📄 Wettekst
26 JANUARI 2024. - Decreet over de programmatische aanpak stikstof (1)
Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet over de programmatische aanpak stikstof HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen, definities en doelstellingen Afdeling 1. - Algemene bepalingen en definities
Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder: 1° achtergronddepositie: de totale stikstofdepositie die actueel aanwezig is; 2° AEA-lijst: de lijst van ammoniakemissiearme stalsystemen en technieken, vermeld in bijlage I bij het
ministerieel besluit van 19 maart 2004Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
19/03/2004
pub.
14/10/2004
numac
2004036442
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Ministerieel besluit houdende vaststelling van de lijst van ammoniakemissiearme stalsystemen in uitvoering van artikel 1.1.2 en artikel 5.9.2.1bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne
sluiten houdende vaststelling van de lijst van ammoniakemissiearme stalsystemen in uitvoering van artikel 1.1.2 en artikel 5.9.2.1bis van titel II van het VLAREM; 3° AEA-stal: een ammoniakemissiearme stal die conform artikel 5.9.2.1bis van titel II van het VLAREM gebouwd is volgens staltechnieken die als ammoniakemissiearm werden of worden beschouwd; 4° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);5° ammoniakemissiereducerende maatregel: een maatregel van de AEA-lijst, alsook elke andere wetenschappelijk gevalideerde maatregel voor veehouderijen of mestverwerkingsinstallaties, waarvan door de minister, door de Vlaamse Regering of in een decreet, vastgesteld is dat de toepassing van de maatregel in kwestie een reductie van de ammoniakemissie veroorzaakt en waarbij het ammoniakemissiereducerend vermogen van de maatregel in kwestie door de minister, door de Vlaamse Regering of in een decreet gekwantificeerd is;6° ANB: het Agentschap voor Natuur en Bos, vermeld in artikel 1 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten7 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Natuur en Bos;7° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen: a) een aangetekende brief;b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;c) een zending via het digitale platform voor de indiening en behandeling van vergunningsaanvragen, meldingen en beroepen, dat de Vlaamse administratie ter beschikking stelt;d) een verzending via het internetloket dat de afdeling Mestbank van de VLM ter beschikking stelt voor communicatie van en met de afdeling;e) een verzending via een internetloket dat de VLM ter beschikking stelt voor de andere communicatie van en met de VLM dan de communicatie van en met de afdeling Mestbank;f) elke andere betekeningswijze die door de Vlaamse Regering toegestaan is, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;8° biologisch bedrijf: veehouderij die de biologische productie toepast overeenkomstig verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr.834/2007 van de Raad; 9° deelzone: een deel van een of meer speciale beschermingszones die aangewezen zijn met toepassing van de Habitatrichtlijn (SBZ-H), dat landschapsecologisch, en in het bijzonder ecohydrologisch, een min of meer homogene zone vormt.Een deelzone kan een bundeling omvatten van een aantal van de ruimtelijk gescheiden deelgebieden, of onderdelen ervan, waaruit de SBZ-H bestaan; 10° deNOx-technieken: NOx-verwijderingstechnieken;11° exploitant: de houder van een vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit;12° extern salderen: voor de berekening van de totale stikstofemissie en -depositie, bij de ammoniakemissies van een veehouderij of mestverwerkingsinstallatie respectievelijk de NOx-emissies van een stationaire bron of mobiliteitsgerelateerd project, de vergunde ammoniakemissies van een andere veehouderij of mestverwerkingsinstallatie respectievelijk de vergunde NOx-emissies van een andere stationaire bron, die op een andere locatie volledig of gedeeltelijk definitief worden stopgezet, in mindering brengen;13° gemiddelde veebezetting: het gemiddelde aantal dieren dat op jaarbasis aanwezig is in een exploitatie, stal of inrichting; 14° IIOA: een ingedeelde inrichting of activiteit als vermeld in artikel 5.1.1, 8°, van het DABM; 15° INBO: het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, vermeld in artikel 1 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten7 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek;16° kritische depositiewaarde: de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitattype significant wordt aangetast door de eutrofiërende of verzurende invloed van atmosferische stikstofdepositie; 17° landcommissie: een landcommissie als vermeld in artikel 2.2.1 van het
decreet van 28 maart 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
28/03/2014
pub.
22/08/2014
numac
2014035709
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de landinrichting
sluiten betreffende de landinrichting; 18° lastenboek bio: de beschrijving van het geheel aan regels waaraan bedrijven met een biologische productiemethode moeten voldoen.Die bedrijven moeten zich daarvoor laten controleren en certificeren door een erkend controleorgaan; 19° melding: een melding die gedaan is conform de bepalingen van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning of het decreet van 15 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, voor de exploitatie van een IIOA van de derde klasse als vermeld in artikel 5.2.1 van het DABM; 20° melkvee: dieren van de diersoort rundvee die vallen onder een van de diercategorieën, vermeld in artikel 27, § 1, eerste lid, 1°, a), van het Mest
decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/12/2006
pub.
29/12/2006
numac
2006037097
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen
sluiten;21° Mestbankaangifte: de aangifte, vermeld in artikel 23 van het Mest
decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/12/2006
pub.
29/12/2006
numac
2006037097
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen
sluiten;22° mestkalveren: dieren van de diercategorie mestkalveren, vermeld in artikel 27, § 1, eerste lid, 1°, b), van het Mest
decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/12/2006
pub.
29/12/2006
numac
2006037097
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen
sluiten; 23° mestverwerkingsinstallatie: een bewerkings- of verwerkingseenheid als vermeld in artikel 23, § 1, eerste lid, 3°, van het Mest
decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/12/2006
pub.
