Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Besluit van de Waalse Regering tot goedkeuring van het technisch reglement voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest

Kort samengevat

Dit besluit van de Waalse Regering keurt het technisch reglement goed voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest en de toegang daartoe. Het reglement stelt voorschriften en regels vast voor zowel hoog- als laagspanningsnetten.

Wat het reguleert

  • De voorschriften en regels voor het beheer van het distributienet.
  • De voorschriften en regels voor de toegang tot het distributienet.
  • De planning, aansluiting, toegang, meting en samenwerking binnen het elektriciteitsdistributienet.
  • Definities van termen gerelateerd aan elektriciteitsdistributie, zoals spanning, belasting, energie en vermogen.

Wie het aangaat

  • De Waalse Regering en de Minister bevoegd voor het Energiebeleid.
  • Distributienetbeheerders en netgebruikers in het Waalse Gewest.

Kernpunten

  • Het besluit heft het eerdere besluit van de Waalse Regering van 24 mei 2007 betreffende de herziening van het technisch reglement op.
  • Het technisch reglement omvat een planningscode, een aansluitingscode, een toegangscode, een meetcode en een samenwerkingscode.
  • Laagspanning is een spanningsniveau van 1 kilovolt (kV) of minder; hoogspanning is een spanningsniveau hoger dan 1 kilovolt.
  • Een "toegangsgerechtigde" is de partij die een toegangscontract heeft gesloten met de distributienetbeheerder.
Wettekst
Wettekst

reglement voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest en de toegang daartoe De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten type

Art. 29.De planningsgegevens omvatten o.a.

de gegevens opgenomen in bijlage I bij dit technisch reglement, aangeduid met de afkorting « P » of met « Alle » in de kolom « Doelstelling ». Art. 30.De distributienetgebruiker, of de leverancier overeenkomstig artikel 33, is gehouden de planningsgegevens overeenkomstig deze Titel aan de distributienetbeheerder over te maken volgens zijn best mogelijke inschatting. Afdeling

  1. - Kennisgeving Art. 31.De distributienetgebruiker met een aansluitingsvermogen groter dan 2 MVA stelt elk jaar vóór 31 december de distributienetbeheerder in kennis van zijn beste raming van de volgende planningsgegevens die betrekking hebben op de drie volgende jaren : 1° de vooruitzichten inzake het maximaal af te nemen vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met aanduiding van de verwachte trendbreuken;2° de beschrijving van de jaarlijkse belastingscurve van het af te nemen actief vermogen. Een raming van die gegevens voor het volgende jaar, namelijk over vier jaar, wordt vanaf 2013 ter informatie overgemaakt aan de distributienetbeheerder. Art. 32.De distributienetgebruiker waarvan de installaties productie-eenheden omvatten of zullen omvatten met een totaal netto ontwikkelbaar vermogen per injectiepunt van minstens 2 MW, stelt elk jaar vóór 31 december, de distributienetbeheerder in kennis van de volgende planningsgegevens die betrekking hebben op de drie komende jaren : 1° het maximaal netto ontwikkelbaar vermogen, de beschrijving van de verwachte belastingscurve, de technische gegevens, de operationele grenzen en het regelgedrag van de diverse ingeschakelde of in te schakelen productie-eenheden;2° de productie-eenheden die uit dienst zullen genomen worden en de voorziene datum van de uitschakeling. Een raming van die gegevens voor het volgende jaar, namelijk over vier jaar, wordt vanaf 2013 ter informatie overgemaakt aan de distributienetbeheerder. Art. 33.Voor de distributienetgebruikers die niet bedoeld worden in de artikelen 31 en 32 is het de leverancier die voor het geheel van de eindafnemers voor wie hij toegangscontracten heeft ondertekend, elk jaar vóór 31 december de distributienetbeheerder in kennis stelt van de volgende planningsgegevens betreffende de twee komende jaren : 1° de vooruitzichten inzake het ter beschikking te stellen maximaal vermogen of van de af te nemen of te injecteren energie (kW, kVAr), op jaarbasis, met aanduiding van de verwachte trendbreuken voor elk netgedeelte, zoals bepaald door de distributienetbeheerder;2° de beschrijving van de jaarlijkse belastingscurve van het af te nemen actief vermogen. Art. 34.De kennisgeving van de planningsgegevens bedoeld in de artikelen 31, 32 en 33 gebeurt volgens de tabel bedoeld in bijlage I bij dit reglement. Art. 35.De distributienetgebruiker of de leverancier kan, in voorkomend geval, de distributienetbeheerder kennis geven van alle andere nuttige informatie die niet opgenomen is in bijlage I bij dit reglement. Art. 36.De plicht tot kennisgeving van de planningsgegevens bedoeld in de artikelen 31 en 32 geldt eveneens voor de toekomstige distributienetgebruikers bij het indienen van hun aanvraag tot aansluiting. Art. 37.§
  2. In geval de distributienetbeheerder van oordeel is dat de kennisgeving van de planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig of onredelijk is, verifieert de distributienetgebruiker, op aanvraag van de distributienetbeheerder, de betrokken gegevens en maakt de aldus gevalideerde informatie over alsook bijkomende gegevens die deze laatste nuttig acht. §
  3. De distributienetbeheerder kan bijkomende gegevens, niet voorzien in dit reglement, opvragen bij de distributienetgebruiker of elke betrokken partij om zijn verplichtingen na te komen. Dit verzoek wordt gemotiveerd. §
  4. Na raadpleging van de distributienetgebruiker of de leverancier bepaalt de distributienetbeheerder de redelijke termijn waarbinnen de gegevens bedoeld in § 1 en § 2 overgemaakt moeten worden door de distributienetgebruiker of de leverancier aan de distributienetbeheerder. Art. 38.De netbeheerders komen onderling de vorm en de inhoud overeen van de gegevens die zij wederzijds moeten uitwisselen voor het opstellen van het investeringsplan, evenals de in acht te nemen termijnen. Art. 39.De distributienetbeheerder zorgt voor de volledige en geloofwaardige aard van de gegevens meegedeeld door de distributienetgebruikers vóór het opmaken van een aanpassingsplan. TITEL III. - Aansluitingscode HOOFDSTUK I. - Technische aansluitingsvoorschriften Afdeling
  5. -

Art. 40.§ 1.

Deze titel is van toepassing op : 1° de aansluitingsinstallaties;2° de installaties van de distributienetgebruiker die een niet verwaarloosbare invloed hebben op het functioneren van het distributienet, de aansluiting(

