← België

Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake de bestrijding van de coronacrisis, het Europees herstelplan, de Kansengelijkheid, de Schoo

Kort samengevat

Deze wet regelt diverse maatregelen om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden, met name door aanpassingen in de ondersteuning van verenigingen voor permanente educatie, culturele centra en de podiumkunsten. Het doel is om de continuïteit van deze sectoren te waarborgen ondanks de uitdagingen van de crisis.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
14 JULI 2021. - Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake de bestrijding van de coronacrisis, het Europees herstelplan, de Kansengelijkheid, de Schoolgebouwen, Wallonie-Bruxelles Enseignement, de Vrouwenrechten, het Hoger Onderwijs, het Wetenschappelijk Onderzoek, de Non-profitsector, het Onderwijs en de Begrotingsfondsen Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: TITEL I. - Bepalingen die betrekking hebben op de dringende maatregelen met het oog op de bestrijding van de gevolgen van de coronacrisis HOOFDSTUK I. - Wijziging van het decreet van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003029435 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding sluiten met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding en het besluit van de Regering van 30 april 2014 betreffende de ondersteuning aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding Artikel 1.In afwijking van het artikel 28/4, § 6, van het besluit van de Regering van 30 april 2014 betreffende de ondersteuning van het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding: 1° is de termijn om zich uit te spreken over de beginselaanvragen die werden ingediend in 2020 verlengd tot 1 september 2021 ;2° is de termijn om zich uit te spreken over de beginselaanvragen die werden ingediend in 2021 verlengd tot 31 december 2021. Art. 2.In afwijking van het artikel 5/2, § 3, tweede lid, van het decreet van 17 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003029435 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding sluiten met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding, zijn de beslissingen die gevolg geven aan de beginselverzoeken die werden ingediend in 2020 en 2021 geldig voor de drie kalenderjaren na de indiening van de aanvraag. Art. 3.In afwijking van de artikelen 6, § 2, 3° en 4°, en 19, § 2, van hetzelfde decreet, wordt de periode van erkenning van de verenigingen die momenteel op een bepaalde termijn wordt vastgesteld met twee jaar verlengd. De verenigingen die vermeld zijn in het eerste lid overhandigen hun algemeen evaluatieverslag tegen 30 juni van het laatste jaar van de verlengde periode. Deze die, echter, hun algemeen evaluatieverslag moesten overhandigen in 2021 kunnen kiezen om: 1° hetzij het te overhandigen tegen 30 juni 2021 en het daarna bij te werken, indien van toepassing, door een actualisatienota van het rapport te overhandigen tegen 30 juni 2023;2° hetzij het te overhandigen tegen 30 juni 2023. Onverminderd wat voorzien is in het artikel 5, moet, over het geheel genomen, worden voldaan aan de kwantitatieve en kwalitatieve criteria die volgens de verschillende actielijnen door de in het eerste lid bedoelde verenigingen moeten worden in acht genomen: 1° tijdens de 3 laatste kalenderjaren die voorafgaan aan de indiening van het algemeen evaluatieverslag, indien dit laatste in 2021 werd overhandigd;2° tijdens de 5 laatste kalenderjaren die voorafgaan aan de indiening van het algemeen evaluatieverslag, indien dit laatste in 2023 werd overhandigd;3° tijdens de 4 laatste kalenderjaren die voorafgaan aan de indiening van het algemeen evaluatieverslag, indien dit laatste in 2025 werd overhandigd. Art. 4.§ 1. In afwijking van het artikel 19, § 1, van hetzelfde decreet, wordt de vijfjarige periode van erkenning van de verenigingen die momenteel op een bepaalde termijn wordt vastgesteld met twee jaar verlengd, behalve, indien zij, in toepassing van het artikel 39/6 van hetzelfde decreet, reeds met een jaar werd verlengd. De in het eerste lid bedoelde verenigingen overhandigen hun algemeen evaluatieverslag tegen 30 juni van het voorlaatste jaar van de verlengde periode. Deze die, echter, hun algemeen evaluatieverslag moesten overhandigen in 2021 kunnen kiezen om: 1° hetzij het te overhandigen tegen 30 juni 2021 en het daarna bij te werken, indien van toepassing, door een actualisatienota van het rapport te overhandigen tegen 30 juni van het voorlaatste jaar van de verlengde periode;2° hetzij het te overhandigen tegen 30 juni van het voorlaatste jaar van de verlengde periode. § 2. In afwijking van het artikel 19, § 1, van hetzelfde decreet, zien de verenigingen waarvan de huidige vijfjarige erkenningsperiode, in toepassing van het artikel 39/6 van hetzelfde decreet, met een jaar werd verlengd en vanaf 1 januari 2022 wordt hernieuwd, hun nieuwe vijfjarige erkenningsperiode met een jaar verlengd. De in het eerste lid bedoelde verenigingen overhandigen hun algemeen evaluatieverslag tegen 30 juni van het voorlaatste jaar van de verlengde periode. § 3. Onverminderd wat voorzien is in het artikel 5, moet, over het geheel genomen, worden voldaan aan de kwantitatieve en kwalitatieve criteria die volgens de verschillende actielijnen door de in het huidig artikel bedoelde verenigingen moeten worden in acht genomen tijdens de 5 laatste kalenderjaren die voorafgaan aan dat van de indiening van het algemeen evaluatieverslag. Art. 5.Het huidig artikel is van toepassing: 1° op de verenigingen die een uitzondering hebben gevraagd voor de betaling van het saldo van de subsidie 2020 in toepassing van het bijzondere machtenbesluit nr.1 van de Franse Gemeenschapsregering van 7 april 2020 dat toelaat af te wijken van de regels en voorwaarden tot betaling van subsidies en de beroepstermijnen opschort in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis, bevestigd door het decreet van 12 november 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998029358 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving sluiten5; 2° op de verenigingen die een uitzondering hebben gevraagd voor de betaling van het saldo van de subsidie 2021 in toepassing van het artikel 16. In afwijking van het artikel 19, §§ 1, derde lid, en 2, derde lid, van hetzelfde decreet, worden, tijdens de evaluatie van de in het eertse lid vermelde verenigingen, de kwantitatieve criteria waaraan, over het geheel genomen, moet worden voldaan, krachtens de artikelen 3 en 4, verminderd naar verhouding van het aantal jaren waarvoor een