📄 Wettekst
8 JANUARI 2010. - Ministerieel besluit van houdende goedkeuring van de reglementen van de Nationale Bank van België
De Minister van Financiën, Gelet op de
wet van 28 februari 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/02/2002
pub.
03/05/2002
numac
2002003192
bron
ministerie van financien
Wet ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans en van de externe vermogenspositie van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen
sluiten ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen, inzonderheid op artikel 3 gewijzigd bij de wet van 1 mei 2006;
Gelet op het
koninklijk besluit van 7 februari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
07/02/2007
pub.
25/04/2007
numac
2007003183
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België
sluiten met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België, inzonderheid op de artikelen 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15 en 17;
Gelet op de beslissingen van het Directiecomité van de Nationale Bank van België van 22 december 2009 die met haar reglementen "A" tot "G" de wijze van toepassing vastlegt van het verzamelen van de informatie dienstig voor het opstellen van de betalingsbalans en van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België;
Overwegende dat het noodzakelijk is om voor de Nationale Bank van België de mogelijkheid te voorzien om afwijkende regelingen te treffen met als enig doel de wijze van toepassing van de bij reglement voorziene verplichtingen te verlichten of de bepalingen ervan te vereenvoudigen, Besluit : Artikel 1.Wordt goedgekeurd het reglement « A » betreffende de statistische verplichtingen van de ingezeten kredietinstellingen aangaande de betalingsbalans genomen door het Directiecomité van de Nationale Bank van België op 22 december 2009 en waarvan de tekst opgenomen is als bijlage 1. Art. 2.Wordt goedgekeurd het reglement « B » betreffende de enquêtes over de buitenlandse dienstentransacties van de ingezetenen andere dan de kredietinstellingen genomen door het Directiecomité van de Nationale Bank van België op 22 december 2009 en waarvan de tekst opgenomen is als bijlage 2. Art. 3.Wordt goedgekeurd het reglement « C » betreffende enquêtes over de buitenlandse goederentransacties genomen door het Directiecomité van de Nationale Bank van België op 22 december 2009 en waarvan de tekst opgenomen is als bijlage 3. Art. 4.Wordt goedgekeurd het reglement « D » betreffende de enquête naar de grensoverschrijdende betalingen uitgevoerd met een betaalkaart genomen door het Directiecomité van de Nationale Bank van België op 22 december 2009 en waarvan de tekst opgenomen is als bijlage 4. Art. 5.Wordt goedgekeurd het reglement « E » betreffende de enquêtes over de directe investeringen met het buitenland van de andere ingezeten rechtspersonen dan de kredietinstellingen genomen door het Directiecomité van de Nationale Bank van België op 22 december 2009 en waarvan de tekst opgenomen is als bijlage 5. Art. 6.Wordt goedgekeurd het reglement « F » betreffende de enquêtes over de investeringen tussen ingezetenen andere dan de kredietinstellingen en niet-verwante niet-ingezetenen, met uitzondering van deze in roerende waarden genomen door het Directiecomité van de Nationale Bank van België op 22 december 2009 en waarvan de tekst opgenomen is als bijlage 6. Art. 7.Wordt goedgekeurd het reglement « G » betreffende de enquêtes over de tegoeden en de verbintenissen in roerende waarden van ingezeten rechtspersonen andere dan de kredietinstellingen genomen door het Directiecomité van de Nationale Bank van België op 22 december 2009 en waarvan de tekst opgenomen is als bijlage 7. Art. 8.De Nationale Bank van België mag gehele of gedeeltelijke vrijstellingen verlenen voor de verplichtingen die voortvloeien uit haar reglementen. Zij bepaalt hiertoe het toepassingsgebied, de voorwaarden alsook de wijze van toepassing ervan.
De Nationale Bank van België kan eveneens versoepelingsmaatregelen voorzien in de vorm van een verlaging van de frequentie van de georganiseerde enquêtes of van een verhoging van het bedrag van de in de reglementen vermelde drempels. Art. 9.Het
ministerieel besluit van 6 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
06/06/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003306
bron
ministerie van financien
Ministerieel besluit houdende goedkeuring van de reglementen van de Nationale Bank van België
sluiten houdende goedkeuring van de reglementen van de Nationale Bank van België wordt opgeheven.
Brussel, 8 januari 2010.
D. REYNDERS
Bijlage 1 bij het ministerieel besluit van 8 januari 2010 Reglement « A » van de Nationale Bank van België betreffende de statistische verplichtingen van de ingezeten kredietinstellingen aangaande de betalingsbalans Het Directiecomité van de Nationale Bank van België, Gelet op de
wet van 28 februari 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/02/2002
pub.
03/05/2002
numac
2002003192
bron
ministerie van financien
Wet ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans en van de externe vermogenspositie van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen
sluiten ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen, inzonderheid op artikel 3 gewijzigd bij de wet van 1 mei 2006;
Gelet op het
koninklijk besluit van 7 februari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
07/02/2007
pub.