  1. en)of de installaties van een andere (andere) distributienetgebruiker(s);3° voor de installaties die door een rechstreekse lijn aangesloten zijn en voor de installaties die deel uitmaken van een rechtstreekse lijn;4° voor alle koppelingen met de andere netten. § 2. De installaties van de meetinrichting behoren tot de aansluiting. Ze maken het voorwerp uit van Titel V wat betreft de technische specificaties, het gebruik, het onderhoud alsook de behandeling van de meetgegevens. Art. 41.De distributienetbeheerder is als enige gemachtigd om het distributienet en het gedeelte van de aansluiting waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, te wijzigen, te versterken, te onderhouden en uit te baten. Art. 42.§ 1. De installaties waarvan de distributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, worden door de distributienetgebruiker, of door een derde in opdracht van de distributienetgebruiker, beheerd en onderhouden. § 2. In afwijking van § 1 en indien de in artikel 17 bedoelde overeenkomst daarin voorziet, mogen tussenkomsten en handelingen op installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet, enkel door de distributienetbeheerder of een door hem gemandateerde uitgevoerd worden, zelfs als de distributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft op deze installaties. Indien de tussenkomsten en/of schakelingen gebeuren op vraag van de distributienetgebruiker of hun oorzaak vinden in de installaties van de distributienetgebruiker, zijn de kosten van deze tussenkomsten en handelingen ten laste van de distributienetgebruiker. De grenzen tussen de installatiegedeelten worden opgenomen in het aansluitingscontract of in een bijgevoegde overeenkomst. Art. 43.Een aansluiting wordt pas in dienst genomen nadat de leverancier(
  2. s)en de evenwichtsverantwoordelijke(
  3. n)van de distributienetgebruiker voor deze aansluiting zijn geregistreerd in het toegangsregister van de distributienetbeheerder. Art. 44.Behoudens andersluidende wettelijke of reglementaire bepaling, zijn de kosten voor een inschakeling en een uitschakeling op vraag van de distributienetgebruiker te zijner laste volgens de tarieven die door de CREG zijn goedgekeurd. Art. 45.§ 1. In geval van overdracht, in gebruik of in eigendom, van roerende of onroerende goederen waarvoor de aansluiting dienstig is, neemt de overnemer de rechten en verplichtingen van de vorige gebruiker over of sluit onverwijld een nieuw aansluitingscontract af met de distributienetbeheerder zonder dat, tussentijds en om die enige reden, de aansluiting wordt uitgeschakeld. § 2. Een uitschakeling mag door de distributienetbeheerder pas worden uitgevoerd na een met redenen omklede aanmaning en met een redelijke regularisatietermijn. Afdeling 2. - Wijze van aansluiting naar gelang van het aansluitings- of onderschreven vermogen Art. 46.§ 1. Onverminderd de §§ 5 en 6, worden de aansluitingen van eindafnemers uitgevoerd vanaf het distributienet. § 2. Als het aansluitingsvermogen gelijk is aan 56 kVA of minder, zal de aansluiting vanaf het laagspanningsnet worden uitgevoerd, behalve als de distributienetbeheerder beslist, om technische problemen verbonden met, onder meer, eventuele spanningsvallen te vermijden, dat die wordt uitgevoerd vanaf het hoogspanningsnet. § 3. Voor aansluitingsvermogens boven 56 en gelijk aan 250 kVA of minder kan de distributienetbeheerder een aansluiting vanaf het laagspanningsnet, een aansluiting via een laagspanningsverbinding rechtstreeks aangesloten op een hoogspanning/laagspanning-transformatiepost of een aansluiting vanuit het hoogspanningsnet voorstellen. § 4. Boven de 250 kVA en tot 5 MVA, zal de aansluiting vanaf het hoogspanningsnet worden uitgevoerd. Als er verschillende spanningsniveaus beschikbaar zijn, zal de distributienetbeheerder de laagste onder de geschikte kiezen. Als hij echter problemen i.v.m spanningsvermindering of -regulering moet vermijgen, kan de distributienetbeheerder de aansluiting onderzoeken via een rechtstreekse verbinding van de installaties van de distributienetgebruiker met de secundaire rails van een transformatiepost die het distributienet op hoogspanning voedt. § 5. Boven 5 MVA en tot 25 MVA zal de distributienetbeheerder eerst de aansluiting onderzoeken via een rechtstreekse verbinding van de installaties van de distributienetgebruiker met de secundaire rails van een transformatiepost die het distributienet op hoogspanning voedt. Wanneer de distributienetbeheerder bij een eerste onderzoek vaststelt dat het technisch beter is de aansluiting uit te voeren vanaf het transmissienet of vanaf het lokaal transmissienet, pleegt hij overleg met de transmissienetbeheerder of met de beheerder van het lokaal transmissienet al naar gelang het geval, maakt hij hem het volledige dossier over en betaalt hem de eventueel geïnde rechten terug. § 6. Voor aansluitingsvermogens boven 25 MVA wordt in eerste instantie de aansluiting op een spanningsniveau e?30 kV onderzocht. De aanvrager neemt rechtstreeks contact op met de betrokken netbeheerder. § 7. Wanneer de aanvraag tot oriënteringsonderzoek van één distributienetbeheerder naar een andere distributienetbeheerder overgemaakt wordt, dient de aanvrager slechts één aanvraag in bij de overeenkomstig de vorige paragrafen aangewezen distributienetbeheerder, die de noodzakelijke contacten moet opnemen met de andere netbeheerders om de kwaliteit van de aansluiting en de noodzakelijke aanpassingen te waarborgen. Laatstgenoemden geven hem antwoord binnen termijnen die aan de voorschriften van dit reglement voldoen. Deze bepaling is niet van toepassing wanneer de aanvraag tot oriënteringsonderzoek overgemaakt wordt van een distributienetbeheerder naar de transmissienetbeheerder of lokale transmissienetbeheerder. De aanvrager moet dan een nieuwe aanvraag indienen. Art. 47.§ 1r. Bij het onderzoek van de aansluitingsaanvraag en bij het voorstel tot aansluiting, zal de betrokken netbeheerder altijd zorgen voor het technisch en economisch belang van de aanvrager, onverminderd het globaal belang van de andere distributienetgebruikers en zonder dat de aanvrager daardoor het recht heeft een gunstigere wijze van aansluiting dan die bedoeld in artikel 46 te vereisen. § 2. Overeenkomstig § 1, indien de distributienetbeheerder die de aansluitingsaanvraag heeft ontvangen bij een eerste onderzoek vaststelt dat het technisch verstandiger zou zijn de aansluiting op een naburig distributienet uit te voeren, pleegt hij overleg met dit net en verstrekt hij hem de nodige informatie; hij behoudt desalniettemin het beheer van het dossier en blijft de gesprekspartner van de aanvrager. § 3. Indien later blijkt dat de door de aanvrager aan de netbeheerder verstrekte informatie i.v.m het gewenste aansluitingsvermogen onjuist is, moet de aanvrager op bevel van betrokken netbeheerder overeenkomstig artikel 76 een aanvraag tot wijziging van de aansluiting indienen. Hetzelfde geldt als de aanvrager later het vermogen van zijn installaties vermindert. De studiekosten i.v.m deze nieuwe aanvraag vallen ten laste van de netgebruiker. Afdeling 3. - Voorschriften geldend voor elke aansluiting Art. 48.Elke aansluiting, evenals elke installatie van een distributienetgebruiker aangesloten op het distributienet, moet voldoen aan de reglementen en normen die toepasselijk zijn op elektrische installaties. Art. 49.§ 1. Het toelaatbaar niveau van storingen teweeggebracht op het distributienet door de installaties van de aansluiting en de eigen installaties van de distributienetgebruiker wordt bepaald door de gangbare nationale en internationale normen en onder meer door de technische verslagen CEI 61000.3-6 en CEI 61000-3-7 in hoogspanning, en de overeenstemmende technische verslagen (CEI 61000.3-2 EN CEI 61000.3-3) in laagspanning. De voorschriften SYNERGRID C10/11 en C10/17 zijn eveneens van toepassing. § 2. De distributienetgebruiker zorgt ervoor dat de installaties die hij beheert op het distributienet geen storingsverschijnselen veroorzaken die de grenzen bedoeld in § 1 en, in voorkomend geval, in het aansluitingscontract overschrijden. Daartoe verstrekt de distributienetbeheerder op verzoek van de netgebruiker de nodige indicatieve waarden, zoals de kortsluitvermogens op het aansluitingspunt in de verschillende situaties. De storingen betreffen niet alleen de spanningsgolven maar ook de CAB-signalen overgebracht door het distributienet. § 3. Bij storingen op de aansluiting door het distributienet, die een niet verwaarloosbare invloed hebben op het functioneren van de installaties van de distributienetgebruiker geeft de distributienetbeheerder op verzoek van de distributienetgebruiker binnen tien werkdagen een verklaring voor het ontstaan ervan. Art. 50.De distributienetgebruiker zorgt ervoor dat zijn installaties bij de distributienetbeheerder of bij derden geen risico's, schade of hinder veroorzaken boven de technische normen of voorschriften die van toepassing zijn. Art. 51.§ 1. Elektrische installaties gevoed via onderscheiden aansluitingen mogen niet onderling verbonden worden tenzij mits voorafgaand schriftelijk akkoord van de beheerder(
  4. s)van het(
