📄 Wettekst
31 AUGUSTUS 1999. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 82, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 1997, en artikel 84, gewijzigd bij het decreet van 28 april 1993;
Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op artikel 56, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 1997, en artikel 58, gewijzigd bij het decreet van 28 april 1993;
Gelet op het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, inzonderheid op artikel 4, 5, gewijzigd bij het
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten, en 6 tot en met 9;
Gelet op het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid op artikel 366, 19°;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 9 juli 1996, 25 maart 1997 en 22 september 1998;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse ministers bevoegd voor de Begroting, gegeven op 7 juni 1999;
Gelet op protocol nr. 332 van 8 juni 1999 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, en van de onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;
Gelet op protocol nr. 107 van 8 juni 1999 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het Overkoepelend onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat ingevolge de bepalingen van het
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs de inrichtende machten thans de organisatie van de nieuwe scholengemeenschappen volop voorbereiden en dat het personeelsbeleid in de individuele instellingen meer en meer wordt afgestemd op het beleid van de ganse scholengemeenschap; dat het uiteraard vereist is dat de inrichtende machten weten hoe zij op 1 september 1999 dit personeelsbeleid moeten voeren; dat het daarom dringend noodzakelijk is dat de inrichtende machten zo snel mogelijk weten hoe zij de betrekkingen in hun instellingen moeten verdelen en hoe zij bij een tekort aan betrekkingen bepaalde personeelsleden moeten inzetten binnen de andere instellingen van de inrichtende macht en dit al of niet binnen de structuur van de nieuwe scholengemeenschap. Vermits met de voorbereidende schikkingen betreffende de verdeling van de betrekkingen en de daaraan verbonden personeelsbewegingen in het licht van de nieuwe scholengemeenschappen tijdig moet worden gestart, moeten de instellingen spoedig worden ingelicht;
Gelet op het advies van de Raad van State, op 17 juni 1999; met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming;
Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage wordt vervangen door wat volgt : « Besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage. » Art. 2.In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « Het besluit is echter niet van toepassing op de leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel en de inrichtende machten die ze tewerkstellen. » Art. 3.In artikel 2 van het hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 december 1994, 9 juli 1996 en 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 2°, worden in punt 1 de woorden ", het aanvullend secundair beroepsonderwijs" geschrapt;2° § 1, 3°, punt 4, wordt vervangen door wat volgt : « 4.het hoger onderwijs voor sociale promotie van het korte type;"; 3° in § 1, 3°, wordt punt 5 geschrapt;4° in § 1 wordt 4° opgeheven;5° in § 2 wordt 4° vervangen door wat volgt : « 4° "vacature" : elke volledige of onvolledige betrekking die vacant is, of waarvan de titularis of zijn vervanger afwezig is voor een periode van ten minste 10 werkdagen.De betrekkingen moeten op 1 september organiek kunnen worden ingericht en op voormelde datum effectief ingericht zijn. Betrekkingen die slechts na 1 september worden ingericht, moeten in ieder geval worden onderworpen aan de bepalingen van dit besluit;"; 6° in § 2, wordt 5° vervangen door wat volgt : « 5° "betrekking niet vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling" : a) in het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en de centra : een betrekking is vanaf 1 januari van het school- of dienstjaar in kwestie, niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt, de twee volgende voorwaarden vervult : 1.het heeft ten minste 720 dagen dienstanciënniteit verworven in hoofdambt op : - 31 augustus van het voorgaande jaar voor de leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra, het administratief personeel, het personeel van de semi-internaten en van de opvangcentra; - 30 juni van het voorgaande jaar voor de andere personeelsleden; 2. het heeft uiterlijk op 31 december van het school- of dienstjaar in kwestie de hierna vermelde leeftijd bereikt : - 24 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel, het sociaal personeel, het administratief personeel; - 24 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het basisonderwijs; - 28 jaar voor de leden van het psychologisch personeel, het medisch personeel en het orthopedagogisch personeel; - 26 jaar voor de leden van het technisch personeel van de centra die een ambt bekleden van psycho-pedagogisch werker, paramedisch werker of maatschappelijk werker, voor de werkleiders voor de sociale discipline, paramedische discipline en de methodologische informatie en documentatie, en voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel op lager secundair niveau; - 28 jaar voor de leden van het technisch personeel van de centra die een wervingsambt bekleden van psycho-pedagogisch consulent, voor de werkleiders van de psycho-pedagogische discipline, de directeurs van de centra en voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel op hoger secundair niveau.
