📄 Wettekst
27 DECEMBER 2005. - Wet houdende diverse bepalingen (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
TITEL II. - Justitie HOOFDSTUK I. - Wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 2.In artikel 1409, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek worden de woorden « en het vakantiegeld betaald krachtens de wetgeving op de jaarlijkse vakantie » ingevoegd tussen de woorden « verrichten buiten een arbeidsovereenkomst » en de woorden « kunnen onbeperkt overgedragen of in beslag genomen worden ». Art. 3.Artikel 1410, § 1, 6°, van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 4.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1411bis ingevoegd, luidende : « Art. 1411bis.§ 1. De beperkingen en uitsluitingen waarin de artikelen 1409, 1409bis en 1410 voorzien, zijn eveneens van toepassing op de in die artikelen bedoelde bedragen indien ze worden gecrediteerd op een zichtrekening, geopend bij een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen. § 2. De schuldenaar mag met alle wettelijke middelen bewijzen dat overeenkomstig de artikelen 1409, 1409bis en 1410 niet voor beslag of overdracht vatbare bedragen gecrediteerd werden op een zichtrekening die het voorwerp uitmaakt van beslag of overdracht.
Bedragen die de werkgever van de schuldenaar stort op een zichtrekening van de schuldenaar worden vermoed, tot anders bewezen is, gedeeltelijk onvatbaar te zijn voor beslag of overdracht overeenkomstig artikel 1409, § 1. Dit vermoeden geldt alleen bij de verhoudingen tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers. § 3. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels die het mogelijk maken een bijzondere code bij de in de artikelen 1409, 1409bis en 1410 bedoelde bedragen te vermelden op het ogenblik waarop deze bedragen ingeschreven worden op de creditzijde van de zichtrekening. Deze bijzondere code wordt vermeld op het uittreksel van de zichtrekening.
Deze laatste verplichting geldt niet voor inschrijvingen op de creditzijde van de zichtrekening ten gevolge van een storting in contanten, behalve in de door de Koning bepaalde gevallen en volgens de door Hem vastgelegde nadere regels. § 4. De opdrachtgever van de betaling op een zichtrekening van een bedrag als bedoeld in de artikelen 1409 en 1410, §§ 1, 2° tot 8°, en 2, deelt de in § 3 bedoelde code mee aan zijn financiële instelling, die hem op haar beurt meedeelt aan de kredietinstelling waarbij die zichtrekening aangehouden wordt. § 5. De opdrachtgever van een betaling bedoeld in § 4, die verzuimt een bijzondere code toe te kennen of die verzuimt deze mee te delen aan zijn financiële instelling waarvan sprake in § 4, wordt gestraft met geldboete van 200 euro tot 5.000 euro.
Het vorige lid is niet van toepassing op de opdrachtgevers van de bedragen als bedoeld bij de artikelen 1409bis en 1410, § 1, 1°.
De opdrachtgever van een betaling die frauduleus een bijzondere code toekent aan andere bedragen dan die bedoeld in de artikelen 1409, 1409bis of 1410, wordt gestraft met geldboete van 200 euro tot 5.000 euro.
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de in dit artikel bedoelde inbreuken. § 6. De opdrachtgever van een betaling die frauduleus een bijzondere code toekent aan andere bedragen dan die bedoeld in de artikelen 1409, 1409bis of 1410, en die daartoe voor de beslagrechter wordt opgeroepen, kan geheel of ten dele schuldenaar worden verklaard van de oorzaken en de kosten van het beslag of de overdracht, onverminderd schadevergoeding ten aanzien van de partij, indien daartoe grond bestaat. » Art. 5.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1411ter ingevoegd, luidende : « Art. 1411ter.§ 1. In geval van beslag of overdracht van de in artikel 1411bis, § 1, bedoelde bedragen, gelden de beperkingen en uitsluitingen waarin de artikelen 1409, 1409bis en 1410 voorzien gedurende een periode van dertig dagen vanaf de inschrijving van deze bedragen op de creditzijde van de zichtrekening.
Wanneer niettemin de beschermde sommen het voorwerp zijn van een globale storting op een zichtrekening, terwijl ze betrekking hebben op een duur van meer dan één maand, is de bescherming van toepassing gedurende een overeenstemmende periode, vanaf de datum van inschrijving op de creditzijde van de zichtrekening. Voor de toepassing van dit lid telt een maand dertig dagen. § 2. De berekening van het niet voor beslag of overdracht vatbare gedeelte van het saldo op de zichtrekening gebeurt naar evenredigheid van de dagen van de in § 1 bedoelde periode die overblijven sinds de inschrijving van de niet voor beslag of overdracht vatbare bedragen op de creditzijde van de zichtrekening. § 3. Artikel 1411 wordt niet toegepast op de gevallen bedoeld in dit artikel. » Art. 6.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1411quater ingevoegd, luidende : « Art. 1411quater.§ 1. In geval van beslag op een zichtrekening, deelt de kredietinstelling in de in artikel 1452 bedoelde verklaring een lijst mee van de bedragen voorzien van een code die gecrediteerd zijn tijdens de periode van dertig dagen die aan de datum van het beslag voorafgaat.