uitzondering werd gevraagd. Art. 6.Het huidig artikel is van toepassing: 1° op de verenigingen die een uitzondering hebben gevraagd voor de betaling van het saldo van de subsidie in toepassing van het bijzondere machtenbesluit nr.1 van 7 april 2020 van de Regering van de Franse Gemeenschap dat toelaat af te wijken van de regels en voorwaarden tot betaling van subsidies en de beroepstermijnen opschort in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis, bevestigd door het decreet van 12 november 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998029358 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving sluiten5; 2° op de verenigingen die een uitzondering hebben gevraagd voor de betaling van het saldo van de subsidie 2021 in toepassing van het artikel 16; Indien, in afwijking van het artikel 50 van het besluit van de Regering van 30 april 2014 met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding, het referentiejaar dat in overweging genomen moet worden om een verandering van forfaitaire as of categorie te rechtvaardigen op een jaar valt waarin de vereniging een uitzondering heeft gevraagd, wordt dat referentiejaar vervangen door de tendens die wordt waargenomen: 1° tijdens de 5 laatste kalenderjaren die voorafgaan aan dat van de indiening van het algemeen evaluatieverslag, indien de vereniging momenteel wordt vastgesteld als van onbepaalde duur zijnde;2° tijdens de 3 laatste kalenderjaren die voorafgaan aan dat van de indiening van het algemeen evaluatieverslag, indien de vereniging momenteel wordt vastgesteld als van onbepaalde duur zijnde. Art. 7.Het artikel 39/4 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. HOOFDSTUK II. - Bepalingen met betrekking tot de culturele Centra Art. 8.In afwijking van het artikel 39 van het decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten5 met betrekking tot de culturele Centra: 1° wordt de erkenning van de culturele centra die beschikken over een programma-contract voor de periode die zich uitstrekt van 1 januari 2018 tot 31 december 2022 en die vóór 31 maart 2021 een uitstel van een jaar hebben gevraagd, met een bijkomend jaar verlengd en toegekend voor een duur van zes jaar;2° wordt de erkenning van de culturele centra die beschikken over een programma-contract voor de periode die zich uitstrekt van 1 januari 2019 tot 31 december 2023, van 1 januari 2020 tot 31 december 2024 en van 1 januari 2021 tot 31 december 2025 met een bijkomend jaar verlengd en toegekend voor een duur van zes jaar. Art. 9.In afwijking van het artikel 44 van hetzelfde decreet, wordt in 2021, de uiterlijke indieningsdatum van aanvragen tot vernieuwing van de erkenning verlengd tot 30 oktober 2021. Art. 10.In afwijking van het artikel 82 van hetzelfde decreet, mogen de overlegvergaderingen van de culturele centra die in 2021 hun aanvraag tot vernieuwing indienen vóór 1 maart 2021 plaatsvinden. Art. 11.In afwijking van de artikelen 101, eerste lid en 103, tweede lid, van hetzelfde decreet, wordt de erkenning van de federatieve actie van de representatieve organisaties met een bijkomend jaar verlengd en toegekend voor een duur van zes jaar. ' HOOFDSTUK III. - Wijziging van het decreet van 10 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/04/2003 pub. 19/05/2003 numac 2003029260 bron ministerie van de franse gemeenschap Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten sluiten betreffende de erkenning en subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten Art. 12.In afwijking van het artikel 50/2 van het decreet van 10 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/04/2003 pub. 19/05/2003 numac 2003029260 bron ministerie van de franse gemeenschap Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten sluiten betreffende de erkenning en subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten, wordt de projecthulp die in 2022 komt te vervallen met een jaar verlengd. Art. 13.In afwijking van het artikel 66 van hetzelfde decreet worden de programma-contracten die in 2022 komen te vervallen met een jaar verlengd. Art. 14.In afwijking van het artikel 69 van hetzelfde decreet wordt voor de lopende programma-contracten geen enkele tussentijdse evaluatie gedaan. HOOFDSTUK IV. - Bepalingen die toelaten om af te wijken van de toekennings-en betalingsvoorwaarden van de subsidies verleend in het kader van het culturele beleid Art. 15.Voor de toepassing van het huidig hoofdstuk verstaat men onder: 1° cultureel operator: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon waarvan de activiteiten passen in het kader van het cultureel beleid en die, in dat opzicht, een erkenning of een steun van de Franse Gemeenschap geniet;2° cultureel beleid: het beleid goedgekeurd door de Franse gemeenschap in de culturele materies als bedoeld in het artikel 4, 1°, 3° tot 6°, 8°, 10° en 13°, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen van 8 augustus 1980. Art. 16.De culturele operatoren die een meerjarige subsidie ontvangen en, tijdens het jaar 2020 of 2021, in de onmogelijkheid verkeren de toekennings-of betalingsvoorwaarden betreffende het volume of de kwaliteit van de ondersteunde activiteiten na te leven, behouden het voordeel van de integraliteit van hun subsidie, op voorwaarde dat: 1° zij in de onmogelijkheid verkeren om de voormelde voorwaarden na te leven als rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg van de maatregelen genomen voor de strijd tegen de verspreiding van COVID-19;2° zij, zo maximaal mogelijk, de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft in stand hebben gehouden door, in voorkomend geval, de betaling te verzekeren van de artistieke en technische dienstverleners van de Franse Gemeenschap waarvan de activiteiten werden geannuleerd, alternatieve werkingsmodaliteiten hebben gevonden of de periode te baat hebben genomen om een of meerdere creaties of werken van collectief denkwerk te realiseren, of elke andere vorm van activiteit die de operator eigen of vreemd is, in overeenstemming met het sociaal oogmerk dat door de subsidie wordt beoogd;3° zij bij het dossier van de jaarlijkse bewijsstukken een verzoek om afwijking voegen dat wordt opgesteld op basis van het model geleverd door de Regeringsdiensten en de nadruk legt op: a) de voorwaarden die niet konden worden vervuld;b) de data of de periode tijdens dewelke die voorwaarden niet konden worden vervuld;c) de redenen waarvoor die voorwaarden niet konden worden vervuld;d) het deel van de subsidie dat eventueel niet wordt gerechtvaardigd door de in aanmerking komende uitgaven. Voor zover de betrokken operator de voorwaarden