25/04/2007
numac
2007003183
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België
sluiten met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België;
Overwegende dat artikel 2 van voornoemd koninklijk besluit bepaalt dat de ingezetenen de Nationale Bank van België in kennis dienen te stellen van al hun professionele buitenlandse transacties;
Overwegende dat artikel 4 van datzelfde koninklijk besluit bepaalt dat de Nationale Bank van België van de ingezeten kredietinstellingen vordert dat ze haar informatie overmaken betreffende de betalingen die ze naar het buitenland verrichten of die ze uit het buitenland ontvangen in opdracht of ten gunste van een ingezeten rechtspersoon of van een ingezeten natuurlijke persoon bij de uitoefening van een handelsactiviteit of een vrij beroep;
Overwegende dat artikel 12 van datzelfde koninklijk besluit bepaalt dat de Nationale Bank van België van de ingezeten rechtspersonen vordert dat ze haar informatie overmaken inzake hun directe investeringen met het buitenland, alsook informatie aangaande de directe investeringen die ze vanwege niet-ingezetenen genieten;
Overwegende dat artikel 16 van datzelfde koninklijk besluit bepaalt dat de Nationale Bank van België van de ingezeten rechtspersonen vordert dat ze informatie overmaken aangaande hun tegoeden in de vorm van roerende waarden, aangaande hun verbintenissen ten gevolge van de emissie, de levering of de bewaring van roerende waarden alsook aangaande de kenmerken van deze roerende waarden;
Overwegende dat de artikelen 3, 5, 13 en 17 van datzelfde koninklijk besluit voorzien dat de Nationale Bank van België bij reglement de wijze bepaalt waarop deze verplichtingen worden toegepast, Besluit : Artikel 1.Definities Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : - « ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon die zijn hoofdverblijfplaats in België heeft, hierbij inbegrepen de ambtenaren van een organisatie naar internationaal of Europees recht, gevestigd in België.Elke persoon die in de bevolkingsregisters van een gemeente ingeschreven is, wordt geacht daar zijn hoofdverblijfplaats te hebben; 2° elke natuurlijke persoon van Belgische nationaliteit die in een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland een zending vervult, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° elke rechtspersoon naar Belgisch publiekrecht en alle diensten daarvan in België, alsook de Belgische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in het buitenland;4° elke rechtspersoon naar Belgisch privaatrecht, voor de activiteiten van zijn maatschappelijke zetel, van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd in België;5° elke rechtspersoon naar buitenlands recht, voor de activiteiten van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd in België;6° elke natuurlijke persoon die, ofschoon hij zijn hoofdverblijfplaats in het buitenland heeft of niet in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente is ingeschreven, op duurzame wijze een onderneming uitbaat in België, en dat voor de activiteiten van die onderneming; - « niet-ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet als een ingezetene mag beschouwd worden;2° elke natuurlijke persoon van buitenlandse nationaliteit die een betrekking uitoefent in een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land die gevestigd is in België, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° de organisaties naar internationaal of Europees recht die gevestigd zijn in België;4° de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen die in België gevestigd zijn; - « ingezeten kredietinstellingen » : 1° elke in België gevestigde kredietinstelling in de zin van artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, die een monetaire financiële instelling is overeenkomstig artikel 2.1 van de Verordening ECB/2001/13 van 22 november 2001 met betrekking tot de geconsolideerde balans van de sector monetaire financiële instellingen; 2° de Nationale Bank van België;3° de financiële diensten van « De Post »; - « buitenlandse transactie » : 1° elk feit dat vorderingen of schulden tussen een ingezetene en een niet-ingezetene geheel of gedeeltelijk doet ontstaan of tenietdoet;2° elk feit dat de overdracht van een zakelijk recht tussen een ingezetene en een niet-ingezetene veroorzaakt; - « professionele buitenlandse transactie » : 1° elke buitenlandse transactie van ingezeten natuurlijke personen in de uitoefening van een handelsactiviteit of van een vrij beroep;2° elke buitenlandse transactie van ingezeten rechtspersonen; - « professionele buitenlandse betaling » : elke overdracht van fondsen op rekening tussen een België en het buitenland in opdracht van een ingezeten rechtspersoon of een ingezeten natuurlijke persoon in de uitoefening van een handelsactiviteit of van een vrij beroep en ten gunste van een niet-ingezetene of omgekeerd; - « aard van de buitenlandse transactie » : de economische aard van een buitenlandse transactie volgens de categorieën bepaald in de lijst als bijlage bij het reglement; - « land van de niet-ingezeten tegenpartij » : 1° het land van verblijf van de niet-ingezeten medecontractant voor de buitenlandse transacties voortvloeiend uit de uitvoering van een contract;2° het land waar de directe investering zich bevindt voor de buitenlandse transacties betreffende directe investeringen in het buitenland;3° het land van verblijf van de niet-ingezetene die verbonden is in een transactie met de ingezetene voor de andere buitenlandse transacties; - « directe-investeringsrelatie » : elke band tussen een rechtspersoon of een natuurlijke persoon en een onderneming, die deze rechtspersoon of natuurlijke persoon - « de directe investeerder » - in staat stelt een significante invloed uit te oefenen op het bestuur van de bedoelde onderneming - « de onderneming waarin direct wordt geïnvesteerd » - en die getuigt van een duurzaam belang van de directe investeerder in die onderneming.
Deze band kan al dan niet tot stand komen door tussenkomst van andere rechtspersonen of natuurlijke personen waarmee een gelijkwaardige band bestaat.
Er bestaat een vermoeden van directe-investeringsrelatie wanneer een directe investeerder op directe of indirecte wijze een deelneming van minimaal tien procent aanhoudt in het kapitaal van de onderneming waarin direct wordt geïnvesteerd; - « directe-investeringsrelatie met het buitenland » : elke directe-investeringsrelatie tussen een ingezetene directe investeerder en een onderneming gevestigd in het buitenland of tussen een niet-ingezetene directe investeerder en een onderneming gevestigd in België; - « directe-investeringstransactie met het buitenland » : 1° elke transactie die tot doel heeft een directe-investeringsrelatie met het buitenland te doen ontstaan;2° elke transactie waardoor een directe investeerder middelen ter beschikking stelt of terugtrekt, ontvangt van of terugbetaald aan een onderneming waarmee hij een directe-investeringsrelatie met het buitenland heeft; - « directe investering met het buitenland » : 1° het geheel van de middelen die een directe investeerder op een gegeven ogenblik via directe-investeringstransacties met het buitenland ter beschikking stelt van ondernemingen waarmee hij een directe-investeringsrelatie;2° elk in het buitenland gelegen onroerend goed of deel daarvan dat eigendom van een ingezetene is, alsmede elk in België gelegen onroerend goed, of deel daarvan, dat eigendom van een niet-ingezetene is heeft; - « directe-investeerder » : elke openbare of privéonderneming met of zonder rechtspersoonlijkheid, elke groep van onderling verbonden