29/12/2006
numac
2006037097
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen
sluiten, met uitzondering van de inrichtingen voor de bewerking of verwerking van dierlijke mest als vermeld in rubriek 9.3 tot en met 9.8 van de indelingslijst die opgenomen is in bijlage 1 bij titel II van het VLAREM; 24° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur;25° mobiliteitsgerelateerd project: een vergunningsplichtig verkeersdragend infrastructuurproject of een vergunningsplichtig verkeersgenererend project;26° Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten: het
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;27° NH3-N: NH3 of ammoniak, uitgedrukt als elementair stikstof;28° NOx of stikstofoxiden: stikstofmonoxide en stikstofdioxide, uitgedrukt als stikstofdioxide;29° NOx-N: NOx of stikstofoxiden, uitgedrukt als elementair stikstof;30° NOx-reducerende technieken: procesgeïntegreerde technieken die de vorming van NOx reduceren;31° passend beheer: het beheer dat vastgesteld is in goedgekeurde natuurbeheerplannen als vermeld in artikel 16octies van het Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten, of in daarmee vergelijkbare plannen of vergelijkbare overeenkomsten, dat vereist is om binnen de SBZ-H in kwestie de gunstige staat van instandhouding te bereiken voor de stikstofgevoelige habitattypes waarvoor die SBZ-H is aangewezen;32° passende beoordeling: de beoordeling, vermeld in artikel 36ter, § 3, van het Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten of in artikel 19, derde lid, van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende complexe projecten; 33° perceelnummer: het perceelnummer, vermeld in artikel 1.1.7, tweede lid, van de VLAREME van 28 oktober 2016; 34° pluimveehouderij: een vergunningsplichtige inrichting als vermeld in rubriek 9.3.1 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, waarin pluimvee gefokt of gehouden wordt, of een vergunningsplichtige gemengde inrichting als vermeld in rubriek 9.5 van dezelfde indelingslijst, voor zover er dieren als vermeld in rubriek 9.3.1 van dezelfde indelingslijst worden gefokt of gehouden; 35° rundveehouderij: een vergunningsplichtige inrichting als vermeld in rubriek 9.4.2 of 9.4.3 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, waarin mestkalveren of andere runderachtigen gefokt of gehouden worden, of een vergunningsplichtige gemengde inrichting als vermeld in rubriek 9.5 van dezelfde indelingslijst, voor zover er runderachtigen worden gefokt of gehouden; 36° SBZ-H: een of meer van de volgende gebieden: a) een gebied dat aangewezen is door de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 4, lid 4, van de Habitatrichtlijn of, in afwachting van die aanwijzing, een gebied dat met toepassing van die richtlijn door de Vlaamse Regering definitief is vastgesteld krachtens artikel 36bis, § 6, van het Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten of dat geacht wordt definitief te zijn vastgesteld krachtens artikel 36bis, § 12, van het voormelde decreet;b) een gebied dat aangewezen is door het Waalse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of door een andere lidstaat van de Europese Unie met toepassing van artikel 4, lid 4, van de voormelde richtlijn of, in afwachting van die aanwijzing, een gebied dat voorgesteld is door een van beide gewesten of door een andere lidstaat met toepassing van artikel 4, lid 1, van de voormelde richtlijn, dat door de Europese Commissie van communautair belang is verklaard met toepassing van artikel 4, lid 2, van de voormelde richtlijn;37° titel II van het VLAREM: het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne; 38° varkenshouderij: een vergunningsplichtige inrichting als vermeld in rubriek 9.4.1 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, waarin varkens of gespeende biggen gefokt of gehouden worden, of een vergunningsplichtige gemengde inrichting als vermeld in rubriek 9.5 van dezelfde indelingslijst, voor zover er varkens of gespeende biggen worden gefokt of gehouden; 39° veehouderij: een vergunningsplichtige IIOA als vermeld in rubriek 9 van de indelingslijst van bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, voor zover er dieren worden gehouden die behoren tot een diersoort die opgenomen is in de lijst, vermeld in artikel 27, § 1, van het Mest
decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/12/2006
pub.
29/12/2006
numac
2006037097
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen
sluiten;40° vergunningsplichtig verkeersdragend infrastructuurproject: een vergunningsplichtig project met als hoofddoel de mobiliteit wijzigen, waarbij verkeersdragende infrastructuur wordt aangelegd of gewijzigd, waarbij de capaciteit van het verkeer door de wijziging wordt verhoogd;41° vergunningsplichtig verkeersgenererend project: een vergunningsplichtig project dat geen verkeersdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project; 42° Vlaamse administratie: een Vlaamse administratie als vermeld in artikel I.3, 2°, van het Bestuurs
decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten3; 43° vleesvee: dieren van de diersoort rundvee als vermeld in de tabel die opgenomen is in artikel 27, § 1, eerste lid, van het Mest
decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/12/2006
pub.
29/12/2006
numac
2006037097
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen
sluiten, die geen mestkalveren of melkvee zijn;44° VLM: de Vlaamse Landmaatschappij, vermeld in artikel 2 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij; 45° VMM: de Vlaamse Milieumaatschappij, vermeld in artikel 10.2.1 van het DABM. Tenzij bij dit decreet een andersluidende definitie is bepaald, zijn de volgende definities van toepassing in dit decreet : 1° de definities, vermeld in artikel 1.1.2 en 5.1.1 van het DABM; 2° de definities, vermeld in artikel 2 van het Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten;3° de definities, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning. Art. 3.§ 1. De impactscore van een project is de hoogste procentuele verhouding van de totale stikstofdepositie van een project tegenover de kritische depositiewaarde van de al dan niet actueel aanwezige Europees te beschermen habitats in de toetszone van het project, die wordt bepaald met toepassing van het tweede tot en met het vierde lid.
Bij de bepaling van de impactscore worden alleen locaties in aanmerking genomen waarvan de kritische depositiewaarde van een al dan niet actueel aanwezige Europees te beschermen habitat als gevolg van de achtergronddepositie wordt overschreden, of door de cumulatie van de achtergronddepositie en het project zou worden overschreden.