vervult van het eerste lid, kan het niet-gerechtvaardigde deel van de subsidie, tijdens een later boekjaar of ten laatste op 31 december 2022, worden aangewend voor elke uitgave die bijdraagt tot de opdrachten waarvoor zij wordt aangegaan, met inbegrip van relance-activiteiten. In afwijking van het bijzondere machtenbesluit nr. 1 van 7 april 2020 van de Regering van de Franse Gemeenschap dat toelaat af te wijken van de regels en voorwaarden tot betaling van subsidies en de beroepstermijnen opschort in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis, bevestigd door het decreet van 12 november 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998029358 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving sluiten5, worden de culturele operatoren die een verzoek om afwijking, krachtens het eerste lid, indienen, vrijgesteld van het gebruik van het model dat is gevoegd bij het voormelde besluit. HOOFDSTUK V. - Bepalingen betreffende de openbare lectuur Afdeling I. - Wijziging van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten0 betreffende de ontwikkeling van leespraktijken ingericht door het openbare netwerk voor openbare lectuurvoorziening en de openbare bibliotheken Art. 17.In het artikel 14, § 1, van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten0 betreffende de ontwikkeling van leespraktijken ingericht door het openbare netwerk voor openbare lectuurvoorziening en de openbare bibliotheken worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in het tweede lid worden de woorden "van de evaluatie" vervangen door de woorden "van de eerste evaluatie";b) een derde lid wordt ingelast dat als volgt wordt opgesteld: "In afwijking van het eerste lid, heeft de tweede evaluatie van het vijfjarenplan van de operatoren van de openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening, waarvan de erkenning met ingang van 1 januari 2014 uitwerking heeft genomen en werd behouden op 1 januari 2022, plaats op het einde van het vijfde jaar van de uitvoering van het plan. Art. 18.In het artikel 15, tweede lid, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de woorden "van het tweede lid, c° " worden vervangen door de woorden "het eerste lid, c° " ;b) in 5°, worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "vier jaar" ;c) in 6°, worden de woorden "twee jaar" vervangen door de woorden "drie jaar" ;d) in 7°, worden de woorden "anderhalf jaar" vervangen door de woorden "twee en een half jaar". In hetzelfde artikel wordt een derde lid ingelast dat als volgt wordt opgesteld: "In afwijking van het eerste lid, c), komt voor de operatoren van de openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening, waarvan de erkenning met ingang van 1 januari 2014 uitwerking heeft genomen en werd behouden op 1 januari 2022, de tweede beslissing over het behoud van de erkenning tot stand na de vijfjarige periode die werd verlengd met een jaar. " Art. 19.In artikel 18, 1°, b), van hetzelfde decreet worden de woorden "van 1 200 km" vervangen door de woorden "van 500 km". Afdeling II. - Wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 19 juli 2011 houdende toepassing van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten0 betreffende de ontwikkeling van leespraktijken ingericht door het Openbare netwerk voor openbare lectuurvoorziening en de openbare bibliotheken Art. 20.In het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 19 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998029358 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving sluiten6 houdende toepassing van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten0 betreffende de ontwikkeling van leespraktijken ingericht door het Openbare netwerk voor openbare lectuurvoorziening en de openbare bibliotheken wordt tussen de artikelen 19 en 20 een artikel 19/1 ingelast dat als volgt wordt opgesteld: "Art. 19/1.In afwijking van artikel 19, eerste lid, dienen de operatoren van de openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening, waarvan de erkenning met ingang van 1 januari 2014 uitwerking heeft genomen en waarvan het behoud van erkenning werd gehandhaafd op 1 januari 2022 hun volgend algemeen uitvoeringsverslag en hun volgend vijfjarig ontwikkelingsplan, ten laatste op 31 januari 2027, in. In afwijking van het artikel 19, tweede lid, worden de adviezen van de Advies-en Inspectiecommissie die betrekking hebben op de operatoren van de openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening, waarvan de erkenning met ingang van 1 januari 2014 uitwerking heeft genomen en werd gehandhaafd op 1 januari 2022, uitgebracht vóór 1 september 2027. Voor de operatoren van de openbare dienst voor openbare lectuurvoorziening, waarvan de erkenning met ingang van 1 januari 2014 uitwerking heeft genomen en werd gehandhaafd op 1 januari 2022, moeten het derde en vierde lid van het artikel 19 gelezen worden overeenkomstig de afwijkingen voorzien in het eerste en tweede lid van dit artikel. ' Art. 21.In het artikel 27 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° § 1 wordt aangevuld met een derde lid dat als volgt wordt opgesteld: "Voor de operatoren die worden gehandhaafd in hun erkenning op 1 januari 2020, 2021 en 2022, wordt het bedrag van de forfaitaire werkings-en activiteitssubsidies voorzien in het artikel 18, 2°, van het decreet berekend op basis van de bevolkingscategorie en -drempel vastgelegd tijdens de 1ste erkenning, met uitzondering van de bibliotheken die worden behouden in een lagere categorie of die een lagere bevolkingsdrempel hebben dan wat werd vastgelegd tijdens de eerste erkenning.'; 2° § 5 wordt afgeschaft op 1 januari 2021. Art. 22.De artikelen 36 tot 44 van hetzelfde besluit worden afgeschaft. HOOFDSTUK VI. - Bepalingen betreffende de filmsector en de media Art. 23.In het artikel 108/1 van het decreet van 10 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten2 betreffende de ondersteuning van de filmsector en de audiovisuele creatie, worden de woorden "kredieten voorzien in het Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van bijzondere machten nr.21 houdende de aangepaste begroting van het Centrum voor de filmsector en de audiovisuele sector ter ondersteuning van het herstel van de filmsector in het kader van de COVID-19-crisis » vervangen door de woorden "beschikbare budgettaire middelen om het herstel van de filmsector in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis te ondersteunen". Art. 24.In het decreet van 10 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten2 betreffende de ondersteuning van de filmsector