← België

Scheepvaartdecreet

Kort samengevat

Dit decreet regelt de scheepvaart in het Vlaamse Gewest en stelt algemene bepalingen en definities vast voor de toepassing ervan. Het heeft betrekking op het verkeer te water op de binnenwateren en in havens.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
21 JANUARI 2022. - Scheepvaartdecreet (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet over het ontwerp van Scheepvaartdecreet TITEL 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. Art. 2.Voor zover in bepaalde hoofdstukken of afdelingen van dit decreet geen afwijkende definities zijn opgenomen, wordt voor de toepassing van dit decreet verstaan onder: 1° bevoegde autoriteit: de door de Vlaamse Regering aangewezen dienst of de openbare instelling die afhangt van het Vlaamse Gewest, belast met de uitvoering en de handhaving van de bepalingen van dit decreet of delen ervan;2° bijzonder transport: een schip dat in zodanige staat verkeert of zodanige buitengewone lading vervoert en daarbij zodanige kenmerken vertoont, zoals de lengte, de breedte, de hoogte boven water, de diepgang, de manoeuvreerbaarheid en de snelheid, die niet verenigbaar zijn met de karakteristieke afmetingen van de vaarweg, de kunstwerken of de andere infrastructuur, waardoor er een ernstige kans bestaat dat het bij de vaart de veiligheid van de scheepvaart in gevaar brengt of schade aan de kunstwerken of de infrastructuur veroorzaakt, dan wel zinkt of lading verliest;3° binnenschip: een schip dat uitsluitend of overwegend bestemd is voor de vaart op de binnenwateren, met inbegrip van een estuair schip; de teboekstelling van het schip in een register van binnenschepen geldt als vermoeden dat het schip een binnenschip is; 4° binnenwateren: de openbare wateren in het Vlaamse Gewest die voor de scheepvaart kunnen worden gebruikt, daarin begrepen de zeehavens en de kustwateren aan de landzijde van de basislijn van waar de breedte van de territoriale zee wordt gemeten;5° capteren: het met om het even welk middel onttrekken van water uit de water weg of de haven;6° De Vlaamse Waterweg nv: het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap, naamloze vennootschap van publiek recht, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 2 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/04/2004 pub. 26/05/2004 numac 2004035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap Waterwegen en Zeekanaal, naamloze vennootschap van publiek recht sluiten betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht;7° estuair schip: een schip dat overeenkomstig een Belgische reglementering beschikt over een certificaat waaruit blijkt dat het voldoet aan de specifieke veiligheidseisen om te varen op de binnenwateren en daarenboven gerechtigd is om te varen in een beperkt vaargebied tussen de Zeeschelde en de havens van de Belgische kust, of tussen deze laatste havens;8° exploitant: degene die als eigenaar, vruchtgebruiker, rompbevrachter of huurkoper het economisch zeggenschap heeft over het schip;9° gezagvoerder: ieder die belast is met de leiding van een schip of deze leiding in feite neemt, alsmede ieder die hem rechtmatig vervangt;10° haven: een plaats of samenhangend gebied met verbeteringswerken en voorzieningen die dienen of zijn bestemd voor het aanmeren van schepen met het oog op uitwisseling en interactie met de oever, zoals voor het laden en lossen van schepen, voor het in en ontschepen van personen of voor het te water laten of uit het water lichten van schepen;11° havenbedrijf: een havenbedrijf als vermeld in het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens type decreet prom. 02/03/1999 pub. 11/09/1999 numac 1999021310 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 8 oktober 1998 tussen de federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type decreet prom. 02/03/1999 pub. 07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de inhouding van de bijdrage in die kosten door de besturen sluiten betreffende het beleid en het beheer van de zeehavens;12° incident: een voorval veroorzaakt door de exploitatie van een schip of in verband daarmee zodat het schip, de lading of een persoon in gevaar wordt gebracht of waardoor ernstige schade zou kunnen worden toegebracht hetzij aan het schip of zijn constructie, hetzij aan het leefmilieu;13° jaagpad: de voor het beheer en de exploitatie van de waterwegen dienstige wegen en paden ongeacht hun eigendomsstatuut;14° luchtkussenvaartuig: elk schip dat wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel van verkeer te water met behulp van een luchtkussen dat in stand wordt gehouden tussen het toestel en het oppervlak van het water of de aarde;15° nautische publicaties: officiële berichten van de waterwegbeheerder of van een andere autoriteit die zijn gericht aan de gebruikers van een scheepvaartweg, waaronder de Berichten aan de Schipperij, de Bekendmakingen aan de Scheldescheepvaart, de Berichten aan Zeevarenden en de Kennisgevingen en Bekendmakingen;16° onbeheerd schip: een schip dat zich zonder te zijn verplaatst zestig dagen of meer op dezelfde plaats in de waterweg of in een haven bevindt, zonder het recht te hebben verkregen om hetzij gedurende de gehele periode, hetzij ononderbroken vanaf een bepaald ogenblik binnen die periode op die plaats te mogen stilliggen;17° openbaar personenvervoer over water: de personenvervoerdiensten van algemeen belang over water, die op permanente en niet-discriminerende basis aan het publiek worden aangeboden, vermeld in het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/02/1969 pub. 25/04/2012 numac 2012000279 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 betreffende de basisbereikbaarheid;18° openbare wateren: alle wateren die overeenkomstig de toepasselijke reglementen voor het openbaar verkeer openstaan, ongeacht of zij behoren tot een maritiem rechtsgebied of tot de binnenwateren;19° passagiersschip: een schip ingericht of gebruikt voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers;20° pleziervaartuig: elk schip dat bestemd is voor sportieve of recreatieve doeleinden met uitsluiting van de passagiersschepen;21° reis: elke verplaatsing van een schip tussen twee havens;22° scheepsbestanddeel: al hetgeen onderdeel van een schip uitmaakt, in het bijzonder: a) de romp, de opbouw, de masten, het roer en de overige stuurinrichting;b) de bijzaken die zodanig met een schip worden verbonden dat zij daarvan niet kunnen worden afgescheiden zonder dat aan hen of aan het schip beschadiging van betekenis wordt toegebracht;c) de definitief ingebouwde voortbewegingswerktuigen, ladingbehandelingstuigen en inrichtingen en andere werktuigen;23° scheepstoebehoren: de zich aan boord bevindende, voor het normale gebruik van het schip nodige of nuttige verbruiksgoederen, alsmede de zaken, met uitsluiting van scheepsbestanddelen, die aan boord zijn gebracht om het schip duurzaam te dienen, in het bijzonder wanneer: a) hun aanwezigheid aan boord is opgelegd door regelgeving;of b) zij door hun vorm als zodanig zijn te herkennen;of c) zij nodig of nuttig