Voor het personeelslid dat deze voorwaarden vervult, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de school- of dienstjaren heen. b) in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie : een betrekking is vanaf 1 september van het schooljaar in kwestie niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen in hoofdambt gespreid over tenminste drie schooljaren. Het personeelslid moet deze dienstanciënniteit bereiken op : - 31 augustus van het voorgaande schooljaar voor de leden van het ondersteunend personeel en het opvoedend hulppersoneel van het gewoon voltijds secondair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs, en voor het administratief personeel; - 30 juni van het voorgaand schooljaar voor de andere personeelsleden.
Voor het personeelslid dat deze voorwaarden vervult, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de schooljaren heen. » ; 7° in § 2, 6°, tweede lid, worden de woorden "of academiejaar" geschrapt;8° in § 2, 8°, worden de woorden ", het aanvullend secundair beroepsonderwijs" geschrapt;9° § 4 wordt opgeheven;10° een § 8 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 8.Voor de toepassing van dit besluit worden de autonome internaten beschouwd als instellingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren. » ; 11° een § 9 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 9.Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het gewoon voltijds secundair onderwijs bij een vermindering van het aantal punten voor het ondersteunend personeel of een betrekking of betrekkingen uit hetzij de groep van het opvoedend hulppersoneel en opvoeder, hetzij de groep van het administratief personeel en administratief medewerker door deze vermindering niet meer kan worden instandgehouden, op basis van criteria die worden onderhandeld in het lokaal comité. » ; 12° een § 10 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 10.Voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon voltijds secundair onderwijs bij een vermindering van het aantal punten voor het ondersteunend personeel rekening worden gehouden met het feit dat in een instelling de personeelsleden van het ondersteunend personeel, administratief personeel en/of opvoedend hulppersoneel uit tenminste 50 % opvoeders en/of opvoedend hulppersoneel moeten bestaan. » ; 13° een § 11 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 11.Voor de toepassing van dit besluit wordt onder pedagogische entiteit verstaan : een entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en anderzijds één instelling met een tweede, een derde en eventueel een vierde graad van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht en die in hetzelfde gebouwencomplex is gelegen. » . Art. 4.In titel I, hoofdstuk III, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen door wat volgt : « Afdeling 2. - Gewoon basisonderwijs". Art. 5.In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, punt 1, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « Voor het basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : het ambt, zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs en van het administratief en opvoedend hulppersoneel.» ; 2° in § 2, eerste lid, worden de woorden "kleuter, lager en" geschrapt;3° in § 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Deze bepaling geldt niet als het gaat om het ambt van leermeester godsdienst of het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer en in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een leermeester godsdienst. » Art. 6.In Titel I, hoofdstuk III, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen door wat volgt : « Afdeling 3. - Gewoon voltijds secundair onderwijs, deeltijds secundair zeevisserij onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs". Art. 7.Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 5.§ 1. Voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : 1° Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het ondersteunend personeel, het opvoedend hulp- en administratief personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Voor het ambt van directeur moet een onderscheid gemaakt worden tussen het ambt van directeur van een instelling met een derde graad en het ambt van directeur van een instelling zonder derde graad. Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt voor de beide ambten; 2° Als het een ambt van leraar betreft : a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten en, voor technische vakken, kunstvakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar.Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit; b) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, kunstvakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid : - ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs.Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer; - ofwel dat vak of deze specialiteit als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling geldt voor de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als de instelling in kwestie behoort tot een scholengemeenschap, geldt de toepassing van deze bepaling eveneens voor alle instellingen van deze scholengemeenschap. 3° Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten.4° Met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs, wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus.5° In afwijking van 1° en 3° van deze paragraaf wordt in het gewoon voltijds secundair onderwijs voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel, met uitzondering van de personeelsleden van de internaten, volgend onderscheid gemaakt : a) de ambten van het opvoedend hulppersoneel en het ambt van opvoeder vormen "hetzelfde ambt";b) de ambten van het administratief personeel en het ambt van administratief medewerker vormen "hetzelfde ambt". Deze bepaling geldt niet voor de verdeling van de opdrachten en de terbeschikkingstelling in instellingen die, op basis van artikel 98, 4°, van het
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, hun personeelsleden in dienst houden volgens het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs. 6° Voor de personeelsleden van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het beroepssecundair onderwijs is de overgang naar het algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs : a) verplicht als de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat zowel in het beroepssecundair onderwijs als in de andere onderwijsvormen een vereist bekwaamheidsbewijs is voor dit ambt, vak of deze specialiteit;b) verplicht als de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in het beroepssecundair onderwijs en in de andere onderwijsvormen een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is voor dit ambt, vak of deze specialiteit;c) niet mogelijk als het bekwaamheidsbewijs waarover de betrokken personeelsleden beschikken wel een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in het beroepssecundair onderwijs, maar niet in de andere onderwijsvormen. In afwijking van de bepaling onder b) kan de inrichtende macht na onderling akkoord met het betrokken personeelslid een onderscheid maken tussen het beroepssecundair onderwijs en de drie andere onderwijsvormen, behalve als het betrokken personeelslid reeds in één van deze drie onderwijsvormen fungeert als vastbenoemde in dit leervak.
Als de betrokken partijen het niet eens worden over de vraag of een onderscheid moet worden gemaakt tussen het beroepssecundair onderwijs enerzijds en de andere drie onderwijsvormen anderzijds, kan de partij die zich benadeeld acht tegen uiterlijk 15 september van het schooljaar in kwestie een gefundeerd bezwaarschrift indienen bij de bevoegde Vlaamse reaffectatiecommissie, opgericht krachtens artikel 16 van dit besluit.
In afwachting van de beslissing van de Vlaamse reaffectatiecommissie geldt de verplichting van b). § 2. Voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt het "ander ambt" als volgt gedefinieerd : elk ambt, met uitzondering van "hetzelfde ambt" in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs.
Deze bepaling is niet van toepassing voor het ambt van godsdienstleraar. In het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs kan de godsdienstleraar deze bepaling niet inroepen.
In een ambt van de categorie van het opvoedend hulppersoneel volstaat het echter dat het terbeschikkinggestelde personeelslid een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs bezit, als de terbeschikkingstelling uitgesproken is in een ambt van die categorie. § 3. Voor de personeelsleden die een erkende navorming genoten hebben en die hierdoor een andere onderwijsbevoegdheid verworven hebben, wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid in functie van deze nieuwe onderwijsbevoegdheid zowel voor de voorafgaande maatregelen aan de terbeschikkingstelling als bij de reaffectatie of de wedertewerkstelling. Bij de voorafgaande maatregelen en bij de terbeschikkingstelling kunnen zij hetzelfde ambt slechts opeisen van vastbenoemde personeelsleden met een kleinere dienstanciënniteit als ze opnieuw vast benoemd zijn in dat nieuwe ambt of vak. » Art. 8.In titel I, hoofdstuk III, afdeling 4 van hetzelfde besluit wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen door wat volgt : « Onderafdeling 1. - Buitengewoon basisonderwijs". Art. 9.In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
22/09/1998
pub.