De toetszone is het geheel van de volgende locaties, voor zover die liggen binnen SBZ-H en binnen een straal van 20 kilometer van de emissiebron: 1° de locaties van de actueel aanwezige Europees te beschermen habitats;2° de locaties van de tot doel gestelde Europees te beschermen habitats op terreinen onder passend beheer;3° de zoekzones, vermeld in artikel 2, 70°, van het Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten voor de Europees te beschermen habitats.Daarvoor worden de zoekzones gebruikt van de zoekzonekaart versie 0.2 zoals gepubliceerd op 14 september 2015, vermeld in artikel 36ter, § 1, zesde lid, van het voormelde decreet, of van de zoekzonekaart die in voorkomend geval overeenkomstig artikel 50septies, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet aangepast is.
In dit artikel worden verstaan onder Europees te beschermen habitats: de habitats, vermeld in artikel 2, 62°, van het Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten, voor zover het gaat om stikstofgevoelige habitats als vermeld in artikel 2, 74°, van hetzelfde decreet waarvoor de SBZ-H in kwestie is aangewezen. § 2. De Vlaamse administratie werkt binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit decreet een onlinetoepassing uit en stelt die ter beschikking om de impactscore te berekenen.
De berekening van de impactscore, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is het resultaat van de impactscoreberekening die uitgevoerd is met de onlinetoepassing, zodra de Vlaamse administratie die ter beschikking stelt. § 3. Behoudens voor de identificatie van de piekbelasters, vermeld in artikel 17, worden voor de berekening van de impactscore in de onlinetoepassing de volgende modellen en databronnen gebruikt: 1° de meest recente biologische waarderingskaart en habitatkaart voor de locaties, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1° ;2° de meest recente kaart met het passend beheer voor de locaties, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 2° ;3° de zoekzones van de zoekzonekaart van 2015, vermeld in artikel 36ter, § 1, zesde lid, van het Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten, of van de zoekzonekaart die in voorkomend geval overeenkomstig artikel 50septies, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet aangepast is;4° de meest recente versie van de kaart met achtergronddepositie (het Vlaamse Operationeel Prioritaire Stoffenmodel of VLOPS-model);5° de meest recente versie van het model dat de depositie ten gevolge van het aangevraagde project berekent (het Immissie Frequentie Distributie Model of IFDM); 6° de ammoniakemissiefactoren die zijn vastgelegd in de recentste versie van de Bijlage Richtlijnenboek Landbouwdieren, opgesteld ter uitvoering van artikel 4.6.2, § 1 en § 3, van het DABM. Voor de berekening van de impactscore worden voor het project in kwestie, per stikstofemissiebron, de volgende projectgebonden gegevens gebruikt: 1° de kenmerken van de emissiepunten;2° in voorkomend geval de gebruikte emissiereducerende technieken. Afdeling 2. - Doelstellingen
Art. 4.§ 1. Dit decreet heeft als doel bij te dragen aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen voor Europees beschermde natuur door de impact van stikstofdepositie op SBZ-H structureel en planmatig terug te dringen.
Dit decreet beoogt tevens een efficiënte en stabiele vergunningverlening. § 2. Om de doelstelling, vermeld in paragraaf 1, te realiseren worden de ammoniakemissies en de NOx-emissies gereduceerd zodat de totale jaarlijkse emissie van het Vlaamse Gewest uiterlijk tegen 31 december 2030 beperkt is tot: 1° 21.800 ton NOx-N waardoor een reductie gerealiseerd wordt van 45,0% NOx; 2° 21.300 ton NH3-N waardoor een reductie gerealiseerd wordt van 40,3% NH3.
Die reducties worden berekend ten opzichte van de gerapporteerde emissies voor het referentiejaar 2015, zoals gerapporteerd door de VMM overeenkomstig artikel 2.10.4.1 van titel II van het VLAREM. De totale emissie omvat alle emissiebronnen van het Vlaamse Gewest. De emissies van vliegtuigen, buiten de landings- en startcyclus, worden niet in rekening gebracht.
Als de methodiek waarmee de jaaremissies voor het referentiejaar 2015 of de emissieprognoses voor 2030 worden berekend, zou worden aangepast, kan de Vlaamse Regering de reductiedoelstellingen, vermeld in het eerste lid, aanpassen, op voorwaarde dat aangetoond kan worden dat daardoor een gelijkwaardige effectieve depositiereductie wordt gerealiseerd zoals op het moment van de inwerkingtreding van dit decreet beoogd als gevolg van de reductiedoelstellingen, vermeld in het eerste lid. § 3. Om de emissiereducties, vermeld in paragraaf 2, en een reductie van de varkensstapel met 30% te realiseren, worden de volgende reducties gerealiseerd door veehouderijen: 1° voor varkens en pluimvee in niet-AEA-stallen: een reductie van de ammoniakemissies zodat de totale jaarlijkse stalemissie van de betreffende sector uiterlijk tegen 31 december 2030 beperkt is tot respectievelijk 5701 ton NH3 voor varkens en 2089 ton NH3 voor pluimvee, waardoor een ammoniakemissiereductie van 60% gerealiseerd wordt;2° voor rundveehouderijen: een reductie van de ammoniakemissies zodat de totale jaarlijkse stalemissie van de betreffende deelsector uiterlijk tegen 31 december 2030 beperkt is tot respectievelijk 2794 ton NH3 voor vleesvee, 3271 ton NH3 voor melkvee en 438 ton NH3 voor mestkalveren, waardoor een reductie gerealiseerd wordt van 15% NH3 voor de deelsector vlees- en melkvee, en een reductie van 20% NH3 voor de deelsector mestkalveren. Aanvullend kan de reductie van de varkensstapel met 30% gerealiseerd worden met vrijwillige stopzettingsregelingen.