zijn voor het normale gebruik van het schip;24° schip: elk tuig of samenstel van tuigen, met of zonder eigen beweegkracht, met of zonder waterverplaatsing, dat drijft of heeft gedreven en dat wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel van verkeer te water, met inbegrip van luchtkussenvaartuigen doch met uitsluiting van vaste tuigen;25° verkeer te water: elke, zelfs stationaire vorm van deelname aan het verkeer in, onder of over openbare wateren;26° vast tuig: elk tuig dat zijn geschiktheid als middel van verkeer te water heeft verloren doordat het blijvend met het land of de bodem is verbonden;27° veer: een schip dat op geregelde tijdstippen, al dan niet met winstoogmerk, heen en weer vaart binnen een haven, tussen twee oevers van een waterweg of tussen een oever en een eiland in de waterweg om personen of goederen over te zetten en dat toelating gekregen heeft van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf;28° verkeersteken: een teken of combinatie van tekens waarmee inlichtingen worden gegeven over de toestand van de waterweg, de haven of een deel ervan, of waarbij een aanbeveling, gebod of verbod wordt gericht tot de gebruikers van de waterweg of de haven, alsmede de voorwerpen aangebracht met het oog op de markering van de vaarweg of de signalisatie van sluizen, bruggen of andere kunstwerken;29° watergebonden gebied: het geheel van de gronden die aan of in de nabije omgeving van de waterwegen liggen, zoals dit door de Vlaamse Regering in een besluit nader wordt omschreven;30° waterweg: een in het Vlaamse Gewest gelegen bevaarbare waterloop of kanaal, met inbegrip van aanhorigheden, maar met uitsluiting van de wateren gelegen in de havengebieden beheerd en geëxploiteerd door de havenbedrijven;31° waterwegbeheerder: de overheid die een of meer waterwegen, of de kustwateren aan de landzijde van de basislijn van waar de breedte van de territoriale zee wordt gemeten, beheert of haar gemachtigde;32° waterwegklasse: de klasse van een waterweg of van havenwateren overeenkomstig de classificatie van Europese binnenwateren zoals vastgesteld in resolutie nr.30 van 12 november 1992 van de UNECE, zoals opgenomen als bijlage in het decreet van 19 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/02/1969 pub. 25/04/2012 numac 2012000279 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 betreffende de River Information Services op de binnenwateren; 33° woonvaartuig: een schip of een drijvend vast tuig dat als hoofdbestemming voor bewoning is ingericht en als hoofdverblijfplaats dienstig is;34° zeeschip: elk schip dat geen binnenschip is. Art. 3.Behoudens uitdrukkelijke andersluidende bepaling, zijn titel 2 en 3 van dit decreet van toepassing op de binnenwateren. De Vlaamse Regering kan de binnenwateren waarop titel 2 en 3 van dit decreet toepassing vinden in een besluit oplijsten en, waar nodig, nader omschrijven. Art. 4.In zoverre zij niet bij decreet werden bepaald, wijst de Vlaamse Regering de bevoegde autoriteiten aan die belast zijn met de uitvoering en de handhaving van de bepalingen van dit decreet of delen ervan. Art. 5.Voor zover in dit decreet geen expliciete wijzigingsbepaling is opgenomen, geldt onderhavig decreet met behoud van de toepassing van: 1° de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij en zijn uitvoeringsbesluiten;2° artikel 3bis en 10, § 3, van de wet van 3 november 1967 betreffende het loodsen van zeevaartuigen;3° het decreet van 19 april 1995 betreffende de organisatie en de werking van de loodsdienst van het Vlaamse Gewest en betreffende de brevetten van havenloods, bootman en diepzeeloods en zijn uitvoeringsbesluiten;4° het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens type decreet prom. 02/03/1999 pub. 11/09/1999 numac 1999021310 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 8 oktober 1998 tussen de federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik type decreet prom. 02/03/1999 pub. 07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de inhouding van de bijdrage in die kosten door de besturen sluiten betreffende het beleid en het beheer van de zeehavens en zijn uitvoeringsbesluiten;5° het decreet van 2 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/04/2004 pub. 26/05/2004 numac 2004035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap Waterwegen en Zeekanaal, naamloze vennootschap van publiek recht sluiten betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht;6° het decreet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/02/1969 pub. 25/04/2012 numac 2012000279 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum en zijn uitvoeringsbesluiten;7° het decreet van 19 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/02/1969 pub. 25/04/2012 numac 2012000279 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 betreffende de River Information Services op de binnenwateren en zijn uitvoeringsbesluiten. Dit decreet geldt met behoud van de toepassing van de volkenrechtelijke en Unierechtelijke rechten en verplichtingen van het Vlaamse Gewest met betrekking tot de erin geregelde aangelegenheden. In het bijzonder doet dit decreet geen afbreuk aan het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied, ondertekend in Middelburg op 21 december 2005. TITEL 2. - De scheepvaartwegen HOOFDSTUK 1. - Taken van het Vlaamse Gewest als waterwegbeheerder Art. 6.Met behoud van de toepassing van de overige bepalingen van dit decreet, en onder voorbehoud van de bepalingen van het decreet van 2 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/04/2004 pub. 26/05/2004 numac 2004035821 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap Waterwegen en Zeekanaal, naamloze vennootschap van publiek recht sluiten betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht, staat het Vlaamse Gewest als waterwegbeheerder in voor het beheer en de exploitatie van de waterweg en het watergebonden gebied. Deze taak kan onder meer de volgende activiteiten omvatten: 1° het bouwen, vernieuwen, onderhouden, herstellen, bedienen en uitrusten van de sluizen, bruggen en stuwen;2° het aanleggen, verbeteren, inrichten en uitrusten van de basisinfrastructuur en de laad- en losinstallaties, alsmede het regelen van het gebruik daarvan;3° het huren of verhuren, het in concessie nemen of geven van het watergebonden gebied of een deel ervan en het vestigen of verwerven van andere rechten op het watergebonden gebied of een deel ervan;4° het geheel of gedeeltelijk bouwrijp maken van het watergebonden gebied;5° het voeren van een specifiek op watergebonden bedrijvigheden en op watergebonden overslag gericht industrialisatiebeleid;6° het creëren van nieuwe, watergebonden bedrijfszones;7° het bouwen, onderhouden, inrichten en beheer van oevers, jaagpaden evenals dijken en waterkeringen;8° het verrichten van de nodige baggerwerkzaamheden voor de instandhouding van de diepten;9° het peilbeheer en het beheren van de bevloeiingen;10° het innen van rechten van welke aard ook, wegens het gebruik van de waterweg;11° het uitvoeren van onderhoudstaken op kleine kanalen. HOOFDSTUK 2. - Burgerlijke aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder Art. 7.De aanwezigheid van voorwerpen en afwijkingen van de vastgestelde of gangbare vaarmogelijkheden in een waterweg als gevolg van natuurlijke processen vormt voor de toepassing van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek geen gebrek of abnormaal kenmerk van de waterweg. Art. 8.De waterwegbeheerder is niet aansprakelijk op grond van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek voor de niet uit een natuurlijk proces volgende aanwezigheid van voorwerpen en afwijkingen van de vastgestelde of gangbare vaarmogelijkheden in een waterweg die van boven de waterspiegel niet met het blote oog waarneembaar zijn. Art. 9.De waterwegbeheerder is niet aansprakelijk voor de volgende vormen van schade: 1° schade die te wijten is aan maatregelen die in het algemeen belang worden genomen;2° averij of scheepvaartstremming veroorzaakt door een aanvaring of een raak met kunstwerken in hoofde van derde partijen. Art. 10.