  5. de)betrokken distributienet(ten) of een uitdrukkelijke overeenkomst in het aansluitingscontract met nadere bepaling van de modaliteiten. Er wordt dus slechts één aansluiting per installatie uitgevoerd. Dit artikel geldt niet voor noodvoedingen. § 2. In geval van laagspanning is er slechts één aansluiting per gebouw, behoudens uitzondering aanvaard door de distributienetbeheerder op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria. Art. 52.§ 1. De aansluitingen moeten voldoen aan de technische voorschriften van de distributienetbeheerders opgemaakt door SYNERGRID C2/112 « Technische voorschriften voor aansluiting op het HS-distributienet « en C1/12 « Algemene technische regels voor de aansluiting van een gebruiker op het LS distributienet ». Bij bestrijding tussen één van genoemde voorschriften en een wetgevende of reglementaire bepaling, met inbegrip van die van dit reglement, hebben de wetgevende of reglementaire bepalingen de overhand. Deze regel is ook van toepassing op alle SYNERGRID-voorschriften opgesomd in dit reglement. § 2. De distributienetbeheerder kan desgevallend en met mededeling aan de CWaPE, overeenkomstig artikel 14, in specifieke voorschriften voorzien voor de aansluiting afhankelijk van de bijzondere karakteristieken van het lokale distributienet. HOOFDSTUK II. - Specifieke voorschriften voor aansluitingen op hoogspanning Afdeling 1. - Omgeving van de installaties Art. 53.Voor het plaatsen van de meetinrichting en elke andere apparatuur die deel uitmaakt van de aansluiting, stelt de distributienetgebruiker een ruimte ter beschikking van de distributienetbeheerder die voldoet aan de door deze laatste gestelde eisen. De modaliteiten van die terbeschikkingstelling worden in gemeenschappelijk overleg bepaald. Afdeling 2. - Conformiteit van de installaties Art. 54.Het concept van de aansluiting en de installaties van de distributienetgebruiker moet voldoen aan de voorschriften van het AREI inzake conformiteitscontroles en periodieke controles van de installaties. Dit omvat de vestiging, de bereikbaarheid van de installaties en de bedienbaarheid en de identificatie van de bedieningsapparatuur. De aansluiting van de uitrustingen en hun werking moeten in overeenstemming zijn met de exploitatiewijze van het distributienet waarop ze aangesloten worden, zowel met betrekking tot hun technische kenmerken als met betrekking tot de veiligheidsaspecten verbonden aan de exploitatie. De distributienetbeheerder verstrekt de nodige technische gegevens; de normen EN 50110 zijn toepasselijk. Art. 55.De kosten inzake conformiteitscontrole en de periodieke controles van de installaties waarin het AREI voorziet blijven ten laste van betrokken distributienetgebruiker. Art. 56.§ 1. De functionele specificaties van de beschermingen van de distributienetgebruiker die zijn installaties van de aansluiting afzonderen in geval van defect in die installaties, worden in onderlinge overeenstemming met de distributienetbeheerder bepaald. De selectiviteit van de bescherming van de distributienetten mag in geen geval op het spel gezet worden door de keuze van de waarden van de beschermingsparameters. § 2. Om de selectiviteit van de beveiligingen in de netten te blijven waarborgen, mag de distributienetbeheerder ingevolge een gewijzigde netsituatie de nodige aanpassingen en/of regelingen opleggen voor de beveiligingen in de installaties van de distributienetgebruiker. De kosten verbonden aan eventueel uit te voeren aanpassingen aan de installaties van de distributienetgebruiker zijn ten laste van de betrokken distributienetgebruiker die ze, in voorkomend geval, op een verantwoordelijke derde partij kan afwentelen. Art. 57.§ 1. De distributienetbeheerder mag de technische middelen aanwenden die nodig zijn voor de compensatie van reactieve energie, of, meer algemeen, voor de compensatie van ieder verstorend fenomeen, wanneer de belasting van een op het distributienet aangesloten distributienetgebruiker : 1° aanleiding geeft tot een bijkomende afname van reactieve energie, in verhouding tot de waarden bedoeld in artikel 143;2° de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het distributienet dermate verstoort dat de in artikel 5 bedoelde norm NBN EN 50160 niet meer in acht kan worden genomen door de distributienetbeheerder. § 2. De distributienetbeheerder motiveert zijn beslissing en deelt ze mede aan de betrokken distributienetgebruiker. § 3. De installatie en de aanwending van de technische middelen bedoeld in § 1 zijn ten laste van de betrokken distributienetgebruiker indien hij daar verantwoordelijk voor is. HOOFDSTUK III. - Specifieke voorschriften voor aansluitingen op laagspanning Afdeling 1. - Omgeving van de installaties Art. 58.§ 1. In gebouwen waar het gevraagde aansluitingsvermogen 56 kVA overschrijdt, moet de distributienetgebruiker voor het groeperen van de meetinrichting en andere apparatuur die deel uitmaakt van de aansluiting en, in voorkomend geval, van de transformatie-installaties, gratis een (deel van een) ruimte ter beschikking stellen aan de distributienetbeheerder die voldoet aan die doelstellingen. De modaliteiten van deze terbeschikkingstelling worden bepaald na onderlinge overeenstemming de partijen; ze is gratis als de installaties van de distributienetbeheerder enkel het betrokken gebouw bevoorraden. § 2. In gebouwen waar het gevraagde aansluitingsvermogen 56 kVA niet overschrijdt, stelt de distributienetgebruiker gratis een deel van een muur ter beschikking voor de aansluitingskast. Art. 59.§ 1. In gebouwen waar meerdere distributienetgebruikers aangesloten zijn, moet de eigenaar voor het groeperen van de meetinrichting en andere aansluitingsinstallaties, met inbegrip, in voorkomend geval, van de transformatie-installaties, gratis één of meerdere lokalen of ruimten ter beschikking stellen aan de distributienetbeheerder die voldoen aan deze doelstellingen. De modaliteiten van deze terbeschikkingstelling worden bepaald na onderlinge overeenstemming de partijen; ze is gratis als de installaties van de distributienetbeheerder enkel het betrokken gebouw bevoorraden. § 2. Als één of meerdere nieuwe distributiecabines nodig zijn voor het voeden van een verkaveling of gelijkgestelde (grondplan, onverdeeldheid, gegroepeerd habitat of soortgelijke handeling van commerciële aard), moet de verkavelaar één of meerdere terreinen ter beschikking stellen van de distributienetbeheerder dat/die aan deze doelstellingen voldoen. De modaliteiten van deze terbeschikkingstelling worden bepaald na onderlinge overeenstemming de partijen; ze is gratis als de installaties van de distributienetbeheerder enkel de betrokken verkaveling bevoorraden. Afdeling 2. - Conformiteit van de aansluiting Art. 60.De aansluitingsinstallaties voldoen aan de technische voorschriften SYNERGRID C1/110 « Overeenstemming tussen de (stroom)sterkte en het vermogen van de automatische laagspanningsschakelaars ». Art. 61.Het technisch voorschrift SYNERGRID 46 betreffende de « Algemene technische regels voor de aansluiting van een gebruiker op het LS distributienet » is van toepassing, behalve de voorschriften betreffende de aansluiting naar gelang van het vermogen die onder de artikelen 46 en 47 vallen. Afdeling 3. - Aansluitingsvermogen Art. 62.Het minimale aansluitingsvermogen dat een gebruiker kan verkrijgen, is gelijk aan 40 A in eenfasig 230 V of het equivalent als het om een driefasig net gaat, behalve beperking opgelegd bij het besluit van de Waalse Regering van 30 maart 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 30/03/2006 pub. 27/04/2006 numac 2006201391 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de openbare dienstverplichtingen op de elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de openbare dienstverplichtingen op de elektriciteitsmarkt. Als een aansluiting meerdere gebruikers betreft, is het minimumvermogen zoveel keren 40 A/200 V als er eindgebruikers zijn. Dit artikel is niet van toepassing op de aansluitingen waarmee een forfaitair vermogen wordt verbonden. HOOFDSTUK IV. - Technische voorschriften m.b.t. de aansluiting van eenheden voor de productie van groene elektriciteit en gedecentraliseerde productie-eenheden Art. 63.