ondernemingen met of zonder rechtspersoonlijkheid, elke regering, elke natuurlijke persoon of groep van onderling verbonden natuurlijke personen die een directe-investeringsonderneming bezit die actief is in een ander land dan het (de) land(en) van verblijf van de directe investeerder(s); - « onderneming die het voorwerp is van de directe investering » : elke onderneming waarvan een directe investeerder minstens tien procent van de gewone aandelen of stemrechten bezit - ingeval van een dochtermaatschappij of verbonden onderneming - of het equivalent als het een bijkantoor betreft of een bedrijfszetel of elke onderneming waarin een directe investeerder een inmengingsrecht in de beslissings- en bestuursprocessen uitoefent; - « inmengingsrecht » : het recht van elke rechts- of natuurlijke persoon of elke groep van rechts- of natuurlijke personen om zich te mengen in de beslissings- en bestuursprocessen van een onderneming. - « verbonden onderneming » : elke onderneming die met een derde natuurlijke persoon of rechtspersoon een directe-investeringsrelatie onderhoudt, en dit ofwel als directe investeerder dan wel als onderneming die het voorwerp is van de directe investering. Moeten bovendien als onderling verbonden beschouwd worden, de ondernemingen die met een zelfde derde natuurlijke persoon of rechtspersoon een directe-investeringsrelatie onderhouden als onderneming die het voorwerp is van de directe investering (« zustermaatschappij »); - « groep van ondernemingen » : het geheel van de ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door directe investeringsbanden. De groep mag een nationale dimensie hebben indien ze uitsluitend is samengesteld uit ingezeten ondernemingen, of een internationale dimensie indien één of meerdere verbonden ondernemingen niet-ingezeten zijn. De niet-ingezeten investeerders die natuurlijke personen zijn moeten eveneens worden opgenomen in de definitie van de groep; - « onderneming van de groep » : elke onderneming die tot de groep behoort, ongeacht de aard van haar activiteit (niet-financiële onderneming, kredietinstelling...); Art. 2.Ingerichte enquêtes Om de informatie te verzamelen die de ingezeten kredietinstellingen aan de Nationale Bank van België dienen te verstrekken, worden periodiek de volgende enquêtes ingericht : a) enquête met betrekking tot de buitenlandse transacties die door de ingezeten kredietinstellingen voor eigen rekening verricht zijn;b) enquête over de ingezeten klanten van ingezeten kredietinstellingen die professionele buitenlandse betalingen verrichten;c) enquête over de roerende waarden;d) enquête over de structuur van de groep;e) enquête over de uitstaande bedragen van de directe investeringen;f) enquête over de resultaten van de directe investeringen;g) enquête over de structuur en de activiteit van buitenlandse filialen. Art. 3.Categorie van aangifteplichtige ingezetenen en frequenties van aangifte Alle ingezeten kredietinstellingen beantwoorden : - maandelijks de enquêtes vermeld in punten a), b), en c) van artikel 2; - jaarlijks de enquêtes vermeld in punten d), e), f) en g) van artikel 2. Art. 4.Enquête met betrekking tot de buitenlandse transacties die door de ingezeten kredietinstellingen voor eigen rekening verricht zijn § 1. Voor alle buitenlandse transacties die zij voor eigen rekening verrichten en waarvan de aard wordt vermeld in de lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties opgenomen in bijlage 1, delen de ingezeten kredietinstellingen de volgende informatie mee : - het inkomende of uitgaande karakter; - de waarde van de transactie en de munt waarin die is uitgedrukt; - de code van de lijst van de economische aard; - het land van de niet-ingezeten tegenpartij. § 2. De transacties met een aard die volgens de definitie specifiek gekoppeld is aan de rol van financieel tussenpersoon die wordt uitgeoefend door de ingezeten kredietinstellingen moeten vanaf de eerste munteenheid worden gerapporteerd.
De andere transacties moeten maar worden gerapporteerd als hun individuele waarde hoger is dan 12.500 EUR of de tegenwaarde in een andere munt. § 3. Voor de transacties waarvan de aard als een dienst wordt gedefinieerd, hebben de ingezeten kredietinstellingen de mogelijkheid om de te rapporteren waarden uit te drukken in de munt van hun keuze; voor de andere transacties is het altijd aangewezen om de waarden uit te drukken in de transactiemunt. § 4. De ingezeten kredietinstellingen mogen de transacties van eenzelfde periode waarvoor alle vereiste gegevens, behoudens de waarde, dezelfde zijn, samenvoegen.
In dat geval moeten de ingezeten kredietinstellingen op elk ogenblik in staat zijn de aldus samengevoegde transacties te individualiseren. § 5. De informatie moet uiterlijk de vijftiende werkdag na het einde van de betrokken maand overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
De Nationale Bank van België geeft aan de ingezeten kredietinstellingen de richtlijnen aangaande het juiste gebruik van de codes uit de lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties en van de voorgeschreven afkortingen voor de aanduiding van de valuta's en de landen. Art. 5.Lijst van de ingezeten klanten die professionele buitenlandse betalingen verrichten § 1. Voor alle professionele buitenlandse betalingen van een individueel bedrag dat hoger is dan 12.500 EUR of de tegenwaarde in een andere munt die zij verrichten, delen de ingezeten kredietinstellingen het ondernemingsnummer van hun klant mee.
Deze informatie wordt vergezeld van het aantal betalingen met het buitenland, alle munten door elkaar, die werden verricht voor rekening van de betrokken ingezeten klant in de loop van de aangifteperiode, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de betalingen naar het buitenland en de betalingen ontvangen uit het buitenland. § 2. De informatie moet uiterlijk de twintigste werkdag na het einde van de betrokken maand overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België. Art. 6.Enquête over de roerende waarden § 1. De roerende waarden waarvoor de ingezeten kredietinstellingen de informatie vermeld in § 2 dient mee te delen zijn alle overdraagbare financiële schuldvorderingen : - van ingezeten of niet-ingezeten emittenten, aangehouden « à la hausse » of « à la baisse » voor eigen rekening, ongeacht of dit gebeurt in het kader van een effectenportefeuille of in het kader van een participatie; - uitgegeven door de ingezeten kredietinstelling zelf; - van ingezeten emittenten bewaard voor rekening van hun ingezeten en niet-ingezeten clientèle; - van niet-ingezeten emittenten bewaard voor rekening van hun ingezeten clientèle. § 2. Voor alle in § 1 bedoelde roerende waarden delen de ingezeten kredietinstellingen de volgende gegevens mee : - het type van roerende waarde; - het nummer van de boekhoudpost waaronder ze is opgenomen; - de identificatiecode van de roerende waarde en het gebruikte identificatiesysteem; - de benaming van de roerende waarde; - de bedragen in nominale waarde of in aantal, in boekwaarde en in marktwaarde; - het percentage van de stemrechten verbonden aan de aangehouden aandelen en deelbewijzen; - de valuta; - de nominale waarden voor de schuldbewijzen; - de boekhoudwaarde; - de marktwaarde; - de beste schatting van het percentage uitgegeven effecten die door niet-ingezetenen worden aangehouden. § 3. Het type van roerende waarde wordt aangeduid door uit de lijst in § 5 de tabel te kiezen die moet worden ingevuld om de andere gegevens mee te delen. § 4. Om de roerende waarde te identificeren, dient bij voorkeur de ISIN-code (« International Securities Identification Number ») te worden gebruikt.