§ 1. In geval van schade te wijten aan een fout of verzuim in hoofde van de waterwegbeheerder of zijn aangestelden of veroorzaakt door een gebrek van de zaak die de waterwegbeheerder onder zijn bewaring heeft, is de aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder beperkt tot het overeenkomstig paragraaf 2 vastgestelde bedrag indien de schade voortvloeit uit één van de volgende oorzaken: 1° een defect aan of een gebrek in de verkeerstekens en de apparaten die dienen om inlichtingen of instructies aan schepen te geven, zoals bakens en boeien;2° een defect aan of een gebrek in de kunstwerken, zoals sluizen, bruggen en taluds. § 2. Het bedrag waartoe de aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder per schadeverwekkend feit is beperkt, is afhankelijk van de waterwegklasse van de waterweg waarop het schadeverwekkende feit zich voordoet. Per schadeverwekkend feit worden de bedragen voor elke waterwegklasse als volgt vastgesteld: Klasse Bedrag I 50.000,00 EUR II 81.250,00 EUR III 125.000,00 EUR IV 187.500,00 EUR Va 375.000,00 EUR Vb 400.000,00 EUR VIa 750.000,00 EUR VIb 1.500.000,00 EUR VIc 2.250.000,00 EUR VII 3.375.000,00 EUR § 3. De beperking van de aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder geldt niet wanneer zijnerzijds opzet of grove schuld aanwezig is. § 4. Alle bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex van december van het voorgaande jaar, waarbij het aanvangsindexcijfer datgene is van december 2021. Onder de gezondheidsindex wordt verstaan de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. Art. 11.§ 1. Wanneer de waterwegbeheerder kennis krijgt van een tegen hem gerichte vordering tot schadevergoeding, in of buiten rechte, met betrekking tot een schadeverwekkend feit waarvoor de beperking van aansprakelijkheid als vermeld in artikel 10 van dit decreet geldt, kan hij een bekendmaking laten verrichten. Indien de waterwegbeheerder een bekendmaking verricht, geschiedt deze: 1° in het Belgisch Staatsblad;2° indien nuttig, in een of meer op de scheepvaart gerichte publicaties of in een publicatie die verschijnt in het arrondissement waar de desgevallend geadieerde rechtbank zetelt;3° op de desgevallend bijkomend door de Vlaamse Regering voorgeschreven elektronische wijze. In de bekendmaking wordt eenieder die schade lijdt als gevolg van hetzelfde schadeverwekkend feit uitgenodigd om binnen de drie maanden vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad zijn vordering in te dienen. Wanneer een gerechtelijke procedure aanhangig is, wordt de vordering ingesteld middels een verzoek tot tussenkomst. Wanneer geen gerechtelijke procedure aanhangig werd gemaakt, wordt de vordering bij aangetekend schrijven gericht tot de waterwegbeheerder. Wordt na de bekendmaking alsnog een gerechtelijke procedure aangevat, dan stelt de waterwegbeheerder eenieder die een vordering tot hem heeft gericht in kennis van de mogelijkheid om een verzoek tot tussenkomst in te stellen. § 2. De waterwegbeheerder die heeft gehandeld overeenkomstig paragraaf 1, kan de beperking van aansprakelijkheid overeenkomstig artikel 10 van dit decreet inroepen tegen alle personen die een vordering instellen. Het bedrag waartoe de aansprakelijkheid wordt beperkt, wordt onder de eisers van alle tijdig ingediende en gegrond bevonden vorderingen verdeeld in evenredigheid met de bedragen van hun gegrond bevonden vorderingen. § 3. Indien de aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder overeenkomstig artikel 10 van dit decreet is beperkt, wordt wie meer dan drie maanden na de bekendmaking een ontvankelijke en gegronde vordering tot schadevergoeding instelt slechts vergoed voor zover de waterwegbeheerder uit hoofde van alle tijdig ingediende en gegrond bevonden vorderingen minder schadevergoeding dient te betalen dan het bedrag waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt. De waterwegbeheerder is niet gehouden tot de betaling van een totaalbedrag aan schadevergoedingen dat hoger ligt dan het bedrag waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt. HOOFDSTUK 3. - Instandhouding en functionaliteit Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 12.De Vlaamse Regering stelt voor elke waterweg of elk waterweggedeelte de waterwegklasse vast. Wat betreft de waterwegen of waterweggedeelten beheerd door De Vlaamse Waterweg nv, stelt de Vlaamse Regering de waterwegklasse vast na advies van de raad van bestuur van De Vlaamse Waterweg nv. Art. 13.De waterwegen zijn goederen van het openbaar domein met een functie als scheepvaartweg. Het gebruik voor de scheepvaart heeft er voorrang op andere activiteiten. Art. 14.Met behoud van de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 2 van titel 2 en los van de mogelijkheid voor de waterwegbeheerder om het scheepvaartverkeer op bepaalde waterwegen of delen daarvan om veiligheidsredenen of andere reden van algemeen belang geheel of gedeeltelijk te beperken of te verbieden, treft de waterwegbeheerder de nodige maatregelen opdat het verkeer van de schepen ten minste overeenkomstig de vastgestelde waterwegklasse kan worden verzekerd. Art. 15.In geval een voorwerp in de door een waterwegbeheerder beheerde waterweg terechtkomt of dreigt terecht te komen, dient eenieder door wiens toedoen zulks geschiedt dit onverwijld te melden aan de waterwegbeheerder. Bij deze melding dienen alle gegevens te worden meegedeeld die van belang zijn of kunnen zijn voor de instandhouding of het herstel van de waterweg. De Vlaamse Regering kan betreffende deze melding de nadere regels vaststellen. Afdeling 2. - Ruiming van gestrande, gezonken en onbeheerde schepen en andere obstakels Art. 16.Deze afdeling, evenals artikel 88, artikel 120 en afdeling 2 van hoofdstuk 4 van titel 6 zijn van toepassing op de binnenwateren. Voormelde bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de territoriale zee en de exclusieve economische zone wat betreft de schepen, wrakstukken, gezonken tuigen of voorwerpen die een aantasting van de bereikbaarheid van de Vlaamse havens en waterwegen vormen. In