§ 1. Elke gedecentraliseerde productie-eenheid voldoet aan het technische voorschrift SYNERGRID C 10/11 « Specifieke technische aansluitingsvoorschriften voor gedecentraliseerde productie-installaties die parallel functioneren met het distributienet ». In LS kunnen de producenten van groene elektriciteit met een maximaal AC vermogen van 10 kVA of minder, de compensatie op jaarbasis genieten, zoals bepaald in artikel 153, § 4. De praktische modaliteiten van die compensatie worden nader bepaald in een mededeling van de CWaPE, die ingekeken kan worden op haar Internetsite. § 2. Op gemotiveerd verzoek van de distributienetbeheerder wordt elke nieuwe gedecentraliseerde productie-eenheid met een maximaal AC vermogen > 250 kVA uitgerust met de voorzieningen vereist voor de installatie van een telecontrolekast. De uitvoering van die eventuele telecontrole en de desbetreffende voorwaarden zijn het voorwerp van een kennisgeving van de distributienetbeheerder aan de CWaPE en van een goedkeuring door laatstgenoemde, binnen twee maanden. Indien de aanvraag van de distributienetgebruiker uitgaat, wordt die goedkeuring niet vereist. HOOFDSTUK V. - Aansluitingsprocedure op hoogspanning Afdeling 1. - Betrouwbaarheidsmaatregelen voor de productie-eenheden Art. 64.Wat betreft de contacten met producenten die op zijn net aangesloten zijn of die wensen zich erop aan te sluiten, mag de distributienetbeheerder uitsluitend op zijn personeel beroep doen of op een deskundige die onafhankelijk is van de producenten, evenwichtsverantwoordelijken, houders van een voorzieningsvergunning en tussenpersonen. Hetzelfde geldt voor de verwezenlijking van studies en de voorbereiding van contracten. Afdeling 2. - Aanvraag om oriënteringsonderzoek en voorontwerp van aansluiting Art. 65.Het doel van een oriënteringsonderzoek is het opmaken van een voorontwerp van aansluiting. Het indienen van een oriënterende studieaanvraag is facultatief. Voordat een producent een oriënterende studieaanvraag indient, staat het hem vrij de distributienetbeheerder te contacteren voor een kosteloze adviesverlening over de mogelijkheden om een gedecentraliseerde productie op het net te aanvaarden in functie van de vestiging van de productie en het gewenste vermogen. Art. 66.§ 1. Onverminderd artikel 46, kan elke natuurlijke of rechtspersoon bij de distributienetbeheerder een aanvraag voor een oriënterende studie indienen met betrekking tot een nieuwe aansluiting. § 2. Elke distributienetgebruiker kan bij de distributienetbeheerder een aanvraag tot oriënteringsonderzoek indienen met betrekking tot een aanpassing van zijn bestaande aansluiting, installaties met niet verwaarloosbare invloed op het distributienet, of hun respectievelijke exploitatiewijze. Art. 67.De aanvrager geeft schriftelijk opdracht aan de distributienetbeheerder om de aanvraag tot oriënteringsonderzoek te behandelen via het door de distributienetbeheerder daartoe opgesteld en openbaar gemaakt studieformulier overeenkomstig artikel 12 van dit reglement. Art. 68.Het oriënteringsonderzoek wordt aangevraagd d.m.v. een formulier dat de identiteit en contactgegevens van de aanvrager, het grondplan van de plaats van verbruik/productie, het vermogen van de beoogde aansluiting, en de algemene technische gegevens bevat. Art. 69.De kosten voor een oriënteringsonderzoek worden door de aanvrager gedragen volgens het door de CREG goedgekeurde toepasselijke tarief. Art. 70.Tijdens de uitvoering van het oriënteringsonderzoek werken de distributienetbeheerder en de aanvrager te goeder trouw samen. De distributienetbeheerder kan de aanvrager elk ogenblik verzoeken om bijkomende informatie die noodzakelijk is om het voorontwerp van aansluiting voor te bereiden. De aanvrager licht de beheerder van het lokale transmissienet spontaan in als hij van plan is om het vermogen van zijn installaties later te verhogen. Art. 71.§ 1. Binnen een redelijke termijn, en in ieder geval binnen een termijn van vijftien werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag tot oriënteringsonderzoek, maakt de distributienetbeheerder zijn conclusies aan de aanvrager over, hetzij door middel van een voorontwerp van aansluiting, hetzij door middel van een gemotiveerde weigering van aansluiting, waarvan kopie wordt overgemaakt aan de CWaPE. § 2. Het voorontwerp bevat tenminste : 1° een schema voor de beoogde aansluiting;2° de technische voorschriften voor de aansluiting;3° een indicatieve raming van de kosten;4° een indicatieve raming van de termijn nodig voor de realisatie van de aansluiting met inbegrip van de eventuele versterkingen die aan het distributienet moeten worden aangebracht ten gevolge van de aansluiting. Art. 72.§ 1. Bij de behandeling van de aanvraag tot oriënteringsonderzoek verleent de distributienetbeheerder voorrang aan aanvragen die betrekking hebben op kwalitatieve en/of hoogrenderende warmtekrachtkoppelingsinstallaties en productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken, alsook aan installaties die elektriciteit produceren vanaf afvalstoffen en terugwinningen via industriële processen, in verhouding tot de andere aansluitingsaanvragen die voor de distributienetbeheerder aanhangig zijn. § 2. Wanneer een aanvraag niet kan behandeld worden binnen de in artikel 71 bedoelde termijn wegens de toepassing van § 1wordt die termijn gebracht op 30 werkdagen. § 3. Indien een aanvraag niet binnen de in § 71 voorgeshreven termijn kan worden behandeld wegens vermogensonderzoeken die in het kader van de aanvraag op het transmissienet of op het lokaal transmissienet uitgevoerd worden, wordt die termijn op zeventig werkdagen gebracht. § 4. De termijnen bedoeld in de artikelen 71 en 72 kunnen in onderling overleg met de betrokken partijen verlengd worden. Art. 73.Het oriënteringsonderzoek geeft aanleiding tot het opmaken van een vrijblijvend voorontwerp van aansluiting. De daarin vervatte gegevens binden noch de distributienetbeheerder, noch de aanvrager van het oriënteringsonderzoek op enige wijze. Afdeling 3. - Geringe wijziging Art. 74.§ 1. Ter gelegenheid van een project - van wijziging in de aansluitingsinstallaties of van hun exploitatiewijze die hij als gering beschouwt; - van wijziging in de installaties van de gebruiker of van hun exploitatiewijze die als gering beschouwd wordt maar die een invloed zou kunnen hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het distributienet, geeft de distributienetgebruiker de distributienetbeheerder kennis van de voorgenomen wijzigingen en van de redenen waarom hij acht dat ze gering zijn. § 2. De distributienetbeheerder onderzoekt de kennisgeving bedoeld in § 1, beoordeelt en bevestigt desgevallend de geringe aard van de wijziging. Art. 75.§ 1. Ingevolge het onderzoek bedoeld in artikel 74 kan de distributienetbeheerder : 1° de voorgenomen wijzigingen zonder andere formaliteiten goedkeuren;2° het afsluiten van een addendum bij het aansluitingscontract voorstellen;3° voorstellen dat, bij gebrek aan geringe aard van de wijziging, die wordt uitgevoerd met inachtneming van de procedure voorzien in afdeling 4 van dit hoofdstuk. § 2. Het sluiten van een addendum zoals bedoeld in § 1, 2°, stelt de aansluitingsaanvrager niet vrij van het verkrijgen van een kennisgeving van de conformiteit van de aansluiting overeenkomstig hoofdstuk VII van deze titel. Afdeling 4. - Aansluitingsaanvraag, detailonderzoek en ontwerp van aansluiting Art. 76.§ 1. Elke nieuwe aansluiting of wijziging van een bestaande aansluiting dient voorafgegaan te worden door een bij de distributienetbeheerder in te dienen aanvraag tot aansluiting en door een detailonderzoek. § 2. Een distributienetgebruiker moet ook een aansluitingsaanvraag indienen als geplande wijzigingen in zijn installaties of van hun exploitatiewijzen een niet verwaarloosbare invloed op de werking van het distributienet kunnen hebben. Art. 77.Elke natuurlijke of rechtspersoon of een gemachtigde derde (bijvoorbeeld zijn leverancier) kan bij de distributienetbeheerder een aanvraag tot aansluiting indienen. Die aanvraag impliceert de uitvoering door de distributienetbeheerder van een detailonderzoek, waarvan de kosten ten laste van de aanvrager zijn volgens het door de CREG goedgekeurde toepasselijke tarief, behalve indien de aanvraag, die al een eerste keer is ingediend, geen aanleiding heeft gegeven tot het afsluiten van een aansluitingscontract overeenkomstig artikel 84, § 1, en voor zover intussen geen wijzigingen zijn aangebracht aan de netten die een impact hebben op de aansluitingsvoorwaarden. Art. 78.Elke aangesloten distributienetgebruiker of een gemachtigde derde kan bij de distributienetbeheerder een aanvraag tot aansluiting met betrekking tot een aanpassing van zijn bestaande aansluiting indienen, of tot installaties met niet verwaarloosbare invloed op het distributienet of tot hun respectievelijke exploitatiewijze. Art. 79.De aansluiting wordt aangevraagd d.m.v. een aansluitingsformulier dat de identiteit en de contactgegevens van de aanvrager bevat, alsook het grondplan van de plaats van verbruik/productie, het aansluitingsvermogen, het verwachte belastingspatroon en de gedetailleerde technische karakteristieken van de aansluiting en de op het distributienet aan te sluiten installaties. De aanvrager licht de beheerder van het lokale transmissienet spontaan in als hij van plan is om het vermogen van zijn installaties later te verhogen. Art. 80.§ 1. Zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen tien werkdagen na ontvangst van een aansluitingsaanvraag, onderzoekt de distributienetbeheerder of die volledig is. Indien die onvolledig is, brengt hij de aanvrager in kennis van de bijkomende informatie die hij moet bezorgen met het oog op de voorbereiding van het ontwerp van aansluiting. In geval van volledigheid wordt een bericht van ontvangst verstuurd. § 2. Wanneer de aansluitingsaanvraag volledig is en de kosten i.v.m. het detailonderzoek betaald zijn, kent de distributienetbeheerder een capaciteitsreservatie toe aan de aanvrager. Die reservatie is niet overdraagbaar. § 3. Na raadpleging van de netbeheerders wordt de procedure voor de indiening van de aanvragen tot aansluiting van nieuwe gedecentraliseerde productie-eenheden door de CWaPE bepaald. De CWaPE publiceert op haar Internetsite een logigram met een samenvatting van de procedure. Art. 81.