Wanneer er geen ISIN-code aan de roerende waarde is toegewezen, wordt deze geïdentificeerd aan de hand van de code die ervoor gebruikt wordt in een van de volgende identificatiesystemen : - COMMON : gemeenschappelijke code voor Euroclear Bank en Clearstream Bank; - SVM - SRW : voormalige Belgische standaard voor de in België uitgegeven effecten; - SEDOL 1 : « Stock Exchange Daily Official List » is een code voor de identificatie van effecten in het Verenigd Koninkrijk en Ierland; - SEDOL 2 : « Stock Exchange Daily Official List » is een code voor de identificatie van effecten in het Verenigd Koninkrijk en Ierland; - CUSIP : gebruikt door « US finance industry » voor de effecten, uitgegeven of verhandeld in de Verenigde Staten van Amerika en Canada; - CINS : « Cusip International Numbering System » wordt gebruikt door de « US-finance industry » voor effecten, uitgegeven of verhandeld buiten de Verenigde Staten van Amerika en Canada; - BLO : codificatie Bloomberg, New York; - ISM : codificatie van de International Securities Market Association « ISMA », Londen; - RIC : Reuters Identification Code, Londen; - TK : Telekurs, een Zwitserse standaard; - SIS : « Securities information system », een Belgische standaard; - WKN : « Wertpapierkennnummer », een Duitse standaard; - SVN : « Valorennummer », een Zwitserse standaard.
Wanneer zulke identificatiecodes voor de roerende waarde niet bestaan, omvat de mee te delen informatie bovendien alle andere elementen die de Nationale Bank van België in staat stellen een identificatiecode toe te kennen om de informatie te verwerken. § 5. De in § 2 vermelde gegevens moeten worden opgenomen : a) wanneer zij betrekking hebben op de hausseposities van de kredietinstelling : in de volgende reeks tabellen van het periodieke informatieschema betreffende hun financiële positie dat de kredietinstellingen dienen mee te delen aan de Nationale Bank van België en de de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (« schema A ») : - tabel 03.90 : te plaatsen vastrentende effecten en waardepapier; - tabel 03.91 : te plaatsen aandelen en andere niet-vastrentende effecten : - tabel 03.92 : te realiseren kortlopend waardepapier; - tabel 03.93 : beleggingen in kortlopend waardepapier; - tabel 03.94 : te realiseren vastrentende effecten; - tabel 03.95 : te realiseren aandelen en andere niet-vastrentende effecten; - tabel 03.96 : beleggingen in vastrentende effecten; - tabel 03.97 : beleggingen in aandelen en andere niet-vastrentende effecten; - tabel 03.98 : deelnemingen en aandelen die behoren tot de financiële vaste activa; - tabel 03.99 : andere financiële vaste activa dan deelnemingen en aandelen; b) wanneer zij betrekking hebben op de baisseposities van de kredietinstelling : in de volgende tabellen waarvan de inhoud in bijlage 2 opgenomen is : - tabel 04.90 : baissepositie in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar; - tabel 04.91 : baissepositie in schuldbewijzen op meer dan één jaar; - tabel 04.92 : baissepositie in aandelen en gelijkgestelde effecten; c) wanneer zij betrekking hebben op de emissies van roerende waarden door de kredietinstelling : in de volgende tabellen waarvan de inhoud in bijlage 3 opgenomen is : - tabel 04.93 : schuldbewijzen op ten hoogste één jaar uitgegeven door de kredietinstelling; - tabel 04.94 : schuldbewijzen op meer dan één jaar uitgegeven door de kredietinstelling; - tabel 04.95 : aandelen en gelijkgestelde effecten uitgegeven door de kredietinstelling; d) wanneer zij betrekking hebben op de bewaring van roerende waarden door de kredietinstelling : in de volgende tabellen waarvan de inhoud in bijlage 4 opgenomen is : - tabel 05.90 : schuldbewijzen op ten hoogste één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling; - tabel 05.91 : schuldbewijzen op meer dan één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling; - tabel 05.92 : aandelen en gelijkgestelde effecten toevertrouwd aan de kredietinstelling. § 6. De door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen voorziene termijnen voor de gegevensoverdracht moeten worden nageleefd voor alle in § 5 vermelde tabellen. Art. 7.Enquête over de structuur van de groep § 1. Voor alle ondernemingen waarmee een relatie van directe investering bestaat en voor al hun niet-ingezeten directe investeerders die niet zijn opgericht in de vorm van een onderneming, dienen de ingezeten kredietinstellingen de volgende informatie mee te delen : - de benaming; - het land van vestiging; - het bestaan van een inmengingsrecht; - het bestaan van een beursnotering; - de datum van het einde van het boekhoudjaar; - de activiteitssector; - het deelnemingspercentage met alle andere ondernemingen van de groep.
Indien dat het geval zou zijn duiden de ingezeten kredietinstellingen eveneens aan welke directe investeerder rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan vijftig procent van hun gewone aandelen of stemrechten bezit. § 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk de vijftiende werkdag na de aangifteperiode overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België. Art. 8.Enquête over de uitstaande bedragen van de directe investeringen § 1. De ingezeten kredietinstellingen delen de waarden mee, uitgesplitst per munt en per niet-ingezeten onderneming die het voorwerp is van de directe investering, per niet-ingezeten directe investeerder of per andere niet-ingezeten onderneming van de groep, van de aan het einde van de aangifteperiode uitstaande bedragen van : - leningen, ontleningen en deposito's op korte en lange termijn waarvan de tegenpartij een niet-ingezeten onderneming van de groep is; - schuldbewijzen waarvan de tegenpartij een niet-ingezeten onderneming van de groep is.