het geval, vermeld in het tweede lid, komen de bevoegdheden toe aan de Vlaamse Regering. Art. 17.De eigenaar, huurder, of bevrachter, aan wie het schip voor eigen gebruik ter beschikking gesteld wordt, alsmede de exploitant van een schip dat is gestrand of gezonken of van een onbeheerd schip, moet dit schip, met inbegrip van alles wat zich aan boord bevindt of heeft bevonden, inzonderheid de lading, vlot brengen en verwijderen naar de daartoe door de bevoegde autoriteit aangewezen plaats. Wrakstukken, gezonken tuigen en alles wat vanop een schip in het water is terechtgekomen, alsmede alle andere voorwerpen die in het water zijn terechtgekomen, moeten eveneens door hun respectieve eigenaars, worden gelicht en worden verwijderd. De waterwegbeheerder of het havenbedrijf kan daartoe verplichtingen opleggen, zoals een termijn waarbinnen het vlotbrengen of verwijderen dient te geschieden. De uitvoering van de voormelde verplichtingen kan niet worden verhinderd door enige beslag- of dwangmaatregel. Art. 18.Degene die aansprakelijk is voor de gebeurtenis waardoor het schip gestrand, gezonken of onbeheerd is of waardoor enig ander voorwerp in het water is terechtgekomen en, bij gebreke van zulke aansprakelijke, de persoon, vermeld in artikel 17, eerste of tweede lid, is aan de waterwegbeheerder of het havenbedrijf de betaling verschuldigd van de kosten die voor deze waterwegbeheerder of dit havenbedrijf voortvloeien uit de ambtshalve, krachtens artikel 140 bevolen maatregelen en uitgevoerde verrichtingen. De bedragen die de verzekeraars van de eigen schade of van de aansprakelijkheid, inbegrepen de onderlinge verzekeringsmaatschappijen, verschuldigd zijn wegens het verlies van het schip of van enig ander voorwerp of wegens de gebeurtenis waardoor het schip gestrand, gezonken of onbeheerd is of enig ander voorwerp in het water is terechtgekomen, aan de personen die krachtens artikel 141 of krachtens dit artikel schuldenaar zijn van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf, worden, ter voldoening van de in het eerste lid bedoelde kosten, door de betreffende verzekeraars rechtstreeks aan de waterwegbeheerder of het havenbedrijf betaald. De waterwegbeheerder of het havenbedrijf bezit een eigen recht jegens de verzekeraars. Geen betaling door deze verzekeraars aan de verzekerde bevrijdt zolang de vorderingen van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf niet volledig werden voldaan. Art. 19.§ 1. Voor zover het Verdrag van Straatsburg van 2012 inzake de beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart (CLNI 2012), ondertekend te Straatsburg op 27 september 2012, niet van toepassing is, kan de eigenaar van een schip, die op grond van artikel 18 schuldenaar is van de betaling van de kosten, daarbij zijn aansprakelijkheid beperken. Hetzelfde geldt voor de huurder of bevrachter, aan wie het schip voor eigen gebruik ter beschikking gesteld wordt, alsmede de exploitant van een schip die op grond van artikel 18 schuldenaar is van de betaling van de kosten. § 2. Voor de schepen onderworpen aan het Internationaal Verdrag van 23 juni 1969 betreffende de meting van schepen, kan de aansprakelijkheid worden beperkt tot de volgende bedragen: 1° voor een schip van niet meer dan 500 ton: tot 370.000 euro; 2° voor een schip van meer dan 500 ton wordt het onder punt 1° vermelde bedrag vermeerderd met: a) 445 euro per ton voor elke toename van de tonnenmaat met één ton van 501 tot en met 6000 ton; b) 175 euro per ton voor elke toename van de tonnenmaat met één ton van 6001 tot 70.000 ton; c) 125 euro voor elke toename van de tonnenmaat met één ton boven 70.000 ton. Voor de overige schepen kan de aansprakelijkheid worden beperkt tot de waarde van het schip op het ogenblik van de ambtshalve, krachtens artikel 140 bevolen maatregelen en uitgevoerde verrichtingen, met een minimum evenwel van 375.00 euro. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder tonnenmaat verstaan: de brutotonnenmaat berekend overeenkomstig de voorschriften van meting, vervat in Bijlage I van het Internationaal Verdrag van 23 juni 1969 betreffende de meting van schepen. De Vlaamse Regering is gemachtigd de voormelde bedragen aan te passen, rekening houdend met de economische toestand. § 3. De verzekeraar van de in paragraaf 1 bedoelde persoon kan zich op dezelfde beperking beroepen. § 4. De in paragraaf 1 bedoelde persoon is niet gerechtigd zijn aansprakelijkheid te beperken als wordt bewezen dat de schade het gevolg is van zijn persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met het bewustzijn dat zodanige schade er waarschijnlijk zou uit voortvloeien. Afdeling 3. - Jaagpaden Art. 20.De waterwegbeheerder beheert de jaagpaden bij de waterwegen die onder zijn beheer vallen. Indien het jaagpad tevens fungeert als rijbaan in de zin van de federale regelgeving betreffende de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wordt het beheerd door de betrokken wegbeheerder. De Vlaamse Regering kan de nadere modaliteiten van het beheer van de jaagpaden bepalen. Art. 21.Op de langs waterwegen gelegen erven die niet aan de waterwegbeheerder toebehoren en waarop deze geen recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik heeft, rust ten behoeve van het gebruik van de waterweg een erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf. De erfdienstbaarheid houdt in dat de houders van zakelijke rechten op de bedoelde erven moeten gedogen dat een jaagpad wordt aangelegd of in stand gehouden en dat het erf wordt gebruikt ten behoeve van de waterweg en dit gebruik niet mogen hinderen. De Vlaamse Regering bepaalt nader welke lasten op de erven rusten en wie de begunstigden zijn, evenals in welke gevallen deze lasten onevenredige nadelige gevolgen uitmaken en de vergoeding die daarvoor verschuldigd is, en kan daarbij een onderscheid maken naar de kenmerken en de bestemming van de waterwegen. Overeenkomstig de modaliteiten en binnen de grenzen vastgesteld door de Vlaamse Regering, bepaalt de waterwegbeheerder de ruimtelijke uitgestrektheid van de erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf. Art. 22.Op de langs waterwegen gelegen erven die met een erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf zijn bezwaard, mogen binnen de ruimtelijke uitgestrektheid van de erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf door anderen dan de waterwegbeheerder geen werken of beplantingen worden uitgevoerd zonder de voorafgaande machtiging van de waterwegbeheerder. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het verlenen van dergelijke machtiging. Art. 23.De houders van zakelijke rechten op erven die voorheen niet langs waterwegen gelegen waren maar die, door de aanleg van een nieuwe waterweg of doordat een niet-bevaarbare waterloop wordt ingedeeld bij de waterwegen, vanaf een bepaald tijdstip langs waterwegen gelegen erven worden, hebben in de mate dat hun zakelijk recht in waarde vermindert als gevolg van de erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf recht op een billijke vergoeding van die waardevermindering. Art. 24.Het is verboden het gebruik van het jaagpad voor de dienst van de waterwegbeheerder of voor scheepvaartdoeleinden te hinderen. HOOFDSTUK 4. - Openbaar gebruik Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 25.Elke gebruiker van de waterweg dient zijn gedrag aan te passen aan de plaatsgesteldheid, de belemmeringen, de verkeersdichtheid en de aanwezigheid van andere waterweggebruikers, het zicht, de staat van de waterweg, de weersomstandigheden en de aard en staat van zijn schip en lading. Art. 26.De gebruikers van de waterweg zijn verplicht de aanwijzingen en bevelen op te volgen welke in bijzondere gevallen, met betrekking tot de door dit decreet geregelde aangelegenheden worden gegeven door de bevoegde personen, als mede gevolg te geven aan dan wel rekening te houden met de overeenkomstig de bepalingen van dit decreet uitgevaardigde nautische publicaties en aangebrachte verkeerstekens. De aanwijzingen en bevelen gaan boven de nautische publicaties en de verkeerstekens. De voorschriften in de nautische publicaties gaan boven de verkeerstekens, tenzij het tegendeel in de betreffende nautische publicatie uitdrukkelijk wordt aangegeven. De Vlaamse Regering duidt de personen aan die, naast de personen bevoegd voor het opsporen van overtredingen, aanwijzingen en bevelen mogen geven. Art. 27.Indien een gebruiker van de door een waterwegbeheerder beheerde waterweg schade berokkent aan de waterweg stelt hij de waterwegwegbeheerder hiervan onverwijld in kennis. Bij deze melding dienen alle gegevens te worden meegedeeld die voor de instandhouding of het herstel van de waterweg van belang zijn of kunnen zijn. De Vlaamse Regering kan betreffende deze melding de nadere regels vaststellen. Afdeling 2. - Jaagpaden Art. 28.Voor zover dit verenigbaar is met het gebruik door de waterwegbeheerder of in zijn opdracht optredende personen in het raam van het beheer, het onderhoud en de exploitatie van de waterweg en met het gebruik voor scheepvaartdoeleinden of voor overslagactiviteiten van aanpalende bedrijven, zijn de jaagpaden eveneens bestemd voor het verkeer per rijwiel of te voet. Het verkeer met voortbewegingstoestellen, bromfietsen klasse A of speedpedelecs kan er eveneens worden toegelaten. Waar het in het licht van de lokale omstandigheden passend wordt geacht en wanneer verenigbaar met het gebruik door de waterwegbeheerder, kunnen de jaagpaden worden ingericht als fietspaden in de zin van de federale regelgeving betreffende de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. De Vlaamse Regering kan regels vaststellen betreffende de inrichting van de jaagpaden ten behoeve van het gebruik door fietsers en voetgangers. Art. 29.Ingeval ze het normale openbaar gebruik kunnen hinderen of leiden tot het geheel of gedeeltelijk afsluiten van het jaagpad, moet, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van andere overheden, voor activiteiten en evenementen op de jaagpaden vooraf een toelating worden verkregen van de beheerder van het jaagpad. Aan dergelijke toelating kunnen door de beheerder voorwaarden worden verbonden. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm, geldigheidsduur en de procedure tot het verkrijgen van de toelating, vermeld in het eerste lid, evenals de door de beheerder van het jaagpad minimaal te hanteren criteria. Art. 30.Het gebruik van de jaagpaden geschiedt op risico van de gebruiker, die te allen tijde rekening moet houden met de plaatselijke gesteldheid en met het gebruik voor scheepvaartdoeleinden en de overige noden van het waterwegenbeheer. Afdeling 3. - Verkeerstekens Art. 31.Met uitzondering van artikel 33 en artikel 34, eerste lid, tweede zin, en zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid van andere overheden om nadere regels vast te stellen, is deze afdeling van overeenkomstige toepassing in de havengebieden beheerd en geëxploiteerd door de havenbedrijven. Art. 32.Overeenkomstig de ter zake geldende volken- en Unierechtelijke verplichtingen van het Vlaamse Gewest, bepaalt de Vlaamse Regering de vorm en het uitzicht van de verkeerstekens nodig voor het beheer van de waterweg. Art. 33.Verkeerstekens die een gebod of een verbod inhouden worden geplaatst en verwijderd door de waterwegbeheerder die de maatregel heeft genomen of, onder door deze waterwegbeheerder bepaalde voorwaarden, door derden. Met behoud van de toepassing van artikel 34, worden alle andere verkeerstekens geplaatst en verwijderd door de waterwegbeheerder, of, onder door de waterwegbeheerder bepaalde voorwaarden, door derden. Art. 34.Verkeersbelemmeringen worden, op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering, aangeduid door degene die ze heeft doen ontstaan. Indien hij hierin tekortschiet, neemt de waterwegbeheerder deze verplichting op zich. Werken in uitvoering worden, onder door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf bepaalde voorwaarden, aangeduid door degene die de werken uitvoert. Indien hij hierin tekortschiet, kan de waterwegbeheerder of het havenbedrijf, zonder afbreuk te doen aan de exclusieve verantwoordelijkheid ter zake van de uitvoerder der werken en zonder zelf enige aansprakelijkheid op te nemen, de nodige signalisatie aanbrengen. Art. 35.Behoudens artikel 33 en 34, is het verboden, zonder daartoe bevoegd te zijn, een verkeersteken aan te brengen of te doen aanbrengen dan wel te verwijderen of te doen verwijderen. Het is verboden om een voorwerp van welke aard ook, dat de gebruiker van de waterweg of de aanhorigheden in verwarring zou kunnen brengen, langs, in of boven een verkeersteken aan te brengen, te doen aanbrengen of te houden. Art. 36.De kosten verbonden aan het plaatsen, onderhouden, vernieuwen en verwijderen van de verkeerstekens worden gedragen door degene die de betrokken handeling heeft verricht. De kosten van de aanduiding van verkeersbelemmeringen door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf indien de persoon die de verkeersbelemmering heeft veroorzaakt dit nalaat, worden gedragen door deze laatste. De kosten van de aanduiding van werken in uitvoering door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf indien de persoon die de werken uitvoert dit nalaat, worden gedragen door deze laatste. Afdeling 4. - Nautische publicaties Art. 37.De waterwegbeheerder en andere bevoegde autoriteiten kunnen tot de gebruikers van de waterweg nautische publicaties richten. De nautische publicaties bevatten bekendmakingen aan de gebruiker van de waterweg, waarbij door de waterwegbeheerder of de bevoegde autoriteit ten aanzien van de door of krachtens dit decreet geregelde aangelegenheden een gebod of verbod wordt uitgevaardigd dan wel een inlichting wordt verstrekt met betrekking tot een waterweg, een waterweggedeelte of het gebruik ervan. De in nautische publicaties vervatte voorschriften zijn beperkt tot aangelegenheden van tijdelijke aard en met een beperkte draagwijdte, die verband houden met een lokale toestand of gebeurtenis. Zij hebben een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaar. De nautische publicaties worden bekendgemaakt op een website van de waterwegbeheerder of andere bevoegde autoriteit. HOOFDSTUK 5. - Watercaptatie Art. 38.Dit hoofdstuk is van toepassing op de waterwegen en in de havengebieden beheerd en geëxploiteerd door de havenbedrijven. Art. 39.In alle waterwegen en havens moet degene die water capteert: 1° melding maken van het capteren van minder dan 500 kubieke meter per jaar, hierna genoemd de melding van een watervang;of 2° een vergunning verkrijgen voor het capteren van 500 kubieke meter en meer per jaar, hierna genoemd de vergunning voor een watervang. Captatie van water is enkel toegestaan op de vaste captatielocaties, aangeduid door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf. Aangelanden mogen echter wel vanaf de aangelande grond die zij bezitten water capteren. Art. 40.