Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit tot goedkeuring van de eerste bestuursovereenkomst van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers en betreffende de vaststel

Kort samengevat

Dit besluit keurt de eerste bestuursovereenkomst goed voor de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers en regelt de indeling van deze dienst bij de openbare instellingen van sociale zekerheid. Het hoofddoel is de uitvoering van bepalingen uit een eerder koninklijk besluit betreffende de responsabilisering van openbare instellingen van sociale zekerheid.

Wat het regelt

  • De uitvoering van bepalingen uit het koninklijk besluit van 3 april 1997 over de responsabilisering van openbare instellingen van sociale zekerheid.
  • De invoering van bestuursovereenkomsten tussen de Belgische Staat en sociale parastatalen om de efficiëntie van de dienstverlening te verhogen.
  • De overgang van een toezichtsrelatie naar een contractuele relatie tussen een Minister en een instelling, waarin verplichtingen en doelstellingen worden vastgelegd.
  • De samenstelling van de begroting van openbare instellingen van sociale zekerheid in een opdrachtenbegroting en een beheersbegroting.

Wie het aanbelangt

  • De Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers.
  • Openbare instellingen van sociale zekerheid.

Kernpunten

  • Bestuursovereenkomsten zijn contracten tussen de Staat en instellingen van sociale zekerheid, gericht op administratief beheer en niet op de inhoud van sociale programma's.
  • Deze overeenkomsten bepalen taken, gekwantificeerde doelstellingen voor efficiëntie en kwaliteit, gedragsregels ten aanzien van het publiek, en methodes voor opvolging.
  • De overeenkomsten regelen ook de berekening en vaststelling van beheerskredieten en personeelskredieten.
  • De eerste bestuursovereenkomsten worden afgesloten voor een duur van drie jaar.
Wettekst
Wettekst
Obsah (4)Artikel 4Artikel 13Artikel 21Artikel 26

lag voor werknemers en betreffende de vaststelling van de maatregelen tot rangschikking van bedoelde Rijksdienst bij de openbare instellingen van sociale zekerheid VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besl

Artikel 4

.Doelstellingen van de opdracht per deelaspect Artikel 5.Volle legitimiteit van het recht op kinderbijslag Artikel 6.Snelle betalingen Artikel 7.Stipte doorbetaling Artikel 8.Juiste betaling Artikel 9.Efficiëntie van de betaling Artikel 10.Klantvriendelijkheid van de dienst of « voorrang van de burger op de administratie » Artikel 11.Terugvordering van de betaling AFDELING 2 : Controle Artikel 12.

Artikel 13

.Doelstellingen van de opdracht per deelaspect Artikel 14.Monitoring Artikel 15.Administratief toezicht Artikel 16.Financieel toezicht Artikel 17.Sociaal toezicht bij de gezinnen Artikel 18.Mediatie Artikel 19.Onthaal AFDELING 3 : Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten (FCUD) Artikel 20.

Artikel 21

.Doelstellingen van de opdracht per deelaspect Artikel 22.Administratief onderzoek van de nieuwe promotoren Artikel 23.Het toekennen van voorschotten Artikel 24.Administratief en financieel toezicht op de betoelaagde promotoren AFDELING 4 : Beleidsvoorbereiding, -advisering en -ondersteuning Artikel 25.

Artikel 26

.Doelstellingen van de opdracht per deelaspect Artikel 27.Voorbereiden van het beleid Artikel 28.Adviseren van het beleid Artikel 29.Ondersteunen van het beleid HOOFDSTUK 2 : GEDRAGSREGELS TEN AANZIEN VAN HET PUBLIEK Artikel 30.

