Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens o
Kort samengevat
Dit besluit van de Vlaamse regering wijzigt een eerder besluit uit 1992 over de terbeschikkingstelling, reaffectatie, wedertewerkstelling en wachtgeldregeling voor onderwijspersoneel. Het introduceert nieuwe regels voor de verdeling van betrekkingen en definities van vacatures en niet-reaffecteerbare betrekkingen, vooral met het oog op de vorming van scholengemeenschappen.
Wat het reguleert
- De verdeling van betrekkingen binnen het onderwijs.
- De terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking.
- De reaffectatie en wedertewerkstelling van personeelsleden.
- De toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.
Wie het aanbelangt
- Personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en gesubsidieerd onderwijs.
- Inrichtende machten van onderwijsinstellingen.
Kernpunten
- Het besluit is niet van toepassing op leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel en de inrichtende machten die ze tewerkstellen.
- Een "vacature" is elke volledige of onvolledige betrekking die vacant is, of waarvan de titularis of zijn vervanger ten minste 10 werkdagen afwezig is, en die op 1 september organiek kan en effectief moet zijn ingericht.
- Een betrekking is niet vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling als het personeelslid dat die betrekking bekleedt een bepaalde dienstanciënniteit (ten minste 720 dagen in hoofdambt) en leeftijd (bijvoorbeeld 24 jaar voor opvoedend hulppersoneel) heeft bereikt.
- Autonome internaten worden beschouwd als instellingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren.
Wettekst
31 AUGUSTUS 1999. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de
zonderheid op artikel 82, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 1997, en artikel 84, gewijzigd bij het decreet van 28 april 1993; Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra,
zonderheid op artikel 56, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 1997, en artikel 58, gewijzigd bij het decreet van 28 april 1993; Gelet op het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III,
zonderheid op artikel 4, 5, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, en 6 tot en met 9; Gelet op het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen
de Vlaamse Gemeenschap,
zonderheid op artikel 366, 19°; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 9 juli 1996, 25 maart 1997 en 22 september 1998; Gelet op het akkoord van de Vlaamse ministers bevoegd voor de Begroting, gegeven op 7 juni 1999; Gelet op protocol nr. 332 van 8 juni 1999 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd
de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, en van de onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten; Gelet op protocol nr. 107 van 8 juni 1999 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd
het Overkoepelend onderhandelingscomité bedoeld
het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités
het vrij gesubsidieerd onderwijs; Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat
gevolge de bepalingen van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs de
richtende machten thans de organisatie van de nieuwe scholengemeenschappen volop voorbereiden en dat het personeelsbeleid
de
dividuele
stellingen meer en meer wordt afgestemd op het beleid van de ganse scholengemeenschap; dat het uiteraard vereist is dat de
richtende machten weten hoe zij op 1 september 1999 dit personeelsbeleid moeten voeren; dat het daarom dringend noodzakelijk is dat de
richtende machten zo snel mogelijk weten hoe zij de betrekkingen
hun
stellingen moeten verdelen en hoe zij bij een tekort aan betrekkingen bepaalde personeelsleden moeten
zetten binnen de andere
stellingen van de
richtende macht en dit al of niet binnen de structuur van de nieuwe scholengemeenschap. Vermits met de voorbereidende schikkingen betreffende de verdeling van de betrekkingen en de daaraan verbonden personeelsbewegingen
het licht van de nieuwe scholengemeenschappen tijdig moet worden gestart, moeten de
stellingen spoedig worden
gelicht; Gelet op het advies van de Raad van State, op 17 juni 1999; met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage wordt vervangen door wat volgt : « Besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage. » Art. 2.
artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « Het besluit is echter niet van toepassing op de leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel en de
richtende machten die ze tewerkstellen. » Art. 3.
artikel 2 van het hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 9 juli 1996 en 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, 2°, worden
punt 1 de woorden ", het aanvullend secundair beroepsonderwijs" geschrapt;2° § 1, 3°, punt 4, wordt vervangen door wat volgt : « 4.het hoger onderwijs voor sociale promotie van het korte type;"; 3°
§ 1
, 3°, wordt punt 5 geschrapt;4°
§ 1
wordt 4° opgeheven;5°
§ 2
wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4° "vacature" : elke volledige of onvolledige betrekking die vacant is, of waarvan de titularis of zijn vervanger afwezig is voor een periode van ten minste 10 werkdagen.De betrekkingen moeten op 1 september organiek kunnen worden
gericht en op voormelde datum effectief
gericht zijn. Betrekkingen die slechts na 1 september worden
gericht, moeten
ieder geval worden onderworpen aan de bepalingen van dit besluit;"; 6°
§ 2
, wordt 5° vervangen door wat volgt : « 5° "betrekking niet vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling" : a)
het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en de centra : een betrekking is vanaf 1 januari van het school- of dienstjaar
kwestie, niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt, de twee volgende voorwaarden vervult : 1.het heeft ten minste 720 dagen dienstanciënniteit verworven
hoofdambt op : - 31 augustus van het voorgaande jaar voor de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra, het administratief personeel, het personeel van de semi-
ternaten en van de opvangcentra; - 30 juni van het voorgaande jaar voor de andere personeelsleden; 2. het heeft uiterlijk op 31 december van het school- of dienstjaar
kwestie de hierna vermelde leeftijd bereikt : - 24 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel, het sociaal personeel, het administratief personeel; - 24 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het basisonderwijs; - 28 jaar voor de leden van het psychologisch personeel, het medisch personeel en het orthopedagogisch personeel; - 26 jaar voor de leden van het technisch personeel van de centra die een ambt bekleden van psycho-pedagogisch werker, paramedisch werker of maatschappelijk werker, voor de werkleiders voor de sociale discipline, paramedische discipline en de methodologische
formatie en documentatie, en voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel op lager secundair niveau; - 28 jaar voor de leden van het technisch personeel van de centra die een wervingsambt bekleden van psycho-pedagogisch consulent, voor de werkleiders van de psycho-pedagogische discipline, de directeurs van de centra en voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel op hoger secundair niveau. Voor het personeelslid dat deze voorwaarden vervult, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de school- of dienstjaren heen. b)
het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie : een betrekking is vanaf 1 september van het schooljaar
kwestie niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen
hoofdambt gespreid over tenminste drie schooljaren. Het personeelslid moet deze dienstanciënniteit bereiken op : - 31 augustus van het voorgaande schooljaar voor de leden van het ondersteunend personeel en het opvoedend hulppersoneel van het gewoon voltijds secondair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs, en voor het administratief personeel; - 30 juni van het voorgaand schooljaar voor de andere personeelsleden. Voor het personeelslid dat deze voorwaarden vervult, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de schooljaren heen. » ; 7°
§ 2
, 6°, tweede lid, worden de woorden "of academiejaar" geschrapt;8°
§ 2
, 8°, worden de woorden ", het aanvullend secundair beroepsonderwijs" geschrapt;9° § 4 wordt opgeheven;10° een § 8 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 8.Voor de toepassing van dit besluit worden de autonome
ternaten beschouwd als
stellingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren. » ; 11° een § 9 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 9.Voor de toepassing van dit besluit beslist de
richtende macht
het gewoon voltijds secundair onderwijs bij een vermindering van het aantal punten voor het ondersteunend personeel of een betrekking of betrekkingen uit hetzij de groep van het opvoedend hulppersoneel en opvoeder, hetzij de groep van het administratief personeel en administratief medewerker door deze vermindering niet meer kan worden
standgehouden, op basis van criteria die worden onderhandeld
het lokaal comité. » ; 12° een § 10 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 10.Voor de toepassing van dit besluit moet
het gewoon voltijds secundair onderwijs bij een vermindering van het aantal punten voor het ondersteunend personeel rekening worden gehouden met het feit dat
een
stelling de personeelsleden van het ondersteunend personeel, administratief personeel en/of opvoedend hulppersoneel uit tenminste 50 % opvoeders en/of opvoedend hulppersoneel moeten bestaan. » ; 13° een § 11 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 11.Voor de toepassing van dit besluit wordt onder pedagogische entiteit verstaan : een entiteit die bestaat uit enerzijds één
stelling met een eerste graad en anderzijds één
stelling met een tweede, een derde en eventueel een vierde graad van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde
richtende macht en die
hetzelfde gebouwencomplex is gelegen. » . Art. 4.
titel I, hoofdstuk III, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen door wat volgt : « Afdeling 2. - Gewoon basisonderwijs". Art. 5.
artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, punt 1, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « Voor het basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : het ambt, zoals het opgenomen is
de reglementering tot rangschikking en
deling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel
het basisonderwijs en van het administratief en opvoedend hulppersoneel.» ; 2°
§ 2
, eerste lid, worden de woorden "kleuter, lager en" geschrapt;3°
§ 2
wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Deze bepaling geldt niet als het gaat om het ambt van leermeester godsdienst of het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden
geroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer en
het gemeenschapsonderwijs en
het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een leermeester godsdienst. » Art. 6.
