciële, industriële, institutionele en andere bronnen en die volgens de aard en hoeveelheid met die van particuliere huishoudens vergelijkbaar is.Afval van EEA die waarschijnlijk zowel door particuliere huishoudens als door andere gebruikers dan particuliere huishoudens wordt gebruikt, wordt in elk geval als huishoudelijk afgedankte EEA beschouwd; 10° in de handel brengen van EEA: het voor het eerst beroepsmatig op de markt brengen van een product op het grondgebied;11° medisch hulpmiddel: een medisch hulpmiddel of hulpstuk als vermeld in het koninklijk besluit van 18 maart 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/03/1999 pub. 14/04/1999 numac 1999022270 bron ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van economische zaken en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de medische hulpmiddelen sluiten betreffende medische hulpmiddelen, dat EEA is;12° medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek: een hulpmiddel of hulpstuk voor in-vitrodiagnostiek als vermeld in het koninklijk besluit van 14 november 2001 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, dat EEA is;13° niet voor de weg bestemde mobiele machine: een machine met een interne krachtbron, waarvan de werking ofwel mobiliteit vereist, ofwel permanente of semipermanente beweging tussen een reeks vaste werklocaties tijdens het werk;14° op de markt brengen van EEA: het in het kader van een commerciële activiteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik; 15° percentage van nuttige toepassing en voorbereiding voor hergebruik en recyclage: dat cijfer wordt berekend voor elke categorie overeenkomstig artikel 3.4.4.2 door het gewicht van de afgedankte EEA dat de inrichting voor nuttige toepassing of voorbereiding voor hergebruik en recyclage binnenkomt, na passende verwerking overeenkomstig artikel 5.2.5.3, te delen door het gewicht van alle gescheiden ingezamelde AEEA voor elke categorie, uitgedrukt als percentage; 16° producent van EEA: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van verkoop op afstand overeenkomstig de wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/2010 pub. 12/04/2010 numac 2010011165 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming type wet prom. 06/04/2010 pub. 30/06/2011 numac 2010015091 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning, aangenomen te New York op 20 december 2006 (2) sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming: a) is gevestigd op het grondgebied en een product vervaardigt onder zijn eigen naam of merk, of laat een product ontwerpen of vervaardigen dat hij onder zijn naam of merk op het grondgebied verhandelt;b) is gevestigd op het grondgebied en een product wederverkoopt dat door andere leveranciers is geproduceerd onder zijn eigen naam of merk.Daarbij wordt de wederverkoper niet als producent van het product aangemerkt als het merkteken van de producent, vermeld in punt a), op het product zichtbaar is; c) is gevestigd op het grondgebied en brengt beroepsmatig een product op de markt;d) is gevestigd buiten het grondgebied en een product via verkoop op afstand rechtstreeks aan particuliere huishoudens of aan andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied verkoopt. Diegene die uitsluitend voorziet in financiering op grond van of in het kader van een financieringsovereenkomst, en die de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet draagt, wordt niet als producent van het product aangemerkt, tenzij hij ook optreedt als producent als vermeld in punt a) tot en met d); 17° professionele afgedankte EEA: alle afgedankte EEA die niet als huishoudelijk afgedankte EEA aangemerkt kunnen worden.". Art. 11.In artikel 2.2.2 van hetzelfde besluit wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Als een materiaal niet voldoet aan de specifieke criteria vastgesteld in afdeling 2.3 kan ze slechts toegelaten worden, mits er vanuit milieuoogpunt valabele argumenten zijn en hiervoor een grondstofverklaring wordt bekomen.". Art. 12.In artikel 2.2.3 van hetzelfde besluit wordt het derde lid opgeheven. Art. 13.In artikel 2.2.6 van hetzelfde besluit wordt voor het eerste lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Een