Die reducties worden gerealiseerd tegen 31 december 2030 en worden berekend ten opzichte van de toestand in het referentiejaar 2015. De toestand in het referentiejaar 2015 wordt bepaald overeenkomstig paragraaf 2, tweede en derde lid. § 4. Om de emissiereducties, vermeld in paragraaf 2, te realiseren, realiseert de sector van de mestverwerkingsinstallaties, vermeld in artikel 14, tweede lid, minstens een reductie van de ammoniakemissie met 30% ten opzichte van de ammoniakemissie van de mestverwerkingsinstallaties in 2015. § 5. Tegen 31 december 2030 wordt de oppervlakte die vereist is volgens de instandhoudingdoelstellingen van de SBZ-H voor de stikstofgevoelige habitats, vermeld in artikel 2, 74°, van het Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten, waarvoor de SBZ-H in kwestie zijn aangewezen, onder passend beheer gebracht, met inbegrip van stikstofsaneringsmaatregelen op perceelsschaal. Daarbij wordt prioritair en uiterlijk tegen 2026 werk gemaakt van de in de SBZ-H gelegen toetszones als vermeld in artikel 3, § 1, waarop de piekbelasters impact hebben en vervolgens van de in de SBZ-H gelegen toetszones waarop de meeste rundveehouderijen impact hebben.
Tegen 1 januari 2045 zijn geïntegreerde, gebiedsgerichte stikstofsaneringsprojecten voor de uitvoering van stikstofsaneringsmaatregelen op landschapsschaal voor de stikstofgevoelige habitats waarvoor de SBZ-H in kwestie zijn aangewezen, uitgevoerd voor de 193 deelzones van de SBZ-H waarvoor hydrologisch herstel nodig is als onderdeel van een effectieve stikstofsanering, met als tussentijdse doelstelling dat die stikstofsaneringsprojecten in 140 van de 193 deelzones zijn opgestart tegen 1 januari 2030.
In deze paragraaf wordt verstaan onder: 1° landschapsschaal: het landschappelijke geheel dat de kwaliteit van de stikstofgevoelige habitats mee bepaalt;2° stikstofsaneringsmaatregelen: de instandhoudingsmaatregelen die nodig zijn om de effecten te verminderen of weg te nemen van stikstofdepositie op de stikstofgevoelige habitats waarvoor de SBZ-H in kwestie zijn aangewezen. HOOFDSTUK 2. - Bronmaatregelen Afdeling 1. - Vaststelling van PAS-referentie 2030
Art. 5.Voor elke varkens-, pluimvee- of rundveehouderij die op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet vergund is, wordt een PAS-referentie 2030 bepaald. De PAS-referentie 2030 is de maximale ammoniakemissie, uitgedrukt in kg NH3/jaar, die na 31 december 2030 mag plaatsvinden op de IIOA in kwestie.
Een varkens-, pluimvee- of rundveehouderij kan, in afwijking van het eerste lid, uitsluitend een hogere maximale ammoniakemissie dan de PAS-referentie 2030 verkrijgen op basis van een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 36 of 38, derde lid.
De PAS-referentie 2030 wordt bepaald aan de hand van de ammoniakemissies in de referentiesituatie 2021 waarop de reductiedoelstellingen en de vrijstellingen, vermeld in dit decreet, worden toegepast.
De referentiesituatie 2021 wordt bepaald door de gemiddelde veebezetting van de IIOA in kwestie, gespecificeerd per stalsysteem waarin de dieren in kwestie gehouden werden, overeenkomstig de gegevens van de Mestbankaangifte voor het productiejaar 2021, te vermenigvuldigen met de relevante ammoniakemissiefactoren en in voorkomend geval te verhogen met de leegstandspercentages die opgenomen zijn in de lijst die als bijlage 1 bij dit decreet is gevoegd.
Als de gemiddelde veebezetting overeenkomstig de gegevens van de Mestbankaangifte voor het productiejaar 2021, in voorkomend geval verhoogd met de leegstandspercentages die opgenomen zijn in de lijst die als bijlage 1 bij dit decreet is gevoegd, hoger is dan de vergunde of geacteerde aantallen voor de IIOA in kwestie, wordt, om de referentiesituatie 2021 te bepalen, de gemiddelde veebezetting van die IIOA, in voorkomend geval verhoogd met de leegstandspercentages die opgenomen zijn in de lijst die als bijlage 1 bij dit decreet is gevoegd, begrensd tot de vergunde of geacteerde aantallen voor die IIOA. De Mestbank stelt de gegevens van de Mestbankaangifte voor het productiejaar 2021, vermeld in het vierde en vijfde lid, ter beschikking van de exploitant.
Een exploitant kan een afwijkende berekeningsmethode van de referentiesituatie 2021 vragen, als de gemiddelde veebezetting van zijn varkens-, pluimvee- of rundveehouderij, voor het jaar 2021, zoals vermeld in de Mestbankaangifte, niet representatief is omwille van een of meerdere van de volgende situaties: 1° het betreft een varkens-, pluimvee- of rundveehouderij die sinds het jaar 2017 investeringen heeft gedaan inzake dierplaatsen;2° het betreft een varkens-, pluimvee- of rundveehouderij die vergund is na 1 januari 2022 en waarvan de gemiddelde veebezetting in 2021 voor de diersoorten rundvee, varkens en pluimvee, nul was;3° het betreft een varkens-, pluimvee- of rundveehouderij die geconfronteerd werd met een overmachtssituatie die een impact had op de gemiddelde veebezetting in 2021. In de gevallen, vermeld in het zevende lid, wordt de referentiesituatie 2021 via een door de Vlaamse Regering vast te stellen afwijkende methode berekend, met dien verstande dat de gemiddelde veebezetting die gebruikt wordt voor de berekening van de referentiesituatie 2021 via een afwijkende methode, niet hoger mag zijn dan het aantal nutriëntenemissierechten waarover de landbouwer in kwestie op 1 januari 2024 beschikt.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toepassing van dit artikel, en bepaalt: 1° onder welke voorwaarden de referentiesituatie 2021 als niet representatief wordt beschouwd als vermeld in het zevende lid;2° de nadere regels voor de toepassing van een afwijkende berekeningsmethode van de referentiesituatie 2021, vermeld in het zevende lid;3° de wijze waarop een exploitant een vraag voor de toepassing van een afwijkende berekeningsmethode van de referentiesituatie, vermeld in het zevende lid moet stellen en op welke wijze deze afgehandeld moet worden;4° nadere regels voor de toewijzing van dieren aan een welbepaalde diercategorie overeenkomstig de gegevens van de Mestbankaangifte. Afdeling 2. - Generieke bronmaatregelen voor veehouderijen
Onderafdeling 1. - Generieke bronmaatregelen voor varkens- en pluimveehouderijen Art. 6.§ 1. De exploitant van een varkens- of pluimveehouderij als vermeld in artikel 5, eerste lid, realiseert, behoudens bij toepassing van artikel 5, tweede lid, tegen 31 december 2030 een ammoniakemissiereductie van 60% ten opzichte van de ammoniakemissies in de referentiesituatie 2021 die afkomstig waren van dieren die in een niet-AEA-stal werden gehouden. § 2. De exploitant van een varkens- of pluimveehouderij realiseert tegen 31 december 2030 zijn PAS-referentie 2030 door: 1° een al dan niet bijkomende ammoniakemissiereducerende maatregel toe te passen;2° het aantal dierplaatsen en, in de mate dat ze gepaard gaan met ammoniakemissies, de daaraan verbonden inrichtingen, activiteiten of aanhorigheden te verminderen;3° een combinatie van punt 1° en 2°. De exploitant kan de voormelde PAS-referentie 2030 realiseren binnen het geheel van de diersoorten varkens, pluimvee of rundvee van de veehouderij in kwestie.