Titel I
, hoofdstuk III, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen door wat volgt : « Afdeling
- - Gewoon voltijds secundair onderwijs, deeltijds secundair zeevisserij onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs". Art. 7.Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 5.§
- Voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : 1° Het ambt zoals het opgenomen is
de reglementering tot rangschikking en
deling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het ondersteunend personeel, het opvoedend hulp- en administratief personeel
het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Voor het ambt van directeur moet een onderscheid gemaakt worden tussen het ambt van directeur van een
stelling met een derde graad en het ambt van directeur van een
stelling zonder derde graad. Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt voor de beide ambten; 2° Als het een ambt van leraar betreft : a) een leeropdracht
hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten en, voor technische vakken, kunstvakken of praktische vakken,
de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar.Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt
het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit; b) een leeropdracht
elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, kunstvakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid : - ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt
het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs.Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden
geroepen door een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer; - ofwel dat vak of deze specialiteit als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen
de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling geldt voor de
stellingen die afhangen van de
richtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de
stelling waaraan de betrokkene vast benoemd was van een andere
richtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van
stellingen. Als de
stelling
kwestie behoort tot een scholengemeenschap, geldt de toepassing van deze bepaling eveneens voor alle
stellingen van deze scholengemeenschap. 3° Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn
beide ambten.4° Met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs, wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus.5°
afwijking van 1° en 3° van deze paragraaf wordt
het gewoon voltijds secundair onderwijs voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel, met uitzondering van de personeelsleden van de
ternaten, volgend onderscheid gemaakt :
- a)de ambten van het opvoedend hulppersoneel en het ambt van opvoeder vormen "hetzelfde ambt";
- b)de ambten van het administratief personeel en het ambt van administratief medewerker vormen "hetzelfde ambt". Deze bepaling geldt niet voor de verdeling van de opdrachten en de terbeschikkingstelling
stellingen die, op basis van artikel 98, 4°, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, hun personeelsleden
dienst houden volgens het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen
sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de
richtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs. 6° Voor de personeelsleden van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het beroepssecundair onderwijs is de overgang naar het algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs : a) verplicht als de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat zowel
het beroepssecundair onderwijs als
de andere onderwijsvormen een vereist bekwaamheidsbewijs is voor dit ambt, vak of deze specialiteit;b) verplicht als de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is
het beroepssecundair onderwijs en
de andere onderwijsvormen een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is voor dit ambt, vak of deze specialiteit;c) niet mogelijk als het bekwaamheidsbewijs waarover de betrokken personeelsleden beschikken wel een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is
het beroepssecundair onderwijs, maar niet
de andere onderwijsvormen.
afwijking van de bepaling onder b) kan de
richtende macht na onderling akkoord met het betrokken personeelslid een onderscheid maken tussen het beroepssecundair onderwijs en de drie andere onderwijsvormen, behalve als het betrokken personeelslid reeds
één van deze drie onderwijsvormen fungeert als vastbenoemde
dit leervak. Als de betrokken partijen het niet eens worden over de vraag of een onderscheid moet worden gemaakt tussen het beroepssecundair onderwijs enerzijds en de andere drie onderwijsvormen anderzijds, kan de partij die zich benadeeld acht tegen uiterlijk 15 september van het schooljaar
kwestie een gefundeerd bezwaarschrift
dienen bij de bevoegde Vlaamse reaffectatiecommissie, opgericht krachtens artikel 16 van dit besluit.
afwachting van de beslissing van de Vlaamse reaffectatiecommissie geldt de verplichting van b). § 2. Voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt het "ander ambt" als volgt gedefinieerd : elk ambt, met uitzondering van "hetzelfde ambt"
de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt
het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs. Deze bepaling is niet van toepassing voor het ambt van godsdienstleraar.
het gemeenschapsonderwijs en
het gesubsidieerd officieel onderwijs kan de godsdienstleraar deze bepaling niet
roepen.
een ambt van de categorie van het opvoedend hulppersoneel volstaat het echter dat het terbeschikkinggestelde personeelslid een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs bezit, als de terbeschikkingstelling uitgesproken is
een ambt van die categorie. § 3. Voor de personeelsleden die een erkende navorming genoten hebben en die hierdoor een andere onderwijsbevoegdheid verworven hebben, wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid
functie van deze nieuwe onderwijsbevoegdheid zowel voor de voorafgaande maatregelen aan de terbeschikkingstelling als bij de reaffectatie of de wedertewerkstelling. Bij de voorafgaande maatregelen en bij de terbeschikkingstelling kunnen zij hetzelfde ambt slechts opeisen van vastbenoemde personeelsleden met een kleinere dienstanciënniteit als ze opnieuw vast benoemd zijn
dat nieuwe ambt of vak. » Art. 8.
titel I, hoofdstuk III, afdeling 4 van hetzelfde besluit wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen door wat volgt : « Onderafdeling 1. - Buitengewoon basisonderwijs". Art. 9.
artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 22/09/1998 pub. 06/11/1998 numac 1998036206 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, eerste zin worden de woorden "kleuter-, lager en" geschrapt;2°
§ 1
, punt 2 worden de woorden "kleuter-, lager," geschrapt;3°
§ 2
, eerste zin worden de woorden "kleuter-, lager en" geschrapt;4°
§ 2
wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Deze bepaling geldt niet voor het ambt van leermeester godsdienst of het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer betreft. Daarenboven kan ze niet worden
geroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer en
het gemeenschapsonderwijs en
het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een leermeester godsdienst. » . Art. 10.
artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt punt 3 vervangen door wat volgt : « 3.en als het een ambt van leraar betreft : a) een leeropdracht
hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken, artistieke vakken, technische vakken en beroepspraktijk, praktijk, kunstvakken of praktische vakken,
de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar.Voor de op leidingsvorm 3 en 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, de beroepsgerichte vorming die behoort tot dezelfde specialiteit. Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid, voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt
het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit; b) een leeropdracht
elk vak dat of elke specialiteit, die niet onder a) valt, voor de opleidingsvorm 3 en 4 van het buitengewoon secundair onderwijs en voor de technische vakken, artistieke vakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid : - ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt
het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs.Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden
geroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer of een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer en
het gemeenschapsonderwijs en
het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een godsdienstleraar; - ofwel dat vak, als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen
de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de
stellingen die afhangen van de
richtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de
stelling waaraan betrokkene vast benoemd was van een andere
richtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van
stellingen,"; 2°
§ 1
wordt punt 5 vervangen door wat volgt : « 5.Met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs, wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch, het psychologisch en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus. » . Art. 11.
artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt punt 3, a), vervangen door wat volgt : « a) een leeropdracht
hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, artistieke vakken of kunstvakken,
de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar.Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid waarvoor het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt
het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel deze specialiteit;"; 2°
§ 1
wordt punt 5 vervangen door wat volgt : « 5.Met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus. » Art. 12.