AFDELING 1 : Communicatie- en informatiebeleid Artikel 31.Informeren en bijstaan door de RKW voor het stelsel Artikel 32.Informatie op maat AFDELING 2 : Administratieve vereenvoudiging Artikel 33.Rendabilisering van de gegevensverzameling AFDELING 3 : Gemotiveerde beslissingen Artikel 34.Motivering Artikel 35.Rechtszekerheid en uniforme toepassing AFDELING 4 : Onthaal Artikel 36.Openingsuren Artikel 37.Lokale contactpunten HOOFDSTUK 3 : MEETINSTRUMENTEN VAN DE OPVOLGING VAN DE VERWEZENLIJKING VAN DE DOELSTELLINGEN EN DE GEDRAGSREGELS Artikel 38.Meetinstrumenten HOOFDSTUK 4 : VERBINTENISSEN VAN DE STAAT Artikel

  1. Artikel
  2. Artikel
  3. Artikel
  4. HOOFDSTUK 5 : BEHEERSKREDIETEN Artikel 43.Globale beheerskredieten Artikel
  5. Artikel
  6. Artikel 46.Financiering Artikel 47.Boekhoudplan HOOFDSTUK 6 : POSITIEVE EN NEGATIEVE SANCTIES Artikel
  7. HOOFDSTUK 7 : SLOTBEPALINGEN Artikel
  8. PREAMBULE De RKW, een instelling van de sociale zekerheid Binnen de Belgische sociale zekerheid is de RKW belast met de organisatie van de sector gezinsbijslag , die 128 miljard BEF per jaar vertegenwoordigt, ten gunste van meer dan 2.000.000 kinderen, of 8,6 % van het totaal van de socialezekerheidsuitgaven. In de hoedanigheid van betalingsinstelling van kinderbijslag kent de RKW gezinsbijslag toe aan 213.416 gezinnen, met 372.960 kinderen voor een jaarlijks bedrag van ruim 27 miljard BEF. Tenslotte speelt de RKW een aanvullende rol in de financiering van de buitenschoolse opvang, de flexibele of urgentie-opvang evenals de opvang van zieke kinderen, in het raam van het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten . De kinderbijslag vormt een vitaal element in het gezinsinkomen , aangezien ze voor een gezin waarvan het gezinshoofd werkloos is 34 % van het inkomen vertegenwoordigt wanneer er twee kinderen zijn, en zelfs 59 % als er drie kinderen zijn, en aangezien kinderbijslag in de regeling van de gewaarborgde gezinsbijslag, die veel eenoudergezinnen en gezinnen met meer kinderen dan het gemiddelde telt, zelfs bijna de totaliteit van het inkomen vormt. De RKW die zich terdege bewust is van dit belang, vervult dan ook zijn opdracht vanuit een streven naar dienstverlening dat exclusief gericht is op de noden van de gezinnen . Iedere actie is bedoeld om zijn sociale legitimiteit te verhogen door snelle beslissingen, regelmatige betalingen, de stabilisering van het recht en een verhoogde klantvriendelijkheid. Zijn opdrachten Een eerste fundamentele opdracht van de RKW is de toekenning en de betaling van kinderbijslag aan gezinnen met in hoofdzaak een atypisch profiel , zowel op gezins- als op beroepsvlak, wat leidt tot een grote instabiliteit en bijgevolg tot een veel intensere opvolging van de dossiers. Voor 52 % van de gezinnen (nationale verdeling) is het recht gebaseerd op een andere situatie dan arbeid , en 70 % hiervan geniet een sociale toeslag , onderworpen aan talrijke voorwaarden. Sommige gezinnen zijn zelfs bijzonder behartigenswaardig , omdat ze maar een strikt residuair recht hebben (gewaarborgde gezinsbijslag, gehandicapten, studenten,...), een recht dat dus zeer precair is en een voorafgaand onderzoek naar een potentieel recht in alle andere regelingen impliceert. De bij de RKW aangesloten werkgevers onderscheiden zich evenzo door een kleinere grootte en door een mindere graad van organisatie dan de werkgevers aangesloten bij de vrije kinderbijslagfondsen. Het sterke verloop van de dossiers bij de RKW is er een natuurlijk gevolg van : om de betaling aan 213.416 gezinnen te verzekeren moet de RKW jaarlijks meer dan 75.000 beslissingen inzake toekenning of weigering onderzoeken en treffen. Een tweede kernopdracht van de RKW is de organisatie, het beheer en de controle van een stelsel met 27 medewerkende instellingen, gericht op efficiëntie en vooral op effectiviteit . Logische en consistente procedures worden opgesteld om een unieke bevoegdheid te waarborgen, de informatie bij de bevoegde bron in te zamelen zonder bevraging van de sociaal verzekerde, de kinderbijslagfondsen op het juiste ogenblik de financiële middelen te bezorgen in functie van de werkelijke behoeften en hen te controleren. Met beperkte middelen en zonder voorafgaandelijk toelaatbaarheidsonderzoek , wordt op relevante wijze permanent de kwaliteit van de dienstverlening in alle kinderbijslagfondsen geëvalueerd. Met gerichte kwaliteitscontroles worden de rechten van de gezinnen opgevolgd, met waar mogelijk begeleiding bij de volledige uitoefening van hun recht. Naast de twee kernopdrachten vervult de RKW tal van ondersteuningsopdrachten bij de beleidsvoorbereiding, -advisering en -ondersteuning via spontane analyse van disfuncties en aanpassingen van regelgeving en financiële ramingen om een betrouwbaar steunpunt van het kinderbijslagstelsel te zijn. Tenslotte publiceert de RKW kwaliteitsvolle informatie voor diverse doelgroepen. Een specifieke kernopdracht is tenslotte het beheer van het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten met de aanvullende financiering van projecten voor buitenschoolse opvang die een aanzienlijk aandeel analyse en studie ter ondersteuning van de administratieve rechtspraak omvatten. Zijn « acquis » Sedert 1986 nam de RKW op eigen initiatief een aanvang met een permanent proces van verandering . In 1987 onderwierp de RKW zich vrijwillig aan een audit met benchmarking , waarbij de instelling vergeleken werd met de drie beste vrije fondsen. Sedert 1988 werden de aanbevelingen van de audit vertaald in concrete acties en in verwezenlijkingen waarvan de resultaten gunstig werden ontvangen door het Beheerscomité, de regering, de vertegenwoordigers van de burgers, van de wetenschappelijke wereld en de media en gelukkig vooral door de gezinnen zelf. Zo worden door de RKW vandaag ruim 97 % van de gezinnen betaald op de 10e van de maand in plaats van 16 % in 1987, zijn slechts 3,2 % van de dossiers (in 1998, 2,3 %) in onderzoek op het einde van het jaar tegen 15,4 % in 1987, en zijn 45 % van de aanvragen (in 1998, 46 %) minder dan een maand in behandeling tegen 26 % in