en de audiovisuele creatie, wordt een artikel 108/2 ingelast dat als volgt wordt opgesteld: "Artikel 108/2.In afwijking van de bepalingen van Titel VI, worden de overeenkomsten die van toepassing zijn op de schoolateliers, gastateliers en productieateliers, de verdelers van audiovisuele werken, de voorzieningen voor de verspreiding van audiovisuele werken, de filmfestivals, de exploitanten van bioscoopzalen, de platformen voor digitale verspreiding, en die vervallen tijdens het jaar 2021, met een jaar verlengd. " Art. 25.In het artikel 3 van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten0 tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie worden de woorden "een jaarlijkse subsidie van 80.000 euro" vervangen door de woorden "een jaarlijkse subsidie van 120.000 euro". HOOFDSTUK VII. - Wijziging van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten0 betreffende de omkadering en de subsidiëring van de federaties voor amateuristische kunstbeoefening, van de Federaties die Centra voor expressie en creativiteit vertegenwoordigen en van de centra voor expressie en creativiteit Art. 26.In het artikel 6, 8°, van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten0 betreffende de omkadering en de subsidiëring van de federaties voor amateuristische kunstbeoefening, van de Federaties die Centra voor expressie en creativiteit vertegenwoordigen en van de centra voor expressie en creativiteit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. de woorden "op het ogenblik dat de aanvraag ingediend wordt" worden vervangen door de woorden "op 1 januari van het jaar van indiening van de aanvraag";2. de woorden "gedurende dat eerste jaar" vervangen door de woorden "gedurende het jaar dat voorafgaat aan dat van de indiening van de aanvraag". Art. 27.In afwijking van de artikelen 6, 8° en 9°, en 27 van hetzelfde decreet, kan de vereniging die, tijdens het referentiejaar dat werd bepaald door de voormelde bepalingen, werd belet om, geheel of gedeeltelijk, haar activiteiten voor te zetten omwille van overheidsmaatregelen genomen ter bestrijding van de verspreiding van het coronavirus COVID-19, een van de vier kalenderjaren die voorafgaan aan haar aanvraag als referentiejaar doen gelden. HOOFDSTUK VIII. - Uitzonderlijke financiering aan de Universiteiten, Hogescholen en Hogere Kunstscholen voor rechtstreekse hulp aan de studenten in het kader van de COVID-19 gezondheidscrisis Art. 28.Een unieke en uitzonderlijke financiering van 2.285.000 euro wordt, in 2021, toegekend aan de universiteiten, hogescholen en hogere kunstscholen, als aanvulling op de financiering van hun sociale subsidies. Art. 29.De huidige subsidie van 2.285.000 euro wordt verrekend ten laste van de Cel Noodhulp en Herschikking van het Secretariaat-generaal, opgericht als administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie, door het artikel 1 van het programmadecreet van 9 december 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/1998 pub. 28/08/1998 numac 1998029358 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving sluiten8. Art. 30.Het bedrag van 2.285.000 euro wordt op de volgende manier verdeeld tussen de universiteiten, hogescholen en hogere kunstscholen: 1° elke universiteit, hogeschool en hogere kunstschool ziet zich respectievelijk 4, 2 en 1 punt(en) toekennen voor de beursstudenten, de studenten met bescheiden inkomsten en de andere studenten die zijn ingeschreven in de universiteit, de hogeschool of de hogere kunstschool, tijdens het academiejaar 2019-2020, zoals zij werden gevalideerd door de commissarissen en afgevaardigden van de Regering voor de toepassing van het decreet van 19 juli 2010Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten1 betreffende de kosteloosheid en de democratisering van het hoger onderwijs; 2° elke universiteit, hogeschool en hogere kunstschool ontvangt, als aanvulling op de financiering van haar sociale subsidies in 2021, het resultaat van de vermenigvuldiging van het bedrag van 2.285.000 euro met de verhouding tussen het totaal aantal ontvangen punten en het totaal aantal aan alle universiteiten, hogescholen en hogere kunstscholen, krachtens 1°, toegekende punten. De instellingen die, evenwel, tot 300 studenten tellen zien zich een forfaitair bedrag van 5.000 euro toegekend en de instellingen die tot 800 studenten tellen zien zich een forfaitair bedrag van 10.000 euro toegekend. Art. 31.De financiering beoogd door het huidig hoofdstuk kan slechts worden gewijd aan rechtstreekse hulp aan de student. Deze kan slechts door de universiteit, hogeschool, hogere kunstschool aan de student worden toegekend als de door de student geleden verliezen en gemaakte kosten het rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg zijn van de maatregelen genomen in de strijd tegen de verspreiding van COVID-19. Art. 32.De controle van het gebruik van de financiering beoogd door het huidig hoofdstuk en haar aanwending mits naleving van de voorwaarden vastgelegd in artikel 31 wordt gedaan door de commissarissen en afgevaardigden van de Regering. De universiteit, hogeschool of hogere kunstschool maakt aan de commissaris of gedelegeerde van de Regering, met kopie aan de algemene directie die belast is met het hoger onderwijs, het aantal dossiers over van de rechtstreekse hulp aan studenten verrekend op de uitzonderlijke financiering, hun doelen, alsook het totaal voor deze dossiers aangegane en betaalde bedrag en stelt alle bewijsstukken die nuttig zijn voor hun controle ter beschikking van de commissaris of afgevaardigde. In voorkomend geval wordt het bedrag of het deel van het bedrag van de uitzonderlijke financiering dat niet wordt gerechtvaardigd door de universiteit, hogeschool of hogere kunstschool afgetrokken van de sociale subsidies van de instelling voor het jaar 2022. HOOFDSTUK IX. - Financiële steun aan de post-doctorandi in het kader van de gezondheidscrisis Art. 33.Een unieke en uitzonderlijke financiering van 4.200.000 euro wordt toegekend aan de universiteiten van de Franse Gemeenschap met het oog op de steun aan de post-doctoraatsonderzoekers waarvan het onderzoek werd vertraagd omwille van pandemie. Dit bedrag wordt verdeeld tussen de universiteiten volgens dezelfde modaliteiten als deze vermeld in het artikel 6 van het decreet van 30 januari 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten6 betreffende de financiering van onderzoek in de universiteiten. Deze financiering moet worden gebruikt vóór 1 juni 2022. De universiteiten verantwoorden het gebruik van deze financiering bij de administratie vóór 31 december 2022. In