titel I, hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 6 vervangen door wat volgt : « Afdeling
- - Onderwijs voor sociale promotie". Art. 13.Artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 9.§
- Voor het onderwijs voor sociale promotie, wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : A.
het secundair onderwijs voor sociale promotie : 1. Het ambt zoals het opgenomen is
de reglementering tot rangschikking en
deling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel
het secundair onderwijs voor sociale promotie.Voor het ambt van directeur moet een onderscheid gemaakt worden tussen het ambt van directeur van een
stelling met een derde graad en het ambt van directeur van een
stelling zonder derde graad. Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereiste titel beschikt voor de beide ambten; 2. Als het een ambt van leraar betreft : a) een leeropdracht
hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken of praktische vakken,
de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar.Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt
het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel specialiteit; b) een leeropdracht
elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid : - ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt
het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs; - ofwel dat vak of deze specialiteit als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen
de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de
stellingen die afhangen van de
richtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de
stelling waaraan betrokkene vast benoemd was van een andere
richtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van
stellingen. 3. Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn
beide ambten;4. wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het ondersteunend personeel, opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs. B.
het hoger onderwijs voor sociale promotie : 1. Het ambt, zoals het opgenomen is
de reglementering tot rangschikking en
deling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel van het hoger onderwijs voor sociale promotie;2. Als het een ambt van leraar betreft : a) een leeropdracht
hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken,
de vakken die behoren tot de zelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar;b) een leeropdracht
elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, dat het betrokken personeelslid,
dien het hiervoor vast benoemd was, rekening houdend met de reglementering
zake de bekwaamheidsbewijzen, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen
de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit;3. Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn
beide ambten;
- Wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het ondersteunend personeel, opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus, met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs. §
- Voor het onderwijs voor sociale promotie wordt het "ander ambt" als volgt gedefinieerd : elk ambt, met uitzondering van "hetzelfde ambt"
de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt.
een ambt van de categorie van het opvoedend hulppersoneel en het ondersteunend personeel volstaat het echter dat het terbeschikkinggestelde personeelslid een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bij overgangsmaatregel vereist bekwaamheidsbewijs bezit, als de terbeschikkingstelling uitgesproken is
een ambt van deze categorie. § 3. Voor de personeelsleden die een erkende navorming genoten hebben en die hierdoor een andere onderwijsbevoegdheid verworven hebben, wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid
functie van deze nieuwe onderwijsbevoegdheid zowel voor de voorafgaande maatregelen aan de terbeschikkingstelling als bij de reaffectatie of de wedertewerkstelling. Bij de voorafgaande maatregelen en bij de terbeschikkingstelling kunnen zij hetzelfde ambt slechts opeisen van vastbenoemde personeelsleden met een kleinere dienstanciënniteit als ze opnieuw vast benoemd zijn
dat nieuwe ambt of vak. » Art. 14.
artikel 11 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Voor de toepassingen van de bepalingen van dit besluit dient onder "wedertewerkstelling" van een ter beschikking gesteld personeelslid te worden verstaan : de toewijzing aan dit personeelslid van een betrekking
een "ander ambt". De verplichtingen
zake wedertewerkstelling zijn voor de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn
een ambt van de personeelscategorie
de linker kolom van onderstaande tabellen, beperkt tot de ambten van de personeelscategorieën
de rechter kolom. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt evenwel niet als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld
een wervingsambt, een betrekking
een selectie- of bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen of als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld
een selectieambt, een betrekking
een bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 15.
artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit worden voor de berekening van de dienstanciënniteit de volgende diensten
aanmerking genomen : alle diensten, gepresteerd
het gemeenschapsonderwijs met uitsluiting van de diensten aan een hogeschool na 1 januari 1999 of aan een universiteit, en berekend zoals bepaald
artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en alle gesubsidieerde diensten gepresteerd
het gesubsidieerd onderwijs en
de gesubsidieerde centra met uitsluiting van het universitair onderwijs en met uitsluiting van de diensten gepresteerd na 1 januari 1999 aan een hogeschool en berekend zoals bepaald
artikel 6 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. Voor de toepassing van deze bepaling worden de perioden die gelijkgesteld zijn met dienstactiviteit, gelijkgesteld met gefinancierde of gesubsidieerde diensten"; 2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De dienst- en ambtsanciënniteit bij de terbeschikkingstelling, de reaffectatie en de wedertewerkstelling worden
aanmerking genomen vanaf : 1° 21 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het ondersteunend, het paramedisch, het sociaal en het administratief personeel;2° 21 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het basisonderwijs;3° 23 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op lager secundair niveau
het deeltijds kunstonderwijs;4° 25 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op hoger secundair niveau
het deeltijds kunstonderwijs en voor het psychologisch, het medisch en het orthopedagogisch personeel;5° 24 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel
het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie, 6° 23 jaar voor de leden van het technisch personeel die een ambt van maatschappelijk werker, paramedisch werker, psycho-pedagogisch werker of van werkleider voor de sociale discipline, voor de paramedische discipline of voor de methodologische
formatie en documentatie bekleden;7° 25 jaar voor de leden van het technisch personeel die een ambt van psycho-pedagogisch-consulent, van werkleider voor de psycho-pedagogische discipline of een ambt van directeur van de centra bekleden.» Art. 16.
Titel I
van hetzelfde besluit wordt na artikel 12 een hoofdstuk Vbis
gevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK Vbis. - De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap Art. 12bis.§ 1. Dit hoofdstuk is enkel van toepassing op
stellingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs die behoren tot een scholengemeenschap, zoals bedoeld
het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt per scholengemeenschap een reaffectatiecommissie opgericht. § 3. De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de
richtende machten van de scholen van de scholengemeenschap enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit
overleg en streeft daarbij naar consensus. Als de vertegenwoordigers van de
richtende machten geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, nemen de vertegenwoordigers van de
richtende machten de uiteindelijke beslissing. Elke scholengemeenschap stelt een huishoudelijk reglement op houdende het aantal leden en de werking van haar reaffectatiecommissie. § 4.
elke reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen.
het gesubsidieerd onderwijs kan aan de secretaris van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap op zijn verzoek een verlof wegens opdracht
het belang van het onderwijs worden toegekend voor de periode vanaf 1 september tot en met 15 september. De secretaris coördineert de uitwisseling van de gegevens over enerzijds de vacatures zoals bepaald
artikel 25bis, § 3, en anderzijds de terbeschikkinggestelde personeelsleden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare
formatie over de vacatures te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare
formatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mee te delen aan de
richtende machten die erom verzoeken. § 5. De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft de volgende bevoegdheden : 1° Verzamelen van gegevens betreffende de vacatures en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden;2° Reaffecteren van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de
stellingen van de scholengemeenschap;3° Wedertewerkstellen binnen dezelfde categorie van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de
stellingen van de scholengemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de categorieën van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel als één categorie beschouwd; 4° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap. De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze
strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk
getrokken en
dien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling. § 6. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap geen vervangende toewijzing heeft gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap doorgestuurd naar de voorzitter van de voor het net bevoegde reaffectatiecommissie, die naar gelang van het geval de reaffectatiecommissie van de scholengroep is, of de
terprovinciale reaffectatiecommissie. » Art. 17.