In geval van overdracht van een bedrag dat op een zichtrekening gecrediteerd is, deelt de kredietinstelling bij ter post aangetekende brief aan de gerechtsdeurwaarder, de overnemer of de schuldeiser, binnen vijftien dagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving de overdracht, het saldo op de zichtrekening mee evenals een lijst van de bedragen voorzien van een code die gecrediteerd zijn tijdens de periode van dertig dagen die de datum van de overdracht voorafgaat alsook de datum waarop die bedragen voorzien van een code gecrediteerd werden. § 2. 1. Indien het beslag of de overdracht werd betekend door een gerechtsdeurwaarder maakt deze de in artikel 1411ter, § 2, omschreven berekening.
Op straffe van nietigheid van het beslag of van de overdracht verstuurt de gerechtsdeurwaarder deze berekening aan de schuldenaar bij een ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst, binnen acht dagen na de kennisgeving van de verklaring bedoeld in § 1.
Op straffe van nietigheid van het beslag of van de overdracht verstuurt hij een kopie van de berekening aan de kredietinstelling bij een ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst, binnen acht dagen na de kennisgeving van de verklaring bedoeld in § 1. Na ontvangst ervan door de kredietinstelling kan de schuldenaar vrij beschikken over de in de berekening vermelde bedragen die niet vatbaar zijn voor beslag of overdracht. 2. Indien het beslag of de overdracht niet werd betekend door een gerechtsdeurwaarder, maakt de overnemer of de schuldeiser de in artikel 1411ter, § 2, omschreven berekening. Op straffe van nietigheid van het beslag of van de overdracht verstuurt hij deze berekening aan de schuldenaar bij een ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst binnen acht dagen na de kennisgeving van de verklaring bedoeld in § 1.
Op straffe van nietigheid van het beslag of van de overdracht verstuurt hij een kopie van de berekening aan de kredietinstelling bij een ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst binnen acht dagen na de kennisgeving van de verklaring bedoeld in § 1. Na ontvangst ervan door de kredietinstelling kan de schuldenaar vrij beschikken over de in de berekening vermelde bedragen die niet vatbaar zijn voor beslag of overdracht. 3. Op straffe van nietigheid van het beslag of van de overdracht wordt bij de ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst aan de schuldenaar, een antwoordformulier gevoegd waarvan de Koning het model bepaalt.4. Op straffe van verval deelt de schuldenaar, binnen acht dagen vanaf de aanbieding aan zijn woonplaats van de ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst, zijn opmerkingen op het antwoordformulier mee aan de afzender bij ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst.5. Op straffe van verval legt de gerechtsdeurwaarder, de schuldeiser of de overnemer, binnen vijf dagen vanaf de aanbieding aan het op het antwoordformulier vermelde adres van de ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst die de opmerkingen van de schuldenaar bevat, ter griffie van de beslagrechter een afschrift van de berekening en van het gestandaardiseerd antwoordformulier met de opmerkingen van de schuldenaar neer. De beslagrechter bepaalt dag en uur van het onderzoek en de regeling van de moeilijkheden, na de schuldeiser of de overnemer en de schuldenaar te hebben gehoord of opgeroepen.
De griffier roept de partijen op en verwittigt, in voorkomend geval, de instrumenterende gerechtsdeurwaarder.
De beslagrechter doet uitspraak bij voorrang boven alle andere zaken, zowel in aanwezigheid als bij ontstentenis van de partijen.
Zijn beschikking is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. » Art. 7.Artikel 1452, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een punt 4, luidende : « 4° In voorkomend geval, de bedragen voorzien van een code die op de creditzijde van een zichtrekening ingeschreven werden en de datum van de inschrijving ervan indien deze gebeurde tijdens de dertig dagen die de datum van het beslag voorafgaan. » HOOFDSTUK II. - Wijziging van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021086
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sommige sociale bepalingen
sluiten0 betreffende de bescherming van het loon der werknemers Art. 8.In artikel 5, § 6, van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021086
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sommige sociale bepalingen
sluiten0 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, worden de woorden « van rechtswege » vervangen door de woorden « op verzoek van de werknemer ». HOOFDSTUK III. - Opheffing van de
wet van 14 juni 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
12/01/1999
numac
1998010076
bron
ministerie van justitie
Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
11/02/1999
numac
1999022038
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten7 betreffende de onvatbaarheid voor beslag en de onoverdraagbaarheid van de bedragen waarvan sprake is in de artikelen 1409, 1409 bis en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek wanneer die bedragen op een zichtrekening gecrediteerd zijn Art. 9.De
wet van 14 juni 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
12/01/1999
numac
1998010076
bron
ministerie van justitie
Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
11/02/1999
numac
1999022038
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten7 betreffende de onvatbaarheid voor beslag en de onoverdraagbaarheid van de bedragen waarvan sprake is in de artikelen 1409, 1409bis en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek wanneer die bedragen op een zichtrekening gecrediteerd zijn, gewijzigd bij de
wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten5, wordt opgeheven. HOOFDSTUK IV. - Wijziging van artikel 44/1 van de
wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1992
pub.
21/10/1999
numac
1999015203
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990
sluiten op het politieambt Art. 10.Artikel 44/1 van de
wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1992
pub.