§ 1. De melding van een watervang gebeurt bij de waterwegbeheerder of het havenbedrijf. De vergunning voor een watervang wordt afgeleverd door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf. § 2. De Vlaamse Regering kan de nadere modaliteiten van de melding van een watervang en de voorwaarden en procedure voor de afgifte van de vergunning voor een watervang omschrijven. § 3. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken, vermeld in of ter uitvoering van dit hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden persoonsgegevens verwerkt. De waterwegbeheerder of het havenbedrijf is de verantwoordelijke voor de verwerking. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit hoofdstuk heeft betrekking op identificatiegegevens van natuurlijke en/of rechtspersonen die water capteren uit de waterweg of de haven. De doelstelling van deze verwerking van persoonsgegevens betreft het overzicht van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf op de hoeveelheid van water die uit hun waterwegen of havens wordt gecapteerd om ervoor te kunnen zorgen dat alle functies van de waterweg of de haven kunnen worden gegarandeerd. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt en van welke betrokkenen, stelt de wijze vast waarop die gegevens worden verwerkt en stelt de maximale bewaartermijn van de gegevens vast. De persoonsgegevens worden in ieder geval niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, en maximaal voor een periode van 5 jaar. Voor de bescherming van de persoonsgegevens neemt de waterwegbeheerder of het havenbedrijf gepaste technische en organisatorische maatregelen, rekening houdend, enerzijds, met de stand van de techniek ter zake en de kosten voor het toepassen van de maatregelen en, anderzijds, met de aard van de te beveiligen gegevens en de potentiële risico's. Art. 41.Bij uitzonderlijk lage waterstanden, waarbij captatie van water gevaar kan opleveren voor de scheepvaart of voor de waterwegen of de havens, of bij slechte waterkwaliteit, kan door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf een tijdelijk verbod of een tijdelijk beperking van captatie worden opgelegd. De Vlaamse Regering bepaalt hiervan de modaliteiten. Art. 42.§ 1. Het bedrag verschuldigd voor het bekomen van een vergunning voor een watervang wordt bepaald door het totale volume water dat door middel van pompen, hevels of andere goedgekeurde installaties uit de waterweg of de haven wordt gecapteerd. § 2. Het bedrag verschuldigd voor het capteren van water bedraagt minimum 0,0046 euro per kubieke meter gecapteerd water en maximum 0,1 euro per kubieke meter gecapteerd water. De Vlaamse Regering bepaalt een methodologie gebaseerd op economische en ecologische indicatoren, inclusief de tariefstructuur en -zetting, om de hoogte van de bedragen voor watercaptatie te onderbouwen. § 3. Het minimum verschuldigde bedrag wordt forfaitair vastgesteld op 225 euro per jaar. De captatie van minder dan 500 kubieke meter per jaar is gratis. Voor het aftappen van water door de vergunninghouders die onder de toepassing van de wet van 20 juni 1855 inzake de irrigaties in de Kempen vallen, wordt het verschuldigde bedrag forfaitair vastgesteld op 225 euro per jaar. § 4. De Vlaamse Regering kan de in dit artikel vastgestelde bedragen zo nodig jaarlijks actualiseren. De Vlaamse Regering kan de toe te passen verhogingen en interestvoeten in geval van laattijdige betaling vaststellen en de nadere betalingsmodaliteiten bepalen. § 5. Aan de vergunninghouders die het gecapteerde water na gebruik terugstorten in de waterweg of de haven waar het werd gecapteerd kan een vermindering van het verschuldigde bedrag worden toegekend in functie van het volume dat effectief wordt teruggestort. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels. Art. 43.Voor het vaststellen van het totale volume gecapteerd water per jaar worden alle bestaande en nog te bouwen watervangen uitgerust met een debietmetingssysteem. Dit wordt geplaatst op kosten van de vergunninghouder. Voor het gebeurlijk vaststellen van het totale volume teruggestort water per jaar zal de vergunninghouder in een bijkomend debietmetingssysteem voorzien. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan deze debietmetingssystemen moeten voldoen. Art. 44.De waterwegbeheerder of het havenbedrijf is belast met de inning en de invordering van de verschuldigde bedragen en met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de watervang. De Vlaamse Regering regelt de uitvoering van dit artikel. Zij bepaalt de vergoeding die aan de in het eerste lid van dit artikel genoemde beheerders toekomt, onverminderd de bevoegdheid ter zake van het agentschap De Vlaamse Waterweg nv om die inning en vorderingen in de door hen beheerde kanalen en waterwegen voor eigen rekening uit te voeren. TITEL 3. - De scheepvaart HOOFDSTUK 1. - Reglementering van de scheepvaart Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 45.Met behoud van de toepassing van het bepaalde in artikel 69 omtrent de bijzondere transporten, mag geen schip zich op de waterweg begeven indien de afmetingen ervan of van zijn lading niet beantwoorden aan de waterwegklasse. Art. 46.In geval de gezagvoerder van een schip een hindernis in de door een waterwegbeheerder beheerde waterweg aantreft of kennis krijgt van de aanwezigheid van dergelijke hindernis in die waterweg, geeft hij daarvan onverwijld kennis aan de waterwegbeheerder. Hetzelfde geldt wanneer hij een defect of een gebrek opmerkt aan de verkeerstekens en de apparaten die dienen om inlichtingen of instructies aan schepen te geven, zoals bakens en boeien, of aan kunstwerken zoals sluizen, bruggen, kaaien en taluds. Bij deze melding dienen alle gegevens te worden meegedeeld die van belang zijn of kunnen zijn voor de instandhouding of het herstel van de waterweg. De Vlaamse Regering kan betreffende deze melding de nadere regels vaststellen. Afdeling 2. - Algemene meldplicht van schepen Art. 47.De Vlaamse Regering kan aan schepen die zich op de binnenwateren bevinden of zullen bevinden de verplichting opleggen om gegevens betreffende de reis, de lading, het aantal opvarenden en het schip te melden. Het toepassingsgebied van deze verplichting, de nadere regels ter zake, alsook de wijze waarop de gegevens worden uitgewisseld tussen bij de scheepvaart betrokken overheidsinstellingen en private actoren, worden bepaald door de Vlaamse Regering. Afdeling 3. - Scheepvaartongevallen Art. 48.Deze afdeling is van toepassing in de havengebieden beheerd en geëxploiteerd door de havenbedrijven en op de waterwegen. Art. 49.