06/11/1998
numac
1998036206
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste zin worden de woorden "kleuter-, lager en" geschrapt;2° in § 1, punt 2 worden de woorden "kleuter-, lager," geschrapt;3° in § 2, eerste zin worden de woorden "kleuter-, lager en" geschrapt;4° in § 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Deze bepaling geldt niet voor het ambt van leermeester godsdienst of het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer betreft. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer en in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een leermeester godsdienst. » . Art. 10.In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt punt 3 vervangen door wat volgt : « 3.en als het een ambt van leraar betreft : a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken, artistieke vakken, technische vakken en beroepspraktijk, praktijk, kunstvakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar.Voor de op leidingsvorm 3 en 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, de beroepsgerichte vorming die behoort tot dezelfde specialiteit. Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid, voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit; b) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit, die niet onder a) valt, voor de opleidingsvorm 3 en 4 van het buitengewoon secundair onderwijs en voor de technische vakken, artistieke vakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid : - ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs.Deze bepaling geldt niet voor het vak niet-confessionele zedenleer. Daarenboven kan ze niet worden ingeroepen door een leermeester niet-confessionele zedenleer of een leraar belast met het vak niet-confessionele zedenleer en in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs niet door een godsdienstleraar; - ofwel dat vak, als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan betrokkene vast benoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen,"; 2° in § 1 wordt punt 5 vervangen door wat volgt : « 5.Met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs, wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch, het psychologisch en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus. » . Art. 11.In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt punt 3, a), vervangen door wat volgt : « a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, artistieke vakken of kunstvakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar.Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid waarvoor het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel deze specialiteit;"; 2° in § 1 wordt punt 5 vervangen door wat volgt : « 5.Met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus. » Art. 12.In titel I, hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 6 vervangen door wat volgt : « Afdeling 6. - Onderwijs voor sociale promotie". Art. 13.Artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 9.§ 1. Voor het onderwijs voor sociale promotie, wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : A. In het secundair onderwijs voor sociale promotie : 1. Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs voor sociale promotie.Voor het ambt van directeur moet een onderscheid gemaakt worden tussen het ambt van directeur van een instelling met een derde graad en het ambt van directeur van een instelling zonder derde graad. Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereiste titel beschikt voor de beide ambten; 2. Als het een ambt van leraar betreft : a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar.Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel specialiteit; b) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid : - ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs; - ofwel dat vak of deze specialiteit als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan betrokkene vast benoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. 3. Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten;4. wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het ondersteunend personeel, opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs. B. In het hoger onderwijs voor sociale promotie : 1. Het ambt, zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel van het hoger onderwijs voor sociale promotie;2. Als het een ambt van leraar betreft : a) een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, in de vakken die behoren tot de zelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar;b) een leeropdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, dat het betrokken personeelslid, indien het hiervoor vast benoemd was, rekening houdend met de reglementering inzake de bekwaamheidsbewijzen, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit;3. Een ambt dat ten minste een gelijke weddenschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten;4. Wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het ondersteunend personeel, opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderwijsniveaus, met uitzondering van het gewoon voltijds secundair onderwijs. § 2. Voor het onderwijs voor sociale promotie wordt het "ander ambt" als volgt gedefinieerd : elk ambt, met uitzondering van "hetzelfde ambt" in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt.
In een ambt van de categorie van het opvoedend hulppersoneel en het ondersteunend personeel volstaat het echter dat het terbeschikkinggestelde personeelslid een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bij overgangsmaatregel vereist bekwaamheidsbewijs bezit, als de terbeschikkingstelling uitgesproken is in een ambt van deze categorie. § 3. Voor de personeelsleden die een erkende navorming genoten hebben en die hierdoor een andere onderwijsbevoegdheid verworven hebben, wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid in functie van deze nieuwe onderwijsbevoegdheid zowel voor de voorafgaande maatregelen aan de terbeschikkingstelling als bij de reaffectatie of de wedertewerkstelling. Bij de voorafgaande maatregelen en bij de terbeschikkingstelling kunnen zij hetzelfde ambt slechts opeisen van vastbenoemde personeelsleden met een kleinere dienstanciënniteit als ze opnieuw vast benoemd zijn in dat nieuwe ambt of vak. » Art. 14.In artikel 11 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Voor de toepassingen van de bepalingen van dit besluit dient onder "wedertewerkstelling" van een ter beschikking gesteld personeelslid te worden verstaan : de toewijzing aan dit personeelslid van een betrekking in een "ander ambt".