Om bij een omgevingsvergunningsaanvraag te toetsen of voldaan is aan de PAS-referentie 2030, wordt de stikstofemissie die wordt ondervangen door projectgebonden ingrepen of mitigerende maatregelen, in mindering gebracht voor de berekening van de totale stikstofemissie, op voorwaarde dat die ingrepen of maatregelen betrekking hebben op elementen die behoren tot dezelfde vergunningsaanvraag en die, behalve indien toepassing gemaakt wordt van extern salderen in uitvoering van artikel 38, vijfde lid, gesitueerd zijn op één en dezelfde locatie.
Als de exploitant de PAS-referentie 2030 wil realiseren op de wijze, vermeld in het eerste lid, 1° of 3°, beschikt hij daarvoor uiterlijk op 30 september 2029 over een aangepaste omgevingsvergunning.
Als de exploitant de PAS-referentie 2030 wil realiseren op de wijze, vermeld in het eerste lid, 2°, doet hij daarvoor uiterlijk op 30 september 2029 een melding van de gedeeltelijke of volledige stopzetting overeenkomstig artikel 98 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten9 tot uitvoering van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning.
Als de exploitant niet tijdig of onvoldoende uitvoering geeft aan de verplichtingen, vermeld in het vierde of vijfde lid, of als de omgevingsvergunning niet verleend is, wordt, behoudens de toepassing van artikel 5, tweede lid, vanaf 1 oktober 2029 de omgevingsvergunning ambtshalve aangepast conform de PAS-referentie 2030 door het aantal dierplaatsen en, in de mate dat ze gepaard gaan met ammoniakemissies, de inrichtingen, activiteiten of aanhorigheden die daaraan verbonden zijn, te verminderen. Daarvoor wordt de procedure, vermeld in hoofdstuk 7, afdeling 1, van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning, op overeenkomstige wijze toegepast. De procedure tot ambtshalve aanpassing wordt stopgezet als tijdens die procedure alsnog de vereiste omgevingsvergunning wordt verkregen. § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toepassing van dit artikel. Art. 7.In afwijking van artikel 68, eerste lid, van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning kan de bevoegde overheid, behoudens de toepassing van artikel 5, tweede lid, voor de verdere exploitatie van een varkens- of pluimveehouderij die niet in overeenstemming is met de PAS-referentie 2030, maar een omgevingsvergunning verlenen tot en met 31 december 2030, op voorwaarde dat de IIOA in kwestie geen piekbelaster is en die, ten opzichte van de vergunde situatie, geen stijging van de stikstofemissies of van de stikstofdeposities veroorzaakt op de SBZ-H in kwestie.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toepassing van dit artikel.
Onderafdeling 2. - Generieke bronmaatregelen voor rundveehouderijen Art. 8.Met behoud van toepassing van artikel 9, § 1, neemt iedere rundveehouderij die op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet vergund is, uiterlijk tegen 31 december 2025 een ammoniakemissiereducerende maatregel met een minimaal rendement van 5%. In afwijking daarvan kan een gelijkwaardig rendement worden bereikt door het aantal dierplaatsen te verminderen, of door een combinatie van een ammoniakemissiereducerende maatregel en een vermindering van het aantal dierplaatsen.
Rundveehouderijen waarvoor een ingreep als vermeld in het eerste lid al vervat zit in de geldende vergunning, worden geacht te hebben voldaan aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, als die ingreep nog niet in de vergunningstoestand van 1 januari 2015 vervat zat. De ingreep, vermeld in het eerste lid, wordt opgenomen in de omgevingsvergunning.
In afwijking van artikel 5, 1°, c), en artikel 6 respectievelijk artikel 82/1 van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning wordt voor de vergunningsplichtige verandering respectievelijk bijstelling van de milieuvoorwaarden, ter naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit het eerste lid, de meldingsprocedure, vermeld in hoofdstuk 10 van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning, op overeenkomstige wijze toegepast.
De exploitant neemt de maatregel of maatregelen, vermeld in het eerste lid, ook op in de Mestbankaangifte. Art. 9.§ 1. De Vlaamse Regering zal uiterlijk op 31 december 2026 de reductiepercentages voor de deelsectoren van de rundveehouderij actualiseren overeenkomstig artikel 55. De exploitant van een rundveehouderij als vermeld in artikel 5, eerste lid, zorgt ervoor, behoudens bij toepassing van artikel 5, tweede lid, dat tegen 31 december 2030, ten opzichte van de ammoniakemissies in de referentiesituatie 2021, vermeld in artikel 5, derde lid, die geactualiseerde reductiepercentages gerealiseerd zijn op de rundveehouderij.