  9. Voor gans het stelsel is het aantal formulieren verminderd met 63,5 % , er werden elektronische fluxen voor de uitwisseling van gegevens gecreëerd voor 6.689.882 mededelingen in 2000, de kinderbijslagfondsen werden geresponsabiliseerd , de controlecyclus herleid van 40 tot 12 maanden, het aantal sociale controles verhoogd met 50 %. De RKW ontdeed zich van zijn zuiver bureaucratische eigenschappen en profileert zich dag na dag als een moderne, dynamische, soepele, sociaal bewogen instelling, die gekenmerkt wordt door haar professionalisme, haar soberheid en haar loyaliteit . Zijn correctie van de middelen De RKW spaarde zijn inspanningen niet : de index van zijn productiviteit en zijn prestaties steeg naar 1.065 in 2000 op een basis van 100 in 1986, terwijl de human resources met minder dan 7 % stegen in dezelfde periode en de werkingskosten geheel en al de lineaire maatregelen van de begrotingsmatiging ondergingen. De RKW heeft nooit mechanische, gestage middelenaanpassingen gevraagd noch verkregen. Het onevenwicht is echter duidelijk te groot geworden om verbintenissen die vatbaar zijn voor sancties te wettigen . Een correctie van de beheerskredieten die aan de RKW worden toegekend is bijgevolg onontbeerlijk. OVEREENKOMST Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel 1.Begripsbepalingen In deze bestuursovereenkomst wordt verstaan onder :
  10. De RKW : de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW) zoals bedoeld in artikel 2 van de wet van 26 juli 1960Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1960 pub. 12/10/2010 numac 2010000562 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herinrichting van de instellingen voor kinderbijslag Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herinrichting van de instellingen voor kinderbijslag.
  11. Het Beheerscomité : het Beheerscomité zoals bedoeld in de wet van 25 april 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/1963 pub. 27/01/2015 numac 2015000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 25/04/1963 pub. 21/02/2013 numac 2013000100 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg (Hoofdstuk 2, Afdeling 1).
  12. De kinderbijslagfondsen : de fondsen zoals bedoeld in de artikelen 19 en 31 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders.
  13. Het FCUD : het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten (FCUD) ingesteld door de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1971 pub. 19/08/2009 numac 2009000536 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot wijziging van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en door de wet van 22 februari 1998 houdende sociale bepalingen.
  14. De boordtabellen : de gevalideerde boordtabellen zoals bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997021143 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende wijziging van de samenstelling van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 02/08/1997 numac 1997000178 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende de identiteitsstukken en -bewijzen voor kinderen onder de twaalf jaar type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 05/06/1997 numac 1997016105 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot vaststelling van de regels inzake de werkingskosten van de Psychologencommissie, opgericht bij artikel 3, § 1, van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 04/07/1997 numac 1997000198 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van vijf koninklijke besluiten betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997002238 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot toekenning van een toelage aan het « Belgisch Centrum voor Farmakoterapeutische informatie » voor het jaar 1997 type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 08/08/1997 numac 1997021144 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende benoeming van de voorzitter van de beheerraad van het Nationaal Orkest van België type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 06/06/1997 numac 1997012139 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling, voor sommige ondernemingen die onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg, ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 11/06/1997 numac 1997011154 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende bekrachtiging van Belgische normen uitgewerkt door het Belgisch Instituut voor Normalisatie type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 19/06/1997 numac 1997000179 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "handvest" van de sociaal verzekerde sluiten houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