21/10/1999
numac
1999015203
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990
sluiten op het politieambt, ingevoegd bij wet van 7 december 1998 en gewijzigd bij wetten van 2 april 2001, 26 april 2002 en 3 mei 2003, wordt aangevuld met het volgende lid : « De Koning bepaalt de gegevens en informatie die eveneens mogen worden meegedeeld aan DE POST, onverminderd de toepassing van artikel 13, § 3, van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten2 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, met het oog op de administratieve behandeling van de onmiddellijke inningen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad dat de modaliteiten van deze gegevensoverdracht bepaalt na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. » HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding Art. 11.Met uitzondering van dit artikel en van de artikelen 2, 3, 9 en 10, treden de bepalingen van deze titel in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 januari 2007.
TITEL III. - Consumentenzaken en Economie HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten Art. 12.Artikel 3 van de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten, gewijzigd bij de wet van 18 december 2002, wordt aangevuld als volgt : « 7° internationale normen. » Art. 13.In artikel 6, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 4 april 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
12/01/1999
numac
1998010076
bron
ministerie van justitie
Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
11/02/1999
numac
1999022038
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten0, worden de woorden « Als een product » vervangen door de woorden « Zolang een product ». Art. 14.Artikel 7, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « Tot deze maatregelen behoren onder andere : - de vermelding, op het product of op de verpakking ervan, van de identiteit en de contactinformatie van de producent alsmede de referentie van het product of, in voorkomend geval, van de partij waartoe het product behoort, tenzij weglating van die vermelding gerechtvaardigd is; - in alle gevallen waarin dat toepasselijk is, het uitvoeren van steekproeven op de in de handel gebrachte producten, het onderzoek van de klachten en, in voorkomend geval, het bijhouden van een klachtenregister en het inlichten van de distributeurs door de producent over de bewaking van de producten. » HOOFDSTUK II. - Verzekeringen Afdeling 1. - Verzekeringsondernemingen
Art. 15.In artikel 2, § 3, 4°, van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten3 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 april 2003 en de
wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten5, worden de woorden « voor de personen bedoeld in voormeld artikel 54 » geschrapt. Art. 16.Artikel 15 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2004. Afdeling 2. - Verzekeringsprodukten
Art. 17.Artikel 9bis, § 1, van de
wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021086
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sommige sociale bepalingen
sluiten5 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : « Het Bureau wordt niet beschouwd als een verzekeringstussenpersoon in de zin van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen. » Art. 18.Artikel 68-9, § 1, van de wet van 25 juni 1992 betreffende de landverzekeringsovereenkomst, ingevoegd bij de wet van 21 mei 2003 en gewijzigd bij de wet van 17 september 2005, wordt aangevuld met het volgende lid : « Het Bureau wordt niet beschouwd als een verzekeringstussenpersoon in de zin van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen. » HOOFDSTUK III. - Intellectuele Eigendom Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet
van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien Art. 19.In artikel 60 van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, gewijzigd bij de wet van 12 juni 2001 en de wet van 28 april 2005, wordt een § 2bis ingevoegd, luidende : « § 2bis. De Koning neemt de maatregelen die, inzake toegang tot het beroep van erkende gemachtigde en uitoefening van deze beroepsactiviteit, nodig zijn voor de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap of uit de bepalingen uitgevaardigd krachtens dit Verdrag en die betrekking hebben op de vereisten inzake diploma's, getuigschriften en andere titels. » Afdeling 2. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 17
september 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 oktober 1988 betreffende de samenstelling en werking van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien en de inschrijving en doorhaling in het register van de erkende gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien Art. 20.Het
koninklijk besluit van 17 september 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999003672
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en diverse bepalingen
sluiten3 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 oktober 1988 betreffende de samenstelling en werking van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien en de inschrijving en doorhaling in het register van de erkende gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, wordt bekrachtigd met ingang van de datum van zijn inwerkingtreding. HOOFDSTUK IV. - Consumentenkrediet Art. 21.In artikel 77, § 2, eerste lid, 1°, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, worden de woorden «, wanneer het om een vennootschap gaat, » ingevoegd tussen de woorden « van een handelsvennootschap » en de woorden « of als rechtspersoon ».
TITEL IV. - Maatschappelijke Integratie. - Wijziging van de organieke
wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten4 betreffende de O.C.M.W.'s Art. 22.Artikel 57, § 2, tweede lid, van de organieke
wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten4 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vervangen bij de
wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
12/01/1999
numac
1998010076
bron
ministerie van justitie
Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
11/02/1999
numac
1999022038
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten4 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr 131/2005 van het Arbitragehof, wordt vervangen als volgt : « In het geval bedoeld in 2°, wordt de maatschappelijke hulp beperkt tot de materiële hulp die onontbeerlijk is voor de ontwikkeling van het kind en wordt uitsluitend verstrekt in een federaal opvangcentrum overeenkomstig de voorwaarden en nadere regels bepaald door de Koning.