voorkomend geval wordt het bedrag of het deel van het bedrag van de uitzonderlijke financiering dat niet wordt gerechtvaardigd door de universiteit terugbetaald. Art. 34.Elke universiteit organiseert een oproep tot kandidaatstelling voor haar post-doctorandi om de toebedeling te bepalen van de middelen die haar zijn toegekend. Men verstaat onder post-doctorandi: vorsers die hun titel van doctor sinds maximaal 10 jaar hebben behaald en die onder contract staan, met uitzondering van de vorsers die rechtstreeks worden gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. In het kader van de oproep tot kandidaatstelling zet de post-doctorandus uiteen: 1° in welke mate zijn onderzoek door de crisis werd geïmpacteerd;2° in welke mate de financiering die hij aanvraagt hem zal toelaten de opgelopen ongemakken te verhelpen en zijn carrière uit te bouwen. De Onderzoeksraad bestudeert de verschillende ontvangen voorstellen en brengt een gemotiveerd advies uit over de aanvraag die het overhandigt aan de Raad van Bestuur van zijn universiteit die, voor elk van hen, een beslissing tot toekenning of weigering zal nemen. De post-doctorandus beschikt over een termijn van 10 dagen na de kennisname van de beslissing om, in voorkomend geval, een bezwaar in te dienen bij de Raad van Bestuur. Het bezwaar moet de elementen naar voren brengen die, volgens hem, niet in overweging werden genomen door de Onderzoeksraad en die van aard zouden zijn om de beslissing te wijzigen. Geen enkel nieuw element mag, echter, in het kader van het bezwaar worden aangebracht. De Onderzoeksraad beschikt over een termijn van 15 dagen om zijn beslissing te bevestigen of wijzigen. Het per post-doctorandus toegekende bedrag mag niet meer dan 10.000 euro bedragen. Art. 35.De aanvaardbare uitgaven zijn: - salariskosten voor de personen die onder contract staan of andere vormen van bezoldiging, alsook de kosten gegenereerd door een verlenging van de toegekende onderzoekbeurzen; - werkingskosten. HOOFDSTUK X. - Jeugdbijstand Art. 36.§ 1 De Regering kan in het kader van een projectoproep uitzonderlijke subsidies toekennen aan de operatoren als bedoeld in paragraaf 3. De projecten worden geëvalueerd volgens de volgende criteria: 1° een project in verband met een van de volgende thematieken: a) de relationele, affectieve en seksuele opvoeding;b) de mediageletterdheid;c) de jongerenvoorlichting;d) de nationale en internationale mobiliteit;e) het lokaal jongerenbeleid;f) de artistieke en culturele productie;g) de burgerparticipatie;h) de opleiding en oriëntering;i) de intersectorale partnerschappen;j) de emancipatie van jongeren;2° het doelpubliek Jongeren (3-30 jaar);3° de begrotingsraming van het project;4° de oriëntering in verband met de finaliteit bedoeld in het artikel 4, 1°, van het decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2009 pub. 10/06/2009 numac 2009029312 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties en in het artikel 1, § 1, 4°, van het decreet van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2000 pub. 26/08/2000 numac 2000029296 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en accommodatiecentra, van jongeren informatiecentra en van hun federaties sluiten tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en huisvestingscentra en van informatiecentra voor jongeren en van hun federaties;5° de toegankelijkheid van het project voor alle jongeren;6° projecten die verschillende jeugdwerkers verenigen. Met uitzondering van het geval bedoeld in het tweede lid, 6°, bedraagt het bedrag van de uitzonderlijke subsidie, binnen de beperking van de beschikbare budgettaire middelen, maximaal 10.000 euro per project. § 2. Deze uitzonderlijke subsidie zal slechts kunnen worden toegekend in de loop van de jaren 2021 en/of 2022. § 3. De operatoren die kunnen genieten van een uitzonderlijke subsidie zijn: 1° de krachtens het decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2009 pub. 10/06/2009 numac 2009029312 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties erkende jeugdorganisaties en erkende jeugdgroeperingen;2° de krachtens het decreet van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2000 pub. 26/08/2000 numac 2000029296 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en accommodatiecentra, van jongeren informatiecentra en van hun federaties sluiten tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en huisvestingscentra en van informatiecentra voor jongeren en van hun federaties erkende jeugdcentra. § 4. In het kader van de projectoproep bedoeld in paragraaf 1 verstrekken de operatoren bedoeld in paragraaf 3, ten minste, de volgende documenten: 1° een gedetailleerde projectbeschrijving met vermelding van de thematiek waarin het project kadert en het doelpubliek;2° een begrotingsraming. De documenten worden ingediend bij de Administratie via een formulier. Art. 37.§ 1. De Regering kent een uitzonderlijke subsidie toe aan de krachtens het decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2009 pub. 10/06/2009 numac 2009029312 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties erkende jeugdbewegingen in het kader van de aankoop van tenten; de verdeling van de subsidie wordt als volgt vastgelegd. 1° een subsidie van 131.760,24 euro wordt betaald aan de ASBL Les Scouts; 2° een subsidie van 58.249,23 euro wordt betaald aan de ASBL les Guides Catholiques de Belgique; 3° een subsidie van 56.035,04 euro wordt betaald aan de ASBL Fédération Nationale des Patros; 4° een subsidie van 29.984,81 euro wordt betaald aan de ASBL Faucons rouges; 5° een subsidie van 23.970,67 euro wordt betaald aan de ASBL Scouts et Guides Pluralistes. § 2. Deze uitzonderlijke subsidie zal slechts kunnen worden toegekend in de loop van de jaren 2021 en/of 2022. § 3. In het kader van de toekenning van de subsidie bedoeld in paragraaf 1 verstrekken de betrokken jeugdbewegingen de documenten die toelaten de aankoop van tenten te bewijzen. Zij bevatten, ten minste, het bewijs van de aangegane kosten die worden gerechtvaardigd door een factuur of elk ander bewijsstuk die de aankoop bewijst, alsook een verklaring op eer die getuigt van de waarheidsgetrouwheid van de overgemaakte gegevens. § 4. De subsidie bedoeld in paragraaf 1 wordt in twee schijven betaald die als volgt worden bepaald: 1° een eerste schijf die overeenstemt met 80% van het bedrag van de subsidie wordt betaald bij de goedkeuring van het subsidiebesluit;2° een tweede schijf die overeenstemt met 20% van het bedrag van de subsidie wordt betaald na controle en validatie van de bewijsstukken bedoeld in paragraaf drie. Art. 38.