De ingezeten kredietinstellingen delen eveneens, voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin zij een directe of indirecte deelneming bezitten, de waarden mee, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming, van de uitstaande bedragen aan eigen vermogen van deze niet-ingezeten ondernemingen aan het einde van de aangifteperiode.
Deze waarden moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming.
De ingezeten kredietinstellingen delen eveneens, voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin ze een directe deelneming bezitten, de waarden mee, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming, van het eigen vermogen van deze niet-ingezeten ondernemingen aan het einde van de aangifteperiode. Deze waarden moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming.
De ingezeten kredietinstellingen melden bovendien de waarden mee uitgesplitst per bestanddeel van hun eigen vermogen op het einde van de aangifteperiode, uitgedrukt in de munt van hun boekhouding. § 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk op 31 mei van het jaar volgend op het jaar van aangifte overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België. Art. 9.Enquête over de resultaten van de directe investeringen § 1. De ingezeten kredietinstellingen delen de waarden mee, aan het einde van hun boekjaar, van hun resultaten en de bestemming ervan, uitgedrukt in de munt van hun boekhouding.
De ingezeten kredietinstellingen delen voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin zij direct of indirect een deelneming bezitten eveneens de waarden mee, aan het einde van het boekjaar, van de resultaten van deze niet-ingezeten ondernemingen en de bestemming ervan.
Deze waarden dienen uitgesplitst te worden per niet-ingezeten onderneming en moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming. § 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk op 31 mei van het jaar volgend op het jaar van aangifte overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België. Art. 10.Enquête over de structuur en de activiteit van buitenlandse filialen § 1. Voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin zij een directe of indirecte deelneming aanhouden, delen de ingezeten kredietinstellingen de waarden mee op het einde van de aangifteperiode, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming en, indien nodig, per munt : - van de goederen en diensten die in de loop van de aangifteperiode werden aangekocht bij de niet-ingezeten onderneming; - van de goederen en diensten die in de loop van de aangifteperiode werden verkocht aan de niet-ingezeten onderneming; - van de omzet, of van het boekhoudkundige gegeven dat overeenstemt met het totaal aan verkopen en diensten van de niet-ingezeten onderneming.
Voor elk van dezelfde niet-ingezeten ondernemingen delen de ingezeten kredietinstellingen eveneens het aantal personen mee dat door deze ondernemingen tewerkgesteld wordt, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen voltijds en deeltijds personeel. § 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk op 31 mei van het jaar volgend op het jaar van aangifte overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België. Art. 11.Wijze van bezorgen van de informatie Alle gegevens moeten elektronisch worden overgemaakt met behulp van de toepassing die de Nationale Bank van België heeft geïnstalleerd om statistische of prudentiële gegevens beveiligd te verzenden. Art. 12.Bewaringstermijn van de gegevens De ingezeten kredietinstellingen bewaren de gegevens waarop ze zich hebben gebaseerd voor het verstrekken van de vereiste informatie aan de Nationale Bank van België gedurende een periode van vierentwintig maanden. Die termijn gaat in vanaf de datum waarop de antwoorden op de enquêtes aan de Nationale Bank van België worden bezorgd.
Brussel, 22 december 2009.
L. COENE, Vice-gouverneur.
G. QUADEN, Gouverneur.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 8 januari 2010.
De Minister van Financiën, D. REYNDERS
Reglement « A » - Bijlage 1 LIJST VAN DE ECONOMISCHE AARD VAN DE BUITENLANDSE TRANSACTIES TE RAPPORTEREN DOOR DE KREDIETINSTELLINGEN (*) Transacties met een aard die volgens de definitie specifiek gekoppel is aan de rol van financieel tussenpersoon - te rapporteren vanaf de eerste munteenheid
Code
Rubriek
DIENSTEN
130 (*)
Commissies en makelaarsdiensten voor financiële bemiddeling en beheer en voor transacties op de termijnmarkten
142
Postdiensten
143
Koerierdiensten
144
Telecommunicatiediensten
153
Werken uitgevoerd op een werf in het buitenland door een niet-ingezeten aannemer
154
Werken uitgevoerd op een werf in België door een niet-ingezeten aannemer, de uitvoeringstermijn is ten hoogste één jaar
155
Werken uigevoerd op een werf in België door een niet-ingezeten aannemer, de uitvoeringstermijn is meer dan één jaar
160
Ontwikkeling, beheer en training m.b.t. hardware, software en gegevensverwerking
161
Onderhoud en herstelling m.b.t. hardware, software en gegevensverwerking
163
Informatiediensten
171
Juridische diensten
172
Audit, boekhouding en advies inzake fiscaliteit
173
Zakelijk en managementadvies, public relations
175
Operationele leasing en huur van roerende goederen andere dan hardware
176
Operationele leasing en huur van hardware
180
Premies voor algemene verzekeringen
185
Vergoedingen en schadeloosstellingen betreffende alle overige verzekeringen
192
Diensten en werkingskosten met niet-ingezeten verbonden ondernemingen
193
Architecten- en ingenieursdiensten en andere technische diensten
194
Reclame, marktonderzoek en opiniepeilingen
197
Franchises en soortgelijke rechten voor het gebruik van geregistreerde handelsmerken
198
Royalty's en licentierechten voor het gebruik van brevetten, fabricagevergunningen en fabricageprocédés
199
Totale waarde van de overige diensten
205
Kosten voor deelname aan seminaries en symposia
INKOMSTEN EN OVERDRACHTEN
210
Bezoldigingen van niet-ingezeten personeelsleden inclusief de bijdragen voor de sociale zekerheid en voor de pensioenfondsen
275
Financiële leasing van hardware
276
Financiële leasing van roerende goederen andere dan vervoermiddelen en hardware
325
Operationele leasing en huur van onroerende goederen met niet-ingezetenen
326
Financiële leasing van onroerende goederen met niet-ingezetenen
397
Verwerving of cessie van eigendomsrechten van niet-financiële immateriële vaste activa
400
Belastingen, douanerechten en boetes betaald aan niet-ingezeten openbare besturen of terugbetaald door deze laatsten