De aanwezigheid in het opvangcentrum van de ouders of van de personen die het ouderlijk gezag over het kind daadwerkelijk uitoefenen, wordt gewaarborgd. » TITEL V. - Post en Telecommunicatie HOOFDSTUK I. - BIPT Art. 23.In artikel 161 van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten3 betreffende de elektronische communicatie, worden de woorden « of die een aangifte hebben gedaan overeenkomstig artikel 90 van dezelfde
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten2 » ingevoegd tussen de woorden « overheidsbedrijven, » en « worden ». Art. 24.Artikel 162 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 162.De verplichtingen die aan de operatoren met een sterke machtspositie worden opgelegd door of krachtens de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten2 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, alsmede de verplichtingen die worden opgelegd door of krachtens artikel 105bis, lid 7 en lid 9, van diezelfde wet, zoals het luidde voordat het werd opgeheven bij de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten3, worden gehandhaafd totdat, na afloop van de relevante marktanalyse waarin ze passen, het Instituut een besluit neemt met betrekking tot elkeen daarvan, overeenkomstig de artikelen 54 tot 56. » HOOFDSTUK II. - Elektronische communicatie Art. 25.In artikel 110, § 4, van dezelfde wet, worden na het woord « abonnee » de volgende woorden ingevoegd « , met maximum 5 nummers, ». HOOFDSTUK III. - DE POST Art. 26.Artikel 3, § 4, tweede lid, van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten2 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, wordt opgeheven. Art. 27.Artikel 144ter, § 3, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « § 3. De door De Post gehanteerde tarieven voor volgende universele postdiensten evolueren volgens een formule bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van het Instituut : - de universele postdiensten opgenomen in een kleingebruikerpakket bepaald bij voormeld koninklijk besluit, geleverd aan het stukposttarief; - de voorbehouden postdiensten met uitzondering van de binnenkomende grensoverschrijdende post opgesomd in artikel 144octies, ongeacht het gebruikte tarifair regime.
In geval van wijziging van de tarieven van voornoemde diensten, worden alle documenten met betrekking tot de kostprijsberekening meegedeeld aan het Instituut. » Art. 28.In artikel 144decies van dezelfde wet worden de woorden « en De Post » ingevoegd tussen de woorden « 1.240.000 euro » en de woorden « verplicht bij te dragen ». Art. 29.In artikel 144undecies, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Het Instituut controleert jaarlijks de kosten van de universele dienst die berekend werden door de leverancier van de universele dienst.»; 2° in het derde lid worden de woorden « die berekening » vervangen door de woorden « de taken opgesomd in het eerste lid »;3° in het vierde lid worden de woorden « de berekening » vervangen door de woorden « de taken opgesomd in het eerste lid »;4° in het zesde lid worden de woorden « de berekening mogelijk te maken van de kosten van de resterende universele postdienst » vervangen door de woorden « de controle van de berekening van de kosten van de universele dienst ». Art. 30.Artikel 26 treedt in werking op 24 september 2005. HOOFDSTUK IV. - Ombudsdienst voor telecommunicatie Art. 31.In artikel 43bis van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten2 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ingevoegd bij de wet van 19 december 1997 en gewijzigd bij de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 5 wordt aangevuld met een tweede en een derde lid, luidende : « Na het verstrijken van de in het vorige lid bedoelde termijn, verstuurt de ombudsdienst een herinnering aan de betrokken onderneming.Deze beschikt over een nieuwe termijn van twintig werkdagen om haar beslissing alsnog te motiveren indien zij de in § 3, 3°, bedoelde aanbeveling niet volgt. De met redenen omklede beslissing wordt naar de klager en naar de ombudsdienst opgestuurd.
Door de niet-naleving van de in de vorige leden bedoelde termijnen verbindt de betrokken onderneming er zich toe de aanbeveling uit te voeren voor wat betreft de specifieke en persoonlijke tegemoetkoming aan de betrokken klager. » 2° Een § 6 wordt toegevoegd, luidende : « § 6.Indien de klacht van een gebruiker door de ombudsdienst ontvankelijk wordt verklaard, wordt de inningsprocedure door de operator opgeschort tot een maximale periode van vier maanden vanaf de indiening van de klacht bij de ombudsdienst of totdat de ombudsdienst een aanbeveling heeft geformuleerd of totdat een minnelijke schikking is bereikt. » TITEL VI. - Administratieve vereenvoudiging Vermindering bewaartermijnen en elektronische archivering Art. 32.In artikel 60 van het Wetboek van de Belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992 en 28 januari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « gedurende tien jaar » vervangen door de woorden « gedurende zeven jaar »;2° in § 3, worden het derde lid en vierde lid vervangen door de volgende leden : « De facturen die elektronisch werden ontvangen worden in hun oorspronkelijke vorm bewaard, met inbegrip van de gegevens die de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud van elke factuur waarborgen.Onder het elektronisch bewaren van een factuur wordt verstaan de bewaring via elektronische apparatuur voor het bewaren van gegevens met inbegrip van digitale compressie.