§ 1. Bij het onderzoek van de aanvraag tot aansluiting verleent de distributienetbeheerder voorrang aan aanvragen die betrekking hebben op kwalitatieve en/of hoogrenderende warmtekrachtkoppelingsinstallaties, op productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken, alsook op degene die elektriciteit produceren vanaf afvalstoffen en terugwinningen op industriële processen in verhouding tot andere aansluitingsaanvragen die aanhangig zijn bij de distributienetbeheerder. § 2. De in § 1 bedoelde voorrang geldt ook voor de reservaties van capaciteit. Art. 82.§ 1. Zo spoedig mogelijk, en zeker binnen een termijn van dertig werkdagen (veertig dagen voor de vermogens boven 1 MW) na ontvangst van een volledige aanvraag en van de betaling van het detailonderzoek, bezorgt de distributienetbeheerder de aansluitingsaanvrager een technisch en financieel voorstel van aansluiting. Dat voorstel omvat een ontwerp van aansluiting met het gebonden aanbod, de technische oplossingen en regelparameters die dienen overeengekomen te worden tussen distributienetbeheerder en aansluitingsaanvrager, overeenkomstig de voorschriften van dit reglement en rekening houdend met de technische kenmerken van het distributienet. De aanvrager beschikt dan over een termijn van maximum dertig dagen om het voorstel te bekijken. § 2. Indien aan aanvraag niet binnen de in § 1 bedoelde termijn kan worden behandeld, wegens de toepassing van artikel 81, wordt die termijn gebracht op zestig werkdagen na de ontvangst van de volledige aanvraag. § 3. Indien een aanvraag niet binnen de in § 1 voorgeshreven termijn kan worden behandeld wegens vermogensonderzoeken die in het kader van de aanvraag op het transmissienet of op het lokaal transmissienet uitgevoerd moeten worden, wordt die termijn op 70 werkdagen gebracht. § 4. De termijnen bedoeld in dit artikel kunnen in onderling overleg tussen betrokken partijen verlengd worden, met behoud van de reservering zolang geen andere aanvraag tot aansluiting op dezelfde post is ingediend. Art. 83.§ 1. In geval van akkoord omtrent het technisch en financieel voorstel van aansluiting bedoeld in artikel 82 stelt de distributienetbeheerder binnen een termijn van tien werkdagen vanaf het akkoord een aansluitingscontract aan de aanvrager voor. § 2.Het aansluitingscontract kan een opschortende voorwaarde inhouden die verband houdt met het bekomen van de vergunningen of machtigingen betreffende de installaties waarvoor de administratieve procedure aan de gang is. Indien de distributienetbeheerder een dergelijke opschortende voorwaarde weigert, deelt hij de redenen voor zijn beslissing mee aan de aanvrager en aan de CWaPE. § 3. Na ontvangst van het ondertekende aansluitingscontract en van de desbetreffende betaling is de gereserveerde opvangcapaciteit definitief verworven door de producent, behoudens geschreven terugtrekking zijnentwege of als de aansluitingswerken niet binnen een termijn van één jaar zijn besteld. In het laatste geval mag de producent een bijkomende termijn van maximum één jaar aanvragen om de aansluiting uit te voeren voor zover hij d.m.v. een attest van een bevoegde gemeentelijke of gewestelijke overheid het bewijs levert dat de vergunnings- of machtigingsaanvraag ingediend is en onderzocht wordt. In dat geval kan de distributienetbeheerder, indien de termijn met meer dan een jaar verlengd wordt, het aanbod aanpassen. De installatie mag niet afgestaan worden voordat ze in bedrijf gesteld wordt. In geval van terugtrekking van de producent of van annulering van het contract wegens overschrijding van de termijnen wordt de verrichte betaling, als gevolg van de ondertekening van het aansluitingscontract, terugbetaald na aftrek van een door de CREG goedgekeurde forfaitair bedrag. Het bedrag van het detailonderzoek wordt in geen geval terugbetaald. § 4. In afwijking van § 3, kunnen de termijnen, in uitzonderlijke gevallen te wijten aan bijzondere administratieve procedures, voor onbepaalde duur verlengd worden, na goedkeuring van de CWaPE. Art. 84.§ 1. Indien een aansluitingsaanvraag voor een injectie van meer dan 1 MW niet leidt tot het sluiten van een aansluitingscontract binnen een termijn van veertig werkdagen na kennisgeving van het technisch en financieel voorstel van aansluiting, wordt de procedure van de aansluitingsaanvraag beschouwd als zijnde vervallen. Bij verval verwittigt de distributienetbeheerder de aanvrager binnen tien werkdagen voor het verstrijken van die termijn en informeert hij de CWaPE en, desgevallend, de beheerder van het transmissienet of van het lokale transmissienet. § 2. Op gemotiveerd verzoek kan de aanvrager verlengingen van de in § 1 bedoelde termijn met telkens maximum 20 werkdagen verkrijgen met behoud van de reservatie van vermogen, zolang geen andere aanvraag tot aansluiting op bedoelde post is ingediend. § 3. De kosten gedragen door de distributienetbeheerder voor het gedetailleerde onderzoek van de aansluitingsaanvraag zijn ten laste van de aanvrager en bepaald in het door de CREG goedgekeurde toepasselijke tarief. Afdeling 5. - Aansluitingscontract Art. 85.Elke nieuwe aansluiting dient voorafgegaan te worden door een met de distributienetbeheerder afgesloten aansluitingscontract (of, in voorkomend geval, door een kennisgeving en de stilzwijgende aanvaarding van het algemene aansluitingsreglement in geval van aansluiting van 56 kVA). Art. 86.Een aanpassing van een bestaande aansluiting, een installatie van een distributienetgebruiker die een niet verwaarloosbare invloed op het distributienet heeft of van hun respectievelijke exploitatiewijze dient voorafgegaan te worden door een met de distributienetbeheerder afgesloten aansluitingscontract of, in voorkomend geval, voor vermogens van 56 kVA of minder, door de uitdrukkelijke aanvaarding van het aansluitingsreglement van de distributienetbeheerder dat op zijn Internetsite ingekeken kan worden of op gewoon verzoek van de distributienetgebruiker overgemaakt kan worden. Art. 87.Op aanvraag van de distributienetgebruiker kan de distributienetbeheerder aanvaarden dat een wijziging zoals bedoeld in artikel 86 van gering belang wordt beschouwd. Een dergelijke aanpassing van gering belang wordt vermeld in een bijvoegsel bij het aansluitingscontract zonder dat een gedetailleerd onderzoek wordt uitgevoerd. Art. 88.Het aansluitingscontract bevat op zijn minst de volgende elementen : 1° de identiteit van de partijen;2° de aanwijzing van de contactpersonen;3° de bepalingen met betrekking tot de looptijd en de stopzetting van het contract;4° de beschrijving van de aansluiting met locatie en spanningsniveau van het aansluitingspunt, het toegangspunt en het meetpunt;5° de unieke identificatie van het toegangspunt door middel van de EAN-code;6° de bepalingen in verband met de toegang tot de aansluitingsinstallaties;7° de beschrijving van de installaties van de distributienetgebruiker (inclusief installaties die functioneel deel uitmaken van het net), inzonderheid de aangesloten productie-eenheden;8° de specifieke technische voorwaarden en bepalingen, onder meer het aansluitingsvermogen, de relevante technische karakteristieken van de aansluiting en van de installaties van de distributienetgebruiker, het meetsysteem, de uitbating, het onderhoud, alsook de eisen in verband met beveiligingen en veiligheid;9° de uitvoeringsmodaliteiten en termijnen voor de realisatie van de aansluiting naargelang het gaat om een nieuwe of een aan te passen aansluiting, met aanduiding van de onderliggende hypothesen;10° de bepalingen met betrekking tot wederzijdse aansprakelijkheid en confidentialiteit;11° de betalingsmodaliteiten;12° de modaliteiten voor de toepassing van artikel 4, § 4, indien het aansluitingsvermogen 630 kVA overschrijdt. Art. 89.Op gemotiveerde aanvraag van de distributienetbeheerder en mits voorafgaande kennisgeving aan de CWaPE kunnen de technische oplossingen en de functionele specificaties van de distributienetbeheerder herzien worden om redenen betreffende de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net. De kostprijs voor deze aanpassingen wordt eerst door de distributienetbeheerder overgenomen, die ze, in voorkomend geval, op een verantwoordelijke derde partij kan afschuiven. Als ze voortvloeien uit een wijziging van de installaties van de distributienetbeheerder worden de kosten door laatstgenoemde overgenomen. Art. 90.