401
Schadevergoedingen voor de opzegging, verbreking of niet-uitvoering van contracten i.m.v. de handel, de industrie of commerciële en financiële dienstprestaties met uitzondering van arbeitscontracten (code 210)
402
Schadevergoedingen wegens de namaak van brevetten, handelsmerken of fabricageprocédés
403
Toelagen, giften en subsidies aan instellingen en verenigingen
DIRECTE INVESTERINGEN
430
Oprichting van niet-ingezeten ondernemingen, kapitaalsverhogingen bij niet-ingezeten verbonden ondernemingen, verhogingen van de werkmiddelen bij niet-ingezeten bijkantoren of gedeeltelijke/totale vermindering van het kapitaal van de niet-ingezeten vebonden onderneming of van de werkmiddelen
431
Deelneming in niet-ingezeten ondernemingen of gedeeltelijke of volledige cessie van eigendomsbewijzen in niet-ingezeten ondernemingen
436
Aan- en verkoop aan niet-ingezetenen van gronden en gebouwen in het buitenland
483
Aankoop door de kredietinstelling van haar eigen aandelen bij een niet-ingezeten aandeelhouder of verkoop door de kredietinstelling van haar eigen aandelen aan een niet-ingezeten aandeelhouder
484
Nieuwe inbrengen in de kredietinstelling door niet-ingezetenen of vermindering van het kapitaal of van de werkmiddelen, van de reserves of van andere posten van het eigen vermogen van de kredietinstelling
486
Aan- en verkoop aan niet-ingezetenen van gronden en gebouwen in belgië
DIVERSEN
500 (*)
Eurobankbiljetten angekocht van of verkocht aan niet-ingezetene tegenpartijen
550
Aan- en verkoop van niet-monetair goud als belegging door kredietinstellingen
645 (*)
Opties met inbegrip van warrants
646 (*)
Futures
647 (*)
Swap-, termijntransacties en aanverwante financiële producten
648 (*)
Overige afgeleide producten
Reglement « A » - Bijlage 2 Inhoud van te gebruiken tabellen voor de gegevensverzameling van de baisseposities van de kredietinstellingen Tabel 04.90 : Baissepositie in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar
Col.
Inhoud
01
Identificatie van de positie
05
Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10
Identificatie van de effecten : code
11
Identificatie van de effecten : identificatienummer
15
Identificatie van de effecten : benaming
40
Munt (ISO-4217-code)
50
Nominale waarde (in de betrokken munt)
60
Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70
Marktwaarde (in de betrokken munt)
71
Identificatienummer
Tabel 04.91 : Baissepositie in schuldbewijzen op meer dan één jaar
Col.
Inhoud
01
Identificatie van de positie
05
Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10
Identificatie van de effecten : code
11
Identificatie van de effecten : identificatienummer
15
Identificatie van de effecten : benaming
40
Munt (ISO-4217-code)
50
Nominale waarde (in de betrokken munt)
60
Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70
Marktwaarde (in de betrokken munt)
71
Identificatienummer
Tabel 04.92 : Baissepositie in aandelen en gelijkgestelde effecten
Col.
Inhoud
01
Identificatie van de positie
05
Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10
Identificatie van de effecten : code
11
Identificatie van de effecten : identificatienummer
15
Identificatie van de effecten : benaming
25
Aantal (in eenheden)
40
Munt (ISO-4217-code)
60
Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70
Marktwaarde (in de betrokken munt)
71
Identificatienummer
Reglement « A » - Bijlage 3 Indeling van te gebruiken tabellen voor de gegevensverzameling van door de kredietinstelling uitgegeven roerende waarden Tabel 04.93 : Schuldbewijzen op ten hoogste één jaar uitgegeven door de kredietinstelling
Col.
Inhoud
01
Identificatie van de positie
05
Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10
Identificatie van de effecten : code
11
Identificatie van de effecten : identificatienummer
15
Identificatie van de effecten : benaming
40
Munt (ISO-4217-code)
50
Nominale waarde (in de betrokken munt)
60
Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70
Marktwaarde (in de betrokken munt)
71
Identificatienummer
80
%-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen)
Tabel 04.94 : Schuldbewijzen op meer dan één jaar uitgegeven door de kredietinstelling;
Col.
Inhoud
01
Identificatie van de positie
05
Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10
Identificatie van de effecten : code
11
Identificatie van de effecten : identificatienummer
15
Identificatie van de effecten : benaming
40
Munt (ISO-4217-code)
50
Nominale waarde (in de betrokken munt)
60
Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70
Marktwaarde (in de betrokken munt)
71
Identificatienummer
80
%-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen)
Tabel 04.95 : Aandelen en gelijkgestelde effecten uitgegeven door de kredietinstelling;
Col.
Inhoud
01
Identificatie van de positie
05
Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10
Identificatie van de effecten : code
11
Identificatie van de effecten : identificatienummer
15
Identificatie van de effecten : benaming
25
Aantal (in eenheden)
40
Munt (ISO-4217-code)
60
Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70
Marktwaarde (in de betrokken munt)
71
Identificatienummer
80
%-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen)
Reglement « A » - Bijlage 4 Inhoud van te gebruiken tabellen voor de gegevensverzameling van aan de kredietinstelling toevertrouwde roerende waarden Tabel 05.90 : Schuldbewijzen op ten hoogste één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling
Col.
Inhoud
01
Identificatie van de positie
05
Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10
Identificatie van de effecten : code
11
Identificatie van de effecten : identificatienummer
15
Identificatie van de effecten : benaming
40
Munt (ISO-4217-code)
50
Nominale waarde (in de betrokken munt)
60
Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70
Marktwaarde (in de betrokken munt)
71
Identificatienummer
90
Sector
Tabel 05.91 : Schuldbewijzen op meer dan één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling
Col.
Inhoud
01
Identificatie van de positie
05
Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10
Identificatie van de effecten : code
11
Identificatie van de effecten : identificatienummer
15
Identificatie van de effecten : benaming
40
Munt (ISO-4217-code)
50
Nominale waarde (in de betrokken munt)
60
Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70
Marktwaarde (in de betrokken munt)
71
Identificatienummer
90
Sector
Tabel 05.92 : Aandelen en gelijkgestelde effecten toevertrouwd aan de kredietinstelling
Col.