De facturen die in papieren vorm werden ontvangen worden ofwel in hun oorspronkelijke vorm ofwel digitaal bewaard. In geval van digitale bewaring moeten de gebruikte technologieën of procesmatige middelen de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud van de facturen waarborgen. »; 3° in § 4, worden de woorden « en de wijze van bewaren worden bepaald » geschrapt. TITEL VII. - Energie HOOFDSTUK I. - Aardolie Afdeling 1. - Sociaal Stookoliefonds
Art. 33.Het
koninklijk besluit van 20 januari 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999003672
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en diverse bepalingen
sluiten2 tot bepaling van de nadere regels voor de werking en financiering van een Sociaal Stookoliefonds wordt bekrachtigd met ingang van 24 januari 2005, de dag van zijn inwerkingtreding. Afdeling 2. - Uitbreiding van de taken van het Fonds
voor de analyse van de aardolieproducten Art. 34.§ 1. Het Fonds voor de analyse van aardolieproducten, ingesteld bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van de begrotingsfondsen, kan, mits terugbetaling, kosten gemaakt of studies besteld door fondsen/organen opgericht door de Minister die energie onder zijn bevoegdheid heeft en die tot doel hebben de kwaliteit van de aardolieproducten en hun substitutieproducten te controleren en/of de bevoorradingszekerheid en/of de veiligheid van de eindgebruiker van aardolieproducten te verbeteren, voorfinancieren. § 2. Het Fonds voor de analyse van aardolieproducten staat in voor de verwerking, de opmaak en de verzending van de bijdragestaten ter inning van de bijdragen die rusten op de aardolieproducten en hun substitutieproducten voor de financiering van de fondsen en organen die voor deze producten door de Minister die energie onder zijn bevoegdheid heeft worden opgericht.
Het Fonds voor de analyse van aardolieproducten ontvangt hiervoor van deze fondsen en organen een vergoeding die vastgelegd wordt in een samenwerkingsovereenkomst tussen het Fonds voor de analyse van aardolieproducten en de andere fondsen/organen. § 3. Aan de toegestane uitgaven van rubriek 32-7 in de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt een toegestane uitgave toegevoegd, die luidt als volgt : « Voorfinanciering, mits terugbetaling, van kosten gemaakt of studies besteld door fondsen/organen opgericht door de Minister die energie onder zijn bevoegdheid heeft en die tot doel hebben de kwaliteit van de aardolieproducten en hun substitutieproducten te controleren en/of de bevoorradingszekerheid en/of de veiligheid van de eindgebruiker van aardolieproducten te verbeteren. » § 4. Aan de toegewezen ontvangsten van rubriek 32-7 in de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de volgende toegewezen ontvangsten toegevoegd, die luiden als volgt : « - Vergoedingen voor de verwerking, de opmaak en de verzending van de bijdragestaten ter inning van de bijdragen die rusten op de aardolieproducten en hun substitutieproducten voor de financiering van deze verschillende fondsen en organen die voor deze producten door de Minister die energie onder zijn bevoegdheid heeft worden opgericht. - Terugbetalingen van de voorfinanciering van kosten gemaakt of studies besteld door fondsen/organen opgericht door de Minister die energie onder zijn bevoegdheid heeft en die tot doel hebben de kwaliteit van de aardolieproducten en hun substitutieproducten te controleren en/of de bevoorradingszekerheid en/of de veiligheid van de eindgebruiker van aardolieproducten te verbeteren. » Afdeling 3. - Ondertekening van de Programmaovereenkomst
Art. 35.Artikel 1 van de
wet van 22 januari 1945Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten5 betreffende de economische reglementering en de prijzen, gewijzigd door de wet van 23 december 1969, wordt aangevuld met een § 4, luidende : « § 4. De Minister van Economie kan tevens met beroepsverenigingen programmaovereenkomsten afsluiten.
Indien de beroepsvereniging of meerdere beroepsverenigingen waarmee een programmaovereenkomst wordt afgesloten representatief is voor ten minste 60 % van het aantal bedrijven van de sector, dan wordt de programmaovereenkomst bindend voor de ganse sector. » Afdeling 4. - Gespreide betaling
Art. 36.Voor de toepassing van deze afdeling moet worden verstaan onder : 1° verbruiker : iedere natuurlijke persoon die, uitsluitend voor niet-beroepsmatige doeleinden, of iedere natuurlijke persoon of rechtspersonen die het beheer uitoefenen van een appartementsgebouw, huisbrandolie verwerven of gebruiken voor de verwarming van individuele- of gezinswoningen, met uitsluiting van tweede verblijven;2° handelaar : elke handelaar, natuurlijke of rechtspersoon, die ingeschreven is in de lijst overeenkomstig artikel 34 en die voor eigen rekening of voor rekening van derden of voor eigen behoeften, huisbrandolie verdeelt, te koop aanbiedt of verkoopt, levert of vervoert in het kader van zijn beroepsactiviteit of met oog op de verwezenlijking van zijn statutair doel.Deze personen dienen geregistreerd te zijn bij de FOD Economie, Algemene Directie energie, Afdeling petroleum;
3° administratie : Federale Overheidsdienst (FOD) Economie, K.M.O., Middenstand en Energie; 4° Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren. Art. 37.Bij de administratie, wordt een evolutieve lijst aangelegd van handelaars die zich bij deze overheidsdienst laten registreren om huisbrandolie te leveren aan verbruikers op basis van het in deze wet omschreven contract. Deze lijst wordt aangelegd volgens de geografische spreiding. De administratie zorgt voor de passende bekendmaking van de lijst. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het aantal handelaars volgens geografische spreiding en bevolkingsdichtheid.