§ 1. De termijnen voor de realisatie van de aansluiting, zoals vermeld in het aansluitingscontract, houden rekening met de eventuele versterkingen die aan het distributie- en (lokaal) transmissienet moeten aangebracht worden. § 2. De distributienetbeheerder verleent voorrang, in verhouding tot andere niet-dringende werken, aan aansluitingen van kwalitatieve en/of hoogrenderende warmtekrachtkoppelingsinstallaties, aan productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken alsook aan degene die elektriciteit produceren vanaf afvalstoffen en terugwinningen op industriële processen. De in dit artikel bedoelde niet-dringende werken zijn degene waarvan de vertraging geen gevaar voor personen en geen rechtstreekse schade aan bestaande uitrustingen veroorzaken. Art. 91.De vereiste vergunningsaanvragen worden bij de bevoegde overheden ingediend binnen een termijn die strookt met de kalender voor de uitvoering van de aansluiting. Onverminderd artikel 94, § 3, kan de distributienetbeheerder, behalve bijzondere afspraak met betrokken netgebruiker, de uitvoering van de aansluiting uitstellen gedurende een termijn gelijk aan de termijn die nodig is voor de administratieve behandeling van het dossier, als bijkomende termijnen toegekend worden wegens vertragingen in de behandeling van het dossier door de bevoegde overheden of omdat diezelfde overheden bijkomende voorwaarden aan de distributienetbeheerde opleggen. Afdeling 6. - Inschakeling van de aansluiting Art. 92.Alleen de distributienetbeheerder is gemachtigd de aansluiting onder spanning te brengen en de werken uit te voeren tot en met het eerste onderbrekingsorgaan, behalve andersluidende bepaling tussen partijen. De maximale termijn voor de inschakeling na de realisatie van de aansluiting bedraagt drie werkdagen, voor zover alle voorafgaande contractuele voorwaarden worden vervuld. Afdeling 7. - Statuut van bestaande aansluitingen Art. 93.In afwachting van de opmaak van nieuwe aansluitingscontracten tussen de distributienetbeheerder en de distributienetgebruiker overeenkomstig de artikelen 116 tot 118, blijven de vroeger gesloten overeenkomsten tussen de partijen die bij de aansluiting betrokken zijn verder van toepassing, voor zover ze ze niet strijdig zijn met dit reglement. HOOFDSTUK VI. - Aansluitingsprocedure op laagspanning Afdeling 1. - Aansluitingsaanvraag Art. 94.§ 1. Elke aanvraag tot het bekomen van een aansluiting op laagspanning wordt schriftelijk ingediend bij de distributienetbeheerder volgens de tot dat einde bekendgemaakte procedure overeenkomstig artikel 12 van dit reglement. Ze kan ook per telefoon worden uitgevoerd, voor zover de distributienetbeheerder een ontvangbewijs stuurt. § 2. De distributienetbeheerder moet binnen tien dagen antwoorden op elke aansluitingsaanvraag. Voor vermogens van 10 kVA of minder en voor zover de aanvraag volledig is, geeft hij binnen bovenvermelde termijn kennis van de tekst van zijn standaardreglement dat deze materie regelt. Ook de technische en financiële aansluitingsvoorwaarden en de vermoedelijke aansluitingstermijn worden nader bepaald in dat schrijven. Als hij, voor vermogens boven 10 kVA en gelijk aan 56 kVA of minder, binnen die termijn geen aansluitingsvoorstel kan overleggen, stuurt hij binnen dezelfde termijn een bericht van ontvangst en legt hij het voorstel binnen de tien volgende dagen over. Deze termijnen worden verlengd als een afwijkingsaanvraag voor niet-ingraving bij de CWaPE wordt ingediend volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 25. § 3. Voor vermogens boven 56 kVA kan de distributienetbeheerder naar gelang van de configuratie van zijn net dezelfde procedure van oriënterings- en/of detailonderzoek opleggen als die voorzien in de aansluitingsprocedure op hoogspanning. § 4. De distributienetbeheerder bepaalt het soort aansluiting naar gelang van de configuratie van zijn net : bovengronds, ondergronds of gemengde. Als de aansluiting ondergronds of gemengd is, wordt de greppel op privé- domein voor rekening van de aanvrager uitgegraven. De aanvrager kan ervoor zorgen voor zover hij de specificaties van de netbeheerder nauwkeurig naleeft. § 5. Voor nieuwe aansluitingen van gebouwen gelegen op meer dan 25 m van de weg, alsook voor doorgaans onbewoonde gebouwen, kan de distributinetbeheerder eisen dat de telvoorzieningen langs de weg geplaatst worden, in een beschutting conform de toepasselijke specificaties en voor rekening van de netgebruiker. Art. 95.§ 1. Als de aansluiting een netuitbreiding vereist, valt de kost van deze uitbreiding ten laste van de aanvrager, behalve als het gaat om een huis gebouwd langs de weg in een woongebied, woongebied met een landelijk karakter of woonuitbreidingsgebied en buiten verkaveling of daaarmee gelijkgesteld (grondplan, onverdeeldheid, gegroepeerd habitat of soortgelijke handeling van commerciële aard). § 2. Voor de gebouwen en de verkavelingen waarvan het sociaal karakter officieel erkend is, vallen de netuibreidingen ten laste van de netbeheerders. Wat de sociale verkavelingen betreft, geldt hetzelfde voor de elektrificatie van de verkaveling, behalve de aansluitingen van de woningen. In geval van toepassing van deze paragraaf, zijn de terbeschikkingstellingen bedoeld in de artikelen 58 en 59 altijd gratis. § 3. Voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2 worden gegroepeerde woningen in de zin van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Erfgoed en Energie met verkavelingen gelijkgesteld. § 4. Wat betreft de aansluiting van een distibutienetgebruiker boven 10 kVA, moet de aansluiting binnen dertig kalenderdagen uitgevoerd worden, voor zover alle vereiste vergunningen en machtigingen verleend werden. Afdeling 2. - Aaanvraag tot tijdelijke aansluiting Art. 96.§ 1. Een aanvraag tot tijdelijke aansluiting is van toepassing : - als de aansluiting wordt gebruikt voor de voeding van installaties op bouwgronden of manifestaties, en - als het gebruik van de aansluiting in de tijd streng beperkt is of als de aansluiting, na een beperkte periode, door een permanente aansluiting wordt vervangen, en - als de distributienetbeheerder vindt dat een uitbreiding/versterking van het distributienet niet nodig is. § 2. Elke aanvraag tot tijdelijke aansluiting wordt bij de distributienetbeheerder ingediend. Ze bevat de nodige gegevens, met name : - identificatie van de aanvrager; - plaats, gewenste indienststellingsdatum en duur; - vereist vermogen; - leverancier (met afschrift van het contract). De distributienetbeheerder gaat binnen vijf dagen na of de aanvraag volledig is en wijst de aanvrager op de ontbrekende informatie. § 3. De distributiebeheerder geeft een antwoord op een aanvraag tot tijdelijke aansluiting binnen vijf werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag : - met een bindend aanbod, dat ook de aansluitingsvoorwaarden en de EAN-GSRN van het toegangspunt of van de toegangspunten van de aansluiting bevat; - of met een schriftelijk antwoord waarin wordt opgemerkt dat de aanvraag niet voldoet aan de omschrijving van een tijdelijke aansluiting, waarbij hij de reden opgeeft; - of met een schriftelijk gemotiveerde weigering van de aanvraag, waarvan hij een afschrift aan de CWaPE overmaakt. § 4. Voor buitenevenementen van korte duur (kermissen, plaatselijke feesten...), kan de distributienetbeheerder, als de procedure omschreven in de §§ 1 tot 3 niet van toepassing is, ingaan op aansluitingsaanvragen met inachtneming van de volgende voorwaarden : - de distributienetbeheerder sluit een akkoord met de leverancier om dit soort levering te dekken; - dat akkoord voorziet in de modaliteiten volgens dewelke de eindafnemer de verbruikte energieën via de distributienetbeheerder aan de leverancier betaalt; - de distributienetbeheerder staat in voor de interface met de aanvrager, met inbegrip van de terugvordering van de kost van de verbruikte energie. In afwijking van dit reglement wordt voor dit soort aansluiting geen toegangsaanvraag vereist, noch een specifieke EAN-code of een inschrijving in het toegangsregister van de distributienetbeheerder. Afdeling 3. - Inschakeling van de aansluiting Art. 97.§ 1. Alleen de distributienetbeheerder is gemachtigd de aansluiting onder spanning te brengen en de werken uit te voeren tot en met het eerste onderbrekingsorgaan, behalve andersluidende bepaling tussen partijen. De maximumtermijn voor de inschakeling na de realisatie van de aansluiting bedraagt drie werkdagen, te rekenen van de inschrijving van een leverancier in het toegangsregister. § 2. Alleen de distributienetbeheerder is gerechtigd op te treden op het eerste onderbrekingsorgaan en op het aansluitingsgedeelte stroomopwaarts daarvan. Art. 98.Het tracé van de aansluiting alsmede de plaats en de karakteristieken van de samenstellende delen zijn conform de reglementen van de distributienetbeheerder zodat de algemene veiligheid en de normale werking van de deelelementen van de aansluiting gewaarborgd zijn en dat de verbruiksopnamen, het toezicht, het nazicht en het onderhoud gemakkelijk kunnen geschieden. Art. 99.§ 1. De doorgang van de aansluitingskabel door de muur van het gebouw kan aan de distributienetgebruiker of de eigenaar van het betrokken gebouw worden toevertrouwd met inachtneming van de aanwijzingen van de distributienetbeheerder; hetzelfde geldt voor het uitgraven van de greppel op privégrond. § 2. De ondergrondse aansluitingskabel dient over de hele lengte van de muurdoorvoer mechanisch te worden beschermd door een mantelbuis vervaardigd uit polyvinylchloride, polyethyleen, vezelcement of andere middelen die minstens gelijkwaardig zijn. § 3. De muurdoorvoer wordt door de distributienetgebruiker of de eigenaar van het gebouw water- en gasdicht gemaakt. HOOFDSTUK VII. - Gebruik, onderhoud en conformiteit van de aansluiting Afdeling 1. -