Inhoud
01
Identificatie van de positie
05
Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10
Identificatie van de effecten : code
11
Identificatie van de effecten : identificatienummer
15
Identificatie van de effecten : benaming
25
Aantal (in eenheden)
40
Munt (ISO-4217-code)
60
Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70
Marktwaarde (in de betrokken munt)
71
Identificatienummer
90
Sector
Bijlage 2 bij het ministerieel belsuit van 8 januari 2010 Reglement « B » van de Nationale Bank van België betreffende de enquêtes over de buitenlandse dienstentransacties van de ingezetenen andere dan de kredietinstellingen Het Directiecomité van de Nationale Bank van België, Gelet op de
wet van 28 februari 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/02/2002
pub.
03/05/2002
numac
2002003192
bron
ministerie van financien
Wet ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans en van de externe vermogenspositie van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen
sluiten ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen, inzonderheid op artikel 3 gewijzigd bij de wet van 1 mei 2006;
Gelet op het
koninklijk besluit van 7 februari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
07/02/2007
pub.
25/04/2007
numac
2007003183
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België
sluiten met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van België;
Overwegende dat artikel 2 van voornoemd koninklijk besluit bepaalt dat de ingezetenen de Nationale Bank van België in kennis dienen te stellen van al hun professionele buitenlandse transacties;
Overwegende dat artikel 3 van datzelfde koninklijk besluit voorziet dat de Nationale Bank van België, bij reglement, preciseert op welke wijze de voornoemde verplichtingen worden toegepast, waarbij voor de categorieën van ingezetenen die ze precies definieert, wordt aangegeven of alle ingezetenen of slechts een gedeelte van hen hun informatie moeten verstrekken;
Overwegende dat dit artikel 3 eveneens voorziet dat de Nationale Bank van België preciseert of de ingezetenen die informatie moeten verstrekken, aangeduid worden volgens statistische methodes van steekproeftrekking of aan de hand van drempelvoorwaarden die ze vastlegt, Overwegende dat artikel 3, § 2, tweede lid, van de bovengenoemde wet de Nationale Bank van België ertoe machtigt gebruik te maken van statistische methodes van steekproeftrekking, voor zover die methodes tot gevolg hebben dat alle personen die tot een zelfde categorie behoren, precies dezelfde waarschijnlijkheid hebben om die informatie te moeten verstrekken, Besluit : Artikel 1.Definities Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : - « ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon die zijn hoofdverblijfplaats in België heeft, hierbij inbegrepen de ambtenaren van een organisatie naar internationaal of Europees recht, gevestigd in België.Elke persoon die in de bevolkingsregisters van een gemeente ingeschreven is, wordt geacht daar zijn hoofdverblijfplaats te hebben; 2° elke natuurlijke persoon van Belgische nationaliteit die in een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland een zending vervult, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° elke rechtspersoon naar Belgisch publiekrecht en alle diensten daarvan in België, alsook de Belgische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in het buitenland;4° elke rechtspersoon naar Belgisch privaatrecht, voor de activiteiten van zijn maatschappelijke zetel, van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd in België;5° elke rechtspersoon naar buitenlands recht, voor de activiteiten van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd in België;6° elke natuurlijke persoon die, ofschoon hij zijn hoofdverblijfplaats in het buitenland heeft of niet in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente is ingeschreven, op duurzame wijze een onderneming uitbaat in België, en dat voor de activiteiten van die onderneming; - « niet-ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet als een ingezetene mag beschouwd worden;2° elke natuurlijke persoon van buitenlandse nationaliteit die een betrekking uitoefent in een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land die gevestigd is in België, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° de organisaties naar internationaal of Europees recht die gevestigd zijn in België;4° de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen die in België gevestigd zijn; - « buitenlandse transactie » : 1° elk feit dat vorderingen of schulden tussen een ingezetene en een niet-ingezetene geheel of gedeeltelijk doet ontstaan of tenietdoet;2° elk feit dat de overdracht van een zakelijk recht tussen een ingezetene en een niet-ingezetene veroorzaakt; - « aard van de buitenlandse transactie » : de economische aard van een buitenlandse transactie volgens de categorieën bepaald in de lijst als bijlage bij het reglement; - « land van de niet-ingezeten tegenpartij » : 1° het land van verblijf van de niet-ingezeten medecontractant voor de buitenlandse transacties voortvloeiend uit de uitvoering van een contract;2° het land waar de directe investering zich bevindt voor de buitenlandse transacties betreffende directe investeringen in het buitenland;3° het land van verblijf van de niet-ingezetene die verbonden is in een transactie met de ingezetene voor de andere buitenlandse transacties; - « ingezeten kredietinstelling » : 1° elke in België gevestigde kredietinstelling in de zin van artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, die een monetaire financiële instelling is overeenkomstig artikel 2.1 van de Verordening ECB/2001/13 van 22 november 2001 met betrekking tot de geconsolideerde balans van de sector van de monetaire financiële instellingen; 2° de Nationale Bank van België;3° de financiële diensten van « De Post »; - « ingezeten coördinatiecentrum » : elke in België gevestigde rechtspersoon die door de Federale Overheidsdienst Financiën als coördinatiecentrum erkend werd in toepassing van het koninklijk besluit van nr. 187 van 30 december 1982; - « ingezeten verzekeringsonderneming » : elke in België gevestigde onderneming erkend door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen in de hoedanigheid van verzekeringsonderneming en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen overeenkomstig het laatste lid van artikel 4 van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; - « ingezeten herverzekeringsonderneming » : elke in België gevestigde onderneming die een herverzekeringsonderneming is in de zin van artikel 91bis, 3° van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; - « ingezeten instelling voor bedrijfspensioenvoorziening » : elke in België gevestigde rechtspersoon die door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen erkend is als instelling voor bedrijfspensioenvoorziening en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen overeenkomstig artikel 59, tweede lid, van de
wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/10/2006
pub.
10/11/2006
numac
2006023149
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen
sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen; - « ingezeten instelling voor belegging » : 1° elke in België gevestigde instelling voor collectieve belegging die onderworpen is aan de bepalingen van deel II, boek II van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;2° elke in België gevestigde rechtspersoon die vastgoedcertificaten uitgeeft in de zin van artikel 5, § 4 van de wet 16 juni 2006 op de openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt; - « ingezeten beursvennootschap » : elke in België gevestigde onderneming die door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen erkend is als beursvennootschap en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen overeenkomstig artikel 53, tweede lid, a) van de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs; - « ingezeten vennootschap voor vermogensbeheer » : elke in België gevestigde onderneming die door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen erkend is als vennootschap voor vermogensbeheer en opgenomen in de lijst gepubliceerd door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen overeenkomstig artikel 53, tweede lid, b) van de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs; - « Kruispuntbank van Ondernemingen » : het door de
wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/01/2003
pub.