§ 1. De eigenaar of de gezagvoerder van een schip dat dreigt te zinken of vast te lopen, dat onvoldoende of onrechtmatig is gemeerd of dat derwijze ligt dat het de doorvaart hindert of anderszins de vrijheid of de veiligheid van de scheepvaart of het leefmilieu in het gedrang brengt of kan brengen, neemt onverwijld alle maatregelen om hieraan te verhelpen. § 2. Wanneer een schip gezonken is of dreigt te zinken of vast te lopen, wanneer het onvoldoende of onrechtmatig gemeerd is of derwijze ligt dat het de doorvaart hindert en, in het algemeen, telkens als het nodig is de vrijheid of veiligheid van de scheepvaart te verzekeren, de afvoer van het water te vergemakkelijken of de belangen van het regime van de waterweg of de haven te vrijwaren, mag de waterwegbeheerder of het havenbedrijf en, bij dringendheid, elke ambtenaar, vermeld in artikel 112, aan de eigenaar of de gezagvoerder de nodig geachte maatregelen voorschrijven, zelfs wanneer deze niet in enige verordening voorzien zijn. De eigenaar en de gezagvoerder moeten aan de gegeven bevelen onmiddellijk gevolg geven. Indien zij hierbij in gebreke blijven of indien zij afwezig zijn, mogen de voorgeschreven maatregelen van ambtswege op hun kosten worden uitgevoerd. Deze bepalingen gelden met behoud van de toepassing van artikel 17 en 140. Art. 50.Wanneer een schip op de waterweg of in de haven bij een incident is betrokken of indien het is vastgelopen of gezonken, geeft de eigenaar van het schip of de gezagvoerder daarvan onverwijld kennis aan de waterwegbeheerder of het havenbedrijf. Eenzelfde verplichting rust op de eigenaar van het schip of de gezagvoerder wanneer het schip dreigt vast te lopen, te zinken of onbestuurbaar te worden. Art. 51.Een schip dat bij een incident was betrokken, mag de plaats van het incident niet verlaten zonder de voorafgaande toelating van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf, tenzij om zich te begeven naar een nabije veilige ligplaats teneinde verdere schade te voorkomen. In geval van miskenning van de in het eerste lid bedoelde verplichting, kan het betrokken schip door elke waterwegbeheerder en elk havenbedrijf worden opgehouden totdat de waterwegbeheerder of het havenbedrijf van de plaats van het incident de toelating geeft om verder te varen. Art. 52.Zolang de waterwegbeheerder of het havenbedrijf hem niet heeft gemachtigd zich te verwijderen, blijft de gezagvoerder van een schip aan boord van het schip of in de nabijheid van de plaats waar het voorval, vermeld in artikel 50, zich heeft voorgedaan. Afdeling 4. - Boorddocumenten Art. 53.De Vlaamse Regering bepaalt de documenten die ingevolge dit decreet aan boord van het schip voor inzage beschikbaar moeten zijn en stelt de nadere regels hieromtrent vast. De Vlaamse Regering kan eveneens voorzien in vrijstellingen voor bepaalde categorieën van schepen. Afdeling 5. - Veiligheid van schepen en bemanningsvoorschriften in de binnenvaart Art. 54.Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG en van richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de Richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de Raad. Art. 55.Deze afdeling, evenals artikel 116, artikel 121 tot en met 123 en afdeling 3 van hoofdstuk 4 van titel 6, zijn van toepassing op: 1° elk binnenschip, met uitzondering van de pleziervaartuigen;en 2° andere schepen, met uitzondering van pleziervaartuigen en marineschepen en met uitzondering van zeeschepen, zeesleepboten en zeeduwboten die aan een van de volgende voorwaarden voldoen: a) in getijdenwateren varen of stilliggen;b) tijdelijk op binnenwateren varen als ze minstens beschikken over: 1) al de volgende certificaten: i) een certificaat van conformiteit met het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS) of een gelijkwaardig certificaat; ii) een certificaat van conformiteit met het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966, of een gelijkwaardig certificaat; iii) een internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie (International Oil Pollution Prevention (IOPP)) als bewijs voor de conformiteit met het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973/78 (MARPOL); 2) in geval van zeeschepen die niet onder het SOLAS-verdrag, noch het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966, noch het MARPOL-verdrag vallen: de relevante certificaten en de uitwateringsmerken die wettelijk verplicht zijn in hun vlaggenstaat;3) in geval van passagiersschepen die niet vallen onder de verdragen, vermeld in punt 1): een certificaat inzake veiligheidsvoorschriften en normen voor passagiersschepen dat afgegeven is overeenkomstig richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken, vermeld in of ter uitvoering van deze afdeling en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden persoonsgegevens verwerkt, inclusief de gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt en van welke betrokkenen, stelt de wijze vast waarop die gegevens worden verwerkt, wijst de verantwoordelijke voor de verwerking aan, bepaalt, onverminderd de in het tweede lid vermelde doeleinden, de bijkomende doeleinden van de verwerking en stelt de maximale bewaartermijn van de gegevens vast. De persoonsgegevens worden in ieder geval niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt. Indien de gegevens openbaar worden gemaakt of aan derden kunnen worden overgemaakt, stelt de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkenen op de hoogte van de categorieën van ontvangers. Art. 56.Geen schip mag vanuit een Vlaamse haven zee kiezen of op de binnenwateren varen of stilliggen zonder in staat van veiligheid te zijn en zonder voorzien te zijn van de certificaten zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 57 met betrekking tot de veiligheid van de scheepvaart en met betrekking tot het voorkomen van verontreiniging door schepen in zoverre laatst genoemde certificaten technische voorschriften inzake uitrusting en exploitatie van het schip met het oog op het beschermen van het milieu betreffen. Art. 57.De Vlaamse Regering bepaalt: 1° de in artikel 56 bedoelde certificaten;2° de voorwaarden tot aflevering van de onder punt 1° bedoelde certificaten;3° de voorwaarden waaraan elk schip moet voldoen om in staat van veiligheid te zijn, inzonderheid de voorschriften betreffende: a) de bouw en de staat van onderhoud;b) de reddingsmiddelen;c) het tuigage en de reserveonderdelen, met inbegrip van de middelen tegen brand en de wisselstukken;d) de nautische instrumenten, de seintoestellen, de telecommunicatiemiddelen en hun gebruik;e) de motoren, de mechanische en elektrische toestellen;f) de lichamelijke geschiktheid, de brevetten, vergunningen en andere soortgelijke attesten, welke kunnen worden vereist van de bemanning alsmede het aantal bemanningsleden;g) het