§ 1. De Regering kan uitzonderlijke subsidies toekennen in het kader van een projectoproep aan de operatoren bedoeld in paragraaf 3 in het kader van acties tot herwaardering van de Jongerensector. De projecten worden geëvalueerd volgens de volgende criteria: 1° de herwaardering van de Jongerensector;2° de oriëntering in verband met de finaliteit bedoeld in het artikel 4, 1°, van het decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2009 pub. 10/06/2009 numac 2009029312 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties en in het artikel 1, § 1, 4°, van het decreet van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2000 pub. 26/08/2000 numac 2000029296 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en accommodatiecentra, van jongeren informatiecentra en van hun federaties sluiten tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en huisvestingscentra en van informatiecentra voor jongeren en van hun federaties;3° de begrotingsraming van het project;4° projecten die verschillende jeugdwerkers verenigen. Met uitzondering van het geval bedoeld in het tweede lid, 4°, bedraagt het bedrag van de uitzonderlijke subsidie, binnen de beperking van de beschikbare budgettaire middelen, maximaal 2.000 euro per projectoperator. § 2. Deze uitzonderlijke subsidie zal slechts kunnen worden toegekend in de loop van de jaren 2021 en/of 2022. § 3. De operatoren die kunnen genieten van een uitzonderlijke subsidie zijn: 1° de krachtens het decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2009 pub. 10/06/2009 numac 2009029312 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties erkende jeugdorganisaties en erkende jeugdgroeperingen;2° de krachtens het decreet van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2000 pub. 26/08/2000 numac 2000029296 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en accommodatiecentra, van jongeren informatiecentra en van hun federaties sluiten tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en huisvestingscentra en van informatiecentra voor jongeren en van hun federaties erkende jeugdcentra. § 4. In het kader van de projectoproep bedoeld in paragraaf 1 verstrekken de operatoren bedoeld in paragraaf 3, ten minste, de volgende documenten: 1° een gedetailleerde projectbeschrijving met vermelding van de overwogen acties om de Jongerensector te herwaarderen;2° een begrotingsraming. De documenten worden ingediend via een online formulier. Art. 39.§ 1. De Regering kan in de loop van de jaren 2021 en/of 2022 uitzonderlijke subsidies toekennen aan de operatoren bedoeld in paragraaf 2 die financiële moeilijkheden kennen ten gevolge van de COVID-19-gezondheidscrisis, met name tussen de periode begrepen tussen de maanden maart 2020 en december 2021. Het bedrag van de uitzonderlijke subsidie bedraagt maximaal 40.000 euro per operator. Dit bedrag wordt toegekend naar verhouding van de structurele subsidie van de operator waarvoor de werkingskosten in aanmerking worden genomen tot een totaalbedrag van maximaal 20 procent. Indien de operator subsidies heeft ontvangen die uitgaan van andere machtsniveaus, dan worden die bedragen in aanmerking genomen in de berekening van het bedrag van de subsidie. § 2. De operatoren die kunnen genieten van een uitzonderlijke subsidie zijn: 1. de krachtens het decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2009 pub. 10/06/2009 numac 2009029312 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties erkende jeugdorganisaties; 2. de krachtens het decreet van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2000 pub. 26/08/2000 numac 2000029296 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en accommodatiecentra, van jongeren informatiecentra en van hun federaties sluiten tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en huisvestingscentra en van informatiecentra voor jongeren en van hun federaties erkende jeugdcentra., met uitzondering van de operatoren bedoeld door de artikelen 4 en 5 van hetzelfde decreet. § 3. De Regering kan eveneens een subsidie toekennen van maximaal 5.000 euro per operator bedoeld in paragraaf 2 om de tenlasteneming te ondersteunen van de bijkomende kosten die inherent zijn aan een gedeeltelijke heropstart van hun activiteiten, alsook de heroriëntering van hun activiteiten omwille van de gezondheidsmaatregelen genomen om COVID-19 te bestrijden. Het bedrag van de subsidie dekt 70 procent van de uitgaven gedaan in 2020 en/of 2021 in sanitaire uitrustingen of met betrekking tot de gezondheidscrisis tot een maximumbedrag van 5.000 euro per operator. Worden beschouwd als uitgaven in sanitaire uitrustingen of met betrekking tot de gezondheidscrisis in de zin van het tweede lid, de volgende uitgaven: 1° ontsmettings-en reinigingsmateriaal;2° maskers en hydroalcoholische gel;3° plexiglas;4° informatica-uitrustingen en -software ten behoeve van jongeren. § 4. In het kader van een subsidieaanvraag bedoeld in paragraaf 1 verstrekken de operatoren bedoeld in paragraaf 2 de documenten die toelaten de financiële verliezen aan te tonen en in te schatten. Zij bevatten, tenminste, de rekeningen en balansen van de jaren 2019 en 2020, alsook een verklaring op eer die getuigt van de waarheidsgetrouwheid van de overgemaakte gegevens. In het kader van een subsidieaanvraag bedoeld in paragraaf 3 verstrekken de operatoren bedoeld in paragraaf 2 de documenten die toelaten de uitgaven in sanitaire uitrustingen te bewijzen. Zij bevatten, tenminste, de rekeningen en balansen van 2020, het bewijs van aanvullende kosten, die worden gerechtvaardigd door een factuur of elk ander bewijsstuk dat blijk geeft van uitgaven, alsook een verklaring op eer die getuigt van de waarheidsgetrouwheid van de overgemaakte gegevens. De aanvragen bedoeld in het eerste en tweede lid worden enkel via een online formulier ingediend. § 5. De subsidies bedoeld in de paragrafen 1 en 3 worden betaald in twee schijven die als volgt worden bepaald: 1° een eerste schijf die overeenstemt met 80% van het subsidiebedrag wordt betaald bij de goedkeuring van het subsidiebesluit;2° een tweede schijf die overeenstemt met 20% van het subsidiebedrag wordt betaald na controle en validering van de bewijsstukken bedoeld in paragraaf 4. Art. 40.De jeugdorganisaties die in 2022 een aanvraag tot erkenning indienen, nemen het jaar 2020 in aanmerking om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door de artikelen 5 tot 10 van het decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2009 pub. 10/06/2009 numac 2009029312 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties. In afwijking van het