De verplichtingen inzake wedertewerkstelling zijn voor de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in een ambt van de personeelscategorie in de linker kolom van onderstaande tabellen, beperkt tot de ambten van de personeelscategorieën in de rechter kolom.
De verplichting tot wedertewerkstelling geldt evenwel niet als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in een wervingsambt, een betrekking in een selectie- of bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen of als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in een selectieambt, een betrekking in een bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 15.In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit worden voor de berekening van de dienstanciënniteit de volgende diensten in aanmerking genomen : alle diensten, gepresteerd in het gemeenschapsonderwijs met uitsluiting van de diensten aan een hogeschool na 1 januari 1999 of aan een universiteit, en berekend zoals bepaald in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en alle gesubsidieerde diensten gepresteerd in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra met uitsluiting van het universitair onderwijs en met uitsluiting van de diensten gepresteerd na 1 januari 1999 aan een hogeschool en berekend zoals bepaald in artikel 6 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
Voor de toepassing van deze bepaling worden de perioden die gelijkgesteld zijn met dienstactiviteit, gelijkgesteld met gefinancierde of gesubsidieerde diensten"; 2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De dienst- en ambtsanciënniteit bij de terbeschikkingstelling, de reaffectatie en de wedertewerkstelling worden in aanmerking genomen vanaf : 1° 21 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het ondersteunend, het paramedisch, het sociaal en het administratief personeel;2° 21 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het basisonderwijs;3° 23 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op lager secundair niveau in het deeltijds kunstonderwijs;4° 25 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op hoger secundair niveau in het deeltijds kunstonderwijs en voor het psychologisch, het medisch en het orthopedagogisch personeel;5° 24 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie, 6° 23 jaar voor de leden van het technisch personeel die een ambt van maatschappelijk werker, paramedisch werker, psycho-pedagogisch werker of van werkleider voor de sociale discipline, voor de paramedische discipline of voor de methodologische informatie en documentatie bekleden;7° 25 jaar voor de leden van het technisch personeel die een ambt van psycho-pedagogisch-consulent, van werkleider voor de psycho-pedagogische discipline of een ambt van directeur van de centra bekleden.» Art. 16.In Titel I van hetzelfde besluit wordt na artikel 12 een hoofdstuk Vbis ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK Vbis. - De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap Art. 12bis.§ 1. Dit hoofdstuk is enkel van toepassing op instellingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs die behoren tot een scholengemeenschap, zoals bedoeld in het
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt per scholengemeenschap een reaffectatiecommissie opgericht. § 3. De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de inrichtende machten van de scholen van de scholengemeenschap enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit in overleg en streeft daarbij naar consensus. Als de vertegenwoordigers van de inrichtende machten geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, nemen de vertegenwoordigers van de inrichtende machten de uiteindelijke beslissing.