grondstofverklaring wordt alleen afgeleverd voor een specifiek materiaal dat wordt geproduceerd door een specifieke producent of dat voortkomt uit een specifiek productieproces, en waarvoor een specifieke toepassing wordt beoogd.". Art. 14.In artikel 2.2.8, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1921 pub. 19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0, wordt de zinsnede "en onderafdeling 2.3" opgeheven. Art. 15.In artikel 2.3.1.1 van hetzelfde besluit wordt het derde lid opgeheven. Art. 16.Artikel 2.3.1.3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "Art. 2.3.1.3. § 1. Gft-compost, groencompost en het eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische afvalstoffen moeten geproduceerd worden in een vergunde inrichting voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen die beschikt over een keuringsattest. § 2. De biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen is onderworpen aan het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen. Het kwaliteitsgarantiesysteem heeft tot doel te garanderen dat afvalstoffen worden omgezet in kwalitatief hoogwaardige eindmaterialen voor nuttige toepassing. Het kwaliteitsgarantiesysteem wordt beheerd door de OVAM. Het kwaliteitsgarantiesysteem wordt goedgekeurd bij ministerieel besluit en wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 3. De inrichtingen voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen met het oog op de productie van bodemverbeterende middelen en/of meststoffen vergoeden de OVAM voor de ontwikkeling en het beheer van het kwaliteitsgarantiesysteem. De minister kan bindende voorschriften vaststellen voor de berekening van de vergoeding. Ze worden opgesteld in overleg met de betrokken partners. § 4. Het keuringsattest, vermeld in paragraaf 1, wordt afgeleverd door een certificeringsinstelling overeenkomstig het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen. Een certificeringsinstelling wordt erkend door de minister, na advies van de OVAM. De procedure is opgenomen in het Algemeen Reglement van de Certificering. § 5. De certificeringsinstellingen voeren de certificeringsactiviteiten op het terrein uit zoals beschreven in het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen. Hun taken zijn: 1° de uitvoering en opvolging van monsternemingen, analyses en audits conform het Algemeen Reglement van de Certificering;2° de aflevering, schorsing of intrekking van keuringsattesten conform het Algemeen Reglement van de Certificering;3° de rapportering aan de OVAM, onder meer door: a) een maandelijks overzicht van de afgeleverde, geschorste of ingetrokken keuringsattesten;b) verslagen van audits en actieplannen die opgelegd zijn naar aanleiding van non-conformiteiten bij vergunde inrichtingen voor het verwerken van organisch-biologische afvalstoffen, om hun keuringsattest te verkrijgen of te behouden;c) jaarlijkse rapportering over de certificeringsactiviteiten. § 6. Het Algemeen Reglement van de Certificering wordt goedgekeurd bij ministerieel besluit en wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het bestaat uit een organisatorisch deel waarin voorwaarden voor de certificeringsinstellingen zijn opgenomen en uit een uitvoerend deel met voorwaarden voor de inrichtingen voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen. § 7. De OVAM houdt als onafhankelijk toezichtsorgaan toezicht op het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen. De OVAM zal onder meer de volgende taken uitvoeren: 1° toezicht houden op het Algemeen Reglement van de Certificering en op het kwaliteitsgarantiesysteem; 2° behandelen van de beroepen tegen beslissingen over de verlening, schorsing of intrekking van de keuringsattesten.". Art. 17.In artikel 2.3.2.1 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt: " § 2. In afwijking van paragraaf 1 hoeven de materialen, vermeld in bijlage 2.2, afdeling 2, meer bepaald asfaltgranulaat, gerecycleerde bitumineuze granulaten, brekerzeefzand van asfalt en brekerzand van asfalt, niet te voldoen aan de parameter minerale olie. Onder pak-houdend brekerzeefzand van asfalt en pak-houdend brekerzand van asfalt wordt