eerste lid en ingeval de jeugdorganisaties het jaar 2020 niet als referentie kunnen nemen, refereren zij aan de periode gaande van 1 juli 2021 tot 31 maart 2022 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door de artikelen 5 tot 10 van het voormelde decreet. De jeugdorganisaties motiveren uitdrukkelijk in hun dossier tot erkenningsaanvraag de redenen waarom het jaar 2020 niet als referentiejaar in aanmerking wordt genomen. Art. 41.De jeugdorganisaties die in 2020 toelatingsaanvragen indienen in de bijzondere beschikkingen bedoeld in de artikelen 19, 21, 25 en 29 van het voormelde decreet, nemen het jaar 2020 in aanmerking om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door de artikelen 15 tot 32 van hetzelfde decreet. In afwijking van het eerste lid en ingeval de jeugdorganisaties het jaar 2020 niet als referentie kunnen nemen, refereren zij aan de periode gaande van 1 juli 2021 tot 31 maart 2022 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door de artikelen 15 tot 32 van het voormelde decreet. De jeugdorganisaties motiveren uitdrukkelijk in hun dossier tot toelatingsaanvraag de redenen waarom het jaar 2020 niet als referentiejaar in aanmerking werd genomen. Art. 42.De jeugdorganisaties die in 2022 aanvragen tot wijziging van classificatie binnen de categorieën van jeugdorganisaties bedoeld in de artikelen 6 tot 10 indienen, nemen het jaar 2020 in aanmerking om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door het artikel 14 van het voormelde decreet. In afwijking van het eerste lid en ingeval de jeugdorganisaties het jaar 2020 niet als referentie kunnen nemen, refereren zij aan de periode gaande van 1 juli 2021 tot 31 maart 2022 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door het artikel 14 van het voormelde decreet. De jeugdorganisaties motiveren uitdrukkelijk in hun dossier van aanvraag tot wijziging van categorie de redenen waarom het jaar 2020 niet als referentiejaar in aanmerking wordt genomen. Art. 43.De verenigingen die in 2022 een aanvraag tot erkenning indienen, nemen het jaar 2020 in aanmerking om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door de artikelen 1 tot 8 en 10 tot 14 van het decreet van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2000 pub. 26/08/2000 numac 2000029296 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en accommodatiecentra, van jongeren informatiecentra en van hun federaties sluiten tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en huisvestingscentra en van informatiecentra voor jongeren en van hun federaties. In afwijking van het eerste lid en ingeval de verenigingen het jaar 2020 niet als referentie kunnen nemen, refereren zij aan de periode gaande van 1 juli 2021 tot 31 maart 2022 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door de artikelen 1 tot 8 en 10 tot 14 van het voormelde decreet. De verenigingen motiveren uitdrukkelijk in hun dossier tot erkenningsaanvraag de redenen waarom het jaar 2020 niet als referentiejaar in aanmerking wordt genomen. Art. 44.De verenigingen die een aanvraag tot erkenningsvernieuwing indienen voor de jaren 2023 tot 2026, nemen het jaar 2020 in aanmerking om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door de artikelen 1 tot 8 en 10 tot 14 van het voormelde decreet, op voorwaarde dat hun aanvraag, ten laatste op 30 april 2022, wordt ingediend. In afwijking van het eerste lid en ingeval de verenigingen het jaar 2020 niet als referentie kunnen nemen, refereren zij aan de periode gaande van 1 juli 2021 tot 31 maart 2022 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door de artikelen 1 tot 8 en 10 tot 14 van het voormelde decreet. Art. 45.De verenigingen die een aanvraag tot wijziging van categorie indienen, nemen het jaar 2020 in aanmerking om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door het artikel 15, § 1, van het voormelde decreet, op voorwaarde dat hun aanvraag, ten laatste op 30 juni 2022, wordt ingediend. De aanvragen tot erkenningsvernieuwing komen niet in aanmerking voor de toepassing van het huidig artikel. In afwijking van het eerste lid en ingeval de jeugdorganisaties het jaar 2020 niet als referentie kunnen nemen, refereren zij aan de periode gaande van 1 juli 2021 tot 31 maart 2022 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door het artikel 15 van het voormelde decreet. De verenigingen motiveren uitdrukkelijk in hun dossier tot erkenningsaanvraag de redenen waarom het jaar 2020 niet als referentiejaar in aanmerking wordt genomen. Art. 46.De verenigingen die een nieuwe toelatingsaanvraag in een bijzondere beschikking indienen, nemen het jaar 2020 in aanmerking om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door de artikelen 16 tot 20 van het voormelde decreet, op voorwaarde dat hun aanvraag ten laatste op 30 juni 2022 wordt ingediend. De aanvragen tot erkenningsvernieuwing komen niet in aanmerking voor de toepassing van het huidig artikel. In afwijking van het eerste lid en ingeval de verenigingen het jaar 2020 niet als referentie kunnen nemen, refereren zij aan de periode gaande van 1 juli 2021 tot 31 maart 2022 om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden gesteld door de artikelen 16 tot 20 van het voormelde decreet. De verenigingen motiveren uitdrukkelijk in hun dossier tot erkenningsaanvraag de redenen waarom het jaar 2020 niet als referentiejaar in aanmerking wordt genomen. Art. 47.In afwijking van het artikel 2, 12°, van het decreet van 26 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2009 pub. 10/06/2009 numac 2009029312 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de jeugdorganisaties en enkel voor de jaren 2021 en 2022, wordt het aantal leden op 31 augustus 2019 vastgesteld. HOOFDSTUK XI. - Over de toekenning in 2021 van bijkomende middelen aan de scholen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs om aan de leerlingen een gerichte en versterkte pedagogische ondersteuning en opvoedingsondersteuning te geven. Art. 48.Voor de toepassing van het huidig hoofdstuk verstaat men onder "pedagogische ondersteuning" de stappen van individuele of collectieve begeleiding van de leerlingen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs ondernomen door de leerkrachten om de leermoeilijkheden van die leerlingen te verhelpen. Deze stappen kunnen passen in het kader van een perspectief van differentiatie die erop gericht is de middelen, inrichtingen en methodes af te wisselen, rekening gehouden met de heterogeniteit van de klassen, alsook de diversiteit van de leerwijzen en -noden van de leerlingen. Dergelijke praktijken liggen