Elke scholengemeenschap stelt een huishoudelijk reglement op houdende het aantal leden en de werking van haar reaffectatiecommissie. § 4. In elke reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. In het gesubsidieerd onderwijs kan aan de secretaris van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap op zijn verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend voor de periode vanaf 1 september tot en met 15 september. De secretaris coördineert de uitwisseling van de gegevens over enerzijds de vacatures zoals bepaald in artikel 25bis, § 3, en anderzijds de terbeschikkinggestelde personeelsleden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare informatie over de vacatures te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare informatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mee te delen aan de inrichtende machten die erom verzoeken. § 5. De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft de volgende bevoegdheden : 1° Verzamelen van gegevens betreffende de vacatures en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden;2° Reaffecteren van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap;3° Wedertewerkstellen binnen dezelfde categorie van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de categorieën van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel als één categorie beschouwd; 4° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap. De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling. § 6. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap geen vervangende toewijzing heeft gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap doorgestuurd naar de voorzitter van de voor het net bevoegde reaffectatiecommissie, die naar gelang van het geval de reaffectatiecommissie van de scholengroep is, of de interprovinciale reaffectatiecommissie. » Art. 17.In Titel I van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk Vter ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK Vter. - De reaffectatiecommissie van de scholengroep van het gemeenschapsonderwijs Art. 12ter.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt per scholengroep een reaffectatiecommissie opgericht. § 2. 1° In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor : a) het gewoon basisonderwijs;b) het buitengewoon basisonderwijs. In tweede orde wordt weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs. 2° In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor : a) het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs;b) het buitengewoon secundair onderwijs. In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
In derde orde wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs. 3° In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het onderwijs voor sociale promotie. In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd. 4° In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het deeltijds kunstonderwijs. In tweede orde worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd. 5° Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen vermeld in 1° tot en met 4° zijn gerealiseerd, wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen. § 3. De reaffectatiecommissie van de scholengroep bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de scholengroep enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit in overleg en streeft daarbij naar consensus.
Als de vertegenwoordigers van de scholengroep geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, zijn het de vertegenwoordigers van de scholengroep die de uiteindelijke beslissing nemen.
Elke scholengroep stelt een huishoudelijk reglement op houdende het aantal leden en de werking van haar reaffectatiecommissie. § 4. In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. Aan de secretaris van de reaffectatiecommissie van de scholengroep kan op zijn verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend voor de periode vanaf 1 september tot en met 15 september.
De secretaris coördineert de uitwisseling van de gegevens over enerzijds de vacatures en anderzijds de terbeschikkinggestelde personeelsleden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare informatie over de vacatures te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare informatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mee te delen aan de instellingen van de scholengroep die erom verzoeken. § 5. De reaffectatiecommissie van de scholengroep heeft de volgende bevoegdheden : 1° Verzamelen van gegevens betreffende de vacatures en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden;2° Reaffecteren en wedertewerkstellen zoals bepaald in § 2;3° Behandelen van de resterende bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, zoals bedoeld in artikel 12bis, § 6;4° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengroep;5° De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling;6° Tewerkstelling van terbeschikkinggestelde personeelsleden als administratieve hulp voor het basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 52. § 6. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie de reaffectatiecommissie van de scholengroep geen vervangende toewijzing heeft gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de reaffectatiecommissie van de scholengroep doorgestuurd naar de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie. § 7. Na de werkzaamheden van de reaffectatiecommissie van de scholengroep moeten de volgende gegevens doorgestuurd worden naar de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie : 1° de reaffectaties en wedertewerkstellingen die de reaffectatiecommissie van de scholengroep heeft doorgevoerd;2° de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de scholengroep;3° de resterende vacatures in de scholengroep.» Art. 18.Artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
22/09/1998
pub.
06/11/1998
numac
1998036206
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 13.§ 1. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het gemeenschapsonderwijs. § 2. Voor de toepassing van dit besluit worden zonale reaffectatiecommissies opgericht respectievelijk voor : 1° Het basisonderwijs;2° De centra. De instellingen en centra worden voor de twee onderscheiden niveaus per onderwijsnet en, voor het gesubsidieerd vrij onderwijs, per karakter van het verstrekte onderwijs, ingedeeld in geografische zones.
Voor het gesubsidieerd officieel onderwijs wordt geen rekening gehouden met het karakter van het verstrekte onderwijs. § 3. De representatieve verenigingen van de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs en de centra van eenzelfde net en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs, met onderwijs van eenzelfde karakter, stellen, ieder voor hun net, na overleg met de representatieve vakorganisaties de afbakening van deze zones vast en leggen deze ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs.