Indien na evaluatie van de lijst komt vast te staan dat binnen een geografische straal van 25 kilometer rond bepaalde plaatsen geen handelaar geregistreerd staat, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de gepaste maatregelen treffen teneinde de verbruikers woonachtig binnen deze straal de mogelijkheid te bieden beroep te doen op levering van huisbrandolie met spreiding van betaling. Art. 38.Het contract tot levering van huisbrandolie met spreiding van betaling is een exclusief contract gesloten tussen een geregistreerde handelaar en een verbruiker aan wie de levering van huisbrandolie tegen gespreide betaling, zonder intrest of kosten, wordt toegestaan.
De wet van 12 juni 1991 betreffende het consumentenkrediet, is hierop niet van toepassing. Art. 39.De minimumvoorwaarden waaraan voormeld contract op straffe van nietigheid moet beantwoorden, worden door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaald.
De ambtenaren, bevoegd voor het opsporen en vaststellen van inbreuken op deze wet, worden aangesteld door de Minister, overeenkomstig artikel 113 van de
wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021086
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sommige sociale bepalingen
sluiten1 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. Art. 40.Worden gestraft met een geldboete van vijfentwintig tot duizend euro zij die de wettelijke bepalingen van de artikelen 35 en 36 overtreden.
De Koning kan strafsancties bepalen voor inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van deze wet die Hij aanduidt. Deze strafsancties mogen een geldboete van duizend euro niet overschrijden.
De bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken bepaald in het eerste en tweede lid. De vennootschappen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de geldboeten waarvoor hun bestuurders, zaakvoerders of lasthebbers wegens dergelijke inbreuken worden veroordeeld. Art. 41.Alle bestaande contracten betreffende gespreide betaling dienen voor 30 juni 2006 aangepast te zijn aan de minimumvoorwaarden, zoals bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Art. 42.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2006. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021086
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sommige sociale bepalingen
sluiten0 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen Art. 43.Artikel 15/11, § 2, van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021086
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sommige sociale bepalingen
sluiten0 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, ingevoegd bij de wet van 20 maart 2003, wordt vervangen als volgt : « § 2. De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas wijst de capaciteiten van de bestaande opslaginstallaties bij voorrang toe aan de houders van een leveringsvergunning die de gasdistributieinstallaties bevoorraden.
De Koning kan, na advies van de Commissie en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het prioritaire allocatierecht beperken tot een deel van de bestaande opslagcapaciteiten in het geval dat nieuwe opslagcapaciteiten worden ontwikkeld en op voorwaarde dat de opslagcapaciteiten die bij voorrang worden toegekend aan de houders van een leveringsvergunning die de gasdistributieinstallaties bevoorraden minstens gelijk blijven aan de opslagcapaciteiten die aan hen worden toegewezen overeenkomstig huidige paragraaf voor de ontwikkeling van de nieuwe opslagcapaciteiten. » TITEL VIII. - Dier, plant en voeding HOOFDSTUK I. - Wijziging van het
koninklijk besluit van 22 februari 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999003672
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en diverse bepalingen
sluiten0 houdende de organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen Art. 44.In het
koninklijk besluit van 22 februari 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999003672
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en diverse bepalingen
sluiten0 houdende de organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen, wordt een artikel 3ter ingevoegd, luidende : « Art. 3ter.Teneinde controles ter plaatse mogelijk te maken, dienen de operatoren evenals de uitbaters van de gebouwen die als grensinspectieposten dienst doen, de lokalen en uitrustingen ter beschikking te stellen van de personeelsleden van het Agentschap overeenkomstig de door Ons bepaalde regels ». HOOFDSTUK II. - Wijziging van de
wet van 9 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten2 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Art. 45.In artikel 11 van de
wet van 9 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten2 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, wordt een § 2bis, ingevoegd luidende : « § 2bis. Vóór het verstrijken van de betalingstermijn bedoeld in § 1, kan de operator, die zich door een geval van overmacht in de onmogelijkheid bevindt om de heffingen en retributies te betalen, binnen de voorziene termijn, bij een ter post aangetekend schrijven, een verzoek richten aan de Minister om een afbetalingsplan te bekomen.
In het kader van dit afbetalingsplan, kan de Minister, geheel of gedeeltelijk, afzien van de vermeerderingen en/of van de verwijlintresten.