  15. Het bestuursplan : het bestuursplan zoals bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997021143 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende wijziging van de samenstelling van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 02/08/1997 numac 1997000178 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende de identiteitsstukken en -bewijzen voor kinderen onder de twaalf jaar type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 05/06/1997 numac 1997016105 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot vaststelling van de regels inzake de werkingskosten van de Psychologencommissie, opgericht bij artikel 3, § 1, van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 04/07/1997 numac 1997000198 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van vijf koninklijke besluiten betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 05/07/1997 numac 1997002238 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot toekenning van een toelage aan het « Belgisch Centrum voor Farmakoterapeutische informatie » voor het jaar 1997 type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 08/08/1997 numac 1997021144 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende benoeming van de voorzitter van de beheerraad van het Nationaal Orkest van België type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 06/06/1997 numac 1997012139 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling, voor sommige ondernemingen die onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg, ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 11/06/1997 numac 1997011154 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende bekrachtiging van Belgische normen uitgewerkt door het Belgisch Instituut voor Normalisatie type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 19/06/1997 numac 1997000179 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "handvest" van de sociaal verzekerde sluiten houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
  16. Het doorlichtingsmodel « Dulbea » : een wetenschappelijk onderbouwde steekproefmethode in het kader van de controle op de kinderbijslagfondsen die het mogelijk maakt de resultaten te extrapoleren.
  17. Het logboek : de inventaris van alle vragen en klachten met hun kenmerken : aard van de vraag of klacht, betrokken partijen, doorlooptijd tot de oplossing, welke oplossing, over welk soort probleem het gaat en welke betaalinstelling erbij betrokken is. Artikel 2.Fundamentele uitgangspunten
  18. De bestuursovereenkomst wil alleen de wijze regelen waarop de instelling op efficiënte en kwaliteitsvolle wijze uitvoering geeft aan het beleid zoals het door de politieke overheden wordt gedefinieerd. Dit impliceert de inbreng van ervaring en deskundigheid in de ontwikkeling, de evaluatie en de bijsturing van het beleid.
  19. De overeenkomstsluitende partijen engageren zich om de beschikkingen te respecteren inzake het paritair beheer, in een geest van open en permanent overleg.Het Beheerscomité is samen met het dagelijks bestuur een volwaardige partner in de bestuursovereenkomst. Aldus wordt de rol en de verantwoordelijkheid van het paritair beheer in de uitvoering van de sociale zekerheid benadrukt en versterkt.
  20. De beleidskeuze voor de rechtsfiguur van de overeenkomst leidt tot een vervanging van de klassieke gezagsverhouding door een meer contractuele.Beide partijen verbinden zich derhalve tot structureel overleg en wederzijds akkoord als gelijkwaardige partners.
  21. De RKW en de medewerkende instellingen zetten het positieve en vruchtbare samenwerkingsverband in het belang van de gezinnen verder en diepen het verder uit.
  22. Beide overeenkomstsluitende partijen engageren zich om een optimale omgeving te creëren voor de realisatie van de specifieke verbintenissen, meer bepaald door overleg tot stand te brengen met de Gemeenschappen in het kader van het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten.
  23. Opdat de RKW zijn opdracht ten gunste van de gezinnen, de medewerkende instellingen, de regering en alle andere doelgroepen op een kwaliteitsvolle wijze kan uitvoeren, verbindt de Staat er zich toe de RKW de verantwoorde en overeengekomen middelen ter beschikking te stellen.Dit is een substantiële voorwaarde opdat de RKW tot de verbintenissen van de huidige overeenkomst zou kunnen gehouden zijn.
  24. De verbintenissen die uit deze bestuursovereenkomst voortvloeien gelden bij ongewijzigde opdracht.Met gewijzigde opdracht wordt gelijkgesteld elke betekenisvolle aangroei in volume en complexiteit te wijten aan exogene factoren. Bij de evaluatie ervan zal dan ook enkel rekening gehouden worden met de beleidsbeslissingen die genomen zijn ter uitvoering van de opdracht zoals vastgelegd op de datum van de ondertekening van deze overeenkomst.
  25. Elk van beide partijen heeft het recht om aan de andere een herziening van de overeenkomst voor te stellen voor die ten einde loopt.Dat voorstel moet dezelfde basisprocedure doorlopen als die welke heeft geleid tot het sluiten van de overeenkomst. De beide contracterende partijen zien erop toe dat ze van die mogelijkheid geen gebruik maken zonder een voldoende ernstige reden. Ze doen al het nodige om het voorstel op constructieve wijze en met spoed te onderzoeken.
  26. De in deze bestuursovereenkomst aangegane verbintenissen doen geen afbreuk aan de plicht van de RKW om zijn andere wettelijke opdrachten waarvoor geen specifieke doelstellingen bepaald zijn, op efficiënte wijze uit te voeren. HOOFDSTUK
  27. - Opdrachten en doelstellingen Afdeling
  28. - Toekennen en betalen van kinderbijslag Artikel 3.

De Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers betaalt gezinsbijslag aan 213.416 gezinnen. Het aantal betalingen alleen vormt geen getrouwe weergave van de omvang van de opdracht of van de grootte van de werklast : verschillende indicatoren spelen daarbij een rol zoals de nieuwe aanvragen die 76.773 bedroegen in het jaar

  1. Naast de nieuwe aanvragen leidt ook iedere verandering in de situatie van een van de actoren (werkgever, rechthebbende, bijslagtrekkende, rechtgevend kind, of een derde persoon) tot een geheel nieuw onderzoek van het dossier. De door de RKW behandelde dossiers betreffen vier verschillende types van gezinnen : de gezinnen waarvan de gezinsbijslag ten laste komt van de algemene regeling voor sociale zekerheid van de werknemers, de gezinnen die een beroep doen op de aanvullende regeling van de gewaarborgde gezinsbijslag, de gezinnen van derde instellingen, namelijk leden van de overheidssector waarvoor de RKW de betaling van de gezinsbijslag verzekert, en de gezinnen waarvoor het recht op kinderbijslag op internationaal gebied moet worden onderzocht. |B4 Algemene regeling 114.829 gezinnen genoten gezinsbijslag op 31 december
  2. Dit betekent nogmaals een stijging van 587 gezinnen in vergelijking met
  3. Sommige gezinnen genieten gezinsbijslag via de RKW omdat hun werkgever zich vrijwillig bij de RKW heeft aangesloten o

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.