Als de vertegenwoordigers van de representatieve verenigingen van de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, elk voor hun eigen net, geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, doen zij een voorstel tot afbakening van de geografische zone aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, die de uiteindelijke beslissing neemt. § 4. Voor het basisonderwijs kunnen maximaal vijf reaffectatiezones per net worden opgericht. Voor de centra omvat een reaffectatiezone alle centra in het net. § 5. In elke zonale reaffectatiecommissie voor het basisonderwijs wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor : 1° het gewoon basisonderwijs;2° het buitengewoon basisonderwijs. In tweede orde wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs. § 6. De zonale reaffectatiecommissie bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de representatieve vereniging van de inrichtende machten enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit in overleg en streeft daarbij naar consensus.
Als de vertegenwoordigers van de representatieve verenigingen van de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, elk voor hun eigen net, geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, nemen de vertegenwoordigers van de inrichtende macht de uiteindelijke beslissing.
De hierboven vermelde vertegenwoordigers van de representatieve verenigingen van inrichtende machten leggen, elk voor hun eigen net, na overleg met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties een voorstel van huishoudelijk reglement, houdende het aantal leden en de werking van deze commissies, ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs. § 7. In elke zonale reaffectatiecommissie fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. Aan de secretarissen van de zonale reaffectatiecommissies van het basisonderwijs kan op hun verzoek een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs worden toegekend voor een periode van 4 weken, te nemen vóór 1 oktober.
De secretaris van de zonale reaffectatiecommissie coördineert de werkzaamheden vanaf 16 augustus tot het einde van de werkzaamheden.
Hij is ertoe gehouden alle beschikbare informatie over de vacatures in de instellingen en gesubsidieerde centra te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare informatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mede te delen aan de inrichtende machten die erom verzoeken. § 8. Onverminderd de bepalingen van § 5 hebben de zonale reaffectatiecommissies de volgende bevoegdheden : 1° Meedelen van gegevens betreffende vacatures in de instellingen en de gesubsidieerde centra en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden;2° Reaffecteren of wedertewerkstellen van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de zone.Voor het gesubsidieerd officieel onderwijs wordt geen rekening gehouden met het karakter van het verstrekte onderwijs; 3° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de zonale reaffectatiecommissie. De reaffectaties of wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de reglementering, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling. § 9. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie geen vervangende toewijzing is gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de zonale reaffectatiecommissie doorgestuurd naar de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie. § 10. Na de werkzaamheden van de zonale reaffectatiecommissie moeten de volgende gegevens doorgestuurd worden naar de voorzitter van de interprovinciale reaffectatiecommissie : 1° de reaffectaties en wedertewerkstellingen die in de zone zijn doorgevoerd;2° de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de zone;3° de resterende vacatures in de zone.» Art. 19.In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, tweede lid, worden de woorden "de zonale reaffectatiecommissies" vervangen door de woorden "de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissies en de reaffectatiecommissies van de scholengroep";2° in § 2, eerste lid en tweede lid, worden de woorden "de Autonome Raad voor" geschrapt;3° in § 2, derde lid, worden de woorden "De Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs" vervangen door de woorden "Het Gemeenschapsonderwijs";4° in § 2 wordt aan het vierde lid een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Aan het gesubsidieerd officieel onderwijs wordt een tweede secretaris toegekend, aan wie eveneens een verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs kan worden toegekend.» ; 5° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.De interprovinciale reaffectatiecommissies hebben de volgende bevoegdheden : 1° Per onderwijsniveau en afzonderlijk voor het gewoon en buitengewoon onderwijs reaffecteren en wedertewerkstellen van terbeschikkinggestelde personeelsleden die niet in de inrichtende macht, in de scholengemeenschap, in de zone of in de scholengroep gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden;2° Over de onderwijsniveaus heen wedertewerkstellen van terbeschikkinggestelde personeelsleden die niet in de inrichtende macht, in de scholengemeenschap, in de zone of in de scholengroep en niet in hun niveau in de interprovinciale reaffectatiecommissie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld konden