Als de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 december 2026 de reductiepercentages voor de deelsectoren van de rundveehouderij niet heeft geactualiseerd overeenkomstig artikel 55, zorgt de exploitant van een rundveehouderij als vermeld in artikel 5, eerste lid, ervoor, behoudens bij toepassing van artikel 5, tweede lid, dat tegen 31 december 2030 ten opzichte van de ammoniakemissies in de referentiesituatie 2021, vermeld in artikel 5, derde lid, de ammoniakemissie die afkomstig is van: 1° vleesvee, niet gestegen is;2° melkvee, met 25% gereduceerd is;3° mestkalveren, met 28% gereduceerd is. Als de exploitant van een rundveehouderij vóór de vaststelling van de geactualiseerde reductiepercentages overeenkomstig artikel 55 de PAS-referentie 2030 wil realiseren, worden de relevante percentages, vermeld in het tweede lid, gehanteerd.
De Vlaamse Regering zal de reductiepercentages jaarlijks aanpassen op basis van de evaluatie van de deelsectorinspanningen zoals vermeld in artikel 4, § 3. § 2. De exploitant van een rundveehouderij realiseert tegen 31 december 2030 zijn PAS-referentie 2030 door: 1° een al dan niet bijkomende ammoniakemissiereducerende maatregel toe te passen;2° het aantal dierplaatsen en, in de mate dat ze gepaard gaan met ammoniakemissies, de inrichtingen, activiteiten of aanhorigheden die eraan verbonden zijn, te verminderen;3° een combinatie van punt 1° en 2°. De exploitant kan de PAS-referentie 2030 realiseren binnen het geheel van de diersoorten varkens, pluimvee of rundvee van de veehouderij in kwestie.
Om bij een omgevingsvergunningsaanvraag te toetsen of voldaan is aan de PAS-referentie 2030, wordt de stikstofemissie die wordt ondervangen door projectgebonden ingrepen of mitigerende maatregelen, in mindering gebracht voor de berekening van de totale stikstofemissie, op voorwaarde dat die ingrepen of maatregelen betrekking hebben op elementen die behoren tot dezelfde vergunningsaanvraag en die, behalve indien toepassing gemaakt wordt van extern salderen in uitvoering van artikel 38, vijfde lid, gesitueerd zijn op één en dezelfde locatie.
Als de exploitant de PAS-referentie 2030 wil realiseren op de wijze, vermeld in het eerste lid, 1° of 3°, beschikt hij daarvoor uiterlijk op 30 september 2029 over een aangepaste omgevingsvergunning.
Als de exploitant de PAS-referentie 2030 wil realiseren op de wijze, vermeld in het eerste lid, 2°, doet hij daarvoor uiterlijk op 30 september 2029 een melding van volledige of gedeeltelijke stopzetting overeenkomstig artikel 98 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten9 tot uitvoering van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning.
Als de exploitant de PAS-referentie 2030 wil realiseren op de wijze, vermeld in paragraaf 1, derde lid, dient hij daarvoor een omgevingsvergunningsaanvraag in vóór de inwerkingtreding van de geactualiseerde reductiepercentages, vermeld in artikel 55.
Als de exploitant niet tijdig of onvoldoende uitvoering geeft aan de verplichtingen, vermeld in het vierde, vijfde of zesde lid, of als de omgevingsvergunning niet verleend is, wordt, behoudens de toepassing van artikel 5, tweede lid, vanaf 1 oktober 2029 de vergunning ambtshalve aangepast conform de PAS-referentie 2030 door het aantal dierplaatsen en, in de mate dat ze gepaard gaan met ammoniakemissies, de inrichtingen, activiteiten of aanhorigheden die eraan verbonden zijn, te verminderen. Daarvoor wordt de procedure, vermeld in hoofdstuk 7, afdeling 1, van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning, op overeenkomstige wijze toegepast. De procedure tot ambtshalve aanpassing wordt stopgezet als tijdens die procedure alsnog de vereiste omgevingsvergunning wordt verkregen. § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toepassing van dit artikel. Art. 10.In afwijking van artikel 68, eerste lid, van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning kan de bevoegde overheid, behoudens de toepassing van artikel 5, tweede lid, voor de verdere exploitatie van een rundveehouderij die niet in overeenstemming is met de PAS-referentie 2030 en geen uitvoering geeft aan artikel 8, maar een omgevingsvergunning verlenen tot en met 31 december 2025, op voorwaarde dat de IIOA in kwestie geen piekbelaster is en die, ten opzichte van de vergunde situatie, geen stijging van de stikstofemissies of van de stikstofdeposities veroorzaakt op de SBZ-H in kwestie.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toepassing van dit artikel. Art. 11.In afwijking van artikel 68, eerste lid, van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning kan de bevoegde overheid, behoudens de toepassing van artikel 5, tweede lid, voor de verdere exploitatie van een rundveehouderij die niet in overeenstemming is met de PAS-referentie 2030 en uitvoering geeft aan artikel 8, maar een omgevingsvergunning verlenen tot en met 31 december 2030 op voorwaarde dat de IIOA in kwestie geen piekbelaster is en die, ten opzichte van de vergunde situatie, geen stijging van de stikstofemissies of van de stikstofdeposities veroorzaakt op de SBZ-H in kwestie.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toepassing van dit artikel.
Onderafdeling 3. - Vrijstellingsregeling voor kleinschalige veehouderijen, voor biologische veehouderijen en voor bepaalde andere veehouderijen Art. 12.§ 1. Er kan een vrijstelling van de verplichtingen, vermeld in artikel 6 tot en met 11, worden verkregen in de volgende gevallen: 1° veehouderijen die een jaaremissie van minder dan 500 kg ammoniak hebben en een impactscore lager dan of gelijk aan 0,025% in het jaar van de inwerkingtreding van dit decreet;2° biologische bedrijven met een impactscore lager dan of gelijk aan 1% in het jaar van de inwerkingtreding van dit decreet;3° diercategorieën waarvoor de Vlaamse Regering vaststelt dat er geen ammoniakemissiereducerende maatregelen vastgesteld zijn. Voor de toepassing van dit artikel wordt voor de berekening van de jaaremissie en van de impactscores, vermeld in het eerste lid, rekening gehouden met de gemiddelde veebezetting die gebruikt is voor het bepalen van de referentie 2021 als vermeld in artikel 5, in voorkomend geval na de toepassing van de afwijkende berekeningsmethode, vermeld in artikel 5, zevende lid.