Titel I
van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk Vter
gevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK Vter. - De reaffectatiecommissie van de scholengroep van het gemeenschapsonderwijs Art. 12ter.§
- Voor de toepassing van dit besluit wordt per scholengroep een reaffectatiecommissie opgericht. §
- 1°
elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :
- a)het gewoon basisonderwijs;
- b)het buitengewoon basisonderwijs.
tweede orde wordt weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs. 2°
elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :
- a)het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
- b)het buitengewoon secundair onderwijs.
tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
derde orde wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs. 3°
elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het onderwijs voor sociale promotie.
tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd. 4°
elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het deeltijds kunstonderwijs.
tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd. 5° Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen vermeld
1° tot en met 4° zijn gerealiseerd, wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen. § 3. De reaffectatiecommissie van de scholengroep bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de scholengroep enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit
overleg en streeft daarbij naar consensus. Als de vertegenwoordigers van de scholengroep geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, zijn het de vertegenwoordigers van de scholengroep die de uiteindelijke beslissing nemen. Elke scholengroep stelt een huishoudelijk reglement op houdende het aantal leden en de werking van haar reaffectatiecommissie. § 4.
elke reaffectatiecommissie van de scholengroep fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. Aan de secretaris van de reaffectatiecommissie van de scholengroep kan op zijn verzoek een verlof wegens opdracht
het belang van het onderwijs worden toegekend voor de periode vanaf 1 september tot en met 15 september. De secretaris coördineert de uitwisseling van de gegevens over enerzijds de vacatures en anderzijds de terbeschikkinggestelde personeelsleden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare
formatie over de vacatures te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare
formatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mee te delen aan de
stellingen van de scholengroep die erom verzoeken. § 5. De reaffectatiecommissie van de scholengroep heeft de volgende bevoegdheden : 1° Verzamelen van gegevens betreffende de vacatures en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden;2° Reaffecteren en wedertewerkstellen zoals bepaald
§ 2
;3° Behandelen van de resterende bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, zoals bedoeld
artikel 12bis, § 6;4° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengroep;5° De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze
strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk
getrokken en
dien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling;6° Tewerkstelling van terbeschikkinggestelde personeelsleden als administratieve hulp voor het basisonderwijs, zoals bepaald
artikel
- §
- De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie de reaffectatiecommissie van de scholengroep geen vervangende toewijzing heeft gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de reaffectatiecommissie van de scholengroep doorgestuurd naar de voorzitter van de
terprovinciale reaffectatiecommissie. § 7. Na de werkzaamheden van de reaffectatiecommissie van de scholengroep moeten de volgende gegevens doorgestuurd worden naar de voorzitter van de
terprovinciale reaffectatiecommissie : 1° de reaffectaties en wedertewerkstellingen die de reaffectatiecommissie van de scholengroep heeft doorgevoerd;2° de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de scholengroep;3° de resterende vacatures
de scholengroep.» Art. 18.Artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 22/09/1998 pub. 06/11/1998 numac 1998036206 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 13.§ 1. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het gemeenschapsonderwijs. § 2. Voor de toepassing van dit besluit worden zonale reaffectatiecommissies opgericht respectievelijk voor : 1° Het basisonderwijs;2° De centra. De
stellingen en centra worden voor de twee onderscheiden niveaus per onderwijsnet en, voor het gesubsidieerd vrij onderwijs, per karakter van het verstrekte onderwijs,
gedeeld
geografische zones. Voor het gesubsidieerd officieel onderwijs wordt geen rekening gehouden met het karakter van het verstrekte onderwijs. § 3. De representatieve verenigingen van de
richtende machten van het gesubsidieerd onderwijs en de centra van eenzelfde net en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs, met onderwijs van eenzelfde karakter, stellen, ieder voor hun net, na overleg met de representatieve vakorganisaties de afbakening van deze zones vast en leggen deze ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs. Als de vertegenwoordigers van de representatieve verenigingen van de
richtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, elk voor hun eigen net, geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, doen zij een voorstel tot afbakening van de geografische zone aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, die de uiteindelijke beslissing neemt. § 4. Voor het basisonderwijs kunnen maximaal vijf reaffectatiezones per net worden opgericht. Voor de centra omvat een reaffectatiezone alle centra
het net. § 5.
elke zonale reaffectatiecommissie voor het basisonderwijs wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor : 1° het gewoon basisonderwijs;2° het buitengewoon basisonderwijs.
tweede orde wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs. § 6. De zonale reaffectatiecommissie bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de representatieve vereniging van de
richtende machten enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit
overleg en streeft daarbij naar consensus. Als de vertegenwoordigers van de representatieve verenigingen van de
richtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, elk voor hun eigen net, geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, nemen de vertegenwoordigers van de
richtende macht de uiteindelijke beslissing. De hierboven vermelde vertegenwoordigers van de representatieve verenigingen van
richtende machten leggen, elk voor hun eigen net, na overleg met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties een voorstel van huishoudelijk reglement, houdende het aantal leden en de werking van deze commissies, ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs. § 7.
elke zonale reaffectatiecommissie fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. Aan de secretarissen van de zonale reaffectatiecommissies van het basisonderwijs kan op hun verzoek een verlof wegens opdracht
het belang van het onderwijs worden toegekend voor een periode van 4 weken, te nemen vóór 1 oktober. De secretaris van de zonale reaffectatiecommissie coördineert de werkzaamheden vanaf 16 augustus tot het einde van de werkzaamheden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare
formatie over de vacatures
de
stellingen en gesubsidieerde centra te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare
formatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mede te delen aan de
richtende machten die erom verzoeken. § 8. Onverminderd de bepalingen van § 5 hebben de zonale reaffectatiecommissies de volgende bevoegdheden : 1° Meedelen van gegevens betreffende vacatures
de
stellingen en de gesubsidieerde centra en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden;2° Reaffecteren of wedertewerkstellen van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de zone.Voor het gesubsidieerd officieel onderwijs wordt geen rekening gehouden met het karakter van het verstrekte onderwijs; 3° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de zonale reaffectatiecommissie. De reaffectaties of wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze
strijd zijn met het decreet of de reglementering, worden onmiddellijk
getrokken en
dien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling. § 9. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie geen vervangende toewijzing is gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de zonale reaffectatiecommissie doorgestuurd naar de voorzitter van de
terprovinciale reaffectatiecommissie. § 10. Na de werkzaamheden van de zonale reaffectatiecommissie moeten de volgende gegevens doorgestuurd worden naar de voorzitter van de
terprovinciale reaffectatiecommissie : 1° de reaffectaties en wedertewerkstellingen die
de zone zijn doorgevoerd;2° de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de zone;3° de resterende vacatures
de zone.» Art. 19.
artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, tweede lid, worden de woorden "de zonale reaffectatiecommissies" vervangen door de woorden "de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissies en de reaffectatiecommissies van de scholengroep";2°
§ 2
, eerste lid en tweede lid, worden de woorden "de Autonome Raad voor" geschrapt;3°
§ 2
, derde lid, worden de woorden "De Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs" vervangen door de woorden "Het Gemeenschapsonderwijs";4°
§ 2
wordt aan het vierde lid een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Aan het gesubsidieerd officieel onderwijs wordt een tweede secretaris toegekend, aan wie eveneens een verlof wegens opdracht
het belang van het onderwijs kan worden toegekend.» ; 5° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De
terprovinciale reaffectatiecommissies hebben de volgende bevoegdheden : 1° Per onderwijsniveau en afzonderlijk voor het gewoon en buitengewoon onderwijs reaffecteren en wedertewerkstellen van terbeschikkinggestelde personeelsleden die niet
de
richtende macht,
de scholengemeenschap,
de zone of
de scholengroep gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden;2° Over de onderwijsniveaus heen wedertewerkstellen van terbeschikkinggestelde personeelsleden die niet
de
richtende macht,
de scholengemeenschap,
de zone of
de scholengroep en niet
hun niveau
de
terprovinciale reaffectatiecommissie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden;3° Tewerkstelling van terbeschikkinggestelde personeelsleden als administratieve hulp voor het basisonderwijs, zoals bepaald
artikel 52;4° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de
richtende macht, de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissie of de reaffectatiecommissie van de scholengroep en die door deze reaffectatiecommissies niet opgelost konden worden;5° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de
terprovinciale reaffectatiecommissie. De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze
strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk
getrokken en
dien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling. 6°
§ 5
worden de woorden "de zones" vervangen door de woorden "de
richtende machten, de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissies en de reaffectatiecommissies van de scholengroep".» Art. 20.
artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het derde lid worden de woorden "algemene administratieve diensten" vervangen door de woorden "afdeling Begroting en Gegevensbeheer";2°
het vierde lid worden de woorden "de Autonome Raad voor het gemeenschapsonderwijs" vervangen door de woorden "het Gemeenschapsonderwijs";3° aan het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Als de Vlaamse reaffectatiecommissie personeelsleden uit of naar het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs reaffecteert of wedertewerkstelt, kan een vertegenwoordiger van de representatieve vereniging van de
richtende machten van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs lid zijn van deze reaffectatiecommissie. » Art. 21.
artikel 17, § 2, van hetzelfde besluit worden
het eerste lid de woorden "van de zonale" vervangen door de woorden "van de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissies, de reaffectatiecommissies van de scholengroep". Art. 22.
artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden "school- of academiejaar" vervangen door het woord "schooljaar";2°
het tweede lid worden de woorden "school- of academiejaar" vervangen door het woord "schooljaar";3° aan de bestaande tekst van artikel 18, die § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2.
afwijking van § 1 geldt deze paragraaf voor de betrekkingen van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel
het gewoon voltijds secundair onderwijs. Bij het begin van het schooljaar verdeelt de
richtende macht de betrekkingen van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel op de volgende manier : 1° De
richtende macht wijst per
stelling en
"hetzelfde ambt" de betrekkingen toe aan de vastbenoemde titularissen voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht waarvan de betrokken personeelsleden vastbenoemde titularis waren op het einde van het voorafgaande schooljaar;2° De
richtende macht is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling ten laste te laten komen van de vastbenoemde titularis
"hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit, rekening houdend met artikel 2, § 9.Hierbij moet ook steeds rekening gehouden worden met artikel 2, § 10. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders en/of personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel onder 50 % van het aantal personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel van de
stelling zou dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit
het ambt van administratief medewerker of
een ambt van het administratief personeel ter beschikking gesteld; 3° Als voor één van de vastbenoemde titularissen een terbeschikkingstelling dreigt, moet de
richtende macht voor ze de terbeschikkingstelling uitspreekt, de
artikel 20 vermelde maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling nemen. De bepalingen van deze paragraaf gelden niet voor de personeelsleden die, op basis van artikel 98, 4°, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs,
dienst worden gehouden volgens het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen
sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de
richtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs. Op deze personeelsleden zijn de bepalingen van § 1 van toepassing. » ; 4° een § 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.Voor de toepassing van dit artikel vormt de
gebouwde middenschool, bedoeld
artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde
richtingen voor secundair onderwijs, één
stelling met de
stelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt. Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden die behoren tot de categorieën van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel
het gewoon voltijds secundair onderwijs. » . » Art. 23.
artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « A.
het gemeenschapsonderwijs : Stelt een
richtende macht een personeelslid slechts ter beschikking nadat ze onder alle personeelsleden behorend tot dezelfde
stelling
de opgegeven volgorde en voorzover dit nodig is om een terbeschikkingstelling te vermijden : 1° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen, verminderd heeft tot het minimum aantal lesuren vereist voor een betrekking met volledige prestaties;2° een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen.Hierbij moet
voorkomend geval rekening gehouden worden met artikel 2, § 10. Als door voormelde beëindiging van de tijdelijke aanstelling van een personeelslid het aantal opvoeders en/of personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel onder 50 % van het aantal personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en/of het ondersteunend personeel van de
stelling zou dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit
het ambt van administratief medewerker of
een ambt van het administratief personeel ter beschikking gesteld; 3° een einde gesteld heeft aan de diensten van de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;4° een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie
dienst genomen werden
"hetzelfde ambt". Voor de toepassing van deze bepaling vormt de
gebouwde middenschool, bedoeld
artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde
richtingen voor secundair onderwijs, één
stelling met de
stelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt. B.
het gesubsidieerd onderwijs : Stelt een
richtende macht een personeelslid slechts ter beschikking nadat ze, onder alle personeelsleden behorend tot dezelfde
stelling of tot de
stellingen die deze
richtende macht tot stand gebracht heeft op het grondgebied van dezelfde gemeente en die voor het gewoon secundair onderwijs behoren tot een zelfde scholengemeenschap,
de opgegeven volgorde en voor zover dit nodig is om een terbeschikkingstelling te vermijden : 1° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen
de
stelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet, verminderd heeft tot het minimum aantal lesuren vereist voor een betrekking met volledige prestaties;2° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt"
een andere
stelling als hoofdambt uitoefenen, verminderd heeft tot het aantal lesuren vereist voor een betrekking met volledige prestaties;3° een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen.Deze bepaling is
het voltijds secundair onderwijs beperkt tot de
stelling zelf, als het gaat om een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni 1998 titularis was van een betrekking van het opvoedend hulppersoneel en/of het administratief personeel
toepassing van artikel 98, 4°, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Hierbij moet
voorkomend geval rekening gehouden worden met artikel 2, § 10. Als door voormelde beëindiging van de tijdelijke aanstelling van een personeelslid het aantal opvoeders en/of personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel onder 50 % van het aantal personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en/of het ondersteunend personeel van de
stelling zou dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit
het ambt van administratief medewerker of
een ambt van het administratief personeel ter beschikking gesteld; 4° een einde gesteld heeft aan de diensten van de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;5° een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie
dienst genomen werden
"hetzelfde ambt".» ; 2° aan § 2, eerste lid, eerste streepje, worden de volgende woorden toegevoegd : ", die "hetzelfde ambt" uitoefenen;"; 3° aan § 2, eerste lid, derde streepje, worden de volgende woorden toegevoegd : "
hetzelfde ambt.» ; 4° een § 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.Het personeelslid dat behoort tot een
stelling en centrum van het gesubsidieerd vrij onderwijs en dat niet akkoord gaat met een nieuwe affectatie als gevolg van de toepassing van de maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling, wordt
afwijking van § 1 en § 2 terbeschikkinggesteld aan de
stelling of het centrum van affectatie. » . Art. 24.
artikel 21, § 2, van hetzelfde besluit wordt het woord "Gemeenschapsonderwijs" vervangen door het woord "gemeenschapsonderwijs". Art. 25.
artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
, 1°, worden de woorden "kleuter-, lager en" geschrapt;2°
§ 2
wordt 2° vervangen door wat volgt : « 2°
het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs : a) voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs :
de
stelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft. Voor de toepassing van dit artikel vormt de
gebouwde middenschool, bedoeld
artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde
richtingen voor secundair onderwijs, één
stelling met de
stelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt. Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden die behoren tot de categorieën van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel
het gewoon voltijds secundair onderwijs; b) voor het gesubsidieerd officieel onderwijs :
de
stelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft.
stellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren, gebeurt de terbeschikkingstelling naar keuze
de
stelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of
het geheel der
stellingen die een
richtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert. Eens de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden
alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. Bij de terbeschikkingstelling
een ambt van het ondersteunend personeel
het gewoon voltijds secundair onderwijs moet de
richtende macht steeds rekening houden met artikel 2, § 9 en § 10. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders en/of personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel onder 50 % van het aantal personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en/of het ondersteunend personeel van de
stelling zou dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit
het ambt van administratief medewerker of
een ambt van het administratief personeel ter beschikking gesteld. » ; 3°
§ 2
wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4°
het onderwijs voor sociale promotie : a) voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs :
de
stelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft;b) voor het gesubsidieerd officieel onderwijs : naar keuze
de
stelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of
het geheel der
stellingen die een
richtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft.Eens de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden
alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. » . Art. 26.
artikel 23, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 22 september 1998, wordt punt 9 geschrapt. Art. 27.
artikel 25, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 7 december 1994 en 22 september 1998, wordt punt 9 geschrapt. Art. 28.