05/02/2003
numac
2003011027
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen
sluiten binnen de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie opgericht register; - « Activiteitencode » : de code van de Belgische versie van de NACE-nomenclatuur ("Algemene systematische bedrijfsindeling in de Europese Gemeenschappen") uitgegeven door de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en gebruikt door de Kruispuntbank van Ondernemingen om de activiteit van een onderneming te beschrijven; - « Intrastat-aangiften » : de aangiften, aan de Nationale Bank van België, van het goederenverkeer tussen België en de andere lidstaten van de Europese Unie conform Verordening (EEG) nr. 638/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lidstaten en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad en de nationale wetgeving en reglementering ter zake; - « Extrastat-aangiften » : de aangiften, aan de Administratie der Douane en Accijnzen, van het goederenverkeer tussen België en de landen die geen lid zijn van de Europese Unie conform Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad, en de nationale wetgeving en reglementering ter zake; - « btw-eenheid » : het stelsel geregeld door het koninklijk besluit nr. 55 van 9 maart 2007 met betrekking tot de regeling voor belastingplichtigen die een btw-eenheid vormen; - « buitenlandse activiteitenindicator van uitvoer » : de totale waarde voor één jaar aangegeven in het rooster 47 van de btw-aangifte bedoeld in bijlage II van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde; - « buitenlandse activiteitenindicator van invoer » : de totale waarde voor één jaar aangegeven in de roosters 56 of 87 van de btw-aangifte bedoeld in bijlage II van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde; Art. 2.Georganiseerde enquêtes Met het oog op het verzamelen van de informatie die de ingezetenen die dienstentransacties met het buitenland verrichten aan de Nationale Bank van België dienen te bezorgen, worden periodiek de volgende enquêtes georganiseerd : 1. enquêtes waarvoor alle ingezetenen van eenzelfde categorie aangifteplichtig zijn : 1.1. referentie-enquête betreffende de activiteiten met het buitenland; 1.2. enquête "coördinatiecentra"; 1.3. enquête "verzekeringsondernemingen"; 1.4. enquête "herverzekeringsondernemingen"; 1.5. enquête "instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening"; 1.6. enquête "instellingen voor belegging"; 1.7. enquête "beursvennootschappen"; 1.8. enquête "vennootschappen voor vermogensbeheer"; 2. enquêtes voor dewelke de aangifteplichtige ingezetenen worden bepaald aan de hand van drempelvoorwaarden : 2.1. enquête "verzekeringstussenpersonen"; 2.2. enquête "touroperators"; 2.3. enquête "audiovisuele media"; 2.4. enquête "alle diensten"; 3. enquêtes waarvoor statistische methoden van steekproeftrekking worden gebruikt om de aangifteplichtige ingezetenen te bepalen : 3.1. enquête "constructie en industriële installatie - bouwondernemingen"; 3.2. enquête "constructie en industriële installatie - bouwheren"; 3.3. enquête "vervoer"; 3.4. enquête "specifieke diensten". Art. 3.Referentiegegevens § 1. Onder voorbehoud van andersluidende bepalingen in artikel 6, zijn de gegevens die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de aangifteplichtigen deze welke betrekking hebben op het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan dat waarvoor informatie ingezameld wordt.
Wanneer het gegevens betreft die in de jaarrekening of de btw-aangiften worden vermeld, worden in aanmerking genomen : - de gegevens uit de recentste jaarrekening die bij de Balanscentrale werd neergelegd op 31 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor informatie wordt ingezameld; - bij ontstentenis van neergelegde jaarrekening of btw-aangifte of ingeval van laattijdige neerlegging of aangifte, alle gegevens afkomstig van andere nuttige bronnen. § 2. Gebeurtenissen zoals met name een fusie, een overname, een splitsing, een wijziging van rechtsvorm, van wettelijk statuut of van de economische activiteiten van een aangifteplichtige of zijn toetreding tot een btw-eenheid, maken geen einde aan de verplichting om de enquête volledig te beantwoorden.
Ingeval van dergelijke gebeurtenissen wordt elke ingezetene beschouwd als nog steeds behorend tot zijn oorspronkelijke categorie voor de enquêtes die tijdens de drie volgende jaren worden georganiseerd. Art. 4.Algemene kenmerken van de enquêtes § 1. Voor eenzelfde jaar is iedere ingezetene slechts gehouden tot het invullen van één enkele enquête bedoeld in de punten 6.2. tot 6.16. van artikel 6. § 2. Indien een ingezetene tot meerdere categorieën bedoeld in de punten 6.2 tot 6.16 van artikel 6 behoort, deelt de Nationale Bank van België hem mee voor welke van de bovengenoemde enquêtes hij gehouden is aan te geven. § 3. Wanneer niet alle ingezetenen van eenzelfde categorie hun buitenlandse transacties dienen te notificeren, brengt de Nationale Bank van België de aangifteplichtige ingezetenen ten minste drie maand vóór de aanvang van het jaar waarvoor ze hun transacties dienen te notificeren, daarvan op de hoogte. Zij deelt hen eveneens de frequentie van aangifte mee. § 4. Indien meerdere frequenties van aangifte voorzien zijn voor een enquête waarvoor alle ingezetenen van een bepaalde categorie gehouden zijn aan te geven, deelt de Nationale Bank van België hen de frequentie mee waarmee ze moeten aangeven voor zover het niet om de laagste frequentie gaat. Art. 5.Specifieke kenmerken van de enquêtes waarvoor statistische methoden van steekproeftrekking gebruikt worden § 1. In functie van hun economisch belang dat met name bepaald wordt door de buitenlandse activiteitenindicator van invoer, de buitenlandse activiteitenindicator van uitvoer of door het zakencijfer, kunnen de ingezetenen onderworpen aan enquêtes waarvoor statistische methoden van steekproeftrekking gebruikt worden, ingedeeld worden in groepen volgens de frequenti …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.