in de lijn van een logica van gepersonaliseerde begeleiding. Men verstaat onder "opvoedingsondersteuning" de stappen van individuele of collectieve begeleiding van leerlingen van het gewoon basisonderwijs ondernomen door hun opvoeders en van de leerlingen van het gespecialiseerd basisonderwijs ondernomen door opvoeders of paramedisch, sociaal en psychologisch personeel om het emotioneel en relationeel welzijn van die leerlingen te verbeteren. Deze stappen van pedagogische ondersteuning en opvoedingsondersteuning moeten face-to-face plaatsvinden. Zij kunnen, niettemin, op afstand plaatsvinden, indien de geldende gezondheidsnormen het vereisen. Art. 49.Bijkomende middelen worden toegekend aan de scholen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs. Zij beogen de buitengewone ontplooiing van een ondersteuning van het pedagogische en educatieve type om voor de leerlingen met de meeste leerproblemen de gevolgen van de COVID-19-gezondheidscrisis te compenseren door de volgende doelstellingen na te streven: 1. prioritair de leerlingen ondersteunen die leermoeilijkheden vertonen bij de verwerving van basiskennis;2. de mentale gezondheid en het welzijn van de leerlingen in een sereen en gunstig schoolklimaat ondersteunen;3. de schooluitval tegengaan. Deze bijkomende middelen kunnen geenszins aan andere doeleinden dan deze die door het huidig hoofdstuk worden beoogd ten goede komen. Art. 50.§ 1. Een pot van 16.115 lestijden wordt toegekend aan de inplantingen van het gewoon basisonderwijs op basis van een lestijd per volledige schijf van 19 leerlingen die op 15 januari 2021 regelmatig zijn ingeschreven. De berekening wordt per inplanting gedaan. Elke inplanting geniet, tenminste, van twee lestijden. § 2. Een pot van 1021 lestijden wordt toegekend aan de inplantingen van het gespecialiseerd basisonderwijs (maturiteiten I tot IV) op basis van een lestijd per volledige schijf van 16 leerlingen die op 15 januari 2021 regelmatig zijn ingeschreven. De berekening wordt per inplanting gedaan. Elke inplanting geniet, tenminste, van twee lestijden. § 3. De lestijden die worden beoogd door het huidig artikel worden toegekend voor een duur van vier maanden, van 1 september tot 31 december 2021. Art. 51.De scholen die de lestijden zullen gebruiken als bedoeld in het artikel 50 moeten de Diensten van de Regering daarvan inlichten via een daartoe ontworpen elektronisch formulier en dit, ten laatste, tegen 15 oktober 2021. Indien het formulier niet binnen die termijn wordt ingevuld en teruggestuurd, kunnen de lestijden door de betrokken school niet meer worden gebruikt. In dit formulier geeft de school het/de profiel(en) aan onder de in artikel 52, § 1, eerste lid, bedoelde functies die zij wenst aan te werven. Zij geeft eveneens de taken en activiteiten aan die zij wenst te organiseren in het kader van de implementering van praktijken van pedagogische ondersteuning en/of opvoedingsondersteuning waarvoor de lestijden als bedoeld in artikel 46 zullen worden gebruikt, alsook het/de begunstigde doelpubliek(en). Art. 52.§ 1. De middelen als bedoeld in het artikel 50 laten de creatie van een of meerdere betrekkingen toe, overeenkomstig het artikel 48, in (een) recruteringsfunctie(s), zoals vastgelegd, voor het type en niveau van het betrokken onderwijs of het niveau daar onmiddellijk onder of boven, door het artikel 3, §§ 1 tot 5, van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap sluiten7 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs, binnen de volgende personeelscategorieën: 1. het onderwijzend personeel;2. het paramedisch personeel;3. het sociaal personeel;4. het psychologisch personeel;5. het opvoedend hulppersoneel. Over de bepaling van de in dat kader toevertrouwde opdrachten en hun verbinding met een aanwervingsambt door de inrichtende macht wordt overleg gepleegd binnen de plaatselijke organen van sociaal overleg Deze betrekkingen worden aan de personeelsleden op een vrijwillige basis toegekend, na toepassing van de statutaire regels voor de volgorde van toekenning van de betrekkingen. In geen geval mag de toekenning van deze lestijden aanleiding geven tot een benoeming of een aanwerving in vast verband. § 2. In het basisonderwijs worden alle in lestijden omgerekende betrekkingen a rato van 24 lestijden per volledige opdracht omgerekend, en dit ongeacht de personeelscategorie en de in de betrokken ambten geldende prestatieregeling. In het gespecialiseerd basisonderwijs worden de in lestijden omgerekende betrekkingen per volledige opdracht omgerekend a rato van: - onderwijzer: 22 lestijden; - opvoeder: 36 lestijden van 60 minuten; - ergotherapeut: 32 lestijden; - kinesitherapeut: 32 lestijden; - logopedist: 30 lestijden; - kleuterleider: 32 lestijden; - verpleegkundige: 32 lestijden; - maatschappelijk werker: 36 lestijden; - psycholoog: 36 lestijden. TITEL II. - Bepalingen betreffende het Europees herstelplan - plan voor het herstel en de veerkracht HOOFDSTUK EEN. - Bepalingen ter ondersteuning van de energierenovatie van de culturele infrastructuren Art. 53.Voor de toepassing van het huidig hoofdstuk verstaat men onder: 1° Verordening (EU) 2021/241: de verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel-en veerkrachtfaciliteit;2° Verordening (EU) 2020/852: de verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088;3° decreet van 17 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/07/2002 pub. 24/09/2002 numac 2002029467 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de toekenning van toelagen aan plaatselijke overheden voor culturele infrastructuurprojecten type decreet prom. 17/07/2002 pub. 24/08/2002 numac 2002029416 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende dringende wijzigingen inzake onderwijs sluiten: het decreet van 17 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/07/2002 pub. 24/09/2002 numac 2002029467 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de toekenning van toelagen aan plaatselijke overheden voor culturele infrastructuurprojecten type decreet prom. 17/07/2002 pub. 24/08/2002 numac 2002029416 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende dringende wijzigingen inzake onderwijs sluiten betreffende de toekenning van toelagen aan plaatselijke overheden voor culturele infrastructuurprojecten;4° decreet van 20 december 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/1997 pub. 28/01/1998 numac 1997029409 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanwijzing van de begrotingsfondsen vermeld in de algemene uitgavenbegroting …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.