Titel II
, hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde besluit wordt een artikel 25bis tot en met 25quater
gevoegd, die luiden als volgt : « Art. 25bis.§ 1. Dit artikel geldt voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijst : 1° voor
stellingen die behoren tot een scholengemeenschap;2° voor
stellingen die vanaf 1 september 1999 tot een scholengemeenschap behoren en die na 1 september 1999 worden gesloten en niet worden betrokken bij een herstructurering;3° voor
stellingen die uiterlijk op 1 september 1999 gefuseerd zijn met een
stelling van hetzelfde net die tot een scholengemeenschap behoort;4° voor
stellingen die na 1 september 1999 fuseren met een
stelling die tot een scholengemeenschap behoort. § 2. Met het oog op de reaffectatie en de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de
richtende machten die tot een scholengemeenschap behoren, aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap de volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de
stellingen die tot de scholengemeenschap behoren : de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de
stellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de
stelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de
stellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt. Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden wedertewerkgesteld
het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type,
het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs,
het deeltijds beroepssecundair onderwijs,
het onderwijs voor sociale promotie of
het deeltijds kunstonderwijs. § 3. De
richtende machten moeten tevens aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap per aangetekende brief of tegen bewijs van ontvangst de betrekkingen meedelen, die uitgeoefend worden of die vanaf 1 september zullen worden uitgeoefend door tijdelijke personeelsleden. Dat geldt niet als het gaat om een betrekking die wordt
genomen door een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni 1998 titularis was van een betrekking van het opvoedend hulppersoneel en/of het administratief personeel
toepassing van artikel 98, 4°, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs of de betrekkingen die zijn
genomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de
richtende macht
het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen. Als op de uiterste datum van
dienen van de voormelde gegevens er vacatures zijn waarvoor nog geen tijdelijk personeelslid is aangesteld, dan moeten ook de gegevens betreffende deze vacatures worden meegedeeld. § 4. De gegevens vermeld
de § 2 en § 3 moeten worden meegedeeld
de periode vanaf 1 augustus en
ieder geval voor 5 september. § 5. De voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap levert een ondertekend en gedateerd document af, dat
de
stelling bewaard wordt en dat geldt als bewijs voor het tijdig
dienen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap van de
de § 2 en § 3 vermelde gegevens. § 6. Na de werkzaamheden van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de volgende gegevens worden doorgestuurd naar de voor het net bevoegde reaffectatiecommissie, zijnde al naar gelang het geval de reaffectatiecommissie van de scholengroep of de
terprovinciale reaffectatiecommissie : 1° de reaffectaties en wedertewerkstellingen die de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft doorgevoerd;2° de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de scholengemeenschap;3° de vacatures
de scholengemeenschap die worden
genomen door personeelsleden die niet vrij zijn van reaffectatie. Als het gaat om een net overschrijdende scholengemeenschap worden per net de hiervoor vermelde gegevens aan de voor dat net bevoegde reaffectatiecommissie doorgestuurd. Art 25ter. § 1. Dit artikel geldt voor de
stellingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs die niet ressorteren onder artikel 25bis, § 1. § 2. Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de bevoegde reaffectatiecommissie moeten de
richtende machten aan de bevoegde reaffectatiecommissie volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de
stellingen die niet behoren tot een scholengemeenschap : de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de
stellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de
stelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de
stellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt. Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden wedertewerkgesteld
het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type,
het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs,
het deeltijds beroepssecundair onderwijs,
het onderwijs voor sociale promotie of
het deeltijds kunstonderwijs. § 3. De
richtende machten moeten tevens aan de bevoegde reaffectatiecommissie per aangetekende brief of tegen bewijs van ontvangst de betrekkingen meedelen, die worden uitgeoefend of die vanaf 1 september zullen worden uitgeoefend door tijdelijke personeelsleden. Dat geldt niet als het gaat om een betrekking die wordt
genomen door een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni 1998 titularis was van een betrekking van het opvoedend hulppersoneel en/of het administratief personeel
toepassing van artikel 98, 4°, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs of de betrekkingen die zijn
genomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de
richtende macht
het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen. Als op de uiterste datum van
dienen van de voormelde gegevens er vacatures zijn waarvoor nog geen tijdelijk personeelslid is aangesteld, dan moeten ook de gegevens betreffende deze vacatures worden meegedeeld. § 4. De gegevens vermeld
§ 2
en § 3 moeten worden meegedeeld
de periode vanaf 1 augustus en
ieder geval voor 5 september. § 5. De voorzitter van de bevoegde reaffectatiecommissie levert een ondertekend en gedateerd document af, dat
de
stelling bewaard wordt en dat geldt als bewijs voor het tijdig
dienen aan de bevoegde reaffectatiecommissie van de
§ 2en § 3 vermelde gegevens.
§ 6. De
richtende macht van
§ 1
vermelde
stellingen van het gemeenschapsonderwijs moet de
§ 2
en § 3 vermelde gegevens meedelen aan de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengroep. De
richtende macht van
§ 1
vermelde
stellingen van het gesubsidieerd onderwijs moet de
§ 2
en § 3 vermelde gegevens meedelen aan de voorzitter van de
terprovinciale reaffectatiecommissie. § 7. Bij wijze van
lichting moeten de
richtende machten en de terbeschikkinggestelde en niet gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs de
§ 2
vermelde gegevens meedelen aan de
terprovinciale reaffectatiecommissie van het gesubsidieerd vrij onderwijs. § 8. De
richtende machten van het vrij niet-confessioneel onderwijs moeten de
§ 2
en § 3 vermelde gegevens meedelen aan de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie. Art. 25quater.De werkwijze, vermeld
artikel 25ter, geldt eveneens voor : 1° de
stellingen van het buitengewoon secundair onderwijs;2° de
stellingen van het deeltijds kunstonderwijs;3° de
stellingen van het onderwijs voor sociale promotie;4° de
stellingen van het basisonderwijs en de centra
het gemeenschapsonderwijs;5° de
stellingen van het basisonderwijs
het gesubsidieerd onderwijs die de laatste schooldag van september als teldag hebben.
afwijking van de bepalingen van artikel 25ter, § 4, moeten de gegevens worden meegedeeld aan de voorzitter van de
terprovinciale reaffectatiecommissie voor de vijfde werkdag van oktober. » . Art. 29.
artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de plaats van § 1, die § 1bis wordt, wordt een nieuwe § 1
gevoegd, die luidt als volgt : « § 1.Dit artikel is van toepassing op
stellingen van het gesubsidieerd basisonderwijs, met uitzondering van de
stellingen die de laatste schooldag van september als teldag hebben, en de gesubsidieerde centra. » ; 2°
§ 2
, derde lid, wordt de laatste zin opgeheven;3° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De gegevens vermeld
§ 1b
is en § 2 moeten voor de verschillende onderwijsniveaus voor de hierna vermelde data worden meegedeeld : 1° Het basisonderwijs :
de periode Vanaf 1 juli en uiterlijk voor 15 augustus;2° De centra :
de periode vanaf 1 augustus en
ieder geval voor 15 september.» Art. 30.Artikel 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 22/09/1998 pub. 06/11/1998 numac 1998036206 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 27.§ 1. De toewijzingen door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs en aan de
richtende macht met een gewone brief, gaan
uiterlijk op 15 september.
uitzonderlijke omstandigheden kan van deze datum worden afgeweken. § 2. De toewijzingen door de zonale reaffectatiecommissie, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief en aan de
richtende macht met een gewone brief, gaan
uiterlijk op de volgende data en
uitzonderlijke omstandigheden op een latere datum : 1° Het basisonderwijs : op 1 september;2° De centra : op 1 oktober.» Art. 31.
titel II, hoofdstuk II, afdeling 3, van hetzelfde besluit wordt een artikel 27bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 27bis.De toewijzingen door de reaffectatiecommissie van de scholengroep
het gemeenschapsonderwijs, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, gaan
uiterlijk op de volgende data en
uitzonderlijke omstandigheden op een latere datum : 1° Het basisonderwijs : reaffectatie en wedertewerkstelling binnen het zelfde niveau op 1 september.Wedertewerkstelling over de niveaus heen op 15 september; 2° Het gewoon secundair onderwijs : op 15 september;3° Het buitengewoon secundair onderwijs : op 15 september;4° Het onderwijs voor sociale promotie : op 15 september;5° Het deeltijds kunstonderwijs : op 15 september;6° De centra : op 15 september.» Art. 32.
artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
worden punt 9 en punt 10 geschrapt;2°
§ 2worden de woorden "15 november" vervangen door de woorden "1 december".