worden;3° Tewerkstelling van terbeschikkinggestelde personeelsleden als administratieve hulp voor het basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 52;4° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de inrichtende macht, de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissie of de reaffectatiecommissie van de scholengroep en die door deze reaffectatiecommissies niet opgelost konden worden;5° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de interprovinciale reaffectatiecommissie. De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling. 6° in § 5 worden de woorden "de zones" vervangen door de woorden "de inrichtende machten, de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissies en de reaffectatiecommissies van de scholengroep".» Art. 20.In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid worden de woorden "algemene administratieve diensten" vervangen door de woorden "afdeling Begroting en Gegevensbeheer";2° in het vierde lid worden de woorden "de Autonome Raad voor het gemeenschapsonderwijs" vervangen door de woorden "het Gemeenschapsonderwijs";3° aan het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Als de Vlaamse reaffectatiecommissie personeelsleden uit of naar het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs reaffecteert of wedertewerkstelt, kan een vertegenwoordiger van de representatieve vereniging van de inrichtende machten van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs lid zijn van deze reaffectatiecommissie. » Art. 21.In artikel 17, § 2, van hetzelfde besluit worden in het eerste lid de woorden "van de zonale" vervangen door de woorden "van de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap, de zonale reaffectatiecommissies, de reaffectatiecommissies van de scholengroep". Art. 22.In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "school- of academiejaar" vervangen door het woord "schooljaar";2° in het tweede lid worden de woorden "school- of academiejaar" vervangen door het woord "schooljaar";3° aan de bestaande tekst van artikel 18, die § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2.In afwijking van § 1 geldt deze paragraaf voor de betrekkingen van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs.
Bij het begin van het schooljaar verdeelt de inrichtende macht de betrekkingen van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel op de volgende manier : 1° De inrichtende macht wijst per instelling en in "hetzelfde ambt" de betrekkingen toe aan de vastbenoemde titularissen voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht waarvan de betrokken personeelsleden vastbenoemde titularis waren op het einde van het voorafgaande schooljaar;2° De inrichtende macht is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling ten laste te laten komen van de vastbenoemde titularis in "hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit, rekening houdend met artikel 2, § 9.Hierbij moet ook steeds rekening gehouden worden met artikel 2, § 10. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders en/of personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel onder 50 % van het aantal personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel van de instelling zou dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker of in een ambt van het administratief personeel ter beschikking gesteld; 3° Als voor één van de vastbenoemde titularissen een terbeschikkingstelling dreigt, moet de inrichtende macht voor ze de terbeschikkingstelling uitspreekt, de in artikel 20 vermelde maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling nemen. De bepalingen van deze paragraaf gelden niet voor de personeelsleden die, op basis van artikel 98, 4°, van het
decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035933
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
type
decreet
prom.
14/07/1998
pub.
29/08/1998
numac
1998035973
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het onderwijs IX
sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, in dienst worden gehouden volgens het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs. Op deze personeelsleden zijn de bepalingen van § 1 van toepassing. » ; 4° een § 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.Voor de toepassing van dit artikel vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt. Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden die behoren tot de categorieën van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs. » . » Art. 23.In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « A.In het gemeenschapsonderwijs : Stelt een inrichtende macht een personeelslid slechts ter beschikking nadat ze onder alle personeelsleden behorend tot dezelfde instelling in de opgegeven volgorde en voorzover dit nodig is om een terbeschikkingstelling te vermijden : 1° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen, verminderd heeft tot het minimum aantal lesuren vereist voor een betrekking met volledige prestaties;2° een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen.Hierbij moet in voorkomend geval rekening gehouden worden met artikel 2, § 10. Als door voormelde beëindiging van de tijdelijke aanstelling van een personeelslid het aantal opvoeders en/of personeelsleden van het …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.