In 2027 evalueert de Vlaamse Regering de vrijstellingsregeling. Zij gaat daarbij na of de vrijstellingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, 3°, de doelstelling, vermeld in artikel 4, § 3, in het gedrang brengt. In voorkomend geval kan de Vlaamse Regering, in afwijking van het eerste lid, 3°, die vrijstellingsmogelijkheid aanpassen. Zij evalueert tevens de bepalingen van paragraaf 3, tweede lid, die zij kan aanpassen indien dit de doelstelling, vermeld in artikel 4, § 3, niet in het gedrang brengt. § 2. De exploitant van een IIOA die voor de gevallen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, een vrijstelling wil verkrijgen, bezorgt daarvoor een aangifte met een beveiligde zending aan de overheid die bevoegd is om te beslissen over een omgevingsvergunningsaanvraag voor de exploitatie. De aangifte wordt tegen 31 maart 2025 bezorgd als het om een rundveehouderij gaat, en tegen 30 september 2029 in de andere gevallen.
De exploitant voegt bij de aangifte, vermeld in het eerste lid: 1° de gegevens, vermeld in artikel 18, § 1, derde lid, ter staving van de impactscore;2° de geldende vergunningstoestand. De exploitant voegt bij de aangifte, vermeld in het eerste lid, al de nodige documenten.
De vergunningverlenende overheid gaat na of de exploitant voldoet aan de voorwaarden voor de vrijstelling, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2° of 3°.
De vergunningverlenende overheid verleent de met de aangifte gevraagde vrijstelling indien aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2, is voldaan. § 3. De vergunningverlenende overheid neemt een beslissing over de aangifte binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de datum van de aangifte. De vergunningverlenende overheid brengt de persoon die de aangifte heeft gedaan, binnen dezelfde termijn daarvan op de hoogte.
Als de vrijstelling wordt verleend, geldt die vanaf de dag na de datum van de kennisgeving, vermeld in het eerste lid. De vrijstelling op grond van paragraaf 1, eerste lid, 3°, kan enkel toegepast worden voor de exploitatie na 31 december 2030 als daarvoor een omgevingsvergunning wordt verleend met toepassing van artikel 36 of waarbij uit de passende beoordeling blijkt dat de gebiedsspecifieke neerwaartse depositietrend van ammoniak als vermeld in artikel 38, vijfde lid, in de SBZ-H in kwestie, niet gehypothekeerd wordt. Art. 13.De exploitant die voor zijn IIOA beschikt over een vrijstelling als vermeld in artikel 12 past de ammoniakemissiereducerende maatregelen toe die binnen de specifieke bedrijfsrealiteit geïmplementeerd kunnen worden om de relevante PAS-referentie 2030 te behalen. Voor de biologische bedrijven moeten die maatregelen bovendien verenigbaar zijn met het lastenboek bio.
De Vlaamse Regering bepaalt: 1° de nadere regels voor de implementeerbaarheid en de verenigbaarheid van de maatregelen, vermeld in het eerste lid;2° de termijn waarin de maatregelen, vermeld in het eerste lid, uitgevoerd moeten worden;3° de voorwaarden waaronder gebruikgemaakt kan worden van flankerend beleid voor de toepassing van de maatregelen, vermeld in het eerste lid. Afdeling 3. - Bronmaatregelen voor mestverwerkingsinstallaties
Art. 14.Deze afdeling is van toepassing op mestverwerkingsinstallaties.
In deze afdeling wordt onder een mestverwerkingsinstallatie verstaan: een inrichting als vermeld in rubriek 28.3, c), of 28.5 van de indelingslijst die opgenomen is in bijlage 1 bij titel II van het VLAREM, met een vergunde mestverwerkingscapaciteit van minstens 40.000 ton/jaar, die andere activiteiten op mest uitvoert dan uitsluitend mestscheiding of de biologische behandeling van de dunne fractie. Art. 15.Iedere exploitant van een mestverwerkingsinstallatie die vergund is voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, neemt uiterlijk op 1 januari 2027 minstens één ammoniakemissiereducerende maatregel.
Mestverwerkingsinstallaties waarbij een ingreep als vermeld in het eerste lid al vervat zit in de geldende vergunning, worden geacht te hebben voldaan aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, als die ingreep nog niet in de vergunningstoestand van 1 januari 2015 vervat zat. De ingreep, vermeld in het eerste lid, wordt opgenomen in de omgevingsvergunning.
In afwijking van artikel 5, 1°, c), en artikel 6 respectievelijk artikel 82/1 van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning wordt voor de vergunningsplichtige verandering respectievelijk bijstelling van de milieuvoorwaarden, ter naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit het eerste lid, de meldingsprocedure, vermeld in hoofdstuk 10 van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning, op overeenkomstige wijze toegepast. Art. 16.In 2028 gaat de Vlaamse Regering na of de doelstelling, vermeld in artikel 4, § 4, gehaald is.
Als blijkt dat de doelstelling, vermeld in artikel 4, § 4, nog niet gehaald is, neemt de Vlaamse Regering bijkomende ammoniakemissiereducerende maatregelen ten aanzien van de mestverwerkingsinstallaties. De Vlaamse Regering houdt bij het bepalen van de bijkomende ammoniakemissiereducerende maatregelen rekening met de inspanningen die een mestverwerkingsinstallatie al op individueel niveau heeft geleverd.
De mestverwerkingsinstallaties die een of meer ammoniakemissiereducerende maatregelen als vermeld in artikel 15 genomen hebben ten belope van minstens 30%, worden vrijgesteld van het nemen van bijkomende ammoniakemissiereducerende maatregelen als vermeld in het tweede lid, op voorwaarde dat die vrijstellingen de realisatie van de doelstelling, vermeld in artikel 4, § 4, niet onmogelijk maken. Afdeling 4. - Piekbelasters
Art. 17.Een piekbelaster is een IIOA waarvan de impactscore hoger is dan of gelijk is aan 50%. Om die impactscore te bepalen, wordt de impactscore voor 2020, 2021 en 2022 berekend. Een IIOA wordt als een piekbelaster beschouwd als minimaal twee van de drie berekende impactscores hoger zijn dan of gelijk zijn aan 50%. Art. 18.§ 1. Voor de identificatie van de piekbelasters berekent de VLM de impactscores.