Art. 33.
artikel 29, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde streepje wordt vervangen door wat volgt : « - het volgen of geven van erkende nascholing of navorming;"; 2° een zesde streepje wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : "- het volledig afstand doen van wachtgeld of van wachtgeldtoelage.» ; 3° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : « De ziekten of gebrekkigheden of het feit dat op het personeelslid de bepalingen van toepassing zijn van artikel 39 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten schorten de periode voor het berekenen van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage niet op.» Art. 34.
artikel 29 van hetzelfde besluit wordt § 4 vervangen door wat volgt : « § 4. Na de hierboven opgesomde periodes van opschorting wordt het wachtgeld of de wachtgeldtoelage berekend op grond van de
itiële activiteitswedde of activiteitsweddentoelage. Behoudens bij volledige afstand van wachtgeld of wachtgeldtoelage wordt de
itiële activiteitswedde of activiteitsweddentoelage evenwel verhoogd met de nieuw verworven anciënniteit gedurende deze periode van opschorting. » Art. 35.
artikel 31, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden "of academiejaar" geschrapt. Art. 36.
titel IV van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK II. - Het basisonderwijs". Art. 37.
titel IV, hoofdstuk II, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen door wat volgt : « Afdeling 1. - Het gewoon basisonderwijs". Art. 38.
artikel 34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 22/09/1998 pub. 06/11/1998 numac 1998036206 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Elke
richtende macht is : A.
het gemeenschapsonderwijs : 1° Verplicht om, bij het toewijzen van een betrekking van het ambt van onderwijzer bij voorrang een beroep te doen : a) eerst op elke directeur van een lagere school of van een basisschool die ze ter beschikking heeft gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs.Als deze
richtende macht zelf verscheidene directeurs ter beschikking heeft gesteld, begint ze opnieuw
dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en, bij gelijke dienst anciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang; b) dan op elke directeur van een lagere school of van een basisschool ter beschikking gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, en van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs
een lagere school of
een basisschool die ze van een andere
richtende macht heeft overgenomen.2° Verplicht om, bij het toewijzen van een betrekking
hetzelfde ambt
de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw
dienst te nemen : a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is
hetzelfde ambt.Als de
richtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsamt, opnieuw
dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang; b) elke directeur van een lagere school die bij haar ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld
een lagere school die ze van een andere
richtende macht heeft overgenomen, zelfs als ze nadien het hogervermeld personeelslid heeft vast benoemd
een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;c) elke persoon ter beschikking gesteld
hetzelfde ambt
een
stelling die van een andere
richtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van
stellingen.Als verscheidene personen hiervoor
aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst
dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang. Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet
de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt. 3° Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs
dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.4° Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de
stellingen van de
richtende macht
dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie.Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met
stemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. 5° Verplicht de bepalingen van 1° tot en met 4°
de hiervoor vermelde volgorde eerst uit te voeren
de
stelling waar het betrokken personeelslid ter beschikking gesteld is.6° Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen.Dit geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de
richtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. 7° Vrij om en
willekeurige volgorde : a) één van de terbeschikkinggestelde personen
dienst te nemen, ongeacht het net of karakter en ongeacht het onderwijsniveau of het centrum;b) een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren, op verzoek van welk personeelslid ook dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld
artikel 1;c) een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.8° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de
terprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen.9° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen. B.
het gesubsidieerd onderwijs : 1° Verplicht om, bij het toewijzen van een betrekking van het ambt van onderwijzer bij voorrang een beroep te doen : a) eerst op elke directeur van een lagere school of van een basisschool die ze ter beschikking heeft gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs.Als deze
richtende macht zelf verscheidene directeurs ter beschikking heeft gesteld, begint ze opnieuw
dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en, bij gelijke dienstanciënniteit diegene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang; b) dan op elke directeur van een lagere school of van een basisschool ter beschikking gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c en van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs
een lagere school of
een basisschool die ze van een andere
richtende macht heeft overgenomen.2° Verplicht om, bij het toewijzen van een betrekking
hetzelfde ambt
de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw
dienst te nemen : a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is
hetzelfde ambt.Als de
richtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw
dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang; b) elke directeur van een lagere school die bij haar ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld
een lagere school die ze van een andere
richtende macht heeft overgenomen, zelfs als ze nadien het hogervermeld personeelslid heeft vast benoemd
een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;c) elke persoon ter beschikking gesteld
hetzelfde ambt
een
stelling die van een andere
richtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van
stellingen.Als verscheidene personen hiervoor
aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst
dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang. Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet
de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt. 3° Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs
dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.4° Vrij om en
willekeurige volgorde : a) één van de terbeschikkinggestelde personen
dienst te nemen, ongeacht het net of karakter en ongeacht het onderwijsniveau of het centrum;b) een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren, op verzoek van welk personeelslid ook dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld
artikel 1;c) een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.5° Verplicht om de betrekking toe te wijzen bij wijze van reaffectatie of bij wijze van wedertewerkstelling
dezelfde categorie aan een persoon die ter beschikking is gesteld
een
stelling die behoort tot dezelfde reaffectatiezone waartoe ook de
stelling behoort waar de vacature zich voordoet.6° Verplicht om de betrekking toe te wijzen aan een persoon die
hetzelfde ambt ter beschikking gesteld is bij een
richtende macht van hetzelfde net, die wat het gesubsidieerd vrij onderwijs betreft onderwijs van hetzelfde karakter verstrekt.7° Verplicht om,
dezelfde volgorde, maar zonder rekening te houden met de dienstanciënniteit de personeelsleden die niet bij wijze van reaffectatie
dienst geroepen konden worden, wedertewerk te stellen. » ; 2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Als een
richtende macht over meerdere vacatures
hetzelfde ambt beschikt, moet
principe elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren
vacante betrekkingen en vervolgens
niet-vacante betrekkingen.
onderling akkoord tussen het personeelslid en de
richtende macht kan hiervan worden afgeweken.
het gemeenschapsonderwijs gebeurt de toewijzing, zowel voor de vacante als voor de niet-vacante betrekkingen, eerst
betrekkingen die niet moeten worden toegewezen aan tijdelijke personeelsleden waarop de bepalingen van artikel 23, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs van toepassing zijn. » Art. 39.
titel IV, hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen door wat volgt : « Afdeling 2. - Het buitengewoon basisonderwijs". Art. 40.
artikel 35 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994 en 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° §1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Elke
richtende macht is : A.
het gemeenschapsonderwijs : 1° verplicht om
de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opvouw
dienst te nemen : a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is
hetzelfde ambt.Als de
richtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw
dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang; b) elke persoon ter beschikking gesteld
hetzelfde ambt
een
stelling die ze van een andere
richtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van
stellingen.Als verscheidene personen hiervoor
aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst
dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang. Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet
de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt. 2° Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een betrekking van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs
dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.3° Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de
stellingen van de
richtende macht
dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie.Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met
stemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. 4° Verplicht de bepalingen van 1° tot en met 3°
de hiervoor vermelde volgorde eerst uit te voeren
de
stelling waar het betrokken personeelslid terbeschikking is gesteld.5° Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen.Dit geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de
richtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. 6° Vrij om en
willekeurige volgorde : a) één van de terbeschikkinggestelde personen
dienst te nemen, ongeacht het net of karakter en ongeacht het onderwijsniveau of het centrum;b) een mutatie of nieuwe affectatie toe te staan, op verzoek van welk personeelslid ook dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld
artikel 1;c) een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.7° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de
terprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen.8° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen. B.