aantal passagiers dat mag worden vervoerd;h) de bewoonbaarheid van de inrichtingen, de hygiëne en de gezondheidsvoorwaarden;i) de diepgangschalen en de vrijboordmerken;j) de stabiliteit, het stouwen van de lading en het ballasten;k) het laad- en losgerei;l) de lading;m) het vervoer van gevaarlijke stoffen;4° de voorwaarden waaronder de bevoegde autoriteit, in bijzondere gevallen, vrijstelling kan verlenen van de toepassing van een of meer bepalingen van de ter uitvoering van deze afdeling genomen besluiten;5° de bemanningsvoorschriften en de verplichtingen van de bemanning en andere opvarenden, alsook van de eigenaars van schepen in verband met de veiligheid van de scheepvaart, de opvarenden en de lading en in verband met het milieu in zoverre die laatste verplichtingen betrekking hebben op technische voorschriften inzake uitrusting en exploitatie van het schip met het oog op het beschermen van het milieu;6° de voorwaarden waaronder de organisaties kunnen worden erkend en gemachtigd tot het uitvoeren van gehele of gedeeltelijke inspecties en controles van schepen in verband met certificaten met betrekking tot de veiligheid van de scheepvaart en certificaten met betrekking tot het voorkomen van verontreiniging door schepen in zoverre laatstgenoemde certificaten technische voorschriften inzake uitrusting en exploitatie van het schip met het oog op het beschermen van het milieu betreffen en in voorkomend geval tot het afgeven en vernieuwen van de in dit punt vermelde certificaten;7° bijzondere regels voor onbemande schepen. Art. 58.§ 1. De Vlaamse Regering kan bepalen dat nader aangeduide binnenschepen moeten of mogen worden opgenomen in een Vlaams Register voor Binnenschepen. De Vlaamse Regering: 1° bepaalt welke binnenschepen moeten of mogen worden geregistreerd, alsook de voorwaarden waaraan het binnenschip, zijn eigenaar of zijn exploitant daartoe vooraf moeten voldoen;2° stelt de vorm van het Vlaams Register voor Binnenschepen vast, evenals de wijze waarop het register wordt beheerd;3° stelt de vorm en de inhoud vast van de aanvraag die bij het register wordt gedaan;4° duidt aan welke documenten bij de aanvraag moeten worden gevoegd of waarvan de voorlegging bij het onderzoek daarvan kan worden geëist;5° kan bepalen dat het nummer waaronder het binnenschip is geregistreerd en de datum van de registratie moeten worden aangetekend op het document van registratie;6° wijst de personen aan die gehouden zijn of gemachtigd worden om de aanvraag in te dienen en stelt daartoe een termijn vast;7° stelt de termijn vast waarin de aanvraag moet gebeuren;8° regelt de overmaking van gegevens en de vorm van het daartoe opgemaakte register;9° bepaalt de wijzigingen die bij het Vlaams Register voor Binnenschepen moeten worden aangemeld alsook de modaliteiten en de termijn van indiening van de betreffende wijzigende aanmelding;10° regelt de doorhaling van de registratie;11° regelt de openbaarheid en overmaking van gegevens. Met het oog op de toepassing van dit artikel wordt een binnenschip in aanbouw als binnenschip beschouwd zodra de aanbouw ervan begonnen is. § 2. De bevoegde autoriteit treedt op als de verwerkingsverantwoordelijke van persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel. De verwerking van persoonsgegevens is nodig om eigenaren en/of exploitanten van schepen te kunnen contacteren. Dit draagt bij tot een efficiënt waterwegenbeheer en een vlot corridormanagement en aan een veilig waterwegennetwerk in het bijzonder in het kader van calamiteitenmanagement. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel heeft betrekking op identificatiegegevens van de eigenaar en/of exploitant van schepen (naam, adres, rijksregisternummer, telefoonnummer, mailadres). De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel heeft betrekking op eigenaars en/of exploitanten. Ter bevordering van de samenwerking in de uitvoering van de taken die zijn toegewezen kan de bevoegde autoriteit de gegevens die worden verwerkt in het kader van de opdrachten delen met de politiediensten, de waterwegbeheerders, de havenbedrijven en de andere bevoegde autoriteiten. De persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, worden bewaard voor een periode van 5 jaar na de doorhaling van de registratie. Art. 59.§ 1. Elk schip dat is ingeschreven in een register van een erkende classificatiemaatschappij en er in de hoogste klasse van zijn categorie is ondergebracht, is ontslagen van de door de bevoegde autoriteit of door de deskundigen te verrichten vaststellingen betreffende de punten waarover door die maatschappij toezicht is uitgeoefend. Dezelfde vrijstelling kan worden verleend wanneer certificaten worden afgegeven door een bevoegde vreemde openbare dienst. De bevoegde autoriteit kan evenwel nazien of, op een door haar te bepalen wijze, doen nazien of de voorwaarden gesteld voor het bekomen van het classificatiecertificaat of van andere certificaten, zijn vervuld en, zo nodig, nadere vaststellingen gelasten. § 2. De Vlaamse Regering wijst de classificatiemaatschappijen en de bevoegde buitenlandse openbare diensten aan, waarvan de certificaten kunnen worden aanvaard en bepaalt onder welke voorwaarden dit zal geschieden. Art. 60.Indien een bemanningslid oordeelt dat het schip niet alle nodige waarborgen van veiligheid oplevert, mag het te allen tijde een met redenen omkleed verzoekschrift aan de bevoegde autoriteit richten. De bevoegde autoriteit moet het bemanningslid horen alvorens de maatregelen welke de omstandigheden vereisen, te treffen. Art. 61.§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de omstandigheden waarin bemanningsleden en andere personen die dienst doen aan boord of actief zijn bij scheepsoperaties uit hoofde van hun activiteiten of het schip waarop zij dienst doen, verplicht zijn om te beschikken over een kwalificatiecertificaat of een vergunning. De personen op wie een dergelijke verplichting rust, moeten houder zijn van het bedoelde kwalificatiecertificaat of de bedoelde vergunning, of van een getuigschrift dat onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden als gelijkwaardig wordt beschouwd. Zij moeten het certificaat, de vergunning of het getuigschrift steeds bij zich ter inzage beschikbaar hebben. Tot op een door de Vlaamse Regering vastgestelde datum moet ieder die een schip als vermeld in artikel 55, 1°, bestuurt houder zijn van een bijzonder kwalificatiecertificaat, met name een vaarbewijs, afgegeven overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, of van een getuigschrift dat onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden als gelijkwaardig wordt beschouwd, en dat tevens bij zich hebben. Dit vaarbewijs of dit getuigschrift moet geldig zijn voor de categorie waarin het schip dat wordt bestuurd, is ingedeeld. De Vlaamse Regering kan, onder de algemene voorwaarden die zij vaststelt, vrijstellen van de in deze paragraaf voorgeschreven verplichtingen uit hoofde van de categorie van schepen of de aard van de uitgevoerde activiteiten. § 2. Het k …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.