Het niet-naleven van het afbetalingsplan heeft van rechtswege het verval van het afbetalingsplan en het verschuldigd zijn van de in § 1 bedoelde verwijlintresten en vermeerderingen als gevolg. » HOOFDSTUK III. - Wijziging van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Art. 46.In artikel 7 van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen wordt het vierde lid vervangen als volgt : « De Koning bepaalt de samenstelling van het comité, de wijze waarop de leden aangeduid worden, de werkwijze alsook de datum van installatie bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. » HOOFDSTUK IV. - Bekrachtiging van het
koninklijk besluit van 18 februari 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999003672
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en diverse bepalingen
sluiten4 tot vaststelling van de verplichte bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, sector zuivel Art. 47.Het
koninklijk besluit van 18 februari 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999003672
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en diverse bepalingen
sluiten4 tot vaststelling van de verplichte bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, sector zuivel, wordt bekrachtigd met ingang van 1 maart 2005, de dag van zijn inwerkingtreding. HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de
wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten Art. 48.In artikel 6, § 3, van de
wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, wordt tussen de eerste zin en de tweede zin de volgende zin ingevoegd : « In geen geval mag het doorberekende bedrag hoger zijn dan de verplichte bijdrage. » Art. 49.In artikel 12 van dezelfde wet worden tussen het tweede en derde streepje de volgende bepalingen ingevoegd : « - degene die een bedrag doorberekent dat niet in overeenstemming is met het voor doorberekening toegelaten of vastgelegde bedrag van de verplichte bijdrage, of - degene die onder het voorwendsel van deze wet verplichte bijdragen doorberekent waarvoor deze wet geen rechtsgrond biedt, of ». HOOFDSTUK VI. - Wijziging van de
wet van 28 augustus 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021086
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sommige sociale bepalingen
sluiten9 op de uitoefening van de diergeneeskunde Art. 50.Artikel 4, vierde lid, van de
wet van 28 augustus 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021086
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sommige sociale bepalingen
sluiten9 op de uitoefening van de diergeneeskunde, gewijzigd bij de wetten van 2 augustus 2002 en 27 december 2004, wordt vervangen als volgt : « Daarenboven moeten de dierenartsen die meewerken aan de uitvoering van wets- en verordeningsbepalingen, vooraf erkend worden door de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid of door zijn afgevaardigde.
De Koning bepaalt de voorwaarden en de procedure voor het verlenen van de erkenning. Hij bepaalt de rechten en de plichten van de erkende dierenartsen en regelt de wijze waarop zij vergoed worden voor het verlenen van hun diensten. Hij bepaalt de sancties die kunnen worden opgelegd bij het niet naleven van de erkenningsvoorwaarden, van de plichten en van de wets- en verordeningsbepalingen aan de uitvoering waarvan de erkende dierenartsen meewerken. » HOOFDSTUK VII. - Wijziging van de wet van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987 Art. 51.Artikel 9bis van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, ingevoegd bij de wet van 21 december 1994, wordt vervangen als volgt : « Art. 9bis.Als er bij een ziekte die op de lijst van de Wereldorganisatie voor dierengezondheid (OIE) staat en die respectievelijk beschouwd wordt in hoofdstuk 2.1.1.3. van de zoösanitairecode voor landdieren en in hoofdstuk 1.1.3. van de zoösanitairecode voor dieren die in het water leven, zich een plotse en onverwachte toename voordoet van de morbiditeit of de mortaliteit of de zoönotische impact, is de Minister gemachtigd, in geval van ernstig gevaar van besmetting en tot de uitroeiing van die besmetting, alle bestrijdingsmaatregelen te nemen met inbegrip van de opvordering van ondernemingen, goederen en personen en de slachting of de doding van dieren met bepaling van de bestemming van de dieren, de dierlijke producten of andere voorwerpen.
De Minister is gemachtigd diezelfde maatregelen te treffen bij de uitbraak van een opduikende ziekte met een belangrijke impact op de morbiditeit of de mortaliteit of met een zoönotisch karakter. » TITEL IX. - Mobiliteit HOOFDSTUK I. - Bekrachtiging van koninklijke besluiten Art. 52.Aan artikel 310, § 2, van de programma
wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten0 wordt een lid toegevoegd, luidende : « Dit besluit houdt op uitwerking te hebben indien het niet binnen twaalf maanden na zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij wet is bekrachtigd. Deze bekrachtiging heeft terugwerkende kracht tot de datum van inwerkingtreding van voormeld besluit. » Art. 53.Aan artikel 50 van de
wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten5 houdende diverse bepalingen (II) wordt een lid toegevoegd, luidende : « Dit besluit houdt op uitwerking te hebben indien het niet binnen twaalf maanden na zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij wet is bekrachtigd. Deze bekrachtiging heeft terugwerkende kracht tot de datum van inwerkingtreding van voormeld besluit. » Art. 54.Aan artikel 53 van dezelfde wet wordt een lid toegevoegd, luidende : « Dit besluit houdt op uitwerking te hebben indien het niet binnen twaalf maanden na zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad bij wet is bekrachtigd. Deze bekrachtiging heeft terugwerkende kracht tot de datum van inwerkingtreding van voormeld besluit. » HOOFDSTUK II. - Bevordering van het gecombineerd vervoer Art. 55.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : - intermodale transporteenheid : iedere land- of zeecontainer, iedere wissellaadbak of iedere oplegger, hierna ITE genoemd; - intermodaal overslagcentrum : iedere installatie waar de ITE's van een schip of een wegvoertuig op een spoorwegwagon worden overgeslagen en omgekeerd, hierna overslagcentrum genoemd; - operator gecombineerd goederenvervoer per spoor : iedere onderneming met een uitbatingszetel op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Unie, die de contractuele aansprakelijkheid op zich neemt om intermodale transporteenheden per spoor te vervoeren, hierna operator genoemd. Art. 56.Aan de operatoren kan ten laste van de Staatsbegroting een subsidie worden toegekend.
Voor de toekenning van die subsidie komt enkel het spoorwegvervoer tussen twee overslagcentra op het Belgisch grondgebied in aanmerking.