het gesubsidieerd onderwijs : 1° verplicht om
de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw
dienst te nemen : a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is
hetzelfde ambt.Als de
richtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw
dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang; b) elke persoon ter beschikking gesteld
hetzelfde ambt
een
stelling die ze van een andere
richtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van
stellingen.Als verscheidene personen hiervoor
aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst
dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang. Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk variante betrekking van directeur zich voordoet de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt. 2° Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een betrekking van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs
dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.3° Vrij om en
willekeurige volgorde : a) één van de terbeschikkinggestelde personen
dienst te nemen, ongeacht het net of karakter en ongeacht het onderwijsniveau of het centrum;b) een mutatie of nieuwe affectatie toe te staan, op verzoek van welk personeelslid ook dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld
artikel 1;c) een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.4° Verplicht om de betrekking toe te wijzen bij wijze van reaffectatie of bij wijze van wedertewerkstelling
dezelfde categorie aan een persoon die ter beschikking is gesteld
een
stelling die behoort tot dezelfde reaffectatiezone waartoe ook de
stelling behoort waar de vacature zich voordoet.5° Verplicht om de betrekking toe te wijzen aan een persoon die
hetzelfde ambt ter beschikking gesteld is bij een
richtende macht van hetzelfde net, die wat het gesubsidieerd vrij onderwijs betreft, onderwijs van hetzelfde karakter verstrekt.6° Verplicht om
dezelfde volgorde, maar zonder rekening te houden met de dienstanciënniteit de personeelsleden die niet bij wijze van reaffectatie
dienst geroepen konden worden, wedertewerk te stellen. Als een personeelslid ter beschikking gesteld
het gewoon basisonderwijs, verzocht heeft om een betrekking toegewezen te krijgen
het buitengewoon basisonderwijs, is de
richtende macht verplicht bij wijze van wedertewerkstelling de betrekking toe te wijzen aan dit personeelslid. » ; 2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Als een
richtende macht over meerdere vacatures
hetzelfde ambt beschikt, moet
principe elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren
vacante betrekkingen en vervolgens
niet-vacante betrekkingen.
onderling akkoord tussen het personeelslid en de
richtende macht kan hiervan worden afgeweken.
het gemeenschapsonderwijs gebeurt de toewijzing, zowel voor de vacante als voor de niet-vacante betrekkingen, eerst
betrekkingen die niet moeten worden toegewezen aan tijdelijke personeelsleden waarop de bepalingen van artikel 23, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs van toepassing zijn. » Art. 41.
titel IV, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK III. - Het secundair onderwijs met uitzondering van het onderwijs voor sociale promotie. » Art. 42.
titel IV, hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen door wat volgt : « Afdeling
- - Het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs. » Art. 43.Artikel 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 36.§
- Dit artikel geldt niet voor de personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel. §
- A.
stellingen die behoren tot een scholengemeenschap : Elke
richtende macht is
volgende volgorde : 1° a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn
"hetzelfde ambt"
een
stelling of pedagogische entiteit van de
richtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken,
dienst te nemen
die
stelling of pedagogische entiteit.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn
genomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn
een selectie- of bevorderingsambt. b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn
"hetzelfde ambt"
een
stelling van de
richtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken,
dienst te nemen
een
stelling van de
richtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn
genomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn
een selectie- of bevorderingsambt. Als de
richtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken. Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst
dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen. 2° Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de
stellingen van de
richtende macht die tot dezelfde scholeng emeenschap behoren,
dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie
een
stelling van de
richtende macht die tot dezelfde behoort.Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met
stemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden
een betrekking die wordt
genomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven. 3° Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de
stellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie,
dienst te nemen.Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de
richtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn
genomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn
een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de
richtende macht zijn toegewezen aan één van haar personeelsleden. 4°
volgende volgorde :
- a)vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
- b)verplicht een personeelslid
dienst te houden of aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid
dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.5° Verplicht
het gemeenschapsonderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen.6° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de
terprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen.7° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen. B.
stellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren. Elke
richtende macht is
volgende volgorde : 1° a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn
"hetzelfde ambt"
een
stelling of pedagogische entiteit van de
richtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken,
dienst te nemen
die
stelling of pedagogische entiteit.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn
genomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn
een selectie- of bevorderingsambt. b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn
"hetzelfde ambt"
een
stelling van de
richtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of
een
stelling van deze
richtende macht die vóór 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken,
dienst te nemen
een
stelling van deze
richtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn
genomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn
een selectie- of bevorderingsambt. Als de
richtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken. Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst
dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen. 2° Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de
stellingen van de
richtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren,
dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie.Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met
stemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden
een betrekking die wordt
genomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven. 3° Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die : a) door de reaffectatiecommissie van de scholengroep voor wat het gemeenschapsonderwijs betreft;b) door de
terprovinciale reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs, met uitzondering van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs, betreft;c) door de Vlaamse reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs betreft; worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de
richtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn
genomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn
een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de
richtende macht zijn toegewezen aan één van haar personeelsleden. 4°
volgende volgorde :
- a)vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
- b)verplicht een personeelslid aan te stellen of
dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid
dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.5°
het gemeenschapsonderwijs verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de
terprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze vat reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen.6° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen. C.
stellingen van netoverschrijdende scholengemeenschappen Elke
richtende macht is
volgende volgorde : 1° a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn
"hetzelfde ambt"
een
stelling of pedagogische entiteit van de
richtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken,
dienst te nemen
die
stelling of pedagogische entiteit.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn
genomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn
een selectie- of bevorderingsambt. b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn
"hetzelfde ambt"
een
stelling van de
richtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken,
dienst te nemen
een
stelling van de
richtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn
genomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn
een selectie- of bevorderingsambt. Als de
richtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken. Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst
dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen. 2° Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de
stellingen van de
richtende macht die tot de scholengemeenschap behoren,
dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie.Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met
stemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden
een betrekking die wordt
genomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur. 3° Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de
stellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie,
dienst te nemen.Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de
richtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn
genomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn
een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de
richtende macht zijn toegewezen aan één van haar personeelsleden. Als de
stelling waar het terbeschikkinggestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de
stelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. 4°
volgende volgorde :
- a)vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
- b)verplicht een personeelslid aan te stellen of
dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid
dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.5° Verplicht
het gemeenschapsonderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen.6° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de
terprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen.7° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling,
dienst te nemen. § 3. Als aan de bepalingen
§ 2
wordt voldaan, kan een
richtende macht een wedde of een weddentoelage bekomen voor een tijdelijk aangesteld personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking bij aangetekende brief aangegeven is aan de bevoegde reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure. Deze wedde of weddentoelage wordt verstrekt tot de
gangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies
deze betrekking. Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de
richtende macht dit personeelslid
dienst nemen. § 4. De wedde of weddentoelage wordt eveneens behouden van 1 september tot uiterlijk 15 september voor elke persoon die aangeworven is of
dienst wordt gehouden
een betrekking waarin een personeelslid ter beschikking gesteld
hetzelfde ambt
de scholengemeenschap of scholengroep
gevolge de bepalingen van dit besluit
dienst moest worden genomen. § 5. Als een
richtende macht over meerdere vacatures
hetzelfde ambt beschikt, moet
principe elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren
vacante betrekkingen, vervolgens
niet-vacante betrekkingen.
onderling akkoord tussen de
richtende macht en het personeelslid kan hiervan worden afgeweken. Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst
een betrekking die niet wordt
genomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur. §
- De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden. §
- Een ter beschikking gesteld personeelslid dat reeds
drie
stellingen fungeert en dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden naar een andere
stelling buiten deze drie
stellingen. § 8. Voor de toepassing van dit artikel vormt de
gebouwde middenschool, bedoeld
artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde
richtingen voor secundair onderwijs, één
stelling met de
stelling waarmee zij één administratieve eenheid vormt. Dit geldt eveneens voor de pedagogische entiteit. » Art. 44.
hetzelfde besluit wordt een artikel 36bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 36bis.§ 1.
afwijking van artikel 36 is dit artikel van toepassing op de personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel. § 2. Voor de toepassing van dit artikel worden de categorieën van het