verstaan dat de norm voor een van de polycyclische aromatische koolwaterstoffen, vermeld in bijlage 2.3.2.A, wordt overschreden. Voor de bepaling van het pak-gehalte in asfaltgranulaat is alleen de pak-spray-test van toepassing. Als bij gebruik van de pak-spraytest een gele verkleuring wordt verkregen, is het asfaltgranulaat pak-houdend. In afwijking van paragraaf 1 hoeft de voormelde pak-houdende grondstof niet te voldoen aan de parameters pak bij gebruik overeenkomstig artikel 5.3.3.4. Als bij gebruik van de pak-spraytest geen gele verkleuring wordt verkregen, is het asfaltgranulaat niet pak-houdend.". Art. 18.In artikel 2.3.2.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd: "Het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad."; 2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Het puin, dat aangeleverd wordt met een sloopattest, kan door de producent van gerecycleerde granulaten verwerkt worden zonder te voldoen aan de uitgebreide procedure voor de keuring van gerecycleerde granulaten, opgenomen in de bepalingen van de bijlage bij het ministerieel besluit van 25 juli 2011Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 25/07/2011 pub. 05/08/2011 numac 2011002039 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 16, § 2 eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel sluiten houdende de goedkeuring van het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten. Art. 19.In artikel 2.3.2.3 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 opgeheven. Art. 20.In artikel 2.4.2.4, derde lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 2.4.2.3, § 2" opgeheven. Art. 21.In artikel 3.1.1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt punt 9° opgeheven. Art. 22.In artikel 3.2.1.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Tenzij anders is vermeld in de afdelingen 3.3 en 3.4, worden de huishoudelijke afvalstoffen ingezameld in samenwerking met de gemeenten. De producenten dragen in het geval, vermeld in het eerste lid, de nettokosten ten laste voor de inzameling en scheiding van de afvalstoffen die onderworpen zijn aan de aanvaardingsplicht en die werden ingezameld via de gemeentelijke inzamelkanalen. De vergoeding van de nettokosten wordt onderling afgesproken. Als geen akkoord wordt bereikt, kan de minister, na advies van de OVAM, bindende voorschriften vaststellen voor de aanrekening van die kosten. Die voorschriften bevatten onder meer een lijst van te vergoeden kosten. Ze worden opgesteld in overleg met de betrokken partners. Om recht te hebben op de vergoeding, vermeld in het tweede lid, moet de inzameling gratis zijn voor de consument."; 2° er wordt een paragraaf 4/1 ingevoegd, die luidt als volgt: " § 4/1.De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, kan bijkomende inzamelkanalen opzetten voor de afvalstoffen waarop de aanvaardingsplicht van toepassing is. De producenten kunnen daarbij een beroep doen op derden om bepaalde taken uit te voeren. De inzamelkanalen, vermeld in het eerste lid, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° de afvalstoffen worden opgeslagen zonder schade of verontreiniging van mens, milieu of directe omgeving;2° bij de opslag wordt gezorgd voor een georganiseerde regelmatige afvoer van de afvalstoffen;3° de afvalstoffen worden ingezameld conform de wettelijke bepalingen;4° het inzamelsysteem draagt bij tot een duurzaam materialenbeheer;5° een zekere continuïteit van de inzameling wordt gegarandeerd. De inzamelkanalen, vermeld in het eerste lid, worden goedgekeurd door de OVAM. Een schriftelijke beschrijving van het inzamelsysteem, de inzamelpunten, de deelnemende actoren en hun verantwoordelijkheden wordt aan de OVAM voorgelegd. De OVAM heeft 30 dagen de tijd om dergelijke inzamelkanalen al dan niet goed te keuren. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van de ontvangst van alle opgevraagde informatie. De producent informeert de gemeenten en intercommunales: 1° over elke goedkeuring van een inzamelkanaal dat actief is op hun grondgebied; 2° jaarlijks over de hoeveelheid afvalstoffen die de inzamelkanalen hebben ingezameld en de wijze van verwerking."; 3° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt: " § 5.Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon is verantwoordelijk voor de financiering van de verplichtingen die de aanvaardingsplicht voor hem meebrengt. De financiering kan worden georganiseerd via een collectieve of individuele regeling.". Art. 23.In artikel 3.2.1.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, 2° wordt de zinsnede "in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten" vervangen door de zinsnede "in titel VI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid"; 2° in paragraaf 2, eerste lid wordt punt 5° vervangen door wat volgt: "5° maatregelen voor de vergoeding van de gemeentelijke inzamelkanalen;". Art. 24.In artikel 3.2.1.3, § 1, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "of -makelaars" en de woorden "en verwerkers" de zinsnede ", hergebruikcentra" ingevoegd. Art. 25.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012, 16 november 2012, 1 maart 2013, 21 juni 2013 en 29 november 2013, wordt een artikel 3.2.1.5 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 3.2.1.5. Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevestigd is buiten het grondgebied en die, via verkoop op afstand, rechtstreeks verkoopt aan particuliere huishoudens op het grondgebied, wijst een op het grondgebied gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aan als gevolmachtigde die verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen van de producent die uit dit besluit voortvloeien. Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevestigd is buiten het grondgebied en die, ongeacht de verkooptechniek, verkoopt aan andere personen dan particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere op het grondgebied, kan een op het grondgebied gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aanduiden als gevolmachtigde die verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen van de producent die uit dit besluit voortvloeien. De op het grondgebied gevestigde gevolmachtigde is onderworpen aan dezelfde verplichtingen als de producent. Een gevolmachtigde wordt aangewezen via een schriftelijke volmacht vooraleer er producten op de markt worden gebracht. Bij de aanduiding van een gevolmachtigde en bij beëindiging van die volmacht wordt de OVAM onmiddellijk door beide partijen schriftelijk op de hoogte gebracht en wordt er een nieuwe gevolmachtigde aangewezen.". Art. 26.In artikel 3.2.2.1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt punt 1° vervangen door wat volgt: "1° de milieubeleidsovereenkomst wordt gesloten overeenkomstig titel VI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. Elke betrokken overkoepelende representatieve organisatie van ondernemingen tekent daarbij voor de engagementen die voortvloeien uit de wettelijke verplichtingen van haar leden;". Art. 27.In artikel 3.2.3.1, eerste lid, 1°, a), van hetzelfde besluit wordt het woord "btw-nummer" vervangen door het woord "ondernemingsnummer". Art. 28.In artikel 3.2.3.4, 1°, van hetzelfde besluit wordt het woord "btw-nummer" vervangen door het woord "ondernemingsnummer". Art. 29.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012, 16 november 2012, 1 maart 2013, 21 juni 2013 en 29 november 2013, wordt een artikel 3.3.6 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Artikel 3.3.6. Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, die via een collectief plan onderworpen is aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, kan andere inzamelkanalen naast de gemeentelijke inzamelkanalen opzetten voor huishoudelijke afvalstoffen waarop het collectief plan van toepassing is. De natuurlijke personen en rechtspersonen kunnen daarbij een beroep doen op derden om bepaalde taken uit te voeren. De inzamelkanalen, vermeld in het eerste lid, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° het inzamelsysteem kan alleen opgezet worden bij de eindverkopers van de huishoudelijke producten waarvan de afvalstoffen het toepassingsgebied vormen van het collectief plan;2° de afvalstoffen worden opgeslagen zonder schade of verontreiniging van mens, milieu of directe omgeving;3° bij de opslag wordt gezorgd voor een georganiseerde regelmatige afvoer van de afvalstoffen;4° de afvalstoffen worden ingezameld conform de wettelijke bepalingen;5° het inzamelsysteem draagt bij tot een duurzaam materialenbeheer;6° een zekere continuïteit van de inzameling wordt gegarandeerd. De inzamelkanalen, vermeld in het eerste lid, worden goedgekeurd door de OVAM. Een schriftelijke beschrijving van het inzamelsysteem, de inzamelpunten, de deelnemende actoren en hun verantwoordelijken wordt aan de OVAM voorgelegd. De OVAM heeft 30 dagen de tijd om dergelijke inzamelkanalen al dan niet goed te keuren. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met een maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van de ontvangst van alle opgevraagde informatie. De natuurlijke persoon of rechtspersoon die een inzamelkanaal als vermeld in het eerste lid heeft opgezet, rapporteert jaarlijks voor 1 april aan de OVAM: 1° over de aard en hoeveelheid ingezamelde afvalstoffen;2° over de wijze van verwerking van de ingezamelde afvalstoffen. De OVAM informeert de gemeenten en de intercommunales: 1° over elke goedkeuring van een inzamelkanaal dat actief is op hun grondgebied; 2° jaarlijks over de door die inzamelkanalen ingezamelde hoeveelheid afvalstoffen en de wijze van verwerking.". Art. 30.Artikel 3.4.1.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "Art. 3.4.1.1. Stickers die de OVAM heeft geaccepteerd en die worden gebruikt om aan te geven dat in een brievenbus al dan niet reclamedrukwerk of gratis regionale pers mag worden gestoken, worden gerespecteerd.". Art. 31.Artikel 3.4.1.2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "Art. 3.4.1.2. De sector van de uitgevers van gratis regionale pers: 1° stelt gratis stickers ter beschikking van de mensen die dat willen ter beperking van de verspreiding van ongewenst reclamedrukwerk en gratis regionale pers;2° rapporteert aan de OVAM over het aantal verdeelde stickers en het gebruik van de stickers. Er wordt een overeenkomst, die de modaliteiten van deze bepalingen vastlegt, gesloten tussen de OVAM en de sector van de uitgevers van gratis regionale pers indien een van de partijen hiertoe verzoekt.". Art. 32.Artikel 3.4.1.3 tot en met 3.4.1.6 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 33.In artikel 3.4.3.2 van hetzelfde besluit wordt punt 3° vervangen door wat volgt: "3° het totale percentage hergebruik, loopvlakvernieuwing en recyclage van de ingezamelde banden minstens 55 % bedraagt;". Art. 34.In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012, 16 november 2012, 1 maart 2013 en 29 november 2013, wordt onderafdeling 3.4.4, die bestaat uit artikel 3.4.4.1 tot en met 3.4.4.8, vervangen door wat volgt: "Onderafdeling 3.4.4. Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur Art. 3.4.4.1. § 1. Voor afgedankte EEA wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. Met behoud van de uitzonderingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, is de aanvaardingsplicht van toepassing op: 1° de grote huishoudelijke apparaten (categorie 1) vanaf 1 juli 1999;2° de kleine huishoudelijke apparaten (categorie 2) vanaf 1 juli 1999;3° de IT- en telecommunicatieapparatuur (categorie 3) vanaf 1 juli 1999;4° de consumentenapparatuur (categorie 4) vanaf 1 juli 1999;5° de afgedankte fotovoltaïsche zonnepanelen (categorie 4) vanaf 1 januari 2013;6° de afgedankte huishoudelijke en niet-huishoudelijke verlichtingsapparatuur (categorie 5) vanaf 1 januari 2004;7° de gasontladingslampen (categorie 5) vanaf 1 juli 2005;8° het elektrisch en elektronisch tuingereedschap, met uitzondering van grote, niet-verplaatsbare industriële installaties (categorie 6) vanaf 1 juli 1999;9° ander elektrisch en elektronisch gereedschap, met uitzondering van grote, niet-verplaatsbare industriële installaties (categorie 6) vanaf 1 januari 2004;10° het speelgoed en de apparatuur voor sport en ontspanning (categorie 7) vanaf 1 januari 2004;11° de medische hulpmiddelen, met uitzondering van alle geïmplanteerde en geïnfecteerde producten (categorie 8) vanaf 13 augustus 2005;12° de meet- en controle-instrumenten (categorie 9) vanaf 1 januari 2004;13° de automaten (c …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.