Voor de berekening van de impactscores hanteert de VLM de volgende parameters: 1° de meest recente biologische waarderingskaart en habitatkaart;2° het passende beheer van het jaar waarvoor de impactscore wordt berekend;3° de zoekzones van de zoekzonekaart, vermeld in artikel 36ter, § 1, zesde lid, van het Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten, of van de zoekzonekaart die in voorkomend geval overeenkomstig dat artikel is aangepast;4° de achtergronddepositie (het Vlaamse Operationeel Prioritaire Stoffenmodel of VLOPS-model) van het jaar waarvoor de impactscore wordt berekend;5° het model dat de depositie voor de IIOA in kwestie berekent (het Immissie Frequentie Distributie Model of IFDM) en waarin de meteorologische data van het jaar waarvoor de impactscore wordt berekend, opgenomen zijn;6° de meteorologische data van het jaar waarvoor de impactscore wordt berekend; 7° de ammoniakemissiefactoren die zijn vastgelegd in de recentste versie van de Bijlage Richtlijnenboek Landbouwdieren, opgesteld ter uitvoering van artikel 4.6.2, § 1 en § 3, van het DABM. Voor de berekening van de impactscore worden voor elke IIOA in kwestie de volgende gegevens gebruikt: 1° de kenmerken van de emissiepunten van de IIOA;2° in voorkomend geval de gebruikte ammoniakemissiereducerende maatregelen;3° de gegevens over andere stikstofemissies op de IIOA dan stikstofemissies ten gevolge van het houden van dieren in stallen, overeenkomstig de gegevens van de vergunning van de IIOA;4° in voorkomend geval alle andere relevante extra gegevens waarover de overheid beschikt, met inbegrip van eventuele gegevens van een of meer terreinbezoeken. Alleen ammoniakemissiereducerende maatregelen die voldoen aan al de volgende voorwaarden, worden in rekening gebracht: 1° de maatregel in kwestie is als vergunningsvoorwaarde opgenomen in de vergunning voor de IIOA in kwestie of is voor het kalenderjaar 2022 vermeld in de Mestbankaangifte die betrekking heeft op die IIOA;2° de maatregel in kwestie is in 2022 op de IIOA in kwestie toegepast. Als de VLM niet beschikt over een of meer specifieke gegevens die nodig zijn voor de berekening van de impactscore, vermeld in het derde lid, van de IIOA in kwestie, worden daarvoor standaardwaarden gebruikt.
De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de berekeningen van de impactscores, vermeld in het eerste tot en met het vijfde lid, en voor de standaardwaarden, vermeld in het vijfde lid. § 2. Voor een IIOA waarin in 2020, 2021 of 2022 vee werd gehouden, worden drie impactscores berekend. Daarvoor worden de gegevens voor de berekening van de impactscore, vermeld in paragraaf 1, telkens aangevuld met de gemiddelde veebezetting van elk van die drie jaren.
Om de gemiddelde veebezetting van elk van de drie betrokken jaren te bepalen wordt gebruikgemaakt van de gegevens uit de Mestbankaangifte voor het betrokken jaar. § 3. De persoonsgegevens die op basis van dit artikel verzameld worden, mogen uitsluitend verwerkt worden om de piekbelasters te identificeren in het kader van de opvolging en de handhaving van de verplichtingen voor piekbelasters en in het kader van het flankerend beleid ter zake van piekbelasters. Art. 19.§ 1. De VLM brengt binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van dit decreet de exploitant van de IIOA met een beveiligde zending op de hoogte van het resultaat van de berekende impactscores en de aanduiding als piekbelaster.
Bij die kennisgeving worden de gegevens meegedeeld op grond waarvan de impactscore werd berekend. § 2. Als na de verzending van de beveiligde zending, vermeld in paragraaf 1, en vóór 31 december 2030, een aanpassing wordt aangebracht aan de databronnen die gebruikt worden voor de in artikel 18, § 1, tweede lid, 1° tot en met 3°, vermelde parameters, zoals onder meer een in artikel 50septies, § 4, tweede lid, van het Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten voorziene aanpassing van de zoekzonekaart, vermeld in artikel 36ter, § 1, zesde lid, van het Natuur
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten ingevolge de voortgang in de realisatie van de doelstelling, vermeld in artikel 4, § 5, eerste lid, berekent de VLM de impactscores, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, opnieuw.
Als de opnieuw berekende impactscores verschillen van de impactscores, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, brengt de VLM de exploitant van de IIOA met een beveiligde zending op de hoogte van de opnieuw berekende impactscores en van het effect daarvan op de aanduiding als piekbelaster. § 3. Als voor het berekenen van de impactscores, vermeld in artikel 18, § 1, een ammoniakemissiereducerende maatregel in rekening is gebracht die niet als vergunningsvoorwaarde in de vergunning voor de IIOA in kwestie opgenomen is en als voor die IIOA daardoor een impactscore is bekomen die lager is dan 50%, terwijl voor die IIOA een impactscore hoger dan of gelijk aan 50% zou worden bekomen als voor het berekenen van de impactscores, vermeld in artikel 18, § 1, de ammoniakemissiereducerende maatregel niet in rekening zou zijn gebracht, gelden, in afwijking van paragraaf 1, de volgende maatregelen: 1° de VLM brengt binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van dit decreet de exploitant van de IIOA met een beveiligde zending op de hoogte van zowel het resultaat van de berekening van de impactscores waarbij de ammoniakemissiereducerende maatregel in kwestie in rekening is gebracht, als van de impactscores waarbij de ammoniakemissiereducerende maatregel in kwestie niet in rekening is gebracht;2° de aanduiding van de IIOA in kwestie als piekbelaster wordt opges …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.