Art. 100

.De distributienetgebruiker treft de nodige voorzorgen om iedere beschadiging aan de aansluiting te voorkomen. Art. 101.De distributienetgebruiker of de eigenaar dient de distributienetbeheerder onmiddellijk op de hoogte te stellen van elke beschadiging, afwijking of niet-conformiteit aan de wettelijke of reglementaire voorschriften die hij redelijkerwijze kan vaststellen. Afdeling 2. - Gebruik van installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet Art. 102.De installatie van de distributienetgebruiker die functioneel deel uitmaakt van het distributienet voor doorvoer van energie naar andere distributienetgebruikers wordt ter beschikking van de distributienetbeheerder gesteld volgens de modaliteiten omschreven in artikel 17. Afdeling 3. - Gebruik en onderhoud van laagspanningsaansluitingen Art. 103.De distributienetbeheerder staat in voor het onderhoud en de goede en veilige werking van de aansluitingsuitrustingen gelegen tussen zijn net en het eerste onderbrekingsorgaan, dit laatste inbegrepen. De onderhouds- en herstellingskosten voor die uitrustingen en het eerste onderbrekingsorgaan blijven te zijnen laste. De vernieuwing van voornoemde uitrustingen wegens ouderdom blijven ook te zijnen laste, behalve schade veroorzaakt door de gebruiker, aanvraag tot vermogensverhoging of wijziging van de installaties van van laatstgenoemde. Voor het deel van de aansluiting binnen de woning beperkt de verantwoordelijkheid van de distributienetbeheer zich tot de vervanging van de kabel nadat de gebruiker de kabel volledig toegankelijk gemaakt heeft; hetzelfde geldt voor de ondergrondse aansluitingen, op privé grond. Voor appartementsgebouwen beperkt de verantwoordelijkheid van de distributienetbeheerder zich tot het vervangen van de kabel vanaf het net tot het eerste onderbrekingsorgaan, voor zover het geplaatst is in het lokaal dat ter beschikking staat van de distributienetbeheerder, of tot de eerste toegankelijke klemmen in het lokaal bij gebrek aan onderbrekingsorgaan. Art. 104.Een uitschakeling van de aansluiting kan enkel uitgevoerd worden door de distributienetbeheerder of een door hem behoorlijk gemachtigde persoon. Die uitschakeling mag pas worden uitgevoerd na voorafgaande informatie aan de gebruiker binnen de in de artikelen 134 tot 136 bedoelde termijnen. Art. 105.In geval van gewijzigde afname- of injectiekenmerken of van wijzigingen, toe te schrijven aan de distributienetgebruiker, ten opzichte van de omstandigheden die golden op het ogenblik van de uitvoering van de aansluiting en die niet overeengekomen zijn overeenkomstig artikel 91, kan de distributienetbeheerder, onverminderd de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de definitieve regularisatie van de toestand, de aansluiting wijzigen op kosten van de distributienetgebruiker of van de eigenaar van het betrokken vastgoed om de algemene veiligheid van het net te vrijwaren. Art. 106.De aansluiting mag slechts met de toestemming van de distributienetbeheerder worden ingewerkt en dient in dit geval doeltreffend beschermd te worden. Toezicht moet altijd mogelijk zijn. Art. 107.De eigenaar van het vastgoed zorgt ervoor dat de betrokken muren waterdicht blijven. Hij zorgt er ook voor om op zijn eigendom de toegang tot de aansluitingskabel vrij te houden en neemt de nodige maatregelen om elk ongeval te voorkomen. In dit kader snoeit hij op eigen kosten de takken die de aansluiting zouden kunnen beschadigen. Art. 108.De automatische schakelaar van de aansluiting mag bediend worden door de distributienetgebruiker, behalve wanneer een verzegeling of een andere contra-indicatie aangebracht werd door de distributienetbeheerder. Afdeling 4. - Conformiteit van de installaties en aansluiting van de netgebruiker Art. 109.Vóór het inschakelen van een aansluiting, of na elke belangrijke wijziging van zijn installatie en/of na elke vermogensversterking, levert de distributienetgebruiker de distributienetbeheerder het bewijs dat zijn installaties aan de toepasselijke wettelijke of reglementaire verplichtingen voldoen. Dat bewijs wordt geleverd bij een verslag van een erkend orgaan in de zin van het AREI, of door een daartoe gemachtigde overheid. Art. 110.Indien er twijfel bestaat, kan de distributienetbeheerder de conformiteit van de aansluiting en de installaties van de distributienetgebruiker met de voorschriften van dit reglement en het aansluitingscontract onderzoeken en beoordelen, alsook de eventuele schade of hinder die het niet in overeenstemming zijn van de aansluiting of installatie kan berokkenen aan de installaties van de distributienetbeheerder of aan de installaties van een andere distributienetgebruiker en/of aan de kwaliteit van de door die laatste geleverde spanning. Art. 111.§ 1. Om de conformiteit van de aansluiting en van de installaties van een distributienetgebruiker met de bepalingen van dit reglement en het aansluitingscontract te onderzoeken kan de distributienetbeheerder op eigen initiatief of op vraag van een derde partij testen op de installaties uitvoeren. § 2. Na overleg komen de distributienetbeheerder en de betrokken distributienetgebruiker de procedure, de planning en de in te zetten middelen met het oog op de uitvoering van de in § 1 bedoelde proeven overeen. § 3. Binnen de maand volgend op de proeven uitgevoerd door of in opdracht van de distributienetbeheerder maakt de distributienetbeheerder, voor zover de gegevens van dit rapport niet vertrouwelijk zijn, een rapport over aan de betrokken partij(en). § 4. Indien het onderzoek en/of de proeven aantonen dat een installatie niet voldoet aan de vereisten van dit reglement of van het aansluitingscontract, maant de distributienetbeheerder de gebruiker aan om de vereiste wijzigingen binnen een redelijke termijn aan te brengen. § 5. Indien de distributienetgebruiker de in § 4 bedoelde aanpassingen niet binnen de voorgeschreven termijn heeft aangebracht, kan de distributienetbeheerder, na een laatste aanmaning, met kopie aan de CWaPE, de voorziening onderbreken aan het einde van de termijn vastgelegd in die laatste aanmaning. Art. 112.De eigenaar van de installatie of de betrokken distributienetgebruiker draagt de kosten voor het onderzoek en/of de proeven die de inbreuk onthuld hebben, evenals de kosten voor de nieuwe proeven die uitgevoerd worden nadat de veranderingen aan de installatie zijn aangebracht. Indien geen inbreuk is onthuld, zijn de proeven op kosten van diegene die ze aangevraagd heeft. Art. 113.Behoudens andersluidende overeenkomst tussen de betrokken partijen, heeft de distributienetbeheerder het recht de aansluiting uit te schakelen indien de aanpassingen niet zijn uitgevoerd binnen een termijn van tien dagen na de aanmaning. Art. 114.De distributienetbeheerder kan eisen dat de distributienetgebruiker maatregelen treft en deze bekostigt om te voorkomen dat ten gevolge van de werking van de installaties van de distributienetgebruiker het toelaatbaar niveau van storingen bedoeld in artikel 49 wordt overschreden. Art. 115.§ 1. Een distributienetgebruiker die zelf proeven wenst uit te voeren of te laten uitvoeren op de aansluiting of op zijn installaties die een niet verwaarloosbare invloed hebben op het distributienet, op de aansluiting(