Met het in het tweede lid bedoelde spoorwegvervoer wordt gelijkgesteld, het organiseren per spoor van de ophaling van ITE's op het Belgisch grondgebied teneinde ze te groeperen en te verzenden naar andere landen, alsook het organiseren per spoor van de distributie vanuit andere landen afkomstige ITE's tussen het verzamelpunt en de verschillende overslagcentra op het Belgische grondgebied.
De subsidie kan enkel worden toegekend wanneer de afstand van het spoorweggedeelte van het gecombineerd vervoer minstens gelijk is aan 51 kilometer.
Enkel de ITE's met een begeleidende vrachtbrief voor het binnenlands verkeer komen voor de subsidie in aanmerking. Art. 57.De operator moet de subsidie die werd toegekend voor de in opdracht van een klant uitgevoerde transporten naar deze klant doorschuiven.
De Koning regelt het toezicht en de sanctionering van die verplichting. Art. 58.De Koning bepaalt de berekeningswijzen van de subsidie.
Hij bepaalt de procedure en de nadere regels van haar toekenning en regelt haar uitbetaling.
De subsidie van een vervoersverrichting mag 30 % van de vervoerskosten niet overschrijden. Art. 59.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2005 en treedt buiten werking op 1 januari 2008.
TITEL X. - Pensioenen - Wijziging van de
wet van 13 juni 1966Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021086
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sommige sociale bepalingen
sluiten4 betreffende de rust-en overlevingspensioenen voor arbeiders, bedienden, zeevarenden onder Belgische vlag, mijnwerkers en vrijwillig verzekerden Art. 60.In artikel 21 van de
wet van 13 juni 1966Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021086
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sommige sociale bepalingen
sluiten4 betreffende de rust- en overlevingspensioenen voor arbeiders, bedienden, zeevarenden onder Belgische vlag, mijnwerkers en vrijwillig verzekerden, laatst gewijzigd bij de wet van 22 maart 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3, derde lid, worden de woorden « vijf jaar » vervangen door de woorden « drie jaar »;2° in dezelfde § 3 wordt tussen het derde en het vierde lid het volgende lid ingevoegd : « In afwijking van de in het eerste, tweede en derde lid vermelde termijnen wordt de termijn voor de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde prestaties ingevolge de uitoefening van een beroepsbezigheid waarvan de inkomsten de vastgestelde grensbedragen overschrijden of ingevolge het genot van sociale uitkeringen, op drie jaar gebracht.De verjaringstermijn begint, in geval van overschrijding van de vastgestelde grensbedragen echter slechts te lopen vanaf de eerste juni van het kalenderjaar dat volgt op dit waarin deze overschrijding heeft plaatsgevonden. »; 3° in dezelfde § 3, vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden « van het eerste tot het derde lid » vervangen door de woorden « van het eerste tot het vierde lid »;4° in § 5 worden de woorden « Behalve in de § 3, derde lid, » vervangen door de woorden « Behalve in de § 3, derde en vierde lid, ». Art. 61.Teneinde de uniformiteit in de verschillende pensioenregelingen te behouden van de regels inzake de verjaringstermijnen van de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde prestaties, kan de Koning de nodige maatregelen nemen. Hij kan daarbij zonodig de wet wijzigen. Art. 62.De bepalingen van deze titel treden in werking op 1 januari 2006.
TITEL XI. - Middenstand HOOFDSTUK I. - Betere invordering van de sociale zekerheidsbijdragen der zelfstandigen Art. 63.In artikel 95 van de
wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten1 houdende sociale en diverse bepalingen, gewijzigd bij de
wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten0, wordt een § 1bis ingevoegd, luidende : « § 1bis. Onverminderd hun recht om voor de rechter te dagvaarden, kunnen de sociale verzekeringsfondsen als inninginstellingen van de bijdragen de bedragen die hen verschuldigd zijn eveneens bij wijze van dwangbevel invorderen.
De Koning bepaalt de voorwaarden en modaliteiten van vervolging door middel van dwangbevel evenals de kosten die eruit voortvloeien en hun tenlastelegging. » Art. 64.In dezelfde wet wordt een artikel 95bis ingevoegd, luidende : « Art. 95bis.De artikelen 16bis, 16ter en 23ter van het koninklijk besluit nr. 38 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, zijn in het kader van dit hoofdstuk van toepassing. » Art. 65.In artikel 9 van de
wet van 13 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten8 betreffende de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van bepaalde instellingen, wordt een § 1bis ingevoegd, luidende : « § 1bis. Onverminderd haar recht om voor de rechter te dagvaarden, kan het Rijksinstituut als inninginstelling van de bijdragen de bedragen die haar verschuldigd zijn eveneens bij wijze van dwangbevel opvorderen.
De Koning bepaalt de voorwaarden en modaliteiten van vervolging door middel van dwangbevel eveneens de kosten die eruit voortvloeien en hun tenlastelegging. » Art. 66.In dezelfde wet wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidende : « Art. 9bis.De artikelen 16bis, 16ter en 23ter van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, zijn in het kader van deze wet van toepassing. » Art. 67.In artikel 16bis, § 1, van het het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ingevoegd bij de
wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten5, worden de woorden « aanleiding geeft » vervangen door « kan aanleiding geven ». Art. 68.In artikel 16ter, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de
wet van 20 juli 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke produ …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.