  1. en)of op de installaties van een andere distributienetgebruiker, moet daartoe de voorafgaande schriftelijke goedkeuring bekomen van de distributienetbeheerder. Elke aanvraag dient gemotiveerd te zijn en vermeldt de installatie(
  2. s)waarop de proeven betrekking hebben, de aard en de technische gegevens van de proeven, de procedure (onder meer wie de proeven uitvoert) en de planning. § 2. Op basis van de gegevens die deze aanvraag bevat, beslist de distributienetbeheerder over de opportuniteit van deze aanvraag en komt hij, in voorkomend geval, de planning van de aangevraagde proeven overeen met de aanvrager. Hij verwittigt de partijen die volgens hem bij de gevraagde proeven betrokken zijn. Art. 116.Een aansluitingsinstallatie en/of een installatie van een distributienetgebruiker die reeds bestond vóór de inwerkingtreding van dit reglement en die niet voldoet aan de voorschriften van dit reglement, kan worden gebruikt in de staat waarin ze zich bevindt : - tijdens 5 jaar indien de niet-conformiteit, in normale werkingsomstandigheden van het net, geen schade kan berokkenen aan het distributienet, aan de distributienetbeheerder, aan een andere distributienetgebruiker of aan elke andere persoon; - tijdens 15 jaar indien de niet-conformiteit in geen geval, ongeacht de gebruiksvoorwaarden, schade berokkent aan het distributienet, aan de distributienetbeheerder, aan een andere distributienetgebruiker of aan elke andere persoon. Art. 117.Een aansluitingsinstallatie en/of een installatie van een netgebruiker die reeds bestond vóór de inwerkingtreding van dit reglement en die schade berokkent of zou kunnen berokkenen aan het distributienet, aan de beheerder van het lokale transmissienet, aan een andere gebruiker van het lokale transmissienet of aan elke andere persoon, moet zo snel mogelijk in conformiteit worden gebracht door degene die ervoor verantwoordelijk is, in voorkomend geval, na ingebrekestelling van de netbeheerder. Art. 118.§ 1. Elke netgebruiker die op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit niet beschikt over een aansluitingscontract afgesloten overeenkomstig dit besluit, dient volgende maatregelen te nemen om : 1° zich ervan vergewissen dat zijn installaties aan dit reglement voldoen;2° zich ervan vergewissen dat zijn installaties geen schade berokkenen of zouden kunnen berokkenen aan het distributienet, aan de distributienetbeheerder, aan een andere distributienetgebruiker of aan ieder andere persoon;3° contact opnemen met de netbeheerder om elke nuttige informatie te verkrijgen en onderhandelingen op te starten om aansluitingscontracten overeenkomstig deze Titel uit te werken;4° een plaatsbeschrijving van de installaties bedoeld in de punten 1° en 2° opmaken en de voorgenomen maatregelen en de indicatieve termijnen voor de uitvoering voorstellen om eventueel aan de niet-conformiteit te verhelpen. § 2. Indien de netbeheerder de plaatsbeschrijving en de in § 1 bedoelde maatregelen niet binnen een redelijke termijn ontvangen heeft, neemt hij het initiatief om de betrokken netgebruiker te contacteren en verzoekt hij hem erom deze elementen zo spoedig mogelijk over te maken. § 3. Vóór het vaststellen van een aansluitingscontract voor de bestaande aansluitingen blijven de overeenkomsten die de bij die aansluiting betrokken partijen voorheen hebben vastgesteld, geldig voor zover ze niet strijdig zijn met dit reglement. § 4. Indien nodig stelt de CWaPE de Waalse Regering een planning voor om de aansluitingscontracten in orde te brengen. Afdeling 5. - Wegneming van een aansluiting Art. 119.Elke aansluiting kan worden weggenomen op aangetekend verzoek van de eigenaar van het betrokken vastgoed en na verificatie door de distributienetbeheerder dat geen enkele distributienetgebruiker er nog gebruik van maakt. Art. 120.De kosten voor de verwijdering van een aansluiting, evenals de kosten voor het herstel van de lokalen, de toegangswegen en de terreinen in hun oorspronkelijke staat, zijn ten laste van de eigenaar van de betrokken installaties. Art. 121.De distributienetbeheerder heeft het recht, mits voorafgaande kennisgeving aan de eigenaar van het betrokken vastgoed, om elke aansluiting die meer dan een jaar niet meer gebruikt werd weg te nemen of af te koppelen, behalve indien de distributienetgebruiker verklaart dat de aansluiting voor noodvoeding dienstig kan zijn of indien hij wenst die aansluiting te behouden voor de uitvoering van onderzochte projecten. In dit laatste geval draagt hij in de onderhoudskosten bij volgens met de distributienetbeheerder overeen te komen modaliteiten. TITEL IV. - Toegangscode HOOFDSTUK I. - Aanwijzing van leverancier en evenwichtsverantwoordelijke Art. 122.§ 1. Vóór de indiening van een toegangsaanvraag bij de distributienetbeheerder volgens de modaliteiten van hoofdstuk II van deze titel, moet een leveringscontract met een minimale duur van drie maanden worden afgesloten tussen de distributienetgebruiker, de eindafnemer, een leverancier houder van een geldige voorzieningsvergunning (behalve als de leverancier de distributienetbeheerder
  3. is)en, in voorkomend geval, een evenwichtsverantwoordelijke, per toegangspunt, in het geval van een levering. Indien, zoals dit doorgaans het geval is, de leverancier zijn eigen evenwichtsverantwoordelijke heeft/is, ondertekent de eindafnemer het contract alleen met de door hem gekozen leverancier. De distributienetbeheerder wordt daarvan op de hoogte gebracht bij de indiening van de toegangsaanvraag. De minimum duur van drie maanden is niet van toepassing voor de tijdelijke aansluitingen. § 2. In afwijking van § 1, kan de eindafnemer HS per toegangspunt één evenwichtsverantwoordelijke aanwijzen alsook meerdere leveranciers die houder zijn van een geldige voorzieningsvergunning. Daartoe sluit hij een contract met één van de leveranciers voor wie hij alle bij dit technisch reglement opgelegde verplichtingen nakomt. In de rest van de tekst wordt die leverancier « de hoofdleverancier » genoemd. De verantwoordelijkheid van de distributienetbeheerder beperkt zich tot de globale maatregel terwijl de hoofdleverancier zelf zorgt voor de verdeling van de verbruiken onder de leveranciers van het toegangspunt. Die bepaling is slechts toepasselijk wanneer de belastingskurve gemeten is (zie titel V). § 3. De distributienetbeheerder houdt een toegangsregister waarin voor elk door één enkele EAN-GSRN-code gekenmerkt toegangspunt de volgende gegevens opgenomen zijn : - de naam van de distributienetgebruiker, houder van de aansluiting (vanaf de volgende versie van het MIG); - de partijen aangewezen als leverancier en evenwichtsverantwoordelijke; - het type eindafnemer (woonachtig residentieel, niet woonachtig residentieel of niet residentieel); - desgevallend, de NACE-code en/of het bedrijfsnummer (vanaf de volgende versie van het MIG); - voor de toeganspunten zonder registratie van het verbruiksprofiel, de profielcategorie en het jaarlijks standaardverbruik of het maandelijks standaardverbruik of het forfaitair bepaalde verbruik; - voor de toegangspunten met een jaarlijkse opname de maand van de opname; - de tariefgroep. - het aansluitvermogen en het spanningsniveau; - in voorkomend geval, het vermogen waarop ingeschreven wordt. De elementen 2, 3, 4 en 5 van deze paragraaf worden bijgewerkt op grond van de gegevens die door de leverancier ingediend worden. Op grond van dat toegangsregister kan de distributienetbeheerder zijn opdrachten vervullen. Als de distributienetbeheerder structurele wijzigingen op de toegangspunten doorvoert die een impact hebben op de in het toegangsregister beheerde velden, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel (bijvoorbeeld wijzigingen tijdens de maand van de opmeting van de teller, de tariefcodes...), dient de distributienetbeheerder de leverancier minstens een maand op voorhand te verwittigen. De distributienetbeheerder deelt binnen maximum tien dagen zijn EAN-nummer mee aan elke gebruiker die er schriftelijk om verzoekt. De gebruiker vermeldt zijn tellernummer in zijn aanvraag. Er is maar één EAN-code per aansluiting, behalve de uitzondering bedoeld in artikel 123, § 3. Daarentegen kunnen verschillende BT-aansluitingen (voornamelijk voor forfaitaire verbruiken) van eenzelfde gebruiker die bij dezelfde distributienetbeheerder gelokaliseerd worden onder één enkel EAN-nummer worden bijeengebracht (bijvoorbeeld, openbare verlichting), mits instemming van de distributienetbeheerder. In geval van opsplitsing van EAN is een latere hergroepering niet meer mogelijk. § 4. De distributienetbeheerder maakt elke maand een momentopname (snapshot) van het toegangsregister om de gegeve

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.